MM-A0280HX - Magnetrons TOSHIBA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MM-A0280HX TOSHIBA in PDF-formaat.

Page 319
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Inhoudsopgave Klik op een titel om naar de pagina te gaan
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : TOSHIBA

Model : MM-A0280HX

Categorie : Magnetrons

Download de handleiding voor uw Magnetrons in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM-A0280HX - TOSHIBA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM-A0280HX van het merk TOSHIBA.

GEBRUIKSAANWIJZING MM-A0280HX TOSHIBA

Zie bladzijde 313 voor de Nederlandse Installatichandleiding.

TOSHIBA Introduction h | Contents

Précautions RER een Te CEE. 5

Inhoud Voorzorgsmaatregelen 315 Bedrijfscondities 316 Onderdelen 317 Metrieke/Britse leidingconversie 317

Lees dit voorschrift a.u.b. zorgvuldig voordat u met de installatie gaat beginnen.

Deze apparatuur dient alleen door juist geschoolde mecaniciens te worden geïnstalleerd.

Stel altijd zeker dat een veilige werkmethode wordt gebruikt. Zie toe op de voorzorgs- maatregelen voor personen in de nabijheid van het werk.

Stel zeker dat aan alle plaatselike, nationale en internationale voorschriften/bepalingen wordt voldaan.

Controleer dat de elektrische specificaties van de installatie voldoen aan de eisen van de locatie.

Pak de apparatuur voorzichtig uit en controleer daarbij op beschadigingen of niet aanwezige onderdelen (tekorten). U wordt verzocht om eventuele beschadiging direct te melden.

> B&E&>E&E Deze installaties voldoen aan de EG Richtlijn: 73/23/EEG (Laagspanning Voorschrift) en 89/336/EEG (Elektromagnetische Compatibiliteit).

Bijgevolg zijn zij ontworpen voor gebruik in commerciële en industriële omgevingen.

Vermijdt installatie in de navolgende locaties:

Waar de waterafvoer overlast of een gevaar kan veroorzaken wanneer deze is bevroren. Waar er gevaar bestaat van ontvlambare gaslekkage.

Waar hoge concentraties olie aanwezig zijn.

Waar de atmosfeer een overdaad aan zout bevat (zoals in kustgebieden). Er wordt speciaal onderhoud vereist om de levensduur van het product te handhaven.

Waar de luchtstroming van de Buiteninstallatie last kan veroorzaken. Waar het werkgeluid van de Buiteninstallatie last kan veroorzaken.

Waar de fundering niet sterk genoeg is om het gewicht van de Buiteninstallatie te dragen.

RREE&>&REE Waar sterke winden tegen de luchtinlaat van de Buiteninstallatie zouden kunnen blazen.

Voorzorgsmaatregelen voor R407C Systemen

R407C Buiteninstallaties gebruiken synthetische oliën die extreem hygroscopisch zijn. Stel À daarom zeker dat het koelmiddel systeem NOOIT wordt blootgesteld aan lucht of enige vorm van vochtigheid.

Minerale oliën zijn ongeschikt voor gebruik in deze installaties en kunnen leiden tot voortijdige uitval van het systeem.

dat is gebruikt met R22.

R407C dient alleen te worden geladen vanuit de service cilinder in de vloeistoffase. Het verdient aanbeveling om een peilglas verdeelset te gebruiken die is vitgerust met een vloeistof kijkglas hetwelk zich in de midden (ingangs-) opening bevindt.

À À Gebruik alleen materiaal dat geschikt is voor gebruik met R407C. Gebruik nooïit materiaal À

TOSHIBA Buitentemperatuur 5 — 43°C Koeling 15 — 21°C Verwarming Kamertemperatuur 18 — 32°C Koeling 15 — 29°C Verwarming Kamervochtigheid (graad) <80% Koeling 1. Toewijzing standaard van de Modelnaam BUITEN MM-A0280HT E 0280 - 28,0kW (10HP]|| © = Koelng RS È 0224 - 22,4W (BHP) || HZ Verwarming| | x _ ere nel boid + 0160 - 16,0kW (6HP) T_Yasie Snelhel 3 © 2 INPANDIG MM-TU056 1 L Æ B — Type met ingebouwde luchtafvoer (Duct) 2 € (CR)- Plafond Type (Infrarode Afstandbediening) 028 — 2,8kW (1HP) pe K (KR) - Hoge Muur Type (Infrarode Afstandbed.) 042 — 4,2KW (1,5HP) SIN Cosco Type 056 - 5,6kW (2HP) TZ S (SR) — Lage Muur Type (Infrarode Afstandbed.) 080 — 8,0kW (3HP) 2 : 112 -11,2kW (4HP) Z SB — Slank type met ingebouwde luchtafvoer ’ TU -2-Weg Cassette Type 140 — 14,0kW (SHP) U - 4-Weg Cassette Type 2. Bereik van gecombineerde installaties Aantal gecombineerde installaties : 1tot 5 units Capaciteitsbereik : Gelijk aan 14HP (0384 kW type) tot A6HP (1288kW) 3. Beperking voor combinatie installaties (1) De Omzetter Installatie (Inverter Unit) dient over de maximale capaciteit te bezitten tussen alle installaties in die combinatie. (2) De 6HP vaste-snelheid installatie is alleen beschikbaar in combinatie met de 14HP en 22HP (Hij kan niet voor enig andere combinatie worden gebruikt). 4. Nominale condities Koeling : Binnen temperatuur 27° DB/19°C WB Buiten temperatuur 35° DB/25°C WB Verwarming : Binnen temperatuur 21° DB/15,5°C WB Buiten temperatuur 7° DB/6° C WB 5. Modus Prioriteit

Deze Buiteninstallatie is ingesteld om zodanig te werken dat de Verwarmings modus prioriteit neemt. Deze prioriteit kan als volgt worden geschakeld tussen de Verwarming- en Koeling- modus met gebruik van de instelschakelaar 07 (DIP switch) op de Interface van de Buiteninstallatie PCB (MCC-1343-01):

1. Buiteninstallatie

Omzetter [Inverter] installatie Vaste-snelheids installatie Aanzicht Corresponderende HP 8HP 10HP 6HP 8HP 10HP Modelnaam MM-A0224HT|MM-A0280HT |MM-AO1 60HX | MM-A0224HX |MM-A0280HX| 7" | EH H EI Eu Koelingscapaciteit (kW) 22,4 28,0 16,0 224 28,0 BE SEE Verwarmingscapaciteit 25,0 31,5 18,0 25,0 31,5 — : tkW)

2. Buiteninstallaties (Combinatie van Buiteninstallaties)

— | — [en | 8H | 8H Aantal aansluñbare

Inhoud Buiteninstallatie Transporteren van de Buiteninstallatie 320 Installatie van Buiten Installatie 321 Dimensionale Tekeningen Buiteninstallatie 322 Dimensionale Tekeningen van Twee Aangesloten Installaties 323

Dimensionale Tekeningen van Drie Aangesloten Installaties .. Dimensionale Tekeningen van Vier Aangesloten Installaties .. Dimensionale Tekeningen van Vijf Aangesloten Installaties o Meervoudige Installatie op het Dak

Leidingwerk Vrij Aftakkingsysteem 329

Aansluiten van Koelleidingen .330 Toegestane Lengte / Hoogte Tussenruimte van Koelleidingen . .331 Selectie van Koelleidingwerk en Vulling Vereiste . 332 Aftak Verdelers / Aftakverbindingen (Accessoires) ..334 Aftakverdeler / T-vormige Aftakverbinding 335 Aansluiten van het Aftakbouwpakket / Y-vormige Aftakverbinding ..336 Warmte isolatie van de Aftakleidingen / Aftakverdeler 337

T-vormige Aftakverbinding - om Buiteninstallaties Aan Te Sluiten . . .339 Installeren van Gas-/ Vloeistof a CE Luchtdichtheidsproef . Controle op Leligeposli Lucht opel Berekenen van de Vereiste Hoeveelheid Aanvullende Koelmiddel ..343

Aanvullende Vulhoeveelheden 344 Bedrading

Algemeen / Overzicht Bedradingssysteem .345 Aansluiten van de Voedingskabel en Stuurkabel .346 Overzicht Stuurbedrading © o oo © © O'Ric © c RE c + dB - - 347

Transporteren van de Buiteninstallatie

+ Vooringang - steek de vorken in de uitsparingen op de bevestigingspoten + Zij-ingang - zie diagram

+ Controleer de geschiktheid van de hijskabel (zie tabel).

+ Haal de hijskabel door de transportuitsparing heen en zet deze vast.

+ Dek de installatie af waar contact met de kabel deze zou kunnen krassen of vervormen.

| L - Afdekking/Bescherming Model Gewicht

Installatie van Buiten Installatie

1. Zet de buiten installaties op één lijn met tussenruimtes van 20 mm of meer.

l f [ l Schroef de buiten installaties vast met M12 funderingsbouten. {4 posities per installatie) © © ©

Funderingsbout met 20 mm lengte is geschikt.

FE) ET —— = Ë = e M12 funderingsbout ZE 4 posities per installatie

+ Funderingsbout is zoals getoond in de volgende afbeelding

15 x 20 mm uitsparing

+ Echter, de equivalente lengte van de leiding tussen de dichtstbijziinde buiteninstallatie en de verst verwijderde buiteninstallatie van het koelmiddel cyclus systeem dient niet groter te zijn dan 20 m.

2. Wanneer u de koelleiding door de basis heen leidt dient de bevestigingshoogte van de basis (twee gesplitste funderingen) 500 mm of meer te zijn.

LC D Koelleidingwerk

3. Juiste funderingsbevestigingen voor ondersteuning van de Buiteninstallatie

Noot: De voorste buiteninstallatie die zal worden aangesloten op het hoofd koelleidingwerk voor de inpandige installaties moet een omzetter installatie zijn.

leidingaansluitingen

Twee Installaties Aangesloten

790 (inclusief vaste poot)

990 990 0 2 E l Ç 2C ) 2C 2C 2 e )C ) Ç 2C 2 2C 2C )] e >), Ç 2 )] 2È 2È )] e >=) e Ç 2 2C 2C )] 84 1e (es es) g © (n) À 3 7 L e 8 8 ni = 4, E a > 2020 8 È Naam

Buiteninstallatie (Omzetter type) Buiteninstallatie (Vaste-snelheids type)

Drie Installaties Aangesloten

790 (inclusief vaste poot)

Vier Installaties Aangesloten

TOSHIBA Dimensionale Tekeningen Viif Installaties Aangesloten

* Afstand Bevestigingsbout

75 790 (inclusief vaste poot)

ag gd © (e) © © © h É 5030 € Ë £ ë $ e 4 8 El 8 210 re] e n 8 8 " = 2 € Ë £ S 2 5050 $ È Naam

2 CL Buiteninstallatie (Omzetter type)

Buiteninstallatie (Vaste-snelheids type 1] Buiteninstallatie (Vaste-snelheids type 2) Buiteninstallatie (Vaste-snelheids type 3) Buiteninstallatie (Vaste-snelheids type 4)

Meervoudige Installatie op het Dak

Wanneer de Buitenmuur/Gevel Hoger is dan de Buiteninstallatie Wanneer er een opening in de muur kan worden gemaakt:

1. Stel een zodanig apertuur ratio in dat het lucht aanzuigvolume Vs vanuit de opening 1,5 m/s of + minder wordt. w 2. Hoogte van de afvoer: HD = H-h. 8 8 Als er geen opening kan worden gemaakt: Opening in de muur 8. Z “ ) 3 | $ N (Voorkant) D 7) 7) 7) 7\7 210 220 220 220 220 Î ZT | Luchtafvoer CG] 1. Stel een basis in met een hoogte van 500 tot FT 1000 mm. 2. Hoogte van de afvoerduiker: HD = H-h.

TOSHIBA Wanneer de Buitenmuur/Gevel Lager is dan de Buiteninstallatie

< 800 3 — installatie parallellijinen e &c ? " TE KDIOIOIOIO) = eo e8 88 NA (Voorkant) HORIOIOE = - jun pre 8 d S \ Ai ROIOIOIO} = 8 | 8 Joorkant) " TT 20 220 220 >20 < 800 — pou *Wanneer de koelmiddelleiding vanaf de voorkant Gun van de installatie wordt geleid, moet de afstand tussen de Buiteninstallatie en de Verbindingsleiding 2 500 2500 500 mm of meer zijn. In Leidingwerk

Vrij Aftakkingsysteem

De navolgende viif aftakkingsystemen zijn beschikbaar om de flexibiliteit van het koelleidingsysteem ontwerp te vergroten.

Aansluiten van Koelleidingen

Aantekeningen: _J " | [7 il

. Als de leidingen benedenwaarts lopen CD Leidingwerk

Gedurende installatie: — als het koelinggas lekt moet u de k ventileren. Na de installatie: - controleer op gaslekkages. Als koelinggas in contact komt met vuur kan dit resulteren in schadelijke gassen.

Om toegang te krijgen tot de aansluitingen van de koelleiding en aansluitpunten van de elektrische bedrading dient u de 7 x M5 borgbouten in het voorpaneel te verwijderen. Om het paneel te verwijderen dient u dit op- en weg te tillen van zijn ophanguitsteeksels - Zie diagram.

