MAX-WAY - Autostoel BRITAX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MAX-WAY BRITAX in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MAX-WAY - BRITAX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MAX-WAY van het merk BRITAX.
GEBRUIKSAANWIJZING MAX-WAY BRITAX
K D K D L Gebruikershandleiding
Infine, tendere le cinture di fissaggio tirando le estremità libere verso il basso (fig. 4k) finché il piede di appoggio non tocca il pianale. Il piede di supporto deve poggiare su un pianale solido, non su coperchi di scatole o oggetti simili. Dopo aver fissato saldamente il seggiolino, collaudarlo spostandolo avanti e indietro e lateralmente. Se risulta allentato, è necessario ripetere il montaggio fino a fissarlo saldamente. NON poggiare la parte posteriore del seggiolino sul cruscotto né collocarlo in una posizione troppo vicina al parabrezza.
NL Belangrijk! 9-25 kg groep 1-2 (leeftijd ca. 9 maanden - 6 jaar)
U moet deze instructies nauwkeurig en correct opvolgen. Als dit zitje niet goed is vastgezet en uw kind niet goed vastzit, lopen uw kind en andere passagiers ernstig letselgevaar in geval van een ongeval
Lees deze gebruikershandleiding aandachtig door VOORDAT u uw kinderzitje installeert. Britax adviseert dat kinderzitjes niet tweedehands worden gekocht of verkocht. A.u.b. uw kinderzitje veilig afvoeren. Niet verkopen of doorgeven. Na een ongeval, moeten het kinderzitje en de veiligheidsgordels van uw auto worden vervangen. Ondanks dat deze er onbeschadigd kunnen uitzien, kan het zijn dat uw kinderzitje en uw veiligheidsgordels niet in staat zijn uw kind te beschermen bij een eventueel volgend ongeval. Uit ieder kinderzitje kan een kind ontsnappen Gordelsystemen kunnen niet compleet "kinderbestendig" worden ontworpen en toch voldoen aan de wettelijke voorschriften van de Europese norm ECE R44. De gordels moeten altijd correct zijn vastgezet en ingesteld en kinderen moeten worden gemaand om in de gordels te blijven zitten. Verzorgen van uw kinderzitje Voedsel en drank kunnen in de gesp van de gordels terecht komen. Dit kan de goede werking benadelen; het kan niet goed vastklikken. Schoonmaken in warm water (afb. A en B). Reiniging van de bekleding Lees a.u.b. de labels op de bekleding voor de wasinstructies.
NIET de bekleding in de droogautomaat drogen kort centrifugeren en uithangen. Reiniging van de gordels en de zitkuip ALLEEN met de spons, handzeep en warm water. NIET proberen enig deel van de gordels of de zitting tijdens de reiniging uit elkaar te halen. GEEN oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen of wasvloeistoffen gebruiken, omdat deze de gordels en de zitting week kunnen maken. NIET enig deel van het zitje insmeren of inoliën. Verwijderen en weer plaatsen van de bekleding Druk het gordelslot in en houd deze ingedrukt en trek met uw hand onder de borstkussens (afb. 1a) BEIDE schouderbanden naar voren zo ver mogelijk. Maak het gordelslot los (druk op de rode ontgrendelingsknop). Verwijder de hoofdsteunbekleding. Maak de klittenbandsluiting op de gordelslothoes los en verwijder deze. Open de sluitingen en de klittenbandsluiting aan de linker- en rechterkant op de achterkant van de bekleding. Voer de banden door de openingen in de bekleding. Haak de bekleding los van onder de rand van de zitkuip. Trek de bekleding over de afschuining, gesp en hoofdsteun van onderen naar boven.
