UXM33R - Hi-Fi set JVC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis UXM33R JVC in PDF-formaat.
| Producttype | Hifi-keten (miniketting) |
| Merk | JVC |
| Model | UXM33R |
| Afmetingen (hoofdeenheid, B x H x D) | 160 mm x 269,5 mm x 300 mm |
| Gewicht (hoofdeenheid) | 4,3 kg |
| Voeding | 230 V~, 50 Hz |
| Stroomverbruik (werking) | 30 W |
| Stroomverbruik (stand-by) | 1,5 W |
| Versterkeruitgangsvermogen | 10 W per kanaal RMS bij 8 Ω (IEC), 8 W per kanaal RMS bij 8 Ω (DIN) |
| Frequentiebereik FM-tuner | 87,50 MHz - 108,00 MHz |
| Frequentiebereik MW-tuner | 522 kHz - 1629 kHz |
| Type CD-speler | CD-audio (willekeurig, geprogrammeerd, herhaald, intro) |
| Signaal/ruisverhouding CD-speler | 60 dB |
| Cassettedeck | Weergave en opname (type I normaal) |
| Frequentierespons cassettedeck | 100 Hz - 10 kHz (type I) |
| Luidsprekers (meegeleverde speakers) | Booster 10,2 cm (laag), tweeter 5,1 cm (hoog), impedantie 8 Ω |
| Afmetingen luidspreker (B x H x D) | 160 mm x 269,5 mm x 192 mm |
| Gewicht per luidspreker | 2 kg |
| Meegeleverde accessoires | Afstandsbediening, batterijen (x2), AM-raamantenne, FM-antenne |
| Belangrijkste functies | CD, cassette, FM/MW-tuner met RDS, timers (wekker, slaap, opname), equalizer (POP/CLASSIC/ROCK/JAZZ), HBS |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, droge doek; voor de koppen een wattenstaafje met alcohol gebruiken |
| Veiligheid | Laser klasse 1; niet openen; bij problemen de stekker uittrekken; ventilatie in acht nemen |
Veelgestelde vragen - UXM33R JVC
Gebruikersvragen over UXM33R JVC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hi-Fi set in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UXM33R - JVC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UXM33R van het merk JVC.
GEBRUIKSAANWIJZING UXM33R JVC
Voorzichtig — (S/TANDBY/ON schakelaar!)
Om de stroomtoevoer geheel uit te schakelen, trekt u de stekker uit het stopcontact. Anders zal er altijd een geringe hoeveelheid stroom naar het apparaat lopen, ongeacht de stand van de STANDBY/ON schakelaar. U kunt het apparaat ook met de afstandsbediening aan- en uitschakelen.
LET OP
Ter vermindering van gevaar voor brand, elektrische schokken, enz.:
- Verwijder geen schroeven, panelen of de behuizing.
- Stel het toestel niet bloot aan regen of vocht.
LET OP
- Zorg dat u de ventilatieopeningen en -gaten niet afsluit. (Als de ventilatieopeningen en -gaten worden afgesloten door bijvoorbeeld papier of een doek, kan er hitte in het apparaat worden opgebouwd.) Zet geen bronnen met open vuur, zoals brandende kaarsen, op het apparaat.
- Wees milieubewust en gooi lege batterijen niet bij het huishoudelijk afval. Lege batterijen dient u in te leveren met het KCA of bij een innamepunt voor batterijen.
- Stel dit apparaat niet bloot aan regen, vocht, druipwater of spatwater en plaats geen enkel voorwerp waarin zich een vloeistof bevindt, zoals een vaas, op het apparaat.
Voorzichtig: Goede ventilatie vereist
Om brand, elektrische schokken en beschadiging te voorkomen, moet u het toestel als volgt opstellen:
1 Voorkant:
Geen belemmeringen en voldoende ruimte.
2 Zijkanten/boven-/onderkant:
Geen belemmeringen plaatsen in de hieronder aangegeven zones.
3 Onderkant:
Op vlakke ondergrond plaatsen. Voldoende ventilatieruimte voorzien door het toestel op een onderstel met een hoogte van 10 cm te plaatsen.
Vooraanzicht Zijaanzicht


BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR LASERPRODUCTEN
PLAATSING VAN DE ETIKETTEN VOOR LASERPRODUCTEN / VERKLARING VAN DE LABELS
① CLASSIFICATIELABEL ACHTEROP HET APPARAAT
② WAARSCHUWINGSLABEL, IN HET APPARAAT

LET OP - ONZICHTBARE LASERSTRALING WANNEER DE BEHUIZING IS GEOPEND EN DE VERGRENDELING IS OVERSCHREDEN. VERMIJD DIRECTE BLOOTSTELLING AAN DE STRALING. WAARSCHUWING - ONZICHTBARE LASERSTRALING WANNEER HET APPARAAT IS GEOPEND EN DE VERGRENDELING IS OVERSCHREDEN. VERMIJD BLOOTSTELLING AAN DE STRALING.
Hartelijk dank voor uw aankoop van dit JVC product. Lees voor een optimaal gebruik van het apparaat allereerst deze gebruiksaanwijzing aandachtig door en bewaar dit boekje voor eventuele naslag.
Opzet van deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is als volgt georganiseerd:
- In de tekst wordt beschreven hoe u het apparaat bedient met de toetsen en knoppen op het apparaat zelf. Daarnaast kunt u ook gebruik maken van de toetsen op de afstandsbediening die dezelfde of soortgelijke namen (of symbolen) dragen als de knoppen op het apparaat. In gevallen waar de afstandsbediening anders werkt dan de knoppen op het apparaat zelf, wordt dit nader uiteengezet.
- De basisprincipes en aanwijzingen die hetzelfde zijn voor alle functies worden vermeld op slechts een enkele plaats en niet telkens herhaald. Zo worden niet steeds vermeld hoe u het apparaat aan en uit schakelt, hoe u de geluidssterkte regelt, klankbeelden kiest enzovoort, want die handelingen staan al beschreven in een van de eerste hoofdstukken "Basisbediening" op blz. 9 en 10.
- Speciale aanwijzingen en opmerkingen staan onder de volgende visuele kopjes:

Voor waarschuwingen en voorzorgen die u in acht moet nemen om gevaar voor beschadiging, brand of een elektrische schok te voorkomen. Bovendien wordt hier gewaarschuwd voor fouten die u dient te vermijden om de juiste werking van het apparaat niet te verstoren.

Voor nuttige aanwijzingen en allerlei informatie die goed van pas kan komen.
Voorzorgsmaatregelen
Opstelling
- Installeer het apparaat op een vlakke ondergrond in een omgeving die droog en niet te koud of te warm is - tussen 5°C en 35°C.
- Kies een plaats met voldoende ventilatie, om oververhitting binnenin het apparaat te voorkomen.
- Zet het apparaat niet te dicht bij een tv-toestel.
- Zet de luidsprekers niet in de buurt van uw tv-toestel, om storing in het tv-beeld te vermijden.

Niet opstellen dicht bij een warmtebron, in direct zonlicht, of op een plaats met veel stof, trillingen of schokken.
Stroomvoorziening
Om de stroomtoevoer te verbreken haalt u de stekker uit het stopcontact, maar trekt u vooral niet aan het netsnoer.

