LM9012/20 L OR BARISTA - Koelkast PHILIPS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LM9012/20 L OR BARISTA PHILIPS in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur LM9012/20 L OR BARISTA PHILIPS
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LM9012/20 L OR BARISTA - PHILIPS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LM9012/20 L OR BARISTA van het merk PHILIPS.
GEBRUIKSAANWIJZING LM9012/20 L OR BARISTA PHILIPS
nl Gebruiksaanwijzing
RT 222
Einbaugerät
Built-in appliance
Appareil encaserable
| Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen | 78 |
| Voordat u het apparaat in gebruik neemt | 78 |
| Technische verilgheid | 78 |
| Bij het gebruik | 78 |
| Kinderen in het huishouden | 79 |
| Algemene bepalingen | 79 |
| Aanwijzingen over de afvoer | 79 |
| Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat | 79 |
| Afvoeren van uw oude apparaat | 80 |
| Omvang van de levering | 80 |
| Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte | 80 |
| Omgevingstemperatuur | 80 |
| Beluchting | 81 |
| Nisdiepte | 81 |
| De juiste plaats | 81 |
| Apparaat aansluiten | 81 |
| Elektrische aansluiting | 81 |
| Kennismaking met het apparaat | 82 |
| Bedieningselementen | 83 |
| Apparaat inschakelen | 83 |
| Aanwijzingen bij het gebruik | 83 |
| Instellen van de temperatuur | 84 |
| Koelruimte | 84 |
| Het vriesvak | 84 |
| Alarm function | 84 |
| Deuralarm | 84 |
| Alarm uitschakelen | 84 |
| Snel-functie | 84 |
| Snel-functie gebruiken | 84 |
| In- en uitschakelen | 84 |
| Netto-inhoud | 84 |
| De koelruimte | 84 |
| In abrupt nemen bij het bewaren | 85 |
| Let op de koudezones in de koelruimte | 85 |
| Groentelade met vochtigheidsregelaar | 85 |
| Het vriesvak | 86 |
| Maximale invriescapaciteit | 86 |
| Voorwaarden voor max. invriesvermogen | 86 |
| Invriezen en opslaan | 86 |
| Inkopen van diepvriesproducten | 86 |
| Verse levensmiddelen invriezen | 86 |
| Diepvrieswaren verpakken | 87 |
| Houdbaarheid van de diepvrieswaren | 87 |
| Ontdooien van diepvrieswaren | 87 |
| Uitvoering | 87 |
| Glasplateaus | 87 |
| Uittrekbaar glasplateau | 88 |
| Wijn- en champagnerek | 88 |
| Flessenhouder | 88 |
| IJsbakje | 88 |
| Sticker „OK" | 89 |
| Apparaat uitschakelen en buiten werkking stellen | 89 |
| Uitschakelen van het apparaat | 89 |
| Buiten werkking stellen van het apparaat | 89 |
| Ontdooien | 89 |
| Koelruimte | 89 |
| Het vriesvak | 90 |
| Schoonmaken van het apparaat | 90 |
| Uitvoering | 91 |
| Luchtjes | 92 |
| Verlichting (LED) | 92 |
| Energie besparen | 93 |
| Bedrijfsgeluiden | 93 |
| Heel normale geluiden | 93 |
| Voorkomen van geluiden | 93 |
| Servicedienst | 95 |
| Verzoek om reparatie en advies bij storingen | 95 |
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindtkaarin belangrijke informatatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing
niet in acht worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het
montagevoorschrift voor later gebruik of voor
een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijkke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentie Niet beschadigd worden. Koelmiddel datংbuiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnenuit de buurt van het apparaat houden;
- Ruimte gedurende eenaar minutengoed luchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker uithet stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, deste groter moet de ruimte zich waarin hetapparaat worden opgesteld. In een tekleineruimte kan bij een lek een ontvlambaarmengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1m^3 groot zich. De hoeveelheidkoelmiddel in uw apparaat vindt u op hettypeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt,要去 deze wordenervangen door de fabrikant,deklantenservice of een anderegekwalificeerde persoon. Onvakkundigeinstallatie en reparations kuren groot geaaropleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificierde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gezruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hetestoom kan in de elektrische onderdelenterechtkomen en kortsluitingveroorzaken. Gevaar van elektrischeschok!
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel datংbuiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare vrijfussen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
-
Plint, uittrebkare manden of laden, deuren etc. nied als opstapje gebruiken of om op te leunen.
-
Om te ontdooien of schoon te make: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage alsijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können pores us worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
- Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare Personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijkke of zintuigelijk beperkingen, evenals Personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare Personen begrijpen wat de bevaren worden. Een voor de veiligkeit verantwoordelijk persoon moet toezicht honden op kinderen en kwetsbare Personen bij het apparaat of hen instruieren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat\ laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht honden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
- Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – Niet in de vriesruimte opslaan. Flessen en potten können barsten!
Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddelijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmaterialiaal en onderdelen ervan zich geen spelegoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
- Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
- voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw(AP) apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gezrukke materialen zich onschadelijk voor het milieu en+kunnen opnieuw worden gezruikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kurz bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterialiaal van het neue apparaat kurz (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkverwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zich geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer{kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken Niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijkke afvoer mooten de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport Niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten=kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialiaal
- Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebjlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklassie geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklassie kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.

Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel bennen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaatuit klimaatklasse SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur,+kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
De lucht aan dechterzijde van het apparaat worden warm. De verwarmde lucht要去 ongehinder afgevoerd+kennen worden. Anders要去 de koelmachineeerpresteren.Waardoor het energieverbruik toeneemt.De be en ontluchtingsopeningenogen dan ook nooit worden afgedekt!
Nisdiepte
Voor het apparaat worden een nisdiepte van 560~mm aanbevolen. Bij een Kleinere nisdiepte - minstens 550~mm - worden het energieverbruik ie's hoger.
De juisteplaats
Geschikt voor het opstellen zich droge, ventilierbare vertrekken. Het apparaat liefst Niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebronplaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron Niet te vermijden, kaak dan gebruik van een isolerende plank of neem de volgende minimumafstanden in acht:
- Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
- Naast een CV-installatie 30~cm .
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat moet u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Vóor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact要去en beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen worden gebrukt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkommen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onsze apparaten+kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gezruikt. Netvoedingsinverters worden gezruikt bij fotovoltaische installaties dierechtstreeks,zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gezruikt.
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.

A Het vriesvak
B Koelruimte
1-5 Bedieningselementen
6 Verlichting
7 Glasplateau in de koelruimte
8 Uittrekbaar glasplateau
9 Groentelade met vochtigheidsregelaar
10 Voorraadvak in de deur
11 Vak voor groe flessen

1 Toets Aan/Uit ①
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Toets Snel
Dient voor het in- en uitschakelen van de snelfunctie (zie het hoofdstuk Snel-functie).
3 Insteltoeansen voor de temperatuur + / -
Met deze toetsen wordt de temperatuur ingesteld.
4 Temperature display
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ^ C
5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function").
Apparaat inschakelen
Het apparatus met de toets Aan/Uit ① inschakelen.
De temperatuurindicatie toont de ingesteldete temperatuur.
Het apparatusaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanner de deur open is.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4^ voor de koelruimte.
Bewaar gevoelige levensmiddelen nicht warmer dan +4^ .
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen van het apparaat kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Vóor dieijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. - Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op dechterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterdruppels Niet af te wissen of de rijp af te schrapen. Dechterwand worden automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje maar de koelmachine, waar het verdampt.

Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2^ tot +8^ .
Temperatuur-insteltoets + / - net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De staat ingestelde waarde worden in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur worden aangegeven op temperatuurindicatie koelruimte.
Het vriesvak
De temperatuur in de koelruimte beinvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur.
Alarm function
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) worden ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minutes openstaat. Door de deur te sluiten worden het alarmsignaal wee uitgeschakeld.
Alarm uitschakelen
De alarm-toets indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
Snel-functie
Wanneer de snel-functie is ingeschakeld, worden het kouder in het vriesvak en in de koelruimte.
Aanwijzingen
- Het apparaat kan hardere bedrijfsgeluiden gaan make.
Voor het invriezen vankleine hoeveelheden levensmiddelen hebtu de snel-functie Niet nodig.
Snel-functie gebruiken
Bij het aanbrengen van de verse levensmiddelen de snel-functie inschakelen.
Snel invriezen van levensmiddelen - vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak blijven behouden.
Snel koelen van dranken
- Bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in de koelruimte.
In- en uitschakelen
Toets Snel * indrukken.
De toets brandt wanneer de snel-functie is ingeschakeld.
De snel-functie schakelt na ca. 112 davon automatisch uit en het apparaat worden op de erder ingestelde temperatuur geschakeld.
Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst").
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In awhile nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
- Warme gerechten en dranken eerst lien afkoelen en pas daarna in het apparaatzetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de hinterwand raken.
Anders worden de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen können aan de hinterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
- De koelste zone bevindt zich:tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder.
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
- De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijf goed smeerbaar.

Groentelade met vochtigheidsregelaar
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met een vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. Hierdoor konnen vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang worden bewaard als bij een conventionele bewaarmethode.
De luchtvochtigkeit in de groenteladekest u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid levensmiddelen:
overwegen fruit en bij hoge belading - lagere luchtvochtigheid
overwegen groente en bij gemengde belading of geringe belading - hogere luchtvochtigheid

Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8^ tot +12^ .
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijden met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Dient voor:
- bewaren van diepvriesproducten,
- make van ijsblokjes,
invriezen vankleinehoeveelheden levensmiddelen.
Aanwijzingen
Aan de handgreep kut u zien of de deur van het vriesvak goed zich is.
- De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.
Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst").
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
- Verse levensmiddlesen zo zicht möglichk bij de zichwanden invriezen.
Bij het aanbrengen van de verse levensmiddelen de snel-functie inschakelen.
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag Niet beschadigd zich.
Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
- De temperatuur in de verkoop-koelkist要去 -18^ C of kouderশn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglich te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nichtoodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen nicht met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanrakingkommen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gezogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten,.gaar vlees en gore vis, aardappelgerechten, overschotels en zoete toetjes.
- Niet geschickt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kripsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven,—hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodate neiet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebrukke boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kurz u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
- Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood enbanket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en vereidingswijze van de levensmiddelen kut u kiezen uit de volgende möglichkheden:
bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in demagnetron
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen. Pas na het koken of braden tot een Kant-enklaargerecht{kunnen ze opniew worden ingevroren. De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
U kunt de legplateaus en voorraadvakken in de binnenruimteaar wens verplaatsen: Legplateau optillen,haar voren trekken,laten zakken en zijwaartsaar buiten draaien.

Uittrekbaar glasplateau
Voor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken.

Wijn- en champagnerek
In het wijn- en champagnerek(Intjutsfleussenveilig bewaren. Als uplaats voor andere levensmiddelen nodig hebts,(Intjutsfleussenveilig bewaren. Als uplaats voor andere levensmiddelen nodig hebts,Intjutsfleussenveilig bewaren. Als uplaats voor andere levensmiddelen nodig hebts,Intjutsfleussenveilig bewaren.

Flessenhouder
De flessenhouser voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.

IJsbakje
IJsbakje voor 34 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
Om de ijsblokjes los te make: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water honden.

(niet bij alle modellen)
Met de "OK"-temperatuurcontrole{kunnen temperaturen onder +4^ worden geregisteerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker nicht "OK" aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 eer duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten Working stellen
Uitschakelen van het apparaat
Toets Aan/Uit ① indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordenuitgeschakeld.
Buiten werkung stellen van het apparatus
Als u het apparaat langere vrijd Niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparatusat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekerings losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparatusat.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
Koelruimte
Wanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op dechterwand van de koelruimte. Omdat dechterwand automatisch ontdooit, is het Niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen. Het dooiwater loopt door het dooiwatergootje en het afvoergat maar de verdampingsbak, waar het verdampt.
Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodate het dooiwater kan weglopen.

