JVC

RX-8032V - AV-ontvanger JVC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RX-8032V JVC in PDF-formaat.

📄 160 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice JVC RX-8032V - page 108
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : JVC

Model : RX-8032V

Categorie : AV-ontvanger

Download de handleiding voor uw AV-ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RX-8032V - JVC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RX-8032V van het merk JVC.

GEBRUIKSAANWIJZING RX-8032V JVC

  • Setzen Sie die Anlage nicht in einem Badezimmer oder an Orten ein, an denen Wasser verwendet wird. Stellen Sie auch keine Behälter, die mit Wasser oder anderen Flüssigkeiten gefüllt sind (beispielsweise Kosmetik- oder Medikamentenbehälter, Blumenvasen, Topfpflanzen, Tassen etc) auf diese Anlage. VOORZICHTIG Ter vermindering van gevaar voor brand, elektrische schokken, enz.:

1. Verwijder geen schroeven, panelen of de behuizing.

2. Stel dit toestel niet bloot aan regen of vocht.

  • Zorg dat u de ventilatieopeningen en -gaten niet afsluit. (Als de ventilatieopeningen en -gaten worden afgesloten door bijvoorbeeld papier of een doek, kan er hitte in het apparaat worden opgebouwd.)
  • Zet geen bronnen met open vuur, zoals brandende kaarsen, op het apparaat.
  • Wees milieubewust en gooi lege batterijen niet bij het huishoudelijk afval. Lege batterijen dient u in te leveren met het KCA of bij een innamepunt voor batterijen.
  • Gebruik dit apparaat niet in een badkamer of in andere natte ruimten. Zet ook geen voorwerpen op het apparaat die zijn gevuld met water of andere vloeistoffen (zoals cosmetica, medicijnen, bloemenvazen, bloempotten, kopjes enz.). ATTENTION Afin d’éviter tout risque d’électrocution, d’incendie, etc.:

1. Ne pas enlever les vis ni les panneaux et ne pas ouvrir le

  • Introductie p. 2
  • De belangrijkste instellingen p. 27
  • Kenmerken p. 2
  • Voorzorgen p. 2
  • Instellen van de luidsprekerconfiguratie p. 27
  • Instellen basisonderdelen p. 28
  • Basisprocedure p. 29
  • Instellen van de luidsprekers p. 29
  • Instellen van de luidsprekerafstand p. 30
  • Instellen van de lage tonen p. 30
  • Kiezen van het hoofd- of subkanaal—DUAL MONO p. 31
  • Instellen van de digitale ingangsaansluitingen p. 31
  • Vastleggen van het volumeniveau voor iedere bron p. 32
  • Benaming van de onderdelen p. 3
  • Afstandsbediening p. 3
  • Vooraanzicht Ontvanger p. 4
  • Achterpaneel p. 6
  • Aan de slag p. 8
  • Voor de installatie p. 8
  • De meegeleverde accessoires ontroleren p. 8
  • Plaatsen van batterijen in de afstandsbediening p. 8
  • De FM- en AM-antenne (voor MG-ontvangst) aansluiten p. 8
  • De luidsprekers aansluiten p. 9
  • Aansluiten van audio- en videocomponenten p. 11
  • 7 Analoge aansluitingen p. 11
  • 7 Digitale aansluitingen p. 16
  • De netspanningskabel aansluiten p. 16
  • Instellen van het geluid p. 33
  • De bediening in een notendop p. 17
  • Reproductie met een bioscoopeffect p. 36
  • Introductie van de Surroundmodus p. 36
  • Beschikbare Surroundmodus voor de diverse software p. 38
  • Activeren van de Surroundmodi p. 39
  • 7 Activeren van de EX/ES-instelling p. 39
  • 7 Activeren van de Surroundmodi p. 39
  • Dagelijkse bedieningsprocedures p. 17
  • De stroomtoevoer inschakelen p. 17
  • Een afspeelbron kiezen p. 17
  • Het volume aanpassen p. 18
  • De luidsprekers aan de voorzijde selecteren p. 19
  • Activeren en instellen van het subwoofergeluid p. 19
  • Kiezen van de analoge of digitale ingangsfunctie p. 19
  • Instellen van het dynamisch bereik p. 20
  • Het invoersignaal dempen p. 20
  • Activeren en uitschakelen van Analog Direct p. 21
  • Voor een natuurgetrouwer geluid p. 21
  • De naam van een afspeelbron wijzigen p. 21
  • Het basgeluid versterken p. 22
  • Het geluid uitzetten p. 22
  • Veranderen van de helderheid van het display p. 22
  • De Sleep Timer gebruiken p. 22
  • In te stellen basisonderdelen p. 33
  • Basisprocedure p. 33
  • Het patroon van de equalizer aanpassen p. 34
  • Instellen van de luidsprekeruitgangsniveaus p. 34
  • Instellen van de geluidsparameters voor de Surround- en DSP-modi p. 35
  • Gebruik van de Surroundmodus p. 36
  • Gebruik van de DSP-modus p. 40
  • Reproductie van een geluidsveld p. 40
  • Introductie van de DSP-modus p. 40
  • Activeren van de DSP-modus p. 41
  • De afspeelmodus DVD MULTI p. 42
  • De afspeelmodus DVD MULTI activeren p. 42
  • COMPU LINK afstandsbedieningssysteem p. 43
  • Andere apparatuur van JVC bedienen p. 44
  • Radiostations ontvangen p. 23
  • Handmatig afstemmen op stations p. 23
  • Werken met voorkeurzenders p. 23
  • Een FM-ontvangstmodus selecteren p. 24
  • Ontvangst van FM-zenders met RDS p. 24
  • Opzoeken van een programma met PTY-codes p. 25
  • Automatisch overschakelen naar een gewenst programma p. 26
  • Geluidsapparatuur bedienen p. 44
  • Beeldapparatuur bedienen p. 46
  • Apparatuur van andere merken bedienen p. 47
  • Problemen oplossen p. 50
  • Specificaties p. 51
  • Beschrijving van PTY-codes Deze markering toont dat de betreffende handeling of bediening ALLEEN MOGELIJK is met de afstandsbediening. Remote NOT Deze markering toont dat de betreffende handeling of bediening NIET met de afstandsbediening kan worden uitgevoerd. Gebruik de toetsen op het bedieningspaneel aan de voorzijde. RX-8032V ONLY RX-7032V ONLY De functies met deze markering kunnen uitsluitend met de RX-8032VSL worden gebruikt. De functies met deze markering kunnen uitsluitend met de RX-7032VSL worden gebruikt. p. 52

Nederlands Inhoudsopgave Introductie Dank u voor de aanschaf van een van onze JVC producten. Lees voor een optimale prestatie van dit toestel de gebruiksaanwijzing even goed door alvorens dit toestel in gebruik te nemen. Bewaar de gebruiksaanwijzing ter referentie. Voorzorgen Kenmerken Nederlands CC (Compensative Compression) converter —ALLEEN voor de RX-8032VSL De CC-converter elimineert trillingen en golven met een drastische vermindering van de digitale vervorming door de digitale muziekdata met een 24 bit-quantisatie te verwerken en de bemonsteringsfrequentie tot 128 kHz (voor fs 32 kHz signalen)/ 176,4 kHz (voor fs 44,1 kHz signalen)/192 kHz (voor fs 48 kHz signalen) te vergroten. Met gebruik van de CC-converter krijgt u met iedere bron een natuurgetrouw en prettig geluidsveld. (Zie bladzijde 21 voor details.) K2 technologie—ALLEEN voor de RX-8032VSL De K2 technologie is ontworpen voor een natuurgetrouwe audioreproductie met een drastische reductie in digitale vervorming waarbij een oorspronkelijke, uitermate nauwkeurige geluidssfeer wordt verkregen. Compatibel met diverse audioformaten, inclusief DTS 96/24 Met de RX-8032VSL en RX-7032VSL kunt u ook van de nieuw geïntroduceerde audioformaten genieten, bijvoorbeeld Dolby Digital EX, Dolby Pro Logic II, DTS-ES, DTS Neo:6, en DTS 96/

  • Dit toestel is tevens compatibel met Dual Mono signalen die op Dolby Digital en DTS discs zijn opgenomen. DAP (Digital Acoustic Processor) Met de technologie voor het simuleren van diverse geluidsvelden krijgt u in uw huiskamer de geluidseffecten die u bijvoorbeeld van bioscopen en concertzalen gewend bent. Dankzij de DSP (Digital Signal Processor) en een geheugen van grote capaciteit kunt u multikanaal surroundgeluid beluisteren bij weergave van 2-kanaal of multikanaal software in overeenstemming met de gemaakte luidsprekerinstellingen. Stroombron
  • Gebruik altijd de stekker om het netsnoer van de receiver te ontkoppelen. Trek niet aan het snoer zelf.
  • Raak het netsnoer en de stekker niet met natte handen aan.
  • Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact indien u de receiver voor langere tijd niet gaat gebruiken. Ventilatie De in deze receiver ingebouwde versterkers met hoog-vermogen wekken hitte op in het toestel. Let voor de veiligheid derhalve op de volgende punten.
  • Zorg dat er een goede ventilatie rond de receiver is. Door een slechte ventilatie zou het toestel kunnen oververhitten en de receiver worden beschadigd.
  • Blokkeer de ventilatie-openingen of gaten niet. (De warmte kan mogelijk niet goed worden afgevoerd indien de ventilatieopeningen of gaten door bijvoorbeeld een krant of kleedje worden afgedekt). Overige
  • Stop het gebruik van het toestel, trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en raadpleeg de plaats van aankoop indien een metalen voorwerp of vloeistof in het toestel terecht is gekomen.
  • Stel dit apparaat niet bloot aan regen, vocht, drupwater of spatwater en plaats geen enkel voorwerp waarin zich een vloeistof bevindt, zoals een vaas, op het apparaat.
  • Demonteer het toestel niet. Er zijn geen door de gebruiker te repareren onderdelen in het toestel. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en raadpleeg uw JVC handelaar indien u een probleem met het toestel heeft. Multikanaal virtueel surroundgeluid via de hoofdtelefoon—3D HEADPHONE Het ingebouwde virtuele surroundsysteem voor de hoofdtelefoon is compatibel met multikanaal software, zoals Dolby Digital, DTS Surround, enz. Dankzij nieuwe algoritmes voor signaalverwerking die door de high-performance DSP worden gebruikt, kunt u nu ook via de hoofdtelefoon van een natuurgetrouw surroundgeluid genieten. COMPU LINK afstandsbedieningssysteem Dankzij de COMPU LINK afstandsbedieningssysteem kunt u andere JVC audio componenten via deze receiver bedienen.

REMOTE CONTROL RM-SRX8032R

1 Alleen voor de RX-8032VSL: Displayvenster

  • Wanneer de afstandsbedieningsfunctie verandert, wordt dit op het display getoond.
  • De signaalindicator (A) licht op wanneer signalen worden verstuurd. 2 De toetsen (17, 46 – 48)

3 De toetsen voor het selecteren van een afspeelbron (17, 18, 19, 23, 24, 39, 41, 42)

  • Voor de RX-8032VSL: DVD MULTI, DVD, CD*, FM/AM*, VCR 1, VCR 2, CDR*, TAPE/MD*, TV/DBS, VIDEO, PHONO*
  • Voor de RX-7032VSL: DVD MULTI, DVD, CD*, FM/AM*, TV/DBS, VCR, TAPE/CDR*
  • De receiver wordt automatisch ingeschakeld wanneer u op een van deze bronkeuzetoetsen drukt. 4 • De toets SURROUND (39)
  • De toets SURR (surround)/DSP OFF (39, 41)
  • De toets EX/ES (39) 5 • Voor de RX-8032VSL: De toets CC CONVERTER (21)

p • Voor de RX-8032VSL: De toets CONTROL (44 – 46)

  • Voor de RX-7032VSL: De toets VCR CONTROL (46) q De toets REC PAUSE (45, 46, 48) w De toets SLEEP (22) e De toets ANALOG/DIGITAL INPUT (20) r De toets ANALOG DIRECT (21) t • 10 cijfertoetsen voor bediening van tuner (24)
  • 10 cijfertoetsen voor het aanpassen van het geluid (22, 34, 35)
  • 10 cijfertoetsen voor de bediening van audio/videoapparatuur (44 – 48) y • De toetsen CH (kanaal) +/– (46 – 48)
  • De toetsen *LEVEL +/– (34, 35, 44) De LEVEL +/– toetsen functioneren uitsluitend na een druk op SOUND, 10 cijfertoetsen die met een sterretje (*) op de afstandsbediening zijn gemarkeerd. u De toetsen VOLUME +/– (18) i De toetsen TV VOL (volume) +/– (46, 47) o De toets MUTING (22) ; • De RDS-bedieningstoetsen (25, 26) TA/NEWS/INFO, PTY SEARCH, PTY9, (PTY, DISPLAY MODE
  • Bedieningstoetsen voor audio/video-apparatuur (44 – 46, 48) 3, 8, 7, 4/REW, FF/¢ a De toets DIMMER (22) å Alleen voor de RX-7032VSL: De toets TAPE/CDR CONTROL (45)

Vooraanzicht Ontvanger

y Alleen voor de RX-8032VSL Achter de voorklep Openen van de voorklep Druk op PUSH OPEN.

a s Vooraanzicht Ontvanger 1 De toets STANDBY/ON en STANDBY-lampje (17) 2 • De toets SPEAKERS ON/OFF 1 (19)

  • De toets SPEAKERS ON/OFF 2 (19) 3 • De toets SURROUND (39)
  • De toets SURROUND/DSP OFF (39, 41) 4 De sensor voor de afstandsbediening 5 Displayvenster (17) 6 • Voor de RX-8032VSL: De toetsen en lampje voor selecteren van een afspeelbron (17, 18, 19, 21, 23, 24, 39, 41, 42) DVD MULTI, DVD, VCR 1, VCR 2, VIDEO, TV SOUND/DBS, PHONO, CD, CDR, TAPE/MD, FM, AM (Het lampje boven de toets voor de gekozen bron licht op.)
  • Voor de RX-7032VSL: De toetsen voor het selecteren van een afspeelbron (17, 18, 19, 21, 23, 24, 39, 41, 42) DVD MULTI, DVD, VCR , TV SOUND/DBS, CD,

7 De knop MASTER VOLUME (18) 8 • Voor de RX-8032VSL: De toets en lampje CC CONVERTER (21)

  • Voor de RX-7032VSL: De toets en lampje BASS BOOST (22) 9 De toets SUBWOOFER OUT ON/OFF (19) p PHONES aansluiting (19) q De toets EX/ES (39) Nederlands w • De toets INPUT ANALOG (20)
  • De toetsen FM/AM TUNING 5 / ∞ (23)
  • De toetsen FM/AM PRESET 5 / ∞ (23, 24)
  • De toets FM MODE (24)
  • De toets MEMORY (23) y Voor de RX-8032VSL: VIDEO -ingangen (13) DIGITAL optische aansluitingen, S-VIDEO aansluiting, VIDEO aansluiting, AUDIO—L/R aansluiting u De toets SETTING (29) i De toets QUICK SPEAKER SETUP (27) o • De knop MULTI JOG (27, 29, 33)
  • De toets PUSH SET (27, 29, 33) ; De toets EXIT (29, 33) a De toets ADJUST (33) s De toets en lampje ANALOG DIRECT (21) Displayvenster

Nederlands DIGITAL 2 (CD) DIGITAL 3 (TV)

  • Ingang: DVD IN, TV SOUND/DBS IN, VCR1 IN (PLAY), VCR 2 IN (PLAY)
  • Uitgang: VCR 1 OUT (REC), VCR 2 OUT (REC), MONITOR OUT 4 FM/AM ANTENNA aansluitingen (8) 5 PREOUT aansluitingen (10, 11)
  • FRONT, CENTER, SUBWOOFER, SURR, SURR BACK 6 COMPU LINK-4 (SYNCHRO) aansluitingen (43) 7 Netsnoer (16) 8 DIGITAL OUT aansluiting (16) 9 SURROUND BACK SPEAKERS aansluiting (10) p SURROUND SPEAKERS aansluiting (10) q CENTER SPEAKER aansluiting (10) w FRONT SPEAKERS 1 aansluitingen (10) e FRONT SPEAKERS 2 aansluitingen (10) Ì Aarde (massa) aansluiting (11) Ó COMPONENT VIDEO in- en uitgangsaansluitingen (14, 15)
  • Ingang: DVD IN, DBS IN
  • Uitgang: MONITOR OUT 1 DIGITAL IN aansluitingen (16)
  • Optisch: DIGITAL 2 (CD), DIGITAL 3 (TV), DIGITAL 4 (CDR) 2 AUDIO in- en uitgangsaansluitingen (12 – 15)
  • Uitgang: VCR OUT (REC), TAPE/CDR OUT (REC) 3 S-VIDEO en composiet VIDEO in- en uitgangsaansluitingen (14, 15)
  • Ingang: DVD IN, TV SOUND/DBS IN, VCR IN (PLAY)
  • Uitgang: VCR OUT (REC), MONITOR OUT 4 FM/AM ANTENNA aansluitingen (8) 5 SUBWOOFER OUT-uitgang (10) 6 COMPU LINK-4 (SYNCHRO) aansluitingen (43) 7 Netsnoer (16) 8 DIGITAL OUT aansluiting (16) 9 SURROUND BACK SPEAKERS aansluiting (10) p SURROUND SPEAKERS aansluiting (10) q CENTER SPEAKER aansluiting (10) w FRONT SPEAKERS 1 aansluitingen (10) e FRONT SPEAKERS 2 aansluitingen (10) Verschillen tussen de RX-8032VSL en de RX-7032VSL : Bijgeleverd RX-7032VSL Composiet video (4/3) S-video (4/3) Component video (2/1) Composiet video (3/2) S-video (3/2) Afstandsbediening Displayvenster Kleur RM-SRX8032R

: Niet bijgeleverd Kiesbare bron Video-aansluitingen (in- en uitgang) PREOUT aansluitingen CC Converter RX-8032VSL Nederlands Achterpaneel DVD MULTI, DVD, VCR 1, VCR 2, VIDEO, TV SOUND/DBS, PHONO, CD, CDR,

Aan de slag In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u geluidsapparatuur, beeldapparatuur en luidsprekers op de ontvanger aansluit en hoe u de stroomtoevoer aansluit. Vervang de batterijen indien de afstandsbediening de signalen niet meer goed uitzendt of de receiver niet meer juist bedient. Gebruik twee LR6(AM3)/L40(15A) type (alkaline) droge-cel batterijen. Voor de installatie Algemeen voorzorgen

  • Zorg dat uw handen droog zijn.
  • Schakel alle apparatuur uit.
  • Lees de gebruiksaanwijzing van alle apparaten die u aan wilt sluiten aandachtig door. Opmerkingen:
  • De bijgeleverde batterijen dienen voor het maken van de instellingen bij het in gebruik nemen. Vervang de batterijen voor normaal, langdurig gebruik.
  • Stel na het vervangen van de batterijen de fabrikantcode opnieuw in (zie bladzijden 47 tot 49). Nederlands Plaatsing
  • Plaats de ontvanger op een horizontaal oppervlak dat niet vochtig mag zijn of kan worden.
  • De omgevingstemperatuur mag niet lager zijn dan –5˚C en niet hoger worden dan 35˚C.
  • Zorg voor voldoende ventilatie rond de ontvanger. Bij gebrek aan ventilatie kan de ontvanger oververhit en beschadigd raken. Veiligheid LET OP: Volg de onderstaande procedures om te voorkomen dat de batterijen gaan lekken of openbreken:
  • Let bij het plaatsen van de batterijen op de polariteit: (+) tegen (+) en (–) tegen (–).
  • Gebruik het juiste type batterijen. Batterijen die lijken op het aangegeven type kunnen van een ander voltage zijn.
  • Vervang beide batterijen altijd tegelijk en niet afzonderlijk.
  • Stel batterijen nooit bloot aan warmtebronnen of open vuur.
  • Steek geen metalen voorwerpen in de ontvanger.
  • Laat de ontvanger intact. Verwijder geen schroeven, beschermplaten of onderdelen.
  • Stel de ontvanger niet bloot aan vochtigheid zoals regen. De meegeleverde accessoires ontroleren Controleer of u in het bezit bent van alle onderstaande accessoires. Deze behoren standaard met de ontvanger te worden meegeleverd. Het getal tussen haakjes geeft het aantal items aan dat u van het type accessoire in uw bezit dient te hebben. De FM- en AM-antenne (voor MGontvangst) aansluiten Aansluiten van de FM-antenne

Mocht er een item ontbreken, neemt u dan onverwijld contact op met uw leverancier.

ANTENNA Plaatsen van batterijen in de afstandsbediening FM-antenne (bijgeleverd) EXT LOOP Plaats de twee bijgeleverde batterijen alvorens gebruik in de afstandsbediening.

1. Druk op de batterij-afdekking op de achterkant

van de afstandsbediening en schuif open.

2. Plaats de batterijen.

  • Zorg dat de polen overeenkomen: (+) met (+) en (–) met (–). Kabel naar de FM-buitenantenne (niet bijgeleverd) A. Gebruik maken van de meegeleverde FM-antenne De meegeleverde FM-antenne kan als tijdelijke antenne dienst doen als u deze aansluit op de uitgang met de markering FM 75 Ω COAXIAL. B. Gebruik van een standaard aansluitstekker (niet bijgeleverd) Op de FM 75 Ω COAXIAL aansluiting kunt u een FM antenne met standaard aansluitekker (IEC of DIN45325) aansluiten. Opmerking:

3. Plaats de deksel weer terug.

Verbind een FM-buitenantenne (niet bijgeleverd) indien de ontvangst niet bevredigend is. Ontkoppel de bijgeleverde FM-antenne alvorens een 75 Ω coaxkabel met standaardstekker (de kabel met ronde draad die naar een buitenantenne gaat) aan te sluiten.

Aansluiten van de AM-antenne (voor MG-ontvangst) Draai de raamantenne tot de beste ontvangst is verkregen. Basisprocedure voor het maken van aansluitingen 1 Maak een insnijding, draai en verwijder de isolatie bij het uiteinde van ieder luidsprekersnoer (niet bijgeleverd). 2 Open de luidsprekeraansluiting. ANTENNA

LOOP (voor MG-ontvangst) (bijgeleverd) Steek de pinnen van de raamantenne in de openingen van de standaard om de AM-raamantenne (voor MG-ontvangst) gebruiksklaar te maken. FM 75 COAXIAL

LEF RIG RX-7032VSL (Voor FRONT SPEAKERS 2 aansluitingen) Nederlands

EXT 3 Steek de luidsprekerkabel in de opening die vrijkomt.

