GEBRUIKSAANWIJZING DEH-3300UB PIONEER
Hartelijk dank voor uw keuze voor dit Pioneer-product.
Lees deze handleiding voordat u het product in gebruik neemt zodat u het goed leert gebruiken. Lees vooral de gedeelten die met WAAR-
SCHUWING en LET OP gemarkeerd zijn aandachtig. Bewaar deze handleiding na het lezen op een veilige, bereikbare plaats zodat u hem indien nodig altijd bij de hand hebt.


Deponeer dit product niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar maken en de recycling van gebruikte elektronische producten.
In de lidstaten van de EU en in Zwitserland en Noorwegen kunnen particulieren afgedankte elektronische producten gratis bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen inleveren. Als u een soortgelijk nieuw product koopt, kunt u het afgedankte product ook bij uw verkooppunt inleveren.
Als u in een ander land woont, neem dan contact op met de plaatselijke overheid voor informatie over het weggooien van afgedankte producten.
Op die manier zorgt u ervoor dat uw afge- dankte product op de juiste wijze wordt ver- werkt, hergebruikt en gerecycled, zonder schadelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid.
Bij problemen
Als dit toestel niet naar behoren functioneert, kunt u uw leverancier of het dichtstbijzijnde erkende Pioneer-servicecentrum raadplegen.
De tuner van dit toestel kan worden afgestemd op frequenties die gebruikt worden in West-Europa, Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Oceanië. In andere gebieden is de ontvangst wellicht slecht. De RDS-functie (Radio Data System) werkt alleen in gebieden waar FM-zenders RDS-informatie uitzenden.
LET OP
Dit product is een laserproduct van klasse 1 zoals geregeld in IEC 60825-1:2007, Safety of laser products (Veiligheid van laserproducten) en bevat een lasermodule van klasse 1M. Om veiligheidsredenen mag u de behuizing niet verwijderen en niet proberen toegang te krijgen tot de binnenzijde van het toestel. Laat alle onderhoudswerkzaamheden over aan gekwalificeerde technici.
- Zorg ervoor dat dit toestel niet met vloeistof in aanraking komt. Een elektrische schok kan daarvan het gevolg zijn. Bovendien kan contact met vloeistoffen rookvorming, oververhitting en andere schade aan het toestel veroorzaken.
- De Pioneer CarStereo-Pass wordt alleen in Duitsland gebruikt.
- Zet het volume nooit zo hoog dat u geluiden buiten het voertuig niet meer kunt horen.
- Zorg dat dit toestel niet in aanraking komt met vocht.
- Als de accu wordt losgekoppeld of leeg raakt, wordt het voorkeuzegeheugen gewist.
Vóór u begint
Opmerkingen
- Instellingen worden ook uitgevoerd als u het menu annuleert zonder te bevestigen.
- In deze handleiding verwijst "iPod" naar de iPod en iPhone.
Demostand
Belangrijk
- Als de rode draad (ACC) van dit toestel niet wordt aangesloten op een aansluiting die is gekoppeld aan de aan/uit-stand van het contactslot, kan de accu uitgeput worden.
- Let op: de accu kan leeglopen als de functie-demo geactiveerd blijft terwijl de motor uit staat.
De functiedemo start automatisch als het toestel uit staat maar de contactschakelaar aan staat of in de accessoirestand (ACC) staat. De demostand blijft dus actief wanneer het toestel wordt uitgeschakeld. U kunt de demostand uitzetten met de functie in het begininstellingenmenu. Let op: de accu kan leeglopen als de demo geactiveerd blijft terwijl het contact in de accessoirestand (ACC) staat.
Hoofdtoestel

| Onderdeel | Onderdeel |
| 1 | S (SRC/OFF) | 8 | → (Terug/display/scrollen) |
| 2 | ▲ (uitwerpen) | 9 | ▲/▼/◄/► |
| 3 | Q (lijst) | 10 | TA/NEWS |
| 4 | MULTI-CONTROL(M.C.) | 11 | 1 t/m 6 |
| 5 | Laadsleuf voor disc | 12 | AUX-ingang(3,5mm-stereoplug) |
| 6 | USB-poort | 13 | Verwijderen |
| 7 | B (BAND/ESC) | | |
LET OP
- Verbind uw USB-speler/USB-geheugen door middel van een Pioneer USB-kabel (CD-U50E) (optioneel) met dit toestel. Sluit ze niet rechtstreeks op dit toestel aan omdat ze dan uitsteken en verwondingen of beschadigingen kunnen veroorzaken.
- Gebruik geen producten van andere fabrikanten.
Display-indicaties

| 1 | Hoofdge-deelte van het display | Tuner: frequentieband en frequentieRDS: programmaservice-naam, PTY-informatie en andere tekstinformatieIngebouwde cd-speler, USB-opslagapparaat en iPod: verstreken weergavetijd en tekst-informatie |
| 2 | | Er is een hoger menu of mappen-niveau. |
| 3 | | Er is een lager menu of mappen-niveau.Knippert wanneer een song of album dat gerelateerd is met de nu spelende song in de iPod wordt geselecteerd. |
| 4 | (lijst) | De lijst wordt bediend. |
| 5 | | De naam van de artiest van de disc (het fragment) wordt weerge-geven.De functie voor het zoeken naar artiesten op de iPod wordt ge-bruikt. |
| 6 | | De naam van de disc (het album) wordt weergegeven.De functie voor het zoeken naar albums op de iPod wordt ge-bruikt. |
| 7 | | De naam van de song (het frag-ment) wordt weergegeven.Er is een afspeelbaar audiobe-stand geselecteerd in de lijst.De functie voor het zoeken naar songs op de iPod wordt gebruikt. |
| 8 | LOC | Automatisch afstemmen op loka-le zenders is ingeschakeld. |
| 9 | TA(ver-keersbe-richten) | Automatische ontvangst van ver-keersberichten (TA) is ingescha-keld. |
| 10 | TP(ver-keersinfor-matie) | Er is afgestemd op een zender met verkeersinformatie (TP-zen-der). |
| 11 | | Herhalen van een fragment of map is ingeschakeld. |
Bediening van het toestel
| Indicator | Status |
| 12 | XX (wille-keurige weergave/shuffle) | Willekeurige weergave is ingeschakeld.De functie Shuffle of Shuffle all is ingeschakeld en de iPod is als bron geselecteerd. |
| 13 | S.Rtrv (sound re-triever) | De sound retriever is ingeschakeld. |
Basisbediening
Belangrijk
- Wees voorzichtig bij het verwijderen en terugplaatsen van het voorpaneel.
- Stel het voorpaneel niet bloot aan schokken.
- Stel het voorpaneel niet bloot aan direct zonlicht en hoge temperaturen.
- Maak eerst alle kabels en apparaten (indien aanwezig) van het voorpaneel los voordat u het verwijdert om beschadiging aan het toestel en het voertuiginterieur te voorkomen.
Het voorpaneel tegen diefstal verwijderen
1 Druk op de toets Losmaken om het voorpaneel los te maken.
2 Duw het voorpaneel naar boven en trek het naar u toe.

3 Bewaar het losgemaakte voorpaneel in een veilig omhulsel zoals een stevig doosje.
Het voorpaneel terug bevestigen
1 Schuif het voorpaneel naar links.
Plaats de lipjes aan de linkerzijde van het hoofd-
toestel goed in de openingen in het voorpaneel.

2 Druk de rechterzijde aan tot het voorpaneel goed geplaatst is.
Als het niet lukt het voorpaneel te bevestigen, controleer dan of u het wel juist op het hoofdtoestel bevestigt. Gebruik geen kracht want daardoor kunt u het paneel en het toestel beschadigen.
Het toestel inschakelen
1 Druk op S (SRC/OFF) om het toestel in te schakelen.
Het toestel uitschakelen
1 Houd S (SRC/OFF) ingedrukt tot het toestel uit gaat.
Een signaalbron selecteren
1 Druk op S (SRC/OFF) om over te schakelen tussen:
TUNER (tuner)—CD (ingebouwde cd-speler)—USB (USB)/iPod (iPod)—AUX (AUX)
Het volume afstellen
1 Draai aan M.C. om het volume te regelen.

