BROTHER PE150V - Naaimachine

PE150V - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PE150V BROTHER in PDF-formaat.

📄 146 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BROTHER PE150V - page 74
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BROTHER

Model : PE150V

Categorie : Naaimachine

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PE150V - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PE150V van het merk BROTHER.

GEBRUIKSAANWIJZING PE150V BROTHER

sur la position de fin de broderie précédente, puis continuez à broder. 1 Fin de la broderie précédente72 “BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES” Bij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen standaard veiligheidsmaatregelen zoals hieronder aangegeven steeds in acht genomen te worden: “Lees alle instructies alvorens deze naaimachine in gebruik te nemen.” GEVAAR – Ter vermindering van de kans op een elektrische schok:

Een elektrisch apparaat dat op een stopcontact is aangesloten mag nooit onbeheerd worden achtergelaten. De stekker van dit elektrisch apparaat steeds onmiddellijk na gebruik en vóór het reinigen uit het stopcontact verwijderen.

2. Alvorens de lamp te verwisselen altijd de stekker uit het stopcontact verwijderen. Vervang de lamp door

een van hetzelfde type van 8 volt/2,4 watt. WAARSCHUWING – Ter vermindering van de kans op brandwonden, brand, elektrische schok of persoonlijk letsel:

1. Het apparaat niet als speelgoed laten gebruiken.

Nauwkeurige aandacht is noodzakelijk wanneer dit apparaat in de buurt van of door kinderen wordt gebruikt.

2. Gebruik dit apparaat uitsluitend voor de doeleinden zoals beschreven in deze handleiding. Gebruik

uitsluitend de hulpstukken aanbevolen door de fabrikant zoals aangegeven in deze handleiding.

3. Dit apparaat nooit gebruiken wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als het apparaat niet

juist functioneert, als men het heeft laten vallen, als het beschadigd is of als men het in water heeft laten vallen. Breng het apparaat naar de dichtstbijzijnde officïele dealer of reparateur voor inspectie, reparatie of afstelling van elektrische of mechanische onderdelen.

Het apparaat nooit gebruiken terwijl de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine en de voetregelaar vrij van opeenhoping van pluizen, stof en losse stukjes textiel.

5. Nooit enig voorwerp in een van de openingen steken of laten vallen.

6. Niet buitenshuis gebruiken.

Niet gebruiken op plaatsen waar aerosol (spray) produkten worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend.

Voor het losmaken alle regelaars in de uit “

” stand zetten en vervolgens de stekker uit het stopcontact verwijderen.

9. De stekker niet verwijderen door aan het snoer te trekken, altijd de stekker zelf vastnemen.

Houd uw vingers niet in de nabijheid van bewegende onderdelen. Speciaal geldt dit voor het gedeelte rondom de naald.

Gebruik steeds de juiste naaldplaat. Gebruik van de verkeerde plaat kan het breken van de naald tot gevolg hebben.

12. Gebruik geen verbogen naalden.

13. Tijdens het naaien niet aan de stof trekken of duwen. Hierdoor kan de naald scheef getrokken worden

waardoor deze kan breken.

Schakel de naaimachine steeds uit “

” wanneer u afstellingen maakt in de buurt van de naald, zoals bij het inrijgen of verwisselen van de draad, bij het winden van de spoel of bij het verwisselen van de persvoet en dergelijke.

15. Bij het verwijderen van de afdekkapjes, het smeren of tijdens het maken van enig ander door de

gebruiker uit te voeren onderhoud of afstellingen zoals aangegeven in deze handleiding altijd de stekker van de naaimachine uit het stopcontact verwijderen.

“BEWAAR DEZE INSTRUCTIES”

“Deze naaimachine is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.”73 GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN ONZE COMPUTER BORDUURMACHINE Uw machine is een geavanceerde computer borduurmachine voor huishoudelijk gebruik. Om optimaal gebruik te kunnen maken van al haar mogelijkheden, raden wij u aan deze bedieningshandleiding zorgvuldig door te lezen.

Veiligheidsvoorschriften

1. Kijk altijd naar de naald tijdens het borduren en raak het handwiel, de draadhendel, de naald en andere

bewegende onderdelen niet aan.

2. Zet altijd de hoofdschakelaar uit en trek de stekker uit het stopkontakt wanneer:

● u klaar bent met borduren; ● u de naald of enig ander onderdeel vervangt of verwijdert; ● een stroomstoring zich voordoet tijdens het gebruik; ● u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan uw machine; ● u de machine onbeheerd achterlaat.

3. Steek de stekker rechtstreeks in een stopcontact in de muur. Gebruik geen verlengsnoeren.

4. Zet altijd de hoofdschakelaar uit tijdens het plaatsen en verwijderen van de borduurkaart. Tijdens het

inschakelen van uw borduurmachine in werking is, de borduurkaart die in de kaartgleuf is ingestoken niet aanraken. Onderhoud en reiniging

1. Vermijd bij het bewaren van uw borduurmachine plaatsen die blootstaan aan direct zonlicht of plaatsen

met een hoge luchtvochtigheid. Bewaar uw borduurmachine niet naast verwarmingsapparatuur, een strijkijzer of andere hete voorwerpen.

2. Gebruik alleen neutrale soorten zeep en reinigingsmiddelen voor het reinigen van de kast. Benzeen,

verdunner en schuurmiddelen kunnen de kast en de machine beschadigen en mogen daarom nooit gebruikt worden.

3. Laat de machine niet vallen en stoot er niet tegen.

4. Raadpleeg altijd de bedieningshandleiding of gebruik de “BASIS BEDIENING” toets wanneer u

toebehoren, zoals de naald of andere onderdelen, vervangt of aanbrengt om verzekerd te zijn van de juiste manier van installeren. Reparaties of afstelling In het geval een storing zich voordoet of een afstelling noodzakelijk is, raadpleegt u eerst het overzicht voor het oplossen van problemen achterin de bedieningshandleiding om zelf de machine te onderzoeken en af te stellen. In het geval het probleem niet opgelost kan worden, neemt u kontakt op met de dichtstbijzijnde dealer. ● U wordt opmerkzaam gemaakt op het feit dat de technische gegevens en het uitwendige ontwerp onderhevig zijn aan veranderingen ten behoeve van productverbeteringen zonder voorafgaande kennisgeving. NEDERLANDS74 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1

SPOELTJE ............................................. 85 Plaatsen van het spoeltje.................. 87

INRIJGEN VAN DE BOVENDRAAD ...... 88

Automatische naaldinrijger ............... 89

Aanbrengen van het borduurraam in de machine ................................... 94 Verwijderen van het borduurraam .... 94

GEHEUGEN........................................... 113 Opslaan van een patrooncombinatie in het geheugen ................................ 113 Oproepen van een opgeslagen patroon.............................................. 114

  • Veranderen van de patroonpositie (LAYOUT) p. 115
  • Verplaatsen van de borduurpositie p. 116
  • Controleren van het borduurveld p. 116
  • Borduren vanuit een zelf gekozen beginpunt p. 117
  • Veranderen van de patroonrichting p. 117
  • Spiegelbeeldpatronen p. 118
  • Veranderen van de grootte van letters en raampatronen Veranderen van de draaddichtheid van de steek op letters en bepaalde raampatronen p. 119
  • BORDUURPATROON p. 120
  • Borduren van meerkleurige patronen p. 120
  • Borduren van patronen met één kleur p. 120
  • Borduren van enkelkleurige patronen terwijl “MEERKLEURIG” wordt afgebeeld p. 121
  • Borduren van letters die buiten het borduurraam uitsteken p. 122

TOEPASSINGEN VAN BORDUREN ..... 123

Combineren van een kaderpatroon met een ontwerp ............................... 123 Borduren van appliceersteken (met gebruik van een kaderpatroon)......... 124 Borduren op kleine stukjes stof of op hoeken .............................................. 125

Indien de draad breekt tijdens het borduren ........................................... 127 Opnieuw borduren vanaf het begin... 128 ONDERHOUD.................................. 129

  • GROOT BORDUURRAAM (OPTIONEEL) p. 141
  • Verbinden van twee of meer geborduurde ontwerpen (met gebruik van de 90˚ draaifunctie) p. 142
  • HOOFDSTUK 2 BORDUREN p. 98
  • BORDUURWERK p. 98
  • Beginnen met borduren p. 100
  • Advies bij het borduren p. 101

KIEZEN VAN PATRONEN ..................... 102

Kiezen van ingebouwde borduurpatronen

Kiezen van alfabetische letters ......... 103 Hoofdletters & kleine letters.............. 104 Veranderen van de lettergrootte naar een van drie verschillende formaten

  • Corrigeren van letters p. 105
  • Controleren van de letterinvoer p. 106
  • Veranderen van de kleur van de afzonderlijke letters p. 106
  • Kiezen van raampatronen p. 107
  • Kiezen van een-punt patronen p. 109
  • Kiezen van patronen van een geheugenkaart p. 111
  • Uitlezing van de borduurtijd voor een- punt patronen p. 111
  • Uitlezing van de kleurnamen voor een- punt patronen p. 1127

1– Handvat 2– Kloskapje 3– Geleider voor het opwinden van het spoeltje 4– Bovendraadspanning regelschijf 5– Voorkap 6– Persvoethendel 7– Naaldinrijger 8– Persvoet 9– Spoelhuisdeksel 10– Naaldplaat 11– Spoelopwinder 12– Klosviltje 13– Handwiel 14– Display 15– Opening voor een extra klos-as 16– Slee (Borduurarm)

1 Hoofdschakelaar 1 AAN 2 UIT 2 Geheugenkaartgleuf VOORZICHTIG –Wanneer u de borduurmachine onbeheerd achterlaat, moet de hoofdschakelaar uit gezet worden en de stekker uit het stopcontact verwijderd worden. – Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de borduurmachine uitvoert of wanneer u deksels verwijdert of lampjes vervangt, moet de stekker van de borduurmachine uit het stopcontact verwijderd worden.1

Gebruik deze toets voor het borduren van karakters en patronen. 2 “KAART” TOETS Gebruik deze toets voor het kiezen van een geheugenkaart voor borduurpatronen. 3 “GEHEUGEN” TOETS Gebruik deze toets voor het opslaan in en oproepen uit het geheugen van patroon- kombinaties. 4 “BEDIENING” TOETS Gebruik deze toets voor meer informatie hoe deze borduurmachine te gebruiken.

