KG36VVI32S - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KG36VVI32S SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KG36VVI32S - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KG36VVI32S van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KG36VVI32S SIEMENS
nl Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen 70
Aanwijzingen over de afvoer 73
Omvang van de levering 73
De juiste plaats 74
Let op de omgevingstemperatuur
en de beluchting 75
Apparaat aansluiten 75
Kennismaking met het apparaat 76
Apparaat inschakelen 77
Instellen van de temperatuur 77
Maximale invriescapaciteit 79
Invriezen en opslaan 80
Verse levensmiddelen invriezen 80
Ontdooien van diepvrieswaren 82
Apparaat uitschakelen en buiten
Schoonmaken van het apparaat 85
Verlichting (LED) 86
Energie besparen 86
Bedrijfsgeluiden 87
Kleine storingen zelf verhelpen 88
Zelftest apparaat 89
nlGebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen
Voordat u het apparaat
Lees de gebruiksaanwijzing
en het installatievoorschrift
nauwkeurig door. U vindt daarin
belangrijke informatie over
plaatsing, gebruik en onderhoud
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als
in de gebruiksaanwijzing niet
in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing
en het montagevoorschrift voor
later gebruik of voor een
eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Het apparaat bevat een geringe
het milieuvriendelijke maar
brandbare koelmiddel R600a.
Let erop dat de leidingen van
het koelcircuit bij het transport
of de installatie niet beschadigd
worden. Koelmiddel dat naar
buiten spuit kan vlam vatten of
tot oogletsel leiden.
■ Open vuur of andere
ontstekingsbronnen uit
de buurt van het apparaat
■ Ruimte gedurende een paar
minuten goed luchten;
■ Apparaat uitschakelen
en de stekker uit het
stopcontact trekken;
■ Contact opnemen met
Hoe meer koelmiddel het
apparaat bevat, des te groter
moet de ruimte zijn waarin het
apparaat wordt opgesteld.
In een te kleine ruimte kan bij
een lek een ontvlambaar
mengsel van gas en lucht
Per 8 g koelmiddel moet het
vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel
in uw apparaat vindt u op het
typeplaatje aan de binnenkant
Als de aansluitkabel van het
apparaat beschadigd raakt,
moet deze worden vervangen
door de fabrikant, de
klantenservice of een andere
gekwalificeerde persoon.
Onvakkundige installatie en
reparaties kunnen groot gevaar
opleveren voor de bezitter.nl
Reparaties mogen uitsluitend
worden uitgevoerd door de
fabrikant, de klantenservice of
een andere gekwalificeerde
Er mogen alleen originele
onderdelen van de fabrikant
gebruikt worden. Alleen bij deze
onderdelen garandeert de
fabrikant dat ze aan de
veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor
de aansluitkabel mag uitsluitend
via de klantenservice worden
het apparaat gebruiken (bijv.
elektrische ijsmaker etc.).
■ Het apparaat nooit met een
stoomreiniger ontdooien of
schoonmaken! De hete stoom
kan in de elektrische
onderdelen terechtkomen en
kortsluiting veroorzaken.
Gevaar van elektrische schok!
■ Gebruik geen puntige of
scherpe voorwerpen om een
laag ijs of rijp te verwijderen.
koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten
spuit kan vlam vatten oftot
■ Geen producten met
brandbare drijfgassen (bijv.
spuitbussen) en geen
explosieve stoffen in het
■ Plint, uittrekbare manden of
laden, deuren etc. niet als
opstapje gebruiken of om op
■ Om te ontdooien of schoon
te maken: stekker uit
het stopcontact trekken resp.
de zekering uitschakelen of
losdraaien. Altijd aan de
stekker trekken, nooit aan
■ Dranken met een hoog
alcoholpercentage altijd goed
afgesloten en staand
■ Geen olie of vet gebruiken op
kunststof onderdelen en
deurdichtingen. Ze kunnen
het apparaat nooit afdekken.nl
■ Vermijden van risico's voor
kinderen en kwetsbare
Kwetsbaar zijn kinderen/
personen met lichamelijke,
geestelijke of zintuigelijk
beperkingen, evenals
personen die onvoldoende
kennis hebben over de veilige
bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en
kwetsbare personen begrijpen
wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid
verantwoordelijke persoon
moet toezicht houden op
kinderen en kwetsbare
personen bij het apparaat of
Alleen kinderen vanaf 8 jaar
het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud
toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het
■ Flessen en blikjes met
vloeistoffen – vooral
koolzuurhoudende dranken –
niet in de diepvriesruimte
opslaan. Flessen en potten
■ Diepvrieswaren nadat u ze uit
de diepvriesruimte hebt
gehaald, nooit onmiddellijk in
Kans op vrieswonden!
