RB280330 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RB280330 GAGGENAU in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RB280330 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RB280330 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RB280330 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RB280330 GAGGENAU
nl Gebruikershandleiding
RB 282
1.1 Algemene aanwijzingen 92
1.2 Bestemming van het apparaat 92
1.3 Inperking van de gebruikers .... 92
1.4 Veiliger transport 92
1.5 Veilige installment 93
1.6 Veilig gebruik 94
1.7 Beschadigd apparatus 96
2 Het voorkomen van materieleschade 98
3 Milieubescherming en besparing. 98
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 98
3.2 Energie bespare 98
4 Opstellen en aansluiten 98
4.1 Leveringsomvang 98
4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 99
4.3 Apparaat monteren 100
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 100
4.5 Apparaat elektrisch aanslui- ten 100
6.1 Legplateau. 101
6.2 Uittrekbaar legplateau 101
6.3 Uitklapbaar flessenrek..... 101
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar..... 101
6.5 Vlakke diepvrieslade 101
6.6 Deurrekken 101
6.7 Accessoires 101
7 De Bediening in essentie..... 102
7.1 Apparaat inschakelen 102
7.2 Opmerkingen bij het gebruik . 102
7.3 Machine uitschakelen 103
7.4 Temperatur instellen 103
8 Extra functions 103
8.1 Snelkoelen 103
8.2 Automatisch Snelvriezen 103
8.3 Handmatig Snelvriezen 103
8.4Vakantiemodus. 104
9 Alarm. 104
9.1 Deuralarm. 104
9.2 Temperatuuralarm 104
10 Koelvak. 105
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak. 105
10.2 Koudezones in het koelvak.. 105
10.3 Sticker "OK" 105
11 Vriesvak. 106
11.1 Invriescapaciteit 106
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 106
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 106
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 106
11.5 Houdbaarheid van de diep-vrieswaren bij -18 °C 107
11.6 Ontdooimethods voor diepvrieswaren 107
12 Ontdooien 107
12.1 Ontdooien in het koelvak. 107
12.2 Ontdooien in het vriesvak .... 108
13 Reiniging en onderhoud..... 108
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 108
13.2 Apparaat schoonmaken..... 109
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 109
13.4 Onderdelen eruit halen..... 109
13.5 Apparaatonderdelen demonteren 110
14 Storingen verhelpen 111
14.1 Stroomuitval. 114
14.2 Apparaatzelftestuitvoeren.... 114
15 Opslaan en afvoeren 114
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 114
15.2 Afvoeren van uw oude ap-paraat 115
16 Servicedienst 115
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 116
17 Technische gegevens 116

1 Veiligkeit
Neem de volgende verilgheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
Sluit het apparaat in geval van transportschade nicht aan.
1.2 Bestemming van het apparatus
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeiniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8aar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijkke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zich onder toe-zicht staan of+zijn geinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de waaruit resulterende bevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen nicht met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoudogens nicht worden uitgevoerd door kinderen indien denen nicht onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3aar enjonger dan 8aar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING-Kans op letse!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat nicht alleen optillen.
1.5 Veilige installment
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installations zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geinstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluten.
Het randaardesystem van de elektrische huisinstallatie要去 conform de elektrotechnische voorschriften zich geinstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij voorbeeld een tijschakelaar of besturing op afstand.
- Wanner het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanner vrij teogang nicht möglich is, moet in de vast geplaatste elektrische installmentie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installmenteverschriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer Niet worden afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zichn gesloten, dan kan bij eenlek van het koude circuit een brandhaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inboundbehuizing Niet af.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Het gebruik van een verlangd netsnoer en Niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
n1 Veiligheid
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen können oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen nicht aan de achterkant van de apparatenplaatsen.
1.6 Veilig gezruik
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend�回t kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan große但它 en vochtigheid. - Geen stoomreiniger of hopedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen können verpakkingsmaterialial over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmaterialui de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen nicht met verpakkingsmaterialial spelen.
Kinderen könnenkleine onderdeleninademen ofinslikkenen hier-door stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen nicht met keine onderdelen latenten spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddellekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant� aanbevolen.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare vrijfussen en explosieve stoffen kūn- nen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare vrijfussen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank können barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak Bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandaar koudemiddel enschadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanner de deur langereijd worden geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijkke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het Niet in contact kommt met andere levensmiddelen of op deze drupt. - Wanneer het koel-/vriesapparaat langereijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open lately, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kuren aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kuren aluminiumionen overdragen maar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen nicht consumeren.
