BROTHER 2104D - Naaimachine

2104D - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 2104D BROTHER in PDF-formaat.

📄 76 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BROTHER 2104D - page 38
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BROTHER

Model : 2104D

Categorie : Naaimachine

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 2104D - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 2104D van het merk BROTHER.

GEBRUIKSAANWIJZING 2104D BROTHER

- Régler la taille des fronces en choisissant une longueur de point comprise entre 2 et 5 mm. - Régler la quantité de tissu à froncer en choisissant un rapport d’alimentation différentielle compris entre 1,0 et 2,0. REMARQUE : Ne pas pousser ou tirer le tissu.34 Spécifi cations Utilisation Tissus légers à épais Vitesse de couture 1 300 points par minute maximum Largeur de point 2,3 mm à 7 mm Longueur de point (hauteur) 2 mm à 4 mm Mouvement de la barre d’aiguilles 25 mm Pied de biche Type à pression libre Elévation du pied de biche 5 mm à 6 mm Aiguille 130/705H Nombre d’aiguilles et de fi ls Trois/quatre fi ls convertible Deux aiguilles ou une seule Poids net de la machine 5,6 kg Dimensions de la machine 33,5 cm (L) x 29,6 cm (H) x 28,2 cm (P) Jeu d’aiguilles 130/705H. n°80 (2) n°90 (2) SPÉCIFICATIONS36 GEVAAR Het risico van een elektrische schok verminderen De naaimachine moet nooit onbeheerd worden gelaten als ze op het stopcontact is aangesloten. Haal de stekker altijd onmiddellijk na gebruik en vóór het reinigen uit het stopcontact. WAARSCHUWING Het risico van brandwonden, brand, een elektrische schok of letsel verminderen. Zorg ervoor dat de machine niet als speelgoed gebruikt wordt. Grote oplettendheid is geboden als de naaimachine wordt gebruikt door of in de nabijheid van kinderen.2. Gebruik deze naaimachine alleen voor de doeleinden die in deze handleiding beschreven worden. Gebruik alleen accessoires die in deze handleiding door de fabrikant worden aanbevolen. Gebruik de naaimachine nooit als de kabel of de stekker beschadigd is, als ze niet goed werkt, als ze gevallen of beschadigd is of als ze in water is gevallen. Breng de naaimachine terug naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het dichtstbijzijnde servicecentrum voor inspectie, reparatie of elektrische of mechanische afstelling.4. Gebruik de naaimachine nooit als een ventilatieopening afgesloten is. Zorg ervoor dat zich vóór de ventilatieopeningen van de naaimachine en het pedaal geen pluizen en stof ophopen en dat er zich geen losse stukjes stof bevinden.5. Zorg ervoor dat er nooit een voorwerp in een opening valt of geplaatst wordt.6. Gebruik de machine niet buiten.7. Gebruik de machine niet op plaatsen waar spuitbusproducten (sprays) gebruikt worden of waar zuurstof wordt toegediend.8. Als u de machine wilt uitschakelen, draai dan de hoofdschakelaar in de stand “O” (= “UIT”) en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact.9. Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan de kabel te trekken. Pak de stekker vast, niet de kabel. Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Let vooral goed op het gedeelte rondom de naaimachinenaald.11. Gebruik altijd de juiste naaldplaat. Door een verkeerde plaat kan de naald breken.12. Gebruik geen verbogen naalden. Trek niet aan of duw niet tegen de stof tijdens het stikken. Hierdoor kan de naald doorbuigen, waardoor hij breekt. Zet de naaimachine in de stand “O” wanneer u afstellingen uitvoert in de buurt van de naald, zoals het inrijgen, de naald vervangen, de persvoet vervangen etc.15. Haal de stekker altijd uit het stopcontact wanneer afdekkingen worden verwijderd, bij het smeren, of wanneer andere aanpassingen worden gedaan die in de bedieningshandleiding worden genoemd.16. Gevaren in verband met elektriciteit : Sluit de machine aan op een stopcontact met wisselstroom binnen het op de kenplaat aangegeven bereik. Sluit de machine niet aan op een stopcontact met gelijkstroom of omvormer. Als u niet zeker weet welke stoomvoorziening u hebt, neem dan contact op met een gekwalificeerd elektricien.- Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land van aanschaf. Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen of ongeschikte personen zonder toezicht. Jonge kinderen moeten in de gaten gehouden om ervoor te zorgen dat ze niet met de naaimachine gaan spelen.19. Neem de machine niet uit elkaar. Als het LED-lampje (de lichtdiode) beschadigd is, mag alleen een bevoegd vaktechnicus of dealer het vervangen. LET OP! De machine veilig gebruiken1. (Alleen voor de VS) Dit apparaat heeft een gepolariseerde stekker (de ene pen is breder dan de andere) om het risico van een elektrische schok te verminderen; deze stekker past slechts op één manier in een gepolariseerd stopcontact. Als de stekker niet volledig in het stopcontact past, draai hem dan om. Als hij nog steeds niet past, laat u dan een bevoegd elektricien een geschikt stopcontact monteren. Verander in geen geval zelf iets aan de stekker. Zorg ervoor dat u de naalden tijdens het naaien zorgvuldig in de gaten houdt. Raak het handwiel, de naalden, messen of andere bewegende delen niet aan.3. Schakel de aan-/uitschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact in de volgende situaties:- als u de machine niet meer gebruikt; als u de naald of een ander onderdeel vervangt of verwijdert; in geval van stroomuitval terwijl u de machine gebruikt;- als u de machine controleert of reinigt;- als u de machine onbeheerd achterlaat.4. Laat niets op het pedaal liggen.5. Sluit de machine rechtstreeks op het wandstopcontact aan. Gebruik geen verlengkabels. Als de machine in aanraking komt met water, haal dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer.7. Plaats geen meubels op de kabel.8. Buig de kabel niet en trek niet aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.9. Raak de kabel niet met natte handen aan. Plaats de machine in de buurt van het wandstopcontact.11. Plaats de machine niet op een wankel voorwerp.12. Doe de zachte hoes er niet overheen.13. Als u een abnormaal geluid of een abnormale situatie waarneemt, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer.Voor een langere levensduur van uw machine Stel deze machine niet bloot aan direct zonlicht of aan zeer vochtige omstandigheden. Gebruik of berg deze machine niet op in de buurt van een kachel, strijkijzer, halogeenlamp of ander heet voorwerp.2. Gebruik alleen milde zeep of oplosmiddelen om de behuizing te reinigen. Benzeen, thinner en schuurpoeder kunnen de behuizing en machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.3. Laat de machine niet vallen en bescherm hem tegen stoten. Raadpleeg altijd deze handleiding alvorens u de persvoet, naald of andere onderdelen vervangt of aanbrengt, om er zeker van te zijn dat ze correct worden aangebracht.Voor reparatie of afstelling van de machineAls in uw machine een storing optreedt of als er afgesteld dient te worden, raadpleeg dan eerst de tabel “Problemen oplossen” om uw machine zelf te inspecteren en af te stellen. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Bij het gebruik van de naaimachine moeten altijd de standaardveiligheidsinstructies in acht genomen worden, inclusief het volgende. Lees alle instructies voordat u deze machine in gebruik neemt.Nederlands

LET OP! Als u deze naaimachine onbeheerd achterlaat, moeten de aan-/uit- en lichtschakelaar van de machine worden uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact worden getrokken. Bij onderhoudswerkzaamheden aan de naaimachine of wanneer afdekkingen worden verwijderd, dient u de stroomtoevoer naar de machine of het elektrische gedeelte te onderbreken door de stekker uit het stopcontact te trekken.

