KI38SA50IE - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KI38SA50IE SIEMENS in PDF-formaat.

Page 65
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SIEMENS

Model : KI38SA50IE

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI38SA50IE - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI38SA50IE van het merk SIEMENS.

GEBRUIKSAANWIJZING KI38SA50IE SIEMENS

nl Gebruiksaanwijzing

Veiligheidsbepalingen en

Aanwijzingen over de afvoer 67

Omvang van de levering 68

Let op de omgevingstemperatuur

en de beluchting 68

De juiste plaats 69

Apparaat aansluiten 69

Kennismaking met het apparaat 70

Inschakelen van het apparaat 71

Instellen van de temperatuur 71

De diepvriesruimte 74

Maximale invriescapaciteit 74

Invriezen en opslaan 74

Verse levensmiddelen invriezen 75

Ontdooien van diepvrieswaren 76

Schoonmaken van het apparaat 79

Energie besparen 80

Bedrijfsgeluiden 80

Kleine storingen zelf verhelpen 81

nlGebruiksaanwijzing

Veiligheidsbepalingen

Voordat u het apparaat in

Lees de gebruiksaanwijzing en het

installatievoorschrift nauwkeurig door.

U vindt daarin belangrijke informatie over

plaatsing, gebruik en onderhoud van het

De fabrikant aanvaardt geen

aansprakelijkheid als de aanwijzingen en

waarschuwingen in de gebruiks-

aanwijzing niet in acht worden genomen.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het

montagevoorschrift voor later gebruik

of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe

hoeveelheid van het milieuvriendelijke

maar brandbare koelmiddel R600a. Let

erop dat de leidingen van het koelcircuit

bij het transport of de installatie niet

beschadigd worden. Koelmiddel dat naar

buiten spuit kan vlam vatten of tot

■ Open vuur of andere

ontstekingsbronnen uit de buurt van

het apparaat houden;

■ Ruimte gedurende een paar minuten

■ Apparaat uitschakelen en de stekker

uit het stopcontact trekken;

■ Contact opnemen met

Hoe meer koelmiddel het apparaat

bevat, des te groter moet de ruimte zijn

waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek

een ontvlambaar mengsel van gas en

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek

minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid

koelmiddel in uw apparaat vindt u op het

typeplaatje aan de binnenkant van het

Als de aansluitkabel van het apparaat

beschadigd raakt, moet deze worden

vervangen door de fabrikant, de klanten-

service of een andere gekwalificeerde

persoon. Onvakkundige installatie en

reparaties kunnen groot gevaar

opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden

uitgevoerd door de fabrikant, de klanten-

service of een andere gekwalificeerde

Er mogen alleen originele onderdelen

van de fabrikant gebruikt worden. Alleen

bij deze onderdelen garandeert de

fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel

mag uitsluitend via de klantenservice

worden aangeschaft.nl

■ Nooit elektrische apparaten in het

apparaat gebruiken (bijv.

verwarmingsapparaten, elektrische

ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!

■ Het apparaat nooit met een stoom-

reiniger ontdooien of schoonmaken!

De hete stoom kan in de elektrische

onderdelen terechtkomen en

kortsluiting veroorzaken. Kans op een

■ Gebruik geen puntige of scherpe

voorwerpen om een laag ijs of rijp

te verwijderen. Hierdoor kunt u

de koelleidingen beschadigen.

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan

vlam vatten of tot oogletsel leiden.

■ Geen producten met brandbare

drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen

explosieve stoffen in het apparaat

opslaan. Gevaar voor explosie!

■ Plint, uittrekbare manden of laden,

deuren etc. niet als opstapje

gebruiken of om op te leunen.

■ Om te ontdooien of schoon te maken:

stekker uit het stopcontact trekken

resp. de zekering uitschakelen of

losdraaien. Altijd aan de stekker

trekken, nooit aan de aansluitkabel.

■ Dranken met een hoog alcohol-

percentage altijd goed afgesloten

■ Geen olie of vet gebruiken op kunst-

stof onderdelen en deurdichtingen.

Ze kunnen poreus worden.

