S125 - Bijverwarming ZIBRO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis S125 ZIBRO in PDF-formaat.

📄 102 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ZIBRO S125 - page 44
Bekijk de handleiding : Français FR English EN Italiano IT Nederlands NL Polski PL Türkçe TR
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ZIBRO

Model : S125

Categorie : Bijverwarming

Download de handleiding voor uw Bijverwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S125 - ZIBRO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S125 van het merk ZIBRO.

GEBRUIKSAANWIJZING S125 ZIBRO

Geachte mevrouw, meneer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw airconditioner. U heeft een kwaliteitsproduct aangeschaft waar u nog vele jaren plezier van zult hebben, mits u de airconditioner verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing voor een optimale levensduur van uw airconditioner. Wij geven u namens de fabrikant 24 maanden garantie op alle optredende materiaal- en fabricagefouten. Wij wensen u veel comfort met uw airconditioner. Met vriendelijke groet, PVG International B.V. Afdeling Klantenservice

1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.

  • Conform EN 14511 **_ Ontvochtiging bij 32°C, 80% RH Defecte elektrische apparaten en batterijen horen niet bij het huisafval. Zorg voor een goede recycling waar mogelijk. Vraag eventueel uw gemeente of uw lokale handelaar voor een deskundig recycling advies.

B ONDERDELEN Luchtinlaat Frontpaneel Noodknop

Display Luchtuitlaat Verticaal afstellen lamel l Horizontaal afstellen lamellen Û Actief koolstof- filter (optioneel) al Filter voor gezon- de lucht (optioneel) il Luchtfilter il Afstandsbediening Luchtinlaat

Afvoerslang Opmerking: afvoer condenswater tijdens KOEËLEN of DROGEN Leidingen en voedingskabel Luchtuitlaat De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op een standaardmodel. De door u gekochte airconditioner kan een ander model hebben.

Voor ingebruikname van de airconditioner dient u het volgende te controleren en in te stellen. Instelling afstandsbediening De afstandsbediening is door de fabrikant NIET ingesteld op de functie alleen koelen of verwarmen, u dient deze functies zelf in te stellen. ledere keer nadat de batterijen van de afstandsbediening zijn vervangen, knippert het pijltje voor “Heat” of “Cool” op het display van de afstandsbediening. Afhankelijk van het type airconditioner dat u gekocht hebt, is de afstandsbediening als volgt in te stellen: Druk op een willekeurige knop als het pijltje voor “Heat” knippert, de warmtepomp is ingesteld. Druk op een willekeurige knop als het pijltje voor “Cool” knippert, alleen koelen is ingesteld. Als u niet binnen 10 seconden op een willekeurige knop drukt, wordt de afstandsbediening automatisch op de warmtepomp ingesteld. Type 595, S125, 5185 en S245 zijn uitgerust met een warmtepomp. Wanneer de afstandsbediening op Alleen Koelen is ingesteld, kan de Verwarmingsfunctie NIET via de afstandsbediening worden ingesteld. Veiligheidsvoorschriften + Gebruik de juiste stroomvoorziening (zie typeplaatje), om ernstige storingen, gevaar of brand te voorkomen. + __Zorg dat de stroomonderbreker of stekker niet vies wordt. Stekker/stroomonderbreker vakkundig aansluiten op de voedingskabel, onvoldoende contact kan leiden tot een elektrische schok of brand. + De unit niet uitzetten met de stroomonderbreker of door de stekker uit het stopcontact te trekken, dit kan vonken en brand veroorzaken. + Geen knopen in de voedingskabel leggen of eraan trekken, de kabel kan beschadigen of breken en een elektrische schok of brand veroorzaken. + Nooit een stok of iets vergelijkbaars in de unit steken. De ventilator draait op hoge snelheid rond en kan verwondingen veroorzaken. + Het is slecht voor uw gezondheid als de koude luchtstroom voor langere tijd op u gericht is. Het wordt aangeraden de luchtstroom vrij te laten uitstromen in de ruimte. + Schakel bij storingen het apparaat uit met de afstandsbediening, voor u de stekker uit het stopcon- tact haalt. + Voer zelf geen reparaties uit. Verkeerd uitgevoerde reparaties kunnen een elektrische schok, etc. veroorzaken. + Gasfornuizen en ovens niet in de luchtstroom plaatsen. + __ De knoppen niet met natte handen bedienen. + Geen objecten op de buitenunit plaatsen. + __ De gebruiker is verantwoordelijk voor de aardaansluiting, uit te voeren door een erkende installateur overeenkomstig plaatselijke voorschriften en bepalingen.

