KG36U199 - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KG36U199 SIEMENS in PDF-formaat.

Page 36
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SIEMENS

Model : KG36U199

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KG36U199 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KG36U199 van het merk SIEMENS.

GEBRUIKSAANWIJZING KG36U199 SIEMENS

Afvoeren van de verpakking en van

uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften

Let op de omgevingstemperatuur 63

Plaatsing van het apparaat 64

Kennismaking met het apparaat 65-67

Inschakelen en temperatuurkeuze 67, 68

Uitschakelen en buiten werking stellen

Levensmiddelen inruimen 69

Tips om energie te besparen 73

Aanwijzingen bij bedrijfsgeluiden 74

Kleine storingen zelf verhelpen 74, 75

Wijzigingen voorbehouden

Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,

veiligheidsvoorschriften

Afvoeren van de verpakking

en van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn niet per definitie

waardeloos! Door een milieuvriendelijke

afvoer van uw oude apparaat kunnen

waardevolle grondstoffen opnieuw gebruikt

Bij afgedankte apparaten de stekker uit

het stopcontact trekken, aansluitkabel door-

knippen en samen met de stekker ver-

Het slot verwijderen. Hiermee voorkomt

u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in

het apparaat opsluiten en in levensgevaar

Koel- en diepvriesapparaten bevatten

koelmiddelen en isolatiegassen die

zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Let

erop dat de leidingen tot het moment van

transport niet beschadigd worden.

Uw nieuwe apparaat werd tijdens het

transport naar u door de verpakking

beschermd. Voor de verpakking wordt

gebruik gemaakt van materialen die het

milieu kan verdragen en die geschikt zijn

voor hergebruik. Help daarom mee en zorg

ervoor dat de verpakking milieuvriendelijk

Laat kinderen niet met de verpakking en de

onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken

door vouwdozen en folie.

U kunt bij de reinigingsdienst in uw

gemeente informeren hoe u uw oude

apparaat en het verpakkingsmateriaal van

het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren

voor een milieuvriendelijke verwerking.

Dit apparaat is gekenmerkt in

overeenstemming met de Europese

richtlijn 2002/96/EG betreffende

afgedankte elektrische en

elektronische apparatuur (waste electrical

and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de

EU geldige terugneming en verwerking van

Onze bijdrage aan het beschermen van

het milieu: wij maken gebruik van

Veiligheidsvoorschriften

Lees voordat u het nieuwe apparaat in

gebruik neemt de gebruiksaanwijzing en het

installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt

daarin belangrijke informatie over installatie,

gebruik en onderhoud van het apparaat.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het

installatievoorschrift voor een eventuele

latere bezitter van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk-

heid als de volgende aanwijzingen niet in

acht worden genomen:

l Een (bijv. tijdens het transport)

beschadigd apparaat niet in gebruik

nemen. In twijfelgevallen eerst contact

opnemen met uw leverancier.

l Het apparaat uitsluitend volgens het

bijgesloten installatievoorschrift plaatsen

en aansluiten. De elektrische aansluit-

voorwaarden moeten overeenkomen met

de gegevens op het typeplaatje.

l Bij het schoonmaken nooit een stoom-

apparaat gebruiken. De stoom kan in de

onder spanning staande onderdelen van

het apparaat terechtkomen en kortsluiting

of een electrische schok veroorzaken.

l De elektrische veiligheid van het apparaat

wordt alleen dan gegarandeerd als het

aardingssysteem van de huisinstallatie

volgens de geldende elektrotechnische

voorschriften is geïnstalleerd.

l In geval van een storing, bij onderhouds-

werkzaamheden en vóór het schoonmaken

de stekker uit het stopcontact trekken

resp. de zekering in de meterkast

uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de

stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.

l Reparaties aan elektrische apparaten

mogen alleen door vakkundige monteurs

worden uitgevoerd. Door ondeskundige

reparatie kan er gevaar voor de gebruiker

l Dranken met een hoog alcoholpercentage

altijd goed gesloten en rechtop bewaren.

Geen producten met brandbare drijf-

gassen (zoals spuitbussen met slagroom

en andere spuitbussen) en explosieve

stoffen in het apparaat opslaan – gevaar

Plaatsing van het apparaat

Elke droge, goed te ventileren ruimte is

geschikt. Het apparaat liefst niet in de zon of

naast een fornuis, verwarmingsradiator of

andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing

naast een warmtebron niet te vermijden,

maak dan gebruik van een isolerende plaat

of neem de volgende minimumafstanden in

naast een elektrisch fornuis 3 cm

naast een CV-installatie 30 cm

Bij plaatsing naast een ander koel- of

vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste

2 cm ruimte worden opengelaten om het

ontstaan van condensatiewater te vermijden.

