FC 2145 S - Benzine grasmaaier JONSERED - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FC 2145 S JONSERED in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FC 2145 S JONSERED
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Benzine grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FC 2145 S - JONSERED en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FC 2145 S van het merk JONSERED.
GEBRUIKSAANWIJZING FC 2145 S JONSERED
WAARSCHUWING! Motorzeisen, bosmaaiers en trimmers können gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen. Het is uiterst belangrijk dat u de inhoud van de gebruikshandleiding doorleest en begri

Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik de machine Niet voor u alles duidelijk heeft begrepen.
Draag alti:d
- Een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen
Goedgekeurde gehoorbeschemers - Een goedgekeurde oogbescherming
Maximum toerental vanuitgaande as, tpm



max 10500 rpm
Dit product voldoet aan de geldende CE-richtlijnen.

Waarschuwing voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat erijdens het werk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen.

Machines die zich uitgerust met zaagbladen of grasmessen können met enorme kracht opzij geworpen worden, wanneer het mes in contact komt mec een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Het mes

kan een arm of been amputeren. Hou mensen en dieren altijd ten minste 15 meter bij de machine vandaan.
Gebruik aktijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen.

Gebruik stevige antislipaarzen.
Alleen bedoeldoor nicht-metalen flexibele snijuitrusting,d.w.z. trimmerkop met trimmerdraad.


Geluidsemissieaar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap.De emissie van de machine worden aangegeven in het hooftdstub Technische gegevens en op plaatjes.

Overige op de machine aangegeven symbolen/ plaatjes verwijzenaar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten.
Controle en/of onderhoud moet altijduitgevoerd worden metuitgeschakelde motor en destopschakelaar in de STOP-stand.

Gebruik aktijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen.

Moet regelmatig schoongemaaakt worden.

Controleer met het blote oog.

Gebruik van goedgekeurde oogbescherming verplicht.

Inhoud
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
Symbolen 80
INHOU
Inhoud 81
Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten: 81
INLEIDING
Besteklant! 82
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorzeis? 83
Wat is wat op de motorzeis? 84
Wat is wat op de motorzeis? 85
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Belangrijk 86
Persoonlijke veiligheidsuitrusting 86
Veiligheidsuitrusting van de machine 87
Snijuitrusting 90
MONTEREN
Monteren van stuur en gashandgreep 93
Monteren van stuur en gashandgreep 93
Transportpositie, stuur 94
Montage van snijuitrusting 94
Monteren van bladbeschemkap/ combibeschemkap, grasmaaiblad en steunschotel met kogellagers 94
Monteren van bladbeschemkap en zaagblad 95
Monteren van trimmerbeschemkap en trimmerkop
Trimmy SII 96
Monteren van overige beschem-kappen en snijutrustingen 97
Aanpassen van draagstel en motorzeis 97
Standaard draagstel 97
Vectordraagstel 98
BRANDSTOFHANTERING
Brandstofveiligigheid 10
Brandstof 10
Tanken 10
STARTEN EN STOPPEN
Controle voor het starten 102
Starten en stoppen 102
ARBEIDSTECHNIEK
Algemene werkinstructies 104
ONDERHOUD
Carburateur 109
Geluiddempers 111
Koelsystem 112
Luchtfilter 112
Hoekoverbrenging 113
Aandrijfas 113
Bougie 113
Gebruik in de winter 113
Onderhoudsschema 114
TECHNISCHE GEGEVENS
EG-verklaring van overeenstemming 118
Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten:
Lees de gebruiksaaanwijzing aandachtig.
Langdurige bootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik waarom altijd goedgekeurde gehoorbescherming.

WAARSCHUWING! De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet algtd originele onderdelen gebruiken. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of Niet-originele onderdelen kannen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden.

WAARSCHUWING! Een motorzeis, bosmaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zich, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kanveroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt.
INLEIDING
Beste klant!
Gefeliciteerd met de aankoop van een Jonsered-product!
We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een langeperiode maar volle tevredenheit zult waarden. Door de aankoop van eén van onsste producten krijt u de beschikking over professionele hulp bij reparations en service moct er toch iets geleuren. Wanner u de machine Niet heeft gekocht bij een van ons once erkende dealers, kurz u hen vragen aan deichtstbijzijnde serviceworkplaats.
Wij hapen dat u tevreden zult zich met uw machine en dat deze u gedurende langeijd zal vergezellen. Denk erom dat deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kutu u delevensduur van uw machine en de tweedehandes Waarde aanzienlijk verlenden. Mocht u uw machine verkopen moet u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de新形势下 eigenaar over te dragen.
Succes met het gebruik van uw Jonsered-product!
Jonsered werkkt voortdurend aan het verder ontwikkelen vanhaar producten en houdt zich dan ook hetrecht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren.

Wat is wat op de motorzeis? (BC 2145)
1 Grasmaaiblad
2 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
3 Hoekoverbrenging
4 Beschermkap voor snijuitrusting
5 Steel
6 Stuur
7 Gashendel
8 Stopschakelaar
9 Gashendelvergrendeling
10 Ophanging voor draagstel
11 Cylinderkap
12 Starhendel
13 Brandstoftank
14 Chokehendel
15 Brandstofpomp
16 Luchtfilterdeksel
17 Handvatinstelling
18 Borgschoef
19 Steunkop
20 Steunflens
21 Meenemer
22 Trimmerkop
23 Bougiekap en bougie
24 Bladmoersleutel
25 Gebruiksaanwijzig
26 Transportbescherming voor snijuitrusring
27 Inbussleutel
28 Carburateschroevendraaier
29 Borgpen
30 Draagstel
31 Borgmoer
32 Startgasknop
33 Afstellen gaskabel
34 Platte ring
35 Decompressieklep
36 Typeplaatje
WAT IS WAT?

Wat is wat op de motorzeis? (FC 2145, FC 2145 S, FC 2145 W)
1 Zaagblad
2 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
3 Hoekoverbrenging
4 Beschermkap voor snijuitrusting
5 Steel
6 Stuur
7 Gashendel
8 Stopschakelaar
9 Gashendelvergrendeling
10 Ophanging voor draagstel
11 Cylinderkap
12 Starthendel
13 Brandstoftank
14 Chokehendel
15 Brandstofpomp
16 Luchtfilterdeksel
17 Handvatinstelling
18 Borgmoer
19 Steunflens
20 Meenemer
21 Bougie
22 Bladmoersleutel
23 Gebruiksaaanwijzing
24 Transportbescherming voor snijuitrusring
25 Inbussleutel
26 Carburateschroevendraier
27 Borgpen
28 Draagstel (FC 2145)
29 Draagstel (FC 2145 S, FC 2145 W)
30 Decompressieklep (FC 2145 S, FC 2145 W)
31 Typeplaatje
32 Schakelaar voor handvatverwarming (FC 2145 W)
WAT IS WAT?

Wat is wat op de motorzeis? (CC 2145)
1 Blad
2 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
3 Hoekoverbrenging
4 Beschermkap voor snijuitrusting
5 Steel
6 Stuur
7 Gashendel
8 Stopschakelaar
9 Gashendelvergrendeling
10 Ophanging voor draagstel
11 Cylinderkap
12 Starhendel
13 Brandstoftank
14 Chokehendel
15 Brandstofpomp
16 Luchtfilterdeksel
17 Handvatinstelling
18 Borgschoef
19 Steunkop
20 Steunflens
21 Meenemer
22 Trimmerkop
23 Bougiekap en bougie
24 Bladmoersleutel
25 Gebruiksaanwijzing
26 Transportbescherming
27 Inbussleutel
28 Carburateschroevendraier
29 Borgpen
30 Draagstel
31 Borgmoer
32 Startgasknop
33 Aftstellen gaskabel
34 Platte ring
35 Typeplaatje
Belangrijk
BELANGRIJK!
De machine isuitsluitend bedoeld voor het trimmen van gras, het maaien van gras en/of het vellen vankleine bomen.
De enige accessoires waarvoor u de motorenheid als aandrijeenheid mag gelebruiken zich de sinjultrustingen die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische gevevens.
Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of medicijnen heegt ingenomen die uw gezichtsvermögen, beoordealingsvermögen of.Coordinatievermögen negatief beinvloeden.
Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk Persoonlijke veiligheidsuitrusting.
Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat zeniet langer overeenkomt met de originele uitvoering.
Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de onderhouds-, controle- en service-instructies van deze gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten uitgevoerd worden door opgeleide en gekwalificierde specialisten. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud.
Alle deksels, beschemmingen en hendels moeten aangebracht zichoor u start. Verzeker u ervan dat de bougiedop en ontstekingskabel onbeschadigd zichorn om het risico van een elektrische schok te voorkommen.
Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er geen mensen of dieren tijdens het werk dichter dan 15 meter bij de machine komen. Indien Meerdere gebruikers op bezelfde werkplek werken,要去 de veiligheidsafstand in ieder geval de dubbele boomlente bedragen, maar algijd minimaal 15 meter.

WAARSCHUWING! Het ontstekingssysteme van deze machine produeertijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden pacemakers storen. Om het risico van ernstig of fataal letsel te verminderen, raden wij aan dat personen met een pacemaker contact opnemen met hun arts en de fabrikant van de pacemaker voor ze deze machine gaan bedieren.

WAARSCHUWING! Een motor latent lopen in een afgesloten of slechtGeVentileerde ruimte kan dodelijk ongelukken veroorzaken door verstikking of koolmonoxidevergiftingig.
Persoonlijke veiligheidsuitrusting
BELANGRIJK!
Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zich, dat ernstig letsel of het overlieden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt.
Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde personelijk beschermingsuitrusting gebruikt worden. Persoonlijke beschemingsuitrusting elimineert de risico's Niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval van een onceval. Vraag uw dealer om raad wanner u uw utrusting koopt.

WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht op waarschuwingssignalen of geroep wanneer u gehoorbeschemming gekruikt. Doe de gehoorbeschemming altijd af zodra de motor is gestopt.
HELM
U要去enhelm dragenals de stammen die u doorzaagt hoger dan 2m+zijn.

GEHOORBESCHERMING
U moet gehoorbescherming met voldoende dampvermogen dragen.

OOGBESCHERMING
Gebruik alkijd goedgekeurde oogbescherming. Wanner u een vizier gebruikt要去 u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde veiligheidsbril worden een bril bedoeld die voldoet aan norm ANSI Z87.1 voor de VS en EN 166 voor de EU-landen.


HANDSCHOENEN
Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanner u de snijuitrusting monteert.

LAARZEN
Gebruik laarzen met stalen neus en anti-slip zool.

KLEDEDING
Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende kleding die gemakkelijk vast kan haken in takken en struikgewas. Draag algijd een stevige lange broek. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop Niet op blote voeten. Zorg ervoor dat uwhaar Niet lager dan uw scholders hangt.
EHBO-KIT
U要去altijdeenEHBO-kit bijdehandhebben.

Veiligheidsuitrusting van demachine
In dit hoofdstuk worden verklaard wat de veiligheidsonderdelen van de machine zich, welke functie ze hebten en hoe de controle en het onderhoud要去en uitgevoerd worden om hun goede werkung veilig te stellen. Bekijk het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine.
De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanner het onderhoud aan de machine Niet op de juiste manier worden uitgevoerd en wannerne service en/of reparaties nicht vakkundig worden gedaan. Indien umeer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde serviceworkplaats.
BELANGRIJKI
Om service en reparations aan de machine uit te voeren, moet u een speciale opleding hebben. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine eén van de volgende controles Niet goed doorstaat, moet u ermee waar uw serviceworkplaats gaan. Als u eén van once producten koopt, garandeert dit dat de reparations en service door een vakman kenn werden uitgevoerd. Als u uw machine heeft gekocht bij eén van once dealers die geen serviceworkplaats heeft, vraag hem dan waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats is.

WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanner de veiligheidsuitrusting defect is. De veiligheidsuitrusting van de machine moet gecontrolled en onderhoden worden zoals beschrenven in dit hofdstuk. Als uw machine Niet door alle controles komt,要去 ur ermee maar uw serviceworkplaats voor reparatie.
Gashendelvergrendeling
De gashendelvergrendeling is geconstruereeord om onopzettelijkke activering van de gashendel te voorkomen. Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) worden de gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug maar hun respectievelijke beginpositions. Dit geleurt via twee van elkaar onafhankelijkte terugspringveersystemen. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld worden op stationair draaien.

Controleer of de gashendel vergrendeld is in de stationaire stand wanner de gashendelvergrendeling in de oorspronkelijke stand staat.

Druk de gashendelvergrendeling in en controllere of ze teruggaat waar de oorspronkelijke positie wonneer uhaar loslaat.

Controleer of de gashendel en de gashendelvergrendeling vlot lopen en of hunt terugspringveersystemen werken.

Zie instructies in het hoofdstuk Start. Start de machine en geef vol gas. Laat de gashendel los en controllere of de snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting roeteert wonneer de gashendel in de stationaire stand staat, moet de stationairstand van de carburateur gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud.


Stopschakelaar
De stopschakelaar要去 gebruikt worden om de motor uit te schakelen.

Start de motor en controllerer of de motor wordenuitgeschakeld wanner de stopschakelaar in destopstand worden gezet.
Beschemkap voor snijuitrusting

Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De
beschemkap voorkomt tevens dat de gebruiker in aanraking komt met de snijuitrusting.

Controleer of de beschemkap Niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschemkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft.
Gebruik aktijd de aanbevolen beschemkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens.

WAARSCHUWING! Onder geen bedding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschemkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gevegens. Indien een verkeerde ofte defecte beschemkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen verroorzaken.
Trillingdempingssysteme

Uw machine is uitergerust met een trillingdempingssystem dat geconstrueree is om zo trillingvrij en comfortabel möglichk met de zaag te konnen werken.

Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of verkeerde snijuitrusting verhoogt het trillingsniveau. Zie instructies in het hoofdstuk Snijuitrusting.
Het trillingdempingssystem van de machine redueert het overbrengen van de trillingen van de motorenheid/ snijuitrusting op de handvateenheid van de machine.

Controleer het trillingdempingselement regelmatig op materiaalbarsten en verrormingen. Controller of de trillingdempingselementen heel zijn en goed vast zitten.

WAARSCHUWING! Als men teveel worden blotgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personne die een slechte bloedcirculatie hebben. Consalteer uw dokter wanner u symptomen heeft die gekoppeld kuren worden aan te grote blootstelling aan trillingen. Zulke symptomen zijn: slapen, geen gevoel, "kriebels", "speldeprikken", bijn, geen of vermindering van kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidopppervlak. Deze symptomen hebben meestal betrekking op vingers, handen of polsen. De risico's kuren bij rage temperatureen toenemen.
Snelontgrendeling
Vooraan zit een makkelijk bereikbare snelontgrendeling als veiligheidsmaatregel indien de motor vlam vat of in een andere situatie waar men zich snel van de machine en het draagstel moet ontdoen. Zie aanwijzingen in het hoofdstuk Aanpassen van draagstel en motorzeis. Op sommige draagstellen zit ook een snelontgrendeling aan de ophanghaak.


Controleer of de riemen van het draagstel juist zitten. Wanneer het draagstel en de machine afgesteld zijn, moet u controlichen of de snelontgrendeling van het draagstel werkct.
Geluiddemper



De geluiddempfer wird ontworpen om het geluidsniveau zo laag möglich te houden, en om de uitlaatgassen weg te richten van de gebruinker. Geluiddempersuitgerust met katalysatorn ook ontworpen om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren.

In landen met een warm en droog klimaat is het risico op brand erg groot. Wij hebdenaarom de geluiddempers
uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet.
Controleer of de geluidemper van uw machine uitergerust is met zo'n net.


Voor geluideddempers is het erg belangrijk dat de controle, onderhouds- en service-instructures gevolgd worden. Zie de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de veilgheidsutrusting van de machine.
Gebruik de machine nooit wanner de geluiddempers defect is.

Controller regelmatig of de geluidemper vastzit in demachine.
Als de geluidddemper van uw machine uitgerust is met een vondenopvangnet, moet dit regelmatig schoongemaaKT worden. Een verstopt net leidt tot oververhitting van de motor wat tot ernstige beschadigingen van de motor leidt.


WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en eenijdje daarna is de geluiddempo met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar!

WAARSCHUWING! De binnenkant van de geluiddempo bervat chemaliien die kankerverwekkend hunnen. Vermijd contact met deze elementen wonneer de carburateur is beschadigd.

WAARSCHUWING! De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kuren vonden bevatten die brand hunken veroorzaken. Start de machine waarom nooit binnenshuis of in de buurt vanlicht ontvlambaar materiaa!
Borgmoer

Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren gezebuilt bij het vastzetten.

Bij montage draaait u de moer gegen de rotatierichting van de snijuitrusting in. Bij verwijderen draaait u de moer los in de rotatierrichting van de snijuitrusting. (N.B.! De moer heeft links schroefdraad.)
Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich hunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er daemon altijd dat uw hand door de beschemmkap worden afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pij op de afbeeldingThat zien in welk gebued u de dopsleutel moet honden bij los- resp. vastdraaien van de moer.



De nylon borging van de borgmoer mag Niet zo versleteen zich dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan worden. De borging moet ten minste 1,5 Nm houden. De moer moet verrangen worden nadat ze ca. 10 keer los en vast is geschroefd.
Borgschoef


Voor een steunschotel met kogellagers要去 de borgschoef worden vastgedraaid.

Snijuitrusting
In dit hoofdstuk worden behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken:
- Het terugslagrisico van uw machine redueert.
- Een maximum zaagprestatie krijgt.
- De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
BELANGRIJK!
Gebruik een snijutrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschemmkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens.
Zie instructies voor snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de jeiste draadiameter.
Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen! Volg waar voor onsne aanbevelingen op. Zie ook de instructie op de verpakking van het blad.
Zorg ervoor dat de schranking correct is! Volg onsze instructies en gebruik de door ons aanbevolen vijilmal.

WAARSCHUWING! Schakel.altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijt roteren nadat u de gashendel heeft losgelaten. Controller of de snijuitrusting volledig stilstaat en demonteer de kabel van de bougie voor u aan de snijuitrusting begint te werken.

WAARSCHUWING! Een defecte snijuitrusting of een verkeerd gezvijd blad verhogen het risico op terugslag.
Snijuitrusting
Een zaagblad is bedoeld om te worden gebruikt voor het afzagen van houtachtig materiaal.


Grasmaaiblad en grames+zijn bedoeld om te worden gebruikt voor het maaien van dikker gras.



Een trimmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras.


Basisregels

Gebruik een snijutrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens.




Hou de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze scherp maar! Volg once instructies en gebruik de aanbevolen vijilmal. Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhooegt het risico op ontelukken.

Hou het zaagblad correct geschrankt! Volg onsine instructies en gebruik het aanbevolen schrankgereedschap. Met een verkeerd geschrankt zaagblad neemt het risico toe dat het zaagblad vastloopt en terugslaat of beschadigd raakt.


Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en barsten. Een beschadigde snijuitrusting要去 algendervangen worden.

