RB280330 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RB280330 GAGGENAU in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwkoel-vriescombinatie |
| Merk | Gaggenau |
| Model | RB280330 |
| Categorie | Koelkast |
| Gebruik | Privé, in gesloten ruimtes, tot 2000 m hoogte |
| Installatietype | Alleen inbouw |
| Netto gewicht (max) | 75 kg |
| Elektrische voeding | 220-240 V ~, 50 Hz (zie typeplaatje) |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (volgens typeplaatje) |
| Toegestane omgevingstemperatuur | 10 °C tot 43 °C afhankelijk van klasse |
| Instelbare koeltemperatuur | 2 °C tot 8 °C |
| Instelbare vriestemperatuur | -16 °C tot -24 °C |
| Ontdooisysteem | Automatisch voor koelkast, handmatig voor vriezer |
| Speciale functies | Snelkoelen, Automatisch/handmatig snelvriezen, Vakantiemodus, Deur- en temperatuuralarm |
| Verlichting | LED |
| Binnenuitrusting | Uitschuifbare legplaat, groente- en fruitlade met vochtigheidsregelaar, platte diepvrieslade, deurvak |
| Inclusief accessoires | Eierrek, flessenhouder, ijsblokjesbak, koudeaccumulator |
| Onderhoud | Reinigen met warm water en mild reinigingsmiddel (neutrale pH), geen stoomreiniger |
| Veiligheid | Kinderslot niet ingebouwd, maar toezicht op kinderen aanbevolen |
| Reserveonderdelen beschikbaar | Gedurende 10 jaar na marktintroductie via klantenservice |
| Nisafmetingen (aanbevolen) | Diepte 560 mm, breedte min. 560 mm |
| Zelftest | Ja, via knop Snelvriezen |
| Gebruiksaanwijzing | Nederlands, 120 pagina's, PDF-formaat |
Veelgestelde vragen - RB280330 GAGGENAU
Gebruikersvragen over RB280330 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RB280330 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RB280330 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RB280330 GAGGENAU
nl Gebruikershandleiding
RB 282
1.1 Algemene aanwijzingen 92 1.2 Bestemming van het apparaat 92 1.3 Inperking van de gebruikers .... 92 1.4 Veiliger transport 92 1.5 Veilige installatie 93 1.6 Veilig gebruik 94 1.7 Beschadigd apparaat 96
2 Het voorkomen van materiële schade 98
3 Milieubescherming en besparing. 98
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 98 3.2 Energie besparen 98
4 Opstellen en aansluiten 98
4.1 Leveringsomvang 98 4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 99 4.3 Apparaat monteren 100 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 100 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 100
6.1 Legplateau. 101 6.2 Uittrekbaar legplateau 101 6.3 Uitklapbaar flessenrek..... 101 6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar..... 101 6.5 Vlakke diepvrieslade 101 6.6 Deurrekken 101 6.7 Accessoires 101
7 De bediening in essentie..... 102
7.1 Apparaat inschakelen 102 7.2 Opmerkingen bij het gebruik . 102
7.3 Machine uitschakelen 103 7.4 Temperatuur instellen 103
8 Extra functies 103
8.1 Snelkoelen 103 8.2 Automatisch Snelvriezen 103 8.3 Handmatig Snelvriezen 103 8.4 Vakantiemodus. 104
9 Alarm. 104
9.1 Deuralarm 104 9.2 Temperatuuralarm 104
10 Koelvak 105
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak 105 10.2 Koudezones in het koelvak 105 10.3 Sticker "OK" 105
11 Vriesvak 106
11.1 Invriescapaciteit 106 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 106 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 106 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 106 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C 107 11.6 Ontdooimethoden voor diepvrieswaren 107
12 Ontdooien 107
12.1 Ontdooien in het koelvak 107 12.2 Ontdooien in het vriesvak 108
13 Reiniging en onderhoud 108
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 108 13.2 Apparaat schoonmaken 109 13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 109
13.4 Onderdelen eruit halen 109 13.5 Apparaatonderdelen demonteren 110
14 Storingen verhelpen 111
14.1 Stroomuitval 114 14.2 Apparaatzelftest uitvoeren 114
15 Opslaan en afvoeren 114
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 114 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 115
16 Servicedienst 115
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 116 17 Technische gegevens 116

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving, tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Beperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat gesloten zijn, kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst. Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
1 Veiligheid
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Plaats draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met kleine onderdelen spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant worden aanbevolen. Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. - Nooit aan het netsnoer trekken om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. - Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de servicedienst. Zie pagina 115. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. - Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen voor reparatie van het apparaat. - Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING - Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontbranden.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. - Ventileer de ruimte. - Schakel het apparaat uit. Zie pagina 103.
- Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Neem contact op met de service-afdeling. Zie pagina 115.
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staan of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. - Bewaar geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
Voer de afzonderlijke componenten gescheiden af op soort.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen.
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
Een nisdiepte van 560 mm gebruiken. - Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of afsluiten.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- Nooit de ventilatie-openingen binnenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of afsluiten. Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
- Ontdooi het vriesvak regelmatig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten contact op met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 115.
De levering bestaat uit:
Inbouw, uitrusting en accessoires, montagemateriaal, montagehandleiding, gebruiksaanwijzing, klantenservice-overzicht, garantiebijlage, energielabel, informatie over energieverbruik en geluiden.
4.2 Criteria voor de opstellocatie
WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte die ten minste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1/4
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 kg bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/4
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Als u 2 apparaten naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de apparaten minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal eruit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 109
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1/4
- De netstekker op vastheid controleren.
- Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
| A | Koelvak → Pagina 105 |
| B | Vriesvak → Pagina 106 |
| 1 | Bedieningspaneel → Pagina 100 |
| 2 | Uittrekbaar legplateau → Pagina 101 |
| 3 | Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 101 |
| 4 | Typeplaatje → Pagina 116 |
| 5 | Vlakke diepvrieslade → Pagina 101 |
| 6 | Diepvrieslade → Pagina 110 |
| 7 | Deurrek voor große flessen → Pagina 101 |
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2 1 * (koelvak) schakelt Snelkoelen in of uit. 2 -+ (koelvak) stelt de temperatuur van het koelvak in. 3 Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. 4 schakelt de vakantiemodus in of uit. 5 schakelt het waarschuwingssignaal uit. 6 -/ (vriesvak) stelt de temperatuur van het vriesvak in. 7 Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C. 8 ** (vriesvak) schakelt Snelvriezen in of uit. 9 ① schakelt het apparaat in of uit.
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Plateau verwijderen", pagina 109
6.2 Uittrekbaar legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het uittrekbare legplateau eruit.
6.3 Uitklapbaar flessenrek
Bewaar flessen veilig op het uitklapbare flessenrek.
Om het flessenrek te gebruiken, klapt u de metalen beugel naar beneden.
→ Fig. 3
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.
→ Fig. 4
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid
bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de
vochtigheidsregelaar instellen:
Lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit of hoge belading. Hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente alsook bij gemengde belading of geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8°C tot 12°C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Vlakke diepvrieslade
Bewaar vlakke diepvrieswaren, de houder voor ijsblokjes en de ijsschep in de vlakke diepvrieslade.
6.6 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren, kunt u het deurrek eruit nemen en op een andere positie weerplaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 109
6.7 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
n! De Bediening in essentie
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Flessenhouder
De flessenhouser voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen.
De metalen beugel samendrukken ① en de flessenhouser zo dicht mogelijk tegen de fles schuiven ②
→ Fig. 5
Diepvriesschaal
In de diepvriesladen kunt u kleinere hoeveelheden voedingsmiddelen snel invriezen, bijv. bessen, stukken fruit, kruiden en groenten.
→ Fig. 6
De diepvriesproducten gelijkmatig in de diepvriesschaal verdelen en ca. 10 tot 12 uur laten invriezen. Vervolgens in een diepvrieszak of een diepvriesdoos doen.
Koude-accu
Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen, bijv. in een koeltas.
Tip: De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 3/4 met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Indrukken.