Het apparaat moet waterpas en stevig op de

vloer staan. Eventuele oneffenheden in de

vloer d.m.v. de schroefvoetjes aan de

voorkant opheffen (afb. F).

Twee rollen aan de achterkant maken het

gemakkelijker om het apparaat in een nis te

Elektrische aansluiting

Het apparaat uitsluitend via een volgens de

voorschriften aangebracht, randgeaard

stopcontact, met een zekering van

10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hz

wisselstroom aansluiten.

Bij apparaten voor niet Europese landen op

het typeplaatje controleren of de aansluit-

spanning en de stroomsoort overeenkomen

met de waarden van uw elektriciteitsnet.

Het typeplaatje bevindt zich links onderaan

in het apparaat (afb.

Een eventueel noodzakelijke vervanging van

de stroomkabel mag alleen worden

uitgevoerd door de klantenservice van de

Waarschuwing! Het apparaat mag nooit

worden aangesloten op elektronische

„energiebesparende stekkers” (bijv. Sava

Plug) of omvormers die gelijkstroom om-

zetten in 230 V wisselstroom (bijv. instal-

laties voor zonneënergie of netwerken

De aan de achterwand van het apparaat

vrijkomende warme lucht moet ongehinderd

afgevoerd kunnen worden. Anders moet de

koelmachine meer presteren waardoor het

energieverbruik toeneemt. De be- en

ontluchtingsopeningen mogen dan ook

nooit worden afgedekt.

Na het transport ...

Het apparaat ca. 1/2 uur rechtop laten staan

voordat het voor het eerst wordt

l Flessen en blikjes met vloeistoffen –

vooral koolzuurhoudende dranken – niet

in de diepvriesruimte opslaan. De flessen

en blikjes springen!

l De be- en ontluchtingsopeningen mogen

nooit afgedekt worden.

l Plint, uittrekbare manden of laden, deuren

etc. niet als opstapje gebruiken of om op

l Kinderen niet met het apparaat laten

l Als u een apparaat met een slot hebt,

bewaar de sleutel dan buiten het bereik

l IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de

diepvriesruimte in de mond nemen

(gevaar voor verbranding door de zeer

l Diepvrieswaren nooit met natte handen

aanraken. Uw handen kunnen eraan

l Attentie! De ventilatieopeningen in de

ommanteling van het apparaat resp, aan

het inbouwapparaat altijd vrijhouden.

l Attentie! De leidingen van het koelcircuit

l Attentie! Geen elektrische apparaten in

de levensmiddelenvakken van het

apparaat gebruiken, tenzij een door de

fabrikant aanbevolen type.

Het koelcircuit van dit apparaat

bevat isobutaan (R 600a), een

natuurlijk gas dat in hoge mate

milieuvriendelijk is maar wel

brandbaar. Let erop bij het vervoeren en

verplaatsen van het apparaat dat er geen

onderdelen van het koelcircuit

beschadigd worden. Bij eventuele

beschadigingen open vuur of andere

ontstekingsbronnen vermijden. De ruimte

waarin het apparaat is opgesteld, een

paar minuten luchten.

Waarschuwing: om het ontdooiproces te

versnellen geen andere mechanische

toestellen of kunstmatige hulpmiddelen

gebruiken dan door de fabrikant

Het apparaat is geschikt voor het koelen en

invriezen van levensmiddelen en om

ijsblokjes te maken.

Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd.

Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moeten

de daarvoor geldende bepalingen in acht

Het apparaat voldoet aan de voorschriften

voor koel- en vriesinstallaties ter voorkoming

van ongevallen (VBG 20).

Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-

bepalingen voor elektrische apparaten.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

omgevingstemperatuur

Afhankelijk van de „klimaatklasse” (zie het

typeplaatje) kan het apparaat bij de

volgende omgevingstemperaturen gebruikt

worden: (het typeplaatje bevindt zich links

onderaan in het apparaat. Afb.

Klimaat- Omgevingstemperatuur

SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +18 °C tot 38 °C T +18 °C tot 43 °C Als de omgevingstemperatuur lager is, dan

wordt het in de koelruimte te koud; als de

omgevingstemperatuur hoger is, dan wordt

het in de diepvriesruimte te warm.

Als de temperatuur in de ruimte waar het

apparaat staat opgesteld, lager is dan de

ingestelde temperatuur in de koelruimte, dan

wordt het in de koelruimte net zo koud als

de omgevingstemperatuur.

