MagicSpeed CBI 200 - Airconditioner DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MagicSpeed CBI 200 DOMETIC in PDF-formaat.
| Producttype | Dakventilator voor camper en caravan |
| Merk | Dometic |
| Model | MagicSpeed CBI 200 |
| Afmetingen (L x B x H) | 400 x 400 x 110 mm |
| Gewicht | 4,5 kg |
| Voeding | 12 V DC |
| Stroomverbruik | 0,5 tot 3 A |
| Ventilatiesnelheid | Instelbaar (meerdere snelheden) |
| Bediening | Bedieningspaneel met LED-display |
| Hoofdfuncties | Ventilatie, afzuiging, luchtcirculatie |
| Regensensor | Ja, automatische sluiting bij regen |
| Afstandsbediening | Inbegrepen (draadloos) |
| Luchtfilter | Wasbaar en herbruikbaar |
| Installatie | Voor plat dak, max dikte 50 mm |
| Onderhoud en reiniging | Reinig het filter regelmatig, afnemen met een vochtige doek |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling bij oververhitting |
| Reserveonderdelen | Filter, kap, afstandsbediening beschikbaar |
| Repareerbaarheid | Repareerbaarheidsindex niet vermeld |
| Algemene informatie | Gebruik in camper, caravan, boot |
Veelgestelde vragen - MagicSpeed CBI 200 DOMETIC
Gebruikersvragen over MagicSpeed CBI 200 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MagicSpeed CBI 200 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MagicSpeed CBI 200 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING MagicSpeed CBI 200 DOMETIC
1 Symbolen en formaten.... 115
2 Veiligheidsaanwijzingen 115
2.1 Omgang met het toestel....116
2.1 Omgang met het toestel....116
2.2 Omgang met elektrische leidingen 116
3 Handleidingconventies 117
3.1 Algemene informatie over de montagehandleiding ..... 117
3.2 Doelgroep 117
4 Gebruik volgens de voorschriften 118
5 Omvang van de levering 119
6 Installatie....120
6.1 Aanwijzingen voor de installatie....120
6.2 Dakraam demonteren....122
6.3 Bevestiging installatie voorbereiden 122
6.4 Afdichting met dak van bestuurderscabine aanbrengen....122
6.5 Installatie in dakraam inbouwen....123
6.6 Elektrische voedingsleidingen plaatsen....124
6.7 Voedingsleidingen naar de condensatoreenheid plaatsen .....125
6.8 Afdekframe bevestigen....126
7 Configuratie van de software van de installatie ..... 126
7.1 Starten en beëindigen configuratiemodus....127
7.2 Menuniveau 1: opgave instelwaarde temperatuur .....127
7.3 Menuniveau 2: uitschakeling bij onderspanning....128
7.4 Menuniveau 3: opgave bedrijfsmodus....129
7.5 Menuniveau 4: fabrieksinstelling .....130
7.6 Menuniveau 5: weergave temperatuureenheid ....130
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
2 Veiligheidsaanwijzingen
Het is absoluut noodzakelijk om de volledige inhoud van de handleiding aan-dachtig te lezen.
Alleen als de instructies in de handleiding opgevolgd worden, kan de betrouwbaarheid van de standairco en de veiligheid van personen- of het vermijden van materiële schade gegarandeerd worden.
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
• montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en verkeerde aansluitspanning
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
2.1 Omgang met het toestel
- De bewegingsvrijheid van opleggers (de buitenste randen van de oplegger bij het sturen of inknikken) en andere aangebouwde voertuigonderdelen mag niet worden beperkt.
- Gebruik de standairco alleen voor de door de fabrikant beschreven toepassing en voer geen wijzingen aan het toestel uit of bouw het ook niet om!
- Als de standairco zichtbaar beschadigd is, mag deze niet in gebruik worden genomen.
- De standairco moet zo veilig geïnstalleerd worden dat deze niet kan omvallen of omlaag vallen!
- De installatie, het onderhoud en eventuele reparaties mogen alleen door een gespecialiseerde firma uitgevoerd worden die met de daarmee verbonden gevaren resp. de betreffende voorschriften vertrouwd is!
- Plaats de standairco niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen en gassen.
- Gebruik de standairco niet bij buitentemperaturen onder 0 °C.
- In geval van brand maakt u niet het bovenste deksel van de standairco los, maar gebruikt u goedgekeurde blusmiddelen. Gebruik geen water om te blussen.
- Raadpleeg de fabrikant van uw voertuig of door de opbouw van de standairco (opbouwhoogte: 75 mm) de opgegeven voertuighoogte in uw voertuigpapieren gewijzigd moet worden.
- Maak bij werkzaamheden (reiniging, onderhoud enz.) aan de standairco alle verbindingen met de stroomvoorziening los!
2.2 Omgang met elektrische leidingen
- Als leidingen door wanden met scherpe randen geleid moeten worden, gebruik dan lege buizen of leidingdoorvoeren!
- Plaats geen losse of scherp geknikte leidingen op elektrisch geleidend materiaal (metaal)!
- Trek niet aan leidingen!
- Bevestig en plaats de leidingen zodanig, dat er niet over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.
- De elektrische aansluiting mag alleen door een gespecialiseerde firma worden uitgevoerd.
- Beveilig de aansluiting direct bij de accu met 30 A.
- Leg de voedingsleiding (accukabel) nooit in de buurt van signaal- of stuur-leidingen.
3 Handleidingconventies
3.1 Algemene informatie over de montagehandleiding
Deze montagehandleiding bevat belangrijke informatie en instructies voor de installatie van de standairco. De informatie hierin is bedoeld voor het installatiebedrijf van de standairco.
De volgende aanwijzingen helpen u bij het correcte gebruik van de montagehandleiding:
- De montagehandleiding is een onderdeel van de leveromvang en moet zorgvuldig bewaard worden.
- De montagehandleiding bevat belangrijke aanwijzingen voor de montage en dient tegelijk als naslagwerk voor reparaties.
- Bij het niet naleven van deze montagehandleiding is de fabrikant niet aansprakelijk. Alle claims zijn in dergelijke gevallen uitgesloten.
3.2 Doelgroep
De informatie over installatie en configuratie in deze handleiding richt zich tot vaklieden in installatiebedrijven die met de toe te passen richtlijnen en veiligheidsmaatregelen bij de montage van toebehoren voor vrachtwagens vertrouwd zijn.
4 Gebruik volgens de voorschriften
Met de montageset kan een dakverdampereenheid CoolAir SP950T (artikelnr. 9105305549) in een in de fabriek aangebrachte opening in het dakraam (ventilatieraam) van een MAN TGX, TGS (XXL, XLX, XL, LX) bestuurderscabine worden ingebouwd.
De plafondverdampereenheid CoolAir SP950T functioneert uitsluitend in combinatie met de condensatoreenheid CoolAir SP950C. Deze componenten vormen samen de standairco CoolAir SP950.