BELANGRIJK- Wanneer u de stekkerstop vervangt, moet u een door ASTA voor BS 1362 goedgekeurde stop gebruiken, met het -merk, met de sterkte die op de stekker is aangegeven.- Plaats altijd de afdekking van de zekering terug. Gebruik nooit stekkers waarvan de zekering niet is afgedekt.- Als het beschikbare stopcontact niet geschikt is voor de stekker die wordt geleverd bij deze apparatuur, moet u contact opnemen met uw erkende dealer om het juiste snoer te verkrijgen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

Deze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.

VOOR GEBRUIKERS BUITEN DE CENELEC-LANDEN

Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (kinderen inbegrepen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk vermogens, tenzij onder toezicht of met instructies over het gebruik van het apparaat door degene die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Let goed op dat kinderen niet met het apparaat spelen.

VOOR GEBRUIKERS BINNEN DE CENELEC-LANDEN

Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij toezicht of instructies krijgen omtrent het veilige gebruik van het apparaat en als zij de mogelijke gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mag niet zonder toezicht uitgevoerd worden door kinderen.38 GEFELICITEERD MET UW KEUZE VOOR DEZE COMPACTE OVERLOCKMACHINE Dit is een handige machine van hoge kwaliteit. Om optimaal gebruik te kunnen maken van alle functies, adviseren wij u dit boekje aandachtig te bestuderen. Indien u meer informatie wenst over het gebruik van deze machine, dan kunt u te allen tijde contact opnemen met uw dichtstbijzijnde, erkende dealer. Veel plezier! LET OP! Voor het inrijgen of vervangen van een naald schakelt u eerst de aan/uit- en lichtschakelaar van de machine uit, of trekt u de stekker uit het stopcontact. Als de machine niet wordt gebruikt, adviseren wij u de stekker uit het stopcontact te verwijderen om eventuele gevaarlijke situaties te vermijden. Opmerkingen over de motor - De maximale naaisnelheid van deze naaimachine is 1300 steken per minuut, hetgeen zeer snel is, vergeleken met de normale snelheid van 300 tot 800 steken per minuut die een gemiddelde naaimachine haalt. - De motorlagers zijn vervaardigd van een speciale gesinterde en met olie geïmpregneerde metaallegering, gewikkeld in in olie gedrenkte vilt, voor urenlang, ononderbroken gebruik. - Door langdurig gebruik van de naaimachine kan het gebied rond de motor warm worden, maar nooit zodanig dat dit nadelige gevolgen kan hebben voor de prestaties. Zorg dat de ventilatieopeningen aan de zij- en achterkant van de naaimachine altijd vrij blijven van stof en papier. - Wanneer de motor draait, zullen er vonken zichtbaar zijn door de ventilatieopeningen bij de motorsteun, tegenover het handwiel. Deze vonken worden veroorzaakt door de koolborstels en de collector en maken deel uit van de normale werking van de machine.Nederlands

  • De productcode is weergegeven op het typeplaatje van de machine.

Stelschroef voor persvoetdruk

Draadspanningsknop linkernaald

Draadspanningsknop rechternaald

Draadspanningsknop bovenste grijper

Draadspanningsknop onderste grijper

Aan/uit- en lichtschakelaar

Instelknop differentiaalverhouding

Steekbreedteknop In de voorklep

Inrijghendel onderste grijper

Draadgever voor grijpers

Voorklepcompartiment De bijgeleverde accessoires en de verwijderde steekpositievinger kunt u in dit voorklepcompartiment bewaren. <A>: Naaldenset, <B>: Steekpositievinger (indien verwijderd, zie HOOFDSTUK 5 “Smalle overlock/rolzoomsteek”), <C>: Pincet, <D>: Zeskantschroevendraaier

  • Luchtopeningen (aan de zij- en achterkant)Nederlands
  • Welke toebehoren worden meegeleverd hangt af van het machinemodel. Meegeleverde accessoires

Opbergzakje voor accessoires: XB2297001

Reinigingsborsteltje: X75906001

Naaldensetje (130/705H): XB2772001 nr. 80: 2 stuks, nr. 90: 2 stuks

Pedaal: XC7359021 (gebieden met 120 V) XB3112001 (gebieden met 230 V) XB3134001 (Verenigd Koninkrijk) XB3200001 (Argentinië) XB3156001 (Korea) XB3255001 (China) XB3190001 (Australië, Nieuw-Zeeland) XF2826001 (Brazilie 127 V) XB3178001 (Brazilie 220 V)

Optionele accessoires Meer informatie over de volgende artikelen vindt u in HOOFDSTUK 8.

Blindzoomvoet: X76590002

Plooivoet: SA213 (VS, CANADA) X77459001 (OVERIG)

Pipingvoet: SA210 (VS, CANADA) XB0241101 (OVERIG)

Elastiekvoet: SA212 (VS, CANADA) X76663001 (OVERIG)

Afval-opvangbak: XB1530 voor product code 884- B02 Afval-opvangbak: XB2793 voor product code 884- B03

  • Afhankelijk van de kleur van de afval-opvangbak kan de onderdeelcode afwijken. Neem contact op met uw erkende Brother-dealer.* De productcode is weergegeven op het typeplaatje van de machine.42 De machine aansluiten De machine inschakelen

1. Steek de drie-pins stekker in de aansluiting aan

de rechter onderkant van de machine. Steek vervolgens de stekker in een stopcontact.

2. Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar <A> in

de stand “I” (voor uitschakelen in de stand “O”). <A> Werking Wanneer het pedaal iets wordt ingetrapt, begint de machine langzaam te lopen. Hoe dieper het pedaal wordt ingetrapt, des te sneller gaat de machine lopen. Als het pedaal wordt losgelaten, stopt de machine. OPMERKING (alleen voor de VS): Pedaal: Model KD-1902 Dit voetpedaal kan gebruikt worden met de machine met product code 884-B02 en 884-B03.

  • De productcode is weergegeven op het typeplaatje van de machine. Draairichting van het handwiel Het handwiel <A> draait linksom (richting van de pijl). Dit is dezelfde richting als een gewone naaimachine voor huishoudelijk gebruik. De naalden bewegen naar hun hoogste stand als het handwiel zodanig wordt gedraaid dat het merkteken <B> op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. <A><B> Voorklep openen/sluiten Bij het inrijgen van de draad in deze machine moet de voorklep worden geopend. Schuif hem naar rechts

of sluit hem en schuif hem naar links. LET OP! Voor uw eigen veiligheid mag de machine nooit worden gebruikt als de voorklep geopend is. Schakel de machine altijd uit voordat de voorklep wordt geopend.

Persvoet bevestigen/verwijderen

1. Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar uit of

trek de voedingsstekker uit het stopcontact.

3. Draai het handwiel

zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”.)

4. Druk op de knop op de persvoethouder zodat

de standaardpersvoet vrijkomt.