D iNSTALLATIE Installatieschema Afstand tot het plafond moet Afstand tot de muur minimaal 50 mm zijn. moet minimaal 50 mm zijn. &s Afstand tot de muur moet minimaal 50 mm zijn. Afstand tussen luchtin- laat en muur moet minimaal 250 mm zijn. Afstand tussen luchtinlaat en muur moet mini- maal 250 mm zijn. Afstand tussen laat en muur moet maal 500 mm zijn. Bovenstaande afbeelding is een vereenvoudigde weergave van de unit en kan afwijken van de unit die u gekocht heeft. De installatie moet uitgevoerd worden door een erkende installateur en aangelegd overeenkomstig nationale voorschriften.

Aansluiting voedingskabel : : : . Frontpaneel Bedrading tussen binnen- en buitenunit: s p

1. Verwijder de kunststof kap van de binnenunit

Aansluitklem -- (binnenkant)

2. Gebruik het bedradingsschema (gehecht aan de

binnenunit) als referentie voor aansluiting.

3. Plaats de kap terug, “B” aan de buitenkant.

Kies de juiste locatie Geen obstakels in de buurt van de luchtuitlaat, zodat de luchtstroom ongehinderd de gehele ruimte bereikt. De leidingen en het gat in de muur moeten op een toe- 7" Behuizing gankelijke plaats aangebracht kunnen worden. Zorg voor voldoende afstand tussen unit, plafond en muur (zie hoofdstuk D). De luchtfilters moeten gemakkelijk verwijderd kunnen wor- Installatieschema den. De unit en afstandsbediening minstens op 1 meter afstand : . Binnenunit van televisie, radio etc. plaatsen. TL-ampen kunnen storingen veroorzaken, zorg voor vol- doende afstand. Niet hoger Niets in de buurt van de luchtinlaat zetten, de aangezogen [___ | dan 5 meter lucht moet vrij baan hebben. ) De muur moet voldoende belastbaar zijn om het gewicht ._ . : k É CRE Buitenunit van de unit te kunnen dragen, de muurconstructie mag £ 5 S geen geluidstoename en trillingen veroorzaken. $ SE < 2Èen SExgi— Locatie voor installatie van buitenunit S2Eù Li Op een toegankelijke, goed geventileerde plaats; niet mon- teren op een plaats waar gevaar voor bv. een gaslek bestaat. De vereiste afstand van de muur aanhouden. De buitenunit niet blootstellen aan vettig vuil of zoute zee- Buitenunit lucht, niet monteren in de buurt van gasleidingen. : Niet hoger dan Niet aan de straatkant monteren i.v.m. risico van opspat- 5 meter tend water. Op een vast fundament installeren om geluidstoename te —+ voorkomen. £ E = : : ER De lucht moet ongehinderd kunnen uitstromen. LLS Ê Ë s Sen Eag SGA

1. Installeren van de montageplaat

- _ Montageplaat monteren op de plaats waar de binnenunit komt te hangen, houd Line drops from here. rekening met de richting van de leidingen. Hockthe ins ner - _ Plaats de montageplaat horizontaal met : Mounting plate behulp van een waterpas of schietlood - Boor gaten met een diepte van 32 mm om me de plaat vast te zetten. - De plastic pluggen in de gaten steken en de plaat met zelftappers vastschroeven. L - Controleer of de montageplaat goed hotes for Rang vastzit en boor het gat voor de leidingen. Opmerking: de vorm van de montageplaat kan per model verschillen, de installatiemethode is echter gelijk.

2. Gat boren voor leidingen

- Bepaal de positie van het doorvoergat van de leidingen op de muur aan de hand van het boorgat in de montageplaat. - _ Gatin de muur boren. Het gat moet naar buiten toe wat aflopen. - _ Plaats een schuifmof in het gat om de muur te beschermen.