Nooit met natte handen aan het netsnoer komen.
Condensvocht
In de volgende gevallen kan er vocht uit de lucht op het lensje binnenin het apparaat condenseren:
Bij het snel verwarmen van een koude kamer, in een ruimte met vochtige lucht, of als het apparaat rechtstreeks vanuit de kou in een warmere ruimte wordt gebracht.
Als er vocht in het apparaat condenseert, kan het niet meer goed werken. Laat het apparaat dan enkele uren ongebruikt aan staan zodat het condensvocht kan verdampen, trek daarna even de stekker uit het stopcontact en steek die dan weer in.
Overigen
- Mocht er onverhoopt vloeistof of een metalen voorwerp in het apparaat terechtkomen, trekt u dan de stekker uit het stopcontact en raadpleeg uw audiohandelaar voordat u het apparaat weer in gebruik neemt.
- Wanneer u het apparaat voorlopig niet meer gebruikt, kunt u beter de stekker uit het stopcontact trekken.

NIET openmaken of demonteren, want het inwendige bevat geen onderdelen die u zelf kunt repareren.
Als er iets mis gaat met het apparaat, trekt u de stekker uit het stopcontact en neemt u contact op met uw audiohandelaar.
Plaats en functie van de bedieningsorganen 3
Voorpaneel 4
Afstandsbediening 5
Voorbereidingen 6
Uitpakken 6
Batterijen in de afstandsbediening plaatsen 6
Aansluitingen 7
Basisbediening 9
Het apparaat aan en uit schakelen 9
De klok gelijk zetten 9
De geluidssterkte regelen 10
Digitale klankbeelden 10
Luisteren naar de FM- of MG-radio 11
Afstemmen op een radiozender 11
Vastleggen van voorkeurzenders 11
Direct afstemmen op een voorkeurzender 11
FM-radio-ontvangst met RDS-informatie 12
Overschakelen naar andere RDS-informatie 12
Gewenste programmatypes opzoeken via PTY-codes (PTY-zoekfunctie) 12
Compact discs afspelen 13
Een CD inleggen 13
Basisbediening voor CD-weergave 13
Geprogrammeerde weergave 13
Willekeurige weergave 14
Herhaalde weergave 14
Intro-weergave 14
Tijdens afspelen de resterende speelduur zien 14
Cassettes afspelen 15
Een cassette inleggen 15
Cassette-weergave 15
Snel terugspoelen/vooruitspoelen 15
Opnemen 16
Opnemen op cassette 16
Schakelklok-functies 17
Dagelijkse wekfunctie 17
Schakelklok-opname 18
Sluimerfunctie 18
Overzicht van de PTY-programmatypes 19
Verhelpen van storingen 20
Onderhoud 21
Plaats en functie van de bedieningsorganen
Maak uzelf allereerst vertrouwd met de toetsen en bedieningsorganen.
Voorpaneel

Voorpaneel
Zie voor nadere bijzonderheden de tussen haakjes vermelde bladzijden.
Disc-lade (13) [2] Aan/uit-schakelaar (STANDBY/ON) (9) Voor aan en uit (gebruiksklaar) zetten van het apparaat. CD-toets/willekeurige weergavetoets (CD/RANDOM) (13, 14)
Voor afspelen van compact discs.
Tevens om de willekeurige weergave van een CD te starten of te stoppen.
4 Aanduidingskeuzetoets (DISPLAY MODE) (9, 17)
Voor aangeven van de juiste tijd of instellen van de schakelklok.
5 Schakelklok-insteltoets (TIMER ON/OFF SET) (17)
Voor aan en uit zetten van de schakelklok.
[6] Afstandsbedieningssensor (5)
Richt de afstandsbediening op dit punt.
CD: voor het programmeren van een zelfgekozen afspeelvolgorde.
Radio: voor het vastleggen van uw voorkeurzenders.
Klok/schakelklok: voor het instellen van de klok/schakelklok.
Herhaaltoets (REPEAT) (14)
CD: voor herhaalde weergave van een muziekstuk of de gehele disc.
Voorkeurzendertoetsen (PRESET / 11)
Radio: voor keuze van een vaste voorkeurzender.
Hoofdtelefoonaansluiting (PHONES) (10)
Hierop kunt u een hoofdtelefoon aansluiten.
Cassettedeck (15)
Opnametoets (REC 16)
Om het cassettedeck voor opname gereed te zetten.
Radio/afstembandtoets (TUNER/BAND) (11)
Voor luisteren naar de radio.
Voor keuze van de FM of middengolf (MW) afstemband.
Cassette-afspeeltoets (TAPE) (15)
Voor luisteren naar cassettes.
[14] Open/sluittoets (OPEN/CLOSE) (13)
Voor openen en sluiten van de disc-lade.
[15] Resttijd/RDS informatietoets (REMAIN/RDS MODE) (12, 14)
CD: toont tijdens afspelen de resterende speelduur van het weergegeven muziekstuk/gehele disc of de verstreken speelduur van de disc.
Radio (FM): toont de RDS informatie.
[16] Intro-weergavetoets/RDS zoektoets (INTRO/RDS SEARCH) (12, 14)
CD: voor starten en stoppen van de intro-weergave.
Radio (FM): voor keuze van de RDS programma-zoekfunctie.
[17] Volumetoetsen (VOLUME +/−) (10)
Voor het regelen van de geluidssterkte.
[18] Klankbeeld/basversterkingstoets (PRE EQ/HBS) (10)
Voor keuze van een gewenst klankbeeld.
Tevens voor in- en uitschakelen van de HBS basversterking.
Cassette-uitneemtoets (EJECT) (15)
Voor het openen van het cassetteurjtje.
Zoek/afstemtoetsen (1/ SEARCH/TUNING) (9, 11, 13, 15, 17)
CD: om terugwaarts/voorwaarts te zoeken of te verspringen naar het begin van het vorige/volgende muziekstuk.
Radio: voor afstemmen op een lagere of hogere zenderfrequentie of voor het doorzoeken van de beschikbare radiozenders.
Cassette: voor snel terugspoelen of vooruitspoelen.
Klok/schakelklok: voor het instellen van de uren en de minuten.
[21] Weergave/pauzetoets (▶/■ PLAY/PAUSE) (13, 15)
CD/cassette: voor het starten of pauzeren van de weergave.
Stop/wistoets (STOP/CLEAR) (13, 15)
CD: voor stoppen met afspelen of wissen van uw afspeelselectie.
Cassette: voor stoppen met afspelen of opnemen.
Uitleesvenster
① Schakelklok aan/uit aanduidingen (ON/OFF) (17) ② Basversterkings-aanduiding (HBS) (10) ③ Sluimerfunctie-aanduiding (SLEEP) (18) ④ Programmeer-aanduiding (PROGRAM) (11, 13) ⑤ Radio Data Systeem aanduiding (RDS) (12) ⑥ Hoofdvenster ⑦ Klankbeeld-aanduidingen (10) POP, CLASSIC, ROCK, JAZZ ⑧ Afspeelfunctie-aanduiding ▶ (13, 15) ⑨ Totale/resterende speelduur-aanduidingen (TOTAL/REMAIN) (14) ⑩ Willekeurige weergave-aanduiding (RANDOM) (14) ⑪ Intro-weergave aanduiding (INTRO) (14) ⑫ Stereo-aanduiding (STEREO) (11) ⑬ Herhaalfuncties enkel-nummer/hele disc (REPEAT ONE/ALL) (14) ⑭ CD synchroon-opname aanduiding (CD SYNC) (16) ⑮ Afstemfrequentie-aanduidingen (MHz/kHz) (11) ⑯ Opname/opnamepauze-aanduidingen (REC/II) (16) ⑰ Cassette-weergave aanduiding (TAPE) (15)
Afstandsbediening
Bij gebruik van de afstandsbediening richt u deze op de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel.
Afstandsbediening
Aan/uit-toets (STANDBY/ON)
CD-toets/willekeurige weergavetoets (CD/RANDOM)
Radio/afstembandtoets (TUNER/BAND)
Opnametoets (REC)
Programmeertoets (PROGRAM)
Resttijd/RDS informatietoets (REMAIN/RDS MODE)
Intro-weergavetoets/RDS zoektoets (INTRO/RDS SEARCH)
Schakelkloktoets (TIMER)
Aanduidingskeuzetoets (DISPLAY MODE)
Klankbeeld/basversterkingstoets (PRE EQ/HBS)
Geluiddempingstoets (MUTING)
Voor dempen en hervatten van de geluidsweergave.
Cassette-afspeeltoets (TAPE)
13 Stoptoets (■)
14 Weergave/pauzetoets
15 Zoek/verspringtoetsen
16 Hoger-toets (PRE UP)
[17] Sluimerfunctietoets (SLEEP) Hiermee kiest u de tijdsduur waarna de sluimerfunctie het apparaat zal uitschakelen.
[18] Herhaal/lager-toets (REPEAT/PRE DOWN)
19 Volumetoetsen (VOLUME + / -)
20 Radio-ontstoringstoets (BEAT CUT)
Voor het wegnemen van zwevingsstoring in radio-ontvangst op de middengolf.
Uitpakken
Controleer bij het uitpakken zorgvuldig of het genoemde toebehoren compleet in de verpakking is bijgeleverd. Tussen haakjes staat het aantal stuks van het bijgeleverde toebehoren vermeld.
- Afstandsbediening (1)
- Batterijen R03 (UM-4)/AAA (24F) formaat voor de afstandsbediening (2) AM kaderantenne (1) FM antenne (1)
Mocht er iets ontbreken, neem dan onmiddellijk contact op met uw audiohandelaar.
Batterijen in de afstandsbediening plaatsen
Leg twee R03 (UM-4)/AAA (24F) formaat batterijen (bijgeleverd) in het batterijvak van de afstandsbediening, met de + en - polen in de juiste richting, zoals aangegeven in het batterijvak en getoond in de onderstaande afbeelding.

