RC 200 202 - RC200203 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RC 200 202 - RC200203 GAGGENAU in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RC 200 202 - RC200203 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RC 200 202 - RC200203 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RC 200 202 - RC200203 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RC 200 202 - RC200203 GAGGENAU
nl Gebruiksaanwijzing
RF 200
Unterbaugerät
| Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen | 64 |
| Voordat u het apparaat in gebruik neemt | 64 |
| Technische verilgheid | 64 |
| Bij het gebruik | 64 |
| Kinderen in het huishouden | 65 |
| Algemene bepalingen | 65 |
| Aanwijzingen over de afvoer | 65 |
| Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat | 65 |
| Afvoeren van uw oude apparaat | 65 |
Omvang van de levering 66
| Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting | 66 |
| Omgevingstemperatuur | 66 |
| Beluchting | 66 |
| De juisteplaats | 67 |
| Onderbouw | 67 |
| Apparaat aansluiten | 67 |
| Elektrische aansluiting | 67 |
| Kennismaking met het apparaat | 68 |
| Bedieningselementen | 69 |
| Inschakelen van het apparaat | 69 |
| Aanwijzingen bij het gebruik | 69 |
Instellen van de temperatuur 70
| Alarm function | 70 |
| Temperatuuralarm | 70 |
| Indicatie alarm | 70 |
| Alarm uitschakelen | 70 |
| Netto-inhoud | 71 |
| Vriesvermogen volledig benutten | 71 |
| De diepvriesruimte | 71 |
| De diepvriesruimte gebruiken | 71 |
Maximaleinvriescapaciteit 71
| Invriezen en opslaan | 71 |
| Inkopen van diepvriesproducten | 71 |
| Attentie bij het inruimen | 71 |
| Diepvrieswaren opslaan | 71 |
| Verse levensmiddelen invriezen | 72 |
| Diepvrieswaren verpakken | 72 |
| Houdbaarheid van de diepvrieswaren | 72 |
| Snelvriezen | 72 |
| In- en uitschakelen | 72 |
Ontdooien van diepvrieswaren 73
| Uitvoering | 73 |
| IJsbakje | 73 |
| Koude-accu | 73 |
| Apparaat uitschakelen en buiten werkung stellen | 73 |
| Uitschakelen van het apparaat | 73 |
| Buiten werkung stellen van het apparaat | 74 |
| Ontdooien | 74 |
| U gaat als volgt te werk: | 74 |
| Schoonmaken van het apparaat | 74 |
| Be- en ontluchtingsopening | 74 |
Energie bespare 75
| Bedrijfsgeluiden | 75 |
| Heel normale geluiden | 75 |
| Voorkomen van geluiden | 75 |
Kleine storingen zelf verhelpen 76
| Servicedienst | 77 |
| Verzoek om reparatie en advies bij storingen | 77 |
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindtkaarin belangrijke informatatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing
niet in acht worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het
montagevoorschrift voor later gebruik of voor
een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijkke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentie Niet beschadigd worden. Koelmiddel datংbuiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnenuit de buurt van het apparaat houden;
- Ruimte gedurende een paar minutengoodluchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker uithet stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, deste groter moet de ruimte zich waarin hetapparaat worden opgesteld. In een tekleineruimte kan bij een lek een ontvlambaarmengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1m^3 groot zich. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op hettypeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt,要去 deze wordenervangen door de fabrikant,deklantenservice of een anderegekwalificeerde persoon. Onvakkundigeinstallatie en reparations kuren groot geaaropleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificierde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gezruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen verechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel datংbuiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare vrijfussen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrebkare manden of laden, deuren etc. nied als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te make: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
-
Dranken met een hoog alcoholpercentage alsijd goed afgesloten en staand bewaren.
-
Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können poreus worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
- Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare Personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijkde of zintuigelijk beperkingen, evenals Personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparatus.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gezaren zich.
Een voor de veriligheid verantwoordelijkke persoon要去zicht houden op kinderen en kwetsbare Personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat\ laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht honden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
- Flessen enblinkjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - Niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten können barsten!
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddelijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmaterialiaal en onderdelen ervan zich geen spelegoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
- Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
- voor het invriezen van levensmiddelen,
- voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw(AP) apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De geleukte materialen zich onschadelijk voor het milieu en+kunnen opnieuw worden geleuikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kurz bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterial van het neue apparaat kurz (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkverwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zich geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijk afvoer können waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Dit apparatus is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatusur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken Niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuuvriendelijk afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport Niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten=kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Onderbouwapparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialiaal
- Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebjlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
Let op de omgevingstemperatuur ende beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklassie geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklassie kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.

Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel bennen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaatuit klimaatklasse SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur,+kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
De be- en ontluchting van de koelmachine vindt uitsluitend via het ventilatierooster in de plint plaats. Het ventilatierooster nooit afdekken of er iets voor zetten. Anders moet de koelmachineeer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.
Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventilierbare vertrekken. Het apparaat liefst Niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebronplaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron Niet te vermiijden, kaak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
- Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30~cm
Onderbouw
Bij bepaalde aanrechtbladen, bijv. vansteen, glas of roestvrij staal, is bevestiging onder het aanrechtblad vaak Niet möglichk. Toebehoren voor de montage op de zichwanden kunt u bij de klantenservice bestellen.
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat moet u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Vóor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het
apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften
geinstalleerd 220-240 V/50 Hz
wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het
stopcontact要去en beveiligd met een zekering van
10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen worden gebrukt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

Kennismaking met het apparaat
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan varieren.
Kleine awijkingen in de afbeeldingen zijn möglichk.

1-5 Bedieningselementen
6 Vriesrooster
7 Diepvrieslade
8 Be- en ontluchtingsopening
Bedieningselementen

1 Temperatuurregelaar
Dient voor het instellen van de temperatuur van de diepvriesruimte.
2 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
3 Snel-toets diepvriesruimte
Om het snelvriessystem in en uit te schakelen.
4 Alarmtoets
Om het alarmsignaaluit tschakelen (zie hoofdstuk „Alarm function").
5 Indicatie alarm
Brandt als het in de diepvriesruimte te warm is.
De individatie gaat uit wanner de diepvriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt.
Inschakelen van het apparaat

Het apparaat met de insteltoets 2 inschakelen, de toets brandt. Er is een alarmsignaal te horen de indicateatie "alarm" 5 brandt. Druk de alarmtoets 4 in. Het alarmsignaal wordenuitgeschakeld. Zodra het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat het alarmindicatie 5 uit.
Wij adviseren een gemiddelde instelling.
Aanwijzingen bij het gebruik
- De voorzijde van het apparaat্রacter de deur worden gedeeltelijklicht verwarmdwaardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Wonneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten Niet direct waar geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Door het koelsystem kan zich op de vriesroosters op sommigeplaatsen al snel een laagje rijp afzetten. Dit heeft geen invloed op het functioneren van het apparaat of op het stroomverbruik. Ontdooien is pas nodig als zich op het hele oppervlak van het vriesrooster een laag rijp of ijs met een dikte vaneer dan 5mm heeft gezormd.
Instellen van de temperatuur

Temperatuurregelaar 1 met behulp van een muntstuk instellen op een waarde. Hogere cijfers beteken lagere temperaturen.
Alarm function
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm worden ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren können ontdooien.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
- bij het in gebruik nemen van het apparatus,
- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werk.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen. Pas na het koken of braden tot een Kant-enklaargerecht konnen ze opniew worden ingevroren. De maximale bewaartijd Niet meer ten volle benutten.
Indicatie alarm
De individatie alarm 5 brandt,als het in de diepvriesruimte te warm is. De diepvrieswaren lopen gevaar.

