GEBRUIKSAANWIJZING LYDOS ARISTON
wij danken u voor de aanschaf van once hybride elektrische boiler. Wij hopen dat dit apparaat aan uw verwachtingen voldoet, u een maximale energiebesparing za verschaffen en wensen dat u er voor vele jaren plezier aan zult beleven.
Ons bedrij wijdt alles tijd, energia en finanzielle middelen aan het realiseren van innovatieve oplossingen die de energiebesparing van de producten können bevorderen.
Uw keuze zal ertoe bijdragen dat er minder energia zar worden verbruikt, hetgeen op+zijn beurt weer zal bijdragen tot een vermindering van algemene milieuproblemen. Onze voortdurende inzet om modere en efficiente producten te produceren en uw verantwoordelijk gedrag in het rationeel gebruik van de energie hun den actief bijdragen aan het behoud van het milieu en de natuurlijke energiebronnen.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Deze is ontwikkeld om u m.b.v. waarschuwingen en raadgevingen te informeren over het juiste gebruik van het apparaat. Onze technische Dienst in uw woonggebied staat alltijd voor u maar.
INLEIDING
Deze handleiding is gericht tot de installmenter en de eindgebruiker die de hybride elektrische boiler respectievelijk要去en installereren en gebruiken. Het Niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg.
Dit boekje vormt een integraal en essenteel onderdeel van het product. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een neue eigenaar worden gegeven of verkocht en/of op een andere installmentie worden gemonteerd.
Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te konnen waarborgen要去en de installerateur en de gebruiker, m.b.t. hun respectievelijke bevoedheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen; deze bevatten immers belangrijke gegevens betreffende de verilgheid van de installatione, het gebruik en het onderhoud. Deze handleiding is verdend in vier afzonderlijke delen:
- INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEID
Dit deel bevat alle veiligheidsaanwijzingen die要去en worden opgevolgd.
Deze sectie bevat nuttige algemene informatatie zoals de beschrijving van de boiler en zich technische eigenschappen en informatatie betreffende de symbolen, de meeteenheden en de technische terminologie. In deze sectie vindt u technische gegevens terug en de afmetingen van de boiler.
Dit deel is gericht tot de installerateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel要去 navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installmentatie.
- GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIZIGEN T.B.V. DE GEBRUIKER
Dit deel bevat alle nodige informatie voor de juiste werkig van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zich kan worden uitgevoerd.
Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich hetrecht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen.
Teneinde de inhoud better te können begrijpen, en aangezien deze handleiding in meertere talen en voor verschillende landen is samengesteld,
hebben we ervoor gekozen om alle afbeeldingen aan het einde van de gebruiksaanwijzing samen te vatten, aangezien\
deze hetzelfde zijn voor alle talen.
INHOUDSOPGAVE:
1 ALGEMENE INFORMATIE 36
1.1 Betekenis van de gebruekte symbolen 36
1.2 Toepassingsgebied 36
1.3 Voorschriften en technische normen 36
1.4 Productcertificates 37
1.5 Verpakking en meegeleverde accessoires 37
1.6 Transport en verplaatsing 37
1.7 Identificatie van het apparatus 38
2.1 Werkingsrincipe 38
2.2 Bouwkundige eigenschappen 38
2.3 Afmetingen en plaatsruimte 39
2.4 Elektrisch schema 39
2.5 Tabel technische eigenschappen 39
3 WAARSCHUWINGEN 41
3.1 Kwalificatie van de installmenter 41
3.2 Gebruik van de instructies 41
3.3 Veiligheidsvoorschriften 41
4 INSTALLATIE 43
4.1 Plaatsing apparatus 43
4.2 Elektrische aansluiting 44
4.3 Hydraulic aansluiting 44
4.4 Condensafvoer 45
5 EERSTE INBEDRIJFSTELLING 46
6 WAARSCHUWINGEN 46
6.1 Eerste inbedrijfstelling 46
6.2 Advies 46
6.3 Veiligheidsvoorschriften 46
6.4 Aanbevelingen ter voorkoming van legionellagroei (Europese norm CEN/TR 16355) 47
7 INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK. 48
7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel 48
7.2 Het in- en uitschaken van de boiler 49
7.3 Instellen van de temperatuur 49
7.4 Bedrijfsmodus 50
7.5 Nachtfunctie 50
7.6 Koelfunctie 51
7.7 Condenswaarschuwing 51
7.8 Instellen van de tijd 52
7.9 Informatienu 53
7.10 Installatiemenu 55
7.11 Anti-legionellabescheming (functie activebeerd.m.v. het installment菜单) 56
7.12 Fabrieksinstellungen 56
7.13 Antiviries 57
7.14 Ontdooien 57
7.15 Fouten 57
8 ONDERHOUDSNORMEN (voor geauthoriseerd personeel) 58
8.1 Legen van het apparaat 59
8.2 Regelmatig onderhoud 59
8.3 Probleemoplossing 59
8.4 Normaal onderhoud t.b.v.de gebruiker 60
8.5 Verwijdering van de boiler 60
ILLUSTRATIES
LET OP!
- Dit boekje vormt een integraal en essentieel onderdeel van het product. Het要去 met zorg worden bewaard en.altijd met het apparaat mee worden geleverd, ook als dit aan een neue eigenaar worden gegeven en/of in een andere installmentie worden gemonteerd.
- Lees de aanwijzingen en de waarschuwingen in dit boekje aandachtig, want ze bevatten belangrijke aanwijzingen betreffende de verilgheid van de installmentie, het gebruik en het onderhoud.
- De installmentie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat要去en door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenstemming met de geldende nationale normen voor installmentie en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van overheidsinstelleningen voor de volksgezondheid. Voordat u de klemmen aanraakt, moet u in ieder geval alle voedingscircuits loskoppelen.
- Het is verboden dit apparaat te gebruiken voor andere doeleinden dan hier aangegeven. De fabrikant kan Niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortvloeituit oneigenlijk, fout of onredelijk gebruik, ofuit het net opvolgen van de instructies in dit boekje.
- Een verkeerde aansluiting kan schade veroorzaken aan Personen, dieren of zaken, waarvoord de fabrikant Niet verantwoordelijk kan worden gesteld.
- De onderdelen van de verpakking (nietjes, plastic zakken, piepschuim enz.) mooten Niet in de buurt van kinderen worden achtergelaten, waar het bronnen van gevaar�.
- Het apparaat mag Niet worden gebruikt door kinderen vanjonger dan 8年龄段 en door Personen met fysieke, sensorische of geestelijkke beperkingen of Personen die Niet over de nodige ervaring en kennis daartoe beschikken, tenzij ze onder toezicht staan of nadat ze de nodige instructies hebben gekregen voor het veilig gebruik van het apparaat en de bevaren die ermee gepaard gaan begrijpen. Kinderenogens Niet met het apparaat spelen. De reiniging en het onderhoud die ten laste+zijn van de gebruiker,ogens Niet worden uitgevoerd door kinderen waarop geen toezicht gehonden worden.
- Het is verboden het apparaat aan te raken met natte lichaamsdelen of als men op blote voeten loopt.
-
Eventuele reparations, onderhoudsbeurten, hydraulische en elektrische verbindungen mogen uitsluitend door gekwalificeerd personeel worden verricht, en uitsluitend met originele verrangingsonderdelen. Niet-naleving van het bovenstaande kan de veiligheid in gevaar brengen en sluit iedere aansprakelijkheid van de fabrikant UIT.
-
De temperatuur van het warm water wordt door een bedrijfthermostatat geregeld. Deze werkt ook als resetbaar verilgheidsmechanisme om gevaarlijke temperatuurstijgingen te vermijden.
- De elektrische aansluiting要去en uitgevoerd zoals aangegeven in de betreffende paragraaf.
- Als het apparaat over een voedingskabel beschikt en deze dient te worden verrangen,要去 zich tot een geauthoriseerd servicecenter of tot gekwalificeerde technici wenden.
- De gebruiker is verplicht om op de watertoevoerbuis van het apparaat een geschikt overdrukmechanisme te schroeven waaraan Niet mag worden gesleuteld en dat geregeld要去en gebruikt om te controleren dat het Niet geblokkeerd is, alsmede om eventuele kalkafzettingen te verwijderen. In die landen die de norm EN 1487 in hun wetgeving hebben omgezet, is de gebruiker verplicht om op de watertoevoerbuis een veiligheidsgroep te schroeven. Deze要去en maximale druk hebben van 0,7 MPa en minstens een stopkraan, een terugslagklep, een veiligheidsklep en een mechanisme voor de onderbreking van de hydraulische belasting omvatten.
- Eenlicht druppelen uit de overdrukbeveiliging of uit de veiligheidsgroep volgens EN 1487 is normal in de verwarmingsfase. Daarom dient u de afvoer (die.altijd in verbinding moet staan met de atmosefer) aan te sluiten op een afvoerbuis die in een doorlopende helling maar beneden is geinstalleerd, in een vorstvrijne omgeving. Opdezelfde buis is het bovendienoodzakelijk een condensafvoer aan te sluiten d.m.v.de speciale koppeling.
- U dient het apparaat te legen indien het oncebruikt in een vertrek worden geplaatst waar het möglichk kan vriezen en/of wonneer het gedurende langere tijd Niet is gebruikt. Leeg het apparaat zoals beschreiben in het desbetreffende hoofdstuk.
- Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50^ uit de kranen komt, kan ernstige verbrandingenveroorzaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste risico's. We raden ukaarom aan een thermostatische mengkraan te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit.
- Geen enkel ontvlambaar voorwerp mag zich in contact met en/of in denabijheid van het apparaat bevinden.
1.1 Betekenis van de gezruekte symbolen
Wat betreft de veiligheidsaspecten van installmentie en gebruik, en teneinde de aanwijzingen betreffende derisico's te benadrukken, worden een aantal symbolen gebruikt waarvan de betekenis in de navolgende tabel worden uitgelegd.
| Symbool | Betekenis |
| Niet-naleving van deze aanwijzingen kan leiden tot lichamelijke letsels, die in bepaalde omstandigheden zichs dodelijk können zijn. |
| Niet-naleving van deze aanwijzingen leidt tot het risico van schade aan voorwerpen, planten ofieren, die in bepaalde gezallen ook ernstig kan zijn. |
| Verplichting om zich aan de algemene verilgheidsvoorschriften en productspecificaties te houden. |
1.2 Toepassingsgebied
Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. De boiler要去 hydraulisch aangesloten zijn op het tapwaternet en voor de voeding op het elektriciteitsnet aangesloten�n.
Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen worden beschrenven in deze handledieing. Elk ander oneigenlijk gebruik is Niet toegestaan. Het is in het bijzonder verboden het apparaat te gebruiken in industrielle installaties en/of het apparaat te installereren in een corrosieve of explosieve omgeving. De fabrikant kan nicht aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortvloeituit een foute installment, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en een Niet complete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handledieing.
|  | Dit apparaat is nicht geschikt voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met een beperktlichamelijk of zintuiglijk vermogen of door personen die Niet over de nodige ervaring of kennis daartoe beschikken, tenzij zich worden gecontroleerd of onderwezen betreffende het gebruik van het apparaat door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veilighheid. Kinderen要去en worden gecontrolerd door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veilighheid en die zich ervan verzekeren dat zich Niet met apparaat spelen. |
De installmentiekommt ten laste van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de geldende nationale installationenormen en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van instellenen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft.
De fabrikant is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product met de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aangaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste koer op de markt worden gebracht. De kennis en naleving van de wetsbepalingen en de technische normen betreffende het ontwerp van de installations, deplaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installeur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingenaar wetten, normen of technische regels worden in de huidige handleiding pauur ter informatie geciteerd. Het in werkung treden van neue bepalingen of wijzigingen aan de geldende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t.o.v. derden. U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat worden aangesloten, conform is met de norm EN 50 160 (indien dit Niet het geval is, verwalt de garantie).
Voor Frankrijk: controller of de installmente conform is met de norm NFC 15-100.
1.4 Productcertificates
Deplaatsing van de CE-markering op het apparaat garandeert de conformiteit met de volgende EU Richtlijnen, waarvan het aan de fundamentele vereisten voldoet:
- 2014/35/EU betreffende de elektrische verilgheid LVD (EN/IEC 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN/IEC 60335-2-40)
2014/30/EU betreffende de elektromagnetische compatibilititEMC (EN 55014-1; EN 55014-2; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3)
- Richtlij 2011/65/EU betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (EN 50581)
- Verordening (EU) nr. 814/2013 betreffende ecodesign (n. 2014/C 207/03 - overgangsmee-ten - berekeningsmethoden)
De prestaties worden gecontroleerd volgens de volgende technische normen:
- EN 16147
- 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en -berekeningsmethoden
Dit product is conform met:
- REACH-verordening 1907/2006/EC
- Verordening (EU) nr. 812/2013 (etikettering)
Het apparaat worden beschermrd door buffers van piepschuim en een kartonnen doos aan de buitenkant; alle materialen zichen recyclebaar en milieuvriendelijk.
De inbegrepen accessoires zich:
- Handleiding en garantietdocumenten
- Quick Start Guide
- 2 dielektrische verbindingsstukken van 1/2
Aansluiting condensafvoer;
Murbeugel;
- 2 schroeven, 2 pluggen en 2 rubbers voor de muurbeugel;
- Energielabel en productinformatieblad
1.6 Transport en verplaatsing
Controleer bij levering van het apparaat of hetijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. Indien u schade vaststelt, dient u direct een klacht in te dieren bij het transportbedrijf.
LET OP! Het apparaat moet beslist in verticale stand verplaatst en opgeslagen worden, zichonder schuiner te worden gezet dan 45^ , teneinde een goede verdeling van de olie in het koelcircuit te garanderen en schade aan de compressor te voorkomen. (zie afb. 1)
Het ingepakte apparaat kan met de hand of met een vorkhefruck worden verplaatst. Zorg ervoor dat u bovenstaande aanwijzingen opvolgt. Laat het apparaat in zijn originele verpakking totdat het op de gewenste plek worden geinstalleerd, in het bijzonder wonneer het een bouwerterrein betreft.
Nadat u de verpakking heeft verwijderd, moet u controlleren of het apparaat in orde is en of alle bijbehorende onderdelen aanwezig zijn. Als het apparaat Niet in orde is, dient u contact op te nemen met de verkoper. Zorg ervoor dat deze signalering plaatsvindt binnen de door de wet vastgestelde termijnen.
LET OP! De verschillende delen van de verpakking mogen Niet binnen bereik van kinderen worden gelaten, aangezien ze een bron van gevaar zich.
Voor eventuele bewegingen of verplaatsingen van het apparaat na de eerste installmentie dient u bezelfde raadgevingen op te volgen betreffende de toegestane helling van de eenheid. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermiiden waarvoor de fabrikant Niet verantwoordelijk is.
1.7 Identificatie van het apparaat
De vooraamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het zichklevende typeplaatje op de behuizing ervan.

