B87VS24H0 - Oven NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B87VS24H0 NEFF in PDF-formaat.
| Type product | Inbouwoven |
| Merk | Neff |
| Model | B87VS24H0 |
| Verwarmingsmethoden | CircoTherm hetelucht, boven- en onderwarmte, thermogrillen, pizzastand, broodbakstand, grill groot/klein, onderwarmte, langzaam garen, deegrijsstand, ontdooistand, warmhouden, eco-modus, regenereren |
| Stoomfunctie | VarioSteam met 3 intensiteiten (laag, gemiddeld, sterk) |
| Bediening | Touch-toetsen en ShiftControl-bedieningselement |
| Display | Digitaal display |
| Home Connect | Ja, met Wi-Fi en app-bediening |
| Kinderslot | Automatisch en eenmalig kinderslot |
| Energie-efficiëntie | CircoTherm Eco en Boven- en onderwarmte Eco |
| Accessoires meegeleverd | Bak- en braadrooster, bakplaat, braadslede, watertank |
| Reinigingsfuncties | EasyClean, droogprogramma, ontkalken |
| Veiligheid | Kinderslot, automatische uitschakeling |
| Aantal inschuifhoogtes | 4 |
| Tijdfuncties | Wekker, tijdsduur, starttijdvoorkeuze "Klaar om" |
| Sabbatinstelling | Ja, tot 74 uur |
Veelgestelde vragen - B87VS24H0 NEFF
Gebruikersvragen over B87VS24H0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B87VS24H0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B87VS24H0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING B87VS24H0 NEFF
[nl] GEBRUIKSAANWIJZING
B87VS24H0
Inhoudsopgave

Gebruik volgens de voorschriften ....4

Belangrijke veiligheidsvoorschriften ..... 5
Algemeen. 5
Stoom. 6

Oorzaken van schade....6
Algemeen. 6
Stoom. 7

Milieubescherming 7
Energiebesparing 7
Milieuvriendelijk afvoeren 8

Het apparaat leren kennen 9
Bedieningspaneel....9
Bedieningselementen....9
Hoofdmenu 10
Functies voor de binnenruimte. 11
Watertank....11

Toebehoren....12
Meegeleverde toebehoren 12
Toebehoren inschuiven 12
Toebehoren combineren 13
Extra toebehoren 13

Voor het eerste gebruik .... 14
Voor het eerste gebruik 14
Eerste gebruik 14
Apparaatdeur openen en sluiten 14
Binnenruimte reinigen 15
Toebehoren reinigen 15

Apparaat bedienen 16
Apparaat in- en uitschakelen 16
Werking van het apparaat instellen en starten ..... 16
Apparaatfuncties wijzigen of afbreken ..... 17
Apparaat snel opwarmen 17

Stoom....18
Geluiden....18
VarioSteam - Bereiden met gebruik van stoom . . . . . 18
Deegrijsstand 18
Regenereren 19
Watertank vullen. 19
Na gebruik met stoom altijd: 20

Tijdfuncties 21
Tijdfuncties wel en niet weergeven .....21
Wekker instellen 21
Tijdsduur instellen. 22
Starttijdvoorkeuze - "Klaar om". 22
Instellingen controleren, veranderen of wissen.....22

Kinderslot....22
Automatisch kinderslot 22
Eenmalig kinderslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

Basisinstellingen 23
MyProfile wijzigen 23
Lijst met basisinstellingen .....23
Favorieten vastleggen. 24

Bak- en braadassistent 24
Aanwijzingen bij de instellingen .....24
Gerecht kiezen 24
Gerechten instellen. 25

Programma's....25
Aanwijzingen bij de instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Gerecht kiezen 26
Programma instellen. 26

Sabbatinstelling 27
Sabbatfunctie starten 27
Sabbatfunctie afbreken. 27

Home Connect 27
Instellen 27
Starten op afstand 28
Home Connect instellingen. 29
Afstandsdiagnose....30
Aanwijzing voor gegevensbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . 30
Conformiteitsverklaring ....30

Schoonmaakmiddelen. 31
Geschikte schoonmaakmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Oppervlakken in de binnenruimte. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Na afloop van de reiniging 32
Apparaat schoon houden 33

Reinigingsfunctie 33
EasyClean 33
Ontkalken 34

Rekjes 35
Inschuifhoogte voor telescopische uitschuifrails veranderen. 35
Rekjes verwijderen en bevestigen 35

Apparaatdeur 36
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen .....36
Deurruiten verwijderen en inbrengen ....38

Wat te doen bij storingen? 39
Storingentabel 39
Maximale gebruiksduur overschreden ..... 40
Lampen van de binnenruimte. 40

Servicedienst 41
E-nummer en FD-nummer 41

Voor u in onze kookstudio uitgetest. ..... 41
Vormen van silicone....41
Gebak en klein gebak .... 41
Brood en broodjes ....45
Pizza, quiche en hartig gebak .....48
Ovenschotel en soufflé. 49
Gevogelte. 50
Vlees ....52
Vis 55
Groente en bijgerechten. 57
Yoghurt. 57
Eco-verwarmingsmethoden 58
Acrylamide in levensmiddelen .....59
Langzaam garen 60
Drogen....61
Inmaken....61
Het deeg op de deegrijsstand laten rijzen....62
Ontdooien 63
Regenereren 64
Warmhouden 65
Testgerechten 65
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.neff-international.com en in de online-shop: www.neff-eshop.com

Gebruik volgens de voorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar.
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Neem het speciale installatievoorschrift in acht.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 4.000 meter boven zeeniveau.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 15 aan of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen. → "Toebehoren" op pagina 12
Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Algemeen
⚠ Waarschuwing – Risico van brand!
■ Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Open nooit de deur wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Het toestel uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
■ Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
■ Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren.
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
■ Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
■ Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
■ Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
⚠ Waarschuwing – Kans op verbranding!
- Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
- Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel!
■ Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
⚠ Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
- De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat.
■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
■ Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
⚠ Waarschuwing – Gevaar door magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden. Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden.
Stoom
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!!
- Het water in de tank kan sterk worden verhit wanneer het apparaat de volgende keer wordt gebruikt. Na gebruik van de stoomfunctie moet de tank altijd worden leeggemaakt.
- Er ontstaat hete damp in de binnenruimte. Tijdens het gebruik van de stoomfunctie mag u niet met uw handen in de binnenruimte komen.
- Tijdens het uitnemen van de toebehoren kan hete vloeistof over de rand stromen. Hete toebehoren voorzichtig uitnemen, met de ovenhandschoen.
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel en verbranding!!
Brandbare vloeistoffen kunnen in de binnenruimte vlam vatten (explosieve verbranding). Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank. Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingspoplossing.
Oorzaken van schade
Algemeen
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
■ Aluminiumfolie: aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit. Hierdoor kunnen permanente verkleuringen van de ruit optreden.
■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■ Blijft er gedurende langere tijd vocht in de binnenruimte, dan kan dit leiden tot corrosie. De binnenruimte na gebruik laten drogen. Bewaar gedurende langere tijd geen levensmiddelen in de gesloten binnenruimte. Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
■ Koelen met de apparaatdeur open: na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte laten afkoelen met de deur gesloten. Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt. Ook wanneer de deur slechts op een kier staat, kunnen naburige voorzijden van meubels in de loop van de tijd beschadigd raken.
Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte laten drogen met de deur open.
■ Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
■ Sterk vervuilde dichting: wanneer de dichting sterk vervuild is, sluit de apparaatdeur niet goed meer. De aangrenzende voorzijden van meubels kunnen dan beschadigd raken. Zorg ervoor dat de dichting altijd schoon is.
■ Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen.
■ Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur. Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven.
■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Stoom
Attentie!
■ Bakvormen: de vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn. Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecombineerd gebruik met stoom.
■ Kookgerei met roestplekken: gebruik geen kookgerei met roestplekken. De kleinste plekken kunnen al corrosie in de binnenruimte veroorzaken.
■ Vrijkomende vloeistof: plaats bij het stomen met een bak met gaatjes altijd de bakplaat, de braadslede of de bak zonder gaatjes eronder. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen.
■ Heet water in de watertank: heet water kan de pomp beschadigen. Vul de watertank uitsluitend met koud water.
■ Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.
■ Ontkalkingsoplossing: zorg ervoor dat er geen ontkalkingsoplossing op het bedieningspaneel of andere oppervlakken van het apparaat komt. De oppervlakken raken dan beschadigd. Gebeurt dit toch, verwijder de ontkalkingsoplossing dan direct met water.
■ Watertank reinigen: watertank niet in de afwasmachine reinigen. De tank raakt dan beschadigd. Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.

Milieubescherming
Uw nieuwe apparaat is bijzonder energie-efficiënt. Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het gebruik van uw apparaat nog meer kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energiebesparing
■ Het apparaat alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
■ Laat diepvrieslevensmiddelen eerst ontdooien voordat u ze in de binnenruimte plaatst.

■ Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.

■ Verwijder de accessoires die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

■ Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

■ Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De binnenruimte is dan nog warm. Hierdoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook twee rechthoekige vormen naast elkaar in de binnenruimte plaatsen.

- Bij langere bereidingstijden kunt u het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Het apparaat leren kennen
In dit hoofdstuk geven we u uitleg over de indicaties en bedieningselementen. Daarnaast leert u verschillende functies van uw apparaat kennen.
Aanwijzing: Afhankelijk van het apparaattype zijn kleuren detailafwijkingen mogelijk.
Bedieningspaneel
Via het bedieningspaneel kunt u de verschillende functies van uw apparaat instellen. Het display geeft de actuele instellingen weer.

Met de bedieningselementen kunt u uw apparaat eenvoudig en direct instellen.
Touch-toetsen
Onder de touch-toetsen liggen sensoren. Om een functie te kiezen, tipt u op de betreffende touch-toets.
| Touch-toets Gebruik | |
| 1 | aan/uit Apparaat in- ofuitschakelen→ "Apparaat in- enuitschakelen" op pagina 16 |
| ≈ | Bereiding met stoom Bereiding met stoom erbij inschake-len → "VarioSteam - Bereiden metgebruik van stoom" op pagina 18 |
| ♡ | Hoofdmenu Functies en instellingen kiezen→ "Werking van het apparaatinstellen en starten" op pagina 16 |
| ♡ | Tijdfuncties Wekker, tijdsduur of starttijdvoor-keuze "Klaar om" instellen→ "Tijdfuncties" op pagina 21 |
| Kinderslot Kinderslot activeren of deactiveren→ "Kinderslot" op pagina 22 | |
| i | Informatie Meer informatie weergevenActuele temperatuur weergeven→ "Werking van het apparaatinstellen en starten" op pagina 16 |
| 8≡ | Snel voorverwarmen | Snel voorverwarmen activeren of deactiveren → "Apparaat snel opwarmen" op pagina 17 |
| PowerBoost activeren of deactiveren → "Apparaat snel opwarmen" op pagina 17 | ||
| ☐ | Paneel openen | Watertank vullen of leegmaken.→ "Watertank vullen" op pagina 19 |
| D|| | Start/Stop | Werking starten of stoppen → "Werking van het apparaat instellen en starten" op pagina 16 |
ShiftControl-bedieningselement
Met het ShiftControl-bedieningselement kunt u door de regels op het display navigeren en instellingen kiezen. Instellingen die u kunt wijzigen worden helderder weergegeven.
| Toets | Gebruik | |
| < | Links | op het display naar links navigeren |
| > | Rechts | op het display naar rechts navigeren |
| Boven | op het display naar boven navigeren | |
| Beneden | op het display naar beneden navigeren | |
Aanwijzing: U kunt ook snel door de instellingen lopen door een toets ingedrukt te houden. Zodra u de toets loslaat, wordt de snelle doorloop stopgezet.
Hoofdmenu
Om in het hoofdmenu te komen, tipt u op de touch-toets ⬇.
| Menu Gebruik | |
| VerwarmingsmethodenDe gewenste verwarmingsmethode en temperatuur voor uw gerechten kiezen → "Apparaat in- en uitschakelen" op pagina 16 | |
| Bak- en braadassistentInsteladvies voor bakken en braden → "Bak- en braadassistent" op pagina 24 | |
| Stoomprogramma'sGerechten bereiden met stoom → "Programma's" op pagina 25 | |
| MyProfileApparaatinstellingen individueel aanpassen→ "Basisinstellingen" op pagina 23 | |
| Home Connect AssistentApparaat met mobiel eindapparaat verbinden→ "Basisinstellingen" op pagina 23 | |
| Ontkalken | |
| DrogenDe binnenruimte drogen na gebruik met stoom→ "Na gebruik met stoom altijd:" op pagina 20 | |
| EasyCleanLichte verontreiniging in de binnenruimte verwijderen→ "Reinigingsfunctie" op pagina 33 |
Uw apparaat beschikt over verschillende verwarmingsmethoden. Na inschakeling van het
apparaat komt u direct in het menu Verwarmingsmethoden.
| Verwarmingsmethode Temperatuur Gebruik | |||
![]() | CircoTherm hetelucht * 40 - 200 °C Voor het bakken en garen op één of meerdere niveaus. | ||
| De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |||
![]() | Boven- en onderwarmte * | 50 - 275 °C | Voor het traditioneel bakken en braden op één niveau. Bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. |
| De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven. | |||
| [wcxw] | Thermogrillen * | 50 - 250 °C | Voor het braden van gevogete, hele vis en grotere vleesstukken. |
| Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond de gerechten. | |||
| [ccw7] | Pizzastand | 50 - 275 °C | Voor het bereiden van pizza's en gerechten die veel warmte van onderen nodig hebben. |
| Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |||
![]() | Broodbakstand * | 180 - 240 °C | Voor het bakken van brood, broodjes en bakwaren die hoge temperaturen vereisen. |
![]() | Grill, groot | 50 - 290 °C | Voor het grillen van platte stukken, zoals steaks, worstjes of toast, en voor het gratineren. |
| Het hele oppervlak onder het grillelement wordt heet. | |||
![]() | Grill, klein 50 - 290 °C Voor het grillen van kleine hoeveelheden steaks, worstjes of toast en om te gratineren. | ||
| Het middelste oppervlak onder het grillelement wordt heet. | |||
![]() | Onderwarmte 50 - 250 °C Voor de bereiding au bain-marie en om na te bakken. | ||
| De warmte komt van onderen. | |||
![]() | Langzaam garen | 70 - 120 °C | Voor het langzaam garen van aangebraden, zachte stukken vlees in open vormen. |
| De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |||
![]() | Deegrijsstand ** | 2 standen | Om gist- en zuurdeeg deeg te laten rijzen en yoghurt te laten rijpen. |
| Het deeg rijst sneller dan bij kamertemperatuur. Het oppervlak van het deeg droogt niet uit. | |||
![]() | Ontdooistand | 30 - 60 °C | Voor het ontdooien van diepvriesgerechten. |
![]() | Warmhouden * | 60 - 100 °C | Voor het warmhouden van bereide gerechten. |
| eco | Boven- en onderwarmte Eco 50 - 275 °C Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten. | ||
| De warmte komt van boven en van onderen.Het meest doeltreffend is de verwarmingsmethode tussen 150-250 °C.Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt. | |||
| eco | CircoTherm Eco | 40 - 200 °C | Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten op één niveau, zonder voorverwarmen.De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant in de binnenruimte.Het meest doeltreffend is de verwarmingsmethode tussen 125-200 °C.Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. |
| Regenereren ** | 80 - 180 °C | Voor het opnieuw verwarmen van gerechten of het opbakken van gebak. | |
* Bereiden met stoom bij deze verwarmingsmethode mogelijk (gebruik alleen met gevulde watertank)
** Verwarmingsmethode met stoom (gebruik alleen met gevulde watertank)
Functies voor de binnenruimte
Enkele functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat. Zo wordt bijv. de binnenruimte volledig verlicht en een koelventilator beschermt het apparaat tegen oververhitting.
Apparaatdeur openen
Wanneer u tijdens het gebruik de apparaatdeur opent, wordt de werking stopgezet. Bij het sluiten van de deur wordt de werking voortgezet.
Aanwijzing: Bij enkele verwarmingsmethoden wordt de werking niet onderbroken wanneer de apparaatdeur open is.
Verlichting van de binnenruimte
Wanneer u de apparaatdeur opent, schakelt de binnenruimteverlichting in. Blijft de deur langer dan ca. 15 minuten open, dan schakelt de verlichting weer uit.
Bij de meeste verwarmingsmethoden schakelt de binnenruimteverlichting in zodra de werking wordt gestart. Hij schakelt uit wanneer de werking beëindigd is.
Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u vastleggen dat de binnenruimteverlichting bij gebruik niet inschakelt. → "Basisinstellingen" op pagina 23
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
Attentie!
De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt het apparaat oververhit.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt.
Aanwijzing: U kunt in de basisinstellingen instellen hoelang de koelventilator naloopt.
→ "Basisinstellingen" op pagina 23
Watertank
Het apparaat is voorzien van een watertank. De watertank bevindt zich achter het bedieningspaneel. Voor de bereiding met stoom de tank vullen met water. → "Stoom" op pagina 18

1Tankdeksel
2 Opening om te vullen
3 Greep om de watertank uit te nemen en te plaatsen

Toebehoren
Bij uw apparaat horen verschillende toebehoren. Hier is krijgt u een overzicht over de meegeleverde toebehoren en de manier waarop ze worden gebruikt.
Meegeleverde toebehoren
Uw apparaat is voorzien van de volgende toebehoren:

Gebruik alleen originele toebehoren. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd.
Toebehoren kunt u nabestellen bij de klantenservice, in de vakhandel of via Internet.
Aanwijzing: Wanneer de toebehoren heet worden, kunnen ze vervormen. Dit heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat ze zijn afgekoeld.
Toebehoren inschuiven
De binnenruimte heeft 4 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
In de binnenruimte is de bovenste inschuifhoogte bij veel apparaten voorzien van een grillsymbool.

