GGH 4 IC VET - GGH 4 IC VET - Kookplaat VALBERG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GGH 4 IC VET - GGH 4 IC VET VALBERG in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw gaskookplaat |
| Merk | VALBERG |
| Model | GGH 4 IC VET |
| Aantal kookzones | 4 gasbranders |
| Brandertypes | 1 snel (3 kW), 2 half-snel (1,75 kW elk), 1 hulpbrander (1 kW) |
| Totaal vermogen | 7,5 kW |
| Gastoevoer | Aardgas (G20/G25) of LPG (G30/G31) – verwisselbare injectoren |
| Toevoerdruk | G20/G25 : 20/25 mbar ; G30/G31 : 28-30/37 mbar |
| Nominaal debiet (snelle brander) | 285,7 l/h (aardgas) / 218,1 g/h (LPG) |
| Elektrische aansluiting | 220-240 V, kabel H05VV-F 3x0,75 mm² |
| Ontsteking | Geïntegreerde elektronische ontsteking (automatisch of drukknop); handmatige ontsteking mogelijk |
| Veiligheid | Thermokoppel (automatische gasafsluiting bij uitgaan van vlam) |
| Oppervlaktemateriaal | Verre Sécurit (vitrokeramiek?) – in werkelijkheid vermeldt de beschrijving 'Verre Sécurit' voor de bovenkant |
| Steunroosters | Geëmailleerd, uitneembaar voor reiniging |
| Aanbevolen reiniging | Zeepwater en zachte doek; geen schurende producten of staalwol |
| Onderhoud injectoren | Vervanging mogelijk voor aanpassing aan gastype (7 mm sleutel) |
| Gasaansluiting | Flexibele slang TFEM (max. 1,5 m) of stijve koperen leiding, volgens normen |
| Installatie | Inbouw in werkblad (dikte 20-50 mm); vereist ventilatie min. 100 cm² |
| Energie-efficiëntie | 58,3% (volgens norm EU65-2014/EU66-2014) |
| Garantie | 2 jaar (productiefouten) op vertoon van kassabon |
| Bestemmingslanden | Frankrijk, België (categorie II2E+3+); Spanje (categorie II2H3+) |
Veelgestelde vragen - GGH 4 IC VET - GGH 4 IC VET VALBERG
Gebruikersvragen over GGH 4 IC VET - GGH 4 IC VET VALBERG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GGH 4 IC VET - GGH 4 IC VET - VALBERG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GGH 4 IC VET - GGH 4 IC VET van het merk VALBERG.
GEBRUIKSAANWIJZING GGH 4 IC VET - GGH 4 IC VET VALBERG
Bedankt dat u voor dit product van VALBERG hebt gekozen.
ELECTRO DEPOT kiest, test en beveelt de producten van het merk VALBERG aan, die garant staan voor eenvoud in gebruik, betrouwbare prestaties en een onberispelijke kwaliteit.
Dankzij dit toestel weet u dat elk gebruik tevredenstellend zal zijn.
Welkom bij ELECTRO DEPOT.
Raadpleeg onze website: www.electrodepot.be

Alvorens het toestel te gebruiken
36 Veiligheidsvoorschriften 45 Tips voor de installatie

Overzicht van het toestel
47 Beschrijving van het toestel 48 Technische eigenschappen 49 Productfiche

Gebruik van het toestel
50 Installatie van het toestel 58 Gebruik van gasbranders

Praktische informatie
61 Reiniging en onderhoud 63 Dienst-na-verkoop en transport
Veiligheidsinstructies
Lees deze handleiding aandachtig en volledig alvorens uw kooktoestel te gebruiken en bewaar ze om deze later te kunnen raadplegen wanneer dat nodig zou zijn.
Deze handleiding is ontworpen voor verschillende modellen. Uw kooktoestel is misschien niet voorzien van alle eigenschappen die in deze handleiding beschreven worden. Gelieve in de handleiding de eigenschappen te controleren in de paragrafen met afbeeldingen.
Algemene veiligheidsvoorschriften
- De vervaardiging van uw kooktoestel is in overeenstemming met alle nationale en internationale normen en reglementeringen die van kracht zijn voor wat
betreft de materie.
- Onderhoudswerken mogen enkel door ervaren technici worden uitgevoerd. Herstellingen en onderhoud uitgevoerd door niet-erkende personen stellen u bloot aan gevaren. Wijzig de specificaties van uw kooktoestel in geen enkel geval. Voer zelf geen herstellingen uit. U kan het risico op elektrocutie lopen.
- Voor de installatie, vergewis u zich van de lokale distributieomstandigheden (naargelang uw toestel: type en druk van het gas, spanning en frequentie van de elektriciteit) compatibel met de kenmerken die aangegeven zijn op het identificatieplaatje van uw kooktoestel.
Bij schade die veroorzaakt wordt door een verkeerde aansluiting of installatie zal de garantie niet geldig zijn.
- Voor elektrische toestellen: de elektrische veiligheid van uw kooktoestel is enkel gegarandeerd indien het aangesloten is op een elektrische voeding met aarding, conform de geldende normen inzake elektrische veiligheid. Indien u niet zeker bent dat uw elektrische installatie correct geaard is, dient u een erkend elektricien te raadplegen.

OPGELET
Dit toestel is uitsluitend voorbehouden om op te koken. Het mag niet voor andere doeleinden gebruikt worden zoals het verwarmen van een kamer.

