47-EL Vario - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 47-EL Vario SABO in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische grasmaaier |
| Merk | SABO |
| Model | 47-EL Vario |
| Snijbreedte | 47 cm |
| Motor | Elektrisch 230 V / 50 Hz |
| Vermogen | 1800 W |
| Motortoerental | 2800 tpm |
| Aandrijving | Vario (variabele snelheid) |
| Snijhoogte | 25 – 75 mm, centraal verstelbaar |
| Aantal snijstanden | 6 |
| Capaciteit opvangzak | 60 L |
| Functies | Opvang, mulchen, zijwaartse uitworp |
| Gewicht | 28 kg |
| Afmetingen (L x B x H) | 85 x 55 x 45 cm |
| Voedingskabel | 10 m |
| Geluidsniveau | 82 dB(A) |
| Trillingen | 4,2 m/s² |
| Onderhoud | Reinigen na elk gebruik; messen slijpen indien nodig |
| Veiligheid | Motorrem, tweerhandsveiligheidsschakelaar |
| Reserveonderdelen | Vervangmessen, riem, wielen, kap |
Veelgestelde vragen - 47-EL Vario SABO
Gebruikersvragen over 47-EL Vario SABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 47-EL Vario - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 47-EL Vario van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 47-EL Vario SABO
2 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje 2
3 Verduidelijking van de pictogrammen 2
4 Verklaring van de symbolen....3
5 Gebruik conform de voorschriften 3
6 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (elektro)....4
Algemene veiligheidsinstructies ....4
Voorbereidende maatregelen....4
Gebruik 4
Onderhoud en opslag....5
7 Beschrijving van de componenten....6
8 Voorbereidende werkzaamheden....6
Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1 + B2) ......6
Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1)....6
Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I)....6
9 Voor de eerste ingebruikneming 6
10 Ingebruikname van de maaimachine ....7
Aanbrengen van de kabel (Afbeelding C2) 7
Bevestigen van de kabel in de trekontlasting (Afbeelding D2) 7
Starten van de motor (Afbeelding A2)....7
11 Uitschakelen van de motor (Afbeelding F) 7
12 Stoppen in geval van nood....7
13 Rijaandrijving....7
Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G + E2)....7
Regelen van de snelheid (Afbeelding H)....7
14 Grasopvanginrichting 8
Gebruik met grasopvangzak 8
Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K).....8
Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L)....8
Gebruik zonder opvangzak 8
15 Het maaien....8
Maaien op hellingen 8
Voeren van de kabel bij het maaien....8
Controle van de bedrijfsveiligheid 8
Tijdelijke beperkingen....8
Tips voor de verzorging van het gazon 8
Maaien (Afbeelding M) 8
Mulchen (43-EL VARIO, R43VEL) 8
Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1) 8
16 Onderhoudsintervallen....9
17 Verzorging en onderhoud van de maaier 9
Reiniging (Afbeelding O) 9
Opbergen....9
Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1) 9
Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N) 9
Onderhoud van de messenbalk 9
Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q)....9
Vervangen van de messenbalk....10
Onderhoud van de voorwielen 10
Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R) 10
Onderhoud van de aandrijving....10
Vervangen van aandrijf-V-riem....10
18 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan....10
Conformiteitsverklaring ....zie achter, na de laatste taal
1 INLEIDING
Beste tuinliefhebber,
als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snuffes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet.
Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden.
Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaler te vermijden.
Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De betekenis van de pictogrammen is uitgelegd op de omslag.
De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De verklaring van de symbolen vindt u in de tabel op de volgende pagina.
De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat.
Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen.
Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.
2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE

1 Typebenaming
2 Beschermklasse
3 Aansluitspanning
4 Model- en serienummer
5 Netfrequentie
6 Vermogen
7 Gewicht
8 Gecontroleerde veiligheid
9 Motortoerental
10 Elektrische apparaten horen niet bij het huisvuil. Apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt brengen.
11 Bouwjaar
12 CE conformiteitsteken
13 Handgeleide grasmaaier
14 Gegarandeerd geluidsdrukniveau

1 Typebenaming
2 Afdichtingnorm
3 Aansluitspanning
4 Modelnummer and Serienummer
5 Netfrequentie
6 Vermogen
7 Gewicht
8 Motortoerental
9 Elektrische apparaten horen niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.
10 Bouwjaar
11 CE conformiteitskeurmerk
12 Walk-behind grasmaaier
13 Gegarandeerd geluidsniveau
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen:
43-EL VARIO (SA1453): met inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling, snijbreedte 430 mm
R43VEL (SA1463): met inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling, snijbreedte 430 mm
47-EL VARIO (SA1472): met inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling, snijbreedte 470 mm
De juiste typebenaming van uw apparaat kunt u vinden op het typeplaatje.
3 VERDUIDELIJKING VAN DE PICTOGRAMMEN

Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen!

Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden!

Aansluitsnoer van de snijmessen verwijderd houden.