. De koelleidingen kunnen naar voren,

benedenwaarts of zijwaarts worden geleid. P N N\ Leiding- / Bedradingspaneel

. Als de leidingen naar voren zijn geleid £ verzeker dan dat zij naar buiten lopen door CH + het Leiding- / Bedradingspaneel - Leidingen $ {verwijder het uitdrukpoortje), en laat op vooruit geleid £

zijn minst 500 mm vrij tussen de Buiteninstallatie en de hoofdleiding die hem aansluit{verbindt met) op de Inpandige Installatie. Dit vanwege toegang À voor onderhoud. (Het vervangen van de D compressor bij voorbeeld, vereist een ruimte van tenminste 500 mm.)

Leidingen benedenwaarts geleid

dient u het uitdrukpoortie in de basisplaat van de Buiten- installatie te verwijderen. Hierdoor verkrijgt Uu toegang. De leidingen fe] kunnen dan naar links of rechts of aan de

achterkant worden aangesloten. (De — voorste compensatie leiding moet binnen

. Gebruik stikstof wanneer u hardsoldeert. Klep aan

Dit voorkomt interne oxidatie van de compensatiekant (olie)

leidingen. Klep aan vloeistofkant Kiep aan gaskant

- Gebruik altijd een schone nieuwe leiding, | Verbindingsleiding Aandragien Her aandraaien en stel zeker dat deze niet is buiten diameter (mmj|_ draaikoppel (Nm) _|_ draaikoppel (Nm) verontreinigd door water of stof. 64 11,8 (1,2kgf mm) 13,7 (1,4kgf m)

. Gebruik altijd een dubbele steeksleutel 29,5 24,5 (2,5kgf m) 29,4 (3,0kgf m) op de verbrede/afgeronde moer (flare 212,7 49,0 (5,0kgf m)_| 53,9 (5,5kgf m) nut}- en draai hem aan tot aan de 215,9 78,4 (8,0kgf m) | 98,0 (10,0kgf m) gespecificeerde draaikoppel: (zie tabel). 219,0 98,0 (10,0kgf m) | 117,7 (12,0kgf m)

Noot: Alle afmetingen in (mm)

Toegestane Lengte / Hoogte Tussenruimte van Koelleidingen

<Ex 1> <Ex 2> CE Vase Vase Vaste. Vaste Vaste- Vaste Ometier. Snelheïd … Snelheïd Omzetter- Snelheid … Snelheid Omzehter- Snelheïd … Snelheid Hoogte- installaie Installatie 1 Installatie 2 installe Installatie 1 Installafie 2 installetie Instollatie 1 Insellatie 2 verschiltussen | Buiten Verbindings Buiten- instaletie [| (I (| UND) VD (UD! UND! VI istellates o gl (© al lo ni q q q q q < 4m fvormige La Lb Ld Ï Ï T LI Ï T laftakverbinding=— À LA LB Klep voor Klep voor bikomende V4 bikomende Instalatie Installaties Hoofd . h . | Leidingwerk Noot: In <Ex.2> is het mogeliik dat een grote hoeveelheid koelmiddel en olie kan terugkeren naar de Omzetter installatie Daarom moet de T-vormige verbinding zo worden ingesteld dat er geen lie rechtstreeks binnenkomt. ui FT Aftakleidingen Le Aftakverdeler Verbindingleidingen van 1 « Inpandige Installatie L7 1° Aftak sectie a c d e La Inpandige Installatie hoogtez Lengt deert 1.o.v. de verste leidingen LE 125 verschilussen ngte correspondeert t.o.v. de verste leidingen m Hoogieverschil iussen Buiten-" Lengte correspondeert t.o.v. de verste leidingen na 1° aftakking L< 50 m | Inpandige installaties installaties H2< 30m HI£ 50 m f i Y- samenvoeging ] Inpandige Install LJ Systeem Beperl Aantekeningen: Max. Aantal gecombineerde buiten installaties 5 Installañies Combinatie van Buiteninstallaties: Omzetter Installatie | Mox. capaciteit van gecombineerde buiteninstallaties _|128,8kW/46HP| + Vaste Snelheid Installatie (0 tot 4 Installaties). Max. Aantal van gecombineerde inpandige installaties | 40 Installaties Combinatie van Vaste-Snelheid Installaties zonder Max. Capaciteit van gecombineerde H2< 15 135% Omzetter Installatie is niet toelaatbaar. inpandige installaties H2515 105%

De Omzetter Installatie is de hoofd Buiteninstallatie en is rechtstreeks aangesloten op de inpandige distributieleiding.

Installeer de Buiteninstallaties in volgorde van capaciteit.

(Omzetter Installatie> Vaste-snelheid Installatie 1> Vaste-snelheid Installatie 2>Vaste- snelheid Installatie n).

Toaloatbare vourde Leidingsedie Totale verlenging van lsiding (MIoeistofleiding, werkelike lengte) 250 m LA + LB + La + lb + Le + Ld+ 11 + 12 + 19 + + 15+l6+17+a+b+c+d+e+f+g+h+iti Werkelike lengte 100 m . Lengte lang o Eaalete eng 125m PAHBRUMEUEBEUEB+ I Leiding-_|Equivalente lengte verste leidingwerk vanaf 1° aftakng Li () 50m L3 + LA + LS + L6+i werk … [Equivalente lengie versie leidingwerk tussen Buiteninstallïies LO [1] 20m LA + LB + Ld, LA + Lb, LA + LB + Le Max. equivalent lengte van verbindingsleiding buifeninstalltie 10m Ld, La, Lb, Le Hoogie tussen Inpandige | Bovenste Buiteninstallatie 50m — Hoogte- |en Buïteninstallaties HT | Onderste Buiteninstallatie 30m — verschil _ [Hoogie tussen inpandige installties H2 30m — Hoogte tussen buiteninstallaties H3 4m —

*(d) is Buiteninstallatie het verste van de vertakking en (j) is Inpandige Installatie het verste van

Selectie van Koelleidingwerk en Vulling Vereiste

Aftakleidingwerk © Verdeler Aftakleiding Vaste- Vase Vaste. 1 snelheïd snelheïd snelheid Omzetter Aansluïleiding Inpandige Installatie Instalfe n_Installtie 2 Instllïie 1 _Installatie ® = = =

[NI (| UD! MMM! suveninsoiore © Ë) © ini ini ini ini TT TT compensatieteai ] ] } 2] ompenseteeicing Inpandige Installatie (2 | o@[ of Poeme deb! @ mige afiakverbinding Aansluitleidingwerk | [6] Hoofdleidingwerk ©

oi © Buiteninstallatie E] FE] Hoofd Aansluitleidingwerk Aansluïtleidingwerk | S) © e] © tussen Buiteninstallaties 1° Aftaksectie Inpandige Installatie

Inpandige Installatie

O) Afmeting Leiding van Buiteninstallatie

KW | HP Modelnaam Gaskant | Vloeistofkant| 16,0 | 6 MM-A0160HX 222,2 29,5 22,4| 8 MM-A0224HT, MM-A0224HX 222,2 212,7 28,0 | 10 MM-A0280HT, MM-A0280HX 228,6 212,7

O)] Afmeting Aansluitleiding Tussen Buiteninstallaties

Totale capaciteitscode van | Gaskant | Vloeistofkant | Compensatieleiding buiteninstallaties Onder 16 928,6 915,9 29,5 16 tot Onder 20 934,9 215,9 29,5 20 tot Onder 26 941,3 919,0 29,5 26 tot Onder 32 941,3 222,2 29,5 32 of meer 954,1 222,2 9,5

@) Afmeting van Hoofdleiding

[Totale capaciteitscode van alle buiteninstallaties | Gaskant | Vloeistofkant Onder 10 222,2 212,7 10 tot Onder 14 228,6 212,7 14 tot Onder 20 234,9 215,9 20 tot Onder 26 41,3 219,0 26 tot Onder 32 41,3 222,2 32 of meer D54.1 222.2

@) Afmeting tussen Aftaksecties

Totale capaciteitscode van inpandige | Gaskant | Viocistofkant installaties neergaand (*1) Onder 4,0 215,9 29,5 4,0 tot Onder 6,4 219,0 29,5 6,4 tot Onder 13,2 222,2 212,7 13,2 tot Onder 19,2 234,9 215,9 19,2 tot Onder 25,2 241,3 219,0 25,2 tot Onder 31,2 241,3 219,0 31,2 of meer 254,1 222,2

Noot: Alle afmetingen in (mm)

@) Aftakverbindingen/verdelers

Modelnaam Gebruik Aanzicht RBM-YO18 | Inpandige Installatie capaciteitscode (‘1}: Geheel beneden 6,4 RBM-Y037 | Inpandige Installatie capaciteitscode (1):

Yvomnig cfekpunt Geheel 6,4 of meer en beneden 13,2 (2) RBM-YO71 | Inpandige Installatie capaciteitscode [*1): EC Geheel 13,2 of meer en beneden 25,2 (2)

RBM-Y129 | Inpandige Installatie capaciteitscode (*1}: Geheel 25,2 of meer (2)

REM-H4037 | Inpandige Installae capacieïscode (1). Geheel beneden 13,2], 4-aftakkingverdeler (*3 | REM-H4071 | Inpandige Installatie capaciteitscode [*1): - Geheel 13,2 of meer en beneden 25,2 ftakkingen B-oholängverdeer (3, LAM-H8087 | npendige installe capocieïtscode (1}: Geheel beneden 13,2| à He REM-H8071 | Inpandige Installatie capaciteitscode (1): - Geheel 13,2 of meer en onder 25,2 aftakkingen

1 set van 3 typen T-vormige verbindingsstukken, zoals hieronder weergegeven: De vereiste hoeveelheid verbindingsstukken wordt vastgesteld en deze zullen

T-vormige ter plaatse worden gecombineerd. aftakverbinding — - _ four aanduifig REMT129 Aansluitpip Corresponderende diameter (mm) | Hoeveelheid van buiteninstallatie) Regulatieleiding 29,52 1 Leidingwerk aan vloeistofkant @12,7 tot D22,2 1 Leiding aan gaskant 222,2 tot 254,1 1

Aanvullende Hoeveelheid Koelmiddel

Afmeting Vloeistofleiding | Aanvullende hoeveelheid koelmiddel voor vloeistofleiding 1 m [kg) 26,4 0,030 29,5 0,065 G12,7 0,115 215,9 0,190 219,0 0,290 222,2 0,420

(*1) De code wordt vastgesteld in overeenstemming met de capaciteitscode van de aangesloten Inpandige Installaties. Raadpleeg voor details de Inleiding paragraaf in deze handleiding.

(*2) Pas de capaciteitscode voor Buiteninstallaties toe als de totale capaciteitswaarde van Inpandige Installaties die van de Buiteninstallaties overschrijdt.

(*3) Wanneer u een aftakverdeler gebruikt kunnen Inpandige Installaties met een maximum totale 6,0 capaciteitscode op iedere aftakking worden aangesloten.

(*4) Als de lengte van de gasleiding de 30m te boven gaat vanaf de 1° aftakking naar een Inpandige Installatie, dient u de Gasleidingsectie met 1 afmeting te vergroten, d.w.z. MM-U140 = Gas 922,2, Vloeistof 9,5.

Noot: Alle afmetingen in (mm)

Deze extra verbindingsleiding wordt gebruikt als de afmeting van de gasleiding 41,3 of minder is. Wanneer u soldeert is de minimum inlas marge 15 mm.

Noot: De getoonde leidingdiameter geeft de diameter van de leiding aan die wordt aangesloten.

indusief 3 delen pauses oise Buitendiameter o1s inclusief inclusi 3 delen "page

Aansluiten van het Aftakbouwpakket Y-vormige Verbinding voor gas- en vloeistofdistributie

Y-vormige Aftakverbinding + Installeer de Y-vormige

Aftakverbindingzodat deze horizontaal of

Y-vormige Aftakverbinding voor gas- en verticaal aftakt.

vloeistofdistributie

Naar andere Aftakleiding

of Inpandige Installatie of Uitlaat (1) é Leidingwerk op locatie Loidingwerk op a Inlaat. . locati \ ne Uitlaat (2) "9Catie (Horizontale lin) té Binnen + 30°

. Y-vormige Aftakverbinding voor gaskant/vloeistofdistributie

Naar Buiteninstallatie

Wanneer de afmeting van de geselecteerde leiding afwijkt van de afmeting van de Y-vormige aftak- verbindingsleiding, snij het midden van de van de verbindingssectie door met een pijpsnijder zoals hieronder afgebeeld.

+ Stel zeker dat u de isolatie aanbrengt op Y-vormige aftakverbinding die is verstrekt in het pakket.

+ Gebruik de aangesloten hulpleiding om de leidingdiameter van de Y-vormige aftakverbinding bij te stellen aan de gaskant of aan de vloeistofkant Snij door in het midden (RBM-YO71, RBM-Y129). Snijd de afgetakte leiding en de hulpleiding af op de gespecificeerde afmeting en hardsoldeer hen dan.

Snijd de leiding door in het midden van elke verbindingssectie en verwijder bramen.

Warmte isolatie van de Aftakleidingen

Stel zeker dat de leidingisolatie de leiding bedekt tot aan de hard- gesoldeerde accessoire verbindingen, daar dit de indringing van water voorkomt - tape de leidingisolatie af tot een dikte van 10 mm of meer zoals afgebeeld.

RBM-Y129 (Gaskant) (Voorbereid op locatie) RBM-Y071 (Gaskant, Vloeistofkant) RBM-Y129 (Vloeistofkant)

Dicht de verbinding af met urethaan schuimmiddel etc.

Warme isolerende leiding voor leidingwerk

Leidingwarmte isolator

Afsnijden _ onder ongeveer 60° Warme Afsnijden isolerende onder 9 Plaats hen ° leiding voor? ongeveer 90 idi egenover elkaar leidingwerk

Gebruik isolatie met een hittebestendigheid van 120° C of daarboven voor gasleidingen. Voor isolatie van de Aftakleidingen gebruikt u een T-vormige Verbindingsafdekking met een dikte van 10 mm of meer — of een machinaal geïsoleerd deel zoals afgebeeld.

