RT289370 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RT289370 GAGGENAU in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw koel-vriescombinatie |
| Merk | Gaggenau |
| Model | RT289370 |
| Nisafmetingen (B x H x D) | Min. breedte 560 mm, Hoogte afhankelijk van configuratie, Aanbevolen diepte 560 mm (min. 550 mm) |
| Gewicht | Tot 75 kg |
| Elektrische voeding | 220-240 V ~, 50/60 Hz |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (10 °C tot 43 °C) |
| Koelmiddel | Aangegeven op het typeplaatje |
| Vakken | Koeling (3-8 °C), Vers (≈0 °C), Vriezer (-18 °C of lager) |
| Belangrijkste functies | Snelfunctie, Automatische deuropeningshulp, Home Connect, deuralarm |
| Uitrusting | Uitschuifbare legplaat, groente- en fruitlade met vochtregelaar, verslade, boter- en kaasvak, opbergvak in de deur, eierrek, flessenhaak, ijsblokjesbak |
| Ontdooiing koeling en vers | Automatisch |
| Ontdooiing vriezer | Handmatig |
| Reiniging | Lauwwarm water en mild afwasmiddel, geen stoomreiniger |
| Veiligheid | Kinderveiligheid (vergrendeling niet gespecificeerd), noodstop, zelftest |
| Connectiviteit | Home Connect (Wi-Fi 2,4 GHz en 5 GHz) |
| Onderdelen | Minstens 10 jaar na marktintroductie beschikbaar |
| Klantenservice | Contactgegevens in de handleiding, productnummer (E-Nr) en fabricagenummer (FD) vereist |
| Algemene informatie | Gebruiksaanwijzing in het Frans, 124 pagina's, beschikbaar als download |
Veelgestelde vragen - RT289370 GAGGENAU
Gebruikersvragen over RT289370 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RT289370 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RT289370 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RT289370 GAGGENAU
nl Gebruikershandleiding
RT 289
1.1 Algemene aanwijzingen ..... 98
1.2 Bestemming van het apparaat 98
1.3 Inperking van de gebruikers ... 98
1.4 Veiliger transport 98
1.5 Veilige installatie.... 99
1.6 Veilig gebruik.... 100
1.7 Beschadigd apparaat...... 102
2 Het voorkomen van materiële schade 104
3 Milieubescherming en besparing.... 104
3.1 Afvoeren van de verpakking .. 104
3.2 Energie besparen.... 104
4 Opstellen en aansluiten...... 105
4.1 Leveringsomvang 105
4.2 Criteria voor de opstellocatie . 105
4.3 Apparaat monteren 106
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ...... 106
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten.... 106
5 Uw apparaat leren kennen...... 106
5.1 Apparaat.... 106
5.2 Bedieningspaneel.... 106
6 Uitrusting.... 107
6.1 Uittrekbaar legplateau 107
6.2 Groente- en fruitlade...... 107
6.3 Verskoellade.... 107
6.4 Boter- en kaasvak 107
6.5 Deurrekken.... 107
6.6 Accessoires.... 107
7 De Bediening in essentie...... 108
7.1 Apparaat inschakelen...... 108
7.2 Opmerkingen bij het gebruik . 108
7.3 Machine uitschakelen.... 108
7.4 Temperatuur instellen...... 108
8 Extra functies ...... 109
8.1 Snelfunctie.... 109
8.2 Automatische deuropenings-hulp.... 109
9 Alarm.... 110
9.1 Deuralarm.... 110
10 Home Connect .... 110
10.1 Home Connect app instellen.... 111
10.2 Home Connect instellen..... 111
10.3 Update van de Home Connect software installeren ..... 112
10.4 Home Connect instellingen resetten.... 112
10.5 Bescherming persoonsgegevens.... 112
11 Koelvak.... 113
11.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koel-vak.... 113
11.2 Koudezones in het koelvak. 113
12 Verskoelruimte 113
12.1 Bewaartijden in de vers- koelruimte bij 0 °C...... 114
13 Vriesvak.... 114
13.1 Deur van het vriesvak...... 114
13.2 Invriescapaciteit...... 114
13.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vries-vak.... 115
13.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen...... 115
13.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C ..... 115
13.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 115
14 Ontdooien.... 116
14.1 Ontdooien in het koelvak. ... 116
14.2 Ontdooien in de verskoel- ruimte.... 116
14.3 Ontdooien in het vriesvak .... 116
15 Reiniging en onderhoud...... 116
15.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging.... 116
15.2 Apparaat schoonmaken..... 117
15.3 Onderdelen eruit halen...... 117
15.4 Apparaatonderdelen de- monteren .... 118
16 Storingen verhelpen ...... 119
16.2 Apparaatzelftest uitvoeren.... 121
17 Opslaan en afvoeren.... 121
17.1 Apparaat buiten gebruik stellen 121
17.2 Afvoeren van uw oude ap- paraat 122
18 Servicedienst.... 122
18.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)...... 123
20 Conformiteitsverklaring...... 123

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren.
■ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
■ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
■ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
▶ Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
nl Veiligheid
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. - Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
- Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
- Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in de verskoelruimte bewaren.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
- Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
nl Veiligheid
▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminium- nen overdragen naar de levensmiddelen.
▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 122
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
▶ Ventileer de ruimte.
▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 108
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 122
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
- Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak- king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
■ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
■ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
■ Een nisdiepte van 560 mm gebruiken.
■ De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
■ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
■ De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
■ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
■ Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
■ Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
■ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
■ Ontdooi het vriesvak regelmatig.
■ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 122 contact op.
De levering bestaat uit:
Inbouw
■ Uitrusting en accessoires ^1
■ Montagemateriaal
■ Montagehandleiding
■ Gebruiksaanwijzing
■ Klantenservice overzicht
■ Garantiebijlagé
■ Energielabel
■ Informatie over energieverbruik en geluiden
■ Informatie over Home Connect
4.2 Criteria voor de opstello- catie
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m ^3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. ■ /6
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 6
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Over-and-Under- en Side-by-Side-opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal er uit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 117
4.5 Apparaat elektrisch aan-sluiten
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
→ Fig. 1/6
- De netstekker op vastheid controleren.
√ Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
A Vriesvak → Pagina 114
B Koelvak → Pagina 113
C Verskoelruimte → Pagina 113
1 Bedieningspaneel → Pagina 106
2 Uittrekbaar legplateau → Pagina 107
3 Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar → Pagina 107
4 Groente- en fruitlade → Pagina 107
5 Verskoellade → Pagina 107
6 Typeplaatje → Pagina 123
7 Deurrek voor grote flessen → Pagina 107
8 Deuropeningshulp
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
1 ✉ schakelt het waarschuwingssignaal uit.
| 2 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
| 3 | -/+stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 4 | * schakelt de Snelfunctie in of uit. |
| 5 | ® open het menu voor het instellen van Home Connect. |
| 6 | 1 schakelt het apparaat in of uit. |
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Uittrekbaar legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het uittrekbare legplateau er uit.
6.2 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. → Fig. 3 De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door aan de vochtigheidsregelaar te draaien instellen:
■ Lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit of hoge belading.
■ Gemiddelde luchtvochtigheid bij gemengde belading.
■ Hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage lucht-vochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.3 Verskoellade
Gebruik de lagere temperaturen in de verskoellade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 117
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
nl Bediening
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
→ Fig. 4
Tip: Op een uittrekbaar rek kunt u tot 5 flessenrekken gebruiken.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 34 met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets toderen of kort onder stromend water houden.
- indrukken.
√ Het apparaat begint te koelen. - De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 108
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
■ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
■ De behuizing links, rechts en onder de verskoelruimte wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
■ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
■ De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opge- slagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
– Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
▶ lindrukken.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- Zo vaak op-/drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Temperatuur verskoelruimte instellen
Opmerking: De standaardinstelling van het cool-fresh-vak is vooraf ingesteld op 0. Instelling 0 komt overeen
met een temperatuur van ca. 0 °C. U kunt de temperatuur in het cool-freshvak tot 3 instellingen warmer of kouder instellen.
Een wijziging van de standaardinstelling is van invloed op de temperatuur in het koelvak en het vriesvak.
Tip: Wanneer er rijp vormt op de producten in het verskoelvak, dan de verskoeltemperatuur hoger instellen.
- *gedrukt houden, totdat het temperatuurdisplay knippert.
- Om de instelling te wijzigen, op + + drukken.
- Stand -3 is de koudste instelling.
- Stand +3 is de warmste instelling.
√ Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen.
Vriesvaktemperatuur instellen
- Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 108.
De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Snelfunctie
Bij de Snelfunctie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.
Schakel de Snelfunctie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveel- heid levensmiddelen vanaf 2 kg in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Snelfunctie.
→ "Invriescapaciteit", Pagina 114
Opmerking: Als de Snelfunctie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Snelfunctie inschakelen
*ndrukken.