■ Vermijd langdurig contact van
diepvrieswaren, ijs of de
verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
■ Verpakkingsmateriaal en
onderdelen ervan zijn geen
speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door
opvouwbare kartonnen dozen
■ Het apparaat is geen
speelgoed voor kinderen!
■ Bij een apparaat met deurslot:
sleutel buiten het bereik van
Het apparaat is geschikt
■ voor het koelen en invriezen
■ voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor
privégebruik in het huishouden
en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord
volgens EU richtlijn 2004/108/
Het koelcircuit is op dichtheid
Dit apparaat voldoet aan
de veiligheidsbepalingen voor
elektrische apparaten
* Afvoeren van de verpakking
van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat
tegen transportschade. De gebruikte
materialen zijn onschadelijk voor het
milieu en kunnen opnieuw worden
gebruikt. Help daarom mee en zorg
dat de verpakking milieuvriendelijk wordt
U kunt bij uw leverancier
of bij de reinigingsdienst
in uw gemeente informeren hoe
u uw oude apparaat en het
verpakkingsmateriaal van het nieuwe
apparaat kunt (laten) afvoeren voor een
milieuvriendelijke verwerking.
* Afvoeren van uw oude
Oude apparaten zijn geen waardeloos
afval! Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen worden
Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen
met de stekker verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet
eruit halen om het kinderen moeilijk
te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte
apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel
en in de isolatie gas. Die zorgvuldig
moeten worden afgevoerd. Met het oog
op een doelmatige en milieuvriendelijke
afvoer mogen de leidingen van het
koelcircuit tot het moment van transport
niet beschadigd worden.
Controleer na het uitpakken alle
onderdelen op eventuele
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel
waar u het apparaat hebt aangeschaft of
bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende
onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat■ Uitrusting (modelafhankelijk)■ Zakje met montagemateriaal■ Gebruiksaanwijzing■ Montagevoorschrift■ Klantenserviceboekje■ Garantiebijlage■ Informatie over energieverbruik en geluiden
Dit apparaat is gekenmerkt in
overeenstemming met de
Europese richtlijn 2012/19/EU
betreffende afgedankte
electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan
voor de in de EU geldige
terugneming en verwerking van
Elke droge, goed te ventileren ruimte
is geschikt. Het apparaat niet in de zon
of naast een fornuis,
verwarmingsradiator of een andere
warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast
een warmtebron niet te vermijden, maak
dan gebruik van een isolerende plaat of
neem de volgende minimumafstanden
tot de warmtebron in acht:
■ Naast elektrische- of gasfornuizen
■ Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op de plaats van opstelling mag
niet meegeven, vloer eventueel
verstevigen. Eventuele oneffenheden
in de vloer opheffen door er iets onder te
Het apparaat heeft geen wandafstand
aan de zijkant nodig. De laden en
legplateaus kunnen desondanks volledig
worden uitgeschoven.
Deuraanslag wisselen
Indien nodig: Wij raden u aan
de deurophanging door de Servicedienst
te laten verwisselen. De kosten voor het
verwisselen van de deuraanslag kunt u
opvragen bij de Servicedienst in uw
Tijdens het verwisselen van
de deurophanging mag het apparaat niet
op het elektriciteitsnet zijn aangesloten.
Eerst de stekker uit het stopcontact
trekken. Leg voldoende zacht materiaal
op de grond, om te voorkomen dat de
achterkant van het apparaat beschadigd
raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn
Wanneer het apparaat op de rug wordt
gelegd, mag de wandafstandhouder niet
omgevingstemperatuur
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde
klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk
van de klimaatklasse kan het apparaat
bij de volgende omgevingstemperaturen
De klimaatklasse staat op
het typeplaatje, afb. 2.
