GAGGENAU RT289370 - Koelkast

RT289370 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RT289370 GAGGENAU in PDF-formaat.

📄 124 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice GAGGENAU RT289370 - page 98
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL

Gebruikersvragen over RT289370 GAGGENAU

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RT289370 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RT289370 van het merk GAGGENAU.

GEBRUIKSAANWIJZING RT289370 GAGGENAU

1.1 Algemene aanwijzingen .......... 98

1.2 Bestemming van het appa-

raat .......................................... 98

1.3 Inperking van de gebruikers ... 98

2 Het voorkomen van materiële schade ......................................104 3 Milieubescherming en bespa- ring............................................104

3.1 Afvoeren van de verpakking ..104

3.2 Energie besparen...................104

4 Opstellen en aansluiten...........105

4.1 Leveringsomvang ...................105

4.2 Criteria voor de opstellocatie .105

4.3 Apparaat monteren ................106

4.4 Het apparaat voor het eerste

gebruik voorbereiden .............106

4.5 Apparaat elektrisch aanslui-

6.1 Uittrekbaar legplateau ............107

7.2 Opmerkingen bij het gebruik .108

11.1 Tips voor het bewaren van

levensmiddelen in het koel- vak.......................................113

11.2 Koudezones in het koelvak.113

12 Verskoelruimte .......................113

12.1 Bewaartijden in de vers-

koelruimte bij 0 °C.............. 114 13 Vriesvak..................................114

13.1 Deur van het vriesvak..........114

13.2 Invriescapaciteit...................114

13.3 Tips voor het bewaren van

levensmiddelen in het vries- vak.......................................115

13.4 Tips voor het bevriezen van

verse levensmiddelen..........115

13.5 Houdbaarheid van de diep-

vrieswaren bij −18°C .........115

13.6 Ontdooimethodes voor

diepvrieswaren ....................115 14 Ontdooien...............................116

14.1 Ontdooien in het koelvak. ...116nl

14.3 Ontdooien in het vriesvak ....116

15 Reiniging en onderhoud........116

15.1 Apparaat voorbereiden

voor reiniging........................116

16.2 Apparaatzelftest uitvoeren....121

17 Opslaan en afvoeren..............121

17.1 Apparaat buiten gebruik

stellen ...................................121

17.2 Afvoeren van uw oude ap-

productienummer (FD).........123 19 Technische gegevens............123 20 Conformiteitsverklaring.........123nl Veiligheid

1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la- ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei- ding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui- selijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin- gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe- zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa- raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen. 1.4 Veiliger transport WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver- oorzaken. ▶ Het apparaat niet alleen optillen.Veiligheid nl

1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge- gevens op het typeplaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn- stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis- selstroom aansluiten. ▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. ▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij- voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand. ▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd. ▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht- mengsel ontstaan. ▶ Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap- ters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.nl Veiligheid

▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be- schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen. Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net- voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. ▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat- sen. 1.6 Veilig gebruik WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. ▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap- paraat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier- door stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen. ▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me- chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. ▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.Veiligheid nl

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun- nen exploderen, bijv. spuitbussen. ▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie- ve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders. ▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in de vers- koelruimte bewaren. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be- schadigen. WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden. ▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. ▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak. VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le- vensmiddelen te voorkomen. ▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa- raat. ▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij- ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.nl Veiligheid

▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda- nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid- delen of op deze drupt. ▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap- paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun- nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio- nen overdragen naar de levensmiddelen. ▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren. 1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar- lijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri- citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze- kering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina122 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge- bruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.Veiligheid nl

WAARSCHUWING‒Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid- del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. ▶ Ventileer de ruimte. ▶ Het apparaat uitschakelen. →Pagina108 ▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina122nl Het voorkomen van materiële schade

