PRIOS 35 - ARISTON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PRIOS 35 ARISTON in PDF-formaat.

Page 139
Bekijk de handleiding : Français FR English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL Português PT
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ARISTON

Model : PRIOS 35

Categorie : Onbepaald

Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRIOS 35 - ARISTON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRIOS 35 van het merk ARISTON.

GEBRUIKSAANWIJZING PRIOS 35 ARISTON

BE INLEIDING Deze handleiding is gericht tot de installateur en de eindgebruiker, die de warmtepompboiler respectievelijk moeten installeren en gebruiken. Het niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg. Dit boekje is een integraal en essentieel onderdeel van het product. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een nieuwe eigenaar wordt gegeven of verkocht en/of op een andere installatie wordt gemonteerd. Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te kunnen waarborgen moeten de installateur en de gebruiker, m.b.t. hun respectievelijke bevoegdheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen aangezien zij belangrijke gegevens bevatten betreffende de veiligheid van de installatie, het gebruik en het onderhoud. Deze handleiding is verdeeld in twee afzonderlijke delen:

1. GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUD Dit deel bevat alle nodige informatie voor de juiste werking van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zelf kan worden uitgevoerd.

2. INSTALLATIE Dit deel is gericht tot de installateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel moet navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installatie.

Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich het recht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen. Ten behoeve van een beter begrip van de inhoud, daar het gaat om een gebruiksaanwijzing die opgesteld is in verschillende talen en geldt voor meerdere landen, zijn alle afbeeldingen op de laatste pagina's bijeengebracht en dus voor alle talen gelijk. DIT PRODUCT IS CONFORM AAN DE EU RICHTLIJN EU 2012/19/EU Het symbool van de "afvalemmer met een kruis" op het apparaat, betekent dat het product aan het einde van zijn levenscyclus niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het moet gescheiden worden ingezameld in een speciale vuilstortplaats voor elektrische en elektronische apparatuur of worden ingeruild bij de verkoper tijdens de aanschaf van een nieuw, soortgelijk apparaat. De gebruiker is verantwoordelijk voor het apart laten inzamelen van het apparaat aan het einde van zijn levensduur. De juiste inzameling van het apparaat dat niet meer wordt gebruikt, teneinde het te recyclen, te behandelen en het op een milieuvriendelijke wijze te vernietigen, zorgt er mede voor dat er geen mogelijk negatieve effecten worden geproduceerd op het milieu en de volksgezondheid, en helpt de materialen waaruit het product is vervaardigd te hergebruiken. Voor meer informatie betreffende de beschikbare verzamelmogelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijke reinigingsdienst of tot de verkoper van het product.

BE INHOUDSOPGAVE: GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUD VEILIGHEIDSNORMENpag. 125 1.

MUURMODEL pag. 127 1.1 Bedieningspaneel van de interne eenheid 1.2 Display pag. 128

2. GEBRUIK pag. 129 2.1 Basisfuncties 2.2 Speciale functies pag. 130 2.3 Luchtbehandelingsfilters 3.

EENVOUDIG ONDERHOUD pag. 131 3.1 Reiniging van de filters 3.2 Reiniging van de airconditioner

ONDERHOUD EINDE SEIZOEN pag. 132 4.1 Als de airconditioner het niet doet

INSTALLATIE TOEBEHOREN VOOR DE INSTALLATIE pag. 133 VEILIGHEIDSNORMENpag. 134 1.

INSTALLATIE pag. 136 1.1 Minimum afstanden 1.2 Installatie van het sjabloon 1.3 Installatie van de interne eenheid pag. 137 1.4 Installatie van de externe eenheid

2. LEIDINGEN EN AANSLUITINGENpag. 2.1 Aansluiting van de koelleidingen 2.2 Afvoer van het condenswater van de interne eenheid 2.3 Afvoer van het condenswater van de externe eenheid 2.4 Gereedschap pag. 2.5 Dikte van de koperen buizen 2.6 Hoe men de leidingen aansluit 2.7 Aansluitingen op de interne eenheid 2.8 Aansluitingen op de externe eenheidpag. 2.9 Creëren van een vacuüm en controleren of er geen lekken zijn 2.10 Bijvullen koelmiddel pag. 2.11 Vulling met koelgas

ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN pag. 143 3.1 Aansluiting interne eenheid 3.2 Aansluiting externe eenheid 3.3 Aansluiting op het elektriciteitsnetpag. 144 3.4 Soort aansluitingen

BE GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUD VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN BEWAAR EN RAADPLEEG DIT BOEKJE ZORGVULDIG, DAAR ALLE WAARSCHUWINGEN BELANGRIJKE INFORMATIE BEVATTEN VOOR DE VEILIGHEID TIJDENS INSTALLATIE, GEBRUIK EN ONDERHOUD. Lees aandachtig de in deze handleiding vermelde voorzorgsmaatregelen voordat u de airconditioner gebruikt.

Dit toestel is gevuld met R32 koelgas.

Legenda Symbolen: Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn. Wanneer u deze waarschuwingen niet naleeft, riskeert u dat voorwerpen, planten of dieren in bepaalde omstandigheden zelfs zwaar geschaad kunnen worden.

NORM RISICO Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat moet openen.

Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. Persoonlijk letsel door verbranden met hete onderdelen of wonden door aanwezigheid van scherpe randen of uitstekende delen.

Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat van zijn plaats moet halen.

Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. Persoonlijk letsel: brandwonden door afkoeling vanwege gas dat uit losgemaakte leidingen stroomt. Volgens de regelgeving moet de lettergrootte voor hoofdletters minimaal 3 mm zijn.

Zet het apparaat niet aan/uit door de stekker van de voedingskabel in of uit het stopcontact te halen.

Elektrische schokken door beschadiging van de kabel, stekker of contactdoos.

De voedingskabel niet oprollen/veranderen/verwarmen en geen zware voorwerpen op de voedingskabel plaatsen

Elektrische schokken door ongeïsoleerde draden die onder spanning staan.

Raak de elektrische onderdelen niet onmiddellijk na het uitschakelen van de voeding aan. Wacht minstens 10 minuten na uitschakeling van de eenheid.

Persoonlijk letsel door elektrische schokken.

Laat geen voorwerpen op het apparaat staan.

Persoonlijk letsel door voorwerpen die vallen doordat ze op een trillend apparaat liggen

Klim niet op het apparaat.

Persoonlijk letsel door voorwerpen die van het apparaat vallen

Klim niet op instabiele stoelen, krukken, trappen of andere voorwerpen om het apparaat te reinigen.

Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap).

Voer geen schoonmaakwerkzaamheden op het apparaat uit voordat u het apparaat heeft uitgezet, de stekker eruit heeft getrokken of de betreffende schakelaar uit heeft gezet.

Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan.

Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf de leeftijd van 8 jaar of door onervaren personen, mits onder toezicht of na naar behoren geïnstrueerd en geïnformeerd te zijn over het veilig gebruik van het apparaat en de mogelijke risico’s die ermee verbonden zijn.

Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. Persoonlijk letsel

BE NORM RISICO Dit apparaat kan gebruikt worden door personen met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperkingen, mits onder toezicht of na naar behoren geïnstrueerd en geïnformeerd te zijn over het veilig gebruik van het apparaat en de mogelijke risico’s die ermee verbonden zijn.

Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. Persoonlijk letsel

Richt de luchtstroom niet naar gasfornuizen of gaskachels

Explosies, brand of vergiftiging door uitstromend gas dat uit spuitgaatjes gestroomd is. Door de luchtstroom gedoofde vlammen.

Steek uw vingers niet in de ventilatieopeningen en de luchtinlaatroosters.

Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. Persoonlijk letsel: snijwonden.

Drink het condenswater niet.

Persoonlijk letsel door vergiftiging.

In het geval u een brandlucht ruikt of rook uit het apparaat ziet komen, moet u de elektrische voeding uitschakelen, de ramen openen en een installateur inschakelen.

Persoonlijk letsel door brandwonden of inademing van rook.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. Persoonlijk letsel.

Reiniging en onderhoud mogen niet zonder toezicht van volwassenen door kinderen worden uitgevoerd.

Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. Persoonlijk letsel.

Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat van zijn plaats moet halen.

Lekkage als gevolg van water dat uit losgeraakte leidingen stroomt.

Laat geen voorwerpen op het apparaat staan.

Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen doordat het apparaat van de muur losraakt.

Als de voedingskabel beschadigd is moet hij worden vervangen door de fabrikant of door diens technische servicedienst of in ieder geval door iemand met een gelijkwaardige beroepsbekwaamheid, zodat elk risico wordt voorkomen

Persoonlijk letsel door elektrische schokken.

