MECABLITZ 60 CT-4 - Flitsfoto METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 60 CT-4 METZ in PDF-formaat.

📄 82 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice METZ MECABLITZ 60 CT-4 - page 27
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 60 CT-4

Categorie : Flitsfoto

Download de handleiding voor uw Flitsfoto in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 60 CT-4 - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 60 CT-4 van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 60 CT-4 METZ

2.2.1 Accu opladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30

2.3 In- en uitschakelen van het flitsapparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30

2.4 De aanduiding van flitsparaatheid (optisch en akoestisch) . . . . . . . 30

2.5 De aanduiding van de belichtingscontrole (optisch en akoestisch) . . 31

2.6 Mogelijke signalen van de zoemer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31

3. De TTL-flitsfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31

9. Verlichtingshoek en groothoekvoorzetstuk . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35

10. Belichtingscorrecties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35

10.1 Belichtingscorrectie bij flitsen met automatiek. . . . . . . . . . . . . . . . . 35

10.2 Belichtingscorrectie in de TTL-flitsfunctie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36

11. Onderhoud en verzorging. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36

12. Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36

13. Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37

Wij feliciteren u met de aankoop van dit apparaat en wij danken u voor het vertrouwen dat u in Metz - flitsers heeft. Natuurlijk kunt u het nauwelijks afwachten de flitser in gebruik te nemen. Het is echter lonend om eerst de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen zo leert u probleemloos met het apparaat om te gaan. ☞ Sla s.v.p. ook de afbeeldingen op het omslag van de gebruiksaanwijzing open. Deze flitser past op:

  • alle camera’s met flitsschoen waarin een middencontact, bij gebruik van de flitskabel 45-54 (accessoire).
  • alle camera’s met flitsaansluiting bij gebruik van de meegeleverde flitskabel.
  • systeemcamera’s De optimale aanpassing aan uw systeemcamera bereikt u door het gebruik van een SCA-adapter. Welke adapter u voor uw camera nodig heeft, vindt u in de bijgevoegde SCA 300/3002 tabel. Daarin kunt u tevens de speciale flitsfuncties vinden, die het systeem dan uitvoert. Kort overzicht van de flitsfuncties: Uitrusting u uit te voeren functies
  • 60 CT-4 met flitskabel Flitsen met automatiek, hfdst. 4, blz. 32 Flitsen met handbediening, hfdst. 5, blz. 32
  • 60 CT-4 met SCA 300/3002 adapter TTL-flitsfunctie *, hfdst. 3, blz. 31 Flitsen met automatiek, hfdst. 4, blz. 32 Flitsen met handbediening, hfdst. 5, blz. 32
  • wanneer de camera deze functie biedt

De mecablitz 60 CT-4 wordt compleet geleverd met accu 60-38 en oplaadapparaat. Zijn meest opvallende eigenschappen zijn:

  • Universeel zwenkbare Quadrolight-reflector. Maakt indirect flitsen mogelijk zonder van het voordeel van de automatische belichtingsregeling af te hoeven zien.
  • Inschakelbare tweede reflector voor frontale opheldering bij het indirect flitsen.
  • Groothoekvoorzetstuk met automatische omschakeling van de gegevensaanduidingen.
  • Belichtingsautomatiek met 8 vrij te kiezen werkdiafragma’s. Daardoor makkelijk te beheersen scherptediepte- en instelproblemen.
  • Energiebesparende thyristor-lichtregeling leidt, vooral in het dichtbijbereik, tot korte flitsintervaltijden en tot een groter aantal flitsen per acculading.
  • Lang nalichtende aanduiding van de belichtingscontrole.
  • Overzichtelijk instelcentrum.
  • Gebruik met handinstelling of gebruik met deelvermogen.
  • Houdt de camerawinder bij.
  • Verlichte instelunit.
  • Lichtgevende functie-aanduidingen.
  • Dedicated systeem SCA 300. De adapters ( accessoires ) maken de aanpassing mogelijk van de mecablitz aan de speciale functies van de verschillende systeemcamera’s. Speciale flitsfuncties Bij gebruik van een SCA-300 adapter (indien de camera dat mogelijk maakt):
  • Aanduiding van de flitsparaatheid in de zoeker
  • Aanduiding van de belichtingscontrole in de zoeker

Bij flitsen met automatiek of bij TTL-flitsregeling wordt een correcte belichting of een onderbelichting van de film bij veel camera’s door een signaal in de zoeker aangegeven.

