Alys - Airconditioning Ariston Thermo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Alys Ariston Thermo in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Alys Ariston Thermo
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Alys - Ariston Thermo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Alys van het merk Ariston Thermo.
GEBRUIKSAANWIJZING Alys Ariston Thermo
Deze handleiding is gericht tot de installateur en de eindgebruiker, die de warmtepompboiler respectievelijk moeten installeren en gebruiken. Het niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg.
Dit boekje is een integraal en essentieel onderdeel van het product. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een nieuwe eigenaar wordt gegeven of verkocht en/of op een andere installatie wordt gemonteerd.
Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te kunnen waarborgen moeten de installateur en de gebruiker, m.b.t. hun respectievelijke bevoegdheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen aangezien zij belangrijke gegevens bevatten betreffende de veiligheid van de installatie, het gebruik en het onderhoud.
Deze handleiding is verdeeld in twee afzonderlijke delen:
1. GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUD
Dit deel bevat alle nodige informatie voor de juiste werking van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zelf kan worden uitgevoerd.
2. INSTALLATIE
Dit deel is gericht tot de installateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel moet navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installatie.
Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich het recht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen.
Ten behoeve van een beter begrip van de inhoud, daar het gaat om een gebruiksaanwijzing die opgesteld is in verschillende talen en geldt voor meerdere landen, zijn alle afbeeldingen op de laatste pagina's bijeengebracht en dus voor alle talen gelijk.
Het symbool van de "afvalemmer met een kruis" op het apparaat, betekent dat het product aan het einde van zijn levenscyclus niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het moet gescheiden worden ingezameld in een speciale vuilstortplaats voor elektrische en elektronische apparatuur of worden ingeruild bij de verkoper tijdens de aanschaf van een nieuw, soortgelijk apparaat.
De gebruiker is verantwoordelijk voor het apart laten inzamelen van het apparaat aan het einde van zijn levensduur.
De juiste inzameling van het apparaat dat niet meer wordt gebruikt, teneinde het te recyclen, te behandelen en het op een milieuvriendelijke wijze te vernietigen, zorgt er mede voor dat er geen mogelijk negatieve effecten worden geproduceerd op het milieu en de volksgezondheid, en helpt de materialen waaruit het product is vervaardigd te hergebruiken.
Voor meer informatie betreffende de beschikbare verzamelmogelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijke reinigingsdienst of tot de verkoper van het product.


INHOUDSOPGAVE:
GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUD
1.1 Bedieningspaneel van de interne eenheid
1.2 Display....pag. 123
- WERKING....pag. 123
2.1 Basisfuncties
2.2 Speciale functies....pag. 124
2.3 Luchtbehandelingsfi lters
- EENVOUDIG ONDERHOUD ......pag. 125
3.1 Reiniging van de filters
3.2 Reiniging van de airconditioner
4.1 Als de airconditioner het niet doet
INSTALLATIE
TOEBEHOREN VOOR DE INSTALLATIE....pag. 127
1.1 Minimum afstanden
1.2 Installatie van het sjabloon
1.3 Installatie van de interne eenheid....pag. 131
1.4 Installatie van de externe eenheid
2.1 Aansluiting van de koelleidingen
2.2 Afvoer van het condenswater van de interne eenheid
2.3 Afvoer van het condenswater van de externe eenheid
2.4 Gereedschap....pag. 133
2.5 Dikte van de koperen buizen
2.6 Hoe men de leidingen aansluit
2.7 Aansluitingen op de interne eenheid
2.8 Aansluitingen op de externe eenheid ......pag. 134
2.9 Creëren van een vacuum en controleren of er geen lekken zijn
2.10 Bijvullen koelmiddel....pag. 136
2.11 Vulling met koelgas
3.1 Aansluiting interne eenheid
3.2 Aansluiting externe eenheid
3.3 Aansluiting op het elektriciteitsnet....pag. 138
3.4 Soort aansluitingen
- VOLTOOING....pag. 139
4.1 Testen
GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUD
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
BEWAAR EN RAADPLEEG DIT BOEKJE ZORGVULDIG, DAAR ALLE WAARSCHUWINGEN BELANGRIJKE INFORMATIE BEVATTEN VOOR DE VEILIGHEID TIJDENS INSTALLATIE, GEBRUIK EN ONDERHOUD.
Legenda Symbolen:
A Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn.
| NORM RISICO | ||
| Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat moet openen. | Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan.Persoonlijk letsel door verbranden met hete onderdelen of wonden door aanwezigheid van scherpe randen of uitstekende delen. | ⚠️ |
| Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat van zijn plaats moet halen. | Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan.Persoonlijk letsel: brandwonden door afkoeling vanwege gas dat uit losgemaakte leidingen stroomt. Volgens de regelgeving moet de lettergrootte voor hoofdletters minimaal 3 mm zijn. | ⚠️ |
| Zet het apparaat niet aan/uit door de stekker van de voedingskabel in of uit het stopcontact te halen. | Elektrische schokken door beschadiging van de kabel, stekker of contactdoos. | ⚠️ |
| De voedingskabel niet oprollen/veranderen/verwarmen en geen zware voorwerpen op de voedingskabel plaatsen | Elektrische schokken door ongeïsoleerde draden die onder spanning staan. | ⚠️ |
| Laat geen voorwerpen op het apparaat staan. | Persoonlijk letsel door voorwerpen die vallen doordat ze op een trillend apparaat liggen | ⚠️ |
| Klim niet op het apparaat. Persoonlijk letsel door voorwerpen die van het apparaat vallen | ⚠️ | |
| Klim niet op instabiele stoelen, krukken, trappen of andere voorwerpen om het apparaat te reinigen. | Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). | ⚠️ |
| Voer geen schoonmaakwerkzaamheden op het apparaat uit voordat u het apparaat heeft uitgezet, de stekker eruit heeft getrokken of de betreffende schakelaar uit heeft gezet. | Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. | ⚠️ |
| Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf de leeftijd van 8 jaar of door onervaren personen, mits onder toezicht of na naar behoren geïnstrueerd en geïnformeerd te zijn over het veilig gebruik van het apparaat en de mogelijke risico's die ermee verbonden zijn. | Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik.Persoonlijk letsel | ⚠️ |
| Dit apparaat kan gebruikt worden door personen met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperkingen, mits onder toezicht of na naar behoren geïnstrueerd en geïnformeerd te zijn over het veilig gebruik van het apparaat en de mogelijke risico's die ermee verbonden zijn. | Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik.Persoonlijk letsel | ⚠️ |
| Richt de luchtstroom niet naar gasfornuizen of gaskachels | Explosies, brand of vergiftiging door uitstromend gas dat uit spuitgaatjes gestroomd is. Door de luchtstroom gedoofde vlammen. | ⚠️ |
| Steek uw vingers niet in de ventilatieopeningen en de luchtinlaatroosters. | Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan.Persoonlijk letsel: snijwonden. | ⚠️ |
| Drink het condenswater niet. Persoonlijk letsel door vergiftiging. | ⚠️ | |
| In het geval u een brandlucht ruikt of rook uit het apparaat ziet komen, moet u de elektrische voeding uitschakelen, de ramen openen en een installateur inschakelen. | Persoonlijk letsel door brandwonden of inademing van rook. | ⚠️ |
| Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. | Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. Persoonlijk letsel. | ⚠️ |
| Reiniging en onderhoud mogen niet zonder toezicht van volwassenen door kinderen worden uitgevoerd. | Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. Persoonlijk letsel. | ⚠️ |
| Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat van zijn plaats moet halen. | Lekkage als gevolg van water dat uit losgeraakte leidingen stroomt. | ⚠️ |
| Laat geen voorwerpen op het apparaat staan. | Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen doordat het apparaat van de muur losraakt. | ⚠️ |
| Als de voedingskabel beschadigd is moet hij worden vervangen door de fabrikant of door diens technische servicedienst of in ieder geval door iemand met een gelijkwaardige beroepsbekwaamheid, zodat elk risico wordt voorkomen | Persoonlijk letsel door elektrische schokken. | ⚠️ |
| De eenheid niet in werking stellen in de buurt van gevaarlijke stoffen en brandbare of bijtende gas-sen | Risico op brand, letsel, explosies | ⚠️ |
| Gebruik geen insekticiden, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen om het apparaat te reinigen. | Beschadiging van de plastic onderdelen of van de gelakte onderdelen. | ⚠️ |
| Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan voor een normaal huishoudelijk gebruik. | Beschadiging van het apparaat door overbelasting. Beschadi-ging van de verkeerd gebruikte onderdelen. | ⚠️ |
| Richt de luchtstroom niet op kostbare voorwerpen, planten of dieren. | Beschadiging of nadelige invloeden door teveel koude/warmte, vochtigheid of ventilatie. | ⚠️ |
| Gebruik de airconditioner niet lang achter elkaar als de vochtigheid hoger is dan 80%. | Beschadiging van voorwerpen door druppelen van condenswa-ter uit het apparaat. | ⚠️ |
| Geen andere elektrische apparaten, meubels of voorwerpen plaatsen die de slecht tegen de vochtigheid onder de interne of externe eenheid kunnen. | Mogelijk weglopen van condenswater oorzaak van beschadi-gingen of storingen. | ⚠️ |
| Zorg voor voldoende ventilatie van de ruimte waa-rin de airconditioner geïnstalleerd is als ook een verbrandingsapparaat aanwezig is. | Zuurstofgebrek | ⚠️ |
| Stelt u zich niet te lang bloot aan de luchtstroom van het apparaat | Gezondheidsproblemen | ⚠️ |
| Controleer minstens één keer per jaar of het frame en de ondersteuningsstructuur van de ex-terne eenheid nog in goede staat zijn. | Persoonlijk letsel door vallende voorwerpen, schade aan het product | ⚠️ |
△Wanneer u deze waarschuwingen niet naleeft, riskeert u dat voorwerpen, planten of dieren in bepaalde omstandigheden zelfs zwaar geschad kunnen worden.
1. MUURMODEL
De airconditioner bestaat uit twee (of meer) eenheden, die met elkaar verbonden zijn door middel van (goed geïsoleerde) koperen leidingen en een elektrische voedingskabel. De interne eenheid moet worden geïnstalleerd op een muur in het lokaal waarvan men het klimaat wenst te regelen. De externe eenheid kan op de grond of met speciale montagebeugels aan de muur worden gemonteerd.
In geval van installatie van het type "monosplit", wordt de externe eenheid uitsluitend aangesloten op één interne eenheid, terwijl in het geval van "multisplit"-installatie op een enkele externe eenheid meerdere interne eenheden aangesloten worden.
Tips voor een goede werking:
- Men moet de airconditioner op de juiste wijze gedimensioneerd (berekend) hebben om de capaciteit zo goed mogelijk en met het beste rendement te benutten. (Risico dat het apparaat niet optimaal presteert).
- Bedek niet de verschillende in- en uitgangen van de lucht. (Risico oververhitting van het apparaat).
- Gebruikt men het apparaat voor lange tijd niet, dan moet men de elektrische voedingskabel losmaken aangezien het apparaat altijd onder spanning staat. (Gevaar voor brand, inademen van rook en persoonlijk letsel).
- Voor een optimaal rendement van het apparaat, de kamertemperatuur door middel van de swing-functie gelijkmatig houden, deuren en ramen sluiten en de fi lters regelmatig reinigen.
- De ruimte niet overmatig koelen om plotselinge temperatuurveranderingen te voorkomen
OPGELET:
- Niet het apparaat met de stekker in- of uitschakelen, hierdoor loopt men het risico op elektrische schokken.
- Klim niet op de interne of externe eenheid en zet er geen dingen op om niet het risico te lopen op persoonlijk letsel door vallen of schade door vallende voorwerpen.
- Stelt u zich niet te lang bloot aan de directe luchtstroom van het apparaat (risico op persoonlijk letsel door sensibilisering van de huid