De eenheid niet in werking stellen in de buurt van gevaarlijke stoffen en brandbare of bijtende gassen

Risico op brand, letsel, explosies

Gebruik geen insekticiden, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen om het apparaat te reinigen.

Beschadiging van de plastic onderdelen of van de gelakte onderdelen.

Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan voor een normaal huishoudelijk gebruik.

Beschadiging van het apparaat door overbelasting. Beschadiging van de verkeerd gebruikte onderdelen.

Richt de luchtstroom niet op kostbare voorwerpen, planten of dieren.

Beschadiging of nadelige invloeden door teveel koude/warmte, vochtigheid of ventilatie.

Gebruik de airconditioner niet lang achter elkaar als de vochtigheid hoger is dan 80%.

Beschadiging van voorwerpen door druppelen van condenswater uit het apparaat.

Geen andere elektrische apparaten, meubels of voorwerpen plaatsen die de slecht tegen de vochtigheid onder de interne of externe eenheid kunnen.

Mogelijk weglopen van condenswater oorzaak van beschadigingen of storingen.

Zorg voor voldoende ventilatie van de ruimte waarin de airconditioner geïnstalleerd is als ook een verbrandingsapparaat aanwezig is.

Stelt u zich niet te lang bloot aan de luchtstroom van het apparaat

Gezondheidsproblemen

Controleer minstens één keer per jaar of het frame en de ondersteuningsstructuur van de externe eenheid nog in goede staat zijn.

Persoonlijk letsel door vallende voorwerpen, schade aan het product

1. MUURMODEL De airconditioner bestaat uit twee (of meer) eenheden, die met elkaar verbonden zijn door middel van (goed geïsoleerde) koperen leidingen en een elektrische voedingskabel. De interne eenheid moet worden geïnstalleerd op een muur in het lokaal waarvan men het klimaat wenst te regelen. De externe eenheid kan op de grond of met speciale montagebeugels aan de muur worden gemonteerd. In geval van installatie van het type "monosplit", wordt de externe eenheid uitsluitend aangesloten op één interne eenheid, terwijl in het geval van "multisplit"-installatie op een enkele externe eenheid meerdere interne eenheden aangesloten worden. Tips voor een goede werking: - Men moet de airconditioner op de juiste wijze gedimensioneerd (berekend) hebben om de capaciteit zo goed mogelijk en met het beste rendement te benutten. (Risico dat het apparaat niet optimaal presteert). - Bedek niet de verschillende in- en uitgangen van de lucht. (Risico oververhitting van het apparaat). - Gebruikt men het apparaat voor lange tijd niet, dan moet men de elektrische voedingskabel losmaken aangezien het apparaat altijd onder spanning staat. (Gevaar voor brand, inademen van rook en persoonlijk letsel). - Voor een optimaal rendement van het apparaat, de kamertemperatuur door middel van de swing-functie gelijkmatig houden, deuren en ramen sluiten en de filters regelmatig reinigen. - De ruimte niet overmatig koelen om plotselinge temperatuurveranderingen te voorkomen

OPGELET: - Niet het apparaat met de stekker in- of uitschakelen, hierdoor loopt men het risico op elektrische schokken. - Klim niet op de interne of externe eenheid en zet er geen dingen op om niet het risico te lopen op persoonlijk letsel door vallen of schade door vallende voorwerpen. - Stelt u zich niet te lang bloot aan de directe luchtstroom van het apparaat (risico op persoonlijk letsel door sensibilisering van de huid

INTERNE EENHEID ROOSTER LUCHTTOEVOER LUCHTUITGANG VIN FLAP LEIDINGEN EN ELEKTRISCHE KABELS EXTERNE EENHEID LUCHTINGANG LUCHTUITGANG Bedieningspaneel van de interne eenheid

TOETS "ON/OFF" Door op deze toets te drukken gaat de eenheid aan/uit. De bedrijfsmodus is AUTO (Tset = 24°C). Door de on/off-toets 2 keer achter elkaar in te drukken, gaat de airconditioner in de bedrijfsmodus geforceerde cooling (uitsluitend gebruikt door de installateur in de testfase).

LED OPGELET: - Raak de keuzeschakelaar niet met vochtige handen aan (risico van persoonlijk letsel door schokken). TOETS ON/OFF / 141

BE 1.2 Smart Display De airconditioner beschikt over een display waarmee de bedrijfsparameters kunt bekijken (zie afbeelding).

verschijnt voor 3 seconden bij aanschakeling van TIMER, SWING, TURBO of SILENCE..

verschijnt voor 3 seconden bij uitschakeling van TIMER, SWING, TURBO of SILENCE.

verschijnt tijdens defrost: duidt aan dat de ontdooifunctie is aangeschakeld in de externe eenheid.

verschijnt tijdens de werking van de SELF CLEAN.

verschijnt tijdens de voorverwarmingsfase van de koelvloeistof, met afstelling van de ventilator van de interne eenheid, en houdt aan zolang het gas de temperatuur van 23°C niet heeft bereikt. Deze functie vermijdt dat er koude lucht in de omgeving wordt geblazen tijdens het begin van de werking.

verschijnt gedurende 15 seconden wanneer de airconditioning een werkduur heeft bereikt van 240 uur en signaleert dat de luchtfilters moeten worden gereinigd. Elke keer dat het toestel terug wordt opgestart zal de melding opnieuw verschijnen, zolang de interne urenteller niet manueel wordt gereset door 4 maal op de LED-toets van de afstandsbediening te drukken. Deze bewerking kan u enkel uitvoeren tijdens de 15 seconden dat de melding verschijnt.

verschijnt gedurende 15 seconden wanneer de airconditioning een werkduur heeft bereikt van 2880 uur en signaleert dat de speciale filters moeten worden vervangen. Elke keer dat het toestel terug wordt opgestart zal de melding opnieuw verschijnen, zolang de interne urenteller niet manueel wordt gereset door 4 maal op de LED-toets van de afstandsbediening te drukken. Deze bewerking kan u enkel uitvoeren tijdens de 15 seconden dat de melding verschijnt.

Verschijnt tijdens de antivries modus.

” Verschijnt achtereenvolgens ” en 2 maal de ingestelde temperatuur, dit wil zeggen dat de “ECO” functie is geactiveerd.

Wi-Fi kan worden waargenomen wanneer de WiFi-functie actief is en de airconditioner is verbonden met internet voor huishoudelijk internet. (alleen met Wi-Fi-kit, apart aan te schaffen)

DISPLAY TEMPERATUUR BE

2. GEBRUIK De airconditioner is een apparaat dat ontworpen is om de ideale omgevingscondities te creëren voor het welzijn van de mensen in het lokaal. Hij kan geheel automatisch de lucht afkoelen, ontvochtigen en verwarmen. De lucht wordt door de ventilator aangezogen, loopt door het bovenste rooster en gaat dan door de filter heen, die de stof tegenhoudt. Vervolgens wordt de lucht in de richting geleid van de vinnen van een "warmtewisselaar": dit is een spiraalbuis met vinnen die lucht koelt en ontvochtigt of de lucht verwarmt. De onttrokken (of afgegeven) warmte wordt door de externe eenheid aan de buitenlucht afgegeven (of onttrokken). Tenslotte geeft de ventilator de lucht in de ruimte af: de richting van de luchtuitgang kan verticaal worden geregeld door de "flap (en horizontaal met de horizontale deflectoren).

2.1 Basisfuncties • VERWARMING In deze bedrijfsmodus verwarmt de airconditioner de lokalen in de bedrijfsmodus “warmtepomp” • KOELING In deze bedrijfsmodus koelt de airconditioner het lokaal en reduceert tegelijkertijd de luchtvochtigheid. • VENTILATIE Met deze functie kan men de lucht in de kamer laten circuleren • ONTVOCHTIGING Deze modus werkt afwisselend met koel- en ventilatiecycli om de lucht te ontvochtigen zonder de kamertemperatuur noemenswaardig te veranderen. • AUTO (alleen voor monosplit-installaties) De modus en de snelheid van de ventilator worden automatisch ingesteld op basis van de waargenomen omgevingstemperatuur. • TURBO Met deze functie kan de airconditioner de ingestelde temperatuur binnen zeer kort tijdsbestek bereiken. • TIMER Deze functie maakt het mogelijk om de airconditioner op het gewenste tijdstip in te schakelen of uit te zetten. • VERTICALE SWING Met deze functie kan het automatisch heen en weer bewegen van de flap gestart worden.