Vijlen van grasmes en grasmaaiblad

Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze. Het blad en mes要去en met een platte vrij met enkele kapping verwild worden.
Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren.



WAARSCHUWING! Gooi een verbogen, scheef, gebarsten, gebroken of op andere wijze beschadigd blad altijd weg. Probeer een scheef blad nooit te stellen om dit opniewu te gebruiken. Gebruikuitsluitend originele bladen van het voorgeschreven type.
Zaagblad vrijlen


Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vrijen op de juiste wijze.
Een juist gezijld blad is eenoodzakelijk voorwaarde om doelmatig te kannen werken en om onnodige slijtage van blad en motorzeis te voorkomen.

Zorg ervoor dat u een goede steun voor het blad heeft wanner u vijt. Gebruik een 5,5 mm Ronde vijl samen met een vijlhouder.

Vijlhoek 15^ .De tanden worden afwisseledaar rechts enaar links gevijd.Indien het blad erg vaak op stenen terecht gekomen is, kan het in uitzonderlijke gevaln nodig zich om de bovenkant van de tanden bij te vijlen met een platte vijl. In dat geval moet men dat doeen voor men met de Ronde vijl vrijt.En moet de bovenkant van alle tanden evenveel bijgevijd worden.

Corrigeer de schranking. Die moet 1 mm bedragen.

Trimmerkop
BELANGRIJK!
Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en gelsekomatig rond de trommel worden gewikkeld, anders onstaaan er schadelijke trillingen in de machine.
- Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden. Ze zijn door de producent getest om bij een bepaalde motorgrootte te passen. Dit is voraal erg belangrijk wanneer men een volautomatische trimmerkop gebruikt. Gebruik uitsluitend aanbevolen snijutrusting. Zie hoofdstuk Technische gevevens.

In het algemeen heeft een Kleinere machinekleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit ookat bij maaien met een draad, de motor de draad radiaal van de trimmerkop moet toevoeren en bovendien bestand moet着眼一起去 de waarstand van het gras dat gemaaaid worden.
- De lenghte van de draad is eveneens belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermögen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot.
Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschemkap zit, Niet beschadigd is. Het worden gebruikt om de draad op de juiste lenghte af te snijden.
- Om de levensduur van de draad te verlengen, kut u hem een paarragen in water leggen. De draad worden dan taaier en gaat langer mee.
Monteren van stuur en gashandgreep (BC 2145, CC 2145)

- Demonteer de bout bij het Achterste gedeelte van de gashendel.
- Duw de gashendel op het rechter gedeelte van het stuur (zie afbeelding).

Zorg dat de opening voor de bevestigingsbout in het handvat boven de opening het stuur komt te liggen.
Monteer de bout opniew in de opening bij het中断ste gedeelte van het handvat.
- Schroef de bout door het handvat en het stuur. Draai vast.
Maak de knop op de stuurbevestiging los.
- Plaats het stuur zoals op de afbeelding is aangegeven. Monteer de bevestigingsonderdelen en draai de knoplichtjes vast.

- Trek het draagstel aan en hang de machine aan de ophanghaak. Pas het draagstel nu aan zodate u
comfortabel aunt werken wanner de machine aan het draagstel hangt.

Draai de knop vast.
Monteren van stuur en gashandgreep (FC 2145, FC 2145 S, FC 2145 W)

Maak de knop op de stuurbevestiging los.
- Plaats het stuur zoals op de afbeelding is aangegeven. Monteer de bevestigingsonderdelen en draai de knoplichtjes vast.

Monteer hetrechtter handvat op het stuur met de bout, dering, de huls en de moer volgens de afbeelding. Draai vast.

Trek het draagstel aan en hang de machine aan de ophanghaak. Pas het draagstel nu aan zodate u comfortabel kurz werken wonneer de machine aan het draagstel hangt.

Transportpositie, stuur

- Het stuur kan gemakkelijk over de steel gedraaid worden om het transporteren en opbergen te vergemakkelijken.
- Draai de knop los. Draai de sturuboom met de wijzers van de klok mee, zodat de gashendel gegen de motor aankomt.
- Klap daarna het stuur omlaag gegen de steel. Draai de knop vast.

Monteer de transportbeveiliging op de snijuitrusting.
Montage van snijuitrusting

WAARSCHUWING! Bij het monteren van de snijutrusting is het zeer belangrijk dat de geleidepen de meeenemer/ steunflens op de juiste manier in de centrumopening van de snijutrusting terecht komt. Verkeerd gemonteerde snijutrusting kan ernstige en/of dodelijke verwondingen veroorzaken.


WAARSCHUWING! Onder geen bedding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschemkap is gemonteerd. Zie het hoofdstubk Technische gevevens. Indien een verkeerde of defeche beschemkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen verroorzaken.
BELANGRIJK! Om een zaag- ofmaalad te mogen gebruiken, moet de machine zich uiterust met het juiste stuur, bladbeschemkap en draagstel.
Monteren van bladbeschemkap/ combibleschemkap, grasmaaiblad en steunschotel met kogellagers

Haak de trimmerbeschemkap/comibeschemkap (A) op de beiden haken van de plaathouder (M). Draai de beschemkap rond de steel en zet hem vast met de bout (L) aan de tegenoverligende zijde van de steel. Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.

N.B.! Gebruik altijd de aanbevolen beschemkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens.
Monteer de meenemer (B) op deuitgaande as van de hoekoverbrenging.
- Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider van de meenemer.
- Draai de uitgaande as rond tot een van de gaten van de meenemer met het overeekenomstige gat in het versnellingshuis samenvalt.
- Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld worden.
- Plaats hetmaaliblad (D) op de meenemer (B). Zorg ervoor dat hetmaaliblad worden gecentreerddoor het op de geleider op de meenemer te zetten.
- Monteer de steunflens (F) op deuitgaande as, zodate davon het maiablad aanligt.

- Schroef de steunschotel (E) op het schroefdraad van de uitgaande as (NBI Schroefdraad linksom). Zet vast met een moment van 35-50 Nm (3,5,5,0 km). Gebruik de dopsleutel die in geredeutschapset zit. Let op dat de borgpen (C) voortdurend in het versnellingshuis要去 zitten om de meenemer te
vergrendelen. Hou de steel van de dopseutel zo zich mogelijk bij de maaiblad-/combibeschemkap.


WAARSCHUWING! Zet de borgschoef (N) vast in het centrumgat van de steunschotel. Zet vast met een moment van 35-50 Nm (3,5-5,0 km), NB! Schroefdraad linksom. Wanner de borgschoef not in de steunschotel worden gemonteerd bestaat het risico dat de steunschotel eraf loopt. Dit betekent ook dat het maiablad losraakt, wat kan leiden tot ernstig personlijk letstel of zelfs het overliden van de gebruiker of anderen.
Monteren van bladbeschemkap en zaagblad

Monteer de bladbeschemkap (A) met 4 bouten (L) volgens de afbeeling.

N.B.! Gebruik altijd de aanbevolen beschemkap voor die specifie snijuitrusting.Zie het hoofstuk Technische gegevens.
Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
Draai de bladas rond tot een van de opingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
- Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld worden.
- Plaats het blad (D) en de steunflens (F) op deuitgaande as.

- Monteer de moer (G). De moer要去en moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden. Gebruik de dopsleutel uit het gereedschapset. Hou de steel van de dopsleutel zo zich möglich bij de bladbeschemkap vast. De moer wordt vastgedraaid wanneer de sleutel gegen de rotatierichting in wordt gedraaid (NB! links schroefdraad).

Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich hunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er daemon altijd dat uw hand door des beschemmkap worden afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijkber bij gebruik van een lange dopsleutel. De pij op de afbeeldingThat zien in welk gebued u de dopsleutel moet honden bij los- resp. vastdraaien van de moer.

Monteren van trimmerbeschemkap en trimmerkop Trimmy SII

- Monteer trimmerbeschemkap (A) voor het werkken met een trimmerkop. Haak de trimmerbeschemkap/ combibeschemkap (A) op de beiden haken van deplaathouder (M). Draai de beschemkap rond de steel enzet hem vast met de bout (L) aan tegenoverliggende ziche van de steel. Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.

Monteer de meenemer (B) op deuitgaande as.

- Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider van de meenemer.
- Draai de bladas rond tot één van de openingsen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
- Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld worden.
- Schroef de trimmerkop (H) gegen de rotatierichting in op+zijn plaat.

- De trimmerkop要去 vastgedraaid worden met een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm).
Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk.
Monteren van overige beschemkappen en snijuitrustingen

Monteer de trimmerbeschemkap/ combibeschemkap (A) voor het werkken met een trimmerkop/kunststof messen. Haak de trimmerbeschemkap/combiceschemkap (A) op de beide haken van deplaathouder (M). Draai de beschemkap rond de steel en zet hem vast met de bout (L) aan de tegenoverligende zijde van de steel. Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.

Monteer de meenemer (B) op deuitgaande as.

- Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider van de meenemer.
- Draai de bladas rond tot eén van de openingsen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
- Duw de borgpin (C) in de opening zodate de as vergrendeld worden.
- Schroef de trimmerkop/kunststof messen (H) gegen de rotatierichting in op+zijn plaat.
Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk.
Aanpassen van draagstel en motorzeis

WAARSCHUWING! Wanner u met de motorzeis werk, moet die altijd vastgehaakt worden in het draagstel. Anders=kunt u de motorzeis Niet verilg bedieren en uzelf en anderen verwonden. Gebruik nooit een draagstel met een defecte snelontgrendeling.
Standaard draagstel

Veiligheidsontgrendeling
Vooraan zit een makkelijk bereikbare snelontgrendeling. Gebruik die als de motor vlam vat of in een andere noodsituatie, wannere u zich snel van draagstel en machine要去kennen ontdoen.

