MD 37120 - MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 37120 MEDION in PDF-formaat.

Page 61
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MEDION

Model : MD 37120

Categorie : Onbepaald

Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 37120 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 37120 van het merk MEDION.

GEBRUIKSAANWIJZING MD 37120 MEDION

DE Over deze handleiding 62 1.1. Betekenis van de symbolen62 Gebruik voor het beoogde doel 63 Veiligheidsinstructies 64 3.1. Algemene veiligheidsinstructies 65 3.2. Transport 66 3.3. Opstelling en elektrische aansluiting 67 3.4. Schoonmaken en onderhoud70 3.5. Storingen71 3.6. Afvalverwijdering 71 Inhoud van de verpakking 72 Informatie over het apparaat 73 5.1. Informatie over het gebruikte koelmiddel R600a 73 Overzicht van het apparaat 74 Voorbereiding voor het gebruik 75 7.1. Deuraanslag omzetten75 7.2. Aanbrengen van de afstandhouder 78 7.3. Installatie van het apparaat 78 7.4. Verwijderen en terugplaatsen van vries- of koelladen/glasplaten ...79 7.5. Deurvakken verwijderen en terugplaatsen 79 Bediening van de koelkast 79 8.1. Apparaat uitschakelen 80 8.2. Temperatuurregeling80 Energieverbruik optimaliseren 81 Bewaren van levensmiddelen in het koelgedeelte 81 Levensmiddelen invriezen 82 11.1. Gebruik van het ijsblokjesbakje 82 Reiniging 82 Lamp van de binnenverlichting vervangen 84 Probleemoplossing 85 Buiten gebruik stellen 86 Afvalverwerking 86 Technische gegevens 87 Conformiteitsinformatie 88 Colofon 88

1. Over deze handleiding Lees deze handleiding zorgvuldig door en neem alle aangegeven instructies in acht. Hiermee garandeert u een betrouwbare werking en een lange levensduur van uw apparaat. Bewaar deze handleiding binnen handbereik bij het apparaat. Bewaar de handleiding goed, zodat u deze bij eventuele verkoop kunt doorgeven aan de nieuwe eigenaar.

1.1. Betekenis van de symbolen GEVAAR! Waarschuwing voor acuut levensgevaar! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar letsel! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaar van een elektrische schok! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaren door brandgevaarlijke en/of licht ontvlambare stoffen! VOORZICHTIG! Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of gering letsel! LET OP! Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen! OPMERKING! Aanvullende informatie over het gebruik van dit apparaat!

OPMERKING! Neem de aanwijzingen in de handleiding in acht!

Opsommingsteken / informatie over voorvallen die zich tijdens de bediening kunnen voordoen

Advies over uit te voeren handelingen

DE FR Verklaring van conformiteit (zie het hoofdstuk "Verklaring van conformiteit"): Producten die met dit symbool zijn gemarkeerd, voldoen aan de eisen volgens de EU-richtlijnen.

NL ES IT Veiligheidsklasse I Elektrische apparaten van veiligheidsklasse I zijn elektrische apparaten die minimaal volledig zijn omgeven door basisiolatie en die over een apparaatstekker met veiligheidscontact beschikken of een vaste aansluitleiding met aarddraad hebben. Elektrische apparaten van veiligheidsklasse I kunnen onderdelen met dubbele of versterkte isolatie hebben of onderdelen die via veiligheidslaagspanning van stroom worden voorzien. Voer het apparaat volgens de geldende milieuvoorschriften af (zie “14. Afvoer” op blz. 74)

2. Gebruik voor het beoogde doel Dit apparaat is bestemd voor het invriezen van levensmiddelen. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in een particuliere omgeving en vergelijkbare huishoudelijke toepassingen, zoals: − in keukens voor winkelpersoneel, kantoren en andere commerciële omgevingen, − in plattelandswoningen en boerderijen, − door klanten in hotels, motels en andere woonvoorzieningen, − in bed & breakfasts. Bij gebruik in een zakelijke omgeving moeten de daarbij geldende voorschriften in acht worden genomen. Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:  breng geen wijzigingen aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd. 63

 gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde (vervangende) onderdelen en accessoires.  neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke andere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.  Gebruik dit apparaat niet in omgevingen waar gevaar voor explosie bestaat. Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan: tankinstallaties, opslagplaatsen voor brandstof of omgevingen waarin oplosmiddelen worden verwerkt. Dit apparaat mag ook niet worden gebruikt in omgevingen waar de lucht belast is met fijne deeltjes (zoals meel- of houtstof ).  Gebruik het apparaat niet in de open lucht.  stel het apparaat niet bloot aan extreme omstandigheden. Vermijd: − hoge luchtvochtigheid of vocht, − extreem hoge of lage temperaturen, − rechtstreeks zonlicht, − open vuur.

