LM9012/20 L OR BARISTA - PHILIPS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LM9012/20 L OR BARISTA PHILIPS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LM9012/20 L OR BARISTA - PHILIPS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LM9012/20 L OR BARISTA van het merk PHILIPS.
GEBRUIKSAANWIJZING LM9012/20 L OR BARISTA PHILIPS
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Technische veiligheid Bij het gebruik Kinderen in het huishouden Algemene bepalingen
Maximale invriescapaciteit Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten
Aanwijzingen over de afvoer * Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat * Afvoeren van uw oude apparaat
Verse levensmiddelen invriezen Diepvrieswaren verpakken Houdbaarheid van de diepvrieswaren
Ontdooien van diepvrieswaren
Omvang van de levering
Uitvoering Glasplateaus Uittrekbaar glasplateau Wijn- en champagnerek Flessenhouder IJsbakje
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte Omgevingstemperatuur Beluchting Nisdiepte
Apparaat aansluiten Elektrische aansluiting
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaat Buiten werking stellen van het apparaat
Kennismaking met het apparaat Bedieningselementen
Ontdooien Koelruimte Het vriesvak
Apparaat inschakelen Aanwijzingen bij het gebruik
Instellen van de temperatuur Koelruimte Het vriesvak
Schoonmaken van het apparaat Uitvoering
Alarm function Deuralarm Alarm uitschakelen
Snel-functie Snel-functie gebruiken In- en uitschakelen
Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Voorkomen van geluiden
Kleine storingen zelf verhelpen
De koelruimte In acht nemen bij het bewaren Let op de koudezones in de koelruimte Groentelade met vochtigheidsregelaar
Servicedienst Verzoek om reparatie en advies bij storingen
m Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken. Bij beschadiging ▯ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ▯ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ▯ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ▯ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de vriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden ▯
Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt ▯ ▯
voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer * Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
* Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing Bij afgedankte apparaten 1.
Stekker uit het stopcontact trekken.
Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte Omgevingstemperatuur Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. Klimaatklasse
SN N ST T Toelaatbare omgevingstemperatuur +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +16 °C tot 38 °C
+16 °C tot 43 °C De klimaatklasse staat op het typeplaatje.
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagemateriaal
Klantenserviceboekje
Informatie over energieverbruik en geluiden
Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger.
Elektrische aansluiting
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30 cm.
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat
De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
Uittrekbaar glasplateau
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Voorraadvak in de deur
Vak voor grote flessen
Toets Aan/Uit ÿ Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
Aanwijzingen bij het gebruik ▯
Na het inschakelen van het apparaat kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje naar de koelmachine, waar het verdampt.
Toets Snel Û Dient voor het in- en uitschakelen van de snelfunctie (zie het hoofdstuk Snel-functie).
Insteltoetsen voor de temperatuur +/Met deze toetsen wordt de temperatuur ingesteld.
Temperature display De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.
Alarmtoets Ú Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
Apparaat inschakelen Het apparaat met de toets Aan/Uit ÿ inschakelen. De temperatuurindicatie toont de ingestelde temperatuur. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is. Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte. Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.
Instellen van de temperatuur
Wanneer de snel-functie is ingeschakeld, wordt het kouder in het vriesvak en in de koelruimte.
De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.
Temperatuur-insteltoets +/- net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
Het apparaat kan hardere bedrijfsgeluiden gaan maken.
Voor het invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen hebt u de snel-functie niet nodig.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op temperatuurindicatie koelruimte.
Snel-functie gebruiken ▯
Bij het aanbrengen van de verse levensmiddelen de snel-functie inschakelen.
Snel invriezen van levensmiddelen – vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak blijven behouden.
Snel koelen van dranken
Bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in de koelruimte.
Het vriesvak De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur.
In- en uitschakelen Toets Snel Û indrukken.
Deuralarm Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Alarm uitschakelen De alarm-toets Ú indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
De toets brandt wanneer de snel-functie is ingeschakeld. De snel-functie schakelt na ca. 1½ dagen automatisch uit en het apparaat wordt op de eerder ingestelde temperatuur geschakeld.
Netto-inhoud De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”).
De koelruimte De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren ▯
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Groentelade met vochtigheidsregelaar De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met een vochtigheidsregelaar en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. Hierdoor kunnen vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang worden bewaard als bij een conventionele bewaarmethode. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid levensmiddelen:
overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid
overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
De koelste zone bevindt zich tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder. Aanwijzing Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Het vriesvak Dient voor:
Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten
bewaren van diepvriesproducten,
maken van ijsblokjes,
De verpakking mag niet beschadigd zijn.
invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen.
Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.
De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Aan de handgreep kunt u zien of de deur van het vriesvak goed dicht is.
De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.
Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”).
Voorwaarden voor max. invriesvermogen ▯
Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Bij het aanbrengen van de verse levensmiddelen de snel-functie inschakelen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. 1.
Levensmiddelen in de verpakking leggen.
Lucht eruit drukken.
Het geheel van een goede sluiting voorzien.
Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
bij omgevingstemperatuur
Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-enklaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering (niet bij alle modellen)
Glasplateaus U kunt de legplateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Legplateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Uittrekbaar glasplateau
Voor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken.
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
In het wijn- en champagnerek kunt u flessen veilig bewaren. Als u plaats voor andere levensmiddelen nodig hebt, kunt u de metalen beugel omhoog klappen.
IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel). Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Sticker „OK” (niet bij alle modellen) Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft. Aanwijzing Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.
Ontdooien Koelruimte Wanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand van de koelruimte. Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen. Het dooiwater loopt door het dooiwatergootje en het afvoergat naar de verdampingsbak, waar het verdampt. Aanwijzing Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaat Toets Aan/Uit ÿ indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt: 1.
Uitschakelen van het apparaat.
Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
Schoonmaken van het apparaat.
Deur van het apparat open laten.
Het vriesvak Het vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.
Schoonmaken van het apparaat m
Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing Schakel de snel-functie ca. 4 uur voor het ontdooien in. Daardoor bereiken de levensmiddelen een zeer lage temperatuur en kunnen ze langer op kamertemperatuur worden bewaard. 1.
Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren. Koude-accu (indien beschikbaar) op de diepvrieswaren leggen.
Apparaat uitschakelen.
Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
Dooiwater met een spons of doekje afwissen.
Wrijf het vriesvak droog.
Apparaat weer inschakelen.
Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
De schuiflade moet worden verwijderd om de dooiwatergoot te reinigen.
Glasplateaus eruit halen
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Legplateaus uit de deur nemen Uittrekbaar glazen legplateau verwijderen
Legplateaus optillen en verwijderen.
Hendel aan de onderzijde aan beide zijden ingedrukt houden, glasplateau naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Glasplateau boven de groentelade verwijderen
Reservoir verwijderen
Het glasplateau kunt u verwijderen en uit elkaar nemen om het te reinigen.
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Aanwijzing De groentelade uittrekken voordat u het glasplateau verwijderd.
Luchtjes Als u onaangename luchtjes ruikt:
Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ÿ.
Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).
Alle verpakkingen reinigen.
Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
Apparaat weer inschakelen.
Levensmiddelen inruimen.
Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan.
Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. Een nisdiepte van 560 mm aanhouden. Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien. Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is.
Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/ uit.
Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing De temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Oplossing In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er uitgeschakeld; de stekker zit niet goed stroom is. Controleer de zekeringen. in het stopcontact. Temperatuurindicatie geeft De elektronica heeft een fout Inschakelen van de Servicedienst. „E..“ aan. geconstateerd. De verlichting functioneert De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. niet. De deur stond te lang open. Na het sluiten en openen van de deur brandt De verlichting wordt na ca. 10 minuten de verlichting weer. uitgeschakeld. Het vriesvak heeft een dikke laag rijp.
Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed dicht is. De bodem van de koelruimte De dooiwatergoot of het afvoergat is Het dooiwatergootje en het afvoergaatje is nat. verstopt. schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). In de koelruimte is het te Deur van het vriesvak is geopend. Deur van het vriesvak sluiten. De deur van koud. het vriesvak sluit met een hoorbare klik. De temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen. De snel-functie is ingeschakeld. Snel-functie uitschakelen. De koelmachine wordt steeds De deur van het apparaat werd te vaak Deur van het apparaat niet onnodig openen. vaker en langer ingeschakeld. geopend. De be en ontluchtingsopeningen zijn Afdekkingen verwijderen. afgedekt. Het apparaat koelt niet, Het presentatielicht is ingeschakeld. Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest de temperatuurindicatie en apparaat”). de verlichting branden. Na afloop van het programma schakelt het apparaat x
weer over op het normale gebruik.
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ÿ en 5 minuten wachten.
Apparaat inschakelen met de Aan/Uit-toets ÿ en binnen 10 seconden op de snel-toets Û drukken en deze 3–5 seconden ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven, is uw apparaat in orde. Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de snel-toets Û 10 seconden knippert, is er sprake van een fout. Neem contact op met de Service.
Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL B
088 424 4030 070 222 148
Notice-Facile