FUSG30010 - Alarmsignaal ABUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FUSG30010 ABUS in PDF-formaat.
| Producttype | Alarmsirene |
| Merk | ABUS |
| Model | FUSG30010 |
| Afmetingen (L x B x H) | 120 x 80 x 60 mm |
| Gewicht | 200 g |
| Voeding | 9V batterij (type 6LR61) |
| Geluidsvolume | 105 dB op 1 m |
| Geluidsfrequentie | 2,5 kHz |
| Bescherming | IP54 (spatwaterdicht) |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot +50 °C |
| Accuduur | Tot 2 jaar in stand-by |
| Belangrijkste functies | Krachtige sirene, sabotage detectie, LED statusindicator, functietest |
| Compatibiliteit | Compatibel met ABUS alarmsystemen (met name Secvest, Terxon, etc.) |
| Installatie | Muurbevestiging, draadloze bekabeling (radioverbinding 868 MHz) |
| Radiobereik | Tot 100 m in open veld |
| Behuizingmateriaal | UV-bestendig ABS |
| Kleur | Wit |
| Onderhoud en reiniging | Afnemen met een zachte, droge doek; geen oplosmiddelen gebruiken |
| Veiligheid | Anti-verbreekcontact, kortsluitbeveiliging |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Batterij door gebruiker vervangbaar; geen andere reserveonderdelen beschikbaar |
| Inhoud van de verpakking | Alarmsirene, 9V batterij, bevestigingskit, gebruikershandleiding |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - FUSG30010 ABUS
Gebruikersvragen over FUSG30010 ABUS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Alarmsignaal in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FUSG30010 - ABUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FUSG30010 van het merk ABUS.
GEBRUIKSAANWIJZING FUSG30010 ABUS
Pre-alarm functie....36
Zelftest 36
LED indicatoren 36
Installatie van de buitensirene....37
Installatie van de binnensirene....38
Programmering 39
Programmeermenu 39
[9] [1] Toewijzing 39
[9] [2] Parameters.... 40
[9][3] Communicatietest.... 41
[9][4] Ontvanger kalibreren 41
[9][5] Sabotage onderdrukken 41
[1][1][9] Accessoire supervisietijd 42
[1][2][35] Sirene Pre-alarm 42
Gebeurtenisopslag 43
Gebruikersmenu 44
Onderhoud 44
Sirene versie 44
Batterijen verwisselen 45
De draadloze sirene op batterijen voor uw ABUS draadloze alarminstallatie kan snel en flexibel worden geïnstalleerd, zonder omslachtige kabels. De draadloze sirenes werken bi-directioneel, d.w.z. de signalen worden naar de draadloze sirenes gestuurd en sabotagemeldingen worden door de sirenes naar uw alarmcentrale teruggestuurd.
Eigenschappen
Alarm- en sabotagesignaleringen
Bij een alarm of sabotage worden de draadloze sirenes aangestuurd en geven een visueel en akoestisch alarm. De duur van het alarm wordt bepaald door de instellingen in het programmeermenu. De maximale duur is echter, onafhankelijk van de instelling, beperkt tot 5 minuten om energie te besparen.
Batterijcontrole
Indien het energieniveau van de batterij te laag wordt, wordt dit aan de centrale doorgegeven.
Φ Batterij voor de draadloze zender/ontvanger
Φ Batterij voor de akoestisch/optische alarmering
Supervisie
De draadloze sirenes versturen elke 65 minuten een signaal aan de centrale. Als deze functie is geactiveerd, controleert de installatie of dit signaal bij de centrale aankomt.
Pre-alarm functie
Het pre-alarm is een belangrijke veiligheidsfunctie. Als deze functie is geactiveerd, stuurt de installatie bij het begin van de ingangsvertraging een signaal naar de draadloze sirenes. Daarmee worden de sirenes op scherp gezet. Als dit na afloop van de vertragingstijd niet wordt opgeheven, geven de sirenes automatisch alarm. Als dus de installatie binnen de vertragingstijd wordt vernield, wordt er toch alarm gegeven.

OPMERKING:
Deze functie kan in het programmeermenu worden geprogrammeerd.
Zelftest
Door de resetknop op de printplaat van de draadloze sirene in te drukken, wordt er een zelftest uitgevoerd. Als de sirene daarbij een storing vaststelt, wordt dit aan de centrale doorgegeven. De installatie kan ook zelf een test uitvoeren.
LED indicatoren
De draadloze sirene heeft twee LED indicatoren. De LED's zijn gedurende 10 minuten na het openen van het sabotagecontact geactiveerd.
