ELECTRONIQUE FS70WT - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ELECTRONIQUE FS70WT BROTHER in PDF-formaat.

Page 38
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BROTHER

Model : ELECTRONIQUE FS70WT

Categorie : Naaimachine

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ELECTRONIQUE FS70WT - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ELECTRONIQUE FS70WT van het merk BROTHER.

GEBRUIKSAANWIJZING ELECTRONIQUE FS70WT BROTHER

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Bij het gebruik van de naaimachine moeten altijd de standaardveiligheidsinstructies in acht genomen worden, inclusief het volgende Lees vóór gebruik alle instructies.

GEVAAR Het risico van een elektrische schok verminderen 1. De naaimachine moet nooit onbeheerd worden gelaten als ze op het stopcontact is aangesloten. Haal de stekker altijd onmiddellijk na gebruik en vóór het reinigen uit het stopcontact. 2. Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u de gloeilamp vervangt. Vervang de gloeilamp door eenzelfde type van 15 watt.

WAARSCHUWING Het risico van brandwonden, brand, een elektrische schok of letsel verminderen. 1. Zorg ervoor dat de machine niet als speelgoed gebruikt wordt. Grote oplettendheid is geboden als de naaimachine wordt gebruikt door of in de nabijheid van kinderen. 2. Gebruik deze naaimachine alleen voor de doeleinden die in deze handleiding beschreven worden. Gebruik alleen accessoires die in deze handleiding door de fabrikant worden aanbevolen. 3. Gebruik de naaimachine nooit als de kabel of de stekker beschadigd is, als ze niet goed werkt, als ze gevallen of beschadigd is of als ze in water is gevallen. Breng de naaimachine terug naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het dichtstbijzijnde servicecentrum voor inspectie, reparatie of elektrische of mechanische afstelling. 4. Gebruik de naaimachine nooit als een ventilatieopening afgesloten is. Zorg ervoor dat zich vóór de ventilatieopeningen van de naaimachine en het pedaal geen pluizen en stof ophopen en dat er zich geen losse stukjes stof bevinden. 5. Zorg ervoor dat er nooit een voorwerp in een opening valt of geplaatst wordt. 6. Gebruik de machine niet buiten. 7. Gebruik de machine niet op plaatsen waar spuitbusproducten (sprays) gebruikt worden of waar zuurstof wordt toegediend. 8. Als u de machine wilt uitschakelen, draai dan de hoofdschakelaar in de stand “O” (= “UIT”) en haal vervolgens de stekker uit het stopcontact. 9. Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan de kabel te trekken. Pak de stekker vast, niet de kabel. 10. Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Let vooral goed op het gedeelte rondom de naaimachinenaald. 11. Gebruik altijd de juiste naaldplaat. Door een verkeerde plaat kan de naald breken. 12. Gebruik geen verbogen naalden. 13. Trek niet aan of duw niet tegen de stof tijdens het stikken. Hierdoor kan de naald doorbuigen, waardoor hij breekt. 14. Zet de naaimachine in de stand “O” wanneer u afstellingen uitvoert in de buurt van de naald, zoals het inrijgen, de naald vervangen, de persvoet vervangen etc. 15. Haal de stekker altijd uit het stopcontact wanneer afdekkingen worden verwijderd, bij het smeren, of wanneer andere aanpassingen worden gedaan die in de bedieningshandleiding worden genoemd. 16. Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen of ongeschikte personen zonder toezicht. 17. Jonge kinderen moeten in de gaten gehouden om ervoor te zorgen dat ze niet met de naaimachine gaan spelen. 18. Neem de machine niet uit elkaar.

LET OP! De machine veilig gebruiken 1. Dit apparaat heeft een gepolariseerde stekker (de ene pen is breder dan de andere) om het risico van een elektrische schok te verminderen; deze stekker past slechts op één manier in een gepolariseerd stopcontact. (Alleen voor de VS) 2. Als de stekker niet volledig in het stopcontact past, draai hem dan om. (Alleen voor de VS) 3. Als hij nog steeds niet past, neem dan contact op met een erkend elektricien om een geschikt stopcontact te laten monteren. 4. Verander in geen geval zelf iets aan de stekker. 5. Zorg ervoor dat u de naalden tijdens het naaien zorgvuldig in de gaten houdt. Raak het handwiel, de naalden, messen of andere bewegende delen niet aan. 6. Schakel de aan-/uitschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact in de volgende situaties: - als u de machine niet meer gebruikt; - als u de naald of een ander onderdeel vervangt of verwijdert; - in geval van stroomuitval terwijl u de machine gebruikt; - als u de machine controleert of reinigt; - als u de machine onbeheerd achterlaat. 7. Laat niets op het pedaal liggen. 8. Sluit de machine rechtstreeks op het wandstopcontact aan. Gebruik geen verlengkabels. 9. Als de machine in aanraking komt met water, haal dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer. 10. Plaats geen meubels op de kabel. 11. Buig de kabel niet en trek niet aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen. 12. Raak de kabel niet met natte handen aan. 13. Plaats de machine in de buurt van het wandstopcontact. 14. Plaats de machine niet op een wankel voorwerp. 15. Doe de zachte hoes er niet overheen. 16. Als u een abnormaal geluid of een abnormale situatie waarneemt, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer.

Voor een langere levensduur van uw machine 1. Stel deze machine niet bloot aan direct zonlicht of aan zeer vochtige omstandigheden. Gebruik of berg deze machine niet op in de buurt van een kachel, strijkijzer, halogeenlamp of ander heet voorwerp. 2. Gebruik alleen milde zeep of oplosmiddelen om de behuizing te reinigen. Benzeen, thinner en schuurpoeder kunnen de behuizing en machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt. 3. Laat de machine niet vallen en bescherm hem tegen stoten. 4. Raadpleeg altijd deze handleiding alvorens u de persvoet, naald of andere onderdelen vervangt of aanbrengt, om er zeker van te zijn dat ze correct worden aangebracht.

Voor reparatie of afstelling van de machine Als in uw machine een storing optreedt of als er afgesteld dient te worden, raadpleeg dan eerst de tabel “Problemen oplossen” om uw machine zelf te inspecteren en af te stellen. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer.

“BEWAAR DEZE INSTRUCTIES” “Deze naaimachine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.”

LET OP! Als u deze naaimachine onbeheerd achterlaat, moeten de aan-/uit- en lichtschakelaar van de machine worden uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact worden getrokken. Bij onderhoudswerkzaamheden aan de naaimachine of wanneer afdekkingen worden verwijderd of de gloeilamp wordt vervangen, dient de machine of het elektrische gedeelte te worden losgekoppeld van de voeding door de stekker uit het stopcontact te trekken.

ALLEEN VOOR GEBRUIKERS IN HET VERENIGD KONINKRIJK, IERLAND, MALTA EN CYPRUS. Als uw machine is uitgerust met een vaste BS-stekker met 3 pennen, lees dan a.u.b. het volgende.

BELANGRIJK Als de stekker die bij deze machine werd geleverd, niet geschikt is voor het beschikbare stopcontact, dient hij te worden afgeknipt en te worden vervangen door een geschikte stekker met drie pennen. Bij toepassing van een alternatieve stekker dient een goedgekeurde zekering in de stekker te worden aangebracht.

