CMA485GB1 - Magnetron BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CMA485GB1 BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Magnetron in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CMA485GB1 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CMA485GB1 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING CMA485GB1 BOSCH
Materiële schade vermijden 117
Voor het eerste gebruik 122
Reiniging en onderhoud 130
Storingen verhelpen 132
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en andere commerciële omgevingen, in boerderijen; van klanten in hotels en andere verblijven, in bed and breakfasts. ¡ tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau. Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. ▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte. ▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. ▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire. ▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm. Oververhitting van het apparaat kan een brand veroorzaken. Wanneer het apparaat achter een decor- of meubeldeur is ingebouwd, dan treedt er bij gebruik met gesloten decor- of meubeldeur hittestuwing op. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend bij geopende decor- of meubeldeur. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet. ▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen. ▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden. Accessoires of vormen worden zeer heet. ▶ Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. ▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage. ▶ Open de apparaatdeur voorzichtig.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan. ▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. ▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen. ▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen. ▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 146 WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. 1.5 Magnetron BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten. ▶ Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. ▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden. ▶ Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden. ▶ Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal. ▶ Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing. ▶ Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron. ▶ Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen. Spijsolie kan vlam vatten. ▶ Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen. ▶ Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen. ▶ Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen. ▶ Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. ▶ Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken. ▶ Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding. ▶ Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen. ▶ Verwijder altijd het deksel of de speen. ▶ Na het verwarmen goed roeren of schudden. ▶ Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de temperatuur te worden gecontroleerd. Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden. ▶ Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen. ▶ Houd altijd de opgaven op de verpakking aan. ▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte. Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben. ▶ Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. ▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten. ▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen. ▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron. Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd. ▶ Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron. ▶ Alleen vormen die geschikt zijn voor de magnetron in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Het apparaat werkt met hoogspanning. ▶ Nooit de behuizing verwijderen.
Materiële schade vermijden
WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid! Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie. ▶ Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen. ▶ Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur en deuraanslag altijd schoon. → "Reiniging en onderhoud", Pagina 130
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen. ▶ Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte, de deurafdichting of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is. ▶ Alleen door de servicedienst laten repareren. Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij. ▶ De afdekking van de behuizing nooit verwijderen. ▶ Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
2 Materiële schade vermijden 2.1 Algemeen
LET OP! Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden. ▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie. ▶ Veeg het condenswater na elk bereiding af. ▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren. ▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren. Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd. ▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen. ▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt. ▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken. ▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. ▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken. ▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt. LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd. ▶ Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat. Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting. ▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte. ▶ Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen. ▶ Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in. ▶ Gebruik maximaal 600 Watt. ▶ Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.
nl Milieubescherming en besparing Door het verwijderen van de afdekking wordt de magnetronvoeding beschadigd. ▶ Verwijder nooit de afdekking van de magnetron in de binnenruimte.
Ongeschikte vormen kunnen schade veroorzaken. ▶ Bij het gebruik van de grill, de gecombineerde magnetronwerking of de hete lucht alleen kookgerei gebruiken dat bestand is tegen hoge temperaturen.
3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven. ¡ Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20 % energie. Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. ¡ Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op. Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk. ¡ De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken. ¡ De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter. Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. ¡ De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden. Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte. ¡ Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden. Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien. ¡ Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien. Opmerking: Het apparaat verbruikt: ¡ in gebruik met ingeschakeld display max. 1 W ¡ in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W
Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen 4.1 Bedieningselementen Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Wanneer u de functiekeuzeknop van de nulstand naar een functie draait, duurt het enkele seconden tot de betreffende functie beschikbaar is.
Met de draaiknop wijzigt u de instelwaarden die op het display zijn geaccentueerd. Bij vele apparaatuitvoeringen kan de draaiknop worden verzonken. Bij keuzelijsten, bijv. programma's, begint na het laatste punt het eerste weer. Bij waarden, bijv. gewicht, moet u de draaiknop weer terugdraaien zodra de minimale of maximale waarde bereikt is.
Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en overige functies in. Bij vele apparaatuitvoeringen kan de functiekeuzeknop worden verzonken.
Touch-velden Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren. Symbool
Automatische programma's Snel voorverwarmen / kinderslot
Gebruik Vermogensstanden van de magnetron kiezen, of de magnetronfunctie samen met een verwarmingsmethode inschakelen. Selectie van de automatische programma's oproepen. Kort drukken: snel voorverwarmen activeren of deactiveren. Lang drukken: kinderslot activeren of deactiveren. Timer, tijdsduur of tijd instellen.
nl Uw apparaat leren kennen Symbool
Naam Temperatuur Gewicht Start/Stop
Gebruik Temperatuur instellen selecteren. Gewicht instellen selecteren. Kort drukken: in werking stellen of stoppen. Lang indrukken: werking beëindigen. De instellingen worden gereset.
Display Op het display ziet u de actuele instelwaarden of keuzemogelijkheden.
Actieve waarde Passieve waarde
De direct instelbare waarde is wit gemarkeerd en onderstreept met een rode balk. U kunt de actieve waarde met de draaischakelaar wijzigen. Waarden zonder haakjes kunt u niet direct wijzigen. Wanneer u een waarde wilt wijzigen, dan moet u de waarde eerst activeren.
Display-Elementen Hierna wordt de betekenis van de verschillende display-elementen kort toegelicht. Symbool
Naam Timer Tijdsduur
Kinderslot Snel voorverwarmen
Betekenis Wanneer het symbool is gemarkeerd, dan geeft het display de timertijd aan. Wanneer het symbool is gemarkeerd, dan geeft het display de tijdsduur aan. Wanneer het symbool is gemarkeerd, dan geeft het display de tijd aan. De tijd wordt in uren en minuten weergegeven. De tijd wordt in minuten en seconden weergegeven. Wanneer het symbool is gemarkeerd, dan is het kinderslot geactiveerd. Wanneer het symbool is gemarkeerd, dan is snel voorverwarmen geactiveerd. De temperatuur wordt aangegeven in °C. Het gewicht wordt in kg weergegeven.
Uw apparaat leren kennen Temperatuurindicatie De temperatuurindicatie geeft de voortgang van het opwarmen aan.
Na het begin van de werking, geeft de rode lijn in het onderste gedeelte van het display de voortgang van de opwarming van de binnenruimte aan. De lijn vult zich overeenkomstig de voortgang van de opwarming rood. Wanneer de lijn helemaal rood is gevuld, dan is het apparaat opgewarmd. Bij de grill is de opwarmlijn direct rood gevuld. Bij magnetronfunctie is er geen temperatuurindicatie. Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte. Nachtmodus Om energie te besparen wordt de displayhelderheid van 22.00 tot 5.59 uur automatisch gereduceerd.
4.2 Verwarmingsmethoden Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden. Symbool
Circulatielucht-grillen
30-70 °C Grillstanden: ¡ 1 = laag ¡ 2 = gemiddeld ¡ 3 = sterk -
4.3 Binnenruimte Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Verlichting van de binnenruimte Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting van de binnenruimte in zodra het gebruik wordt gestart. Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichting van de binnenruimte uit. Of de verlichting van de binnenruimte bij gebruik inschakelt, kunt u vastleggen in de basisinstellingen. → Pagina 129
Gebruik Voor het ontdooien, bereiden en verwarmen van gerechten en vloeistoffen.
