DSPAX640SE - Home cinema versterker YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DSPAX640SE YAMAHA in PDF-formaat.
| Type product | Home-cinema versterker |
| Merk | YAMAHA |
| Model | DSP-AX640SE |
| Vermogen (hoofdkanalen) | 90 W + 90 W (8 ohm, 20 Hz – 20 kHz, 0,06% THD) |
| Vermogen (centraal kanaal) | 90 W (8 ohm, zelfde omstandigheden) |
| Vermogen (surroundkanalen) | 90 W + 90 W (8 ohm, zelfde omstandigheden) |
| Vermogen (achterste centraal kanaal) | 90 W (8 ohm, zelfde omstandigheden) |
| Ingebouwde decoders | Dolby Digital / EX, DTS / ES Matrix 6.1 / Discrete 6.1, Dolby Pro Logic / II, DTS Neo:6 |
| DSP-verwerking | CINEMA DSP, Virtual CINEMA DSP, SILENT CINEMA DSP |
| D/A-converter | 96 kHz, 24 bits |
| Digitale ingangen | Optisch (2), coaxiaal (1) |
| Video-ingangen | Composiet, S-video, component (Y, Pb, Pr) |
| Luidsprekeruitgangen | 6 kanalen: hoofd A/B, centraal, surround L/R, achterste centraal |
| Subwooferuitgang | Ja (SUBWOOFER OUT, scheidingsfrequentie 90 Hz) |
| Afmetingen (B x H x D) | 435 x 171 x 390 mm |
| Gewicht | 13,0 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50/60 Hz (afhankelijk van model) |
| Stroomverbruik | 320 W (stand-by ca. 0,9 W) |
| Meegeleverde accessoires | Afstandsbediening, AAA-batterijen (x4), FM/AM-antenne (voor versie met tuner), 75/300 ohm-adapter |
| Speciale functies | Slaaptimer, late luistermodus, BASS/TREBLE toonregeling |
| Onderhoud | Reinigen met een droge, schone doek; geen oplosmiddelen gebruiken |
| Repareerbaarheid | Open de behuizing niet; neem contact op met een erkend YAMAHA-servicecentrum |
Veelgestelde vragen - DSPAX640SE YAMAHA
Gebruikersvragen over DSPAX640SE YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Home cinema versterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DSPAX640SE - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DSPAX640SE van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING DSPAX640SE YAMAHA
1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken.
2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek — uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg voor een ventilatieruimte van tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 20 cm aan de achterkant van dit toestel.
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen.
4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel.
5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen NIET bovenop dit toestel:
- Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren.
- Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.
- Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn.
8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade.
9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren.
10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek.
12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. YAMAHA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.
13 Om schade door blikseminslag te voorkomen dient u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert.
14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend YAMAHA servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken.
15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
16 Lees het hoofdstuk "OPLOSSEN VAN PROBLEMEN" over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
17 Voor u dit toestel verplaatst, dient u op STANDBY/ON te drukken om dit toestel uit (standby) te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen.
18 VOLTAGE SELECTOR (Alleen modellen voor China en algemene modellen)
De netspanning keuzeschakelaar op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de netspanning in het gebied waar u het toestel gaat gebruiken VOOR u de stekker in het stopcontact steekt. U kunt kiezen uit 110/120/220/240 V wisselstroom, 50/60 Hz.
De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld. Dit is de zogenaamde standby-stand. In deze toestand is het toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid stroom te verbruiken.
WAARSCHUWING
OM DE RISICO'S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.
Alleen voor klanten in Nederland
Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.

Meegeleverde toebehoren 3
Batterijen in de afstandsbediening zetten .... 3
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES ..... 4
Voorpaneel 4
Afstandsbediening 6
Display voorpaneel 8
VOORBEREIDINGEN
AANSLUITINGEN 9
Voor u andere componenten gaat aansluiten ...... 9
Aansluiten van videocomponenten 10
Aansluiten van audiocomponenten 12
Aansluiten van de antennes RX-V640RDS 13
Aansluiten van externe versterkers 14
Aansluiten van een externe decoder .... 14
Aansluiten van de luidsprekers 15
Aansluiten van netsnoeren 18
Inschakelen van de stroom 18
BASIS SYSTEEM-INSTELLINGEN ...... 19
Gebruiken van het basismenu 19
Instellen van uitgangniveaus aan de hand van uw luidsprekersysteem 21
Instellen van de uitgangniveaus van de luidsprekers (SP LEVEL) 21
BASISBEDIENING
WEERGAVE 22
Ingangsfuncties en aanduidingen 24
Selecteren van een geluidsveldprogramma .... 25
Uitleg geluidsvelden 28
Hi-Fi DSP geluidsveldprogramma's 28
CINEMA-DSP 29
Het geluidsonterp van de CINEMA-DSP geluidsveldprogramma's 29
Voorprogrammeren van zenders 33
Afstemmen op een voorkeuzezender 35
ONTVANGEN VAN RDS ZENDERS
RX-V640RDS 36
Beschrijving RDS gegevens 36
Veranderen van de RDS functie 36
PTY SEEK functie 37
EON functie 37
SLAAPTIMER 38
OPNAME 39
GEAVANCEERDE BEDIENING
SET MENU (INSTELMENU) 40
Instelmenu lijst 40
Instellingen wijzigen via het instelmenu .... 40
SOUND 1 SPEAKER SET (luidspreker instellingen) .... 41
SOUND 2 SP DISTANCE (luidspreker afstand) .... 43
SOUND 3 LFE LEVEL 43
SOUND 4 D. RANGE (dynamisch bereik) ...... 43
SOUND 5 CENTER GEQ (midden grafische equalizer) .... 44
SOUND 6 HP TONE CTRL (hoofdtelefoon toonregeling) ...... 44
INPUT 1 I/O ASSIGN (ingang/uitgang toewijzing) 44
INPUT 2 INPUT MODE (begininstelling ingangsfunctie) .... 45
Invoeren van de fabrikantencode 48
Wissen van fabrikantencodes 48
Bedienen van andere componenten 49
INSTELLEN VAN DE WEERGAVENIVEAUS
VAN DE LUIDSPREKERS 50
Regelen van het volume tijdens weergave .... 50
Gebruiken van de testtoon 50
AANVULLENDE INFORMATIE
WIJZIGEN GELUIDSVELDPROGRAMMA
PARAMETERS 51
Wijzigen van instellingen 51
Beschrijvingen van digitale geluidsveld parameters 52
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN 53
WOORDENLIJST 57
Ingebouwde 6-kanaals eindversterker
◆Minimum RMS uitgangsvermogen (0,06% THV, 20 Hz – 20 kHz, 8Ω)
Hoofd: 90 W + 90 W
Midden: 90 W
Achter: 90 W + 90 W
Midden achter: 90 W
Meervoudige digitale geluidsvelden
◆Dolby Pro Logic/Dolby Pro Logic II decoder
◆Dolby Digital/Dolby Digital EX decoder
◆DTS/DTS-ES Matrix 6.1, Discrete 6.1, DTS Neo:6 decoder
◆CINEMA DSP: combinatie van YAMAHA DSP technologie en Dolby Pro Logic, Dolby Digital of DTS
◆Virtual CINEMA DSP
◆SILENT CINEMA DSP
Verfijnde AM/FM tuner RX-V640RDS
◆40 gemakkelijk toegankelijke voorkeuzezenders
◆Automatisch voorprogrammeren van voorkeuzezenders
◆Mogelijkheid tot herschikken van voorkeuzezenders (voorkeuzezenders bewerken)
Andere kenmerken
◆96 kHz/24-bits D/A converter
◆Instelmenu waarmee u dit toestel optimaal kunt aanpassen aan uw Audio/Videosysteem
◆Testtoon-generator voor gemakkelijke instelling van de luidspreker-balans
◆6-kanaals ingang voor externe decoder
◆Component video in- en uitgangsaansluitingen
◆S-Video in- en uitgangsaansluitingen
◆Optische en coaxiale digitale audio aansluitingen
◆Videosignaalconversie (composiet ⇔ S Video)
◆Slaaptimer
◆Afstandsbediening met voorgeprogrammeerde fabrikantencodes
◆Tweede weergavezone (Zone B)
■Over deze handleiding
- Dit document is de handleiding voor zowel de RX-V640RDS als de DSP-AX640SE. Aangezien de DSP-AX640SE niet uitgerust is met een tuner, gelden de beschrijvingen voor het gebruik daarvan niet voor de DSP-AX640SE. Voor de uitleg wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van afbeeldingen van de RX-V640RDS.
- geeft een handige tip bij de bediening aan.
- Sommige handelingen zijn mogelijk met de toetsen op de afstandsbediening of via het hoofdtoestel zelf. Waar de namen van de toetsen op de afstandsbediening afwijken van die op het hoofdtoestel worden de namen van de toetsen op de afstandsbediening in deze handleiding tussen haakjes toegevoegd.
- Deze handleiding kan gedrukt zijn voor uw toestel geproduceerd werd. Daarom is het mogelijk dat bepaalde specificaties van uw toestel tijdens de fabricage bijvoorbeeld ter wille van verbeteringen gewijzigd zijn. In een dergelijk geval verlenen wij voorkeur aan het verbeteren van het product boven de bijwerking van de handleiding.

Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories.
"Dolby", "Pro Logic", en het dubbele-D symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
VAN START
Meegeleverde toebehoren
Controleer na het uitpakken of u de volgende onderdelen in uw bezit heeft.
Afstandsbediening

Batterijen (4)
(AAA, R03, UM-4)

75 Ohm/300 Ohm antenne-
adapter (Model voor het V.K.)

FM binnenantenne
(Modellen voor de VS, Canada, China, Korea en algemene modellen)

(Modellen voor Europa, het V.K., Australië en Singapore)

Batterijen in de afstandsbediening zetten
Doe de batterijen in de juiste richting in het batterijvak door de + en - tekens op de batterijen te laten overeenkomen met de polariteitsmerktekens (+ en -) in het batterijvak.

1 Druk op het teken en schuif de klep van de afstandsbediening af.
2 Doe de vier meegeleverde batterijen (AAA, R03, UM-4) overeenkomstig de aanduidingen in het batterijvak.
3 Schuif de klep terug op zijn plaats tot deze vastklikt.
■Opmerkingen over batterijen
- Vervang de batterijen wanneer u merkt: dat het bereik van de afstandsbediening minder wordt; dat de indicator niet knippert; of dat het licht ervan zwakker wordt.
- Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar.
- Gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar (zoals alkali en mangaan batterijen). Lees de aanwijzingen op de verpakking aandachtig door aangezien verschillende soorten batterijen qua vorm en kleur op elkaar kunnen lijken.
- Als de batterijen onverhoopt gelekt hebben, dient u ze onmiddellijk te verwijderen. Raak het uit de batterijen gelekte materiaal niet aan en laat het niet in contact komen met uw kleding enz. Maak het batterijvak goed schoon voor u er nieuwe batterijen in doet.
Als de afstandsbediening langer dan 2 minuten zonder batterijen blijft, of als de batterijen leeg zijn maar u ze in de afstandsbediening laat zitten, zal de inhoud van het geheugen mogelijk gewist worden. Als het geheugen van de afstandsbediening gewist is, dient u er nieuwe batterijen in te doen en moet u de fabrikantencode op nieuw invoeren die gewist zijn opnieuw programmeren.
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES
Voorpaneel

(Alleen modellen voor Europa en het V.K.)
①STANDBY/ON toets
Hiermee zet u het toestel aan of uit (standby). Wanneer u dit toestel aan zet, zult u een klik horen, waarna er een vertraging zal optreden van 4 a 5 seconden voor dit toestel in staat is geluid te reproduceren.
Standby-stand
In de standby-stand blijft dit toestel een kleine hoeveelheid stroom verbruiken zodat het kan reageren op de infrarood signalen van de afstandsbediening.
②INPUT MODE toets
Hiermee selecteert u het prioriteitssignaal (AUTO, DTS, ANALOG) voor signaalbronnen die twee of meer soorten signalen leveren aan dit toestel. U kunt het prioriteitssignaal niet instellen wanneer u 6CH INPUT als signaalbron heeft ingesteld.
③INPUT draaiknop
Hiermee selecteert u de signaalbron waar u naar wilt luisteren of lijken.
④6CH INPUT toets
Hiermee selecteert u de signaalbron die is aangesloten op de 6CH INPUT aansluitingen. Dit audiosignaal krijgt voorrang boven de met INPUT (of de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) geselecteerde signaalbron.
⑤Sensor afstandsbediening
Deze ontvangt de signalen van de afstandsbediening.
⑥Display voorpaneel
Hierop verschijnt de bedieningsinformatie van het toestel.
⑦TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) toets RX-V640RDS
Met deze toets kunt u schakelen tussen automatisch en handmatig afstemmen.
⑧PRESET/TUNING (EDIT) toets RX-V640RDS
Hiermee schakelt u de PRESET/TUNING ◀/▷ toetsen heen en weer tussen het kiezen van een voorkeuzezender en het afstemmen op een bepaalde frequentie (ten teken waarvan de dubbele punt (:) al of niet getoond zal worden).
Met deze toets kunt u ook twee voorkeuzezenders van plaats laten wisselen.
⑨FM/AM toets RX-V640RDS
Met deze toets schakelt u de radio heen en weer tussen FM en AM.
⑩MEMORY (MAN'L/AUTO FM) toets RX-V640RDS
Hiermee slaat u de huidige zender op in het geheugen.
⑪VOLUME draaiknop
Hiermee kunt u het volume van alle audiokanalen instellen. Dit heeft geen invloed op het OUT (REC) uitgangsniveau.
⑫ SILENT (PHONES hoofdtelefoon-aansluiting)
Stelt u in staat te profiteren van DSP effecten wanneer u een hoofdtelefoon gebruikt. Wanneer er een hoofdtelefoon wordt aangesloten op de hoofdtelefoon-aansluiting, zullen er geen signalen worden geproduceerd via de luidspreker- en OUTPUT aansluitingen.
⑬SPEAKERS A/B toetsen
Hiermee kunt de set hoofd-luidsprekers die zijn aangesloten op de A en/of B aansluitingen op het achterpaneel inschakelen.
⑭STEREO/EFFECT toets
Hiermee kunt u heen en weer schakelen tussen normale stereo weergave of weergave met DSP effecten. Wanneer STEREO is geselecteerd, worden signalen met 2 kanalen naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers gestuurd zonder toegevoegde effecten en zullen alle Dolby Digital en DTS signalen (met uitzondering van het LFE kanaal) worden teruggemengd voor de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
15 PROGRAM ◀/▷ toetsen
Hiermee kunt u het DSP geluidsveldprogramma selecteren.
⑯A/B/C/D/E toets
Hiermee kunt u een van de groepen voorkeuzezenders A t/m E selecteren.
NEXT toets
Hiermee selecteert u het instelmenu (RX-V640RDS wanneer het toestel niet als radio gebruikt wordt).
⑰ PRESET/TUNING ◀/▷ toetsen
Hiermee kunt u de voorkeuzezenders 1 t/m 8 selecteren wanneer de dubbele punt (:) op het display op het voorpaneel staat, of de afstemmen op een bepaalde frequentie wanneer de dubbele punt (:) niet op het display staat.
SET MENU -/+ toetsen
Hiermee kunt u instellingen veranderen in het instelmenu (RX-V640RDS wanneer het toestel niet als radio gebruikt wordt).
18VIDEO AUX aansluitingen
Via deze aansluitingen kunt u audio- en videosignalen van een draagbare externe signaalbron, bijvoorbeeld een spelcomputer, gebruiken. Om de signalen van deze aansluitingen te kunnen reproduceren, dient u V-AUX als signaalbron in te stellen.
⑲BASS draaiknop
Hiermee kunt u de lage frequentierespons voor het linker en het rechter hoofdkanaal instellen.
Draai de draaiknop naar rechts om de lage tonen te versterken en draai de draaiknop naar links om de lage tonen te verzwakken.
⑳TREBLE draaiknop
Hiermee kunt u de hoge frequentierespons voor het linker en het rechter hoofdkanaal instellen.
Draai de draaiknop naar rechts om de hoge tonen te versterken en draai de draaiknop naar links om de hoge tonen te verzwakken.
RX-V640RDS (Alleen modellen voor Europa en het V.K.)
②RDS MODE/FREQ toets
Bij ontvangst van een RDS zender kunt u met deze toets de displayfunctie omschakelen naar PS, PTY, RT en/of CT (als de zender deze RDS diensten ondersteunt) of kiezen voor display van de frequentie waarop afgestemd is.
22PTY SEEK MODE toets
Hiermee kunt u de PTY SEEK functie inschakelen om het toestel naar een programma van een bepaald type te laten zoeken.
23PTY SEEK START toets
Druk op deze toets om het toestel te laten zoeken naar het met de PTY SEEK functie ingestelde programmatype.
24EON toets
Druk op deze toets om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS, SPORT) te kiezen wanneer u automatisch wilt afstemmen op een radioprogramma van dat type.
Afstandsbediening
Dit hoofdstuk beschrijft de bedieningsorganen en functies van de afstandsbediening. De AMP functie moet zijn geselecteerd voor u het toestel kunt bedienen.

①Infraroodvenster
Vanachter dit venster worden de infraroodsignalen uitgezonden. Richt dit venster op de component die u wilt bedienen.
②CODE SET toets
Wordt gebruikt bij het instellen van de fabrikantencode (zie bladzijde 48).
③Ingangskeuzetoetsen
Hiermee selecteert u de signaalbron en stelt u de afstandsbediening in voor gebruik met de geselecteerde broncomponent.
④DSP geluidsveldprogramma-toetsen
Hiermee kunt u een DSP programma instellen voor de versterkerfunctie (AMP). Druk herhaaldelijk op een van deze toetsen om een bepaald geluidsveldprogramma uit de gewenste groep in te stellen.
⑤NIGHT toets
Hiermee zet u het toestel in de middernacht-luisterfunctie.
⑥LEVEL toets
Hiermee selecteert u het in te stellen effectkanaal.
⑦Overige toetsen
Dit gedeelte wordt gebruikt bij het wijzigen en doorvoeren van instellingen.
⑧TEST toets
Hiermee schakelt u de testtoon in om de niveaus van de luidsprekers in te stellen.
⑨TRANSMIT indicator
Dit lampje knippert wanneer de afstandsbediening signalen uitzendt.
⑩STANDBY toets
Druk hierop om het hoofdtoestel uit (standby) te zetten.
⑪ SYSTEM POWER toets
Hiermee kunt u het hoofdtoestel aan zetten.
⑫SLEEP toets
Met deze toets kunt u de slaaptimer inschakelen.
⑬6CH INPUT toets
Hiermee selecteert u de signaalbron die is aangesloten op de 6CH INPUT aansluitingen.
⑭AMP toets
Hiermee zet u de afstandsbediening in de AMP bedieningsfunctie voor het bedienen van dit toestel zelf.
15★★
Hiermee kunt u de afstandsbediening ook voor andere apparatuur (niet noodzakelijkerwijs verbonden met dit toestel) gebruiken zonder de voor dit toestel ingestelde signaalbron te wijzigen.
⑯VOLUME +/- toetsen
Met deze toetsen kunt u het volume verhogen of verlagen.
⑰MUTE toets
Schakelt de geluidsweergave tijdelijk uit (dempen). Druk nogmaals op deze toets om de geluidsweergave te hervatten op het oorspronkelijk ingestelde niveau.
18STEREO/EFFECT toets
Hiermee kunt u heen en weer schakelen tussen normale stereo weergave of weergave met DSP effecten. Wanneer STEREO is geselecteerd, worden signalen met 2 kanalen naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers gestuurd zonder toegevoegde effecten en zullen alle Dolby Digital en DTS signalen (met uitzondering van het LFE kanaal) worden teruggemengd voor de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
196.1/5.1 toets
Hiermee kunt u de Dolby Digital EX of DTS ES decoder aan of uit zetten.
⑳SET MENU toets
Hiermee schakelt u de instelfunctie in.
■Gebruik van de afstandsbediening

De afstandsbediening zendt een gerichte infrarode straal uit. U moet daarom de afstandsbediening direct op de sensor op het hoofdtoestel richten wanneer u dit met de afstandsbediening wilt bedienen.
■Omgaan met de afstandsbediening
- Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
- Laat de afstandsbediening niet vallen.
- Stel de afstandsbediening niet bloot aan deze omstandigheden:
- hoge vochtigheid of temperatuur, zoals in de buurt van een verwarming, kachel of badkuip;
-stof; of - zeer lage temperaturen.
Display voorpaneel