Typeplaatje
| Beschrijving |
| A | model |
| B | inhoud in liter van het reservoir |
| C | serienummer |
| D | voedingsspanning,请注意, maximum opgenomen vermogen |
| E | maximale/minimale druk van het koelcircuit |
| F | bescherming reservoir |
| G | opgenomen verzogen door het verwarmingselement |
| H | merktekens en symbolen |
| I | gemiddeld/maximum verzogen van de warmtepomp |
| L | type koelmiddel en vulling |
| M | maximale druk reservoir |
| N | Aardopwarmingspotentieel GWP / Hoeveelheid gefluoreerde gassen |
De hybride elektrische boiler maakt rationeel gebruik van elektricitit om op een efficiente manier dan bij een elektrische boiler hetzelfde resultaat te bereiken. Dit is möglichk dankzij de aanwezigheid van een warmtepompgroep, waarmee ongeveer 50% aan elektrische energia kan worden bespaard gegenover een elektrische boiler.
De efficientre van een cyclus met een warmtepompboiler worden gemeten aan de hand van een prestatiecoefficient COP, die het verband uitduktussen de energia die door het apparaat worden geleverd (in dit geval de warmte die worden afgeveen aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruike elektrische energia (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naargelang het type warmtepomp en de omstandigheden waar de werkking betrekking op heeft.
Bv.: een COP-waarde van 2 geeft aan dat voor iedere 1kWh verbruike elektrische energia de warmtepomp 2 kWh warmte za afgeven aan het te verwarmen element, waarvan 1kWh worden onttroken aan de gratis bron.
2.2 Bouwkundige eigenschappen
(zie Afb. 2)
| A | Compressor |
| B | Condensor compressorbedrijf |
| C | Ventilator |
| D | NTC-sonne lucht |
| E | Verdamper |
| F | Capillaire buis |
| G | Printplaat |
| H | NTC-sonne verdamper |
| I | Behuizing NTC-sonne warm water |
| J | Condensor |
| K | Flens verwarmingselement |
| L | NTC-sonne warm water |
| M | Verbinden verwarmingselement |
| N | Elektrisch verwarmingselement 1200 W |
| O | Magnesiumanode |
| P | Zwerstroomanode |
| MODEL 80 LITER | MODEL 100 LITER |
2.3 Afmetingen en plaatsruimte
(zie Afb. 3a en 3b)
| A | 784 | 934 |
| B | 1009 | 1153 |
| C | 225 | 219 |
| D | Ingangsleiding 1/2" koud tapwater |
| E | Uitgangsleiding 1/2" warm tapwater |
| F | Onderste afdekplaat |
| G | Kap |
| H | Handgrepen |
| I | Condensor |
| J | Muurbeugel |
| K | Wandafstandstuk |
| L | Carter aan voorzijde warmtepomp |
| M | Verwijderbare carters aanchterzijde warmtepomp |
| N | Afdekplaten bevestiging vaatie (accessoire) |
| O | Voedingskabel |
| P | Paneel gebruikersinterface |
| Q | Installatieplaat (accessoire) |
| R | Aansluiting condensafvoer |
| A | Voedingskabel |
| B | Voedingsklem L/N |
| C | Pool van aarden |
| D | Elektrisch verwarmingselement 1200 W |
| E | Condensor compressorbedrijf |
| F | Flens verwarmingselement |
| G | Compressor |
| H | Thermische beveiligingsschakelaar compressor |
| I | Zwerfstroomanode |
| J | Seriële poort RJ45 |
| K | NTC-sonde warm water |
| L | NTC-sonde verdamper |
| M | NTC-sonde luckt |
| N | Microswitch vaatje voor het condenswater |
| O | Printplaat |
| P | Ventilator |
2.5 Tabel technische eigenschappen
| Beschrijving | Eenheid | 80 L | 100 L |
| Nominale capaciteit reservoir | I | 80 | 100 |
| Minimumafstand van bovenste wand (zie Afb. 6) | mm | 50 |
| Minimumafstand van zijwanden (zie Afb. 6) | mm | 200 |
| Minimumafstand van aarding (zie Afb. 6) | mm | 500 |
| Dikte isolering | mm | ≈23 | ≈23 |
| Type interne bescheming | | emailering |
| Type corrosiebescheming | | titanium anode met opgedrukte stroom + magnesium opofferingsanode |
| Maximale bedrijfsdruk | MPa | 0,8 |
| Diameter wateraansluitingen | II | 1/2 M |
| Minimum waterhardheid | °F | 12 (met ontharder, min 15 °F) |
| Minimale geleidhaarheid van het water | μS/cm | 150 |
| Leeg gewicht | kg | 37,5 | 44 |
| Warmtepomp |
| Gemiddeld opgenomen elektrisch vermogen | W | 190 |
| Max. opgenomen elektrisch vermogen | W | 220 |
| Hoeveelheid koelvloeistof R134a | g | 180 | 200 |
| Hoeveelheid gefluoreerde gassen | Tonn. CO2eq. | 0,2574 | 0,286 |
| Aardopwarmingspotentieel | GWP | 1430 | 1430 |
| Max. druk koelcircuit (lagedrukzijde) | MPa | 1,2 |
| Max. druk koelcircuit (hogedrukzijde) | MPa | 2,7 |
| Max. watertemperatuur met warmtepomp | °C | 53 | 53 |
| Hoeveelheid condenswater | I/h | 0,023 (RV = 37 %) | 0,23 (RV = 60 %) |
| EN 16147 (A) |
| COP (A) | | 2,02 | 1,89 |
| Verwarmingstijd (A) | h:min | 9:21 (GREEN)5:25 (i-MEMORY)2:34 (BOOST) | 12:18 (GREEN)7:03 (i-MEMORY)3:13 (BOOST) |
| Opgenomen verwarmingsenergiee (A) | kWh | 1,592 (GREEN)2,820 (i-MEMORY)3,420 (BOOST) | 2,078 (GREEN)3,554 (i-MEMORY)4,255 (BOOST) |
| Max. hoveelheid warm water in een enkele afname Vmax (A) ingesteld op setpoint | I | 90 | 118 |
| Pes (A) | W | 18 | 21 |
| Tappen (A) | | M | M |
| 812/2013 - 814/2013 (B) |
| Qelec (B) | kWh | 2,890 | 3,086 |
| ηwh (B) | % | 83,8 | 78,7 |
| Gemengd water op 40°C V40 (B) | I | 90 | 118 |
| Jaarliks energieverbruik (gemiddeldeklimaatomstandigeden) (B) | kWh/jaar | 613 | 652 |
| Belastingprofiel (B) | | M | M |
| Intern geluidsvermögen (C) | dB(A) | 49 | 49 |
| Verwarmingselement |
| Vermogen verwarmingselement | W | 1200 |
| Max. watertemperatuur met elektrisch verwarmingselement | °C | 75 |
| Elektrische voeding |
| Spanning/maximaal geabsorbeerd vermogen | V / W | 220-240 monofase/1420 |
| Frequentie | Hz | 50 |
| Maximaal opgenomen stroom | A | 6,45 |
| Beschermingsgraad | | IPX4 |
| Luchtzijde |
| Standaard luchtverplaatsing | m3/h | 80 |
| Minimum inhoud van het installmentuimte | m3 | 13 |
| Min. temperatuur installmentuimte | °C | 10 |
| Max. temperatuur installmentuimte | °C | 40 |
| Min. temperatuur lucht (NB bij 90 % RV) (D) | °C | 10 |
| Max. temperatuur lucht (NB bij 90 % RV) (D) | °C | 40 |
(A) Waarden verkreten bij een luchttemperatuur van 20^ en een relatieve vochtigheidsgraad van 37% . Temperatuur van water bij ingang 10^ en ingestelde temperatuur van 53^ (volgens hetgeen worden
voorgeschreveen door EN 16147). COP berekend in modus GREEN en i-MEMORY. De COP kan nicht worden berekend in modus BOOST en PROG.
(B) Waarden verkreten bij een luchttemperatuur van 20^ en een relatieve vochtigheidsgraad van 37% . Temperatuur van water bij ingang 10^ en ingestelde temperatuur van 53^ (volgens hetgeen worden voorgeschreven door 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en -berekeningsmethoden).
(C) Waarden verkreten door het gemiddelde van de resultaten van drie proeven uitgevoerd bij een luchttemperaatur van 20^ en een relatieve vochtigheidsgraad van 87% . Temperatuur van water bij ingang 10^ en ingestelde temperatuur volgens hetgeen worden voorgeschreven door 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en - berekeningsmethoden en EN 12102.
(D) Buiten het interval van de bedrijfstemperaturen van de warmtepomp worden de verwarming van het water gegarandeerd door de watstand.
Gegevens verzameld uit een significant aantal producten.
Verdere energiegevens staan vermeld in het productinformatieblad (Bijlage A) dat onlosmakelijk bij dit boekje hoor.
Producten zonder etiket en betreffend informatieblad voor combinaties van boilers en zonne-energieapparaten, voorzien door Verorderinging 812/2013, zichniet bedoeld voor de vervaardiging van dergelijke combinaties.
3.1 Kwalificatie van de installmenteur
LET OP! De installmente en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat要去en door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenstemming met de geldende nationale normen voor installmente en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van overheidsinstallingen voor de volksbezondheid.
De boiler worden geleverd met een voldoende hoeveelheid koelvloeistof R134a voor de werkung ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosefer nicht, is nicht ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. De installmentatie, het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit月至echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerdevaklui die voorzien zijn van de juiste utrusting.
3.2 Gebruik van de instructies
LET OP! Een verkeerde installmentie kan schade veroorzaken aan Personen, dieren of zaken, waaroor de fabrikant Niet verantwoordelijk kan worden gesteld.
De installmenter moet de instructies in deze handleiding nauwkeurig in acht nemen.
De installmenter要去 aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructiesgeven over het gebruik van de boiler en de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen.
3.3 Veiligheidsvoorschriften
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt, dient u paragraaf 1.1 in het hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE te consulteren.
| Ref. | Waarschuwing | Risico | Symbool |
| 1 | Beschem leidingen en verbindskabels, zodat ze nicht worden beschadigd. | Elektrische schok door het aanraken van geleiders die onder spanning staan. | Δ |
| Overstromingen door het lekken van wateruit beschadigde ledingen. | Δ |
| 2 | Controller of de ruimte waar men de installmenteuitvoert en het net waarop men het apparaat aansluiën aan alle voorschriften voldoen. | Elektrische schokken door het aanraken van Niet goed geinstalleerde geleiders die onder spanning staan. | Δ |
| Beschadiging van het apparaat door verkeerde bedrijfsomstandigheden. | Δ |
| 3 | Gebruik geschikt handgereedschap en werktuigen.U moet in het bijzonder verzekeren dat het gereedschap Niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit. Bovendien | Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof,onden door stoten, snijden, prikken of schaven. | Δ |
| moet u het op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weir opbergen. | Beschadiging van het apparaat zich of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. | Δ |
| 4 | Gebruik elektrische apparatuur die geschikt is voor het doel, op de juiste wijze. Belemmer de doorgang Niet met de voedingskabel. Zorg dat de apparatuur Niet maar beneden kan vallen. Haal de voedingskabel aan het einde uit de contactdoos en berg alle apparatuur weir op. | Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prieken of schaven. | Δ |
| Beschadiging van het apparaat zich of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. | Δ |
| 5 | Ontkalk onderdelen waarop kalk is afgezet volgens de specificaties op het veilighidsinformatieblad van het gebruekte product. Het vertrek要去 geventileerdijken, u moet beschermende kleding dragen, mag geen verschillende producten Mengen en moet het apparaat en omligende voorwerpen beschermen. | Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuren, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoffen. | Δ |
| Beschadiging van het apparaat zich of omligende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoffen. | Δ |
| 6 | Controleer of verplaatsbare trappen op de juiste manier worden neergezet, of ze van degelijkke kwaliteit,zijn, of de treden onbeschadigd en nicht gladRCTN, of er niemand tegenaan kan lopen of rijden terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand hierop toezien. | Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). | Δ |
| 7 | Zorg ervoor dat op de werkplaats goede arbeidsomstandigheden aanwezigRCTN wat betreftverlichting, ventilatie en stevigheid. | Persoonlijk letsel door stoten, struikelen enz. | Δ |
| 8 | Trek,voordat u aan het werk gaat, beschemende kleding aan en gebruik de speciale persoonlijkeveiligheidsvoorzieteningen. | Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, priken, schaven, lawaai of vibraties. | Δ |
| 9 | De werkzaamheden aan de binnenkant van het apparaat要去en Zoert voorlichtig worden uitgevoerd om nicht plotseling gegen scherpe of snijdende delen aan te stoten. | Persoonlijk letsel door snijden, priken, schaven. | Δ |
| 10 | Leeg de onderdelen die warm water kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te activerenvoordat u de onderden hanteert. | Persoonlijk letsel door brandwonden. | Δ |
| 11 | Voer de elektrische aansluitingen uit met behulp van geleiders met de juiste diameter. | Brand door oververhitting als gevolg van het passeren van elektrische stroom in te smalle kabels. | Δ |
| 12 | Gebruik geschikt materiaaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werkplek. | Beschadiging van het apparaat zich of omligende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. | Δ |
| 13 | Verplaats het apparaat met de juiste beschermingsmaatregelen en voorzichtigheid. Bij het ophijsen van voorwerpen met hijskranen of dergelijk je met men controlleden dat deze LASTStabiel staan opgesteld en in goede staat verkeren, gezien het te verplaatsen gewicht en de moodzakelijk bewegingen. Tuig de lading op dejuiste manier in de banden, bevestig extra koorden om slingerbewegingen te kunnen dampen, zorg dat men een goed uitzlicht heeft over het gehele gebied van de beweging en verbied dat iemand onder de lading loopt of staat. | Beschadiging van het apparaat zich of omliggende voorwerpen door schokken, stoten, snijden of klemmen. | Δ |
| 14 | Organiseer de verplaatsingen van materiaal en gereedschappen zodiacig dat dit op een veilige manier kan geleuren. Voorkom dat materiaal worden opgestapeld en kan vallen of schuiven. | Beschadiging van het apparaat zich of omliggende voorwerpen door schokken, stoten, snijden of klemmen. | Δ |
| 15 | Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingrep op het apparaat hebt要去en uitschakenen en controllerer of deze voorziereningen wee Werken voordat u het apparaat weeinschakelt. | Beschadiging of blokkering van het apparaat door oncecontroleerde werkinq. | Δ |
4 INSTALLATIE