Ga in omgekeerde volgorde te werk om de bekleding weer te plaatsen. Zorg ervoor dat de banden niet gedraaid komen te zitten. BELANGRIJK – de bekleding en schouderkussentjes zijn een veiligheidsitem. NOOIT het kinderzitje zonder deze gebruiken. Breng de veiligheid van uw kind niet in gevaar door andere merken vervangende bekleding te gebruiken. Hierdoor kan uw kinderzitje uw kind niet zo goed beschermen als zou moeten.
Bij twijfel Niet alle kinderzitjes passen in alle auto's. Voor advies omtrent de geschiktheid van dit zitje voor uw auto kunt u onze website gebruiken onder www.britax.eu, telefonisch contact opnemen met onze klantenservice onder +46 8564 841 00 of een e-mail sturen naar helpline@uk.britaxeurope.com.
A Vervangende bekleding is leverbaar bij uw Britax-dealer of neem contact op met de Britax klantenservice onder +46 8564 841 00. Garantie Alle Britax-producten zijn zorgvuldig ontworpen, gefabriceerd en getest. Wanneer dit product echter binnen 24 maanden na aankoop gebreken vertoond vanwege materiaal- of fabricagefouten, retourneer het dan naar de locatie waar u het heeft gekocht. Wij zullen dan, naar uw wens, het gratis repareren of vervangen door hetzelfde of een gelijkwaardig product. Om garantieredenen is een aankoopbewijs nodig. Wij adviseren dat u uw aankoopbon bewaart en deze bevestigt aan deze handleiding die in het zitje kan worden bewaard. Britax is niet aansprakelijk voor schade door onoordeelkundig gebruik, misbruik of nalatigheid. Deze garantie is niet overdraagbaar en daarom niet van toepassing op tweedehands producten. Uw wettelijke rechten worden door deze garantie niet aangetast.
Kennismaking met uw nieuwe kinderzitje
9–25 kg groep 1-2 (leeftijd ca. 9 maanden – 6 jaar)
9–25 kg groep 1-2 (leeftijd ca. 9 maanden – 6 jaar)
EXTREEM GEVAAR! NOOIT een achterwaarts gericht kinderzitje op de passagiersstoel plaatsen bij een actieve airbag. NOOIT een in de rijrichting gericht kinderzitje gebruiken op een passagiersstoel met een actieve airbag mits uw autofabrikant bevestigt dat dit veilig is. NOOIT het kinderzitje gebruiken op zijwaarts of achterwaarts gerichte autostoelen. NOOIT iets gebruiken om het kinderzitje omhoog te brengen op de stoel, zoals een kussen of jas. Bij een ongeval zullen het kinderzitje en uw veiligheidsgordel niet in staat zijn uw kind zo goed te beschermen als zou moeten. NIET het kinderzitje in huis gebruiken. Het is niet ontworpen voor gebruik in huis en mag alleen in uw auto worden gebruikt. NIET proberen enig deel van het kinderzitje te demonteren, te wijzigen of toe te voegen of de manier te veranderen waarop de gordels of de veiligheidsgordels werken. De officiële goedkeuring komt te vervallen wanneer wijzigingen worden uitgevoerd. GEEN modificaties mogen aan het kinderzitje worden uitgevoerd behalve door de fabrikant. NOOIT kinderen alleen achterlaten in uw auto, ook niet voor een korte periode. NOOIT losse objecten, zoals bagage of boeken, op de achterbank van uw auto achterlaten. Deze moeten goed worden vastgezet, omdat wanneer u plotseling moet stoppen losse objecten door de auto bewegen en ernstig letsel kunnen veroorzaken. Vooral grote en zware objecten zijn een aanmerkelijk risico. NOOIT opklapbare stoelen onvergrendeld laten. Wanneer u plotseling moet stoppen kan een losse rugleuning uw kind verwonden.
ALTIJD waarborgen dat u de gordels zodanig instelt voor de reis dat ook de kleding die uw kind draagt daar goed in past; een instelling voor winterkleren kan te los zijn voor een kind dat zomerkleding draagt.