Bij omgevingstemperaturen onder de +10 °C

kan dit tot storingen bij het volautomatische

ontdooien van de koelruimte leiden.

Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,

veiligheidsvoorschriften66

Kennismaking met het apparaat

Functie van de schakel-

en controle-elementen

Hoofdschakelaar, om het hele apparaat in

en uit te schakelen.

Om de koelruimte in en uit te schakelen.

(De koelruimte kan alleen in gebruik

worden genomen als hoofdschakelaar 1

eerst is ingeschakeld).

3 Toets "super" voor de koelruimte

Om het superkoelsysteem in en uit te

schakelen. Als indicatie 6 brandt, wordt

aangegeven dat het superkoelsysteem is

ingeschakeld. Na het inschakelen wordt

de koelruimte gedurende 6 uur zo koud

mogelijk gekoeld. Daarna wordt

automatisch omgeschakeld naar de

oorspronkelijk ingestelde temperatuur.

Het superkoelsysteem gebruiken:

- bij het inladen van grote hoeveelheden

verse levensmiddelen

- om dranken snel te koelen

4 Insteltoets voor de temperatuur in de

(De temperatuur in de koelruimte is

De insteltemperatuur wordt gedurende 5

seconden op indicatie 5 aangegeven.

De insteltoets een aantal keren indrukken

of ingedrukt houden tot de gewenste

temperatuur wordt aangegeven. De laatst

ingestelde waarde wordt in het geheugen

opgeslagen. (De insteltemperatuur wordt

in doorlopende volgorde van +11

5 Indicatie voor de temperatuur in de

Werkt alleen als hoofdschakelaar 2 voor

de koelruimte is ingeschakeld en geeft

a) Actuele temperatuur in de

Zonder een toets in te drukken wordt

de momenteel heersende temperatuur

in de koelruimte aangegeven.

b) Insteltemperatuur voor de

Na het indrukken van insteltoets 4

wordt de insteltemperatuur gedurende

vijf seconden aangegeven. Daarna

verschijnt weer de "actuele"

temperatuur in de koelruimte.

6 Indicatie "super" (koelen)

Brandt alleen als het superkoelsysteem is

7 Indicatie "super" (vriezen)

Brandt alleen als het supervriessysteem

8 Indicatie voor de temperatuur in de

(geeft 3 verschillende temperaturen aan)

a) Actuele temperatuur in de

Zonder een toets in te drukken wordt

de momenteel heersende temperatuur

in de diepvriesruimte aangegeven.

b) Insteltemperatuur voor de

Na het indrukken van insteltoets 10

wordt de insteltemperatuur gedurende

vijf seconden aangegeven. Daarna

verschijnt weer de "actuele"

temperatuur in de diepvriesruimte.

c) "Warmste temperatuur" in de

Als indicatie 8 knippert, dan is het door

het uitvallen van de stroom of door een

storing te warm geweest in de

Na het indrukken van de toets

wordt op indicatie 8 gedurende vijf

seconden de "warmste temperatuur"

aangegeven die in de diepvriesruimte

heeft geheerst. Daarna wordt deze

waarde gewist - indicatie 8 geeft dan

zonder te knipperen de "actuele

temperatuur in de diepvriesruimte" aan.

brandt terwijl tegelijkertijd een

alarmsignaal te horen is, als het in de

diepvriesruimte te warm is.

De indicatie gaat uit als in de

diepvriesruimte de bedrijfstemperatuur is

Kennismaking met het apparaat

A.u.b. vóór het lezen de laatste bladzijden

met afbeeldingen openvouwen.

Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan

één type van toepassing. Afwijkingen in

de afbeeldingen zijn hierdoor niet uit-

15 Lade voor joghurtbekers

20 Legplateau voor blikjes, tubes

hoofdschakelaar aan/uit

AAN/UIT-schakelaar voor de koelruimte

3 Toets "super" voor de koelruimte

voor maximale koelcapaciteit.