Plaats hen zikant Plaats hen zijkant Loidingwarmte "2980 ilkant tegen zikant

isolator voorbereid| Warmte-isolatie, _ /Leidingwarmte op locatie inbegrepen isolator voorbereid \eccessoire op locatie

-72Z4 de 150 Fs Z- Aftakleiding

Plaats hen Warmte-isolatie (voorbereid op zijkant tegen locatie] 10 mm of meer zikant

* Tape af voor afdichting na de warmte- isolatie.

Afiaping {voorbereid

op locatie) Warmte-isolatie

{voorbereid op locatie)

T Warmte-isolatie {voorbereid op locatie)

Gaskant Voorbereid op locatie

Voorbereid op locatie

Voorbereid op locatie

Voorbereid op locatie

Naar Il dige Installati Naar laar Inpandige Installatie

Buiteninstallatie … Vloeistof Aftakverdeler

Wanneer de geselecteerde leiding die op locatie is voorbereid verschilt van de afmeting van de aftakverdeler leiding dient u het midden van de verbindingssectie door te snijden met een pijpsnijder zoals getoond.

Als het aantal Inpandige Installaties dat wordt aangesloten minder is dan het aantal aansluitingen op de Aftakverdeler, hardsoldeer dan een leidingkap op de ongebruikte aansluitingen.

B NL TOSHIBA Installatie

+ _Installeer de Aftakverdeler zodanig dat hij horizontaal aftakt. Installeer NIET

verticaal. Gaskant (Horizontale lijn) (B- aanzicht) Gaskant Vloeistofkant | (Horizontale lifn) Q D (B- aanzicht)

Stel zeker dat u de Aftakverdeler isoleert met de verstrekte isolatie.

Wanneer u de aftakverdeler aan de vloeistofkant vanaf de tegenovergestelde kant laat lopen, snij dan beide uiteinden door en gebruik een leidingkap (niet geleverd), zoals afgebeeld.

+ Ondersteuning van Aftakverdeler

Plaats een hangende metalen ondersteuning (voorbereid op locatie) voor de aftakverdeler, nadat u de warmte-isolatie heeft aangebracht.

Snijdt het midden van elke verbindingssectie door, en verwijder bramen.

J Doorsnijden in het midden

Gebruik een mini- snijder om de aftakverdelers door te snijden tot aan 922,2

1. Stel zeker dat er een rechte leidingloop is van tenminste 300 mm lang aan de inlaatkant van Ÿ-vormige Aftakverbindingen en Aftakverdelers. 2. Installeer Y-vormige Aftakverbindingen zodanig dat zij horizontaal of verticaal aftakken. In

horizontale installaties instellen binnen + 30°. . Installeer Aftakverdelers zodanig dat zij horizontaal aftakken. . Gebruik geen T-vormige Aftakverbindingen voor Aftaksecties. . Wanneer u Y- Aftakkingen of Verdeler Aftakkingen gebruikt dient u een liinnummer of naam

aan iedere leiding te bevestigen om onjuist leidingwerk te voorkomen.

T-vormige Aftakverbinding - om Buiteninstallaties Aan Te Sluiten Liquid SideAftakleidingen aan Gaskant/Vloeistofkant

Leiding voorbereid op locatie &_ Naar Buiteninstallatie

Yandmesding can Naar andere Aftakleiding gas-/vloeistofkant N _.12 of Buiteninstallatie

Leiding geregeld op locatie Verbindingsleiding aan gas-/vloeistofkant

Ne Aftakleiding aan gas-/vloeistofkant

Naar andere Affakleiding of ”

Affaksectie van Lo doid . hoofdleiding Ne Verbindingsleiding aan gas-/vloeistofkant

Leiding geregeld op locatie Naar Buiteninstallatie

+ Gebruik de bijgesloten aansluitleidingen voor gas-/vloeistofkanten om overeen te komen met de juiste leidingafmeting. (Het diagram toont een voorbeeld van een verbinding)

Naar andere Aftakleiding Naar andere of Aftaksectie van Aftakleiding of hoofdleiding Buiteninstallatie

+ Doorsnijd positie van een verbindingsleiding

Wanneer de geselecteerde leidingafmeting die op locatie is voorbereid afwijkt van de afmeting van de Aftakleiding dient u het midden van de verbindingssectie door te snijden met een pijp- snijder.

Doorsnijden in het midden

Installatie van Gas-/ Vloeistof Aftakleidingen

Omzetter Vaste-Snelheids Omzetter Vaste-Snelheids Buiteninstallatie Buiteninstallatie Buiteninstallatie Buiteninstallatie [ TL —2, + —2,, =] =] [SI Le] © Co] © © di mi dm | ï = = 1 eu pl ONJUISTE } | es es ROUTERING Compensatie- Aftakleidingen (Olie) . Ron . Leiding voorbereid Sluit Omzetter Vaste-Snelheids Buiteninstallatie ? op locatie rechtstreeks Buiteninstallatie Buiteninstallatie | ! > Naar andere ‘ aan bij 77" Afakleiding o! inati Buiteninstallatie <Cmbinatie | RE De van twee : EE ES installaties - IS

De Leiding voorbereid da du Naar andéfe op locatie Sluit ï ù

Afiakleïding of compensatiepifp Buiteninstallatie rechistreeks aan

Aftakleiding voor Compensatieleiding [inbegrepen)

Leiding voorbereid op locatie où,

Isoleer de vloeistofkant, gaskant en Compensatieleidingen afzonderlijk.

Gebruik isolatie met een hittebestendigheid van 120° C + voor gasleidingen.

Voor isolatie van de Aftakleidingen gebruikt u een T-vormige Verbindingsafdekking met een dikte van 10 mm of meer — of het machinaal geïsoleerde inbegrepen (isolatie voor Aftakleiding is niet inbegrepen).

Dicht de Aftakleiding secuur af zonder tussenruimtes om condensatie of lekken te voorkomen.

Warmte-isolatieleiding voor leidingwerk Dicht de verbinding af met urethaan schuimmiddel etc.

Dicht af met vinyl tape

Warmte-isolatieleiding voor leidingwerk

[5 S Warmte-isolatie

Boor een gat met een diameter groter dan de externe diameter van de warmte-isolatieleiding voor leidingwerk

Externe diameter van Aftakleiding

Luchtdichtheidsproef

Voer een luchtdichtheidsproef uit nadat het koelleidingwerk afgemonteerd is. Sluit hiervoor een stikstof gasfles aan zoals afgebeeld en voer druk toe.

+ Stel zeker dat u de test uitvoert vanaf de onderhoudstoegangen van de afgedichte kleppen aan zowel de gaskant als de compensatiekant.

Voer de luchtdichtheidsproef ALLEEN uit op de onderhoudstoegangen aan de vloeistof-, gas- en compensatiekanten van de Omzetter Buiteninstallatie.

Houdi alle kleppen aan vloeistof-, gas- en compensatiekanten geheel gesloten. Stikstof kan binnendringen in de cyclus van de Buiteninstallatie. Daarom dient u de klepstang opnieuw aan te draaien alvorens druk uit te oefenen. (Voor alle kleppen aan vloeistof-, gas- en compensatiekanten).

Voor iedere koelmiddellin oefent u geleidelijk druk uit aan de vloeistof-, gas- en compensatiekanten.

Stel zeker om druk uit te oefenen aan de vloeistof-, gas- en compensatiekanten. Gebruik nooit zuurstof, of een ontvlambaar schadelijk gas.

Aangesloten op Inpandige Installatie pagedruk. Hogec

Omwikkelde klep geheel Hoofdleiding gesloten (Gaskant) @ “ Klepspruitstuk

mu Omzetter Buiteninstallatie (ER û

Hard | Soldering] va

! Onderhoud- Koperen|

Gedetailleerde tekening van een omwikkelde klep

Onderhoudstoegang aan gaskant

° | leiding Onderhoudstoegang Afgedichte klep aan vloeistofkant ,/ 97 gaskant a IT Omvwikkelde 37 stoegang | ||Koperen klep aan _ Hoofd l'Omwikkelde klep ! [| leiding vloeistofkant Hood | geheel gesloten | Stikstofgas Naar installatie | | |]Verrede | étant) |

Hoofd- D Onderhoudstoegang

À installatie aan compensatiekant |

Leïdingwerk _ Leidingwerk

Omvwikkelde klep op locatie op locatie |

geheel gesloten (Compensatiekant)

æ Naar [TL 1 Hoofdinstallatie

Omwikkelde klep aan compensatiekant

() Aangesloten aan andere vaste- snelheid Buiteninstallatie

Leidingwerk op locatie

Om een grote lekkage te ontdekken STAP 1: 0,3MPa (3,0kg/cm°G) Oefen druk uit gedurende 3 of meer minuten STAP 2: 1,5MPa (15kg/cm°G) Oefen druk uit gedurende 3 of meer minuten

Om een kleine lekkage te ontdekken STAP 3: 3,0MPa (30kg/cm°G) Oefen gedurende 24 uur druk uit

+ Controleer op een reductie in druk.

Als er geen reductie in druk optreedt is dit acceptabel.

Controleer op lekkage als er een reductie in druk optreedt.

(Noot: Als er een verschil is van temperatuur in de omgeving tussen wanneer de druk werd uitgeoefend en 24 uur later kan de druk veranderen met ongeveer 0,01MPa (0,1kg/cm°G) — dus corrigeer de verandering in druk.

Noot: Alle afmetingen in (mm)

Controle op Lekkagepositie

Controleer op lekkage op aansluitpunten als er een drukvermindering is ontdekt. Lokaliseer de lekkage door te luisteren en/of te voelen, gebruik van een schuimmiddel etc. - hardsoldeer daarna opnieuw of draai opnieuw aan.

Lucht Aftappen Tap lucht af met gebruik van een vacuümpomp. Gebruik nooit koelmiddelgas.

+ Voer het stikstofgas af na het aftappen van lucht.

+ Sluit een meter verdeelstuk aan op de ingangspoort van de vloeistofkant, gaskant en ontlastingkant, en sluit een vacuümpomp aan zoals afgebeeld.

+ Stel zeker om aan de vloeistof-, gas- en ontlastingskanten te zuigen.

Lagedruk-_ Hogedruk-

A lote 1 dige Installati angesloten op Inpandige Installatie EN De

Geheel gesloten Afgedichie klep (Gaskant)

Hoofdleiding Klepspruitstuk

Gedetailleerde tekening van een afgedichte klep | L]

ed Onderhoudstoegang

Klepspruitstuk san gaskant Afgedichte kl :. f A an gaskant aan vloeistofkant VAE qe \ Afgedichte klep Ro ! _"KOnderhoudstoegang aan vloeistofkant Heofd. | Gohes gesotan nm " o edichte kle Naar installatie Verbrede Monistetkant Vacuümpomp Onderhoudstoegang Hoofd- D

aan compensatiekant installatie | Lainguerk dngvote À Geheel gesloten | Afgedichte klep op locatie Gp locatie Afgedichte klep ! aan N (Compensatiekant) | compensatiekant Too —————— Hoofd- installatie LU

+ Gebruik een Vacuümpomp met een hoge vacuüm- overdrachtgraad (0.750mmHg of minder) en een grote verdringing/verplaatsing (40L/min. of meer).

+ Vacuüm gedurende 2 of 3 uren, hoewel de tijdsduur afhangt van de lengte van de leiding. Stel zeker dat alle afgedichte kleppen aan de vloeistof-, gas-, en compensatiekanten geheel gesloten zijn.

+ Als het vacuüm zelfs na 2 of meer uren pompen geen 0.750mmHg of minder bereikt, ga dan nog een uur door. Controleer op lekken als na drie uren deze Waarde nog steeds niet is bereikt.

+ Wanneer het vacuüm 0.750mmHg of minder heeft bereikt na 2 uur of meer, sluit dan de kleppen VL en VH op het klepspruitstuk, stop de vacuümpomp, laat gedurende 1 uur staan en bevestig dan dat de vacuümaflezing niet is gewijzigd. Als de aflezing is gewijzigd kan het zijn dat er een lek is - dus in dat geval dient u een volledige leidingwerk controle uit te voeren.

+ Nadat de procedure geheel is uitgevoerd vervangt u de vacuümpomp met een koelmiddelfles en voeg het koelmiddel toe.

Toevoegen van het Koelmiddel

Vervang de vacuümpomp met een koelmiddelfles om het systeem te vullen na de originele luchtdichtheidsproef.

Berekenen van de Vereiste Hoeveelheid Aanvullend Koelmiddel

De hoeveelheid koelmiddel gedurende transport is niet inclusief de benodigde hoeveelheid koelmiddel voor het leidingwerk - dus dient u eerst deze hoeveelheid te berekenen en het dan toe te voegen.

Hoeveelheid vulkoelmiddel verzonden vanuit de fabriek

Buiteninstallatie Modelnaam MM- | AO224HT A0280HT A0160HX | AO0224HX | A0280HX Vulhoeveelheid {kg) 15,5 17,0 5,0 7,0 9,0

De hoeveelheid aanvullend koelmiddel wordt berekend vanuit de afmeting van de vloeistofleiding en zijn werkelijke lengte.

Aanvullend koelmiddel vulhoeveelheid op locatie = Werkelijke lengte van vloeistofleiding x Aanvullende koelmiddel vulhoeveelheid per vloeistofleiding 1 m.