Wanneer u het apparaat niet langer op afstand kunt bedienen, vervangt u beide batterijen tegelijk door nieuwe.
Gebruikte batterijen:

Niet weggooien, maar inleveren als KCA.


- GEEN oude en nieuwe batterijen door elkaar gebruiken.
- GEEN verschillende typen batterijen tegelijk gebruiken.
- GEEN warmte of vlammen op de batterijen laten inwerken.
- GEEN batterijen in het batterijvak laten zitten wanneer u de afstandsbediening voorlopig niet meer gebruikt; een lekkende batterij kan schade aan de afstandsbediening veroorzaken.
Aansluitingen

- GEEN aansluitingen maken op enig apparaat terwijl dat staat ingeschakeld.
- GEEN stekkers in het stopcontact steken totdat alle onderlinge aansluitingen compleet zijn gemaakt.

1 Sluit de luidsprekers aan.
Verbind het rechter luidsprekersnoer met de "R" aansluitklemmen, met de rode draad in de + klem en de zwarte draad in de - klem.
Verbind het linker luidsprekersnoer precies zo met de "L" aansluitklemmen.
Klem bij elke luidsprekerdraad de koperdraadkern op de hieronder afgebeelde wijze in de aansluitklem.

2 Sluit de bijgeleverde AM-kaderantenne aan op de AM LOOP-aansluiting.
Zet de antenne op ruime afstand van het apparaat en verstel de richting van de antenne voor de beste ontvangst.

3 Sluit de bijgeleverde FM-antenne aan op de FM 75Ω COAXIAL-aansluiting.
Strek de FM-antenne uit en hang hem zo dat de ontvangst optimaal klinkt en bevestig dan de antenne aan de wand e.d.

4 Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact nadat alle andere aansluitingen compleet zijn gemaakt.
Aansluiten van een buitenantenne voor de FM
Als u met de bijgeleverde FM-antenne geen heldere ontvangst krijgt, kunt u in plaats daarvan een buitenantenne voor de FM aansluiten.
Sluit een 75Ω-antenne met een coaxkabelstekker (DIN 45325) aan op de FM 75Ω COAXIAL-aansluiting van het apparaat.

Het apparaat aan en uit schakelen
Inschakelen van het apparaat
Druk op de STANDBY/ON-toets van het apparaat of de afstandsbediening.
Het apparaat wordt ingeschakeld en staat ingesteld op de laatst gekozen geluidsbron.


Uitschakelen van het apparaat (gebruiksklaar zetten)
Druk op de STANDBY/ON-toets van het apparaat of de afstandsbediening.
De juiste tijd verschijnt in het uitleesvenster, nadat u de ingebouwde klok hebt gelijkgezet.
De klok gelijkzetten
Voordat u het apparaat in gebruik neemt, stelt u eerst de ingebouwde klok op de juiste tijd in.
1 Als het apparaat nog uit staat, maar wel gebruiksklaar is, houdt u de PROGRAM toets ingedrukt totdat de uren-aanduiding gaat knipperen.

Als het apparaat al aan staat, drukt u eerst op de DISPLAY MODE toets om de klokinstelling te activeren en dan houdt u de PROGRAM toets ingedrukt.
2 Druk op de of toets om het juiste uur te kiezen en druk dan op de PROGRAM toets.
Nu gaan de minuten-cijfers knipperen.
3 Druk op de of toets om de juiste minuut te kiezen en leg deze instelling vast met een druk op de PROGRAM toets.

De klok gaat nu lopen.

Om bij stap 2 of 3 de uren of minuten sneller te laten doorlopen, houdt u de of toets langer ingedrukt.
Keuze voor een 12-uurs of 24-uurs tijdsaanduiding
Terwijl het apparaat uit staat, houdt u de /I toets ingedrukt en drukt u enkele malen op de PROGRAMtoets.
Bij elke druk op de PROGRAM toets schakelt de tijdsaanduiding over tussen een 12-uurs en een 24-uurs aanduiding.
Bij de 12-uurs tijdsaanduiding geeft "AM 12:00" middernacht aan en staat "PM 12:00" voor het middaguur.