LET OP
Voor uw veiligheid en die van anderen moet u het voertuig eerst parkeren als u het voorpaneel wilt verwijderen.
Opmerking
Als de blauw-witte draad van dit toestel is aangesloten op de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van het voertuig, schuift de antenne uit wanneer er een signaalbron van dit toestel wordt ingeschakeld. Als de signaalbron wordt uitgeschakeld, wordt de antenne weer ingeschoven.
Gemeenschappelijke bedieningsfuncties voor functie-instellingen, audio- instellingen, begininstellingen en lijsten
Terugkeren naar het vorige display
Terugkeren naar de vorige lijst (de map die een niveau hoger ligt)
1 Druk op
Terugkeren naar het hoofdmenu
Terugkeren naar de beginlijst
① Houd ➕ ingedrukt.
Terugkeren naar het gewone display
Het menu met begininstellingen annuleren
1 Druk op B (BAND/ESC).
Terugkeren naar het gewone display van de lijst
1 Druk op B (BAND/ESC).
□
Tuner
Basisbediening
Een frequentieband selecteren
1 Druk op B (BAND/ESC) totdat de gewenste frequentieband (F1, F2, F3 voor FM of MW/LW) op het display verschijnt.
Handmatig afstemmen (stap voor stap)
1 Druk op ◀ of ▶
Automatisch afstemmen
1 Houd ◀ of ► ingedrukt en laat deze weer los. U kunt het automatisch afstemmen afbreken door kort op ◀ of ► te drukken.
Terwijl u ◀ of ► ingedrukt houdt, worden zenders overgeslagen. Het automatisch afstemmen begint zodra u ◀ of ► loslaat.
Opmerking
U kunt de AF-functie van dit toestel (zoeken naar alternatieve frequenties) in- en uitschakelen. Voor normaal afstemmen moet de AF-functie uit staan (raadpleeg bladzijde 146).
Zenders voor elke frequentieband opslaan en oproepen
De voorkeuzetoetsen gebruiken
1 Stem af op de zender die u in het geheugen wilt opslaan. Om deze op te slaan houd u de gewenste voorkeuzetoets (1 t/m 6) ingedrukt tot het voorkeuzenummer stopt met knipperen.
2 Druk op de gewenste voorkeuzetoets 1 t/m 6 om de betreffende zender te selecteren.
■ U kunt opgeslagen frequenties ook oproepen door op ▲ of ▼ te drukken wanneer het frequentiedisplay wordt weergegeven.
Bediening van het toestel
RDS-uitzendingen (Radio Data System) bevatten digitale informatie die gebruikt kan worden om het zoeken naar radiozenders te vergemakkelijken.
- Druk op ⇌.
Programmaservicenaam—PTY-informatie—Frequentie
■ De PTY-informatie en frequentie van de huidige zender worden acht seconden op het display getoond.
PTY-lijst
NEWS/INFO
NEWS (nieuws), AFFAIRS (actualiteiten), INFO (informatie), SPORT (sport), WEATHER (weer), FINANCE (economisch nieuws)
POPULAR
POP MUS (populaire muziek), ROCK MUS (rockmuziek), EASY MUS (lichte muziek), OTH MUS (andere muziek), JAZZ (jazz), COUNTRY (countrymuziek), NAT MUS (nationale muziek), OLDIES (Gouwe Ouwe), FOLK MUS (folkmuziek)
CLASSICS
L. CLASS (lichte klassieke muziek), CLASSIC (klassieke muziek)
OTHERS
EDUCATE (educatief), DRAMA (toneel), CULTURE (cultuur), SCIENCE (wetenschap), VARIED (varia), CHILDREN (kinderprogramma's), SOCIAL (praatprogramma's), RELIGION (religieus), PHONE IN (praatprogramma's), TOURING (reizen), LEISURE (ontspanning), DOCUMENT (documentaires)
Geavanceerde bediening met speciale toetsen
Verkeersberichten ontvangen (TA)
Als de TA-functie (stand-by voor verkeersberichten) is ingeschakeld, worden verkeersberichten automatisch ontvangen, ongeacht de signaalbron waarnaar u aan het luisteren bent.
1 Stem af op een TP-zender of een uitgebreide TP-zender van een ander netwerk.
2 Druk op TA/NEWS om de functie Stand-by voor verkeersberichten in en uit te schakelen.
3 Wanneer een verkeersbericht wordt ontvangen, kunt u het volume ervan regelen met M.C. Het ingestelde volume wordt in het geheugen opgeslagen en opnieuw gebruikt voor volgende verkeersberichten.
4 Als u een binnenkomend verkeersbericht wilt afbreken, drukt u op TA/NEWS.
De tuner keert terug naar de oorspronkelijke signaalbron maar blijft stand-by voor verkeersberichten totdat u de functie uitschakelt door nogmaals op TA/NEWS te drukken.
Onderbreking door nieuwsberichten
Als er een nieuwsprogramma wordt uitgezonden door een nieuwszender met PTY-code, kan het toestel automatisch overschakelen naar de nieuwszender. Als het nieuwsprogramma is afgelopen, schakelt het toestel terug naar het oorspronkelijke programma.
① Houd TA/NEWS ingedrukt om de onderbreking door nieuwsberichten in en uit te schakelen. U kunt een nieuwsbericht annuleren door op TA NEWS te drukken.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop-tie te kiezen en druk erop om FUNCTION te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stellt u deze als volgt in.
■ Als de MW/LW-band is geselecteerd, zijn alleen BSM en LOCAL beschikbaar.
Bediening van het toestel
BSM (geheugen voor de sterkste zenders)
Met de functie BSM (Best Stations Memory) kunt u automatisch de zes sterkste zenders in het geheugen opslaan. Deze worden opgeslagen in volgorde van signaalsterkte.
1 Druk op M.C. om de functie BSM in te schakelen. Druk nogmaals op M.C. om deze te annuleren.
REGION (regionaal)
Als de functie AF is ingeschakeld, kan de regionale functie gebruikt worden om het zoeken tot regionale programma's te beperken.
1 Druk op M.C. om de regionale functie in of uit te schakelen.
LOCAL (automatisch afstemmen op lokale zenders)
Als deze functie is ingeschakeld, stemt het toestel alleen af op zenders waarvan het signaal voldoende sterk is voor een goede ontvangst.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
Als u het hoogste niveau selecteert, wordt alleen afgestemd op de sterkste zenders. Bij lagere niveaus wordt ook afgestemd op zwakkere zenders.
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
PTY SEARCH (programmatypeselectie)
U kunt PTY-informatie (programmatype-informatie) gebruiken om op een bepaalde zender af te stemmen.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
3 Druk op M.C. om het zoeken te beginnen.
Het toestel begint te zoeken naar een zender die het geselecteerde programmatype uitzendt. Als er een zender is gevonden, wordt de programmaservicenaam weergegeven.
Raadpleeg de vorige bladzijde voor informatie over PTY (ID-codes voor programmatypen).
Het programma van een zender kan soms afwijken van de informatie die door de PTY-code wordt aangegeven.
Als er geen zender gevonden wordt die een programma van het gewenste type uitzendt, wordt ongeveer twee seconden NOT FOUND op het display getoond en keert de tuner terug naar de oorspronkelijke zender.
TA (stand-by voor verkeersberichten)
1 Druk op M.C. om de functie Stand-by voor verkeersberichten in en uit te schakelen.
AF (alternatieve frequenties zoeken)
1 Druk op M.C. om AF aan of uit te zetten.
NEWS (onderbreking door nieuwsberichten)
1 Druk op M.C. om de nieuwsfunctie in of uit te schakelen.