Aanvullende vulhoeveelheid R (kg) = (L1 x 0,030kg/m) + (L2 x 0,065kg/m) + (L3 x 0,115kg/m) L1: Werkelijke totale lengte van vloeistofleiding 6,4 (m) L2: Werkelijke totale lengte van vloeistofleiding 29,5 (m) L3: Werkelijke totale lengte van vloeistofleiding 212,7 (m)

Leidingdiameter aan Aanvullend koelmiddel vloeistofkant hoeveelheid/1 m 26,4 0,030kg 29,5 0,065kg @12,7 0,115kg 215,9 0,190kg @19,0 0,290kg @22,2 0,420kg

Vullen van het Systeem

Houdi de klep van de Buiteninstallatie gesloten, vul het koelmiddel bij vanaf de onderhoudsingang aan de vloeistofkant.

Als de gespecificeerde hoeveelheid koelmiddel niet kan worden bijgevuld - draai de kleppen op de vloeistof- gas- en compensatiekanten van de Buiteninstallatie helemaal open, voer dan de koel- operatie uit met de klep aan de gaskant een weinig gesloten.

Indien lekken een tekort aan koelmiddel veroorzaken -win het koelmiddel terug uit het systeem en laad opnieuw met nieuw koelmiddel tot aan de totale koelmiddel vulling.

Noot: Alle afmetingen in (mm)

Aanvullende Vulhoeveelheden

Leidinglengte Diameter van de Vioeistofleiding (mm)

Im) 26,4 29,5 212,7 215,9 219,0 222,2 1 0,030 0,065 0,115 0,190 0,290 0,420 2 0,060 0,130 0,230 0,380 0,580 0,840 3 0,090 0,195 0,345 0,570 0,870 1,260 4 0,120 0,260 0,460 0,760 1,160 1,680 5 0,150 0,325 0,575 0,950 1,450 2,100 6 0,180 0,390 0,690 1,140 1,740 2,520 7 0,210 0,455 0,805 1,330 2,030 2,940 8 0,240 0,520 0,920 1,520 2,320 3,360 9 0,270 0,585 1,035 1,710 2,610 3,780 10 0,300 0,650 1,150 1,900 2,900 4,200 11 0,330 0,715 1,265 2,090 3,190 4,620 12 0,360 0,780 1,380 2,280 3,480 5,040 13 0,390 0,845 1,495 2,470 3,770 5,460 14 0,420 0,910 1,610 2,660 4,060 5,880 15 0,450 0,975 1,725 2,850 4,350 6,300 16 0,480 1,040 1,840 3,040 4,640 6,720 17 0,510 1,105 1,955 3,230 4,930 7,140 18 0,540 1,170 2,070 3,420 5,220 7,560 19 0,570 1,235 2,185 3,610 5,510 7,980

Voorzorgsmaatregelen

De circuit beveiligingsinrichting zal de toevoerkabel beschermen tegen overstroom. De

UN circuit beveiligingsinrichting moet worden geselecteerd met de juiste aandacht voor de compressor startstroom, zodanig dat de toevoerkabels worden beschermd wanneer zij de juiste afmetingen hebben.

De kabel dient zodanig te worden geselecteerd dat hij overeen komt met de nominale

VAN belasting van het systeem, ter aanvulling op de verliezen die samengaan met de correcties voor lengte, temperatuur, weerstand etc., in overeenstemming met plaatselijke toepassingscode.

+ Neem de Technische Standaard Voorschriften voor Elektrische Apparatuur en Inpandige Bedrading in acht.

+ Het koelmiddel- leidingwerk en corresponderende stuurbedrading dienen dicht bij elkaar te worden geleid.

+ Het gebruik van twee-aderige afgeschermde bekabeling wordt aanbevolen voor de

stuurbedrading voor het aansluiten van de Inpandige Installaties, de Buiteninstallaties en

tussen Inpandige- en Buiteninstallaties om storing te voorkomen.

Voorzie iedere Inpandige Installatie van een afzonderliike isolatie methode.

+ Voorzie iedere Buiteninstallatie van voeding via een functiegebonden aftakcircuit, en voorzie

in een stroomonderbreker voor iedere Buiteninstallatie.

Sluit de voedingskabels aan op de Buiteninstallatie via de ingebouwde isolator.

Noot: Voorzie in afzonderlijke voedingen voor Inpandige- en Buiteninstallaties.

Overzicht Bedradingsysteem

MODEL AANLOOPSTROOM (A) LOOPSTROOM (A) ENERGIEVERBRUIK (KW) MM-A0280HT 60 19,7 12,6 MM-A0224HT 60 16,2 102 MM-A0280HX 60 21,8 12,8 MM-A0224HX 60 18,7 10,6 MM-A01 60HX 60 10,6 5,9

Noot: De bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op de volgende condities:

Binnentemperatuur: 27°C DB/19°C WB Buitentemperatuur : 35°C DB/25°C WB Aansluiten van de Voedingsbronkabel en Stuurkabel

Plaats de voedingskabel en stuurkabel nadat u het vitwerppoortie in het Leidingwerk-/ Bedradingspaneel aan de voorkant van de hoofdinstallatie heeft verwiiderd.

Uitdrukpoortie (x 4] voor stuurkabel en voedingskabels

Leidingwerk-/Bedradingspaneel

Sluit de elektrische bekabeling en aardkabel aan op het Buitenisolator klemblok door een getande sectie heen aan de kant van de elektrische onderdelendoos en zet hen vast met een klem.

Bundel de elektrische kabels zodanig, met gebruikmaking van de opening, dat zij zich in de gekartelde sectie van de elektrische onderdelendoos bevinden.

Sluit de stuurkabel tussen de Inpandige- en Buiteninstallaties, en de stuurkabel tussen de Buiteninstallaties naar de P-Q-sectie aan door een opening heen aan de kant van de elektrische onderdelendoos, en zet hen vast met een klem.

Gebruik stuurkabel met een tweeaderig ommantelde bedrading (1,25 mm? of meer) teneinde storing te voorkomen. (non-polariteit).

Elektrische Onderdelendoos

Voedingsaansluitingen

Stel zeker dat u de voedingsbronkabels afscheidt van iedere stuurkabel.

Deel de voedingsbronkabels en iedere &ichroe stuurkabel zo in dat zij geen contact , hebben met het basisoppervliak van us de hoofdinstallatie.

Een klemblok {X-Y) voor het aansluiten van de optionele Centrale Afstandsbediening is voorzien op de Omzetter Installatie.

XY klemblok (Voor Sturing Centrale Afstandsbediening)

(Voor bedrading voor stuurkabel tussen Inpandige- /Buiteninstallatie)

(Voor bedrading voor stuurkabel tussen Buiteninstallaties) Aardschroef (Beschermd Draad)

Overzicht Stuurbedrading

Enkelfasig 220/230/240V TL] Aarde L Centrale Afstandsbedieni (Optioneel) eneoe CT Es \ ! Uitschakeling/Vriigave *RBC-CR64-PE (voor Liin 64) Overbrengingsbedräding voor Ÿ Afgeschermde bedrading moet op iedere sturing tussen Buiteninstallaties Buiteninstallatie worden aangesloten

Overbrengingsbedi sturing tussen Buil en Inpandige Installatie

Afgeschermde bedrading moet op iedere 7 Inpandige Installatie worden aangesloten ps :

Bedradingspecificatie, hoeveelheid, kruisdraad (overdrachtsbedrading) en bedrading voor de Afstandsbediening.

Benaming Hosveclheid Afmeting Speciicatie Kruisdraad (tussen Inpandige- en u Buiteninstallaties, tussen Buiteninstallaties 2 kernen 1,25 mn < 500 m Bedrading Afstandsbediening 3kernen | 0,3 mm< 200 m, 200 m < 0,75 mm< 500 m | Afgeschermde | bedrading Overdrachtsbedrading voor de Cantrale Aftandsbedioning 2kemen [1,25 mm < 500 m, 500 m < 2,0 mm < 1000 m

1. Kruisliinen en liinen vanaf de centrale Afstandsbediening gebruiken twee-aderige a-polaire bedrading. Gebruik twee-aderige afgeschermde bedrading om storing te voorkomen. Sluit de uiteinden van de afgeschermde bedrading aan en isoleer/scherm het uiteinde af. Voorzie in twee aardpunten: één bij de centrale Afstandsbediening en de andere voor de Buiteninstallaties.

2. Gebruik drie-aderige en polaire bedrading voor de Afstandsbediening (A, B en C terminals). Gebruik twee-aderige bedrading voor groepering van de Afstandsbediening (B, C terminals).

3. Stel zeker dat u de aard- afscherm bedrading van de centrale Afstandsbediening en cross- over in de afzonderlijke lijnen afscheidt (niet halverwege gekruist).

Inhoud Eindcontroles Installatie 349 Bijstellen voor de Beproeving 349 Service Ondersteunings-Functies 350

Controleer de Functie voor Aansluiting van Koelleidingen

en Stuuroverdracht Lijnen 350 Functie voor Starten / Stoppen van Inpandige Installaties vanaf

een Buiteninstallatie Beproeving van de Koelfunctie Collectieve Start / Stop (Aan/Uit) Functie Individuele Start / Stop (Aan/Uit) Functie

Alarm Wisfunctie Eee Une à en ee «seen o ee Wissen van een Afstandsbediening/met 7-dags Timer 355 Wissen van de Interface PCB van een Omzetter Buiteninstallatie ...355 Wissen van een Alarm door de Voedingsbron te resetten 356 Identificatie Functie Afstandsbediening OOODP OC 356 Het ‘Volledig Open’ afdwingen van de Elektronische Stuurklep (PMV) - op de Inpandige Installatie 357 Het ‘Volledig Geopend / Volledig Gesloten” afdwingen van de Elektronische Stuurklep (PMV) - op de Buiteninstallatie 357

TOSHIBA Voorzorgsmaatregelen

Stel zeker dat de elektrische kabel die wordt gebruikt voor de voeding en sturing van het Â\ systeem niet in contact kan komen met hetzi onderhoudskleppen of leidingwerk die niet geïsoleerd zijn.

Elektrische Bedrading

UN Wanneer de installatie is afgerond dient u te controleren dat alle voedings- en doorverbindings-bedrading op de juiste wijze is beschermd.

Koelleidingwerk Wanneer het koelmiddel- en afvoerleidingwerk is afgerond dient u zeker te stellen dat al Â\ het leidingwerk geheel is geïsoleerd, en dient u afwerktape aan te brengen om de isolatie af te dichten.

Automatisch Adresseren/Aanspreken Tussen Inpandige- en Buiteninstallaties

De Automatische Adresseer/Aanspreek Procedure wordt opgestart als de voeding voor de eerste maal wordt ingeschakeld nadat het systeem is geïnstalleerd. Het duurt gewoonlijk tussen de 3 en 5 minuten om uit te voeren - maar in sommige gevallen kan het tot 20 minuten duren.

Gedurende Automatisch Adresseren / Aanspreken kan het Systeem niet worden Bediend Als de Besturingsknop op de inpandige installatie wordt ingedrukt gedurende Automatisch Adresseren zal het navolgende gebeuren: 1. Het in bedrijflampje op de afstandsbediening zal aan gaan; 2. De ventilator op de Inpandige Installatie zal starten of stoppen, afhankelijk van de modus (stand); 3. Koele lucht zal niet naar buiten komen omdat de Buiteninstallatie uit staat.

Wanneer de Automatische Adresseringsprocedure is afgerond start de normale werking automatisch.

Heractiveren Automatische Adressering

Wanneer besturing (control) over de Inpandige Installatie eenmaal is bevestigd zal de Automatische Adressering alleen dan opnieuw worden geactiveerd wanneer:

+ _het PC board van de Inpandige Installatie is vervangen en de voeding voor de eerste keer wordt ingeschakeld.

een nieuwe Inpandige Installatie wordt toegevoegd en de voeding voor de eerste keer wordt ingeschakeld.

TOSHIBA Controleer de Functie voor Aansluiting van Koelleidingen en Stuuroverdracht Lijnen

In deze functie is voorzien om op foutieve aansluitingen van het koelleidingwerk en de stuurtransmissie- leiding tussen Inpandige- en Buiteninstallaties te controleren d.m.v. de schakelaars op PCB interface van de Omzetter Buiteninstallatie.

Stel echter zeker om de hier beschreven items te controleren alvorens deze controlefunctie uit te voeren.

+ De controlefunctie werkt niet Wanneer groepswerking van de Afstandsbediening wordt uitgevoerd en de aangesloten Buiteninstallaties worden gebruikt.

+ Gebruik deze faciliteit alleen om lijnen in een enkelvoudige Buiteninstallatie één voor één te controleren. Controleren van meerdere liinen op hetzelfde tijdstip kan foute aflezingen veroorzaken.

Procedure é Voeding AAN _}—> Beide Buiten-/Inpandige Installtiekanten

Systeem capaciteit controle

Wanneer u SWOT op de 1/F PCB van de Omzetter Buiteninstallatie instelt op "1", SWO2 op "3" en SWO3 op "3" wordt het nummer van de Buiteninstallaties [inclusief Omzetter Installatie) aangesloten op het systeem weergegeven op de 7-segments LED (A). Controleer of dit display overeenkomt met het verwachte aantal Buiteninstallaties.