3. Binnenunit leidinginstallatie

- De leidingen (gas- en vloei- Piping direction stofleiding) en kabels van buiten af _-trough door het gat steken of van binnen Unloadin, naar buiten als u de binnenunit als FPiece eerste heeft geïnstalleerd. Saw the unloading piece - Maak een uitsparing die overeen- off along the trough komt met de richting van de leidingen. Opmerking: Maak uitsparing 1, 2 of 4, afhankelijk van de door u gekozen positie voor het gat in de binnenunit. - Na aansluiting van de leidingen de afvoerslang monteren. Hierna de voedingskabels aansluiten. Leiding, kabels en afvoerslang vervolgens isoleren. Isoleren van de pijpverbindingen: Verbindingsstukken isoleren met isolatiemateriaal, omwikkelen met vinyltape.

Isolatie leiding: a. Plaats de afvoerslang onder de leiding. Grote pijp Isolatieleiding Gebruik meer dan 6 mm dik isolatie- Voedingskabel materiaal. D» Kleine 2 pijp - De afvoerslang moet licht aflopen om het Voedingskabel 1 vocht gemakkelijk af te kunnen voeren. (warmtepomp) Let op dat de afvoerslang niet gedraaid ligt, of uitsteekt, het uiteinde mag niet in Afvoerslang Bedrading ontdooiregeling het water hangen. (warmtepomp) Tape Als de afvoerleiding met een slang wordt verlengd dient het gedeelte dat langs de binnenunit loopt te worden geïsoleerd. - Wanneer de leidingen aan de rechterkant zitten, dienen leiding, voedingskabel en afvoerleiding geïsoleerd te worden en met een pijpenklem aan de achterkant van de binnenunit te worden gemonteerd. Hier door- steken 4 DS Montageplaat Pijpenklem Hier vast-

Pijpenklem Montageplaat haken Montageplaat A. Pijpenklem op groef aanbrengen. B. Druk dan de klem vast op de montageplaat. Verbinden leidingen a. Verbind de binnenunit leidingen met twee moersleutels. Kies het juiste aanhaalmoment om te voorkomen dat leiding, verbindingsstukken en moeren vervormen of beschadigen. b. Eerst met de hand aandraaien, daarna met moersleutels vastzetten. Model Afmeting leiding fanhaae roue 595/5125/5185 | Liquid Side (@6 or t/4inch) | 1.8kgm | 17mm S245 Liquid Side (æ 10 or 3/8 inch) 3.5kg.m 22mm S95 Gas Side ( D10 or 3/8 inch) 3.5kg.m 22mm S125/5185 | Gas Side ( D12 or 1/2 inch) 5.5kg.m 24mm S245 Gas Side ( 16 or 5/8 inch) 7.5kg.m 27mm

- Binnenunit Sluit de voedingskabel aan op de binnenunit door de kabels Frontpaneel __Klembord naar de units in de juiste volgorde aan te sluiten op de / (binnenkant) klemmen op het klembord. De kleur van de draden en referentie op de klemmen moeten overeenkomen. EE Bodemplaat Opmerking: Bij sommige modellen moet de kap verwijderd Binnenunit Bchuizing worden om de bedrading aan te kunnen sluiten. - Buitenunit

1. Verwijder de toegangsklep van de unit door de schroef los

te draaien. Sluit de bedrading op de volgende manier aan op de klemmen op het klembord: Toegangsklep A voor klembord 8 (binnenkant)

2. Klem de voedingskabel op het klembord.

3. De klep terugplaatsen en vastschroeven.

Plaats een goedgekeurde stroomonderbreker tussen de Buitenunit voedingsbron en de unit bij het model S245. Installeer een geschikte hoofdschakelaar. De afbeeldingen zijn gebaseerd op standaardmodellen. De door u gekochte airconditioner kan een ander model hebben. Waarschuwing:

1. De airconditioner altijd aansluiten op een apart voedingscircuit. Voor het aansluiten van de bedrading,

zie schema aan de binnenkant van de toegangsklep

2. Controleer of de kabeldikte conform voorschrift is (zie tabel hieronder).

Controleer of alle bedrading goed vastzit.