3. Veiligheidsinstructies WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Gevaar voor letsel bij kinderen en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens (zoals personen met een beperking, ouderen met beperkte lichamelijke en geestelijke vermogens) of met onvoldoende ervaring en kennis (zoals oudere kinderen).  Bewaar apparaat en accessoires op een voor kinderen onbereikbare plaats.  Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of 64

geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik van het apparaat zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet worden uitgevoerd door kinderen tenzij deze 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.  Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat en het netsnoer worden gehouden.  Zorg ervoor dat kinderen niet binnen in het apparaat kunnen. Als de deur dichtvalt, bestaat verstikkingsgevaar!  Alle gebruikte verpakkingsmateriaal (zakken, stukken polystyreen etc.) buiten bereik van kinderen opslaan.

3.1. Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Het koelsysteem van het apparaat bevat het koelmiddel R600a. Bij vrijkomen van het koelmiddel bestaat er gevaar voor lichamelijk letsel. Plaats het apparaat bij het opslaan en transporteren niet op de zij- of achterkant. Er bestaat dan gevaar voor olielekkage vanuit de compressor naar het koelmiddelcircuit dat daardoor verstopt kan raken. Beschadiging van het koelmiddelcircuit moet worden voorkomen. Als het koelsysteem toch beschadigd raakt, moet de ruimte worden geventileerd. Vermijd open vlammen en ontstekingsbronnen. Laat het apparaat vóór verder gebruik door een specialist repareren. Wanneer het koelmiddel in contact komt met de huid of de ogen, kan dat letsel tot gevolg hebben. Spoel de ogen indien nodig direct met schoon water af en raadpleeg een arts. 65

 Hierbij bestaat gevaar voor ontsteking! Gebruik binnen in de vriesruimte geen elektrische apparatuur die niet door de fabrikant is vrijgegeven. Maak voor sneller ontdooien geen gebruik van andere mechanische voorzieningen of hulpmiddelen dan hetgeen de fabrikant adviseert. Vermijd open vlammen in de directe omgeving.  Manipulaties aan het koelmiddelcircuit zijn niet toegestaan en leiden tot het vervallen van de garantie.

3.2. Transport VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Hoog gewicht van het apparaat. Er bestaat gevaar voor letsel door vertillen.  Vervoer het apparaat altijd samen met ten minste één andere persoon.

LET OP! Gevaar voor beschadiging! Gevaar voor schade aan het apparaat door onjuist transport. Het apparaat indien mogelijk altijd rechtopstaand vervoeren. Wanneer het apparaat tijdens transport meer dan 40° wordt gekanteld, mag het apparaat pas na 2 uur op het lichtnet worden aangesloten en ingeschakeld, zodat het koelmiddelcircuit na het transport tot rust kan komen. Plaats het apparaat niet op de zij- of achterkant. Er bestaat anders een risico op olielekkage vanuit de compressor naar het koelmiddelcircuit dat daardoor verstopt kan raken. Stel het apparaat niet bloot aan regen of spatwater. Wacht nadat de koelkast op de definitieve plaats is opgesteld 2 uur alvorens het apparaat op het lichtnet aan te sluiten zodat het koelcircuit na het transport tot rust kan komen.

3.3. Opstelling en elektrische aansluiting

3.3.1. Plaats van opstelling

FR LET OP! NL Gevaar voor beschadiging! Gevaar voor schade aan het apparaat door onjuiste be- ES diening. IT  Plaats de vrieskast in een droge en goed geventileerde ruimte. De ruimte moet minimaal een volume van ca. 6 m³ (oppervlak van ca. 4 m²) hebben om bij beschadiging van het koelsysteem een voldoende hoeveelheid lucht te waarborgen.  Niet blootstellen aan direct zonlicht.  Het apparaat werkt zonder problemen bij een omgevingstemperatuur van +10 °C tot +38 °C. WAARSCHUWING! Brandgevaar! Onvoldoende luchtcirculatie kan leiden tot oververhitting.  Voor voldoende ventilatie moet een afstand van minimaal 30 cm tot het plafond en 20 cm van de wanden worden aangehouden. Monteer de meegeleverde afstandshouders aan de achterkant om voldoende ventilatie te waarborgen.  Niet in de buurt plaatsen van warmtebronnen zoals fornuizen, verwarmingen, vloerverwarming etc. Als plaatsing in de buurt van een warmtebron niet kan worden vermeden, gebruik dan een geschikte isolatieplaat of houd de volgende minimale afstanden tot de warmtebron aan: − tot elektrische kookplaten, gasfornuizen etc.: ca. 3 cm, − tot olie- of kolenkachels: ca. 30 cm. − Bij plaatsing naast een ander koelapparaat is een minimale afstand van 10 cm aan de zijkanten vereist.  Zet het apparaat waterpas en compenseer oneffenheden in de vloer door de stelpootjes in of uit te draaien. 67

