NDS ZeroWire Ultra Duo 90T2038 - Audio/video uitbreiding Baaske Medical - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NDS ZeroWire Ultra Duo 90T2038 Baaske Medical in PDF-formaat.
| Producttype | Audio/video-extensie - Draadloos HD-video transmissiesysteem (UWB) |
| Merk | Baaske Medical |
| Model | NDS ZeroWire Ultra Duo 90T2038 |
| Afmetingen (L x H x D) | 178,9 x 187,9 x 36,4 mm |
| Gewicht (systeem zonder basis) | 0,64 kg |
| Gewicht van de basis | 0,36 kg |
| Voeding | 100-240 VAC, 50/60 Hz, 14 W max ; uitgang 24 VDC, 0,75 A |
| Frequentieband | 3,1 tot 4,8 GHz (UWB) |
| Aantal kanalen | 9 (of 3 selecteerbaar) |
| Max bereik (zichtlijn niet vereist) | Tot 9,14 m (30 voet) |
| Latentie | < 1 frame |
| Videocompressie | H.264 Super lage latentie |
| Versleuteling | AES 128-bit (hardware) |
| Video-ingangen (zender) | DVI, 3G-SDI, HD-SDI, SDI |
| Video-uitgang (ontvanger) | DVI |
| Montage | Bureauondersteuning, VESA, L- of T-bevestiging (afhankelijk van scherm) |
| Bedrijfstemperatuur | 10 tot 35 °C (50 tot 95 °F) |
| Bedrijfsvochtigheid | 10 tot 80 % RV, niet condenserend |
| Veiligheidsklasse | Medisch hulpmiddel klasse II (IEC 60601-1) |
| Reiniging | Pluisvrije doek met azijn of glasreiniger ; desinfectie met 80% ethanol |
| Optionele accessoires | Bevestigingen, Y-adapterkabels, DVI/SDI-kabels, reservevoeding |
| Repareerbaarheid | Geen door de gebruiker te repareren onderdelen; onderhoud door gekwalificeerd personeel |
Veelgestelde vragen - NDS ZeroWire Ultra Duo 90T2038 Baaske Medical
Gebruikersvragen over NDS ZeroWire Ultra Duo 90T2038 Baaske Medical
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Audio/video uitbreiding in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NDS ZeroWire Ultra Duo 90T2038 - Baaske Medical en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NDS ZeroWire Ultra Duo 90T2038 van het merk Baaske Medical.
GEBRUIKSAANWIJZING NDS ZeroWire Ultra Duo 90T2038 Baaske Medical
© 2013 NDS Surgical Imaging, LLC. Alle rechten voorbehouden.
De informatie in dit document werd zorgvuldig gecontroleerd op nauwkeurigheid; de juistheid van de inhoud kan echter niet worden gegarandeerd. Dit document kan worden gewijzigd zonder voorafgaande berichtgeving. NDSsi verschaft deze informatie enkel als referentie. Verwijzing naar producten van andere verkopers houdt geen enkele aanbeveling of goedkeuring in.
Dit document bevat informatie aangaande eigendomsrecht beschermd door het auteursrecht. Geen enkel deel van deze handleiding mag worden gereproduceerd door enig mechanisch, elektronisch of ander middel, in eender welke vorm, zonder voorafgaande toelating van NDSsi.
Alle handelsmerken zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaars.
Inhoud
Tab 1
Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen ---- ii
Recyclen -- ii
Conformiteitsverklaringen ---iii
Wettelijke bepaling----iii
Tab 2
Over deze handleiding 1
Bedoeld gebruik en contra-indicaties----1
Overzicht 1
Tab 3
Aansluitpanelen 2
Installatie 3
Voedingsopties 6
Bedradingsschema's 7
Buigradius kabels----7
Opstelling 8
Typische installatie 9
Indicatie dat alle kanalen in gebruik zijn 9
Werking 9
Positie en oriëntatie 10
Bediening zonder zichtlijn 13
Vermijden van co-kanaalinterferentie 14
Geavanceerde functies 15
Gebruik van kanalen 16
Multisysteem installatie 16
Signaalsterkte 16
Tab 4
Oplossen van problemen 17
Tab 5
Tekeningen en afmetingen 18
Tab 6
Specifications 19
Ondersteunde videomodi 20
Optionele accessoires 21
Optionele kits met accessoires 21
Aanwijzingen voor reiniging en desinfectie---- 22
Tab 7
Tabellen elektromagnetische compatibiliteit (EMC) 23
Contact-Achterkant
Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen

Dit symbool attendeert de gebruiker dat er belangrijke informatie over de installatie en/of bediening van deze apparatuur volgt. Informatie die voorafgegaan wordt door dit symbool moet zorgvuldig worden gelezen om schade aan de apparatuur te voorkomen.

Dit symbool waarschuwt de gebruiker ervoor dat niet-geïsoleerde spanning in het apparaat voldoende groot kan zijn om elektrische schokken te veroorzaken. Het is daarom gevaarlijk om contact te maken met enig onderdeel binnen het apparaat. Om het risico op elektrische schokken tot een minimum te beperken, mag de afdekking (of de achterzijde) NIET worden verwijderd. Er bevinden zich geen onderdelen in het apparaat die door de gebruiker zelf gerepareerd kunnen worden. Laat reparaties uitvoeren door gekwalificeerd servicepersoneel.

Dit symbool wijst de gebruiker op het feit dat belangrijke informatie is bijgesloten over de werking en/of het onderhoud van dit apparaat. Informatie die voorafgegaan wordt door dit symbool moet zorgvuldig worden gelezen om schade aan de apparatuur te voorkomen.

Dit symbool duidt de fabrikant aan.

Dit symbool duidt de vertegenwoordiger in de Europese Gemeenschap van de fabrikant aan.
Om brand of elektrische schokken te voorkomen mag dit apparaat niet worden blootgesteld aan regen of vocht. Evenmin mag de gepolariseerde stekker van deze eenheid worden gebruikt met een verlengkabel of ander stopcontact, tenzij de pennen er volledig kunnen worden ingebracht. Het product is zodanig ontworpen dat het voldoet aan de medische veiligheidsvereisten voor apparaten in de buurt van patiënten.
Dit product is een klasse II medisch apparaat. Geen wijzigingen zijn niet toegestaan.
Deze apparatuur/dit systeem mag uitsluitend worden gebruikt door beroepskrachten in de gezondheidszorg.

Veiligheidsnaleving:
Dit product is alleen T.U.V.-goedgekeurd MET BETREKKING TOT ELEKTRISCHE SCHOKKEN, BRAND EN MECHANISCHE GEVAREN in overeenstemming met CAN/CSA C22.2 No. 60601-1 en ANSI/AAMI ES60601-1.

Veiligheidsnaleving:
Dit product voldoet aan de vereisten van EN60601-1 zodat het conform is met de Richtlijn voor medische apparatuur 93/42/EEG en 2007/47/EG (algemene veiligheidsinformatie).
Radio goedkeuring:
Dit apparaat voldoet aan de vereisten van EN 302 065 V1.2.1 en is conform met de Richtlijn voor Radio- en telecommunicatie-eindapparatuur (R&TTE) 1999/5/EC.
FCC-IDENTIFICATIE
UEZTZM7201
Dit product is alleen in overeenstemming met de hierboven vermelde normen wanneer het wordt gebruikt met de meegeleverde voeding voor medische apparatuur.
Strømforsyning: Ault MW172KB2400F02
AC Input: 100 til 240 Volt ved 50 til 60 Hz.
DC Output: 24 volt ved ,75 ampere
Netsnoer: Gebruik een netsnoer van ziekenhuiskwaliteit met een correcte stekker voor uw stopcontact.
Trek het netsnoer uit het AC-stopcontact. Het netsnoer is het enige goedgekeurde middel om het apparaat los te koppelen van de voeding.
De MEDISCHE APPARATUUR moet zo geplaatst worden dat het netsnoer vrij toegankelijk is.
Het product moet worden aangesloten op een centraal afgetakt circuit bij gebruik in de VS met spanningen van meer dan 120 volt. Het product is bedoeld voor continu gebruik.
Recycling:

Volg de plaatselijke voorschriften en recyclingprogramma's met betrekking tot recycling of verwijdering van deze apparatuur.
Conformiteitsverklaringen
Richtlijnen van de FCC en de Raad inzake Europese normen:
Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-regelgeving en de richtlijnen 93/42/EEG en 2007/47/EG van de Raad inzake Europese normen. De werking is afhankelijk van de volgende twee voorwaarden: (1) Dit toestel mag geen schadelijke storingen veroorzaken en (2) dit toestel moet alle ontvangen storing aanvaarden, met inbegrip van storing die ongewenste resultaten zou kunnen veroorzaken.
- Gebruik de bijgeleverde kabels met de kleurenmonitor zodat deze geen storing oplevert bij radio- en tv-ontvangst. Het gebruik van andere kabels en adapters kan storing met andere elektronische apparatuur veroorzaken.
- Deze apparatuur is getest en is conform gebleken met de beperkingen overeenkomstig FCC deel 15 en CISPR 11. Deze apparatuur genereert, gebruikt en verspreidt mogelijkkerwijs radiofrequente energie en kan schadelijke interferentie met radiocommunicatie veroorzaken indien ze niet wordt geïnstalleerd en gebruikt volgens de instructies.
IEC:
Deze apparatuur is getest en in overeenstemming, bevonden met de beperkingen voor medische apparaten volgens IEC 60601-1-2. Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferenties in een typisch medische installatie. Deze apparatuur genereert, gebruikt en verspreidt mogelijkkerwijs radiofrequente energie en zou schadelijke interferentie met andere toestellen in de onmiddellijke omgeving kunnen veroorzaken, indien ze niet geïnstalleerd en gebruikt wordt volgens de instructies.
Richtlijnen van de FCC, de Raad en IEC inzake Europese normen:
Er kan geen garantie worden geboden dat er zich geen storing zal voordoen in een bepaalde installatie. Indien deze apparatuur schadelijke interferentie veroorzaakt bij radio- of tv-ontvangst, wat kan worden vastgesteld door de apparatuur uit en in te schakelen, wordt de gebruiker dringend verzocht om de interferentie te trachten te corrigeren door één of meer van de volgende maatregelen:
- Oriënteer de ontvangstantenne opnieuw of verplaats deze.
- Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.
- Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een ander circuit dan datgene waarop de ontvanger is aangesloten.
- Raadpleeg uw leverancier of een ervaren radio-/tv-technicus voor hulp.
Extra apparatuur die op deze monitor wordt aangesloten moet gecertificeerd zijn conform de geldende IEC-normen (d.i. IEC 60950-1 voor gegevensverwerkingsapparatuur en IEC 60601-1 voor medische apparatuur). Verder dienen alle configuraties in overeenstemming te zijn met de systeemnorm, IEC 60601-1-1. ledere persoon die bijkomende apparatuur aansluit op het signaalinganggedeelte of het signaaluitganggedeelte, configureert een medisch systeem en is er daarom voor verantwoordelijk dat het systeem in overeenstemming is met de vereisten van de systeemnorm IEC 60601-1-1. ledere persoon die verantwoordelijk is voor het aansluiten van de monitor op een systeem, dient ervoor te zorgen dat de montage-apparatuur die gebruikt wordt met dit scherm in overeenstemming is met de IEC-norm 60601-1. In geval van twijfel dient u de technische serviceafdeling of uw plaatselijke adviseur te raadplegen.
Wettelijke bepaling
NDS verkoopt zijn producten via andere producenten, distributeurs en wederverkopers van medische apparatuur en daarom dienen kopers van dit NDS-product bij alle instanties waar dit product oorspronkelijk is gekocht te vragen naar de eventuele garantievoorwaarden van alle betreffende producten.
NDS aanvaardt noch machtigt enige persoon om enige andere aansprakelijkheid op zich te nemen in combinatie met en/of met betrekking tot de verkoop en/of het gebruik van zijn producten. Om ervoor te zorgen dat NDS-producten correct worden gebruikt, behandeld en onderhouden, dienen klanten de voor het product specifieke literatuur, instructiehandleiding en/of labeling ingesloten bij het product of op andere wijze beschikbaar te raadplegen.
Klanten worden erop gewezen dat systeemconfiguratie, software, de applicatie, klantgegevens en bediening van het systeem, samen met andere factoren, de prestaties van het product beïnvloeden. Hoewel NDS-producten worden beschouwd als zijnde compatibel met talrijke systemen, kan specifieke functionele implementatie door klanten variëren. Daarom moet dan ook de geschiktheid van een product voor een specifiek doel of een specifieke applicatie worden beslist door de klant en wordt deze niet gegarandeerd door NDS.
NDS DOET SPECIFIEK AFSTAND VAN IEDERE GARANTIE VAN EENDER WELK TYPE, HETZIJ EXPLICIET, IMPLICIET EN/OF STATUTAIR, INCLUSIEF, MAAR NIET LIMITATIEF VOOR GARANTIES MET BETREKKING TOT VERKOOPBAARHEID, GEPASTHEID EN/OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL EN NIET-INBREUKVERKLARING MET BETREKKING TOT ALLE NDS-PRODUCTEN OF DIENSTEN. ALLE ANDERE GARANTIES, BEZWAREN EN/OF WAARBORGEN, VAN EENDER WELK TYPE, AARD OF MATE, HETZIJ IMPLICIET, EXPLICIET EN/OF TEN GEVOLGE OF ALS RESULTAAT VAN EENDER WELK STATUUT, WET, COMMERCIEEL GEBRUIK, GEWOONTE, VERKOOP OF ANDERSZINS, WORDEN HIERDOOR UITDRUKKELIJK UITGESLOTEN EN AFGEWEZEN.
NDS, zijn leveranciers en/of distributeurs zijn niet aansprakelijk, rechtstreeks of bij wijze van schadeloosstelling voor enige speciale, incidentele, consequentiële, bestraffende, typische of indirecte schade, inclusief maar niet limitatief met betrekking tot belastende schade voor vertraagde levering, niet-levering, productfout, productontwerp of productie, het niet kunnen gebruiken van dergelijke producten of diensten, verlies van toekomstige handel (verloren winsten), of omwille van eender welke andere oorzaak, in verband met of ten gevolge van aankoop, verkoop, verhuur, lease, installatie of gebruik van dergelijke NDS-producten, deze termijnen en voorwaarden, of met betrekking tot eender welke termijn van eender welke overeenkomst waarin deze termijnen en voorwaarden zijn verenigd.
BEPAALDE RECHTSGEBIEDEN LATEN UITSLUITING EN VERWERPING VAN BEPAALDE GARANTIES OF BEPERKINGEN VERANTWOORDELIJKHEID NIET TOE EN DAAROM ZIJN DE HIERIN VERMELDE BEPERKINGEN EN/OF UITSLUITINGEN MOGELIJK NIET VAN TOEPASSING. IN DAT GEVAL ZAL DE AANSPRAKELIJKHEID ZIJN BEPERKT TOT DE HOOGSTE WETTELIJK TOEGELATEN MATE IN HET BETREFFENDE RECHTSGEBIED.
De informatie verschaft in dit document, inclusief alle ontwerpen en verwante materialen, is het waardevol eigendom van NDS en / of zijn licentiegevers en, bijgevolg, zijn alle octrooien, auteursrechten en andere eigendomsrechten op dit document aan hen voorbehouden, inclusief alle ontwerp-, productie, reproductie-, gebruiks- en verkooprechten daarop, met uitzondering van de mate waarin de genoemde rechten expliciet zijn toegewezen aan andere personen.
Wat betreft deze handleiding
Deze handleiding is bedoeld als hulpmiddel voor de gebruiker bij de installatie, opstelling en bediening van het NDS ZeroWire® Ultra HD draadloos videosysteem.
2
Een genummerde tab aan de zijkant van de pagina geeft het begin van een hoofdstuk aan.
De functionele beschrijvingen in deze handleiding staan voor:
Onderdeelnummers:
90T2036 = ZeroWire Ultra Ontvanger
90T2037 = ZeroWire Ultra Zender (Ingang: DVI)
90T2039 = ZeroWire Ultra Zender (Ingang: DVI en 3G-SDI)
Handleiding Onderdeelnummer: 60G0536 Rev A
Gebruiksaanwijzingen
Het NDSsi ZeroWire Ultra HD draadloos videosysteem is een gepairde zender en ontvanger, bestemd om videosignalen via een radiofrequentieverbinding naar een videoscherm te versturen tijdens endoscopische en algemene chirurgische procedures. Het ZeroWire Ultra HD draadloos videosysteem is een niet-steriel herbruikbaar toestel en is niet bestemd voor gebruik in een steriele omgeving. Het is bedoeld voor gebruik door gekwalificeerde artsen die over een volledige kennis van deze chirurgische procedures beschikken.
Contra-indicaties:
- Deze eenheden zijn niet-steriele herbruikbare toestellen en zijn niet bestemd voor gebruik in een steriele omgeving.
- Deze apparatuur mag niet worden gebruikt in aanwezigheid van ontvlambare narcotica gemengd met lucht, zuurstof of lachgas.
Geen enkel gedeelte van dit product mag in contact komen met een patiënt. Raak het product en een patiënt nooit gelijktijdig aan.