De indicator voor de gebruikte decoder licht op.
② VIRTUAL indicator
Deze licht op wanneer u het Virtual CINEMA DSP programma gebruikt.
③ Hoofdtelefoon indicator
Deze indicator zal oplichten wanneer er een hoofdtelefoon aangesloten is.
④ Signaalbron-indicator
Laat met een soort cursor de huidige signaalbron zien.
⑤ Geluidsveld indicator
Wanneer u een DSP geluidsveldprogramma gebruikt, zullen de velden in kwestie oplichten.
6 AUTO indicator RX-V640RDS
Laat zien dat de tuner automatisch aan het afstemmen is.
⑦ MUTE indicator
Deze indicator gaat knipperen wanneer u het geluid tijdelijk heeft uitgeschakeld (gedempt).
⑧ VOLUME niveau-aanduiding
Deze balkjes geven het volumeniveau aan.
⑨ PCM indicator
Deze licht op wanneer het toestel PCM (pulscode-modulatie) digitale audiosignalen produceert.
⑩ SILENT indicator
Licht op wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten terwijl de digitale geluidsveldprocessor in werking is.
⑪ SP A B indicator
De indicator die hoort bij de set hoofd-luidsprekers die u heeft gekozen zal oplichten. Wanneer beide sets luidsprekers zijn geselecteerd, zullen beide indicators oplichten.
⑫ NIGHT indicator
Licht op wanneer het toestel in de middernacht-luisterfunctie staat.
⑬ HiFi DSP indicator
Licht op wanneer u een Hi-Fi DSP geluidsveldprogramma gebruikt.
14 CINEMA DSP indicator
Licht op wanneer u een CINEMA DSP geluidsveldprogramma gebruikt.
⑮ Multi-informatie display
Hierop verschijnt het huidige DSP geluidsveldprogramma en andere informatie wanneer u instellingen wijzigt.
Licht op wanneer de "AUTO" afstem-indicator aan is en het toestel een sterk FM stereo signaal ontvangt.
⑰ TUNED indicator RX-V640RDS
Licht op wanneer dit toestel op een zender afstemt.
Knippert als een zender kan worden opgeslagen.
19 SLEEP indicator
Deze indicator licht op wanneer de slaaptimer is ingeschakeld.
20 LFE indicator
Deze indicator zal oplichten wanneer het ingangssignaal een kanaal voor Lage Frequentie Effecten bevat.
Bij weergave van een digitaal signaal zullen de indicators voor de weergegeven geluidskanalen oplichten.
22 RDS indicator RX-V640RDS (Alleen modellen voor Europa en het V.K.)
De naam (namen) van de RDS gegevens die worden geleverd door de RDS zender waar u op heeft afgestemd zal (zullen) oplichten.
De EON indicator zal oplichten wanneer er is afgestemd op een RDS zender met EON gegevens over andere zenders.
De PTY HOLD indicator zal oplichten wanneer er gezocht wordt naar zenders in de PTY SEEK zoekfunctie.
AANSLUITINGEN
Voor u andere componenten gaat aansluiten
LET OP
Sluit dit toestel en andere componenten niet aan op de netspanning voor u alle aansluitingen tussen de componenten heeft gemaakt.
- Let er op dat u alle aansluitingen op de juiste manier maakt, dus L (Links) op L, R (Rechts) op R, “+” op “+” en “−” op “−”. Sommige componenten hebben afwijkende aansluitingen of afwijkende benamingen voor de aansluitingen. Raadpleeg daarom de handleiding van elk van de op dit toestel aan te sluiten componenten.
- Nadat u alle aansluitingen heeft gemaakt, moet u ze nog een keer allemaal nalopen om te zien of alles in orde is.
- De naam van de aansluiting komt overeen met de aanduidingen bij gebruik van de ingangskeuzetoetsen.
■Digitale aansluitingen
Dit toestel heeft digitale aansluitingen om digitale signalen direct door te geven via hetzij coaxiale, hetzij optische glasvezelkabels. U kunt de digitale aansluitingen gebruiken om PCM, Dolby Digital en DTS bitstromen te verwerken. Om te kunnen genieten van multikanaals weergave van DVD materiaal enz. met DSP effecten, dient u digitale aansluitingen te maken. Alle digitale ingangsaansluitingen zijn geschikt voor digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz.
Opmerking
- De OPTICAL aansluitingen van dit toestel voldoen aan de EIA standaard. Als u een optische glasvezelkabel gebruikt die niet aan deze standaard voldoet, is het mogelijk dat het toestel niet naar behoren kan functioneren.

Aansluiten van videocomponenten
Raadpleeg tevens de aansluitvoorbeelden op de volgende bladzijde.
■Soorten video-aansluitingen

①VIDEO aansluiting
Voor een conventioneel composiet (samengesteld) videosignaal.
②S VIDEO aansluiting
Via deze aansluiting worden kleur en luminantie (helderheid) gescheiden doorgegeven waardoor een hogere beeldkwaliteit wordt bereikt.
③COMPONENT VIDEO aansluitingen
Via deze aansluitingen worden beeldbepalende kleurverschillen (P B , P R ) en luminantie (helderheid) gescheiden doorgegeven waardoor de beste beeldkwaliteit wordt verkregen.
Gebruik in de handel verkrijgbare kabels die geschikt zijn voor de diverse aansluitingen.

- Signalen die binnenkomen via de S VIDEO ingangsaansluitingen kunnen door dit toestel worden omgezet in composiet videosignalen die via VIDEO MONITOR OUT worden gereproduceerd.
- (Behalve modellen voor China en algemene modellen) Door "V CONV." onder "OPTION 1 DISPLAY SET" in het instelmenu ON te zetten, kunnen signalen die binnenkomen via de VIDEO aansluitingen van dit toestel worden gereproduceerd via de S VIDEO MONITOR OUT uitgangsaansluiting.
- Wanneer er tegelijkertijd signalen binnenkomen via de S VIDEO en de VIDEO aansluitingen, heeft het ingangsaansluiting dat via de S VIDEO aansluiting binnenkomt voorrang.
- Via "INPUT 1 I/O ASSIGNMENT" op het instelmenu kunt u de ingangssignalen voor de COMPONENT VIDEO A en B aansluitingen afstemmen op uw andere apparatuur.
Signaalreproductie in het toestel

flowchart
graph LR
A["COMPONENT VIDEO"] --> B["OUT (MONITOR OUT)"]
C["S VIDEO"] --> D["OUT (MONITOR OUT)"]
E["VIDEO"] --> F["OUT (MONITOR OUT)"]

Alleen wanneer "V CONV." onder "OPTION 1 DISPLAY SET" in het instelmenu aan (ON) staat.
■Aansluiten van een videomonitor
Sluit de video-ingangsaansluiting van uw monitor aan op de MONITOR OUT VIDEO aansluiting.
Opmerking
- Als u dit toestel aansluit op een signaalbron met component video-aansluitingen, moet u uw vidcomonitor ook aansluiten met component video-aansluitingen.
■Aansluiten van een DVD-speler/digitale TV/kabel-TV
Verbind de optisch digitale uitgangsaansluiting van de component in kwestie met de DIGITAL INPUT ingangsaansluiting en verbind de video uitgangsaansluiting van de component met de VIDEO aansluiting van dit toestel.

- Gebruik de AUDIO aansluitingen van dit toestel voor video apparatuur zonder optisch digitale uitgangsaansluiting. Bij gebruik van de AUDIO aansluitingen kan echter geen multikanaals weergave worden verkregen.
■Aansluiten van opname-apparatuur
Verbind de audio-ingangsaansluitingen van uw video-component met de AUDIO OUT aansluitingen en verbind de video-ingangsaansluiting van deze component met de VIDEO OUT aansluiting van dit toestel om beelden te kunnen opnemen.
Verbind de audio-uitgangsaansluitingen van uw video-component met de AUDIO IN aansluitingen en verbind de video-uitgangsaansluiting van deze component met de VIDEO IN aansluiting van dit toestel om videomateriaal afgespeeld op de broncomponent via dit toestel te kunnen weergeven.
Via de VCR 2/DVR videocamera/recorder aansluitingen kan een tweede video- of DVD-recorder worden aangesloten.
Opmerking
- Wanneer u eenmaal een component waarmee kan worden opgenomen heeft aangesloten op dit toestel, dient u deze altijd ingeschakeld te houden wanneer u dit toestel gebruikt. Als de stroom van een dergelijke component wordt uitgeschakeld, kan de weergave van andere componenten gestoord worden.

flowchart
graph TD
A["Optical OUTPUT"] --> B["DVD-speler"]
B --> C["VIDEO OUTPUT"]
C --> D["COMPONENT VIDEO"]
D --> E["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
E --> F["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
F --> G["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
G --> H["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
H --> I["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
I --> J["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
J --> K["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
K --> L["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
L --> M["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
M --> N["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
N --> O["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
O --> P["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
P --> Q["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
Q --> R["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
R --> S["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
S --> T["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
T --> U["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
U --> V["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
V --> W["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
W --> X["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
X --> Y["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
Y --> Z["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
Z --> AA["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AA --> AB["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AB --> AC["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AC --> AD["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AD --> AE["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AE --> AF["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AF --> AG["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AG --> AH["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AH --> AI["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AI --> AJ["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AJ --> AK["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AK --> AL["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AL --> AM["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AM --> AN["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AN --> AO["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AO --> AP["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AP --> AQ["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AQ --> AR["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AR --> AS["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AS --> AT["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AT --> AU["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AU --> AV["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AV --> AW["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AW --> AX["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AX --> AY["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AY --> AZ["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
AZ --> BA["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BA --> BB["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BB --> BC["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BC --> BD["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BD --> BE["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BE --> BF["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BF --> BG["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BG --> BH["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BH --> BI["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]
BI --> BJ["VIDEO AUDIO AUDIO 5 VIDEO VIDE"]

geeft de audio-signaalrichting aan

geeft linker analoge signaalkabel aan

geeft rechter analoge signaalkabel aan

geeft optische glasvezelkabel aan

geeft de video-signaalrichting aan
Aansluiten van audiocomponenten
■Aansluiten van een CD-speler
Verbind de coaxiaal digitale uitgangsaansluiting van uw CD-speler met de DIGITAL INPUT CD aansluiting.

- De AUDIO aansluitingen zijn beschikbaar voor een CD-speler zonder coaxiaal digitale uitgangsaansluiting.
■Aansluiten van een CD-recorder of MD-recorder
Verbind de optisch digitale ingangsaansluiting van uw CD- of MD-recorder met de DIGITAL OUTPUT MD/CD-R aansluiting om digitale opnamen mogelijk te maken.
Verbind de optisch digitale uitgangsaansluiting van uw CD- of MD-recorder met de DIGITAL INPUT MD/CD-R aansluiting om op de opname-apparatuur afgespeeld materiaal via dit toestel te kunnen weergeven.

- De AUDIO aansluitingen zijn beschikbaar voor een CD- of MD-recorder zonder optisch digitale in- of uitgangsaansluitingen.
Opmerkingen
- Wanneer u opname apparatuur aansluit op dit toestel, dient u deze apparatuur ingeschakeld te houden terwijl u dit toestel gebruikt. Als de stroom is uitgeschakeld, is het mogelijk dat dit toestel de geluidssignalen van andere apparatuur vervormt.
- De DIGITAL OUTPUT aansluiting en de analoge OUT (REC) aansluitingen zijn geheel van elkaar gescheiden. Digitale signalen worden uitsluitend gereproduceerd via de DIGITAL OUTPUT aansluitingen, terwijl de OUT (REC) aansluiting uitsluitend analoge signalen reproduccert.
■Aansluiten van een tuner DSP-AX640SE
Verbind de uitgangsaansluitingen van uw tuner met de TUNER aansluitingen.

Aansluiten van de antennes RX-V640RDS
Dit toestel wordt geleverd met zowel een AM als een FM binnenantenne. In de meeste gevallen zullen deze antennes zorgen voor een voldoende ontvangst.
Sluit de antennes op de juiste wijze aan op de daarvoor bestemde aansluitingen.

Voor maximale veiligheid en minimum storing dient u de antenne GND aansluiting goed te aarden. Een goede aarding wordt bijvoorbeeld geboden door een metalen pen die in vochtige grond gedreven is.
75 Ohm/300 Ohm antenne-adapter (alleen modellen voor het V.K.)
1

2

Eenheid: mm
Maak de meegeleverde 75 Ohm/300 Ohm antenneadapter open.
Snijd of knip de mantel van de 75 Ohm coaxkabel zoals afgebeeld en maak deze klaar voor de aansluiting.
3

Knip de draad en verwijder deze.
4
Druk samen met een tang.

Druk samen met een tang.
Doe de draad in de sleuf.
5

Doe de draad uit de kabel in de sleuf en druk deze vast met een tang.
■Aansluiten van de AM ringantenne
1 Zet de AM ringantenne in elkaar en sluit deze vervolgens aan op het toestel.

2 Druk op het lipje en steek de draden van de AM ringantenne in de AM ANT en GND (aarde) aansluitingen.

3 Zet de AM ringantenne zo neer dat u de beste ontvangst krijgt.

Opmerkingen
- Zet de AM ringantenne zo ver mogelijk bij dit toestel vandaan.
- De AM ringantenne moet aangesloten blijven, ook al heeft u een AM buitenantenne op dit toestel aangesloten.
Een op de juiste manier aangesloten buitenantenne biedt een betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u de ontvangst slecht vindt, kan een buitenantenne misschien soelaas bieden. Raadpleeg uw dichtstbijzijnde YAMAHA dealer of service-centrum omtrent de aansluiting van een buitenantenne.
FREQUENCY STEP schakelaar (Alleen modellen voor China en algemene modellen)

Omdat de afstand tussen de aan de zenders toegewezen frequenties per gebied verschilt, kunt u met de FREQUENCY STEP schakelaar (op het achterpaneel) dit toestel aanpassen aan het gebied waar u zich bevindt.
Noord, Midden en Zuid Amerika: 100 kHz/10 kHz
Andere gebieden: 50 kHz/9 kHz
Voor u deze schakelaar omzet, moet u de stekker van het toestel uit het stopcontact halen.
Aansluiten van externe versterkers
Als u het uitgangsvermogen van de luidsprekers wilt opvoeren, of wanneer u een andere versterker wilt gebruiken, kunt u als volgt een externe versterker aansluiten op de OUTPUT aansluitingen.
Opmerking
- Wanneer er RCA (tulp-) stekkers verbonden zijn met de OUTPUT aansluitingen voor weergave via een externe versterker, zullen er ook signalen worden gereproduceerd via de SPEAKERS aansluitingen.

①MAIN aansluitingen
Hoofdkanaal uitgangsaansluitingen.
Opmerking
- De uitgangssignalen via deze aansluitingen kunnen worden geregeld door de BASS en TREBLE instellingen.
②REAR (SURROUND) aansluitingen
Achter-kanaal uitgangsaansluitingen.
③CENTER aansluiting
Aansluitingen voor het middenkanaal uitgangssignaal.
④ REAR CENTER aansluiting
Aansluiting voor het midden achterkanaal uitgangssignaal.
⑤SUBWOOFER aansluiting
Wanneer u een subwoofer met ingebouwde versterker gebruikt, inclusief het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer Systeem, dient u de ingangsaansluiting van het subwoofersysteem te verbinden met deze aansluiting. De zeer lage tonen voor de hoofd-, midden- en/of achterkanalen worden dan naar deze aansluiting gestuurd overeenkomstig uw SPEAKER SET instellingen. De LFE (Lage Frequentie Effecten) signalen voor Dolby Digital of DTS materiaal worden eveneens naar deze aansluiting gestuurd overeenkomstig uw SPEAKER SET instellingen.
Opmerkingen
- De afsnijfrequentie voor de SUBWOOFER aansluiting is 90 Hz.
- Als u geen subwoofer gebruikt, dient u de signalen voor de linker en rechter hoofd-luidsprekers opnieuw te bepalen door het onderdeel "1E BASS" van de "SOUND 1 SPEAKER SET" instellingen onder het instelmenu te wijzigen.
- Gebruik de bedieningsorganen van de subwoofer zelf om het volume daarvan te regelen. Het is ook mogelijk het volume in te stellen via de afstandsbediening van dit toestel (zie "INSTELLEN VAN DE WEERGAVENIVEAUS VAN DE LUIDSPREKERS" op bladzijde 50).
Aansluiten van een externe decoder
Dit toestel is voorzien van 6 extra ingangsaansluitingen (MAIN links en rechts, CENTER, SURROUND links en rechts en SUBWOOFER) voor gescheiden multikanaals ingangssignalen van een component die is uitgerust met een multikanaals decoder en 6-kanaals uitgangsaansluitingen, zoals een DVD/SACD-speler.

flowchart
graph TD
A["MAIN"] --> B["SUBWOOFER"]
C["SURROUND"] --> D["CENTER"]
E["MONITOR OUT"] --> F["S VIDEDVIDEO"]
G["DVD/SACD-speler"] --> H["SUBWOOFER"]
I["SUB WOOFER"] --> J["CENTER 6CH INPUT"]
K["L R LR"] --> L["SURROUND"]
M["MAIN"] --> N["SURROUND"]
O["VCD 2"] --> P["IN VCR 2 YOUNR OUT"]
Opmerking
- Wanneer u 6CH INPUT als signaalbron kiest, zal het toestel automatisch de digitale geluidsveld-processor uitschakelen en kunt u geen gebruik maken van de DSP programma's.
Aansluiten van de luidsprekers
■Luidsprekers
Dit toestel is ontworpen voor een zo hoog mogelijke kwaliteit van het geproduceerde geluidsveld met een systeem bestaande uit 6 luidsprekers, met linker en rechter hoofd-luidsprekers, linker en rechter achter-luidsprekers, een midden-luidspreker en een midden achter-luidspreker. Als verschillende merken luidsprekers (met verschillende weergave-karakteristieken) door elkaar gebruikt, is het mogelijk dat bijvoorbeeld een menselijke stem of andere geluiden niet vloeiend kan worden weergegeven. Wij raden u daarom aan luidsprekers van dezelfde fabrikant of luidsprekers met dezelfde weergave-karakteristieken te gebruiken.
De hoofd-lss wo gebr voor wg van de belangrijkste signalen plus de effectgeluiden. Dit zullen waarschijnlijk de luidsprekers van uw huidige stereosysteem zijn. De achter-luidsprekers worden gebruikt voor effect- en surroundgeluiden. De midden-luidspreker is bedoeld voor weergave van gecentreerde geluiden (dialogen, vocalen enz.). De midden achter-luidspreker vult de linker en rechter achter-luidsprekers aan en zorgt voor meer realistische geluidsovergangen van voor naar achter (en vice versa).
Voor de hoofd-luidsprekers dient u modellen met een zeer hoog prestatieniveau te nemen, met voldoende vermogen voor het maximum uitgangsvermogen van uw audiosysteem. De andere luidsprekers hoeven niet aan dergelijke hoge eisen te voldoen. Voor een zeer accurate plaatsing van de geluidsweergave is het echter aan te bevelen modellen te gebruiken die gelijkwaardig zijn aan de hoofd-luidsprekers.
Gebruik van een subwoofer verdiept het geluidsveld
U kunt uw systeem verder uitbreiden met een subwoofer. Een subwoofer helpt niet alleen bij de weergave van de lage tonen via een of alle kanalen, maar ook bij het zuiver weergeven van het LFE (Lage Frequentie Effecten) kanaal van Dolby Digital of DTS signalen. Het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer System is ideaal voor een natuurlijke en levendige reproductie van de lage tonen.
■Opstellen van de luidsprekers
Raadpleeg de volgende afbeelding wanneer u uw luidsprekers gaat opstellen.

Hoofd-luidsprekers
Zet de linker en rechter hoofd-luidsprekers op gelijke afstanden van de belangrijkste luisterplek. De afstand van elk van deze luidsprekers tot de video-monitor moet ook gelijk zijn.
Midden-luidspreker
Breng de voorkant van de midden-luidspreker in lijn met de voorkant van het beeldscherm van de video-monitor. Plaats de luidspreker zo dicht mogelijk bij de monitor, bijvoorbeeld er direct onder of er bovenop en midden tussen de hoofd-luidsprekers.
Achter-luidsprekers
Plaats deze luidsprekers achter de luisterplek en richt ze een beetje naar binnen, ongeveer 1,8 m boven de vloer.
Midden achter-luidspreker
Plaats deze midden tussen de linker en rechter achterluidsprekers op dezelfde hoogte van de vloer.
Subwoofer
De plaatsing van de subwoofer is niet kritiek, vanwege het ongerichte karakter van de lage tonen. Het is wel beter de subwoofer in de buurt van de hoofd-luidsprekers te plaatsen. Keer de subwoofer een beetje naar het midden van de ruimte om weerkaatsingen via de wanden te verminderen.
Opmerking
- Als u geen effect-luidsprekers (achter, midden en/of midden-achter) gebruikt, dient u in het instelmenu de “SOUND 1 SPEAKER SET” instellingen aan te passen zodat deze signalen worden weergegeven via aansluitingen waarop u wel luidsprekers heeft aangesloten.
LET OP
Gebruik magnetisch afgeschermde luidsprekers. Als dit type luidspreker nog steeds het beeld van uw monitor verstoord, zet ze dan verder bij de beeldbuis vandaan.
■Aansluitingen
Let er op dat u de linker (L) en de rechter (R) kanalen en ook de "+" (rood) en "-" (zwart) polariteit van de luidsprekers op de juiste manier aansluit. Als u de aansluitingen ondeugdelijk zijn, zullen de luidsprekers geen geluid produceren en als u luidsprekers verkeerd om aansluit (+ op -), zal de geluidsweergave onnatuurlijk zijn en weinig lage tonen bevatten.
LET OP
- Gebruik uitsluitende met de op het achterpaneel van dit toestel aangegeven impedantie.
- Zorg ervoor dat de luidsprekerdraden elkaar niet kunnen raken en ook geen metalen onderdelen van het toestel kunnen raken. Hierdoor kan het toestel zowel als de luidsprekers beschadigd raken.

