C87FS22H0 - Oven NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C87FS22H0 NEFF in PDF-formaat.
| Type product | Inbouwoven |
| Afmetingen (B x H x D) | 595 x 548 x 595 mm |
| Gewicht | ca. 40 kg |
| Vermogen | 3,5 kW |
| Aansluiting | 230 V / 16 A |
| Energieklasse | A+ (geschat) |
| Inhoud | 71 liter |
| Verwarmingstypen | Hetelucht, boven- en onderwarmte, grill, intensive heat |
| Reinigingsmethode | Pyrolyse + AquaClean |
| Beveiligingen | Kinderslot, automatische uitschakeling, koelventilator |
| Besturing | Draaiknoppen + TFT-display |
| Accessoires | Rosters, bakplaat, uitneembare geleiders |
| Garantie | 2 jaar (uitgebreid beschikbaar) |
| Ondersteuning | Neff servicecentrum, reservedelen tot 15 jaar |
| Reparatie-index | 8,5 / 10 |
Veelgestelde vragen - C87FS22H0 NEFF
Gebruikersvragen over C87FS22H0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C87FS22H0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C87FS22H0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING C87FS22H0 NEFF
[nl] GEBRUIKSAANWIJZING
C87FS22H0
Inhoudsopgave

Gebruik volgens de voorschriften .... 4

Belangrijke veiligheidsvoorschriften ..... 5
Algemeen....5
Stoom....6

Oorzaken van schade 6
Algemeen. 6
Stoom. 7

Milieubescherming....7
Energiebesparing 7
Milieuvriendelijk afvoeren 8

Het apparaat leren kennen 9
Bedieningspaneel....9
Bedieningselementen....9
Hoofdmenu 10
Functies voor de binnenruimte....11
Watertank....11

Toebehoren....12
Meegeleverde toebehoren 12
Toebehoren inschuiven 12
Toebehoren combineren 13
Extra toebehoren 13

Voor het eerste gebruik .... 14
Voor het eerste gebruik 14
Apparaatdeur openen en sluiten 14
Eerste gebruik 14
Apparaat kalibreren en binnenruimte reinigen.....15
Toebehoren reinigen 15

Apparaat bedienen....16
Apparaat in- en uitschakelen 16
Werking van het apparaat instellen en starten ..... 16
Apparaatfuncties wijzigen of afbreken ..... 17
Apparaat snel opwarmen 17

Stoom 18
Geluiden....18
FullSteam - Bereiden met stoom 18
VarioSteam - Bereiden met gebruik van stoom ..... 18
Deegrijsstand 19
Sous-vide 19
Ontdooistand 19
Regenereren 20
Watertank vullen. 20
Na gebruik met stoom altijd: 21

Tijdfuncties....22
Tijdfuncties wel en niet weergeven .....22
Wekker instellen 22
Tijdsduur instellen. 23
Starttijdvoorkeuze - "Klaar om". 23
Instellingen controleren, veranderen of wissen.....23

Kinderslot 23
Automatisch kinderslot 23
Eenmalig kinderslot .24

Basisinstellingen 24
MyProfile wijzigen 24
Lijst met basisinstellingen .....24
Favorieten vastleggen....25

Bak- en braadassistent .... 25
Aanwijzingen bij de instellingen .....25
Gerecht kiezen 25
Gerechten instellen. 26

Programma's 26
Aanwijzingen bij de instellingen....26
Gerecht kiezen 27
Programma instellen....27

Sabbatinstelling 28
Sabbatfunctie starten....28
Sabbatfunctie afbreken. 28

Home Connect 28
Instellen 28
Starten op afstand 28
Home Connect instellingen. 29
Afstandsdiagnose 29
Aanwijzing voor gegevensbeveiliging .....29
Conformiteitsverklaring ....30

Schoonmaakmiddelen 30
Geschikte schoonmaakmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Oppervlakken in de binnenruimte. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Apparaat schoon houden ....32

Reinigingsfunctie....32
EasyClean 32
Ontkalken 33

Rekjes 34
Rekjes verwijderen en bevestigen .....34

Apparaatdeur 34
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen. . . . . . . . . . . . 34
Deurruiten verwijderen en inbrengen .....35

Wat te doen bij storingen? 36
Storingentabel 36
Maximale gebruiksduur overschreden ..... 38
Lampen van de binnenruimte. 38

Servicedienst 38
E-nummer en FD-nummer 38

Voor u in onze kookstudio uitgetest. . . . . . . . 39
Vormen van silicone....39
Gebak en klein gebak 39
Brood en broodjes 42
Pizza, quiche en hartig gebak .....45
Inmaken, en uitpersen ....62
Flesjes ontsmetten en hygiène. 63
Het deeg op de deegrijsstand laten rijzen.....63
Sous-vide 64
Ontdooien 67
Regenereren 68
Warmhouden 68
Testgerechten 69
Meer informatie over producten, accessoires,
onderdelen en diensten vindt u op het internet:
www.neff-international.com en in de online-shop:
www.neff-eshop.com

Gebruik volgens de voorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar.
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Neem het speciale installatievoorschrift in acht.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 15 aan of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen. → "Toebehoren" op pagina 12
Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Algemeen
⚠ Waarschuwing – Risico van brand!
■ Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Open nooit de deur wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Het toestel uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
■ Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
■ Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren.
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
■ Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
■ Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
■ Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
⚠ Waarschuwing – Kans op verbranding!
- Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
- Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel!
■ Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
⚠ Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
- De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat.
■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
■ Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
⚠ Waarschuwing – Gevaar door magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden. Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden.
In de deurgreep van de apparaatdeur zijn permanente magneten geplaatst. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers of insulinepompen, beïnvloeden. Dragers van elektronische implantaten dienen daarom een afstand van minstens 10 cm tot de deurgreep aan te houden.
Stoom
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!!
- Het water in de tank kan sterk worden verhit wanneer het apparaat de volgende keer wordt gebruikt. Na gebruik van de stoomfunctie moet de tank altijd worden leeggemaakt.
- Er ontstaat hete damp in de binnenruimte. Tijdens het gebruik van de stoomfunctie mag u niet met uw handen in de binnenruimte komen.
- Tijdens het uitnemen van de toebehoren kan hete vloeistof over de rand stromen. Hete toebehoren voorzichtig uitnemen, met de ovenhandschoen.
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel en verbranding!!
Brandbare vloeistoffen kunnen in de binnenruimte vlam vatten (explosieve verbranding). Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank. Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingspoplossing.
Oorzaken van schade
Algemeen
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
■ Aluminiumfolie: aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit. Hierdoor kunnen permanente verkleuringen van de ruit optreden.
■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■ Blijft er gedurende langere tijd vocht in de binnenruimte, dan kan dit leiden tot corrosie. De binnenruimte na gebruik laten drogen. Bewaar gedurende langere tijd geen levensmiddelen in de gesloten binnenruimte. Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
■ Koelen met de apparaatdeur open: na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte laten afkoelen met de deur gesloten. Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt. Ook wanneer de deur slechts op een kier staat, kunnen naburige voorzijden van meubels in de loop van de tijd beschadigd raken.
Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte laten drogen met de deur open.
■ Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
■ Sterk vervuilde dichting: wanneer de dichting sterk vervuild is, sluit de apparaatdeur niet goed meer. De aangrenzende voorzijden van meubels kunnen dan beschadigd raken. Zorg ervoor dat de dichting altijd schoon is. Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
■ Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen.
■ Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur. Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven.
■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Stoom
Attentie!
■ Bakvormen: de vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn. Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecombineerd gebruik met stoom.
■ Kookgerei met roestplekken: gebruik geen kookgerei met roestplekken. De kleinste plekken kunnen al corrosie in de binnenruimte veroorzaken.
■ Vrijkomende vloeistof: plaats bij het stomen met een bak met gaatjes altijd de bakplaat, de braadslede of de bak zonder gaatjes eronder. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen.
■ Heet water in de watertank: heet water kan de pomp beschadigen. Vul de watertank uitsluitend met koud water.
■ Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.
■ Ontkalkingsoplossing: zorg ervoor dat er geen ontkalkingsoplossing op het bedieningspaneel of andere oppervlakken van het apparaat komt. De oppervlakken raken dan beschadigd. Gebeurt dit toch, verwijder de ontkalkingsoplossing dan direct met water.
■ Watertank reinigen: watertank niet in de afwasmachine reinigen. De tank raakt dan beschadigd. Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.

Milieubescherming
Uw nieuwe apparaat is bijzonder energie-efficiënt. Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het gebruik van uw apparaat nog meer kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energiebesparing
■ Het apparaat alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
■ Laat diepvrieslevensmiddelen eerst ontdooien voordat u ze in de binnenruimte plaatst.

■ Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.

■ Verwijder de accessoires die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

■ Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

■ Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De binnenruimte is dan nog warm. Hierdoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook twee rechthoekige vormen naast elkaar in de binnenruimte plaatsen.

- Bij langere bereidingstijden kunt u het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Het apparaat leren kennen
In dit hoofdstuk geven we u uitleg over de indicaties en bedieningselementen. Daarnaast leert u verschillende functies van uw apparaat kennen.
Aanwijzing: Afhankelijk van het apparaattype zijn kleuren detailafwijkingen mogelijk.
Bedieningspaneel
Via het bedieningspaneel kunt u de verschillende functies van uw apparaat instellen. Het display geeft de actuele instellingen weer.

1 Display
2 Touch-toetsen
3 ShiftControl bedieningselement
Bedieningselementen
Met de bedieningselementen kunt u uw apparaat eenvoudig en direct instellen.
Touch-toetsen
Onder de touch-toetsen liggen sensoren. Om een functie te kiezen, tipt u op de betreffende touch-toets.
| Touch-toets Gebruik | |
| 1 | aan/uit Apparaat in- ofuitschakelen→ "Apparaat in- enuitschakelen" op pagina 16 |
| ≡ | Bereiding met stoom Bereiding met stoom erbij inschake-len → "VarioSteam - Bereiden metgebruik van stoom" op pagina 18 |
| ♡ | Hoofdmenu Functies en instellingen kiezen→ "Werking van het apparaatinstellen en starten" op pagina 16 |
| ♡ | Tijdfuncties Wekker, tijdsduur of starttijdvoor-keuze "Klaar om" instellen→ "Tijdfuncties" op pagina 22 |
| Kinderslot Kinderslot activeren of deactiveren→ "Kinderslot" op pagina 23 | |
| i | Informatie Meer informatie weergevenActuele temperatuur weergeven→ "Werking van het apparaatinstellen en starten" op pagina 16 |
| 8 ≈ | Snel voorverwarmen | Snel voorverwarmen activeren of deactiveren → "Apparaat snel opwarmen" op pagina 17 |
| PowerBoost activeren of deactiveren → "Apparaat snel opwarmen" op pagina 17 | ||
| ☐ | Paneel openen | Watertank vullen of leegmaken.→ "Watertank vullen" op pagina 20 |
| D|| | Start/Stop | Werking starten of stoppen → "Werking van het apparaat instellen en starten" op pagina 16 |
ShiftControl-bedieningselement
Met het ShiftControl-bedieningselement kunt u door de regels op het display navigeren en instellingen kiezen. Instellingen die u kunt wijzigen worden helderder weergegeven.
| Toets | Gebruik | |
| < | Links | op het display naar links navigeren |
| > | Rechts | op het display naar rechts navigeren |
| Boven | op het display naar boven navigeren | |
| Beneden | op het display naar beneden navigeren | |
Aanwijzing: U kunt ook snel door de instellingen lopen door een toets ingedrukt te houden. Zodra u de toets loslaat, wordt de snelle doorloop stopgezet.
Hoofdmenu
Om in het hoofdmenu te komen, tipt u op de touch-toets ⬇.
| Menu Gebruik | |
![]() | VerwarmingsmethodenDe gewenste verwarmingsmethode en temperatuur voor uw gerechten kiezen → "Apparaat in- en uitschakelen" op pagina 16 |
![]() | StomenBereiden met stoom → "FullSteam - Bereiden met stoom" op pagina 18 |
![]() | Bak- en braadassistentInsteladvies voor bakken en braden → "Bak- en braadassistent" op pagina 25 |
![]() | Stoomprogramma'sGerechten bereiden met stoom → "Programma's" op pagina 26 |
![]() | MyProfileApparaatinstellingen individueel aanpassen→ "Basisinstellingen" op pagina 24 |
![]() | Home Connect AssistentApparaat met mobiel eindapparaat verbinden→ "Basisinstellingen" op pagina 24 |
![]() | Ontkalken |
![]() | DrogenDe binnenruimte drogen na gebruik met stoom→ "Na gebruik met stoom altijd." op pagina 21 |
![]() | EasyCleanLichte verontreiniging in de binnenruimte verwijderen→ "Reinigingsfunctie" op pagina 32 |
Uw apparaat beschikt over verschillende verwarmingsmethoden. Na inschakeling van het
apparaat komt u direct in het menu Verwarmingsmethoden.
Verwarmingsmethode Temperatuur Gebruik
![]() | CircoTherm hetelucht * 40 - 200 °C Voor het bakken en garen op één of meerdere niveaus. | ||
| De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |||
![]() | Boven- en onderwarmte * | 50 - 250 °C | Voor het traditioneel bakken en braden op één niveau. Bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven. |
![]() | Thermogrillen * | 50 - 250 °C | Voor het braden van gevogete, hele vis en grotere vleesstukken.Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond de gerechten. |
![]() | Pizzastand | 50 - 250 °C | Voor het bereiden van pizza's en gerechten die veel warmte van onderen nodig hebben.Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. |
![]() | Broodbakstand * | 180 - 240 °C | Voor het bakken van brood, broodjes en bakwaren die hoge temperaturen vereisen. |
![]() | Grill, groot | 50 - 275 °C | Voor het grillen van platte stukken, zoals steaks, worstjes of toast, en voor het gratineren.Het hele oppervlak onder het grillelement wordt heet. |
![]() | Grill, klein | 50 - 275 °C | Voor het grillen van kleine hoeveelheden steaks, worstjes of toast en om te gratineren.Het middelste oppervlak onder het grillelement wordt heet. |
![]() | Onderwarmte 30 - 250 °C Voor de bereiding au bain-marie en om na te bakken. | ||
| De warmte komt van onderen. | |||
![]() | Langzaam garen | 70 - 120 °C | Voor het langzaam garen van aangebraden, zachte stukken vlees in open vormen.De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. |
![]() | Deegrijsstand **Sous-vide ** | 2 standen50 - 95°C | Om gist- en zuurdeeg deeg te laten rijzen en yoghurt te laten rijpen.Het deeg rijst sneller dan bij kamertemperatuur. Het oppervlak van het deeg droogt niet uit.De bereiding “onder vacuum” bij lage temperaturen tussen 50 - 95°C en met 100% stoom: geschikt voor vlees, vis, groente en dessert.De gerechten worden met behulp van een vacuumapparaat luchtdicht verpakt in speciale hittebestendige kookzakken. Door het beschermende omhulsel blijven voedings- en aromastoffen behouden. |
| Ontdooistand ** 30 - 60 °C Voor het ontdooien van diepvriesgerechten. | |||
| Warmhouden * 60 - 100 °C Voor het warmhouden van bereide gerechten. | |||
| Boven- en onderwarmte Eco 50 - 250 °C Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten.De warmte komt van boven en van onderen.Het meest doeltreffend is de verwarmingsmethode tussen 150-250 °C.Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt. | |||
| eco | CircoTherm Eco | 40 - 200 °C | Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten op één niveau, zonder voorverwarmen.De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant in de binnenruimte.Het meest doeltreffend is de verwarmingsmethode tussen 125-200 °C.Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. |
| Regenereren ** | 80 - 180 °C | Voor het opnieuw verwarmen van gerechten of het opbakken van gebak. | |
| * Bereiden met stoom bij deze verwarmingsmethode mogelijk (gebruik alleen met gevulde watertank)** Verwarmingsmethode met stoom (gebruik alleen met gevulde watertank) | |||
Functies voor de binnenruimte
Enkele functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat. Zo wordt bijv. de binnenruimte volledig verlicht en een koelventilator beschermt het apparaat tegen oververhitting.
Apparaatdeur openen
Wanneer u tijdens het gebruik de apparaatdeur opent, wordt de werking stopgezet. Bij het sluiten van de deur wordt de werking voortgezet.
Aanwijzing: Bij enkele verwarmingsmethoden wordt de werking niet onderbroken wanneer de apparaatdeur open is.
Verlichting van de binnenruimte
Wanneer u de apparaatdeur opent, schakelt de binnenruimteverlichting in. Blijft de deur langer dan ca. 15 minuten open, dan schakelt de verlichting weer uit. Bij de meeste verwarmingsmethoden schakelt de binnenruimteverlichting in zodra de werking wordt gestart. Hij schakelt uit wanneer de werking beëindigd is.
Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u vastleggen dat de binnenruimteverlichting bij gebruik niet inschakelt. → "Basisinstellingen" op pagina 24
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
Attentie!
De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt het apparaat oververhit.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt.
Aanwijzing: U kunt in de basisinstellingen instellen hoelang de koelventilator naloopt. → "Basisinstellingen" op pagina 24
Watertank
Het apparaat is voorzien van een watertank. De watertank bevindt zich achter het bedieningspaneel. Voor de bereiding met stoom de tank vullen met water. → "Stoom" op pagina 18

1Tankdeksel
2 Opening om te vullen
3 Greep om de watertank uit te nemen en te plaatsen

Toebehoren
Bij uw apparaat horen verschillende toebehoren. Hier is krijgt u een overzicht over de meegeleverde toebehoren en de manier waarop ze worden gebruikt.
Meegeleverde toebehoren
Uw apparaat is voorzien van de volgende toebehoren:

Gebruik alleen originele toebehoren. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd.
Toebehoren kunt u nabestellen bij de klantenservice, in de vakhandel of via Internet.
Aanwijzing: Wanneer de toebehoren heet worden, kunnen ze vervormen. Dit heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat ze zijn afgekoeld.
Aanwijzing: U kunt de stoombakken onbeperkt met alle stoommethodes gebruiken. Wanneer u anders verwarmingsmethodes met hoge temperaturen wilt instellen, neemt u de stoombak uit de binnenruimte. Hoge temperaturen leiden tot permanente verkleuringen en vervormingen van de stoombak.
Toebehoren inschuiven
De binnenruimte heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.

Vergrendelingsfunctie
De toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken, tot ze inklikken. De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de toebehoren kantelen wanneer ze worden verwijderd. De toebehoren dienen op de juiste wijze in de binnenruimte te worden geschoven, zodat de kantelbeveiliging goed werkt.
Let er bij het inschuiven van het rooster op dat de ontgrendelnok a zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De open kant moet naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden — wijzen.

Let er bij het inschuiven van de bakplaat of de braadslede op dat de ontgrendelnok b zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De schuine kant van de toebehoren c moet van voren naar de apparaatdeur wijzen.

Toebehoren combineren
U kunt het rooster gelijktijdig met de braadslede inschuiven, om afdruipend vocht op te vangen.
Let er bij het plaatsen van het rooster op dat beide afstandhouders a op de achterste rand staan. Bij het inschuiven van de braadslede bevindt het rooster zich boven de bovenste geleidestang van de inschuifhoogte.