Voor kritische applicaties wordt ten zeerste aanbevolen dat een vervangende ZeroWire Ultra zender- en ontvangercombinatie onmiddellijk beschikbaar is evenals een DVI-kabel. Verder wordt aanbevolen dat er een scherm met vaste bedrading aan de videobron onmiddellijk beschikbaar is wanneer een chirurgische procedure wordt uitgevoerd. Zie de tekening van een typische installatie op pagina 9.
Overzicht
Met de ZeroWire Ultra zender- en ontvangercombinatie kunnen videosignalen draadloos vanuit de DVI- of 3G-SDI uitgang van een endoscopische cameraprocessor of andere videobron naar de DVI-ingang van een videoscherm worden verzonden. De werking is zoals een niet-gelicentieerd ultrabreedband (UBB) draadloos systeem in overeenstemming met FCC (Deel 15) regelgeving die UBB regelt.
Het systeem bestaat uit een paar bestaande uit een zender (Tx) en een ontvanger (Rx). De Tx-eenheid is bestemd voor montage op de bovenrand achteraan van een scherm op een operatiewagentje of op het wagentje zelf. De zender kan zijn ingangvideosignaal ofwel van een endoscopische cameraprocessor ofwel van de re-drive uitgang van het scherm verkrijgen. De Tx-eenheid wordt gevoed via de meegeleverde 24 VDC voeding ("wall-wart") of via de optionele 'Y' adapterkabel*. De 'Y' adapterkabel wordt beschreven op pagina 6.
De Rx-eenheid is bestemd voor montage op de bovenrand achteraan van een scherm of kan eveneens op een wagentje worden gemonteerd en wordt gevoed via de meegeleverde 24.
VDC-voeding ("wall-wart") of via de optionele 'Y' adapterkabel*. De 'Y' adapterkabel wordt beschreven op pagina 6.
Een typische installatie wordt getoond op pagina 9.

*Opmerking: De 'Y' adapterkabels zijn voor gebruik met schermen die gevoed worden door 24 VDC, waarbij één van de J2-connectors getoond op pagina 6 in de stroomconnector past.
ZeroWire Ultra zender (Tx)

ZeroWire Ultra ontvanger (Rx)

Algemene Tx- & Rx-connectors

De USB-poort wordt gebruikt voor het installeren van updates van de Tx- of Rx-firmware. Het is niet een I/O poort voor algemeen gebruik
Door middel van de knop BOND (pairen) kan een zender met een ontvanger worden gepaired.
Op de Tx wordt de knop BOND gebruikt om de eenheid wakker te maken uit Diepe slaap. Zie pagina 15.
Op de Rx wordt de knop BOND gebruikt om de balk Signaalsterkte in werking te stellen. Zie pagina 16.
Installatie

De enige montagebeugel die bij de ZeroWire Ultra geleverd wordt, is de Desktop-standaard. Alle overige beugels worden afzonderlijk verkocht.
Desktop:
Met de zijde waarop FRONT (voorzijde) staat en het logo van een ZeroWire Ultra Rx- of Tx-module naar u toe gericht, steekt u de desktop-standaard in de gleuf in de onderzijde van de module en drukt u omlaag op de standaard totdat de module vastzit.


Hogere montagebeugel voor radiantieschermen van 24" en 26":
Op iedere beugel is een onderdeelnummer (P/N) aangebracht. Voor radiantieschermen van 24" en 26" selecteert u hogere beugel P/N 20C0660. Vervang de montageschroeven aan de linkerzijde door 2 van de meegeleverde montageschroeven. Draai deze nog niet vast. Verwijder de twee schroeven aan de rechterzijde van de VESA-standaard. Met de zijde waarop FRONT (voorzijde) staat naar de voorzijde van het scherm gericht, schuift u de beugel tussen de VESA-standaard en de achterzijde van het scherm totdat de inkepingen gelabeld voor het scherm waarmee u werkt over de twee schroeven aan de linkerzijde passen. Vervang de schroeven voor de rechterzijde door de meegeleverde schroeven en draai alle schroeven vast. Met het zwarte oppervlak van een ZeroWire Ultra Rx- of Tx-module gericht naar de voorzijde van het scherm, lijnt u de gleuf onderaan de module uit met de bovenkant van de beugel en drukt u de module omlaag op de beugel totdat de module vastzit. Figuur 1 toont de volledige constructie.


Op iedere beugel is een onderdeelnummer (P/N) aangebracht. Bij schermen voor Radiance 19" en 23" en EndoVue 24" selecteert u beugel P/N 20C0660. Vervang de montageschroeven aan de linkerzijde door 2 van de meegeleverde montageschroeven. Draai deze nog niet vast. Verwijder de twee schroeven aan de rechterzijde van de VESA-standaard. Met de zijde waarop FRONT (voorzijde) staat naar de voorzijde van het scherm gericht, schuift u de beugel tussen de VESA-standaard en de achterzijde van het scherm totdat de inkepingen gelabeld voor het scherm waarmee u werkt over de twee schroeven aan de linkerzijde passen. Vervang de schroeven voor de rechterzijde door de meegeleverde schroeven en draai alle schroeven vast. Met het zwarte oppervlak van een ZeroWire Ultra Rx- of Tx-module gericht naar de voorzijde van het scherm, lijnt u de gleuf onderaan de module uit met de bovenkant van de beugel en drukt u de module omlaag op de beugel totdat de module vastzit.

"L" Beugel voor 24" en 26" Radiance schermen:
De "L" beugel P/N 20C0830 verhoogt, net als de hogere beugel (P/N 20C0669), de installatiehoogte van de ZeroWire Ultra-eenheid met 61 mm (2,4"), waardoor de dekking van de ZeroWire Ultra zender en de ontvangst van de ZeroWire Ultra ontvanger verbeteren. De "L" beugel verschuift de ZeroWire Ultra-eenheid ook naar links (figuur 1) van het midden van het scherm zodat er meer ruimte voor de zwenkarm ontstaat. Eventueel kan de "L" beugel omgedraaid worden zodat de ZeroWire Ultra naar rechts van het midden van het scherm verschoven wordt (figuur 2). De "L" beugel wordt op dezelfde manier geïnstalleerd als de op de vorige pagina beschreven beugel met standaardhoogte.

32" en 37" radiantie schermen:
Selecteer 'T' beugel (P/N 20C0684). Leg het scherm met het glas naar onder op een zuiver oppervlak. Centreer de 'T' beugel aan de bovenrand van het scherm en verwijder de twee schroeven die uitgelijnd zijn met de gaten in de beugel. Steek de meegeleverde schroeven door de beugel en de achterzijde van het scherm. Draai beide schroeven vast. Met het zwarte oppervlak van een ZeroWire Ultra Rx- of Tx-module gericht naar de voorzijde van het scherm, lijnt u de gleuf onderaan de module uit met de bovenkant van de beugel en drukt u de module omlaag op de beugel totdat de module vastzit.

42", 52" en 55" radiantie schermen:
Selecteer 'T' beugel (P/N 20C0668). Leg het scherm met het glas naar onder op een zuiver oppervlak. Centreer de 'T' beugel aan de bovenrand van het scherm en verwijder de 2 schroeven die uitgelijnd zijn met de gaten in de beugel. Steek de meegeleverde schroeven door de beugel en de achterzijde van het scherm. Draai beide schroeven vast. Met het zwarte oppervlak van een ZeroWire Ultra Rx- of Tx-module gericht naar de voorzijde van het scherm, lijnt u de gleuf onderaan de module uit met de bovenkant van de beugel en drukt u de module omlaag op de beugel totdat de module vastzit.