LA Controle op het aantal Buiteninstallaties SWO01, 02, 03: Draaischakelaar Wanneer u SWOT op de interface PCB van de Omzetter SWO4, 05: Drukschakelaar Buiten-Installatie instelt op "1", SWO2 op "4" en SWO3 op "3" SWO8: mini- cq. instelschakelaar wordt het aantal Buiteninstallaties aangesloten op het systeem weergegeven op het 7-segments LED (A). Controleer dat dit

display klopt met het verwachte aantal Inpandige Installaties. 2 Êo É = 18] Stel de schakelaar op de interface PCB in van de 5 Omzetter Buiteninstallatie in op de navolgende Ë 40 mn ea

waardes: SWO1 op "2", SWO2 op "1", SWO3 op "1": Koelingswerking. y Bedrijf/Werking

Druk gedurende 2 seconden of meer op de drukschakelaar SWO4 op de interface PCB van de Omzetter Buiteninstallatie. Controleer dat het display van het 7-segments LED (B) op "CC" staat voor de werking van de koeling.

Buitentemperatuur (°C)

1 systeem check duurt 15 minuten.

*1 Behalve Installatie(s) met een foute bedrading is het aantal Installaties

getoond op het 7-segments LEB Controleer na 15 minuten het 7-segments LEB (B) op het inclusief de Inpandige Installaties die aantal Inpandige Installaties met foutieve bedrading. een check code zenden.

(00" wordt getoond wanneer er geen toepasselike installatie

is). Stel dan SWO1 in op "5" en SWO2 en SWO3 op het adres *2

van iedere installatie (2) om de check code te bekijken. Ai de inpandi Wanneer de schakelaarinstelling overeen komt met het adres swo2 | swoz |"°"°5 Yan ce Mpaneige

. * ' ° installatie Getoond op van de Inpandige Installatie met foutieve bedrading wordt msi "9A" weergegeven op het 7-segments LED (B). het 7-segments LED [A]

Y Ttot 16 2 17 tot 32

Na de controle dient u de display keuzeschakelaars SWO1, Tiotié| 3 33 tot 40 SWO02 en SWO3 op de interface PCB van de Omzetter

Buiteninstallatie terug te zetten op "1". SN Voltooïng

TOSHIBA Functie voor Starten / Stoppen van Inpandige Installaties vanaf een

Buiteninstallatie Nr. Functie Samenvatting Vriimaken / Op Nul zetten van de Set-up (1) | Beproeving De standen (modes) van alle aangesloten | [Set-up] werking inpandige installaties worden collectief Druk op SWO4 gedurende tenminste 2 koeling veranderd naar beproeving werking koeling| seconden onder conditie van SWO1 "2", standen (modes). SWO2 "5". NOOT: Bediening/Sturing is hetzelfde als die van | Vrij- / leeggemaakt vanuit de afstands- de normale beproeving vanaf de bediening wanneer SWO1 en SWO2 afstandsbediening wordt vitgevoerd. worden veranderd naar andere posities. (2) | Collectieve Alle aangesloten inpandige installaties [Set-up] bediening worden collectief bediend. Druk op SWO4 gedurende tenminste 2 NOOT: seconden onder conditie van SWO1 "2", Bedieningsinhoud volgt na de set-up op de | SWO2 "7". afstandsbediening. [Vrii / Leeg] Vrij- / leeggemaakt vanuit de afstands- bediening. Collectieve Alle aangesloten inpandige installaties [Set-up] stop worden collectief gestopt. Druk op SWO5 gedurende tenminste 2 seconden onder conditie van SWO1 "2", SWO2 "7". [Vrii / Leeg] Vrij- / leeggemaakt vanuit de afstands- bediening. (3) | Individuele De gespecificeerde inpandige installatie [Set-up] bediening wordt bediend. Starten van een inpandige installatie, in SWO1 NOOT: stelt u "16" in, en het adres-nummer van Bedieningsinhoud volgt na de set-up op de | de inpandige installatie (1 tot 20) afstandsbediening. in SWO2 en SWO7, en druk dan op SWO4 Andere inpandige installaties blijven zoals | gedurende tenminste 2 seconden. zij zijn. [Vrij / Leeg] Vrij- / leeggemaakt vanuit de afstands- bediening. Individuele De gespecificeerde inpandige installatie is | [Set-up] stop gestopt. Druk op SWO5 gedurende tenminste 5 NOOT: seconden. Andere inpandige installaties blijven zoals | [Vrij / Leeg] ai ziin. Vrij- / leeggemaakt vanuit de afstands- bediening. Noot:

Deze start/stop functie zendt alleen mode (modus) signalen voor starten, stoppen, bediening/werking etc., vanaf de Buiteninstallatie(s) naar de inpandige installatie(s). Als de Inpandige Installatie het gezonden signaal niet opvolgd is er geen functie om het signaal opnieuw te zenden om de Installatie te dwingen om het commando op te volgen.

TOSHIBA Beproeving van de Koelfunctie

Deze functie verandert de standen (modes) van alle Inpandige Installaties naar beproevingsstanden (modes). Hij wordt bediend door de schakelaars op de interface PCB van de Omzetter Buiteninstallatie.

Stel SWOT in op de interface PCB van de Omzetter Buiteninstallatie in op "2", SWO2 op "5", en SWO3 op "1".

SWO1, 02, 03: Draaischakelaar SWO4, 05: Drukschakelaar SWO8: Mini- cq. Instelschakelaar

Druk gedurende 2 seconden of meer op de drukschakelaar . SWO4 op de interface PCB van de Omzetter Buiteninstallatie. > Bediening / Werking

Controleer dat de mode (stand) op de Afstandsbediening van de Inpandige Installatie op Beproeving Koeling staat. (L' wordt getoond).

Controleer dat "-C' wordt weergegeven op de display van de 7-segments LED (B) van de interface PCB van de Omzetter Buiteninstallatie.

————— Bedienings- / Werkingscontrole

Zet SWO1 op "1", SWO2 op "1", en SWO3 op “l" op de

A ue | — ä interface PCB van de Omzetter Buiteninstallatie. Stop / Voltooiing

TOSHIBA Collectieve Start / Stop (Aan/Uit) Functie

Deze functie start en stopt alle Inpandige Installatie d.m.v. de schakelaars op de interface PCB van de Omzetter Buiteninstallatie.

Als er reeds een alarm is getoond als SWO1 "1", SWO2 "2", SWO3 "1", zet dan de status op Normal (zie Opsporen en oplossen van fouten), en voer dan een beproeving uit.

Stel de bedieningsmodus /stand van de Afstandsbediening in. (Als Set-up niet wordt uitgevoerd, wordt de bediening uitgevoerd onder de huidige modus/stand). (VENTILATOR,

KOELING, VERWARMEN). . LR] [ RE ouf EGa

(EE Stel SWOT in op "2", SWO2 op "7" en SWO3 op "1" op de SWO01, 02, 03: Draaischakelaar interface PCB van de Omzetter Buiten-Installatie. SWO4, 05: Drukschakelaar

SWO8: Mini- cq. instelschakelaar

Druk gedurende 2 seconden of meer op de drukschakelaar

SWO4 op de interface PCB van de Omzetter + Bodiening / Werking / Bedrijf Buiteninstallatie.

Bedienings- / Bedriffs- controle

(Wanneer de ontladingstemperatuurvniet

De Inpandige Installaties ziin in werking / bedriff. > verandert, zelfs als KOELING /VERWARMING is ingesteld op de Afstandsbediening, is foutieve

bedrading waarschinliik.

Druk gedurende 2 seconden of meer op de drukschakelaar SWO5 op de interface PCB van de Omzetier Buiteninstallatie. > Stop

(EEE Na de beprosving dient u de display keuzeschakelaars . SWO1, SWO2 en SWO3 terug te zetten op "1". ————— Voltooiing

TOSHIBA Individuele Start / Stop (Aan/Uit) Functie

Deze functie start en stopt de Inpandige Installaties individueel d.m.v. de schakelaar op het interface PCB board van de Omzetter Buiteninstallatie.

Stel SWOT op "16" en SWO2 en SWO3 op de Inpandige Installatie in om te worden bediend (in bedrijf te worden gesteld). (zie tabel). De genomineerde Installaties zullen nu werken.

(Als de draaischakelaar van een genomineerde installatie is ingesteld op om het even wat van

2 tot 16 kan hij niet individueel starten of stoppen. "_ _" wordt op LED 'B' weergegeven:.) Procedure Ç Voeding AAN )

Als er reeds een alarm is getoond met instelling van SWOT op "1", SWO2 op "1" en SWO3 op “l", zet dan status terug op Normaal (zie Opsporen en oplossen van fouten), en voer dan een beprovoeving uit.

Stel de bedieningsmodus /stand van de Afstandsbediening De 8. . dt niet uit d in. (Als Set-up niet wordt uitgevoerd wordt de bediening 'e Seproevng wordt nel ulgevoer

k ne [——> voor Inpandige Installaties met groeps- ROEUR VER REN 20 0 d0s/ stand VENTILATOR, bediening op de Afstandsbediening.

Breng de display op de interface PCB van de Omzetter Buiteninstallatie overeenstemming met in de volgende tabel.

SWO1, 02, 03: Draaischakelaar SWO4, 05: Drukschakelaar

Druk gedurende 2 of meer seconden op schakelaar SWO4 SWO8: Mini. ca imstelechakelaar Installatie. Bediening

Bedienings- / Bedrijfs- controle

{Wanneer de temperatuur van de afgevoerde

De Inpandige Installatie gaat in werking / bedriff. }——>- iucht niet verandert, zelfs als de KOËLING mode is ingesteld op de Afstandsbediening is

het waarschinlijk foutieve bedrading.)

Druk gedurende 2 seconden of meer op de schakelaar SW05. + Step

SwWo1 | SWO2 | SWO3 Te bedienen

Na de beproeving dient u SWOI, SWO2 en SWO3 terug te 16 |1—16] 1 |Individueel vanaf adres zetten op "1". 1 naar adres 16

16 |1—-16| 2 Individueel vanaf adres 17 naar adres 32

16 |1-8 3 Individueel vanaf adres 33 naar adres 40

TOSHIBA Alarm Wisfunctie

Wissen van een Afstandsbediening/met 7-dags Timer

Deze functie wist het alarm / zet het alarm af zodat de Buiteninstallatie de werking kan hervatten zonder dat de voeding ge-reset hoeft te worden.

» mr fé ET © © © Fee o © ge | Lorren Eu &O Oo

"CHECK" ('CONTROLE') knop

+ Druk gedurende tenminste 5 seconden op de "CHECK" (CONTROLE) knop op het paneel van de afstandsbediening.

+ Het wissen van de controle code voor die afstandsbediening - druk gedurende tenminste 15 seconden op de "CHECK" (CONTROLE) knop. (Gebruik van de ‘Reset’ opening kan ook de controle code wissen).

Wissen van de Interface PCB van een Omzetter Buiteninstallatie

Deze functie wist het alarm / zet het alarm uit zodat de Buiteninstallatie de werking kan hervatten zonder dat de voeding ge-reset hoeft te worden. Dit wist echter niet de controle code in de Afstandsbediening -— dit wordt uitgevoerd door hetzij de hiervoor beschreven methode, of door de ‘Reset’ opening te gebruiken.

Stel de schakelaars op de interface PCB van de Omzetter Buiten-Installatie SWO1 op "2" en SWO2 op “16 en SWO3 op "l".

L_ CODE Druk gedurende 5 seconden of meer op de schakelaar s SWO4. SWO1, 02, 03: Draaischakelaar

SWO4, 05: Drukschakelaar SWO8: Mini- cq. instelschakelaar

Ook de alarmen in het inpandige alarm en sluit/vergrendel alarm worden vrijgegeven.

De display op de 7-segments LED (b) verandert in "CL" (Echter, de controle code blijft in de (gedurende 5 seconden). F% Afstandsbediening). Daarna worden de alarmen zoals gewoonlijk gedetecteerd.

TOSHIBA Wissen van een Alarm door de Voedingsbron te resetten

Stel zeker dat u zowel de voedingsbron van de Buiteninstallaties als van de Inpandige Installaties reset.

+ Schakel de voeding UIT.

+ Schakel eerst de voeding IN voor de Buiteninstallatie.

+ Schakel vervolgens de voeding IN voor de Inpandige Installatie.

Zelfs als de voedingsbron van de Buiteninstallatie is ge-reset wordt de fout-code nog steeds

getoond op de Inpandige Installatie. Om dit te wissen dient u de "CHECK" (CONTROLE) knop op de Afstandsbediening gedurende tenminste 15 seconden in te drukken.

Identificatie Functie Afstandsbediening

Deze functie identificeert de op iedere Buiteninstallatie aangesloten Afstandsbediening.

Ç Voeding AAN Stel de schakelaars op de interface PCB van de Omzetter Buiten-Installatie SWO1 op "2" en SWO2 op "4" en SWO3 op "1". SWO1, 02, 03: Draaischakelaar

SWO04, 05: Drukschakelaar | SWO8: Mini- cq. instelschakelaar

Druk gedurende 2 seconden of meer op de schakelaar

SWo4. > Werking / Bediening

D Het "NON-PRIORITY" (GEEN PRIORITEIT) display op de aangesloten Afstands- bediening knippert. "11" wordt ———_—_— getoond op de 7-segments LED (B).

Controleer de aangesloten afstandsbediening

Drut gedurende 2 seconden of meer op schakelaar SWO4 Voltooïing / Gereed

Andere voltooïing condities: 1. Verzonden operatie ging 10 minuten door 2. SWO1, SWO2 of SWO3 verplaatst naar andere positie.

TOSHIBA Het ‘Volledig Open’ afdwingen van de Elektronische Stuurklep (PMV) - op de Inpandige Installatie

Deze functie dwingt de elektronische regelkleppen gedurende 2 minuten open in alle Inpandige Installaties. De functie wordt geactiveerd door een schakelaar op de interface PCB van de Buiten Omzetter Installatie.