Cd/cd-r/cd-rw-discs en USB-opslagapparaten
Basisbediening
Een cd/cd-r/cd-rw afspelen
1 Plaats een disc met het etiket omhoog in de laadsleuf.
Een cd/cd-r/cd-rw uitwerpen
1 Druk op ▲.
Bediening van het toestel
Songs op een USB-opslagapparaat afspelen
1 Open het kapje van de USB-aansluiting en sluit het USB-opslagapparaat via een USB-kabel hierop aan.
Stoppen met afspelen van songs op een USB-opslag-apparaat
1 U kunt een USB-opslagapparaat op elk gewenst moment verwijderen.
Een map selecteren
1 Druk op ▲ of ▼.
Een fragment selecteren
1 Druk op ◀ of ▶.
Vooruit of achteruit spoelen
1 Houd ◀ of ▶ ingedrukt.
- Als u gecomprimeerde audio afspeelt, hoort u geen geluid bij vooruit- en achteruitspoelen.
Terugkeren naar de hoofdmap
1 Houd B (BAND/ESC) ingedrukt.
Overschakelen tussen gecomprimeerde audio en cd-da
1 Druk op B (BAND/ESC).
Opmerking
Ontkoppel USB-opslagapparaten van dit toestel wanneer u ze niet gebruikt.
De gewenste informatie selecteren
① Druk op ↩.
Tekstinformatie over het display schuiven
1 Houd ➕ ingedrukt.
Opmerkingen
- Afhankelijk van het mediabestandstype en de versie van iTunes waarmee de MP3-bestanden op de disc zijn opgenomen, kan het voorkomen dat incompatibele tekst bij een audiobestand niet goed worden weergegeven.
- Welke tekstinformatie gebruikt kan worden, hangt af van de informatiedrager.
Bestanden en fragmenten in de lijst selecteren en afspelen
1 Druk op 🔒 om over te schakelen naar de lijst met bestands- of fragmentnamen.
2 Gebruik M.C. om de gewenste bestandsnaam (of mapnaam) te selecteren.
De map- of bestandsnaam wijzigen
① Draai aan M.C.
Afspelen
1 Selecteer een bestand of fragment en druk op M. C.
Een lijst van de bestanden (mappen) in de geselecteerde map weergeven
1 Selecteer een map en druk op M.C.
Een song in de geselecteerde map afspelen
1 Selecteer een map en houd M.C. ingedrukt.
Geavanceerde bediening met speciale toetsen
Een herhaalbereik selecteren
1 Druk op 6/↔ om over te schakelen tussen: Cd/cd-r/cd-rw-discs
• DISC – Alle fragmenten herhalen
- TRACK – Het huidige fragment herhalen
• FOLDER – De huidige map herhalen
USB-audiospeler/USB-geheugen
• ALL – Alle bestanden herhalen
- TRACK – Het huidige bestand herhalen
• FOLDER – De huidige map herhalen
Fragmenten in willekeurige volgorde afspelen
1 Druk op 5/XX om willekeurige weergave aan of uit te schakelen.
Fragmenten in een geselecteerd herhaalbereik worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
Het afspelen onderbreken
1 Druk op 2/PAUSE om het afspelen te onderbreken (pauze) of te hervatten.
De geluidskwaliteit van gecomprimeerde audio verbeteren (sound retriever)
1 Druk op 1/S.Rtrv om over te schakelen tussen: OFF (uit)—1—2
1 heeft effect bij lagere compressie en 2 heeft effect bij hogere compressie.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop-tie te kiezen en druk erop om FUNCTION te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stellt u deze als volgt in.
REPEAT (herhaalde weergave)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een herhaalbereik te selecteren.
Raadpleeg Een herhaalbereik selecteren op de vorige bladzijde voor meer informatie.
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
RANDOM (willekeurige weergave)
1 Druk op M.C. om willekeurige weergave aan of uit te zetten.
PAUSE (pauze)
1 Druk op M.C. om het afspelen te onderbreken (pauze) of te hervatten.
Verbetert automatisch de weergave van gecomprimeerde audio en zorgt voor een vol geluid.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
Raadpleeg De geluidskwaliteit van gecomprimeerde audio verbeteren (sound retriever) op de vorige bladzijde voor meer informatie.
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.