  • Automatisch omschakeling naar de flitssynchronisatietijd Op het moment dat de flitser is opgeladen, wordt bij de meeste systeemcamera’s de belichtingstijd vanuit de ingestelde tijd omgeschakeld naar de flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera’s behouden langere tijden voorrang. Dooft de aanduiding voor de flitsparaatheid na een flits, of wordt de flitser uitgeschakeld, dan stelt de camera automatisch weer de eerder ingestelde belichtingstijd in.
  • Ontstekingssturing Wanneer voor het op het objectief ingestelde diafragma met het aanwezige licht reeds een belichtingstijd geldt, die even lang of korter is dan de flitssynchronisatietijd, dan wordt de flitser niet ontstoken. De opname wordt dan gemaakt met het heersende licht, waardoor overbelichting wordt vermeden.
  • Synchronisatie naar keuze op het 1e of het 2e sluitergordijn. Hierbij worden twee mogelijkheden geboden voor de flitssynchronisatie: - op het moment, dat het 1e gordijn de film geheel vrijgeeft of - vlak voordat het 2e gordijn de film weer gaat bedekken. Op de betreffende SCA-adapter wordt de gewenste synchronisatie voorgekozen. De synchronisatie op het 2e gordijn biedt vooral bij langere belichtingstijden en bewegende onderwerpen met eigen lichtbron voordeel.
  • Flitsen met programautomatiek Sommige camera’s meten in de stand „Program“ het gemengde omgevings- en flitslicht. De camera stelt automatisch een tijd-/ diafragmacombinatie in en stuurt de flitser volgens de TTL-methode. Daardoor is een uiterst eenvoudige bediening van de apparatuurcombinatie mogelijk. Bij gebruik van een SCA-3002 adapter zijn alle SCA-300 functies mogelijk met bovendien:
  • Autofocus-meetflits Zodra de heersende lichtomstandigheden automatisch scherpstellen niet meer toelaten, wordt door de elektronica in de camera de autofocus-meetflits geactiveerd. De autofocus-schijnwerper straalt dan een streepmotief uit, dat op het onderwerp wordt geprojecteerd. Op dit streeppatroon kan de camera dan automatisch scherpstellen.Wordt een SCA 300-autofocusadapter gebruikt, dan wordt uitsluitend de in de adapter ingebouwde autofocus-meetflits geactiveerd.
  • TTL-invulflitsregeling Sommige systeemcamera’s bieden naast de TTL-flitsregeling nog de mogelijkheid van de TTL-invulflitsregeling. Deze functie wordt vooral gebruikt bij daglichtopnamen, voor het ophelderen van schaduwpartijen of bij tegenlicht. De camera stuurt, op basis van de sensormeting in het camerahuis en de daaropvolgende berekening door de elektronica in de camera, altijd de juiste hoeveelheid flitslicht voor een uitgebalanceerde belichting. Daarbij wordt voor het invulflitsen door de camera automatisch een correctie op de normale flitsbelichting uitgevoerd.
  • TTL-flitsbelichtingscorrectie In bepaalde opnamesituaties ontstaat de mogelijkheid dat de sensormeting in de camera misleid wordt. Dit komt vooral voor bij zeer donkere onderwerpen voor een bijzonder lichte achtergrond (onderwerp wordt onderbelicht) of bij zeer lichte onderwerpen tegen een donkere achtergrond (onderwerp wordt overbelicht). Met behulp van de regeling van diafragma en belichtingstijd, verandering van de filmgevoeligheid of de +/- correctie op de camera kan een normale belichtingscorrectie worden uitgevoerd. Daarbij worden echter alle factoren van de opname beïnvloed. Daarom is bij sommige camera’s een speciale flitsbelichtingscorrectie mogelijk. Met deze correctie blijft de totale belichting behouden en alleen de donkere, beschaduwde partijen worden door de flitser opgehelderd. Verdere details kunt u vinden in de betreffende gebruiksaanwijzing van de camera en in die van de adapter.

1. Veiligheidsaanwijzingen

  • De flitser is alleen bedoeld en toegelaten voor gebruik op fotografisch gebied.
  • De flitser mag nooit worden ontstoken in de omgeving van licht ontvlambare stoffen (benzine, oplosmiddelen, enz) ! GEVAAR VOOR EXPLOSIES!
  • Auto-, bus-, fiets-, motorfiets- of treinbestuurders enz. nooit met de flitser fotograferen. Door verblinding kan de bestuurder een ongeluk veroorzaken !
  • Nooit dicht bij de ogen een flits ontsteken! Een flits, vlak voor de ogen van personen en dieren kan leiden tot beschadiging van het netvlies en andere zware zichtstoringen - tot blindheid aan toe !
  • Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing aangegeven en toegelaten voedingsbronnen!
  • Batterijen en accu’s niet blootstellen aan overmatige warmte als zonneschijn, vuur en dergelijke !
  • Lege accu niet in vuur werpen !
  • Uit lege batterijen kan loog komen wat tot beschadiging van de contacten in het apparaat leidt. Lege batterijen dus onmiddellijk uit het apparaat halen.
  • Droge batterijen mogen niet worden opgeladen.
  • Flitser en oplaadapparaat niet blootstellen aan drup- en spatwater !
  • Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser niet in het handschoenvakje van de auto !
  • Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen lichtondoorlatend object vlak voor of op het venster van de flitskop bevinden. Het venster van de flitskop mag niet verontreinigd zijn. Indien u hier niet op let kan door de grote energie van het flitslicht verbranding van het materiaal, c.q. het venster van de reflector optreden.
  • Na meerdere flitsen niet het venster van de reflector aanraken. Gevaar voor verbranding !
  • De flitser niet uit elkaar nemen! HOOGSPANNING ! In het interieur van de flitser bevinden zich geen onderdelen die door een leek gerepareerd kunnen worden.