OPGELET
- Dit toestel en de toegankelijke delen worden warm tijdens het gebruik.
Let erop dat u de verwarmingselementen niet aanraakt.
- Kinderen jonger dan 8 jaar dienen op een afstand gehouden te worden, tenzij ze onder constant toezicht staan.
- Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen van minstens 8 jaar oud en personen met beperkte fysieke, zintuiglijke en mentale capaciteiten of beperkte ervaring en kennis op voorwaarde dat ze in de gaten gehouden worden of instructies gekregen hebben over het veilige gebruik van het toestel en de mogelijke gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen.
- De reiniging en het onderhoud van het toestel mogen niet uitgevoerd worden door kinderen wanneer zij niet begeleid worden.
- Dit toestel is niet aangesloten op een afvoertoestel voor verbrandingsgassen. Het dient geïnstalleerd en aangesloten te worden volgens de geldende voorschriften. U dient bijzondere aandacht te schenken aan de geldende voorschriften op het vlak van ventilatie.
- Indien de gasbrander niet aangaat na 15 seconden, sluit dan de regelaar in kwestie af, open de deur van de keuken en wacht minstens een minuut vooraleer u opnieuw probeert om de brander aan te steken.
- Deze instructies gelden enkel wanneer het symbool van het land op uw kooktoestel voorkomt. Indien het symbool van uw land niet op uw toestel voorkomt, dient u de technische instructies te raadplegen waar u de nodige informatie vindt inzake de bijzondere gebruiksvoorwaarden.

OPGELET
Tijdens het gebruik worden alle toegankelijke elementen van uw kooktoestel heet en blijven deze gedurende een bepaalde tijd warm, zelfs wanneer u uw kooktoestel uitgeschakeld heeft. Raak de warme oppervlakken niet aan (met inbegrip van de bedieningen en handvatten van de oven) en verhinder kinderen jonger dan 8 jaar in de buurt van het kooktoestel te komen. We raden aan de delen die rechtstreeks aan de warmte blootgesteld worden eerst te laten afkoelen alvorens ze aan te raken.
Wanneer u voedingsmiddelen onbeheerd laat bakken of koken op een kookplaat en u gebruik maakt van vetstof of olie, kan dit gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
- Probeer vuur NOOIT te doven met water; schakel het toestel uit en dek de vlammen af met een deksel of een branddeken bijvoorbeeld.

OPGELET
Risico op brand: plaats geen voorwerpen op het kookoppervlak.
- Gebruik enkel de beschermingsmiddelen voor het kookvuur die door de fabrikant van het toestel ontworpen werden, of door hem als aangepast aangeduid werden in deze handleiding, of de in het toestel geïntegreerde
beschermingsvoorzieningen. Het gebruik van niet aangepaste beschermingsvoorzieningen kan tot ongelukken leiden.
- Indien het oppervlak gebarsten is, dient u de stekker uit het stopcontact te trekken om het risico op elektrische schokken te vermijden.
- Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels op de kookplaat, aangezien deze warm kunnen worden.
- Het toestel is niet bestemd om via een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem ingeschakeld te worden. Uw kooktoestel mag nooit aangesloten worden op een verlengsnoer, een externe timer, een contactdoos, een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem of elke andere voorziening
die het toestel automatisch onder spanning brengt.
- Vergewis u ervan de handvatten van de kookpotten naar de binnenkant van de kookplaat te richten, om te voorkomen dat ze zouden vallen. De handvatten van kookpotten kunnen warm worden, let op met kinderen.
- Gebruik geen stoomreiniger om uw kooktoestel schoon te maken.
- Alle mogelijke veiligheidsmaatregelen werden getroffen om uw veiligheid te garanderen. Om te voorkomen dat de glazen onderdelen breken, let u erop ze niet te bekrassen tijdens de reiniging. Vermijd ook tegen de glazen oppervlakken te stoten of er accessoires op te laten vallen en op de glazen oppervlakken te kruipen (wanneer u werken uitvoert boven uw kooktoestel).
onder spanning brengt.

OPGELET
- Gebruik geen schurende reinigingsproducten, bijtende crèmes, schuursponzen of metalen schrapers om de elementen van uw kooktoestel (glas, email, inox, plastic en verf) schoon te maken, want deze kunnen het oppervlak bekrassen en kunnen leiden tot het barsten van de glazen oppervlakken of de beschadiging van de andere elementen van uw kooktoestel.

OPGELET
De temperatuur van de oppervlakken kan hoog zijn wanneer het toestel in werking is.
We raden aan jonge kinderen uit de buurt te houden.
- Oefen geen enkele druk uit op het elektrisch snoer bij de installatie van uw kooktoestel. Controleer of de kabel niet geklemd zit achter uw kooktoestel en of hij niet in contact komt met beweegbare delen van het meubel (bijvoorbeeld: een lade). Indien het voedingssnoer beschadigd is, dient het vervangen te worden door de fabrikant, de klantendienst of een gelijkaardige bevoegde persoon om elk risico uit te sluiten.
- Wanneer u elektrische toestellen gebruikt in de buurt van uw kooktoestel, dient u te controleren of de voedingskabel van deze toestellen niet in contact komt met de hete oppervlakken van uw kooktoestel.
Tijdens het gebruik
- Plaats geen brandbare materialen of brandstoffen in de buurt van het toestel wanneer dit in werking is.
- Plaats de kookrecipiënten steeds in het midden van de kookzone en richt de handvatten zodanig dat ze niet hinderlijk zijn en kinderen ze niet vast kunnen grijpen.
- Gebruik de kookzones niet wanneer er geen kookpot op staat of wanneer er een lege kookpot op staat.
- Gebruik enkel recipiënten met een platte bodem op de elektrische kookplaten.
Indien u uw kooktoestel gedurende een lange periode niet gaat gebruiken, raden wij u aan het toestel van de elektrische voeding te halen. Voor kooktoestellen op gas draait u de gaskraan dicht wanneer u het toestel niet gebruikt.
Wanneer u uw platen een bepaalde tijd niet gebruikt, moet u er een beetje olie op doen om te voorkomen dat ze gaan roesten (gietijzeren platen).
- Controleer of de bedieningsknoppen van uw kooktoestel steeds op '0' staan wanneer uw kooktoestel niet gebruikt wordt.
Het intensieve en langdurige gebruik van het toestel kan een extra verluchting (door een venster te openen) of een doeltreffender verluchting vereisen (door het vermogen van de mechanische ventilatie op te voeren indien van toepassing).