Gelijkmatige schouderbelasting
Een goed aangepast draagstel en machine makeuw Werk er een stuk gemakkelijker op. Pas het draagstel aan voor een goede werkhouding. Span de zijriemen zo aan dat het gewicht gefelijkmatig over beiden scholders worden verdoeffel.

De juiste hoogte
1 Vellen vankleine bomen
Bij maaien in het bos要去 de machine zo in het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting iets waar voren neigt in verhouding tot de grond. Stel de hoogte af met de riem aan de ophanghaak op het draagstel.

2 Grasmaien
Bij werkem met de motorzeis moet de machine zo in het draagstel worden gedragen dat de snijuitrusting parallel met de aarde terechtkomt.

Vectordraagstel

Veiligheidsontgrendeling
Klap de rode vergrendelarm uit om de machine van het draagstel los te make.

Aanpassen van draagstel
1 Trek de heupband aan zodat deze stevig zit.

2 Trek de riem die rond uw borstkast loopt onder uw linkerarm aan, zodat hij Lichtjes gegen uw lichaam ligt.

3 Stel de schouderbanden zo af dat een gelijkmatige belasting worden verdirekregen.Trek de ophanghaak naar beneden om het draagstel te belasten.

4 Stel de hoogte van de ophanghaak af volgens de instructie voor het standard draagstel. (Bosmaaien)

5 Wilt u de ophanghaak latent zakken voor bijv. het maaien van gras要去 de riem van de ophanghaak (A) verplaatst worden maar de onderste bevestiging op de rugplaat.
6 Om meer belasting over te brengen van de schouderbanden maar de heupband, kan de elastische band (B) harder aangetrokken worden.

Het juiste evenwicht
1 Vellen vankleine bomen
De machine worden gebalanceeerd door het ophangoog op de machine waar voren of maarachten te verplaatsen. Sommige modellen hebben een vast ophangoog, maar dit heeft dan meerdere gaten voor de ophanghaak. De machine heeft de juiste balans wonneer hij loodrecht aan de ophanghaak hangt. Zo kan het risico dat u in eensteen zaagt minder worden, wonneer u het stuur要去 loslaten.

2 Gras maaien
Laat het blad op de geschikte maaihoogte balanceren, d.w.z. dicht bij de grond.

Brandstofveiligheid
Start de machine nooit:
1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle gemorste brandstof af enaar de benzineresten verdampen.
2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact+zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zeep.
3 Als de machine brandstof lekt. Controller de tankdop en de brandstoffleidingen regelmatig op lekkage.
Transport en opbergen
- Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat eventuele lekkage en dampen Niet in contact kennen komen met vonden of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
Bij opslag en vervoer van brandstof要去en algtd speciaal voorDat doel bestemde en goedgekeurdt tanks worden gebrukt. - Als de machine gedurende langearendietniet gebruiktzal worden, moet de brandstoffankleeggemaktworden. Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de afgetapte brandstof kwijt kan.
Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een langeperiode van stalling. - De transportbescherming van de snijuitrusting moetijdens vervoer of opslag van de machine altijd aangebracht�.

WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof. Denk aan de brand-, explosie- en inademingsrisico's.
Brandstof
N.B.! Uw machine is uitergerust met een twee-takt motor; gebruik steeds met twee-takt motorolie vermengde benzine. Om zeker te zichen van de juiste mengverhouding, is het erg belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds nauwkeurig afmeet. Als ukleine brandstofhoeveelheden mengt, hebben oneself kline afwijkingen van de juiste oliehoeveelheid een groe invloed op de mengverhouding.

WAARSCHUWING! Brandstof en brandstoffdampen zijn zeer brandgevaarlijk en konnen leiden tot ernstig letseb injademing en contact met de huid. Wees waarom voorzichtig wonneer u met brandstof werkert en zorg voor goede luchtventilatie bij de brandstoffhantering.
Benzine

N.B.! Gebruik aktijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine van minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is uiterust met een katalysator (zie hoofdstuk Technische geveens)要去aktijd een loodvrije met olie gemengde kwaliteitsbenzine worden gebruikt. Gelode benzine beschadigt de katalysator.
Waar milieuvriendelijk benzine, de zag. alkylaatbenzine, verkrijgbaar is, moet deze gebrukt worden.

- Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON). Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen optreten. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden.
- Als men voortdurend met een hoog toerental werkt, is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken.
Tweetaktolie
- Voor de beste resultaten en prestaties,要去 JONSEDERed tweetaktolie gebruiken, die speciaal wordt gemaakt voor onsze luchtgekoelde tweetaktmotoren.
- Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboardmotoren, zogenaamde outboardoil (aangeduid met TCW).
- Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.
- Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/ brandstofmengsel kan de functie van de katalysator op het spel zetten en de levensduur verminderen.
Mengverhousing
1:50 (2%) met JONSERED tweetaktolie.
1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekoelede tweetaktmotoren, geklassificiered voor JASO FB/ISO EGB.
| Benzine, liter | Tweetaktolie, liter | |
| 2% (1:50) | 3% (1:33) | |
| 5 | 0,10 | 0,15 |
| 10 | 0,20 | 0,30 |
| 15 | 0,30 | 0,45 |
| 20 | 0,40 | 0,60 |
Mengen
- Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan die goedgekeurd is voor benzine.
- Begin alsijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstoffmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij.
- Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoftank van de machine vult.


- Meng Niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is.
- Als u de machine gedurende een langerearend nicht gebruikt, moet u de brandstoffank leeg make n en hem schoonmakers.

WAARSCHUWING! De
katalysatorgeluiddemper worden erg heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook voor stationair draaien. Verlies het brandgevaar Niet uit het oog vooral wanner u in de buurt bent van brandgevaarlijke stoffen en/of gassen.
Tanken


WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen, moet je de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
Rook nicht of plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof.
Tank nooit terwijl de motor draait.
Stop de motor en LAST hem voor het tanken enkele minutes afkoelen.
Open de dop van de tank voorzichtig
wanner u wilt tanken zodat eventuele
overdruk langzaam verwijdnt.
Draai de dop van de tank goed vast na het tanken.
Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start.
- Gebruik een benzinetank met overvulbescherming.
- Maak de omgeving rond de tankdop schoon. Verontreinigingen in de tank können defecten veroorzaken.
Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan te schudden voor u de tank vult.

Controle voor het starten

- Controller het blad op barsten bij het centergat en bij de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordaterijdens het vrijen scherpe hoeken ontstaan zich in de tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet het onmiddelijk verrangen worden.



- Controller de steunflens op barsten die het gevolg können zijn van materiaalmoeheid of te hard aanhalen. De steunflens要去 verrangen worden als hij barsten vertoont.

- Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht nicht verliest. De borging van de moer要去 een borgmoment van ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van de borgmoer要去 35-50 Nm

- Controller de bladbeschemkap op beschadigingen en barsten. Vervang de bladbeschemkap indiendez terugslag te verduren heeft gehd of barsten vertoont.
Controleer de trimmerkop en de trimmerbeschemkap op beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschemkap indien deze terugslag te verduren haben gehad of barsten vertonen.

- Gebruik de machine nooit zonder beschemkap of een defecte beschemkap.
- Alle=kappen moeten juist gemonteerd,zijn en zonder gebreken voor de machine worden gestart.
Starten en stoppen

WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken.
Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. Plaats de machine op een vaste ondergrond. Let erop dat de snijuitrusting geen voorwerp kan raken.
Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden binnen het werkgebied bevinden, anders bestaat er risico voor ernstige verwondingen. De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter.
Koude motor
Ontsteking: Zet de stopschakelaar in de startpositie.
Choke: Zet de choke-hendel (A) in de choke-positie.
Brandstomp: Druk een,aantal malen op de rubberen baig (B) van de brandstomp totdat er brandstof in de baigcoma. De baig hoelt neht helemaal gemvuld te worden.

Warme motor
Volgdezelfde startprocedurealsvoordekoude motor,
maarzonder dechokehendinelde chokestandetzetten.
Startgas: (BC 2145, CC 2145)
Startgasstand krijt u door eerst de gashendevergrendeling en de gashendel in te drukken en dan de startgasknop (A) in te drukken. Laat daarna de gashendevergrendeling en de gashendlos en dan de startgasknop. De startgasfunctie is nu geactiveerd. Om
de motor waar terug te brengen aan stationair lopendrukt u de gashendelvergrendeling en de gashendel in.

Startgas: (FC 2145, FC 2145 S, FC 2145 W, BC 2145, CC 2145)
De startgasstand worden vergreten door de chokehendel in de chokestand te zetten en hem daarna terug in de beginpositie te zetten.
Als de machine uitgerust is met een decompressieklep (A): Druk de klep in om de druk in de cilinder te verminderen en om zo het starten van de machine te vergemakkelijken. De decompressieklep要去 algid gebruikt worden bij het starten. Wanner de machine gestart is, gaat de klep automatisch terug maar de beginpositie.

Starten

WAARSCHUWING! Wanner de motor wordt gestart met de chokehendel in de choke- of startgasstand begint de snijuitrusting direct te draaien.
Druk het machinelichaam met uw linkerhand gegen de grond (N.B.!. Niet met uw voet!). Pak de starthendel beet, trek met uw rechterhand het starterkoord langzaam uit tot u onderstand voelt (de starthaken vrijpen in) en kaakervolgens snelle en krachtige trekbewegingen. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand.
Zet de chokehendel onmiddelijk nadat de motor ontsteekt terug en doe hernieuwde startupgogen tot de motor start. Wanner de motor start, geef snel vol gas en het startgas worden automatisch uitgezet.
N.B.! Trek het starterkoord Niet volledig UIT en LAST de starthendel Niet zomaar los wonneer het volledig
uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden.