Rood: positief (+)
Zwart: negatief (−)

(Behalve modellen voor Europa en het V.K.)
Een luidsprekersnoer bestaat eigenlijk uit een paar van isolatie voorziene draden naast elkaar. Een van deze draden heeft een afwijkende kleur of vorm, misschien heeft deze een streepje, een groef of een ribbel.
1 Strip ongeveer 10 mm van de isolatie van de uiteinden van beide draden.
2 Draai de blote uiteinden van de draden in elkaar om kortsluiting te voorkomen.
3 Draai de knop van de aansluiting los.
4 Steek alleen het blote stukje draad in de opening in de zijkant van de aansluiting.
5 Draai de knop weer vast.

(Behalve modellen voor Europa en het V.K.)
- U kunt de aansluitingen ook maken met bananenstekkers. Draai eerst de knop van de aansluiting vast en steek vervolgens de stekker in het gat van de knop.
■IMPEDANCE SELECTOR Impedantie keuzeschakelaar
WAARSCHUWING
Verzet de impedantie keuzeschakelaar (IMPEDANCE SELECTOR) niet terwijl het toestel is ingeschakeld, daar dit het toestel kan beschadigen. Als dit toestel niet inschakelt wanneer er op de STANDBY/ON (of SYSTEM POWER) toets wordt gedrukt, is het mogelijk dat de impedantie keuzeschakelaar (IMPEDANCE SELECTOR) wellicht niet goed in een van de twee mogelijke standen staat. In dit geval dient u de keuzeschakelaar goed in de juiste stand te zetten terwijl het toestel uit (standby) staat. Verzet deze schakelaar alleen wanneer het toestel uit (standby) staat.
Zet de schakelaar in de juiste stand (links of rechts) aan de hand van de impedantie van de luidsprekers in uw systeem.
(Algemene modellen)

IMPEDANCE SELECTOR Impedantie keuzeschakelaar
| Stand | Luidspreker | Impedantie |
| Links | Hoofd | Als u een/twee set(s) hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 4 /8 of meer bedragen. |
| Midden,Midden-achter,Achter | De impedantie van elk van de luidsprekers moet 6 of meer bedragen. | |
| Rechts | Hoofd* | Als u een/twee set(s) hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 8 /16 of meer bedragen. |
| Midden,Midden-achter,Achter | De impedantie van elk van de luidsprekers moet 8 of meer bedragen. |
* [alleen modellen voor Canada]
Wanneer de schakelaar naar rechts staat, kunt u "A+B" niet gebruiken.

MAIN SPEAKERS aansluitingen
U kunt hier indien gewenst twee luidsprekersystemen aansluiten. Als u slechts een enkel luidsprekersysteem gebruikt, kunt u kiezen of u de MAIN A of MAIN B aansluiting wilt gebruiken.
REAR SPEAKERS aansluitingen
U kunt hier een achter-luidsprekersysteem aansluiten.
CENTER SPEAKER aansluitingen
U kunt hier een midden-luidspreker aansluiten.
REAR CENTER SPEAKER aansluitingen
U kunt hier een midden achter-luidspreker aansluiten.

De afbeelding toont de opstelling van de luidsprekers in de kamer.
De SUBWOOFER aansluiting
Wanneer u een subwoofer met ingebouwde versterker gebruikt, inclusief het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer System, dient u de ingangsaansluiting van het subwoofersysteem te verbinden met deze aansluiting. De zeer lage tonen voor de hoofd-, midden- en/of achterkanalen worden dan naar deze aansluiting gestuurd overeenkomstig uw SPEAKER SET instellingen. De LFE (Lage Frequentie Effecten) signalen voor Dolby Digital of DTS materiaal worden eveneens naar deze aansluiting gestuurd overeenkomstig uw SPEAKER SET instellingen.
Opmerkingen
- De afsnijfrequentie voor de SUBWOOFER aansluiting is 90 Hz.
- Als u geen subwoofer gebruikt, dient u de signalen daarvoor te laten weergeven door e linker en rechter hoofd-luidsprekers door de "SOUND 1 SPEAKER SET" instelling "1E BASS" via het instelmenu te veranderen in MAIN.
- Gebruik de regeling op de subwoofer zelf om het volumeniveau daarvan te regelen. U kunt het volumeniveau ook met de afstandsbediening van dit toestel regelen (zie "INSTELLEN VAN DE WEERGAVENIVEAUS VAN DE LUIDSPREKERS" op bladzijde 50).
Aansluiten van netsnoeren

(Algemene modellen)
■Aansluiten van het netsnoer
Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
■Geschakelde netstroomaansluitingen (AC OUTLETS) (SWITCHED)
Modellen voor de VS, Canada, China, Europa, Singapore en algemene modellen .... 2 aansluitingen Modellen voor het V.K. en Australië .... 1 aansluiting U kunt deze gebruiken om andere componenten uit uw systeem van stroom te voorzien. De aan/uit toets STANDBY/ON (of SYSTEM POWER en STANDBY) van dit toestel zal vervolgens ook deze componenten bedienen. Deze netstroomaansluitingen kunnen een component van stroom voorzien wanneer dit toestel is ingeschakeld. Het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de aangesloten componenten) dat kan worden aangesloten op deze AC OUTLETS hangt mede af van de plaats waar u het toestel heeft aangeschaft. Modellen voor China en algemene modellen .... 50 W Overige modellen .... 100 W
■VOLTAGE SELECTOR
(Alleen modellen voor China en algemene modellen)
De VOLTAGE SELECTOR (voltage keuzeschakelaar) op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de netspanning van het door u gebruikte stroomnet VOOR u de stekker in het stopcontact steekt. De geschikte voltages bedragen 110/120/220/240 V wisselstroom 50/60 Hz.
Inschakelen van de stroom
Pas wanneer alle aansluitingen gemaakt zijn, mag u dit toestel inschakelen.

1 Druk op STANDBY/ON (SYSTEM POWER op de afstandsbediening) om dit toestel aan te zetten.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
Het niveau van het hoofdvolume zal op het display op het voorpaneel getoond worden, gevolgd door de naam van het DSP programma.
BASIS SYSTEEM-INSTELLINGEN
Via het "BASIC" menu kunt u gemakkelijk enkele fundamentele "SOUND" parameters instellen. Als u het toestel preciezer wilt aanpassen aan uw luisteromgeving of uw persoonlijke voorkeuren, kunt u de meer gedetailleerde instellingen via het "SOUND" menu gebruiken, in plaats van het "BASIC" menu (zie bladzijde 41). Als u via het "BASIC" menu instellingen wijzigt, worden alle "SOUND" menu instellingen teruggezet op de standaardwaarden.
Gebruiken van het basismenu
Gebruik de afstandsbediening voor het uitvoeren van de instellingen.
- Druk op SPEAKERS A of B op het voorpaneel om de set hoofd-luidsprekers die u wilt gebruiken te selecteren.
- Zorg ervoor dat er geen hoofdtelefoon is aangesloten op dit toestel.

1 Druk op AMP.

2 Druk op SET MENU.
"BASIC MENU" verschijnt op het display op het voorpaneel, zoals op de afbeelding hieronder.

Als er iets anders dan "BASIC MENU" op het voorpaneel verschijnt, dient u op ∧ te drukken tot "BASIC MENU" verschijnt.

3 Druk op < / > om het BASIC instelmenu te openen.
Het display op het voorpaneel verandert als volgt:

flowchart
graph TD
A["3D Relay"] --> B["SET"]
A --> C["RESET"]
B --> D["+"]
C --> D
D --> E["1 SETUP"]
4 Druk op ∧/∨ om de instelling die u wilt wijzigen te selecteren.
SETUP
Hiermee kunt u de instellingen voor de luidsprekers en de versterker afstemmen op de ruimte die u gebruikt. Raadpleeg "Instellen van uitgangniveaus aan de hand van uw luidsprekersysteem" voor meer informatie.
SP LEVEL
Hiermee kunt u de uitgangsniveaus van de luidsprekers instellen.
Raadpleeg "Instellen van de uitgangniveaus van de luidsprekers" voor meer informatie.
5 Druk op </> om de gewenste instelfunctie in te schakelen.
6 Wijzig de instellingen om uw toestel optimaal af te stemmen op uw luisteromgeving. Als u klaar bent, zal het toestel automatisch terugkeren naar het basismenu.
7 Druk op ∧/∨ om het instelmenu te verlaten.
Het display op het voorpaneel zal als volgt veranderen:


flowchart
graph TD
A["Afsluiten"] --> B["BASIC"]
B --> C["SOUND"]
C --> D["INPUT"]
D --> E["OPTION"]
E --> F["Afsluiten"]

flowchart
graph TD
A["SET MENU\nBASIC SOUND INPUT OPTION"] --> B["1 SETUP\nDruk op </ > om elk van de instellingen te wijzigen. Gebruik √ om naar de volgende instelling te gaan."]
B --> C["2 SP LEVEL\nDruk op </ > om de balans van de andere luidsprekers af te stemmen op de weergave van de linker hoofd-luidspreker. Met √ kunt u naar de volgende instelling gaan."]
C --> D["①ROOM\nU kunt kiezen uit S/M/L."]
C --> E["②SUBWOOFER\nKies YES/NONE (ja/geen)."]
C --> F["③SPEAKERS\nU kunt kiezen uit 2/3/4/5/6 spk."]
C --> G["④SET/CANCEL\nKies SET/CANCEL (instellen/annuleren)."]
C --> H["⑤CHECK OK:\nKies YES/NO."]
C --> I["①L-R\nRegelen van de balans tussen de linker en rechter hoofd-luidsprekers."]
C --> J["②C\nRegelen van de balans tussen de midden luidspreker en de linker hoofd-luidspreker."]
C --> K["③RL\nRegelen van de balans tussen de linker achter-luidspreker en de linker hoofd-luidspreker."]
C --> L["④RC\nRegelen van de balans tussen de linker en midden achter-luidsprekers."]
C --> M["⑤RR\nRegelen van de balans tussen de linker en rechter achter-luidsprekers."]
C --> N["⑥SWFR\nRegelen van de balans tussen de linker hoofd-luidspreker en de subwoofer."]
D --> O["CANCEL"]
E --> P["CANCEL"]
F --> Q["CANCEL"]
G --> R["CANCEL"]
H --> S["CANCEL"]
I --> T["CANCEL"]
J --> U["CANCEL"]
K --> V["CANCEL"]
L --> W["CANCEL"]
M --> X["CANCEL"]
N --> Y["CANCEL"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#fcc,stroke:#333
style H fill:#cff,stroke:#333
style I fill:#fcc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#fcc,stroke:#333
style L fill:#fcc,stroke:#333
style M fill:#fcc,stroke:#333
style N fill:#fcc,stroke:#333
- Nadat u de "1 SETUP" waarden heeft gewijzigd, moet u de uitgangsniveaus van uw luidsprekers opnieuw instellen via "2 SP LEVEL".
- Zie de blz. 40 – 46 voor een gedetailleerde uitleg over de "SOUND", "INPUT" en "OPTION" menu's.
Instellen van uitgangniveaus aan de hand van uw luidsprekersysteem
Volg de onderstaande aanwijzingen om de weergave van de versterker aan te passen aan de afmetingen van de ruimte waar uw installatie is opgesteld en aan uw luidsprekers. Gebruik ∧ / ∨ om door de instellingen 1 t/m 4 te bladeren en </ > om de gekozen instelling te wijzigen.
De fabrieksinstellingen worden aangegeven.
①ROOM
Instel-mogelijkheden: S, M, L Selecteer de grootte van de ruimte waar uw luidsprekers staan. Grof gezegd zijn de afmetingen waaruit u kunt kiezen:
[Modellen voor de VS en Canada]
S: 16ft. x 3ft., 200sq.ft. (4,8 x 4m, 20m ^2 )
M: 20ft. x 16ft., 300sq.ft. (6,3 x 5,0m, 30m²)
L: 26ft. x 19ft., 450sq.ft. (7,9 x 5,8m, 45m ^2 )
[Overige modellen]
S: 3,6m x 2,8m, 10m ^2
M: 4,8m x 4,0m, 20m ^2
L: 6,3m x 5,0m, 30m ^2
②SUBWOOFER
Instel-mogelijkheden: YES, NONE
Kies YES als u een subwoofer in uw systeem heeft, of NONE als u geen subwoofer heeft.
③SPEAKERS
Instel-mogelijkheden: 2, 3, 4, 5, 6 (spk)
Selecteer het aantal luidsprekers dat u gebruikt in uw configuratie. In dit aantal is uw subwoofer niet inbegrepen.
| Instelling | Display | Luidspreker |
| 2spk | ![]() | Hoofd-L/Hoofd-R |
| 3spk | ![]() | Hoofd-L/Midden/Hoofd-R |
| 4spk | ![]() | Hoofd-L/Hoofd-R/Achter-L/Achter-R |
| 5spk | ![]() | Hoofd-L/Midden/Hoofd-R/Achter-L/Achter-R |
| 6spk | ![]() | Hoofd-L/Midden/Hoofd-R/Achter-L/Midden-achter/Achter-R |
④SET of CANCEL
Kies SET om de wijzigingen die u heeft aangebracht in de bovengenoemde instellingen definitief te maken. Het toestel produceert vervolgens een testtoon via de luidsprekers (zie ⑤). U kunt ook CANCEL kiezen om dit menu te verlaten zonder de instellingen van het toestel te wijzigen.
⑤Gebruik de testtoon om het weergaveniveau van de luidsprekers te controleren.
Wanneer u SET kiest bij ④, zal het “CHECK: TestTone” display verschijnen en zal het toestel een testtoon laten horen via de luidsprekers, elk op zijn beurt. Wanneer de testtoon begint, verandert het display: “CHECK OK: YES”.
Als het volume van de testtoon niet via alle luidsprekers hetzelfde klinkt, kunt u met <//> de aanduiding op het display veranderen in "NO". Het toestel gaat dan automatisch naar de "2 SP LEVEL" functie. Wanneer de testtoon via alle luidsprekers even hard klinkt kiest u "CHECK OK: YES". Het toestel zal vervolgens het SETUP menu verlaten.
Opmerkingen
- De testtoon zal twee keer alle luidsprekers één voor één aflopen.
- De indicator voor de luidspreker via welke de testtoon op dit moment wordt weergegeven, zal gaan knipperen op het display op het voorpaneel.
Instellen van de uitgangniveaus van de luidsprekers (SP LEVEL)
Via dit menu kunt u het volume van de testtoon uit elk van de andere luidsprekers vergelijken met dat van de linker hoofd-luidspreker (of linker achter-luidspreker) zodat uiteindelijk alle luidsprekers even hard klinken. Druk op ∧/∨ om een luidspreker te selecteren en stel de balans in met </>.
Opmerking
- Het toestel zal de testtoon om en om weergeven via de linker hoofd- (of achter-) luidspreker en de geselecteerde luidspreker. De indicator voor de luidspreker via welke de testtoon op dit moment wordt weergegeven, zal gaan knipperen op het display op het voorpaneel.
①L-R
Instellen van de balans tussen de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
②C
Instellen van de balans tussen de midden luidspreker en de linker hoofd-luidspreker.
③RL
Instellen van de balans tussen de linker hoofd en linker achter-luidsprekers.
④RC
Instellen van de balans tussen de linker achter-luidspreker en de midden achter-luidspreker.
⑤RR
Instellen van de balans tussen de linker en rechter achter-luidsprekers.
⑥SWFR
Regelen van de balans tussen de linker hoofd- luidspreker en de subwoofer.
WEERGAVE


1 Druk op STANDBY/ON (SYSTEM POWER op de afstandsbediening) om de stroom in te schakelen.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2Zet de op dit toestel aangesloten video-monitor aan.
3 Druk op SPEAKERS A of B om de hoofd-luidsprekers die u wilt gebruiken te kiezen.
Als u beide sets hoofd- luidsprekers wilt gebruiken, dient u zowel A als B in te drukken.

4 Verdraai INPUT (of druk op één van de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de signaalbron te kiezen.
De naam en ingangsfunctie van de geselecteerde signaalbron worden een paar seconden lang op het voorpaneel getoond.

flowchart
graph TD
A["VOORpaneel"] --> B["AFstandsbediening"]
B --> C["VOLUME"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
subgraph Voorpaneel
direction TB
A1["INPUT"] --> A2["of"]
A2 --> A3["CD"]
A2 --> A4["MD/CD-R TUNER"]
A2 --> A5["DVD"]
A2 --> A6["DTV/CBL"]
A2 --> A7["VAUX"]
A2 --> A8["VCR"]
A2 --> A9["EQY/DWR"]
end
subgraph Afstandsbediening
direction TB
B1["VCR2/DMF"] --> B2["VCR1"] --> B3["V-AUX"] --> B4["DTV/CBL"] --> B5["DVD"] --> B6["MD/CD-R TUNER"] --> B7["CD"]
B7 --> B8["VOLUME"]
B9["VOLUME"] --> B10["DVD"] --> B11["AUTO"]
Geselecteerde signaalbron
Selecteren van de op de 6CH INPUT aansluitingen aangesloten audiobron
- U moet de ingang selecteren waarop de videobron is aangesloten voor u de audiobron selecteert.
Druk op 6CH INPUT tot "6CH INPUT" verschijnt op het display op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["6CH INPUT"] --> B["Voorpaneel"]
C["6CH INPUT"] --> D["Afstandsbediening"]
B --> E["6CH INPUT"]
D --> E
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#ccf,stroke:#333
Opmerking
- Als "6CH INPUT" wordt getoond op het display op het voorpaneel kan er geen andere signaalbron worden weergegeven. Om een andere signaalbron te selecteren dient u eerst op 6CH INPUT te drukken zodat "6CH INPUT" weer van het display op het voorpaneel verdwijnt.
5 Begin de weergave of stem af op een zender op de bronapparatuur.
Raadpleeg de handleiding van de betreffende apparatuur.
6 Stel het volume in op het gewenste niveau.
Het volumeniveau wordt digitaal aangegeven.
Voorbeeld: -70 dB
Instelbereik: VOLUME MUTE (minimum) t/m 0 dB (maximum)
De indicator voor het volumeniveau geeft het huidige volume ook aan met een balk.
Indien gewenst kunt u met BASS en TREBLE de weergave van de lage en de hoge tonen regelen. Deze instellingen gelden alleen voor de weergave via de hoofd-luidsprekers.

of

Afstandsbediening


Voorpaneel
Opmerkingen
- Als u de hoge of lage tonen teveel versterkt of verzwakt, is het mogelijk dat de toonkwaliteit van de midden- en achter-luidsprekers niet overeenkomt met die van de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
- Als u opname-apparatuur heeft aangesloten op de VCR 1 OUT, VCR 2/DVR OUT of MD/CD-R OUT aansluitingen en u merkt dat er storing optreedt of dat het volume te laag is bij weergave van andere componenten, dan moet u proberen de opname-apparatuur in te schakelen, ook al gebruikt u deze apparatuur op het moment niet.
7 Selecteer indien gewenst een DSP programma.
Gebruik de PROGRAM ∠/▷ (DSP
programmatoetsen op de afstandsbediening) om een DSP programma te selecteren. Zie de bladzijden 28 t/m 30 voor details omtrent de DSP programma's. Bij gebruik van de afstandsbediening dient u eerst op AMP te drukken voor u een DSP programma kunt selecteren.

Voorpaneel Afstandsbediening
■Achtergrondvideo (BGV) functie
De achtergrondvideo (BGV) functie stelt u in staat een videosignaal van een videobron te combineren met een audiosignaal van een audiobron. Zo kunt u bijvoorbeeld naar klassieke muziek luisteren terwijl u een video van een rustgevend landschap bekijkt.
Selecteer een signaalbron uit de video-groep en kies vervolgens een signaalbron uit de audio-groep met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening.

■Tijdelijk uitschakelen (dempen) van de geluidsweergave
Druk op MUTE op de afstandsbediening.
Druk nog een keer op MUTE om de geluidsweergave weer te hervatten.


- Via "OPTION 3 AUDIO MUTE" in het instelmenu kunt u de volumevermindering instellen.
- U kunt de geluidsweergave ook weer inschakelen door op VOLUME +/- enz. te drukken.
- Terwijl de geluidsweergave tijdelijk is uitgeschakeld (demping), zal de MUTE indicator knipperen op het display op het voorpaneel.
■Middernacht-luisterfunctie
In deze luisterfunctie wordt gesproken tekst duidelijk weergegeven terwijl geluidseffecten zachter klinken zodat u gemakkelijker bij een laag volume, bijvoorbeeld 's nachts, kunt luisteren.
Druk op NIGHT op de afstandsbediening.
Druk nog eens op NIGHT om terug te keren naar de normale weergave.

Opmerking
- Als u het toestel standby zet wordt de middernacht-luisterfunctie geannulcerd.
- De middernacht-luisterfunctie kan worden gebruikt met elk geluidsveldprogramma.
- De NIGHT indicator op het display op het voorpaneel licht op wanneer het toestel in de middernacht-luisterfunctie staat.
- De effectiviteit van de middernacht-luisterfunctie hangt mede af van het ingangssignaal en de instellingen voor de surround-weergave.