OPGELET
Het gebruik van een gaskookvuur veroorzaakt warmte, vochtigheid en verbrandingsgassen in de kamer waar het toestel geïnstalleerd wordt. Let erop een goede verluchting van de keuken te verzekeren, in het bijzonder tijdens het gebruik van het toestel: open natuurlijke verluchtingsopeningen of installeer een mechanische verluchtingsvoorziening (mechanische ventilatiedampkap).
Tijdens de reiniging en het onderhoud
Schakel uw kooktoestel steeds uit voor de reiniging of het onderhoud, door de stekker uit het stopcontact te trekken of de hoofdschakelaar uit te zetten.
Verwijder nooit de bedieningsknoppen om het bedieningspaneel schoon te maken.

OPGELET
Gebruik geen stoomreinigers.
Om de doeltreffendheid en de veiligheid van uw toestel te garanderen, raden wij u aan steeds originele wisselstukken te gebruiken en indien nodig contact op te nemen met onze vertegenwoordigers.
Waarden getest en berekend conform verordening EU65-2014/EU66-2014. - Om de globale impact van het bereidingsproces op het milieu (vb. het energieverbruik) te beperken, dient u ervoor te zorgen dat uw product geïnstalleerd wordt conform de gebruikershandleiding, dat de ruimte (waar het toestel zich bevindt) voldoende is verlucht en dat de afvoerleiding zo recht en zo kort mogelijk is.
Neem contact op met uw gemeente voor meer informatie over de recyclage, de opwaardering en afdanking van uw toestel aan het einde van zijn levensduur.
Tips voor de installatie
- Gebruik uw kooktoestel pas wanneer de installatie voltooid is. Uw kooktoestel mag enkel geïnstalleerd en in bedrijf gesteld worden door een erkend technicus. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die resulteert uit het verkeerd plaatsen of het installeren van uw kooktoestel door een niet-erkend technicus.
- Nadat u uw kooktoestel heeft uitgepakt, dient u zorgvuldig te controleren of het niet werd beschadigd tijdens het transport. Bij twijfel gebruikt u het best niet en dient u dadelijk contact op te nemen met uw verkoper. Verpakkingsmaterialen (piepschuim, nylon, nietjes, enz.) kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen. Verzamel ze
en verwijder ze onmiddellijk (steek ze in containers die specifiek bestemd zijn voor het recycleren ervan).
- Bescherm uw kooktoestel tegen de atmosferische effecten. Stel het toestel niet bloot aan zon, regen, sneeuw, stof, enz.
- De materialen rond het toestel (meubels) moeten in staat zijn om een minimale temperatuur van 100°C te verdragen.
- De omstandigheden waarin uw toestel op de gasleiding aangesloten wordt, zijn aangeduid op het etiket dat achteraan aangebracht werd [enkel voor de kooktoestellen op gas en de gemengde kooktoestellen]. Wanneer uw kooktoestel op gasflessen met propaan werkt, dient de fles buiten het
huis geïnstalleerd te worden (enkel voor kooktoestellen op gas). Wij raden u aan een rookdetector te installeren en een branddeken of brandblusser in de buurt van uw kooktoestel te bewaren.

OPMERKING
Voorzie een stroomonderbreker op het elektriciteitsnet. Aangezien dit product ingebouwd kan worden, dient de stroom uitgeschakeld te kunnen worden vooraleer werkelijk te voeren aan het product.

OPGELET
De flexibele of soepele leiding moet zodanig geïnstalleerd worden dat deze niet in contact kan komen met een beweegbaar deel van het meubel (bijvoorbeeld een lade) en dat deze niet klem kan komen te zitten.
Beschrijving van het toestel

