36 AF-4S - Flitsfoto METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 36 AF-4S METZ in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Flitsfoto in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 36 AF-4S - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 36 AF-4S van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING 36 AF-4S METZ
Voorwoord Wij danken u hartelijk voor uw beslissing om voor een Metz product te kiezen. Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten.
Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten de flitser in gebruik te nemen. Het loont echter de moeite de gebruiksaanwijzing te lezen, want alleen daardoor leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan. De flitser is geschikt voor camera’s van de volgende fabrikanten:
- mecablitz 36 AF-4 C alleen voor Canon EOS/PowerShot camera’s
- 36 AF-4 N alleen voor Nikon TTL en iTTL – camera's.
- 36 AF-4 O alleen voor digitale Olympus camera's met TTL-flitsregeling en systeem flitsschoen, alsook voor daarmee compatibele, digitale camera's van Panasonic en Leica.
- 36 AF-4 P alleen voor analoge en digitale Pentax
8:29 Uhr Seite 46 camera's met TTL-, c.q. PTTL sturing en systeem flitsschoen. alsook voor daarmee compatibele digitale camera's van Samsung.
- 36 AF-4 S alleen voor Sony alpha spiegelreflexcamera's met TTL-, TTL met flits vooraf en ADI-meting, evenals analoge en digitale Konica – Minolta Dynax / Dimage camera's Inhoudsopgave
Veiligheidsaanwijzingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
5.7.1 Automatisch TTL-invulflitsen bij daglicht . . . . . . . 59
5.7.7 Met de hand in te stellen correcties op de
7.2.3 Synchronisatie met lange belichtingen SLOW . . . 65
Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66 Tabel van de richtgetallen van de mecablitz voor vol vermogen in het metersysteem . . . . . . 133
1. Veiligheidsaanwijzingen
- De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik binnen het fotografische bereik!
- In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen e.d.) mag de flitser in geen geval worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
- Fotografeer auto- en buschauffeurs, motorrijders of treinmachinisten e.d. nooit met een flitser tijdens de rit. Door de verblinding kan de bestuurder een ongeluk veroorzaken!
- Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van personen en dieren kan leiden tot beschadiging van het netvlies en ernstige storingen
8:29 Uhr Seite 48 veroorzaken bij het zien - tot blindheid aan toe!
- Gebruik alleen de in deze gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen voor de voeding!
- Batterijen en accu’s niet blootstellen aan overmatige hitte als zonneschijn, vuur en dergelijke!
- Verbruikte batterijen / accu’s niet in vuur gooien!
- Uit lege batterijen kan loog lekken, wat tot beschadiging van de contacten leidt. Haal verbruikte batterijen daarom altijd uit het apparaat.
- Batterijen kunnen niet worden opgeladen.
- Flits- en oplaadapparaat niet blootstellen aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
- Bescherm de flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Laat de flitser niet achter in het handschoenvakje van de auto!
- Bij het ontsteken van een flits mag er zich vlak voor of op de ruit van de reflector geen materiaal bevinden dat geen 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
licht doorlaat. De ruit van de reflector mag niet vuil zijn. Als u dit niet in acht neemt, kan, door de hoge energie van het flitslicht, dat materiaal of zelfs de reflector verbranden.
- Raak, na meerdere keren flitsen de reflector niet aan. Gevaar voor verbranding!
- Haal de flitser nooit uit elkaar! HOOGSPANNING! Binnen in de flitser bevinden zich geen onderdelen die door leken kunnen worden gerepareerd.
- Bij serieopnamen met de flitser op vol vermogen en de korte oplaadtijden bij de diverse accuvoedingen moet u er op letten, dat u telkens na 15 flitsen een werkpauze van minstens 10 minuten inlast! Daarmee voorkomt u overbelasting van het apparaat.
- De mecablitz mag alleen samen worden gebruikt met een in de camera ingebouwde flitser, als deze daarbij geheel kan worden uitgeklapt!
- Bij plotselinge temperatuurswisselingen kan het apparaat beslaan. Laat de flitser dan eerst acclimatiseren! 8:29 Uhr Seite 49
2. Ondersteunde dedicated-functies
2.1 mecablitz 36 AF-4 C
- Anduiding in de zoeker van de camera dat de flitser paraat is
- Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd
- TTL-flitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de TTL-flitsbelichting x Autofocus-meetflitssturing
- Automatisch geprogrammeerd flitsen ∆ FE-meetwaardeopslag.