Gistdeeg laten rijzen, slagroomtaarten ontdooien. Op één niveau bakken of braden. Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Servies voorverwarmen. Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Voor vele gerechten zijn er voorgeprogrammeerde instellingen.
Koelventilator De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven de apparaatdeur. LET OP! Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit. ▶ Dek de ventilatiesleuven niet af. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer het apparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijft het apparaat koud, de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneer het gebruik van de magnetron reeds is beëindigd.
Condenswater Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
4.4 Apparaatdeur Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Wanneer de apparaatdeur weer is gesloten, kunt u het gebruik met hervatten.
5 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat. Accessoires Rooster
Gebruik ¡ Rooster voor het bakken en braden bij ovenmodus. ¡ Rooster voor het grillen, bijv. van steaks, worstjes of toast ¡ Rooster als opstelvlak, bijv. voor ovenschotels
5.2 Toebehoren plaatsen Het toebehoren kan in twee posities worden geplaatst. ▶ Het toebehoren zo plaatsen, dat dit de deur van het apparaat niet raakt.
Het toebehoren hoog plaatsen. Het toebehoren laag plaatsen.
5.1 Meer accessoires Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet: www.bosch-home.com Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op. Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
De afbeelding toont de plaatsingspositie .
Glazen braadpan Gebruik ¡ Stoofgerechten ¡ Ovenschotels
Pizzaplaat Gebruik ¡ Plaatgebak ¡ Koekjes
De afbeelding toont de plaatsingspositie .
6 Voor het eerste gebruik Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Eerste keer in gebruik nemen
a De tijd is ingesteld. Opmerking: Om het stand-by verbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
Na de stroomaansluiting of een stroomonderbreking verschijnt op het display het verzoek om de tijd in te stellen. Het kan enkele seconden duren tot de melding verschijnt. ▶ Het apparaat op de stroom aansluiten. a De waarde : knippert op het display en brandt. 122
1. Met de draaiknop de tijd instellen. 2. indrukken.
De Bediening in essentie
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen. 1. Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden. 2. Sluit de apparaatdeur. 3. Stel met de functiekeuzeknop hete lucht in. 4. Met de draaiknop de temperatuur op 180°C instellen.
5. Druk op . a Het programma wordt gestart. 6. Druk na een uur op . 7. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. a Het apparaat is gereinigd. a Het apparaat is uitgeschakeld.
6.3 Accessoires reinigen ▶ Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een
zacht schoonmaakdoekje.
7 De Bediening in essentie 7.1 Apparaat inschakelen ▶ Draai aan de functiekeuzeknop om het apparaat in
te schakelen. a Het apparaat is klaar voor gebruik. a Op het display verschijnt een voorgestelde waarde.
7.2 Apparaat uitschakelen Schakel het apparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer er langere tijd niets wordt ingesteld, gaat het apparaat automatisch uit. ▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. a Het apparaat breekt de lopende functies af. a Het display geeft de tijd weer. a Sommige indicaties blijven ook te zien op het display wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
7.3 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen 1. Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmings-
methode instellen. Op het display verschijnt een voorgestelde waarde. Wijzig indien nodig de instellingen. Hiervoor op het betreffende veld drukken en met de draaiknop de waarde veranderen. Druk op . Het programma wordt gestart. brandt. Bij een verwarmingsmethode met temperatuur vult de temperatuurindicatie zich. Indien gewenst bij lopend bedrijf de temperatuur met de draaiknop wijzigen. Bij lopend bedrijf kunt u de temperatuur niet op 40 °C instellen.
7.4 Bedrijf onderbreken U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen. 1. Druk op of open de deur van het apparaat. a De werking wordt onderbroken. a knippert. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op . a De werking wordt voortgezet.
7.5 Bedrijf afbreken U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken. ▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. a Het apparaat breekt de lopende functies af.
7.6 Snel voorverwarmen Om tijd te besparen kunt u de opwarmtijd bij bepaalde verwarmingsmethoden vanaf een temperatuur van 100°C korter maken. Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie Snel voorverwarmen gebruiken: Hete lucht, uitzondering: hete lucht 40 °C ¡ ¡ Circulatiegrillen
Snel voorverwarmen instellen Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de accessoires en het product pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen. Stel een tijdsduur pas in, wanneer het snel voorverwarmen is afgerond. 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen. 2. Druk op . a Op het display brandt . 3. Druk op . a Het snel voorverwarmen start. brandt. a a Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, eindigt het snel voorverwarmen. Er klinkt een signaal en in het display dooft . Uw apparaat loopt verder met de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur. a Het snel voorverwarmen wordt na uiterlijk 15 minuten automatisch gedeactiveerd.
Snel voorverwarmen afbreken
▶ Druk op . a In het display dooft . Uw apparaat loopt verder met de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur.
7.7 Veiligheidsuitschakeling Voor uw beveiliging is het apparaat uitgerust met een veiligheidsuitschakeling. Het apparaat schakelt automatisch uit als het lang in gebruik is geweest. De tijdsduur tot de uitschakeling is afhankelijk van de instelling: ¡ Hete lucht 40 °C en voorverwarmen: 24 uur
¡ Hete lucht 100-230 °C en circulatiegrillen: 5 uur ¡ Grill: 90 minuten Indien het apparaat door de veiligheidsuitschakeling werd uitgeschakeld, wordt op het display weergegeven. U kunt deze melding bevestigen door op te drukken.
8 Magnetron Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
8.1 Magnetronvermogen Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan. Magnetronvermogen in watt 90 W 180 W 360 W 600 W
900 W Maximale tijdsduur
1:30 uur 1:30 uur 1:30 uur 1:30 uur 30 minuten
Gevoelige gerechten ontdooien. Gerechten ontdooien en verder bereiden. Vlees en vis klaarmaken of gevoelige gerechten opwarmen. Gerechten verwarmen en bereiden. Vloeistoffen verwarmen. Het maximale vermogen is niet bedoeld voor het verwarmen van gerechten.
Voorgestelde waarden Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijdsduur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
8.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken. Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit. Vormen testen op magnetronbestendigheid → Pagina 125 Geschikt voor de magnetron Vormen en accessoires Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: ¡ Glas ¡ Glaskeramiek ¡ Porselein ¡ Temperatuurbestendig kunststof ¡ Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten
Toelichting Hittebestendig materiaal wordt niet beschadigd door microgolven.
Vormen en accessoires Meegeleverde accessoires: rooster Bestek van metaal
Toelichting Het meegeleverde rooster is bestemd voor het apparaat en daarom geschikt voor de magnetron. Om kookvertraging te voorkomen kunt u metalen bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas. Opmerking: Metaal kan vonken veroorzaken, waardoor de binnenruimte en de binnenste deurruit beschadigd kunnen raken. Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn.
Magnetron Niet geschikt voor de magnetron Vormen en accessoires Vormen van metaal
Servies met goud- of zilverdecor
Toelichting Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Goud- en zilverdecor kan door de microgolven beschadigd raken. Gebruik dit alleen wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat het geschikt is voor de magnetron.
– Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
8.4 Magnetron instellen Voor uiteenlopende soorten gerechten en bereidingen zijn er verschillende vermogens en instellingen beschikbaar. LET OP! Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting. ▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
Magnetronbestendig bij gebruik van de functie CombiSpeed Bij gebruik van de functie CombiSpeed kan er een verwarmingsmethode met een magnetronvermogen van maximaal 600 W watt worden bijgeschakeld. Daarom kunnen metalen vormen worden gebruikt bij de functie CombiSpeed. Vormen en accessoires Meegeleverde accessoires
Bakvormen van metaal
Toelichting De meegeleverde accessoires, zoals bijvoorbeeld het rooster, vormen bij de functie CombiSpeed geen vonken. Gebak wordt ook van onderen bruin, omdat bakvormen van metaal de warmte beter geleiden. Opmerking: Metaal kan vonken veroorzaken, waardoor de binnenruimte en de binnenste deurruit beschadigd kunnen raken. Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn.
8.3 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen. 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op
de maximale vermogensstand.
3. In werking stellen met . 4. De vorm meerdere keren controleren:
– Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
1. De Veiligheidsinstructies → Pagina 115 en de aan2. 3. 4. 5. 6.
wijzingen ter voorkoming van materiële schade → Pagina 117 in acht nemen. De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht nemen. → Pagina 124 De functiekeuzeknop op zetten. Druk op om het gewenste magnetronvermogen in te stellen. Stel de gewenste tijdsduur in met de draaiknop. In werking stellen met . U kunt de tijdsduur te allen tijde tijdens het bedrijf met de draaiknop wijzigen. De tijdsduur loopt af en de magnetronfunctie start. Wanneer de tijdsduur afgelopen is, wordt de magnetronfunctie beëindigd en klinkt er een signaal. Draai wanneer het gerecht klaar is de functieknop op de nulstand.
8.5 Intervallen van de tijdinstellingen Het interval bij het instellen van een tijdsduur bij magnetronfunctie wijzigt zich met de lengte van de tijdsduur. Gebruiksduur 0-1 minuten 1-3 minuten 3-15 minuten 15 minuten - 1 uur 1 uur - 1 uur 30 minuten
Interval 5 seconden 10 seconden 30 seconden 1 minuut 5 minuten
8.6 Magnetronvermogen wijzigen ▶ Druk op
. Door meerdere malen drukken gaat men van het hoogste weer door naar het laagste magnetronvermogen. Wordt de magnetronfunctie pas na de start toegevoegd, dan pauzeert het apparaat. Start de werking met .
8.7 Bedrijf onderbreken U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen. 1. Druk op of open de deur van het apparaat. a De werking wordt onderbroken. a knippert. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op . a De werking wordt voortgezet. a brandt.
8.8 Bedrijf afbreken U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken. ▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. a Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.9 CombiSpeed Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u sommige verwarmingsmethoden in combinatie met de magnetron gebruiken. De functie CombiSpeed is mogelijk met de volgende verwarmingsmethoden: Hete lucht ¡ ¡ Circulatiegrill ¡ Grill Uitzonderingen: Magnetronvermogen 900 W ¡ ¡ Hete lucht 40 °C ¡ Servies voorverwarmen
CombiSpeed instellen Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in. 1. Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode. a Er verschijnt een voorgestelde waarde voor de temperatuur. 2. Stel de temperatuur in met de draaiknop. 3. Druk op om het gewenste magnetronvermogen in te stellen. a Er verschijnt een voorgestelde waarde voor de tijdsduur. 4. Stel de tijdsduur in met de draaiknop. 5. In werking stellen met . a De tijdsduur loopt af en het CombiSpeed gebruik start. a Wanneer de tijdsduur is verstreken dan wordt het CombiSpeed bedrijf beëindigt en klinkt er een signaal.
Magnetronvermogen wijzigen ▶ Druk op
Door meerdere malen drukken gaat men van het hoogste weer door naar het laagste magnetronvermogen. Wordt de magnetronfunctie pas na de start toegevoegd, dan pauzeert het apparaat. Start de werking met .
Bedrijf onderbreken U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen. 1. Druk op of open de deur van het apparaat. a De werking wordt onderbroken. a knippert. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op . a De werking wordt voortgezet. a brandt.
Bedrijf afbreken U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken. ▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. a Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.10 Binnenruimte verwarmen en drogen Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft. 1. Laat het apparaat afkoelen. 2. Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte. 3. Het vocht van de bodem van de binnenruimte afnemen. 4. Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode in. 5. Druk op . 6. Stel met de draaiknop de temperatuur op 150°C in. 7. Druk twee maal op . a is in het display gemarkeerd. 8. Stel met de draaiknop een tijdsduur van 15 minuten in. 9. In werking stellen met . a Het drogen start en eindigt na 15 minuten. 10. Open de apparaatdeur, zodat de waterdamp ontsnapt.
8.11 Droog de binnenruimte handmatig Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft. 1. Laat het apparaat afkoelen. 2. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte. 3. Droog de binnenruimte met een spons. 4. Laat de deur van het apparaat één uur geopend, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
Automatische programma's nl
9 Automatische programma's De automatische programma's ondersteunen u bij het bereiden van verschillende gerechten en kiest automatisch de optimale instellingen.
9.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te krijgen. ¡ Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
¡ Gebruik alleen vlees dat op koelkasttemperatuur is. ¡ Gebruik alleen diepvriesgerechten die direct uit de diepvries komen. ¡ Neem de levensmiddelen uit hun verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af. ¡ Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte. ¡ Gebruik uitsluitend vormen voor magnetrongeschikt krasbestendige vormen, bijv. van glas of keramiek.
9.2 Overzicht van de gerechten Het apparaat vraagt u het gewicht op te geven. U kunt alleen gewichten binnen het betreffende gewichtsgebied instellen. Ontdooien Nr.
Kip, stukken kip Vlakke open vorm
Gewichtsbereik Aanwijzingen in kg 0,2-1,0 Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. 0,2-1,0 Vloeistof tijdens het keren verwijderen, in geen geval verder gebruiken en niet met andere levensmiddelen in aanraking laten komen. 0,4-1,8 Vloeistof tijdens het keren verwijderen, in geen geval verder gebruiken en niet met andere levensmiddelen in aanraking laten komen. 0,2-1,0 Brood dient u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooien. Het wordt snel oudbakken. Haal indien mogelijk de boterhammen van elkaar.
Gewichtsbereik Aanwijzingen in kg 0,05-0,2 Geen rijst in kookbuiltjes gebruiken. Rijst schuimt sterk tijdens het koken. Stel het brutogewicht (zonder vloeistof) in. Twee tot tweeënhalf keer zoveel vloeistof bij de rijst doen. 0,15-1,0 In stukken van gelijke grootte snijden. Per 100 g 1 el water toevoegen. 0,15-1,0 In stukken van gelijke grootte snijden. Per 100 g 1 el water toevoegen.
Ovenschotel, diepvries Kip, heel Rosbief, medium
Gewichtsbereik Aanwijzingen in kg 0,4-1,2 De ovenschotel mag niet hoger zijn dan 3 cm. 0,5-2,0 Kant van de borst naar beneden. 0,5-1,5
nl Tijdfuncties Nr.