5 “WIJZIGEN & ADVIES” TOETS

Gebruik deze toets wanneer u problemen heeft met het borduren. Onthoud deze handige toets.

Druk op deze toets om de machine te starten en druk er vervolgens nogmaals op om de machine te stoppen.

  • De machine zal op lage snelheid draaien wanneer op de toets wordt gedrukt en vervolgens sneller gaan draaien wanneer de toets wordt losgelaten.
  • Wanneer de machine stopt, zal de naald in de bovenste stand stoppen.
  • In het geval “Zet de naald omhoog” op het display wordt afgebeeld, drukt u op de “START/STOP” toets om de naald in de hoogste stand te doen stoppen. 1 “START/STOP” toets78 TOEBEHOREN Nr. Onderdeelnaam Kodenummer 1 Borsteltje XA4527-001
  • Wanneer u de machinehoes over de machine aanbrengt, terwijl het borduurraam nog bevestigd is, op de “KARAKTERS & ONTWERPEN” of “KAART” toets drukken om de borduurarm naar zijn ruststand te brengen. Een andere methode om de borduurarm naar zijn ruststand te brengen is de machine uitschakelen en vervolgens weer inschakelen, de arm de gelegenheid geven zichzelf terug te stellen, en vervolgens de machine uitschakelen. In sommige landen wordt een hoes niet meegeleverd. ** De extra klos-as moet worden gebruikt voor dekoratieve draad. *** In het geval u speciale draad gebruikt die zich snel van de klos afwikkelt, plaatst u een klosnetje om de klos alvorens deze te gebruiken. **** In bepaalde gebieden wordt de machinehoes Nr. 14 geleverd als een accessoire in plaats van de machinehoes Nr. 11 (zacht type). ***** Nabestellingen worden uitsluitend geleverd in sets van 10 stuks. (Onderdelennummers) VS en Canada: XA3811-51 Overige: XA3812-051

Nr. 11 Kaders SA311 XA0257-001 Nr. 12 Transportmiddelen SA312 XA0275-001 Nr. 13 Sportembleem SA313 XA0517-001 Nr. 14 Groot bloem-motief SA314 XA1223-001 Nr. 15 Kindermotief SA315 XA1325-001 Nr. 16 Honden en katten SA316 XA1406-001 Nr. 17 Nintendo SA317 XA1434-001 Nr. 19 Zeeleven SA319 XA2452-001 Nr. 20 Grappige motieven SA320 XA2869-001 Nr. 21 Naaldwerk SA321 XA2873-001 Nr. 25 Paard SA325 XA3791-001 LET OP Een borduurkaart die in het buitenland is gekocht past misschien niet bij uw naaimachine.

BEDIENING (KEUZETOETSEN) De meeste instructies zijn in het geheugen van de machine vastgelegd. De mededelingen op het display begeleiden u door iedere bediening. 1 “BEDIENING” toets

AB81 Gebruik van de keuzetoetsen A. Keuzetoetsen Kies een van de vijf toetsen die de functies van de machine uitleggen en druk op die toets. Nadat u op de toets heeft gedrukt, zal het display links daarnaast de opgevraagde informatie afbeelden.

5 “WIJZIGEN & ADVIES” TOETS

Bediening door middel van het display B. Display Een patroon of bediening kan worden gekozen door voorzichtig op het veld op het display te drukken dat overeenkomt met het patroon of de bediening die u wenst te kiezen.82 Voorbeeld: Om uit te vinden hoe u een spoel kunt opwinden

De bedieningsprocedure voor het winden van een spoel zal op het scherm worden aangegeven. 1 “BEDIENING” toets Voorbeeld: Om de juiste combinatie van stof, naald en draad te vinden

1. Druk op “WIJZIGEN & ADVIES”.

2. Druk op “STOF, NAALD EN DRAAD”.

2 “WIJZIGEN & ADVIES” toets83

GEBRUIKEN VAN DE TAAL KEUZE TOETS

U kunt de “TAAL KEUZE” toets gebruiken om de taal voor alle toetsen en mededelingen op het display gemakkelijk te veranderen in een door u gewenste taal.

3. Het taalkeuze-scherm zal vervolgens verschijnen. Druk op

het veld dat overeenkomt met de gewenste taal. *U kunt door gaan naar het volgende scherm door op “VOLGEND” te drukken. 1 “BEDIENING” toets Voorbeeld: Veranderen van de taal van het display naar Spaans

Hierdoor zal de taalinstelling veranderen naar Spaans.

4. Het display zal vervolgens terugkeren naar

het scherm dat voor de verandering werd afgebeeld. OPMERKING

  • Wanneer “TAAL KEUZE” wordt gebruikt om de taal van het display in te stellen, zullen foutmededelingen tevens in de gekozen taal worden afgebeeld.
  • De taal van het display kan gekozen worden uit een lijst van 13 talen (Engels, Duits, Frans, Italiaans, Nederlands, Spaans, Deens, Noors, Fins, Zweeds, Portugees, Turks en Chinees).

Opheffen van de taal keuze Voorbeeld: Veranderen van de taal van het display van Spaans terug naar Engels

Hierdoor zal de taalinstelling van Spaans opgeheven worden en zullen alle schermen en mededelingen terugkeren naar de Engelse taal. 1 “BEDIENING” toets VOORZICHTIG ● Deze functie kan niet worden gebruikt als een vertaalfunctie. ● In het geval de stroomvoorziening wordt uitgezet zal de huidige taalinstelling behouden blijven en niet worden opgeheven.

Opwinden van het spoeltje en aanbrengen van de onderdraad.

1. Sluit de machine aan op de stroomvoorziening en zet de

hoofdschakelaar aan. 1 AAN 2 UIT

2. Plaats de klosdraad op de klos-as. Het draadeinde moet

aan de onderzijde van de voorkant van de klos zitten. Het kloskapje dat het beste overeenkomt met de grootte van de klosdraad moet gebruikt worden om de klos op de klos-as stevig tegen het klosviltje te houden.

  • Het kloskapje moet zover mogelijk op de klos-as geschoven worden. 1 Kloskapje 2 Klos 3 Klosviltje OPMERKING
  • In het geval u een zeer fijne draad gebruikt, zoals kruiswikkeldraad, verwijdert u het klosviltje en plaatst u het kloskapje met een kleine tussenruimte los van de draad op de klos, alvorens deze te gebruiken. 1 Kruiswikkeldraad 2 Kloskapje (klein) 3 Kleine tussenruimte 4 Geen klosviltje

3. Geleid de draad door de machine en de geleider voor het

opwinden van het spoeltje, zoals aangegeven door de stippellijn.

4. Steek de draad vanaf de binnenzijde door het kleine gaatje

in de zijkant van het spoeltje. Houd het draadeinde vast en duw de opwindas van het spoeltje naar rechts.

  • Lijn de groef van het spoeltje uit met de veerklem op de opwindas. 1 Veerklem op de opwindas 2 Groef in het spoeltje

5. Houd het draadeinde vast en druk op de “START/STOP”

toets. Wind de draad een paar keer om het spoeltje en druk nogmaals op de “START/STOP” toets. Knip de extra draad vanaf de bovenkant van het spoeltje nadat de machine is gestopt.

  • Het is belangrijk de draad dichtbij het uiteinde van de spoel af te knippen.

6. Druk op de “START/STOP” toets. De machine zal

automatisch stoppen wanneer het spoeltje vol is. Druk op de “START/STOP” toets om op ieder willekeurig moment te stoppen of wanneer het spoeltje tot stilstand is gekomen terwijl de moter nog draait. 1 “START/STOP” toets

7. Duw de opwindas naar links. Verwijder het spoeltje en zet

8. Breng het spoeltje in het spoelhuis aan, zoals aangegeven

op bladzijde 87. Het verdient aanbeveling een paar volle spoeltjes bij de hand te hebben voordat u begint met werken.87 Plaatsen van het spoeltje

Het spoelhuisdeksel bevindt zich aan de voorkant van de naaldplaat.

1. Schuif het spoelhuisdeksel open door de ontgrendelknop

van het spoelhuisdeksel naar rechts de duwen. 1 Spoelhuisdeksel 2 Ontgrendelknop van het spoelhuisdeksel

2. Plaats het spoeltje in het spoelhuis en leid daarbij de draad

in de richting aangegeven onder het spoelhuisdeksel. *(Gebruik een plastic spoeltje, zoals aangegeven op bladzijde 78)

3. Geleid het draadeinde rond de vinger, door de gleuf en naar

achteren. Trek vervolgens de draad naar u toe, waardoor de overtollige lengte wordt afgesneden.

4. Sluit het spoelhuisdeksel door het linkerdeel op zijn plaats te

leggen en licht op het rechter deel te drukken zodat het dicht klikt.

  • Het is niet noodzakelijk de onder(spoel)draad omhoog te trekken; dit gebeurt automatisch. U kunt beginnen met borduren zonder de onderdraad eruit te trekken.88

persvoet niet omhoog wordt gebracht kan de bovendraad niet worden ingeregen.)

2. Draai het handwiel om de naald in de hoogste

3. Geleid de draad, zoals aangegeven met de

ononderbroken lijn op de machine, volgens de oplopende nummers.

4. Zet de persvoet omlaag.

5. Rijg de naald in met behulp van de

automatische naaldinrijger (zie bladzijde 89) of met de hand.

  • Zorg ervoor dat het klosviltje achter de klos is aangebracht. (Hierboven aangegeven met *) ** U hoeft de onderdraad niet omhoog te trekken alvorens met borduren te beginnen. VOORZICHTIG Zorg ervoor de persvoet altijd omhoog te zetten alvorens de bovendraad te verwijderen om beschadiging van het draadspannings- mechanisme te voorkomen. GEBRUIKEN VAN DE EXTRA KLOSAS EN KLOSNETJE Extra klosas Gebruik de extra klosas wanneer u gemetalliseerde draad gebruikt.

1. Plaats de extra klosas in de opening bovenop de

2. Plaats het klosviltje en de draadklos in die volgorde en rijg

vervolgens de bovendraad in.