LEF RIG 4 Sluit de luidsprekeraansluiting.

Eénaderige bedrading voorzien van vinyl-beschermlaag buiten (niet bijgeleverd) RIG

LEF RIG Opmerkingen:

  • Als de bedrading van de AM-raamantenne (voor MGontvangst) is afgeschermd met een plastic laag, moet u deze zoals in de afbeelding is aangegeven verwijderen.
  • Zorg dat de bedrading van de antenne niet in aanraking komt met andere uitgangen, draden of de netspanningskabel. Dit kan de ontvangst nadelig beïnvloeden.
  • Als de ontvangst te wensen overlaat, wordt u aangeraden om een eenaderige bedrading die is voorzien van een vinyl-beschermlaag (niet bijgeleverd) op de uitgang AM EXT aan te sluiten. (Laat de AMraamantenne (voor MG-ontvangst) op de ontvanger aangesloten.) Sluit voor alle luidsprekers (behalve de subwoofer) het ene uiteinde van een luidsprekerkabel aan op de aansluitpunten (+) en (–) op de achterzijde van de ontvanger en het andere uiteinde op de aansluitpunten (+) en (–) van de luidsprekers. Luidsprekeropstelling De ideale luidsprekeropstelling is afhankelijk van de afmetingen en karakteristieken van uw kamer. De afbeelding hieronder toont de aanbevolen, standaardopstelling. De luidsprekers aansluiten U kunt de volgende luidsprekers aansluiten:
  • Twee sets luidsprekers aan de voorzijde voor weergave van normaal stereo-geluid.
  • Eén set luidsprekers aan de surround voor weergave van het surround sound-effect.
  • Eén surroundachterluidspreker of één paar surroundachterluidsprekers voor een optimaal en effectief surroundeffect.
  • Eén middenluidspreker voor een versterkte weergave van stemmen en dialoog.
  • Eén subwoofer om het bass-geluid beter tot zijn recht te laten komen. LET OP: Gebruik uitsluitend luidsprekers met de SPEAKER IMPEDANCE (luidsprekerimpedantie) die bij de luidsprekeraansluitingen is gemarkeerd.
  • Indien u zowel luidsprekers op de FRONT SPEAKERS 1 en 2 aansluitingen aansluit, moet u luidsprekers met een impedantie van 16 Ω tot 32 Ω gebruiken.
  • Indien u luidsprekers op alleen de FRONT SPEAKERS 1 of alleen op de 2 aansluitingen aansluit, moet u luidsprekers met een impedantie van 8 Ω tot 16 Ω gebruiken. NL01-16_8032&7032[E][EN]5.pm6
  • In deze beschrijving worden de aansluitingen op het achterpaneel van de RX-8032VSL voor het uitleggen gebruikt. Voorluidsprekers 1 Voorluidsprekers 2 Rechts / Links Rechts / Links Surroundachterluidsprekers* Middenluidspreker Rechts / Links
  • Bij gebruik van slechts één surroundachterluidspreker, verbindt u het ª snoer met de RIGHT ª aansluiting en het · csnoer met de LEFT

LEFT FRONT SPEAKERS BELANGRIJK: Na het aansluiten van de luidsprekers moet u de juiste informatie voor de luidsprekers instellen. U kunt Quick Speaker Setup (zie bladzijde 27) gebruiken voor het snel en eenvoudig instellen van de luidsprekerinformatie.

  • Zie“Instellen van de luidsprekers” op bladzijde 29 voor het verkrijgen van een optimaal Surround/DSP-effect. Aansluiten van een subwoofer

CAUTION : SPEAKER IMPEDANCE 8

U kunt de weergave van de lage tonen met een subwoofer versterken. Verbind de ingangsaansluiting van een subwoofer met eigen circuit middels een kabel met RCA-tulpstekkers (niet bijgeleverd) met het achterpaneel. RX-8032VSL SINGLE USE SURR BACK See Instruction Manual For Connection

Opstellen van de luidsprekers

Voorluidsprekers en middenluidspreker

  • Plaats deze luidsprekers (met de units voor reproductie van het middenbereik) op dezelfde hoogte vanaf de vloer gezien.
  • Plaats deze luidsprekers zodanig dat ze naar de oren van luisteraars zijn gericht. Surroundluidsprekers en surroundachterluidsprekers
  • Plaats deze luidsprekers 1 meter hoger dan de oren van luisteraars.
  • Richt deze luidsprekers omlaag, naar de oren van luisteraars.
  • De lage tonen zijn niet-richtinggevoelig. U kunt de subwoofer derhalve op iedere gewenste plaats installeren. Opmerking: Voor een perfecte luidsprekeropstelling dienen alle luidsprekers op gelijke afstand tot de luisteraar te zijn geplaatst. Dit kan echter in uw kamer onmogelijk zijn. Met dit toestel kunt u de vertragingstijd voor de luidsprekers instellen indien de luidsprekers niet allemaal op gelijke afstand tot de luisteraar zijn geplaatst, zodat het geluid van alle luidsprekers toch tegelijk de oren van de luisteraar bereikt. (Zie bladzijde 30). LSB
  • Indien slechts één surroundachterluidspreker is aangesloten

Verrijken van uw audiosysteem —Alleen voor de RX-8032VSL RX-8032V ONLY U kunt deze receiver als voor-versterker (regelaar-versterker) gebruiken indien u eindversterkers middels snoeren met RCA tulpstekkers (niet bijgeleverd) met de PREOUT aansluitingen op het achterpaneel verbindt.

  • Sluit de witte steker aan op de linker audio-uitgang en de rode steker op de rechter audio-uitgang. Aansluiten van audio- en videocomponenten Zie tevens de bij de andere componenten geleverde gebruiksaanwijzingen indien u los verkrijgbare componenten wilt aansluiten. Analoge aansluitingen Indien uw audiocomponenten digitale audio-uitgangsaansluitingen hebben, moet u deze met digitale snoeren volgens “Digitale aansluitingen” (zie bladzijde 16) aansluiten voor een betere geluidskwaliteit. RX-8032VSL Linkervoorluidspreker Rechtervoorluidspreker Gebruik voor het aansluiten van geluidsapparatuur kabels met RCA-pinstekers (niet bijgeleverd).
  • Sluit de witte steker aan op de linker audio-uitgang en de rode steker op de rechter audio-uitgang. Indien uw audiocomponenten een COMPU LINK aansluiting hebben Zie tevens bladzijde 43 voor details aangaande het aansluiten en het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem. Eindversterker LET OP: Als u een geluidsversterker zoals een grafische equalizer tussen een afspeelbron en deze ontvanger aansluit, kan de audio-uitvoer van de ontvanger worden vervormd. Eindversterker Middenluidspreker SURR BACK PREOUT

RX-8032V ONLY Draaitafel Druk op de toets PHONO om het geluid na het aansluiten te beluisteren.

Eindversterker Linkersurroundluidspreker Eindversterker PHONO RIGHT LEFT Draaitafel Rechtersurroundluidspreker Naar de audio-uitgang Als er bij uw draaitafel een aardkabel werd meegeleverd, dient u deze aan te sluiten op de schroef met de aanduiding (H), te vinden aan de achterzijde. Opmerking: Surroundachterluidsprekers Links / Rechts Opmerking: Deze aansluiting geldt voor een draaitafel met een cartridge van het type MM (moving magnet). Draaitafels met een klein verwisselbaar element zoals een MC (bewegende veer) moeten middels een commerciële hoofdversterker of door middel van optransformatie op de ontvanger worden aangesloten. Rechtstreeks aansluiten kan resulteren in een te laag volume. Indien u slechts één surroundachterluidspreker aansluit, dient u deze met de linkersurroundachter PREOUT aansluiting (SURR BACK L) te verbinden.

Nederlands Geluidsapparatuur aansluiten CD-recorder CD-speler Druk op de toets CD om het geluid na het aansluiten te beluisteren. Druk op de toets CDR (voor de RX-8032VSL) of TAPE/CDR (voor de RX-7032VSL) om het geluid na het aansluiten te beluisteren. Voor de RX-8032VSL

Naar de audio-uitgang Nederlands CD-recorder Naar de audio-ingang Cassettedeck

Druk op de toets TAPE/MD (voor de RX-8032VSL) of TAPE/CDR (voor de RX-7032VSL) om het geluid na het aansluiten te beluisteren.

Voor de RX-8032VSL Op de uitgang TAPE/MD kunt u een cassettedeck of een MDrecorder aansluiten. Zie bladzijde 13 voor het aansluiten van een MD-recorder. Voor de RX-7032VSL U kunt een CD-recorder of een cassettedeck met de TAPE/CDR aansluitingen verbinden. Zie de linkerkolom indien u een cassettedeck met de TAPE/CDR aansluitingen wilt verbinden. RX-8032VSL Cassettedeck Naar de audio-ingang

TAPE CDR (PLAY) Voor de RX-7032VSL U kunt een cassettedeck of een CD-recorder met de TAPE/CDR aansluitingen verbinden. Zie de rechterkolom indien u een CDrecorder met de TAPE/CDR aansluitingen wilt verbinden. Opmerking: Voor de RX-7032VSL: Indien u een CD-recorder met de TAPE/CDR aansluitingen heeft verbonden, moet u de bronnaam naar “CDR”, veranderen zodat deze wordt getoond wanneer u de CD-recorder als bron kiest. Zie bladzijde 21 voor details. Cassettedeck Naar de audio-ingang Naar de audio-uitgang

Beeldapparatuur aansluiten MD-recorder Druk op de toets TAPE/MD (voor de RX-8032VSL) of TAPE/CDR (voor de RX-7032VSL) om het geluid na het aansluiten te beluisteren. Voor de RX-8032VSL U kunt een cassettedeck of een MD-recorder met de TAPE/MD aansluitingen verbinden. Zie bladzijde 12 voor het aansluiten van een cassettedeck MD-recorder

Deze receiver heeft de volgende video-aansluitingen—composiet video, S-video en component video (alleen voor de RX-8032VSL) aansluitingen. U kunt ieder van deze drie aansluitingen gebruiken voor het verbinden van een videocomponent. De videosignalen van een bepaald type ingangsaansluiting worden echter uitsluitend via de video-uitgangsaansluitingen van hetzelfde type uitgestuurd. Indien derhalve een videocomponent voor opname en een videocomponent voor weergave via verschillende typen videoaansluitingen van deze receiver zijn verbonden, kunt u het beeld niet opnemen. Indien de op deze receiver aangesloten TV en videocomponent voor weergave via video-aansluitingen van verschillend type zijn verbonden, kunt u het weergavebeeld van de video niet op de TV bekijken. Opmerking: Als u een MD-recorder op de uitgang TAPE/MD aansluit, moet u de naam van de afspeelbron wijzigen in “MD”. De naam van de afspeelbron wordt op de display weergegeven. Zie bladzijde 21 voor details. Voor de RX-7032VSL U kunt een MD-recorder met de TAPE/CDR aansluitingen verbinden indien er geen ander component, bijvoorbeeld een cassettedeck of CD-recorder, op is aangesloten. Zie bladzijde 12 indien u een MD-recorder met de TAPE/CDR aansluitingen wilt verbinden.

  • Uw MD-recorder is mogelijk een van de JVC producten met het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem. U kunt het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem echter niet gebruiken voor het bedienen van de MD-recorder. RX-8032V ONLY Videocamera Druk op VIDEO om het geluid na het aansluiten te beluisteren. De VIDEO ingangsaansluitingen op het voorpaneel (achter de voorklep) zijn vooral handig voor een component dat u regelmatig aansluit en ontkoppelt. Naar audio-uitgang Naar composiet videouitgang

Naar S-video uitgang Naar optische digitale uitgang

VIDEO Videocamera Bij gebruik van de digitale ingangsaansluiting Kies de juiste digitale ingangsfunctie. Zie “Kiezen van de analoge of digitale ingangsmodi” op bladzijde 19 voor details.

Nederlands BELANGRIJK: RX-8032VSL Naar de audio-ingang Gebruik voor het aansluiten van geluidsapparatuur kabels met RCA-pinstekers (niet bijgeleverd). Sluit de witte steker aan op de linker audio-uitgang, de rode steker op de rechter audio-uitgang, en de gele steker op de video-uitgang.

  • Indien uw videocomponenten S-video (Y/C-gescheiden) en/of component video (Y, PB, PR) aansluitingen hebben, dient u deze met een S-videokabel (niet bijgeleverd) en/of component videokabel (niet bijgeleverd) te verbinden. Met gebruik van deze aansluitingen krijgt u een betere beeldkwaliteit op volgorde van— Component video > S-video > Composiet video. Videorecorder TV en/of DBS-tuner Druk op VCR 1 of VCR 2 (voor de RX-8032VSL) of VCR (voor de RX-7032VSL) om het geluid na het aansluiten te beluisteren. Druk op TV SOUND/DBS (of TV/DBS van de afstandsbediening) om het geluid na het aansluiten te beluisteren. Voor de RX-8032VSL U kunt twee videorecorders verbinden—de ene met de VCR 1 aansluitingen en de andere met de VCR 2 aansluitingen.

Nederlands RX-8032VSL

MONITOR OUT Naar audio-ingang Naar audio-uitgang Naar S-video uitgang Naar component video-uitgang Naar S-video ingang Naar composiet video-ingang

Indien “TV” als bronnaam is ingevoerd (zie bladzijde 21) worden er geen signalen via deze aansluitingen uitgestuurd.

(PLAY) Verbind de TV met de juiste MONITOR OUT aansluitingen voor weergave van het beeld van de aangesloten videocomponenten.

OUT (REC) VCR 2 Å Naar audio-uitgang ı Naar component video-ingang (Alleen voor de RX-8032VSL) Ç Naar S-video ingang Î Naar composiet video-ingang

RX-7032VSL Naar audio-ingang Naar audio-uitgang Naar S-video uitgang Naar component video-uitgang Naar S-video ingang Naar composiet video-ingang

Å Naar audio-uitgang ı Naar component video-uitgang (Alleen voor de RX-8032VSL) Ç Naar S-video uitgang Î Naar composiet video-uitgang Opmerking: Indien u een DBS-tuner met de TV SOUND/DBS IN aansluitingen verbindt, moet u de bronnaam naar “DBS” veranderen zodat deze aanduiding op het display wordt getoond wanneer u de bron kiest. U kunt anders het beeld van de DBS-tuner niet bekijken. Zie bladzijde 21 voor details.

  • Als u de DVD-speler met de stereo-stekers aansluit: Druk op DVD om het geluid na het aansluiten te beluisteren.
  • Als u de DVD-speler met de analoge, losse stekers aansluit (5,1 kannal-reproductie): Druk op DVD MULTI om het geluid na het aansluiten te beluisteren. COMPONENT VIDEO DVD

DVD-speler Å Naar component video-uitgang (Alleen voor de RX8032VSL) ı Naar S-video uitgang Ç Naar composiet video-uitgang Î Naar links/rechts voorkanaal audio-uitgang (of naar gemengde audio-uitgang indien nodig) DVD

Å Naar component video-uitgang (Alleen voor de RX8032VSL) ı Naar subwoofer uitgang Ç Naar middenkanaal audio-uitgang Î Naar S-video uitgang ‰ Naar composiet video-uitgang Ï Naar links/rechts voorkanaal audio-uitgang Ì Naar links/rechts surroundkanaal audio-uitgang

Digitale aansluitingen Digitale uitgangsaansluiting Deze receiver heeft vier DIGITAL IN aansluitingen—één digitale coaxiale aansluiting en drie digitale optische aansluitingen—en één DIGITAL OUT (optisch) aansluiting op het achterpaneel.

  • Voor de RX-8032VSL: Op het voorpaneel is er nog een extra digitale optische ingangsaansluiting (zie bladzijde 13). U kunt een gewenst digitaal component met een optische digitale ingangsaansluiting verbinden. Digitale optische kabel (niet bijgeleverd) tussen digitale optische aansluitpunten Nederlands BELANGRIJK:
  • Let er bij het aansluiten van de DVD-speler, digitale TV-tuner of DBS-tuner waarbij u de digitale aansluitpunten gebruikt op dat u de apparatuur tevens aansluit op de video-bus aan de achterzijde. Zonder aansluiting op de video-bus is het niet mogelijk om beelden te bekijken.
  • Nadat u bovenstaande apparaten op de DIGITAL IN-aansluitingen hebt aangesloten, moet u indien nodig nog de volgende instellingen op de juiste wijze aanbrengen. – Selecteer de juiste instelling voor de digitale ingang van (DIGITAL IN). Hiervoor verwijzen we u naar de paragraaf “Instellen van de digitale ingangsaansluitingen” op pagina 31. – Selecteer de juiste digitale invoermodus. Hiervoor verwijzen we u naar de paragraaf “Kiezen van de analoge of digitale ingangsmodi” op pagina 19. Als de digitale recorder (b.v. een MD-recorder en CD-recorder) is uitgerust met een digitale, optische ingang, dient u deze te verbinden met de uitgang DIGITAL OUT zodat u van digitaal naar digitaal kunt opnemen.

/ DTS DIGITAL OUT Opmerking: Digitale ingangen U kunt ieder digitaal component met een coaxiale of optische digitale uitgangsaansluiting verbinden. Digitale coaxkabel (niet bijgeleverd) tussen digitale coax-aansluitpunten De netspanningskabel aansluiten Digitale optische kabel (niet bijgeleverd) tussen digitale optische aansluitpunten Als het desbetreffende apparaat een digitale coax-uitgang heeft, moet u dat apparaat met een digitale coax-kabel (niet bijgeleverd) aansluiten op de ingang DIGITAL 1 (DVD). De indeling van het digitale signaal dat via de uitgang DIGITAL OUT wordt uitgevoerd, is gelijk aan de indeling van de invoersignalen. Dit betekent dat wanneer de DTS Digital Surround-signalen worden ingevoerd, er ook DTS Digital Surround-signalen worden uitgevoerd. DIGITAL IN Alvorens de ontvanger op de netspanningskabel aan te sluiten, moet u nagaan of alle benodigde aansluitingen tot stand zijn gebracht. Steek de stekker van de netspanningskabel in een wandcontactdoos. Houd de netspanningskabel uit de buurt van de aansluitkabels en de antenne. De netspanningskabel kan de ontvangst en de weergave van beelden en geluid negatief beïnvloeden. DIGITAL 1 (DVD) Als het desbetreffende apparaat een digitale optische uitgang heeft, moet u dat apparaat met een digitale optische kabel (niet bijgeleverd) aansluiten op de ingang DIGITAL 2 (CD), DIGITAL 3 (TV) of DIGITAL 4 (CDR). Verwijder voor het aanbrengen van een digitale optische kabel eerst het beschermende dopje uit de ingang. Opmerking: DIGITAL 2 (CD) De voorkeursinstellingen zoals kanaal- en geluidsinstellingen kunnen in de volgende gevallen na een aantal dagen zijn gewist: – Wanneer u de stekker eruit haalt. – Wanneer er een stroomstoring optreedt. DIGITAL 3 (TV) LET OP: DIGITAL 4 (CDR)

  • Raak de netspanningskabel niet met natte handen aan.
  • Trek niet aan de netspanningskabel als u die uit de wandcontactdoos wilt verwijderen. Pak de kabel altijd bij de stekker beet en trek de stekker voorzichtig uit het stopcontact zodat de kabel niet kan beschadigen. Opmerkingen:
  • De instellingen voor de digitale ingangen van DIGITAL IN zijn in de fabriek als volgt voor de volgende apparaten ingesteld: – DIGITAL 1 (coaxiaal): Voor een DVD-speler – DIGITAL 2 (optisch): Voor een CD-speler – DIGITAL 3 (optisch): Voor de digitale TV-tuner – DIGITAL 4 (optisch): Voor een CD-recorder
  • Indien u de CD-speler of CD-recorder (of MD-recorder; alleen voor de RX-8032VSL) met gebruik van het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem wilt bedienen, moet u het te bedienen component volgens de beschrijving bij “Analoge aansluitingen” (zie bladzijden 12 en 13) aansluiten.

De bediening in een notendop De volgende bedieningsinstructies gelden doorgaans voor alle typen geluidsapparatuur. De volgende bedieningen worden uitgelegd met gebruik van de toetsen op het voorpaneel. U kunt tevens de toetsen op de afstandsbediening voor de overeenkomende functies gebruiken indien deze min of meer dezelfde namen/markeringen hebben. Een afspeelbron kiezen Dagelijkse bedieningsprocedures

Druk rechtstreeks op de toets van de gewenste afspeelbron.

  • De naam van de gekozen bron en de hiervoor gekozen Surround/ DSP-modus worden tevens op de display weergegeven. 1 Schakel de stroom in.
  • Zie “De stroomtoevoer inschakelen” hieronder. De naam van de geselecteerde afspeelbron en de huidige Surround-/DSP-modus worden weergegeven 2 Kies de bron.
  • Zie “Een afspeelbron kiezen” hier rechts. 3 Stel het volume in.
  • Zie “Het volume aanpasen” op bladzijde 18.

4 Kies de surroundfunctie of DSP-modus.

  • Zie “Activeren van de surroundmodi” (bladzijde 39) en “Activeren van de DSP-modus” (bladzijde 41). Voor de RX-8032VSL De stroomtoevoer inschakelen DVD MULTI DVD VCR 1 VCR 2 TV SOUND /DBS VIDEO PHONO
  • Het lampje van de gekozen bron licht op (bijv. met DVD als bron gekozen). Druk op de toets STANDBY/ON (of AUDIO afstandsbediening). van de Het STANDBY-lampje gaat aan. De naam van de huidige afspeelbron en de Surround-/DSP-modus worden op de display weergegeven. DVD MULTI DVD

FM/AM VCR1 VCR2 CDR TAPE/MD TV/DBS VIDEO PHONO Met de afstandsbediening Voor de RX-7032VSL DVD MULTI DVD De naam van de huidige afspeelbron en de Surround-/DSPmodus worden weergegeven VCR

Met het toestel ANALOG

TV/DBS VCR TAPE/CDR FM/AM SPEAKERS 1 SUBWFR VOLUME Met de afstandsbediening Het huidige volumeniveau wordt weergegeven Voor het uitschakelen van de stroom (naar standby), drukt u STANDBY/ON (of AUDIO van de weer op de toets afstandsbediening). Het STANDBY-lampje licht op. Opmerking: Er vindt altijd een licht stroomverbruik plaats wanneer de eenheid in standby staat. Als u het stroomverbruik helemaal wilt uitschakelen, moet u de stekker uit het stopcontact verwijderen. Opmerkingen:

  • Voor de RX-8032VSL: Indien u een MD-recorder hebt aangesloten (op de uitgang TAPE/MD IN), en een DBS-tuner hebt aangesloten (op de uitgang TV SOUND/DBS IN), moet u de naam van de afspeelbron die op de display wordt weergegeven wijzigen. Zie pagina 21 voor meer informatie.
  • Voor de RX-7032VSL: Indien u een CD-recorder hebt aangesloten (op de uitgang TAPE/CDR IN), en een DBS-tuner hebt aangesloten (op de uitgang TV SOUND/DBS IN), moet u de naam van de afspeelbron die op de display wordt weergegeven wijzigen. Zie bladzijde 21 voor meer informatie.