Opgelet voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden of bij beschadigde leiding de motor afzetten en de stekker uit het stopcontact trekken.

Elektrische apparaten horen niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.
4 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
| WAARSCHUWINGGebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. | |
| WAARSCHUWINGDerden uit de gevaarszone verwijderd houden!Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden.Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken.Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. | |
| WAARSCHUWINGElektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken.De elektrische uitrusting mag niet veranderd worden.De aansluitleiding elke keer voordat u gaat maaien controleren op tekenen van beschadiging en veroudering. Erop letten dat de kabel vrij ligt, niet knikken, schuren of samendrukken.Defecte aansluitleidingen moeten worden vervangen.Het apparaat niet afsluiten met water. De elektrische installatie zou beschadigd kunnen raken.Het vervangen, naslijpen en uitlijnen van het mes altijd laten uitvoeren door een erkend vakbedrijf, aangezien na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande richtlijn DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. | |
| WAARSCHUWINGLet op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden.De motor alleen achter de maaier staand starten.Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. | |
| WAARSCHUWINGLet op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden.Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden.Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. | |
| WAARSCHUWINGOmhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken.Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon.Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen.Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar.Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien. | |
| WAARSCHUWINGElektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken.Aansluitleiding uit de buurt houden van het snijmes.Bij het starten erop letten dat de aansluitkabel niet in de buurt van het huis ligt.Bij het maaien niet over de aansluitkabel rijden.Bij beschadiging het apparaat uitschakelen en wachten tot het mes stilstaat, meteen de netstekker uittrekken. De aansluitleiding niet aanraken voordat hij van het stroomnet geïsoleerd is. Defecte aansluitleidingen moeten worden vervangen. |

VOORZICHTIG
Als bij werkzaamheden aan het apparaat de netstekker niet wordt uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware verwondingen het gevolg zijn.
Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor uitschakelen en de netstekker uittrekken. Houd er bij het onderhouden van de snijmessen rekening mee, dat zelfs als de spanningbron is uitgeschakeld de snijmessen bewogen kunnen worden.
Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen.
Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.

WAARSCHUWING
Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken.
De motor uitschakelen en wachten tot de messenbalk stil staat: - wanneer de maaier opgeheven of gekanteld moet worden, bijv. voor transport;
- bij het niet op het gazon rijden op wegen of straten;
- wanneer de machine gedurende korte tijd zonder toezicht achterblijft;
- voor de maaihoogte wordt ingesteld;
- voor de grasopvangzak wordt afgenomen;
- voor de mulchprop wordt verwijderd.

VOORZICHTIG
Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk kan tot letsels leiden.
Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.
5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
- Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.
- De maaiier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen.
- Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (ELEKTRO)
Algemene veiligheidsinstructies

Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
- Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd.
- Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
- Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijk gevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.
- Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.

Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn.
- Berg uw machine veilig op! Ongebruikte apparaten moeten in een droge, afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden.
Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het maaien moet altijd stevig schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen.

Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.

Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een autonome maaier gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de autonome maaier in acht worden genomen:
- vóór de werkzaamheden op deze oppervlakken (maaien, verticuteren, enz.) moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd.
- wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation.
- wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing.
- de begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden.
- rondslingerende kabelresten voor de maaier verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen.
- Om het goede en veilige bedrijf van een tuinapparaat te garanderen is een aansluitkabel van de minimum kwaliteit H05 RN-F (alternatief H05 VV-F) volgens DIN/VDE 0282/4, met een diameter van 3 x 1 mm² en een rubber of met rubber beklede aansluitkoppeling volgens DIN/VDE 0620 vereist. De aansluiting moet gebeuren aan een geaarde contactdoos 230 V wisselstroom.
- Bij gebruik van een kabel met kinderbeveiliging moet men erop letten dat de beveiliging foutloos werkt (licht loopt), aangezien anders de aansluitstekker van het apparaat kan worden beschadigd.
- De aansluitcontactdoos moet van een trage 16 A zekering zijn voorzien.
- Het gebruik van differentiaalstroom beveiligingsinrichtingen met een nominale differentiaalstroom van max. 30 mA of een gelijkwaardige beveiliging wordt aanbevolen.

De elektrische uitrusting mag niet veranderd worden. De aansluitleiding moet vóór elk maaien op tekenen van beschadiging en veroudering gecontroleerd worden en mag alleen in foutloze toestand worden gebruikt.
- Als het apparaat aan een stroomopwekker moet werken, eerst een geautoriseerde vakwerkplaats vragen welke stroomopwekker geschikt is.
- Controleer voor gebruik altijd visueel of de messen, de bevestigingsbouten en de gehele maaieenheid versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten ter voorkoming van onbalans.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen.
Gebruik
- Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.

Aansluitkabels uit de buurt van de snijdinrichting houden. Bij het maaien niet met de machine over de aansluitkabel rijden en bij het geleiden van de aansluitkabel steeds veiligheidsafstand aanhouden.

