RB289203 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RB289203 GAGGENAU in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RB289203 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RB289203 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RB289203 GAGGENAU
- Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat 91
- Afvoeren van uw oude apparaat 91 Omvang van de levering 91 Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 92 Omgevingstemperatuur 92 Beluchting 92 De juiste plaats 92 Apparaat aansluiten 92 Elektrische aansluiting 92 Kennismaking met het apparaat 93 Bedieningselementen 94 Apparaat inschakelen 94 Aanwijzingen bij het gebruik 94 Instellen van de temperatuur 95 Koelruimte 95 Verskoelruimte 95 Diepvriesruimte 95 Alarmfuncties 95 Deuralarm 95 Temperatuuralarm 95 Alarm uitschakelen 95 Netto-inhoud 95 Vriesvermogen volledig benutten 95 De koelruimte 96 In acht nemen bij het bewaren 96 Let op de koudezones in de koelruimte 96 Snelkoelen 96 In- en uitschakelen 96 De verskoelruimte 97 Verskoellade 97 Vochtlade 97 Geschikt om vers te koelen: 97 Bewaartijden (bij 0 °C) 97 De diepvriesruimte 97 De diepvriesruimte gebruiken 97 Maximale invriescapaciteit 97 Voorwaarden voor max. invriesvermogen 97 Invriezen en opslaan 98 Inkopen van diepvriesproducten 98 Attentie bij het inruimen 98 Diepvrieswaren opslaan 98 Verse levensmiddelen invriezen 98 Diepvrieswaren verpakken 98 Houdbaarheid van de diepvrieswaren 98 Snelvriezen 99 In- en uitschakelen 99 Ontdooien van diepvrieswaren 99 Uitvoering 99 Glasplateau 99 Uittrekbaar glasplateau 100 Serveerschaal 100 Wijn- en champagnerek 100 Flessenhouder 100 Gastronorm-schaal 101 Getrapt legplateau 101 Getrapte legplateau veranderen 101 IJsbakje 101 Koude-accu 102 Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 102 Uitschakelen van het apparaat 102 Buiten werking stellen van het apparaat 10288 Ontdooien 102 De koel- en verskoelruimte 102 Diepvriesruimte 102 Apparaat reinigen 103 Uitvoering 103 Luchtjes 105 Verlichting (LED) 105 Energie besparen 105 Bedrijfsgeluiden 105 Heel normale geluiden 105 Voorkomen van geluiden 106 Kleine storingen zelf verhelpen 106 Servicedienst 107 Verzoek om reparatie en advies bij storingen 10789 m Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken. Bij beschadiging ▯ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ▯ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ▯ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ▯ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. Bij het gebruik ▯ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! ▯ Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! ▯ Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ▯ Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! ▯ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.90 ▯ Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ▯ Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ▯ Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ▯ De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ▯ Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. ▯ Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! ▯ Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! ▯ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden! Kinderen in het huishouden ▯ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! ▯ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! ▯ Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt ▯ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ▯ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.91 Aanwijzingen over de afvoer
- Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
- Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen met
de stekker verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen
om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat
spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ▯ Inbouwapparaat ▯ Uitrusting (modelafhankelijk) ▯ Zakje met montagemateriaal ▯ Gebruiksaanwijzing ▯ Montagevoorschrift ▯ Klantenserviceboekje ▯ Garantiebijlage ▯ Informatie over energieverbruik en geluiden Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Omgevingstemperatuur Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje. Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Beluchting De be- en ontluchting van de koelmachine vindt uitsluitend via het ventilatierooster in de plint plaats. Het ventilatierooster nooit afdekken of er iets voor zetten. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De juiste plaats Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht: ▯ Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm. ▯ Naast een CV-installatie 30 cm. Apparaat aansluiten Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt. Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +16 °C tot 38 °C T +16 °C tot 43 °C FD - Nr E - Nr93 Kennismaking met het apparaat Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
A Koelruimte B Verskoelruimte C Diepvriesruimte 1-8 Bedieningselementen 9 Toets Aan/Uit 10 Glasplateau in de koelruimte 11 Getrapt legplateau met gastronorm- schaal 12 Verlichting koelruimte 13 Uittrekbare glasplaat met serveerschaal 14 Verlichting verskoelruimte 15 Verskoellade 16 Vochtfilter 17 Vochtlade 18 Diepvrieslade (klein) 19 Glasplateau in de diepvriesruimte 20 Diepvrieslade (groot) 21 Voorraadvak in de deur 22 Vak voor grote flessen 23 Be- en ontluchtingsopening94 Bedieningselementen Apparaat inschakelen
1. Het apparaat met de toets Aan/Uit ÿ
inschakelen. Er klinkt een alarmsignaal, de temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert en de alarmtoets Ú brandt.
