HT-2460 - Heggenschaar DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HT-2460 DOLMAR in PDF-formaat.

📄 31 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DOLMAR HT-2460 - page 17
Bekijk de handleiding : Français FR English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DOLMAR

Model : HT-2460

Categorie : Heggenschaar

Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HT-2460 - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HT-2460 van het merk DOLMAR.

GEBRUIKSAANWIJZING HT-2460 DOLMAR

  • Nederlands (Originele instructies) Hartelijk dank voor uw keuze voor deze heggenschaar van DOLMAR. Met trots kunnen wij u deze heggenschaar van DOLMAR aanbieden als resultaat van een langdurig ontwikkelingsprogramma en jarenlange kennis en ervaring. Inhoud Pagina Het heggenschaarmodel HT-2460, HT-2475 combineert de voordelen van uiterst moderne technologie met een ergonomisch ontwerp. Hij is licht van gewicht, handig in gebruik, compact vormgegeven en een professioneel stuk gereedschap geschikt voor vele verschillende toepassingen. Technische gegevens p. 63
  • U dient deze gebruiksaanwijzing, met daarin beschrijvingen van de diverse punten die de uitstekende prestaties aantonen, te lezen, te begrijpen en u eraan te houden. Hierdoor bent u in staat de best mogelijke resultaten te behalen die de heggenschaar van DOLMAR u kan bieden. De motor starten p. 67
  • Symbolen p. 59
  • Veiligheidsinstructies p. 60
  • Namen van onderdelen p. 64
  • Brandstof en bijvullen p. 65
  • Voorzorgsmaatregelen vóór het starten p. 66
  • De motor uitschakelen p. 67
  • Het gereedschap bedienen p. 68
  • Onderhoud p. 69
  • Opslag p. 72
  • Onderhoudsschema p. 72
  • Storingzoeken SYMBOLEN Het is erg belangrijk dat u de volgende symbolen begrijpt wanneer u de gebruiksaanwijzing leest. WAARSCHUWING/GEVAAR Benzine-oliemengsel Lees, begrijp en houdt u aan de gebruiksaanwijzing Motor handmatig starten Verboden Noodstop Verboden te roken EHBO Geen open vuur Recyclen Beschermende handschoenen vereist AAN/START Houd mensen en huisdieren weg van het werkgebied UIT/STOP Draag oog- en gehoorbescherming CE-symbool p. 72

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Algemene instructies - DIT GEREEDSCHAP KAN ERNSTIG LETSEL VEROORZAKEN. Lees de instructies zorgvuldig door zodat u het gereedschap op de juiste manier kunt behandelen, voorbereiden, onderhouden, starten en stoppen. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsknoppen en de juiste omgang met het gereedschap (1). - Het verdient aanbeveling de heggenschaar uitsluitend uit te lenen aan mensen die bewezen hebben ervaren te zijn met het gebruik van een heggenschaar. Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee. - Beginnende gebruikers dienen de dealer om basisinstructies te vragen om zichzelf bekend te maken met het omgaan met een motoraangedreven heggenschaar. - Laat geen kinderen of jonge mensen die jonger zijn dan 18 jaar met de heggenschaar werken. Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echter het gereedschap gebruiken om te oefenen, maar alleen onder toezicht van een gekwalificeerde begeleider. - Gebruik de heggenschaar met de hoogstmogelijke zorg en aandacht. - Gebruik de heggenschaar alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen. - Gebruik nooit de heggenschaar nadat u alcohol of geneesmiddelen hebt gebruikt of als u zich moe of ziek voelt (2). (1) (2) Bedoeld gebruik van het gereedschap - De heggenschaar is uitsluitend bedoeld voor het snoeien van struiken en hagen, en mag niet worden gebruikt voor enig andere doel. Behandel de heggenschaar voorzichtig. Persoonlijke-veiligheidsuitrusting - De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zijn, d.w.z. nauwsluitend zonder te hinderen. Draag geen juwelen of losse kleding die zich kunnen vasthaken aan struiken en takken of het gereedschap. - Om letsels aan ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgende veiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gedragen tijdens het gebruik van de heggenschaar. - Draag altijd een veiligheidsbril of een spatscherm wanneer u de heggenschaar gebruikt om oogletsel te voorkomen (3). - Draag geschikte uitrusting om u te beschermen tegen het lawaai en gehoorbeschadiging te voorkomen: oorbeschermers, oordopjes, enz. (3). - Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen (4). - Speciale handschoenen van dik leer maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik van de heggenschaar (4). - Draag altijd stevige schoenen met een antislipzool tijdens het gebruik van de heggenschaar. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat u stevig staat (4). (3) (4)