- E-TTL-flitsregeling ∆ = De dedicated functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. x = Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits
2.2 mecablitz 36 AF-4 N
- Anduiding in de zoeker van de camera dat de flitser paraat is
- Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd
- i-TTL-flitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de TTL-flitsbelichting
- Autofocus-meetflitssturing
- Automatisch geprogrammeerd flitsen.
- Automatische TTL-invulflitsregeling ∆ Synchronisatie bij het open-. c.q. dichtgaan van de sluiter ∆ = De dedicated functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. x = Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits 2.3. mecablitz 36 AF-4 O
- Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker / het display van de camera
- Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd
- Compatibel met het FourThirds systeem
- Automatisch flitsen / ontsteeksturing
- TTL flitsregeling (TTL met meetflits vooraf)
- Automatische invulflitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting ∆ Synchronisatie bij het openen of dichtgaan van de sluiter (2nd curtain / SLOW2) x Sturing van de autofocus meetflits ∆ Functie van flitsen vooraf voor vermindering van het 'rode ogen-effect'
- Wake-up functie voor de flitser ∆ = functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. x = Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. 2.4. mecablitz 36 AF-4 P
- Aanduiding flitsparaatheid in de zoeker / het display van de camera
- Aanduiding van de belichtingscontrole bij TTL
- Automatisch sturing naar de flitssynchronisatietijd
- Automatisch flitsen / ontsteeksturing 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
- Automatische TTL- / PTTL invulflitsregeling ∆ Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
- Sturing van de autofocus meetflits ∆ Functie van flitsen vooraf voor vermindering van het 'rode ogen-effect'
- Wake-up functie voor de flitser ∆ = functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld. 2.5. mecablitz 36 AF-4 S
- Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera
- Automatische sturing naar de flitssynchronisatietijd
- Automatisch flitsen / ontsteeksturing
- TTL flitsregeling (standaard TTL zonder meetflits vooraf)
- TTL met flits vooraf en ADI-meting
- Automatische invulflitsregeling 8:29 Uhr Seite 51 ∆ Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting ∆ Synchronisatie bij het openen of dichtgaan van de sluiter
- Sturing van de autofocus meetflits
- Wake-up functie voor de flitser ∆ = functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.q. moet op de camera worden ingesteld.
3. Aanbrengen van de mecablitz
3.1 mecablitz op de camera aanbrengen
☞ Schakel camera en mecablitz via hun hoofdschakelaars uit! mecablitz 36 AF-4 C, 36 AF-4 N en 36 AF-4 P
- Draai de kartelmoer tot de aanslag tegen de mecablitz aan.
- Schuif de mecablitz met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera.
- Draai de kartelmoer tot de aanslag tegen het camerahuis en klem de mecablitz vast.
8:29 Uhr Seite 52 mecablitz 36 AF-4 S
- Schuif de mecablitz met zijn aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera. De veiligheidsstift klikt hoorbaar in. mecablitz 36 AF-4 S
- Druk de ontgrendelknop “PUSH” in de richting van de flitser en tegelijkertijd wat naar beneden tot de ontgrendelknop “PUSH” inklikt.
- Druk de ontgrendelknop “PUSH” een beetje naar boven, zodat de mecablitz in de accessoireschoen van de camera klemt.
- Trek de mecablitz uit de accessoireschoen van de camera. mecablitz 36 AF-4 O
- Schuif de mecablitz met zijn aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera. Druk daarna op de „LOCK“ toets om hem te vergrendelen.
3.2 mecablitz van de camera afnemen
☞ Schakel camera en mecablitz via hun hoofdschakelaars uit! mecablitz 36 AF-4 O
- Druk beide kunststofnokken op de zijkant van de aansluitvoet in de richting van de pijlen en neem de mecablitz tegelijkertijd uit de accessoireschoen van de camera.
4.1 Keuze uit batterijen of accu’s
De mecablitz kan naar keuze worden gevoed uit:
- Draai de kartelmoer tot de aanslag tegen de mecablitz.