2. Door de alarmtoets Ú in te drukken wordt
het alarmsignaal uitgeschakeld. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is. De fabriek adviseert de volgende temperaturen: ▯ Koelruimte: +4 °C ▯ Verskoelruimte: rond de 0 °C ▯ Diepvriesruimte: -18 °C Aanwijzingen bij het gebruik ▯ Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. ▯ Door het volledig automatische No Frost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig. ▯ De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. ▯ Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
1 Alarmtoets Ú Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”). 2 Snel-toets diepvriesruimte h Dient voor het in- en uitschakelen van het snelvriezen, zie het hoofdstuk Snelvriezen. 3 Temperatuurinsteltoets diepvriesruimte C Met de toets wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld. 4 Temperatuurindicatie Diepvriesruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C. 5 Snel-toets koelruimte Û Dient voor het in- en uitschakelen van het snelkoelen (zie het hoofdstuk Snelkoelen). 6 Temperatuurinsteltoets koelruimte C Met de toets wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld. 7 Temperatuurindicatie koelruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C. 8 Bedrijfsindicatie De bedrijfsindicatie brandt als het apparaat in gebruik is.95 Instellen van de temperatuur Koelruimte De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C. Temperatuurinsteltoets koelruimte C meermaals indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op temperatuurindicatie koelruimte. Verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte is in de fabriek op ca. 0 °C ingesteld. Deze instelling liefst niet veranderen. Als zich op de koelwaren rijp of ijs vormen, dan kan de temperatuur warmer worden ingesteld. (Zie hoofdstuk „Kleine storingen zelf verhelpen”.) Diepvriesruimte De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C. Temperatuurinsteltoets diepvriesruimte C meermaals indrukken tot de gewenste diepvriesruimtetemperatuur is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op temperatuurindicatie diepvriesruimte. Alarmfuncties Deuralarm Wanneer het apparaat langer dan een minuut openstaat, wordt het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) ingeschakeld. Door de deur te sluiten of op de alarmtoets 1 te drukken, wordt het waarschuwingssignaal uitgeschakeld. Temperatuuralarm Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien. ▯ De alarmtoets Ú knippert: De diepvrieswaren lopen gevaar of waren in gevaar. ▯ De alarmtoets Ú brandt: De diepvrieswaren lopen geen gevaar. Aanwijzing Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en- klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen: ▯ bij het in gebruik nemen van het apparaat, ▯ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, ▯ als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd. Alarm uitschakelen De alarm-toets Ú indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen. Netto-inhoud De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Vriesvermogen volledig benutten Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld. Onderdelen eruit halen Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Aanwijzing Voor het aanbrengen van de diepvrieslade met rails moeten de rails zijn uitgeschoven.96 De koelruimte De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas. In acht nemen bij het bewaren ▯ Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. ▯ Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. ▯ De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. ▯ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Aanwijzing Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen. Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones: ▯ De koudste zones bevinden zich bij de achterwand, op de uittrekbare glasplateaus en in de serveerschaal. Aanwijzing In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees. ▯ De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzing Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. Snelkoelen Tijdens het snelkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het snelkoelen ingestelde temperatuur. Het snelkoelen inschakelen bijv.: ▯ vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. ▯ voor het snelkoelen van dranken. Aanwijzing Als het snekoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen Snel-toets koelruimte Û indrukken. De toets is verlicht wanneer het snelkoelen is ingeschakeld.97 De verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen. In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone – voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak. Verskoellade Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk. Vochtlade De vochtlade wordt afgedekt door een speciaal filter dat de luchtvochtigheid in de lade optimaal houdt. Daardoor heerst er in de vochtlade, afhankelijk van de vulling, een luchtvochtigheid tot 95%. Dit bewaarklimaat is ideaal voor vers fruit, sla, groente, kruiden en champignons. Aanwijzingen ▯ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa + 8 °C tot 12 °C. ▯ Afhankelijk van de hoeveelheid en het soort bewaarde levensmiddelen kan zich condenswater vormen in de vochtlade. Condenswater verwijderen met een droge doek. Geschikt om vers te koelen: In de verskoellade: Vis, zeevruchten, vlees, worstwaren, melkproducten, kant-en-klaarmaaltijden In de vochtlade: ▯ Groente (bijv. worteltjes, asperges, selderie, look, rode bieten, champignons, koolsoorten zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, koolrabi) ▯ Sla (bijv. veldsla, ijsbergsla, witlof, kropsla) ▯ Kruiden (bijv. dille, peterselie, bieslook, basilicum) ▯ Fruit (niet-koudegevoelige soorten, zoals appels, perziken, bessen, druiven) Bewaartijden (bij 0 °C) De diepvriesruimte De diepvriesruimte gebruiken ▯ voor het opslaan van diepvriesproducten, ▯ om ijsblokjes te maken, ▯ om levensmiddelen in te vriezen. Aanwijzing Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Voorwaarden voor max. invriesvermogen ▯ Snelvriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Snelvriezen”). ▯ Uitrustingsdelen verwijderen. ▯ Stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte. Aanwijzing De ventilatiesleuf aan de achterwand niet met diepvrieswaren afdekken. ▯ Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop Verse vis, zeevruchten max. 3 dagen Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) max. 5 dagen Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) max. 7 dagen Gerookte vis, broccoli max. 14 dagen Sla, venkel, abrikozen, pruimen max. 21 dagen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool max. 30 dagen98 Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten ▯ De verpakking mag niet beschadigd zijn. ▯ Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ▯ De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ▯ De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Attentie bij het inruimen ▯ Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. ▯ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. Aanwijzing De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen. Diepvrieswaren opslaan De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen. Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ▯ Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. ▯ Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie- lasapparaat worden dichtgelast. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ▯ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ▯ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. ▯ Groente, fruit: tot 12 maanden.99 Snelvriezen De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven. Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het snelvriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende. Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het snelvriezen in te schakelen. Kleine hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg) kunt u zonder snelvriezen invriezen. Aanwijzing Als het snelvriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen Snel-toets diepvriesruimte h indrukken. Is snelvriezen ingeschakeld, dan licht de toets op. Het snelvriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld. Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ▯ bij omgevingstemperatuur ▯ in de koelkast ▯ in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator ▯ in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en- klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Uitvoering (niet bij alle modellen) Glasplateau Om hoge voorwerpen te bewaren, kunt u de positie van het glasplateau veranderen.
1. De glasplaat om eruit te halen schuin naar boven
trekken en eruit halen.
2. Stoppen verplaatsen.
3. Bij het opnieuw aanbrengen plaatst u het
glasplateau eerst op de achterste stoppen en laat u het daarna vooraan vastklikken.
Uittrekbaar glasplateau Voor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken. Serveerschaal In de serveerschaal kunt u voorbereide gerechten, bijv. worst- of kaasschotels, koel bewaren en serveren. Aanwijzing De levensmiddelen afdekken met folie om geur- en smaakvermenging te voorkomen. Wijn- en champagnerek In het wijn- en champagnerek kunt u flessen veilig bewaren. Als u plaats voor andere levensmiddelen nodig hebt, kunt u de metalen beugel omhoog klappen. Flessenhouder De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.101 Gastronorm-schaal In de gastronorm-schaal kunnen levensmiddelen plaatsbesparend in de koelruimte worden bewaard. Getrapt legplateau Voordat u het getrapte legplateau kunt verwijderen, dient u de gastronorm-schalen te verwijderen. Het getrapte legplateau vooraan optillen, eruit trekken en zijwaarts naar buiten draaien. Getrapte legplateau veranderen Wanneer u een andere maat gastronorm-schaal wil gebruiken, kunt u de posities van de houders veranderen. IJsbakje IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel). Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Koude-accu (indien meegeleverd, aantal stuks verschillend) De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt. De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden. Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaat Toets Aan/Uit ÿ indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.
Ontdooien De koel- en verskoelruimte Wanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand van de koelruimte. Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen. Het dooiwater loopt door het dooiwatergootje en het afvoergat naar de verdampingsbak, waar het verdampt. Aanwijzing Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen. Diepvriesruimte Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.103 Apparaat reinigen
Attentie ▯ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ▯ Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ▯ De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! Ga als volgt te werk:
1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
2. De stekker uit het stopcontact trekken of de
zekering uitschakelen.
3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele
plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek
en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het spoelwater mag niet in de verlichting of door het afvoergat in de verdampingsbak komen.
6. Deurafdichting alleen met schoon water
schoonmaken en grondig droogwrijven.
7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en
Aanwijzingen ▯ Het watergootje A kunt u ter reiniging verwijderen. Dooiwatergootje en afvoergaatje B regelmatig met een wattenstaafje schoonmaken zodat het dooiwater kan weglopen. ▯ Het stopje in het afvoergaatje van de koelruimte moet er om technische redenen na het schoonmaken weer ingedrukt worden. Uitvoering Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Uittrekbaar glasplateau
1. Serveerschaal verwijderen.
2. Glazen legplateau losmaken door het vooraan uit
verwijderen. Aanwijzing Het uittrekbare glazen legplateau brengt u aan door het achteraan op de rails te plaatsen, erin te steken en dan vooraan te laten vastklikken. Getrapt legplateau Het getrapte legplateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien om het te verwijderen. Bij het aanbrengen het getrapte legplateau eerst in de openingen achteraan schuiven en dan neerleggen.
