GEBRUIKSAANWIJZING EX-AC5 VALBERG
Dit product wordt gegarandeerd voor een periode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum*, voor elke lezing die het gevolg is van een fabricagefout of het materiaal. Gebreken of schade door slechte installatie, onjuist gebruik of abnormale slijtage van het product worden niet gedekt door deze garantie.
*op vertoon van kassabon.
GARANTIEVOORWAARDEN
Mobiele plaatselijke airconditioner
Proficiat met uw keuze voor een product van EXCELINE. De selectie en de testen van de toestellen van EXCELINE gebeuren volledig onder controle en supervisie van ELECTRO DEPOT. We staan garant voor de kwaliteit van de toestellen van EXCELINE, die uitmunten in hun eenvoudig gebruik, hun betrouwbare werking en hun onberispelijke kwaliteit. ELECTRO DEPOT beveelt de EXCELINE toestellen aan en is ervan overtuigd dat u uiterst tevreden zult zijn bij elk gebruik van het toestel.
Welkom bij ELECTRO DEPOT.
Bezoek onze website www.electrodepot.be
| A | Alvorens het apparaat | 30 | Veiligheidsinstrumenties |
| 34 | Uitleg van de symbolen |
| B | Overzicht van het apparaat | 35 | Onderdelen |
| 36 | Specificaties |
| 38 | Beschrijving van de onderdelen |
| C | Het apparaat gebruiken | 38 | Installatietips |
| 36 | Gebruik |
| 40 | Afstandsbediening |
| D | Reinigung en onderhoud | 41 | Reinigung en onderhoud |
| 42 | Reparatie |
| 43 | Instructies voor het repareren van appara-ten die R290 bevatten |
| 51 | Opslag |
| E | Praktische informatie | 51 | Verpakking en milieu |
| 52 | Afdanken van uw oude toestel |

ELECTRO DEPOT
De gebruiksaanwijzingen kunnen tevens worden geraadpleegd op de website: http://www.electrodepot.be
Veiligheidsinstructies
LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING AANDACHTIG DOOR VOORDAT U HET APPARAAT IN GEBRUIK NEEMT EN BEWAAR DEZE VOOR LATER RAADPLEGEN.
Algemene veiligheidsinstructies
WAARSCHUWING! Als het snoer is beschadigd, moet het vervangen worden door de fabrikant, zijn servicecentrum of een gelijkwaardig bevoegd persoon om elk gevaar te vermijden. - Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt of onderhoudt. - Gebruik het apparaat in een ruimte met afmetingen die met het koel-/ventilatievermogen van het apparaat overeenstemmen. - Gebruik de airconditioner niet in de buurt van gastoestellen, schouwen of
brandbare vloeistoffen.
Kantel uw apparaat tijdens het verplaatsen niet meer dan 35°. - Wees voorzichtig wanneer u het apparaat gebruikt. - Houd uw airconditioner op circa 1 meter van andere huishoudtoestellen om het risico op elektromagnetische storing te vermijden. - Om risico op oververhitting te vermijden, houd het op een afstand van minstens 50 cm van een muur. - Stel het apparaat niet bloot aan directe of indirecte warmtebronnen. - Gebruik het apparaat niet in een vochtige ruimte en zorg dat het niet met water in aanraking komt. - Gebruik het apparaat niet in een ruimte vol voorwerpen. - Stel het apparaat niet bloot aan schokken of trillingen. - Controleer de netspanning. De airconditioner is alleen bestemd voor gebruik met een geaard stop
contact met een spanning van 230 V (50 Hz).
- Sluit de stekker van het apparaat altijd aan op een geaard stopcontact. Als het stopcontact niet op de aarding is aangesloten, steek de stekker van het apparaat niet in het stopcontact.
- De stekker moet altijd eenvoudig bereikbaar zijn wanneer het apparaat op de voeding is aangesloten.
- Voordat u de stekker in het stopcontact steekt, controleer of:
- de netspanning overeenstemt met de spanning die op het typeplaatje is vermeld, - het stopcontact en de stroomvoorziening voor het apparaat geschikt zijn,
- de stekker juist in het stopcontact past.
Haal de stekker altijd uit het stopcontact wanneer het apparaat niet wordt gebruikt. - Installeer een thermische
beveiliging of een zekering van 16 A naast de hoofdschakelaar van uw apparaat.
- Installeer het product overeenkomstig de nationale voorschriften inzake elektrische aansluitingen.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder of personen met beperkte fysische, visuele of mentale mogelijkheden, of die een gebrek hebben aan ervaring en kennis, als ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruik van het apparaat en de gevaren die het gebruik van het apparaat met zich meebrengt begrijpen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Kinderen zonder toezicht mogen het apparaat niet reinigen of onderhouden.
- Houd toezicht over kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
- Dit product is in overeen
stemming met de voorschriften die zijn opgelegd door de richtlijnen 2014/35/UE (die richtlijn 73/23/CEE, die door de richtlijn 93/68/CEE is aangepast, herroept) en 2014/30/UE (die richtlijn 89/336/CEE herroept).
- Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik binnenshuis.
- Dit apparaat is geschikt voor huishoudelijk gebruik en gelijksoortige toepassingen, zoals:
- kantines voor personeel in winkels, kantoren en andere werkruimten;
- boerderijen;
- gebruik door gasten in hotels, motels en andere residentiële omgevingen;
- Bed and Breakfasts.
- Voor een juiste installatie van het apparaat, raadpleeg de overeenkomstige sectie op pagina 38.
- Voor informatie over de reiniging en het onderhoud van het apparaat, raadpleeg de sectie "Reiniging en onderhoud" op
pagina 41.
- Bewaar deze gebruiksaanwijzing samen met uw apparaat zodat het op een veilige manier gebruikt kan worden.
- OPGELET: Gebruik dit apparaat nooit zonder toezicht wanneer er zich kinderen in de buurt bevinden.
- OPGELET! Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik binnenshuis. Voordat u uw airconditioner inschakelt, houd deze eerst gedurende minstens 2 uur in een verticale positie.
- Energieverbruik "0,56" kWh per 60 minuten, gebaseerd op standaard testresultaten. Het werkelijk energieverbruik is afhankelijk van de gebruikswijze van het apparaat en waar het is geplaatst.
- Installeer, gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte van minstens 5 m².
- Dit apparaat bevat 0,09 kg R290 koudemiddel.
- R290 is een koudemiddel
dat in overeenstemming is met de Europese milieurichtlijnen. Doorboor geen enkel deel van het koelcircuit.
- Als het apparaat wordt geïnstalleerd, bediend of bewaard in een ruimte zonder ventilatie, moet de ruimte aldus zijn ingericht dat de ophoping van koudemiddel door een lek worden vermeden. Dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar door het ontsteken van het koudemiddel door een elektrisch verwarmingstoestel, fornuis of andere ontstekingsbron.
- Bewaar het apparaat op een dergelijke wijze zodat mechanische storingen worden vermeden.
- Elke persoon die aan een koelcircuit werkt of aanpast, moet in het bezit zijn van een geldig certificaat van een bevoegde autoriteit, zodat die persoon bevoegd is om koudemiddelen op een veilige manier te behandelen overeenkomstig de specificaties die in
de industrie van kracht zijn.
- Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van het apparaat.
- Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koudemiddelen te gebruiken.
Onderhoud en opslag
- Berg het apparaat op in een goed geventileerde ruimte waarvan het oppervlak overeenstemt met de waarde die in deze gebruiksaanwijzing is vermeld. Berg het apparaat op in een ruimte waar er geen open vlam (bijv. een gasfornuis) of ontstekingsbron (bijv. een ingeschakeld elektrisch verwarmingstoestel) aanwezig is.
- Berg het apparaat zodanig op dat mechanische storingen worden vermeden.
Uitleg van de symbolen