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de binnentemperatuurgrenzen
van de aangegeven klimaatklasse.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse
SN wordt gebruikt bij een lagere
binnentemperatuur, kunnen
beschadigingen aan het apparaat
worden uitgesloten tot een temperatuur
De lucht aan de achterzijde van
het apparaat wordt warm. De verwarmde
lucht moet ongehinderd afgevoerd
kunnen worden. Anders moet de
koelmachine meer presteren. Waardoor
het energieverbruik toeneemt. De
be en ontluchtingsopeningen mogen dan
ook nooit worden afgedekt!
Na het plaatsen van het apparaat moet
u minimaal 1 uur wachten voordat u het
apparaat in gebruik neemt. Tijdens het
transport kan het gebeuren dat de olie
van de compressor in het koelsysteem
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte
van het apparaat schoonmaken (zie
hoofdstuk „Schoonmaken van
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt
van het apparaat bevinden en ook na het
opstellen van het apparaat goed
Het apparaat voldoet aan
beschermklasse I. Het apparaat
aansluiten op een volgens
de voorschriften geïnstalleerd 220–
240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact
met aardleiding. Het stopcontact moet
zijn beveiligd met een zekering van 10 A
Bij apparaten die in niet Europese landen
worden gebruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. 2
Klimaatklasse Toelaatbare
omgevingstemperatuur
Het apparaat mag in geen geval worden
aangesloten op elektronische
energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen
netvoedingsinverters en sinusinverters
worden gebruikt. Netvoedingsinverters
worden gebruikt bij fotovoltaïsche
installaties die rechtstreeks zijn
aangesloten op het openbare
elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen
(bijv. op schepen of in berghutten) die
geen rechtstreekse aansluiting op het
openbare elektriciteitsnet hebben, moet
een sinusinverter worden gebruikt.
De laatste bladzijde met de afbeeldingen
uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is
op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn
* Niet bij alle modellen.
10 Vak voor grote flessen
11 Diepvrieslade (klein)
12 Glasplateau in de diepvriesruimte
13 Diepvrieslade (groot)
Om het hele apparaat in en uit
2 Temperatuurindicatie
De cijfers komen overeen met
de ingestelde temperaturen in
de koelruimte in °C.
3 Indicatie supervriezen
Brandt alleen als het
supervriessysteem is
4 Temperatuurinsteltoets
de temperatuur van de koelruimte
Het apparaat met de toets Aan/Uit 1
Het apparaat begint te koelen. De
verlichting is ingeschakeld wanneer
Wij raden een instelling van +4 °C aan.
Aanwijzingen bij het gebruik
■ Na het inschakelen kan het een aantal
uren duren voordat de ingestelde
temperaturen zijn bereikt.
Vóór die tijd geen levensmiddelen
in het apparaat leggen.
■ Terwijl de koelmachine loopt, vormen
zich dooiwaterdruppels of een laagje
rijp op de achterwand van
de koelruimte. U hoeft
de dooiwaterdruppels niet af te wissen
of de rijp af te schrapen.
De achterwand wordt automatisch
ontdooid. Het dooiwater loopt via
het afvoergootje, afb. ., naar
de koelmachine, waar het verdampt.
■ De voorzijde van het apparaat achter
de deur wordt gedeeltelijk licht
verwarmd waardoor de vorming van
condenswater in de buurt van
de deurafdichting wordt voorkomen.
■ Wanneer de deur van
de diepvriesruimte na het sluiten niet
direct weer geopend kan worden,
dient u even te wachten tot
de onderdruk is verdwenen.
■ Door het koelsysteem kan zich op
de vriesroosters op sommige plaatsen
al snel een laagje rijp afzetten. Dit
heeft geen invloed op het functioneren
van het apparaat of op
het stroomverbruik. Ontdooien is pas
nodig als zich op het hele oppervlak
van het vriesrooster een laag rijp of ijs
met een dikte van meer dan 5 mm
De temperatuur is instelbaar van +2 °C
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak
indrukken tot de gewenste temperatuur
in de koelruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het
geheugen opgeslagen. De ingestelde
temperatuur wordt aangegeven op de
temperatuurindicatie 2.
De temperatuur in de diepvriesruimte is
koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimtetemperaturen
veroorzaken ook lagere
vriesruimtetemperaturen.nl
De gegevens over de netto-inhoud vindt
u op het typeplaatje in uw apparaat.