OPMERKING De van het netsnoer verwijderde vaste stekker dient te worden vernietigd, omdat een stekker met blootliggende draden gevaarlijk is als hij wordt aangesloten op een stopcontact dat onder spanning staat. Bij het vervangen van de zekering in de stekker dient een door ASTA volgens BS 1362 goedgekeurde zekering, d.w.z. met aangebracht ASA keurmerk, te worden gebruikt, met de waarde als op de stekker is aangegeven. Plaats altijd de zekeringdeksel terug; gebruik nooit stekkers met verwijderde deksel.

WAARSCHUWING SLUIT GEEN VAN BEIDE DRADEN AAN OP DE AARDKLEM DIE GEMARKEERD IS MET DE LETTER “E”, HET AARDE-SYMBOOL , DE KLEUR GROEN OF DE KLEUREN GROEN EN GEEL. De draden in dit netsnoer hebben de volgende kleurcode: Blauw: Nul Bruin: Fase Omdat de draadkleuren in het netsnoer van dit toestel misschien niet corresponderen met de kleurmarkeringen van de aansluitingen in uw stekker, gaat u als volgt te werk. De blauwe draad moet worden aangesloten op de klem die gemarkeerd is met de letter “N” of een zwarte of blauwe kleur heeft. De bruine draad moet worden aangesloten op de klem die gemarkeerd is met de letter “L” of een rode of bruine kleur heeft.

GEFELICITEERD MET UW KEUZE VOOR DEZE COMPACTE OVERLOCKMACHINE Dit is een handige machine van hoge kwaliteit. Om optimaal gebruik te kunnen maken van alle functies, adviseren wij u dit boekje aandachtig te bestuderen. Indien u meer informatie wenst over het gebruik van deze machine, dan kunt u te allen tijde contact opnemen met uw dichtstbijzijnde, erkende dealer. Veel plezier!

LET OP! Bij het inrijgen of vervangen van een naald of gloeilamp, moeten de aan-/uit- en lichtschakelaar van de machine worden uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact worden getrokken. Als de machine niet wordt gebruikt, adviseren wij u de stekker uit het stopcontact te verwijderen om eventuele gevaarlijke situaties te vermijden.

Opmerkingen over de motor - De maximale naaisnelheid van deze naaimachine is 1300 steken per minuut, hetgeen zeer snel is in vergelijking met de gemiddelde snelheid van de normale, voetgestuurde naaimachines van 300 tot 800 steken per minuut - De motorlagers zijn vervaardigd van een speciale gesinterde en met olie geïmpregneerde metaallegering, gewikkeld in in olie gedrenkte vilt, voor urenlang, ononderbroken gebruik. - Door langdurig gebruik van de naaimachine kan het gebied rond de motor warm worden, maar nooit zodanig dat dit nadelige gevolgen kan hebben voor de prestaties. Zorg dat de ventilatieopeningen aan de zij- en achterkant van de naaimachine altijd vrij blijven van stof en papier. - Wanneer de motor draait, zullen er vonken zichtbaar zijn door de ventilatieopeningen bij de motorsteun, tegenover het handwiel. Deze vonken worden veroorzaakt door de koolborstels en de collector en maken deel uit van de normale werking van de machine.

Inhoud Accessoires De machine aansluiten Draairichting van het handwiel Voorklep openen / sluiten Persvoet bevestigen/verwijderen Opvangbakje Naaien met vrije arm (platbodemhulpstuk verwijderen) Mesje verwijderen Steeklengte Steekbreedte Differentiaaltransporteur Persvoetdruk instellen Draadspanningsknop Overzicht voor het instellen van de draadspanning, twee naalden (vier draden) Overzicht voor het instellen van de draadspanning, één naald (drie draden) Naald Naald verwijderen / aanbrengen

41 42 42 42 42 43 43 44 44 44 45 45 46 47 48 49 49

Hoofdstuk 2: Voorbereidingen voor het inrijgen 50 Draadgeleider Het gebruik van het kloskapje Het gebruik van het garennetje Vóór het inrijgen

Hoofdstuk 3: Inrijgen 51 Onderste grijper inrijgen Bovenste grijper inrijgen Inrijgen van de rechter naald Linkernaald inrijgen

Hoofdstuk 4: Vergelijkingstabel voor naaimateriaal, draden en naalden 55 Hoofdstuk 5: Naaien 56 Steekselectie Proeflapje naaien Afwerken met kettingsteek Beginnen met naaien Stof verwijderen De ketting vastzetten Als de draad breekt tijdens het naaien Dunne stoffen naaien Smalle overlock/rolzoomsteek Overzicht voor smalle overlock/rolzoomsteek

56 56 57 57 57 58 59 59 59 61

Hoofdstuk 6: Problemen oplossen 62 Hoofdstuk 7: Onderhoud 63 Reinigen 63 Smeren 63 De gloeilamp vervangen 63

Hoofdstuk 8: Plaatsing van optionele voet 64 Blindzoomvoet Elastiekvoet Parelvoet Pipingvoet Plooivoet

Hoofdstuk 1: Benamingen en functies van de onderdelen 40

3 Stelschroef voor persvoetdruk

4 Klospen 5 Klossteun

In de voorklep L Draadgeleider

M Inrijghendel onderste grijper

N Draadgever voor grijpers

A Draadspanningsknop linkernaald

B Draadspanningsknop rechternaald

C Draadspanningsknop bovenste grijper

t Voorklepcompartiment

D Draadspanningsknop onderste grijper E Voorklep F Persvoethendel G Aan/uit- en lichtschakelaar H Steeklengteknop

De bijgeleverde accessoires en de verwijderde steekpositievinger kunt u in dit voorklepcompartiment bewaren. <A>: Naaldenset, <B>: Steekpositievinger (indien verwijderd, zie HOOFDSTUK 5 “Smalle overlock/rolzoomsteek”), <C>: Pincet, <D>: Zeskantschroevendraaier

* Luchtopeningen (aan de zij- en achterkant)

Accessoires Meegeleverde accessoires

Optionele accessoires Meer informatie over de volgende artikelen vindt u in HOOFDSTUK 8. A Blindzoomvoet: X76590002

1 Zachte hoes: X77871000 2 Opbergzakje voor accessoires: 122991052 3 Pincet: XB1618001 4 Garennetje (4): X75904000 5 Kloskapje (4): X77260000

8 Naaldensetje (SCHMETZ 130/705H): X75917001 nr. 80: 2 stuks, nr. 90: 2 stuks 9 Pedaal: XC7359022 (gebieden met 120 V) XC7438322 (gebieden met 230 V)

B Plooivoet: SA213 (VS, CANADA) X77459001 (OVERIG)

6 Reinigingsborsteltje: X75906001

C Parelvoet: SA211 (VS, CANADA) X76670002 (OVERIG)

XC7456322 (Verenigd Koninkrijk)

LS XD0112022 (Argentinië) XD0852022 (Korea) XD0105022 (China) XE0629002 (Australië, Nieuw-Zeeland) 0 Instructie-dvd: XB1619001 (NTSC) XB1660001 (PAL) 1

D Pipingvoet: SA210 (VS, CANADA) XB0241101 (OVERIG)

E Elastiekvoet: SA212 (VS, CANADA) X76663001 (OVERIG)

De machine aansluiten De machine inschakelen 1. Steek de drie-pins stekker in de aansluiting aan de rechter onderkant van de machine. Steek vervolgens de stekker in een stopcontact. 2. Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar <A> in de stand “I” (voor uitschakelen in de stand “O”).

Voorklep openen / sluiten Bij het inrijgen van de draad in deze machine moet de voorklep worden geopend. Schuif hem naar rechts 1 en open 2 of sluit hem en schuif hem naar links.

