KH 4001 - LERVIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KH 4001 LERVIA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KH 4001 - LERVIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KH 4001 van het merk LERVIA.
GEBRUIKSAANWIJZING KH 4001 LERVIA
INHOUDSOPGAVE BLADZIJDE Veiligheidsvoorschriften
Gebruik in overeenstemming met gebruiksdoel
Inhoud van het pakket
Apparaatbeschrijving
Naaimachine aansluiten
Bediening van de naaimachine
Aanbevolen steeklengtes voor de verschillende steken
Inrijgen van het garen en de voorbereidingen hiertoe
Naaien met dubbele naald
Naaien met zigzag-strepen
Naaien met schelpsteek
Naaien met elastieksteek
Omboorden van stofranden
Naaien aan randen stof met taksteek
Naaien met drievoudige-gestikte-zigzagsteek
Het maken van knoopsgaten
Fijne afstemming bij het knoopsgaten naaien
Ritssluitingen innaaien
Stoppen door uitstikken
Monogram en motieven borduren
Smeren van de machine
Bewaar deze handleiding voor toekomstige vragen – en geef deze mee wanneer u het apparaat overdoet aan iemand anders!
NAAIMACHINE MET VRIJE ARM KH 4001 Veiligheidsvoorschriften Bij omgang met een naaimachine kan men net als bij elk ander elektrisch apparaat gewond raken en in levensgevaar geraken. Om dit te voorkomen en om veilig te werken, dient u het volgende in acht te nemen: • •
Lees voor het eerste gebruik van uw naaimachine deze handleiding aandachtig door. Bewaar deze gebruiksaanwijzing op een geschikte plaats in de buurt van het apparaat. Als u het apparaat van de hand doet, geef dan ook de gebruiksaanwijzing mee. Haal altijd de netstekker uit het stopcontact als u niet met de machine werkt. Zo voorkomt u gevaar van ongelukken door onbedoeld inschakelen. Haal eerst de netstekker uit het stopcontact, voordat u het lampje verwisselt of onderhoud aan de machine pleegt. Zo voorkomt u levensgevaar door een elektrische schok. Trek de netstekker niet aan het snoer uit het stopcontact. Pak bij het uittrekken de stekker en niet het snoer vast. Gebruik de naaimachine uitsluitend in droge ruimtes. Laat een beschadigde netstekker of netsnoer onmiddellijk door deskundig personeel of door de klantenservice vervangen, om gevaarlijke situaties te vermijden. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met gebrek aan ervaring en/of gebrek aan kennis, tenzij ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of van die persoon aanwijzingen krijgen voor het gebruik van het apparaat. Bij kinderen is supervisie noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. Gebruik de machine nooit met geblokkeerde ventilatieopeningen. Houd de ventilatieopeningen van de machine alsmede de voetschakelaar vrij van pluisjes, stof en stofafval.
Waarschuwing voor letsel en beschadiging: volgens de wet hebt u als gebruiker van elektrische apparaten de plicht om door veiligheidsbewust gedrag mogelijke ongelukken te voorkomen: • • •
zorg dat de werkplek op orde is. Als de werkplek niet op orde is, kan dat ongelukken tot gevolg hebben. Zorg voor een goede verlichting tijdens het werken! Draag geen wijde kleding of sieraden, omdat die door bewegende delen kunnen worden gegrepen. Als u lang haar hebt, draag dan tevens een haarnetje. Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stevige ondersteuning en zorg altijd voor evenwicht. Als ongelukken kunnen worden herleid tot onzorgvuldigheid in de omgang met het apparaat of indien de veiligheidsvoorschriften in de handleiding niet in acht zijn genomen, aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid voor dergelijke schade.
Gebruik in overeenstemming met gebruiksdoel De naaimachine is bestemd ... – voor gebruik als verplaatsbaar apparaat, – voor het naaien van normaal huishoudelijk textiel en ... – uitsluitend voor gebruik in het privé huishouden. De naaimachine is niet bestemd ... – voor een vaste opstelling, – voor de verwerking van andere materialen (bijvoorbeeld leer, tentdoek, zeildoek en vergelijkbare zware stoffen), – voor gebruik in bedrijfsmatig of industriële omgevingen.
Inhoud van het pakket Naaimachine Voetpedaal met stekker voor aansluiting en net stekker Verlenging van de naaitafel met vak voor toebehoren Naaivoetje Naaivoetje voor het naaien van knoopsgaten Naaivoetje voor het aannaaien van knopen Naaivoetje voor het innaaien van ritssluitingen Voetje voor blindzomen 6 naainaalden (universele enkele naalden formaat nr. 14; platte schacht, een naald is bij levering ingezet in de machine) 1 dubbele naald 4 spoelen (een spoel is bij levering ingezet in de machine) Plaat voor uitstik-werkzaamheden (stoppen) 2 schroevendraaier (groot en klein) extra garenkloshouder 2 garenkloshouders (groot en klein) Beschermhoes voor de naaimachine Tornmesje met kwastje Hulpje voor draadinvoer naaimachineolie 2 onderleggers van vilt Steekplaat-opener Controleer na het uitpakken of de inhoud van het pakket compleet is. Een aantal accessoires kan in het vak voor toebehoren in de naaitafelverlenging zitten.
Apparaatbeschrijving 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0
Bovenste draadgeleiding Instelknop voor de bovendraadspanning Handgreep Instelwiel enkele naald – dubbele naald Garenkloshouder Instelknop voor de steeklengte Bevestigingsopening voor de extra garenkloshouder Spoelas Spoel-aanslag Handwiel
Kijkvenster voor steeksoort Keuzeknop voor steeksoort Stekkeraansluiting voor voetpedaal-verbindingssnoer Aan/uitknop Schakelaar voor het omkeren van de naairichting Inkeping Borgring Blokkeerpallen Vinger Verlenging van de naaitafel met vak voor toebehoren Steekplaat Naaivoetje Knoopsgat-hevel Naaldbevestigingsschroef Naaivoetje-lifthevel Afdekking kopse kant Hevel voor straktrekken van de draad Netstekker Voetpedal Naaimachine-stekker
Bediening van de naaimachine Aan/uit-knop r Met deze knop r wordt de netspanning en tegelijkertijd de verlichting in het directe bereik in- en uitgeschakeld. • •
Voetpedaal l Zodra het voetpedaal l heel licht wordt ingetrapt, begint de machine op lage snelheid te naaien. Wordt het voetpedaal l verder ingetrapt, neemt de naaisnelheid van de machine toe. Tilt men de voet op, zodat er geen druk meer wordt uitgeoefend op het voetpedaal l, stopt de machine.
Let op! Let erop, geen voorwerpen op het voetpedaal l te leggen om onbedoeld op gang komen van de machine te vermijden.
