KD30NX73 - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KD30NX73 SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KD30NX73 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KD30NX73 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KD30NX73 SIEMENS
Koel-/diepvriescombinatie
Servizio di assistenza clienti 68nl Inhoud
Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen 69
Aanwijzingen over de afvoer 72
Omvang van de levering 72
Let op de omgevingstemperatuur
en de beluchting 73
De juiste plaats 73
Apparaat aansluiten 73
Kennismaking met het apparaat 74
Inschakelen van het apparaat 75
Instellen van de temperatuur 75
Maximale invriescapaciteit 77
Invriezen en opslaan 77
Verse levensmiddelen invriezen 77
Ontdooien van diepvrieswaren 79
Speciale uitvoering 79
Apparaat uitschakelen en buiten
Schoonmaken van het apparaat 80
Energie besparen 81
Bedrijfsgeluiden 82
Kleine storingen zelf verhelpen 82
Klantenservice 83de
nlGebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen
Voordat u het apparaat
Lees de gebruiksaanwijzing
en het installatievoorschrift
nauwkeurig door. U vindt daarin
belangrijke informatie over
plaatsing, gebruik en onderhoud
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als
in de gebruiksaanwijzing niet
in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing
en het montagevoorschrift voor
later gebruik of voor een
eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Door de leidingen van het
koelcircuit stroomt een kleine
hoeveelheid milieuvriendelijk,
maar brandbaar koelmiddel
(R600a). Dit is niet schadelijk
voor de ozonlaag en verhoogt
het broeikaseffect niet.
Vrijkomend koelmiddel kan
echter oogletsel veroorzaken of
■ Open vuur of andere
ontstekingsbronnen uit
de buurt van het apparaat
■ Ruimte gedurende een paar
minuten goed luchten;
■ Apparaat uitschakelen
en de stekker uit het
stopcontact trekken;
■ Contact opnemen met
Hoe meer koelmiddel het
apparaat bevat, des te groter
moet de ruimte zijn waarin het
apparaat wordt opgesteld.
In een te kleine ruimte kan bij
een lek een ontvlambaar
mengsel van gas en lucht
Per 8 g koelmiddel moet het
vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel
in uw apparaat vindt u op het
typeplaatje aan de binnenkant
Als de aansluitkabel van het
apparaat beschadigd raakt,
moet deze worden vervangen
door de fabrikant, de
klantenservice of een andere
gekwalificeerde persoon.
Onvakkundige installatie en
reparaties kunnen groot gevaar
opleveren voor de bezitter.nl
Reparaties mogen uitsluitend
worden uitgevoerd door de
fabrikant, de klantenservice of
een andere gekwalificeerde
Er mogen alleen originele
onderdelen van de fabrikant
gebruikt worden. Alleen bij deze
onderdelen garandeert de
fabrikant dat ze aan de
veiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige
stopcontacten, verlengsnoeren
het apparaat gebruiken (bijv.
elektrische ijsmaker etc.).
■ Het apparaat nooit met een
stoomreiniger ontdooien of
schoonmaken! De hete stoom
kan in de elektrische
onderdelen terechtkomen en
kortsluiting veroorzaken.
Gevaar van elektrische schok!
■ Gebruik geen puntige of
scherpe voorwerpen om een
laag ijs of rijp te verwijderen.
koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten
spuit kan vlam vatten oftot
■ Geen producten met
brandbare drijfgassen (bijv.
spuitbussen) en geen
explosieve stoffen in het
■ Plint, uittrekbare manden of
laden, deuren etc. niet als
opstapje gebruiken of om op
■ Om te ontdooien of schoon
te maken: stekker uit
het stopcontact trekken resp.
de zekering uitschakelen of
losdraaien. Altijd aan de
stekker trekken, nooit aan
■ Dranken met een hoog
alcoholpercentage altijd goed
afgesloten en staand
■ Geen olie of vet gebruiken op
kunststof onderdelen en
deurdichtingen. Ze kunnen
ontluchtingsopeningen van
het apparaat nooit afdekken.
■ Vermijden van risico's voor
kinderen en kwetsbare
Kwetsbaar zijn kinderen/
personen met lichamelijke,
geestelijke of zintuigelijk
beperkingen, evenals
personen die onvoldoende
kennis hebben over de veilige
bediening van het apparaat.nl
Zorg ervoor dat kinderen en
kwetsbare personen begrijpen
wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid
verantwoordelijke persoon
moet toezicht houden op
kinderen en kwetsbare
personen bij het apparaat of
Alleen kinderen vanaf 8 jaar
het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud
toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het
■ Flessen en blikjes met
vloeistoffen – vooral
koolzuurhoudende dranken –
niet in de diepvriesruimte
opslaan. Flessen en potten
■ Diepvrieswaren nadat u ze uit
de diepvriesruimte hebt
gehaald, nooit onmiddellijk in
Kans op vrieswonden!