Het koudemiddel dat in het circuit van dit apparaat wordt gebruikt is isopropaan (R290), een weinig vervuilend maar brandbaar gas. Zorg ervoor dat tijdens het transport en de installatie van het apparaat geen enkel deel van het koelcircuit schade oploopt.

Lees de gebruiksaanwijzing: lees de veiligheidsvoorschriften grondig door en leef ze na voordat u het apparaat gebruikt. Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze aan toekomstige gebruikers, ze bevat belangrijke informatie.

Gebruikershandleiding; gebruiksaanwijzing: identificeert de plaats waar de gebruikershandleiding dient te worden bewaard of identificeert de informatie over de gebruiksinstructies. Geeft aan dat men dient rekening te houden met de gebruiksinstructies tijdens het gebruiken of bedienen van het apparaat.

Geeft aan dat een machine of apparaat onderhoud nodig heeft. Geeft aan dat de onderhoudshandleiding geraadpleegd moet worden. Geeft de plaats voor het bewaren van de onderhoudshandleiding aan.
Onderdelen

Bedieningspaneel

Signaalontvanger van afstandsbediening

Koude luchtuitlaat

Scherm voor weergave van temperatuur, vochtigheid of timer

Wiel

Omhoog regelknop (temperatuur of timer verhogen)

Handgreep

Snelheid regelknop (ventilatie)

Luchtfilter

Timerregelaar

Uitlaat voor continue waterafvoer

Aan/uit knop

Warmeluchtuitlaat

Timer knop

Waterafvoer

Omlaag knop om de temperatuur of timer te verlagen

Afvoerslang

Ontvochtiging, ventilatie te selecteren

Aan/uit regelknop

- Omlaag knop om de temperatuur of timer te verlagen

Modus regelknop (functie)

Snelheid knop om de lage of hoge snelheid te selecteren

Omlaag regelknop (temperatuur of timer verlagen)

Slapen knop om de inslaapfunctie te selecteren.
Specificaties
Model: 963928 - EX-AC5
Koelvermogen: 1460 W (5000 BTU)
Spanning: 220-240 V~
Frequentie: 50 Hz
Opgenomen vermogen: 560 W
Koelgas: R290/0,09 kg
Pompdruk: 1,8 MPa
Zuigdruk: 0,6 MPa
Type gebruike zekering: 13.15A, AC250V
| 963928 - EX-AC5 |
| Beschrijving | Symbool | Waarde | Eenheid |
| Nominal koelvermogen: | P rated koeling | 1,46 | kW |
| Nominal verwarmingsvermogen: | P rated verwarming | -- | kW |
| Nominal opgenomen koelvermogen: | P FER | 0,56 | kW |
| Nominal opgenomen verwarmingsvermogen: | PCOP | -- | kW |
| Nominate energia-efficiëntieverhouding | EER | 2,60 | - |
| Nominate prestatiecoefficiënt | COPd | -- | - |
| Stroomverbruik in "uit doorthermostat" | PT0 | -- | W |
| Stroomverbruik in "stand-by" | PSB | 1,0 | W |
| Stroomverbruik van "0,560" kWh gedurende 60 minutes, bepaald op basis van de resultaten verkreten onder gestandaardiseerde testomstandigheden. Het werkelijkste stroomverbruik is afhankelijk van de gebruksomstandigheden en deplaats waar het apparaat worden gezruikt. | Q | 0,560kWh/ | 60 min. |
| Geluidsvermogenniveau | LWA | 65 | dB(A) |
| Aardopwarmingspotentieel | GWP | 3 | kg eq. CO2 |
| Contactgegevens voor extra informatie | ELECTRO DEPOT | | |
| 1 route de Vendeille | | |
| 59155 FACHES-THUMESNIL - FRANKRIJK | | |
Lekkage van koelmiddel leidt tot klimaatverandering. Bij lekkage zal de impact op de opwarming van de aarde beperkter zijn wanneer het aardopwarmingsvermogen (GWP) van het koelmiddel laag is. Dit apparaat bevat een koudemiddel met een GWP gelijk aan 3. Met andere woorden, als er 1 kg van dit koelmiddel in de lucht vrijkomt, is de impact op de opwarming van de aarde 3 keer hoger dan die van 1 kg CO2, dit over een periode van 100 jaar. Voer nooit werkzaamheden uit op het koelcircuit en haal geen onderdelen uit elkaar. Laat dit altijd uitvoeren door een vakman.