LET OP! Voor uw eigen veiligheid mag de machine nooit worden gebruikt als de voorklep geopend is. Schakel de machine altijd uit voordat de voorklep wordt geopend.

Werking Wanneer het pedaal iets wordt ingetrapt, begint de machine langzaam te lopen. Hoe dieper het pedaal wordt ingetrapt, des te sneller gaat de machine lopen. Als het pedaal wordt losgelaten, stopt de machine.

OPMERKING (alleen voor de VS): Pedaal: Model KD-1902 Dit pedaal kan alleen worden gebruikt voor het naaimachinemodel 3034D.

Draairichting van het handwiel Het handwiel <A> draait linksom (richting van de pijl). Dit is dezelfde richting als een gewone naaimachine voor huishoudelijk gebruik. De naalden bewegen naar hun hoogste stand als het handwiel zodanig wordt gedraaid dat het merkteken <B> op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine.

Persvoet bevestigen/verwijderen 1. Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar uit of trek de voedingsstekker uit het stopcontact. 2. Beweeg de persvoethendel omhoog. 1 3. Draai het handwiel 2 zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”.) 4. Druk op de knop op de persvoethouder zodat de standaardpersvoet vrijkomt. 3 4 5. Beweeg de persvoet verder omhoog door de persvoethendel verder omhoog te duwen. Verwijder vervolgens de persvoet en bewaar hem op een veilige plaats. 6. Beweeg de persvoet nogmaals verder omhoog door de persvoethendel verder omhoog de duwen. Plaats vervolgens de persvoet net onder de persvoethouder <A>, zodanig dat de groef in de onderkant van de persvoethouder <B> in lijn staat met de pen bovenin de voet <C> en daaromheen grijpt. Beweeg vervolgens de persvoethendel omlaag om de persvoet vast te drukken. Druk daarbij op de knop op de persvoethendel.

Opvangbakje Het optionele opvangbakje <A> vangt de tijdens het naaien afgeknipte stof en draad op.

Naaien met vrije arm (platbodemhulpstuk verwijderen) Wanneer u met de vrije arm naait, kunt u gemakkelijk met pijpvormige stukken werken. 1. Verwijder het platbodemhulpstuk <A>.

OPMERKING: Let op dat u het verwijderde platbodemhulpstuk niet kwijtraakt.

Aanbrengen: Druk het opvangbakje <A> naar binnen, totdat het de voorklep raakt.

2. Plaats de stof en begin met het naaien. (Zie HOODFSTUK 5.)

OPMERKING: Zorg dat de plaatsingsgeleider <B> tegen die van de machine wordt geplaatst.

Verwijderen: Trek het opvangbakje langzaam naar buiten. OPMERKING: Het optionele opvangbakje kan ook worden gebruikt als pedaalhouder.

LET OP! Verwijder altijd het pedaal uit het opvangbakje voordat de machine wordt gedragen.

Mesje verwijderen Om te naaien zonder dat de rand van de stof wordt afgesneden, kunt u het mesje als volgt verwijderen.

Steeklengte De standaardinstelling voor de steeklengte is 3 mm. Om de steeklengte te wijzigen, draait u aan de steeklengteknop aan de rechterkant van de behuizing.

LET OP! Raak het mesje niet aan. Beweeg de hendel voor het mesje alleen als de naald op zijn laagste punt staat.

Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het mesje verwijdert. 2

1. Trek de hendel voor het mesje <A> omhoog en vervolgens naar rechts.

1 Steeklengte verkorten tot minimaal 2 mm. 2 Steeklengte verlengen tot maximaal 4 mm. <A> Markering

2. Beweeg het mesje omlaag.

Steekbreedte De normale steekbreedte-instelling voor de gewone overlocksteek is 5mm. Om de steekbreedte te wijzigen, draait u aan de steekbreedteknop.

3. Trek het mesje geheel naar buiten en haal uw hand van de hendel.

1 Steekbreedte vergroten tot maximaal 7 mm. 2 Steekbreedte verkleinen tot minimaal 5 mm. <A> Markering

Deze naaimachine is uitgerust met twee verschillende transporteurs onder de persvoet waarmee de stof door de machine wordt gevoerd. De differentiaaltransporteur regelt de beweging van de voorste en achterste transporteurs. Wordt deze knop ingesteld op 1, dan bewegen beide transporteurs met dezelfde snelheid (verhouding van 1:1). Indien de differentiaalverhouding wordt ingesteld op een waarde kleiner dan 1:1, dan bewegen de voorste transporteurs langzamer dan de achterste, zodat de stof tijdens het naaien wordt uitgerekt. Dit is handig bij lichte stoffen die snel rimpelen. Indien de differentiaalverhouding wordt ingesteld op een waarde groter dan 1:1, dan bewegen de voorste transporteurs sneller dan de achterste, waardoor de stof tijdens het naaien wordt geplooid. Hierdoor wordt het rimpelen van stretchstoffen voorkomen.

Instelling differentiaaltransporteur Trans- Hoofd- Differentitrans- aaltransportporteur porteur verhouding (achter) (voor)

Materiaal wordt strakgetrokken.

Voorkomt dat dun materiaal rimpelt of samentrekt

Materiaal wordt geplooid of samengedrukt.

Voorkomt dat stretchstoffen uitrekken of rimpelen

De normale instelling van de instelknop voor de differentiaaltransporteur is 1,0.

Een voorbeeld Wanneer stretchstof wordt genaaid zonder gebruik van de differentiaaltransporteur, gaan de randen van de stof golven.

Door de transportverhouding van 1,0 te wijzigen in een waarde dichter bij 2,0, kunt u een gladdere afwerking krijgen. (De beste transportverhouding is afhankelijk van de elasticiteit van de stof.) Hoe elastischer de stof, hoe dichter bij 2,0 de instelling van de differentiaalverhouding moet zijn. Maak een proeflapje om de juiste instelling te vinden.

LET OP! Bij het naaien van dikke, niet-elastische stof zoals bijvoorbeeld denim, mag de differentiaaltransporteur niet worden gebruikt, omdat dit de stof kan beschadigen.

Persvoetdruk instellen Draai aan de stelschroef voor de persvoetdruk aan de linkerbovenkant van de machine. U kunt de juiste instelling vinden met behulp van de waarde op de schroef. De normale instelling is “2”.

Om de differentiaaltransporteur in te stellen, draait u aan de knop aan de rechteronderkant van de behuizing.

Draadspanningsknop Er is een draadspanningsknop voor elk van de naalddraden en de bovenste en onderste grijperdraad. De instelling van de draadspanning is afhankelijk van de dikte van de stof en het gebruikte garen. Het kan dus nodig zijn de draadspanning aan te passen wanneer er van stof wordt veranderd. 1

1 De gele draadspanningsschijf is voor de linkernaald. 2 De roze draadspanningsschijf is voor de rechternaald. 3 De groene draadspanningsschijf is voor de bovenste grijper. 4 De blauwe draadspanningsschijf is voor de onderste grijper.

Draadspanningsregeling In de meeste gevallen zult u met draadspanning “4” het gewenste resultaat behalen. (Standaard: SPAN 60/3Z) Indien de kwaliteit van de steken onvoldoende is, kiest u een andere instelling voor de draadspanning.

<A> Markering voor de draadspanning

1 Voor hogere spanning: 4 tot 7 2 Voor lagere spanning: 2 tot 4 3 Voor gemiddelde spanning: 5 tot 3 Als u de juiste spanning niet kunt vinden, raadpleeg dan de tabellen op de volgende pagina’s.