Controleren van de juiste tijd terwijl het apparaat aan staat
Druk op de DISPLAY MODE toets.
De juiste tijd blijft zichtbaar totdat u op een toets drukt.
DISPLAY
MODE

Corrigeren van de tijdsaanduiding
Herhaal de bovenstaande stappen 1 t/m 3.
Opmerking:
Als de stroom uitvalt of de stekker uit het stopcontact worden getrokken, worden de klok teruggesteld op "0:00"
(knipperend). Dan zult u de juiste tijd opnieuw moeten instellen.
De geluidssterkte regelen
Druk op de VOLUME + of VOLUME - toets om het geluid harder of zachter te zetten.
De geluidssterkte is instelbaar in 41 stapjes van "VOL MIN" (minimale geluidssterkte) tot "VOL MAX" (maximale geluidssterkte).

Om het geluid sneller hard of zacht te zetten, houdt u de VOLUME + of VOLUME - toets langer ingedrukt.
Opmerking:
U kunt de geluidssterkte alleen regelen wanneer het apparaat aan staat.
Tijdelijk het geluid uitzetten
Druk op de MUTING dempingstoets van de afstandsbediening.
De dempingsindicator licht op in het uitleesvenster en het afspelen gaat door, maar er klinkt geen geluid meer.

Om weer geluid te horen, drukt u nogmaals op de MUTING toets of kiest u een hogere of lagere geluidssterkte.

Om te luisteren zonder anderen te storen
Sluit een hoofdtelefoon aan op de PHONES stekkerbus. Dan geven de luidsprekers geen geluid meer. Verminder echter voor het aansluiten of opzetten van de hoofdtelefoon eerst de geluidssterkte, voor alle zekerheid.

NIET het apparaat uitschakelen (gebruiksklaar zetten) wanneer de geluidssterkte nog erg luid staat ingesteld; anders kan de volgende keer bij inschakelen van de weergave het geluid plotseling zo geweldig hard klinken, dat de luidsprekers en/of uw oren er door beschadigd worden.
Digitale klankbeelden
De digitale klankbeeld functie van dit apparaat biedt vier vaste equalizer-instellingen voor akoestische effecten (te kiezen als klankbeelden) die speciaal zijn afgestemd op verschillende muzieksoorten.
Daarbij kunt u ook nog de lage tonen extra versterken met behulp van de HBS (Hyper Bass Sound) basversterking.
Kiezen van het gewenste klankbeeld
Druk het vereiste aantal malen op de PRE EQ/HBS toets.
Telkens wanneer u op deze toets drukt, verspringt het klankbeeld als volgt:


POP: Nadruk op de zang en instrumentale middentonen CLASSIC: Volle klank met ragfijn hoog en sonore bassen ROCK: Krachtig totaalgeluid met volop hoog en laag JAZZ: Gebalanceerd laag en heldere akoestische klank FLAT: Vlak frequentieverloop, zonder bijregeling
De HBS basversterking aan en uit schakelen
Druk op de PRE EQ/HBS toets en houd die ingedrukt totdat er "HBS ON" of "HBS OFF" in het uitleesvenster verschijnt.
Zolang de HBS basversterking is ingeschakeld, is de HBS indicator in het uitleesvenster verlicht.

Afstemmen op een radiozender
1 Wanneer het apparaat aan staat, drukt u op de TUNER/BAND toets om in te stellen op radio-ontvangst.
Dan wordt er automatisch afgestemd op de laatst ontvangen radiozender (van de FM of MG (middengolf)).

2 Druk weer op de TUNER/BAND toets om de gewenste afstemband te kiezen, FM of MG.
Telkens wanneer u op deze toets drukt, schakelt de afstemband over tussen de FM en de MG.

3 Houd de of toets langer dan 1 seconde ingedrukt.
De radio gaat dan op zoek naar zenders die goed doorkomen, om te stoppen zodra er een zender met een krachtig signaal wordt ontvangen. Als er een uitzending in stereo wordt ontvangen, licht de STEREO aanduiding op.

Om te stoppen met zoeken, drukt u weer op de of toets.
Als u de of toets telkens even kort indrukt, verandert de afstemfrequentie stapje voor stapje.
Vastleggen van voorkeurzenders
In het afstemgeheugen kunt u in totaal 20 FM en 20 MG zenders vastleggen.
Opmerking:
Tussen de volgende handelingen mag u niet te veel tijd laten verstrijken. Als een instelling vervalt voordat u deze hebt voltooid, begint u opnieuw vanaf stap 1.
1 Stem af op een favoriete radiozender die u wilt vastleggen.
Zie "Afstemmen op een radiozender" in de linker kolom.
2 Druk op de PROGRAM toets.
De PROGRAM aanduiding en de cijfers "00" gaan in het uitleesvenster knipperen.

3 Kies het gewenste voorinstelnummer met de PRESET of toets (of de REPEAT/PRE DOWN of PRE UP toets van de afstandsbediening).

4 Om nog andere voorkeurzenders vast te leggen, herhaalt u de bovenstaande stappen van 1 tot 3 en kiest u voor elke zender een nieuw voorinstelnummer.
Opmerking:
Bij het vastleggen van een nieuwe voorkeurzender onder een nummer waar al eerder een andere zender onder was vastgelegd, komt die zender nu te vervallen. (In het geheugen worden de afstemfrequenties van de oude zender vervangen door die van de nieuwe voorkeurzender.)
Direct afstemmen op een voorkeurzender
1 Druk op de TUNER/BAND toets om in te stellen op radio-ontvangst.

2 Druk op de TUNER/BAND toets om de gewenste afstemband te kiezen, FM of MG (middengolf).
3 Kies het gewenste voorkeurzendernummer met de PRESET of toets (of de REPEAT/PRE DOWN of PRE UP toets van de afstandsbediening).

Het Radio Data Systeem (kortweg RDS) is een radio-informatiedienst waarmee FM-radiozenders naast hun gewone radioprogramma's allerlei nuttige gegevens kunnen uitzenden. Zo kunt u bij een FM-zender met RDS bijvoorbeeld de zendernaam aangegeven zien en informatie over het uitgezonden programmatype, zoals sportverslagen, muziek, enz. Bij het afstemmen op een FM-radiozender die RDS uitzendingen verzorgt, licht in het uitleesvenster de RDS-aanduiding op. Met dit apparaat kunt u de volgende soorten RDS-informatie ontvangen.
PS (Programma-stationsnaam):
Voor aangeven van de zendernaam.
PTY (Programmatype):
Voor aangeven van het uitgezonden soort programma.
RT (Radiotekst):
Voor aangeven van uitgezonden tekstberichten.

Niet alle FM-radiozenders geven RDS-informatie door. - Welke RDS-informatie wordt uitgezonden, kan verschillen per FM-RDS-zender. Voor nadere bijzonderheden omtrent de in uw woongebied beschikbare RDS-informatie kunt u contact opnemen met de plaatselijke radiozenders. - De RDS-informatie zal niet altijd goed te ontvangen zijn, als de zender waarop u hebt afgestemd zich goed doorkomt of als de signaalsterkte onvoldoende is.
Overschakelen naar andere RDS-informatie
De ontvangen RDS-informatie wordt in het uitleesvenster aangegeven terwijl u naar een FM-radiozender met RDS luistert.
Druk op de REMAIN/RDS MODE informatietoets.