4. Installeer een aardlekschakelaar.

1. Monteer afvoeruitgang en afvoerslang (alleen voor modellen met

warmtepomp). Wanneer de binnenunit op de verwarmingsstand staat, drupt er condenswater van de buitenunit. Monteer een afvoeruitgang en een afvoerslang om het water probleemloos af te voeren. Danpot @e “Drainhose Monteer de afvoeruitgang en rubberen sluitring op de generee bodemplaat van de buitenunit (zie afbeelding).

2. Installeren en monteren buitenunit.

Bevestig de unit met bouten op een vlakke en stevige ondergrond. Monteer de unit extra stevig met het oog op sterke wind en trillingen.

3. Aansluiten leidingen buitenunit

Verwijder de kapjes van de twee- en driewegklep. Sluit de leidingen apart aan overeenkomstig het draaimoment.

4. Kabelaansluiting buitenunit (zie voorgaande pagina)

Vacumeren leidingsysteem Lucht en vocht die achterblijven in het leidingsysteem na installatie, kunnen schade veroorzaken aan de compressor. Na het aansluiten van binnen- en buitenunit, dient lucht en vocht met een vacuümpomp verwijderd worden, zie hieronder. - Vacuümpomp Indoor unit Driewegklep schema connect to inoor unit {6) Open 1/4 turn (7) Turn to fully open the valve open position

HBMN = De twee- en driewegklep losschroeven en de kapjes verwijderen. De aanvoerleiding losschroeven en het kapje verwijderen. De flexibele slang van de vacuümpomp aansluiten op de aanvoerleiding. De vacuümpomp 10-15 minuten laten draaien tot een druk van 10 mmHg absoluut. De lagedruk knop op de vacuümpomp sluiten terwijl de pomp nog loopt. Hierna de pomp uitschakelen. De tweewegklep opendraaien (1/4 slag), na 10 seconden weer dichtdraaien. Controleer alle verbindingen met vloeibare zeep of een elektronisch lekzoekapparaat. Draai de twee- en driewegklep in gebruikstoestand. Koppel de slang van de vacuümpomp los. Alle kapjes terugplaatsen en vastdraaien. Opmerking Lees eerst deze gebruiksaanwijzing door voor u tot installatie overgaat. Zorg dat er geen lucht in het koelsysteem achterblijft en dat er geen koudemiddel lekt. Testen: laat de airconditioner na de installatie proefdraaien en noteer gegevens over werking. Zekering van de binnenunit controller voor types S95 en 5125: 50T, toegestane waarde 3.15 A,T, 250V. Voor types 5185 en 5245: 3.15A, T, 250V. De zekering voor de totale unit dient geschikt te zijn voor het maximaal vermogen. De stekker moet vrij toegankelijk zijn om in noodgevallen de unit meteen uit te kunnen schakelen. Als er geen vrije toegang is, dient er een dubbelpolige hoofdschakelaar op een gemakkelijk bereikbare plaats geïnstalleerd te worden.

BEDIENING Bediening en display STROOM INDICATIELAMPJE -. Licht op wanneer de stroom- toevoer aangesloten is. SLAAPSTAND INDICATIELAMPJE -Licht op als deze functie actief is. SIGNAALONTVANGER -Ontvangt signal van de afstandsbediening. TD INDICATIELAMPJE Licht op tijdens ingestelde tijd.

IN BEDRUF INDICATIELAMPJE

“"’Brandt als unit in bedrijf is. RUN button NOODKNOP Om de unit te bedienen als de ! afstandsbediening Per niet werkt. \ NAT » NOODKNOP Nr LI ri 7e, Om de unit te *bedienen ais de afstandsbediening niet werkt. Instellen automatisch herstarten Het apparaat is door de fabrikant ingesteld op automatisch herstar- ten. Na een stroomonderbreking hervat het apparaat zijn werking in de laatst geselecteerde functie. Vorm en positie van schakelaars en lampjes kunnen per model ver- schillen, de functies zijn echter identiek.

Afstandsbediening De afstandsbediening zendt signalen naar het systeem. UP KNOP (TE KOUD KNOP) Om ingestelde kamertemperatuur te [ verhogen en tijd te verlengen. SLEEP KNOP / f FAN SPEED BEDIENINGSKNOP Om slaapstand in te stellen of op te heffen. —|—®ŒSIEEE | À Voor selectie ventilatorsnelheid binnenunit: automatisch, hoog, medium en laag. TIMER KNOP © é ) BEDIENINGSKNOP (HORIZONTAAL LAMEL) Voor selecteren TIMER functie. eCTIMER } Y Voor instellen richting Iuchtstroom. MODE KNOP

Voor selectie van de bedrijfsmodus: _ | e(HonE Gore). F 4 Feel, Cooling, Dry, Fan en Heating “CMODE ) à CoMorr) FF2e Voor in- en uitschakelen. DOWN KNOP (TE WARM KNOP) Om ingestelde kamertemperatuur te verlagen en tijd te verkorten.