LET OP! Volg de algemene waarschuwingen en de veiligheidsnormen die in de voorgaande paragrafen worden opgesomd nauwkeurig op. U dient zich te allen tijde te honden aan hetgeen beschreven staat.
4.1 Plaatsing apparatus
LET OP! Voordat u tot de installmente overgaat,要去 u controleren of op de plaats waar u de boiler wenst te installeren, aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) Controller of de installmentuimte een volume van minstens 13m^3 heft, met een geschikte luchtverversing. Installer het apparaat Niet in een ruimte waar een ander apparaat staat dat lucht verbruiktijdens de werkig (bv. gasketel met open system, gasboiler met open system).
b) Bij het kiezen van een geschikte positie op de muur要去 u ook denken aan de ruimte die nodig is om gemakkelijk eventuele onderhoudsinterventionsuit te voeren (voorde te respecteren min. afstanden: zie Afb. 6).
c) Controller of de beschikbare ruimte passend is om het product onder te brengen en denk hierbij ook aan de hydraulische veiligheidsinrichtingen en de elektrische en hydraulische aansluitingen.
d) Controller of het op het gekozen punt maybeijk is een afvoerverbinding van de sifon van de veiligheidsgroep aan te brengen, waarmee ook de condensafvoer moet worden verbonden (zie par. 4.4).
e) Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Het product is ontworpen voor binneninstallatie: de prestaties en verilgheid van het product hunen Niet worden gegarandeerd als het product buiten geinstalleerd worden.
f) Verzeker u ervan dat de installmentierumte en het elektrische en hydraulische systeme waarop het apparaat worden aangesloten aan de geldende voorschriften voldoen.
g) Zorg dat er op de gekozen installmentieplaats een eenfasige elektrische voedingsbron aanwezig is van 220-240 Volt ~50 Hz. Als die bron Niet aanwezig is,要去 hij hunnen worden gerealiseerd.
h) Zorg dat de muur perfect verticaal is en sterk genoeg om het gewicht van een boiler vol water te dragen.
i) Zorg dat de gekozen installmentieplaats conform is aan de IP-graad (bescherming gegen het binnendringen van vloeistoffen) van het apparatus, volgens de geldende normen.
j) Zorg dat het apparaat Niet rechtsstreeks word bloatgesteld aan zonnestralen, ook Niet bij aanwezigheid van ramen.
k) Zorg dat het apparaat Niet bloatstaan of dat de aangezogen luckt nicht worden aangezogen uit bijzonder agressieve omgevingen met bijvoorbeld zure dampen, stof, gasverzadiging, oplosmiddelen.
I) Zorg dat het apparaat Niet direct op elektrische leidingen worden geinstalleerd die Niet zich beschemd gegen spanningsschommelingen.
m) Zorg dat het apparaat zo zich möglich bij de gebruikspunten worden geinstalleerd, om warmtedispersie via de buizen gegen te gaan.
Installatievolgorde
a) Haal het product UIT de verpakking.
b) Bevestig het product aan de muur: de boiler hebigt een draagbeugel met bevestigingsystemen de juiste maat hebben en geschikt+zijn om het gewicht van de met water gevulde boiler te dragen (zie afb. 5). Bij aanwezigheid van een bevestigingsplaat (Q Afb. 3b) gezrukt u de twee pluggen en de schroeven die werden meegeleverd. Let waar bij op al getrokken kabels en buizen (zie Afb. 5). Om een juiste montage van het product gemakkelijk te make, gezrukt u de installmental die is afgebeeld op de verpakkingsdoes.
c) Zorg dat het product perfect verticaal is geplaatst, controllerer dit met een waterpas (zie Afb. 3b, 6).
d) Schroef de dielektrische koppelingen op de waterinaat- en uitytaatleidingen.
e) Plaats een hydraulische veiligheidsinrichting op de inlaatleiding van het koud water.
f) Verbind de sifon van de veiligheidsgroep met de afvoer en steek de condensafvoerleiding in de sifon.
g) Realiseer de hydraulische aansluitingen (zie par. 4.3).
h) Realiser de elektrische aansluitingen (zie par. 4.2).
4.2 Elektrische aansluiting
| Beschrijving | Beschikbaarheid | Kabel | Type | Maximale stroom |
| Permanente voeding | Kabel bij het apparaat geleverd | 3G 1,5 mm² | H05V2V2-F | 16 A |
LET OP! VOORDAT U DE KLEMMEN AANRAAKT, MOETEN ALLE VOEDINGSCIRCUITS ZIJN LOSGEKOPPELD.
Het apparaat worden geleverd met een voedingskabel (wanner deze verrangen moet worden, dient men een originele verrangingskabel te gebruiken die door de fabrikant worden geleverd).
Het is raadzaam om een controle uit te voeren van de elektrische installmente en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Controller of de installmentie geschikt is voor het maximaal opgenomen vermogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel wat betreft de doorsnede van de kabels als wat betreft hun conformiteit met de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Aarding is verplicht;het is verboden om de leidingen van het hydraulisch systeme, het verwammingssysteme en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat.
Vór de inbedrijstelling moet u controleren of de netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is Niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluting of vanwege problemen in de elektriciteitstoevoor. Om het apparaat van het net los te schaken, gebruikt u een tweeolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen CEI-EN (min. afstandussen de contactpunter 3 mm, better indien voorzien van zekeringen).
De aansluiting van het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen en moet beschermd worden door een aardlekschakelaar van 30mA
| PERMANENTE ELEKTRISCHE AANSLUITING (voeding 24/24研究成果) |
| Afb. 7 | De boiler zal algtd op het elektrisch net zijn aangesloten, waardoor hij 24研究成果 per dag za研究成果 |
| Corrosiebescherming door de anode met opgedrukte stroom is er alleen als het product op het elektriciteitsnet is aangesloten. |
4.3 Hydraulic aansluiting
Voordat het apparaat worden gebruikt, moet het reservoir ervan worden gemvuld met water en verrolgens volledig worden geleegd om achtergeberleen vuil te verwijderen.
Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d.m.v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn gegen de bedrijsdruk als gegen de temperatuur van het warm water, die 75^ kan bereiken. We raden u waarom aan materialen te gebruiken die gegen die temperaturen bestand�. Voordat u de aansluiting uitvoert, moet u de twee
dielektrische verbindingselementen ( bij het product geleverd) (E Afb. 8) aan de inlaat- en uitlaatbuis voor het water bevestigen.
Schroef een "T"-verbindingsstuk op de toevoerbuis van het apparaat, waar een blauw bandje om zit. Op dit verbindingsstuk moet verplicht aan de ene kant een kraan worden geschroefd om het apparaat af te tappen, die alleen kan worden geopend en gesloten met gereedschap, en aan de andere kant een geschikte overdrukbeveiliging.