Stoppen
Stop de motor door de ontsteking af te zetten.

BC 2145, CC 2145
Elektrisch verwarmde handvatten (FC 2145 W)
Modellen voorzien van een verwarmingselement in de handgrepen hebben een schakelaar op de gashendel om de verwarming aan en uit te zetten. Het verwarmingselement zich zowel in de rechter als de linker handgreepen houdt automatisch een temperatuur van ca 70^ aan wanner de verwarming aan staat.

Algemene werkinstructies
BELANGRIJK!
In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels voor het werken met een motorzeis en trimmer door.
Wanneer u in een situatie belandt waar u Niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw serviceworkplaats.
Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u zich voldoende gekwalificeerd bent.
Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen wat het verschil is:tussen bos maaien, gras maaien en gras trimmen.
Basisveiligheidsregels

1 Controller de omgeving:
- Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine nicht kurz verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden.
- Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen nicht in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losse voorwerpen die wegsglingerd worden door de snijuitrusting.
N.B.! Gebruik de machine nooit zonder de mogelijkheid hulp in te roepen in geval van noood.
2 Controleer het werkgebied. Verwijder alle losse voorwerpen, zoals stenen, gebroken glas, spijkers, ijzerdraad, touw en dergelijkte, die weggeslingerd kuren worden of vast kuren komen zitten in de zaaguitrusting.
3 Gebruik de motorkettingzaag Niet in ongunstige weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, heige regen, harde wind, heige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarlijke situatuies leiden, zo kan de grond glad+zijn, de wind de valrichting van de boom beinvoeden enz.
4 Zorg ervoor dat u veilig kutn gaan en staan. Controller of er eventuele hindernissen zich als u onverwacht snel moet+kunnen wegkomen (wortels,
stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzigachtig wanner u op hellend terrein werkt.

5 Wees extra voorzichtig wanner u in bomen zaagt die gespannen zijn. Een gespannen boom kan zowel voor als na het doorzagen in zijn normale stand terug vliegen. Als u op de verkeerdeplaats staat of de inkening op de verkeerdeplaats maakt, kan dit ertoe leiden dat de boom u of de machine raakt zodat u de contrôle verliest. In beide gevallen kunt u ernstig gewond raken.

6 Zorg voor een goede balans en een stabiele houding.
7 Gebruik alkijd beiden handen om de machine vast te houden. Hou de machine aan de rechterkant van uw lichaam.

8 De zaaguitrusting要去nder tailehoogte blijven
9 Wanner u zich verplaatst moet de motoruitgeschakeld worden. Als het om een langereverplaatsing en vervoer gaat, moet u detransportbescherming gebruiken.
10 Wanner de motor loopt, mag u de machine alleen neerzetten als u er een wakend oogje kurz op honden.
Het ABC van het zagen/maaien
- Gebruik altiijd de juiste uitrusting.
Zorg ervoor dat de uitrusting altijd juist afgesteld en aangepast is.
Volg de veiligheidsvoorschriften.
Organiseer het werk goed.
Zorg ervoor dat het blad op volle toeren draait voor u begint. - Gebruik.altijd goed scherpe bladen.
Probeer om nicht in stenen te zagen.
Stuur de velrichting (maak gebruik van de wind).

WAARSCHUWING! Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het afgezaagde materiaaal weg te trekken wanner de motor of desnjuiitrusting draait,Datat dit tot ernstig letsel kan leiden.
Stop de motor en de snijuitrusting voordat u materiaal verwijdert dat rond de as van het zaagblad is gewikkeld, waar anders risico van letsel bestaat. De hoekeoverbrenng kan genuine tijd na gebruik nog warm�n. Bij contact bestaat risico van brandwonden.

WAARSCHUWING! Waarschuwing voorweggeslingerde voorwerpen. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Buig nooit de beschermkap van de snijuitrusting heb. Stenen, vuil e.d. hunnen omhoog geworpen worden in uwogen en blindheid of ernstig letselveroorzaken.
Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en medewerkers要去en zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddelijk uit indien iemand dichter bijkom. Draai de machine nooit rond zonder eerst te controleren of erchyter u Niet iemand zich in de veiligheidszode bevindt.

WAARSCHUWING! Soms raken takken of gesbekneld zusammen de beschemkap en de snijuitrusting. Stop altiid eerst de motor voordat u deze verwijdert.
Werkmethodes

WAARSCHUWING! Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen können met enorme kracht opzij geworpen worden, wanner het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Terugslag kan zo heftig zijn dat de machine en/of de operator in een richting geduwd worden en möglichk de controle over de machine verliest. Terugslag kan zonder waarschuwing vooraf optreden wanner de machine blijft haken, af}saat of vastloopt. De kans op terugslag is groter in gebieden waar het moeilijk is om te zien wat u maait.
Probeer om Niet te zagen in het gebied tussen 12 en 3研究员 van het blad. Vanwege de rotatiesnelheid van het blad kan terugslag precieis in dit gebied optreden wanner men in grovere stammen zaagt.
- Voordat u begint te maaien, moet u het werkgebied controleren: de conditie van het terrein, of het afhelt, of er stenen liggen, of er kuilen zich enz.
- Begin daarna bij het makkelijkste einde van het werkgebied om een goede opening voor het maaiwerk te krijgen.
- Werk systematisch,—heen en weeer, dwars over het gebied en bestrijk bij alle sleag een gebied van ca. 4-5 m. Dan worden het volle bereik van de machine waar beiden kanten benut en de gebruiker krijgt een makkelijk en afwisseled terrein om in te werken.

- De lenghte van het pad moet circa 75m bedragen. Verplaats de brandstofvoorraad al naargelang het werk vordert.
Op hellend terrein要去 undaden loedrecht ten opzichte van de helling latenten lopen. Het is veel makkelijker om dwars over een helling te lopen dan op en neer. - De paden要去zo lopen dat men Niet over sloten of andere hindernissen in het terrein hoefte klommen. Pas de paden ook aan de windomstandigheden aan
zodat de gevelde stammen in het reeds gemaaide gedeelte van het terrein valen.

Kleine bomen vellen met een zaagblad



- Wanneer u in grovere stammen zaagt, neemt het risico op terugslag toe. Vermijd dan ook in het gebied:tussen 12 en 3 ur te zagen.

- Om een boom waar links te latenten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom waar rechts geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het met vaste hand schuin omlaag waar rechts. Duw tegelijkkertijd met de bladbeschemkap op de stam. Zet het blad in het gebied+tussen 3 en 5uur. Geef volgad voordat u de stam met het blad raakt.


- Om een boom waar rechts te latent vallen, moet het onderste gedeelte van de boom waar links geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het schuin omhoog waar rechts. Zet het blad in het gebiedussen
3 en 5 pauzodat de rotatierichting van het blad het onderste gedeelte van de boom waar links duwt.


- Om een boomrecht maar voren te latent vallen,要去 het onderste gedeelte van de boomaarachten getrokken worden. Trek het blad met een snelle en besliste beweging maarachten.

- Grovere stammen, d.w.z. stammen die geweld要去en worden,要去en van twee kanten omgezaagd worden. Beoordeel eerste in welke richting de stam要去vallen. Maak een inkeping aan de kaant waarnaar de boom要去vallen. Zaag daarna de stam door vanaf de andere kant. De druk waarmee men zaagt,要去aangepast worden aan de dikte van de stam en de hardheid van de houtsoort. Smalleere stammen hebben een grotere druk nodig toenwij grovere stammen minder druk nodig hebben.


- Als de stammen zich bij elkaar staan,要去 snelheid hieraan aanpassen.
- Als het blad vast komt te zitten, mag u de machine nooit los trekken. In dat geval konnen het blad, de haakse overbrenng, de steel of het stuur beschadigd raken. Laat de handvatten los, grijp de steel met beiden handen beet en trek de machine voorzichtig los.
Struiken maaien met zaagblad



- Smalle stammen en struikgewas要去en neergezaagd worden. Werk met zijdelingse zaagbewegingen.
Probeer om met één beweging meerere stammen door te zagen.
Maai bij een bosje opslag alsijd eerst rond de opslag. Begin met het afzagen van hoge stobbes aan de buitenrand van het bosje om te voorkomen dat u zich vast zaagt. Kort de stobbes verrolgens af tot de gewennen hoogte. Probeer verrolgens om met het blad in het midden te komen en vanuit het centrum van het bosje te zagen. Indien het toch moeilijk maar zijn om erbij te konnen, moet u hogere stobbes zagen en de stammen latent venen. Op die manier neemt het risico dat u zich vast zaagt af.

Gras maaien met grasmaiaiblad


- Grasmaaibladen en grasmessen mogen nicht gebrukt worden bij houtachtige stammen.
- Voor alle soorten hoog of sterk gras worden een grasmaaiblad gebruikt.
- Het gras worden neergehaald met pendelende bewegingen maar de zijkanten, waar bij de beweging van rechts maar links het maaimoment is en de beweging van links maar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werkken (tussen 8 en 12uur).

- Indien het bladijdens het gras maaien een ietsjes schuin waar links wordt gezhouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt bijv. bij harken.
Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging maar voren en sta cervolgens wee sterig stil.
Laat de steunkoplicht op de grond rusten.Deze is speciala bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt. - Verklein het risico dat het materiaal rond het blad wordt gewonden door de volgende regels op te volgen:
1Werk altijd met vol gas.
2Vermijdijdens de retourbeweging het pasgemaaide material.
Schakel de motoruit,maak hetdraagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaial verzamelt.
Gras trimmen met trimmerkop


Trimmen
- Hou de trimmerkop vlak boven de grond en hoe hem schuin. Het werk worden gedaan door het uiteinde van de draad. Laat de draad in zijn eigentempo werken. Duw de draad nooit in het materiaial dat u wilt maaien.