Luidspreker- en signaalindicators op het display Aan de hand van de volgende indicators kunt u gemakkelijk zien welke luidsprekers zijn geactiveerd en wat voor een signalen en van welke bron in de receiver komen. Luidsprekerindicators

Druk tijdens het bekijken van het beeld van een videocomponent, bijvoorbeeld de videorecorder of DVD-speler, op een van de audiobronkeuzetoetsen. Voor de RX-8032VSL

Tijdens het bekijken van beelden van een videobron, kunt u tegelijkertijd het geluid van een andere audiobron beluisteren.

  • Nadat u een videobron heeft gekozen, worden de beelden van deze gekozen bron naar de TV gestuurd totdat u een andere videobron kiest.

Kiezen van een verschillende bron voor het beeld en geluid

PHONO Welke luidsprekerindicators oplichten is afhankelijk van de luidsprekerinstellingen (zie “Instellen van de luidsprekers” op bladzijde 29 voor details).

  • De lijsten van “L”, “C”, “R”,”LS”, “RS” en “SB” lichten op indien de overeenkomende luidsprekers op “LARGE” of “SMALL” zijn gesteld en de luidspreker voor de huidige gekozen Surround/DSPfunctie vereist is.
  • Indien “SUB WOOFER” op “YES” is gesteld, licht SUBWFR op (zie bladzijde 29).
  • Alle drie de lijsten in de “SB” regel worden niet tegelijkertijd gebruikt. Indien “SBACK OUT” op “2SPK” is gesteld, worden de linker- en rechterlijsten niet gebruikt. Met “1SPK” gekozen, wordt de middelste lijst gebruikt (zie bladzijde 29). De signaalindicators lichten op het display op en tonen de binnenkomende signalen.
  • Met de digitale ingang gekozen: Licht op wanneer het signaal van het linkerkanaal wordt ontvangen.
  • Met de analoge ingang gekozen: Licht altijd op.
  • Met de digitale ingang gekozen: Licht op wanneer het signaal van het rechterkanaal wordt ontvangen.
  • Met de analoge ingang gekozen: Licht altijd op. Licht op wanneer het signaal van het middenkanaal wordt ontvangen. LFE: Licht op wanneer het signaal van het LFE (lage frequentieeffect) kanaal wordt ontvangen. LS: Licht op wanneer het signaal van het linkersurroundkanaal wordt ontvangen. RS: Licht op wanneer het signaal van het rechtersurroundkanaal wordt ontvangen. Licht op wanneer het signaal van het monosurroundkanaal wordt ontvangen. SB: Licht op wanneer het signaal van het surroundachterkanaal wordt ontvangen. Opmerking: Met “DVD MULTI” als bron gekozen, zullen “L”, “C”, “R”, “LFE”, “LS” en “RS” oplichten.

CDR Met de afstandsbediening Voor de RX-7032VSL

Met het toestel FM/AM TAPE/CDR Met de afstandsbediening Opmerking: Voor de RX-8032VSL: U kunt deze functie niet gebruiken tijdens weergave van een beeld via de COMPONENT VIDEO aansluitingen. Het volume aanpassen Op het bedieningspaneel aan de voorzijde: Draai de knop MASTER VOLUME met de wijzers van de klok mee om het volume te vergroten. Draai de knop tegen de wijzers van de klok in om het volume te verkleinen. Met de afstandsbediening: Druk op de toets VOLUME + om het volume te vergroten. Druk op de toets VOLUME – om het volume te verkleinen. LET OP: Uitleg over de verlichting van de luidspreker- en signaalindicators

Bijv. Er wordt geen geluid via de middenluidspreker en surroundachterluidsprekers weergegeven alhoewel er wel signalen door deze receiver voor het middenkanaal en surroundachterkanaal worden ontvangen. Zet het volume altijd op het minimum niveau alvorens u een bron inschakelt. Als u het volume op het maximum niveau zet, kan de plotselinge geluidsexplosie uw gehoororganen en/of de luidsprekers permanente schade toebrengen. Opmerkingen:

  • Het volumeniveau kan worden ingesteld op waarden tussen “0” (minimaal) tot “70” (maximaal).
  • Als u voor de One Touch-bediening de instelling “ON” opgeeft (zie bladzijde 32), hoeft u het volumeniveau niet elke keer aan te passen wanneer u een andere afspeelbron selecteert. Het niveau wordt automatisch ingesteld op het opgeslagen niveau.

Remote NOT Met twee paar voorluidsprekers aangesloten, kunt u kiezen welke luidsprekers u wilt gebruiken. Als u de luidsprekers wilt gebruiken die zijn aangesloten op de aansluiting met de aanduiding FRONT SPEAKERS 1, moet u op de toets SPEAKERS ON/OFF 1 drukken zodat de indicator SPEAKERS 1 op het display licht op. Zorg ervoor dat de indicator SPEAKERS 2 niet licht is. Als u de luidsprekers wilt gebruiken die zijn aangesloten op de aansluiting met de aanduiding FRONT SPEAKERS 2, moet u op de toets SPEAKERS ON/OFF 2 drukken zodat de indicator SPEAKERS 2 op het display licht op. Zorg ervoor dat de indicator SPEAKERS 1 niet licht is. Als u alle twee de luidsprekersets wilt gebruiken, moet u op de toets SPEAKERS ON/OFF 1 en SPEAKERS ON/OFF 2 drukken zodat zowel de indicators SPEAKERS 1/2 op het display licht op. Als u geen van beide luidsprekersets wilt gebruiken, moet u op de toets SPEAKERS ON/OFF 1 en SPEAKERS ON/OFF 2 drukken zodat zowel de indicators SPEAKERS 1/2 op het display uit zijn. De indicator HEADPHONE licht op en de vermelding “HEADPHONE” wordt op de display weergegeven.

  • Als u de luidsprekers activeert, wordt de eerder geselecteerde Surround- en DSP-modus ingeschakeld. Weergave via uitsluitend de hoofdtelefoon: Schakel beide paren voorluidsprekers uit en verbind uw hoofdtelefoon met de PHONES aansluiting. Activeren en instellen van het subwoofergeluid Remote NOT Het is mogelijk het geluid van de subwoofer te annuleren, als u een subwoofer hebt aangesloten en voor “SUB WOOFER” de instelling “YES” hebt geselecteerd (zie bladzijde 29). Dit is handig voor als u ‘s nachts naar de subwoofer wilt luisteren. Druk op de toets SUBWOOFER OUT ON/OFF om het geluid van de subwoofer te annuleren. Elke keer wanneer u op de toets drukt, wordt het geluid van de subwoofer gedeactiveerd (“SUBWFR OFF”) of geactiveerd (“SUBWFR ON”).
  • Het uitgangsniveau voor de subwoofer kan met de afstandsbediening worden ingesteld indien de subwoofer voor weergave is geactiveerd. 1 Druk op SOUND. 2 Druk op SUBWOOFER. 3 Druk op LEVEL + of – om het uitgangsniveau in te stellen (–10 dB tot +10 dB). Opmerking: U kunt de geluidsweergave via de subwoofer niet uitschakelen indien u “SMALL” bij de instellingen voor het luidsprekersformaat (zie bladzijde 29) of met “Quick Speaker Setup” (zie bladzijde 27) heeft gekozen. Kiezen van de analoge of digitale ingangsmodi U moet de digitale ingangsfunctie kiezen indien u digitale broncomponenten met de digitale aansluitingen heeft verbonden (zie bladzijde 16). U kunt tevens de geluidseffecten via de hoofdtelefoon horen indien de surround- of DSP-functie is geactiveerd—3D HEADPHONE (3D H PHONE) functie.
  • “3D H PHONE” verschijnt op het display en de DSP en HEADPHONE indicators lichten op het display op. (Zie bladzijde 38 voor details). Opmerking: U kunt slechts één paar luidsprekers gebruiken indien u “DVD MULTI” als bron heeft gekozen of een van de Surround/DSP-functies kiest waardoor de midden- en/of surroundluidspreker(s) wordt geactiveerd. Voordat u start, vergeet niet... De instellingen voor de digitale ingangsaansluiting dienen juist te zijn gemaakt voor de bronnen waarvoor u de digitale ingangsfunctie wilt kiezen (zie “Instellen van de digitale ingangsaansluitingen” op bladzijden 31 en 32).

1. Druk op een van de bronkeuzetoetsen waarvoor u de

ingangsfunctie wilt veranderen. LET OP: Verlaag het volume:

  • Alvorens de hoofdtelefoon aan te sluiten of op te zetten, daar een hoog volume zowel de hoofdtelefoon als uw gehoor kan beschadigen.
  • Alvorens de luidsprekers weer te activeren, daar anders mogelijk een zeer hoog volume via de luidsprekers wordt uitgestuurd.
  • Voor de RX-8032VSL: DVD, VIDEO, TV (SOUND)/ DBS, CD, CDR, of TAPE/MD*
  • De digitale ingangsfunctie is niet beschikbaar indien u “TAPE” als bron heeft gekozen. Zie “De naam van een afspeelbron wijzigen” op bladzijde 21 indien u de bronnaam wilt wijzigen. Zie verder op de volgende pagina

Nederlands De luidsprekers aan de voorzijde selecteren

2. Druk op de toets INPUT DIGITAL (of ANALOG/

DIGITAL INPUT van de afstandsbediening) om “DGTL AUTO” te kiezen. De DIGITAL AUTO indicator licht op het display op. Instellen van het dynamisch bereik U kunt met de Midnight modus ook ’s avonds laat een krachtig geluid beluisteren. DIGITAL AUTO

  • Met “DGTL AUTO” gekozen, tonen de volgende indicators het digitale signaalformaat van de ontvangen signalen. LINEAR PCM : Licht op wanneer lineaire PCM signalen worden ontvangen. DIGITAL : Licht op wanneer Dolby Digital signalen worden ontvangen. : Licht op wanneer DTS signalen worden ontvangen. Er licht geen indicator op indien de receiver het digitale signaalformaat van de ontvangen signalen niet kan herkennen. Bij weergave van software die met Dolby Digital of DTS is gecodeerd, kunnen de volgende symptonen voorkomen:
  • Geen geluid bij het begin van de weergave.
  • Ruis tijdens het zoeken of overslaan van hoofdstukken of fragmenten. Druk in dit geval herhaaldelijk op INPUT DIGITAL om “DGTL D.D” of “DGTL DTS” te kiezen.
  • Door iedere druk op INPUT DIGITAL verandert de ingangsfunctie als volgt: Druk op de toets MIDNIGHT MODE zodat “MID NIGHT 1” of “MID NIGHT 2” op het display verschijnt. De MIDNIGHT MODE indicator licht tevens op. MID NIGHT 1: Kies indien u het dynamisch bereik iets wilt verkleinen. MID NIGHT 2: Kies voor een volledige verkleining van het dynamisch bereik (vooral ’s avonds laat zeer handig). MID NIGHT OFF: Kies wanneer u het surroundgeluid met het gehele dynamische bereik wilt beluisteren (er wordt geen effect toegepast). Opmerkingen: Remote NOT
  • De Midnight modus wordt tijdelijk geannuleerd indien Analog Direct in gebruik is.
  • “Midnight Mode” kan niet voor de DVD MULTI weergavefunctie worden gebruikt. DIGITAL AUTO

(Dolby Digital) DGTL DTS Met “DGTL D.D” of “DGTL DTS” gekozen, zal de AUTO indicator doven en de overeenkomende indicator van het digitale signaalformaat op het display oplichten.

  • Indien het ontvangen signaal niet overeenkomt het het gekozen digitale signaalformaat, zal de rand van de gekozen indicator knipperen. Het invoersignaal dempen Remote NOT Wanneer het invoersignaal van de afspeelbron te sterk is, treedt er vervorming op. Als dit het geval is, dient u het invoersignaal af te zwakken zodat de vervorming van het geluid verdwijnt.
  • Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere analoge bron in het geheugen vastgelegd. Opmerking: De “DGTL D.D” en “DGTL DTS” instellingen worden geannuleerd en de digitale ingangsfunctie wordt automatisch naar “DGTL AUTO” gesteld wanneer u de stroom uitschakelt of een andere bron kiest. Weer kiezen van de analoge ingangsfunctie Druk op INPUT ANALOG (of druk herhaaldelijk op ANALOG/ DIGITAL INPUT van de afstandsbediening totdat “ANALOG” op het display verschijnt). De ANALOG indicator licht op. Druk op de toets INPUT ATT (INPUT ANALOG) en houdt deze ingedrukt zodat de indicator INPUT ATT op de display oplicht.
  • Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt de dempingsfunctie ingeschakeld (“ATT ON”) of uitgeschakeld (“NORMAL”). Opmerking: ANALOG

LINEAR PCM SPEAKERS 1 SUBWFR Deze functie werkt niet indien “DVD MULTI” is gekozen of “Analog Direct” is geactiveerd. VOLUME

De naam van een afspeelbron wijzigen U kunt het geluid dat dichterbij het oorspronkelijke geluid van de bron ligt beluisteren door de signalen niet via de diverse circuits voor het regelen van het geluid; bijvoorbeeld het luidsprekeruitgangsniveau (zie bladzijde 34), de digitale egalisatie (zie bladzijde 34), de surroundfuncties en DSP-functies (zie bladzijden 36 tot 41), Bass Boost (zie bladzijde 22) en Midnight Mode (zie bladzijde 20), te laten lopen. Met Analog Direct geactiveerd, kunt u uitsluitend het volume instellen.

  • Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere analoge bron in het geheugen vastgelegd. Remote NOT Als u aan de achterzijde van de ontvanger een MD-recorder op de uitgang TAPE/MD IN of een DBS-tuner op de uitgang TV SOUND/ DBS IN hebt aangesloten, moet u de naam van de bron die op de display wordt weergegeven wijzigen wanneer u de MD-recorder of DBS-tuner als bron selecteert. Als u de naam van de afspeelbron wijzigt van “TV” tot “DBS”:

1. Druk op de toets TV SOUND/DBS.

  • Controleer dat “TV” op het display verschijnt.

2. Druk op de toets TV SOUND/DBS en houdt deze ingedrukt

tot “ASSGN DBS” op de display wordt weergegeven. Druk op de toets ANALOG DIRECT zodat “A DIRECT” op het display wordt getoond. Het lampje op de toets licht tevens op.

  • Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt Analog Direct afwisselend uitgeschakeld en geactiveerd. ANALOG
  • Analog Direct kan niet worden gebruikt indien de digitale ingangsmodus is geactiveerd.
  • Analog Direct wordt uitgeschakeld en de hiervoor gekozen geluidsinstellingen worden opgeroepen wanneer u Surround of een DSP-modus activeert.
  • “Midnight Mode” wordt tijdelijk uitgeschakeld wanneer u “Analog Direct” activeert.
  • Door “Analog Direct” te activeren, wordt “Input Attenuator” (bladzijde 20) (en CC-converter voor de RX-8032VSL; zie hieronder) uitgeschakeld. Indien u een DBS-tuner met de TV SOUND/DBS IN aansluitingen heeft verbonden, moet u de bronnaam die op het display wordt getoond bij het kiezen van de bron naar “DBS” veranderen. U kunt anders het beeld van de DBS-tuner niet bekijken. Voor een natuurgetrouwer geluid RX-8032V ONLY De JVC CC (Compensative Compression) converter elimineert trillingen en golven voor een drastische vermindering van de digitale vervorming door de digitale muziekdata met een 24 bit-quantisatie te verwerken en de bemonsteringsfrequentie tot 128 kHz (voor fs 32 kHz signalen)/176,4 kHz (voor fs 44,1 kHz signalen)/192 kHz (voor fs 48 kHz signalen) te vergroten. Met gebruik van de CC-converter krijgt u met zowel digitale als analoge bronnen een natuurlijk en prettig geluidsveld. Voor de RX-8032VSL: Als u de naam van de afspeelbron wijzigt van “TAPE” tot “MD”:

1. Druk op de toets TAPE/MD.

  • Controleer dat “TAPE” op de display wordt weergegeven.

2. Druk op de toets TAPE/MD en houdt deze ingedrukt tot

“ASSGN MD” op de display wordt weergegeven. Voor de RX-7032VSL: Als u de naam van de afspeelbron wijzigt van “TAPE” tot “CDR”:

1. Druk op de toets TAPE/CDR.

  • Controleer dat “TAPE” op de display wordt weergegeven.

2. Druk op de toets TAPE/CDR en houdt deze ingedrukt tot

“ASSGN CDR” op de display wordt weergegeven. Voor het veranderen van de bronnaam naar “TV” en “TAPE” moet u de hierboven beschreven procedure opnieuw uitvoeren. Opmerking: Druk op de toets CC CONVERTER zodat het lampje op de toets oplicht.

  • Door iedere druk op de toets wordt de CC-converter afwisselend geactiveerd en uitgeschakeld (het lampje dooft). Opmerking: U kunt deze functie niet gebruiken wanneer “Analog Direct” is geactiveerd. Door “Analog Direct” te activeren, wordt de converter uitgeschakeld. U kunt de aangesloten componenten ook gebruiken wanneer u de bronnaam niet heeft veranderd. U krijgt in dat geval echter mogelijk wat moeilijkheden.
  • Voor de RX-8032VSL: – “TAPE” of “TV” wordt op het display getoond wanneer u de MDrecorder of DBS-tuner kiest. – U kunt de digitale ingang (zie bladzijde 21) niet voor de MDrecorder gebruiken. – U kunt het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem (zie bladzijde 43) niet voor de MD-recorder gebruiken.
  • Voor de RX-7032VSL: – “TAPE” of “TV” wordt op het display getoond wanneer u de CDrecorder of DBS-tuner kiest. – U kunt de digitale ingang (zie bladzijde 21) niet voor de CDrecorder gebruiken.

Nederlands Activeren en uitschakelen van Analog Direct De volgende basisbedieningen kunnen uitsluitend met de afstandsbediening worden uitgevoerd. Met gebruik van de Sleep Timer kunt u muziek beluisteren terwijl u in slaap valt. Het tijdstip waarop de ontvanger zichzelf moet uitschakelen, als dit tijdstip aanbreekt, schakelt de ontvanger zichzelf uit. BASS BOOST Het basgeluid versterken

+10 De Sleep Timer gebruiken Druk herhaaldelijk op de toets SLEEP. SOUND De SLEEP indicator licht op de display op en de uitschakeltijd verandert met stappen van 10 minuten: Nederlands MUTING De Sleep Timer gebruiken Het geluid uitzetten

SLEEP DIMMER Veranderen van de helderheid van het display Het basgeluid versterken Het is mogelijk om het niveau van het basgeluid te versterken.

  • Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere bron vastgelegd.

1. Druk op de toets SOUND.

De 10 cijfertoetsen treden in werking voor het wijzigen van het geluid.

2. Druk op de toets BASS BOOST om “Bass Boost” te

activeren. De BASS BOOST indicator licht op.

  • Elke keer wanneer u op de toets drukt, wordt de basversterkingsfunctie geactiveerd (“BOOST ON”) en gedeactiveerd (“BOOST OFF”). RX-7032V ONLY Voor de RX-7032VSL: U kunt de BASS BOOST toets op het voorpaneel gebruiken. Het lampje op de toets licht op wanneer u “Bass Boost” activeert.
  • Door iedere druk op de toets wordt “Bass Boost” afwisselend geactiveerd en uitgeschakeld. Opmerkingen:
  • Deze functie heeft uitsluitend effect op het geluid via de voorluidsprekers, middenluidspreker en subwoofer.
  • Bass Boost wordt tijdelijk geannuleerd indien u Analog Direct (zie bladzijde 21) activeert.

(Geannuleerd) Kijken hoe lang het nog duurt tot de ontvanger zichzelf uitschakelt en het tijdstip van uitschakelen wijzigen: Druk één keer op de toets SLEEP. De resterende tijd tot het tijdstip van uitschakeling verschijnt. De tijd wordt weergegeven in minuten.

  • Als u het tijdstip van uitschakeling wilt wijzigen, moet u herhaaldelijk op de toets SLEEP drukken. De Sleep Timer uitzetten: Druk herhaaldelijk op de toets SLEEP tot de vermelding “SLEEP 0min” op de display wordt weergegeven. (De indicator SLEEP gaat uit).
  • Ook als u de stroom uitschakelt, gaat de Sleep Timer. Opnemen van een bron Voor analoog-naar-analoog opname U kunt een analoge weergavebron tegelijkertijd opnemen op de opnamecomponenten die met de audio-uitgangsaansluitingen op het achterpaneel van dit toestel zijn verbonden. Van digitaal naar digitaal opnemen U kunt via deze ontvanger van de geselecteerde digitale invoer digitale opnames maken op een digitale recorder die op de uitgang DIGITAL OUT is aangesloten. Opmerkingen:
  • Analoog naar digitaal en digitaal naar analoog opnemen is niet mogelijk.
  • Het niveau van het uitvoervolume, de nachtmodus (zie bladzijde 20), de basversterkingsfunctie (zie hier links), de Digitale Equalizer (zie bladzijde 34), Surround-modi en DSP-modi (zie bladzijden 36 tot 41) hebben geen invloed op opnames die u maakt. Automatisch geheugen voor basisinstellinge Het geluid uitzetten Druk op de toets MUTING om het geluid voor alle luidsprekers en de hoofdtelefoon uit te schakelen. De vermelding “MUTING” verschijnt op de display en het volume wordt uitgeschakeld (de indicator voor het VOLUME niveau gaat uit). Als u het volume wilt herstellen, drukt u nogmaals op de toets MUTING.
  • Door aan de voorzijde aan de knop MASTER VOLUME te draaien of op de afstandsbediening op de toets VOLUME +/– te drukken, wordt het geluid hersteld. Veranderen van de helderheid van het display U kunt de verlichting van het display dimmen. Druk op de toets DIMMER.
  • Door iedere druk op de toets verandert de helderheid van het display als volgt:

Deze receiver legt automatisch de geluidsinstellingen voor iedere bron vast—

  • wanneer u de stroom uitschakelt,
  • wanneer u van bron verandert, en
  • wanneer u de bronnaam instelt (zie bladzijde 21). Bij het veranderen van bron worden de vastgelegde instellingen automatisch voor de nieuwe bron opgeroepen. Het volgende kan voor iedere bron worden vastgelegd:
  • Analoog/digitaal ingangsfunctie (zie bladzijden 19 en 20)
  • Verzwakking voor het ingangssignaal (zie bladzijde 20)
  • Analoog Direct (zie bladzijde 21)
  • Digitale egalisatiepatroon (zie bladzijde 34)
  • Niveau van de luidsprekerkanalen-uitgang (zie bladzijde 34)
  • Keuze van Surround- en DSP-modus (zie bladzijden 39 en 41)
  • “Bass Boost” instelling (zie hier links). Opmerkingen:
  • Met FM of AM als bron gekozen, kunt u voor beide golfbanden afzonderlijke instellingen maken.
  • Indien u het volumeniveau met de hierboven getoonde instellingen wilt vastleggen, moet u “One Touch Operation” op “ON” stellen (zie bladzijde 32).