5. Beweeg de persvoet verder omhoog door de

persvoethendel verder omhoog te duwen. Verwijder vervolgens de persvoet en bewaar hem op een veilige plaats.

Beweeg de persvoet nogmaals verder omhoog door de persvoethendel verder omhoog de duwen. Plaats vervolgens de persvoet net onder de persvoethouder <A>, zodanig dat de groef in de onderkant van de persvoethouder <B> in lijn staat met de pen bovenin de voet <C> en daaromheen grijpt. Beweeg vervolgens de persvoethendel omlaag om de persvoet vast te drukken. Druk daarbij op de knop op de persvoethendel. <A><C><B>

Afval-opvangbak De optionele afval-opvangbak <A> vangt de tijdens het naaien afgeknipte stof en draad op. <A> <B>

Aanbrengen: Druk de afval-opvangbak <A> naar binnen, totdat deze de voorklep raakt. OPMERKING: Zorg dat de plaatsingsgeleider <B> tegen die van de machine wordt geplaatst. Verwijderen: Trek de afval-opvangbak langzaam naar buiten. OPMERKING: De optionele afval-opvangbak kan ook worden gebruikt als pedaalhouder. LET OP! Verwijder altijd het pedaal uit de afval-opvangbak voordat de machine wordt gedragen. Naaien met vrije arm (platbodemhulpstuk verwijderen) Wanneer u met de vrije arm naait, kunt u gemakkelijk met pijpvormige stukken werken.

1. Verwijder het platbodemhulpstuk <A>.

<A> OPMERKING: Let op dat u het verwijderde platbodemhulpstuk niet kwijtraakt.

2. Plaats de stof en begin met het naaien.

(Zie HOODFSTUK 5.)44 Mesje verwijderen Om te naaien zonder dat de rand van de stof wordt afgesneden, kunt u het mesje als volgt verwijderen. LET OP! Raak het mesje niet aan. Beweeg de hendel voor het mesje alleen als de naald op zijn laagste punt staat. Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het mesje verwijdert.

1. Trek de hendel voor het mesje <A> omhoog en

vervolgens naar rechts. <A>

2. Beweeg het mesje omlaag.

3. Trek het mesje geheel naar buiten en haal uw

hand van de hendel. Steeklengte De standaardinstelling voor de steeklengte is 3 mm. Om de steeklengte te wijzigen, draait u aan de steeklengteknop aan de rechterkant van de behuizing.

Steeklengte verkorten tot minimaal 2 mm.

Steeklengte verlengen tot maximaal 4 mm. <A> Markering Steekbreedte De normale steekbreedte-instelling voor de gewone overlocksteek is 5mm. Om de steekbreedte te wijzigen, draait u aan de steekbreedteknop.

Steekbreedte vergroten tot maximaal 7 mm.

Steekbreedte verkleinen tot minimaal 5 mm. <A> MarkeringNederlands

Differentiaaltransporteur Deze naaimachine is uitgerust met twee verschillende transporteurs onder de persvoet waarmee de stof door de machine wordt gevoerd. De differentiaaltransporteur regelt de beweging van de voorste en achterste transporteurs. Wordt deze knop ingesteld op 1, dan bewegen beide transporteurs met dezelfde snelheid (verhouding van 1:1). Indien de differentiaalverhouding wordt ingesteld op een waarde kleiner dan 1:1, dan bewegen de voorste transporteurs langzamer dan de achterste, zodat de stof tijdens het naaien wordt uitgerekt. Dit is handig bij lichte stoffen die snel rimpelen. Indien de differentiaalverhouding wordt ingesteld op een waarde groter dan 1:1, dan bewegen de voorste transporteurs sneller dan de achterste, waardoor de stof tijdens het naaien wordt geplooid. Hierdoor wordt het rimpelen van stretchstoffen voorkomen. Instelling differentiaaltransporteur Transport- ver- houdingHoofd-trans-porteur (achter)Differenti-aaltrans-porteur (voor)Effect Toe-passing0,7 - 1,0 Materiaal wordt strakge-trokken.Voorkomt dat dun materiaal rimpelt of samentrekt 1,0 Zonder differenti-aaltrans-porteur.Normaal naaien1,0 - 2,0Materiaal wordt geplooid of samenge-drukt.Voorkomt dat stretchstoffen uitrekken of rimpelen De normale instelling van de instelknop voor de differentiaaltransporteur is 1,0. Om de differentiaaltransporteur in te stellen, draait u aan de knop aan de rechteronderkant van de behuizing.

Groter dan 1,0 Kleiner dan 1,0 <A> Markering Een voorbeeld Wanneer stretchstof wordt genaaid zonder gebruik van de differentiaaltransporteur, gaan de randen van de stof golven. Door de transportverhouding van 1,0 te wijzigen in een waarde dichter bij 2,0, kunt u een gladdere afwerking krijgen. (De beste transportverhouding is afhankelijk van de elasticiteit van de stof.) Hoe elastischer de stof, hoe dichter bij 2,0 de instelling van de differentiaalverhouding moet zijn. Maak een proefl apje om de juiste instelling te vinden. LET OP! Bij het naaien van dikke, niet-elastische stof zoals bijvoorbeeld denim, mag de differentiaaltransporteur niet worden gebruikt, omdat dit de stof kan beschadigen. Persvoetdruk instellen Draai aan de stelschroef voor de persvoetdruk aan de linkerbovenkant van de machine. U kunt de juiste instelling vinden met behulp van de waarde op de schroef. De normale instelling is “2”.

Minder druk Meer druk<A> Markering46 Draadspanningsknop Er is een draadspanningsknop voor elk van de naalddraden en de bovenste en onderste grijperdraad. De instelling van de draadspanning is afhankelijk van de dikte van de stof en het gebruikte garen. Het kan dus nodig zijn de draadspanning aan te passen wanneer er van stof wordt veranderd.

De gele draadspanningsschijf is voor de linkernaald.

De roze draadspanningsschijf is voor de rechternaald.

De groene draadspanningsschijf is voor de bovenste grijper.

De blauwe draadspanningsschijf is voor de onderste grijper. Draadspanningsregeling In de meeste gevallen zult u met draadspanning “4” het gewenste resultaat behalen. (Standaard: SPAN 60/3Z) Indien de kwaliteit van de steken onvoldoende is, kiest u een andere instelling voor de draadspanning.