2 Het voorkomen van materiële schade LET OP! Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of op- stapje kan het apparaat beschadigd raken. ▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdich- tingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deuraf- dichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen alu- minium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. ▶ Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren. Wanneer u uitrustingsdelen en acces- soires in de vaatwasser reinigt, kun- nen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi- res in de vaatwasser reinigen. 3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpak- king De verpakkingsmaterialen zijn milieu- vriendelijk en kunnen worden herge- bruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver- bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan di- rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge- lijk van radiatoren, fornuis en ande- re warmtebronnen: – Houd 30mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ Een nisdiepte van 560 mm gebrui- ken. ¡ De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking:De plaatsing van de uit- rustingsonderdelen heeft geen in- vloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig. ¡ De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. ¡ Transporteer gekoelde levensmid- delen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diep- vriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. ¡ Ontdooi het vriesvak regelmatig. ¡ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.Opstellen en aansluiten nl

4 Opstellen en aansluiten 4.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle on- derdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst →Pagina122 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Inbouw ¡ Uitrusting en accessoires

¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage

¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden ¡ Informatie over HomeConnect 4.2 Criteria voor de opstello- catie WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te klei- ne ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas- luchtmengsel ontstaan. ▶ Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m

per 8g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het type- plaatje. →Fig. 1 /

Het gewicht van het apparaat kan af- hankelijk van het model tot 75 bedra- gen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het type- plaatje. →Fig. 1 /

Klimaat- klasse Toegestane ruimte- temperatuur SN 10°C…32°C N 16°C…32°C ST 16°C…38°C T 16°C…43°C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentempe- ratuur. Wanneer u een apparaat van de kli- maatklasse SN gebruikt bij lagere ka- mertemperaturen, dan kunnen be- schadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C wor- den uitgesloten. Nismaten Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij af- wijkingen kunnen problemen optre- den tijdens de installatie van het ap- paraat. Nisdiepte Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nis- diepte moet minimaal 550 mm be- dragen.

Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Niet in alle landennl Uw apparaat leren kennen NisbreedteVoor het apparaat is een meubelnismet een binnenbreedte van minimaal560 mm nodig. Over-and-Under- en Side-by-Side- opstelling Als u 2 koeltoestellen boven of naastelkaar wilt opstellen, moet u tussende toestellen minimaal een tussenaf-stand van 150 mm aanhouden. Voorbepaalde toestellen is een opstellingzonder minimumafstand mogelijk.Neem hiervoor contact op met uwdealer of keukeninstallateur. 4.3 Apparaat monteren ▶ Het apparaat conform meegelever-de montagehandleiding monteren. 4.4 Het apparaat voor het eer- ste gebruik voorbereiden 1. Haal het informatiemateriaal er uit.2. Verwijder de beschermfolie entransportborgingen, bijv. plakstripsen karton.3. Het apparaat voor de eerste keerreinigen. →Pagina117 4.5 Apparaat elektrisch aan- sluiten 1. De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in eenstopcontact in de omgeving vanhet apparaat steken.De aansluitgegevens van het ap-paraat staan op het typeplaatje.→Fig. 1 /

2. De netstekker op vastheid contro-leren.a Het apparaat is nu gereed voor ge-bruik.

5 Uw apparaat leren ken- nen 5.1 Apparaat Hier vindt u een overzicht van de on-derdelen van uw apparaat.→Fig. 1

Uittrekbaar legplateau→Pagina107

Scheidingsplaat met vochtig-heidsregelaar →Pagina107

Deurrek voor grote flessen→Pagina107

DeuropeningshulpOpmerking:Verschillen tussen uwapparaat en de afbeeldingen zijn mo-gelijk op basis van uitrusting engrootte. 5.2 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u allefuncties van uw apparaat instellen eninformatie krijgen over de gebruiks-toestand.→Fig. 2

schakelt het waarschu-wingssignaal uit.Uitrusting nl

Toont de ingestelde tempera- tuur van het koelvak in°C.