iPod
Basisbediening
Muziek op een iPod afspelen
1 Open het deksel van de USB-verbinding.
2 Sluit de iPod op de USB-kabel aan via een iPod dock connector.
Een song selecteren (hoofdstuk)
1 Druk op ◀ of ▶
Vooruit of achteruit spoelen
1 Houd ◀ of ▶ ingedrukt.
Opmerkingen
- De iPod kan niet worden in- en uitgeschakeld als de bedieningsmodus is ingesteld op CTRL AUDIO.
- Verwijder de koptelefoon van de iPod voordat u hem op dit toestel aansluit.
- De iPod wordt ongeveer twee minuten nadat de contactschakelaar op OFF is gezet, uitgeschakeld.
De gewenste informatie selecteren
1 Druk op ↩.
Tekstinformatie over het display schuiven
1 Houd ➕ ingedrukt.
Naar een song bladeren
1 Druk op 🔒 om naar het hoofdmenu met zoeklijsten te gaan.
2 Selecteer een categorie of song met M.C.
De naam van een song of categorie wijzigen
1 Draai aan M.C.
Speellijsten—artiesten—albums—songs—podcasts—genres—componisten—audioboeken
Afspelen
1 Selecteer een song en druk op M.C.
Een lijst van songs in de geselecteerde categorie weergeven
1 Selecteer een categorie en druk op M.C.
Bediening van het toestel
Een song in de geselecteerde categorie afspelen
1 Selecteer een categorie en houd M.C. ingedrukt.
Alfabetisch in een lijst zoeken
1 Geef de lijst voor de geselecteerde categorie weer en druk op 🔒 om alfabetisch te zoeken.
2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren.
3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te geven.
Geavanceerde bediening met speciale toetsen
Een herhaalbereik selecteren
1 Druk op 6/↔ om over te schakelen tussen:
• ONE – De huidige song herhalen
- ALL – Alle songs in de geselecteerde lijst her-halen
Alle songs in willekeurige volgorde afspelen (shuffle all)
1 Druk op 5/XX om de functie Shuffle all in te schakelen.
- Shuffle is ingeschakeld wanneer de bedieningsmodus is ingesteld op CTRL iPod/CTRL APP.
Het afspelen onderbreken
1 Druk op 2/PAUSE om het afspelen te onderbreken (pauze) of te hervatten.
Songs afspelen die verwant zijn met de huidige song De volgende lijsten voor songs zijn beschikbaar.
1 Houd M.C. ingedrukt om naar de gekoppelde weergavemodus over te schakelen.
2 Draai aan M.C. om een andere modus te kiezen; druk erop om een modus te selecteren.
- ARTIST – Een album van de huidige artiest afspelen.
- ALBUM – Een song van het huidige album afspelen.
- GENRE – Een album van het huidige genre afspelen.
De geselecteerde song of het geselecteerde
album wordt na de huidige song afgespeeld.
De geselecteerde song of het geselecteerde album kan worden geannuleerd als u een andere functie dan gekoppeld zoeken gebruikt (bijvoorbeeld snel vooruit of achteruit spoelen).
Afhankelijk van de geselecteerde song is het mogelijk dat het einde van de huidige song en het begin van de geselecteerde song (album) worden afgesneden.
De iPod-functie van dit toestel via de iPod bedienen Als CTRL APP is geselecteerd, kunt u muziek van de iPod via de luidsprekers van het voertuig beluisteren. Deze functie kan niet worden gebruikt met de volgende modellen iPod.
- iPod nano 1e generatie
- iPod 5e generatie
De modus APP kan worden gebruikt met de volgende modellen iPod.
- iPod touch 3e generatie (softwareversie 3.0 of hoger)
- iPod touch 2e generatie (softwareversie 3.0 of hoger)
- iPod touch 1e generatie (softwareversie 3.0 of hoger)
- iPhone 3GS (softwareversie 3.0 of hoger)
- iPhone 3G (softwareversie 3.0 of hoger)
• iPhone (softwareversie 3.0 of hoger)
1 Druk op 4/iPod om de bedieningsmodus te wijzigen.
- CTRL iPod – De iPod-functie van dit toestel kan via de aangesloten iPod bediend worden.
- CTRL APP – De muziek van de iPod afspelen.
- CTRL AUDIO – De iPod-functie van dit toestel kan via dit toestel bediend worden.
De geluidskwaliteit van gecomprimeerde audio verbeteren (sound retriever)
1 Druk op 1/S.Rtrv om over te schakelen tussen: OFF (uit)—1—2
1 heeft effect bij lagere compressie en 2 heeft effect bij hogere compressie.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop-tie te kiezen en druk erop om FUNCTION te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stellt u deze als volgt in.
Bediening van het toestel
REPEAT (herhaalde weergave)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
② Draai aan M.C. om een herhaalbereik te selecteren.
Raadpleeg Een herhaalbereik selecteren op de vorige bladzijde voor meer informatie.
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
SHUFFLE (shuffle)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
- SONGS – De songs in de geselecteerde lijst in willekeurige volgorde afspelen.
- ALBUMS – De songs van een willekeurig album op volgorde afspelen.
- OFF – Het afspelen in willekeurige volgorde annuleren.
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
1 Druk op M.C. om de functie Shuffle all in te schakelen.
Om de functie uit te schakelen, zet u SHUFFLE in het menu FUNCTION uit.
LINK PLAY (gekoppelde weergave)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere modus te kiezen; druk erop om een modus te selecteren.
Raadpleeg Songs afspelen die verwant zijn met de huidige song op de vorige bladzijde voor meer informatie over de instelling.
PAUSE (pauze)
1 Druk op M.C. om het afspelen te onderbreken (pauze) of te hervatten.
AUDIO BOOK (audioboeksnelheid)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
- FASTER – Weergave is sneller dan normaal
• NORMAL – Weergave met normale snelheid
- SLOWER – Weergave is langzamer dan normal
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Verbetert automatisch de weergave van gecomprimeerde audio en zorgt voor een vol geluid.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
Raadpleeg De geluidskwaliteit van gecompri- meerde audio verbeteren (sound retriever) op de vo- rige bladzijde voor meer informatie.
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Opmerkingen
- Als u de bedieningsmodus overschakelt op CTRL iPod, wordt het afspelen van songs onderbroken. Bedien de iPod om de weergave te hervatten.
- Ook als de bedieningsmodus is ingesteld op CTRL iPod/CTRL APP kunnen de volgende functies vanaf dit toestel bediend worden.
— Pauze
— Vooruit en achteruit spoelen
— Naar volgende of vorige fragment gaan
— Herhaalde weergave (ONE/ALL/OFF)
— Afspelen in willekeurige volgorde (shuffle)
— ⚫ (lijst) het iPod-menu gebruiken
— ▲ het klikwiel van de iPod naar links draai- en
— ▼ het klikwiel van de iPod naar rechts draaien
- Als de bedieningsmodus op CTRL iPod staat, gelden de volgende beperkingen:
— De functie-instellingen zijn niet beschikbaar.
— De bladerfunctie kan niet vanaf dit toestel gebruikt worden.
Bediening van het toestel
Audio-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop-tie te kiezen en druk erop om AUDIO te selecteren.
3 Draai aan M.C. en selecteer de audio-functie.
Nadat u de audiofunctie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
FAD/BAL (fader/balansinstelling)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Druk op M.C. om over te schakelen tussen de fader (voor/achter) en de balans (links/rechts).
3 Draai aan M.C. om de luidsprekerbalans te regelen.
- Als de achteruitgang en RCA-uitgang op SW zijn ingesteld, kunt u de balans tussen de luidsprekers voorin en achterin niet instellen. Raadpleeg SW CONTROL (achteruitgang en subwoofer) op de volgende bladzijde.
EQUALIZER (equalizercurven)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. om de equalizer te selecteren.
DYNAMIC—VOCAL—NATURAL—CUSTOM—FLAT—POWERFUL
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
TONE CTRL (equalizerinstelling)
- Aangepaste equalizerinstellingen worden opgeslagen in CUSTOM.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Selecteer BASS (lage tonen), MID (middentonen) of TREBLE (hoge tonen) met M.C.
3 Draai aan M.C. om het niveau te regelen. Instelbereik: +6 tot -6
LOUDNESS (loudness)
De loudness-functie compenseert een tekort aan hoge en lage tonen bij lage volumes.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFF (uit)—LOW (laag)—HIGH (hoog)
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
SUBWOOFER1 (subwoofer aan/uit)
Dit toestel is voorzien van een in- en uitschakelbare subwooferuitgang.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
NORMAL (normale fase)—REVERSE (tegengestelde fase)—OFF (subwoofer uit)
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
SUBWOOFER2 (subwoofer aanpassen)
Als de subwooferuitgang is ingeschakeld, kunt u de drempelfrequentie en het uitgangsniveau van de subwoofer instellen.
De subwoofer geeft alleen frequenties beneden de geselecteerde waarde weer.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Druk op M.C. om de drempelfrequentie of het uitgangsniveau van de subwoofer te kiezen.
Drempelfrequentie (weergave drempelfrequentie knippert)—Uitgangsniveau (weergave uitgangsniveau knippert)
3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
Drempelfrequentie: 50HZ—63HZ—80HZ—100HZ—125HZ
Uitgangsniveau: -24 tot +6
SLA (bronniveauregeling)
Met de functie SLA (bronniveauregeling) kunt u het volumeniveau van elke signaalbron afzonderlijk instellen. Hierdoor kunt u plotselinge volumewisselingen voorkomen wanneer naar een andere signaalbron wordt overgeschakeld.
- De instellingen zijn gebaseerd op het FM-volumeniveau, dat zelf niet gewijzigd kan worden.
- Het MW/LW-volumeniveau kan ook met de deze functie worden aangepast.
- Wanneer FM als signaalbron wordt gebruikt, kunt u niet overschakelen naar SLA.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. om het bronvolume te regelen. Instelbereik: +4 tot -4
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
□
Begininstellingen
Belangrijk
Als het toestel van de accu wordt losgekoppeld, wordt PW SAVE (energiezuinige modus) uitgeschakeld. Deze moet u weer inschakelen als het toestel terug met de accu wordt verbonden. Als het voertuig niet van een contactschakelaar met accessoirestand (ACC) is voorzien, is het (afhankelijk van de aansluiting) mogelijk dat het toestel de accu blijft belasten als PW SAVE (energiezuinige modus) is uitgeschakeld.
1 Houd S (SRC/OFF) ingedrukt tot het toestel uit gaat.
2 Houd S (SRC/OFF) ingedrukt tot de functienaam op het display verschijnt.
3 Draai aan M.C. en selecteer de begininstelling.
Nadat u de begininstelling geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
FM STEP (FM-afstemstap)
Standaard wordt er bij automatisch afstemmen een FM-afstemstap van 50 kHz gebruikt, en 100 kHz als de functie AF of TA is ingeschakeld. Maar soms krijgt u een beter resultaat als ook bij het afstemmen op alternatieve frequenties (AF) een afstemstap van 50 kHz wordt gebruikt.
- Bij handmatig afstemmen blijft de afstemstap 50 kHz.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. om de FM-afstemstap te selecteren.
50 KHZ (50 kHz)—100 KHZ (100 kHz)
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
AUTO-PI (automatisch PI-zoeken)
Als deze functie is ingeschakeld, probeert het toestel bij slechte ontvangst automatisch een andere zender met gelijkaardige programma's te vinden, ook als u een voorkeuzezender selecteerde.
1 Druk op M.C. om de automatische PI-zoekfunctie in of uit te schakelen.
AUX (externe aansluiting)
Schakel deze instelling in als een extern apparaat op dit toestel is aangesloten.
1 Druk M.C. om AUX in of uit te schakelen.
USB (Plug en Play)
Deze instelling maakt het mogelijk de bron automatisch naar USB/iPod te laten overschakelen.
1 Druk op M.C. om Plug en Play in of uit te schakelen.
ON – Wanneer u een USB-opslagapparaat of iPod aansluit, wordt de bron (afhankelijk van het type apparaat) automatisch naar USB/iPod overgeschakeld als de motor wordt gestart. Als u het USB-opslagapparaat of de iPod loskoppelt, wordt het bronsignaal op dit toestel uitgeschakeld.
OFF – Wanneer u een USB-opslagapparaat of iPod aansluit, schakelt de bron niet automatisch over naar USB/iPod maar moet u deze handmatig omschakelen naar USB/iPod.
SW CONTROL (achteruitgang en subwoofer)
Bediening van het toestel
U kunt de aansluiting voor de achterluidspreker en de RCA-uitgang gebruiken om een luidspreker met volledig bereik of een subwoofer aan te sluiten.
Als u REAR-SP: SW instelt, kunt u de luidspreker achterin rechtstreeks op een subwoofer aansluiten zonder een externe versterker te gebruiken.
Standaard is REAR-SP ingesteld voor het aansluiten van een luidspreker met volledig bereik (FUL).
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere uitgang te kiezen; druk erop om uw selectie te maken.
REAR-SP—PREOUT
3 Draai aan M.C. om de instelling te wijzigen.
REAR-SP: FUL—SW
PREOUT: SW—REA
- Als u deze instelling wijzigt, is er pas een uitgangssignaal als u de subwooferuitgang inschakelt (raadpleeg SUBWOOFER1 (subwoofer aan/uit) op bladzijde 151).
- Als u deze instelling wijzigt, wordt de subwooferuitgang in het audiomenu teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
DEMO (demodisplay)
1 Druk op M.C. om het demodisplay in en uit te schakelen.
Als Ever Scroll op is ingeschakeld, blijft eventueel aanwezige tekstinformatie continu door het display schuiven. Zet Ever Scroll uit als u wilt dat de informatie maar één keer door het display schuift.
1 Druk op M.C. om Ever Scroll aan of uit te zetten.
TITLE (taalinstelling)
Dit toestel kan tekstinformatie bij een gecomprimeerd audiobestand in West-Europese talen en Russisch weergeven.
- Als de gebruikte taal niet overeenkomt met de taalinstelling van dit toestel, wordt tekst wellicht niet correct weergegeven.
- Het is mogelijk dat sommige tekens niet juist worden weergegeven.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instelling.
EUROPEAN (Europese taal)—RUSSIAN (Russisch)
3 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
PW SAVE (energiezuinige stand)
Met deze functie wordt het energieverbruik van de accu verminderd.
- Als deze functie is ingeschakeld, kan alleen het bronsignaal worden ingeschakeld.
1 Druk op M.C. om de energiezuinige modus in of uit te schakelen.
□
De verlichtingskleur selecteren
(Functie van DEH-4300UB)
Dit toestel is voorzien van meerdere verlichtingskleuren. U kunt de gewenste kleur uit de lijst selecteren.
De verlichtingskleur in de lijst selecteren
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop-tie te kiezen en druk erop om ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C. en selecteer de verlichtingskleur.
U kunt een instelling uit de volgende lijst selecteren.
- 30 vooringestelde kleuren (WHITE tot ROSE)
• SCAN (alle kleuren afwisselend)
- CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur)
4 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Opmerkingen
- Als SCAN is geselecteerd, worden afwisselend alle 30 vooringestelde kleuren gebruikt.
- Als CUSTOM is geselecteerd, wordt de opgeslagen aangepaste kleur gebruikt.
De verlichtingskleur zelf aanpassen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop-tie te kiezen en druk erop om ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C. en selecteer de vooringestelde verlichtingskleur of CUSTOM (aangepaste) kleur.
■ U kunt geen aangepaste kleur maken als SCAN is geselecteerd.
4 Houd M.C. ingedrukt tot het scherm voor kleuraanpassing verschijnt.
5 Druk op M.C. om de primaire kleur te selecteren.
R (rood)—G (groen)—B (blauw)
6 Draai aan M.C. om de helderheid te regelen.
Instelbereik: 0 tot 60
■ U kunt niet voor alle drie de kleuren R (rood), G (groen) en B (blauw) tegelijk een waarde onder 10 instellen.
■ U kunt dit voor elke kleur doen.
7 Houd M.C. ingedrukt tot CUSTOM verschijnt.
De AUX-signaalbron
1 Steek de stereo-miniplugkabel in de AUX-ingang van dit toestel.
2 Druk op S (SRC/OFF) en kies AUX als signaalbron.
Opmerking
De signaalbron AUX kan alleen worden geselecteerd als de externe aansluiting is ingeschakeld. Raadpleeg AUX (externe aansluiting) op bladzijde 152 voor meer informatie.
Uitschakeling van het geluid
In de volgende gevallen wordt het geluid automatisch uitgeschakeld:
- Er wordt gebeld met een mobiele telefoon die op dit toestel is aangesloten.
- Er wordt spraakbegeleiding gegeven door een navigatiesysteem van Pioneer dat op dit toestel is aangesloten.
Het geluid wordt uitgeschakeld en MUTE verschijnt op het display. Alle audio-instellingen behalve volumeregeling zijn nu geblokkeerd. Het toestel keert terug naar de oorspronkelijke stand als het telefoongesprek of de spraakbegeleiding is afgelopen.
Installatie
Verbindingen
Belangrijk
- Als dit toestel wordt geïnstalleerd in een voertuig met een contactschakelaar zonder ACC-stand (accessoirestand), kan de accu leeglopen als de rode kabel niet wordt aangesloten op de aansluiting die de bediening van de contactschakelaar herkent.