De heggenschaar starten - Controleer of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn binnen een werkbereik van 15 meter (5) en let ook of er geen dieren in de werkomgeving zijn. - Controleer voor gebruik altijd of de heggenschaar veilig is om te gebruiken: - Controleer de juiste werking van de gashendel. De gashendel moet worden gecontroleerd op soepele werking en gemakkelijke bediening. Controleer de juiste werking van de gashendelvergrendeling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de stopschakelaar. Voorkom dat olie of brandstof op de handgrepen komt. Start de heggenschaar alleen op de manier beschreven in de instructies. Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten (6)! - Gebruik de heggenschaar uitsluitend voor de beschreven toepassingen. - Start de motor van de heggenschaar alleen nadat deze volledig is gemonteerd. De heggenschaar mag uitsluitend worden gebruikt nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd! - Alvorens de motor te starten, controleert u of de messenbladen geen voorwerpen raken, zoals takken, stenen, enz. - De motor moet onmiddellijk worden uitgeschakeld in het geval zich enig motorprobleem voordoet. - Houd tijdens het werken met de heggenschaar met beide handen de handgrepen vast waarbij u uw vingers strak rond de handgreep vouwt en de bedieningshendel zich tussen uw duim en wijsvinger bevindt. Houd uw hand in deze positie om het gereedschap te allen tijde onder controle te houden. Zorg ervoor dat de bedieningshendel zich in goede staat bevindt en er geen vocht, vuil, olie of vet op zit. Zorg er altijd voor dat u stevig staat met goede balans. - Gebruik uitsluitend buiten. - Let altijd goed op uw omgeving en wees bedacht op mogelijke gevaren die u mogelijk niet kunt horen vanwege het geluid van het gereedschap. - Gebruik de heggenschaar zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (risico van verstikking en gasvergiftiging). Koolmonoxide is een geurloos gas. Zorg altijd voor voldoende ventilatie. - Schakel de motor uit wanneer u een pauze neemt en wanneer u de heggenschaar onbeheerd achter laat. Leg hem op een veilige plaats om gevaar voor anderen, in brand vliegen van ontvlambare materialen of beschadiging van het gereedschap te voorkomen. - Leg de heggenschaar nooit met warme motor op droog gras of op ontvlambare materialen. - Om brandgevaar te beperken moet u de motor en geluiddemper vrij houden van afval, bladeren en overtollig smeermiddel. - Gebruik het gereedschap nooit met een defecte uitlaatdemper. - Schakel de motor uit tijdens vervoer (7). - Schakel de motor uit of koppel het gereedschap los van de netvoeding voordat u: - het gereedschap schoonmaakt of een verstopping opheft; - het gereedschap controleert, onderhoudt of ermee werkt. - Leg de heggenschaar op een veilige plaats neer wanneer u hem per auto of vrachtwagen vervoert om te voorkomen dat er brandstof uit lekt. - Wanneer u de heggenschaar vervoert, zorgt u ervoor dat de brandstoftank volledig leeg is om te voorkomen dat er brandstof uit lekt. - Bij het vervoeren of opbergen van het gereedschap moet altijd de beschermstrip om de messenbladen worden gedaan. 360° 15 meter (50 feet) (5) (6)

  • Vervangen van onderdelen (7) Brandstof bijvullen - Schakel de motor uit voordat u brandstof bijvult (7), blijf ver uit de buurt van open vuur (8) en rook niet. - Nooit brandstof bijvullen bij een warme of draaiende motor. - Vermijd huidcontact met brandstoffen. Adem de brandstofdampen niet in. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig vervangt en reinigt. - Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging te voorkomen (milieubescherming). Reinig de heggenschaar onmiddellijk nadat brandstof erop is gemorst. Laat natte doeken eerst drogen voordat u ze weggooit in een een geschikte en gesloten container om te voorkomen dat ze spontaan ontbranden. - Vermijd dat brandstof in aanraking komt met uw kleding. Trek onmiddellijk andere kleding aan als brandstof op uw kleding is gemorst (gevaarlijke situatie). - Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig en controleer of deze stevig vastgedraaid zit. - Draai de dop van de brandstoftank stevig vast. Verplaats het gereedschap voordat u de motor start (tenminste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld) (9). - Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (risico van explosie). - Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen. - Bij het mengen van benzine met tweetaktmotorolie, mag u alleen benzine gebruiken waarin geen ethanol of methanol (soorten alcohol) zit. Dit helpt schade aan brandstofleidingen en andere motoronderdelen te voorkomen.