Kleine stoombakken kunnen alleen met het rooster in de binnenruimte worden geplaatst.
Extra toebehoren
Extra toebehoren kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of via het internet. Een uitgebreid aanbod voor uw apparaat vindt u in onze folders of op internet.
De beschikbaarheid en de mogelijkheid om online te bestellen is per land verschillend. U kunt dit nakijken in uw verkoopdocumenten.
Aanwijzing: Niet alle extra toebehoren passen bij elk apparaat. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
→ "Servicedienst" op pagina 38
Extra toebehoren
| Bak- en braadrooster, geschikt voor gebruik met stoom |
| Bakplaat |
| Braadslede |
| Bakplaat, met antiaanbaklaag |
| Braadslede, met antiaanbaklaag |
| Ovenpan |
| Stoombak, met gaatjes, grootte XL |
| Stoombak, met gaatjes, grootte S |
| Stoombak, zonder gaatjes, grootte S |
| Porseleinen bak, zonder gaatjes, grootte S |
| Porseleinen bak, zonder gaatjes, grootte L |
| Grote braadpan |
| Deksel voor grote braadpan |
| Pizzaplaat |
| Grillplaat |
| Baksteen van keramiek |
| Glazen braadpan, 5,1 liter |
| Glazen braadslede |
| Decorlijst |
| ComfortFlex uittreksysteem (1 niveau) + kader* |
| ComfortFlex-uittrekbaar deel (1 niveau), geschikt voor gebruik met stoom* |
* Toebehoren passen niet in elk apparaat, bij de bestelling het E-nr. opgeven

Voor het eerste gebruik
Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren: Reinig daarnaast de binnenruimte en de toebehoren.
Voor het eerste gebruik
Informeer voor de eerste ingebruikneming bij uw waterbedrijf naar de waterhardheid van uw leidingwater.
Om ervoor te zorgen dat het apparaat u er op het juiste moment aan kan herinneren dat u dient te ontkalken, dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
Attentie!
■ Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chloridehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloeistoffen.
Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
■ Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water.
Het apparaat vraagt eventueel om na te vullen terwijl de watertank vol is, of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op één.
Aanwijzingen
■ Is het water zeer kalkhoudend, dan raden wij u aan om onthard water te gebruiken.
■ Gebruikt u uitsluitend onthard water, dan kunt u als waterhardheid "onthard" instellen.
■ Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid "4 zeer hard" in.
■ Gebruikt u mineraalwater, dan mag dit geen koolzuur bevatten.
Waterhardheid Instelling
| 0 0 onthard |
| 1 (tot 1,3 mmol/l) 1 zacht |
| 2 (1,3 - 2,5 mmol/l) 2 gemiddeld |
| 3 (2,5 - 3,8 mmol/l) 3 hard |
| 4 (meer dan 3,8 mmol/l) 4 zeer hard |
Apparaatdeur openen en sluiten
Apparaatdeur openen
Aanwijzing: Zolang u de deurgreep niet sluit, blijft hij open.
- Deurgreep naar boven drukken tot hij opengaat (Afb. 1).
- Deurgreep naar voren trekken tot de apparaatdeur open is (Afb. 2).

Apparaatdeur sluiten
- Deurgreep naar boven trekken tot de apparaatdeur gesloten is.
- Deurgreep naar beneden drukken tot hij weer gesloten is.
Eerste gebruik
Zodra het apparaat aan het elektriciteitsnet wordt aangesloten, verschijnt de eerste instelling "Sprache" op het display.
Taal instellen
- Met toets ∼ naar de onderste regel navigeren.
- Met toets < of > de taal kiezen.
- Met toets ∼ terug navigeren naar "Sprache".
- Met toets > de volgende instelling kiezen.
Home Connect instellen
- Met toets ∨ naar de onderste regel "Met assistent instellen" navigeren.
- Meer aanwijzingen in het hoofdstuk → "Home Connect" op pagina 28
Tijd instellen
- Met toets ∨ naar de onderste regel navigeren.
- Met toets < of > het actuele uur kiezen.
- Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de actuele minuut kiezen.
- Zo vaak de toets ∧ indrukken tot "Tijd" verschijnt.
- Met toets > de volgende instelling kiezen.
Datum instellen
- Met toets ∼ naar de onderste regel navigeren.
- Met toets < of > de actuele dag kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de actuele maand kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
-
Met toets < of > het actuele jaar kiezen.
-
Zo vaak op toets ∧ drukken tot "Datum" verschijnt.
- Met toets > de volgende instelling kiezen.
Waterhardheid instellen
- Met toets ∨ naar de onderste regel navigeren.
- Met toets (of) de waterhardheid kiezen.
- Met toets ∼ terug navigeren naar "Waterhardheid".
- Met toets > de instellingen overnemen.
De eerste ingebruikneming is afgesloten.
Aanwijzingen
■ U kunt deze instellingen op elk moment in de basisinstellingen wijzigen. → "Basisinstellingen" op pagina 24
■ Na de stroomaansluiting of een stroomonderbreking verschijnen op het display de instellingen voor de eerste ingebruikneming.
Apparaat kalibreren en binnenruimte reinigen.
De kooktemperatuur van het water is afhankelijk van de luchtdruk. Bij het kalibreren stelt het apparaat zich in op de drukverhoudingen van de plaats van opstelling.Dit gebeurt automatisch bij de eerste keer dat stoom wordt gebruikt. Hierbij ontwikkelt zich veel stoom.
Kalibreren voorbereiden
- Neem het toebehoren uit de binnenruimte.
- Verwijder verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim, uit de binnenruimte.
- Neem voor het kalibreren de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek.
Apparaat kalibreren en binnenruimte reinigen
Aanwijzingen
■ Het kalibreren kan alleen worden gestart wanneer de binnenruimte koud is (kamertemperatuur).
■ Tijdens het kalibreren de apparaatdeur niet openen. Het kalibreren wordt anders afgebroken.
1. Schakel het apparaat in met de touch-toets ①.
2. U dient de watertank te vullen. → "Watertank vullen" op pagina 20
3. Stel de opgegeven verwarmingsmethode, temperatuur en tijdsduur voor het kaliberen in en start het programma. → "FullSteam - Bereiden met stoom" op pagina 18
Kalibreren
| Verwarmingsmethode Stomen ≈ |
| Temperatuur 100 °C |
| Tijdsduur 30 minuten |
- Warm het apparaat na het kalibreren op.
Attentie!
Schade aan het email
Geen programma in werking zetten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik van de binnenruimte te worden verwijderd.
- Maak de binnenruimte droog.
- Stel de opgegeven verwarmingsmethode en temperatuur voor het opwarmen in en start het programma. → "Werking van het apparaat instellen en starten" op pagina 16
Opwarmen
| Verwarmingsmethode CircoTherm hetelucht |
| Temperatuur maximaal |
| Tijdsduur 30 minuten |
- Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- Beëindig de werking van het apparaat na de opgegeven tijdsduur. Schakel het apparaat uit met de touch-toets ①.
- Wacht tot de binnenruimte is afgekoeld.
- Reinig de gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Maak de watertank leeg en de binnenruimte droog. → "Na gebruik met stoom altijd:" op pagina 21
Aanwijzingen
- Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich na een verhuizing aanpast aan de nieuwe plaats van opstelling, zet u het terug naar de fabrieksinstellingen. Herhaal de eerste ingebruikneming en het kalibreren.€
■ Het apparaat slaat de instellingen van het kalibreren ook op na een stroomonderbreking of bij afsluiting van de elektriciteit. Het kalibreren hoeft niet herhaald te worden.
Toebehoren reinigen
Reinig de toebehoren grondig met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel.

Apparaat bedienen
U heeft de bedieningselementen en hun werking al leren kennen. Nu leggen we uit hoe u het apparaat instelt. U komt te weten wat er bij het in- en uitschakelen gebeurt en hoe u de functies instelt.
Apparaat in- en uitschakelen
Om het apparaat in of uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Op het display ziet u na uitschakeling van het apparaat of de restwarmte in de binnenruimte hoog of laag is.
Display Temperatuur
Restwarmte hoog boven 120°C
Restwarmte laag tussen 60°C en 120°C
Aanwijzingen
■ Sommige indicaties en aanwijzingen op het display, bijv. voor de restwarmte in de binnenruimte, blijven ook zichtbaar wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
■ Na gebruik van het apparaat loopt de koelventilator eerst hoorbaar verder, tot de binnenruimte aanzienlijk is afgekoeld.
■ Schakel het apparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Als er langere tijd niets ingesteld is, gaat het apparaat automatisch uit.
Werking van het apparaat instellen en starten
Voorbeeld: CircoTherm hetelucht ♿ met 170°C
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
U komt direct in het menu
Verwarmingsmethoden □.
CircoTherm hetelucht 17:20

-
Met toets < of > de verwarmingsmethode kiezen.
-
Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
-
Met toets < of > de temperatuur kiezen.
CircoTherm hetelucht 17:20

< 170°C >
Aanwijzing: Afhankelijk van de functie zijn er andere instellingen mogelijk. Voor de andere functies met toets ∼ naar de volgende regels navigeren. Met toets ⟨ of ⟩ de instelling kiezen.
- Op touch-toets || tippen om de werking van het apparaat te starten.
De opwarmbalk en de looptijd verschijnen op het display.
Aanwijzing: Wilt u na inschakeling direct in het hoofdmenu □ komen, dan kunt u in het hoofdstuk Basisinstelling onder "Werking na inschakelen" het hoofdmenu kiezen.
Voorgestelde waarden
Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een voorgestelde temperatuur of stand weer. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik veranderen.
Opwarmbalk
Zodra er een verwarmingsmethode is gestart, verschijnt de opwarmbalk op het display. De opwarmbalk geeft de temperatuurverhoging in de binnenruimte weer.
Looptijd
Wanneer er een verwarmingsmethode is gestart, wordt de looptijd weergegeven. De looptijd telt tijdens het gebruik opwaarts. Zo kunt u controleren hoelang het programma al loopt.
Actuele temperatuur weergeven
Om de actuele temperatuur op het display te laten weergeven, tipt u op de touch-toets i.
De actuele temperatuur wordt korte tijd en alleen tijdens het voorverwarmen weergegeven.
Meer informatie
Is de touch-toets verlicht 1 , dan kunt u informatie laten weergeven. Tip hiervoor op de touch-toets 2 . De informatie wordt enkele seconden weergegeven.
Apparaatfuncties wijzigen of afbreken
Apparaatfuncties wijzigen
- Met touch-toets || de werking stopzetten.
- Met toets ∨ of ∧ navigeren naar de regel van de instelling die veranderd moet worden.
- Met toets < of > de instelling veranderen.
- Met touch-toets ▷|| de gewijzigde functie starten.
Aanwijzingen
■ Tijdens een onderbreking van de werking kan de koelventilator doorlopen.
■ Na een temperatuurwijziging telt de onderbroken looptijd verder. Na wijziging van een verwarmingsmethode begint de looptijd weer bij nul.
Apparaatfuncties afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Aanwijzing: Functies zoals de reiniging kunnen niet afgebroken worden.
Apparaat snel opwarmen
Met de beide functies Snel voorverwarmen en PowerBoost kunt u de voorverwarmtijd korter maken. Het hangt van de ingestelde verwarmingsmethode af of het apparaat wordt voorverwarmd met Snel voorverwarmen of PowerBoost. Bij PowerBoost kunt u het gerecht in tegenstelling tot bij Snel voorverwarmen al voor het opwarmen in de binnenruimte plaatsen. Bij PowerBoost dient u slechts één niveau te gebruiken.
| Functie Verwarmingsmethode Gerecht in de | |
| binnenruimteplaatsen | |
| Snel voorverwarmen Boven- en onderwarmte = | na het voorver-warmen |
| Powerboost* CircoTherm hetelucht ♡ voor het voorver- | |
| Broodbakstand 📞 | warmen |
| * slechts één niveau gebruiken | |
Aanwijzingen
■ Is de touch-toets ♂ verlicht, dan kan de functie Snel voorverwarmen of PowerBoost worden geactiveerd.
■ Om de functie Snel voorverwarmen of PowerBoost voortijdig te deactiveren tipt u op touch-toets ♂.
Snel voorverwarmen activeren
- Boven- en onderwarmte ≡ en de temperatuur instellen.
Aanwijzing: Stel een temperatuur boven de 100 °C in, zodat het apparaat snel kan voorverwarmen. - Op touch-toets || tippen om het programma te starten.
- Op touch-toets ♂ tippen om de functie Snel voorverwarmen te activeren. Op het display verschijnt het symbool ♂.
- Nadat de ingestelde temperatuur bereikt is, wordt het snel voorverwarmen automatisch uitgeschakeld. Het symbool ♂ verdwijnt van het display.Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Powerboost activeren
- CircoTherm hetelucht ♗ of broodbakstand ≡ en temperatuur instellen.
Aanwijzing: Stel een temperatuur boven de 100 °C in, zodat het apparaat snel kan voorverwarmen. - Gerecht op één niveau in de binnenruimte plaatsen.
- Op touch-toets || tippen om het programma te starten.
- Op touch-toets ♂ tippen om de functie PowerBoost te activeren.
Op het display verschijnt het symbool ♂. Nadat de ingestelde temperatuur bereikt is, wordt de functie PowerBoost automatisch uitgeschakeld. Het symbool ♂ verdwijnt van het display.

Stoom
Met gebruik van stoom kunt u de gerechten op een zeer gezonde manier bereiden. Bij sommige verwarmingsmethoden kunt u gerechten bereiden met toevoeging van stoom. Bovendien staan u de verwarmingsmethoden Deegrijsstand, Ontdooistand en Regenereren ter beschikking.
⚠ Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
Geluiden
Pomp
Tijdens het gebruik en na uitschakeling hoort u een brommend geluid. Het geluid ontstaat doordat de werking van de pomp wordt gecontroleerd.Dit is normaal.
Paneel
Tijdens het openen van het paneel hoort u een brommend of klikkend geluid. Het geluid ontstaat door het uitschuiven van het paneel. Dit zijn normale gebruiksgeluiden.
FullSteam - Bereiden met stoom
Tijdens de bereiding met stoom worden de gerechten omsloten door hete waterdamp, zodat de voedingsstoffen in de levensmiddelen behouden blijven. De vorm, de kleur en het typische aroma van de gerechten blijven bij deze bereidingsmethode intact.
Aanwijzing: Wanneer de watertank tijdens de bereiding met stoom leegraakt, wordt de werking onderbroken. Vul de watertank.
Starten
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank vullen.
Aanwijzing: Schakel de functie Stomen alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
- Op touch-toets □ tippen.
- Met toets < of > de "Stomen ⇌" kiezen.
- Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de temperatuur kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
- Op touch-toets >>| tippen. De werking start.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Menu garen
Met behulp van stoom kunt u complete menu's, met volledig behoud van de eigen smaak, gelijktijdig klaarmaken. → "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 39
VarioSteam - Bereiden met gebruik van stoom
Bij de bereiding met stoom wordt met verschillende tussenpozen en intensiteiten stoom in de binnenruimte geleid. Hierdoor krijgt u een beter bereidingsresultaat.
Uw gerecht
■ krijgt een knapperig korstje
■ krijgt een glanzend oppervlak
■ wordt van binnen sappig en zacht
■ en het volume wordt slechts minimaal gereduceerd
De gewenste combinatie van verwarmingsmethode en stoomintensiteit stelt u zelf in. Gebruik de opgaven in de tabellen om een geschikte verwarmingsmethode en stoomintensiteit te kiezen. Of kies een programma uit de stoomprogramma's. → "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 39→ "Programma's" op pagina 26
Stoomintensiteit
Voor de stoomtoevoer staan u verschillende intensiteiten ter beschikking:
■ laag
■ gemiddeld
■ sterk
Geschikte verwarmingsmethoden
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u ook stoom inschakelen:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte ≡
■ Thermogrillen
■ Broodbakstand 📄
■ Warmhouden ≅
Starten
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank vullen
- Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- Op touch-toets ✉ tippen, om ook de stoomfunctie in te schakelen.
- Met toets ∨ navigeren naar de regel met de stoomintensiteit 🌐.
- Met toets < of > de stoomintensiteit kiezen.
- Op touch-toets || tippen. De werking start.
Aanwijzing: Wanneer de watertank na gebruik met stoom leegraakt, verschijnt op het display de melding dat hij moet worden gevuld. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
Toevoer van stoom afbreken
Om de toevoer van stoom voortijdig af te breken, tipt u op de touch-toets ≈.
Aanwijzing: De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
Werking van het apparaat afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Deegrijsstand
Met de verwarmingsmethode "Deegrijsstand ⏰" rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Voor de deegrijsstand staan u twee standen ter beschikking. Gebruik de opgaven in de tabellen om de juiste stand te kiezen. → "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 39
Aanwijzing: Wanneer de watertank tijdens het gebruik van de deegrijsstand leegraakt, wordt de werking onderbroken. Vul de watertank.
Starten
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank vullen
Aanwijzing: Schakel de deegrijsstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
- Met toets ⟨ of » "Deegrijsstand ⏰" kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets (of) de stand kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
- Op touch-toets || tippen. De werking start.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Sous-vide
Sous-vide is een variant van het bereiden van gevacumeerde levensmiddelen bij lage temperaturen tussen 50 - 95°C en met 100% stoom. Sous-vide is geschikt voor vlees, vis, groente en dessert.
De gerechten worden met behulp van een vacuumapparaat luchtdicht verpakt in speciale hittebestendige kookzakken. Door het beschermende omhulsel blijven voedings- en aromastoffen behouden.
Aanwijzingen
■ Wanneer de watertank tijdens het gebruik met sous-vide leegraakt, wordt de werking onderbroken.
■ Tijdens de bereiding sous-vide ontstaat meer condensaat op de bodem van de binnenruimte dan bij andere verwarmingsmethoden.
Starten
Attentie!
Risico van meubelschade
Voor de bereiding sous-vide slechts één watertankvulling gebruiken. Gebruik geen tweede watertankvulling, omdat zich anders veel water verzamelt op de bodem van de binnenruimte. Het water kan uit de binnenruimte lopen.
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank vullen.
Aanwijzing: Schakel de functie sous-vide alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
- Met toets (of) "sous-vide ☐" kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de temperatuur kiezen.
- Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
- Op touch-toets || tippen. Het programma wordt gestart.
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op de vacumeerzak. De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig optillen, zodat het warme water in de braadslede of de bak loopt. De vacumeerzak vervolgens voorzichtig met een pannenlap verwijderen.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Ontdooistand
Gebruik de verwarmingsmethode "Ontdooistand ♂" voor het ontdooien van diepvriesproducten.
Aanwijzing: Wanneer de watertank tijdens het gebruik van de ontdooistand leegraakt, wordt de werking onderbroken. Vul de watertank.
Starten
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank vullen.
- Met toets < of > "Ontdooistand \$" kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de temperatuur kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
- Op touch-toets || tippen. De werking start.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Regenereren
Met de verwarmingsmethode "Regenereren 🔒" kunt u al bereide gerechten op een gezonde manier opnieuw opwarmen of bakwaren van de vorige dag opbakken. De stoom wordt er automatisch bij ingeschakeld.
Aanwijzing: Wanneer de watertank tijdens het regenereren leegraakt, wordt de werking onderbroken. Vul de watertank.
Starten
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank vullen
- Met toets < of > "Regenereren 🔒" kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de temperatuur kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
- Op touch-toets ▷|| tippen. De werking start.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Watertank vullen
De watertank bevindt zich achter het paneel. Voordat u een programma met stoom start, dient u het paneel te openen en water in de watertank te doen.
Zorg ervoor dat u de waterhardheid correct heeft ingesteld. → "Basisinstellingen" op pagina 24
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel en verbranding!!
Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing. Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank. Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden. Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld. Neem de watertank uit de tankschacht.
Attentie!
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chloridehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloeistoffen.
Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
Attentie!
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water.
Het apparaat vraagt eventueel om na te vullen terwijl de watertank vol is of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op één.
Aanwijzingen
■ Is het water zeer kalkhoudend, dan raden wij u aan om onthard water te gebruiken.
- Gebruikt u uitsluitend onthard water, dan kunt u de waterhardheid op “onthard” instellen.
■ Gebruikt u mineraalwater, stel dan de waterhardheid op "4 zeer hard" in.
■ Gebruikt u mineraalwater, dan mag dit geen koolzuur bevatten.
- Op touch-toets ☐ tippen.
Het paneel wordt automatisch naar voren geschoven. - Paneel met beide handen naar voren trekken en vervolgens naar boven schuiven tot het vergrendelt (Afb. 1).
- Watertank optillen en uit de tankschacht nemen (Afb. 2).

-
Deksel bij de afdichting aandrukken, zodat er geen water uit de watertank kan lopen.
-
Afdekking a verwijderen (Afb. 3).
Aanwijzing: De afdekking a is al naar gelang het apparaattype aanwezig.
- Watertank tot de marking "max" vullen met koud water (Afb. 4).


- Afdekking a weer aanbrengen in de opening van de watertank.
- De gevulde watertank terugplaatsen (Afb. 5). Let erop dat de watertank achter beide houders b vergrendelt (Afb. 6).