1.7 Beschadigd apparatus
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparatusat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoeruit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst. Page 115 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.
Erogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING-Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kuren brandaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte.
Het apparatusuitschakelen. Pagina 103
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service-afdeling. Pagina 115
2 Het voorkomen van materièle schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kuren kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
Houd kunststoffdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kutnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddlesen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en können worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort geschienen afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat nicht bloot aan direct zonlicht.
-
Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
-
Houd 30~mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
Een nisdiepte van 560 mm gebruiken.
- Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of damit make.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: Deplaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- Nooit de ventilatie-openingen binnenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of zichmake.
Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raatplaatsen.
Leg om de koude van de diep-vriesproducten te benutten,dezeter ontdooing in het koelvak.
Laat altijd wat ruimte:tussen de levensmiddelen en de hinterwand. - Ontdooi het vriesvak regelmatig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of once servicedienst Pagina 115 contact op.
De levering bestaat UIT:
Inbouw
Uitrusting en accessoires
Montagematerialiaal
Montagehandleiding
Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebijlagé
Energielabel
Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstello-catie
WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wonneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandaar gasluchtmensgel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m^3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. Fig. 1/4
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 bedragen.
De ondergrond moet stabel genoeg zichn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimteteperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/4
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparatus is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperaatur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gezebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan+kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5^ wordenuitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inboundwt. Bij afwijkingen+kennen problemen optredenijdens de installmente van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560~mm in.
Bij eenkleinere nisdiepte wordt het energieverbruikiets hoger.De nisdiepte moet minimaal 550~mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560~mm nodig.
Als u 2 apparaten naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de apparaten minimaal een tussenafstand van 150~mm aanhonden.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal er uit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstripsen karton.
- Het apparaat voor de eerste koer reinigen. Pagina 109
4.5 Apparaat elektrisch aansluten
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. Fig. 1/4 - De netstekker op vastheid controllederen.
- Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparatusl leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Fig. 1
| A | Koelvak → Pagina 105 |
| B | Vriesvak → Pagina 106 |
| 1 | Bedieningspaneel → Pagina 100 |
| 2 | Uittrekbaar legplateau → Pagina 101 |
| 3 | Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 101 |
| 4 | Typeplaatje → Pagina 116 |
| 5 | Vlakke diepvrieslade → Pagina 101 |
| 6 | Diepvrieslade → Pagina 110 |
| 7 | Deurrek voor große flessen → Pagina 101 |
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen+zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kut u alle functies van uw apparaat instellen en informatatie krijgen over de gebruikstoestand.
Fig. 2
1 * (koelvak) schakelt Snelkoe- len in ofuit.
2 -+koelvak) stelt de temperatuur van het koelvak in.
3 Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in ^ C
4 schakelt devakantiemodus in ofuit.
5 schakelt het waarschuwingssignaaluit.
6 -/(vriesvak) stelt de temperatuur van het vriesvak in.
7 Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in ^ C
8 ** (vriesvak) schakelt Snelvriezen in ofuit.
9 ① schakelt het apparaat in ofuit.
6 Ultrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappenaar wens te varieken, kunt u het schap uitmelen en opeen andere positie weeplaatsen.
"Plateau verwijderen",agina 109
6.2 Uittrekbaar legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te konnen uittnemen, trekt u het uittrekbare legplateau er uit.
6.3 Uitklapbaar flessenrek
Bewaar flessen veilig op het uitklapbare flessenrek.
Om het flessenrek te gebruiken, klapt u de metalen beugel maar beneden.
Fig. 3
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar en een speciale affdichting kurz u de lucht-vochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kurz u vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang bewaren als bij een conventionelebewaarmethode.
Fig. 4
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveeelheid
bewaarde levensmiddelen door hetverschuiven van de
vochtigheidsregelaar instellen:
Lage luchtvochtigheid bij overwegenbewaren van fruit of hoge belading.
Hoge luchtvochtigheid overwegend bewaren van groente alsook bij gemengde belading of geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmid-delen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doeK en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven,要去 koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperatures van ca. 8^ tot 12^ , bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Vlakke diepvrieslade
Bewaar vlakke diepvrieswaren, de houder voor ijsblokjes en de ijsschep in de vlakke diepvrieslade.