Verwisselen van de naainaalden
Accessoires x c v b n m M N B V C X Y L K J H G F
kleine garenkloshouder grote garenkloshouder Stopplaat extra garenkloshouder Vilten onderleggers 4 spoelen Naaivoetje voor het innaaien van ritssluitingen Naaivoetje voor het naaien van knoopsgaten Naaivoetje voor het aannaaien van knopen 6 Naainaalden Dubbele naald grote schroevendraaier kleine schroevendraaier Beschermhoes naaimachineolie Kwastje en tornmesje Steekplaat-opener Hulpje voor draadinvoer Voetje voor blindzomen
Zet de aan/uit-knop r in de stand „I” om de naaimachine aan te zetten. Zet de aan/uit-knop r in de stand „O” om de naaimachine uit te zetten.
Let op Haal de netstekker k uit het stopcontact! Het apparaat kan anders onbedoeld op gang komen. 1. 2. 3. 4.
Breng de naaldstang in de hoogst mogelijke positie door aan het handwiel 0 te draaien. Druk de naaivoet-lifthevel g naar beneden, zodat het naaivoetje s op de steekplaat a omlaag wordt gelaten. Verwijder de naald, doordat u de bevestigingsschroef voor de naald f losdraait. Draai de nieuw in te zetten naald zo, dat de vlakke kant van de naaldschacht naar achteren wijst en voer de naald zo ver mogelijk van onderen af in de naaldklem. Draai de schroef van de naaldklem vast.
Controle van de naalden 1. 2.
De gebruikte naainaald moet altijd recht zijn en een perfecte punt hebben om een soepel naaien mogelijk te maken. Om te controleren of de naald verbogen is, legt u de vlakke kant van de naald op een glad en egaal oppervlak. Hier kunt u het beste beoordelen of de naald verbogen is.
Vervang de naald als deze verbogen of stomp is.
Verwijder alle verpakkingsmaterialen van het apparaat en de accessoires. Zet de naaimachine op een tafel die stabiel, egaal en antislip is.
Naaimachine aansluiten
Verwisselen van het naaivoetje
Afhankelijk van het soort naaiwerkzaamheden dat u wilt uitvoeren, kan het nodig zijn om het naaivoetje s te verwisselen.
Verbind de naaimachine-stekker y met de stekkeraansluiting e aan de naaimachine. Steek de netstekker k in een stopcontact. Activeer de aan/uit-knop r om de naaimachine en de verlichting in het directe bereik aan te zetten.
Let op Haal de netstekker k uit het stopcontact! Het apparaat kan anders onbedoeld op gang komen.
De naaimachine is nu gebruiksklaar.
Zet de naald door aan het handwiel 0 te draaien (op zich dicht, tegen de wijzers van de klok in) in de hoogst mogelijke stand en til de naaivoet-lifthevel g en zodoende de voetstang op. Maak de voet los door voorzichtig naar boven drukken van de ontgrendelende hevel aan de achterzijde van de schacht van het naaivoetje.
Bedieningselementen Opmerking Als u van steeksoort wisselt, zet de naald dan altijd in de hoogste stand om beschadiging van de naald te voorkomen. •
Om een bepaalde steeksoort te kiezen, draait u aan de steeksoortkeuzeknop w, totdat het nummer van de gewenste steeksoort in het kijkvenster q te zien is.
Positioneer het naaivoetje s dat gemonteerd moet worden met rustende zool zo op de steekplaat a, dat de dwarse stift voor de ophanging aan de voet en de uitsparing (groef) op de schacht van de voet exact in een rechte lijn zijn (boven elkaar staan). Laat de lifthevel g naar beneden zakken en brengt zodoende de verbinding van het naaivoetje s met de schacht van het naaivoetje tot stand. Als de voet correct gepositioneerd is, moet deze hierbij inklikken in de dwarse stift voor de ophanging van de voet.
Omschakelen op vrij-arm bedrijf
Het naaien met vrije arm is geschikt voor kokervormige en moeilijk toegankelijke bereiken aan kledingstukken en ander textiel. Om uw machine om te schakelen op bedrijf met vrije arm, tilt u eenvoudigweg de verlenging van de naaitafel p eruit.
Alle steeksoorten hebben een vooraf ingestelde steekbreedte, zodat na keuze van de steeksoort alleen de steeklengte nog door de gebruiker moet worden gekozen en ingesteld. De volgende tabel toont de vooraf ingestelde steekbreedten bij iedere steeksoort en het bijbehorende geadviseerde bereik van steeklengtes.
Til de verlenging van de naaitafel p op, totdat deze uit de vergrendeling losgaat. Trek de verlenging van de naaitafel p naar links eruit.
Opmerking Vóór het verstellen van de steeksoort-keuzeknop w door aan de steeksoort-keuzeknop w te draaien, moet u het naaivoetje s door gebruik van de lifthevel g ontlasten en de naald uit de stof tillen.
Aanbevolen steeklengtes voor de verschillende steken Steeknummer
Omschrijving van steeksoort
vooraf ingestelde steekbreedte in mm (inch)
Geadviseerde steeklengte in mm (inch)
Rechte steek (Naaldstand in het midden)
Schuin uitlopende (open) overlock-steek
vast ingesteld; 2,5 (3/32)
Elastiek-overlock-steek
Instelling van de steeklengte Afhankelijk van welke steeksoort is ingesteld, kan het voor het beste resultaat naairesultaat noodzakelijk zijn, om de steeklengte in overeenstemming hiermee te moeten instellen. •
De op de kartelrand van de steeklengte-instelknop 6 aangebrachte getallen komen steeds overeen met de betreffende steeklengte in millimeters (mm), dus EEN HOGERE GETALLENWAARDE BETEKENT DAT DE STEEK LANGER WORDT. Bij de stand „0“ van de instelknop voor de steeklengte 6 vindt er geen vooruitschuiven van het naaigoed plaats. Deze stand wordt gebruikt om knopen aan te naaien. Het bereik dat gemarkeerd is met „F“ wordt gebruikt voor het maken van zogeheten satijnsteken (heel nauw geplaatste zigzag-steken). Satijn-steken kunnen worden gebruikt om knoopsgaten te omranden of als decoratiesteken. De betreffende benodigde instelling binnen het „F“-bereik voor ieder speciaal geval, hangt af van het materiaal en het gebruikte naaigaren. Om telkens de juiste instelling te vinden, dient u eerst de instelling van de steek en de steeklengte uit te proberen door proef te naaien op een overeenkomstig restje stof, hierbij tegelijkertijd het gedrag bij het vooruitschuiven te observeren en totdat u de juiste instelling met het gewenste resultaat heeft gevonden, te variëren.
Schakel nu de naaimachine in en trap op het voetpedaal l. Als de spoel vol is, knipt u de draad door. Druk de spoelas 8 weer naar links en haal de volle spoel eraf. Druk het handwiel 0 weer naar binnen – anders blijft het naaiwerk van de motor afgekoppeld.
Inzetten van de spoel Let op Haal de netstekker k uit het stopcontact! Het apparaat kan anders onbedoeld op gang komen. 1.
Steeklengte Draairichting voor het verkorten van de steeklengte e. Draairichting voor het vergroten van de steeklengte
Zet de naald door aan het handwiel 0 te draaien (op zich dicht, tegen de wijzers van de klok in) in de hoogst mogelijke stand en ontlast en til de voet op met de lifthevel g. Verkrijg toegang tot de drager van de spoeldop doordat u eerst de verlenging van de naaitafel p op de eerder beschreven wijze verwijdert. Open de klep van de naaitafel. Haal de spoeldop eruit door het lipje naar u toe te trekken (klappen) en daarna de gehele dop uit de houder van de dop naar u toe van de doorn van de spoel af te trekken.
