NUOS PRIMO - Waterverwarmer ARISTON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NUOS PRIMO ARISTON in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Waterverwarmer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NUOS PRIMO - ARISTON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NUOS PRIMO van het merk ARISTON.
GEBRUIKSAANWIJZING NUOS PRIMO ARISTON
Geachte klant, wij danken u voor de aanschaf van onze warmtepompboiler. Wij hopen dat dit apparaat aan uw verwachtingen voldoet, u een maximale energiebesparing zal verschaffen en wensen dat u er voor vele jaren plezier aan zult beleven. Ons bedrijf wijdt veel tijd, energie en financiële middelen aan het realiseren van innovatieve oplossingen die de energiebesparing van de producten kan bevorderen. Uw keuze zal ertoe bijdragen dat er minder energie zal worden verbruikt, hetgeen op zijn beurt weer zal bijdragen tot een vermindering van algemene milieuproblemen. Onze voortdurende inzet om moderne en efficiënte producten te produceren en uw verantwoordelijke gedrag in het rationele gebruik van de energie kunnen dus actief bijdragen aan het behoud van het milieu en de natuurlijke energiebronnen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Hij is ontwikkeld om u te informeren, m.b.v. waarschuwingen en raadgevingen, betreffende het juiste gebruik van het apparaat zodat u al zijn kwaliteiten zult kunnen waarderen. Onze technische dienst in uw woongebied staat altijd voor u klaar. INLEIDING Deze handleiding is gericht tot de installateur en de eindgebruiker, die respectievelijk de warmtepompboiler moeten installeren en gebruiken. Het niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg. Dit boekje is een integraal en essentieel deel van het product zelf. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een nieuwe eigenaar wordt gegeven of verkocht en/of op een andere installatie wordt gemonteerd. Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te kunnen waarborgen moeten de installateur en de gebruiker, m.b.t. hun respectievelijke bevoegdheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen aangezien zij belangrijke gegevens bevatten betreffende de veiligheid van de installatie, het gebruik en het onderhoud. Deze handleiding is in vier verschillende secties verdeeld:
Deze sectie bevat alle veiligheidsinformatie die u in acht moet nemen volgens de International Standard IEC 60335-2-21.
ALGEMENE INFORMATIE Deze sectie bevat nuttige algemene informatie zoals de beschrijving van de boiler en zijn technische eigenschappen en informatie betreffende de symbolen, de meeteenheden en de technische terminologie. In deze sectie vindt u technische gegevens terug en de afmetingen van de boiler.
Deze sectie is gericht tot de installateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel moet navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installatie.
GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER Deze sectie is gericht tot de eindgebruiker en bevat alle nodige informatie voor de juiste werking van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zelf kan worden uitgevoerd. Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich het recht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen. Teneinde de inhoud beter te kunnen begrijpen, en aangezien deze handleiding in meerdere talen, en voor verschillende landen is samengesteld heeft men besloten alle afbeeldingen aan het einde van de gebruiksaanwijzing samen te vatten, aangezien deze hetzelfde zijn voor alle talen.
ALGEMENE INFORMATIE ALGEMENE INFORMATIE Betekenis van de gebruikte symbolen Toepassing Voorschriften en technische normen Certificaties - CE Markering Verpakking en bijgeleverde accessoires Transport en verplaatsing Identificatie van het apparaat TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN Werkingsprincipe Bouwkundige eigenschappen Afmetingen en plaatsruimte Elektrisch schema Tabel technische eigenschappen
TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEUR
VOORSCHRIFTEN Kwalificatie van de installateur Gebruik van de instructies Veiligheidsnormen INSTALLATIE Plaatsing apparaat Plaatsing op de grond Aansluiting lucht Hydraulische aansluiting Elektrische aansluiting EERSTE INBEDRIJFSTELLING GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER VOORSCHRIFTEN Eerste inbedrijfstelling Advies Veiligheidsnormen
INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
Beschrijving van het bedieningspaneel Het in- en uitschakelen van de boiler Instellen van de temperatuur Bedrijfsmodus Instellen van de tijd Informatiemenu Installatiemenu Anti legionella bescherming Fabrieksinstellingen Werking met twee verschillende tijdstarieven Antivriesfunctie Storingen ONDERHOUD Legen van het apparaat Normaal onderhoud Probleemoplossing Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker Verwijdering van de boiler ILLUSTRATIES
INFORMATIE BETREFFENDE DE VEILIGHEID
- OPGELET! Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder of door personen met een beperkt lichamelijk, sensorieel of mentaal vermogen, of personen zonder de nodige ervaring of nodige kennis, mits onder toezicht, ofwel nadat zij instructies hebben ontvangen betreffende het veilige gebruik van het apparaat en betreffende de eventuele gevaren die uit het gebruik ervan zouden kunnen voortvloeien. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De gebruiker moet zorg dragen over de reiniging en het onderhoud van het apparaat. Deze mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.
- OPGELET! De verschillende delen van de verpakking mogen niet in het bereik van kinderen worden gelaten, aangezien ze een bron van gevaar zijn.
- OPGELET! De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenkomst met de geldige nationale normen voor installatie en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid. Voor u de klemmen aanraakt moet u in ieder geval alle voedingscircuits loskoppelen.
- OPGELET! Het is verboden voor niet gekwalificeerd personeel deksels te verwijderen of onderhoudsoperaties en/of elektrische aansluitingen uit te voeren.
- OPGELET! Als het apparaat beschikt over een voedingskabel moet u zich, als deze dient te worden vervangen, wenden tot een geautoriseerd servicecenter of tot gekwalificeerde technici.
- OPGELET! Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of dingen, waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden gesteld.
- OPGELET! Het apparaat moet de norm EN 1487:2000 respecteren, d.w.z. een maximale druk hebben van 0,7 Mpa (7 bar) en minstens beschikken over: een afsluitkraan, een terugslagklep, een
warmtepompboiler – INFORMATIE BETREFFENDE DE VEILIGHEID regelmechanisme van de terugslagklep, een veiligheidsklep en een mechanisme voor de onderbreking van de hydraulische belasting.
- OPGELET! Het overdrukmechanisme moet geregeld ingeschakeld worden om te controleren of het niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijderen.
- OPGELET! Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien noodzakelijk een condensdrainage aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling aan de achterkant van de boiler.
- OPGELET! U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen. Als dit nodig is kunt u het apparaat zoals volgt legen: - schakel het apparaat op permanente wijze los van het elektriciteitsnet; - sluit de stopkraan af indien deze is gemonteerd. Als dit niet het geval is sluit u de hoofdwaterkraan af; - open de warmwaterkraan (wastafel of badkuip); - open de kraan op de veiligheidsklep.
- OPGELET! Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50°C uit de kranen komt kan ernstige verbrandingen veroorzaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste risico's. We raden u daarom aan een thermostatische mengkraan te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit.
- OPGELET! In het geval het apparaat beschikt over oplaadbare batterijen moeten deze worden verwijderd vóór u het apparaat wegdoet. Werp de batterijen in de speciale verzamelbakken. Voor u de batterijen vervangt moet u het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet.
warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE ALGEMENE INFORMATIE
1.1 Betekenis van de gebruikte symbolen
Voor wat betreft de veiligheidsaspecten van installatie en gebruik, en teneinde de aanwijzingen betreffende de risico's te benadrukken, worden een aantal symbolen gebruikt wiens betekenis in de hier volgende tabel wordt uitgelegd. Symbool Betekenis Het niet opvolgen van deze aanwijzing leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van beschadiging van voorwerpen, planten of dieren, die in bepaalde omstandigheden zelfs ernstig kunnen zijn. Verplichting om zich aan de algemene veiligheidsvoorschriften en productspecificaties te houden.
Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat moet een hydraulische aansluiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uitgang van de gebruikte lucht. Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen wordt beschreven in deze handleiding. Elk ander oneigenlijk gebruik is niet toegestaan. Het is in het bijzonder verboden het apparaat te gebruiken in industriële installaties en/of het apparaat te installeren in een corrosieve of explosieve omgeving. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute installatie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een niet complete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding. Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik door personen (inclusief kinderen) met een beperkt lichamelijk of sensorieel vermogen of door personen zonder de nodige ervaring of kennis, tenzij zij worden gecontroleerd of onderwezen betreffende het gebruik van het apparaat door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Kinderen moeten worden gecontroleerd door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid en die zich ervan verzekeren dat zij niet met apparaat spelen.
1.3 Voorschriften en technische normen
De installatie is voor rekening van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de geldende nationale installatienormen en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van instellingen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft. De fabrikant is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aangaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste keer op de markt wordt gebracht. De kennis en het naleven van de wetsbepalingen en de technische normen betreffende het ontwerp van de installaties, de plaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingen naar wetten, normen of technische regels worden in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werking treden van nieuwe bepalingen of wijzigingen op de geldende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t.o.v. derden. U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien dit niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controleer of de installatie conform is aan de norm NFC 15-100. Bij het aanbrengen van onprofessionele wijzigingen aan de producten en/of aanhorige onderdelen vervalt de garantie.
warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE
1.4 Certificaties - CE Markering
De plaatsing van de CE markering op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende EU Richtlijnen, aan wiens fundamentele rekwisieten het voldoet: - 2006/95/EC betreffende de elektrische veiligheid - 2004/108/EC betreffende de elektromagnetische compatibiliteit De controle wordt uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen: EN 255-3; EN 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN 60335-2-40; EN 55014-1; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3; EN 50366; EN 16147. CAHIER DE CHARGE_103-15/B__2011 Chauffe-eau Thermodynamiques POUR LA MARQUE NF elettricitè performance.
1.5 Verpakking en bijgeleverde accessoires
Het apparaat is bevestigd op een houten pallet en wordt beschermd door hoekvormige piepschuim beschermelementen, karton en doorzichtig plastic folie aan de buitenkant. Alle materialen kunnen worden gerecycled en zijn milieuvriendelijk. De inbegrepen accessoires zijn: - Riem voor het bewegen van de boiler (moet worden verwijderd na de installatie van het apparaat); - Verbindingsbuis condenswater; - Handleiding en garanties;
2 Diëlektrisch verbindingsstuk van ¾” en pakkingen.
1.6 Transport en behandeling
Controleer bij het afleveren van het apparaat of het tijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. In het geval u schade waarneemt dient u direct een klacht in te dienen bij het transportbedrijf. OPGELET! Het is van fundamenteel belang dat u het apparaat in verticale positie verplaatst en opbergt. Een horizontaal transport is alleen toegestaan voor zeer korte trajecten en alleen als het apparaat op de achterzijde ligt, zoals aangegeven. In dit geval dient u minstens 3 uur te wachten voor u het apparaat inschakelt, mits het opnieuw verticaal staat en/of is geïnstalleerd. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de smeerolie in het koelcircuit goed wordt verdeeld en om te vermijden dat de compressor schade lijdt. Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zijn originele verpakking te laten totdat het op de gewenste plek wordt geïnstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft. Nadat u de verpakking heeft verwijderd moet u controleren of het apparaat in orde is en of alle onderdelen die erbij horen aanwezig zijn. Als het apparaat niet in orde is dient u contact op te nemen met de verkoper. Zorg ervoor dat deze signalering plaatsvindt binnen de door de wet vastgestelde termijnen. OPGELET! De verschillende delen van de verpakking mogen niet in het bereik van kinderen worden gelaten, aangezien ze een bron van gevaar zijn. Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eerste installatie, dient u dezelfde raadgevingen op te volgen betreffende de toegestane helling. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk is.
1.7 Identificatie van het apparaat
De voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is bevestigd.
model inhoud in liters van het reservoir registratienummer voedingsspanning , frequentie, maximum opgenomen vermogen E maximale/minimale druk van het koelcircuit F bescherming reservoir G opgenomen vermogen in weerstand modus H merken en symbolen I verwarmingsvermogen in pompmodus L gemiddeld/maximaal vermogen in pompmodus M type koelmiddel en vulling N maximum druk reservoir
2. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
2.1 Werkingsprincipe
te gebruiken. De efficiëntie van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coëfficiënt COP, die het verband uitdrukt tussen de energie die door het apparaat wordt geleverd (in dit geval de warmte die wordt afgegeven aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruikte elektrische energie (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naar gelang het type warmtepomp en de omstandigheden waar de werking betrekking op heeft. Bv., een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh verbruikte elektrische energie de warmtepomp 3 kWh warmte af zal geven aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de gratis bron.
eigenschappen Verwijzing afb. 1.
ventilator 4-weg klep voor het ontdooien veiligheidspressostaat roterende hermetische compressor elektronisch bedieningspaneel stelbare regelvoetjes (in de hoogte) elektrische weerstand titanium anode met stroomopdruksysteem functionele en veiligheids- NTC sonde condensator NTC sonde watertemperatuur in uitgang opofferingsanode van magnesium elektrolytische condensator voor de compressor afvoerbuis voor condens thermostatische expansieklep verdamper
2.3 Afmetingen en plaatsruimte
Ingangsleiding ¾” koud tapwater Uitgangsleiding ¾”warm tapwater Aansluiting condensafvoer Ingangsleiding ¾” hulp-circuit (alleen SYS versie) Uitgangsleiding ¾” hulp-circuit (alleen SYS versie) Huls voor bovenste sonde (S3) (alleen SYS versie) Huls voor onderste sonde (S2) (alleen SYS versie) ¾” buis voor hercirculatie circuit (alleen SYS versie)
EDF Voeding (220-230V 50Hz) Batterijen (3x1,2V AA herlaadbaar) Interface kaart Elektrische weerstand NTC sonde weerstand zone Titanium anode met stroomopdruksysteem Aarde reservoir Kaart seriële aansluiting Elektronische kaart (mainboard) Continucondensator (15µF 450V) Compressor Ventilator 4-weg klep Veiligheidspressostaat NTC sonde zone warmwaterleiding NTC sonde verdamper en luchtingang HCHP Signaal (EDF) kabel niet bij het product geleverd
Beschrijving Nominale capaciteit reservoir Dikte isolering Eenheid
≈ 35 Type interne bescherming glazuursel Type corrosiebescherming titanium anode met stroompodruksysteem + magnesiumanode Maximale bedrijfsdruk Diameter wateraansluitingen MPa 0,6