 Om de deur correct te kunnen openen, moet een straal van ca. 60 cm voor het apparaat worden vrijgehouden. 3.3.2. Netaansluiting

 Sluit het apparaat uitsluitend aan op een volgens voorschrift geïnstalleerd en goed bereikbaar stopcontact met randaarde in de buurt van de plek waar het apparaat gebruikt wordt. De lokale netspanning moet overeenkomen met de technische gegevens van het apparaat. Zorg ervoor dat het stopcontact altijd goed toegankelijk is zodat het apparaat indien nodig snel spanningsvrij kan worden gemaakt.  Zorg ervoor dat niemand over het netsnoer kan struikelen. Het netsnoer mag niet worden ingeklemd of geknikt. 3.3.3. Vóór het aansluiten

 Pak het apparaat uit en verwijder het plakband. Verwijder eventueel achtergebleven lijmresten met een mild schoonmaakmiddel.  De beschermende verpakkingsonderdelen van polystyreen dienen apart te worden afgevoerd.  Spoel de binnenkant van het apparaat en de onderdelen af met lauw water met een mild schoonmaakmiddel en laat het drogen.  Controleer na het plaatsen of het apparaat niet op het aansluitsnoer staat.  Gebruik het apparaat niet wanneer het zichtbaar beschadigd is of wanneer het netsnoer resp. de stekker defect is. 3.3.4. Omgang met het apparaat

WAARSCHUWING! Gevaar voor explosie! Ontvlambare gassen en vloeistoffen kunnen bij opslag in het vriesvak explosies veroorzaken.  Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in de vrieskast. 68

 Vries geen koolzuurhoudende dranken in. Uitzettend water kan de fles doen springen.  Vries dranken met een hoog alcoholgehalte alleen in goed gesloten staande flessen in.  Bewaard geen glazen of metalen flessen of bekers met vloeistof in het vriesgedeelte.  Gebruik in geen geval ontdooisprays. Hierbij kunnen explosieve gassen ontstaan. WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel/gezondheid! Onjuiste omgang met het apparaat kan letsel veroorzaken.  Raak de bevroren binnenwanden van het vriesgedeelte of bevroren levensmiddelen niet met blote handen aan. Neem geen ijsblokjes of ijslolly’s direct uit de vriezer in de mond. Door zeer lage temperaturen kunnen brandwonden ontstaan.  De voet, laden, deuren etc. zijn niet geschikt om op te staan of te steunen. Bij een stroomstoring of wanneer het apparaat is uitgeschakeld, kunnen de opgeslagen levensmiddelen (deels) ontdooien. Hierbij bestaat gevaar voor een levensmiddelvergiftiging.  Controleer na een stroomstoring op het oog of aan de hand van de geur of de levensmiddelen nog bruikbaar zijn.  Na een stroomstoring moeten levensmiddelen die zichtbaar (deels) zijn ontdooid worden weggegooid.  Levensmiddelen die (deels) zijn ontdooid mogen niet opnieuw worden ingevroren.  Verwijder zelfs wanneer de vriezer slechts tijdelijk wordt uitgeschakeld, de ingevroren levensmiddelen en sla deze voldoende gekoeld op.

3.4. Schoonmaken en onderhoud GEVAAR! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door spanningvoerende onderdelen.  Trek voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren altijd de stekker uit het stopcontact (trek niet aan het snoer, alleen aan de stekker). Als deze niet bereikbaar is, moet de in de huisinstallatie aanwezige zekering uitgeschakeld worden. GEVAAR! EXPLOSIE- EN BRANDGEVAAR! Door de vorming van gas kan een explosie ontstaan.  Gebruik voor het reinigen van het apparaat of onderdelen geen brandbare vloeistoffen.  Gebruik geen ontdooispray. Hierdoor kunnen explosieve gassen ontstaan. LET OP! Gevaar voor beschadiging! Schade aan het apparaat door onjuiste omgang met het apparaat.  Maak voor sneller ontdooien geen gebruik van andere mechanische voorzieningen of hulpmiddelen dan hetgeen de fabrikant adviseert. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld geen elektrische verwarmingen, heteluchtblazers of een haarföhn. Gevoelige oppervlakken:  Gebruik geen bijtende of schurende schoonmaakmiddelen aan de binnenkant van het apparaat, op de deur of de behuizing van het apparaat, aangezien deze de oppervlakken kunnen beschadigen.  De kunststof onderdelen en de deurafdichting mogen niet in contact komen met olie en vet omdat de oppervlakken hierdoor poreus en breekbaar kunnen worden. 70

DE GEVAAR! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door spanningvoerende onderdelen.  Probeer in geen geval zelf een onderdeel van het apparaat te openen en/of te repareren. Daarbij bestaat gevaar voor een elektrische schok.  Beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend door een geautoriseerde werkplaats of door de technische klantenservice worden vervangen om gevaarlijke situaties te voorkomen.  Neem bij storingen contact op met ons servicecenter of een andere geschikte reparatiedienst.