<A> Markering voor de draadspanning

Voor hogere spanning: 4 tot 7

Voor lagere spanning: 2 tot 4

Voor gemiddelde spanning: 5 tot 3 Als u de juiste spanning niet kunt vinden, raadpleeg dan de tabellen op de volgende pagina’s. LET OP! Zorg dat het garen goed in de spanningsschijven is geplaatst.Nederlands

Overzicht voor het instellen van de draadspanning, twee naalden (vier draden) A: Achterkant B: Goede kant C: Linker naalddraad D: Rechter naalddraad E: Draad van bovenste grijper F: Draad van onderste grijper

Linker naalddraad is te los.Zet linker naalddraad strakker. (geel) Ga bij het afstellen van de draadspanning als volgt te werk: (1) Linker naalddraad (2) Rechter naalddraad (3) Bovenste grijperdraad (4) Onderste grijperdraad Dit is de beste manier om de juiste draadspanning te verkrijgen. Rechter naalddraad is te los. Zet rechter naalddraad strakker. (roze)Linker naalddraad is te strak.Zet linker naalddraad losser. (geel)Rechter naalddraad is te strak.Zet rechter naalddraad losser (roze).Bovenste grijperdraad is te strak.Zet bovenste grijperdraad losser (groen)Onderste grijperdraad is te los. Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)Bovenste grijperdraad is te los. Zet bovenste grijperdraad strakker (groen).Onderste grijperdraad is te strak.Zet onderste grijperdraad losser (blauw).Bovenste grijperdraad is te los. Zet bovenste grijperdraad strakker (groen)Onderste grijperdraad is te los. Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)48 Overzicht voor het instellen van de draadspanning, één naald (drie draden) A: Achterkant B: Goede kant C: Naalddraad D: Draad van bovenste grijper E: Draad van onderste grijper

Ga bij het afstellen van de draadspanning als volgt te werk: (1) Naalddraad (2) Bovenste grijperdraad (3) Onderste grijperdraad Dit is de beste manier om de juiste draadspanning te verkrijgen. Naalddraad is te los. Zet naalddraad strakker. (geel of roze) Naalddraad is te strak. Zet naalddraad losser. (geel of roze) Bovenste grijperdraad is te strak. Zet bovenste grijperdraad losser (groen) Onderste grijperdraad is te los. Zet onderste grijperdraad strakker (blauw) Bovenste grijperdraad is te los. Zet bovenste grijperdraad strakker (groen). Onderste grijperdraad is te strak. Zet onderste grijperdraad losser (blauw). Bovenste grijperdraad is te los. Zet bovenste grijperdraad strakker (groen) Onderste grijperdraad is te los. Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)Nederlands

Naald Voor deze machine kunt u naalden voor gewone huishoudelijke naaimachines gebruiken. De aanbevolen naald is 130/705H (nr. 80 of nr. 90). Naaldomschrijving

Achterkant (platte kant) Voorkant Groef

Platte kant Leg de naald met de platte kant op een vlakke ondergrond en controleer of de ruimte overal gelijk is.

OPMERKING: Maatregelen tegen beschadiging van de stof <A>. <A> Door de naald 130/705H SUK (nr. 90) BALLPOINT te gebruiken, kan beschadiging van de stof worden beperkt. Naald verwijderen / aanbrengen <A> Linkernaald verwijderen/aanbrengen <B> Rechternaald verwijderen/aanbrengen

Vastdraaien Losdraaien Verwijderen:

1. Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar uit (OFF).

2. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken

op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”.)

3. Draai de desbetreffende

naaldbevestigingsschroef los door de meegeleverde zeskantschroevendraaier in de richting van

in de afbeelding te draaien, en verwijder de naald. Aanbrengen:

1. Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar uit (OFF).

2. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken

op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine.

3. Neem de naald in de hand met de platte kant

van u af en duw hem zo ver mogelijk in de naaldhouder naar boven.

4. Draai de desbetreffende

naaldbevestigingsschroef goed vast door de meegeleverde zeskantschroevendraaier in de richting van

in de afbeelding te draaien. OPMERKING: Zorg dat naalden altijd geheel in de houder worden geplaatst. Als de naalden goed zijn aangebracht, zit de rechternaald iets lager dan de linkernaald. LET OP! Zet de naaimachine altijd uit voordat u de naald verwijdert/aanbrengt. Laat de naald of naaldbevestigingsschroef niet in de machine vallen, omdat deze anders beschadigd kan raken.50 HOOFDSTUK 2

VOORBEREIDINGEN VOOR HET INRIJGEN

Draadgeleider Zet de telescoopstang van de draadgeleider in de hoogste stand. Zorg dat de draadgeleiders recht boven de klospennen staan, zoals aangegeven in de onderstaande illustratie.

Draadhouder op de draadgeleider

Het gebruik van het kloskapje Bij gebruik van klosjes, moet het kloskapje worden gebruikt zoals hieronder staat afgebeeld. Zorg dat de inkeping op het klosje aan de onderkant zit.

Kloskapje Het gebruik van het garennetje Wanneer u naait met los gewonden nylongaren, adviseren wij u het bij de machine geleverde netje om het klosje te trekken, om te voorkomen dat het garen van het klosje glijdt. Maak het netje precies passend voor het klosje. Vóór het inrijgen

1. Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar voor de

2. Zet de persvoet omhoog met gebruik van de

3. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken

op het handwiel <A> in lijn staat met de streep <B> op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”.) <A><B>Nederlands

HOOFDSTUK 3 INRIJGEN

5. Leid de draad door de geleider naar beneden door de inrijgpunten

naast de blauwe kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding. OPMERKING:Zorg dat de draad door beide draadgevers wordt geleid.Ga verder met “Snelle inrijgmethode voor de onderste grijper”. Snelle inrijgmethode voor de onderste grijper 1. Schuif de inrijghendel voor de onderste grijper <A> naar rechts.De onderste grijper <B> beweegt naar de positie zoals hieronder staat afgebeeld. <A> <B><B> LET OP! Schuif de inrijghefboom alleen in de richting die door de pijl wordt aangegeven. Als u de inrijghefboom krachtig in een andere richting beweegt, kan hij beschadigd raken.Zorg dat de naald in de bovenste stand staat, voordat u de inrijghendel voor de onderste grijper verplaatst.2. Leid de draad zoals in de afbeelding. LET OP! Zet de machine voor het inrijgen uit voor de veiligheid.Het inrijgen dient te worden gedaan in de onderstaande volgorde. 1. Onderste grijper2. Bovenste grijper3. Rechternaald4. Linkernaald Onderste grijper inrijgen Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de blauwe kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

1. Open de voorklep door hem naar rechts te schuiven en de bovenkant naar u toe te halen.2. Leid de draad van de spoel direct naar boven en van achter naar voren door draadhouder

en draadplaat aan de draadgeleider.3. Rijg de draad door opening bovenop de machine.4. Rijg de draad door de draadspanningsschijf

die zich in de draadgeleider naast de blauwe draadspanningsknop bevindt.52

3. Leid de draad door het oog van de onderste

4. Draai langzaam aan het handwiel en zorg dat

de grijper terugkeert naar zijn oorspronkelijke positie. OPMERKING: Als de onderste grijperdraad breekt tijdens het naaien, moet de draad van beide naalden worden afgeknipt en verwijderd. Bij het opnieuw inrijgen van de onderste grijper moet precies de in de afbeelding getoonde volgorde worden aangehouden. De machine werkt niet goed als de draad niet in de juiste volgorde is ingeregen. LET OP! De naalddraden mogen pas worden ingeregen nadat de onderste en bovenste grijper zijn ingeregen.Nederlands

5. Leid de draad door de geleider naar beneden

door de inrijgpunten

naast de groene kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding. OPMERKING: Zorg dat de draad alleen door de bovenste draadgever

6. Leid de draad door het oog van de bovenste

OPMERKING: Indien de bovenste grijperdraad tijdens het naaien breekt: Dit kan gebeuren als de onderste grijperdraad vast komt te zitten aan de bovenste grijper. Als dit gebeurt, laat u de bovenste grijper zakken door het handwiel te draaien zodat u de onderste grijperdraad kunt losmaken van de bovenste grijper. Vervolgens dient de bovenste grijper ten minste vanaf de draadspanningsschijf opnieuw te worden ingeregen. Bovenste grijper inrijgen Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de groene kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

1. Open de voorklep door hem naar rechts te

schuiven en de bovenkant naar u toe te halen.