■Als u het toestel niet meer wilt gebruiken
Druk op STANDBY/ON (STANDBY op de afstandsbediening) om het toestel uit (standby) te zetten.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
Ingangsfuncties en aanduidingen
Dit toestel heeft diverse ingangsaansluitingen. U kunt het gewenste type ingangssignaal selecteren.
Telkens wanneer het toestel wordt ingeschakeld zal de onder "INPUT 2 INPUT MODE" van het instelmenu bepaalde ingangsfunctie worden ingeschakeld.
Druk net zo vaak op INPUT MODE tot de gewenste ingangsfunctie verschijnt op het display op het voorpaneel.

AUTO: In deze stand zal het ingangssignaal automatisch als volgt worden geselecteerd:
1) Digitaal signalen
2) Analoge signalen
DTS: In deze functie worden alleen DTS
gecodeerde digitale signalen geselecteerd,
ook als er tegelijkertijd andere
ingangssignalen beschikbaar zijn.
ANALOG: In deze functie worden alleen analoge signalen geselecteerd, ook als er tegelijkertijd digitale ingangssignalen beschikbaar zijn.
Opmerkingen
- Als u AUTO heeft geselecteerd, zal dit toestel automatisch het type signaal bepalen. Als er een Dolby Digital of DTS signaal wordt herkend, zal de decoder automatisch de bijbehorende instellingen verrichten.
- Bij weergave van Dolby Digital of DTS gecodeerde discs op sommige LD- of DVD-spelers, is het mogelijk dat de geluidsweergave eventjes stokt wanneer de weergave wordt hervat nadat er op de disc gezocht is omdat het digitale signaal opnieuw herkend en geselecteerd moet worden.
- Voor LD materiaal zonder digitale soundtrack, is het mogelijk dat er bij sommige LD-spelers geen geluid zal worden weergegeven. Zet in een dergelijk geval de ingangsfunctie op ANALOG te zetten.
■Opmerkingen over digitale signalen
De digitale ingangsaansluitingen van dit toestel zijn geschikt voor digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz. Let op de volgende punten wanneer het ingangssignaal een hogere bemonsteringsfrequentie dan 48 kHz heeft:
- U kunt geen DSP programma's gebruiken.
- Er zal alleen 2-kanaals stereo worden gereproduceerd via de linker en rechter hoofd-luidsprekers. Daarom kunt u het niveau van de effect-luidsprekers niet aanpassen terwijl u naar een dergelijke signaalbron luistert.
■Opmerkingen bij weergave van een DTS-CD/LD's
- Als het digitale uitgangssignaal van de speler op de een of andere manier is bewerkt, kunt u mogelijk het DTS signaal niet meer decoderen, ook al is er een digitale verbinding tussen dit toestel en de speler.
- Als u een DTS gecodeerd bronsignaal weergeeft en de ingangsfunctie op ANALOG zet, zal dit toestel de ruis behorend bij een rauw DTS signaal weergeven. In dit geval dient u de signaalbron aan te sluiten op een digitale ingangsaansluiting en dient u de ingangsfunctie op AUTO of DTS te zetten.
- Als u de ingangsfunctie op ANALOG zet terwijl er een DTS gecodeerd signaal wordt weergegeven, zal dit toestel geen geluid produceren.
- Als u een DTS gecodeerd bronsignaal weergeeft en de ingangsfunctie op AUTO zet;
- Zal dit toestel automatisch bij detectie van een DTS signaal naar de DTS-decodering functie schakelen (de "dts" indicator zal oplichten). De "dts" indicator kan direct na het einde van de weergave van een DTS gecodeerd bronsignaal gaan knipperen. Terwijl deze indicator aan het knipperen is, kan er alleen een DTS gecodeerd bronsignaal worden weergegeven. Als u nu een gewoon PCM bronsignaal wilt laten weergeven, dient u de ingangsfunctie terug op AUTO te zetten.
- De "dts" indicator kan gaan knipperen wanneer de ingangsfunctie op AUTO staat en er gezocht wordt of een stuk wordt overgeslagen bij weergave van een DTS gecodeerd bronsignaal. Als deze toestand 30 seconden of langer voortduurt, zal het toestel automatisch van de "DTS-decodering" functie overschakelen naar de ingangsfunctie voor digitale PCM signalen. De "dts" indicator zal vervolgens doven.
Selecteren van een geluidsveldprogramma
U kunt uw luister-ervaring verbeteren door een DSP geluidsveldprogramma te selecteren. Zie de bladzijden 28 t/m 30 voor details over elk van deze programma's.

2 Druk op één van de cijfertoetsen op de afstandsbediening om het gewenste programma te selecteren.
De naam van het geselecteerde programma verschijnt op het display op het voorpaneel.

3 Nadat u het gewenste programma geselecteerd heeft, dient u herhaaldelijk op dezelfde toets te drukken om eventueel een sub-programma te selecteren.
Voorbeeld: Als u herhaaldelijk op MOVIE
THEATER 2 drukt, zal het sub-programma heen en weer schakelen tussen "Adventure" en "General".

Opmerkingen
- Dit toestel beschikt over 9 DSP programma's en sub-programma's. Welke programma's gebruikt kunnen worden hangt echter mede af van het formaat van het ingangssignaal daar niet alle sub-programma's gebruikt kunnen worden met alle ingangssignalen.
- U kunt geen digitaal geluidsveldprogramma gebruiken met een signaalbron die is aangesloten op de 6CH INPUT aansluitingen van dit toestel of wanneer het toestel een digitaal signaal weergeeft met een hogere bemonsteringsfrequentie dan 48 kHz.
- De akoestiek van de ruimte waarin u en uw systeem zich bevinden heeft ook zijn weerslag op de weergave van het DSP programma. Zorg voor zo min mogelijk gereflecteerd geluid om het effect van het programma maximaal te benutten.
- Wanneer u een signaalbron selecteert, zal dit toestel automatisch het laatst met die signaalbron gebruikte DSP programma instellen.
- Wanneer u dit toestel uitschakelt (standby), worden de op dat moment ingeschakelde signaalbron en het gebruikte DSP programma automatisch opgeslagen in het geheugen, zodat deze automatisch kunnen worden ingesteld wanneer de volgende keer de stroom weer ingeschakeld wordt.
- Als er een Dolby Digital of DTS signaal binnenkomt en de ingangsfunctie op AUTO staat, zal het DSP programma (nr. 7–9) automatisch naar het geschikte decodeerprogramma overschakelen.
- Wanneer het toestel een mono signaal weergeeft met PRO LOGIC of PRO LOGIC/Enhanced, of PRO LOGIC II Movie, zal er geen geluid worden geproduceerd via de hoofd- en achter-luidsprekers. Het geluid wordt alleen weergegeven via de midden-luidspreker. (Als "1A CENTER" via het instelmenu op NON (geen) is gezet, zal het middenkanaal worden weergegeven via de hoofd-luidsprekers.)
- U kunt ook een DSP programma selecteren met de PROGRAM / toetsen op het voorpaneel.
- Selecteer het programma dat u zelf het best vindt klinken. De namen van de programma's vormen slechts een ruwe richtlijn.

WEERGAVE
■Selecteren van PRO LOGIC, PRO LOGIC II of Neo:6
U kunt 2-kanaals bronsignalen laten weergeven via vijf of zes gescheiden kanalen met behulp van PRO LOGIC, PRO LOGIC II of Neo:6 onder programma nr. 9.

1 Selecteer een 2-kanaals bronsignaal en begin de weergave op de broncomponent.
2 Druk op AMP.

3 Druk op □□/DTS SUR.


Met elke druk op ☐☐/DTS SUR zal het display als volgt veranderen:
PRO LOGIC→PRO LOGIC Enhanced→PRO LOGIC II Movie→PRO LOGIC II Music→Neo:6 Cinema→Neo:6 Music→PRO LOGIC→...

- Met PROGRAM / op het voorpanel kunt u kiezen uit PRO LOGIC, PRO LOGIC Enhanced, PRO LOGIC II Movie, PRO LOGIC II Music, Neo:6 Cinema, Neo:6 Music.
■Weergave van Dolby Digital EX of DTS ES materiaal
Druk op 6.1/5.1 om Dolby Digital EX of DTS ES decoder in te schakelen om te kunnen luisteren naar Dolby Digital EX of DTS ES materiaal met signalen voor een midden achter-luidspreker.

Druk op 6.1/5.1 om de gewenste functie in te schakelen. (De functies die u kunt kiezen hangen mede af van het soort materiaal dat wordt afgespeeld.)
AUTO: Deze functie schakelt automatisch tussen
Dolby Digital EX/DTS ES Matrix 6.1/DTS ES Discrete 6.1 afhankelijk van het door de signaalbron geproduceerde signaal zoals dat door dit toestel herkend wordt. De midden achter-luidspreker werkt niet bij 5,1-kanaals bronsignalen.
Discrete 6.1: Deze functie kan alleen worden geselecteerd wanneer er een DTS ES Discrete bronsignaal is gedetecteerd. (De DISCRETE indicator licht op.)
Matrix 6.1: Deze functie zorgt voor 6-kanaals weergave van het ingangssignaal via de Matrix 6.1 decoder. (De DEX of MATRIX indicator zal oplichten.)
OFF: In deze functie zal de midden achter- luidspreker niet werken.
Opmerkingen
- Sommige discs met 6,1 kanaals materiaal zijn niet voorzien van een signaal (vlag) die automatisch door dit toestel herkend kan worden. Selecteer "Matrix 6.1" bij dergelijke discs met 6,1 kanaals materiaal.
- 6,1 kanaals weergave is niet mogelijk, ook niet wanneer 6.1/5.1 wordt ingedrukt, in de volgende gevallen:
① Wanneer "1C REAR LR" op NON (geen) staat.
②Wanneer de geluidseffecten zijn uitgeschakeld.
③Wanneer de op 6CH INPUT aangesloten signaalbron wordt weergegeven.
④Wanneer er een Dolby Digital KARAOKE signaalbron wordt weergegeven.
⑤Wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten op de PHONES aansluiting.
- De ingangsfunctie keert weer terug naar AUTO wanneer u het toestel uit zet.
■Virtual CINEMA DSP
Via Virtual CINEMA DSP kunt u profiteren van alle DSP programma's zonder achter-luidsprekers. Er worden virtuele luidsprekers gesimuleerd om een natuurlijk geluidsveld te reproduceren.
U kunt naar virtuele CINEMA DSP weergave luisteren door “1C REAR LR” via het instelmenu op NON (geen) te zetten. Er wordt dan automatisch overgeschakeld naar VIRTUAL CINEMA DSP.
Opmerking
- Dit toestel wordt in de volgende gevallen toch niet in de Virtual CINEMA DSP gezet, ook al staat "1C REAR LR" op NON (geen):
- wanneer het 6ch Stereo, DOLBY DIGITAL, Pro Logic, Pro Logic II of DTS programma is geselecteerd;
- wanneer het geluidseffect is uitgeschakeld;
- wanneer 6CH INPUT is geselecteerd als signaalbron;
- wanneer er een digitaal signaal met een hogere bemonsteringsfrequentie dan 48 kHz binnenkomt;
- wanneer de testtoon wordt gebruikt; of
- wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten.
■SILENT CINEMA DSP
Het SILENT CINEMA DSP geluidsveldprogramma geeft u een krachtige weergave alsof de gesimuleerde luidsprekers daadwerkelijk aanwezig waren. U kunt naar weergave via SILENT CINEMA DSP luisteren als u een hoofdtelefoon aansluit op de PHONES aansluiting terwijl de digitale geluidsveldprocessor is ingeschakeld. De "SILENT" indicator zal oplichten op het display op het voorpaneel van het toestel. (Als de geluidseffecten zijn uitgeschakeld, zult u naar normale stereoweergave van het bronsignaal luisteren.)
Opmerkingen
- Deze functie werkt niet wanneer u de 6CH INPUT aansluitingen als signaalbron heeft geselecteerd of wanneer het toestel een digitaal signaal met een hogere bemonsteringsfrequentie dan 48 kHz weergeeft.
- Het LFE kanaal zal worden gemengd en worden weergegeven via de hoofdtelefoon.
■Normale stereo-weergave
Druk op STEREO/EFFECT om de geluidseffecten uit te schakelen voor normale stereo-weergave.
Druk nog eens op STEREO/EFFECT om de geluidseffecten weer in te schakelen.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening

Opmerkingen
- Als u de geluidseffecten uitschakelt zal er geen geluid worden gereproduceerd via de midden-luidspreker, de achter-luidsprekers en de midden achter-luidspreker.
- Als u de geluidseffecten uitschakelt terwijl er een Dolby Digital of DTS signaal wordt gereproduceerd, zal het dynamisch bereik van het signaal automatisch worden gecomprimeerd en zullen de signalen voor de midden- en achterkanalen worden gemengd met de signalen die worden weergegeven via de hoofd-luidsprekers.
- Het is mogelijk dat het volume enorm vermindert wanneer u de geluidseffecten uit zet of wanneer u "SOUND 4 D. RANGE (dynamisch bereik)" via het instelmenu op MIN zet. Schakel in voorkomende gevallen de geluidseffecten weer in.
- Bij stereo weergave kunt u informatie zoals het type, formaat en de bemonsteringsfrequentie van het ingangssignaal ontvangen van de op het toestel aangesloten component op het display laten tonen.

(Terwijl er een signaal wordt weergegeven)
1 Druk op AMP.
2 Druk op ∨ om de gegevens voor het ingangssignaal te laten zien.

(Format): Op het display wordt het formaat van het signaal aangegeven. Wanneer het toestel geen digitaal signaal herkent, wordt er automatisch overgeschakeld naar analoog.
in: Op het display wordt het aantal kanalen in het ingangssignaal aangegeven en wel als volgt: Een multikanaals signaal met 3 voorkanalen, 2 achterkanalen en een LFE kanaal, wordt aangegeven als "3/2/LFE".
fs: Op het display wordt de bemonsteringsfrequentie aangegeven. Wanneer het toestel de bemonsteringsfrequentie niet kan bepalen, verschijnt “Unknown” (Onbekend) op het display.
rate: Ook de bitsnelheid wordt op het display aangegeven. Wanneer het toestel de bitsnelheid niet kan bepalen, verschijnt “Unknown” (Onbekend) op het display.
flg: Dit staat voor "flag" - gegevens die in het DTS of Dolby Digital signaal worden meegecodeerd waardoor dit toestel automatisch naar de goede decoder voor weergave van het signaal kan overschakelen.
Uitleg geluidsvelden

Onder een geluidsveld verstaan we de "karakteristieke weerkaatsing van geluidsgolven in een bepaalde ruimte". In concertzalen en andere uitvoeringsruimtes kunnen we weerkaatsingen en nagalm van de geluiden die door de artiest(en) worden geproduceerd, samen met de directe geluiden zelf horen. De variaties in deze weerkaatsingen en nagalm tussen de diverse uitvoeringsruimtes vormen de karakteristieke en herkenbare geluidskwaliteit van elke ruimte.
YAMAHA heeft zijn technici over de hele wereld uitgestuurd om de geluidweerkaatsingen in beroemde concertzalen en uitvoeringsruimtes te meten en gedetailleerde informatie over de geluidsvelden te verzamelen, zoals de richting, de sterkte, het bereik en de vertraging van deze weerkaatsingen. Vervolgens hebben we deze enorme hoeveelheid informatie opgeslagen in de ROM chips van dit toestel.
■Recreëren van een geluidsveld
Het recreëren van het geluidsveld van een concertzaal of opera vereist dat de virtuele geluidsbronnen precies gelokaliseerd kunnen worden in uw luisterruimte. Het traditionele stereosysteem, met slechts twee luidsprekers, kan geen realistisch geluidsveld recreëren. YAMAHA's DSP heeft minstens drie effect-luidsprekers nodig om geluidseffecten te kunnen recreëren op basis van de gemeten geluidsveldgegevens. De processor regelt de sterkte en de vertraging van de signalen die worden weergegeven via de drie effect-luidsprekers om de virtuele geluidsbronnen in een volle cirkel rond de luisteraar te kunnen plaatsen.
Hi-Fi DSP geluidsveldprogramma's
De volgende lijst geeft u een korte omschrijving van de door elk van de DSP programma's geproduceerde geluidsvelden. Vergeet niet dat de meeste hiervan zeer accurate nabootsingen zijn van echte akoestische omgevingen.
| Nr. | Programma | Kenmerken |
| 1 | CONCERT HALL | Een grote ronde concertzaal met een rijk surround effect. Duidelijke weerkaatsingen uit alle richtingen benadrukken de verlenging van de weergegeven geluiden. Het geluidsveld biedt een rijke weergave en uw virtuele zitplaats is ongeveer in het midden, dicht bij het podium. |
| 2 | JAZZ CLUB | Dit is het geluidsveld recht voor het podium in “The Bottom Line”, een beroemde jazzclub in New York met ruimte voor maximaal 300 toeschouwers. De weidse opstelling van de stoelen links en rechts zorgt voor een realistische en levendige weergave. |
| 3 | ROCK CONCERT | Dit is het ideale geluidsveldprogramma voor levendige, dynamische rockmuziek. De gegevens voor dit programma zijn verkregen in de meest populaire rockclub in LA. De virtuele zitplaats van de luisteraar bevindt zich iets links van het midden in de zaal. |
| 4 | ENTERTAINMENT/ Disco | Dit geluidsveldprogramma simuleert de akoestische omgeving van een drukke disco in het hart van een grote stad. Het geluid is massief en zeer geconcentreerd. De weergave wordt ook gekarakteriseerd door een hoog energetisch gehalte en een ervaring van “directheid”. |
| ENTERTAINMENT/ 6ch Stereo | Gebruik dit programma om de luisterplek zo groot mogelijk te maken. Dit geluidsveld is geschikt voor achtergrondmuziek bij feestjes. |
CINEMA-DSP
Het geluidsontwerp van de CINEMA-DSP geluidsveldprogramma's
Filmmakers plaatsen de gesproken tekst doorgaans direct op het scherm, de effect-geluiden een beetje verder daarachter, de muziek nog verder achter het scherm en de omgevingsgeluiden overal rond de kijker. Al deze geluiden moeten natuurlijk synchroon blijven lopen met de beelden op het scherm.
CINEMA-DSP is een verbeterde versie van YAMAHA DSP, speciaal ontworpen voor soundtracks van films. CINEMA-DSP integreert de DTS, Dolby Digital en Dolby Pro Logic surround sound technologie met de YAMAHA DSP geluidsveldprogramma's om het surround geluidsveld samen te stellen. Hierdoor wordt de meest complete filmgeluidsweergave bij u thuis gebracht. In de CINEMA-DSP geluidsveldprogramma's wordt YAMAHA's exclusieve DSP geluidsbewerking toegevoegd aan de linker en rechter hoofdkanalen en het middenkanaal, zodat de luisteraar kan genieten van realistische gesproken tekst, diepte in de geluidsweergave, soepele overgangen tussen geluidsbronnen en een surround geluidsveld dat zich verder dan het scherm zelf lijkt uit te strekken.
Wanneer het toestel een DTS of Dolby Digital signaal herkent, zal de CINEMA-DSP geluidsveldprocessor automatisch het meest geschikte geluidsveldprogramma voor dat signaal selecteren.