Indien de aansluitkabel beschadigd wordt, het apparaat uitschakelen en wachten tot het mes stilstaat. Meteen de netstekker uittrekken. De aansluitleiding niet aanraken voordat hij van het stroomnet geïsoleerd is. Defecte aansluitleidingen moeten worden vervangen. Erop letten dat de kabel vrij ligt, niet knikken, schuren of samendrukken.
• Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
- Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
- Pas de rijsnelheid aan de persoon en het terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel de rijaandrijving uit.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- Niet te dicht op terreinhellingen, greppels en taluds afrijden. De machine kan plotseling over de kop gaan, als een wiel over de rand van een klip of een greppel rijdt of een rand plotseling zakt.
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij kan maaien op hellingen die tot 30° aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 15° niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
• Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan.
- Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar.
Veiligheidsinrichtingen zijn:

- Veiligheidsschakelbeugel (3) Schakelbeugel op het moment van gevaar loslaten: de motor schakelt zich uit en de mesbalk moet binnen drie seconden tot stilstand komen. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.
Bescherminrichtingen zijn:

- Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep (9) Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder reglementair bevestigde opvangzak resp. deflector of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt.

- Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

- Overtrekslang aan bovengedeelte van duwboom (12), motorkap (5) en motorconsole (7), schakelaar-stekker-combinatie met kabel (1, 14), aansluitkabel, messchroef Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door aanraking van onder spanning staande onderdelen. De elektrische uitrusting mag niet worden veranderd. Defecte aansluitkabels moeten worden vervangen. Een aansluitkabe met minimale kwaliteit H05 RN-F (alternatief H05 VV-F) conform DIN/VDE 0282/4 gebruiken. Na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatieonderdelen moet conform bestaande norm DIN EN 60335 een isolatiecontrole worden uitgevoerd.
De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
- Start of bedien de aanloopschakelaar voorzichtig, overeenkomstig de aanwijzingen van de producent.
- Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen.

Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan.

Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Bij apparaten met zijdelingse uitwerp mag u de motor niet starten, als u voor het uitwerpkanaal staat.

Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening.

Schakel de motor uit, trek de netstekker uit, vergewis u ervan dat alle bewogen delen volledig stilstaan:
- als de machine verlaten wordt;
- voordat u de aansluitleiding controleert;
- voordat u de machine controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert;
- voordat u blokkeringen loswerkt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert;
- als er een vreemd voorwerp werd geraakt;
-
als de machine abnormaal begint te trillen.
-
Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.

Schakel de motor uit, overtuig u ervan, dat alle bewegende delen volkomen stil staan:
- als u de maaier moet optillen of moet kantelen, bijv. voor transport;
- wanneer u de machine naar het maaioppervlak heen en weer transporteert;
- bij het ruiden buiten het gras;
- als u de machine even verlaat;
- wanneer u de snijhoogte wilt regelen;
- voor de grasopvangzak wordt afgenomen;
- voor de mulchprop wordt verwijderd.
Onderhoud en opslag
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.

U mag alleen bij uitgeschakelde motor de uitwerpklep openen en de grasopvangzak verwijderen of de mulchprop verwijderen.

Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert.

Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid, aangezien na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen
Het uitwisselen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren, omdat na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. Messenschroef) overeenkomstig de bestaande norm DIN EN 60335 een isolatiecontrole dient te worden uitgevoerd.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.

Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken netstekker. Houd er bij het onderhouden van de snijmessen rekening mee, dat zelfs als de spanningbron is uitgeschakeld de snijmessen bewogen kunnen worden. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.

De machine niet onder stromend water of met drukreinigingsapparaten reinigen. De elektrische inrichting zou beschadigd kunnen worden.
NL
Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt.
Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
- Opmerkingen voor Zwitserland:
Elektro-machines mogen alleen worden gebruikt wanneer een differentiaalstroom beveiligingsschakelaar met de max. schakelstroom van 30 mA is voorgeschakeld.
- Opmerking voor Oostenrijk:
De koppelingscontactdoos van de aansluitkabel moet tegen spatwater beschermd zijn.
7 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN

1 Aansluitstekker elektriciteitskabel
2 Varioactivering
3 Activeringsbeugel voor motor (veiligheidsschakelbeugel)
4 Brug
5 Kap elektromotor
6 Snijhoogteverstelling
7 Motordrager
8 Draaggreep voor
9 Uitwerpklep
10 Ontlasting voor elektriciteitskabel
11 Kabelgeleiding
12 Overtrekslang aan het bovenstuk van de duwboom
13 Aandrijfschakelbeugel
Voor de montage van de maaier zitten de volgende onderdelen in de verpakking:
- maaier met voorgemonteerde duwboom
• vangdoek, vangzakframe
- gereedschapszak met de volgende inhoud:
- gebruiksaanwijzing met conformiteitsverklaring
- garantiekaart en garantievoorwaarden (afhankelijk van het model)
- diverse bevestigingsdelen.
Als er onverwacht een deel ontbreekt, gelieve dan contact op te nemen met uw specialist.
Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1 + B2)
- De Z-vormig ineengeklapte duwboom naar boven uit elkaar trekken A1
- Als het bovenstuk en het onderstuk van de duwboom op één niveau liggen, de vleugelmoeren handmatig vastdraaien E1.
- Aan het onderste deel van de duwboom de uiteinden zo ver uit elkaar drukken dat de aan beide kanten naar binnen wijzende arrêteringsnokken arrêteren in de boringen B1.
Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld. - De vleugelmoeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1.
- De kabels aan beide kanten in de kabeldoorvoer leggen. Daardoor wordt verhinderd dat de kabels bij het omklappen van de duwboom vastgeklemd raken E1.
- Aan de linkerkant (in de rijrichting) de brug op de onderboom druken B2.
VOORZICHTIG
Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de vleugelmoeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de vergrendelingsnokken uit de boringen in de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1)
- Het vangzakframe met de beugel vooraan in de vangdoek zetten. De bovenste naden van de vangdoek aan de beugel uitrichten.
- De bevestigingsprofielen op het raam van het vangzakframe drukken R1.
- De uitwerpklep van de maaier naar boven openen.
- De grasvangzak aan de draagbeugel optillen, de schans (1) R1 aan de vangzakopening in de uitwerpopening zetten en de grasvangzak met zijn beide zijdelingse haken boven aan de maierbehuizing inhangen S1.
- De uitwerpklep op de grasvangzak klappen.
Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I)


Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
De door u gewenste maaihoogte wordt ingesteld met de hendel (1) op de linkerkant van de maaimachine.
- De hendel uit de inkeping trekken en na verschuiving naar de zijkant weer fixeren in de gewenste positie.
- De marking links op het huis geeft de maaihoogte aan.
BELANGRIJK
Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde gazons!
Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden.
Behalve de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en opvangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden gras, indien nodig de rijaandrijving niet inschakelen.
9 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Alle schroefverbindingen controlleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“).
De bevestigingsschroef van het mes altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten aandraaien, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd.
Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
10 INGEBRUIKNAME VAN DE MAAIMACHINE

Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
BELANGRIJK
Als het apparaat aan een stroomopwekker moet werken, eerst een geautoriseerde vakwerkplaats vragen welke stroomopwekker geschikt is.
Aanbrengen van de kabel (Afbeelding C2)
OPGELET
Om het goede en veilige bedrijf van het tuinapparaat te garanderen is een aansluitkabel van de minimum kwaliteit H05 RN-F (alternatief H05 VV-F) volgens DIN/VDE 0282/4, met een diameter van 3 x 1 mm² en een rubber of met rubber beklede aansluitkoppeling volgens DIN/VDE 0620 vereist. De aansluiting moet gebeuren aan een geaarde contactdoos 230 V wisselstroom, beveiliging 16 A traag.
Bij gebruik van een kabel met kinderbeveiliging moet men erop letten dat de beveiliging foutloos werkt (licht loopt), aangezien anders de aansluitstekker van het apparaat kan worden beschadigd.
BELANGRIJK
Kabels met een diameter van 3 x 1 mm ^2 mogen maar gebruikt worden tot een lengte van 25 meter. Bij gebruik van een aansluitkabel met een diameter van 3 x 1,5 mm ^2 mag de lengte van de aansluitkabel 40 meter bedragen.
- De aansluitkabel eerst in de schakelaar-stekker-combinatie aan de bovenste stang insteken.
- Dan pas de kabel aan het stroomnet aansluiten.
- Bij verwijderen van de kabel altijd eerst de stekker uit de contactdoos trekken.
Bevestigen van de kabel in de trekontlasting (Afbeelding D2)
OPGELET
Om beschadigingen van de schakelaar-stekkercombinatie en van de kabel te verhinderen mag het apparaat niet zonder snoerontlasting gebruikt worden. De kabel moet in de snoerontlasting worden gehangen om hem veilig aan het apparaat te bevestigen. Daardoor wordt verhinderd dat hij uit de kabelstekkerdoos aan het apparaat wordt getrokken. Bovendien wordt de kabel op deze manier bij het draaien automatisch naar de andere kant omgelegd.
- In de kabel een lus in de vorm van een halve cirkel vormen - ca. 80 cm van de aansluitkoppeling van de kabel vandaan.
- De kabel in de snoerontlasting van beneden uit erdoor steken en rond de bevestigingsbeugels slaan.
- Kabel aan beide uiteinden vastpakken en strak trekken in de snoerontlasting.
Starten van de motor (Afbeelding A2)
De motor alleen starten als u achter de maaier staat.
De maaiier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden.
- Voor het inschakelen van de motor eerst op de rode knop (1) drukken en deze ingedrukt houden.
- Met de andere hand de rode schakelbeugel (2) tegen het bovenste deel van de duwboom drukken. Tijdens de werking moet de schakelbeugel in deze positie worden vastgehouden.
- De rode knop kan dan losgelaten worden.
BELANGRIJK
Als de motor na 5 seconden na inschakelen van het apparaat niet aanloopt, dan
- Schakelbeugel weer loslaten
- Netstekker uittrekken!
- Aansluitleiding controleren
- Spanning aan het huis (zekering) controleren
- Apparaat controleren op blokkeringen in de maairuimte
- Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
WAARSCHUWING
Bij het starten van de motor mag alleen de rode schakelbeugel bediend worden. Eerst wanneer de motor loopt, mag de rijdaandrijving met de zwarte beugel ingeschakeld worden. Indien eerst ook de zwarte beugel wordt aangetrokken, dan wordt gelijktijdig ook de aandrijving ingeschakeld en de motor wordt overbelast.
11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (Afbeelding F)
- De zwarte aandrijfschakelbeugel (1) loslaten – de maaier blijft staan.
- De rode schakelbeugel (2) loslaten - de motor wordt uitgeschakeld.
De automatische messenrem brengt het messensysteem binnen 3 seconden tot stilstand.
12 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD
Veiligheidsschakelbeugel en aandrijfschakelbeugel loslaten.
- De maaier stopt.
- Het mes komt tot stilstand.
- De motor wordt uitgeschakeld.
OPGELET
Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem en de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos functioneren.
- als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan.
- als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen.
Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
13 RIJAANDRIJVING
Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G + E2)
BELANGRIJK
Het regelen van de achterwielaandrijving mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen!
De achterwielaandrijving wordt door de zwarte aandrijfschakelbeugel (1) aan het bovenstuk van de duwboom bij lopende motor in- en uitgeschakeld G :
- Aandrijfschakelbeugel aantrekken en vasthouden = maaier rijdt.
– Aandrijfschakelbeugel loslaten = maaier blijft staan (0-stand).
Door de aandrijfschakelbeugel (1) vast te houden wordt automatisch ook de rode schakelbeugel voor de motor (2) in bedrijfsstand gehouden E2.
De aandrijfschakelbeugel moet altijd strak tegen het bovenstuk van de duwboom aan getrokken worden. Een ondeskundige bediening leidt tot slijtage van de transmissie. De hogere weerstand van de beugel in de begintoestand is gewenst om een verkeerde bediening te bemoeilijken.
AANWIJZING
De achterwielen klikken als de maaier vooruit wordt geschoven.
Regelen van de snelheid (Afbeelding H)
BELANGRIJK
Het regelen van de snelheid mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen!
De rijsnelheid wordt ingesteld met de links aangebrachte hendel.
- Om de snelheid in te stellen de greep in beide richtingen draaien en aldus de gewenste snelheid instellen. De pijl op de draaigreep geeft de rijsnelheid aan.
- Stand „Haas“ = snel (max. snelheid).
- Stand „Schildpad“ = langzaam (min. snelheid).
AANWIJZING
Maaien met te hoge snelheid leidt tot een slecht snijbeeld resp. Opvangresultaat. Pas de snelheid altijd aan aan de omstandigheden. Bij langere afgesneden grassprieten moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen.
14 GRASOPVANGINRICHTING



Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Gebruik met grasopvangzak
Let er bij het maaien op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Het turbosignaal op de opvangzak geeft het juiste tijdstip aan om de zak leeg te maken.
BELANGRIJK
Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (1) R1 niet verbogen wordt.
Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak)
(Afbeelding J + K)
Aan de bovenkant van de opvangzak is een indicatie geplaatst, waarmee men zien kan of de opvangzak leeg of vol is:
- Indien de opvangzak leeg is gaat het signaal onder het maaien bol staan J
- Indien de opvangzak vol is valt het signaal in elkaar; dan moet het maaien dadelijk gestaakt en de opvangzak leeg gemaakt worden K.
BELANGRIJK
Indien het weefsel van de opvangzak erg vuil is gaat het signaal niet bol staan. Het weefsel moet dan worden schoongemaakt! Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk.
BELANGRIJK
Opvangzak niet met warm water reinigen!
Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L)
- Motor uitschakelen.
- Uitwerpklep openen.
- De gevulde opvangzak van de maaier met de draagbeugel uit de maaier losshaken
- de uitwerpklep sluit automatisch.
- Opvangzak aan beugel en handgleuf op de bodem vasthouden en goed leegschudden.
Gebruik zonder opvangzak
WAARSCHUWING
Bij het gebruik zonder opvangzak moet de uitwerpklep aan het maaichassis steeds gesloten zijn (naar onder geklapt).
15 HET MAAIEN