Beschrijving van de onderdelen
Haal het apparaat uit de verpakking. Verwijder alle labels van het product. Controleer of alle onderdelen geleverd zijn en zich in een goede staat bevinden. Als het apparaat beschadigd is of een storing treedt op, gebruik het apparaat niet en breng het terug naar uw handelaar of een servicecentrum. Houd de verpakking buiten het bereik van kinderen. Er is risico op een ongeval als kinderen met de verpakking spelen.
Installatietips
Uw mobiele airconditioner kan eenvoudig worden geïnstalleerd en naar de gewenste plaats worden verplaatst. - Sluit de afvoerslang aan op de achterkant van het apparaat.
Steek het uiteinde van de afvoerslang in het aansluitstuk en draai deze met de klok mee vast. Breng het andere uiteinde van de afvoerslang in de aansluiting. 2 Sluit de aansluiting aan op de uitgang aan de achterkant van het apparaat door de aansluiting van de slang in de gleuf aan de achterkant van het apparaat te schuiven. (1) Schuif 3 Trek de slang tot de gewenste lengte uit en steek het andere uiteinde van de slang door een venster zodat de lucht naar buiten kan worden afgevoerd.

Belangrijk
U kunt de flexibele slang naar wens tussen 30 en 150 cm uittrekken. - Deze lengte is ingesteld afhankelijk van de specificaties van de airconditioner. Gebruik geen verlengsnoer of een andere slang dan deze meegeleverd om een verkeerde werking van het apparaat te vermijden.
Zorg dat de lucht vrij kan circuleren. Elke belemmering kan tot een oververhitting van de airconditioner leiden. Controleer of de slang niet in de knoop of gebogen is.
Gebruik

OPGELET: Voordat u uw airconditioner inschakelt, houd deze eerst gedurende minstens 2 uur in een verticale positie.
AAN/UIT-regelknop
Deze regelknop dient om het apparaat in te schakelen of in stand-by te zetten.
In STAND-BY wordt de kamertemperatuur weergegeven. In de werkingsmodus worden de ingestelde temperatuur weergegeven.
MODE-regelknop
Selecteer een van de 3 modi:
Airconditioning - Ontvochtiging - Ventilatie
- Selecteer de gewenste modus: AIRCONDITIONING, ONTVOCHTIGING of VENTILATIE. Het overeenkomstige lampje brandt.
Modus AIRCONDITIONING
- De lucht wordt afgekoeld en de warme lucht wordt via de afvoerslang naar buiten afgevoerd. Pas de ventilatiesnelheid aan naargelang de meest comfortabele luchttemperatuur.

Opmerking: In de modus AIRCONDITIONING moet de afvoerslang de warme lucht naar buiten afvoeren.
- De koelfunctie wordt uitgeschakeld zodra de kamertemperatuur lager is dan de geprogrammeerde temperatuur. De ventilatie blijft echter op de ingestelde stand werken. De koelfunctie wordt opnieuw ingeschakeld zodra de kamertemperatuur hoger is dan de geprogrammeerde temperatuur.
- De temperatuur kan tussen 16°C en 31°C ingesteld worden.
Modus ONTVOCHTIGING
Als de modus ONTVOCHTIGING is geselecteerd, kan de ventilatiesnelheid niet worden aangepast en kan de inslaapfunctie niet worden geselecteerd. De ventilatiesnelheid is op laag vastgezet. Enkel de TIMERFUNCTIE kan geselecteerd worden.

Opmerking: In de modus ONTVOCHTIGING heeft het apparaat geen afvoerslang nodig. Opmerking: In de modus ONTVOCHTIGING, houd de vensters en deuren dicht. U kunt het water continu afvoeren door een afvoerslang op de achterkant van het apparaat aan te sluiten.
Modus VENTILATIE
Als de modus VENTILATIE wordt gekozen, circuleert de lucht door de kamer zonder dat deze wordt opgekoeld.

Opmerking: In de modus VENTILATIE heeft het apparaat geen afvoerslang nodig. De temperatuur en de inslaapfunctie kunnen niet worden aangepast. Enkel de timerfunctie kan geselecteerd worden.
Temperatuurregelaar
- Om de thermostaat te regelen. Als u in de modus AIRCONDITIONING op de "OMHOOG" of "OMLAAG" knop drukt, wordt de ingestelde temperatuur weergegeven en kan deze worden aangepast. De temperatuur kan alleen in de modus Airconditioning aangepast worden.
- Als u de airconditioner uitschakelt, wacht 3 minuten voordat u het opnieuw inschakelt.
Ventilatiesnelheid regelknop
In de modus AIRCONDITIONING en VENTILATIE: Er zijn 2 verschillende snelheidsstanden: F1 = Lage snelheid, F2 = Hoge snelheid
Timer
- Automatische uitschakeling: Als het apparaat is ingeschakeld, druk op de timer knop (het timer-controlelampje brandt) om het aantal uren in te stellen dat u wilt dat het apparaat in de modus AIRCONDITIONING werkt. Na het verstreijken van de ingestelde tijd wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld.
- Automatische inschakeling: Als het apparaat in stand-by staat, druk op de timer knop om het aantal uren in te stellen voordat het apparaat in de modus AIRCONDITIONING automatisch wordt ingeschakeld.
- Als de timer geprogrammeerd is (zelfs als het apparaat uit staat), geeft de indicator het aantal resterende uren weer voordat het apparaat automatisch wordt ingeschakeld. De tijd kan tussen 1 en 24 uur worden ingesteld.

