VOLVO

345 (1981) - Auto VOLVO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 345 (1981) VOLVO in PDF-formaat.

📄 101 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice VOLVO 345 (1981) - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over 345 (1981) VOLVO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Auto in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 345 (1981) - VOLVO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 345 (1981) van het merk VOLVO.

GEBRUIKSAANWIJZING 345 (1981) VOLVO

Anti-roestbehandeling controleren en bijwerken

Aanvulling bij handleiding, Volvo 340

Waardoor ontstaat roest?

Roest, of ijzeroxyde zoals de chemische naam is, ontstaat, wanteer ijzer of staal in contact met water komt. Zelfs de luchtvochtigheid is al voldoende om roest te doen ontstaan. Bovendien kunnen bepaalde ongunstige omstandigheden de roestvorming versnellen:

  • Indien de lucht verontreinigingen bevat, zoals chloriden, zwavelverontreinigingen, kooldioxyde, zoals in industriecentra gewoonlijk het geval is.
  • in het kustgebied, waar de lucht extra zout is.
  • bij voortdurend rijden op wegen, die gepekeld zijn.

Reeds in de fabriek kreeg uw Volvo een zeer nauwkeurige en volledige anti-roestbehandeling. Wat kunt u, als eigenaar van de auto, toen om deze bescherming te behouden? Ja zeker u, want er zijn vooral twee zeer effectieve methoden:

Houd uw auto schoon!! Spoel onder hoge druk de onderkant van de auto, de wielkuipen en de randen van de spatschermen goed schoon!
- Controleer de anti-roestbehandeling regelmatig en werk deze zo nodig bij!! (Voor het bijwerken moet de temperatuur van de auto tenminste +10 °C zijn.)

De onzichtbare anti-roestbehandeling

De „onzichtbare“ anti-roestbehandeling (in kokerbalken, ruimten met gaten en afgesloten gedeelten) moet voor de eerste keer na ten hoogste drie jaar en vervolgens tenminste om het jaar vernieuwd worden. Vraag advies bij uw Volvo garage en laat hen u hierbij helpen. Als u dat wilt, kunt u echter ook zelf de anti-roestbehandeling enigszins bijwerken. Het beste kunt u dan roestbeschermingsmiddelen gebruiken, die momenteel in de handel zijn, zowel in spuitbussen als voor bijwerken met een penseel. Een gewone drukoliekan met een lange en liefst buigzame tuit is bijzonder geschikt om bij nauwe plaatsen te kunnen komen.

Voor deze behandeling moet u een dunne, penetrerende anti-roest-vloeistof (ML) gebruiken. De afbeeldingen op het volgende blad tonen, waar u de vloeistof kan inspuiten (de gaten zijn al geboord).

Zorg ervoor, dat u bij de behandeling een goede ventilatie heeft. Lees eerst de instructies op de verpakking van het anti-roest-middel!!

Denk er echter om, dat een dergelijke behandeling slechts een aanvullende behandeling is! Indien u volledig resultaat wilt hebben, moet in alle ruimten met gaten, kokerbalken en afgesloten gedeelten het anti-roestmiddel verneveld worden in een werkplaats, die over de juiste spuitapparatuur en mondstukken beschikt.

Inhoud

paginapagina
Inleiding2Starten en rijden30 - 41
totaaloverzicht dashboard4starten van de motor32
versnellingsstanden33
Beschrijvingautomatische transmissie34
bedieningsorganen6 - 17rijden met een caravan38
instrumenten6
stuurhendels10
dashboardschakelaars12
verwarming en ventilatie16
Service en onderhoud42 - 83
Beschrijving van de uitvoering17-29voorzorgsmaatregelen tijdens onderhoudswerkzaamheden45, 58
stoelen20motorolie48
veiligheidsgordels22koelsysteem54
portieren en sloten24zekeringen59
achterklep en bagageruimte26vervangen van gloeilampen60 - 67
motorkap29verwisselen van een wiel70

e inhoudsopgave is meer bedoeld als imene verwijzing naar bepaalde tekst- eelten, dan als exacte bladwijzer.

open boven de pagina's vergemak- in het zoeken bij het snel doorbla- en.

ndex op pag. 94 tot 96 daarentegen vijst nauwkeurig naar de gezochte inatie.

Technische specificaties 84 - 93

specificatie smeermiddelen88
specificatie motor89-90
specificatie elektrische installatie91

INDEX 94 - 96

inleiding

VOLVO 345 (1981) - inleiding - 1

Deze handleiding bevat de benodigde informatie om uw Volvo 343 of 345 op de juiste manier te gebruiken en onderhouden

Deze handleiding is gebaseerd op de MT (handgeschakelde transmissie) en AUT (automatische transmissie) uitvoeringen van de Volvo 343/345 DL. Belangrijke verschillen tussen de diverse modellen zijn als volgt aangegeven: (GLS, DLS) of (niet L).

Gezien het feit dat wij proberen deze handleiding geschikt te maken voor alle uitvneringen van deze modellenreeks, is het niet uitgeslofen dat u bepaalde gegevens tegenkomt, die op uw auto niet van toepassing zijn. Mocht u enige twijfel hieromtrent koesteren, dan verzoeken wij u contact op te nemen met uw Volvo dealer

Als u meer uitvoerige beschrijving wenst over afstellingen of reparaties verwijzen wij naar onze werkplaatsha boeken, die u via uw dealer kunt bestel

De technische gegevens en opgave, treffende de constructie, evenals de beeldingen in de handleiding zijn bindend. Wij behouden ons het recht v hierin wijzigingen aan te brengen zor voorafgaande kennisgeving.

sleutels

VOLVO

ntact- / stuurslot

OATOA

Voorportieren, achterklep

VOLVO 345 (1981) - sleutels - 3

De contactsleutels zijn uit veiligheids- overwegingen voorzien van een label, waarop het sleutelnummer staat (Een buitenstaander zou het sleutelnummer kunnen noteren en zodoende een duplic- caat kunnen verkrijgen.) Verwijder de la- bel en berg deze veilig op. opdat u altijd over het sleutelnummer kunt beschikken.

instrumenten en bedieningsorganen
1 2 3 4 5 6 7 8 TEMP TANK VOLVO 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19

instrumenten en bedieningsorganen

Beschreven op pagina:

Instelbaar ventilatiemondstuk 16

Richtingaanwijzers, dimschake-

laar, grootlichtsignaal,

claxon (L) 10

Instrumentenpaneel GL, DL, L 6

Instrumentenpaneel GLS, DLS 8

Controle- en waarschuwings- lampen GL, DL, L 7

Controle- en waarschuwings- lampen GLS, DLS 9

Defroster voorruit 16

Ruitewisser en ruitesproeier 11

Frisse-luchtblaasmonden 17

Regeling verwarming 16

Defroster zijruit 16

Motorkapvergrendeling 29

Lichtschakelaar 12

Choke 14

edieningsknoppen

Claxon (niet L)

Contact-, stuurslot 14

Schakelaar luchtaanjager 16

Schakelaar lage-versnellings-

and 34

Asbak 15

Schakelaar waarschuwings-

knipperlichten 13

Sigare-aansteker 15

Op de pagina's 6-19 vindt u een uitgebreide beschrijving van alle instrumenten en bedieningsorganen van de auto.

Bedenk echter wel, dat er verschillen kunnen bestaan in de uitvoering van de auto's voor de diverse landen o.a. door afwijkende wettelijke voorschriften.

instrumentenpaneel

TEMP TANK 8 12 -3 60 80 100 120 60 140 40 160 20 180 A B C

GL, DL en L (behalve de klok)

Snelheidsmeter

A Kilometerteller

Geeft het aantal kilometers aan.

B Dagteller

Het cijfer geheel rechts geeft het aan meters in honderdtallen aan.

C Knop om dagteller op nul in te stel Indrukken

De rode puntjes op de snelheidsmeter ven de aanbevolen maximum snelheder de eerste tweede en derde versnell aan (handgeschakelde versnellingsbak

TEMP

Temperatuurmeter

C koud

N. normaal

H. warn

Onder het rijden moet de wijzer in het groene vak staan.

Kont de wijzer herhaaldelijk in het rode vak (controlelampje brandt), dan moeten het koelvloeistofpeil en de spanning van de ventilatornem worden gecontroleerd (zie pagina's 54 en 56)

TANK

Benzinemeter

C leeg

R reserve

. half vol

F vo

De inhoud van de benzinetank is ongeveer 46 liter

Indien de wijzer zich in het rode vak bevindt en de gele waarschuwingslamp gaat branden dan is er nog ongeveer 5 liter aanwezig

Klok (niet L)

De knop voor het gelijkzetten van de bevindt zich onder het instrumente, neel rechts van de stuurkolom.

Omhoog drukken en draaven

Accessoire te verknijgen bij uw dealer een toerenteller voor montage in het strumentenpaneel in plaats van de klok

waarschuwings- en controlelampjes

VOLVO 345 (1981) - waarschuwings- en controlelampjes - 1

ze vier waarschuwingslampjes mogen tijdens het rijden onder geen voor- arde branden:

Laadstroom

dit lampje onder het rijden gaat bran- moet men stoppen en de spanning de ventilatorriem controleren (zie pa- 156).

Oliedruk

het lampje onder het rijden gaat bran- s de oliedruk van de motor te laag de motor direct af en controleer het oroliepeil, pagina 48. de motor zwaar belast is geweest kan gebeuren, dat het lampje gaat bran- zodra de motor met stationair toe- draait. Dit is normaal, als het lampje ste weer uitgaat wanneer gas wordt even.

VOLVO 345 (1981) - Oliedruk - 1

Handrem (parkeerrem)

Deze lampen branden zodra de handrem (parkeerrem) tussen de voorstoelen is aangetrokken, terwijl het contact aan- staat.

VOLVO 345 (1981) - Handrem (parkeerrem) - 1

Remvloeistofniveau

Het lampje waarschuwt als het niveau van de remvloeistof in het reservoir beneden het minimum is.

Rijd de auto met de nodige voorzichtigheid naar een garage ter controle (zie ook pagina's 41 en 52).

Controlelampjes

Deze lichten op zodra het aangeduide in werking is gesteld.

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 1

linker richtingaanwijzers

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 2

choke

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 3

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 4

waarschuwings-knipperlichten

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 5

waarschuwingslamp, autogordeis

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 6

lichtsignaal

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 7

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 8

grootlicht

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 9

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 10

mistachterlamp, indien gemonteerd

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 11

automatische transmissie in lage-versnellingsstand

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 12

parkeerlichten

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes - 13

rechter richtingaanwijzers

instrumentenpaneel met toerenteller

rpm x 100 30 40 50 60 70 20 10 0 -50 -70 A 140 9 12 -3 V2 Volvo 40 60 80 100 120 140 0 -160 -180 -200 B C

GLS, DLS

rpm x 100

Toerenteller

Geeft het motortoerental aan in honderd- tallen van omwentelingen p/minuut. Het wijzertje mag niet in het rode vak van de schaal komen.

Het wijzertje mag slechts eventjes in het gestreepte vak komen (b.v. bij het accelereren voordat men een hogere versnelling kiest)

VOLVO 345 (1981) - Toerenteller - 1

Temperatuurmeter

C koud

N normaal

H warm

Onder normale rijomstandigheden moet het wijzertje ongeveer in het midden van de schaal staan (N). Komt het wijzertje herhaaldelijk in het rode vak (waarschu wingslamp licht op) dan moeten het koelvloeistofpeil en de spanning van de ventilatorriem worden gecontroleerd (zie pagina's 55 en 56).

Snelheidsmeter

A Kilometerteller

Geeft het aantal kilometers aan

B Dagteiler

Het cijfer geheel rechts geeft het aan meters in honderdtallen aan.

C Knop om dagteller op nul in te stell Indrukken

VOLVO 345 (1981) - Snelheidsmeter - 1

Benzinemeter

0 leeg

R reserve

half vol

F vol

De inhoud van de benzinetank is ong- 57 liter

Indien de wijzer zich in het rode vak vindt en de gele waarschuwingslamp g branden, dan is er nog ongeveer 5 l aariwezig.

Klok

De knop voor het gelijkzetten van de k bevindt zich onder het instrumenten neel, rechts van de stuurkolom Omhoog drukken en draaien.

controle- en waarschuwingslampjes

VOLVO 345 (1981) - controle- en waarschuwingslampjes - 1

ze vier waarschuwingslampjes mogen tijdens het rijden onder geen voor- arde branden:

Laadstroom

dit lampje onder het rijden gaat bran- 1, moet men stoppen en de spanning 2 de ventilatorriem controleren (zie pa- a 56).

Oliedruk

et lampje onder het rijden gaat bran- , is de oliedruk van de motor te laag. de motor direct af en controleer het toroliepeil, zie pagina 49.

de motor zwaar belast is geweest kan gebeuren, dat het lampje gaat branrodra de motor met stationair toe-

draait. Dit is normaal, als het lampje minste weer uitgaat wanneer gas wordt geven.

VOLVO 345 (1981) - Oliedruk - 1

Handrem (parkeerrem)

Deze lampen branden zodra de handrem (parkeerrem) tussen de voorstoelen is aangetrokken, terwijl het contact aanstaat.

VOLVO 345 (1981) - Handrem (parkeerrem) - 1

Remvloeistofniveau

Het lampje waarschuwt als het niveau van de remvloeistof in het reservoir beneden het minimum is.

Rijd de auto met de nodige voorzichtigheid naar een garage ter controle (zie ook pagina's 41 en 52).

Controlelampjes GLS, DLS

Deze lampjes lichten op zodra het aangeduide in werking is gesteld

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes GLS, DLS - 1

linker richtingaanwijzers

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes GLS, DLS - 2

waarschuwingslamp, autogordels

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes GLS, DLS - 3

waarschuwingsknipperlichten

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes GLS, DLS - 4

choke

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes GLS, DLS - 5

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes GLS, DLS - 6

mistachterlamp, indien ge- monteerd

VOLVO 345 (1981) - Controlelampjes GLS, DLS - 7

rechter richtingaanwijzers

Richtingaanwijzers, grootlichtsignaal en dimlicht

Alle funches voor het geven van signalen in het verkeer zijn gecombineerd in de linker stuurkolomhendel.

Veranderen van richting, passeren (1) Hendel licht naar boven of naar beneden drukken

Normaal alslaan (2)

Rechtsaf hendel naar boven Linksaf hendel naar beneden

(als kuplampen niet branden). Trek deze hendel naar het stuurwiel toe. Het grootlicht brandt nu en blijft branden tot de hendel weer wordt losgelaten.

(als koplampen branden) Om van groot op dimlicht over te selt len en omgekeerd de stuurkolomhe, naar het stuurwiel toe (rekken en veri gens loslaten

rechter stuurkolomhendel

WASH WIFE 1 2 3

itewissers en ruitesproeiers

itewissers, één keer wissen (1)

jk de hendel één keer licht naar bene-

itewissers, langzaam (2)

uk de hendel naar beneden tot de eerste k'.

Wissers, snel (3)

de hendel verder naar beneden tot tweede 'klik'.

VOLVO 345 (1981) - Wissers, snel (3) - 1

Door de stuurkolomhendel naar boven te drukken treden de ruitewissers ongeveer om de zeven seconden in werking voor gebruik in lichte regen of mist (niet L).

VOLVO 345 (1981) - Wissers, snel (3) - 2

Trek de hendel naar het stuurwiel toe.

Koplampwissers en -sproeiers

Bij modellen, uitgerust met koplampwis- sers en -sproeiers:

Deze werken gelijktijdig met de voorruit-sproeiers.

Accessoire te verkrijgen bij uw dealer: set koplampwissers en -sproeiers voor 343/345.

VOLVO 345 (1981) - Koplampwissers en -sproeiers - 1

De gente verbuching van de auto is inige schakeld, inclusst het dim- of geoolich. hetgeen afkenkelke is van de sland van de linker stuurhended.

VOLVO 345 (1981) - Koplampwissers en -sproeiers - 2

Hoofdverichiting

VOLVO 345 (1981) - Koplampwissers en -sproeiers - 3

De parker- en insturmeneverlichung zijn ingeschakeld

VOLVO 345 (1981) - Koplampwissers en -sproeiers - 4

ParkerveMichiting

VOLVO 345 (1981) - Koplampwissers en -sproeiers - 5

De verlichting van de auto wordt bedend door de draischaeklar aan de linkerkant van het dashboard

Lichschakelaar

schakelaars op het dashboard

VOLVO 345 (1981) - Koplampwissers en -sproeiers - 6

Accassore te verkligen di uw dealer en antomatische Idischakelaar voor verwarme achteruit.

