6339D - Draadloze boormachine MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 6339D MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Draadloze boormachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 6339D - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 6339D van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING 6339D MAKITA
NL Snoerloze boor-schroevedraaier
Knop Accu Trekschakelaar Omkeerschakelaar Toerentalschakelaar Werkingskeuzehendel Wijzer Stelring
9 10 11 12 13 14 15 16
Schaalverdelingen Stalen band Handgreepvoet Zijhandgreep Uitsteeksel Groef Bus Boor
TECHNISCHE GEGEVENS Model 6319D Capaciteiten Staal 13 mm Hout 45 mm Houtschroef 6 mm x 75 mm Kolomschroef 6 mm Toerental onbelast (min-1) Hoog (3) 0 – 1 600 Middelmatig (2) 0 – 550 Laag (1) 0 – 300 Totale lengte 246 mm Netto gewicht 2,2 kg Nominale spanning D.C. 12 V • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. • Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor het boren en het indraaien van schroeven in hout, metaal en plastic. Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op te volgen.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET ELEKTRISCH GEREEDSCHAP Volg de veiligheidsvoorschriften voor boren ALTIJD strict op en laat u NIET misleiden door gemak of vertrouwdheid met het product (verworven na langdurig gebruik). Als u dit elektrisch gereedschap op een onveilige of onjuiste manier gebruikt, bestaat er gevaar voor ernstige persoonlijke verwonding. 1. Gebruik de hulphandgrepen die bij het gereedschap zijn meegeleverd. Verlies van controle over het gereedschap kan persoonlijke verwonding tot gevolg hebben. 2. Houd elektrisch gereedschap vast bij de geïsoleerde handgreepoppervlakken wanneer u een werk uitvoert waarbij het snijgereedschap met verborgen bedrading of met zijn eigen netsnoer in aanraking kan komen. Door contact met onder spanning staande draden zullen de metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
Boorhouder Dieptestang Klemschroef Limietmerkstreep Borstelhouderdop Schroevendraaier
D.C. 18 V Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt. Controleer of er zich niemand beneden u bevindt wanneer u het gereedschap op een hoge plaats gaat gebruiken. Houd het gereedschap stevig vast. Houd uw handen uit de buurt van de draaiende onderdelen. Laat het gereedschap niet achter terwijl het nog in bedrijf is. Bedien het gereedschap alleen wanneer u het met beide handen vasthoudt. Raak de boor of het werkstuk niet aan onmiddellijk na het gebruik; deze kunnen erg heet zijn en brandwonden veroorzaken. Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Neem de nodige voorzorgsmaatregelen tegen inademing van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op.
Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtig door alvorens de acculader in gebruik te nemen. Neem de accu niet uit elkaar. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken. Als er elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen met schoon water en roep onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
Bedek de accuklemmen altijd met de accukap wanneer u de accu niet gebruikt. Voorkom kortsluiting van de accu: (1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten. Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan namelijk ontploffen in het vuur. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen en hem niet blootstelt aan schokken of stoten.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. Tips voor een maximale levensduur van de accu 1.
Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Als u de accu te veel oplaadt, zal hij minder lang meegaan. Laad de accu op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. Laad de nikkel-metaalhydride accu op telkens wanneer u hem langer dan zes maanden niet hebt gebruikt.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES LET OP: • Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren.
Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1) • Schakel het gereedschap altijd uit alvorens de accu te installeren of te verwijderen. • Om de accu te verwijderen, neemt u deze uit het gereedschap terwijl u de knoppen aan beide zijden van de accu indrukt. • Om de accu te installeren, past u de rug op de accu in de groef in de behuizing van het gereedschap, en dan schuift u de accu naar binnen. Schuif de accu zo ver mogelijk erin, totdat deze met een klikgeluid vergrendelt. Indien u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en uzelf of anderen verwonden. • Als de accu moeilijk in de houder gaat, moet u niet proberen hem met geweld erin te duwen. Indien de accu er niet gemakkelijk ingaat, betekent dit dat u hem niet op de juiste wijze erin steekt.
Werking van de trekschakelaar (Fig. 2) LET OP: • Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekschakelaar juist werkt en bij het loslaten naar de “OFF” positie terugkeert. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u gewoon de trekschakelaar in. Hoe dieper de trekschakelaar wordt ingedrukt, hoe sneller het gereedschap draait. Om het gereedschap uit te schakelen, de trekschakelaar loslaten.
Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 3) Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschakelaar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanaf zijde B voor linkse draairichting. Wanneer deze schakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekschakelaar niet worden ingedrukt. LET OP: • Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te gebruiken. • Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Indien u de draairichting verandert terwijl de boor nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken. • Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt.