Alarm uitschakelen
De alarm-toets 4 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst").
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, küssen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen küssen danrechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
- voor het opslaan van diepvriesproducten,
om ijsblokjes te make,
om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst").
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag Niet beschadigd zijn.
Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
- De temperatuur in de verkoop-koelkist要去 -18^ C of kouder zich.
- De diepvriesproducten liefst in een koelta transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grotere hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in de onderste diepvriesladen. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen nicht met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglich te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het worden ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren Nietoodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen nicht met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanrakingkommen.
Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gezogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gore vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
- Niet geschickt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze nicht uitdrogen of hun smoak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan,
vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen konnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
- Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood enbanket:tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Snelvriezen
De levensmídelen zo snel möglichk door en door invriezen zodate vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smoak behouden blijven.
Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: eenaar uur voor het inladen van verse levensmiddelenhet snelvriessystem inschakelen. Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende. Als u de maximaleinvriescapaciteit wilt benutten zichn 24 uur benodigd.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) können zonder gebruik van het snelvriessystem worden ingevoren.
In- en uitschakelen

Toets „Snel" 3 indrukken.
Is snelvriezen ingeschakeld, danlicht de toets op.
Het snelvriessystem wird na 212 agation automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en vereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezenuit de volgende möglichkheden:
bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren Niet opniew invriezen. Pas na het koken of braden tot een Kant-enklaargerecht konnen ze opniew worden ingevroren. De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
IJsbakje
IJsbakje voor 34 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
Om de ijsblokjes los te make: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.

Koude'accu
(indien meegeleverd, aantal stuks verschillend)
De koude-accu vertraagt bij het uittvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanner u het koeelement in het bovenstevak op de levensmiddelen legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

Apparaat uitschakelen en buiten werkung stellen
Uitschakelen van het apparatus
Toets Aan/Uit 2 indrukken. Koelmachine wordenuitgeschakeld.

Buiten werkung stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere vrijd Niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparatusat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparatusat.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
Aanwijzing
Ca. 4 uu vór het ontdooien het supervriessystemeinschakelen zodate levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor longer bij omgevingstemperatuur bewaard+kennen worden.
U gaat als volgt te werk:
- Diepvriesladen met de levensmiddelen op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
- Om het ontdooiprocesse te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten. Deur van het apparaat sluiten zodate warmte Niet kan ontsnappen.

- Dooiwater met een spons of doekje afwissen.
- De diepvriesruimte droogwrijyen.
- Apparaat weeinschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Schoonmaken van het apparatus
Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen nicht in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze können verrormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóor het schoonmaken het apparatus uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekerings losdraaien resp. uitschakelen!
- Levensmiddelen verwijderen en op een koeleplaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag Niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkommen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat waar aansluienen inschakelen.
- Levensmiddelen weeer aanbrengen.
Be- en ontluchtingsopening
Het ventilatierooster in de sokkel kan ter reiniging worden verwijderd. Daartoe de klemmen in de ventilatieopengen maar onderen drukken en tegelijkertijd het ventilatieroosteraar voren wegtrekken.

- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimteplaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. - Om te voorkomen dat bij stroomuitval of een storing de levensmiddelen snel verwarmd worden: de koude-accu's direct op de levensmiddelen in het bovenstevak leggen.
- Deuren van het apparaat zo kort möglichk openen! Hoe korter de deur van het apparaat openstaat, des te minder is de ijsvorming op de vriesroosters.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. - Een laag rijk of ijs in de diepvriesruimte regelmatig lately ontdooien.
Een laag rijk of ijs vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. - Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.
- De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magnetoventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoord schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparatusaat staat gegen een ander meubel of apparatus
Het apparatus van het meubel of apparatus ernaat wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controller de delen die eruit gehaald können worden enzetzeventeel opniew in het apparatusat.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroegt:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geben om de storing te verhelppen, dan要去 u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zich nicht goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat zich onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Inviezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitet zich overschrijden. | |
| Alarmsignaal klinkt, de alarmtoets 4 brandt. | Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets 4 indrukken. | |
| In de diepvriesruimte is het te warm! | ||
| Gevaar voor de diepvrieswaren! | ||
| De deur is geopend. | Deur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in=eén keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitet zich overschrijden. | |
| Als de storing is verholpen gaat het alarmindicatie na eenijdje uit. |
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbondeneerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244030
B 070222148