text_image
ROOSTER LUCHTTOEVOER INTERNE EENHEID LUCHTUITGANG VIN FLAP LEIDINGEN EN ELEKTRISCHE KABELS EXTERNE EENHEID LUCHTINGANG LUCHTUITGANG1.1 Bedieningspaneel van de interne eenheid
TOETS "ON/OFF"
Door op deze toets te drukken gaat de eenheid aan/uit. De bedrijfsmodus is AUTO (Tset = 24°C).
Door de on/off-toets 2 keer achter elkaar in te drukken, gaat de airconditioner in de bedrijfsmodus geforceerde cooling (uitsluitend gebruikt door de installateur in de testfase).
OPGELET:
- Raak de keuzeschakelaar niet met vochtige handen aan
(risico van persoonlijk letsel door schokken).

De airconditioner beschikt over een display waarmee de bedrijfsparameters kunt bekijken (zie afbeelding).
- Led TIMER
geeft aan dat de timer-functie ingeschakeld is - Led RUN
geeft aan dat de airconditioner aan is - Led DEFROST
geeft aan dat de ontdooi-functie van de externe eenheid ingeschakeld is - Led TURBO
geeft aan dat de turbo-functie ingeschakeld is
2. GEBRUIK
De airconditioner is een apparaat dat ontworpen is om de ideale omgevingscondities te creëren voor het welzijn van de mensen in het lokaal. Hij kan geheel automatisch de lucht afkoelen, ontvochtigen en verwarmen.
De lucht wordt door de ventilator aangezogen, loopt door het bovenste rooster en gaat dan door de filter heen, die de stof tegenhoudt. Vervolgens wordt de lucht in de richting geleid van de vinnen van een "warmtewisselaar": dit is een spiraalbuis met vinnen die lucht koelt en ontvochtigt of de lucht verwarmt. De onttrokken (of afgegeven) warmte wordt door de externe eenheid aan de buitenlucht afgegeven (of onttrokken).
Tenslotte geeft de ventilator de lucht in de ruimte af: de richting van de luchtuitgang kan verticaal worden geregeld door de "fl ap (en horizontaal met de horizontale defl ectoren).
2.1 Basisfuncties
- VERWARMING
In deze bedrijfsmodus verwarmt de airconditioner de lokalen in de bedrijfsmodus "warmtepomp" - KOELING
In deze bedrijfsmodus koelt de airconditioner het lokaal en reduceert tegelijkertijd de luchtvochtigheid. - VENTILATIE
Met deze functie kan men de lucht in de kamer laten circu- leren - ONTVOCHTIGING
Deze modus werkt afwisselend met koel- en ventilatiecycli om de lucht te ontvochtigen zonder de kamertemperatuur noemenswaardig te veranderen. - AUTO
De modus en de snelheid van de ventilator worden automatisch ingesteld op basis van de waargenomen omgevingstemperatuur. - TURBO
Met deze functie kan de airconditioner de ingestelde temperatuur binnen zeer kort tijdsbestek bereiken. - TIMER
Deze functie maakt het mogelijk om de airconditioner op het gewenste tijdstip in te schakelen of uit te zetten.
• VERTICALE SWING
Met deze functie kan het automatisch heen en weer bewegen van de fl ap gestart worden.