- De draad verwijdert zonder problemen grayscale en onkruid naast muren, omheiningen, bomen en bloemperken, maar kan ook het tere schors van bomen en struiken en de paaltjes van omheiningen beschadigen.
- Verminder het risico van beschadiging van gewassen door de draad in te kanten tot 10-12 cm en het moetertoerental te verminderen.
Schoonschrapen
- Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste begroeiling verwijderen. Hou de trimmerkop vlak boven de grond en een ietsje scheef. Laat het uiteinde van de draad gegen de grond slaan naast bomen, palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniek veroorzaakt grotere slijtage van de draad.

- De draad verslijt vlugger en moet vaker aangevoerd worden wanneer men gegen stenen, bakstenen, beton, metalen omheiningen enz. werkt dan wanneer men in contact kommt met bomen en houten omheiningen.
- Bij het trimmen en schoonschrapen mag u zich vol gas gehen zodate de draad longer meegaat en de trimmerkop minder slijt.
Maaien
- De trimmer is ideaal voor het maaien van gras opplaatsen waar men met een gewone gazonmaaier moeilijk bij komt. Houijdens het maaien de draad parallel met grond. Duw de trimmerkop Niet gegen de grond?!Dat dit het gazon en het gereedschap kan beschaden.

Tijdens normala maaien mag de trimmerkop Niet voortdurend in contact komen met de grond. Een dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen en slijtage van de trimmerkop leiden.
Vegen
- Het ventilatoreffect van de roterende draad kan gebruikt worden en smel en gemakkelijk schoon te makes. Hou de draad parallel met en boven de oppervlakken die schoongeveegd要去en worden en beweeg het gereedschap heen en weer.

- Bij het maaien en vegen要去 vol gas给他们 een goed resultaat te krijgen.
Carburatour
Uw Jonsered-product is geconstruereeand gemaakt volgens specifications, die de schadelijke uiltaatgassen reducieren. Als de motor 8-10 tanks brandstof heeft verbruikt, is hij ingereden. Om ervoor te zorgen dat de motor optimaal functieert en zo min möglich schadelijke uiltaatgassen uitsoot na de inrijperiode, dient uw dealer/servicewerkplaat's (die over een toerenteller beschicht) de carburateur at te stellen.

WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken.
Carburaturinstelling
De carburateur kan op verschillende manier zich geconstrueree, afhankelijk van de geldende milieu- en emissiewetgeving. Bepaalde machines zijn uitgerust met eenuitslagbegrenzer op de stelschroeven van de carburateur. Deze beperken de afstelmogelijkheden tot maximaal een 1/2 slag.

Werking

- Via de gasklebediening stuart de carburateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermingd. Dit(APngsel (brandstof/ lucht) kan worden afgesteld. Om het maximum vermogen van de machine te konnen benutten, moet de afstelling correct zijn.
- Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor worde aangepast aan plaatselijke omstandigheden, b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie.
- De carburateur heeft drie afstelposities:
L = Lage toeren-naald
H = Hogte toeren-naald
T = Stelschroef voor stationair draaien

- Met de L- en de H-naalden worden dit de gewenste brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de luchtstroom die de opening van de gasklepediening toelaat. Door de schroeven met de klok mee te draaien worden het lucht/brandstofmensgel armer (minder brandstof) en door ze谈起 de klok in te draaien, worden het lucht/brandstofmensgel rijker (meer brandstof). Een armer mensgel geeft een hoger toenental en een rijker mensgel een lager toenental.
- De T-schroef regelt de positie van de gasklebediening bij stationair draaien. Als de T-schroef met de klok mee wordt gedraaid, krijt men een hoger stationair torental en als ze tegen de klok in wordt gedraaid, een lager stationair torental.
Basisafstelling
- Tijdens het testen in de fabrik worden de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De basisafstelling is rijker dan de optimale afstelling en要去ijdens de eerste uren dat de machine in werkig is, in stand worden gehonden. Daarna要去 de fijnafstelling van de carburateur plaatsvinden. Dit要去 gebeuren door een gekwalificeerdeskundig persoon.
N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef gegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stocht.
Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens.
Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens.

WAARSCHUWING! Als het stationair toerental Niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd.
Fijnafstelling
Wanner de machine "ingereden" is, moet de fijnafstelling van de carburateur uitgevoerd worden. Ze要去 uitgevoerd worden door een gekwalificeerdeskundig persoon. Eerst worden de L-naald, dan de T-schroef voor het stationair toerental en tenslotte de H-naald afgesteld.
Voorwaarden
Voor met het afstellen worden begonnen,要去 het luchtfilter schoon zijn en het luchtfilterdeksel gemonteerd zijn. Als de carburateur afgesteld worden wanner het luchtfilter vuil is, krijgt men een te arm brandstoffmengsel wanner het luchtfilter worden schoongemaakt. Dit kan tot ernstige beschadigingen van de motor leiden.
- Draai de twee L- en H-naalden voorzichtig aan het middelste punt,ussen volledig ingeschroefd en volledig uitgeschroefd.
- Probeer de naalden L en H Niet voorbij de stoppen af te stellen, want dit kan tot beschadigingen leiden.
- Start de machine volgens de startinstrumenties en LAST hem gedurende 10 minutes warmdraaien.
N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef gegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stocht.
Laag toerental-naald L
Zoek het hoogste stationair toerental door de lage toerental-naald langzaam met de klok mee of tegen de klok in te draaien. Wanner u het hoogste toerental gezonden heeft, moet u de L-naald 1/4-toer gegen de klok in draaien.

N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toenental, moet de T-schroef gegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stocht.
Fijnafstelling van het stationair toerental T
Het stationair toerental worden afgesteld met de stationairschroef T als opnieuw afstellenoodzakelijk is. Draai de T-schroef eerst met de klok mee tot de snijuitrusting begint te roteren.Draai daarna de schroef gegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat.Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelijkmatig draait. Er moet een goede marge+zijt tot het toerental waar bij de snijuitrusting begint te draaien.


WAARSCHUWING! Als het stationair toerental niet zo kan worden agesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is agesteld of gerepareerd.
Hoge toeren-naald H
De hoge-toerennaald H beinvloedt het vermogen, het toerental, de temperatuur en het brandstofverbruik van de motor. Een te arm afgestelde hoge-toerennaald (te veel ingeschroefd) verroorzaakt een te hoog toerental en beschadigt de motor. Laat de motor Niet meer dan 10 seconden op vollast-toeren draaien.
Instellingsprocedure zonder belasting (Zaagblad kan worden gezruikt)
De machine is uitgerust met een toerenregeling in het ontstekingsystem. Het is van het uiterste belang dit weten wannere de carburateur worden afgesteld.
BC 2145, CC 2145: Toerenregeling bij: 12500 omw./min.
FC 2145, FC 2145 S, FC 2145 W: Toerenregeling bij: 13500 omw./min.
Bij pogingen het toerental over het gespecifieerde in te stellen, wijzigt het toerental Niet, alleen de motor krijgt dan te weinig brandstof met groot risico op motorschade.
Laat de machine ca. 5 minuten warmlopen, afwisseled op vol gas en stationair in korte intervallen. Wanner de carburateur moet worden afgesteld, moet u vol gas goven en de H-schroef gegen de klok indraaien tot het torental van de motor ca. 10.500-11.000 t/min (viertakten) is of tot de caps zich eindstand nadert. Draai de H-schroef cervolgens langzaam met de klok mee tot de motor het torental bereikt waarop de toerenregeling gaat werken. In sommige geallen kan de toerenregeling 200 tot 300 toeren onder of boven het gespecifieerde in werkung treden. Het belangrijke is dat men de H-schroef absolut net verd meter de klok mee mag draaien, wanneer het motortoerental is gestabiliseerd. Draai de H-schroef in plaats waarvan een tiende slag uit (tegen de klok in).


Instellingsprocedure met belasting (Trimmerkop moet worden gebruikt)
Zorg ervoor dat de lenghte van de trimmerdraad correct is, dat wil zeggen precies bij het mes van de trimmerbeschemkap komt. Gebruik trimmerdraad met een diameter van 3 mm of 3,3 mm.
Laat de machine ca. 5 minuten warmlopen, voornamelijk op vol gas. Wanner de carburateur moet worden ingesteld, geeft u vol gas en draaait u de H-schroef gegen de klok in tot de motor viertakt of tot de caps de eindstand bereikt. (Als de motor gelijkmatig loopt wanner de caps de eindstand bereikt, hoeft u Niet verder af te stellen!) Draai de H-schroefervolgens langzaam met de klok mee tot de motor helemaal gelijkmatig loopt. (Het
viertaken is helemaal gestopt). Draai de H-schroef daarna een tiende slag ut (tegen de klok in).


N.B.! Voor een optimale afstelling van de carburateur要去 een beroep去做 op een gekwalificeerde dealer/Servicewerkplaat, die over een toerenteller beschikt.
Correct afgestelde carburateur
Een correct afgestelde carburateur houdt in dat de machine zonder enige aarzeling accelereert en de machine enigszins als een 4-taktmotor loopt bij de maximumsnelheid. Verder mag de snijuitrusting nicht roteren bij stationair draaien. Een te arm afgestelde lagetoerennaald L kan tot startmoeilijkheden en slecht accelereren leiden.
Een te arm afgestelde hoge-toerennaald H leidt tot een lager vermogen = minder capacitit, slechte acceleratie en/of beschadiging van de motor.
Een te rijke afstelling van de twee naalden L en H leidt tot acceleratieproblemen of een te laag werktoerental.
Afstellen van het startgastrorenal (BC 2145, CC 2145)
Om het juiste startgastroenteral te krijgen zit een afstelpunt aan de achechterkant van de gashendel, naast de kabel. Met deze bout (5 mm inbus) kan het startgastroenteral verhoogd of verlaagd worden.

