RC222203 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RC222203 GAGGENAU in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RC222203 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RC222203 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RC222203 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RC222203 GAGGENAU
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 67
Voordat u het apparaat in gebruik neemt 67
Kinderen in het huishouden 68
Algemene bepalingen 68
Aanwijzingen over de afvoer 68
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat 68
Afvoeren van uw oude apparaat 69
Omvang van de levering 69
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte 69
Omgevingstemperatuur 69
Beluchting 70
Nisdiepte 70
De juiste plaats 70
Apparaat aansluiten 70
Elektrische aansluiting 70
Kennismaking met het apparaat 71
Bedieningselementen 72
Apparaat inschakelen 72
Aanwijzingen bij het gebruik 73
Instellen van de temperatuur 73
Alarm function 73
Deuralarm 73
Alarm uitschakelen 73
Netto-inhoud 73
De koelruimte 73
In acht nemen bij het bewaren 73
Let op de koudezones in de koelruimte 74
Groentelade met vochtigheidsregelaar 74
Snelkoelen 75
In- en uitschakelen 75
Uitvoering 75
Glasplateaus 75
Uittrekbaar glasplateau 75
Wijn- en champagnerek 75
Flessenhouder 76
Sticker „OK” 76
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 76
Uitschakelen van het apparaat 76
Buiten werking stellen van het apparaat 76
Ontdooien 76
Koelruimte 76
Schoonmaken van het apparaat 77
Uitvoering 77
Luchtjes 78
Verlichting (LED) 79
Energie besparen 79
Bedrijfsgeluiden 79
Heel normale geluiden 79
Voorkomen van geluiden 79
Kleine storingen zelf verhelpen 80
Zelftest apparaat 81
Zelftest starten 81
Zelftest apparaat beëindigen 81
Servicedienst 81
Verzoek om reparatie en advies bij storingen 81

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
- Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
-
Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
-
Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
- Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt om levensmiddelen te koelen.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
⚠ Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
• Inbouwapparaat
• Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagemateriaal
- Gebruiksaanwijzing
• Montagevoorschrift
- Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
Klimaatklasse Toelaatbare omgevings- temperatuur
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.

text_image
E - Nr FD - NrAanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte - minstens 550 mm - wordt het energieverbruik iets hoger.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30 cm.
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controlleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
⚠ Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

text_image
1-5 6 7 8 9 10 11 12* Niet bij alle modellen.
1-5 Bedieningselementen
6* Ventilator
7 Verlichting
8 Glasplateau in de koelruimte
9 Uittrekbaar glasplateau
10 Groentelade met vochtigheidsregelaar
11 Voorraadvak in de deur
12 Vak voor grote flessen
Bedieningselementen

text_image
Ø - Y + * 124 31 Toets Aan/Uit Ⓘ
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Snel-toets koelruimte \*
Dient voor het in- en uitschakelen van het snelkoelen (zie het hoofdstuk Snelkoelen).
3 Temperatuurinsteltoetsen koelruimte +/-
Met deze toetsen wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
4 Temperatuurindicatie koelruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.
5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
Apparaat inschakelen
Het apparaat met de toets Aan/Uit Ⓘ inschakelen.
De temperatuurindicatie toont de ingestelde temperatuur.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.
Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen van het apparaat kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
- Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje naar de koelmachine, waar het verdampt.

Instellen van de temperatuur
De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.
Temperatuur-insteltoets +/- net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op temperatuurindicatie koelruimte.
Alarm function
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Alarm uitschakelen
De alarm-toets ♗ indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”).
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
- Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
- Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
- De koelste zone bevindt zich tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder.
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
- De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.

Groentelade met vochtigheidsregelaar
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met een vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. Hierdoor kunnen vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang worden bewaard als bij een conventionele bewaarmethode.
De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid levensmiddelen:
• overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid
• overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid

Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C.
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Snelkoelen
Tijdens het snelkoelen wordt de koelruimte ca. 15 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het snelkoelen ingestelde temperatuur.
Het snelkoelen inschakelen bijv.:
- vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.
• om dranken snel te koelen.
Aanwijzing
Als het snekoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Snel-toets koelruimte * indrukken.
De toets is verlicht wanneer het snelkoelen is ingeschakeld.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
U kunt de legplateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Legplateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.

Uittrekbaar glasplateau
Voor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken.

In het wijn- en champagnerek kunt u flessen veilig bewaren. Als u plaats voor andere levensmiddelen nodig hebt, kunt u de metalen beugel omhoog klappen.

De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.

(niet bij alle modellen)
Met de „OK“-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK“ aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Toets Aan/Uit Ⓐ indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open laten.
Ontdooien
Koelruimte
Wanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand van de koelruimte. Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen. Het dooiwater loopt door het dooiwatergootje en het afvoergat naar de verdampingsbak, waar het verdampt.
Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.

Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddelen weer aanbrengen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Uittrekbaar glazen legplateau verwijderen
Hendel aan de onderzijde aan beide zijden ingedrukt houden, glasplateau naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.

De schuiflade moet worden verwijderd om de dooiwatergoot te reinigen.
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.

Legplateaus uit de deur nemen
Legplateaus optillen en verwijderen.

Glasplateau boven de groentelade verwijderen
Het glasplateau kunt u verwijderen en uit elkaar nemen om het te reinigen.
Aanwijzing
De groentelade uittrekken voordat u het glasplateau verwijderd.

Reservoir verwijderen
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ①.
- Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).
- Alle verpakkingen reinigen.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat.
- Een nisdiepte van 560 mm aanhouden. Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. - Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.
- De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. |
| De verlichting functioneert niet. | De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)". | |
| De deur stond te lang open.De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer. | |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. | Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat"). |
| In de koelruimte is het te koud. | De temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen. | |
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Bij het inladen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Snelkoelen inschakelen (zie het hoofdstuk Snelkoelen). | |
| Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat").Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. | |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen met de toets Aan/Uit ① en 5 minuten wachten.
- Het apparaat met de toets Aan/Uit ① inschakelen.
- Binnen de eerste 10 seconden de sneltoets van de koelruimte * 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.
Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven, is uw apparaat in orde.
Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de sneltoets van de koelruimte * 10 seconden knippert, is er sprake van een fout. Neem contact op met de Service.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

text_image
E - Nr FD - NrDoor vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 088 424 4030
B 070 222 148