Om de maximale hoeveelheid
diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle
uitrustingsonderdelen worden verwijderd.
De levensmiddelen kunnen dan
rechtstreeks op de legplateaus en op
de bodem van de vriesruimte worden
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag
uittrekken, vooraan optillen en
De koelruimte is een ideale plaats voor
het bewaren van vlees, worst, vis,
melkproducten, eieren, toebereide
etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
■ Bewaar verse, onbeschadigde
levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit
en de versheid langer bewaard.
■ Bij kant-en-klaarproducten en
afgevulde producten de door de
fabrikant vermelde houdbaarheids- of
gebruiksdatum in acht nemen.
■ De levensmiddelen goed verpakt of
afgedekt inruimen, om aroma, kleur en
versheid te bewaren. Dit voorkomt
geuroverdracht en verkleuring van de
kunststof onderdelen in de koelruimte.
■ Warme gerechten en dranken eerst
laten afkoelen en pas daarna
in het apparaat zetten.
Voorkom dat de levensmiddelen
de achterwand raken. Anders wordt
de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen
aan de achterwand vastvriezen.
Let op de koudezones
Door de luchtcirculatie in de koelruimte
verschillen de koudezones:
■ De warmste zone bevindt zich
helemaal bovenaan in de deur.
Bewaar in de warmste zone bijv.
harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn
aroma verder ontwikkelen en de boter
blijft goed smeerbaar.
■ De koudste zone is de schuiflade.
Bewaar in de koudste zone gevoelige
levensmiddelen (bijv. vis, worst,
vochtigheidsregelaar
Om optimale omstandigheden te
scheppen voor het bewaren van groente
en fruit, kan de luchtvochtigheid
in de groentelade worden aangepast
aan de hoeveelheid levensmiddelen:
■ kleine hoeveelheid fruit en groente –
hoge luchtvochtigheid
■ grote hoeveelheid fruit en groente –
lage luchtvochtigheid
■ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas,
bananen, papaja en citrusvruchten) en
groente (bijv. aubergines,
komkommers, courgettes, paprika,
tomaten en aardappels) dienen voor
een optimaal behoud van kwaliteit en
aroma buiten de koelkast bewaard te
worden op een temperatuur van circa
■ Afhankelijk van de soort
levensmiddelen en de hoeveelheid
kan zich condenswater vormen in de
groentelade. Condenswater
verwijderen met een droge doek en
de luchtvochtigheid in de groentelade
aanpassen met behulp van de
vochtigheidsregelaar.
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van
■ om ijsblokjes te maken,
■ om levensmiddelen in te vriezen.
Let erop dat de deur van
het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij
een open deur ontdooien de
diepvrieswaren. In de diepvriesruimte
vormt zich veel ijs. Bovendien:
energieverspilling door te hoog
Gegevens over de maximale
invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op
het typeplaatje. Afb. 2
Voorwaarden voor max.
■ Supervriezen inschakelen voordat u
de verse levensmiddelen aanbrengt
(zie hoofdstuk „Supervriezen”).
■ Uitrustingsdelen eruit halen; stapel de
levensmiddelen rechtstreeks op
de legplateaus en de bodem van
■ Grote hoeveelheden levensmiddelen
bij voorkeur invriezen in het bovenste
vak. Daar worden ze heel snel en
daardoor voorzichtig ingevroren.
■ Verse levensmiddelen zo dicht
mogelijk bij de zijwanden invriezen.nl
Invriezen en opslaan
■ De verpakking mag niet beschadigd
■ Neem de houdbaarheidsdatum in
■ De temperatuur in de verkoop-koelkist
moet -18 °C of kouder zijn.
■ De diepvriesproducten liefst in een
koeltas transporteren en snel in de
diepvriesruimte leggen.
Levensmiddelen invriezen
■ Gebruik uitsluitend verse
■ Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
■ De levensmiddelen luchtdicht
verpakken zodat ze niet uitdrogen of
hun smaak verliezen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag
inschuiven om een goede luchtcirculatie
Als er veel levensmiddelen moeten
worden opgeslagen, dan kunt u
de levensmiddelen direct op
de glasplateaus en op de bodem van
de diepvriesruimte opstapelen.