Radiostations ontvangen U kunt zelf op zoek gaan naar stations, of gebruik maken van de voorkeurfunctie waarmee u meteen op een bepaald radiostation afstemt. Remote NOT

1. Druk op de toets FM of AM om de golfband te

kiezen. Er wordt afgestemd op het station waarop de vorige keer in de desbetreffende band was afgestemd. ANALOG

2. Druk herhaaldelijk op de toets FM/AM TUNING

5 of ∞ totdat de gewenste frequentie is bereikt.

  • Als u op de toets FM/AM TUNING 5 drukt, wordt er een hogere frequentie gekozen.
  • Als u op de toets FM/AM TUNING ∞ drukt, wordt er een lagere frequentie gekozen. ANALOG

Wanneer een station eenmaal aan een kanaalnummer is toegekend, kunt u snel op dat station afstemmen. Er kunnen in totaal 30 FMzenders en 15 AM-zenders (MG) als voorkeurzenders worden ingesteld. Een station als voorkeurzender instellen TUNED STEREO LINEAR PCM SUBWFR Werken met voorkeurzenders TUNED STEREO LINEAR PCM Voordat u start, vergeet niet… Denk eraan dat er een tijdslimiet van kracht is voor de onderstaande stappen. Als de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent, moet u bij stap 2 beginnen. ALLEEN op het bedieningspaneel aan de voorzijde:

1. Stem af op het station dat u als voorkeurzender

wilt instellen (zie “Handmatig afstemmen op stations” op de linker kolom).

  • Als u de FM-ontvangstmodus voor dit station wilt opslaan, moet u nu de FM-ontvangstmodus van uw keuze selecteren. Zie “Een FM-ontvangstmodus selecteren” op bladzijde 24. SPEAKERS 1 SUBWFR VOLUME

2. Druk op de toets MEMORY.

  • Als u afstemt op een station waarvan de signaalsterkte toereikend is, verschijnt er op de display de indicator TUNED.
  • Wanneer het station een FM-zender is die in stereo wordt ontvangen, licht ook de indicator STEREO op.
  • Als u de toets in stap 2 ingedrukt houdt (en daarna loslaat), verandert de frequentie net zolang tot er een station is gevonden. De cursor knippert gedurende 10 seconden op de positie voor het kanaalnummer.

3. Druk zolang de positie voor het kanaalnummer

knippert op de toets FM/AM PRESET 5 of ∞ om een kanaalnummer te selecteren. ANALOG

4. Druk nogmaals op de toets MEMORY wanneer

het geselecteerde kanaalnummer op de display knippert. Het geselecteerde kanaalnummer stopt met knipperen. Het station is nu een kanaalnummer toegekend.

5. Herhaal stap 1 tot en met 4 tot u alle stations die

u als voorkeurzenders wilt instellen in het geheugen hebt opgeslagen. Een voorkeurzender uit het geheugen verwijderen Als u een nieuw station het kanaalnummer van een bestaande voorkeurzender toekent, wordt de bestaande voorkeurzender uit het geheugen verwijderd.

Nederlands Handmatig afstemmen op stations Afstemmen op een voorkeurzender Een FM-ontvangstmodus selecteren Op het bedieningspaneel aan de voorzijde: Nederlands

1. Druk op de toets FM of AM om de gewenste

omroepband te selecteren. Er wordt afgestemd op het station waarop de vorige keer in de desbetreffende band was afgestemd.

2. Druk net zo vaak op de toets FM/AM PRESET 5

of ∞ tot u het kanaal dat u zoekt hebt gevonden.

  • Als u op de toets FM/AM PRESET 5 drukt, wordt er een hoger kanaalnummer gekozen.
  • Als u op de toets FM/AM PRESET ∞ drukt, wordt er een lager kanaalnummer gekozen. Met de afstandsbediening:

+10 Als een FM-stereo-uitzending moeilijk is te ontvangen of als er veel ruis wordt ontvangen, het is mogelijk een andere FM-ontvangstmodus te selecteren wanneer u naar een FM-uitzending luistert.

  • U kunt voor elk FM-station dat u als voorkeurzender hebt ingesteld de door u gewenste FM-ontvangstmodus in het geheugen opslaan (zie bladzijde 23). Druk op de toets FM MODE terwijl u naar een FM-station luistert.
  • Elke keer wanneer u op deze toets drukt, schakelt de FMontvangstmodus heen en weer tussen “AUTOMUTING” en “MODE MONO”. AUTOMUTING: Kies normaliter deze stand. Programma’s die in stereo worden uitgezonden, worden in stereo ontvangen. Programma’s die in mono worden uitgezonden, worden in mono ontvangen. De modus kan ook worden gebruikt om statische storingen tussen stations te onderdrukken. Als u deze modus selecteert, licht de indicator AUTO MUTING op de display op. (Basisinstelling) MODE MONO:

1. Druk op de toets FM/AM om de gewenste

omroepband te selecteren. Er wordt afgestemd op het station waarop de vorige keer in de desbetreffende band was afgestemd.

  • Door iedere druk op de toets wordt afwisselend FM en AM (MG) als golfband gekozen.

2. Druk op de 10 cijfertoetsen om een

voorkeurzender te selecteren.

Druk voor kanaalnummer 5, op de toets met het cijfer 5. Druk voor kanaalnummer 15, op +10 en daarna op 5. Druk voor kanaalnummer 20, op +10 en daarna op 10/0. Druk voor kanaalnummer 30, op +10, daarna op +10, en tot slot op 10/0. Opmerking: U kunt de 10 cijfertoetsen van de afstandsbediening gebruiken om een kanaalnummer te kiezen. Zorg ervoor dat u de cijfertoetsen hebt geactiveerd voor de tuner en niet voor de CD of een andere afspeelbron. (Zie bladzijde 44.)

Kies deze stand voor een verbeterde ontvangst (maar het stereo-effect gaat verloren). In de modus hoort u ruis terwijl u op stations aan het afstemmen bent. Als u deze modus selecteert, gaat de indicator AUTO MUTING op de display uit. (De STEREO indicator dooft tevens.) Opmerking: Indien u FM MODE van de afstandsbediening gebruikt, moet u controleren dat de afstandsbedieningsfunctie voor bediening van de tuner, dus niet voor CD en andere bronnen, is geactiveerd. (Zie bladzijde 44). Ontvangst van FM-zenders met RDS Met gebruik van RDS (Radio Data System) sturen FM-zenders extra signalen samen met de normale programmasignalen uit. De zenders leveren dan bijvoorbeeld de zendernaam en tevens informatie over het type programma dat ze uitzenden, bijvoorbeeld sport of muziek, etc.

  • De RDS indicator licht op het display op wanneer u op een FMzender heeft afgestemd die tevens RDS-signalen levert. Met deze receiver kunt u de volgende typen RDS-signalen ontvangen. PS (Stationsnaam): Toont de algemeen bekende zendernamen. PTY (Programmatype): Toont het programmatype dat wordt uitgezonden. RT (Radiotekst): Toont tekstmededelingen die door de zender wordt uitgezonden. Enhanced Other Networks: Levert informatie over het soort programma dat wordt uitgezonden door andere RDS-zenders dan de huidige zender die wordt ontvangen.
  • RDS is niet beschikbaar voor AM (MG)-uitzendingen.
  • Niet alle FM-zenders leveren RDS-signalen en niet alle RDSzenders leveren dezelfde service. Controleer de lokale radiozenders voor details aangaande RDS in uw gebied.
  • RDS werkt mogelijk niet goed indien de zender waarop is afgestemd de RDS-signalen niet juist uitstuurt of de signalen te zwak zijn. Tonen van RDS-informatie U kunt op het display zien welke RDS-informatie door de zender wordt uitgestuurd. Druk tijdens het luisteren naar een FM-zender op de toets DISPLAY MODE van de afstandsbediening.
  • Door iedere druk op de toets verandert de aanduiding op het display en toont u de volgende informatie: PTY

Opzoeken van een programma met PTY-codes Een voordeel van RDS is dat u eenvoudig en snel een bepaald soort programma kunt opzoeken dat door een van de voorkeurzenders (zie bladzijde 23) wordt uitgezonden door de overeenkomende PTY-code in te voeren. Zoeken van een programma met gebruik van de PTY-codes Voordat u start, vergeet niet…

  • Druk tijdens het zoeken op de toets PTY SEARCH om het zoeken wanneer u wilt te stoppen.
  • Bij gebruik van de toetsen van de afstandsbediening moet de gekozen FM-zender met de afstandsbediening zijn ingesteld. De toetsen voor bediening van RDS werken namelijk anders niet voor RDS. (Door op de toets FM/AM te drukken wordt de afstandsbediening voor RDS ingesteld).
  • Denk eraan dat er een tijdslimiet van kracht is voor de onderstaande stappen. Als de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent, moet u bij stap 1 beginnen. ALLEEN met de afstandsbediening:

Geannuleerd PS (Stationsnaam) : Tijdens het zoeken verschijnt “PS” en worden de zendernamen getoond. “NO PS” zal verschijnen indien er geen signaal wordt ontvangen. PTY (Programmatype) : Tijdens het zoeken verschijnt “PTY” en vervolgens het type van het programma dat wordt uitgezonden. “NO PTY” zal verschijnen indien er geen signaal wordt ontvangen. RT (Radiotekst) : Tijdens het zoeken verschijnt “RT” en wordt de tekstmededeling getoond die door de zender wordt uitgezonden. “NO RT” zal verschijnen indien er geen signaal wordt ontvangen. Opmerkingen:

  • Bij gebruik van de toets DISPLAY MODE van de afstandsbediening moet u controleren dat “TUNER” op het display van de afstandsbediening wordt getoond. Indien dit niet het geval is, moet u eerst op de toets FM/AM en dan op de toets DISPLAY MODE drukken.
  • Indien het zoeken direct stopt, zullen “PS”, “PTY” en “RT” niet op het display verschijnen.
  • Bepaalde ontvangen speciale tekens en symbolen kunnen mogelijk niet juist worden getoond. Er worden geen bijzondere letters op de display weergegeven. (Zo kan een “A” bijvoorbeeld een “Å, Ä, Ã, Á, À, of ” aanduiden).

1. Druk tijdens het luisteren naar een FM-zender op

de toets PTY SEARCH. “PTY SELECT” knippert op het display.

2. Druk terwijl “PTY SELECT” knippert op de

toets PTY 9 of ( PTY totdat de gewenste PTYcode op het display verschijnt.

  • Door iedere druk op de toets verandert de PTY-code als volgt: None “News “ Affairs “ Info “ Sport “ Educate “ Drama “ Culture “ Science “ Varied “ Pop M(usic) “ Rock M(usic) “ Easy M(usic) “ Light M(usic) “ Classics “ Other M(usic) “ Weather “ Finance “ Children “ Social “ Religion “ Phone In “ Travel “ Leisure “ Jazz “ Country “ Nation M(usic) “ Oldies “ Folk M(usic) “ Document “ TEST “ Alarm! “ (terug naar het begin)
  • Zie bladzijde 52 voor details aangaande de PTY-codes.

3. Druk nogmaals op de toets PTY SEARCH terwijl

de in de vorige stap gekozen PTY-code nog steeds op het display wordt getoond. Tijdens het zoeken worden “SEARCH” en de gekozen PTYcode afwisselend op het display getoond. Het toestel zoekt de 30 FM-voorkeurzenders af en stopt zodra een zender is gevonden die een programma van het gekozen type uitzendt. Verder zoeken nadat de eerste zender is gevonden Druk nogmaals op de toets PTY SEARCH terwijl de aanduidingen op het display knipperen. “NOT FOUND” zal verschijnen indien er geen overeenkomend programma wordt gevonden.

Nederlands Opmerkingen: Automatisch overschakelen naar een gewenst programma Indien de huidige bron een andere bron dan “FM” is GEVAL 3 Nederlands Een andere handige RDS-service draagt de naam “Enhanced Other Networks”. Dankzij deze service kan de ontvanger tijdelijk van een bepaald station overschakelen naar een radioprogramma van uw keuze (TA, NEWS en/of INFO), behalve in de volgende omstandigheden:

  • Bij het luisteren naar een niet-RDS netwerk—alle AM (MG) zenders en bepaalde FM-zenders.
  • Indien de laatst ontvangen FM-zender een niet-RDS netwerk is.
  • Als de ontvanger in de Standby-modus staat. Voordat u start, vergeet niet…
  • De Enhanced Other Networks-functie is alleen op FMvoorkeurzenders van toepassing.
  • U kunt de Enhanced Other Networks functie gebruiken tijdens het luisteren naar iedere bron. Voor gebruik van de RDSbedieningstoetsen op de afstandsbediening dient de afstandsbediening echter wel voor bediening van de tuner te zijn geactiveerd (zie bladzijde 44). ALLEEN met de afstandsbediening: Druk herhaaldelijk op de toets TA/NEWS/INFO om het gewenste programmatype te kiezen.
  • Door iedere druk op de toets verandert het programmatype en licht de overeenkomende indicator op het display op.

: Verkeersinformatie in uw gebied. NEWS : Nieuws INFO : Programma’s die u advies in de breedste zin van het woord geven. OFF : De Enhanced Other Networks functie is uitgeschakeld. Indien een zender een door u gekozen programma start uit te zenden wanneer een andere bron dan “FM” is geactiveerd Zodra een zender het door u gekozen programma start uit te zenden, of reeds aan het uitzenden is, schakelt de receiver automatisch over naar die zender. De indicator van de ontvangen PTY-code begint te knipperen.

Na het programma schakelt de receiver terug naar de bron die u hiervoor beluisterde, maar blijft de Enhanced Other Networks functie echter standby geschakeld. De indicator van de gekozen PTY-code stopt te knipperen en blijft opgelicht. Stoppen van het programma dat door Enhanced Other Networks functie werd gekozen Druk herhaaldelijk op de toets TA/NEWS/INFO zodat de indicator van het programmatype (TA/NEWS/INFO) van het display dooft. De Enhanced Other Networks functie wordt nu uitgeschakeld en de hiervoor ingestelde bron wordt weer gekozen. Indien een noodbericht “Alarm!” (of TEST signaal) door een zender wordt uitgezonden De receiver stemt automatisch vanaf iedere bron, uitgezonderd AM (MG), op de betreffende zender af.

  • Tijdens ontvangst van een noodhericht “Alarm!” op het display verschijnt. Het TEST signaal wordt voor het testen van het “Alarm!” signaal gebruikt. Het toestel dient met het TEST signaal hetzelfde te functioneren als met het “Alarm!” signaal. Opmerkingen: Indien “FM” de huidige bron is GEVAL 1 Indien de huidige zender het door u gekozen programma start uit te zenden Er blijft op deze zender afgestemd maar de indicator van de ontvangen PTY-code begint te knipperen.

Na het programma stopt de indicator van de ontvangen PTYcode te knipperen en blijft opgelicht. De Enhanced Other Networks functie blijft echter standby geschakeld. GEVAL 2 Indien een andere FM-zender het door u gekozen programma start uit te zenden terwijl u een FM-zender beluistert De receiver stemt automatisch op die andere zender af. De indicator van de gekozen PTY-code begint te knipperen.

  • Enhanced Other Networks data van bepaalde zenders zijn mogelijk niet bruikbaar met deze receiver.
  • Indien u tijdens de Enhanced Other Networks standbyfunctie synchroonopname (zie bladzijde 43) start, wordt de Enhanced Other Networks standbyfunctie tijdelijk geannuleerd. De Enhanced Other Networks standbyfunctie wordt weer geactiveerd zodra de opname is afgelopen.
  • Tijdens het luisteren naar een programma dat met Enhanced Other Networks wordt ontvangen, kunt u uitsluitend de toets DISPLAY MODE voor bediening van de tuner gebruiken. LET OP: Indien afwisselend herhaaldelijk tussen de zender die met Enhanced Other Networks functie is gekozen en de laatst beluisterde zender wordt geschakeld, moet u de Enhanced Other Networks functie annuleren door herhaaldelijk op de toets TA/NEWS/INFO te drukken. Indien u niet op de toets drukt, zal uiteindelijk de huidige afgestemde zender worden ingesteld en de knipperende TA/NEWS/INFO indicators op het display doven.

Na het programma wordt weer op de hiervoor afgestemde zender afgestemd, maar blijft de Enhanced Other Networks functie standby geschakeld. De indicator van de gekozen PTYcode stopt te knipperen en blijft opgelicht.

De belangrijkste instellingen Bepaalde hieronder beschreven instellingen moet u maken na het aansluiten en opstellen van uw luidsprekers en bepaalde instellingen kunt u maken voor een handigere bediening. U kunt met “QUICK SPEAKER SETUP” snel en eenvoudig de vereiste instellingen voor uw luidsprekers maken. Instellen van de luidsprekerconfiguratie Remote NOT Met “Quick Speaker Setup” kunt u gemakkelijk en snel het luidsprekerformaat en de luidsprekerafstand voor uw luisterruimte instellen zodat u het geluid met een optimaal surroundeffect kunt beluisteren.

  • U kunt de informatie voor de luidsprekers tevens handmatig vastleggen. Zie bladzijde 29 voor details.

3. Druk MULTI JOG (PUSH SET) in.

“ROOM SIZE?” wordt op het display getoond en vervolgens verschijnt de fabrieksinstelling voor het kamerformaat. ANALOG

LINEAR PCM VOLUME Voordat u start, vergeet niet... Denk eraan dat er een tijdslimiet van kracht is voor de onderstaande stappen. Als de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent, moet u bij stap 1 beginnen.

4. Draai MULTI JOG om het juiste formaat voor

uw kamer te kiezen. Het kamerformaat verandert als volgt:

  • Zie “Kamerformaat en luidsprekerafstand” op bladzijde 28 voor het kiezen van het juiste formaat voor uw kamer. ANALOG

Op het bedieningspaneel aan de voorzijde:

“SETUP” en “SPEAKERS?” worden op het display getoond en vervolgens verschijnt de fabrieksinstelling voor het totaal aantal aangesloten luidsprekers (kanalen). ANALOG

5. Druk MULTI JOG (PUSH SET) in.

“COMPLETE” wordt op het display getoond en vervolgens verschijnt de aanduiding van de bron weer.

  • De instellingen voor de luidsprekers zijn nu geactiveerd. ANALOG

2. Draai MULTI JOG om het juiste aantal voor de

aangesloten luidsprekers (luidsprekerkanaalaantal) te kiezen. Het luidsprekerkanaalaantal verandert als volgt:

  • Zie “Luidsprekers (kanalen) aantal en formaat” op bladzijde 28 voor details aangaande het aantal luidsprekers. Opmerking: De instellingen worden niet vastgelegd en geactiveerd indien u de procedure niet helemaal heeft voltooid. ANALOG

Nederlands SPEAKERS 1 SUBWFR Luidsprekers (kanalen) aantal en formaat U kunt zien welk formaat voor de luidsprekers wordt ingesteld in overeenstemming met het door u gekozen aantal aangesloten luidsprekers (luidsprekerkanaal (CH) aantal). In de volgende tabel staat “L” voor “linkervoorluidspreker”, “R” voor “rechtervoorluidspreker”, “C” voor “middenluidspreker”, “LS” voor “linkersurroundluidspreker”, “RS” voor “rechtersurroundluidspreker”, “SB” voor “surroundachterluidspreker”, en “SUBWFR” voor “subwoofer”.

  • De subwoofer wordt als het 0,1 kanaal geteld. Formaat van de aangesloten luidsprekers Nederlands

YES Instellen basisonderdelen Met de handelingen op de volgende bladzijden kunt u de volgende onderdelen instellen: Onderdeel Aktie SUB WOOFER*1 In overeenstemming met het gekozen kamerformaat wordt de luidsprekerafstand voor iedere geactiveerde luidspreker als volgt ingesteld: LARGE MID SMALL Luidspreker Afstand

FRONT SPEAKER* Registreren van het formaat van uw voorluidspreker.

CNTR SPEAKER*1 Registreren van het formaat van uw middenluidspreker.

SURR SPEAKER* Registreren van het formaat van uw surroundluidspreker.

SBACK SPEAKER* Registreren van het formaat van uw surroundachterluidspreker.

SBACK OUT* Registreren van het aantal aangesloten surroundachterluidsprekers.

DIST UNIT Kiezen van de meeteenheid voor de luidsprekerafstand.

FRONT DISTANCE* Registreren van de afstand vanaf de voorluidsprekers tot de luisterplaats.

CNTR DISTANCE* Registreren van de afstand vanaf de middenluidspreker tot de luisterplaats.

Registreren van de afstand vanaf de surroundluidsprekers tot de luisterplaats.

SBACK DISTANCE*1 Registreren van de afstand vanaf de surroundachterluidspreker(s) tot de luisterplaats.

Kiezen van geluid voor weergave via de subwoofer.

CROSS OVER Kiezen van de drempelfrequentie voor de subwoofer.

Verzwakken van de lage tonen (LFE; lage frequentie-effect).

Kiezen van het “Dual Mono” geluidskanaal.

Kiezen van het component dat met de digitale coaxiale aansluiting is verbonden.