text_image
LED TURBO LED DEFROST LED RUN LED TIMER
text_image
WARMTEWISSE- LAAR LUCHTFILTER "FLAP" VENTILATOR2.2 Speciale functies
- SLEEP FUNCTIE
Deze functie past automatisch de temperatuur zodanig aan dat gedurende de nacht een prettiger temperatuur wordt gehandhaafd.
• FOLLOW-ME FUNCTIE
De werking van de airconditioner hangt af van de sensor van de afstandsbediening die de reële kamertemperatuur detecteert van de ruimte waarin het apparaat zich bevindt.
- SELF CLEAN
In de self clean-modus reinigt en droogt de airconditioner automatisch de verdamper, waardoor de verdamper in optimale staat gehouden wordt voor de volgende werking.
- LOW AMBIENT
Deze functie maakt het mogelijk dat de airconditioner in de cooling-modus werkt met externe temperaturen onder de 15°C.
- AUTORESTART
Deze functie maakt het mogelijk dat de airconditioner, in het geval van een elektriciteitsstoring, na reset weer in werking treedt met laatst ingestelde functie (modus, temperatuur, snelheid ventilator en stand van flap)
• SILENCE (2,5kW - 3,5kW - 5 kW)
Deze functie maakt het mogelijk dat de airconditioner een minimale snelheid van de ventilator van de interne eenheid instelt, waardoor de ruimte zeer stil wordt.
- MEMORY
Deze toets wordt gebruikt om de huidige instellingen te bewaren of om de voorgaande instellingen te herstellen.
• LED
Met deze functie kan de display van de interne eenheid worden uitgeschakeld.
• VENTILATOR MET 12 SNELHEDEN (2,5kW - 3,5kW - 5 kW)
Voor elk van de 3 instelbare snelheden (HIG, MED, LOW), beschikt de airconditioner over drie subniveaus ( HIGH, HIGH+, HIGH-, MED, MED+, MED-, LOW, LOW+, LOW-) die automatisch worden ingesteld. Deze 9 subniveaus zorgen ervoor dat de airconditioner, in combinatie met de snelheden van de functies ontvochtiging, turbo en silence, in totaal over 12 snelheden voor de luchtstroom beschikt.
- FLAP AUTO MEMORY
Wanneer de airconditioner uitgeschakeld wordt, slaat het apparaat automatisch de laatst ingestelde positie van de fl ap op.
- SENSOR VOOR LEKKEN VAN KOELMIDDEL (alleen in koelmodus)
De airconditioner identifi ceert mogelijke lekken van koelmiddeln en toont "EC" op de display (in het geval van een led display, knipperen de RUN en TIMER leds)
2.3 Luchtbehandelingsfi lters
- Anti-geurfilter
Verwijderd nare geurtjes en vluchtige organische stoffen
3. EENVOUDIG ONDERHOUD
OPGELET:
- Voordat men tot reiniging overgaat moet u de stekker eruit trekken of de betreffende schakelaar uitschakelen (risico van persoonlijk letsel door elektrische schok).
- Niet de airconditioner met natte handen aanraken (risico elektrische schokken)
- In het geval dat men het apparaat moet reinigen moet men niet op instabiele stoelen of tafels klimmen (risico van persoonlijk letsel door vallen).
- Bij het verwijderen van de fi lters moet men oppassen om niet de metalen delen aan te raken, in het bijzonder dient men op de warmtewisselaar van de interne eenheid te letten (risico van snijwonden).
3.1 Reiniging van de filters
Om een goed rendement van de airconditioner te waarborgen, is reiniging van de filters van essentieel belang. Voor woningen is het raadzaam om het apparaat elke twee weken te reinigen.
Antistoffi lter
Open het frontpaneel door deze bij de gleuven aan de zijkant naar boven te duwen (fi g. 1).
Trek de fi lters voorzichtig naar beneden eruit (fi g. 2). Reinig ze met een stofzuiger of was ze met lauw water en een neutraal schoonmaakmiddel. Voor u ze het apparaat weer inschuift moet u ze goed drogen. Laat ze niet in de zon liggen. Laat de airconditioner niet zonder luchtfi lters werken.
Luchtbehandelingsfi lters
Open het frontpaneel en verwijder de antistoffi lters zoals hierboven beschreven. Verwijder de luchtbehandelingsfi lters zoals weergegeven in fig. 3 en vervang ze door nieuwe fi lters.
- Anti-geurfi lter
Deze filters moeten vervangen worden als ze niet meer in staat zijn om hun werking uit te voeren (ongeveer elke 24 maanden).
3.2 Reiniging van de airconditioner
Reinig de interne eenheid en ook eventueel de afstandsbediening met een vochtige doek (niet warmer dan 40°C) en neutrale zeep; gebruik geen oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen, insekticiden en sprays (risico van beschadiging en corrosie van de plastic onderdelen van het apparaat).
Wees vooral voorzichtig bij de reiniging van het frontpaneel, daar dit zeer gevoelig voor krassen is.
Als de batterij van de externe eenheid verstopt is, de bladeren en het vuil verwijderen en vervolgens het stof verwijderen met een luchtstroom of een beetje water.

text_image
(AFB. 1)
text_image
(AFB. 2)[AFB.3]