WARMTEWISSELAAR LUCHTFILTER

BE 2.2 Speciale functies • SLEEP FUNCTIE Deze functie past automatisch de temperatuur zodanig aan dat gedurende de nacht een prettiger temperatuur wordt gehandhaafd. • FOLLOW-ME FUNCTIE De werking van de airconditioner hangt af van de sensor van de afstandsbediening die de reële kamertemperatuur detecteert van de ruimte waarin het apparaat zich bevindt. • SELF CLEAN (alleen voor monosplit-installaties) In de self clean-modus zal de airconditioner automatisch de verdamper reinigen en drogen, waardoor deze in optimale omstandigheden zal blijven voor het volgende gebruik • HORIZONTALE SWING Met deze functie kan het automatisch heen en weer bewegen van de interne horizontale deflectoren gestart worden. • LOW AMBIENT Deze functie maakt het mogelijk dat de airconditioner in de cooling-modus werkt met externe temperaturen onder de 15°C. • SENSOR VOOR LEKKEN VAN KOELMIDDEL (alleen in koelmodus) (alleen voor monosplit-installaties) De airconditioner identificeert mogelijke lekken van koelmiddelen en toont "EC" op de display (in het geval van een led display, knipperen de RUN en TIMER leds) • AUTORESTART Deze functie maakt het mogelijk dat de airconditioner, in het geval van een elektriciteitsstoring, na het terugkeren van de elektriciteit weer in werking treedt met laatst ingestelde functie (modus, temperatuur, snelheid ventilator en stand van flap) • SILENCE (alleen voor monosplit installaties) Deze functie maakt het mogelijk dat de airconditioner een minimale snelheid van de ventilator van de interne eenheid instelt, waardoor de ruimte zeer stil wordt. • MEMORY Deze toets wordt gebruikt om de huidige instellingen te bewaren of om de voorgaande instellingen te herstellen. • LED Met deze functie kan de display van de interne eenheid worden uitgeschakeld. • VENTILATOR MET 12 SNELHEDEN Voor elk van de 3 instelbare snelheden (HIGH, MED. LOW) beschikt de airconditioner over drie onderliggende snelheidsniveaus ( HIGH, HIGH+, HIGH- , MED, MED+, MED-, LOW, LOW+,LOW-) die automatisch worden ingesteld. Deze 9 subniveaus zorgen ervoor dat de airconditioner, in combinatie met de snelheden van de functies ontvochtiging, turbo en silence, in totaal over 12 snelheden voor de luchtstroom beschikt. • FLAP AUTO MEMORY Wanneer de airconditioner uitgeschakeld wordt, slaat het apparaat automatisch de laatst ingestelde positie van de flap op. • ECO FUNCTIE (alleen voor monosplit installaties) Deze functie is enkel aanwezig in de werkmodus koeling en minimaliseert het elektriciteitsverbruik door optimalisering van de werkparameters van de compressor en van de snelheid van de ventilators van de interne en externe eenheid, bij een variërende kamertemperatuur. • BOOSTER (alleen voor monosplit installaties) Deze functie reduceert de tijdsduur vereist voor het bereiken van de ingestelde temperatuur. • ZELF-REINIGING (alleen voor monosplit installaties) Deze functie inverteert de rotatiezin van de ventilator van de externe eenheid en richt zo de luchtstroom op de externe wisselaar, die wordt gezuiverd van onzuiverheden. Deze functie garandeert een lange levensduur van het product. Wordt geactiveerd elke keer dat het toestel wordt uitgeschakeld en tijdens de functie SELF CLEAN. • Wi-Fi Deze functie stelt u in staat om via een specifieke app de airconditioning in of buiten huis af te stellen met een draagbaar toestel (smartphone/tablet).

2.3 Luchtbehandelingsfilters • Aromatherapy Poreus filter, dat gebruikt kan worden met essentiële oliën (niet bij het product geleverd) voor de verspreiding van aangename geuren. • Filter Platinum Verwijdert bacteriën, mof ee voorkomt dat de oorzaken van de voorkomende allergieën, het vastleggen van allergenen in de lucht en het breken hun structuur. 144 /

3. EENVOUDIG ONDERHOUD OPGELET: - Voordat men tot reiniging overgaat moet u de stekker eruit trekken of de betreffende schakelaar uitschakelen (risico van persoonlijk letsel door elektrische schok). - Niet de airconditioner met natte handen aanraken (risico elektrische schokken) - In het geval dat men het apparaat moet reinigen moet men niet op instabiele stoelen of tafels klimmen (risico van persoonlijk letsel door vallen). - Bij het verwijderen van de filters moet men oppassen om niet de metalen delen aan te raken, in het bijzonder dient men op de warmtewisselaar van de interne eenheid te letten (risico van snijwonden).

3.1 Reiniging van de filters

Om een goed rendement van de airconditioner te waarborgen, is reiniging van de filters van essentieel belang. Voor woningen is het raadzaam om het apparaat elke twee weken te reinigen. Op het scherm verschijnt hoe dan ook, in functie van het aantal werkuren van de airconditioning, het verzoek voor reiniging van de luchtfilters of vervanging van de speciale filters Filter De filter van de interne unit voorzichtig naar boven duwen om los te maken. (fig.1). dan verwijderen door hem naar u toe te trekken.(fig2) Reinig ze met een stofzuiger of was ze met lauw water en een neutraal schoonmaakmiddel. Voor u ze het apparaat weer inschuift moet u ze goed drogen. Laat ze niet in de zon liggen. Laat de airconditioner niet zonder luchtfilters werken. Luchtbehandelingsfilters Open het frontpaneel en verwijder de antistoffilters zoals hierboven beschreven. Verwijder de luchtbehandelingsfilters zoals weergegeven in fig. 3. - Filter Platinum Deze fi lters moeten worden vervangen zodra zij niet meer in staat om hun functie (ongeveer 24 maanden) uitvoeren. - Aroma therapy Het filter maakt gebruik van de luchtstroom die door de airconditioner loopt om de gewenste geur in de ruimte te verspreiden. Om de geur toe te voegen, verwijdert u het filter zoals hierboven beschreven, giet de gewenste hoeveelheid parfum aan beide uiteinden en in het midden van het filter en plaatst het filter weer terug. De ideale hoeveelheid in te brengen parfum is afhankelijk van het type geur en de persoonlijke voorkeuren van de gebruiker: het is raadzaam om te beginnen met kleine hoeveelheden (bijv. 5 ml). Opmerking: gebruik essentiële oliën die bestemd zijn voor het parfumeren van ruimtes.

Reinig de interne eenheid en ook eventueel de afstandsbediening met een vochtige doek (niet warmer dan 40°C) en neutrale zeep; gebruik geen oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen, insekticiden en sprays (risico van beschadiging en corrosie van de plastic onderdelen van het apparaat). Wees vooral voorzichtig bij de reiniging van het frontpaneel, daar dit zeer gevoelig voor krassen is. Als de batterij van de externe eenheid verstopt is, de bladeren en het vuil verwijderen en vervolgens het stof verwijderen met een luchtstroom of een beetje water.

4. ONDERHOUD EINDE SEIZOEN OPGELET: - Voordat men tot reiniging overgaat moet u de stekker eruit trekken of de betreffende schakelaar uitschakelen (risico van persoonlijk letsel door elektrische schok). - Niet de airconditioner met natte handen aanraken (risico elektrische schokken) - In het geval dat men het apparaat moet reinigen moet men niet op instabiele stoelen of tafels klimmen (risico van persoonlijk letsel door vallen). - Bij het verwijderen van de filters moet men oppassen om niet de metalen delen aan te raken, in het bijzonder dient men op de warmtewisselaar van de interne eenheid te letten (risico van snijwonden). 1. Reinig de filters en zet ze weer op hun plaats. 2. Laat de airconditioner op een zonnige dag enkele uren in ventilatiefunctie werken, op die manier kunnen de interne delen goed drogen. 3. Trek de stekker eruit of schakel de automatische schakelaar.

4.1 Als de airconditioner het niet doet 1. Als het apparaat geen teken van leven geeft, controleren of: - er netspanning aanwezig is - de automatische schakelaar niet doorgeslagen is - er misschien een (korte) onderbreking van de netspanning geweest is - de airconditioner aangaat als op de ON-OFF toest op de interne eenheid gedrukt wordt 2. Als het koelings- of verwarmingeffect minder lijkt dan normaal: - is de temperatuur goed ingesteld op de afstandsbediening? - staat er een raam of deur open? - staat de interne eenheid in de zon? - zijn de filters verstopt? - zijn er hindernissen voor de vrije luchtcirculatie rondom de externe eenheid of de interne eenheid?