BELANGRIJK
Voor de beste prestaties van uw airconditioner bevelen we aan om deze niet bloot te stellen aan direct zonlicht wanneer in werking [en indien mogelijk de gordijnen te trekken of de rolluiken te sluiten].
Waarschuwingslampje voor "vol reservoir"
Het controlelampje Alarm geeft aan dat het interne waterreservoir geleegd moet worden. Het apparaat werkt niet zolang het reservoir niet geleegd wordt.

Plaats een bak onder de dop (1) om het water op te vangen. Schroef de dop (1) los. Verwijder de rubber dop (2) en voer het water af.
Duw de dop opnieuw in (2). Schroef de dop (1) vast.
"SLAPEN" regelknop

Opmerking: Deze functie kan alleen met gebruik van de afstandsbediening geselecteerd worden.
In de modus Airconditioning, druk op de regelknop "Slapen" en de ventilatiesnelheid wordt op laag ingesteld. De temperatuur neemt na 1 uur met 1°C toe. Deze temperatuur wordt vervolgens behouden. - De inslaapfunctie is alleen beschikbaar in de modus AIRCONDITIONING (en niet in de modus VENTILATIE of ONTVOCHTIGING).
Afstandsbediening
- Werkt op 2 AAA, 1,5 V batterijen, niet meegeleverd. Gooi gebruikte batterijen op een juiste manier weg. Gooi ze weg in de inzamelbakken die voor dit doeleinde zijn voorzien om het milieu te beschermen (neem contact op met uw verkooppunt).
- Installeer de batterijen volgens de juiste polariteit.
- Richt de afstandsbediening naar het bedieningspaneel van de airconditioner.
Reiniging en onderhoud
Het apparaat onderhouden
Voordat u het apparaat reinigt of onderhoudt, is het VERPLICHT om uit veiligheidsoverwegingen de stekker uit het stopcontact te halen. Maak het apparaat niet schoon met chemische reinigingsmiddelen of oplosmiddelen om schade of vervorming te vermijden. - Reinig de airconditioner met een licht bevochtigde doek en veeg vervolgens droog.
De luchtfilter onderhouden
- Voor betere prestaties, reinig de luchtfilter om de 100 bedrijfsuren.
- Om te reinigen: Schakel het apparaat uit, draai de schroef in het midden los en verwijder de luchtfilter.
Reinig de filter en breng opnieuw aan. Als de filter zeer vuil is, was in een lauw sopje, spoel en veeg droog voordat u de filter opnieuw in het vak aanbrengt.
Draai de schroef in het midden opnieuw vast. ① Verwijder de schroef - Als u de airconditioner in een zeer stoffige omgeving gebruikt, reinig de luchtfilter om de 2 weken.
Onderhoud na gebruik
Als u het apparaat gedurende een lange periode niet zult gebruiken:
Haal de rubber dop uit het afvoergat (onderkant van het apparaat) om het water uit het waterreservoir af te voeren. - Laat het apparaat bij mooi weer gedurende een halve dag op de modus VENTILATIE werken om de binnenkant te drogen en schimmelvorming te vermijden. - Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. - Reinig de luchtfilter en breng opnieuw aan. - Verwijder de luchtslangen en bewaar ze op een goede plaats. Sluit het gat hermetisch af.
Reparatie
De volgende problemen wijzen niet altijd op een storing.
Voer eerst een controle uit voordat u contact opneemt met de klantendienst.
| Probleem | Analyse |
| Het apparaat werkkt Niet. | • De hoofdschakelaar is gesprongen of er is een zekering door-gebrand.
• Wacht 3 minuten en schakel het apparaat opnieuw in. Het is möglichk dat de hoofdschakelaar belet dat het apparaat worden ingeschakeld.
• De batterijen in de afstandsbediening+zijn leeg.
• De stekker zich niet juist in het stopcontact. |
| Het apparaatwerk slechts gedurende een korteperiode. | • Als de ingestelde temperatuur zich in de buurt van de ka-mertemperatuur bevindt, verlaag de ingestelde temperatuur.
• Luchtuitlaat is verstopt door een obstakel. Verwijder dit ob-stakel. |
| Het apparaatwerk, maar koelt nicht af. | • Er is een deur of venster open.
• Er is een warmtebron in werking (verwarmingstoestel, lamp, etc.).
• De luchtfilter is vuil. Reinig de filter.
• Luchtuitlaat of -inlaat is verstopt.
• Te hoge ingestelde temperatuur. |
| Het apparaatwerk Niet en het contrôlelampje ALARM brandt. | • Leeg het water in een bak door middel van een afvoerslang die zich aan de achterkant van het apparaat bevindt. Als het apparaat nog algtdiet wetwerk, neem contact op met een vak-bekwame technicus. |
| Het scherm geeft E1 of E2一周. | • E1 geeft aan dat de kamertemperatuursensor defect is.
• E2 geeft aan dat de temperatuursensor op de verdamper defect is. |
- Neem contact op met de klantendienst.
Instructies voor het repareren van apparaten die R290 bevatten
1. ALGEMENE INSTRUCTIES
1.1. Controle van het gebied:
Voordat er kan worden gewerkt aan systemen die ontvlambare koudemiddelen bevatten, moeten er veiligheidscontroles worden uitgevoerd om het risico op ontsteking tot een minimum te beperken. De volgende voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen voordat er reparaties aan het koelsysteem kunnen worden uitgevoerd.
1.2. Werkprocedure: De werkzaamheden moeten volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico op de aanwezigheid van een ontvlambaar gas of een ontvlambare damp tijdens de werkzaamheden tot een minimum te beperken.
1.3. Algemene werkomgeving: Al het onderhoudspersoneel en alle overige personen in de werkomgeving moeten worden geïnformeerd over de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werkzaamheden in besloten ruimtes moeten worden voorkomen. Het gebied rond de werkomgeving moet worden afgesloten. Zorg ervoor dat er veilig in de werkomgeving kan worden gewerkt door het te controleren op de aanwezigheid van ontvlambare stoffen.
1.4. Controleren op de aanwezigheid van koudemiddel: De omgeving moet voor en tijdens de werkzaamheden worden gecontroleerd met een geschikte koudemiddeldetector, zodat de technicus weet of er ontvlambare stoffen aanwezig zijn. Zorg ervoor dat de apparatuur voor lekdetectie geschikt is voor detectie
van ontvlambare koudemiddelen, d.w.z. geen vonken afgeeft, goed is afgedicht en intrinsiek veilig is.
1.5. Aanwezigheid van een brandblusser: Als er hete werkzaamheden aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moeten worden verricht, moet er geschikte blusapparatuur aanwezig zijn. Zorg voor een brandblusser gevuld met droog poeder of CO2 in de werkruimte.
1.6. Geen ontstekingsbronnen: Geen enkele persoon die aan een koudemiddelsysteem werkzaamheden verricht waarbij leidingen worden blootgelegd die ontvlambaar koudemiddel bevatten of hebben bevat, mag ontstekingsbronnen op zo'n manier gebruiken dat deze een brand- of explosiegevaar vormt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder brandende sigaretten, moeten uit de buurt van de ruimte waar het apparaat wordt geïnstalleerd, gerepareerd, verwijderd of afgedankt worden gehouden, aangezien ontvlambaar koudemiddel vrij kan komen. Alvorens werkzaamheden uit te voeren, controleer of de ruimte vrij van brandbare materialen of ontstekingsbronnen is. Zichtbare "Niet roken" markeringen moeten worden aangebracht.