Telkens wanneer u op deze toets drukt, verspringt de aanduiding in het uitleesvenster kringsgewijze om de volgende informatie te tonen:

Als een zender geen PS, PTY of RT-signalen uitzendt, dan verschijnt de aanduiding "NO PS", "NO PTY" of "NO TEXT" in het uitleesvenster.

Betreffende de aangegeven letters
Wanneer in het uitleesvenster de PS-zendernaam, een PTY-programmatype of RT-radiotekst worden aangegeven:
- Dan toont het uitleesvenster alleen hoofdletters.
Dan kunnen accenten, trema's e.d. van de letters worden weggelaten: Er zal bijvoorbeeld alleen een "A" verschijnen voor elke letter "A" met een accent, zoals "À, Á, Â, Ã, Ä of Å".
Gewenste programmatypes opzoeken via PTY codes (PTY Zoekfunctie)
Een van de handigste functies van de RDS is het vlot opzoeken van het soort programma dat u wilt horen, via de PTY (programmatype) codes.
Zie voor nadere bijzonderheden over de PTY codes het "Overzicht van de PTY programmatypes" op blz. 19.
Opmerking:
Tussen de volgende handelingen mag u niet te veel tijd laten verlopen. Als een instelling vervalt voordat u deze hebt voltooid, begint u opnieuw vanaf stap 1.
1 Druk enkele malen op de INTRO/RDS SEARCH Zoektoets totdat de PTY code voor het gewenste programmatype in het uitleesvenster verschijnt.

Telkens wanneer u op deze toets drukt, verspringt de PTY code als volgt:

2 Druk op de of toets.
De radio doorzoekt de beschikbare FM-zenders, stopt zodra het door u gekozen PTY programmatype wordt gezonden en stemt af op de betreffende radiozender.

Als er geen programma van uw keuze te vinden is, keert de radio terug naar de staat van ontvangst van de zender.
Als u bij stap 2 wilt stoppen met zoeken, drukt u weer op de INTRO/RDS SEARCH Zoektoets.
In dit apparaat kunt u muziek-CD's afspelen.

Een CD inleggen
1 Druk op de CD/RANDOM toets om in te stellen op CD-weergave.
2 Druk op de OPEN/CLOSE toets.
De disc-lade wordt uitgeschoven.
3 Leg een compact disc in de lade, met de labelkant boven.

4 Druk weer op de OPEN/CLOSE toets om de disc-lade te sluiten.
Nu toont het uitleesvenster het totale aantal muziekstukken en de totale speelduur van de geplaatste disc.

Basisbediening voor CD-weergave
1 Druk op de weergave/pauzetoets om met afspelen te beginnen.
De weergave-indicator licht op en het nummer en de verstreken speelduur van het weergegeven muziekstuk verschijnen in het uitleesvenster.
2 Om te stoppen met afspelen, drukt u op de stoptoets.
Het afspelen pauzeren
Druk op de weergave/pauzetoets.
De weergave-indicator en de speelduur-aanduiding gaan knipperen.
Om het afspelen te hervatten, drukt u nogmaals op de weergave/pauzetoets.
Het begin van een gewenst muziekstuk opzoeken
Druk enkele malen kort op de verspringtoets totdat het nummer van het gewenste muziekstuk in het uitleesvenster verschijnt.

Tijdens het afspelen een bepaald punt in de muziek opzoeken
Houd de zoektoets een tijdje ingedrukt om de gewenste muziekpassage op te zoeken.
Geprogrammeerde weergave
U kunt voor het afspelen een aantal muziekstukken kiezen, in elke gewenste afspeelvolgorde. Zo kunt u tot 60 muziekstukken programmeren.
1 Druk in de stopstand op de PROGRAM toets.
De PROGRAM aanduiding gaat knipperen.

2 Druk enkele malen op de toets om het gewenste muziekstuknummer te kiezen.

Het huidige programma-volgnummer gaat knipperen.
3 Druk op de PROGRAM toets om het gekozen nummer te programmeren.

Nu toont het uitleesvenster "00" en het volgende programma-volgnummer.
4 Herhaal de stappen 2 en 3 om nog andere muziekstukken te programmeren.
Opmerking:
U kunt maximaal 60 muziekstukken programmeren. Als u er meer kiest, verschijnt de aanduiding "FULL" in het uitleesvenster.
Controleren van de geprogrammeerde afspeelvolgorde
Druk in de stopstand enkele malen op de PROGRAM toets.

Beurtelings verschijnen het programma-volgnummer en het muziekstuknummer in het uitleesvenster.
Uw muziekprogramma aanpassen
Druk enkele malen op de PROGRAM-toets om in te stellen op het programmavolgnummer dat u wilt wijzigen en herhaal dan de bovenstaande stappen 2 en 3.

Afspelen van de geprogrammeerde muziekstukken
Druk op de weergave/pauzetoets.


- Tijdens de programma-weergave (Int) met de of toets doorgaan maar een ander muziekstuk in uw muziekprogramma.
- Als u op de REPEAT herhaaltoets drukt tijdens de programma-weergave, dan worden het weergegeven muziekstuk of uw gehele muziekprogramma herhaald weergegeven.
Uw muziekprogramma wissen
Druk in de stopstand op de ■ stoptoets.

De PROGRAM-aanduiding verdwijnt uit het uitleesvenster.
Een samengesteld muziekprogramma wordt ook gewist wanneer u de disc-lade opent.
Willekeurige weergave
U kunt alle muziekstukken in willekeurige volgorde afspelen.
Druk op de CD/RANDOM-toets voor of tijdens het afspelen.
De RANDOM willekeurige weergaveaanduiding licht op.

Om de willekeurige weergave te annuleren, drukt u nogmaals op de CD/RANDOM-toets.
De RANDOM aanduiding verdwijnt uit het uitleesvenster.
Opmerkingen:
- Als u tijdens de willekeurige weergave de REPEAT ONE herhaalfunctie inschakelt voor het herhalen van een enkel muziekstuk, dan vervalt de willekeurige weergave.
- De willekeurige weergave kan niet worden ingeschakeld tijdens programma-weergave.
Herhaalde weergave
U kunt het weergegeven muziekstuk of de gehele compact disc meermalen achtereen afspelen.
Druk enkele malen op de REPEAT herhaaltoets om een van de volgende

herhaalfuncties te kiezen:
REPEAT ONE: voor herhalen van een enkel muziekstuk.
REPEAT ALL: voor herhalen van de gehele compact disc.
Nu zal het gekozen muziekstuk of de gehele disc telkens herhaald worden totdat u op de ■ stoptoets drukt.
Om de herhaalfunctie uit te schakelen, drukt u net zo vaak op de REPEAT toets totdat de REPEAT aanduiding uit het uitleesvenster verdwijnt.
Opmerking:
Als u de willekeurige weergave start tijdens herhalen van een enkel muziekstuk met REPEAT ONE, dan vervalt de herhaalfunctie.
Intro-weergave
U kunt alleen het begin of intro van alle muziekstukken in snelle opeenvolging laten weergeven.
Druk op de INTRO/RDS SEARCH toets.
De INTRO aanduiding licht op in het uitleesvenster.
Nu worden alleen de eerste 10 seconden van alle muziekstukken achtereen weergegeven.