2. De flitser gereedmaken

2.1 Bevestigen van de flitser aan de camera

De flitser kan alleen met een flitskabel a of met een aansluitkabel SCA 300 A1) c.q. SCA 3000 C1) en een SCA-300/3002 adapter1) op de camera worden gebruikt 1)(accessoire ) Alvorens standaardvoet SCA-adapter

flitser monteren of demonteren dient de flitser uitgeschakeld te zijn door middel van de hoofdschakelaar. Flitser en camera uitschakelen voor het opzette of afnemen. Adapter c.q. standaardvoet 301 in de zoekerschoen van de camera schuiven en met de kartelmoer vastzetten. Een SCA-300 adapter en de standaardvoet 301 worden via de verbindingskabel SCA 300 A1) met de flitser verbonden. Een SCA-3002 adapter wordt via de verbindingskabel SCA 3000 C1) met de flitser verbonden. Flitser monteren:

  • Camerabeugel met de vastzetschroef in de statiefaansluiting van de camera bevestigen. Voor midden- en grootformaatcamera’s bevelen wij het gebruik van de cameraplaat 70-35 ( accessoire ) aan.
  • Camerabeugel in de snelklik d van het stopblok inschuiven, tot hij hoorbaar inklikt ( afb. 1).
  • Camerabeugel met de klemschroef vastzetten.
  • Flits- of SCA-kabel aan flitser en camera, c.q. adapter aansluiten.

De flitser mag alleen met de accu 60-38 worden gebruikt. ☞ Verbruikte accu’s horen niet in het huisvuil ! Draag bij aan de bescherming van het milieu en lever verbruikte accu’s bij de fotohandel in ! Open voor de eerste ingebruikneming van de mecablitz het deksel van het accuvak (afb. 6) en neem er de ingelegde transportbeveiliging (kartonnen strook) tussen accu en contacten uit.

De accu 60-38 mag alleen met het oplaadapparaat (Tabel 2, blz. 83) worden opgeladen. Vóór het opladen moet de werkspanning aan het oplaadapparaat worden ingesteld.

2.3 In- en uitschakelen van de flitser

De flitser moet via zijn hoofdschakelaar (afb. 6) worden ingeschakeld - de aanduiding (afb. 6) voor het in bedrijf zijn van de generator licht op. Schuif de hoofdschakelaar terug naar de stand "0" als u de flitser uit wilt schakelen. Zodra de aanduiding van de flitsparaatheid (afb. 3) oplicht, is de mecablitz gereed om te flitsen.

2.4 De aanduiding van flitsparaatheid (optisch en akoestisch)

Bij het oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid (afb. 3) is de flitser gereed om te flitsen; alleen dán zal een flits ontstoken kunnen worden. Met de schakelaar (afb. 5) kan een akoestisch signaal van flitsparaatheid worden ingeschakeld. Als de flitser gereed is om te flitsen, klinkt er een ononderbroken toon van ong. 1 sec. en de aanduiding van flitsparaatheid (afb 3) licht op.

2.5 De aanduiding van de belichtingscontrole (optisch en

akoestisch) De aanduiding van de belichtingscontrole (afb 3) licht alleen op als de opname in de TTL- of de automatisch-flitsenfunctie correct werd/wordt belicht. Daarmee heeft u bij de automatisch-flitsenfunctie de mogelijkheid om door een met de hand te ontsteken proefflits de geschikte diafragmawaarde te bepalen, wat in het bijzonder bij indirect flitsen met moeilijk vooruit in te schatten reflectieomstandigheden van belang is. In de TTL-functie is een proefflits niet mogelijk. De proefflits wordt ontstoken door te drukken op de ontspanknop voor handbediening. Blijft de aanduiding van de belichtingscontrole (afb. 3) na de proefflits donker, dan moet u het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen of de afstand naar het reflecterende vlak, c.q. het onderwerp verkleinen en de proefflits herhalen. De aldus bepaalde diafragmawaarde moet ook op de camera worden ingesteld ☞ Hou bij de proefflits de flitser met zijn fotosensor net zoals bij de latere opname. Met de schakelaar (afb. 5) kan een akoestisch signaal van de belichtingscontrole worden ingeschakeld. Bij een correcte belichting klinkt bij een ingeschakelde akoestische aanduiding van de belichtingscontrole een ononderbroken zoemtoon van ong. 1 sec.

2.6 Mogelijke signalen van de zoemer

Onmiddellijk na het ontsteken van een flits klinkt er een ononderbroken zoemtoon en de aanduiding van de belichtingscontrole (afb.