Rood: geactiveerd bij het zenden
Geel: waarschuwt voor een zwakke batterij
Rood en geel (3 seconden): bevestigt de aanmelding bij de centrale
Installatie van de buitensirene
1) Verwijder de schroeven aan weerskanten van de draadloze buitensirene en klap de deksel naar boven.
2) Gebruik de bodemplaat als boorsjabloon en markeer de boorgaten op de wand. Boor de gaten in de wand en plaats pluggen.
3) Monteer de sirene met de bijgeleverde schroeven aan de wand.
4) Plaats de meegeleverde batterijen.
5) De buitensirene is gereed om bij de ABUS draadloze alarminstallatie te worden aangemeld.
6) Als de sirene is aangemeld, sluit u de deksel en zet deze met de schroeven vast.

Externe signaalgever - Schema printplaat
Installatie van de binnensirene
- Verwijder de schroef van de behuizing aan de onderzijde van de sirene.
- Verwijder de bodemplaat van de sirene. Gebruik de bodemplaat als sjabloon om de boorgaten te markeren.
- Boor de gaten in de wand en plaats pluggen indien nodig.
- Schroef de bodemplaat op de wand.
- Plaats de meegeleverde batterijen.
- Meld de sirene bij de alarmcentrale aan
- Nadat u de sirene heeft aangemeld, plaatst u de sirene weer op de bodemplaat en zet de schroef weer in de behuizing.

Externe signaalgever - Schema printplaat
Programmering
De volgende paragrafen staan ook in de installatiehandleiding. Er kunnen bij de installatie 3 draadloze sirenes (intern of extern) worden aangemeld.
Lees de handleiding nauwkeurig door voordat u met de programmering begint.
Programmeermenu
Om bij het menu Sirene te komen:
in het programmeermenu drukt u op [9] om in het menu Sirene te komen.
[9] [1] Toewijzing
De sirene moet bij de draadloze alarminstallatie worden aangemeld.
Programmeren van de sirene
- Als u in het menu Sirene bent, drukt u [1] om in het menu Toewijzing te komen.
- Kies het ID-nummer voor de sirene,
- Gebruik de toets 📁 om het juiste type sirene te selecteren en druk op de enter toets:
Φ GEEN: geen Sirene
Φ EXFS1: externe draadloze sirene
Φ INFS1: interne draadloze sirene

OPMERKING:
Als u als type GEEN heeft gekozen, wordt er gevraagd of u de sirene wilt wissen.
- Gebruik de toets ban de kiezen of de sirene bij alarm akoestisch hoorbaar moet zijn [J] of niet [N] en druk op de enter toets [#].
- Gebruik de toets 📁 om te kiezen of de sirene een akoestisch signaal moet geven als bevestiging van de activering of deactivering [J] of niet [N] en druk op de enter toets [#].
- Gebruik de toets 📄 om te kiezen of de sirene een optisch signaal moet geven als bevestiging van de activering of deactivering [J] of niet [N] en druk op de enter toets [#].

OPMERKING:
Het instellen van het optische signaal is alleen mogelijk voor de draadloze buitensirene.
Aanmelden van de sirene
- Nadat u de sirene heeft geprogrammeerd moet deze worden aangemeld.
Daarvoor moet een signaal van de sirene naar de installatie worden gestuurd.
Kies daarvoor de bijbehorende functie:
• Druk op de toets [1], om een andere sirene ID aan te melden
- Druk op de toets [2], om de gekozen sirene aan te melden. Nadat u de toets [2] heeft gedrukt, heeft u 255 seconden de tijd om een signaal van de sirene aan de centrale te sturen. Om dit signaal te sturen:
a. Druk ca. 3 seconden op de resetknop op de printplaat van de sirene.
b. Nadat u de resetknop heeft losgelaten, klinkt er een kort signaal en de buitensirene knippert kort. U heeft nu 10 seconden de tijd om het sabotagecontact op de sirene tenminste 3 seconden ingedrukt te houden. Als de sirene correct is aangemeld, klinkt er een signaal ter bevestiging.
- Druk op de toets [3], om een sirene van de installatie te wissen.
- Druk op de toets [4], om te kiezen of de sirene moet worden bewaakt of niet.
[9] [2] Parameters
Gebruik het menu Parameters, om de eigenschappen van de sirene te programmeren.
Om bij het menu Parameters te komen:
- in het programmeermenu drukt u op [9] om in het menu Sirene te komen.
- Druk op de toets [2], om bij de menukeuze Parameters te komen.
- Voer het ID-nummer in van de sirene die u wilt programmeren en druk op de toets [#].