■ De be- en ontluchtingsopeningen van

het apparaat nooit afdekken.

■ Personen (inclusief kinderen) met

fysieke, sensorische of psychische

beperkingen of gebrekkige kennis

mogen dit apparaat uitsluitend

gebruiken indien ze onder toezicht

staan van een persoon die verant-

woordelijk is voor hun veiligheid of

door deze persoon zijn ingelicht over

de wijze waarop het apparaat dient

■ Flessen en blikjes met vloeistoffen –

vooral koolzuurhoudende dranken –

niet in de diepvriesruimte opslaan.

De flessen en blikjes kunnen

■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de

diepvriesruimte hebt gehaald, nooit

onmiddellijk in de mond nemen.

Kans op verbranding!

■ Vermijd langdurig contact van uw

handen met de diepvrieswaren, ijs of

de verdamperbuizen enz.

Kans op verbranding!nl

Kinderen in het huishouden

■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen

ervan zijn geen speelgoed voor

Verstikkingsgevaar door opvouwbare

kartonnen dozen en folie!

■ Het apparaat is geen speelgoed voor

■ Bij een apparaat met deurslot:

sleutel buiten het bereik van kinderen

Het apparaat is geschikt

■ voor het koelen en invriezen van

■ voor het bereiden van ijs.

Dit apparaat is bestemd voor privé-

gebruik in het huishouden en de

huiselijke omgeving.

Het apparaat is ontstoord volgens

EU richtlijn 2004/108/EC.

Het koelcircuit is op dichtheid

Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-

bepalingen voor elektrische apparaten

Aanwijzingen over de

* Afvoeren van de verpakking

van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat

tegen transportschade. De gebruikte

materialen zijn onschadelijk voor het

milieu en kunnen opnieuw worden

gebruikt. Help daarom mee en zorg dat

de verpakking milieuvriendelijk wordt

U kunt bij uw leverancier of bij de

reinigingsdienst in uw gemeente

informeren hoe u uw oude apparaat en

het verpakkingsmateriaal van het nieuwe

apparaat kunt (laten) afvoeren voor een

milieuvriendelijke verwerking.

* Afvoeren van uw oude

Oude apparaten zijn geen waardeloos

afval! Door een milieuvriendelijke afvoer

kunnen waardevolle grondstoffen worden

Dit apparaat is gekenmerkt in

overeenstemming met de

Europese richtlijn 2002/96/EG

betreffende afgedankte

electronic equipment – WEEE).

Deze richtlijn geeft het kader aan

voor een in de EU geldende

terugname en verwerking van

Bij afgedankte apparaten

1. Stekker uit het stopcontact trekken.

2. Aansluitkabel doorknippen en samen

met de stekker verwijderen.

3. Legplateaus en voorraadvakken niet

eruit halen om het kinderen moeilijk

te maken erin te klimmen!

4. Laat kinderen niet met het afgedankte

apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in

de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten

worden afgevoerd. Met het oog op een

doelmatige en milieuvriendelijke afvoer

mogen de leidingen van het koelcircuit

tot het moment van transport niet

Controleer na het uitpakken alle onder-

delen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel

waar u het apparaat hebt aangeschaft of

bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende

■ Uitrusting (modelafhankelijk)

■ Zakje met montagemateriaal

■ Gebruiksaanwijzing

■ Montagevoorschrift

■ Klantenserviceboekje

■ Informatie over energieverbruik en

Let op de omgevings-

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde

klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk

van de klimaatklasse kan het apparaat

bij de volgende omgevingstemperaturen

De klimaatklasse staat op

het typeplaatje, afb. 1.

Het apparaat is volledig functioneel

binnen de binnentemperatuurgrenzen

van de aangegeven klimaatklasse.

Wanneer een apparaat uit klimaatklasse

SN wordt gebruikt bij een lagere binnen-

temperatuur, kunnen beschadigingen

aan het apparaat worden uitgesloten tot

eentemperatuur van+5°C.