1.7. Geventileerde omgeving: Zorg ervoor dat de werkomgeving in de buitenlucht is of voldoende wordt geventileerd, voordat het systeem wordt geopend of hete werkzaamheden worden verricht. Tijdens de werkzaamheden moet er voortdurend ventilatie zijn.
Zorg ervoor dat vrijgekomen koudemiddel wordt verspreid en bij voorkeur wordt afgevoerd naar de buitenlucht.
1.8. Controle van de koelapparatuur: Bij het vervangen van elektrische componenten moeten componenten worden gebruikt die geschikt zijn voor het doel en die de juiste specificaties hebben. Volg altijd de onderhouds- en reparatierichtlijnen van de fabrikant. In geval van twijfel, neem contact op met de technische dienst van de fabrikant. De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij de installatie van apparatuur met ontvlambaar koudemiddel: de hoeveelheid koudemiddel moet in overeenstemming zijn met de omvang van de ruimte waarin de apparatuur met koudemiddel wordt geplaatst; de ventilatieapparatuur en -uitlaten werken maar behoren en worden niet geblokkeerd; als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, controleer het secundaire circuit op de aanwezigheid van koudemiddel; de markeringen op de apparatuur moeten goed zichtbaar en leesbaar zijn. Markeringen en tekens die niet leesbaar zijn moeten worden vervangen; installeer koelleidingen of onderdelen van het koelcircuit in een positie waar ze niet blootgesteld kunnen worden aan stoffen die de onderdelen die het koudemiddel bevatten kunnen corroderen, tenzij deze onderdelen van een materiaal zijn gemaakt dat corrosiebestendig is of tegen corrosie zijn beschermd.
1.9. Controle van elektrische apparatuur: Als onderdeel van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan elektrische componenten moeten vooraf veiligheidscontroles
worden uitgevoerd en moeten de componenten worden geïnspecteerd. Als een defect wordt geconstateerd dat de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen stroomtoevoer op het circuit worden aangesloten, voordat het defect adequaat is verholpen. Als het defect niet direct kan worden verholpen, maar de bedrijfswerkzaamheden niet langer kunnen worden onderbroken, moet er een adequate en tijdelijke oplossing worden gevonden. Van deze tijdelijke oplossing moet melding worden gemaakt bij de eigenaar van het apparaat, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Tot de initiële veiligheidscontroles behoren: de condensatoren moeten worden ontladen: dit moet op een veilige manier worden gedaan om de mogelijkheid op vonken te voorkomen; er mogen geen actieve elektrische componenten en draden blootliggen tijdens het opladen, herstellen of spoelen van het systeem; het systeem moet continu geaard zijn.
2. REPARATIE VAN AFGEDICHTE COMPONENTEN
2.1. Tijdens de reparatie van afgedichte componenten moet alle stroomtoevoer worden ontkoppeld van het apparaat waaraan wordt gewerkt, voordat afdichtingen mogen worden verwijderd. Indien het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens onderhoudswerkzaamheden stroomtoevoer aan het apparaat is, moet er een permanent werkende lektester worden geplaatst op het meest kritieke punt, zodat deze kan waarschuwen als er een gevaarlijke situatie optreedt.
2.2. Op de volgende punten moet bijzonder goed worden gelet om te voorkomen dat de behuizing van
Elektrische componenten tijdens werkzaamheden mogen hun beschermende functie niet verliezen.
Hiertoe behoort schade aan kabels, te veel aansluitingen, terminals die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificaties, schade aan afdichtingen, niet goed passende wartels, enz. Zorg ervoor dat het apparaat stevig is vastgemaakt. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet in een zodanig slechte staat verkeren dat ze de overdracht van ontvlambare dampen of gassen niet verhinderen. De reserveonderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING: Het gebruik van een siliconen afdichtmiddel kan een impact hebben op de juiste werking van bepaalde lekdetectieapparatuur. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet eerst worden geïsoleerd alvorens er werkzaamheden op uit te voeren.
3. REPARATIE VAN INTRINSIEK VEILIGE COMPONENTEN
Stel het circuit niet bloot aan permanente inductie- of condensatorbelasting zonder van tevoren te controleren of deze belasting de toegestane spanning en stroomsterkte van het apparaat niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan kan worden gewerkt als er stroom op staat en er ontvlambare gassen of dampen aanwezig zijn. Het testapparaat moet aan de specificaties voldoen. Vervang de componenten alleen met door de fabrikant gespecificeerde componenten. Andere onderdelen kunnen het koudemiddel in brand steken wanneer er een lek aanwezig is.
BEKABELING
Controleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige factoren in de bedrijfsomgeving. Houd tevens rekening met de effecten van veroudering en de continue trillingen van bronnen als compressors en ventilatoren.
4. DETECTIE VAN ONTVLAMBAAR KOUDEMIDDEL
Onder geen enkele omstandigheid mogen er ontstekingsbronnen worden gebruikt voor het zoeken of detecteren van lekkend koudemiddel. Er mogen geen lekzoeklampen (of andere detectoren met een open vlam) worden gebruikt.
5. METHODEN VOOR LEKDETECTIE
De volgende lekdetectiemethoden zijn geschikt bevonden voor systemen die ontvlambaar koudemiddel bevatten. Er moeten elektronische lekdetectoren worden gebruikt om ontvlambare koudemiddelen te detecteren. Het is daarbij mogelijk dat de gevoeligheid niet adequaat is of opnieuw moet worden gekalibreerd (de detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte die geen koudemiddel bevat). Zorg ervoor dat de detector geen ontstekingsbron kan zijn en geschikt is voor het type koudemiddel. De lekdetectieapparatuur moet worden afgesteld op een percentage van de LFL van het koudemiddel en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koudemiddel en het bijbehorende gaspercentage (maximum 25%). Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor de meeste types koudemiddel. Er mag geen reinigingsmiddel met chloor worden gebruikt, want chloor kan reageren met het koudemiddel en de koperen leidingen kunnen corroderen.
Bestaat het vermoeden dat er een lek is, dan moeten alle open vlammen worden verwijderd of gedoofd. Als een koudemiddellek wordt gezonden en er gesoldeerd moet worden, moet al het koudemiddel uit het systeem worden verwijderd of met behulp van ventilatoren worden geïsoleerd in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel voor als tijdens het solderen moet het systeem worden gespoeld met zuurstofvrije stikstof.
6. VERWIJDEREN EN VACUUM ZUIGEN