  • Rijg de draad niet door haak (A). *Wanneer u borduurt met gemetalliseerde draad, draait u de bovendraadspanning regelschijf (B) in de stand “0”.
  • Let er bij het plaatsen van de klos op de klos zodanig te plaatsen dat de draad van de voorkant van de klos afgewikkeld wordt.
  • In het geval u metaaldraad gebruikt, bevelen wij aan naaimachinenaald 90/14 voor huishoudelijk gebruik te gebruiken. 1 Plaats de extra klosas in de opening bovenop de borduurmachine 2 Klosviltje 3 Draadklos OPMERKING Door deze methode wordt voorkomen dat de draad draait wanneer deze zich van de klosas afwikkelt.

1 “BEDIENING” TOETS Rijg de bovendraad in overeenkomstig de nummers en de pijltjes op de machine89

1. Geleid de draad door de draadgeleidering

(nummer 6) en trek hem voorzichtig naar u toe.

2. Zet de persvoet omlaag.

3. Zet de hendel van de naaldinrijger omlaag

totdat deze stopt. Haak de draad in de geleider en trek hem overdwars naar rechts. 1 Draadgeleidering 2 Hendel van de naaldinrijger 3 Geleider

  • De naaldinrijger kan niet gebruikt worden wanneer de naald omlaag gezet is.

4. Duw de hendel van de naaldinrijger naar

achteren. Kontroleer dat de grijper door het oog van de naald is gegaan en plaats de draad onder de metalen geleiders en de grijper.

  • Trek de draad naar u toe en controleer dat deze achter de punt van de grijper blijft steken. 1 Grijper 2 Metalen geleiders 3 De draad loopt correct onder de metalen geleiders en de grijper

5. Trek de hendel van de naaldinrijger naar

voren terwijl u de draad voorzichtig vast houd.

6. Maak de draad los van de hendel van de

7. Trek de bovendraad door het oog van de

naald naar achteren. Automatische naaldinrijger Klosnetje In het geval u speciale draad gebruikt die zich snel van de klos afwikkelt, plaatst u een klosnetje om de klos alvorens deze te gebruiken. *Knip het klosnetje af op de grootte van de klos. 1 Klosnetje 2 Klos 3 Klosas 4 Kloskapje90

VOORBEREIDINGEN VOOR HET BORDUREN

Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar uitgezet is alvorens het volgende uit te voeren. Aanbrengen van steunstof Breng steunstof aan op de achterkant van de te borduren stof. Het is niet noodzakelijk steunstof aan te brengen op stof die reeds voldoende stijf is. Breng op de achterkant van dunne, gebreide en elastische stoffen, die in het borduurraam kunnen verschuiven, een niet-geweven steunstof aan alvorens te borduren. Voor de beste resultaten moet de steunstof samen met de stof in het borduurraam aangebracht worden. Er zijn vele typen niet-geweven steunstoffen verkrijgbaar in de handel. De steunstof is bedoeld om het oprekken of bewegen van de stof te voorkomen. Met elastische, gebreide en dunne, lichtgewicht stoffen worden de beste resultaten bereikt door lichtgewicht niet-geweven opstrijkbare steunstof te gebruiken. 1 Borduurraam 2 Stof 3 Niet-geweven steunstof Borduren van verschillende soorten stof Van gemiddelde stof tot zware stof Breng een stukje steunstof aan onder (niet binnenin) het borduurraam met de te borduren stof. 1 “BEDIENING” toets

Lichte stoffen zoals organza of katoen batist Na het kiezen van uw stof een stukje steunstof onder de te borduren stof in het borduurraam leggen. Tevens wordt het aanbevolen een opspuitbare steunstof te gebruiken die u eerst laat drogen of droog strijkt en vervolgens met een niet-geweven steunstof in het borduurraam gebruikt. Rekbare stoffen zoals jersey Bevestig een stukje opstrijkbare steunstof, dat iets groter is dan het borduurraam, op de te borduren stof en plaats dit vervolgens over het borduurraam.

  • X80914-001 Een steunstof die van de achterzijde kan worden weggetrokken zonder het borduurwerk aan te tasten is ideaal. Gebruik het kleinste borduurraam waar het te borduren ontwerp in past, zodoende krijgt u de beste resultaten.92

1. Maak een merkteken op de stof met krijt of met een

merkpotlood in het midden van het te borduren gebied.

2. Draai de stelschroef van het buitenraam los, plaats de stof

bovenop het buitenraam met de te borduren zijde van de stof naar boven gericht en plaats vervolgens het binnenraam in het buitenraam zodat de stof wordt vastgeklemd.

  • Zorg ervoor dat de merktekens op het buitenraam en binnenraam met elkaar zijn uitgelijnd. 1 Stof 2 Stof met de te borduren zijde naar boven gericht 3 Stelschroef 4 Binnenraam 5 Buitenraam 6 Losdraaien

3. Draai de stelschroef stevig vast en verwijder vervolgens het

binnenraam en de stof tijdelijk uit het buitenraam. 1 Vastdraaien

4. Plaats de borduurkaart bovenop het binnenraam zodanig

dat de middelste haarlijnen op de borduurkaart en het merkteken op de stof met elkaar uitgelijnd zijn. 1 Binnenraam 2 Verticale en horizontale haarlijnen 1 Beschikbare gebied voor borduren 2 Verticale en horizontale haarlijnen 3 Middelpunt van de haarlijnen en het patroon Aanbrengen van de stof in het borduurraam93

5. Plaats de stof en het binnenraam terug in het buitenraam en

zorg er daarbij voor dat het merkteken op de stof niet van plaats verandert. Korrekt aangebracht

  • Stevig inklemmen zodat de randen van het buitenraam en het binnenraam gelijk zijn. 1 Buitenraam 2 Binnenraam 3 Stof

6. Kontroleer aan de hand van de haarlijnen op de

borduurkaart dat het midden van het ontwerp zich op de juiste plaats bevindt. Verwijder de borduurkaart door deze aan het vingergat eruit te trekken. 1 Vingergat om de borduurkaart uit het borduurraam te trekken.94

1. Zet de persvoet in de hoogste stand. Plaats vervolgens het

borduurraam onder de persvoet met de bevestigingshouder aan de rechterkant en de te borduren zijde van de stof naar boven gericht. 1 Borduurraamhouder 2 Pennen

2. Lijn de twee pennen op het borduurraam uit met de

uitsparingen in de borduurraamhouder op de machine en haak het borduurraam aan de borduurraamhouder zodat een klikgeluid wordt gehoord.

  • Zorg ervoor dat beide pennen ingehaakt worden. In het geval alleen de voorste pen of alleen de achterste pen ingehaakt is, zal het patroon niet correct geborduurd worden. 1 Borduurraamhouder 2 Pennen Aanbrengen van het borduurraam in de machine Duw de ontspanhendel naar rechts en verwijder het borduurraam door het op te tillen. 1 Ontspanhendel Verwijderen van het borduurraam95 Bovendraadspanning regelschijf 1 Bovendraadspanning instelling 2 Laag (lagere draadspanning) 3 Hoog (hogere draadspanning) A– Draai de schijf naar rechts voor het verlagen van de bovendraadspanning. B– Draai de schijf naar links voor het verhogen van de bovendraadspanning.
  • De standaardinstelling ligt tussen 4 en 6. Het wordt echter aanbevolen altijd een borduurtest te doen om de juiste draadspanning te controleren. Het is mogelijk dat de draadspanning moet worden afgesteld bij gebruik van andere draad, stof of steunstof.

Juiste draadspanning Stel de draadspanning zodanig in dat de steekbreedte van de onderdraad op de onderkant van de stof ongeveer eenderde is van de totale steekbreedte. Een juiste draadspanning is belangrijk omdat door een te hoge of te lage draadspanning een slechte borduurkwaliteit zal worden veroorzaakt of de stof zal rimpelen. 1 Bovenkant van de stof 2 Onderkant van de stof Te hoge bovendraadspanning De onderdraad zal zichtbaar zijn op de bovenkant van de stof. Verlaag de bovendraadspanning. 1 Bovenkant van de stof 2 Onderkant van de stof Te lage bovendraadspanning De bovendraad zal los zitten. Verhoog de bovendraadspanning. 1 Bovenkant van de stof 2 Onderkant van de stof

BIJSTELLEN VAN DE DRAADSPANNING

Voer deze procedure uit wanneer u de draadspanning wilt bijstellen.96 AFSTELLEN VAN DE HELDERHEID VAN HET DISPLAY Afstellen van de helderheid van het display. Afstellen van de helderheid van het display 1 “Wit” Druk op deze toets om de helderheid te verhogen (lichter). 2 “Zwart” Druk op deze toets om de helderheid te verlagen (donkerder). 3 Druk op “EINDE” om terug te keren naar het scherm dat hiervoor werd afgebeeld.

  • In het geval de helderheid te licht wordt afgesteld, zal het scherm onzichtbaar worden. U kuntnaar de voorgaande afstelling teugkeren door de hoofdschakelaar uit en weer aan te zetten. 1 “BEDIENING” TOETS

1. Raak de LCD aan (op elk gewenst punt op

het scherm) en schakel de machine uit en vervolgens weer in.

2. Druk op één van de twee onderste

keuzetoetsen (BEDIENING, WIJZIGEN & ADVIES). De LCD zal donkerder worden telkens wanneer u op één van deze toetsen drukt. Als u de LCD lichter wilt maken, druk dan op de bovenste keuzetoets (KARAKTERS & ONTWERPEN).

3. Nadat u gereed bent met het maken van de

afstelling, de machine nogmaals uitschakelen en weer inschakelen. Als de LCD na inschakeling van de machine moeilijk zichtbaar is

1. Druk op “BEDIENING”.

2. Druk op “VOLGEND”,

VERWISSELEN VAN DE NAALD

Zet de naald stevig vast. Controleren op een gebogen naald 1 Leg de naald op een vlak oppervlak en controleer of de tussenruimte overal even breedte is of niet. 2 Vlak oppervlak (Naaldplaatje, glas, lineaal, enz.) In het geval de tussenruimte niet overal even breedte is, is de naald gebogen en moet worden weggegooid om schade aan uw borduurwerk of de machine te voorkomen.

4. Breng de nieuwe naald zover mogelijk

omhoog in de naaldschacht met de platte kant van de naald van u af. Zet de naald stevig vast met behulp van een schroevedraaier.

5. Zet de hoofdschakelaar aan.

2. Draai de naaldschroef met behulp van een

schroevedraaier los.

