PHP5320X - Inbouwfornuis PROGRESS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PHP5320X PROGRESS in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwoven |
| Merk | PROGRESS |
| Model | PHP5320X |
| Afmetingen (H x B x D) | 600 x 560 x 550 mm |
| Inhoud | 53 L |
| Voeding | 230 V, 50 Hz |
| Totaal vermogen oven | 2740 W |
| Kookfuncties | Hetelucht, boven- en onderwarmte, onderwarmte, grill, heteluchtgrill, ontdooien |
| Reiniging | Pyrolyse (twee niveaus: P1 en P2) |
| Veiligheid | Kinderslot, veiligheidsthermostaat, automatische uitschakeling, deurvergrendeling tijdens pyrolyse |
| Deurtype | Verwijderbare driedubbele beglazing |
| Aantal kookniveaus | 4 |
| Meegeleverde accessoires | Rooster, braadslee, bakplaat |
| Binnenverlichting | Ja, 40 W |
| Koelventilator | Ja |
| Bediening | Elektronisch met digitaal display |
| Soorten knoppen | Inbouw (push-pull systeem) |
| Buitenmateriaal | Roestvrij staal |
| Fabrikant | Electrolux Home Products Italy S.p.A. |
| Klantenservice | Neem contact op met de klantenservice van Electrolux |
Veelgestelde vragen - PHP5320X PROGRESS
Gebruikersvragen over PHP5320X PROGRESS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwfornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PHP5320X - PROGRESS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PHP5320X van het merk PROGRESS.
GEBRUIKSAANWIJZING PHP5320X PROGRESS
Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinstructies.... 3
Beschrijving van het apparaat 5
Bedieningspaneel 6
Bedieningspaneel 7
Eerste installatie 8
Functiesymbolen 11
Gebruik van de oven 12
Programmeren van de oven 19
Speciale functies 21
Bak-tabellen 24
Reiniging en onderhoud 26
Het oplossen van problemen 37
Instructies voor de installateur 39
Instructies voor de inbouw 41
Klantenservice 42
Handleiding voor de gebruiksaanwijzing

Veiligheidsinstructies

Stap-voor-stap handleiding

Adviezen

Milieu-informatie
CE Dit apparaat beantwoordt aan de volgende EEG-Richtlijnen:
- 2006/95 (laagspanningsrichtlijn);
- 89/336 (EMC-richtlijn);
- 93/68 (Algemene richtlijn);
en de daarop volgende wijzigingen.
FABRIKANT:
ELECTROLUX HOME PRODUCTS ITALY S.p.A.
Viale Bologna, 298
47100 FORLÏ (Italy)

Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinstructies
Bewaar de bij dit apparaat geleverde gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Mocht het apparaat aan derden doorgegeven of verkocht worden, of indien u het apparaat wanneer u gaat verhuizen in uw oude woning achterlaat, dan is het van groot belang dat de nieuwe gebruiker over deze gebruiksaanwijzing en de aanwijzingen kan beschikken.
Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de veiligheid van de gebruikers en hun huisgenoten. Lees ze dus aandachtig door, voordat u het apparaat aansluit en/of in gebruik neemt.
Installatie
- De installatie moet verricht worden door vakkundig personeel, met inachtneming van de geldende voorschriften. De afzonderlijke installatiewerkzaamheden zijn beschreven in de instructies voor de installateur.
- Laat de installatie en aansluiting uitvoeren door een vakman, overeenkomstig de hem, dankzij zijn vakkennis bekende richtlijnen.
- Ook eventuele voor de installatie noodzakelijke wijzigingen aan de elektriciteitsvoorziening moeten door een erkend installateur uitgevoerd worden.
- Deze oven is geschikt voor gebruik als afzonderlijk apparaat of in combinatie met een elektrische kookplaat, voor aansluiting op een 1-,2- of 3-fasige spanningsbron (of groepen) van 230 V. De aansluiting op meerdere fasen zonder nulleider (400 V) leidt tot het defect van de oven en de aangesloten kookplaten.
Werking
- Deze oven is ontworpen voor de bereiding van gerechten; gebruik hem nooit voor andere doeleinden.
- Tijdens de werking van de oven extra voorzichtig zijn. Door de grote hitte van de verwarmingselementen zijn de roosters en andere delen erg heet.
- Indien u - om welke reden dan ook - aluminiumfolie in de oven gebruikt, laat dit dan nooit in direct contact komen met de bodem van de oven.
-
Ga bij het reinigen van de oven voorzichtig te werk: sproei nooit vloeistof op het vetfilter (indien aanwezig), de verwarmingselementen en de thermostaatsensor.
-
Het is gevaarlijk veranderingen van welke aard ook aan te brengen aan het apparaat of aan de kenmerken ervan.
- Tijdens het bak-, braad- en grillproces worden de ovendeur en de andere onderdelen van het apparaat erg heet, Houd kinderen daarom uit de buurt van het apparaat. Indien er elektrische apparaten worden aangesloten op stopcontacten in de buurt van de oven, let er dan op dat de aansluitsnoeren niet in aanraking komen met hete oppervlakken of vastgeklemd raken tussen de ovendeur.
- Gebruik altijd ovenwanten om vuurvaste, hete schotels of schalen uit de oven te halen.
- Een regelmatige reiniging voorkomt de achteruitgang van het oppervlakte-materiaal van de oven.
- Schakel voordat u de oven gaat reinigen de stroom uit of haal de stekker uit het stopcontact.
- Verzeker u ervan dat de oven in de stand «UIT» staat, als de oven niet meer gebruikt wordt.
- Het apparaat mag niet worden gereinigd met een stoomreiniger.
- Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers. U kunt daarmee krassen op de deur veroorzaken en dat kan leiden tot het barsten van het glas.
Veiligheid
- Dit apparaat is bestemd voor gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om het door kinderen te laten gebruiken of hen ermee te laten spelen.
- Houd kinderen uit de buurt, zolang de oven in werking is. Ook nadat u de oven heeft uitgeschakeld, blijft de deur nog lange tijd heet.
- Dit apparaat mag niet gebruikt worden door kinderen of andere personen wiens lichamelijke, motorische of geestelijke gesteldheid of gebrek aan ervaring en kennis die daardoor het apparaat niet kunnen gebruiken zonder supervisie of instructies van een verantwoordelijk persoon om zeker te zijn van dat het apparaat veilig kan worden gebruikt.
Afvalverwerking

Verpakkingsmateriaal
- De verpakking bestaat uit milieu-vriendelijke materialen die geschikt zijn voor hergebruik. De onderdelen van kunststof zijn voorzien van de volgende merktekens, bijv. >PE>, >PS< enz. Gooi de verpakkingsmaterialen weg in overeenstemming met hun kenmerken bij de gemeentelijke afvaldienst in de daarvoor bedoelde containers.

Oude apparaten
- Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt gekocht.

Let op: Opdat een afgedankt apparaat geen gevaar meer oplevert, moet het voordat het als afval wordt verwerkt, onbruikbaar gemaakt worden.
Trek de stekker uit het stopcontact en verwijder de hoofdkabel van het apparaat.
Klantenservice
- Laat controlewerkzaamheden of reparaties uitvoeren door de klantenservice van de fabrikant of door een door de fabrikant geautoriseerde klantenservice en gebruik alleen originele onderdelen.
- Probeer nooit zelf storingen van of beschadigingen aan het apparaat te repareren. Reparaties die door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden.

- Bedieningspaneel
- Knop voor kookzone linksvoor
- Knop voor kookzone linksachter
- Elektronische ovenregeling
- Knop voor kookzone rechtsachter
-
Knop voor kookzone rechtsvoor
-
Ventilatiesleuf voor afkoelventilatie
- Grill
- Binnenverlichting
- Oven-ventilator
- Typeplaatje
Accessoires

Verzinkbare knoppen
Deze modellen zijn uitgerust met verzinkbare knoppen. Deze schakelaarknoppen werken volgens het druk-trekprincipe. Ze kunnen volledig in het paneel worden verzonken wanneer de oven buiten bedrijf is.

Bedieningsknop voor de kookplaat
Op het bedieningspaneel bevinden zich de schakelknoppen voor de vier verwarmingselementen van de kookzones. De kookzones worden ingesteld met een schakelaar met 9 standen waarvan de volgende standen gebruikt kunnen worden:
$$ 0 = \text { UIT } $$
Tweekringskookzone - Inschakeling (zie de lijst van apparaten in hoofdstuk «Technische gegevens»)
Door de kookzoneknop van stand 9 in de stand “☐” (naar rechts) te zetten, worden de beide verwarmingskringen ingeschakeld; “klik” is hoorbaar. Beide verwarmingskringen worden nu tegelijk ingeschakeld. Daarna wordt de gewenste stand ingesteld (knop naar links draaien).
De bereiding van gerechten met olie of vetten zoals bijv. frites, mag niet zonder toezicht plaatsvinden, daar olie en vetten bij oververhitting gemakkelijk in brand kunnen vliegen.