Waarschuwing – Risico van verbranding!
De telescooprails worden heet bij gebruik van het apparaat. Pas goed op voor verbranding in uitgetrokken toestand.

De toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken zonder dat ze kantelen.Met de uitschuifrails kunt u de toebehoren verder naar buiten trekken.
Let erop dat de toebehoren zich onder het lipje a op de uitschuifrails bevinden.
Voorbeeld in de afbeelding: braadslede

De toebehoren op de telescopische uitschuifvoorziening kunnen tot het vergrendelpunt b naar buiten worden getrokken (Afb. 1). De toebehoren aan beide kanten in het gebied c vastpakken en verwijderen (Afb. 2).


Aanwijzingen
■ Let erop dat u de toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatst.
■ Schuif de toebehoren altijd volledig in de binnenruimte, zodat ze de apparaatdeur niet raken.
Vergrendelingsfunctie
De toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken, tot ze inklikken. De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de toebehoren kantelen wanneer ze worden verwijderd. De toebehoren dienen op de juiste wijze in de binnenruimte te worden geschoven, zodat de kantelbeveiliging goed werkt.
Let er bij het inschuiven van het rooster op dat de ontgrendelnok a zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.

Let er bij het inschuiven van platen op dat de ontgrendelnok b zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De schuine kant van de toebehoren c moet van voren naar de apparaatdeur wijzen.

Toebehoren combineren
U kunt het rooster gelijktijdig met de braadslede inschuiven, om afdruipend vocht op te vangen.
Let er bij het plaatsen van het rooster op dat beide afstandhouders a op de achterste rand staan. Bij het inschuiven van de braadslede bevindt het rooster zich boven de bovenste geleidestang van de inschuifhoogte.

Extra toebehoren
Extra toebehoren kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of via het internet. Een uitgebreid aanbod voor uw apparaat vindt u in onze folders of op internet.
De beschikbaarheid en de mogelijkheid om online te bestellen is per land verschillend. U kunt dit nakijken in uw verkoopdocumenten.
Aanwijzing: Niet alle extra toebehoren passen bij elk apparaat. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
→ "Servicedienst" op pagina 41
Toebehoren
| Bak- en braadrooster |
| Bakplaat |
| Braadslede |
| Bakplaat, met antiaanbaklaag |
| Braadslede, met antiaanbaklaag |
| Ovenpan |
| Stoomset voor de oven |
| Grote braadpan |
| Deksel voor grote braadpan |
| Pizzaplaat |
| Grillplaat |
| Baksteen van keramiek |
| Glazen braadpan, 5,1 liter |
| Glazen braadslede |
| ComfortFlex uittrekbaar deel (1 niveau)* |
| 3-voudig uittrekbaar deel* |
| * Toebehoren passen niet in elk apparaat, bij de bestelling het E-nr. op-geven |

Voor het eerste gebruik
Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren: Reinig daarnaast de binnenruimte en de toebehoren.
Voor het eerste gebruik
Informeer voor de eerste ingebruikneming bij uw waterbedrijf naar de waterhardheid van uw leidingwater.
Om ervoor te zorgen dat het apparaat u er op het juiste moment aan kan herinneren dat u dient te ontkalken, dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
Attentie!
■ Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chloridehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloeistoffen.
Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
■ Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water.
Het apparaat vraagt eventueel om na te vullen terwijl de watertank vol is, of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op één.
Aanwijzingen
■ Is het water zeer kalkhoudend, dan raden wij u aan om onthard water te gebruiken.
■ Gebruikt u uitsluitend onthard water, dan kunt u als waterhardheid "onthard" instellen.
■ Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid "4 zeer hard" in.
■ Gebruikt u mineraalwater, dan mag dit geen koolzuur bevatten.
Waterhardheid Instelling
| 0 0 onthard |
| 1 (tot 1,3 mmol/l) 1 zacht |
| 2 (1,3 - 2,5 mmol/l) 2 gemiddeld |
| 3 (2,5 - 3,8 mmol/l) 3 hard |
| 4 (meer dan 3,8 mmol/l) 4 zeer hard |
Eerste gebruik
Zodra het apparaat aan het elektriciteitsnet wordt aangesloten, verschijnt de eerste instelling "Sprache" op het display.
Taal instellen
- Met toets ∼ naar de onderste regel navigeren.
- Met toets < of > de taal kiezen.
- Met toets ∼ terug navigeren naar "Sprache".
- Met toets > de volgende instelling kiezen.
Home Connect instellen
- Met toets ∨ naar de onderste regel "Met assistent instellen" navigeren.
- Meer aanwijzingen in het hoofdstuk → "Home Connect" op pagina 27
Tijd instellen
- Met toets ∨ naar de onderste regel navigeren.
- Met toets < of > het actuele uur kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de actuele minuut kiezen.
- Zo vaak de toets ∧ indrukken tot "Tijd" verschijnt.
- Met toets > de volgende instelling kiezen.
Datum instellen
- Met toets ∼ naar de onderste regel navigeren.
- Met toets < of > de actuele dag kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de actuele maand kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > het actuele jaar kiezen.
- Zo vaak op toets \~ drukken tot "Datum" verschijnt.
- Met toets > de volgende instelling kiezen.
Waterhardheid instellen
- Met toets ∼ naar de onderste regel navigeren.
- Met toets < of > de waterhardheid kiezen.
- Met toets ∼ terug navigeren naar "Waterhardheid".
- Met toets > de instellingen overnemen. De eerste ingebruikneming is afgesloten.
Aanwijzingen
■ U kunt deze instellingen op elk moment in de basisinstellingen wijzigen. → "Basisinstellingen" op pagina 23
■ Na de stroomaansluiting of een stroomonderbreking verschijnen op het display de instellingen voor de eerste ingebruikneming.
Apparaatdeur openen en sluiten
Apparaatdeur openen
Aanwijzing: Zodra u de deurgreep loslaat, sluit deze automatisch.
- Deurgreep naar boven drukken tot hij opengaat (Afb. 1).
- Deurgreep naar voren trekken tot de apparaatdeur open is (Afb. 2).

Apparaatdeur sluiten
⚠ Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur beweegt de ophanging van de deurgreep. Hierdoor kunnen uw vingers beklemd raken. Kom niet met uw handen in de buurt van de ophanging a. De deurgreep alleen vastpakken aan de geïntegreerde greep b.

- De deurgreep vastpakken aan de geïntegreerde greep b.
- De deurgreep naar boven trekken tot de apparaatdeur gesloten is.
Binnenruimte reinigen
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten binnenruimte op.
- Neem het toebehoren uit de binnenruimte.
- Verwijder verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim, uit de binnenruimte.
- Neem voor het voorverwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek.
- Schakel het apparaat in met de touch-toets ①.
- U dient de watertank te vullen. → "Watertank vullen" op pagina 19
- Stel de opgegeven verwarmingsmethode, temperatuur en het gebruik met stoom in en start het programma. → "VarioSteam - Bereiden met gebruik van stoom" op pagina 18
| Instellingen | |
| Verwarmingsmethode | CircoTherm hetelucht metstoomondersteuning (intensiteit sterk) |
| Temperatuur maximaal | |
| Tijdsduur 1 uur | |
- Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- Schakel het apparaat na de opgegeven tijdsduur uit met de touch-toets ①.
-
Wacht tot de binnenruimte is afgekoeld.
-
Reinig de gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Maak de watertank leeg en de binnenruimte droog. → "Na gebruik met stoom altijd:" op pagina 20
Toebehoren reinigen
Reinig de toebehoren grondig met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel.

Apparaat bedienen
U heeft de bedieningselementen en hun werking al leren kennen. Nu leggen we uit hoe u het apparaat instelt. U komt te weten wat er bij het in- en uitschakelen gebeurt en hoe u de functies instelt.
Apparaat in- en uitschakelen
Om het apparaat in of uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Op het display ziet u na uitschakeling van het apparaat of de restwarmte in de binnenruimte hoog of laag is.
Display Temperatuur
Restwarmte hoog boven 120°C
Restwarmte laag tussen 60°C en 120°C
Aanwijzingen
■ Sommige indicaties en aanwijzingen op het display, bijv. voor de restwarmte in de binnenruimte, blijven ook zichtbaar wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
■ Na gebruik van het apparaat loopt de koelventilator eerst hoorbaar verder, tot de binnenruimte aanzienlijk is afgekoeld.
■ Schakel het apparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Als er langere tijd niets ingesteld is, gaat het apparaat automatisch uit.
Werking van het apparaat instellen en starten
Voorbeeld: CircoTherm hetelucht ♿ met 170°C
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
U komt direct in het menu
Verwarmingsmethoden □.
CircoTherm hetelucht 17:20

-
Met toets < of > de verwarmingsmethode kiezen.
-
Met toets ∼naar de volgende regel navigeren.
-
Met toets < of > de temperatuur kiezen.
CircoTherm hetelucht 17:20

< 170°C >
Aanwijzing: Afhankelijk van de functie zijn er andere instellingen mogelijk. Voor de andere functies met toets ∼ naar de volgende regels navigeren. Met toets ⟨ of ⟩ de instelling kiezen.
- Op touch-toets || tippen om de werking van het apparaat te starten.
De opwarmbalk en de looptijd verschijnen op het display.
Aanwijzing: Wilt u na inschakeling direct in het hoofdmenu □ komen, dan kunt u in het hoofdstuk Basisinstelling onder "Werking na inschakelen" het hoofdmenu kiezen.
Voorgestelde waarden
Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een voorgestelde temperatuur of stand weer. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik veranderen.
Opwarmbalk
Zodra er een verwarmingsmethode is gestart, verschijnt de opwarmbalk op het display. De opwarmbalk geeft de temperatuurverhoging in de binnenruimte weer.
Looptijd
Wanneer er een verwarmingsmethode is gestart, wordt de looptijd weergegeven. De looptijd telt tijdens het gebruik opwaarts. Zo kunt u controleren hoelang het programma al loopt.
Actuele temperatuur weergeven
Om de actuele temperatuur op het display te laten weergeven, tipt u op de touch-toets i.
De actuele temperatuur wordt korte tijd en alleen tijdens het voorverwarmen weergegeven.
Meer informatie
Is de touch-toets verlicht 1 , dan kunt u informatie laten weergeven. Tip hiervoor op de touch-toets 2 . De informatie wordt enkele seconden weergegeven.
Apparaatfuncties wijzigen of afbreken
Apparaatfuncties wijzigen
- Met touch-toets || de werking stopzetten.
- Met toets ∨ of ∧ navigeren naar de regel van de instelling die veranderd moet worden.
- Met toets < of > de instelling veranderen.
- Met touch-toets ▷|| de gewijzigde functie starten.
Aanwijzingen
■ Tijdens een onderbreking van de werking kan de koelventilator doorlopen.
■ Na een temperatuurwijziging telt de onderbroken looptijd verder. Na wijziging van een verwarmingsmethode begint de looptijd weer bij nul.
Apparaatfuncties afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Aanwijzing: Functies zoals de reiniging kunnen niet afgebroken worden.
Apparaat snel opwarmen
Met de beide functies Snel voorverwarmen en PowerBoost kunt u de voorverwarmtijd korter maken. Het hangt van de ingestelde verwarmingsmethode af of het apparaat wordt voorverwarmd met Snel voorverwarmen of PowerBoost. Bij PowerBoost kunt u het gerecht in tegenstelling tot bij Snel voorverwarmen al voor het opwarmen in de binnenruimte plaatsen. Bij PowerBoost dient u slechts één niveau te gebruiken.
| Functie Verwarmingsmethode Gerecht in de | binnenruimteplaatsen | |
| Snel voorverwarmen | Boven- enonderwarmte ≡ | na het voorver-warmen |
| Powerboost* | CircoTherm hetelucht 📊 | voor het voorver-warmen |
| Broodbakstand 📞 | ||
| * slechts één niveau gebruiken | ||
Aanwijzingen
■ Is de touch-toets ♂ verlicht, dan kan de functie Snel voorverwarmen of PowerBoost worden geactiveerd.
■ Om de functie Snel voorverwarmen of PowerBoost voortijdig te deactiveren tipt u op touch-toets ♂.
Snel voorverwarmen activeren
- Boven- en onderwarmte ≡ en de temperatuur instellen.
Aanwijzing: Stel een temperatuur boven de 100 °C in, zodat het apparaat snel kan voorverwarmen. - Op touch-toets || tippen om het programma te starten.
- Op touch-toets ♂ tippen om de functie Snel voorverwarmen te activeren. Op het display verschijnt het symbool ♂.
- Nadat de ingestelde temperatuur bereikt is, wordt het snel voorverwarmen automatisch uitgeschakeld. Het symbool ♂ verdwijnt van het display.Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Powerboost activeren
- CircoTherm hetelucht ♗ of broodbakstand ≡ en temperatuur instellen.
Aanwijzing: Stel een temperatuur boven de 100 °C in, zodat het apparaat snel kan voorverwarmen. - Gerecht op één niveau in de binnenruimte plaatsen.
- Op touch-toets || tippen om het programma te starten.
- Op touch-toets ♂ tippen om de functie PowerBoost te activeren.
Op het display verschijnt het symbool ♂. Nadat de ingestelde temperatuur bereikt is, wordt de functie PowerBoost automatisch uitgeschakeld. Het symbool ♂ verdwijnt van het display.

Stoom
Bij sommige verwarmingsmethoden kunt u gerechten met toevoeging van stoom bereiden. Bovendien staan u de verwarmingsmethoden Deegrijsstand en Regenereren ter beschikking.

Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
Geluiden
Pomp
Tijdens het gebruik en na uitschakeling hoort u een brommend geluid. Het geluid ontstaat doordat de werking van de pomp wordt gecontroleerd.Dit is normaal.
Paneel
Tijdens het openen van het paneel hoort u een brommend of klikkend geluid. Het geluid ontstaat door het uitschuiven van het paneel. Dit zijn normale gebruiksgeluiden.
VarioSteam - Bereiden met gebruik van stoom
Bij de bereiding met stoom wordt met verschillende tussenpozen en intensiteiten stoom in de binnenruimte geleid. Hierdoor krijgt u een beter bereidingsresultaat.
Uw gerecht
■ krijgt een knapperig korstje
■ krijgt een glanzend oppervlak
■ wordt van binnen sappig en zacht
■ en het volume wordt slechts minimaal gereduceerd
De gewenste combinatie van verwarmingsmethode en stoomintensiteit stelt u zelf in. Gebruik de opgaven in de tabellen om een geschikte verwarmingsmethode en stoomintensiteit te kiezen. Of kies een programma uit de stoomprogramma's. → "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 41→ "Programma's" op pagina 25
Stoomintensiteit
Voor de stoomtoevoer staan u verschillende intensiteiten ter beschikking:
■ laag
■ gemiddeld
■ sterk
Geschikte verwarmingsmethoden
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u ook stoom inschakelen:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
■ Broodbakstand 📄
■ Warmhouden ≅
Starten
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank vullen
- Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- Op touch-toets ✉ tippen, om ook de stoomfunctie in te schakelen.
- Met toets ∨ navigeren naar de regel met de stoomintensiteit ≈.
- Met toets < of > de stoomintensiteit kiezen.
- Op touch-toets ▷|| tippen. De werking start.
Aanwijzing: Wanneer de watertank na gebruik met stoom leegraakt, verschijnt op het display de melding dat hij moet worden gevuld. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
Toevoer van stoom afbreken
Om de toevoer van stoom voortijdig af te breken, tipt u op de touch-toets ≈.
Aanwijzing: De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
Werking van het apparaat afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Deegrijsstand
Met de verwarmingsmethode "Deegrijsstand ⏰" rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Voor de deegrijsstand staan u twee standen ter beschikking. Gebruik de opgaven in de tabellen om de juiste stand te kiezen. → "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 41
Aanwijzing: Wanneer de watertank tijdens het gebruik van de deegrijsstand leegraakt, wordt de werking onderbroken. Vul de watertank.
Starten
- Op touch-toets ① tippen.
- Watertank vullen
Aanwijzing: Schakel de deegrijsstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur). - Met toets < of > "Deegrijsstand ⏰" kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de stand kiezen.
-
Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
-
Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
-
Op touch-toets ▷II tippen.
De werking start.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Regenereren
Met de verwarmingsmethode "Regenereren 🔒" kunt u al bereide gerechten op een gezonde manier opnieuw opwarmen of bakwaren van de vorige dag opbakken. De stoom wordt er automatisch bij ingeschakeld.
Aanwijzing: Wanneer de watertank tijdens het regenereren leegraakt, wordt de werking onderbroken. Vul de watertank.
Starten
-
Op touch-toets ① tippen.
-
Watertank vullen
-
Met toets (of) "Regenereren 🔒" kiezen.
-
Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
-
Met toets < of > de temperatuur kiezen.
-
Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
-
Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
-
Op touch-toets ▷|| tippen.
De werking start.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Afsluiten
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.
Watertank vullen
De watertank bevindt zich achter het paneel. Voordat u een programma met stoom start, dient u het paneel te openen en water in de watertank te doen.
Zorg ervoor dat u de waterhardheid correct heeft ingesteld. → "Basisinstellingen" op pagina 23
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel en verbranding!!
Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing. Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank. Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden. Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld. Neem de watertank uit de tankschacht.
Attentie!
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chloridehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloeistoffen.
Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
Attentie!
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water.
Het apparaat vraagt eventueel om na te vullen terwijl de watertank vol is of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op één.
Aanwijzingen
■ Is het water zeer kalkhoudend, dan raden wij u aan om onthard water te gebruiken.
■ Gebruikt u uitsluitend onthard water, dan kunt u de waterhardheid op "onthard" instellen.
■ Gebruikt u mineraalwater, stel dan de waterhardheid op "4 zeer hard" in.
■ Gebruikt u mineraalwater, dan mag dit geen koolzuur bevatten.
- Op touch-toets 📋 tippen.
Het paneel wordt automatisch naar voren geschoven. - Paneel met beide handen naar voren trekken en vervolgens naar boven schuiven tot het vergrendelt (Afb. 1).
- Watertank optillen en uit de tankschacht nemen (Afb. 2).