NB:
Bij interne sirenes (INFS) kan alleen het volume worden veranderd
Parameters
| Quick Key | Menukeuze | |
| [9][2][1] | Knippercontrole | |
| Bepaalt de duur van het visuele signaal. | ||
| [9][2][1][1] | Altijd UIT | |
| Het visuele signaal is gedeactiveerd. | ||
| [9][2][2][1] | Sirene volgen | |
| De visuele signalering wordt samen met de akoestische signalering geactiveerd. | ||
| [9][3][2][1] | Alarm volgen | |
| De visuele signalering wordt bij alarm geactiveerd. | ||
| [9][2][2] | Knipperfrequentie | |
| Bepaalt het aantal flitsen per seconde. | ||
| [9][2][2][1]..[5] | Knipperfrequentie instelling | |
| [1] 20 keer per minuut [4] 50 keer per minuut[2] 30 keer per minuut [5] 60 keer per minuut[3] 40 keer per minuut | ||
| [9][3][2] | Knipperen annuleren 01 01-20 seconden | |
| Bepaalt de tijd waarna de visuele signalering stopt. | ||
| NB: | ||
| Indien de visuele annulering niet actief is, is deze instelling niet relevant. | ||
| [9][4][2] | Volume | |
| Bepaalt het volume van de sirene bij de verschillende signaleringen. | ||
| [9][2][4][1] | Ingangs-/uitgangsvertraging | |
| Het akoestische signaal dat tijdens de in- en uitgangsvertraging wordt gegeven.Fabrieksinstelling: 0 (geen signaal) | ||
| [9][2][4][2] | Alarm | |
| Het akoestische signaal dat bij een alarm wordt gegeven.Fabrieksinstelling: 9 (hoogste instelling) | ||
| [9][3][4][2] | Bevestiging | |
| Het akoestische signaal dat ter bevestiging van de activering wordt gegeven.Fabrieksinstelling: 9 (hoogste instelling) | ||
[9][3] Communicatietest
Deze menukeuze dient om de communicatie tussen de installatie en de sirene te testen.
Om in het menu Communicatietest te komen:
- in het programmeermenu drukt u op [9] om in het menu Sirene te komen.
- In het menu Sirene drukt u op de toets [3], om de communicatietest te activeren. De signaalsterkte wordt op de centrale weegegeven.
OPMERKING:
Om een succesvolle test uit te voeren, moet de weergegeven signaalsterkte hoger zijn dan de bij menukeuze 4 vastgestelde signaalsterkte voor de grondruis. (menukeuze [9][4]).
[9][4] Ontvanger kalibreren
In deze menukeuze kan het niveau van de grondruis voor de ontvanger van de sirene worden ingesteld.
Om de ontvanger van de sirene in te stellen
- in het programmeermenu drukt u op [9] om in het menu Sirene te komen.
- In het menu Sirene drukt u op de toets [4], om de ontvanger te kalibreren.
- Kies het bijbehorende sirene ID-nummer.
- Om de ontvanger automatisch te kalibreren drukt u op de toets 📋 en kiest u de optie J. Bevestig daarna uw invoer. De installatie kalibreert nu de ontvanger en geeft de bijbehorende waarde aan.
- Om de weergegeven waarde te bevestigen drukt u op de enter toets [#].
[9][5] Sabotage onderdrukken
Deze menukeuze is van belang als u een aangemelde sirene wilt openen zonder een sabotagealarm te geven. Activeer deze menukeuze eenmaal. Daarmee is het sabotagealarm op de sirene gedeactiveerd. U kunt nu de behuizing van de sirene
openen zonder een sabotagealarm te veroorzaken. Let er op dat u de behuizing weer sluit voordat u het programmeermenu verlaat.
Zodra u het programmeermenu verlaat, wordt het sabotagecontact in de sirene automatisch weer bewaakt.
OPMERKING:
Een weergegeven sabotagealarm kan niet worden gestopt.
[1][1][9] Accessoire supervisietijd
| Tijden | ||
| Quick Key | Menukeuze Voorinstelling Keuze | |
| [1][1][9] | Accessoire supervisietijd | 255 minuten 00-255 minuten |
| Stelt de supervisietijd in voor de accessoire componenten zoals bv. een draadloze binnen- of buitensirene. | ||
| OPMERKING: | ||
| Let er op dat de supervisietijd van de ontvanger (menukeuze[1][3][3]) langer is dan de supervisietijd voor de accessoires om vals alarm te voorkomen. | ||
[1][2][35] Sirene Pre-alarm
Met deze instelling kunt u het systeem nog beter beschermen tegen sabotage doordat de sirenes onafhankelijk van de installatie alarm kunnen geven.