3. Schuif de naald eruit.

1. Zet de hoofdschakelaar uit en breng de

persvoethendel omlaag. Draai het handwiel om de naald in de hoogste stand te zetten. 1 “BEDIENING” toets

2. Rijg de onder (spoel) draad in. (Zie bladzijde

1. Rijg de bovendraad in door de vaste lijn en de

numerieke volgorde aangegeven op uw machine te volgen. Zorg ervoor dat het klosviltje is aangebracht zoals weergegeven in de afbeelding. 1 Klosviltje (Zie bladzijde 88 – 89.)

6. Breng de persvoethendel omlaag en druk op

de “START/STOP” toets om de machine te starten. 1 “START/STOP” toets

5. Kies een patroon.

3. Breng de stof aan in het borduurraam en

breng vervolgens het borduurraam aan in de machine. (Zie bladzijde 92 – 94.) 1 Slee (Borduurarm) 2 Borduurraam OPMERKING Duw de slee niet te hard naar beneden bij het vastmaken van de haak. Let op de slee niet zijdelings te verschuiven.

  • Het is gemakkelijker het borduurraam onder de persvoet te verwijderen wanneer de persvoet-hendel verder omhoog staat dan in de normale “omhoog”-stand. 1 Normale “omhoog”-stand van de persvoethendel 2 Hoogste stand van de persvoethendel 3 “Omlaag”-stand van de persvoethendel

4. Zet de hoofdschakelaar aan. Het lampje zal

branden wanneer de hoofdschakelaar aan staat.100 Beginnen met borduren

1. Nadat de naald is ingeregen, steekt u de draad van boven

naar onder door het gaatje in de persvoet en trekt u voorzichtig aan het draadeinde.

2. Breng de persvoet omlaag en druk op de “START/STOP”

toets om de machine te starten. Nadat u 5 of 6 steken geborduurd heeft, stopt u de machine en brengt u de persvoet weer omhoog. Knip overtollige draad aan de rand van het patroon af. Na het afknippen brengt u de persvoet omlaag en drukt u weer op de “START/STOP” toets om de machine te starten.

3. De machine zal stoppen met borduren nadat ze klaar is met

alle steken voor de huidige draadkleur.101 Advies bij het borduren

  • Als onder (spoel) draad wordt synthetische draad #60 – #90 aanbevolen.
  • Breng op de achterkant van dunne en elastische stoffen, die moeilijk te borduren zijn, een niet-gewoven steunstof aan alvorens te borduren.
  • In het geval u borduurt op een dikke stof met steunstof (zie bladzijde 90), wordt het aanbevolen dat u een sterkere 90/14 naaimachinenaald voor huishoudelijk gebruik wordt gebruikt. Draad Naald Borduurdraad #50 Naaimachinenaald voor huis- houdelijk gebruik 75/11102 Kiezen van ingebouwde borduurpatronen

Kies de soort ingebouwde borduurpatronen die u wilt gaan borduren.

  • In het geval de hoofdschakelaar aan staat zonder dat een geheugenkaart is ingebracht, zal het hier links afgebeelde display worden afgebeeld.
  • In het geval de hoofdschakelaar aan staat terwijl een geheugenkaart is ingebracht, zal het scherm dat overeenkomt met de geheugenkaart worden afgebeeld. (Voorbeeld : Nr.2 De bloemen-geheugenkaart) Om karakters te kiezen drukt u op de “KARAKTERS & ONTWERPEN” toets. 1 “KARAKTERS & ONTWERPEN” toets

Kiezen van alfabetische letters Alfabetische karakters Voor de alfabetische letters zijn er drie verschillende lettertypen beschikbaar. Druk op de toets die overeenkomt met het lettertype dat u wilt gaan gebruiken. Voorbeeld: Kiezen van de karakters om het woord “BUS” te vormen.

1 Scherm A – Het gebruik van elk van deze toetsen die op dit scherm worden aangegeven wordt beschreven op de volgende bladzijde.

Hoofdletters & kleine letters De te kiezen karakters kunnen worden omgeschakeld van hoofdletters naar kleine letters en omgekeerd door op “A/a” te drukken.

2. Druk op “A/a” om naar kleine letters over te

1 Druk op deze toets om de machine een verstevigingssteek te laten naaien en te laten stoppen voor het verwisselen van de draad, telkens wanneer er een nieuwe letter geborduurd wordt. (Zie bladzijde 106.) 2 Druk op deze toets om de gekozen letter te kontroleren. (Zie bladzijde 106.) 3 Druk op deze toets om terug te keren naar de letters die op het voorgaande scherm waren gekozen. 4 Druk op deze toets om het volgende letterscherm in de serie te laten verschijnen. 5 Druk op deze toets om over te schakelen tussen hoofdletters en kleine letters. (Zie bladzijde 104.) 6 Druk op deze toets om de lettergrootte naar een van drie verschillende formaten te veranderen. (Zie bladzijde 105.) 7 Druk op deze toets als u de letterpositie, de lettergrootte en de draaddichtheid wilt veranderen of als u de Help funktie wilt gebruiken. Voor het veranderen van de letterpositie: (Zie bladzijde 115.) Voor het veranderen van de lettergrootte: (Zie bladzijde 119.) Voor het veranderen van de draaddichtheid: (Zie bladzijde 119.) Voor het gebruik van de Helpfunctie: (Zie bladzijde 126.) 8 Druk op deze toets om de gekozen letters een voor een te wissen. (Zie bladzijde 105.) Scherm A

Veranderen van de lettergrootte naar een van drie verschillende formaten De grootte van karakters kan worden veranderd door op de “G/M/K” toets te drukken. Iedere keer als hierop gedrukt wordt verandert de grootte van de karakters zoals hieronder afgebeeld. (G

De grootte van alle karakters zal worden veranderd naar de laatst gekozen karaktergrootte. ALFABETISCHE KARAKTERS Ware grootte 1 Groot (G) 2 Midden (M) 3 Klein (K) Corrigeren van letters Iedere keer als op de “WISSEN” toets wordt gedrukt zal het achterste karakter worden gewist. Voorbeeld: “Giel” werd ingevoerd in plaats van “Girl”.

1. Druk tweemaal op “WISSEN”.

2. Voer de juiste karakters in.106

Controleren van de letterinvoer Druk op “KONTROLE” om de reeds gekozen letters te kontroleren. Voorbeeld: De letters “abcdefghijk” zijn gekozen in kleine letters. Nadat op de “k” is gedrukt zal het display eruit zien zoals in de afbeelding links hiernaast is afgebeeld.

  • De machine zal het volgende gekozen karakter niet accepteren als dit buiten het borduurveld valt. Kies voor het afmaken van het woord een kleinere grootte van de letters. Door op “KONTROLE” te drukken zullen de letters over het display lopen vanaf het eerst gekozen letter.
  • In het geval alle gekozen letters in een keer op het display passen, zullen de letter niet over het display lopen. Veranderen van de kleur van de afzonderlijke letters Als “MEERKLEURIG” is gekozen alvorens met het borduren te beginnen, zal de machine na het naaien van elke letter een verstevigingssteek naaien en stoppen om u de gelegenheid te geven de draad te verwisselen. ijk107 Kiezen van raampatronen
  • Kaderpatronen worden gemaakt door het gewenste kader en steektype te combineren. Voorbeeld
  • In het geval een ander type patroon, zoals karakters, gewenst is of in het geval een geheugenkaart ingestoken is, drukt u eerst op “KARAKTERS & ONTWERPEN” en vervolgens op “ ”.

2. Kies de gewenste vorm van het kader.

1 Als u op “VOLGEND” drukt, zullen er verdere raamvormen op het scherm verschijnen. (Er zijn in totaal 10 verschillende raamvormen beschikbaar.)

3. Kies het gewenste steektype om het kader te

vormen. 2 Als u op “VOLGEND” drukt, zullen er verdere steeksoorten op het scherm verschijnen. (Er zijn in totaal 12 verschillende steeksoorten beschikbaar.)

4. Het gecombineerde patroon wordt vervolgens

op het display afgebeeld. 3 Scherm A – Het gebruik van elk van deze toetsen die op dit scherm worden aangegeven wordt beschreven op de volgende bladzijde.

1 Druk op deze toets als u de patroonpositie, de patroongrootte en de draaddichtheid wilt veranderen of als u de Helpfunctie wilt gebruiken. Voor het veranderen van de patroonpositie: (Zie bladzijde 115.) Voor het veranderen van de patroongrootte: (Zie bladzijde 119.) Voor het veranderen van de draaddichtheid: (Zie bladzijde 119.) (Bij bepaalde patronen is het veranderen van de draaddichtheid soms niet mogelijk.) Voor het gebruik van de Helpfunctie: (Zie bladzijde 126.) 2 Druk op deze toets om terug te keren naar het patroonkeuze-scherm. Scherm A

Kiezen van een-punt patronen Voorbeeld

2. Kies het gewenste te borduren motief.

(Voorbeeld: Druk op de giraffe.) 1 Druk op deze toets om alle beschikbare patronen op het scherm af te beelden. U kunt vervolgens het gewenste patroon kiezen door erop te drukken. 2 Druk op deze toets om terug te keren naar het voorgaande patroon-scherm. 3 Druk op deze toets om door te gaan naar het volgende patroon-scherm.

3. Het patroon is nu gekozen.

4 Scherm A – Het gebruik van elk van deze toetsen die op dit scherm worden aangegeven wordt beschreven op de volgende bladzijde.