Gebraden vargesloten vorm kenshals Lamsvlees, me- gesloten vorm dium Gehaktbrood open vorm
Eenpansgehoge, gesloten recht met verse vorm ingrediënten
Gewichtsbereik Aanwijzingen in kg 0,5-2,0 0,8-2,0
9.3 Gerecht instellen 1. De functiekeuzeknop op zetten. a Op het display verschijnt het eerste gerechtnummer en een gewichtssuggestie. 2. Stel met de draaiknop het gewenste gerecht in. 3. Druk op . 4. Stel met de draaiknop het gewicht in. Vóór de start kan met en tussen het gerecht en het gewicht worden gewisseld. a Het apparaat stelt automatische de bijpassende tijdsduur in. 5. Druk op . Na de start kunnen het gerecht en het gewicht niet meer worden gewijzigd. Het ingestelde gewicht kan met worden weergegeven. a Het programma wordt gestart. a brandt. a U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. a Bij vele programma's klinkt een kort signaal, wanneer u het moet omroeren of moet keren. 6. Wanneer de tijdsduur is afgelopen:
Lamsvlees van de schouder of lamsbout zonder been Het gehakt mag niet hoger zijn dan 7 cm. Snijd het vel van de vis van tevoren in. Leg de vis in de “zwemstand" in de vorm. Doe bij elke hoeveelheid rijst de drievoudige hoeveelheid water en de viervoudige hoeveelheid groenten. Gebruik uitsluitend verse ingrediënten. Voer alleen het gewicht van de rijst in. Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
9.4 Bedrijf onderbreken U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen. 1. Druk op of open de deur van het apparaat. a De werking wordt onderbroken. a knippert. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op . a De werking wordt voortgezet. a brandt.
9.5 Bedrijf afbreken U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken. ▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. a Het apparaat breekt de lopende functies af.
10 Tijdfuncties Uw apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur alsmede de timer kunt instellen.
10.1 Tijdfuncties opvragen Vereiste: Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen verlicht. Tijdens de werking zijn timer en tijdsduur beschikbaar. Tijdens sluimerstand zijn timer en tijd beschikbaar. ▶ Druk op , totdat , of is benadrukt. a Op het display wordt de betreffende waarde weergegeven.
10.2 Tijd wijzigen Vereiste: Om de tijd te wijzigen, moet het apparaat zijn uitgeschakeld. 1. Druk twee maal op . a Op het display verschijnt en de tijd. 128
2. Met de draaiknop de tijd instellen. 3. indrukken.
a De tijd is ingesteld. a Wanneer niet wordt ingedrukt, wordt na enkele seconden de ingestelde waarde overgenomen. Opmerking: Om het stand-by verbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
10.3 Tijdsduur U kunt een tijdsbestek vastleggen waarna de functie automatisch wordt beëindigd. De tijdsduur kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
Tijdsduur instellen 1. 2. 3. 4.
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen. Druk op , totdat is benadrukt. Stel de gewenste tijdsduur in met de draaiknop. Druk op .
Kinderslot a Het programma wordt gestart. a brandt. a U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Tijdsduur beëindigen Vereiste: Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display wordt : weergegeven. 1. Druk op . a Het signaal is uitgeschakeld. 2. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. a Het apparaat is uitgeschakeld.
▶ Met de draaiknop de tijdsduur veranderen. a Naar enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur op het display. a U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Tijdsduur wissen 1. Druk op wanneer de timerfunctie is ingesteld. 2. Zet met de draaiknop de tijdsduur op : .
a Na enkele seconden wordt de tijdsduur verwijderd. Het apparaat onderbreekt de werking niet.
10.4 Wekker U kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloop een signaal klinkt. U kunt een timertijd van maximaal 24 uur instellen. De functie werkt onafhankelijk van de werking en andere tijdfuncties. Het timersignaal onderscheidt zich van andere signalen.
Timer instellen 1. Druk op , totdat is benadrukt. 2. Stel met de draaiknop de gewenste timertijd in.
a Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd. a De timer start. a Op het display brandt . a De timertijd loopt zichtbaar af.
Timer beëindigen Vereiste: Er klinkt een signaal. Op het display wordt : weergegeven. ▶ Druk op een willekeurig symbool. a De timer is uitgeschakeld.
▶ Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop. a Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd.
▶ Zet met de draaiknop de timertijd op : . a De timer is uitgeschakeld.
11 Kinderslot Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
11.1 Kinderslot activeren Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld. ▶ Druk ca. 4 seconden op . a Het bedieningspaneel is geblokkeerd. a Op het display verschijnt het symbool
a Wanneer een timertijd is ingesteld, dan loopt deze door. Zolang het kinderslot actief is, kan de timertijd niet worden gewijzigd. Geluidssignalen, bijv. na het verstrijken van de timertijd, kunnen door op een willekeurige knop te drukken worden beëindigd
11.2 Kinderslot deactiveren .
▶ Druk ca. 4 seconden op . a Het bedieningspaneel is ontgrendeld.
12 Basisinstellingen U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
12.1 Overzicht over de basisinstellingen Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat. Indicatie
Basisinstelling Signaalduur
Keuze = kort = 10 seconden = gemiddeld = 30 seconden1 = lang = 2 minuten Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
Beschrijving Signaalduur van het verstrijken van een tijdsduur of de timer instellen.
nl Reiniging en onderhoud Indicatie
Basisinstelling Toetssignaal
Verlichting van de binnenruimte Fabrieksinstelling
Keuze = uit = aan1 = laag = gemiddeld1 = hoog = uit = aan1 = uit = aan1 = uit1 = aan = uit1 = aan
= laag = gemiddeld1 = hoog Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
12.2 Basisinstellingen wijzigen Vereiste: Het apparaat moet uitgeschakeld zijn. enkele seconden ingedrukt. a Het display geeft de eerste basisinstellingen weer. 2. Wijzig de basisinstelling met de draaiknop. 3. indrukken. a Het display geeft de volgende basisinstelling weer. 4. Met alle gewenste basisinstellingen selecteren en de waarden wijzigen. 1. Houd
Beschrijving Toetssignalen in- of uitschakelen. Helderheid van display instellen. Tijd op het display weergeven. Verlichting van de binnenruimte in- of uitschakelen. Gewijzigde instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. Demomodus in- of uitschakelen. Opmerking: De demonstratiestand is alleen zichtbaar tijdens de eerste 5 minuten na aansluiting van het apparaat. Geluidssterkte van het signaal instellen.
5. Houd om de wijzigingen op te slaan,
enkele seconden ingedrukt houden. Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de gewijzigde basisinstellingen behouden.
12.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken ▶ Draai de functiekeuzeknop. a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
13 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
13.1 Reinigingsmiddelen Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat. ▶ Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes. ▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging. ▶ Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen. Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie. ▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen. In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
Reiniging en onderhoud
13.2 Apparaat reinigen Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet. ▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen. ▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Geen metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. Niet schuren. 3. Met een zachte doek nadrogen.
13.4 Voorzijde van het apparaat reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen. ▶ Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. ▶ Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. ▶ Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en
1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
een vaatdoek reinigen. Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal. 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel. 4. Met een zachte doek nadrogen.