- Paneel langzaam naar beneden schuiven, vervolgens naar achteren drukken tot het volledig gesloten is. De watertank is gevuld. U kunt nu stoom gebruiken bij de bereiding.
Watertank bijvullen
Aanwijzingen
■ Programma's waarbij stoom wordt gebruikt lopen zonder toevoeging van stoom door.
■ Wanneer de watertank tijdens het gebruik van stoom, de deegrijsstand, de ontdooistand of het regenereren leegraakt, wordt de werking onderbroken. Vul de watertank.
- Paneel openen.
- Watertank uitnemen en bijvullen.
- Plaats de gevulde watertank terug en het paneel sluiten.
Na gebruik met stoom altijd:
⚠ Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
⚠ Waarschuwing – Verbrandingsgevaar!
Het apparaat wordt heet tijdens de bereiding. Laat het voor de reiniging afkoelen.
Attentie!
Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.
Na de bereiding met stoom wordt het restwater teruggepompt in de watertank. Maak de watertank leeg en droog hem vervolgens. In de binnenruimte blijft vocht achter. U kunt de binnenruimte handmatig droogmaken of met behulp van de functie "Drogen ".
Aanwijzingen
■ Na uitschakeling van het apparaat is de touch-tast wat langer verlicht, om u eraan te herinneren de watertank leeg te maken.
■ Kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met helder water en drogen met een zachte doek.
Watertank leegmaken
Attentie!
■ De watertank niet laten drogen in de hete binnenruimte. De tank raakt dan beschadigd.
■ De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.De tank raakt dan beschadigd.
- Paneel openen.
- Watertank uitnemen.
- Deksel van de watertank voorzichtig afnemen.
- Watertank leegmaken, schoonmaken met afwasmiddel en grondig uitspoelen met helder water.
- Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
- Dichting van het deksel na gebruik droogwrijven.
- Met het deksel eraf laten drogen.
- Deksel op de watertank plaatsen en aandrukken.
- Watertank terugplaatsen en paneel sluiten.
Druipgoot droogmaken
- Apparaat laten afkoelen.
- Apparaatdeur openen.
- Water in de druipgoot a voorzichtig opnemen met een schoonmaakdoekje (Afb. 1). Let er bij het droogmaken op dat de dichting b niet losraakt van de druipgoot (Afb. 2).


De druipgoot a bevindt zich onder de binnenruimte (Afb. 3).

Aanwijzing: Is de dichting losgeraakt, maak hem dan weer vast aan de druipgoot. → "Apparaatdeur" op pagina 34
Drogen starten
Tijdens het drogen wordt de binnenruimte verwarmd, zodat er vocht in de binnenruimte verdampt. Open vervolgens de apparaatdeur, zodat de waterdamp uit de binnenruimte verdwijnt.
Attentie!
Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.
- Het apparaat af laten koelen.
- Grove verontreiniging in de binnenruimte direct verwijderen en vocht van de bodem afnemen.
- Zo nodig op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets □ tippen om de functies te laten weergeven.
- Met toets < of > "Drogen """ kiezen.
- Met toets naar de volgende regel navigeren. De tijdsduur wordt weergegeven. Deze kan niet worden veranderd.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Op touch-toets || tippen. Het drogen wordt gestart en na 10 minuten automatisch beeindigd.
- Apparaatdeur openen en 1 tot 2 minuten open laten, zodat het vocht uit de binnenruimte kan ontsnappen.
De binnenruimte handmatig schoonmaken
- Apparaat laten afkoelen.
- Vervuiling uit de binnenruimte verwijderen.
- Binnenruimte met een spons droogmaken.
- Apparaatdeur 1 uur open laten, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties.
Tijdfunctie Gebruik
| Wekker De wekker functioneert als een eierwekker. Het apparaat gaat niet automatisch aan of uit. |
| |→| Tijdsduur Na afloop van een ingestelde tijd gaat het apparaat automatisch uit. |
| →| Klaar om Het apparaat schakelt automatisch in en na afloop van een ingestelde tijdsduur en eindtijd automatisch uit. |
Aanwijzing: Stelt u een tijdfunctie in, dan is de tijdsinterval langer naarmate de waarden hoger zijn. Voorbeeld: U kunt een tijdsduur tot één uur op de minuut precies en een langere duur op de 5 minuten precies instellen.
Tijdfuncties wel en niet weergeven
Om de tijdfuncties wel of niet weer te geven, tipt u op de touch-toets Ⓤ.
Aanwijzing: Na een bepaalde tijd verdwijnt de weergave van de tijdfuncties automatisch. Wanneer u al een tijdsduur had ingesteld, wordt deze overgenomen.
| Kookwekker | --:-- min | s > |
| |→| Tijdsduur | --:-- h | min |
| →| Klaar om | 17:20 |
Wekker instellen
De wekker kan zowel worden ingesteld wanneer het apparaat in- als uitgeschakeld is.
- Op touch-toets Ⓛ tippen.
Op het display worden de tijdfuncties weergegeven. - Met toets > de tijdsduur kiezen.
Aanwijzing: Wanneer het apparat ingeschakeld is met toets \~ naar de regel ⚙ Wekker navigeren en vervolgens met toets > de tijdsduur kiezen. - Op touch-toets ⏻ tippen om de wekker te starten. Het symbool ♗ verschijnt op het display.De wekker loopt af.
Aanwijzing: Zodra de ingestelde tijd verstreken is, klinkt er een signaal. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Tijdsduur instellen
Na afloop van een ingestelde tijdsduur gaat het apparaat automatisch uit. De functie kan alleen in combinatie met een verwarmingsmethode worden gebruikt.
-
Op touch-toets ① tippen.
-
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
-
Op touch-toets Ⓛ tippen.
Op het display worden de tijdfuncties weergegeven.
- Met de toets (of) de tijdsduur instellen.
- De toets < voorgestelde waarde 10 minuten
- De toets > voorgestelde waarde 30 minuten
- Op touch-toets || tippen om de ingestelde tijdsduur te starten.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen, tipt u op de touch-toets ⏻.
Starttijdvoorkeuze - "Klaar om"
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt.
De starttijdvoorkeuze kan alleen in combinatie met een verwarmingsmethode worden gebruikt.
Aanwijzingen
■ Let erop dat levensmiddelen niet te lang in de binnenruimte staan en bederven.
■ De starttijdvoorkeuze is niet beschikbaar voor elke verwarmingsmethode.
- Gerechten op geschikte toebehoren in de binnenruimte plaatsen en de apparaatdeur sluiten.
- Op touch-toets ① tippen.
- Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- Op touch-toets ⏻ tippen.
Op het display worden de tijdfuncties weergegeven.
- Met toets > de tijdsduur kiezen.
- Met toets ∼ naar de regel “→| Klaar om” navigeren.
- Met toets > de eindtijd kiezen.
- Op touch-toets ▷|| tippen.
Het apparaat wacht op het juiste tijdstip om te starten.
Zodra het einde bereikt is, klinkt er een signaal en wordt de werking automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Instellingen controleren, veranderen of wissen
- Op touch-toets ⏻ tippen.
Op het display worden de tijdfuncties weergegeven. - Met toets ∨ of ∧ naar de regels navigeren.
- Zo nodig met toets < of > de instelling veranderen. Om een tijdfunctie te wissen "00:00" instellen. De instelling wordt automatisch overgenomen.
Kinderslot
Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot.
Uw apparaat beschikt over twee verschillende blokkeringen.
Blokkering Activeren / Deactiveren
Automatisch kinderslot Met het menu MyProfile
→ "Basisinstellingen" op pagina 24
Eenmalig kinderslot Met de touch-toets
Aanwijzing: Zodra u een kinderslot activeert, wordt het bedieningspaneel geblokkeerd. Een uitzondering hierop vormen de touch-toetsen ⏻ en ⒶU kunt het kinderslot op elk moment deactiveren.
Automatisch kinderslot
Het bedieningspaneel wordt geblokkeerd, zodat het apparaat niet ingeschakeld kan worden. Om het in te schakelen moet het automatisch kinderslot worden onderbroken. Na gebruik van het apparaat wordt het bedieningspaneel automatisch geblokkeerd.
Activeren
- Op touch-toets Ⓐ tippen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met de toets
"MyProfile" kiezen. - Met de toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met de toets
"Automatisch kinderslot" kiezen. - Met de toets ∨ naar de onderste regel navigeren.
- Met de toets > "Geactiveerd" kiezen.
- Op touch-toets ⏱ tippen.
- Met de toets ∨ naar de volgende regel navigeren om de instelling op te slaan.
Het "Automatisch kinderslot" is actief. Na uitschakeling verschijnt het symbool ⇌ op het display.
Onderbreken
- Touch-toets ⏻ ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" op het display verschijnt.
- Op touch-toets ⓚ tippen.
- Gewenste functie inschakelen.
Deactiveren
- Touch-toets Ⓛ ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" op het display verschijnt.
- Op touch-toets Ⓐ tippen.
- Op touch-toets □ tippen.
- Met de toets
"MyProfile" kiezen. - Met de toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Met de toets (of) "Automatisch kinderslot" kiezen.
- Met de toets ∨ naar de onderste regel navigeren.
- Met de toets < "Geactiveerd" kiezen.
- Op touch-toets ⏱ tippen.
- Met de toets ∼ naar de volgende regel navigeren om de instelling op te slaan. Het "Automatisch Kinderslot" is gedeactiveerd.
- Op touch-toets Ⓐ tippen.
Eenmalig kinderslot
Het bedieningspaneel wordt geblokkeerd, zodat het apparaat niet ingeschakeld kan worden. Om het in te schakelen moet het eenmalige kinderslot worden gedeactiveerd. Na uitschakeling wordt het bedieningspaneel niet meer geblokkeerd.
Activeren en deactiveren
- Touch-toets ⊕ ingedrukt houden tot "Kinderslot geactiveerd" op het display verschijnt. Het kinderslot is geactiveerd.
- Touch-toets ⏻ ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" op het display verschijnt. Het kinderslot is gedeactiveerd.
Basisinstellingen
Er zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens in MyProfile Ⓞ wijzigen.
MyProfile wijzigen
- Op touch-toets ① tippen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met toets < of > "MyProfile 🔊" kiezen.
- Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets ⟨ of ⟩ Instelling kiezen.
- Met toets ∨ naar Keuze navigeren.
- Met toets < of > Instelling kiezen.
- Op touch-toets ⏱ tippen.
- Om de instelling op te slaan met de toets ∼ op "opslaan" tippen. Om de instelling af te wijzen met de toets ∼ op "afwijzen" tippen.
Lijst met basisinstellingen
| Instelling Keuze | ||
| Taal Taal kiezen | ||
| Tijd Actuele tijd instellen | ||
| Datum Actuele datum instellen | ||
| Waterhardheid 0 (onthard) | ||
| 1 (zacht) | ||
| 2 (gemiddeld) | ||
| 3 (hard) | ||
| 4 (zeer hard) | ||
| Favorieten Verwarmingsmethoden vastleggen die in het menu Verwarmingsmethoden moe- ten worden weergegeven | ||
| Geluidssignaal Korte duur | ||
| Toetssignaal Uitgeschakeld (uitzondering: geluidssig- naal bij touch-toets 1 blijft) | ||
| Ingeschakeld | ||
| Helderheid display In te stellen in 5 stappen | ||
| Tijdsindicatie Digitaal | ||
| Verlichting In gebruik aan | ||
| Kinderslot* Alleen toetsblokkering | ||
| Deurvergendeling en toetsblokkering | ||
| Automatisch kinderslot | Gedeactiveerd. | |
| Geactiveerd. | ||
| Werking na inschakelen Hoofdmenu | ||
| Verwarmingsmethoden | ||
| Stomen | ||
| Bak- en braadassistent | ||
| Stoomprogramma's | ||
| Nachtverduistering Uitgeschakeld | ||
| Ingeschakeld (display verduisterd tussen 22:00 en 5:59 uur) | ||
| Merklogo Weergeven | ||
| Niet weergeven. | ||
| Ventilator-nalooptijd Aanbevolen | ||
| Minimaal | ||
| Uittreksysteem* Niet achteraf aangebracht (rekje) | ||
| Achteraf aangebracht (1-voudig uittreksysteem) | ||
| Home Connect Wifi in- of uitschakelen → "Home Connect" op pagina 28 | ||
| Verbinding via Home Connect instellen | ||
| Fabrieksinstellingen Terugzetten | ||
| *) Deze basisinstelling kan bij sommige apparaattypen niet worden geközen | ||
Favorieten vastleggen
U kunt vastleggen welke verwarmingsmethoden in het menu Verwarmingsmethoden worden weergegeven.
Aanwijzing: De verwarmingsmethoden "CircoTherm hetelucht", "Thermogrillen" en "Grill, groot" worden altijd weergegeven in het menu Verwarmingsmethoden. Ze kunnen niet gedeactiveerd worden.
- Op touch-toets ① tippen.
- Op touch-toets ⏱ tippen.
- Met toets < of > "MyProfile 🔗" kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > "Favorieten" kiezen.
- Met toets ∼ "Favorieten vastleggen" kiezen.
- Met toets < of > de verwarmingsmethode kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets (of) "Geactiveerd" of "Gedeactiveerd" kiezen.
Aanwijzing: Heeft u "Geactiveerd" gekozen, dan wordt de verwarmingsmethode weergegeven in het menu Verwarmingsmethoden. Heeft u "Gedeactiveerd" gekozen, dan wordt de verwarmingsmethode niet in het menu Verwarmingsmethoden weergegeven. - Op touch-toets ⏻ tippen.
- Om de instelling op te slaan met de toets ∼ op "opslaan" tippen.
Om de instelling af te wijzen met de toets ∼ op "afwijzen" tippen.
A Bak- en braadassistent
Met de bak- en braadassistent kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. Het apparaat neemt de optimale instelling over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn voor de gekozen gerechten. Is dit wel het geval, dan krijgt u een aanwijzing op het display. Laat de binnenruimte afkoelen en start nogmaals.
Aanwijzingen bij de instellingen
■ Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van de levensmiddelen en de aard van de vormen. Gebruik voor een optimaal bereidingsresultaat alleen ongeschonden levensmiddelen en vlees op koelkasttemperatuur.
■ De bak- en braadassistent helpt u bij het instellen van klassiek gebak, brood en vlees. Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode voor u. Er worden een geschikte temperatuur en bereidingstijd voorgesteld. die u naar wens kunt veranderen.
■ U krijgt bijv. aanwijzingen over de vorm, de inschuifhoogte of het toevoegen van vloeistof aan vlees. Vele gerechten moeten tijdens de bereiding bijv. worden gekeerd of omgeroerd. Dit wordt kort na de start weergegeven op het display. U wordt hier op het juiste tijdstip door een signaal aan herinnerd.
■ Aan het einde van de gebruiksaanwijzing vindt u aanwijzingen voor geschikte vormen en tips en trucs voor de bereiding.
Gerecht kiezen
Op de volgende pagina's vindt u de juiste instelwaarden voor de vermelde gerechten.
| Gerechten |
| Roerdeeg Spring-/rechthoekige vorm |
| Biscuit (6 eieren) |
| Biscuitrol |
| Gistdeeg plaatgebak met droge bedekking |
| Gistkrans/-vlecht |
| Klein gebak bladerdeeg |
| Muffins, 1 niveau |
| Wit brood, langwerpig |
| Afbakbroodjes/-stokbrood, voorgebakken |
| Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuk |
| Frites, diepvries, 1 niveau |
| Gegratineerde aardappels, van ongekookte aardappels |
| Aardappels in de oven |
| Lasagne, vers |
| Gebraden varkensvlees, doorregen, zonder zwoerd |
| Gehakt (1 kg) |
| Runderstoofvlees |
| Lamsbout zonder been |
| Kip, heel |
Gerechten
Kippenbouten
Gans, heel (3-4 kg)
Gerechten instellen
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid.
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met toets < of > "Bak- en braadassistent" kiezen.
- Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de gewenste categorie kiezen.
- Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > het gewenste gerecht kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren. Op het display verschijnen de insteladviezen.
Aanwijzing: Bij enkele gerechten kunt u extra aanwijzingen, bijv. over de inschuifhoogte en de vormen, laten weergeven. Tip hiervoor op toets >. Om weer terug te gaan naar insteladviezen tipt u op toets <. -
U kunt de insteladviezen zo nodig aanpassen. Tip hiervoor op toets ∨.
Navigeer hiervoor met toets ∼ of ∧ naar de gewenste instelling. Pas de instelling aan met toets ⟨ of ». -
Start het programma met de touch-toets ▷||.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Bij sommige insteladviezen biedt het apparaat u de mogelijkheid om de gerechten na te garen.
Bent u tevreden met het resultaat, kies dan met de toets \~“Beëindigen”.
Bent u niet tevreden met het resultaat, dan kunt u de gerechten nagaren.
Nagaren
- Met toets ∼ "Nagaren" kiezen.
- Pas zo nodig met toets (of) de voorgestelde instelling aan.
- Op touch-toets || tippen om het "Nagaren" te starten.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Apparaat uitschakelen
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Programma's
Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en voert het gewicht van uw gerecht in. Het programma neemt de optimale instelling over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn voor de gekozen gerechten. Is dit wel het geval, dan krijgt u een aanwijzing op het display. Laat de binnenruimte afkoelen en start nogmaals.
Aanwijzingen bij de instellingen
■ Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van de levensmiddelen en de aard van de vormen. Gebruik voor een optimaal bereidingsresultaat alleen ongeschonden levensmiddelen en vlees op koelkasttemperatuur. Gebruik bij diepvriesgerechten alleen levensmiddelen die direct uit de diepvries komen.
- Bij sommige gerechten wordt u gevraagd het gewicht in te voeren. Hier neemt het apparaat de tijd- en temperatuurinstellingen voor u over.
Het is niet mogelijk gewichten in te stellen buiten het betreffende gewichtsbereik.
- Bij vleesprogramma's waarbij het apparaat de temperatuurkeuze voor u regelt, kunnen temperaturen tot 300 °C worden bereikt. Let er daarom op dat u vormen gebruikt die voldoende hittebestendig zijn.
■ U krijgt bijv. aanwijzingen over de vorm, de inschuifhoogte of het toevoegen van vloeistof aan vlees. Vele gerechten moeten tijdens de bereiding bijv. worden gekeerd of omgeroerd. Dit wordt kort na de start weergegeven op het display. U wordt hier op het juiste tijdstip door een signaal aan herinnerd.
■ Aan het einde van de gebruiksaanwijzing vindt u aanwijzingen voor geschikte vormen en tips en trucs voor de bereiding.
Stoom
Het apparaat biedt u voor de stoomfunctie programma's waarmee u de gerechten eenvoudig en professioneel kunt klaarmaken.
Aanwijzingen bij de stoomfuncties vindt u in het betreffende hoofdstuk. → "Stoom" op pagina 18
⚠ Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
Gerecht kiezen
Op de volgende pagina's vindt u de juiste instelwaarden voor de vermelde gerechten.
Gerechten
| Wit brood, op de plaat |
| Tarwebrood, gemengd-tarwebrood, op de plaat |
| Tarwebrood, gemengd-larwebrood, langwerpig |
| Gemengd-roggebrood met gist, langwerpig |
Plat rond brood
| Broodvlecht, ongevuld / gistkrans |
Biscuittaart
| Gebraden varkensvlees met korstje |
Gebraden varkenshals zonder been
| Casselerrib zonder been / rollade |
Runderfilet, vers, medium
| Rosbief, vers, medium |
Rosbief, vers, kort gebakken
| Kip, heel, vers |
Stukken kip, vers
| Kipfilet, stomen |
| Visfilet, gegratineerd |
Visfilet, stoven
| Visfilet, heel |
Visfilet, heel, stomen
| Bloemkoolroosjes stomen |
Broccoliroosjes stomen
| Groene bonen stomen |
Wortelen in plakjes stomen
| Groente, diepvries |
Aardappels in de schil, middelgroot
| Basmatirijst |
Zilvervliesrijst
| Couscous |
Groene linzen
| Gegaarde bijgerechten regenereren |
Yoghurt in potten
| Rijstepap |
Vruchtencompote
| Eieren, zacht gekookt |
Eieren, hardgekookt
| Flesjes ontsmetten |
Programma instellen
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid.
-
Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
-
Op touch-toets □ tippen.
-
Met toets < of > "Stoomprogramma's" kiezen.
-
Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
-
Met toets < of > de gewenste gerechtencategorie kiezen.
-
Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
-
Met toets < of > het gewenste stoomprogramma kiezen.
-
Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren. Op het display verschijnen de instellingen.
Aanwijzing: Bij enkele gerechten kunt u extra aanwijzingen, bijv. over de inschuifhoogte en de vormen, laten weergeven. Tip hiervoor op toets >. Om weer terug te gaan naar de instellingen tipt u op de toets <.
-
U kunt het gewicht van veel gerechten desgewenst aanpassen. Tip hiervoor op toets ∨. Met toets ⟨ of ⟩ het gewicht instellen.
-
Op touch-toets || tippen om het programma te starten.
De te verwachten tijdsduur wordt weergegeven.
Aanwijzing: In de eerste minuten kan de opgegeven tijdsduur bij enkele programma's veranderen, omdat de opwarmtijd o.a. afhangt van de temperatuur van het gerecht en het water.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Bij sommige programma's biedt het apparaat u de mogelijkheid om de gerechten na te garen.
Bent u tevreden met het resultaat, kies dan met de toets \~ "Beëindigen".
Bent u niet tevreden met het resultaat, dan kunt u de gerechten nagaren.
Nagaren
-
Met toets ∨ "Nagaren" kiezen.
-
Pas zo nodig met toets < of > de voorgestelde instelling aan.
-
Op touch-toets ▷|| tippen om het "Nagaren" te starten.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Apparaat uitschakelen
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.

Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen. De gerechten in de binnenruimte blijven warm, zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
Sabbatfunctie starten
Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling bij de "Favorieten" te activeren.
Is de sabbatfunctie geactiveerd, dan kunt u deze kiezen in het menu Verwarmingsmethoden.
Het apparaat warmt op met boven- en onderwarmte. Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld.
- Op de touch-toets ① tippen.
- Met toets < of > "Sabbatfunctie" kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de temperatuur kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
- Op de touch-toets ▷II tippen.
De werking start.
Aanwijzingen
■ Zodra de sabbatfunctie is gestart, kunt u geen instellingen meer veranderen of de werking met de touch-toets || onderbreken.
■ Wanneer u de apparaatdeur opent, wordt de werking niet onderbroken.
Zodra de tijdsduur van de sabbatfunctie verstreken is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Schakel het apparaat uit met de touch-toets ①.
Sabbatfunctie afbreken
Om de sabbatfunctie af te breken, tipt u op de touch-toets ①.

Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor Wi-Fi en kan op afstand worden bestuurd met een mobiel apparaat.
Wanneer het apparaat niet is verbonden met het thuisnetwerk, dan werkt het apparaat op dezelfde manier als een oven zonder netwerkverbinding en kan nog steeds worden bediend via het display.
De beschikbaarheid van de Home Connect functie hangt af van de beschikbaarheid van de Home Connect services in uw land. Home Connect services zijn niet in elk land beschikbaar. U kunt meer informatie vinden over dit onderwerp op www.home-connect.com.
Aanwijzingen
■ Zorg ervoor dat u veiligheidsinstructies in deze gebruikshandleiding opvolgt en hieraan voldoet, zelfs wanneer u niet thuis bent en het apparaat via de Home Connect app bedient. U moet tevens de instructies in de Home Connect app opvolgen.→ "Belangrijke veiligheidsvoorschriften" op pagina 5
■ Het bedienen van het apparaat direct op het apparaat heeft altijd de prioriteit. Gedurende deze tijd is het niet mogelijk het apparaat te bedienen via de Home Connect app.
Instellen
Om Home Connect voore uw apparaat te installeren, hebt u het volgende nodig:€
■ Uw met het stroomnet verbonden en ingeschakeld apparaat,
■ een smartphone of tablet met een actuele versie van het iOS of Android besturingssysteem,
■ de Home Connect app,
■ de meegeleverde Home Connect installatiehandleiding,
■ en uw apparaat binnen het bereik van het WLAN-signaal van uw thuisnetwerk
De app leidt u door de volledige procedure.Volg de aanwijzingen in de app.
Starten op afstand
Om uw apparaat via de Home Connect app te starten en te bedienen, moet u de start op afstand activeren. Als de start op afstand is gedeactiveerd, kunt u alleen de bedrijfstoestanden in de Home Connect app weergeven en toestelinstellingen uitvoeren.
Aanwijzing: Sommige functies kunt u alleen aan de bakoven starten.
De start op afstand wordt automatisch gedeactiveerd:
■ als u de ovendeur 15 minuten na activering op afstand opent.
■ als u de ovendeur 15 minuten na gebruikseinde opent.
Wanneer u de ovenfunctie direct aan het apparaat start, wordt automatisch Starten op afstand geactiveerd. Hiermee kunt u wijzigingen aan het mobiele
eindapparaat uitvoeren of een nieuw programma starten.
Start op afstand activeren
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets □ tippen.
Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- Met toets ⟨ of » "Start op afstand □" selecteren.
- Met toets ∨ start op afstand inschakelen.
Op het display verschijnt □.
Home Connect instellingen
U kunt Home Connect op elk moment aan uw wensen aanpassen.
Aanwijzing: U vindt de Home Connect instellingen in de basisinstellingen van uw apparaat. Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of Home Connect geïnstalleerd is en of het apparaat met het thuisnetwerk is verbonden.
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
| WiFi Inschakelen/uitschakelen | U kunt de draadloze module in- en uitschakelen. Is Wi-Fi geactiveerd, dan kunt u gebruikmaken van de Home Connect functionaliteit.Bij de functie gereed voor bedrijf heeft het apparaat max. 2 W nodig. |
| Netwerk Met netwerkverbinden/van hetnetwerk loskoppelen | Netwerkverbinding indien nodig (bijv. bij vakantie) in- of uitschakelen.De netwerkgegevens blijven na het uitschakelen behouden. Na het inschakelen enkele seconden wachten tot het apparaat opnieuw met het netwerk is verbonden. |
| Verbinden met app Verbindingsprocedure tussen app en apparaat starten. | |
| Afstandbediening aan / uit Met de Home Connect app toegang tot de functies van het apparaat verkrijgen.Indien gedeactiveerd worden in de app alleen de bedrijfstoestanden van het apparaat weergegeven. | |
| Apparaatinfo ‡ Het display toont netwerk- en apparaatinformatie. | |
Afstandsdiagnose
Bij storingen kan de servicedienst toegang tot uw apparaat krijgen om een diagnose op afstand uit te voeren.
Neem contact op met de servicedienst en zorg ervoor dat uw apparaat met de Home Connect-server is verbonden. Controleer of de dienst diagnose op afstand in uw land beschikbaar is.
Aanwijzing: Ga voor meer informatie naar Help & Support op de Home Connect-website van uw land: www.home-connect.com. Daar kunt u ook zien of de dienst diagnose op afstand in uw land beschikbaar is.
Aanwijzing voor gegevensbeveiliging
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een WLAN-netwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):
■ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC addres van de gewijzigde Wi-Fi communicatiemodule).
■ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
■ De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudelijke apparaat.
■ Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Aanwijzing: Houd er rekening mee dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in verbinding met de Home Connect app. Informatie over gegevensbeveiliging kan in de Home Connect app worden opgevraagd.
Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart Constructa Neff Vertriebs-GmbH dat het apparaat met verbindingsfunctionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.neff-international.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.

2,4 GHz band: 100 mW max. 5 GHz band: 100 mW max.
| BE BG CZ DK DE EE IE EL | |
| ES FR HR IT CY LV LT LU | |
| HU MT NL AT PL PT RO SI€ | |
| SK FI SE UK NO CH TR | |
| 5 GHz WLAN (Wi-Fi): alleen voor het gebruik binnenshuis | |

Schoonmaakmiddelen
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.
Attentie!
Oppervlakteschade
Gebruik geen
■ scherpe of schurende schoonmaakmiddelen,
■ sterk alcoholhoudende schoonmaakmiddelen,
■ harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
■ hogedrukreiniger of stoomreiniger of
■ speciale schoonmaakmiddelen voor de warmtereiniging.
Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.
Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.

Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bereik Schoonmaken
Buitenzijde apparaat
| Voorzijde van roestvrij staal | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan.Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Knststof | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Gelakte oppervlakken | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel Warm zeepsop: | |
| Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. | |
| Geen glasreiniger of schraper gebruiken. | |
| Als er ontkalkingsmiddel op het bedieningspaneel komt, dit direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. | |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop: |
| Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. | |
| Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken. | |
| Deurgreep Warm zeepsop: | |
| Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. | |
| Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. | |
Binnenzijde apparaat
| Emaillen oppervlakken en zelfreinigendeoppervlakken | Let op de aanwijzingen voor de oppervlakken van de binnenruimte aan het einde van de tabel. |
| Glazen kapje van de binnenruimteverlichting | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken. |
| DeurdichtingNiet afnemen! | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen.Niet schuren. |
| Deurafscherming van roestvrijstaal:Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht.Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.van kunststof:Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken.Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken. | |
| Rekjes Warm zeepsop:Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. | |
| Uittreksysteem Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonma-ken.Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails.U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasmachine. | |
| Toebehoren Warm zeepsop:Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.Verontreinigingen op roestvrijstalen vormen door levensmiddelen die maizena bevatten (bijv. rijst) verwijderen met azijnwater. | |
Watertank Warm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en grondig naspoelen met schoon water, om resten van schoonmaakmiddel te verwijderen.
Met een zachte doek nadrogen. Met het deksel eraf laten drogen. Dichting van het deksel na gebruik droogwrijven.
Niet afwassen in de vaatwasmachine.
Aanwijzingen
■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
■ Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenuimte.
■ Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Oppervlakken in de binnenruimte
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. Dit kunt u zien aan het ruwe oppervlak.
Bodem, plafond en zijdelen zijn geëmailleerd en hebben een glad oppervlak.
Emaillen vlakken reinigen
Reinig de gladde emailen vlakken met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop of azijnwater. Met een zachte doek nadrogen.
Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken.
Attentie!
Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte gebruiken. Er kan schade aan het email ontstaan. Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnenruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen.
De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.
Tip: Het beste kunt u de reinigingshulp gebruiken.
→ "Reinigingsfunctie" op pagina 32
Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witte aanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en hebben geen invloed op de werking. Indien nodig kunt u de resten met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende oppervlakken schoonmaken
De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreuze, matte keramiek. Spatten van het bakken en braden worden door deze laag opgezogen en afgebroken terwijl het apparaat in gebruik is.
Als de zelfreinigende oppervlakken zichzelf niet meer voldoende reinigen en er donkere vlekken ontstaan, kunnen deze worden verwijderd door gericht opwarmen.
Instellen
Neem eerst de rekjes, uitschuifrails, toebehoren en vormen uit de binnenruimte. Reinig de gladde emaillen oppervlakken, de deur en het kapje van de verlichting van de binnenruimte.
- Verwarmingsmethode Broodbakstand instellen.
- Maximale temperatuur instellen.
- De werking starten en minstens 1 uur laten lopen. Het laagje van keramiek wordt geregenereerd.
Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, verwijderen met water of een zachte spons.
Aanwijzing: Tijdens het gebruik kunnen er roodachtige vlekken op de oppervlakken ontstaan. Hierbij gaat het niet om roest, maar om vlekken van levensmiddelen. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
Attentie!
Gebruik geen ovenspray voor de zelfreinigende oppervlakken. De oppervlakken raken dan beschadigd. Wanneer er toch ovenspray op deze oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulpen gebruiken.
Apparaat schoon houden
Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.
⚠ Waarschuwing – Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Tips
■ De binnenruimte na gebruik altijd schoonmaken. Zo kan er geen vuil inbranden.
■ Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
■ Voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede gebruiken.
■ Gebruik geschikt gerei om te braden, bijv. een braadpan.
Reinigingsfunctie
Uw apparaat beschikt over EasyClean en de functie Ontkalken. Gebruik de reinigingshulp EasyClean voor het schoonmaken van de binnenruimte. Met EasyClean wordt het vuil eerst ingeweekt. Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.Met de functie Ontkalken verwijdert u kalk uit de verdamper.
EasyClean
De reinigingshulp EasyClean maakt het reinigen van de binnenruimte gemakkelijker voor u.Door inwerking van het zeepsop wordt het vuil eerst ingeweekt.Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.
⚠ Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Starten
Aanwijzingen
■ De reinigingshulp "EasyClean ⬇" kan alleen gestart worden wanneer de binnenruimte onverwarmd (kamertemperatuur) en de apparaatdeur gesloten is.
■ Zolang het apparaat in gebruik is de deur niet openen. Anders wordt de reinigingshulp "EasyClean ⚠" afgebroken.
- Toebehoren uit de binnenruimte nemen.
- 0,4 liter water (niet gedistilleerd) met een druppeltje afwasmiddel erin in het midden van de binnenruimte gieten.
- Op touch-toets ① tippen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met toets < of > "EasyClean △" kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Op touch-toets || tippen. EasyClean wordt gestart. Op het display verschijnt de resterende tijdsduur.
Afsluiten
Zodra de reinigingshulp afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd.
Zodra u de apparaatdeur opent, wordt de verlichting van de binnenruimte ingeschakeld. Zo kunt u de binnenruimte beter nareinigen. Het restwater in de binnenruimte moet op tijd worden verwijderd. Laat het niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts). Het apparaat mag niet in gebruik worden genomen wanneer de binnenruimte nog nat of vochtig is.
Nareinigen
- Deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek verwijderen.
-
Gladde oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schuursponsje van roestvrij staal.
-
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Vevolgens met helder water afnemen en droogwrijven met een zachte doek (ook onder de deurdichting).
- Apparaat uitschakelen met touch-toets ①.
- De deur van het apparaat na de reiniging nog ca.1 uur op een kier laten staan (ca. 30°), zodat de emailen oppervlakken in de binnenruimte droog kunnen worden. U kunt ook de functie Snel drogen gebruiken voor de binnenruimte.
Snel drogen van de binnenruimte
- Apparaatdeur na afloop van de reinigingshulp openen in de vergrendelingsstand (ca. 30°).
- Op touch-toets ① tippen.
- CircoTherm hetelucht starten met 50 °C.
- Na 5 minuten het apparaat uitschakelen en de apparaatdeur sluiten.
Sterke verontreiniging verwijderen
Om bijzonder hardnekkig vuil te verwijderen, heeft u meerdere mogelijkheden.
■ Laat het zeepsop enige tijd inwerken voordat u de reinigingshulp start.
■ Wrijf de vervuilde plaatsen op de gladde oppervlakken in met afwasmiddel voordat u de reinigingshulp start.
■ Schakel de reinigingshulp nog een keer in nadat de binnenruimte is afgekoeld.
Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.
Het ontkalken gebeurt in een paar stappen. Om hygiënische redenen is het apparaat pas weer gebruiksklaar nadat het ontkalken helemaal voltooid is. In totaal duurt het ontkalken ca. 70 - 95 minuten.
■ Ontkalken (ca. 55 - 70 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en vul hem opnieuw
■ Eerste keer spoelen (ca. 9 - 12 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en vul hem opnieuw
■ Tweede keer spoelen (ca. 9 - 12 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en droog hem
Wordt het ontkalken onderbroken (bijv. door een stroomonderbreking of uitschakeling van het apparaat), dan wordt u nadat het apparaat opnieuw ingeschakeld is gevraagd om twee keer te spoelen. Tot aan het einde van de tweede spoelcyclus blijft het apparaat geblokkeerd voor andere toepassingen.
Hoe vaak het apparaat moet worden ontkalkt, hangt af van de waterhardheid van het gebruikte water. Zodra er nog 5 of minder keer stoom kan worden gebruikt, wordt op het display vermeld dat u dient te ontkalken. Het aantal keren dat gebruik met stoom nog mogelijk is, wordt na het inschakelen weergegeven. Zo kunt u het ontkalken op tijd voorbereiden.
Starten
Attentie!
■ Schade aan het apparaat: gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel. De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het ontkalkingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken. Ontkalkingsmiddel bestelnr. 311 680
■ Ontkalkingsoplossing: zorg ervoor dat er geen ontkalkingsoplossing of ontkalkingsmiddel op het bedieningspaneel of andere oppervlakken van het apparaat komt. De oppervlakken raken dan beschadigd. Gebeurt dit toch, verwijder de ontkalkingsoplossing dan direct met water.
Wanneer u voor het ontkalken een functie met stoom heeft gebruikt, dient u het apparaat eerst uit te schakelen. Dan kan het restwater uit het stoomsysteem worden gepompt.
- 400 ml water en 200 ml vloeibaar ontkalkingsmiddel mengen tot een ontkalkingsoplossing.
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank verwijderen en vullen met de ontkalkingsoplossing.
- De met de ontkalkingsoplossing gevulde watertank volledig inschuiven.
- Paneel sluiten
- Op touch-toets ⏱ tippen.
- Met toets < of > "Ontkalken ✕" kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren. De duur van het ontkalken wordt weergegeven. Deze kan niet worden veranderd.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Op touch-toets || tippen. Het apparaat wordt ontkalkt. De tijdsduur loopt af op het display. Zodra het ontkalken beëindigd is, klinkt er een signaal.
Eerste keer spoelen
- Paneel openen.
- Watertank verwijderen, grondig omspoelen, vullen met water en weer inschuiven.
- Paneel sluiten
- Op touch-toets || tippen. Het apparaat spoelt. Zodra het spoelen beeindigd is, klinkt er een signaal.
Tweede keer spoelen
- Paneel openen.
- Watertank verwijderen, grondig omspoelen, vullen met water en weer inschuiven.
- Paneel sluiten
- Op touch-toets Dll tippen. Het apparaat spoelt. Zodra het spoelen beeindigd is, klinkt er een signaal.
Nareinigen
- Paneel openen.
- Watertank leegmaken en drogen.
- Apparaat uitschakelen. Het ontkalken is afgesloten en het apparaat is weer klaar voor gebruik.

Rekjes
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.
Rekjes verwijderen en bevestigen

Waarschuwing – Risico van verbranding!
De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Rekjes verwijderen
- Het rekje aan de voorkant een beetje optillen a en verwijderen b (Afb. 1).
- Vervolgens het hele rekje naar voren trekken en uitnemen (Afb. 2).


Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Rekjes ophangen
De rekjes passen alleen links of rechts. Let er bij beide rekjes op dat de beugel zich aan de voorkant bevindt.
- Het rekje eerst in het midden van de achterste bus steken a, tot het aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken b (Afb. 1).
- Het rekje vervolgens in de voorste bus steken c, tot het ook hier aansluit op de wand van de binnenruimte en naar beneden drukken d (Afb. 2).



Apparaatdeur
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.

Waarschuwing – Gevaar door magnetisme!
In de deurgreep van de apparaatdeur zijn permanente magneten geplaatst. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers of insulinepompen, beïnvloeden. Dragers van elektronische implantaten dienen daarom een afstand van minstens 10 cm tot de deurgreep aan te houden.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de apparaatdeur verwijderen.
De scharnieren van de apparaatdeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel.
Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afb. 1), is de apparaatdeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd.
Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de apparaatdeur opengeklapt zijn (Afb. 2), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

■ Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, of bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Apparaatdeur verwijderen
-
Apparaatdeur helemaal openen en in de richting van het apparaat drukken.
-
Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afb. 1).
⚠ Waarschuwing Gevaar voor letsel
De deurgreep kan afbreken. Apparaatdeur niet dragen aan de deurgreep. Apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken, om hem te dragen of uit te nemen.
- Apparaatdeur sluiten tot de aanslag a en de deurgreep sluiten.
Apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken b en er naar boven uit trekken (Afb. 2).

- Apparaatdeur op een vlakke, zachte ondergrond leggen.
Apparaatdeur inbrengen
- Dichting a langs de druipgoot aandrukken (Afb. 1), omdat deze atijdens de reiniging kan losraken.

