Edition Four Limited - Autoradio MAGNAT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Edition Four Limited MAGNAT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Edition Four Limited MAGNAT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Edition Four Limited - MAGNAT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Edition Four Limited van het merk MAGNAT.
GEBRUIKSAANWIJZING Edition Four Limited MAGNAT
met uw nieuwe car hifi eindversterker EDITION FOUR / EDITION FOUR LIMITED kunt u op soevereine wijze beantwoorden aan uw hoge eisen aan de klankweergave in de auto. De EDITION FOUR / EDITION FOUR LIMITED biedt nieuwe kwaliteiten op het gebied van car hifi-weergave in de auto; door de indrukwekkende capaciteitsreserve voor lage bassen, de lage vervormingsfactor of de neutrale weergave. De versterker wordt gekenmerkt door een lage driverstroom, snelle schakeling en een uitmuntende thermische stabiliteit. Door de aaneenschakeling van steeds twee versterkerkanalen tot een versterker in brugbedrijf kan een verbeterde dynamiek worden bereikt in combinatie met een hoger uitgangsvermogen. Beleef hoe dit high tech apparaat op perfecte wijze een groots klankgevoel verleent. Daarmee wensen wij u veel genoegen.
Lees de montageaanwijzing a.u.b. volledig door voordat u met de montage van de versterker begint en voordat u deze in bedrijf neemt.
Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 140 W / 2 x 500 W aan 4 ohm
Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 55 W / 2 x 150 W aan 4 ohm
Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 250 W aan 2 ohm
Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 75 W aan 2 ohm
Luidsprekerimpedantie (stereo) 2 – 8 ohm
Frequentiekarakteristiek 5 – 50 000 Hz (-3 dB)
Totale vervormingsfactor (DIN 45 403) < 0,08% (1 kHz)
Overspraakdemping (IEC 581) > 60 dB (1 kHz)
Ruisspanningsafstand (IEC A) > 100 dB
Ingangsgevoeligheid LOW LEVEL INPUT 0,4 – 4 V
Ingangsimpedantie LOW LEVEL INPUT 20 k ohm
Laagdoorlaatfilter 40 – 300 Hz, 12 dB per octaaf
Hoogdoorlaatfilter
Bas boost
Voeding
Zekering
Afmetingen (B x H x D)
Gewicht
40 – 300 Hz, 12 dB per octaaf
0...12 dB bij 45 Hz
+12 V (10 - 15 V), min aan massa
1 x 30 A
3,1 kg
Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 200 W / 2 x 600 W aan 4 ohm
Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 75 W / 2 x 220 W aan 4 ohm
Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 300 W aan 2 ohm
Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 110 W
Luidsprekerimpedantie (stereo) 2 – 8 ohm
Frequentiekarakteristiek 5 – 50 000 Hz (-3 dB)
Totale vervormingsfactor (DIN 45 403) < 0,08% (1 kHz)
Overspraakdemping (IEC 581) > 60 dB (1 kHz)
Ruisspanningsafstand (IEC A) > 100 dB
Ingangsgevoeligheid LOW LEVEL INPUT 0,4 – 4 V
Ingangsimpedantie LOW LEVEL INPUT 20 k ohm
Laagdoorlaatfilter 40 – 300 Hz, 12 dB per octaaf
Hoogdoorlaatfilter
Bas boost
Voeding
Zekering
Afmetingen (B x H x D)
Gewicht
aan 2 ohm
40 – 300 Hz, 12 dB per octaaf
0...12 dB bij 45 Hz
+12 V (10 - 15 V), min aan massa
2 x 25 A
3,2 kg
TECHNISCHE WIJZIGINGEN VOORBEHOUDEN
2. BIJZONDERHEDEN
Traploos instelbare laagdoorlaatfilter 40 – 300 Hz
- Traploos instelbare hoogdoorlaatfilters 40 – 300 Hz
Traploos regelbare bascorrectie
Instelbare ingangsgevoeligheid
Brugbaar 4-/3-/2-kanaals bedrijf
. Tri-modus bedrijf
Kanaalmodus-keuzeschakelaar
Elektronische contactverbreker tegen kortsluiting, gelijkspannings-offset en boventemperatuur
Mute-schakeling ter onderdrukking schakelklikken
Laagniveau-uitgangen (cinch voetjes) voor de aansluiting van extra versterkers (kanaal 3 en 4)
Bedrijfsindicatie (groene LED) en overbelastingsindicatie (rode LED)
3. BELANGRIJKE INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE
- Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor de aansluiting op een 12 volt systeem met negatieve massa.
De warmte die wordt afgegeven bij de krachtafgifte vereist een plaat van montage met voldoende luchtcirculatie. Het is van groot belang dat de koelribben van de warmteafleider niet tegen een plaat of een oppervlak aanliggen waardoor de luchtcirculatie negatief zou kunnen worden beïnvloed. De versterker mag niet in kleine of ongeventileerde ruimten (bv. holte voor het reservewiel of onder de vloerbedekking van de auto) worden geïnstalleerd. De montage in de kofferbak verdient aanbeveling.