2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderde-
13.5 Bedieningspaneel reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen. nemen. → Pagina 130
len en oppervlakken van het apparaat in acht nemen. 3. Indien niet anders vermeld: ‒ De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje. ‒ Droog na met een zachte doek.
13.3 Binnenruimte reinigen
LET OP! Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen. ▶ Het bedieningspaneel nooit nat afnemen. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of
een zachte, vochtige doek reinigen.
1. Houd de aanwijzingen bij de
3. Met een zachte doek nadrogen.
2. Gebruik heet zeepsop of azijnwater voor het reini-
13.6 Accessoires reinigen
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 130 aanhouden.
gen. 3. Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken. Gebruik geen ovenspray, andere agressieve ovenreinigingsmiddelen of schuurmiddelen. Om krassen op het oppervlak te voorkomen, geen schuursponsjes, ruwe sponsjes of panreinigingsmiddel gebruiken. Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen. 4. Met een zachte doek nadrogen.
1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
2. Ingebrande etensresten met een vochtige vaatdoek
en heet zeepsop losweken.
3. De accessoires met heet zeepsop en een vaatdoek
of een afwasborstel reinigen.
4. De roest met RVS-reiniger of in de vaatwasser reini-
gen. Gebruik bij sterke verontreiniging een RVS-spiraalspons of ovenreiniger. 5. Met een zachte doek nadrogen.
Glazen bodem reinigen 1. Houd de aanwijzingen bij de
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 130 aanhouden.
2. Glazen bodem met heet zeepsop en een zacht vaat-
nl Storingen verhelpen
13.7 Tips voor apparaatonderhoud
13.9 Deurafdichting reinigen
Neem de tips voor apparaatonderhoud in acht om de werking van het apparaat lang in stand te houden.
LET OP! Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen. ▶ Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen. ▶ Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
Maatregel Het apparaat altijd schoon houden en vuil direct verwijderen. Maak de binnenruimte na elk gebruik schoon. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Gebruik bij zeer vochtig gebak de pizza-bakplaat. Gebruik voor het braden een geschikte vorm, bijv. een braadslede. Speciaal geschikte schoonmaak- en onderhoudsmiddelen kunt u kopen bij de klantenservice. Houd u hierbij de betreffende aanwijzingen van de fabrikant aan.
Voordeel Dan zet het vuil zich niet vast en brandt niet in.
1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
2. Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een
3. Met een zachte doek nadrogen.
De binnenruimte wordt dan niet zo vuil. De binnenruimte wordt dan niet zo vuil.
13.8 Ruiten van de deur schoonmaken LET OP! Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen. ▶ Geen schraper gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
nemen. → Pagina 130 2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger. Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte. 3. Met een zachte doek nadrogen.
13.10 De binnenruimte handmatig drogen WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Laat het voor de reiniging afkoelen. 1. Verontreiniging in de binnenruimte verwijderen. 2. De binnenruimte drogen met een zachte doek. 3. De apparaatdeur open laten, tot de binnenruimte
volledig gedroogd is.
13.11 Reinigingsondersteuning De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsondersteuning instellen 1. Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje
2. Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voor-
komen. Zet het kopje in het midden van de binnenruimte. Magnetronvermogen op 600 W instellen. Tijdsduur op 5 minuten instellen. Magnetron starten. Na het verstrijken van de tijdsduur de deur nog 3 minuten gesloten laten. 8. De binnenruimte met een zachte doek afnemen. 9. De binnenruimte met geopende deur laten drogen. 3. 4. 5. 6. 7.
14 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
14.1 Functiestoringen Storing Apparaat werkt niet.
Oorzaak en probleemoplossing Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. Zekering is defect. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 146 Het apparaat warmt De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen. niet op, op het dis1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen. play knippert de dub- 2. Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de basisinstellingen. bele punt. De magnetronfunctie Storing wordt afgebroken. 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 146 De gerechten worden Er is een te klein magnetronvermogen ingesteld. langzamer warm dan ▶ Kies een hoger magnetronvermogen. voorheen. Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het toestel gedaan. ▶ Stel een langere tijdsduur in. Voor een dubbele hoeveelheid is de dubbele tijd nodig. De gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▶ Gerechten tussentijds omroeren of keren. De magnetron werkt De deur is niet helemaal gesloten. niet. ▶ Ga na of er etensresten of een vreemd voorwerp tussen de deur geklemd zitten. werd niet ingedrukt. . Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de tijd opnieuw in. → "Tijd instellen", Pagina 122
Op het display knippert 12:00 en het symbool brandt. Het toestel is niet in gebruik. Op het display wordt een tijdsduur weergegeven.
werd niet ingedrukt. .
14.2 Aanwijzingen op het display Storing Melding met "D" of "E" verschijnt in het display, bijv. D0111 of E0111.
Oorzaak en probleemoplossing Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 146
Oorzaak en probleemoplossing Melding verschijnt De automatische veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. in het display. ▶ Druk op een willekeurige button. Vocht in het bedieningspaneel. Melding verschijnt in het display. ▶ Bedieningspaneel laten drogen.
15 Afvoeren 15.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
16 Zo lukt het Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
16.1 Zo kunt u het best te werk gaan Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap optimaal kunt profiteren van het instellingsadvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat handmatig ideaal kunt gebruiken en instellen. Tip: Voor een selectie van gerechten heeft uw apparaat geprogrammeerde instellingen. Wanneer u zich door het apparaat wilt laten leiden, gebruik dan de automatische programma's. 1. Selecteer een passend gerecht uit de overzichten. Tips ¡ Houd de volgende basisinformatie aan wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt: – → "Veiligheid", Seite 113 – → "Energie besparen", Seite 118 – → "Condenswater", Seite 122 ¡ Wanneer u niet precies het gerecht of de toepassing vindt dat u wilt bereiden resp. uitvoeren, ga dan te werk aan de hand van een gelijksoortig gerecht. 2. Accessoires uit de binnenruimte nemen. 3. Geschikte vormen en accessoires kiezen. Gebruik het servies en accessoires welke in de instellingsaanbevelingen zijn aangegeven. 4. Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven. 5. Stel het apparaat in overeenkomstig de instellingsaanbevelingen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
16.2 Tips voor een acrylamide-arme bereiding Acrylamide is schadelijk voor de gezondheid en ontstaat wanneer u graanproducten en aardappelproducten bij zeer grote hitte bereidt. Gerecht Algemeen
Tip ¡ Houd de bereidingstijden zo kort mogelijk ¡ Gerechten goudbruin en niet een te donkere kleur laten krijgen. ¡ Gebruik grote, dikke producten. Deze bevatten minder acrylamide. ¡ De temperatuur bij hete lucht op max. 180°C instellen. ¡ Gebak en koekjes met ei of eigeel bestrijken. Dit vermindert de vorming van acrylamide. ¡ Frites gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. ¡ Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de frites niet uitdrogen.
16.3 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron. De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Het kan zijn dat u andere hoeveelheden heeft dan in de tabellen zijn aangegeven. Hiervoor geldt een vuistregel: dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Tips voor het ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron. Vraag U wilt een andere hoeveelheid bereiden dan in de tabel is aangegeven.