1. Daartoe dient u alle diepvriesladen te
2. Diepvriesladen tot aan de aanslag
uittrekken, vooraan optillen en
Verse levensmiddelen
Gebruik uitsluitend verse
Om de voedingswaarde, het aroma en
de kleur zo goed mogelijk te behouden,
dient groente geblancheerd te worden
voordat het wordt ingevroren. Bij
aubergines, paprika’s, courgettes en
asperges is blancheren niet
Literatuur over invriezen en blancheren
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
■ Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees,
wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden,
gepelde eieren, melkproducten zoals
kaas, boter en kwark, bereide
gerechten en kliekjes zoals soep,
eenpansgerechten, gaar vlees en gare
vis, aardappelgerechten, ovenschotels
■ Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw
worden gegeten, zoals kropsla en
radijsjes, ongepelde eieren,
wijndruiven, hele appels, peren en
perziken, hardgekookte eieren,
yoghurt, dikke zure melk, zure room,
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken
zodat ze niet uitdrogen of hun smaak
1. Levensmiddelen in de verpakking
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting
4. Vermeld op de pakjes inhoud en
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen-
en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan,
vuilniszakken en gebruikte
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d.
polyetheen kunnen met een folie-
lasapparaat worden dichtgelast.
De houdbaarheid is afhankelijk van
het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten,
■ Kaas, gevogelte, vlees:
De levensmidelen zo snel mogelijk door
en door invriezen zodat vitamine,
voedingswaarden, uiterlijk en smaak
Schakel enkele uren voordat u de verse
levensmiddelen inlaadt het supervriezen
in, om ongewenste temperatuurstijging te
Doorgaans is 4–6 uur van tevoren
Na het inschakelen werkt het apparaat
permanent, in de diepvriesruimte wordt
een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt
gebruiken, dient u 24 uur vóór het
inladen van de verse waar het
supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen
(max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van
het supervriessysteem worden
De temperatuurinsteltoets 4 meermaals
indrukken, tot de indicatie super 3
Het supervriessysteem wordt na
2½ dagen automatisch uitgeschakeld.nl
Afhankelijk van soort en bereidingswijze
van de levensmiddelen kunt u kiezen uit
de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren
niet opnieuw invriezen. Pas na het koken
of braden tot een kant-en-klaargerecht
kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor
(niet bij alle modellen)
Door een lichte druk in het midden van
de klep gaat het botervak open.
Om schoon te maken het botervak van
onderen iets optillen en eruit halen.
Verstelbaar deur-legplateau
Het legplateau kan in de hoogte versteld
worden zonder dat het eruit gehaald
De knoppen op de zijkant van het
legplateau gelijktijdig indrukken om het
legplateau naar beneden te verplaatsen.
Het kan naar boven worden verplaatst
zonder de knoppen in te drukken.
De flessenhouder voorkomt dat
de flessen kantelen bij het openen en
sluiten van de deur.
U kunt de plateaus en voorraadvakken
in de binnenruimte naar wens
verplaatsen: Daartoe het legplateau
uittrekken, vooraan optillen en
Het legplateau kan desgewenst omlaag
worden geklapt. Het legplateau naar
voren trekken, laten zakken en naar
Deze is geschikt voor het bewaren van
U kunt de lade verwijderen om deze te
vullen of leeg te maken. Daartoe de lade
optillen en eruit trekken. De houder van
In de flessenrek kunnen flessen veilig
worden bewaard. De houder is variabel.
Inzetbak voor de groentelade
De inzetstuk kan eruit gehaald worden.
Diepvrieslade (groot)
Voor het bewaren van grote
diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden
Scheidingsplaat (indien aanwezig) kan
niet worden verwijderd.
1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen
en in de diepvriesruimte zetten.
2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met
een bot voorwerp losmaken (steel van
3. Om de ijsblokjes los te maken:
het ijsbakje iets verbuigen of kort
onder stromend water houden.
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen
van de stroom of bij een storing
het verwarmen van de opgeslagen
diepvrieswaren. De langste opslagtijd
wordt bereikt wanneer u het koelelement
in het bovenste vak op
de levensmiddelen legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk
koelhouden van levensmiddelen (bijv. in
een koeltas) eruit genomen worden.
(niet bij alle modellen)
Met de „OK”-temperatuurcontrole
kunnen temperaturen onder +4 °C
worden geregistreerd. Stel
de temperatuur trapsgewijs kouder in als
de sticker niet „OK” aangeeft.
