PHP5320X - Inbouwfornuis PROGRESS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PHP5320X PROGRESS in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur PHP5320X PROGRESS
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Inbouwfornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PHP5320X - PROGRESS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PHP5320X van het merk PROGRESS.
GEBRUIKSAANWIJZING PHP5320X PROGRESS
Gebruiksaanwijzing User Instructions Inbouwfornuis Built-in under PHP 5320
2 progress Inhoud Waarschuwingen en belangrike veiligheidsinstructies Beschrijving van het apparaat …… Bedieningspaneel …. Bedieningspaneel . Eerste installatie Functiesymbolen Gebruik van de oven Programmeren van de oven . Speciale functies Bak-tabellen Reiniging en onderhoud Het oplossen van problemen … Technische gegevens … Instructies voor de installateur . Instructies voor de inbouw Klantenservice … Handleiding voor de gebruiksaanwijzing A Veiligheidsinstructies c&” Stap-voor-stap handieiding C €c Dit apparaat beantwoordt aan de volgende EEG-Richtlijnen: 2006/95 (laagspanningsrichtlin); - 89/336 (EMC-richtlin); - 93/68 (Algemene richitlijn}; en de daarop volgende wijzigingen. FABRIKANT: ELECTROLUX HOME PRODUCTSITALY S.p.A. Viale Bologna, 298 47100 FORLI (Italy)
3 progress A Waarschuwingen en belangrike veiligheidsinstructies Bewaar de bij dit apparaat geleverde gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Mocht het apparaat aan derden doorgegeven of verkocht worden, of indien u het apparaat wanneer u gaat verhuizen in uw oude woning achterlaat, dan is het van groot belang dat de nieuwe gebruiker over deze gebruiksaanwijzing en de aanwijzingen kan be- schikken. Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de veiligheid van de gebruikers en hun huisgenoten. Lees ze dus aandachtig door, voordat u het apparaat aansluit en/of in gebruik neemt. Installatie De installatie moet verricht worden door vakkundig personeel, met inachtneming van de geldende voorschriften. De afzon- derlike installatiewerkzaamheden zin be- schreven in de instructies voor de installateur. Laat de installatie en aansluiting uitvoeren door een vakman, overeenkomstig de hem, dankzi zijn vakkennis bekende richtlinen. Ook eventuele voor de installatie noodza- kelke wijzigingen aan de elektriciteits- voorziening moeten door een erkend installateur uitgevoerd worden. Deze oven is geschikt voor gebruik als afzonderlik apparaat of in combinatie met een elektrische kookplaat, voor aansluiting op een 1-,2- of 8-fasige spanningsbron (of groepen) van 230 V. De aansluiting op meerdere fasen zonder nulleider (400 V/) leidt tot het defect van de oven en de aangesloten kookplaten. Werking Deze oven is ontworpen voor de berei- ding van gerechten; gebruik hem nooit voor andere doeleinden. Tijdens de werking van de oven extra voorzichtig zijn. Door de grote hitte van de verwarmingselementen zijn de roos- ters en andere delen erg heet. Indien u - om welke reden dan ook - alu- miniumfolie in de oven gebruikt, laat dit dan nooit in direct contact komen met de bodem van de oven. Ga bi het reinigen van de oven voorzich- tig te werk: sproei nooit vloeistof op het vetfilter (indien aanwezig), de verwarmingselementen en de thermostaatsensor. Het is gevaarlijk veranderingen van welke aard ook aan te brengen aan het appa- raat of aan de kenmerken ervan. Tijdens het bak-, braad- en grillproces worden de ovendeur en de andere on- derdelen van het apparaat erg heet, Houd kinderen daarom uit de buurt van het apparaat. Indien er elektrische appa- raten worden aangesloten op stopcon- tacten in de buurt van de oven, let er dan op dat de aansluitsnoeren niet in aanra- king komen met hete opperviakken of vastgeklemd raken tussen de ovendeur. Gebruik altid ovenwanten om vuurvaste, hete schotels of schalen uit de oven te halen. Een regelmatige reiniging voorkomt de achteruitgang van het oppervlakte- material van de oven. Schakel voordat u de oven gaat reinigen de stroom uit of haal de stekker uit het stopcontact. Verzeker u ervan dat de oven in de stand «UIT» staat, als de oven niet meer ge- bruikt wordt. Het apparaat mag niet worden gereinigd met een stoomreiniger. Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers. U kunt daarmee krassen op de deur veroorzaken en dat kan leiden tot het barsten van het glas. Veiligheid Dit apparaat is bestemd voor gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om het door kinderen te laten gebruiken of hen ermee te laten spelen.
4 progress Houd kinderen uit de buurt, zolang de oven in werking is. Ook nadat u de oven heeft uitgeschakeld, blijft de deur nog lange tijd heet. Dit apparaat mag niet gebruikt worden door kinderen of andere personen wiens lichamelijke, motorische of geestelijke gesteldheid of gebrek aan ervaring en kennis die daardoor het apparaat niet kunnen gebruiken zonder supervisie of instructies van een verantwoordelijk persoon om zeker te zijn van dat het apparaat veilig kan worden gebruikt. Afvalverwerking ® Verpakkingsmateriaal De verpakking bestaat uit milieu- vriendelike materialen die geschikt zijn voor hergebruik. De onderdelen van kunststof zijn voorzien van de volgende merktekens, biv. >PE>, >PS< enz. Gooi de verpakkingsmaterialen weg in over- eenstemming met hun kenmerken bi de gemeentelike afvaldienst in de daarvoor bedoelde containers. CO Oude apparaten Het symboo À op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behan- deld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwi- derd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetail- leerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt ge- kocht. AN Let op: Opdat een afgedankt appa- raat geen gevaar meer oplevert, moet het voordat het als afval wordt ver- werkt, onbruikbaar gemaakt worden. Trek de stekker uit het stopcontact en verwijder de hoofdkabel van het apparaat. Klantenservice Laat controlewerkzaamheden of repara- ties uitvoeren door de klantenservice van de fabrikant of door een door de fabrikant geautoriseerde klantenservice en gebruik alleen originele onderdelen. Probeer nooit zelf storingen van of be- schadigingen aan het apparaat te repare- ren. Reparaties die door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden.
Beschrijving van het apparaat 5 progress
1. Bedieningspaneel 7. Ventilatiesleuf voor afkoelventilatie
2. Knop voor kookzone linksvoor 8 Grill
3. Knop voor kookzone linksachter 9. Binnenverlichting
4. Elektronische ovenregeling 10. Oven-ventilator
5. Knop voor kookzone rechtsachter 11. Typeplaatie
Knop voor kookzone rechtsvoor Accessoires Bakplaat Braadslede
6 progress Bediening Verzinkbare knoppen Deze modellen zijn uitgerust met verzinkbare knoppen. Deze schakelaar- knoppen werken volgens het druk-trek- principe. Ze kunnen volledig in het paneel worden verzonken wanneer de oven buiten bedfriff is. Bedieningsknop voor de kookplaat Op het bedieningspaneel bevinden zich de schakelknoppen voor de vier verwarmingselementen van de kookzones. De kookzones worden ingesteld met een schakelaar met 9 standen waarvan de volgende standen gebruikt kunnen worden: O=UIT 1= Minimum 9 = Maximum Tweekringskookzone - Inschakeling (zie de lijst van apparaten in hoofdstuk «Technische gegevens») Door de kookzoneknop van stand 9 in de stand Oy (near rechts) te zetten, worden de beide verwarmingskringen ingeschakeld!, “klik" is hoorbaar. Beide verwarmingskringen worden nu tegelijk ingeschakeld. Daarna wordt de gewenste stand ingesteld (knop naar links draaien). De bereiding van gerechten met olie of vetten zoals bijv. frites, mag niet zonder toezicht plaatsvinden, daar olie en vetten bij oververhitting gemakkelijk in brand kunnen viiegen.