Opmerking: ledere modus en de relevante functies worden hierna verder gespecificeerd. Plaatsen van de batterijen Verwijder de batterijklep in de richting van de pijl. Plaats nieuwe batterijen zoals aangegeven (let hierbij op de plus- (+) en minpolen (-). De batterijklep terugschuiven. Opmerking: gebruik 2 LRO3 AAA(1.5volt) batterijen. Geen oplaadbare batterijen gebruiken. Batterijen ver- vangen door nieuwe van hetzelfde type (zie hierboven) als het display vager wordt. Opslag van de afstandsbedi en tips voor gebruik ing De afstandsbediening kan in een hou- der, die aan een muur is bevestigd, worden geplaatst. Opmerking: De houder voor afstands- bediening is optioneel. Signaal- ontvanger Gebruik afstandsbediening Richt de afstandsbediening op de signaalontvanger op de binnenunit van de airconditioner. De airconditioner is op deze manier tot een afstand van 7 meter te bedienen.

BEDIENINGSINSTRUCTIES FEEL modus bedrijfsprocedure De bedrijfsmodus wordt automatisch geselecteerd (HEATING, DRY, FAN, COOLING) afhankelijk van de kamertemperatuur op het selectiemoment. Met de afstandsbediening op de airconditioner gericht.

Druk op de ON/OFF/RUN knop. Wanneer het apparaat een signaal ontvangt licht het RUN indicatielampje van de binnenunit op. Als de unit niet op de FEEL modus staat. 2 Selecteren FEEL modus Druk op de MODE selectieknop Van MODE op FEEL positie zetten. Bedrijfsmodus en temperatuur worden bepaald door de binnentemperatuur. Binnentemperatuur Bedrijfsmodus Gewenste temperatuur V rmen ‘warmtepomp’ type Minder dan 20 °C ERHEANE CÉMEUTE 23 °C Ventilator voor ‘alleen koelen’ type

Meer dan 26 °C COOLING 23 °C

3. Temperatuur instellen

Druk op de À knop of op de V knop. Als de À knop ingedrukt wordt, wordt de waarde van de ingestelde temperatuur 1°C verhoogd. Nadat de temperatuur 2°C verhoogd is, verandert het indicatielampje niet. Als de V knop ingedrukt wordt, wordt de waarde van de ingestelde temperatuur met 1°C verlaagd. Nadat de temperatuur 2°C verlaagd is, verandert het indicatielampje niet. Opmerking: Het kan voorkomen dat wanneer de unit in bedrijf is er geen lucht uitgeblazen wordt. Bij verandering van de modus draait de unit niet altijd meteen. TIMER modus Wanneer u met de TIMER knop de timer instelt als u weggaat, is het behaaglijk als u weer thuis komt. ‘s Nachts kunt u de timer eventueel uitschakelen.

INSTELLEN TIMER Om de airconditioner op het gewenste tijdstip in te schakelen moet de volgende procedure gevolgd worden (de afstandsbediening en de airconditioner zijn uitgeschakeld):

1. Druk op de Timer knop

2. Kies de gewenste modus door op de Mode knop te drukken.

3. Kies de gewenste temperatuur door op de AV knop te drukken (is

alleen mogelijk wanneer de ‘cool’ of ‘heat’ modus is geselecteerd).

4. Kies ventilatorsnelheid (low, medium of high) of automatische modus

(alleen mogelijk als de Feel, Cool of Heat modus is geselecteerd) door op de Fan knop te drukken. In de Dry modus draait de ventilator altijd op Auto modus.

5. Kies Swing of geen Swing door op de Swing knop te drukken.

6. Druk op de Timer knop (‘h' knippert). E=

7. Gebruik de AV knop om de tijd te selecteren waarop de airconditioner

aan moet slaan (tussen 0 en 10 uur kunt u op ieder halfuur instellen; tussen de 10 en 24 uur kunt u op ieder uur instellen).

