DENVER - Kinderwagens HAUCK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DENVER HAUCK in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Kinderwagens in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DENVER - HAUCK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DENVER van het merk HAUCK.
GEBRUIKSAANWIJZING DENVER HAUCK
WAARSCHUWINGSINSTRUCTIES EN VERDERE PUNTEN
Lees voor het gebruik zorgvuldig deze aanwijzingen en bewaar de aanwijzingen om later na te slaan. Indien u deze aanwijzingen niet opvolgt brengt u onder omstandigheden de veiligheid van uw kind in gevaar.
1. Deze kinderwagen is geconcipieerd voor 1 kind vanaf 0 maanden en tot
een gewicht van 15 kg. De totale belasting van de kinderwagen mag 15 kg niet overschrijden.
2. WAARSCHUWING: Laat uw kind niet zonder toezicht achter.
3. WAARSCHUWING: Bewaar alle plastic verpakkingen buiten reikwijdte van
kinderen om verstikkingsgevaar te vermijden.
4. WAARSCHUWING: Zorg er voor het gebruik van de kinderwagen voor, dat
alle blokkeerinrichtingen zijn vergrendeld.
5. WAARSCHUWING: Gebruik een veiligheidsgordel van zodra uw kind
zelfstandig kan zitten.
6. WAARSCHUWING: Gebruik de kruisgordel steeds in combinatie met de
7. WAARSCHUWING: Aan de duwstang bevestigde lasten belemmeren de
stabiliteit van de wagen.
8. WAARSCHUWING: Gebruik steeds de blokkeerrem, wanneer u de
kinderwagen parkeert en terwijl u uw kind in de kinderwagen zet of het kind er uit neemt.
9. WAARSCHUWING: Zorg er voor het gebruik van de kinderwagen voor, dat
alle vergrendelingen veilig zijn ineengesloten. 10.WAARSCHUWING: Bedenk, dat uw kind kleine delen kan inslikken en daaraan kan stikken. 11.WAARSCHUWING: Het overladen, ondeskundig samenvouwen en het gebruik van niet goedgekeurde accessoiredelen kan ertoe leiden, dat de kinderwagen wordt beschadigd of samenklapt. 12.WAARSCHUWING: Het gebruik van accessoiredelen, zoals kinderzitjes, haken voor tassen, regencapes enz. kan een veiligheidsrisico vormen, hetzij dat het om door de producent of verkoper goedgekeurde accessoiredelen gaat. 13.WAARSCHUWING: Het gebruik van reserveonderdelen, die niet door de producent of verkoper meegeleverd of goedgekeurd werden, kan een veiligheidsrisico vormen. 14.WAARSCHUWING: Leg geen extra matrassen in de kinderwagen. 15.WAARSCHUWING: Zorg er voor het gebruik van de kinderwagen voor, dat het onderstel en de bevestigingsinrichtingen van de zitunit veilig zijn vergrendeld. 16.Gelieve uitsluitend originele accessoires en originele reserveonderdelen van hauck te gebruiken. 17.Vermijd gevaarlijke manoeuvres, die uw controle over het kind en de kinderwagen kunnen belemmeren. 18.WAARSCHUWING: Deze kinderwagen is niet geschikt om te joggen of te skaten. 19.Duw de kinderwagen niet over roltrappen of trappen, en let op bij het gebruik van een lift, wanneer uw kind zich in de kinderwagen bevindt. 20.Belaad de kinderwagen alleen op de daarvoor voorziene plaatsen en overschrijd het maximum toegelaten gewicht van 15 kg niet. 21.Deze kinderwagen is slechts geconcipieerd voor 1 kind.
22. Overtuig er u van, dat de handen van uw kind zich niet in de omgeving van
vouwbare delen bevindt, om te verhinderen, dat deze worden gekneusd,
wanneer u de kinderwagen of afzonderlijke delen daarvan open- of samenvouwt of andere veranderingen uitvoert. 23.Het maximum beladinggewicht voor de korf bedraagt 3 kg. 24.Neem de kinderwagen om deze te dragen niet vast met de duwstang / omklapbare duwstang. 25.Bij het instappen in de kinderwagen in geen geval op de voetensteunen stappen. 26.Gebruik geen extra opstapvlak aan de kinderwagen (bijv. Kiddy – Board). 27.WAARSCHUWING: De rechte zitpositie is niet geschikt voor kinderen van minder dan 6 maanden. 28.WAARSCHUWING: Voor gebruik dient gecontroleerd te worden, dat het kinderwagenelement of de zitunit correct is vergrendeld. DEZE KINDERWAGEN STEMT OVEREEN MET DE STANDAARD DIN EN 1888 2003: 06 + A1 2005-08 + A2 2005-08 + A3 2005-08. GEBRUIKSAANWIJZING Stuklijst Controleer de stuklijst, om te vrijwaren, dat alle delen werden meegeleverd: Hoofdonderstel van de kinderwagen met zitunit 1 duwstang 1 kap 1 frontbeugel 2 achterwielen 2 voorwielunits 1 achteras
HET OPENVOUWEN (Afb. 1a, 1b) Vouw de kinderwagen open, tot de beide zijvergrendelingen zijn vergrendeld (1a), breng dan de duwstang op de kinderwagen aan (1b) en overtuig er u van, dat de borgpennen veilig zijn vergrendeld.