(8) 3 meter (10 feet) (9) Gebruiksmethode - Houd tijdens het werken altijd met beide handen de handgrepen vast. - Gebruik de heggenschaar alleen bij goede verlichting en zicht. Wees bij koud weer bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (risico van uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat. - Werk nooit op instabiele plaatsen of een steile ondergrond. - Sta nooit op een ladder terwijl u de heggenschaar gebruikt. - Klim nooit in een boom om daar de heggenschaar te gebruiken. - Om het risico van struikelen en verlies van controle te verkleinen, mag u niet achteruit lopen tijdens het gebruik van het gereedschap. - Schakel de motor altijd uit voordat u het gereedschap schoonmaakt, onderhoudt of onderdelen vervangt. - Gebruik de heggenschaar niet wanneer de messenbladen beschadigd of sterk gesleten is. (10) Onderhoudsinstructies - Denk aan uw omgeving. Bedien de heggenschaar met zo weinig mogelijk lawaai en vervuiling. Controleer met name de carburator op een verkeerde afstelling. - Maak de heggenschaar regelmatig schoon en controleer of alle bouten en moeren stevig zijn vastgedraaid. - Onderhoud of bewaar de heggenschaar nooit in de buurt van open vuur, vonken, enz. (11). - Sla de heggenschaar altijd op in een goed geventileerd, afgesloten vertrek en met een leeggemaakte brandstoftank buiten het bereik van kinderen. - Probeer niet het gereedschap te repareren, behalve wanneer u vakbekwaam bent dit te doen. (11) Houd u aan en volg alle relevante instructies voor het voorkomen van ongevallen die door de veiligheidscommissies van de beroepsverenigingen en door de verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven. Breng geen wijzigingen aan de heggenschaar aan, omdat hiermee uw veiligheid gevaar loopt. Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele onderdelen en accessoires die zijn geleverd door een erkend DOLMAR-servicecentrum of de Dolmar-fabriek. Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen en verwonding. DOLMAR accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor ongevallen of schade veroorzaakt door het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires. EHBO Voor het geval zich een ongeval voordoet, zorgt u ervoor dat een goed gevulde EHBO-dood volgens DIN 13164 beschikbaar is in de buurt van de werkplek. Vervang onmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos is genomen. Geef de volgende informatie wanneer u hulp inroept: - Plaats van het ongeval - Beschrijving van het ongeval - Aantal gewonden - Aard van de verwondingen - Uw naam Verpakking De DOLMAR-heggenschaar wordt geleverd in een beschermende kartonnen doos om beschadiging tijdens transport te voorkomen. Karton is een ruw basismateriaal en kan daarom opnieuw worden gebruikt en is geschikt om te recyclen (recyclen papierafval).

Benzineheggenschaar: model HT-2460, HT-2475 (Zie TECHNISCHE GEGEVENS voor de specificaties) Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de normen van de richtlijnen 2000/14/EC en 2006/42/EC. De meest belangrijke normen die zijn toegepast om te voldoen aan de bovenvermelde richtlijnen zijn: ISO 10517. Gemeten geluidsvermogen 102,7 dB (A) Garantie geluidsvermogen: 105 dB (A) Deze geluidsvermogenniveaus zijn gemeten volgens Richtlijn van de Raad, 2000/14/EC. Conformiteit-beoordelingsprocedure: Bijlage V. 19 februari 2010 Tamiro TamiroKishima Kishima Hoofddirecteur Rainer Bergfeld Bergfeld Rainer Hoofddirecteur Verantwoordelijke fabrikant: Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN Erkende vertegenwoordiger in Europa: DOLMAR Gmbh Jenfelder Str. 38, 22045 Hamburg, Germany TECHNISCHE GEGEVENS HT-2460 Model HT-2475 Met snoeiafvalgeleider Afmetingen (L x B x H)

Lengte van messenbladen

Maximaal motorvermogen

0,68 Maximaal toerental van messenblad min-1

Toerental op aangrijppunt van koppeling min-1

Geluidsdrukniveau volgens ISO 10517 dBA 92,7 94,3 Geluidsvermogenniveau volgens ISO 10517 dBA 100,5 101,8 Mengverhouding (benzine: tweetaktmotorolie van DOLMAR) 50 : 1 Overbrengingsverhouding van tandwielen 9 : 43

1) De gegevens houden in gelijke mate rekening met gebruik op stationair toerental en maximaal toerental.