Veiligheidsglas, Bedieningsknop, Kookpothouder, Gasbranders, Hoedje van de brander, Ondersteplaat, Brander
Technische specificaties
| G30 28-30 mbar 7,5 kW 545 g/u II2E+3+ RE Klasse: 3 | Aardgas G20/G25 20/25 mbar | LPG G30/G31 28-30/37 mbar |
| SNELLE BRANDER | ||
| Merkteken injector (1/100 mm) | 115 | 85 |
| Nominaal vermogen (Kw) | 3 | 3 |
| Nominaal debiet | 285,7 l/u | 218,1 g/u |
| MIDDELSTE BRANDER | ||
| Merkteken injector (1/100 mm) | 97 | 65 |
| Nominaal vermogen (Kw) | 1,75 | 1,75 |
| Nominaal debiet | 166,7 l/u | 127,2 g/u |
| HULPBRANDER | ||
| Merkteken injector (1/100 mm) | 72 | 50 |
| Nominaal vermogen (Kw) | 1 | 1 |
| Nominaal debiet | 95,2 l/u | 72,7 g/u |
| LAND VAN BESTEMMING | DRUK (mbar) | CATEGORIES |
| FR - BE | 20/25; 28-30/37 | II2E+3+ |
| ES | 20; 28-30/37 | II2H3+ |
Advies inzake energiebesparing:
Kookplaat
- Gebruik enkel kookgerei met platte bodem.
- Gebruik enkel kookgerei met een passende omvang.
- Gebruik kookgerei met deksel.
- Beperk de hoeveelheid vloeistoffen of vetten.
- Wanneer de vloeistof begint te koken, verlaagt u het vermogen.
Productfiche
Kookplaat
| Merk | Valberg | |
| Model | GGH 4 IC VET | |
| Kookplaattype | Gas | |
| Energiedoeltreffendheid van de kookplaat | % | 58,3 |
| Aantal bereidingswijzen | 4 | |
| KOOKZONE 1 | ||
| Verwarmingstechnologie | Gas | |
| Omvang | Hulpbrander | |
| Energetische doeltreffendheid | % | Niet beschikbaar |
| KOOKZONE 2 | ||
| Verwarmingstechnologie | Gas | |
| Omvang | Semisnel | |
| Energetische doeltreffendheid | % | 59,0 |
| KOOKZONE 3 | ||
| Verwarmingstechnologie | Gas | |
| Omvang | Semisnel | |
| Energetische doeltreffendheid | % | 59,0 |
| KOOKZONE 4 | ||
| Verwarmingstechnologie | Gas | |
| Omvang | Snel | |
| Energetische doeltreffendheid | % | 57,0 |
Deze staat in overeenstemming met de norm EN 30-2-1 alsook de Belgische norm NBN D 51-003 en NBN D 51-006.
Installatie van het toestel
Dit moderne, functionele en handige fornuis, dat vervaardigd is met de beste onderdelen en materialen, zal in alle opzichten aan uw verwachtingen beantwoorden. Lees deze handleiding aandachtig om alle functies te kennen en de best mogelijke resultaten te verkrijgen, alvorens uw fornuis te gebruiken. Houd voor een correcte installatie rekening met de volgende aanbevelingen om alle problemen of gevaarlijke situaties te vermijden. Deze dient ook door de technicus die belast wordt met het installeren van de kookplaat gelezen te worden.
Doe beroep op een erkende dienst om uw kookplaat te installeren.
Nadat u de kookplaat en de accessoires uit de verpakking gehaald hebt, dient u te controleren of deze geen defecten vertoont. Gebruik bij vermoeden van defect de kookplaat niet en contacteer onmiddellijk een erkend technicus of de winkel waar u het toestel aangekocht hebt. Deze kookplaat werd ontworpen om ingebouwd te worden in een werkblad. Ze dient aangesloten te worden op een stroombron via de kabel die hiervoor voorzien werd. De gebruiker van dit toestel is eveneens verantwoordelijk voor de installatie en de inbedrijfstelling, volgens deze handleiding, conform de geldende veiligheidsnormen.
Omgeving waar uw kookplaat geïnstalleerd wordt
- Uw kookplaat dient geïnstalleerd en gebruikt te worden in een ruimte die over voldoende ventilatie beschikt. De verbranding van het gas is mogelijk dankzij de zuurstof in de lucht. Deze lucht dient vernieuwd te worden en de verbrandingsproducten moeten afgevoerd worden conform de geldende wetgeving. De natuurlijke ventilatie van de kamer waar het kooktoestel geïnstalleerd wordt, dient
voldoende te zijn opdat het gas in deze omgeving gebruikt kan worden.
De gemiddelde luchttoevoer dient via de ventilatie in de muren die rechtstreeks in contact staan met buiten te gebeuren (raadpleeg onderstaande tekening).
- Tijdens de werking heeft dit fornuis 2 m³ lucht per kW nodig.


- De luchtstroom dient onderaan aangevoerd (minimum 100 cm²) en bovenaan afgevoerd te worden (minimum 100 cm²). Deze ventilaties dienen dus een minimumoppervlakte te hebben van 100 cm², om zo een goede luchtcirculatie toe te laten. Deze ventilaties dienen open te staan en mogen nooit verstopt zitten. Ze dienen zich bij voorkeur vlakbij de achterkant van het fornuis te bevinden (raadpleeg afbeeldingen 1 en 2 voor de
luchttoevoer) en tegenover de door het toestel verbrande gassen (voor de afvoer), met name minstens 1,80 m boven de grond. Indien het onmogelijk is om deze ventilaties naar buiten te openen in de ruimte waar het fornuis geïnstalleerd is, kan de nodige lucht ook van een andere plek komen op voorwaarde dat deze ruimte correct geventileerd wordt en dat het niet om een slaapkamer of een gevaarlijke plaats gaat.
Afvoeren van verbrandingsgassen
We raden aan ofwel een dampkap die rechtstreeks aangesloten is op een leiding die rechtstreeks naar buiten loopt (afb. 3), ofwel een elektrische ventilator te installeren op het venster of de buitenmuur (afb. 4) om de verbrande gassen rechtstreeks naar buiten te kunnen afvoeren. Het vermogen van de elektrische ventilator dient berekend te worden om de lucht in de keuken 4 tot 5 keer te kunnen vernieuwen per uur, met het eigen luchtvolume per uur.