2. Leid de draad van de spoel direct naar boven

en van achter naar voren door draadhouder

aan de draadgeleider.

3. Rijg de draad door opening

4. Rijg de draad door de draadspanningsschijf

die zich in de draadgeleider naast de groene draadspanningsknop bevindt.54 Inrijgen van de rechter naald Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de roze kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

1. Leid de draad van de spoel direct naar boven

en van achter naar voren door draadhouder

aan de draadgeleider.

2. Rijg de draad door opening

3. Rijg de draad door de draadspanningsschijf

die zich in de draadgeleider naast de roze draadspanningsknop bevindt.

4. Leid de draad door de geleider naar beneden

door de inrijgpunten

naast de roze kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding. OPMERKING:Zorg dat de draad door de rechterkant van de separator <A> loopt.

5. Trek de draad naar beneden en van voor naar

achter door de draadgeleider van de naaldstang en door de rechternaald

(Links: twee naalden / rechts: één naald) Linkernaald inrijgen Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de gele kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

1. Leid de draad van de spoel direct naar boven

en van achter naar voren door draadhouder

aan de draadgeleider.

2. Rijg de draad door opening

3. Rijg de draad door de draadspanningsschijf

die zich in de draadgeleider naast de gele draadspanningsknop bevindt.

4. Leid de draad door de geleider naar beneden

door de inrijgpunten

naast de gele kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding. OPMERKING:Zorg dat de draad door de linkerkant van de separator <A> loopt.

5. Trek de draad naar beneden en van voor naar

achter door de draadgeleider van de naaldstang en door de linkernaald

(Links: twee naalden / rechts: één naald)Nederlands

Materiaal Steek Steeklengte (mm) Draad Naald Dunne stoffen: Crêpe georgette Batist Organdie Tricot Overlocksteek 2,0-3,0 Gewonden, nr. 80-90 Katoen, nr. 100 Tetron, nr. 80-100 130/705H nr. 80 Dunne stoffen: Crêpe georgette Batist Organdie Tricot Smalle overlock/ rolzoomsteek R-2,0 Naalddraad: Gewonden, nr. 80-90 Tetron, nr. 80-100 Grijperdraad: Wollig nylongaren Gewonden, nr. 80-90 Tetron, nr. 80-100 130/705H nr. 80 Middelzware stoffen: Popeline Gabardine Stretch Overlocksteek 2,5-3,5 Gewonden, nr. 60-80 Katoen, nr. 60-80 Tetron, nr. 60-80 130/705H nr. 80 nr. 90 Middelzware stoffen: Popeline Smalle overlock/ rolzoomsteek R-2,0 Naalddraad: Gewonden, nr. 60-80 Tetron, nr. 60-80 Grijperdraad: Wollig nylongaren Gewonden, nr. 60-80 Tetron, nr. 60-80 130/705H nr. 80 nr. 90 Dikke stoffen: Tweed Denim Gebreide Overlocksteek 3,0-4,0 Katoen, nr. 50-60 Gewonden, nr. 60 Tetron, nr. 50-60 130/705H nr. 90 OPMERKING: Voor naaien met sierdraad wordt geadviseerd de bovenste grijper te gebruiken.56 HOOFDSTUK 5 NAAIEN Steekselectie Selecteer het steekpatroon voordat u begint te naaien. Met deze naaimachine kunnen vijf verschillende steken worden genaaid. Volg hiervoor eenvoudig de onderstaande stappen: Vierdraads overlocksteek Maak gebruik van alle vier draden en twee naalden voor het produceren van vierdraads overlocksteken. Gebruik: Produceert een sterke naad. Ideaal voor het naaien van gebreide en geweven stoffen. Driedraads overlocksteek 5 mm Maak gebruik van drie draden en de linkernaald voor het produceren van naden van 5 mm. Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor middelzware tot zware stoffen. OPMERKING: Verwijder de rechternaald bij het naaien van deze overlocksteek. Driedraads overlocksteek 2,8 mm Maak gebruik van drie draden en de rechternaald voor het produceren van naden van 2,8 mm. Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor lichte tot middelzware stoffen. OPMERKING: Verwijder de linkernaald bij het naaien van deze overlocksteek. Smalle overlocksteek 2,0 mm en Omgerolde overlocksteek 2,0 mm Toepasbaar als decoratieve of afwerksteek. Raadpleeg voor meer gegevens “Smalle overlock/ rolzoomsteek” in dit hoofdstuk. OPMERKING: Voor een nog grotere diversiteit aan steken kunt u de optionele accessoirevoet gebruiken. Zie voor meer gegevens HOOFDSTUK 8. Proefl apje naaien Maak een proefl apje voordat u begint met uw naaiwerk.

1. Stel de spanning van alle draden in op “4”.

2. Breng de draden op de machine aan en trek

alle draden circa 15 cm naar buiten achter de persvoet.

3. Breng een overgebleven lapje stof onder de

persvoet om een proefl apje te naaien. OPMERKING: Zorg altijd dat de persvoet omhoog staat voordat de stof eronder wordt gebracht. U kunt niet beginnen met het naaien als de stof onder de voet wordt geschoven zonder dat de persvoet omhoog wordt gebracht.Nederlands

2. Beweeg de persvoet omhoog en breng de stof

op de juiste manier onder de persvoet voordat u met het naaien begint. Naai langzaam een paar steken met behulp van het handwiel.

3. De stof wordt automatisch ingevoerd. U hoeft

de stof alleen maar in de juiste richting te leiden.

4. Controleer de structuur van de steek

(steekketting) om te zien of deze gelijkmatig is. Als de steek niet gelijkmatig is, controleert u opnieuw of het inrijgen op de juiste manier en in de juiste volgorde is uitgevoerd.

5. Volg de geleider voor evenwijdige naden

om de naden van de stof gelijkmatig af te snijden. Met de steekbreedteknop op “5” wordt de schaalverdeling van de geleider voor evenwijdige naden 9,5, 12,7, 15,9 en 25,4 mm.

Persvoet Bovenste mesje Geleider voor evenwijdige naden Stof verwijderen Als de naad gereed is, laat u de machine op een lage snelheid draaien om de kettingsteek af te werken. Knip vervolgens de steken op 5 cm van het naaiwerk af. Als er te weinig werd getransporteerd om af te werken, trekt u zachtjes aan de draad.

4. Voordat u het pedaal gebruikt, draait u, terwijl

u met uw linkerhand alle draden vasthoudt, het handwiel langzaam een paar slagen naar u toe om te zien of de draden worden ineengevlochten. Afwerken met kettingsteek Als het proefl apje gereed is, houdt u het pedaal iets ingetrapt en werkt u af met een kettingsteek van circa 10 cm. De draden zullen vanzelf in de vorm van een ketting worden ineengevlochten. OPMERKING: Als de draadspanning niet goed in balans is, zal het resultaat van het afwerken ongelijkmatig zijn. Trek lichtjes aan de draden als dit gebeurt. Controleer de inrijgvolgorde en stel de draadspanning af om een gelijkmatige ketting te verkrijgen. (Zie HOOFDSTUK 1, “Draadspanningsknop”.) Beginnen met naaien

1. Rijg de draden op de machine in en trek alle

draden circa 15 cm achter de persvoet naar buiten.58 De ketting vastzetten Er zijn twee methoden om de ketting vast te zetten. Methode 1 Zet de ketting met de machine vast aan het begin en aan het eind van een steek. Aan het begin van een steek

1. Naai nog een paar steken na het afwerken met

een kettingsteek van 5cm.

