GEBRUIKSAANWIJZING GC 60 4CC S 701T VALBERG
Dit product wordt gegarandeerd voor een periode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum*, voor elke storing die het gevolg is van een fabricagefout of het materiaal. Gebreken of schade door slechte installatie, onjuist gebruik of abnormale slijtage van het product worden niet gedekt door deze garantie.
*op vertoon van kassabon.
GARANTIEVOORWAARDEN
Proficiat met uw keuze voor een product van XXXXX. De selectie en de testen van de toestellen van XXXX gebeuren volledig onder controle en supervisie van ELECTRO DEPOT. We staan garant voor de kwaliteit van de toestellen van XXXXX, die uitmunten in hun eenvoudig gebruik, hun betrouwbare werking en hun onberispelijke kwaliteit.
ELECTRO DEPOT beveelt de XXXXX toestellen aan en is ervan overtuigd dat u uiterst tevreden zult zijn bij elk gebruik van het toestel. Welkom bij ELECTRO DEPOT.
Bezoek onze website: www.electrodepot.be

ELECTRO DEPOT
| A | Alvorens het toestel te gebruiken | 44 | Veiligheidsinstructies |
| B | Overzicht van het toestel | 56 | Beschrijving van het toestel |
| 56 | Technische specificaties |
| C | Gebruik van het toestel | 59 | Installatie en Voorbereiding voor gebruik |
| 61 | Gasaansluiting |
| 64 | Elektrische aansluiting en beveiliging (in voorkomend geval) |
| 66 | Gebruik van het toestel |
| 71 | Accessoires |
| D | Praktische informatie | 73 | Reinigung en onderhoud |
| 79 | Probleemoplossing en transport |
| 81 | Verpakking en milieu |
| 81 | Afonden van uw uode toestel |
Veiligheidsinstructies
Lees aandachtig deze handleiding alvorens uw toestel in gebruik te nemen en bewaar deze op een toegankelijke plek om ze later te raadplegen. - Deze handleiding is ontworpen voor verschillende modellen, het is mogelijk dat uw toestel niet over alle functies beschikt die in deze handleiding beschreven worden. Daarom is het belangrijk om bij het lezen van deze handleiding bijzondere aandacht te besteden aan de afbeeldingen.
Algemene veiligheidswaarschuwingen
- Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar, alsook door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of die niet over de noodzakelijke ervaring en kennis beschikken, op voorwaarde dat ze instructies gekregen hebben of begeleid worden inzake het veilige gebruik van dit toestel en dat ze de mogelijke risico's begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud mogen enkel uitgevoerd worden door kinderen wanneer ze begeleid worden.

OPGELET
Dit toestel en de toegankelijke onderdelen worden heet tijdens gebruik. Zorg ervoor dat u de warm wordende elementen niet aanraakt. Het is aangewezen om kinderen jonger dan 8 jaar op een afstand te houden, tenzij ze onder constant toezicht staan.

OPGELET
Wanneer u voedingsmiddelen onbeheerd laat bakken of koken op een kookplaat en u gebruikmaakt van vetstof of olie, kan dit gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
Probeer vuur NOOIT te doven met water: schakel het toestel UIT en bedek de vlammen, bijvoorbeeld met een deksel of een branddeken.

OPGELET
Er moet toezicht worden gehouden op het bereidingsproces. Alle bereidingsprocessen, ook de korte, dienen voortdurend in de gaten gehouden te worden.

OPGELET
Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken.

OPGELET
Indien het kookoppervlak gebarsten is, dient u de stekker uit het stopcontact te trekken om het risico op elektrische schokken te vermijden.
- We raden aan geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels op de kookplaat te plaatsen, omdat deze heet kunnen worden.
- Na gebruik schakelt u de kookplaat uit met behulp van het bedieningspaneel; reken niet op de kookpotdetector.
- Voor de modellen waarvan de kookplaat is uitgerust met een kap, is het aangewezen om alle spatten op het deksel te reinigen alvorens het te openen. Laat de kookplaat afkoelen vooraleer u het deksel terugplaatst.
- Het toestel is niet bestemd om via een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem ingeschakeld te worden.

OPGELET
De stabiliseringsvoorziening dient aangebracht te zijn om het kantelen van het toestel te voorkomen. (Raadpleeg voor meer informatie de installatiegids van de stabiliseringskit.)


- Tijdens het gebruik worden de delen van het toestel erg warm. Let erop dat u de warm wordende elementen aan de binnenkant van de oven niet aanraakt.
- De handvatten kunnen warm worden, zelfs wanneer het toestel maar even gebruikt wordt.
- Gebruik geen zeer schurende onderhoudsproducten of harde metalen krabbers om de glazen deur van de oven te reinigen, want u zou het oppervlak kunnen bekrassen en het glas kunnen doen barsten.
- Gebruik geen stoomreinigers.

OPGELET
Controleer of het toestel van het stroomnet is losgekoppeld alvorens de lamp te vervangen om het risico op elektrische schokken te vermijden.

OPGELET
De toegankelijke onderdelen kunnen heet worden tijdens gebruik. We raden aan jonge kinderen op een afstand te houden.
Uw toestel werd vervaardigd in overeenstemming met de plaatselijk en internationaal geldende normen en wetgevingen. - Alle onderhouds- en herstellingswerken dienen uitsluitend uitgevoerd te worden door erkende onderhoudstechnici. Installaties en herstellingen die uitgevoerd worden door niet-bevoegde technici kunnen gevaarlijk zijn. Transformeer en wijzig de karakteristieken van het toestel niet. Veiligheidsvoorzieningen die niet aangepast waren aan
het kooktoestel kunnen ongelukken veroorzaken. - Voor de installatie controleert u of de plaatselijke distributievoorschriften (aard en druk van het gas, en elektrische spanningen en frequentie) en de afstelling van het toestel compatibel zijn. De afstellingsvoorschriften van het toestel staan aangeduid op het kenplaatje.

OPGELET
Dit toestel is enkel bedoeld om op te koken en is exclusief bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Het mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld voor het verwarmen van een ruimte of voor commerciële doeleinden.
- Gebruik het handvat van de ovendeur niet om het toestel op te tillen of te verplaatsen.
- Dit toestel is niet aangesloten op een afvoertoestel voor verbrandingsgassen. Het dient geïnstalleerd en aangesloten te worden volgens de geldende voorschriften. Er dient bijzondere aandacht besteed te worden aan de vereisten op het vlak van ventilatie.
- De brander is uitgerust met een vlambeveiliging die niet langer dan 15 seconden mag worden geactiveerd. Indien na die 15 seconden de brander nog niet brandt, gebruikt u de beveiliging niet langer, maar opent u de ovendeur en wacht u minstens 1 minuut alvorens de brander opnieuw te ontsteken.
In het geval dat de vlammen van de brander per ongeluk doven, plaatst u de bedieningsknop van de
brander op de uit-stand en wacht u minstens 1 minuut om de brander opnieuw te ontsteken.
- Deze instructies zijn enkel van toepassing wanneer het symbool van uw land op het toestel staat. Indien dit niet op het toestel staat, raadpleegt u de technische instructies die beschrijven hoe u het toestel moet wijzigen om het aan te passen aan de gebruiksvoorwaarden van uw land.
- Alle noodzakelijke voorzorgen werden genomen om uw veiligheid te garanderen. Aangezien glas kan breken, dient u het zorgvuldig te reinigen om krassen te vermijden.
Vermijd dat u het glas raakt met keukengerei.
- Controleer of de voedingskabel niet beschadigd is of geklemd zit tijdens de installatie. Als het elektriciteitssnoer beschadigd is, moet dit
door de fabrikant, door diens dienst-na-verkoop of door personen met een soortgelijke kwalificatie worden vervangen om elk gevaar te vermijden. - Laat kinderen niet op de deur van de oven klimmen of zitten wanneer deze geopend is. - Indien het toestel vervaardigd is uit glas of vitrokeramiek:

OPGELET
Wanneer het glas van de kookplaat breekt
- schakelt u onmiddellijk alle branders en alle elektrische verwarmingselementen uit en ontkoppelt u het toestel van elke stroombron,
- mag u het oppervlak van het toestel niet aanraken,
- mag u het toestel niet gebruiken.
- Houd het toestel buiten
het bereik van kinderen en huisdieren.
Waarschuwingen m.b.t. de installatie
- Gebruik het toestel niet vooraleer het volledig is geïnstalleerd.
- Het toestel moet door een gekwalificeerd vakman worden geïnstalleerd. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt door een verkeerde installatie door een niet-bevoegde technicus.
- In overeenstemming met de installatieregels moet in de vaste leiding een uitschakelaar van het elektriciteitsnet worden voorzien met een contactopening aan alle polen.
- Controleer wanneer u het toestel uit de verpakking haalt of het niet beschadigd werd tijdens het transport. Gebruik het toestel niet wanneer het
gebreken vertoont en doe onmiddellijk een beroep op een gekwalificeerd vakman. De verpakkingsmaterialen (nylon, rietjes, polystyreen, enz.) kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen en moeten meteen worden verzameld en opgeruimd. - Bescherm uw toestel tegen weersomstandigheden. Stel het toestel niet bloot aan zon, regen, sneeuw, stof of overmatige vochtigheid. - De materialen rond het toestel (meubels) moeten in staat zijn om een minimale temperatuur van 100° C te verdragen. - Om het risico op oververhitting uit te sluiten, mag het toestel niet geïnstalleerd worden achter een decoratieve deur.
Gebruiksvoorschriften
- Tijdens het eerste gebruik van de oven kan een lichte geur vrijkomen. Dat is volkomen normaal. Deze geur wordt veroorzaakt door de
isolatiematerialen die op de weerstanden zijn aangebracht. Laat de oven vóór het eerste gebruik gedurende 45 minuten leeg werken op de maximumtemperatuur. Controleer of de omgeving waarin het toestel is geïnstalleerd voldoende geventileerd is.
- Blijf steeds voorzichtig wanneer u de deur van de oven opent tijdens of na de bereiding. De stoom die uit de oven ontsnapt, kan brandwonden veroorzaken.
- Plaats geen brandbare of ontvlambare materialen in of in de buurt van het toestel wanneer dit in werking is. WAARSCHUWING: de temperatuur van de toegankelijke oppervlakken kan hoog oplopen wanneer het toestel in werking is.
- Gebruik steeds isolerende keukenhandschoenen om gerechten in de oven te steken of eruit te halen. Bedek de oven in geen
geval met aluminiumfolie: dat zou de temperatuur kunnen doen stijgen.
- Plaats tijdens het koken de gerechten of de kookplaten niet rechtstreeks op de bodem van de oven. De bodem wordt heel heet en het toestel zou beschadigd kunnen raken.

OPGELET
Wanneer u voedingsmiddelen onbeheerd laat bakken of koken op een kookplaat en u gebruikmaakt van vetstof of olie, kan dit gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer vuur NOOIT te doven met water: schakel het toestel uit en bedek de vlammen, bijvoorbeeld met een deksel of een branddeken.
- Plaats het kookgerei altijd in het midden van de kookzone en plaats de handvatten zodanig dat ze niet bereikbaar zijn of per ongeluk kunnen worden aangeraakt.
- Schakel de hoofdschakelaar uit wanneer het toestel gedurende lange tijd niet wordt gebruikt. Sluit de gastoevoer af wanneer het gastroestel niet wordt gebruikt.
- Controleer steeds of de bedieningsknoppen van het toestel op '0' (uit) staan wanneer het toestel wordt gebruikt. WAARSCHUWING: gebruik uitsluitend de ingebouwde kookplaatbeveiligingen, degene die door de fabrikant van het kooktoestel werden ontworpen of degene die als geschikt worden aangegeven in de gebruiksinstructies. Het gebruik van niet aangepaste
beschermingsvoorzieningen kan tot ongevallen leiden.
- We raden aan geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels op de kookplaat te plaatsen, omdat deze heet kunnen worden.
- OPGELET: er moet worden toegezien op het bereidingsproces. Alle bereidingsprocessen, ook de korte, dienen voortdurend in de gaten gehouden te worden.
- De vetvanger helt af wanneer deze uit de oven gehaald wordt. Let erop geen etens- of vloeistofresten te morsen terwijl u deze uit de oven haalt.

OPGELET
Het gebruik van een gaskooktoestel veroorzaakt warmte, vochtigheid en verbrandingsgassen in de kamer waar het toestel geïnstalleerd is. Let erop de keuken goed te verluchten, in het bijzonder tijdens het gebruik van het toestel: houd de natuurlijke verluchtingsgaten open of installeer een mechanisch verluchtingssysteem (dampkap met mechanische ventilatie).
- Door een intensief en langdurig gebruik van het toestel kan een extra verluchting (vb. door een venster te openen) of een doeltreffender verluchting
(vb. door het vermogen van de mechanische ventilatie op te voeren, indien van toepassing) noodzakelijk zijn.
- Tijdens het gebruik van de grillbrander moet u de ovendeur openen en gebruikt u systematisch het spatscherm van de grill dat met het product werd meegeleverd. Gebruik nooit de grillbrander wanneer de ovendeur gesloten is.

OPGELET
Sluit het deksel niet wanneer er een brander brandt. De glazen deksels (in voorkomend geval) kunnen barsten wanneer ze worden verwarmd. Doof alle branders en laat het oppervlak van de kookplaat afkoelen alvorens het deksel te sluiten.

- Plaats niets op de deur van de oven wanneer deze geopend is. Dit zou de oven kunnen doen vallen of de deur kunnen beschadigen.
- Plaats geen zware of ontvlambare voorwerpen in de lade, bijvoorbeeld nylon voorwerpen, plastic zakken, papier of stof. Dit omvat keukengerei met onderdelen uit kunststof (bijvoorbeeld het handvat).