LET OP!
- Het toestel SP950 is niet voor de installatie in bouwmachines, landmachines of dergelijke werkapparaten geschikt. Bij te sterke trillingen kan het toestel niet goed functioneren.
- Het gebruik van het toestel SP950 met spanningswaarden die van de opgegeven waarden afwijken, leidt tot beschadiging van het toestel.

INSTRUCTIE
De standairco SP950 is voor een omgevingstemperatuur van max. 43 °C in de koelmodus ontworpen.
5 Omvang van de levering
CoolAir SP950T montageset voor
MAN TGX, TGS (XXL, XLX, XL, LX)
Aanduiding onderdeel Aantal Artikelnr.
| Montagehandleiding 1 4445102399 | ||
| 2,5 m afdichtingsband (profiel: 10 x 20 mm) | 1 | 4443300055 |
| Afstandshuls L = 18 mm, ∅ 14 mm | 8 | 4443900237 |
| Zeskantschroef M8 x 45 8 4445200107 | ||
| Veerring M8 | 8 4445200091 | |
| Onderlegschijf 8,5 x 20 x 1,25 | 8 | 4445200113 |
| Onderlegstroken MAN | 4 4442500511 | |
| Aansluitkabel 8 mm2 x 11 m | 1 | 4441300243 |
| Kabelbinder | 20 | 4445900256 |
| Afdekframe | 1 | |
| Grijs | 4443000333 | |
| Beige | 4443000483 | |
| ISK-schroef met cilinderkop M6 x 100 | 4 | 4445200092 |
| Onderlegschijf M6 | 4 4445200115 | |
| Afstandshuls L = 48 mm, ∅ 10 mm | 4 | 4443900241 |
| Afstandshuls L = 40 mm, ∅ 10 mm | 4 | 4443900240 |
| Maxi Fuse zekeringhouder | 1 | 4441600172 |
| Maxi Fuse 30 A | 1 4441550009 | |
| Ringkabelschoen M8 | 1 | 4441500031 |
| Ringkabelschoen M10 | 1 4441500032 | |
| Stootverbinder | 1 4441500033 | |
| Lenskopschroef M6 x 16 | 4 4445200154 | |
| Inpersmoer M6 | 4 4445200153 | |
| Onderlegschijf M8 | 8 4445200117 | |
6 Installatie