3.6. Afvalverwijdering GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Gevaar voor letsel! Om gevaar voor kinderen te vermijden, volgt u de volgende stappen bij het afvoeren:  Demonteer de deur.  Laat de laden in het apparaat zitten zodat niemand, bijvoorbeeld kinderen, in het apparaat kan klimmen.  Knip de stekker van het netsnoer af.

4. Inhoud van de verpakking GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Er bestaat gevaar voor verstikking door het inademen of inslikken van kleine onderdelen of verpakkingsfolie.  Houd de verpakkingsfolie buiten bereik van kinderen. Controleer de inhoud van de verpakking op volledigheid en stel ons binnen 14 dagen na aanschaf op de hoogte van eventueel ontbrekende onderdelen. Het door u gekochte pakket moet het volgende bevatten: • Koel-vriescombinatie, incl. − 3 glasplaten − 3 vriesladen − 2 glasplaten voor het vriesvak − 1 vershoudlade voor groente − 4 doorzichtige deurvakken − deurafdekplaat − scharnierafdekking − 1 ijsblokjesbakje − 1 eierrekje − wandafstandhouder

5. Informatie over het apparaat

FR In het koelcircuit van het apparaat zit het koelmiddel R600a (vrij van cfk’s en hfk’s). Het koelcircuit is gecontroleerd op lekkage. Het voldoet aan de relevante veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten. • Energie-efficiëntieklasse A++ • Klimaatklasse N, ST De betekenis van de klimaatklassen kunt u vinden in de volgende tabel.

apparaten voor een subnormaal klimaat

apparaten voor een gematigd klimaat

apparaten voor een subtropisch klimaat

apparaten voor een tropisch klimaat

5.1. Informatie over het gebruikte koelmiddel R600a In dit apparaat wordt als koelmiddel R600a en als isolatiemiddel cyclopentaan gebruikt. Deze middelen zijn volledig cfk-vrij. Hierdoor wordt de ozonlaag beschermd en het zogenaamde broeikaseffect verminderd. Apparaten die het vermelde koelmiddel bevatten, zijn te herkennen aan de aanduiding ‘Koelmiddel R600a’ op het typeplaatje.  Zorg ervoor dat het koelcircuit niet beschadigd raakt, omdat R600a als het vrijkomt, in lichte mate kan bijdragen aan het broeikaseffect.  Dit geldt zowel bij transport van het apparaat als tijdens de gehele levensduur. Zorg er ook bij dit soort apparaten voor dat ze op de juiste manier en in overeenstemming met de lokale voorschriften worden afgevoerd.

6. Overzicht van het apparaat 1

3 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8)

Binnenverlichting/thermostaatregelaar Deurvakken en flessenvak In hoogte verstelbare stelpootjes Vriesvak met laden Groentelade Glasplaten/afdekking van de groentelade Koelgedeelte Glasplaten

7. Voorbereiding voor het gebruik

7.1. Deuraanslag omzetten

FR Om de deuraanslag om te zetten, hebt u het volgende gereedschap nodig: • kruiskopschroevendraaier • sleufschroevendraaier • steeksleutel maat 8 • steeksleutel maat 10 De netstekker is uit het stopcontact gehaald. Verder hebt u de scharnierafdekking voor de deur met linker deuraanslag nodig en de deurafdekking voor de deuropening die na het omzetten van de deuraanslag aan de rechterkant overblijft.

NL Verwijder met een sleufschroevendraaier voorzichtig de twee schroefafdekkingen.  Verwijder met een kruiskopschroevendraaier de twee schroeven uit de afdekking boven op het apparaat.  Til de afdekking boven op het apparaat aan de achterkant iets op en schuif de afdekking iets naar voren. Trek met beide handen de zijkanten van de afdekking iets uit elkaar en haal de afdekking van het apparaat af. Leg de afdekking van het apparaat weg.  Draai de twee bevestigingsschroeven van de scharnierplaat los en verwijder het scharnier van de bovenste deur. Til de bovenste deur uit het middelste scharnier.

Verwijder het middelste scharnier door de bevestigingsschroeven los te draaien.  Til de onderste deur uit de verankering aan de onderkant.  Draai met een kruiskopschroevendraaier de blinde stoppen aan de linkerkant los.

 Bevestig de blinde stoppen van het middelste scharnier aan de rechterkant.

 Kantel de koelkast naar achteren (maximaal 45°), zodat u de onderste deuraanslag kunt omzetten.  Haal het stelpootje van het scharnier af.  Draai de twee bevestigingsschroeven van het onderste scharnier los en verwijder het scharnier. Gebruik hiervoor een steeksleutel maat 10 en maat 8 of een kruiskopschroevendraaier.  Verwijder ook het stelpootje aan de andere kant. Draai de schroef uit de zijkant van de behuizing los en bevestig deze schroef aan de andere kant.  Zet de scharnierpen waarmee de deur aan de onderkant vastzit, om naar de andere kant van de scharnierplaat. Gebruik voor het losdraaien en aandraaien van de moer een steeksleutel maat 10 en maat 8 en een kruiskopschroevendraaier.