- 4 NiCd-accu’s type IEC KR6 (AA), deze bieden zeer korte flitsvolgtijden en zijn spaarzaam in het gebruik omdat ze op te laden zijn.
- Trek de mecablitz uit de accessoireschoen van de camera.
- 4 Nikkel-metaalhydride accu’s IEC HR6 (AA), duidelijk mecablitz 36 AF-4 C, 36 AF-4 N en 36 AF-4 P
hogere capaciteit dan NiCd-accu’s en minder schadelijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
- 4 Alkalimangaanbatterijen type IEC LR6 (AA), onderhoudsvrije stroombronvoor gematigde eisen. ☞ Gebruik geen lithiumbatterijen! De hogere celspanning daarvan kan apparaat en elektronica beschadigen! Als u denkt, de mecablitz gedurende langere tijd niet te gebruiken, haal dan de batterijen uit het apparaat.
4.2 Batterijen verwisselen
De batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt, als de flitsvolgtijd (de tijd tussen het ontsteken van een flits met vol vermogen en het opnieuw oplichten van de aanduiding dat de flitser paraat is) meer dan 60 seconden gaat bedragen.
- Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar uit.
- Schuif het deksel van het batterijvak in de richting van de pijl en klap het open. 8:29 Uhr Seite 53 stemming met de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel. ☞ Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. de accu’s op de juiste polariteit, in overeenstemming met de symbolen in het batterijvak. Verkeerde polariteit kan beschadiging van het apparaat tot gevolg hebben! Vervang altijd alle batterijen tegelijk door batterijen van een zelfde fabricagetype met gelijke capaciteit! ☞ Verbruikte batterijen en accu’s horen niet in het huis- vuil! Lever uw bijdrage aan het milieu en lever lege batterijen en accu’s in bij de daarvoor bestemde verzamelpunten!
4.3 In- en uitschakelen van de flitser
De flitser wordt via zijn hoofdschakelaar ingeschakeld. In de rechter stand “ON” is de flitser ingeschakeld. Schuif voor het uitschakelen de hoofdschakelaar in de stand “OFF”.
In de fabriek wordt de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 3 minuten –
- na het ontsteken van een flits;
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
- na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera … … naar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energie te sparen en de voeding tegen onbedoeld ontladen te beschermen. De groene paraatheidsaanduiding dooft. De flitser wordt door het aantippen van de ontspanknop op de camera (Wake-Up-functie) weer ingeschakeld. u de flitser langere tijd niet gaat gebruiken, ☞ Als schakel hem dan in principe altijd via zijn hoofdschakelaar uit!
5. De dedicated functies en de flitsfuncties
5.1 Aanduiding dat de flitser paraat is
Zodra de flitscondensator is opgeladen licht op de mecablitz de paraatheidsaanduiding op en geeft daarmee aan, dat de flitser gebruiksklaar is. Dat betekent, dat bij de volgende opname flitslicht gebruikt gaat worden. Het signaal van de flitsparaatheid wordt ook naar de camera overgebracht en zorgt in de zoeker van de camera voor een overeenkomstige aanduiding (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Als u een opname maakt voordat de aanduiding van flitsparaatheid verschijnt, wordt geen flits ontstoken en zal de opname onder bepaalde omstandigheden te krap belicht worden. ☞ Zodra de flitser opgeladen is, kan door te drukken op de handontspanknop op de mecablitz, een proefflits met volle energie worden ontstoken. 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
5.2 Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd
Afhankelijk van het type camera en de daarop ingestelde functie wordt, zodra de flitser gebruiksklaar is, de belichtingstijd van de camera automatisch naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Kortere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen niet worden ingesteld, c.q. worden naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Sommige camera’s beschikken over een bereik aan flitssynchronisatietijden, bijv. van 1/30s. tot 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke flitssynchronisatietijd de camera dan stuurt, hangt dan af van de op de camera ingestelde functie, van de omgevingshelderheid en van de brandpuntsafstand van het op de camera gebruikte objectief. Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen, afhankelijk van de camerafunctie wél worden gebruikt. 8:29 Uhr Seite 55
5.3 Aanduiding van de belichtingscontrole
Als de opname correct werd belicht, licht de aanduiding van de belichtingscontrole “o.k.” op de mecablitz korte tijd op! Als de aanduiding van de belichtingscontrole niet oplicht werd de opname te krap belicht en moet u het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8) of de afstand tot het onderwerp, of bij indirect flitsen tot het reflecterende vlak, verkleinen en de opname herhalen.