Stopschakelaar (stoppen - bedrijf)

Benzine-oliemengsel - De motor van de heggenschaar is een zeer efficiënte tweetaktmotor. Hij loopt op een mengsel van benzine en tweetaktmotorolie. De motor is ontwikkeld voor gebruik met loodvrije benzine met een minimaal octaangehalte van 91 ROZ. In het geval dergelijke benzine niet beschikbaar is, mag u benzine met een hoger octaangehalte gebruiken. Hierdoor zal de motor niet worden beschadigd, maar kan wel slechter werken. Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij gebruik van loodhoudende benzine. Voor een optimale werking van de motor en om uw gezondheid en het milieu te beschermen, gebruikt u alleen loodvrije benzine! - Om de motor te smeren gebruikt u een tweetaktmotorolie (kwaliteitsklasse TSC-3) en voegt u deze toe aan de benzine. De motor is ontwikkeld voor gebruik met tweetaktmotorolie van DOLMAR, uitsluitend in een mengverhouding van 50:1 ter bescherming van het milieu. Daarnaast wordt een lange levensduur en een betrouwbare werking met een minimale uitstoot aan uitlaatgassen gegarandeerd. Het is van het grootste belang dat u de mengverhouding 50:1 (tweetaktmotorolie van DOLMAR) aanhoudt omdat anders de betrouwbare werking van de heggenschaar niet kan worden gegarandeerd. - De juiste mengverhouding: Benzine: Gespecificeerde tweetaktmotorolie = 50 : 1 of Benzine: Tweetaktmotorolie van een andere fabrikant = 25 : 1 aanbevolen. OPMERKING: Bij het bereiden van het benzine-oliemengsel, mengt u eerst de volledige hoeveelheid olie met de helft van de benodigde hoeveelheid benzine in een goedgekeurde tank die voldoet aan alle normen van de plaatselijk geldende regelgeving, en vult u daarna de rest van de benodigde hoeveelheid benzine bij. Schud het mengsel goed voordat u de brandstoftank van de heggenschaar ermee vult. Het is met het oog op de veilige werking onverstandig om meer motorolie toe te voegen dan gespecificeerd is. Dit leidt alleen maar tot een hogere productie van verbrandingsresten die het milieu verontreinigen en zowel het uitlaatkanaal in de cilinder als de uitlaatdemper verstoppen. Bovendien zal het brandstofverbruik oplopen en zullen de motorprestaties afnemen. Houdt u aan de veiligheidsinstructies op pagina 61. Benzine

Omgaan met brandstoffen Tijdens het omgaan met brandstoffen moet u uiterste voorzichtigheid betrachten. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Vul brandstof bij in een goed geventileerd vertrek of buiten. Adem de brandstofdampen niet in en vermijd dat de benzine of olie in aanraking komt met uw huid. Als uw huid bij herhaling en gedurende een langere tijdsduur in aanraking komt met deze stoffen, zal hij uitdrogen. Dit kan leiden tot diverse huidaandoeningen. Daarnaast zijn ook allergische reacties bekend. Uw ogen kunnen geïrriteerd raken door contact met benzine, olie, enz. Als benzine, olie, enz., in uw ogen komt, moet u ze onmiddellijk uitspoelen met schoon water. Als uw ogen nog steeds geïrriteerd zijn, raadpleegt u onmiddellijk een huisarts.

20 cm3 100 cm3 200 cm3 40 cm3 200 cm3 400 cm3 Brandstof bijvullen - De motor moet zijn uitgeschakeld. - Schakel de motor uit tijdens het bijvullen van brandstof, houd het gereedschap uit de buurt van open vuur en rook niet. - Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging te voorkomen (milieubescherming). Reinig de heggenschaar onmiddellijk nadat brandstof erop is gemorst. - Mors geen brandstof op de motor. Veeg het zo nodig af om brand te voorkomen. - Vermijd dat brandstof in aanraking komt met uw kleding. Kleed u onmiddellijk om als brandstof op uw kleding is gemorst (om te voorkomen dat de kleding vlam vat). - Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zijn dat de dop stevig kan worden aangedraaid en niet lekt. - Draai de dop van de brandstoftank stevig vast. Verplaats de heggenschaar voordat u de motor start (tenminste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld). - Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (risico van explosie). - Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen. - Maak het gebied rondom de brandstofvuldop grondig schoon om te voorkomen dat vuil in de brandstoftank komt. - Draai de dop los en vul de brandstoftank met brandstof. Gebruik een trechter met zeef om de brandstof te filteren. - Draai de dop met de hand stevig vast. - Maak het gebied rondom de dop en de brandstoftank na het bijvullen van brandstof schoon. - Veeg gemorste brandstof altijd af om brand te voorkomen. 3 meter (10 feet) Opslag van brandstof - Brandstof kan niet gedurende een onbeperkte tijd worden bewaard. - Koop alleen de hoeveelheid brandstof die u gedurende een periode van 4 weken opgebruikt. - Gebruik uitsluitend goedgekeurde brandstofopslagtanks.