- Deksel bij de afdichting aandrukken, zodat er geen water uit de watertank kan lopen.
- Afdekking a verwijderen (Afb. 3).
Aanwijzing: De afdekking a is al naar gelang het apparaattype aanwezig.
- Watertank tot de marking "max" vullen met koud water (Afb. 4).


- Afdekking a weer aanbrengen in de opening van de watertank.
- De gevulde watertank terugplaatsen (Afb. 5). Let erop dat de watertank achter beide houders b vergrendelt (Afb. 6).

- Paneel langzaam naar beneden schuiven, vervolgens naar achteren drukken tot het volledig gesloten is. De watertank is gevuld. U kunt nu stoom gebruiken bij de bereiding.
Watertank bijvullen
Aanwijzingen
■ Programma's waarbij stoom wordt gebruikt lopen zonder toevoeging van stoom door.
■ Wanneer de watertank tijdens het gebruik van de deegrijsstand of het regenereren leegraakt, wordt de werking onderbroken. Vul de watertank.
- Paneel openen.
- Watertank uitnemen en bijvullen.
- Plaats de gevulde watertank terug en het paneel sluiten.
Na gebruik met stoom altijd:
⚠ Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
⚠ Waarschuwing – Verbrandingsgevaar!
Het apparaat wordt heet tijdens de bereiding. Laat het voor de reiniging afkoelen.
Attentie!
Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.
Na de bereiding met stoom wordt het restwater teruggepompt in de watertank. Maak de watertank leeg en droog hem vervolgens. In de binnenruimte blijft vocht achter. U kunt de binnenruimte handmatig droogmaken of met behulp van de functie "Drogen ".
Aanwijzingen
■ Na uitschakeling van het apparaat is de touch-tast ☐ wat langer verlicht, om u eraan te herinneren de watertank leeg te maken.
■ Kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met helder water en drogen met een zachte doek.
Watertank leegmaken
Attentie!
■ De watertank niet laten drogen in de hete binnenruimte. De tank raakt dan beschadigd.
■ De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.De tank raakt dan beschadigd.
- Paneel openen.
- Watertank uitnemen.
- Deksel van de watertank voorzichtig afnemen.
- Watertank leegmaken, schoonmaken met afwasmiddel en grondig uitspoelen met helder water.
- Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
- Dichting van het deksel na gebruik droogwrijven.
- Met het deksel eraf laten drogen.
- Deksel op de watertank plaatsen en aandrukken.
- Watertank terugplaatsen en paneel sluiten.
Drogen starten
Tijdens het drogen wordt de binnenruimte verwarmd, zodat er vocht in de binnenruimte verdampt. Open vervolgens de apparaatdeur, zodat de waterdamp uit de binnenruimte verdwijnt.
Attentie!
Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.
- Het apparaat af laten koelen.
- Grove verontreiniging in de binnenruimte direct verwijderen en vocht van de bodem afnemen.
- Zo nodig op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⏻ tippen om de functies te laten weergeven.
- Met toets < of >"Drogen \\\$" kiezen.
- Met toets \~naar de volgende regel navigeren. De tijdsduur wordt weergegeven. Deze kan niet worden veranderd.
-
Met toets \~naar de volgende regel navigeren.
-
Op touch-toets || tippen.
Het drogen wordt gestart en na 10 minuten automatisch beëindigd.
- Apparaatdeur openen en 1 tot 2 minuten open laten, zodat het vocht uit de binnenruimte kan ontsnappen.
De binnenruimte handmatig schoonmaken
- Apparaat laten afkoelen.
- Vervuiling uit de binnenruimte verwijderen.
- Binnenruimte met een spons droogmaken.
- Apparaatdeur 1 uur open laten, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.

Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties.
Tijdfunctie Gebruik
| Wekker De wekker functioneert als een eierwekker. Het apparaat gaat niet automatisch aan of uit. | |
| |→| | Tijdsduur Na afloop van een ingestelde tijd gaat het apparaat automatisch uit. |
| →| | Klaar om Het apparaat schakelt automatisch in en na afloop van een ingestelde tijdsduur en eindtijd automatisch uit. |
Aanwijzing: Stelt u een tijdfunctie in, dan is de tijdsinterval langer naarmate de waarden hoger zijn. Voorbeeld: U kunt een tijdsduur tot één uur op de minuut precies en een langere duur op de 5 minuten precies instellen.
Tijdfuncties wel en niet weergeven
Om de tijdfuncties wel of niet weer te geven, tipt u op de touch-toets ⏻.
Aanwijzing: Na een bepaalde tijd verdwijnt de weergave van de tijdfuncties automatisch. Wanneer u al een tijdsduur had ingesteld, wordt deze overgenomen.
| Kookwekker | --:-- min | s > |
| |→| Tijdsduur | --:-- h | min |
| →| Klaar om | 17:20 |
Wekker instellen
De wekker kan zowel worden ingesteld wanneer het apparaat in- als uitgeschakeld is.
- Op touch-toets ⏻ tippen.
Op het display worden de tijdfuncties weergegeven.
- Met toets > de tijdsduur kiezen.
Aanwijzing: Wanneer het apparat ingeschakeld is met toets \~ naar de regel ⚡ Wekker navigeren en vervolgens met toets > de tijdsduur kiezen.
- Op touch-toets ⏻ tippen om de wekker te starten. Het symbool ⏻ verschijnt op het display.De wekker loopt af.
Aanwijzing: Zodra de ingestelde tijd verstreken is, klinkt er een signaal. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏰.
Tijdsduur instellen
Na afloop van een ingestelde tijdsduur gaat het apparaat automatisch uit. De functie kan alleen in combinatie met een verwarmingsmethode worden gebruikt.
- Op touch-toets ① tippen.
- Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- Op touch-toets ⏻ tippen.
Op het display worden de tijdfuncties weergegeven. - Met de toets< of > de tijdsduur instellen.
- De toets < voorgestelde waarde 10 minuten
- De toets > voorgestelde waarde 30 minuten
- Op touch-toets || tippen om de ingestelde tijdsduur te starten.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen, tipt u op de touch-toets ⏻.
Starttijdvoorkeuze - "Klaar om"
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt.
De starttijdvoorkeuze kan alleen in combinatie met een verwarmingsmethode worden gebruikt.
Aanwijzingen
■ Let erop dat levensmiddelen niet te lang in de binnenruimte staan en bederven.
■ De starttijdvoorkeuze is niet beschikbaar voor elke verwarmingsmethode.
-
Gerechten op geschikte toebehoren in de binnenruimte plaatsen en de apparaatdeur sluiten.
-
Op touch-toets ① tippen.
-
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
-
Op touch-toets ⏻ tippen.
Op het display worden de tijdfuncties weergegeven.
-
Met toets > de tijdsduur kiezen.
-
Met toets ∼ naar de regel “→| Klaar om” navigeren.
-
Met toets > de eindtijd kiezen.
-
Op touch-toets Dll tippen. Het apparaat wacht op het juiste tijdstip om te starten.
Zodra het einde bereikt is, klinkt er een signaal en wordt de werking automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Instellingen controleren, veranderen of wissen
- Op touch-toets ⏻ tippen.
Op het display worden de tijdfuncties weergegeven. - Met toets ∨ of ∧ naar de regels navigeren.
- Zo nodig met toets < of > de instelling veranderen.
Om een tijdfunctie te wissen "00:00" instellen.
De instelling wordt automatisch overgenomen.
Kinderslot
Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot.
Uw apparaat beschikt over twee verschillende blokkeringen.
Blokkering Activeren / Deactiveren
Automatisch kinderslot Met het menu MyProfile
→ "Basisinstellingen" op pagina 23
Eenmalig kinderslot Met de touch-toets
Aanwijzing: Zodra u een kinderslot activeert, wordt het bedieningspaneel geblokkeerd. Een uitzondering hierop vormen de touch-toetsen ⏻ en ⒶU kunt het kinderslot op elk moment deactiveren.
Automatisch kinderslot
Het bedieningspaneel wordt geblokkeerd, zodat het apparaat niet ingeschakeld kan worden. Om het in te schakelen moet het automatisch kinderslot worden onderbroken. Na gebruik van het apparaat wordt het bedieningspaneel automatisch geblokkeerd.
Activeren
- Op touch-toets ⏻ tippen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met de toets (of) "MyProfile" kiezen.
- Met de toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met de toets (of) "Automatisch kinderslot" kiezen.
- Met de toets ∨ naar de onderste regel navigeren.
- Met de toets > "Geactiveerd" kiezen.
- Op touch-toets ⬇ tippen.
- Met de toets ∼ naar de volgende regel navigeren om de instelling op te slaan. Het "Automatisch kinderslot" is actief. Na uitschakeling verschijnt het symbool ⇌ op het display.
Onderbreken
- Touch-toets Ⓛ ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" op het display verschijnt.
- Op touch-toets ⏻ tippen.
- Gewenste functie inschakelen.
Deactiveren
- Touch-toets Ⓛ ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" op het display verschijnt.
- Op touch-toets ⏻ tippen.
- Op touch-toets ⏱ tippen.
- Met de toets (of) "MyProfile" kiezen.
- Met de toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met de toets (of) "Automatisch kinderslot" kiezen.
- Met de toets ∨ naar de onderste regel navigeren.
- Met de toets < "Geactiveerd" kiezen.
- Op touch-toets ⏱ tippen.
- Met de toets ∼ naar de volgende regel navigeren om de instelling op te slaan. Het "Automatisch Kinderslot" is gedeactiveerd.
- Op touch-toets ⏻ tippen.
Eenmalig kinderslot
Het bedieningspaneel wordt geblokkeerd, zodat het apparaat niet ingeschakeld kan worden. Om het in te schakelen moet het eenmalige kinderslot worden gedeactiveerd. Na uitschakeling wordt het bedieningspaneel niet meer geblokkeerd.
Activeren en deactiveren
- Touch-toets ⏻ ingedrukt houden tot "Kinderslot geactiveerd" op het display verschijnt. Het kinderslot is geactiveerd.
- Touch-toets ⏻ ingedrukt houden tot "Kinderslot gedeactiveerd" op het display verschijnt. Het kinderslot is gedeactiveerd.

Basisinstellingen
Er zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens in MyProfile 📄 wijzigen.
MyProfile wijzigen
- Op touch-toets ① tippen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met toets (of) "MyProfile 🔗" kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren.
- Met toets (of) Instelling kiezen.
- Met toets ∨ naar Keuze navigeren.
- Met toets (of) Instelling kiezen.
- Op touch-toets □ tippen.
- Om de instelling op te slaan met de toets ∨ op "opslaan" tippen. Om de instelling af te wijzen met de toets ∨ op "afwijzen" tippen.
Lijst met basisinstellingen
| Instelling Keuze | |
| Taal Taal kiezen | |
| Tijd Actuele tijd instellen | |
| Datum Actuele datum instellen | |
| Waterhardheid 0 (onthard) | |
| 1 (zacht) | |
| 2 (gemiddeld) | |
| 3 (hard) | |
| 4 (zeer hard) | |
| Favorieten Verwarmingsmethoden vastleggen die in het menu Verwarmingsmethoden mocten worden weergegeven | |
| Geluidssignaal Korte duur | |
| Gemiddelde duur | |
| Lange duur | |
| Toetssignaal Uitgeschakeld (uitzondering: geluidssignaal bij touch-toets 1 blijft) | |
| Helderheid display In te stellen in 5 stappen | |
| Tijdsindicatie Digitaal | |
| Uit | |
| Verlichting In gebruik aan | |
| In gebruik uit | |
| Kinderslot* Alleen toetsblokkering | |
| Automatisch kinderslot Gedeactiveerd. | |
| Werking na inschakelen Hoofdmenu | |
| Verwarmingsmethoden | |
| Bak- en braadassistent | |
| Stoomprogramma's | |
| Nachtverduistering Uitgeschakeld | |
| Ingeschakeld (display verduisterd tussen 22:00 en 5:59 uur) | |
| Merklogo Weergeven | |
| Niet weergeven. | |
| Ventilator-nalooptijd Aanbevolen | |
| Minimaal | |
| Uittreksysteem* Niet achteraf aangebracht (rekje of 1-voudig uittreksysteem) | |
| Home Connect Wifi in- of uitschakelen → "Home Connect" op pagina 27 | |
| Fabrieksinstellingen Terugzetten | |
| *) Deze basisinstelling kan bij sommige apparaattypen niet worden ge-kozen | |
Favorieten vastleggen
U kunt vastleggen welke verwarmingsmethoden in het menu Verwarmingsmethoden worden weergegeven.
Aanwijzing: De verwarmingsmethoden "CircoTherm hetelucht", "Thermogrillen" en "Grill, groot" worden altijd weergegeven in het menu Verwarmingsmethoden. Ze kunnen niet gedeactiveerd worden.
- Op touch-toets ① tippen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met toets < of > "MyProfile 🔗" kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren.
- Met toets ⟨ of » "Favorieten" kiezen.
- Met toets ∨ "Favorieten vastleggen" kiezen.
- Met toets < of > de verwarmingsmethode kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > "Geactiveerd" of "Gedeactiveerd" kiezen.
Aanwijzing: Heeft u "Geactiveerd" gekozen, dan wordt de verwarmingsmethode weergegeven in het menu Verwarmingsmethoden. Heeft u "Gedeactiveerd" gekozen, dan wordt de verwarmingsmethode niet in het menu Verwarmingsmethoden weergegeven.
-
Op touch-toets ⏰ tippen.
-
Om de instelling op te slaan met de toets ∼ op "opslaan" tippen. Om de instelling af te wijzen met de toets ∼ op "afwijzen" tippen.
A Bak- en braadassistent
Met de bak- en braadassistent kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. Het apparaat neemt de optimale instelling over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn voor de gekozen gerechten. Is dit wel het geval, dan krijgt u een aanwijzing op het display. Laat de binnenruimte afkoelen en start nogmaals.
Aanwijzingen bij de instellingen
■ Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van de levensmiddelen en de aard van de vormen. Gebruik voor een optimaal bereidingsresultaat alleen ongeschonden levensmiddelen en vlees op koelkasttemperatuur.
■ De bak- en braadassistent helpt u bij het instellen van klassiek gebak, brood en vlees. Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode voor u. Er worden een geschikte temperatuur en bereidingstijd voorgesteld. die u naar wens kunt veranderen.
■ U krijgt bijv. aanwijzingen over de vorm, de inschuifhoogte of het toevoegen van vloeistof aan vlees. Vele gerechten moeten tijdens de bereiding bijv. worden gekeerd of omgeroerd. Dit wordt kort na de start weergegeven op het display. U wordt hier op het juiste tijdstip door een signaal aan herinnerd.
■ Aan het einde van de gebruiksaanwijzing vindt u aanwijzingen voor geschikte vormen en tips en trucs voor de bereiding.
Gerecht kiezen
Op de volgende pagina's vindt u de juiste instelwaarden voor de vermelde gerechten.
| Gerechten |
| Roerdeeg Spring-/rechthoekige vorm |
| Biscuit (6 eieren) |
| Biscuitrol |
| Gistdeeg plaatgebak met droge bedekking |
| Gistkrans/-vlecht |
| Klein gebak bladerdeeg |
| Muffins, 1 niveau |
| Wit brood, langwerpig |
| Afbakbroodjes/-stokbrood, voorgebakken |
| Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuk |
| Frites, diepvries, 1 niveau |
| Gegratineerde aardappels, van ongekookte aardappels |
| Aardappels in de oven |
| Lasagne, vers |
| Gebraden varkensvlees, doorregen, zonder zwoerd |
| Gehakt (1 kg) |
| Rosbief, medium (1,5 kg) |
| Runderstoofvlees |
| Lamsbout zonder been |
Kip, heel
Kippenbouten
Gans, heel (3-4 kg)
Gerechten instellen
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid.
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met toets (of) "Bak- en braadassistent" kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de gewenste categorie kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren.
- Met toets (of) het gewenste gerecht kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren. Op het display verschijnen de insteladviezen.
Aanwijzing: Bij enkele gerechten kunt u extra aanwijzingen, bijv. over de inschuifhoogte en de vormen, laten weergeven. Tip hiervoor op toets >. Om weer terug te gaan naar insteladviezen tipt u op toets <.
-
U kunt de insteladviezen zo nodig aanpassen. Tip hiervoor op toets √.
Navigeer hiervoor met toets ∨ of ∧ naar de gewenste instelling.
Pas de instelling aan met toets < of >. -
Start het programma met de touch-toets ||.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Bij sommige insteladviezen biedt het apparaat u de mogelijkheid om de gerechten na te garen.
Bent u tevreden met het resultaat, kies dan met de toets “Beëindigen”.
Bent u niet tevreden met het resultaat, dan kunt u de gerechten nagaren.
Nagaren
- Met toets \~"Nagaren" kiezen.
- Pas zo nodig met toets < of > de voorgestelde instelling aan.
- Op touch-toets || tippen om het "Nagaren" te starten.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Apparaat uitschakelen
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.