2. HET MONTEREN VAN DE VOORWIELUNITS (Afb. 2a, 2b)
Breng beide voorwielunits aan op de aan het frame te monteren posities (2a). Zorg ervoor, dat de voorwielunits correct vergrendelen en daardoor niet meer onopzettelijk kunnen loskomen. Om een voorwielunit te wisselen, legt u de compleet gemonteerde kinderwagen op de vloer, drukt u op de hendel aan de voorwielunit, en trekt u dan de voorwielunit af van het onderstel (2b).
3. HET INSTELLEN VAN DE VOORWIELUNITS (Afb. 3)
Beweeg de voorwielblokkeringen in de bovenste positie om de zwenkbeweging van de voorwielunit te blokkeren. Om de zwenkbeweging van de voorwielunit toe te laten, moet u de voorwielblokkering in de onderste positie brengen.
4. HET MONTEREN VAN DE ACHTERWIELEN (Afb. 4a-4c)
Schuif de achterwielen op beide zijden op de achteras tot deze met een klik vergrendelen (4a). Schuif de beide plastic bevestigingsinrichtingen van de achteras gelijktijdig op de achterste onderstelbenen tot deze aan de achterste onderstelbenen zijn vergrendeld (4b). Overtuig er u van, dat de bevestigingsinrichtingen veilig aan de onderstelbenen zijn vergrendeld. Om een wiel te wisselen, drukt u op de knop en trekt u het wiel af van de achteras (4c).
Trap op de achterrem, om de achterwielen te blokkeren en probeer om de kinderwagen verder te duwen, om te vrijwaren, dat alle remmen vast zijn geblokkeerd. Let op: Blokkeer steeds alle remmen wanneer u de kinderwagen parkeert.
6. HET INSTELLEN VAN DE RUGLEUNING (Afb. 6)
Trek de metalen greep aan de achterzijde van de rugleuning naar boven en breng de rugleuning dan in de gewenste positie. De rugleuning kan in 3 verschillende posities worden gebracht.
Druk op beide knoppen (links en rechts), om de voetensteunen in de gewenste positie te brengen.
8. HET AANBRENGEN VAN DE FRONTBEUGEL (Afb. 8a, 8b)
Breng de frontbeugel aan, door de beugel op de 2 vergrendelingen aan beide zijden van de kinderwagen te schuiven (8a). Voer een trekcontrole aan de frontbeugel uit, om te vrijwaren, dat de beugel correct is vergrendeld. Om de frontbeugel van de kinderwagen af te nemen, drukt u op de knoppen aan beide zijden en trekt u de frontbeugel af van de kinderwagen (8b).
9. HET ZWENKEN VAN DE DUWSTANG (Afb. 9a, 9b)
Trek de beide plastic vergrendelingen (links en rechts) naar boven, om de duwstang uit zijn actuele positie los te maken (9a). Druk de tweede vergrendeling naar onder (9b) en klap dan de duwstang naar voren (9c). Gelieve er steeds op te letten, dat de duwstang veilig in zijn nieuwe positie vergrendelt. Wanneer de kinderwagen geparkeerd wordt en de duwstang zich op de zijde van de frontbeugel van uw kind bevindt, dan moeten beide voorwielunits aanvullend nog met behulp van de beide blokkeerremmen worden geblokkeerd.
10. VOORWIELREM (Afb. 10)
Om de voorwielen te blokkeren, trapt u op de voorwielremmen. Wanneer u de kinderwagen verder wilt duwen, dan maakt u de voorwielremmen los, door de remmen naar boven te trekken.
11. HET MONTEREN VAN DE KAP (Afb. 11)
Schuif de plastic kleminrichtingen van de kap in de houders aan beide zijden van het zitje.
12. HET SAMENVOUWEN (Afb. 12a-d)
Zorg ervoor, dat de duwstang zich aan de zijde van de kap en dat de rugleuning zich in verticale zitpositie bevindt. Klap de kap naar achteren. Trap eerst op de vergrendeling aan de linkerzijde (12a) en dan op de tweede vergrendeling aan de rechterzijde (12b), om de kinderwagen te ontgrendelen. Druk dan de duwstang naar voren en vouw de kinderwagen samen (12c). Sluit de transportveiligheid aan de zijkant van het onderstel (12d).