1 Dit geeft de volgorde van de kleurveranderingen aan. 2 Druk op deze toets om de totale benodigde tijd voor het borduren van het patroon en de resterende tijd tot aan het voltooien van het patroon op het scherm te laten verschijnen. De tijd die nodig is voor het verwisselen van de draden is bij deze tijden niet inbegrepen. (De tijd wordt berekend nadat op de toets is gedrukt en wordt vervolgens op het scherm aangegeven.) (Zie bladzijde 111.) 3 Druk op deze toets om om te schakelen tussen de meerkleurige en enkelkleurige functies. Verandering tussen de meerkleurige funktie en de enkelkleurige funktie is niet mogelijk als “MEERKLEURIG” niet op het scherm wordt aangegeven. 4 Druk op deze toets als u de patroonpositie wilt veranderen of als u de Helpfunctie wilt gebruiken. Voor het veranderen van de patroonpositie: (Zie bladzijde 115.) Voor het gebruik van de Helpfunctie: (Zie bladzijde 126.) 5 Druk op deze toets om de patroongrootte te veranderen. (Het is niet mogelijk de patroongrootte te veranderen wanneer “G/K” niet op het display staat afgebeeld.) 6 Druk op deze toets om terug te keren naar het patroonkeuze-scherm. 7 Het totaal aantal keuren en het nummer van de kleur die op dat moment wordt genaaid zal op het scherm worden aangegeven. 8 Druk op deze toets om het scherm in 1 te veranderen naar de kleurnaam (referentie). (Zie bladzijde 111.) (Het laten verschijnen van de kleurnaam is niet mogelijk als “DRAADKLEUR” niet op het scherm wordt aangegeven.) Scherm A

8Uitlezing van de kleurnamen voor een-punt patronen Uitlezing van de borduurtijd voor een-punt patronen

Als u wilt weten hoe lang het borduren van een patroon duurt, op de tijdsaanduidingtoets drukken “ ”. De benodigde tijd zal dan worden berekend en op het scherm worden aangegeven. De tijd die nodig is voor het verwisselen van de draden is hierbij niet inbegrepen. Deze functie kan ook worden gebruikt met bepaalde patronen op de geheugenkaarten, echter in dergelijke gevallen is het mogelijk dat de aangegeven tijd enigszins afwijkt van de tijd die op het patroonvel voor de betreffende geheugenkaart wordt aangegeven.

1. Druk na het kiezen van het patroon op

1 Tijdsaanduidingtoets

2. De borduurtijd zal dan worden berekend.

2 Druk op deze toets om de berekening te annuleren.

3. De benodigde tijd en de resterende tijd zullen

op het scherm worden aangegeven. 3 Resterende tijd 4 Totale benodigde tijd

4. De resterende tijd zal aan het eind van het

borduren van elke kleur veranderen. Als u op de “DRAADKLEUR” toets drukt, zullen de kleurnamen (referentie) van de verschillende te gebruiken draden in volgorde op het scherm worden aangegeven.

1. Druk na het kiezen van het patroon op

“DRAADKLEUR”. 1 “DRAADKLEUR” toets

2. De kleurnamen zullen op het scherm worden

  • Als u nogmaals op “DRAADKLEUR” drukt, zal de display terugkeren naar het voorgaande scherm.
  • Het laten verschijnen van de kleurnaam is niet mogelijk als “DRAADKLEUR” niet op het scherm wordt aangegeven. 1 “BEDIENING” toets
  • In het geval de geheugenkaart wordt ingebracht in een andere richting dan aangegeven door de pijl op de geheugenkaart, zal de aansluiting in de geheugenkaartgleuf beschadigd raken.
  • Breng de geheugenkaart in zoals aangegeven in de afbeelding links. Wanneer u de geheugenkaart nog verder naar binnen probeert te duwen, zal de aansluiting binnenin beschadigd raken.
  • Zet altijd de hoofdschakelaar uit alvorens de geheugenkaart te verwijderen. Trek de geheugenkaart recht uit de geheugenkaartgleuf.
  • Bewaar de geheugenkaarten altijd in hun opbergdoosje wanneer u ze niet gebruikt. Kiezen van patronen van een geheugenkaart Zet altijd de hoofdschakelaar uit alvorens de geheugenkaart te plaatsen of te verwijderen.

1. Zet de hoofdschakelaar uit.

2. Breng de geheugenkaart in de geheugenkaartgleuf volgens

de richting van de pijl op de geheugenkaart. 1 Richtingspijl op de geheugenkaart

3. Zet de hoofdschakelaar aan.

4. Het patroonkeuzescherm voor de ingestoken

geheugenkaart zal op het scherm worden aangegeven. (In de illustratie wordt het patroonkeuzescherm voor de Bloemenkaart Nr. 2 aangegeven.) De procedure van het kiezen vanaf dit punt is hetzelfde als voor het kiezen van ingebouwde patronen.

  • Als u een keuzetoets gebruikt voor het laten verschijnen van een ander scherm, kunt u terugkeren naar het bovenstaande patroonkeuzescherm door op “KAART” te drukken. 2 “KAART” toets113 Opslaan van een patrooncombinatie in het geheugen Voorbeeld: Opslaan van het patroon “Girl” op geheugenpagina 1.

1. Voer de karakters in om een woord of

2 In het geval een patroon reeds werd opgeslagen op geheugenpagina 1, zal het worden afgebeeld op het display. Druk op “VOLGEND” om een lege geheugenpagina op te zoeken indien GEHEUGEN 1 reeds in gebruik is.

  • Indien een nieuw patroon wordt opgeslagen op een geheugenpagina waar reeds een oud patroon is opgeslagen, zal het oude patroon worden uitgewist.
  • Zet de hoofdschakelaar niet uit terwijl het patroon wordt opgeslagen (terwijl “Opslaan” wordt afgebeeld).

4. Het patroon is nu in het geheugen

5. Voor het volgende voorbeeld, druk op

“KARAKTERS & ONTWERPEN”, druk vervolgens op “ ” voor het kiezen van het gewenste lettertype en voer de karakters in om het woord “Boy” te maken. Druk op “GEHEUGEN”, druk op “VOLGEND” en druk op “GEHEUGEN 2” om het patroon op te slaan. GEHEUGEN Maximaal vijf verschillende patrooncombinaties kunnen in het geheugen worden opgeslagen en uit het geheugen worden opgeroepen. 1 “BEDIENING” toets

Oproepen van een opgeslagen patroon Voorbeeld: Oproepen van het patroon “Boy”, opgeslagen op geheugenpagina 2.

4. Het opgeroepen patroon zal op het display

worden afgebeeld. Druk op de “START/STOP” toets om het patroon te borduren.

  • Patronen die op een geheugenkaart zijn opgeslagen kunnen alleen worden opgeroepen indien de geheugenkaart waarop dat patroon is opgeslagen in de geheugenkaartgleuf is aangebracht.115 De borduurpositie van het patroon kan worden veranderd door op “LAYOUT” te drukken. Dit is handig in het geval u een patroon bijvoorbeeld in de hoek van de stof of uit het midden van het borduurraam wilt borduren. Druk op “STK INST” en vervolgens op “LAYOUT” om bovenstaand scherm te laten verschijnen. 1 Geeft de huidige patroongrootte aan. Opmerking: Het is mogelijk dat de letters en patronen weinig groter getoond worden dan zij in werkelijkheid zijn. 2 Druk op deze toets om het patroon in stappen van 90˚ te draaien. (Zie bladzijde 117) 3 Geeft de huidige patroonrichting aan. 4 Geeft het totale beschikbare borduurveld aan. 5 Geeft de borduurpositie en het te gebruiken borduurveld aan voor het huidig gekozen patroon en de huidig gekozen patroongrootte. 6 Druk op deze toetsen om de borduurpositie binnen het totale beschikbare borduurveld te verplaatsen. (Zie bladzijde 116) 7 Als u op deze toets drukt, zal de borduurpositie terug naar het midden van het borduurveld gebracht worden. 8 Hiermee wordt de naaldpositie naar het midden van het patroon verplaatst of naar het naaibeginpunt, etc. Gebruik deze toets wanneer u de borduurpositie wilt instellen. (Zie bladzijde 117) 9 Als u op deze toets drukt, zal het borduuraam het benodigde borduurveld aftekenen zodat u de borduurpositie kunt controleren. (Zie bladzijde 116) 0 Druk op deze toets om terug te keren naar het voorgaande keuzescherm. A Als u op deze toets drukt, zal het display terug veranderen van het lay-out scherm naar het oorspronkelijke scherm. B Als u op deze toets drukt, zal het patroon horizontaal omgekeerd worden. Deze functie kan bij bepaalde patronen niet worden gebruikt. (Zie bladzijde 118) Veranderen van de patroonpositie (LAYOUT) VERANDEREN VAN DE INSTELLINGEN VOOR HET GEKOZEN PATROON

Letters Kaderpatroon Enkelvoudig ontwerp Geheugenkaart (Nr.2 De bloemen- geheugenkaart)116 Verplaatsen van de borduurpositie Druk op de pijltoets die overeenkomt met de richting waarin u het patroon wilt verplaatsen. De borduurpositie zal dan verplaatst worden.

  • Als u op de “MID”-toets drukt, zal de borduurpositie naar het midden terugkeren.
  • Gebruik het gat in de borduurvoet als richtlijn en zet de naald nooit omlaag terwijl de voet in beweging is. Controleren van het borduurveld Wanneer op “PROEF” wordt gedrukt zal het borduurraam bewegen en zal de persvoet het te gebruiken borduurveld voor het huidig gekozen patroon en de huidig gekozen grootte aftasten.
  • Breng de naald niet omlaag. Gebruik in plaats van de naald het gaatje in de persvoet als leidraad. Voorbeeld: Verplaatsen van de borduurpositie naar de rechter bovenhoek

1. Druk op de “ ” pijltoets.

*De borduurpositie op het borduurraam en het display kan worden verplaatst door op de overeenkomstige pijltoets te drukken. Wanneer kortstondig op de pijltoets wordt gedrukt, zullen het borduurraam en het display één stapje verplaatst worden; wanneer de toets ingedrukt wordt gehouden zullen het borduurraam en het display onafgebroken verplaatst worden.117 Borduren vanuit een zelf gekozen beginpunt

1. Maak een merkteken op het beginpunt op de stof in het

borduurraam, zoals aangegeven in de afbeelding. Het merkteken kan niet te dicht bij de rand van het borduurraam gemaakt worden omdat de persvoet de naald verhindert dicht bij de rand van het borduurraam te komen.

2. Druk op “START/MIDDEN” om “START” te kiezen en druk

vervolgens op de pijltoets om het gaatje in de persvoet uit te lijnen met het merkteken. Veranderen van de patroonrichting ABC ABC ABC ABC ABC Iedere keer als op “90˚ rechtsom” gedrukt wordt zal het patroon in stappen van 90˚ rechtsom gedraaid worden, zoals aangegeven in de afbeelding links. ABC

3. Borduur het patroon.118

Spiegelbeeldpatronen

1. Druk op de “ ” toets om het patroon

horizontaal om te keren.

  • Als de “ ”-toets niet oplichtend op het display wordt aangegeven, betekent dit dat het patroon horizontaal gedraaid is en in spiegelbeeld wordt weergegeven.
  • Voor sommige patronen wordt de “ ” toets niet op het display aangegeven.119 Veranderen van de grootte van letters en raampatronen
  • De grootte van de letters en de raampatronen kan naar wens worden veranderd.