Het apparaat begint te koelen. Er klinkt een waarschuwingssignaal, de temperatuurindicatie (vriesvak) knippert en brandt omdat het vriesvak nog te warm is.
- Het waarschuwingssignaal met A uitschakelen. Het gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 103
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. - De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting. Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
Indrukken.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op ≠ (koelvak) drukken tot de temperatuurindicatie (koelvak) de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C. → "Sticker "OK"", Pagina 105
Vriesvaktemperatuur instellen
- Druk zo vaak op (vriesvak) tot de temperatuurindicatie (vriesvak) de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt -18 °C.
8 Extra functies
8.1 Snelkoelen
Bij het Snelkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.
Schakel Snelkoelen in voordat u grote hoeveelheden levensmiddelen inlaadt.
Opmerking: Als Snelkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Snelkoelen inschakelen
Druk op (koelvak). Het lampje (koelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Snelkoelen uitschakelen
Druk op (koelvak). De vooraf ingestelde temperatuur wordt op de indicatie aangegeven.
8.2 Automatisch Snelvriezen
Bij het automatisch Snelvriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern. Het automatisch Snelvriezen schakelt in als u verse levensmiddelen in de rechter grote diepvrieslade op de geplaatste diepvriesschaal of van rechts beginnend in de vlakke diepvrieslade legt.
Als het automatisch Snelvriezen is ingeschakeld, brandt het lampje (vriesvak) en kunnen er meer geluiden ontstaan. Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Snelvriezen over op de normale werking.
Automatisch Snelvriezen annuleren
Druk op * (vriesvak). De vooraf ingestelde temperatuur wordt op de indicatie aangegeven.
8.3 Handmatig Snelvriezen
Bij het Snelvriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.
Schakel Snelvriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Snelvriezen. → "Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 106
Opmerking: Als Snelvriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Alarm
Handmatig Snelvriezen inschakelen
Druk op * (vriesvak). Het lampje * (vriesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Snelvriezen uitschakelen
Druk op * (vriesvak). De vooraf ingestelde temperatuur wordt op de indicatie aangegeven.
8.4 Vakantiemodus
Als u langere tijd afwezig bent, kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen.

VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Terwijl de vakantiemodus is ingeschakeld, warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven.
Bij een ingeschakelde vakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.
Koelvak 14 °C
Vriesvak Temperatuur ongewijzigd
Vakantiemodus inschakelen
indrukken. brandt. De temperatuurindicatie (koelvak) toont geen temperatuur.
Vakantiemodus uitschakelen
indrukken. De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal.
Deuralarm uitschakelen
De apparaatdeur sluiten of indrukken. Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en brandt.

VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. - Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
- Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Snelvriezen inschakelen. - De deur van het vriesvak is te lang geopend. Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
Indrukken. Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld. De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie (vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur. Vanaf dit moment worden de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen. Het brandt als de ingestelde temperatuur opnieuw is bereikt.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is instelbaar van 2°C tot 8°C.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt. Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen. Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in het koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4 °C of kouder bereikt worden.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Vriesvak
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
→ "Koelvaktemperatuur instellen",
Pagina 103
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van -16 °C tot -24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet bij een temperatuur van -18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel tijd tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/
4
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Snelvriezen inschakelen.
→ "Handmatig Snelvriezen inschakelen", Pagina 104
- Bij apparaten met een vlakke diepvrieslade eerst deze met levensmiddelen vullen. Bij apparaten zonder vlakke diepvrieslade de onderste diepvrieslade eerst met levensmiddelen vullen.
- Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- Alle uitrustingsdelen verwijderen. → Pagina 109
- De levensmiddelen rechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt. - Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. - De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen. - Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de bovenste diepvrieslade leggen. Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invriezen. Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauwe eetbare levensmiddelen. Groente voor het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, poten, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten. Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18°C
Product Bewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket
Tot 6 maanden
| Product Bewaartijd |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maan-den |
| Groente, fruit Tot 12 maan-den |
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. Brood bij kamertemperatuur ontdooien. Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet te worden afgeveegd.