Diameter buizen afvoer/toevoer lucht
150-200 Minimum waterhardheid Minimale geleidbaarheid van het water
0,65 Warmtepomp Gemiddeld opgenomen elektrisch vermogen
Maximum opgenomen elektrisch vermogen
2,8 Verwarmingstijd (A) h:min 7:58 8:50 8:50 Opgenomen verwarmingsenergie (A) Max hoeveelheid warm water in een enkele afname V40 (A), Afgeleverd op 55°C QPr (per 24hr) kWh 3,20 3,98 3,98
COP (B) Verwarmingstijd (B) h:min 6:05 7:17 7:17 Opgenomen verwarmingsenergie (B) Max hoeveelheid warm water in een enkele afname V40 (B), Afgeleverd op 55°C QPr (per 24hr) kWh 2,77 3,56 3,56
KWh 0,89 1,0 1,0 EN 16147 (Cahier de Charge _ 103-15/B__2011) COP (C) 2,41 2,6 2,6 Verwarmingstijd (C) h:min 8:16 9:40 9:40 Opgenomen verwarmingsenergie (C) Max hoeveelheid warm water in een enkele afname V40 (C) Afgeleverd op 55°C Pes kWh 3,57 4,37 4,37
Tapping Max. watertemperatuur met warmtepomp
55 (vanuit fabriek) Hoeveelheid koelvloeistof R134a
0,9 Max. druk koelcircuit (lagedrukzijde) MPa
Max. druk koelcircuit (hogedrukzijde) MPa 2,4
warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE Beschrijving Eenheid
Max. watertemperatuur met elektrische weerstand
75 (65 vanuit fabriek) Maximum opgenomen stroom
8,7 V/W 220-230 eenfase / 2670 Elektrische voeding Spanning / Maximum opgenomen vermogen (A) Frequentie
Beschermingsgraad Luchtzijde Standaard luchtaanvoer (modulerende automatische regeling) Beschikbare statische druk Geluidsvermogen (F) Minimum inhoud van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D) Minimum hoogte plafond van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D) Min. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd Max. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd Minimum temperatuur lucht (NB bij 90% RV (E) Maximum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (E) (A) (B) (C) (D) (E) (F) IP24 m3/h
Waarden verkregen bij luchttemperatuur van 7°C en relatieve vochtigheid van 85%, temperatuur van het water bij ingang 15°C en uitgang 55°C (volgens EN255-3). Waarden verkregen bij luchttemperatuur van 20°C en relatieve vochtigheid van 37%, temperatuur van het water bij ingang 15°C en uitgang 55°C (volgens EN255-3). Waarden verkregen bij luchttemperatuur van 7°C en relatieve vochtigheid van 87%, temperatuur van het water bij ingang 10°C en uitgang 55°C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door de NF Cahier de Charge_ 10315/B_2011). Voor niet-geleide. Buiten het interval van de bedrijfstemperaturen van de warmtepomp wordt de verwarming van het water gegarandeerd door de elektrische weerstand. Getest in weerkaatsend kamer op een standaard van de meting UNI EN ISO 3741 (geleide luchtafvoer met een buigzame leiding D200 lengte 2m, T lucht = 25±2 °C, U.r. 55±5 %, T warm water = 45±2 °C). Gemiddelde waarde verkregen op een groot aantal producten.
3.1 Kwalificatie van de installateur
OPGELET! De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenkomst met de geldige nationale normen voor installatie en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid. De boiler wordt geleverd met een hoeveelheid koelvloeistof R134a die voldoende is voor de werking ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosfeer niet, hij is niet ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. Het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit moeten echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerde vaklui die voorzien zijn van de juiste uitrusting.
3.2 Gebruik van de instructies
OPGELET! Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of dingen, waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden gesteld. De installateur moet de instructies in deze handleiding nauwkeurig in acht nemen. De installateur moet aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies geven betreffende het gebruik van de boiler en betreffende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen.
3.3 Veiligheidsnormen
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1.1 na te slaan, onder het hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE. Ref. Waarschuwing Risico
Elektrocutie door het aanraken van Bescherm leidingen en verbindingskabels om ze geleiders die onder spanning staan. voor beschadiging te behoeden. Overstroming door waterlek uit beschadigde leidingen.
Elektrische schokken door aanraken Controleer of het vertrek waar men de installatie van niet goed geïnstalleerde geleiders, uitvoert en het net waar men het apparaat op die onder spanning staan. aansluit aan alle voorschriften voldoen. Beschadiging van het apparaat door verkeerde bedrijfsomstandigheden.
Gebruik geschikt gereedschap en werktuig. Controleer in het bijzonder of het gereedschap niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit. Verder moet u het gereedschap op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weer opbergen.
Gebruik geschikte elektrische apparatuur op de juiste wijze. Belemmer de doorgang niet met de voedingskabel. Zorg dat de apparatuur niet naar beneden kan vallen. Haal de voedingskabel aan het einde uit de contactdoos en berg alle apparatuur weer op.
Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. Symbool warmtepompboiler – TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEURUIKER
Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet volgens de specificaties in de veiligheidskaart van het gebruikte product. Het vertrek moet geventileerd zijn, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende producten mengen en het apparaat en omliggende voorwerpen beschermen. Persoonlijk letsel door contact van huid ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoffen. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoffen.
Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, Persoonlijk letsel door vallen of door dat niemand er tegenaan kan lopen of rijden beklemming (bij een vouwtrap). terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren.
Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities Persoonlijk letsel biedt voor wat betreft verlichting, ventilatie en struikelen, enz. stevigheid.
Persoonlijk letsel door schokken, Trek, voordat u aan het werk gaat, rondvliegende splinters of brokken, beschermkleding aan en gebruik de speciale inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, individuele veiligheidsvoorzieningen. lawaai of vibraties.
De werkzaamheden aan de binnenkant van het apparaat moeten zeer voorzichtig worden Persoonlijk letsel door snijden, prikken, uitgevoerd om niet plotseling tegen scherpe of schaven. snijdende delen aan te stoten.
Leeg de onderdelen die warm tapwater kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te Persoonlijk letsel door brandwonden. activeren voordat u ze aanraakt.
Brand door oververhitting als gevolg Voer de elektrische aansluitingen uit met behulp van het passeren van elektrische van geleiders die een juiste diameter hebben. stroom in te smalle kabels.
Beschadiging van het apparaat zelf of Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming omliggende voorwerpen door van het apparaat en de omgeving rond de rondvliegende splinters, stoten en werkplek. sneden.
Behandel het apparaat met de juiste Beschadiging van het apparaat zelf of beschermingsmaatregelen en voorzichtigheid. nabije voorwerpen door stoten, Gebruik de speciale riem voor de verplaatsing van klemmen en snijden. het apparaat.
Organiseer de verplaatsingen van materiaal en Beschadiging van het apparaat zelf of gereedschappen zodanig dat dit op een veilige nabije voorwerpen door stoten, manier kan gebeuren. Voorkom dat materiaal klemmen en snijden. wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven.
Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het Beschadiging of blokkering van het apparaat heeft moeten uitschakelen en controleer, apparaat door ongecontroleerde voordat u het apparaat weer inschakelt, dat deze werking. voorzieningen weer werken.
WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin.