Bij ingebruikneming van het apparaat
kan het tot 12 uur duren voor
de temperatuur is bereikt.
Apparaat uitschakelen
Apparaat uitschakelen
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie 2 gaat uit en de
koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van
Als u het apparaat langere tijd niet
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.nl
Het apparaat wordt automatisch
Het dooiwater loopt via
de dooiwatergootjes en het afvoergaatje
naar het verdampingsgedeelte van
De diepvriesruimte wordt niet
automatisch ontdooid omdat
de diepvrieswaren niet mogen
ontdooien. Een laagje rijp in
de diepvriesruimte vermindert de koude-
afgifte aan de diepvrieswaren waardoor
het stroomverbruik wordt verhoogd.
Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.
Een laag rijp of ijs niet met een mes of
een scherp voorwerp afschrapen. U kunt
hierdoor de koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan
vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Ca. 4 uur vóór het ontdooien
het supervriessysteem inschakelen zodat
de levensmiddelen een zeer lage
temperatuur bereiken en hierdoor langer
bij omgevingstemperatuur bewaard
1. Het apparaat uitschakelen om te
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp.
3. Diepvriesladen met
de levensmiddelen op een koele
plaats bewaren. Koude-accu (indien
aanwezig) op de levenmiddelen
4. Dooiwaterafvoer openen. Afb. 1
5. Het legplateau voor grote flessen kan
worden gebruikt om het dooiwater op
te vangen. Hiertoe het plateau voor
grote flessen verwijderen (zie het
hoofdstuk Apparaat reinigen) en
onder de open dooiwaterafvoer zetten.
6. Om het ontdooiproces te versnellen
twee pannen met heet water op een
onderzetter in het apparaat zetten.
7. Na het ontdooien het opgevangen
dooiwater weggieten. Het resterende
dooiwater op de bodem van
de diepvriesruimte met een spons
8. Dooiwaterafvoer sluiten.
9. Plateau voor grote flessen weer in de
10.Na het ontdooien het apparaat weer
aansluiten en inschakelen.nl
■ Gebruik geen schoonmaak of
Op de metalen oppervlakken kan
■ De legplateaus en voorraadvakken
mogen niet in de afwasmachine
Ze kunnen vervormen!
Ga als volgt te werk:
1. Vóór het schoonmaken het apparaat
2. De stekker uit het stopcontact trekken
of de zekering uitschakelen.
3. Diepvrieswaren verwijderen en
bewaren op een koele plaats. Koude-
accu (indien aanwezig) op
de levensmiddelen leggen.
4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
5. Het apparaat schoonmaken met een
zachte doek en lauw water met een
scheutje pH neutraal
schoonmaakmiddel. Het sop mag niet
in de verlichting terechtkomen.
6. Deurafdichting alleen met schoon
7. Na het schoonmaken apparaat weer
aansluiten en inschakelen.
8. Diepvrieswaren opnieuw in het
diepvriesvak leggen.
Voor het reinigen kunnen alle variabele
onderdelen van het apparaat worden
Legplateaus uit de deur nemen
Legplateaus optillen en verwijderen.
Glasplateaus eruit halen
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan
optillen en verwijderen.
Schuiflade verwijderen
Schuiflade iets optillen en eruit halen.
Dooiwater-afvoerklep
Voor het reinigen van de dooiwater-
afvoergoot moet het glasplateau boven
de groentelade, afb. !/7, worden
losgemaakt van de dooiwater-afvoerklep:
1. Glazen legplateau verwijderen.
2. Dooiwater-afvoerklep optillen en
De dooiwatergoot en het afvoergat
regelmatig reinigen met wattenstaafjes
o.i.d., zodat het dooiwater goed kan
(niet bij alle modellen)
De afschermplaat van de groentelade
kan ter reiniging worden verwijderd.
De knoppen aan de zijkant na elkaar
indrukken en daarbij de afschermplaat
van de groentelade nemen. Afb. -
Reservoir verwijderen
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken,
vooraan optillen en verwijderen.nl
Als u onaangename luchtjes ruikt:
1. Apparaat uitschakelen met de Aan/
2. Alle levensmiddelen uit het apparaat
3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk
Schoonmaken van het apparaat).