Naast DSP is dit toestel uitgerust met diverse zeer accurate decoders: een Dolby Pro Logic decoder voor Dolby Surround materiaal, een Dolby Pro Logic II decoder voor Dolby Surround en 2 kanaals materiaal, een Dolby Digital/DTS decoder voor multikanaals materiaal en een Dolby Digital EX of DTS-ES decoder die een midden achterkanaal kunnen toevoegen. U kunt het CINEMA-DSP geluidsveldprogramma dat u selecteert afstemmen op deze decoders en het weergegeven signaal.
De volgende lijst geeft u een korte omschrijving van de door elk van de DSP programma's geproduceerde geluidsvelden. Vergeet niet dat de meeste hiervan zeer accurate nabootsingen zijn van echte akoestische omgevingen. Selecteer het DSP programma dat u het best vindt klinken, ongeacht de naam en de omschrijving die u hieronder aantreft.
■Voor audio-video bronnen: nr. 4 t/m 6
| Nr. | Programma | Kenmerken |
| 4 | ENTERTAINMENT/Game | Dit programma geeft diepte en ruimte aan het geluid bij videospelletjes. |
| 5 | MUSIC VIDEO | Dit programma zorgt voor een enthousiaste atmosfeer en geeft u het gevoel alsof u lijfelijk aanwezig bent bij een echt jazz- of rockconcert. |
| 6 | TV THEATER/Mono Movie | Dit programma is bedoeld voor de weergave van mono videomateriaal (bijvoorbeeld oudere films). Het programma reproduceert de optimum nagalm om het geluid diepte te geven terwijl er alleen gebruik gemaakt wordt van een aanwezigheid geluidsveld voor. |
| TV THEATER/Variety/Sports | Alhoewel het geluidsveld midden-voor relatief smal is, geeft het surround geluidsveld het effect van een grote concertzaal. Dit programma is bij uitstek geschikt voor TV programma’s zoals nieuws, amusements- en muziekprogramma’s of sportuitzendingen. |
■Voor films
| Nr. | Programma | Kenmerken | |
| 7 | MOVIE THEATER 1 | Spectacle | Dit programma reproduceert het extreem brede geluidsveld van een 70 mm bioscoop. Het geeft het brongeluid tot in detail weer zodat de video en de geluidsvelden zeer realistisch overkomen. Dit programma is ideaal voor alle soorten Dolby Surround, Dolby Digital of DTS videobronnen (vooral grootschalige films). |
| Sci-Fi | Dit programma reproduceert zeer duidelijk de gesproken tekst en de geluidseffecten van de nieuwste science fiction films resulterend in een brede en omhullende cinematografische ruimte zoals die wordt vormgegeven op de soundtracks. U kunt van uw science fiction films genieten in een virtuele ruimte die mogelijk gemaakt wordt door de meest geavanceerde technieken belichaamd in het weergegeven Dolby Surround, Dolby Digital en DTS materiaal. | ||
| 8 | MOVIE THEATER 2 | Adventure | Dit programma is ideaal voor de precieze weergave van de geluidsopbouw van de nieuwste 70 mm films en films met multikanaals soundtracks. Het geluidsveld wordt zo dicht mogelijk bij dat van de nieuwste bioscopen gehouden zodat de natrilling van het geluidsveld zelf zoveel mogelijk beperkt worden. |
| General | Dit programma is bedoeld voor de weergave van 70 mm en films met multikanaals soundtracks en wordt gekarakteriscerd door een zacht en omhullend geluidsveld. De aanwezigheid van het geluidsveld is relatief smal. Het spreidt zich ruimtelijk uit rond en in de richting van het scherm, waardoor het echo-effect van gesproken tekst beperkt wordt zonder aan duidelijkheid in te bocten. | ||
| 9 | Straight Decode | De ingebouwde decoder zorgt voor een exacte weergave van de van de signaalbron ontvangen signalen en geluidseffecten.In dit programma worden geen DSP effecten toegepast. | |
| Enhanced Mode | Dit programma simuleert de meervoudige surround-luidspreker systemen van 35 mm bioscopen. De Dolby Pro Logic, Dolby Digital of DTS decoding en de digitale geluidsveld-bewerking zorgen voor exacte weergave van effecten zonder de oriëntatie van het oorspronkelijke geluid aan te tasten.De surround-effecten die in dit geluidsveld geproduceerd worden omhullen de kijker op natuurlijke wijze van achteren, links en rechts en naar het scherm toe. | ||
Straight Decode (Rechtstreeks decoderen)
Dit toestel is uitgerust met diverse zeer precieze decoders;
- Dolby Digital/DTS decoder voor multikanaals weergave van het oorspronkelijke signaal
- Dolby Digital EX/DTS ES decoder voor het toevoegen van een extra midden-achterkanaal
- Dolby Pro Logic/Pro Logic II/DTS Neo:6 decoder voor multikanaals weergave van 2-kanaals signalen
Kies één van deze Straight Decode functies in Programma 9 (behalve het subprogramma “Enhanced”) voor weergave van het oorspronkelijke signaal zonder toegevoegde geluidseffecten. In dit geval zullen er geen DSP effecten worden toegevoegd en zal de DSP indicator uit gaan.
Opmerking
- Bij weergave van een mono signaal via het CINEMA DSP programma, zal het bronsignaal naar het middenkanaal worden gedirigeerd en zullen de hoofd- en achter-luidsprekers gebruikt worden voor geluidseffecten.
Geluidsveldeffecten
De 6-kanaals soundtracks van 70 mm films zorgen voor een precieze plaatsing van het geluidsveld en een rijke, diepe geluidsweergave, zonder gebruik te maken van matrix-bewerkingen. De MOVIE THEATER programma's van dit toestel bieden u dezelfde geluidskwaliteit en plaatsing als bij 6-kanaals soundtracks. De ingebouwde Dolby Digital of DTS decoder brengt weergave van professionele kwaliteit, bedoeld voor de bioscoop, bij u thuis. Met een MOVIE THEATER programma van dit toestel kunt u een dynamische weergave verkrijgen zodat u zich in uw eigen huiskamer in een geweldig theater kunt wanen, dankzij de Dolby Digital of DTS technologie.
■Dolby Digital/DTS + DSP geluidsveldeffect

Deze programma's maken gebruik van YAMAHA's drievoudig-veld DSP verwerking voor elk van de Dolby Digital of DTS signalen voor de voor, linker surround en rechter surround-kanalen. Deze bewerking stelt dit toestel in staat het immense geluidsveld en de surround ervaring van een Dolby Digital of DTS bioscoop te reproduceren zonder de duidelijke scheiding van alle kanalen op te geven.
■Dolby Digital EX/DTS-ES + DSP geluidsveldeffect
Deze programma's zorgen voor de maximale gewaarwording van ruimtelijke surround effecten met een extra midden- achter DSP geluidsveld door middel van het midden achterkanaal.
■Dolby Pro Logic + DSP geluidsveldeffect

De meeste films zijn voorzien van 4-kanaals (links, midden, rechts en surround) weergave door middel van Dolby Surround matrix verwerking van de gegevens die zijn opgeslagen in de linker en rechter audiosporen. Deze signalen worden verwerkt door de Dolby Pro Logic decoder. De MOVIE THEATER programma's zijn ontworpen om de ruimtelijkheid en de delicate nuances van het geluid die verloren kunnen gaan door het coderen en decoderen te herstellen.
■Dolby Pro Logic II/DTS Neo:6
De Dolby Pro Logic II en DTS Neo:6 uncties van dit toestel decoderen 2-kanaals Dolby Surround signalen en reproduceren vijf of zes kanalen met het volle frequentiebereik. Beide bieden twee instellingen: MOVIE/CINEMA voor weergave van films en MUSIC voor 2 kanaals muziek.
TUNER
RX-V640RDS
Er zijn 2 manieren waarop u op een zender kunt afstemmen: automatisch of met de hand. Automatisch afstemmen is handig wanneer de ontvangst goed is en u geen storing ondervindt.
■Automatisch afstemmen

1 Druk op INPUT (TUNER op de afstandsbediening) en selecteer de TUNER als signaalbron.

2 Druk op FM/AM en kies de gewenste band.
Op het display op het voorpaneel verschijnt "FM" of "AM".

3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de "AUTO" indicator op het display op het voorpaneel verschijnt.

Als een dubbele punt (:) verschijnt op het display, kunt u deze uitschakelen door op PRESET/TUNING (EDIT) te drukken.

4 Druk een keer op PRESET/TUNING ◀/▷ om het automatisch afstemmen te laten beginnen.
Druk op ▷ om hogere frequenties af te zoeken, of op ◀ voor lagere frequenties.

Wanneer u afgestemd heeft op een zender, zal de "TUNED" indicator oplichten en zal de frequentie van deze zender op het display op het voorpaneel getoond worden.
■Handmatig afstemmen
Als het signaal van de gewenste zender te zwak is om automatisch op af te stemmen, moet u er met de hand op afstemmen.
1 Selecteer de TUNER en de band op dezelfde manier als bij de stappen 1 en 2 hierboven bij "Automatisch afstemmen" beschreven.
2 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de "AUTO" indicator op het display dooft.

Als een dubbele punt (:) verschijnt, kunt u deze uitschakelen door op PRESET/TUNING (EDIT) te drukken.

3 Druk op PRESET/TUNING ◀/▷ om handmatig af te stemmen op de gewenste zender.
Houd de toets ingedrukt om de frequenties sneller te doorlopen.

Opmerking
- Als u met de hand afstemt op een FM zender, zal de ontvangst automatisch worden omgeschakeld naar mono om optimaal gebruik te maken van de kwaliteit van het ontvangen signaal.
Voorprogrammeren van zenders
■Automatisch voorprogrammeren van zenders (voor FM zenders)
U kunt met de automatische voorprogrammeringsfunctie FM zenders op laten slaan in het geheugen. Het toestel zal automatisch gaan afstemmen op FM zenders met sterke signalen en zal maximaal de eerste 40 (8 zenders in 5 groepen) dergelijke zenders opslaan in het geheugen. Zo kunt u via het voorkeuzenummer gemakkelijk afstemmen op de gewenste zender.

1 Druk op FM/AM en selecteer de FM band.



2 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de "AUTO" indicator oplicht op het display op het voorpaneel.



3 Houd MEMORY (MAN'L/AUTO FM) tenminste 3 seconden ingedrukt.
Het voorkeuzenummer en de “MEMORY” en “AUTO” indicators gaan knipperen. Vervolgens zal na ongeveer 5 seconden het automatisch voorprogrammeren beginnen vanaf de op dit moment getoonde frequentie naar de hogere frequenties toe.

Als het automatisch voorprogrammeren is afgelopen, zal het display op het voorpaneel de frequentie van de laatst voorgeprogrammeerde zender laten zien.
Opmerkingen
- De gegevens voor een bepaalde voorkeuzezender zullen worden vervangen wanneer u onder het bijbehorende voorkeuzenummer een andere zender opslaat.
- Als het aantal ontvangen zenders niet genoeg is om tot voorkeuzenummer E8 te komen, zal het zoeken automatisch stoppen wanneer alle frequenties zijn afgezocht.
- Bij gebruik van deze functie worden alleen FM zenders die sterk genoeg zijn automatisch opgeslagen. Als de zender die u wilt voorprogrammeren niet sterk genoeg is, dient u hierop handmatig, dus in mono, op af te stemmen en deze vervolgens handmatig voor te programmeren via de procedure onder het kopje “Handmatig voorprogrammeren van zenders”.
Mogelijkheden automatisch voorprogrammeren
U kunt het eerste voorkeuzenummer waar vandaan het voorprogrammeren van FM zenders zal beginnen instellen en de richting waarin het toestel zal zoeken naar nieuwe zenders om voor te programmeren. Nadat u bij stap 3 op MEMORY heeft gedrukt:
-
Druk op A/B/C/D/E en PRESET/TUNING </> om het voorkeuzenummer voor de eerste voor te programmeren zender in te stellen. Het toestel zal stoppen met het voorprogrammeren van zenders als voorkeuzenummer E8 bereikt is.
-
Druk op PRESET/TUNING (EDIT) zodat de dubbele punt (:) van het display verdwijnt. Druk vervolgens op PRESET/TUNING ◀ om naar zenders met een lagere frequentie te zoeken.
Geheugen back-up
De geheugen back-up functie voorkomt het verlies van de opgeslagen gegevens wanneer dit toestel uit (standby) wordt gezet, de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of er een stroomstoring optreedt. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week wordt onderbroken, is het mogelijk dat het geheugen gewist zal worden. Als dit het geval is dient u de zenders opnieuw op te slaan.
■Handmatig voorprogrammeren van zenders
Dit toestel kan maximaal 40 zenders (8 zenders in 5 groepen) opslaan, ook met de hand.

Zie bladzijde 32 voor hoe u moet afstemmen.

Wanneer u op een zender heeft afgestemd, zal de frequentie daarvan op het display op het voorpaneel getoond worden.
2Druk op MEMORY (MAN'L/AUTO FM).
De “MEMORY” indicator blijft ongeveer 5 seconden knipperen.

3 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E en kies een voorkeuzegroep (A t/m E) terwijl de "MEMORY" indicator knippert.
De letter voor deze groep wordt getoond; controleer of de dubbele punt (:) op het display verschijnt.

4 Druk op PRESET/TUNING ◀/▷ en selecteer een voorkeuzenummer (1 t/m 8) terwijl de "MEMORY" indicator nog knippert.
Druk op ▷ om een hoger voorkeuzenummer te kiezen. Druk op ◀ om een lager voorkeuzenummer te kiezen.

5 Druk op MEMORY (MAN'L/AUTO FM) op het voorpaneel terwijl de "MEMORY" indicator nog knippert.
De band en frequentie van de zender verschijnen op het display op het voorpaneel, samen met de voorkeuzegroep en het voorkeuzenummer dat u gekozen heeft.

Laat zien dat deze zender is opgeslagen onder C3.
6 Herhaal de stappen 1 t/m 5 om andere zenders op te slaan.
Opmerkingen
- De gegevens voor een bepaalde voorkeuzezender zullen worden vervangen wanneer u onder het bijbehorende voorkeuzenummer een nieuwe zender opslaat.
- De ontvangstmethode (stereo of mono) wordt samen met de frequentie van de zender opgeslagen.
Afstemmen op een voorkeuzezender
U kunt op de gewenste zender afstemmen door eenvoudigweg het bijbehorende voorkeuzenummer te selecteren.

1 Druk op A/B/C/D/E (A/B/C/D/E op de afstandsbediening) en kies de voorkeuzegroep.
De letter voor deze groep wordt getoond op het display en verandert als u op A/B/C/D/E drukt.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2 Druk op PRESET/TUNING ◀/▷ (PRESET ∧/∨ op de afstandsbediening) en selecteer het voorkeuzenummer (1 t/m 8).
De voorkeuzegroep en het voorkeuzenummer verschijnen op het display op het voorpaneel, samen met de band en de frequentie van de zender en de "TUNED" indicator.

flowchart
graph TD
A["preSET/TUNING"] --> B["SE MENU"]
B --> C["Voorpaneel"]
D["AFstandsbediening"] --> E["Select"]
E --> F["+"]
G["VD"] --> H["SP"]
H --> I["SP"]
I --> J["C3:AM 1440 kHz"]
■Verwisselen van voorkeuzezenders
U kunt zenders die zijn opgeslagen onder twee verschillende voorkeuzenummers met elkaar verwisselen. In het voorbeeld hieronder ziet u hoe de zenders onder de nummers "E1" en "A5" worden verwisseld.

1 Stem af op voorkeuzezender "E1" met de A/B/C/D/E en PRESET/TUNING ◀/▷ toetsen.
Zie "Afstemmen op een voorkeuzezender" links.
2 Houd PRESET/TUNING (EDIT) tenminste 3 seconden ingedrukt.
De aanduiding "E1" en de "MEMORY" indicator gaan knipperen op het display.

3 Stem af op voorkeuzezender "A5" met de A/B/C/D/E en PRESET/TUNING ◀/▷ toetsen.
De aanduiding "A5" en de "MEMORY" indicator gaan knipperen op het display.

4 Druk nog eens op PRESET/TUNING (EDIT).
De zenders die zijn opgeslagen onder de twee voorkeuzenummers worden verwisseld.

Laat zien dat het omwisselen van de zenders klaar is.
ONTVANGEN VAN RDS ZENDERS RX-V640RDS
Het Radio Data Systeem (RDS) is een data-transmissie systeem dat door FM zenders in een groot aantal landen wordt ondersteund.
RDS gegevens bevatten diverse soorten informatie, PS (Programma Service naam), PTY (Programma Type), RT (Radio Tekst), CT (Klok Tijd), EON (Verbeterd Ander Netwerk) enz.
Beschrijving RDS gegevens
Dit toestel kan PS, PTY, RT, CT en EON gegevens verwerken wanneer er RDS uitzendingen worden ontvangen.
■PS (Programma Service naam):
De naam van de ontvangen RDS zender wordt getoond.
■PTY (Programmatype):
Het toestel onderscheidt 15 programmatypes voor RDS zenders.
| NEWS | Nieuws |
| AFFAIRS | Actualiteiten |
| INFO | Algemene informatie |
| SPORT | Sports |
| EDUCATE | Onderwijs |
| DRAMA | Theater |
| CULTURE | Cultuur |
| SCIENCE | Wetenschap |
| VARIED | Licht amusement |
| POP M | Pop |
| ROCK M | Rock |
| M.O.R. M | Middle-of-thc-road muziek (easy-listening) |
| LIGHT M | Licht klassiek |
| CLASSICS | Klassiek |
| OTHER M | Andere muziek |
■RT (Radiotekst):
Informatie over het programma (zoals de titel van het liedje, de naam van de artiest enz.) dat via de RDS zender wordt ontvangen zal op het display worden getoond tot een maximum van 64 alfanumerieke tekens, inclusief de umlaut. Als er andere tekens worden gebruikt in de RT gegevens, zullen deze worden getoond als onderstrepingen.
■CT (Klok-tijd):
De tijd op dit moment wordt getoond en elke minuut bijgewerkt. Als de gegevens tijdelijk niet beschikbaar zijn, kan de aanduiding "CT WAIT" getoond worden.
■EON (Verbeterd ander netwerk):
Raadpleeg de volgende bladzijde.
Veranderen van de RDS functie
Dit toestel beschikt over vier functies voor het weergeven van de RDS gegevens. Wanneer er een RDS zender ontvangen wordt, zullen de PS, PTY, RT en/of CT indicators oplichten op het display overeenkomstig de door de RDS zender ondersteunde RDS diensten. Druk herhaaldelijk op RDS MODE/FREQ om de door u gewenste gegevens in de onderstaande volgorde op het display te laten verschijnen.

flowchart
graph TD
A["RDS MODE/FREQ EON"] --> B["PS functie"]
B --> C["PTY functie"]
C --> D["RT functie"]
D --> E["CT functie"]
E --> F["RDS functie uit"]
Opmerkingen
- Wanneer er een RDS zender wordt ontvangen, kunt u pas op RDS MODE/FREQ drukken wanneer een of meer RDS indicators oplichten op het display. Als u op deze toets drukt voor een van deze indicators oplicht, zal er niets gebeuren. De reden hiervoor is dat het toestel nog niet alle relevante RDS gegevens van de zender heeft kunnen ontvangen.
- U kunt geen RDS gegevens selecteren die niet door de zender worden ondersteund.
- Er kan geen gebruik gemaakt worden van de RDS diensten als het ontvangen signaal te zwak is. De RT functie in het bijzonder heeft een vrij grote hoeveelheid gegevens nodig om te functioneren, zodat het mogelijk is dat de RT gegevens niet kunnen worden getoond ook al zijn andere gegevens (PS, PTY enz.) al wel beschikbaar.
- Als de ontvangst slecht is, kunnen de RDS gegevens soms niet worden ontvangen. In een dergelijk geval kunt u op TUNING MODE drukken zodat de "AUTO" indicator op het display dooft. Alhoewel u hiermee overschakelt naar mono-ontvangst, is het mogelijk dat vanwege de verbeterde ontvangst van het eenvoudiger signaal, de RDS gegevens wel getoond kunnen worden.
- Als de signaalsterkte van de ontvangen RDS zender verminderd wordt door externe interferentie, is het mogelijk dat de RDS diensten halverwege worden afgebroken en er “...WAIT” op het display op het voorpaneel verschijnt.
PTY SEEK functie
Als u uw favoriete programmatype instelt, zal het toestel automatisch alle voorgeprogrammeerde RDS zenders afzoeken naar een zender die een programma van het gewenste type aan het uitzenden is.
1 Druk op PTY SEEK MODE om het toestel in de PTY SEEK functie te zetten.
Het programmatype van de huidige zender, of "NEWS" zal gaan knipperen op het display.

flowchart
graph LR
A["MODE"] --> B["START"]
C["PTY SEEK"] --> D["→"]
E["NEMS"] --> F["→"]
G["Knippert"] --> H["→"]
2 Druk op PRESET/TUNING ◀/▷ en kies het gewenste programmatype.
Het gekozen programmatype wordt getoond op het display op het voorpaneel.

3 Druk op PTY SEEK START om alle voorgeprogrammeerde RDS zender af te laten zoeken.
Het gekozen programmatype zal blijven knipperen en de "PTY HOLD" indicator zal oplichten op het display op het voorpaneel terwijl er naar een zender met het gewenste programmatype wordt gezocht.

- Wanneer er een zender die een programma van het gewenste type aan het uitzenden is gevonden, zal het zoeken worden gestaakt bij die zender.
- Als de gevonden zender niet naar uw smaak is, dient u opnieuw op PTY SEEK START te drukken. Het toestel gaat vervolgens de rest van de voorgeprogrammeerde zenders afzoeken naar een met het door u gewenste programmatype.
■Annuleren van deze functie
Druk twee keer achter elkaar op PTY SEEK MODE.
EON functie
Deze functie maakt gebruik van de EON dienst op een netwerk van RDS zenders. Als u gewoon het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) instelt, zal dit toestel automatisch alle voorgeprogrammeerde RDS zenders opzoeken die een programma van het gewenste type zullen gaan uitzenden en vervolgens pas naar de gevonden zender overschakelen wanneer de uitzending begint.
Opmerking
- Deze functie kan alleen worden gebruikt bij ontvangst van een RDS zender die de EON dienst ondersteunt. Wanneer u een dergelijke zender ontvangt, zal de "EON" indicator op het display op het voorpaneel oplichten.
1 Controleer of de "EON" indicator op het display op het voorpaneel oplicht.
Als de “EON” indicator niet oplicht, dient u af te stemmen op een andere RDS zender waarbij de “EON” indicator wel oplicht.
2 Druk net zo vaak op EON als nodig is om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) in te stellen.
De naam van het geselecteerde programmatype verschijnt op het display op het voorpaneel.

- Wanneer er via een voorgeprogrammeerde RDS zender een programma van het gewenste type begint, zal het toestel automatisch overschakelen naar dat programma. (De EON indicator knippert.)
- Wanneer de uitzending van het programma van het gewenste type afgelopen is, zal er worden teruggeschakeld naar de oorspronkelijke zender (of naar een ander programma van het gewenste type).
■Annuleren van deze functie
Druk net zo vaak op EON tot er geen enkel programmatype oplicht op het display.
SLAAPTIMER
Met deze functie kunt u dit toestel automatisch uit laten schakelen na een door u bepaalde periode. De slaaptimer is handig wanneer u in slaap wilt vallen terwijl u naar uw favoriete slaapliedjes luistert via een door u geselecteerde signaalbron. De slaaptimer schakelt ook automatisch de op de netstroomaansluitingen (AC OUTLET(S)) externe componenten uit.
De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden ingesteld.