Gebuk de achteratuverwarming niet ger dan noodzakeliik (Deze werk alleen als het contact in schakeld staat).

Verwarmde accterruit

VOLVO 345 (1981) - Koplampwissers en -sproeiers - 7

schakelaars op de tunnelconsole

VOLVO 345 (1981) - schakelaars op de tunnelconsole - 1

Lage-versnellingsstand

het indrukken van deze schakelaar zal automatische transmissie een lagere nelling kiezen (zie pag. 35).

De tunnelconsole kan drie of vier schakelaars herbergen ten behoeve van accessoires.

Alarmschakelaar

Bij ingeschakelde alarminstallatie knipperen alle richtingaanwijzers gelijktijdig. Gebruik de alarminstallatie overeenkomstig de plaatselijke bepalingen en wel dáár, waar uw auto voor het overige verkeer een gevaar kan zijn.

Stuurslot, tevens contact-startschakelaar

VOLVO

Opmerking

Als de auto zo geparkeerd staat dat het stuurmechanisme enigszins onder spanning staat, kan men de blokkering gemak kelijker ongedaan maken door het stuur wat been en weer te draaien

Stand geblokkeerd stuur:

Het stuur wordt pas geblokkeerd, als de sleutel uit het stuurslot wordt genomen.

Rijstand:

Het contact is ingeschakeld. De contactsleutel blijft in deze stand bij draaiende motor.

Startstand:

AUT keuzehendel in stand N. Zodra de motor aanslaat, sleuteltje loslaten. Het veert automatisch terug in de rijstand.

Startbevelliging

Als de motor niet aanslaat, moet de sleutel eerst weer in de blokkeerstand worden gedraaid, voordat opnieuw gestart kan worden.

VOLVO 345 (1981) - Startbevelliging - 1

Trek de chokeknop helemaal uit om e koude motor te starten. Duw daarna knop steeds zover in tot de motor re matig blijft lopen (zie ook pagina 32)

VOLVO 345 (1981) - Startbevelliging - 2

Bij uitgetrokken choke brandt het cont lelampje in het instrumentenpaneel

handrem, asbak, sigare-aansteker

VOLVO 345 (1981) - handrem, asbak, sigare-aansteker - 1

handrem werkt op de achterwielen. bruik de handrem enkele keren per k om de werking te controleren.

VOLVO 345 (1981) - handrem, asbak, sigare-aansteker - 2

Om de asbak te ledigen: het lipje omlaag drukken en de asbak geheel uittrekken.

VOLVO 345 (1981) - handrem, asbak, sigare-aansteker - 3

Druk de knop van de aansteker gemerkt "LIGHTER" geheel in. Als de aansteker terugspringt is deze gereed voor gebruik.

VOLVO 345 (1981) - handrem, asbak, sigare-aansteker - 4

iarschuwingslampen, handrem

dra het contact wordt aangezet, zullen ve lampen oplichten bij aangetrokken em.

verwarming en ventilatie

A B C D

Instelbare ventilatiemondstukken

Deze worden gevoed met lucht van de verwarming en kunnen elk afzonderlijk worden ingesteld.

A Verticaal
B Horizontaal
C Luchthoeveelheid

open naar boven draaien

dicht: naar beneden draaien

D Onlwaseming zijruit

Deze wordt niet door de instellingen A, B en C beinvloed.

COOL TEMP WARM MAX REAR OFF OFF DEF FLOOR FLOOR DEF OFF FAN 8 1 2 3 LIGHTER

Kachelbediening

Het bedieningspaneel heeft vier schuifregelaars.

COOL TEMP WARM (temperatuur)

warm: de verwarming werkt maximaal.

OFF DEF FLOOR (ventilatieregelaar, links)

del: de lucht wordt verdeeld over de linkerzijde voorruit en de defroster van de linker zijruit.

floor: de lucht stroomt het interieur van onderaf binnen.

FAN 0123

(schakelaar luchtaanjager)

0 uitgeschakeld
1: langzaam
2 snel
3: volle capaciteit

MAX REAR OFF

(achter passagiers, niet L)

blaasmonden geheel open

FLOOR DEF OFF

def: de lucht wordt verdeeld over de rechterzijde voorruit en de delrosler voor de rechterzijru.
floor: de lucht stroomt het interieur va onderaf binnen

Verwarmde achterruit

Tuimelschakelaar naast de verlicht schakelaar (zie pagina 12).

VOLVO 345 (1981) - Verwarmde achterruit - 1

het midden van het dashboard bevinden h twee blaasmonden, waardoor frisse ' wordt aangevoerd

langzaam rijden kan deze luchtstroom sterkt worden door de aanjager.

Verticaal

Horizontaal

schthoeveelheid

den naar boven draaien dicht naar beneden draaien

Regelstanden voor ...

VOLVO 345 (1981) - Horizontaal - 1

COOL TIME NAME OFF 1.0000 OFF 1.0000 OFF 1.0000

VOLVO 345 (1981) - Horizontaal - 3

VOLVO 345 (1981) - Horizontaal - 4

VOLVO 345 (1981) - Horizontaal - 5

...maximale ontwaseming

VOLVO 345 (1981) - Horizontaal - 6

VOLVO 345 (1981) - Horizontaal - 7

schuifdak, zonnekleppen

Schuifdak (extra)

Het schuifdak heeft twee standen:

Deze worden bediend door de keuzeknop

en de slinger, welke zich tussen beide

zonnekleppen bevinden.

De keuzeknop mag alleen worden ingesteid als het schwijk in de plaats-

stand staat.

Dak open stand

Openen: Plaats de keuzeknop in de stand

"ROOF OPEN",

deze linksom.

Sluiten: Trek de slinger omlaag en draai

deze rechtsom

Ventilatiestand

Openen: Plaats de keuzeknop in de stand

"VENT OPEN"

deze rechtsom

Sluiten: Trek de slinger omlaag en draai

deze linksom.

Lijt veiligheidseopouunt moet de slinsser

Uit veiligheidsoogpunt moet de slinger tijdens het nijden altijd weggeklapt zijn

VOLVO 345 (1981) - Ventilatiestand - 1

Klap deze omlaag om verbinding co

laagstaande zorn tegen te gaan

spiegel uit de klem te trekken, kan de z.

neklep opzij gedraaid worden de zo neklem van de ootwegen is 40 gond aan

landen voorzien van een make-up sp

gette

binnenverlichting, spiegels

VOLVO 345 (1981) - binnenverlichting, spiegels - 1

: schakelaar heeft drie standen.

nste stand: lamp blijft aan. udenstand: lamp blijft uit. derste stand: (normaal) zodra een

(normaal) zodra een voorportier geopend wordt, gaat de binnenverlichting branden.

...roleer of de verlichting uit is wanneer auto geparkeerd staat.

VOLVO 345 (1981) - binnenverlichting, spiegels - 2

Stel de spiegel altijd in alvorens weg te rijden.

Anti-verblindingsstand (niet L)

Om verblinding door laagstaande zon of door koplampen van achteropkomend verkeer te voorkomen, het hendeltje naar voren duwen.

Accessoire te verkrijgen bij uw dealer: afstandsbediening voor de buitenspiegel(s).

VOLVO 345 (1981) - Anti-verblindingsstand (niet L) - 1

Horizontale instelling: pak de spiegel bij A vast en druk naar voren of naar achteren.

Verticale instelling: pak de spiegel bij B vast en druk naar voren of naar achteren.

Stel de spiegel altijd in alvorens weg te rijden.

Getinte buitenspiegels

Gebruik een ontdooimiddel en een rubber zwabbertje om ijs van de spiegel te verwijderen. Een metalen of hardplastic krabber kan de blauwe anti-verblindingslaag beschadigen.

voorstoelen

VOLVO 345 (1981) - voorstoelen - 1

1 Verplaatsen in lengterichting

Trek de beugel naar boven om de sto vooruit of achteruit te schuiven.

2 Stand van de rugleuning

Draai de knop naar voren om de rugle ning rechtop te zetten

Door de knop naar achteren te draale kan de rugleuning tot in slaapstand vsteld worden

3 Ontgrendelknop, rugleuning (343

Licht de knop naar boven om de rugle ning naar voren te klappen.

Bij het terugklappen valt de rugleunit weer vanzelf in de vergrendeling.

Elektrisch verwarmde bestuurder... (extra)

De verwarming schakelt automatisch beneden 15°C en schakelt uit bij extemperatuur van ongeveer 25°C

nderen in de auto

n volwassen persoon met de veiligidsgordel om geniet in een Volvo een er goede bescherming bij een eventuele tsing, een plotselinge uitwijkmanoeuvre abrupt remmen. Om uw kinderen op de ste manier te beschermen tegen letsel ongelukken volgen hier enige raadgegen:

ink eraan dat een kind, ongeacht zijn eltijd en lengte, altijd goed beschermd ent te worden. In het bijzonder mogen eine kinderen nooit op de schoot zitten n personen, die geen veiligheidsgordel n hebben.

vele landen zijn er wettelijke voor- hriften, waar kinderen in een auto beten zitten en hoe deze te beschermen. acht te weten te komen welke voor- hriften in uw land van kracht zijn.

Effectieve bescherming hangt van de lichaamsbouw van het kind af. Kinderen kunnen voor dit doel in 3 verschillende groepen worden ingedeeld:

1 Kinderen die zo klein zijn, dat zij niet kunnen zitten

Het kind moet dan in een reiswieg, de bak van een kinderwagen of iets dergelijks liggen, zo dat het hoofd naar het midden van de auto gericht is. Om de reiswieg bij een plotselinge uitwijkmanoeuvre of abrupt remmen op zijn plaats te houden, moet deze worden vastgehouden door of de veiligheids-gordel van de achterbank te gebruiken of de Volvo kinderbank tussen de voorstoelen en achterbank te plaatsen. De kinderbank is bij uw Volvo dealer verkrijgbaar.

2 Kinderen vanaf de leeftijd dat ze kunnen zitten en tot een lengte van ongeveer 117 cm (6 - 7 jaar)

Gebruik nooit het type kinderzitje, dat aan de rugleuning van de achterbank wordt gehangen. U kunt het beste gebruik maken van de Volvo veiligheidsstoel, die naar achteren wijst. Deze kinderveiligheidsstoel is eveneens bij uw Volvo dealer verkrijgbaar. Deze stoel wordt op de passagiersstoel of de

achterbank bevestigd en wijst naar achteren. In beide gevallen moet u de stoel met de veiligheidsgordel van de auto vastzetten, zelfs als de stoel niet wordt gebruikt, zodat de stoel bij een eventuele zware botsing niet los kan schieten.

Hoe u de stoel moet vastzetten blijkt uit de installatie-instrukties die bij de stoel geleverd worden

3 Kinderen langer dan 117 cm (ouder dan 6-7 jaar)

Als het kind uit de kinderstoel is gegroeid moet het op de achterbank zitten en de standaard veiligheidsgordels gebruiken. De beste bescherming wordt geboden als het kind op een kussen zit, met de heupgordel zo laag mogelijk op de heupen.

Een speciaal voor dit doel ontworpen en beproefd veiligheidskussen is bij uw Volvo dealer verkrijgbaar.

22

  1. als het kussen van de achterzijzing naar voren is gekardt contolyere of de net lussen het kussen en de schij van het portier gekemed zit, daar dit de jus werking van de rolgordei kan verhinderen (zie ook pag 271).
  2. de gordel dient contortabel over uw schouder te iigenen. Luw Volvo dealer kan indien nodig, de hoogte van de bovente brevisziging van de gordel veranderer

De gordel may niet gedaalid zitten;

- Trak de gordel langzaam uit - Druk de gesp in de sluthing. - Fran duidelik hoortbaar kligazuid geelt - aan dat de gordel verszt.

Vastmaeken

Rode knop op de sluding indukken Geel net optimechanisme de galage Nord de gurdet geheal op le rollen

Losmaeken

De gordels zijn voorn gemonterd voor sommige landen eveneens achtein. Men zich vluit bewegen in de gordel om Iets op de achterbank te leggen of iets uit de veiligheedsorgrodi kan niet worden uit geleken en is geblockeed

Automatische driepunts rolgordeis

-EN waarachwinglamp op net instyt- togetderv van een in gebruik ziznde voor- steel niet is vastgemakt

VOLVO 345 (1981) - Automatische driepunts rolgordeis - 1

onderhoud veiligheidsgordels

VOLVO 345 (1981) - onderhoud veiligheidsgordels - 1

  • Gebruik uitsluitend water met een synthetisch wasmiddel om de gordels schoon te maken.
  • Als de gordels zwaar belast zijn geweest, bijvoorbeeld bij een aanrijding, moeten ze, ook als er niets aan te zien is, compleet ^o worden vervangen, omdat ze aan beveiligende eigenschappen hebben ingeboet.
  • Verander nooit zelf iets aan de constructie, maar wendt u tot een Volvogarage.

VOLVO 345 (1981) - onderhoud veiligheidsgordels - 2

auto's die zijn uitgerust met autogordels de achterbank, is een heupgordel aanacht voor de middelste achterpassa. Deze gordel dient zo strak mogelijk worden afgesteld zonder dat hij ongeak veroorzaakt.

inger maken: pak de gesp vast, haaks opzichte van de gordel en trek de gor-

orter maken: (na het vastmaken van deordel) trek het bovenste deel van de gorgel terug.

* Compleet: de veiligheidsgordel, inclusief het rolmechanisme met blokkeerinrichting en alle bevestigingsbouten.

Controle

  • Als beide gordels voorin zijn vastgemaakt, mag het controlelampje niet langer branden. Indien dit wel zo is, controleer dan of de gesp goed gesloten is.
  • Trek snel en hard aan de gordel om het blokkeringsmechanisme te controleren.
  • Controleer af en toe de werking van de veiligheidsgordels ook onder het rijden, bij het afremmen en het nemen van bochten.

Bij deze laatste twee controles behoort de gordel niet uitgetrokken te kunnen worden.

portieren en sloten

VOLVO 345 (1981) - portieren en sloten - 1

Afsluiten: draar de sleutei naar de achterkant van de auto

Openen draai de sleutel naar de voor- kant toe.

VOLVO 345 (1981) - portieren en sloten - 2

Het openen van buitenaf

De portieren worden geopend door aan de handgreep te trekken

VOLVO 345 (1981) - Het openen van buitenaf - 1

Het openen van binnenuit

De portieren kunnen altijd van binnen geopend worden, of ze nu op slot zitten niet (m u.v. een achterportier met het derveiligheidsslot in werking)

Accessoires te verkringen bij uw dealer kaartenvak portier, tochtschermen vo de voorportieren.

portieren en sloten

VOLVO 345 (1981) - portieren en sloten - 1

et afsluiten van binnenuit

e portieren worden afgesloten door de pop in te drukken. De voorportieren gaan op slot als de knop eerst wordt inge- ukt en daarna het portier wordt dichtge- aan. Hierdoor wordt voorkomen, dat de portieren worden afgesloten met de sleu- ls nog in de auto.

Door de stand van de knoppen kunt u meteen zien of alle portieren op slot zijn.

Bedenk dat als de afsluitknoppen ingedrukt zijn onder het rijden, dit bij een ongeval te hulp schietende mensen kan verhinderen u te bereiken!

VOLVO 345 (1981) - et afsluiten van binnenuit - 1

Kinderveiligheidsslot (345)

Het kinderveiligheidsslot kan alleen worden ingesteld als het achterportier openstaat.

Hefboom omhoog: het portier kan alleen van buitenaf worden geopend.

Hefboom omlaag: het portierslot werkt normaal.

Accassore te verkuligen bil uw dealu veligheidserek voor de hoedenplank

Als er veel bague wordt megegenaan den op sobre punten, die langs d'acelerut kumen scenarien. Het ver- baschädig

Omerking

steugetel honzontaal staat.

Openen: Sieuţel linksom drauen tol hel

slueteigat vertical staat

Astituten: Steuelt recithosom dausien lot het

Steck de portuierstelei in het slot

Suit de keep door daze staving dichi te drunken.

branden (nel L).

Druck de gieep in en frck de kiep open Het licht in de bagaguerite gaat nu

komen

geplaatste pakles mit tegen de acheter

De hoedenplank (nil L), die de bagage cumte aldek, is zo ontworpen dat de ergo

Openen van de achterkliep

Slot van de achterklep

Bagageruimte

VOLVO 345 (1981) - Bagageruimte - 1

achterklep, bagaveruimte

VOLVO 345 (1981) - Bagageruimte - 2

erwijderen van de hoedenplank

m de bagageruimte te vergroten, moet lereerst de hoedenplank als volgt worverwijderd:

klap het achterste deel naar voren,

trek aan de hoedenplank en schuif deze uit de geleiding van de kofferpanelen.