Om achteruit te naaien, drukt u de omkeerschakelaar voor de naairichting t tot aan de aanslag en houdt u deze tijdens een gelijktijdig licht activeren van het voetpedaal l ingedrukt. Om weer vooruit te naaien, stopt u de druk op de omkeerschakelaar voor de naairichting t, waarna de machine direct overgaat op vooruit naaien. Achteruit naaien wordt vooral gebruikt om het uiteinde van naden af te hechten en te versterken.
Inrijgen van het garen en de voorbereidingen hiertoe
Spoel bezetten 1. 2. 3. 4. 5.
Klap de garenkloshouder 5 naar boven en zet er een klos garen op. Borg deze met een garenkloshouder x/c in de passende grootte. Leg een vilten onderlegger n op de spoelas 8 en vervolgens een lege spoel daarop. Rijg de draad door de bovenste draadgeleider 1. Wikkel het losse uiteinde van de garendraad een paar omdraaiingen met de wijzers van de klok mee op de lege spoel. Als de eerste omwikkelingen van het garen strak op de spoel zitten, drukt u de spoel met de spoelas 8 tegen de spoelaanslag 9.
Trek het handwiel 0 rechts aan de machine licht naar buiten toe eruit om het naaiwerk van de motor af te koppelen.
Wikkel ongeveer 10 cm (4”) garen van de in te zetten bezette spoel af en zet de spoel in de spoeldop. Houd hierbij de spoeldop vast. Trek het afgewikkelde stuk draad tegelijkertijd naar beneden en naar links in de sleuf van de spoeldop totdat de draad in het oog voor het uittreden van de draad onder de veertong loopt.
Naaien met dubbele naald
Zet de spoeldop dan in de dophouder door de dop bij het lipje vast te pakken en dit vervolgens los te laten. De vinger o aan de buitenzijde van de spoeldop moet in de inkeping z bovenop in de houder van de spoeldop grijpen.
Uw machine is ook gemaakt voor het naaien met dubbele naalden C, zodat er telkens met twee bovendraden genaaid kan worden. Deze beide bovendraden kunnen hierbij gelijke kleur hebben – of voor decoratieve doeleinden – ook verschillende kleuren.
Als de spoeldop niet correct in de houder van de dop is ingezet, zal deze direct na het begin van het naaien eruit vallen.
Zet het instelwiel enkele naald – dubbele naald 4 op het symbool voor „Dubbele naald”.
Inrijgen van de bovendraad 1. 2. 3.
Inzetten van de dubbele naald C Til het naaivoetje s door de lifthevel g te gebruiken, zoals getoond, op. Zet de naald door draaien aan het handwiel 0 (tegen de wijzers van de klok in) in de hoogst mogelijke stand. Schuif een klos garen op de horizontaal liggende garenkloshouder 5 en druk dan een van de twee meegeleverde garenkloshouders x/c op de stift, dat het klosje garen op haar plaats wordt gehouden.
In principe gaat het inzetten van de dubbele naald C net zo als het inzetten van de enkele naald. Ook hier moet de vlakke kant van de naaldschacht naar achteren wijzen en de ronde kant van de dwarsdoorsnede van de schacht naar voren.
Opzetten van de extra garenkloshouder Opmerking
Zet de verticaal staande garenkloshouder in het gat 7 nabij de horizontaal liggende garenkloshouder 5 aan de bovenzijde van de machine. Steek de tweede klos garen op de verticaal staande garenkloshouder.
Kies de garenkloshouder x/c in overeenstemming met de vorm en de grootte van de gebruikte klos garen. De buitendoorsnede van de gekozen garenkloshouder x/c moet een beetje groter zijn dan de buitendoorsnede van het gewikkelde garen op het klosje garen.
Inrijgen van de dubbele naald C Beide naaldpunten moeten afzonderlijk worden ingeregen.
Voer de van het klosje garen afgetrokken draad door de draadgeleidingen zoals weergegeven op de afbeelding en op de machine.
1. Inrijgen in de rechter naaldpunt Gaat u overeenkomstig het inrijgen van de enkele naalden te werk en gebruik de draad van de klos garen op de extra garenkloshouder b. Rijg de draad door de rechter draadgeleiding.
2. Inrijgen in de linker naaldpunt Rijg de linker naaldpunt op dezelfde wijze in als de rechter, voer de draad echter, voordat u deze in het oog van de linker naaldpunt invoeren, door de linker draadgeleiding.
Onderdraad inzetten De spoel van de onderdraad wordt net zo ingezet als bij de enkele naald (zie hoofdstuk „Inrijgen van het garen en de voorbereidingen hiervoor”).
Opmerking Verzekert u zich ervan, dat de draad van rechts naar links door het oog van de hevel voor het straktrekken van de draad j wordt geregen. Bij het inrijgen van de bovendraad in de machinenaald moet de draad van voor naar achteren ingeregen worden en het uiteinde van de draad moet daarna ongeveer15 cm (6“) via het oog van de naald uitgetrokken worden. Gebruik bij het inrijgen het inrijg-hulpje G. Steek de lus van het inrijg-hulpje G van achteren door het oog van de naald. Rijg de draad door de lus en trek het inrijg-hulpje G voorzichtig terug. Zodoende wordt de draad automatisch door het oog van de naald getrokken.
Draadspanning De draadspanning is wezenlijk van invloed op de kwaliteit van de gemaakte steken. Het wisselen van soort garen of het naaien van een andere stof kan opnieuw instellen van de draadspanning noodzakelijk maken.
Opmerking Voordat u het eigenlijke naaiwerk gaat naaien, moet u op een rest stof van dezelfde soort een naaitest uitvoeren en de draadspanning, indien nodig, corrigeren totdat het testresultaat tevredenstellend is.
Omhooghalen van de onderdraad 1. 2.
Mogelijke verkeerde instellingen van de draadspanning en de gevolgen ervan:
Het het naaivoetje s en de naald in de hoogst mogelijke stand. Pak het uiteinde van de bovendraad met de linker hand vast en draai dan het handwiel 0 (tegen de wijzers van de klok in), totdat de naald één keer helemaal naar beneden en dan weer naar boven in de hoogste stand heeft bewogen. Gewoonlijk heeft de bovendraad de onderdraad dan in een lus „gevangen“ en omhoog gehaald. Trek het uiteinde van de bovendraad naar u toe en de spoel zal een grote lus aan onderdraad vrijgeven. Trek ongeveer 15 cm (6“) van beide draden van de klos garen, resp. de spoel af. Leg de bovendraad van boven naar beneden tussen de tenen van het naaivoetje s en trek deze vervolgens in de richting van de achterzijde van de naaimachine. Leg de onderdraad net zo als de bovendraad, schuin naar rechts in de richting van de achterzijde van de naaimachine.