6.6 Deurrekken
Om het deurrek maar behoefte te variërenkest u het deurrek eruit nemen en op een andere positie weeerplaatsen.
"Deurrek verwijderen", Pagina 109
6.7 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zich op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zich afhankelijk van het model.
n! De Bediening in essentie
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Flessenhouder
De flessenhouser voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen.
De metalen beugel samendrukken ① en de flessenhouser zo dicht mogelijk gegen de fles schuiven ②
Fig. 5
Diepvriesschaal
In de diepvriesladen=kunt u Kleinere hoeveelheden voedingsmiddelensnelinvriezen,bijv.bessen,stukken fruit,kruiden en groenten.
Fig. 6
De diepvriesproducten gelijkmatig in de diepvriesschaal verdelen en ca. 10 tot 12 uur latent invriezen. Vervogens in een diepvrieszak of een diepvriesdoos doeon.
Koude-accu
Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen, bijv. in een koeltas.
Tip: De koude-accu vertraagt bij het uittallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te make.
IJsblokjes make
Gebruik voor het make van ijsblokjesuitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 3 / 4 met drinkwater enplaats deze in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal al-leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te make n de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essen-tie
7.1 Apparaat inschakelen
- Indrukken.
Het apparatus begint te koelen.
Er werkklassen waarschuwingsignaal, de temperatuurindicatie (vriesvak) knippert en brandt omdat het vriesvak nog te warm is.
- Het waarschuwingssignaal met uitschakelen.
gaat uit zodra de ingesteldetemperatuur is bereikt. - De gewenste temperatuur instellen. Pagina 103
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wonneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatur wirdt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De behuizing rond het vriesvak worden tijdelijk Licht verwarmd. Dit voorkomtORMing van condenswater in de zone van de deurafdichting.
Wanner u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblick tot de onderdruk worden gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
indrukken.
7.4 Temperatur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op (koelvak) drukken tot de temperatuurindicatie (koelvak) de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4^. "Sticker "OK""', Pagina 105
Vriesvaktemperatuur instellen
- Zo vaak op (vriesvak) drukken tot de temperatuurindicatie (vriesvak) de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt -18^ .
8 Extra functions
8.1 Snelkoelen
Bij het Snelkoelen koelt het koelvak zo koud möglichk.
Schakel Snelkoelen voor het inladen van groe hoeveelheden levensmiddelen in.
Opmerking: Als Snelkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Snelkoelen inschakelen
Druk op *koelvak).
^* (koelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werkinq.
Snelkoelen uitschakelen
(koelvak) indrukken.
Devoordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.2 Automatisch Snelvriezen
Bij het automatisch Snelvriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werk. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de Kern. De automatische Snelvriezen schaekt in als u verse levensmiddelen in dechter op de groe diepvrieslade geplaatste driepvriesschaal of van rechts beginnend in de vlakke diepvrieslade legt.
Als het automatisch Snelvriezen is ingeschakeld, brandt * (vriesvak) en er kurenmeer geluiden ontstaan. Het apparaat schakelt na het verstijken van het automatisch Snelvriezen op normale werkung.
Automatisch Snelvriezen annuleren
Druk op *vriesvak).
Devoordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.3 Handmatig Snelvriezen
Bij het Snelvriezen koelt het vriesvak zo koud möglichk.
Schakel Snelvriezen 4 tot 6 eer voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Snelvriezen.
"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 106
Opmerking: Als Snelvriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Alarm
Handmatig Snelvriezen inschakelen
Druk op * (vriesvak).
^* (vriesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 60 our schakelt het apparaat over op de normale werkung.
Handmatig Snelvriezen uitschakelen
Druk op *vriesvak).
Devoordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.4 Vakantiemodus
Als u langereijd afwezig bent,kest u het apparaat in de energiebesparendevakantiemodus schakelen.

VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Terwijl devakantiemodus is ingeschakeld,warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven.
Bij een ingeschakeldevakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren.
Het apparatus stelt de temperaturen automatisch om.
Koelvak 14 °C
Vriesvak Temperatuur ongewijzigd
Vakantiemodus inschakelen
indrukken.
brandt.