LET OP!
- De installatie van de standairco mag alleen door daarvoor opgeleide vaklieden uitgevoerd worden. De volgende informatie is bestemd voor vaklieden die met de betreffende richtlijnen en veiligheidsmaatregelen vertrouwd zijn.
- De fabrikant is alleen aansprakelijk voor de onderdelen die bij de levering inbegrepen zijn. Bij de montage van de installatie samen met onderdelen van andere fabrikanten vervallen de aanspraken op garantie.
- Voordat u op het dak van het voertuig gaat staan, dient u na te gaan of het dak daarvoor geschikt is. Toegestane dakbelastingen kunt u bij de fabrikant van het voertuig navragen.
6.1 Aanwijzingen voor de installatie
Voor de installatie van de standairco moet deze montagehandleiding volledig gelezen worden.
De volgende tips en aanwijzingen moeten bij de installatie van de standairco in acht genomen worden:

WAARSCHUWING!
Voor werkzaamheden aan componenten, die op elektriciteit werken, moet ervoor gezorgd worden dat hier geen spanning meer op staat!
- Voor installatie van de standairco moet altijd worden gecontroleerd of door de montage van de standairco evt. voertuigcomponenten beschadigd of in hun werking beperkt kunnen worden. Aan de hand van afb. 1, pagina 3 en afb. 2, pagina 3 kunt u de afmetingen van de gemonteerde installatie controleren. De gestippelde lijn heeft hierbij betrekking op het midden van de dakraamopening.
- Voor de montage moet u – via de voertuigfabrikant – nagaan of de opbouw voor het statische gewicht en de belastingen door de airconditioning geschikt is voor een voertuig in beweging. De fabrikant van de standairco kan niet aansprakelijk gesteld worden.
- De dakhelling van het montagevlak mag in rijrichting niet meer dan 8° bedragen.
- De meegeleverde montageonderdelen mogen bij de montage niet eigenmachtig worden gewijzigd.
- De ventilatieopeningen (roosters) mogen niet afgedekt worden (minimumafstand tot andere aanbouwdelen: 10 cm).
- De installatie moet direct op de accu worden aangesloten.
-
Bij inbouw en reparatie moeten de desbetreffende regels van de techniek en de MAN-opbouwrichtlijnen in acht worden genomen.
-
Neem bij de installatie van het systeem en bij de elektrische aansluiting de instructies van de fabrikant in acht.
- Neem ook het aansluitschema voor het toestel in acht:
Nr. in afb. 9, pagina 7 Omschrijving
| 1 Condensaatpomp | ||||||
| 2 Verdamperventilator | ||||||
| 3 Bedieningsprintplaat | ||||||
| 4 | T | e | m | p | e | r |
| 5 Niveausensor | ||||||
| 6 | B | e | s | t | u | r |
| 7 | Z | e | k | e | r | i |
| 8 Zekering 4 A verdamperventilator | ||||||
| 9 Zekering 4 A condensatorventilator | ||||||
| 10 Condensatorventilator | ||||||
| 11 Compressor | ||||||
| 12 Klickson (compressor) | ||||||

WAARSCHUWING!
Voor de installatie van de standairco moeten alle verbindingen met de accu van het voertuig losgemaakt worden.
Bij het niet naleven van dit voorschrift bestaat er gevaar voor elektrische schokken.