VOLVO 345 (1981) - erwijderen van de hoedenplank - 1

Neerklappen van de achterbank

  • Ontgrendel de rugleuning door de knoppen, links en rechts, in te drukken.
  • Klap de zitting naar voren en trek de rugleuning naar beneden.

Drie-deurs modellen: verzeker u ervan dat de autogordel van de voorstoelen niet klem door de naar voren geklapte zitting. Dit kan verhinderen dat de rolautomaat de juiste banning op de gordel uitoefent, waardoor deze in een noodsituatie niet naar behoren fonctioneert.

VOLVO 345 (1981) - Neerklappen van de achterbank - 1

Terugklappen van de achterbank

  • Trek de rugleuning omhoog en naar achteren.
  • Indien autogordels gemonteerd zijn op de achterbank moeten deze langs de zijkanten van de rugleuning worden geleid.
    ● Klap de zitting terug.

Opmerking

De achterbankzitting kan zonodig in zijn geheel worden verwijderd door de twee scharnierpenen uit te trekken. Licht de scharnierpenhefboom uit de uitsparing en trek vervolgens de scharnierpen eruit met een draaiende beweging.

zijruiten achter, asbakken

VOLVO 345 (1981) - zijruiten achter, asbakken - 1

Scharnierende zijruiten, 343

Open trek de sluiting naar binnen en zweck vervolgens naar buiten.

Dicht de sluiting naar binnen zwenken en vergrendelen

De achterste zijnuten zijn alleen op slot wanneer de sloting volledig teruggedrukt is in de vergrendelde stand

VOLVO 345 (1981) - Scharnierende zijruiten, 343 - 1

Voor het ledigen de asbak compleet uit de armleuning trekken (345: de tunnelconsole) of een stofzuiger gebruiken.

VOLVO 345 (1981) - Scharnierende zijruiten, 343 - 2

De nodige bedrading voor het installere van een radio of radio cassettespeler reeds aanwezig.

De aansluilingen voor de radio zijn niplakband vastgemaakt aan de kabelboor die zich achter de kachelbediening in h dashboard bevindt en zij zijn bereikbaar door het handschoenenkastje te ve wijderen

VOLVO 345 (1981) - Scharnierende zijruiten, 343 - 3

e motorkap scharniert aan de voorzijde pen waardoor motor, reservewiel (B 14) zekeringenkast bereikbaar worden.

.grendel de motorkap door aan de endel onder het dashboard te trekken. e motorkap springt los uit de vergrende- ng en kan nu worden opgeklapt.

e motorkap wordt automatisch in geologie stand gehouden.

VOLVO 345 (1981) - Scharnierende zijruiten, 343 - 4

Trek de motorkapsteun van de aanslag af en sluit de motorkap.

Ga voor de auto staan en duw de motorkap met beide handen naar beneden tot u een klik hoort. De motorkap is nu vergrendeld.

VOLVO 345 (1981) - Scharnierende zijruiten, 343 - 5

De tankdop bevindt zich boven het rechter achterwiel.

Accessoire te verkrijgen bij uw dealer: een afsluitbare tankdop.

Aigemeen
En risheil om het bandstoverbruik z veel mogellik te beperken wil niet nood kelikerwijs zaggen dat men langza moet mlden, maar dat men soepel mo het volgen van onze aanbevelingen in cihig remmen zoveel mogellik voorkomva tig remmen zoveel mogellik voorkomva tig remmen zoveel mogellik voorkomva tig remmen zoveel mogellik voorkomva tig remmen zoveel mogellik voorkomva tig remmen zoveel mogellik voorkomva tig remmen zoveel mogellik voorkomva tig remmen zoveel mogellik voorkomva tig renmener zoveel mogellik voorkomva tig renmener zoveel mogellik voorkomva tig renmener zoveel mogellik voorkomva tig renmener zoveel mogellik voorkomva tig renmener zoveel mogellik voorkomva tig renmener zoveel mogellik voorkomva tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogcellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmener zoveel mogellik voorkomwa tig renmenergy warrer (een koude motor verbrukil meed bandstof).
● drael de motor zo vlug mogellik warr (een koude motor verbrukil meed bandstof).
● rild met constante selenaden op auli senviwegen.
● probeer korte-astlandrisjles le midden (koude motor)
● vermiid het meerstouwen van onodlig banden of een imperiaal, wanener, die milt langer nodig is
● vermiid het midden met winter/splike barden of een imperiaal, wanener, die milt langer nodig is
● vermiid het midden met winter/splike barden of een imperiaal, wanener, die milt langer nodig is

inriiden, brandstofverbruik

Jinig rijden, automatische trans- issie

n zo veel mogelijk nut te hebben van het 'erdrive effect voor het zuinig rijden met ito's uitgerust met de AUT automatische insmissie, wordt het volgende aanbevo-?

Neem langzaam het gaspedaal zover terug dat de gewenste snelheid nog juist wordt gehandhaafd. De transmissie schakelt hierdoor automatisch over naar de overdrive-positie. De motor maakt daardoor relatief minder toeren.

Druk het gaspedaal geleidelijk in om de snelheid te verhogen. Hierdoor wordt een hogere snelheid bereikt zonder dat de automatische transmissie een lagere overbrengingsverhouding kiest.

pagina
Starten en rijden30-41
starten van de motor32
versnellingsstanden33
automatische transmissie34
rijden met een caravan38
Service en onderhoud42-83
Technische specificaties84-93
INDEX94-96

Starten van de motor

Starten van een koude motor

GL, DL en L (B 14)

(Bij het starten bij lage temperaturen, d.w.z. beneden -5°C, wordt aanbevolen het gaspedaal driemaal in te drukken al-vorens met de volgende startprocedure te beginnen.)

1 Trek de handrem aan.
2 Plaats de versnellingshendel in neutraal (N).
3 Druk het koppelingspedaal in.
4 Trek de chokeknop helemaal uit. Kom niet aan het gaspedaal.
5 Draai de contactsleutel in de startstand.

Laat de sleutel los zodra de motor aan- slaat

Wil de motor binnen ten tot vijftien seconden niet aanslaan, draai dan de sleutel terug in de „blokkeerstand“ en wacht even alvorens de startprocedure te herhaien (om de accu op peil te laten komen).

Start niet langer dan twintig seconden achtereen

6 Druk de chokeknop iets terug. Als de motor eenmaal loopt, mag de chokeknop niet verder uitgetrokken staan dan strikt noodzakelijk is om de motor rustig te laten lopen. Duw daarom de chokeknop geleidelijk terug als

de motor op temperatuur komt. Om het brandstofverbruik en de uitlaatgas-emissie op een minimum te houden dient u de chokeknop zo snel mogelijk volledig terug te duwen.

Starten van een warme motor

(alle modellen)

1 Trek de handrem aan.
2 Plaats de versnellingshendel in neutraal (N)
3 Druk het koppelingspedaal in.
4 Druk het gaspedaal iets in.
5 Draai de contactsleutel in de startstand.
Laat de sleutel los zodra de motor aan- slaat:

Wil de motor niet onmiddellijk aanslaan druk dan het gaspedaal volledig in en laat het los zodra de motor aanslaat

Waarschuwing

Als u de motor in een garage start, open dan de garagedeuren helemaal. De uitlaatgassen bevatten namelijk koofmonoxyde dat onzichtbaar en reukloos is maar wel zeer giftig!

Starten van een koude motor

GLS en DLS (B 19)

1 Trek de handrem aan
2 Plaats de versnellingshendel neutraal (N).
3 Druk het koppelingspedaal in
4 „Zomer“ (temperatuur + 10°C, hoger)
Trek de chokeknop voor driekwart u Kom niet aan het gaspedaal!
„Winter“ (temperatuur beneden 10°C)
Trek de chokeknop helemaal uit. Kom niet aan het gaspedaal!
5 Draai de contactsleutel in de star stand.
Laat de sleutel los zodra de motor aa slaat.
Wilde motor niet onmiddellijk aanslaat druk dan het gaspedal volledig in houdt het ingedrukt totdat de mot aanslaat.

Laat een koude motor niet direct na ' starten met hoge snelheden draaien!

6 Druk de chokeknop iets terug Als de motor eenmaal loopt, mag o chokeknop niet verder uitgetrokke staan dan strikt noodzakelijk is om c motor rustig te laten lopen. Duw dapi om de chokeknop geleidelijk teru de motor op temperatuur komt. Oui tu brandstofverbruik en de uitlaatga emissie zo laag mogelijk te houdel dient u de chokeknop zo snel mogeli volledig terug te duwen.

aai de motor zo vlug mogelijk arm

ervaring is gebleken, dat motoren veel eller slijten in auto's die korte afstanden eggen waarbij de motor veel wordt afzet. Dit komt, doordat de motor nooit de ons krijgt goed op temperatuur te komen. Naald van de koelvloeistoftemperarmeter loopt op naar het „N” punt op wijzer, zie pagina 6.)

dra de motor draait, moet men dan ook beren deze zo snel mogelijk op de rmale werktemperatuur te brengen. at de motor niet met stationair of ver- ogd toerental in neutraal warmdraaien, ar rijd zo vlug mogelijk weg en belast motor slechts weinig.

VOLVO 345 (1981) - aai de motor zo vlug mogelijk arm - 1

Om onnodige slijtage van de koppelingsvoering te voorkomen:

  • het koppelingspedaal bij iedere schakeling helemaal indrukken.
  • uw voet nooit op het koppelingspedaal laten rusten tijdens het rijden.

VOLVO 345 (1981) - aai de motor zo vlug mogelijk arm - 2

Licht met de vingers de ring onder de versnellingshendelknop op bij het kiezen van de achteruitstand.

De transmissa s balan went in Bil onderhoud aan de euro moel de souzonderel aitid to daza sland steau

N Neurolé stand R Achteruistland (lachtenbilamperi ingeschakel)

Hierbij wordt de transmissie mecha- nisch geblokkerd. Daze positie kan woden gebrukt wanner de aito ge- parkeder staal, maar hel is gewent om tevens de handem aan te tarken wanner op een helling wordt gepar- keerd. Nooit het motolorverial opvoeren met de keuzehende in staal P.

P Karkeerstand Keuzehendelposities

De keuzehandel wordt op de volgende Wilde bedend

in auto's die zin uigurst met het .AUT. automatische transmissystem wordt de gewerste risland op een soortgelijke manier gezogen hierstand op een conventionele automatische transmissie.

Nooll gaseveen lijds het verplaaten van de keuzehendel.

Om de hendelussen de standen P en R le bewegen, de drukknoop geheld in-

Om de hendel tussen de standen D en R le bewegen, de drunknog ten dale in-

De kauzehender wordt op de volgende wilde bedend

De kuzehandel may alleen worden ver- plaatst wanneer de auto silstaal.

Keuzehendelbediening

automatische transmissie

arten

Zet de keuzehendel in de stand N°. Start de motor.

Plaats de keuzehendel naar behoefte in stand D of R.

De motor mag ook in stand P worden gestart, maar u mag nooit het motor-toerental opvoeren in deze stand.

oppen

n de auto te stoppen moet het gaspeal worden losgelaten en het rempedaal orden ingetrapt.

krachtig remmen worden niet alleen de elremmen in werking gesteld, maar hakelt de transmissie tevens in een la- re overbrenging, waardoor ook op de otor wordt afgeremd.

inneer geparkeerd wordt, mag stand P worden ingeschakeld als de auto geel stilstaat.

jden

ap het gaspedaal zover in tot de ge- ste snelheid is verkregen en laat het al daarna zover terugkomen, dat de wenste snelheid blijft gehandhaafd.

transmissie zal daarbij automatisch in „overdrive“ positie schakelen.

Acceleratie (kick-down)

Wanneer een maximale optreksnelheid vereist is — bijvoorbeeld bij het inhalen — moet het gaspedaal geheel worden inge-trapt voorbij de voelbare vol-gaspositie. Daardoor wordt automatisch de laagste overbrengingsverhouding gekozen (kick-down effect). Wanneer het gaspedaal weer terugkomt in de rijpositie, zal de transmissie automatisch weer opschakelen.

VOLVO 345 (1981) - Acceleratie (kick-down) - 1

Lage-versnellingsstand (stand 1)

Het gebruik van deze schakelaar heeft een soortgelijk effect als het inschakelen van de lage stand (1) bij een conventionele automatische transmissie.

Door het bedienen van deze schakelaar bereikt men het terugschakelen naar een lagere overbrengingsverhouding.

Dit is speciaal van nut in bergachtig terrein, omdat hierdoor wordt bewerkstelligd:

- het beste klimvermogen.

- het gunstigste motorremeffect bij afdalingen.

De stand is eveneens nuttig bij het rijden:

in files

- met volbeladen auto

- met een caravan (zie pagina 39).

Gebruik de lage-versnellingsstand even-wel nooit bij hoge snelheden.

Belangrijk

Door de volgende punten te bestuderen kunt u onnodige koppelingslijtage voorkomen:

- Bedien de keuzehendel uitsluitend wanneer de auto stilstaat.

De keuzehendel mag worden bediend wanneer de motor stationair, of iets sneller dan stationair (met uitgetrokken choke) loopt, maar nooit wanneer het motortoerental hoog wordt opgevoerd.

● Laat nooit tijdens het rijden uw hand op de keuzehendel rusten.

Een lichte druk op de drukknop stelt namelijk automatisch het ontkoppelingsmechanisme in werking en dit mag tijdens het rijden nooit plaatsvinden.

● Probeer nooit op een helling de auto staande te houden door wat gas te geven.

Gebruik daarvoor altijd de handrem

- Vermijd om met één voet het gaspedaal en met de andere voet tegelijkertijd het rempedaal te bedienen.

- Voer nooit het toerental van de motor op wanneer de keuzehendel in de P-stand staat.

Een dergelijke handelwijze kan schade veroorzaken aan de centrifugaalkoppeling en de aandrijving.

slepen

VOLVO 345 (1981) - slepen - 1

Zowel aan de voor- als achterzijde van de auto zijn sleepogen aangebracht voor de bevestiging van een sleepkabel. Ze bevinden zich aan de rechterzijde van de auto, onder de bumper.

Slepen van de auto

Indien noodzakelijk kan de auto over elke afstand worden gesleept Zorg hierbij echter voor het volgende:

- Plaats de versnellingshendel in neutraal. (AUT keuzehendel in stand N)

- Contactsleutel in het contactslot houden.

Zet het contactslot in de „blokkeerstand“ (draai de sleutel eerst naar „rijstand“ en dan terug naar de „blokkeerstand“ om u ervan le verzekeren dat het stuurslot vrij is)

- De rembekrachtiger werkt niet als motor niet loopt zodat een grotere p daaldruk moet worden uitgeoefen het remmen

Opmerking

In de meeste landen gelden aparte sn heidsbepalingen voor de auto met slee

starten met een hulpaccu

st starten van de motor door slepen n de auto

t is slechts mogelijk bij auto's met een ndgeschakelde versnellingsbak. De kkende auto rijdt met een gelijkmatige elheid.

de te trekken auto:

Schakel het contact in en trek bij een koude motor de choke uit.

Druk het koppelingspedaal naar beneden en schakel de derde of vierde versnelling in. Zodra de trekkende auto voldoende snelheid heeft ontwikkeld, het koppelingspedaal soepel laten opkomen.

Druk het koppelingspedaal in zodra de motor loopt.

VOLVO 345 (1981) - st starten van de motor door slepen n de auto - 1

De accudamp van een automobiel-accu bestaat uit een mengsel van waterstofgas en zuurstof — het zogenaamde „knalgas“ — dat zeer explosief is! Er zijn gevallen bekend van vonkvorming door onjuist aangesloten accu's waardoor de accu is ontploft met als gevolg zowel persoonlijk letsel als materiaalschade.

Starten met een hulpaccu

Als de accu in uw auto ontladen is, kan gebruik worden gemaakt van een hulpaccu om de motor te starten. Om elk gevaar van ontploffing uit te sluiten, raden wij u aan de volgende startprocedure zeer nauwkeurig te volgen.

  • Verzeker u ervan dat de hulpaccu een 12 Volt accu is.
  • Als de hulpaccu zich in een andere auto bevindt, controleer dan of de auto's elkaar niet raken (elektrisch contact!).
  • Gebruik startkabels en sluit altijd de pluspool (rode kabel) van de hulpaccu (1) aan op de pluspool van de ontladen accu (2).