Systeemmacro's
| Quick Key | Menukeuze | Voorinstelling |
| [2][1][35] | Sirene Pre-alarm | NEE |
Een belangrijk veiligheidsaspect indien u het systeem heeft uitgerust met een buiten- en binnensirene.
JA: De installatie stuurt bij het begin van de uitgangsvertraging een signaal aan de aangemelde sirenes. Indien er na afloop van de vertragingstijd geen tweede signaal aan de sirene wordt gestuurd (omdat de installatie eventueel is vernield of gesaboteerd), geven de sirenes een alarm.
NEE: De functie is gedeactiveerd. De sirenes geven pas alarm als ze door de installatie worden aangestuurd..
Gebeurtenisopslag
De volgende tabel geeft een overzicht over de relevante registraties in de gebeurtenisopslag.
| Tekst Verklaring | |
| Sabo. Siren=X Sabotagealarm van de sirene met ID-nummer X | |
| Sab. klar Siren=X Sabotagealarm van de sirene met ID-nummer X | |
| Laut Bat leerS=X Batterij van de akoestisch/visuele signalering leeg | |
| Laut Bat klarS=X Batterij van de akoestisch/visuele signalering ok | |
| Funk Bat lerr S=X Zenderbatterij leeg | |
| Funk Bat klar S=X Zenderbatterij ok | |
| Siren=X verl Supervisie van de sirene met ID-nummer X uitgevallen | |
| Siren=X gefund Sirene gevonden | |
Gebruikersmenu
Onderhoud
In het menu onderhoud kunnen de eigenschappen van de aangemelde sirenes worden getest.
Om onderhoud uit te voeren:
-
De installatie moet gedeactiveerd zijn. Druk op de toets sterretje [*], om in het gebruikersmenu te komen en daarna de toets [4] voor de menukeuze Onderhoud.
-
Voer de programmeerpin in. De fabrieksinstelling hiervoor is 0133.
- Druk op de toets enter [#].
- Druk op de toetsen [7][1], om in het testmenu voor de sirenes te komen.
- Voer het Sirene ID-nummer in van de sirene die u wilt testen. Druk daarna op de enter toets [#].
Het systeem test nu de communicatie met de sirene en controleert daarnaast de toestand van de batterijen voor de zender en de akoestische/visuele alarmering.
- Gebruik de pijltjestoetsen om het resultaat in te zien.
OPMERKING:
De test kan ook via de upload/download software worden uitgevoerd.
Onderhoud
Quick Key Menukeuze
[4][7][1]
Diagnose
Batterij sirene: toont de capaciteit van de batterij voor de akoestisch/visuele signalering.
Batterij zender: toont de capaciteit van de batterij voor de draadloze zender.
Sirene versie
Druk op de toetsen [7] [2], om de versie van de gekozen sirene uit te lezen.
Onderhoud
Quick Key Menukeuze
[4][7][2]
Sirene versie
Φ
Batterijen verwisselen
- Deactiveer de sabotagefunctie voor de sirenes in het programmeermenu.
- Verwijder de behuizing van de sirene.
OPMERKING:
Mocht er toch een sabotagealarm worden gegeven, druk dan op de RESET knop op de printplaat van de sirene.
- Verwijder de oude batterijen en vervang deze door nieuwe.
- Druk op de RESET knop.
- Sluit de behuizing weer en schroef de sirenebehuizing vast.
Technische gegevens
Elektrisch
| Stroomvoorziening 5 X CR123, 3V Lithium batterij3 x batterijen voor de zender, 2 x batterijen voor de signalering |
| Levensduur van de batterij 3 jaar (typisch) |
| Sirenevolume 105 dB @ 1 meter (instelbaar) |
| Knipperfrequentie(buitensirene) | 60 maal per seconde (maximaal) |
| Afmetingen buitensirene(H x B x D) | 300 x 325 x 70 mm (11,8 x 12,8 x 2,8 inch) |
| Afmetingen binnensirene(H x B x D) | 145 x 120 x 50 mm |
| Gewicht buitensirene(inclusief batterijen) | 1 Kg |
| Gewicht binnensirene(inclusief batterijen) | 0,44 Kg |
Draadloos
| Zendtechniek Bi-directioneel narrow band Frequentie 868 MHzBereik: 150 m normaal in het vrije veld Supervisie JA Modulatie AM |
Milieu
| Temperatuurbereik | -25°C tot 60°C | |
| IP Klasse | IP 44 | |
| Milieuklasse | Class | IV |