Bedieningspaneel 7 progress Gaar- Temperatuur- functies indicatie © O0
2. Oven-functietoets
3. Snelopwarmfunctie
4. Pyrolytische reinigingsfunctie
5. Verlagingstoets “= (tijd of temperatuur)
6. Verhogingstoets “4” (tijd of temperatuur)
7. Kookwekker / bereidingsduur / einde bereidingsduur
Alle functies van de oven worden elektro- nisch geregeld. U kunt willekeurige combinaties van gaar- functies, gaartemperaturen en automatische tijdinstellingen kiezen. Opmerking Als de stroom uïtvalt bliven de instellin- gen (klok, ingesteld of lopend programma) ongeveer 3 minuten in het programma- geheugen beweard. Als de stroom langer uit- valt, worden alle instellingen gewist. Als de stroomtoevoer weer hersteld is, knipperen de cijfers in het display. De klok en de timer moe- ten in een dergelik geval wel opnieuw wor- den ingesteld.
8 progress Eerste installatie AN Verwijder al het verpakkings- materiaal binnen en buiten, voor- dat u de oven in gebruik neemt. Wanneer de oven voor het eerst op de elektriciteit wordt aangesloten, verschijnt in het display automatisch 12:00 en het sym- bool © knippert. Verzeker u ervan dat het juiste tijdstip van de dag is ingesteld voor het eerste gebruik van de oven. Om het juiste tijdstip van de dag in te stellen:
1. Druk op de toets © en, terwil het
symbool & knippert, stelt u met de toet- sen “…" of “4” de tijd in (af. 1). Het pijtjessymbool van de tijd B ver- dwijnt ongeveer 5 seconden na weer- gave van de precieze tijd.
2. Zodrahet symbool B niet meer knippert,
drukt u tweemaal op de © toets. Ga vervolgens te werk als onder punt 1. Voor het eerste gebruik Voordat u de oven in gebruik neemt, moet de oven opgewarmd worden zonder voed- sel. Ga als volgt te werk om dat te doen:
1. Druk op de toets (D) om de oven in te
2. Druk tweemaal op de toets O en kies
de functie «Hete lucht» (afb. 2).
3. Zet de temperatuur op 250°C, gebruik
daarvoor de toets “4”.
4. Laat de oven leeg ongeveer 45 minuten
5. Open een raam voor de ventilatie.
Doe dit opnieuw met de functie «Boven- en onderwarmte» en «Ventilatorgrill» gedu- rende zo’n 5-10 minuten.
Gedurende deze tid kan er een onaange- naam luchtje ontstaan. Dit is heel normaal. Het wordt veroorzaakt door fabricageresten. Laat de oven vervolgens afkoelen en reinig dan de ovenruimte met een in warm zeepsop vochtig gemaakte doek. Reinig ook de roosters en bakplaten voor het eerste gebruik grondig. Pak, om de deur te openen, altid de handgreep in het midden vast (afb. 3). “Aan-/Uit” - toets Voor het instellen van gaarfuncties of an- dere programma's moet de oven worden in- geschakeld. Als de knop © is ingedrukt, verschijnt in het display het ovensymbool en de oververlichting wordt ingeschakeld (afb. 4). Om te oven uit te schakelen, kunt u de knop ©. te allen tijde indrukken. Alle gaar- functies of programma's worden beëindigd, de ovenverlichting wordt uitgeschakeld en in de tijdindicatie verschijnt alleen nog de tijd van de dag. U kunt de oven te allen tijde uitschakelen. Zo kiest u een bereidingsfunctie
1. Schakel de oven in door op de O'ioets
2. Druk op de toets O om de gewenste
functie te selecteren. Elke keer dat toets O wordt ingedrukt, wordt een functie- symbool zichtbaar in het display en links van het geselecteerde functiesymbool verschijnt het bijbehorende functie- nummer (afb. 5).
3. Wanneer de vooraf ingestelde tempera-
tuur niet geschikt is, dan stelt u met de toets “ =" of “4” de temperatuur in. Het temperatuurniveau kan in stappen van 5 graden worden ingesteld. - Met het stijgen van de temperatuur in de oven begint het thermometersymbool (l langzaam te stijgen en geeft daarmee de daadwerkelijke oventemperatuur aan. Wanneer de gewenste temperatuur is bereikt, dan weerklinkt een kort akoes- tisch signaal en het thermometer- symbool ! gaat branden. 9 progress Afb. 3 Afb. 4 Afb. 5
10 progress De temperatuur en de tijd instellen Druk de toetsen “" en “4” in, om de vooraf ingestelde temperatuur te verhogen of verlagen, terwijl het symbool “°” knippert (afb. 6). De maximale temperatuur bedraagt 250°C. Druk de toetsen “=" en “4+" in, om de vooraf ingestelde temperatuur te verhogen of verlagen, terwijl het symbool & knippert. Veiligheidsthermostaat Om te voorkomen dat de oven overver- hit raakt (door onjuist gebruik van het appa- raat of vanwege defecte onderdelen), is de oven voorzien van een veiligheids- thermostaat die indien nodig de stroom- toevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven automatisch weer ingeschakeld. Als de veiligheidsthermostaat is geacti- veerd vanwege onjuist gebruik van het ap- paraat, hoeft u (nadat de oven is afgekoeld) alleen de fout te verhelpen. ls de thermo- staat echter geactiveerd vanwege een de- fect onderdeel, neem dan contact op met de klantenservice. Koelventilator De koelventilator koelt de oven en het bedieningspaneel. De ventilator wordt nadat de oven enkele minuten in werking is auto- matisch ingeschakeld. Warme lucht wordt door het paneel in de buurt van de greep van de ovendeur uitgeblazen. Nadat de oven is uitgeschakeld, blijft de ventilator mogelik nog even lopen om de bedienings- elementen te koelen. Dit is helemaal nor- maal. G De werking van de ventilator hangt af van hoe lang en op welke tempera- tuur de oven gebruikt is. Het is moge- ljk dat de ventilator helemaal niet in- geschakeld wordt op lagere temperatuurinstellingen of als de oven maar korte tijd gebruikt is. Afb. 6
Functiesymbolen 11 progress NES
sZ) Hete lucht - Bi) deze instelling kunt u op meerdere niveaus tege- likertid braden of bakken en bra- den, zonder dat dit tot aroma- overdrachtleidt. Voorafingestelde temperatuur: 175°C Boven- en onderwarmte - De warmte komt van boven en bene- den en wordt gelijkmatig in de ovenruimte verdeeld. Vooraf inge- stelde temperatuur: 200°C Onderwarmte - De warmite komt alleen van het onderste verwarmingselement in de oven- ruimte. Bi) deze instelling kunt u gerechten heel goed afmaken. Vooraf ingestelde temperatuur: 250°C Ventilatorgrill - Dit is een alternatieve gaarmethode voor gerechten die anders met de nor- male grill worden bereid. Het grill- element en de ventilator van de oven werken samen, zodat de hetelucht rond de gerechten cir- culeert. Vooraf ingestelde tempe- ratuur: 180°C Maximumtemperatuur: 200 °C. Grill - Via de grill gaat snel directe warmte naar het middelste ge- deelte van de grillpan. Met de grill kunnen goed kieinere hoeveelhe- den worden gegrilleerd. Op deze Wijze kan ook energie worden be- spaard. Vooraf ingestelde tempe- ratuur: 250 °C Ontdooien - De ventilator circuleert de hetelucht zonder warmte bij Kkamertemperatuur in de ovenruimte. Deze functie is bijzonder geschikt om kwetsbare levensmiddelen te ontdooien, die door opwarmen beschadigd raken, bijvoorbeeld taarten met crèmevulling, ijstaarten, gebak, brood en bakwaren van gistdeeg.
| Pyrolytische reiniging - Met deze functie kunt u de ovenruimte grondig reinigen.
12 progress Gebruik van de oven
Belangrijk! - Bekleed de oven niet met aluminiumfolie, en leg geen bak- platen e.d. op de bodem, aangezien anders het email van de oven bescha- digd raakt door de optredende warmtestuwing. Zet potten en pan- nen, hittebestendige potten en pan- nen alsmede aluminiumplaten altijd op het plateau, dat in één van de inzetniveaus is geschoven. Bij het ver- warmen van levensmiddelen komt stoom vrij net als in een ketel. Wan- neer de stoom in aanraking komt met de glazen deur van de oven, wordt er condens gevormd en ontstaan er waterdruppels. Warm de lege oven altijd 10 minuten voor, om condensvorming te beperken. Wij adviseren u na elke bereiding de wa- terdruppels weg te vegen.