4 Insteltoets voor de temperatuur in de

a) de actuele temperatuur in de

b) de insteltemperatuur voor de

6 Indicatie "super" voor de koelruimte

7 Indicatie "super voor de

a) de actuele temperatuur in de

b) de insteltemperatuur voor de

c) de "warmste temperatuur" in de

10 Insteltoets voor de temperatuur in de

11 Toets "super" voor de diepvriesruimte

voor maximale vriescapaciteit

12 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets)

a) voor het uitschakelen van het

waarschuwingssignaal

b) voor het weergeven van de hoogste

temperatuur die in het vriesvak heeft

geheerst (alleen wanneer indicatie 9

l Stekker in het stopcontact steken.

l Bij het indrukken van de toetsen klinkt

een bevestigingssignaal.

l Hoofdschakelaar 1 indrukken

Het alarmsinaal is te horen, indicatie

"alarm" 9 en indicatie "temperatuur in de

koelruimte" 5 branden. De indicatie

"temperatuur in de diepvriesruimte" 8

l -toets 12 indrukken

Het alarmsignaal gaat uit. Indicatie 8

houdt op met knipperen. Hiermee is het

apparaat weer in werking.

l Instellen van de temperatuur in de

Insteltoets 10 een aantal keren indrukken

of ingedrukt houden tot de gewenste

temperatuur wordt aangegeven. De laatst

ingestelde waarde wordt in het geheugen

opgeslagen. (De insteltemperatuur wordt

in doorlopende volgorde van -16

C aangegeven. Na -26

Wij adviseren een instelling op -18

l Instellen van de temperatuur in de

Insteltoets 4 een aantal keren indrukken

of ingedrukt houden tot de gewenste

temperatuur wordt aangegeven. De laatst

ingestelde waarde wordt in het geheugen

opgeslagen. (De insteltemperatuur wordt

in doorlopende volgorde van +11

Wij adviseren een instelling op +4

Ook na een correctie van de

temperatuur in de koelruimte pas na

Kennismaking met het

10 Insteltoets voor de temperatuur in de

/°C -toets 10 indrukken. De

insteltemperatuur wordt gedurende 5

seconden op indicatie 8 aangegeven. De

insteltoets een aantal keren indrukken of

ingedrukt houden tot de gewenste

temperatuur wordt aangegeven. De laatst

ingestelde waarde wordt in het geheugen

opgeslagen. (De insteltemperatuur wordt

in doorlopende volgorde van -16

C aangegeven. Na -26

Dient voor het in- en uitschakelen van de

supervriesstand. Indicatie 7 "super" geeft

aan dat deze stand is ingeschakeld.

De supervriesstand dient voor het

invriezen van grote hoeveelheden verse

levensmiddelen en kan maximaal 24 uur

voordat de verse levensmiddelen

worden toegevoegd, worden

De vriesmachine werkt na inschakeling

continu, de vriesruimte bereikt een zeer

Dient voor het uitschakelen van het

waarschuwingssignaal.

Het waarschuwingssignaal wordt

geactiveerd wanneer het te warm is in de

vriesruimte en de diepvriesproducten

gevaar lopen (tegelijkertijd knippert

Ook als de diepvriesproducten geen

gevaar lopen, kan het

waarschuwingssignaal klinken

- bij ingebruikneming van het apparaat

- bij het toevoegen van verse

levensmiddelen zonder inschakeling van

- en als de vriesruimtedeur te lang open

Na uitschakeling van het

waarschuwingssignaal wordt de

"akoestische waarschuwing" automatisch

weer operationeel zodra de vriesruimte

l De temperatuur in de koelruimte kan

– doordat de deur van het apparaat vaak

– door het inladen van grote hoeveelheden

verse levensmiddelen in de koelruimte

en de diepvriesruimte,

– door een verandering van de

omgevingstemperatuur,

– door een verandering van de instelling

van de temperatuurkiezer voor de

diepvriesruimte of door inschakelen van

het supervriessysteem.

l Als er bij de ingebruikneming van het

apparaat geen temperatuur wordt

weergegeven, is het nog te warm in de

koel- of vriesruimte.

l De voorzijde van het apparaat wordt

gedeeltelijk licht verwarmd waardoor

de vorming van condensatiewater in

de buurt van de deurafdichting wordt

l Als de deur van de diepvriesruimte na het

sluiten niet onmiddellijk weer geopend kan

worden: twee tot drie minuten wachten tot

de ontstane onderdruk is opgeheven.

l Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich

dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de

achterwand van de koelruimte. Dit is

normaal. U hoeft de rijp niet af te

schrapen of de dooiwaterdruppels af te

wissen. De achterwand wordt

automatisch ontdooid. Het dooiwater

loopt via het afvoergootje (afb.

de koelmachine, waar het verdampt.

l De temperatuurindicatie van het koel-

resp. vriesvak verandert – afhankelijk

van de belading – relatief langzaam,

ongeveer overeenkomstig de

temperatuur van de koel- of

temperatuurindicatie verandert niet,

ook niet als de deur van het koel- of

vriesvak een paar minuten open staat.

Uitschakelen van het

Hoofdschakelaar (afb.

Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van

Als alleen de koelruimte wordt

uitgeschakeld: EIN/AUT-schakelaar voor de

tot de indicatie (afb.