Drukknoppen
- AAN/UIT
- Oven-functietoets
- Snelopwarmfunctie
- Pyrolytische reinigingsfunctie
- Verlagingstoets “—” (tijd of temperatuur)
- Verhogingstoets “+” (tijd of temperatuur)
- Kookwekker / bereidingsduur / einde bereidingsduur
Alle functies van de oven worden elektronisch geregeld.
U kunt willekeurige combinaties van gaarfuncties, gaartemperaturen en automatische tijdinstellingen kiezen.
Opmerking
Als de stroom uitvalt blijven de instellingen (klok, ingesteld of lopend programma) ongeveer 3 minuten in het programma-geheugen bewaard. Als de stroom langer uitvalt, worden alle instellingen gewist. Als de stroomtoevoer weer hersteld is, knipperen de cijfers in het display. De klok en de timer moeten in een dergelijk geval wel opnieuw worden ingesteld.

Verwijder al het verpakkings- materiaal binnen en buiten, voor- dat u de oven in gebruik neemt.
Wanneer de oven voor het eerst op de elektriciteit wordt aangesloten, verschijnt in het display automatisch 12:00 en het symbool knippert.
Verzeker u ervan dat het juiste tijdstip van de dag is ingesteld voor het eerste gebruik van de oven.
Om het juiste tijdstip van de dag in te stellen:
- Druk op de toets 📁 en, terwijl het symbool ▶ knippert, stelt u met de toetsen “—” of “+” de tijd in (afb. 1). Het pijltjessymbool van de tijd ▶ verdwijnt ongeveer 5 seconden na weergave van de precieze tijd.
- Zodra het symbool ▶ niet meer knippert, drukt u tweemaal op de ⏻ toets. Ga vervolgens te werk als onder punt 1.
Voor het eerste gebruik
Voordat u de oven in gebruik neemt, moet de oven opgewarmd worden zonder voedsel.
Ga als volgt te werk om dat te doen:
- Druk op de toets Ⓐ om de oven in te schakelen.
- Druk tweemaal op de toets □ en kies de functie «Hete lucht» (afb. 2).
- Zet de temperatuur op 250°C, gebruik daarvoor de toets “+”.
- Laat de oven leeg ongeveer 45 minuten lang in werking.
- Open een raam voor de ventilatie.
Doe dit opnieuw met de functie «Boven- en onderwarmte» en «Ventilatorgrill» gedurende zo'n 5-10 minuten.

Afb. 1

Afb. 2
Gedurende deze tijd kan er een onaange-naam luchtje ontstaan. Dit is heel normaal. Het wordt veroorzaakt door fabricageresten.
Laat de oven vervolgens afkoelen en reinig dan de ovenruimte met een in warm zeepsop vochtig gemaakte doek. Reinig ook de roosters en bakplaten voor het eerste gebruik grondig. Pak, om de deur te openen, altijd de handgreep in het midden vast (afb. 3).
"Aan-/Uit" - toets
Voor het instellen van gaarfuncties of andere programma's moet de oven worden ingeschakeld. Als de knop Ⓕ is ingedrukt, verschijnt in het display het ovensymbool en de oververlichting wordt ingeschakeld (afb. 4).
Om te oven uit te schakelen, kunt u de knop Ⓕ. te allen tijde indrukken. Alle gaarfuncties of programma's worden beëindigd, de ovenverlichting wordt uitgeschakeld en in de tijdindicatie verschijnt alleen nog de tijd van de dag.
U kunt de oven te allen tijde uitschakelen.
Zo kiest u een bereidingsfunctie
- Schakel de oven in door op de Ⓐ toets te drukken.
- Druk op de toets □ om de gewenste functie te selecteren. Elke keer dat toets □ wordt ingedrukt, wordt een functiesymbool zichtbaar in het display en links van het geselecteerde functiesymbool verschijnt het bijbehorende functienummer (afb. 5).
- Wanneer de vooraf ingestelde temperatuur niet geschikt is, dan stelt u met de toets “—” of “+” de temperatuur in. Het temperatuurniveau kan in stappen van 5 graden worden ingesteld.
- Met het stijgen van de temperatuur in de oven begint het thermometersymbool langzaam te stijgen en geeft daarmee de daadwerkelijke oventemperatuur aan. Wanneer de gewenste temperatuur is bereikt, dan weerklinkt een kort akoestisch signaal en het thermometersymbool gaat branden.

De temperatuur en de tijd instellen
Druk de toetsen “—” en “+” in, om de vooraf ingestelde temperatuur te verhogen of verlagen, terwijl het symbool “o” knippert (afb. 6). De maximale temperatuur bedraagt 250°C.
Druk de toetsen “—” en “+” in, om de vooraf ingestelde temperatuur te verhogen of verlagen, terwijl het symbool ▶ knippert.
Veiligheidsthermostaat
Om te voorkomen dat de oven oververhit raakt (door onjuist gebruik van het apparaat of vanwege defecte onderdelen), is de oven voorzien van een veiligheids-thermostaat die indien nodig de stroom-toevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven automatisch weer ingeschakeld.
Als de veiligheidsthermostaat is geactiveerd vanwege onjuist gebruik van het apparaat, hoeft u (nadat de oven is afgekoeld) alleen de fout te verhelpen. Is de thermostaat echter geactiveerd vanwege een defect onderdeel, neem dan contact op met de klantenservice.
Koelventilator
De koelventilator koelt de oven en het bedieningspaneel. De ventilator wordt nadat de oven enkele minuten in werking is automatisch ingeschakeld. Warme lucht wordt door het paneel in de buurt van de greep van de ovendeur uitgeblazen. Nadat de oven is uitgeschakeld, blijft de ventilator mogelijk nog even lopen om de bedieningselementen te koelen. Dit is helemaal normal.

De werking van de ventilator hangt af van hoe lang en op welke temperatuur de oven gebruikt is. Het is mogelijk dat de ventilator helemaal niet ingeschakeld wordt op lagere temperatuurinstellingen of als de oven maar korte tijd gebruikt is.

Functiesymbolen

Hete lucht - Bij deze instelling kunt u op meerdere niveaus tegelijkertijd braden of bakken en braden, zonder dat dit tot aroma-overdracht leidt. Vooraf ingestelde temperatuur: 175°C

Boven- en onderwarmte - De warmte komt van boven en beneden en wordt gelijkmatig in de ovenruimte verdeeld. Vooraf ingestelde temperatuur: 200°C

Onderwarmte - De warmte komt alleen van het onderste verwarmingselement in de oven- ruimte. Bij deze instelling kunt u gerechten heel goed afmaken. Vooraf ingestelde temperatuur: 250°C

Ventilatorgrill - Dit is een alternatieve gaarmethode voor gerechten die anders met de normale grill worden bereid. Het grillelement en de ventilator van de oven werken samen, zodat de hetelucht rond de gerechten circuleert. Vooraf ingestelde temperatuur: 180°C

Maximumtemperatuur: 200 °C.
Grill - Via de grill gaat snel directe warmte naar het middelste gedeelte van de grillpan. Met de grill kunnen goed kleinere hoeveelheden worden gegrilleerd. Op deze wijze kan ook energie worden bespaard. Vooraf ingestelde temperatuur: 250 °C

Ontdooien - De ventilator circuleert de hetelucht zonder warmte bij kamertemperatuur in de ovenruimte. Deze functie is bijzonder geschikt om kwetsbare levensmiddelen te ontdooien, die door opwarmen beschadigd raken, bijvoorbeeld taarten met crèmevulling, ijstaarten, gebak, brood en bakwaren van gistdeeg.

Pyrolytische reiniging - Met deze functie kunt u de ovenruimte grondig reinigen.

Belangrijk! - Bekleed de oven niet met aluminiumfolie, en leg geen bakplaten e.d. op de bodem, aangezien anders het email van de oven beschadigd raakt door de optredende warmtestuwing. Zet potten en pannen, hittebestendige potten en pannen alsmede aluminiumplaten altijd op het plateau, dat in één van de inzetniveaus is geschoven. Bij het verwarmen van levensmiddelen komt stoom vrij net als in een ketel. Wanneer de stoom in aanraking komt met de glazen deur van de oven, wordt er condens gevormd en ontstaan er waterdruppels.
Warm de lege oven altijd 10 minuten voor, om condensvorming te beperken.
Wij adviseren u na elke bereiding de waterdruppels weg te vegen.