13. BEVEILIGING VAN HET KIND IN HET ZITJE (Afb. 13):
Zet het kind in het zitje en doe het de schoudergordels en de bekkengordel om, sluit de gesp van de kruisgordel (de gordel, die tussen de beentjes van het kind wordt doorgeleid). Stel de lengte van de gordels passend in voor uw kind. Overtuig er u steeds van, dat de gordelriempjes niet verdraaid zijn en niet aan het onderstel van de kinderwagen zijn vastgehaakt. Controleer de correcte instelling telkens, wanneer u het kind in het zitje zet. Om de gordels los te maken drukt u op de gordelgesp en opent u deze. Aanpassing van het gordelsysteem: Schuif beide sluitingen (B) in de gordelgesp (A) en zorg ervoor, dat beide knoppen met een klik vergrendelen. Controleer, dat beide schoudergordelriempjes (C) aan de sluitingen zijn bevestigd (B). Elk gordelriempje bezit een eigen instelinrichting, om de lengte individueel te kunnen instellen (D). Om het gordelsysteem los te maken drukt u op de knop. Voor de uitrusting van de kinderwagen met een vijfpuntsgordel zijn er D-ringen voorhanden. De bevestigingsdelen (D-ringen) bevinden zich aan de bekkengordel. WAARSCHUWING: (U bent verantwoordelijk voor de veiligheid van uw kind.) Het kind moet steeds de gordel omhebben en mag nooit zonder toezicht achterblijven. Het kind mag niet in de omgeving van bewegende delen terechtkomen, terwijl u veranderingen aan de kinderwagen uitvoert. Deze kinderwagen moet regelmatig door de gebruiker worden onderhouden. Let op: Om zware letsels door ondeskundige omgang met de kinderwagen te vermijden dient u de gordels steeds conform de voorschriften te gebruiken. Gebruik het gordelsysteem nooit zonder schoudergordels.
14. HET INSTELLEN VAN DE SCHOUDERGORDELS (Afb. 14)
Bij deze kinderwagen kunnen de schoudergordels op 2 verschillende hoogtes aan de rugleuning worden aangebracht. Bevestig de schoudergordels in de sleuven, die ongeveer op schouderhoogte van uw kind liggen.
15. HET BEVESTIGEN VAN DE BABYDRAAGTAS (optionele uitrusting) (Afb. 15)
Leg geen aanvullende matras in de babydraagtas. De babydraagtas dient met behulp van de daaraan aangebrachte plastic haken aan de D-ringen te worden bevestigd, die zich op het kinderwagenzitje bevinden.
Algemeen Gelieve de functie van de kinderwagen in regelmatige intervallen te controleren. Zorg ervoor, dat het onderstel stabiel is, de schroeven vast zijn aangehaald, de vergrendelingen veilig gesloten, de wielen veilig gemonteerd en dat de remmen volledig functioneel zijn. Controleer af en toe de bekleding, om te vrijwaren, dat alle naden nog intact zijn en controleer de kwaliteit van de plastic delen. Gebroken of versleten slijtageonderdelen moeten onmiddellijk worden vervangen. Handel op dezelfde wijze met gebroken, gescheurde, defecte of versleten onderdelen. Gelieve uitsluitend originele reserveonderdelen van hauck te gebruiken. Stel de kinderwagen niet bloot aan hevige zonnestraling, omdat de kwaliteit van de stoffen bekledingen en de plastic delen daaronder kan leiden. Reinigen van de bekledingen Neem de bekledingen af van het onderstel, door de lussen, stiften of schroeven los te maken. Lees voor de reiniging de aanwijzingen op het ingenaaide etiket. Om de bekleding behoedzaam te reinigen, wist u deze regelmatig met een vochtige doek af. Indien er geen delen van plastic, hout of metaal op of in de bekleding zitten, dan kan de bekleding in de wasmachine bij 30°C en een wasprogramma met gemiddeld toerental worden gewassen. De bekleding dient aan de lucht te worden gedroogd maar daarbij niet aan hevige zonnestraling te worden blootgesteld. Droog de bekleding niet in de wasdroger, omdat zij anders krimpt. Breng de bekleding eerst weer aan op het onderstel, wanneer deze volledig droog zijn. Reinigen van het onderstel Wis de kinderwagen droog met een zachte doek na de reiniging of na gebruik bij regen of sneeuw. Gebruik alleen een zacht zeepsop of lauwwarm water om het onderstel te reinigen. Plastic delen kunnen met zachte wasmiddelen worden gereinigd. Onderhoud van de wielen De wielen moeten regelmatig gereinigd en onderhouden worden. Als beveiliging tegen roest en andere resten moeten de velgen indien noodzakelijk met een roestwerend middel en smeermiddel worden behandeld. Zorg ervoor, dat resten van strooizout onmiddellijk na gebruik van de kinderwagen in de winter met warm water en een vochtige doek worden verwijderd. Bevrijd de wielen en wielassen in regelmatige intervallen van vuil.
Notice-Facile