5.4 Aanduidingen in de zoeker van de camera
☞ De aanduidingen in de zoeker van uw camera kunnen van de onderstaande beschrijving afwijken, c.q. bij sommige camera’s zijn verschillende symbolen alleen bij bepaalde cameratypen mogelijk (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!
5.4.1 mecablitz 36 AF-4 C
- Flitssymbool knippert: Gebruik van de flitser wordt aanbevolen.
licht op - de mecablitz is klaar voor gebruik. Sommige camera’s bieden in hun zoeker een functie die foute belichting aangeeft: knippert in de zoeker de diafragmawaarde, de belichtingstijd of beide aanduidingen, dan is er te ruim of te krap belicht.
In principe bij foute belichting:
- Bij te ruime belichting niet flitsen!
- Bij te krappe belichting: schakel de flitser in of gebruik een statief en een langere belichtingstijd. In bepaalde belichtings- en automatische programma’s kunnen verschillende oorzaken voor foute belichtingen optreden.
5.4.2 mecablitz 36 AF-4 N
- Groen flitssymbool licht op: Gebruik van de flitser wordt aanbevolen.
- Rood flitssymbool licht op: De flitser is gebruiksklaar.
- Rood flitssymbool blijft ook na de opname verder oplichten, c.q. dooft gedurende een korte tijd: De opname werd correct belicht.
- Het rode pijlsymbool knippert na de opname: De opname werd onderbelicht.
5.4.3 mecablitz 36AF-4 O
- Het flitssymbool knippert: Aanbeveling de flitser te gebruiken c.q. hem in te schakelen of de flitser is nog niet klaar (bij sommige camera's).
- Het flitssymbool licht op: de flitser is gereed om te flitsen.
- Het flitssymbool licht niet op: indien de flitser opgeladen is: de camera onderdrukt bij hoge helderheid van de omgeving het ontsteken van een flits.
5.4.4. mecablitz 36AF-4 P
- Het flitssymbool licht op: de flitser is gereed om te flitsen.
- Het flitssymbool licht niet op: de flitser is nog niet paraat. 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
Of indien gereed om te flitsen: de camera onderdrukt bij hoge helderheid van de omgeving het ontsteken van een flits.
5.4.5. mecablitz 36AF-4 S
- Het flitssymbool knippert: de flitser is nog niet gereed om te flitsen.
licht op: de flitser is paraat. Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt.
De zoomreflector van de mecablitz laat vier zoomstanden en daarmee het optimaal uitlichten en aanpassen van het richtgetal aan de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief toe. 28 mm Groothoek uitlichting voor brandpuntsafstanden vanaf 28 mm 35 mm Groothoek uitlichting voor brandpuntsafstanden vanaf 35 mm 8:29 Uhr Seite 57 50 mm Normale uitlichting voor brandpuntsafstanden vanaf 50 mm 85 mm Tele uitlichting voor brandpuntsafstanden vanaf 85 mm De zoomreflector kan in vier klikstanden naar boven worden gezwenkt (bijv. voor indirecte flitsen): 30°, 45°, 60° en 90°. Voor het normale gebruik van de flitser bevindt de reflector zich in de horizontale stand: 0°.
5.6 Autofocus-meetflits
Zodra het niveau van de omgevingshelderheid te laag wordt voor de automatische scherpstelling wordt de autofocus-meetflits door de elektronica in de camera geactiveerd. De autofocusschijnwerper straalt hierbij een streeppatroon uit dato p het onderwerp wordt geprojecteerd. Op dat streeppatroon kan de camera nu automatisch scherpstellen.
ervoor te zorgen dat de AF-meetflits door de ☞ Om camera kan worden geactiveerd, moet de camera op AF ingesteld staan. Op de camera moet de AF-functie “Single-AF”, c.q. “ONE-SHOT-AF” ingesteld zijn. Zoomobjectieven met een lagere lichtsterkte beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms behoorlijk!