De ovendeur moet tijdens het gaarproces gesloten zijn.
Ga bij het openen van de ovendeur zorgvuldig te werk. Laat de deur niet „open vallen“, maar gebruik de deurgreep, tot de deur helemaal is geopend.

De oven heeft vier inzetniveaus.
De plaatsen voor het plateau worden van de bodem van de oven geteld, zoals aangegeven in de afbeelding. De plateaus moeten hoe dan ook op de juiste manier worden ingezet (zie afbeelding). Zet vaatwerk en pannen niet direct op de bodem van de oven.

Hete lucht
De gerechten worden gegaard met hete lucht, die via een ventilator aan de achterwand van de oven gelijkmatig in de binnenruimte van de oven wordt verdeeld.
De warmte komt snel en gelijkmatig in alle ovenzones terecht. Dat betekent dat u tegelijkertijd verschillende gerechten op meerdere niveaus kunt bakken, braden en stoven.
Deze gaarfunctie biedt de volgende voordelen:
- Sneller voorverwarmen
Doordat de heteluchtoven snel op temperatuur komt, is het over het algemeen niet nodig om de oven voor te verwarmen. Wellicht heeft u echter toch 5-7 minuten extra bereidingsduur nodig. Voor recepten die hogere temperaturen vereisen, zoals brood, pasteien, scones of soufflés, verkrijgt u de beste resultaten als de oven eerst wordt voorverwarmd.
- Lagere temperaturen
Bereiding met hete lucht vereist over het algemeen lagere temperaturen dan bereiding met boven- en onderwarmte.
Houd de aanbevolen temperaturen in de bak- en braadtabel aan. Denk eraan, de temperaturen van uw eigen recepten voor boven- en onderwarmte met 20-25 °C te verlagen.
- Gelijkmatige warmteverdeling bij het bakken
De oven met ventilator verwarmt alle inzetniveaus gelijkmatig. Dit betekent dat verschillende baksels met hetzelfde voedsel tegelijk in de oven bereid kunnen worden. De baksels op het bovenste niveau kunnen echter iets bruiner worden dan die op het onderste niveau.
Dit is helemaal normaal. Aroma's en geuren worden daarbij niet van het ene op het andere gerecht overgedragen.
Hoe gebruikt u de heteluchtfunctie
- Oven inschakelen.
- Druk daarvoor op de toets oven-functies □, tot het symbool 📋 op het display verschijnt.
- Indien nodig met de toetsen “+” of “—” de temperatuur instellen.
Boven- en onderwarmte
- De warmte wordt het beste verdeeld bij gebruik van het middelste niveau. Wanneer u wilt dat uw baksel een bruinere bodem krijgt, moet u het op een lager niveau in de oven zetten. Wanneer u wilt dat uw baksel een bruinere bovenkant krijgt, moet u het op een hoger niveau in de oven zetten.
- Het materiaal en de afwerking van de bakplaten en schalen is van invloed op de mate waarin het voedsel een bruin korstje krijgt. Email, donker, zwaar en met teflon gecoat bakgerei bevorderen het bruinen, terwijl bakgerei van glas, glanzend aluminium of gepolijst edelstaal warmte reflecteren en afremmen.
- Zet gerechten altijd in het midden van het rooster, om een gelijkmatige bruining te garanderen.
- Plaats schalen op een bakplaat van de juiste afmeting, om te voorkomen dat er voedsel op de bodem van de oven wordt gemorst en ervoor te zorgen dat de oven gemakkelijker kan worden gereinigd.
- Zet nooit gerechten, blikken of bakgerei direct op de bodem van de oven, omdat die erg heet wordt en het vaatwerk kan beschadigen. Als u deze instelling gebruikt komt de warmte van de bovenste en onderste verwarmings-elementen. Daarmee kunt u gerechten op één enkel niveau bereiden. Dit is bijzonder geschikt voor gerechten, waarvan de bodem extra bruin moet worden, bijv. quiches en flans.
Gratins, lasagnes en ovenschotels die ook wat extra bruinering aan de bovenkant vergen kunnen ook heel goed bereid worden in de conventionele oven.
Gebruik van boven- en onderwarmte
- Oven inschakelen.
- Functie boven-/onderwarmte kiezen; Druk daarvoor op de toets oven-functies □, tot het symbool □ op het display verschijnt.
- Indien nodig met de toetsen “+” of “—” de temperatuur instellen.
Onderwarmte
Deze functie is bijzonder geschikt voor het bakken van taart- en vlaaibodems, en voor het afbakken van quiches resp. flans, om ervoor te zorgen dat de quiche- resp. taartbodem gaar is.
Grilleren
- Te grilleren gerechten moeten altijd op het rooster van de grillplaat worden geplaatst, om ervoor te zorgen dat de lucht optimaal kan circuleren en het gerecht niet in het afdruipende vet resp. grillsap drijft. Als u dat wilt, kunt u gerechten zoals bijv. vis, lever en niertjes direct op de grillplaat leggen.
- Droog het voedsel vóór het grillen goed af, zodat het niet gaat spatten. Strijk mager vlees en vis licht in met een beetje olie of gesmolten boter, zodat de gerechten tijdens de bereiding mals blijven.
- Meegegrilleerde bijlagen zoals bijv. tomaten of paddenstoelen kunnen tijdens het grillen van vlees onder het grillrooster (direct op de grillplaat) worden gelegd.
- Voor het roosteren van brood raden wij u aan het bovenste inzetniveau te gebruiken.
- Indien nodig moet het voedsel tijdens de bereiding worden omgedraaid.
Gebruik van de grill
De grill levert snelle directe warmte voor het midden van de grillplaat. Door de kleine grill te gebruiken voor de bereiding van kleinere hoeveelheden kunt u energie besparen.
- Oven inschakelen.
-
Functie grill kiezen; druk daarvoor op de toets oven-functies □, tot het symbool ▼ op het display verschijnt.
-
Indien nodig met de toetsen “+” of “—” de temperatuur instellen.
-
Kies het passende inzetniveau voor grillpan en rooster, al naargelang of het om platter of dikker grillgoed gaat. Volg vervolgens de instructies voor het grillen op.
Ventilatorgrill
Dit is een alternatieve bereidingsmethode voor gerechten die anders met de normale grill bereid worden. Grillelement en ventilator werken samen, zodat de hete lucht rond de gerechten circuleert. De noodzaak om het voedsel te controleren en om te draaien is daardoor minder. Ventilatorgrill minimaliseert kookluchtjes in de keuken.
Met uitzondering van toast en biefstukken, die van binnen rood moeten blijven, kunt u alle levensmiddelen met hete lucht bereiden die u normaal met boven- en onderwarmte zou bereiden. Het bereiden verloopt geleidelijker; ventilatorgrill vergt daarom iets meer tijd dan conventioneel grillen. Een van de voordelen is dat grotere hoeveelheden tegelijkertijd bereid kunnen worden.
- Oven inschakelen.
-
Functie ventilatorgrill kiezen; druk daarvoor op de toets oven-functies □,
tot het symbool op het display verschijnt. -
Evt. op de toetsen “+” of “—” drukken, om de temperatuurinstelling aan te passen.
Maximumtemperatuur: 200 °C.
- Kies het passende inzetniveau voor grillpan en rooster, al naargelang of het om platter of dikker grillgoed gaat. Volg vervolgens de instructies voor het grillen op.
Ontdooien
De ventilator loopt zonder warmte en laat de lucht bij kamertemperatuur in de binnenruimte van de oven circuleren. Hierdoor wordt het voedsel sneller ontdooid. De temperatuur in de keuken beïnvloedt echter de ontdooitijd.
Deze functie is bijzonder geschikt om kwetsbare levensmiddelen te ontdooien, die door opwarmen beschadigd raken, bijvoorbeeld taarten met crèmevulling, ijstaarten, gebak, brood en bakwaren van gistdeeg.
Gebruik van de ontdooifunctie
-
Druk voor het inschakelen van de oven op de toets Ⓔ.
-
Functie Ontdooien kiezen; druk daarvoor op de toets Oven-functies □, tot het symbool ⚙ op het display verschijnt.
-
Het display geeft de melding "def".