VOORZORGSMAATREGELEN VÓÓR HET STARTEN

- Controleer of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn binnen een werkbereik van 15 meter en let ook of er geen dieren in de werkomgeving zijn. - Controleer voor gebruik altijd of de heggenschaar veilig is om te gebruiken. Controleer of de messenbladen niet beschadigd zijn, controleer de gashendel op soepele bediening, en controleer de juiste werking van de stopschakelaar. Bij stationair motortoerental mag het messenblad niet bewegen. Neem bij twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de stopschakelaar. - Start de heggenschaar alleen op de manier beschreven in de instructies. Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten (zie De motor starten). - Start de motor van de heggenschaar alleen nadat deze volledig is gemonteerd. De motor mag uitsluitend worden gestart nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd. Anders bestaat de kans op letsel. - Alvorens de motor te starten, controleert u of de messenbladen geen voorwerpen raken, zoals takken, stenen, enz. - Vóór het snoeien, inspecteert u het gebied op draden, snoeren, glas en andere vreemde voorwerpen die in aanraking zouden kunnen komen met de messenbladen. - Elektrische schokken. Wees u bewust van alle elektriciteitskabels en schrikdraadafrastering. Controleer alle plaatsen op elektriciteitskabels voordat u begint te snoeien.

Houd tenminste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats de heggenschaar op een schone ondergrond en zorg ervoor dat de messenbladen de grond of andere voorwerpen niet raken. Koud starten: (Wanneer de motor koud is of langer dan 5 minuten geleden is uitgeschakeld, of nadat brandstof is bijgevuld.) (1)

1. Zet de stopschakelaar (1) in de stand “I” (bedrijf).

2. Druk meerdere keren (7 tot 10 keer) voorzichtig op de brandstofhandpomp (2)

totdat de brandstof in de brandstofhandpomp stroomt.

3. Zet de chokehendel (3) in de stand “ ”.

4. Houd het gereedschap stevig op de grond zodat u niet de controle rover verliest

wanneer u de motor aantrekt. Als u het gereedschap niet goed op de grond gedrukt houdt, kan de motor u uit balans trekken of de messenbladen doen uitzwenken tegen een voorwerp of uw lichaam.

5. Trek langzaam 10 tot 15 cm aan de trekstarthandgreep om het tegendrukpunt op

6. Wanneer u tegendruk voelt, trekt u hard aan de trekstarthandgreep om de motor

7. Nadat de motor is gestart, zet u de chokehendel (4) terug in de stand “ ”.

8. Laat de motor ongeveer 1 minuut draaien op een middelhoog toerental voordat u

gas geeft tot het maximumtoerental. (2) Opmerking: • Als herhaaldelijk aan de trekstarthandgreep wordt getrokken terwijl de chokehendel in de stand “ ” staat, zal de motor niet gemakkelijk starten vanwege een overmatige brandstoftoevoer.

  • In geval van een overmatige brandstoftoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodegedeelte van de bougie droog. (3) Warm starten: (opnieuw starten onmiddellijk nadat de motor werd uitgeschakeld) Probeer eerst een warme motor opnieuw te starten door de bovenstaande procedurestappen 1, 2, 4, 5 en 6 uit te voeren. Als de motor niet start, herhaalt u de procedurestappen 1 tot en met 8. Opmerking: Trek het startkoord niet over zijn volledige lengte eruit en laat de trekstarthandgreep niet ongecontroleerd terugschieten, maar zorg ervoor dat het langzaam teruggetrokken wordt. (4)