Spanning van de bovendraad te groot: aan de bovenzijde van de stof worden kleine lussen zichtbaar. ➩
Reduceer de spanning van de bovendraad door de stelknop voor de bovendraadspanning 2 naar een lager getal te draaien.
Spanning van de bovendraad te laag: aan de onderzijde van de stof zijn kleine lussen te zien. ➩
Verhoog de spanning van de bovendraad door de stelknop voor de bovendraadspanning 2 naar een groter getal te draaien.
De juiste draadspanning De juiste draadspanning is belangrijk, aangezien een te hoge evenals een te lage spanning leidt tot verzwakking van de stevigheid van de naad en vaak ook tot golven in het stofoppervlak in het bereik van de naad. te naaien stoffen
Opmerking De spanning voor de onderdraad werd in de fabriek al zo ingesteld, dat deze voor algemeen gebruik correct is. Zodoende is er voor de meeste naaiwerkzaamheden geen verandering van de instelling noodzakelijk.
• Katoen • Gingang • Popeline • Fijn katoen • Piké gemiddeld • Satijn • Fluweel zwaar • lichte wolstoffen • Fijn-cord • Kostuumstoffen • Linnen • Mousseline
Spanning van de onderdraad te laag: aan de bovenzijde van de stof worden kleine lussen zichtbaar. ➩
• Voile • Taft • Synthetische stoffen • Zijde • Batist
Bij het naaien met dun garen in een dunne stof kan het echter voorkomen, dat de juiste instelling van de draadspanningen niet meer alleen bereikt kan worden door anders instellen van de spanning van de bovendraad.Daarom kan er door de gebruiker ook een instelling van de spanning van de onderdraad uitgevoerd worden en wel volgens de navolgend beschreven procedure.
• fijne tricotstoffen • Kant • Fijn linnen • Zijde • Organza • Chiffon
Reduceer eerst de spanning van de (boven)draad, doordat u de instelknop voor de spanning van de bovendraad 2 draait en instelt op een lagere waarde. Indien het naairesultaat daarna nog altijd niet tot tevredenheid is en de bovendraadspanning op de laagste waarde staat, dan verandert u de onderdraadspanning aan de spoel als volgt.
Spoel ➩ Verhoog de spanning van de onderdraad aan de spoel, doordat u met een kleine schroevendraaier Y de schroef die zich aan de aandrukveer van de spoeldop bevindt met de wijzers van de klok meedraait. Hierbij mag echter niet meer dan een hele omdraaiing gedraaid worden. ➩ Denk eraan om de schroef weer in de oorspronkelijke stand terug te draaien voordat u aan de volgende naaiwerkzaamheden begint!
• Katoengaren: 80 • Synthetisch garen • fijn, gemerceriseerd katoen
• Katoen: 60–80 • Naaigaren: „A“ • Synthetisch garen gemerceriseerd: 50
14 • Katoen: 50–60 (zoals • Naaigaren: „A“ bij de • Synthetisch garen machine gemerceriseerd: gele50–60 verd)
14 (met tricot punt)
Kies de juiste naaldgrootte en draadsterkte volgens bovenstaande tabel! Gebruik in de regel dezelfde garensterkte voor de bovendraad (garenklos) en de onderdraad (spoel)!
Naaigoed wegnemen van de machine
Als rechte steken gelden de volgende steeksoorten:
2 (met naaldpositie links) 1–4
Breng de machine tot stilstand. Zet de naald in de hoogst mogelijke stand. Til het naaivoetje s op en trek het naaigoed voorzichtig naar de linker kant eruit. Knip beide draden (boven- en onderdraad) met de hulp van de draadaf-snijder aan de achterzijde van de voetstang af.
3 (met naaldpositie in het midden) 21 (drievoudige rechte steek)
vast ingesteld op 2,5
De draadafsnijder is de inkeping aan de achterzijde van de voetstang. Leg de draad die afgesneden moet worden erin, houd deze rechts en links van de voetstang vast en trekt deze omlaag.
Beginnen met naaien 1.
Zet het instelwieltje van de keuzeknop voor de steeksoorten w zo in, dat het gewenste nummer in het kijkvenster q verschijnt. Afhankelijk van de gewenste rechte-steek-soort moet u het wieltje dus op 2, 3 of 21 instellen. Breng de naald in de hoogst mogelijke stand en teil het naaivoetje s op. Indien nog niet gebeurd: Haal de onderdraad omhoog, doordat u het handwiel 0 tegen de wijzers van de klok in draait en de boven- en onderdraad samen achter de voet trekt. Leg de stof die genaaid moet worden, resp., de lagen stof die ganaaid moeten worden op de naaitafel zo onder het opgetilde naaivoetje s, dat de naald ca. 1 cm (3/8“) van de stofkant boven het begin van de naad zoals voorgezien staat. Laat het naaivoetje s zakken. Om het uiteinde van de naad te borgen, drukt u de omkeerschakelaar voor de naairichting t tot aan de aanslag naar binnen en activeert u het voetpedaal l licht. Achteruit naaien wordt gebruikt om twee naden te verbinden en ter versterking. Na het achteruit naaien gaat u telkens door loslaten van de omkeerschakelaar voor de naairichting t bij gelijktijdige korte ontlasting van het voetpedaal l gevolgd door opnieuw intrappen van het voetpedaal l over tot vooruit naaien.
Trek, om de machine voor de volgende naad voor te bereiden, ongeveer 10 cm (4”) van de boven- en onderdraad door de tenen van het naaivoetje s in de richting van de achterzijde van de machine eruit.
Randnaden en stretch-materialen • •
Steeksoort nr. 2 (eenvoudige recht naad met naaldpositie links) wordt gebruikt om randnaden en lichte stoffen te naaien. Steeksoort nr. 21 (rechte drievoudige stretch-steek) wordt gebruikt voor stretch-materialen.
Naaien met zigzag-strepen Steeksoort nr.
4 (steekbreedte bij 1,5 mm (1/16”)) 5 (steekbreedte bij 3,5 mm (9/64”))
6 (steekbreedte bij 5 mm (13/64”))
Verandering van naairichting
Zet het instelwieltje van de keuzeknop voor steeksoorten w op het nummer voor de steeksoort conform de gewenste steekbreedte van de zigzagsteek. Zet vervolgens de instelknop voor de steeklengte 6 op de steeklengte. Het wordt aangeraden om telkens aan het begin en einde van een zigzagnaad een paar rechte steken te naaien.
Stop de machine op het punt waarop u van naairichting wilt veranderen zodanig, dat de naald in de stof steekt. Til het naaivoetje s op en richt de stof in de nieuwe naairichting, waarbij u de ingestoken naald als het ware als draaipunt gebruikt. Laat het naaivoetje s weer zakken en naai in de nieuwe richting verder.
Satijnsteek Naadafsluiting Ook om aan het einde van de naad de draad te borgen door vastnaaien, of om de naad in voorkomend geval te versterken wordt het achteruit naaien gebruikt. 1. 2.
Naai eerst in de vooruit-modus tot aan het einde van de naad en stop de machine daar met het voetpedaal l. Druk op de omkeerschakelaar voor de naairichting t en activeer het voetpedaal l zacht, om ongeveer 1 cm (3/8”) van de stofkant, resp. van het naadeinde terug te naaien.