Adviezen
Bakken:
Bakgoed vraagt gewoonlijk om een gemiddelde temperatuur (150°C-200°C). Daarom dient de oven ca. 10 minuten lang te worden voorverwarmd.
Doe de ovendeur niet open voordat drie- kwart van de baktijd is verstreken.
Bak kruimeldeeg in een springvorm of op een bakblik tot tweederde van de baktijd. Vervolgens kunt u het garneren en afbakken. De verdere baktijd hangt af van de soort en hoeveelheid garnering of vulling. Biscuitdeeg moet moeilijk van de lepel lopen. Door te vloeibaar deeg zou de baktijd onnodig langer duren.
Worden twee bakplaten met gebak tegelijkertijd in de oven geschoven, dan moet tussen de platen een inzetniveau open worden gelaten.
Worden twee bakplaten met gebak tegelijkertijd in de oven geschoven, dan moeten de platen na ongeveer 2/3 van de baktijd van boven naar beneden verwisseld en gedraaid worden.
Braden:
Neem geen braadstukken die minder wegen dan 1 kg. Kleinere stukken kunnen tijdens het braden uitdrogen. Donker vlees, dat van buiten goed gebraden maar van binnen roze tot rood moet blijven, moet bij een hogere temperatuur (200°C-250°C) worden gebraden.
Licht vlees, gevogelte en vis hebben daarentegen een lagere temperatuur (150°C-175°C) nodig. Doe bij een korte bereidingsstijd de ingrediënten voor de saus of jus direct aan het begin in de braadslede. In andere gevallen worden ze het laatste halfuur toegevoegd.
U kunt controleren of het vlees gaar is met behulp van een lepel: als het vlees niet kan worden ingedrukt, is het gaar. Rosbief en ossenhaas, die van binnen roze moeten blijven, moeten op een hogere temperatuur en in kortere tijd worden gebraden.
Bij het bereiden van vlees direct op het rooster de braadslede in het onderliggende inzetniveau schuiven.
Laat het braadstuk minstens 15 minuten staan, zodat het vleesvocht niet kan weglopen.
Om rookvorming in de oven te beperken, kunt u een beetje water in de braadslede gieten. Om condensvorming te voorkomen, een paar keer water toevoegen. Borden kunnen tot zij geserveerd worden in de oven op de laagste temperatuur warm gehouden worden.

Voorzichtig!
De oven niet met aluminiumfolie bekleden en geen kookgerei, geen braadslede of bakplaat op de bodem leggen, aangezien anders het email van de oven door de optredende warmtestuwing beschadigd raakt.
Bereidingstijden
De bereidingstijden kunnen verschillen al naar gelang de samenstelling, ingrediënten en hoeveelheid vocht in de afzonderlijke gerechten.
Noteer de instelgegevens bij de eerste keer bereiden resp. braden, om bij bereiding van dezelfde gerechten in de toekomst ervaring te kunnen opdoen.
U kunt de aangegeven waarden in de tabellen aanpassen op basis van uw eigen ervaringen.
Zo stelt u de kookwekker in
- Gebruik de toets 📁 om de kookwekkerfunctie te selecteren. Het overeenkomstige symbool 📋 knippert en op het bedieningspaneel verschijnt "0.00" (afb. 7).
- Stel met de toets “+” de gewenste tijd in. De maximale tijdsduur is 23 uur 59 minuten. Nadat dit is ingesteld, wacht de kookwekker 3 seconden, waarna hij begint te lopen.
- Na afloop van de geprogrammeerde tijd hoor u een akoestisch signaal.
- Druk op een willekeurige toets om het signaal uit te schakelen.

Als de oven op dit moment werkt, wordt hij NIET uitgeschakeld.
De kookwekker kan ook gebruikt worden als de oven uitgeschakeld is.
De instelling van de kookwekker wijzigen:
Druk op de toets ⏻, tot de symbolen en ▶ gaan knipperen.
Nu kunt u de instelling van de kookwekker wijzigen. Druk daarvoor op de toets “—” of “+”.
Zo schakelt u de kookwekker uit:
druk op toets ⏻, tot de symbolen ⏱ en ▶ gaan knipperen.
De toets “—” indrukken om de tijds-aanduiding te resetten, tot het display “0.00” aangeeft (afb. 8).
Zo programmeert u een uitschakeltijd van de oven
- Zet gerechten in de oven, schakel de oven in, kies de gewenste functie en stel indien nodig de gewenste temperatuur in.
- De toets ⏻ indrukken, om de functie "Bereidingsduur" te kiezen. Het bereidingsduursymbool |→| knippert en op het display wordt "0.00" aangegeven (afb. 9).

Afb. 7

Afb. 8

Afb. 9
- Terwijl het symbool ▶ knippert, met de toets “+” de gewenste tijd instellen. De maximale tijdsduur is 23 uur 59 minuten. De programmeerfunctie wacht 3 seconden, waarna hij begint te lopen.
- Na afloop van de geprogrammeerde tijd wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Er weerklinkt een akoestisch signaal en op het bedieningspaneel verschijnt "0.00".
- Druk op een willekeurige toets om het signaal uit te schakelen.
Zo annuleert u de bereidingstijd:
- Druk op de toets ⏻, tot het symbool ▶ knippert.
- Druk op de toets “—” om de tijds-aanduiding te resetten, tot het display “0.00” aangeeft (afb. 10).
Zo programmeert u het in-/uitschakelen van de oven
- Stel de bereidingsduur in zoals beschreven in het betreffende hoofdstuk.
- Druk op toets ⏻, tot de functie voor het einde van de bereidingsduur →| geselecteerd is en het betreffende symbool knippert. Op het bedieningspaneel wordt het eind van de bereidingsduur (actuele tijd plus aangegeven gaartijd) weergegeven - (afb. 11).
- Druk op de toets “+” om het gewenste einde van de bereidingsduur te selecteren.
- 3 seconden na het instellen begint de programmaschakelaar te lopen.
- De oven wordt automatisch in- en weer uitgeschakeld. Wanneer de oven wordt uitgeschakeld, klinkt er een akoestisch signaal.
- Druk op een willekeurige toets om het signaal uit te schakelen.
Indien u het programma wilt annuleren, annuleert u eenvoudig de ingestelde tijdsduur.

Afb. 10

Afb. 11
Automatische uitschakeling van de oven
Wanneer de instellingen niet worden gewijzigd, wordt de oven automatisch volgens onderstaande tabel uitgeschakeld (afb. 12).
| Temperatuurinstelling: | Uitschakeling oven: |
| 250°C | na 3 uur |
| van 200 tot 245°C | na 5,5 uur |
| van 120 tot 195°C | na 8,5 uur |
| minder dan 120°C | na 12 uur |
Restwarmtefunctie
Als er een bereidingsduur is ingesteld, wordt de oven automatisch een paar minuten voor het einde van de geprogrammeerde bereidingsduur uitgeschakeld, zodat de gerechten in de oven zonder verder energieverbruik helemaal gaar worden. Alle actuele instellingen worden getoond tot de bereidingsduur is afgelopen.
Bij een bereidingsduur van minder dan 15 minuten kunt u deze functie niet gebruiken.
Kinderblokkering voor de oven
De bedieningselementen op de oven kunnen geblokkeerd worden, zodat de oven niet per ongeluk door kinderen kan worden ingeschakeld.
- Schakel de oven uit en druk op de toets
①. - Druk tegelijkertijd de toetsen □ en “—” ongeveer 3 seconden lang in. Een akoestisch signaal weerklinkt en de melding „SAFE“ verschijnt op het display (afb. 13).
- De oven is nu geblokkeerd. Er kunnen nu geen afzonderlijke functies en ook geen temperatuur geselecteerd worden.
Zo deblokkeert u de oven:
Druk de toetsen □ en “—” tegelijkertijd ongeveer 3 seconden in. Er klinkt een akoestisch signaal en de weergave „SAFE” verdwijnt. Nu kan de oven weer worden bediend.

Afb. 12

Na selectie van een bereidingsfunctie en van de temperatuur warmt de oven langzaam op tot de gewenste temperatuur is bereikt. Dit duurt 10 tot 15 minuten, afhankelijk van de geselecteerde functie en temperatuur.
Als de noodzakelijke temperatuur sneller bereikt moet worden, kunt u de snelopwarmfunctie gebruiken.
- Druk voor het inschakelen van de oven op de toets Ⓔ.
- Stel de gewenste bereidingsfunctie en temperatuur in zoals beschreven op de voorgaande pagina's.
- Druk voor het kiezen van de temperatuur op de toets “—” of “+”. De temperatuur wordt in het display aangegeven.
- Druk op toets □. In het temperatuurdisplay verschijnt „FHU” (afb. 14).
- Druk op toets □. Het symbool “o” knippert ongeveer 10 seconden lang. Nu kunt u de temperatuur selecteren. Druk daarvoor op de toets “—” of “+”.
- Nadat de gewenste temperatuur bereikt is, klinkt een korte signaaltoon en in de temperatuurweergave verschijnt weer de ingestelde temperatuur.
Deze functie is bij alle bereidingsfuncties en temperaturen beschikbaar.
Demo-modus
Deze modus is bedoeld voor speciaalzaken om de ovenfuncties te presenteren zonder stroomverbruik, afgezien van de binnenverlichting, het display en de ovenventilator. Deze functie kan alleen bij eerste aansluiting worden ingeschakeld.
Na een stroomuitval kan de demo-modus alleen worden ingeschakeld, wanneer in het display 12:00 en het symbool automatisch knipperen.
- De toets 📁 ca. 2 seconden indrukken. Er klinkt een kort signaal.