1. Druk op “STK INST”.

2. Druk op ”VERGROTEN / VERKLEINEN”

3. Druk op “VERGROTEN” om de letter of het

raampatroon te vergroten en druk op “VERKLEINEN” om het kleiner te maken. Als op de “TERUG STELLEN” toets drukt, zal de patroongrootte naar de oorspronkelijke grootte terugkeren. 1 “VERGROTEN” toets 2 “VERKLEINEN” toets 3 “TERUG STELLEN” toets

  • Letters kunnen vergroot en verkleind worden naar grootten die variëren van “G” naar “K”.
  • De vergrotingsformaten voor de raampatronen zullen variëren afhankelijk van het patroon.
  • Zie bladzijde 115 voor instructies voor het gebruik van de overige toetsen in deze illustratie. Veranderen van de draaddichtheid van de stek op letters en bepaalde raampatronen Bijstelling van de draaddichtheid van de steken is niet mogelijk bij alle patronen. Bij andere patronen dan de karakters en sommige kaderpatronen is bijstelling van de draaddichtheid niet mogelijk.

1. Druk op “STK INST”.

2. Druk op ”DRAADDICHTHEID”

3. De draaddichtheid van de steken zal lager

worden (grover) iedere keer als op “–” wordt gedrukt. De draaddichtheid van de steken zal hoger worden (fijner) iedere keer als op “+” wordt gedrukt. 1 BASIS (Normaal) 2 + (steken dichter opeen) 3 – (steken verder uit elkaar)

Borduren van meerkleurige patronen Wanneer een patroon wordt gekozen, wordt het per kleur in deelpatronen op het display afgebeeld. De te borduren volgorde van de deelpatronen is van links naar rechts. Het meest linkse deelpatroon is de eerste draadkleur.

1. Rijg de eerste draadkleur in. (Zie bladzijde 88

– 89.) Nadat op de “START/STOP” toets is gedrukt, zal het eerste deelpatroon (1) worden geborduurd en vervolgens zal de machine automatisch stoppen.

  • Zorg ervoor de persvoet omhoog te brengen alvorens de draad te vervangen.
  • Wanneer het borduren met deze kleur voltooid is, zal het display automatisch één deelpatroon naar links opschuiven.

2. Vervang de bovendraad door de volgende

draadkleur en druk op de “START/STOP” toets. Het tweede deelpatroon (2) zal worden geborduurd en de machine zal vervolgens automatisch stoppen.

3. Vervang de bovendraad door de volgende

draadkleur en druk op de “START/STOP” toets. Het derde deelpatroon (3) zal worden geborduurd en de machine zal vervolgens automatisch stoppen.

4. Knip het overtollige draad af.

BORDUREN VAN EEN SIMPEL BORDUURPATROON

Borduren van patronen met één kleur

1. Rijg de draad door de machine. (Zie bladzijde

Breng het borduurraam aan. ( Zie bladzijde 92 – 94.)

3. Breng de persvoet omlaag.

4. Druk op de “START/STOP” toets om het

patroon te borduren: de machine zal automatisch stoppen nadat het patroon is voltooid.

5. Breng de persvoet omhoog.

6. Knip het overtollige draad of.

(1) (2) (3) (2) (3) (3)121 Borduren van enkelkleurige patronen terwijl “MEERKLEURIG” wordt afgebeeld

1. Druk op “MEERKLEURIG” om de

enkelkleurige functie in te stellen. Nadat op de “START/STOP” toets wordt gedrukt, zal het gehele patroon in een enkele kleur worden geborduurd en vervolgens zal de machine automatisch stoppen. *Verandering tussen de meerkleurige funktie en de enkelkleurige funktie is niet mogelijk als “MEERKLEURIG” niet op het scherm wordt aangegeven.

2. Knip overtollig draad af.122

Borduren van letters die buiten het borduurraam uitsteken *Deze functie is handig wanneer er veel karakters te borduren zijn en u deze niet allemaal in één borduurraam kunt borduren. Voorbeeld: ABCDE in grote karakters

1. Toets “ABC” in en druk dan op “STK INST” en

vervolgens op “LAYOUT”. Druk hierna op “START/MIDDEN” om over te schakelen naar “START”.

2. Druk op de “START/STOP” toets om het

borduren te starten. Nadat het borduren is voltooid, zal de machine automatisch het eindpunt borduren. U kunt dit eindpunt gebruiken als het beginpunt van de volgende te borduren karakters, nadat de stof opnieuw in het borduurraam is aangebracht met het eindpunt en de laatste karakters net binnen de linker zijkant van het borduurraam. 1 Eindpunt

3. Voer de overgebleven karakters “DE” in en

druk vervolgens op “START/MIDDEN” om “START” te kiezen.

4. Druk op de pijltoets om de eerste naaldpositie

van de overgebleven karakters naar het eindpunt van het laatste karakter te verplaatsen en druk vervolgens op de “START/STOP” toets om de machine te starten. 1 Eindpunt (Gebruik dit als beginpunt voor “DE”.) Voltooid patroon.123 Kombineren van een kaderpatroon met een ontwerp

1. Kies een kaderpatroon en borduur het.

Een “+” teken zal in het midden van het kader worden geborduurd nadat het borduren van het kaderpatroon is voltooid. Dit teken kan bij het borduren van letters of patronen gebruikt worden als leidraad bij de positiebepaling ervan binnen het kaderpatroon.

2. Gebruik het “+” teken binnenin het kaderpatroon als leidraad

en plaats de naald in het midden met behulp van de “midden” lay-out funktie. Borduur het ontwerp. Maken van insignes of decoratieve opzetstukken

1. Nadat u het kaderpatroon en het gecombineerde ontwerp

heeft geborduurd, borduurt u met de “– – –” steek een extra kaderpatroon iets groter dan het originele kaderpatroon eromheen.

2. Knip netjes rond het kaderpatroon op de lijn van het

buitenste kader. Het voltooide insigne of opzetstuk is nu klaar om op een werkstuk bevestigd te worden.

TOEPASSINGEN VAN BORDUREN124

Borduren van appliceersteken (met gebruik van een kaderpatroon)

1. Kies de te borduren stof voor het werkstuk, breng de

steunstof aan, breng dit in het borduurraam aan en breng het borduurraam in de machine aan.

2. Kies het te borduren kaderpatroon en de “– – –” steek.

Borduur het kaderpatroon op de te borduren stof. Verwijder de stof uit het borduurraam. Knip netjes rond de buitenkant van het door de steken gevormde kader.

3. Breng steunstof aan op de achterkant van de onderstof van

het werkstuk waarop de te borduren stof moet worden aangebracht. Plaats het midden van het gebied waar de te borduren stof moet worden aangebracht in het midden van het borduurraam. Borduur dit op dezelfde manier, met gebruik van hetzelfde kaderpatroon en de“– – –” steek als in stap 2.

4. Breng een dunne laag textiel-plakmiddel aan op de

achterkant van de te borduren stofvorm die u in stap 2 gemaakt heeft en bevestig dit vervolgens aan de onderstof van het werkstuk zodat dit precies over het zojuist geborduurde kaderpatroon valt. 1 Textiel-plakmiddel

5. Zonder de grootte of de vorm van het kaderpatroon te

veranderen, kies de “ ” steek en gebruik deze om de te borduren stof op de onderstof van het werkstuk te borduren. 1 Satijnsteek “ ” De voltooide borduurvorm op het werkstuk125

Borduren op kleine stukjes stof of op hoeken Gebruik steunstof voor extra ondersteuning tijdens het borduren. Nadat het borduren is voltooid, verwijdert u voorzichtig de steunstof. Geval A 1 Stof 2 Bevestig met dubbelzijdig plakband of een rijgsteek 3 Steunstof Geval B 1 Stof 2 Bevestig met dubbelzijdig plakband of een rijgsteek 3 Steunstof Geval C 1 Band (Bevestig met dubbelzijdig plakband) 2 Steunstof

  • Nadat het borduren is begonnen zal “STK INST” in “HELP” veranderen. INDIEN DE DRAAD BREEKT TIJDENS HET BORDUREN OF BIJ HET AFMAKEN VAN EEN ONVOLTOOID PATROON Vóór het borduren Tijdens het borduren Druk op “HELP”. Vervolgens zullen de volgende keuzemogelijkheden verschijnen 1 Druk op deze toets om een patroon terug te brengen naar de startpositie. 2 Druk op deze toets om door te gaan naar de volgende kleur of het volgende karakter zonder te borduren. 3 Druk op deze toets om terug te gaan naar het beginpunt van de huidige kleur of het huidige karakter zonder te borduren. 4 Druk op deze toets om steek voor steek door te gaan zonder te borduren. (Wanneer deze toets ingedrukt wordt gehouden zal na zes enkele steken in stappen van negen steken vooruit gesprongen worden.) 5 Druk op deze toets om steek voor steek terug te gaan zonder te borduren. (Wanneer deze toets ingedrukt wordt gehouden zal na zes enkele steken in stappen van negen steken terug gesprongen worden.) 6 Druk op deze toets om terug te keren naar het voorgaande scherm en zodat u met het borduren kunt beginnen.

Indien de draad breekt tijdens het borduren De machine stopt automatisch wanneer de bovendraad breekt. Ga in een dergelijk geval als volgt te werk.

1. In het geval de bovendraad breekt.

  • Rijg de bovendraad opnieuw in. In het geval de onderdraad breekt of de draad in het spoeltje opraakt.
  • Knip de bovendraad boven de stof in het borduurraam af en verwijder vervolgens het borduurraam. Vervang de draad in het spoeltje en breng het borduurraam weer aan.

2. Druk op “TERUG” om een paar steken terug

te gaan tot vlak voor het punt waar de draad brak of de draad in het spoeltje opraakte.

  • In geval het niet mogelijk is terug te gaan naar het punt waar de draad brak, drukt u op “TERUG ZOEKEN” om terug te gaan naar het beginpunt van de huidige kleur en drukt u vervolgens op “VOORUIT” om door te gaan naar vlak voor het punt waar de draad brak of de draad in het spoeltje opraakte.

3. Breng de persvoethendel omlaag en druk op

de “START/STOP” toets om het borduren voort te zetten.