/ stelt de temperatuur van het koelvak in.

schakelt de Snelfunctie in of uit.

open het menu voor het in- stellen van Home Connect.

schakelt het apparaat in of uit. 6 Uitrusting De uitrusting van uw apparaat is mo- delafhankelijk. 6.1 Uittrekbaar legplateau Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uit- nemen, trekt u het uittrekbare legpla- teau er uit. 6.2 Groente- en fruitlade Bewaar vers fruit en groente onver- pakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente af- gedekt of luchtdicht verpakt. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale af- dichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen.

  • Fig. 3 De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt uafhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door aan de vochtigheidsregelaar te draaien instellen: ¡ Lage luchtvochtigheid bij overwe- gend bewaren van fruit of hoge be- lading. ¡ Gemiddelde luchtvochtigheid bij gemengde belading. ¡ Hoge luchtvochtigheid bij over- wegend bewaren van groente of bij geringe belading. Afhankelijk van de soort levensmid- delen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswa- ter vormen. Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage lucht- vochtigheid via de vochtigheidsrege- laar instellen. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente bui- ten het apparaat bewaren bij tempe- raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, au- gurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen. 6.3 Verskoellade Gebruik de lagere temperaturen in de verskoellade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst. 6.4 Boter- en kaasvak Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak. 6.5 Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te vari- ëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaat- sen.
  • "Deurrek verwijderen", Pagina117 6.6 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.nl Bediening

Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierpla- teau. Flessenrek Bewaar flessen veilig op het flessen- rek.

  • Fig. 4 Tip:Op een uittrekbaar rek kunt u tot 5 flessenrekken gebruiken. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs- blokjes te maken. IJsblokjes maken Gebruik voor het maken van ijsblok- jes uitsluitend drinkwater.

1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor

¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak. Vastgevroren ijsblokjesschaal al- leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.

2. Om deijsblokjesschaal los tema-

ken de ijsblokjesschaal iets torde- ren of kort onder stromend water houden. Bediening 7 De Bediening in essen- tie Bediening 7.1 Apparaat inschakelen

a Het apparaat begint te koelen.

2. De gewenste temperatuur instellen.

  • Pagina108 7.2 Opmerkingen bij het ge- bruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft in- geschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde tempe- ratuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. ¡ De behuizing links, rechts en on- der de verskoelruimte wordt tijde- lijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd. ¡ De temperatuur in het apparaat va- rieert door de volgende condities: – Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend – Beladingshoeveelheid – Temperatuur van de vers opge- slagen levensmiddelen – Omgevingstemperatuur – Direct instralend zonlicht 7.3 Machine uitschakelen ▶ indrukken. 7.4 Temperatuur instellen Koelvaktemperatuur instellen ▶ Zo vaak op / drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C. Temperatuur verskoelruimte instellen Opmerking:De standaardinstelling van het cool-fresh-vak is vooraf inge- steld op 0. Instelling 0 komt overeenExtra functies nl

met een temperatuur van ca. 0°C. U kunt de temperatuur in het cool-fresh- vak tot 3instellingen warmer of kou- der instellen. Een wijziging van de standaardinstel- ling is van invloed op de temperatuur in het koelvak en het vriesvak. Tip:Wanneer er rijp vormt op de pro- ducten in het verskoelvak, dan de verskoeltemperatuur hoger instellen.

1. ingedrukt houden, totdat het

temperatuurdisplay knippert.

2. Om de instelling te wijzigen, op /

drukken. – Stand –3 is de koudste instel- ling. – Stand +3 is de warmste instel- ling. a Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen. Vriesvaktemperatuur instellen ▶ Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wij- zigen →Pagina108. De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger in- gestelde koelvaktemperaturen zor- gen voor hogere vriesvaktempera- turen. 8 Extra functies Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt. 8.1 Snelfunctie Bij de Snelfunctie koelen het koelvak en het vriesvak sterker. Schakel de Snelfunctie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveel- heid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Snelfunctie.