De ovendeur moet tijdens het gaarproces gesloten zijn. Ga bij het openen van de ovendeur zorgvuldig te werk. Laat de deur niet Open vallen“, maar gebruik de deur- greep, tot de deur helemaal is geo- pend. De oven heeft vier inzetniveaus. De plaatsen voor het plateau worden van de bodem van de oven geteld, zoals aangegeven in de afbeelding. De plateaus moeten hoe dan ook op de juiste manier worden ingezet (zie afbeelding). Zet vaatwerk en pannen niet direct op de bodem van de oven.
Hete lucht De gerechten worden gegaard met hete lucht, die via een ventilator aan de achter- wand van de oven gelijkmatig in de binnen- ruimte van de oven wordt verdeeld. De warmte komt snel en gelijkmatig in alle ovenzones terecht. Dat betekent dat u tegelijkertijd verschillende gerechten op meerdere niveaus kunt bakken, braden en stoven. Deze gaarfunctie biedt de volgende voordelen: -__ Sneller voorverwarmen Doordat de heteluchtoven snel op tempe- ratuur komit, is het over het algemeen niet nodig om de oven voor te verwarmen. Welicht heeft u echter toch 5-7 minuten extra bereidingsduur nodig. Voor recepten die hogere temperaturen vereisen, zoals brood, pasteien, scones of soufflés, verkriigt u de beste resulitaten als de oven eerst wordt voorverwarmdl. -__ Lagere temperaturen Bereiding met hete lucht vereist over het algemeen lagere temperaturen dan berei- ding met boven- en onderwarmte. Houd de aanbevolen temperaturen in de bak- en braadtabel aan. Denk eraan, de temperaturen van uw eigen recepten voor boven- en onderwarmte met 20-25 °C te verlagen. -__ Gelijkmatige warmteverdeling bij het bakken De oven met ventilator verwarmt alle inzetniveaus gelijkmatig. Dit betekent dat verschillende baksels met hetzelfde voedsel tegelik in de oven bereid kunnen worden. De baksels op het bovenste niveau kunnen echter iets bruiner worden dan die op het onderste niveau. Dit is helemaal normaal. Aroma's en geuren worden daarbij niet van het ene op het andere gerecht overgedragen. Hoe gebruikt u de heteluchtfunctie
1. Oven inschakelen.
2. Druk daarvoor op de toets oven-func-
ties O tot het symbool [&) op het display verschijnt.
3. Indien nodig met de toetsen “4" of“ —"
de temperatuur instellen. 13 progress
14 progress Boven- en onderwarmte - De warmte wordt het beste verdeeld bij gebruik van het middelste niveau. Wan- neer U wilt dat uw baksel een bruinere bodem krijgt, moet u het op een lager ni- veau in de oven zetten. Wanneer u wilt dat uw baksel een bruinere bovenkant krijgt, moet u het op een hoger niveau in de oven zetten. - Het materiaal en de afwerking van de bakplaten en schalen is van invioed op de mate waarin het voedsel een bruin korstje krijgt. Email, donker, zwaar en met teflon gecoat bakgerei bevorderen het bruinen, terwijl bakgerei van glas, glanzend alumi- nium of gepolijst edelstaal warmte reflec- teren en afremmen. - _ Zet gerechten altid in het midden van het rooster, om een gelijkmatige bruining te garanderen. -_ Plaats schalen op een bakplaat van de juiste afmeting, om te voorkomen dat er voedsel op de bodem van de oven wordt gemorst en ervoor te zorgen dat de oven gemakkelijker kan worden gereinigd. - Zet no: gerechten, blikken of bakgerei direct op de bodem van de oven, omdat die erg heet wordt en het vaatwerk kan beschadigen. Als u deze instelling gebruikt komt de warmte van de bovenste en onderste verwarmings- elementen. Daarmee kunt u gerechten op één enkel niveau bereiden. Dit is bij- zonder geschikt voor gerechten, waarvan de bodem extra bruin moet worden, bijv. quiches en flans. Gratins, lasagnes en ovenschotels die ook wat extra bruinering aan de bovenkant vergen kunnen ook heel goed bereid worden in de conventionele oven. Gebruik van boven- en onderwarmte
1. Oven inschakelen.
2. Functie boven-/onderwarmte kiezen:;
Druk daarvoor op de toets oven-functies O: tot het symbool op het display verschijnt.
3. Indien nodig met de toetsen “4” of“
de temperatuur instellen.
Onderwarmte Deze functie is bijzonder geschikt voor het bakken van taart- en vlaaibodems, en voor het afbakken van quiches resp. flans, om ervoor te zorgen dat de quiche- resp. taartbodem gaar is. Grilleren - Te grileren gerechten moeten altid op het rooster van de grillplaat worden ge- plaatst, om ervoor te zorgen dat de lucht optimaal kan circuleren en het gerecht niet in het afdruipende vet resp. grillsap drijft. Als u dat wilt, kunt u gerechten zo- als bijv. vis, lever en niertjes direct op de grillplaat leggen. -__ Droog het voedsel véér het grillen goed af, zodat het niet gaat spatten. Strijk ma- ger vlees en vis licht in met een beetje olie of gesmolten boter, zodat de gerechten tijdens de bereiding mals blijven. - Meegegrilleerde bilagen zoals bijv. toma- ten of paddenstoelen kunnen tijdens het grillen van viees onder het grillrooster (di- rect op de grillplaat) worden gelegd. -_ Voor het roosteren van brood raden wij u aan het bovenste inzetniveau te gebrui- ken. - Indien nodig moet het voedsel tijdens de bereiding worden omgedraaid. Gebruik van de grill De grill levert snelle directe warmte voor het midden van de grillplaat. Door de kleine grill te gebruiken voor de bereiding van klei- nere hoeveelheden kunt u energie besparen.
1. Oven inschakelen.
2. Functie grill Kiezen:; druk daarvoor op de
toets oven-functies O tot het symbool op het display verschijnt.
8. Indien nodig met de toetsen “4" of “_"
de temperatuur instellen.
4. Kies het passende inzetniveau voor grill-
pan en rooster, al naargelang of het om platter of dikker grillgoed gaat. Volg ver- volgens de instructies voor het grillen op. 15 progress
16 progress Ventilatorgrill Dit is een alternatieve bereidings- methode voor gerechten die anders met de normale grill bereid worden. Grillelement en ventilator werken samen, zodat de hete lucht rond de gerechten circuleert. De noodzaak om het voedsel te controleren en om te draaien is daardoor minder. Ventilatorgrill minimaliseert kookluchtjes in de keuken. Met uitzondering van toast en biefstuk- ken, die van binnen rood moeten blijven, kunt u alle levensmiddelen met hete lucht bereiden die u normaal met boven- en onderwarmte zou bereiden. Het bereiden verloopt geleidelijker; ventilatorgrill vergt daarom iets meer tid dan conventioneel grillen. Een van de voordelen is dat grotere hoeveelheden tegelijkertid bereid kunnen worden.
1. Oven inschakelen.
2. Functie ventilatorgrill kiezen; druk
daarvoor op de toets oven-functies O: tot het symbool [Æ] op het display verschijnt.
3. Evt. op de toetsen “4” of “—" drukken,
om de temperatuurinstelling aan te pas- sen. Maximumtemperatuur: 200 °C.
4. Kies het passende inzetniveau voor grill-
pan en rooster, al naargelang of het om platter of dikker grillgoed gaat. Volg ver- volgens de instructies voor het grillen op. Ontdooien De ventilator loopt zonder warmte en laat de lucht bij kamertemperatuur in de binnen- ruimte van de oven circuleren. Hierdoor wordt het voedsel sneller ontdooid. De tem- peratuur in de keuken beïnvloedt echter de ontdooitijd. Deze functie is bijzonder geschikt om kwetsbare levensmiddelen te ontdooien, die door opwarmen beschadigd raken, bijvoor- beeld taarten met crèmevulling, ijstaarten, gebak, brood en bakwaren van gistdeeg.