LET OP! Zorg dat het garen goed in de spanningsschijven is geplaatst.

Overzicht voor het instellen van de draadspanning, twee naalden (vier draden) A: Achterkant B: Goede kant C: Linker naalddraad D: Rechter naalddraad E: Draad van bovenste grijper F: Draad van onderste grijper

C A Linker naalddraad is te los.

Zet linker naalddraad strakker. (geel)

Rechter naalddraad is te los.

Zet rechter naalddraad strakker. (roze)

Linker naalddraad is te strak.

Zet linker naalddraad losser. (geel)

Rechter naalddraad is te strak.

Zet rechter naalddraad losser (roze).

Bovenste grijperdraad is te strak.

Zet bovenste grijperdraad losser (groen)

Onderste grijperdraad is te los.

Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)

Bovenste grijperdraad is te los.

Zet bovenste grijperdraad strakker (groen).

Ga bij het afstellen van de draadspanning als volgt te werk:

Onderste grijperdraad is te strak.

Zet onderste grijperdraad losser (blauw).

(1) Linker naalddraad (2) Rechter naalddraad (3) Bovenste grijperdraad (4) Onderste grijperdraad

Bovenste grijperdraad is te los.

Zet bovenste grijperdraad strakker (groen)

Onderste grijperdraad is te los.

Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)

B D B C A D B A F E B A F E B A F E Dit is de beste manier om de juiste draadspanning te verkrijgen.

Overzicht voor het instellen van de draadspanning, één naald (drie draden) A: Achterkant B: Goede kant C: Naalddraad D: Draad van bovenste grijper E: Draad van onderste grijper

C A Naalddraad is te los.

Zet naalddraad strakker. (geel of roze)

Naalddraad is te strak.

Zet naalddraad losser. (geel of roze)

Bovenste grijperdraad is te strak.

Zet bovenste grijperdraad losser (groen)

Onderste grijperdraad is te los.

Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)

Bovenste grijperdraad is te los.

Zet bovenste grijperdraad strakker (groen).

Onderste grijperdraad is te strak.

Zet onderste grijperdraad losser (blauw).

B C E A D B E A D B E A D B E A D B

Bovenste grijperdraad is te los. Onderste grijperdraad is te los.

Ga bij het afstellen van de draadspanning als volgt te werk: (1) Naalddraad (2) Bovenste grijperdraad (3) Onderste grijperdraad

Zet bovenste grijperdraad strakker (groen)

Zet onderste grijperdraad strakker (blauw)

Dit is de beste manier om de juiste draadspanning te verkrijgen.

Voor deze machine kunt u naalden voor gewone huishoudelijke naaimachines gebruiken. De aanbevolen naald is SCHMETZ 130/705H (nr. 80 of nr. 90).

Naaldomschrijving 1 Achterkant (platte kant)

Naald controleren 4 Platte kant 5 Leg de naald met de platte kant op een vlakke ondergrond en controleer of de ruimte overal gelijk is.

OPMERKING: Maatregelen tegen beschadiging van de stof <A>.

Verwijderen: 1. Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar uit (OFF). 2. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”.) 3. Draai de desbetreffende naaldbevestigingsschroef los door de meegeleverde zeskantschroevendraaier in de richting van 2 in de afbeelding te draaien, en verwijder de naald. Aanbrengen: 1. Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar uit (OFF). 2. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. 3. Neem de naald in de hand met de platte kant van u af en duw hem zo ver mogelijk in de naaldhouder naar boven. 4. Draai de desbetreffende naaldbevestigingsschroef goed vast door de meegeleverde zeskantschroevendraaier in de richting van 1 in de afbeelding te draaien. OPMERKING: Zorg dat naalden altijd geheel in de houder worden geplaatst. Als de naalden goed zijn aangebracht, zit de rechternaald iets lager dan de linkernaald.

Door de naald SCHIMETZ 130/705H SUK (nr. 90) BALLPOINT te gebruiken, kan beschadiging van de stof worden beperkt.

Naald verwijderen / aanbrengen <A> Linkernaald verwijderen/aanbrengen <B> Rechternaald verwijderen/aanbrengen <A>

LET OP! Zet de naaimachine altijd uit voordat u de naald verwijdert/aanbrengt. Laat de naald of naaldbevestigingsschroef niet in de machine vallen, omdat deze anders beschadigd kan raken.

HOOFDSTUK 2 VOORBEREIDINGEN VOOR HET INRIJGEN Draadgeleider Zet de telescoopstang van de draadgeleider in de hoogste stand. Zorg dat de draadgeleiders recht boven de klospennen staan, zoals aangegeven in de onderstaande illustratie.

Vóór het inrijgen 1. Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar voor de veiligheid uit.

1 Draadhouder op de draadgeleider 2 Klospen 3 Juiste positie 3 1

2. Zet de persvoet omhoog met gebruik van de persvoethendel.

Het gebruik van het kloskapje Bij gebruik van klosjes, moet het kloskapje worden gebruikt zoals hieronder staat afgebeeld. Zorg dat de inkeping op het klosje aan de onderkant zit.

3. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel <A> in lijn staat met de streep <B> op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”.)

Het gebruik van het garennetje Wanneer u naait met los gewonden nylongaren, adviseren wij u het bij de machine geleverde netje om het klosje te trekken, om te voorkomen dat het garen van het klosje glijdt. Maak het netje precies passend voor het klosje.

HOOFDSTUK 3 INRIJGEN 5. Leid de draad door de geleider naar beneden door de inrijgpunten 5678 naast de blauwe kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding.

Het inrijgen dient te worden gedaan in de onderstaande volgorde. 1. Onderste grijper 2. Bovenste grijper 3. Rechternaald 4. Linkernaald

OPMERKING: Zorg dat de draad door beide draadgevers 7 wordt geleid.

Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de blauwe kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

Ga verder met “Snelle inrijgmethode voor de onderste grijper”.

Snelle inrijgmethode voor de onderste grijper 1. Schuif de inrijghendel voor de onderste grijper <A> naar rechts. De onderste grijper <B> beweegt naar de positie zoals hieronder staat afgebeeld.

Schuif de inrijghefboom alleen in de richting die door de pijl wordt aangegeven. Als u de inrijghefboom krachtig in een andere richting beweegt, kan hij beschadigd raken. Zorg dat de naald in de bovenste stand staat, voordat u de inrijghendel voor de onderste grijper verplaatst. 2. Leid de draad zoals in de afbeelding.

1. Open de voorklep door hem naar rechts te schuiven en de bovenkant naar u toe te halen. 2. Leid de draad van de spoel direct naar boven en van achter naar voren door draadhouder 1 en draadplaat 2 aan de draadgeleider. 3. Rijg de draad door opening 3 bovenop de machine. 4. Rijg de draad door de draadspanningsschijf 4 die zich in de draadgeleider naast de blauwe draadspanningsknop bevindt.

Onderste grijper inrijgen

3. Leid de draad door het oog van de onderste grijper.

4. Draai langzaam aan het handwiel en zorg dat de grijper terugkeert naar zijn oorspronkelijke positie.

OPMERKING: Als de onderste grijperdraad breekt tijdens het naaien, moet de draad van beide naalden worden afgeknipt en verwijderd. Bij het opnieuw inrijgen van de onderste grijper moet precies de in de afbeelding getoonde volgorde worden aangehouden. De machine werkt niet goed als de draad niet in de juiste volgorde is ingeregen.