Gewoonlijk veroorzaakt het eenmalig inschakelen van de voeding naar een Inpandige Installatie het volledig sluiten van de PMV - deze functie wordt gebruikt wanneer u de PMV helemaal wilt openen voor werking nadat de voeding voor een tweede keer uitgeschakeld is geweest.

Stel SWOT in op "2", SWO2 op "3" en SWO3 op "l" op de PCB interface van de Omzetter Buiteninstallatie, en druk gedurende 2 of meer seconden op SWO4. (7-segments LED (B) verandert gedurende 2 minuten in "FF".

Volgend op Set-up keert de PMV automatisch na 2 minuten terug naar zijn normale open puls. Het is alleen gedurende 2 minuten geheel geopend wanneer het "VOLLEDIG OPEN" signaal wordt ontvangen van de Buiteninstallatie.

Het ‘Volledig Geopend / Volledig Gesloten’ afdwingen van de Elektronische Stuurklep (PMV) - op de Buiteninstallatie

Deze functie opent of sluit gedurende 2 minuten de elektronische stuurklep van een Buiteninstallatie.

Volledig Open Sluit CN30 op het interface PC board van de Omzetter Buiteninstallatie kort.

Sluit CN31 op het interface PC board van de Omzetter Buiteninstallatie kort.

Beiden, Volledig Open en Volledig Gesloten, keren na 2 minuten terug naar de normale open puls. Stel zeker dat u kortsluiting verwiidert na de bevestiging.

Aantekeningen: Als bit 1 van DIP SWO8 op AAN PMVTI en PMV2 staat (Sturing Koeling), zijn de elektronische regelkleppen ingeschakeld.

Als bit 1 van DIP SWO8 op UIT PMV3 staat (Overbrugging Koeling), is de elektronische regelklep uitgeschakeld.

TOSHIBA Opsporen en Oplossen van Fouten

Inhoud ‘Controle’ Display Afstandsbediening 359 Hoofd Afstandsbediening Un core + 359 Bedienen en Aflezen van de Controle Display ere .359 Kamerafstandsbediening + ee enouee ee ee .. 361 Bedienen en Aflezen van de Controle Display DOTE OOC ...361 Zelfdiagnose Functie 7 0 o oo 0.363

Controle Codes Afstandsbediening / Buiteninstallatie . ....364

Waarschuwingen betreffende Lekkage Koelmiddel 372

en Oplossen van Fouten

Hoofd Afstandsbediening

Bedienen en Aflezen van de Controle Display

Druk op de CHECK (CONTROLE) knop en het identificatienummer van de defecte Inpandige Installatie wordt getoond in de Temperatuur- Instelsectie van het display - en de controle code wordt getoond in de TIJD- sectie van het display.

Als het luchtfilter schoonmaakteken wordt getoond dan wordt het aantal Inpandige Installaties met een filter probleem aangegeven, gevolgd door de controle code.

LCD Display "Standby" modus:

+ Wanneer de combinatie van Inpandige Installaties de capaciteit te boven gaat.

+ Wanneer Inpandige Installatie met opdracht is uitgezonderd door bedieningsmodus- keuzeschakelaar.

+ Wanneer de fasevolgorde van de voedingsbedrading onjuist /niet

correct is. ( TOSHIBA ANETWORK> en Det ext IL remor cournoues ue re 5 ô ô i © © © TER AGAST mu rl O © © 00.00 CHECK FILTER Lt LT pe) O \ © onor O C >) L Controle Schakelaar Reset Schakelaar + Druk gedurende 0,5 seconden om de + Druk op de schakelaar in de holte met CHECK (CONTROLE) code weer te geven. een pin/stift. De Afstandsbediening + Druk gedurende 3 seconden om de resets worden geinitialiseerd. (Alle inpandige microprocessor te resetten. gegevens worden gewist).

TOSHIBA Opsporen Oplossen van Fouten

Voorbeeld: Een Filtersignaal wordt verzonden vanaf de Nr.1 en Nr.15 installaties onder groepsbediening (werking).

: CHECK Installatie Nr. 1

Controle code als eerste ontdekt Controle code als laatste ontdekt

Voorbeeld: Kamertemperatuur sensor van Nr. 1 is defect. Voorbeeld: Er zijn geen Als eerste is de warmtewisselaar in Nr. 15

controle data. uitgevallen. Vervolgens is de inter- installatie bedrading (bus- communicatielijn) defect.

CHECK CHECK CHECK UNIT UNIT Di IC LU 11

en Oplossen van Fouten

Kamerafstandsbediening Bedienen en Aflezen van de Controle Display

Wanneer u op de CHECK (CONTROLE) knop drukt zal het identificatienummer van de foutieve Inpandige Installatie (1 - 16) worden getoond in de Temperatuur- Instelsectie van het display - samen met de controle codes van in totaal 2 problemen.

Als er een filter display is zal het nummer van de Inpandige Installatie met een filter probleem aan de rechterkant worden weergegeven.

TOSHIBA Al LCD Display "Standby" gaat Aan:

+ Wanneer de fasevolgorde van de voedingsbedrading niet juist is.

+ Wanneer de combinatie van Inpandige Installaties de capaciteit van de Buiteninstallaties te boven gaat.

+ Wanneer ‘Verwarming’ wordt geselecteerd en de over- heersende modus is ‘Koeling' — en vice versa.

T—— |" Druk op de schakelaar in de holte met een pin/stift. De Afstandsbediening reset de © (D dorr =) voedingsbron. (Alle gegevens worden gewist).

"6 $ en Reset de Schakelaar

TOSHIBA Opsporen en Oplossen van Fouten

CONTROLE code LILI Filter Data Voorbeeld: Een Filtersignaal wordt verzonden vanaf de Nr.1 en Nr.16 installaties onder groepsbediening (werking).

UNIT UNIT 1 FILTER 1 [FILTER t (Lx

Voorbeeld: Kamertemperatuur sensor van Nr. 1 is defect. Als eerste is de warmtewisselaar in Nr. 16 uitgevallen. Vervolgens is de inter- installatie bedrading (seriële signaallijn) van de inpandige- / buiteninstallatie defect.

Voorbeeld: Er zijn geen controle data.

psporen en Oplossen van Fouten

| CHECK (CONTROLE) code Liquid Crystal Afstandsbediening |

STANDEY display Over- capaciteit |Abnormale fase- aansluiting se JAlarm Inpandige afvoeroverloop Pre i __ _ Buiten- h Omzetter Buiteninstallatie installatie | Omzetter serieel signaal kortsuiting 04" - Afstandsbediening {Hoog niveau koelmiddel waargenomen als Afstands- RD2-PE à bediening |Afstandsbediening serieel signaalcircuit "99" ve en is gemonteer) ne L Buiten warmtewisselaar sensor (TE1) kortsluiing me || ne" _ _ Ontlading- temp. sensor (TD1) kortluiing "ao" || “40” {| Inpandige Installatie Ontlading- temp. sensor (TD2) kortsluiting rave | var Inpandige sensor (TA) kortgesloten of open circuit "OC" Zuiging- temp. sensor (TS) kortsuifing “2 }] A2" Binnen warmtewissel sensor (TC1) kortsluiting "93" Hoge druk sensor(Pe) kortsluiting AA || AA Binnen warmtewissel sensor (TC2) kortsluiting "94" Lage druk sensor(Ps) kortsluting bar }] “bar inpandige Binnen druksensor korsliing Les Druksensor (Pd/P foutive bedrading mr || ab" pandge | Motor korsluting ne Ontladingstemp. (TD1) beschermde werking n6" || “A6 Afroerpomp defect ob" Ontladingstemp. (TD2) beschermde werking “bb |] bb" Beoordeling tekort aan hoeveslheid Lage Hz fid onfladingstemp. (TD) beschermde werking “AE” | | AE" Koumiddel crculatie "gp" Zuiging- temp. (TS) beschermde werking LRIRET Inpandige- /Buiten communicatie kortsluting "95" Hoge druk (Pd) beschermde werking ‘2° || 72" Cantoal management communicae Loge druk (Ps) beschermde verting me || 0e korsluïting "97. Vaste snelheïd 1 hoge druk SW kortslui er || er" Centraal management adres- instelfout 98" Vaste snelheïd 2 hoge druk SW kortluïfing por || ro" Externe invoer display fout Les Vaste snelheid 1 IOL, OCR kortluiingen mé" || Eé" (Loag niveau koelmiddellek Vaste snelheid 2 IOL, OCR kortluiingen CDI ls RBC-RD1-PE is geinstalleerd) Orzetter IOL kortstuiing E" : Externe koppeling- display toring bé Mg-SW deposit stuur display “bd” || “bd” (Hoog niveau koëlmidellk Buiteninstallatie voedingsbron fosevolgorde ls RBC-RD1-PE is geinstalleerd) foutieve bedrading CAF" || 'AF Inpandige Installatie foutisve bedrading / Edensie 1C, EEPROM kortsuifing ne pe foutieve canduiting x Inpandige- /Buitenfout "Ep" - Inpandig/Binnen PC Bord kors 2e Inpandige- /Buiten communicatie Kortsluting es || - /Aantal aangesloten inpandige installaties met overcapaciteit ré" || - Buiten- Buiten IPDU Overcapaciteit van inpandige installaties CAIRE installatie - Werking Back-up Buiteninstallatie verhindert C2 - Hoge druk SW circuit 21° | | Reductie aantal server buiteninstallaties red" || - G-Tr kortsuifing beschermende handeling "14° | | Aantal server buiten installaties met overcapaciteit "BE" - Stromingsdetedtie circuit "17" | | Server buitenadres niet juist "gr" _ Compressor fout "Id" | | Buiten hoofdinstallatie niet juist ra || a” Compressor defeci/storing “17° | | Server buiteninstalltie fout “d2" - TH sensor circuit "ds" Olie temp. (TK1) sensor kortsluiting “da” “d4" Warmtegeleider/opnemer Olie temp. (TK2) sensor kortsluiting ras” || ras” beschermende handeling "dA® | | olie temp. (TK3) sensor kortsluiting vaé” || “dé” Olieniveau laag detectie ra7" |] ra" Olietemperatuur (TK1) detectiefout “as” || “a” Olietemperatuur (TK2) detectiefout mao || ra” SV3C klep verstopping detectie ab" || “db” SV3C klep lekkage detectie rac" || “ac” PMY koëlmiddel lekkeage detectie rad” || “dd” Binnenadres niet gedefinieerd® de" - Buitenadres niet gedefinieerd” ar" - Missende R: fase rar” || “e7"

Buiteninstallatie Interface segment CHECK (CONTROLE) code |

* Geen display op de afstandsbediening

Noot: Voor het opzoeken van foutcodes moet u zeker stellen dat de draaischakelaars 1, 2 en 3 op de Buiten- Interface PCB (MCC-1343-01) allen op 1 zijn ingesteld (standaard fabrieksinstelling).

Controle] Opgespoorde | Benaming Oorzaak Conditie Controleer item code | positie | Controle code Probleem opsporing

04 | Interface Omzetter Omzetter Seriële signaal van + Buiten PC. board (Interface, INV) fout. communicatie | serieel signaal omzetter werd + Controleer communicatie connector alarm onderbroken. {CN600) tussen buiten interface en

FC. boards. Hoog niveau 1000ppm koslmiddel + Controleer de integriteit van het koelmiddel waargenomen in de koelleidingwerk. waargenomen compressorbehuizing als RBC-RD2-PE is gemonteerd)

08 |interface | Viervegklep | 4-weg klep Abnormale koelingeyclus (Controleer alle Buiteninstallaties) circuit data ontdekt gedurende + Controleer 4-weg klephuis fout.

verwarmings operatie. + Controleer 4-weg klepslang en aansluiting.

+ Controleer weerstand karakteristicken van TS en TE sensoren.

+ Controleer output voltage karakteristieken van Pd en Ps druksensoren.

+ Controleer fouten voeding vaste snelheids compressor, toevoerbedrading en magnetische-schakelaar.

Ob | Inpandig | Inpandige afvoer | Viotter- “Votterschakelaar + Controleer de aansluiting van de overloop alarm _ | schakelaar werkt continue gedurende viotterschakelaar connector (CNT0).

2 minuten. + Controleer werking afroerpomp.

“Viotterschakelaar circuit + Controleer circuit afvoerpomp. onderbroken of connector | +Controleer verstopping van waterafvoerpiip. was niet op ziin plaats. + Controleer binnen PC. board fout.

O0C | iInpandig | Inpandig TA Inpandige Sensor weerstandswaarde + Controleer aansluiting en bedrading van sensor alarm Temp. sensor (TA) | was oneindig of nul TA connector (CNO4).

(Open, Kort]. + Controleer karakteristicken van de TA sensors weerstandswaarde.

+ Controleer inpandige PC. bord fout.

11 Inpandig | Inpandige Inpandig De status dat de detectie- + Controleer aansluiting en bedrading van ventilator- ventilatormotor waarde van de motor- ventilator connector (CNO7, CN18). motor alarm | circuit snelheid buiten het + Controleer draaiende condensor fout voor

oogmerk viel werd continu inpandige ventilator. ontdekt. + Controleer ventilatormotor fout.

+ Controleer inpandige PC. board fout.

+ Controleer het effect van vitwendig lucht procedé (OA).

12 |inpandig | Andere Inpandig PC. Inpandig PC. board + Controleer voltage voedingsbron. inpandige board (EEPROW/ | werkte niet correct. + Controleer lawaai van perifeer materiel. fout Perifeer circuit) + Controleer vitgangsspanning (DC12V) van

voedingsbron transformator.

