VOLVO

S70 (2000) - Auto VOLVO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis S70 (2000) VOLVO in PDF-formaat.

📄 126 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice VOLVO S70 (2000) - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Merk Volvo
Model S70 (2000)
Categorie Personenauto
Carrosserievorm Sedan (4 deuren)
Aantal zitplaatsen 5
Motor 2.4 liter, 5 cilinders, 140 pk
Transmissie Handgeschakelde 5-versnellingsbak of optionele 4-traps automaat
Brandstof Benzine
Gemiddeld brandstofverbruik 9,5 l/100 km (gecombineerd)
CO2-uitstoot Ca. 230 g/km
Lengte 4720 mm
Breedte 1760 mm
Hoogte 1425 mm
Wielbasis 2660 mm
Leeggewicht Ca. 1450 kg
Laadvermogen 530 kg
Maximale snelheid 205 km/u
Van 0-100 km/u 9,5 seconden
Veiligheidsvoorzieningen ABS, airbags (bestuurder/voorpassagier/zijairbags), gordelspanners
Onderhoudsinterval Elke 12 maanden of 15.000 km
Reparatiehandleiding Beschikbaar in PDF-formaat op notice-facile.com

Veelgestelde vragen - S70 (2000) VOLVO

Hoeveel pk heeft de Volvo S70 (2000)?
Wat is het gemiddelde brandstofverbruik van de Volvo S70?
Welk type motorolie is geschikt voor de Volvo S70?
Hoe vaak moet de distributieriem worden vervangen?
Wat is het laadvermogen van de Volvo S70?
Hoe kan ik de alarmlichten inschakelen op de Volvo S70?
Welke bandenspanning wordt aanbevolen voor de Volvo S70?
Hoe vervang ik een lampje van de koplamp?
Wat zijn veelvoorkomende problemen met de Volvo S70?
Waar vind ik het VIN-nummer van mijn Volvo S70?

Gebruikersvragen over S70 (2000) VOLVO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Auto in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S70 (2000) - VOLVO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S70 (2000) van het merk VOLVO.

GEBRUIKSAANWIJZING S70 (2000) VOLVO

Een alfabetische inhoudsopgave zit achterin het boekje

Hoofdstuk

Instrumenten, schakelaars en bediening 1

Interieur, portieren, kofferdeksel, schuifdak

Starten en rijden

Wielen en banden

Als er iets gebeurt

Carrosserie-onderhoud

Service Volvo 7

Specifications 8

Zuivering uitlaatgassen 9

Audio 10

Deze gebruikershandleiding bevat informatie over standaard en optionele uitrusting. Ook alternatieve uitrusting, een manuele of automatische transmissie bijvoorbeeld, wordt besproken. In sommige landen zijn bepaalde uitrustingen bij wet verplicht. Dit betekent dat u soms bepaalde stukken in deze handleiding kunt overslaan omdat ze handelen over zaken waarmee uw wagen niet is uitgerust.

De specificaties, constructies en afbeeldingen in deze handleiding zijn niet bindend. Wij behouden ons het recht voor om zonder voorafgaande mededeling wijzigingen aan te brengen.

Deze handleiding is gedrukt op milieuxvriendelijk, chloorsrij papier.

Deze handleiding is gedrukt op milieouvriendelijk, chloorsrij papier.

Instrumenten, schakelaars en bediening=
32 33 34 35 36

Beschrijving op pagina
1 Blaasmonden1:20
2 Koplampen en parkeerlichten1:6
3 Instrumentenverlichting1:10
4 Mistachterlicht1:10
5 Mistlamp voor (extra uitrusting)1:10
6 Hoogte-instelling koplampen (extra uitrusting)1:10
7 Plaats voor extra uitrusting-
8 Dashboard1:2-1:5
9 TRACS of STC (extra uitrusting)1:11
10 Bedieningspaneel boordcomputer (extra uitrusting)1:14
11 Elektrisch bediend schuifdak (extra uitrusting)2:4
12 Elektrisch verwarmde achterruit en buitenspiegels1:11
13 Luchtmenging1:20
14 Blaasmonden1:20
15 SRS (Airbag)2:15
16 Blaasmonden1:20
17 Motorkapvergrendeling2:30
18 Richtingaanwijzers, groot/dimlichtschakelaar, grootlichtsignaal Cruise control (extra uitrusting)1:8
19 Verstelbaar stuur1:12
20 Ruitenwissers/-sproeiers en koplampwissers/-sproeiers1:8
21 Verwarmde passagiers- en bestuurdersstoel Contact- en stuurslot1:9
22 Sigare-aansteker1:17
23 Audio1:7
24 Verwarmings- en ventilatiesysteem1:18
25 Waarschuwingsknipperlichten10:1
26 Asbakje1:20-1:28
27 Vakje voor geldstukken1:4
28 Versnellingspook1:18
29 Keuzeschakelaar sportief rijden1:18
30 Handrem3:7
31 Claxon3:8
32 Elektrische sluiting achterklep1:17
33 Elektrisch bediende raammechanismen2:23
34 Elektrisch verstelbare buitenspiegels1:19
35 Elektrische bediening benzineklep2:2
36 Vergrendeling portieren3:2
2:24