Veiligheidsinstructie!
Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Maaien op hellingen
OPGELET
Der Met de maaier kan in bermen en op hellingen met een schuinstand tot 30° gereden worden.
Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 15° niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
Voeren van de kabel bij het maaien
De kabel zo klaar leggen, dat de machine hem lopend over het reeds gemaaide gazon losjes kan meetrekken. Bij het keren van het apparaat legt de onlasting de kabel automatisch om op de andere zijde van de duwboom.
Erop letten dat de kabel uit de buurt van het snijgereedschap wordt gehouden en geen lussen vormt.
De netaansluitleiding elke keer voordat u gaat maaien onderzoeken op tekenen van beschadigingen en alleen gebruiken in foutloze toestand.
Controle van de bedrijfsveiligheid
Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
Ook de foutloze werking van de schakelbeugel voor de rijaandrijving moet vóór elk maaien gecontroleerd worden. Als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden.
Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Het bovenste gedeelte van de duwboom (isolatie) controleren op beschadigingen. Als de overtrekslang beschadigd is, absoluut de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken, aangezien anders verwondingen (elektrische schok) door aanraking van spanninggeleidende delen het gevolg kunnen zijn.
Ter vermijding van een gevaar elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes controleren. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“).
Om de 10 bedrijfsuren ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Daarnaast schroeven en moeren controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien!
Bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door tegen een hindemis aan te rijden, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist.
Tijdelijke beperkingen
Er bestaan plaatselijke voorschriften met betrekking tot de tijden, waarop maaiers mogen worden gebruikt. Informeert u zich a.u.b.voor het gebruik van de maaier bij de desbetreffende instantie.
Tips voor de verzorging van het gazon
Maaien (Afbeelding M)
WAARSCHUWING
Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen.
Een instructie over het thema gazonverzorging krijgt u op aanvraag van uw handelaar. Informatie en instructies voor het maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant.
Mulchen (43-EL VARIO, R43VEL)
Uw grasmaaier kan worden uitgerust met een mulchkit. De voor de ombouw op mulchsysteem benodigde ombouwset is in de gespecialiseerde handel verkrijgbaar als toebehoren (bestel-nr. ombouwset zie Originele onderdelen en toebehoren).
De mulchkit bevat ook tips en informatie over mulchen. Ook op de homepage van de fabrikant vindt u informatie over het thema mulchen
WAARSCHUWING
De ombouw van de maaier op mulchsysteem altijd laten uitvoeren door een erkend vakbedrijf, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd.
Bovendien kan door een verkeerd gemonteerde meskoppeling de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben.
Als het gras toch eens te hoog is om te mulchen, dan kan de mulchmaaier in een handomdraai worden omgebouwd voor het maaien met grasvangzak.
Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1)
- Motor afzetten.
- Uitwerpklep optillen.
- De mulchstop verwijderen uit het kanaal U2
- De grasopvangzak in de voorziene houder aan de behuizing van de maaier hangen S1.
Een ombouw van het mulchmessysteem is niet noodzakelijk! Bij moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan het wel voorkomen dat de opvangzak minder gevuld wordt.
Opdat het apparaat opnieuw als mulchmaaier kan worden ingezet, moet de mulchstop weer worden ingebouwd. Hiervoor de grasopvangzak eraf nemen, de mulchstop in het uitwerpkanaal steken en de uitwerpklep sluiten.
16 ONDERHOUDSINTERVALLEN
BELANGRIJK
Vermijd schadel Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats.
Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen.
De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden.
Vóór de eerste inbedrijfstelling
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De messchroef controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
- Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een autonome maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
- Toestand en goede bevestiging van het mes controleren, de messchroef eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
- Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren.
- Het bovenste gedeelte van de duwboom (isolatie) controleren op beschadigingen.
- De aansluitleiding controleren op beschadigingen en veroudering.
Om de 10 bedrijfsuren
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting.
Na elk bedrijf
- De maaier schoonmaken.
- Het mes controleren op beschadigingen en slijtage.
Om de 50 bedrijfsuren of eenmaal per jaar
- De lagers van de wielen smeren.
Bij de jaarlijkse inspectie
- De overbrenging en het gebied onder de snaarafdekking laten reinigen.
- De bowdenkabel van de aandrijving controleren en zo nodig laten afstellen.
17 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken!
Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Reiniging (Afbeelding O)
Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. De maaier op zijn zijkant leggen en voor de reiniging een borstel of doek gebruiken.
OPGELET
De vingers niet in de openingen van het ventilatorhuis steken en de ventilator vasthouden. Als de mesbalk bij het reinigen gedraaid wordt, bestaat het gevaar dat de vingers geplet raken tussen ventilator en ventilatorhuis!
BELANGRIJK
De maalier nooit afspuiten met water. De elektrische installatie zou beschadigd kunnen worden.
Opbergen
De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt.
Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1)
- Voor plaatsbesparende opslag of voor transport de vier vleugelmoeren zo ver losdraaien, dat de duwboom zonder weerstand in Z-vorm boven de motor in elkaar kan worden geklapt A1.
De vergrendelingsnokken op het onderste uiteinde van de duwboom moeten losspringen uit de boringen in de behuizing. - De kabels hierbij niet knikken of beknellen.
VOORZICHTIG
Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan de boom ongewild omslaan bij het losdraaien van de vleugelmoeren en het losmaken van de vergrendelingsnokken uit de boringen in de behuizing.
Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom, bovenstuk en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar!
Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N)
- Als het apparaat moet worden gedragen, dit niet aan de uitwerpklep vastpakken! Pak het vooraan en achteraan vast aan de draaggreep (zie afbeelding N).
Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken.
Wij adviseren het apparaat altijd met minstens twee personen te tillen of te dragen. - Het apparaat staand transporteren.
- Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond opdat het apparaat niet kan wegrollen, voordat het wordt vastgezet.
- De grasopvangbak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken.
- Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn riemen van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik.
- Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Zet het apparaat bij de wielen zodanig vast dat het tijdens het rijden niet beweegt.
OPGELET
De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te stevig wordt vastgemaakt, kunnen er beschadigingen optreden.
Onderhoud van de messenbalk
Een scherp mes garandeert optimaal snijresultaat. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid, aangezien na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen
Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q)
WAARSCHUWING
Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren, omdat na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messenschroef) overeenkomstig de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatiebeveiliging dient te worden uitgevoerd.
Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen.
NL
De snijranden van de mesbalk mogen slechts zolang worden bijgeslepen totdat de desbetreffende waarde (zie afbeelding
Q) of de markering (1) op de mesbalk (ring) bereikt is. Opgelet! Slijphoek van 30° in acht nemen.
Uw vakbedrijf kan deze waarde (slijtagelimiet) voor u controleren!
WAARSCHUWING
Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) werd overschreden kan breken en weggeslingerd worden, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken.
Vervangen van de messenbalk
WAARSCHUWING
Het vervangen van de mesbalk moet door een geautoriseerde vakwerkplaats worden uitgevoerd, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd.
Bovendien kan door een verkeerd gemonteerde meskoppeling de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben.
- Bij de vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
- Snijgereedschappen ter vervanging moeten permanent met de naam en/of het logo van de firma of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt.
Onderhoud van de voorwielen
Eenmaal per jaar of om de 50 bedrijfsuren de lagers van de wielen inoliën.
- Aan beide kanten de afdekking wieldop eraf nemen.
- Met een steeksleutel de zeskantmoeren losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, wielen samen met wieldop en kraagschijf van de wielas af trekken. Wieldop van het wiel nemen.
- Nadat de lagers ingeolied werden de wielen erop schuiven. Eerst de kraagschijf in het wiel zetten, de wieldop erop zetten en aandrukken, tot er een klikgeluid te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met zeskantmoeren bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Afdekking wieldop weer erin zetten.
Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R)
Eenmaal per jaar of om de 50 bedrijfsuren de lagers van de wielen inoliën.
- Aan beide kanten afdekking wieldop en schroef met onderlegplaatje verwijderen, aandrijfwielen samen met wieldop en kraagschijf van de wielas af trekken.
- Wielafdekking, het vrijlooptandwiel op de transmissieas en de tandkrans aan de binnenkant van het wiel ontdoen van vuil en vetresten.
AANWIJZING
Vrijlooprondsel niet van de as aftrekken!
- Nadat de lagers ingeolied werden de wielen erop schuiven. Bij het erop steken van het aandrijfwiel erop letten dat tandwiel en tandkrans in elkaar grijpen, evt. het wiel op de as licht verdraaien.