De satijnsteek (een nauwe zigzagsteek, dus met erg korte steeklengte) wordt gevormd, als de steeklengte op de instelknop voor steeklengte 6 wordt ingesteld op het bereik „F“. De satijnsteek kan worden gebruikt voor het maken van knoopsgaten evenals voor decoratieve doeleinden. Ook hier resulteert de steekbreedte uit de gekozen steeksoort, resp. het nummer van de steeksoort van de zigzagsteek waar telkens vanuit wordt gegaan. Kies daarom eerst het nummer van de steeksoort volgens de gewenste breedte en stel dan de steeklengte op de instelknop voor steeklengte 6 op het bereik „F“.
Naaien met elastieksteek
De blindzoomsteek wordt gebruikt om de randen van naaiwerkzaamheden, bijv. de onderkant van broekspijpen, zo netjes af te werken, dat de naad aan de zichtzijde niet te zien is. Gebruik de blindzoomsteek (steeksoort nr. 7) voor willekeurige, nietelastische stoffen en de stretch-blindsteek (nr. 10) voor elastische materialen. Gebruik het voetje voor blindzomen F. 1. 2.
Beide garens moeten dezelfde kleur als de stof hebben. Vouw de stof tot aan het gewenste verloop van de naad, zoals afgebeeld. Sla de stof vanaf de rand terug, waarbij tussen de reeds ingeslagen stofkant en de terugslag-vouw (breuk) een ongeveer 6 mm (1/4”) brede overlapping moet blijven.
De elastieksteek kan voor drie inzetbereiken worden gebruikt: het repareren („stoppen“), het opnaaien van elastisch band (elastiek) evenals voor een stootkantverbinding van stofdelen met elkaar. Alle drie inzetbereiken worden navolgend nader uitgelegd. Zet in alle gevallen de keuzeknop voor steeksoorten w op het nummer 9.
Zet de instelknop voor de steeklengte 6 op een waarde tussen „F“ en 2,5. Leg achter de scheur/winkelhaak aan de achterzijde een stuk stof ter versterking van geschikte soort en grootte. Naai in elastieksteek over de beschadigde plek heen, waarbij u het verloop (scheuren) volgt.
Opnaaien van elastisch band (elastiek) 1. 2.
Leg het elastische band op de stof. Rek het band op tijdens het opnaaien door met beide handen te trekken enerzijds naar voren en anderzijds naar achteren achter het naaivoetje s.
Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op nr. 7, resp. op nr. 10. Naai nu exact over de terugslag-vouw. Nadat u nu de teruggeslagen stof weer heeft omgelegd, is de naad nauwelijks te zien – typisch voor een blinde zoom.
Opmerking De stretch-blindsteek is vooral geschikt voor elastische materialen.
Naaien met schelpsteek
Stoot-aan-stoot naaien van stofdelen
De elastieksteek kan gebruikt worden om stofdelen met de stootkanten aan elkaar te verbinden en is bijzonder handig voor het naaien van geweven en gebreide materialen. Als u kleurloos nylondraad gebruikt, is de naad amper te zien. Afhankelijk van de eigenschappen van de stof aan de snitkanten kunt u met open kant werken of moet u met een inslag naaien.
De schelpsteek kan gebruikt worden om een kantachtige, golvende, resp. uit kleine bogen bestaande rand op een relatief lichte stof te naaien.
Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op stand 8. Naai de stof diagonaal gericht en richt deze onder het naaivoetje s zo, dat de rechte gedeeltes van het steekbeeld op de zoomkant worden genaaid en de zigzag-achtige gedeeltes een beetje over de gelegde breukkant heen in de leegte. Deze steeksoort vraagt om een sterkere draadspanning van de bovendraad dan anders gebruikelijk. Naai op een lage naaisnelheid.
Laat de stofkanten van de beide delen die verbonden moeten worden aan elkaar stoten en positioneer de stootkant in het midden onder het naaivoetje s. Naai beide delen aan elkaar met gebruik van de elastieksteek, waarbij u er steeds op let, dat de beide stofkanten, resp. de inslagbreuken, dicht bij elkaar blijven zonder over elkaar heen te gaan.
Deze steeksoort wordt gebruikt om twee stukken stof met elkaar te verbinden, als er geen bijzonder hoge eisen aan de elasticiteit van de naad woren gesteld, bijv. voor het maken van patchwork-werken. Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op nummer 11.
Gebruik voor de boven- en onderdraad sterkere garens dan gebruikelijk. 1.
Vouw de beide randen van de stoffen die verbonden moeten worden telkens tot een smalle zoom om en speld de delen met de tussenruimte van een paar millimeters vast op een dun stuk papier. Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op nummer 15. Naai langs de voeg, waarbij u bij het begin van de naad licht aan de boven- en onderdraad trekt om de correcte vorming van de eerste steken te ondersteunen.
Festonsteek Steeksoort nr.
Uw machine kan automatisch een festonsteek maken, die als decoratieve vormgeving voor randen kan worden gebruikt. 1. 2. 3.
Omboorden van stofranden
Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op nummer 12. Naai met de festonsteek dicht langs de rand van het materiaal. Indien u dit mocht wensen, kunt u na het naaien de rand langs de buitenste bogen van het genaaide motief met de kleine tongen uitknippen. Let er hierbij op, dat u niet door het garen heen snijdt.
16 (pijlpuntsteek) 18 (schuin uitlopende (open) overlock-steek)
Verdere siersteken Steeksoort nr.
Verwijder na het naaien de spelden en het vastgemaakte papier en sluit de betreffende naad, telkens aan de onderzijde, door het vastknopen van de beide draden aan het begin, resp. aan het einde van de naad.
in de fabriek vast ingesteld op 2,5
19 (elastische overlock-steek) Steeklengte
13 (wafelsteek) F-1 14 (parelsteek) Beide steeksoorten kunnen worden gebruikt om (rand-)siernaden te maken en voor smokken. Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op nummer 13, resp. op 14.
Deze steken worden gebruikt, om stukken stof met open randen om te zomen en de randen zodoende in één werkfase gereed te stellen. De pijlpuntsteek is ideaal geschikt om open randen om te naaien, bijv. bij een deken, waarbij de elastiek-overlock-steek en de schuin uitlopende overlocksteek vooral geschikt zijn voor het omzomen van rekbare materialen. 1. 2.
Flanelsteek Steeksoort nr.
in de fabriek vast ingesteld op 2,5
Deze steek wordt gebruikt als twee stofdelen met elkaar verbonden moeten worden, waarbij er tussen de randen, resp. de ingeslagen randen, een bepaalde tussenruimte moet blijven.
Zet de keuzeknop door de steeksoort w op 16, 18 resp. 19. Leg de stof zo onder het naaivoetje s, dat de naadlijn (dus de pijlpunten van het naadmotief dat dan wordt genaaid) ongeveer 3 mm (1/8”) links van het midden van het naaivoetje s ligt. Deze steeksoort wordt het meest effectief gebruikt als deze naadlijn ongeveer 6 mm (1/4”) van de open stootkant ligt, omdat dan telkens het naar rechts grijpende deel van de steekbeweging (rechte zigzagpunten) tamelijk precies de open stofkant omvatten en tegen uitrafelen kan beschermen.