1. Bekleding 2. Schouderkussentjes
ALTIJD het kinderzitje bewaren op een veilige plaats wanneer het niet wordt gebruikt. Plaats geen zware objecten op het kinderzitje en bewaar het niet naast warmtebronnen of in direct zonlicht.
3. Gordels 4. Gordelslot 5. Comfortkussen 6. Instelknop gordel
ALTIJD het kinderzitje vastzetten, ook wanneer het niet wordt gebruikt door uw kind.
ALTIJD zorgen dat alle passagiers in de auto de veiligheidsgordels hebben vastgemaakt.
Britax kan, ondanks het feit dat rekening wordt gehouden met contact van het kinderzitje met de autostoel bij de ontwikkeling van nieuwe producten, niet verantwoordelijk worden gehouden voor schade die ontstaat aan autostoelen of veiligheidsgordels. BELANGRIJK – Het kinderzitje is alleen geschikt voor gebruik in de opgesomde voertuigen (zie lijst met goedgekeurde voertuigen) en MAG alleen worden gebruikt bij een tweepunts- en driepuntsveiligheidsgordel (goedgekeurd conform UN/ECE regelgeving nr.16 of andere gelijkwaardige normen).
11. Gordelgeleidingssleuf 6
NOOIT kinderen met het kinderzitje laten spelen of deze laten instellen.
ALTIJD deze handleiding bewaren in de daarvoor bedoelde opbergsleuf.
ALTIJD het kinderzitje bedekken wanneer uw auto in direct zonlicht staat. De montagepunten kunnen heet worden en de bekleding kan vaal worden.
ALTIJD waarborgen dat het kinderzitje niet vast kan komen te zitten in een neergeklapte passagiersstoel of in de deur van uw auto.
13. Rugplaat 15. Schoudergordelssleuven
16. Opslagruimte handleiding (niet getoond)
1. Instellen van het kinderzitje op het gewicht van uw kind BELANGRIJK – dit kinderzitje is ontworpen voor veilig en onafhankelijk gebruik van andere externe invloeden.
Instellen van de gordels
Druk de gordelvrijgaveknop in en houdt deze ingedrukt met uw handen onder de borstkussentjes (afb. 1a) en trek BEIDE schoudergordels naar voren zo ver als het kan. Maak het gordelslot los door de rode gordelslotknop in te drukken. Plaats de gordels rondom uw kind. Voor het vastmaken van het gordelslot; plaats eerst de twee bovenste delen samen (inzet), druk deze stevig in het onderste deel tot u een duidelijke klik hoort. Trek rustig de gordels omhoog om het schootgedeelte passend te maken. Trek de instelgordel naar voren zodat de gordels comfortabel maar STEVIG rond uw kind passen. Zorg ervoor dat de banden niet gedraaid komen te zitten.
BELANGRIJK – U moet de hoogte van de schoudergordels in de juiste positie voor uw kind zetten VOORDAT u het kinderzitje in een auto installeert. De schouderkussentjes moeten hoog op de schouders van uw kind zitten zoals getoond (afb. 1b). De schoudergordels MOETEN zodanig worden ingesteld dat deze even hoog zitten of iets lager dan de schouders van uw kind. Bij twijfel liever iets onder de schouder dan daarboven (afb. 1b). Wanneer u de bovenste sleuven heeft bereikt kan uw kind het zitje blijven gebruiken tot de ogen boven de zitkuip uitkomen.
Instellen van de hoofdsteun Trek de rugplaat omhoog en stel de hoofdsteun in door de rugplaat omhoog of omlaag te schuiven (afb. 1c). Waarborg dat de rugplaat vastklikt in de gewenste positie.
2. Installeren van uw kinderzitje (achterwaarts gericht) aan de zijkant op de achterbank 2a
BELANGRIJK – het kinderzitje kan worden gebruikt met een tweepuntsof driepuntsautogordel.