DGTL IN OPTICAL* Kiezen van de componenten die met de digitale optische aansluitingen zijn verbonden.

ONE TOUCH OPE Vastleggen van het volumeniveau voor iedere bron.

Opmerkingen: *1 Deze instellingen kunnen met “Quick Speaker Setup” worden gemaakt. *2 Deze instelling is uitsluitend voor de RX-8032VSL. Voor de RX-7032VSL wordt deze instelling automatisch in overeenstemming met uw “DGTL IN COAX” instelling gemaakt.

  • Deze instelling wordt voor beide luidsprekers gebruikt. Kamerformaat en luidsprekerafstand Zie bladzijde Registreren van uw subwoofer.

Basisprocedure : toont de fabrieksinstelling in de volgende tabellen. Instellen van de luidsprekers 7 Instelling voor de subwoofer—SUB WOOFER Nederlands Voordat u start, vergeet niet... Denk eraan dat er een tijdslimiet van kracht is voor de onderstaande stappen. Als de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent, moet u bij stap 1 beginnen. U verkrijgt de best mogelijke surround-sound met de Surroundmodus of de DSP-modus als u de informatie over de opstelling van de luidsprekers in het geheugen registreert (opslaat) nadat alle aansluitingen tot stand zijn gebracht.

  • U hoeft deze instelling niet te maken indien u “Quick Speaker Setup” op bladzijde 27 heeft gebruikt. Kies of u wel of niet een subwoofer heeft aangesloten. Bijv. “One Touch Operation” op “ON” stellen. YES: Kies indien u een subwoofer heeft aangesloten.

1. Druk op de toets SETTING.

Het laatst gekozen onderdeel verschijnt op het display.

Kies indien u geen subwoofer gebruikt. Opmerking: ANALOG

NO: LINEAR PCM SPEAKERS 1 SUBWFR Indien u “NO” voor de subwoofer heeft gekozen, kunt u SUBWOOFER OUT ON/OFF op het voorpaneel niet gebruiken. VOLUME

2. Draai MULTI JOG totdat het gewenste onderdeel

op het display wordt getoond.

  • In dit bijvoorbeeld kiest u “ONE TOUCH OPE”. Zie de lijst met “Instellen basisonderdelen” op bladzijde 28 voor de mogelijkheden. 7 Luidsprekerformaat—FRONT SPEAKER, CNTR

SPEAKER, SURR SPEAKER, SBACK SPEAKER

Kies het formaat voor iedere aangesloten luidspreker. LARGE*1: Kies indien de luidspreker relatief groot is. SMALL*2: Kies indien de luidspreker relatief klein is. NONE: Kies indien een luidspreker niet is aangesloten. (Niet kiesbaar voor de voorluidsprekers) ANALOG

De huidige instelling voor het gekozen onderdeel verschijnt op het display. ANALOG

op het display verschijnt. ANALOG

5. Druk op de toets EXIT.

*1 Fabrieksinstelling voor de voorluidsprekers. *2 Fabrieksinstelling voor de midden-, surround- en surroundachterluidsprekers. Opmerkingen:

  • Gebruik het volgende ter referentie bij het instellen. – Kies “LARGE” indien het formaat van de hoornvormige luidsprekerunit in uw luidspreker groter dan 12 cm is, en kies “SMALL” indien het kleiner dan 12 cm is.
  • Indien u “NO” voor de subwoofer heeft gekozen, kunt u uitsluitend “LARGE” voor de voorluidsprekers kiezen.
  • Indien u “SMALL” voor de voorluidsprekers heeft gekozen, kunt u niet “LARGE” voor de midden, surround en surroundachterluidsprekers kiezen.
  • Indien u “SMALL” voor de surroundluidsprekers heeft gekozen, kunt u niet “LARGE” voor de surroundachterluidsprekers kiezen.
  • Indien u “NONE” voor de surroundluidsprekers heeft gekozen, wordt tevens “NONE” voor de surroundachterluidsprekers ingesteld. 7 Aantal surroundachterluidsprekers—SBACK OUT Kies het aantal aangesloten surroundachterluidsprekers.

6. Herhaal stappen 2 tot 5 indien nodig voor het

instellen van andere onderdelen. 1SPK: Kies indien u 1 surroundachterluidspreker gebruikt. 2SPK: Kies indien u 2 surroundachterluidsprekers gebruikt.

7. Druk op de toets EXIT.

De bronaanduiding verschijnt weer op het display. Opmerking: U kunt deze instelling niet maken indien u “NONE” voor de suroundachterluidsprekers heeft gekozen (zie hierboven).

Instellen van de luidsprekerafstand De afstand vanaf uw luisterplaats tot de luidsprekers is een ander belangrijk element voor een optimaal surroundgeluid met Surround en DSP-modus. U moet derhalve de afstand vanaf uw luisterplaats of stoel tot de luidsprekers instellen. Dit toestel stelt automatisch de vertragingstijd van het geluid van iedere luidspreker in op basis van de instellingen voor de afstand van de luidsprekers. Het geluid van alle luidsprekers bereikt u op deze manier tegelijk.

  • U hoeft deze instelling niet te maken indien u “Quick Speaker Setup” op bladzijde 27 heeft gebruikt.

3,3 m (11 voet) 3,0 m (10 voet) 2,7 m (9 voet) 2,4 m (8 voet) 2,1 m (7 voet)

7 Meeteenheid—DIST UNIT Nederlands Kies de gewenste meeteenheid. meter: Kies voor het instellen van de afstand in meters. feet: LSB Kies voor het instellen van de afstand in voet. RSB 7 Luidsprekerafstand—FRONT DISTANCE, CNTR

DISTANCE, SURR DISTANCE, SBACK DISTANCE

Stel de afstand vanaf de luisterplaats binnen het bereik van

0.3 m (1 ft) tot 9.0 m (30 ft) met stappen van 0,3 m (1 ft) in.

  • Bij het verlaten van de fabriek is “3.0 m (10 ft)” voor de afstand voor iedere luidspreker ingesteld. Opmerkingen:
  • U kunt geen afstand instellen voor een luidspreker waarvoor u “NONE” (zie bladzijde 29).
  • Deze instelling heeft geen effect op de DVD MULTI weergavefunctie. Bijv. Stel voor het hierboven getoonde voorbeeld de luidsprekerafstand als volgt in: Voorluidsprekers:

Surroundachterluidsprekers: 2.4 m (8 ft) Instellen van de lage tonen Kunt u de gewenste instellingen voor de subwoofer en de lage tonen maken. 7 Subwooferuitgang—S WFR OUTPUT U kunt het type signaal kiezen dat naar de subwoofer wordt gestuurd. Met andere woorden, u kunt bepalen of de lage tonen voor de voorluidsprekers, ongeacht het ingestelde formaat voor de voorluidsprekers (“SMALL” of “LARGE”), via de subwoofer moeten worden gereproduceerd. Kies een van de volgende instellingen: LFE: Kies indien u uitsluitend de LFE-signalen (bij weergave van Dolby Digital en DTS software) en de lage tonen van kleine luidsprekers via de subwoofer wilt reproduceren. LFE+MAIN: Kies indien u altijd de lage tonen van de voorluidsprekerkanalen (MAIN) aan de hierboven beschreven LFE-signalen wilt toevoegen en via de subwoofer wilt reproduceren. Opmerking: Deze functie is niet beschikbaar indien “SUBWOOFER” op “NO” is gesteld.

Kiezen van het hoofd- of subkanaal—DUAL MONO Voor het gebruik van een subwoofer kunt u de drempelfrequentie voor de in gebruik zijnde kleine luidsprekers stellen. Met Dual Mono als weergavebron gekozen, kunt u kiezen welk kanaal u wilt beluisteren. U kunt tevens beide kanalen kiezen. Kies in overeenstemming met het formaat van de kleine luidspreker een van de drempelfrequentieniveaus: Kies het weergavegeluid (kanaal). 80Hz: Kies wanneer de hoornvormige luidsprekerunit van het luidsprekersysteem ongeveer 12 cm is. 100Hz: Kies wanneer de hoornvormige luidsprekerunit van het luidsprekersysteem ongeveer 10 cm is. 120Hz: Kies wanneer de hoornvormige luidsprekerunit van het luidsprekersysteem ongeveer 8 cm is. MAIN: Kies voor weergave van het hoofdkanaal (Ch1)*1. De “L” signaalindicator licht op bij weergave van dit kanaal. SUB: Kies voor weergave van het subkanaal (Ch2)*1. De “R” signaalindicator licht op bij weergave van dit kanaal. ALL: Kies voor weergave van zowel het hoofdkanaal als het subkanaal (Ch1/Ch2)*1. De “L” en “R” indicators lichten op bij weergave van deze kanalen. 150Hz: Kies wanneer de hoornvormige luidsprekerunit van het luidsprekersysteem ongeveer 6 cm is. Opmerkingen:

  • Indien u “LARGE” voor alle geactiveerde luidsprekers heeft ingesteld (zie bladzijde 29), zal deze functie op “OFF” worden gesteld.
  • De drempelfrequentie heeft geen effect op de DVD MULTI weergavefunctie, All Channel Stereo functie, HEADPHONE en de 3D HEADPHONE functie. 7 Verzwakker voor het lage frequentie effect—LFE ATTENUATE Stel het LFE-niveau in indien de lage tonen worden vervormd tijdens weergave van software die met Dolby Digital of DTS is gecodeerd zodat de vervorming wordt verminderd. Opmerkingen:
  • Het Dual Mono formaat is niet identiek aan het formaat van tweetalige uitzendingen van TV-uitzendingen. Deze instelling heeft derhalve geen effect voor de weergave van dergelijke tweetalige programma’s. *1 Dual Mono signalen kunnen via de volgende luidsprekers worden weergegeven—L (linker-voorluidspreker), R (rechtervoorluidspreker) en C (middenluidspreker)—in overeenstemming de huidige surroundinstelling. Met Surround geactiveerd Dual Mono Instelling voor middenluidspreker Zonder Surround SMALL/LARGE instelling NONE

Ch 1 Ch1 Selecteer onder normale omstandigheden deze instelling. SUB Ch 2 Ch 2

Ch 2 Ch 2 −10dB: Selecteer deze instelling als het bass-geluid vervormd is. ALL Ch 1 Ch 2 — Ch 1+Ch 2 — Ch 1+Ch 2 Ch 1+Ch 2 Kies een van de volgende instellingen: 0dB: Instellen van de digitale ingangsaansluitingen Bij gebruik van de digitale ingangsaansluitingen moet u vastleggen welke componenten met welke digitale ingangsaansluitingen zijn verbonden. 7 Digitale coaxiale aansluiting—DGTL IN COAX Stel het component in dat met de digitale coaxiale aansluiting (DIGITAL IN 1).

Nederlands 7 Drempelfrequentie—CROSS OVER 7 Digitale optische aansluitingen—DGTL IN OPTICAL Voor de RX-8032VSL: Stel de componenten in die met de digitale optische aansluitingen (DIGITAL IN 2 – 4) zijn verbonden.

  • Door MULTI JOG te draaien, worden de digitale optische ingangsaansluitingen voor de volgende digitale componenten ingesteld: Met “DIGITAL IN 1 (DGTL IN COAX)” op “DVD” gesteld Nederlands 2: CD 3: TV (of DBS** ) 2: CD 3: TV (of DBS**) 2: CD 3: MD* 2: MD* 3: TV (of DBS** ) (terug naar het begin) 4: CDR 4: MD* 4: CDR 4: CDR

Met “DIGITAL IN 1 (DGTL IN COAX)” op “TV” of “DBS”** gesteld 2: CD 3: DVD 2: CD 3: DVD 2: CD 3: MD* 2: MD* 3: DVD (terug naar het begin) 4: CDR 4: MD* 4: CDR 4: CDR

  • Indien u een MD-recorder met de digitale ingangsaansluiting heeft verbonden, moet u de bronnaam van “TAPE” naar “MD” veranderen (zie bladzijde 21). ** “DBS” verschijnt indien u de bronnaam van “TV” naar “DBS” heeft veranderd (zie bladzijde 21). Voor de RX-7032VSL: Nadat u de instellingen heeft gemaakt voor het component dat met de digitale coaxiale aansluiting (DIGITAL IN 1) is verbonden, worden automatisch de volgende instellingen voor de optische aansluitingen (DIGITAL IN 2 – 4) zoals hieronder beschreven gemaakt. Met “DIGITAL IN 1 (DGTL IN COAX)” op “DVD” gesteld 2: CD 3: TV (of DBS*) Met “DIGITAL IN 1 (DGTL IN COAX)” op “CD” gesteld 2: DVD 3: TV (of DBS*)
  • “DBS” verschijnt indien u de bronnaam van “TV” naar “DBS” heeft veranderd (zie bladzijde 21). Vastleggen van het volumeniveau voor iedere bron Dit toestel legt diverse instellingen voor iedere bron afzonderlijk in het geheugen vast. U kunt daarbij tezamen met de andere vastgelegde instellingen het volumeniveau voor iedere bron vastleggen—One Touch Operation. 7 One Touch Operation—ONE TOUCH OPE Kies een van de volgende instellingen: ON: Kies voor het afzonderlijk vastleggen van het volumeniveau van iedere bron. (De ONE TOUCH OPERATION indicator licht op het display van het toestel op.) Deze receiver legt het volumeniveau in het geheugen vast—
  • wanneer de stroom wordt uitgeschakeld, of
  • wanneer u de bronnaam verandert. OFF: Kies wanneer u het volumeniveau niet wilt vastleggen. Oproepen van het volumeniveau Met de ONE TOUCH OPERATION indicator opgelicht, wordt het volumeniveau voor de huidige gekozen bron automatisch ingesteld zodra u de bron kiest. Annuleren van One Touch Operation Stel One Touch Operation op “OFF” zodat de ONE TOUCH OPERATION indicator dooft.

Instellen van het geluid U kunt na het maken van de basisinstellingen de geluidsparameters naar wens instellen. In te stellen basisonderdelen Basisprocedure Met de handelingen op de volgende bladzijden kunt u de volgende onderdelen instellen:

  • U kunt uitsluitend de onderdelen instellen die betrekking hebben op de huidige geactiveerde geluidsfunctie.
  • U kunt geen geluidsinstellingen maken indien Analog Direct is geactiveerd. Aktie Instellen van het equalizerpatroon. Zie bladzijde

SUBWFR LVL Instellen van het subwooferuitgangsniveau.

Voordat u start, vergeet niet… Denk eraan dat er een tijdslimiet van kracht is voor de onderstaande stappen. Als de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent, moet u bij stap 1 beginnen.

Instellen van het uitgangsniveau van de linkervoorluidspreker.

Bijv. Het subwooferniveau op “–3” stellen.

Instellen van het uitgangsniveau van de rechtervoorluidspreker.

1. Druk op de toets ADJUST.

CENTER LVL Instellen van het uitgangsniveau van de middenluidspreker.

Instellen van het uitgangsniveau van de linkersurroundluidspreker.

Instellen van het uitgangsniveau van de rechtersurroundluidspreker.

Het laatst gekozen onderdeel verschijnt op het display. ANALOG

SBACK LVL Instellen van het uitgangsniveau van de surroundachterluidspreker.

EFFECT*1 Instellen van het DAP-effectniveau. ROOMSIZE*1 Kiezen van het kamerformaat voor uw virtuele luisterruimte.

CTR TONE Voor een zachtere of scherpe midden-toon.

Toevoegen van een “omringend” effect met gesimuleerde zijmuren.

DIMENSION*2 Instellen van de positie voor de geluidslokalisatie.

2. Draai MULTI JOG totdat het gewenste onderdeel

op het display wordt getoond.

  • In dit bijvoorbeeld kiest u “SUBWFR LVL.” Zie de lijst hier links voor de mogelijkheden. ANALOG Kiezen van het levendigheidsniveau voor uw virtuele luisterruimte. CNTR WIDTH*2 Instellen van de lokalisatie van het middenkanaal tussen de middenluidspreker en de linker-/ rechtervoorluidsprekers.

Instellen van de geluidslokalisatie van het middenkanaal. LINEAR PCM SPEAKERS 1 SUBWFR VOLUME

3. Druk MULTI JOG (PUSH SET) in.

De huidige instelling (of het niveau) voor het gekozen onderdeel verschijnt op het display. ANALOG

maken of het gewenste niveau in te stellen.

5. Druk op de toets EXIT.

Opmerkingen: *1 Instelbaar wanneer de DAP-functie in gebruik is. *2 Instelbaar wanneer Pro Logic II Music in gebruik is. *3 Instelbaar wanneer Neo:6 Music in gebruik is.

6. Herhaal stappen 2 tot 5 indien nodig voor het

instellen van andere onderdelen.

7. Druk op de toets EXIT.

De aanduiding van de bron verschijnt weer op het display.

Nederlands Onderdeel DIGITAL EQ Het patroon van de equalizer aanpassen Instellen van de luidsprekeruitgangsniveaus Het is mogelijk om het patroon van de equalizer aan uw eigen wensen aan te passen.

  • Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere bron vastgelegd. U kunt de uitgangsniveaus voor de luidsprekers instellen. Voor het controleren van het uitgangsniveau en de balans bij gebruik van de surroundfunctie, wordt er via iedere luidspreker, uitgezonderd de subwoofer, een testtoon uitgestuurd.
  • Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere bron vastgelegd. 7 Instellen van de egalisatie—DIGITAL EQ Nederlands U kunt vijf frequentiebanden instellen (middenfrequentie: 63 Hz, 250 Hz, 1 kHz, 4 kHz, 16 kHz) binnen een bereik van –8 dB tot +8 dB (“0 dB” is de basisinstelling) met stappen van 2 dB.
  • De DIGITAL EQ indicator licht op het display op nadat de instelling is gemaakt. Voor een neutraal egalisatiepatroon, moet u in stap 4 van de “Basisprocedure” (op bladzijde 33) voor alle frequentiebanden “0 dB” instellen. De DIGITAL EQ indicator zal dan doven. Opmerkingen:
  • U kunt de Digitale Egalisatiepatronen niet instellen indien Analog Direct is geactiveerd.
  • De Digitale Egalisatiepatronen hebben uitsluitend effect op het geluid van de voorluidsprekers. 7 Instelbare luidsprekers U kunt de uitgangsniveaus van de volgende luidsprekers vanaf –10 dB tot +10 dB (“0 dB” is de basisinstelling): SUBWFR LVL : Kies voor het instellen van het uitgangsniveau van de subwoofer. FRONT L LVL: Kies voor het instellen van het uitgangsniveau van de linkervoorluidspreker. FRONT R LVL: Kies voor het instellen van het uitgangsniveau van de rechtervoorluidspreker. CENTER LVL: Kies voor het instellen van het uitgangsniveau van de middenluidspreker. SURR L LVL: Kies voor het instellen van het uitgangsniveau van de linkersurroundluidspreker. SURR R LVL: Kies voor het instellen van het uitgangsniveau van de rechtersurroundluidspreker. SBACK LVL: Kies voor het instellen van het uitgangsniveau van de surroundachterluidspreker. U kunt de egalisatie ook met gebruik van de afstandsbediening instellen.

1. Druk op de toets SOUND.

De 10 cijfertoetsen treden in werking voor het wijzigen van het geluid.

2. Druk herhaaldelijk op DIGITAL EQ (Equalization) om

de in te stellen middenfrequentie te kiezen.

  • Door iedere druk op de toets wordt de middenfrequentie met het huidige niveau op het display getoond.
  • Indien u “NO” of “NONE” voor een luidspreker heeft gekozen (zie bladzijde 29), kunt u het uitgangsniveau voor de overeenkomende luidspreker niet instellen.
  • De uitgangsniveaus voor de middenluidspreker en linker-/ rechtersurroundluidsprekers zijn instelbaar voor de DVD MULTI weergavefunctie, ook wanneer “NONE” voor deze luidsprekers is gekozen.
  • U kunt de uitgangsniveaus voor de luidsprekers (uitgezonderd het subwooferuitgangsniveau) niet instellen wanneer Analog Direct in gebruik is. Zie bladzijde 19 voor het instellen van het subwooferuitgangsniveau.

3. Druk herhaaldelijk op LEVEL + of – om het niveau

voor de middenfrequentie in te stellen. De DIGITAL EQ indicator licht op het display op.

  • Het frequentieniveau verandert met stappen van 2 dB vanaf –8 dB tot +8 dB.

4. Herhaal stappen 2 en 3 voor het instellen van de andere

+10 Instellen van de geluidsparameters voor de Surround- en DSP-modi U kunt de geluidsparameters voor de Surround- en DSP-modi naar wens instellen.

  • CTR TONE, CNTR WIDTH en CNTR GAIN zijn niet beschikbaar indien u “NONE” voor de middenluidspreker heeft gekozen. 7 Instelbare parameters U kunt de volgende parameters instellen: Voor Surround, DAP en All Channel Stereo modus (met de middenluidspreker aangesloten)
  • Deze instelling is voor alle surroundfuncties hetzelfde, en wordt afzonderlijk voor de DSP-modus vastgelegd. CTR TONE:

1. Druk op de toets SOUND.

De 10 cijfertoetsen treden in werking voor het wijzigen van het geluid.

2. Druk op de toets TEST om te controleren dat het

geluidsniveau van alle luidsprekers gelijk is. De testtoon wordt in de volgende volgorde via de luidsprekers uitgestuurd.

  • Er wordt geen testtoon uitgestuurd via de luidsprekers waarvoor “NONE” bij de luidsprekerinstellingen is gekozen en tevens niet via de subwoofer. FRNT L (Linkervoorluidspreker) = CENTER (Middenluidspreker) = FRNT R (Rechtervoorluidspreker) = SURR R (Rechtersurroundluidspreker) = SBACK (Surroundachterluidspreker) = SURR L (Linkersurroundluidspreker) = (Terug naar het begin)

3. Kies de in te stellen luidspreker.

  • Druk voor het kiezen van de linkervoorluidspreker op FRONT•L.
  • Druk voor het kiezen van de middenluidspreker op CENTER.
  • Druk voor het kiezen van de rechtervoorluidspreker op FRONT•R.
  • Druk voor het kiezen van de rechtersurroundluidspreker op SURR•R.
  • Druk voor het kiezen van de surroundachterluidspreker op SURR BACK.
  • Druk voor het kiezen van de linkersurroundluidspreker op SURR•L.

4. Druk op de toets LEVEL + of LEVEL – om het

uitvoerniveau van de luidspreker aan te passen (–10 dB tot +10 dB).