Het streeppatroon van de AF-meetflits ondersteunt alleen de centrale AF-sensor van de camera. Wij bevelen aan, om bij camera’s met meerdere AF-sensoren alleen het centrale AF–meetveld van de camera te activeren. Bij enkele camera’s wordt, indien nodig, alleen de in de camera ingebouwde AF-schijnwerper geactiveerd! In dat geval wordt de AF-schijnwerper van de mecablitz niet geactiveerd. Let hiervoor op de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de camera.
5.7 TTL-flitsfunctie
In de TTL-flitsfunctie krijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsopnamen. In deze functie wordt de belichtingsmeting uitgevoerd door een sensor in de camera. Deze meet het door het objectief (TTL = “Trough The Lens”) op de film vallende hoeveelheid licht. Zodra voldoende licht is gemeten, zendt de elektronica een stopsignaal naar de mecablitz en wordt de flits onmiddellijk afgebroken. Het voordeel van deze flitsfunctie ligt hierin, dat alle factoren die de belichting van de film kunnen beinvloeden (opnamefilters, veranderingen van diafragmawaarden en brandpuntsafstand bij zoomobjectieven, uittrekverlenging bij dichtbijopnamen enz.), automatisch bij de regeling van flits in acht worden genomen. U hoeft zich om de instelling van de flitser niet te bekommeren, de elektronica in de camera zorgt automatisch voor de juiste dosering van het flitslicht. Bij een correct belichte opname verschijnt op de mecablitz en soms ook in de zoeker van de camera de aanduiding “o.k”. 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
De TTL-flitsfunctie wordt in alle camerafuncties (bijv. “geprogrammeerd automatisch”, “program P”, tijdautomatiek “Av”, c.q. “A”, diafragma-automatiek “Tv”, c.q. “S”, de onderwerpsprogramma’s, manual “M” enz.) ondersteund. het testen van de TTL-functie moet er zich een ☞ Voor film in de camera bevinden! Let er bij de keuze van het filmmateriaal op, dat uw camera u geen beperkingen ten aanzien van de filmgevoeligheid, c.q. de ISO-waarde voor de TTL-functie oplegt (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! De mecablitz ondersteunt de TTL-flitsfunctie voor filmgevoeligheden van ISO 25 tot ISO 800.
5.7.1 Automatisch TTL-invulflitsen bij daglicht
Bij de meeste cameramodellen wordt bij volautomatisch , automatisch geprogrammeerd P, en de onderwerpsprogramma’s bij daglicht de invulflitsfunctie geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met de invulflits kunt u vervelende schaduwen ophelderen en 8:29 Uhr Seite 59 bij tegenlichtopnamen een uitgebalanceerde verlichting tussen onderwerp en achtergrond bereiken. Een computergestuurd meetsysteem in de camera zorgt voor de geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitsvermogen. er bij tegenlichtopnamen op, dat de bron van het tegen☞ Let licht niet rechtstreeks in het objectief schijnt. Het TTL-meetsysteem van de camera zou verkeerd kunnen reageren! Een instelling of aanduiding van de automatische TTL-invulflitsregeling op de mecablitz vindt in dit geval niet plaats.
5.7.2 Canon E-TTL-flitsfunctie
De E-TTL-flitsfunctie is een doorontwikkelde variant van Canon op de ’normale’ TTL-flitsfunctie. Bij de opname wordt eerst, via een meetflits vooraf, de reflectie van het onderwerp gemeten. Het gereflecteerde licht van de vooraf-flits wordt door de camera geëvalueerd. Overeenkomstig de uitslag daarvan wordt de er na volgende flitsbelichting automatisch door de camera optimaal aangepast aan de opnamesituatie (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De meetflits voo59
raf draagt niet bij aan de eigenlijke belichting. Instellingen en aanduidingen
- Schakel de flitser een de camera in.
- Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden.