text_image
FILTERS
text_image
BATTERIJ EXTERNE EENHEID4. ONDERHOUD EINDE SEIZOEN
OPGELET:
- Voordat men tot reiniging overgaat moet u de stekker eruit trekken of de betreffende schakelaar uitschakelen (risico van persoonlijk letsel door elektrische schok).
- Niet de airconditioner met natte handen aanraken (risico elektrische schokken)
- In het geval dat men het apparaat moet reinigen moet men niet op instabiele stoelen of tafels klimmen (risico van persoonlijk letsel door vallen).
-
Bij het verwijderen van de filters moet men oppassen om niet de metalen delen aan te raken, in het bijzonder dient men op de warmtewisselaar van de interne eenheid te letten (risico van snijwonden).
-
Reinig de filters en zet ze weer op hun plaats.
- Laat de airconditioner op een zonnige dag enkele uren in ventilatiefunctie werken, op die manier kunnen de interne delen goed drogen.
- Trek de stekker eruit of schakel de automatische schakelaar.
4.1 Als de airconditioner het niet doet
-
Als het apparaat geen teken van leven geeft, controlleren of:
-
er netspanning aanwezig is
- de automatische schakelaar niet doorgeslagen is
- er misschien een (korte) onderbreking van de netspanning geweest is
-
de airconditioner aangaat als op de ON-OFF toest op de interne eenheid gedrukt wordt
-
Als het koelings- of verwarmingeffect minder lijkt dan normaal:
-
is de temperatuur goed ingesteld op de afstandsbediening?
- staat er een raam of deur open?
- staat de interne eenheid in de zon?
- zijn de fi lters verstopt?
- zijn er hindernissen voor de vrije luchtcirculatie rondom de externe eenheid of de interne eenheid?
De prestaties en eigenschappen van elke willekeurige koelmachine zijn in hoge mate afhankelijk van de omgevings- conditions waarin de interne en externe eenheid moeten functioneren.
GRENSVOORWAARDEN VOOR WERKING
| Koeling externe temperatuur van -15° tot 50°C | |
| Verwarming externe temperatuur van -15° tot 30°C |
OPGELET:
De relatieve vochtigheid in de ruimte moet lager dan 80% zijn. Als de airconditioner boven deze grens werkt, kan zich condens op het oppervlak vormen wat druppelen kan veroorzaken.
INSTALLATIE
MONOSPLIT 2,5 - 3,5 - 5 kW
Toebehoren voor de installatie
| Naam en vorm H.v.h. Gebruik | ||
Sjabloon voor de interne eenheid![]() | 1 | Voor het installeren van de interne eenheid |
Pluggen + schroeven![]() | 5 | |
Buisje voor condensafvoer met afdichting![]() | 1 | Voor de afvoer vanuit de externe een-heid |
Batterijen![]() | 2 Voor de afstandsbediening | |
Afstandsbediening met beschermhoes![]() | 1 + 1 | |
Luchtbehandelingsfi lter![]() | 1 | |
Compatibiliteit interne eenheden - externe eenheden
Elke interne eenheid kan aangesloten worden op een externe eenheid volgens het volgende schema
| TYPE INSTALLATIE EXTER | NE EENHEID INTERNE EENHEID | SET | |
| MONOSPLIT | ALYS 25 MC8-0 ALYS 25 | MC8-I ALYS 25 MC8 | |
| ALYS 35 MC8-0 ALYS 35 | MC8-I ALYS 35 MC8 | ||
| ALYS 50 MC8-0 ALYS 50 | MC8-I ALYS 50 MC8 |
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
BEWAAR EN RAADPLEEG DIT BOEKJE ZORGVULDIG, DAAR ALLE WAARSCHUWINGEN BELANGRIJKE INFORMATIE BEVATTEN VOOR DE VEILIGHEID TIJDENS INSTALLATIE, GEBRUIK EN ONDERHOUD.
Legenda Symbolen:
| NORM RISICO | ||
| Controleer dat het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen. | Elektrische schokken door het aanraken van niet goed geïnstalleerde geleiders die onder spanning staan. | |
| Tijdens het boren in de muur moet u zorgen dat bestaande elektrische kabels of leidingen niet beschadigd worden. | Elektrocutie door het aanraken van geleiders die onder spanning staan. Explosies, brand of vergiftiging door gaslekken vanuit beschadigde leidingen. | |
| Bescherm leidingen en verbindingskabels, zodat ze niet worden beschadigd. | Elektrocutie door het aanraken van geleiders die onder spanning staan. Brandwonden door afkoeling vanwege gas dat uit de beschadigde leidingen stroomt. | |
| Gebruik geschikt gereedschap en werktuig, in het bijzonder moet u controleren dat het gereedschap niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit; verder moet u het op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weer opbergen. | Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. | |
| Gebruik elektrische gereedschappen, die geschikt zijn voor dit werk. Let er vooral op dat de voedingskabel en de stekker goed zijn en dat ronddraaiende of heen en weer gaande delen goed vast zitten. Gebruik ze op de juiste manier, zorg dat ze niet naar beneden kunnen vallen, en leg ze na ieder gebruik op een veilige plaats neer, waarbij men de stekker uit het stopcontact trekt. | Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties. | |
| Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van een degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, dat ze niet worden verplaatst terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand hierop letten. | Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). | |
| Controleer of de trapladders stevig vast staan, of ze van een degelijke kwaliteit zijn, of de treden heel zijn en niet glad, of ze handleuningen hebben voor wie naar boven klimt en relingen op het platform. | Persoonlijk letsel door het naar beneden val- len. | |
| Controleer bij het werken op hoge plaatsen (meer dan twee meter) dat er railingen zijn langs de loopruimte op de werkplek of individuele veiligheidsriemen tegen vallen, dat men bij een val niet tegen gevaarlijke objecten kan vallen en dat een eventuele val gebroken wordt door zacht materiaal. | Persoonlijk letsel door stoten en struikelen. | |
| Draag tijdens de werkzaamheden persoonlijke beschermende kleding en veiligheidsvoorzieningen. | Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties. | |
| De werkzaamheden binnen het apparaat zelf moeten zeer voorzichtig wor-den uitgevoerd om niet plotseling tegen scherpe delen aan te stoten. | Persoonlijk letsel door snijden, prikken, schaven. | |
| Vul het koelmiddel voorzichtig bij en houd U aan de voorschriften op de veiligheidskaart die bij het koelmiddel hoort, trek beschermende kleding aan en voorkom dat het gas plotseling en met kracht uit de bus of fl es, of de airconditioner zelf kan stromen. | Persoonlijk letsel door brandwonden door af- koeling. | |
| Richt de luchtstroom niet naar gasfornuizen of gaskachels | Explosies, brand of vergiftiging door uitstro-mend gas nadat de vlam door de luchtstroom is gedoofd. | |
| Installeer de externe eenheid niet op plaatsen waar deze gevaar of hinder kan veroorzaken voor langskomende personen, of waar deze vanwege het geluid, de warmte of de luchtstroom hinderlijk kan zijn. | Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, ge-luid, overmatige luchtstroming. | |
| Installeer het toestel op een plaats die volgens de geldende voorschriften voldoet aan de IP-aanduiding van het apparaat. | Beschadiging van het apparaat, letsel | |
| Bij het ophijsen van voorwerpen met hijskranen of dergelijke moet men controleren dat deze stabiel staan opgesteld en in een goede toestand verkeren, gezien het te verplaatsen gewicht en de noodzakelijke bewegingen. Tuig de lading op de juiste manier in de banden, bevestig extra koorden om slingerbewegingen te kunnen dempen, zorg dat men een goed uitzicht heeft over het gehele gebied van de beweging en verbied dat iemand onder de lading loopt of staat. | Persoonlijk letsel door vallende voorwerpen. Beschadiging van het apparaat zelf of andere voorwerpen door vallen en stoten. | ⚠️ |
| Richt de luchtstroom niet op kostbare voorwerpen, planten of dieren. | Beschadiging of nadelige invloeden door teveel koude/warmte, vochtigheid of ventilatie. | ⚠️ |
| Installeer het apparaat op een stevige wand, die niet aan trillingen is bloot-gesteld. | Geluidsproductie tijdens het bedrijf. | ⚠️ |
| Zorg dat de condens weg kan, zodat het naar plaatsen kan stromen waar deze geen hinder of schade veroorzaakt aan personen, voorwerpen of di-eren. | Beschadiging van voorwerpen door druppelend water. | ⚠️ |
| Voer de elektrische aansluitingen uit met behulp van geleiders met de juiste diameter. | Brand door oververhitting als gevolg van het passeren van elektrische stroom in te smalle kabels. | ⚠️ |
| Gebruik elektrische gereedschappen, die geschikt zijn voor dit werk. Let er vooral op dat de voedingskabel en de stekker goed zijn en dat rond-draaiende of heen en weer gaande delen goed vast zitten. Gebruik ze op de juiste manier, zorg dat ze niet naar beneden kunnen vallen, en leg ze na ieder gebruik op een veilige plaats neer, waarbij men de stekker uit het stopcontact trekt. | Beschadiging van het apparaat zelf of andere voorwerpen door rondvliegende splinters, vallen, stoten en snijden. | ⚠️ |
| Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werkplek. | Beschadiging van het apparaat zelf of om-liggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. | ⚠️ |
| Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat. | Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. | ⚠️ |
| Organiseer de verplaatsingen van materiaal en gereedschappen zodanig, dat dit op een veilige manier kan gebeuren, voorkom dat materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven. | Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. | ⚠️ |
| Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het apparaat heeft moeten uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weer inschakelt, dat deze voorzieningen weer werken. | Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking. | ⚠️ |
| Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de geldende landelijke normen voor installatie, | Persoonlijk letsel | ⚠️ |
| Als de voedingskabel beschadigd is moet hij worden vervangen door de fabrikant of door diens technische servicedienst of in ieder geval door iemand met een gelijkwaardige beroepsbekwaamheid, zodat elk risico wordt voorkomen | Persoonlijk letsel door elektrische schokken. | ⚠️ |
| De installatie moet uitgevoerd worden door erkende vaklui, die aan de wettelijke vereisten voldoen. | Persoonlijk letsel | ⚠️ |
| Tijdens de installatie moet eerst de aansluiting van de koeling worden uit-gevoerd en daarna de elektrische aansluiting.Bij vervanging moet u de handelingen in omgekeerde volgorde uitvoeren. | Persoonlijk letsel door elektrische schokken of brandwonden door koudvuur, verwondingen door stoten, snijwonden, schaafwonden | ⚠️ |
| De airconditioner moet geaard zijn om elektrische schokken te voorkomen. De aardleiding niet aansluiten op bliksemafl eiders, water- of gasleidingen, aardleidingen van de telefooninstallatie. | Persoonlijk letsel door elektrische schokken. | ⚠️ |
| De airconditioner niet installeren in de buurt van warmtebronnen of ontvlambaar materiaal. | Persoonlijk letsel, risico op brand | ⚠️ |
⚠ Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn.
△ Wanneer u deze waarschuwingen niet naleeft, riskeert u dat voorwerpen, planten of dieren in bepaalde omstandigheden zelfs zwaar geschaad kunnen worden.
1. INSTALLATIE
1.1 Minimum afstanden
Om het apparaat op de juiste manier te installeren moet men de minimale afstanden respecteren (zie afbeelding "A") en de nodige ruimte vrijlaten voor de luchtcirculatie. Gebruik de bijgeleverde toebehoren om de installatie op een professionele manier uit te voeren.
OPMERKINGEN:
Aan het eind van de handleiding vindt u de afmetingen van de interne en externe eenheid.
OPGELET:
- Controleer dat het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen.
- Gereedschap gebruiken dat voor dit gebruik geschikt is.
- Bij het ophijsen van voorwerpen met hijskranen of dergelijke moet men controleren dat deze stabiel staan opgesteld en in een goede toestand verkeren, gezien het te verplaatsen gewicht en de noodzakelijke bewegingen. Tuig de lading op de juiste manier in de banden, bevestig extra koorden om slingerbewegingen te kunnen dempen, zorg dat men een goed uitzicht heeft over het gehele gebied van de beweging en verbied dat iemand onder de lading loopt of staat.