3) en die van de flitsparaatheid lichten op - correct belicht,

gereed om te flitsen. Onmiddellijk na het ontsteken van een flits klinkt een ononderbroken zoemtoon maar alleen de aanduiding van de belichtingscontrole (afb. 3) licht op - correct belicht, flitser nog niet gereed om te flitsen. Onmiddellijk na het ontsteken van een flits klinkt er geen geluid en de aanduiding van de belichtingscontrole (afb. 3) alsook de aanduiding van de flitsparaatheid lichten niet op - onderbelicht, flitser nog niet gereed om et flitsen.

3. De TTL - flitsfunctie

(alleen mogelijk met SCA-adapters) In de TTL - flitsfunctie bereikt u op eenvoudige wijze goede flitslichtopnamen. In deze functie wordt de belichtingsmeting door de sensor in de camera uitgevoerd. Deze sensor meet het door het objectief heen op de film vallende licht. Bij het bereiken van de vereiste hoeveelheid licht, zendt de elektronica in de camera een signaal aan de adapter ( accessoire ), en de uitstraling van het flitslicht wordt onmiddellijk onderbroken. Het voordeel van deze werkmethode ligt hierin, dat alle factoren die de belichting kunnen beïnvloeden ( opnamefilters, veranderingen van diafragma en brandpuntsafstand bij zoomobjectieven, uittrekverlengingen bij dichtbijopnamen enz. ) automatisch meeberekend worden. ☞ De TTL-flitsfunctie kan alleen met camera’s worden uitgevoerd, die met deze functie uitgerust zijn. Het is niet voldoende alleen de flitser in de stand „TTL“ te zetten. Voor het testen van de TTL-functies moet zich film in de camera bevinden. ☞ Bij sterke contrastverschillen, bijv. een donker onderwerp in de sne- euw, kan een correctie op de belichting vereist zijn. ( hoofdstuk 10.2). Instelmethode voor de TTL - flitsfunctie

  • Stel de camera in volgens de opgaven in zijn gebruiksaanwijzing.
  • Voorzie de flitser van de betreffende SCA-adapter en sluit hem op de camera aan.
  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar (afb. 6) in.
  • Schuif de sleutelschakelaar (afb. 3) naar beneden en ontgrendel daar31

door de instellingen.

  • Draai het instelwieltje (afb. 3) tot in het venster (afb. 3) „TTL“ verschijnt.
  • Schuif de sleutelschakelaar naar boven waardoor u de instellingen vergrendelt. De max. reikwijdte voor de op de camera ingestelde diafragmawaarde kan op de instelschijf op de reflector tegenover die diafragmawaarde worden afgelezen. Stel het pijltje (afb. 4) in op de stand ’MAN.:1’. De minimale flitsafstand bedraagt ong. 20% van de maximale reikwijdte. ☞ Voor testen van de flitsreikwijdte is alleen ontspannen met de camera en niet met de handontspanknop van de flitser mogelijk (indien mogelijk de camera hierbij op meervoudige belichting zetten).

4. Flitsen met automatiek

In de functie van flitsen met automatiek meet de fotosensor het door het onderwerp gereflecteerde licht. De flitser onderbreekt de uitstraling van het licht na het bereiken van de vereiste hoeveelheid licht. Daardoor hoeft bij een afstandsverandering geen nieuwe diafragmaberekening en -instelling te worden uitgevoerd, zolang het onderwerp zich maar binnen het aangegeven automatiek-flitsbereik bevindt. De fotosensor van de flitser moet op het onderwerp gericht zijn, waarheen de hoofdreflector van de flitser ook gericht staat. De fotosensor heeft een meethoek van 25°. De sensor meet alleen gedurende de eigen lichtafgifte van de flitser. Bij flitsen met automatiek beschikt de gebruiker over 8 automatiekdiafragma’s. Instelmethode voor het flitsen met automatiek: Instelvoorbeeld: Verlichtingsafstand: 5 m Filmgevoeligheid: ISO 100/21°

  • Camera volgens de opgaven van zijn gebruiksaanwijzing instellen.
  • Flitser met hoofdschakelaar (Afb. 6) inschakelen.
  • Stel de filmgevoeligheid in met de instelknop (afb. 1) op de lampstaaf. De flitsafstand van 5 m veroorlooft, met inachtneming van de max. grensreikwijdte, de automatiekdiafragma’s 11 - 8 - 5,6 - 4 - 2,8 - 2 - 1,4 en 1.
  • Stel met het instelwieltje (afb. 3) in op een van de automatiekdiafragma’s. De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10% van de max. grensreikwijdte.
  • Diafragma op de flitser en de camera op hetzelfde getal instellen. Met het oog op de kleinst mogelijke scherptediepte (bij portretopnamen gewenst) bevelen wij aan om diafragma 1 te nemen. Bij groepsfoto’s waar veel personen achterelkaar staan, bevelen wij diafragma 11 aan.
  • Flitsparaatheid afwachten - groene LED licht op. ☞ Het onderwerp moet zich op ongeveer het derde deel van het afstandsbereik bevinden. Daarmee heeft de elektronica voldoende speelruimte voor de belichting, wanneer dat nodig is. De flitsafstanden van elk automatiekdiafragma overlappen elkaar. Door deze overlapping kan het te fotograferen onderwerp altijd in het middelste derde deel worden geplaatst. ☞ Voorzichtig bij zoomobjectieven ! Deze kunnen op grond van hun constructietype lichtverlies tot een hele stop veroorzaken. Zij kunnen ook bij verschillende instellingen van de brandpuntsafstand verschillende effectieve diafragmawaarden hebben. Deze eventueel door een met de hand te corrigeren instelling van de diafragmawaarde op de flitser compenseren !