Het kinderzitje heeft een instelbare steun (afb. 2a). Hoe kleiner het kind is, hoe verder het zitje achterover moet zijn gekanteld.
Hoe groter het kind is, hoe meer het zitje rechtop moet staan. Wijzig de positie (indien gewenst) door de steun uit te schuiven tot deze borgt in de gewenste positie. Druk om de steun in te schuiven de twee instelknoppen in en trek de steun omhoog (afb. 2b). Waarborg dat de steun goed vastzit.
Schuif de lussen van de spangordels tussen de voorstoel en terug zoals getoond in (afb. 2d & afb. 2e). Plaats de gesp-uiteinden van de spangordels rond de buitenzijde van het autozitje en voer ze door de lussen 2 . Klik de haken van de spangordels in de metalen ogen aan de achterkant van het zitje. Zet de spangordels provisorisch vast door de losse einden naar beneden te trekken.
Trek voldoende heup- en schoudergordel vrij (ca. 600 – 900mm). Open de ontgrendelarm aan de zijde tegenover de autogordelsluiting. Trek de bekleding van het kinderzitje terug om de stappengordel vrij te leggen. Voer de riem door de ontgrendelgordelgeleider en zitkuipsleuf (afb. 2g), tot aan de bovenkant van het onderstel van de zitting, achter de stappengordel (inzet) en naar beneden door de sleuf aan de andere kant van het kinderzitje. Open de andere ontgrendelarm, plaats de autogordel daaronder en bevestig de gordel in de sluiting (afb. 2h).
Plaats het kinderzitje achterwaarts gericht op de autostoel. Na installatie moet de ruimte tussen de voorstoel en het kinderzitje minimaal 10 mm zijn. Het mag NIET tegen de autostoel aan komen. Indien dit wel het geval is moet de autostoel naar voren worden geschoven zonder dat de chauffeur of de passagier voorin oncomfortabel komt te zitten. Indien dit niet lukt, probeer dan een andere plaats in de auto (afb. 2c).
Schuif de achtersteun geheel uit door de twee ontgrendelingsknoppen in te druk ken. Waarborg dat de beugels van de achtersteun naar voren zijn gericht en dat de banden niet zijn gedraaid. Verlaag de achtersteun en stel de hoogte zodanig in dat deze ongeveer 30 mm boven de vloer ligt (afb. 2c). Gebruik de liniaal afgedrukt op de achterpagina van dit handboek om de juiste afstand te krijgen van de achtersteun tot de vloer. 2d
Schuif de lusuiteinden van de spangordels tussen de voorstoel en terug zoals getoond in (afb. 2d & afb. 2e). Breng de uiteinden met de haak van de spangordels rond de buitenkant van de autostoel en voer deze door de ogen 2 . Klik de haken van de spangordels op de bevestigingsringen aan de achterkant van het kinderzitje 3 . Zet de spanggordels provisorisch vast door de losse uiteinden naar beneden te trekken 4 .
Trek al de overgebleven gordellengte door het kinderzitje en zorg ervoor, dat de autogordel niet wordt verdraaid (afb. 2i). Wanneer de autogordel zo strak mogelijk zit, sluit dan de ontgrendelarmen aan BEIDE zijden van het zitje en waarborg dat deze vastklikken. Staat de sluiting nu in de positie gemarkeerd als fout met een en de autogordel kan niet correct worden gespannen (afb. 2j), probeer dan een andere plaats in de auto.
Trek tenslotte de spangordels vast door de losse einden naar beneden te trekken (afb. 2k) tot de achtersteun de vloer raakt. De achtersteun moet op een vaste vloer rusten dus niet op koffers of opslagdozen en dergelijke. Test het kinderzitje na de installatie door deze alle richtingen op te bewegen. Indien deze nog los schijnt te zitten, moet u de installatie opnieuw uitvoeren. NOOIT de achterkant van het kinderzitje laten rusten tegen een van de voorstoelen.