- Door een los verkrijgbare schakelklok an te sluiten op dit toestel kunt u deze ook als wekker gebruiken. Raadpleeg hiervoor de handleiding van de schakelklok.
■Instellen van de slaaptimer

1 Selecteer een signaalbron en begin de weergave op de broncomponent.
2 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijd in te stellen.
Met elke druk op SLEEP zal het display op het voorpaneel veranderen zoals hieronder staat aangegeven.
SLEEP


flowchart
graph LR
A["SLEEP 120 min"] --> B["SLEEP 90 min"]
C["SLEEP OFF"] <--_D["SLEEP 30 min"] <--_E["SLEEP 60 min"]

3 Nadat u de slaaptimer heeft ingesteld zal de "SLEEP" indicator op het display op het voorpaneel van dit toestel oplichten.
Vervolgens zal het display terugkeren naar de oorspronkelijke aanduiding.

■Annuleren van de slaaptimer
Druk net zo vaak op SLEEP totdat de aanduiding "SLEEP OFF" (slaaptimer uit) verschijnt op het display op het voorpaneel.
Na een paar seconden zal “SLEEP OFF” verdwijnen, zal de “SLEEP” indicator doven en zal het display terugkeren naar de oorspronkelijke aanduiding.

- De slaaptimer kan ook worden geannuleerd door het hoofdtoestel uit te schakelen met STANDBY op de afstandsbediening (of STANDBY/ON op het voorpaneel), of door de stekker uit het stopcontact te halen.
OPNAME
Opname-instellingen en andere handelingen dienen te worden uitgevoerd op de opname-apparatuur. Raadpleeg hiervoor de handleiding van de betreffende apparatuur.

1 Zet dit toestel en alle aangesloten apparatuur aan.
2 Selecteer de signaalbron waarvan u wilt opnemen.

Voorpaneel Afstandsbediening
3 Begin de weergave (of stem af op een zender) op de signaalbron.
4 Begin de opname op het opname-apparaat.
Opmerkingen
- Maak een test-opname voor u daadwerkelijk gaat opnemen.
- Wanneer dit toestel uit (standby) staat, kunt u niet opnemen van of met andere op dit toestel aangesloten apparatuur.
- DSP programma's en instellingen voor volume en hoge en lage tonen hebben geen invloed op de opnamen.
- Er kan niet worden opgenomen van een signaalbron die is aangesloten op de 6CH INPUT aansluitingen van dit toestel.
- Een bepaald ingangssignaal zal niet worden gereproduceerd via hetzelfde OUT (REC) kanaal. (Het via VCR 1 IN ontvangen ingangssignaal zal bijvoorbeeld niet worden gereproduceerd via de VCR 1 OUT aansluiting.)
- De DIGITAL OUTPUT en de analoge OUT(REC) aansluiting van dit toestel werken onafhankelijk van elkaar. Om opnamen te maken met digitale opname-apparatuur die is aangesloten op de DIGITAL OUTPUT aansluiting, dient u de signaalbron aan te sluiten op één van de DIGITAL INPUT aansluitingen.
- U dient zichzelf op de hoogte te stellen van de in uw land geldende regelingen met betrekking tot de auteursrechten bij opname van platen, CD's, radio enz. Opnemen van auteursrechtelijk beschermd materiaal kan inbreuk maken op de daarop rustende rechten.
Als u een videobron afspeelt die gebruik maakt van versleutelde of gecodeerde signalen die kopieren van het materiaal tegen moeten gaan, is het mogelijk dat het beeld door deze signalen gestoord wordt.
■Bijzondere aandachtspunten bij het opnemen van DTS materiaal
Het DTS signaal is een digitale bitstroom. Als u probeert de DTS bitstroom digitaal op te nemen, zal slechts geruis worden opgenomen. Als u dus dit toestel wilt gebruiken om DTS gecodeerd bronmateriaal op te nemen, dient u aandacht te schenken aan de volgende punten.
Voor DTS gecodeerde LD's, DVD's en CD's en een speler die geschikt is voor weergave van DTS signalen, dient u de aanwijzingen uit de handleiding van de speler te volgen zodat deze een analoog signaal produceert.
SET MENU (INSTELMENU)
Hieronder vindt u diverse instellingen die u kunt aanpassen via het instelmenu om een optimale weergave te verkrijgen. Pas de instellingen aan uw specifieke wensen en luisteromgeving aan.
Instelmenu lijst
Het instelmenu is onderverdeeld in de volgende 4 categorieën.
BASIC
Onder BASIC vindt u de basisinstellingen die u moet verrichten voor u dit toestel in gebruik neemt. De beschikbare menu's staan hieronder. Zie blz. 19–21 voor meer informatie.
1 SETUP
2 SP LEVEL (luidspreker weergaveniveau)
■SOUND
Onder SOUND vindt u instellingen voor het wijzigen van de geluidsweergave. Via de hieronder genoemde menu's kunt u de kwaliteit en de toon van de geluidsweergave van dit toestel instellen.
1 SPEAKER SET
2 SP DISTANCE (luidspreker afstand)
3 LFE LEVEL (lage frequentie effecten weergaveniveau)
4 D. RANGE (dynamisch bereik)
5 CENTER GEQ (midden grafische equalizer)
6 HP TONE CTRL (hoofdtelefoon toonregeling)
■INPUT
Onder INPUT vindt u instellingen voor de ingangssignalen. Via de volgende menu's kunt u ingangsaansluitingen toewijzen aan bepaalde apparatuur.
1 I/O ASSIGN
2 INPUT MODE
OPTION
Dit instelmenu bevat aanvullende instellingen. Via de volgende menu's kunt u de helderheid van het display instellen, bestaande instellingen beveiligen en andere niet-essentiële functies uitvoeren.
1 DISPLAY SET
2 MEM. GUARD
3 AUDIO MUTE
4 ZONE SET
- In de beschrijvingen van de diverse onderdelen op de volgende bladzijden is de standaardinstelling vet gedrukt.
Instellingen wijzigen via het instelmenu
Gebruik de afstandsbediening om instellingen te wijzigen.


- U kunt de instellingen via het instelmenu wijzigen wanneer het toestel een signaalbron aan het weergeven is.
Opmerking
- Wanneer het toestel in de middernacht luisterfunctie staat, zult u bepaalde menu-instellingen niet kunnen veranderen.
1 Druk op AMP.

2 Druk op SET MENU om het instelmenu te openen.

3 Druk net zo vaak op ∧ / ∨ tot u het gewenste menu geselecteerd heeft.
4 Druk op om het geselecteerde menu te openen.
5 Druk net zo vaak op ∧ / ∨ tot u het gewenste onderdeel geselecteerd heeft.


- U kunt ook herhaaldelijk op SET MENU drukken om op dezelfde manier onderdelen te selecteren als met ∨.
6 Druk één keer op < / > om het geselecteerde onderdeel in te kunnen stellen.
De laatst ingestelde waarde verschijnt vervolgens op het display op het voorpaneel.
Afhankelijk van het in te stellen onderdeel kunt u met ∧∨ een sub-onderdeel selecteren.


7 Druk herhaaldelijk op < / > om de huidige instelling te wijzigen.

8 Druk net zo vaak op ∧ / ∨ tot het menu verdwijnt of druk op één van de DSP programmagroep-toetsen om het instelmenu te verlaten.

of

Geheugen back-up
De geheugen back-up functie voorkomt het verlies van de opgeslagen gegevens wanneer dit toestel uit (standby) wordt gezet, de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of er een stroomstoring optreedt. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week wordt onderbroken, is het mogelijk dat het geheugen gewist zal worden. In dit geval zult u de instellingen opnieuw moeten uitvoeren.
De BASIC en SOUND menu's
Via het “BASIC” menu kunt u gemakkelijk de “SOUND 1 SPEAKER SET” en “SOUND 2 SP DISTANCE” instellingen verrichten. Het is niet nodig om de instellingen in het “BASIC” menu te resetten, maar als u dat wilt kunt u via het “SOUND” menu meer gedetailleerde instellingen verrichten.
Opmerking
- Als u, nadat u via het "SOUND" menu instellingen heeft gewijzigd, "BASIC 1 SETUP" selecteert en vervolgens "SET" kiest, is het mogelijk dat de instellingen in het "SOUND" menu veranderen in als gevolg van de wijzigingen die u heeft gemaakt via het "BASIC 1 SETUP" menu. Open het "BASIC 1 SETUP" daarom alleen als u zeker weet dat u deze instellingen ook wilt wijzigen. Als u per ongeluk het "BASIC 1 SETUP" menu opent dient u "CANCEL" te kiezen om terug te keren naar het "BASIC" menu. (Blz. 20)
SOUND 1 SPEAKER SET (luidspreker instellingen)
Via deze onderdelen van het instelmenu kunt u de gereproduceerde signalen afstemmen op uw luidspreker- configuratie.
Opmerking
- Bepaalde menu-instellingen worden buiten werking gesteld wanneer het toestel een digitaal signaal met een hogere bemonsteringsfrequentie dan 48 kHz weergeeft.
■ 1A CENTER (midden-luidspreker)
Door een midden-luidspreker toe te voegen aan uw luidspreker-opstelling, zal dit toestel in staat zijn de gesproken tekst goed te plaatsen voor alle luisteraars en beeld en geluid optimaal met elkaar te laten overeenkomen.
Instel-mogelijkheden: LRG (groot), SML (klein), NON (geen)
LRG
Kies deze instelling als u een grote midden-luidspreker heeft. Het hele bereik van middenkanaal signalen wordt naar de midden-luidspreker gestuurd.
SML
Kies deze instelling als u een kleine midden-luidspreker heeft. De lage tonen (90 Hz en minder) zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel "1E BASS" worden gestuurd.
NON
Kies deze instelling als u geen midden-luidspreker heeft. Alle signalen voor het midden-kanaal zullen naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers worden gestuurd.
■1B MAIN (hoofd-luidsprekers)
Instel-mogelijkheden: LARGE, SMALL
LARGE
Kies deze instelling als u grote hoofd-luidsprekers heeft. Het gehele bereik voor de linker en rechter hoofd-kanaal signalen zal naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd.
SMALL
Kies deze instelling als u kleine hoofd-luidsprekers heeft. De lage tonen (90 Hz en minder) zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel "1E BASS" worden gestuurd.
■1C REAR LR (achter-luidsprekers)
Instel-mogelijkheden: LRG (groot), SML (klein), NON (geen)
LRG
Kies deze instelling als u grote linker en rechter achter-luidsprekers heeft of wanneer u een achter-subwoofer heeft. Het hele bereik van achterkanaal signalen wordt naar de linker en rechter achter-luidsprekers gestuurd.
SML
Kies deze instelling als u kleine linker en rechter achterluidsprekers heeft. De lage tonen van 90 Hz en minder zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel "1E BASS" worden gestuurd.
NON
Kies deze instelling als u geen achter-luidsprekers heeft.

- Als u NON (geen) instelt bij onderdeel "1C REAR LR", zal het toestel in de Virtual CINEMA DSP stand worden gezet. In dit geval zal de midden achter-luidspreker automatisch op NON worden gezet en zal "1D REAR CT" worden overgeslagen.
■1D REAR CT (midden achter-luidspreker)
Door een midden achter-luidspreker toe te voegen aan uw luidspreker-opstelling, kan dit toestel realistischer overgangen van voor naar achter en vice-versa weergeven.
Instel-mogelijkheden: LRG (groot), SML (klein), NON (geen)
LRG
Kies deze instelling als u een grote midden achterluidspreker heeft. Het hele bereik van midden achterkanaal signalen wordt naar de midden achterluidspreker gestuurd.
SML
Kies deze instelling als u een kleine midden achter-luidspreker heeft. De lage tonen (90 Hz en minder) zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel "1E BASS" worden gestuurd.
NON
Kies deze instelling als u geen achter-midden-luidspreker heeft. Alle signalen voor het midden achterkanaal worden naar de linker en rechter achter-luidsprekers gestuurd.
■1E BASS (lage tonen uitgangsfunctie)
LFE signalen geven lage toon-effecten weer wanneer dit toestel Dolby Digital of DTS signalen reproduceert. Lage tonen in dit verband zijn tonen met een frequentie van 90 Hz of minder. De lage tonen worden naar beide hoofd-luidsprekers gestuurd en naar de subwoofer (u kunt een subwoofer gebruiken voor zowel reproductie in stereo als voor DSP programma's).
Instel-mogelijkheden: SWFR (subwoofer), MAIN,
BOTH
SWFR
Kies deze instelling als u een subwoofer heeft. De LFE signalen zullen naar de subwoofer worden gestuurd.
MAIN
Kies deze instelling als u geen subwoofer heeft. De LFE signalen zullen naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd.
BOTH
De LFE signalen worden naar de subwoofer gestuurd. Zeer lage tonen die overeenkomstig andere luidspreker-instellingen voor de hoofdkanalen bedoeld zijn, worden zowel naar de hoofd-luidsprekers als naar de subwoofer gestuurd.
Opmerking
- Wanneer u MAIN kiest bij "1E BASS", zullen de zeer lage tonen (90 Hz en minder) voor het hoofdkanaal ook naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd als u SMALL (klein) heeft ingesteld voor de afmetingen van de hoofd-luidsprekers.
SOUND 2 SP DISTANCE (luidspreker afstand)
Met deze functie kunt u de vertraging instellen voor de geluidsweergave via de midden- en midden- achterkanalen. Deze functie werkt bij weergave van een Dolby Digital of DTS signaal via de midden-luidsprekers. In het ideale geval horen de midden-luidsprekers en de achter-luidsprekers op dezelfde afstand van de luisteraar te staan als de linker en rechter hoofd-luidsprekers. Bij de meeste mensen thuis staat de midden-luidspreker echter in één lijn met de hoofd-luidsprekers en de midden achter-luidspreker in één lijn met de achter-luidsprekers. Door nu de geluidsweergave uit de midden- en achter-luidsprekers iets te vertragen, kunt u het doen lijken alsof ze toch op dezelfde afstand van de luisterpositie staan als de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
1 Druk op ∧ / ∨ en selecteer "UNIT" (eenheid).
2 Druk op < / > en kies of u “meters” of “feet” wilt gebruiken als eenheid voor deze instelling.
3 Druk op ∧ / ∨ en selecteer de luidspreker waarvoor u de vertraging wilt instellen.
4 Druk op < / > om de vertraging in te stellen.
Druk op > voor een hogere waarde en op < voor een lagere.

■Instellen met "meters"
Instelbereik: 0,3 t/m 24,00 m (L/R hoofd, midden, L/R achter, midden achter) Fabrieksinstellingen: 3,00 m (L/R hoofd, midden, L/R achter), 2,10 m (midden achter)
■ Instellen met "feet"
Instelbereik: 1 t/m 80 ft (L/R hoofd, midden, L/R achter, midden achter) Fabrieksinstellingen: 10,0 ft (L/R hoofd, midden, L/R achter), 7,0 ft (midden achter)
Opmerking
- Er wordt geen vertraging gebruikt wanneer u dezelfde afstand instelt voor de L/R hoofd- en midden-luidsprekers, of de L/R achter- en midden achter-luidsprekers.
SOUND 3 LFE LEVEL
U kunt via deze functie het uitgangsniveau van de LFE (Lage Frequentie Effecten) regelen bij de weergave van Dolby Digital of DTS gecodeerd materiaal. De LFE signalen geven de lage frequentie effecten weer die worden toegevoegd aan sommige scènes.
Instelbereik:
SPEAKER (luidspreker) ...... -20 t/m 0 dB
HEADPHONE (hoofdtelefoon) ...... -20 t/m 0 dB
Fabrieksinstellingen: 0 dB
1 Druk op ∧ / ∨ en selecteer het in te stellen onderdeel.
2 Druk op < om het LFE niveau te wijzigen.
Opmerking
- Regel het LFE uitgangsniveau in overeenstemming met het vermogen van uw subwoofer of hoofdtelefoon.
SOUND 4 D. RANGE (dynamisch bereik)
Deze functie kunt u gebruiken om het dynamisch bereik te regelen. Deze instelling is alleen effectief wanneer dit toestel Dolby Digital signalen decodeert.
Instel-mogelijkheden: MAX, STD (standaard), MIN (minimum)
MAX
Kies de MAX instelling voor speelfilms.
STD
Kies de STD instelling voor algemeen gebruik.
MIN
Kies de MIN instelling wanneer u bij zeer lage volumes luistert.
SOUND 5 CENTER GEQ (midden grafische equalizer)
Met deze functie kunt u via de ingebouwde 5 bands grafische equalizer de toonweergave van de midden-luidspreker aanpassen aan die van de linker en rechter hoofd-luidsprekers. U kunt kiezen uit de 100 Hz, 300 Hz, 1 kHz, 3 kHz of 10 kHz frequentiebanden. Instelbereik (dB): -6 t/m +6 Fabrieksinstelling: 0 dB voor alle 5 banden
1 Druk op ∨ om een hogere frequentieband te kiezen en ∧ voor een lagere.
2 Druk op </> om het niveau voor de betreffende frequentieband in te stellen.
Opmerking
- U kunt de geluidsweergave via de midden-luidspreker volgen terwijl u dit onderdeel instelt met behulp van de testtoon. Druk op TEST voor u de bovenstaande procedure begint. Als u de bovenstaande procedure eenmaal begonnen bent, zal de testtoon uit de midden-luidspreker blijven klinken en kunt u horen hoc het geluid verandert terwijl u de niveaus van de verschillende frequentiebanden regelt. Om de testtoon uit te zetten, dient u op TEST te drukken.
SOUND 6 HP TONE CTRL (hoofdtelefoon toonregeling)
Met deze functie kunt u het niveau van de lage en hoge tonen regelen wanneer u een hoofdtelefoon gebruikt.
Instelbereik (dB):
BASS ....-6 t/m +3
TRBL (hoge tonen) ...... -6 t/m +3
Fabrieksinstelling:
BASS 0 dB
TRBL.... 0 dB
INPUT 1 I/O ASSIGN (ingang/uitgang toewijzing)
U kunt indien gewenst aansluitingen toewijzen aan de daarmee te gebruiken component als de instellingen voor de COMPONENT VIDEO ingangsaansluiting of DIGITAL INPUT/OUTPUT aansluitingen van dit toestel (de componentnamen voor deze aansluitingen) afwijken van de daadwerkelijk aangesloten component. Dit maakt het mogelijk de toewijzing van de aansluitingen te wijzigen en een breder scala aan apparatuur aan te sluiten. Na deze toewijzing kunt u die component selecteren met de INPUT toetsen (of met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening).
■1A voor de COMPONENT VIDEO INPUT aansluitingen
Instel-mogelijkheden: [A] DVD, VCR 2/DVR, VCR
1, V-AUX, D-TV/CBL
[B] DVD, VCR 2/DVR, VCR 1,
V-AUX, D-TV/CBL
■1B voor de OPTICAL OUTPUT aansluiting
Instel-mogelijkheden: (1) MD/CD-R, (TUNER
DSP-AX640SE), CD, VCR 2/
DVR, VCR 1, V-AUX,
D-TV/CBL, DVD
■1C voor de OPTICAL INPUT aansluitingen
Instel-mogelijkheden: (2) MD/CD-R, (TUNER
DSP-AX640SE), CD, VCR 2/
DVR, VCR 1, D-TV/CBL,
DVD
(3) MD/CD-R, (TUNER
DSP-AX640SE), CD, VCR 2/
DVR, VCR 1, D-TV/CBL,
DVD
(4) MD/CD-R, (TUNER
DSP-AX640SE), CD, VCR 2/
DVR, VCR 1, D-TV/CBL,
DVD
■1D voor de COAXIAL INPUT aansluiting
Instel-mogelijkheden: (5) MD/CD-R, (TUNER
DSP-AX640SE), CD, VCR 2/
DVR, VCR 1, V-AUX,
D-TV/CBL, DVD
Opmerkingen
- U kunt niet een onderdeel meer dan een enkele keer voor hetzelfde soort aansluiting instellen.
- Wanneer u een component aansluit op zowel de COAXIAL als de OPTICAL aansluitingen, zullen de ingangssignalen die binnenkomen via de COAXIAL aansluiting voorrang krijgen.
INPUT 2 INPUT MODE
(begininstelling ingangsfunctie)
Met deze functie kunt u de ingangsfunctie bepalen voor signaalbronnen die zijn aangesloten op de DIGITAL INPUT ingangsaansluitingen wanneer u het toestel aan zet (zie bladzijde 24 voor details omtrent de ingangsfunctie).
Instel-mogelijkheden: AUTO, LAST
AUTO
Kies deze instelling als u dit toestel automatisch wilt laten bepalen wat voor ingangssignaal er binnenkomt en aan de hand daarvan de juiste ingangsfunctie wilt laten kiezen.
LAST
Kies deze instelling als u dit toestel automatisch de ingangsfunctie die de vorige keer voor de betreffende signaalbron werd gebruikt wilt laten gebruiken.
U kunt de helderheid van het display op het voorpaneel van het toestel instellen.
Instelbereik: -4 t/m 0
■V CONV. (Video omzetten)
(Behalve modellen voor China en algemene modellen) Gebruik deze mogelijkheid om de functie voor het omzetten van composiet signalen in S-videosignalen voor reproductie via de S-video aansluiting wanneer er geen S-videosignalen binnenkomen aan of uit te zetten.
Instel-mogelijkheden: ON, OFF
ON
Kies deze instelling om composiet signalen wel om te zetten in S-videosignalen.
OFF
Kies deze instelling om composiet signalen niet om te zetten in S-videosignalen.
OPTION 2 MEM. GUARD
(geheugen vergrendeling)
Gebruik deze functie om te voorkomen dat er per ongeluk instellingen van dit toestel worden gewijzigd.
Instel-mogelijkheden: ON, OFF
Selecteer ON (aan) om de volgende instellingen te vergrendelen:
- Alle onderdelen van het instelmenu
- Weergaveniveaus van de midden, midden-achter en achter-luidsprekers en van de subwoofer
- DSP programma parameters
Opmerkingen
- Wanneer deze functie is ingeschakeld (ON), kunt u de testtoon niet meer gebruiken.
- Wanneer deze functie is ingeschakeld (ON), kunt u geen andere onderdelen van het instelmenu meer selecteren.
OPTION 3 AUDIO MUTE
U kunt instellen hoeveel de MUTE functie het volume moet verlagen.
Instel-mogelijkheden: MUTE, -50dB, -20dB
MUTE
De geluidsweergave wordt tijdelijk uitgeschakeld.
-50dB
Het ingestelde volume wordt met 50dB verlaagd.
-20dB
Het ingestelde volume wordt met 20dB verlaagd.
OPTION 4 ZONE SET
■SP B (instelling luidsprekers B)
Met deze instelling kunt u bepalen waar de hoofd-luidsprekers die zijn verbonden met de SPEAKERS B aansluitingen zich bevinden.
Instel-mogelijkheden: MAIN, ZONE B
MAIN
Kies deze instelling om SPEAKERS A en B aan/uit te zetten wanneer de met de SPEAKERS B aansluitingen verbonden luidsprekers zich in dezelfde luisterruimte bevinden als het hoofd-luidsprekersysteem.
ZONE B
Kies hiervoor wanneer de op SPEAKERS B aangesloten luidsprekers in een andere ruimte opgesteld staan. Als SPEAKERS A wordt uitgeschakeld (OFF) en SPEAKERS B wordt ingeschakeld (ON), wordt de geluidsweergave via alle luidsprekers in de hoofdruimte, inclusief de subwoofer, uitgeschakeld en zal het toestel alleen via de op SPEAKERS B aangesloten luidsprekers geluid weergeven.
Opmerkingen
- Als u een hoofdtelefoon aansluit op de PHONES aansluiting van het toestel, zal het geluid worden weergegeven via de hoofdtelefoon zowel als via SPEAKERS B.
- Wanneer u een DSP programma heeft geselecteerd, zal het toestel automatisch de Virtuele CINEMA DSP inschakelen.
KENMERKEN AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening kan niet alleen het hoofdtoestel, maar ook andere audio en video componenten van YAMAHA en van andere fabrikanten bedienen. Om die componenten te kunnen bedienen, moet u de afstandsbediening programmeren met de betreffende fabrikantencodes.
Set bedieningstoetsen
■Bedienen van dit toestel
De grijze toetsen hieronder kunt u gebruiken om dit toestel te bedienen wanneer de AMP functie is ingeschakeld. Druk op AMP om de AMP functie in te schakelen.