LET OP! De naalddraden mogen pas worden ingeregen nadat de onderste en bovenste grijper zijn ingeregen.

Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de groene kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

5. Leid de draad door de geleider naar beneden door de inrijgpunten 5678 naast de groene kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding. OPMERKING: Zorg dat de draad alleen door de bovenste draadgever 7 wordt geleid.

6. Leid de draad door het oog van de bovenste grijper 9. OPMERKING: Indien de bovenste grijperdraad tijdens het naaien breekt: Dit kan gebeuren als de onderste grijperdraad vast komt te zitten aan de bovenste grijper. Als dit gebeurt, laat u de bovenste grijper zakken door het handwiel te draaien zodat u de onderste grijperdraad kunt losmaken van de bovenste grijper. Vervolgens dient de bovenste grijper ten minste vanaf de draadspanningsschijf opnieuw te worden ingeregen.

1. Open de voorklep door hem naar rechts te schuiven en de bovenkant naar u toe te halen. 2. Leid de draad van de spoel direct naar boven en van achter naar voren door draadhouder 1 en draadplaat 2 aan de draadgeleider. 3. Rijg de draad door opening 3 bovenop de machine. 4. Rijg de draad door de draadspanningsschijf 4 die zich in de draadgeleider naast de groene draadspanningsknop bevindt.

Bovenste grijper inrijgen

Inrijgen van de rechter naald

Linkernaald inrijgen

Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de roze kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de gele kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

1. Leid de draad van de spoel direct naar boven en van achter naar voren door draadhouder 1 en draadplaat 2 aan de draadgeleider. 2. Rijg de draad door opening 3 bovenop de machine. 3. Rijg de draad door de draadspanningsschijf 4 die zich in de draadgeleider naast de roze draadspanningsknop bevindt. 4. Leid de draad door de geleider naar beneden door de inrijgpunten 5 6 7 naast de roze kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding. OPMERKING: Zorg dat de draad door de rechterkant van de separator <A> loopt.

5. Trek de draad naar beneden en van voor naar achter door de draadgeleider van de naaldstang en door de rechternaald 8. (Links: twee naalden / rechts: één naald)

1. Leid de draad van de spoel direct naar boven en van achter naar voren door draadhouder 1 en draadplaat 2 aan de draadgeleider. 2. Rijg de draad door opening 3 bovenop de machine. 3. Rijg de draad door de draadspanningsschijf 4 die zich in de draadgeleider naast de gele draadspanningsknop bevindt. 4. Leid de draad door de geleider naar beneden door de inrijgpunten 5 6 7 naast de gele kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding. OPMERKING: Zorg dat de draad door de linkerkant van de separator <A> loopt.

5. Trek de draad naar beneden en van voor naar achter door de draadgeleider van de naaldstang en door de linkernaald 8. (Links: twee naalden / rechts: één naald)

HOOFDSTUK 4 VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIAAL, DRADEN EN NAALDEN Dunne stoffen: Crêpe georgette Batist Organdie Tricot

Draad Gewonden, nr. 80-90 Katoen, nr. 100 Tetron, nr. 80-100

Naalddraad: Gewonden, nr. 80-90 Tetron, nr. 80-100

Naald SCHMETZ 130/705H nr. 80

SCHMETZ 130/705H nr. 80

Grijperdraad: Wollig nylongaren Gewonden, nr. 80-90 Tetron, nr. 80-100

Gewonden, nr. 60-80 Katoen, nr. 60-80 Tetron, nr. 60-80

SCHMETZ 130/705H nr. 80 nr. 90

Naalddraad: Gewonden, nr. 60-80 Tetron, nr. 60-80

SCHMETZ 130/705H nr. 80 nr. 90

Grijperdraad: Wollig nylongaren Gewonden, nr. 60-80 Tetron, nr. 60-80

Katoen, nr. 50-60 Gewonden, nr. 60 Tetron, nr. 50-60

SCHMETZ 130/705H nr. 90

OPMERKING: Voor naaien met sierdraad wordt geadviseerd de bovenste grijper te gebruiken.

HOOFDSTUK 5 NAAIEN Steekselectie Selecteer het steekpatroon voordat u begint te naaien. Met deze naaimachine kunnen vijf verschillende steken worden genaaid. Volg hiervoor eenvoudig de onderstaande stappen:

Smalle overlocksteek 2,0 mm en Omgerolde overlocksteek 2,0 mm Toepasbaar als decoratieve of afwerksteek. Raadpleeg voor meer gegevens “Smalle overlock/ rolzoomsteek” in dit hoofdstuk.

Vierdraads overlocksteek Maak gebruik van alle vier draden en twee naalden voor het produceren van vierdraads overlocksteken. Gebruik: Produceert een sterke naad. Ideaal voor het naaien van gebreide en geweven stoffen.

OPMERKING: Voor een nog grotere diversiteit aan steken kunt u de optionele accessoirevoet gebruiken. Zie voor meer gegevens HOOFDSTUK 8.

Proeflapje naaien Driedraads overlocksteek 5 mm Maak gebruik van drie draden en de linkernaald voor het produceren van naden van 5 mm. Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor middelzware tot zware stoffen.

Maak een proeflapje voordat u begint met uw naaiwerk. 1. Stel de spanning van alle draden in op “4”. 2. Breng de draden op de machine aan en trek alle draden circa 15 cm naar buiten achter de persvoet.

OPMERKING: Verwijder de rechternaald bij het naaien van deze overlocksteek.

Driedraads overlocksteek 2,8 mm Maak gebruik van drie draden en de rechternaald voor het produceren van naden van 2,8 mm. Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor lichte tot middelzware stoffen. OPMERKING: Verwijder de linkernaald bij het naaien van deze overlocksteek.

3. Breng een overgebleven lapje stof onder de persvoet om een proeflapje te naaien. OPMERKING: Zorg altijd dat de persvoet omhoog staat voordat de stof eronder wordt gebracht. U kunt niet beginnen met het naaien als de stof onder de voet wordt geschoven zonder dat de persvoet omhoog wordt gebracht.

2. Beweeg de persvoet omhoog en breng de stof op de juiste manier onder de persvoet voordat u met het naaien begint. Naai langzaam een paar steken met behulp van het handwiel. 3. De stof wordt automatisch ingevoerd. U hoeft de stof alleen maar in de juiste richting te leiden. 4. Controleer de structuur van de steek (steekketting) om te zien of deze gelijkmatig is. Als de steek niet gelijkmatig is, controleert u opnieuw of het inrijgen op de juiste manier en in de juiste volgorde is uitgevoerd. 5. Volg de geleider voor evenwijdige naden om de naden van de stof gelijkmatig af te snijden. Met de steekbreedteknop op “5” wordt de schaalverdeling van de geleider voor evenwijdige naden 9,5, 12,7, 15,9 en 25,4 mm.

Afwerken met kettingsteek Als het proeflapje gereed is, houdt u het pedaal iets ingetrapt en werkt u af met een kettingsteek van circa 10 cm. De draden zullen vanzelf in de vorm van een ketting worden ineengevlochten.

1 Persvoet 2 Bovenste mesje 3 Geleider voor evenwijdige naden

OPMERKING: Als de draadspanning niet goed in balans is, zal het resultaat van het afwerken ongelijkmatig zijn. Trek lichtjes aan de draden als dit gebeurt. Controleer de inrijgvolgorde en stel de draadspanning af om een gelijkmatige ketting te verkrijgen. (Zie HOOFDSTUK 1, “Draadspanningsknop”.)