De temperatuurindicatie (koelvak) toont geen temperatuur.
Vakantiemodus uitschakelen
indrukken.
Devoordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere..., tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal.
Deuralarm uitschakelen
De apparatusatdeur sluiten of op drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanner het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en brandt.

VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kuren bacteriën zich vermeerdenen en kuren de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opniew invriezen.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende geallen inschakelen:
- Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wonneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Snelvriezen inschakelen.
- De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controller of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
indrukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie (vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur.
Vanaf dit moment worden de warmste temperatuur opniew bepaalden in het geheugen opgeslagen.
brandt als de ingestelde temperatur opniew is bereikt.
10 Koelvak
In het koelvak(Int)kunt u vlees, worst vis,melkproducten,eieren,bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2^ tot 8^ instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ooklicht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, deste longer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK=kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4^ of kouder bereikt zich.
De sticker OK worden nicht bij alle modellen meegeleverd.
nVriesvak
Wanneer de sticker OK nicht weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
"Koelvaktemperatuur instellen",
Pagina 103
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak(Int u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes make.
De temperatuur is van -16^ tot -24^ instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidden要去en temperatuur van - 18^ oflager gebeuren.
Door het invriezen(Int) u bederfelijke levensmiddelen gedurende langeijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel eer tot in de Kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/
4
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 ur vór het inladen van verse levensmiddelen, Snelvriezen inschakelen.
"Handmatig Snelvriezen inschakelen", Pagina 104
- Bij apparaten met een vlakke diepvrieslade eerst deze met levensmiddelen vullen. Bij apparaten zonder vlakke diepvrieslade de onderste diepvrieslade eerst met levensmiddelen vullen.
- Verse levensmiddlesen zo zicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doein.
- Alle uitrustingsdelen verwijderen. Pagina 109
- De levensmiddelenrechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
- Breng in te vriezen levensmiddelen nicht in aanraking met ingevroen levensmiddelen.
- De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen.
- Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de bovenste diepvrieslade leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidden
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddleslen per portie invri- zen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eebare levensmiddelen.
Groente Voor het invriezen wassen, kleiner make en blancheren.
Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascombinezuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, poter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kripsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmaterial en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18^
Product Bewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket
Tot 6 maanden
| Product Bewaartijd |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maan-den |
| Groente, fruit Tot 12 maan-den |
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kuren bacteriën zich vermeerdenen en kuren de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opniew invriezen.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op dechterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. Dechterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat maar de verdampingsschaal en hoeft nicht worden afgeveegd.
n1 Reiniging en onderhoud
Neem de volgende informatatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming worden vermeden:
"De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 109.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit nicht automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 eer voor het ontdooien Snelvriezen inschakelen.
"Handmatig Snelvriezen inschakelen", Pagina 104
De levensmiddelen bereiken hier-door heel lage temperaturen en u-kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren. - De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koeleplaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
- Het apparatusuitschakelen.
Pagina 103 - Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Het dooiwater met een zachte doek of een spon opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
-
Het apparaat elektrisch aansluiten.
-
Het apparaat inschakelen.
Pagina 102 - De diepvrieslade met de diepvrieswaren opnieuw plaatsen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontogankelijkkeplaatsen要去 door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst konnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparatusuitschakelen.
Page 103 - Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddlesen eruit halen en op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koeelementen op de levensmiddelen leggen. - Als een rijplaag voorhanden is, deze lately ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoiresuit het apparaat.
Page 109
- Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen.
Page 110
13.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hagedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk sein. - Het afwaswater mag nicht in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkommen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsies gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reingingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reingingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag nicht in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen.Deze cervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen. - Apparaat voorbereiden voor reining. Pagina 108
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutral af-wasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
-
De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen.
-
Het apparaat elektrisch aansluiten.
- Het apparaat inschakelen.
Pagina 102
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
Fig. 7
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanner u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen unde het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen.
Fig. 8
Uittrekbaar legplateau verwijderen
- Het uittrekbare legplateau krachtig uittrekken tot de grendelnok los-klikt.
Fig. 9 - Het legplateau neerlaten en zijwaarts maar buiten draaien.
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
Fig. 10
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aan-slag uittrekken.
n1 Reiniging en onderhoud
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op 1en verwijder deze ② Fig.11
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ② Fig.12
13.5 Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelenuit uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen
- De fruit- en groentelade uittrekken.