ACC-stand

Geen ACC-stand
- Gebruik van dit toestel onder andere omstandigheden dan de volgende kan leiden tot brand of storingen.
— Voertuigen met een accu van 12 volt en negatieve aarding.
— Luidsprekers van 50 W (uitgangswaarde) en 4 tot 8 ohm (impedantiewaarde).
- Om kortsluiting, oververhitting en storingen te voorkomen, moet u onderstaande aanwijzingen opvolgen.
— Koppel de negatieve aansluiting van de accu los voordat u het toestel installeert.
— Gebruik kabelklemmen of plakband om de bekabeling veilig aan te brengen. Bescherm de kabels met plakband op plaatsen waar deze tegen metalen onderdelen liggen.
— Plaats de kabels niet in de buurt van beweegbare onderdelen, zoals de versnellingspook of de rails van de stoelen.
— Leg kabels niet op plaatsen die heet kunnen worden, zoals dicht bij de kachel.
— Sluit de gele kabel niet op de accu aan via een gat in het motorcompartiment.
— Dek alle ongebruikte kabelaansluitingen af met isolatietape.
— Maak de kabels niet korter.
— Verwijder nooit de isolatie van de voedingskabel van dit toestel om andere apparaten van stroom te voorzien. De stroomcapaciteit van de voedingskabel is beperkt.
— Gebruik een zekering met het voorgeschreven vermogen.
— Verbind de negatieve luidsprekerkabel nooit rechtstreeks met de aarding.
— Voeg de negatieve kabels van verschillende luidsprekers nooit samen.
- Als dit apparaat aan staat, wordt het bedieningssignaal doorgegeven via de blauw/witte kabel. Verbind deze kabel met de afstandsbediening van een externe versterker of met de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van het voertuig (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom). Als het voertuig is uitgerust met een glasantenne, verbindt u deze met de voedingsaansluiting van de antenne-booster.
- Verbind de blauw/witte kabel nooit met de voedingsaansluiting van een externe versterker of automatische antenne. Anders kan de accu leeglopen of kan er storing optreden.
- De zwarte kabel is de aarding. Dit toestel moet gescheiden worden geaard van andere apparaten (met name apparaten die veel stroom verbruiken zoals een versterker). Anders kan er brand of storing ontstaan wanneer de aarding per ongeluk losraakt.
Dit toestel

① Ingang stroomkabel
② Achteruitgang of subwooferuitgang
③ Antenne-ingang
④ Zekering (10 A)
⑤ Ingang voor draadafstandsbediening Een bedrade afstandsbedieningsadapter kan aangesloten worden (los verkrijgbaar).
Stroomkabel

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
E --> F["⑥"]
F --> G["⑦"]
G --> H["⑧"]
H --> I["⑨"]
I --> J["⑩"]
J --> K["⑪"]
K --> L["⑫"]
L --> M["⑬"]
M --> N["⑭"]
N --> O["⑮"]
O --> P["⑯"]
P --> Q["⑰"]
Q --> R["⑱"]
R --> S["⑲"]
S --> T["⑳"]
T --> U["㉑"]
U --> V["㉒"]
V --> W["㉓"]
W --> X["㉔"]
X --> Y["㉕"]
Y --> Z["㉖"]
① Naar ingang stroomkabel
② De functie van ③ en ⑤ kan verschillen afhankelijk van het type voertuig. Verbind in dat geval ④ met ⑤ en ⑥ met ③.
③ Geel
Back-up (of accessoire)
④ Geel
Aansluiten op de constante 12 V-voedingsaansluiting.
⑤ Rood
Accessoire (of back-up)
⑥ Rood
Aansluiten op een aansluiting die door de contactschakelaar wordt aangestuurd (12 V gelijkstroom).
⑦ Verbind kabels van dezelfde kleur met elkaar.
⑧ Zwart (chassisaarding)
⑨ Blauw-wit
De pinpositie van de ISO-connector verschilt naargelang het type voertuig. Als pin 5 de an- tenne aanstuurt, verbindt u ⑨ en ⑪. In andere typen voertuigen verbindt u ⑨ en ⑪ nooit.
⑩ Blauw/wit
Aansluiten op systeembedieningsaansluiting van de versterker (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom).
⑪ Blauw-wit
Aansluiten op bedieningsaansluiting van de gemotoriseerde antenne (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom).
⑫ Geel/zwart
Als u apparatuur met dempingsfunctie gebruikt, verbindt u deze draad met de draad voor audiodemping op die apparatuur. Als u zulke apparatuur niet gebruikt, verbindt u de draad voor audiodemping niet.
⑬ Luidsprekerkabels
Wit: Linksvoor ⊕
Wit-zwart: Linksvoor ⊖
Grijs: Rechtsvoor ⊕
Grijs-zwart: Rechtsvoor ⊖
Groen: Linksachter ⊕ of subwoofer ⊕
Groen-zwart: Linksachter ⊖ of subwoofer ⊖
Violet: Rechtsachter ⊕ of subwoofer ⊕
Violet-zwart: Rechtsachter ⊖ of subwoofer ⊖
⑭ ISO-connector
Bij sommige voertuigen is de ISO-connector in twee verdeeld. Verbind in dat geval beide connectoren.
Opmerkingen
- Wijzig de begininstelling van dit toestel. Raadpleeg gedeelte SW CONTROL (achteruitgang en subwoofer) op bladzijde 152.
De subwooferuitgang van dit toestel is mono.
- Als u een subwoofer van 70 W (2 Ω) gebruikt, moet u de subwoofer aansluiten op de violette en zwart-violette draden van dit toestel. Sluit niets aan op de groene en groen-zwarte draden.
Versterker (apart verkrijgbaar)
Maak deze verbindingen als de optionele versterker wordt gebruikt.