4.1 Plaatsing apparaat
OPGELET! Voor u overgaat tot de installatie moet u controleren of, op de plaats waar u de boiler wenst te installeren, de volgende voorwaarden worden voldaan:
het vertrek waar men de boiler zonder luchtafvoerbuis wenst te gaan gebruiken moet een volume van niet minder dan 20 m3 hebben, met voldoende luchtverversing. Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Installeer het apparaat niet in een vertrek waar een ander apparaat staat dat lucht verbruikt tijdens de werking (bv. gasketel met open systeem, gasboiler met open systeem, enz...). De fabrikant garandeert de prestaties en de veiligheid van het product niet wanneer het buitenshuis wordt geïnstalleerd. Het is noodzakelijk vanaf het punt van plaatsing de buitenkant van het gebouw te kunnen bereiken met een luchttoevoer- of luchtafvoerkanaal, mits het gebruik hiervan is voorzien. De plaatsing van de koppelingen voor de toe- en afvoerkanalen zijn aan de bovenzijde van het apparaat geplaatst. Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het elektrische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen. Er moet op de gekozen installatieplek een elektrische voedingsbron aanwezig zijn, eenfase 220-230 Volt ~ 50 Hz. Als die bron niet aanwezig is moet hij kunnen worden aangemaakt. Het moet mogelijk zijn om op het gekozen punt vanaf de speciale aansluiting aan de zijkant van het apparaat met een geschikte sifon een condensafvoer te creëren.; het moet mogelijk zijn in de gekozen plek de voorziene afstanden te respecteren van wanden en plafond, voor een correcte werking en een toegankelijker onderhoud. de ondergrond moet zodanig plat zijn dat de het apparaat volledig horizontaal is (verwijzing afb. 2). de gekozen installatieplek moet conform zijn aan de IP graad (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoffen) van het apparaat, volgens de geldende normen. het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonnestralen, ook niet bij aanwezigheid van ramen. het apparaat mag niet blootgesteld worden aan agressieve stoffen zoals zure damp, stoffen of verzadigd gas. het apparaat mag niet direct op elektrische leidingen worden geïnstalleerd die niet zijn beschermd tegen spanningsschommelingen. het apparaat moet zo dicht mogelijk bij de gebruikspunten worden geïnstalleerd om zo warmtedispersie via de buizen tegen te gaan. de lucht die door het apparaat wordt aangezogen moet vrij zijn van stof, zuurdampen en oplosmiddelen. In het geval van een niet gekanaliseerde installatie dient u de afstanden van de wanden respecteren, zoals aangegeven in afbeelding 4.
4.2 Plaatsing op de grond
Verwijzing afb. 5 Zodra u de geschikte plek voor de installatie heeft gevonden verwijdert u de verpakkingsmaterialen en verwijder de bevestigingen zichtbaar op de pallet berust op de twee stroken waar het product. M.b.v. de speciale riem schuift u het apparaat van de pallet. Bevestig de voetjes (d.m.v. de speciale gaten) aan de grond m.b.v. geschikte schroeven en pluggen. Zodra het apparaat geplaatst is verwijdert u de stoffen riem door de bouten los te schroeven.
warmtepompboiler – TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEURUIKER
4.3 Aansluiting lucht
Houd er rekening mee dat het gebruik van lucht uit verwarmde vertrekken de verwarmingsprestaties van het gebouw zouden kunnen benadelen. Het apparaat heeft aan de bovenzijde een luchttoevoeropening en twee openingen voor de afvoer van de lucht. Het is belangrijk de twee roosters niet te verwijderen of te bewegen. De temperatuur van de uitgaande lucht van het product kan temperaturen bereiken van 5-10°C minder dan de binnenkomende lucht. Als deze niet gekanaliseerd wordt kan de temperatuur van het vertrek aanzienlijk dalen. Als de lucht die door de warmtepomp wordt bewerkt naar buiten toe wordt afgevoerd of vanuit buiten naar binnen wordt aangezogen (of vanuit een ander vertrek) kunnen er geschikte buizen worden gebruikt voor de luchtdoorvoer. Controleer of de buizen goed zijn aangesloten en bevestigd op het apparaat om te voorkomen dat ze plotseling per ongeluk losschieten (gebruik bijvoorbeeld geschikte silicone). Beweeg of breek de roosters van de in- en uitgangen van de lucht nooit en op geen enkele wijze. Zelfs in het geval van een product zonder leiding is het raadzaam om een bocht in de aanzuiging te installeren om bypass tussen de aanzuiging en afvoer van lucht te voorkomen (fig. 4). In het geval van een product dat geleid wordt met onbuigzame leidingen, tijdens de installatie alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd (fig. 4). OPGELET: Gebruik geen buiten roosters met grote druk verliezen, bv anti insecten gaas. De roosters moeten een grote luchtdoorlaat hebben, en de afstand tussen de twee verschillende roosters moet minimaal 50cm bedragen. Bescherm de leidingen tegen de buitenwind. Lucht uit de schouw gebruiken is toegelaten wanneer de toevoer van deze schouw voldoende is, en periodiek onderhoud van de schouw en de bijbehorende toebehoren wordt uitgevoerd. De totale drukverliezen is de som van alle drukverliezen van alle componenten van aan en afvoer van de lucht, en moet kleiner zijn dan de maximale statische druk van de ventilator ( 55 Pa ). Zie schema op de laatste pagina. OPGELET! Wanneer gebruikte toebehoren voor de lucht aan en afvoer kunnen de performantie van het toestel veranderen en de opwarmtijd verlengen! VOORBEELDEN Afbeelding 6 Afbeelding 7 Afbeelding 8 Afbeelding 9 Inkomende lucht: niet gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd Inkomende lucht: aan de binnenkant gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd Inkomende lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd Installatie zonder kanalisering
4.4 Hydraulische aansluiting
Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d.m.v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warme water dat de 75°C / 7 bar kan bereiken. We raden u daarom aan materialen te gebruiken die tegen die temperaturen bestand zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het diëlektrische verbindingselement (bij het product geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Schroef op de toevoerbuis van het apparaat, waar een blauw bandje om zit, een “T” verbindingsstuk aan. Zie afbeelding 10. Het apparaat moet de norm EN 1487:2000 respecteren, d.w.z. een maximale druk hebben van 0,7 Mpa (7 bar) en minstens beschikken over: een afsluitkraan, een terugslagklep, een regelmechanisme van de terugslagklep, een veiligheidsklep en een mechanisme voor de onderbreking van de hydraulische belasting.
warmtepompboiler – TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEURUIKER De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3/4”), door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20 mm mogelijk maakt en die een visuele controle toestaat, om te vermijden dat in het geval van het in werking treden van het systeem zelf, schade wordt veroorzaakt aan personen, dieren of voorwerpen, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m.b.v. een flexibele buis aan op de koudwaterkraan. Indien noodzakelijk kunt u een afsluitkraan gebruiken. Indien de leegloopkraan wordt opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang wordt verbonden. Als u het mechanisme tegen de overdruk vastschroeft moet u deze op het einde niet forceren en er niet aan sleutelen. Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien noodzakelijk een condensdrainage aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling aan de achterkant van de boiler. Het apparaat mag niet werken met water waarvan de hardheid lager is dan 12°F. Aan de andere kant wordt bij extreem hard water het gebruik van een (>25°F) ontharder aangeraden die correct is afgesteld en gecontroleerd. In dit geval mag de resterende hardheid niet onder de 15°F raken. Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan moet een drukverlager worden aangebracht, zo ver mogelijk van het apparaat. In de versie SYS wordt een verbinding 3/4G voor de recirculatie (indien aanwezig in het sanitair). OPGELET! Spoel de leidingen van de installatie grondig door, zodat eventuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werking van het apparaat kunnen verhinderen, verwijderd worden.
4.5 Elektrische aansluiting
Kabel Permanente voeding (kabel wordt bij het apparaat geleverd) EDF signaal (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd)
WAARSCHUWING: Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld. De corrosiebescherming van het apparaat wordt door batterijen gegarandeerd wanneer dit niet wordt gevoed. OPGELET!: Het is verboden voor niet gekwalificeerd personeel deksels te verwijderen of onderhoudsoperaties en/of elektrische aansluitingen uit te voeren. Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel (wanneer deze vervangen moet worden, dient men een originele vervangingskabel te gebruiken die door de fabrikant wordt geleverd). Het is noodzakelijk een controle uit te voeren van de elektrische installatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Controleer of de installatie geschikt is voor het maximaal opgenomen vermogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeem, het verwarmingssysteem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat. Vóór de inbedrijfstelling moet u controleren of de netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluiting of vanwege problemen in de elektriciteitstoevoer. Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen CEI-EN (min. afstand tussen de contactpunten 3 mm, beter indien voorzien van zekeringen). Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschakelaar.