5. Flitsen met handbediening

In deze flitsfunctie wordt de volle energie door de flitser uitgestraald, voorzover er geen deelvermogen ingesteld staat ( M 1/2 - M 1/256 ) .De aanpassing aan de opnamesituatie kan door de instelling van het diafragma op de camera worden uitgevoerd. Wanneer de ingestelde waarde niet met de daadwerkelijke afstand overeen- komt, moet (-en) eventueel het diafragma of/en het deelvermogen ( M 1/2 en M 1/256 ) overeenkomstig worden veranderd. Maatgevend voor het deelvermogen is:

  • de afstand tot het onderwerp.
  • de gewenste diafragmawaarde
  • de filmgevoeligheid ISO. Instelmethode voor flitsen met handbediening: Instelvoorbeeld: Flitsafstand 5 m Filmgevoeligheid: ISO 100/21°
  • Stel de camera in volgens de opgaven in zijn gebruiksaanwijzing.
  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar (afb. 6) in.
  • Draai de instelknop voor de filmgevoeligheid (afb. 4) op de reflector. Het witte instelstreepje moet tegenover de aanduiding van de filmgevoeligheid ISO staan. Stel deze filmgevoeligheid ook in de instelunit op de lampstaaf in.
  • Schuif de sleutelschakelaar (afb. 3) naar beneden waardoor u de instellingen ontgrendelt.
  • Draai het instelwieltje (afb. 3) tot „M“ in het venster verschijnt.
  • Druk de sleutelschakelaar (afb. 3) naar boven waardoor u de instellingen vergrendelt.
  • Zet de keuzeschijf (afb. 4) op MAN 1/8. De afstandsopgave staat nu tegenover een diafragmagetal. Dit diafragmagetal is de in te stellen diafragmawaarde. ☞ Bij een flitsafstand van 5 m ( als in het voorbeeld ) moet op de camera diafragma 8 worden ingesteld. Bij gebruik van het groothoekvoorzetstuk moet het ingestelde diafragma worden gecorrigeerd. Het instelcentrum houdt rekening met het groothoekvoorzetstuk.

Rechtstreeks geflitste foto’s zijn vaak aan hun harde en geprononceerde schaduwen te herkennen. Vaak ook werkt de natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- naar achtergrond storend. Door indirect te flitsen kunnen deze verschijnselen voor een groot deel worden voorkomen, omdat zowel onderwerp als achtergrond met verstrooid licht, zacht en gelijkmatig kunnen worden verlicht. De reflector van de flitser wordt hierbij zo gezwenkt, dat deze een geschikt reflectievlak ( bijv. het plafond of de wanden van de ruimte ) verlicht. De reflector van de flitser is daarom verticaal en horizontaal zwenkbaar. Verticale klikstanden voor indirect flitsen vindt u bij:

  • 15°, 30°, 45°, 60°, 75° en 90° (reflector tot de gewenste klikstand zwenken ) De reflector is horizontaal 180° naar links en rechts draaibaar en klikt in de standen 90° en 180° in. ☞ Bij het verticale zwenken van de flitskop moet erop worden gelet, dat er tot een voldoend grote hoek wordt gezwenkt, zodat er geen rechtstreeks licht meer op het onderwerp kan vallen. Daarom minstens tot de 60° klikstand zwenken. Het door het reflectievlak verstrooide licht geeft een zachte verlichting van het onderwerp. Het reflectievlak moet kleurneutraal, bijv. wit zijn en het mag geen structuur bevatten ( bijv. houten balken in het plafond ) die tot schaduwvorming aanleiding kan vormen. Voor kleureffecten kiest men een reflectievlak in de gewenste kleur. Om bij het indirect flitsen schaduwen te vermijden, die bijv. bij portretopnamen onder de neus en in de oogholten kunnen ontstaan, is het gebruik van de tweede reflector aan te bevelen.

6.1 Indirect flitsen met ingeschakelde tweede reflector

De tweede reflector (afb. 1) geeft bij indirect flitsen frontale opheldering.