De prestaties en eigenschappen van elke willekeurige koelmachine zijn in hoge mate afhankelijk van de omgevingscondities waarin de interne en externe eenheid moeten functioneren. GRENSVOORWAARDEN VOOR WERKING Koeling

externe temperatuur van -15° tot 50° C Verwarming

externe temperatuur van -15° tot 30° C OPGELET: De relatieve vochtigheid in de ruimte moet lager dan 80% zijn. Als de airconditioner boven deze grens werkt, kan zich condens op het oppervlak vormen wat druppelen kan veroorzaken.

BE INSTALLATIE MONOSPLIT 2,5 - 3,5 - 5 - 7 kW / MULTISPLIT 5,5 - 8 - 11 - 12,1 kW Toebehoren voor de installatie Naam en vorm

Voor het installeren van de interne eenheid

Sjabloon voor de interne eenheid

Pluggen + schroeven 5 Buisje voor condensafvoer met afdichting

Voor de afvoer vanuit de externe eenheid

Voor de afstandsbediening

Afstandsbediening met beschermhoes TEMP

XD0C-O Compatibiliteit interne eenheden - externe eenheden Elke interne eenheid kan aangesloten worden op een externe eenheid volgens het volgende schema

BE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN BEWAAR EN RAADPLEEG DIT BOEKJE ZORGVULDIG, DAAR ALLE WAARSCHUWINGEN BELANGRIJKE INFORMATIE BEVATTEN VOOR DE VEILIGHEID TIJDENS INSTALLATIE, GEBRUIK EN ONDERHOUD. Lees aandachtig de in deze handleiding vermelde voorzorgsmaatregelen voordat u de airconditioner gebruikt.

Dit toestel is gevuld met R32 koelgas.

Legenda Symbolen: Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn. Wanneer u deze waarschuwingen niet naleeft, riskeert u dat voorwerpen, planten of dieren in bepaalde omstandigheden zelfs zwaar geschaad kunnen worden.

NORM RISICO Controleer dat het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen.

Elektrische schokken door het aanraken van niet goed geïnstalleerde geleiders die onder spanning staan.

Tijdens het boren in de muur moet u zorgen dat bestaande elektrische kabels of leidingen niet beschadigd worden.

Elektrocutie door het aanraken van geleiders die onder spanning staan. Explosies, brand of vergiftiging door gaslekken vanuit beschadigde leidingen.

Bescherm leidingen en verbindingskabels, zodat ze niet worden beschadigd.

Elektrocutie door het aanraken van geleiders die onder spanning staan. Brandwonden door afkoeling vanwege gas dat uit de beschadigde leidingen stroomt.

Gebruik geschikt gereedschap en werktuig, in het bijzonder moet u controleren dat het gereedschap niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit; verder moet u het op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weer opbergen.

Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven.

Gebruik elektrische gereedschappen, die geschikt zijn voor dit werk. Let er vooral op dat de voedingskabel en de stekker goed zijn en dat ronddraaiende of heen en weer gaande delen goed vast zitten. Gebruik ze op de juiste manier, zorg dat ze niet naar beneden kunnen vallen, en leg ze na ieder gebruik op een veilige plaats neer, waarbij men de stekker uit het stopcontact trekt.

Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties.

Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van een degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, dat ze niet worden verplaatst terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand hierop letten.

Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap).

Controleer of de trapladders stevig vast staan, of ze van een degelijke kwaliteit zijn, of de treden heel zijn en niet glad, of ze handleuningen hebben voor wie naar boven klimt en relingen op het platform.

Persoonlijk letsel door het naar beneden vallen.

Controleer bij het werken op hoge plaatsen (meer dan twee meter) dat er railingen zijn langs de loopruimte op de werkplek of individuele veiligheidsriemen tegen vallen, dat men bij een val niet tegen gevaarlijke objecten kan vallen en dat een eventuele val gebroken wordt door zacht materiaal.

Persoonlijk letsel door stoten en struikelen.

Draag tijdens de werkzaamheden persoonlijke beschermende kleding en veiligheidsvoorzieningen.

Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties.

De werkzaamheden binnen het apparaat zelf moeten zeer voorzichtig worden uitgevoerd om niet plotseling tegen scherpe delen aan te stoten.

Persoonlijk letsel door snijden, prikken, schaven.

BE NORM RISICO Vul het koelmiddel voorzichtig bij en houd U aan de voorschriften op de veiligheidskaart die bij het koelmiddel hoort, trek beschermende kleding aan en voorkom dat het gas plotseling en met kracht uit de bus of fles, of de airconditioner zelf kan stromen.

Persoonlijk letsel door brandwonden door afkoeling.

Richt de luchtstroom niet naar gasfornuizen of gaskachels

Explosies, brand of vergiftiging door uitstromend gas nadat de vlam door de luchtstroom is gedoofd.

Installeer de externe eenheid niet op plaatsen waar deze gevaar of hinder kan veroorzaken voor langskomende personen, of waar deze vanwege het geluid, de warmte of de luchtstroom hinderlijk kan zijn.

Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, geluid, overmatige luchtstroming.

Installeer het toestel op een plaats die volgens de geldende voorschriften voldoet aan de IP-aanduiding van het apparaat.

Beschadiging van het apparaat, letsel

Bij het ophijsen van voorwerpen met hijskranen of dergelijke moet men controleren dat deze stabiel staan opgesteld en in een goede toestand verkeren, gezien het te verplaatsen gewicht en de noodzakelijke bewegingen. Tuig de lading op de juiste manier in de banden, bevestig extra koorden om slingerbewegingen te kunnen dempen, zorg dat men een goed uitzicht heeft over het gehele gebied van de beweging en verbied dat iemand onder de lading loopt of staat.

Persoonlijk letsel door vallende voorwerpen. Beschadiging van het apparaat zelf of andere voorwerpen door vallen en stoten.

Richt de luchtstroom niet op kostbare voorwerpen, planten of dieren.

Beschadiging of nadelige invloeden door teveel koude/warmte, vochtigheid of ventilatie.

Installeer het apparaat op een stevige wand, die niet aan trillingen is blootgesteld.

Geluidsproductie tijdens het bedrijf.

Zorg dat de condens weg kan, zodat het naar plaatsen kan stromen waar deze geen hinder of schade veroorzaakt aan personen, voorwerpen of dieren.

Beschadiging van voorwerpen door druppelend water.

Voer de elektrische aansluitingen uit met behulp van geleiders met de juiste diameter.

Brand door oververhitting als gevolg van het passeren van elektrische stroom in te smalle kabels.

Gebruik elektrische gereedschappen, die geschikt zijn voor dit werk. Let er vooral op dat de voedingskabel en de stekker goed zijn en dat ronddraaiende of heen en weer gaande delen goed vast zitten. Gebruik ze op de juiste manier, zorg dat ze niet naar beneden kunnen vallen, en leg ze na ieder gebruik op een veilige plaats neer, waarbij men de stekker uit het stopcontact trekt.

Beschadiging van het apparaat zelf of andere voorwerpen door rondvliegende splinters, vallen, stoten en snijden.

Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werkplek.

Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden.

Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat.

Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden.

Organiseer de verplaatsingen van materiaal en gereedschappen zodanig, dat dit op een veilige manier kan gebeuren, voorkom dat materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven.

Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden.

Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het apparaat heeft moeten uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weer inschakelt, dat deze voorzieningen weer werken.

Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking.

Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de geldende landelijke normen voor installatie,

Als de voedingskabel beschadigd is moet hij worden vervangen door de fabrikant of door diens technische servicedienst of in ieder geval door iemand met een gelijkwaardige beroepsbekwaamheid, zodat elk risico wordt voorkomen

Persoonlijk letsel door elektrische schokken.

De installatie moet uitgevoerd worden door erkende vaklui, die aan de wettelijke vereisten voldoen.

Tijdens de installatie moet eerst de aansluiting van de koeling worden uitgevoerd en daarna de elektrische aansluiting. Bij vervanging moet u de handelingen in omgekeerde volgorde uitvoeren.

Persoonlijk letsel door elektrische schokken of brandwonden door koudvuur, verwondingen door stoten, snijwonden, schaafwonden / 149

BE NORM RISICO De airconditioner moet geaard zijn om elektrische schokken te voorkomen. De aardleiding niet aansluiten op bliksemafleiders, water- of gasleidingen, aardleidingen van de telefooninstallatie.