Buiten werking stellen van

Als het apparaat langere tijd niet gebruikt

hoofdschakelaar (afb.

Als u de koelruimte wilt schoonmaken en de

verlichting wilt uitschakelen: de

hoofdschakelaar (afb.

Uitschakelen en buiten

werking stellen van het

Levensmiddelen inruimen

De ventilator in de bovenwand van de

koelruimte verhoogt de snelheid waarmee

de lucht circuleert.

l Een gelijkmatige verdeling van de

temperatuur in de hele koelruimte

l Nadat de deur geopend werd, wordt de

oorspronkelijke temperatuur snel weer

l Na het veranderen van de instelling van

de temperatuur wordt de nieuwe

temperatuur snel bereikt

l Verse levensmiddelen kunnen door de

lage luchtvochtigheid langer bewaard

Attentie bij het inruimen

l Warme dranken en gerechten buiten het

apparaat laten afkoelen.

l De levensmiddelen liefst verpakt of goed

afgedekt bewaren. Hierdoor blijven niet

alleen geur, smaak, kleur en vochtigheid

behouden, maar wordt bovendien

voorkomen dat de opgeslagen levens-

middelen naar elkaar gaan smaken.

Alleen groente, fruit en sla moeten

onverpakt in de groenteladen worden

l Zorg dat de kunststof delen en de

deurafdichting niet met olie of vet in

aanraking komen (ze kunnen poreus

l Geen explosieve stoffen in het apparaat

opslaan. Dranken met een hoog

alcoholpercentage rechtop en goed

– Gevaar voor explosie!

l Flessen met vloeistoffen die kunnen

bevriezen, niet in de diepvriesruimte

bewaren. De flessen springen!

Een voorbeeld van het

Op de schappen (14) van boven naar

In de groentebak (19) groente, fruit, salade.

In het vakje (20) kleine flessen, blikken.

In het vak (21) boter en kaas.

In het flessenvak (24) grote flessen.

In de bovenste diepvriesbakken (25)

diepvriesgerechten bewaren.

Op het diepvriestableau (27) kleine

diepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden.

Indeling van het interieur

De legroosters/plateaus in de koelruimte

kunnen – ook als de deur 90° openstaat –

worden verplaatst: legrooster/plateau naar

voren trekken, iets laten zakken, eruit nemen

en op de gewenste plaats opnieuw erin

In de holten kunnen de flessen veilig worden

neergelegd en opgestapeld (afb.

Dekleine lade kan eruit genomen worden om

levensmiddelen in- en uit te laden. De

houder van de lade voor joghurtbekers kan

op het legplateau naar links of naar rechts

verschoven worden (afb.

De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnen

omhoog geklapt worden waardoor er plaats

is voor tubes, blikjes etc.

Met de flessehouder wordt voorkomen dat de

flessen omvallen bij het openen en sluiten van

Alle voorraadbakjes en -rekjes in de deur

kunnen eruit gehaald worden om schoon te

maken: bakje of rekje ietsje optillen en eruit

Het voorraadbakje voor kleine spulletjes

) dient voor het bewaren van kleine

voorwerpen zoals flesjes, medicijnen enz.

Het bevindt zich in het voorraadvak in de

deur en kan naar links of naar rechts

verschoven worden. Om het voorraadbakje

voor kleine spulletjes eruit te halen: het

bakje naar boven trekken.

1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijn

sneller helemaal bevroren. Zo blijft de

kwaliteit bij het ontdooien en bereiden

De levensmiddelen luchtdicht verpakken

zodat ze niet uitdrogen of hun smaak

Voor verpakking geschikt:

kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie,

diepvriesdozen. Deze produkten zijn in de

handel verkrijgbaar.

pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis-

zakken en gebruikte boodschappentasjes.

De levensmiddelen verpakken, lucht eruit

persen en het geheel van een goede sluiting

Als sluiting geschikt:

elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,

koudebestendig plakband e.d. Zakjes en

folie van polyetheen kunnen met een folie-

lasapparaat worden dichtgelast.

Vermeld op de pakjes inhoud en datum

voordat u ze in de diepvriesruimte legt.

De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk

door en door worden ingevroren. Alleen zo

blijven vitamines, voedingwaarde, kleur

en smaak behouden. Daarom mag de max.

invriescapaciteit van uw apparaat niet

overschreden worden.

De volgende hoeveelheden levensmiddelen

kunnen binnen 24 uur worden ingevroren in

de bovenste diepvriesbak

bij 60 cm brede aparaten max. 12 kg.