Uitsparing van het werkblad
Uw kookplaat wordt geleverd met een bijzondere dichting bestemd om infiltratie van vloeistof onder het werkblad te vermijden. Zaag het werkblad volgens de afmetingen die in het schema aangeduid zijn. Breng de zelfklevende dichting aan op de omtrek van deze snede en bouw vervolgens voorzichtig de plaat in dezelfde ruimte, zodat de bedieningshendels aan de juiste kant zitten. Bevestig correct door de bevestiging aan te draaien zoals op het schema aangegeven. De dikte van het werkblad moet conform de op het onderstaande schema aangeduide afmetingen zijn. Bij een dikte kleiner dan 20 mm kunnen er houten spieën tussen de bevestiging en de onderkant van het werkblad geplaatst worden. Indien de dikte van de bovenkant groter is dan 50 mm dient het werkblad zodanig gezaagd te worden dat de bevestiging erin past.

| Muren in de buurt van de kookplaat | A (mm) | B (mm) |
| Brandhaar | 60 | 150 |
| Niet-brandhaar | 40 | 50 |

Er dient ruimte gelaten te worden tussen de kookplaat en de onderstaande onderdelen:
- 10 cm tussen de plaat en elk brandbaar materiaal.
- 70 cm tussen de plaat en de kasten en rekken erboven.
- 65 cm tussen de plaat en de dampkap.
De hoogte tussen de kookplaat en de dampkap (of de wandelementen) dient minstens 65 cm te zijn. Wanneer er geen dampkap is, dient er een afstand van ten minste 70 cm te zijn tussen de kookplaat en het meubel erboven.
- De meubels er rond dienen vervaardigd te worden uit een materiaal dat bestand is tegen een temperatuur van 100°C.
Let erop dat u uw kookplaat niet vlak bij een koelkast plaatst en dat er geen materialen vuur kunnen vatten, zoals gordijnen, handdoeken, enz.
Het is van essentieel belang dat u een scheiding plaatst tussen de kookplaat en een eventuele lade eronder.
Aansluiting op gas
Aansluiting op de gasleiding en controle op lekken
De gasaansluiting van de kookplaat dient volgens de van kracht zijnde normen ook door een erkend technicus te gebeuren (volgens artikel 10 van het besluit van 02-08-1977 en de regels van art D.T.U 61-1 die opleggen dat op het uiteinde van de leiding een bedieningskraan voor aardgas aanwezig is met een reduceerklep of spanner conform norm NF D 36-303. Deze bedieningskraan laat toe de gastoevoer te onderbreken wanneer de kookplaat niet gebruikt wordt.
Controleer eerst wat voor soort gas er geïnstalleerd wordt op de kookplaat. Deze informatie wordt aangeduid op het etiket dat aan de achterkant van de kookplaat gekleefd is (de kookplaat is oorspronkelijk voorzien van injectoren die voorzien zijn voor aardgas). U vindt de informatie met betrekking tot het soort gas en de injectoren in de tabel met technische specificaties. Controleer of de druk van de gastoevoer conform is met de waarden die aangeduid zijn in de tabel met technische specificaties om zo een optimale efficiëntie en een minimum gasverbruik te garanderen. Indien de druk van het gebruikte gas verschilt van deze waarden of variabel is, dient u een drukregelaar op de aanvoerleiding te installeren. We raden u aan de klantendienst te contacteren om deze metingen en afstellingen uit te voeren.
Aansluiting voor butaan (G30) - propaan (G31)
De technicus dient eerst de afstelling van het gas van uw kookplaat te controleren. Wanneer deze gevoed wordt met aardgas, dienen de injectoren (zie hieronder) vervangen te worden om het fornuis te kunnen gebruiken met butaangas. De installatie dient verplicht te gebeuren met een specifiek voor gas voorziene
TFEM butaan/propaanleiding (leiding met mechanisch opzetstuk) conform de normen voor 'inbouwbare producten' (XPD 36-112 of NFD 36-125). De maximaal toegestane lengte bedraagt 1,5 m. Het is belangrijk de vervaldatum, die aangegeven wordt op de leiding, in de gaten te houden en de leiding te vervangen voor deze datum om de veiligheid te garanderen.
Aansluiting op aardgas (G20/G25)
De technicus moet de leiding met mechanisch opzetstuk (TFEM) plaatsen, conform de geldende normen (NFD 36-100, NFD 36-103, NFD 36-121).
Sinds juli 1996
Voor elke nieuwe installatie (nieuwbouw) of verbouwing (vervangen van een gastoevoerkraan) en ongeacht de kookplaat (inbouw of niet), is het gebruik van een soepele leiding verboden. De aansluiting moet met een flexibele leiding (TFEM) of harde leiding in koper gebeuren (artikel II II b°).
Sinds september 1996
De soepele leidingen zijn verboden voor het aansluiten van een inbouwtoestel. Verplicht gebruik van een flexibele of harde leiding in koper [artikel II II b°].
Sinds 1 juli 1997
De nieuwe gasinstallaties die gevoed worden via een netwerk van leidingen in nieuwe of bestaande gebouwen dienen voorzien te worden van een inschakelsysteem dat de automatische onderbreking van de gastoevoer naar de kooktoestellen onderbreekt wanneer ze doorgesneden of losgekoppeld worden van de flexibele leiding die voormelde toestellen voedt. Dit voorschrift is eveneens van toepassing op aanvullingen op bestaande installaties bij het vervangen van een bedieningskraan van een kooktoestel. Deze voorzieningen voldoen aan de voorschriften van artikel 4 van dit besluit (artikel 10-IV).

OPGELET
De flexibele gasleiding mag in geen geval achter een oven lopen en niet in contact komen met voorwerpen die verbranding zouden kunnen veroorzaken.


Punten om na te leven tijdens de aansluiting van de leiding op de gastoevoer:
- Geen enkel deel van de leiding mag in contact staan met een oppervlak dat warmer wordt dan 90°C. De minimumafstand tussen de leiding en de warme delen dient 20mm te bedragen.
- De lengte van de leiding mag niet langer zijn dan 1,5 m.
- De leiding mag niet gesneden, geklemd of geplooid worden.
- De leiding mag niet defect zijn en mag niet in contact staan met scherpe of snijdende randen of met bewegende voorwerpen.
- Vóór de installatie dient de leiding volledig gecontroleerd te worden om na te gaan of deze geen fabricagefout vertoont.
- Wanneer het gas aangesloten is, dient de dichtheid van de leiding gecontroleerd te worden met een specifiek product met luchtbellen door een erkend technicus. Er mogen geen luchtbellen verschijnen. Wanneer er luchtbellen verschijnen, controleert u de aansluitingspakking en hervat u de test. Gebruik tijdens de controle nooit een aansteker, lucifer...
- De leiding dient over de volledige lengte gecontroleerd te worden.
- De geldigheidsdatum van de leiding dient regelmatig gecontroleerd te worden.