Persoonlijk letsel door elektrische schokken.

De airconditioner niet installeren in de buurt van warmtebronnen of ontvlambaar materiaal.

Persoonlijk letsel, risico op brand

Plaats de airconditioner niet in de buurt van warmtebronnen, ontvlambaar materiaal of in een omgeving met continu draaiende ontstekingsbronnen (bv.: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische oven).

Persoonlijk letsel, risico op brand

Plaats de airconditioner niet in ruimten waar het gevaar bestaat dat er ontvlambaar gas gaat lekken.

Persoonlijk letsel, risico op brand

Zodra de installatie voltooid is, controleren of er geen gas lekt in de werkomgeving. Bij lekkend koelmiddel onmiddellijk de ruimte verluchten.

Persoonlijk letsel, risico op brand

Tijdens de installatie of verplaatsing van de airconditioner moet u ervoor zorgen dat het koelcircuit ontlucht wordt zodat er geen lucht meer aanwezig is. Gebruik uitsluitend het gespecificeerde koelmiddel (R32).

Schade aan het toestel, persoonlijk letsel

1. INSTALLATIE Plaats van installatie

OPGELET: - Controleer dat het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen. - Gereedschap gebruiken dat voor dit gebruik geschikt is. - Bij het ophijsen van voorwerpen met hijskranen of dergelijke moet men controleren dat deze stabiel staan opgesteld en in een goede toestand verkeren, gezien het te verplaatsen gewicht en de noodzakelijke bewegingen. Tuig de lading op de juiste manier in de banden, bevestig extra koorden om slingerbewegingen te kunnen dempen, zorg dat men een goed uitzicht heeft over het gehele gebied van de beweging en verbied dat iemand onder de lading loopt of staat.

Om het apparaat op de juiste manier te installeren moet men de minimale afstanden respecteren (zie afbeelding “A”) en de nodige ruimte vrijlaten voor de luchtcirculatie. Gebruik de bijgeleverde toebehoren om de installatie op een professionele manier uit te voeren. OPMERKINGEN: Aan het eind van de handleiding vindt u de afmetingen van de interne en externe eenheid.

VOOR MODELLEN MET KOELMIDDEL R32: - De apparatuur moet geïnstalleerd worden in een ruimte met een oppervlakte van meer dan 4 m². - De apparatuur mag niet geïnstalleerd worden in een niet-verluchte ruimte als de oppervlakte ervan minder dan 4 m² is.

Controleer dat de plaats van installatie en de netwerken waarop het toestel aangesloten moet worden, aan alle geldende normen voldoen. De interne eenheid moet in een aangepaste ruimte geïnstalleerd worden, met inachtneming van de volgende voorwaarden: - degelijke luchtcirculatie; - aangepaste afvoer; - het lawaai van de interne eenheid mag andere personen niet storen; - stevige en stabiele structuur: de plaats van installatie mag niet onderhevig zijn aan trillingen; - de structuur moet het gewicht van de eenheid kunnen dragen; - blijf op minstens 1 meter afstand van eventuele elektrische toestellen (bv.: televisie, radio, computer). De eenheid mag NIET op de volgende plaatsen geïnstalleerd worden: - vlak bij eender welke bron van warmte, damp of brandbaar gas; - vlak bij brandbare objecten zoals gordijnen of kleding; - in de buurt van obstakels die de luchtcirculatie zouden kunnen blokkeren; - in een ruimte met rechtstreeks invallend zonlicht. De apparatuur moet geïnstalleerd worden in een goed verluchte ruimte, waarvan de afmetingen overeenstemmen met de omgeving.

BE 1.3 Installatie van het sjabloon OPMERKINGEN: Installeer de interne eenheid op een plaats waar de signalen van de afstandsbediening haar gemakkelijk kunnen bereiken, zonder obstakels zoals bijvoorbeeld gordijnen tegen te komen. Ook moet men gemakkelijk de filters naar beneden eruit kunnen schuiven. De interne eenheid installeren op een plaats waar de luchtstroom niet belemmerd wordt. OPGELET: installeer het sjabloon op een stevige muur, die van andere bronnen geen trillingen ontvangt. 1. Met behulp van een waterpas moet men het sjabloon zodanig positioneren dat deze perfect recht staat. Let hierbij zowel op de verticale als de horizontale zijden. 2. Bevestig het sjabloon met 5 schroeven. Let op dat men geen elektrische of andere leidingen in de muur beschadigt (risico van persoonlijk letsel door schokken). 3. Gebruik daarna andere schroeven om het sjabloon gelijkmatig, over het hele oppervlak, aan de muur te bevestigen. 4. Maak het gat door de muur waardoor de leidingen en de elektrische kabels doorheen kunnen. OPM.: - Verwijs naar de afmetingen van het sjabloon (zie afb.) om de optimale positie van de boorgaten te bepalen. De boorgaten moeten een diameter van minstens 65 mm hebben. - Boor een gat in de muur dat zich aan de buitenkant 5-10 mm lager bevindt dan aan de binnenkant, zodat de helling de afvoer van het condenswater bevordert

1.4 Installatie van de interne eenheid 1. Steek alle elektrische en andere leidingen tegelijk door het gat in de muur en haak dan de interne eenheid aan de bovenkant van het sjabloon. 2. Leid de elektrische en andere leidingen goed door het gat heen. 3. Duw het onderste deel van de interne eenheid goed tegen het sjabloon aan. OPM.: Houd er rekening mee dat de haken van het sjabloon kleiner zijn dan de openingen aan de achterkant van de eenheid. Hierdoor kunt u de positie van de eenheid aanpassen met behulp van het al aan de muur bevestigde sjabloon, telkens circa 30-50 mm naar rechts of naar links, naargelang van het model. Controleer dat: a. De bovenste en onderste haken van de interne eenheid stevig in het sjabloon geklemd zitten. b. De eenheid horizontaal wordt geplaatst. Als de eenheid niet goed horizontaal hangt, kan er water uit druppelen. c. De afvoerleiding moet met de juiste helling naar beneden lopen (minstens 3 cm voor elke meter lengte). d. De afvoerleiding onder langs het gat in de muur loopt.

SJABLOON BE 1.5 Installatie van de externe eenheid De externe eenheid moet verplicht in verticale stand verplaatst en opgeslagen worden, dit teneinde een goede verdeling van de olie in de binnenkant van het koelcircuit te garanderen en schade aan de compressor te voorkomen. Men moet zich aan de beschreven procedure houden en daarna pas de elektrische en andere leidingen aansluiten: - De externe eenheid installeren op een plaats waar het geproduceerde geluid en het uitstromen van de warme lucht geen last kunnen veroorzaken. - De uitgekozen plaats moet ook voldoende ruimte overlaten voor langskomende personen en het geproduceerde condenswater moet gemakkelijk kunnen worden afgevoerd. - De externe eenheid niet installeren in enge ruimtes die de luchtstroom beperken of op plaatsen die blootgesteld zijn aan harde wind. In het geval van installatie aan de muur; - de externe unit op een zeer veilige manier op een stevige muur installeren; - bij het kiezen van een geschikte positie op de muur moet ook denken aan de ruimte die nodig is om gemakkelijk eventuele onderhoudsingrepen uit te kunnen voeren; - de beugels aan de muur bevestigen: gebruik hierbij pluggen die geschikt zijn voor het betreffende type muur (let op elektrische en andere leidingen die door de muur heen lopen!); - gebruik hierbij pluggen die geschikt zijn om groter gewicht dan het gewicht van de externe eenheid te ondersteunen: tijdens het gebruik trilt de machine en het is de bedoeling dat de machine jarenlang geïnstalleerd blijft zonder dat de schroeven los gaan zitten.

2. LEIDINGEN EN AANSLUITINGEN OPGELET: - Het condenswater niet drinken (persoonlijk letsel door vergiftiging) - Leg de afvoer zo aan, dat het condenswater naar plaatsen kan stromen waar deze geen hinder of schade veroorzaakt aan personen, voorwerpen, planten, dieren of structuren. - Gereedschap gebruiken dat voor dit gebruik geschikt is.

2.1 Aansluiting van de koelleidingen De buizen kunnen worden gericht in een in de richtingen die in de afbeelding hiernaast worden aangegeven met de nummers 1,2, 3,4. In geval van configuratie “1”,”3” verwijder het plastic dopje. Draai de leidingen in de richting van het gat in de muur en wees voorzichtig dat men ze niet knikt; neem nu de koelleidingen, de condensafvoerleiding en de elektrische kabels bijeen en bind ze bij elkaar met isolerend plakband; let erop dat de condensafvoerleiding aan de onderkant van de bundel zit, zodat het water goed kan worden afgevoerd.