Zorg dat de verse levensmiddelen niet

in aanraking komen met al ingevroren

Warme spijzen en dranken, voordat u ze

in de diepvriesruimte opslaat, op kamer-

temperatuur laten afkoelen.

Invriezen en opslaan

Attentie bij het inkopen van

l Let erop dat de verpakking niet

l De op de verpakking aangegeven

houdbaarheidsdatum mag niet verstreken

l In de winkel moet de temperatuur in de

diepvrieskist –18 °C of kouder zijn.

l Koop de diepvriesprodukten op het

allerlaatste moment.

Breng ze in kranten gewikkeld of in een

koeltas snel naar huis en leg ze in de

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen als

u zelf gaat invriezen.

Geschikt om in te vriezen:

vlees en worst, gevogelte en wild, vis,

groente, kruiden, fruit, brood en gebak,

pizza, kant en klare gerechten, kliekjes,

eierdooiers en eiwit.

Niet geschikt om in te vriezen:

eieren met schaal, zure room en mayonaise,

sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien.

Blancheren van groente en fruit:

groente en fruit moeten vóór het invriezen

geblancheerd worden om te voorkomen dat

kleur, smaak, aroma en vitamine „C”

(Blancheren betekent dat de groente of het

fruit kort in kokend water wordt gedompeld.

In de boekhandel zijn boeken over invriezen

verkrijgbaar, waarin ook blancheren wordt

Verpakken van levens-

De levensmiddelen in voor uw huishouden

geschikte porties verdelen.

Groente en fruit in porties niet zwaarder dan72

Invriezen en opslaan

Voordat u inkopen gaat doen moet u 3 – 4

uur tevoren of op zijn laatst bij het inladen

van verse levensmiddelen het "super-

cooling"-systeem inschakelen. Om het

"super-cooling"-systeem in te schakelen:

C (afb. 2/3) langere tijd of net zo vaak

indrukken tot het lampje "super-cooling"

(afb. 2/6) brandt. Bij super-cooling wordt de

koelruimte 6 uur lang ingesteld op een

lagere temperatuur. Daarna wordt er

automatisch omgeschakeld naar de

temperatuur die voor de super-cooling was

Als er al levensmiddelen in de diepvriesruimte

liggen, dan moet een paar uur vóór het

inladen van verse levensmiddelen het

supervriessysteem worden ingeschakeld.

Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevoren

voldoende. Wilt u de max. invriescapaciteit

benutten, dan moet u het supervriessysteem

24 uur van tevoren inschakelen. Kleinere

hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg)

kunnen zonder gebruik van het

supervriessysteem worden ingevroren.

Inschakelen van het supervriessysteem:

de supervriestoets (afb.

De indicatie "super" geeft aan dat het

supervriessysteem is ingeschakeld. Na

inschakeling bereikt de vriesruimte een zeer

lage temperatuur. Ca. 53 uur na het

inschakelen wordt de supervriesstand

automatisch uitgeschakeld.

Levensmiddelen opslaan

Let er altijd op dat alle diepvriesladen

helemaal tot de aanslag in de diepvries-

ruimte zijn geschoven.

Dit is belangrijk voor een goede lucht-

circulatie in het apparaat.

Om te voorkomen dat de kwaliteit van de

diepvrieswaren afneemt, is het van belang

dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt

overschreden. De bewaartijd is afhankelijk

van het soort levensmiddelen. De cijfers

bij de symbolen geven de toelaatbare

bewaartijd van de desbetreffende levens-

middelen in maanden aan. Bij kant en klaar

gekochte diepvriesprodukten moet u altijd

letten op de verpakkingsdatum of op de

Op het vriestableau kunt u de ijsbakjes

bewaren en bessen, klein gesneden fruit,

kruiden en groente stuk voor stuk invriezen.

Om stuk voor stuk in te vriezen de

levensmiddelen op het vriestableau

gelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uur

door en door laten bevriezen.

Hierna overdoen in diepvrieszakjes of

naast elkaar neerleggen.

Het apparaat liefst twee keer per jaar

Vóór het schoonmaken altijd de stekker

uit het stopcontact trekken resp. de

zekering uitschakelen of losdraaien.

Geen stoom- of hogedrukapparaten

gebruiken. Door de hete stoom kunnen de

oppervlakte en de electrische onderdelen

beschadigd worden – kans op een

Zorg dat het sop niet in de controle-armatuur

of de verlichting terechtkomt. Behalve de

deurafdichting kan het hele apparaat met

lauw water met een scheutje mild, licht

desinfecterend reinigingsmiddel (bijv. hand-

afwasmiddel) worden schoongemaakt. Geen

schoonmaakmiddelen gebruiken die zand,

schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geen

chemische oplosmiddelen gebruiken.