- Druk de toetsen 📁 en “—” tegelijkertijd in. Er klinkt een kort signaal en op het display verschijnt 12:00 (afb. 15).
Bij het inschakelen van de oven verschijnt het symbool ⏻ op het display.Dat betekent dat de demo-modus geactiveerd is.
Alle functies van de oven kunnen geselecteerd worden.
De oven is niet echt in werking en de verwarmingselementen worden niet ingeschakeld.
Schakel de oven uit en ga zoals hierboven beschreven te werk om de demo-modus weer uit te schakelen.

De demo-modus blijft bij stroomuitval in het programma opgeslagen.
Informatietoon regeltoets
U kunt de oven zodanig instellen dat er altijd een signaal te horen is wanneer u op een toets drukt. Deze functie kan alleen bij een uitgeschakelde oven worden geactiveerd.
- Druk de toetsen □ en “+” tegelijkertijd ongeveer 3 seconden in. Het signaal klinkt één keer (afb. 16).
Zo deactiveert u de informatietoon regeltoets:
- Druk bij een ingeschakelde oven de toets Ⓐ in, zodat de oven wordt uitgeschakeld.
- Drukt u de toetsen □ en “+” tegelijkertijd ongeveer 3 seconden in. Het signaal klinkt één keer.
Foutcodes
Het elektronische programmageheugen voert voortdurend een systeemdiagnose uit. Wanneer sommige parameters niet kloppen, worden de betreffende functies uitgeschakeld en op het display verschijnt de bijbehorende foutcode (afb. 17).
Meer hierover vindt u in het hoofdstuk "Het oplossen van problemen".

Afb. 15

Afb. 16

Afb. 17
Boven- en onderwarmte en hete lucht

Tijden zijn exclusief voorverwarmen.
Lege oven altijd 10 Minuten voorverwarmen.
| GERECHT | Boven-en onderwarmte | Hete lucht | Grilltijd in minuten | OPMERKINGEN | ||
| Niveau4000 | Temp. (°C) | Niveau4331 | Temp. (°C) | |||
| GEBAK | ||||||
| Roerdeeg | 2 | 170 | 2 (1 en 3)* | 160 | 45-60 | Taartvorm |
| Zandtaartdeeg | 2 | 170 | 2 (1 en 3)* | 160 | 20-30 | Taartvorm |
| Karnemelk-kaaskoek | 1 | 175 | 2 | 165 | 60-80 | Taartvorm |
| Appeltaart | 1 | 170 | 2 (1 en 3)* | 160 | 90-120 | Taartvorm |
| Strudel | 2 | 180 | 2 | 160 | 60-80 | Bakplaat |
| Jamtaart | 2 | 190 | 2 (1 en 3)* | 180 | 40-45 | Taartvorm |
| Cake | 2 | 170 | 2 | 150 | 60-70 | Taartvorm |
| Scones | 1 | 170 | 2 (1 en 3)* | 165 | 30-40 | Taartvorm |
| Stol | 1 | 150 | 2 | 150 | 120-150 | Taartvorm |
| Pruimentaart | 1 | 175 | 2 | 160 | 50-60 | Broodpan |
| Kleine taart | 3 | 170 | 2 | 160 | 20-35 | Bakplaat |
| Biscuits | 2 | 160 | 2 (1 en 3)* | 150 | 20-30 | Bakplaat |
| Schuimgebak | 2 | 135 | 2 (1 en 3)* | 150 | 60-90 | Bakplaat |
| Met gist gebakken koekjes | 2 | 200 | 2 | 190 | 12~20 | Bakplaat |
| Gebak: Soezendeeg | 2 of 3 | 210 | 2 (1 en 3)* | 170 | 25-35 | Bakplaat |
| Taartjes | 2 | 180 | 2 | 170 | 45-70 | Taartvorm |
| BROOD EN PIZZA | ||||||
| Witbrood | 1 | 195 | 2 | 185 | 60-70 | |
| Roggebrood | 1 | 190 | 1 | 180 | 30-45 | Broodpan |
| Broodjes | 2 | 200 | 2 (1 en 3)* | 175 | 25-40 | Bakplaat |
| Pizza | 2 | 200 | 2 | 200 | 20-30 | Bakplaat |
| FLANS | ||||||
| Pasta-flan | 2 | 200 | 2 (1 en 3)* | 175 | 40-50 | Bakvorm |
| Groente-flan | 2 | 200 | 2 (1 en 3)* | 175 | 45-60 | Bakvorm |
| Quiches | 1 | 210 | 1 | 190 | 30-40 | Bakvorm |
| Lasagne | 2 | 200 | 2 | 200 | 25-35 | Bakvorm |
| Cannelloni | 2 | 200 | 2 | 200 | 25-35 | Bakvorm |
| VLEES | ||||||
| Rund | 2 | 190 | 2 | 175 | 50-70 | Rooster |
| Varken | 2 | 180 | 2 | 175 | 100-130 | Rooster |
| Kalf | 2 | 190 | 2 | 175 | 90-120 | Rooster |
| Engelse rosbief | ||||||
| rood | 2 | 210 | 2 | 200 | 50-60 | Rooster |
| rosé | 2 | 210 | 2 | 200 | 60-70 | Rooster |
| doorbakken | 2 | 210 | 2 | 200 | 70-80 | Rooster |
| Varkensschouder | 2 | 180 | 2 | 170 | 120-150 | met zwoerd |
| Varkenspoot | 2 | 180 | 2 | 160 | 100-120 | s stuks |
| Lamsvlees | 2 | 190 | 2 | 175 | 110-130 | Bout |
| Kip | 2 | 190 | 2 | 200 | 70-85 | Heel |
| Kalkoen | 2 | 180 | 2 | 160 | 210-240 | Heel |
| Eend | 2 | 175 | 2 | 220 | 120-150 | Compleet |
| Gans | 2 | 175 | 1 | 160 | 150-200 | Compleet |
| Konijn | 2 | 190 | 2 | 175 | 60-80 | In stukken |
| Haas | 2 | 190 | 2 | 175 | 150-200 | In stukken |
| Fazant | 2 | 190 | 2 | 175 | 90-120 | Compleet |
| Gebraden gehakt | 2 | 180 | 2 | 170 | totaal.. 150 | Broodpan |
| VIS | ||||||
| Forel/zeebrasem | 2 | 190 | 2 (1 en 3)* | 175 | 40-55 | 3-4 vissen |
| Tonijn/zalm | 2 | 190 | 2 (1 en 3)* | 175 | 35-60 | 4-6 filets |
De aangegeven temperaturen zijn richtlijnen. Zo nodig moeten de temperaturen aan uw persoonlijke wensen worden aangepast.
(*) Indien u tegelijkertijd meerdere gerechten bereidt, dan adviseren wij, deze op de tussen haakjes aangegeven niveaus te plaatsen.