Gebruik van de ontdooifunctie
1. Druk voor het inschakelen van de oven
2. Functie Ontdooien kiezen; druk daarvoor
op de toets Oven-functies O: tot het symbool [&] op het display verschijnt. Het display geeft de melding “def”. Œ Adviezen Bakken: Bakgoed vraagt gewoonlijk om een ge- middelde temperatuur (150°C-200°C). Daarom dient de oven ca. 10 minuten lang te worden voorverwarmd. Doe de ovendeur niet open voordat drie- kwart van de baktijd is verstreken. Bak kruimeldeeg in een springvorm of op een bakblik tot tweederde van de baktijd. Vervolgens kunt u het garneren en afbakken. De verdere baktijd hangt af van de soort en hoeveelheid garnering of vulling. Biscuitdeeg moet moeilijk van de lepel lopen. Door te vloeibaar deeg zou de baktijd onnodig langer duren. Worden twee bakplaten met gebak tege- likertijd in de oven geschoven, dan moet tus- sen de platen een inzetniveau open worden gelaten. Worden twee bakplaten met gebak tege- ljkertijd in de oven geschoven, dan moeten de platen na ongeveer 2/3 van de baktijd van boven naar beneden verwisseld en gedraaid worden. Braden: Neem geen braadstukken die minder wegen dan 1 kg. Kleinere stukken kunnen tijdens het braden uitdrogen. Donker viees, dat van buiten goed gebraden maar van bin- nen roze tot rood moet bliven, moet bi een hogere temperatuur (200°C-250°C) worden gebraden. Licht vlees, gevogelte en vis hebben daarentegen een lagere temperatuur (150°C- 175°C) nodig. Doe bij een korte bereidings- tijd de ingrediënten voor de saus ofjus direct aan het begin in de braadslede. In andere gevallen worden ze het laatste halfuur toege- voegd. 17 progress
18 progress U kunt controleren of het viees gaar is met behulp van een lepel: als het viees niet kan worden ingedrukt, is het gaar. Rosbief en ossenhaas, die van binnen roze moeten blij- ven, moeten op een hogere temperatuur en in kortere tijd worden gebraden. Bij het bereiden van vlees direct op het rooster de braadslede in het onderliggende inzetniveau schuiven. Laat het braadstuk minstens 15 minuten staan, zodat het vleesvocht niet kan weglo- pen. Om rookvorming in de oven te beperken, kunt u een beetje water in de braadslede gie- ten. Om condensvorming te voorkomen, een paar keer water toevoegen. Borden kunnen tot zi) geserveerd worden in de oven op de laagste temperatuur warm gehouden wor- den. Voorzich A De oven niet met aluminiumfolie bekleden en geen kookgerei, geen braadslede of bakplaat op de bodem leggen, aangezien an- ders het email van de oven door de optredende warmtestuwing beschadigd raakt. Bereiding; De bereidingstijden kunnen verschillen al naar gelang de samenstelling, ingrediënten en hoeveelheid vocht in de afzonderlijke ge- rechten. Noteer de instelgegevens bij de eerste keer bereiden resp. braden, om bij bereiding van dezelfde gerechten in de toekomst erva- ring te kunnen opdoen. U kunt de aangegeven waarden in de ta- bellen aanpassen op basis van uw eigen er- varingen.
1. Gebruik de toets © om de kookwekker-
functie te selecteren. Het overeenkom- stige symbool knippert en op het bedieningspaneel verschijnt “0.00” (afb. 7).
2. Stel met de toets “4” de gewenste tijd in.
De maximale tijdsduur is 23 uur 59 minu- ten. Nadat dit is ingesteld, wacht de kookwekker 3 seconden, waarna hij be- gint te lopen.
3. Na afloop van de geprogrammeerde tijd
hoor u een akoestisch signaal.
4. Druk op een willekeurige toets om het
signaal uit te schakelen. G Als de oven op dit moment werkt, wordt hij NIET uitgeschakeld. De kookwekker kan ook gebruikt worden als de oven uitgeschakeld is. De instelling van de kookwekker wijzi- gen: Druk op de toets ©. tot de symbolen en gaan knipperen. Nu kunt u de instelling van de kook- wekker wijzigen. Druk daarvoor op de toets "of "+ Zo schakelt u de kookwekker uit: druk op toets ©. tot de symbolen A en » gaan knipperen. De toets “=” indrukken om de tijds- aanduiding te resetten, tot het display “O.00" aangeeft (afb. 8). Zo programmeert u een uitschakeltijd van de oven
1. Zet gerechten in de oven, schakel de
oven in, kies de gewenste functie en stel indien nodig de gewenste temperatuur in.
2. De toets © indrukken, om de functie
“BereidingSduur” te Kkiezen. Het bereidingsduursymboo! |] knippert en op het display wordt “0.00” aangegeven (aïb. 9). Afb.7
3. Terwijl het symbool & knippert, met de
toets “4” de gewenste tid instellen. De maximale tijdsduur is 28 uur 59 minuten. De programmeerfunctie wacht 3 secon- den, waarna hij begint te lopen.
4. Na afloop van de geprogrammeerde tijd
wordt de oven automatisch uitgescha- keld. Er weerklinkt een akoestisch signaal en op het bedieningspaneel verschijnt “0.00”.
5. Druk op een willekeurige toets om het
signaal uit te schakelen. Zo annuleert u de bereidingstijd:
1. Druk op de toets © tot het symbool
2. Druk op de toets “=” om de tijds-
aanduiding te resetten, tot het display “0.00” aangeeft (afb. 10). Zo programmeert u het in-/uitschakelen van de oven
1. Stel de bereidingsduur in zoals beschre-
ven in het betreffende hoofdstuk.
2. Drukoptoets ©. tot de functie voor het
einde van de bereidingsduur | gese- lecteerd is en het betreffende symbool knippert. Op het bedieningspaneel wordt het eind van de bereidingsduur (actuele tijd plus aangegeven gaartijd ) weergege- ven - (afb. 11).
3. Druk op de toets “4” om het gewenste
einde van de bereidingsduur te selecte- ren.
4. 8 seconden na het instellen begint de
programmaschakelaar te lopen.
5. De oven wordt automatisch in- en weer
uitgeschakeld. Wanneer de oven wordt uitgeschakeld, klinkt er een akoestisch signaal.
6. Druk op een willekeurige toets om het
signaal uit te schakelen. Indien u het programma wilt annuleren, annuleert u eenvoudig de ingestelde tijdsduur. Afb. 10 Afb. 11
Speciale functies 21 progress Automatische uitschakeling van de oven Wanneer de instellingen niet worden ge- wijzigd, wordt de oven automatisch volgens onderstaande tabel uitgeschakeld (afb. 12). Temperatuurinstelling: | Uitschakeling oven: 250°C na 3 uur van 200 tot 245°C na 5,5 uur van 120 tot 195°C na 8,5 uur minder dan 120°C na 12 uur Restwarmtefunctie Als er een bereidingsduur is ingesteld, wordt de oven automatisch een paar minu- ten voor het einde van de geprogrammeerde bereidingsduur uitgeschakeld, zodat de ge- rechten in de oven zonder verder energie- verbruik helemaal gaar worden. Alle actuele instellingen worden getoond tot de bereidingsduur is afgelopen. Bij een bereidingsduur van minder dan 15 minuten kunt u deze functie niet gebruiken. Kinderblokkering voor de oven De bedieningselementen op de oven kunnen geblokkeerd worden, zodat de oven niet per ongeluk door kinderen kan worden inge- schakeld.
1. Schakel de oven uit en druk op de toets
2. Druk tegelikertijd de toetsen Oo _—
ongeveer 3 seconden lang in. Een akoes- tisch signaal weerklinkt en de melding «SAFE* verschint op het display (afb. 13).
8. De ovenis nu geblokkeerd. Er kunnen nu
geen afzonderlijke functies en ook geen temperatuur geselecteerd worden. Zo deblokkeert u de oven: Druk de toetsen O en “—" tegelikertijd ongeveer 3 secondenin. Er klinkt een akoes- tisch signaal en de weergave ,SAFE" ver- dwijnt. Nu kan de oven weer worden be- diend. oFr À ous
22 progress Snelopwarmfunctie Na selectie van een bereidingsfunctie en van de temperatuur warmt de oven lang- zaam op tot de gewenste temperatuur is bereikt. Dit duurt 10 tot 15 minuten, afhanke- lijk van de geselecteerde functie en tempera- tuur. Als de noodzakelike temperatuur sneller bereikt moet worden, kunt u de snelopwarm- functie gebruiken.