De deurafdichting alleen met schoon water

afnemen en grondig droogwrijven.

Indien mogelijk om de twee jaar ook de

warmtewisselaar (zwart rooster) aan de

achterkant van het apparaat met een kwast

of met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoor

blijft het apparaat optimaal presteren

waardoor u energie bespaart.

Dooiwatergootje (afb.

/A) in de koelruimte regelmatig

schoonmaken zodat het dooiwater

ongehinderd kan weglopen.

Invriezen en opslaan

Afhankelijk van soort en bereidingswijze

van de levensmiddelen kunt u kiezen uit

de volgende mogelijkheden:

bij omgevingstemperatuur,

in de elektrische oven,

met of zonder heteluchtverwarming,

in de magnetronoven.

Geheel of gedeeltelijk ontdooide diep-

vriesgerechten kunnen opnieuw worden

ingevroren als vlees en vis niet langer dan

één dag en andere diepvriesgerechten niet

langer dan drie dagen zijn bewaard op een

temperatuur lager dan +3 °C.

In andere gevallen de levensmiddelen – als

ten minste geur, smaak en kleur niet

veranderd zijn – koken, braden of op een

andere manier bereiden en opnieuw

De max. bewaartijd van de levensmiddelen

wordt hierdoor bekort.

/4 met water vullen en in

de diepvriesruimte zetten.

Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten de

ijsblokjes gemakkelijker los (Afb.

l Het apparaat in een koele, goed te

ventileren ruimte plaatsen. Niet in de zon

of in de buurt van een warmtebron

(verwarmingsradiator enz.) plaatsen.

l De be- en ontluchtingsopeningen nooit

l Warme gerechten pas nadat ze zijn

afgekoeld in het apparaat zetten.

l Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, leg

deze dan eerst in de koelruimte. U benut

hierdoor de in de diepvrieswaren

aanwezige koude voor het koelen van

de levensmiddelen in de koelruimte.

l Bij het in- en uitladen de deuren van het

apparaat zo kort mogelijk openen.

Hoe korter de deur van de diepvriesruimte

geopend wordt, des te minder ijs zich kan

afzetten op de vriesroosters.

l Warmtewisselaar (zwart rooster) aan de

achterkant van het apparaat om de twee

Belangrijke aanwijzingen

bij het onderhoud van

Bij het apparaat is een proefverpakking van

het onderhoudsmiddel „Chromol” gevoegd.

OM HET HOOGWAARDIGE UITERLIJK VAN UW APPARAAT DUURZAAM TE BEHOUDEN: DE ROESTVRIJSTALEN OPPERVLAKKEN VAN HET APPARAAT ONMIDDELLIJK NA HET PLAATSEN MET HET VLOEIBARE ONDERHOUDSMIDDEL

"CHROMOL" BEHANDELEN. DEZE BEHANDELING REGELMATIG HERHALEN.

Het middel is in de handel onder de naam

„Chromol” verkrijgbaar of bij de

Servicedienst onder het

Ident-nr. 310359 als 500 ml sproeiflacon

Om de oppervlakken niet te beschadigen

nooit schuursponsjes, metalen borstels,

scherpe voorwerpen of schuurmiddelen

gebruiken. Ook chemische agressieve

schoonmaakmiddelen zoals ontdooisprays,

ovensprays, oplosmiddelen of vlekken-

middel mogen niet gebruikt worden.

Buiten het bereik van kinderen bewaren.

Nooit op oppervlakken gebruiken die met

levensmiddelen in aanraking komen.

Niet op hete oppervlakken gebruiken.

Bevat alifatische koolwaterstoffen, olie en

Ga, alvorens de Servicedienst in te

schakelen, aan de hand van de volgende

punten eerst even na of u de storing zelf

Als u om een monteur vraagt, en het blijkt

dat hij alleen maar een advies (bijv. over

de bediening of het onderhoud van het

apparaat) hoeft te geven om de storing

te verhelpen, dan moet u, ook in de

garantietijd, de volledige kosten van

goed in het stopcontact zit en of het

apparaat is ingeschakeld.

Indien tijdens de ingebruikneming de

De temperatuur in de koelruimte is zeer

hoog. Enkele minuten na de

ingebruikneming van het apparaat wordt de

actuele koelruimtetemperatuur

Indien tijdens de ingebruikneming de

De temperatuur in de vriesruimte is zeer

hoog. Enkele minuten na de

ingebruikneming van het apparaat wordt de

actuele vriesruimtetemperatuur

Als de verlichting in de koelruimte niet

– De gloeilamp is defect. Stekker uit het

stopcontact trekken, afscherming (afb.