Stroomopties
ZeroWire Ultra-zenders en -ontvangers kunnen gevoed worden met de meegeleverde voeding (afbeelding onder), of bij gebruik in combinatie met een NDS-scherm kunnen ze worden gevoed met de voeding van het scherm via de meegeleverde 'Y' adapterkabel. De onderaan getoonde 'Y' adapterkabels zijn beschikbaar voor Radiantie 19", 24", 26" en 32" schermen en Endovue 24" scherm. 'Y' adapterkabels zijn niet beschikbaar voor 37", 42", 52" of 55" Radiantie schermen.
'Y' adapterkabel (35X0096) voor 19", 24" en 26" radiantie schermen en 24" EndoVue scherm

'Y' adapterkabel (35X0097) voor 32" radiantie scherm

Bij gebruik van de ingesloten voeding selecteert en installeert u de plugadapter die past in de wandcontactdoos in uw OK

Scherm gemonteerd Tx bedradingsschema

Scherm gemonteerd Rx bedradingsschema

Wij raden aan om de buigradius van metaalhoudende kabels niet minder dan 63 mm of 7 maal de diameter van de kabel te laten zijn, welke afmeting de grootste is. Scherpere bochten kunnen de beschadigen en/of het videosignaal verslechteren.
Opstelling
Pairen van de zender (Tx) en de ontvanger (Rx)
Voordat het ZeroWire Ultra draadloos systeem in gebruik genomen kan worden, moeten de Tx en Rx gepaired worden. Sluit een meegeleverde voeding of een 'Y' adapterkabel aan op een Tx- en een Rx-eenheid. Zie pagina 7 voor de locatie van de stroomconnector en informatie over de 'Y' adapterkabel.
Het statusindicatielampje van iedere eenheid dient geel te zijn en langzaam te knipperen. Indien de LEDs continu geel branden, zijn de Tx en Rx al gepaired; ga dan verder met het hoofdstuk 'Video doorgeven' hierna. Wanneer een Tx en Rx gepaired zijn, blijven ze gepaired totdat de Tx expliciet met een andere Rx gepaired wordt of de Rx expliciet met een andere Tx gepaired wordt Opmerking: Als een gepaired stel uitgeschakeld wordt, pairen ze automatisch met elkaar wanneer ze weer ingeschakeld worden.
Pairingprocedure:
- Als het lampje van de Tx afwisselend blauw en geel brandt, zijn alle ZeroWire Ultra-kanalen in gebruik. Zie hoofdstuk Indicatie dat alle kanalen in gebruik zijn op pagina 10 voor details.
- Druk op de "pairing"-knop (BOND) op de Tx-eenheid en houd deze ingedrukt (zie Figuur 1 voor locatie) totdat de LED snel begint te knipperen; laat de knop dan los. Druk daarna op de "pairing"-knop op de Rx-eenheid en houd deze ingedrukt (zie Figuur 1 voor locatie) totdat de LED snel begint te knipperen; laat de knop dan los.
- Wanneer het pairing-proces voltooid is, zal de LED van beide eenheden constant geel branden.

ZeroWire Ultra Tx en Rx-eenheden zijn niet compatibel met eerdere ZeroWire Tx en Rx-eenheden. Proberen bond een ZeroWire Ultra-eenheid naar een eerdere ZeroWire eenheid zal leiden tot de ZeroWire Ultra-eenheid de LED twee keer knippert geel, draai dan steady Geel voor een seconde, waarna het patroon wordt herhaald.

Video doorgeven:
Als de pairing voltooid is, sluit u een DVI- of een SDI-videobron aan op de Tx-eenheid en een sch eenheid via de DVI-uitgang ervan (figuur 2). De indicatorlampjes moeten blauw worden en het bronbeeld moet op het scherm verschijnen. Hiermee is de basisopstelling voltooid.
![graph LR A["Endoscoop processor"] --> B["Tx"] B --> C["Rx"] C --> D["Figure 2"] D --> E["Medical imaging"]](/content/2026/06/1268622/images/e856741f0458bea5f92456645ad1eb30f17df6a5ae56ac0d71db1cc7a10c06dc.jpg)
Opmerking:
De zender en ontvanger zijn niet alleen in staat te werken op een zichtlijn, d.w.z. het paar zal functioneren als er zich obstakels tussen de eenheden bevinden. De eenheden mogen echter niet volledig omringd zijn door metalen voorwerpen.
Typische installatie


NDSsi beveelt ZeroWire Ultra aan voor primaire en secundaire schermen. Voor de veiligheid van de patiënt dient echter een scherm dat via een snoer met de videobron verbonden is onmiddellijk beschikbaar te zijn wanneer er een chirurgische procedure uitgevoerd wordt.
Indicatie dat alle kanalen in gebruik zijn
Tx indicatie:
- Als alle kanalen in gebruik zijn en een nieuw ZeroWire Ultra-paar of een nieuwe Tx wordt ingeschakeld: De LED op de Tx zal afwisselend blauw en geel knipperen, aanhoudend of totdat er een vrij kanaal wordt gevonden. Indien er een vrij kanaal wordt gevonden, zal de LED branden zoals beschreven bij de Pairingprocedure op pagina 8.
- Als alle kanalen in gebruik zijn en de pairing-knop wordt ingedrukt op een nieuwe Tx: De LED op de Tx knippert snel geel, wat erop wijst dat het toestel probeert te pairen. Indien er geen kanaal wordt gevonden, knippert de LED afwisselend blauw en geel totdat de pairing wordt afgebroken. Indien er een beschikbaar kanaal wordt gevonden, zal de LED branden zoals beschreven in de Pairingprocedure op pagina 8.
Rx indicatie:
Rx is niet op de hoogte van het feit dat alle kanalen in gebruik zijn.
Werking
Werking:
ZeroWire Ultra HD draadloze videosystemen zijn bedoeld en geoptimaliseerd voor gebruik in een operatiekamer (OK). Gebruik buiten een OK-omgeving wordt niet aanbevolen.
De volgende stappen zullen u helpen om een optimale werking van het ZeroWire Ultra-systeem te verkrijgen:
- Stel beide componenten ten minste 1,5 meter (5 voet) van de vloer op.
- Idealiter dienen de zender en de ontvanger zich op gelijke hoogte te bevinden.
- Voor een betrouwbare videoverbinding dient de afstand tussen zender en ontvanger 10 meter (30 voet) of minder te bedragen.
- De zwarte oppervlakken van de zender en de ontvanger dienen verticaal, gericht naar elkaar en zichtbaar voor elkaar te zijn in vrije ruimte. Horizontaal oriënteren van de modules wordt niet aanbevolen.
- Bij toepassingen zonder zichtlijn wordt aanbevolen dat de Tx en Rx zich niet meer dan 1,8 m (6 voet) van de wanden van de OK bevinden.
Positie en oriëntatie
Gezien de vorm van het antennesignaalveld (afbeelding 1) dienen de Tx- en Rx-eenheid zo geïnstalleerd te zijn dat ze verticaal zijn binnen + of - 10° en horizontaal binnen + of - 10°.
2 Verticale richting:
Er mag een afwijking van ten hoogste + of - 10° vanaf verticaal bestaan. Zie afbeelding 2.
3 Horizontale richting:
Er mag een afwijking van ten hoogste + of - 10° vanaf horizontaal bestaan. Zie afbeelding 3.
Positie en oriëntatie gaat verder op de volgende pagina.

De Tx en Rx moeten minstens 1,5 m (5 voet) vanaf de vloer opgesteld zijn, op gelijk voorkeur zijn de zwarte zijden (voorkanten) van de Tx en Rx direct naar elkaar toe gericht.

Afstand:
ZeroWire Ultra blijft goed werken met een tussenafstand van maximaal 10 m (30 voet). In de meeste OK-omgevingen worden echter de beste resultaten verkregen wanneer de afstand tussen de Tx en Rx maximaal 2,4 m (8 voet) is.
Positie en oriëntatie gaat verder op de volgende pagina.