=Instrumenten
MAX 120 140 160 100 180 80 200 60 220 40 240 20 260 0 0.555 1 2 3 4 5 6 7 8 H M 1 2 3 4 5 6 7 8

4 Klokje, buitentemperatuur-

meter

(Boordcomputer, extra uitrusting)

7 Dagteller op nul zetten

Druk het knopje in om deze op nul te zetten.

6 Kilometerteller

8 Toerenteller

De dagteller kunt u gebruiken om korte afstanden op te meten. Het rechter cijfer geeft hectometers aan.

N.B! 30 min. nadat de ontsteking werd

uitgeschakeld, wordt de verlichting var

toerentallen voorkomt. Wanneer deze functie

wordt ingeschakeld, kunt u pulsaties voelen,

wat in dat geval volkomen normaal is.

VOLVO S70 (2000) - Toerenteller - 1

1 Brandstofmeter

De inhoud van de brandstoftank is ca 68* liter. Als het waarschuwingslampje gaat branden, is er nog ca 8 liter brandstof over om op te rijden.

VOLVO S70 (2000) - Brandstofmeter - 1

Deze geeft de temperatuur in het koelsysteem van de motor aan. Als de meter telkens in het rode gebied komt of erin blijft staan, moet het koelvloeistofpeil onmiddellijk gecontroleerd worden; doe dit ook, als het controlelampje brandt; zie 7:11.

3 Snelheidsmeter

* Auto's met AWD ongeveer 66 liter

1:2

Instrumenten
1 2 3 4 5 6 7 DUE ETS SRS 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22

15 Remcircuit buiten werking
16 Parkeerrem aangetrokken
17 ABS (niet-blokkerende remmen)
buiten werking
18 Automatische versnellingsbak:
stand W, 3, 2, 1, of L ingeschakeld
19 Te weinig koelvloeistof
20 TRACS ontkoppeld (extra
STC ontkoppeld uitrusting)
21 Fout in de motorelektronica
22 Service-herinnering
6 Mistachterlamp brandt
7 Grootlicht brandt
8 De koffer/achterportier is niet
gesloten.
9 Een gloeilamp brandt niet meer
10 Richtingaanwijzers aanhangwagen
Voorverwarming (dieselmotor)
Elektronisch gasklepsysteem
12 Airbagsysteem defect
13 Dynamo laadt niet bij
14 Oliedruk te laag
1 Linker richtingaanwijzers
2 Rechter richtingaanwijzers
3 Cruise control ingeschakeld
4 Te weinig sproeivloeistof
Als het lampje brandt, is er nog
maar 1/2 liter sproeivloeistof in het
reservoir
5 Te weinig brandstof
Als het lampje gaat branden, is er
nog ca 8 liter brandstof over om op
te rijden

= Controle- en waarschuwingslampjes

Deze waarschuwingslampjes mogen onder het rijden nooit branden!

Deze moeten echter wel branden, als vóór het starten de startsleutel in de rijstand gedraaid wordt. Dan blijkt of de lampjes werken. Als de motor aangeslagen is, moeten alle waarschuwingslampjes uitgaan behalve dat voor de parkeerrem. Dit gaat pas uit, als de parkeerrem losgezet wordt.

Remcircuit buiten werking Ⓐ

Als dit lampje onder het rijden of bij afremmen gaat branden, is het remvloeistofpeil te laag. Sta onmiddellijk stil en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (waar dit zit, ziet u op de achterkant van dit boekje)! Als ergens in het reservoir het peil onder MIN is: rijd niet verder, maar laat de auto voor controle en reparatie naar een werkplaats brengen.

VOLVO S70 (2000) - Remcircuit buiten werking Ⓐ - 1

Als dit lampje onder het rijden gaat branden, is de oliedruk van de motor te laag. Zet de motor onmiddellijk af en controleer het oliepeil in de motor; zie pagina 7:7. Na erg hard rijden kan het lampje gaan branden, als de motor weer stationair loopt. Dit is normaal, als het bij verbogen van het motor-toerental maar weer uitgaat.

VOLVO S70 (2000) - Remcircuit buiten werking Ⓐ - 2

Brandt niet meer Als dit lampje gaat branden, is een van onder- staande gloeilampen uitgegaan: Dimlichten, Achterlichten, Parkeerlichten achter. Remlichten (als het lampje bij intrappen van het rempedaal brandt). Controleer de zekering en de gloeilamp.