(Controleer altijd of de klemmen goed zijn aangesloten om vonkvorming te voorkomen gedurende de startprocedure.)

  • Sluit vervolgens de minpool, zwarte kabel (3), aan op de gevlochten massakabel van de auto-accu op een punt dat verwijderd is van de accu (4).
  • Start de motor van de „hulpauto“ en laat deze gedurende enkele minuten met verhoogd stationair toerental draaien (ongeveer 1500 omw/min.).
  • Start de motor

De accuklemmen niet verplaatsen gedurende de startpogingen! Ga niet over de accu's hangen!

- Neem, nadat de motor is gestart, de kabels precies in de omgekeerde volgorde los. d.w.z. 4, 3, 2, 1 in de schets.

En serial originate Volvo 343/345 tel scopeanse caravanspeges kunnir door uw dealer worden galverd

De armen van de butenspieges mo ten wolden verlanged, daar de carey in de-taget brader is dan de aulo

overbelasting van de verming van de au to verminden

Het is daaron vaak beter om de baga in de caravan te plasten in plaats in de auto om zodovande het risco

most worden algetrocken van de max maal togetaste belasting in de any en, of op de accteres (zie pag. 87).

de terkhak drukt, togevoegd aan de druk op de aciteras. Deze belastie

maal de belasting die op de kogel van ulistelekt, wordt ongveer anderske

Door de helloomwerking van de tre back die aan de astraikart van de alu

dicht mogellijk bij de optimale waarde te stellen, die voor uw model auto in tabel is aangeveen

De beste resultaten worden verkeige door de druk op de texhaakogel.

ren en rememen minder gemakkel gean, vooral bij zizwinden.

van/anchangwagen, waardoor het stl

le weighing gewicht op de teckharkoog resulted in een minder stabelie car

D E D D H H

De stabiliteit van de auto/caravan combinatie zal worden verbeterd, wanneer de bagage in de caravan (vooral zware stukken) op de vloer zijn geplaatst, het liefst boven de as en natuurlijk zo verdeeld, dat de juiste druk op de trekhaakkogel wordt verkregen (zie pagina 38).

Wanneer zware bagage in de auto wordt meegevoerd, moet deze zover mogelijk naar voren in de kofferruimte worden geplaatst of tussen de voorstoelen en de achterbank.

De bandenspanning van de achterwielen moet worden verhoogd in verband met de druk uitgeoefend op de trekhaak (bandenspanning: zie pag. 68.)

De kogel van de trekhaak moet regelmatig worden ingevet, om onnodige slijtage te voorkomen.

De auto moet goed worden ingereden (min. 2000 km) voordat hij wordt gebruikt om een caravan over lange afstanden te trekken.

Het achteruitrijden met een caravan inter de auto vereist wat oefening. Maak u hiermee vertrouwd vóór u op vakantie gaat.

Bij het rijden met een caravan ...

  • Het acceleratievermogen is minder dan normaal.
  • De remweg is langer dan normaal.
  • Motor en transmissie worden zwaarder belast dan normaal.
    Gebruik daarom altijd een lagere versnelling (AUT: de lage-versnellingsstand) zowel bij het klimmen en dalen als bij het rijden in een file.
  • Het benzineverbruik zal iets toenemen door het grotere gewicht en ook door de grotere luchtweerstand.
  • Een caravan is zijwindgevoelig.
  • De wettelijke voorschriften betreffende de maximum snelheid kunnen variëren van land tot land.

Voorkom krachtig remmen!

In heuvelachtig terrein ...

Over het algemeen gesproken vermindert het vermogen van een motor bij het rijden op grote hoogte, waardoor de trekprestaties van de auto afnemen. Dit geldt zowel voor auto's met een automatische als een handgeschakelde versnellingsbak.
- Bij het afdalen van lange steile hellingen worden de remmen aan een grote-re belasting blootgesteld.
Het risico van oververhitting van de remmen kan tot een minimum worden teruggebracht door een lage versnel- ling in te schakelen en de snelheid van de auto overeenkomstig aan te passen.
- Het is belangrijk dat de koppeling niet oververhit raakt, vooral bij het herhaaldelijk stoppen en starten op heilingen. Rijd zo weinig mogelijk met „slippen-de“ koppeling.

rijden met een imperiaal

VOLVO 345 (1981) - rijden met een imperiaal - 1

Rijden met een imperiaal

  • Gebruik een stevige, voor uw Volvo ontworpen imperiaal, die goed kan worden vastgezet Volvo dealers leveren deze speciaal door Volvo ontworpen imperialen
  • Het is niet raadzaam de imperiaal voor lange perioden ongebruikt op het dak te laten ziffen. Hij is daarbij blootgesteld aan het weer en zelfs een lege imperiaal verhoogt de luchtweerstand van de auto en daardoor het benzineverbruik

  • Verdeel het gewicht gelijkmatig over de imperiaal. Voorkom dat het gewicht op een kant drukt

  • Plaats het zwaarste deel van de lading zo dicht mogelijk bij het dak
  • Zet de bagage goed vast; gebruik een bagagenet.
    ● Rijd soepel

  • Denk eraan dat met het gewicht van lading, het zwaartepunt en de rij-eige schappen van de auto veranderen.

  • De zijwindgevoeligheid neemt toe naag gelang het volume van de bagage
  • De maximaal toegestane belading va de imperiaal bedraagt 50 kg.

ij- en stuureigenschappen

e auto heeft bij het rijklaar gewicht een eutraal stuurkarakter en een goede ge- chtsverdeling. Hierdoor blijft de auto abiel in de bocht liggen en vermindert de ins op het wegslippen van de achterwie- n.

ergeet niet, dat deze eigenschappen innen veranderen als de auto anders wordt belast. Van grote betekenis voor de -eigenschappen van de auto is ook de indenspanning. Wij raden aan niet al teel te experimenteren met de bandenbanning, maar onze aanbevelingen op igina 68 gewoon op te volgen. Wij raden ook aan geen verschillende typen banen op de auto te monteren, bijv. radiaal- diagonaalbanden, daar in dat geval de -eigenschappen van de auto radicaal innen veranderen.

ijden met geopende achterklep

rijden met de achterklep open en oral wanneer u een lading meevoert die in de achterkant van de auto uitsteekt, in een gedeelte van de uitlaatgassen ok het koolmonoxyde) in de auto wor- en gezogen. Om alle risico's voor de in- enden uit te sluiten, moeten het lfdak en alle ramen worden gesloten vervolgens de verwarming en ventilatie worden ingesteld, dat een krachtige chtstroom door de blaasmonden wordt erkregen.

Remmen

Zwaar belaste remmen

Wanneer men in bergachtig terrein rijdt, bijvoorbeeld de Alpen, dan worden de remmen van de auto extra belast. Daar de snelheden bovendien vaak laag zijn, worden de remmen niet zo effectief gekoeld als bij snel rijden op rechte wegen. Om de remmen niet te veel te belasten, behoort men in plaats van de voetrem, de tweede versnelling (AUT: lage-versnellingsstand) in te schakelen. Op deze manier wordt het motorremeffect beter benut en de voetrem behoeft slechts nu en dan te worden gebruikt.

Vocht in de remmen

Bij regenachtig weer of bij het wassen van de auto kunnen de remvoeringen vochtig worden wat een veranderd remgedrag tot gevolg kan hebben.

Daarom is het gewenst om — wanneer deze situatie zich voordoet — het rempedaal af en toe licht in te drukken, zodat door de daarbij optredende warmteontwikkeling het vocht verdampt.

Als de rembekrachtiger niet werkt

De rembekrachtiger werkt alleen bij draai- ende motor. Als men de auto laat uitrollen of laat slepen met afgezette motor moet een pedaaldruk worden uitgeoefend, die enkele malen groter is dan normaal.

Het rempedaal voelt stug en hard aan als de rembekrachtiger niet werkt.

Een remcircuit raakt defect

Het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel geeft aan, dat het remvloeistofniveau in het reservoir te laag staat (zie ook pagina 7).

Het rempedaal laat zich gemakkelijker en verder indrukken.

Het is echter niet nodig het pedaal harder in te drukken dan normaal.

Als het waarschuwingslampje aangaat, rijd dan voorzichtig naar een garage om het remsysteem te laten controleren na eerst te hebben gecontroleerd of het remvloeistofreservoir niet helemaal leeg is.

service en zuinig rijden

Zuinig rijden

Bedenk dat regelmatig onderhoud het brandstofverbruik gunstig beinvloedt. Factoren die het benzineverbruik kunnen verhogen zijn o.a. de volgende ● vervuild luchtfilter

- versleten bougies

- onjuiste afstelling van de ontsteking - vuile motorolie en verstopt oliefilter

● foutief stationair toerental

- foutieve lucht-voorverwarming van de carburateur

- foutieve klepspeling

- remmen die „aaniggen“

- foutieve voorwieluitijning

Al deze punten en nog veel meer worden door uw Volvo werkplaats gecontroleerd en eventueel verholpen bij de 10 000 km servicebeurt

pagina

Service en onderhoud42-83
voorzorgsmaatregelen tijdens onderhoudswerkzaamheden45, 58
motorolie48
koelsysteem54
zekeringen59
vervangen van gloeilampen60-67
verwisselen van een wiel70
vervangen van ruitewisserbladen73
routine-onderhoud78-81
opsporen van storingen82

Technische specificaties 84-93

INDEX94-96
43

onderhoud

Volvo service

Voordat de auto werd afgeleverd zijn er twee inspectiebeurten aan voorafgegaan. De eerste werd door de importeur verricht, waarna de dealer een alleveringsinspectiebeurt uitvoerde, geheel overeenkomstig de voorschriften van de Volvo fabriek.

Garantie-inspectiebeurt

Als de eerste 1 000 km zijn afgelegd, moet de auto naar een Volvo garage worden gebracht voor het uitvoeren van een garantie-inspectiebeurt. Hierbij wordt o.a. de olie van motor en transmissie ververst.

10 000 km servicebeurt

Na deze servicebeurt moet men het onderhoud van de auto aanpassen aan het Serviceboekje met inspectiebeurten om de 10 000 km. De omvang van deze servicebeurten wordt in het Serviceboekje beschreven

Denk eraan dat...

  • de 10 000 km servicebeurt nodig is om uw auto zowel bedrijfszeker als verkeersveilig te houden.
  • als de 10 000 km servicebeurt niet wordt uitgevoerd, er gevaar bestaat voor een onaanvaardbare toename van de milieu-schadelijke bestanddelen van de uitlaatgassen.
  • een servicebeurt het beste wordt uitgevoerd door een Volvo werkplaats. Daar is uw auto in handen van geschoolde monteurs, die toegang hebben tot speciaal gereedschap en betrouwbare service literatuur.
  • iedere servicebeurt gehonoreerd wordt met een stempel in het Serviceboekje. Een goed afgestempeld boekje is een indicatie van een goed verzorgde auto en dit verhoogt de inruulwaarde van de auto.

Doe het zelf

Er zijn enkele service werkzaamheden de meeste autobezitters zelf kunnen u voeren zoals b.v. oliepeilcontroles, oli verversingen enz. Dergelijke werkzaal heden en kleine reparaties, die iede chauffeur vroeg of laat eens moet do (vervangen van lampen, zekeringen, ve wisselen van wielen). zijn derhalve op volgende pagina's van deze handleidij beschreven.

Een uitvoerige beschrijving van reparatien afstellingen is in onze servicehan boeken te vinden. Deze handboeken ku u bestellen bij uw Volvo dealer.

Voor de geldigheid van onze garantievoorwaarden stellen wij als absolute eis.

dal de hierboven genoemde garantie-inspectliebeurt bij ongeveer de aangegeven kilometerstand wordt uitgevoerd,

dat de auto overeenkomstig de door ons verstrekle voorschriften wordt onderhouden en

dat zowel servicebeurten als reparaties door een erkende Volvo garage worden uitgevoerd.

opkrikken van de auto, voorzorgsmaatregelen

pkrikken van de auto

arage

anneer een hefbrug met zogenaamde efarmen wordt gebruikt, dient er op te orden gelet, dat de draagpunten van de efarmen onder de vier kriksteunen ko- en. Deze zijn voor dit doel speciaal ver- erkt.

aragekrik

ik de auto op onder een van de vier iksteunen.

et een garagekrik kan de auto ook wor- en opgekrikt onder de achteras of onder a achterste motordrager.

st er op, dat de krik goed wordt geplaatst, odat de auto niet van de krik afglijdt.

"ik de auto nooit op onder de oliepan en stuurstang.

VOLVO 345 (1981) - "ik de auto nooit op onder de oliepan en stuurstang. - 1

  • Kruip nooit onder de auto wanneer deze op de krik staat!
  • De bij de auto geleverde krik moet uitsluitend worden gebruikt voor het verwisselen van een wiel. Bij andere werkzaamheden waarbij de auto moet worden opgekrikt, dient men de auto te ondersteunen bij het krikpunt door middel van bokken of iets dergelijks.
  • Trek de handrem aan en schakel de eerste versnelling of de achteruit stand in, bij auto's met automatische transmissie de P-stand.
  • Blokkeer de voor- en achterkant van de wielen die nog op de grond staan met behulp van houten blokken of stenen.

motorruimte

1 Reservoir sproeiers voorruit en koplampen

(Innoud: 5 liter)

2 ACCU

  1. Carburateur

5 Olievuldop

6 Stroomverdeler

7 Expansietank koelsysteem 8 Wisselstroomdynamo

9 Chassisnummer

10 Zekeringenkast

12 Oliepeilstok

13 Reservoir remvloeistof

14 Bobine

15 Plaatje met gegevens voor de emissiecon-

trole (Zweden)

VOLVO 345 (1981) - motorruimte - 1

1 Reservoir ruitesproeiers/koplampsproeiers (inhoud: 5 liter)
2 Expansietank koelsysteem
3 Plaatje met gegevens
4 Olievuldop
5 Stroomverdeler
6 Luchtfilter
7 Accu
8 Zekeringenkast
9 Chassisnummer
10 Oliepeilstok
11 Carburateur
12 Reservoir remvloeistof
13 Bobine
14 Plaatje met gegevens voor de emissiecontrole (Zweden)

motorolie

B 14 motor (GL, DL en L)
Shenakop
pertich
- MAX - MIN oliefilter aftapplug

B 19 motor (GLS, DLS)
obrevuldop
perlstok
VOLVO 345 (1981) - motorolie - 2

Controle van het oliepeil

Controleer het oliepeil bij het tanken. D auto moet daarbij horizontaal staan. Ma de peilstok goed schoon voor iedere oli peilcontrole. Het oliepeil moet noch onder het MIN-teken, noch boven het MA) merkteken op de peilstok staan

Bijvullen van olie

Zonodig olie bijvullen van hetzelfde soo als al in de motor aanwezig is

Voor het bijvullen van MIN tot MAX is om geveer een liter olie nodig.

Aftappen van olie

Verwijder de olie-aftapplug. Ververs o olie bij een warme motor: de olie is da „dunner“ en kan dan vollediger en snelle worden afgetapt

Vernieuw tevens de afdichtring om olle lekkage te voorkomen.

Oliefilter vernieuwen

Vernieuw het filter iedere keer als de oli wordt ververst. Als alleen het filter wordt vernieuwd moet ongeveer een halve lite olie worden bijgevuld

Viscositeit

Temperatuurgebied (constante temperatuur)
boven + 30°Ctussen + 30°C en -10°Cbeneden -10°C°
SAE 10W-40 of 10W-30
SAE 15W-50 of 15W-40
SAE 20W-50**
SAE 30
SAE 20/20W
SAE 10W

^* Bij zeer lage temperaturen (onder -20^ ) of onder omstandigheden waarbij koudstartproblemen worden voorzien: Multigrade SAE 5W-20 (5W-30). Gebruik deze olie niet echter bij temperaturen die vaak boven 0^ liggen.
** SAE 20W-50 dient uitsluitend te worden gebruikt onder buitengewone rijomstandigheden die een hoog olieverbruik met zich meebrengen, b.v. rijden in bergachtig terrein waarbij veel op de motor wordt afgeremd of lange trajecten met hoge snelheden.

Kwaliteit olie

SE-CC of SF-CC overeenkomstig de API Service specificaties. Synthetische of semi-synthetische motoroliën mogen worden gebruikt, mits ze dezelfde specificaties hebben als de hierbovenvermelde oliën.

Opmerking: oliën met de aanduiding SE-CD mogen niet worden gebruikt.

Viscositeit

Zie de tabel.

Inhoud

exclusief oliefilter.