LET OP! Het is verplicht een veiligheidsklep op de watertoevoerleiding van het apparaat te schroeven.
Voor landen waar de Europese norm EN 1487 geldt, is de overdrukbeveiliging die is meegeleverd Niet voldoende voor conformiteit met de nationale normen.
Om aan de normen te voldoen, moet de beveiliging een maximumdruk hebben van 0,7 MPa (7 bar) en ten minste bestaanuit: een aflsuitkraan, een terugslagklep, controlovoorziening van de terugslagklep, een veiligheidsklep en een onderbreking van de hydraulische belasting.

In sommige landen kan het gebruik van andere hydraulische verilgheinsrichtingen vereist zich, in lijn met de lokale wetgeving; het is de taak van de gekwalificeerde installmenter die opdracht heeft gekreten het product te installereren, te beordelen of het te gebruiken verilgheinsmechanisme geschikt is. Het is verboden om afsluitinrichtingen (kleppen, kranen enz.):tussen de verilgheinsrichtingen en de boiler zelf te plaatsen.
De afvoer van het systeme moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die nicht minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (1 / 2^n) , door middel van een sifon (D Afb. 8) die een beluchtingsopening van minstens 20~mm möglichk maakt en die een visuèle controle toestaat, om te vermijden dat in geval van het in werking treden van het systeme zich schade worden veroorzaakt aan Personen, dieren of voorwerpen, schade waarvoor de fabrikant Niet aansprakelijk kan worden gesteld. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van overdruk (C Afb. 8) m.b.v. een flexibele buis (A Afb. 8) aan op de koudwaterkraan. Indienoodzakelijk,kest u een afsluitkraan gebruiken. Indien de aftapkaan wordt opengedraaid, dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan deuitgang worden verbonden (B Afb. 8).
Als u de overdrukbeveiliging vastschroeft, mag u deleze op het einde Niet forceren en er net aan sleutelen.
Eenlicht druppelen van het mechanisme gegen overdruk is normal in de verwarmingsfase; waarom raden wij u aan de afvoer (deze moet altd in verbinding staan met de atmsoefar) aan te sluiten op een afvoeruis die in een doorlopende hellingaar beneden en in een vorstvrijomegeving is geinstalleerd en op de sifon (D Afb. 8).Op bezelfde afvoer moet u bovendien m.b.v.de meegeleverde buis (F Afb. 8) ook de condensafvoer aansluten. Gebruik daartoe de speciale koppeling (G Afb. 8) die zich achteraan de boiler bevindt m.b.v. het verbindingsstuk H Afb.8.
Mocht de waterdrukucht bij de ikingwaarden van de klep liggen, moet zo ver möglichk van het apparaat een drukbegrenzer worden aangebracht.
Het apparaat mag Niet werknen met water waarvan de hardheid lager is dan 12^ . Aan de andere kant worden bij extreem hard water (hoger dan 25^ ) het gebruik van een ontharder aangeraden die correct is afgesteld en gecontroleerd worden. In dit geval mag de resterende hardheid Niet onder de 15^ zakken.
Mocht de waterdruk[Dicht bij die iKingwaarden van de klep liggen, moet zo ver möglichk van het apparaat een drukbegrenzer worden aangebracht.
AFBEELDING 8. Legend: A: inlaatuis koud water / B: uitaatuis warm water / C: veiligheidsgroep / D: sifon / E: dielektrische verbindungen / F: afvoeruis condens / G: koppeling condensafvoer / H: verbindsstuk condensafvoer.
LET OP! Spoel de leidingen van de installmentie grondig door ter verwijdering van eventuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werkung van het apparatus eenverstoren.
4.4 Condensafvoer
Condens of water die tijdens het verwarmingsbedrijf in de warmstepomp worden gevormd, moeten worden geelimeerd. Sluit de kunststoffuis die in de verpakking ward meegeleverd, aan op de afvoerverbinding. Zorg dat het water in een geschikte afvoer verecht kommt, bij voorkeur via de sifon van de veiligheidsgroep, indien aanwezig.
Zorg dat de afvoer plaatsvindt zonder obstakels.
Een onjuiste installmentie kan ertoe leiden dat er aan de achterkant van het product water maar buiten komt.
Indien de condens nicht kan worden gekanaliseerd, is er (als accessoire) een vaatje beschikkaar waar in de geproducede condens kan worden opgevangen. Dit vaatje heeft in gemiddelde bedrijfsomstandigheden een capaciteit die volstaat voor ongeveer een week. Voor de montage van het vaatje en de afvoer voor de condens: zie paragraaf 7.7.
5 EERSTE INBEDRIJFSTELLING
Zodra u de hydraulische en elektrische aansluiting heeft uitgevoerd, vult u de boiler met water uit het waternet. Daartoe opent u de hoofdkraan van de huishoudelijkte waterleiding en die van het dichtstbijzijnde warme water; waar bij dient u te controlen of alle lucht uit het reservoir is gelopen.
Controller of er geen water lekt ut de flens en de verbindingsstukken, en draai ze eventueel voorzichtig vaster aan.
Nadat is vastgesteld dat er geen water aanwezig is op de elektrische onderdelen, dient het product te worden aangesloten op de waterleiding.
GEBRUKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZIGEN T.B.V. DE GEBRUIKER
6 WAARSCHUWINGEN
6.1 Eerste inbedrijfstelling