- Het legplateau verwijderen 1 en omdraaien ② Fig.13
- De bevestigingen van de onderste afdekking maar buiten drukken. Fig. 14
- De afdekking aan de voorzijde optillen ① en awhile er uit trekken ② Fig. 15
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat(Int)kunt u zelf verhelpen.Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatatie over het verhelpen van storingen.Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparations zijn gevaarlijk.
- Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. - Als het netsnoor van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt nicht, in- dicates en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. • Voer de apparaatzelftest uit. → Page 114 • Na het verstreijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weever op normale werkung. |
| LED-verlichting functi- oneert nicht. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk. • Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| E of dverschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fouf geconstasteerd. 1. Schakel het apparaat uit. → Page 103 2. Koppel het apparaat los van de voedingsspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Sluit het apparaat na 5 minuten waar aan. 4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan con- tact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Temperatuurindicatie (vriesvak) knippert. | Temperatuur in het vriesvak was te hoog.1. Druk op ∅De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort dewarmste temperatuur waar die in het vriesvak hebtegeheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie(vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur.2. Druk op ∅De temperatuurindicatie (vriesvak) knippert Nietmeer. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) knippert en brandt. | Verschillende oorzaken zijn möglichk.◆ Druk op ∅◆ Schakel het alarm uit. |
| Deur van het apparaat is open.◆ Sluit de deur van het apparaat. | |
| Ventilatieroosters aan de buitenkant�ij afgedekt.◆ Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroosters. | |
| Er zich grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.◆ Overschrijd het vriesvermogen Niet.→ "Invriescapaciteit", Page 106 | |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzakenijken菩提.1. Schakel het apparaat uit. → Page 1032. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.→ Page 102- Als de temperatuur te hoop is, controlleren dan de temperatuur na eenaar uur opnieuw.- Als de temperatuur te laag is, controlleren de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.◆ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.→ Page 109 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draaait, bijv. koelaggregaat,ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat producerert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.◆ Controller de uitneembare uitrustingsdelen en zetze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of containers raken elkaar. |
| Apparaat producerert geluiden. | Haal flessen of containers van elkaar. |
| Snelvriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. | |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindt.
Op unsere website van uw apparaat vindt in de technische gegevens debewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig möglich openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddelijk na de stroomuitval controlleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5^ zich, weggoieten.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opniew invriezen.
14.2 Apparaatzeltestuitvoeren
- Het apparatusuitschakelen.
Pagina 103 - Het apparaat na 5 minuten op-nieuw inschakelen. Pagina 102
- Binnen 10 seconden na het inschakelen vriesvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een akoestisch signaal werkblinkt.
De apparatuszelftest start.
Tijdens de apparaatzelftest werkklinkt tussendoor een lang akoes-tisch signaal.
Als na het einde van de apparaat-zelftest 2 akoestische signalen werkklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur
toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werkinq.
Als na het einde van de apparaat-zelftest 5 akoestische signalen werkklinken en **vriesvak) gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
15 Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparatusuitschakelen.
Pagina 103
- Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat ontdooien.
Pagina 107
- Het apparatus reinigen.
Page 109 - Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend lately.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijk afvoer kuren waardevolle grondstoffen opniewuwen worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen können zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gereken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades Niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparatusaat honden.

WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kuren brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen ontsnappen enontsteken.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
- De stekker van het netsnoeruit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kurz u informatatie verkrijgen over de actuèle afvoermethoden.

Dit apparatus is gekenmerkt in overeenstemming met de Europeserechtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De zichlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Als uvragen hebtt, een storing aan het apparaat Niet zich kunt verhopen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met once servicedienst.
Originele verrangende onderdelen die relevant় voor de werkinq in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kut u voor de duur van ten minste 10aar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij荃ze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicededienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden Gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2aar in overeenstemming met de geldendeplaatselijk garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doeen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijkrecht heeft.
Gedetailleerde informatatie over de garantiepiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij once servicedienst, uw dealer of op once website.
Als u contact opneem met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparatusaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op once website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparatus.
Fig. 1/4
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te+kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
Fig. 1/4
Meer informatatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/'. Dit webadres verwijstaar de officiele EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoekenaar het model op.De modelidentificatie bestaatuit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje.Alternatifiek vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.