Tijden zijn exclusief voorverwarmen.
Lege oven altijd 10 Minuten voorverwarmen.
Grilleren
| GERECHT | Hoeveelheid | Grilleren | Bereidingstijd (minuten) | |||
| Stuks | gr. | Niveau | Temp. (°C) | 1e kant | 2e kant | |
| Filetsteaks | 4 | 800 | 3 | 250 | 12~15 | 12~14 |
| Biefstuk | 4 | 600 | 3 | 250 | 10~12 | 6~8 |
| Grillworst | 8 | / | 3 | 250 | 12~15 | 10~12 |
| Varkenskotelet | 4 | 600 | 3 | 250 | 12~16 | 12~14 |
| Haantje (in 2 helften) | 2 | 1000 | 3 | 250 | 30~35 | 25~30 |
| Spiezen | 4 | / | 3 | 250 | 10~15 | 10~12 |
| Kippenborst | 4 | 400 | 3 | 250 | 12~15 | 12~14 |
| Hamburger* | 6 | 600 | 2 | 250 | 20-30 | |
| *5'00'' voorverwarmen | ||||||
| Visfilet | 4 | 400 | 3 | 250 | 12~14 | 10~12 |
| Belegd toastbrood | 4~6 | / | 3 | 250 | 5~7 | / |
| Sneeën witbrood | 4~6 | / | 3 | 250 | 2~4 | 2~3 |
Ventilatorgrill

Bij het ventilatorgrill stelt u een maximale temperatuur in van 200°C.
| GERECHT | Hoeveelheid | Grillen met hete lucht | Bereidingstijd (minuten) | |||
| Stuks | gr. | Niveau4321 | Temp.(°C) | 1e kant | 2e kant | |
| Rollade (kalkoen) | 1 | 1000 | 3 | 200 | 30~40 | 20~30 |
| Kip (in helften) | 2 | 1000 | 3 | 200 | 25~30 | 20~30 |
| Kippenpoot | 6 | - | 3 | 200 | 15~20 | 15~18 |
| Kwartel | 4 | 500 | 3 | 200 | 25~30 | 20~25 |
| Groentegratin | - | - | 3 | 200 | 20~25 | - |
| St. Jacobsschelpen | - | - | 3 | 200 | 15~20 | - |
| Makreel | 2-4 | - | 3 | 200 | 15~20 | 10~15 |
| Vis moten | 4-6 | 800 | 3 | 200 | 12~15 | 8~10 |

De aangegeven temperaturen zijn richtlijnen. Zo nodig moeten de temperaturen aan uw persoonlijke wensen worden aangepast.

Trek voordat u de oven gaat schoonmaken altijd eerst de stekker uit het stopcontact en laat de oven afkoelen.

Het apparaat mag niet worden gereinigd met een stoomreiniger.
Belangrijk: Vóór alle reinigingswerkzaamheden het apparaat beslist spanningloos maken.
Voor een lange levensduur is het nodig, regelmatig de volgende reinigingswerkzaamheden uit te voeren:
- Maak de oven pas schoon als deze is afgekoeld.
- Maak de geëmailleerde delen schoon met een sopje.
- Gebruik geen schuurmiddelen.
- Droog de onderdelen van roestvrij staal en de glasplaat met een zachte doek.
- Gebruik bij hardnekkige vlekken normaal verkrijgbare reinigingsmiddelen voor roestvrij staal of warme azijn.
Het email van de oven is uiterst duurzaam en in hoge mate resistent. Inwerking van hete vruchtenzuren (citroen, pruim en dergelijke) kan echter blijvende, matte en ruwe vlekken op het emailoppervlak achterlaten. Dergelijke vlekken op het hoogglanzende oppervlak van het email hebben echter geen invloed op de functies van de oven. Reinig de oven grondig na elk gebruik. Zo kunt u verontreinigingen het makkelijkst verwijderen. Verder inbranden wordt daardoor voorkomen.
Reinigingsmiddelen
Controleer voor het gebruik van schoonmaakmiddelen altijd of deze geschikt zijn voor uw oven en of ze door de fabrikant worden aanbevolen.
Reinigingsmiddelen met bleekmiddel mogen NIET worden gebruikt, aangezien deze de toplaag van de oppervlakken dof kunnen maken. Gebruik geen agressieve schuurmiddelen.
Buitenkant reinigen
Neem regelmatig het bedieningspaneel, de ovendeur en de afdichting af met een zachte, goed uitgewrongen doek met warm water en wat vloeibaar reinigingsmiddel.
Gebruik in geen geval de volgende middelen, om beschadiging van de glazen ovendeur te vermijden:
• Huishoudreiniger en bleekwater
- Geïmpregneerde reinigingssponzen, die niet geschikt zijn voor kookpannen met anti-aanbaklaag
• Brillo- of staalwolsponsjes
- Chemische ovensponsjes of spuitbussen
• Roestverwijderaars
- Vlekverwijderaars voor wasbakken/aanrechten
Reinig het venster aan de binnen- en buitenkant met een warm sopje. Mocht de binnenkant van de glazen deur erg vuil zijn, gebruik dan reinigingsproducten als 'Hob Brite'. Gebruik geen krabber om aangekoekt vuil te verwijderen.
Pyrolytische reiniging
De oven is bekleed met een speciaal hittebestendig email.
Tijdens de pyrolytische zelfreiniging kan de temperatuur in het binnenste van de oven oplopen tot meer dan 500 °C en zo etensresten verbranden.
Voor uw eigen veiligheid wordt de ovendeur tijdens de pyrolytische reiniging automatisch vergrendeld, zodra de temperatuur in de binnenruimte ca. 300 °C bereikt.
Na beëindiging van de zelfreiniging blijft de ovendeur vergrendeld tot de oven is afgekoeld.
De koelventilator blijft in werking tot de oven is afgekoeld. Het wordt geadviseerd alle voedselresten na de bereiding met een natte spons te verwijderen.
Van tijd tot tijd is echter een intensievere reiniging nodig, die u met de functie van de pyrolytische zelfreiniging kunt uitvoeren. Af-hankelijk van de vervuiling van de oven kunt u twee niveaus van pyrolytische zelfreiniging kiezen.
Als de oven niet erg is vervuild, dan raden wij aan de pyrolytische 1 functie (P I) op het programmeerdisplay te kiezen.
Het is zinvol, de oven na elke pyrolytische reiniging af te nemen met een zachte spons die met zeepsop vochtig is gemaakt.
Als de binnenkant van de oven erg is vervuild, dan raden wij aan de pyrolytische 2 functie (P 2) op het programmeerdisplay te kiezen.
Tijdens de pyrolytische schoonmaakfunctie kan de oven gedurende 2 uur niet worden gebruikt als de Pyr 1 functie is gekozen en 2 1/2 uur als de Pyr 2 functie actief is.

Na een aantal bak- en braadprocessen en afhankelijk van de mate van vervuiling van de oven adviseert de Pyro Reminder een pyrolytische reinigingsfunctie uit te voeren. Er klinkt een signaal en op het display brandt de melding Pyro ca. 15 seconden, er klinkt een tweede signaal.
Kies afhankelijk van de mate van vervuiling van de oven de geschikte pyrolytische reinigingsfunctie.
Zolang er geen complete reinigingsfunctie wordt uitgevoerd, verschijnt telkens wanneer de oven wordt uitgeschakeld de melding van de Pyro Reminder op het display.
Gebruik van de pyrolytische zelfreiniging

Voordat u de pyrolytische schoonmaakfunctie inschakelt, moet alle vuil worden verwijderd en moet u controleren of de oven leeg is. Laat niets in de oven zitten (bijv. pannen, roosters, bakplaat, braadslede, enz.), deze kunnen ernstig beschadigd raken.

Vergewist u zich er voor het in- schakelen van de pyrolytische reinigingsfunctie van of de oven- deur gesloten is.

Gebruik tijdens de pyrolytische reiniging het kookraam niet, omdat het apparaat hierdoor oververhit en beschadigd kan raken.

Tijdens de pyrolytische reiniging wordt de ovendeur erg heet. Houd kinderen uit de buurt totdat de oven is afgekoeld.
Kies voor de pyrolytische zelfreiniging deze functie.
De volgende pyrolytische reinigingsniveaus zijn beschikbaar:
Pyrolyse 1 (P I), duur : 2 uur = 30 min. opwarming +1 uur met 480°C + 30 min. afkoeltijd.
Pyrolyse 2 (P 2), duur : 2 uur 30 min. = 30 min. opwarming +1 uur 30 min. met 480°C + 30 min. afkoeltijd.
De duur van de pyrolytische reiniging kan niet worden veranderd.

Voor het uitvoeren van de pyrolyse moeten de inhangroosters volledig worden verwijderd.
Verwijderen
Houd het inhangrooster aan de ene kant van de oven vast en schroef de kartelschroef voor eruit. Til het inhangrooster achter op om het uit de oven te halen.
Ga met het inhangrooster aan de andere kant op dezelfde wijze te werk.

De beide inhangroosters alleen met in de handel gebruikelijke schoonmaakmiddelen buiten reinigen.
De inhangroosters mogen in de vaatwasser worden gereinigd.
Breng de inhangroosters na het reinigen weer aan; Ga daarbij in omgekeerde volgorde te werk.