1. Druk voor het inschakelen van de oven
2. Stel de gewenste bereidingsfunctie en
temperatuur in zoals beschreven op de voorgaande pagina's.
3. Druk voor het kiezen van de temperatuur
op de toets “__" of “4”. De temperatuur wordt in het display aangegeven.
4. Druk optoets("]. In het temperatuurdis-
play verschiint ,FHU" (afb. 14).
5. Druk op toets O. Het symbool “°” knip-
pert ongeveer 10 seconden lang. Nu kunt u de temperatuur selecteren. Druk daarvoor op de toets “= of “4”.
6. Nadat de gewenste temperatuur bereikt
is, klinkt een korte signaaltoon en in de temperatuurweergave verschijnt weer de ingestelde temperatuur. Deze functie is bij alle bereidingsfuncties en temperaturen beschikbaar. Demo-modus Deze modus is bedoeld voor speciaalzaken om de ovenfuncties te presenteren zonder stroomverbruik, afgezien van de binnenverlichting, het display en de ovenventilator. Deze functie kan alleen bij eerste aansluiting worden ingeschakeld. Na een stroomuitval kan de demo-modus alleen worden ingeschakeld, wanneer in het display 12:00 en het symbool © automatisch knipperen.
1. Detoets ca. 2 seconden indrukken.
Er klinkt een kort signaal. Afb. 14
2. Druk de toetsen © en “—" tegelikertijd
in. Er klinkt een kort signaal en op het display verschijnt 12:00 (afb. 15). Bij het inschakelen van de oven verschijnt het symbool © op het display.Dat betekent dat de demo-modus geactiveerd is. Alle functies van de oven kunnen geselecteerd worden. De oven is niet echt in werking en de verwarmingselementen worden niet ingeschakeld. Schakel de oven uit en ga zoals hierboven beschreven te werk om de demo- modus weer uit te schakelen. (Gi) De demo-modus blift bij stroomuitval in het programma opgeslagen. Informatietoon regeltoets U kunt de oven zodanig instellen dat er altijd een signaal te horen is wanneer ü op een toets drukt. Deze functie kan alleen bij een uitgeschakelde oven worden geacti- veerd.
1. Druk de toetsen O en “+” tegelikertijd
ongeveer 3 seconden in. Het signaal klinkt één keer (afb. 16). Zo deactiveertu de informatietoonregel- toets:
1. Druk bij een ingeschakelde oven de toets
(0) in, zodat de oven wordt uitgescha- keld.
2. Druktu de toetsen O en “+” tegeliker-
tijd ongeveer 3 seconden in. Het signaal klinkt één keer. Foutcodes Het elektronische programmageheugen voert voortdurend een systeemdiagnose uit. Wanneer sommige parameters niet kloppen, worden de betreffende functies uitgeschakeld en op het display verschint de bibehorende foutcode (afb. 17). Meer hierover vindt u in het hoofdstuk “Het oplossen van problemen“. 23 progress Afb. 15 Afb. 16 - + 0 ee o Afb. 17
24 progress Bak-tabellen Boven- en onderwarmte en hete lucht G) Tijden zijn exclusief voorverwarmen. Lege oven altijd 10 Minuten voorverwarmen. Bover- en ondervanmie Hete lucht Griltija GERECHT. Niveau | Temp. | Nieay | Temp. Jin minuten| OPMERKINGEN fico| Elto © GEBAK Roerdeeg 2 170 |2(ten3)* | 160 45-60 Taartvorm Zandtaartdeeg 2 170 |2(ten3) | 160 20-30 Taartvorm Karnemelk-kaaskoek 1 175 2 165 60-80 | Taartvorm Appeltaart 1 170 |2(tens) | 160 90-120 | Taartvorm Strudel 2 180 2 160 60-80 Bakplaat Jamtaart 2 190 |2(ten3)*| 180 40-45 Taartvorm Cake 2 170 2 150 60-70 Taartvorm Scones 1 170 |2(ten3)| 165 30-40 Taartvorm Stol 1 150 2 150 120-150 | Taartvorm Pruimentaart 1 175 2 160 50-60 Broodpan Kleine taart 3 170 2 160 20-35 Bakplaat Biscuits 2 160 |2(1en3) | 150 20-30 Bakplaat Schuimgebak 2 135 |2(ten3) | 150 60-90 Bakplaat Met gist gebakken koekjes 2 200 2 190 12-20 | Bakplaat Gebak: Soezendeeg 20f3 210 |2(1en3) | 170 25-35 Bakplaat Taartjes 2 180 2 170 45-70 Taartvorm
Witbrood 1 195 2 185 60-70 Roggebrood 1 190 1 180 30-45 Broodpan Broodjes 2 200 |2({t1en3)* | 175 25-40 | Bakplaat Pizza 2 200 2 200 20-30 Bakplaat FLANS Pasta-flan 2 200 |2(1en3)* | 175 40-50 Bakvorm Groente-flan 2 200 |2(ten3)| 175 45-60 Bakvorm Quiches 1 210 1 190 30-40 Bakvorm Lasagne 2 200 2 200 25-35 Bakvorm GERRoni 2 200 2 200 25-85 Bakvorm Rund 2 190 2 175 50-70 Rooster Varken 2 180 2 175 100-130 | Rooster Kalf 2 190 2 175 90-120 | Rooster Engelse rosbief rood 2 210 2 200 50-60 Rooster rosé 2 210 2 200 60-70 Rooster doorbakken 2 210 2 200 70-80 Rooster Varkensschouder 2 180 2 170 120-150 | met zwoerd Varkenspoot 2 180 2 160 100-120 | s stuks Lamsvlees 2 190 2 175 110-130 | Bout Kip 2 190 2 200 70-85 Heel Kalkoen 2 180 2 160 210-240 | Heel Eend 2 175 2 220 120-150 | Compleet Gans 2 175 1 160 150-200 | Compleet Koniin 2 190 2 175 60-80 In stukken Haas 2 190 2 175 150-200 | In stukken Fazant 2 190 2 175 90-120 | Compleet Gebraden gehakt 2 180 2 170 |totaal.. 150] Broodpan VIS Forel/zeebrasem 2 190 |2(ten3) | 175 40-55 3-4 vissen Tonijn/zalm 2 190 |2(ten3) | 175 35-60 | 4-6 filets De aangegeven temperaturen zijn richtlinen. Zo nodig moeten de temperaturen aan uw persoonlike wensen worden aangepast. {* Indien u tegelikertijd meerdere gerechten bereidt, dan adviseren wi, deze op de tussen haakjes aangegeven niveaus te plaatsen.
25 progress G) Tijden zijn exclusief voorverwarmen. Lege oven altijd 10 Minuten voorverwarmen Grilleren Hoeveelheid Grilleren PAL [e) GERECHT Stuks 9. [Meu=\ Temp.(C)| te kant 2e kant Filetsteaks 4 800 3 250 12-15 12-14 Biefstuk 4 600 3 250 10-12 6-8 Grillworst 8 / 3 250 12-15 10-12 Varkenskotelet 4 600 3 250 12-16 12-14 Haantje (in 2 helften) 2 1000 3 250 30-35 25-30 Spiezen 4 / 3 250 10-15 10-12 Kippenborst 4 400 3 250 12-15 12-14 Hamburger* 6 600 2 250 20-30 *500° voorvenwarmen Visfilet 4 400 3 250 12-14 10-12 Belegd toastbrood 4-6 / 3 250 5-7 / Sneeën witbrood 4-6 / 3 250 2-4 2-3 Ventilatorgrill À Bij het ventilatorgrill stelt u een maximale temperatuur in van 200°C. Hoeveelheid | Grilen met hete lucht RE © GERECHT NET Stuks gr. 3 | Temp{C) 1e kant 2e kant Rollade (kalkoen) 1 1000 3 200 30-40 20-30 Kip (in helften) 2 1000 3 200 25-80 20-30 Kippenpoot 6 - 3 200 15-20 15-18 Kwartel 4 500 3 200 25-80 20-25 Groentegratin - - 3 200 20-25 - St. Jacobsschelpen - - 3 200 15-20 - Makreel 2-4 - 3 200 15-20 10-15 Vis moten 4-6 800 3 200 12-15 8-10 (G) De aangegeven temperaturen zijn richtlijnen. Zo nodig moeten de temperaturen aan uw persoonlijke wensen worden aangepast.