Programma's
Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en voert het gewicht van uw gerecht in. Het programma neemt de optimale instelling over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn voor de gekozen gerechten. Is dit wel het geval, dan krijgt u een aanwijzing op het display. Laat de binnenruimte afkoelen en start nogmaals.
Aanwijzingen bij de instellingen
■ Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van de levensmiddelen en de aard van de vormen. Gebruik voor een optimaal bereidingsresultaat alleen ongeschonden levensmiddelen en vlees op koelkasttemperatuur. Gebruik bij diepvriesgerechten alleen levensmiddelen die direct uit de diepvries komen.
- Bij sommige gerechten wordt u gevraagd het gewicht in te voeren. Hier neemt het apparaat de tijd- en temperatuurinstellingen voor u over.
Het is niet mogelijk gewichten in te stellen buiten het betreffende gewichtsbereik.
- Bij vleesprogramma's waarbij het apparaat de temperatuurkeuze voor u regelt, kunnen temperaturen tot 300 °C worden bereikt. Let er daarom op dat u vormen gebruikt die voldoende hittebestendig zijn.
■ U krijgt bijv. aanwijzingen over de vorm, de inschuifhoogte of het toevoegen van vloeistof aan vlees. Vele gerechten moeten tijdens de bereiding bijv. worden gekeerd of omgeroerd. Dit wordt kort na de start weergegeven op het display. U wordt hier op het juiste tijdstip door een signaal aan herinnerd.
■ Aan het einde van de gebruiksaanwijzing vindt u aanwijzingen voor geschikte vormen en tips en trucs voor de bereiding.
Stoom
Het apparaat biedt u voor de stoomfunctie programma's waarmee u de gerechten eenvoudig en professioneel kunt klaarmaken.
Aanwijzingen bij de stoomfuncties vindt u in het betreffende hoofdstuk. → "Stoom" op pagina 18

Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
Gerecht kiezen
Op de volgende pagina's vindt u de juiste instelwaarden voor de vermelde gerechten.
Gerechten
| Wit brood, op de plaat |
| Tarwebrood, gemengd-tarwebrood, op de plaat |
| Tarwebrood, gemengd-tarwebrood, langwerpig |
| Gemengd-roggebrood met gist, langwerpig |
| Plat rond brood |
| Broodvlecht, ongevuld / gistkrans |
| Biscuittaart |
| Gebraden varkensvlees met korstje |
| Gebraden varkenshals zonder been |
| Casselerrib zonder been / rollade |
| Runderfilet, vers, medium |
| Rosbief, vers, medium |
| Rosbief, vers, kort gebakken |
| Kip, heel, vers |
| Stukken kip, vers |
| Eend, gans, ongevuld, vers |
| Hele vis |
| Gegaarde bijgerechten regenereren |
Programma instellen
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid.
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⏱ tippen.
- Met toets < of > "Stoomprogramma's" kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de gewenste gerechtencategorie kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > het gewenste stoomprogramma kiezen.
- Met toets ∼naar de volgende regel navigeren. Op het display verschijnen de instellingen.
Aanwijzing: Bij enkele gerechten kunt u extra aanwijzingen, bijv. over de inschuifhoogte en de vormen, laten weergeven. Tip hiervoor op toets >. Om weer terug te gaan naar de instellingen tipt u op de toets <. - U kunt het gewicht van veel gerechten desgewenst aanpassen. Tip hiervoor op toets ∨. Met toets ⟨ of ⟩ het gewicht instellen.
- Op touch-toets || tippen om het programma te starten.
De te verwachten tijdsduur wordt weergegeven.
Aanwijzing: In de eerste minuten kan de opgegeven tijdsduur bij enkele programma's veranderen, omdat de opwarmtijd o.a. afhangt van de temperatuur van het gerecht en het water.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touch-toets ⏻.
Bij sommige programma's biedt het apparaat u de mogelijkheid om de gerechten na te garen.
Bent u tevreden met het resultaat, kies dan met de toets “Beëindigen”.
Bent u niet tevreden met het resultaat, dan kunt u de gerechten nagaren.
Nagaren
- Met toets √"Nagaren" kiezen.
- Pas zo nodig met toets < of > de voorgestelde instelling aan.
- Op touch-toets || tippen om het "Nagaren" te starten.
Afbreken
Druk op de touch-toets || tot de werking is afgebroken.
Apparaat uitschakelen
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touch-toets ①.

Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen. De gerechten in de binnenruimte blijven warm, zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
Sabbatfunctie starten
Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling bij de "Favorieten" te activeren.
Is de sabbatfunctie geactiveerd, dan kunt u deze kiezen in het menu Verwarmingsmethoden.
Het apparaat warmt op met boven- en onderwarmte. Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld.
- Op de touch-toets ① tippen.
- Met toets (of) "Sabbatfunctie" kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de temperatuur kiezen.
- Met toets ∨ naar de volgende regel navigeren.
- Met toets < of > de tijdsduur kiezen.
- Op de touch-toets || tippen. De werking start.
Aanwijzingen
■ Zodra de sabbatfunctie is gestart, kunt u geen instellingen meer veranderen of de werking met de touch-toets || onderbreken.
■ Wanneer u de apparaatdeur opent, wordt de werking niet onderbroken.
Zodra de tijdsduur van de sabbatfunctie verstreken is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Schakel het apparaat uit met de touch-toets ①.
Sabbatfunctie afbreken
Om de sabbatfunctie af te breken, tipt u op de touch-toets ①.

Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor Wi-Fi en kan op afstand worden bestuurd met een mobiel apparaat.
Wanneer het apparaat niet is verbonden met het thuisnetwerk, dan werkt het apparaat op dezelfde manier als een oven zonder netwerkverbinding en kan nog steeds worden bediend via het display.
De beschikbaarheid van de Home Connect functie hangt af van de beschikbaarheid van de Home Connect services in uw land. Home Connect services zijn niet in elk land beschikbaar. U kunt meer informatie vinden over dit onderwerp op www.home-connect.com.
Aanwijzingen
■ Zorg ervoor dat u veiligheidsinstructies in deze gebruikshandleiding opvolgt en hieraan voldoet, zelfs wanneer u niet thuis bent en het apparaat via de Home Connect app bedient. U moet tevens de instructies in de Home Connect app opvolgen.→ "Belangrijke veiligheidsvoorschriften" op pagina 5
■ Het bedienen van het apparaat direct op het apparaat heeft altijd de prioriteit. Gedurende deze tijd is het niet mogelijk het apparaat te bedienen via de Home Connect app.
Instellen
Om instellingen via Home Connect te kunnen uitvoeren, moet de Home Connect app op uw mobiele eindapparaat geïnstalleerd en geconfigureerd zijn.
Zie hiervoor de meegeleverde documentatie van Home Connect.
Om de instellingen uit te voeren, volgt u de stappen die de app aangeeft.
Voor het configureren moet de app geopend zijn.
Handmatige aanmelding bij het thuisnetwerk
Aanwijzingen
■ U heeft een router met WPS-functionaliteit nodig.
■ U kunt de Home Connect Assistent starten tijdens de eerste ingebruikname of via het menu.
-
Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
-
Op touch-toets □ tippen. Het hoofdmenu wordt weergegeven.
-
Met de toets < of > "Home Connect Assistent 🔊" kiezen.
-
Met toets ∨ Home Connect Assistent-menu openen.
| Automatische netwerkverbinding 12:00 |
| WPS-functie op de router activeren. Resterende tijd: 01:36 min | s |
| Handmatig verbinden |
Apparaat gereed voor het tot stand brengen van de automatische netwerkverbinding.
- WPS toets op de router indrukken.
Wachten tot "Netwerkverbinding geslaagd" op het display staat.
![]() |
- Met toets ∨ apparaat met app verbinden.
| Terug |
| < Verbinden met app > |
| Verbinden |
Apparaat gereed voor de verbinding met app.
-
App op het mobiele eindapparaat starten en de aanwijzingen voor de automatische netwerkaanmelding opvolgen. De aanmeldingsprocedure is afgesloten wanneer "Met succes met de app verbonden" op het display staat.
-
Met toets ∨ assistent beeindigen.
Handmatige aanmelding bij het thuisnetwerk
Aanwijzing: U kunt de Home Connect Assistent starten tijdens de eerste ingebruikname of via het menu.
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⏱ tippen.
Het hoofdmenu wordt weergegeven. -
Met de toets (of) "Home Connect Assistent 🔺" kiezen.
-
Met toets ∨ "Handmatig verbinden" selecteren.
| Handmatige netwerkverbinding 12:00 | |
| Kies het netwerk met de naam HomeConnect op uw mobiele apparaat. Netwerkwachtwoord: HomeConnect. | |
| Automatisch verbinden |
Apparaat gereed voor het uitvoeren van de handmatige netwerkverbinding. Op het display staan de SSID en het netwerkwachtwoord van het bakovennetwerk.
- Mobiel eindapparaat aan het bakovennetwerk aanmelden.
Wachten tot "Netwerkverbinding geslaagd" op het display staat. - Met toets ∨ apparaat met app verbinden.
Apparaat gereed voor de verbinding met app. - App op het mobiele eindapparaat starten en de aanwijzingen voor de handmatige netwerkaanmelding opvolgen.
De aanmeldingsprocedure is afgesloten wanneer "Met succes met de app verbonden" op het display staat. - Met toets ∨ assistent beeindigen.
Starten op afstand
Wilt u een ovenfunctie starten via uw mobiele eindapparaat, dan moet Starten op afstand worden geactiveerd.
Aanwijzingen
■ "Starten op afstand" is alleen te zien wanneer de Home Connect Assistent met succes is afgesloten.
■ Houd er rekening mee dat enkele functies niet op afstand gestart kunnen worden.
-
Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
-
Op touch-toets □ tippen. Het hoofdmenu wordt weergegeven.
-
Met toets < of > "Start op afstand □" selecteren.
-
Met toets ∨ start op afstand inschakelen. Op het display verschijnt □".
In de volgende situaties wordt het starten op afstand automatisch gedeactiveerd:
■ Ovendeur openen 15 min. na activering start op afstand.
■ Ovendeur openen 15 min. nadat de ovenfunctie beëindigd is.
■ 24 uur na het activeren van Starten op afstand. Wanneer u de ovenfunctie direct aan het apparaat start, wordt automatisch Starten op afstand geactiveerd. Hiermee kunt u wijzigingen op uw mobiele apparaat uitvoeren of een nieuw programma starten.
Home Connect instellingen
U kunt Home Connect op elk moment aan uw wensen aanpassen.
Aanwijzing: Druk in de Home Connect instellingen op de toets om het netwerk en de apparaatinformatie weer te geven.
WiFi
Als Wi-Fi is geactiveerd, kunt u gebruikmaken van de Home Connect functionaliteit.
Aanwijzing: Bij de functie Gereed voor bedrijf heeft uw apparaat binnen het netwerk max. 2 W nodig.
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⬇ tippen. Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- Met toets ⟨ of » "MyProfile 🔊" kiezen.
- Met toets ∨ MyProfile-menu openen.
- Met de toets ⟨ of » “Home Connect” kiezen.
- Met toets ∨ Home Connect-menu openen. Het menupunt "WiFi" wordt weergegeven.

- Op de toets ∨ drukken om de radiomodule in of uit te schakelen.
Loskoppelen van het netwerk
U kunt uw oven op elk moment scheiden van het netwerk.
Aanwijzing: Wanneer uw oven gescheiden is van het netwerk, kan hij niet via Home Connect worden bediend.
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⬆ tippen. Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- Met toets < of > "MyProfile ☐" kiezen.
- Met toets ∨ MyProfile-menu openen.
- Met de toets < of > "Home Connect" kiezen.
- Met toets ∨ Home Connect-menu openen.
-
Met toets > "Van netwerk loskoppelen" kiezen.
-
Met toets ∨ de bakoven van het netwerk loskoppelen.

De bakoven is van het netwerk losgekoppeld.
Netwerk verbinden
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⬇ tippen. Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- Met toets < of > "MyProfile 🔗" kiezen.
- Met toets ∨ MyProfile-menu openen.
- Met de toets (of) "Home Connect" kiezen.
- Met toets ∨ Home Connect-menu openen.
- Met toets > "Met netwerk verbinden" selecteren.
- Met toets ∨ de bakoven met het netwerk verbinden.

- Aanwijzingen in het hoofdstuk "Handmatige aanmelding bij het thuisnetwerk" of "Automatische aanmelding bij het thuisnetwerk" opvolgen.
Met app verbinden
Wanneer de Home Connect app op uw mobiele eindapparaat is geïnstalleerd, kunt u het verbinden met uw oven.
Aanwijzing: Het apparaat moet verbonden zijn met het netwerk.
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⬇ tippen. Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- Met toets < of > "MyProfile 🔗" kiezen.
- Met toets ∼ MyProfile-menu openen.
- Met de toets < of > "Home Connect" kiezen.
- Met toets ∨ Home Connect-menu openen.
- Met toets > "Met app verbinden" selecteren.
- Met toets ∨ de bakoven met de app verbinden. De bakoven is met de app verbonden.
Afstandsbediening
U kunt met de Home Connect app gemakkelijk toegang krijgen tot de functies van uw oven.
Aanwijzingen
■ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. In deze tijd is bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
■ Bij levering is de afstandsbediening geactiveerd.
■ Is de afstandsbediening gedeactiveerd, dan worden in de Home Connect app alleen de bedrijfstoestanden van de oven weergegeven.
■ De afstandsbediening wordt automatisch geactiveerd bij activering van Starten op afstand.
- Op touch-toets ① tippen om het apparaat in te schakelen.
- Op touch-toets ⬇ tippen. Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- Met toets < of > "MyProfile 🔊" kiezen.
- Met toets ∼ MyProfile-menu openen.
- Met de toets < of > "Home Connect" kiezen.
- Met toets ∨ Home Connect-menu openen.
- Met toets > "Afstandsbediening" kiezen.
- Met toets ∨ de afstandsbediening uit- of inschakelen.
Afstandsdiagnose
Bij storingen kan de servicedienst toegang tot uw apparaat krijgen om een diagnose op afstand uit te voeren.
Neem contact op met de servicedienst en zorg ervoor dat uw apparaat met de Home Connect-server is verbonden. Controleer of de dienst diagnose op afstand in uw land beschikbaar is.
Aanwijzing: Ga voor meer informatie naar Help & Support op de Home Connect-website van uw land: www.home-connect.com. Daar kunt u ook zien of de dienst diagnose op afstand in uw land beschikbaar is.
Aanwijzing voor gegevensbeveiliging
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een WLAN-netwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):
■ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC addres van de gewijzigde Wi-Fi communicatiemodule).
■ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
■ De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudelijke apparaat.
■ Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Aanwijzing: Houd er rekening mee dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in verbinding met de Home Connect app. Informatie over gegevensbeveiliging kan in de Home Connect app worden opgevraagd.
Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart Constructa Neff Vertriebs-GmbH dat het apparaat met verbindingsfunctionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.neff-international.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.

2,4 GHz band: 100 mW max. 5 GHz band: 100 mW max.

BE BG CZ DK NL EE IE EL
ES FR HR IT CY LV LT LU
HU MT NL AT PL PT RO SI€
SK FI SE UK NO CH TR
5 GHz WLAN (Wi-Fi): alleen voor het gebruik binnenshuis

Schoonmaakmiddelen
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.
Attentie!
Oppervlakteschade
Gebruik geen
■ scherpe of schurende schoonmaakmiddelen,
■ sterk alcoholhoudende schoonmaakmiddelen,
■ harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
■ hogedrukreiniger of stoomreiniger of
■ speciale schoonmaakmiddelen voor de warmtereiniging.
Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.
Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.

Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bereik Schoonmaken
| Buitenzijde apparaat | |
| Voorzijde van roestvrij staal | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan.Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Knststof Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Geen glasreiniger of schraper gebruiken. | |
| Gelakte oppervlakken | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel Warm zeepsop: | |
| Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. | |
| Geen glasreiniger of schraper gebruiken. | |
| Als er ontkalkingsmiddel op het bedieningspaneel komt, dit direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. | |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop: |
| Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. | |
| Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken. | |
| Deurgreep Warm zeepsop: | |
| Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. | |
| Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. | |
| Binnenzijde apparaat | |
| Emaillen oppervlakken en zelfreinigende oppervlakken | Let op de aanwijzingen voor de oppervlakken van de binnenruimte aan het einde van de tabel. |
| Glazen kapje van de binnenruimteverlichting | Warm zeepsop: |
| Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. | |
| Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken. | |
| Deurdichting Niet afnemen! | Warm zeepsop: |
| Met een schoonmaakdoekje reinigen. | |
| Niet schuren. | |
| Na afloop van de reiniging de positie van de deurdichting controleren. → "Na afloop van de reiniging" op pagina 32 | |
| Deurafscherming van roestvrijstaal: | |
| Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. | |
| Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. | |
| Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. | |
| van kunststof: | |
| Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. | |
| Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken. | |
| Rekjes Warm zeepsop: | |
| Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. | |
| Uittreksysteem Warm zeepsop: | |
| Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonma- ken. | |
| Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. | |
| U kunt ze het beste reinigen wanneer ze inges- schoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasma- chine. | |
| Toebehoren Warm zeepsop: | |
| Laten weken en reinigen met een schoonmaak- doekje of borstel. | |
| Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roest- vrij staal gebruiken. | |
Watertank Warm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en grondig naspoelen met schoon water, om resten van schoonmaakmiddel te verwijderen.
Met een zachte doek nadrogen. Met het deksel eraf laten drogen. Dichting van het deksel na gebruik droogwrijven.
Niet afwassen in de vaatwasmachine.
Aanwijzingen
■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
■ Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenuimte.
■ Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Oppervlakken in de binnenruimte
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. Dit kunt u zien aan het ruwe oppervlak.
Bodem, plafond en zijdelen zijn geëmailleerd en hebben een glad oppervlak.
Emaillen vlakken reinigen
Reinig de gladde emailen vlakken met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop of azijnwater. Met een zachte doek nadrogen.
Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken.
Attentie!
Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte gebruiken. Er kan schade aan het email ontstaan. Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnenruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen.
De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.
Tip: Het beste kunt u de reinigingshulp gebruiken.
→ "Reinigingsfunctie" op pagina 33
Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witte aanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en hebben geen invloed op de werking. Indien nodig kunt u de resten met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende oppervlakken schoonmaken
De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreuze, matte keramiek. Spatten van het bakken en braden worden door deze laag opgezogen en afgebroken terwijl het apparaat in gebruik is.
Als de zelfreinigende oppervlakken zichzelf niet meer voldoende reinigen en er donkere vlekken ontstaan, kunnen deze worden verwijderd door gericht opwarmen.
Instellen
Neem eerst de rekjes, uitschuifrails, toebehoren en vormen uit de binnenruimte. Reinig de gladde emaillen oppervlakken, de deur en het kapje van de verlichting van de binnenruimte.
- Verwarmingsmethode Broodbakstand instellen.
- Maximale temperatuur instellen.
- De werking starten en minstens 1 uur laten lopen. Het laagje van keramiek wordt geregenereerd.
Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, verwijderen met water of een zachte spons.
Aanwijzing: Tijdens het gebruik kunnen er roodachtige vlekken op de oppervlakken ontstaan. Hierbij gaat het niet om roest, maar om vlekken van levensmiddelen. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
Attentie!
Gebruik geen ovenspray voor de zelfreinigende oppervlakken. De oppervlakken raken dan beschadigd. Wanneer er toch ovenspray op deze oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulpen gebruiken.
Na afloop van de reiniging
Controleer na afloop van de reiniging of de deurdichting links en rechts goed zit (Afb. 1).
Als de deurdichting zich op de afstandshouder a bevindt, schuif hem dan naar binnen, zodat hij naast de afstandhouder a is geplaatst (Afb. 2).


Apparaat schoon houden
Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.
⚠ Waarschuwing – Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Tips
■ De binnenruimte na gebruik altijd schoonmaken. Zo kan er geen vuil inbranden.
■ Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
■ Voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede gebruiken.
■ Gebruik geschikt gerei om te braden, bijv. een braadpan.

Reinigingsfunctie
Uw apparaat beschikt over EasyClean en de functie Ontkalken. Gebruik de reinigingshulp EasyClean voor het schoonmaken van de binnenruimte. Met EasyClean wordt het vuil eerst ingeweekt. Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.Met de functie Ontkalken verwijdert u kalk uit de verdamper.
EasyClean
De reinigingshulp EasyClean maakt het reinigen van de binnenruimte gemakkelijker voor u.Door inwerking van het zeepsop wordt het vuil eerst ingeweekt.Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.

Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Starten
Aanwijzingen
■ De reinigingshulp "EasyClean Ⓐ" kan alleen gestart worden wanneer de binnenruimte onverwarmd (kamertemperatuur) en de apparaatdeur gesloten is.
■ Zolang het apparaat in gebruik is de deur niet openen. Anders wordt de reinigingshulp "EasyClean [O]" afgebroken.
- Toebehoren uit de binnenruimte nemen.
- 0,4 liter water (niet gedistilleerd) met een druppeltje afwasmiddel erin in het midden van de binnenruimte gieten.
- Op touch-toets ① tippen.
- Op touch-toets ⏰ tippen.
- Met toets < of > "EasyClean △" kiezen.
- Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren.
- Op touch-toets || tippen. EasyClean wordt gestart. Op het display verschijnt de resterende tijdsduur.
Afsluiten
Zodra de reinigingshulp afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd.
Zodra u de apparaatdeur opent, wordt de verlichting van de binnenruimte ingeschakeld. Zo kunt u de binnenruimte beter nareinigen. Het restwater in de binnenruimte moet op tijd worden verwijderd. Laat het niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts). Het apparaat mag niet in gebruik worden genomen wanneer de binnenruimte nog nat of vochtig is.
Nareinigen
- Deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek verwijderen.
-
Gladde oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schuursponsje van roestvrij staal.
-
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Vevolgens met helder water afnemen en droogwrijven met een zachte doek (ook onder de deurdichting).
- Apparaat uitschakelen met touch-toets ①.
- De deur van het apparaat na de reiniging nog ca.1 uur op een kier laten staan (ca. 30°), zodat de emailen oppervlakken in de binnenruimte droog kunnen worden. U kunt ook de functie Snel drogen gebruiken voor de binnenruimte.
Snel drogen van de binnenruimte
- Apparaatdeur na afloop van de reinigingshulp openen in de vergrendelingsstand (ca. 30°).
- Op touch-toets ① tippen.
- CircoTherm hetelucht starten met 50 °C.
- Na 5 minuten het apparaat uitschakelen en de apparaatdeur sluiten.
Sterke verontreiniging verwijderen
Om bijzonder hardnekkig vuil te verwijderen, heeft u meerdere mogelijkheden.
■ Laat het zeepsop enige tijd inwerken voordat u de reinigingshulp start.
■ Wrijf de vervuilde plaatsen op de gladde oppervlakken in met afwasmiddel voordat u de reinigingshulp start.
■ Schakel de reinigingshulp nog een keer in nadat de binnenruimte is afgekoeld.
Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.
Het ontkalken gebeurt in een paar stappen. Om hygiënische redenen is het apparaat pas weer gebruiksklaar nadat het ontkalken helemaal voltooid is. In totaal duurt het ontkalken ca. 70 - 95 minuten.
■ Ontkalken (ca. 55 - 70 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en vul hem opnieuw
■ Eerste keer spoelen (ca. 9 - 12 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en vul hem opnieuw
■ Tweede keer spoelen (ca. 9 - 12 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en droog hem
Wordt het ontkalken onderbroken (bijv. door een stroomonderbreking of uitschakeling van het apparaat), dan wordt u nadat het apparaat opnieuw ingeschakeld is gevraagd om twee keer te spoelen. Tot aan het einde van de tweede spoelcyclus blijft het apparaat geblokkeerd voor andere toepassingen.
Hoe vaak het apparaat moet worden ontkalkt, hangt af van de waterhardheid van het gebruikte water. Zodra er nog 5 of minder keer stoom kan worden gebruikt, wordt op het display vermeld dat u dient te ontkalken. Het aantal keren dat gebruik met stoom nog mogelijk is, wordt na het inschakelen weergegeven. Zo kunt u het ontkalken op tijd voorbereiden.
Starten
Attentie!
■ Schade aan het apparaat: gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel. De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het ontkalkingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken. Ontkalkingsmiddel bestelnr. 311 680
■ Ontkalkingsoplossing: zorg ervoor dat er geen ontkalkingsoplossing of ontkalkingsmiddel op het bedieningspaneel of andere oppervlakken van het apparaat komt. De oppervlakken raken dan beschadigd. Gebeurt dit toch, verwijder de ontkalkingsoplossing dan direct met water.
Wanneer u voor het ontkalken een functie met stoom heeft gebruikt, dient u het apparaat eerst uit te schakelen. Dan kan het restwater uit het stoomsysteem worden gepompt.
-
400 ml water en 200 ml vloeibaar ontkalkingsmiddel mengen tot een ontkalkingsoplossing.
-
Op touch-toets ① tippen.
-
Watertank verwijderen en vullen met de ontkalkingsoplossing.
-
De met de ontkalkingsoplossing gevulde watertank volledig inschuiven.
-
Paneel sluiten
-
Op touch-toets ⏱ tippen.
-
Met toets < of > "Ontkalken ✕" kiezen.
-
Met toets ∼ naar de volgende regel navigeren. De duur van het ontkalken wordt weergegeven. Deze kan niet worden veranderd.
-
Met toets ↘ naar de volgende regel navigeren.
-
Op touch-toets || tippen. Het apparaat wordt ontkalkt. De tijdsduur loopt af op het display. Zodra het ontkalken beëindigd is, klinkt er een signaal.
Eerste keer spoelen
- Paneel openen.
- Watertank verwijderen, grondig omspoelen, vullen met water en weer inschuiven.
- Paneel sluiten
- Op touch-toets || tippen. Het apparaat spoelt. Zodra het spoelen beeindigd is, klinkt er een signaal.
Tweede keer spoelen
- Paneel openen.
- Watertank verwijderen, grondig omspoelen, vullen met water en weer inschuiven.
- Paneel sluiten
- Op touch-toets || tippen. Het apparaat spoelt. Zodra het spoelen beëindigd is, klinkt er een signaal.
Nareinigen
- Paneel openen.
- Watertank leegmaken en drogen.
- Apparaat uitschakelen. Het ontkalken is afgesloten en het apparaat is weer klaar voor gebruik.
Rekjes
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.
Inschuifhoogte voor telescopische uitschuifrails veranderen.
Stangen en telescopische uitschuifrails kunt u naar wens rangschikken. U kunt bijv. de telescopische uitschuifrails bij de inschuifhoogte hangen die u het vaakst gebruikt.

Telescopische uitschuifrails worden net als de stangen afgenomen en opgehangen.
- Stang naar achteren drukken a, tot hij er naar boven b kan worden uitgetrokken (Afb. 1).
- Stang naar achteren losmaken en verwijderen (Afb. 2).


- Stang aan de achterkant inbrengen (Afb. 1).

- Stang naar achteren a schuiven en naar beneden b aan de pin c bevestigen (Afb. 2).
- Let erop dat de haak aan de pin c bevestigd is (Afb. 3).


Rekjes verwijderen en bevestigen
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Rekjes verwijderen
- Het rekje (niet de houder voor toebehoren of de telescooprails) aan de voorkant een beetje optillen a en verwijderen b (Afb. 1).
- Vervolgens het hele rekje naar voren trekken en uitnemen (Afb. 2).


Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Rekjes ophangen
De rekjes passen alleen links of rechts. De uitschuifbare rails moeten er naar voren kunnen worden uitgetrokken.
- Het rekje eerst in het midden van de achterste bus steken a tot het aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken b (Afb. 1).
- Het rekje hierna in de voorste bus steken c tot het ook hier aansluit op de wand van de binnenruimte en naar beneden drukken d (Afb. 2).



Apparaatdeur
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.

Waarschuwing – Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Draai de beide vergrendelingen voor het inbrengen en verwijderen van de deur altijd tot de aanslag.

Waarschuwing – Risico van letsel!
Is de deur verwijderd zonder beide vergrendelingen tot de aanslag te draaien, dan kan de scharnier terugklappen. Kom niet met uw handen aan het scharnier. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
- De linker- en rechter deurbeveiliging (Afb. 1) openen.
Hiervoor de schroevendraaier horizontaal houden en de deurbeveiliging (zwarte module) aan beide kanten tot de aanslag naar boven schuiven (Afb. 2).
Tip: Om de deurbeveiliging goed te zien kunt u met een zaklamp in de spleet schijnen.

Deurbeveiliging gesloten (Afb. 3) Deurbeveiliging geopend (Afb. 4)

(Afb. 3) (Afb. 4)


- Apparaatdeur ca. 45°openen (Afb. 5).

- Met een munt de beide vergrendelingen links- en rechtsonder aan de binnenkant van het apparaat draaien tot de aanslag. Vergrendeling links: met de klok mee Vergrendeling rechts: tegen de klok in De pijlen wijzen naar elkaar en de vergrendeling klikt duidelijk in (Afb. 6).

- Apparaatdeur naar boven en beneden bewegen tot er een klikgeluidje te horen is (Afb. 9). De apparaatdeur zit in de vergrendelingsstand. Deze kan nog maar minimaal worden bewogen.
Attentie!
Beschadiging van de deurscharnieren.
Apparaatdeur in de vergrendelingsstand niet openen of sluiten tegen een weerstand.
Heeft u de apparaatdeur in de vergrendelingsstand tegen de weerstand geopend of gesloten, neem dan telefonisch contact op met de servicedienst.

De deurgreep kan afbreken. Apparaatdeur niet dragen aan de deurgreep. Apparaatdeur aan de zijkant, ter hoogte van de deurgreep, met beide handen links en rechts stevig vastpakken om hem op een veilige manier te dragen of uit te nemen.
- Apparaatdeur aan de zijkant, ter hoogte van de deurgreep, met beide handen links en rechts stevig vastpakken en naar boven uittrekken (Afb. 10).

Waarschuwing
Gevaar voor letsel!
Naar beneden vallen van de apparaatdeur. De apparaatdeur heeft een gewicht van 7 - 10 kg. Ga er voorzichtig mee om.

- Apparaatdeur op een vlakke, zachte en schone ondergrond leggen.
Apparaatdeur inbrengen
- Apparaatdeur tegelijkertijd links en rechts boven de geleiderollen inhangen (Afb. 1 en Afb. 2). Let erop dat de apparaatdeur niet wordt gekanteld en volledig ingehangen is.

-
De deurgreep een beetje openen a (Afb. 3). De apparaatdeur glijdt met het laatste stukje volledig naar beneden b (Afb. 3).
-
Met een munt de beide vergrendelingen van de apparaatdeur opheffen (Afb. 4).


Vergrendeling links: tegen de klok in Vergrendeling rechts: met de klok mee
- Apparaatdeur tamelijk ver openen tot er een zacht klikgeluid te horen is. Apparaatdeur sluiten.

Waarschuwing
Risico van letsel door niet gesloten scharniervergrendelingen!
De apparaatdeur kan uit de hengsels loskomen. U kunt dan letsel oplopen en de deur kan worden beschadigd. Na het inbrengen de deurbeveiliging altijd aan de linker- en rechterkant sluiten.
- Linker en rechter deurbeveiliging sluiten (Afb. 5). Hiervoor de schroevendraaier horizontaal houden en de deurbeveiliging aan beide kanten tot aan de aanslag omlaag schuiven (Afb. 6).

Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om ze schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Hiervoor dient u de apparaatdeur eerst te verwijderen (zie het hoofdstuk "Apparaatdeur verwijderen en inbrengen").

Waarschuwing – Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.

Waarschuwing – Risico van letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen.
Verwijderen
Aanwijzing: De verwijderde ruiten op een vlakke, zachte en schone ondergrond leggen.
- Apparaatdeur verwijderen
- Apparaatdeur met de voorkant naar beneden op een vlakke, zachte en schone ondergrond leggen.
- Links en rechts op de buitenkant van de apparaatdeur drukken, tot de middelste ruit aan beide kanten loskomt (Afb. 1).
- Middelste ruit voorzichtig optillen en in de richting van de pijl uitnemen (Afb. 2).

-
Middelste ruit in het gebied a naar beneden drukken, houder b voorzichtig optillen tot hij eruit kan worden getrokken (Afb. 3).
-
Middelste ruit van onderen optillen (Afb. 4) en uitnemen.


- Alle ruiten aan beide kanten schoonmaken met glasreiniger en een zachte doek.

Waarschuwing
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Aanwijzing: Let erop dat u de deurruiten inbrengt in de oorspronkelijke volgorde.
- Middelste ruit inbrengen en in de richting van de pijl schuiven tot hij in de omlijsting zit. De pijl op de middelste ruit moet overeenkomen met de pijl op de omlijsting (Afb. 1).

- Middelste ruit in het gebied a naar beneden drukken, de houder b schuin inschuiven en aandrukken tot hij vergrendelt (Afb. 2). Houder is ingebracht (Afb. 3).