DE MOTOR UITSCHAKELEN

2. Zet de stopschakelaar (1) in de stand “O” zodat het motortoerental lager wordt en

- Bedien het gereedschap nooit zonder het stevig vast te hebben. - Raak nooit de messenbladen aan bij het starten van het gereedschap en tijdens bedrijf. - Gebruik de heggenschaar zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (risico van gasvergiftiging). Koolmonoxide is een geurloos gas. - De hele veiligheidsuitrusting en alle beschermkappen die bij het gereedschap zijn geleverd, moeten tijdens het werk worden gebruikt. - Laat de motor nooit draaien met een defecte of ontbrekende uitlaatdemper. - Gebruik de heggenschaar alleen bij goede verlichting en zicht. - Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (risico van uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat. - Sta nooit op een ladder terwijl u de heggenschaar gebruikt. Houd beide voeten op de grond. - Klim nooit in een boom om daar de heggenschaar te gebruiken. - Werk nooit op een instabiele ondergrond. - Verwijder zand, stenen, spijkers, draad, enz., die u binnen uw werkgebied vindt. Vreemde voorwerpen kunnen de messenbladen beschadigen. - Voordat u begint te snoeien, moeten de messenbladen op maximaal toerental draaien. - Houd de heggenschaar altijd met beide handen stevig vast aan alleen de handgrepen. - Met uw rechterhand pakt u de voorste handgreep vast. - Dit is de manier om het gereedschap veilig te bedienen. - Pak de handgreep stevig vast door uw duim en vingers er rondom te vouwen. - Wanneer u de gashendel loslaat, duurt het enkele momenten voordat het messenblad stopt. - U mag niet met de heggenschaar snoeien op verhoogd stationair toerental. Bij verhoogd stationair toerental kan de snoeisnelheid niet worden aangepast met behulp van de gashendel. - Voor het snoeien van een heg dient het gereedschap zodanig te worden gehouden dat de messenbladen onder een hoek van 15° tot 30° staan ten opzichte van de snoeilijn. - Als de heggenschaar wordt gebruikt met rondgaande bewegingen over het oppervlak van de heg, zullen de afgesnoeide takjes rechtstreeks op de grond worden geworpen. - Let met name goed op bij heggen die langs een draadafrastering staan en die door de afrastering heen zijn gegroeid. - De messenbladen mogen de afrastering niet raken omdat hierdoor de messenbladen vernield kunnen worden. - Gebruik de heggenschaar niet continu gedurende een lange tijd. Het is normaal om een pauze van 10 of 20 minuten te nemen na iedere 50 minuten gebruikstijd. - Als de messenbladen stenen of andere harde voorwerpen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en de messenbladen controleren op beschadiging. Vervang beschadigde messenbladen voordat u verder gaat met de snoeiwerkzaamheden. - De motor moet onmiddellijk uitgeschakeld worden in geval van enige motorstoring. - Bedien de heggenschaar met zo weinig mogelijk lawaai en verontreiniging. Controleer met name de juiste afstelling van de carburator en de mengverhouding van het benzine-oliemengsel. - Probeer niet vastgeklemd materiaal te verwijderen terwijl het messenblad beweegt. Zet het gereedschap neer, schakel het uit en verwijder het afgesnoeide materiaal.

Snoeirichting 15°-30° Hegoppervlak dat u wilt snoeien ONDERHOUD - Schakel de motor uit en trek de bougiekap eraf wanneer u de messenbladen vervangt of slijpt en wanneer u het gereedschap of de messenbladen schoonmaakt, of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. - Probeer nooit beschadigde messenbladen recht te trekken of te lassen. - Inspecteer de messenbladen met uitgeschakelde motor regelmatig met korte intervallen op beschadigingen. - (Tijdens inspecteren op haarscheurtjes door middel van een klopgeluidentest.) Voorzichtig, de tanden zijn scherp. - Maak de heggenschaar regelmatig schoon en controleer of alle bouten en moeren stevig zijn vastgedraaid. - Onderhoud en bewaar de heggenschaar nooit in de buurt van open vuur om brand te voorkomen. - Draag altijd leren handschoenen tijdens het hanteren en slijpen van de messenbladen aangezien deze scherp zijn. Messenbladen slijpen Als de randen afgerond zijn en niet meer goed snijden, slijpt u alleen de gearceerde gedeelten eraf. Slijp niet op de raakvlakken (glijoppervlakken) van de boven- en onderranden. - Zet voordat u begint te slijpen het messenblad goed vast en schakel de motor uit en trek de bougiekap van de bougie af. - Draag handschoenen, veiligheidsbril, enz. - Een rand waarvan te veel wordt afgeslepen of die te vaak wordt geslepen verliest zijn geharde laag, waarna deze tijdens gebruik snel weer rond en bot wordt. 10° Messenbladen afstellen Slijpschijf De messenbladen slijten na langdurig gebruik. Als u vindt dat het snoeien niet meer zo goed gaat als toen de messenbladen nog nieuw waren, stelt u ze als volgt af:

1. Draai moer ① los.

2. Draai bout ② voorzichtig rechtsom met de sleutel tot deze stopt, en draai hem

daarna een kwart slag terug.

3. Draai moer ① vast en houd tegelijkertijd bout ② vast met een inbussleutel.

4. Smeer de messenbladen na bovenstaande afstelling met lichte olie.

5. Start de motor en knijp beurtelings de gashendel in en laat deze weer los

gedurende een minuut.