flowchart
graph LR
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
B --> E["⑤"]
E --> F["+"]
E --> G["-"]
B --> H["+"]
H --> I["-"]
① Systeemafstandsbediening
Verbinden met blauw-witte kabel.
Installatie
② Versterker (apart verkrijgbaar)
③ Aansluiten op RCA-kabel (apart verkrijgbaar)
④ Naar achteruitgang of subwooferuitgang
⑤ Luidspreker achterin of subwoofer
Installatie
Belangrijk
- Controleer alle aansluitingen en systemen voordat u de installatie voltooit.
- Gebruik geen onderdelen van andere fabrikan- ten; deze kunnen storingen veroorzaken.
- Neem contact op met uw dealer als er voor de installatie gaten moeten worden geboord of als er andere aanpassingen aan het voertuig nodig zijn.
- Installeer dit toestel niet op een plaats waar: — het de besturing van het voertuig kan belemmeren.
— het de inzittenden kan verwonden bij een noodstop.
- De halfgeleiderlaser raakt bij oververhitting beschadigd. Plaats dit apparaat niet op plaatsen waar het warm wordt, zoals nabij de uitlaat van een kachel.
- Dit toestel werkt het beste als het wordt geplaatst onder een hoek van minder dan 60°.

DIN-bevestiging voor/achter
Dit toestel kan geïnstalleerd worden via een voor- of achtermontage.
Gebruik voor installatie in de handel verkrijgbare onderdelen.
DIN-voormontage
1 Schuif de montagebehuizing in het dashboard.
Gebruik voor installatie in een ondiepe ruimte de meegeleverde montagebehuizing. Als er
voldoende ruimte is, gebruikt u de montagebehuizing die met het voertuig geleverd werd.

① Dashboard
② Montagebehuizing
3 Installeer het toestel zoals aangegeven.

- Controleer of het toestel stevig op zijn plaats is gemonteerd. Het toestel functioneert wellicht niet naar behoren als het niet goed is bevestigd.
DIN-achtermontage
1 Bepaal de juiste positie waar de gaten in de klem en in de zijde van het toestel op een lijn liggen.

2 Draai aan elke kant twee schroeven vast.

Het toestel verwijderen
1 Verwijder de sierlijst.

① Sierlijst
② Lipje met inkeping
- De sierlijst is gemakkelijker bereikbaar als u het voorpaneel verwijdert.
- Plaats de sierlijst terug met de kant met het lipje met de inkeping onderaan.
2 Steek de meegeleverde uittreksleutels in de beide kanten van het toestel totdat ze op hun plaats klikken.
3 Trek het toestel uit het dashboard.

Het voorpaneel verwijderen en terug bevestigen
U kunt het voorpaneel verwijderen om het toestel tegen diefstal te beveiligen.
Druk op de knop om het voorpaneel los te maken, duw het naar boven en trek het naar u toe.
Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal verwijderen en Het voorpaneel terug bevestigen op bladzijde 143 voor meer informatie.
Problemen verhelpen
| Symptoom | Oorzaak | Maatregel |
| Het display keert automatisch terug naar het gewone display. | U hebt gedu-rende ongeveer 30 seconden geen handeling uitgevoerd. | Voer de handeling opnieuw uit. |
| Het bereik voor herhaald afspe- len wordt on-verwachts ge-wijzigd. | Afhankelijk van het herhaalbereik kan het geselecteerde bereik soms gewijzigd worden, bijvoorbeeld wanneer u een andere map of ander frag-ment selecteert of vooruit of ach-teruit spoelt. | Selecteer het ge-wenste herhaalbe-reik opnieuw. |
| Een onderlig-gende map wordt niet afge-speeld. | Onderliggende mappen worden niet afgespeeld wanneer FOL-DER (map herha-len) is geselecteerd. | Selecteer een ander herhaalbe-reik. |
| Als het display wordt gewij-zigd, verschijnt NO XXXX (bij-voorbeeld NOTITLE). | Er is geen bijbe-horende tekstin-formatie beschik-baar. | Wijzig de display-stand of speel een ander fragment of bestand af. |
| Het display brandt hoewel het toestel uit staat. | De demostand is ingeschakeld. | • Druk op ➔ om de demostand uit te schakelen.• Schakel de de-moweergave uit. |
| Het toestel functioneert niet correct. Er is interferen-tie. | U gebruikt nabij dit toestel een ander apparaat (bijvoorbeeld een draagbare tele-foon) dat elektro-magnetische straling uitzendt. | Gebruik nabij dit toestel geen elektri-sche apparaten die interferentie kun-nen veroorzaken. |
□
Foutmeldingen
Schrijf een foutmelding altijd nauwkeurig op en houd deze bij de hand als u contact opneemt met uw leverancier of Pioneer-service-centrum.
Ingebouwde cd-speler
| Melding | Oorzaak | Maatregel |
| ERROR-11, 12, 17, 30 | De disc is vuil. | Reinig de disc. |
| De disc is bekrast. | Vervang de disc. |
| ERROR-10, 11, 12, 15, 17, 30, A0 | Elektrisch of mechanisch probleem. | Zet het contact uit en weer aan, of schakel over naar een andere sig-naalbron en dan terug naar de cd-speler. |
| ERROR-15 | De geplaatste disc bevat geen gegevens. | Vervang de disc. |
| ERROR-23 | Het cd-formaat wordt niet onder-steund. | Vervang de disc. |
| FRMT READ | Na het begin van het afspelen duurt het soms even totdat er geluid klinkt. | Wacht tot het be-richt verdwijnt en er geluid klinkt. |
| NO AUDIO | De geplaatste disc bevat geen afspeelbare bestanden. | Vervang de disc. |
| SKIPPED | De WMA-bestanden op de disc zijn door digitaal rechtenbeheer (DRM) beveiligd. | Vervang de disc. |
| PROTECT | Alle bestanden op de disc zijn door digitaal rechtenbeheer (DRM) beveiligd. | Vervang de disc. |
USB-opslagapparaat en iPod
| Melding | Oorzaak | Maatregel |
| NO DEVICE | Als Plug en Play is uitgeschakeld, kan er geen USB-opslagapparaat of iPod worden aangesloten. | Zet Plug en Play aan.Sluit een compatibel USB-opslagapparaat of compatibele iPod aan. |
| FRMT READ | Na het begin van het afspelen duurt het soms even totdat er geluid klinkt. | Wacht tot het bericht verdwijnt en er geluid klinkt. |
| NO AUDIO | Geen songs. | Zet de audiobestanden over naar het USB-opslagapparaat en sluit het aan. |
| De inhoud van het USB-opslagapparaat is beveiligd. | Raadpleeg de instructies bij het USB-opslagapparaat om de beveiling uit te schakelen. |
| SKIPPED | Het aangesloten USB-opslagapparaat bevat WMA-bestanden die met Windows MediaTM DRM 9/10 zijn beveiligd. | Speel audiobestanden af die niet met Windows Media DRM 9/10 zijn beveiligd. |
| PROTECT | Alle bestanden op het USB-opslagapparaat zijn beveiligd met Windows Media DRM 9/10. | Zet op het USB-opslagapparaat audiobestanden die niet door Windows Media DRM 9/10 zijn beveiligd en probeer het op-nieuw. |
| N/A USB | Het aangesloten USB-opslagapparaat wordt door dit toestel niet ondersteund. | Gebruik een opslagapparaat dat compatibel is met USB Mass Storage Class.Ontkoppel het apparaat en sluit een compatibel USB-opslagapparaat aan. |
| Melding | Oorzaak | Maatregel |
| CHECK USB | Er is kortsluiting opgetreden in de USB-aansluiting of de USB-kabel. | Controleer of de USB-stekker en de USB-kabel niet er-gens ingeklemd zijn of beschadigd zijn. |
| Het aangesloten USB-opslagappa-raat verbruikt meer dan 500 mA (maximaal toelaatbare stroomsterkte). | Ontkoppel het USB-opslagappa-raat en gebruik het niet meer. Gebruik alleen compatibele USB-opslagappa-raten. Zet de contactschakelaar van het voertuig uit, dan in de accessoi-restand (ACC) of aan, en sluit een compatibel USB-opslagapparaat aan. |
| De iPod functio-neert correct maar wordt niet opgeladen. | Controleer of de kabel van de iPod niet is kortgeslo-ten, bijvoorbeeld contact maakt met metalen voorwer-pen. Zet daarna het contact uit en weer aan, of ontkoppel de iPod en sluit deze weer aan. |
| Melding | Oorzaak | Maatregel |
| ERROR-19 | Communicatie-fout | • Probeer de vol-gende mogelijkhe-den.- Zet het contactuit en dan weeraan.- Ontkoppel hetUSB-opslagappa-raat.- Schakel overnaar een anderesignaalbron.Schakel vervolgensterug naar de USB-signaalbron.• Verwijder dekabel uit de iPod.Sluit de kabel weeraan als het hoofd-menu van de iPodwordt weergege-ven. Reset de iPod. |
| iPod-fout | Verwijder de kabeluit de iPod. Sluitde kabel weer aanals het hoofdmenuvan de iPod wordtweergegeven. Resetde iPod. |
| ERROR-23 | Het USB-opslag-apparaat is nietgeformatteerdmet de indelingFAT12, FAT16 ofFAT32. | Gebruik een USB-opslagapparaat datgeformatteerd ismet de indelingFAT12, FAT16 ofFAT32. |
| ERROR-16 | Oude firmware-versie van iPod | Werk de versie vande iPod bij. |
| iPod-fout | Verwijder de kabeluit de iPod. Sluitde kabel weer aanals het hoofdmenuvan de iPod wordtweergegeven. Resetde iPod. |
| STOP | De huidige lijstbevat geensongs. | Selecteer een lijstdie wel songsbevat. |
| NOT FOUND | Geen verwantesongs | Zet songs overnaar de iPod. |
Aanwijzingen voor het gebruik
Discs en de player
Gebruik uitsluitend discs die voorzien zijn van een van onderstaande twee logo's.