- Sommige camera's ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. Opslaan van de flitsbelichting FE Een aantal Canon-camera’s biedt de mogelijkheid van het opslaan van een flitsbelichting FE (FE = flash-exposure). Deze mogelijkheid wordt door de flitser in de E-TTL-flitsfunctie ondersteund. Met het opslaan van de flitsbelichting in de E-TTL-flitsfunctie kan, voorafgaand aan de eigenlijke opname, de dosering van de flitsbelichting voor de eerstvolgende opname reeds worden vastgelegd. Dit is zinvol als de flitsbelichting op een
8:29 Uhr Seite 60 bepaald deel van het onderwerp moet worden afgestemd, dat niet absoluut identiek met het hoofdonderwerp is. Richt het AF-kader in de camera op de uitsnede van het onderwerp waarop de flitsbelichting moet worden afgestemd en stel scherp. Door op de FE-toets op de camera te drukken (de aanduiding kan van camera tot camera anders zijn, zie de gebruiksaanwijzing van de camera) zendt de flitser een FE-proefflits uit. Met behulp van het gereflecteerde licht van deze FE-proefflits legt de meetelektronica in de camera daarop de belichting, waarmee de aansluitende flitsopname gemaakt moet worden, vast. Op het eigenlijke hoofdonderwerp kan dan met het AF-meetkader van de camera worden scherpgegesteld. Na het bedienen van de ontspanknop op de camera wordt de opname met de vooraf bepaalde energie van de flitser belicht! Het systeem laat niet toe, dat veranderingen in de verlichtingssituatie, die na de FE-proefflits plaatsvinden worden bij de opname in acht worden genomen! 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
Bij sommige camera’s wordt de opslag van de flitsbelichting FE in het ’groene’ geheel geprogrammeerd c.q. de onderwerpsprogramma’s niet ondersteund (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Geheugen voor de meetwaarden van de flitsbelichting Sommige camera’s beschikken over een geheugen voor de meetwaarden van de flitsbelichting (FV-geheugen). Dit wordt door de flitser in de i-TTL flitsfunctie ondersteund. Daarmee kan voorafgaand aan de eigenlijke belichting reeds de dosering van de flitsbelichting voor de eerstvolgende opname worden vastgelegd. Dit is vooral dan zinvol als de flitsbelichting op een bepaald onderwerpsdetail afgestemd moet worden, dat niet persé identiek aan het hoofdonderwerp hoeft te zijn. Het activeren van deze functie vindt op de camera plaats in een individuele functie. 8:29 Uhr Seite 61 Voorafgaand aan de eigenlijke belichting worden bij de opname meerdere, vrijwel onzichtbare meetflitsen door de flitser afgegeven. De hoeveelheid gereflecteerd licht wordt door de camera geëvalueerd. In overeenstemming met de verwerking wordt de erna volgende flitsbelichting door de camera optimaal aangepast aan de opnamesituatie. Afhankelijk van het type camera wordt door de flitser automatisch de standaard TTL- c.q. i–TTL flitsfunctie geactiveerd!
5.7.4 TTL flitsen met meetflits vooraf (Olympus)
Bij de opname worden voorafgaand aan de eigenlijke belichting een of meerdere flitsen door de flitser afgegeven. De camera evalueert deze vooraf ontstoken meetflits en regelt de lichtafgifte van de flitser voor de hoofdflits. De flitser wordt door de camera automatisch op deze modus ingesteld.
5.7.3 Nikon i-TTL-flitsfunctie
De i-TTL-flitsfunctie is een doorontwikkelde variant op de standaard TTL-flitsfunctie van analoge camera’s.
Bij de P-TTL flitsfunctie wordt voorafgaand aan de eigenlijke belichting een meetflits afgegeven. De camera evalueert deze vooraf ontstoken meetflits en regelt de lichtafgifte van de flitser voor de hoofdflits.
De flitser wordt door de camera automatisch op deze modus ingesteld.
5.7.6. TTL met flits vooraf en ADI-meting (Sony)
Deze flitsfuncties worden bij de digitale Sony camera's gebruikt en op de camera ingesteld. Bij de opname worden voorafgaand aan de eigenlijke belichting een of meerdere flitsen door de flitser afgegeven. De camera evalueert deze vooraf ontstoken meetflits en regelt de lichtafgifte van de flitser voor de hoofdflits. Bij de ADI-meting worden bovendien afstandsgegevens van het objectief in de flitsmeting mee betrokken. De flitser stelt zich automatisch op de op de camera gekozen modus in.