Uit testresultaten is gebleken dat ZeroWire Ultra een betere signaal-ruisverhouding kijgt wanneer de Tx en Rx onder bepaalde hoeken t.o.v. elkaar staan.
De optimale verbindingskwaliteit ontstaat wanneer de Tx en Rx een hoek van 0° t.o.v. elkaar maken.
De verbindingskwaliteit is acceptabel wanneer de Tx en Rx een hoek van 0 to 45°, 130° of 180° t.o.v. elkaar maken.
3 Wanneer de Tx en Rx op 90° t.o.v. elkaar staan, ontstaat de minst goede verbindingskwaliteit.

Bediening zonder zichtlijn
Het ZeroWire Ultra-systeem kan een draadloze verbinding in stand houden ook wanneer er obstakels zijn. De beste prestaties ontstaan echter bij een onbelemmerde zichtlijn. In een OK-omgeving kunnen grote metalen structuren zoals zwenkarmen aan het plafond met verende armscharnieren en operatielampen RF-signalen blokkeren, als ze zich in de zichtlijn tussen de Tx en Rx bevinden (zie afbeelding 1 hieronder). Zo mogelijk moeten operatielampen uit de weg opgesteld worden, of boven de zichtlijn. Als het onvermijdelijk is dat een voorwerp de zichtlijn belemmert, is de beste optie dat het zich halverwege tussen de Tx en de Rx bevindt.

Vermijden van co-kanaalinterferentie
Als er zoals in het typische geval één systeem per kamer gebruikt wordt, gelden er eigenlijk geen beperkingen. De functie Kanaalkeuze van de zender voert een passieve scan uit bij het opstarten en kiest dan uit de beschikbare negen kanalen het kanaal dat het minst gevoelig is voor interferentie.

Werking met 3 kanalen:
Wanneer met meer dan drie systemen (ZeroWire Ultra-paren) gewerkt wordt in één ruimte, kan co-kanaalinterferentie optreden. Om de mogelijkheid van co-kanaalinterferentie te vermijden dient een afstand van 23 m (75 voet) aangehouden te worden tussen twee ZeroWire Ultra-paren die op hetzelfde kanaal werken. De afstand van 23 m (75 voet) is een algemene leidraad; de feitelijke afstand die nodig is om co-kanaalinterferentie te vermijden, kan sterk wisselen.

Werking met 9 kanalen:
Maximaal 9 systemen kunnen gebruikt worden binnen een straal van 23 m (75 voet), met maximaal 3 Tx-Rx-paren per OK. De groepen en de kanalen die aan elke groep toegewezen zijn, staan hieronder.
Groep Kanalen
GR0 CH13, CH74, en CH9
GR1 CH14, CH73, en CH11
GR2 CH15, CH72, en CH10
Onderstaande tekeningen kunnen gebruikt worden als referentie voor feitelijke installaties. Voor installaties met 3 kanalen gebruikt u tekening 1. Voor installaties met 9 kanalen kunnen tekening 1 en/of 2 gebruikt worden.
Hieronder vindt u een aantal van de factoren die invloed hebben op hoe goed de ZeroWire Ultra-kanalen geïsoleerd zijn. Deze factoren gelden zowel voor de werking met 3 kanalen als die met 9 kanalen.
1) Dikte en materiaal van de wanden.
2) Openen en sluiten van kamerdeuren.
3) De structuur van het plafond en de materialen waar dit van gemaakt is.
Opmerking:
ZeroWire Ultra Tx-Rx-paren moeten in dezelfde kamer geïnstalleerd zijn. Werking vanuit afzonderlijke kamers wordt niet ondersteund.



Geavanceerde functies
Overzicht:
De software voor Kanaal updaten/Voeding en de gebruiksinstructies daarvoor staan op de CD die meegeleverd is in de verzendverpakking van de ZeroWire Ultra. Hiermee kan de gebruiker sommige parameters van de ZeroWire Ultra-zender en -ontvanger configureren. De parameterinstellingen worden in de volgende paragrafen beschreven. Opmerking: Deze instellingen kunnen alleen veranderd worden met een computer die gekoppeld wordt aan een ZeroWire Ultra-eenheid en waarop de software Kanaal updaten/Voeding draait.

Kanaalkeuze (alleen bij Tx):
De gebruiker kan ofwel de optie 3 kanalen of 9 kanalen kiezen. De kanaallijst voor de optie 3 kanalen is: 13 14 15 en de lijst voor de optie 9 kanalen is: 13 74 9 14 73 11 15 72 10. 9 kanalen is de default voor ZeroWire Ultra.
Opmerking: ZeroWire Ultra Tx en Rx-eenheden zijn niet compatibel met eerdere ZeroWire Tx en Rx-eenheden.

Selectie Diepe slaap (alleen bij Tx):
ZeroWire Tx naar Diepe slaap na 3 minuten wanneer er geen video-input waargenomen wordt, of als de bijbehorende Rx-eenheid uitgeschakeld is, of losgekoppeld van het ontvangstscherm. Door herstellen van de videoverbinding wordt de Tx "wakker". De functie Diepe slaap staat altijd ON en kan niet uitgeschakeld worden.
Opmerking: Wanneer de TX-eenheid in de Diepe slaap-toestand is, laten zijn LED's het volgende zien: 1 seconde knipperend geel, en dan 3 seconden uit. Om de Tx-eenheid wakker te maken, drukt u op de pairing-knop; dan gaat de LED van de Tx geel knipperen. Ook door het herstellen van video komt de Tx uit de slaapstand.

ATPC-selectie (Tx & Rx):
Wanneer ATPC op OFF staat, werkt het systeem met maximaal uitzendvermogen, waardoor de draadloze verbinding beter bestand is tegen obstructies wanneer die de zichtlijn onderbreken. Wanneer ATPC op ON staat, zend het systeem uit met een lager vermogen, bepaald door de relatieve afstand en signaalkwaliteit tussen de Tx- en Rx-eenheid. Het voordeel van ATPC ON is dat hierdoor meer ZeroWire Ultra-systemen in dezelfde ruimte kunnen werken op lager uitzendvermogen, met een kleinere kans op co-kanaalinterferentie. De ATPC-instelling van de Rx-eenheid komt automatisch overeen met de ATPC-instelling van de Tx-eenheid.

De gebruiker kan kiezen of de ZeroWire Ultra-systemen werken met de instelling 9 kanalen, 3 kanalen, of één van de instellingen met een enkel kanaal. Met de onderstaande aanbevelingen kunt u de geschikte instelling bepalen.
De default instelling 9 kanalen wordt aanbevolen. Met de instelling 9 kanalen kan de functie Kanaalselectie op basis van het resultaat van de passieve scan van de zender bij het opstarten het kanaal uitkiezen dat het minst gevoelig is voor interferentie.
Werken met drie paren of minder:
De default instelling 9 kanalen wordt aanbevolen. De gebruiker kan in plaats daarvan ook de instelling 3 kanalen selecteren. Instellingen met een enkel kanaal worden niet aanbevolen.
Opmerkingen:
- Wij raden aan ZeroWire Ultra Tx- en/of Rx-eenheden niet te gebruiken met oudere ZeroWire Tx- en/of Rx-eenheden.
- Er kunnen maximaal 9 ZeroWire Ultra-systemen gebruikt worden binnen een straal van 23 m (75 voet). Voor verdere informatie wordt verwezen naar Vermijden van co-kanaalinterferentie op pagina 14.
- Er kunnen maximaal drie ZeroWire Ultra-systemen gebruikt worden in dezelfde ruimte. Bij werking met 9 kanalen dienen de zenders en ontvangers minstens 2,5 m (8 voet) van elkaar verwijderd te zijn in de ruimte. Als de ZeroWire Ultra-zenders of -ontvangers minder dan 2,5 m (8 voet) van elkaar verwijderd te zijn, moet de gebruiker bij elk van de zenders de kanaalselectie programmeren op 3 kanalen. Voor verdere informatie wordt verwezen naar Kanaalselectie op pagina 15.
- Groepen van drie ZeroWire Ultra-systemen die draaien op de lijst van 9 kanalen kunnen opgesteld worden in meerdere ruimten, op voorwaarde dat er tussen de ruimten een afstand van minstens 7,6 m (25 voet) is. Bij groepen van drie ZeroWire Ultra-systemen die draaien op de lijst van 3 kanalen moet de tussenruimte tussen de ruimten minstens 23 m (75 voet) zijn. Raadpleeg de illustraties op pagina 14.
- ZeroWire Ultra-Tx en/of Rx mogen niet geïnstalleerd worden in metalen kasten of omringd door metalen voorwerpen, omdat de Tx hierdoor niet kan communiceren met de Rx.
Multisysteem installatie
Meerdere systemen:
Wanneer er twee of drie systemen geïnstalleerd zullen worden in een gegeven OK en de Kanaal updaten/Voeding software is niet beschikbaar, dan gebruikt u de volgende procedure:
Als de Tx- en/of Rx-eenheden niet gepaired zijn, zet u één Tx en één Rx aan en u volgt de Pairingprocedure beschreven op pagina 9. Zet het tweede Tx- en Rx-paar aan en herhaal de Pairingprocedure. Schakel het derde paar in en herhaal de Pairingprocedure. Tx- en Rx-paren moeten gepaird worden, één paar tegelijk. Het wordt aanbevolen om gepairde eenheden van een label te voorzien om installatie en foutenoplossing te vergemakkelijken.
Signaalsterkte
Kort indrukken van de paringknop van de Rx laat zien op welk kanaal de Rx werkt plus een balk Signaalsterkte rechts daarvan, in de rechter onderhoek van het scherm. De balk wordt 60 seconden lang getoond. De balk Signaalsterkte wordt automatisch weergegeven wanneer de signaalsterkte zo laag is dat de Rx geen betrouwbare verbinding in stand kan houden. Tijdens deze conditie wordt de balk Signaalsterkte 60 seconden lang weergegeven, en dan uitgeschakeld. De balk Signaalsterkte blijft 1 seconde lang uit, en wordt vervolgens opnieuw weergegeven zo lang het signaal zo zwak is. Voorbeelden van balken Signaalsterkte ziet u hieronder.