4. Alle verpakkingen schoonmaken.
5. Sterk ruikende levensmiddelen
luchtdicht verpakken om luchtjes te
6. Apparaat weer inschakelen.
7. Levensmiddelen inruimen.
8. Na 24 uur controleren of er opnieuw
luchtjes zijn ontstaan.
Het apparaat is voorzien van een
onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen
alleen door de Servicedienst of een
erkend vakman worden uitgevoerd.
■ Het apparaat in een droge, goed
te ventileren ruimte plaatsen! Het
apparaat niet direct in de zon of in de
buurt van een warmtebron plaatsen
zoals een verwarmingsradiator of een
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
■ Warme gerechten en dranken eerst
laten afkoelen, daarna in het apparaat
■ Diepvrieswaren in de koelruimte
leggen om ze te ontdooien en de kou
van de diepvrieswaren gebruiken om
andere levensmiddelen te koelen.
■ Een laag rijp of ijs
in de diepvriesruimte regelmatig laten
Een laag rijp of ijs vermindert
de afgifte van koude aan
de diepvrieswaren en verhoogt
het energieverbruik.
■ Deuren van het apparaat zo kort
■ Om een verhoogd stroomverbruik te
vermijden, moet de achterkant van het
apparaat af en toe worden gereinigd.
Wandafstandhouder monteren om
de geplande energieopname van het
apparaat te bereiken (zie
montagehandleiding). Een kleinere
afstand tot de muur heeft geen
nadelige invloed op de werking van
het apparaat. Het energieverbruik kan
dan iets hoger worden. De afstand
van 75 mm mag niet worden
■ De ordening van de uitrustingsdelen
heeft geen invloed op de
energieopname van het apparaat.nl
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten,
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Motor, schakelaar of magneetventielen
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van
een waterpas stellen. Gebruik hiervoor
de schroefvoetjes of leg iets onder
Het apparaat staat tegen een ander
Het apparaat van het meubel of apparaat
ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen
Controleer de delen die eruit gehaald
kunnen worden en zet ze eventueel
opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over
de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing
te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
De temperatuur wijkt erg af
In sommige gevallen is het voldoende om
het apparaat gedurende 5 minuten uit
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren
controleren of de temperatuur
de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende
dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is
uitgeschakeld; de stekker zit
niet goed in het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken. Controleer
of er stroom is. Controleer de zekeringen.
In de koelruimte is het te
De temperatuur is te koud
Temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk
„Instellen van de temperatuur”).
De bodem van de koelruimte
De dooiwatergoten of het
afvoergat zijn verstopt.
De dooiwatergoten en het afvoergaatje
schoonmaken (zie „Schoonmaken van het
de diepvriesruimte is
De deur van het apparaat
werd te vaak geopend.
Deur van het apparaat niet onnodig openen.
ontluchtingsopeningen zijn
Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere
Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Het apparaat koelt niet,
de temperatuurindicatie en
de verlichting branden.
Het presentatielicht
Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk
„Zelftest apparaat”).
Na afloop van het programma schakelt het
apparaat weer over op het normale gebruik.nl
Het apparaat beschikt over een
automatisch zelftestprogramma dat
de oorzaken van storingen aangeeft die
alleen door de Servicedienst verholpen
1. Apparaat uitschakelen met de Aan/
Uit-toets 1 en 5 minuten wachten.
2. Apparaat met de toets Aan/Uit 1
inschakelen en binnen de eerste
de temperatuurinsteltoets 4
gedurende 3-5 seconden ingedrukt
houden, tot de temperatuurindicatie 2
Het zelftestprogramma start wanneer
de temperatuurindicaties na elkaar
Wanneer het apparaat na korte tijd de
voor de zelftest ingestelde temperatuur
aangeeft, is het in orde.
Als de indicatie super 3 gedurende 10
seconden knippert, is er sprake van een
Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt
het apparaat weer over op het normale
Adres en telefoonnummer van
de Servicedienst in uw omgeving kunt u
vinden in het telefoonboek of
in de meegeleverde brochure met
service-adressen. Geef a.u.b. aan
de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.)
en het FD-nummer (FD) van
U vindt deze gegevens op
het typeplaatje. Afb. 2
Door vermelding van het fabrikaat- en
productnummer kunt u onnodige
voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u
zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies
De contactgegevens in alle landen vindt
u in de bijgesloten lijst met
Notice-Facile