OPGELET
Gebruik geen aansteker of lucifer om op gaslekken te controleren.
Verandering van gas

OPGELET
De volgende procedures dienen uitgevoerd te worden door een erkend technicus. Uw kookplaat is ontworpen om met LPG/AARDGAS te werken. De branders kunnen aangepast worden aan dit type gas door de overeenkomstige injectoren te vervangen en door de minimum lengte van de vlam van elke brander af te stellen.
Om deze reden dient u volgende stappen te volgen.
Vervangen van de injectoren:
- Schakel de hoofdgastoevoer uit en haal het toestel van het elektriciteitsnet.
- Verwijder het branderdeksel en de bovenste brander (afbeelding 10).
- Schroef de injectoren los. Gebruik hiervoor een sleutel van 7 mm (Afbeelding 11).
- Plaats de nieuwe injectoren in overeenstemming met het te gebruiken type gas, volgens de tabel met de technische specificaties. Let er op dat de nieuwe injectoren recht vastgeschroefd worden. Wanneer u ze schuin monteert, kan het steunnet beschadigd worden en dient de houder vervangen te worden (niet gedekt door de garantie).



Regeling van de vlam op de minimale hoogte ten opzichte van de kraan
Bij verandering van gas (injectoren) dient de vlam gecontroleerd en geregeld te worden wanneer de gaskraan op de minimumstand staat. Vergewis u ervan dat het toestel aangesloten is op de elektrische stroom en dat de gasvoeding geopend is. Steek de branders een voor een aan en zet ze op minimumstand. Verwijder de hendels om toegang te hebben tot de schroeven. Met behulp van een erg dunne schroevendraaier draait u de instelschroef los of aan (naargelang de kranen, zie afb. 12 + 13 + 14), zodat de vlam van de brander wel degelijk op het minimum staat.
Wanneer de vlam een hoogte van ten minste 4 mm bereikt, is de instelling correct.
Controleer of de vlam niet dooft wanneer u van de maximumstand naar de minimumstand gaat. Creëer een kunstmatige wind met uw hand in de richting van de vlam om te zien of deze stabiel is.



Bij verandering van gas zal de bypass-schroef aangespannen worden tijdens de omschakeling van LPG op aardgas. Bij de overstap van aardgas op LPG dient dezelfde schroef maximaal los gezet te worden. Vergewis u ervan dat het toestel aangesloten is op de elektrische stroom en dat de gasvoeding geopend is.
Vervanging van de slang voor de gastoevoer:
Zie paragraaf: aansluiting op de gasleiding en controle op lekken.
Elektrische aansluitingen en veiligheid
U dient de instructies hieronder met betrekking tot de elektrische aansluiting van de plaat verplicht na te leven.
De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden door een bevoegd persoon in overeenstemming met de van kracht zijnde normen.
- De kookplaat is ontworpen om aangesloten te worden door een permanente aansluiting op het elektriciteitsnet.
- De aansluiting dient te gebeuren op een geaard stopcontact. Raadpleeg een erkend installateur indien u niet over een conform de wetgeving geaard stopcontact beschikt.
- Het voedingssnoer dient correct te zitten en dient passend geïsoleerd te worden bij de aansluiting. Indien het voedingssnoer beschadigd is, dient het vervangen te worden door de fabrikant, zijn klantendienst of een gelijkaardige bevoegde persoon om elk risico uit te sluiten.
- Gebruik geen verlengsnoer.
- Waak erover dat het voedingssnoer de warme oppervlakken van de kookplaat niet aanraakt, waardoor de kabel of de kookplaat beschadigd zou kunnen worden, of waardoor een kortsluiting zou kunnen ontstaan.
- Een slechte elektrische aansluiting riskeert uw kookplaat te beschadigen. Dergelijke schade wordt niet door de garantie gedekt.
- De kookplaat is voorzien voor een elektrische aansluiting van 220-240 volt. Wanneer uw elektrisch netwerk niet overeenkomt met deze waarde, neemt u onmiddellijk contact op met een erkend technicus.
- De fabrikant ziet af van enige aansprakelijkheid bij schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van deze veiligheidsinstructies.