- Monteer de versterker dusdanig dat hij verreweg is beveiligd tegen schokken, vuil en stof.
Let er op dat de in-/uitvoersnoeren ver genoeg van de stroomtoevoerkabels verwijderd zijn omdat er anders gevaar bestaat voor stoorinstraling.
- Let er op dat de zekering en de bedieningselementen na de montage toegankelijk zijn.
Het vermogen en de betrouwbaarheid van de installatie is afhankelijk van de kwaliteit van de montage. Laat de montage bij voorkeur door een vakbedrijf doorvoeren. Dat geldt vooral voor een installatie met verschillende luidsprekers of voor een complex meerwegsysteem.
4. AANSLUITINGEN
4.1 STROOMVOORZIENING EN AUTOMATISCHE INSCHAKELING
Belangrijke aanwijzing: scheid voordat u met de installatie begint de plusklem van de motoraccu. Zo voorkomt u kortsluiting.
De elektrische leidingen die over het algemeen voor auto's worden toegepast in boordnetten zijn niet voldoende voor de behoefte van een eindversterker. Let er op dat de elektrische leidingen naar GND en naar +12 V klem voldoende gemissioneerd zijn. Voor de verbinding van de accu naar de stroomklemmen van de versterker dient een kabeldoorsnede van ten minste 10 mm ^2 te worden gebruikt.
Maak eerst de verbinding tussen de GND-klem en de versterker en de minpool en de accu. Een goede verbinding is van groot belang. Verwijder vuil zorgvuldig van het aansluitingspunt van de accu. Een losse aansluiting kan storing, storend geluid of vervorming veroorzaken.
De versterkeraansluiting +12 V wordt nu met een stroomkabel met geïntegreerde zekering met de plus-pool van de accu verbonden. De zekering moet zich in de buurt van de accu bevinden, de kabel van de pluspool van de accu naar de zekering mag uit veiligheidsoverwegingen niet langer zijn dan max. 60 cm. Plaats de zekering pas na afloop van alle installatiewerkzaamheden inclusief luidsprekeraansluitingen.
Sluit nu de afstandsbedieningsleiding van de car hifi receiver aan op de besturingsbus REM van de versterker. Voor de verbinding tussen de REMOTE-aansluiting van de versterker en het bedieningsapparaat is een kabel met een dwarsdoorsnede van 0,75 mm² voldoende.
4.2 AUDIOKABEL
Bij installatie van de audiokabel tussen de cinchuitgang van de autoradio en de cinchingang van de versterker in de auto dient er zo mogelijk voor gezorgd te worden dat de audiokabel en de voedingskabel niet aan dezelfde kant van de auto worden gelegd. Het verdient de voorkeur de kabels ruimtelijk gescheiden te installeren, d.w.z. de stroomkabel in de linkerkabelschacht en de audiokabel in de rechterkabelschacht of omgekeerd. Hierdoor wordt beïnvloeding van het audiosignaal door stroomstoringen voorkomen.
4.3 LUIDSPREKERAANSLUITINGEN
In de standaard bedrijfsmodus (dat betekent telkens een luidspreker aan elk afzonderlijk versterkerkanaal) bedraagt de kleinste afsluitweerstand 2 ohm per kanaal.
In brugmodus (telkens twee versterkeruitgangen samen geschakeld) wordt de kleinste afsluitweerstand verdubbeld tot op 4 ohm.
- In Tri-modus mag de impedantie niet minder bedragen dan 2 ohm per kanaal.
- Sluit de luidspreker minklemmen nooit aan op het chassis van het voertuig.
Verbind de +12 V voedingsspanning nooit met een luidsprekeruitgang. Hierdoor wordt de versterkeruitgangstrap verwoest. Indien de versterker met lagere afsluitwaarden of zoals boven beschreven fout wordt bedreven, kan hierdoor de versterker zelf en de luidspreker worden beschadigd. In dit geval vervalt de garantie.
5. BEDIENINGSELEMENTEN EN IN-/UITGANGEN
5.1 INSTELLING VAN DE INGANGSGEVOELIGHEID
De ingangsgevoeligheid kan aan elke autoradio of cassettedeck worden aangepast. Draai de volumeregelaar op gemiddeld volume en stel dan de ingangsniveauregelaar (3) dusdanig in, dat er een gemiddelde geluidssterkte hoorbaar is. Bij deze instelling zijn over het algemeen voldoende capaciteitsreserves bij een optimale ruisspanningsafstand gegarandeerd.
ATTENTIE: harde testsignalen slechts kortstondig weergeven om schade van de luidspreker te vermijden.
5.2 LAAGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE
Mochten de kanalen CH1/2 of CH3/4 als subwooferversterker worden gebruikt, zet dan de schakelaar (5) op „LPF“. Stel aan regelaar (4) de gewenste kantelfrequentie in. Daarmee kan de filter worden aangepast aan de betreffende laagweergever. De hoge flanksteilheid van de filter zorgt voor een exacte daling van gemiddelde en hoge frequentiebereiken.