OPGELET
De temperatuur van het binnenoppervlak van het opslagcompartiment wordt tijdens het gebruik warm. Let erop dat u het binnenoppervlak niet aanraakt.
- Hang geen vaatdoeken of andere doeken op het toestel of de handvatten.
Reiniging en onderhoud
- Controleer of de elektrische voeding van het toestel goed afgesloten is alvorens onderhouds- of reinigingswerkzaamheden uit te voeren.
- Verwijder de bedieningsknoppen niet om het bedieningspaneel schoon te maken.
- Gebruik, om de efficiëntie en veiligheid van uw toestel te garanderen, enkel originele reserveonderdelen en doe indien nodig een beroep op onze gekwalificeerde technici.
Beschrijving van het toestel
Belangrijk: de kenmerken van het product variëren: zo kan het uiterlijk van uw toestel verschillen van dat van de afbeeldingen hieronder.
Lijst met onderdelen
1 Kookoppervlak 2 Bedieningspaneel 3 Handvat van de ovendeur
4 Ovendeur 5 Verstelbare poten
Bedieningspaneel
6 Bedieningsknop van de oven 7 Bedieningsknop van de branders van de kookplaat
Technische specificaties
Conform Europese Verordening 65/2014 en de van kracht zijnde geharmoniseerde normen.
Productfiche
| Merk | Valberg |
| Productcode | 965401 |
| Referentie van het model | CG 60 4CC S 701T (v2) |
| Energie-efficiëntie-index per bakruimte | 95,3 |
| Energie-efficiëntieklasse per bakruimte | A |
| Energieverbruik in MJ per cyclus in conventionele modus per bakruimte | 6,01 |
| Energieverbruik in kWh per cyclus in conventionele modus per bakruimte (1 kWh = 3,6 MJ) | 1,67 |
| Energieverbruik in MJ per cyclus in heteluchtoven-modus per bakruimte | / |
| Energieverbruik in kWh per cyclus in heteluchtoven-modus per bakruimte (1 kWh = 3,6 MJ) | / |
| Aantal bakruimten | 1 |
| Warmtebron per bakruimte | Gas |
| Volume in liter per bakruimte | 63 |
Bijkomende informatie conform Europese Verordening 66/2014 en de van kracht zijnde geharmoniseerde normen.
| Type oven | Inbouw |
| Nettogewicht van het toestel in kg | 51,9 |
| Type kookplaat | Gas |
| Aantal gasbranders | 4 |
| Energie-efficiëntie in % voor de brander RECHTS VOORAAN | / |
| Energie-efficiëntie in % voor de brander LINKS VOORAAN | 57 |
| Energie-efficiëntie in % voor de brander RECHTS ACHTERAAN | 59 |
| Energie-efficiëntie in % voor de brander LINKS ACHTERAAN | 59 |
| Energie-efficiëntie in % voor de CENTRALE brander | / |
| Energie-efficiëntie in % voor de brander RECHTS | / |
| Energie-efficiëntie in % voor de brander LINKS | / |
| Energie-efficiëntie in % voor de brander VOORAAN | / |
| Energie-efficiëntie in % voor de brander ACHTERAAN | / |
| Energie-efficiëntie in % van de kookplaat | 58,3 |
| Toegewezen voeding (Spanning in V, aard van de stroom & régissantie in Hz) | 220-240 ~ 50 |
| Elektrische beschermingsklasse | Klasse I |
| Verwarmingsfunctie per bakruimte | Natuurlijke convectie |
| Type reiniging van de oven | Handmatig |
| Aantal en type verlichting | 1 x E14 Gloeilamp |
| Verlichtingsvermögen in W per verlichting / in totaal | 15/15 |
| Verlichting die door de gebruiker verrangen kan worden | Ja |
| Toegewezen vermogen in W voor elektronische inschakeling | 1 |
| Equivalent vermogen in W voor de ovenbrander | 2800 |
| Equivalent vermogen in W voor de brander RECHTS VOORAAN | 1000 |
| Equivalent vermogen in W voor de brander LINKS VOORAAN | 3000 |
| Equivalent vermogen in W voor de brander RECHTS ACHTERAAN | 1750 |
| Equivalent vermogen in W voor de brander LINKS ACHTERAAN | 1750 |
| Equivalent vermogen in W voor de CENTRALE brander | / |
| Equivalent vermogen in W voor de brander RECHTS | / |
| Equivalent vermogen in W voor de brander LINKS | / |
| Equivalent vermogen in W voor de brander VOORAAN | / |
| Equivalent vermogen in W voor de brander ACHTERAAN | / |
| Equivalent vermogen in W van de kookplaat | 10300 |
| Totale equivalente vermogen van het toestel in W | 13100 |
| Land van fabricage | Turkije |
Installatie en Voorbereiding voor gebruik

OPGELET
Dit toestel dient geïnstalleerd te worden door een erkend vakman of een gekwalificeerd technicus, conform de instructies van deze handleiding en de geldende installatievoorschriften.
- Elke verkeerde installatie annuleert de garantie en kan schade of letsel veroorzaken waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk gesteld kan worden.
- Voor de installatie controleert u of de plaatselijke distributievoorschriften (aard en druk van het gas en/of elektrische spanning en frequentie) en de afstelling van het toestel compatibel zijn. De afstellingsvoorwaarden van het toestel staan vermeld op het label.
- De wetten, reglementeringen, decreten en normen die gelden in het land waar het toestel geïnstalleerd is (veiligheidsregels, recycling conform de wetgeving, enz.) dienen nageleefd te worden.
Instructies voor de ventilatie-installateur
- Voor ruimten die kleiner zijn dan 5 m³ is een constante ventilatie van 100 cm² noodzakelijk.
- Voor ruimten die tussen 5 m³ en 10 m³ groot zijn, is een constante ventilatie van 50 cm² noodzakelijk. Indien er in de ruimte een deur is die rechtstreeks naar buiten leidt, is een constante ventilatie niet verplicht.
- Voor ruimten die groter zijn dan 10 m³ is geen constante ventilatie noodzakelijk.
Belangrijk: hoe groot de ruimte ook is waar het toestel wordt geïnstalleerd, de ruimte moet rechtstreeks toegang bieden tot de buitenlucht via een raam dat kan worden geopend of via een equivalente voorziening.
Afvoeren van verbrandingsgassen
Gastroestellen voeren de dampen van het verbrande gas af in de buitenlucht, hetzij rechtstreeks, hetzij via een dampkap met schoorsteen. Indien het onmogelijk is om een dampkap te plaatsen, installeer dan een ventilator op het raam of op een muur die rechtstreeks naar buiten uitkomt. De ventilator moet in staat zijn om het luchtvolume van de keuken minimaal 4 à 5 keer per uur te vernieuwen.

Doorsnede luchtaanvoer is min. 100 cm²
Ventilator
Doorsnede luchtaanvoer is min. 100 cm².
Algemene instructies
- Controleer na het verwijderen van de verpakkingsmaterialen of het toestel en de accessoires niet beschadigd zijn. Gebruik het toestel niet wanneer het beschadigd is en neem onmiddellijk contact op met een erkende vakman of een gekwalificeerde technicus.
- Controleer of er zich geen brandbare of ontvlambare elementen of materialen zoals een gordijn, olie, stof enz. in de onmiddellijke buurt van het toestel bevinden.
- Het werkblad en de meubels rond het toestel moeten bestand zijn tegen een temperatuur van meer dan 100 °C.
- Dit toestel mag niet vlak boven een vaatwasser, een koelkast, een diepvriezer, een wasmachine of een droogkast geïnstalleerd worden.
- Het toestel mag naast een meubel worden geplaatst, op voorwaarde dat, binnen de installatieruimte van het toestel, het meubel niet hoger komt dan de kookplaat.
Installatie van het fornuis
- Indien de meubels van de keuken hoger zijn dan de kookplaat, is het aangewezen minimum 10 cm te voorzien tussen deze meubels en het toestel, zodat er een goede luchtcirculatie is.
- Voorzie minimum 2 cm rond het toestel voor een goede luchtcirculatie.
- Indien er een dampkap of kast moet worden geïnstalleerd boven het toestel, moet de veiligheidsafstand tussen de kookplaat en de kast of de dampkap overeenkomen met die in onderstaande afbeelding.
| A (mm) Meubel | 420 |
| B (mm) Dampkap | 650/700 |
| C (mm) | 20 |
| D (mm) | Breedte van het product |
| E (mm) | 100 |