14 | Omzetter Omzetter Overstroom werd + Controleer bedrading voedingsbron.

overstroom onmiddellik ontdekt toen + Controleer aansluiting van connector op stroomkring veiligheids- de omzetter werd het omzetter PC. board. stroomkring geactiveerd. + Controleer de reactor aansluiting.

+ Controleer AC zekering onderbreking.

+ Controleer oorzaak van werking onder abnormale overbelasting.

+ Controleer omzetter compressor fout en inert kort.

+IGBT geleiding controle.

+ Controleer tekort van condensator capaciteit.

n en Oplossen van Fouten

Controle [Opgespoordel Benaming Oorzaak Conditie Controleer item code | positie | Controle code Probleem opsporing 17 | Omzetter | Stroom detectie | Omzetter stroom | Stroom loopt over de + Controleer bedrading van stroom schakeling detectieschakeling| instel waarde toen de detectie- schakeling systeem. systeem alarm omzetter compressor stop | -Controleer buiten PC. board (INV) fout. werd ontdekt. 18 [interface |TEI sensor Buiten warmte- | Sensor weerstandswaarde | +Controleer aansluiting van TE sensor alarm wisselaar sensor | werd oncindig of nul (Open, | connector. (EI) Kort) (automatische + Controleer karakteristieken van back-up werking na weerstands waarde TE sensor. beoordeling). + Controleer buiten PC. board (Interface) fout. 1C | interface |Extensie IC, Buiten interface | Buiten PC. board + Controleer voltage voedingsbron. EEPROM alarm | PC. board circuit | {Interface) werkte niet + Controleer voedingsbron lawaai. correct. + Controleer buiten PC. board (Interface) fout. 1d Buiten | Compressor Omzetter Overstroom werd ontdekt + Controleer omzetter compressor vergrendeling. alarm compressor enkele seconden nadat de + Controleer voltage voedingsbron systeem circuit | omzetter compressor (AC380 tot 415V + 10%). werd geactiveerd + Controleer bedrading omzetter compressor systeem en misfase.

+ Controleer aansluiting van connector en omzetter RC. board.

+ Condudtieve controle op tuimelaar mantelverwarming (Activering- fout controle bij vlosistofstagnatie in compressor].

+ Controleer buiten RC. board {INV) fout.

1F Buiten | Compressor Omzetter stroom _ | Nadat omzetter + Controleer voltage voedingsbron defect detectie schakeling | frequentie verminderde (AC380 tot 415V + 10%).

door stroomvrijgave, werd overstroom ontdekt en gestopt

+ Controleer oorzaak van abnormale overbelasting.

+ Controleer stroom detectie schakeling systeem.

+ Controleer buiten RC. board {INV) fout.

TOSHIBA Opsporen en Oplossen van Fouten

Controle | Opgespoorde| Benaming Oorzaak Conditie Controleer item code | positie | Controle code Probleem opsporing 21 |Buiten |Omzetter Omzetter Hoge druk SW of IOL + Controleer omzetter hoge druk SW fout. hoge druk hoge druk bediening. + Controleer IOL werking ingeval temperatuur SW systeem SW system + Hoge druk Pd hoog (Controleer oorzaak van overbelaste alarm circuit 2 2,5MPaG: [21] wordt werking. weergegeven + Controleer of bedrilfsafsluiter geheel open + Hoge druk Pd staot. < 2,5MPaG: + Controleer aansluiting van buiten ventilator [ES] wordt connector. weergegeven + Controleer buiten ventilatormotor, fout

werkende koeler/condensator.

+ Controleer verstopping van buiten PMV.

1) Koelmiddel reductie circuit (PMV1, PMV2).

2) Koeling overbruggingscireuit (PMV3).

3) Vioeistofliin afsluitklep controle

Alleen koelingmodel).

+ Controleer verstopping van buiten/inpandige warmtewisselaar.

+ Kortsluiting status tussen buiten afvoerlucht en zuiglucht.

+ Controleer Pd druk sensor fout.

+ Controleer verstopping van het hete gasoverbrugging circuit SV2.

+ Controleer buiten PC. board (Interface) fout.

+ Controleer open klep status van inpandige PMV.

+ Controleer foutieve bedrading van communicatie- lin tussen inpandig en buiten.

22 interface | Hoge druk Hoge druk op | Pd sensor gedetecteerd + Controleer Pd druk sensor fout. beschermende | bescherming 3,3MPaG of meer. + Controleer of bedrilfsafsluiter geheel open werking door hoge staot.

Pd sensor druk + Controleer oorzaak van overbelaste werking. detectiewaarde + Controleer aansluiting van buiten ventilator connector. + Controleer buiten ventilatormotor, werkende condensator fout.

+ Controleer verstopping van buiten PMV.

1) Koelmiddel reductie circuit (PMV1, PMV2).

2) Vioeistofliin afsluitklep controle

{Alleen koelingmodel)

+ Controleer verstopping van buiten/inpandige warmtewisselaar.

+ Kortsluiting status tussen buiten afvoerlucht en zuiglucht.

+ Controleer verstopping van heetgas overbrugging- SV2 circuit.

+ Controleer buiten PC. board (Interface) fout.

+ Controleer inpandige ventilator systeem fout. {oorzaak van luchivolume omlaag).

+ Controleer open klep status van inpandige PMV.

+ Controleer foutieve bedrading van communicatie- lin tussen inpandig en buiten.

n en Oplossen van Fouten

JControle|Opgespoordel Benaming Oorzaak Conditie Controleer item code | positie | Controle code Probleem opsporing 89 |interface | Inpandige Totaal aan- + Controleer aansluitingscapaciteit van capaciteit over | geslotencapaciteit | inpandige installaties was 135%| inpandige installatie. van inpan meer dan de totale capaciteit | + Controleer capaciteit inpandige installatie installaties groter | van buiteninstallaties. He van dan + Controleer set-up buiten HP buiteninstallaties + Controleer buiten PC. board (INV) fout. 8C |interface | Buiteninstallatie | Verwarmingsmodus| Bedriffsmodus van het systeem | Al buiteninstallatie back-up werking wordt back-up operatie | keuze gedurende | gewizigd in WARMTE ingesteld is de verwarmingswerking niet voorkomen” set-up. gedurende bedriffs set-up van | beschikbaar. de buiteninstallatie. 8d | interface | Reductie van Communicatie | Aantal aangesloten buiten- | + Controleer aansluiting van communicatie aantal van aantal installaties werd gecordeeld | connector. aangesloten aangesloten minder te zijn dan aantal + Controleer communicatielin tussen buiteninstallaties | buiteninstallaties | installoties bewaard in buiteninstallaties. geheugen van EEPROM. + Controleer voedingsbron UIT (voedingsbron INOOT] verbreker) van buiteninstallatie. Als deze code wordt getoond | + Controleer buiten PC. board (Interface) wanneer de back-up operatie | fout. van buitenfout werd uitgevoerd, | + Controleer buiten back-up set-up. "Alarm vril' instellen. 8E | interface | Buitensporig Aantal Aantal buiteninstallaties + Controleer aangesloten aantal buiten- aantal aangesloten ging de 5 te boven. installaties (Max. 5 installaties per 1 aangesloten buiteninstallaties systeem). buiteninstallaties | communicatie + Controleer communicatieliin tussen buiteninstallaties. + Controleer buiten PC. board (Interface) fout. 8F | interface | Constante Duplicatie van | Adresnummer van vaste + Controleer adresschakelaar set-up van de snelheid handmatige snelheids- buiteninstallatie vaste snelheids- buiteninstallatie. buitenadres adres- schakelaar | werd gedupliceerd toen de | + Controleer buiten PC. board (Interface) duplicatie set-up van vaste | adres set-up van de buiten- fout. snelheids- buiten | installatie handmatig werd installatie uitgevoerd. 93 |Inpandig | Inpandige TC1 + Sensor weerstands- + Controleer aansluiting TC1 sensor sensor alarm waarde was oncindig connector (CN12). sensor (TC1) of nul (Open, Kort). + Controleer karakteristieken van TC1 sensor weerstands waarde. + Controleer inpandig PC. board fout. 94 |Inpandig | Inpandige TC2 + Sensor weerstands- + Controleer aansluiting TC2 sensor sensor alarm waarde was oncindig connector (CNOS). sensor (TC2) of nul (Open, Kort). + Controleer karakteristieken van TC2 sensor weerstands waarde. + Controleer inpandig PC. board fout.

psporen plossen van Fouten

Opgespoordel positie

Benaming Controle code

Communicatie alarm tussen inpandig en buiten|

Inter- installatie bedrading tussen inpandig en buiten (PQ stuurliin)

+ Communicatie werd onderbroken.

+ Er was geen omzefter buiteninstallatie.

+ Controleer voedingsbron van inpandige installatie {Is de voeding ingeschakeld?) + Controleer voedingsbron van buiten- installatie [Is de voeding ingeschakeld?) + Controleer aansluiting en verbreking van de commun in (PQ) tussen inpan en buiten. Controleer aansluiting van communicatie connector (CN24) van inpandig PC. board. + Controleer aansluiting van communicatie connecter van buiten PC. board. + Controleer inpandige PC. board fout. Controleer buiten PC. board (Interface) fout + Controleer omzetter buiten set-up (Aanwezigheïd van set-up/duplicatie) wanneer controle code [UI[-1[91[5] wordt getoond bij buiten.

Verschil ontdekt tussen inpandig en buiten adres

Inter- installatie draad tussen inpandig en buiten (PQ stuurliin)

+ Aantal aangesloten inpandige installaties ging 40 te boven.

+ Aangesloten aan ander buitensysteem of centrale management afstandsbediening.

Controleer Aantal inpandige installaties aangesloten op buiten.

Controleer aanslu bedrading van communicatieliin (PQ) tussen inpandig en buiten.

+ Controleer aansluiting van centrale management afstandsbediening. {Controleer aansluiting en foutieve bedrading van communicatieliin (XY)). Controleer buiten RC. board (Interface) fout.

centraal management systeem werd onderbroken.

buitenkant of binnenkant.

+ Controleer connector (CN15) op inpandig PC. board.

+ Controleer bedrading inpandige

voedingsbron en voltage.

Controleer centrale management

controller en inpandig voedingsbron

{Controleer of één kan niet

Controleer lawaai/geluid van

Controleer inpandige RC board fout.

(Problemen kunnen worden vercorzaakt

door centrale management kant door

stroomuiWal. Terugkeer naar de

normale status door de voedingsbron te

Adressen gedupliceerd.

+ Controleer communic buitenkant of binnenkant

+ Controleer de communicatielin van de inpandige installatie wanneer groeps- bediening/werking word uitgevoerd.

Wanneer u de XY communicatielin

aansluit op de inpandige installatie (Nr. 2

ot Nr. 16), controleer dan of code [98]

+ Netwerkadres duplicatie controle.

+ Inpandige PC. board fout controle.

+ Controleer Aantal aangesloten centrale management controllers. (Als meerdere installaties zin aangesloten corrigeer dan naar 1 installatie).

n en Oplossen van Fouten

Opgespoorde| positie

Serie tussen inpandig FC. board en afstandsbediening werd onderbroken.

+ Controleer bedrading afstandsbediening (ABC).

+ Controleer verbreking en connector contact fout.

+ Controleer fout afstandsbediening.

+ Controleer inpandige PC. board fout.

+ Controleer duplicatie van inpandige installatie Nr. 1 (Wanneer groeps- besturing/werking is ingestelc).

Inpandige foutieve bedrading / foutieve aansluiting

Foutieve bedrading of foutieve aansluiting van pandige

detectie waarde van inpandige

installatietemperatuur

sensor of druksensor nadat de

+ Beoordelingsti Ongeveer 15 min. na adtivering.

+ Koeling: wanneer waarde TC1 5° of minder is gewijzigd.|

+ Controleer foutieve bedrading van inpandige installatie voor welke het alarm wordt getoond. + Controleer verstopping in leiding inpandige installatie voor welke het alarm wordt getoond. + Controleer tekort aan koelmiddel. INOOT Volg de stappen hieronder als u de foutieve bedrading controleert 1) Check foutieve bedrading nadat de buiten- installatie 20 minuten of meer is gestopt. De microprocessor is vastgelopen zodat de foutieve bedrading controle niet krachtig werkt gedurende 2 minuten en 30 seconden nadat de voeding is ingeschakeld.

2) Controleer foutieve bedrading onder de volgende omstandigheden:

In koeling Kamer temp. : 18 tot 32°C Buitentemp. 15 tot 43°C

3) Wanneer groepsbesturing/werking over een ander buitensysteem wordt uitgevoerd kan de foutieve bedrading controle functie niet worden gebruikt.

Inpandige PMV verstopping

Tekort aan circulatie koelmiddel volume

Koelmiddel stroomde niet in

inpandige installatie.

+ Vergeleken met TA temp., ziin TC en TC2 temp. continu beneden 4°C gedurende 60 minuten.

+ Check inpandige PMV open kleppen status. * Check karakteristieken van TC1, TC2 en TA sensor weerstandswaarde. + Controleer inpandige druksensor fout. + Controleer inpandige PMV connector en bedrading. + Controleer breuk en verstopping van leiding. + Controleer bedrifsstatus van buiten- compressor. (Wanneer de boutenventilator draaït en de compressor stopt wordt de fout getoond aan de inpandige kant. Check in dit geval de buitenkant).

Afvoer temperatuur sensor (TD1)

Sensor weerstand is oneindig of nul (Open, Kori).