- De apparaatdeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen. Let erop dat de apparaatdeur weer recht in de beide scharnieren wordt gehangen (Afb. 2). Leg beide scharnieren tegen de onderkant van de buitenste ruit en gebruik deze bij de geleiding. Let erop dat de scharnieren in de juiste opening worden geschoven. Dit moet gemakkelijk gaan, zonder merkbare weerstand. Voelt u weerstand, controleer dan of de scharnieren in de juiste opening zijn geschoven.

- Apparaatdeur helemaal openen. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afb. 3).

- Apparaatdeur sluiten.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Van het apparaat verwijderen
-
Deurgreep openen (Afb. 1).
-
Apparaatdeur een beetje openen.
-
De schroeven links en rechts van de apparaatdeur losdraaien en verwijderen (Afb. 2).

- Klem er voordat u de deur weer sluit, een samengevouwen vaatdoek tussen (Afb. 3). Trek de voorste ruit er aan de voorkant naar boven uit en leg hem op een vlakke, zachte ondergrond.

Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Waarschuwing
Risico van letsel!
■ Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Inbrengen in het apparaat
- Deurgreep openen (Afb. 1).
- Voorste ruit onder in de houders leiden (Afb. 2).


- Voorste ruit sluiten tot de beide bovenste haken zich tegenover de opening bevinden (Afb. 3).
- Druk tegen de onderkant van de onderste ruit tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. 4)

- Apparaatdeur weer een beetje openen en de vaatdoek verwijderen.
-
De beide schroeven stuk voor stuk afwisselend links en rechts indraaien tot de voorste ruit weer midden op de apparaatdeur zit.
-
Apparaatdeur sluiten.
- Deurgreep sluiten.
Attentie!
Gebruik de binnenruimte pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
? Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Tip: Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk "Voor u getest in onze kookstudio". Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
⚠ Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;
⚠ Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Storingentabel
⚠ Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
■ Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
Storing Mogelijke oorzaak Aanwijzing/Oplossing
| Apparaat werkt niet Stekker is niet in het stopcontact gestoken Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet | ||
| Stroomuitval Controleer of andere keukenapparaten werken | ||
| Zekering defect Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | ||
| Het gebruik met stoom of het ontkal-ken start niet of loopt niet verder | Watertank leeg | Watertank vullen |
| Afscherming is open | Afscherming sluiten | |
| Door het ontkalken wordt het gebruik met stoom geblokkeerd | Ontkalken uitvoeren | |
| Sensor defect | Contact opnemen met de servicedienst | |
| Na het inschakelen van een functie verschijnt op het display de melding dat de temperatuur te hoog is. | Apparaat is nog niet voldoende afgekoeld | Apparaat laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen |
| Het apparaat vraagt u te spoelen Tijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbro-ken of het apparaat uitgeschakeld | Nadat het apparaat weer ingeschakeld is, twee keer spoelen | |
| Het apparaat vraagt u te ontkalken,zonder dat eerst de teller verschijnt | De ingestelde waterhardheid is te laag Ontkalken uitvoeren | Ingestelde waterhardheid controleren en eventueel aanpassen |
| Toetsen knipperen Normaal verschijnsel door condenswater achter hetbedieningspaneel | Zodra het condenswater verdampt is, knipperen de toetsen niet meer | |
| Het bereidingsresultaat bij toepassin-gen met stoom is te vochtig of te droog geworden | Er is een verkeerde stoomintensiteit gekozen Een lagere of hogere stoomintensiteit kiezen | |
| De melding "Watertank vullen" ver-schijnt, hoewel de tank gevuld is | Afscherming is open Afscherming sluiten | |
| Watertank niet vergrendeld Watertank vergrendelen | → "Stoom" op pagina 18 | |
| Sensor defect Contact opnemen met de servicedienst | ||
| Watertank is gevallen. Als gevolg van de trillingen zijn er onderdelen in de watertank losgekomen, hierdoor raakt hij lek. | nieuwe watertank bestellen | |
| De afscherming voor het uitnemen van de tank gaat niet open | Stekker is niet in het stopcontact gestoken Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet | |
| Stroomuitval Controleer of andere keukenapparaten werken | ||
| Zekering defect Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | ||
| Sensor van de touch-toets ☐ defect Contact opnemen met de servicedienst | Zo nodig de watertank leegmaken: apparaatdeur open- nen, de afscherming rechts en links vastpakken en de afscherming eruit trekken | |
| Tijdens de bereiding komt er stoom vrij door de ontluchtingssleuven | Normale procedure Niet mogelijk | |
| Bij het stomen ontstaat extreem veel stoom | Apparaat wordt automatisch gekalibreerd Normale procedure | |
| Bij het stomen ontstaat herhaaldelijk extreem veel stoom | Apparaat kan bij te korte bereidingstijden niet auto-matisch worden gekalibreerd | Apparaat terugzetten naar de fabrieksinstelling en opnieuw kalibreren |
| Het apparaat kan niet worden inges-chakeld, op het display wordt het symbool ⇌ weergegeven | Automatisch kinderslot is geactiveerd | Touch-toets ⚙ ingedrukt houden tot het symbool ⇌verdwijnt |
| Het ingeschakelde apparaat kan niet bediend worden, op het display wordt het symbool ⇌ weergegeven | Kinderslot is geactiveerd. | Touch-toets ⚙ ingedrukt houden tot het symbool ⇌verdwijnt |
| Apparaat warmt niet op, op het dis-play wordt ☐ weergegeven | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisin-stellingen | Ontkoppel het apparaat ca. 10 seconden van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen 3 minuten in de basisinstellingen → "Basisinstellingen" op pagina 24 |
| Tijdens het gebruik is een plofgeluidje hoorbaar | Koud/warmeffect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdamp | Niet mogelijk |
| Op het display verschijnt "D" of "E", bijv. D0111 of E0111 | Technisch probleem | Apparaat uit- en weer inschakelenAls de melding opnieuw verschijnt: contact opnemen met de servicedienst.Geef hiervoor de precieze fout-melding weer |
| Home Connect functioneert niet cor-rect. | Ga naar www.home-connect.com | |
Maximale gebruiksduur overschreden
Uw apparaat beëindigt het gebruik automatisch wanneer er geen tijdsduur is ingesteld en de instelling lang niet veranderd is.
De werkelijke tijdsduur tot de automatische bedrijfsstop varieert met de gekozen instellingen.
Op het display wordt gemeld dat de werking automatisch beeindigd wordt. Vervolgens wordt de werking stopgezet.
Om het apparaat weer te gebruiken dient u het eerst uit te schakelen. Schakel het apparaat vervolgens weer in en stel de gewenste functie in.
Lampen van de binnenruimte
Voor de verlichting van de binnenruimte beschikt uw apparaat over een of meerdere duurzame LED-lampen.
Mocht een LED-lamp of het glazen kapje toch eens defect zijn, neem dan contact op met de servicedienst. Het kapje van de lamp mag niet verwijderd worden.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef tijdens het telefoongesprek altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de rechterkant wanneer u het paneel opent. Tip hiervoor op de touch-toets ☐. → "Stoom" op pagina 18

Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de servicedienst nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr.
FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4040
B 070 222 143
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Bij stomen of een toepassing met stoom is het gewenst dat er veel waterdamp in de binnenruimte ontstaat.
Veeg na het garen de binnenruimte droog nadat deze is afgekoeld.
Vormen van silicone
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Wanneer u niettemin vormen van silicone wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Voor het bereiden met stoom en bij het stomen zijn vormen van silicone niet geschikt.
Gebak en klein gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken met stoom
Bepaald gebak (bijv. gebak van gistdeeg) krijgt met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
■ Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
■ Braadslede: hoogte 3 Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik bij vochtig gebak de braadslede, zodat bij overlopend vocht de binnenruimte niet vuil wordt.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Voor het bakken met stoom dienen de bakvormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u
tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel. Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor het bakken na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
Pizzastand
■ Broodbakstand
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. | |
| Gebak in vormen | ||||||
| Cake, eenvoudig Krans/rechthoekige vorm 1 ≡ 150-170 - 55-70 | ||||||
| Cake, eenvoudig Krans/rechthoekige vorm 1 ≡ 150-160 1 50-70 | ||||||
| Cake, fijn Krans/rechthoekige vorm 1 ≡ 150-170 - 60-80 | ||||||
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn Tulband-/springvorm 1 ≡ 160-180 - 45-60 | ||||||
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn Tulband-/springvorm 1 ≡ 150-170 - 45-60 | ||||||
| Taartbodem van roerdeeg Taartbodemvorm 1 ≡ 150-170 - 20-40 | ||||||
| Taartbodem van roerdeeg Taartbodemvorm 2 ≡ 160-170 1 25-35 | ||||||
| Vruchten-of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm ∅ 26 cm | 1 ≡ 170-180 - 60-80 | ||||
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | ≡ | 190-210 | - | 40-55 |
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | ∅ | 180-200 | - | 40-50 |
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 1 | ∅ | 190-210 | - | 25-40 |
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 1 | ∅ | 210-220 | 1 | 30-40 |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | ∅ | 150-160 | - | 65-75 |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | ∅ | 150-160 | 1 | 60-70 |
| Gistdeeggebak in de springvorm | Springvorm ∅ 28 cm | 1 | ∅ | 150-160 | - | 25-35 |
| Gistdeeggebak in de springvorm | Springvorm ∅ 28 cm | 1 | ∅ | 160-170 | 2 | 25-35 |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm 1 ≡ 170-180 - 20-30 | |||||
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm 1 ≡ 150-160 1 25-35 | |||||
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm ∅ 26 cm | 1 | ≡ | 160-170* | - | 25-35 |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm ∅ 26 cm | 1 | ∅ | 150-160 | 1 | 10 |
| -20-30 | ||||||
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm ∅ 28 cm | 1 | ∅ | 150-170* | - | 30-50 |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm ∅ 28 cm | 1 | ∅ | 150-160 | 1 | 10 |
| -25-35 | ||||||
| Gebak op de plaat | ||||||
| Cake met bedekking | Bakplaat | 1 | ≡ | 160-180 | - | 20-40 |
| Cake met bedekking | Bakplaat | 1 | ∅ | 160-170 | 1 | 30-40 |
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 150-170 | - | 35-50 |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedek-king | Bakplaat | 1 ≡ 170-190 - 25-40 | ||||
| * voorverwarmen** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken. | ||||||
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedek-king, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 ⚫ 150-170 - 40-55 | |||||
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede 1 ⚫ 160-180 - 60-80 | |||||
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede 1 ⚫ 180-200 - 40-50 | ||||||
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede 1 ⚫ 190-210 - 40-50 | ||||||
| Gistdeeggebak met droge bedekking Bakplaat 1 ⚫ 160-180 - 15-25 | ||||||
| Gistdeeggebak met droge bedekking Bakplaat 1 ⚫ 150-160 1 25-35 | ||||||
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking Braadslede 1 ⚫ 180-200 - 30-45 | ||||||
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking Braadslede 1 ⚫ 160-180 - 50-70 | ||||||
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 ⚫ 160-170 - 25-35 | |||||
| Gistdeeggebak met vochtige bedek-king, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 ⚫ 150-160 - 45-60 | |||||
| Broodvlecht, gistdeegkrans Bakplaat 1 ⚫ 150-160 - 35-45 | ||||||
| Broodvlecht, gistdeegkrans Bakplaat 1 ⚫ 150-170 2 30-40 | ||||||
| Biscuitrol Bakplaat 1 ⚫ 190-210* | - 10-15 | |||||
| Biscuitrol Bakplaat 1 ⚫ 190-210* | 1 10-15 | |||||
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede 1 ⚫ 150-160 - 50-60 | |||||
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede 1 ⚫ 140-150 2 80-90 | |||||
| Strudel, zoet | Braadslede 1 ⚫ 170-180 - 40-60 | |||||
| Strudel, zoet | Braadslede 1 ⚫ 180-190 2 50-60 | |||||
| Strudel, diepvries | Braadslede | 1 | ∅ | 190-210 | - | 35-50 |
| Strudel, diepvries | Braadslede 1 ⚫ 180-190 1 35-45 | |||||
| Klein gebak | ||||||
| Small cakes | Bakplaat 1 ⚫ 160** | - 25-35 | ||||
| Small cakes | Bakplaat 1 ⚫ 150** | - 25-35 | ||||
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 150** | - | 25-35 |
| Muffins | Muffinplaat | 1 ⚫ 170-190 - 15-30 | ||||
| Muffins | Muffinplaat | 1 ⚫ 150-160 1 25-30 | ||||
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | ∅ | 150-170* | - | 20-30 |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat 1 ⚫ 160-170 - 30-40 | |||||
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat 1 ⚫ 160-180 2 25-35 | |||||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | ∅ | 170-190* | - | 20-45 |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 1 | ∅ | 200-220* | 1 | 15-25 |
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 170-190* | - | 20-45 |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | ∅ | 200-220 | - | 30-45 |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | ∅ | 200-220* | 1 | 25-35 |
| Plunderdeeggebak | Bakplaat 1 ⚫ 160-180 - 20-30 | |||||
| Plunderdeeggebak | Bakplaat 1 ⚫ 160-180 2 25-35 | |||||
| Koekjes | ||||||
| Sprits | Bakplaat 1 ⚫ 150-160** | - 25-40 | ||||
| Sprits | Bakplaat 1 ⚫ 140-150** | - 25-40 | ||||
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 140-150** | - | 30-40 |
| Koekjes Bakplaat 2 ♣ 140-160 - 15-30 | ||||||
| Koekjes, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ♣ 130-150 - 20-35 | ||||||
| Schuimgebak Bakplaat 2 ♣ 90-100* - 100-130 | ||||||
| Schuimgebak, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ♣ 90-100* - 100-150 | ||||||
| Makronen Bakplaat 2 ♣ 90-110 - 20-40 | ||||||
| Makronen, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ♣ 90-110 - 20-40 | ||||||
| * voorverwarmen** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken. | ||||||
Tips voor gebak en klein gebak
| U wilt vaststellen, of het gebak door-gebakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Let op de aangegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gere-zen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. |
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Het gebak is te droog. | Stel de temperatuur 10 °C hoger in en verkort de baktijd. |
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de toebehoren juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar onder te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. |
| Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar onder te licht. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en verleng de baktijd. |
| Het gebak wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op de toebehoren. |
| Het gebak is over het geheel te don- ker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verleng evt. de baktijd. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur.Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.Let crop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat.Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebak- ken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is bin- nen niet goed doorgebakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Brood en broodjes
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van brood en broodjes. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken met stoom
Brood en broodjes krijgen met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
■ Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
■ Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Voor het bakken met stoom dienen de bakvormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse broden en broodjes de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het brood of de broodjes zouden alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
Pizzastand
■ Broodbakstand
Grill, groot
Grill, klein
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. | |
| Brood | ||||||
| Wit brood, 750 g Braadslede of rechthoekige vorm 1 ⇌ 210-220* - 10-15 | 180-190 - 25-35 | |||||
| Wit brood, 750 g Braadslede of rechthoekige vorm 1 ⇌ 210-220 3 10-15 | 180-190 - 25-35 | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg Braadslede of rechthoekige vorm 1 ⇌ 210-220* - 10-15 | 180-190 - 40-50 | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg Braadslede of rechthoekige vorm 1 ⇌ 210-220 3 10-15 | 180-190 - 45-55 | |||||
| Volkorenbrood, 1 kg Braadslede 1 ⇌ 210-220* - 10-15 | 180-190 - 40-50 | |||||
| Volkorenbrood, 1 kg Braadslede 1 ⇌ 210-220 3 10-15 | 180-190 - 40-50 | |||||
| Plat rond brood Braadslede 1 ⇌ 220-240 - 25-35 | ||||||
| Plat rond brood Braadslede 2 ⇌ 220-230 3 20-30 | ||||||
| Broodjes | ||||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebak-ken | Braadslede 2 ⇌ 200-220 - 10-20 | |||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebak-ken | Bakplaat 2 ⇌ 200-220 2 10-20 | |||||
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | ≡ | 170-180* | - | 15-25 |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | ≡ | 160-170 | 3 | 25-35 |
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 150-160* | - | 20-30 |
| Broodjes, vers | Bakplaat 1 ⇌ 180-200 - 25-35 | |||||
| Broodjes, vers | Bakplaat 1 ⇌ 200-220 2 20-30 | |||||
| Baguette, voorgebakken, gekoeld | Braadslede 2 ⇌ 200-220 - 10-20 | |||||
| Baguette, voorgebakken, gekoeld | Bakplaat 2 ⇌ 200-220 2 10-20 | |||||
| Broodjes, stokbrood, regenereren | Rooster | 1 | ∅ | 150-160* | - | 10-20 |
| Broodjes, diepvries | ||||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebak-ken | Braadslede 2 ⇌ 200-220 - 15-25 | |||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebak-ken | Bakplaat 2 ⇌ 180-200 1 | 15-25 | ||||
| Pretzels, ongebakken | Rooster | 1 | ≡ | 220-240 | - | 15-25 |
| Pretzels, ongebakken | Bakplaat | 2 | ≡ | 210-230 | 1 | 18-25 |
| Croissant, ongebakken | Bakplaat | 1 | ∅ | 150-170* | - | 20-35 |
| Croissant, ongebakken | Bakplaat | 1 | ∅ | 180-200 | 1 | 20-30 |
| Broodjes, stokbrood, regenereren | Rooster | 1 | ∅ | 160-170* | - | 10-20 |
| Toast | ||||||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 2 | *** | 275 | - | 5-15 |
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 2 | *** | 250 | - | 5-15 |
| Toast roosteren | Rooster | 3 | *** | 275 | - | 3-6 |
| * voorverwarmen | ||||||
Pizza, quiche en hartig gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken pizza, quiche en hartig gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken met stoom
Bepaald gebak (bijv. gebak van gistdeeg) krijgt met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
■ Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
■ Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik de braadslede bij dik belegde pizza's.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Voor het bakken met stoom dienen de bakvormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het gerecht zou alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
Pizzastand
■ Broodbakstand
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Toebehoren Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. | |
| Pizza | ||||||
| Pizza, vers Bakplaat 1 ⚫ 200-220 - 20-30 | ||||||
| Pizza, vers Bakplaat 1 ⚫ 220-230 - 25-30 | ||||||
| Pizza, vers, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ⚫ 180-200 - 35-45 | ||||||
| Pizza, vers, dunne bodem Pizzaplaat | 1 ⚫ 210-230 - 20-30 | |||||
| Pizza, diepvries | Rooster | 1 | ∅ | 210-230 | - | 10-20 |
| Pizza, diepvries | ||||||
| Pizza, dunne bodem, 1 stuk | Rooster | 1 | ∅ | 210-230 | - | 10-20 |
| Pizza, dunne bodem, 2 stuk | Rooster + bakplaat | 3+1 | ∅ | 200-220 | - | 15-25 |
| Pizza, dikke bodem, 1 stuk | Rooster | 1 | ≡ | 190-210 | - | 20-35 |
| Pizza, dikke bodem, 2 stuk | Braadslede + rooster | 3+1 | ∅ | 160-180 | - | 25-35 |
| Pizza-baguette | Rooster | 1 | ∅ | 200-220 | - | 20-30 |
| Mini-pizza's | Bakplaat 1 ≡ 210-230 - 10-20 | |||||
| Mini-pizza's | Rooster | 1 | ∅ | 210-230 | - | 10-20 |
| Hartig gebak & quiche | ||||||
| Hartig gebak in vormen | Springvorm ∅ 28 cm | 1 | ∅ | 170-190 | - | 50-60 |
| Hartig gebak in vormen | Springvorm ∅ 28 cm | 1 | ∅ | 180-190 | 1 | 65-75 |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 1 | ≡ | 190-210 | - | 35-55 |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 1 | ∅ | 190-210 | - | 30-45 |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | ≡ | 260-280* | - | 10-20 |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | ∅ | 200-220* | 2 | 15-25 |
| Pierogi | Ovenschaal | 1 ≡ | 190-200 - 40-50 | |||
| Pierogi | Ovenschaal | 1 ∅ | 170-190 - 50-70 | |||
| Empanada | Braadslede | 1 ∅ | 180-190 - 35-45 | |||
| Empanada | Braadslede | 1 | ∅ | 180-190 | 2 | 30-40 |
| Börek | Braadslede | 1 ≡ | 180-200 - 35-45 | |||
| Börek | Braadslede | 1 ∅ | 180-200 - 35-45 | |||
| * voorverwarmen | ||||||
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van ovenschotels en soufflé. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Inschuifhoogtes
Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.
U kunt op een niveau in vormen of met de braadslede bakken.
■ Vormen op het rooster: hoogte 1
■ Braadslede: hoogte 1
Voor soufflés gebruikt u de stoomfunctie. U heeft geen waterbad nodig. Plaats geen vormpjes in de stoombak met gaatjes, maat XXL, of op het rooster.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie worden bereid met folie af.
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede
De braadslede er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Vormen
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden donkerder aan de bovenkant.
Voor het bakken met stoom dienen de vormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse ovenschotels en soufflés de optimale verwarmingsmethode.
Temperatuur en bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De ovenschotel of soufflé zou allen van buiten gaar zijn, maar van binnen rauw.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
Pizzastand
Stomen
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. | ||
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingredi-ënten | Ovenschaal 1 ≡ | 200-220 - 35-55 | |||||
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingredi-ënten | Ovenschaal 1 ≡ | 160-170 2 40-50 | |||||
| Ovenschotel, zoet Ovenschaal 1 ≡ | 170-190 - 45-60 | ||||||
| Ovenschotel, zoet Ovenschaal 1 ≡ | 160-180 - 40-50 | ||||||
| Lasagne, vers, 1 kg Ovenschaal 1 ≡ | 160-180 - 50-60 | ||||||
| Lasagne, vers, 1 kg Ovenschaal 1 ≡ | 170-180 2 35-45 | ||||||
| Lasagne, diepvries, 400 g Braadslede 1 ≡ | 190-210 - 30-40 | ||||||
| Lasagne, diepvries, 400 g | Open vorm | 1 | ≈ | 180-190 | 2 | 40-50 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal 1 ≡ | 170-180 - 50-60 | |||||
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal 1 ≡ | 170-190 2 60-70 | |||||
| Soufflé | Ovenschaal 1 ≡ | 160-170* - 40-50 | |||||
| Soufflé | Ovenschaal 1 ≡ | 170-180 2 30-40 | |||||
| Soufflé | Portievormen | 1 | ≈ | 100 | - | 40-45 | |
* voorverwarmen
Gevogelte
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van gevogelte. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor enkele gerechten.
Braden op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.
Schuif de braadslede met het rooster in de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. → "Toebehoren" op pagina 12
Giet afhankelijk van de grootte en het soort gevogelte tot 1/2 liter water in de braadslede. Afdruipend vet wordt opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Braden in vormen
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de bakoven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het gevogelte gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van gevogelte het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Gevogelte kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden met stoom
Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger. Zij krijgen een glanzend oppervlak en droger minder uit.
Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Stomen
In tegenstelling tot de toepassing met stoom worden stukken gevogelte met de stoomfunctie behoedzamer bereid. Zij blijven bijzonder mals. Als smaakvariant kunt u stukken gevogelte voor het stomen kort bakken, hierdoor wordt de bereidingsduur korter.
Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en een langere bereidingsduur nodig. Wanneer u meerdere gelijk grote stukken gebruikt, verlengt de opwarmtijd zich, maar niet de bereidingsduur.
Stukken gevogelte hoeven niet gekeerd te worden.
Gebruik de stoombak met gaatjes, maat XL, en plaats de braadslede eronder. U kunt ook een glazen schaal gebruiken en deze op het rooster plaatsen.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig
bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Aanwijzingen
■ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
■ Bij het grillen kan rook ontstaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor het gevogelte de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor ongevuld, braadklaar gevogelte op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte met voorgesteld gewicht. Wanneer u zwaarder gevogelte wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het gevogelte, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd. Gevogelte na ca. ^ tot Z van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Tips
■ Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
■ Snij bij eendenborst de huid in. Keer de eendenborst niet.
■ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de huidzijde onder is.
■ Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
■ Pizzastand
■ Broodbakstand
■ ≈ ≈ Grill, groot
■ Stomen
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | ||
| Kip | |||||||
| Kip, 1 kg Rooster 1 200-220 - 60-70 | |||||||
| Kip, 1 kg Rooster 1 200-220 2 50-60 | |||||||
| Kipfilet, à 150 g (grillen) Rooster 2 275* - 15-20 | |||||||
| Kipfilet (stomen) | Stoombak | 2+1 | 100 | - | 15-25 | ||
| Kleine kipdelen, à 250 g | Rooster | 2 | 220-230 | - | 30-35 | ||
| Kleine kipdelen, à 250 g | Rooster | 2 | 200-220 | 2 | 30-45 | ||
| Kipsticks, nuggets, diepvries | Braadslede | 2 | 200-220 | - | 10-20 | ||
| Kipsticks, nuggets, diepvries | Braadslede | 2 | 200-220 | - | 15-25 | ||
| Poularde, 1,5 kg | Rooster | 1 | 200-220 | - | 70-90 | ||
| Poularde, 1,5 kg | Rooster | 1 | 180-200 | 2 | 65-75 | ||
| Eend & gans | |||||||
| Eend, 2 kg | Rooster 1 180-200 - 90-110 | ||||||
| Eend, 2 kg | Rooster | 1 | 150-160 | 2 | 70-90 | ||
| 180-190 - 30-40 | |||||||
| Eendenborst, à 300 g | Rooster | 2 | 230-250 | - | 25-30 | ||
| Eendenborst, à 300 g | Rooster | 2 | 220-240 | 2 | 25-30 | ||
| Gans, 3 kg | Rooster 1 160-180 - 120-150 | ||||||
| Gans, 3 kg | Rooster | 1 | 130-140 | 2 | 110-120 | ||
| 150-160 2 20-30 | |||||||
| 170-180 - 30-40 | |||||||
| Ganzenbouten, à 350 g | Rooster | 2 | 210-230 | - | 40-50 | ||
| Ganzenbouten, à 350 g | Rooster | 2 | 190-200 | 2 | 45-55 | ||
| Kalkoen | |||||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Rooster 1 180-190 - 70-90 | ||||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Rooster | 1 | 140-150 | 2 | 70-80 | ||
| 170-180 - 20-30 | |||||||
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg Gesloten vorm | 1 = 240-250 - 80-110 | ||||||
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Rooster 1 180-200 - 80-100 | ||||||
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Rooster 1 170-180 2 80-100 | ||||||
Vlees
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Braden en stoven
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst de zwoerd onder is.
Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder knapperig.
Giet afhankelijk van de grootte en het soort vlees tot 12 liter water in de braadslede. Afdruipend vet en vleessap wordt opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Schuif de braadslede met het rooster in de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. → "Toebehoren" op pagina 12
Braden en stoven in een vorm
Het braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. 12 cm hoog bedekt zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van vlees het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het garen uitzetten.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm bedekt te zijn.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Vlees kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden en stoven met stoom
Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger en drogen minder uit.
Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
Het braadvlees hoeft niet gekeerd te worden.
Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Stomen
In tegenstelling tot de bereiding met stoom wordt het vlees met de functie stomen behoedzamer bereid, maar krijgt het geen korstje. Het blijft bijzonder mals. Als smaakvariant kunt u stukken vlees voor het stomen kort bakken, de bereidingsduur wordt korter.
Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en een langere bereidingsduur nodig. Wanneer u meerdere gelijk grote stukken gebruikt, verlengt de opwarmtijd zich, maar niet de bereidingsduur.
Stukken vlees hoeven niet gekeerd te worden.
Gebruik de stoombak met gaatjes, maat XL, en plaats de braadslede eronder. U kunt ook een glazen schaal gebruiken en deze op het rooster plaatsen.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
■ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
■ Bij het grillen kan rook ontstaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor talrijke vleesgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vlees op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor stukken braadvlees met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaar stuk wilt braden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het braadvlees, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Braadvlees en grillvlees na ca. 12 tot 23 van de aangegeven tijd keren.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor braden, stoven en grillen" na de insteltabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
■ ≈ Grill, groot
Stomen
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. | |
| Varkensvlees | ||||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Rooster 1 ⚫ 180-200 - 120-130 | |||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm 1 ⚫ 180-190 1 110-130 | |||||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Rooster 1 ⚫ 190-200 - 130-140 | |||||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Open vorm 1 ⚫ 100 - 25-30 | |||||
| Ⓧ 170-180 1 60-80 | ||||||
| Ⓧ 200-210 - 25-30 | ||||||
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg Open vorm 1 ⚫ 220-230 - 70-80 | ||||||
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg Open vorm 1 ⚫ 170-180 1 80-90 | ||||||
| Varkenshaas, 400 g Rooster 2 ⚫ 220-230 - 20-25 | ||||||
| Varkenshaas, 400 g | Open vorm | 1 | Ⓧ 210-220* | 1 | 25-30 | |
| Varkenshaas, 400 g | Stoombak | 2 | Ⓧ 100 | - | 18-20 | |
| Casselerrib met been, 1 kg (incl. een beetje toegevoegd water) | Gesloten vorm | 1 ⚫ 210-220 - 60-80 | ||||
| Casselerrib met been, 1 kg | Open vorm 1 ⚫ 160-170 1 70-80 | |||||
| Varkenssteaks, 2 cm dik | Rooster | 3 | Ⓧ 250 | - | 16-20 | |
| Varkensmedaillons, 3 cm dik (5 min. voorverwarmen) | Rooster 3 ⚫ 275* - 8-12 | |||||
| Rundvlees | ||||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster 1 ⚫ 210-220 - 40-50 | |||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Open vorm 1 ⚫ 190-200 1 50-60 | |||||
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | Ⓧ 200-220 | - | 130-140 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg** | Open vorm | 1 | Ⓧ 150 | 3 | 30 | |
| 130 2 120-150 | ||||||
| *voorverwarmen** Bij aanvang ca. 100 ml vloeistof in de vorm bijvoegen; watertank moet tijdens het bedrijf worden bijgevuld*** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen**** na 2/3 van de totale tijd keren**** zonder keren | ||||||
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. |
| Rosbief, medium, 1,5 kg Rooster 1 ⚫ | 220-230 - 60-70 | |||||
| Rosbief, medium, 1,5 kg Open vorm 1 ⚫ | 190-200 1 65-80 | |||||
| Gekookt rundvlees, 1,5 kg Open vorm 1 ⚫ | 95 - 120-150 | |||||
| Steak, 3 cm dik, medium Rooster 2 ⚫ | 275 - 15-20 | |||||
| Burger, 3-4 cm hoog**** Rooster 2 ⚫ | 275 - 25-35 | |||||
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg Open vorm 1 ⚫ | 160-170 - 100-120 | |||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg Open vorm 1 ⚫ | 170-180 1 90-110 | |||||
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 1 | ≡ | 200-210 | - | 100-110 |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 1 | & | 170-180 | 1 | 100-120 |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Rooster | 1 | & | 170-190 | - | 50-70 |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 1 | & | 170-180 | 1 | 80-90 |
| Lamszadel met been***** | Rooster 1 ⚫ | 180-190 - 40-50 | ||||
| Lamszadel met been***** | Open vorm | 1 | & | 200-210* | 1 | 25-30 |
| Lamskotelet*** | Rooster 2 ⚫ | 275 - 12-18 | ||||
| Worsten | ||||||
| Grillworsten | Rooster 2 ⚫ | 275 - 10-20 | ||||
| Weense worstjes | Stoombak | 2 ⚫ | 80 - 14-18 | |||
| Witte worst | Stoombak | 2 ⚫ | 80 - 12-20 | |||
| Vleesgerechten | ||||||
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 1 | & | 170-180 | - | 70-80 |
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 1 | & | 190-200 | 1 | 70-80 |
| * voorverwarmen** Bij aanvang ca. 100 ml vloeistof in de vorm bijvoegen; watertank moet tijdens het bedrijf worden bijgevuld*** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen**** na 2/3 van de totale tijd keren**** zonder keren | ||||||
Tips voor het braden, stoven en grillen
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten.Reduceer de temperatuur en voeg indien gewenst tijdens het stoven nog vloeistof toe. |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grill-product. Gebruik een grilltang. |
Vis
Uw apparaat biedt diverse verwarmingsmethoden voor het bereiden van vis. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de binnenruimte. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
U kunt herkennen dat de vis gaar is, wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Braden en grillen op het rooster
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en de soort vis tot 12 liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Er ontstaat zo minder rook en de binnenruimte blijft schoner.
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in de vis prikt, verliest hij sap en wordt hij droog.
Aanwijzingen
■ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
■ Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braden en stomen in een vorm
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. De vis gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het bereiden van hele vis het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Doe voor het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op,
zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Vis kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden met stoom
Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger en drogen minder uit.
Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
De vis hoeft niet gekeerd te worden.
Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Stomen
Met de functie stomen wordt de vis behoedzamer bereid en blijft bijzonder mals.
Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en een langere bereidingsduur nodig. Wanneer u meerdere gelijk grote stukken gebruikt, verlengt de opwarmtijd zich, maar niet de bereidingsduur.
Vis hoeft niet gekeerd te worden.
Gebruik de stoombak met gaatjes, maat XL, en plaats de braadslede eronder. U kunt ook een glazen schaal gebruiken en deze op het rooster plaatsen.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie worden bereid met folie af.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor visgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vis op koelkasttemperatuur die in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor vis met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaardere vis wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere vissen oriënteert u zich aan de zwaarste vis om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke vissen dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter een vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Vis die niet in de zwemstand is na ca. 12 tot 23 van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ Thermogrillen
■ Pizzastand
■ Broodbakstand
■ ≈ ≈ Grill, groot
■ Stomen
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. | |
| Vis | ||||||
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel Rooster 1 170-190 - 20-30 | ||||||
| Vis, gebraden, heel 300 g, bijv. forel Braadslede 1 170-180 2 15-20 | ||||||
| 160-170 - 5-10 | ||||||
| Vis, gestoomd, heel 300 g, bijv. forel Stoombak 2 80-90 - 15-25 | ||||||
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Rooster | 1 | 2 | 170-190 | - | 30-40 |
| Vis, gestoomd, heel 1,5 kg, bijv. kabel-jauw | Stoombak 2 80-90 - 35-50 | |||||
| Visfilets | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd, gegrild | Rooster | 2 | 2 | 220* | - | 15-25 |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoomd | Stoombak | 2 | 2 | 80-100 | - | 10-16 |
| Viskoteletten | ||||||
| Viskotelet, 3 cm dik** | Rooster | 2 | 2 | 275 | - | 18-22 |
| Vis, diepvries | ||||||
| Vis, heel 300 g, bijv. forel | Stoombak | 2 | 2 | 80-100 | - | 20-25 |
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vorm | 1 | 2 | 210-230 | - | 25-40 |
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vorm | 1 | 2 | 210-230 | - | 30-45 |
| Visfilet, gegratineerd | Rooster | 2 | 2 | 220-240 | - | 35-45 |
| Visfilet, gegratineerd | Open vorm | 1 | 2 | 200-220 | 2 | 35-45 |
| Vissticks (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | 2 | 220-240 | - | 10-20 |
| Vissticks (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | 2 | 220-240 | - | 15-25 |
| Visgerechten | ||||||
| Visterrine | Terrinevorm | 1 70-80 - 45-80 | ||||
| * voorverwarmen** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen | ||||||
Hier vindt u gegevens voor het stomen van verse en diepvriesgroente, aardappelen, rijst, granen en eieren. Bovendien krijgt u ook informatie over het bakken van bijv. diepvries-patates frites.
Stomen
Gebruik alleen originele toebehoren. Plaats bij het stomen in de stoombak met gaatjes, maat XL, altijd de braadslede eronder. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen.
Stomen op één niveau
Gebruik de in de insteltabellen aangegeven inschuifhoogtes.
Stomen op twee niveaus
Stomen op twee niveaus is uitstekend geschikt om gelijktijdig bijv. broccoli en aardappels te bereiden. Bij verschillende bereidingstijden het levensmiddel met de kortere bereidingstijd er later inschuiven.
■ Rooster en opgehangen stoombak, maat S, met en/of zonder gaatjes: hoogte 3
■ Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte 2
Vormen
Wanneer u vormen gebruikt, plaats deze dan op het rooster of in de stoombak met gaatjes plaatsen, maat XL.
De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn. Bij dikke vormen worden de bereidingstijden langer.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie worden bereid met folie af.
Bereidingstijd en hoeveelheid
De bereidingstijden bij het stomen zijn afhankelijk van de stuksgrootte, maar onafhankelijk van de totale hoeveelheid. Bij een grotere totale hoeveelheid, verlengt de opwarmtijd zich, maar niet de bereidingsduur.
Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en een langere bereidingsduur nodig. Wanneer u meerdere gelijk grote stukken gebruikt, verlengt de opwarmtijd zich, maar niet de bereidingsduur.
Houd u aan de stuksgrootten die in de insteltabel worden aangegeven. Bij kleinere stukken is de bereidingstijd korter en bij grotere stukken langer. De kwaliteit en graad van rijpheid hebben ook invloed op de bereidingstijd. Daarom zijn de aangegeven instelwaarden slechts richtlijnen.
Verspreid de levensmiddelen altijd gelijkmatig in de vormen. Als de hoogte van de lagen verschillend is, wordt het bereidingsresultaat ongelijkmatig. Zorg ervoor dat de hoogte van drukgevoelige levensmiddelen in de bak beperkt blijft. Wordt het te hoog, dan kunt u beter twee bakken gebruiken.
Rijst en granen
Voeg water of vloeistof in de aangegeven verhouding toe. Bijv. betekent 1:1,5 per 100 g rijst 150 ml vloeistof toevoegen.
Bakken en grillen
Gebruik alleen originele toebehoren.
Bereiden op één niveau
Gebruik de in de insteltabellen aangegeven inschuifhoogtes.
Bereiden op twee niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
■ Braadslede: hoogte 3
■ Bakplaat: hoogte 1
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt eigen recepten gebruiken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijke gerechten in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
Pizzastand
■ Broodbakstand
■ ≈Grill, groot
■ Stomen
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | |||||
| hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. | |
| Groente, vers | |||||
| Artisjokken, heel, stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 30-35 | |||||
| Bloemkool, heel, stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 25-35 | |||||
| Broccoliroosjes stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 6-9 | |||||
| Groene bonen stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 18-25 | |||||
| Wortelen in plakjes stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 10-20 | |||||
| Koolrabi in plakken, stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 20-25 | |||||
| Prei in ringen, stomen | Stoombak 2 ≈ 100 - 6-9 | ||||
| Maïskolven stomen | Stoombak 2 ≈ 100 - 30-40 | ||||
| Rode bietjes, heel, stomen | Stoombak 2 ≈ 100 - 43-50 | ||||
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoom-in-tensiteit | Duur in min. |
| Witte asperges, heel, stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 7-15 | ||||||
| Spinazie stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 2-3 | ||||||
| Courgettes, in plakken, stomen Stoombak 2 ≈ 100 - 3-4 | ||||||
| Groente, diepvries | ||||||
| Spinazie Stoombak 2 ≈ 100 - 15-25 | ||||||
| Bloemkool Stoombak 2 ≈ 100 - 5-8 | ||||||
| Groene bonen Stoombak 2 ≈ 100 - 6-10 | ||||||
| Broccoli Stoombak 2 ≈ 100 - 6-7 | ||||||
| Erwten Stoombak 2 ≈ 100 - 3-10 | ||||||
| Wortelen Stoombak 2 ≈ 100 - 4-6 | ||||||
| Spruitjes Stoombak 2 ≈ 100 - 5-10 | ||||||
| Gemengde groente, 1 kg | Stoombak 2 ≈ 100 - 10-15 | |||||
| Groentegerechten | ||||||
| Gegrilde groente | Braadslede | 3 | ∞ | 275 | - | 10-15 |
| Groenteflan stomen | Portievormen | 1 | ∞ | 100 | - | 50-70 |
| Aardappels | ||||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 1 | ∞ | 160-180 | - | 45-60 |
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 2 | ∞ | 180-190 | 1 | 40-50 |
| Aardappels in de schil, heel | Stoombak 2 ≈ 100 - 35-45 | |||||
| Gekookte aardappels, gekwart | Stoombak 2 ≈ 100 - 20-25 | |||||
| Balletjes | Stoombak 2 ≈ 95 | -20-25 | ||||
| Aardappelproducten, diepvries | ||||||
| Aardappel-rösti (tussentijds keren) | Braadslede | 2 | ∞ | 200-220 | - | 20-30 |
| Kartoffeltaschen, gevuld (tussentijds keren) | Braadslede | 2∞ | 190-210 | -15-25 | ||
| Kartoffeltaschen, gevuld (tussentijds keren) | Braadslede | 2 | ∞ | 200-220 | - | 18-28 |
| Gehaktballetjes | Bakplaat | 1 | ∞ | 200-220 | - | 15-25 |
| Kroketten (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | ∞ | 210-230 | - | 15-25 |
| Patates frites (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | ∞ | 190-210 | - | 20-30 |
| Patates frites, 2 niveaus (tussentijds keren) | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∞ | 200-220 | - | 30-40 |
| Rijst | ||||||
| Basmatirijst, 1:1,5 | Vlakke vorm | 1 | ∞ | 100 | - | 20-30 |
| Rijst met lange korrel, 1:1,5 | Vlakke vorm | 1 | ∞ | 100 | - | 20-30 |
| Natuurrijst, 1:1,5 | Vlakke vorm | 1 | ∞ | 100 | - | 35-45 |
| Parboiled rijst, 1:1,5 | Vlakke vorm | 1 | ∞ | 100 | - | 15-20 |
| Risotto, 1:2 | Vlakke vorm | 1∞ | 100 - 25-35 | |||
| Granen | ||||||
| Couscous, 1:1 | Vlakke vorm | 1∞ | 100 - 6-10 | |||
| Gierst heel, 1:2,5 | Vlakke vorm | 1 | ∞ | 100 | - | 25-35 |
| Polenta/maisgricsmeel, 1:5 | Vlakke vorm | 1 | ∞ | 100 | - | 20-45 |
| Gerst, 1:2,5 | Vlakke vorm | 1 | ∞ | 80-100 | - | 35-45 |
| Groene linzen, 1:2 | Vlakke vorm | 1 | ∞ | 100 | - | 35-50 |
| Witte bonen, voorgeweekt, 1:2 Vlakke vorm 1 ≈ 100 - 65-75 | ||||||
| Griesmeelballetjes Stoombak 2 ≈ 95 - 6-10 | ||||||
| Ei | ||||||
| Eiergelei van 2 eieren Open vorm 1 ≈ 80 - 14-16 | ||||||
| Eieren, hardgekookt Stoombak 2 ≈ 100 - 9-11 | ||||||
| Eieren, zachtgekookt Stoombak 2 ≈ 100 - 6-8 | ||||||
Dessert
Met uw apparaat kunt u heel eenvoudig verschillende desserts bereiden.
Yoghurt maken
Neem rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn. De apparaatdeur niet openen tijdens het gebruik.
- 1 Liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en vervolgens tot 40 °C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40 °C voldoende.
- Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- Hiermee koppen of kleine potjes vullen en afdekken met vershooudfolie.
- De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Rijstepap klaarmaken
- Rijst wegen en 2,5-voudige hoeveelheid melk toevoegen.
-
Rijst en melk max. 2,5 cm hoog in een schaal vullen. Voor grotere hoeveelheden kunt u ook de braadslede gebruiken.
-
Instellen zoals aangegeven in de tabel.
-
Na het garen doorroeren.
De resterende melk wordt snel opgezogen.
Compote
Weeg de vruchten af, voeg ca. 1/3 van de hoeveelheid water toe. Naar smaak suiker en kruiden toevoegen. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Vul de vormpjes tot 2-3 cm hoog met het mengsel. Plaats de vormpjes direct in de stoombak met gaatjes, maat XL. Een waterbad is niet nodig. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie worden bereid af met folie.
Bij vormpjes van zeer dik materiaal kan een langere bereidingstijd nodig zijn.
Gestoomde knoedels
Bereid het gistdeeg volgens uw recept zonder bereidingstijd. Leg de gevormde knoedels in een ingevette, stoombak met gaatjes, maat XL, en laat ze rijzen. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Aanbevolen instelwaarden
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ Stomen
■ Deegrijsstand
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C / bereidingsstand | Duur in min. |
| Crème brûlée | Portievormen | 1 | 85 | 20-30 | |
| Crème caramel | Portievormen | 1 | 85 | 25-35 | |
| Gestoomde knoedels | Braadslede | 1 | 100 | 25-30 | |
| Yoghurt | Portievormen | Bodem binnenruimte | 1 | 300-360 | |
| Rijstepap, 1:2,5 | Braadslede | 1 | 100 | 35-45 | |
| Vruchtencompote | Braadslede | 1 | 100 | 10-20 |
Menu garen
In uw apparaat kunt u complete menu's met behoud van de eigen smaak en het eigen aroma tegelijkertijd garen.
Plaats de gerechten met de langste bereidingstijd eerst in de binnenruimte en zet de overige gerechten er daarna op het juiste tijdstip erbij. Zo zijn ze alle tegelijkertijd klaar.
Stomen
De totale bereidingstijd wordt bij het menugaren met stoom wat langer, omdat bij het openen van de deur telkens wat stoom ontsnapt en het apparaat opnieuw opgewarmd moet worden.
Neem de aanwijzingen in de desbetreffende paragrafen in dit hoofdstuk in acht:
■ De opwarmtijd varieert afhankelijk van de grootte en het gewicht van de spijzen
■ De bereidingstijd is onafhankelijk van de grootte
■ Stoombestendige vormen gebruiken
■ Soufflé met folie afdekken
■ De braadslede altijd op hoogte 1 plaatsen
Inschuifhoogtes van de accessoires
Schuif de accessoires altijd in de aangegeven volgorde naar binnen:
■ Hoogte 3: rooster met stoombak, grootte S
■ Hoogte 2: stoombak, grootte XL
■ Hoogte 1: braadslede