Om de intro-weergave uit te schakelen, drukt u nogmaals op de INTRO/RDS SEARCH toets.
De INTRO aanduiding verdwijnt uit het uitleesvenster.

U kunt de intro-weergave ook gebruiken tijdens programma-weergave, willekeurige weergave en herhaalde weergave.
Tijdens afspelen de resterende speelduur zien
Tijdens het afspelen van een CD kunt u de resterende speelduur van het weergegeven muziekstuk/gehele disc en de verstreken speelduur van het weergegeven muziekstuk/gehele disc in het uitleesvenster zien.
Druk enkele malen op de REMAIN/RDS MODE informatietoets om te kiezen voor een van de volgende aanduidingen:

REMAIN: toont de resterende speelduur van het weergegeven muziekstuk.
TOTAL REMAIN: toont de resterende speelduur van de gehele disc.
TOTAL: toont de verstreken speelduur van de gehele disc.
Geen aanduiding: toont de verstreken speelduur van het weergegeven muziekstuk.
Opmerking:
Gebruik in dit cassettedeck alleen Type I normalbandcassettes.

Het gebruik van cassettes die langer dan 120 minuten zijn, is af te raden, want de dunne band slijt erg snel en kan bovendien gemakkelijk uitrekken en in het bandloopwerk verstrikt raken.
Een cassette inleggen
1 Druk op de EJECT toets om het cassetteurtje te openen.

2 Plaats een opgenomen cassette in de houder, met de bandzijde omlaag en de af te spelen kant naar voren gericht.

3 Sluit het cassetteurtje.
De TAPE aanduiding licht op in het uitleesvenster.
Cassette-weergave
1 Als het apparaat aan staat, drukt u op de TAPE toets.

2 Druk op de /II weergave/pauzetoets.

Het afspelen van de cassette begint.
De aanduiding "PLAY" en de weergave-indicator verschijnen in het uitleesvenster.
3 Om met afspelen te stoppen, drukt u op de ■ stoptoets.

Het afspelen pauzeren
Druk op de weergave/pauzetoets.
De weergave-indicator gaat
knipperen en de aanduiding "PAUSE"
licht op in het uitleesvenster.
Om het afspelen te hervatten, drukt u nogmaals op de ▶/I toets.
Snel terugspoelen/vooruitspoelen
1 Druk op de ◀◀ of ▶▶ toets om de band snel terug of snel vooruit te spoelen.
De aanduiding "REW" of "FF" verschijnt in het uitleesvenster.
2 Druk op de ■ stoptoets om het snel terugspoelen of vooruitspoelen te stoppen.


Wanneer bij het snel terugspoelen of vooruitspoelen het einde van de band wordt bereikt, stopt de bandloop automatisch.
BELANGRIJK:
- Het opnemen of afspelen van materiaal dat door het auteursrecht is beschermd, kan onwettig zijn zonder toestemming van de auteursrechthebbende.
- Het opnameniveau wordt automatisch ingesteld, dus de stand van de volumeregeling heeft daarop geen invloed. Anders gezegd, tijdens het opnemen kunt u de geluidssterkte van de weergave geheel naar wens instellen, zonder dat dit enige invloed op de opname heeft. Tijdens het opnemen kunt u de diverse klankbeelden en/of de HBS basversterking toepassen op het geluid dat u via de luidsprekers hoort. Deze effecten (zie blz. 10) worden echter niet toegepast op het opgenomen geluid.
- Als er in uw opnamen erg veel ruis of storing klinkt, kan het apparaat te dicht bij een TV-toestel staan. Zet dit apparaat en uw TV-toestel dan iets verder uit elkaar.
- Gebruik voor het opnemen alleen Type I normaalband-cassettes.
- Het gebruik van cassettes die langer zijn dan 120 minuten is af te raden, want de dunne band slijt erg snel en kan bovendien gemakkelijk uitrekken en in het bandloopwerk verstrikt raken.
Beveiligen van belangrijke bandopnamen
Cassettes zijn aan de rugzijde voorzien van twee nokjes in de hoeken, die bestemd zijn om de opnamen te beveiligen tegen abusievelijk wissen of heropnemen.
Om uw bandopnamen te beveiligen, breekt u het nokje voor de opgenomen cassettekant uit.
Een aldus beveiligde cassette kunt u weer voor opnemen geschikt maken door de ontstane opening af te plakken met een stukje plakband.


Opnemen op cassette
1 Plaats een voor opnemen geschikte cassette in het cassettedeck.
Leg de cassette in de houder met de bandzijde omlaag en de op te nemen kant naar voren gericht.
2 Druk op de CD/RANDOM toets of de TUNER/BAND toets om de op te nemen geluidsbron te kiezen.

3 Breng de geluidsbron in gereedheid voor opname.
- Voor synchroon-opname van een CD
Plaats de op te nemen compact disc (zie blz. 13).
- Om bij een bepaald muziekstuk met opnemen te beginnen, kiest u dat muziekstuk door in de stopstand enkele malen op de \(\mid \text{一} \mid\) of \(\triangleright \triangleright\) toets te drukken.
- Om bij een gewenst punt in de muziek met opnemen te beginnen, speelt u de disc af en pauzeert u de weergave bij het gewenste punt met een druk op de \(\triangleright\) /toets.
Voor opnemen van een radio-uitzending
Stem af op de gewenste radiozender (zie blz. 11).
4 Druk op de REC opnametoets.
De aanduiding "REC" verschijnt. De TAPE REC opname-indicator en "I" lichten op en de opnamerichtingsaanduiding gaat knipperen.

5 Druk op de / toets om met opnemen te beginnen.
Dan begint het opnemen.

De "I" indicator dooft. De TAPE REC opname-indicator blijft branden. Tijdens het opnemen van een CD licht ook de aanduiding CD SYNC in het uitleesvenster op.
Om te stoppen met opnemen, drukt u op de ■ stoptoets.
Het afspelen van de gekozen geluidsbron gaat gewoon door.
Opmerkingen:
Tijdens het opnemen (of tijdens de weergave) niet pauzeren of naar een andere geluidsbron luisteren. Als u dat probeert, verschijnt de aanduiding "REC ON" in het uitleesvenster. - Het opnemen gaat door tot aan het eind van de cassetteband of totdat u op de ■ stoptoets drukt, ook al is het afspelen van de CD al gestopt.
Gebruik van de BEAT CUT radio-ontstoringstoets
Bij het opnemen van een radio-uitzending van de MG kan er door zweving een storende fluittoon klinken. Om dat te verminderen, drukt u op de BEAT CUT toets van de afstandsbediening om in te stellen op de stand "BEAT 01" of "BEAT 02", welke de storing het best onderdrukt.
Dit apparaat biedt drie schakelklok-functies - een dagelijkse wekfunctie, een sluimerfunctie om met muziek in slaap te vallen en een schakelklok-opnamefunctie. Voordat u deze functies kunt gebruiken, zult u eerst de ingebouwde klok op de juiste tijd gelijk moeten zetten (zie blz. 9).
Dagelijkse wekfunctie
Met de dagelijkse wekfunctie kunt u 's ochtends aangenaam ontwaken met uw favoriete muziek of radio-uitzending.
Werking van de dagelijkse wekfunctie
Op de door u gekozen inschakeltijd wordt het apparaat automatisch ingeschakeld, de geluidssterkte wordt op het gekozen niveau ingesteld en dan begint de weergave van de gekozen geluidsbron (radio of CD). Bij het bereiken van de gekozen uitschakeltijd wordt het apparaat weer automatisch uitgeschakeld (in de gebruiksgereed-stand gezet).
De gemaakte instellingen blijven in het geheugen bewaard totdat u ze wijzigt.
Opmerking:
Tussen de volgende handelingen mag u niet te veel tijd laten verstrijken. Als een instelling vervalt voordat u deze hebt voltooid, begint u opnieuw vanaf stap 1.
1 Houd de DISPLAY MODE toets ingedrukt totdat in het uitleesvenster de aanduiding "ON" gaat knipperen en druk dan op de PROGRAM toets.