B 14:3.5 liter B 19:4.0 liter

inclusief oliefilter,

Controle van het oliepeil

Bij het tanken.

Olie verversen

Gedurende de inloopperiode: na de eerste 1000-2000 km; daarna: om de 10 000 km of minstens eenmaal per jaar.

Wanneer uw auto wordt gebruikt onder zware omstandigheden, b.v. korte ritten in koud weer, in stadsverkeer, bij voortdu-rend rijden met hoge snelheden, bij hoge temperaturen, in de bergen of voor het trekken van een zware aanhangwagen, dient de olie om de 5000 km te worden ververst of minstens twee maal per jaar.

Allen na de este 1 dou km

Oile verversen:

Controle van ollapel: Na Iederé 10 000 km

Eindarudjving

Allen na de eerste 1 000 km

2.1 liter (bil) het verversen 1,9 liter. Controle van ollepell: Om de 10.000 km of minstans eenmaal in de zes maanden.

Jiboud

ATF (het getaie jaar)

Kwallett olive:

Verseellingsbak

versenellingsbak- en eindalandrijvingolle

1.45.1
B14 B19
All temperature SAE 90
Viscosite:
APJ GL 5 (MIL-1-2105 B or C)
clear De ole wort lege
De uille wordt áteleged door de alapping le verwideren. Zong dat de verszelleningsbaks- ofle warm si bil het verversion d.w.r.o.biel
Ollieell moet gelijk zin met de ni
Gabruk afild neuwe pakkingen bij het pleasen van de pluggen om oilek- kage le voorkomen
Heil ollpedi moel gelsk zil mel de m veal/velping. Do the word toegavead

versenlingsbak afapplug

VOLVO 345 (1981) - versenellingsbak- en eindalandrijvingolle - 1

Je controles en onderhoudsbeurten zijn opgenomen in het onderhoudsprogram-

ndrijfriemen

Deze uniek ontworpen riemen vormen in feite het kloppend hart' van het AUT systeem. Vanneer de riemen aan vervanging toe zijn, oet u er goed aan er op te letten dat uitsluitend e originele Volvo aandrijfriemen gemonteerd en. Alleen deze riemen zijn met succes for de stringente kwaliteitscontroles van Volo gegaan; controles die garanderen dat ze aan te speciale eisen voldoen, welke essentiëel zijn voor een optimale prestatie van het transmisiesysteem.

AUT tandwielkasten

Er is een primaire en een secundaire (eindaandrijving) tandwielkast.

Het oliepeil moet tot aan de niveau/vul- plug staan.

Het aftappen geschiedt door de aftap- pluggen te verwijderen.

Bijvullen geschiedt door de niveau/vul- plugopening.

Gebruik altijd nieuwe pakkingringen bij het plaatsen van de pluggen om olielekkage te voorkomen.

Kwaliteit olie:

(het gehele jaar door)

Viscositeit:

SAE 80 of SAE 80 W-90 (het gehele jaar door).

Capaciteit:

Primaire tandwielkast: 0,55 liter.

Secundaire (eindaandrijving)

tandwielkast: 1,03 liter

Controle van oliepeil:

Na iedere 10 000 km

Olie verversen:

Na iedere 20 000 km

(Tijdens het inrijden eveneens na de eer- ste 1 000 km.)

Opmerking:

Plaats de keuzehendel bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan de auto altijd in de N stand.

remvloeistof

VOLVO 345 (1981) - remvloeistof - 1

Het doorzichtige reservoir vereenvoudigt de regelmatige controle van het rem vloecistofniveau. Zorg ervoor, dat dit niveau noort beneden het minimum (MIN) daalt

Vul het reservoir steeds met Volvo-rem vloeistof SAE J-1703 (DOT 4) om verzekerde te zijn van een goed functioneren van de reminen

Normaal moet de remvloeistof iedere 3 jaar of 80 000 km worden ververst Dit dient in een Volvowerkplaats te gebeuren

(Als altijd zo wordt gereden, dat veel en vaak krachtig moet worden geremd bij bij het nijden in de bergen moet de rem vloeistof eenmaal per jaar worden ververst)

VOLVO 345 (1981) - remvloeistof - 2

Om de werking van het controlelampje op het instrumentenpaneel te controleren he contact aanzetten en de handrem antrekken. Zowel het handremcontrol lampje als dat van het remvloeistofniveau moeten gaan branden

VOLVO 345 (1981) - remvloeistof - 3

Om het oliepeil in de zuiger-dempinrichting te controleren, moet de zuiger eerst worden verwijderd door de dop van de carburateur los te draaien. Zet de zuiger terug in de carburateur wanneer de olie de tijd heeft gekregen om terug te stromen. De olie is op zijn maximum niveau wanneer bij het omlaag drukken van de zuiger weerstand wordt gevoeld, wanneer de dop 18 mm van de rand verwijderd is (zie afbeelding). Olie moet worden bijgevuld wanneer weerstand wordt gevoeld op een afstand van ongeveer 3 mm van de rand.

Oliekwaliteit: ATF

Inhoud: 4.5 ml

Oliepeil controleren: elke 10 000 km

Olie verversen: niet nodig

Yet het koelsysteem bij zodra het niveau. Als er vaak bighge lot het MIN-letken op het expresslatenky is dan net koelsyste gezak. Als de motor warm is, daar dan de Yolo werkplaats
Controller het koevlloestofiniveau bil het Janken. Het niveau behoort lussen het MAX en MI-N taken op het expanslantke te staan
dop van het expansletenkje langzzaam los zodat de overdruk kan onstappen vuul nooit alleen water bil.

Bijvullen van koelvoestof (alle motoren)

Verweren van Koevlloestof, B 14

VOLVO 345 (1981) - Verweren van Koevlloestof, B 14 - 1

Zet de verwarming op „WARM“.
- Verwijder de dop van de expansietank.
- Open de aftapkraan aan de rechterzijde van het motorblok.

Jaak de onderste slang bij de radiateur IOS.

Het vullen van het systeem (B 19):

  • Sluit de radiateurslang weer aan en draai de aftapkraan dicht.
  • Vul de expansietank tot het MAX-merkteken of iets hoger.
  • Laat de motor warmdraaien en controleer of er geen lekkages voorkomen in het koelsysteem.
  • Vul met koelvloeistof bij tot aan het MAX-merkteken.

Mengverhouding koelvloeistof, alle motoren

Gebruik het hele jaar door een mengsel van 50% Volvo anti-vriesvloeistof en 50% water voor bescherming tegen bevriezen tot -35°C. In landen met een klimaat waar bescherming tot -20°C voldoende wordt geacht, kan een mengsel van 34% Volvo anti-vries* en 66% water worden gebruikt.

Vul nooit alleen water bij!

De anti-vriesvloeistof van Volvo beschermt het koelsysteem niet alleen tegen bevriezen, maar ook tegen corrosie van de materialen van de componenten, die in de motor en in het koelsysteem toegepast zijn. Bij aflevering door de fabriek is het koelsysteem gevuld met koel-vloeistof voor een vorstbestendigheid tot -20°C.

* Volvo type A (rood). Gebruik nooit verschillende soorten anti-vries door elkaar!

Inhoud koelsysteem

De inhoud van het koelsysteem is ongeveer...

B 14 motor: 5 liter

B 19 motor: 8 liter

Controle van het koelvloeistofpeil:

Controleer het koelvloeistofpeil bij het tanken.

Koelvloeistof verversen:

De koelvloeistof behoeft slechts om de drie jaar, liefst in de herfst, te worden ververst, met dien verstande dat het koelsysteem gevuld is met 50% Volvo anti-vries en 50% water. Als dit niet het geval is, dient de koelvloeistof met kortere tussenpozen te worden ververst.

10 mm

5-10mm

Riemspanning

De spanning van ventilatorniemen moet worden gecontroleerd volgens de onderhoudsvoorschriften

Een te strak gespannen ventilatorriem veroorzaakt voortijdige slijtage van de niem en van de dynamolagers

Fein te slap gespannen ventilatorriem kan gaan slippen, waardoor onvoldoende kneling wordt verkregen alsmede te weinig oplaadvermogen voor de accu.

Ventilatorriem, afstellen, B 14

Afstellen:

  • Draai de bevestigingsbouten van de dynamo iets los (17 mm en 11 mm sleutels)
  • Kantel de dynamo zover tot de ventla torneim 10 mm kan worden ingedrukt
  • Draai de bevestigingsbouteen weer vast en controleer de riemspanning

Ventilatorriem, afstellen, B 19

Stel als volgt af

● Draai de spanbout iets los (13 m-sleutel).
- Kantel de dynamo zo ver dat de ventilatorniemen 5 tot 10 mm kunnen worden ingedrukt
- Draai de spanbout weer vast
Bij het eventueel vervangen van een versleten of beschadigde hem, moeten altijd twee men, niemen worden gemonteerd.
Wanneer nieuwe riemen geconteleerd zijn, moet de riemspanning na 1000 2000 km opneuw worden gecontroleerd en zonodig worden bij-gesteld

onderhoudspunten van de carrosserie

Onderhoud van de carrosserie

imeer bepaalde punten van de carrosseie een of meer keer per jaar, dit voorkomt liepen, knarsen en onnodige slijtage. De sluiting van de motorkap, de scharnieen van de portieren, alsmede hun uitlagbegrenzers moeten iedere 10 000 km vorden gesmeerd.

ijdens de wintermaanden moeten ook de loten van de portieren en de achterklep vorden voorzien van grafiet om vastvrie- ten te voorkomen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Nr Onderhoudspunt

1* Sluiting motorkap
2 Motorkapuitsteller
3° Scharnieren en uitslagbegrenzers portieren
4 Rail en blokkeerinrichtingen voorstoelen
5 Raam- en sluitmechanismen (binnenkant portieren)
6 Sleutelgaten
7 Slotvangers portieren en stofafdekplaten

Smeermiddel

Paraffine

Vet

Vet

Olie

Siliconenvet

Slotenolie

Paraffine

elektrisch systeem, belangrijke voorzorgsmaatregelen

Bij werkzaamheden aan de auto moet men goed op het volgende letten:

Denk aan de volgende punten om kostbare en tijdrovende reparaties aan de dynamo of het laadcircuit te vermijden.

- Overtuig u ervan, dat de accukabels - Een draaiende dynamo moet altijd met

juist zijn aangesloten en goed vastzit- ten. de + aansluiting aan de + klem van de accu verbonden zijn en de - aanslu-

- Als er een hulpaccu voor het starten wordt gebruikt, moet de + pool aange-

sloten worden op de + pool en de — pool op de — pool.

● Maak bij draaiende motor nooit een ac-

cukabel los (bijvoorbeeld om de accu te verwisselen)

● Als aan de auto elektrisch moet worden

van de accu los en vervolgens alle lei-

dingen van dynamo en laadstroomre

- Een snellader mag niet worden gebruikt als hulp bij het starten.

'ekeringenkast in de motorruimte

jebruik uitsluitend een zekering van de- elfde stroomsterkte (nooit van een hoge- e stroomsterkte!) als die, welke vervan- en wordt.

Je juiste plaats van zekeringen en relais taat aangegeven op de doorzichtige kap an de zekeringenkast.

Zekering nummer 18 is 16 Amp, nummer 9 is 25 Amp en alle overige zijn 8 Amp.

'ekeringen

1 Rechter koplamp, dimlicht en mistach- terlamp
2 Linker koplamp, dimlicht
3 Linker koplamp, grootlicht en contro- lelampje
4 Rechter koplamp, grootlicht
5 Linker parkeerlicht, instrumentenver- lichting
Rechter parkeerlicht Richtingaanwijzer en waarschuwings- automaat
8 Ontkoppelingsmechanisme (AUT)
9 Controle- en waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel, koplamp-wisser/wasinstallatie
ierwarming bestuurdersstoel en achteruitrijlichten
1 Claxons
2 Remlichten, klok, radio en verlichting bagageruimte

13 Richtingaanwijzer en waarschuwingsautomaat
14 Sigare-aansteker, verlichting hand- schoenenkast en binnenverlichting
15 Linker achterlicht en kentekenplaatverlichting
16 Rechter achterlicht
17-
18 Achterruitverwarming
19 Schakelaar, kachelaanjager ^a
20 Schakelaars voor ruitewissers en lage-versnellingsstand (AUT)

° Zekering (25 Amp) voor aanjagermotor in dashboard.

VOLVO 345 (1981) - 'ekeringen - 1

Raak bij het monteren van duplo- en halogeenlampen het glas niet aan met de vingers. Sporen van vet, olie of andere ongerechtigheden blijven daarbij achter op het glas en verdampen, waardoor de reflector wordt aangetast.

(Voor een volledige specificatie van de gloeilampen en hun vermogen, ze pagina 91)

Koplampen

  • Draai de lichtschakelaar uit
  • Open de motorkap, zie pag. 29. B 14 motor verwijder reservewiel en krik, indien de linker koplamp moet worden vervangen
  • Verwijder de afschermkap door deze linksom te draaten
  • Trek het contactblokje van de lampvoet

Demontage duplolampen

- Trek beide veerklemmen los en neer de gloeilamp eruit

Accessoire te verkrijgen bij uw dealer: set zekeringen en lampen voor 343/345

Gloeilamp

Koplamp duplo

Vermogen

45 50 W

Fitting

B451

VOLVO 345 (1981) - Demontage duplolampen - 1

  • Breng de nieuwe gloeilamp zodanig in de reflector aan dat de nok op de fitting precies in de uitsparing van de reflectorrand valt.
    ▶ Duw beide veerklemmen terug.
    Plaats het contactblokje en breng de aischermkap weer aan.

VOLVO 345 (1981) - Demontage duplolampen - 2

  • De twee haken van de veerklem losma- ken.
  • Draai de veerklem omlaag en neem de gloeilamp eruit.
GloeilampVermogenFitting
Koplamp,halogeen60/55 WB 43 t

VOLVO 345 (1981) - Demontage duplolampen - 3

  • Plaats de nieuwe lamp in de reflector. De nok moet in de uitsparing van de reflectorrand vallen.
  • Draai de veerklem naar boven en maak de twee haken vast.
  • Sluit het contactblokje aan en breng de afschermkap weer aan.

24

100A

^1 2 3 _4

Vermögen Fitting

M7

BA 95

-

darean
drukaxan en legalikarilid iets immosom te
● Verwiander net sample door held in le
der «calibration lot en mel net losferkées»
Voig de cette institutiones a s gehorned en-
- Track de lifting out of rubber straw
sing tanguy in de rubber x-ray en situ te (koplamp)contactbike wear aan
● Vervang het deacute lample, druk de fil

Parketichen, voor
VOLVO 345 (1981) - Demontage duplolampen - 4

richtingaanwijzerlampen

VOLVO 345 (1981) - richtingaanwijzerlampen - 1

lichtingaanwijzerlampen, vóór

'et het contact af en draai de lichtschaelaar uit.

en de motorkap (zie pag. 29). B 14 mo- er: verwijder reservewiel en krik om de nker richtingaanwijzerlamp te kunnen bereiken.

Draai de fitting linksom en verwijder "eze.

  • Druk het lampje in, draai het iets linksom en neem het eruit
  • Vervang het lampje en breng de fitting weer aan.

Richtingaanwijzers, voorscherm

  • Verwijder de bevestigingsschroef en neem het huis compleet eraf.
  • Trek de fitting eruit en verwijder het lampje door dit eruit te trekken.
  • Vervang het defecte lampje en druk de fitting terug in het huis.
  • Druk het huis terug op zijn plaats en zet de schroef weer vast.
GloeilampVermogenFitting
Richtingaan-vijzer, vóór21 WBA 15 s
GloeilampVermogenFitting
Richtingaanwijzer, zijkant voorscherm5 WW2

vervangen van gloeilampen

VOLVO 345 (1981) - vervangen van gloeilampen - 1

De gloelampen in de achterlichtunit worden vervangen vanuit de bagageruinite

Gloeilamp

1richtingaanwijzer21 WBA 15 s
2achter remlicht5 21 WBAY 15 d
3achterlicht10 WBA 15 s
4mistachterlamp21 WBA 15 s
5achteruitrijlicht21 WBA 15 s

- Zet het contact af en draai de licht schakelaar uit

- Open de achterklep.

- Verwijder de gekarteide moer en de af schermkap

achterlichtunit

1 2 3 4 5

Trek de betreffende lamphouder eruit

Druk het lampje in en draai het iets, aksom om het te verwijderen.

VOLVO 345 (1981) - achterlichtunit - 2

  • Vervang de gloeilamp door een van hetzelfde wattage.
  • Monteer de lamphouder met de nok in de uitsparingen van de reflectorrand.