De lucht aan de achterzijde van het

apparaat wordt warm. De verwarmde

lucht moet ongehinderd afgevoerd

kunnen worden. Anders moet de

koelmachine meer presteren. Waardoor

het energieverbruik toeneemt. De be en

ontluchtingsopeningen mogen dan ook

nooit worden afgedekt!

Klimaatklasse Toelaatbare omgevings-

Geschikt voor het opstellen zijn droge,

ventileerbare vertrekken. Het apparaat

liefst niet in de zon of naast een fornuis,

verwarmingsradiator of een andere

warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast

een warmtebron niet te vermijden, maak

dan gebruik van een isolerende plaat of

neem de volgende minimumafstanden in

■ Naast elektrische of gasfornuizen

■ Naast een CV-installatie 30 cm.

Na het plaatsen van het apparaat moet

u minimaal 1 uur wachten voordat u het

apparaat in gebruik neemt. Tijdens het

transport kan het gebeuren dat de olie

van de compressor in het koelsysteem

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte

van het apparaat schoonmaken (zie

hoofdstuk „Schoonmaken van het

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt

van het apparaat bevinden en ook na het

opstellen van het apparaat goed

Het apparaat voldoet aan bescherm-

klasse I. Het apparaat aansluiten op een

volgens de voorschriften geïnstalleerd

220-240 V/50 Hz wisselstroom-

stopcontact met aardleiding.

Het stopcontact moet zijn beveiligd met

een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen

worden gebruikt op het typeplaatje

controleren of de aansluitspanning

en de stroomsoort overeenkomen met

de waarden van uw elektriciteitsnet.

Uvindt deze gegevens

op het typeplaatje. Afb. 1

Het apparaat mag in geen geval worden

aangesloten op elektronische

energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen

netvoedingsinverters en sinusinverters

worden gebruikt. Netvoedingsinverters

worden gebruikt bij fotovoltaïsche

installaties die rechtstreeks zijn

aangesloten op het openbare

elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen

(bijv. op schepen of in berghutten) die

geen rechtstreekse aansluiting op het

openbare elektriciteitsnet hebben, moet

een sinusinverter worden gebruikt.nl

De laatste bladzijde met de afbeeldingen

uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is

op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn

* Niet bij alle modellen.

15 Vak voor grote flessen

Om het hele apparaat in en uit

Om het alarmsignaal uit te

schakelen (zie hoofdstuk „Alarm

Om de supervriesfunctie in en uit

te schakelen (zie het hoofdstuk

4 Keuzetoets Diepvriesruimte

Op de keuzetoets drukken om

de diepvriesruimte te kunnen

5 Keuzetoets Koelruimte

Op de keuzetoets drukken om

instellingen voor de koelruimte te

6 Temperatuurinsteltoets

Met deze toets wordt de

gewenste temperatuur ingesteld.

7 Indicatie supervriezen

Brandt alleen als het

supervriessysteem is

Geeft 3 verschillende

■ Ingestelde temperatuur

■ Ingestelde temperatuur

in de diepvriesruimte

■ Warmste temperatuur

in de diepvriesruimte nadat

het alarmsignaal te horen

is (zie hoofdstuk „Alarm

1. Het apparaat met de insteltoets 1

Er is een alarmsignaal te horen. Op

temperatuurindicatie 8 knippert „AL”.

2. Druk de alarmtoets 2 in. Het

alarmsignaal wordt uitgeschakeld.

Het apparaat begint te koelen. De

verlichting is ingeschakeld wanneer de

De fabriek adviseert de volgende

■ Diepvriesruimte: –18 °C Aanwijzingen bij het gebruik

■ De voorzijde van het apparaat achter

de deur wordt gedeeltelijk licht

verwarmd waardoor de vorming van

condenswater in de buurt van de

deurafdichting wordt voorkomen.

■ Bij een hoge luchtvochtigheid kan zich

condenswater vormen in de

koelruimte, vooral op glazen

legplateaus. Als dit het geval is, dient

u de levensmiddelen verpakt te

bewaren en een lagere koelruimte-

temperatuur te kiezen.

■ Op de achterwand aan de binnenkant

vormen zich dooiwaterdruppels of rijp.