  • "Invriescapaciteit", Pagina114 Opmerking:Als de Snelfunctie is in- geschakeld, kan er meer geluid ont- staan. Snelfunctie inschakelen ▶ indrukken. a brandt. Opmerking:Na ca. 36 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Snelfunctie uitschakelen ▶ Op drukken. a De voordien ingestelde tempera- tuur wordt op indicatie aangege- ven. 8.2 Automatische deurope- ningshulp De automatische deuropeningshulp ondersteunt u bij het openen van de deur. Deur openen met behulp van de automatische deuropeningshulp LET OP! Het herhaalde voortijdig sluiten van de deur kan leiden tot slijtage of uit- val van de automatische deurope- ningshulp. Sluit de deur nooit zolang de deuropeningshulp is uitgereden. ▶ Wanneer u de deur toch heeft ge- sloten, laat de deur dan 5minuten gesloten. De automatische deur- openingshulp stelt zich dan op- nieuw in.

1. Druk midden op de deur.

a De automatische deuropenings- hulp beweegt naar buiten en opent de deur een spleetbreedte.

2. Open de deur handmatig.nl Alarm

Wanneer u de deur binnen 3se- conden niet verder opent, dan be- weegt de automatische deurope- ningshulp weer terug en sluit de deur. Drukkracht van de automatische deuropeningshulp instellen De drukkracht is de kracht die u moet uitoefenen om de automatische deuropeningshulp te activeren.

3. Zo vaak op / drukken tot de

gewenste drukkracht wordt weer- gegeven. geringe druk- kracht middelzware drukkracht hoge druk- kracht a De drukkracht van de automati- sche deuropeningshulp is inge- steld en de eerder ingestelde tem- peratuur wordt weergegeven. Automatische deuropeningshulp uitschakelen

1. Open de deur, wacht tot de auto-

3. Druk net zo vaak op totdat het

temperatuurdisplay weergeeft. a De automatische deuropening is uitgeschakeld en de eerder inge- stelde temperatuur wordt weer weergegeven. Automatische deuropeningshulp inschakelen

1. Open de deur, wacht tot de auto-

3. Druk net zo vaak op totdat op

het temperatuurdisplay de gewens- te drukkracht wordt weergegeven.

  • "Drukkracht van de automati- sche deuropeningshulp instellen", Pagina110 a De automatische deuropenings- hulp is met de overeenkomstige drukkracht ingeschakeld en het temperatuurdisplay toont de eerder ingestelde temperatuur. 9 Alarm 9.1 Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal. Deuralarm uitschakelen ▶ De apparaatdeur sluiten of op drukken. a Het waarschuwingssignaal is uitge- schakeld. HomeConnect 10 HomeConnect HomeConnect Dit apparaat is geschikt voor netwer- ken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de HomeCon- nect app te bedienen. De HomeConnect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschik- baarheid van de functie HomeCon-HomeConnect nl

nect is afhankelijk van de beschik- baarheid van de HomeConnect dien- sten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com. Om HomeConnect te kunnen gebrui- ken, dient u eerst de verbinding met het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi

) en met de HomeConnect app te confi- gureren. Na het inschakelen van het apparaat ten minste 2 minuten wachten tot de interne initialisatie van het apparaat is voltooid. Configureer pas dan Ho- meConnect. De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeConnect app om de instellingen aan te bren- gen. Tips ¡ Neem de meegeleverde documen- ten vanHomeConnect in acht. ¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeConnectapp in acht. Opmerkingen ¡ Houd u aan de veiligheidsinstruc- ties in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de HomeConnect app bedient.

  • "Veiligheid", Pagina98 ¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de HomeConnectapp niet mogelijk. 10.1 HomeConnect app in- stellen

1. Installeer de HomeConnect app

op het mobiele eindapparaat.

2. De HomeConnect app starten en

de toegang voor HomeConnect instellen. De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. 10.2 HomeConnect instellen Vereisten ¡ De HomeConnectapp is op het mobiele eindapparaat geïnstal- leerd. ¡ Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).