LET OP! De installmente en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat要去en door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenstemming met de geldende nationale normen voor installmente en eventuale voorschriften van de lokale autoriteiten en van overheidsinstallingen voor de volksgezondheid.
Voordat u de boiler in werkung stelt, moet u controleren of de installeur alle handelingen heeft uitgevoerd die tot+zijn bevoedgheid behoren. Verzeker u ervan dat u alle uitleg van de installeur over de werkung van de boiler en de correcteuitvoering van de belangrijkste handelingen aan het apparaat hebt begren.
De wachtijd bij de eerste inschakeling van de warmtepomp is 5 Minutes.
6.2 Advies
In het geval van een storing en/of een verkeerde werkung van het apparaat要去 u het uitschakeni; sleutel er echter nicht zich aan, maar wend u tot een erkende installmenter. Eventuele reparatives要去en altijd met originele reserveonderdelen en door gekwalificeerde vakkui worden uitgevoerd. Niet-naleving van het bovenstaande kan de verilheid van het apparaat in gevaar brengen en sluit iedere aansprakelijkheid van de fabrikant uit. Als de boiler lang nicht gebruikt worden,要去 u het volgende doeen:
LET OP! Het warmer water dat met een temperatuur van meer dan 50^ uit de kranen komt, kan ernstige verbrandingen verroorzaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste risico's. We raden u waarom aan een thermostatische mengkraan te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit.
6.3 Veiligheidsvoorschriften
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt, verwijzen weaar het voorgaande punt 1.1.
| Ref. | Waarschuwing | Risico | Symbool |
| 1 | Voer geen handelingen uit waar bij u het apparaat van zijnplaats要去 halen. | Elektrocutie door spanningvoerende elementen. | Δ |
| Lekkage als gevolg van water dat uit losgeraakte ledingen stroomt. | Δ |
| 2 | Laat geen voorwerpen op het apparaat liggen. | Lichamelijk letsel door voorwerpen die door trillingen van het apparaat vallen. | Δ |
| Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen door het vallen van het apparaat als gevolg van trillingen. | Δ |
| 3 | Klim nicht op het apparaat. | Persoonlijk letsel door het vallen van het apparaat. | Δ |
| | Beschadiging van het apparaat of onderligende voorwerpen doordat het apparaat van de muur losraakt. | |
| 4 | Voer geen handelingen uit waar bij u het apparaat要去 openen. | Elektrocutie door spanningvoerende elementen.
Lichamelijk letsel door verbranding aan het elementen of wonden veroorzaakt door scherpe randen ofuitstekende delen. | |
| 5 | Zorg ervoor dat u de elektrische voedingskabel Niet beschadigt. | Elektrische schokken door nicht-geïsoleerde kabels die onder spanning staan. | |
| 6 | Klim Niet op stoen, krukken, trappen of andere instabiele voorwerpen om het apparaat te reinigen. | Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). | |
| 7 | Reinig het apparaat nooit voordat u het eerst heeft uitgeschakeld, de stekker uit het stopcontact heeft gehaald of de exter schakelaar in de stand OFF heeft gezet. | Elektrocutie door spanningvoerende elementen. | |
| 8 | Gebruik het apparaat Niet voor andere doeleinden dan voor normala huishoudelijk gebruik. | Beschadiging van het apparaat door overbelasting.
Beschadiging van verkeerd gebruikte voorwerpen. | |
| 9 | Laat het apparaat Niet gebruiken door kinderen of onkundige Personen. | Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. | |
| 10 | Gebruik geen insecticiden, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen om het apparaat te reinigen. | Beschadiging van de plastic of gelakte onderdelen. | |
| 11 | Zet nooit andere voorwerpen en/of apparaten onder de boiler. | Beschadiging door eventueel lekkend water. | |
| 12 | Drink Niet van het condenswater. | Persoonlijk letsel door vergiftiging. | |
6.4 Aanbevelingen ter voorkoming van legionellagroei (Europese norm CEN/TR 16355)
Toelichting
Legionella is een bleine bacterie in de vorm van een staafje die van nature voorkomt in zoet water.
De legionairsziekte is een ernstige longinfectie die wordt veroorzaakt door het inademen van de bacterie Legionella pneumophilia of andere Legionella-soorten. De bacterie wordt vaak aangetroffen in leidingwaterinstallaties van woningen en hotels, alsook in het water dat gebruikt worden in airconditioningsystemen of in luchtkoelsystemen. Preventie is dan ook het belangrijkste instrument om deze ziekte gegen te gaan, hetgeen gebeurt door te controleren of het organisme aanwezig is in leidingwaterinstallaties.
De Europese norm CEN/TR 16355 geeft aanbevelingen voor de Beste methode om de groei van legionella in drinkwaterinstallaties tegen te gaan, waar bij de bestaande voorschriften op nationaal niveau van kracht blijven.
Algemene aanbevelingen
"Gunstige omstandigheden voor de vermenigvuldiging van legionella". De volgende omstandigheden bevorderen de vermenigvuldiging van legionella:
- Watertemperatuur:tussen 25^ en 50^ . Om de groei van de legionellabacterie te beperken, moet de watertemperatuur:tussen beperkt worden dat de groei, overal waar möglichk, wordt verhinderd of tot een minimum worden beperkt. Lukt dat Niet, dan要去 drinkwaterinstallatie via een hittebehandeling worden ontsmet.
Stilstaand water. Om te voorkomen dat water lange perioden stagniert, moet in alle delen van de drinkwaterinstallatie minstens eenmaal per week drinkwater worden gebruikt of overvoedig worden doorgspoeld.
Voedingsstoffen, biofilms en bezinksel in de installment, inclusief de boiler enz. Het bezinksel kan de groei van de legionellabacterie bevorderen en moet regelmatig worden verwijderd uit oplagsystemen, boilers, expansievaten met stilstaand water (bijvoorbeeld eenmaal peraar).
Als bij dit type opsgalboilers
1) het apparaat gedurende een bepaalde tijd [maanden]uitgeschakeld is of
2) de watertemperatuur constant tussen 25^ en 50^ gehonden worden,
zou de Legionella-bacterie in het reservoir kunnen groeien. In die gevallen要去en zogenoemde "thermische ontemettingscyclus" worden toegepast om de groei van de legionellabacterie te beperken.
De accumulatieboiler worden verkocht met een standard actieve anti-legionellacyclus (zie Par. 7.11 voor de bescherming gegen legionella), m.a.w.: via deze functie worden een "thermische ontsmettingscyclus" uitgevoerd om de verspreiding van legionella in het reservoir te beperken.
Deze cyclus is geschikt om te worden gebruikt in productiesystemen van sanitair warm water en voldoet aan de aanbevelingen terpreventie van legionella die zich gespecifieerd in de onderstaande Tabel 2 van de nom CEN/TR 16355.
Tabel 2 - Types warmwaterinstallations
| Koud water en warm water gescheden | Koud water en warm water gemengd |
| Geen opslag | Opslag | Geen opslag bovenstrooms van de mengventielen | Opslag bovenstrooms van de mengventielen | Geen opslag bovenstrooms van de mengventielen |
| Geen circulatie van warm water | Met circulatie van warm water | Geen circulatie van gemengd water | Met circulatie van gemengd water | Geen circulatie van gemengd water | Met circulatie van gemengd water | Geen circulatie van gemengd water | Met circulatie van gemengd water | Geen circulatie van gemengd water |
| Ref. in Bijlage C | C.1 | C.2 | C.3 | C.4 | C.5 | C.6 | C.7 | C.8 | C.9 |
| Temp. | - | ≥ 50 °Ca | In opslagboiler a | ≥ 50 °Ca | Hittedesinfectie d | Hittedesinfectie d | In opslagboiler a | ≥ 50 °Ca Hittedesinfectie d | Hittedesinfectie d |
| Stagnatie | - | ≤ 3 Ib | - | ≤ 3 Ib | - | ≤ 3 Ib | - | ≤ 3 Ib | - |
| Bezinksel | - | - | Verwijden c | Verwijden c | - | - | Verwijden c | Verwijdenc | - |
| a. | Temperatuur de hele dag door ≥ 55°C of minstens 1aar per dag ≥ 60 °C. |
| b. | Watervolume in de leidingenussen het circulatiesystemen en de kraan die zich verst van het systeme vandaan bevindt. |
| c. | Verwijder het bezinksel uit de opslagboiler volgens de plaatselijke voorwaarden, maar minstens eenmaal perJAar. |
| d. | d Hittedesinfectie gedurende 20 minuten op een temperatuur van 60 °C, gedurende 10 minutes op 65 °C of gedurende 5 minutes op 70 °C op alle aftappen, minstens eenmaal perweek. |
| e. | De watertemperatuur in het circulatiecircuit mag Niet lagerন dan 50 °C. |
| - | Niet vereist |
Als zich om eender welke reden een van de bovenvermelde "Gunstige omstandigheden voor de vermenigvuldiging van legionella" Voordoet, raden we u ten sterkste aan deze functie in te schakelen volgens de instructies in deze handleiding [zie paragraaf 7.11].
De hittedesinfectiecyclus isECHTER niet in staat elke legionellabacterie in het opslagreservoir te vernetigen. Als de functie uitgeschakeld wordt, kan het dus zich dat de legionellabacterie terugkeert.
NB.: als de software de hittedesinfectiebehandeling uitvoert, is het möglichk dat het energieverbruik van de boiler toeneemt.
Let op: wanner de software zojuist de hittedesinfectiebehandeling heeft uitgevoerd, kan de watertemperatuur onmiddelijk ernstige verbrandingen veroorzaken. Kinderen, gehandicapten en bejaarden lopen hierbij een verhoogd risico. Controller de watertemperatuur voordat u het water gebruikt voor een bad of douche.
De standardwärde bedraagt 60^ en kan gewijzigd worden tot 75^ via de parameter P23 in het informatiemenu (zie par 7.10).
7 INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel
Referentie afbeelding 9.
Het eenvoudige en rationele bedieningspaneel bestaat UIT zes toetsen.
In het bovenste deel geeft de DISPLAY de waargenomen temperatuur wee en door op de knop te drukken, wordt de ingestelde temperatuur weergegeven. Verder wordt op de DISPLAY ook specifieke informatie weergegeven zoals de bedrijsmodus, de storingscodes, de instellingen en informatie over de status van het apparaat.
Verder bevindt zich op de display een LED die de bedrijsmodus van de verwarming van het water in de warmtepomp of het elektrisch verwarmingselement signaleert.
| Symbol | Beschrijving |
| ON/OFF-knop schakelt het apparaat in en uit |
| SET-knop om parameters te wijzigelen en de wijdigingen te bevestigen |
| Min-knop: verlaagt de temperatuur, verminder het uur en wijzigt de ON/OFF-opties van de parameters in het installaursmenu |
| Plus-knop: verhoegt de temperatuur, vermeerdert het uur en wijzigt de ON/OFF-opties van de parameters in het installaursmenu |
| MODE-knop: wijzigt de bedrijsmodus (GREEN, i-MEMORY, PROG 1, PROG 2, PROG 1 + PROG 2) |
| BOOST-knop: schakelt de boostfunctie in en uit |
| Douchepictogram |
| Multifunctioneel LEAF-pictogram |
| Pictogram Koelfunctie |
| Pictogram Reservoir vol |
| Pictogram Nachtfunctie |
| Cursor van de modi GREEN, i-MEMORY, PROG 1, PROG 2 |
7.2 Het in- en uitschakelen van de boiler
Ontsteking: om de boiler in te schakelen, hoeft u enkel op de ON/OFF-k
te drukken. Bij in- en uitschakeling werkklinkt een bieptoon.
Op de DISPLAY verzschijnen de binnentemperatuar en de bedrijsmodus.
Om de ingestelde temperatuur wee te gehen, drukt u op de knop Set. De temperatuur za 3 seconden knipperen.