Als u niet beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren gebruikt u deze configuratie. De bo7iler zal altijd op het elektrische net zijn aangesloten, waardoor het 24 hr per dag zal werken. Verwijder de 3 NI-MH batterijen als u niet beschikt over een tweeledig tarief met HC/HP-signaal (zie fig.14).
ELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF
Als u beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren en over een geschikte elektriciteitsmeter kunt u beslissen het apparaat alleen op te laden tijdens de daluren. Tijdens de uren waarin het apparaat niet wordt gevoed zal de corrosiebescherming met titanium anode met stroompodruksysteem worden gegarandeerd door oplaadbare batterijen. Om deze batterijen te gebruiken, de batterijklep openen (zie figuur14) en het beschermlipje van de batterijen verwijderen. ELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF EN HC-HP SIGNAAL Dit heeft dezelfde economische voordelen als de configuratie met dal- en piekuren. Het is bovendien mogelijk een directe verwarming te hebben m.b.v. de BOOST modus die de verwarming ook activeert tijdens het HP tarief.
1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signaalcontacten op de meter.
2) Sluit de tweepolige kabel van het signaal aan op het met "EDF" gemarkeerde klemmetje dat zich
aan de binnenkant van de elektricteitskast rechts van het product bevindt. OPGELET: De signaalkabel moet in de opening worden gestoken onder de voedingskabel. Hij moet worden bevestigd m.b.v. speciale draadleiders in het product. Hij moet bovendien worden vastgemaakt in de kabelwartels vlakbij de speciale klem. Maak een opening in de rubbertjes om een geschikte diameter voor de doorvoering te verkrijgen. Afb. 15
3) Activeer de HC-HP functie d.m.v. het installatiemenu. (Zie paragraaf 7.7).
In het geval van een aansluiting van de versie 240SYS op de ketel/kachel, raden wij u aan de bovenste sondehouder te gebruiken (S3). In het geval van een aansluiting van de versie 240SYS op de zonnecentrale, kunt u ofwel alleen de onderste sondehouder gebruiken (S2) ofwel beide (S2) en (S3)
5. EERSTE INBEDRIJFSTELLING
Zodra u de hydraulische en elektrische aansluitingen heeft uitgevoerd vult u de boiler met water uit het waternet. Voor het vullen opent u de hoofdkraan van de waterleiding en die van het dichtstbijzijnde warme water en controleert u of alle lucht uit het reservoir is gelopen. Voer een visuele inspectie uit op eventuele waterlekken vanuit de flens en de verbindingsstukken, en draai eventueel voorzichtig vaster aan. Verwijder het lipje (C) van de batterijen, u vindt het batterijvakje onder het deksel (B) in de kap aan de onderkant, Fig. 14.
6.1 Eerste inbedrijfstelling
OPGELET! Volg de algemene waarschuwingen en de veiligheidsnormen die in de voorgaande paragrafen worden opgesomd nauwkeurig op. U dient zich te allen tijde houden aan hetgeen beschreven staat. In alle gevallen zal het bedrijf dat het werk verricht controles uit moeten voeren met betrekking tot de veiligheid en de goede werking van het gehele systeem. Voor u de boiler in werking stelt moet u controleren of de installateur alle handelingen heeft uitgevoerd die tot zijn bevoegdheid behoren. Verzeker u ervan alle uitleg van de installateur te hebben begrepen betreffende de werking van de boiler en de correcte uitvoering van de belangrijkste handelingen van het apparaat. De wachttijd bij de eerste ontsteking van de warmtepomp is 5 minuten.
In het geval van een storing en/of een verkeerde werking van het apparaat moet u het uitschakelen en er niet zelf aan sleutelen, maar u tot een erkende installateur wenden. Eventuele reparaties moeten altijd met originele onderdelen en door erkende vaklui worden uitgevoerd. Het veronachtzamen van het bovenstaande kan de veiligheid van het apparaat in gevaar brengen en sluit iedere aansprakelijkheid van de fabrikant uit. Als de boiler lang niet gebruikt wordt raden we u aan: - de elektrische voeding los te koppelen of, indien er een speciale schakelaar vóór het apparaat is, deze schakelaar op de stand “OFF” te zetten. - de kranen van het tapwatercircuit dicht te draaien. OPGELET! Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50°C uit de kranen komt kan ernstige verbrandingen veroorzaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste risico's. We raden u daarom aan een thermostatische mengkraan te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit. Thermische mengkraan verplicht voor solar modellen. OPGELET!( enkel SYS modellen)De gedetecteerde hulp-controller temperatuur (S2, S3), in de boiler, mag niet hoger zijn dan 75°C fig 15.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
6.3 Veiligheidsnormen
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1.1 na te slaan. Ref. Waarschuwing
Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat van zijn plaats moet halen. Risico Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. Lekkage als gevolg van water dat uit losgeraakte leidingen stroomt. Persoonlijk letsel door voorwerpen die vallen doordat ze op een trillend voorwerp liggen.
Laat geen voorwerpen op het apparaat Beschadiging van het apparaat of onderliggende staan. voorwerpen door het vallen van het apparaat als gevolg van trillingen. Persoonlijk letsel door het vallen van apparaat.
Niet op het apparaat klimmen.
Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. Voer geen handelingen uit waarbij u het Persoonlijk letsel door verbranden met hete apparaat moet openen. onderdelen of wonden door aanwezigheid van scherpe randen of uitstekende delen.
Zorg ervoor dat u de elektrische Elektrische schokken door ongeïsoleerde kabels voedingskabel niet beschadigt. die onder spanning staan.
Klim niet op instabiele stoelen, krukken, Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming trappen of andere voorwerpen om het (bij een vouwtrap). apparaat schoon te maken.
Reinig het apparaat nooit voor u het eerst heeft uitgeschakeld, de stekker Elektrische schokken door elementen die onder eruit heeft gehaald of de externe spanning staan. schakelaar op de stand OFF heeft gezet.
Gebruik het apparaat niet voor andere Beschadiging van het apparaat door doeleinden dan voor een normaal overbelasting. Beschadiging van verkeerd huishoudelijk gebruik. gebruikte onderdelen.
Laat het apparaat niet gebruiken door Beschadiging van het apparaat door onjuist kinderen of onkundige personen. gebruik.
Gebruik geen insectenverdelgers, oplosmiddelen agressieve Beschadiging van de plastic onderdelen of de schoonmaakmiddelen om het apparaat gelakte onderdelen. te reinigen. Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen doordat het apparaat van de muur losraakt.
Plaats nooit andere voorwerpen en/of Beschadiging door eventuele waterlekkage. apparaten onder de boiler
Drink het condenswater niet Persoonlijk letsel door vergiftiging.
7. INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel
Referentie afbeelding 14.
Het eenvoudige en rationele bedieningspaneel bestaat uit twee toetsen en een centrale knop. In het bovenste deel toont een DISPLAY de ingestelde temperatuur (set) of de waargenomen temperatuur. Bovendien verschijnt er specifieke informatie zoals de werkingswijze, de storingscodes, de instellingen en de informatie over de staat van het apparaat.