6. Stop de motor en raak de messenbladen aan met uw hand. Als ze warm genoeg

zijn om uw hand erop te kunnen houden, hebt u de juiste afstelling gemaakt. Als ze te warm zijn om te blijven aanraken, draait u bout ② iets meer terug en herhaalt u procedurestap 5 om te controleren of ze goed zijn afgesteld. 10° 45° Dwarsdoorsnede van de snijrand Houd de slijpschijf onder een hoek van 45° en slijp de rand af tot de stippellijn om de ronde punt scherp te maken. OPMERKING: Vergeet nooit de motor uit te schakelen voordat u de afstelling maakt. In de messenbladen zit een gleuf rond schroef ②. In het geval u stof ziet in het uiteinde van de gleuf, verwijdert u dit. OPMERKING: Stel de messenbladen vóór gebruik af om de messenbladen binnen voldoende tijd te laten stoppen (EN774). ① U-vormige zeskantmoer ② Platbolkopbout ③ Messenbladgeleider ④ Bovenste messenblad ⑤ Onderste messenblad

Het stationair toerental controleren en afstellen Het messenblad mag niet bewegen wanneer de gashendel is losgelaten. - Het stationair toerental moet zijn ingesteld op 3.000 min-1. - Stel dit zo nodig af met behulp van de stelschroef (het messenblad mag niet bewegen wanneer de motor op stationair toerental draait).

  • Rechtsom: voor hoger toerental
  • Linksom: voor lager toerental Controleer of er voldoende verschil is tussen het stationair toerental en het toerental waarop de koppeling aangrijpt om er zeker van te zijn dat het messenblad stilstaat wanneer de motor stationair draait. (Verlaag zo nodig het stationair toerental.) In het geval het messenblad bij stationair toerental blijft bewegen, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
  • De koppeling moet aangrijpen op minimaal 3.750 min-1.
  • Controleer de werking van de stopschakelaar, de uit-vergrendelhendel, de gashendel, en de vergrendelingsknop.

HET LUCHTFILTER REINIGEN

WAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE

MATERIALEN Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren) - Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburator vrij van stof of vuil. - Draai de bevestigingsbout van de luchtfilterkap. - Trek aan de onderrand van de luchtfilterkap en haal de luchtfilterkap eraf. - Als er olie op het luchtfilterelement (spons) zit, knijpt u deze goed uit. - In geval van ernstige verontreiniging:

1) Verwijder het luchtfilterelement (spons), dompel het in warm water of in een

oplossing van een neutraal schoonmaakmiddel in water, en droog het grondig.

2) Reinig het luchtfilterelement (vilt) met benzine en droog het grondig.

- Alvorens het luchtfilterelement terug te plaatsen, moet het grondig droog zijn. Als het luchtfilterelement onvoldoende droog wordt teruggeplaatst, kan dat leiden tot moeilijk starten. - Veeg olie rondom het luchtfilter weg met een poetsdoek. - Onmiddellijk nadat het schoonmaken klaar is, plaatst u de luchtfilterkap terug en draait u de bevestigingsbout vast. (Bij het terugplaatsen haakt u eerst de bovenrand vast.) Tips voor het omgaan met het luchtfilterelement - Maak het luchtfilterelement meerdere keren per dag schoon als onder extreem stoffige omstandigheden wordt gewerkt. - Als u blijft doorwerken terwijl het luchtfilterelement vervuild is met olie, kan de olie buiten het luchtfilter terechtkomen en tot olieverontreiniging leiden.

Luchtfilterelement (spons) Luchtfilterelement (vilt) Bevestigingsbout Bovenrand De bougie controleren - Iedere 8 bedrijfsuren (dagelijks) - Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de bougie te verwijderen of te monteren. - De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm bedragen. Als de afstand te groot of te klein is, moet u deze aanpassen. Als de bougie verstopt zit met roet of vuil, moet u deze grondig schoonmaken of vervangen. Gebruik een identieke vervangingsbougie. 0,7 - 0,8 mm Smeren - Spuit na iedere 50 bedrijfsuren smeervet in de smeernippel (Shell Alvania nr. 3 of gelijkwaardig). OPMERKING: Houd u aan de opgegeven intervaltijd en hoeveelheid smeervet. Als het smeervet niet wordt ingespoten na het opgegeven aantal bedrijfsuren, of als de hoeveelheid ingespoten smeervet onvoldoende is, kan een storing in het gereedschap optreden as gevolg van een gebrek aan smeervet.

MATERIALEN Controle- en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijfsuren) Smeernippel Zuigkop in brandstoftank - Het vilten brandstoffilter (1) op de zuigkop wordt gebruikt om de brandstof die door de carburator wordt aangezogen, te filteren. - Het vilten brandstoffilter moet regelmatig visueel worden gecontroleerd. - Hiertoe draait u de brandstofvuldop eraf en gebruikt u een draadhaak om de zuigkop uit de brandstofvulopening te trekken. Als het brandstoffilter hard is geworden, of vervuild of verstopt is, moet het worden vervangen. - Onvoldoende brandstoftoevoer kan ervoor zorgen dat het maximale toegelaten toerental wordt overschreden. Het is daarom belangrijk het vilten brandstoffilter iedere drie maanden te vervangen om verzekerd te zijn van een goede brandstoftoevoer naar de carburator. (1)

DE BRANDSTOFLEIDING VERVANGEN

LET OP: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren) Vervanging: Jaarlijks (iedere 200 bedrijfsuren) Vervang de brandstofleiding ieder jaar, ongeacht de gebruiksfrequentie. Brandstoflekkage kan brand veroorzaken. Als tijdens de inspectie een lekkage wordt gevonden, vervangt u de brandstofleiding onmiddellijk.