1. De HomeConnect app openen en

de volgende QR-code scannen.

2. De aanwijzingen van de Ho-

meConnect app opvolgen.

Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance.nl HomeConnect

10.3 Update van de Home Connect software instal- leren Het apparaat zoekt regelmatig naar updates voor de HomeConnect soft- ware. Opmerking:Als er updates beschik- baar zijn, toont de temperatuurindica- tie . Om de update af te breken en de temperatuurindicatie op de ingestel- de temperatuur terug te zetten, op een willekeurig touchveld drukken.

a De temperatuurindicatie geeft weer.

2. Zo vaak op drukken tot de tem-

peratuurindicatie toont.

a De temperatuurindicatie toont een animatie. a De update wordt geïnstalleerd. a Tijdens de installatie is het bedie- ningspaneel geblokkeerd. a Bij een succesvolle installatie toont de temperatuurindicatie .

4. Als de temperatuurindicatie

toont, kon het apparaat de update niet installeren. ‒ De procedure op een later tijd- stip herhalen.

5. Neem wanneer de update na

meerdere pogingen niet kan wor- den afgesloten, contact op met de Servicedienst →Pagina122 . 10.4 HomeConnect instellin- gen resetten Als het tot verbindingsproblemen van uw apparaat met uw thuisnetwerk (WiFi) komt of als u uw apparaat in een ander thuisnetwerk (WiFi) wilt aanmelden, kunt u de HomeCon- nectinstellingen terugzetten.

a De temperatuurindicatie geeft weer.

2. Zo vaak op drukken tot de tem-

peratuurindicatie toont.

a De temperatuurindicatie toont ge- durende ca. 15 seconden een ani- matie. a De temperatuurindicatie geeft weer. a De HomeConnectinstellingen zijn gereset. 10.5 Bescherming persoons- gegevens Neem de aanwijzingen m.b.t. de be- scherming van de persoonsgegevens in acht. Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de HomeConnect server(eerste registratie): ¡ Eenduidige identificatie van het ap- paraat (bestaande uit apparaat- sleutels en het MAC-adres van de ingebouwde Wi-Ficommunicatiemodule). ¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de in- formatietechnische beveiliging van de verbinding). ¡ De actuele software- en hardware- versie van uw huishoudapparaat. ¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen. Bij de eerste registratie wordt het ge- bruik van de HomeConnect functio- naliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd opKoelvak nl

het moment dat u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten gebruik wilt maken. Opmerking:Let erop dat de Ho- meConnect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combina- tie met de HomeConnect app. Infor- matie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Ho- meConnect app. 11 Koelvak In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, brood en banket, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren. De temperatuur is van 3°C tot 8°C instelbaar. Door de koelopslag kunt uook licht bederfelijke levensmiddelen opkorte ofmiddellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers. 11.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ¡ Alleen verse en onbeschadigde le- vensmiddelen inruimen. ¡ Bewaar de levensmiddelen lucht- dicht verpakt of afgedekt. ¡ Om de luchtcirculatie niet te hinde- ren en het bevriezen van levens- middelen te vermijden, de levens- middelen niet direct tegen de ach- terwand plaatsen. ¡ Laat warme etenswaren en dran- ken eerst afkoelen. ¡ Houd de door de fabrikant vermel- de houdbaarheidsdatum of ge- bruiksdatum in acht. 11.2 Koudezones in het koel- vak Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone is op de schei- dingsplaat en in het deurrek voor grote flessen. Tip:Bewaar snel bedervende levens- middelen in de verskoelruimte, bijv. vis, worst en vlees.