☞ Het gebruik van de tweede reflector is in principe alleen zinvol bij indirect flitsen. Met de schakelaar (afb. 3) kan de tweede reflector in- en uitgeschakeld worden. Bij geactiveerde tweede reflector wordt de flitsenergie zo verdeeld, dat 85 % door de hoofdreflector en 15 % door de tweede reflector wordt uitgestraald. Bij instelling van deelvermogen en ingeschakelde tweede reflector kunnen de aangegeven percentages iets afwijken. Is de door de tweede reflector uitgestraalde hoeveelheid licht te groot, dan kan die hoeveelheid met behulp van de reductieschijf met ong. 40 % worden verminderd. De reductieschijf hiertoe over de tweede reflector leggen en aan beide zijden vast indrukken, tot hij hoorbaar inklikt. ń 6.2 Indirect TTL-flitsen en indirect flitsen met automatiek Het is nuttig om voor de eigenlijke opname te testen, of de flitser voor het gekozen diafragma voldoende licht afgeeft. Gebruik hiervoor de werkwijze zoals die in hoofdstuk 2.5 wordt beschreven.

6.3 Indirect flitsen met handbediening

Bij het flitsen met handbediening wordt het vereiste objectiefdiafragma het meest praktisch met behulp van een flitsmeter bepaald. Wanneer zo’n meter niet ter beschikking is, kan men met de vuistregel richtgetal Objectiefdiafragma = ————————— flitsafstand x 2 een diafragmagetal berekenen, dat men bij het opnemen nog met + en - 1 diafragmastop kan varieert.

7. De winder - / motordrivefunctie

Definitie: Onder winder- / motordrivefunctie verstaat men een serie opnamen van meerdere opnamen per seconde. De winderfunctie is een functie met deelvermogens.

In de functie ’Winder W’ kunnen tot 2 flitsen per seconde, in de functie ’Motordrive MD’ kunnen tot 5 flitsen per seconde worden ontstoken. Instellen voor het werken met de winderfunctie:

  • Stel de camera in volgens de opgaven in zijn gebruiksaanwijzing.
  • Schakel de flitser in via zijn hoofdschakelaar (afb. 6).
  • Draai de instelknop voor de filmgevoeligheid (afb. 4) op de reflector. Het witte instelstreepje moet tegenover de opgave van de filmgevoeligheid ISO staan. Stel de filmgevoeligheid ook in de instelunit van de lampstaaf in.
  • Zet de keuzeschijf (afb. 4) op „W“, c.q. „MD“.
  • Wacht de aanduiding van flitsparaatheid (afb. 3) af - de groene LED licht op. Op de schaal kan tegenover de flitsafstand de op de camera in te stellen diafragmawaarde worden afgelezen.

8. Invulflitsen bij daglicht

De mecablitz kan worden gebruikt voor invulflitsen bij daglicht, om schaduwen weg te werken en een uitgebalanceerde belichting, ook bij tegenlicht te bereiken. Er kunnen hiervoor verschillende mogelijkheden worden gekozen.

8.1 Invulflitsen met automatiek

Bepaal met de camera of een belichtingsmeter de vereiste combinatie van diafragma en belichtingstijd voor een normale belichting. Let er daarbij op, dat de belichtingstijd gelijk aan of langer dan de kortste flitssynchronisatietijd ( afhankelijk van de camera ) is. Voorbeeld: Bepaald diafragma = 8; bepaalde belichtingstijd = 1/60 s. Flitssynchronisatietijd bijv. 1/100 s ( zie gebruiksaanwijzing van de camera ) De beide bepaalde waarden voor diafragma en belichtingstijd kunnen op de camera worden ingesteld, daar de belichtingstijd langer is dan de flitssynchronisatietijd van de camera. Om een goede invulling te bereiken, bijv. om het karakter van de schaduwwerking te behouden, wordt aanbevolen op de flitser een diafragmawaarde lager te nemen dan het op de camera ingestelde getal. In het voorbeeld werd op de camera diafragma 8 ingesteld. Wij raden dus aan, op de flitser dan 5,6 in te stellen. ☞ Let erop, dat de bron van het tegenlicht niet rechtstreeks op de fotosensor van de flitser schijnt. De elektronica van de flitser zou daardoor in verwarring worden gebracht.

8.2 Invulflitsen met handbediening

Met behulp van de deelvermogens heeft u bij handbediening de mogelijkheid, de gewenste opheldering bewust te sturen. Volledige opheldering van de schaduwen Bepaal met de camera of met een belichtingsmeter de vereiste combinatie van diafragma en belichtingstijd en stel deze op de camera in. De reikwijdte van de flitser wordt in het instel centrum aangegeven. Wanneer de onderwerpsafstand kleiner is dan de aangegeven reikwijdte, kan een deelvermogen worden gekozen om de afstand aan te passen. Gereduceerde opheldering van de schaduwen Bepaal met de camera of met een belichtingsmeter de vereiste combinatie van diafragma en belichtingstijd en stel deze op de camera in. Om minder opheldering van de schaduwen te verkrijgen dan bij de volledige opheldering, kunt u het deelvermogen aan de flitser een stop lager zetten.