Veranderen van de draaisnelheid (Fig. 4) Dit gereedschap heeft een drie-snelheden snelheidskeuzehendel. Om de draaisnelheid te veranderen, schakelt u eerst het gereedschap uit en dan schuift u de snelheidskeuzehendel naar de positie “1” voor lage snelheid, de positie “2” voor middelmatige snelheid, of de positie “3” voor hoge snelheid. Zorg dat de snelheidskeuzehendel in de juiste positie staat alvorens met het werk te beginnen. Gebruik de draaisnelheid die geschikt is voor uw werk. OPMERKING: Wanneer u de positie wilt veranderen van “1” naar “3” of van “3” naar “1”, kan het gebeuren dat de snelheidskeuzehendel moeilijk verschuift. Schakel in zo’n geval het gereedschap in en laat het een paar seconden draaien in de positie “2”. Schakel vervolgens het gereedschap uit en schuif de hendel naar de gewenste positie. LET OP: • Schuif de snelheidskeuzehendel altijd volledig naar de juiste positie. Als u het gereedschap gebruikt met de hendel halverwege tussen de posities “1” en “2” of “2” en “3” geplaatst, kan het gereedschap beschadigd raken. • Verschuif de toerentalschakelaar niet terwijl het gereedschap draait. Hierdoor kan het gereedschap beschadigd raken.
Kiezen van de gewenste werking (Fig. 5) Dit gereedschap is voorzien van een werkingskeuzehendel. Schuif de werkingskeuzehendel naar links ( m symbool) om te boren, of schuif hem naar rechts ( symbool) om schroeven in te draaien. OPMERKING: Wanneer u de positie wilt veranderen van naar m, kan het gebeuren dat de werkingskeuzehendel moeilijk verschuift. Schakel in zo’n geval het gereedschap in en laat het een paar seconden draaien in de positie . Schakel vervolgens het gereedschap uit en schuif de hendel naar de gewenste positie.
LET OP: • Schuif de werkingskeuzehendel altijd volledig naar de gewenste positie. Als u het gereedschap gebruikt met de hendel halverwege tussen de werkingssymbolen geplaatst, kan het gereedschap beschadigd raken. • Verander de positie van de werkingskeuzehendel niet terwijl het gereedschap draait. Als u dit doet, kan het gereedschap beschadigd raken.
Instellen van het draaimoment (Fig. 6) Het draaimoment kan worden ingesteld in 16 stappen door de afstelring zodanig te draaien dat zijn schaalverdelingen overeenkomen met de wijzer op het huis van het gereedschap. Schuif eerst de werkingskeuzehendel naar het symbool. Het draaimoment is minimaal wanneer het cijfer 1 overeenkomt met de wijzer, en is maximaal wanneer het cijfer 16 overeenkomt met de wijzer. Wanneer het draaimoment op een cijfer tussen 1 en 16 is ingesteld, zal de koppeling slippen bij de verschillende draaimomentniveaus. Alvorens met het eigenlijke werk te beginnen, moet u het geschikte draaimoment bepalen door een proefschroef in het werkstuk of in een stuk van hetzelfde materiaal te schroeven.
BEDIENING Indraaien van schroeven (Fig. 11) Schuif eerst de werkingskeuzehendel naar het bool en stel het juiste draaimoment in.
Plaats de punt van de schroefbit in de schroefkop en oefen druk op het gereedschap uit. Begin met lage snelheid en voer dan de snelheid geleidelijk op. Laat de trekschakelaar los zodra de koppeling ingrijpt. OPMERKING: • Zorg ervoor dat u de schroefbit recht op de schroefkop plaatst, aangezien anders de schroef en/of de schroefbit beschadigd kan worden. • Wanneer u houtschroeven indraait, maak dan voorboorgaten in het hout. Dit vergemakkelijkt het inschroeven en voorkomt dat het hout splijt. Zie de onderstaande tabel. Nominale diameter van houtschroef (mm)
Aanbevolen diameter van voorboorgat (mm)
OPMERKING: • De afstelring vergrendelt niet wanneer de wijzer halverwege tussen de schaalverdelingen is geplaatst.
INEENZETTEN LET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit te voeren aan het gereedschap.
Installeren van de zijhandgreep (hulphandgreep) (Fig. 7) Gebruik altijd de zijhandgreep om een veilige bediening te verzekeren. Monteer de zijhandgreep zodanig dat de uitsteeksels op de handgreepvoet passen tussen de groeven op de schacht van het gereedschap. Draai daarna de handgreep naar rechts vast.
OPMERKING: • Indien het gereedschap ononderbroken wordt gebruikt totdat de accu is ontladen, dient u het gereedschap 15 minuten te laten rusten vooraleer met een nieuwe accu verder te werken.
Installeren of verwijderen van de schroefbit of boor
Schuif eerst de werkingskeuzehendel naar het m symbool.