VOORZICHTIG!
Een verkeerde installatie van de standairco kan tot onherstelbare schade aan het toestel leiden en de veiligheid van de gebruiker in gevaar brengen.
Als de standairco niet conform deze montagehandleiding wordt geïnstalleerd, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. Niet voor bedrijfsstoringen en voor de veiligheid van de standairco, in het bijzonder niet voor lichamelijk letsel en/of materiële schade.

INSTRUCTIE
Nadat u de installatie hebt geïnstalleerd, moeten de vastgelegde parameters van de software van de installatie worden gecontroleerd (hoofdstuk „Configuratie van de software van de installatie" op pagina 126).
6.2 Dakraam demonteren
▶Verwijder alle schroeven en bevestigingen van het aanwezige dakraam.
▶Neem het dakraam eruit.
▶Verwijder het afdichtingsmateriaal rond de opening, zodat de ondergrond schoon en vetvrij is.

INSTRUCTIE
Voer al het afvalmateriaal, inclusief lijm, silicone en afdichtingen gescheiden af.
Neem hierbij de plaatselijke afvoervoorschriften in acht.
6.3 Bevestiging installatie voorbereiden
▶ Vergroot de beide af fabriek voor de bevestiging van het dakraam gebruikte ∅ 6,5 mm boorgaten tot 8,5 mm diameter (afb. 4 5, pagina 4).
6.4 Afdichting met dak van bestuurderscabine aanbrengen

LET OP!
Zorg ervoor dat het hechtvlak voor de afdichting tussen installatie en dak van de bestuurderscabine schoon (vrij van stof, olie enz.) is.
Plak de 2,5 m lange afdichtingsband (35 x 20 mm) de contour van de dakraamopening volgend, op het dak van de bestuurderscabine (afb. 3, pagina 3).
▶Breng op de stootrand en de bovenkant van de afdichtingsband van een plastisch, niet hardend butylafdichtingsmateriaal (bijv. SikaLastomer-710) aan.
6.5 Installatie in dakraam inbouwen
Zet de installatie in het midden en in rijrichting (afb. 1, pagina 3) op de dakraamopening.

INSTRUCTIE
Er moet voor een perfecte centrering van de standairco gezorgd worden. Na het plaatsen op het voertuigdak moet de afdichting rondom tegen het voertuigdak aansluiten. Alleen zo is een perfecte afdichting mogelijk!
▶ Positioneer de afstandshuls L = 40 mm ∅ 14 mm (afb. 4 1, pagina 4) en de onderlegschijf 8,5 x 20 x 1,25 (afb. 4 11, pagina 4) aan de bevestigingsboringen, zoals in afb. 4, pagina 4 weergegeven.
Gebruik voor de bevestiging van de installatie aan het voertuigdak de meegeleverde onderlegstroken (afb. 4 2, pagina 4).
▶ Schroef telkens een zeskantschroef M8 x 60 mm (afb. 4 5, pagina 4) met onderlegschijf (afb. 4 3, pagina 4) en veerring (afb. 4 4, pagina 4) in de 8 schroefdraadinzetstukken aan de onderkant van de installatie.

LET OP!
Overschrijd nooit het aangegeven draaimoment. Alleen zo kunt u vermijden dat de schroefdraadinzetstukken losbreken.
▶ Draai de schroeven met een draaimoment van 8 Nm vast.
6.6 Elektrische voedingsleidingen plaatsen

WAARSCHUWING!
- De elektrische aansluiting mag alleen door gespecialiseerd vakpersoneel worden uitgevoerd.
- Voor werkzaamheden aan elektrische componenten moet ervoor gezorgd worden dat er geen spanning is!

LET OP!
- Beveilig de aansluiting aan het stroomnet in het voertuig met een zekering van 25 A.
- De accu moet in staat zijn om de nodige stroom en spanning (hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 131) te leveren.

INSTRUCTIE
De aansluiting moet direct de accu worden uitgevoerd.
▶De kabelstreng voor de stroomvoorziening op de installatie steken en door de dakkast naar rechts naar de A-stijl leiden.
De kabelstreng omlaag naar het centrale elektronische systeem (bij voorkeur langs de dakopening-waterafvoer) en via de opbouwinterface naar buiten leiden.
▶Plus- en minkabel op een beschermde plek richting de accukast monteren.
Minkabel (zwart) eventueel op maat maken en geschikte ringkabelschoen aanbrengen.
▶Minkabel (zwart) direct op de minpool van de accu aansluiten.