13 Reiniging en onderhoud
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming worden vermeden:
→ "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 109.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 uur voor het ontdooien Snelvriezen inschakelen. → "Handmatig Snelvriezen inschakelen", Pagina 104 De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de diepvrieswaren leggen.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 103
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Om het ontdooien te versnellen, zet een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak.
- Veeg het dooiwater op met een zachte doek of een spons.
- Wrijf het vriesvak droog met een zachte, droge doek.
- Sluit het apparaat elektrisch aan.
- Schakel het apparaat in. → Pagina 102
- Plaats de diepvrieslade met de diepvrieswaren opnieuw.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Schakel het apparaat uit. → Pagina 103
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- Als er een ijslaag aanwezig is, deze laten ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
- Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen.
13.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsies gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen. Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren. Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 108
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten.
- Het apparaat inschakelen.
→ Pagina 102
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje. → Fig. 7
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen, het apparaat uit.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen. → Fig. 8
Uittrekbaar legplateau verwijderen
- Het uittrekbare legplateau krachtig uittrekken tot de grendelnok losklikt. → Fig. 9
- Het legplateau neerlaten en zijwaarts naar buiten draaien.
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen. → Fig. 10
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
n1 Reiniging en onderhoud
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ① en verwijder deze ② → Fig.11
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ② → Fig.12
13.5 Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen
- De fruit- en groentelade uittrekken.
- Het legplateau verwijderen ① en omdraaien ② → Fig.13
- De bevestigingen van de onderste afdekking naar buiten drukken. → Fig. 14
- De afdekking aan de voorzijde optillen ① en eruit trekken ② → Fig. 15
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt nicht, in- dicates en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. • Voer de apparaatzelftest uit. → Page 114 • Na het verstreijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weever op normale werkung. |
| LED-verlichting functi- oneert nicht. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk. • Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| E of dverschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fouf geconstasteerd. 1. Schakel het apparaat uit. → Page 103 2. Koppel het apparaat los van de voedingsspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Sluit het apparaat na 5 minuten waar aan. 4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan con- tact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Temperatuurindicatie (vriesvak) knippert. | Temperatuur in het vriesvak was te hoog.1. Druk op ∅De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort dewarmste temperatuur waar die in het vriesvak hebtegeheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie(vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur.2. Druk op ∅De temperatuurindicatie (vriesvak) knippert Nietmeer. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) knippert en brandt. | Verschillende oorzaken zijn möglichk.◆ Druk op ∅◆ Schakel het alarm uit. |
| Deur van het apparaat is open.◆ Sluit de deur van het apparaat. | |
| Ventilatieroosters aan de buitenkant�ij afgedekt.◆ Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroosters. | |
| Er zich grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.◆ Overschrijd het vriesvermogen Niet.→ "Invriescapaciteit", Page 106 | |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzakenijken菩提.1. Schakel het apparaat uit. → Page 1032. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.→ Page 102- Als de temperatuur te hoop is, controlleren dan de temperatuur na eenaar uur opnieuw.- Als de temperatuur te laag is, controlleren de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.◆ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.→ Page 109 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draaait, bijv. koelaggregaat,ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat producerert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.◆ Controller de uitneembare uitrustingsdelen en zetze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of containers raken elkaar. |
| Apparaat producerert geluiden. | Haal flessen of containers van elkaar. |
| Snelvriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. | |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op de website van uw apparaat vindt u in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen. - De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weggooien. - Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 103
- Het apparaat na 5 minuten opnieuw inschakelen. → Pagina 102
- Binnen 10 seconden na het inschakelen vriesvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een akoestisch signaal klinkt.
De apparaatzelftest start. Tijdens de apparaatzelftest klinkt tussendoor een lang akoestisch signaal. Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen klinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur
toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
Als na het einde van de apparaat-zelftest 5 akoestische signalen weerklinken en het vriesvak gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.
15 Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 103
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat ontdooien.
→ Pagina 107
- Het apparaat reinigen. → Pagina 109
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen, het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen, plateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.

WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De stip geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijk recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1/4
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1/4
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.