Het vriesvak
Het vriesvak worden nicht automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.
Attentie
Een laag rijp of ijs Niet met een mes of een scherp voorwerp afterschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Schakel de snel-functie ca. 4 eer voor het ontdooien in. Daardoor bereiken de levensmiddelen een zeer lage temperatuur en+kunnen ze langer op kamertemperatuur worden bewaard.
- Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren. Koude-accu (indien beschikbaar) op de diepvrieswaren leggen.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
- Om het ontdooiprocesse te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Dooiwater met een spons of doekje afwissen.
- Wrijf het vriesvak droog.
- Apparaat weeinschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Schoonmaken van het apparatus
Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen nicht in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze können verrormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóor het schoonmaken het apparatusuitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekerings losdraaien resp. uitschakelen!
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag Niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkommen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat waar aansluienen inschakelen.
- Levensmiddelen weeer aanbrengen.
Uitvoering
Voor het reinigen{kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Uittrekbaar glazen legplateau verwijderen
Hendel aan de onderzijde aan beiden zichden ingedrukt houden, glasplateauaar voren trekken, optillen en bijwaartsaar buiten draaien.

Dooiwatergoot
De schuiflade moet worden verwijderd om de dooiwatergoot te reinigen.
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodate het dooiwater goed kan weglopen.

Legplateausuit de deur nemen
Legplateaus optillen en verwijderen.

Glasplateau boven de groentelade verwijderen
Het glasplateau kurz u verwijderen en uit elkaar nemen om het te reinigen.
Aanwijzing
De groentelade uittrekken voordat u het glasplateau verwijderd.

Reservoir verwijderen
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ①.
- Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).
- Alle verpakkingen reinigen.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weeinschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 eer controlleren of er opniew luchtjes zich ontstaan.
Verlichting (LED)
Het apparatus is voorzien van een onderhoudsvrijde LEDverlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkendvakman worden uitgevoerd.
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimteplaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebronplaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventuele een isolatieplaat.
- Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.
Eenkleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik. - Warme gerechten en dranken eerst lately afkoelen, daarna in het apparaatplaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. - Deuren van het apparaat zo kort möglich openen.
Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig.
laten ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgithe van
koude aan de diepvrieswaren en verhoogt
het energieverbruik.
Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is. - Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden,要去 de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.
- De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparatus.
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magnetoventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nods iets onder.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald=kennen worden en zet ze eventueel opniew in het apparatusat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroegt:
Controller er erst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geben om de storing te verhelppen, dan要去 u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevalen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| Temperatuurindicatie geeft „E...“ aan. | De elektronica heeft een fout geconstasteerd. | Inschakelen van de Servicedienst. |
| De verlichting functioneert nicht. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De deur stond te lang open. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting wee. | |
| De verlichting worden na ca. 10 minuten uitgeschakeld. | ||
| Het vriesvak heeft een dikke laag rijp. | Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien". Zorg er.altijd voor dat de deur van het vriesvak gezit. | |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. | Het dooiwatergootje en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat"). |
| In de koelruimte is het te koud. | Deur van het vriesvak is geopend. | Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. |
| De temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuur warmer instellen. | |
| De snel-functie is ingeschakeld. | Snel-functie uitschakelen. | |
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Het apparaat koelt nicht, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat"). Na afloop van het programma schakelt het apparaat waar over op het normale gebruik. |
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeft die alleen door de Servicedienst verholpen können worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ① en 5 Minutes wachten.
- Apparaat inschakelen met de Aan/Uit-toets ① en binnen 10 seconden op de snel-toets * drukken en deze 3-5 seconden ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt.
Het zelftestprogramma start.
Terwijl de zichtest worden uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.
Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur worden weergegeven, is uw apparaat in orde.
Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de snel-toets 10 seconden knippert, is er spreke van een fouit. Neem contact op met de Service.
Zelftest apparatus beeindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weever op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving=kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen.
Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD-Nr.) van het apparatus op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijglesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244030
B 070222148
SimpelGids