  • "Verskoelruimte", Pagina113 Warmste zone De warmste zone bevindt zich hele- maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le- vensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. 12 Verskoelruimte In de verskoelruimte kunt u verse le- vensmiddelen tot drie keer langer vers houden dan in het koelvak. De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0°C gehouden. Door het vershouden blijft de kwaliteit van de opgeslagen levensmiddelen beter behouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid ma- ken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levens- middelen.nl Vriesvak

12.1 Bewaartijden in de vers- koelruimte bij 0 °C De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levens- middelen. Product Bewaar- tijd Verse vis, zeevruchten tot 3da- gen Gevogelte, vlees (ge- kookt/gebraden) tot 5da- gen Rundvlees, varkens- vlees, lamsvlees, worst- waren (broodbeleg) tot 7da- gen Gerookte vis, broccoli tot 14da- gen Sla, venkel, abrikozen, pruimen tot 21da- gen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool tot 30da- gen 13 Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is af- hankelijk van de temperatuur in het koelvak. Langdurig bewaren van levensmidde- len moet opeen temperatuur van – 18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen ver- tragen of stoppen het bederven. 13.1 Deur van het vriesvak Om ervoor te zorgen dat diepvrieswa- ren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten. Deur van het vriesvak openen ▶ In de greep grijpen , de greep te- gen de deur van het vriesvak druk- ken en deur van het vriesvak openen .

  • Fig. 5 Deur van het vriesvak sluiten ▶ Tegen de deur van het vriesvak drukken tot deze hoorbaar twee keer vastklikt.
  • Fig. 6 13.2 Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoe- veel uur tot in de kern kan worden in- gevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. →Fig. 1 /

Voorwaarden voor invriesvermogen

1. Ca. 6uur vóór het inladen van ver-

se levensmiddelen Snelfunctie in- schakelen.

  • "Snelfunctie inschakelen", Pagina109

2. Grotere hoeveelheden verse le-

vensmiddelen onderaan in de buurt van de achterwand bewaren. Daar worden ze het snelst diepge- vroren.Vriesvak nl

13.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ¡ Bewaar de levensmiddelen lucht- dicht verpakt. ¡ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. ¡ De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verde- len. 13.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidde- len ¡ Alleen verse en onberispelijke le- vensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invrie- zen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levens- middelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuur- oplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte le- vensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaar- gerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte le- vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra- dijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu- re room, crème fraîche en mayo- naise. Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

2. De lucht eruit drukken.

3. De verpakking luchtdicht afsluiten

om te voorkomen dat de levens- middelen hun smaak verliezen of uitdrogen.

4. De verpakking met de inhoud van

de invriesdatum voorzien. 13.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18°C Product Bewaartijd Vis, worst, klaarge- maakte gerechten, brood en banket Tot 6 maan- den Gevogelte, vlees Tot 8 maan- den Groente, fruit Tot 12 maan- den 13.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ¡ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Brood bij kamertemperatuur ont- dooien.nl Ontdooien

¡ Levensmiddelen voor directe con- sumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden. 14 Ontdooien 14.1 Ontdooien in het koel- vak. Het koelvak van uw apparaat ont- dooit automatisch. 14.2 Ontdooien in de vers- koelruimte De verskoelruimte van uw apparaat ontdooit automatisch. 14.3 Ontdooien in het vries- vak Het diepvriesvak ontdooit niet auto- matisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien.

1. Ca. 4uur vóór het ontdooien de

Snelfunctie inschakelen.

  • "Snelfunctie inschakelen", Pagina109 De levensmiddelen bereiken hier- door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.

2. De diepvrieswaren verwijderen en

op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelelementen, indien voorhanden, wikkelen.

3. Het apparaat uitschakelen.

4. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

WAARSCHUWING-Kans op brandwonden! Heet water, spat- water en stoom kunnen tot ver- branding leiden. ▶ Doe uitsluitend heet en geen ko- kend water in de pan voor het ont- dooiproces. Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, niet kokend wa- ter op een panonderzetter in het vriesvak.

6. Het dooiwater met een zachte

doek of een spons opvegen.

7. Het vriesvak met een zachte, dro-

ge doek droogwrijven.