Foutopsporing
| Probleem Mogelijke oorzaken | |
| LED-lampje brandt niet. | Los zittende stroomconnector: Controleer of de stekker volledig in het stopcontact van eenheid zit.'Y' kabel: Indien u de 'Y' kabel gebruikt om de eenheid van stroom te voorzien, dient u te controleren of deze verbonden is met een voeding en dat deze van stroom wordt voorzien.Autonome voeding: Indien de autonome voeding wordt gebruikt, dient u te verifiëren of deze volledig in het stopcontact zit.Wandcontactdoos: Bepaalde wandcontactdozen hebben ingebouwde aan- / uit-schakelaars. Indien de contactdoos die u gebruikt een ingebouwde schakelaar heeft, dient u te controleren of de schakelaar in de aan-stand staat.Bijkomende informatie: Zie stroomopties op pagina 6. |
| Slechte kwaliteit video | |
| Oorzaak Oplossing | |
| Tx en Rx zijn meer dan 10 meter (30 voet) van elkaar verwijderd. | Verminder de afstand tussen de Tx en Rx tot 10 meter (30 voet) of minder. Zie specificatie bereik Tx naar Rx op pagina 19. |
| Tx en Rx zijn niet juist naar elkaar gericht. | Zie aanbevelingen voor Tx - Rx richting op pagina 12. |
| DVI- of SDI-verbindingen (alleen voor Tx) | Verifieer of alle kabels correct verbonden zijn. |
| Niet-ondersteunde videomodus | Verifieer of de toegepaste videomodus wordt ondersteund. Zie tabel met Ondersteunde videomodi op pagina 20. |
| DVI- of SDI-kabels (alleen voor Tx) | Vervang de kabels één voor één en controleer de videoweergave. Als het videosignaal correct wordt weergegeven nadat u een kabel hebt vervangen, dient u de kabel die u net hebt vervangen weg te gooien. |
| Overspraak | Zie Vermijden van co-kanaalinterferentie op pagina 14. |
| Lage signaalsterkte | Zie Signaalsterkte op pagina 16. |
| De Tx en Rx zijn omgewisseld | Controleer dat de videobron aangesloten is op de Tx, niet de Rx. |
| LED-lampjes | |
| LED status Beschrijving | |
| Geel en langzaam knipperend | De eenheid is niet gepaird. Zie Pairingprocedure op pagina 8. |
| Geel en snel knipperend | Eenheid probeert te pairen. Zie Pairingprocedure op pagina 8. |
| Geel en constant brandend Eenheid is gepaired en verbonden met een andere eenheid. Zie pagina 8. | |
| Blauw en constant brandend | De eenheid is bezig videogegevens te versturen (Tx) of ontvangen (Rx). |
| Blauw en langzaam knipperend | De bron is bezig een gecodeerd signaal te versturen. Op gecodeerde signalen berust copyright;zij mogen niet opnieuw verzonden worden. |
| Afwisselend blauw en geel | Alle kanalen zijn in gebruik. Deze status heeft alleen betrekking op zenders. Zie pagina 9. |
| 1 seconde lang geel knipperend,vervolgens 3 seconden uit. | Deze status geldt alleen voor de Tx en geeft aan: de Tx bevindt zich in Diepe slaap. Zie pagina 15 |
| Afwisselend brandend geel ensnel knipperend geel | Incompatibiliteit; pairen onmogelijk. Geeft een poging aan om een eenheid met firmwareversie Rev J of nieuwer te pairen met een eenheid die oudere firmware gebruikt. Zie Pairingprocedure op pagina 8. |