Uitschakelen: om de boiler uit te schakelen, hoeft u enkel op de ON/OFF-knop te drukken. De LED gaat uit, zoals ook de verlichting van de DISPLAY en de andere signaleringen die waaroor actief waren. Alleen de tekst "OFF" blijft op de display staan. De corrosiebeschemming blijt gegarandeerd en het apparaat za er automatisch voor zorgen dat de temperatuur van het water in het reservoir nooit onder de 5^ daalt.
Stand-by: Wanner de gebruiker het apparaat 30 minuten nicht gebruikt heeft, gaat de DISPLAY van het product in stand-bymodus. Wanner de gebruiker het apparaat voor het eerst gebruikt, verschijnen op de DISPLAY opnieuw de binnentemperatuur en de bedrijfsmodus.
7.3 Instellen van de temperatuur
De gewenste temperatuur van het warm water instellen doet u m.b.v. de knappen - + (de tekst za tijdelijk knipperen).
De instelbare setpointtemperatuur varieertussen 40^ en 70^ . De maximale setpointtemperatuur (70^ fabrieksinstalling) kan gewijzigd worden binnen het bereik 65 tot 75^ ; daartoe gebruikt u de parameter P05 in het installeursmenu.
De warmtepomp worden geactiveerd zodra de temperatuur onder 53~^ C zakt; zodra deze temperatuur worden overschreden, werkt het product alleen met de elektrische wonderstand.
Het pictogram geeft de efectieve opwarming van het water weer.
Het feit dat alleen de warmtepomp is ingeschakeld, worden weergegeven via het permanent brandende pictogram
De inschakeling van de onderstand samen met de warmtepomp worden weergeveen via het knipperende pictogram
Wonneer alleen de watstand is ingeschakeld, gaat het pictogram Puit.
7.4 Bedrijfsmodus
Dit zijn de mogelijkde bedrijsmodi: i-MEMORY, GREEN, PROGRAM en BOOST. In normale bedrijfsomstandigheden kurz u d.m.v. de toets MODE de bedrijsmodus wijzigen waarmee de boiler de ingestelde temperatuur bereikt. De geseleeterde modus worden met een cursor aan de zijkanten van de display aangegeven.

i-MEMORY: de modus voor de fabrieksinstellenen. Deze functie werk bedacht om het stroomverbruik te optimaliseren en het comfort te maximaliseren via monitoring van de vraag aan warm water door de gebruiker en een geoptimaliseerd gebruik van de warmtepomp en de elektrische watstand. Het algoitme garandeert de dagelijkse behoefte door het gemiddelde voor te stellen van de profielen die de Voorbije 4 weken werden geregistreeid. Tijdens de eerste gebruksweek blijft de door de gebruiker ingestelde setpointtemperatuur constant; vanaf de tweede week voorziet het algoitme een autonome wijziging van de setpointtemperatuur om de dagelijkse behoefte te garanderen. Om het opgeslagen profiel te resetten, zie par. 7.9.
GREEN:That de boiler werken met het laagst maybe stroomverbruik. De setpointtemperatuur varieert van 40 ^ C tot 53^ .De ingestelde temperatuur wordt bereikt zonder gebruik te maken van de elektrische wonderstand, die alleen kan tussenkomen bij activering van de antilegionellacyclus (indien actief, zie par. 7.11) of de vorstbeveiliging (zie par. 7.14), wonneer de omgevingstemperaturen buiten het bereik liggen (Tair < 10, Tair > 40) of bij storingen in de pomp.
PROGRAM: er zijn twee programma's beschikbaar, PROG 1 en PROG 2, die zowel afzonderlijk als gecombineerd overdag können worden uitgevoerd (PROG 1 + PROG 2). Het apparaat zal in staat zijn om de verwarmingsfase te activeren zodate gekozen temperatuur op het vooraf ingestelde tijdstip bereikt worden, waarbij verwarming door middel van de warmtepomp de voorkeur heeft en alleen indienoodzakelijk de elektrische wonderstand gebruikt worden.
Druk op de toets MODE totdat de gewenste Programma-modus geselecteerd is, op de toets - + om de gewenste temperatuur in te stellen, op de toets SET om te bevestigen, op de toetser - + om het gewenste tijdstrip in te stellen en op de toets SET om te bevestigen; in modus PROG 1 + PROG 2 kunnen de gevevens voor beiden programme's worden ingesteld. Als er gedurende 10'' nie op een knop worden gedrukt, worden het menu verlaten zonder de wijzigingen op te slaan. Voor deze functie moer de huidige tijd worden ingesteld,zie volgende paragraaf. Waarschuwing: ter garantie van uw comfort kan het bij een werkinq in modus PROG 1 + PROG 2 modus met zeer zich bij elkaar liggende tijden gebeuren dat de temperatuur van het water hoger is dan de ingestelde temperatuur.
- BOOST: wonneur u deze modus activeert (via de toets ), geleukt de boiler tegelijkkertijd de warmtepomp en de werkstand om de gewenste temperatuur binnen zo kort möglichke tijd te bereiken. Zodra de temperatuur bereikt is, keert de boiler terug maar de voorgaande modus. Om het setpoint in de modus Boost te wijzigen, drukt u op de toetsen - + De Boost-functie kan permanent worden geactiveerd via de parameter P25 in het installateursmenu: het apparatus blijft dan in Boost-modus, ook wonneer de setpointtemperatuur bereikt is.
Om de bedrijfsmodi te wijzigen, verwijzen we waar het schema in de volgende afbeelding.
Waarschuwing: tijdens de antilegionellacyclus kan het apparaat hogere temperaturesen halen dan de ingestelde temperatures.

7.5 Nachtfunctie
Activeerbaar via het menu Informatie (zie par. 7.9) en het installateursmenu d.m.v. parameter P02 (zie par. 7.10).
Via deze functie kurz u de compressor uitschakelen om het lawaai 's nachts te verminderen. Het tijdstip kan worden gewijzigd via de parameters P19 en P20 in het installateursmenu (par. 7.10). De begintijd is standard ingesteld op 23
uur, de eindtijd op 6 pau. Deze tijdstippen können per half pau aangepast worden. De activering van de functie worden weergegeven via het symbol ±b
7.6 Koelfunctie
Activeeerbaar via het menu Informatie (zie par. 7.9) en het installeursmenu d.m.v. parameter P03 (zie par. 7.10). Via deze functie kutu de compressor uitschaken om te vermiiden dat de plaats waar het apparaat is geinstalleerd, te veel afgekoeld raakt. De compressor wordenuitgeschakeld zodia de luchttemperatuur onder de 17^ (fabrieksinstelling) zakt. Deze waarde kan via de parameter P21 (zie par. 7.10) van minimaal 10^ tot maximaal 26^ worden ingesteld. Het water worden via de elektrische watstand opgewarmd wonneer de luchttemperatuur onder de ingestelde temperatuur zakt.
7.7 Condenswaarschuwing
De hybride elektrische boiler beschicht over een vaatje (accessoire) waarin condenswater kan worden opgevangen indien in de installmentie daartoe geen kanalising is voorzien. Dit vaatje heeft in gemiddelde bedrijfsomstandigheden een capacititeit die volstaat voor ongeveer een week. Het vulniveau is zichbaar via de niveau-indicator met schaalverdeling die zich vooraan bevindt. Om het vaatje te installereren, verwijdert u het deksel (afb. 10) enplaatst u het vaatje als opvangbak (afb. 11). Het vaatje worden geleegd via de buis en de kraan (afb. 12) of door het vaatje uit te nemen en het schuin te honden zDat het condenswater er via de opening uitsroomt (afb.13). Als het vaatje vol is, verschijnt het symbool ; de boiler voorziet verwarming van het water via de elektrische wonderstand.
In de onderstaande afbeelding worden de stappen weergegeven die u要去uitvoeren om de bedrijfsmodi te wijzigen.


7.8 Instellen van deijd
De tijd moet worden ingesteld wanner het apparaat voor het eerst worden ingeschakeld, of wanner de stroom gedurende langere tijd (minstens 2aar) is uitgevallen.
Het actuèle tijdstip kan ook worden gewijzigd door 3 seconden op de toets SET te drukken.
Het system wordt not automatisch bijgewerkt, dus bij de overgang van winter- maar zomeruur en omgekeerd moet het uur ook opnieuw worden ingesteld. De display za knipperen en de cijfers van de uren en minuten weergeven. Als er gedurende 10" Niet op een toets worden gedrukt, worden het menu voor de instelling van dearend verlaten zonder wijzigingen op te sloan.