text_image
Afb. "A" 150 250 300 300 600 300 600 300 6001.2 Installatie van het sjabloon
OPMERKINGEN:
Installeer de interne eenheid op een plaats waar de signalen van de afstandsbediening haar gemakkelijk kunnen bereiken, zonder obstakels zoals bijvoorbeeld gordijnen tegen te komen. Ook moet men gemakkelijk de fi lters naar beneden eruit kunnen schuiven. De interne eenheid installeren op een plaats waar de luchtstroom niet belemmerd wordt.
OPGELET:
installeer het sjabloon op een stevige muur, die van andere bronnen geen trillingen ontvangt.
- Met behulp van een waterpas moet men het sjabloon zodanig positioneren dat deze perfect recht staat. Let hierbij zowel op de verticale als de horizontale zijden.
- Bevestig het sjabloon met 5 schroeven. Let op dat men geen elektrische of andere leidingen in de muur beschadigt (risico van persoonlijk letsel door schokken).
- Gebruik daarna andere schroeven om het sjabloon gelijkmatig, over het hele oppervlak, aan de muur te bevestigen.
- Maak het gat door de muur waardoor de leidingen en de elektrische kabels doorheen kunnen.

text_image
2,5 - 3,5 kW Ø 65 mm 45 100 mm Ø 65 mm 45 95 mm 5 kW
text_image
Ø 65 mm 45 110 mm Ø 65 mm 45 100 mm1.3 Installatie van de interne eenheid
- Steek alle elektrische en andere leidingen tegelijk door het gat in de muur en haak dan de interne eenheid aan de bovenkant van het sjabloon.
- Leid de elektrische en andere leidingen goed door het gat heen.
- Duw het onderste deel van de interne eenheid goed tegen het sjabloon aan.
Controleer dat:
a. De bovenste en onderste haken van de interne eenheid stevig in het sjabloon geklemd zitten.
b. De eenheid horizontaal wordt geplaatst.
Als de eenheid niet goed horizontaal hangt, kan er water uit druppelen.
c. De afvoerleiding moet met de juiste helling naar beneden lopen (minstens 3 cm voor elke meter lengte).
d. De afvoerleiding onder langs het gat in de muur loopt.
OPMERKINGEN:
- Men mag de leidingen van de interne eenheid niet knikken of afknijpen. Voorkom dat de leidingen langs een bocht moeten lopen met een straal van minder dan 10 cm.
- Buig een stuk buis niet te vaak op dezelfde plaats, na 3 keer buigen bestaat het risico dat er een knik in komt.
- Verwijder de afsluitingen van de leidingen van de interne eenheid pas op het laatste moment, wanneer men de aansluiting legt.
- Zorg dat de condensafvoerleiding onder langs het gat in de muur loopt, anders krijgt men kans op lekken.
N.B. Maak een gat door de muur, dat aan de buitenkant 5-10 mm lager is dan aan de binnenkant, op deze manier zal het condenswater gemakkelijker kunnen worden afgevoerd.
1.4 Installatie van de externe eenheid
De externe eenheid moet verplicht in verticale stand verplaatst en opgeslagen worden, dit teneinde een goede verdeling van de olie in de binnenkant van het koelcircuit te garanderen en schade aan de compressor te voorkomen.
Men moet zich aan de beschreven procedure houden en daarna pas de elektrische en andere leidingen aansluiten:
- De externe eenheid installeren op een plaats waar het geproduceerde geluid en het uitstromen van de warme lucht geen last kunnen veroorzaken.
- De uitgekozen plaats moet ook voldoende ruimte overlaten voor langskomende personen en het geproduceerde condenswater moet gemakkelijk kunnen worden afgevoerd.
- De externe eenheid niet installeren in enge ruimtes die de luchtstroom beperken of op plaatsen die blootgesteld zijn aan harde wind.
In het geval van installatie aan de muur;
- de externe unit op een zeer veilige manier op een stevige muur installeren;
- bij het kiezen van een geschikte positie op de muur moet ook denken aan de ruimte die nodig is om gemakkelijk eventuele onderhoudsingrepen uit te kunnen voeren;
- de beugels aan de muur bevestigen: gebruik hierbij pluggen die geschikt zijn voor het betreffende type muur (let op elektrische en andere leidingen die door de muur heen lopen!);
- gebruik hierbij pluggen die geschikt zijn om groter gewicht dan het gewicht van de externe eenheid te ondersteunen: tijdens het gebruik trilt de machine en het is de bedoeling dat de machine jarenlang ge-installeerd blijft zonder dat de schroeven los gaan zitten.

- Het condenswater niet drinken (persoonlijk letsel door vergiftiging)
- Leg de afvoer zo aan, dat het condenswater naar plaatsen kan stromen waar deze geen hinder of schade veroorzaakt aan personen, voorwerpen, planten, dieren of structuren.
- Gereedschap gebruiken dat voor dit gebruik geschikt is.
2.1 Aansluiting van de koelleidingen
De buizen kunnen worden gericht in een in de richtingen die in de afbeelding hiernaast worden aangegeven met de nummers 1,2, 3,4, 5. Als de buizen in de richtingen 1,3 of 5 naar buiten komen, dan moet men met een geschikt werktuig de gleuven uitsnijden, die aan de zijkant in de interne eenheid zijn aangebracht. Draai de leidingen in de richting van het gat in de muur en wees voorzichtig dat men ze niet knikt; neem nu de koelleidingen, de condensafvoerleiding en de elektrische kabels bijeen en bind ze bij elkaar met isolerend plakband; let erop dat de condensafvoerleiding aan de onderkant van de bundel zit, zodat het water goed kan worden afgevoerd.
2.2 Afvoer van het condenswater uit de interne eenheid
De afvoer van het condenswater van de interne eenheid moet beslist goed worden uitgevoerd, het is essentieel voor een geslaagde installatie.
- Zorg dat de afvoerleiding voor condens (diameter 16,5 mm) langs de onderkant van het gat naar de andere kant van de muur loopt.
- De afvoerleiding voor condens moet met de juiste, gelijkmatige helling naar beneden lopen (minstens 3 cm voor elke meter lengte)
- De afvoer voor het condenswater mag nooit een helling naar boven maken, het water blijft dan liggen.
- Het uiteinde van de condensafvoerleiding mag niet in water hangen en ook moet men deze niet laten hangen op plaatsen waar vieze geuren voorkomen.
- Als men klaar is met de installatie, moet men, voordat men de machine in bedrijf stelt en met afgeschakelde spanning, controlleren dat de condenswaterafvoer goed werkt door wat water te gieten in het condensverzamelvaatje in de interne eenheid.
2.3 Afvoer van het condenswater van de externe eenheid
Het condenswater, dat zich tijdens het verwarmingsbedrijf vormt in de externe eenheid, kan worden afgevoerd via het verbindingsstuk voor afvoer. Installatie: maak het verbindingsstuk voor de afvoer (diameter 16 mm) vast in het gat dat zich op de bodem van de eenheid bevindt, zoals aangegeven in de afbeelding hiernaast. Sluit de afvoerleiding voor het condenswater aan op het verbindingsstuk en zorg dat de afvoerleiding naar een geschikte plaats leidt.
OPGELET:
- Uitsluitend leidingen gebruiken die speciaal ontworpen zijn voor airconditioners van het type ACR
- Bescherm buizen en verbindingskabels om schade te voorkomen.
- Gebruik nooit buizen van een dikte die minder is dan 0,8 mm.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de geldende landelijke normen voor installatie,
- Tijdens de installatie moet eerst de aansluiting van de koeling worden uitgevoerd en daarna de elektrische aansluiting. Bij vervanging moet u de handelingen in omgekeerde volgorde uitvoeren.