VOLVO 345 (1981) - achterlichtunit - 3

  • Monteer de afschermkap door deze eerst in de hoek over de bevestigingshaak en dan over de bout te drukken.
    ● Monteer de gekartelde moer.

Instrumentenverlichting De gebruiken van voor de instumente licling en diversse schakelaars zin aan deng geitaalst dat verangen het basl kan worden overgeleten aan uw volv dealer

Gloellamp Kencken- verichling
5 W W2 Vermogen Filling

99

neur bùnèn om het lampséus gebeel uit de bumper le nemen.
Steck en schrovedrader in de opé-
Verwider de kentekenverlichening als voigt ut de bumper

• Monter de nuwe lamp
- Drais de fitting (kartenig) naar links en treks deze eruit.
Zel de titing terug en duix het lampes huis weer in de bumper

Gloelampen kentekenverlichting

VOLVO 345 (1981) - Gloelampen kentekenverlichting - 1

kentekenverlichting, binnenverlichting

vervangen van gloeilampen

VOLVO 345 (1981) - vervangen van gloeilampen - 1

erwijder de fitting van de binnenverlic- ing als volgt (N.B. De contactklemmen en onder stroom tenzij zekering no. 14 lijk wordt verwijderd).

Steek een schroevedraaier in het gleufje en druk het borgveertje er in om de fitting er uit te wippen.

VOLVO 345 (1981) - vervangen van gloeilampen - 2

Verlichting bagageruimte (niet L)

  • Neem het lampje uit de fitting en maak zonodig de contactklemmen schoon.
  • Plaats een nieuwe lamp tussen de klemmen en druk de fitting terug op zijn plaats.

  • Verwijder de fitting door een schroevedraaler in de opening te steken en de fitting voorzichtig uit het paneel te wippen.

  • Druk de nieuwe lamp tussen de veerklemmen en druk de fitting terug op zijn plaats.

Verlichting handschoenenkast

oeilampVermogenFittingVolg dezelfde methode als die voor het vervangen van de verlichting in de bagageruimte.GloeilampVermogenFitting
nnenverlichting5 WBA 15 sVerlichtingbagageruimte5 WS 8.5

wielen en banden

Bandenspanning

Controleer regelmatig de bandenspanning

Vergeet hierbij het reservewiel niet

Corrigeren van de bandenspanning

Corrigeer de bandenspanning alleen als de banden koud zijn Bij warme banden mag de bandenspanning alleen worden gewijzigd als de spanning te laag is. Reeds na enkele kilometers rijden loopt de temperatuur op en daarmee ook de bandenspanning

Bandenspanning (koude banden) in kPa (psi)
(kPa kilopascal 100 kPa = 1 kg/cm² = 14 psi)

ModelBand1 tot 3 personenvollast
voorachtervoorachter
343-345GL DL L155 SR 13 of175-70 SR 13190(27)210(30)190(27)240*(34)
343-345GLS DLS165 SR 13185-70 SR 13of185-60 HR 14190(27)210(30)190(27)240*(34)
inchengeleverd155 S 13"specialspare"250(35)250(35)250(35)250(35)

(3) 汉山

Wielen

Geperst stalen velgen van vroegere modellen Volvo 343 migen niet op uw auto gemonteerd worden, omdat ze de werking van het remsysteem beenvloeden.

Gebruik bij het monteren van lichtmetalen velgen uitsluitend het door Volvo goedgekeurde type voor de 343-345 modellen

Voorbeelden van de verschillende types bandenslijtag
Normale slijtage (tijd om te vervangen!) Te lage bandenspanning Te hoge bandenspanning

Up tubars Foutet camber Frout et loespole

Slijtagebaan

De banden zijn voorzien van een zijn „slijtagegraad-indictor“. In het loopvlak zijn een aantar delen waar de profieldiep minder is dan van de rest van het loopvlak (zie piij eers voorbeeld). Als de banden zover versleten zijn, dat deze del-zichtbaar worden, is het hoog tijd om de banden te ver-wen.

Bedenk wel, dat banden met minder profiel dan 1,6 mm een zeer slechte greep op het wegdek hebben bij regen de sneeuw.

nkele aanwijzingen om onnodige bandenslijtage te porkomen

Houd de banden op de juiste spanning.

Rijd soepel, voorkom wegscheuren, het met hoge snelheid nemen van scherpe bochten en krachtig remmen.

Bedenk, dat de slijtage groter wordt naar gelang de snelheid hoger wordt.

Verwissel de banden niet onnodig.

Rijd niet met verkeerd uitgelijnde voorwielen.

Rijd niet met in onbalans zijnde wielen.

Let op de banden bij het parkeren langs trottoirbanden.

Winteruitrusting

Spijkerbanden hebben een inrijperiode van 500-1000 km nodig. Tijdens deze periode moet men rustig rijden, zodat de spijkers gelegenheid krijgen zich goed in de banden te zetten.

Spijkerbanden en winterbanden zijn niet leverbaar in de exacte maat 175/70 SR 13. Maat 155 SR 13 spijker/winterbanden mogen echter zowel op de 5 J (standaard) velgen gemonteerd worden als op de 5½ J lichtmetalen velgen (extra, ook leverbaar als Volvo accessoire).

De banden moeten tijdens de gehele levensduur altijd in dezelfde richting draaien. Als u de wielen wilt verwisselen zorg er dan vooral voor, dat de wielen altijd aan dezelfde kant van de auto worden gemonteerd.

Sneeuwkettingen kunnen op de achterwielen worden gemonteerd, mits het een uitvoering met kleine schakels is en zij niet zo ver buiten de band uitsteken dat zij tegen de remcomponenten of andere onderdelen aanlopen. Door Volvo geconstrueerde sneeuwkettingen kunnen bij de Volvo dealers worden besteld.

Sneeuwkettingen met losse schakels, die snel zijn aan te brengen, mogen niet worden gebruikt daar de ruimte tussen de velgen en de remcomponenten hiervoor ontoereikend is.

Opmerking: De maximum snelheid bij het gebruik van sneeuwkettingen is 60 km/u.

Vermlider bed reservawal en den kink en de ge- complexe kührendel wielmosrigher die onder is opjaborgen

All modelen

(No.1000)

GLS en DLS

Open de motorkap (the pagina 79)

GL, DL en L

Parker de aulo do een honzontaal verhard wyderk en tak de handem aan. Bloker de widen dio op de goed blijven met houten dokken of stenen.

(Bil en zachte ondergrond de kivkel)

● Drais de krik nu ont (met de klok mee).

- Steek de kirkendel in de daarvoor de steende opening van de kirk (1, 2).

Plaats de kink in de kirsteun bij het wiel dat moet worden verangen.

Verwijder de welmoeren en de nauw (word op zin plaats gebouden door ( welmoeren) Verwijder net wel

vllkont

● Draal de welmoeren een halve slag to ● Kirk de auto verder op tot het wi

- Kirk de auto zover op tot er bewegir komt in de carrossene (banden zijn ni wel in aanraking met het wegderk).

VOLVO 345 (1981) - GL, DL en L - 1

VOLVO 345 (1981) - GL, DL en L - 2

ontage van het reservewiel

Plaats het wiel op de wielbouten.

hroef twee van de wielmoeren hand- vast aan.

Centreer de naafdop en monteer de overige twee wielmoeren.

Laat de auto zakken en trek de moeren liselings na.

Controleer de spanning van de reserveband en breng deze zonodig op de waarde die staat aangegeven op het plaatje met technische gegevens (linker portier) en op pagina 68. Vergeet echter niet dat het „special spare" reservewiel altijd een spanning moet hebben van 250 kPa, zie pagina 72.

● Berg de krik en de wielmoerslinger op: GL, DL en L in de motorruimte; GLS en DLS in de bagageruimte.

Waarschuwing!

Kruip nooit onder de auto wanneer deze op de krik staat! De bij de auto geleverde krik moet uitsluitend worden gebruikt voor het verwisselen van een wiel (zie ook pagina 45).

reservewiel

Reservewiel „special spare“

(Bepaalde landen)

Uw auto is uitgerust met een reservewiel dat van een speciaal type band is voorzien, een zogenaamde „special spare“ („speciaal reservewiel“).

De woorden SPARE of SPECIAL SPARE zijn in het profiel van de band gegoten, die op een zwart stalen velg gemonteerd is.

De spanning van deze band moet altijd 250 kPa zijn, onafhankelijk van lading of plaats. Mocht deze band verloren raken of beschadigd worden, dan kunt u een nieuwe kopen bij uw Volvo dealer.

VOLVO 345 (1981) - Reservewiel „special spare“ - 1

Het speciale reservewiel mag alleen gebruikt worden als een tijdelijke vervanging voor een jokke band en dient zo snel mogelijk weer door een gewoon wiel vervangen te wolden.

Denk er ook aan, dat deze band in combinatie met gewone banden eventuele veranderingen van de rij-eigenschappen ten gevolge kan hebben (zie pagina 41) Wanneer deze band gemonteerd is, wordt 100 km/uur als hoogste snelheid aanbevolen ook al is deze band tegen nogere snelheden bestand

wisserbladen

VOLVO 345 (1981) - wisserbladen - 1

n een wisserblad van het type met een te vervangen, de veerklep indrukken bij draaipunt en het wisserblad compleet as van de wisserarm schuiven.

1 veiligheidsredenen behoort u de bladen te vernieuwen zodra deze strepen op de ruit achterlaten.

VOLVO 345 (1981) - wisserbladen - 2

Om een wisserblad van het type met een haak op de wisserarm te vervangen, de plastic borgclip bij het draaipunt indrukken en het wisserblad van de wisserarm afschuiven.

VOLVO 345 (1981) - wisserbladen - 3

Demonteer als volgt: trek de wisser van het koplampglas af en neem het wisserblad van de arm af bij het draaipunt. Druk het nieuwe wisserblad erop met het langste deel van het blad aan de buitenkant.

N B Direct na het wegalden moet u een paar keer rememen om het vocht van de removergen le verwiarden

maternal kumen cristian

reflectoren aan waardoor barsten in h

Let erop. dat u nooit benzine gebruiki voi

Autoshampo of een paar éénepies ge-

Geschäte wasmidalen

maar nooit heat water.

ter Lauw water kan worden gabrukt.

- Was de auto met een spons (met of zonder wasmiddei) en met erq veel wa-

● Sport goed na met school water

middel

● indien de auto erq vuil is kan hi gewas sen worden met een koud ontveitings-

word1

● Spoel de hele auto af tot het vuil week

carrossene af (welkupen etc.)

● Spurt het vuil aan de onderkant van de

Het wassen kan als vort geburen

pel's worden opengemakt Vlækken op de listen rond de ruiten spæ borden en deuer kumen met een polijs middel verwierder worden (gabuik nog silipasta of stalswol)

Tegelik met het wassen moeten ook i dianeropeningen in portieren en drei

- Droog de auto met een schone, zich zeem.

(No text)

Wassen

wassen en poetesen

lijsten en in de was zetten

Plijst en zet de auto in de was als de glans in de lak vermindert en als een gewone asbeurt niet genoeg is om de oorspron- lijke glans terug te krijgen. Polijsten be- eft normaal niet eerder te worden uit- evoerd dan een jaar na levering van de ito; het in de was zetten kan echter eer- er gebeuren.

as en droog de auto zorgvuldig voor het lijsten/in de was zetten.

bruik wasbenzine voor asfaltvlekken of erspetters. Moeilijkere vlekken kunnen rwijderd worden met een slijppasta voor itolak.

plijst eerst met een polijstmiddel en zet ter de auto in de was met een vloeibare een vaste was. Veel preparaten bevat- zowel een polijstmiddel als was. Matte ikken eerst polijsten, en dan in de was tten.

Anti-roestbehandeling

Uw Volvo heeft in de fabriek een anti-roestbehandeling ondergaan.

Uitwendig, aan de onderkant van de auto en in de wielkuipen bevindt zich een dikke roestbeschermingslaag. In de kokerbalken en de gesloten delen werd een dunnere laag anti-roestmiddel aangebracht. De uitwendig aangebrachte beschermingslaag behoort regelmatig en minstens éénmaal per jaar te worden gecontroleerd en, waar nodig, bijgewerkt.

Wanneer blijkt dat deze beschermingslaag is beschadigd, dan dienen de beschadigde plekken meteen te worden hersteld om te voorkomen dat er vocht tussen de carrosserie en de beschermingslaag komt. Verwijder eventuele losse delen van de oude beschermingslaag en reinig deze plaatsen grondig, alvorens met het bijwerken te beginnen.

De inwendige beschermingslaag dient de eerste maal na drie jaar en daarna minstens éénmaal per twee jaar opnieuw behandeld te worden.

Opmerking: anti-roestmiddelen mogen tijdens het bijwerken nooit op de aan-drijfas komen, omdat dit onbalans kan veroorzaken.

VOLVO 345 (1981) - Anti-roestbehandeling - 1

Controleer na het in de was zetten of nadat de auto een corrosiewerende behandeling heeft ondergaan, of de draineeropeningen aan de onderkant van de portieren nog steeds open zijn. Hierdoor wordt voorkomen, dat water in de portieren blijft staan. Deze openingen zijn aangegeven op de afbeelding.

Er zijn eveneens twee draineeropeningen aan de onderkant van de twee achterportieren en onder de achterklep. U dient er op toe te zien, dat deze openingen niet verstopt raken door vuil.

lakschade

Bijwerken van de lakKleine steenslagplekken en krassenVOLVO 345 (1981) - Anti-roestbehandeling - 2
Lakbeschadigingen moeten onmiddellijk worden behandel. zodat roest geen kans krijgt. Controleer het lakwerk daarom regelmatig en werk de lak bij. b.v. nadat de auto is gewassen.Kleine plekken (ter grootte van een cent) en krassen kunt u met een penseeltje bijwerken.Grotere beschadigingen vereisen speciale uitrusting en vakbekwaamheid. Voor het bijwerken van grotere lakbeschadigingen kunt u zich beter tot uw dealer wendenSpatbordranden en drempels kunnen zelf worden bigewerkt met een spuitbus, vooropgesteld dat aan de afwerking geen hoge eisen worden gesteld.LakcodeOm er zeker van te zijn altijd de goede kleur te krijgen moet u het lakcodenummer opgeven dat vermeld is op het typeplaatje bij de radiateur (zie...1' in de afbeelding op pagina 84).OpmerkingLakreparaties aan auto s in metallic - uitvoering zijn moeilijk zelf uit te voeren en kunnen derhalve beter aan de vakman worden overgelaten76MateriaalRoestverwijderingsmiddelGrondlak-busjeLak-busje of een zogenaamde lakpen (in de dop van de lakpen bevindt zich ook slijppasta voor de nabehandeling)Pennemesje of iets dergelijksPenseel.Als de steenslag niet tot op de plaat is doorgedrongen en er nog een onbeschadigde laklaag is te zien, kan de lak direct worden opgebracht na de plek wat opgeschuurd te hebben om het vuil te verwijderen.Als de steenslag tot op de plaat is doorgedrongen dan moet als volgt worden gehandeld1 Schuur het beschadigde deel schoot tot op de plaat en haal van de lakra den met een pennemesje of iets de gelijks de scherpe kantjes af.Breng het roestverwijderingsmidda aan (voorzichtig voor ogen en huig wacht enige minuten en reing da goed met water.Roer de grondlak (primer) linkbreng met een klein penseeltje of luciferhoutje wat lak op

VOLVO 345 (1981) - Anti-roestbehandeling - 3

Als de grondlak droog is kunt u de afdeklaag met een penseel aanbrengen. Let er wel op, dat de lak goed is geroerd en breng daarna meerdere laklagen aan. Laat de lak iedere keer wel goed droog worden.

krassen gaat men te werk zoals reeds is schreven. Om de onbeschadigde lak te schermen kan het gewenst zijn deze af plakken.

VOLVO 345 (1981) - Anti-roestbehandeling - 4

Bijwerken van lakbeschadigingen van de spatbordranden en drempels

Matenaal:

Roestverwijderingsmiddel
● Grondlak-spuitbusje
Lak-spuitbusje
● Schuurpapier (korrel 150 - 300)
- Verdunner.

N.B. Voor het bijwerken moet de auto goed schoon en droog zijn. Boven-dien moet de temperatuur boven de 15°C zijn.

Bij het lakken van grote oppervlakken behoort u van tevoren de onbeschadigde lak met verftape of papier afgeplakt te hebben.

Verwijder de tape onmiddellijk na het spuiten, voordat de lak gedroogd is.