Gasaansluiting
Monteren van de gastoevoer en controleren op lekken
Sluit het toestel aan overeenkomstig de plaatselijke en internationale normen en wetgevingen. Controleer eerst het soort gas dat in het fornuis voorzien is. Deze informatie staat op een etiket aan de achterkant van het fornuis. Alle informatie over de soorten gas en de te gebruiken injectoren staat in de tabel met de technische gegevens. Controleer of de gastoevoerdruk overeenkomt met de waarden van de tabel met de technische gegevens, voor een optimaal gebruik en een minimaal gasverbruik. Indien de gasdruk verschilt van de vermelde waarden of indien de druk niet stabiel is waar het toestel is geplaatst, kan het nodig zijn om een drukregelaar op de gastoevoer aan te brengen. Contacteer een erkend reparatiecentrum om deze afstellingen uit te voeren.
Te controleren punten tijdens de montage van de slang
- Indien de gasaansluiting gebeurt met een slang die is vastgezet op de gastoevoer van de kookplaat, moeten deze zijn vastgezet met een beugel.
- Sluit uw toestel aan met behulp van een korte en stevige slang, zo mogelijk bij de gasbron.
- De maximaal toegestane lengte van deze slang bedraagt 1,50 m.
- Het toestel moet worden aangesloten overeenkomstig de toepasselijke plaatselijke normen met betrekking tot gas.
- De slang mag zich niet bevinden in ruimten waar de temperatuur kan oplopen tot 90°C.
- De slang mag niet gebarsten, gescheurd, gegloeid of verdraaid zijn.
- Plaats de slang niet vlak bij scherpe hoeken of voorwerpen die kunnen bewegen.
- Controleer of de slang niet beschadigd is alvorens de aansluiting uit te voeren. Om dit
te doen, gebruikt u zeepsop of een speciale vloeistof. Controleer niet op lekken met behulp van een vlam.
- Alle metalen elementen die worden gebruikt voor de gasaansluiting moeten roestvrij zijn. Controleer de vervaldatum van alle gebruikte elementen voor de aansluiting.
Te controleren punten tijdens de montage van de vaste gasaansluiting
De installatiemethode van de vaste gasaansluiting (bijvoorbeeld een aansluiting met schroefdraad) verschilt naargelang het land waar het toestel wordt geïnstalleerd. De onderdelen die het vaakst in uw land worden gebruikt, zullen met het toestel worden meegeleverd. De ontbrekende onderdelen kunnen als reserveonderdelen worden besteld.
Zorg ervoor dat de moer van de gasleiding altijd vastzit door de equivalente moer op het andere deel te draaien. Om u ervan te vergewissen dat de aansluiting correct gebeurt, gebruikt u de geschikte sleutels. Om de oppervlakken van de verschillende onderdelen af te scheiden, gebruikt u de afdichtingen die in de ombouwset zitten.
De gebruikte afdichtingen in de aansluiting moeten ook gecertificeerd zijn voor gebruik in gasfornuizen. Gebruik geen loodgietersafdichtingen voor gasaansluitingen.
Dit toestel is klaar om te worden aangesloten op het gascircuit van het land waarvoor het verbonden is vervaardigd. Het voornaamste land van bestemming staat beschreven op de behuizing achteraan het toestel. In geval van gebruik in een ander land, kan een van de andere aansluitingen van onderstaande afbeelding noodzakelijk zijn. Contacteer in dat geval uw gemeente om te weten welke gasaansluiting u moet gebruiken.
Gastoevoerslang
Afdichting
Aansluiting
voor de slang
Gasslang met
beugel

Gastoevoerslang
Afdichting
Adapter
Mechanische
gasaansluiting

Gastoevoerslang

Afdichting
Mechanische
gasslang

Gastroevoerslang

Mechanische
gasslang
Het fornuis moet door een gekwalificeerd vakman worden geïnstalleerd en onderhouden, en moet worden gecertificeerd voor gas, conform de geldende veiligheidswetgeving.

OPGELET
Controleer niet op lekken met behulp van een vlam.
Gasomzetting (indien beschikbaar)
Uw toestel is ontworpen om gas of aardgas te gebruiken. De branders kunnen aangepast worden aan verschillende typen gas, door de injectoren te vervangen en door de minimumlengte van de vlam af te stellen naargelang het gebruikte gas. Daarom moet de volgende procedure worden gevolgd.
Vervangen van de branderinjectoren van de kookplaat
- Sluit de gastoevoer af en haal de stekker uit het stopcontact.
- Verwijder de deksels van de branders en de adapters.
- Schroef de injectoren los met een sleutel van 7 mm.
- Vervang de injectoren door de injectoren van de ombouwset, door de diameter te kiezen die is aangepast aan het type gas dat u wilt gebruiken, in overeenstemming met de tabel met gasinjectoren.
Branderdeksel

Kelk

Sleutel
Adapter

Injectoren van de oven/grill (indien beschikbaar)
De injectoren van de oven en van de grill worden op hun plaats gehouden door een enkele schroef bovenaan de brander.
Voor de branders van de oven opent u de
lade en zoekt u de bevestigingsschroef onder de brander. Verwijder de schroef en verplaats de brander diagonaal: de injector is zichtbaar op het kleinste gedeelte van de behuizing van de brander.
Voor de branders van de grill is de schroef reeds zichtbaar. Verwijder de schroef en trek de grillbrander naar u toe: de injector is zichtbaar op het achtervlak van de bakruimte van de oven.


Demonteer de injectoren met een sleutel van 7 mm en vervang ze door de injectoren van de ombouwset. Zorg ervoor dat u de overeenkomstige diameters gebruikt die zijn aangepast aan het type gas dat zal worden gebruikt, in overeenstemming met de informatietabel (eveneens meegeleverd in de gasombouwset).
Afstellen van de minimumstand van de vlam
Controleer eerst of het toestel niet onder spanning staat en of de gastoevoer open staat. Een platte schroef op de kraan zorgt ervoor dat u de minimumstand van de vlam kunt afstellen. Zoals hieronder wordt weergegeven in de afbeeldingen, bevindt de schroef zich, voor kranen met thermokoppel, naast het staafje van de
kraan, en voor kranen zonder thermokoppel aan de binnenkant van het staafje van de kraan. Om de stand van de vlam gemakkelijker te kunnen afstellen, is het aanbevolen om het bedieningspaneel (en het microcontact indien uw model hiermee is uitgerust) te demonteren tijdens de wijziging. De afstelschroef voor stationair draaien moet worden losgeschroefd om het gas om te zetten in aardgas. Om aardgas in gas om te zetten, moet de afstelschroef voor stationair draaien opnieuw worden vastgeschroefd.

Berekenen van de minimumstand van de vlam
Om de minimumstand te bepalen, ontsteekt u de branders en zet u ze in de minimumstand. Verwijder de knop om toegang te krijgen tot de schroeven. Met behulp van een schroevendraaiertje schroeft u de afstelschroef voor stationair draaien ongeveer 90° los of vast. De gastoevoer is correct wanneer de vlam minstens 4 mm lang is. Controleer of de vlam niet dooft wanneer u van de maximumstand naar de minimumstand gaat. Schud met uw hand om een luchtstroom te creëren in de richting van de vlam om te controleren of deze stabiel is. Voor de brander van de oven laat u deze gedurende 5 minuten in de minimumstand werken. Daarna opent en sluit u 2 of 3 keer de ovendeur om de stabiliteit van de vlam van de brander te controleren.
Ovenkraan met thermostaat: afstelschroef voor stationair draaien
Ovenkraan zonder thermostaat: afstelschroef voor stationair draaien
Vervangen van de gastoevoer
Voor bepaalde landen kan het type gastoevoer verschillen naargelang het gebruikte gas. In dat geval demonteert u de onderdelen van de huidige aansluiting en de moeren (in voorkomend geval) en sluit u de nieuwe gastoevoer aan. In alle gevallen dienen de voor de gasaansluiting gebruikte onderdelen goedgekeurd te zijn door de plaatselijke en/of internationale overheid. Voor alle gasaansluitingen kunt u het hoofdstuk 'Monteren van de gastoevoer en controleren op lekken' raadplegen.
Elektrische aansluiting en beveiliging (in voorkomend geval)

OPGELET
De elektrische aansluiting van dit toestel moet gebeuren door een erkende vakman of een gekwalificeerde elektricien, conform de instructies van deze handleiding en de geldende installatievoorschriften.