 Draai de scharnierplaat zo, dat het buitendeel tegen de buitenkant van het apparaat aan zit en de scharnierpen naar voren wijst. Schroef de scharnierplaat vast.  Zet de deur nu op het onderste scharnier en zorg ervoor dat de scharnierpen in de scharnierbus van de deur komt te zitten.  Monteer de stelpootjes.  Richt de deur waterpas uit. Schroef nu met de drie bevestigingsschroeven het bovenste scharnier vast.

 Verplaats het middelste scharnier naar de andere kant en schroef het vast.

 Zet vervolgens de onderste deur op het onderste scharnier. Zorg er hierbij voor dat de uitsparing aan de onderkant van de deur boven de pen komt te zitten.  Bevestig de pen van het middelste scharnier in de deur.  Draai de schroeven nog niet helemaal aan, zodat u de deur nog kunt uitrichten. Pas wanneer de deur goed gesloten kan worden, draait u de schroeven vast.  Zet de bovenste deur op het middelste scharnier.  Bevestig ook het bovenste scharnier met de bevestigingsschroeven.  Draai de schroeven nog niet helemaal aan, zodat u de deur nog kunt uitrichten. Pas wanneer de deur goed gesloten kan worden, draait u de schroeven vast.  Breng de afdekking boven op het apparaat aan en zet de afdekking met de twee schroeven vast.  Bevestig de scharnierafdekking weer op de bovenste deur tot deze hoorbaar vastklikt.

 Zet de deurgreep om naar de rechterkant door de blinde stop los te draaien en de deurgreep aan de rechterkant te bevestigen.

LET OP! De deurafdichting past zich na een paar uur aan de nieuwe deuraanslag aan.

7.2. Aanbrengen van de afstandhouder

 Draai de koelkast zo, dat u bij de achterkant van het apparaat kunt.  Draai de meegeleverde afstandhouder vast op de daarvoor bedoelde plaats onder aan de achterkant van het apparaat.

7.3. Installatie van het apparaat  Verwijder het verpakkingsmateriaal en al het beschermfolie.  Reinig alle onderdelen van het apparaat, voordat u het voor het eerst inschakelt (zie hoofdstuk "12. Reiniging" op blz. 25).  Maak het apparaat na het reinigen en voordat u het voor het eerst inschakelt, goed droog.  Installeer het apparaat op een daarvoor geschikte plaats (zie ook hoofdstuk "3.3.2. Standplaats" op blz. 9). 78

 Draai de twee stelpootjes aan de voorkant naar binnen of naar buiten om oneffenheden in de vloer te compenseren.  Richt de koelkast uit met een waterpas.

7.4. Verwijderen en terugplaatsen van vries- of koelladen/glasplaten

 Om de groentelade (5) of een glasplaat (6/8) te kunnen verwijderen, moet u de deur helemaal openen.  Trek de groentelade met beide handen naar voren, til hem aan de voorkant iets op en haal hem uit het koelgedeelte.  Til een glasplaat die u uit het apparaat wilt halen, iets op en haal hem uit het koelgedeelte. Het terugplaatsen van de groentelade/glasplaten doet u als volgt:  Houd de groentelade/vrieslade iets schuin en schuif hem in het apparaat.  Houd de glasplaat iets schuin en schuif hem in zijn geheel in de daarvoor bedoelde geleiders.

7.5. Deurvakken verwijderen en terugplaatsen  Om een deurvak te verwijderen, tilt u het uit de deurvakgeleider.  Om een deurvak terug te plaatsen, schuift u het deurvak van boven naar beneden op de geleider tot het vastzit.

8. Bediening van de koelkast  Sluit het apparaat aan op een goed bereikbaar stopcontact. De lokale netspanning moet overeenkomen met de technische gegevens van het apparaat.  Draai de thermostaatregelaar in een van de standen 1– 7. Het apparaat wordt ingeschakeld.

LET OP! Hoorbare geluiden zoals kraken, zoemen of borrelen worden veroorzaakt door het uitzetten en krimpen van de constructie-elementen als gevolg van temperatuurveranderingen en/of door het werken van de compressor en betekenen niet dat het apparaat niet in orde is.

LET OP! Gevaar voor beschadiging! Schade aan het apparaat door een verkeerde behandeling van kwetsbare oppervlakken.  De kunststof delen en de deurafdichting mogen niet in contact komen met olie en vet, omdat het oppervlak hierdoor poreus en bros kan worden. 79

8.1. Apparaat uitschakelen  Om het apparaat stroomloos te maken, zet u de thermostaatregelaar in de stand 0 en haalt u de netstekker uit het stopcontact.  Wacht ca. 10 minuten, voordat u het apparaat opnieuw inschakelt.