Controleer voordat u de oven-roosters in de oven schuift, of de kartelschroeven weer goed zijn vastgedraaid.
Schakel de pyrolytische reinigingsfunctie op de volgende wijze in:
- Schakel met de toets Ⓐ de oven in.
Druk zo lang op toets ☐ tot het symbool van de functie Pyro [icon] (niveau 1 - P I) op het display verschijnt (afb. 18).
Het symbool |----| en de melding Pyro knipperen tegelijkertijd op het display, er klinkt een signaal (afb. 19).
Dit betekent dat u voor het inschakelen van de pyrolytische reiniging alle voorwerpen en de inhangroosters uit de binnenruimte van de oven moet verwijderen.
-
Het symbool "Bereidingsduur" |→| knippert 5 seconden; druk gedurende die tijd op de toets ‘—’ of ‘+’ om pyrolytische functie 1 (P I) of 2 (P 2) te kiezen (afb. 20).
-
Nadat u de pyrolytische functie heeft gekozen, begint het symbool Pyro op het display te knipperen en wacht op de bevestiging dat de reinigingscyclus kan worden gestart.
-
Druk ter bevestiging van de gewenste pyrolytische functie op de toets 📄. De melding Pyro knippert niet meer en het symbool |----| verdwijnt, het akoestische signaal stopt, de


Afb. 19

binnenverlichting gaat uit en de pyrolytische reiniging begint (afb. 21). Naarmate de temperatuur in de oven toeneemt, stijgt het thermometersymbool langzaam en geeft daarmee de temperatuurstijging in het binnenste van de oven aan.
- Na een tijdje wordt de ovendeur vergrendeld en het bijbehorende symbool verschijnt (afb. 22). Nu is de toets niet meer actief.
Na afloop van de pyrolytische zelfreiniging geeft het display de tijd van de dag aan. De ovendeur blijft vergrendeld.
Zodra de oven is afgekoeld, klinkt een akoestisch signaal, het symbool verdwijnt en de deur wordt ontgrendeld.
U kunt de pyrolytische reinigingscyclus op elk moment onderbreken. Druk daarvoor op de toets Ⓔ.

OPMERKING: Bij de tijdaanduiding is de afkoeltijd inbegrepen. Mocht u tijdens het verloop van de pyrolytische zelfreiniging een kookfunctie inschakelen, dan wordt de reinigingscyclus automatisch onderbroken.

Na het vergrendelen van de ovendeur is de selectie van alle kookfuncties geblokkeerd.

Wacht tot de ovendeur ontgrendeld is voordat u de oven gaat gebruiken.


Afb. 22
Programmering van de pyrolytische reinigingscyclus (starttijdkeuze, automatisch stoppen)
Wanneer u dat wilt, kunt u programmeren, wanneer de pyrolytische reiniging moet starten en stoppen.
- Schakel met de toets Ⓐ de oven in. Druk zo lang op toets □ tot het symbool van de functie Pyro [icon] (niveau 1 - P I) op het display verschijnt.
De melding Pyro en het symbool |----| knipperen tegelijkertijd op het display en er klinkt een geluidssignaal. Dit betekent dat u voor het inschakelen van de pyrolytische reiniging alle voorwerpen en de inhangroosters uit de binnenruimte van de oven moet verwijderen (zie het vorige hoofdstuk).
- Het symbool Bereidingsduur |→| knippert gedurende enkele seconden; Druk gedurende die tijd op de toets ‘_’ of ‘_’ om pyrolytische functie 1 (P I) of 2 (P 2) te kiezen.
- Nadat u de pyrolytische functie heeft gekozen, begint het symbool Pyro op het display te knipperen en wacht op de bevestiging dat de reinigingscyclus kan worden gestart.
Druk op dit moment op de tijdfunctietoets (afb. 23). Het symbool “Einde bereiding” → en het pijlsymbool knipperen. op het bedieningspaneel wordt het einde van de bereidingsduur (daadwerkelijke tijd plus aangegeven bereidingsduur) getoond.
Druk op ‘—’ of ‘+’ om de gewenste tijd van het eind van de cyclus te selecteren (afb. 23). Na een paar seconden knipperen de melding Pyro en het symbool |----| niet meer, het geluidssignaal stopt en het symbool Bereidingsduur |→| knippert tot de pyrolytische reinigingscyclus begint.

Afb. 23
- Na een tijdje wordt de ovendeur vergrendeld en het bijbehorende symbool verschijnt.
Na afloop van de pyrolytische reiniging wordt het tijdstip van de dag op het display weergegeven. De ovendeur is vergrendeld.
Zodra de oven is afgekoeld, klinkt een akoestisch signaal en de ovendeur wordt ontgrendeld.
U kunt de pyrolytische reinigingscyclus op elk moment onderbreken; Druk daarvoor op de toets Ⓔ.
De ovendeur
De ovendeur bestaat uit drie glasplaten. De ovendeur kan worden gedemonteerd en de binnenste glasplaten kunnen worden verwijderd, om het schoonmaken gemakkelijker te maken.

Belangrijk - Verwijder de ovendeur voordat u de deur gaat reinigen. De ovendeur kan tijdens het monteren plotseling dichtvallen, als u de binnenste glasplaten aan het verwijderen bent.

Ga als volgt te werk:
- Open volledig te deur.
- Bepaal de positie van de twee scharnieren (afb. 24).
- Hef en draai aan de hendels op de twee scharnieren (afb. 25).
- Pak de deur aan de zijkanten vast en doe hem voorzichtig dicht maar niet VOLLEDIG (afb. 26).
- Trek de deur naar voren en verwijder hem uit de inkeping (afb. 26).
- Plaats de deur op een stabiel oppervlak waarop een zachte doek is gelegd, om te voorkomen dat het oppervlak wordt beschadigd (afb. 27).

- Ontgrendel het vergrendelsysteem om de binnenste glasplaten te verwijderen (afb. 28).
- Draai de 2 houders 90° en verwijder ze uit hun zitting (afb. 29).
- Hef voorzichtig de bovenste plaat en haal hem eraf (afb. 30).
- Herhaal de procedure die beschreven is onder punt 9. voor de middelste plaat, die aan vier zijkanten voorzien is van een sierlijst (afb. 31).

Reinig de ovendeur met lauw water en een zachte doek. Gebruik geen producten zoals schuursponsjes, staalwol, schuurmiddelen of zuren, omdat ze het speciaal warmtereflecterend oppervlak van de binnenste glasplaten kunnen beschadigen.
Na het reinigen dient u de glasplaten weer in de deur aan te brengen, volg hierbij de omgekeerde volgorde van de hier boven beschreven procedure. Zorg ervoor dat u de platen correct aanbrengt.

Om deze handeling correct uit te voeren dient u als volgt te werk te gaan:
a) de middelste afdekplaat, die op de vier zijkanten voorzien is van een lijst, moet zodanig terug worden aangebracht dat de afdruk naar buiten is gericht. De zijde van de glasplaat is correct aangebracht als de afdruk op de plaat niet ruw aanvoelt, als u met uw vingers over het oppervlak wrijft.
De middelste glasplaat moet worden aangebracht in de rechter zitting, zoals weergegeven in afb. 32.
b) de bovenste plaat moet worden aangebracht zoals weergegeven in afb. 33.
Nadat de glasplaten opnieuw zijn aangebracht in de ovendeur, dient u in omgekeerde volgorde de procedure te volgen die beschreven staat onder punt 8., om ervoor te zorgen dat de platen vergrendeld worden.

Maak de ovendeur nooit schoon als hij warm is, de ruiten zouden kunnen barsten. Als u krassen of scheuren in de glasplaat constateert, onmiddellijk contact opnemen met de Klantenservice en de ruiten laten vervangen.

Modellen van roestvrij staal of aluminium:
Maak de ovendeur en het bedieningspaneel van roestvrij staal of aluminium schoon met een vochtige spons en droog hem daarna zorgvuldig af met een zachte doek. Gebruik geen metaalsponsjes, staalwol, zuren of schuurmiddelen die krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken.
Reinigen van de ovendeurdichting
Rond de opening van de oven is een afdichting aangebracht.

Controleer de toestand van deze afdichting regelmatig.
Wanneer u beschadigingen aan de afdichting vaststelt, bel dan direct de dichtstbijzijnde klantenservice. Gebruik de oven niet, zolang de afdichting niet is vervangen.
Vervangen van de binnenverlichting

Neem het apparaat van de stroomvoorziening zodat ook de zekering uitgeschakeld wordt.
Als het ovenlampje moet worden vervangen, dan moet dit voldoen aan de volgende eisen:
- Vermogen: 40 W
- Voltage: 230 V (50 Hz)
- Hittebestendigheid tot 300 °C
- Soort aansluiting: E14
Deze lampen zijn verkrijgbaar bij uw vakhandelaar.

Zo vervangt u de ovenlamp:
- Vergewist u zich er eerst van dat de oven is afgekoeld en van de stroom- voorziening is gescheiden.
- Draai vervolgens de glazen afdekking van de lamp linksom.
- Verwijder de doorgebrande lamp en plaats een nieuwe.
- Breng de glazen afdekking weer aan en sluit de oven weer aan op de stroom- voorziening.