8.3 Invulflitsen met TTL-functie

Bij sommige cameramodellen wordt automatisch in de program- c.q. automatiekfuncties een invulflitsregeling uitgevoerd. Door de grote verscheidenheid aan cameragestuurde invulflits-regelingen bij de moderne camera’s is het hier niet mogelijk, de instelmethoden uitvoerig te beschrijven. In de regel vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw camera hiervoor de nodige aanwijzingen. Bij camera’s zonder eigen invulflitstechniek is in principe ook bij de TTL-flitsfunctie invulflits met de flitser mogelijk. De uitwerkingen van het invullicht is hierbij echter van de eigenschappen van het camera TTL-meetsysteem afhankelijk. In veel gevallen verdient daarom de werkmethode van invulflitsen-met-automatiek aanbeveling.

9. Verlichtingshoek en groothoekvoorzetstuk

Met het groothoekvoorzetstuk wordt de horizontale verlichtingshoek van 62 ° naar 65 ° en de verticale verlichtingshoek van 42 ° naar 65 ° vergroot. Het groothoekvoorzetstuk moet bij brandpuntsafstanden van minder dan 28...35 mm ( kleinbeeld 24 x 36 mm ) c.q. minder dan 50...75 mm ( formaat 6 x 6 cm ) worden gebruikt. De flitsreikwijdten verminderen bij het opsteken van het groothoekvoorzetstuk automatisch.

10. Belichtingscorrecties

De belichtingsautomatieken zijn afgestemd op een reflectie van 25 % (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen). Een donkere achtergrond die veel licht absorbeert en een lichte achtergrond die sterk reflecteert ( bijv. opnamen met tegenlicht ), kunnen aanleiding vormen tot over- resp. onderbelichting.

10.1 Belichtingscorrectie bij flitsen met automatiek

Om het bovengenoemde effect te compenseren, kan de belichting door het openen en sluiten van het cameradiafragma worden gecorrigeerd. Bij een overwegend lichte achtergrond onderbreekt de sensor van de flitser de lichtafgifte te vroeg en het eigenlijk te fotograferen onderwerp wordt te donker. Bij een donkere achtergrond wordt de lichtafgifte te laat onderbroken en het onderwerp wordt te licht. ☞ lichte achtergrond: cameradiafragma 1/2 tot 1 stop openen ( bijv. van 5,6 naar 4 ) ☞ donkere achtergrond: cameradiafragma 1/2 tot 1 stop sluiten ( bijv. van 8 naar 11 )

10.2 Belichtingscorrectie in de TTL-flitsfunctie

Veel camera’s hebben een instelelement voor belichtingscorrecties, dat ook bij de TTL- flitsfunctie te gebruiken is. ☞ Let op de opgaven in de gebruiksaanwijzing van de camera. Een belichtingscorrectie door veranderen van het objectiefdiafragma is hier niet mogelijk, daar de belichtingsautomatiek van de camera het veranderde diafragma weer als normaal automatiekdiafragma ziet.

11. Onderhoud en verzorging

Verwijder vuil en stof met een zacht, droog, of met siliconen behandeld doekje. Gebruik geen reinigingsmiddelen - de kunstsofdelen zouden beschadigd kunnen worden. Formeren van de flitscondensator De in de flitser ingebouwde flitscondenstor ondergaat een natuurkundige verandering, wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt ingeschakeld. Daarom is het noodzakelijk het apparaat eens per kwartaal gedurende ong. 10 min. in te schakelen. De accu moet daarbij zoveel energie leveren, dat de flitser uiterlijk 1 min. na het inschakelen, flitsparaat is.

12. Technische gegevens

Richtgetallen bij ISO 100/21°: in meters: 60 im Feet-System: 8 automatiekdiafragma’s bij ISO 100/21°:

  • In M-functie ong. 1/200 Sek. bei voller Lichtleistung.
  • In de winderfunctie ong. 1/14000 seconde
  • In de motordrivefunctie ong. 1/5500 seconde

Meethoek fotosensor: Kleurtemperatuur: Filmgevoeligheid: Synchronisatie: Aantallen flitsen: 160* . . .4500 . 800 in de winderfunctie. 1200 in de motordrivefunctie. ong. 25 ° ong. 5600 K ISO 25 tot ISO 3200 laagspannings thyristorontsteking

  • bij vol vermogen Flitsvolgtijden: 5 Sek. (in de M-functie). . . 0,25 s. In de winderfunctie ong. 0,4 s. In de motordrivefunctie ong. 0,2 s Zwenkbereiken en klikstanden van de reflector: naar boven 15° 30° 45° 60° tegen de wijzers van de klok in:90° 180° met de wijzers van de klok mee: 90° Afmetingen in mm ong.(B x H x T) Flitser 102 x 254 x 102 Generatordeel 126 x 165 x 58 Gewicht: Flitser ong. 650 gram Generator met accu 60-38 ong. 1850 gram 75° 180° Tabel 1: richtgetallen bij maximaal vermogen (blz. 82) Tabel 2: oplaadapparaten (blz. 83) Tabel 3: Flitsduur en deelvermogensstappen (blz. 83) 90° De levering omvat: Flitser, camerabeugel, accu 60-38, generator, verbindingskabel, oplaadapparaat, flitskabel 45-47, grijsfilter 45-44, gebruiksaanwijzing, SCA 300/3002 tabel.