8.2. Temperatuurregeling Bij instelling van de thermostaatregelaar in een van de mogelijke keuzestanden wordt de temperatuur in het koelgedeelte automatisch geregeld.

De thermostaatregelaar kan in acht verschillende standen worden gezet: 0

Het apparaat is uitgeschakeld

De hoogste temperatuur van het koelgedeelte (het warmst)

De laagste temperatuur van het koelgedeelte (het koudst)

LET OP! Doe geen levensmiddelen in het koelgedeelte en het vriesvak, voordat het apparaat is afgekoeld.  Zet voordat u verse levensmiddelen in de koelkast doet, de thermostaatregelaar op stand 7. Zet de thermostaatregelaar na drie uur op de middelste stand, totdat er op de onderste glasplaat een temperatuur van ca. 6 °C is bereikt (controleer dit met een koelkastthermometer).

LET OP! De hoogste koelstand op de thermostaat mag alleen voor korte tijd worden ingesteld bij hoge buitentemperaturen of als de koelkast wordt gevuld met levensmiddelen die snel gekoeld moeten worden. Nadat de gewenste binnentemperatuur is bereikt, moet de thermostaat weer op een lagere stand worden gezet, omdat de temperatuur in het koelgedeelte anders daalt tot onder de 0 °C en de gekoelde levensmiddelen erop kunnen achteruitgaan.

9. Energieverbruik optimaliseren

DE Neem voor een optimaal koelvermogen bij een laag energieverbruik de volgende punten in acht:  Installeer het apparaat niet in de buurt van een warmtebron (radiator, keukenfornuis, enz.).  De ruimte waarin het apparaat staat, mag niet te warm zijn en moet droog, stofvrij en goed geventileerd zijn.  Zorg ervoor dat de lucht rondom het apparaat vrij kan circuleren.  Als u levensmiddelen in het apparaat doet of uit het apparaat haalt, open de deur dan maar even. Hoe korter de deur openstaat, hoe minder ijs zich op de wanden van het vriesvak afzet.  Stem de instelling van de thermostaat af op de hoeveelheid levensmiddelen die zich in de koelkast bevindt.

10. Bewaren van levensmiddelen in het koelgedeelte  Ontdooide levensmiddelen mogen niet opnieuw worden ingevroren, ook niet als ze alleen gedeeltelijk zijn ontdooid.  Doe producten die u uit het vriesvak haalt (ijs, ijsblokjes, enz.), niet meteen in uw mond. De lage temperatuur kan pijnlijke brandwonden veroorzaken.  Bewaar levensmiddelen op borden, in verpakkingen of in daarvoor geschikte bakken of schalen.  Verdeel de levensmiddelen gelijkmatig over het apparaat. Houd er rekening mee dat de levensmiddelen niet in aanraking mogen komen met de achterwand van het koelgedeelte, omdat dit rijp- of condensvorming tot gevolg kan hebben.  Zet geen serviesgoed met hete gerechten in het koelgedeelte, omdat het serviesgoed hierdoor kan barsten.  Verpak levensmiddelen die gemakkelijk vreemde geuren aannemen, zoals boter, melk en kwark, en levensmiddelen met een sterke geur, zoals vis, gerookte etenswaren en kaas, goed resp. bewaar deze in een goed afgesloten bak of schaal.  Levensmiddelen moeten afhankelijk van hun aard en gevoeligheid worden bewaard in de juiste koelzone.  Bij het bewaren van groentesoorten met een hoog vochtgehalte slaat er waterdamp neer op de verpakking, bak of schaal waar ze in zitten. Dit heeft geen invloed op het functioneren van het koelgedeelte.  Groente moet goed worden afgedroogd, voordat u deze in het koelgedeelte doet. Een hoog watergehalte in de groente (zoals bij bladgroente en komkommer) verkort de bewaartijd.  Let bij het opbergen van levensmiddelen op dat deze de binnenwanden niet raken. Zorg er daarom voor dat de koelvakken niet te vol zitten.

11. Levensmiddelen invriezen  Vrijwel alle levensmiddelen kunnen worden ingevroren met uitzondering van groente die rauw wordt gegeten zoals sla, en bepaalde soorten fruit zoals bananen, peren en granaatappels.  Alleen levensmiddelen van goede kwaliteit zijn geschikt om in te vriezen. Verdeel de levensmiddelen in porties die in één keer opgaan, zodat het niet nodig is om ontdooide producten opnieuw in te vriezen.  Verpak de levensmiddelen in reukvrij, lucht- en vochtdicht en vet- en loogbestendig verpakkingsmateriaal.  Polyethyleenfolie en aluminiumfolie zijn het meest geschikt.  De verpakking moet dicht zijn en strak om de levensmiddelen heen zitten.  Gebruik geen glazen verpakkingen, omdat glas kan springen.  Zet het apparaat 2 tot 3 uur voordat u verse levensmiddelen gaat invriezen, op de koudste stand. Zet nadat u verse levensmiddelen in het apparaat hebt gedaan om deze in te vriezen, de thermostaat op de optimale stand.  Dranken in fles of blik, in het bijzonder koolzuurhoudende dranken, mogen niet in het vriesvak worden bewaard, omdat de flessen en blikjes kunnen springen.  In het vriesvak kan fruit worden ingevroren en kunnen ijsblokjes worden gemaakt.