- Indien de wieldop van het wiel is losgekomen eerst de kraagschijf conform afbeelding R in het wiel zetten, de wieldop erop zetten en aandrukken, tot er een klikgeluid te horen is. Het onderlegplaatje op de schroef zetten en deze samen in de wielas schroeven. Afdekking wieldop weer erin zetten.
Onderhoud van de aandrijving
- Voor een onberispelijke functie van de riemaandrijving is in ieder geval vereist, dat de bowdenkabel voor het in- en uitschakelen van de rijaandrijving makkelijk beweeglijk is.
- De bowdenkabel is door de fabriek ingesteld en hoeft niet te worden bijgeregeld.
Vervangen van aandrijf-V-riem
Laat devervanging van de aandrijf-V-riem alleen door erkend vakpersoneel uitvoeren.
18 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN DAARVAN
| Storingen | Mogelijke | oorzaken | Oplossing |
| Motor loopt na 5 seconden na inschakelen van het apparaat niet aan | Geen netspanning. | Netstekker aansluiten C2 . Zekering controleren. | |
| Aansluitkabel beschadigd. | Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Snijhoogte te laag ingesteld (te hoog gras belemmert de aanloop van de motor). | Grotere snijhoogte instellen I . Machine bij het starten kantelen. | ||
| Te veel grasafval in de behuizing. | Snijruimte ontdoen van gras, spleet tussen ventilator en behuizing schoon houden (eerst netstekker uittrekken!). | ||
| Door een geautoriseerde | vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Sterke trillingen (vibratie) | Door een geautoriseerde | vakwerkplaats laten controleren. | |
| Maaimachine rijdt niet | Aandrijfbedieningshendel niet getrokken. | Aan de aandrijfbedieningshendel trekken G . | |
| Door een geautoriseerde | vakwerkplaats laten controleren. | ||
| Rijsnelheid kan niet worden geregeld | Door een geautoriseerde | vakwerkplaats laten controleren. | |
| Maaien niet netjes, gazon wordt geel | Mesbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren Q . | ||
| Snijhoogte te laag. Grotere snijhoogte instellen I . | |||
| Maaien met te hoge snelheid. | Maaisnelheid aanpassen, zo nodig rijaandrijving uitschakelen. | ||
| Maabanen niet voldoende overlapt. | Bij hoog gras moeten de maaibanen elkaar eventueel meer overlappen. | ||
| Gazon vervilt. Door een verticuteerder te gebruiken kan merkbare verbetering worden bereikt. | |||
| Uitworp verstopt | Niet gelet op turbosignaal J + K . | Opvangzak legen L . | |
| Te lage snijhoogte bij te hoog gras. | Grotere snijhoogte instellen I . | ||
| Maaien met te hoge snelheid. | Maaisnelheid aanpassen, zo nodig rijaandrijving uitschakelen. | ||
| Gras is vochtig. Gazon laten drogen. | |||
| Het gemulchte gras ziet er slecht uit:Klompen, overmatige hoeveelheden snijdsel, grove snede (43-EL VARIO, R43VEL) | Mesbalk bot. Door een ge | autoriseerde vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren. | |
| Mulchregel niet gevolgd (max. 1/3 van de lengte van het gras snijden; de te snijden lengte van het gras moet minder dan 10 cm zijn). | Grotere snijhoogte instellen I.Maaier ombouwen op uitwerp achter U2 + S1 en gras eerst maaien met hoge snij-instelling. | ||
| Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen, eventueel rijaandrijving uitschakelen. | |||
| Grasophoping onder het maaiwerk. | Grotere snijhoogte instellen I. | ||
| Maaistroken niet voldoende overlapt. | Bij hoog gras moeten de maaistroken elkaar soms meer overlappen. | ||
| Gras is vochtig. Grotere snijhoogte instellen I.Gras laten drogen. | |||
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen worden uitgevoerd door elektrotechnisch vakpersoneel. A.u.b. nooit zelf repareren!
Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Dit geldt vooral voor apparaten met elektromotor, aangezien bij de reparatie van deze apparaten altijd een controle van de isolatiebescherming moet worden uitgevoerd.
Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert.
| Motor Wisselstrommotor | |
| Aansluitspanning | 230 |
| Vermogen | 1700 |
| Toerental motor 3000 min | -1 |
Maaier
| Behuizing | Aluminium |
| Maaibreedte 430 mm (43-EL VARIO, R43VEL) | 470 mm (47-EL VARIO) |
| Maaihoogte Zentrale, 15 (R43VEL), | 25, 30, 40, 45, 55, 60, 70, 80 mm |
| Stuurboom in hoogte regelbaar | 3-voudig |
| Capaciteit opvangzak 65 liter | |
| Snelheid 2,4 – 3,6 km/h | |
| Gewicht 35 kg (43-EL VARIO, R43VEL) | 36 kg (47-EL VARIO) |
| Lengte | 1565 mm (43-EL VARIO, R43VEL)1625 mm (47-EL VARIO) |
| Breedte | 500 mm |
| Hoogte | 1025 mm (43-EL VARIO, R43VEL)935 mm (47-EL VARIO) |
| Wielen voor / achter | 180 mm / 200 mm |
| Lagers voor | Conische kogellagers |
| Lagers achter | Conische kogellagers |
Geluidsvermogen
| Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE | L_ava = 96 dB(A) |
Geluidsdrukniveau
43-EL VARIO, R43VEL
| Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN ISO5395-2 | L_pA = 82 dB(A) |
| Meetonzekerheden; conform ISO4871 | 3 dB |
47-EL VARIO
| Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN ISO5395-2 | L_pA = 84 dB(A) |
| Meetonzekerheden; conform ISO4871 | 3 dB |
Trillingen
| Trillingen aan de stuurboom; gemeten volgens EN ISO5395-2 | a_NW = 1 m/s^2 |
| Meetonzekerheden; conform EN12096 | 0,5 m/s^2 |
20 ORIGINELE ONDERDELEN
| Set voor verbouwen van de maaimachine om te mulchen | BSA624 (43-EL VARIO, R43VEL) |
V
W
spuitgietwerk
1 Introducción....2