■ Vermijd langdurig contact van
diepvrieswaren, ijs of de
verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
■ Verpakkingsmateriaal en
onderdelen ervan zijn geen
speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door
opvouwbare kartonnen dozen
■ Het apparaat is geen
speelgoed voor kinderen!
■ Bij een apparaat met deurslot:
sleutel buiten het bereik van
Het apparaat is geschikt
■ voor het koelen en invriezen
■ voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor
privégebruik in het huishouden
en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord
volgens EU richtlijn 2004/108/
Het koelcircuit is op dichtheid
Dit apparaat voldoet aan
de veiligheidsbepalingen voor
elektrische apparaten
Dit apparaat is bestemd voor
gebruik tot op hoogten van
maximaal 2.000 meter boven
* Afvoeren van de verpakking
van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat
tegen transportschade. De gebruikte
materialen zijn onschadelijk voor het
milieu en kunnen opnieuw worden
gebruikt. Help daarom mee en zorg
dat de verpakking milieuvriendelijk wordt
U kunt bij uw leverancier
of bij de reinigingsdienst
in uw gemeente informeren hoe
u uw oude apparaat en het
verpakkingsmateriaal van het nieuwe
apparaat kunt (laten) afvoeren voor een
milieuvriendelijke verwerking.
* Afvoeren van uw oude
Oude apparaten zijn geen waardeloos
afval! Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen worden
Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen
met de stekker verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet
eruit halen om het kinderen moeilijk
te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte
apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel
en in de isolatie gas. Die zorgvuldig
moeten worden afgevoerd. Met het oog
op een doelmatige en milieuvriendelijke
afvoer mogen de leidingen van het
koelcircuit tot het moment van transport
niet beschadigd worden.
Controleer na het uitpakken alle
onderdelen op eventuele
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel
waar u het apparaat hebt aangeschaft of
bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende
onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat■ Uitrusting (modelafhankelijk)■ Zakje met montagemateriaal■ Gebruiksaanwijzing■ Montagevoorschrift■ Klantenserviceboekje■ Garantiebijlage■ Informatie over energieverbruik en geluiden
Dit apparaat is gekenmerkt in
overeenstemming met de
Europese richtlijn 2012/19/EU
betreffende afgedankte
electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan
voor de in de EU geldige
terugneming en verwerking van
de omgevingstemperat
uur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde
klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk
van de klimaatklasse kan het apparaat
bij de volgende omgevingstemperaturen
De klimaatklasse staat op
het typeplaatje, afb. ).
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de binnentemperatuurgrenzen
van de aangegeven klimaatklasse.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse
SN wordt gebruikt bij een lagere
binnentemperatuur, kunnen
beschadigingen aan het apparaat
worden uitgesloten tot een temperatuur
De lucht aan de achterwand en aan
de zijwanden van het apparaat wordt
verwamd. De verwarmde lucht moet
ongehinderd afgevoerd kunnen worden.
Anders moet de koelmachine meer
presteren waardoor het energieverbruik
De be en ontluchtingsopeningen mogen
dan ook nooit worden afgedekt!
Elke droge, goed te ventileren ruimte
is geschikt. Het apparaat niet in de zon
of naast een fornuis,
verwarmingsradiator of een andere
warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast
een warmtebron niet te vermijden, maak
dan gebruik van een isolerende plaat of
neem de volgende minimumafstanden
tot de warmtebron in acht:
■ Naast elektrische- of gasfornuizen
■ Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op de plaats van opstelling mag
niet meegeven, vloer eventueel
verstevigen. Eventuele oneffenheden
in de vloer opheffen door er iets onder te
Na het plaatsen van het apparaat moet
u minimaal 1 uur wachten voordat u het
apparaat in gebruik neemt. Tijdens het
transport kan het gebeuren dat de olie
van de compressor in het koelsysteem
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte
van het apparaat schoonmaken (zie
hoofdstuk „Schoonmaken van
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt
van het apparaat bevinden en ook na het
opstellen van het apparaat goed
Klimaatklasse Toelaatbare
omgevingstemperatuur
Gevaar voor een elektrische schok!