11.1. Gebruik van het ijsblokjesbakje  Maak het ijsblokjesbakje goed schoon, voordat u het voor het eerst gaat gebruiken.  Vul het bakje met drinkwater.  Zet het ijsblokjesbakje op een glasplaat in het vriesvak.  Zodra de ijsblokjes bevroren zijn, haalt u het bakje uit het vriesvak en drukt u de ijsblokjes uit de vorm.

12. Reiniging GEVAAR! Gevaar voor elektrische schokken! Er bestaat gevaar voor elektrische schokken door stroomvoerende onderdelen.  Stel voordat u met reinigingswerkzaamheden begint, de temperatuur van het koelgedeelte altijd in op 0 en haal de netstekker uit het stopcontact (trek niet aan de kabel, maar aan de netstekker). Als u niet bij de netstekker kunt, moet u in de meterkast de betreffende zekering uitschakelen.

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Door extreem lage temperaturen kunnen er brandwonden ontstaan.  Raak de bevroren binnenwanden van het vriesvak en bevroren levensmiddelen niet aan met blote handen. Gebruik bijvoorbeeld een droge doek om de bevroren producten vast te pakken. LET OP! Gevaar voor beschadiging! Schade aan het apparaat door een verkeerde behandeling van kwetsbare oppervlakken van het apparaat.  Kwetsbare oppervlakken: de kunststof delen en de deurafdichting mogen niet in contact komen met olie en vet, omdat het oppervlak hierdoor poreus en bros kan worden.  Gebruik in geen geval bijtende, schurende of korrelige schoonmaakmiddelen of schoonmaakmiddelen die azijnzuur, soda of oplosmiddelen bevatten. Deze kunnen de oppervlakken beschadigen.  Gebruik om het ontdooien te versnellen geen andere mechanische inrichtingen of hulpmiddelen zoals elektrische radiatoren, heteluchtblazers, haardrogers of scherpe of harde voorwerpen. De thermische isolatie en de binnenruimte zijn gevoelig voor krassen en hitte en kunnen smelten.  Gebruik in de koelkast geen elektronische apparaten. Zowel de koelkast als het andere apparaat kan onherstelbaar beschadigd raken. Maak het koelgedeelte leeg.  Zet de thermostaatregelaar op de stand 0. Het apparaat wordt uitgeschakeld.  Haal de netstekker uit het stopcontact.  Na ongeveer een half uur kan eventuele rijp op de achterwand met een kunststof of houten spatel gemakkelijk worden verwijderd.

 Maak de afvoer voor condenswater schoon, bijv. met een wattenstaafje of een kunststof prikker.  Reinig het koelgedeelte met een mild schoonmaakmiddel (bijv. afwasmiddel) en laat het drogen.

LET OP! Om schimmelvorming te voorkomen, kunt u een beetje azijn (schoonmaakazijn, huishoudazijn of geconcentreerde azijn) toevoegen aan het water dat u voor het reinigen gebruikt. Zand-, soda- en zuurhoudende schoonmaakmiddelen zijn niet geschikt.  Spoel alle losse onderdelen zorgvuldig af en maak ze droog (groentelade, glasplaten).  Reinig de oppervlakken van het apparaat met uitzondering van de deurafdichting met een mild schoonmaakmiddel.  De deurafdichting maakt u schoon met helder water, wrijft u af en laat u drogen.  Steek de netstekker weer in het stopcontact en schakel het apparaat in.  Zodra het apparaat de gewenste temperatuur heeft bereikt, kunt u het weer vullen met levensmiddelen.

13. Lamp van de binnenverlichting vervangen WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door spanningvoerende onderdelen.  Trek de stekker van de koelkast uit het stopcontact voordat u de gloeilamp gaat vervangen. Het soort gloeilamp is op het typeplaatje vermeld. Gebruik alleen gloeilampen met een nominale spanning van 220 - 240 V, een vermogen van max. 10 W en schroefdraad E14.  Zet de thermostaatregelaar op stand 0. Het apparaat wordt uitgeschakeld.  Trek de stekker uit het stopcontact.  Draai de schroef van de lampafdekking met een kruiskopschroevendraaier los en verwijder de afdekking.  Vervang de defecte gloeilamp (zie Technische gegevens).  Plaats de lampafdekking weer en bevestig deze met de schroef.