3. Installeren van uw kinderzitje (achterwaarts gericht) op de achterbank in het midden BELANGRIJK – het kinderzitje kan worden gebruikt met een tweepuntsof driepuntsautogordel.
Hoe groter het kind is, hoe meer het zitje rechtop moet staan. Wijzig de positie (indien gewenst) door de steun uit te schuiven tot deze borgt in de gewenste positie. Druk om de steun in te schuiven de twee instelknoppen in en trek de steun omhoog (afb. 3b). Waarborg dat de steun goed vastzit.
Plaats het kinderzitje achterwaarts gericht met de achterkant van het kinderzitje in het midden tussen de chauffeur- en bijrijderstoel.
Trek voldoende heup- en schoudergordel vrij (ca. 600 – 900mm). Open de ontgrendelarm aan de zijde tegenover de autogordelsluiting. Trek de bekleding van het kinderzitje terug om de stappengordel vrij te leggen. Voer de riem door de ontgrendelgordelgeleider en zitkuipsleuf (afb. 3f), tot aan de bovenkant van het onderstel van de zitting, achter de stappengordel (inzet) en naar beneden door de sleuf aan de andere kant van het kinderzitje.
Open de andere ontgrendelarm, plaats de autogordel daaronder en bevestig de gordel in de sluiting (afb. 3g).
Trek de achtersteun geheel uit door de twee ontgrendelingsknoppen in te drukken. Waarborg dat de beugels van de achtersteun naar voren zijn gericht en dat de banden niet zijn gedraaid. Verlaag de achtersteun en stel de hoogte zodanig in dat deze ongeveer 30 mm boven de vloer ligt (afb. 3b). Gebruik de liniaal afgedrukt op de achterpagina van dit handboek om de juiste afstand te krijgen van de achtersteun tot de vloer.
Plaats een spangordel rond de chauffeuren passagiersstoel zoals getoond in (afb. 3c).
Wanneer uw auto is uitgevoerd met een oog op de stoelslede, mag deze als alternatief worden gebruikt (zie detail 3df).
Schuif de lussen van de spangordels tussen de voorstoel en terug zoals getoond in (afb. 2d & afb. 2e). Plaats de haakeinden van de spangordels rond de buitenzijde van het autozitje en voer ze door de lussen 2 . Klik de haken van de spangordels op de bevestigingsringen aan de achterzijde van het kinderzitje 3 . Zet de spangordels provisorisch vast door de losse einden naar beneden te trekken 4 .
Trek al de overgebleven gordellengte door het kinderzitje en zorg ervoor, dat de autogordel niet wordt verdraaid (afb. 3h). Wanneer de autogordel zo strak mogelijk zit, sluit dan de ontgrendelarmen aan BEIDE zijden van het zitje en waarborg dat deze vastklikken. Staat de sluiting nu in de positie gemarkeerd als fout met een en de autogordel kan niet correct worden gespannen (afb. 3i), probeer dan een andere plaats in de auto.
BELANGRIJK – Installeer de spangordels niet aan de bagage-ogen
Trek tenslotte de spangordels vast door de losse einden naar beneden te trekken (afb. 3j) tot de achtersteun de vloer raakt. De achtersteun moet op een vaste vloer rusten dus niet op koffers of opslagdozen en dergelijke. Test het kinderzitje na de installatie door deze alle richtingen op te bewegen. Indien deze nog los schijnt te zitten, moet u de installatie opnieuw uitvoeren. NOOIT de achterkant van het kinderzitje laten rusten tegen een van de voorstoelen.
4. Installeren van uw kinderzitje (achterwaarts gericht) op de voorstoel 4a
BELANGRIJK – het kinderzitje MAG alleen worden gebruikt met een driepunts gordel.
Het kinderzitje heeft een instelbare steun (afb. 4a). Hoe kleiner het kind is, hoe verder het zitje achterover moet zijn gekanteld. Hoe groter het kind is, hoe meer het zitje rechtop moet staan.