text_image
1 2 3 4 SIGNAALKABEL ISOLATIE LEIDINGEN KOELLEIDINGEN AFVOERLEIDING CONDENS KOELLEIDINGEN ISOLERENDE KOUS
| INSTRUMENTEN |
| A manometer-unit |
| B buissnijder |
| C toevoerleiding |
| D elektronische weegschaal voor toevoer koelmiddel |
| E momentsleutel |
| F tangvormige handschroef |
| G xx mm inbussleutel |
| H koelgasfl es |
| I vacuümpomp; |
| L lekdetector voor HFC koelmiddel |
2.4 Dikte van de koperen buizen
| NOMINALE DIAMETER(inches) | EXTERNE DIAMETER(mm) | DIKTE(mm) |
| 1/4 6,35 0,8 | ||
| 3/8 9,52 0,8 | ||
| 1/2 12,70 0,8 | ||
| 5/8 15,88 1,0 |
In airconditioners van het "split"-type die werken op R410A koelgas, wordt een driewegklep op de externe eenheid gebruikt met een naaldklep.
2.6 Hoe men de leidingen aansluit
- Verwijder de afsluiting van de buizen alleen net voor het maken van de verbinding: het absoluut voorkomen worden dat vocht of vuil de buizen binnendringt.
- Als een buis te vaak wordt gebogen, wordt de buis hard: de buis niet meer dan 3 keer op dezelfde plaats buigen. Rol de buis af zonder te trekken.
- De isolatie van de koperen leiding moet tenminste 6 mm dik zijn.
2.7 Aansluitingen op de interne eenheid
- Leid de elektrische en andere leidingen goed langs alle bochten heen.
- Verwijder het sluitkapje van de leidingen van de interne eenheid (controleer dat er geen vuil in zit).
- Steek het mondstuk erin en breng de fl ens aan op het uiteinde van de aansluitbuis volgens de aanwijzingen van de tabel (voor koperen buizen):
| ∅ NOMINAAL | ∅ EXTERN | mm DIKTE | MAAT “A” mm HANDSCHROEF | CONVENTIONELE HAND-SCHROEF | |
| TANGVORMIG | VLINDER-VORMIG | ||||
| 1/4 6,35 | 0,8 0-0.5 | 1.0-1.5 | 1.5-2.0 | ||
| 3/8 9,52 | 0,8 0-0.5 | 1.0-1.5 | 1.5-2.0 | ||
| 1/2 | 12,70 0 | 8 0-0.5 1.0-1.5 | 2,0-2,5 | ||
| 5/8 | 15,88 0 | 8 0-0.5 1.0-1.5 | 2.0-2.5 | ||

text_image
MOMENTSLEUTEL
text_image
ØD A- Verbind de buizen met gebruik van twee sleutels en let erop dat ze niet worden beschadigd. Als u niet hard genoeg aandraait, dan zullen lekkages heel waarschijnlijk het gevolg zijn. Ook als de kracht te groot is kunnen er lekkages optreden, omdat de fl ens gemakkelijk beschadigd kan worden. De veiligste manier is om de verbinding met gebruik van een steeksleutel en momentsleutel vast te draaien: maak in dit geval gebruik van de tabel "Aandraaimomenten voor fl ensverbindingen".
- Aangeraden wordt om 50 cm buis over te laten, voor eventuele toekomstige ingrepen bij de kranen.
2.8 Aansluitingen op de externe eenheid
Schroef de mondstukken op de aansluitstukken van de externe eenheid op dezelfde manier als beschreven voor de interne eenheid.
Om lekken te voorkomen moet men bijzonder goed letten op de volgende punten:
- Schroef de mondstukken vast en wees voorzichtig dat de buizen niet beschadigd worden.
- Als u niet hard genoeg aandraait, dan zullen lekkages heel waarschijnlijk het gevolg zijn. Ook als de kracht te groot is kunnen er lekkages optreden, omdat de fl ens gemakkelijk beschadigd kan worden.
- De veiligste manier is om de verbinding met gebruik van een moment-sleutel vast te draaien: maak in dit geval gebruik van volgende tabellen (voor koperen buizen)
AANDRAAIMOMENTEN VOOR FLENSVERBINDINGEN
| Leiding Torsiekoppel[kgf x cm] | Overeenkomende kracht(indien men een sleutel van 20cm gebruikt) |
| 6.35 mm (1/4") 160 - 200 polskracht | |
| 9.52 mm (3/8") 300 - 350 armkracht | |
| 12.70 mm (1/2") 500 - 550 armkracht | |
| 15.88 mm (5/8") 630 - 770 armkracht |
AANDRAAIMOMENTEN VOOR DE BESCHERMINGSDOPPEN
| Aandraaimoment [kgf x cm] | |
| Aansluitstuk voor servicedoeleinden 70-90 | |
| Beschermingsdoppen 250-300 | |
LENGTE VAN DE LEIDINGEN
De maximale lengte voor verbindingsleidingen varieert al naar gelang de modellen. Indien men meer dan 5 m leiding heeft, moet men voor elke meter leiding een bepaalde hoeveelheid koelmiddel toevoegen.
In het geval u de externe eenheid en de interne eenheid moet installeren met een hoogteverschil van meer dan 5 meter (afb. B en afb. C), dient u de zwanehalzen op de gasleiding te gebruiken om te zorgen voor een goede terugkeer van de olie naar de compressor.
OPMERKING:
Het is raadzaam om een ophanging in de leiding te maken in de buurt van de externe eenheid, om zo de vanaf dit punt afgegeven trillingen te verminderen.
BELANGRIJK: CONTROLE VAN LEKKEN KOELMIDDEL
Nadat men de aansluitingen en het vacuum in orde heeft gemaakt moet men de kranen openen zodat het gas de leidingen vult; controleer de leidingen daarna altijd met een lekkenzoeker (risico op persoonlijk letsel door brandwonden door koudvuur).