14. Probleemoplossing

DE Tijdens het gebruik kunnen er storingen optreden. Controleer aan de hand van de volgende tabel of u het probleem zelf kunt verhelpen. Elke andere reparatie is niet toegestaan en heeft tot gevolg dat de garantie vervalt. Neem daarom bij storingen contact op met ons Service Center of een ander professioneel reparatiebedrijf. Storing

Het apparaat werkt niet.

De binnentemperatuur is niet laag genoeg.

De binnentemperatuur is niet laag genoeg.

ES IT Onderbreking in het elektrische circuit

 Controleer of de netstekker in het stopcontact zit.  Controleer of er spanning op het stopcontact staat door er een ander elektrisch apparaat op aan te sluiten (bijv. een nachtlampje).  Controleer de zekering.  Controleer het netsnoer op beschadigingen.

De compressor wordt maar heel af en toe ingeschakeld

 Controleer of de omgevingstemperatuur niet lager is dan 16 °C.

De deur sluit niet goed of wordt te vaak geopend

 Doe de levensmiddelen zo in het apparaat, dat ze het sluiten van de deur niet onmogelijk maken.  Controleer de deurafdichting.  Open de deur even.

De omgevingstemperatuur is hoger dan +38 °C

 Het apparaat is bedoeld voor gebruik bij een omgevingstemperatuur tussen 16 °C en 38 °C.

De luchtcirculatie achter het apparaat wordt belemmerd.

 Installeer het apparaat verder van de wand.  Monteer de afstandhouder aan het apparaat.

Het apparaat staat in het volle zonlicht of naast een warmtebron.

 Zet het apparaat op een andere plaats.

Er staat iets heets in de koelkast.

 Zet geen hete levensmiddelen in de koelkast.

Oorzaak Het apparaat is niet goed uitgericht

Het apparaat maakt te veel lawaai.

Het apparaat komt in contact met meubels of andere voorwerpen

Oplossing  Richt het apparaat uit.

 Zet het apparaat vrij neer, zodat het geen andere voorwerpen raakt.

15. Buiten gebruik stellen Wanneer u de koelkast gedurende langere tijd niet gebruikt, moet u het volgende doen:  Schakel het apparaat uit en haal de netstekker uit het stopcontact.  Maak het apparaat leeg.  Maak het koelgedeelte en het vriesvak van binnen schoon en laat beide ruimtes drogen.  Was alle losse onderdelen goed af.  Laat de deur openstaan om de ontwikkeling van onaangename geuren en schimmelvorming te voorkomen.

16. Afvalverwerking Apparaat Afgedankte apparaten mogen niet bij het normale huisvuil worden gedaan. Volgens richtlijn 2012/19/EU moet het apparaat aan het einde van zijn levensduur op een passende manier worden afgevoerd. Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gerecycled, zodat belasting van het milieu wordt voorkomen. Geef het afgedankte apparaat af op een inzamelpunt voor afgedankte elektrische apparaten of bij een afvalsorteercentrum. Neem voor meer informatie contact op met de milieudienst bij u ter plaatse of met uw gemeente.  Knip het netsnoer voor het afvoeren af.

Verpakking Uw apparaat zit ter bescherming tegen transportschade in een verpakking. Verpakkingen zijn onbewerkte materialen en zijn dus geschikt voor hergebruik of kunnen worden teruggebracht in de grondstoffenkringloop.

NL Energie-efficiëntieklasse:

Bruto-inhoud (totaal):

Nuttige inhoud totaal:

Netto inhoud koelgedeelte:

Netto inhoud vriesvak:

Opslagtijd bij storing:

N, ST (voor temperaturen van 16 °C tot 38 °C)

Nominaal stroomverbruik:

Technische wijzigingen voorbehouden! * Op basis van genormeerde testresultaten gedurende 24 uur bepaald energieverbruik in kWh/jaar. Het werkelijke energieverbruik hangt af van het gebruik en de standplaats van het apparaat.

18. Conformiteitsinformatie Hierbij verklaart MEDION AG dat het product MD 37120 overeenstemt met de volgende Europese eisen: • EMC-richtlijn 2014/30/EU • Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU • Verordening (EG) nr. 1935/2004.

19. Colofon Copyright © 2020 Stand: 15.06.2020 Alle rechten voorbehouden. Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Verveelvoudiging in mechanische, elektronische of welke andere vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden. Het copyright berust bij de firma: MEDION AG Am Zehnthof 77 45307 Essen Duitsland Deze gebruiksaanwijzing kan via de Service Hotline worden nabesteld en via het serviceportaal www.medion.com/be/nl/service/start/ worden gedownload. Ook kunt u de bovenstaande QR-code scannen en de gebruiksaanwijzing via het serviceportaal downloaden op uw mobiele eindapparaat.