1 Verwijder losse deeltjes
2 Schuur het beschadigde deel schoon en spoel vervolgens af met verdunner.
3 Breng het roestverwijderingsmiddel aan (voorzichtig voor ogen en huid), wacht enige minuten en reinig dan goed met water. Wrijf daarna droog.

20-30 cm

4 Schud het spuitbusje minstens 1 minuut. Spuit de grondlak op. Tijdens het spuiten moet het busje 20-30 cm van de te spuiten plek met gelijkmatige snelheid heen en weer worden bewogen. Gebruik papier om de omliggende vlakken te beschermen.
5 Als de grondlak droog is, kan de afdeklak op dezelfde manier worden gespoten. Spuit meerdere malen en laat de lak een paar minuten drogen alvorens de volgende laag aan te brengen.
N.B. Wacht 24 uur met de nabehandeling

waarschwing Badenk wel dat de tindamper ge- vaarlik zin om in de ademen Zorg voor ben jeorde ventielle in de azio bis dit middel wort gebuuk Dansk er ook om dat waschenzie en wansaltaline brandgevaarlik zin

Reinjagen van het kunstler De vinylbeiding en de kunstrot pan ien kunnen worden schoongemak m een lauw sople van een synthetisch wae middel Voor kunstroffen mag nooit trichlooi thyleen, benzine, petrolenum of een dera lik reinigingsmiddel worden gebruil Deze kumen de bekiding aanzaten in anarking komen met de vloer van ( auto, omdat ze schade aan kunnen rchi door het oplossen van het hechmidsd dal voor het vastijmen van de tapti wort gebruikt.

VOLVO 345 (1981) - Bijwerken van lakbeschadigingen van de spatbordranden en drempels - 2

De stoffen bekiding van de voorstoelen an de achterbank kan in het algemeen met waier en zeep of een wasmiddeloplossing minder vijsteken, schoensmeerveken veikken ijsleken, schoensmeerveken middel worden gebuikt (triclooethy- leen wasbezinsie of wasattaling).

Reinigen van de bekelding

reinigien van het interneter

einigen van de vloerbedekking van vloermatten

( vaste) vloerbedekking moet regelma- worden gestofzuigd. Eventuele vlekken innen met tapijtreiniger worden ver- jderd.

dien bovendien extra (rubber) vloermat- n worden gebruikt dan kunnen deze, sdat ze uit de auto zijn verwijderd, met spiritus worden gereinigd, waarna zij met ater moeten worden afgespoeld.

VOLVO 345 (1981) - einigen van de vloerbedekking van vloermatten - 1

Gebruik hiervoor water met een synthetisch wasmiddel (zie ook pagina 23).

Reinigen van het glas van het instrumentenpaneel

Om beschadiging of breuk van het glas te voorkomen, mag uitsluitend water worden gebruikt waarin zich geen chemische toevoegingen bevinden.

Andere vloeistoffen zoals benzine, petroleum enz. mogen nooit worden gebruikt.

winter

VOLVO 345 (1981) - winter - 1

Voorzorgsmaatregelen voor koud weer

Als u zelf uw auto wilt nakijken voor het koude jaargetijde zijn intrede doet om onnodige moeilijkheden te voorkomen dan moet u aan het volgende aandacht schenken:

  1. Overtuig u ervan dat de koelvloeistot minstens 50% anti-vries bevat. Dit geeft een vorstbeveiliging tot -35 €
    2 Gebruik dunnere olie voor het smeer systeem van de motor om startmoelijkheden te voorkomen Zie de aanbevolen olie op pagina 88.

3 De accu wordt in de winter zwaarder belast dan in de zomer, daar o.a. de verlichting meer wordt gebruikt. Bovendien neemt de accucapaciteit af naarmate het kouder wordt. Controleer de accucapaciteit en vet de accupolen in.
4 Overtuig u ervan dat het onstekings- systeem schoon is en juist is afgesteld. Spuit de verdelerkap en kabels in met een waterafstotend middel om start- problemen bij lage temperaturen te voorkomen
5 Om te voorkomen, dat het reservoir voor de ruitesproeiers bevrest moet dit met een vorstbestendige vloeistof worden gevuld. Dit is erg belangrijk omdat bij het rijden op winterse wegen dikwijls veel vuil op de voorruit komt waardoor de sproeiers en wissers veel gebruikt moeten worden

6 Voor feilloos starten bij zeer lage temperaturen dient u het gaspedaal driemaal in te drukken alvorens met c normale startprocedure (zie pagina 3; te beginnen.
7 Parkeer in de winter de auto nooit in aangetrokken handrem, maar schak de eerste versnelling of de P-stand en leg dan iets voor de wielen.

Accessoires te verkrigen bij uw dealer verstralers, hoes voor de radiateurg beschermkap voor de luchtinlaat om motorkap (bijvoorbeeld tegen sneeuw verschillende extra verwarmingstoesten (benzine of lichtnet) voor de molen of het interieur van de auto.

oorzorgsmaatregelen voor lange afstanden

anneer u overweegt een lange reis te ian maken, laat de auto dan van tevoren ikijken, vooral de remmen, voorwielen, uurinrichting en transmissie:

et is altijd een geruststelling om, op beerkte schaal, een aantal van de meest sentiele onderdelen in reserve te hebben (gloeilampen, zekeringen, contactunten en bougies).

evarendriehoek en schuimblusappa- at zijn in vele landen wettelijk ver- icht.

Indien men sommige werkzaamheden zelf wenst uit te voeren, verdienen de volgen-de punten de aandacht.

● Ga na of de motor soepel loopt en of het benzineverbruik normaal is.
- Controleer de motor op lekkage van olie en koelvloeistof.
- Controleer de spanning van de ventilatorriem.
- Controleer de accu op conditie en vloeistofniveau.
- Controleer de banden (ook het reserve-wiel) en vervang deze zonodig.
- Controleer de verlichting.
- Controleer het gereedschap.

VOLVO 345 (1981) - oorzorgsmaatregelen voor lange afstanden - 1

Facult ut le yuden wat de ozoneak s van de large acqui Wellsicht werd de auto geparkert met het contact aan als ei sen strong waarop u de garage moet andereen

VOLVO 345 (1981) - oorzorgsmaatregelen voor lange afstanden - 2

flowchart
graph LR
    A["De motor will not starten"] --> B["Startmotor wert normal"]
    B --> C["Startmotor wert normal"]
    C --> D["Weil benzüne dan: olle of vocht op de kabels van ontsteking en verderkerap. Dvoogamken"]
    D --> E["Controller tevers alle ansulitungen bi bouges ontsteking carburatuur (elkinsch bedlande stationar spreefer)"]
    E --> F["Controller andersluingen van accu en startmotor"]
    F --> G["controler andersluingen van accu en startmotor"]
    G --> H["probeer to starten met hulpaccu (zie pag. 37)"]
    H --> I["Green resultaat: zie kolori 2"]
    I --> J["Green resultaat: zie kolori 2"]
    J --> K["Green resultaat: zie kolori 2"]
    K --> L["Green resultaat: zie kolori 2"]
    L --> M["Schakel alle elektrische verbruikers uit (koplampen, aanjager and 2) PRObeer nog ens, start niet langer dan 20 secyen acculturen, watcht daarna zaker een minuit (zie pag. 32)."]
    M --> N["Startmotor draat traag Gedeetelijk lage accu?"]
    N --> O["NEE"]

Als de motor om een of andere reden niet wil staten, dan kan men zel de volgende punten nalopen voordal de hulp van een garage wordt ingerepen.

opsporen van storingen

Stamotor drawt traag Gedeellik lage accu

(一)本次股东大会的召集和召开程序

Schakel alle elektrische verkurkers uit (kopampen, aanjager enz) PROBER NOG ENS. Sirt net länger dan 20 second aachen/eren, watit dama zeker ten minuit (zie pag. 32).

Green resultat:

controller anislu thinger van accu en staatolor

Green resuIlaat:

opsporen van storingen

NEE

Startmotor werkt niet

(AUT: staat keuzehendel in stand N?)

VOLVO 345 (1981) - Startmotor werkt niet - 1

Geen resultaat: controleer aansluitingen aan accu en startmotor. AUT: als ook de achteruitrijlichten niet werken, controleer dan zekering nummer 10.

VOLVO 345 (1981) - Startmotor werkt niet - 2

Geen resultaat: binnenverlichting werkt wel (en/of verlichting keuzehendelpaneel bij de AUT) maar de startmotor wil niet aanslaan; dit wijst op een zwakke accu ^6 .

Start met hulpaccu (zie pagina 37) of bel garage.

VOLVO 345 (1981) - Startmotor werkt niet - 3

Belangrijke voorzorgsmaatregel (AUT)

Bij werkzaamheden met lopende motor altijd de keuzehendel in de N-stand plaatsen.

Iotorruimte zie pagina's 46-47).

Tracht uit te vinden wat de oorzaak is van de lege accu. Wellicht werd de auto geparkeerd met het contact aan of is er een storing waarop u de garage moet attenderen.

type-aanduiding

Chassis- en motornummer

Om een vlotte afhandeling van uw correspondentie mogelijk te maken, ook bij het bestellen van onderdelen, verzoeken wij steeds de type-aanduiding, het chassis- en het motornummer te vermelden.

VOLVO Lak kleurcode Bekleding kleurcode

1 2 3 4 5 6 345

1 Typeplaat

Onder de motorkap bij de radiateur. Deze geeft aan: type, bouwjaar, chassisnummer, codenummers voor de kleur van de bekleding en kleur van de lak, maximum laadvermogen

2 Chassisnummer

In het schutbord geslagen, net boven de zekeringenkast

3 Motornummerplaat

Links op het motorblok, geeft motortype en -nummer aan

Onder het slot van het linker portier met gegevens over olie en bandenspanning.

Het volgende geldt alleen voor bepaalde landen:

5 Tweede plaatje met chassisnummer Links op de vloer in de bagageruimte

6 Emissie-afstelgegevens Op het schutbord, boven de bobine.

ieuwe maateenheden

het volgende hoofdstuk, spificatie, n de nieuwe SI-eenheden reis inge- erd. De vroegere eenhedenworden hter tussen haakjes vermeld. nieuwe eenheden zijn:

  • kiloWatt als eenheid va vermogen. voorheen pk - paardekrait

n — Newtonmeter als eenlid van koppel voorheen kgm - kilogrameter

5 — omwentelingen per seonde voorheen omw/min - omentelingen per minuut.

a — kiloPascal als eenheid va druk (vloeistoffen, gassen) voorheen kg/cm² -kilogram per vierkante centimeter

— Newton als eenheid van lacht Voorheen kg- kilogram.

VOLVO 345 (1981) - ieuwe maateenheden - 1

specificatie smeermiddelen88
specificatie motor89-90
specificatie elektrische installatie91

INDEX 94-96

85

specificaties, afmetingen

Afmetingen, algemeen343 & 345 (B 14)GL, DL, L343 & 345 (B 19)GLS, DLS
Totale lengte4.235 m4.235 m
Totale breedte1.66 m1.66 m
Hoogte onbelast1.44 m1.45 m
Hoogte bij vollast1.396 m1.404 m
Bodemvrijheid bij vollast gemeten onder knaldemper141 mm146 mm
Wielbasis2.395 m2.400 m
Spoorbreedte, voor1.37 m1.38 m
Spoorbreedte, achter1.40 m1.405 m
Bumperhoogte, voor, vollast503 mm511 mm
Bumperhoogte voor, onbelast514 mm530 mm
Bumperhoogte achter, vollast485 mm493 mm
Bumperhoogte, achter, onbelast555 mm564 mm
Draaicirkel, gemeten bij buitenwiel9.20 m9.35 m
Draaicirkel, gemeten bij bumperhoeken9.70 m9.85 m
343 & 345alle modellen
Afmetingen, bagageruimte
Lengte940 mm
Lengte, achterbank neergeklapt1710 mm
Max. breedte1360 mm
Max. noogte met hoegenplank440 mm
Max. hoogte opening achterklep570 mm
Volumes, bagageruimte
Bagageruimteca 380 dm ^1
Laadruimte met neergeklapte achterzitting (geladen tot aan de bovenkant van de voorste rugleuning)ca 1200 dm ^1
Laadruimte maximum met neergeklapte achterzitting (geladen tot aan de hoofdsteunen van de voorstoelen)ca 1800 dm ^1

specificaties, gewichten en volumes

ewichten343 MTGL, DL, L345 MTGL, DL, L343 AUTGL, DL, L345 AUTGL, DL, L343, B 19GLS, DLS345, B 19GLS, DLS
jklaar gewicht volgens DIN 70020
at lege benzinetank955 kg980 kg980 kg1005 kg1070 kg1095 kg
ax. toegestane totaalgewicht1440 kg1440 kg1485 kg1485 kg1600 kg1600 kg
ax. toegestane gew. aanhangwagen1000 kg1000 kg900 kg900 kg1200 kg1200 kg
ax. belasting vooras670 kg670 kg670 kg670 kg770 kg770 kg
ax. belasting achteras790 kg790 kg825 kg825 kg850 kg850 kg
inbevolen druk op trekhaakkogel600 N(60 kg)600 N(60 kg)550 N(55 kg)550 N(55 kg)650 N(65 kg)650 N(65 kg)
ax. toegestane daklast500 N(50 kg)500 N(50 kg)500 N(50 kg)500 N(50 kg)500 N(50 kg)500 N(50 kg)
blumesGL, DL, LGLS, DLS
inetank, ca.45 l57 l
eisysteem, ca.5 l8 l
eservoir ruitesproeiers, ca.5 l5 l

specificate, smearmidelen en vloestoften

14 motor

silinder, watergekoelde benzinemotor in lijn.

naal gelagerde krukas, gietijzeren motorblok met tfe cilindervoeringen.

:htmetalen cilinderkop.

opkleppen met stoterstangen en een door een ketting ngedreven en hoogliggende nokkenas.

neersysteem met een door de nokkenas aangedreven ndwielpomp.

ull-flow" oliefilter.

inzinesysteem met tweetraps valstroom carburateur.

esloten koelsysteem met expansietank.

B 19 motor

4-cilinder, watergekoelde benzinemotor in lijn.

5-maal gelagerde krukas, motorblok vervaardigd van speciaal gietijzer met de cilinders direct in het blok geboord. Cilinderkop van lichtmetaal met tegenover elkaar liggende inlaat- en uitlaatkanalen, de zogenaamde „cross-flow" cilinderkop.

Kopkleppen met een door een getande riem aangedreven bovenliggende nokkenas.

Smeersysteem met een door een tussenas aangedreven tandwielpomp met een „Full-flow“ oliefilter.

Brandstofsysteem met een horizontale carburateur van het constante-onderdruktype.