2.2 Afvoer van het condenswater uit de interne eenheid De afvoer van het condenswater van de interne eenheid moet beslist goed worden uitgevoerd, het is essentieel voor een geslaagde installatie. 1. Zorg dat de afvoerleiding voor condens (diameter 16,5 mm) langs de onderkant van het gat naar de andere kant van de muur loopt. 2. De afvoerleiding voor condens moet met de juiste, gelijkmatige helling naar beneden lopen (minstens 3 cm voor elke meter lengte) 3. De afvoer voor het condenswater mag nooit een helling naar boven maken, het water blijft dan liggen. 4. Het uiteinde van de condensafvoerleiding mag niet in water hangen en ook moet men deze niet laten hangen op plaatsen waar vieze geuren voorkomen. 5. Als men klaar is met de installatie, moet men, voordat men de machine in bedrijf stelt en met afgeschakelde spanning, controleren dat de condenswaterafvoer goed werkt door wat water te gieten in het condensverzamelvaatje in de interne eenheid. OPM.: De condensafvoerleiding is reeds geïnstalleerd op de zijde van de koelleidingen. De interne eenheid beschikt wel over een extra zitting, verzegeld door een rubber dop, op de tegengestelde zijde van de koelleidingen. De positie kan worden geïnverteerd door de condensafvoerleiding en dop om te wisselen. Installeer de leiding correct om te vermijden dat er water uitloopt

SIGNAALKABEL ISOLATIE LEIDINGEN KOELLEIDINGEN AFVOERLEIDING CONDENS KOELLEIDINGEN ISOLERENDE KOUS JA NEE NEE

2.3 Afvoer van het condenswater van de externe eenheid Het condenswater, dat zich tijdens het verwarmingsbedrijf vormt in de externe eenheid, kan worden afgevoerd via het verbindingsstuk voor afvoer. Installatie: maak het verbindingsstuk voor de afvoer (diameter 16 mm) vast in het gat dat zich op de bodem van de eenheid bevindt, zoals aangegeven in de afbeelding hiernaast. Sluit de afvoerleiding voor het condenswater aan op het verbindingsstuk en zorg dat de afvoerleiding naar een geschikte plaats leidt.

OPGELET: - Uitsluitend leidingen gebruiken die speciaal ontworpen zijn voor airconditioners van het type ACR - Bescherm buizen en verbindingskabels om schade te voorkomen. - Gebruik nooit buizen van een dikte die minder is dan 0,8 mm. - Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de geldende landelijke normen voor installatie, - Tijdens de installatie moet eerst de aansluiting van de koeling worden uitgevoerd en daarna de elektrische aansluiting. Bij vervanging moet u de handelingen in omgekeerde volgorde uitvoeren. 154 /

BE 2.4 Gereedschap INSTRUMENTEN

manometer-unit B buissnijder C toevoerleiding D elektronische weegschaal voor toevoer koelmiddel

tangvormige handschroef

F G xx mm inbussleutel

koelgasfles I vacuümpomp;

H L lekdetector voor HFC koelmiddel

In airconditioners van het "split"-type die werken op R410A koelgas, wordt een driewegklep op de externe eenheid gebruikt met een naaldklep.

2.6 Hoe men de leidingen aansluit 1. Verwijder de afsluiting van de buizen alleen net voor het maken van de verbinding: het absoluut voorkomen worden dat vocht of vuil de buizen binnendringt. 2. Als een buis te vaak wordt gebogen, wordt de buis hard: de buis niet meer dan 3 keer op dezelfde plaats buigen. Rol de buis af zonder te trekken. 3. De isolatie van de koperen leiding moet tenminste 6 mm dik zijn.

2.7 Aansluitingen op de interne eenheid 1. Leid de elektrische en andere leidingen goed langs alle bochten heen. 2. Verwijder het sluitkapje van de leidingen van de interne eenheid (controleer dat er geen vuil in zit). 3. Steek het mondstuk erin en breng de flens aan op het uiteinde van de aansluitbuis volgens de aanwijzingen van de tabel (voor koperen buizen):

4. Verbind de buizen met gebruik van twee sleutels en let erop dat ze niet worden beschadigd. Als u niet hard genoeg aandraait, dan zullen lekkages heel waarschijnlijk het gevolg zijn. Ook als de kracht te groot is kunnen er lek/ 155

BE kages optreden, omdat de flens gemakkelijk beschadigd kan worden. De veiligste manier is om de verbinding met gebruik van een steeksleutel en momentsleutel vast te draaien: maak in dit geval gebruik van de tabel "Aandraaimomenten voor flensverbindingen". 5. Aangeraden wordt om 50 cm buis over te laten, voor eventuele toekomstige ingrepen bij de kranen.

2.8 Aansluitingen op de externe eenheid Schroef de mondstukken op de aansluitstukken van de externe eenheid op dezelfde manier als beschreven voor de interne eenheid. Om lekken te voorkomen moet men bijzonder goed letten op de volgende punten: - Schroef de mondstukken vast en wees voorzichtig dat de buizen niet beschadigd worden. - Als u niet hard genoeg aandraait, dan zullen lekkages heel waarschijnlijk het gevolg zijn. Ook als de kracht te groot is kunnen er lekkages optreden, omdat de flens gemakkelijk beschadigd kan worden. - De veiligste manier is om de verbinding met gebruik van een momentsleutel vast te draaien: maak in dit geval gebruik van volgende tabellen (voor koperen buizen) AANDRAAIMOMENTEN VOOR FLENSVERBINDINGEN Leiding

Torsiekoppel [kgf x cm]

Overeenkomende kracht (indien men een sleutel van 20 cm gebruikt)

Aandraaimoment [kgf x cm] Aansluitstuk voor servicedoeleinden

LENGTE VAN DE LEIDINGEN De maximale lengte voor verbindingsleidingen varieert al naar gelang de modellen. Indien men meer dan 5 m leiding heeft, moet men voor elke meter leiding een bepaalde hoeveelheid koelmiddel toevoegen. In het geval u de externe eenheid en de interne eenheid moet installeren met een hoogteverschil van meer dan 5 meter (afb. B en afb. C), dient u de zwanehalzen op de gasleiding te gebruiken om te zorgen voor een goede terugkeer van de olie naar de compressor. OPMERKING: Het is raadzaam om een ophanging in de leiding te maken in de buurt van de externe eenheid, om zo de vanaf dit punt afgegeven trillingen te verminderen.

BE 2.9 Ontluchten en op lekken controleren OPGELET: - De onderstaande verrichtingen moeten uitgevoerd worden nadat de elektrische voeding van de airconditioner uitgeschakeld is. - Gebruik specifiek gereedschap voor het R32 (manometergroep, vulbuis, vacuümpomp). Wanneer u dezelfde vacuümpomp voor verschillende soorten koelmiddel gebruikt, kan de pomp of de eenheid hierdoor schade oplopen. - Laat geen koelmiddel in de buitenlucht ontsnappen. Indien u toch lekkend koelmiddel vaststelt, moet u zo veel mogelijk verluchten. - Na aansluiting van de buizen moet u de verbindingen controleren op eventueel lekkend koelmiddel. - Bescherm de buizen en de verbindingskabels altijd tegen schade, want na beschadiging kunnen ze de oorzaak zijn van gaslekken (persoonlijk letsel door koudeverbranding). - Om R32 te vullen, moet het koelmiddel verplicht in vloeibare vorm beschikbaar zijn.

VACUUMPOMP AANSLUITSTUK GASKLEP De ontluchting van het circuit moet gebeuren met een vacuümpomp die geAANSLUITSTUK schikt is voor R32.