26 progress Reiniging en onderhoud Trek voordat u de oven gaat schoonmaken altijd eerst de stekker uit het stopcontact en laat de oven afkoelen.
Het apparaat mag niet worden gereinigd met een stoomreiniger.
Belangrijk: V66r alle reinigings- werkzaamheden het apparaat beslist spanningloos maken. Voor een lange levensduur is het nodig, regelmatig de volgende reinigings- werkzaamheden uit te voeren: + Maak de oven pas schoon als deze is af- gekoeld. + Maak de geëmailleerde delen schoon met een sopje. + Gebruik geen schuurmiddelen. +__ Droog de onderdelen van roestvrij staal en de glasplaat met een zachte doek. + Gebruik bij hardnekkige viekken normaal verkrijgbare reinigingsmiddelen voor roestvrij staal of warme azin. Het email van de oven is uiterst duur- zaam en in hoge mate resistent. Inwerking van hete vruchtenzuren (citroen, pruim en dergelijke) kan echter blijvende, matte en ruwe vlekken op het emailopperviak achter- laten. Dergelijke viekken op het hoog- glanzende opperviak van het email hebben echter geen invloed op de functies van de oven. Reinig de oven grondig na elk gebruik. Zo kunt u verontreinigingen het makkelijkst verwijderen. Verder inbranden wordt daar- door voorkomen. Reinigingsmiddelen Controleer voor het gebruik van schoonmaakmiddelen altijd of deze ge- schikt zijn voor uw oven en of ze door de fa- brikant worden aanbevolen. Reinigingsmiddelen met bleekmiddel mogen NIET worden gebruikt, aangezien deze de toplaag van de opperviakken dof kunnen maken. Gebruik geen agressieve schuurmiddelen. Buitenkant reinigen Neem regelmatig het bedieningspaneel, de ovendeur en de afdichting af met een zachte, goed uitgewrongen doek met warm water en wat vloeibaar reinigingsmiddel. Gebruik in geen geval de volgende mid- delen, om beschadiging van de glazen ovendeur te vermijden: + Huishoudreiniger en bleekwater + Geïmpregneerde reinigingssponzen, die niet geschikt zijn voor kookpannen met anti-aanbaklaag + Brillo- of staalwolsponsjes +__Chemische ovensponsjes of spuitbus- sen + Roestverwijderaars + Viekverwijderaars voor wasbakken/aan- rechten Reinig het venster aan de binnen- en buitenkant met een warm sopje. Mocht de binnenkant van de glazen deur erg vuil zin, gebruik dan reinigingsproducten als ‘Hob Brite'. Gebruik geen krabber om aan- gekoekt vuil te verwijderen.
De oven is bekleed met een speciaal hittebestendig email. Tijdens de pyrolytische zelfreiniging kan de temperatuur in het binnenste van de oven oplopen tot meer dan 500 °C en zo etensres- ten verbranden. Voor uw eigen veiligheid wordt de oven- deur tidens de pyrolytische reiniging automa- tisch vergrendeld, zodra de temperatuur in de binnenruimte ca. 300 °C bereikt. Na beëindiging van de zelfreiniging blift de ovendeur vergrendeld tot de oven is afge- koeld. De koelventilator blift in werking tot de ovenis afgekoeld. Het wordt geadviseerd alle voedselresten na de bereiding met een natte spons te verwijderen. Van tid tot tijd is echter een intensievere reiniging nodig, die u met de functie van de pyrolytische zelfreiniging kunt uitvoeren. Af- hankelijk van de vervuiling van de oven kunt u twee niveaus van pyrolytische zelfreiniging kiezen. Als de oven niet erg is vervuild, dan raden wWij aan de pyrolytische 1 functie (P l) op het programmeerdisplay te kiezen. Het is zinvol, de oven na elke pyrolytische reiniging af te nemen met een zachte spons die met zeepsop vochtig is gemaakt. Als de binnenkant van de oven erg is vervuild, dan raden wij aan de pyrolytische 2 functie (P 2) op het programmeerdisplay te kiezen. Tijdens de pyrolytische schoonmaak- functie kan de oven gedurende 2 uur niet worden gebruikt als de Pyr 1 functie is geko- zen en 2 1/2 uur als de Pyr 2 functie actief is. 27 progress Na een aantal bak- en braadprocessen en afhankelijk van de mate van vervuiling van de oven adviseert de Pyro Reminder een pyrolytische reinigingsfunctie uit te voeren. Er kiinkt een signaal en op het display brandt de melding Pyro ca. 15 seconden, er klinkt een tweede signaal. Kies afhankelik van de mate van vervuiling van de oven de geschikte pyrolytische reinigingsfunctie. Zolang er geen complete reinigingsfunctie wordt uitgevoerd, verschijnt telkens wanneer de oven wordt uitgeschakeld de melding van de Pyro Reminder op het display.
28 progress Gebruik van de pyrolytische zelfreiniging ÂÀ Voordat u de pyrolytische schoonmaakfunctie inschakelt, moet alle vuil worden verwijderd ‘en moet u controleren of de oven leeg Laat niets in de oven zit- ten (bijv. pannen, roosters, bak- plaat, braadslede, enz.), deze kunnen ernstig beschadigd ra- ken. ÂÀ Vergewist u zich er voor het in- schakelen van de pyrolytische reinigingsfunctie van of de oven- deur gesloten is. Gebruik tijdens de pyrolytische reiniging het kookraam niet, om- dat het apparaat hierdoor over- verhit en beschadigd kan raken. Tijdens de pyrolytische reiniging wordt de ovendeur erg heet. Houd kinderen uit de buurt totdat de oven is afgekoeld. Kies voor de pyrolytische zelfreiniging deze functie. De volgende pyrolytische reinigingsniveaus zijn beschikbaar: Pyrolyse 1 (P 1), duur : 2 uur = 30 min. opwarming +1 uur met 480°C + 30 min. afkoeltid. Pyrolyse 2 (P 2), duur : 2 uur 30 min. = 30 min. opwarming +1 uur 30 min. met 480°C + 30 min. afkoeltijd. De duur van de pyrolytische reiniging kan niet worden veranderd. G Voor het uitvoeren van de pyrolyse moeten de inhangroosters volledig worden verwijderd. Verwijderen Houd het inhangrooster aan de ene kant van de oven vast en schroef de kartelschroef voor eruit. Til het inhangrooster achter op om het uit de oven te halen. Ga met het inhangrooster aan de andere kant op dezelfde wijze te werk.
Reiniging De beide inhangroosters alleen met in de handel gebruikelijke schoonmaakmiddelen buiten reinigen. De inhangroosters mogen in de vaatwasser worden gereinigd. Breng de inhangroosters na het reinigen weer aan; Ga daarbij in omgekeerde volg- orde te werk.
Controleer voordat u de oven- roosters in de oven schuïft, of de kartelschroeven weer goed zijn vastgedraaid. Schakel de pyrolytische reinigingsfunctie op de volgende wijze in:
1. Schakel met de toets © de oven in.
Druk zo lang op toets O tot het symbool van de functie Pyro {niveau 1 -P1) op het display verschint (afb. 18). Het symbool |----{ en de melding Pyro knipperen tegelijkertijd op het display, er klinkt een signaal (afb. 19). Dit betekent dat u voor het inschakelen van de pyrolytische reiniging alle voorwerpen en de inhangroosters uit de binnenruimte van de oven moet verwijderen.
2. Het symbool “Bereidingsduur” ||
knippert 5 seconden; druk gedurende die tijd op de toets ‘=’ of ‘+' om pyrolytische functie 1 (Pl) of 2 (P 2)te kiezen (afb. 20).
3. Nadat u de pyrolytische functie heeft
gekozen, begint het symbool Pyro op het display te knipperen en wacht op de bevestiging dat de reinigingscyclus kan worden gestart.