Mocht deze afstand tussen de naadlijn (pijlpunten) en de rand groter zijn geworden, dan snijdt u de stof na het naaien rechts van het naaldbeeld af.
Laat het naaivoetje zakken, zodat de markeringen op het voetje voor knoopsgaten N in een lijn staan met de krijtmarkering op de stof, zoals navolgend afgebeeld. Eerst wordt de voorste paspel van het knoopsgat genaaid.
Open de knoopmal op het voetje voor knoopsgaten N en leg de bij het betreffende koopsgat behorende knoop tussen de beide wangen.
Trek de knoopsgat-hevel d naar beneden en druk deze licht naar achteren, zoals afgebeeld.
Start de machine, terwijl u de bovendraad voorzichtig vasthoudt. Het automatisch maken van het knoopsgat gebeurt in de volgorde van de stappen 1 tot 4, in de navolgende afbeelding getoond.
Stop de machine als de beide zijdelingse rupsen en de beide paspels van het knoopsgat zijn genaaid.
Naaien aan randen stof met taksteek Steeksoort nr.
in de fabriek vast ingesteld op 2,5
Gebruik de taksteek als decoratieve randsteek of om dekens, tafellakens en gordijnen om te zomen, maar ook voor borduurwerkzaamheden. 1. 2.
Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op 17. Leg de stof met de goede kant naar boven op de naaitafel van de machine en naai 1 cm (3/8”) van de stofkant verwijderd en parallel eraan. Snijd de stof aan deze kant na het naaien vlak langs het naaibeeld af.
Naast de decoratieve werking, voorkomt de taksteek het uitrafelen van de stofrand.
Naaien met drievoudige-gestikte-zigzagsteek Steeksoort nr.
20 (drievoudige rechte zigzagsteek) in de fabriek vast ingesteld op 2,5 Deze steeksoort kan gebruikt worden om zwaardere stretch-materialen te naaien, altijd dan als een steek met een zigzag-basismotief doelmatig is. De steek kan ook als decoratieve randsteek worden gebruikt. •
Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op 20.
Het maken van knoopsgaten Steeksoort nr.
Borgen van boord en opensnijden van het knoopsgat Opmerking 1. 2.
Het is aan te raden om het maken van knoopsgaten eerst op een rest stof te oefenen, voordat men zich aan een kledingstuk waagt. Als u knoopsgaten wilt maken in zachte en meegevende materialen, leg dan achter de onderzijde van de stof een stabiliserend materiaal. 2.
Na navenant oefenen en bij passende instelling van de machine, is het automatisch maken van knoopsgaten in één werkfase een eenvoudige methode die betrouwbare resultaten levert. 1. 2. 3.
Markeer met kleermakerskrijt de positie van het knoopsgat op de stof. Monteer het naaivoetje voor knoopsgaten N (zie hoofdstuk „Verwisselen van het naaivoetje“) en zet de keuzeknop voor de steeksoort w op 1. Haal de onderdraad omhoog.
Draai om de boord van het knoopsgat te borgen, het materiaal, na optillen van het naaivoetje s op de naaitafel van de machine, om 90° tegen de wijzers van de klok in en laat het voetje voor knoopsgaten N weer zakken. Naai nu met rechte steken (steeksoort nr. 3) tot aan het einde van de voorste afsluitende paspel van het knoopsgat. Haal het naaiwerk van de machine. Het wordt aangeraden om spelden aan beide uiteinden van het knoopsgat te steken ter bescherming tegen het doorsnijden van de steken.
Snijd met het tornmesje J door de stof een opening in het midden van de beide zijdelingse knoopsgat-rupsen. Ga voorzichtig te werk om niet door steken heen te snijden.
Fijne afstemming bij het knoopsgaten naaien 1. Indien de beide rupsen aan weerszijden van het knoopsgat er niet gelijkmatig uitzien, kan een fijnafstemming volgens de volgende methode voorgenomen worden: 1.
Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op „F“ en naai als test de linker rups van het knoopsgat op een proeflap van hetzelfde materiaal. Let daarbij op het vooruitschuiven van het materiaal. Als de genaaide linker rups van het knoopsgat te grof is, verandert u het vooruitschuiven in overeenstemming met de instelknop voor de steeklengte 6.
Als u in de naaitest tot een bevredigend resultaat voor het vooruitschuiven voor de linker rups bent gekomen, dan naait u de rechter rups en let u opnieuw op het vooruitschuiven. Is de rups aan de rechterzijde te fijn of te grof in vergelijking met de linker rups, dan stelt u de schroef voor fijnafstemming van het knoopsgat aan de achterzijde van de behuizing van de machine zoals navolgend beschreven in:
Meet de afstand tussen de draadgaten van de knoop en kies met de hulp van de keuzeknop voor steeksoorten w de geschikte steeksoort conform de volgende tabel: Gatafstand van de knoop
Verwissel het naaivoetje s voor het voetje voor het aannaaien van knopen B (zie hoofdstuk „Verwisselen van het naaivoetje”). Plaats de stopplaat v op de steekplaat a van de machine. De zijdelingse stiften op de stopplaat v moeten in de gaten in de steekplaat a vast komen te zitten. Leg de knoop die aangenaaid moet worden tussen voet B en stof en controleer of de naald in het linker draadgat van de knoop steekt zonder op het oppervlak van de knoop te slaan. Is dit niet gegarandeerd, gaat u terug naar stap 1.
Naai ongeveer 10 steken op lage naaisnelheid. Haal het materiaal uit de machine. Knip de boven- en onderdraad door en knoop de beide draden aan de onderzijde aan elkaar vast.
Ritssluitingen innaaien
Als de rups aan de rechterzijde te grof is, dan draait u de schroef met de hulp van de meegeleverde schroevendraaier X in de richting die met „–“ is gemarkeerd; is de rechter rups te fijn, dan draait u met de schroevendraaier X in de met „+“ gemarkeerde richting. Door de beschreven methode van afstemmen is het mogelijk, om een gelijkmatig verschijningsbeeld van de beide rupsen te verkrijgen.
y. – Instelwieltje voor steeklengtes u. – Schroef voor fijnafstemming bij knoopsgaten naaien i. – Rechter rups van het knoopsgat o. – Resultaat
Naaivoetje voor ritssluitingen
Het naaivoetje voor ritssluitingen M wordt gebruikt om verschillende soorten ritssluitingen in te naaien en kan ongecompliceerd aan de rechter-, resp. aan de linkerzijde van de naald gepositioneerd worden. Als u de rechterzijde van een ritssluiting wilt innaaien, dan bevestigt u de schacht van het voetje aan de het linker gedeelte van de bevestigingsstift op het voetje voor ritssluitingen M; als u de linkerzijde van de ritssluiting wilt innaaien, dan bevestigt u de schacht aan het rechter gedeelte van de bevestigingsstift. 1. 2.
Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op 3 en de steeklengte op de instelknop voor steeklengtes 6 op een waarde tussen 2 en 3. Laat het naaivoetje s zakken met hulp van de lift-hevel g en laat de schacht aan het rechter, resp. linker gedeelte van de bevestigingsstift aan het voetje voor ritssluitingen M vastklikken. Sla de materiaalkant aan de ritssluiting die ingenaaid moet worden 2 cm (3/4”) naar beneden en leg de ritssluiting van onderen er tegenaan. Laat de naald zakken navenant in de rechter of linker opening voor de naald op het voetje voor ritssluitingen M.
Naai telkens met een overeenkomstig bevestigde voet voor ritssluitingen M aan beide zijden steeds van de onderzijde van het draagband van de ritssluiting tot aan de bovenzijde. De naald moet dus steeds in die kant insteken die de reeks tanden, resp.de spiraal is toegekeerd om de beste resultaten te verkrijgen. Om over te gaan tot het naaien van de telkens tegenoverliggende helft van de ritssluiting, maakt u na het naaien van de ene kant het voetje voor ritssluitingen M los, door de hevel van de voetschacht aan de achterzijde van de schacht te activeren en deze overeenkomstig zijdelings verzet boven het andere gedeelte van de bevestigingsstift op de schacht te bevestigen en met de andere inkeping verder te naaien.
Zet de keuzeknop voor steeksoorten w op 3. Reduceer de spanning van de bovendraad (op ongeveer 2), zodat bij het naaien de onderdraad principieel aan de onderzijde blijft en niet aan de verstrengelingen van de bovendraad in de stof wordt getrokken, zoals dit gewoonlijk bij naaien wel de bedoeling is en de onderdraad hier dus bijna rechtlijnig aan de onderzijde van de stof verloopt. Naai een eenvoudige of ook meerdere parallelle naden met rechte steken. Trek aan deze draadlengtes van de onderdraad in de richting van het verloop van de naad om de stof langs de naad op te rijgen.
Stoppen door uitstikken
Maak het stuk dat geappliceerd moet worden met de gewenste omtrekken met de hand vast op de voorgeziene plaats. Naai zorgvuldig en voorzichtig om de rand van het stuk dat geappliceerd moet worden heen met een zigzagsteek (steeksoort nr. 4, 5 of 6) bij weinig steeklengte. Snijd indien nodig het geappliceerde stuk af buiten de naden van de omtrek. Verwijder indien nodig de bevestiging door het rijggaren eruit te trekken.
Monogram en motieven borduren Steeksoort nr.
Voorbereidingen voor het borduren van monogrammen en motieven
Plaats de stopplaat v op de steekplaat a van de machine. De zijdelingse stiften op de stopplaat v moeten in de gaten in de steekplaat a vast komen te zitten.
Zet een paar rechte steken aan het begin en einde van de omtreknaad om deze te borgen en te versterken.
Een applicatie wordt gemaakt doordat een stuk stof in een bepaalde vorm geknipt en in kleur en/of structuur contrasterend op een kledingstuk of een ander naaiwerk voor decoratieve doeleinden wordt opgenaaid.
Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op 3. Leg de plek die gerepareerd moet worden en een stuk versterkend materiaal onder het naaivoetje s. Laat het naaivoetje s zakken met hulp van de lift-hevel g. Begin voorzichtig aan de rand van de schade te naaien en geleid het stuk voorzichtig heen en weer om het werk van de transporteur die door het opzetten van de stopplaat buiten werking is te vervangen. Herhaal de beweging heen en weer met een licht zijdelings verspringen telkens bij iedere parallelle naadgeleiding totdat de beschadigde plek geheel met steken is opgevuld.
Zet de stopplaat v op de steekplaat a. Zet de keuzeknop voor de steeksoort w op de passende zigzagsteeksoort. Teken het monogram ( bij borduren van een monogram), resp. het motief (motieven borduren) op het stofoppervlak. Trek de stof zo strak mogelijk tussen de ringen van een borduurraam en zodanig, dat de onderzijde van de stof over de onderste kant van de binnenring verloopt. Positioneer het werk onder de naaimachinenaald en laat de voetstang met de lift-hevel g zakken. Haal aan de kant waar u met het borduren wilt beginnen de onderdraad door de stof heen omhoog doordat u het handwiel 0 met de hand tegen de wijzers van de klok draait en maak vervolgens een paar steken om de draad te fixeren. Pak het borduurraam vast met duim en wijsvinger van beide handen, terwijl u met de middel- en ringvinder van beide handen de stof omlaag drukt en met de kleine vingers het raam naar buiten toe geleidt.
Doe 2 tot 3 druppels naaimachineolie K op alle punten die op de afbeelding worden aangegeven.
Zet de afdekking van de kopse kant h er weer op en doe de stekker k in het stopcontact. Zet de machine na het smeren zonder ingeregen draden voor korte tijd in de hoogste snelheid om de olie te verdelen. Haal de stekker k uit het stopcontact en haal de afdekking van de kopse kant h er nog een keer af. Veeg overtollig olie af. Zet de afdekking van de kopse kant h er weer op en draai de schroef weer vast.
Stik met een langzame en gelijkmatige beweging van het raam langs het schrift van het monogram dit vol. Borg het volgestikte werk, resp. het borduurwerk, aan het einde van de laatste letter met een paar rechte steken en haal het werk op de gebruikelijk manier uit de machine.
Motieven borduren 1. 2.
Naai eerst de contour van het motief na bij overeenkomstige beweging van het borduurraam. Vul het motief vanaf de contour naar binnen en vervolgens weer naar buiten toe in, totdat de contour geheel volgestikt is, resp. geborduurd is. Zet de steken dicht bij elkaar.
Opmerking Een lange steek ontstaat bij een snelle beweging van het borduurraam, een korte bij langzame beweging. 3.
Borg de vulsteken aan het einde van het werk met een paar rechte steken.
Let op Haal de netstekker k uit het stopcontact! Gevaar van een elektrische schok. 1. 2. 3. 4.
Maak de schroef van de kopse kant van de afdekking h met de schroevendraaier Y los, zoals afgebeeld. Trek de afdekking van de kopse kant h van de machine af. Vervang de gloeilamp voor de verlichting van de directe omgeving. Zet de afdekking van de kopse kant h er weer op en draai de schroef weer vast.
Opmerking Als de machine niet meer dan een uur per dag wordt gebruikt, dan moet deze een keer per week gesmeerd worden. Wordt de machine vaker gebruikt, smeert u dan dagelijks.
Schoonmaken Demontage van de grijper 1. 2. 3.
Zet de naald in de hoogst mogelijke stand en haal deze liefst eruit. Open de klep op de naaitafel. Haal de spoeldop door het openen (uitklappen) van het lusje en aansluitend aftrekken van de dragende doorn van de spoeldophouder eruit.
Druk de beide blokkerende pallen i van de arretering u naar buiten toe weg en neem zodoende de vrijgekomen arretering u eruit.
Smeren van de machine Let op Haal de netstekker k uit het stopcontact! Gevaar van een elektrische schok. 1.
Maak de schroef aan de kopse kant van de afdekking h los en haal de afdekking van de kopse kant h eraf.