INSTRUCTIE
De zekeringhouder niet meer dan 0,3 m van de pluspool van de accu aanbrengen.
Zekeringhouder op een geschikt punt bevestigen.
▶Pluskabel (rood) naar de zekeringhouder leiden en op maat maken.
De kortere aansluitkabel van de zekeringhouder op maat maken en met een stootverbinder met de pluskabel (rood) verbinden.
▶De verbinding met de stootverbinder op vakkundige wijze isoleren.
De langere aansluitkabel van de zekeringhouder eventueel op maat maken en een geschikte ringkabelschoen aanbrengen.
▶De langere aansluitkabel van de zekeringhouder met de ringkabelschoen direct op de pluspool van de accu aansluiten.
6.7 Voedingsleidingen naar de condensatoreenheid plaatsen
Neem de volgende aanwijzingen bij het plaatsen van de voedingsleidingen in acht:
- Neem ook de aanbouwhandleiding van de condensatoreenheid in acht.
- De maximale plaatsingslengte tussen verdamper- en condensatoreenheid bedraagt 4,20 m (afb. 5, pagina 4).
- Vermijd bij het plaatsen en buigen van voedingsleidingen kleine radii. Gebruik voor het buigen passende ronde voorwerpen die u eronder legt. Een te kleine radius knikt de koelmiddelleiding en de airco is niet gebruiks- klaar.
▶Verkort de niet benodigde lengte van de voedingsleiding door een bocht te buigen.
▶ Breng afdichtingsmassa aan (afb. 6 1, pagina 5) om het indringen van water tussen de achterwand van de vrachtwagen en de clip te verhinderen.

INSTRUCTIE
Als u een beschadiging van de achterwand van de vrachtwagen (boorgat) wilt vermijden, kunt u de clip ook met geschikte lijm erop plakken. Neem de instructies van de lijmfabrikant in acht.
Bevestig de verzorgingsleiding met de bevestigingsclips op de achterzijde van het voertuig (afb. 6, pagina 5):
▶ Boor voor elke clip een gat van ∅ 10,2 mm.
▶Pers de inpersmoer M6 erin (2).
▶ Breng afdichtmassa aan (1) om het binnendringen van water tussen de achterwand van het voertuig en de clip te voorkomen.
▶ Schroef de clip met de lenskopschroef M6 x 16 (4) in de inpersmoer.
▶ Steek de ribbelbuis in de daarvoor bestemde houder (3).
▶Breng het deksel (5) aan.
6.8 Afdekframe bevestigen

LET OP!
Draai de schroeven slechts voorzichtig aan, zodat het afdekframe niet beschadigd raakt.
Zie afb. 7, pagina 6
Bevestig het afdekframe (8) met de vier cilinderschroeven (10), de onderlegschijven (9) en de acht afstandshulzen (L = 40 mm, ∅ 10 mm: 6; L = 48 mm, ∅ 10 mm: 7) op de installatie. De afstandshulzen dienen hierbij als afstandshouders tussen het afdekframe en de installatie.
7 Configuratie van de software van de installatie
Voor de eerste ingebruikneming van de installatie kan de besturing aan de verschillende inbouwomstandigheden worden aangepast. Deze aanpassing moet door de monteur worden uitgevoerd.
In een configuratiemodus worden de volgende parameters van de software van de installatie (afb. 8, pagina 7) ingesteld:
| Menu-niveau | Parameter Betekenis | Fabrieks-instelling | |
| 1 | O p g instelwaarde temperatuur | De installatie start met de hier gedefini-eerde temperatuur-instelwaarde. | 20 °C (68 °F) |
| 2 | Uitschakeling bij onderspanning | De accubewaker schakelt bij de hier gedefinieerde spanning de installatie uit. | Waarde 4 = 22,8 V |
| 3 | Opgave bedrijfs-modus | De installatie start met de hier gedefini-eerde bedrijfsmodus. | 0 = automatische modus |
| 4 | F a b instellingen | rDe parameters 1k3 kunnen op de fabriek-sinstellingen worden teruggezet. | -- |
| 5 | W e e temperatuur-eenheid | De temperatuur karein °C of °F worden aangegeven. | °C |