4. Druk ter bevestiging van de gewenste
pyrolytische functie op de toets [#1]. De melding Pyro knippert niet meer en het symbool {----| verdwijnt, het akoestische signaal stopt, de 29 progress Pre bi L PI °00 © 0 ® - + © e © © e ©
Aïb. 18 o O0 ® © — + © © © e © @e © © Afb. 19 Afb. 20
30 progress binnenverlichting gaat uit en de pyrolytische reiniging begint (afb. 21). Naarmate de temperatuur in de oven toeneemit, stijgt het thermometersymbool (l langzaam en geeft daarmee de temperatuurstijging in het binnenste van de oven aan.
5. Na een tijdje wordt de ovendeur
vergrendeld en het bijbehorende symbool 42 verschint (afb. 22). Nu is de toets O niet meer actief. Na afloop van de pyrolytische zelfreiniging geeft het display de tijd van de dag aan. De ovendeur blijft vergrendeld. Zodra de oven is afgekoeld, klinkt een akoestisch signaal, het symbool verdwijnt en de deur wordt ontgrendeld. U kunt de pyrolytische reinigingscyclus op elk moment onderbreken. Druk daarvoor op de toets (D). G OPMERKING: Bi) de tijdaanduiding is de afkoeltijd inbegrepen. Mocht u tijdens het verloop van de pyrolytische zelfreiniging een kookfunctie inschakelen, dan wordt de reinigingscyclus automatisch onderbroken. G Na het vergrendelen van de ovendeur is de selectie van alle kookfuncties geblokkeerd. G) Wacht tot de ovendeur ontgrendeld is voordat u de oven gaat gebruiken.
Programmering van de pyrolytische reinigingscyclus (starttijdkeuze, automatisch stoppen) Wanneer u dat wilt, kunt u programmeren, wanneer de pyrolytische reiniging moet starten en stoppen.
1. Schakel met de toets (O) de oven in. Druk
Zo lang op toets O tot het symbool van de functie Pyro [7 {niveau 1 - Pl) op het display verschijnt. De melding Pyro en het symbool ----{ knipperen tegelijkertijd op het display en er klinkt een geluidssignaal. Dit betekent dat u voor het inschakelen van de pyrolytische reiniging alle voorwerpen en de inhangroosters uit de binnenruimte van de oven moet verwijderen (zie het vorige hoofdstuk).
2. Het symbool Bereidingsduur ||
knippert gedurende enkele seconden:; Druk gedurende die tijd op de toets ‘ _" of‘ _" om pyrolytische functie 1 (Pl) of 2 (P 2) te kiezen.
3. Nadat u de pyrolytische functie heeft
gekozen, begint het symbool Pyro op het display te knipperen en wacht op de bevestiging dat de reinigingscyclus kan worden gestart. Druk op dit moment op de tijdfunctietoets (O] {afb. 23). Het symbool “Einde bereiding" —3| en het pijlsymbool » knipperen. op het bedieningspaneel wordt het einde van de bereidingsduur (daadwerkelike tijd plus aangegeven bereidingsduur) getoond. Druk op ‘ —' of ‘+' om de gewenste tijd van het eind van de cyclus te selecteren (afb. 23). Na een paar seconden knipperen de melding Pyro en het symbool {----} niet meer, het geluidssignaal stopt en het symbool Bereidingsduur |] knippert tot de pyrolytische reinigingscyclus begint. 31 progress Afb. 23
4. Na een tijdje wordt de ovendeur
vergrendeld en het bijbehorende symbool,4 verschint. Na afloop van de pyrolytische reiniging wordt het tijdstip van de dag op het display weergegeven. De ovendeur is vergrendeld. Zodra de oven is afgekoeld, klinkt een akoestisch signaal en de ovendeur wordt ontgrendeld. U kunt de pyrolytische reinigingscyclus op elk moment onderbreken; Druk daarvoor op de toets ).
De ovendeur De ovendeur bestaat uit drie glasplaten. De ovendeur kan worden gedemonteerd en de binnenste glasplaten kunnen worden verwijderd, om het schoonmaken gemakkelijker te maken. AN Belangrijk - Verwijder de ovendeur voordat u de deur gaat reinigen. De ovendeur kan tijdens het monteren plotseling dichtvallen, als u de binnenste glasplaten aan het verwijderen bent. Æ Ga als volgt te werk:
1. Open volledig te deur.
2. Bepaal de positie van de twee
scharnieren (afb. 24).
3. Hef en draai aan de hendels op de twee
scharnieren (afb. 25).
4. Pak de deur aan de zijkanten vast en doe
hem voorzichtig dicht maar niet VOLLEDIG (afb. 26).
5. Trek de deur naar voren en verwijder
hem uit de inkeping (afb. 26).
6. Plaats de deur op een stabiel opperviak
Waarop een zachte doek is gelegd, om te voorkomen dat het opperviak wordt beschadigd (afb. 27). 33 progress
7. Ontgrendel het vergrendelsysteem om
de binnenste glasplaten te verwijderen (aïb. 28).
8. Draai de 2 houders 90° en verwijder ze
uit hun zitting (afb. 29).
9. Hef voorzichtig de bovenste plaat en
haal hem eraf (afb. 30).
10. Herhaal de procedure die beschreven is
onder punt 9. voor de middelste plaat, die aan vier zikanten voorzien is van een sierlijst (afb. 31).
Reinig de ovendeur met lauw water en een zachte doek. Gebruik geen producten zoals schuursponsies, staalwol, schuurmiddelen of zuren, omdat ze het speciaal warmtereflecterend opperviak van de binnenste glasplaten kunnen beschadigen. Na het reinigen dient u de glasplaten weer in de deur aan te brengen, volg hierbij de omgekeerde volgorde van de hier boven beschreven procedure. Zorg ervoor dat u de platen correct aanbrengt. cg Om deze handeling correct uit te voeren dient u als volgt te werk te gaan: a) de middelste afdekplaat, die op de vier zikanten voorzien is van een lijst, moet zodanig terug worden aangebracht dat de afdruk naar buiten is gericht. De zijde van de glasplaat is correct aangebracht als de afdruk op de plaat niet ruw aanvoelt, als u met uw vingers over het oppervlak wrifft. De middelste glasplaat moet worden aangebracht in de rechter zitting, zoals weergegeven in afb. 32. b) de bovenste plaat moet worden aangebracht zoals weergegeven in afb.
Nadat de glasplaten opnieuw zijn aangebracht in de ovendeur, dient u in omgekeerde volgorde de procedure te volgen die beschreven staat onder punt 8., om ervoor te zorgen dat de platen vergrendeld worden. À Maak de ovendeur nooiït schoon als hij warm is, de ruiten zouden kunnen barsten. Als u krassen of scheuren in de glasplaat consta- teert, onmiddellijk contact opne- men met de Klantenservice en de ruiten laten vervangen. 35 progress
36 progress Modellen van roestvrij staal of alumi- nium: Maak de ovendeur en het bedieningspaneel van roestvrij staal of aluminium schoon met een vochtige spons en droog hem daarna zorgvuldig af met een zachte doek. Gebruik geen metaalsponsjes, staalwol, zuren of schuurmiddelen die krassen op het opperviak kunnen veroorzaken. Reinigen van de ovendeurdichting Rond de opening van de oven is een afdichting aangebracht. AN Controleer de toestand van deze afdichting regelmati Wanneer u bescha gen aan de afdichting vaststelt, bel dan direct de dichtstbijzijnde klanten- service. Gebruik de oven niet, zolang de afdichting niet is vervangen. Vervangen van de binnenverlichting À Neem het apparaat van de stroomvoorziening zodat ook de zekering uitgeschakeld wordt. Als het ovenlampje moet worden ver- vangen, dan moet dit voldoen aan de vol- gende eisen: -__ Vermogen: 40 W - Voltage: 230 V (50 Hz) -__ Hittebestendigheid tot 300 °C -_ Soort aansluiting: E14 Deze lampen zijn verkrijgbaar bij uw vak- handelaar. cg 2Zo vervangt u de ovenlamp:
1. Vergewist u zich er eerst van dat de oven
is afgekoeld en van de stroom- voorziening is gescheiden.
2. Draai vervolgens de glazen afdekking
van de lamp linksom.
3. Verwijder de doorgebrande lamp en
sluit de oven weer aan op de stroom- voorziening.
87 progress Het oplossen van problemen Wanneer het apparaat niet goed werkt, controleer dan het volgende, voordat u zich tot het Electrolux Service-Center wendt. PROBLEEM OPLOSSING m De oven gaat niet aan. © druk op toets © en kies vervolgens een bereidingsfunctie.