Er worden algemene procedures gehanteerd voor reparatie- of andere werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit. Houd met het oog op de ontvlambaarheid van koudemiddelen echter de volgende maatregelen in acht. De volgende procedure moet worden gevolgd: verwijder het koudemiddel; spoel het circuit met inert gas; zuig het systeem vacuüm; spoel opnieuw met inert gas; open het circuit met een snij-, knip- of soldeergereedschap. Het verwijderde koudemiddel moet worden opgevangen in de juiste verzamelingscilinders. Het systeem moet worden doorgespoeld met zuurstofvrije stikstof om het systeem veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Hiervoor mag geen gebruik worden gemaakt van perslucht of zuurstof. Het doorspoelen gebeurt door het vacuüm in het systeem op te heffen met zuurstofvrije stikstof tot de bedrijfsdruk is bereikt, de stikstof te laten ontsnappen in de omgevingslucht en het systeem vervolgens opnieuw vacuüm te zuigen. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koudemiddel meer in het systeem aanwezig is. Wanneer er voor het laatst zuurstofvrije stikstof is toegepast, moet dit worden vrijgeven aan de omgevingslucht tot de omgevings
druk is bereikt. Vervolgens kan er met de werkzaamheden worden begonnen. Deze procedure is absoluut noodzakelijk als er soldeerwerkzaamheden op de leidingen dienen te gebeuren. Zorg dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van een ontstekingsbron bevindt en er voldoende ventilatie aanwezig is.
7. VULPROCEDURES
Naast de algemene vulprocedures moeten de volgende vereisten worden nageleefd.
Zorg ervoor dat er bij het gebruik van de vulapparatuur geen vermenging van verschillende koudemiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk worden gehouden om de hoeveelheid koudemiddel tot een minimum te beperken. - De cilinders moeten rechtop staan. Zorg ervoor dat het koudemiddelsysteem geaard is, voordat het systeem wordt gevuld met koudemiddel. Label het systeem wanneer het is gevuld (indien dit nog niet is gedaan). - Het is uiterst belangrijk dat het systeem niet overmatig gevuld wordt.
Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet er een druktest met zuurstofvrije stikstof worden uitgevoerd. Het systeem moet na het vullen, maar voor ingebruikname, worden getest op lekkage. Een tweede lektest moet worden uitgevoerd alvorens de locatie te verlaten.
8. ONTMANTELING
Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, moet de technicus volledig bekend zijn met het apparaat. Het wordt aanbevolen dat alle koudemiddelen veilig worden opgevangen. Vóór het uitvoeren van de taak moet er een olie- en koudemiddelmonster worden genomen,
voor het geval het opgevangen koudemiddel voor hergebruik moet worden geanalyseerd. Het is essentieel dat er stroomtoevoer is voordat de werkzaamheden beginnen.
a) Raak vertrouwd met het apparaat en zijn werking. b) Zorg voor gepaste elektrische isolatie van het systeem. c) Zorg ervoor dat vóór het begin van de procedure: er mechanische apparatuur aanwezig is voor de koudemiddelcilinders; alle persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn en juist worden gebruikt; er op elk moment toezicht is op het opvangproces door een competente persoon; opvangapparatuur en -cilinders voldoen aan de juiste normen. d) Pomp het koudemiddelsysteem indien mogelijk leeg. e) Als gebruik van een vacuümpomp niet mogelijk is, moet een verdeelstuk worden gebruikt zodat het koudemiddel van verschillende onderdelen van het systeem kan worden verwijderd. f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat voordat het koudemiddel wordt opgevangen. g) Schakel de terugwinningsapparatuur in en gebruik het volgens de instructies van de fabrikant. h) Vul de cilinders niet te veel (niet meer dan 80% van het vloeistofvolume). i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders en het apparaat snel van de locatie worden verwijderd en moeten alle isolatieventielen op het apparaat worden afgesloten. k) Verzameld koudemiddel mag pas voor een ander koudemiddelsysteem worden gebruikt, als het is schoongemaakt en gecontroleerd.
9. LABELING
Het apparaat moet worden voorzien van een label waarop staat vermeld dat het apparaat is ontmanteld en dat het koudemiddel is verwijderd. Het label moet worden gedateerd en ondertekend.
Zorg ervoor dat er labels op de cilinders aanwezig zijn met vermelding dat de cilinders ontvlambaar koudemiddel bevatten.
10. TERUGWINNING
Bij het opvangen van koudemiddel van een systeem, voor zowel onderhoud als ontmanteling, moeten alle koudemiddelen op een veilige manier worden verwijderd. Wanneer koudemiddel wordt opgevangen in cilinders, mogen alleen geschikte cilinders voor koudemiddel worden gebruikt. Zorg ervoor dat er voldoende cilinders aanwezig zijn om al het koudemiddel in het systeem op te vangen. Alle cilinders die worden gebruikt, zijn bestemd voor het opvangen van koudemiddel en moeten als zodanig worden gelabeld (d.w.z. speciale cilinders voor het opvangen van koudemiddel). De cilinders moeten compleet zijn, met een overdrukventiel en afsluitventielen, en alle onderdelen moeten in goede staat verkeren. Lege opvangcilinders moeten met een vacuümpomp worden geleegd en, indien mogelijk, worden gekoeld vóór het opvangen van het koudemiddel.
De opvangapparatuur moet zich in een goede staat bevinden, voorzien zijn van instructies en geschikt zijn voor het opvangen van ontvlambare koudemiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn die in goede staat verkeert. Slangen moeten intact zijn, compleet met lekvrije en juist werkende koppelstukken. Controleer voor gebruik of de opvangmachine in een goede staat verkeert.
Controleer of de opvangmachine goed is onderhouden en dat alle elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in geval koudemiddel vrijkomt. Contacteer in geval van twijfel de fabrikant. Het opgevangen koudemiddel moet in de correcte opvangcilinders worden geretourneerd aan de leverancier van het koudemiddel en het relevante document voor afvalverwerking moet worden ingevuld. Meng geen koudemiddelen in opvangunits en, in het bijzonder, niet in cilinders.
Als er compressoren of compressorolie moeten worden verwijderd, moet de olie tot een acceptabel niveau worden afgezogen met een vacuumpomp, zodat er geen ontvlambaar koudemiddel in de olie achterblijft. Het vacuümproces moet voor retournering van de compressor aan de leverancier worden uitgevoerd. Om dit proces te versnellen mag de compressorbehuizing uitsluitend elektrisch worden verwarmd. Olie moet altijd voorzichtig uit systemen worden verwijderd.
COMPETENTIES VAN HET ONDERHOUDSPERSONEEL
Algemeen
Speciale opleiding naast de gebruikelijke reparatieprocedures voor koelapparatuur is nodig wanneer het apparatuur met ontvlambaar koudemiddel betreft.
In vele landen worden deze opleidingen gegeven door nationale opleidingsorganisaties die geaccrediteerd zijn om de relevante nationale competentienormen, die wettelijk vastgelegd kunnen zijn, bij te brengen.
De behaalde competentie moet in een certificaat worden vastgelegd.
Opleiding
De opleiding moet het volgende bevatten:
- Informatie over het explosiepotentieel van ontvlambare koudemiddelen om aan te tonen dat ontvlambare stoffen gevaarlijk kunnen zijn wanneer ze verkeerd worden behandeld.
- Informatie over mogelijke ontstekingsbronnen, in het bijzonder deze die niet vanzelfsprekend zijn, zoals aanstekers, lichtschakelaars, stofzuigers, elektrische verwarmingstoestellen.
- Informatie over de verschillende veiligheidsconcepten:
- Ongeventileerd (zie Clausule GG.2): De veiligheid van het apparaat is niet afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. Het is echter mogelijk dat er lekkend koudemiddel in de behuizing ophoopt en er een ontvlambare atmosfeer bij het openen van de behuizing vrijkomt.
- Geventileerde behuizing (zie Clausule GG.4): De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft een beduidend gevolg voor de veiligheid. Zorg van tevoren voor voldoende ventilatie.
- Geventileerde ruimte (zie Clausule GG.5): De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de ruimte. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld.
- Informatie over het concept van afgedichte componenten en afgedichte behuizingen overeenkomstig IEC 60079-15:2010.
Zorg dat het vloeroppervlak voldoende groot is voor het koudemiddel of dat de ventilatieleiding op een juiste manier is aangebracht. - Sluit de leidingen aan en voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult. - Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen.
b) Onderhoud
- Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel. Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddeltekort is mogelijk.
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is. De standaardprocedure om de aansluitklemmen van condensatoren kort te sluiten veroorzaakt over het algemeen vonken. Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
- Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen.
c) Reparatie
- Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel. Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddeltekort is mogelijk.
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg
zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
- Als soldeerwerkzaamheden nodig zijn, voer de volgende procedures in de juiste volgorde UIT: -Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel maar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt. -Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm. -Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof. -Zuig het circuit opnieuw vacuüm. -Verwijder de te vervangen onderdelen door ze af te snijden, en niet met gebruik van een vlam. -Spoel het soldeerpunt met stikstof tijdens de soldeerprocedure. -Voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze. - Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen.
d) Ontmanteling
- Als de veiligheid wordt aangetast tijdens het buiten dienst stellen van de apparatuur, verwijder het koudemiddel voordat u start met de ontmanteling. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar de apparatuur zich bevindt.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddeltekort is mogelijk.
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
- Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel maar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt. Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
- Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof. Zuig het circuit opnieuw vacuüm. Vul tot aan de atmosferische druk met stikstof.
- Breng een label op de apparatuur aan met de vermelding dat het koudemiddel is verwijderd.
e) Verwijdering
Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats. Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel dan buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht houden op de uitlaat. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt. Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm. Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof. Zuig het circuit opnieuw vacuüm. Snij de compressor uit en voer de olie af.
TRANSPORT, MARKERING EN OPSLAG VAN APPARATEN DIE ONTVLAMBAAR KOUDEMIDDEL GEBRUIKEN
Transport van apparatuur die ontvlambaar koudemiddel bevat
Opgelet! Extra transportvoorschriften kunnen gelden voor apparatuur die ontvlambaar gas bevat. Het maximum aantal apparaten of de samenstelling van de apparatuur die samen mag worden opgeslagen, worden bepaald door de geldende transportvoorschriften.
Markering van apparatuur met behulp van aanduidingen
Aanduidingen voor gelijksoortige apparaten die in een werkgebied worden gebruikt, worden over het algemeen bepaald door de lokale regelgeving en geven de minimum voorschriften inzake veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk aan. Alle vereiste aanduidingen moeten in een goede staat worden gehouden en de werkgevers moeten ervoor zorgen dat de werknemers gepaste en voldoende instructies en opleiding krijgen over de betekenis van de gebruikte veiligheidsaanduidingen en de uit te voeren handelingen die met deze aanduidingen verband houden.
De doeltreffendheid van de aanduidingen mag niet afnemen door het aanbrengen van te veel aanduidingen op een bepaalde plaats.
De gebruikte pictogrammen moeten zo eenvoudig mogelijk zijn en alleen essentiële details bevatten.
Afdanking van apparatuur die ontvlambare koudemiddelen gebruiken
Zie de nationale wetgeving.
Opslag van apparatuur
De opslag van apparatuur moet in overeenstemming zijn met de instructies van de fabrikant.
Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur
De opslagverpakking moet zodanig worden beschermd dat mechanische beschadiging van de apparatuur in de verpakking niet kan resulteren in lekkage van het koudemiddel. Het maximum aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door de lokale wetgeving.
Opslag
Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat opbergt. - Bewaar het apparaat op een koele, droge en schone plaats, uit de buurt van kinderen en huisdieren. - Bewaar de verpakking om het apparaat in op te bergen, wanneer het voor langere tijd niet gebruikt zal worden.
Verpakking en milieu
Afdanken van de verpakkingsmaterialen
De verpakkingsmaterialen beschermen uw toestel tegen mogelijke beschadiging tijdens het transport. Deze materialen zijn milieuvriendelijk want ze kunnen gerecycleerd worden. Door materialen te recycleren kan op grondstoffen bespaard worden en worden er minder afval geproduceerd.
Milieuvriendelijke verwijdering
Draag bij tot de bescherming van het milieu! Leef de voorschriften in uw gemeente na. Lever afgedankte elektrische apparaten altijd in bij een geschikt inzamelpunt in uw buurt. Het verpakkingsmateriaal is recyclebaar. Gooi het verpakkingsmateriaal weg op een milieuvriendelijke manier en lever het in bij een geschikt inzamelpunt waar het gerecycleerd kan worden.
Afdanken van uw oude toestel
SELECTIEVE INZAMELING VAN ELEKTRISCH EN ELEKTRONISCH AFVAL