3 × 0,75 mm2 , H05V V-F: het betreft het te gebruiken type voedingsnoer. De aardingskabel dient aangesloten te worden op een schroef met het symbool (±/·) .
Indien het elektriciteitssnoer beschadigd is, dient het vervangen te worden door de fabrikant, een erkend vakman of een gelijkaardig bevoegd persoon om elk gevaar te vermijden.
Gelieve na het installeren van de plaat te controleren of de bedieningshendel in de stoppositie '0' staat en voer daarna de aansluiting UIT. Trek steeds voor het onderhoud van uw toestel de stekker UIT.
Gebruik van de gasbranders
Inschakeling van branders
De symbolen van de hendels op het bedieningspaneel geven de positie van de brander aan.
Handmatige inschakeling van de gasbranders
Wanneer uw fornuis niet uitgerust is met een elektrische ontsteking of wanneer er een panne is aan het elektriciteitsnet dient u de onderstaande procedures na te leven: De kookvlakken uitgerust met veiligheden met thermokoppeling minimaliseren het gevaar wanneer de vlam per ongeluk dooft. Om deze reden houdt u tijdens het handmatige ontsteken de hendel van de kraan ingedrukt om stabiele vlammen te verkrijgen. Wanneer de vlammen onstabiel blijven nadat u de knop heeft losgelaten, hervat u de procedure. Wanneer de vlam dooft, sluit dan het thermokoppelsysteem de gastoevoer van de betreffende kraan maar de brander en worden zo de ophoping van onverbrand gas verhinderd. U bent verplicht ten minste 90 seconden te wachten alvorens de gasbrander na een automatische onderbreking opnieuw in te schakelen.
Handmatige inschakeling van de gasbranders
Bepaalde kookplaten beschikken over een automatische functie voor het ontsteken van de branders, hetzij via drukknop, hetzij via automatische ontsteking geïntegreerd in de hendels.
Ontsteking met behulp van de drukknop
Om de brander te ontsteken, gebruikt u de ontstekingsknop en draait u tegelijkertijd aan de hendel van de gewenste brander in tegenwijzerzin. Wanneer de ontsteking niet dadelijk tot stand komt, de hendel sluiten en enkele ogenblikken wachten.
Hervat de operatie. Wanneer er nog steeds geen ontsteking plaatsvindt [geen vonk bij de brander], sluit u de hendel.
Controleer de gastoevoer met een lucifer, controleer de elektrische voeding en bel de klantendienst bij een panne. Om de brander uit te schakelen, draait u de hendel in wijzerzin tot op de stand '0'.
Druk op de hendel van de kraan die overeenkomt met de gewenste brander. Draai het handvat in tegenwijzerzin.
De microschakelaar onder de hendel zal automatisch vonken opwekken bij de ontstekingskaars van de brander. Houd de druk op de hendel tot wanneer u een stabiele vlam ziet op de brander. Om de brander uit te schakelen, draait u de hendel in wijzerzin tot op de stand '0'.
Uitleg van de veiligheidsvoorziening thermokoppel
Een thermisch onderdeel detecteert de vlam van de brander en houdt de gaskraan open. Wanneer de vlam verdwijnt, zal het thermisch element het warmteverlies detecteren en zal alles de gastoevoer van de kraan onderbreken.
De hendels van de kookplaat hebben 3 standen: Stop (0), Maxi (symbool met grote vlam) en Mini (symbool met kleine vlam). Nadat u de brander heeft ingeschakeld op de stand 'Maximum' zoals hierboven uitgelegd, heeft u de mogelijkheid om de hoogte van de vlam in te stellen: tussen de standen 'Maximum' en 'Minimum'. Zet de hendel liever niet: tussen de standen 'Maximum' en 'Stop'.

- Na de inschakeling gaat u over tot de visuele controle van de vlammen. Wanneer u een gele punt ziet of sputterende of onstabiele vlammen, sluit u de gaskraan en controleert u of de kronen goed geplaatst werden.

OPGELET
- Opgelet, deze elementen worden erg warm; wacht tot ze afgekoeld zijn zodat u zich niet verbrandt.
- Waak erover dat er geen vloeistof in de branders loopt. Wanneer er per ongeluk vlammen uit de brander ontsnappen, sluit u de kranen, verlucht u de keuken met verse lucht en wacht ten minste 90 seconden alvorens de brander opnieuw in te schakelen.
Om de bereiding te stoppen, draait u de hendel van de brander in wijzerzin tot wanneer de markering van de hendel tegenover het punt '0' staat.
Uw kookplaat is uitgerust met branders met verschillende diameters. Om de doeltreffendheid van de branders te garanderen, dient u te letten op de omvang van de kookpotten die op de branders geplaatst worden en gebruikt u perfect vlakke kookpotten. Gebruik geen kookpotten met een bolle of holle bodem om energieverlies te vermijden. Gebruik kookpotten waarvan de grootte overeenkomt met de vlam. Wanneer u recipiënten gebruikt met afmetingen die kleiner zijn dan deze die hierna vermeld worden, zal dit tot een energieverlies leiden. Om het gas op de meest economische manier te gebruiken, stelt u de vlam in op de minimumstand zodra het kookpunt bereikt wordt.
We raden u aan uw kookrecipiënt systematisch af te dekken.

Snelle brander/wok: 22-26 cm Semi snelle brander: 14-22 cm Hulpbrander: 12-18 cm
Afbeelding 20
- Gebruik geen kookgerei dat voorbij het werkblad uitsteekt en waarvan de handvatten kunnen oververhitten.
- Wanneer u uw fornuis voor lange periodes niet gebruikt, sluit u systematisch de gastoevoerkraan.

OPGELET
- Gebruik enkel kookpotten met een platte en voldoende dikke bodem.
- Let erop dat de basis van de kookpot droog is alvorens deze op de branders te plaatsen.
- De temperatuur van de aan de vlam blootgestelde delen kan erg hoog oplopen tijdens het gebruik. Dit is de reden waarom het verplicht is kinderen en dieren buiten het bereik van de branders te houden tijdens en na de bereiding.
- Na het gebruik blijft de kookplaat een lange tijd erg warm. Raak de kookplaat niet aan en zet er geen voorwerpen op.
- Leg geen messen, vorken, lepels en deksels op de kookplaat, want die kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
Reiniging en onderhoud