Gebruik, indien het aansluitsnoer niet
lang genoeg is, in geen geval
meervoudige stopcontacten of
verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan
contact op met de klantenservice voor
alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan
beschermklasse I. Sluit het apparaat aan
op een volgens de voorschriften
geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz
wisselstroomstopcontact met
aardleiding. Het stopcontact moet zijn
beveiligd met een zekering van 10 A tot
Controleer bij apparaten die in niet
Europese landen worden gebruikt of de
aansluitspanning en de stroomsoort
overeenkomen met de waarden van uw
elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens
op het typeplaatje, afb. ).
Het apparaat mag in geen geval worden
aangesloten op elektronische
energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen
netvoedingsinverters en sinusinverters
worden gebruikt. Netvoedingsinverters
worden gebruikt bij fotovoltaïsche
installaties die rechtstreeks zijn
aangesloten op het openbare
elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen
(bijv. op schepen of in berghutten) die
geen rechtstreekse aansluiting op het
openbare elektriciteitsnet hebben, moet
een sinusinverter worden gebruikt.
De laatste bladzijde met de afbeeldingen
uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is
op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn
* Niet bij alle modellen.
1-4 Bedieningselementen
5 Temperatuurregelaar
16 Voorraadvak voor tubes
17 Vak voor grote flessennl
Het apparaat met de toets Aan/Uit 1
De temperatuurindicatie 3 knippert, tot
in het apparaat de ingestelde
temperatuur is bereikt.
Het apparaat begint te koelen. De
verlichting is ingeschakeld wanneer
De fabriek adviseert de volgende
■ Diepvriesruimte: –18 °C Aanwijzingen bij het gebruik
■ Na het inschakelen kan het een aantal
uren duren voordat de ingestelde
temperaturen zijn bereikt.
■ Door het volledig automatische
NoFrost-systeem blijft de vriesruimte
ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
■ De voorzijde van het apparaat achter
de deur wordt gedeeltelijk licht
verwarmd waardoor de vorming van
condenswater in de buurt van de
deurafdichting wordt voorkomen.
■ Wanneer de deur van de
diepvriesruimte na het sluiten niet
direct weer geopend kan worden,
dient u even te wachten tot de
onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Temperatuurregelaar, afb. !/5, op de
gewenste instelling draaien.
Bij een gemiddelde instelling wordt de
temperatuur in de koudste zone
Hogere instellingen veroorzaken koudere
temperaturen in de koelruimte.
Om het hele apparaat in en uit
in de diepvriesruimte is instelbaar
van –24 °C tot –16 °C.
De ingestelde temperatuur wordt
op indicatie 3 aangegeven.
3 Temperatuurindicatie
de temperatuurindicatielampjes
de temperaturen in °C
in de diepvriesruimte. Het
brandende lampje geeft
de ingestelde temperatuur aan.
4 Toets „super” (Diepvriesruimte)
Om het supervriessysteem
in en uit te schakelen.nl
■ Gevoelige levensmiddelen niet
opslaan op een temperatuur lager
■ Een lage instelling voor het
kortstondig opslaan van
(energiebesparingsstand).
■ Een gemiddelde instelling voor het
langdurig opslaan van
■ Een hoge instelling alleen voor korte
tijd instellen wanneer de deur vaak
wordt geopend en wanneer er grote
hoeveelheden levensmiddelen worden
opgeslagen in de koelruimte.
De temperatuur is instelbaar van -16 °C
Temperatuur-insteltoets 2 net zo vaak
indrukken tot de gewenste temperatuur
in de diepvriesruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het
geheugen opgeslagen. De ingestelde
temperatuur wordt aangegeven op de
temperatuurindicatie 3.
Wij adviseren een instelling van -18 °C
voor de diepvriesruimte.
De gegevens over de netto-inhoud vindt
u op het typeplaatje in uw apparaat.
De koelruimte is de ideale bewaarplaats
voor bereide gerechten, bakproducten,
conserven, gecondenseerde melk en
harde kaas, evenals koudegevoelige
Attentie bij het inruimen
Attentie bij het inruimen van
■ De levensmiddelen goed verpakt of
afgedekt inruimen. Hierdoor blijven
geur, kleur en versheid behouden.
Bovendien wordt voorkomen dat
de levensmiddelen naar elkaar gaan
smaken en de kunststof onderdelen
■ Warme gerechten en dranken eerst
laten afkoelen en pas daarna in
het apparaat zetten.