Het koelsysteem is van het gesloten overdruktype met expansietank.

pe-aanduiding

rmogen DIN

ix. koppel DIN

al cilinders

ring

39

inderinhoud

impressieverhouding

epspeling, inlaatklep:

uitlaatklep:

controlewaarde:

afstelwaarde:

B 14.2E

51 kW bij 92 r/s

(70 pk bij 5500 omw/min)

105 Nm bij 42 r/s

(10,7 kgm bij 2500 omw/min)

4

76 mm

77 mm

1397 cc

9,25:1

96 RON

kopkleppen met stoterstangen

0.15 mm (koud)

0.20 mm (koud)

WHO

B 19 A 854

70 kW bij 90 r/s

(95 pk bij 5400 omw/min)

150 Nm bij 60 r/s

(15,2 kgm bij 3600 omw/min)

4

88.9 mm

80 mm

1986 cc

9.2:1

96 RON

kopkleppen met bovenliggende nokkenas

-

-

0.35 - 0.50 mm (heet)

0.40 - 0.45 mm (heet)

specificaties, motoren

BrandstolsysteemB 14.2EB 19 A 854
CarburateurWeber32 DIR 93-100Zenith175 CD-2 SE
Stationair toerental(handgeschakelde versnellingsbak) 17 ± 0,4 r/s (1000 ± 25 omw/min) 15 ± 0,4 r/s (900 ± 25 omw/min)
Stationair toerental(automatische transmissie) 14 ± 0,4 r/s (825 ± 25 omw/min)
Koelsysteem
TypeThermostaat opent bijVentilatorVentilatorriem typeGesloten (overdruksysteem) 89^ C 5-bladig, asymmetrischDA-9.5 1215 LA (Volvo 3290730-5)Gesloten (overdruksysteem) 92^ C 6-bladig, asymmetrischHC-38-925 (twee) (Volvo 958352-7)
Ontsteking
OntstekingsvorgardeOntstekingshijdstipBougies, type*1-3-4-2 6^ ± 1^ voor BDP Volvo 273588-4(Bosch W145 T30 of WBD)0,55-0,65 mm15-20 Nm1-3-4-2 10^ ± 1^ voor BDP Volvo 273545-4(Bosch W7DC)0,65-0,75 mm20-30 Nm
Bougies, elektrodenafstandaanthaalmoment
Stroomverdeler,draarrichtingafstand onderbrekerpuntencontacthoek bij stationairtoerentalrechtsom0,4-0,5 mm 57^ ± 3^ rechtsom0,4-0,5 mm 62^ ± 3^

* of dienovereenkomstig

ektrische installatie
12 Volt systeem met spanning-geregelde wisselstroomdynamo.

cuB 14B 14, NordicB 19
e536245454955530
anning12 V12 V12 V
x. capaciteit36 Ah45 Ah55 Ah
lvo onderdeelnummer(3107769-6)3107769-63277968-8
ectrolytB 14B 19
ortelijk gewicht1,281,28
aden bij1,151,15
ssapoolnegatiefnegatief
sselstroomdynamo
x. vermogen700 W770 W
artmotor
mogen920 W1400 W

keringen zie pagina 59

oeilampen, 12 VVermogen, WattFittingAantal
plampen, duplo45/40B 45 t2
plampen, halogeen (H4)60/55B 43 t2
rkeerlichten, voor4BA 9 s2
ichtingaanwijzers, voor21BA 15 s2
ichtingaanwijzers, zijkant voorscherm5W 22
ingaanwijzers, achter21BA 15 s2
eerlichten, achter10BA 15 s2
rkeer/remlichten, achter5/21BAY 15 d2
stachterlamp21BA 15 s1
hteruitrijlampen21BA 15 s2
ntekenverlichting5W 22
monverlichting5BA 15 s1
hting bagageruimte5S 8.51
rlichting handschoenenkastje5S 8.51
ntrole- en waarschuwingslampjes, verlichting
shboard en instrumentenpaneel, B 141,2W 123
B 191,2W 125

Enkelvoudige, droge, mechanische kabelbediende plaatkoppeling. Geheel gesynchroniseerde 4-versnellingsbak opgesteld bij de achteras in een geheel met de eindaandrijving („Transaxle“ principe)

Koppeling

Koppelingsvork vrije slag (alleen de B 14 LHD modellen) gemeten bij de kabelbevestiging op de koppelingshefboom: 5 mm

Versnellingsbak type M 45 R

Overbrengingsverhouding
eerste versnelling3.71:1
tweede versnelling2.16:1
derde versnelling1.37:1
vierde versnelling1.00:1
achteruit3.68:1

Eindaandrijving

Overbrengingsverhouding, eindaandrijving
modellen met de B 14 motor3,91 - 1
modellen met de B 19 motor3,64 - 1

Snelheden bij 17 r/s (1000 omw/min motortoerental)

VersnellingB 14B 19
1e7,3 km/uur8,0 km/uur
2e12,5 km/uur13,8 km/uur
3e19,7 km/uur21,7 km/uur
4e27,0 km/uur29,8 km/uur
achteruit7,4 km/uur8,1 km/uur

(Vergeet niet, dat dit theoretische waarden zijn. Deze kunnen in de praktijk afwijken, afhankelijk van bijvoorbeeld de bandenmaat, de bandenspanning en de mate van de bandenslijtage)

Aanbevolen minimum en maximum snelheden

Versnellingminimummaximum
eerste45 km/our
tweede15 km/our75 km/our
derde25 km/our115 km/our
vierde40 km/our

Traploze, automatische transmis (AUT), met twee aandrijfriemen, die koppel van de motor via een automatische centrifugaalkoppeling, met een conti varierende reductieverhouding over brengt op de achterwielen.

Centrifugaalkoppeling

Ingrijptoerental:17,5 - 19,2 r(1050 - 1150 omw/mi)
Volledige koppeling bij:39,2 - 42,5 r(2350 - 2550 omw/mi)

AUT

Continu variabele reductieregeling tussen 4,0 en 14.

specificaties, stuurinrichting, remmen

vorwielophanging

afhankelijke voorwielophanging van t type MacPherson, Dubbelwerkende, draulische fuseeschokdempers met proefveer in combinatie met de drieksarm-constructie, gevormd door de alarm en de naar achteren lopende actiestang, tezamen met stabilisatoring.

bound- en bumpbegrenzing zijn in de tokdempers ingebouwd.

chterwielophanging

Dion-asconstructie met asymmetrie parabolische bladveren, dubbelwerde hydraulische schokdempers met jebouwde rebound- en bumpbegreng en een reactiestang.

Stuurinrichting

Stuurinrichting van het tandheugeltype met stuurslot en samendrukbare veiligheidsstuurkolom.

Remmen

Hydraulisch op alle wielen met voor en achter gescheiden remcircuits en een drukafhankelijk reduceerventiel in het achtercircuit.

Schijfremmen vóór, trommelremmen achter. Rondom zelfnastellend met rembekrachtiger.

Remvloeistof: SAE J-1703 (DOT 4).

Handrem: mechanisch op de achterwie- len.

index

Aandrijnemen, AUT51Benzinemeter6,8vorzorgsmaatregelen45,58
Aandrijving92Benzine, octaangetal89Draaicirkel
Aanduwen37Benzinetank29,87Draaischakelaar
Aanhanger38Benzineverbruik30,31,42Draneeropeningen
Aanjager16,17Bergen, rijden35,41,52Duplolampen60,
Acceleren (kick-down, AUT)30,35Beurten, service30,44Dynamo (wisselstroom)46,58
Accu7,39,58,80,91Bevestigingspunten, krik45,70Dynamoriem, spanning
Achterbank, terugklappen27Binnenspiegel19
Achterklep26,41Binnenverlichting19,67Economisch rijden30,31
Achterklep, schakelaar67Bougies82,90Eerste hulp, als motor niet start
Achterlicht unit64,74Brandstofverbruik30,31,42Eindaandrijving50,51,88
Achterruitverwarming12,16,26Buitenspiegels19,38Elektrisch systeem, voorzorgsmaatregelen
Achterruitversnelling33
Afmetingen86Caravan38,39zekeringen
Aftappen, motorolie48Carburateur46,47,53,90Elektrolyt, accu
Alarminstallatie7,13Carrosserie57,74Expansietank, koelsysteem46,47,
Alarmschakelaar13Centrifugaalkoppeling (AUT)92
Anti-roestbehandeling75Chassisnummer46,47,84Filter, olie
Anti-verblindingsstand, spiegel19Choke14,32Frisse-luchtblaasmonden
Anti-vries55,80Claxon5,59
Asbak, dashboard15Contacthoek90Garagekrik
Asbakken, achterin28Contactsleutel14,32,36Garantie30
Automatisch ontkoppelingsmechanisme (AUT)35Contactslot5,14,36Gaspedaal31,32
Automatische transmissie31,34,35,92Controlelampjes instrumentenpaneel6,7,8,9Gereedschap
Automatische transmissie onderhoud51,57Controlelampjes, reinmen7,9,52Gewichten
Auto-start niet32,37,82Corrosiebevolging75Gloelampen, behandeang
Gloelampen vermogens
Gloerlampen, vervangen7
Dagteler snelholdsmeter6,8Gordeis7,2
Bagage, imperiaal40Dak openen18Gordeis, controleren
Bagagerumite26,27,41,86Dashboardschakelaars12Gordeis onderhoud23
Bagagerumite verlichting26,67Dashboard, verlichting12,66Grootlicht8,10
Bandon41,68,69,72Demister achterruit12,26Grootlichtsignaal8
Bandon, altagepatroon68Demister voorruit, zie defrosters16,17
Bandenspanning68,39,41,72Derde deuz, zie achterklep26,41,86Halogeenlampen
Bankzetting, uitnomen27Deuren24,26,41,57Handrem7,15,34,35,
Batterij, zie accu7,39,58,80,91Deursloten24Handschakening30,33
Bekleding, reinigen78Dimlont8,10,12Handschoenenkastje, lamp87
Belading, imperiaal40,87Doe het zelf2,44Hoedenplank26
Belasting, gegevens87Doe het zelfHulpaccu37

index

periaal40Lakschade76, 77Ontwaseming, voorruit16, 17
ialen35Lampen60, 91Opkrikken45, 70
loud, benzinetank87Lampen, instrumentenpaneel12, 66Opsporen van storingen82
ijden30Lange reis81Overbrengingsverhoudingen,versnellingsbak92
pectiebeurt30Lassen58Overdrive (AUT)30, 31, 35
strumentenpaneel6, 7, 9, 79Lichtschakelaar12
strumentenverlichting12, 66Lichtsignaal8, 10
erieurverlichting25, 67Luchtverdeling16Parkeerlichten12
Luchtfilter42, 46, 47Parkeerlichten, gloeilampen vervangen62
chelontluchter54Parkeerstand (AUT)34, 35, 80
ntekenverlichting66Maateenheden85Passeren10, 35
uzehendel, AUT34, 35Matten, reinigen79Peilstok, olie46, 48
uzehendel, schakelaars13, 35Max. belasting87Portiersleutels3, 24
k-down (AUT)30, 35Mistachterlamp10, 64Portiersloten24, 25, 26, 57
meterteller6, 8Motor, afremmen35Portieren24, 57
derveiligheid21Motor, inrijden30Profieldiepte, banden68
derveiligheidsloten25Motorkapvergrendeling5, 29, 57
urcode, bekleding84Motornummer84Radiateur54, 55
urcode, lak76, 84Motorolie48, 49, 88Radio, bedrading28
ok6, 8Motorruimte46, 47Regelaars, frisse lucht17
eling, remmen41Motorspecificatie89Regelaars, verwarming en ventilatie16
elvloeistof54, 80, 88Motor, starten32, 36, 82Relais59
elvloeistof, temperatuurmeter6, 8, 33Motor, werktemperatuur6, 8, 30, 33Rembekrachtiger36, 41
olmonoxyde32, 41Remmen15, 35; 41, 74
plampen8, 10, 12Neutrale stand (AUT)34, 45, 51, 83Remvloeistofniveau, controlelamp,7, 9, 52
plampwissers en -sproeiers11, 73Noodknipperlichtinstallatie7, 9, 13Reservewiel70, 72
ppelingspedaal33Richtingaanwijzers10
weer80Olie, aftappen48Richtingaanwijzers, voorscherm63
45, 70Oliedruk7, 9Roestpreventie55, 75
Oliefilter48Roestwerende behandeling75
adcircuits, voorzorgsmaatregelen58Olie, motor48, 49, 80, 88Rolgordels22
adstroom, waarschuwingslamp7, 9Oliepeilstok46,47, 48Rolgordels, controle23
ding, auto26, 38, 41, 87Olie, verversen48, 49, 50, 51Rolgordels, onderhoud23, 79
ding, caravan38, 39Olievuldop46, 48Rugleuning achterbank27
g, imperiaal40Onderbrekerpunten, afstand90Ruitesproeiers11
temperaturen32, 80, 88Onderhoud44Ruitesproeiers
ge temperaturen, starten32, 80Onderhoud carrosserie45, 74vloeistofreservoir46, 47, 80, 87
ge-versnellingsstand13, 34, 35, 41Onderhoud, veiligheidsgordels23, 79Ruitewisserbladen73
ge-versnellingsstand, schakelaar13, 34Ontgrendelknop, rugleuning20Ruitewissers11
kcode76, 82Ontkoppelingsmechanisme (AUT)35Rijden met caravan38, 39

index

Rijden met impenaal40Stuurblokkering14,36Voorruitontwasening
Rij-eigenschappen41Stuurkarakter41Voorstoelverstelling
Stuurslot14,93Voorzorgsmaatregelen, elektrischeuitrusting
Schakelaar verlichting12
Schakelen30,33,41Technische specificaties84-93Voorzorgsmaatregelen, koud weer
Scharmieren zijruit achter28Temperatuur koelyloeistof6,8,33Voorzorgsmaatregelen, krik45.
Schuifdak18Toerenteller8Voorzorgsmaatregelen,lange afstanden
Servicebeurten44Transmissie, blokkering34
Serviceboekje44Trekhaak38
SI-eenheden85Trichloprethyleen78Waarschuwingsknipperlichten7,9.
Sigare-aansteker15Tuimelschakelaars13Waarschuwingslampjes6,7
Sleepogen36Tunnelconsole13Wassen
Slepen36,87Typeplaat46,47,84Wattage, gloeilampen
Slepen en starten (handgeschakeld)37Wielen69.
Sleutel, contactslot14,32,36Uitlaatgassen32,41,44Wielen, uitwisselbaarheid
Sleutel, portieren24Uitstelbare zijruit28Wielophanging
Sleutelnummers3Winterbanden
Sloten, kinderveiligheid25Veiligheid in de auto, kinderen21,25Wisselstroomdynamo46,58.
Sloten, portieren24,26,57Veiligheidsgordels7,22,23Wisselstroomynamo, riemspanning
Slijtage, banden68Veiligheidsgordels, controle23Wisserbladen
Smeermiddelen88Veiligheidsgordels, onderhoud23,79
Smering57Veiligheidsslot25Zekeringen
Sneeuwkettingen69Ventilate (frisse lucht)17Zekeringenkast46,47.
Snelheden, min, en max92Ventilate en verwarming16,41Zonnekleppen
Snelheidsmeter6,8Ventilatorriem56Zuinig räden30,31.
"Special spare" reservewiel72Verlichting, bagageruimte26,67Zijruit achter
Spiegels19Verlichting, schakelaar12Zijruitontwasening
Spikerbanden69Verlichting, instrumenten12,66
Sproeierreservoir46,47Verlichting, interieur19,67
Spulbus, lak77Vormogen, motor89
Stadslichten12Vormogen, gloeilampen91
Startblokkering14,32
Starten en stoppen (AUT)35Versnellingsbak33,50,88,92
Starten, lage temperaturen32,80Versnellingshendel33,36
Starten, met hulpaccu37Verwarming16,17
Starten, motor32,80,82Verwarming, achterruit12,16,26
Steunpunten krik45Verwarming, bestuurdersstoel20
Stoelen20,27Vlekken verwijderen78
Storingen opsporen van82,83Vloematten reinigen79
Stroomverdeler90Vochtwerend middel80

VOLVO 345 (1981) - Remmen - 1

Perso.ialiaDichtstbijzijnde Volvo-garageGegevens auto
NaamNaamType-aanduiding
AdresAdres
Chassisnr.
Tel.Tel
Nr rijbewijsChef werkplaats
VerzekeringsmaatschappijTelMotomr.
PolisnrKentekennr.

De "zichtbare" anti-roestbehandeling niet u met regelmatige lus- senpozen, tenminste een maal per jaar. controleren en bijwerken Indien de anti-roestbehandeling ook maar ergens bijgewerkt moet worden, moet u dit onmiddellijk doen, zodat geen vocht onder de roestbescherming kan komen. De roestbescherming moet echter schoon en droog zijn, wanneer u gaat bijwerken. Alvorens bij te werken moet u de auto goed afspoelen, wassen en droog maken. Gebruik anti-roestmiddelen in een spuitbus of die met een penseel aangebracht moeten worden. Voor nauwe plaatsen is een drukolie- kan goed bruikbaar. Er bestaan drie verschillende typen anti-roest- middel:

a) dunne (ML), voor naden aan de onderkant
b) dunne (doorzichtige), voor zichtbare plaatsen
c) dikke, voor slijtvlakken aan het onderstel en voor de wielkuipen.

Denkbare plaatsen, die met deze hulpmiddelen wellicht bijgewerkt moeten worden, zijn bijvoorbeeld:

  • Zichtbare lasplaatsen en naden in het plaatwerk (vloeistof type b)
  • Onderstel en wielkuipen, speciaal de naad tussen vloer en drempels (eerst vloeistof type a en daarna type c)
  • Flenzen aan de motorkap (vloeistof Type b)
  • Portierscharmieren (vloestof type b)
  • Onder alle sierlijsten en afdeklijsten voor zijramen (vloeistof type b. wordt voorzichtig op de lijsten gepoten)

VOLVO 345 (1981) - Remmen - 2

Reinigen na het behandelen

Wanneer is met de behandeling grededgekomen bent, moet u ho overbodige anti-roestmodel wegvegen met een doek, die met to penhige bevochtigd is.

VOLVO

192401301081000570

AB VOLVO • GÖTEBORG, ZWEDEN

PRIVATE IS THE NEUTHEANS

[Unreadable]

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLVO

Model : 345 (1981)

Categorie : Auto