Tip De bereidingstijden overeenkomstig de vuistregel verlengen of verkorten: ¡ Dubbele hoeveelheid is = bijna de dubbele tijd ¡ Halve hoeveelheid = halve tijd
Ontdooien met de magnetron Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik open servies dat geschikt is voor de magnetron. ¡ De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren. Bij het keren de ontdooivloeistof verwijderen. ¡ Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt. ¡ Kwetsbare delen, zoals kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken, kunt u afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. De folie mag de wanden van de binnenruimte niet raken. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen. Gerecht
Accessoires / vormen
Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 800 g Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 1,0 kg Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 1,5 kg Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 200 g 1 Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 500 g 1 Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 800 g 1 Gehakt, gemengd, 200 g 2 Gehakt, gemengd, 500 g 2
De ontdooide delen van elkaar losmaken. Het reeds ontdooide vlees verwijderen. Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
nl Zo lukt het Gerecht
Groente, bijv. erwten, 300 g Groente, bijv. erwten, 600 g
Fruit, bijv. frambozen, 300 g Fruit, bijv. frambozen, 500 g
Gebak, droog, bijv. cake, 500 g Gebak, droog, bijv. cake, 750 g
Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, Open vorm kwarktaart, 500 g 3 Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, Open vorm kwarktaart, 750 g 3 1 De ontdooide delen van elkaar losmaken. 2 Het reeds ontdooide vlees verwijderen. 3 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
Magnetronvermogen in watt 1. 180 2. 90 180 1. 180 2. 90 180 1. 180 2. 90 1. 180 2. 90 1. 360 2. 90 1. 180 2. 90 1. 180 2. 90 90 1. 180 2. 90 1. 180 2. 90 1. 180 2. 90
Tijdsduur in min. 1. 8 2. 10-15 10-15 1. 8 2. 5-10 7-10 1. 8 2. 5-10 1. 1 2. 2-4 1. 1 2. 2-4 1. 6 2. 5-10 1. 12 2. 15-25 15-25 1. 5 2. 10-15 1. 5 2. 10-15 1. 7 2. 10-15
Ontdooien en opwarmen diepgevroren gerechten Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. ¡ De gerechten tussendoor 2-3 keer omroeren of keren. ¡ De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. Gerecht
Accessoires / vormen
Menu, bordgerecht, kant-en-klaar gerecht, 300-400 g Soep, 400 g Eenpansmaaltijd, 500 g Eenpansmaaltijd, 1 kg Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, 500 g Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, 1 kg Vis, bijv. filetstukken, 400 g Vis, bijv. filetstukken, 800 g Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, gekookt, 250 g
Gesloten Gesloten Gesloten Gesloten
Gesloten servies Gesloten servies Gesloten servies
Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, gekookt, 500 g Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortels, voorgegaard, 300 g Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortels, voorgegaard, 600 g Spinazie a la crème, 500 g
Opwarmen met de magnetron WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten. ▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Gerecht
Accessoires / vormen
Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. ¡ De gerechten tussendoor 2-3 keer omroeren of keren. ¡ De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. ¡ Babyvoeding: – Flesje zonder speen of deksel op het rooster plaatsen. – Na het opwarmen goed schudden of omroeren. – Absoluut de temperatuur van de flesvoeding controleren.
Menu, bordgerecht, kant-en-klaar ge- Open vorm recht, ca. 400 g Dranken, 200 ml Glas Doe een lepel in het glas Dranken, 500 ml Glas Doe een lepel in het glas Babyvoeding, bijv. flesjes melk, Flesjes zonder 150 ml 1 speen of deksel op de bodem van de binnenruimte plaatsen Soep, 2 koppen elk 175 g Open vorm Soep, 4 koppen, elk 175 g Open vorm 1 Na het verwarmen goed schudden of omroeren. Controleer de temperatuur.
nl Zo lukt het Gerecht
Accessoires / vormen
Plakken of stukken vlees in saus, Gesloten servies bijv. goulash, 500 g Eenpansgerecht, 400 g Gesloten servies Eenpansgerecht, 800 g Gesloten servies Groenten, 150 g Open vorm Groenten, 300 g Open vorm 1 Na het verwarmen goed schudden of omroeren. Controleer de temperatuur.
Bereiden met magnetron Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. ¡ De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. ¡ De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate. ¡ De groenten en de aardappelen in stukken van gelijke grootte snijden. Voor elke 100 g 1-2 el water toevoegen. Tussentijds doorroeren. ¡ Voor de rijst de dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen. Gerecht
Gesloten Gesloten Gesloten Gesloten Gesloten Gesloten
Zoete gerechten, bijv. pudding (inGesloten servies stant) 500 ml 1 1 Tussendoor met de gard 2-3 keer roeren.
Popcorn voor de magnetron Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik een platte, hittebestendige vorm. Gebruik geen porseleinen of sterk gewelfd bord. ¡ Plaats de glazen vorm altijd op het rooster. ¡ Al naar gelang de hoeveelheid de tijdsduur aanpassen. ¡ Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt, de popcornzak na 1 minuut en 30 seconden even uit de oven nemen en schudden. Let op: heet! Gerecht
Accessoires / vormen
Popcorn voor de magnetron, 100 g
Tijdsduur in min. 3-5
Tips voor het de volgende keer ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron. Vraag Uw gerecht is te droog.
Tip ¡ Verkort de tijdsduur of kies een lager magnetronvermogen. ¡ Dek het gerecht af en voeg meer vloeistof toe. Uw gerecht is na het ver- Verleng de tijdsduur. Bij strijken van de tijd nog grotere hoeveelheden en niet ontdooid, opgewarmd hogere gerechten is meer of gaar. tijd nodig. Uw gerecht is na het ver- ¡ Tussentijds doorroestrijken van de tijd van ren. binnen nog niet klaar, ¡ Verlaag het magnemaar van de buitenkant tronvermogen en verreeds oververhit. leng de tijdsduur. Uw vlees of gevogelte is ¡ Verlaag het magnena het ontdooien van bintronvermogen. nen nog steeds niet ont¡ Grote te ontdooien dooid, maar van buiten al producten meerdere gegaard. malen keren.
16.4 Taart en gebak Instelaanbevelingen voor taart en gebak. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Een lagere temperatuur resulteert in een gelijkmatigere bruining.
Tips voor het bakken Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u verzameld. Vraag Uw gebak moet gelijkmatig rijzen.
Tip ¡ Vet alleen de bodem van de springvorm in. ¡ Maak het gebak na het bakken voorzichtig met een mes los uit de bakvorm. Houd rondom elk stuk een minimale afstand van 2 cm aan. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. Steek met een houten prikker op het hoogste punt plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg aan het hout blijft kleven, dan is het gebak klaar. Stem het bakken dan af op soortgelijk gebak in de baktabellen. ¡ De vorm moet tot 250°C hittebestendig zijn. ¡ In deze vormen wordt het gebak minder bruin. ¡ Wanneer u de magnetron bijschakelt, wordt de tijdsduur eventueel korter dan wat in de tabel staat aangegeven.
Klein gebak mag tijdens de bereiding niet aan elkaar plakken.
Vaststellen of het gebak afgebakken is.
U wilt bakken volgens uw eigen recept. Gebruik bakvormen van siliconen, glas of kunststof.