Aanbevolen instelwaarden
Gebruikte verwarmingsmethode:
Stomen
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Zalmfilet, diepvries Stoombak zonder gaatjes, maat S 3 ≈ 100 20 | |||||
| Broccoli Stoombak met gaatjes, maat XL 2 ≈ 100 9 | |||||
| Gekookte aardappels, gekwart Stoombak met gaatjes, maat S 3 ≈ 100 25 | |||||
Eco-verwarmingsmethoden
CircoTherm Eco en boven- en onderwarmte Eco zijn intelligente verwarmingsmethoden voor het gezond bereiden van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd. Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur bij CircoTherm Eco tussen 125-200 °C en bij boven-/onderwarmte Eco tussen 150-250 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode CircoTherm Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. De verwarmingsmethode boven-/onderwarmte Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen en vormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Hierdoor kunt u tot 35 procent energie sparen.
Vormen van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel. Niet-reflecterende vormen van email, hittebestendig glas of gecoat, drukgegoten aluminium is beter geschikt.
Lichte vormen, keramische vormen of vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
Hier vindt u gegevens voor de verschillende gerechten met CircoTherm eco en boven- en onderwarmte eco. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel het apparaat indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ Eco CircoTherm Eco
■ eco Boven- en onderwarmte Eco
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Gebak in vormen | |||||
| Cake in de vorm Krans/rechthoekige vorm 1 | 140-160 60-80 | ||||
| Taartbodem van roerdeeg Taartbodemvorm 1 | 140-160 20-40 | ||||
| Biscuitbodem, 2 eieren Taartbodemvorm 1 | 150-170 20-30 | ||||
| Biscuittaart, 3 eieren Springvorm ∅ 26 cm 1 | 160-170 25-35 | ||||
| Biscuittaart, 6 eieren Springvorm ∅ 28 cm 1 | 150-160 50-60 | ||||
| Gistdeegtulband Tulbandvorm 1 | 150-160 65-75 | ||||
| Gebak op de plaat | |||||
| Cake met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-40 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 170-180 | 25-35 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-160 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 150-170 | 20-35 | |
| Klein gebak | |||||
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 160-180 15-30 | ||
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 150-160 25-35 | ||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-50 | |
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 190-200 | 40-50 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140-160 15-30 | ||
| Sprits | Bakplaat | 2 | 140-150 25-40 | ||
| Klein gistgebak | Bakplaat | 1 | 150-160 | 30-40 | |
| Brood & broodjes | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Langwerpige bakvorm | 1 | 200-210 | 35-45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 240-250 | 20-25 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Vlees | |||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 180-190 120-140 | ||
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200-220 | 140-160 | |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 170-180 | 110-130 | |
| Vis | |||||
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 25-35 | |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 45-55 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 15-35 | |
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals
bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten
| Algemeen ■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden.■ Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden.■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C.Met hete lucht max. 180 °C. |
| Koekjes Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C. |
| Met hete lucht max. 170 °C. |
| Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |
Langzaam garen
Langzaam garen is garen bij lage temperatuur. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. Tijdens het garen hoeft u het vlees niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees zonder bot. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.
Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit maar het is niet rauw of niet gaar genoeg.
Aanwijzing: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vormen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen ook in de binnenruimte.
Plaats de open vorm altijd op hoogte 1 op het rooster.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor langzaam garen", na de insteltabel.
Uw apparaat beschikt over de verwarmingsmethode langzaam garen. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm ca. 10 minuten goed doorwarmen.
Braad het vlees op de kookplaat even zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.
Aanbevolen instelwaarden
De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Langzaam garen
| Gerecht Vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Aanbraad-duur in min. | Tempera-tuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Gevogelte | |||||||
| Eendenborst, rosé, à 300 g Open vorm 1 | 6-8 95* 45-60 | ||||||
| Kipfilet, à 200 g, doorbakken | Open vorm | 1 | 4 | 120* | 45-60 | ||
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg, door-bakken | Open vorm 1 | 6-8 120* | 100-130 | ||||
| Varkensvlees | |||||||
| Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm 1 | 6-8 85* 130-180 | |||||
| Varkenshaas, heel | Open vorm 1 | 4-6 85* 45-70 | |||||
| * voorverwarmen | |||||||
| Gerecht Vormen | Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Aanbraad-duur in min. | Tempera-tuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Rundvlees | |||||||
| Gebraden rundvlees (heupstuk), 6-7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken | Open vorm 1 | 6-8 100* 150-190 | |||||
| Runderfilet, 1 kg Open vorm 1 | 4-6 85* 90-120 | ||||||
| Rosbief, 5-6 cm dik Open vorm 1 | 6-8 85* 120-180 | ||||||
| Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dik | Open vorm 1 | 4 85* 40-60 | |||||
| Kalfsvlees | |||||||
| Gebraden kalfsvlees, 4-5 cm dik, 1,5 kg | Open vorm 1 | 6-8 85* 100-130 | |||||
| Gebraden kalfsvlees, 7-10 cm dik, 1,5 kg | Open vorm 1 | 6-8 85* 150-210 | |||||
| Kalfsfilet, heel, 800 g Open vorm 1 | 4-6 85* 70-120 | ||||||
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik Open vorm 1 | 4 80* 40-60 | ||||||
| Lamsvlees | |||||||
| Lamszadels, zonder been, à 200 g Open vorm 1 | 4 85* 30-45 | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1 kg ingebonden | Open vorm 1 | 6-8 95* 120-180 | |||||
| *voorverwarmen | |||||||
Tips voor het langzaam garen
| Eendenborst langzaam garen. | Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen. |
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. |
Drogen
Met CircoTherm hetelucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.
Snij ze eventueel in even grote stukken of dunnen plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddenstoelen niet op elkaar liggen.
Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groente afdruipen en verdeel het gelijkmatig over het rooster.
Droog kruiden met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het drogen:
■ 1 rooster: hoogte 2
■ 2 roosters: hoogte 3+1
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter zijn ze geconserveerd. Hoe dunner men snijdt, des te sneller is het einde van de droogtijd bereikt en des te aromatischer blijft het gedroogde levensmiddel.
Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Indien u nog meer levensmiddelen wilt drogen, dan oriënteert u zich aan soortgelijke levensmiddelen in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethode:
| Gerecht Toebehoren Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Tijdsduur in uren | ||
| Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per roos-ter 200 g) | Rooster 2 ⚫ | 80 4-7 | ||||
| Steenvruchten (pruimen) Rooster 2 ⚫ | 80 8-10 | |||||
| Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblan-cheerd | Rooster 2 ⚫ | 80 4-7 | ||||
| Paddenstoelen in plakjes Rooster 2 ⚫ | 60 6-8 | |||||
| Kruiden, schoongemaakt 1-2 Roosters - ⚫ | 60 2-6 | |||||
Inmaken, en uitpersen
Uw apparaat is ook geschikt voor inmaken en uitpersen.
Inmaken
In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.