- De middelste ruit links en rechts in de houder c plaatsen (Afb. 4).
- Tegen de bovenkant van de middelste ruit drukken tot hij vergrendelt (Afb. 5).


Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Tip: Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk "Voor u getest in onze kookstudio". Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Storingentabel

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
■ Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
| Storing Mogelijke oorzaak Aanwijzing/Oplossing | ||
| Apparaat werkt niet Stekker is niet in het stopcontact gestoken Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet | ||
| Stroomuitval Controleer of andere keukenapparaten werken | ||
| Zekering defect Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | ||
| Het gebruik met stoom of het ontkal-ken start niet of loopt niet verder | Watertank leeg Watertank vullen | |
| Afscherming is open Afscherming sluiten | ||
| Door het ontkalken wordt het gebruik met stoom geblokkeerd | Ontkalken uitvoeren | |
| Sensor defect Contact opnemen met de servicedienst | ||
| Na het inschakelen van een functie verschijnt op het display de melding dat de temperatuur te hoog is. | Apparaat is nog niet voldoende afgekoeld Apparaat laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen | |
| Het apparaat vraagt u te spoelen | Tijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbro-ken of het apparaat uitgeschakeld | Nadat het apparaat weer ingeschakeld is, twee keer spoelen |
| Het apparaat vraagt u te ontkalken, zonder dat eerst de teller verschijnt | De ingestelde waterhardheid is te laag | Ontkalken uitvoerenIngestelde waterhardheid controleren en eventueel aanpassen |
| Toetsen knipperen | Normaal verschijnsel door condenswater achter het bedieningspaneel | Zodra het condenswater verdampt is, knipperen de toetsen niet meer |
| Het bereidingsresultaat bij toepassin-gen met stoom is te vochtig of te droog geworden | Er is een verkeerde stoomintensiteit gekozen | Een lagere of hogere stoomintensiteit kiezen |
| De melding "Watertank vullen" ver-schijnt, hoewel de tank gevuld is | Afscherming is open Afscherming sluiten | |
| Watertank niet vergrendeld | Watertank vergrendelen→ "Stoom" op pagina 18 | |
| Sensor defect Contact opnemen met de servicedienst | ||
| Watertank is gevallen. Als gevolg van de trillingen zijn er onderdelen in de watertank losgekomen, hierdoor raakt hij lek. | nieuwe watertank bestellen | |
| Tijdens de bereiding komt er stoom vrij door de ontluchtingssleuven | Normale procedure | Niet mogelijk |
| De afscherming voor het uitnemen van de tank gaat niet open | Stekker is niet in het stopcontact gestoken Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet | |
| Stroomuitval Controleer of andere keukenapparaten werken | ||
| Zekering defect Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | ||
| Sensor van de touch-toets ☐ defect Contact opnemen met de servicedienst | ||
| Zo nodig de watertank leegmaken: apparaatdeur openen, de afscherming rechts en links vastpakken en de afscherming eruit trekken | ||
| Het apparaat kan niet worden ingeschakeld, op het display wordt het symbool ⇌ weergegeven | Automatisch kinderslot is geactiveerd | Touch-toets ⚙ ingedrukt houden tot het symbool ⇌ verdwijnt |
| Het ingeschakelde apparaat kan niet bediend worden, op het display wordt het symbool ⇌ weergegeven | Kinderslot is geactiveerd. | Touch-toets ⚙ ingedrukt houden tot het symbool ⇌ verdwijnt |
| Apparaat warmt niet op, op het display wordt ☐ weergegeven | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen | Ontkoppel het apparaat ca. 10 seconden van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen 3 minuten in de basisinstellingen → "Basisinstellingen" op pagina 23 |
| Tijdens het gebruik is een plofgeluidje hoorbaar | Koud/warmeffect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdamp | Niet mogelijk |
| Op het display verschijnt “D” of “E”, bijv. D0111 of E0111 | Technisch probleem Apparaat uit- en weer inschakelen | Als de melding opnieuw verschijnt: contact opnemen met de servicedienst.Geef hiervoor de precieze foutmelding weer |
| Home Connect functioneert niet correct. | Ga naar www.home-connect.com | |
Maximale gebruiksduur overschreden
Uw apparaat beëindigt het gebruik automatisch wanneer er geen tijdsduur is ingesteld en de instelling lang niet veranderd is.
De werkelijke tijdsduur tot de automatische bedrijfsstop varieert met de gekozen instellingen.
Op het display wordt gemeld dat de werking automatisch beëindigd wordt. Vervolgens wordt de werking stopgezet.
Om het apparaat weer te gebruiken dient u het eerst uit te schakelen. Schakel het apparaat vervolgens weer in en stel de gewenste functie in.
Lampen van de binnenruimte
Voor de verlichting van de binnenruimte beschikt uw apparaat over een of meerdere duurzame LED-lampen.
Mocht een LED-lamp of het glazen kapje toch eens defect zijn, neem dan contact op met de servicedienst. Het kapje van de lamp mag niet verwijderd worden.

Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef tijdens het telefoongesprek altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de rechterkant wanneer u het paneel opent. Tip hiervoor op de touch-toets ☐. → "Stoom" op pagina 18

Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de servicedienst nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4040
B 070 222 143
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan. Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd. Bij een toepassing met stoom is het gewenst dat er veel waterdamp in de binnenruimte ontstaat. Veeg na het garen de binnenruimte droog nadat deze is afgekoeld.
Vormen van silicone
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Wanneer u niettemin vormen van silicone wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Voor het bereiden met stoom zijn vormen van silicone niet geschikt.
Gebak en klein gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken met stoom
Bepaald gebak (bijv. gebak van gistdeeg) krijgt met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveaus:
■ hoog gebak: hoogte 2
■ vlak gebak: hoogte 3
Wanneer u de verwarmingsmethode CircoTherm hetelucht gebruikt, kunt u kiezen tussen hoogte 1, 2, 3 en 4.
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bakken op twee niveaus:
■ Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Bakken op drie niveaus:
■ Bakplaat: hoogte 4 Braadslede: hoogte 3 Bakplaat: hoogte 1
Bakken op vier niveaus:
■ 4 roosters met bakpapier eerste rooster: hoogte 4 tweede rooster: hoogte 3 derde rooster: hoogte 2 vierde rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik bij vochtig gebak de braadslede, zodat bij overlopend vocht de binnenruimte niet vuil wordt.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet
gelijkmatig. Wanneer u met deze vormen wilt bakken en boven- en onderwarmte wilt gebruiken, schuift u de vorm er op hoogte 1 in.
Voor het bakken met stoom dienen de bakvormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel. Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor het bakken na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Pizzastand
■ Broodbakstand
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | |
| Gebak in vormen | ||||||
| Cake, eenvoudig Krans/rechthoekige vorm 2 ♀ | 140-160 - 50-70 | |||||
| Cake, eenvoudig Krans/rechthoekige vorm 2 ♀ | 150-160 1 50-70 | |||||
| * voorverwarmen | ||||||
| ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | ||||||
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. |
| Cake, eenvoudig, 2 niveaus | Krans/rechthoekige vorm | 3+1 | 140-160 | - | 60-80 | |
| Cake, fijn Krans/rechthoekige vorm 2 ≡ 150-170 - 60-80 | ||||||
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn Tulband-/springvorm 2 ≡ 160-180 - 40-60 | ||||||
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn Tulband-/springvorm 2 ≡ 150-170 - 40-60 | ||||||
| Taartbodem van roerdeeg Taartbodemvorm 3 ≡ 150-170 - 20-30 | ||||||
| Taartbodem van roerdeeg Taartbodemvorm 2 ≡ 150-160 1 25-35 | ||||||
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm ∅ 26 cm 2 ≡ 170-190 - 60-80 | |||||
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 3 | 220-240 | - | 35-45 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 3 | 170-190 | - | 45-55 | |
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 3 | 190-210 | - | 25-40 | |
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 3 | 200-220 | 1 | 30-40 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 2 | 150-160 | - | 50-70 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 2 | 150-160 | 1 | 60-70 | |
| Gistgebak | Springvorm ∅ 28 cm 2 ≡ 150-160 - 20-30 | |||||
| Gistgebak | Springvorm ∅ 28 cm 2 ≡ 150-160 2 25-35 | |||||
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 3 | 160-180* | - | 20-30 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm 2 ≡ 150-160 1 20-35 | |||||
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm ∅ 26 cm | 2 | 160-170* | - | 25-35 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm ∅ 26 cm | 2 | 150-160 | 1 | 10 | |
| -20-30 | ||||||
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm ∅ 28 cm | 2 | 150-170* | - | 30-50 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm ∅ 28 cm | 2 | 150-160 | 1 | 10 | |
| -25-35 | ||||||
| Gebak op de plaat | ||||||
| Cake met bedekking | Bakplaat | 3 | 150-170 | - | 25-40 | |
| Cake met bedekking | Bakplaat | 3 | 160-170 | 1 | 30-40 | |
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | - | 30-50 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 3 ≡ 170-190 - 25-35 | ||||
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 ≡ 160-170 - 35-45 | ||||
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 3 ≡ 160-180 - 55-65 | ||||
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 3 ≡ 150-170 - 55-85 | ||||
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 3 | 200-210 | - | 40-50 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 3 | 170-190 | - | 45-55 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Braadslede | 3 | 150-170 | - | 25-35 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 150-160 | 1 | 20-30 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 ≡ 150-170 - 20-30 | ||||
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 3 | 180-200 | - | 30-40 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 3 | 160-170 | - | 40-50 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 ≡ 150-170 - 45-60 | ||||
| Broodvlecht, gistdeegkrans Bakplaat 2 ⚫ 150-160 - 30-40 | ||||||
| Broodvlecht, gistdeegkrans Bakplaat 2 ⚫ 150-160 2 25-35 | ||||||
| Biscuitrol Bakplaat 3 ⚫ 180-200* - 8-15 | ||||||
| Biscuitrol Bakplaat 3 ⚫ 180-200* 1 10-15 | ||||||
| Kerststol van 500 g bloem Bakplaat 3 ⚫ 150-170 - 55-65 | ||||||
| Kerststol van 500 g bloem Braadslede 3 ⚫ 140-150 2 80-90 | ||||||
| Strudel, zoet Braadslede 2 ⚫ 170-180 - 50-60 | ||||||
| Strudel, zoet Braadslede 3 ⚫ 180-190 2 50-60 | ||||||
| Strudel, diepvries Braadslede 3 ⚫ 200-220 - 35-45 | ||||||
| Strudel, diepvries Braadslede 3 ⚫ 180-200 1 35-45 | ||||||
| Klein gebak | ||||||
| Small cakes Bakplaat 3 ⚫ 160** - 20-30 | ||||||
| Small cakes Bakplaat 3 ⚫ 150** - 25-35 | ||||||
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 150** | - | 25-35 |
| Small cakes, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | ∅ | 140** | - | 35-45 |
| Muffins | Muffinplaat | 3 ⚫ 160-180* - 15-25 | ||||
| Muffins | Muffinplaat | 3 ⚫ 150-160 1 25-35 | ||||
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | ∅ | 160-180* | - | 15-30 |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat 3 ⚫ 150-170 - 25-35 | |||||
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat 3 ⚫ 160-180 2 25-35 | |||||
| Klein gistdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 150-170 | - | 25-40 |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat 3 ⚫ 170-190* - 20-35 | |||||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat 3 ⚫ 200-220* 1 15-25 | |||||
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 170-190* | - | 20-45 |
| Bladerdeeggebak, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | ∅ | 170-190* | - | 20-45 |
| Bladerdeeggebak, vlak, 4 niveaus | 4 roosters | 4+3+2+1 | ∅ | 180-200* | - | 20-35 |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat 3 ⚫ 190-210 - 30-40 | |||||
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat 3 ⚫ 200-220* 1 25-35 | |||||
| Soezendeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 190-210 | - | 35-45 |
| Plunderdeeggebak | Bakplaat 3 ⚫ 160-180 - 20-30 | |||||
| Plunderdeeggebak | Bakplaat 3 ⚫ 160-180 1 25-35 | |||||
| Koekjes | ||||||
| Sprits | Bakplaat 3 ⚫ 140-150** - 25-40 | |||||
| Sprits | Bakplaat 3 ⚫ 140-150** - 25-40 | |||||
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 140-150** | - | 30-40 |
| Sprits, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | ∅ | 130-140** | - | 35-55 |
| Koekjes | Bakplaat 3 ⚫ 140-160 - 15-30 | |||||
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 140-160 | - | 15-30 |
| Koekjes, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | ∅ | 140-160 | - | 15-30 |
| Schuimgebak | Bakplaat 3 ⚫ 80-90* - 120-150 | |||||
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ∅ | 80-90* | - | 120-180 |
| Makronen | Bakplaat 3 ⚫ 90-110 - 20-40 | |||||
| * voorverwarmen** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | ||||||
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | ||||||
| hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | ||
| Makronen, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ⚙ 90-110 - 25-45 | ||||||
| Makronen, 3 niveaus Bakplaten + braadslede 4+3+1 ⚙ 90-110 - 30-50 | ||||||
| * voorverwarmen** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | ||||||
Tips voor gebak en klein gebak
| U wilt vaststellen, of het gebak door-gebakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Let op de aangegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gere-zen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. |
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Het gebak is te droog. Stel de temperatuur 10 °C hoger in en verkort de baktijd. | |
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de toebehoren juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar onder te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. |
| Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar onder te licht. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en verleng de baktijd. |
| Het gebak wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op de toebehoren. |
| Het gebak is over het geheel te don- ker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verleng evt. de baktijd. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur.Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat.Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebak- ken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is bin- nen niet goed doorgebakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Brood en broodjes
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van brood en broodjes. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken met stoom
Brood en broodjes krijgen met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveaus:
■ hoog gebak: hoogte 2
■ vlak gebak: hoogte 3
Wanneer u de verwarmingsmethode CircoTherm hetelucht gebruikt, kunt u kiezen tussen hoogte 1, 2, 3 en 4.
Bakken op twee niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
■ Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig. Wanneer u met deze vormen wilt bakken en boven- en onderwarmte wilt gebruiken, schuift u de vorm er op hoogte 1 in.
Voor het bakken met stoom dienen de bakvormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse broden en broodjes de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het brood of de broodjes zouden alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
■ Pizzastand
■ Broodbakstand
■ ≈ ≈ Grill, groot
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | |
| Brood | ||||||
| Wit brood, 750 g Braadslede of rechthoekige vorm 2 ☎ 210-220* - 10-15 | 180-190* - 25-35 | |||||
| Wit brood, 750 g Braadslede of rechthoekige vorm 2 ☎ 210-220 3 10-15 | 180-190 - 25-35 | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg Braadslede of rechthoekige vorm 2 ☎ 210-220* - 10-15 | 180-190* - 40-50 | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg Braadslede of rechthoekige vorm 2 ☎ 210-220 3 10-15 | 180-190 - 45-55 | |||||
| Volkorenbrood, 1 kg Braadslede 2 ☎ 210-220* - 10-15 | 180-190* - 40-50 | |||||
| Volkorenbrood, 1 kg Braadslede 2 ☎ 210-220 3 10-15 | 180-190 - 40-50 | |||||
| Plat rond brood Braadslede 3 ☎ 220-240 - 25-35 | ||||||
| Plat rond brood Braadslede 3 ☎ 220-230 3 20-30 | ||||||
| Broodjes | ||||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebak-ken | Braadslede 3 ☎ 180-200 - 10-15 | |||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebak-ken | Bakplaat | 3 ☎ 200-220 2 10-20 | ||||
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 3 ☎ | 150-170* | - | 15-25 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 3 ☎ | 150-170 | 3 | 25-35 | |
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 ☎ | 150-170* | - | 20-30 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 3 ☎ | 170-190 | - | 20-30 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 3 ☎ | 200-220 | 2 | 20-30 | |
| Baguette, voorgebakken, gekoeld | Braadslede 3 ☎ 180-200 - 20-30 | |||||
| Baguette, voorgebakken, gekoeld | Bakplaat | 3 ☎ | 200-220 | 1 | 10-20 | |
| Broodjes, stokbrood, regenereren | Rooster | 2 ☎ | 150-160* | - | 10-20 | |
| Broodjes, diepvries | ||||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebak-ken | Braadslede 3 ☎ 180-200 - 10-15 | |||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebak-ken | Bakplaat | 3 ☎ 180-200 1 15-25 | ||||
| Pretzels, ongebakken | Braadslede 3 ☎ 180-200 - 20-25 | |||||
| Pretzels, ongebakken | Bakplaat | 3 ☎ | 210-230 | 1 | 18-25 | |
| Croissant, ongebakken | Braadslede | 3 ☎ | 170-190 | - | 30-35 | |
| Croissant, ongebakken | Bakplaat | 3 ☎ | 180-200 | 1 | 20-25 | |
| Broodjes, stokbrood, regenereren | Rooster | 2 ☎ | 160-170 | - | 10-20 | |
| Toast | ||||||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 3 ☎ | 190-210 | - | 10-15 | |
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 3 ☎ | 230-250 | - | 10-15 | |
| Toast roosteren (niet voorverwarmen) | Rooster | 4 ☎ | 290 | - | 4-6 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Pizza, quiche en hartig gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken pizza, quiche en hartig gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken met stoom
Bepaald gebak (bijv. gebak van gistdeeg) krijgt met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveaus:
■ hoog gebak: hoogte 2
■ vlak gebak: hoogte 3
Wanneer u de verwarmingsmethode CircoTherm hetelucht gebruikt, kunt u kiezen tussen hoogte 1, 2, 3 en 4.
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bakken op twee niveaus:
■ Braadslede: hoogte 3 Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Bakken op vier niveaus:
■ 4 roosters met bakpapier eerste rooster: hoogte 4 tweede rooster: hoogte 3 derde rooster: hoogte 2 vierde rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik de braadslede bij dik belegde pizza's.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig. Wanneer u met deze vormen wilt bakken en boven- en onderwarmte wilt gebruiken, schuift u de vorm er op hoogte 1 in.
Voor het bakken met stoom dienen de bakvormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het gerecht zou alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Pizzastand
■ Broodbakstand
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | |
| Pizza | ||||||
| Pizza, vers Bakplaat 3 ♣ 200-220 - 25-35 | ||||||
| Pizza, vers, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ♣ 180-200 - 35-45 | ||||||
| Pizza, vers, dunne bodem Pizzaplaat 2 ♣ 220-230 - 20-30 | ||||||
| Pizza, diepvries | Rooster | 3 | 190-210 | - | 10-15 | |
| Pizza, diepvries | ||||||
| Pizza met dunne bodem 1 stuks | Rooster | 3 | 190-210 | - | 15-20 | |
| Pizza met dunne bodem 2 stuks | Braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | - | 20-25 | |
| Pizza met dikke bodem 1 stuk | Rooster | 3 | 180-200 | - | 20-25 | |
| Pizza met dikke bodem 2 stuks | Braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | - | 20-30 | |
| Pizza-baguette | Rooster | 3 | 200-220 | - | 15-20 | |
| Minipizza's | Braadslede | 3 | 180-200 | - | 15-20 | |
| Minipizza's, ∅ 7 cm, 4 niveaus | 4 roosters | 4+3+2+1 | 180-200* | - | 20-30 | |
| Hartig gebak & quiche | ||||||
| Hartig gebak in vormen | Springvorm ∅ 28 cm | 2 | 170-190 | - | 55-65 | |
| Hartig gebak in vormen | Springvorm ∅ 28 cm | 2 | 170-190 | 1 | 60-70 | |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 3 | 190-210 | - | 30-40 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 3 | 260-280* | - | 10-15 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 2 | 200-220* | 2 | 15-25 | |
| Pierogi | Ovenschaal | 2 ≡ | 190-200 - 30-45 | |||
| Pierogi | Ovenschaal | 2 ♣ | 170-190 - 50-70 | |||
| Empanada | Braadslede | 3 ♣ | 180-190 - 30-45 | |||
| Empanada | Braadslede | 2 | 170-190 | 2 | 30-40 | |
| Börek | Braadslede | 2 ≡ | 180-200 - 35-45 | |||
| Börek | Braadslede | 1 | 200-220* | - | 20-30 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van ovenschotels en soufflé. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
U kunt op een niveau in vormen of met de braadslede bakken.
■ Vormen op het rooster: hoogte 2
■ Braadslede: hoogte 3
Voor soufflés gebruikt u de functie "bakken met stoom". U heeft geen waterbad nodig.
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede
De braadslede er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Vormen
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden donkerder aan de bovenkant.
Voor het bakken met stoom dienen de vormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse ovenschotels en soufflés de optimale verwarmingsmethode.
Temperatuur en bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De ovenschotel of soufflé zou allen van buiten gaar zijn, maar van binnen rauw.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven
bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
■ Pizzastand
■ Broodbakstand
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Ovenschotels & soufflés Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | ||
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingredi-ënten | Ovenschaal 2 | 170-190 - 35-50 | |||||
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingredi-ënten | Ovenschaal 2 | 150-170 2 40-50 | |||||
| Ovenschotel, zoet Ovenschaal 2 | 160-180 - 40-50 | ||||||
| Ovenschotel, zoet Ovenschaal 2 | 170-190 - 40-60 | ||||||
| Lasagne, vers, 1 kg Ovenschaal 2 | 160-180 - 50-60 | ||||||
| Lasagne, vers, 1 kg Ovenschaal 2 | 170-180 2 35-45 | ||||||
| Lasagne, diepvries, 400 g Rooster 2 | 190-210 - 30-35 | ||||||
| Lasagne, diepvries, 400 g | Open vormen | 2 | 180-190 | 2 | 40-50 | ||
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal 2 | 160-190 - 50-70 | |||||
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal 2 | 160-170 3 50-60 | |||||
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog, 2 niveaus | Ovenschaal 3+1 | 150-170 - 60-80 | |||||
| Soufflé | Ovenschaal 2 | 160-180* | -35-45 | ||||
| Soufflé | Ovenschaal 2 | 170-180 2 30-40 | |||||
| Soufflé | Portievormen | 2 | 170-190 - 65-75 | ||||
Gevogelte
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van gevogelte. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor enkele gerechten.
Braden op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.
Schuif de braadslede met het rooster in de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. → "Toebehoren" op pagina 12
Giet afhankelijk van de grootte en het soort gevogelte tot 1/2 liter water in de braadslede. Afdruipend vet wordt opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Braden in vormen
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de bakoven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het gevogelte gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van gevogelte het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Gevogelte kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden met stoom
Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger. Zij krijgen een glanzend oppervlak en droger minder uit.
Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Aanwijzingen
■ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
■ Bij het grillen kan rook ontstaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor het gevoelte de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor ongevuld, braadklaar gevogelte op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte met voorgesteld gewicht. Wanneer u zwaarder gevogelte wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het gevogelte, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Gevogelte na ca. 12 tot 23 van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Tips
■ Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
■ Snij bij eendenborst de huid in. Keer de eendenborst niet.
■ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de huidzijde onder is.
■ Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
■ Pizzastand
■ ≈ Grill, groot
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | ||
| Kip | |||||||
| Kip, 1 kg Rooster 2 ⚫ 200-220 - 60-70 | |||||||
| Kip, 1 kg Rooster 2 ⚫ 190-210 2 50-60 | |||||||
| Kipfilet, à 150 g (grillen) Rooster 4 ⚫ 275* - 15-20 | |||||||
| Kleine kipdelen, à 250 g Rooster 3 ⚫ 220-230 - 30-35 | |||||||
| Kleine kipdelen, à 250 g Rooster 3 ⚫ 200-220 2 30-45 | |||||||
| Kipsticks, nuggets, diepvries Braadslede 3 ⚫ 190-210 - 20-25 | |||||||
| Poularde, 1,5 kg Rooster 2 ⚫ 200-220 - 70-90 | |||||||
| Poularde, 1,5 kg Rooster 2 ⚫ 180-200 2 65-75 | |||||||
| Eend & gans | |||||||
| Eend, 2 kg | Rooster 1 ⚫ 180-200 - 90-110 | ||||||
| Eend, 2 kg | Rooster | 2 | ♀ | 150-160 | 2 | 70-90 | |
| ♀ | 180-190 - 30-40 | ||||||
| Eendenborst, à 300 g | Rooster | 3 | ♀ | 230-250 | - | 25-30 | |
| Eendenborst, à 300 g | Rooster | 3 | ♀ | 220-240 | 2 | 25-30 | |
| Gans, 3 kg | Rooster 2 ⚫ 160-180 - 120-150 | ||||||
| Gans, 3 kg | Rooster | 2 | ♀ | 130-140 | 2 | 110-120 | |
| ♀ | 150-160 2 20-30 | ||||||
| ♀ | 170-180 - 30-40 | ||||||
| Ganzenbouten, à 350 g | Rooster | 2 | ♀ | 210-230 | - | 40-50 | |
| Ganzenbouten, à 350 g | Rooster | 3 | ♀ | 190-200 | 2 | 45-55 | |
| Kalkoen | |||||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Rooster 2 ⚫ 180-200 - 70-90 | ||||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Rooster | 2 | ♀ | 140-150 | 2 | 70-80 | |
| ♀ | 170-180 - 20-30 | ||||||
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg | Gesloten vorm | 2 | = | 240-260 | - | 80-100 | |
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Rooster 2 ⚫ 180-200 - 80-100 | ||||||
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Rooster 2 ⚫ 170-180 2 80-100 | ||||||
| * 5 min voorverwarmen | |||||||
Vlees
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Braden en stoven
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst de zwoerd onder is.
Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder knapperig.
Giet afhankelijk van de grootte en het soort vlees tot 1/2 liter water in de braadslede. Afdruipend vet en vleessap wordt opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Schuif de braadslede met het rooster in de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. → "Toebehoren" op pagina 12
Braden en stoven in een vorm
Het braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. 12 cm hoog bedekt zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van vlees het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het garen uitzetten.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm bedekt te zijn.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Vlees kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden en stoven met stoom
Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger en drogen minder uit.
Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
Het braadvlees hoeft niet gekeerd te worden.
Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard.
Deze zijn in de tabel aangegeven.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
■ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
■ Bij het grillen kan rook ontstaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor talrijke vleesgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vlees op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor stukken braadvlees met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaar stuk wilt braden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het braadvlees, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Braadvlees en grillvlees na ca. 12 tot 23 van de aangegeven tijd keren.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten. Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor braden, stoven en grillen" na de insteltabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
■ ≈ ≈ Grill, groot
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | ||
| Varkensvlees | |||||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm 2 | 180-190 - 110-130 | |||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm 2 | 180-190 1 110-130 | |||||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Rooster 2 | 190-200 - 130-140 | |||||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Open vorm 2 | 100 3 25-30 | |||||
| 170-180 1 70-90 | |||||||
| 200-210 - 20-25 | |||||||
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg Open vorm 2 | 220-230 - 70-80 | ||||||
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg Open vorm 2 | 170-180 1 80-90 | ||||||
| Varkenshaas, 400 g Rooster 3 | 220-230 - 20-25 | ||||||
| Varkenshaas, 400 g Open vorm 3 | 210-220* 1 25-30 | ||||||
| Casselerrib met been, 1 kg (incl. een beetje toegevoegd water) | Gesloten vorm | 2 | 210-230 - 70-90 | ||||
| Casselerrib met been, 1 kg | Open vorm 2 | 160-170 1 70-80 | |||||
| Varkenssteaks, 2 cm dik | Rooster | 4 | 275 | - | 16-20 | ||
| Varkensmedaillons, 3 cm dik | Rooster | 4 | 290* | - | 10-14 | ||
| Rundvlees | |||||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster 2 | 210-220 - 40-50 | |||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Open vorm 2 | 190-200 1 50-60 | |||||
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 200-220 | - | 130-160 | ||
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Rooster 2 | 220-230 - 60-70 | |||||
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm 2 | 190-200 1 65-80 | |||||
| Steak, 3 cm dik, medium | Rooster | 4 | 290 | - | 15-20 | ||
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster 4 | 290 - 25-30 | |||||
| Kalfsvlees | |||||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm 2 | 160-170 - 100-120 | |||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm 2 | 170-180 1 90-110 | |||||