■ De luchtopeningen in de koelruimte
niet met levensmiddelen blokkeren
zodat de luchtcirculatie niet
Levensmiddelen die direct voor
de luchtopeningen worden
opgeslagen, kunnen door
de uitstromende koude lucht
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van
■ om ijsblokjes te maken,
■ om levensmiddelen in te vriezen.
Let erop dat de deur van
het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij
een open deur ontdooien de
diepvrieswaren. In de diepvriesruimte
vormt zich veel ijs. Bovendien:
energieverspilling door te hoog
Gegevens over de maximale
invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op
het typeplaatje. Afb. )
Invriezen en opslaan
■ De verpakking mag niet beschadigd
■ Neem de houdbaarheidsdatum in
■ De temperatuur in de verkoop-koelkist
moet -18 °C of kouder zijn.
■ De diepvriesproducten liefst in een
koeltas transporteren en snel in de
diepvriesruimte leggen.
Diepvrieswaren opslaan
Als er veel levensmiddelen moeten
worden opgeslagen, dan kunt u de klep
in het bovenste gedeelte van
het vriesvak en het middelste rooster
Om te voorkomen dat de luchtcirculatie
in het apparaat vermindert
de levensmiddelen niet boven
de stapelgrens opstapelen.
Verse levensmiddelen
Gebruik uitsluitend verse
Om de voedingswaarde, het aroma en
de kleur zo goed mogelijk te behouden,
dient groente geblancheerd te worden
voordat het wordt ingevroren. Bij
aubergines, paprika’s, courgettes en
asperges is blancheren niet
Literatuur over invriezen en blancheren
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
■ Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees,
wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden,
gepelde eieren, melkproducten zoals
kaas, boter en kwark, bereide
gerechten en kliekjes zoals soep,
eenpansgerechten, gaar vlees en gare
vis, aardappelgerechten, ovenschotels
■ Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw
worden gegeten, zoals kropsla en
radijsjes, ongepelde eieren,
wijndruiven, hele appels, peren en
perziken, hardgekookte eieren,
yoghurt, dikke zure melk, zure room,
crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken
zodat ze niet uitdrogen of hun smaak
1. Levensmiddelen in de verpakking
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting
4. Vermeld op de pakjes inhoud en
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en
aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan,
afvalzakken en gebruikte
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen
(PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
De levensmidelen zo snel mogelijk door
en door invriezen zodat vitamine,
voedingswaarden, uiterlijk en smaak
Schakel enkele uren voordat u de verse
levensmiddelen inlaadt het supervriezen
in, om ongewenste temperatuurstijging te
Doorgaans is 4–6 uur van tevoren
Na het inschakelen werkt het apparaat
permanent, in de diepvriesruimte wordt
een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt
gebruiken, dient u 24 uur vóór het
inladen van de verse waar het
supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen
(max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van
het supervriessysteem worden
Als het supervriessysteem is
ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden
Is super vriezen ingeschakeld, dan licht
Het supervriessysteem wordt
Afhankelijk van soort en bereidingswijze
van de levensmiddelen kunt u kiezen uit
de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren
niet opnieuw invriezen. Pas na het koken
of braden tot een kant-en-klaargerecht
kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor
(niet bij alle modellen)
In het chillervak heersen lagere
temperaturen dan in de koelruimte. Er
kunnen ook temperaturen onder 0 °C
Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en
worst. Niet geschikt voor salades,
groente en koudegevoelige
worden bewaard. De houder is variabel.
1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen
en in de diepvriesruimte zetten.
2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met
een bot voorwerp losmaken (steel van
3. Om de ijsblokjes los te maken:
het ijsbakje iets verbuigen of kort
onder stromend water houden.
1. Het ijsbakje verwijderen, voor ¾ vullen
met drinkwater en weer aanbrengen.
2. Als de ijsblokjes bevroren zijn
de draaigrepen van de ijsbakjes een
aantal keren naar rechts draaien en
De ijsblokjes laten los en vallen
in het voorraadbakje.
3. IJsblokjes uit het voorraadbakje halen.nl
(niet bij alle modellen)
Met de sticker "OK" kunt u controleren of
in het koelvak de voor de
levensmiddelen aanbevolen veilige
temepratuurbereiken +4 °C of kouder
bereikt zijn. Als de sticker niet "OK"
aangeeft, moet de temperatuur
stapsgewijs worden verlaagd.