Als de naad gereed is, laat u de machine op een lage snelheid draaien om de kettingsteek af te werken. Knip vervolgens de steken op 5 cm van het naaiwerk af. Als er te weinig werd getransporteerd om af te werken, trekt u zachtjes aan de draad.

Beginnen met naaien 1. Rijg de draden op de machine in en trek alle draden circa 15 cm achter de persvoet naar buiten.

4. Voordat u het pedaal gebruikt, draait u, terwijl u met uw linkerhand alle draden vasthoudt, het handwiel langzaam een paar slagen naar u toe om te zien of de draden worden ineengevlochten.

De ketting vastzetten Er zijn twee methoden om de ketting vast te zetten.

Methode 1 Zet de ketting met de machine vast aan het begin en aan het eind van een steek.

3. Laat de naalden en de persvoet op dezelfde positie zakken. 4. Naai over de naad en let daarbij op dat de aanwezige naad niet met een mes wordt doorgesneden. 5. Nadat u enkele steken heeft genaaid, werkt u de stof af zoals in de afbeelding is weergegeven.

Aan het begin van een steek 1. Naai nog een paar steken na het afwerken met een kettingsteek van 5cm. 2. Stop de machine en breng de persvoet omhoog. 3. Doe de ketting onder de persvoet en naai eroverheen terwijl u de ketting naar u toe trekt. 4. Nadat u een paar steken genaaid heeft, snijdt u de overtollige ketting af zoals in de afbeelding wordt weergegeven.

6. Knip de draden af met een schaar.

Methode 2 Met deze methode kan de ketting aan het begin en aan het eind van een steek op dezelfde manier worden vastgezet. 1. Leg een knoop in de draden van de ketting.

Aan het eind van een steek 1. Aan het eind van de naad naait u één steek buiten de stof voordat u de machine stopt. 2. Steek de ketting met behulp van een handnaald met een groot oog in het eind van de naad.

2. Breng de persvoet en naalden omhoog en draai vervolgens de stof om.

3. Zet de ketting vast met een druppel stoflijm en knip de extra steken af nadat de lijm is gedroogd.

Als de draad breekt tijdens het naaien Verwijder de stof en rijg de draden opnieuw in de juiste volgorde in: onderste grijper, bovenste grijper, rechternaald en linkernaald. (Zie voor het opnieuw inrijgen HOOFDSTUK 3 “Inrijgen”.) Plaats het materiaal weer onder de persvoet en naai 3-5 cm over de vorige steken.

Smalle overlock/rolzoomsteek De smalle overlock/rolzoomsteek is een decoratieve afwerking voor lichte of middelzware stoffen. Ze wordt vaak gebruikt als afwerking voor de rand van de stof. Voor deze steek verwijdert u de linkernaald en past u de driedraads overlocksteek toe.

Instructies voor zowel smalle overlock- als rolzoomsteken LET OP!

Zet de naaimachine uit voordat u een naald verwijdert of aanbrengt. 1. Verwijder de linkernaald.

LET OP! Laat geen rechte spelden in de stof achter bij het naaien, omdat hierdoor de naalden en mesjes worden beschadigd.

Dunne stoffen naaien 1. Stel de druk van de persvoet zodanig af dat de stof niet rimpelt en er bochten kunnen worden genaaid. (Zie HOOFDSTUK 1 “Persvoetdruk instellen”.) 2. Zet de draadspanning losser, maar denk eraan dat bij een te lage spanning de draad kan breken en steken kunnen worden overgeslagen.

OPMERKING: Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad” voor de aanbevolen naald en draad.

2. Rijg de machine in voor een driedraads overlock voor de rechternaald. 3. Verwijder de steekpositievinger <A>. 1 Beweeg de persvoethendel omhoog. 2 Trek alle draden naar de achterkant van de machine. 3 Controleer om er zeker van te zijn dat de draad niet meer om de steekpositievinger gedraaid zit. 4 Open de voorklep. 5 Draai aan het handwiel totdat de bovenste grijper in de laagste stand staat. 6 Trek de steekpositievinger naar rechts en verwijder hem.

Er is een opbergruimte voor de steekpositievinger <A> aan de binnenkant van de voorklep.

OPMERKING: Zorg dat de steekpositievinger geplaatst is wanneer normale overlocksteken worden genaaid.

4. Stel de steekbreedteknop in op stand “R”.

5. Stel de steeklengte in. Stel de steeklengteknop in van stand “R naar 2” (voor smalle overlocksteek: R naar 2, voor rolzoomsteek: R).

Overzicht voor smalle overlock/rolzoomsteek Rolzoomsteek

Smalle overlocksteek Onderkant van materiaal

Bovenkant van materiaal

Bovenkant van materiaal

Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”.

Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”.

Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”.

Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”.

Draad van bovenste grijper

Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”.

Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”.

Draad van onderste grijper

Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”.

Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkingstabel voor materiaal, naald en draad”.

Voor dunne stoffen Voor middelzware stoffen

Voor dunne stoffen Voor middelzware stoffen

Draad van bovenste grijper

Draad van onderste grijper

Onderkant van materiaal

HOOFDSTUK 6 PROBLEMEN OPLOSSEN Deze naaimachine is ontwikkeld voor probleemloos gebruik. In de onderstaande tabel worden echter problemen opgesomd die kunnen optreden als de standaardinstellingen niet correct worden uitgevoerd. Probleem

Draai de stelschroef voor de persvoetdruk rechtsom om de persvoetdruk te verhogen. (Zie pagina 45.)

1. Verbogen naalden of stompe naaldpunt

Vervang door een nieuwe naald. (Zie pagina 49.)

2. Verkeerd aangebrachte naalden

Breng naalden correct aan. (Zie pagina 49.)

3. Met te veel kracht aan de stof getrokken

Niet te hard tegen de stof duwen of eraan trekken tijdens het naaien.

1. Verkeerd ingeregen

Rijg op de juiste manier in. (Zie pagina 51-54.)

2. Draad in de knoop

Controleer klospen, draadhouders enz. en verwijder in de knoop geraakte draad.

3. Draadspanning te hoog

Pas de draadspanning aan. (Zie pagina 46-48.)

4. Verkeerd aangebrachte naalden

Breng naalden correct aan. (Zie pagina 49.)

Gebruik correcte naald Schmetz 130/705H - aanbevolen (zie pagina 49.)

1. Verbogen naald of stompe naaldpunt

Vervang door een nieuwe naald. (Zie pagina 49.)

2. Verkeerd aangebrachte naald

Breng naald correct aan. (Zie pagina 49.)

Gebruik correcte naald Schmetz 130/705H - aanbevolen (zie pagina 49.)

4. Verkeerd ingeregen

Rijg op de juiste manier in. (Zie pagina 51-54.)

5. Persvoetdruk te laag

Draai de stelschroef voor de persvoetdruk rechtsom om de persvoetdruk te verhogen. (Zie pagina 45.)

Draadspanningen zijn niet correct ingesteld

Pas de draadspanning aan. (Zie pagina 46-48.)

4. Overgeslagen steken

5. Geen gelijkmatige steken

6. Stof trekt samen 1. Draadspanning te hoog

2. Verkeerd ingeregen of draad in de knoop

Verlaag de draadspanning tijdens het naaien van lichte of dunne stof. (Zie pagina 46-48.) Rijg op de juiste manier in. (Zie pagina 51-54.)

HOOFDSTUK 7 ONDERHOUD Reinigen LET OP!