5. Herhaal stappen 3 en 4 voor het instellen van de andere

luidsprekeruitgangsniveaus. Voor het instellen van de toon van de middenluidspreker. Door een hoger nummer wordt de dialoog helderder zodat het geluid van stemmen van zacht naar scherp veranderd. Kies normaliter “3 (basisinstelling)” . Instelbereik: 1 tot 5 Voor DAP-modi

  • Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere DAP-functie vastgelegd. EFFECT: Voor het instellen van het DAP-effectniveau. Door een hoger nummer wordt het DAP-effect sterker. Kies normaliter “3 (basisinstelling)”. Instelbereik: 1 tot 5 ROOMSIZE: Voor het instellen van het virtuele kamerformaat. Door een hoger nummer wordt het interval tussen reflecties verhoogd zodat het lijkt alsof u in een grotere ruimte bent. Kies normaliter “3 (basisinstelling)”. Instelbereik: 1 tot 5 LIVENESS: Voor het instellen van de levendigheid. Door een hoger nummer wordt het dempingsniveau van de tijd van reflecties verlaagd zodat de akoestiek van “dood” naar “levendig” veranderd. Kies normaliter “3 (basisinstelling)”. Instelbereik: 1 tot 5 Alleen voor Pro Logic II Music PANORAMA: Kies “ON” voor een “ingepakt” geluid met een effect van zijmuren. (Basisinstelling: “OFF”) CNTR WIDTH: Voor het instellen van de lokalisatie van het middenkanaal tussen de middenluidspreker en de linker-/rechtervoorluidsprekers. Door een hoger nummer wordt het geluid van het middenkanaal meer naar de linker- en rechtervoorluidsprekers verplaatst. Kies normaliter “3 (basisinstelling)”. Instelbereik: OFF en 1 tot 7 DIMENSION:

6. Druk nogmaals op de toets TEST om het weergeven van

de testtoon te stoppen. Voor het instellen van de richting van het geluid. Door een hoger nummer wordt het geluid meer van voren naar achteren verplaatst. Kies normaliter “4 (basisinstelling)”. Instelbereik: 1 tot 7 Alleen voor de Neo:6 Music CNTR GAIN: Voor het richten van het geluid van het middenkanaal. Door een hoger nummer wordt het geluid van het middenkanaal duidelijker geplaatst. Kies normaliter “0.2 (basisinstelling)”. Instelbereik: 0 tot 0.5

Nederlands U kunt het uitgangsniveau voor de luidsprekers tevens met gebruik van de afstandsbediening instellen. Door de afstandsbediening te gebruiken, kunt u de instelling maken terwijl u de testtoon vanaf uw luisterpositie beluistert. Gebruik van de Surroundmodus Dit toestel activeert automatisch een van de vele beschikbare Surroundmodus. De vastgelegde basisinstellingen en geluidsregelingen die met het instelmenu en regelmenu zijn gemaakt (zie bladzijden 27 tot 35) worden toegepast. Reproductie met een bioscoopeffect In een bioscoop zijn veel luidsprekers aan de muren opgehangen om een imponerend, multi-surroundgeluid te reproduceren dat u via alle richtingen ontvangt. Met gebruik van veel luidsprekers kan de richting en verplaatsing van het geluid goed worden uitgedrukt. De in deze receiver ingebouwde Surroundmodus kunnen bijna dezelfde surroundgeluiden als in een echte bioscoop reproduceren —met slechts vijf of zeven luidsprekers (plus subwoofer). Introductie van de Surroundmodus Dolby Digital*1 Dolby Digital is een digitale signaalcompressiemethode, ontwikkeld door Dolby Laboratories, voor multikanaal codering en decodering (1 kanaal tot 5,1 kanaal). DIGITAL indicator licht op het display op wanneer een

  • De Dolby Digital signaal via de digitale ingang wordt ontvangen. Dolby Digital 5.1CH Nederlands Bij codering met Dolby Digital 5,1CH (DOLBY D) worden de signalen van het linkervoorkanaal, rechtervoorkanaal, middenkanaal, linkersurroundkanaal, rechtersurroundkanaal en het LFE-kanaal opgenomen en gecomprimeerd. (Er zijn in totaal dus 6 kanalen, maar het LFE-kanaal wordt als het 0,1 kanaal geteld. Vandaar de term “5,1 kanaal”). Daarbij kan Dolby Digital ook het surroundgeluid via de achterluidsprekers stereo reproduceren en wordt de drempelfrequentie voor de hoge surroundtonen, in vergelijking met 7 kHz voor Dolby Pro Logic, op 20 kHz gesteld. Deze feiten versterken de verplaatsing van het geluid en het “aanwezigheidsgevoel” veel meer dan in vergelijking met Dolby Pro Logic. Dolby Digital EX Subwoofer Dolby Digital EX (DOLBY D EX) is een nieuw digitaal surroundcoderingsformaat dat de derde surroundkanalen toevoegt, oftewel “surroundachter”. In vergelijking met het conventionele Dolby Digital 5,1CH, leveren deze nieuw toegevoegde surroundachterkanalen een gedetailleerdere verplaatsing van het geluid achter uw luisterplaats tijdens het bekijken van videosoftware. Daarbij zal de lokalisatie van het surroundgeluid stabieler worden.
  • U kunt Virtual 6,1 kanaal surround gebruiken bij weergave van Dolby Digital EX software zonder surroundachterluidsprekers te hebben aangesloten. Met deze surroundfunctie worden de signalen voor het surroundachterkanaal naar de normale surroundluidsprekers gestuurd zodat het surroundachtergeluid niet verloren gaat. De VIRTUAL SB (Surround Back) indicator licht op het display op. Dolby Pro Logic Linkervoorluidspreker (L) Middenluidspreker (C) Linkersurroundluidspreker (LS) Rechtervoorluidspreker (R) Rechtersurroundluidspreker (RS) Bij codering met Dolby Surround worden de signalen voor het linkervoorkanaal, rechtervoorkanaal, middenkanaal en surroundkanaal op 2 kanalen opgenomen. De in deze receiver ingebouwde Dolby Pro Logic (PRO LOGIC) decoder decodeert deze signalen van 2 kanalen weer tot de oorspronkelijke signalen voor 4 kanalen—matrix-based multikanaal reproductie. indicator licht op het display op wanneer Dolby
  • De Pro Logic is geactiveerd. Surroundachterluidsprekers (LSB/RSB)

Dolby Pro Logic II DTS 96/24 Dolby Pro Logic II heeft een nieuw ontwikkeld multikanaal weergaveformaat voor het omzetten van 2-kanaal software in 5kanalen (plus subwoofer). De matrix-gebaseerde conversiemethode die voor Dolby Pro Logic II wordt gebruikt, heeft geen limiet voor de drempelfrequentie van de surround hoge tonen en levert stereo surroundgeluid.

  • Deze receiver heeft twee verschillende Dolby Pro Logic II functies—Pro Logic II Movie (PL II MOVIE) en Pro Logic II Music (PL II MUSIC). indicator licht op wanneer Dolby Pro Logic II wordt geactiveerd. De laatste jaren is er steeds meer interesse in een hogere bemonsteringswaarde voor zowel opname en reproductie in de huiskamer. Hogere bemonsteringswaarden geven een breder frequentiebereik en hogere bitdiepten leveren een breder dynamisch bereik. DTS 96/24 is een multikanaal digitaal signaalformaat (fs 96 kHz/24 bits) dat door Digital Theater Systems, Inc. werd geïntroduceerd, voor een “betere geluidskwaliteit dan CD” in uw huiskamer.
  • De 96/24 indicator licht op wanneer DTS 96/24 signalen worden herkend. U kunt het 5,1 kanaal geluid met de volledige kwaliteit beluisteren. PLII MUSIC: Geschikt voor weergave van software die met Dolby Surround is gecodeerd. U krijgt met gebruik van deze functie een geluidsveld dat zeer dicht bij het discrete 5,1 kanaal geluid ligt. Geschikt voor weergave van 2-kanaal stereo software. U krijgt met deze functie een breed en diep geluid. DTS*2 DTS is een ander digitale signaalcompressiemethode, ontwikkeld door Digital Theater Systems, Inc., en levert multikanaal codering en decodering (1 kanaal tot 6,1 kanalen). indicator licht op wanneer een DTS signaal door
  • De de digitale ingang wordt ontvangen en herkend. DTS Digital Surround DTS Digital Surround (DTS) is een ander discreet 5,1 kanaal digitaal audioformaat voor CD, LD en DVD software. In vergelijking met Dolby Digital heeft het DTS Digital Surround formaat een lagere audiocompressieverhouding. Hierdoor geeft DTS Digital Surround extra diepte en breedte aan het geluid. U zult merken dat het geluid natuurgetrouw, overtuigend en gashelder overkomt.
  • Met de EX/ES-instelling op “ON” gesteld, wordt DTS Neo:6 (DTS NEO:6) bij weergave van multikanaal DTS-software gebruikt. U krijgt hetzelfde surroundeffect als bij weergave van 6,1-kanaal software. DTS Extended Surround (DTS-ES) DTS-ES is een ander nieuw multikanaal digitaal coderingsformaat. Het verbetert aanzienlijk het 360-graden surroundbeeld en de ruimtelijke expressie door het derde surroundkanaal toe te voegen —surroundachterkanaal. DTS-ES bestaat uit twee signaalformaten met verschillende surroundsignaal-opnamemethodes—DTS-ES Discrete 6.1ch (ES DSCRETE) en DTS-ES Matrix 6.1ch (ES MATRIX). DTS-ES Discrete 6.1ch DTS-ES Discrete 6,1 kanaal is ontworpen voor het gescheiden coderen (en decoderen) van 6,1 kanaal signalen zodat interferentie tussen de diverse kanalen wordt voorkomen. DTS-ES Matrix 6,1kanaal is ontworpen voor het toevoegen van een extra surroundkanaal aan DTS Digital Surround 5,1 kanaal. Met gebruik van een matrix codering/decoderingmethode, wordt een extra “surroundachter” kanaalsignaal gecodeerd (en gedecodeerd) in zowel de linker- als rechtersurroundkanaalsignalen.
  • U kunt Virtual 6,1 kanaal surround gebruiken bij weergave van DTS-ES software zonder surroundachterluidsprekers te hebben aangesloten. Met deze Surroundmodi worden de signalen voor het surroundachterkanaal naar de normale surroundluidsprekers gestuurd zodat het surroundachtergeluid niet verloren gaat. De VIRTUAL SB (Surround Back) indicator licht op het display op. DTS Neo:6 DTS Neo:6 is een andere conversiemethode voor het creëren van 6kanaal (plus subwoofer) geluid van analoog/digitaal 2-kanaal software met gebruik van een uitermate nauwkeurige digitale matrix-decoder die voor DTS-ES Matrix 6.1ch wordt gebruikt. De NEO:6 indicator licht op het display op wanneer een van de Neo:6 functies wordt geactiveerd.
  • Deze receiver heeft de volgende DTS NEO:6 modus—Neo:6 Cinema (NEO:6CINMA) en Neo:6 Music (NEO:6MUSIC). NEO:6CINMA: Geschikt voor weergave van films. U krijgt met 2-kanaal software dezelfde sfeer als met 6,1 kanaal software. Deze functie is tevens effectief voor het afspelen van software die met conventionele surroundformaten is gecodeerd. NEO:6MUSIC: Geschikt voor weergave van muzieksoftware. De signalen voor de voorkanalen worden niet via de decoder gestuurd (zodat er geen kwaliteitsverlies in het geluid is) en de surroundsignalen worden via de andere luidsprekers gestuurd zodat het geluidsveld op natuurlijke wijze wordt verbreed. Wat is Dual Mono? Dual Mono is zeer vergelijkbaar met tweetalige uitzendingen van TV-programma’s die twee gescheiden kanalen voor de geluidssporen hebben. (Het Dual Mono formaat is echter niet identiek aan dergelijk analoge formaten). Dit formaat wordt nu gebruikt voor Dolby Digital, DTS, etc. Dit formaat maakt het mogelijk om twee afzonderlijke kanalen (ook het hoofdkanaal en subkanaal genoemd) gescheiden op te nemen.
  • De DUAL indicator licht op wanneer een Dual Mono signaal wordt ontvangen. U kunt nu het gewenste, te beluisteren kanaal kiezen (zie bladzijde 31). Bij gebruik van de surroundfunctie wordt het geluid weergegeven via de geactiveerde luidsprekers die voor de surroundfunctie vereist zijn.
  • Indien “NONE” voor de surroundluidsprekers en middenluidspreker als luidsprekerinstelling is gekozen, wordt de originele JVC 3D-PHONIC processing gebruikt (dat werd ontwikkeld voor het creëren van een surroundeffect via uitsluitend de voorluidsprekers). De 3D-PHONIC indicator licht op het display op. *1 Vervaardigd in licentie van Dolby Laboratories. “Dolby”, “Pro Logic” en het dubbel D-symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. *2 “DTS”, “DTS-ES Extended Surround” en “Neo:6” zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc.

Nederlands PLII MOVIE: Beschikbare Surroundmodus voor de diverse software De Surroundmodus die u kunt gebruiken verschilt afhankelijk van de luidsprekerinstellingen en de binnenkomende signalen. De tabel op deze en de volgende bladzijde toont de relatie tussen de Surroundmodus en de binnenkomende signalen (met surroundachterluidsprekers en EX/ES-instelling).

  • Het tussen haakjes aangegeven aantal onder het type van het binnenkomende signaal toont het aantal voorkanalen en surroundkanalen. (3/2) betekent bijvoorbeeld dat de signalen met drie signalen voor drie voorkanalen (links/rechts/midden) en twee (stereo) surroundsignalen zijn opgenomen. Type binnenkomende signaal Instelling surroundachterkanaal EX/ES-instelling Beschikbare Surroundmodi 2SPK/1SPK AUTO/ON

Niet beschikbaar DUAL MONO Nederlands Dolby Digital EX 2SPK/1SPK Dolby Digital (3/2, 2/2) Dolby Digital (3/1, 2/1) DTS-ES Discrete 6.1ch DTS-ES Matrix 6.1ch DTS-ES 96/24 Matrix NONE 2SPK/1SPK DTS, DTS 96/24 (3/2, 2/2) *2 DTS 96/24 verwerking wordt niet toegepast. Indien u de verwerking wilt gebruiken, moet u EX/ES/

7.1 op “OFF” stellen.

DTS (3/1, 2/1) Type binnenkomende signaal Analoog / PCM/ Dolby Digital (2/0) / DTS (2/0) Beschikbare Surroundmodi PL II MOVIE / PL II MUSIC / PRO LOGIC / NEO:6 CINMA / NEO:6 MUSIC DVD MULTI Geen 3D HEADPHONE modus—3D H PHONE U kunt tevens de surroundmodus gebruiken bij weergave via de hoofdtelefoon. Indien u op de toets SURROUND drukt wanneer beide voorluidsprekers 1 en 2 zijn uitgeschakeld, wordt de 3D HEADPHONE modus geactiveerd, ongeacht het type software dat wordt afgespeeld. “3D H PHONE” verschijnt op het display en de DSP en HEADPHONE indicators lichten tevens op. *1 Virtueel 6,1-kanaal surround Indien u surroundluidsprekers heeft aangesloten (en geactiveerd), kunt u Virtueel 6,1-kanaal surround gebruiken bij weergave van Dolby Digital EX of DTS-ES gecodeerde software ookal zijn geen surround-achterluidsprekers verbonden. Met dit surroundformaat worden de signalen van de surround-achterkanalen naar de surroundluidsprekers gestuurd zodat het lijkt alsof er toch een surroundeffect via de achterluidsprekers wordt gereproduceerd. De VIRTUAL SB (Surround Back) indicator licht op het display op.

Activeren van de Surroundmodi Activeren van de Surroundmodi Welke Surroundmodi u kunt gebruiken, is afhankelijk van de luidsprekerinstellingen en de binnenkomende signalen. (Zie bladzijde 38). Door een van de Surroundmodus voor een bron te activeren, worden automatisch de vastgelegde instellingen opgeroepen (zie bladzijden 27 tot 35). Activeren van de EX/ES-instelling Voor multikanaal digitale software kunt u de EX/ES (7,1 kanaal) reproductiefunctie activeren.

  • Nadat u eenmaal de EX/ES (7,1 kanaal) reproductiefunctie heeft ingesteld, wordt deze in het geheugen vastgelegd en opgeroepen wanneer u de Surroundmodi activeert waarvoor de EX/ES (7,1 kanaal) reproductiefunctie kan worden gebruikt.

1. Kies en start de weergave van een andere bron

  • Controleer dat u de analoge of digitale ingangsfunctie heeft gekozen.
  • De Surroundmodus kunnen niet voor de DVD MULTI weergavefunctie worden gebruikt.

2. Druk op SURROUND om de surroundmodus te

  • Voor multikanaal software (uitgezonderd 2-kanaal en Dual Mono software) wordt op basis van de binnenkomende signalen automatisch een passende Surroundmodi geactiveerd (zie bladzijde 38 voor details). DIGITAL AUTO

VOLUME Druk op de toets EX/ES om een geschikte instelling voor uw weergave te kiezen. De huidige gekozen EX/ES (7,1 kanaal) reproductiefunctie wordt op het display getoond.

  • Door iedere druk op de toets verandert de functie als volgt: EX/ES AUTO*: Er wordt, afhankelijk van het binnenkomende signaal, een geschikte Surroundmodi gebruikt.
  • Voor Dolby Digital EX en DTS-ES, EX/ES (7,1-kanaal) reproductiefunctie gebruikt.
  • Voor 5,1-kanaal (of minder) gecodeerde software, wordt de 5,1 kanaal reproductiefunctie gebruikt. EX/ES ON*: Kies voor het gebruik van de EX/ES (7,1 kanaal) reproductiefunctie voor zowel 5,1 kanaal als 6,1 kanaal gecodeerde software. EX/ES OFF: Kies voor het annuleren van EX/ES (7,1 kanaal) reproductie.
  • Virtual 6,1 kanaal surround wordt gebruikt indien er geen surroundachterluidsprekers zijn aangesloten of indien deze luidsprekers zijn uitgeschakeld. Bijv.: Met “DOLBY D” geactiveerd. – Indien de EX/ES (7,1 kanaal) reproductiefunctie op “AUTO” of “ON” is gesteld, wordt een van de EX/ES (7,1 kanaal) reproductiefuncties geactiveerd (zie de linkerkolom).
  • Voor analoge en digitale 2-kanaal software, kunt u een van de volgende Surroundmodus kiezen. Door iedere druk op SURROUND verandert de Surroundmodi als volgt: ANALOG
  • Voor Dual Mono software, U kunt het gewenste kanaal voor weergave kiezen. (Zie bladzijde 31). DUAL

SUBWFR DIGITAL AUTO LINEAR PCM DIGITAL SPEAKERS 1 VOLUME Opmerkingen:

  • Indien de Surroundmodi is uitgeschakeld, wordt door een druk op EX/ES een geschikte surroundfunctie voor multikanaal digitale software geactiveerd.
  • Bij weergave van een analoge of digitale 2-kanaal bron met surround, kunt u de EX/ES (7,1 kanaal) reproductiefunctie instellen en de instelling vastleggen, maar deze instelling heeft echter geen effect voor de huidige bron.
  • Indien een bron is gekozen waarvoor EX/ES (7,1 kanaal) niet kan worden gebruikt, kunt u wel een instelling maken en in het geheugen vastleggen maar de weergave via de betreffende kanalen verandert dan echter niet. Voor het instellen van het luidsprekeruitgangsniveau, zie bladzijden 34 en 35. Annuleren van de Surroundmodi Druk op de toets SURROUND/DSP OFF (of SURR/DSP OFF van de afstandsbediening). “SURR OFF” verschijnt op het display.

Nederlands U kunt tevens de toetsen van de afstandsbediening voor de volgende procedure gebruiken. Gebruik van de DSP-modus Dit toestel activeert automatisch een van de vele beschikbare DSP-modus. De vastgelegde basisinstellingen en andere gemaakte instellingen (zie bladzijde 27 tot 35) worden automatisch toegepast. Nederlands Reproductie van een geluidsveld Het geluid wat u hoort in een concertzaal, kerk, etc. bestaat uit het directe geluid en het indirecte geluid—de snelle reflecties en reflecties via de achterkant en achtermuren. Het directe geluid bereikt uw gehoor zonder reflecties, dus direct. De indirecte geluiden daarentegen worden vertraagd door de afstand tot het plafond en de muren. Deze directe en indirecte geluiden zijn de belangrijkste elementen van de akoestische surroundeffecten. De DSP-modus kunnen deze belangrijkste elementen simuleren voor een geluidsweergave met een aanwezigheidsgevoel, alsof u werkelijk bijvoorbeeld in de zaal “aanwezig” bent. Reflecties via achterkant Snelle reflecties Voor gebruik van de DSP-modus, drukt u op de toets DSP zodat de DSP-modus als volgt veranderen. De DSP indicator licht tevens op het display op. = HALL 1 = HALL 2 = LIVE CLUB = DANCE CLUB = PAVILION = ALL STEREO = THEATER 1

= THEATER 2 = MONO FILM

= (Terug naar het begin) : Geschikt voor audiobronnen : Geschikt voor videobronnen DAP-functies U kunt de volgende DAP-functies gebruiken voor een weergave met een akoestisch geluidsveld in uw huiskamer. HALL 1: Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een grote, schoenendoos-vormige zaal die voornamelijk voor klassieke concerten is ontworpen. (Het aantal stoelen is ongeveer 2000). HALL 2: Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een grote wijngaard-vormige zaal die voornamelijk voor klassieke concerten is ontworpen. (Het aantal stoelen is ongeveer 2000). Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een “live” muziekclub met een laag plafond. Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een swingende discotheque. Directe geluiden LIVE CLUB: Introductie van de DSP-modus De DSP biedt u de volgende functies—

  • DAP (Digital Acoustic Processor) (HALL 1, HALL 2, LIVE CLUB, DANCE CLUB, PAVILION, THEATER 1, THEATER 2)
  • MONO FILM 3D HEADPHONE functie U kunt tevens het DSP-effect (uitgezonderd All Channel Stereo) gebruiken bij weergave via de hoofdtelefoon. Indien u op DSP drukt wanneer beide voorluidsprekers 1 en 2 zijn uitgeschakeld, wordt de HEADPHONE functie geactiveerd, ongeacht het type software dat wordt afgespeeld. “3D H PHONE” verschijnt op het display en de DSP en HEADPHONE indicators lichten tevens op. DANCE CLUB: PAVILION: Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een hal met een hoog plafond voor bijvoorbeeld tentoonstellingen. THEATER 1*: Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een groot theater met ongeveer 600 stoelen. THEATER 2*: Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een klein theater met ongeveer 300 stoelen.
  • De ingebouwde Dolby Pro Logic II decoder wordt geactiveerd bij weergave van een 2-kanaal analoge of digitale bron. indicator licht op.