text_image
VERBINDINGSBUIS MONDSTUKKEN VLOEISTOFKRAAN GASKRAAN
text_image
afb. B max 8 (10) m 5 m
text_image
afb. C max 8 (10) m 5 m2.9 Creëren van een vacuum en controleren of er geen lekken zijn
De lucht wordt uit het circuit verwijderd met behulp van een vacuum pomp die geschikt is voor R410A.
Controleer of de vacuümpomp tot het door het controlelampje aangegeven niveau met olie gevuld is met olie en of de twee kranen op de externe eenheid dicht zijn:
- schroef de doppen op de kranen van de twee- of driewegkleppen eraf en draai ze dan op het aansluitstuk voor onderhoudsdoeleinden;
-
sluit de vacuümpomp aan op het onderhoudsklepje op de driewegklep van de externe eenheid;
-
nadat u de betreffende kleppen van de pomp heeft geopend moet u deze starten en een tijdje laten lopen. Vacuüm zuigen gedurende ongeveer 20/25 minuten;
-
controleer of de manometer -0,101 MPa (-760 mmHg) aangeeft;
-
sluit de kranen van de pomp en schakel hem uit. Controleer of de wijzer van de manometer voor ongeveer 5 minuten niet beweegt. Als de wijzer van waarde verandert betekent het dat er ergens lucht naar binnen komt, men moet dan alle aansluitingen en de uitvoering van de procedures controleren, daarna weer opnieuw beginnen vanaf punt 3;
-
maak de vacuümpomp los;
-
draai de kranen van de twee- en driewegkleppen wijd open;
-
schroef de dop op de service-toegang stevig vast;
-
nadat u alle doppen heeft aangeschroefd moet u controleren of er geen gas onder de doppen uit lekt.

text_image
VACUUMPOMP AANSLUITSTUK
text_image
GASKLEP KRAAN AANSLUITSTUK BESCHER- MINGSDOP VLOEISTOF- KLEPOPGELET:
Bescherm altijd de verbindingskabels en leidingen, omdat beschadigingen een oorzaak kunnen zijn van gaslekken (persoonlijk letsel door brandwonden door koudvuur)
SPECIFICATIES VOOR MONOSPLIT INSTALLATIES
| MODEL EXTERNE EENHEID ALYS 25 | MC8-0 | ALYS 35 MC8-0 | ALYS 50 MC8-0 | |
| Diameter van vloeistofl eiding inches 1/4 1/4 1/4 | ||||
| Diameter van gasleiding inches 3/8 3/8 1/2 | ||||
| Maximale leidinglengte met standaard vulling m 5 5 5 | ||||
| Maximale lengte van de leiding* m 20 20 25 | ||||
| Standaardbelasting | kg | 0,8 | 0,95 | 1,25 |
| Extra vulling met gas | g/m | 20 20 20 | ||
| Maximaal hoogteverschil tussen de interne eenheid en de externe eenheid** | m | 8 | 8 | 10 |
| Type koelmiddel | R410A | R410A | R410A |
(*) bij maximale afstand is het rendement ongeveer 90%.
[**] met een hoogteverschil van meer dan 5 m wordt aangeraden om een zwanehals te monteren.
2.10 Bijvullen koelmiddel
Procedure om het koelmiddel in de externe eenheid weer op de juiste hoeveelheid te brengen:
- draai de doppen van de kranen van de twee- of driewegkleppen eraf.
- zet de airconditioner op koelen (controleer dat de compressor het doet) en laat het een paar minuten werken.
- sluit de manometer aan
- sluit de tweewegklep
- als de manometer op "0" staat moet men de driewegklep sluiten en meteen de airconditioner afzetten
6. sluit de doppen van de kleppen
OPGELET:
Vul het koelmiddel voorzichtig bij en houd U aan de voorschriften die bij het koelmiddel horen, trek beschermende kleding aan en voorkom dat het gas plotseling en met kracht uit de bus of fl es, of de aansluitingen van de airconditioner zelf kan stromen
2.11 Vulling met koelgas
Voordat men gaat vullen met koelmiddel, moet men controleren dat alle kleppen en kranen gesloten zijn.
NB na de eerste installatie moet men de procedure van paragraaf 2.9 "creëren van een vacuum en controleren op lekken" uitvoeren.
- Sluit op aansluiting voor lage druk van de manometer de serviceklep aan, en de fles met koelmiddel op de middelste aansluiting van de manometer. Open de fl es met koelmiddel en daarna ook de dop op de middelste aansluiting; draai aan de naaldklep totdat men het koelmiddel naar buiten hoort komen, daarna de naald loslaten en de dop weer aandraaien;
- Open de kraan van de twee- en driewegklep;
- Zet de airconditioner aan in koelmodus. Laat hem een paar minuten werken;
- Plaats de koelgasfl es op de elektronische weegschaal en noteer het gewicht.
- Controleer de druk op de manometer;
- Open de knop "LOW", laat het koelmiddel geleidelijk lopen;
- Als het in het circuit ingebrachte koelmiddel het juiste niveau van vulling bereikt (controleerbaar door het verschil in gewicht van de gasfl es), de "LOW" knop sluiten.
- Als men de bijvuloperatie heeft voltooid moet men de bedrijfstest uitvoeren. Meet de temperatuur van de gasleiding met de speciale thermometer. De temperatuur moet tussen 5° en 8°C boven de op de manometer gemeten temperatuur in liggen, overeenkomstig de verdampingstemperatuur. Voer nu de lekproef uit door de druk te meten: sluit de manometergroep aan op de service-driewegklep. Open de twee- en driewegklep helemaal, doe de airconditioner aan en controleer met de lekkenzoeker dat er geen lekken zijn van koelmiddel. (Zijn er wel lekken, dan moet men de procedure in paragraaf 2.10"Bijvullen koelmiddel" uitvoeren);
- Maak de manometer los van de klep en zet de airconditioner uit;
- Maak de fl es met koelmiddel los van de manometer en sluit alle doppen.
OPGELET:
Verspreid R410A niet in de atmosfeer:
R410A is een gefluoreerd gas met broeikaseffect dat onder het Verdrag van Kyoto valt, met een GWP*=1975.
(*) GWP = afkorting van «Global Warming Potential», dat wil zeggen het «Mondiale Vermarmingspotentiaal» van het gas, dat betrekking heeft
op het broeikaseffect.
- Voor het uitvoeren van een elektrische aansluiting controlleren of de eenheden van de stroom gehaald zijn en of de installaties waarop het apparaat aangesloten moet worden overeenstemmen met de geldende regelgeving.
- Alleen kabels met een geschikte doorsnede gebruiken.
- Maak de kabels wat langer dan nodig: dit maakt toekomstig onderhoud gemakkelijker.
- Sluit een voedingskabel nooit aan door deze doormidden te knippen, hierdoor kan men een steekvlak krijgen.
- Als de voedingskabel beschadigd is moet hij worden vervangen door de fabrikant of door diens technische servicedienst of in ieder geval door iemand met een gelijkwaardige beroepsbekwaamheid, zodat elk risico wordt voorkomen
OPMERKING:
Trek beide uiteinden van de draden van het netsnoer en het snoer van de verbinding tussen de interne en de externe eenheid naar buiten, zoals in de afbeelding aangegeven, en gebruik de langste aarddraad van de actieve draden.
Let op dat de draden niet de leidingen of andere metalen delen aanraken.