7.2 Het in- en uitschakelen van de boiler
Ontsteking: doe de boiler aan door op de ON/OFF toets te drukken. Nu kunt u de huidige tijd instellen (zie paragraaf 7.5). Het DISPLAY toont de ingestelde temperatuur “set”, de werkingsmodus en het HP symbool en/of het symbool van de weerstand. Deze geven de betreffende werking van de warmtepomp en/of de weerstand weer. Uitschakelen: schakel de boiler uit door op de ON/OFF toets te drukken. Alleen de tekst “OFF” blijft op het display staan. De corrosiebescherming blijft gegarandeerd en het apparaat zal er automatisch voor zorgen dat de temperatuur van het water in het reservoir nooit onder de 5°C zal dalen.
7.3 Instellen van de temperatuur
Het instellen van de gewenste temperatuur van het warme water doet u door de knop met de klok mee te draaien of tegen de klok in (de tekst zal tijdelijk knipperen). Om de huidige temperatuur van het water in het reservoir te tonen drukt u de knop in en laat u hem gelijk los. De waarde verschijnt 8 seconden lang, waarna de ingestelde temperatuur weer zal verschijnen. De temperaturen die kunnen worden bereikt in de modus warmtepomp variëren in de fabrieksinstellingen van 50°C tot 55°C in de fabriekswaarde, en 40°C-55°C als u de instelling in het installatiemenu varieert. De maximum temperatuur die u kunt bereiken m.b.v. de elektrische weerstand, is 65°C in de fabriekswaarde, en 75°C als u de instelling in het installatiemenu varieert.
Bij een normale werking kunt u d.m.v. de “mode” toets de werkingsmodus wijzigen waarmee de boiler de ingestelde temperatuur bereikt. De geselecteerde modus. Verschijnt in de regel onder de temperatuur. Als de warmtepomp actief is verschijnt het symbool: Als de elektrische weerstand actief is verschijnt het symbool:
Bedrijfsmodus AUTO: de boiler beslist vanzelf hoe hij de gewenste temperatuur in een zo kort mogelijk tijdsbestek kan bereiken. De warmtepomp wordt op een rationele manier gebruikt en de weerstand wordt alleen indien noodzakelijk ingezet. Het maximaal aantal uur dat hieraan kan worden besteed hangt af van de parameter P9 - TIME_W (Zie paragraaf 7.7), die normaalsgewijs op 8 uur staat ingesteld. (aanbevolen voor de winter).
Bedrijfsmodus BOOST: modus wanneer u deze modus activeert gebruikt de boiler tegelijkertijd de warmtepomp en de weerstand om de gewenste temperatuur binnen zo kort mogelijke tijd te bereiken. Zodra de temperatuur bereikt is zal de boiler weer overschakelen op de AUTO modus.
Bedrijfsmodus GREEN: modus (kan worden geactiveerd m.b.v. het installatiemenu): de boiler sluit de werking van de weerstand uit, gebruikt uitsluitend de warmtepomp en garandeert zo een maximale energiebesparing! De maximaal bereikbare temperatuur is 55 °C.De weerstand wordt bovendien actief in geval van storingen of antilegionella. Deze functie wordt aanbevolen voor luchttemperaturen van boven de 0°C tijdens de verwarmingsuren.
- Bedrijfsmodus PROGRAM: er zijn twee programma’s, P1 en P2, beschikbaar die tijdens een dag zowel afzonderlijk als gezamenlijk kunnen werken (P1+P2). Het apparaat zal in staat zijn om de verwarmingsfase te activeren zodat de gekozen temperatuur op het vooraf ingestelde tijdstipt bereikt is, waarbij verwarming door middel van de warmtepomp de voorkeur heeft en alleen indien noodzakelijk de elektrische weerstand gebruikt worden. Een aantal keren op de “mode” toets drukken totdat het gewenste Program (P1/P2/P1+P2) geselecteerd kan worden, de knop draaien om de gewenste temperatuur in te stellen, op de knop drukken om te bevestigen, de knop draaien om het gewenste tijdstip in te stellen en op de knop drukken om te bevestigen; in P1+P2 modus de gegevens voor beide programma’s instellen. In het geval van een elektriciteitsvoorziening met dubbel tarief met HC/HP-signaal, is het toch mogelijk om de verwarming van het water op elk moment van de dag in te schakelen. Voor deze functie moet de huidige tijd worden ingesteld, zie volgende paragraaf. Waarschuwing: ter garantie van uw comfort kan in het geval van werking in P1+P2 modus met zeer dicht bij elkaar liggende tijden gebeuren dat de temperatuur van het water hoger is dan de ingestelde temperatuur.
7.5 Instellen van de tijd
De tijd instelling is vereist: Bij de eerste keer aanzetten; Als tegelijkertijd de stroomvoorziening van het elektriciteitsnet onderbroken wordt en de batterijen leeg of afgekoppeld zijn (het product zal weer opgestart worden in de Auto-modus). Daarnaast kan de tijd middels parameter L0 worden ingesteld (paragraaf 7.7). De display zal knipperen en de cijfers van de uren en minuten tonen. De knop draaien totdat de huidige uurtijd bereikt is en bevestigen door op de knop te drukken. De procedure herhalen om de minuten in te stellen.
M.b.v. het informatiemenu kunt u de gegevens aflezen waarmee u het apparaat controleert. Om het menu te zien drukt u 5 seconden lang op de knop. Draai aan de knop om de parameters L1, L2, L3 …L9 te selecteren. Zodra u de gewenste parameter heeft gevonden drukt u op de parameter om de waarde te bekijken. Om terug te keren naar de selectie van de parameters drukt u nogmaals op de knop of op de “MODE” toets. Om het informatiemenu te verlaten drukt u op de “mode” toets. (Het apparaat verlaat het menu automatisch nadat het 10 minuten niet gebruikt is). Parameter
Naam T W1 T W2 TW3 T AIR T EVAP HP h HE h SW MB SW HMI Beschrijving parameter Afgelezen temperatuur sonde 1 weerstandgroep Afgelezen temperatuur sonde 2 weerstandgroep Afgelezen temperatuur sonde warmwaterleiding Afgelezen temperatuur sonde luchtingang Afgelezen temperatuur sonde verdamper Meter interne parameter 1 Meter interne parameter 2 Software Versie Elektronische kaart “Mainboard“ Software Versie Interface kaart
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
7.7 Menu voor de installateur
OPGELET: HET WIJZIGEN VAN DE VOLGENDE PARAMETERS MOET DOOR DESKUNDIG PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD. D.m.v. het installatiemenu kunt u enkele instellingen van het apparaat wijzigen. Links verschijnt het symbool voor het onderhoud. Om het menu te openen drukt u 5 seconden op de knop, loopt u langs de parameters van het menu “L - INFO” totdat u op de tekst “P” komt. Draait u aan de knop om de parameters P1, P2, P3… P8 te selecteren. Zodra u de parameter heeft gevonden die u wenst te wijzigen drukt u op de knop om de waarde ervan te bekijken. Draai daarna aan de knop om de gewenste waarde te selecteren. Om op de selectie van de parameters terug te keren drukt u op de knop om de ingestelde waarde op te slaan. Druk op “mode” (of wacht 10 seconden) als u de afregegelingsmodus wilt verlaten zonder de ingevoerde waarde op te slaan. Om het installatiemenu te verlaten drukt u op de “mode” toets. (Het apparaat verlaat het menu automatisch nadat het 10 minuten niet gebruikt is).