Bij gebruik van de DAP-functie wordt er geluid via alle aangesloten en geactiveerde luidsprekers weergegeven.

  • Indien de instelling voor de surroundluidsprekers op “NONE” is gesteld, wordt de originele JVC 3D-PHONIC verwerking (dat werd ontwikkeld voor het reproduceren van het surroundeffect via uitsluitend de voorluidsprekers) gebruikt. De 3D-PHONIC indicator licht op het display op.

Deze functie kan een groter stereo-geluidsveld reproduceren met gebruik van alle aangesloten (en geactiveerde) luidsprekers. Deze functie kan echter niet worden gebruikt indien er geen surroundluidsprekers zijn aangesloten.

  • Met de voorluidsprekers uitgeschakeld, kan “All Channel Stereo” niet worden gebruikt. Activeren van de DSP-modus Door een van de DSP-modus voor een bron te activeren, worden automatisch de met het instel- en regelmenu gemaakte en vastgelegde instellingen opgeroepen (zie bladzijden 27 tot 35). U kunt tevens de toetsen van de afstandsbediening voor de volgende procedure gebruiken.

1. Kies de bron en start de weergave.

2. Druk herhaaldelijk op DSP totdat de

gewenst DSP-modi op het display wordt getoond.

  • Door iedere druk op de toets verandert de DSP-modi als volgt: DIGITAL AUTO Geluid dat met normale stereo wordt gereproduceerd

= ALL STEREO* = THEATER 1 = MONO FILM** = THEATER 2 = (Terug naar het begin)

U kunt “ALL STEREO” niet kiezen indien “NONE” voor de surroundluidsprekers is ingesteld. ** U kunt “MONO FILM” niet kiezen wanneer multikanaal signalen worden ontvangen. Opmerking: Indien de surroundluidsprekers zijn uitgeschakeld, wordt 3D PHONIC voor de DSP-modus gebruikt (de 3D-PHONIC indicator licht tevens op). Geluid dat met All Channel Stereo wordt gereproduceerd Mono-film Gebruik deze functie voor en betere akoestiek en geluidsveld in uw luisterruimte bij het bekijken van mono videosoftware (analoge en 2-kanaal digitale signalen). Er wordt met deze functie een surroundeffect toegevoegd en de geluidslokalisatie van bijvoorbeeld de acteurs/actrices wordt aanzienlijk verbeterd. Deze functie kan niet voor multikanaal digitale signalen worden gebruikt. Annuleren van de DSP-modus Druk op de toets SURROUND/DSP OFF (of SURR/DSP OFF van de afstandsbediening). “SURR OFF” verschijnt op het display.

  • “HEADPHONE” verschijnt indien een hoofdtelefoon is aangesloten of wanneer de voorluidsprekers zijn uitgeschakeld. Met “MONO FILM” geactiveerd wordt het geluid via alle aangesloten (en geactiveerde) luidsprekers uitgestuurd.
  • “MONO FILM” wordt geannuleerd en er wordt een andere passende surroundfunctie geactiveerd indien de binnenkomende 2kanaal signalen veranderen naar een ander digitaal signaaltype.

Nederlands Stereofunctie voor alle kanalen De afspeelmodus DVD MULTI Deze receiver voorziet in de afspeelmodus DVD MULTI waarmee de analoge uitvoermodus van de DVD-speler kan worden gerealiseerd. De afspeelmodus DVD MULTI activeren Aansluitdiagram COMPONENT VIDEO DVD

1. Druk op de toets DVD MULTI tot de vermelding

“DVD MULTI” op de display wordt weergegeven. FRONT ANALOG

Opmerking: Als u “DVD MULTI” als afspeelbron selecteert, worden de Surround- en DSP-modus geannuleerd en werken de toetsen SURROUND en DSP niet. DVD-speler

2. Selecteer de analoge, discrete uitvoermodus op de

DVD-speler en start het afspelen van een DVD. DVD

  • Raadpleeg ook de handleiding die bij de DVD-speler werd geleverd.

U kunt de digitale egalisatiepatronen en luidsprekeruitgangsniveaus instellen. Zie bladzijde 34 voor details.

Å Naar component video-uitgang (Alleen voor de RX8032VSL) ı Naar subwoofer uitgang Ç Naar middenkanaal audio-uitgang Î Naar S-video uitgang ‰ Naar composiet video-uitgang Ï Naar links/rechts voorkanaal audio-uitgang Ì Naar links/rechts surroundkanaal audio-uitgang Opmerkingen:

  • Midnight Mode kan niet voor de DVD MULTI afspeelmodus worden gebruikt (zie bladzijde 20).
  • Met gebruik van een hoofdtelefoon kunt u uitsluitend het geluid van de voorkanalen (links en rechts) beluisteren. Opmerking: Indien u een DVD-speler met de component videoingangsaansluitingen heeft verbonden, moet u de juiste instelling voor de component video-ingang maken. Zie bladzijde 32 voor details.

COMPU LINK afstandsbedieningssysteem Met het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem kunt u andere JVC audiocomponenten via de afstandsbedieningssensor op deze receiver bedienen. RX-7032VSL RX-8032VSL CD-speler CD-speler CD-recorder Cassettedeck CD-recorder Cassettedeck MD-recorder Automatische bronkeuze

3) van een aangesloten

Door een druk op de weergavetoets (3 component of de daarbij behorende afstandsbediening, zal de receiver automatisch worden ingeschakeld en de vereiste ingang voor deze bron kiezen. Wanneer u een nieuwe bron met de receiver of de daarbij behorende afstandsbediening kiest, zal de weergave van het gekozen component direct starten. In beide gevallen zal de voorgaande gekozen bron de weergave nog een paar seconden, echter zonder geluid, voortzetten.

  • Voor de RX-7030VBK/RX-7032VSL: U kunt het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem niet voor het bedienen van de MDrecorder gebruiken. Automatisch in- en uitschakeling (standby) van de stroom: Uitsluitend mogelijk met de COMPU LINK-3 en COMPU LINK-4 verbinding De aangesloten componenten worden in overeenstemming met de receiver ingeschakeld en uitgeschakeld (standby). Wanneer u bijvoorbeeld de receiver inschakelt, zal afhankelijk van het laatst gekozen component een van de aangesloten componenten tevens automatisch worden ingeschakeld. Wanneer u de receiver uitschakelt, zullen de aangesloten componenten tevens worden uitgeschakeld (standby). Synchroonopname COMPU LINK-4 (SYNCHRO) Met synchroonopname bedoelen we dat het cassettedeck (of de MD-recorder) de opname direct start wanneer de weergave van de CD begint. Voer de volgende stappen uit voor synchroonopname: Opmerkingen:
  • Er zijn vier verschillende versies van het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem. Deze receiver gebruikt de vierde versie—COMPU LINK-4. Met deze versie kunnen ook systeembedieningen met de CD-recorder worden uitgevoerd, wat niet het geval was met de voorgaande versie—COMPU LINK-3.
  • Indien uw audiocomponent twee COMPU LINK aansluitingen heeft, kunt u een willekeurige van de twee gebruiken. Indien er slechts één COMPU LINK aansluiting is, moet u dit component als laatste component in de serie aansluiten.
  • U moet indien nodig de juiste naam voor de bron instellen om de betreffende bron met het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem te kunnen bedienen. (Zie bladzijde 21).
  • Zie tevens de gebruiksaanwijzingen die bij de andere audiocomponenten zijn geleverd. Met dit afstandsbedieningssysteem kunt u de hierna beschreven vier functies gebruiken. Afstandsbediening via de afstandsbedieningssensor op deze receiver U kunt de aangesloten audiocomponenten via de afstandsbedieningssensor op deze receiver met gebruik van deze afstandsbediening bedienen. Richt de afstandsbediening recht naar de afstandsbedieningssensor op deze receiver. Zie bladzijden 44 en 45 voor details.

1. Plaats een cassette in het cassettedeck (of een MD

in de MD-recorder) en een disc in de CD-speler.

2. Druk tegelijk op de opnametoets (¶) en de

pauzetoets (8) van het cassettedeck (of de MD-recorder). Het cassettedeck (of de MD-recorder) wordt hierdoor in de opnamepauzefunctie geschakeld. Synchroonopname werkt niet indien u niet tegelijk op de opnametoets (¶) en pauzetoets (8) drukt.

3. Druk op de weergavetoets (3) van de CD-speler.

De bron van de receiver verandert en de weergave start. Tegelijkertijd start de opname op het cassettedeck (of de MD-recorder). Wanneer de weergave eindigt, schakelt het cassettedeck (of de MD-recorder) in opnamepauzefunctie en stopt ongeveer 4 seconden later. Opmerkingen:

  • Tijdens synchroonopname kunt u niet van bron veranderen.
  • Indien de stroom van een component tijdens synchroonopname wordt uitgeschakeld, zal het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem mogelijk niet juist werken. U moet in dat geval opnieuw vanaf het begin starten.

Nederlands Voor het gebruik van dit afstandsbedieningssysteem moeten behalve de normale verbindingen met de RCA tulpstekkers (zie bladzijden 12 en 13) de andere JVC audiocomponenten ook via de COMPU LINK (SYNCHRO) aansluitingen (zie hieronder) worden verbonden.

  • Controleer dat de stekkers van de netsnoeren van de andere componenten uit het stopcontact zijn getrokken alvorens verbindingen te maken. Steek de stekkers van de netsnoeren pas in een stopcontact nadat alle verbindingen zijn gemaakt. Andere apparatuur van JVC bedienen Met de afstandsbediening van deze receiver kunnen ook andere audio- en beeldapparaten van JVC worden bediend omdat de signalen die voor het bedienen van andere JVC-apparaten nodig zijn standaard in de afstandsbediening zijn ingebouwd. Na een druk op de toets FM/AM kunt u de volgende bedieningen voor de tuner uitvoeren: Geluidsapparatuur bedienen 1 – 10/0, +10: Nederlands BELANGRIJK: Om geluidsapparatuur van JVC met deze afstandsbediening te kunnen bedienen:
  • Moet u de geluidsapparatuur van JVC niet alleen aansluiten op de COMPU LINK (SYNCHRO)-uitgangen (zie bladzijde 43) maar ook gebruik maken van kabels met RCA-pinstekers (zie bladzijden 11 tot 13).
  • Moet u de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor van de ontvanger richten.
  • Als u de toetsen op het bedieningspaneel aan de voorzijde of de menufuncties gebruikt om een afspeelbron te selecteren, kunt u het desbetreffende apparaat niet met de afstandsbediening bedienen. Als u een afspeelbron met de afstandsbediening wilt bedienen, moet u het desbetreffende apparaat met behulp van de afstandsbediening selecteren.
  • U moet indien nodig de juiste naam voor de bron instellen om de betreffende bron met het COMPU LINK afstandsbedieningssysteem te kunnen bedienen. (Zie bladzijde 21).
  • Raadpleeg ook de handleiding van het apparaat dat u met de afstandsbediening wilt bedienen. Voor de RX-8032VSL:
  • De afstandsbedieningsfunctie wordt ongeveer 2 uren op het displayvenster getoond indien u op een van de bronkeuzetoetsen drukt. Toets FM/AM CDR PHONO TAPE/MD CONTROL (herhaaldelijk)* SOUND RX-8032V ONLY Tekst op de display TUNER CDR PHONO TAPE VCR 1 TAPE CDR CDDSC SOUND
  • Door herhaaldelijk op CONTROL te drukken, kunt u “VCR 1”, “TAPE”, “CDR” of “CDDSC” als bron kiezen.
  • De afstandsbedieningsfunctie wordt ongeveer 2 uren op het displayvenster getoond indien u op een van de volgende toetsen drukt. Toets FRONT•L FRONT•R CENTER SURR•L SURR•R SURR BACK SUBWOOFER DIGITAL EQ Tekst op de display FRL FRR CTR SURRL SURRR SBK S-WFR

Tuner In elk situatie is het mogelijk de volgende handelingen te verrichten: FM/AM: Hiermee schakelt u heen en weer tussen FM en AM (MG). Met deze cijfertoetsen kunt u een voorkeurzender selecteren. Druk voor kanaalnummer 5 op de toets met het cijfer Druk voor kanaalnummer 15 op +10 en daarna op 5. Druk voor kanaalnummer 20 op +10 en daarna op 10/0. PTY SEARCH: Hiermee kunt u met een PTY-code naar een radioprogramma laten zoeken. PTY9/(PTY: Hiermee selecteert u een PTY-code. DISPLAY MODE: Hiermee toont u de RDS-signalen. TA/NEWS/INFO: Instellen van programmas voor de Enhanced Other Networks-functie. (TA, NEWS, INFO). FM MODE: Hiermee wijzigt u de FM-ontvangstmodus. Bediening van het geluid (Versterker) In elk situatie is het mogelijk de volgende handelingen te verrichten: SURROUND: DSP: SURR/DSP OFF: Nadat u op de toets SOUND hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen verrichten: FRONT•L en dan LEVEL +/–: Instellen van het uitgangsniveau voor de linkervoorluidspreker. FRONT•R en dan LEVEL +/–: Instellen van het uitgangsniveau voor de rechtervoorluidspreker. CENTER en dan LEVEL +/–: Instellen van het uitgangsniveau voor de middenluidspreker. SURR•L en dan LEVEL +/–: Instellen van het uitgangsniveau voor de linkersurroundluidspreker. SURR•R en dan LEVEL +/–: Instellen van het uitgangsniveau voor de rechtersurroundluidspreker. SURR BACK en dan LEVEL +/–: Instellen van het uitgangsniveau voor de surroundachterluidspreker. SUBWOOFER en dan LEVEL +/–: Instellen van het uitgangsniveau voor de subwoofer. DIGITAL EQ en dan LEVEL+/–: Kiezen van de frequentiebanden van het geluid en instellen van het niveau. TEST: Activeren of uitschakelen van de testtoon. BASS BOOST: Activeren of uitschakelen van de Bass Boost functie. Opmerking: Druk nadat u het geluid hebt aangepast op de toets voor het selecteren van een afspeelbron of druk om de geselecteerde bron met de 10 cijfertoetsen van de afstandsbediening te kunnen bedienen. Als u dit niet doet, kunt u de afspeelbron niet met de 10 cijfertoetsen bedienen. CD-speler Nadat u op de toets CD hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen verrichten met een CD-speler:

Hiermee start u het afspelen. Hiermee gaat u naar het begin van de huidige (of vorige) track. Hiermee gaat u naar het begin van de volgende track. Hiermee stopt u het afspelen. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3. 1 – 10/0, +10: Met deze cijfertoetsen kunt u een track selecteren. Druk voor track 5 op de toets met het cijfer 5. Druk voor track 15 op +10 en daarna op 5. Druk voor track 20 op +10 en daarna op 10/0. Druk voor track 30 op +10, daarna op +10 en tot slot op 10/0.

Activeren en kiezen van Surroundmodi. Activeren en kiezen van DSP-modi. Uitschakelen van Surround- en DSPmodi.

CD-recorder Voor de RX-8032VSL: Nadat u op de toets CDR hebt gedrukt (of de vermelding “CDR” hebt geselecteerd nadat u herhaaldelijk op de toets CONTROL hebt gedrukt), kunt de volgende handelingen verrichten met een CD-recorder: Voor de RX-7032VSL: Nadat u op de toets CD DISC hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen verrichten met een CD-wisselaar: Voor de RX-7032VSL: Na een druk op de toets TAPE/CDR (of TAPE/CDR CONTROL) kunt u de volgende bedieningen voor de CD-recorder uitvoeren: Hiermee start u het afspelen. Hiermee gaat u naar het begin van de huidige (of vorige) track. Hiermee gaat u naar het begin van de volgende track. Stoppen van weergave of opname. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3om het afspelen te hervatten. 1 – 10/0, +10: Met deze cijfertoetsen kunt u een track selecteren. Druk voor track 5 op de toets met het cijfer 5. Druk voor track 15 op +10 en daarna op 5. Druk voor track 20 op +10 en daarna op 10/0. Druk voor track 30 op +10, daarna op +10 en tot slot op 10/0. REC PAUSE: Door een druk op deze toets wordt de opnamepauzemodus geactiveerd. Druk nogmaals op deze toets en dan op 3 om de opname voort te zetten.

Hiermee start u het afspelen. Hiermee gaat u naar het begin van de huidige (of vorige) track. Hiermee gaat u naar het begin van de volgende track. Stoppen van weergave of opname. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3 om het afspelen te hervatten. 1 – 6, 7/P: Hiermee selecteert u het nummer van een CD die in de wisselaar is geplaatst. Nadat u op de toets CD hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen verrichten met een CD-wisselaar: 1 – 10/0, +10: Met deze cijfertoetsen kunt u een track selecteren. Druk voor track 5 op de toets met het cijfer 5. Druk voor track 15 op +10 en daarna op 5. Druk voor track 20 op +10 en daarna op 10/0. Druk voor track 30 op +10, daarna op +10 en tot slot op 10/0. Voorbeeld:

  • CD-nummer 4 en nummer 12 selecteren en deze track afspelen. Voor de RX-8032VSL:

1. Druk herhaaldelijk op de toets CONTROL tot de

vermelding “CDDSC” op de display wordt weergegeven, en druk vervolgens op 4.

2. Druk op de toets CD en druk vervolgens op +10 en 2.

1. Druk op CD DISC en vervolgens op 4.

2. Druk op CD en vervolgens op +10, 2.

Indien u een CD-wisselaar voor 200-discs heeft (uitgezonderd de XL-MC100 en XL-MC301), kunt u de volgende bedieningen met de 10 cijfertoetsen uitvoeren na een druk op CD.

1. Kies een CD-nummer.

2. Kies vervolgens het track-nummer (voer altijd twee

3. Start de weergave.

  • Kiezen van CD-nummer 3, track-nummer 2 en starten van de weergave: Druk op 3, vervolgens op 0, 2 en dan op 3.
  • Kiezen van CD-nummer 10, track-nummer 5 en starten van de weergave: Druk op 1, 0, vervolgens op 0, 5 en dan op 3.
  • Kiezen van CD-nummer 105, track-nummer 12 en starten van de weergave: Druk op 1, 0, 5, vervolgens op 1, 2 en dan op 3. Draaitafel Nadat u op de toets PHONO hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen verrichten met een draaitafel:

Hiermee start u het afspelen. Hiermee stopt u het afspelen. RX-8032V ONLY Cassettedeck Voor de RX-8032VSL: Nadat u op de toets TAPE/MD hebt gedrukt (of de vermelding “TAPE” hebt geselecteerd nadat u herhaaldelijk op de toets CONTROL hebt gedrukt), kunt de volgende handelingen verrichten met een cassettedeck: Voor de RX-7032VSL: Nadat u op de toets TAPE/CDR (of TAPE/ CDR CONTROL) kunt u de volgende bedieningen voor het cassettedeck uitvoeren: REW: FF:

REC PAUSE: Hiermee start u het afspelen. Hiermee spoelt u de cassette van rechts naar links. Hiermee spoelt u de cassette van links naar rechts. Stoppen van weergave of opname. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3. Door een druk op deze toets wordt de opnamepauzemodus geactiveerd. Druk nogmaals op deze toets en dan op 3 om de opname voort te zetten. MD-recorder RX-8032V ONLY Nadat u op de toets TAPE/MD hebt gedrukt (of de vermelding “TAPE*” hebt geselecteerd nadat u herhaaldelijk op de toets CONTROL hebt gedrukt), kunt u de volgende handelingen verrichten met een MD-recorder: Hiermee start u het afspelen. Hiermee gaat u naar het begin van de huidige (of vorige) track. Hiermee gaat u naar het begin van de volgende track. Stoppen van weergave of opname. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3. REC PAUSE: Door een druk op deze toets wordt de opnamepauzemodus geactiveerd. Druk nogmaals op deze toets en dan op 3 om de opname voort te zetten.

  • Door “TAPE” te kiezen kunt u de MD-recorder bedienen. Opmerking: U kunt de bronkeuzetoetsen of de betreffende bedieningstoets (CONTROL voor de RX-8032VSL of TAPE/CDR CONTROL voor de RX7032VSL) gebruiken voor het activeren van de toetsen voor het te bedienen component. Indien u echter op een van de bronkeuzetoetsen drukt, zal tevens de overeenkomende weergavebron worden ingesteld. Indien u niet van bron wilt veranderen, kunt u derhalve beter de CONTROL of TAPE/CDR CONTROL toets gebruiken.