/A) verwijderen en de gloeilamp

vervangen door een gloeilamp van

hetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fitting

– De lichtschakelaar zit klem (afb.

Controleer of deze bewogen kan worden.

Zo niet, neem dan contact op met de

Kleine storingen zelf

Om de gekozen temperatuur constant te

houden schakelt uw apparaat van tijd tot

tijd de compressor in.

De geluiden die daarbij ontstaan zijn

Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuur

heeft bereikt, worden de geluiden

Het gebrom komt van de motor

(compressor). Het kan korte tijd iets luider

worden als de motor inschakelt.

Het geborrel, geklok of gebruis komt van

het koelmiddel dat door de leidingen

Het geklik is alleen te horen als de

thermostaat de motor in- of uitschakelt.

Kraakgeluiden kunnen optreden

- automatische ontdooiing plaatsvindt.

- het apparaat afkoelt of opwarmt

(materiaaluitzetting).

Bij een meerzone- of No-Frost-apparaat kan

een zacht geruis te horen zijn van de

luchtstroom in de binnenruimte van het

Als de bedrijfsgeluiden te luid zijn, dan

heeft dit wellicht eenvoudige oorzaken

die vaak heel gemakkelijk kunnen worden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een waterpas

stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes

of leg er iets onder.

Het apparaat staat tegen een ander

Het apparaat van het meubel of het

apparaat ernaast wegschuiven.

Laden, manden of legroosters/plateaus

Controleer de delen die eruit gehaald

kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw

Flessen of serviesgoed raken elkaar

De flessen of het serviesgoed los van elkaar

het akoestische waarschuwingssignaal

dan was het door het uitvallen van de

stroom of door een storing in de diepvries-

Door op de “alarm” -toets te drukken,

wordt op indicatie 8 (niet knipperend) de

warmste temperatuur weergegeven die in de

vriesruimte heeft geheerst. Daarna wordt

deze waarde gewist. Daarna geeft indicatie

8 de actuele vriesruimtetemperatuur weer

zonder te knipperen.

Als de indicatie warmer dan +3 °C heeft

aangegeven, dan moeten de diepvrieswaren

gecontroleerd worden.

Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderd

zijn de diepvrieswaren door koken of braden

tot een kant en klaar gerecht verwerken en

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

waarschuwingssignaal klinkt:

Storing, het is te warm in de vriesruimte! De

indicatie geeft de warmste

vriesruimtetemperatuur aan. Om het

waarschuwingssignaal uit te schakelen, de

"alarm" -toets indrukken. Dan wordt de

warmste temperatuur weergegeven die werd

Eventuele oorzaken van de storing:

– de ventilatie-opening aan de bovenkant van

het apparaat resp. in de plint is afgedekt,

– de deur van de diepvriesruimte is niet

– er werden verse levensmiddelen ingevroren

zonder het supervriessysteem in te

– er werden te veel verse levensmiddelen

ingeladen om in één keer in te vriezen,

– hoge omgevingstemperatuur.

Na het verhelpen van de storing de "alarm"

-toets indrukken; de indicatie knippert

niet meer als in de diepvriesruimte de

bedrijfstemperatuur weer is bereikt.

Kleine storingen zelf verhelpen

Als de deur van de diepvriesruimte te lang

open stond en de ingestelde temperatuur

in de diepvriesruimte niet meer bereikt

wordt, dan heeft zich zoveel ijs op de

verdamper afgezet dat het volautomatische

ontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meer

kan ontdooien. In dit geval de diepvrieswaren

uit het apparaat halen en goed geïsoleerd op

een koele plaats leggen.

Het apparaat uitschakelen en de deur van

de diepvriesruimte open laten staan. Na ca.

12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid.

Apparaat weer inschakelen en de diepvries-

Als de storing aan de hand van de hiervoor

genoemde punten niet verholpen kan

worden, schakel dan de Servicedienst in.

Om koudeverlies te vermijden de deuren niet

Voer zelf geen apparaties aan het apparaat

uit, vooral niet aan de electrische onder-

E Als u de hulp van de Servicedienst inroept,

geef dan het E-nummer en het FD-nummer

U vindt deze nummers in het zwart omlijnde

gedeelte van het typeplaatje links onderaan

in de koelruimte naast de groentelade.

Adres en telefoonnummer van de Service-

dienst kunt u vinden in het telefoonboek of

in de meegeleverde brochure met service-