  • In het geval de machine stopte omdat de bovendraad opraakte, is het mogelijk dat de bovendraad in de war zit (draadopname) aan de achterkant van de stof. Verwijder het borduurraam om dit te controleren en knip het overtollige draad af. 1 “START/STOP” toets Wanneer u de machine stopt door op de “START/STOP” toets te drukken en de plaats van de steek wilt veranderen. Druk op “HELP”. Volg dezelfde procedure als voor “Indien de machine automatisch stopt wanneer de draad breekt”. 1 “START/STOP” toets128 Opnieuw borduren vanaf het begin

1. Druk op deze toets om een patroon terug te

brengen naar de startpositie.

2. Breng de persvoet omlaag en druk op de

“START/STOP” toets om het borduren te starten. 1 “START/STOP” toets129 ONDERHOUD

Voor het vervangen van de gloeilamp

1. Zet de hoofdschakelaar uit.

  • Het netsnoer moet uit het stopcontakt verwijderd worden alvorens de gloeilamp te vervangen.

2. Draai de schroef van de voorkap aan de linkerkant van de

3. Verwijder de voorkap.

4. Vervang de gloeilamp door een nieuwe van hetzelfde type.

  • Gloeilampen zijn verkrijgbaar bij uw dealer. (8V, 2,4W/Kodenummer X50228-001.)130 REINIGEN Houd de machine schoon.

1. Schakel de machine uit, verwijder de naald en zet

vervolgens de persvoethendel omhoog. 1 Gebruik een schroevedraaier om de schroeven los te draaien.

2. Draai de schroeven van de naaldplaat los.

3. Verwijder de naaldplaat.

4. Verwijder het spoelhuis.

5. Verwijder eventuele opeenhopingen van pluis en draden

van de binnenste haak en het loophuis en rondom het draadknipmes met behulp van een borstel of een klein stofzuigerhulpstuk. 1 Loophuis 2 Spoelhuis

  • Pluizen en stof opgehoopt in het loophuis kunnen de oorzaak zijn van een slechte borduurkwaliteit.

6. Breng het spoelhuis weer aan door het uitsteeksel op het

spoelhuis tegen de veer van de aanslag te plaatsen. 1 Uitsteeksel op het spoelhuis 2 Veer van de aanslag131 Foutmeldingen Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer de opwindas van het spoeltje aan de rechterkant staat en op de “START/STOP” toets wordt gedrukt. Het is mogelijk dat deze mededeling wordt afgebeeld nadat een scherm u instrueert de naald in de hoogste stand te zetten. FOUTMELDINGEN In het geval de machine niet op de juiste wijze is ingesteld en u op de “START/STOP” toets drukt of wanneer een verbetering in uw bediening noodzakelijk is, zal de machine niet starten en u door middel van een alarmtoon en een mededeling op het display instrueren. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer op de “START/STOP” toets wordt gedrukt terwijl de persvoethendel omhoog staat. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer geen patroon is gekozen en op de “START/STOP”-toets of op “STK INST” wordt gedrukt. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer de machine waarneemt dat de boven- of onderdraad is gebroken of geen bovendraad is ingeregen, of wanneer er geen draad meer op het spoeltje is. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer de motor vast zit. Dit kan zijn veroorzaakt door een verwarde draad of door borduren met een kromme naald. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer op “OPVRAGEN” wordt gedrukt en er geen patroon opgeslagen is op die geheugenpagina.132 Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer op “OPVRAGEN” wordt gedrukt en het ontwerp in het geheugen van de machine opgeslagen is in een andere geheugenkaart dan op dit moment is ingebracht. Geheugenkaartpatronen kunnen niet in het geheugen worden opgeslagen. Echter, de letters van geheugenkaart nr. 1, Alfabet en nr. 10, Monogrammen, kunnen worden opgeslagen en opgevraagd terwijl de geheugenkaart is ingebracht. De geheugenkaart waarvan een ontwerp werd opgeslagen moet zijn ingebracht om het ontwerp op te vragen. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer u probeert patronen op te slaan die niet kunnen worden gecombineerd. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer op “KAART” wordt gedrukt terwijl geen geheugenkaart is ingebracht. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer op de “START/STOP” toets wordt gedrukt maar de persvoet niet omhoog is gezet om de draadkleur te veranderen. In het geval u de draadkleur niet wilt veranderen, zet u de persvoethendel omhoog en weer omlaag en vervolgens drukt u op de “START/STOP” toets om de machine te starten. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer geprobeerd wordt het borduurraam te verplaatsen terwijl de naald omlaag staat. Zet de naald in de hoogste stand met behulp van het handwiel. Ga vervolgens verder. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer de gecombineerde grootte van de patronen groter is dan het borduurveld. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer de naald omlaag staat en de hoofdschakelaar wordt aangezet. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer op “MEERKLEURIG” wordt gedrukt terwijl het borduren van het patroon reeds is begonnen.133 Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer op de “START/STOP” toets wordt gedrukt in het geval het opslaan van een “KADERPATROON” nog niet is voltooid. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer het totale aantal karakters of patronen het maximum van 35 overschrijdt. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer u op de “ ” toets drukt terwijl de machine aan het borduren is. Algemene melding Alarmtonen Deze mededeling wordt afgebeeld tijdens het opwinden van het spoeltje. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer op een “GEHEUGEN” pagina wordt gedrukt om een patroon op die geheugenpagina op te slaan. De hoofdschakelaar mag niet uitgezet worden terwijl deze mededeling wordt afgebeeld. Deze mededeling wordt afgebeeld wanneer de machine aan het berekenen is nadat u op de “ ” heeft gedrukt. Druk op “ANNULEREN” als u het berekenen wilt onderbreken. ● Bij juiste bediening: één alarmtoon Bij onjuiste bediening: twee of vier alarmtonen134

OPLOSSEN VAN PROBLEMEN

Kontroleer de oorzaak van het probleem zonder u zorgen te maken. Wanneer er tijdens het borduren iets niet goed gaat, leest u eerst de bladzijden van deze bedieningshandleiding door waarop de door u uitgevoerde bediening wordt uitgelegd, om er zeker van te zijn dat u de machine op de juiste wijze bedient. In het geval u moeilijkheden blijft ondervinden, kan de hieronder volgende controlelijst u helpen het probleem op te lossen. In het geval u daarna nog steeds moeilijkheden ondervindt, neemt u kontakt op met uw dealer of het dichtstbijzijnde service-centrum. Problemen met draad en steken Symptoom

1. De bovendraad breekt

2. De onderdraad breekt

3. Overgeslagen steken

1. De bovendraad in niet goed ingeregen.

2. De bovendraad zit in de war.

3. De draadklos is niet goed geplaatst.

4. Een verkeerde naald wordt gebruikt.

5. Een andere draad dan de voor

borduren aangewezen bovendraad wordt gebruikt.

1. De bovendraad zit in de war.

2. De onderdraad is onjuist ingeregen in

3. Een andere draad dan de voor

borduren aangewezen onderdraad wordt gebruikt.

1. De naald is niet juist aangebracht.

2. Een verkeerde naald wordt gebruikt.

3. De stof in onjuist in het borduurraam

4. Het borduurraam is onjuist in de

machine aangebracht.

5. Dunne of elastische stof wordt gebruikt

zonder dat steunstof is aangebracht.

1. De bovendraadspanning is te hoog.

2. De boven- of onderdraad is niet juist

3. Dunne of elastische stof wordt gebruikt

zonder dat steunstof is aangebracht.

4. De stof in onjuist in het borduurraam

5. Een verkeerde naald wordt gebruikt.

1. Rijg de bovendraad opnieuw in.

2. Reinig het spoel- of de de loophuis.

3. Plaats de draadklos op de juiste wijze.

4. Breng de juiste naald aan.

5. Rijg de voor borduren aangewezen

1. Reinig het spoel- of de de loophuis.

2. Verwijder het spoeltje, breng het

spoeltje juist aan en geleid de onderdraad door de gleuf.

3. Rijg de voor borduren aangewezen

1. Breng de naald juist aan.

2. Breng de juiste naald aan.

3. Breng de stof op de juiste wijze in het

4. Breng het borduurraam op de juiste

wijze in de machine aan.

5. Breng steunstof aan.

1. Verlaag de bovendraadspanning met

behulp van de bovendraadspanning regelschijf.

2. Rijg de boven- of onderdraad juist in.

3. Breng steunstof aan.

4. Breng de stof op de juiste wijze in het

5. Breng de juiste naald aan.135

5. De onderdraad is zichtbaar op de

bovenkant van de stof

6. De bovendraad zit los

7. Het geborduurde patroon is

8. Inrijgen is niet mogelijk.

De draad wordt na instelling van het automatisch draadknippen niet afgeknipt. Mogelijke oorzaak

1. De bovendraadspanning is te hoog.

2. De boven- of onderdraad is niet juist

3. De onderdraad is onjuist ingeregen in

4. Een andere draad dan de voor

borduren aangewezen onderdraad wordt gebruikt.

1. De bovendraadspanning is te laag.

2. De boven- of onderdraad is niet juist

3. Andere draden dan de voor borduren

aangewezen boven- en onderdraad worden gebruikt.

1. De stof in onjuist in het borduurraam

2. Het borduurraam is onjuist in de

machine aangebracht.

3. Dunne of elastische stof wordt gebruikt

zonder dat steunstof is aangebracht.

4. Andere draden dan de voor borduren

aangewezen boven- en onderdraad worden gebruikt.

5. De draad zit in de war.

1. De naald is onjuist aangebracht.

2. De hendel van de naaldinrijger wil niet

1. Er hebben zich draadresten rondom het

draadknipmes verzameld. Oplossing

1. Verlaag de bovendraadspanning met

behulp van de bovendraadspanning regelschijf.

2. Rijg de boven- of onderdraad juist in.

3. Verwijder het spoeltje, breng het

spoeltje juist aan en geleid de onderdraad door de gleuf..

4. Rijg de voor borduren aangewezen

1. Verhoog de bovendraadspanning met

behulp van de bovendraadspanning regelschijf.

2. Rijg de boven- of onderdraad juist in.

3. Rijg de voor borduren aangewezen

boven- en onderdraad in.

1. Breng de stof op de juiste wijze in het

2. Breng het borduurraam op de juiste

wijze in de machine aan.

3. Breng steunstof aan.

4. Rijg de voor borduren aangewezen

boven- en onderdraad in.

5. Knip met een schaar de verwarde

draden binnenin het spoelhuis af en verwijder ze. Reinig het spoel- en het loophuis.