OPGELET
Dit toestel dient geaard te worden.
- Controleer vóór de aansluiting op het net of de nominale spanning van het toestel (die vermeld wordt op het kenplaatje van het toestel) overeenkomt met de spanning van de elektrische voeding.
De elektriciteitskabel moet eveneens voldoende zijn om het nominaal vermogen van het toestel te weerstaan (eveneens vermeld op het kenplaatje van het toestel).
- Gebruik bij de installatie zeker kabels die goed geïsoleerd zijn. Verkeerde aansluitingen kunnen leiden tot beschadiging van uw toestel. Indien de elektriciteitskabel beschadigd is en moet worden vervangen, moet u een beroep doen op een bevoegde persoon om deze handeling uit te voeren.
- Gebruik geen adapter, stekkerdoos of verlengsnoer.
- Het voedingssnoer dient ver genoeg van de warme onderdelen van het toestel gehouden te worden en mag niet geplooid of geplet worden. Anders zou het snoer beschadigd kunnen worden en kortsluiting kunnen veroorzaken.
- Wanneer het toestel niet via een stopcontact aangesloten is op het net, installeer dan een eenpolige scheidingsschakelaar (met een tussenafstand van de contacten van minstens 3 mm), conform de veiligheidsvoorschriften.
- Dit toestel is ontworpen om een voedingsspanning van 220 à 240 V te gebruiken. Contacteer een erkende vakman of een gekwalificeerde elektricien wanneer uw spanning anders is.
- Het elektriciteitssnoer (H05VV-F) moet lang genoeg zijn om op het toestel te kunnen worden aangesloten. Zodra het toestel is geïnstalleerd, moet de scheidingsschakelaar met zekeringen vlot toegankelijk zijn.
- Controleer of alle aansluitingen goed vastzitten.
- Sluit het voedingssnoer aan op het aansluitblok en sluit het deksel opnieuw.
- De aansluiting van de lasdoos wordt op de lasdoos geplaatst.

Kantelbeveiligingskit

De zak met documentatie bevat een kantelbeveiligingskit. Bevestig de kantelbeveiliging (1) aan de muur met de schroef (2) en de pen (3), overeenkomstig de afbeelding en de afmetingen van de tabel hieronder. Stel de hoogte van de kantelbeveiliging af zodat deze is afgestemd op de gleuf van het fornuis en draai de schroef (2) vast. Duw het toestel tegen de muur en vergewis u ervan dat de kantelbeveiliging in de gleuf is aangebracht aan de achterkant van het toestel.

| Afmetingen van het product (breedte x diepte x hoogte) (cm) | A (mm) | B (mm) |
| 60 x 60 x 90
(oven met twee
bakruimten) | 297,5 | 52 |
| 50 x 60 x 90
(oven met twee
bakruimten) | 247,5 | 52 |
| 90 x 60 x 85 | 430 | 107 |
| 60 x 60 x 90 | 309,5 | 112 |
| 60 x 60 x 85 | 309,5 | 64 |
| 50 x 60 x 90 | 247,5 | 112 |
| 50 x 60 x 85 | 247,5 | 64 |
| 50 x 50 x 90 | 247,5 | 112 |
| 50 x 50 x 85 | 247,5 | 64 |
Afstelling van de poten
Uw product staat op verstelbare poten. Voor een veilige werking is het van belang om het juiste evenwicht van het toestel te controleren. Controleer of het toestel waterpas staat voordat u begint te koken. Om het toestel te verhogen, draait u aan de poten in tegenwijzerzin. Om het toestel opnieuw te verlagen, draait u aan de poten in wijzerzin.
Het is mogelijk om het toestel met maximum 30 mm te verhogen door de poten af te stellen. Het toestel is zwaar, daarom raden wij aan om de hoogte met minstens twee personen af te stellen. Trek nooit aan het toestel.

Gebruik van het toestel
Gebruik van branders
Inschakeling van branders
Het symbool voor de stand boven elke bedieningsknop geeft de brander aan die met die knop wordt bediend.
Handmatige inschakeling van branders
Indien uw toestel niet beschikt over een hulpstuk bij de ontsteking of in geval van een stroompanne, moet u de volgende procedures volgen.
Voor de branders van de kookplaat: druk op de bedieningsknop van de te ontsteken brander en houd deze knop ingedrukt terwijl u deze in tegenwijzerzin draait tot de knop op de maximumstand staat. Houd de bedieningsknop ingedrukt en houd een lucifer, kaars of andere brandende drager bij het bovenste gedeelte van de brander. Verwijder de vlam zodra de vlam van de brander stabiel is.
Voor de brander van de oven: druk op de bedieningsknop van de oven en draai deze in tegenwijzerzin tot de knop op de maximumstand staat. Houd een lucifer, kaars of andere brandende drager bij de ontstekingsopening in de linkerhoek van de brander. Verwijder de vlam zodra de vlam van de brander stabiel is.
Voor de grillbrander: druk op de bedieningsknop van de grill en draai deze
in wijzerzin tot het merkteken op de knop het symbool van de grill weergeeft. Houd de bedieningsknop ingedrukt en houd een lucifer, kaars of andere brandende drager bij de openingen van de brander. Verwijder de vlam zodra de vlam van de brander stabiel is.
Functie ontsteken met een hand
Druk op de bedieningsknop van de te ontsteken brander en houd deze knop ingedrukt terwijl u deze in tegenwijzerzin draait tot de knop op de stand 90° staat. De microschakelaar onder de bedieningsknop veroorzaakt vonken via de ontstekingselektrode zolang de bedieningsknop ingedrukt blijft. Druk op de bedieningsknop tot de vlam op de brander stabiel is.
Thermokoppel
Branders van de kookplaat
De kookplaten die zijn uitgerust met een thermokoppel staan garant voor uw veiligheid.
In geval dat de vlammen van de brander per ongeluk doven, blokkeert het thermokoppel de gaskleppen van de branders om niet-verbruikte gasophoping te vermijden. In dat geval zet u de bedieningsknop van de brander op de uit-stand en wacht u minstens 90 seconden om de brander opnieuw te ontsteken.
Branders van de oven/grill (indien
Wat het model van uw toestel ook is, alle branders van de oven zijn voorzien van een gasbeveiliging. Daarom moet u tijdens het ontsteken de knop van de oven ingedrukt houden tot de vlammen stabiel zijn. Indien de vlammen doven wanneer u de knop loslaat, herhaalt u de ontstekingsprocedure. De gasbeveiliging mag niet langer dan 15 seconden worden geactiveerd. Indien na die 15 seconden de brander nog niet brandt, gebruikt u de beveiliging niet langer, maar opent u de ovendeur en wacht u minstens 90 seconden alvorens de brander opnieuw te ontsteken. Indien de vlammen per ongeluk doven, herhaalt u dezelfde procedure.
Bediening van de kookplaat
Branders van de kookplaat
De knoppen hebben 3 standen: uit (0), maximum (symbool met de grote vlam) en minimum (symbool met de kleine vlam). Zet de knop op de maximumstand om de brander te ontsteken. Daarna kunt u de lengte van de vlam afstellen door de knop tussen de maximumstand en de minimumstand te zetten. Gebruik de branders niet wanneer de knop tussen de maximumstand en de uit-stand staat.