√ * brandt.
Opmerking: Na ca. 36 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Snelfunctie uitschakelen
▶ Op*drukken.
- De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.2 Automatische deuropeningshulp
De automatische deuropeningshulp ondersteunt u bij het openen van de deur.
Deur openen met behulp van de automatische deuropeningshulp
LET OP!
Het herhaalde voortijdig sluiten van de deur kan leiden tot slijtage of uitval van de automatische deuropeningshulp. Sluit de deur nooit zolang de deuropeningshulp is uitgereden.
- Wanneer u de deur toch heeft gesloten, laat de deur dan 5 minuten gesloten. De automatische deuropeningshulp stelt zich dan opnieuw in.
- Druk midden op de deur.
√ De automatische deuropenings-hulp beweegt naar buiten en opent de deur een spleetbreedte. - Open de deur handmatig.
nl Alarm
Wanneer u de deur binnen 3 seconden niet verder opent, dan beweegt de automatische deuropeningshulp weer terug en sluit de deur.
Drukkracht van de automatische deuropeningshulp instellen
De drukkracht is de kracht die u moet uitoefenen om de automatische deuropeningshulp te activeren.
- Open de deur, wacht tot de automatische deuropeningshulp is teruggetrokken en sluit de deur.
- Open de deur in houd 22 secon- den ingedrukt.
- Zo vaak op + drukken tot de gewenste drukkracht wordt weergegeven.
| 1 | geringe druk-kracht |
| 2 | middelzware drukkracht |
| 3 | hoge druk-kracht |
- De drukkracht van de automatische deuropeningshulp is ingesteld en de eerder ingestelde temperatuur wordt weergegeven.
Automatische deuropeningshulp uitschakelen
- Open de deur, wacht tot de automatische deuropeningshulp is teruggetrokken en sluit de deur.
- Open de deur in houd 22 secon- den ingedrukt.
- Druk net zo vaak op - totdat het temperatuurdisplay 0 weergeeft.
- De automatische deuropening is uitgeschakeld en de eerder ingestelde temperatuur wordt weer weergegeven.
Automatische deuropeningshulp inschakelen
- Open de deur, wacht tot de automatische deuropeningshulp is teruggetrokken en sluit de deur.
- Open de deur in houd 22 seconden ingedrukt.
- Druk net zo vaak op -totdat op het temperatuurdisplay de gewens- te drukkracht wordt weergegeven. → "Druikkracht van de automati- sche deuropeningshulp instellen", Pagina 110
√ De automatische deuropenings-hulp is met de overeenkomstige drukkracht ingeschakeld en het temperatuurdisplay toont de eerder ingestelde temperatuur.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op drukken.
√ Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app te bedienen.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Con-
nect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com. Om Home Connect te kunnen gebruiken, dient u eerst de verbinding met het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi ^1 ) en met de Home Connect app te configureren.
Na het inschakelen van het apparaat ten minste 2 minuten wachten tot de interne initialisatie van het apparaat is voltooid. Configureer pas dan Home Connect.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen in de Home Connect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
■ Neem de meegeleverde documenten van Home Connect in acht.
■ Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht.
Opmerkingen
■ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient. → "Veiligheid", Pagina 98
■ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
- Installeer de Home Connect app op het mobiele eindapparaat.

text_image
ONTDEK HET OP Google Play Download in de App Store- De Home Connect app starten en de toegang voor Home Connect instellen.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces.
10.2 Home Connect instellen
Vereisten
■ De Home Connect app is op het mobiele eindapparaat geïnstalleerd.
■ Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
- De Home Connect app openen en de volgende QR-code scannen.

text_image
RFGG0M01- De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
10.3 Update van de Home Connect software installeren
Het apparaat zoekt regelmatig naar updates voor de Home Connect software.
Opmerking: Als er updates beschikbaar zijn, toont de temperatuurindicaatie UP
Om de update af te breken en de temperatuurindicatie op de ingestelde temperatuur terug te zetten, op een willekeurig touchveld drukken.
- indrukken.
√ De temperatuurindicatie geeftn weer. - Zo vaak op *lrukken tot de temperatuurindicatie uroont.
- indrukken.
√ De temperatuurindicatie toont een animatie.
√ De update wordt geïnstalleerd.
√ Tijdens de installatie is het bedie-
ningspaneel geblokkeerd.
√ Bij een succesvolle installatie toont de temperatuurindicatie On
- Als de temperatuurindicatie Er toont, kon het apparaat de update niet installeren.