8. Het apparaat elektrisch aansluiten.

9. Het apparaat inschakelen.

  • Pagina108 10.De diepvrieswaren inladen.
  • Pagina115 15 Reiniging en onder- houd Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn. 15.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

1. Het apparaat uitschakelen.

  • Pagina108Reiniging en onderhoud nl

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Alle levensmiddelen eruit halen en

op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.

4. Als een rijplaag voorhanden is, de-

5. Verwijder alle uitrustingsdelen en

accessoires uit het apparaat.

6. De scheidingsplaat demonteren.

7. De afdekking verwijderen.

  • Pagina118 15.2 Apparaat schoonmaken WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedruk- reiniger gebruiken om het appa- raat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de be- dieningselementen kan gevaarlijk zijn. ▶ Het afwaswater mag niet in de ver- lichting of in de bedieningselemen- ten terechtkomen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kun- nen de oppervlakken van het appa- raat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reini- gingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reini- gingsmiddelen gebruiken. Wanneer u uitrustingsdelen en acces- soires in de vaatwasser reinigt, kun- nen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi- res in de vaatwasser reinigen.

1. Apparaat voorbereiden voor reini-

2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,

de accessoires, de apparaatdelen en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beet- je pH-neutraal afwasmiddel reini- gen.

3. Met een zachte, droge doek gron-

4. De uitrustingsdelen plaatsen en de

apparaatdelen inbouwen.

5. Het apparaat elektrisch aansluiten.

6. Het apparaat inschakelen.

7. Doe de levensmiddelen in het ap-

paraat. 15.3 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het ap- paraat. Uittrekbaar legplateau verwijderen

1. Het uittrekbare legplateau krachtig

uittrekken tot de grendelnok los- klikt.

2. Het legplateau neerlaten en zij-

waarts naar buiten draaien. Deurrek verwijderen ▶ Het deurrek omhoog tillen en ver- wijderen.

  • Fig. 8nl Reiniging en onderhoud

Groente- en fruitlade verwijderen ▶ De fruit- en groentelade naar voren kantelen en verwijderen .

  • Fig. 9 Verskoellade verwijderen ▶ De verskoellade naar voren kante- len en verwijderen .
  • Fig. 9 15.4 Apparaatonderdelen de- monteren Als u uw apparaat grondig wilt reini- gen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren. Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade Om de scheidingsplaat en de afdek- king van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze de- monteren. Scheidingsplaat demonteren

1. De glasplaat van de scheidings-

2. De fruit- en groentelade verwijde-

3. De hendels aan de onderkant aan

beide zijden indrukken en de scheidingsplaat naar voren trekken

4. De scheidingsplaat optillen en zij-

waarts naar buiten draaien. Afdekking demonteren ▶ De afdekking van de fruit- en groentelade optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien. Scheidingsplaat en afdekking inbouwen

1. De afdekking van de fruit- en

groentelade plaatsen.

2. De scheidingsplaat aanbrengen.

3. De glasplaat op de scheidings-

plaat plaatsen. Telescooprails Om de telescooprails grondig te rei- nigen, kunt u deze demonteren. Telescooprails demonteren

1. De telescooprail uittrekken.

2. De vergrendeling in de richting van

de pijl schuiven en van de ach- terste pen losmaken .

3. De telescooprail in elkaar schui-

4. De telescooprail boven de achter-

ste pen naar achteren schuiven en losklikken .

  • Fig. 15 Uittrekbare rails monteren

1. De telescooprail in uitgeschoven

toestand op de voorste pen plaat- sen en om te vergrendelen iets naar voren trekken .

2. De telescooprail aan de achterste

pen plaatsen en de vergrende- ling naar achteren schuiven .

16 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa- ratie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an- dere gekwalificeerde persoon. Storing Oorzaak en probleemoplossing Apparaat koelt niet, in- dicaties en verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld.