Het uren-cijfer van de inschakeltijd gaat knipperen.
2 Druk op de of toets om het juiste uur voor inschakelen te kiezen en druk dan op de PROGRAM toets.

Nu gaan de minuten-cijfers van de inschakeltijd knipperen.
3 Druk op de of toets om de juiste minuut te kiezen en druk weer op de PROGRAM toets.

Weer gaat de aanduiding knipperen.
4 Druk op de DISPLAY MODE toets zodat in het uitleesvenster nu "OFF" gaat knipperen en druk dan op de PROGRAM toets.
Het uren-cijfer van de uitschakeltijd gaat knipperen.
5 Stel de gewenste uitschakeltijd op dezelfde wijze in als de inschakeltijd, volgens de aanwijzingen 2 en 3.
6 Druk op de DISPLAY MODE toets zodat in het uitleesvenster "TUNER", "TAPE", "CD" of "REC TU" (voor schakelklok-opname) worden aangegeven en druk weer op de PROGRAM toets.
7 Druk op de of toets om in te stellen op de gewenste geluidsbron en druk op de PROGRAM toets.

8 Breng de geluidsbron in gereedheid en stel de geluidssterkte naar wens in.
Om gewekt te worden met een radio-uitzending, stemt u af op de gewenste radiozender.
Om gewekt te worden met muziek van een cd, plaatst u die in de disc-lade.
9 Druk op de TIMER ON/OFF SET toets (of op de TIMER toets van de afstandsbediening) om de wekfunctie te activeren.

De indicator blijft branden.
10 Schakel het apparaat uit (in de gebruiksklaar-stand).

Bij het aanbreken van de inschakeltijd zal de gekozen geluidsbron gaan spelen, mits de schakelklok goed is ingesteld en geactiveerd.
Om de schakelklok niet te gebruiken, drukt u weer op de TIMER ON/OFF SET toets (of de TIMER toets van de afstandsbediening).
De indicator verdwijnt uit het uitleesvenster.
Opmerkingen:
- De schakelklok zal niet werken als de inschakeltijd en de uitschakeltijd precies gelijk zijn gekozen.
- Als de gekozen geluidsbron (CD of TAPE) bij het aanbreken van de inschakeltijd niet beschikbaar is, zal in plaats daarvan automatisch de TUNER worden gekozen, zodat u een radio-uitzending hoort.
Schakelklok-opname
U kunt de opnameschakelklok instellen om automatisch een radio-uitzending van een vastgelegde voorkeurzender op te nemen vanaf een gekozen tijdstip, gedurende een ingestelde tijdsduur.
1 Plaats een voor opnemen geschikte cassette in het cassettedeck.
Leg de cassette in de houder met de bandzijde omlaag en de op te nemen kant naar voren gericht.
2 Volg de aanwijzingen onder "Dagelijkse wekfunctie" in de linker kolom. Kies voor de geluidsbron de stand "REC TU" voor schakelklok-opname van de radio.
Opmerkingen:
- Als het apparaat bij het aanbreken van de gekozen begintijd nog ingeschakeld staat, zal de schakelklok-opname niet plaatsvinden.
- Wanneer het opnemen is voltooid, maakt de opnameschakelklok plaats voor de gewone dagelijkse wekfunctie en verschijnt in plaats van de "REC TU" aanduiding voor de geluidsbron nu de aanduiding "TUNER".
Sluimerfunctie
Met de sluimerfunctie kunt u gerust in slaap vallen terwijl de muziek nog speelt.
Wanneer het apparaat aan staat, kunt u de sluimerfunctie inschakelen met de afstandsbediening.
Werking van de sluimerfunctie
De sluimerfunctie zorgt dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld na een door u gekozen tijdsduur.
1 Houd de SLEEP toets op de afstandsbediening ingedrukt totdat de gewenste sluimertijd in het uitleesvenster wordt aangegeven.
De tijdsduur verspringt in stapjes van 10 minuten, van 90 minuten terug tot 10 minuten sluimertijd.