Draai de bus naar links om de klauwen van de boorkop te openen. Steek de boor zo ver mogelijk in de boorkop. Draai de bus naar rechts om de boorkop vast te zetten. Om de boor te verwijderen, draait u de bus naar links. (Fig. 8) Berg de bits op in de bithouders wanneer u deze niet gebruikt. Bits van maximaal 45 mm lengte kunnen in de bithouders worden opgeborgen. (Fig. 9)
Boren in hout Voor boren in hout krijgt u de beste resultaten met houtboren die voorzien zijn van een geleideschroef. Het boren gaat dan gemakkelijker aangezien de geleideschroef de boor in het hout trekt.
Afstelbare dieptestang (accessoire) (Fig. 10) Gebruik de afstelbare dieptestang om gaten van gelijke diepte te boren. Draai de klemschroef los, zet de stang in de gewenste positie en draai vervolgens de klemschroef vast.
Boren in metaal Om te voorkomen dat de boor slipt wanneer u begint te boren, moet u van te voren met een drevel een deukje in het metaal slaan op de plaats waar u wilt boren. Plaats vervolgens de boorpunt in het deukje en start het boren. Gebruik altijd boorolie wanneer u in metaal boort. De enige uitzonderingen zijn ijzer en koper die droog geboord dienen te worden.
LET OP: • Door overmatige druk op het gereedschap uit te oefenen verloopt het boren niet sneller. Integendeel, teveel druk op het gereedschap zal alleen maar de boorpunt beschadigen, de prestatie van het gereedschap verminderen en de gebruiksduur verkorten. • Wanneer de boor uit het gaatje tevoorschijn komt, wordt een enorme kracht uitgeoefend op het gereedschap en op de boor. Houd daarom het gereedschap stevig vast en wees op uw hoede wanneer de boor door het werkstuk begint te dringen. • Wanneer de boor klemraakt, keert u met de omkeerschakelaar de draairichting om, om de boor uit het gaatje te krijgen. Het gereedschap kan echter plotseling terugspringen indien u het niet stevig vasthoudt. • Kleine werkstukken dient u altijd eerst vast te zetten in een klemschroef of iets dergelijks. • Indien het gereedschap ononderbroken wordt gebruikt totdat de accu is ontladen, dient u het gereedschap 15 minuten te laten rusten alvorens met een nieuwe accu verder te werken.
ONDERHOUD LET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld voordat u begint met inspectie of onderhoud.
Vervangen van de koolborstels (Fig. 12 en 13) Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Vervang de koolborstels wanneer deze tot aan de limietmerkstreep versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze vlot in hun houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te verzekeren, dienen alle reparaties, onderhoudsbeurten of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita Servicecentrum of Fabriekservicecentrum, en dit uitsluitend met gebruik van Makita vervangingsonderdelen.
ACCESSOIRES LET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaar voor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Raadpleeg het dichtstbijzijnde Makita Servicecentrum voor verder advies of bijzonderheden omtrent deze accessoires. • • • • • •
Boorbits Schroefbits Rubber steunschijf set Schuimrubber polijstkussen Wollen poetsschijf Diverse types originele Makita accu’s en acculaders
EG-VERKLARING VAN CONFORMITEIT Model; 6319D, 6339D, 6349D Wij verklaren hierbij uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid dat dit produkt voldoet aan de volgende normen van genormaliseerde documenten, EN60745, EN55014 in overeenstemming met de richtlijnen van de Raad 2004/108/EC en 98/37/EC.
Alleen voor Europese landen
Bruit Niveau de bruit pondéré A typique, déterminé selon EN60745-2-1 : Niveau de pression sonore (LpA) : 71 dB (A) Incertitude (K) : 3 dB (A) Le niveau de bruit en fonctionnement peut dépasser 85 dB (A). Porter des protecteurs anti-bruit.
Geluidsniveau De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld volgens EN60745-2-1: Geluidsdrukniveau (LpA): 71 dB (A) Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A) Tijdens het werken kan het geluidsniveau 85 dB (A) overschrijden. Draag oorbeschermers.
Alleen voor Europese landen
Bruit Niveau de bruit pondéré A typique, déterminé selon EN60745-2-1 : Niveau de pression sonore (LpA) : 70 dB (A) ou moins Le niveau de bruit en fonctionnement peut dépasser 85 dB (A). Porter des protecteurs anti-bruit.
Geluidsniveau De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld volgens EN60745-2-1: Geluidsdrukniveau (LpA): 70 dB (A) of lager Tijdens het werken kan het geluidsniveau 85 dB (A) overschrijden. Draag oorbeschermers.
Alleen voor Europese landen
Bruit Niveau de bruit pondéré A typique, déterminé selon EN60745-2-1 : Niveau de pression sonore (LpA) : 73 dB (A) Incertitude (K) : 3 dB (A) Le niveau de bruit en fonctionnement peut dépasser 85 dB (A). Porter des protecteurs anti-bruit.
Geluidsniveau De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld volgens EN60745-2-1: Geluidsdrukniveau (LpA): 73 dB (A) Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A) Tijdens het werken kan het geluidsniveau 85 dB (A) overschrijden. Draag oorbeschermers.
Notice-Facile