Dit is normaal. De achterwand wordt

automatisch ontdooid. Het dooiwater

loopt via het afvoergootje in de

verdampingsschaal. Dooiwatergootje

en afvoergaatje regelmatig

schoonmaken, zodat het dooiwater

kan weglopen. Afb. 3.

■ Wanneer de diepvriesruimte de

ingestelde temperatuur heeft bereikt,

gaat indicatie 8 „AL” uit.

■ Wanneer de deur van de

diepvriesruimte na het sluiten niet

direct weer geopend kan worden,

dient u even te wachten tot de

onderdruk is verdwenen.

■ Door het koelsysteem kan zich op de

vriesroosters op sommige plaatsen al

snel een laagje rijp afzetten.

Ontdooien is pas nodig als zich op het

hele oppervlak van het vriesrooster

een laag rijp of ijs met een dikte van

meer dan 5 mm heeft gevormd.

De temperatuur is instelbaar van

1. Met de koelruimte-keuzetoets 5 de

2. Met de insteltoets voor de

temperatuur 6 de gewenste

koelruimtetemperatuur instellen.nl

De temperatuur is instelbaar van -16 °C

1. Met de vriesruimte-keuzetoets 4

de vriesruimte kiezen.

2. Met de insteltoets voor de

temperatuur 6 de gewenste

vriesruimtetemperatuur instellen.

De laatst ingestelde waarde wordt in het

geheugen opgeslagen. De ingestelde

temperatuur wordt op indicatie 8

Alarmsignaal uitschakelen

De alarm-toets 2 indrukken om

het alarmsignaal uit te schakelen.

Het temperatuuralarm wordt

ingeschakeld als het in de

diepvriesruimte te warm is waardoor de

diepvrieswaren kunnen ontdooien.

Op de indicatie 8 knippert „AL”.

Na indrukken van de toets alarm 2, geeft

de temperatuurindicatie gedurende vijf

seconden de warmste temperatuur aan

die in de diepvriesruimte heeft geheerst.

Hierna wordt deze waarde gewist.

Indicatie 8 geeft zonder te knipperen de

ingestelde temperatuur in de

diepvriesruimte aan.

Vanaf dit moment wordt de warmste

temperatuur opnieuw bepaald en in

het geheugen opgeslagen.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren

kan het alarm automatisch inschakelen:

■ bij het in gebruik nemen van het

■ bij het inladen van grote

hoeveelheden verse levensmiddelen.

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren

niet opnieuw invriezen. Pas na het koken

of braden tot een kant-en-klaargerecht

kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten

De gegevens over de netto-inhoud vindt

u op het typeplaatje in uw apparaat.

Om de maximale hoeveelheid

diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle

uitrustingsonderdelen worden verwijderd.

De levensmiddelen kunnen dan

rechtstreeks op de legplateaus en op

de bodem van de vriesruimte worden

Onderdelen eruit halen

Diepvriesladen tot aan de aanslag

uittrekken, vooraan optillen en

verwijderen. Afb. 4nl

De koelruimte is een ideale plaats voor

het bewaren van vlees, worst, vis,

melkproducten, eieren, toebereide

etenswaren en brood/banket.

Attentie bij het inkopen van

Van belang voor de houdbaarheidsduur

is de „versheid op moment van inkoop”.

In principe geldt: hoe verser de

levensmiddelen zijn die u bewaart in het

apparaat, hoe langer ze vers blijven.

Let daarom bij de aankoop altijd op de

mate van versheid van de

Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde

producten de door de fabrikant vermelde

houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum

Attentie bij het inruimen

■ De levensmiddelen goed verpakt of

afgedekt inruimen. Hierdoor blijven

geur, kleur en versheid behouden.

Bovendien wordt voorkomen dat

de levensmiddelen naar elkaar gaan

smaken en de kunststof onderdelen

■ Warme gerechten en dranken eerst

het apparaat zetten.