INSTRUCTIE
De configuratiemodus kan ook nog opgeroepen worden, als de onderspanningsbeveiliging de installatie heeft uitgeschakeld en er nog een restspanning ter beschikking staat.
7.1 Starten en beëindigen configuratiemodus
De instelbare parameters kunnen in de configuratiemodus worden gewijzigd:
▶Houd bij het inschakelen met de toets de beide toetsen + en - zolang ingedrukt tot de LED compressor knippert.
√U bent nu in de configuratiemodus.
√ Het display toont gedurende 2 seconden de displayversie (bijv. „3.1S“).
√ Het display geeft met het eerste cijfer het menuniveau en met het tweede en derde cijfer de instelbare parameter weer – bijv. 1.17 voor menuniveau 1 en een opgegeven instelwaarde van 17 °C.

INSTRUCTIE
Als er 60 seconden lang geen gegevens via het bedieningspaneel worden ingevoerd, wordt de configuratiemodus verlaten en de installatie schakelt uit.
▶Druk op de toets om de configuratiemodus te verlaten.
7.2 Menuniveau 1: opgave instelwaarde temperatuur
De installatie start altijd met een gedefinieerde instelwaarde voor de ruimte-temperatuur. Deze parameter kan binnen een bereik van 17 tot 30 °C (62 tot 86 °F) worden geconfigureerd.
▶ Start de configuratiemodus (hoofdstuk „Starten en beëindigen configuratiemodus“ op pagina 127).
√ Het display geeft met het eerste cijfer het menuniveau en met het tweede en derde cijfer de instelbare parameter weer.
▶Druk op de toets om de parameter te wijzigen.
▶Selecteer met de toetsen + of - de instelwaarde (in °C) waarmee de installatie moet starten.
√De in het display weergegeven cijfers knipperen tot de ingevoerde parameter wordt bevestigd.
▶Bevestig de invoer met de toets.
√De ingestelde waarde wordt opgeslagen en bij herstart van de installatie gebruikt.
√U bevindt zich nu weer in menuniveau 1 en kunt met de toetsen + of- tussen de menuniveaus wisselen.
7.3 Menuniveau 2: uitschakeling bij onderspanning
De accubewaker beschermt de accu tegen te diepe ontlading.