VLOEISTOFKLEP KRAAN BESCHERMINGSDOP Zorg ervoor dat de vacuümpomp tot het door het respectieve controlelampje aangegeven peil gevuld is met olie en dat de twee kranen op de externe eenheid gesloten zijn: 1. Draai de doppen los op de kranen van de 2- en 3-wegkleppen alsook van de serviceklep. 2. Sluit de vacuümpomp aan op het serviceklepje op de 3-wegklep van de externe eenheid. 3. Open de lagedrukklep volledig, terwijl u de hogedrukklep de hele tijd gesloten houdt. 4. Laat de pomp vacuüm zuigen gedurende ongeveer 20/25 minuten. 5. Controleer of de manometer -0,101 MPa (-760 mmHg) aangeeft. 6. Sluit de lagedrukklep en schakel de pomp uit. Controleer dat de wijzer van de manometer gedurende ongeveer 5 minuten niet beweegt. Als de wijzer zich verplaatst, wil dat zeggen dat er ergens lucht in de installatie binnenkomt; in dat geval moet u alle aansluitingen en de uitvoering van de procedures controleren. Daarna herhaalt u de procedure vanaf punt 3. 7. Koppel de vacuümpomp los. 8. Open de kranen van de 2- en 3-wegkleppen volledig. 9. Draai de dop op de serviceaansluiting stevig vast. 10. Nadat u alle doppen stevig hebt vastgedraaid, moet u controleren of er nergens gas lekt. OPGELET: Bescherm de buizen en de verbindingskabels altijd tegen schade, want na beschadiging kunnen ze de oorzaak zijn van gaslekken (persoonlijk letsel door koudeverbranding).

MD0-O Diameter van vloeistofleiding

Diameter van gasleiding

Maximale leidinglengte met standaard vulling

Maximale lengte van de leiding*

Standaardbelasting Extra vulling met gas Maximaal hoogteverschil tussen de interne eenheid en de externe eenheid** Type koelmiddel

GWP SPECIFICATIES VOOR MULTISPLIT INSTALLATIES MODEL EXTERNE EENHEID Diameter van vloeistofleiding Diameter van gasleiding Maximale lengte van de leiding voor enkele interne eenheid met standaardbelasting Maximale lengte van de leiding voor enkele interne eenheid* Maximale totale lengte van de leidingen (som interne eenheden)* Standaardbelasting Extra vulling met gas Maximaal hoogteverschil tussen de interne eenheid en de externe eenheid (interne eenheid boven de externe eenheid) ** Maximaal hoogteverschil tussen de interne eenheid en de externe eenheid (interne eenheid onder de externe eenheid) ** Maximale hoogteverschil tussen de interne eenheden Type koelmiddel GWP (*) (**)

bij maximale afstand is het rendement ongeveer 90%. met een hoogteverschil van meer dan 3 m wordt aangeraden om een zwanehals te monteren.

BE 2.10 Bijvullen koelmiddel Procedure om het koelmiddel in de externe eenheid weer op de juiste hoeveelheid te brengen: 1. draai de doppen van de kranen van de twee- of driewegkleppen eraf. 2. zet de airconditioner op koelen (controleer dat de compressor het doet) en laat het een paar minuten werken. 3. sluit de manometer aan 4. sluit de tweewegklep 5. als de manometer op “0” staat moet men de driewegklep sluiten en meteen de airconditioner afzetten 6. sluit de doppen van de kleppen OPGELET: Vul het koelmiddel voorzichtig bij en houd U aan de voorschriften die bij het koelmiddel horen, trek beschermende kleding aan en voorkom dat het gas plotseling en met kracht uit de bus of fles, of de aansluitingen van de airconditioner zelf kan stromen

2.11 Vulling met koelgas Voordat men gaat vullen met koelmiddel, moet men controleren dat alle kleppen en kranen gesloten zijn. NB na de eerste installatie moet men de procedure van paragraaf 2.9 “creëren van een vacuüm en controleren op lekken” uitvoeren. 1. Sluit op aansluiting voor lage druk van de manometer de serviceklep aan, en de fles met koelmiddel op de middelste aansluiting van de manometer. Open de fles met koelmiddel en daarna ook de dop op de middelste aansluiting; draai aan de naaldklep totdat men het koelmiddel naar buiten hoort komen, daarna de naald loslaten en de dop weer aandraaien; 2. Open de kraan van de twee- en driewegklep; 3. Zet de airconditioner aan in koelmodus. Laat hem een paar minuten werken; 4. Plaats de koelgasfles op de elektronische weegschaal en noteer het gewicht. 5. Controleer de druk op de manometer; 6. Open de knop “LOW”, laat het koelmiddel geleidelijk lopen; 7. Als het in het circuit ingebrachte koelmiddel het juiste niveau van vulling bereikt (controleerbaar door het verschil in gewicht van de gasfles), de “LOW” knop sluiten. 8. Als men de bijvuloperatie heeft voltooid moet men de bedrijfstest uitvoeren. Meet de temperatuur van de gasleiding met de speciale thermometer. De temperatuur moet tussen 5° en 8°C boven de op de manometer gemeten temperatuur in liggen, overeenkomstig de verdampingstemperatuur. Voer nu de lekproef uit door de druk te meten: sluit de manometergroep aan op de service-driewegklep. Open de twee- en driewegklep helemaal, doe de airconditioner aan en controleer met de lekkenzoeker dat er geen lekken zijn van koelmiddel. (Zijn er wel lekken, dan moet men de procedure in paragraaf 2.10 “Bijvullen koelmiddel” uitvoeren); 8. Maak de manometer los van de klep en zet de airconditioner uit; 9. Maak de fles met koelmiddel los van de manometer en sluit alle doppen. OPGELET: Laat geen R32 in de buitenlucht ontsnappen! Dit toestel bevat een gefluoreerd broeikasgas dat onder het Verdrag van Kyoto valt en een GWP* = 675 heeft. Als 1 kg van dit broeikasgas in de lucht zou vrijkomen, zou de impact op de opwarming van de aarde 675 keer groter zijn dan bij 1 kg CO2, en dit gedurende een periode van 100 jaar. In geen enkel geval mag de gebruiker zelf handelingen uitvoeren aan het koelcircuit of het product demonteren. Als dat nodig is, moet u zich steeds tot het daartoe gekwalificeerde personeel richten. (*) GWP, de afkorting van “Global Warming Potential”, staat voor het aardopwarmingspotentieel van het gas met betrekking tot het broeikaseffect.

3. ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN Fig. 1

OPGELET: - Voor het uitvoeren van een elektrische aansluiting controleren of de eenheden van de stroom gehaald zijn en of de installaties waarop het apparaat aangesloten moet worden overeenstemmen met de geldende regelgeving. - Alleen kabels met een geschikte doorsnede gebruiken. - Maak de kabels wat langer dan nodig: dit maakt toekomstig onderhoud gemakkelijker. - Sluit een voedingskabel nooit aan door deze doormidden te knippen, hierdoor kan men een steekvlak krijgen. - Als de voedingskabel beschadigd is moet hij worden vervangen door de fabrikant of door diens technische servicedienst of in ieder geval door iemand met een gelijkwaardige beroepsbekwaamheid, zodat elk risico wordt voorkomen Fig. 2

OPMERKING: Trek beide uiteinden van de draden van het netsnoer en het snoer van de verbinding tussen de interne en de externe eenheid naar buiten, zoals in de afbeelding aangegeven, en gebruik de langste aarddraad van de actieve draden. Let op dat de draden niet de leidingen of andere metalen delen aanraken

3.1 Aansluiting interne eenheid 1. Schuif de clips op de klep , verwijder de schroeven (fig.1) Draai en vergrendel het paneel met de clips. Open de verbindings box.(fig.2). 2. Laat de verbindingskabel interne eenheid/externe eenheid langs de achterkant van de interne eenheid lopen en maak het uiteinde van de kabel gereed. 3. Sluit de draden aan op de schroefklemmen en let daarbij op de nummering.

MONOSPLIT INSTALLATIE MULTISPLIT INSTALLATIE W 1L 2N S W 1L 2N S

4. Gebruik de kabelklem die zich onder het klemmenbord voor de elektrische aansluitingen bevindt.. 5. Zet de deksel weer op zijn plaats en let erop dat hij in de juiste positie staat. N.B. de verbindingskabels mogen niet in de buurt van aftakdozen, draadloze systemen voor gegevensuitwisseling (wi-fi routers) of in de buurt van andere kabels lopen.

3.2 Aansluiting externe eenheid 1. Verwijder het deksel. 2. sluit de draden aan op de schroefklemmen met gebruik van dezelfde nummering als voor de interne eenheid gebruikt is. Draai de schroeven van het klemmenbord goed aan, dan kunnen de aansluitingen later niet losraken. 160 /

BE MONOSPLIT INSTALLATIE MULTISPLIT INSTALLATIE W 1L 2N S L N L N L(A)

3. Klem de draden vast met de kabelklem. 4. Zet de deksel weer op zijn plaats en let erop dat hij in de juiste positie staat.