© Heeïît de zekering in de meterkast gereageerd?
© Is de kinderblokkering voor de oven of de auto- matische uitschakeling actief?
© Is per ongeluk de demo-modus geactiveerd?
© Controleer of het apparaat correct is aangeslo- ten en de stopcontactschakelaar of de netst- roomtoevoer op AAN staan. ” De binnenverlichting van de oven brandt niet. © Druk op toets © en kies vervolgens een bereidingsfunctie.
© Controleer de gloeilamp, en vervang deze in- dien nodig (zie ,Vervangen van de binnenverlichting“). = Het bereiden van de gerechten duurt te lang, of ze worden te snel gaar. © Eventueel moet de temperatuur worden gewij- zigd,
© Raadpleeg de inhoud van deze gebruiksaan- Wijzing, met name het hoofdstuk ,Gebruik van de oven“ # Damp en condens slaan neer op de gerechten en in de oven- ruimte. © Laat de gerechten na het bereiden niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. m De ovenventilator maakt lawaai © Controleer of de roosters en het bakgerei niet tegen het achterpaneel van de oven trillen. ciffers verschijnt op het display. ” De foutcode “F” gevolgd door © \Vij verzoeken u de foutcode te noteren en door te geven aan de dichtstbijzijnde klantenservice. m Het display geeft “12.00”. © Klok gelik zetten (zie hoofdstuk "Om het juiste tijdstip van de dag in te stellen”).
38 progress Technische gegevens Vermogen verwarmingselementen Onderwarmte 1000 W Boven- en onderwarmte 1800 W Hete lucht 1825 W Grill 1650 W Ventilatorgrill 1675 W Pyrolytische reiniging 2475W Ovenverlichting 40W Motor van de heteluchtventilator 25W Motor koelventilator 25W Totale aansluitwaarde 2740W Spanning (50 Hz) 230 V-400 V 3N- Het apparaat kan met de volgende inbouwkookplaten en keramische glazen inbouwkookvelden worden gecombineerd: + Type keramische glazen kookplaat: PEM 6000 E Totale aansluitwaarde 6000 W Spanning (50 Hz) 230 V < Type keramische glazen kookplaat: PES 6000 E Totale aansluitwaarde 5800 W Spanning (50 Hz) 230 V + Type keramische glazen kookplaat: PES 6060 E Totale aansluitwaarde 7600 W Spanning (50 Hz) 230 V Maximaal nominaal verwarmingsvermogen + Oven + keramische glazen kookplaat 10340 KW Inbouw Hoogte Breedte Diepte Inzet Hoogte Breedte Diepte Ovencapaciteit 600 mm 560 mm 550 mm 335 mm 395 mm 400 mm
Instructies voor de installateur 39 progress A Inbouw en installatie moeten uitgevoerd worden met strikte inachtneming van de geldende voorschriften. Ingrepen mogen alleen worden uitgevoerd wanneer het apparaat is uitgeschakeld. Ingrepen mogen uitsluitend worden uïitgevoerd door een erkend installateur. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als de veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden. Elektrische aansluiting Let voor het aansluiten op het volgende: - De zekering en de huisinstallatie moeten op de max. belasting van het apparaat be- rekend zin (zie typeplaatje). - De huisinstallatie moet voorzien zijn van een aardaansluiting overeenkomstig de voorschriften en voldoen aan de betref- fende geldende voorschriften. - Het stopcontact of de meerpolige contact- verbreker moeten ook na voltooïng van de installatie van het apparaat makkelijk be- reikbaar zijn. Het apparaat wordt zonder aansluitsnoer geleverd, daar afhankelik van de aanwezige voedingsbron, een aansluitsnoer met stekker noodzakelik is dat voldoet aan de desbetref- fende norm en geschikt moet zin voor de op het typeplaatje aangegeven belasting. Steek de stekker in een geschikt stopcontact. De volgende typen aansluitsnoeren zijn geschikt, met inachtneming van de nominale doorsneden: HO7RN-F, HOSRN-F, HOSRR-F, HOSWV-F, HO5V2V2-F (T90), HO5BB-F. Als de aansluiting zonder stekker wordt uitgevoerd, of als de stekker tussen het ap- paraat en de aansluiting op het stroomnet niet toegankelijk is, moet er tussen het apparaat en de aansluiting op het stroomnet een meerpolige stroomonderbreker (bijv. zekeringen, LS-schakelaar) met een minimale afstand tussen de contacten van 3 mm aangebracht worden. De schakelaar mag de aardleiding nergens onderbreken. De geel-groene aardleiding dient 2-3 cm langer te zijn dan alle andere kabels.
40 progress Het aansluitsnoer moet in ieder geval zo- danig geplaatst zijn, dat het nergens 50°C (boven kamertemperatuur) bereikt. Na voltooide aansluiting moeten de verwarmingselementen gecontroleerd wor- den, door ze ong. 3 minuten in werking te stellen. Klemmenbord Het apparaat is met een gemakkelijk toegankelijke 6-polige aansluitklem uitgerust, waarvan de aansluitingen al voorbereid zijn op de werking met 400 V met nulleider (zie afbeelding). In geval van andere netspanningen moe- ten de aansluitingen van de aansluitklem overeenkomstig het schema afbeelding wor- den verlegd. De aardleiding komt op de klem © Kabel na het aansiluiten op de aansluitklem met een snoerontlastingsklem bevestigen. Elektrische aansli ing op de kookplaat A Let op: montagehandleiding voor de kookplaat, inbouwoven of schakelkast volgen! Dit apparaat kan worden aangesloten op de in hoofdstuk «Technische gegevens» aan- gegeven kookplaatmodellen. Het stopcontact voor het aansluiten van de kookplaat bevindt zich op de behuizing van de oven. Uit de inbouwkookplaat steken de aansluitkabels van de verwarmings- elementen en de aardkabel; deze kabels zijn voorzien van een steekaansluiting. Steek de stekker en de aansluitkabel in het desbetret- fende stopcontact van de oven. De mogelijk- heid van een verkeerde aansluiting is zo- doende uitgesloten. De fabrikant kan niet aansprakelijk ge- steld worden als de veiligheids- voorschriften niet opgevolgd worden.
Instructies voor de inbouw 41 progress Om een probleemloze werking van het inbouwapparaat te kunnen waarborgen, moeten de keukenmeubelen of de uitspa- ring waarin het apparaat wordt ingebouwd de geschikte afmetingen hebben. In overeenstemming met de geldende voorschriften moeten alle delen, die de be- scherming tegen aanraking van onder span- ning staande en geïsoleerde delen garande- ren, zodanig bevestigd zijn, dat ze niet zon- der gereedschap verwijderd kunnen wor- den. Hierbij hoort ook de bevestiging van eventuele afsluitende kanten aan het begin of einde van een rij inbouwapparaten. De bescherming tegen aanraking moet in ieder geval door het inbouwen gegaran- deerd zin. Het apparaat kan met de achterkant of zijkant tegen hogere keukenmeubelen, ap- paraten of wanden worden geplaatst. Aan de andere zijkant mogen er echter geen an- dere apparaten of meubelen van dezelfde hoogte als het apparaat geplaatst worden. Afmetingen van oven (zie afbeelding) Instructies voor de inbouw Om een probleemloze werking van het inbouwapparaat te kunnen waarborgen, moeten de keukenmeubelen of de uitspa- ring waarin het apparaat wordt ingebouwd de geschikte afmetingen hebben. Bevestiging in het meubel
1. Open de ovendeur.
2. Bevestig de oven met behulp van de vier
afstandshouders in de meubelen (zie af- beelding - A). Deze passen exact in de gaten van het frame. Draai aansluitend de vier meegeleverde houtschroeven vast (zie afbeelding - B). CCC
42 progress Klantenservice Wanneer het probleem na de beschreven controles niet kan wortden opgelost, bel dan de dichtstbijzijnde klantenservice van de fa- brikant en geef de aard van het defect, het model van het apparaat (Mod.), het productienummer (Prod. nr.) en het fabricagenummer (Ser. nr.) aan, die u op het typeplaatje van de oven vindt.
SimpelGids