3. Doe de ketting onder de persvoet en naai

eroverheen terwijl u de ketting naar u toe trekt.

4. Nadat u een paar steken genaaid heeft, snijdt u

de overtollige ketting af zoals in de afbeelding wordt weergegeven. Aan het eind van een steek

1. Aan het eind van de naad naait u één steek

buiten de stof voordat u de machine stopt.

2. Breng de persvoet en naalden omhoog en draai

vervolgens de stof om.

3. Laat de naalden en de persvoet op dezelfde

4. Naai over de naad en let daarbij op dat de

aanwezige naad niet met een mes wordt doorgesneden.

5. Nadat u enkele steken heeft genaaid,

werkt u de stof af zoals in de afbeelding is weergegeven.

6. Knip de draden af met een schaar.

Methode 2 Met deze methode kan de ketting aan het begin en aan het eind van een steek op dezelfde manier worden vastgezet.

1. Leg een knoop in de draden van de ketting.

2. Steek de ketting met behulp van een handnaald

met een groot oog in het eind van de naad.

3. Zet de ketting vast met een druppel stofl ijm

en knip de extra steken af nadat de lijm is gedroogd.Nederlands

Als de draad breekt tijdens het naaien Verwijder de stof en rijg de draden opnieuw in de juiste volgorde in: onderste grijper, bovenste grijper, rechternaald en linkernaald. (Zie voor het opnieuw inrijgen HOOFDSTUK 3 “Inrijgen”.) Plaats het materiaal weer onder de persvoet en naai 3-5 cm over de vorige steken. LET OP! Laat geen rechte spelden in de stof achter bij het naaien, omdat hierdoor de naalden en mesjes worden beschadigd. Dunne stoffen naaien

1. Stel de druk van de persvoet zodanig af dat de

stof niet rimpelt en er bochten kunnen worden genaaid. (Zie HOOFDSTUK 1 “Persvoetdruk instellen”.)

2. Zet de draadspanning losser, maar denk eraan

dat bij een te lage spanning de draad kan breken en steken kunnen worden overgeslagen. Smalle overlock/rolzoomsteek De smalle overlock/rolzoomsteek is een decoratieve afwerking voor lichte of middelzware stoffen. Ze wordt vaak gebruikt als afwerking voor de rand van de stof. Voor deze steek verwijdert u de linkernaald en past u de driedraads overlocksteek toe. Instructies voor zowel smalle overlock- als rolzoomsteken LET OP! Zet de naaimachine uit voordat u een naald verwijdert of aanbrengt.

1. Verwijder de linkernaald.

OPMERKING:Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad” voor de aanbevolen naald en draad.

2. Rijg de machine in voor een driedraads

overlock voor de rechternaald.

3. Verwijder de steekpositievinger <A>.

Beweeg de persvoethendel omhoog.

Trek alle draden naar de achterkant van de machine.

Controleer om er zeker van te zijn dat de draad niet meer om de steekpositievinger gedraaid zit.

Draai aan het handwiel totdat de bovenste grijper in de laagste stand staat.

Trek de steekpositievinger naar rechts en verwijder hem. <A>60 Er is een opbergruimte voor de steekpositievinger <A> aan de binnenkant van de voorklep. [Product code : 884-B02] <A><A>

  • De productcode is weergegeven op het typeplaatje van de machine.OPMERKING:Zorg dat de steekpositievinger geplaatst is wanneer normale overlocksteken worden genaaid.

4. Stel de steekbreedteknop in op stand “R”.

5. Stel de steeklengte in.

Stel de steeklengteknop in van stand “R naar 2” (voor smalle overlocksteek: R naar 2, voor rolzoomsteek: R).

Overzicht voor smalle overlock/rolzoomsteek Rolzoomsteek Smalle overlocksteek Steekstijl Onderkant van materiaal Bovenkant van materiaal Onderkant van materiaal Bovenkant van materiaal Materialen Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”. Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”. Naalddraad Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”. Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”. Draad van bovenste grijper Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”. Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”. Draad van onderste grijper Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”. Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”. Steeklengte R (R-2,0) R (R-2,0) Steekbreedte R (R-6) R (R-6) Steekvinger Verwijderd Verwijderd Draadspanning Naalddraad Draad van bovenste grijper Draad van onderste grijper Voor dunne stoffen 4 (3 - 5) 5 (4 - 6) 7 (6 - 8) Voor middelzware stoffen 5 (4 - 6) 5 (4 - 6) 7 (6 - 8) Voor dunne stoffen 4 (3 - 5) 5 (4 - 6) 5 (4 - 6) Voor middelzware stoffen 5 (4 - 6) 6 (5 - 7) 6 (5 - 7)62 HOOFDSTUK 6 PROBLEMEN OPLOSSEN Deze naaimachine is ontwikkeld voor probleemloos gebruik. In de onderstaande tabel worden echter problemen opgesomd die kunnen optreden als de standaardinstellingen niet correct worden uitgevoerd. Probleem Oorzaak Oplossing

1. Geen transport Persvoetdruk te laag Draai de stelschroef voor de

persvoetdruk rechtsom om de persvoetdruk te verhogen. (Zie pagina 45.)

2. Naalden breken 1. Verbogen naalden of stompe

naaldpunt Vervang door een nieuwe naald. (Zie pagina 49.)

2. Verkeerd aangebrachte naalden Breng naalden correct aan.

3. Met te veel kracht aan de stof

getrokken Niet te hard tegen de stof duwen of eraan trekken tijdens het naaien.

3. Draden breken 1. Verkeerd ingeregen Rijg op de juiste manier in.

2. Draad in de knoop Controleer klospen, draadhouders

enz. en verwijder in de knoop geraakte draad.

3. Draadspanning te hoog Pas de draadspanning aan.

4. Verkeerd aangebrachte naalden Breng naalden correct aan.

5. Verkeerde naald Gebruik correcte naald.

130/705H - aanbevolen (zie pagina 49.)

4. Overgeslagen steken 1. Verbogen naald of stompe naaldpunt Vervang door een nieuwe naald.

2. Verkeerd aangebrachte naald Breng naald correct aan.

3. Verkeerde naald Gebruik correcte naald.

130/705H - aanbevolen (zie pagina 49.)

4. Verkeerd ingeregen Rijg op de juiste manier in.

5. Persvoetdruk te laag Draai de stelschroef voor de

persvoetdruk rechtsom om de persvoetdruk te verhogen. (Zie pagina 45.)

5. Geen gelijkmatige steken Draadspanningen zijn niet correct

ingesteld Pas de draadspanning aan. (Zie pagina 46-48.)

6. Stof trekt samen 1. Draadspanning te hoog Verlaag de draadspanning tijdens het

naaien van lichte of dunne stof. (Zie pagina 46-48.)