Voorkom dat de levensmiddelen

de achterwand raken. Anders wordt

de luchtcirculatie verminderd.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen

aan de achterwand vastvriezen.

vochtigheidsregelaar

Om optimale omstandigheden te

scheppen voor het bewaren van groente

en fruit, kan de luchtvochtigheid in de

groentelade worden aangepast aan

de hoeveelheid levensmiddelen:

kleine hoeveelheid fruit en groente –

hoge luchtvochtigheid

grote hoeveelheid fruit en groente –

lage luchtvochtigheid

Koudegevoelig fruit (bijv. ananas,

groente (bijv. aubergines, komkommers,

courgettes, paprika, tomaten en

aardappels) dienen voor een optimaal

behoud van kwaliteit en aroma buiten de

koelkast bewaard te worden op een

temperatuur van circa +8 °C.

Let op de koudezones in de

Door de luchtcirculatie in de koelruimte

verschillen de koudezones:

■ De koelste zone bevindt zich tussen

de aan de zijkant afgebeelde pijl en

de glasplaat eronder. Afb. 5

Bewaar in de koudste zone gevoelige

levensmiddelen (bijv. vis, worst,

■ De warmste zone bevindt zich

helemaal bovenaan in de deur.

Bewaar in de warmste zone bijv.

harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn

aroma verder ontwikkelen en de boter

blijft goed smeerbaar.nl

De diepvriesruimte gebruiken

■ voor het opslaan van

■ om ijsblokjes te maken,

■ om levensmiddelen in te vriezen.

Let erop dat de deur van het diepvries-

ruimte goed gesloten is! Bij een open

deur ontdooien de diepvrieswaren.

In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs.

Bovendien: energieverspilling door

te hoog stroomverbruik!

Gegevens over de maximale

invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op

het typeplaatje. Afb. 1

Voorwaarden voor max.

■ Supervriezen inschakelen voordat u

de verse levensmiddelen aanbrengt

(zie hoofdstuk „Supervriezen”).

■ Onderdelen eruit halen

Stapel de levensmiddelen

rechtstreeks op de legplateaus en de

bodem van de diepvriesruimte.

■ Grote levensmiddelhoeveelheden bij

voorkeur in het middelste vak

invriezen; daar worden ze bijzonder

snel en daardoor ook behoedzaam

Invriezen en opslaan

■ De verpakking mag niet beschadigd

■ Neem de houdbaarheidsdatum in

■ De temperatuur in de verkoop-koelkist

moet -18 °C of kouder zijn.

■ De diepvriesproducten liefst in een

koeltas transporteren en snel in de

diepvriesruimte leggen.

Grote levensmiddelhoeveelheden bij

voorkeur in het middelste vak invriezen;

daar worden ze bijzonder snel en

daardoor ook behoedzaam ingevroren.

De levensmiddelen naast elkaar in

de vakken resp, diepvriesladen leggen.

De vers in te vriezen levensmiddelen

mogen niet met de al ingevroren

levensmiddelen in aanraking komen.

Eventueel de door en door bevroren

levensmiddelen in de diepvriesladen

Diepvrieswaren opslaan

De diepvrieslade tot aan de aanslag

inschuiven om een goede luchtcirculatie

Gebruik uitsluitend verse

Om de voedingswaarde, het aroma en

de kleur zo goed mogelijk te behouden,

dient groente geblancheerd te worden

voordat het wordt ingevroren. Bij

aubergines, paprika’s, courgettes en

asperges is blancheren niet

Literatuur over invriezen en blancheren

Al ingevroren levensmiddelen mogen

niet met de nog in te vriezen

levensmiddelen in aanraking komen.

■ Geschikt om in te vriezen:

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees,

wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden,

gepelde eieren, melkproducten zoals

kaas, boter en kwark, bereide

gerechten en kliekjes zoals soep,

eenpansgerechten, gaar vlees en gare

vis, aardappelgerechten, ovenschotels

■ Niet geschikt om in te vriezen:

Groentesoorten die meestal rauw

worden gegeten, zoals kropsla en

radijsjes, ongepelde eieren,

wijndruiven, hele appels, peren en

perziken, hardgekookte eieren,

yoghurt, dikke zure melk, zure room,

crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken

zodat ze niet uitdrogen of hun smaak

1. Levensmiddelen in de verpakking

2. Lucht eruit drukken.

3. Het geheel van een goede sluiting

4. Vermeld op de pakjes inhoud en

Voor verpakking geschikt:

Kunststof-, polyetheen-

en aluminiumfolie, diepvriesdozen.