De gloeilamp vervangen LET OP!

Schakel de machine vóór reiniging uit. Draai het handwiel en beweeg de naalden naar beneden. Verwijder regelmatig stof, afgeknipte stof en draad met het meegeleverde reinigingsborsteltje.

Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u de gloeilamp vervangt. Als de aan-/uit- en lichtschakelaar ingeschakeld is tijdens het vervangen van de gloeilamp, kunt u een elektrische schok krijgen. Als de machine ingeschakeld is en u trapt op het pedaal, kunt u gewond raken.

1. Draai de schroef met een kruiskopschroevendraaier los en verwijder de dekplaat.

Smeren Om de machine soepel en geruisloos te laten werken, moeten de bewegende delen van de machine (met pijlen aangegeven) regelmatig worden gesmeerd.

2. Vervang de gloeilamp door een nieuwe.

Schakel de machine uit voordat de voorklep wordt geopend en met smeren wordt begonnen.

Artikelnummers van de gloeilamp: X53061050 (VS, CANADA) 205336050 (OVERIGE LANDEN) 3. Sluit de dekplaat en draai de schroef vast.

OPMERKING: Zorg ervoor dat de machine vóór gebruik gesmeerd wordt. Vóór het smeren altijd eerst zorgen dat de machine vrij is van stof en pluizen. Bij gemiddeld gebruik moet de machine een tot twee keer per maand worden gesmeerd. Bij intensief gebruik moet de machine eenmaal per week worden gesmeerd.

Om brandwonden te voorkomen, moet u de gloeilamp laten afkoelen voordat u hem vervangt.

HOOFDSTUK 8 PLAATSING VAN OPTIONELE VOET LET OP! Schakel de machine uit tijdens het vervangen van de persvoet.

Blindzoomvoet Functies Met de blindzoomvoet (multipurposevoet) kunt u tegelijkertijd blindzomen en overlocken. Dit is ideaal bij het naaien van manchetten, broeken, zakken, het zomen van rokken enz. De steekgeleider op deze voet is ook nuttig bij het naaien van speciale steken zoals flatlock, pintuck en andere decoratieve steken.

6. Beweeg de persvoethendel naar beneden en zet de stofgeleider in de richting van de gevouwen zijde. 7. Stel de geleiderpositie van de persvoet in met de stelschroef, zodat de naald de vouw in de stof iets raakt. In dit geval vormt de dikte van de stof het uitgangspunt. Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de stofgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links.

Blindzomen De blindzoomsteek wordt gebruikt voor het maken van een bijna onzichtbare zoom in kleding of voor interieurdecoratie. Gebruik hem om broeken, rokken of gordijnen te zomen. Aanbevolen instellingen - Steekbreedte: 5 mm - Steeklengte: 3 - 4 mm - Draadspanning naald: enigszins slap (0-2) - Draadspanning bovenste grijper: enigszins strak (5-7) - Draadspanning onderste grijper: enigszins slap (2-4) Werkwijze 1. Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”). 2. Stel de machine in op driedraads overlocksteek met één naald in de linkerpositie. De rechternaald moet verwijderd worden. 3. Draai de stof met de verkeerde kant naar buiten, vouw de stof één keer en vouw daarna terug naar op de vereiste breedte, zoals in de afbeelding is weergegeven.

" 3 Stelschroef 4 Stofgeleider

Om de positie van de stofgeleider in te stellen, moet een proeflapje van dezelfde stof worden genaaid. 8. Naai, terwijl u de stof met de hand vouwt, op zo’n manier dat de naald de rand van de vouw precies raakt. 9. Open de stof zoals in de afbeelding is weergegeven.

Gebruik voor het beste resultaat een fijne draad met een kleur die bij de stof past. De steek zal dan aan de goede zijde van de stof nauwelijks te zien zijn.

Flatlocksteken 1 Achterkant 2 Naaldbaan

Het naaien gaat gemakkelijker als vóór het naaien een vouw wordt gestreken in de gevouwen stof. 4. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”). 5. Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gevouwen zijde aan de linkerkant zodanig in dat de naald tijdens het naaien precies door de gevouwen zijde gaat.

De flatlocksteek wordt hoofdzakelijk gebruikt voor decoratieve afwerking. De afwerksteek kan eruit zien als een ladder of dunne evenwijdige lijnen als de stof strak wordt getrokken. Aanbevolen instellingen - Steekbreedte: 5 mm - Steeklengte: 2 - 4 mm - Draadspanning naald: 0-3 - Draadspanning bovenste grijper: 2-5 - Draadspanning onderste grijper: 6-9

Werkwijze 1. Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”). 2. Stel de machine in op driedraads overlocksteek met één naald in de linkerpositie. De rechternaald moet verwijderd worden. 3. Vouw de stof zoals in de afbeelding is weergegeven.

Beide afwerksteken kunnen gebruikt worden op de goede zijde van de stof. Als u naait met de verkeerde zijden tegen elkaar, versiert de bovenste grijperdraad de goede zijde wanneer deze wordt opengevouwen. Als u naait met de goede zijden tegen elkaar, versiert de naalddraadladder de goede zijde wanneer deze wordt opengevouwen. OPMERKING: Deze methode is niet geschikt voor dunne stoffen.

4. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”). 5. Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gevouwen zijde zodanig in dat de naald precies door de vouw gaat. 6. Beweeg de persvoethendel naar beneden en zet de stof-geleider in de richting van de gevouwen zijde. 7. Stel de geleiderpositie van de persvoet in met de stelschroef, zodat de naald omlaag gaat naar een positie die 2,5 tot 3,0 mm binnen de gevouwen zijde van de stof ligt. Hierdoor komen sommige steken buiten de gevouwen zijde uit.

De pintucksteek gebruikt een omgerolde zijde om bij elke klus de stof vorm te geven en te decoreren. Draad in een contrasterende kleur in de bovenste grijper voegt een accent aan uw werkstuk toe. Bij dunne stoffen kunt u beter een fijne draad kiezen, zodat het naaien soepel verloopt. Werkwijze 1. Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”). 2. Stel de machine in op smalle overlocksteek. (Raadpleeg HOOFDSTUK 5 “Smalle overlock/ rolzoomsteek”.) 3. Trek met een stofpotlood op de stof lijnen op gelijke afstand als markering voor de pintucksteken Vouw de stof langs een van de lijnen en pers de vouw er licht in met een strijkijzer.

! 2 Stelschroef 3 Stofgeleider

Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de stofgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links. Om de positie van de stofgeleider in te stellen, kan een proeflapje van dezelfde stof worden genaaid. 8. Naai met een constante snelheid langs de vouw, terwijl u de stukken stof bij elkaar houdt. 9. Als het stikken gereed is, vouw dan de stof open (plat).

1 Lijnen trekken 2 In tweeën vouwen

4. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”). 5. Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gevouwen zijde zodanig in dat de naald precies door de gevouwen zijde gaat. 6. Beweeg de persvoethendel naar beneden en zet de stofgeleider in de richting van de gevouwen zijde. 7. Breng de geleider van de blindzoomvoet in lijn met de lijn op de rechterzijde van de steekpositievinger. Door de schroef naar u toe te draaien, gaat de steekgeleider naar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider naar links.

8. Breng de vouw in lijn met de geleider en voer de stof in tot aan de naaldpositie.

Machine-instelling (type steek):

tweenaalds, vierdraads overlocksteek éénnaalds, driedraads overlocksteek (Beide naalden kunnen worden gebruikt.)