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 200-210 | - | 100-120 | ||
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | 1 | 100-120 | ||
| Lamsvlees | |||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-190 | - | 50-80 | ||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | 1 | 80-90 | ||
| Lamszadel met been*** | Rooster 2 | 180-190 - 40-50 | |||||
| Lamszadel met been*** | Open vorm 3 | 200-210* 1 25-30 | |||||
| Lamskotelet** | Rooster 4 | 290 - 14-18 | |||||
| * voorverwarmen** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen*** zonder keren | |||||||
| Worsten | |||||||
| Grillworsten Rooster 4 ≈ 290 - 10-15 | |||||||
| Vleesgerechten | |||||||
| Gehaktbrood, 1 kg Open vorm 2 ≈ 170-180 - 60-70 | |||||||
| Gehaktbrood, 1 kg Open vorm 2 ≈ 190-200 1 70-80 | |||||||
| * voorverwarmen | |||||||
| ** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen | |||||||
| *** zonder keren | |||||||
Tips voor het braden, stoven en grillen
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten.Reduceer de temperatuur en voeg indien gewenst tijdens het stoven nog vloeistof toe. |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grill-product. Gebruik een grilltang. |
Vis
Uw apparaat biedt diverse verwarmingsmethoden voor het bereiden van vis. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de binnenruimte. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
U kunt herkennen dat de vis gaar is, wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Braden en grillen op het rooster
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en de soort vis tot 1/2 liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Er ontstaat zo minder rook en de binnenruimte blijft schoner.
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in de vis prikt, verliest hij sap en wordt hij droog.
Aanwijzingen
■ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
■ Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braden en stomen in een vorm
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. De vis gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het bereiden van hele vis het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Doe voor het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Vis kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Braden met stoom
Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger en drogen minder uit.
Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
De vis hoeft niet gekeerd te worden.
Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor visgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vis op koelkasttemperatuur die in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt. In de tabel vindt u gegevens voor vis met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaardere vis wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere vissen oriënteert u zich aan de zwaarste vis om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke vissen dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter een vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Vis die niet in de zwemstand is na ca. 12 tot 23 van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
■ Thermogrillen
■ ≈ Grill, groot
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | |
| Vis | ||||||
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel Rooster 2 170-190 - 20-30 | ||||||
| Vis, gebraden, heel 300 g, bijv. forel Braadslede 2 170-180 1 15-20 | ||||||
| 160-170 - 5-10 | ||||||
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm Rooster 2 170-190 - 30-40 | ||||||
| Visfilets | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd, gegrild Rooster 4 220* - 15-25 | ||||||
| Viskoteletten | ||||||
| Viskotelet, 3 cm dik** | Rooster | 4 | ### | 290 | - | 10-20 |
| Vis, diepvries | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vormen | 2 | = | 210-230 | - | 20-30 |
| Visfilet, gegratineerd | Rooster 2 200-220 - 45-60 | |||||
| Visfilet, gegratineerd | Open vormen | 2 | ### | 200-220 | 1 | 35-45 |
| Vissticks (tussentijds keren) | Braadslede 3 200-220 - 20-30 | |||||
| * voorverwarmen | ||||||
| ** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen | ||||||
Groente en bijgerechten
Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bereiden op één niveau
Volg de opgaven in de tabel op.
Bereiden op twee niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
■ Braadslede: hoogte 3
■ Bakplaat: hoogte 1
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
Pizzastand
■ Broodbakstand
■ ≈ ≈ Grill, groot
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Toebehoren Inschuif- | hoogte | Verwar-mingsme-thode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | |
| Groentegerechten | ||||||
| Gegrilde groente Braadslede 4 ≈ 290 - 10-15 | ||||||
| Aardappels | ||||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd Braadslede 3 ≈ 160-180 - 45-60 | ||||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd Braadslede 3 ≈ 180-190 1 40-50 | ||||||
| Aardappelproducten, diepvries | ||||||
| Aardappel-rösti Braadslede 3 ≈ 200-220 - 25-35 | ||||||
| Kartoffeltaschen, gevuld | Braadslede 3 ≈ 190-210 - 20-30 | |||||
| Aardappelkroketten | Braadslede 3 ≈ 200-220 - 25-35 | |||||
| Frites | Braadslede 3 ≈ 190-210 - 25-35 | |||||
| Frites, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | - | 30-40 | |
Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
Neem rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn. De apparaatdeur niet openen tijdens het gebruik.
- 1 Liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en vervolgens tot 40 °C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40 °C voldoende.
- Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
-
Hiermee koppen of kleine potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
-
De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Deegrijsstand
| Gerecht Toebehoren Inschuifhoogte Verwar- | ||||
| mingsmethode | Temperatuur in °C | Deegrijsstand Tijdsduur in uren | ||
| Yoghurt Portievormen Bodem binnen- | ruimte | -15-6 | ||
Eco-verwarmingsmethoden
CircoTherm Eco en boven- en onderwarmte Eco zijn intelligente verwarmingsmethoden voor het gezond bereiden van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte.Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd. Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur bij CircoTherm Eco tussen 125-200 °C en bij boven-/onderwarmte Eco tussen 150-250 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode CircoTherm Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. De verwarmingsmethode boven-/onderwarmte Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt.
De verwarmingsmethode CircoTherm Eco wordt gebruikt voor het vaststellen van de energie-efficiëntieklasse.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen en vormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Hierdoor kunt u tot 35 procent energie sparen.
Vormen van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel. Niet-reflecterende vormen van email, hittebestendig glas of gecoat, drukgegoten aluminium is beter geschikt.
Lichte vormen, keramische vormen of vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
Hier vindt u gegevens voor de verschillende gerechten met CircoTherm eco en boven- en onderwarmte eco. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel het apparaat indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ Eco CircoTherm Eco
■ eco Boven- en onderwarmte Eco
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Gebak in vormen | |||||
| Cake in de vorm | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 140-160 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm ∅ 26 cm | 2 | 160-170 | 30-45 | |
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. |
| Biscuittaart, 6 eieren Springvorm ∅ 28 cm 2 150-160 50-60 | |||||
| Gistdeegtulband Tulbandvorm 2 150-170 50-70 | |||||
| Gebak op de plaat | |||||
| Cake met droge bedekking Bakplaat 3 150-170 25-40 | |||||
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking Bakplaat 3 170-180 25-35 | |||||
| Biscuitrol Bakplaat 3 180-190 15-20 | |||||
| Broodvlecht, gistdeegkrans Bakplaat 3 160-170 25-35 | |||||
| Gistdeeggebak met droge bedekking Bakplaat 3 160-180 15-20 | |||||
| Klein gebak | |||||
| Muffins Muffinplaat | 2 160-180 15-25 | ||||
| Small cakes | Bakplaat 3 150-160 25-35 | ||||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat 3 170-190 20-35 | ||||
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat 3 190-200 40-50 | ||||
| Kockjes | Bakplaat 3 140-160 15-30 | ||||
| Sprits | Bakplaat 3 140-150 25-35 | ||||
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat 3 160-180 25-35 | ||||
| Brood & broodjes | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Langwerpige bakvorm | 2 | eco | 200-210 | 35-45 |
| Plat rond brood | Braadslede | 3 | eco | 250-275 | 15-20 |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat 3 170-190 15-20 | ||||
| Broodjes, vers | Bakplaat 3 180-200 20-30 | ||||
| Vlees | |||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | eco | 180-190 120-140 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | eco | 200-220 | 140-160 |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 2 | eco | 170-180 | 110-130 |
| Vis | |||||
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten vorm | 2 | eco | 190-210 | 25-35 |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Gesloten vorm | 2 | eco | 190-210 | 45-55 |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd | Gesloten vorm | 2 | eco | 190-210 | 15-25 |
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals
bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
| Algemeen | ■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden.■ Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden.■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C.Met hete lucht max. 180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C.Met hete lucht max. 170 °CEi of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |
Langzaam garen
Langzaam garen is garen bij lage temperatuur. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. Tijdens het garen hoeft u het vlees niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees zonder bot. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.
Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit maar het is niet rauw of niet gaar genoeg.
Aanwijzing: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vormen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen ook in de binnenruimte.
Plaats de open vorm altijd op hoogte 2 op het rooster.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor langzaam garen", na de insteltabel.
Uw apparaat beschikt over de verwarmingsmethode langzaam garen. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm ca. 15 minuten goed doorwarmen.
Braad het vlees op de kookplaat even zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.
Aanbevolen instelwaarden
De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Langzaam garen
| Gerecht Vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Aanbraad-duur in min. | Tempera-tuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Gevogelte | ||||||
| Eendenborst, rosé à 300 g Open vorm 2 | 6-8 90* 45-60 | |||||
| Kipfilet, à 200 g, doorbakken Open vorm 2 | 4 120* 45-60 | |||||
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg, door-bakken | Open vorm 2 | 6-8 120* 110-130 | ||||
| Varkensvlees | ||||||
| Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm 2 | 6-8 80* 130-180 | ||||
| Varkenshaas, heel Open vorm 2 | 4-6 80* 45-70 | |||||
| Rundvlees | ||||||
| Gebraden rundvlees (heupstuk), 6-7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken | Open vorm 2 | 6-8 100* 150-180 | ||||
| Runderfilet, 1 kg Open vorm 2 | 4-6 80* 90-120 | |||||
| Rosbief, 5-6 cm dik Open vorm 2 | 6-8 80* 120-180 | |||||
| Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dik | Open vorm 2 | 4 80* 30-60 | ||||
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 4-5 cm dik, 1,5 kg | Open vorm 2 | 6-8 80* 80-140 | ||||
| Gebraden kalfsvlees, 7-10 cm dik, 1,5 kg | Open vorm 2 | 6-8 80* 140-200 | ||||
| Kalfsfilet, heel, 800 g | Open vorm | 2 | 4-6 | 80* | 70-120 | |
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 2 | 4 | 80* | 30-50 | |
| * voorverwarmen | ||||||
| Lamsvlees | ||||||
| Lamszadels, zonder been, à 200 g Open vorm 2 📋 4 80* 30-45 | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1 kg ingebonden | Open vorm 2 📋 6-8 95* 120-180 | |||||
| * voorverwarmen | ||||||
Tips voor het langzaam garen
| Eendenborst langzaam garen. | Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen. |
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. |
Drogen
Met CircoTherm hetelucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.
Snij ze eventueel in even grote stukken of dunnen plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddenstoelen niet op elkaar liggen.
Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groente afdruipen en verdeel het gelijkmatig over het rooster.
Droog kruiden met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:
■ 1 rooster: hoogte 3
■ 2 roosters: hoogte 3+1
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter zijn ze geconserveerd. Hoe dunner men snijdt, des te sneller is het einde van de droogtijd bereikt en des te aromatischer blijft het gedroogde levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Indien u nog meer levensmiddelen wilt drogen, dan oriënteert u zich aan soortgelijke levensmiddelen in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethode:
| Fruit, groente en kruiden Toebehoren Verwar- | mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in uren | |
| Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per rooster 200 g) | 1-2 roosters | 80 | 5-9 | |
| Steenvruchten (pruimen) | 1-2 roosters | 80 | 8-10 | |
| Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblancheerd | 1-2 roosters | 80 | 5-8 | |
| Paddestoelen in plakjes | 1-2 roosters | 60 | 6-9 | |
| Kruiden, schoongemaakt | 1-2 roosters | 60 | 2-6 | |
Inmaken
In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel!
Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.
Potten
Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckflessen. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.
Gebruik bij een inmaakproces alleen weckflessen van gelijke grootte en met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckflessen met ½, 1 of 1½ liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
De weckflessen mogen tijdens het inkoken in de binnenruimte niet met elkaar in contact komen.
Fruit en groente voorbereiden
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
Fruit resp. groente afhankelijk van de soort, schillen, pitten verwijderen en kleinmaken en in weckflessen tot ca. 2 cm onder de rand vullen.
Fruit
De vruchten in de weckflessen met hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. 400 ml voor 1-literfles). Op één liter water:
■ ca. 250 g suiker bij zoet fruit
■ ca. 500 g suiker bij zuur fruit
Groente
De groente in de weckflessen vullen met heet, afgekookt water.
De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Plaats de glazen potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken. 500 ml heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Inmaken beëindigen
Fruit
Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Apparaat uitschakelen, zodra alle weckflessen belletjes vormen. Haal de weckflessen na de aangegeven nawarmtijd uit de binnenruimte.
Groente
Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra alle weckflessen borrelen, de temperatuur op 120 °C reduceren en de flessen zoals aangegeven in de tabel in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen. Schakel na afloop van deze tijd het apparaat uit en maak zoals in de tabel aangegeven nog enkele minuten gebruik van de nawarmte.
Haal de flessen na het inmaken uit de binnenruimte en plaats ze op een schone doek. Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond, ze zouden anders kunnen knappen. Dek de weckflessen af om ze tegen tocht te beschermen. Klemmen pas verwijderen wanneer de glazen koud zijn.
Aanbevolen instelwaarden
De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid, de temperatuur en de kwaliteit van de inhoud. De gegeven hebben betrekking op ronde potten van1 liter. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen. Het borrelen begint na ca. 30-60 minuten.
Gebruikte verwarmingsmethode:
| Inmaken Vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | |
| Groente, bijv. wortelen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen:30-40 | |
| 120 vanaf het borrelen: 30-40 | |||||
| - Nawarmen: 30 | |||||
| Groente, bijv. komkommer | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| - Nawarmen: 30 | |||||
| Steenvruchten, bijv. kersen, prui-men | Inmaakpotten 1 liter 1 | 160-170 tot aan het borrelen:30-40 | |||
| - Nawarmen:35 | |||||
| Pitvruchten, bijv. appels, aardbijen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen:30-40 | |
| - Nawarmen: 25 | |||||
Het deeg op de deegrijsstand laten rijzen.
Met de verwarmingsmethode "Deegrijsstand" rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld.
Laat gistdeeg altijd twee maal rijzen. Let op de gegevens in de insteltabellen voor het 1e en 2e rijzen (gaarheid van het deeg en afzonderlijke gaarheid).
Gaarheid van deeg
Zet de deegkom op het rooster voor de gaarheid van deeg. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Open tijdens het gisten de apparaatdeur niet omdat er anders vochtigheid ontwijkt. Het deeg niet afdekken.
Afzonderlijke gaarheid
Plaats het gebak op de inschuifhoogte die in de tabel is aangegeven.
Wis voor het bakken de vochtigheid uit de binnenruimte.
Aanbevolen instelwaarden
Temperatuur en duur van het gisten zijn afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de ingrediënten. Daarom zijn de opgaven in de insteltabel richtwaarden.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Deegrijsstand
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Stap Deegrijs-stand | Duur in min. | ||
| Gistdeeg, zoet | ||||||
| Bijv. gistdeeltjes Kom 2 Gaarheid van | 1 30-45 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 2 Afzonderlijke | gaarheid | 1 10-20 | ||||
| Vetrijk deeg, bijv. panettone Kom 2 Gaarheid van | 2 40-90 | |||||
| deeg | ||||||
| Vorm op rooster 2 Afzonderlijke | gaarheid | 2 30-60 | ||||
| Gistdeeg, pikant | ||||||
| Bijv. pizza Kom 2 Gaarheid van | 1 20-30 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 2 Afzonderlijke | gaarheid | 1 10-15 | ||||
| Brooddeeg | ||||||
| Wit brood Kom 2 Gaarheid van | 1 30-40 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 2 Afzonderlijke | gaarheid | 1 15-25 | ||||
| Gemengd brood Kom 2 Gaarheid van | 1 25-40 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 2 Afzonderlijke | gaarheid | 1 10-20 | ||||
| Broodjes Kom 2 Gaarheid van | 1 30-40 | |||||
| deeg | ||||||
| Braadslede 2 Afzonderlijke | gaarheid | 1 15-25 | ||||
Ontdooien
De ontdooistand is geschikt voor het ontdooien van diepvries fruit, groente en gebak. Gevogelte, vlees en vis het beste in de koelkast ontdooien.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het ontdooien:
■ 1 rooster: hoogte 2
■ 2 roosters: hoogte 3+1
Aanbevolen instelwaarden
De tijdgegevens in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit, vriestemperatuur (- 18 °C) en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
Tip: Vlak bevroren of geportioneerde stukken ontdooien sneller dan wanneer zij als blok werden bevroren.
Diepvrieslevensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte vorm op het rooster plaatsen.
De gerechten tussentijds een tot twee keer omroeren of keren. Grote stukken moet u herhaaldelijk keren. Indien nodig de gerechten tussendoor uit elkaar halen of al ontdooide stukken uit de binnenruimte nemen.
Laat de ontdooide gerechten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur zich aanpast.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ * Ontdooistand
| Gerecht Toebehoren | Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. |
| Brood, broodjes | |||||
| Brood & broodjes algemeen | Bakplaat | 2 | § | 50 | 40-70 |
| Gerecht Toebehoren Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. |
| Gebak | ||||
| Gebak, vochtig Bakplaat 2 § 50 70-90 | ||||
| Gebak, droog Bakplaat 2 § 60 60-75 | ||||
Regenereren
Met de verwarmingsmethode regenereren worden gerechten behoedzaam met stoom opnieuw verwarmd. Ze smaken en zien eruit als vers klaargemaakt. Ook bakwaren van de vorige dag kunnen zo goed worden opgebakken.
Gebruik indien mogelijk vlakke, brede en temperatuurbestendige vormen. Koude vormen verlengen het regeneratieproces.
Regenereer, zo mogelijk, alleen gerechten van dezelfde soort en grootte. Als dat niet mogelijk is, richt de tijd zich naar de component met de langste regeneratietijd.
Dek de gerechten tijdens het regeneren niet af.
Plaats de gerechten in een vorm op het rooster of leg ze direct op het rooster in hoogte 2.
Open tijdens de werking de apparaatdeur niet omdat er anders veel stoom ontwijkt.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale instelling. De tijdgegevens zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de vorm, de kwaliteit, de temperatuur en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
De waarden in de tabel gelden voor gerechten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ Regenereren
| Gerecht Toebehoren/vormen Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. | ||
| Groente, gekoeld | ||||||
| 1 kg Open vormen 2 ☎ 120-130 15-25 | ||||||
| 250 g Open vormen 2 ☎ 120-130 5-15 | ||||||
| Gerechten, gekoeld | ||||||
| Schotel, 1 portie Open vormen 2 ☎ 120-130 15-25 | ||||||
| Soep, eenpansgerecht, 400 ml | Open vormen 2 ☎ 120-130 10-25 | |||||
| Bijgerechten, bijv. pasta, balletjes, aardappels, rijst | Open vormen 2 ☎ 120-130 8-25 | |||||
| Ovenschotels, bijv. lasagne, aardappelgratin | Open vormen | 2 | ☐ | 120-140 | 10-25 | |
| Pizza, gebakken | Rooster | 2 | ☐ | 170-180* | 5-15 | |
| Gebak | ||||||
| Broodjes, baguette, gebakken | Rooster | 2 | ☐ | 150-160* | 10-20 | |
| Pasteitjes (vol au vents) | Rooster | 2 | ☐ | 180* | 4-10 | |
| Gebak, diepvries | ||||||
| Pizza, gebakken | Rooster | 2 | ☐ | 170-180* | 5-15 | |
| Broodjes, baguette, gebakken | Rooster | 2 | ☐ | 160-170* | 10-20 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Warmhouden
U kunt gegaarde gerechten met de verwarmingsmethode boven- en onderwarmte warm houden. Zo voorkomt u condensvorming en hoeft u de binnenruimte niet af te nemen.
Houd de gegaarde gerechten nooit langer dan twee uur warm. Let erop dat sommige gerechten tijdens het warm houden verder garen. Dek de gerechten evt. af.
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van het apparaat te vergemakkelijken.
Volgens EN 60350-1.
Bakken
Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
■ Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus
■ Bakplaat: hoogte 4
■ Braadslede: hoogte 3
■ Bakplaat: hoogte 1
Bedekte appeltaart
Bedekte appeltaart op een niveau: donkere springvormen diagonaal naast elkaar plaatsen.
Bedekte appeltaart op twee niveaus: donkere springvormen diagonaal boven elkaar plaatsen.
Gebak in springvormen van blank metaal: met boven- en onderwarmte op één niveau bakken. Gebruik de braadslede in plaats van het rooster en plaats hier de springvorm in.
Waterbiscuit
Waterbiscuit op twee niveaus: donkere springvormen diagonaal boven elkaar op de roosters plaatsen.
Aanwijzingen
■ De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
■ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
■ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
■ CircoTherm hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
Pizzastand
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
■ 1 = laag
■ 2 = gemiddeld
■ 3 = hoog
| Gerecht Accessoires Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Stoomin-tensiteit | Duur in min. | ||
| Bakken | |||||||
| Sprits Bakplaat 3 ≡ 140-150* - 25-40 | |||||||
| Sprits Bakplaat 3 ⚫ 140-150* - 25-40 | |||||||
| Sprits, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ⚫ 140-150* - 30-40 | |||||||
| Sprits, 3 niveaus Bakplaten + braadslede 4+3+1 ⚫ 130-140* - 35-55 | |||||||
| Small cakes | Bakplaat 3 ≡ 160* | -20-30 | |||||
| Small cakes | Bakplaat 3 ⚫ 150* | -25-35 | |||||
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ♀ | 150* | - | 25-35 | |
| Small cakes, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | ♀ | 140* | - | 35-45 | |
| Waterbiscuit | Springvorm ∅ 26 cm | 2 | ≡ | 160-170** | - | 25-35 | |
| Waterbiscuit | Springvorm ∅ 26 cm | 2 | ♀ | 160-170** | - | 30-40 | |
| Waterbiscuit | Springvorm ∅ 26 cm | 2 | ♀ | 150-160 | 1 | 10 | |
| -20-25 | |||||||
| Waterbiscuit, 2 niveaus | Springvorm ∅ 26 cm | 3+1 | ♀ | 150-170** | - | 30-50 | |
| Bedekte appeltaart | 2x Zwarte bakvormen ∅ 20 cm | 2 | ♀ | 170-180 | - | 60-80 | |
| Bedekte appeltaart | 2x Zwarte bakvormen ∅ 20 cm | 2 | ≡ | 180-200 | - | 60-80 | |
| Bedekte appeltaart, 2 niveaus | 2x Zwarte bakvormen ∅ 20 cm | 3+1 | ♀ | 170-190 | - | 70-90 | |
| * 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken** voorverwarmen, niel de snelverwarmingsfunctie gebruiken | |||||||
Grillen
Plaats ook de braadslede. De vloeistof wordt opgevangen en de binnenruimte blijft schoner.
Gebruikte verwarmingsmethode:
■ ≈ Grill, groot
| Gerecht Toebehoren Inschuif- | hoogte | Verwar-mings-methode | Tempera-tuur in °C | Duur in min. |
| Grillen | ||||
| Toast roosteren* Rooster 4 ≈ 290 4-6 | ||||
| Beefburger, 12 stuks** Rooster 4 ≈ 290 25-30 | ||||
| * niet voorverwarmen | ||||
| ** na 2/3 van de totale tijd keren | ||||


REGISTER YOUR PRODUCT
ONLINE NEFF-HOME.COM