Nadat u de brander hebt ontstoken, moet u controleren of u de vlam ziet. Indien de vlam een geel punt heeft, verhoogt of niet stabiel is, moet u de gastoevoer afsluiten en de montage van de deksels en van de kransen van de branders controleren wanneer deze zijn afgekoeld. Ga na of de branderdeksels geen vloeistof bevatten. Indien de vlam van de brander per ongeluk dooft, dooft u de branders. Daarna verlucht u de keuken en wacht u minimum 90 seconden alvorens de vlam opnieuw aan te steken.

Om de branders van de kookplaat te doven, draait u de knop in wijzerzin tot deze op 'uit' staat, of zodanig dat het symbool op de knop van de kookplaat naar boven gedraaid staat. De kookplaat is uitgerust met branders met verschillende diameters. De meest voordelige manier om gas te gebruiken, is een geschikte brandergrootte te kiezen voor uw kookgerei en de vlam op de minimumstand te zetten zodra het kookpunt is bereikt. Het is bovendien aangeraden om uw kookgerei altijd af te dekken om warmteverlies te voorkomen.
Om de prestaties van de branders te optimaliseren, is het aangeraden om kookgerei te gebruiken waarvan de diameter van de bodem binnen onderstaande groottes valt. Kookgerei dat kleiner is dan de aanbevolen minimumgrootte veroorzaakt warmteverlies.
| Snelle brander/wok | 22-26 cm |
| Semi-snelle brander | 14-22 cm |
| Hulpbrander | 12-18 cm |
Let erop dat de punt van de vlammen niet boven het kookgerei uitsteekt: dit zou de kunststof accessoires, zoals de handvatten, kunnen beschadigen.
Sluit de gastoevoer af wanneer de branders lange tijd niet worden gebruikt.
WAARSCHUWING:
- Gebruik enkel kookgerei met een platte, dikke bodem.
- Controleer of de onderkant van het kookgerei goed droog is alvorens het op de brander te plaatsen.
- Tijdens het gebruik kan de temperatuur van de toegankelijke oppervlakken hoog oplopen. Het is absoluut noodzakelijk dat u kinderen en dieren uit de buurt van de branders houdt, zowel tijdens als na het koken.
- Na gebruik blijft de kookplaat lange tijd heet. Raak deze niet aan en plaats er geen voorwerpen op.
- Leg geen messen, vorken, lepels of deksels op de kookplaat: deze kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
- Laat het handvat van het kookgerei niet voorbij de rand van het fornuis komen.

Ronde bodem van de kookpot
Vlakke bodem van de kookpot
Verkeerd geplaatste kookpot
Bediening van de oven
Bediening van de ovenbrander
Nadat u de ovenbrander hebt aangestoken, kunt u de temperatuur in de oven afstellen met behulp van de cijfers op het bedieningspaneel of de bedieningsknop. Hoe hoger de waarde, hoe hoger de temperatuur van de oven zal zijn. En hoe lager de waarde, hoe lager de temperatuur van de oven zal zijn.
Beschrijving van de functie
Min. 1...9/1...7 Max.
Draai de knop in tegenwijzerzin op de instelling van het gewenste gas.
Gebruik het toestel niet wanneer u de knop in tegenwijzerzin tussen de uit-stand (0) en de eerste temperatuurmarkering hebt gezet. Gebruik de oven altijd met de knop tussen de maximum- en minimumstand. Om de oven uit te schakelen, draait u de knop in wijzerzin tot op de uit-stand (0).
Voorverwarming
Wanneer de oven moet worden voorverwarmd, wordt een voorverwarming van 10 minuten aangeraden. Voor recepten die hoge temperaturen vereisen (bv. brood, patisserie, soufflés, enz.) wordt aangeraden de oven voor te verwarmen. De bereiding van diepgevroren voedingsmiddelen of kant-en-klaarmaaltijden is optimaal wanneer de oven wordt voorverwarmd.
| Afmetingen van het product (breedte x diepte) 90*60 |
| Stand | Temperatuur (°C) |
| MAX | 250 |
| 9 | 230 |
| 8 | 210 |
| 7 | 200 |
| 6 | 190 |
| 5 | 180 |
| 4 | 170 |
| 3 | 160 |
| 2 | 150 |
| 1 | 140 |
| Afmetingen van het product (breedte x diepte) 55/56/66/90*60 BC |
| Stand | Temperatuur (°C) |
| MAX | 250 |
| 7 | 240 |
| . | 230 |
| 5 | 220 |
| . | 210 |
| 3 | 200 |
| . | 180 |
| 1 | 170 |
| MIN | 155 |
Koken
- Controleer of de voedingsmiddelen in het midden van de plaat/het rooster staan en of er voldoende ruimte is rond het gerecht voor een goede luchtcirculatie.
- Plaats de schotels op een kookplaat met passende grootte om overlopen op het onderste deel van de oven te vermijden en het aantal reinigingsbeurten te beperken.
- Het bruin worden van de bodem van schotels is afhankelijk van het materiaal en van de afwerking van de kookplaat en van de gebruikte schotels. Het gebruik van kookgerei in email, donker of zwaar kookgerei, of kookgerei met een antiaanbaklaag zorgt ervoor dat de bodem van de schotels sneller bruin wordt. Vetvangers in glanzend aluminium of in gelijk staal weerkaatsen de warmte en beperken het bruin worden van de bodem van schotels.
- Wanneer u meerdere gerechten in de oven bereidt, plaatst u de gerechten in het midden op verschillende niveaus in plaats van ze samen te zetten op eenzelfde niveau. Hierdoor is er een vrije warmtecirculatie en wordt het bereidingsproces geoptimaliseerd.
- Bij het bereiden van dezelfde gerechten op meerdere vetvangers (bv. taarten of koekjes), wisselt u de plaats van de vetvangers tijdens de bereiding, of verwijdert u de bovenste vetvanger wanneer de voedingsmiddelen bruin zijn en zet u de onderste vetvanger op een hoger niveau om de bereiding van de resterende voedingsmiddelen te voltooien.
- Plaats een bakplaat niet rechtstreeks op de bodem van de oven: dit zou de goede luchtcirculatie kunnen hinderen en de bodem van de schotels kunnen doen verbranden. Gebruik eerder het onderste niveau.
Bediening van de grillbrander
Beschrijving van de functie

Draai de bedieningsknop in wijzerzin om de grillfunctie te selecteren.

OPGELET
Sommige toegankelijke onderdelen kunnen heet worden wanneer de grill in werking is. Kinderen dienen op een afstand gehouden te worden. Zodra de brander is ontstoken, plaatst u de thermische beveiliging voor de grill onder het bedieningspaneel. Breng dan de ovendeur traag maar boven tot die halverwege blijft stilstaan (op ongeveer 30°) en raak de thermische beveiliging aan.