Deze producten zijn in de handel

Niet geschikt voor verpakking:

pakpapier, vetvrij papier, cellofaan,

vuilniszakkenengebruikte

Als sluiting geschikt:

elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,

koudebestendig plakband e.d.

polyetheen kunnen met een folie-

lasapparaat worden dichtgelast.

De houdbaarheid is afhankelijk van

het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten,

■ Kaas, gevogelte, vlees:

De levensmidelen zo snel mogelijk door

en door invriezen zodat vitamine,

voedingswaarden, uiterlijk en smaak

Schakel enkele uren voordat u de verse

levensmiddelen inlaadt het supervriezen

in, om ongewenste temperatuurstijging te

Na het inschakelen werkt het apparaat

permanent, in de diepvriesruimte wordt

een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt

gebruiken, dient u 24 uur vóór het

inladen van de verse waar het

supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen

(max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van

het supervriessysteem worden

Als het supervriessysteem is

ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden

Toets „super” 3 indrukken.

Wanneer het supervriezen is

ingeschakeld, geeft de

temperatuurindicatie 8 “SU” aan

en brandt de indicatie 7 “super”.

Na het inschakelen werkt het apparaat

permanent, in de diepvriesruimte wordt

een zeer lage temperatuur bereikt.

Het supervriessysteem wordt na 2 dag

automatisch uitgeschakeld.

Afhankelijk van soort en bereidingswijze

van de levensmiddelen kunt u kiezen uit

de volgende mogelijkheden:

■ bij omgevingstemperatuur

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren

niet opnieuw invriezen. Pas na het koken

of braden tot een kant-en-klaargerecht

kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor

(niet bij alle modellen)

U kunt de plateaus en voorraadvakken

in de binnenruimte naar wens

verplaatsen: Plateau optillen, naar voren

trekken, laten zakken en zijwaarts naar

Voorraadvak in de deur

Het plateau optillen en verwijderen.nl

Om hoge voorwerpen te koelen (bijv.

kannen of flessen), kan het voorste deel

van het varioplateau worden verwijderd

en onder het achterste deel worden

Lade voor worst en kaas

Om de lade te vullen of leeg te maken

kunt u hem verwijderen. Daartoe tilt u

de lade op. De houder van de lade is

Afb. * A/B In de flessenrek kunnen flessen veilig

worden bewaard. De houder is variabel.

De flessenhouder voorkomt dat

de flessen kantelen bij het openen en

sluiten van de deur.

1. Het ijsbakje voor ¾ met water vullen

en in de diepvriesruimte zetten.

2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met

een bot voorwerp losmaken (steel van

3. Om de ijsblokjes los te maken:

het ijsbakje iets verbuigen of kort

onder stromend water houden.

Om vermindering van de kwaliteit van de

diepvrieswaren te voorkomen, is het

belangrijk dat de toelaatbare bewaartijd

niet wordt overschreden. De bewaartijd

is afhankelijk van het soort levens-

middelen. De cijfers bij de symbolen

geven in maanden de toelaatbare

bewaartijd voor de diepvrieswaren aan.

Bij kant en klaar gekochte diepvries-

producten altijd letten op de op de

verpakking aangegeven invriesdatum

of de houdbaarheidsdatum.

(indien meegeleverd, aantal stuks

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen

van de stroom of bij een storing

het verwarmen van de opgeslagen

diepvrieswaren. De langste bewaartijd

wordt bereikt als u de accu direct op

de levensmiddelen in het bovenste vak

De koude-accu kan ook voor het tijdelijk

koelhouden van levensmiddelen (bijv. in

een koeltas) eruit genomen worden.nl

(niet bij alle modellen)

Met de „OK”-temperatuurcontrole

kunnen temperaturen onder +4 °C

worden geregistreerd. Stel de

temperatuur trapsgewijs kouder in als

de sticker niet „OK” aangeeft.