Hoe groter het kind is, hoe meer het zitje rechtop moet staan. Wijzig de positie (indien gewenst) door de steun uit te schuiven tot deze borgt in de gewenste positie. Druk om de steun in te schuiven de twee instelknoppen in en trek de steun omhoog (afb. 4b). Waarborg dat de steun goed vastzit.
Druk de voorstoel terug om het kinderzitje te kunnen plaatsen en waarborg daarbij dat een passagier die daar direct achter zit nog steeds comfortabel kan zitten. Hoe groter uw kind, hoe rechter op de zitpositie moet zijn.
Plaats het kinderzitje achterwaarts gericht en druk deze stevig in de autostoel (afb. 4c).
Schuif de lussen van de spangordels tussen de voorstoel en terug zoals getoond in (afb. 4d). Plaats de gesp-uiteinden van de spangordels rond de buitenzijde van het autozitje en voer ze door de lussen 2 . Schuif de gesp-uiteinden onder de stoel. Klik de haken van de spangordels op de lippen aan de zijkant van het kinderzitje 3 . Zet de spangordels provisorisch vast door de losse einden naar beneden te trekken 4 .
Trek voldoende heup- en schoudergordel vrij (ca. 600 – 900 mm). Open de ontgrendelarm aan de zijde tegenover de autogordelsluiting. Trek de bekleding van het kinderzitje terug om de stappengordel vrij te leggen. Voer de riem door de ontgrendelgordelgeleider en zitkuipsleuf (afb. 4g), tot aan de bovenkant van het onderstel van de zitting, achter de stappengordel (inzet) en naar beneden door de sleuf aan de andere kant van het kinderzitje. Open de andere ontgrendelarm, plaats de autogordel daaronder en bevestig de gordel in de sluiting (afb. 4h).
BELANGRIJK – NOOIT de achterkant van het kinderzitje laten rusten op het dashboard of dicht bij de voorruit. Schuif de achtersteun geheel uit door de twee ontgrendelingsknoppen in te drukken. Waarborg dat de beugels van de achtersteun naar voren zijn gericht en dat de banden niet zijn gedraaid. Verlaag de achtersteun en stel de hoogte zodanig in dat deze ongeveer 30 mm boven de vloer ligt (afb. 4c). Gebruik de liniaal afgedrukt op de achterpagina van dit handboek om de juiste afstand te krijgen van de achtersteun tot de vloer.
Schuif de lusuiteinden van de spangordels tussen de voorstoel en terug zoals getoond in (afb. 2d & afb. 2e). Breng de uiteinden met de haak van de spangordels rond de buitenkant van de autostoel en voer deze door de ogen 2 . Klik de haken van de spangordels op de bevestigingsringen aan de achterkant van het kinderzitje 3 . Zet de spanggordels provisorisch vast door de losse uiteinden naar beneden te trekken 4 .
Trek al de overgebleven gordellengte door het kinderzitje en zorg ervoor, dat de autogordel niet wordt verdraaid (afb. 4i). Wanneer de autogordel zo strak mogelijk zit, sluit dan de ontgrendelarmen aan BEIDE zijden van het zitje en waarborg dat deze vastklikken. Staat de sluiting nu in de positie gemarkeerd en de autogordel kan als fout met een niet correct worden gespannen (afb. 4j), probeer dan een andere plaats in de auto.
Trek tenslotte de spangordels vast door de losse einden naar beneden te trekken (afb. 4k) tot de achtersteun de vloer raakt. De achtersteun moet op een vaste vloer rusten dus niet op koffers of opslagdozen en dergelijke. Test het kinderzitje na de installatie door deze alle richtingen op te bewegen. Indien deze nog los schijnt te zitten, moet u de installatie opnieuw uitvoeren. NOOIT de achterkant van het kinderzitje laten rusten op het dashboard of dicht bij de voorruit.
Notice-Facile