Specifications
| Draadloos signaaltype Ultra-breedband (UBB) | |
| Frequentieband 3,1 tot 4,8 GHz | |
| Aantal kanalen 9 (Voor 3 kanaals gebruik, zie pagina 15.) | |
| RF-vermogen uit (maximum) -41,25 dBm / MHz | |
| Tx naar Rx bereik (direct-zichtverbinding is niet vereist) | Maximaal 9,14 m (30 voet) 1 |
| Overdrachtsnelheid 53,3 tot 480 Mbps | |
| Systeemlatentie < 1 frame | |
| Compressietechnologie H.264 Super Low Latency Technology TM 2 | |
| Hardwarecodering 128 bit AES | |
| Video-ingangen (zender) DVI, 3G SDI , HD-SDI en SDI | |
| Video-uitgangen (ontvanger) DVI | |
| Stroomverbruik | 14 watt (Max) |
| DC-voeding 100-240VAC 50/60Hz ingang 24V @ 0,75 A DC (18 watt) | |
| Fysieke afmetingen | 178,9mm x187,9mm x 36,4mm (7,04" x 7,40" x 1,43") |
| ZeroWire Ultra gewicht (Tx of Rx) exclusief | 0,64 kg (1,4 lbs) |
| Montagebasis gewicht 0,36 Kg (0,8 lbs) | |
| Bedieningstemperatuur 50° tot 95° F (10° tot 35°C) | |
| Bedieningsvochtigheid 10% tot 80% RH, niet-condenserend | |
| Bedieningshoogte 2.000 m (6.600 ft) | |
| Opslagtemperatuur | 4° tot 140° F (-20° tot 60°C) |
| Opslagvochtigheid | < 70% RH (niet-condenserend) |
| Transportvochtigheid | < 70% RH (niet-condenserend) |
| Opslaghoogte | 10.000 m (33.000 ft ) |
- Het effectieve bereik kan variëren afhankelijk van de omgeving waarin het product wordt gebruikt. Volg de richtlijnen in de installatiegids van het product om optimale prestaties en bereik te verkrijgen.
- Super Low Latency Technology is een handelsmerk van Cavium Networks, Inc.
| Naam | Horizontaal Actieve Pixels | Horizontaal Totale Pixels | Verticaal Actieve Pixels | Verticaal Totale Pixels | Frame / Veldfrequentie (Hz) |
| 1080p60 | 1920 | 2200 | 1080 | 1125 | 60 |
| 1080p50 | 1920 | 2640 | 1080 | 1125 | 50 |
| 1080p30 | 1920 | 2200 | 1080 | 1125 | 30 |
| 1080p25 | 1920 | 2640 | 1080 | 1125 | 25 |
| 1080p60 special mode | 1920 | 2184 | 1080 | 1125 | 60 |
| 1080p50 special mode | 1920 | 2270 | 1080 | 1125 | 50 |
| 1080i30 | 1920 | 2200 | 1080 | 562 | 60 |
| 1080i25 | 1920 | 2640 | 1080 | 562 | 50 |
| 720p60 | 1280 | 1650 | 720 | 750 | 60 |
| 720p50 | 1280 | 1980 | 720 | 750 | 50 |
| 480p60 | 720 | 870 | 480 | 525 | 60 |
| 576p50 | 720 | 864 | 576 | 625 | 50 |
| VGA | 640 | 800 | 480 | 525 | 60 |
| SVGA | 800 | 1056 | 600 | 628 | 60 |
| XGA | 1024 | 1344 | 768 | 806 | 60 |
| SXGA | 1280 | 1688 | 1024 | 1066 | 60 |
| Speciale cameramodus | 1440 | 1904 | 900 | 932 | 60 |
| Speciale cameramodus | 1024 | 1124 | 1024 | 1068 | 30 |
| Speciale cameramodus | 1024 | 1152 | 1024 | 1250 | 25 |
| Speciale cameramodus | 1280 | 1800 | 1024 | 1200 | 50 |
Optionele accessoires
| Onderdeelnummer Omschrijving Pagina | ||
| 20C0660 VESA | montagebeugel voor 19 "en 23" Radiance schermen en 24 "EndoVue scherm 4 | |
| 20C0684 Boverste | montagebeugel voor radiance 32 "en 37" Radiance schermen 5 | |
| 20C0668 Boverste | montagebeugel voor Radiance 42 ", 52" en 55 "Radiance schermen 5 | |
| 20C0669 Hogere | montagebeugel voor radiantieschermen van 24" en 26" 3 | |
| 20C0830 "L" Beugel voor 24" en 26" radiantieschermen | 4 | |
| 26B0099 Reserve tafel staat 3 | ||
| 30B0038 | Reserve Voeding 6 | |
| 35X0096 | "Y"-adapterkabel voor 19 ", 24" en 26 "Radiance schermen en 24" EndoVue scherm | 6 |
| 35X0097 "Y"-adapterkabel voor 32 " Radiance scherm 6 | ||
| 35D0073 | 6ft (1.83 m) DVI-kable | |
| 35D0081 | 6ft (1.83 m) 3G-SDI-kable | |
| 35D0091 | Reserve 3ft (0.91m) DVI-kabel | |
| 35D0092 | Reserve 2ft (0.61m)DVI-kabel | |
| 35D0093 | Reserve Kabel 3ft (0.91m) SDI | |
| 60A0535 | Gedrukt ZeroWire Ultra Users Manual | |
| Neem contact op met de NDS-verkoopdienst voor prijs en beschikbaarheid. Contactinformatie vindt u op de rugzijde. | ||
Optionele kits met accessoires
| Onderdeel nummer | Beschrijving en Inhoud | |
| 90Z0118 | Verpakte ZeroWire kit met accessories voor 24 "en 26" NDS schermen | Aantal |
| 20C0660 VESA montagebeugels | 2 | |
| 35X0096 "Y"-adapterkabel | 2 | |
| 3ft (0.91m) DVI-kabel | 2 | |
| 3ft (0.91m) SDI Kabel | 1 | |
| 90Z0119 | Verpakte ZeroWire kit met accessories voor 32 "en 37" NDS schermen | Aantal |
| 20C0684 Boverste montagebeugel voor radiance 32 "en 37" Radiance Displays | 2 | |
| 35X0097 "Y"-adapterkabel | 2 | |
| 3ft (0.91m) DVI-kabel | 2 | |
| 3ft (0.91m) SDI Kabel | 1 | |
| 90Z0120 | Verpakte ZeroWire kit met accessories voor 42 ", 52" en 55 "NDS schermen | Aantal |
| 20C0668 Boverste montagebeugel voor Radiance 42 ", 52" en 55 "Radiance Displays | 2 | |
| 3ft (0.91m) DVI-kabel | 2 | |
| 3ft (0.91m) SDI Kabel | 1 | |
| 90Z0121 | Verpakte ZeroWire kit met accessories voor 19 "en 23" Radiance en 24 "schermen EndoVue | Aantal |
| 20C0683 VESA montagebeugels | 2 | |
| 35X0096 "Y"-adapterkabel | 2 | |
| 3ft (0.91m) DVI-kabel | 2 | |
| 3ft (0.91m) SDI Kabel | 1 | |
| Neem contact op met de NDS-verkoopdienst voor prijs en beschikbaarheid. Contactinformatie vindt u op de rugzijde. | ||
Reinigings- en desinfectie-instructies

Vóór reiniging en oppervlakdesinfectie moet u het toestel UIT zetten en de stekker uit het stopcontact halen.
Reinigen:
Neem zorgvuldig alle buitenoppervlakken af met een pluisvrije doek die is bevochtigd met een aanvaardbaar reinigingsmiddel. Aanvaardbare reinigingsmaterialen staan hieronder vermeld. Verwijder achtergebleven reinigingsmateriaal door alle buitenoppervlakken af te nemen met een pluisvrije doek die is bevochtigd met gedestilleerd water.
Desinfectie:
Desinfecteer het toestel door alle buitenoppervlakken af te nemen met een pluisvrije doek die is bevochtigd met 80% ethylalcohol. Laat het toestel aan de lucht drogen.

Aandachtspunten:
Zorg dat er geen vloeistoffen in het toestel komen en zorg dat de buitenoppervlakken niet in aanraking komen met onaanvaardbare oplosmiddelen zoals hieronder vermeld staan, aangezien hierdoor ernstige schade aan het toestel kan ontstaan.
Aanvaardbare reinigingsmaterialen:
Azijn (gedistilleerde witte azijn, zuurgraad 5%)
Glasreiniger op basis van ammonia
Aanvaardbaar desinfectiemateriaal:
Ethanol 80 volumeprocent
Onaanvaardbare oplosmiddelen:
MEK (methylethylketon)
Tolueen
Aceton
Opmerking:
De hierboven vermelde aanvaardbare reinigings- en desinfectiematerialen zijn getest op KARL STORZ-producten en brengen, bij gebruik volgens de instructies, geen schade toe aan de afwerking en/of de kunststofdelen van het product.