Bij ingebruikneming van het apparaat

kan het tot 12 uur duren voor de

temperatuur is bereikt.

volautomatisch ontdooid

Als de koelmachine loopt, vormen zich

dooiwaterdruppels of een laagje rijp op

de achterwand van de koelruimte. Dit is

normaal. U hoeft de waterdruppels niet

af te wissen of de rijp af te schrapen.

De achterwand wordt automatisch

ontdooid. Het dooiwater loopt via het

dooiwatergootje, afb. 3. Het dooiwater

loopt van het dooiwatergootje naar de

koelmachine waar het verdampt.

Dooiwatergootje en afvoergaatje

regelmatig schoonmaken, zodat het

dooiwater kan weglopen.

De diepvriesruimte wordt niet auto-

matisch ontdooid omdat de diepvries-

waren niet mogen ontdooien. Een laagje

rijp in de diepvriesruimte vermindert de

koude-afgifte aan de diepvrieswaren

waardoor het stroomverbruik wordt

verhoogd. Verwijder regelmatig de laag

Een laag rijp of ijs niet met een mes of

een scherp voorwerp afschrapen. U kunt

hierdoor de koelleidingen beschadigen.

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan

vlam vatten of tot oogletsel leiden.

U gaat als volgt te werk:

Ca. 4 uur vóór het ontdooien het super-

vriessysteem inschakelen, zodat de

levensmiddelen een zeer lage

temperatuur bereiken en hierdoor langer

bij binnentemperatuur bewaard kunnen

1. Diepvrieswaren eruit halen en op een

2. Apparaat uitschakelen.

3. Stekker uit het stopcontact trekken

resp. de zekering uitschakelen of

4. Om het ontdooiproces te versnellen

een pan met heet water op een

onderzetter in de diepvriesruimte

5. Dooiwater met een spons of doekje

6. De diepvriesruimte droogwrijven.

■ Gebruik geen schoonmaak of oplos-

middelen die zand, chloride of zuren

■ Geen schuursponsjes gebruiken.

Op de metalen oppervlakken kan

■ De legplateaus en voorraadvakken

mogen niet in de afwasmachine

gereinigd worden. Ze kunnen

U gaat als volgt te werk:

1. Vóór het schoonmaken het apparaat

2. Stekker uit het stopcontact trekken

of de zekering losdraaien resp.

3. De diepvrieswaren eruit halen en op

een koele plaats bewaren.

4. Het apparaat schoonmaken met een

zachte doek en lauw water met een

scheutje pH neutraal schoonmaak-

middel. Het sop mag niet in de

verlichting terechtkomen.

5. Deurafdichting alleen met schoon

water schoonmaken en grondig

6. Het sop mag niet via het afvoergaatje

in het verdampingsgedeelte terecht-

7. Na het schoonmaken apparaat weer

aansluiten en inschakelen.

Voor het reinigen kunnen alle variabele

onderdelen van het apparaat worden

Glasplateaus eruit halen

De glasplateaus optillen, naar voren

trekken, laten zakken en zijdelings eruit

De dooiwatergoot en het afvoergat

regelmatig reinigen met wattenstaafjes

o.i.d., zodat het dooiwater goed kan

Legplateaus uit de deur nemen

Legplateaus optillen en verwijderen.

Reservoir verwijderen

Reservoir tot aan de aanslag uittrekken,

vooraan optillen en verwijderen.nl

Als u onaangename luchtjes ruikt:

1. Apparaat uitschakelen.

2. Alle levensmiddelen uit het apparaat

3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk

Schoonmaken van het apparaat).

4. Alle verpakkingen reinigen.

5. Sterk ruikende levensmiddelen

luchtdicht verpakken om luchtjes te

6. Apparaat weer inschakelen.

7. Levensmiddelen inruimen.

8. Na 24 uur controleren of er opnieuw

luchtjes zijn ontstaan.