+ Controleer aansluiting van TD1 sensor connector.

+ Controleer karakteristieken van TD1 sensor weerstandswaarde.

+ Check buiten PC. board (Interface) fout.

Afvoer +emperatuur sensor (TD2)

Sensor weerstand is oncindig of nul (Open, Kori).

+ Controleer aansluiting van TD2 sensor connector.

+ Controleer karakteristieken van TD2 sensor weerstandswaarde.

+ Check buiten PC. board (Interface) fout.

Afzuig temperatuur sensor (TSI)

Sensor weerstand is oncindig of nul (Open, Kori).

+ Controleer aansluiting van TS1 sensor connector.

+ Controleer karakteristiken van TS1 sensor weerstandswaarde.

+ Check buiten RC. board (Interface) fout.

Afvoer temperatuur sensor (TS2)

Sensor weerstand is oncindig of nul (Open, Kori).

+ Controleer aansluiting van TS2 sensor connector.

+ Controleer karakteristieken van TS2 sensor weerstandswaarde.

+ Check buiten RC. board (Interface) fout.

TOSHIBA Opsporen en Oplossen van Fouten

Controle| Opgespoordel Benaming Oorzaak Conditie Controleer item code | positie | Controle code Probleem opsporing A6 |Interface | Aoertemperatuur | Aroertemperatuur heidsstop werd meer dan | + Controleer dat buiten serviceklep geheel TDI alarm qi) keer herhaald toen de open is (Gaskant, Vioeistofkant). beschermende | afvoertemperatuur TD1 de + Controleer verstopping van buiten PMV. werking 130°C te boven ging. 1) Koelmiddel reductie circuit (PMV1, PMV2). 2) Koeling overbrugging it (PMV3). 3) Vioeistoflin afsluit controleklep (allsen koelingsmodel). + Controleer karakteristiken van TD1 sensor weerstandswaarde. +Controleer 4-weg klep fout. A7 |Interface |TS conditie gasiek | Afruigtemperatuur | Veiligheidsstop wanneer status | + Controleer tekort aan koelmiddel. detectie beschermende | afzuigtemperatuur TS boven | -Controleer dat buiten bedrifsafsluiter werking de kritische temperatuur is, geheel open staat. (Gaskant, Vioeistofkant) (TS1, TS2) duurt 10 minuten en werd drie_ | + Controleer verstopping van buiten PMV. keer of meer herhaald. 1) Koelmiddel reductie circuit (PMVT, PMV2). <TS alarm kritische temp.> | 2) Viceistofliin afsluit controleklep [alleen In koeling: 60°C of meer. koelingsmodel). + Controleer karakteristicken van TS1 en TS2 weerstandswaarde. + Controleer 4-weg klep fout. AB Interface |TE2 sensor alarm | Buiten warmite- Sensor weerstandswaarde is + Controleer aansluiting van TE2 sensor wisselaar sensor | oneindig of nul (Open, Kori). | connector. (TE2) + Controleer karakteristicken van TE2 sensor weerstandswaarde. + Controleer buiten PC. board (Interface) fout. AA [interface |Pd sensor alarm | Hoge druk Pd | Pd sensor uitvoer voltage + Controleer aansluiting van Pd sensor sensor is nul (Sensor open). connector. + Controleer Pd sensor + Controleer buiten PC. board {Interface} fout. A5 |Interface | Foutieve Foutieve + Hoge druk Pd sensor en + Controleer aansluiting van hoge druk Pd aansluiting van | bedrading van Lagedruk Ps sensor werden | sensor connector. druksensor druksensor (Pd, Ps) | verwisseld. + Controleer aansluiting van lagedruk Ps + Uitgangsspanning van sensor connector. beide sensoren zin nul. + Controleer druk sensor Pd en Ps fout. + Controleer buiten PC. board {Interface} fout. + Controleer foutieve bedrading van vaste snelheids- compressor aansluitingspunt. (Omgekeerde werking van vaste snelheids- scroll compressor). + Controleer compressor functie fout.

n en Oplossen van Fouten

Controle |Opgespoordel Benaming Oorzaak Controleer item code | positie | Controle code Probleem opsporing AE [interface |Detectie van TD1_ | Aroertemperatuur| Veiligheidsstop toen + Controleer koelmiddel tekort. toestand gaslek | hoger wanneer | afvoertemperatuur TD1 110°C | + Controleer verstopping van buiten PMV. geringe capaciteit | of meer detecteerde toen de 1) Koelmiddel reductie circuit van inpandig in | compressor op lage frequentie {PMVI, PMV2). werkte en drie maal werd 2) Koeling overbrugging circuit (PMV3). herhaald. 3) Vosistoflin afsluit controleklep (alleen koelingsmodel). + Controleer karakteristieken van TD1 sensor weerstandswaarde. + Controleer verstopping van inpandig filter. + Controleer verstopping van leiding. AF [interface |Fase volgorde | Foutieve bedrading | Fase volgorde fout werd + Controleer fasevolgorde van buiten alarm van fase volgorde | ontdekt toen de voeding werd_ |. voedingsbron bedrading. van buiteninstallatie| ingeschakeld. + Controleer buiten PC. board [Interface] fout. b2 |interface |TD3 sensor alarm | Afoertemperatuur | Sensor weerstandswaarde is | * Controleer aansluiting van TD3 sensor sensor (TD3) oncindig of nul (Open, Kor)._ | connector. + Controleer karakteristieken van TD3 sensor weerstandswaarde. + Controleer buiten PC. board [Interface] fout. b3 |interface |TDA4 sensor alarm | Afoertemperatuur | Sensor weerstandswaarde is | * Controleer aansluiting van TD4 sensor sensor (TD4) oncindig of nul (Open, Kori. | connector. + Controleer karakteristieken van TD4 sensor weerstandswaarde. + Controleer buiten PC. board [Interface] fout. b4 interface |Ps sensoralarm Lagedruk Ps sensor| +Ps sensor uitgangsspanning | + Foutieve aansluiting van connector tussen was nul. Pd sensor en Ps sensor. +Ps druk ontdekte + Controleer aansluiting van Ps sensor continu 0,95MPaG connector. of meer gedurende werking. | * Controleer Ps sensor fout. + Controleer compressor functie fout. + Controleer 4-weg klep fout. + Controleer buiten PC. board [Interface] fout. b5 |Inpandig |Inpandig buiten | Alarm display bij + Wanneer buiten apparatuur wordt invoer alarm buiten invoer Vemg die ingevoerd wordt in | aangesloten op connector (CN21): buiten alarm invoer 1) Controleer buitenapparatuur fout. aansluitpunt. (Vemg <3,75V | 2) Controleer inpandige PC. board fout. werd gedurende 60 seconden | + Wanneer buitenapparatuur niet is gedetecteerd). aangesloten op connector (CN21): 1) Controleer inpandig PC. board. bé |Inpandig | Inpandige buiten *Bij spanningswaarde + Wanneer buiten apparatuur wordt vergrendeling/ | vergrendeling/ Vemg die ingevoerd wordt in | aangesloten op connector (CN21): koppeling koppeling nvoer | buiten alarm invoer 1) Controleer buitenapparatuur fout. aansluitpunt. (Vemg <1,25V_ | 2) Controleer inpandige PC. board fout. werd gedurende 60 seconden | + Wanneer buitenapparatuur niet is gedetecteerd). aangesloten op connector (CN21): 1) Controleer inpandig PC. board. b9 |iInpandig |Inpandige druk | Inpandige Inpandige druk sensor + Controleer aansluiting en bedrading van sensoralarm druksensor uitvoer was nul. inpandige druksensor connector (CNO7).

{Na beoordeling zendt de besturing naar automatische back-up besturing).

+ Controleer inpandige druksensor fout. + Controleer inpandige PC. board fout.

Controle van de Dichtheidslimiet

De kamer waarin de airconditioning installatie zal worden geïnstalleerd vereist een zodanig ontwerp dat, zou er een koelmiddel lekkage optreden, de dichtheid van het gas een bepaalde vastgestelde limiet niet zal overschrijden.

Het R407C koelmiddel dat in het systeem wordt gebruikt is veilig, zonder de giftigheid of (ont) brandbaarheid van ammoniak. Daar het echter een verstikkende substantie vormt het een risico van verstikking als zijn dichtheid buitensporig zou stijgen.

Verstikking door lekkage van R407C is bijna niet bestaand. Echter met de huidige toename van het aantal gebouwen met hoge dichtheid, is het aantal multi-airconditioning systemen aan het toenemen vanwege de noodzaak voor effectief gebruik van vloeroppervlak, individuele regeling, energiebesparing door beperken van de verwarming en draagvoeding etc. Het belangrikste is dat het multi-airconditioning systeem in staat is om een grote hoeveelheid koelmiddel aan te vullen/bij te vullen vergeleken met conventionele airconditioners.

Als er een enkele installatie van het multi-airconditioning systeem zal worden geïnstalleerd in een kleine kamer, kies dan een geschikt model en installatie procedure zodat, indien het koelmiddel per ongeluk uitlekt, de dichtheid van het koelmiddel niet de limiet bereikt - en indien er een noodgeval optreedt, er maatregelen kunnen worden genomen voordat er verwondingen optreden.

In een kamer waar de dichtheid de limiet zou kunnen overschrijden dient u een opening te creëren naar aangrenzende kamers, of een mechanische ventilatie te installeren gecombineerd met een gaslek detectie apparaat.

Totale hoeveelheid koelmiddel (kg) Min. inhoud van de kamer met geïnstalleerde Inpandige Installatie (m°) < Dichtheidslimiet (kg/m’)

De dichtheidslimiet van R407C die wordt gebruikt in multi-airconditioners is 0,15kg/m°.

Als er meer dan 2 koelsystemen aanwezig zijn in een enkelvoudig koelapparaat dienen de hoeveelheden koelmiddel te worden gevuld in elk onafhankelijk apparaat.

d:wz. gevulde hoeveelheid (10 kg) | 0) % dur. gevulde hosveelheïd (151)

Voor de hoeveelheid vulling in dit voorbeeld: De mogelijke hoeveelheid gelekt koelmiddelgas in kamers A, [B] en C is 10 kg. De mogelijke hoeveelheid gelekt koelmiddelgas in kamers D, E en F is 15 kg.

en Oplossen van Fouten

Noot 2: De normen voor minimum kamerinhoud zijn als volgt: (1) Geen scheiding/afscheidingswand (schaduwdeel).

_ T T Il T AZ ZA (2) Wanneer er een effectieve opening is naar de aangrenzende kamer voor de ventilatie van

lekkend koelmiddelgas (d.w.z. een opening zonder een deur, of een opening 0,15% of groter dan de respectievelijke vloeroppervlaktes aan de boven of onderkant van de deur).

AZ Buiteninstallatie

Als een Inpandige Installatie is geïnstalleerd in iedere afgescheiden kamer en het koelmiddel leidingwerk onderling verbonden is wordt de kleinste kamer het object. Maar wanneer een mechanische ventilatie is geïnstalleerd met een gaslekkage detector in de kleinste kamer waar de dichtheidslimiet wordt overschreden, dan wordt de volgende kleinste kamer het object.

Mechanisch ventilatietoestel

Noot 3: m Lt 1 si ; A Bereik onder de Het minimum inpandige vloeroppervlak | dichtheïdelimiet vergeleken met de hoeveelheid van 0,15 kg/m° koelmiddel is ruwweg zoals afgebeeld: F ltegenmaatregelen niet nodig)

(Wanneer het plafond 2,7 m hoog is)

Bereik boven de dichtheidslimiet van 0,15 kg/m° (tegenmaatregelen _|_ niet nodig)

Minimaal Inpandig vloeropperviak

——— Totale hoeveelheid koelmiddel kg

(NT TOSHIBA Voorzorgsmaatregel voor Lekkage Koelmiddel

Dit airconditioning systeem bevat HFC R407C koelmiddel gas. Wij bevelen aan dat de installateur de totale hoeveelheid koelmiddel dient te vergelijken met de luchtinhoud van elk van de kamers Waarin een inpandige installatie is geïnstalleerd. Deze praktijk is in het bijzonder belangrijk wanneer een systeem met een grote inhoud (volume) koelmiddel wordt geïnstalleerd. Bereken het ongunstigste geval van koelmiddel dichtheid met gebruik van deze cijfers (gebruik de totale koelmiddelvulling) in het onwaarschiinlijke geval van een lek. Als het resulterende dichtheidsniveau de norm overschrijdt dan moet hetzij een ventilatiesysteem of een alarm- systeem, of beiden worden geïnstalleerd. De procedure hierboven moet worden voltooid in overeenstemming met lokale, nationale en internationale normen, bedrijfscode en wettelijke eisen.

AN Om de kansene van milieu schade te minimaliseren en om de efficiënte werking van de installatie zeker te stellen, wordt het aanbevolen om de airconditioner periodiek te laten controleren en een servicebeurt te laten geven door een gekwalificeerde monteur.

Verwijderen van het product

Verwiider het product a.u.b. op een milieu vriendelijke manier.

Recycling is de voorkeur verwijdering methode.

Wanneer u een airconditioning systeem opruimt/verwiidert neem dan hetzij contact op voor advies met de fabrikant, uw lokale milieu inspectie dienst of een plaatselijk afvalverwerkings- bedriif.

Stel zeker dat al het verpakkingsmateriaal hetzij wordt gerecycled of verwijderd in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften.

Het koelmiddelgas binnen de installatie dient alleen te worden verwijdert door een bevoegd bedbriif.

WAARSCHUWING: Afvoer van koelmiddel in de atmosfeer is illegaal en kan tot