3.1 Aansluiting interne eenheid
- Til het paneel omhoog en verwijder het deksel van het klemmenbord.
- Laat de verbindingskabel interne eenheid/externe eenheid langs de achterkant van de interne eenheid lopen en maak het uiteinde van de kabel gereed.
- Sluit de draden aan op de schroefklemmen en let daarbij op de nummering.
- Gebruik de kabelklem die zich onder het klemmenbord voor de elektrische aansluitingen bevindt..
- Zet de deksel weer op zijn plaats en let erop dat hij in de juiste positie staat.
N.B. de verbindingskabels mogen niet in de buurt van aftakdozen, draadloze systemen voor gegevensuitwisseling (wi-fi routers) of in de buurt van andere kabels lopen.
3.2 Aansluiting externe eenheid
- Verwijder het deksel.
- sluit de draden aan op de schroefklemmen met gebruik van dezelfde nummering als voor de interne eenheid gebruikt is. Draai de schroeven van het klemmenbord goed aan, dan kunnen de aansluitingen later niet losraken
- Klem de draden vast met de kabelklem.
- Zet de deksel weer op zijn plaats en let erop dat hij in de juiste positie staat.
3.3 Aansluiting op het elektriciteitsnet
De aansluiting van het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen en moet beschermd worden door een aardlekchakelaar van 30mA. De aansluiting op het elektriciteitsnet moet worden uitgevoerd met een vaste aansluiting (niet met een losse stekker) en voorzien worden van een meerpolige schakelaar die voldoet aan de geldende CEIEN-voorschriften (openingsafstand tussen de contacten van tenminste 3mm, bij voorkeur voorzien van zekeringen). De correcte aansluiting op een deugdelijk aardsysteem is essentieel om de veiligheid van het toestel te kunnen garanderen.
- Verwijder het deksel.
- Sluit de draden aan op de schroefklemmen. Draai de schroeven van het klemmenbord goed aan, dan kunnen de aansluitingen later niet losraken
- Klem de draden vast met de kabelklem.
- Zet de deksel weer op zijn plaats en let erop dat hij in de juiste positie staat.
3.4 Soort aansluitingen
- Gereedschap gebruiken dat voor dit gebruik geschikt is.
- Bescherm altijd de verbindingskabels en leidingen, omdat beschadigingen een oorzaak kunnen zijn van gaslekken. (Persoonlijk letsel: brandwonden door afkoeling).
-
Vul het koelmiddel voorzichtig bij en houd U aan de voorschriften op de veiligheidskaart die bij het koelmiddel hoort, trek beschermende kleding aan en voorkom dat het gas plotseling en met kracht uit de bus of fl es, of de airconditioner zelf kan stromen. (Persoonlijk letsel: brandwonden door afkoeling).
-
Wikkel wat thermische isolatie om de verbindingsstukken van de interne eenheid en plak het vast met isolatieband.
- Maak het overtollige deel van de signaalkabel vast aan de leidingen of de externe eenheid.
- Maak de leidingen vast aan de muur (eerst thermische isolatie eromheen doen), gebruik hiervoor klembanden of plastic kanalen.
- Dicht het gat in de muur, waar de leidingen doorheen lopen, met een passende afdichting om regen en buitenlucht geen kans te ge- ven binnen te komen.
- Aan de buitenkant moet men alle onbedekte leidingen isoleren, ook de kleppen.
- Als de leidingen over het plafond of in een warme en vochtige plaats moeten lopen, wikkel er dan nog meer isolatiemateriaal omheen (in de handel verkrijgbaar), om condensvorming te voorkomen.

text_image
THERMISCHE ISOLATIE LEIDINGEN ISOLATIETAPE
text_image
PAKKING AANPASSTUK MUUR EXTERNINTERN4.1 Testen
Controleer de volgende punten:
- INTERNE EENHEID
- Doen de toetsen ON/OFF en FAN het op normale wijze?
- Doet de toets MODE het op normale wijze?
- Doen de toetsen voor het instellen van de set point en van de TI-MER het op normale wijze?
- Doen alle controlelampen het?
- Zijn de orientatiefl appen voor de lucht in orde?
6- Wordt het condenswater op de juiste manier afgevoerd?
- EXTERNE EENHEID
- Vibreert het apparaat gedurende bedrijf of maakt het lawaai?
- Kunnen het geluid, de luchtstroom of de condenswaterafvoer hinder veroorzaken bij de buren?
- Zijn er lekken van koelmiddel?
OPMERKING:
De elektronische besturing geeft het startsignaal voor de compressor pas drie minuten na het inschakelen van de spanning
OPGELET:
- Voordat men ook maar enige ingreep verricht moet men eerst controleren dat de eenheid niet meer door het net wordt gevoed
- Controleer dat de installaties waarop men de apparatuur moet aansluiten aan alle voorschriften voldoen.
CONTROLES ZONDER INSTRUMENTEN
Het functioneren in bedrijfsmodus Koeling - Controles op het oog van de interne eenheid
| Symptoom Controleer Ingreep | ||
| 1 - Er is ijsvorming op de warmtewisse-laar van de interne eenheid. | 1.A - Alleen ijsafzetting op de onderzijde van de warmtewisselaar: gaslek.1.B - IJsafzetting op de hele warmtewis-selaar: het luchtfi lter is verstopt.De kamertemperatuur is laag( < 20°C). | · Zoek het lek en vul bij.· Maak het luchtfi lter schoon.Voordat men enige reinigingsop-eratie uitvoert moet men de stekker eruit trekken en de eigen schakelaar afschakelen. (risico op elektrische schok).· Controleer de kamertemperatuur. |
| 2 - Er wordt geen condenswater gepro-duceerd. | 2.A - Als de warmtewisselaar van de interne eenheid droog blijft en de airconditioner veel minder dan de nominale stroom opneemt, dan is er een lek. | · Zoek het lek op· Vervang de warmtewisselaar. |
| 3 - De compressor doet het maar er wordt weinig gekoeld. | 3.A - De warmtewisselaar van de externe eenheid is verstopt of be-dekt: er is in ieder geval geen go-ede warmteuitwisseling.3.B - De vinnen van de warmtewisselaar in de externe eenheid zijn verbo-gen. | - Reinig de warmtewisselaar van de externe eenheid.· Maak de ribben van de warmtewisse-laar in de externe eenheid recht. |
| 4 - De luchttemperatuur is laag maar er wordt toch maar weinig gekoeld. | 4.A - Het fi lter van de interne eenheid is verstopt.4.B - De lucht circuleert binnenin de in-terne eenheid.4.C - De machine is niet goed gedimen-sioneerd of overbelast (bijvoor-beeld: warmtebronnen, te veel mensen in de kamer, ...). | · Maak het fi lter schoon..· Zorg dat de lucht vrij kan circuleren.· Vervang de machine of verhelp de oorzaken van de overbelasting. |
| 5 - De compressor komt niet op gang. | 5.A - De compressor is heet: afgeslagen door thermische beveiliging. | · Wachten tot de temperatuur daalt. |
| 6 - De machine komt na enkele minuten bedrijf tot stilstand. | 6.A - De ventilator van de interne een-heid is kapot. | · Vervang de motor.· Gebruik uitsluitend originele reserveo-nderdelen. |
ZOEKEN NAAR OORZAAK STORINGEN - elektrisch deel
| Symptoom Controleer Ingreep | ||
| 1 - De airconditioner geeft geen teken van leven (geen lampje dat aangaat, geen biepgeluidjes), zelfs niet als men op de toets ON-OFF op de in-terne eenheid drukt. | 1.A - Controleer of er netspanning is.1.B - Controleer of de stekker goed in het stopcontact steekt.1.C - Controleer of de automatische schakelaar is afgeslagen.1.D - Controleer dat de keuzeschakelaar niet op de stopstand staat | Zorg dat de netspanning terugkomt en zorg dat alle aansluitingen in orde zijn.Steek de stekker er op de juiste manier inZet de automatische schakelaar weer op actief.Zet de keuzeschakelaar op een andere functie. |
| 2 - De afstandsbediening doet het niet of uitsluitend van heel dichtbij. | 2.A - Controleer of de batterijen van de afstandsbediening niet leeg zijn2.B - Controleer dat er geen hindernissen (gordijnen of meubels) tussen de afstandsbediening en de airconditioner zijn.2.C - Controleer dat de afstand tot de air-conditioner niet te groot is. | Vervang de batterijen.Verplaats eventueel objecten.Ga dichter bij de airconditioner staan. |
- Model
- Voedingsspanning
- Code
- Frequentie van de netvoeding
- Nominale koelcapaciteit (MIN-MAX)
- Nominale verwarmingscapaciteit (MIN-MAX)
- Nominaal opgenomen vermogen koeling [MIN-MAX]
- Nominaal opgenomen vermogen verwarming (MIN-MAX)
- Maximaal energieverbruik
- IP beschermingsgraad
- Gewicht
- Koelgas
- Hoeveelheid koelgas
- Type bescherming legen elektrische shocks
- Maximale leidingdruk (uitlaat)
- Maximale leidingdruk (inlaat)
- Registratienummer
- Fabrikant