■ Het apparaat in een droge, goed

te ventileren ruimte plaatsen! Het

apparaat niet direct in de zon of in de

buurt van een warmtebron plaatsen

zoals een verwarmingsradiator of een

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

■ Warme gerechten en dranken eerst

laten afkoelen, daarna in het apparaat

■ Diepvrieswaren in de koelruimte

leggen om ze te ontdooien en de kou

van de diepvrieswaren gebruiken om

andere levensmiddelen te koelen.

■ Deuren van het apparaat zo kort

■ Een laag rijp of ijs in de diepvries-

ruimte regelmatig laten ontdooien.

Een laag rijp of ijs vermindert

de afgifte van koude aan

de diepvrieswaren en verhoogt

het energieverbruik.

■ Let erop dat de deur van het diep-

vriesruimte goed gesloten is.

■ Om een verhoogd stroomverbruik te

vermijden, dient de achterkant van het

apparaat af en toe gereinigd te

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten,

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Motor, schakelaar of magneetventielen

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een

waterpas stellen. Leg er zo nodig iets

Reservoirs of draagplateaus wiebelen

Controleer de delen die eruit gehaald

kunnen worden en zet ze eventueel

opnieuw in het apparaat.

Flessen of serviesgoed raken elkaar

De flessen of het serviesgoed los van

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.

Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over

de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te

verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek

Storing Eventuele oorzaak Oplossing

De temperatuur wijkt

In sommige gevallen is het

voldoende om het apparaat

gedurende 5 minuten uit te

Als de temperatuur te warm is:

na enkele uren controleren of

de temperatuur de temperatuur-

instelling genaderd is.

Als de temperatuur te koud is:

de volgende dag de temperatuur

nogmaals controleren.

Het lampje is kapot. Lampje vervangen. Afb. 0/B

1. Apparaat uitschakelen.

2. Stekker uit het stopcontact

trekken of de zekering losdraaien

3. Lampafdekking van achteren eraf

4. Lampje vervangen.

(Reservelamp: 220-240 V

wisselstroom, fitting E14, voor

wattage zie het kapotte lampje.)

De dooiwatergoten en het

afvoergaatje schoonmaken (zie

„Schoonmaken van het apparaat”).

De diepvrieswaren met een bot

voorwerp losmaken. Niet met een

mes of een scherp voorwerp

heeft een dikke laag

Ontdooien van het diepvriesruimte.

Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg

er altijd voor dat de deur van het

diepvriesruimte goed dicht is.

De koelmachine wordt

steeds vaker en langer

apparaat werd te vaak

Deur van het apparaat niet onnodig

De be en ontluchtings-

Afdekkingen verwijderen.

Invriezen van grotere

Max. invriescapacitiet niet

■ De stekker zit niet

Toets Aan/Uit indrukken. Afb. 2/1

Controleer of er stroom is.

Controleer de zekeringen.nl

Storing Eventuele oorzaak Oplossing

Temperatuurindicatie,

Door een storing is het

in de diepvriesruimte

Na het indrukken van de

alarmtoets 2 wordt het knipperen

van de temperatuurindicatie 8

De temperatuurindicatie 8 geeft

gedurende 5 seconden de warmste

temperatuur aan die in de diepvries-

ruimte heeft geheerst.

Gevaar voor de diep-

Half en geheel ontdooide diepvries-

waren kunnen opnieuw worden

ingevroren als vlees en vis niet

langer dan een dag, andere

diepvrieswaren niet langer dan drie

dagen warmer dan +3 °C waren.

Als smaak, geur en uiterlijk

onveranderd zijn, dan kunnen

de levensmiddelen na koken of

braden opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer

Afdekking verwijderen.

Max. invriescapacitiet niet

Adres en telefoonnummer van de

Servicedienst in uw omgeving kunt

u vinden in het telefoonboek of in de

meegeleverde brochure met service-

adressen. Geef a.u.b. aan de Service-

dienst het E-nummer (E-Nr.) en het

FD-nummer (FD) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het

Door deze nummers aan de Service-

dienst door te geven voorkomt u

onnodig heen en weer rijden van de

monteur en de hieraan verbonden

kosten. En de hieraan verbonden kosten.

Verzoek om reparatie en advies

De contactgegevens in alle landen vindt

u in de bijgesloten lijst met Service-