Plaats de thermische beveiliging door de waarschuwingen maar boven te richten. De
onderkant van de thermische beveiliging bevat twee dubbele groeven aan de rechter- en linkerkant (zie afbeelding).
Er bevinden zich twee schroeven met fitting onder het bedieningspaneel van de oven. Stem de fittingsen zodanig af op de groeven dat de beveiliging zich tussen het bedieningspaneel en de fitting bevindt. Duw de beveiliging naar het toestel toe tot deze stevig op haar plaats blijft.
Koken
- De grillbrander is een constante, niet regelbare warmtebron. Om de grillbrander uit te schakelen, draait u de knop in wijzerzin tot op de uit-stand [0].
- Plaats een vetvanger op het niveau onder het rooster zodat het vet kan worden opgevangen tijdens het grillen.
- Plaats het rooster op het bovenste niveau en let erop dat de voedingsmiddelen de grillbrander niet raken.
- Verwarm de grill enkele minuten voor op de maximumstand alvorens steaks aan te braden of voedingsmiddelen te roosteren. Indien nodig draait u de voedingsmiddelen om tijdens het bereidingsproces.
- Alvorens voedingsmiddelen te grillen, moeten deze correct gedroogd zijn om spatten zo veel mogelijk te beperken.
Bestrijk vlees en vis lichtjes met olie of gesmolten boter met behulp van een penseel om te vermijden dat ze tijdens het bereidingsproces uitdrogen.
- De voedingsmiddelen moeten in het midden van het rooster worden geplaatst voor een goede luchtcirculatie.
- Dek de grillpan of het rooster nooit af met aluminiumfolie: dit zou het gegrilde vlees of de gegrilde vis kunnen doen ontvlammen.
- Indien uw toestel is uitgerust met de kit met plateau/rooster met handvat, raadpleeg dan het hoofdstuk over de accessoires om te weten hoe u deze kit moet gebruiken.

OPGELET
Let erop dat de grill uit staat alvorens de deur te sluiten.
Lamp van de oven

De oven is uitgerust met een lamp om de bakzone te verlichten. Druk op de knop van de lamp om deze in of uit te schakelen.
Accessoires
Vetvanger
De vetvanger is bijzonder geschikt voor het bereiden van stoofpotjes.
Plaats de vetvanger op eender welke hoogte en let er hierbij op dat u deze tot helemaal achteraan duwt.

Thermische beveiliging voor de grill

OPGELET
Indien u de grill langer dan 15 minuten gebruikt, plaats dan altijd de thermische beveiliging om oververhitting van de bedieningsknoppen te voorkomen. Let erop dat u de thermische beveiliging niet aanraakt wanneer u de ovendeur sluit. Wacht tot de thermische beveiliging afgekoeld is alvorens deze te verwijderen.



Rooster
Het rooster is bijzonder geschikt om te grillen of voor gerechten die in een vuurvaste schaal geplaatst zijn.


OPGELET
Plaats het rooster goed in de bakruimte van de oven en duw het tot achteraan.

Reiniging en onderhoud
Reiniging

OPGELET
Schakel het toestel uit en laat het afkoelen alvorens er reinigingswerkzaamheden op uit te voeren.
Algemene instructies
- Controleer of de schoonmaakproducten aangepast en aanbevolen zijn door hun fabrikant, alvorens ze voor uw toestel te gebruiken.
- Gebruik een reinigende crème of vloeistof die geen partikels bevat. Gebruik geen bijtende crème, schurend schoonmaakpoeder, staalwol of te hard gereedschap dat de oppervlakken van het fornuis zou kunnen beschadigen.
- Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen: deze
kunnen het glas, de delen in email en de geschilderde delen van uw toestel bekrassen.
- Verwijder het overlopen van vloeistoffen onmiddellijk aangezien dit de onderdelen zou kunnen beschadigen.
- Gebruik geen stoomreinigers om de verschillende delen van het toestel schoon te maken.
Reiniging van de binnenkant van de oven
- Wanneer de oven nog een beetje warm is, is dit het beste moment om de geëmailleerde oppervlakken aan de binnenkant van de oven te reinigen. Veeg de oven na elk gebruik schoon met een zachte doek, die u eerst in water hebt gedrenkt. Veeg de oven opnieuw schoon met een vochtige doek en wrijf droog.
- Het is mogelijk dat u af en toe een vloeibaar reinigingsproduct dient te gebruiken om de oven grondig schoon te maken.

Reiniging door katalyse
In de bakruimte van de oven bevinden zich katalytische wanden. Dit zijn de matte panelen met een lichte kleur die aan de zijkanten van de oven geplaatst zijn, en/of het matte paneel dat zich aan de achterkant van de oven bevindt. Deze laatste verzamelen de vetresten en olieresten tijdens het bereidingsproces.
De beveiliging wordt automatisch gereinigd door de olie- en vetspatten te absorberen en te verbranden. Deze worden
ontbonden in de vorm van assen, die u gemakkelijk kunt terugvinden op de bodem van de oven. De beveiliging moet poreus blijven om doeltreffend te blijven. Beveiligingen kunnen na verloop van tijd verkleuren.
Indien een grote hoeveelheid vet zich op de beveiliging ophoopt, kan deze minder goed werken. Om dit te verhelpen laat u de oven gedurende 10 à 20 minuten werken op de maximumtemperatuur. Reinig de bodem van de oven wanneer de oven is afgekoeld.
Het wordt afgeraden om de katalytische wanden manueel te reinigen. De beveiligingen kunnen worden beschadigd door schuursponzen of andere schurende oppervlakken. Bovendien wordt het gebruik van reinigingssprays op de beveiligingen afgeraden. De katalytische wanden kunnen minder doeltreffend
werken indien er een te grote vetophoping is. Dit teveel aan vet kan worden verwijderd met een zachte doek of een in water gedrenkte spons. Voer daarna de hierboven beschreven reinigingsprocedure uit.
Verwijderen van de katalytische wanden
Om de katalytische wanden te demonteren, verwijdert u de schroeven die elke wand in de oven vasthouden.

Reinigen van de gaskookplaat
- Reinig de gaskookplaat regelmatig.
- Verwijder de roosters, de deksels en de kransen van de branders van de kookplaat.
- Wrijf met een zachte, in zeepsop gedrenkte doek
over het oppervlak van de kookplaat. Veeg het oppervlak van de kookplaat opnieuw schoon met een vochtige doek en wrijf droog.
- Was de deksels van de branders van de kookplaat af en spoel deze daarna af. Laat ze niet vochtig blijven. Droog ze onmiddellijk af met een droge doek.
- Monteer alle onderdelen zorgvuldig opnieuw wanneer alles is gereinigd.
- Het oppervlak van de roosters kan na verloop van tijd krassen vertonen. Dit is geen fabricagefout.
- Gebruik geen metaalspons om de verschillende onderdelen van de kookplaat te reinigen.
- Controleer of er geen water in de branders sijpelt: dit zou de injectoren kunnen blokkeren.
Reinigen van de waterpan van het elektrisch kookvuur (indien van toepassing)
- Reinig de weerstand van het elektrisch kookvuur regelmatig. Veeg het elektrisch kookvuur schoon met een zachte, in water gedrenkte doek. Schakel daarna het elektrische kookvuur even in zodat het volledig droog is.
Reinigen van de delen in glas Maak de delen in glas van uw toestel regelmatig schoon. - Gebruik voor de binnen- en buitenzijde van de delen in glas een schoonmaakproduct voor ruiten. Spoel af en wrijf daarna droog met een droge doek.
Reinigen van geëmailleerde delen
Maak de geëmailleerde delen van uw toestel regelmatig schoon. Veeg de geëmailleerde delen schoon met een zachte, in zeepsop gedrenkte doek. Veeg ze opnieuw schoon met een vochtige doek en wrijf
droog.
Maak de geëmailleerde delen niet schoon wanneer ze nog warm zijn. - Laat vlekken van azijn, koffie, melk, zout, water, citroensap of tomatensap niet te lang inwerken op de geëmailleerde oppervlakken.
Reinigen van de delen in roestvrij staal (indien van toepassing)
Maak de delen in roestvrij staal van uw toestel regelmatig schoon. Veeg de delen in roestvrij staal schoon met een zachte, in zuiver water gedrenkte doek. Spoel af en wrijf daarna droog met een droge doek. Maak de delen in roestvrij staal niet schoon wanneer ze nog warm zijn. - Laat vlekken van azijn, koffie, melk, zout, water, citroensap of tomatensap niet te lang inwerken op de oppervlakken in roestvrij staal.
Demontage van de deur van de oven
Alvorens het ruitje van de deur van de oven schoon te maken, moet u de deur volledig verwijderen, zoals hieronder geïllustreerd.
Open de deur van de oven.