Ga als volgt te werk:
1 Laat de machine stationair lopen.
2 Druk de startgasvergrendeling in volgens de instructies bij Starten en Stopen.
3 Wanner het startgastroenteral te laag is (onder de 4000 t/min) worden de stelschoef A met de klok mee gedraaid tot de snijutrusting begint te draaien. Schroef A verwolgens nog een 1/2 slag met de klok mee.
4 Wonneer het startgastroerental te hoog is, worden stelschroef A gegen de klok in gedraaid tot de snijutrusting stopt. Schroef stelschroef A verwolgens een 1/2 slag met de klok mee.
Geluiddempster

N.B.! Bepaalde geluideddempers zijn voorzien van een katalysator. Zie het hooftdstuk Technische gegevens om te checken of uw machine voorzien is van een katalysator. De geluideddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg teRCTen. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonden die droge en ontvlambare materiaielen in brand kennunnen steken. Bepaalde geluideddempers zijn voorzien van een speciaal vonnenopvangnet. Indien uw machine utgerust is met zo'n geluideddempser, moet u het net minstens eenkeer per week schoonmaken. Gebruik bij voorkeur een stalen borstel. Op geluideddempers zonder katalysator要去 het net eenkeer per week worden schoongemaakt en eventueel worden verrangen. Op geluideddempers met katalysator要去 het net eenkeer per maand worden gezontroleerd en eventueel schoongemaakt. Bij evt. beschadigingen aan het net要去 dit verrangen worden. Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de functie van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw dealer voor controle. Met een verstopt net raakt de machine oververhit met beschadigingen aan cilinder en zuiger tot gevolg.

N.B.! Gebruik de machine nooit als de geluiddempo in slechte staat is.

WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en eenijdje daarna is de geluiddempo met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar!
Koelsystem

Omdewerktemperatuurzo laag mogelijk te houden,isdemachinemuitgerust met een koelsystem.

Het koelsystemeistbestaat ui:
1 Luchtinlaat in de starter.
2 Ventilatorschoepen op het vliegwiel.
3 Koelflenzen op de cilinder.
4 Cilinderkap (leidt de koellucht maar de cilinder).
Maak het koelsysteme een keer per week schoon met een borstel; dit moet vaker gebeuren wanner u in moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt koelsystem leidt tot oververhitting van de machine waardoor de cilinder en zuiger beschadigd hunnen worden.
Luchtfilter

Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt (stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden:
- Storingen van de carburateur
Moeilijkheden bij het starten
Vermogensverlies - Onnodige slijtage van de motoronderdelen.
Abnormaal hoog brandstofverbruik
Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanner u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt.
Luchtfilter schoonmaken
Verwijder het luchtfilterdeksel en het filter. Blaas schoon met perslucht.

Wanneer de machine onder zeer stoffige omstandigheden worden gebruikt,要去 een ingeolied schuimplastic filter worden gebruikt (als accessoire verkriigbaar).Voor het inoliën, zie de instructies onder de kop Inoliën van luchtfilter.

Luchtfilter oliën

Gebruik alkijd speciale filterolie. De filterolie bevat een oplosmiddel zodate het eenvoudig gelijkmatig in het filter kan worden verdelijk. Vermijd waarom contact met de huid.
Doe het filter in een plastic zak en giet de filterolie erbij.
Kneed de plastic zak om de olie te verdelen. Knijp het filter in de plastic zakuit en giet de overgebleven olie weg voordat het filter op de machine worden gemonteerd.
Gebruik nooit gewone motorolie. Deze zakt zeer snel door het filter maar beneden en blijft dan op de bodem liggen.

Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter Niet meer worden vereinigd. Daarom moet het filter regelmatin vergangen worden. Een beschadigd luchtfilter要去 alsijd vergangen worden.
Hoekoverbrenging

De haakse overbrenging is af fabriek gezuld met een geschiktte hoeveeelheid vet. Voor u de machine in gebruik neemt, moet u controlleden of de overbrengving voor 3/4 gezuld is met vet. Gebruik JONSERED speciaalvet.
Het smeermiddel in het transmissiehuis要去 normal gezien alleen verrangen worden in geval van een reparatie.

Aandrijfas
Bij fulltime-gebruik moet de drijfas om de drie maanden worden ingevet. Neem contact op met uw dealer wanneer u twijfelt over de handelwijze.
Bougie

De volgende factoren zichn van invloed op de conditie van de bougie:
- Een incorrecte afstelling van de carburateur.
- Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie).
- Een vuil luchtfilter.
Deze factoren verooorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefecten en startmoeilijkeden kan leiden.
Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst de bougie te controlleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstoit is en controllere of de afstand:tussen de elektroden 0,5mm bedraagt. De bougie要去 na een maand gebruik, of eeder indien nodig, verrangen worden.

N.B.! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere types können de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor dat de bougie zag. radio-ontstoring heeft.
Gebruik in de winter
Wanner de machine worden gebrukt bij kou of sneeuw kunnen storingen in de werkung optreden die wordenverooraakt door:
Een te lage motortemperatuur.
- ljsvorming op luchtfilter en bevriezing in de carburateur.
Men dient waarom speciale maatregelen te treffen, zoals:
- De luchtinlaat van de starter verminderen en zo de werktemperatuur van de motor verhogen.
- De inlaatlucht waar de carburateur verwarmen door de warmte van de cilinder te benutten.
Temperatures van 5^ oflager
De luchtfilterhouser is voorbereid om gewijzigd te kunnen worden naar gelebruik in de kou. Verwijder het luchtfilterdeksen en het luchtfilter.Draai de winterklop met een schroevendraaier gegen de klok in zodat voorverwarmde lucht van de motor in de carburateurruimte kan komen en voorkomt dat bijv. het luchtfilter met ijs verstopt raakt (zie afbeelding).

Voor gebruik bij temperaturen lager dan 5^ en/of in de sneeuwহ ook verkrijigbaar:
- een special deksel voor het starterhuis