Gebruik discs van 12 cm. Gebruik geen discs van 8 cm en probeer deze ook niet met een adapter af te spelen.
Gebruik uitsluitend normale, ronde discs. Gebruik geen discs met een andere vorm (shaped discs).

Plaats geen ander object dan een cd in de cd-laadsleuf.
Gebruik geen gebarste, gebroken, kromme of op andere wijze beschadigde discs, omdat zulke discs de speler kunnen beschadigen.
Niet-gefinaliseerde cd-r/cd-rw-discs kunnen niet worden afgespeeld.
Raak de gegevenszijde van de disc niet aan.
Bewaar discs in het bijbehorende doosje wanneer u ze niet gebruikt.
Plak geen labels op discs, schrijf er niet op en breng het oppervlak niet in aanraking met chemische middelen.
Als u een cd reinigt, veegt u de disc van het midden naar de buitenkant met een zachte doek schoon.
Condens en vochtvorming kunnen de werking van de speler tijdelijk negatief beïnvloeden. Laat de speler in een warmere omgeving ongeveer een uur op temperatuur komen. Veeg vochtige schijven met een zachte doek schoon.

Sommige discs kunnen niet worden afgespeeld afhankelijk van het type disc, de indeling ervan, de toepassing waarmee deze is opgenomen, de omgeving waarin deze wordt afgespeeld, de manier waarop deze wordt bewaard, enzovoort.
Schokken tijdens het rijden van het voertuig kunnen de disc laten overslaan.
USB-opslagapparaat
Het maken van verbindingen via een USB-hub wordt niet ondersteund.
Sluit alleen een USB-opslagapparaat aan en geen andere apparaten.
Maak het USB-opslagapparaat stevig vast voordat u gaat rijden. Zorg dat het niet op de grond valt omdat het dan onder het rem- of gaspedaal terecht kan komen.
Afhankelijk van het USB-opslagapparaat kunnen de volgende problemen voorkomen:
• De bediening kan anders verlopen.
- Het opslagapparaat wordt niet herkend.
- Bestanden worden niet correct afgespeeld.
- Er kan ruis hoorbaar zijn in het radiosignaal.
iPod
Stel de iPod niet bloot aan hoge temperaturen.
Sluit voor een goede werking de dock connector-kabel van de iPod rechtstreeks op dit toestel aan.
Maak de iPod stevig vast voordat u gaat rijden. Laat de iPod niet op de grond vallen, omdat deze dan onder het rem- of gaspedaal terecht kan komen.
Informatie over iPod-instellingen
- Wanneer een iPod is aangesloten, wordt de equalizer van de iPod door dit toestel uitgeschakeld voor een optimale klankweergave. Als u de iPod loskoppelt, wordt de equalizer naar de oorspronkelijke instelling teruggezet.
- Tijdens gebruik van dit toestel kunt u de herhaalfunctie op de iPod niet uitschakelen. De herhaalfunctie wordt automatisch ingesteld op Alle als u de iPod op dit toestel aansluit.
Tekst op de iPod die niet compatibel is met de specificaties van dit toestel kan niet worden weergegeven.
DualDiscs
DualDiscs zijn dubbelzijdige discs met aan de ene kant een beschrijfbaar cd-oppervlak voor audio-opnamen en aan de andere kant een beschrijfbaar dvd-oppervlak voor video-opnamen.
Aangezien de cd-zijde van DualDiscs niet overeenkomt met de algemene cd-standaard, is het wellicht niet mogelijk de cd-zijde op dit toestel af te spelen. Het regelmatig plaatsen en uitwerpen van een Dual-Disc kan krassen veroorzaken op de disc wat tot afspeelproblemen leidt. In sommige gevallen kan een DualDisc vast komen te zitten in de cd-laadsleuf en niet meer worden uitgeworpen. Om problemen te voorkomen wordt aangeraden om op dit toestel geen DualDiscs af te spelen.
Raadpleeg de informatie van de fabrikant van de disc voor meer informatie over DualDiscs.

Compatibiliteit met gecomprimeerde audio (disc, USB)
WMA
Bestandsextensie: .wma
Bitsnelheid: 48 kbps tot 320 kbps (CBR), 48 kbps tot 384 kbps (VBR)
Bemonsteringsfrequentie: 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz
Windows Media Audio Professional, Lossless, Voice/DRM Stream/Stream met video: Niet compatibel
MP3
Bestandsextensie: .mp3
Bitsnelheid: 8 kbps tot 320 kbps (CBR, VBR)
Bemonsteringsfrequentie: 8 kHz tot 48 kHz (32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz voor de beste kwaliteit)
Compatibele ID3-tag-versie: 1.0, 1.1, 2.2, 2.3, 2.4 (ID3-tag versie 2.x krijgt prioriteit boven versie 1.x.)
M3u speellijst: Niet compatibel
MP3i (MP3 interactive), mp3 PRO: Niet compatibel
WAV
Bestandsextensie: .wav
Quantisatiebits: 8 en 16 (LPCM), 4 (MS ADPCM)
Bemonsteringsfrequentie: 16 kHz tot 48 kHz (LPCM), 22,05 kHz en 44,1 kHz (MS ADPCM)
Alleen de eerste 32 tekens van de bestandsnaam (inclusief de extensie) of mapnaam worden weergegeven.
Russische tekst kan alleen op dit toestel worden weergegeven als die met de volgende tekensets is geco-deerd:
• Unicode (UTF-8, UTF-16)
- Andere tekensets dan Unicode die in een Windows-omgeving worden gebruikt en op Russisch zijn ingesteld bij de taalinstellingen
Een juiste werking van dit toestel is afhankelijk van de toepassing waarmee de WMA-bestanden zijn geco-deerd.
Er kan een beetje vertraging optreden bij het beginnen met afspelen van audiobestanden die zijn ingebed in beeldgegevens of op een USB-opslagapparaat met een uitgebreide mappenstructuur.
Disc
Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep (Voor praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan twee niveaus gebruiken.)
Afspeelbare mappen: maximaal 99
Afspeelbare bestanden: maximaal 999
Bestandssysteem: ISO 9660 Level 1 en 2, Romeo, Joliet
Afspelen van multisessie-discs: Compatibel
Packet write data transfer: Niet compatibel
Bij het afspelen van gecomprimeerde audiodiscs wordt altijd een korte pauze ingelast tussen de fragmenten. Dit gebeurt ongeacht de lengte van de lege ruimte tussen de fragmenten op de originele opname.
USB-opslagapparaat
Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep (Voor praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan twee niveaus gebruiken.)
Afspeelbare mappen: maximaal 500
Afspeelbare bestanden: maximaal 15 000
Afspelen van auteursrechtelijk beschermde bestanden: Niet compatibel
Gepartitioneerd USB-opslagapparaat: Alleen de eerste partitie kan worden afgespeeld.
Bij het starten van audiobestanden op een USB-op-slagapparaat met een uitgebreide mappenstructuur kan enige vertraging optreden.