2. Verkeerd ingeregen of draad in de

knoop Rijg op de juiste manier in. (Zie pagina 51-54.)Nederlands

HOOFDSTUK 7 ONDERHOUD Reinigen LET OP! Schakel de machine vóór reiniging uit. Draai het handwiel en beweeg de naalden naar beneden. Verwijder regelmatig stof, afgeknipte stof en draad met het meegeleverde reinigingsborsteltje. Smeren Om de machine soepel en geruisloos te laten werken, moeten de bewegende delen van de machine (met pijlen aangegeven) regelmatig worden gesmeerd. LET OP! Schakel de machine uit voordat de voorklep wordt geopend en met smeren wordt begonnen. OPMERKING:Zorg ervoor dat de machine vóór gebruik gesmeerd wordt.Vóór het smeren altijd eerst zorgen dat de machine vrij is van stof en pluizen.Bij gemiddeld gebruik moet de machine een tot twee keer per maand worden gesmeerd. Bij intensief gebruik moet de machine eenmaal per week worden gesmeerd.64 HOOFDSTUK 8

PLAATSING VAN OPTIONELE VOET

5. Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de

stof met de gevouwen zijde aan de linkerkant zodanig in dat de naald tijdens het naaien precies door de gevouwen zijde gaat.

6. Beweeg de persvoethendel naar beneden

en zet de stofgeleider in de richting van de gevouwen zijde.

7. Stel de geleiderpositie van de persvoet in met

de stelschroef, zodat de naald de vouw in de stof iets raakt. In dit geval vormt de dikte van de stof het uitgangspunt. Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de stofgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links.

Stofgeleider Om de positie van de stofgeleider in te stellen, moet een proefl apje van dezelfde stof worden genaaid.

8. Naai, terwijl u de stof met de hand vouwt, op

zo’n manier dat de naald de rand van de vouw precies raakt.

9. Open de stof zoals in de afbeelding is

weergegeven. Gebruik voor het beste resultaat een fi jne draad met een kleur die bij de stof past. De steek zal dan aan de goede zijde van de stof nauwelijks te zien zijn. Flatlocksteken De fl atlocksteek wordt hoofdzakelijk gebruikt voor decoratieve afwerking. De afwerksteek kan eruit zien als een ladder of dunne evenwijdige lijnen als de stof strak wordt getrokken. Aanbevolen instellingen - Steekbreedte: 5 mm - Steeklengte: 2-4 mm - Draadspanning naald: 0-3 - Draadspanning bovenste grijper: 2-5 - Draadspanning onderste grijper: 6-9 LET OP! Schakel de machine uit tijdens het vervangen van de persvoet. Blindzoomvoet Functies Met de blindzoomvoet (multipurposevoet) kunt u tegelijkertijd blindzomen en overlocken. Dit is ideaal bij het naaien van manchetten, broeken, zakken, het zomen van rokken enz. De steekgeleider op deze voet is ook nuttig bij het naaien van speciale steken zoals fl atlock, pintuck en andere decoratieve steken. Blindzomen De blindzoomsteek wordt gebruikt voor het maken van een bijna onzichtbare zoom in kleding of voor interieurdecoratie. Gebruik hem om broeken, rokken of gordijnen te zomen. Aanbevolen instellingen - Steekbreedte: 5 mm - Steeklengte: 3 - 4 mm - Draadspanning naald: enigszins slap (0-2) - Draadspanning bovenste grijper: enigszins strak (5-7) - Draadspanning onderste grijper: enigszins slap (2-4) Werkwijze

1. Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1

“Persvoet bevestigen/verwijderen”).

2. Stel de machine in op driedraads overlocksteek

met één naald in de linkerpositie. De rechternaald moet verwijderd worden.

3. Draai de stof met de verkeerde kant naar

buiten, vouw de stof één keer en vouw daarna terug naar op de vereiste breedte, zoals in de afbeelding is weergegeven.

Achterkant Naaldbaan Het naaien gaat gemakkelijker als vóór het naaien een vouw wordt gestreken in de gevouwen stof.

4. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken

op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”).Nederlands

1. Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1

“Persvoet bevestigen/verwijderen”).

2. Stel de machine in op driedraads overlocksteek

met één naald in de linkerpositie. De rechternaald moet verwijderd worden.

3. Vouw de stof zoals in de afbeelding is

4. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken

op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”).

5. Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de

stof met de gevouwen zijde zodanig in dat de naald precies door de vouw gaat.

6. Beweeg de persvoethendel naar beneden

en zet de stof-geleider in de richting van de gevouwen zijde.

7. Stel de geleiderpositie van de persvoet in met

de stelschroef, zodat de naald omlaag gaat naar een positie die 2,5 tot 3,0 mm binnen de gevouwen zijde van de stof ligt. Hierdoor komen sommige steken buiten de gevouwen zijde uit.

Stelschroef Stofgeleider Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de stofgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links. Om de positie van de stofgeleider in te stellen, kan een proefl apje van dezelfde stof worden genaaid.

8. Naai met een constante snelheid langs de

vouw, terwijl u de stukken stof bij elkaar houdt.

9. Als het stikken gereed is, vouw dan de stof

open (plat). Beide afwerksteken kunnen gebruikt worden op de goede zijde van de stof. Als u naait met de verkeerde zijden tegen elkaar, versiert de bovenste grijperdraad de goede zijde wanneer deze wordt opengevouwen. Als u naait met de goede zijden tegen elkaar, versiert de naalddraadladder de goede zijde wanneer deze wordt opengevouwen. OPMERKING: Deze methode is niet geschikt voor dunne stoffen. Pintucksteken De pintucksteek gebruikt een omgerolde zijde om bij elke klus de stof vorm te geven en te decoreren. Draad in een contrasterende kleur in de bovenste grijper voegt een accent aan uw werkstuk toe. Bij dunne stoffen kunt u beter een fi jne draad kiezen, zodat het naaien soepel verloopt. Werkwijze

1. Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1

“Persvoet bevestigen/verwijderen”).

2. Stel de machine in op smalle overlocksteek.

(Raadpleeg HOOFDSTUK 5 “Smalle overlock/ rolzoomsteek”.)

3. Trek met een stofpotlood op de stof lijnen

op gelijke afstand als markering voor de pintucksteken Vouw de stof langs een van de lijnen en pers de vouw er licht in met een strijkijzer.

Lijnen trekken In tweeën vouwen

4. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken

op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”).

5. Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de

stof met de gevouwen zijde zodanig in dat de naald precies door de gevouwen zijde gaat.

6. Beweeg de persvoethendel naar beneden

en zet de stofgeleider in de richting van de gevouwen zijde.66

7. Breng de geleider van de blindzoomvoet

in lijn met de lijn op de rechterzijde van de steekpositievinger. Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de steekgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links.

8. Breng de vouw in lijn met de geleider en voer

de stof in tot aan de naaldpositie.

de naald en het bovenste mesje kan worden genaaid.