DEFROS Parameter Beschrijving parameter Instellen van de huidige tijd Regeling van de maximum bereikbare temperatuur (van 65°C tot 75°C). Een hogere temperatuurwaarde zorgt ervoor dat u over een grotere hoeveelheid warm water kunt beschikken. In-/uitschakeling van de Antilegionella functie (on/off). Zie paragraaf 7.8 Maximum waarde verwarming per dag (van 5hr tot 24hr). In-/uitschakeling werkingsstatus met dal-/piektarief. Zie paragraaf 7.10 Reset van alle fabriekswaarden. Regeling van de minimum bereikbare temperatuur (van 50°C tot 40°C). Een lager ingestelde temperatuur zorgt voor een grotere energiebesparing wanneer u een beperkt warmwatergebruik heeft. In-/uitschakeling ontdooi functie (on/off). Als deze functie wordt geactiveerd zal de warmtepomp ook functioneren met een toegangslucht met temperaturen tot -5°C.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
7.8 Anti-legionella bescherming (Functie activeerbaar d.m.v. het installatiemenu)
Als deze functie geactiveerd is kunt u, op geheel automatische wijze, de functie antilegionella bescherming uitvoeren. Een keer per maand wordt het water op een temperatuur van 65°C gebracht voor een maximum tijd van 15 minuten. Dit is voldoende om de vorming van bacteriën in het reservoir en de buizen tegen te gaan (dit indien in deze periode het water niet minstens eenmaal op T>57°C voor minstens 15 minuten is gebracht). De eerste verwarmingscyclus vindt 3 dagen vanaf de activering van de functie plaats. Het water op deze temperatuur kan verbrandingen veroorzaken, daarom raden wij u aan een thermostatische mengkraan te gebruiken. Tijdens de anti-legionella cyclus zal op de display in de plaats van de werkingsmodus de tekst ANTI_B verschijnen; nadat de anti-legionella cyclus beëindigd is blijft de ingestelde temperatuur de oorspronkelijke temperatuur. In het geval dat het dubbele tarief met HC-HP signaal geldt, zal de functie worden uitgevoerd tijdens de uren van het goedkope tarief. Om de functie te onderbreken op de “on/off” toets drukken.
7.9 Fabrieksinstellingen
Het apparaat krijgt in de fabriek een bepaalde configuratie toegewezen waardoor enkele bedrijfsmodussen, functies of waarden reeds zijn ingesteld, volgens hetgeen wordt aangegeven in de volgende tabel. Fabrieksinstelling 55°C
WEERSTAND ANTILEGIONELLA TIME_W (aantal uren geaccepteerde voeding) HC-HP (werking met dal-/piektarief)
DEFROST (activering ontdooien actief) INGESCHAKELD
7.10 Werking met twee verschillende tijdstarieven
Om te kunnen werken in installaties die beschikken over twee verschillende tijdstarieven zal de controlelogica het gemiddelde aantal uren per dag berekenen waarin de elektrische stroom beschikbaar is tegen het goedkopere tarief (HC). Een automatische waarneemfunctie zorgt ervoor dat het product de ingestelde temperatuur bereikt in het (beperkte) tijdsbestek waarin het goedkope tarief geldt. Het maximale aantal uren wordt aangegeven door de parameter P9 TIME_W. Bij de eerste ontsteking (of na een uitschakeling van de hardware) is de defaultwaarde 8 uur.
7.11 Antivriesfunctie
In ieder geval zal, wanneer het apparaat onder spanning staat, en de temperatuur van het water in het reservoir onder de 5°C daalt, automatisch de weerstand worden geactiveerd (2000W) om het water tot op 16°C te verwarmen.
Op het moment dat zich een defect voordoet schakelt het apparaat over naar een storingsstatus. Het display begint te knipperen en toont een storingscode. De boiler zal warm water blijven produceren mits de storing slechts één van de twee verwarmingsgroepen betreft, en zal de warmtepomp of de weerstand laten werken. Als de storing de warmtepomp betreft verschijnt op het scherm het knipperende symbool “HP”. Als de storing de weerstand betreft zal het symbool van de weerstand gaan knipperen. Als de storing beide betreft zullen ze beide gaan knipperen. Storings code Oorzaak Werking weerstand Werking warmtepomp
Verwarming zonder water in het reservoir OFF OFF
Te hoge temperatuur van het water in het reservoir OFF OFF
Waarneming van een te groot temperatuursverschil tussen de sondes weerstand zone Overmatige druk in het koelcircuit, of storing aflezen pressostaat Wat te doen Controleer de oorzaken van de afwezigheid van het water (lekkages, hydraulische aansluitingen, enz.). Schakel het apparaat eerst uit en dan weer aan. Als de storing blijft aanhouden schakelt u de servicedienst in. Probeer het apparaat te herstarten. Als de storing blijft aanhouden schakelt u de servicedienst in. Zet het product uit. Controleer de werking of vervang eventueel de heet gas klep. Controleer of de ventilator niet defct is. Controleer of de verdamper, de kanalen of de roosters proper zijn Controleer de verdamper sonde. Zet het product uit. Controleer de werking van de compressor en/of controleer of er geen lekkages van het koelgas zijn. Controleer de correcte aansluiting en plaatsing en vervang eventueel de verdamper sonde.
Controleer of de verdamper, de de kanalen of de rooster proper zijn.
OFF Het product uitschakelen Controleren of er geen fysieke belemmeringen voor de beweging van de ventilatorbladen zijn, de aansluitkabels met de printplaten laten controleren. Controleer probe van 'verdamper.
OFF Controleer de correcte aansluiting en plaatsing en vervang eventueel de sonde.
OFF Controleer de correcte aansluiting en plaatsing en vervang eventueel de sonde.
OFF Controleer de correcte aansluiting en plaatsing en vervang eventueel de sonde.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER Controleer de werking of vervang eventueel de gasklep met 4 aansluitingen klep. Controleer of de ventilator niet defct is. OFF (T lucht <5°C) Controleer of de verdamper, de kanalen of de roosters proper zijn
Storing ontdooien actief
Te hoog aantal ON/OFF (RESET) Geen communicatie tussen elektronische kaart en interface Reservoir leeg (EMPTY) circuit anode met stroompodruksysteem open Circuit anode met stroomopdruksysteem in kortsluiting Probeer het apparaat eerst uit en daarna weer in te schakelen. Controleer eventueel de werking van de kaarten Schakel tijdelijk het product en de batterijen uit Probeer het apparaat eerst uit en daarna weer in te schakelen. Controleer eventueel de werking van de kaarten of vervang deze Controleer de aanwezigheid van water in het reservoir, controleer of vervang eventueel de anode met stroomopdruksysteem Controleer of vervang eventueel de anode met stroomopdruksysteem
8. ONDERHOUD voor geautoriseerd personeel
WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin. Alle ingrepen en onderhoudsactiviteiten moeten door erkende installateurs worden uitgevoerd (installateurs die in het bezit zijn van de rekwisieten die door de geldende normen worden vastgesteld). Na gewoon of buitengewoon onderhoud, is het raadzaam om het reservoir te reinigen om eventuele resterende verontreinigingen te verwijderen.
8.1 Legen van het apparaat
U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen. Als dit nodig is kunt u het apparaat zoals volgt legen: schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet sluit de stopkraan af indien deze is gemonteerd. Als dit niet het geval is sluit u de hoofdwaterkraan af. open de warmwaterkraan (wastafel of badkuip) open de kraan op de veiligheidsklep.