VOLVO S70 (2000) - Remcircuit buiten werking Ⓐ - 3

ontstekingssysteem

Als het waarschuwingslampje blijft branden nadat de motor is gestart, is een storing waargenomen door een van de boorddiagnosesystemen. De waargenomen storing heeft waarschijnlijk tot gevolg dat de motor niet voldoet aan de emissienormen. La de auto controleren bij een Volvo-dealer.

VOLVO S70 (2000) - ontstekingssysteem - 1

Dit lampje brandt, als de dynamo niet bijlaadt. Als het lampje onder het rijden gaat branden, zit er een storing in de elektrische installatie of is de ventilatorriem slecht aangespannen.

VOLVO S70 (2000) - ontstekingssysteem - 2

Parkeerrem aangetrokken

Bij gewoon afremmen wordt de parkeerrem die apart van de voetrem werkt niet gebruikt. Daarom reinigt deze zichzelf niet. Wij adviseren u dus om de parkeerrem regelmatig te gebruiken.

VOLVO S70 (2000) - Parkeerrem aangetrokken - 1

Als het lampje brandt, is een storing waargenomen in het brandstof- en ontstekingssysteem. De motor loopt waarschijnlijk niet goed en beschikt onvoldoende vermogen. Schakel het uit en start de motor opnieuw. Als he nog steeds brandt, zal de auto gecont moeten worden door uw Volvo-deale

VOLVO S70 (2000) - Parkeerrem aangetrokken - 2

Te weinig koelyloeistof

Als dit lampje onder het rijden gaat branden, is het koelvloeistofpeil te laag. Zet de motor af en controleer het koelvloeistofpeil in het expansievat; zie pagina 7:11.

Als het lampje brandt,

waargenotten in het brandstor- en entstekingrosterm. De motor leont

onstekingssystem. De motor kopt waarschiplik niet goed en beschikt

waarschijnlijk met goed en beschikt over onvoldoende vermogen. Schakel het contact uit en start de motor opnieuw. Als het lampje nog steeds brandt, zal de auto gecontroleerd moeten worden door uw Volvo-dealer.

VOLVO S70 (2000) - Als het lampje brandt, - 1

Dit lampje brandt, als de dynamo niet bijlaadt. Als het lampje onder het rijden gaat branden, zit er een storing in de elektrische installatie of is de ventilatorriem slecht aangespannen.

VOLVO S70 (2000) - Als het lampje brandt, - 2

Controle- en waarschuwingslampjes

Service-herinnering

SER- VICE

Wanneer dit lampje gaat branden, is uw auto toe aan een onderhoudsbeurt. Het

oplichten van het lampje hangt af van drie factoren: kilometeraantal, totaal aantal bedrijfsuren van de motor of tijd in maanden, afhankelijk van wat het eerste een limietwaarde bereikt (sommige modellen houden enkel rekening met het kilometeraantal). De waarden worden in de fabriek voorgeprogrammeerd. Bij de onderhoudsbeurt wordt het lampje door uw Volvo dealer teruggesteld. Na het aanzetten van het contact blijft het lampje altijd nog twee

VOLVO S70 (2000) - SER- VICE - 1

Voorverwarming (diesel)

Wanneer de buitentemperatuur onder +5°C ligt, is een voorverwarming vereist. Het controle-lampje

gaat branden wanneer de sleutel in de positie rijden/ voorverwarmen wordt gedraaid, om aan te geven dat de voorverwarmings-inrichting werkt. Wanneer het lampje dooft, kan de motor worden gestart. Het is de temperatuur van de motor die bepaalt hoe lang moet worden voorverwarmd: hoe kouder de motor, hoe langer de voorverwarming. Wanneer de motor warm is, gaat het controlelampje niet branden. Als de motor niet start en de voorverwarming moet worden herbegonnen, moet u de sleutel eerst terug in de "0"-stand draaien. Cruise control ingeschakeld Wanneer de cruise control ingeschakeld is, brandt dit lampje. Op motorvarianten B5252S, B5202S en D5252T ontbreekt dit lampje.

VOLVO S70 (2000) - Voorverwarming (diesel) - 1

Automatische

versnellingsbak

Dit lampje gaat branden als stand W ingeschakeld of positie 4-1 of L gekozen is. Als het controlelampje gaat knipperen, wijst dit op een defect in de automatische versnellingsbak. Neem in dat geval contact op met uw Volvo-werkplaats. Als de auto

minder krachtig lijkt en het controle- lampje knippert, moet u de keuzehendel in positie L. zetten.