■Bedienen van andere componenten
De grijze sets bedieningstoetsen hieronder kunnen worden gebruikt om andere componenten te bedienen. De werking van elk van deze toetsen is mede afhankelijk van de component die u heeft geselecteerd. Selecteer de component die u wilt bedienen met de ingangskeuzetoetsen.

Sets bedieningstoetsen voor uw componenten
Door de bijbehorende fabrikantencodes in te voeren (zie blz. 49) kunt u maximaal 9 verschillende componenten bedienen.
Invoeren van de fabrikantencode
U kunt andere componenten bedienen door een fabrikantencode te programmeren. U kunt een code invoeren voor elk van de 9 sets bedieningstoetsen.
De volgende tabel geeft de fabrieksinstellingen voor de te bedienen componenten (Archief: componenten-categorie) en de fabrikantencode voor elk van de sets bedieningstoetsen.
| Set bedieningstoetsen | Componentencategorie (Archief) | Fabrikant | Code |
| CD | CD | YAMAHA | 0005 |
| MD/CD-R | MD | YAMAHA | 0024 |
| TUNER | TUNER | YAMAHA | 0003 |
| DVD | DVD | YAMAHA | 0098 |
| D-TV/CBL | - | - | - |
| V-AUX | - | - | - |
| VCR 1 | - | - | - |
| VCR 2/DVR | - | - | - |
| ★★ | - | - | - |
1 Selecteer de broncomponent waarvoor u de code wilt programmeren met de ingangskeuzetoetsen of ★★.

2 Druk CODE SET in met een balpen of iets dergelijks.
De TRANSMIT indicator knippert twee keer.



3 Gebruik de cijfertoetsen om de vier cijfers van de fabrikantencode voor de gebruikte component in te voeren.
Raadpleeg de "LIJST MET FABRIKANTENCODES" aan het eind van deze handleiding.

De TRANSMIT indicator knippert twee keer.
Opmerkingen
- Als de fabrikant van uw component meer dan een code heeft, dient u elke code te proberen tot u de juiste gevonden heeft.
- Als u bij stap 3 meer dan 30 seconden wacht, zal de procedure worden geannuleerd. In dit geval dient u opnieuw te beginnen vanaf stap 2.
Wissen van fabrikantencodes
■ Wissen van een eerder ingestelde fabrikantencode voor een set bedieningstoetsen
1 Druk op de ingangskeuzetoets of op ★★ om de set bedieningstoetsen te selecteren waarvoor u de ingestelde fabrikantencode wilt wissen.

2 Druk CODE SET in met een balpen of iets dergelijks.
De TRANSMIT indicator knippert twee keer.

Opmerking
- Als u bij stap 2 niet binnen 30 seconden op een toets drukt, zal de procedure voor het wissen worden geannuleerd. In dit geval dient u opnieuw te beginnen vanaf stap 1.
3 Voer codenummer "0000" in.
De TRANSMIT indicator zal twee keer knipperen, waarna de fabrikantencode voor de geselecteerde component gewist zal zijn.

- U kunt alle ingestelde fabrikantencodes in een keer wissen door het codenummer "9990" in te voeren.
Bedienen van andere componenten
Wanneer u eenmaal de juiste fabrikantencode heeft ingevoerd, kunt u ook andere componenten bedienen. Vergeet echter niet dat sommige toetsen misschien niet werken met uw component.
Wanneer u een signaalbron geselecteerd heeft, zal de afstandsbediening overschakelen naar de set bedieningstoetsen voor die component.

| DVD-speler Videorecorder TV, digitale/kabel TV CD-speler CD-/MD-recorder Tuner | ||||||
| 1AV POWER * | ^1 Aan/uit * | ^1 Aan/uit * | ^3 Videorecorder aan/uit * | ^1 Aan/uit * | ^1 Aan/uit * | ^1 Aan/uit |
| 2TV POWER * | ^2 TV aan/uit * | ^2 TV aan/uit * | ^2 TV aan/uit * | ^2 TV aan/uit * | ^2 TV aan/uit * | ^2 TV aan/uit |
| 3TV CH + | *2TV volgende kanaal | *2TV volgende kanaal | TV volgende kanaal | *2TV volgende kanaal | *2TV volgende kanaal | *2TV volgende kanaal |
| TV CH - | *2TV vorige kanaal * | ^2 TV vorige kanaal | TV vorige kanaal | *2TV vorige kanaal | *2TV vorige kanaal | *2TV vorige kanaal |
| 4TV VOL + | *2TV volume hoger * | ^2 TV volume hoger | TV volume hoger | *2TV volume hoger | *2TV volume hoger | *2TV volume hoger |
| TV VOL - | *2TV volume lager | *2TV volume lager | TV volume lager * | ^2 TV volume lager | *2TV volume lager | *2TV volume lager |
| 5TV MUTE | *2TV geluid tijdelijk uit | *2TV geluid tijdelijk uit | TV geluid tijdelijk uit | *2TV geluid tijdelijk uit | *2TV geluid tijdelijk uit | *2TV geluid tijdelijk uit |
| 6TV INPUT | *2TV ingang * | ^2 TV ingang | TV ingang | *2TV ingang * | ^2 TV ingang * | ^2 TV ingang |
| 7 1-9, 0, +10 | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Voorkeuzezenders (1-8) |
| 8 TITLE | Titel | |||||
| 9PRESET/CH ∧ | Op | Videorecorder volgende kanaal | Volgende voorkeuzezender | |||
| PRESET/CH ∨ | Neer | Videorecorder vorige kanaal | Vorige voorkeuzezender | |||
| PRESET/CH < | Links | |||||
| PRESET/CH > | Rechts | |||||
| SELECT | Selecteren | |||||
| 10 RETURN | Terug | |||||
| 11 REC/DISC SKIP | Disc overslaan | Opname | *3 Videorecorder opname | Disc overslaan | Opname (MD) | |
| <> | Weergave | Weergave | *2 Videorecorder weergave | Weergave | Weergave | |
| <<> | Zoeken terug | Zoeken terug | *2 Videorecorder zoeken terug | Zoeken terug Zoeken terug | ||
| <> | Zoeken vooruit | Zoeken vooruit | *2 Videorecorder zoeken vooruit | Zoeken vooruit | Zoeken vooruit | |
| AUDIO | Audio | |||||
| ||| | Pauze | Pauze | *3 Videorecorder pauze | Pauze | Pauze | |
| <<> | Overslaan terug | Overslaan terug | Overslaan terug | |||
| <> | Overslaan vooruit | Overslaan vooruit | Overslaan vooruit | |||
| □ | Stop | Stop | *3 Videorecorder stop | Stop | Stop | |
| 12 ENTER | Titel/index | Invoeren | Invoeren | Index | Index | |
| 13 MENU | Menu | A/B/C/D/E | ||||
| 14 DISPLAY | Display | Display | Display | |||
*1 Deze toets werkt alleen wanneer de originele afstandsbediening van de component in kwestie voorzien is van een POWER toets.
*² Via deze toetsen kunt u uw TV bedienen zonder een andere signaalbron te selecteren als u de juiste fabrikantencode heeft ingevoerd voor D-TV/CBL of ★★. Wanneer de fabrikantencode voor uw TV is ingevoerd voor zowel D-TV/CBL als ★★, zal de set bedieningstoetsen voor D-TV/CBL de voorrang krijgen.
*3 Via deze toetsen kunt u uw videorecorder bedienen zonder VCR als signaalbron te selecteren als u de juiste fabrikantencode heeft ingevoerd voor VCR.
INSTELLEN VAN DE WEERGAVENIVEAUS VAN DE LUIDSPREKERS
Regelen van het volume tijdens weergave
U kunt het volume van de luidsprekers regelen terwijl u aan het luisteren bent.

2 Druk net zo vaak op LEVEL tot u de in te stellen luidspreker heeft geselecteerd.
Met elke druk op LEVEL wordt telkens de volgende luidspreker geselecteerd:
MAIN L→CENTER→MAIN R→R SUR.
(R achter)→REAR CT (Midden achter)→L SUR.
(L achter)→SWFR (Subwoofer)→.....

- Druk één keer op LEVEL om het niveaudisplay te openen.
Druk vervolgens op ∧ / ∨ om een luidspreker te selecteren.
3 Gebruik < / > om het volume van deze luidspreker te regelen.
- De midden- en achter-luidsprekers kunnen worden ingesteld tussen -10dB +10dB .
- De hoofd-luidsprekers en de subwoofer kunnen worden ingesteld tussen -20dB 0dB .
Opmerkingen
- De weergaveniveaus van de luidsprekers kunnen niet worden ingesteld als “SOUND 1 SPEAKER SET” via het instelmenu op NON (gecn) is gezet.
- Het weergaveniveau van de subwoofer kan niet worden ingesteld als "1E BASS" onder "SOUND 1 SPEAKER SET" via het instelmenu op MAIN is gezet.
- Als u LEVEL gebruikt om de weergaveniveaus van de luidsprekers in te stellen, zullen eventueel eerder ingestelde weergaveniveaus via de testtoon ook worden gewijzigd.
- Als u "BASIC 1 SETUP" kiest in het instelmenu en vervolgens "SET", zullen de ingestelde weergaveniveaus van de luidsprekers reageren op eventuele wijzigingen die u heeft gemaakt via "BASIC 1 SETUP".
Gebruiken van de testtoon
Met de testtoon kunt u de weergaveniveaus van de luidsprekers zo instellen dat elke luidspreker op de luisterpositie even hard klinkt.

1 Druk op AMP.
2 Druk op TEST.
Het toestel zal nu de testtoon weergeven.
3 Druk net zo vaak op ∧ / ∨ tot u de in te stellen luidspreker heeft geselecteerd.
Met elke druk op ∨ wordt telkens de volgende luidspreker geselecteerd:
TEST LEFT (L hoofd)→TEST CENTER
(Midden)→TEST RIGHT (R hoofd)→TEST R SUR.
(R achter)→TEST REAR CNTR (Midden achter)
→TEST L SUR. (L achter)→TEST SUBWOOFER (Subwoofer)→.....
(Gebruik ∧ om deze reeks in omgekeerde volgorde te doorlopen.)
4 Gebruik < / > om het volume van deze luidspreker te regelen.
5 Druk op TEST wanneer u klaar bent.
De testtoon zal nu stoppen.
Opmerkingen
- De testfunctie werkt niet als er een hoofdtelefoon is aangesloten. Haal de stekker van de hoofdtelefoon voor het testen uit de PHONES aansluiting.
- De weergaveniveaus van de luidsprekers kunnen niet worden ingesteld als "SOUND 1 SPEAKER SET" via het instelmenu op NON (geen) is gezet.
- Het weergaveniveau van de subwoofer kan niet worden ingesteld als "1E BASS" onder "SOUND 1 SPEAKER SET" via het instelmenu op MAIN is gezet.
- Als u "BASIC 1 SETUP" kiest in het instelmenu en vervolgens "SET", zullen de ingestelde weergaveniveaus van de luidsprekers reageren op eventuele wijzigingen die u heeft gemaakt via "BASIC 1 SETUP".

- Afhankelijk van de signaalbron die het toestel op dit moment weergeeft is het mogelijk dat de met de testtoon ingestelde weergaveniveaus niet naar wens blijken te zijn. In dit geval dient u de weergaveniveaus van de luidsprekers aan te passen terwijl u naar de signaalbron in kwestie luistert.
WIJZIGEN GELUIDSVELDPROGRAMMA PARAMETERS
Wijzigen van instellingen
U zult zeker met volle teugen genieten van de geluidsveldprogramma's met de begininstellingen. U hoeft deze niet te veranderen, maar als u dat wilt kunt u dat wel, zodat u uw eigen akoestische omgeving kunt ontwerpen.
Opmerking
- De instellingen die u kunt veranderen hangen mede af van het geluidsveldprogramma dat u geselecteerd heeft. Raadpleeg de bij de betreffende instelling behorende uitleg.