☞ Voor foutieve werking en schade aan de mecablitz 60 CT-4, veroorzaakt door het gebruik van toebehoren van andere fabrikanten, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard.

  • Adapters van het systeem SCA-300 voor het flitsen met systeemcamera’s . Zie separate gebruiksaanwijzing. Bovendien is de SCA 300 A verbindingskabel vereist.
  • Adapters van het systeem SCA 3002 voor het flitsen met systeemcamera’s die over digitale gegevensoverdracht beschikken. Bovendien is de SCA 3000 C verbindingskabel vereist.
  • Accu oplaadapparaat B 27 (bestelnr. 000100272) voor het laden van de accu 60-38 en NiCd-accu 60-39
  • Filter-set 60-21 (Bestelnr.: 000060213) omvat 4 kleurenfilters voor verlichtingseffecten en een helder filter voor het opnemen van kleurenfolies in kleur naar keuze.
  • Camera-draadontspanner 60-20 (Bestelnr.: 000060205) maakt opnemen mogelijk met de hand die de flitser vasthoudt. Daardoor is de andere hand vrij voor de scherpstelling.
  • Camera-elektro-draadontspanner 60-25 (Bestelnr.: 000060256) als 60-20, maar dan met schakelaar voor elektrisch ontspannen.
  • Mecalux 11( Bestelnr. : 000000112) Sensor voor optisch, vertragingsvrij ontsteken op afstand van verdere flitsers via een door de camera ontstoken flits. Spreekt ook aan op infrarood. Geen batterij nodig.
  • Mecalux-houder 60-26 ( Bestelnr. : 000060264) voor het bevestigen van de Mecalux 11.
  • Mecabounce 60-90 (Bestelnr.: 000060907) Met deze diffusor krijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werking is groots omdat de foto’s een zacht effect verkrijgen. De gezichtstint van personen wordt natuurlijker weergegeven. Vanwege het verlies aan licht worden de grenzen van de flitsreikwijdte worden met een factor 2 verkleind.
  • Reflectiescherm 60-33 ( Bestelnr. : 000060334) verzacht harde slagschaduwen door zijn zachte, gerichte licht.
  • Cameraplaat 70-35 ( Bestelnr. : 000070353) voor het stabiel bevestigen van midden- en grootformaatcamera’s.
  • Beugeladapter 60-28 (Bestellnr.: 000060280) voor het verminderen van de parallax tussen reflector en camera bij dichtbij- en groothoekopnamen.
  • Flitsverbindingskabel SCA 300 A ( Bestelnr. : 000093057) verbindingskabel voor het aansluiten van de flitser aan een adapter van het SCA 300-systeem.
  • Flitskabel SCA 3000 C ( Bestelnr. : 000330031) verbindingskabel voor het aansluiten van de flitser aan een adapter van het SCA 3002-systeem.
  • Standaardvoet 301 ( Bestelnr. : 000093014) in verbinding met SCA 300 A voor het aansluiten aan camera’s met accessoireschoen, voorzien van middencontact.
  • Flits-verbindingskabels: Gespiraliseerde kabel 45-19 (Bestelnr. : 000045499) Gespiraliseerde kabel 45-54 voor middencontact (Bestelnr. :000045542) Flitskabel 45-48, 1 m (Bestelnr. : 000045480) Flits-verlengingskabel 60-54, 5 m ( Bestelnr. : 000060541)
  • Televoorzetstuk 60-42 (Bestellnr.: 000060420) voor flitsopnamen met teleobjectieven. Verdubbelt het richtgetal ongeveer. Ook infrarood-opnamen mogelijk.
  • Draagriem 60-80 (Bestellnr.: 000060802)
  • Draagriem 50-31 (Bestellnr.: 000050319)
  • TTL-Multiconnector SCA 305 A (bestelnr. 000305013) De TTL-Multiconnector SCA 305 A veroorlooft het tegelijkertijd aansluiten van meerdere flitsers van het SCA-systeem aan een voor TTL geschikte systeemcamera, met behoud van alle bijzondere flitsfuncties.
  • Flits-verbindingskabel 60-61 (Bestelnr.: 000060611) Flits-verbindingskabel 3 m

Verbindingskabel voor staafflitsers

Afvoeren van de batterijen Batterijen horen niet bij het huisvuil. S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven. S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu’s afgeven. Batterijen / accu’s zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat - uitschakelt en aangeeft „batterijen leeg“ - de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren. Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt. Contents Foreword