Haal de grijper eruit, doordat u deze aan de spoeldoorn, die zich in het midden bevindt, vastpakt en eruit trekt.
Deponeer het apparaat in geen geval bij het normale huisvuil. Dit product is onderhevig aan de Europese richtlijn 2002/96/EC. Voer het apparaat af via een erkend afvalverwerkingsbedrijf of via uw gemeentereiniging. Neem de bestaande voorschriften in acht. Neem in geval van twijfel contact op met de gemeentelijke reinigingsdienst. Voer alle verpakkingsmaterialen op een milieuvriendelijke manier af.
Opmerking Als de naald omlaag is, kan de grijper onmogelijk gedemonteerd worden.
Reiniging van de spoeldophouder met de grijperbaan 1.
Verwijder met het kwastje J alle pluizen en draadresten van de zekeringsring u, van de grijper, de transporteur van de grijper en uit de houder van de spoeldop met de grijperbaan. Voor het reinigen van de eigenlijke grijperbaan van pluizen door middel van afvegen moet een pluisvrije lapje gedrenkt in olie voor fijne mechanieken of naaimachineolie gebruikt worden. Reinig de gedemonteerde grijper op dezelfde wijze. Monteer de delen weer in elkaar, doordat u eerst de grijper en de zekeringsring u weer in de houder voor de spoeldop zet en vervolgens de blokkerende pallen i weer in hun oorspronkelijke stand terug draait, zodat deze de zekeringsring u op de plaats vasthouden.
Reiniging van de meenemers van de transporteur op de steekplaat 1.
Demonteer de steekplaat a waarbij u de opener van de steekplaat H gebruikt, om de bevestigende schroeven eruit te draaien.
Reinig de meeneem-tanden van de transporteur en de buitenzijde van de houder van de spoeldop met het kwastje J.
Garantie & service U heeft op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Het apparaat is met de grootst mogelijke zorg vervaardigd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd. Bewaar a.u.b. de kassabon als aankoopbewijs. Mocht u aanspraak willen maken op de garantie, neem dan telefonisch contact op met uw serviceadres. Alleen op die manier is een kosteloze verzending van uw product gegarandeerd. De garantie geldt uitsluitend voor materiaal- of fabricagefouten, niet voor aan slijtage onderhevige delen of voor beschadigingen van breekbare onderdelen, bijv. schakelaars of accu’s. Het product is uitsluitend bestemd voor privé-gebruik en niet voor bedrijfsmatige doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie. Uw wettelijke rechten worden door deze garantie niet ingeperkt. Kompernaß Service Netherland Tel.: 0900-1240001 e-mail: support.nl@kompernass.com
Als u de naaimachine gedurende een langere periode niet gebruikt, haalt u de stekker k uit het stopcontact. Trek de beschermhoes L over de naaimachine heen om deze tegen stof te beschermen. Bewaar de naaimachine op een droge plaats.
Functiestoringen Zodra u met problemen geconfronteerd wordt tijdens het naaien, dient u eerst het betreffende hoofdstuk van de gebruiksaanwijzing erop na te slaan, waar u bij de betreffende werkfase waarbij u problemen ondervindt uitgebreid uitleg krijgt. Daar dient u zich ervan te verzekeren, dat u de machine correct gebruikt en volgens de voorschriften heeft toegepast. Indien een probleem hierdoor niet vermeden, resp. verholpen kan worden, dan kan het volgende schema voor u een hulpmiddel zijn bij het herkennen van fouten bij de bediening, de installatie en van de machine evenals bij het verhelpen van fouten. Als de problemen ook dan niet verholpen zijn, neemt u dan contact op met de dichtstbijzijnde naaimachinespecialist.
• Bovendraad niet goed ingezet. • Bovendraadspanning te strak. • Bovendraad „vervilt“ (met lussen). • Klos garen verkeerd in-/opgezet. • Naald verbogen/stomp. • Ongeschikte combinatie van naaldgrootte en garendikte.
• Rijg de bovendraad goed in! • Reduceer de bovendraadspanning lichtelijk! • Rijg de bovendraad nog een keer in! • Zet de klos garen er nog een keer in! • Verwissel de naald! • Controleer de combinatie van naaldgrootte en garendikte!
• Bovendraad „vervilt“ (met lussen). • Draadverloop op de spoel in de grijper foutief. • Onderdraadspanning te strak. • Onderdraad niet goed ingelegd.
• Rijg de bovendraad nog een keer in! • Zet de spoel er nog een keer goed in! • Reduceer de onderdraadspanning lichtelijk! • Zet de bovendraad er nog een keer goed in!
• Naald verkeerd ingezet. • Ongeschikte combinatie van naaldgrootte en garendikte. • Er zit stof aan de onderzijde van de steekplaat a. • Draad verkeerd ingelegd/ingeregen.
• Zet de naald er goed in! • Controleer de combinatie van naaldgrootte en garendikte! • Reinig de naaimachine! • Rijg de draad correct in!
• Instelling van de draadspanning foutief.
• Stel de draadspanning correct in!
Stof golft in het bereik van de naad
• Draadspanning op de betreffende kant is te strak. • Draadverloop op de machine is fout. • Er wordt een naald gebruikt die ongeschikt is. • Ongeschikte combinatie van naaldgrootte en garendikte.
• Stel de draadspanning correct in! • Controleer het verloop van de draad en rijg de draad correct in! • Gebruik de passende naald! • Controleer de combinatie van naaldgrootte en garendikte!
Vooruitschuiven van de stof is niet correct
• Instelknop voor steeklengte 6 is ingesteld op „niet vooruitschuiven”. • Ongeschikte combinatie van naaldgrootte en garendikte. • Draad is vervilt (met lussen). • Stopplaat is op de steekplaat a gezet.
• Zet de instelknop voor de steeklengte 6 op de gewenste steeklengte (vooruitschuiven)! • Controleer de combinatie van naaldgrootte en garendikte! • Rijg de bovendraad nog een keer in! • Haal de stopplaat eraf!
• Naald verkeerd ingezet. • Ongeschikte combinatie van naaldgrootte en garendikte. • U trekt aan de stof.
• Zet de naald er goed in! • controleer de combinatie van naaldgrootte en garendikte! • Laat de stof alleen door de transporteur bewegen!
• Er zit stof aan de onderzijde van de steekplaat a. • Machine onvoldoende gesmeerd.
• Reinig de naaimachine! • Smeer de naaimachine!
• Netstekker k niet verbonden met stroomnet. • Aan/uit-knop r van de machine op „Uit” („0”). • Voetregelaar niet goed ingedrukt. • Koppelingsscheiding op het handwiel 0 is ingesteld op „spoel bezetten”.
• Steek de netstekker k in een stopcontact! • Zet de aan/uit-knop r op „Aan” („I”)! • Druk wat steviger op de voetregelaar! • Druk het handwiel 0 weer naar binnen!
Steken worden overgeslagen
Lussen in het beeld van de naad
Naald breekt voortdurend
Machine maakt geluid tijdens het lopen of loopt langzaam
Machine gaat niet lopen
Notice-Facile