Door op de knoppen - + te drukken, selecteert u het correcte uur en bevestigen doet u via de toets SET; door opnieuw op de knoppen - + te drukken, selecteert u de minuten, en bevestigen gebeurt opnieuw via de toets SET
Wanner het uur wegvalt, knippert de knop ON/OFF
M.b.v. het informatiemail menukest u de gegevens aflezen waarmee u het apparaat controert. Om dit menu te openen, moet u het apparaat inschakenen en de toets MODE gedurende 3 seconden ingedrukt honden.

Druk op de toetsen - + om de parameters U1 ... U5 te selecteren.

Zodra u de gewenste parameter hebt gezonden, drukt u op de toets Set SET en nervologens op de toetsen - + om de waarden te wijzigen. Om maar de parameterselectie terug te keren, drukt u opnieuw op de toets "MODE" MODE (het apparaat za het menu na 10 seconden inactiviteit automatisch verlaten).
| Parameter | Naam | Beschrijving parameter |
| U1 | NIGHT | Status van de Nachfunctie (zie par. 7.5) |
| U2 | COOLING | Status van de Koelfunctie (zie par. 7.6) |
| U3 | ANTIBACTERIAL | Status van de Antilegionellafunctie (zie par. 7.11) |
| U4 | T Safety Max | Status van de waarde van de instelbare max. temperatuur |
| U5 | Reset Auto | Reset van het algoitme i-MEMORY |

| Δ | LET OP: HET WIJZIGEN VAN DE VOLGENDE PARAMETERS MOET DOOR DESKUNDIG PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD. |
D.m.v. het installment菜单kt u enkele instellenen van het apparaat wijzigen. Om dit menu te openen, voert u de volgende stappen UIT:
1) Tegelijkkortijd gedurende minstens 3 seconden de toetsen MODE en + ingedrukt honden.
2) Wanner code P222 verschijnt, met de toetsen - + de code P234 instellen en met de toets bevestigen.
3) Met de toetsen - + de te wizgen parameter P selecteren en met de toets bevestigen.
4) Met de toetsen - + de parameter wijzigen en met de toets BET bevestigen of de toets MODE indrukken om de parameter te verlaten zonder op te slaan.
5) De toets MODE indrukken om het installateursmenu te verlaten of gedurende 60^ geen activiteituitvoeren.

| Parameter | Naam | Beschrijving parameter |
| P01 | RESET | Reset van alle fabrieksparameters. |
| P02 | Nachtunstie | Activering/deactivering Nachtunstie |
| P03 | Koelfunctie | Activering/deactivering Koelfunctie |
| P04 | ANTIBACTERIAL | Activering/deactivering van de Antilegionellafunctie (on/off). Zie paragraaf 7.11 |
| P05 | T SET MAX | Max. bereikbare temperatuur van de boiler |
| P06 | T COMFORT | Bepaling van het temperatuursinterval voor de i-MEMORY-functie |
| P07 | TANK VOL | Bepaling van de capaciteit van de boiler |
| P08 | OPTIONS TANK | Controle van het vaatje voor condensafvoer hp (accessoire) |
| P09 | SW_VERSION | Weergave van de softwareversie van de printplaat |
| P10 | T LOW | Waarde van de watertemperatuur op lage stand |
| P11 | T HIGH | Waarde van de watertemperatuur op middenstand |
| P12 | T DOME | Waarde van de watertemperatuur op hoge stand |
| P13 | T AIR | Waarde van de temperatuur afgelezen op de luchtsonde |
| P14 | T EVAP | Waarde van de temperatuur afgelezen op de verdampersonde |
| P15 | HP HOURS | Weergave van de bedrijsuren met warmtepomp |
| P16 | HE HOURS | Weergave van de bedrijsuren met waterdstand |
| P17 | HP CYCLE | Weergave van het aantal cycl van de warmtepomp |
| P18 | ERRORS HISTORY | Weergave van de fouthistoriek |
| P19 | NIGHT START | Bepaling van het beginuur voor de nachtperiode (alleen zichtaar indien NIGHT (P02) actief) |
| P20 | NIGHT END | Bepaling van het einduur voor de nachtperiode (alleen zichtaar indien NIGHT (P02) actief) |
| P21 | T COOL | Bepaling van de temperatuur voor activering van de koelfunctie (zie par 7.6) (alleen zichtaar indien COOLING (P03) actief) |
| P22 | T COOL HISTORY | Bepaling van het temperatuursinterval voor activering van de koelfunctie (zie par 7.6) (alleen zichtaar indien COOLING (P03) actief) |
| P23 | T ANTIBACTERIAL | Bepaling van de streeftemperatuur voor de activering van de antilegionellafunctie (zie par 7.8) (alleen zichtaar indien ANTIBACTERIAL (P04) actief) |
| P24 | WIFI | Activering van de wifi-module (accessoire) (alleen zichtaar bij wifi-modellen) |
| P25 | BOOST PERMANENTE | Activering van de Boostfunctie in permanente modus (zie par 7.4) |
7.11 Anti-legionellabescherming (functie activeerbaar d.m.v. het installment菜单)
De boiler voorziet een geheel automatische uitvoering van de functie ter bescheming gegen legionella; deze functie kan via parameter U3 in het informati菜单 worden gedexeerd. De desinfectiecyclus brengt het water in de boiler waar een desinfectietemperatuur van 60 ^ C (wijzigbaar tot 75~^ C via parameter P23 in het installment菜单) indien het apparaat de voorbije dertig階段 geen enkele keer minstens een urn een temperatuur van 60^ heeft bereikt.
Verder wordt de cyclus ook geactiveerd telkens wonneer de stroomaar het apparaat gedurende minstens 2 uur is uitgeallen.
Het water op deze temperatuur kan verbrandingen veroorzaken, waarom raden wij u aan een thermostatische mengkraan te gebruiken.

Tijdens de antilegionellacyclus verschijt het bericht RnEb, dat wijzigt in functie van de temperatuur.
Zodra de antilegionellacyclus is doorlopen, keert de ingestelde temperatuur terug maar de originele ingestelde temperatuur.
Druk tweemaal op de "on/off"-toets om de functie te onderbreken.
7.12 Fabrieksistellungen
Het apparaat krijgt in de fabriek een bepaalde configuratie toegewezen waardoor enkele bedrijfsmodi, functies of waarden reeds zijn ingesteld volgens wat worden aangegeven in de volgende tabel.
| Parameter | Bereik | Fabrieksinstelling |
| i-MEMORY-modus | ON/OFF | ON |
| P02 | NIGHT | ON/OFF | OFF |
| P03 | COOLING | ON/OFF | OFF |
| P04 | ANTILEGIONELLA | ON/OFF | ON |
| Ingestelde temperatuur | | 53 °C |
| P05 | Max. instelbare temperatuur met weltstand | 65 – 75 °C | 70 °C |
| P06 | Min. instelbare temperatuur (COMFORT) | 40 – 53 °C | 50 °C |
| P07 | Volume ketel | 80/100 | 80/100 |
| P08 | Controle van het vaatie voor condensafvoer | ON/OFF | ON |
| P19 | Beginuur van de nachtperiode (NIGHT START) | 20:00 – 02:00 | 23:00 |
| P20 | Bepaling van het einduur van de nachtperiode (NIGHT END) | 04:00 - 10:00 | 06:00 |
| P21 | Min. luchttemperatuur voor activering van de Koelfunctie | 10 - 26 | 17 °C |
| P22 | Hysterese voor activering van de Koelfunctie | 1 – 5 °C | 2 °C |
| P23 | Te bereiken temperatuursinterval voor activering van Antilegionellafunctie | 60 – 75 °C | OFF |
| P24 | Aanwezigheid van wifi-module (accessore) | ON/OFF | OFF |
| Antivriesfunctie | 16 °C | 16 °C |
| P25 | Permanente boost | ON/OFF | OFF |
7.13 Antivries
Wonneer het apparaat onder spanning staat en de temperatuur van het water in het reservoir onder 5^ daalt, worden automatisch het verwarmingselement (1200 W) geactiveerd om het water tot 16^ te verwaren.
7.14 Ontdooien
Via deze functie kan de verdamper ontdooid worden door de warmtepomp uit te schakelen en de ventilator ingeschakeld te houden.
7.15 Fouten
Fouten die sichijdens de werkung kuren voordoen, kuren vluchtig (als de fouitvooraarde nicht worden weergegeben) of Niet vluchtig (moeten via handmatige reset en tussenkomst van de technicus hersteld worden) zijn.
Op het moment dat zich een defect voordoet, schakelt het apparaat overaar een storingsstatus. De ON/OFF-toets begint te knipperen en op de display verschijnt de storingscode. De boiler zal warm water blijven produceren mits de storing slechts een van de twee verwarmingsgroepen bettreft, en zal de warmtepomp of de waarstand lately werken.
Als het product een storing zou signaleren, schakelt u het apparaat UIT en wee aan met de ON/OFF-toets; doet de foutmelding zich opnieuw voor, dan dient u de technische Dienst te contacteren.