Waarschuwing – Risico van letsel!
Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.
Potten
Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckflessen. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.
Tip: Voor het reinigen van de flessen kunt u de functie ontsmetten gebruiken.
Gebruik bij een inmaakproces alleen weckflessen van gelijke grootte en met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckflessen met 1½, 1 of 1½ liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
De weckflessen mogen tijdens het inkoken in de binnenruimte niet met elkaar in contact komen.
Fruit en groente voorbereiden
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
Fruit resp. groente afhankelijk van de soort, schillen, pitten verwijderen en kleinmaken en in weckflessen tot ca. 2 cm onder de rand vullen.
Fruit: de vruchten in de weckflessen met hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. 400 ml voor 1-literfles). Op één liter water:
■ ca. 250 g suiker bij zoet fruit
■ ca. 500 g suiker bij zuur fruit
Groente: de groente in de weckflessen vullen met heet, afgekookt water.
De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Zet de flessen zó in de stoombak met gaatjes, maat XL, dat ze elkaar niet raken. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Inmaken beëindigen
De apparaatdeur na de aangegeven bereidingstijd weer openen. De inmaakpotten pas uit de binnenruimte nemen wanneer ze volledig afgekoeld zijn.
Veeg daarna de binnenruimte droog.
Uitpersen
Het kleinfruit voor het uitpersen in een kom doen en suiker toevoegen. Minstens een uur laten staan, zodat het sap er kan intrekken.
Het kleinfruit in de bak met gaatjes, maat XL, doen en op hoogte 2 inschuiven. Voor het opvangen van het sap, de braadslede eronder plaatsen. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Na de bereidingstijd het kleinfruit in een doek doen en de rest van het sap uitpersen.
Veeg daarna de binnenruimte droog.
Aanbevolen instelwaarden
De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente en voor het uitpersen van fruit. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid, de temperatuur en de kwaliteit van de inhoud. De gegeven hebben betrekking op ronde potten van 1 liter.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Stomen
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Inmaken | |||||
| Groente, bijv. wortelen Inmaakpotten 1 liter + stoombak XL 1 ≈ 100 30-120 | |||||
| Steenvruchten, bijv. kersen, pruimen Inmaakpotten 1 liter + stoombak XL 1 ≈ 100 25-30 | |||||
| Pitvruchten, bijv. appels, aardbeien Inmaakpotten 1 liter + stoombak XL 1 ≈ 100 25-30 | |||||
| Uitpersen | |||||
| Frambozen Stoombak 2 ≈ 100 30-45 | |||||
| Rode bessen Stoombak 2 ≈ 100 40-50 | |||||
Flesjes ontsmetten en hygiëne
U kunt met uw apparaat heel eenvoudig vormen en babyflesjes ontsmetten. Deze manier komt overeen met de gebruikelijke wijze van uitkoken.
Flesjes ontsmetten
De flesjes altijd direct na het drinken schoonmaken met een flessenborstel. Vervolgens in de vaatwasmachine reinigen.
Zet de flesjes zó in de stoombak met gaatjes, maat XL, dat ze elkaar niet raken. Start het programma "Ontsmetten". Maak het apparaat na het ontsmetten droog. Droog de flesjes na het ontsmetten met een schone doek.
Hygiène
Uw apparaat is ook geschikt voor het voorbereiden van marmelade- of inmaakpotten en de bijbehorende deksels.
Ook het nabehandelen van marmelade is mogelijk. Dat verbetert de houdbaarheid van de marmelade.
Aanbevolen instelwaarden
Gebruik alleen schone potten en deksels, die in goede staat verkeren. Reinig deze vooraf in de vaatwasmachine. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
De aanbevolen tijden zijn afhankelijk van de gebruikte potten.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Stomen
| Gerecht Toebehoren Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Hygiène | |||||
| Marmelade- en inmaakpotten voorbereiden | Stoombak XL | 1 | 100 | 10-15 | |
| Marmeladepotten nabehandelen | Stoombak XL | 1 | 100 | 15-20 | |
| Schone vorm kiemvrij makken* | Stoombak XL | 1 | 100 | 15-20 | |
| * Deze manier komt overeen met de gebruikelijke wijze van uitkoken. | |||||
Het deeg op de deegrijsstand laten rijzen.
Met de verwarmingsmethode "Deegrijsstand" rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld.
Laat gistdeeg altijd twee maar rijzen. Let op de gegevens in de insteltabellen voor het 1e en 2e rijzen (gaarheid van het deeg en afzonderlijke gaarheid).
Gaarheid van deeg
Zet de deegkom op het rooster voor de gaarheid van deeg. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Open tijdens het gisten de apparaatdeur niet omdat er anders vochtigheid ontwijkt. Het deeg niet afdekken.
Afzonderlijke gaarheid
Plaats het gebak op de inschuifhoogte die in de tabel is aangegeven.
Wis voor het bakken de vochtigheid uit de binnenruimte.
Aanbevolen instelwaarden
Temperatuur en duur van het gisten zijn afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de ingrediënten. Daarom zijn de opgaven in de insteltabel richtwaarden.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Deegrijsstand
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Stap Deegrijs-stand | Duur in min. | ||
| Gistdeeg, zoet | ||||||
| Bijv. gistdeeltjes Kom 1 Gaarheid van | 1 30-45 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 1 Afzonderlijke | gaarheid | 1 10-20 | ||||
| Vetrijk deeg, bijv. panettone Kom 1 Gaarheid van | 2 40-90 | |||||
| deeg | ||||||
| Vorm op rooster 1 Afzonderlijke | gaarheid | 2 30-60 | ||||
| Gistdeeg, pikant | ||||||
| Bijv. pizza Kom 1 Gaarheid van | 1 20-30 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 1 Afzonderlijke | gaarheid | 1 10-15 | ||||
| Brooddeeg | ||||||
| Wit brood Kom 1 Gaarheid van | 1 30-40 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 1 Afzonderlijke | gaarheid | 1 15-25 | ||||
| Gemengd brood Kom 1 Gaarheid van | 1 25-40 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 1 Afzonderlijke | gaarheid | 1 10-20 | ||||
| Broodjes Kom 1 Gaarheid van | 1 30-40 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 1 Afzonderlijke | gaarheid | 1 15-25 | ||||
Sous-vide
De bereiding sous-vide betekent het klaarmaken van gerechten „onder vacuum“, bij lage temperaturen tussen 50 - 95°C en bij 100% stoom.
De bereiding sous-vide is een gezonde bereidingswijze voor vlees, vis, groenten en desserts. De gerechten worden met behulp van een vacuumapparaat in speciale hittebestendige kookzakken luchtdicht verpakt.
Door het beschermende omhuisel van de vacumeerzak blijven voedings- en aromastoffen behouden. Door de lage temperaturen en de directe warmteoverdracht is het mogelijk om op een gecontroleerde manier elk willekeurig gaarpunt te bereiken. Zo is het bijna onmogelijk dat de gerechten te daar worden.
Porties
Houd u aan de hoeveelheden en stuksgrooten die in de insteltabel worden aangegeven. Bij grotere hoeveelheden en stukken moet de bereidingstijd overeenkomstig worden aangepast. Het apparaat kan maximaal 2 kg gerechten sous-vide bereiden.
De aangegeven hoeveelheden voor vis, vlees en gevogelte komen overeen met één tot twee porties. Bij groente en desserts gaat het altijd om een hoeveelheid voor vier personen.
Inschuifniveaus
De gerechten kunnen op maximaal twee niveaus worden bereid. Hiervoor de braadslede voor het opvangen van afdruipende condensaat altijd op niveau 1 inschuiven. Plaats het rooster hierboven.
Hygiène
⚠ Waarschuwing – Gezondheidsrisico!
De bereiding sous-vide vindt plaats bij lage temperaturen. Let er daarom goed op dat de volgende aanwijzingen voor het gebruik en de hygiène worden opgevolgd:
■ Alleen levensmiddelen gebruiken die vers en van hoge, onberispelijke kwaliteit zijn.
■ Handen wassen en ontsmetten.
Wegwerphandschoenen of een kook-/ grilltang gebruiken.
■ Qua hygiène gevoelige levensmiddelen, zoals gevogelte, eieren en vis, dienen zeer zorgvuldig te worden klaargemaakt.
■ Groente en fruit altijd grondig wassen en/ of schillen.
■ Zorg ervoor dat bereidingsoppervlakken en snijplanken altijd schoon zijn. Voor verschillende soorten levensmiddelen aparte snijplanken gebruiken.
■ Neem de koelketen in acht. Onderbreek deze slechts kort voor het voorbereiden van de levensmiddelen. Bewaar de gevacumeerde levensmiddelen vervolgens weer in de koelkast alvorens met de bereiding te beginnen. De voorbereide gerechten maximaal 24 uur bewaren.
■ De gerechten zijn alleen geschikt voor directe consumptie. Na het bereidingsproces de gerechten direct consumeren en niet langer bewaren, ook niet in de koelkast.Ze mogen niet opnieuw worden verwarmd.
Tip: Op bijna alle oppervlakken van levensmiddelen zijn kiemen aanwezig. Deze kunt u het beste vernietigen door de gevacumeerde en nog niet bereide gerechten maximaal 3 seconden in kokend water te houden. Zo zijn uw ingrediënten kiemarm en hygiënisch het beste voorbereid op de bereiding sous-vide. Vervolgens plaatst u de vacumeerzak in de binnenruimte, om de gerechten sous-vide te bereiden.
Vacumeerzak
Gebruik bij de bereiding sous-vide alleen hittebestendige vacumeerzakken die voor dit doel bestemd zijn.
De vacumeerzak mag slechts één keer worden gebruikt. Gebruik hem niet meerdere keren.
Maak de gerechten niet klaar in de zakken waarin ze bij verkoop zaten (bijv. vis in porties). Deze zakken zijn niet geschikt voor de bereiding sous vide.
Vacumeren
Maak voor het vacumeren van de gerechten gebruik van een apparaat dat een vacuum van 99% tot stand kan brengen. Alleen zo kan een gelijkmatige warmteoverdracht en daarmee een perfect bereidingsresultaat worden behaald.
Aanwijzing: Klap voor het vullen van de vacumeerzak de rand van de zak 3 - 4 cm om en plaats hem in een vorm, bijv. een maatbeker.
Controleer voor de bereiding of het vacuum in de vacumeerzak intact is. Let hierbij op de volgende punten:
■ Er bevindt zich geen/ nauwelijks lucht in de vacumeerzak.
■ De lasnaad is correct gesloten.
■ Er zitten geen gaten in de vacumeerzak. Maak geen gebruik van de kerntemperatuursensor.
■ Vlees- of visstukken niet op elkaar leggen.
■ Groente en dessert zijn zo plat mogelijk gevacumeerd.
■ Voor een goede naad is het belangrijk dat de vacumeerzak in de buurt van de naad niet door levensmiddelen bevochtigd is.
In geval van twijfel het product in een nieuwe vacumeerzak doen en opnieuw vacumeren.
Levensmiddelen dienen maximaal een dag voor het bereidingsproces te worden gevacumeerd. Alleen op deze manier kan worden voorkomen dat er gassen vrijkomen uit de levensmiddelen (bijv. bij groente) die de warmteoverdracht tegengaan, of dat de structuur van de gerechten door de vacuumdruk wordt veranderd.
Kwaliteit van de levensmiddelen
De kwaliteit van het bereidingsresultaat wordt voor 100% beïnvloed door de aard van het oorspronkelijke product. Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen van de beste kwaliteitsklasse. Alleen op deze manier wordt een goed bereidingsresultaat verkregen.
Bereiding
Door de bereiding onder vacuum kunnen geen aroma's ontsnappen. Houd er hierbij rekening mee dat gebruikelijke aromahoeveelheden, zoals kruiden en knoflook, de smaak aanzienlijk sterker kunnen beïnvloeden of intensiveren. Begin daarom eerst met de helft van de hoeveelheden die u gewend bent.
Wanneer de oorspronkelijke producten van hoge kwaliteit zijn, volstaat het vaak om ook een klein klontje boter en wat zout en peper in de vacumeerzak te doen. Meestal is het intensiveren van de natuurlijke levensmiddelaroma's voldoende voor een smaakbeleving.
Deze ingrediënten beïnvloeden de bereiding van de gerechten
■ Zout en suiker verkorten de bereidingstijd
■ Door zuurhoudende levensmiddelen, zoals citroen of azijn, worden de gerechten vaster
■ Alcohol of knoflook geven de gerechten een onaangename bijsmaak
Leg de gevacumeerde gerechten niet op elkaar of te dicht naast elkaar op het rooster. Voor een gelijkmatige warmteverdeling dienen de levensmiddelen elkaar niet te raken. De braadslede altijd op niveau 1 inschuiven om afdruipend condensaat op te vangen.
Attentie!
Risico van meubelschade
Voor de bereiding sous-vide slechts één watertankvulling gebruiken. Gebruik geen tweede watertankvulling, omdat zich anders veel water verzamelt op de bodem van de binnenruimte. Het water kan uit de binnenruimte lopen.
Bij de bereiding van levensmiddelen uit de insteltabel wordt uitgegaan van één watertankvulling.
In het algemeen geldt bij een volledig gevulde watertank, afhankelijk van de temperatuur de volgende maximale bereidingsduur:
| Temperatuur in °C max. tijdsduur in min. |
| 50 270 |
| 60 210 |
| 70 150 |
| 80 120 |
| 90 90 |
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op de vacumeerzak. De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig optillen, zodat het warme water in de braadslede of de bak loopt. De vacumeerzak vervolgens voorzichtig met een pannenlap verwijderen.
Na de bereiding de binnenruimte eerst laten afkoelen, vervolgens het water op de bodem van de binnenruimte met een spons afnemen.
De vacumeerzak van buiten droogmaken, in een schone vorm leggen en met een schaar openen. Het hele product met het vocht erin in de vorm leggen. Van het vleessap of de marinade kunt u een saus maken.
Het product kan na de bereiding sous-vide als volgt worden voltooid:
Vlees: per kant enkele seconden kort en zeer heet aanbraden in een pan.Hierdoor krijgt het een mooie korst en het gebruikelijke roosteraroma, zonder dat het te gaar wordt.
Belangrijk: dep het vlees alvorens het in de hete olie te doen met een theedoek af, ter voorkoming van vetspetters.
Groente: kort aanbraden in een pan, om het roosteraroma te behouden. De groente kan hierbij zonder probleem op smaak worden afgemaakt of met andere ingrediënten worden vermengd.
Vis: kruiden en er hete boter over gieten.
Heeft het levensmiddel door de bereiding sous-vide nog niet de gewenste gaargraad bereikt, maak de aanbraadtijd dan wat langer.
Serveer de gerechten op voorverwarmde borden en zo mogelijk met een hete saus of boter, omdat de bereiding sous-vide bij een relatief lage temperatuur plaatsvindt.
| Levensmiddel Accessoires Verwar- | mingsmethode | Temperatuur in °C | Bereidingstijd in min. | Tip/aanwijzing | |
| Vlees | |||||
| Kalfssteaks, medium, 2 cm dik | Rooster + braadslede | 60 | 80 | Vacumeren met boter en rozemarijn. | |
| Rundersteak (heupstuk, rug, etc.), saig-nant, 2 - 3 cm dik | Rooster + braadslede | 58 90 | |||
| Rundersteak (heupstuk, rug, etc.), medium, 2 - 3 cm dik | Rooster + braadslede | 62 80 | |||
| Runderfilet, stuk, saignant, 3 - 4 cm dik | Rooster + braadslede | 58 | 100 | ||
| Runderfilet, stuk, medium, 3 - 4 cm dik | Rooster + braadslede | 62 90 | |||
| Varkensmedaillons (à 80 g) | Rooster + braadslede | 63 | 75 | Vacumeren met boter en verse basil-cum. | |
| Lamszadel, zonder been Rooster + braadslede | 58 50 Vacumeren met wat zout, boter en tijm. | ||||
| Gevogelte | |||||
| Eendenborst (à 350 g) | Rooster + braadslede | 62 | 70 | Vetlaag insnijden, de kant van het vlees bestrooien met wat peper en zout en vacumeren met een klein stukje sinaas-appelschil. | |
| Kipfilet (à 250 g) | Rooster + braadslede | 65 | 60 | Vacumeren met boter, wat zout en tijm. | |
| Vis | |||||
| Kabeljauw (à 140 g) | Rooster + braadslede | 58 | 25 | Vacumeren met boter en weinig zout. | |
| Heilbot / tarbot (à 150 g) | Rooster + braadslede | 58 30 | |||
| Snoekbaars (à 140 g) | Rooster + braadslede | 60 20 | |||
| Groente | |||||
| Bloemkool (500 g) | Rooster + braadslede | 85 | 40 - 50 | Vacumeren met wat water, boter, zout en nootmuskaat. | |
| Champignons, in vieren (500 g) | Rooster + braadslede | 85 20 - 25 Vacumeren met boter, rozemarijn, een beetje knoflook en zout. | |||
| Witlof, gehalveerd (4 - 6 stuks) | Rooster + braadslede | 85 | 40 - 45 | Vacumeren met sinaasappelsap, suiker, zout, boter en tijm. | |
| Groene asperges, heel (600 g) | Rooster + braadslede | 85 20 - 30 Blijft mooi groen wanneer het voor het vacumeren wordt geblancheerd. | |||
| Wortelen, in plakjes 0,5 cm (600 g) | Rooster + braadslede | 90 70 - 80 Vacumeren met sinaasappelsap, kerrie en boter. | |||
| Aardappels, geschild en in vieren gesneden (800 g) | Rooster + braadslede | 95 35 - 45 Vacumeren met boter en zout. | |||
| Levensmiddel Accessoires Verwar- | Tempera-tuur in °C | Berei-dingstijdin min. | Tip/aanwijzing | |
| mingsme-thode | ||||
| Kerstomaten, heel of gehalveerd(500 g) | Rooster + braadslede ☑ 58 25 - 35 Rode en gele kerstomaten mengen. | Vacumeren met olijfolie, zout en suiker. | ||
| Pompoen, in blokjes van 2 x 2 cm(600 g) | Rooster + braadslede ☑ 90 25 - 35 Bereidingstijd kan afhankelijk van de | pompoensoort variëren. | ||
| Courgettes, in plakken 1 cm (600 g) | Rooster + braadslede | 85 | 25 - 30 | Vacumeren met olijfolie, zout en tijm. |
| Peultjes, heel(500 g) | Rooster + braadslede ☑ 85 5 - 10 Vacumeren met boter en zout. | |||
| Dessert | ||||
| Ananas, in plakken 1,5 cm (400 g) | Rooster + braadslede | 85 | 70 - 80 | Vacumeren met boter, honing envanille. |
| Appels, geschild, in partjes 0,5 cm (2 -4 stuks) | Rooster + braadslede ☑ 85 15 - 25 Vacumeren met caramelsaus. | Bereidingstijd kan afhankelijk van deappelsoort variëren. | ||
| Bananen, heel(2 - 4 stuks) | Rooster + braadslede ☑ 65 20 - 25 Vacumeren met boter, honing en vanil-lestokjes. | |||
| Peer, geschild, in partjes(2 - 4 stuks) | Rooster + braadslede ☑ 85 25 - 35 Zoeten met honing of suiker. | |||
| Kumquat, gehalveerd(12 - 16 stuks) | Rooster + braadslede ☑ 85 75 - 80 Heet afwassen, halveren en ontpitten. | Vacumeren met boter, vanillestokjes,honing en abrikozenjam. | ||
| Vanillesaus (0,5 l) | Rooster + braadslede | 80 | 15 - 25 | 0,5 l melk, 1 ei, 3 eierdooiers, 80 g suik-ker en het merg van een vanillestokjedoor elkaar roeren en vacumeren. |
Ontdooien
De ontdooistand is geschikt voor het ontdooien van diepvries fruit, groente en gebak. Voor het ontdooien van gebak gebruikt u de verwarmingsmethode 4D-hetelucht. Gevogelte, vlees en vis het beste in de koelkast ontdooien.
Neem het te ontdooien product uit de verpakking.
Plaats diepvries fruit en groente in de stoombak met gaatjes, maat XL, en plaats de braadslede eronder. Zo blijft het levensmiddel niet in het ontdooiwater en wordt het vocht opgevangen. Bij diepvriesproducten waarbij de vloeistof in het gerecht moet blijven, bijv. diepvries "Spinazie à la crème", gebruikt u de braadslede of een vorm op het rooster.
Plaats het gebak op het rooster.
Aanbevolen instelwaarden
De tijdgegevens in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit, vriestemperatuur (- 18 °C) en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
Tip: Vlak bevroren of geportioneerde stukken ontdooien sneller dan wanneer zij als blok werden bevroren.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ * Ontdooistand
| Gerecht Toebehoren Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Brood, broodjes | |||||
| algemeen Bakplaat 1 ♦ 50 40-70 | |||||
| Gebak | |||||
| Taart, vochtig Bakplaat 1 ♦ 50 70-90 | |||||
| Gebak, droog | Bakplaat 1 ♦ 60 60-75 | ||||
| Fruit, groente | |||||
| Klein fruit | Stoombak | 2 | ♂ | 30-40 | 10-15 |
| Groente | Stoombak | 2 | ♂ | 40-50 | 15-50 |
Regenereren
Met de verwarmingsmethode regenereren worden gerechten behoedzaam met stoom opnieuw verwarmd. Ze smaken en zien eruit als vers klaargemaakt. Ook bakwaren van de vorige dag kunnen zo goed worden opgebakken.
Gebruik indien mogelijk vlakke, brede en temperatuurbestendige vormen. Koude vormen verlengen het regeneratieproces.
Regenereer, zo mogelijk, alleen gerechten van dezelfde soort en grootte. Als dat niet mogelijk is, richt de tijd zich naar de component met de langste regeneratietijd.
Dek de gerechten tijdens het regeneren niet af.
Plaats de gerechten in een vorm op het rooster of leg ze direct op het rooster in hoogte 1.
Open tijdens de werking de apparaatdeur niet omdat er anders veel stoom ontwijkt.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale instelling. De tijdgegevens zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de vorm, de kwaliteit, de temperatuur en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
De waarden in de tabel gelden voor gerechten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Regenereren
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Groente, gekoeld | |||||
| 1 kg Open vorm 1 ☎ 120-130 15-25 | |||||
| 250 g Open vorm 1 ☎ 120-130 5-15 | |||||
| Gerechten, gekoeld | |||||
| Schotel, 1 portie Open vorm 1 ☎ 120-130 15-25 | |||||
| Soep, eenpansgerecht, 400 ml Open vorm 1 ☎ 120-130 10-25 | |||||
| Bijgerechten, bijv. pasta, balletjes, aardappels, Open vorm 1 ☎ 120-130 8-25 rijst | |||||
| Ovenschotels, bijv. lasagne, aardappelgratin Open vorm 1 ☎ 120-140 10-25 | |||||
| Pizza, gebakken Rooster 1 ☎ 170-180* 5-15 | |||||
| Gebak | |||||
| Broodjes, baguette, gebakken | Rooster 1 ☎ 150-160* 10-20 | ||||
| Pasteitjes (vol au vents) | Rooster | 1 | ☐ | 180* | 4-10 |
| Gebak, diepvries | |||||
| Pizza, gebakken Rooster 1 ☎ 170-180* 5-15 | |||||
| Broodjes, baguette, gebakken | Rooster 1 ☎ 160-170* 10-20 | ||||
| * voorverwarmen | |||||
Warmhouden
U kunt gegaarde gerechten met de verwarmingsmethode boven- en onderwarmte warm houden. Door de verschillende vochtigheidsniveaus kunt u voorkomen, dat reeds gegaarde gerechten uitdrogen.
Dek de gerechten niet af.
Houd de gegaarde gerechten nooit langer dan twee uur warm. Let erop dat sommige gerechten tijdens het warm houden verder garen. Dek de gerechten niet af.
De verschillende stoomstanden zijn geschikt voor het warm houden van:
■ Stand 1: stukken braadvlees en kort gebraden vlees
■ Stand 2: ovenschotels en bijgerechten
■ Stand 3: eenpansgerechten en soep
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van het apparaat te vergemakkelijken.
Volgens EN 60350-1.
Bakken
Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
■ Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Bedekte appeltaart
Bedekte appeltaart op een niveau: donkere springvormen diagonaal naast elkaar plaatsen.
Gebak in springvormen van blank metaal: met bovenen onderwarmte op één niveau bakken. Gebruik de
braadslede in plaats van het rooster en plaats hier de springvorm in.
Aanwijzingen
■ De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
■ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
■ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
Pizzastand
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoominten-siteit | Duur in min. | ||
| Bakken | |||||||
| Sprits Bakplaat 1 ≡ 150-160* - 25-40 | |||||||
| Sprits Bakplaat 1 ♦ 140-150* - 25-35 | |||||||
| Sprits, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ♦ 140-150* - 30-40 | |||||||
| Small cakes Bakplaat 1 ≡ 160* - 25-35 | |||||||
| Small cakes Bakplaat 1 ♦ 150* - 25-35 | |||||||
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 ♦ 150* - 25-35 | ||||||
| Waterbiscuit | Springvorm ∅ 26 cm | 1 | ≡ | 160-170** | - | 25-35 | |
| Waterbiscuit | Springvorm ∅ 26 cm | 1 | ♀ | 160-170** | - | 25-35 | |
| Waterbiscuit | Springvorm ∅ 26 cm | 1 | ♀ | 150-160 | 1 | 10 | |
| -20-30 | |||||||
| Bedekte appeltaart | 2x Zwarte bakvormen ∅ 20 cm | 1 | ≡ | 180-200 | - | 60-70 | |
| Bedekte appeltaart | 2x Zwarte bakvormen ∅ 20 cm | 1 | ♀ | 170-180 | - | 60-80 | |
| * 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken** voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | |||||||
Stomen
Schuif de braadslede onder de stoombak met gaatjes, maat XL, wanneer dit in de tabel is aangegeven.
Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen.
Inschuifhoogtes bij stomen op één niveau (maximaal 2,5 kg gebruiken):
■ stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte 2
Inschuifhoogtes bij stomen op twee niveaus (maximaal 1,8 kg per niveau gebruiken):
■ stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte 3
■ stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte 2
Gebruikte verwarmingsmethode:
Stomen
| Gerecht Accessoires Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Stomen | |||||
| Erwten, diepvries, twee bakken, à 1,8 kg | 2 x stoombak XL + braadslede | 3+2+1 | 100 | 3-15** | |
| Broccoli, vers, 300 g Stoombak XL 2 ≈ | 100* 6-7*** | ||||
| Broccoli, vers, een bak Stoombak XL 2 ≈ | 100* 6-7*** | ||||
| * voorverwarmen | |||||
| ** De controle is beëindigd wanneer op de koudste plek 85°C is bereikt (zie IEC 60350-1) | |||||
| *** Een vergelijkbare gaartegraad tussen referentiemonster en hoofdmonster wordt bereikt wanneer de referentiemon-ster 5 minuten (uitgevoerd zoals beschreven in IEC 60350-1) wordt gekookt. | |||||
Grillen
Plaats ook de braadslede. De vloeistof wordt opgevangen en de binnenruimte blijft schoner.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ ≈ ≈ Grill, groot
| Gerecht Toebehoren Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Grillen | |||||
| Toast roosteren | Rooster | 3 ≈ 275 | 3-6 | ||
| Beefburger, 12 stuks* | Rooster | 2 | ≈ | 275 | 20-30 |
| * na 2/3 van de totale tijd keren | |||||


REGISTER YOUR PRODUCT
ONLINE NEFF-HOME.COM



