10. Naai verder tot alle gemarkeerde lijnen zijn

gemaakt. Corrigeer kleine oneffenheden met de hand. Elastiekvoet Functies Met de lint- en elastiekvoet kunt u zowel band als elastiek naaien en tegelijkertijd prachtig zomen. - U kunt band of elastiek met een breedte van 6 mm tot maximaal 12 mm naaien. - Het bevestigen van band is erg handig voor versterking van elastische stoffen zoals gebreide schouderstukken. Daarnaast is het aanbrengen van elastiek handig bij het naaien van manchetten, kragen enz. <A> <B> <A> Gebruik van het elastiek<B> Gebruik van het band Machine-instelling (type steek): - tweenaalds, vierdraads overlocksteek - éénnaalds, driedraads overlocksteek (Beide naalden kunnen worden gebruikt.) De instelling van het elastiek/band

1. Bevestig de elastiekvoet (zie HOOFDSTUK 1

“Persvoet bevestigen/verwijderen”).

2. Beweeg de persvoethendel omhoog.

3. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken

op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”).

5. Doe het band of het elastiek

6. Doe het band of het elastiek

zodat de rechterzijde van het band/elastiek langs de geleider

dicht zodat hij aan de linkerzijde van het band/elastiek zit. Proefl apje naaien

2. Voer de stoffen in tot de rand het plaatje raakt.

3. Beweeg de persvoethendel omlaag.

4. Stel de steekbreedteknop in op “5”.Nederlands

- Band: tussen “3” en “4” - Elastiek: “4”

- op “0” bij het naaien met band. - op het gewenste aantal plooien bij het naaien met elastiek. OPMERKING: De plooien nemen toe bij een groter aantal.

7. Naai een proefl apje en stel de draadspanning

in. Voorbeeld van een goede naainaad: <B><A><C><D> <A> Goede kant<B> Band<C> Goede kant<D> Elastiek OPMERKING: Draadspanningen zijn hetzelfde als bij normaal omzomen bij het naaien met stroken. Het wordt aanbevolen om voor een mooie afwerking een grotere spanning te hebben bij de onder- en bovengrijper. Er wordt geadviseerd voor elke stof/draad een proefl apje te naaien vanwege de verschillende manier van plooien. Parelvoet Functies Met de parelvoet kunt u stof met parels bestikken. Het is handig voor de versierde zijde van een gordijn, tafelkleed, jurk enz. Met deze voet kunnen parels van 3 mm tot 5 mm worden genaaid.

1. Verwijder het mesje (zie HOOFDSTUK 1 “Mesje

2. Bevestig de parelvoet (zie HOOFDSTUK 1

“Persvoet bevestigen/verwijderen”).

3. Stel de machine in op driedraads overlocksteek

met één naald in de linkerpositie De rechternaald moet verwijderd worden. Machine controleren

1. Stel de steeklengte in zoals bij <A> of <B>. Een

steeklengte van bijvoorbeeld 4 mm betekent 4 mm voor <A> of <B>. <A><B><A><B>

2. Stel de steekbreedte in op 3 tot 5 mm.

3. Stel de draadspanning als volgt in:

Naalddraad: iets lager Bovengrijperdraad: iets lager Ondergrijperdraad: iets lager Stof en parel instellen 1 ~ 1.5mm

1. Vouw de stof volgens de lijn voor

2. Voer de stof in op het punt waar de naald

omlaag gaat, waarbij de gevouwen zijde zich tegen de geleider

3. Stel met de schroef

de ruimte tussen de gevouwen zijde en de naald in, zodat deze 1 mm tot 1,5 mm wordt.

4. Breng de parel via de geleider precies voor de

1. Naai door met de hand aan het handwiel te

draaien tot de parel uit de tunnel komt.

2. Naai met een lage snelheid, waarbij de parel en

de stof met de hand geleid worden.

3. Leg zowel aan het begin als aan het eind een

knoop in de draad. OPMERKING: De draadspanning kan gemakkelijk verlaagd worden, vooral voor kleine parels. Verwijder de verstelbare steektong voor betere steken.68 Pipingvoet Functies Met de pipingvoet kunt u piping aanbrengen aan de rand van de stof. Piping is handig voor het versieren van de rand van kleding (pyjama, sportkleding), meubelbekleding, kussens, tassen enz.

Voorbereiding Bevestig de pipingvoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”). Machine-instelling (type steek): - tweenaalds, vierdraads overlocksteek - éénnaalds, driedraads overlocksteek (de rechternaald moet verwijderd worden) Machine controleren

1. Stel steeklengte in op 3 mm. (standaardpositie)

2. Stel steekbreedte in op 5 tot 6 mm.

3. Stel draadspanning in op normale

overlocksteken (raadpleeg HOOFDSTUK 5 “Steekselectie”). 5 ~ 6mm 3mm 5 ~ 6mm 3mm Stof en pipingband instellen 3cm

Goede kant Achterkant

1. Leg het pipingband tussen de twee stukken

stof en positioneer beide zijden van de stof zoals in de afbeelding weergegeven. Houd 3 cm pipingband over aan de rand van de stof om gelijkmatig te kunnen naaien. (De goede zijde van de stof moet zich aan de binnenkant bevinden.)

2. Breng de stof met het pipingband onder de

persvoet en leg het pipingband in de groef <A> van de pipingvoet en begin met naaien. Met naaien beginnen

1. De stof en het pipingband moeten tijdens het

naaien met de hand geleid worden.

2. Draai de stof na het naaien om.

OPMERKING: Rijg voor het gemak de stof en het pipingband voordat u gaat naaien. Het naaien van piping is moeilijk onder een scherpe hoek. In het geval van breed pipingband moet u naaien, waarbij u het overschot moet afsnijden.Nederlands

Plooivoet Functies U kunt prachtige plooien maken door de plooivoet bij verschillende toepassingen voor kledingstukken en interieurdecoraties te gebruiken.

Voorbereiding Bevestig de plooivoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”). Machine-instelling (type steek):

Goede kant Achterkant

1. Beweeg de persvoethendel omhoog.

2. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken

op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”).

3. Breng het onderste gedeelte van de stof (de

wordt onder de geleider

precies onder de naald).

4. Breng het bovenste gedeelte van de stof

tussen de plooivoet en de geleider

boven op het onderste gedeelte van de stof

2. Stel de differentiaalverhouding in op 2.

3. Stel de steekbreedte in op 5 mm.

4. Stel de andere instellingen in op de waarden

die bij normale overlocksteken worden gebruikt.

5. Naai terwijl de stof in lijn wordt gehouden met

- Stel de grootte van de plooien in door de steeklengte tussen 2 mm en 5 mm in te stellen. - Stel de hoeveelheid stof die geplooid moet worden, in door de differentiaalverhouding tussen 1,0 en 2,0 in te stellen. OPMERKING:Rek de stof niet uit of trek er niet aan.70 Specifi caties Gebruik Lichte tot zware stoffen Naaisnelheid Maximaal 1300 steken per minuut Steekbreedte 2,3 mm - 7 mm Steeklengte (pitch) 2 mm - 4 mm Naaldbeweging (slag) 25 mm Persvoet Geleed type Persvoetbeweging 5 mm - 6 mm Naald 130/705H Aantal naalden en draden Drie/vier draden Twee naalden of één naald Netto machinegewicht 5,6 kg. Machine-afmetingen 33,5 cm (B) x 29,6 cm (H) x 28,2 cm (D) Naaldenset 130/705H. nr. 80 (2) nr. 90 (2) SPECIFICATIESFrançais