8. Druk op de Timer knop (‘h' stopt met knipperen) en de ingestelde tijd

verschijnt op het display. Vo 7

9. Druk nogmaals op de Timer knop om de geselecteerde data uit het

geheugen te verwijderen. Opmerking: wanneer er tijdens het programmeren van de timerfunctie geen knoppen worden ingedrukt, schakelt de afstandsbediening automatisch na 10 seconden uit. Om de airconditioner op het gewenste tijdstip uit te schakelen moet de volgende procedure gevolgd worden (de afstandsbediening en de airconditioner zijn uitgeschakeld):

1. Druk op de Timer knop

2. Gebruik de AV knop om de tijd te selecteren waarop de airconditioner moet uitschakelen (tussen 0 en

10 uur kunt u op ieder halfuur instellen; tussen de 10 en 24 uur kunt u op ieder uur instellen). Druk op de Timer knop (‘h' stopt met knipperen) en de ingestelde tijd verschijnt op het display.

4. Druk nogmaals op de Timer knop om de geselecteerde data uit het geheugen te verwijderen.

Opmerking: wanneer er tijdens het programmeren van de timerfunctie geen knoppen worden ingedrukt, schakelt de afstandsbediening automatisch na 10 seconden uit. Opmerking: als ‘h’ knippert en u één keer op de ON/OFF/RUN knop drukt, verschijnt de ingestelde temperatuur in het display. Nu kunt u de temperatuur wijzigen met de AV knop. Wanneer de Timer knop wordt ingedrukt, verschijnt de tijd weer, die kan nu ook gewijzigd worden*. Als de Timer knop weer wordt ingedrukt, worden de data opgeslagen en verschijnt de resterende tijd (dat de airconditioner nog in bedrijf is) in het display. + Wanneer de ON/OFF/RUN knop wordt ingedrukt in plaats van de Timer knop, schakelt de afstandsbediening uit. Opmerking Controleer of het TIMER INDICATIELAMPIE van de binnenunit oplicht, nadat de timer is ingesteld. Druk op de Timer functie om de instellingen op het display te controleren. I

F onperHouD Schoonmaken frontpaneel

1. Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen.

2. Frontpaneel vastpakken op positie “a” en naar u toetrekken.

3. Reinigen met een zachte droge doek.

Gebruik handwarm water (max. 30° C) om hardnekkig vuil te verwijderen.

4. Gebruik nooit vluchtige stoffen zoals benzine, of een schuurmiddel om vuil

5. Nooit water op de binnenunit spuiten.

Gevaarlijk! Elektrische schok!

6. Het frontpaneel terugplaatsen en sluiten door positie “b" naar beneden te

drukken. Schoonmaken luchtfilter De luchtfilter dient regelmatig gereinigd te worden. Handel als volgt:

1. Het apparaat volledig uitschakelen.

- Open het frontpaneel. - Trek de filterhendel voorzichtig naar u toe. - Pak de hendel vast en schuif de filter eruit.

2. De luchtfilter reinigen en terugplaatsen.

Bij hardnekkig vuil de filter schoonmaken in handwarm water met afwasmiddel. Na schoonmaken, de filter op een zonvrije plek volledig laten drogen.

3. Sluit het frontpaneel.

Wanneer de airconditioner in een extreem stoffige ruimte wordt gebruikt, dient deze iedere twee weken schoongemaakt te worden. G evene Bedrijfsconditie De beveiligingscomponenten kunnen een fout detecteren en de unit uitschakelen in de volgende gevallen: Verwarmen De buitentemperatuur is boven de 24°C De buitentemperatuur is onder de -7°C De kamertemperatuur is boven de 27°C Koelen De buitentemperatuur is boven de 43°C De kamertemperatuur is onder de 21°C Drogen De kamertemperatuur is onder de 18°C