Open de beugel (a) volledig (met een schroevendraaier).

- Klap de deur terug tot deze bijna volledig gesloten is en verwijder vervolgens de deur door deze naar u toe te trekken.
trekken.

Onderhoud

OPGELET
Het onderhoud van dit toestel mag enkel uitgevoerd worden door een erkende vakman of een gekwalificeerde technicus.
Vervanging van de ovenlamp

OPGELET
Schakel het toestel uit en laat het afkoelen alvorens er onderhoudswerkzaamheden op uit te voeren.
- Verwijder de glazen lens en verwijder vervolgens de lamp.
- Plaats de nieuwe lamp (bestand tegen 300°C) om de verwijderde lamp te vervangen (230 V, 15-25 watt, type E14).
- Plaats de glazen lens terug. Uw oven is nu klaar voor gebruik.
De lamp dient specifiek voor kooktoestellen ontworpen te zijn. Lampen voor de verlichting van kamers zijn niet geschikt.
Andere bedieningen
- Controleer regelmatig de geldigheidsdatum van de gastoevoerslang. Ga regelmatig de aansluiting van de gasslang na. Bij gebreken contacteert u een erkende onderhoudsprofessional om deze te verrangen.
- Indien de bedieningsknoppen van het toestel niet werken, contacteert u een erkende vakman.
Probleemoplossing en transport
Probleemoplossing
Wanneer het probleem na het volgen van deze basisprobleemoplossing blijft aanhouden, contacteert u een erkende vakman of gekwalificeerde technicus.
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| De oven en/of grill (in voorkomend geval)werken Niet. | De oven en/of grill staan in de uit-stand (0).De druk van de gastoevoer is onjuist.De stroomtoevoer (indien het toestel over een elektrische verbinding beschikt) is afgesloten.De poten+zijn Niet gemonteerd.De batterij (in voorkomend geval) is leeg. | Controler de stand van de bedieningsknop.Controler de gastoevoer en de gasdruk.Controler of de stroomtoevoer is aangesloten. Controler eveneens of de andere toestellen in de keuken werken.Controler of niets de onderkant van het toestel belemmert.De batterij要去 verwangen worden. |
| Het bakken in de oven gebeurt Niet gelijkmatig. | Verkeerdeplaatsing van de planta/het rooster.Uw toestel werk geinstalleer door een Niet-erkende technicus.De ventilator (in voorkomend geval) staat op de uit-stand (0). | Controler de voorschriften betreffende het niveau, de baktijd en de temperatuur in de handleiding.Controler of het toestel goed geinstalleerwd.Controler of de ventilator werkt. |
| De binnentemperatuur is te hoog of te laag. | Verkeerde afstelling van de temperatuur of van het niveau van de planta/het rooster.De gasdruk is onjuist. | Controler of de aanbevolen temperaturen en niveaus gerespecteerd worden. Voorzie om de temperatuur Lichtjes te verhogen of te verlagen om het gewenste resultaat te bekomen.Controler de gastoevoer en de gasdruk. |
| De branders van de kookplaat werkneniet. | Het deksel en de krans van de branders� zijn verkeerd gemonteerd.De druk van de gastoevoer is onjuist.De gasfles (in voorkomend geval) is leeg.De stroomtoevoer (indien het toestel over een elektrische verbinding beschikt) is afgesloten.De batterij (in voorkomend geval) is leeg. | Controler of de onderdelen van de branders correct geplaatstijken.Controler de gastoevoer en de gasdruk.De gasfles要去 verwangen worden.Controler of de stroomtoevoer is aangesloten. Controler eveneens of de andere toestellen in de keuken werkden.De batterij要去 verwangen worden. |
| De vlam is oranje/geel. | Het deksel en de krans van de branders� zijn verkeerd gemonteerd.Verschillende samenstelling van het gas. | Controler of de onderdelen van de branders correct geplaatstijken.Het ontwerp van de brandier kan een oranje/gele verkleuring van de vlam teweegbrengen op bepaalde zones van de brandier. Indien het toestel met aardgas worden gezrukt, kan CNG een verschillende samenstelling hebben. Gebruik het toestel gedurende twee eer net. |
| De brander brandt slechts gedeeltelijk of helemaal Niet. | Sommige delen van de brander� zijn vuil of vochtig. | Controler of de onderdelen van de brander schoon en droogijken. |
| De brander maakt lawaai. | - | Dat is volledig normaal. Het lawaai kan verminderen naarmate de brander warm worden. |
| Lawaai | - | Het is normal dat sommige metalen onderdelen van het fornuis lawaai makesijdens het gebruik. |
| De vertlichting van de oven (in voorkomend geval) werknet Niet. | De lamp werknet Niet.De stroomtoevoer is afgesloten of Niet aangesloten. | Vervang de lamp volgens de instructies.Controler of de stroomtoevoer aangesloten is op het netstopcontact. |
Transport
Wanneer het toestel getransporteerd dient te worden, dient u het in de originele verpakking en doos te vervoeren. Leef de voorschriften voor het transport die op de verpakking staan na. Maak met tape alle mobiele delen van het toestel vast om schade tijdens het transport te vermijden.
Wanneer u de originele verpakking niet meer heeft, zet u een kartonnen doos klaar om het toestel (voornamelijk wat de buitenoppervlakken betreft) tegen externe risico's te beschermen.
Verpakking en milieu
AFDANKEN VAN DE VERPAKKINGSMATERIALEN
De verpakkingsmaterialen beschermen uw toestel tegen de schade die mogelijk kan optreden tijdens het transport.
Deze materialen zijn milieuvriendelijk want ze kunnen gerecycleerd worden. Door materialen te recycleren kan op grondstoffen bespaard worden en worden er minder afval geproduceerd.
Afdanken van uw oude toestel
SELECTIEVE INZAMELING VAN ELEKTRISCH EN ELEKTRONISCH AFVAL

Dit toestel is voorzien van het WEEE-symbool (Waste Electrical and Electronic Equipment), wat betekent dat het niet bij het huishoudelijk afval weggegooid mag worden aan het einde van zijn levensduur, maar dat het naar een lokaal sorteercentrum gebracht dient te worden. Wanneer u versleten huishoudtoestellen recyclet, levert u een bijdrage tot de bescherming van ons milieu.
BESCHERMING VAN HET MILIEU - RICHTLIJN 2012/19/EU
Om ons milieu en onze gezondheid te beschermen, moet het verwijderen van versleten elektrische en elektronische toestellen gebeuren volgens bepaalde regels, waarbij de betrokkenheid van zowel leverancier als consument is vereist.
Daarom mag uw toestel, zoals aangegeven door het symbool op het kenplaatje of de verpakking, in geen geval in een openbare of private vuilnisbak voor huishoudelijk afval weggegooid worden. De gebruiker heeft het recht om het toestel naar openbare inzamelpunten voor selectieve afvalverwerking te brengen, zodat het toestel gerecycleerd of opnieuw gebruikt kan worden voor toepassingen conform de richtlijn.
Voor de veiligheid van kinderen dient u uw oude toestellen op een veilige plek te bewaren tot ze naar de afvalplaats buiten uw woning gebracht worden.