DE BRANDSTOFVULDOP VERVANGEN

Brandstofvuldop Brandstofleiding - Als enige onvolkomenheid of schade aan de brandstofvuldop wordt geconstateerd, moet deze worden vervangen. - De brandstofvuldop is een verbruiksartikel en moet daarom iedere twee tot drie jaar worden vervangen. Alle onderhouds- of afstelwerkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Dagelijkse controle en onderhoud Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen, moeten de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden. - Controleer het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let er met name goed op of de bouten van de messenbladen goed vastgedraaid zijn. - Controleer voor gebruik altijd op verstopping van de koelluchtinlaatopening en de koelribben van de cilinder. Maak deze plaatsen zo nodig schoon. - Voer de volgende werkzaamheden dagelijks uit na het gebruik:

  • Reinig de buitenkant van de heggenschaar en inspecteer op beschadigingen.
  • Maak het luchtfilter schoon. Maak het luchtfilter meerdere keren per dag schoon als u in onder extreem stoffige omstandigheden werkt.
  • Controleer de messenbladen op beschadiging en verzeker u ervan dat ze stevig gemonteerd zijn.

OPSLAG - Als u het gereedschap gedurende een lange tijd opslaat, tapt u de brandstof uit de brandstoftank en carburator als volgt af: Tap alle brandstof af uit de brandstoftank. - Verwijder de bougie en breng enkele druppels olie via het bougiegat in de cilinder. Trek vervolgens voorzichtig aan de trekstarthandgreep zodat de olie de binnenkant van de motor bedekt, en draai de bougie weer vast. - Verwijder vuil en stof vanaf de messenbladen en de buitenkant van de motor, veeg erover met een in olie doordrenkte doek, en sla het gereedschap op een zo droog mogelijke plaats op. ONDERHOUDSSCHEMA Algemeen Montage van de motor, bouten en moeren Visuele inspectie op beschadiging en bevestigingen Controleer de algemene toestand en veiligheid Iedere keer na het bijvullen van brandstof Gashendel Stopschakelaar Controleer de werking Controleer de werking Dagelijks Luchtfilter Koelluchtinlaatkanaal Snijgarnituur Stationair toerental Maak schoon Maak schoon Controleer op beschadigingen en scherpte Inspecteer (messenblad mag niet bewegen) Ieder 50 bedrijfsuren Tandwielhuis Smeren met smeervet Wekelijks Bougie Uitlaatdemper Inspecteer en vervang zo nodig Controleer en maak zo nodig de opening schoon Iedere 3 maanden Brandstoffilter Brandstoftank Vervang Maak schoon Voorbereiding voor opslag Brandstoftank Carburator Maak de brandstoftank leeg Laat de motor draaien tot de brandstof op is STORINGZOEKEN Probleem Motor start niet of moeilijk Systeem Ontstekingssysteem Oorzaak Ontstekingsvonk aanwezig Storing in brandstoftoevoer of compressiesysteem, mechanisch defect Geen ontstekingsvonk Stopschakelaar ingeschakeld, bedradingsfout of kortsluiting, bougie of bougiekap defect, storing in ontstekingsmodule Brandstoftoevoer Brandstoftank vol Onjuiste stand van chokehendel, carburator defect, zuigkop (brandstoffilter) vervuild, brandstofleiding gebogen of onderbroken Compressie Binnenkant motor Cilindervoetpakking defect, krukaskeerringen beschadigd, cilinder of zuigerveren defect Buitenkant motor Onjuiste afdichting van bougie Starter wordt niet geactiveerd Gebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motor Brandstoftank vol, ontstekingsvonk aanwezig Carburator vervuild. Laat schoonmaken Tank vol Verkeerde afstelling stationair toerental, zuigkop of carburator vervuild Mechanisch defect Problemen bij starten van warme motor Motor start, maar slaat direct weer af Waarneming Brandstoftoevoer Ontluchting brandstoftank defect, brandstofleiding onderbroken, kabel of stopschakelaar defect Onvoldoende prestaties Mogelijk zijn meerdere systemen tegelijk de oorzaak Motor draait op stationair toerental