5.7.7 Met de hand in te stellen correcties
op de flitsbelichting De TTL-flitsbelichtingsautomatiek van de meeste camera’s is afgestemd op een gemiddelde onderwerpsreflectie van 25% (gemiddelde reflectie van te flitsen onderwerpen). Een donkere achtergrond die veel licht absorbeert, of een lichte achtergrond die veel licht reflecteert kunnen tot resp. te ruime of te krappe belichting van het onderwerp leiden. Om bovengenoemd effect te compenseren kan op sommige camera’s de TTL-flitsbelichting met de hand met een correctiewaarde worden aangepast aan de opnamesituatie. De grootte van de correctiewaarde hangt af van het contrast tussen onderwerp en achtergrond! De instelling van de correctiewaarde vindt op de camera plaats. Let hiervoor op de aanwijzingen ten aanzien van de instellingen in de gebruiksaanwijzing van de camera! onderwerp voor een lichte achtergrond: posi☞ Donker tieve correctiewaarde (ongeveer 1 tot 2 diafragmawaarden). Licht onderwerp tegen een donkere ach- 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
tergrond: negatieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot -2 diafragmawaarden). Een correctie op de belichting door het objectiefdiafragma op de camera te veranderen is niet mogelijk, daar de belichtingsautomatiek die veranderde waarde weer als normaal werkdiafragma zal zien. niet de correctiewaarde op de TTL-flitsbelich☞ Vergeet ting na de opname weer op “0” terug te zetten!
6. Automatisch geprogrammeerd flitsen
Bij het automatisch geprogrammeerd flitsen stuurt de camera diafragma, belichtingstijd en de mecablitz automatisch zo, dat in de meeste opnamesituaties, ook bij het invulflitsen, samen met het flitslicht een optimaal opnameresultaat wordt verkregen. Instelling op de camera Stel uw camera in op de functie “volautomatisch “, “program P”, of een van de onderwerpsprogramma’s 8:29 Uhr Seite 63 (landschap, portret, sport enz.). Kies op camera en objectief de autofocusfunctie. Instelling op de flitser Pas de zoomstand van de reflector aan op de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief, c.q. stel de reflectorstand in op “28 mm”. Zodra u de instellingen hebt uitgevoerd en de mecablitz aangeeft dat hij gebruiksklaar is, kunt u met de opnamen beginnen.
Rechtstreeks geflitste foto’s zijn vaak te herkennen aan de typisch harde en nadrukkelijk aanwezige schaduwen. Vaak werkt ook de natuurkundig bepaalde lichtafval van voornaar achtergrond storend.
Door indirect te flitsen kunt u deze verschijnselen voor een groot deel vermijden, omdat onderwerp en achtergrond met verstrooid licht zacht en gelijkmatig kan worden uitgelicht. De reflector wordt hierbij zo gezwenkt, dat deze een geschikt reflecterend vlak (bijv. plafond of wand van de ruimte) verlicht.
De reflector van de flitser kan tot 90° verticaal worden gezwenkt. Bij het verticaal zwenken van de reflector moet u er op letten, dat u hem voldoende ver zwenkt zodat er geen rechtstreeks licht meer op het onderwerp kan vallen. Zwenk daarom minstens tot de 60° klikstand. Het door het reflecterende vlak verstrooid teruggekaatste licht geeft een zachte verlichting van het onderwerp. Het reflecterende vlak moet neutraal van kleur, bijv. wit zijn en geen structuur hebben (bijv. houten balken tegen het plafond) die schaduwvorming tot gevolg kan hebben. Voor kleureffecten kiest u een reflecterend vlak in de gewenste kleur.
8:29 Uhr Seite 64 dat de reikwijdte van de flitser bij indirect ☞ Bedenk, flitsen sterk afneemt. Voor een normale kamerhoogte kunt u zich voor het bepalen van de reikwijdte behelpen met de volgende vuistregel: richtgetal Reikwijdte = –––––––––––––––––––– (verlichtingsafstand x 2)
7.2 Flitssynchronisatie
7.2.1 Normale synchronisatie
Bij de normale synchronisatie wordt de mecablitz aan het begin van de belichtingstijd ontstoken (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standaardfunctie en wordt door alle camera’s uitgevoerd. Hij is voor de meeste flitsopnamen geschikt. De camera wordt, afhankelijk van de daarop ingestelde functie naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijden tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
Op de mecablitz hoeft voor deze functie niets te worden ingesteld en er vindt ook geen aanduiding voor plaats.