3.3 Aansluiting op het elektriciteitsnet De aansluiting van het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen en moet beschermd worden door een aardlekchakelaar van 30mA. De aansluiting op het elektriciteitsnet moet worden uitgevoerd met een vaste aansluiting (niet met een losse stekker) en voorzien worden van een meerpolige schakelaar die voldoet aan de geldende CEIEN-voorschriften (openingsafstand tussen de contacten van tenminste 3mm, bij voorkeur voorzien van zekeringen). De correcte aansluiting op een deugdelijk aardsysteem is essentieel om de veiligheid van het toestel te kunnen garanderen. 1. Verwijder het deksel. 2. Sluit de draden aan op de schroefklemmen. Draai de schroeven van het klemmenbord goed aan, dan kunnen de aansluitingen later niet losraken 3. Klem de draden vast met de kabelklem. 4. Zet de deksel weer op zijn plaats en let erop dat hij in de juiste positie staat.

MONOSPLIT INSTALLATIE MULTISPLIT INSTALLATIE L W 1L 2N S L N Voeding

3.4 Soort aansluitingen MONOSPLIT INSTALLATIE Model externe eenheid

H07RN-F MULTISPLIT INSTALLATIE Model externe eenheid

4. AFSLUITENDE FASEN OPGELET: - Gereedschap gebruiken dat voor dit gebruik geschikt is. - Bescherm altijd de verbindingskabels en leidingen, omdat beschadigingen een oorzaak kunnen zijn van gaslekken. (Persoonlijk letsel: brandwonden door afkoeling). - Vul het koelmiddel voorzichtig bij en houd U aan de voorschriften op de veiligheidskaart die bij het koelmiddel hoort, trek beschermende kleding aan en voorkom dat het gas plotseling en met kracht uit de bus of fles, of de airconditioner zelf kan stromen. (Persoonlijk letsel: brandwonden door afkoeling). 1. Wikkel wat thermische isolatie om de verbindingsstukken van de interne eenheid en plak het vast met isolatieband. 2. Maak het overtollige deel van de signaalkabel vast aan de leidingen of de externe eenheid. 3. Maak de leidingen vast aan de muur (eerst thermische isolatie eromheen doen), gebruik hiervoor klembanden of plastic kanalen. 4. Dicht het gat in de muur, waar de leidingen doorheen lopen, met een passende afdichting om regen en buitenlucht geen kans te geven binnen te komen. 5. Aan de buitenkant moet men alle onbedekte leidingen isoleren, ook de kleppen. 6. Als de leidingen over het plafond of in een warme en vochtige plaats moeten lopen, wikkel er dan nog meer isolatiemateriaal omheen (in de handel verkrijgbaar), om condensvorming te voorkomen.

4.1 Testen Controleer de volgende punten: - INTERNE EENHEID 1. Doen de toetsen ON/OFF en FAN het op normale wijze? 2. Doet de toets MODE het op normale wijze? 3. Doen de toetsen voor het instellen van de set point en van de TIMER het op normale wijze? 4. Doen alle controlelampen het? 5. Zijn de orientatieflappen voor de lucht in orde? 6- Wordt het condenswater op de juiste manier afgevoerd? - EXTERNE EENHEID 1. Vibreert het apparaat gedurende bedrijf of maakt het lawaai? 2. Kunnen het geluid, de luchtstroom of de condenswaterafvoer hinder veroorzaken bij de buren? 3. Zijn er lekken van koelmiddel? OPMERKING: De elektronische besturing geeft het startsignaal voor de compressor pas drie minuten na het inschakelen van de spanning

THERMISCHE ISOLATIE ISOLATIETAPE LEIDINGEN PAKKING AANPASSTUK MUUR INTERN EXTERN BE -

OPGELET: Voordat men ook maar enige ingreep verricht moet men eerst controleren dat de eenheid niet meer door het net wordt gevoed Controleer dat de installaties waarop men de apparatuur moet aansluiten aan alle voorschriften voldoen.

CONTROLES ZONDER INSTRUMENTEN Het functioneren in bedrijfsmodus Koeling – Controles op het oog van de interne eenheid Symptoom

1 - Er is ijsvorming op de warmtewisse- 1.A - Alleen ijsafzetting op de onderzijde · Zoek het lek en vul bij. laar van de interne eenheid. van de warmtewisselaar: gaslek. · Maak het luchtfilter schoon. 1.B - IJsafzetting op de hele warmtewisVoordat men enige reinigingsoperatie selaar: het luchtfilter is verstopt. uitvoert moet men de stekker eruit trekDe kamertemperatuur is laag ken en de eigen schakelaar afschake(< 20° C). len. (risico op elektrische schok). · Controleer de kamertemperatuur. 2 - Er wordt geen condenswater gepro- 2.A - Als de warmtewisselaar van de · Zoek het lek op duceerd. interne eenheid droog blijft en de · Vervang de warmtewisselaar. airconditioner veel minder dan de nominale stroom opneemt, dan is er een lek. 3-

De compressor doet het maar er 3.A - De warmtewisselaar van de ex- · Reinig de warmtewisselaar van de externe eenheid. wordt weinig gekoeld. terne eenheid is verstopt of bedekt: er is in ieder geval geen go- · Maak de ribben van de warmtewisseede warmteuitwisseling. laar in de externe eenheid recht. 3.B - De vinnen van de warmtewisselaar in de externe eenheid zijn verbogen.

4 - De luchttemperatuur is laag maar er 4.A - Het filter van de interne eenheid is · Maak het filter schoon.. wordt toch maar weinig gekoeld. verstopt. · Zorg dat de lucht vrij kan circuleren. 4.B - De lucht circuleert binnenin de in- · Vervang de machine of verhelp de terne eenheid. oorzaken van de overbelasting. 4.C - De machine is niet goed gedimensioneerd of overbelast (bijvoorbeeld: warmtebronnen, te veel mensen in de kamer, …). 5 - De compressor komt niet op gang.

5.A - De compressor is heet: afgeslagen · Wachten tot de temperatuur daalt. door thermische beveiliging.

6 - De machine komt na enkele minuten 6.A - De ventilator van de interne een- · Vervang de motor. bedrijf tot stilstand. heid is kapot. · Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

ZOEKEN NAAR OORZAAK STORINGEN - elektrisch deel Symptoom 1-

De airconditioner geeft geen teken 1.A - Controleer of er netspanning is. van leven (geen lampje dat aangaat, 1.B - Controleer of de stekker goed in het geen biepgeluidjes), zelfs niet als stopcontact steekt. men op de toets ON-OFF op de in- 1.C - Controleer of de automatische terne eenheid drukt. schakelaar is afgeslagen. 1.D - Controleer dat de keuzeschakelaar niet op de stopstand staat

Ingreep · Zorg dat de netspanning terugkomt en zorg dat alle aansluitingen in orde zijn. · Steek de stekker er op de juiste manier in · Zet de automatische schakelaar weer op actief. · Zet de keuzeschakelaar op een andere functie.

2 - De afstandsbediening doet het niet of 2.A - Controleer of de batterijen van de · Vervang de batterijen. uitsluitend van heel dichtbij. afstandsbediening niet leeg zijn · Verplaats eventueel objecten. 2.B - Controleer dat er geen hindernis- · Ga dichter bij de airconditioner staan. sen (gordijnen of meubels) tussen de afstandsbediening en de airconditioner zijn. 2.C - Controleer dat de afstand tot de airconditioner niet te groot is.

OUTDOOR DR BOARD F AN1

Ontdooien Sensor temperatuur uitgaande leiding

Sensor controle afwezigheid gas

verkoelingsventilat or

(interne eenheid) Sensor condensafvoer

Sonde kamertemperatuur

Sonde kamertemperatuur

Lage druk beveiliging

Relais voor bescherming oververhitting compressor

Sonde buitentemperatuur

Sonde buitentemperatuur

Beveiliging tegen overbelasting

Klep voor inversie cyclus

Naar interne eenheid

Naar externe eenheid

Sensor controle temperatuur

Model Voedingsspanning Code Frequentie van de netvoeding Nominale koelcapaciteit (MIN-MAX) Nominale verwarmingscapaciteit (MIN-MAX) Nominaal opgenomen vermogen koeling (MIN-MAX) Nominaal opgenomen vermogen verwarming (MIN-MAX) Maximaal energieverbruik IP beschermingsgraad Gewicht Koelgas GWP Hoeveelheid koelgas Tonnes CO2 equivalent. Type bescherming tegen elektrische shocks Maximale leidingdruk (uitlaat) Maximale leidingdruk (inlaat) Registratienummer Fabrikant