LET OP: controller de elektrische verbinding van de componenten met het moederbord en ga na of de NTC-sondes goed in hun behuizingen zitten alvorens interventries te doeon op het product volgens de onderstaande aanwijzingen.
| Voor elke onderhoudsbourt dient u de uiteengezette controprocedures in het technisch handboek aandachtig te lezen. |
| Storingscode | Oorzaak | Werking verwarmingselement | Werking warmtepomp | Wat te doein |
| Codering codes pomp circuit |
| 109 | NTC-sonde luchttemperatuur: kortsluiting of open circuit | ON | OFF | Druk tweemaal op de toets ON/OFF en controller of de fouit zich opnieuw voordoet. Controller de assemblage van de luchtsonde en corrigeer indien nodig. Als de fouit opnieuw verschijnt, verrangt u de sonde. |
| 110 | NTC-sonde verdampertemperatuur: kortsluiting of open circuit | ON | OFF | Druk tweemaal op de toets ON/OFF en controller of de fouit zich opnieuw voordoet. Controller de assemblage van de sonde voor de verdampertemperatuur en corrigeer indien nodig. Als de fouit opnieuw verschijnt, verrangt u de sonde. |
| 111 | Probleem NTC-sonde temperatuur lucht/verdamper | ON | OFF | Druk tweemaal op de toets ON/OFF en controller of de fouit zich opnieuw voordoet. Controller de assemblage van de sonde voor de verdampertemperatuur en corrigeer indien nodig. Als de fouit opnieuw verschijnt, verrangt u de sonde. |
| 121 | Probleem koelmiddel | ON | OFF | Controller de werking van de verdampersonde en de |
| | | | ventilator. Controller op eventuelelekken van koelmiddel via een sniffer. |
| 141 | Probleem ventilator | ON | OFF | Controller de assemblage van de ventilator en de respectieve elektrische aansluitingen. Als de ventilator nicht werkt, verwangent u die. |
| Coding codes tapwatercircuit |
| 210 | Hoge NTC-sonde (warm water): kortsluiting of open circuit | ON | OFF | Controller de assemblage van de connector van de sensor op het moederbord en corrigeer indien nodig. Als de sensor nicht werkt, verwangent u die. |
| 230 | NTC-sonde medium/laag (gebied verwarmingselement): kortsluiting of open circuit | OFF | OFF |
| 231 | NTC-sonde medium/laag (gebied verwarmingselement): tussenkomst beveiliging (1e niveau) | OFF | OFF |
| 232 | NTC-sonde laag (gebied verwarmingselement): tussenkomst beveiliging (2e niveau) | OFF | OFF |
| 240 | Zwerfstroomanode: kortsluiting | OFF | OFF | Het product resetten door tweemaal op de toets ON/OFF te drukken. Als de fouit opnieuw verschijnt, het moederbord verrangen. |
| 241 | Zwerfstroomanode: open circuit | OFF | OFF | Controlleren of er water in het product aanwezig is; indien Niet, bijvullen. Controller de assemblage van de connector van de anode op het moederbord en corrigeer indien nodig. Controller de verbindingen met de flens en corrigeer indien nodig: Zwarte kabel op de anode, witte kabel op de aarding |
| Coding codes elektronisch circuit |
| 310 | Herhaalde ON/OFF | OFF | OFF | Minstens 15 minuten wachten alvorens het product te ontgrendelen door tweemaal op de ON/OFF-toets te drukken. |
| 321 | Probleem moederbord | OFF | OFF | Het product resetten door tweemaal op de ON/OFF-toets te drukken. Als de fouit zich opnieuw voordoet, het moederbord verrangen. |
8 ONDERHOUDSNORMEN (voor geautorieerd personeel)

LET OP! Volg de algemene waarschuwingen en de veiligheidsnormen die in de voorgaande paragrafen worden opgesomd nauwkeurig op. U dient zich te allen tijde te houden aan hetgeen beschreiben staat.
Alle ingrepen en onderhoudsactiviteiten要去en door erkende installateurs worden uitgevoerd (installeurs die voldoen aan de geldende normen).
Na gewoon of buitengewoon onderhoud is het raadzaam om het reservoir te reinigen om eventuele resterende verontreinigingen te verwijderen.
8.1 Legen van het apparatus
U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek worden geplaatst waar het möglichk kan vriezen en/of wanneer het gedurende langere tijd Niet is gebruikt.
Als dit nodig is, kurz u het apparaat als volgt legen:
Schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet
Sluit de stopkraan af indien deze is gemonteerd. Als dit nicht het geval is, sluit u de hoofdwaterkaan af.
- Open de warmwaterkraan (wastafel of badkuip).
- Open de kraan op de verilheidsgroep (voor landen die EN 1487 hebben overgenomen) of de kraan op de "T"-verbinding, Zoals beschreiben in par. 4.3.
8.2 Regelmatig onderhoud
We raden u aan de verdamper Jaarlieks te reinigen om stof of verstoppingen te verwijderen.
Om toegang te krijgen tot de verdamper, dient u de bevestigingschroeven van de behuizing aan de voorzijde te verwijderen.
De verdamper reinigen met een flexibele borstel en uitkijken dat u geen schade aanbrengt. Indien u gebogen lamellen tegenkomt, deze door middel van een speciale kam (tussenruimte 1,6 mm) wee rechttrekken.
Controleer of de roosters perfect schoon+zijn.
Controleer of de buis voor de condensafvoer Niet verstopt is.
Alleen originele reserveonderdelen gebruiken.
Na gewoon of buitengewoon onderhoud is het raadzaam om het reservoir van het apparaat te vullen met water en het verwolgens helemaal leeg te make, om eventuele resterende verontreinigingen te verwijdenen.
8.3 Problemoplossing
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Wat te doeen |
| Het uitgaande water is koud of Niet warm genoeg | Lage temperatuur ingesteld. | De temperatuur voor het uitgaande water verhogen |
| Storing van de machine | Op de display controlleder of er fouten zich en handelen op de in de "Error"-tabel aangegeven wijze |
| Geen elektrische aansluiting, afgekoppelde of beschadigde kabels | De spanning op de voedingsklemmen controllederen, controleren of de kabels in orde en aangesloten zich |
| Onvoldoende luchtstroom maar de verdamper | Reinig de roosters en de leidingen regelmatig. |
| Product uit | De elektricitieitstoevoer controllederen, het product inschakenen |
| Gebruik van een groe hoeveelheid warm water wanner het product zich in de verwarmingsfase bevindt |
| Fout sonde | Controleren of fout -210, 230, ook onregelmatig, aanwezig is |
| Het water is zeer heet (met möglichst stoom uit de kranen) | Hoogiveau van kalkaanslag van de ketel en zich onderdelen | De elektrische voeding uitschakenen, het apparaat legen, de flens van de watertand demonteren en de kalkaanslag aan de binnenkant van de ketel verwijdersen: let erop om het glazuur van de ketel en de kous van de watertstand Niet te beschaden. Het product waar volgens de oorspronkelijke configuratie in elkaar zetter: het worden aangeraden om de pakking van de flens te verrangen. |
| Fout sonde | Controleren of fout -210, 230, ook onregelmatig, aanwezig is |
| Vermindereder working van de warmtepomp, bijna permanente working van het elektrische verwarmingselement | Luchttemperatuur buiten het bereik | Element dat afhankelijk is van de weersomstandigheden |
| Installatie uitgevoerd met Niet-conformeelektrische spanning (te laag) | Het product voeden met een correcte elektrische spanning |
| Verdamper verstopt of bevroen | Controleren of de verdamper, de roosters en de kanalen vuil zijn |
| Problemen met het circuit van de warmtepomp | Controleren of er geen foulmeldingen op de display weergegeven worden |
| Onvoldoende warmwaterstroem | Lekken of overstopping van het watercircuit | Controleren of zich geen lekken in het circuit bevinden, controleren of de deflector van de ingangsleiding van koud tapwater en de toevoerleiding van warm water in ordeijken |
| Waterlekkageuit het overdrukmechnisme | Het druppelen van water UIT het systeme moet als normaal worden beschouwd gedurende verwarmingsfase. | Als u het druppelen wilt vermijden要去 u een expansievat installereren op de afvoerinstallatie. Als druppelenijdens de Niet-verwarmendeperiode door blijft gaan, de kalibratie van het instrument en de druk van de waterleiding controlleren. Let op: Verstop nooit de afvoeropening van het system! |
| Toename van het lawaai | Aanwezigheid van verstoppende elementen aan de binnenkant | Controleren de ventilator en de andere organen die het lawaai hunnen veroorzaken, en maak ze schoon |
| Trillen van enkele onderdelen | De middels mobiele vergrendelingen aangesloten elementen controlleren en kijken of de schroeven stevigঔ回 aangedraaid |
| Problemen met de weergave ofuitgaan van de display | Er is geen netspanning | Controleren of er voeding is op het elektriciteitsnet |
| Vieze geur afkomstig van het product | Afwezigheid van een sifon of lege sifon | Zorgen voor een sifon. Controleren of het apparaat voldoende water bevat |
| Abnormaal of overmatig gebruik in vergelijking met de verwachtingen | Lekken of geleeltelijke verstopping van het koelgascircuit | Het product opstarten in de warmtepomp-modus, een leukzoeker voor R134a gebruiken om te controlleren of er geen lekkenঔ回. |
| Ongunstige omgevings- of installmentomstandigheden |
| Verdamper geleeltelijk verstopt | Controleren of de verdamper, de roosters en de kanalen vuilঔ回 |
| Niet-conforme installmentie |
| Overig | Contact opnemen met de technische Dienst |
8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker
We raden u aan het apparataat uit te spoelen na elk normala of bijzonder onderhoud.
De overdrukbeveiliging moet geregold ingeschakeld worden om te controlleren of zich Niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijderen.
Controleer of de buis voor de condensafvoer Niet verstopt is.
8.5 Verwijdering van de boiler
Het apparaat bevat koelgas van het type R134a, wat Niet in de atmsofeer mag geraken. Een definitieve uitschakeling van de boiler要去 door een bevoegde installmenter worden uitgevoerd.

Het symbol van de doorgekruiste vuilnisbak aangebracht op de apparatuur of op de verpakking geeft aan dat het product aan het einde van zichn nuttige levensduur geschienen van het andere afval要去en ingezameld. De gebruiker要去 de apparatuur aan het eind van zichn levensduur dus bij de specifieke gemeentelijkce centra voor geschieren inzameling van elektrisch en elektronisch afval binnenbrengen. Als
alternatif voor het autonom beheer kut u afgedankte apparatuur bij aankoop van十几年e gelijkaardige apparatuur ook bij de verkoper inleveren. Afgedankte elektronische producten kleiner dan 25~cm kannen ook Gratis en zonder aankoopverplichting bij verkopers van elektronische producten met een winkelloppervlakte van minstens 400m^2 worden ingeleverd. De adequate gescheden inameling bedoeld om afgedankte apparatuur verrolgens voor te bereiden op recyclage of milieuvriendelijk verwerking of verwijdering draagt bij tot het vermijden van een möglichke negatieve impact op het milieu en de gezondheid en bevordert het hergebruik en/of de recyclage van de materialen waaruit de apparatuur bestaat.
Voor meer informatatie over de beschikkare inzamelmögelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijkke afvaldienst of tot de verkoper van het product.