De instelling van het elastiek/band

" 3 Stelschroef 4 Stofgeleider

9. Leid de vouw in de stof zo dat halverwege de naald en het bovenste mesje kan worden genaaid. 10. Naai verder tot alle gemarkeerde lijnen zijn gemaakt.

Corrigeer kleine oneffenheden met de hand.

Elastiekvoet Functies Met de lint- en elastiekvoet kunt u zowel band als elastiek naaien en tegelijkertijd prachtig zomen. - U kunt band of elastiek met een breedte van 6 mm tot maximaal 12 mm naaien. - Het bevestigen van band is erg handig voor versterking van elastische stoffen zoals gebreide schouderstukken. Daarnaast is het aanbrengen van elastiek handig bij het naaien van manchetten, kragen enz. <A>

1. Bevestig de elastiekvoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”). 2. Beweeg de persvoethendel omhoog. 3. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”). 4. Klap de bandgeleider 1 open en zet de persstelknop 2 op “0”. 5. Doe het band of het elastiek 5 door de opening 3. 6. Doe het band of het elastiek 5 door de opening 3 zodat de rechterzijde van het band/ elastiek langs de geleider 4 loopt. 7. Klap de bandgeleider 1 dicht zodat hij aan de linkerzijde van het band/elastiek zit.

<A> Gebruik van het elastiek <B> Gebruik van het band

Beweeg de persvoethendel omhoog. Voer de stoffen in tot de rand het plaatje raakt. Beweeg de persvoethendel omlaag. Stel de steekbreedteknop in op “5”.

5. Stel de steekbreedtehendel in. - Band: tussen “3” en “4” - Elastiek: “4” 6. Stel de persstelknop 2 in - op “0” bij het naaien met band. - op het gewenste aantal plooien bij het naaien met elastiek.

Machine controleren 1. Stel de steeklengte in zoals bij <A> of <B>. Een steeklengte van bijvoorbeeld 4 mm betekent 4 mm voor <A> of <B>. <A> <B>

OPMERKING: De plooien nemen toe bij een groter aantal.

2. Stel de steekbreedte in op 3 tot 5 mm. 3. Stel de draadspanning als volgt in: Naalddraad: iets lager Bovengrijperdraad: iets lager Ondergrijperdraad: iets lager

7. Naai een proeflapje en stel de draadspanning in. Voorbeeld van een goede naainaad:

Stof en parel instellen

OPMERKING: Bij naaien met band zijn de draadspanningen dezelfde als die bij normaal afboorden. Het wordt aanbevolen om voor een mooie afwerking een grotere spanning te hebben bij de onder- en bovengrijper.

Er wordt geadviseerd voor elke stof/draad een proeflapje te naaien vanwege de verschillende manier van plooien. 1 3

LS Met de parelvoet kunt u stof met parels bestikken. Het is handig voor de versierde zijde van een gordijn, tafelkleed, jurk enz. Met deze voet kunnen parels van 3 mm tot 5 mm worden genaaid.

1. Vouw de stof volgens de lijn voor parelbewerking. 2. Voer de stof in op het punt waar de naald omlaag gaat, waarbij de gevouwen zijde zich tegen de geleider 1 bevindt. 3. Stel met de schroef 2 de ruimte tussen de gevouwen zijde en de naald in, zodat deze 1 mm tot 1,5 mm wordt. 4. Breng de parel via de geleider precies voor de geleidertunnel 3.

Proeflapje naaien Voorbereiding 1. Verwijder het mesje (zie HOOFDSTUK 1 “Mesje verwijderen”). 2. Bevestig de parelvoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”). 3. Stel de machine in op driedraads overlocksteek met één naald in de linkerpositie De rechternaald moet verwijderd worden.

1. Naai door met de hand aan het handwiel te draaien tot de parel uit de tunnel komt. 2. Naai met een lage snelheid, waarbij de parel en de stof met de hand geleid worden. 3. Leg zowel aan het begin als aan het eind een knoop in de draad. OPMERKING: De draadspanning kan gemakkelijk verlaagd worden, vooral voor kleine parels. Verwijder de verstelbare steektong voor betere steken.

Functies Met de pipingvoet kunt u piping aanbrengen aan de rand van de stof. Piping is handig voor het versieren van de rand van kleding (pyjama, sportkleding), meubelbekleding, kussens, tassen enz.

Voorbereiding Bevestig de pipingvoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”).

1. Leg het pipingband tussen de twee stukken stof en positioneer beide zijden van de stof zoals in de afbeelding weergegeven. Houd 3 cm pipingband over aan de rand van de stof om gelijkmatig te kunnen naaien. (De goede zijde van de stof moet zich aan de binnenkant bevinden.) 2. Breng de stof met het pipingband onder de persvoet en leg het pipingband in de groef <A> van de pipingvoet en begin met naaien.

- tweenaalds, vierdraads overlocksteek - éénnaalds, driedraads overlocksteek (de rechternaald moet verwijderd worden)

Machine controleren 1. Stel steeklengte in op 3 mm. (standaardpositie) 2. Stel steekbreedte in op 5 tot 6 mm. 3. Stel draadspanning in op normale overlocksteken (raadpleeg HOOFDSTUK 5 “Steekselectie”). 3mm

1. De stof en het pipingband moeten tijdens het naaien met de hand geleid worden. 2. Draai de stof na het naaien om. OPMERKING: Rijg voor het gemak de stof en het pipingband voordat u gaat naaien. Het naaien van piping is moeilijk onder een scherpe hoek. In het geval van breed pipingband moet u naaien, waarbij u het overschot moet afsnijden.

Voorbereiding Bevestig de plooivoet (zie HOOFDSTUK 1 “Persvoet bevestigen/verwijderen”).

Machine-instelling (type steek):

tweenaalds, vierdraads overlocksteek éénnaalds, driedraads overlocksteek (Beide naalden kunnen worden gebruikt.)

Stel de steeklengte in op 3 mm. Stel de differentiaalverhouding in op 2. Stel de steekbreedte in op 5 mm. Stel de andere instellingen in op de waarden die bij normale overlocksteken worden gebruikt. 5. Naai terwijl de stof in lijn wordt gehouden met de stofgeleider 3. - Stel de grootte van de plooien in door de steeklengte tussen 2 mm en 5 mm in te stellen. - Stel de hoeveelheid stof die geplooid moet worden, in door de differentiaalverhouding tussen 1,0 en 2,0 in te stellen. OPMERKING: Rek de stof niet uit of trek er niet aan.

1. Beweeg de persvoethendel omhoog. 2. Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 “Draairichting van het handwiel”). 3. Breng het onderste gedeelte van de stof (de stof die geplooid 1 wordt onder de geleider 3 precies onder de naald). 4. Breng het bovenste gedeelte van de stof 2 tussen de plooivoet en de geleider 3 boven op het onderste gedeelte van de stof 1. 5. Beweeg de persvoethendel omlaag.

LG U kunt prachtige plooien maken door de plooivoet bij verschillende toepassingen voor kledingstukken en interieurdecoraties te gebruiken.

SPECIFICATIES Specificaties Gebruik Lichte tot zware stoffen

Naaisnelheid Maximaal 1300 steken per minuut

Steekbreedte 2,3 mm - 7 mm

Steeklengte (pitch) 2 mm - 4 mm

Naaldbeweging (slag) 25 mm

Persvoet Geleed type

Persvoetbeweging 5 mm - 6 mm

SCHMETZ 130/705H Aantal naalden en draden Drie/vier draden Twee naalden of één naald