Dit toestel is voorzien van het AEEA-symbool, wat betekent dat het niet bij het huishoudelijk afval gegooid mag worden op het einde van zijn levensduur, maar dat het naar een recyclagecentrum voor elektrische en elektronische huishoudtoestellen gebracht dient te worden. Wanneer u versleten huishoudtoestellen recyclet, levert u een aanzienlijke bijdrage tot de bescherming van ons milieu.
BESCHERMING VAN HET MILIEU - RICHTLIJN 2012/19/EU
Wanneer u versleten elektrische en elektronische apparaten recyclet, levert u een aanzienlijke bijdrage tot de bescherming van ons milieu en onze gezondheid. Dit dient echter wel te gebeuren volgens bepaalde regels en vraagt de betrokkenheid van zowel leverancier als consument.
Daarom mag uw toestel, zoals aangegeven door het symbool op het kenplaatje of de verpakking, in geen geval in een openbare of private vuilnisbak voor huishoudelijk afval gegooid worden. De gebruiker heeft het recht om het toestel naar een openbaar inzamelpunt voor selectieve afvalverwerking te brengen, zodat het toestel gerecycleerd of opnieuw gebruikt kan worden voor andere toepassingen, conform de richtlijn.
Bewaar uw oude toestellen steeds op een veilige plaats buiten uw huis waar kinderen er niet bij kunnen.

BELANGRIJK!
- Het vervangen van batterijen dient te gebeuren in overeenstemming met de geldende voorschriften inzake de afdanking ervan.
- Breng de gelekte batterijen naar een daarvoor bestemd inzamelpunt, waar ze op een milieuvriendelijke manier behandeld zullen worden.
Hartelijk dank!