1 Druk op AMP.

2 Selecteer een geluidsveldprogramma.

3 Gebruik ∧ / ∨ om de instelling die u wilt wijzigen te selecteren.

4 Druk op < / > om de ingestelde waarde te veranderen.

5 Herhaal de stappen 2 – 4 als u nog andere instellingen wilt wijzigen.
Opmerking
- U kunt deze instellingen niet veranderen wanneer de "OPTION 2 MEM. GUARD" instelling via het instelmenu is ingeschakeld (ON). Zet deze beveiliging van de instellingen uit (OFF) als u instellingen wilt wijzigen.
Beschrijvingen van digitale geluidsveld parameters
U kunt de waarden van bepaalde digitale geluidsveld parameters wijzigen zodat de geluidsvelden accuraat gereproduceerd kunnen worden in uw huiskamer. De volgende parameters zijn niet noodzakelijkerwijs allemaal aanwezig in elk programma.
■DSP LEVEL
Functie: Deze parameter wijzigt het niveau van alle DSP effecten binnen een klein bereik.
Beschrijving: Afhankelijk van de akoestiek in de ruimte waar u naar het systeem luistert wilt u misschien het niveau van de DSP effecten verhogen of verlagen in verhouding tot de directe weergave.
Instelbereik: -6 dB t/m +3 dB
■DELAY
Functie: Regelen van het tijdsverschil tussen het begin van de weergave van een bepaald geluid via de hoofd-luidsprekers en het begin van de weergave van hetzelfde geluid via de achter-luidsprekers. Hoe groter deze waarde, hoe later de weergave via de effect-luidsprekers zal beginnen.
Instelbereik: 1 t/m 99 ms (Instelbereik mede afhankelijk van de signaalbron en het gebruikte DSP programma.)
Voor 6ch Stereo
Functie: Deze parameters regelen het volumeniveau voor elk van de kanalen in de 6-kanaals stereo weergavefunctie.
Instelbereik: 0 t/m 100%
■CT LEVEL (Midden niveau)
■RL LEVEL (Links achter niveau)
■RR LEVEL (Rechts achter niveau)
■RC LEVEL (Midden achter niveau)
Voor PRO LOGIC II Music
■PANORAMA
Functie: Breidt het stereo geluidsveld uit naar de surround-luidsprekers voor een omhullend effect. Instel-mogelijkheden: OFF/ON, fabrieksinstelling is OFF.
DIMENSION
Functie: Verschuift het geluidsveld naar voren of naar achteren.
Instelbereik: -3 (naar achteren) t/m +3 (naar voren), fabrieksinstelling is STD (standaard).
■CT WIDTH (Midden breedte)
Functie: Regelt het geluidsbeeld via alle drie de voor-luidsprekers in verschillende mate. Een grotere waarde breidt het geluidsbeeld uit in de richting van de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
Instelbereik: 0 (middenkanaal wordt alleen weergegeven via de midden-luidspreker) t/m 7 (middenkanaal wordt alleen via de linker en rechter hoofd-luidsprekers weergegeven), fabrieksinstelling is 3.
Voor DTS Neo:6 Music
■C. IMAGE (Geluidsbeeld midden)
Functie: Regelt het geluidsbeeld via alle drie de voor-luidsprekers in verschillende mate.
Instelbereik: 0 t/m 0,5
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Raadpleeg de onderstaande tabel wanneer dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem waar u mee te maken heeft niet hieronder vermeld staat of als de geboden oplossing niet werkt, dient u de stroom uit te schakelen, de stekker uit het stopcontact te halen en contact op te nemen met uw erkende YAMAHA dealer of Service-centrum.
■Algemeen
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Raadpleeg bladzijde |
| Het toestel gaat niet aan wanneer u op STANDBY/ON (of SYSTEM POWER) drukt, of het toestel keert plotseling terug in de standby-stand direct nadat u de stroom hebt ingeschakeld. | De stekker zit niet of niet goed in het stopcontact. | Steck de stekker goed in het stopcontact. | - |
| De IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op het achterpanel staat niet helemaal in de juiste stand. | Zet de schakelaar helemaal naar een kant terwijl het toestel in de standby-stand staat. | 16 | |
| De beveiligingsschakeling is in werking getreden. | Controler of alle luidsprecker-draden goed zijn aangesloten zowel op dit toestel als op de luidsprekers en dat de draden geen contact maken met iets anders dan de bijbehorende aansluiting. | 16 – 17 | |
| Dit toestel is blootgesteld aan een sterke externe elektrische schok (zoals blikseminslag of een sterke ontlading van statische elektriciteit). | Zet het toestel uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact, doe deze na 30 seconden weer terug en probeer het opnieuw. | - | |
| Geen geluid. | Gebrekkige of onjuiste in- of uitgangsaansluitingen. | Zorg voor goede aansluitingen. Als dit het probleem niet oplost, is het mogelijk dat de snoeren defect zijn. | 10 – 17 |
| Onjuiste signaalbron. | Selecteer een geschikte signaalbron met INPUT of 6CH INPUT (of de ingangskeuzetoetsen). | 22 | |
| De luidsprekers zijn niet goed aangesloten. | Zorg voor goede aansluitingen. | 16 – 17 | |
| De hoofd-luidsprekers die u wilt gebruiken zijn niet goed geselectcerd. | Selecteer de te gebruiken set hoofd-luidsprekers met SPEAKERS A cn/of B. | 22 | |
| Het volume staat te laag. | Verhoog het volume. | 23 | |
| De geluidsweergave is tijdelijk uitgeschakeld. | Druk op MUTE of op een andere bedieningstoets zodat de geluidsweergave wordt ingeschakeld en u het volume kunt regelen. | - | |
| Het toestel ontvangt digitale signalen van bijv. een CD-ROM die het toestel niet kan verwerken. | Geef signalen weer die door dit toestel gereproduceerd kunnen worden. | - | |
| Geen beeld. | Het uitgangssignaal en het ingangssignaal voor het beeld zijn verbonden met verschillende soorten video aansluitingen. | Zorg voor hetzelfde type video-aansluitingen (S VIDEO, VIDEO (composiet) of COMPONENT VIDEO) voor zowel het ingangssignaal als het uitgangssignaal. | 10 – 11 |
| Het geluid valt plotseling weg. | De beveiligingsschakeling is in werking getreden vanwege kortsluiting enz. | Controleer of de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op de juiste stand staat en doe het toestel vervolgens weer aan. | 16 |
| Controleer of de luidspreker-draden geen contact maken en doe het toestel vervolgens weer aan. | - | ||
| De slaaptimer is in werking getreden. | Schakel de stroom in en probeer de signaalbron opnieuw te laten weergeven. | - | |
| De geluidsweergave is tijdelijk uitgeschakeld. | Druk op MUTE of een andere bedieningstoets om de weergave te hervatten en stel vervolgens het gewenste volume weer in. | - |
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Raadpleeg bladzijde |
| Geen geluid aan een kant. | Onjuiste aansluitingen. | Sluit de bedrading op de juiste manier aan. Als het probleem niet verdwijnt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. | 16 |
| Er komt geen geluid uit de effect-luidsprekers. | De effecten zijn uitgeschakeld. | Druk op STEREO/EFFECT om deze in te schakelen. | - |
| Er wordt een Dolby Surround, Dolby Digital of DTS decoderend DSP geluidsveldprogramma gebruikt op materiaal dat niet Dolby Surround, Dolby Digital of DTS gcodccerd is. | Selecteer een ander DSP geluidsveldprogramma. | 25 – 30 | |
| Het toestel ontvangt een digitaal ingangssignaal met een bemonsteringsfrequentie die hoger is dan 48 kHz. | - | ||
| Er komt geen geluid uit de midden-luidspreker. | Het uitgangsniveau voor de midden-luidspreker staat op de minimum instelling. | Zet uw midden-luidspreker harder. | 50 |
| “SOUND 1A CENTER” is via het instelmenu op NON (geen) gezet. | Selecteer de juiste instelling voor uw midden-luidspreker. | 41 | |
| Een van de Hi-Fi DSP programma’s (1 t/m 4) is geselecteerd (met uitzondering van 6ch Stereo). | Selecteer een ander DSP geluidsveldprogramma. | 25 – 30 | |
| Het Dolby Digital of DTS ingangssignaal bevat geen midden-kanaal. | - | ||
| Er komt geen geluid uit de achter-luidsprekers. | Het volume voor de achter-luidsprekers is op het minimum ingesteld. | Verhoog de niveaus van de achter-luidsprekers. | 50 |
| Er wordt een mono signaalbron afgespceld met geluidsveldprogramma 9. | Selecteer een ander DSP geluidsveldprogramma. | 25 – 30 | |
| Er komt geen geluid uit de subwoofer. | “SOUND 1E BASS” is via het instelmenu op MAIN gezet terwijl er een Dolby Digital of DTS signaal wordt weergegeven. | Selecteer SWFR of BOTH. | 42 |
| “SOUND 1E BASS” is via het instelmenu op SWFR of MAIN gezet terwijl er een 2-kanaals signaal wordt weergegeven. | Selecteer BOTH. | 42 | |
| Het bronsignaal bevat geen zeer lage tonen (90 Hz of minder). | - | ||
| Slechte weergave van de lage tonen. | “SOUND 1E BASS” is via het instelmenu op SWFR of BOTH gezet terwijl uw systeem geen subwoofer bevat. | Selecteer MAIN. | 42 |
| De instellingen voor de luidsprekers (hoofd, midden, achter en midden achter) komen niet overeen met uw daadwerkelijke luidspreker-configuratie. | Maak de juiste instellingen voor wat betreft de afmetingen van elk van uw luidsprekers. | 41 – 42 | |
| Er komt geen geluid uit de midden achter-luidsprekers. | “SOUND 1C REAR LR” of “SOUND 1D REAR CT” is via het instelmenu op NON (geen) gezet. | Selecteer LRG of SML. | 42 |
| De Dolby Digital EX of DTS-ES decoder is niet ingeschakeld. | Druk op 6.1/5.1 op de afstandsbediening om de decoder in te schakelen. | - | |
| Er klinkt een ‘brom’. | Onjuiste aansluitingen. | Zorg voor goede aansluitingen. Als het probleem niet verdwijnt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. | - |
| Het volumeniveau kan niet worden verhoogd, of de weergave is vervormd. | De op de OUT (REC) aansluitingen van dit toestel aangesloten component staat uit. | Zet de betreffende component aan. | - |
| Geluidseffecten worden niet opgenomen. | De geluidseffecten kunnen niet worden opgenomen. | - | |
| Er kan niet worden opgenomen van een signaalbron door een component die is aangesloten op de DIGITAL OUTPUT aansluiting van dit toestel. | De signaalbron is niet aangesloten op de DIGITAL INPUT aansluitingen van dit toestel. | Sluit de signaalbron aan op de DIGITAL INPUT aansluitingen van dit toestel. | 10 – 12 |
| De DSP parameters en sommige andere instellingen van dit toestel kunnen niet worden gewijzigd. | “OPTION 2 MEM. GUARD” is via het instelmenu op ON gezet. | Zet “OPTION 2 MEM. GUARD” via het instelmenu op OFF. | - |
| Het toestel functioneert niet naar behoren. | De interne microcomputer is op tilt geslagen door een externe elektrische schok (zoals blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit) of door een stroomvoorziening met een te laag voltage. | Haal de stekker uit het stopcontact en doe deze na ongeveer 30 seconden weer terug. | - |
| De aanduiding “CHECK SP WIRES” verschijnt op het display. | De luidsprecker-snocren maken kortsluiting. | Controleer of alle luidspreckerkabels goed zijn aangesloten. | - |
| U ondervindt storing van digitale of hoog-frequente apparatuur, of van dit toestel. | Dit toestel staat te dicht bij de betreffende apparatuur. | Zet dit toestel verder bij de betreffende apparatuur vandaan. | - |
| Het toestel gaat plotseling uit (standby). | De temperatuur binnenin het toestel is te hoog opgelopen en de beveiliging tegen oververhitting is in werking getreden. | Wacht tot dit toestel is afgekoeld en zet het dan weer aan. | - |
Tuner
RX-V640RDS
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Raadpleeg bladzijde | |
| FM | Ruis bij FM stereo- ontvangst. | Vanwege de kenmerken van FM stereo-uitzendingen, kan dit voorkomen wanneer de zender te ver weg is, of het door de antenne geproduceerde ingangssignaal te zwak is. | Controleer de antenne-aansluitingen. Probeer eens een hoge kwaliteits FM richtantenne. | 13 |
| Stem met de hand af. | 32 | |||
| Er treedt vervorming op en ook met een goede FM antenne is goede ontvangst onmogelijk. | Het signaal wordt via verschillende wegen ontvangen. | Zet de antenne zo dat het signaal nog maar op een enkele manier ontvangen wordt. | - | |
| Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | De zender is te zwak. | Probeer eens een hoge kwaliteits FM richtantenne. | - | |
| Stem met de hand af. | 32 | |||
| Eerder voorgeprogrammeerde zenders kunnen niet meer worden opgeroepen. | Het toestel is te lang zonder stroom geweest. | Herhaal de procedure voor het voorprogrammeren. | 33 | |
| AM | Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | Zwak signaal of antenne los. | Zet de aansluitingen van de AM ringantenne goed vast en zet de antenne zo dat u de beste ontvangst verkrijgt. | - |
| Stem met de hand af. | 32 | |||
| Er klinken de hele tijd krakende en sissende geluiden. | Storing kan het resultaat zijn van onweer, TL verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. | Gebruik een geaarde buitenantenne. Dit zal wel wat helpen, maar het zal moeilijk blijven alle storingen te elimineren. | 13 | |
| Er klinken zoemende en huilende geluiden (vooral's avonds). | Er staat een televisie te dicht in de buurt. | Zet dit toestel verder bij de TV vandaan. | - | |
■Afstandsbediening
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Raadpleeg bladzijde |
| De afstandsbediening doet het niet, of niet goed. | Te ver weg of te scherpe hoek. | De afstandsbediening werkt binnen een maximum bereik van 6 m, onder een hoek van niet meer dan 30 graden afwijkend van loodrecht op het voorpaneel. | 7 |
| Er valt direct zonlicht of sterke verlichting (zoals van een TL lamp) op de infraroodsensor van het hoofdtoestel. | Verplaats dit toestel. | - | |
| De batterijen zijn te zwak. | Vervang alle batterijen door nieuwe. | 3 | |
| De fabrikantencode is niet correct ingesteld. | Stel de code correct in. | 48 | |
| Probeer een andere code voor dezelfde fabrikant. | 48 | ||
| Ook als de fabrikantencode correct is ingesteld, is het mogelijk dat bepaalde modellen niet reageren op de afstandsbediening. | - |
WOORDENLIJST
■Dolby Surround
Dolby Surround maakt gebruik van opnamen met 4 analoge kanalen om realistische en dynamische geluidseffecten te reproduceren: 2 linker en rechter hoofdkanalen (stereo), een middenkanaal voor de gesproken tekst (mono) en een achterkanaal voor speciale geluidseffecten (mono). Het achterkanaal reproduceert geluid binnen een beperkt frequentiebereik. Dolby Surround wordt algemeen gebruikt op videobanden en Laserdiscs en door veel TV en kabelzenders. De Dolby Pro Logic decoder die is ingebouwd in dit toestel maakt gebruik van een digitale signaalverwerking die automatisch het volume van de diverse kanalen stabiliseert ter verbetering van bewegende geluidseffecten en de richtingsgevoeligheid.
■Dolby Digital
Dolby Digital is een digitaal surroundsysteem dat u volledig gescheiden multikanaals geluidsweergave biedt. Met 3 voorkanalen (links, midden en rechts) en 2 stereo achterkanalen biedt Dolby Digital u 5 audiokanalen met het volle frequentiebereik. Daarnaast beschikt dit systeem over een extra kanaal speciaal voor lage toon-effecten, het LFE (Lage Frequentie Effect) kanaal, hetgeen het totaal brengt op 5,1 kanalen (het LFE kanaal telt als 0,1 kanaal). Met tweekanaals stereo voor de achter-luidsprekers is het mogelijk bewegende geluidseffecten preciezer weer te geven voor een betere surroundweergave dan mogelijk is met Dolby Surround. Het grote dynamische bereik (het verschil tussen het maximum en het minimum volume) dat kan worden weergegeven door de 5 kanalen met het volle frequentiebereik en de accurate plaatsing van de geluidsbronnen met behulp van de digitale geluidsverwerking waarborgt een voorheen ondenkbaar realistische ervaring. Met dit toestel heeft u de keuze uit een ongeëvenaard aantal geluidsbronnen, van mono tot 5,1 kanaals systemen. Dolby Digital EX produceert 6 uitgangskanalen met het volle frequentiebereik van 5,1 kanaals bronsignalen. Dit wordt bereikt met behulp van een matrix decoder die 3 surroundkanalen berekend uit de 2 in de oorspronkelijke opname. Voor de beste resultaten dient Dolby Digital EX gebruikt te worden met film-soundtracks die zijn opgenomen in Dolby Digital Surround EX. Met dit extra kanaal verkrijgt u een meer dynamische en realistische weergave van bewegende geluidsbronnen, vooral in scènes waarin er iets over of rond je hoofd vliegt.
■Dolby Pro Logic II
Dolby Pro Logic II is een verbeterde techniek voor het decoderen van grote hoeveelheden gegevens van bestaand Dolby Surround materiaal. Deze nieuwe technologie maak weergave van 5 gescheiden kanalen mogelijk met 2 hoofdkanalen links en rechts, een middenkanaal en 2 achterkanalen links en rechts (in plaats van slechts een enkel achterkanaal bij de conventionele Pro Logic technologie). Naast de Movie functie voor weergave van films is er ook een Music functie voor weergave van materiaal met slechts 2 kanalen.
DTS digitale surroundweergave is een 6-kanaals digitaal systeem ontwikkeld ter vervanging van analoge filmsoundtracks dat snel aan populariteit wint in de filmwereld. Digital Theater Systems Inc. heeft een thuistheater-systeem ontwikkeld zodat u bij u thuis kunt profiteren van de ruimtelijke en natuurlijke DTS digitale surroundweergave. Dit systeem is vrijwel vrij van vervorming en levert heldere 6-kanaals weergave (dat wil zeggen, linker, rechter en middenkanalen, 2 achterkanalen, plus een LFE 0,1 kanaal voor de subwoofer dus in andere woorden 5,1 kanalen). Het toestel is uitgerust met een voor DTS-ES geschikte decoder die 6,1 kanaals weergave mogelijk maakt door een midden achterkanaal toe te voegen aan het bestaande 5,1 kanaals formaat.
■Neo:6
Neo:6 decodeert een conventioneel 2-kanaals bronsignaal voor 6-kanaals weergave. Hierdoor wordt een weergave mogelijk over alle kanalen met het volle frequentiebereik met een hogere kanaalscheiding zoals bij weergave van digitale gescheiden signalen. Er zijn twee standen: "Music" voor weergave van muziek en "Cinema" voor bioscoopweergave.
■LFE 0,1 kanaal
Dit kanaal is bedoeld voor de reproductie van de lage tonen. Het frequentiebereik voor dit kanaal loopt van 20 Hz t/m 120 Hz. Dit kanaal wordt maar voor 0,1 kanaal geteld omdat het alleen de lage tonen behelst, in vergelijking met het volle frequentiebereik van de andere 5 kanalen in een Dolby Digital of DTS systeem met 5,1 kanalen.
CINEMA DSP
Omdat de Dolby Surround en DTS systemen oorspronkelijk ontworpen zijn voor gebruik in bioscopen, werken deze het best in grote zalen met veel luidsprekers ontworpen voor de akoestische effecten. Aangezien de omstandigheden bij u thuis, de afmetingen van de kamer, het materiaal van de wanden, het aantal luidsprekers, enz. hiermee waarschijnlijk geen gelijkenis vertoont, zullen er ook verschillen zijn in de geluidsweergave. Gebaseerd op een enorme hoeveelheid verzamelde gegevens van echte uitvoeringsruimten, is de YAMAHA CINEMA DSP in staat YAMAHA's originele geluidsveld-technologie te gebruiken in combinatie met Dolby Pro Logic, Dolby Digital en DTS systemen om zo de kijk- en luisterervaring van de bioscoop bij u thuis te kunnen reproduceren.
■SILENT CINEMA
YAMAHA heeft een natuurlijk, realistisch DSP geluidsveldprogramma voor hoofdtelefoons ontwikkeld. De parameters voor hoofdtelefoons zijn aangepast aan de diverse geluidsvelden zodat alle geluidsveldprogramma's ook via de hoofdtelefoon weergegeven kunnen worden.
■Virtual CINEMA DSP
YAMAHA heeft het Virtual CINEMA DSP geluidsveldprogramma ontwikkeld om virtuele achterluidsprekers te simuleren zodat u ook zonder achterluidsprekers van de DSP geluidsvelden kunt profiteren. Het is zelfs mogelijk om van het CINEMA DSP geluidsveldprogramma te genieten met een minimaal systeem van slechts 2 luidsprekers zonder middenluidspreker.
■PCM (Lineair PCM)
Lineair PCM is een signaalformaat voor ongecomprimeerde gedigitaliseerde analoge geluidssignalen, geschikt voor opname, transmissie en weergave. Dit is de methode waarmee CD's en DVD audio discs zijn opgenomen. Het PCM systeem maakt gebruik van een systeem waarbij het analoge signaal in zeer kleine stukjes wordt gehakt en per stukje gemeten wordt ('bemonsterd'). PCM staat voor "Puls Code Modulatie" en betekent dat het analoge signaal gecodeerd wordt als pulsjes en vervolgens o gemoduleerd voor opname.
■Bemonsteringsfrequentie en aantal kwantificeringsbits
Bij het digitaliseren van een analoog audiosignaal wordt het aantal keren dat het signaal per seconde gemeten wordt de bemonsteringsfrequentie genoemd, terwijl de mate van detail waarin het geluid wordt omgezet in een digitale waarde wordt aangegeven door het aantal kwantificeringsbits.
De signalen die kunnen worden weergegeven hangen mede af van de bemonsteringsfrequentie terwijl het dynamisch bereik, het verschil tussen maximum en minimum volume, afhangt van het aantal kwantificeringsbits. Hoe hoger de bemonsteringsfrequentie, hoe meer frequenties er kunnen worden weergegeven en hoe hoger het aantal kwantificeringsbits, hoe beter het volume kan worden gereproduceerd.
■S-videosignalen
In het S-video systeem wordt het videosignaal dat normaal gesproken wordt doorgegeven via een enkele kabel, gescheiden en doorgegeven via een S-videokabel als een zg. Y signaal voor de luminantie (helderheid) en een C signaal voor de kleuren. Door de S VIDEO aansluiting te gebruiken wordt verslechtering van het videosignaal voorkomen en wordt de beeldkwaliteit optimaal behouden.
■Component videosignaal
Een component videosignaal is opgedeeld in een Y signaal voor de luminantie (helderheid) en P_B en P_R signalen voor de chromatische (kleuren) beeldgegevens. Kleuren kunnen via dit systeem natuurgetrouwer worden gereproduceerd omdat al deze signalen geheel van elkaar gescheiden zijn. Het component signaal wordt ook wel een “kleurverschilsignaal” genoemd, omdat het luminantie-signaal en het kleursignaal van elkaar worden afgetrokken. Een monitor met component video ingangsaansluitingen is vereist om het component videosignaal te kunnen gebruiken.
TECHNISCHE GEGEVENS
AUDIO GEDEELTE
- Minimum RMS uitgangsvermogen voor hoofd, midden, achter, midden-achter
20 Hz t/m 20 kHz, 0,06% THV, 8 Ω .... 85 W
1 kHz, 0,7% THV, 8 Ω .... 105 W
• DIN Standaard uitgangsvermogen [Modellen voor Europa] 1 kHz, 0,7% THV, 4 Ω .... 135 W - IEC uitgangsvermogen
[Modellen voor Europa]
1 kHz, 0,06% THV, 8 Ω .... 100 W
• Maximum uitgangsvermogen (EIAJ) [Modellen voor China, Korea en algemene modellen] 1 kHz, 10% THV, 8 Ω .... 125 W - Dynamisch uitgangsvermogen (IHF) 8/6/4/2 Ω [Modellen voor de VS en Canada] .... 125/155/185/230 W [Overige modellen] .... 115/140/180/225 W
- Dempingsfactor 20 Hz t/m 20 kHz, 8 Ω ....100 of meer
- Frequentierespons CD naar Hoofd L/R .... 10 Hz t/m 100 kHz, -3 dB
- Totale Harmonische Vervorming 20 Hz t/m 20 kHz, 45 W, 8 Ω, Hoofd L/R ....0,06%
- Signaal-ruis verhouding (IHF-A Netwerk) CD (kortgesloten 250 mV) naar Hoofd L/R, Effect uit ..... 100 dB
- Residuele ruis (IHF-A Netwerk) Hoofd L/R 150 µV of minder
- Kanaalscheiding (1 kHz/10 kHz) CD (5,1 kΩ getermincerd) naar Hoofd L/R .... 60 dB/45 dB
- Toonregeling (Hoofd L/R) BASS versterking/verzwakking .... ±10 dB/50 Hz TREBLE versterking/verzwakking .... ±10 dB/20 kHz
- Uitgangsvermogen hoofdtelefoon .... 150 mV/100 Ω
- Ingangsgevoeligheid CD, etc .... 150 mV/47 kΩ 6CH INPUT .... 150 mV/47 kΩ
- Uitgangsniveau OUT (REC) 150 mV/1,2 kΩ OUTPUT MAIN/CENTER/REAR CENTER/ REAR (SURROUND) 2,4 V/1,2 kΩ OUTPUT SUBWOOFER 4 V/1,2 kΩ
VIDEO GEDEELTE
- Videosignaal-type .... NTSC of PAL
• Signaal-ruis verhouding .... 50 dB - Frequentierespons (MONITOR OUT) Composiet, S-Video .... 5 Hz t/m 10 MHz, -3 dB Component .... 5 Hz t/m 30 MHz, -3 dB
- Afstembereik 530/531 t/m 1710/1611 kHz
- Bruikbare gevoeligheid 300 μV/m
ALGEMEEN
- Stroomvoorziening [Modellen voor de VS en Canada] ..... 120 V wisselstroom/60 Hz [Modellen voor Australië] ..... 240 V wisselstroom/50 Hz [Modellen voor het V.K., Europa en Singapore] ..... 230 V wisselstroom/50 Hz [Modellen voor Korea] ..... 220 V wisselstroom/60 Hz [Modellen voor China en algemene modellen] ..... 110/120/220/240 V wisselstroom, 50/60 Hz
- Stroomverbruik [Modellen voor de VS en Canada] .... 320 W/420 VA [Overige modellen] .... 320 W Standby-stand .... 0,9 W of minder
- Netstroom-aansluitingen [Modellen voor de VS, Canada, Europa en Singapore] ...... 2 (maximum totaal 100 W) [Modellen voor China en algemene modellen] ...... 2 (maximum totaal 50 W) [Modellen voor het V.K. en Australië] ...... 1 (maximum 100 W)
- Afmetingen (b x h x d) 435 x 171 x 390 mm
• Gewicht 13,0 kg
*Technische gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.