Tabellen m.b.t. elektromagnetische compatibiliteit (EMC)
ZeroWire Ultra werd getest in een OK-omgeving en veroorzaakte geen storing met elektrochirurgische, ultrasone, X-straal, medische schermen en levensreddende apparatuur. De hoger vermelde apparatuur veroorzaakt tevens geen storing met ZeroWire Ultra. Omdat ZeroWire Ultra functioneert in 3,1 – 4,8 GHz, zullen draadloze LANs en mobiele telefoons geen storing veroorzaken omdat ze functioneren buiten het frequentiebereik van ZeroWire Ultra. De aanwezigheid van een storingsbron in het frequentiebereik van ZeroWire Ultra zou echter kunnen resulteren in een intermitterende werking en gereduceerde beeldkwaliteit of de verbinding zou verbroken kunnen worden terwijl de storing zich voordoet. Vóór het uitvoeren van enige procedure in de OK, dient alle betreffende apparatuur te worden uitgeschakeld en te worden geverifieerd of het systeem functioneert zoals wordt verwacht. Bij iedere abnormale werking dient deze anomalie te worden gecorrigeerd vooraleer het systeem te gebruiken bij chirurgische procedures.
ZeroWire Ultra-zenders dienen op een afstand van ten minste 0,5 meter (20 inch) van elkaar verwijderd te worden geïnstalleerd. ZeroWire Ultra-zenders (Tx) of -ontvangers (Rx) mogen niet in metalen kasten of volledig omringd door metalen voorwerpen worden geïnstalleerd, omdat de Tx hierdoor geen verbinding kan maken met de Rx.
Tijdens installatie dient de videokwaliteit van de ZeroWire Ultra-verbinding te worden getest terwijl de zender met verschillende oriëntatiehoeken en op verschillende montageplaatsen wordt geïnstalleerd. Dit is nodig indien de plaatsing van de ZeroWire Ultra-componenten afwijkt van de aanbevolen richtlijnen op pagina 9 van deze handleiding of wanneer ze dicht bij of onder andere apparat geplaatst. Het verdient aanbeveling om het systeem grondig te testen vóór gebruik bij chirurgische procedures.
Gebruik geen andere voedingen of kabels in combinatie met de ZeroWire Ultra dan deze gespecificeerd in deze handleiding. Indien dit toch gebeurt kan dit aanleiding geven tot overmatig stroomverlies, verhoogde elektromagnetische emissies of onvoldoende interferentie-immuniteit.
Alle medische elektronische toestellen, inclusief ZeroWire Ultra, moeten voldoen aan de vereisten van IEC 60601-1-2:2001. Voorafgaand aan een chirurgische procedure zijn de voorzorgsmaatregelen, de naleving van de informatie betreffende de EMC-richtlijn vermeld in deze handleiding en de verificatie van alle medische toestellen die simultaan worden gebruikt vereist om de elektromagnetische compatibiliteit en het simultaan gebruik van alle andere medische toestellen te garanderen.
De EMC-tabellen op de volgende drie pagina's zijn vermeld ter referentie.
| Richtlijnen en verklaring van de fabrikant – elektromagnetische emissies | ||
| Het product is bedoeld voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het product moet ervoor zorgen dat het product in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. | ||
| Emissies | Naleving | Elektromagnetische omgeving-- richtlijnen |
| RF-emissies CISPR 11 | Groep 1 | Het product gebruikt RF-energie voor zijn interne werking. Daardoor zijn de RF-emissies zeer laag en is het niet waarschijnlijk dat deze storing in nabijgelegen elektronische apparatuur veroorzaken. |
| RF-emissies CISPR 11 | Klasse A | Het product is geschikt voor gebruik in alle gebouwen, inclusief gebouwen met een woonbestemming en gebouwen die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare laagspanningsnetwerk dat gebouwen met een woonbestemming van stroom voorziet. |
| Harmonische emissies IEC 61000-3-2 | Niet van toepassing | |
| Spanningsfluctuaties/ flakkeremissies IEC 61000 -3-3 | Niet van toepassing | |
| Richtlijnen en verklaring van de fabrikant 211: elektromagnetische immuniteit | |||
| Het product is bedoeld voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het product moet ervoor zorgen dat het product in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. | |||
| Immuniteitstest | Testniveau IEC 60601 | Nalevingsniveau | Richtlijnen elektromagnetische omgeving |
| Elektrostatische ontlading (ESD)IEC 61000-4-2 | ±6 kV contact±8 kV lucht | ±6 kV contact±8 kV lucht | Vloeren moeten vervaardigd zijn van hout, beton of plavuizen. Als vloeren bedekt zijn met synthetisch materiaal, moet de relatieve vochtigheid minimaal 30% zijn. |
| Elektrische snelle stroomstoot/burstIEC 61000-4-4 | ±2 kV bij netvoedingslijnen | ±2 kV bij netvoedingslijnen | De kwaliteit van de netvoeding moet die van een typische commercièle of ziekenhuisomgeving zijn. |
| PiekIEC 61000-4-5 | ±1 kV lijn(en) en neutraal | ±1 kV lijn(en) en neutraal | De kwaliteit van de netvoeding moet die van een typische commercièle of ziekenhuisomgeving zijn. |
| Spanningsdalingen, korte onderbrekingen en spanningsvariaties in netvoedings-ingangslijnenIEC 61000-4-11 | <5% UT (>95% daling in UT )gedurende 0,5 cyclus40% UT (60% daling in UT )gedurende 5 cycli70% UT (30% daling in UT )gedurende 25 cycli<5% UT (>95% daling in UT )gedurende 5 sec | <5% UT (>95% daling in UT )gedurende 0,5 cyclus40% UT (60% daling in UT )gedurende 5 cycli70% UT (30% daling in UT )gedurende 25 cycli<5% uT (>95% daling in UT ) gedurende 5 sec | De kwaliteit van de netvoeding moet die van een typische commercièle of ziekenhuisomgeving zijn. Als er een daling of onderbreking van de netvoeding optreedt, kan de stroom naar het product tot onder het normale niveau dalen; in dat geval kan het noodzakelijk zijn om een ononderbreekbare voeding of accu te gebruiken. |
| Stroomfrequentie magnetisch veld(50/60 Hz)IEC 61000-4-8 | 3 A/m | Niet van toepassing Niet van toepassing | |
| OPMERKING U- is de wisselstroom-netvoedingsspanning voorafgaand aan de toepassing van het testniveau | |||
| Richtlijnen en verklaring van de fabrikant – elektromagnetische immuniteit | |||
| Het product is bedoeld voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het product moet ervoor zorgen dat het product in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. | |||
| Immuniteitstest | Testniveau IEC 60601 | Nalevingsniveau | Elektromagnetische omgeving – richtlijnen |
| Gelicide RFIEC 61000-4-6 | 3 Vrms150 kHz tot 80 MHz | 3 Vrms | Draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur mag nietdichterbij enig onderdeel van het product, inclusief de kabels wordengebruikt dan de aanbevolen scheidingsafstand die berekend is opbasis van de vergelijking die van toepassing is op de frequentie van dezender.Aanbevolen scheidingsafstand d = 1,2 d = 1,2 80 MHz to 800 MHz d = 2,3 800 MHz to 2,5 GHzwaarbij P het maximale nominale uitgangsvermogen van de zender inwatt (W) is volgens de fabrikant van de zender, en d de aanbevolenscheidingsafstand in meters (m).Veldsterktes van vaste RF-zenders, zoals vastgesteld door eenelektromagnetisch onderzock ter plaatsca, a moeten lager dan hetnalevingsniveau in elk frequentiebereik zijn.bEr kan interferentie optreden in de nabijheid van apparatuurdie het volgende symbool draagt:[IMAGE] |
| Uitgestraalde RFIEC 61000-4-3 | 3 V/m80 MHz tot 2,5 GHz | 3 V/m | |
| OPMERKING 1 Bij 80 MHz en 800 MHz geldt het hoogste frequentiebereik.OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn mogelijk niet in alle situaties van toepassing. Elektromagnetische uitbreiding wordt beïnvloed door absorptie en reflectiedoor gebouwen, voorwerpen en mensen. | |||
| a. Veldsterktes van vaste zenders, zoals basisstations voor mobiele (cellulaire/cordless) telefoons en landmobiele radio's, amateurradio, AM- en FM radio-uitzendingen en tv-uitzendingen kunnen theoretisch niet nauwkeurig worden voorspeld. Om de elektromagnetische omgeving als gevolg van vaste RF-zenders te beoordelen moet een elektromagnetisch onderzoek ter plaatse worden overwogen. Als de gemeten veldsterkte op de plaats waarop hetproduct wordt gebruikt hoger is dan het bovengenoemde toepasselijke RF-nalevingsniveau, dan moet geobserveerd worden of het product normaalwerkt. Als een abnormale werking wordt waargenomen, dan kunnen extra maatregelen noodzakelijk zijn, zoals het opnieuw richten of verplaatsen van hetproduct.b. Boven het frequentiebereik van 150 kHz tot 80 MHz zouden veldsterktes minder dan 3 V/m moeten zijn.Aanbevolen scheidingsafstand tussendraagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur en het product | |||
| Het product is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin uitgestraalde RF-storingen gecontroleerd zijn. De klant of de gebruiker van het product kan elektromagnetische interferentie helpen voorkomen door een minimale afstand tussen de draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur (zenders) en het product aan te houden zoals hieronder aanbevolen, in overeenstemming met het maximale uitgangsvermogen van de communicatieapparatuur. | |||
| Nominaal maximaaluitgangsvermogen (W) van dezender | Scheidingsafstand in meter, volgens de frequentie van de zender | ||
| 150 kHz tot 80 MHz | 80 MHz tot 800 MHz | 800 MHz tot 2,5 GHz | |
| 0,01 | 0,12 | 0,12 | 0,23 |
| 0,1 | 0,38 | 0,38 | 0,73 |
| 1 | 1,2 | 1,2 | 2,3 |
| 10 | 3,8 | 3,8 | 7,3 |
| 100 | 12 | 12 | |
| Voor zenders met een maximaal nominal uitgangsvermogen dat niet hierboven vermeld is, kan de aanbevolen scheidingsafstand d in meter (m) geschat worden met behulp van de vergelijking geldt voor de frequentie van de zender, waarbij P het maximale nominale uitgangsvermogen van de zender in watt (W) is volgens de fabrikant van de zender.OPMERKING 1 Bij 80 MHz en 800 MHz geldt de scheidingsafstand voor het hoogste frequentiebereik.OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn mogelijk niet in alle situaties van toepassing. Elektromagnetische uitbreiding wordt beïnvloed door absorptie en reflectie door gebouwen, voorwerpen en mensen. | |||