Ze verminderen de koellucht en voorkomen dat er groote hoeveelheden sneeuw in de motor worden gezogen.
BELANGRIJK! Bij temperaturen boven de 5^ MOET de machine weeer maar standaarduitvoering veranderd worden. Anders bestaat het risico van oververhitting, waardoor de motor ernstig beschadigd kan worden.
Onderhoudsschema
Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschrenen in het hooftdstub Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamhedenuitvoeren die in deze gebruksaanwijzing worden beschren. Meer ingrijpende maatregelen要去en door een erkende serviceworkplaats worden uitgevoerd.
| Onderhoud | Dagelijks onderhoud | Wekelijks onderhoud | Maandelijks onderhoud |
| Maak de machine uitwendig schoon. | X | ||
| Controler of het draagstel Niet beschadigd is. | X | ||
| Controler of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werken uit veiligheidsoogpunt. | X | ||
| Controler of het handvat en het stuur heel+zijn en goed vast zitten. | X | ||
| Controler of de stopschakelaar werk. | X | ||
| Controler of de snijuitrusting Niet roeteert bij stationair draaien. | X | ||
| Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. | X | ||
| Controler of de beschemkap Niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschemkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. | X | ||
| Controler of het blad goed gecentreerd is, scherp is en geen barsten vertoont. Een slecht gecentreerd blad veroorzaakt trillingen die de machine kuren beschaden. | X | ||
| Controler of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig. | X | ||
| Controler of de borgmoer van de snij-uitrusting goed is vastgedraaid. | X | ||
| Bij gebruik van een steunschotel met kogellagers要去 u controlleden of de borgschroeven zijn vastgedraaid. | X | ||
| Controler of de transportbeschemkap van het blad Niet beschadigd is en of ze goed kan vastgezet worden. | X | ||
| Controler of de bouten en moeren en vastgedraaid+zijn. | X | ||
| Controler of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstoffleidingen. | X | ||
| Controler de starter en het starterkoord. | X | ||
| Controler of de trillingsdempingselementen Niet beschadigd+zijn. | X | ||
| Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controller de afstand:tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,5 mm of verrang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zag. radio-ontstoring heeft. | X | ||
| Maak het koelsysteme van de machine schoon. | X | ||
| Maak het vondenopvangnet van de geluidemper schoon of verrang het (geldt alleen bij geluidempers zonder katalysator). | X | ||
| Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van de carburateur schoon. | X | ||
| Controler of de haakse overbrending voor 3/4 bevuld is met smeermiddel. Vul indien nodig bij met speciaal vet. | X | ||
| Controler of het veiligheidsmechanisme van het draagstel onbeschadigd is en goed functioneert. | X | ||
| Controler of het brandstofffilter Niet is verontreinigd en of de brandstoffleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang indien dit moodzakelijk is. | X | ||
| Controler alle kabels en aansluitingen. | X | ||
| Controler de koppeling, de koppelingsveren en koppelingsstrommel opslitage. Laat indien nodig bij een erkende serviceworkplaats verwangen. | X | ||
| Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zag. radio-ontstoring heeft. | X | ||
| Controler het vondenopvangnet van de geluidemper en maak het eventueel schoon (geldt alleen bij geluidempers met katalysator). | X | ||
| Smeer de drijfas met special vet. | Wordt om de drie maanden gedaan. | ||
| Vervang de trillingsdempers na ieder seizoen,ECHTER ten minste eén keer perJAAR. | |||
TECHNISCHE GEGEVENS
Technische gegevens
| BC 2145 | FC 2145 | FC 2145 S | FC 2145 W | |
| Motor | ||||
| Cylinderinhoud, cm3 | 45 | 45 | 43 | 43 |
| Cylinderdiameter, mm | 42 | 42 | 41 | 41 |
| Slaglengte, mm | 32,5 | 32,5 | 32,5 | 32,5 |
| Stationair toerental, t/min | 2800 | 2800 | 2800 | 2800 |
| Aanbevolen maximum toerental, omw./min. | 12500 | 13500 | 13500 | 13500 |
| Toerental van uitgaan as, tspm | 9000 | 10500 | 10500 | 10500 |
| Max. motorvermögen volgens ISO 8893, kW/ omw./min. | 2,0/9000 | 2,0/9000 | 2,1/9600 | 2,1/9600 |
| Geluiddempeter met katalysator | Ja | Nee | Ja | Ja |
| Een toerentalgeregeld ontstekingssysteme | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Ontstekingssysteme | ||||
| Producent/ontstekingssystemeotype | SEM AM | SEM AM | SEM AM | SEM AM |
| Bougie | Champion RCJ 6Y | Champion RCJ 6Y | Champion RCJ 6Y | Champion RCJ 6Y |
| Elektrodenafstand, mm | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 |
| Brandstof-/smeersysteme | ||||
| Producent/carburateurtype | Zama C1Q | Zama C1Q | Zama C1Q | Zama C1Q |
| Inhoud benzinetank, liter | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 |
| Gewicht | ||||
| Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschemkap, kg | 8,2 | 8,4 | 8,3 | 8,3 |
| Lawaai-emissie | ||||
| (zie opm. 1) | ||||
| Geluidsvermögen, gemeten dB(A) | 114 | 113 | 113 | 113 |
| Geluidsvermögen, gegarandeerd LWA dB(A) | 114 | 114 | 114 | 114 |
| Geluidsniveau | ||||
| (zie opm. 2) | ||||
| Equivalent geluidsdrukniveau bij hetoor van de gebruiker, gemeten volgens EN/ISO 11806 en ISO 7917, dB(A), min/max: | 97/103 | 98/103 | 99/104 | 99/104 |
| Trillingsniveau | ||||
| Trillingsniveauaus in handvat, gemeten volgens EN/ISO 11806 en ISO 7916, m/s2 | ||||
| Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, min: | 3,8/4,0 | 3,8/4,2 | 3,3/3,5 | 3,3/3,5 |
| Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, max: | 3,8/4,0 | 3,8/4,2 | 3,3/3,5 | 3,3/3,5 |
| Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, min: | 1,7/1,9 | 1,8/2,3 | 1,5/2,1 | 1,5/2,1 |
| Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, max: | 2,1/2,2 | 2,4/2,5 | 1,7/2,7 | 1,7/2,7 |
Opm.1: Emissie van geluidaar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L_WA) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG.
Opm. 2: Equivalent geluidsdrukniveau wird berekend als de tijdsgewogen energiesom van de geluidsdrukniveauaus in verzillende werkomstandigheden, met de volgende tijdsindeling: 1/2 nullast en 1/2 maximum snugheid.
NB! De geluidsdruk bij het oor van de gebruiker en trilling van de hendels zijn gemeten verwijl alle goedgekeurde snijuitrusting voor de machine was angebracht. De tabel geeft de hoogste en laagste waarden aan.
TECHNISCHE GEGEVENS
| CC 2145 | |
| Motor | |
| Cylinderinhoud, cm3 | 45 |
| Cylinderdiameter, mm | 42 |
| Slaglengte, mm | 32,5 |
| Stationair toerental, t/min | 2800 |
| Aanbevolen maximum toerental, omw./min. | 12500 |
| Toerental van uitgaan as, tspm | 9000 |
| Max. motorvermögen volgens ISO 8893, kW/ omw./min. | 2,0/9000 |
| Geluiddempeter met katalysator | Nee |
| Een toerentalgeregeld ontstekingssysteme | Ja |
| Ontstekingssystem | |
| Producent/ontstekingssysteme | |
| Bougie | SEM AM |
| Elektrodenafstand, mm | 0,5 |
| Brandstof-/smeersystem | |
| Producent/carburatourtype | Zama C1Q |
| Inhoud benzinetank, liter | 0,9 |
| Gewicht | |
| Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschemkap, kg | 8,2 |
| Lawaai-emissie | |
| (zie opm. 1) | |
| Geluidsvermögen, gemeten dB(A) | 113 |
| Geluidsvermögen, gegardeerd LWA dB(A) | 116 |
| Geluidsniveau | |
| (zie opm. 2) | |
| Equivalent geluidsdrukniveau bij hetoor van de gebruiker, gemeten volgens EN ISO 22868, dB(A), min/max: | 100/104 |
| Trillingsniveau | |
| Trillingsniveauaus in handvat, gemeten volgens EN ISO 22867, m/s2 | |
| Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, min: | 2,4/2,6 |
| Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, max: | 2,9/3,2 |
| Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, min: | 2,0/2,3 |
| Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, max: | 2,8/3,5 |
Opm.1: Emissie van geluid waar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L_WA) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Opm.2: Equivalent geluidsdrukniveauu worden berekend als de tijdsgewogen energiesom van de geluidsdrukniveauaus in verzillende werkomstandigheden, met de volgende tijsindeling: 1/2 nullast en 1/2 maximum snugheid.
NB! De geluidsdruk bij hetoor van de gebruiker en trilling van de hendels+zijn gemeten verwijl alle goedgekeurde snijuitrusting voor de machine was angebracht. De tabel geeft de hoogste en laagste waarden aan.
TECHNISCHE GEGEVENS
| BC 2145 | ||
| Goedgekeurde accessoires | Type | Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. |
| Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm | Schroefdraad bladas M12 | |
| Grasmaaiblad/grasmes | Multi 255-3 (Ø 255 3-punts) | 537 28 85-02 |
| Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) | 537 28 85-02 | |
| Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) | 537 28 85-02 | |
| Zaagblad | Opti XS 200-22 (Ø 200 22-punts) | 537 31 09-01 |
| Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) | 537 31 09-01 | |
| Kunststof messen | Polytrim Ø 300 | 537 28 85-02 |
| Trimmerkop | Trimmy S II | 503 95 43-04 |
| Auto 55 | 503 95 43-04 | |
| Tap n'Go 45 Spin | 503 95 43-04 | |
| Steunkop | Vast | |
| Met kogellagers | ||
| FC 2145, FC 2145 S, FC 2145 W | ||
| Goedgekeurde accessoires | Type | Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. |
| Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm | Schroefdraad bladas M12 | |
| Grasmaaiblad/grasmes | Multi 255-3 (Ø 255 3-punts) | 537 29 74-02 |
| Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) | 537 29 74-02 | |
| Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) | 537 29 74-02 | |
| Zaagblad | Opti XS 200-22 (Ø 200 22-punts) | 537 21 71-01 |
| Opti XS 225-24 (Ø 225 24-punts) | 502 03 94-06 | |
| Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) | 537 21 71-01 | |
| Scarlet 225-24 (Ø 225 24-punts) | 502 03 94-06 | |
| Kunststof messen | Polytrim Ø 300 | 537 29 74-02 |
| Trimmerkop | Trimmy S II | 537 29 73-02 |
| Auto 55 | 537 29 73-02 | |
| Tap n’Go 45 Spin | 537 29 73-02 | |
| Steunkop | Vast | |
| Met kogellagers | ||
| CC 2145 | ||
| Goedgekeurde accessoires | Type | Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. |
| Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm | Schroefdraad bladas M12 | |
| Grasmaaiblad/grasmes | Multi 255-3 (Ø 255 3-punts) | 537 28 85-02 |
| Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) | 537 28 85-02 | |
| Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) | 537 28 85-02 | |
| Zaagblad | Scarlet 200-22 (Ø 200 22-punts) | 537 31 09-01 |
| Kunststof messen | Polytrim Ø 300 | 537 28 85-02 |
| Trimmerkop | Trimmy S II | 503 95 43-04 |
| Auto 55 | 503 95 43-04 | |
| Tap n'Go 45 Spin | 503 95 43-04 | |
| Steunkop | Vast | |
| Met kogellagers | ||
| Hakmes | - | Set 544 84 29-02 |
EG-verklaring van overeenstemming (Alleen geldig voor Europa)
Jonsered, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de motorzeisen Jonsered BC 2145, CC 2145, FC 2145, FC 2145 S en FC 2145 W met een serienummer uit 2002 en verder (het�) met aanopvolgend het serienummer worden duidelijk aangegeven op het productplaatje), in overeenstemming zichn met de voorschriften in de RICHTLIJN VAN DE RAAD:
- van 22 Juni 1998 "beteffende machines" 98/37/EG, bijlage IIA.
- van 3 mei 1989 "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 89/336/EEC, en thans geldende aanvullingen.
- van 8 mei 2000 "beteffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis" 2000/14/EG. Beordeling van de overeenstemming uitegevoerd volgens Bijlage V. Voor informatie betreffende lawaaiemissies, zie hoofdstuk Technische geevens.
De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO 12100-2, CISPR 12:2005, EN ISO 11806
SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft voor Husqvarna AB een vrijwillige typekeuring uitgevoerd. De certificaten hebben nummer: SEC/04/1026, 01/164/042, 01/164/043 - BC 2145, SEC/04/1027, 01/164/041 - FC 2145, SEC/04/1027, 01/164/040 - FC 2145 S, FC 2145 W, SEC/07/1148, 01/164/042, 01/164/043 - CC 2145.
Huskvarna, 19 Juni 2007

SimpelGids