Verskoel- en vochtlade Om de lade te verwijderen, deze uittrekken, naar voren kantelen en optillen. Bij het terugplaatsen het reservoir vooraan op de rails zetten en in het apparaat schuiven. Door het inschuiven klikt de lade vast in het apparaat. Vochtfilter eruit halen Het vochtfilter boven de vochtlade kan worden verwijderd om hem te reinigen. Daartoe eerst de vochtlade verwijderen en het vochtfilter eruit trekken. De filterafdekking, eraf halen en het filter eruit halen. Reinigen in lauw water, laten opdrogen en weer samenbouwen. Uittrekbare rails demonteren
1. De rail uittrekken.
2. Vergrendeling in de richting van de pijl schuiven.
3. Uittrekbare rails van de achterste pen losmaken.
4. Uittrekbare rails in elkaar schuiven, boven de
achterste pen naar achteren schuiven en ontgrendelen. Uittrekbare rails monteren
1. Uittrekbare rails in uitgetrokken toestand op
de voorste pen zetten.
2. Uittrekbare rails om vast te klikken iets naar voren
3. Uittrekbare rails op de achterste pen erin zetten.
4. Vergrendeling naar achteren schuiven.
Diepvrieslade verwijderen Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Aanwijzing Voor het aanbrengen van de diepvrieslade met rails moeten de rails zijn uitgeschoven.
Voorraadvak in de deur Vakken in de deur iets optillen en eruit halen. Luchtjes Als u onaangename luchtjes ruikt:
1. Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ÿ.
2. Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk
Schoonmaken van het apparaat).
4. Alle verpakkingen reinigen.
5. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht
verpakken om luchtjes te voorkomen.
6. Apparaat weer inschakelen.
7. Levensmiddelen inruimen.
8. Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn
Het geurfilter bevindt zich achter de verskoellade. Reservefilters zijn bij de Servicedienst tegen meerprijs verkrijgbaar. Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd. Energie besparen ▯ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. ▯ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ▯ Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. ▯ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. ▯ Om te voorkomen dat bij stroomuitval of een storing de levensmiddelen snel verwarmd worden: de koude-accu’s direct op de levensmiddelen in het bovenste vak leggen. ▯ Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. ▯ De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat. ▯ Om een verhoogd stroomverbruik te voorkomen, de be- en ontluchtingsopening af en toe reinigen met een kwastje of een stofzuiger. Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/ uit. Knakkende geluiden Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.106 Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas De inbouwnis met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes van de nis of leg er iets onder. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten. Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing Eventuele oorzaak Oplossing De temperatuur wijkt erg af van de instelling. In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. De bodem van de koelruimte is nat. De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). In de koelruimte is het te koud. De temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen. De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. De deur van het apparaat werd te vaak geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Het apparaat koelt niet. De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet. Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit ÿ indrukken. Stroomuitval Controleren of er stroom is. De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. Alarmtoets Ú gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt. De verlichting functioneert niet. De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer. De temperatuurindicatie van de koelruimte knippert. De deur van het apparaat werd te vaak geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. Er werden te veel levensmiddelen ingeladen. Voor het aanbrengen op de sneltoets Û drukken. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen.107
Servicedienst Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. Storing Eventuele oorzaak Oplossing De temperatuur in de verskoelruimte is te koud of te warm. De standaardinstelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte). De temperatuur in de verskoelruimte kan 2 standen warmer of kouder ingesteld worden. Wanneer de koelruimtetemperatuur is ingesteld op stand 4, heeft de verskoelruimte een temperatuur van ongeveer 0 °C.
1. Sneltoets koelruimte Û 3 seconden indrukken
tot er een signaal klinkt. Temperatuurindicatie koelruimte knippert.
2. Met de temperatuurinsteltoetsen B C de
instelling veranderen. Stand 2 – koudste instelling Stand 8 – warmste instelling De ingestelde temperatuur wordt na één minuut opgeslagen. Alarmsignaal klinkt, temperatuurindicatie knippert. In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren. Deur van het diepvriesruimte is geopend. Zie het hoofdstuk Alarm function. Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. FD - Nr E - Nr NL 088 424 4030 B 070 222 148Gaggenau Hausgeräte GmbH Carl-Wery-Sraße 34 D-81739 München www.gaggenau.com de, en, fr, it, nl (9508) 9000452247 *9000452247*
Notice-Facile