OPGELET
Trek de stekker steeds uit het stopcontact alvorens van start te gaan met de reiniging.
Let erop dat alle hendels van de branders en bedieningen uitgeschakeld werden en dat het fornuis afgekoeld is alvorens de oven te reinigen. Controleer of de reinigingsproducten goedgekeurd en aanbevolen worden door de fabrikant alvorens ze te gebruiken. Gebruik geen bijtende crèmes, schurende reinigingsmiddelen, schuursponsjes, staalwol of hard gereedschap om schade aan de oppervlakken te voorkomen. Reinig de vloeistoffen die overliepen onmiddellijk met een passend product.
Reiniging van de gasbranders en de platen
Verwijder de geëmailleerde roosters, de branderdeksels en de bovenste branders. Reinig ze nauwgezet met zeephoudend water.
Spoel ze af en droog ze met een zachte doek (laat ze niet nat liggen). Na de reiniging moet u zich ervan vergewissen dat de onderdelen correct geplaatst zijn.
- Reinig een deel van de kookplaat niet met een staalwolsponsje. Dit zou het oppervlak kunnen krassen.
- De bovenste oppervlakken van de geëmailleerde roosters kunnen met de jaren veranderen door het feit van hun gebruik en de vlammen van de branders. Deze delen zullen niet aangetast worden door roest en dit is geen defect dat verband houdt met de productie.
- Tijdens de reiniging van de kookplaat moet u erover waken dat het water niet in de branders loopt om te voorkomen dat de injectoren verstopt raken.
Geëmailleerde onderdelen - onderdelen in roestvrij staal
Reinig deze regelmatig met lauw zeepsop en droog ze af met een droge doek om ze als nieuw te houden. Was ze niet wanneer ze nog warm zijn en gebruik nooit poeders of schurende reinigingsmiddelen. De volgende elementen niet langdurig in contact laten komen met de geëmailleerde onderdelen: azijn, koffie, melk, zout, water, citroen of tomatensap; deze dreigen het roestvrijstalen oppervlak onherroepelijk te beschadigen.
Andere controles
Controleer de geldigheidsdatum van de gastoevoerslang regelmatig. Vervang de slang zo snel mogelijk wanneer deze gaat verouderen.
Gelieve contact op te nemen met de klantendienst bij problemen tijdens het gebruik van de bedieningsknoppen van de branders en de oven (bijvoorbeeld knoppen die moeilijk verdraaien).
Dienst-na-verkoop en transport
Alvorens contact op te nemen met de Dienst-na-verkoop
Wanneer het fornuis niet werkt:
- Controleer of de kookplaat goed aangesloten is
- Controleer of er geen stroomonderbreking is en of er stroom op het stopcontact zit.
De branders van de kookplaat werken niet correct:
- Controleer of de elementen van de brander opnieuw op hun plaats staan (vooral na de reiniging of installatie).
- Het is mogelijk dat de gastoevoerdruk te klein of te groot is. Voor de fornuizen die werken met LPG-flessen (butaan of propaan) controleert u of de flessen niet leeg zijn.
Neem contact op met de klantendienst, indien het probleem blijft bestaan, zelfs nadat u bovenstaande controles heeft uitgevoerd.
We vestigen uw aandacht op het feit dat er geen garantie toegepast kan worden:
- Wanneer de beschadigingen afkomstig zijn van een oorzaak die vreemd is aan het toestel (schokken, abnormale variaties van de elektrische spanning...) of bij niet-naleving van de installatie- of gebruiksvoorwaarden aangegeven in de gebruikshandleiding, verkeerde bediening, verwaarlozing, verkeerde installatie of installatie die niet in overeenstemming met de regels is en voorschriften opgelegd door de organismen van de elektriciteitsdistributie.
- Wanneer de gebruiker een wijziging van het materiaal heeft aangebracht of de merken of serienummers heeft verwijderd.
- Wanneer een herstelling werd uitgevoerd door een persoon die niet erkend wordt door de constructeur of de verkoper.
Informatie betreffende het transport:
Wanneer u het fornuis dient te vervoeren, bewaart u de originele verpakking van het product en vervoert u het fornuis hierin. Leef de voorschriften die op de verpakking staan na. Plak de branders en de branderroosters vast zodat niets kan bewegen tijdens het transport of nog beter, leg deze elementen in een afzonderlijke doos.
Wanneer u niet meer over de originele verpakking beschikt, neemt u passende maatregelen om het fornuis te beschermen tegen valpartijen, in het bijzonder de buitenste oppervlakken (in glas en lak).
SELECTIEVE INZAMELING VAN ELEKTRISCH EN ELEKTRONISCH AFVAL

Dit toestel is voorzien van het AEEA-symbool, wat betekent dat het niet bij het huishoudelijk afval weggegooid mag worden op het einde van zijn levensduur, maar dat het naar een recyclagecentrum voor elektrische en elektronische huishoudtoestellen gebracht dient te worden. De opwaardering van afval vormt een belangrijke bijdrage
tot de bescherming van het milieu.
BESCHERMING VAN HET MILIEU - RICHTLIJN 2012/19/EU
Wanneer u versleten elektrische en elektronische apparaten recyclet, levert u een aanzienlijke bijdrage tot de bescherming van ons milieu en onze gezondheid. Dit dient echter wel te gebeuren volgens bepaalde regels en vraagt de betrokkenheid van zowel leverancier als consument.
Daarom mag uw toestel, zoals aangegeven door het symbool op het kenplaatje of de verpakking, in geen geval in een openbare of private vuilnisbak voor huishoudelijk afval gegooid worden. De gebruiker heeft het recht om het toestel naar een openbaar inzamelpunt voor selectieve afvalverwerking te brengen, zodat het toestel gerecycleerd of opnieuw gebruikt kan worden voor toepassingen conform de richtlijn.
Dit product wordt gegarandeerd voor een periode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum*, voor elke storing die het gevolg is van een fabricagefout of het materiaal. Gebreken of schade door slechte installatie, onjuist gebruik of abnormale slijtage van het product worden niet gedekt door deze garantie.
- op vertoon van kassabon.