5.3 HOOGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE
Als de versterker wordt gebruikt als versterker voor satellietluidsprekers (midden-/ hogetonenluidspreker), zet de schakelaar (5) dan op "HPF". Stel met de regelaar (4) de gewenste kantelfrequentie in. Op die wijze worden alleen frequenties boven de ingestelde kantelfrequentie versterkt. Hierdoor kan vervorming door te grote membraanslag bij lage frequenties en kleine satellietluidsprekers effectief wordt gereduceerd zonder dat dit een negatieve invloed heeft op het lagetoonniveau.
5.4 BAS-BOOST
Met behulp van de bas-boost-functie wordt een opduw of correctie van de onderste basfrequenties bereikt. De sterkte van de hoogophaling kan met de regelaar (6) traploos ingesteld worden.
5.5 UITGANGEN VOOR DE AANSLUITING VAN EXTRA VERSTERKERS
Het ingangssignaal van de INPUT aansluitingen CH3 en CH4 wordt direct doorgegeven aan de uitgangen OUTPUT. De OUTPUT aansluitingen maken de aansluiting van extra versterkers zonder extra T-stukken en kabel mogelijk.
AFBEELDING 1 STROOMVOORZIENING- / AFSTANDSBEDIENINGSAANSLUITINGEN
(1) Aansluitklem GND voor de massa, naar de minpool van de accu
(2) Aansluitklem REM voor afstandsbediening
(3) Aansluitklem voor +12 V accuspanning
(4) Accu
(5) Kabelzekering
(6) Voor de aansluiting voor de automatische antenne van uw autoradio
Als uw autoradio niet is voorzien van een aansluiting voor de automatische antenne, wordt deze kabel met de plus-pool (+) aangesloten op het contactslot. In dit geval dient er een in-/uitschakelaar tussen te worden geschakeld. Let er op dat deze schakelaar uitgeschakeld wordt als de versterker niet wordt gebruikt.
AFBEELDING 24 KANAAL - BEDRIJF
Als de versterker door een autoradio met 4 uitgangskanalen wordt gestuurd en 4 luidsprekers moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 2 te worden doorgevoerd:
(1) Naar de autoradio, uitgang links voor
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts voor
(3) Naar de autoradio, uitgang links achter
(4) Naar de autoradio, uitgang rechts achter
(5) Luidspreker links voor
(6) Luidspreker rechts voor
(7) Luidspreker links achter
(8) Luidspreker rechts achter
AFBEELDING 3/4 3 KANAAL - MODUS
In de 3-kanaal-modus wordt er gebruik gemaakt van de hoogdoorlaatfilter voor de kanalen 1/2 en de laagdoorlaatfilter voor de kanalen 3/4. Zie alinea 5 voor de toepassing hiervan.
AFBEELDING 3
Als de versterker door een autoradio met stereo-uitgang wordt gestuurd en stereo-satellietluidsprekers en een subwoofer moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 3 te worden doorgevoerd
(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Satellietluidsprekers links
(4) Satellietluidsprekers rechts
(5) Subwoofer
AFBEELDING 4
Als de versterker door een autoradio met stereo-uitgang en een separate subwoofer-uitgang wordt gestuurd en stereo-satellietluidsprekers en een subwoofer moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 4 te worden doorgevoerd
(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Naar de autoradio, subwoofer-uitgang
(4) Satellietluidsprekers links
(5) Satellietluidsprekers rechts
(6) Subwoofer
AFBEELDING 5 2 KANAAL - MODUS
Als de versterker voor het bedrijf van een tweede subwoofer een hoger vermogen moet bereiken, dan dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 5 te worden doorgevoerd. Het gebruik van de toegepaste laagdoorlaatfilter wordt in hoofdstuk 5 beschreven.
(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Subwoofer
(4) Subwoofer
AFBEELDING 6 GEBRUIK ALS VERSTERKER VOOR 4 SATELLIETLUIDSPREKERS EN EEN SUBWOOFER MET TOEPASSING VAN EEN EXTRA 1-KANAAL VERSTERKER (EDITION MONO)
(1) Naar de autoradio, uitgang links voor
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts voor
(3) Naar de autoradio, uitgang links achter
(4) Naar de autoradio, uitgang rechts achter
(5) Luidspreker links voor
(6) Luidspreker rechts voor
(7) Luidspreker links achter
(8) Luidspreker rechts achter
(9) Subwoofer
AFBEELDING 7 BEDIENINGSELEMENTEN EN EN-/UITGANGEN
(1) Laagniveau-ingang
(2) Kanaalmodus-keuzeschakelaar
(3) Ingangsniveauregelaar
(4) Overgangsfrequentieregelaar laagdoorlaat / hoogdoorlaat
(5) Keuzeschakelaar hoogdoorlaatfilter (HPF) / laagdoorlaatfilter (LPF) / lineair (FULL)
(6) Bass-Boost-regelaar
(7) Laagniveau-uitgangen (kanaal 3/4)