Na ingebruikneming van het apparaat
kan het 12 uur duren voordat de
ingestelde temperatuur is bereikt.
Apparaat uitschakelen
Apparaat uitschakelen
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie 3 gaat uit en de
koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van
Als u het apparaat langere tijd niet
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.
■ Gebruik geen schoonmaak of
Op de metalen oppervlakken kan
■ De legplateaus en voorraadvakken
mogen niet in de afwasmachine
Ze kunnen vervormen!
Het reinigingswater mag niet
■ de openingssleuf aan de voorkant in
de bodem van het vriesvak,
■ de bedieningselementen en
Ga als volgt te werk:
1. Vóór het schoonmaken het apparaat
2. De stekker uit het stopcontact trekken
of de zekering uitschakelen.
3. Diepvrieswaren verwijderen en
bewaren op een koele plaats. Koude-
accu (indien aanwezig) op
de levensmiddelen leggen.
4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
5. Het apparaat schoonmaken met een
zachte doek en lauw water met een
scheutje pH neutraal
schoonmaakmiddel. Het sop mag niet
in de verlichting terechtkomen.
6. Deurafdichting alleen met schoon
7. Na het schoonmaken apparaat weer
aansluiten en inschakelen.
8. Diepvrieswaren opnieuw in het
diepvriesvak leggen.
Voor het reinigen kunnen alle variabele
onderdelen van het apparaat worden
Glasplateaus eruit halen
De glasplateaus naar voren trekken en
■ Het apparaat in een droge, goed
te ventileren ruimte plaatsen! Het
apparaat niet direct in de zon of in de
buurt van een warmtebron plaatsen
zoals een verwarmingsradiator of een
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
■ Warme gerechten en dranken eerst
laten afkoelen, daarna in het apparaat
■ Diepvrieswaren in de koelruimte
leggen om ze te ontdooien en de kou
van de diepvrieswaren gebruiken om
andere levensmiddelen te koelen.
■ Deuren van het apparaat zo kort
■ Om een verhoogd stroomverbruik te
vermijden, moet de achterkant van het
apparaat af en toe worden gereinigd.
■ De ordening van de uitrustingsdelen
heeft geen invloed op de
energieopname van het apparaat.nl
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten,
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Het automatische ontdooisysteem treedt
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van
een waterpas stellen. Gebruik hiervoor
de schroefvoetjes of leg iets onder
Het apparaat staat tegen een ander
Het apparaat van het meubel of apparaat
ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen
Controleer de delen die eruit gehaald
kunnen worden en zet ze eventueel
opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over
de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing
te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
De verlichting functioneert
Het lampje is kapot. Lampje vervangen. Afb. '
1. Stekker uit het stopcontact trekken of de
zekering losdraaien resp. uitschakelen.
(reservelamp, 220–240 V wisselstroom,
fitting E14, voor wattage zie het kapotte
De lichtschakelaar klemt. Controleer of er beweging in zit. Afb. !/8
Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is
uitgeschakeld; de stekker zit
niet goed in het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken. Controleer
of er stroom is. Controleer de zekeringen.nl
Adres en telefoonnummer van
de Servicedienst in uw omgeving kunt
u vinden in het telefoonboek of
in de meegeleverde brochure met
service-adressen. Geef aan de
servicedienst het productnummer (E-Nr.)
en het serienummer (FD-Nr.) van het
U vindt deze gegevens op
het typeplaatje. Afb. )
Door vermelding van het fabricaat- en
productnummer kunt u onnodige
voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u
zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies
De contactgegevens in alle landen vindt
u in de bijgesloten lijst met
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
de diepvriesruimte is
De deur van het apparaat
werd te vaak geopend.
Deur van het apparaat niet onnodig openen.
ontluchtingsopeningen zijn
Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere
Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
de diepvriesruimte stond
te lang open; de temperatuur
wordt niet meer bereikt.
Er zit zo veel ijs op
de verdamper dat het
NoFrost-systeem niet meer
volautomatisch ontdooit.
Om de verdamper te ontdooien: de laden met
diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd
op een koele plaats bewaren.
Apparaat uitschakelen en van de wand
wegschuiven. Deur van het apparat
Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in
de dooiwateropvanschaal aan de achterwand
van het apparaat te lopen. Afb. (
de dooiwateropvangschaal overloopt:
het dooiwater met een spons opnemen.
Als er geen dooiwater meer in
de opvangschaal loopt, is de verdamper
ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte
schoonmaken. Het apparaat weer in werking
Notice-Facile