7.2.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter
(REAR-functie) Sommige camera’s bieden de mogelijkheid de flits te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie). Daarbij wordt de mecablitz pas tegen het einde van de belichtingstijd ontstoken. Dit is vooral bij opnamen met langere belichtingstijden dan bijv. 1/30 seconde en bewegende onderwerpen met een eigen lichtbron functioneel omdat de bewegende lichtbronnen dan een “lichtstaart” achter zich aan trekken in plaats van deze - zoals bij synchronisatie bij het opengaan van de sluiter - voor zich op te bouwen. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter bereikt u daarom bij bewegende lichtbronnen een “natuurlijker” weergave van de opnamesituatie! Afhankelijk van de ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd in. 8:29 Uhr Seite 65 REAR-functie is alleen met daarvoor geschikte ☞ De camera’s uit te voeren. De instelling moet op de camera zelf plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
7.2.3 Synchronisatie met lange belichtingen / SLOW
Verschillende camera’s bieden in bepaalde functies de mogelijkheid voor flitsopnames, gecombineerd met een lange belichtingstijd. Deze functie biedt de mogelijkheid, bij lage omgevingshelderheid de achtergrond in de foto sterker uit te laten komen. Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aangepast zijn aan het lage niveau van de omgevingshelderheid. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden ingesteld die langer zijn dan de flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera’s wordt de synchronisatie bij lange belichtingstijden in bepaalde programma’s (bijv. tijdautomatiek “Av”, c.q. “A”, nachtopnameprogramma’s enz.) automatisch geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
bij langere belichtingstijden een statief om ☞ Gebruik bewegingsonscherpte te voorkomen!
8. Onderhoud en verzorging
Verwijder stof en vuil met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen - de kunststof delen zouden daardoor beschadigd kunnen worden.
Formeren van de flitscondensator De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering als het apparaat gedurende lange tijd niet wordt ingeschakeld. Het is daarom noodzakelijk, de flitser per kwartaal voor ongeveer 10 min. in te schakelen. De batterijen, c.q. accu’s moeten daarbij nog wel zoveel energie leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschakelen is bereikt. fout functioneren van en schades aan de meca☞ Voor blitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten geldt onze garantie niet !
De flitser kan via de METZ-klantenservice geüpdatet worden. Reflectorstanden: 28 mm - 35 mm - 50 mm - 85 mm Zwenkbereiken en klikstanden van de reflector: verticaal 30° - 45° - 60° - 90° Flitsduur: 1/500 s. - 1/30.000 s. Kleurtemperatuur: ong. 5500 K Filmgevoeligheid: ISO 25 tot ISO 800 Synchronisatie: Laagspanningsontsteking Aantallen flitsen: (met vol vermogen) ong. 160 met NiCd-accu (600 mAh) ong. 450 met super-alkalimangaanbatterijen ong. 320 met NiMH-acci (1600 mAh) 707 47 0178.A2 36AF-4-CNOPS
8:29 Uhr Seite 67 Flitsinterval (met vol vermogen): ong. 3 s. met NiCd-accu ong. 3 s. met super-alkalimangaanbatterijen Afmetingen (B x H x D): 73 x 110 x 87 mm Gewicht: 205 g zonder voeding Levering omvat: mecablitz met gebruiksaanwijzing
Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen !
9.1 Tabel van de richtgetallen van de mecablitz voor vol
vermogen in het metersysteem
8:29 Uhr Seite 135 Afvoeren van de batterijen Disposal of batteries Batterijen horen niet bij het huisvuil. Do not dispose of spent batteries with domestic rubbish. S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven. S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu’s afgeven. Please return spent batteries to collecting points should they exist in your country. Please return only fully discharged batteries. Normally, batteries are fully discharged if: Batterijen / accu’s zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat
- The device they powered switches itself off and indicates „Spent batteries“. - uitschakelt en aangeeft „batterijen leeg“
- They no longer function properly after prolonged use. - de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren. To ensure short-circuit safety please cover the battery poles with adhesive tape. Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.
Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled kunnen worden en dus geschikt zijn voor hergebruik. Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd. Breng dit apparaat naar een van de plaatselijke verzamelpunten of naar een kringloopwinkel.
Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.
Notice-Facile