8.2 Normaal onderhoud
We raden u aan de verdamper jaarlijks te reinigen om stof en brokstukken te verwijderen. Voor toegang tot de verdamper, die zich op de externe eenheid bevindt, moeten de bevestigingsschroeven van het beschermingsrooster verwijderd worden. Reinigen met een flexibile borstel en uitkijken dat u de ventilator niet beschadigt. In het geval dat u gebogen lamellen tegenkomt, deze door middel van een speciale kam (tussenruimte 1,6mm) weer rechttrekken. Controleer of de buis voor de condensafvoer niet verstopt is. Controleer of de roosters en de kanalisering perfect schoon zijn. Alleen originele reserveonderdelen gebruiken. Het is aan te raden om na elke verwijdering de pakking van de flens te vervangen.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
Probleem Mogelijke oorzaak Lage temperatuur ingesteld Storing van de machine Geen elektrische aansluiting, afgekoppelde of beschadigde kabels Het uitgaande water is koud of niet warm genoeg Het water is zeer heet (met mogelijk damp uit de kranen) Verminderde werking van de warmtepomp, bijna permanente werking van de elektrische weerstand Onvoldoende warmwaterstro Waterlekkage uit het overdrukmecha nisme Toename van het lawaai Problemen met de weergave of uitgaan van de display Geen HC/HP-signaal (als het product geïnstalleerd is me de EDF-signaalkabel) Wat te doen De temperatuur voor het uitgaande water verhogen. Op de display controleren of er fouten zijn en handelen op de in de “Error”-tabel aangegeven wijze. De spanning op de voedingsklemmen controleren, controleren of de kabels in orde en aangesloten zijn. Om de werking van het product te controleren, de “Boost”-modus inschakelen: als de uitslag positief is controleren of het HC/HPsignaal van de gasmeter aanwezig is, controleren of de EDFkabels in orde zijn. De werking van de gasmeter overdag/’s nachts controleren en controleren of de ingestelde tijd voldoende is voor de verwarming van het water. Storing van de timer voor het dubbele tarief (als het product met deze configuratie geïnstalleerd is) Onvoldoende luchtstroom naar de Reinig de roosters en de leidingen regelmatig. verdamper Product uit De elektriciteitstoevoer controleren, het product inschakelen. Gebruik van een grote hoeveelheid warm water wanneer het product zich in de verwarmingsfase bevindt. Fout sonde Controleren of fout E5, ook onregelmatig, aanwezig is. De elektrische voeding uitschakelen, het apparaat legen, de kous van de weerstand demonteren en de kalkaanslag aan de binnenkant van de ketel verwijderen: let erop om het glazuur van Hoog niveau van kalkaanslag van de ketel de ketel en de kous van de weerstand niet te beschadigen. Het en zijn onderdelen product weer volgens de oorspronkelijke configuratie in elkaar zetten: het wordt aangeraden om de pakking van de flens te vervangen. Fout sonde Controleren of fout E5, ook onregelmatig, aanwezig is. Luchttemperatuur buiten het bereik Element dat afhankelijk is van de weersomstandigheden. Een lagere temperatuurparameter of een hogere parameter dan Waarde “Time W” te laag “Time W” instellen. Installatie uitgevoerd met niet-conforme Het product voeden met een correcte elektrische spanning. elektrische spanning (te laag) Verdamper verstopt of bevroren De staat van reiniging van de verdamper controleren. Problemen met het circuit van de Controleren of er geen foutmeldingen op de display warmtepomp weergegeven worden. Het is minder dan 8 dagen geleden dat: - Eerste ontsteking. -Wijziging van de parameter Time W. -Gebrek aan voeding bij afwezigheid van batterijen of met lege batterijen. Controleren of zich geen lekken in het circuit bevinden, controleren Lekken of verstopping van het watercircuit of de deflector van de ingangsleiding van koud tapwater en de toevoerleiding van warm water in orde zijn Als u het druppelen wilt vermijden moet u een expansievat installeren op de afvoerinstallatie. Het druppelen van water uit het systeem Als druppelen tijdens de niet-verwarmende periode door blijft moet als normaal worden beschouwd gaan, de kalibratie van het instrument en de druk van de gedurende de verwarmingsfase. waterleiding controleren. Let op: Verstop nooit de afvoeropening van het systeem! De bewegende onderdelen van de externe eenheid controleren, Aanwezigheid van verstoppende de ventilator en de andere onderdelen reinigen die lawaai elementen aan de binnenkant zouden kunnen maken. De middels mobiele vergrendelingen aangesloten onderdelen Trillen van enkele onderdelen controleren en kijken of de schroeven stevig zijn aangedraaid. Beschadiging of afkoppeling van de Controleren of de verbinding in orde is, de werking van de verbindingskabels tussen de printplaat en printplaten controleren de interfacekaart Gebrek aan voeding bij afwezigheid van batterijen of met lege batterijen. De elektrische voeding en de staat van de batterijen controleren, en laatstgenoemden indien nodig vervangen.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER Vieze geur afkomstig van het product Abnormaal of overmatig gebruik in vergelijking met verwachtingen Zorgen voor een sifon. Controleren of het apparaat voldoende water bevat. Afwezigheid van een sifon of lege sifon Ongunstige omgevingsinstallatieomstandigheden
Verdamper gedeeltelijk verstopt De staat van reiniging van de verdamper controleren, raster Niet-conforme installatie Overig Contact opnemen met de technische dienst.
8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker
We raden u aan het apparaat om te spoelen na elk normaal of bijzonder onderhoud. Het overdrukmechanisme moet geregeld ingeschakeld worden om te controleren of het niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijderen. Controleer of de buis voor de condensafvoer niet verstopt is. Verifier de roosters en de luchtkanalen en reinig indien nodig. De batterijen dienen elke 2 jaar te worden vervangen of in geval van verlies. Controleer dat de oude batterijen correct worden weggegooid en dat ze alleen worden vervangen door 3 oplaadbare AA batterijen van minimum 2100 mAh. Controleer dat de polen worden gerespecteerd zoals aangegeven in het batterijenvakje. Het batterijenvakje bevindt zich onder de lijst, rechts van de interface. Zie afbeelding 14. Het apparaat moet worden getrokken wanneer u de batterijen te verwijderen.
8.5 Verwijdering van de boiler
Het apparaat bevat koelgas van het type R134a, wat niet in de atmosfeer mag geraken. Een definitieve uitschakeling van de boiler moet daarom door een bevoegde installateur worden uitgevoerd. Dit product is conform aan de EU Richtlijn 2002/96/EC. Het symbool van de "afvalemmer met een kruis" op het typeplaatje van het apparaat betekent dat het product aan het einde van zijn levenscyclus niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het moet gescheiden worden ingezameld in een speciale vuilstortplaats voor elektrische en elektronische apparatuur of worden ingeruild bij de verkoper tijdens de aanschaf van een nieuw, soortgelijk apparaat. De gebruiker is verwantwoordelijk voor het apart laten inzamelen van het apparaat aan het einde van zijn levensduur. De juiste inzameling van het apparaat dat niet meer wordt gebruikt, teneinde het te recyclen, te behandelen en het op een milieuvriendelijke wijze te vernietigen zorgt er mede voor dat er geen mogelijk negatieve effecten worden geproduceerd op het milieu en de volksgezondheid en helpt de materialen waaruit het product is vervaardigd te hergebruiken. Voor meer informatie betreffende de beschikbare verzamelmogelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijke reinigingsdienst of tot de verkoper van het product. Het apparaat beschikt over oplaadbare batterijen. Deze moeten worden verwijderd vóór u het apparaat wegdoet en in de speciale houders worden geplaatst. U vindt het batterijvakje onder het deksel in de kap aan de onderkant.
Notice-Facile