LET OP
Laat discs en een USB-opslagapparaat niet achter op plaatsen waar de temperatuur hoog kan oplopen.
Compatibiliteit met iPod
Alleen de volgende iPod-modellen kunnen met dit toestel gebruikt worden. Ondersteunde versies van de iPod-software worden hieronder genoemd. Oudere versies worden wellicht niet ondersteund.
- iPod nano 5e generatie (softwareversie 1.0.1)
- iPod nano 4e generatie (softwareversie 1.0.4)
- iPod nano 3e generatie (softwareversie 1.1.3)
- iPod nano 2e generatie (softwareversie 1.1.3)
- iPod nano 1e generatie (softwareversie 1.3.1)
- iPod touch 3e generatie (softwareversie 3.1.2)
- iPod touch 2e generatie (softwareversie 3.1.2)
- iPod touch 1e generatie (softwareversie 3.1.2)
- iPod classic 160 GB (softwareversie 2.0.3)
- iPod classic 120 GB (softwareversie 2.0.1)
• iPod classic (softwareversie 1.1.2)
• iPod 5e generatie (softwareversie 1.3)
• iPhone 3GS (softwareversie 3.1.2)
• iPhone 3G (softwareversie 3.1.2)
• iPhone (softwareversie 3.1.2)
Afhankelijk van de generatie en de versie van de iPod zijn sommige functies mogelijk niet beschikbaar.
De bediening kan variëren, afhankelijk van de softwareversie van de iPod.
Voor gebruik met een iPod is voor de iPod een dock-connector-naar-USB-verbindingskabel vereist.
Ook kan gebruik gemaakt worden van een Pioneer CD-IU50 interfacekabel. Neem voor meer informatie contact op met uw leverancier.
Raadpleeg de handleiding van de iPod voor meer informatie over ondersteunde bestandsindelingen.
Audioboek, podcast: Compatibel

LET OP
Pioneer is niet verantwoordelijk voor verlies van gegevens op de iPod, ook niet tijdens gebruik van dit toestel.
Volgorde van audiobestanden
De gebruiker kan met dit toestel geen map-nummers toewijzen of de afspeelvolgorde wij-zigen.
Voorbeeld van een boomstructuur

flowchart
graph TD
A["01"] --> B["02"]
B --> C["①"]
B --> D["②"]
B --> E["03"]
E --> F["③"]
E --> G["④"]
H["04"] --> I["⑤"]
H --> J["⑥"]
K["05"] --> L["⑦"]
: Map
♪: Gecomprimeerd
audiobestand
01 tot 05: Mapnummer
① tot ⑥: Afspeel-volgorde
Disc
De mapvolgorde en andere instellingen zijn afhankelijk van de software die voor het coderen en schrijven is gebruikt.
USB-opslagapparaat
De afspeelvolgorde is gelijk aan de volgorde waarin de bestanden zijn opgenomen op het USB-opslagapparaat.
Ga als volgt te werk als u wilt dat bestanden in een bepaalde volgorde worden afgespeeld.
1 Geef de bestanden namen met nummers die de afspeelvolgorde aangeven, bijvoorbeeld 001xxx.mp3 en 099yyy.mp3.
2 Plaats de bestanden in een map.
3 Sla de map met bestanden op het USB-op-slagapparaat op.
Merk echter op dat de afspeelvolgorde niet altijd kan worden bepaald. Dit is afhankelijk van het gebruikte systeem.
De afspeelvolgorde op draagbare USB-audiospelers is verschillend en hangt af van de gebruikte audiospeler.
Lijst van Russische tekens
| D: C | D: C | D: C | D: C | D: C |
| A: | B: B | B: B | Γ: Γ | Δ: Δ |
| E: E, | Σ: | Σ: 3 | H: H, | K: K |
| A: | M: M | H: H | Ω: O | Π: Π |
| P: P | C: C | T: T | y: y | φ: φ |
| X: | L: | Y: Y | Ψ: , Ψ | ' : |
| H: | b: | J: | N: | R: R |
D: Display C: Teken

Copyright en handelsmerken
iTunes
Apple en iTunes zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen.
MP3
Dit product is uitsluitend bedoeld voor niet-commercieel privégebruik. Het mag niet in een commerciële omgeving worden gebruikt voor realtime-uitzendingen (over land, via satelliet, kabel en/of andere media), voor uitzendingen/streaming via internet, intranet en/of andere netwerken, of in andere elektronische distributiesystemen zoals betaalradio of audio-op-aanvraagtoepassingen. Hiervoor is een aparte licentie nodig. Kijk voor meer informatie op
http://www.mp3licensing.com.
WMA
Windows Media en het Windows-logo zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of in andere landen.
Dit product bevat technologie die het eigendom is van Microsoft Corporation en die niet gebruikt of gedistribueerd mag worden zonder toestemming van Microsoft Licensing, Inc.
iPod & iPhone
iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen.
"Gemaakt voor iPod" en "Gemaakt voor iPhone" wil zeggen dat een elektronische accessoire speciaal ontwikkeld is voor verbinding met respectievelijk een iPod of iPhone en door de maker gewaarborgd is als conform de Apple werkingsnormen.
Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat en voor het voldoen aan de veiligheidsnormen en wettelijke normen.
Technische gegevens
Algemeen
Spanningsbron .... 14,4 V gelijkstroom (10,8 tot 15,1 V toelaatbaar)
Aarding ...... Negatief
Maximaal stroomverbruik ... 10,0 A
Afmetingen (B × H × D):
DIN
Chassis .... 178 mm × 50 mm × 165 mm
Voorkant .... 188 mm × 58 mm × 17 mm
Chassis .... 178 mm × 50 mm × 165 mm
Voorkant .... 170 mm × 46 mm × 17 mm
Gewicht 1,2 kg
Audio
Maximaal uitgangsvermogen
50 W × 4
Doorlopend uitgangsvermogen
....22 W × 4 (50 Hz tot 15 000 Hz, 5% THD, 4 Ω belasting, beide kanalen)
Belastingsimpedantie .... 4 Ω (4 Ω tot 8 Ω toegestaan)
Preout maximaal uitgangsniveau 2,0 V
Toonregeling:
Lage tonen
Frequentie .... 100 Hz
Gain .... ±12 dB
Midden
Frequentie .... 1 kHz
Gain ±12 dB
Hoge tonen
Frequentie .... 10 kHz
Gain ±12 dB
Subwoofer (mono):
Frequentie 50/63/80/100/125 Hz
Signaal-tot-ruisverhouding
....94 dB (1 kHz) (IEC-A-net-werk)
Aantal kanalen 2 (stereo)
WMA-decoderingsformaat
(niet gecomprimeerd)
USB
Specificatie USB-standaard
USB 2.0 volledige snelheid
Maximale voeding 500 mA
USB-klasse ...... MSC-apparatuur (Mass Storage Class)
Bestandssysteem ...... FAT12, FAT16, FAT32
WMA-decoderingsformaat
(niet gecomprimeerd)
FM-tuner
Frequentiebereik 87,5 tot 108,0 MHz
Bruikbare gevoeligheid ..... 9 dBf (0,8 μV/75 Ω, mono,
S/R: 30 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
72 dB (IEC-A-netwerk)
MW-tuner
Frequentiebereik 531 kHz tot 1 602 kHz
Bruikbare gevoeligheid ..... 25 μV (S/N: 20 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
62 dB (IEC-A-netwerk)
LW-tuner
Frequentiebereik 153 kHz tot 281 kHz
Bruikbare gevoeligheid ..... 28 μV (S/N: 20 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
62 dB (IEC-A-netwerk)
Opmerking
Technische gegevens en ontwerp kunnen zonder
voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.