1. Breng de naald juist aan.

2. Draai het handwiel om de naald in de

hoogste stand te zetten.

1. Verwijder de naaldplaat en verwijder de

verzamelde draadresten.136 Mechanische problemen Symptoom

1. De werking van de machine is

langzaam en luidruchtig.

2. De machine start niet.

1. Afvaldraad en stof hebben zich

verzameld onder de naaldplaat.

1. U heeft niet op de “START/STOP” toets

2. De hoofdschakelaar staat uit.

3. De persvoet is niet omlaag gezet.

4. Controleer foutmeldingen.

1. De naald is niet juist aangebracht.

2. Een verkeerde naald wordt gebruikt.

1. Verwijder het afvaldraad en stof met

1. Druk op de “START/STOP” toets.

2. Zet de hoofdschakelaar aan.

3. Zet de persvoet omlaag.

4. Zie “FOUTMELDINGEN” op bladzijde

1. Verwijder de naald en breng een

2. Breng de juiste naald aan.

Voorzichtig ● Deze machine is uitgerust met een draadbreuksensor. Hierdoor zal de machine niet werken indien de bovendraad niet is ingeregen, zelfs niet als op de “START/STOP” toets wordt gedrukt. Bovendien wordt een geeluid geluid gemaakt, anders dan het normale bedieningsgeluid, door het naaldstang mechanisme tijdens het verplaatsen van de borduurpositie, het controleren van het borduurveld en wanneer het borduurraam tijdens het borduren veel heen en weer beweegt. Dit geluid is echter normaal en duidt niet op een storing. ● In het geval de stroomvoorziening uitvalt tijdens het borduren: ● Zet de hoofdschakelaar uit en trek de stekker uit het stopcontakt. Indien de hoofdschakelaar aan blijft staan, kan de machine beschadigd raken wanneer de stroomvoorziening weer hersteld wordt. ● Om het borduren weer te starten, steekt u de stekker terug in het stopcontakt terwijl de hoofdschakelaar uit staat. Zet de hoofdschakelaar vervolgens weer aan en kies een bediening. Zie bladzijde 126 voor het gebruik van de “HELP” functie om weer terug te keren naar het punt waar de machine met borduren is opgehouden.137 PATRONEN Overzicht van te borduren karakters Maten: [G] 30 mm , [M] 15 mm [K] 7,5 mm Maten: [G] 30 mm , [M] 15 mm [K] 10 mm Overzicht van te borduren kaderpatronen <De grootte kan worden vergroot en verkleind.> Kaders Steken Maten: [G] 30 mm , [M] 15 mm [K] 9 mm138 Patronen die in de borduurmachine of op extra (standaard/verkrijgbare) geheugenkaarten zijn opgeslagen zijn uitsluitend voor huishoudelijk gebruik. Deze patronen mogen niet gebruikt worden voor enig ander dan huishoudelijk gebruik. Overzicht van enkel motief ontwerpen

Borduur- volgorde Borduur- draadkleur

<Borduurtijd: 2 - 18 min. (De tijd die nodig is voor het veranderen van de kleuren is hierbij niet inbegrepen.)>

Borduren op stoffen als zakdoeken en kragen ABC In het geval het bijgeleverde borduurraam te groot is voor de te borduren stof, kunt u het extra verkrijgbare kleine borduurraam gebruiken. 1 Borduurkaart 2 Borduurbereik (Maximum) Hoogte : 70 mm Lengte : 70 mm LET OP Houd bij gebruik van een klein raam rekening met het volgende.

1. Altijd na het inschakelen van de machine

de procedure voor de begin-instelling van de slee (borduurarm) voltooien — verplaatsing van de slee (borduurarm) voor het instellen van de positie — alvorens het kleine borduurraam aan te brengen.

2. In het geval u de positie van het patroon op

het “LAYOUT” scherm niet verandert, controleert u dat het borduurveld voor het gekozen patroon minder dan 70 mm hoog en breed is door op de “LAYOUT” toets te drukken. Indien dit het geval is, kan het patroon correkt worden geborduurd.

3. Als u de positie van het patroon heeft

veranderd met behulp van de pijltoetsen op het “LAYOUT” scherm, de “PROEF” functie gebruiken om te controleren of het patroon niet buiten de randen van het raam uitsteekt alvorens met het borduren te beginnen. Alvorens op “PROEF” te drukken, de naald en de persvoethendel in hun hoogste stand zetten. Borduren van zakdoeken en manchetten Plaats de zakdoek in het kleine borduurraam. U kunt de roteerfunctie gebruiken om de naald naar de gewenste borduurpositie te verplaatsen. Borduren van stoffen die niet in het borduurraam passen Voor stoffen die niet in het borduurraam passen strijkt of naait u met een rijgsteek een stuk steunstof op het te borduren gedeelte en vervolgens plaatst u het gehele stuk steunstof samen met de te borduren stof in het borduurraam. BORDUREN MET BEHULP VAN EEN KLEIN BORDUURRAAM (OPTIONEEL)140 Een extra-klein raam dat kleiner is dan het kleine raam dat op de voorgaande bladzijde wordt vermeld is ook als een optie leverbaar. Dit raam wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het borduren van initialen en monogrammen op zakken en manchetten. Het extra-kleine raam kan worden gebruikt voor het borduren op zelfs nog kleinere artikelen. 1 Borduurkaart (Verticaal type) 2 Borduurbereik (Maximum) 3 Maximum borduurgebied – Hoogte : 50 mm 4 Maximum borduurgebied – Lengte : 30 mm 5 Midden van patroon LET OP Let bij gebruik van het extra-kleine raam op de volgende punten.

1. Altijd na het inschakelen van de machine

de procedure voor de begin-instelling van de slee (borduurarm) voltooien — verplaatsing van de slee (borduurarm) voor het instellen van de positie — alvorens het extra-kleine borduurraam aan te brengen.

2. Als u de positie van het patroon heeft

veranderd met behulp van de pijltoetsen op het “LAYOUT” scherm, de “PROEF” functie gebruiken om te controleren of het patroon niet buiten de randen van het raam uitsteekt alvorens met het borduren te beginnen.

3. Alvorens op “PROEF” te drukken, de naald

en de persvoethendel in hun hoogste stand zetten.

  • Het extra-kleine raam kan ook horizontaal worden gebruikt door de positie van het hulpstuk aan de raambevestigingsplaat te veranderen. Gebruik een schroevedraaier voor het verwijderen van de twee schroeven om de positie van het hulpstuk te kunnen veranderen.
  • Gebruik wanneer het raam horizontaal wordt bevestigd het horizontale hulpvel. 1 Raambevestigingsplaat 2 Schroeven (x2) 3 Tussenringen (x2) 4 Moeren (x2) 5 Borduurkaart (Horizontaal type) 6 Borduurbereik 7 Maximum borduurgebied – Hoogte : 30 mm 8 Maximum borduurgebied – Lengte : 50 mm 9 Midden van patroon

ABC 1 Borduurbereik 18,2 11 cm 2 Midden in het geval het borduurraam op plaats “a” is ingeklemd. 3 Midden in het geval het borduurraam op plaats “b” is ingeklemd. 4 Midden in het geval het borduurraam op plaats “c” is ingeklemd. 5 Referentielijn Combineren van patronen in de hoogterichting

1. In het geval de totale hoogte minder dan 18.2

cm is, kunt u de betreffende patronen eenvoudigweg borduren door de inklemplaats van het borduurraam te veranderen.

2. Nadat het bovenste patroon is geborduurd,

verplaatst u de inklemplaats van positie “a” naar positie “b” of positie “c”.

3. Borduur het onderste patroon.

BORDUREN MET BEHULP VAN EEN GROOT BORDUURRAAM (OPTIONEEL)142 Verbinden van twee of meer geborduurde ontwerpen (met gebruik van de 90˚ draaifunctie) Voorbeeld: Patronen in Bloemen geheu- genkaart (Nr. 2)

1. Controleer de lengte van de patronen die u

wenst te borduren door op “LAYOUT” te drukken. In het geval de totale lengte minder dan 18,2 cm is, kunt u onafgebroken door gaan met borduren door alleen de borduurplaats te veranderen, zonder de stof in het borduurraam te verplaatsen. 1 Uiteindelijk resultaat 2 Minder dan 18,2 cm Nadat u het patroon gekozen hebt, drukt u op “LAYOUT” om de grootte van het patroon te controleren. De patroongrootte wordt links op het scherm aangegeven.

2. Teken een lijn op de stof die de plaats

aangeeft waar de patronen zullen worden geborduurd door een lange lijn door de middens van de patronen over de gehele lengte van het borduurraam te trekken en verdeel deze lijn in twee gelijke delen. Teken het beginpunt af door op die plaats een tweede lijn door de middenlijn te trekken. 1 Beginpunt ABC

3. Lijn de middenlijn op de stof uit met een lijn

op de borduurkaart en pas de stof en de borduurkaart in het borduurraam. Klem het borduurraam in de borduurraamhouder op de slee, op de plaats aangegeven met “a”. (zie de volgende bladzijde)

4. Na op “LAYOUT” gedrukt te hebben, drukt u

op “90˚ rechtsom” om de pijl op het display te veranderen zodat deze naar rechts wijst. Druk vervolgens op “START/MIDDEN” om de huidige naaldpositie als beginpunt in te stellen.143

5. Gebruik de pijltoetsen om de naald naar het

beginpunt te verplaatsen en begin vervolgens met borduren.

6. Verplaats het borduurraam naar de plaats

aangegeven met “c” en klem het opnieuw in de borduurraamhouder op de slee.

7. Borduur het volgende patroon. In het geval u

hetzelfde patroon gebruikt, kunt u rechtstreeks met borduren beginnen. In het geval u een ander patroon wilt gebruiken, kiest u het nieuwe patroon. Na op “LAYOUT” gedrukt te hebben, drukt u op “90˚ rechtsom” om de pijl op het display te veranderen zodat deze naar rechts wijst. Druk vervolgens op “START/MIDDEN” om de huidige naaldpositie als beginpunt in te stellen.

8. Gebruik de pijltoetsen om de naald naar het

voorgaande eindpunt te verplaatsen en ga vervolgens verder met borduren. 1 Voorgaande eindpuntSystème de Broderie Personnelle Uw Eigen Borduursysteem FRENCH/DUTCH 882-211 191213-112 Printed in Taiwan NA01E030/PE180D_F/Dut