Nederlands CD-wisselaar Voor de RX-8032VSL: Als u net zo vaak op de toets CONTROL hebt gedrukt tot “CDDSC” op de display is verschenen, kunt u de volgende handelingen verrichten met een CD-wisselaar: Videorecorder In elk situatie is het mogelijk de volgende handelingen te verrichten: Beeldapparatuur bedienen Nederlands (voor de RX-8032VSL) of VCR (voor de RX7032VSL) : Hiermee schakelt u de videorecorder aan/uit. VCR 1 BELANGRIJK: Voor bediening van JVC videocomponenten met deze afstandsbediening:

  • Bepaalde JVC videorecorders accepteren twee soorten bedieningssignalen—afstandsbedieningscode “A” en “B”. Alvorens deze afstandsbediening in gebruik te nemen moet u controleren dat de afstandsbedieningscode voor de videorecorder op “A” is gesteld. – Voor de RX-8032VSL: Indien u tevens een andere JVC videorecorder aansluit op de VCR 2 of VIDEO -uitgang, moet u de afstandsbedieningscode op “B” stellen. (Deze afstandsbediening kan geen bedieningssignalen van code “B” uitsturen).
  • Bij gebruik van de afstandsbediening, richt de afstandsbediening recht naar de afstandsbedieningssensor op het aangesloten component, dus niet naar de receiver. Voor de RX-8032VBK:
  • Indien u op een van de bronkeuzetoetsen drukt, verschijnt de bedieningsmodus op de displayvenster. Toets VCR 1 DVD of DVD MULTI TV/DBS CONTROL (herhaaldelijk)* Voor de RX-7032VSL: Nadat u op de toets VCR (of VCR CONTROL) kunt u de volgende bedieningen voor de videorecorder uitvoeren: 1 – 9, 0: REW: FF:

REC PAUSE: RX-8032V ONLY CH +/–: Tekst op de display VCR 1 DVD VCR 1 CDDSC Voor de RX-8032VSL: Nadat u op de toets VCR 1 hebt gedrukt (of de vermelding “VCR 1” hebt geselecteerd nadat u herhaaldelijk op de toets CONTROL hebt gedrukt), kunt u de volgende handelingen verrichten met een videorecorder : TAPE CDR

  • Door herhaaldelijk op CONTROL te drukken, kunt u “VCR 1”, “TAPE”, “CDR” of “CDDSC” als bron kiezen. De afstandsbedieningsfunctie wordt ongeveer 2 uren op het displayvenster getoond indien u op een van de hierboven getoonde toetsen drukt. Hiermee selecteert u de kanalen op de videorecorder. Hiermee start u het afspelen. Hiermee spoelt u een videoband terug. Hiermee spoelt u een videoband vooruit. Stoppen van weergave of opname. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3. Door een druk op deze toets wordt de opnamepauzemodus geactiveerd. Druk nogmaals op deze toets en dan op 3 om de opname voort te zetten. Hiermee kunt u een ander TV-kanaal op de videorecorder. Opmerking: U kunt de VCR 1 (voor de RX-8032VSL) of VCR (voor de RX7032VSL) of de betreffende bedieningstoets (CONTROL voor de RX-8032VSL of VCR CONTROL voor de RX-7032VSL) gebruiken voor het activeren van de hierboven beschreven toetsen. Indien u echter op een van de bronkeuzetoetsen drukt, zal tevens de overeenkomende weergavebron worden ingesteld. Indien u niet van bron wilt veranderen, kunt u derhalve beter de CONTROL of VCR CONTROL toets gebruiken. DVD-speler Nadat u op de toets DVD of DVD MULTI hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen met de DVD-speler verrichten:

Hiermee start u het afspelen. Hiermee gaat u naar het begin van de huidige (of vorige) kapittel. Hiermee gaat u naar het begin van de volgende kapittel. Hiermee stopt u het afspelen. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3. Nadat u op de toets DVD of DVD MULTI hebt gedrukt, kunt u deze toetsen gebruiken om de DVDspeler te bedienen. Opmerking: Voor meer informatie over de bediening van de DVD-speler verwijzen we u naar de handleiding van de DVD-speler.

In elk situatie is het mogelijk de volgende handelingen te verrichten:

TV VOL +/–: TV/VIDEO: Hiermee schakelt u de TV aan/uit. Hiermee kunt u het volume aanpassen. Hiermee stelt u de invoermodus in (op TV of VIDEO). Nadat u op de toets TV/DBS hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen verrichten met een TV: CH +/–: Hiermee gaat u naar een ander kanaal. 1 – 9, 0, 100+: Hiermee kunt u een ander kanaal selecteren. RETURN: Hiermee kunt u heen en weer schakelen tussen het kanaal dat de vorige keer was geselecteerd en het kanaal dat nu is geselecteerd.

Apparatuur van andere merken bedienen De afstandsbediening die bij deze receiver wordt geleverd, kan ook besturingssignalen verzenden naar TV’s, CATVconverters, DBS-tuners, videorecorders, en DVD-speler van andere fabrikanten. Zendsignalen voor de afstandsbediening kiezen die geschikt zijn om een TV van ander merk te bedienen

1. Druk op de toets TV

ingedrukt. en houd de toets

2. Druk op de toets TV/DBS.

Voor de RX-8032VSL: “CALL” verschijnt op het displayvenster van de afstandsbediening.

3. Voer de fabrikantcode in met behulp van de

cijfertoetsen 1 – 9 en 0. Zendsignalen voor de afstandsbediening kiezen die geschikt zijn om een CATV-converter of DBS-tuner van ander merk te bedienen

1. Druk op de toets CATV/DBS

2. Druk op de toets CATV/DBS CONTROL.

Voor de RX-8032VSL: “CALL” verschijnt op het displayvenster van de afstandsbediening. 3 Voer de fabrikantcode in met behulp van de cijfertoetsen 1 – 9 en 0. Zie de lijst op bladzijde 49 voor de juiste code.

4. Laat de toets CATV/DBS

weer los. De volgende toetsen kunnen worden gebruikt om de TV te bedienen:

TV VOL +/–: TV/VIDEO: Hiermee schakelt u de TV aan/uit. Hiermee kunt u het volume aanpassen. Hiermee stelt u de invoermodus in (op TV of VIDEO). Nadat u op de toets TV/DBS hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen verrichten met een TV: CH +/–: Hiermee gaat u naar een ander kanaal. 1 – 10/0, 0, 100+ (+10): Hiermee kunt u een TV-kanaal selecteren. De toets 10/0 fungeert als ENTER-toets als u bij uw TV na het selecteren van een kanaal op ENTER moet drukken. Opmerkingen:

  • Het is mogelijk dat niet alle hierboven beschreven functies met uw TV kunnen worden gebruikt.
  • Indien u voor uw TV niet met de cijfertoetsen van kanaal kunt veranderen, moet u de CH +/– toetsen voor het kiezen van kanalen gebruiken.

5. Probeer nu uw TV-toestel te bedienen door op de

te drukken. toets TV weer los. De volgende toetsen kunnen worden gebruikt om de CATV-converter of de DBS-tuner te bedienen: CATV/DBS Zie de lijst op bladzijde 49 voor de juiste code.

en houd de toets Nederlands Voor meer informatie over de bediening van apparatuur van andere merken verwijzen we u naar de handleiding die bij die apparatuur wordt meegeleverd.

  • Nadat u de batterijen van de afstandsbediening hebt vervangen, dient u de codes van de fabrikanten opnieuw in te stellen.

Hiermee schakelt u de CATVconverter of DBS-tuner aan/uit. Na een druk op de toets CATV/DBS CONTROL kunt u de volgende bedieningen voor de CATV-converter of DBS-tuner uitvoeren: CH +/–: Hiermee gaat u naar een ander kanaal. 1 – 10/0, 0, 100+ (+10): Hiermee kunt u een kanaal selecteren. De toets 10/0 fungeert als ENTER-toets als u bij uw CATV-converter of DBS-tuner na het selecteren van een kanaal op ENTER moet drukken.

5. Probeer nu uw CATV-converter of DBS-tuner

te bedienen door op de toets CATV/DBS drukken. Als uw CATV-converter of DBS-tuner nu aan- of uitgaat, hebt u de goede fabrikantcode ingevoerd. Als er voor uw merk CATV-converter of DBS-tuner meerdere fabrikantcodes in de lijst staan vermeld, raden we u aan elke code te proberen tot u er een hebt gevonden die werkt. Opmerking: Het is niet mogelijk om de CATV-converter en de DBS-tuner tegelijk te gebruiken. Als uw TV nu aan- of uitgaat, hebt u de goede fabrikantcode ingevoerd. Als er voor uw merk TV meerdere fabrikantcodes in de lijst staan vermeld, raden we u aan elke code te proberen tot u er een hebt gevonden die werkt.

Zendsignalen voor de afstandsbediening kiezen die geschikt zijn om een videorecorder van een ander merk te bedienen Zendsignalen voor de afstandsbediening kiezen die geschikt zijn om een DVD-speler van een ander merk te bedienen

1. Druk op de toets VCR 1

(voor de RX8032VSL) of VCR (voor de RX-7032VSL) en houd de toets ingedrukt.

2. Druk op de toets VCR 1 (voor de RX-8032VSL)

of VCR (voor de RX-7032VSL).

1. Druk op de toets AUDIO

ingedrukt. Voor de RX-8032VSL: “CALL” verschijnt op het displayvenster van de afstandsbediening. Nederlands

3. Voer de fabrikantcode in met behulp van de

cijfertoetsen 1 – 9 en 0. Zie de lijst op bladzijde 49 voor de juiste code.

4. Laat de toets VCR 1

of VCR los. De volgende toetsen kunnen worden gebruikt om de videorecorder te bedienen: VCR 1 VCR

Voor de RX-8032VSL—Voor het in- of uitschakelen van een videorecorder. Voor de RX-7032VSL—Voor het in- of uitschakelen van een videorecorder. Nadat u op de toets VCR 1 of VCR kunt u de volgende bedieningen voor de videorecorder uitvoeren: en houd de toets 2 Druk op de toets DVD. Voor de RX-8032VSL: “CALL” verschijnt op het displayvenster van de afstandsbediening.

3. Voer de fabrikantcode in met behulp van de

cijfertoetsen 1 – 9 en 0. Zie de lijst op bladzijde 49 voor de juiste code.

4. Laat de toets AUDIO

weer los. Nadat u op de toets DVD of DVD MULTI hebt gedrukt, kunt u de volgende handelingen verrichten met een DVD-speler:

Hiermee start u het afspelen. Hiermee gaat u naar het begin van de huidige (of vorige) kapittel. Hiermee gaat u naar het begin van de volgende kapittel. Hiermee stopt u het afspelen. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3. CH +/–: Hiermee kunt u een ander TV-kanaal op de videorecorder. 1 – 10/0, 0, 100+ (+10): De 10/0 toets functioneert als ENTER-toets indien u voor uw videorecorder na het kiezen van een kanaalnummer op ENTER moet drukken. Hiermee begint u het afspelen. REW: Hiermee spoelt u een videoband terug. FF: Hiermee spoelt u een videoband vooruit. Stoppen van weergave of opname. Hiermee onderbreekt u het afspelen. Druk op de toets 3. REC PAUSE: Door een druk op deze toets wordt de opnamepauzemodus geactiveerd. Druk nogmaals op deze toets en dan op 3 om de opname voort te zetten.

5. Probeer uw videorecorder te bedienen door een

of VCR . druk op de toets VCR 1 Nadat u op de toets DVD of DVD MULTI hebt gedrukt, kunt u deze toetsen gebruiken om de DVDspeler te bedienen. Opmerking:

Voor meer informatie over de bediening van de DVD-speler verwijzen we u naar de handleiding van de DVD-speler.

5. Probeer de DVD-speler te bedienen met behulp

van een van de bovenstaande toetsen.

  • VERGEET NIET voordat u op een van de bovenstaande toetsen drukt de DVD-speler in te schakelen. Als er voor uw merk DVD-speler meerdere fabrikantcodes in de lijst staan vermeld, raden we u aan elke code te proberen tot u er een hebt gevonden die werkt. Als er voor uw merk videorecorder meerdere fabrikantcodes in de lijst staan vermeld, raden we u aan elke code te proberen tot u er een hebt gevonden die werkt.

MENU ENTER Als uw videorecorder nu aan- of uitgaat, hebt u de goede fabrikantcode ingevoerd. NL44-52_8032&7032[E][EN]5.pm6

11, 12 *Basisinstelling De fabrikantcodes kunnen zonder aankondiging vooraf worden gewijzigd. Als de code is gewijzigd, kunt u het desbetreffende apparaat niet met behulp van deze afstandsbediening bedienen.

Nederlands Voor TV Problemen oplossen Un deze tabel staat een overzicht van enkele veelvoorkomende problemen en gangbare oplossingen die vaak in de praktijk blijken te werken. Mocht u een probleem tegenkomen dat u niet kunt oplossen, neemt u dan contact op met een JVC-service center bij u in de buurt. Nederlands PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING De display licht niet op. De netspanningskabel is niet aangesloten. Steek de netspanningskabel in het stopcontact. De luidsprekers geven geen geluid. De kabels van en naar de luidsprekers zijn niet aangesloten. Controleer de kabels van en naar de luidsprekers en sluit deze indien nodig opnieuw aan. (Zie bladzijden 9 tot 11). De toetsen voor SPEAKERS ON/OFF 1 en SPEAKERS ON/OFF 2 zijn niet goed ingesteld. Druk beide SPEAKERS ON/OFF 1 en SPEAKERS ON/OFF 2 in de juiste stand. (Zie bladzijde 19). Er is een verkeerde bron geselecteerd. Selecteer de juiste bron. De functie Mute is ingeschakeld. Druk op de toets MUTING om deze functie uit te schakelen. (Zie bladzijde 22). Er is een verkeerde invoermodus geselecteerd (analoog of digitaal). Selecteer de juiste invoermodus (analoog of digitaal). (Zie bladzijde 19). Er is slechts één luidspreker die geluid geeft. De kabels naar de luidsprekers zijn niet goed aangesloten. Controleer de kabels naar de luidsprekers en sluit deze indien nodig opnieuw aan. (Zie bladzijden 9 tot 11). Een voortdurende ruis of gesis bij de ontvangst van FM-stations. Het ontvangen signaal is te zwak. Sluit een FM-buitenantenne aan of neem contact op met uw leverancier. (Zie bladzijde 8). Het station is te ver weg. Selecteer een ander station. U gebruikt een verkeerde antenne. Neem contact op met uw leverancier om na te gaan of u wel de juiste antenne gebruikt. Ruis tijdens ontvangst van een FM/AM (MG) uitzending. De antenne is niet goed aangesloten. Controleer de aansluitingen. (Zie bladzijde 8). Ontstekingsgeluiden van auto’s en bromfietsen. Plaats de antenne verder weg van de openbare weg. Een “huilend” geluid bij het afspelen van grammofoonplaten. Er is geen aardlekkabel aangesloten op het aansluitpunt (H) aan de achterzijde. Sluit de kabel aan op het aansluitpunt (H) aan de achterzijde. De draaitafel bevindt zich te dicht in de buurt van de luidsprekers. Plaats de luidsprekers uit de buurt van de draaitafel. Geen geluidseffect, bijvoorbeeld van Surround- en DSP-modus en digitale egalisatie. Analog Direct is geactiveerd. Schakel Analog Direct uit. (Zie bladzijde 21). DVD MULTI is als bron gekozen. Kies een andere bron dan DVD MULTI. (Zie bladzijde 42). EX/ES (7,1-kanaal) reproductie onmogelijk voor Dolby Digital EX of DTS ES software. De software of instelling is niet voor Dolby Digital EX of DTS ES geschikt. Speel software af die de markering heeft. Stel “EX/ES” op “ON”. (Zie bladzijde 39). De vermelding “OVERLOAD” begint te knipperen op de display. De luidsprekers zijn overbelast als gevolg van een te hoog volume.

STANDBY/ON op het bedieningspaneel aan de voorzijde om de ontvanger uit te zetten.

2. Stop het afspelen van het apparaat.

3. Zet de ontvanger weer aan en pas het volume aan.

De luidsprekers zijn overbelast als gevolg van kortsluiting bij de uitgangen van of naar de luidsprekers. Druk op het paneel aan de voorzijde van de ontvanger op de toets STANDBY/ON en controleer de kabels van en naar de luidsprekers. Als “OVERLOAD” niet verdwijnt, moet u de stekker uit het stopcontact verwijderen en daarna weer in het stopcontact steken. Als de kabels van en naar de luidsprekers geen kortsluiting veroorzaken, raden we u aan contact op te nemen met uw leverancier. Het lampje STANDBY gaat aan nadat u de stroom hebt ingeschakeld, maar daarna schakelt de ontvanger zichzelf uit (gaat weer in standby). De ontvanger ontvangt een te hoog voltage. Druk op de toets STANDBY/ON aan de voorzijde van de ontvanger om deze uit te schakelen. Verwijder de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de dealer. De afstandsbediening doet het niet. Er is een obstakel tussen de afstandssensor op de ontvanger en de afstandsbediening. Verwijder het voorwerp. De batterijen zijn (bijna) op. Vervang de batterijen. (Zie bladzijde 8). Er is een verkeerde bedieningsmodus voor de afstandsbediening geselecteerd. Selecteer de juiste bedieningsmodus voor de afstandsbediening. (Zie bladzijden 44 tot 49). De afstandsbediening werkt niet zoals de bedoeling is.

Specificaties Specificaties en ontwerp kunnen zonder aankondiging vooraf worden gewijzigd. RX-8032VSL Uitvoervermogen: Bij Stereo-werking: Kanalen voor: 100 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz, met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming (IEC268-3/DIN). Bij Surround-werking: Kanalen voor: 100 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz, met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming. Kanaal midden: 100 W, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming. Surroundkanalens: 100 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz, met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming. Surroundachterkanalen: 100 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz, met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming. Audio Gevoeligheid/impedantie audio-input (1 kHz) PHONO IN (MM): 2,5 mV/47 kΩ DVD IN, VCR 1 IN, VCR 2 IN, VIDEO IN, TV SOUND/DBS IN: 200 mV/47 kΩ CD IN, CDR IN, TAPE/MD IN: 200 mV/47 kΩ Audio-Input (DIGITAL IN)* Coax: DIGITAL 1 (DVD): 0,5 V(p-p)/75 Ω Optisch: DIGITAL 2 (CD), DIGITAL 3 (TV), DIGITAL 4 (CDR): –21 dBm tot –15 dBm (660 nm ±30 nm)

Nederlands Versterker Specificaties en ontwerp kunnen zonder aankondiging vooraf worden gewijzigd. RX-7032VSL

Versterker Uitvoervermogen Bij Stereo-werking Kanalen voor: 100 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz, met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming (IEC268-3/DIN). Nederlands Bij Surround-werking: Kanalen voor: 100 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz, met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming. Kanaal midden: 100 W, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming. Surroundkanalens: 100 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz, met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming. Surroundachterkanalen: 100 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 8 Ω bij 1 kHz, met totaal maximaal 0,8% aan harmonische vervorming. Audio Gevoeligheid/impedantie audio-input (1 kHz) DVD IN, VCR IN, TV SOUND/DBS IN: 200 mV/47 kΩ CD IN, TAPE/CDR IN: 200 mV/47 kΩ Audio-Input (DIGITAL IN)* Coax:DIGITAL 1 (DVD): 0,5 V(p-p)/75 Ω Optisch:DIGITAL 2 (CD), DIGITAL 3 (TV), DIGITAL 4 (CDR): –21 dBm tot –15 dBm (660 nm ±30 nm)

  • Heeft betrekking op Linear PCM, Dolby Digital en DTS Digital Surround (met sampling-frequentie—32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz). Niveau audio-output: Opname-uitgangsniveau: Digitale uitgang: SUBWOOFER OUT: VCR OUT, TAPE/CDR OUT: 200 mV Optisch: DIGITAL OUT Signalgolflengte: 660 nm Uitgangsniveau: –21 dBm tot –15 dBm Signaal/ruis-verhouding (’66 IHF/DIN) DVD IN, VCR IN, TV SOUND/DBS IN: 87 dB/67 dB CD IN, TAPE/CDR IN: 87 dB/67 dB Frequentierespons (8 Ω) DVD IN, VCR IN, TV SOUND/DBS IN: 20 Hz tot 100 kHz (+1 dB, –3 dB) CD IN, TAPE/CDR IN: 20 Hz tot 100 kHz (+1 dB, –3 dB) Egalisatie (5 banden): 63 Hz, 250 Hz, 1 kHz, 4 kHz, 16 kHz (±8 dB) Basversterking: +6 dB ±1,0 dB bij 100 Hz Video Gevoeligheid/impedantie video-input Composiet video: DVD IN, VCR IN, TV SOUND/DBS IN: 1 V(p-p)/75 Ω S-video: DVD IN, VCR IN, TV SOUND/DBS IN (Y: luminantie): 1 V(p-p)/75 Ω (C: chrominance, burst): 0,286 V(p-p)/75 Ω Niveau video-output Composiet video: VCR OUT, MONITOR OUT S-video: VCR OUT, MONITOR OUT (Y: uminantie): (C: chrominantie, burst): Synchronisatie: Signaal/ruis-verhouding: 1 V(p-p)/75 Ω 1 V(p-p)/75 Ω 0,286 V(p-p)/75 Ω Negatief 45 dB FM-tuner (IHF) Afstembereik: Bruikbare gevoeligheid: 50 dB stiltegevoeligheid: Mono: Mono: Stereo: Stereo-scheiding bij REC OUT: 87,50 MHz tot 108,00 MHz 17,0 dBf (1,9 µV/75 Ω) 21,3 dBf (3,2 µV/75 Ω) 41,3 dBf (31,8 µV/75 Ω) 35 dB bij 1 kHz AM (MG)-tuner Afstembereik: 522 kHz tot 1 629 kHz Algemeen Vereiste vermogen: Stroomverbruik: Afmetingen (B x H x D): Gewicht: AC 230V , 50 Hz 250 W (tijdens werking) 2 W (in Standby-modus) 435 mm x 157 mm x 425 mm 12,1 kg Beschrijving van PTY-codes News Affairs Info Sport Educate Drama Culture Science Varied Pop M Rock M Easy M Light M Classics Other M Weather Nieuws. Programma’s met een thema waarin dieper op het nieuws wordt ingegaan—debat of analyse. Programma’s die in een brede zin meer informatie en advies geven. Programma’s over sport en sportwedstrijden. Educatieve programma’s. Radiohoorspelen en series. Programma’s over nationale of regionale cultuur, met inbegrip van taal, theater, enz. Programma’s over natuurwetenschappen en techniek. Voornamelijk praat-programma’s, bijvoorbeeld quizzen, spelletjes en interviews met beroemdheden. Commerciële, hedendaagse muziek. Rockmuziek.. Huidige muziek die ookwel “easy listening” wordt genoemd. Lichte instrumentale muziek, zang ofkoormuziek. Uitvoeringen van orkesten, symfonieën, kamermuziek, enz. Muziek die niet bij een van de andere categorieën hoort. Weerberichten. Finance Children Social Religion Phone In Travel Leisure Jazz Country Nation M Oldies Folk M Document TEST Alarm! Verslagen van de beurs, handel en commercie, enz. Programma’s voor kinderen. Programma’s over sociologie, geschiedenis, geografie, psychologie en sociale vraagstukken. Religieuze programma’s. Luisteraars die hun mening via de telefoon of forums duidelijk maken. Reisinformatie. Programma’s over recreatie en activiteiten. Jazzmuziek. Programma’s met muziek van oorspronkelijk het zuiden van Amerika. Huidige populaire, nationale of regionale muziek in de taal van het land. Muziek uit de “golden age”, oftewel “gouwe ouwe”. Muziek die uit een bepaalde cultuur komt. Programma’s die dieper op gebeurtenissen ingaan of bepaalde feiten verder onderzoeken. Uitzendingen voor het testen van onder andere noodberichten en waarschuwingen. Waarschuwingen en noodberichten. De inhoud van programma’s met een bepaalde PTY-code kan met sommige FM-zenders afwijken van de hierboven gegeven beschrijving.