Voer de apparaatzelftest uit. →Pagina121 a Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. LED-verlichting functi- oneert niet. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. HomeConnect functi- oneert niet correct. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Ga naar www.home-connect.com. of verschijnt op het temperatuurdisplay. De elektronica heeft een fout geconstateerd.

Schakel het apparaat uit. →Pagina108

2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning.

Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.

3. Sluit het apparaat na 5minuten weer aan.

4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan con-

tact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten.nl Storingen verhelpen

Storing Oorzaak en probleemoplossing Temperatuur wijkt erg af van deinstelling. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.

Schakel het apparaat uit. →Pagina108

2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.

  • Pagina108 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem- peratuur dan de volgende dag opnieuw. Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Apparaat produceert geluiden. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. Snelfunctie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.Opslaan en afvoeren nl

16.1 Stroomuitval Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermin- dert. Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing. Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuit- val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inrui- men. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weg- gooien. – Licht ontdooide diepvriesproduc- ten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen. 16.2 Apparaatzelftest uitvoe- ren Uw apparaat beschikt over een appa- raatzelftest, welke storingen weer- geeft, die uw service kan verhelpen.

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Het apparaat na 5minuten op-

nieuw inschakelen. →Pagina108

3. Binnen 10 seconden na het in-

schakelen gedurende 3 tot 5 se- conden ingedrukt houden. a De apparaatzelftest start. a Tijdens de apparaatzelftest weer- klinkt tussendoor een lang akoes- tisch signaal. a Als na het einde van de apparaat- zelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindi- catie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. a Als na het einde van de apparaat- zelftest 5 akoestische signalen klinken en gedurende 10 secon- den knippert, neem dan contact op met de service. 17 Opslaan en afvoeren 17.1 Apparaat buiten gebruik stellen

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Alle levensmiddelen verwijderen.

4. Het apparaat ontdooien.

5. Het apparaat reinigen.

6. Om de ventilatie van het interieur

te waarborgen het apparaat geo- pend laten.nl Servicedienst

17.2 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen op- nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezond- heid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat ne- men. ▶ Kinderen uit de buurt van een af- gedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ De buizen van de koudemiddel- kringloop en de isolatie niet be- schadigen.

1. De stekker van het netsnoer uit het

stopcontact trekken.

2. Het netsnoer doorknippen.

3. Voer het apparaat milieuvriendelijk

af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden. Dit apparaat is geken- merkt in overeenstem- ming met de Europese richtlijn 2012/19/EU be- treffende afgedankte elektrische en elektroni- sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het ka- der aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. 18 Servicedienst Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetref- fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Eu- ropese Economische Ruimte be- draagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garan- tievoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga- rantieperiode en garantievoorwaar- den in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servi- cedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.Technische gegevens nl

18.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

Om uw apparaatgegevens en de ser- vicedienst-telefoonnummers snel te- rug te kunnen vinden, kunt u de ge- gevens noteren. 19 Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overi- ge technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse F. De lichtbron is lever- baar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrain- de monteur worden vervangen. Dit product bevat een tweede licht- bron van energieklasse F. De licht- bron is leverbaar als reserveonder- deel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// eprel.ec.europa.eu/

. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product- databank EPREL. Volg dan de aan- wijzingen bij het zoeken naar het mo- del op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E- nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al- ternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU- energielabel. 20 Conformiteitsverkla- ring Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH, dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2014/53/EU. Een uitvoerige RED conformiteitsver- klaring vindt u op het internet onder www.gaggenau.com op de product- pagina van uw apparaat bij de aan- vullende documenten. 2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW 5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz): max. 100mW BE BG CZ DK DE EE IE el ES FR HR IT CY LI LV LT LU HU MT NL AT PL PT RO SI SK FI SE NO CH TR IS UK (NI) 5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis. AL GA MD ME MK RS UK UA 5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : GAGGENAU

Model : RT289370

Categorie : Koelkast