Gebak in vormen Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Zet de vorm altijd in het midden van het rooster. ¡ Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron. ¡ Bakvormen van metaal zijn uitsluitend geschikt voor het bakken zonder magnetron. ¡ Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt. Gerecht Cake, eenvoudig
Accessoires / vormen 1
Krans- of rechthoekige vorm 1 Cake, fijn bijv. zandgebak Krans- of rechthoekige vorm Taartbodem van beslag Taartbodem vorm 1 Het gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
VerwarTemperatuur mingsme- in °C thode 170-180
Magnetron- Tijdsduur in vermogen in min. watt 90 40-50
nl Zo lukt het Gerecht
Accessoires / vormen
Vruchtentaart, fijn, van roer- Springvorm/ deeg tulbandvorm Biscuittaart, 3 eieren Springvorm Ø 26 cm Vruchten- of kwarktaart met Springvorm kruimeldeegbodem 1 Ø 26 cm Pizza Ronde piz zaplaat Hartig gebak, bijv. quiche Springvorm Ø 26 cm Notentaart Springvorm Ø 26 cm Gistdeeg met vochtige be- Ronde piz dekking zaplaat Broodvlecht van 500 g Ronde piz bloem zaplaat 1 Het gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
VerwarTemperatuur mingsme- in °C thode 170-190
Magnetron- Tijdsduur in vermogen in min. watt 90 30-45
Klein gebak Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Zet de vorm altijd in het midden van het rooster. ¡ Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt. Gerecht Koekjes Macarons Schuimgebak Muffins Bladerdeeggebak
Accessoires / vormen
Inschuifhoog- Verwarte mingsmethode Ronde pizzaplaat Ronde pizzaplaat Ronde pizzaplaat Muffinplaat op het rooster Ronde pizzaplaat
°C Tijdsduur in min.
Brood en broodjes Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Zet de vorm altijd in het midden van het rooster. ¡ Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt. Gerecht
Accessoires / vormen
Langwerpige bakvorm Ronde pizzaplaat
Broodjes, bijv. tarwebroodjes
Tips voor de volgende keer dat er gebakken wordt Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
°C Tijdsduur in min.
1. 10-15 2. 40-50 25-35
Zo lukt het Vraag Uw gebak zakt in.
Tip ¡ Houd de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept aan. ¡ Gebruik minder vloeistof. Of: ¡ Verlaag de baktemperatuur met 10 °C en verleng de baktijd. Uw gebak is te droog. Verhoog de baktemperatuur met 10 °C en verkort de baktijd. Uw gebak is over het ge- ¡ Controleer de inschuifheel te licht. hoogte en de accessoires. ¡ Verhoog de baktemperatuur met 10°C. Of: ¡ Verleng de baktijd. Uw gebak is aan de boPlaats het gebak één nivenkant te licht, maar aan veau hoger. de onderkant te donker. Uw gebak is aan de bo¡ Plaats het gebak één venkant te donker, maar niveau lager. aan de onderkant te licht. ¡ Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd Uw gebak is onregelmatig ¡ Verlaag de baktempegebruind. ratuur. ¡ Knip het bakpapier in de juiste afmetingen. ¡ Plaats de bakvorm in het midden. ¡ Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel mogelijk eenvormig maken. Uw gebak is van buiten ¡ Verlaag de baktempegaar, maar van binnen ratuur en verleng de nog niet goed doorbakbaktijd. ken. ¡ Minder vloeistof toevoegen. Bij gebak met vochtige bedekking: ¡ De bodem voorbakken. ¡ Bestrooi de gebakken bodem met amandelen of paneermeel. ¡ Leg de bedekking op de bodem.
Vraag Tip Het gebak laat niet los ¡ Laat het gebak na het wanneer u het uit de vorm bakken 5 - 10 minuten wilt storten. afkoelen. ¡ Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes. ¡ Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. ¡ Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi deze met paneermeel. Tussen vorm en rooster ¡ Controleer of de vorm ontstaan vonken. van buiten schoon is. ¡ Wijzig de positie van de vorm in de binnenruimte. ¡ Bak zonder magnetronfunctie verder en verleng de bakduur.
16.5 Braden en grillen Instellingsaanbevelingen voor bakken en grillen Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de kwantiteit en de kwaliteit van de gerechten. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in.
Braden in vormen Maakt u gerechten in servies klaar, dan kunt u ze eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en direct in het servies opdienen. Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner. Algemene richtlijnen voor braden in vormen ¡ Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron. ¡ Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie. ¡ Plaats de vorm op het rooster. ¡ Controleer van tevoren of de vorm in de binnenruimte past. ¡ Vormen van glas zijn het meest geschikt. Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter. Wanneer de ondergrond nat of koud is, dan kan het glas knappen. ¡ De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt. ¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan. Open vorm Gebruik een hoge braadvorm. Gesloten servies ¡ Gebruik een passend, goed sluiten deksel. ¡ Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
nl Zo lukt het ¡ Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar. ▶ Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Opmerkingen ¡ Mager vlees of stoofvlees – Ca. 1/2 cm hoog vloeistof in de vorm doen, bijv. water, wijn, azijn of iets soortgelijks. De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, van het materiaal van de vorm en van het feit of u een deksel gebruikt. In geëmailleerde of donkere metalen ovenschotels is meer vloeistof nodig dan in glazen servies. Voor stoofvlees iets meer vloeistof toevoegen. – Tijdens het braden verdampt de vloeistof. Indien nodig nog wat vloeistof erbij schenken. – Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd. ¡ Vis – Doe voor het stomen van vis 1-3 eetlepels vloeistof in de vorm, bijv. citroensap of azijn.
Grillen Grill gerechten die knapperig moeten worden. ¡ Grill altijd met een gesloten apparaatdeur. ¡ Niet voorverwarmen. ¡ Grillstukken van gelijk gewicht en gelijke dikte gebruiken. Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals. ¡ Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster. ¡ De grillstukken keren met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
¡ Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees. Opmerking: Donker vlees, bijv.rundvlees, wordt sneller bruin dan licht kalfs- of varkensvlees. Grillstukken van licht vlees of vis zijn vaak alleen aan de oppervlakte lichtbruin, maar van binnen gaar en sappig. Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de ingestelde grillstand. Bij het grillen kan rook ontstaan.
Tips voor het braden en stoven Houd deze tips aan voor goede resultaten bij braden en stoven. Vraag Tip Mager vlees moet niet uit- ¡ Bestrijk mager vlees drogen. naar wens met vet of leg er reepjes spek op. U wilt een braadstuk met ¡ Snij de zwoerd kruiszwoerd bereiden. lings in. ¡ Braad het braadstuk eerst met de zwoerd naar onder. De binnenruimte moet zo ¡ Bereid het product in schoon mogelijk blijven. een gesloten braadslede bij een hoge temperatuur. Vlees moet heet en sap¡ Wanneer het braadpig blijven, bijv. rosbief. stuk klaar is, deze 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte laten rusten. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen. ¡ Wikkel het product na de bereiding in aluminiumfolie.