- De procedure op een later tijdstip herhalen.
- Neem wanneer de update na meerdere pogingen niet kan worden afgesloten, contact op met de Servicedienst → Pagina 122.
10.4 Home Connect instellingen resetten
Als het tot verbindingsproblemen van uw apparaat met uw thuisnetwerk (WiFi) komt of als u uw apparaat in een ander thuisnetwerk (WiFi) wilt aanmelden, kunt u de Home Connect instellingen terugzetten.
-
indrukken.
-
De temperatuurindicatie geeftn weer.
- Zo vaak op *lrukken tot de temperatuurindicatie r foont.
- indrukken.
- De temperatuurindicatie toont gedurende ca. 15 seconden een animatie.
- De temperatuurindicatie geeftn weer.
√ De Home Connect instellingen zijn gereset.
10.5 Bescherming persoons- gegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server(eerste registratie):
■ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde Wi-Fi communicatiemodule).
■ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
■ De actuele software- en hardware-versie van uw huishoudapparaat.
■ Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op
het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
11 Koelvak
In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, brood en banket, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren.
De temperatuur is van 3 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
11.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
■ Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
■ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.
- Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.
■ Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
■ Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
11.2 Koudezones in het koel-vak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het deurrek voor grote flessen.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de verskoelruimte, bijv. vis, worst en vlees.
→ "Verskoelruimte", Pagina 113
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
12 Verskoelruimte
In de verskoelruimte kunt u verse levensmiddelen tot drie keer langer vers houden dan in het koelvak. De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden. Door het verschouden blijft de kwaliteit van de opgeslagen levensmiddelen beter behouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
12.1 Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C
De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levensmiddelen.
| Product Bewaar- | |
| tijd | |
| Verse vis, zeevruchten tot | 3 da-gen |
| Gevogelte, vlees (ge-kookt/gebraden) | tot 5 da-gen |
| Rundvlees, varkens-vlees, lamsvlees, worst-waren (broodbeleg) | tot 7 da-gen |
| Gerookte vis, broccoli tot | 14 da-gen |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen | tot 21 da-gen |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | tot 30 da-gen |
13 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van - 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
13.1 Deur van het vriesvak
Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.
Deur van het vriesvak openen
In de greep grijpen ①, de greep tegen de deur van het vriesvak drukken ②en deur van het vriesvak openen ③
→ Fig. 5
Deur van het vriesvak sluiten
- Tegen de deur van het vriesvak drukken tot deze hoorbaar twee keer vastklikt.
Fig. 6
13.2 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/
6
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 6 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen Snelfunctie inschakelen.
→ "Snelfunctie inschakelen", Pagina 109
- Grotere hoeveelheden verse levensmiddelen onderaan in de buurt van de achterwand bewaren. Daar worden ze het snelst diepgevroren.
13.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
■ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
■ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
■ De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verde- len.
13.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidde- len
■ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
■ Levensmiddelen per portie invriezen.
■ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
■ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
■ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
■ Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
■ Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayo- naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
13.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Product Bewaartijd | |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maanden | |
| Groente, fruit Tot 12 maanden | |
13.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
⚠️ VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
■ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
■ Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.
nl Ontdooien
■ Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
14 Ontdooien
14.1 Ontdooien in het koel- vak.
Het koelvak van uw apparaat ont- dooit automatisch.
14.2 Ontdooien in de vers- koelruimte
De verskoelruimte van uw apparaat ontdooit automatisch.
14.3 Ontdooien in het vries- vak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
-
Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Snelfunctie inschakelen. → "Snelfunctie inschakelen", Pagina 109 De levensmiddelen bereiken hier- door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
-
De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelelementen, indien voorhanden, wikkelen.
-
Het apparaat uitschakelen. → Pagina 108
-
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- ⚠️ WAARSCHUWING - Kans op brandwonden! Heet water, spat-water en stoom kunnen tot ver-branding leiden.
- Doe uitsluitend heet en geen kokend water in de pan voor het ontdooiproces. Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, niet kokend water op een panonderzetter in het vriesvak.
- Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 106
- Het apparaat inschakelen. → Pagina 108
- De diepvrieswaren inladen. → Pagina 115
15 Reiniging en onder- houd
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
15.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
-
Het apparaat uitschakelen. → Pagina 108
-
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelementen op de levensmiddelen leggen. - Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
→ Pagina 117 - De scheidingsplaat demonteren.
→ Pagina 118 - De afdekking verwijderen.
→ Pagina 118 - De telescooprails demonteren.