Het oplossen van problemen
Wanneer het apparaat niet goed werkt, controleer dan het volgende, voordat u zich tot het Electrolux Service-Center wendt.
| PROBLEEM | OPLOSSING |
| ■ De oven gaat niet aan. | ◆ druk op toets ➊ en kies vervolgens een bereidingsfunctie.of◆ Heeft de zekering in de meterkast gereageerd?of◆ Is de kinderblokkering voor de oven of de automatische uitschakeling actief?of◆ Is per ongeluk de demo-modus geactiveerd?of◆ Controleer of het apparaat correct is aangesloten en de stopcontactschakelaar of de netstroomtoevoer op AAN staan. |
| ■ De binnenverlichting van de oven brandt niet. | ◆ Druk op toets ➌ en kies vervolgens een bereidingsfunctie.of◆ Controleer de gloeilamp, en vervang deze indien nodig (zie „Vervangen van de binnenverlichting“). |
| ■ Het bereiden van de gerechten duurt te lang, of ze worden te snel gaar. | ◆ Eventueel moet de temperatuur worden gewijzigd,of◆ Raadpleeg de inhoud van deze gebruiksaanwijzing, met name het hoofdstuk „Gebruik van de oven“. |
| ■ Damp en condens slaan neer op de gerechten en in de oven-ruimte. | ◆ Laat de gerechten na het bereiden niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. |
| ■ De ovenventilator maakt lawaai. | ◆ Controleer of de roosters en het bakgerei niet tegen het achterpaneel van de oven trillen. |
| ■ De foutcode “F” gevolgd door cijfers verschijnt op het display. | ◆ Wij verzoeken u de foutcode te noteren en door te geven aan de dichtstbijzijnde klantenservice. |
| ■ Het display geeft “12.00”. | ◆ Klok gelijk zetten (zie hoofdstuk "Om het juiste tijdstip van de dag in te stellen"). |
Technische gegevens
Vermogen verwarmingselementen
| Onderwarmte | 1000 W |
| Boven- en onderwarmte | 1800 W |
| Hete lucht | 1825 W |
| Grill | 1650 W |
| Ventilatorgrill | 1675 W |
| Pyrolytische reiniging | 2475 W |
| Ovenverlichting | 40 W |
| Motor van de heteluchtventilator | 25 W |
| Motor koelventilator | 25 W |
Totale aansluitwaarde 2740 W
| Spanning (50 Hz) | 230 V-400 V 3N~ |
Inbouw
| Hoogte | 600 mm |
| Breedte | 560 mm |
| Diepte | 550 mm |
Inzet
| Hoogte | 335 mm |
| Breedte | 395 mm |
| Diepte | 400 mm |
| Ovencapaciteit | 53 l |
Het apparaat kan met de volgende inbouwkookplaten en keramische glazen inbouwkookvelden worden gecombineerd:
• Type keramische glazen kookplaat:
PEM 6000 E
| Totale aansluitwaarde | 6000 W |
| Spanning (50 Hz) | 230 V |
- Type keramische glazen kookplaat:
PES 6000 E
| Totale aansluitwaarde | 5800 W |
| Spanning (50 Hz) | 230 V |
• Type keramische glazen kookplaat:
PES 6060 E
| Totale aansluitwaarde | 7600 W |
| Spanning (50 Hz) | 230 V |
Maximaal nominaal verwarmingsvermogen
- Oven + keramische glazen
kookplaat 10340 kW

Inbouw en installatie moeten uitgevoerd worden met strikte inachtneming van de geldende voorschriften. Ingrepen mogen alleen worden uitgevoerd wanneer het apparaat is uitgeschakeld. Ingrepen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend installateur. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als de veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden.
Elektrische aansluiting
Let voor het aansluiten op het volgende:
- De zekering en de huisinstallatie moeten op de max. belasting van het apparaat berekend zijn (zie typeplaatje).
- De huisinstallatie moet voorzien zijn van een aardaansluiting overeenkomstig de voorschriften en voldoen aan de betreffende geldende voorschriften.
- Het stopcontact of de meerpolige contactverbreker moeten ook na voltooiing van de installatie van het apparaat makkelijk bereikbaar zijn.
Het apparaat wordt zonder aansluitsnoer geleverd, daar afhankelijk van de aanwezige voedingsbron, een aansluitsnoer met stekker noodzakelijk is dat voldoet aan de desbetreffende norm en geschikt moet zijn voor de op het typeplaatje aangegeven belasting. Steek de stekker in een geschikt stopcontact.
De volgende typen aansluitsnoeren zijn geschikt, met inachtneming van de nominale doorsneden:
H07RN-F, H05RN-F, H05RR-F, H05VV-F, H05V2V2-F (T90), H05BB-F.
Als de aansluiting zonder stekker wordt uitgevoerd, of als de stekker tussen het apparaat en de aansluiting op het stroomnet niet toegankelijk is, moet er tussen het apparaat en de aansluiting op het stroomnet een meerpolige stroomonderbreker (bijv. zekeringen, LS-schakelaar) met een minimale afstand tussen de contacten van 3 mm aangebracht worden. De schakelaar mag de aardleiding nergens onderbreken. De geel-groene aardleiding dient 2-3 cm langer te zijn dan alle andere kabels.
Het aansluitsnoer moet in ieder geval zo- danig geplaatst zijn, dat het nergens 50°C (boven kamertemperatuur) bereikt.
Na voltooide aansluiting moeten de verwarmingselementen gecontroleerd worden, door ze ong. 3 minuten in werking te stellen.
Klemmenbord
Het apparaat is met een gemakkelijk toegankelijke 6-polige aansluitklem uitgerust, waarvan de aansluitingen al voorbereid zijn op de werking met 400 V met nulleider (zie afbeelding).
In geval van andere netspanningen moeten de aansluitingen van de aansluitklem overeenkomstig het schema afbeelding worden verlegd. De aardleiding komt op de klem ⏻. Kabel na het aansluiten op de aansluitklem met een snoerontlastingsklem bevestigen.
Elektrische aansluiting op de kookplaat

Let op: montagehandleiding voor de kookplaat, inbouwoven of schakelkast volgen!
Dit apparaat kan worden aangesloten op de in hoofdstuk «Technische gegevens» aangegeven kookplaatmodellen. Het stopcontact voor het aansluiten van de kookplaat bevindt zich op de behuizing van de oven. Uit de inbouwkookplaat steken de aansluitkabels van de verwarmings-elementen en de aardkabel; deze kabels zijn voorzien van een steekaansluiting. Steek de stekker en de aansluitkabel in het desbetreffende stopcontact van de oven. De mogelijkheid van een verkeerde aansluiting is zodoende uitgesloten.
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als de veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden.

Om een probleemloze werking van het inbouwapparaat te kunnen waarborgen, moeten de keukenmeubelen of de uitsparing waarin het apparaat wordt ingebouwd de geschikte afmetingen hebben.
In overeenstemming met de geldende voorschriften moeten alle delen, die de bescherming tegen aanraking van onder spanning staande en geïsoleerde delen garanderen, zodanig bevestigd zijn, dat ze niet zonder gereedschap verwijderd kunnen worden.
Hierbij hoort ook de bevestiging van eventuele afsluitende kanten aan het begin of einde van een rij inbouwapparaten.
De bescherming tegen aanraking moet in ieder geval door het inbouwen gegarandeerd zijn.
Het apparaat kan met de achterkant of zijkant tegen hogere keukenmeubelen, apparaten of wanden worden geplaatst. Aan de andere zijkant mogen er echter geen andere apparaten of meubelen van dezelfde hoogte als het apparaat geplaatst worden.
Afmetingen van oven (zie afbeelding)
Instructies voor de inbouw
Om een probleemloze werking van het inbouwapparaat te kunnen waarborgen, moeten de keukenmeubelen of de uitsparing waarin het apparaat wordt ingebouwd de geschikte afmetingen hebben.
Bevestiging in het meubel
- Open de ovendeur.
- Bevestig de oven met behulp van de vier afstandshouders in de meubelen (zie afbeelding - A). Deze passen exact in de gaten van het frame. Draai aansluitend de vier meegeleverde houtschroeven vast (zie afbeelding - B).


Wanneer het probleem na de beschreven controles niet kan wortden opgelost, bel dan de dichtstbijzijnde klantenservice van de fabrikant en geef de aard van het defect, het model van het apparaat (Mod.), het productienummer (Prod. nr.) en het fabricagenummer (Ser. nr.) aan, die u op het typeplaatje van de oven vindt.