LET OP!
De accu beschikt bij het uitschakelen door de accubewaker nog maar over een deel van zijn laadcapaciteit. Vermijd veelvuldig starten of het gebruik van stroomverbruikers. Zorg ervoor dat de accu weer geladen wordt. Zodra de benodigde spanning weer ter beschikking staat, kan de installatie weer worden gebruikt.
Als voor de standairco alleen nog de hier ingestelde voedingsspanning ter beschikking staat, wordt de installatie uitgeschakeld.
▶ Start de configuratiemodus (hoofdstuk „Starten en beëindigen configuratiemodus“ op pagina 127).
√ Het display geeft met het eerste cijfer het menuniveau en met het tweede en derde cijfer de instelbare parameter weer.
▶Druk één keer op de toets + om naar menuniveau 2 over te schakelen.
▶Druk op de toets om de parameter te wijzigen.
√De in het display weergegeven cijfers knipperen tot de ingevoerde parameter wordt bevestigd.
▶Selecteer met de toetsen + of – de waarde voor de onderspanningsuitschakeling. De in het digitale display op de tweede en derde plaats weergegeven waarde staat voor een spanning (in volt) waarbij de installatie wordt uitgeschakeld:
| Waarde | Onderspannings-uitschakeling |
| 122,2 623,0 | |
| 222,4 123,1 | |
| 322,6 823,2 | |
| 422,8 923,4 | |
| 522,9 1023,6 |
| Waarde | Onderspannings-uitschakeling |
▶Bevestig de invoer met de toets.
√De ingestelde waarde wordt opgeslagen en bij herstart van de installatie gebruikt.
√U bevindt zich nu weer in menuniveau 2 en kunt met de toetsen + of - tussen de menuniveaus wisselen.
7.4 Menuniveau 3: opgave bedrijfsmodus
De installatie start altijd met een gedefinieerde bedrijfsmodus voor de ruimte-temperatuur. Deze parameter kan worden geconfigureerd:
▶ Start de configuratiemodus (hoofdstuk „Starten en beëindigen configuratiemodus“ op pagina 127).
√ Het display geeft met het eerste cijfer het menuniveau en met het tweede en derde cijfer de instelbare parameter weer.
▶Druk twee keer op de toets + om naar het menuniveau 3 te gaan.
▶Druk op de toets om de parameter te wijzigen.
√De in het display weergegeven cijfers knipperen tot de ingevoerde parameter wordt bevestigd.
▶Selecteer met de toetsen + of - de bedrijfsmodus waarmee de installatie moet starten:
Waarde Bedrijfsmodus
| Automatische modus |
| Bedrijfsmodus 1 |
| Bedrijfsmodus 2 |
| Bedrijfsmodus 3 |
▶Bevestig de invoer met de toets.
√De ingestelde waarde wordt opgeslagen en bij herstart van de installatie gebruikt.
√U bevindt zich nu weer in menuniveau 3 en kunt met de toetsen + of - tussen de menuniveaus wisselen.
7.5 Menuniveau 4: fabrieksinstelling
De in de configuratiemodus instelbare parameters uit de menuniveaus 1 – 3 kunnen op de fabrieksinstellingen worden teruggezet:
▶ Start de configuratiemodus (hoofdstuk „Starten en beëindigen configuratiemodus“ op pagina 127).
√ Het display geeft met het eerste cijfer het menuniveau en met het tweede en derde cijfer de instelbare parameter weer.
▶Druk drie keer op de toets + om naar het menuniveau 4 te gaan.
√ Het display geeft -- weer.
Druk op de toets om de installatie op de fabrieksinstellingen terug te zetten.
√ De in het display weergegeven tekens -- knipperen.
▶Druk op de toets +.
√ Het digitale display geeft 00 weer.
▶Bevestig de invoer met de toets.
√De in de configuratiemodus ingestelde parameters worden op de fabrieksinstellingen teruggezet.
√ U bevindt zich nu weer in menuniveau 4 en kunt met de toetsen + of - tussen de menuniveaus wisselen.
7.6 Menuniveau 5: weergave temperatuureenheid
De installatie kan de ruimtetemperatuur in °C of °F aangeven. Deze parameter kan worden geconfigureerd:
▶ Start de configuratiemodus (hoofdstuk „Starten en beëindigen configuratiemodus“ op pagina 127).
√ Het display geeft met het eerste cijfer het menuniveau en met het tweede en derde cijfer de instelbare parameter weer.
▶Druk vier keer op de toets + om naar het menuniveau 5 te gaan.
▶Druk op de toets om de parameter te wijzigen.
√De in het display weergegeven cijfers knipperen tot de ingevoerde parameter wordt bevestigd.
▶Selecteer met de toetsen + of – de temperatuureenheid die de installatie moet aangeven.
▶Bevestig de invoer met de toets.
√De ingestelde waarde wordt opgeslagen en bij herstart van de installatie gebruikt.
√U bevindt zich nu weer in menuniveau 5 en kunt met de toetsen + of - tussen de menuniveaus wisselen.
| Standairco CoolAir SP950 met dakverdampereenheid SP950T | |
| Artikelnr.: 9105305549 | |
| Max. koelvermogen: 850 W | |
| Nominale ingangsspanning: 24 V--- | |
| Ingangsspanning: | 22,5 V--- - 30 V--- |
| Max. stroomverbruik: 22 A | |
| Onderspanningsuitschakeling: | Configureerbaar (hoofdstuk „Menuniveau 2: uit- schakeling bij onderspanning" op pagina 128) |
| Koelmiddel: R-134a | |
| Koelmiddelhoeveelheid: 60 g | |
| CO2-equivalent: 0,858 t | |
| Aardopwarmingsvermogen (GWP): | 1430 |
| Afmetingen (l x b x h in mm) | |
| Verdampereenheid: | 577 x 779 x 178 mm |
| Condensatoreenheid: | 156 x 346 x 490 mm |
| Gewicht: | |
| Verdampereenheid: | ca. 15 kg |
| Condensatoreenheid: | ca. 12 kg |
Bevat gefluoreerde broeikasgassen
Hermetisch afgesloten apparatuur