→ Pagina 118
15.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwas-sponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reini-gingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reini-gingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reini- ging. → Pagina 116
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires, de apparaatdelen en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 106
- Het apparaat inschakelen.
→ Pagina 108 - Doe de levensmiddelen in het apparaat.
15.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Uittrekbaar legplateau verwijderen
-
Het uittrekbare legplateau krachtig uittrekken tot de grendelnok losklikt.
→ Fig. 7 -
Het legplateau neerlaten en zijwaarts naar buiten draaien.
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
→ Fig. 8
nl Reiniging en onderhoud
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade naar voren kantelen ①en verwijderen .②
$$ \rightarrow \text { Fig. } 9 $$
Verskoellade verwijderen
- De verskoellade naar voren kante- len ①en verwijderen .②
$$ \rightarrow \text { Fig. } 9 $$
15.4 Apparaatonderdelen de- monteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade
Om de scheidingsplaat en de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Scheidingsplaat demonteren
- De glasplaat van de scheidingsplaat verwijderen.
$$ \rightarrow \text { Fig. } 1 0 $$
-
De fruit- en groentelade verwijderen.
-
De hendels aan de onderkant aan beide zijden indrukken ①en de scheidingsplaat naar voren trekken ②.
$$ \rightarrow \text { Fig. } \boxed {1 1} $$
- De scheidingsplaat optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking demonteren
- De afdekking van de fruit- en groentelade optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien.
Scheidingsplaat en afdekking inbouwen
- De afdekking van de fruit- en groentelade plaatsen.
- De scheidingsplaat aanbrengen.
- De glasplaat op de scheidingsplaat plaatsen.
$$ \rightarrow \text { Fig. } \boxed {1 2} $$
Telescooprails
Om de telescooprails grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Telescooprails demonteren
- De telescooprail uittrekken.
- De vergrendeling in de richting van de pijl schuiven ①en van de achterste pen losmaken ②
- De telescooprail in elkaar schuiven.
- De telescooprail boven de achterste pen naar achteren schuiven ① en losklikken ②
$$ \rightarrow \text { Fig. } 1 3 $$
$$ \rightarrow \text { Fig. } 1 4 $$
$$ \rightarrow \text { Fig. } 1 5 $$
Uittrekbare rails monteren
- De telescooprail in uitgeschoven toestand op de voorste pen plaatsen ①en om te vergrendelen iets naar voren trekken ②
$$ \rightarrow \text { Fig. } 1 6 $$
- De telescooprail aan de achterste pen plaatsen ①en de vergrendeling naar achteren schuiven ②
$$ \rightarrow \text { Fig. } 1 7 $$
16 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-ratie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld.► Voer de apparaatzelftest uit. →Pagina 121✓ Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functi-oneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.► Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Home Connect functi-oneert niet correct. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.► Ga naar www.home-connect.com. |
| E of dverschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fout geconstateerd.1. Schakel het apparaat uit. →Pagina 1082. Koppel het apparaat los van de voedingspanning.Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.3. Sluit het apparaat na 5 minuten weer aan.4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 1082. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 108- Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.- Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.► Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar.► Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Snelfunctie is ingeschakeld.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
16.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
■ Het apparaat tijdens een stroomuit-val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inrui-men.
■ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weg-gooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
16.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een appa- raatzelftest, welke storingen weer- geeft, die uw service kan verhelpen.
-
Het apparaat uitschakelen. → Pagina 108
-
Het apparaat na 5 minuten op-nieuw inschakelen. → Pagina 108
-
Binnen 10 seconden na het in- schakelen *gedurende 3 tot 5 se- conden ingedrukt houden.
√ De apparaatzelftest start.
√ Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoes-tisch signaal.
- Als na het einde van de apparaat-zelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur
toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaat-zelftest 5 akoestische signalen klinken en *gedurende 10 secon-den knippert, neem dan contact op met de service.
17 Opslaan en afvoeren
17.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 108
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat ontdooien. → Pagina 116
- Het apparaat reinigen. → Pagina 117
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
17.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
18 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garanti- tevoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
18.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1 / 6
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1 / 6
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse F. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Dit product bevat een tweede lichtbron van energieklasse F. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/ ^1 . Dit webadres
verwijst naar de officiële EU-product-databank EPREL. Volg dan de aan-wijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
20 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH, dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.gaggenau.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
CE
2,4-GHz-band (2400–2483,5 MHz): max. 100 mW
5 GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
5 GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.gaggenau.com