2 Wacht na het kiezen van de tijdsduur enkele ogenblikken.
De SLEEP aanduiding blijft dan in het uitleesvenster zichtbaar.
Opmerking:
Als het apparaat al was ingeschakeld met de schakelklok en u stelt een sluimertijd in, dan zal het worden uitgeschakeld in de gebruiksgereed-stand zodra het eerste uitschakeltijdstip wordt bereikt, dat van de sluimerfunctie of van de oorspronkelijke schakelklok-functie.
Om de uitschakeltijd te wijzigen, volgt u weer de bovenstaande aanwijzingen.
Om de sluimerfunctie te annuleren, drukt u op de SLEEP toets zodat de SLEEP aanduiding uit het uitleesvenster verdwijnt.
De sluimerfunctie vervalt ook automatisch wanneer u het apparaat uitschakelt.
Overzicht van de PTY programmatypes
NEWS: Nieuwsbulletins
AFFAIRS: Actualiteitenprogramma's over de achtergronden van het nieuws - met analyses of discussies
INFO: Diverse informatie, wetenswaardigheden en praktische tips, advies en mededelingen
SPORT: Sportverslagen en -uitslagen
DRAMA: Hoorspelen en andere radioseries
CULTURE: Programma's over nationale en regionale cultuur, zoals taalkwesties, sociale vraagstukken, enz.
SCIENCE: Uitzendingen over natuurwetenschappen en technologie
VARIED: Gevarieerde uitzendingen, met vraaggesprekken, quizprogramma's en allerlei amusement
POP M: Populaire commerciële muziek
ROCK M: Rockmuziek
MOR M: Achtergrondmuziek, met relatief korte nummers
LIGHT M: Licht klassiek voor een breed publiek, met vocale, instrumentale en koormuziek
CLASSICS: Klassieke muziekuitvoeringen, orkestrale werken en kamermuziek, opera enz.
De classificatie van de PTY-codes kan bij sommige FM-radiozenders afwijken van de bovenstaande lijst.
Als er een probleem met het apparaat is, neemt u eerst de controlelijst hieronder door voordat u professionele hulp inroept.
Als u het probleem met de onderstaande ingrepen niet kunt verhelpen, of als er duidelijke schade aan het apparaat is, neem dan contact op met uw audiohandelaar of een bevoegde onderhoudsdienst voor reparatie.
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
| Er is geen geluid te horen. | ·Een aansluiting is losgeraatk of verkeerd gemaakt.·Er is een hoofdtelefoon aangesloten. | ·Controler alle aansluitingen en kaak ze in orde. (Zie blz. 7 en 8.)·Maak de hoofdtelefoon los. |
| Radio-uitzendingen komen met erg veel storing door. | ·Er is een antenne losgeraatk.·De AM kaderantenne staat te dicht bij het apparaat.·De FM antenne is Niet goed uitgerold of opgehangen. | ·Zorg dat de antennes juist en stevig+zijn aangesloten.·Kies een betere plaats en richting voor de AM kaderantenne.·Strek de FM antenne zo ver mogelijk uit op de meest geschikte plaats. |
| De disc-lade gaat Niet open of dicht. | De stekker zit Niet in het stopcontact. | Steek de stekker in het stopcontact. |
| Het afspelen van de disc begint Niet. | Wellicht is de disc ondersteboven in de lade gelegd. | Leg de disc in de disc-lade met de bedrukte labelkant boven. |
| Het geluid van de disc stottert of springt over. | Wellicht is de disc stoffig, vuil of bekrast. | Maak de disc schoon of verrang hem door een andere. (Zie blz. 21.) |
| Het cassettedurjtje gaat Niet open. | De stroomtoevoer is onderbroken terwijl de band nog liep. | Schakel het apparaat waar in. |
| Het opnemen lukt Niet. | Er is een wispreventienokjc aan dc rugzijde van de cassette verwijderd. | Beddek de opening met een stukje plakband. |
| Het apparaat reageert Niet op de toetsen. | Er kan een storing in de werkung van de ingebouwde microprocessor zich, door elektrische stoorsignalen. | Trek de stekker uit het stopcontact en steek.Deze opnieuw in. |
| Het apparaat reageert Niet op de afstandsbedicening. | ·Een obstakelussen de afstandsbediening en het apparaat blokkcert dc bedieningsssignalen.·Waarschijnlijk zich de batterijen leeg. | ·Verwijder het obstakel.·Vervang de batterijen door{nieuwe. |
Om uw apparaat in goede staat te houden en de beste prestaties te verkrijgen, is het belangrijk uw discs, cassettes en het apparaat schoon te houden.
Compact discs juist hanteren

- Neem een disc uit het doosje door hem met twee vingers aan de randen op te pakken terwijl u het midden licht induwt.
- Raak het glimmende oppervlak van de disc niet aan en ga er voorzichtig mee om; pas op voor krassen of krom buigen. Berg elke disc onmiddellijk na het afspelen weer in het doosje op, om hem tegen krassen en vuil te beschermen.

- Let op dat u een disc die u opbergt niet langs de rand van het doosje schuurt.
- Laat uw discs niet in de zon liggen en niet op erg warme of vochtige plaatsen.

Reinigen van een disc
Veeg een disc schoon met een zacht doekje, recht vanuit het midden naar de rand.

GEEN oplosmiddelen gebruiken — zoals spiritus, wasbenzine of tri, en ook geen reinigingsvloeistofspray voor conventionele grammofoonplaten — voor het schoonmaken van uw compact discs.
- Losse bandlussen in de cassetteband kunt u strak trekken door een potlood middenin het spoeltje te steken en dat aan te draaien.
- Speel geen cassette af waarvan de band te los zit, want dan kan de band gemakkelijk uitrekken, breken of in het bandloopwerk verstrikt raken.

- Kom niet met uw vingers aan het bandje in de cassette.

Vermijd voor het bewaren van uw cassettes de volgende plaatsen:
- Stoffige hoeken
- Direct zonlicht of hitte
- Plaatsen met veel vocht, dicht bij magneten
Onderhoud van het cassettedeck
Als de bandkappen, het aandrijfasje of de aandrukrol van het cassettedeck vuil worden, kan dat de volgende problemen geven:
- Mindere geluidskwaliteit, plotseling wegvallend geluid
- Geleidelijk wegzakkend geluid
- Onvolledig wissen van oude opnamen
- Problemen bij opnemen
Reinigen van de bandkappen, aandrijfas en aandrukrol
Veeg deze onderdelen schoon met een wattenstaafje met wat spiritus.
Aandrukrol
Demagnetiseren van de bandkoppen
Zet het apparaat uit en gebruik een demagnetiseercassette (verkrijgbaar bij uw audiohandelaar en platenwinkels).
Schoonmaken van de behuizing
- Vuil en vlekken op het apparaat
Die kunt u wegvegen met een zacht doekje. Hardnekkig vuil kunt u verwijderen met een vochtige doek met wat mild zeepsop, goed uitgewrongen, om het apparaat daarna zorgvuldig na te drogen met een schone droge doek.
- Om te voorkomen dat het apparaat wordt beschadigd, dat de afwerking wordt aangetast of de lak gaat bladderen, dient u op de volgende punten te letten.
- NIET afvegen met een schuurspons of borstel
- NIET te hard schoonboenen
- NIET schoonmaken met thinner, tri of wasbenzine
- NIET bespuiten met vluchtige stoffen zoals insecticide
- NIET langdurig in contact laten komen met rubber of plastic.
Algemeen
Stroomvereiste 230 V wisselstroom ~ 50 Hz
Stroomverbruik 30 W (tijdens gebruik)
1,5 W (in de gebruiksklaar-stand)
Afmetingen 160 mm × 269,5 mm × 300 mm
(b/h/d)
10 W per kanaal minimaal RMS vermogen,
uitgestuurd maar 8 Ω bij 1 kHz met niet meer dan
10% totale harmonische vervorming (IEC 268-3)
8 W per kanaal minimaal RMS vermogen, uitgestuurd
naar 8 Ω bij 1 kHz met niet meer dan 0,9% totale
Audio-uitgangsniveau
PHONES: 800 mV / 32 Ω
Luidsprekers/impedantie 8 Ω - 16 Ω
Tuner
FM-afstembereik 87,50 MHz - 108,00 MHz
Middengolf-afstembereik 522 kHz - 1629 kHz
CD-speler
Signaal/ruisverhouding 60 dB
Snelheidsfluctuaties Onmeetbaar gering
Cassettedeck
Frequentiebereik
Type I normalband-cassette:
100 Hz - 10000 Hz
Snelheidsfluctuaties 0.35% (WRMS)
Luidsprekers
Luidsprekereenheden Lagetonen-luidspreker: 10,2 cm
conus × 1
Hogetonen-luidspreker: 5,1 cm
conus × 1
Impedantie 8 Ω
Afmetingen 160 mm × 269,5 mm × 192 mm
(b/h/d)
Gewicht 2 kg per stuk
Bijgeleverd toebehoren
Zie blz. 6.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens
voorbehouden, zonder kennisgeving.

VICTOR COMPANY OF JAPAN, LIMITED