Waarschuwing Wanneer de airconditioner op de COOLING of DRY functie is ingesteld bij een relatieve luchtvochtigheid meer dan 80%, dan kan er vocht uit de luchtuitlaat van de binnenunit druppelen (doordat bijvoorbeeld een raam of deur open staat). Geluidsoverlast - _Installeer de airconditioner op een stevige ondergrond om geluidsoverlast te voorkomen. - Installer de buitenunit zodanig dat de buren geen geluidshinder ondervinden van de uitgeblazen lucht. - Geen obstakels plaatsen in de baan van de uitstromende lucht van de buitenunit, dit verhoogt de geluidsproductie. Kenmerken beveiliging 1 De beveiliging schakelt de unit uit in de volgende gevallen: - Na een stop of verandering van functie tijdens werking van de unit, dient u 3 minuten te wachten voor u de airconditioner opnieuw start. -_ Nadat de stekker in het stopcontact gestoken is en de unit meteen ingeschakeld wordt. De unit zal dan na ca. 20 seconden inschakelen.

2 - Druk nadat de unit gestopt is door het in werking treden van de beveiliging op de ON/OFF knop

voor een herstart. - De Timer dient opnieuw ingesteld te worden. Controle Na langdurig gebruik moet de airconditioner op de volgende zaken gecontroleerd worden: -__ Oververhitting van de voedingskabel en stekker. Ruikt u een brandlucht? -__ Hoort u meer geluid of is er meer trilling dan normaal? - De binnenunit lekt water. - De metalen behuizing staat onder stroom. Schakel de airconditioner uit in alle bovenstaande gevallen! Periodieke inspectie door een erkend installateur (min. 1x per 5 jaar) wordt aanbevolen. Kenmerken van de HEATING modus Voor verwarmen Nadat de HEATING functie is opgestart, komt de luchtstroom van de binnenunit pas na 2-5 minuten op gang. Na verwarmen Nadat de Heating functie is gestopt, blijft de ventilator van de binnenunit nog 2 -5 minuten draaien. Ontdooien Tijdens HEATING zal het apparaat automatisch ontdooien voor een optimale werking. Deze procedure duurt normaal 2-10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilatorfunctie. Na ontdooien start de HEATING functie weer automatisch op.

Probleem Unit werkt niet. Geen gekoelde of verwarmde lucht. Geen effectieve bediening. Start niet meteen. Vreemde lucht. Geluid van stromend water. Krakend geluid. Er komt damp/nevel uit de luchtuitlaat. Het rode compressor indicatorlampje knippert constant en de ventilator van de binnenunit werkt niet meer. Oorzaak / Oplossing De stekker zit niet goed in het stopcontact. De batterijen van de afstandsbediening zijn leeg. De beveiliging is geactiveerd of de zekering is doorgebrand. Zijn de luchtinlaten, -uitlaten geblokkeerd? ls de temperatuur goed ingesteld? Is de luchtfilter verontreinigd? Als gevolg van storing (door ontlading van statische elektriciteit, storing in stroomvoorziening) zal het apparaat niet goed functioneren. Als dat het geval is, de stekker uit het stopcontact halen en na 2-3 seconden weer in het stopcontact steken. Verandering van de modus tijdens bedrijf: vertraging van 3 minuten. Geur is mogelijk afkomstig van een andere bron, meubels sigaretten, etc. De unit blaast de aangezogen lucht weer uit. Veroorzaakt door het koudemiddel in de airconditioner, dit duidt niet op een storing. Geluid van ontdooien in verwarmingsmodus. Het geluid kan veroorzaakt worden door uitzetten/krimpen van het frontpaneel als gevolg van temperatuurswisselingen. Er ontstaat damp/nevel als de lucht in de kamer sterk afkoelt doordat tijdens de COOLING of DRY werking koude lucht wordt uitgeblazen. De unit gaat van verwarmingsmodus in ontdooimodus. Het indicatielampje gaat binnen 10 minuten uit, de unit gaat terug in de verwarmingsmodus.

l GARANTIEBEPALINGEN U krijgt op de airconditioner 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels:

1. Alle verdere aanspreken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af.

2. Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de

3. De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemon-

teerd of reparaties zijn verricht door derden. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de filter, vallen buiten de garantie.

5. De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop geen

veranderingen zijn aangebracht.

6. De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaan-

Wijzing of door verwaarlozing.

7. De verzendkosten en het risico van het opsturen van de airconditioner of onderdelen daarvan, komen

altijd voor rekening van de koper. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, kunt u de airconditoner ter reparatie aanbieden bij uw dealer.