Rundvlees Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Keer de rosbief en de rundersteaks na de helft van de bereidingstijd. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan. Gerecht
Accessoires / vormen
Gestoofd rundvlees, ca. 1 kg
Rooster Gesloten servies Rooster Open vorm Rooster Glazen schaal
Rosbief, medium, ca. 1 kg Rundersteak, medium, 2-3 stuks, 2-3 cm dik, elk 200 g
Verwarmingsmethode
Temperatuur in °C / grillstand 180-200
Magnetron- Tijdsduur in vermogen in min. watt 180 120-145
Varkensvlees Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Keer het braadstuk zonder zwoerd na de helft van de bereidingstijd. Laat het braadstuk tot slot nog ca.10 minuten staan. ¡ Leg het vlees met het zwoerd naar boven in de vorm. Snij de zwoerd in. Keer het braadstuk niet. Laat het braadstuk tot slot nog ca.10 minuten staan. ¡ Keer de halsstukken na 2/3 van de bereidingstijd. Gerecht
Accessoires / vormen
Vlees zonder zwoer, bijv. halsstuk, ca. 750 g
Rooster Gesloten servies Vlees met zwoer, Rooster bijv.schouder, ca. 1 kg Open vorm Halsstuk, 2-3 stuks, 2-3 cm Rooster dik Glazen schaal
Verwarmingsmethode
Temperatuur in °C / grillstand 220-230
Magnetron- Tijdsduur in vermogen in min. watt 180 40-50
Overige vleesgerechten Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Laat het gehakt tot slot nog ca. 10 minuten staan. ¡ Keer de worstjes na 2/3 van de bereidingstijd. Gerecht
Temperatuur in °C / grillstand 180-200
Magnetron- Tijdsduur in vermogen in min. watt 600 15-20
Gevogelte Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Leg hele kippen met de borstzijde naar beneden. Keer deze halverwege de bereidingstijd. ¡ Leg kipdelen en eendenborst met de huidzijde naar boven. Keer de gerechten niet. ¡ Keer ganzenbouten halverwege de bereidingstijd. Prik in de huid. Gerecht
Accessoires / vormen
Kip, heel, ca. 1,2 kg
Rooster Gesloten servies Rooster Open vorm Rooster Glazen schaal Rooster Open vorm
Verwarmingsmethode
Temperatuur in °C / grillstand 220-230
Magnetron- Tijdsduur in vermogen in min. watt 360 35-45
Vis Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Leg voor het grillen de hele vis, bijv. zalm of forel, in het midden van het rooster. ¡ Vet het rooster van te voren in met olie. Gerecht
Tips voor de volgende keer braden
Wanneer er bij het braden een keer iets niet direct lukt, dan vindt u hier tips.
Vraag Uw braadsaus is te licht en te waterig.
Vraag Uw braadstuk is te donker en de korst op sommige plekken verbrand. Uw braadstuk is te droog.
Wanneer u vlees stooft, brandt het vlees aan.
De korst van uw braadstuk is te dun.
Uw braadsaus is aangebrand.
Tip ¡ Kies een lagere temperatuur. ¡ Verkort de braadduur. ¡ Kies een lagere temperatuur. ¡ Verkort de braadduur. ¡ Verhoog de temperatuur. Of: ¡ Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in. ¡ Kies een kleinere vorm. ¡ Voeg bij het braden meer vloeistof toe.
Tip ¡ Kies een grotere vorm om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt. ¡ Voeg bij het braden minder vloeistof toe. ¡ Controleer of de braadvorm en het deksel bij elkaar passen en goed sluiten. ¡ Verlaag de temperatuur. ¡ Voeg bij het stoven vloeistof toe. ¡ Snij het braadvlees in stukken. ¡ Maak de saus in de braadvorm klaar. ¡ Leg de braadstukken in de saus. ¡ Met de magnetron de braadstukken gaar maken.
Uw braadstukken zijn niet gaar.
16.6 Ovenschotels, gratins en toast Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Gebruik voor ovenschotels en aardappelgratins een 4 tot 5 cm hoge magnetron- en hittebestendige ovenschotel. ¡ Laat ovenschotels en gratins nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven nagaren. ¡ Toast de sneetjes toast voor. Gerecht
Accessoires / vormen
Verwarmingsmethode
Temperatuur in °C / grillstand 140-160
Magnetron- Tijdsduur in vermogen in min. watt 360 25-30
16.7 Diepvries kant-en-klaar-producten Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking aan. ¡ De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. ¡ Patat, aardappelkroketten en rösti niet over elkaar leggen en na de helft van de bereidingstijd keren. Gerecht
Ronde pizzaplaat Aardappelkroketten Ronde pizzaplaat Rösti, gevulde aardappelRonde pizvormpjes zaplaat Strudel Ronde pizzaplaat Ovenschotels, bijv. lasagne, Gesloten serca. 450 g vies
10-15 1. 2 2. 13-18 10-15
16.8 Testgerechten Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Ontdooien met de magnetron Gerecht
Accessoires / vormen
Bodem van de binnenruimte
Bereiden met magnetron Instellingstemperaturen voor het bereiden van testgerechten met de magnetron. Gerecht
Bodem van de binnenruimte Bodem van de binnenruimte Bodem van de binnenruimte
1. 10-13 2. 20-30 8-10
Bereiden in combinatie met magnetron Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik voor de kip een hoge vorm.
nl Servicedienst ¡ Leg de kip met de borst naar onderen. Keer deze halverwege de bereidingstijd. Gerecht
Accessoires / vormen
Rooster Open vorm Rooster Open vorm Rooster Open vorm
Magnetron- Tijdsduur in vermogen in min. watt 600 20-25
Bakken Opmerking: De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Gerecht
°C Tijdsduur in min.
Grillen Opmerking: Keer de beefburger na de helft van de bereidingstijd. Gerecht
17 Servicedienst Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
17.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
18 Montagehandleiding Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
18.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten. ¡ Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden. ▶ Draag veiligheidshandschoenen WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
18.2 Veilige montage Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. ¡ De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling. ¡ Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade. ¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur. ¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen. ¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur van maximaal 90 °C, aangrenzende voorzijden van meubels tegen een temperatuur van maximaal 65 °C. ¡ Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
18.3 Elektrische aansluiting Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen een elektricien mag rekening houdende met de desbetreffende voorschriften een stopcontact plaatsen of een aansluitkabel vervangen. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact aansluiten. ▶ Wanneer de stekker na het inbouwen niet meer toegankelijk is, moet een schakelaar met een contactafstand van minstens 3 mm worden geïnstalleerd. De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
18.4 Inbouwmeubel Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast. De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben. Houd tussen de wand en de bodem van de kast of de achterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35 mm aan. De inbouwkast moet aan de voorkant een ventilatieopening van 50 cm² hebben. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen. Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen niet afdekken.
nl Montagehandleiding
18.5 Inbouw in een hoge kast
2. Schroef het apparaat op het meubel vast.
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
18.9 Apparaat demonteren 18.6 Inbouw onder een werkblad Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening. Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, neem dan het installatievoorschrift voor de kookplaat in acht.
18.7 Hoekinbouw Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht.
18.8 Apparaat inbouwen 1. Het apparaat gecentreerd uitlijnen.
1. Maak het apparaat spanningsloos. 2. Draai de bevestigingsschroeven los. 3. Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
Notice-Facile