VOLVO S70 (2000) - versnellingsbak - 1

Controlelampje voor de

richting-aanwijzers van de aanhangwagen

Als het elektrisch systeem van de aanhangwagen aangesloten is, knippert dit lampje tegelijk met de andere controlelampjes van richtingaanwijzers. Als dit lampje niet knip pert, betekent dit dat de richtingaanwijzers van de aanhangwagen of van de auto niet

VOLVO S70 (2000) - richting-aanwijzers van de aanhangwagen - 1

TRACS ontkoppeld

(extra uitrusting)

Als het TRACS (TRAction Control System) handmatig wordt ontkoppeld met de schakelaar op het instrumentenpaneel, gaat het controlelampje branden. Het gaat ook branden bij een defect aan het TRACS en als de remmen oververhit raken. In dit geval dooft het lampje wanneer de remmen weer afgekoeld zijn. Neem contact op met uw Volvo werkplaats. Opmerking! Op auto's met AWD is TRACS permanent ingeschake

VOLVO S70 (2000) - (extra uitrusting) - 1

Als dit lampje onder het rijden blijft of gaat branden, heeft de diagnose-eenheid van het Airbagsysteem een storing ontdekt. Rijd voor controle onmiddellijk naar een Volvo- werkplaats. Meer informatie over de airbag vindt u op pagina 2:15-2:20.

VOLVO S70 (2000) - (extra uitrusting) - 2

ABS - niet-blokkerende remmen buiten werking

Door het ABS-systeem kunnen de wielen bij sterk afremmen niet blokkeren. Als dit lampje brandt, werkt het systeem niet. Het gewone remsysteem van de auto werkt echter normaal. Rijd voor controle naar een Volvo-werkplaats. Over ABS-remmen kunt u meer lezen op pagina 3:15.

STC uitgeschakeld

VOLVO S70 (2000) - STC uitgeschakeld - 1

(Optionele uitrusting)

Het controlelampje brandt als de STC handmatig is uitgeschakeld door middel van de STC-schakelaar op het dashboard. Het controlelampje gaat ook branden als een storing is waargenomen in het STC-systeem of als de remmen te warm worden, maar het zal weer uit gaan als de remmen de normale bedrijfstemperatuur bereiken. Het controlelamp gaat knipperen als het STC-systeem wordt ingeschakeld om te voorkomen dat de aangedreven wielen tijdens acceleratie hun grip op het wegdek verliezen. Neem contact op met een erkende Volvo-dealer.

=Koplampen, Knipperlichten

Koplampen en parkeerlichten

O Startsleutel in stand 0: alle lichten uit.

Startsleutel in stand II (alt.1): dimlichten aan (+ parkeerlichten voor en achter en nummerplaatverlichting).

Dimlichten wordt automatisch aangezet wanneer de startsleutel in

stand II wordt gezet.

Startsleutel in stand II (alt.2): alle lichten uit.

Parkeerlichten voor en achter.

De parkeerlichten mogen alleen bij parkeren gebruikt worden, nooit onder het rijden.

Startsleutel in stand 0 en 1: alle verlichting is uit.

Startsleutel in stand II: de koplampen branden (+ parkeerlichten voor en achter, kentekenplaatverlichting en instrumentenverlichting) N.B: U moet de lichtschakelaar altijd in de stand draaien om het grootlicht te kunnen laten branden.

VOLVO S70 (2000) - Koplampen en parkeerlichten - 1

Knipperlichten (alle vier knipperen) moeten gebruikt worden, als u gedwongen bent om stil te staan of de auto zo te parkeren, dat deze het verkeer in gevaar brengt of hindert.

Denk hieraan: De voorschriften voor het gebruik van knipperlichten variëren van land tot land.

0 A

Met knop (A) onder de lichtschakelaar kunnen de automatische dimlichten in positie 0 worden bediend. Druk de knop in en draai hem in de gewenste positie met een kleine schroevedraaier.

1 Automatische dimlichten (alt.1) 2 Automatische dimlichten (zelfs in 30 E-stand, Canada) 3 Alle lampen zijn uit (alt.2)

Start- en stuurslot

VOLVO S70 (2000) - Start- en stuurslot - 1

Het stuurslot blokkeert het stuur bij het uithalen van de sleutel.

Tussenstand-"radiostand"

Bepaalde elektrische componenten kunnen gebruikt worden (b.v. de radio, kachelaanjager, sigare-aansteker). De elektrische installatie van de motor is niet ingeschakeld.

1

Start- en stuurslot

Als de stand van de voorwielen zodanig is dat druk wordt uitgeoefend op het stuurslot, kan de sleutel niet gemakkelijk in het contactslot worden gestoken en ook niet gemakkelijk worden gedraaid. Draai het stuur tijdens het draaien van de sleutel een beetje naar links en rechts om de druk op het stuurslot te verminderen. Denk eraan om bij het verlaten van de auto het stuurslot te blokkeren: dan verkleint u de kans op diefstal.

Rijstand

Stand van de sleutel tijdens het rijden (en tijdens de voorverwarming van diesel-motoren - alleen bij temperaturen onder +5°C). De gehele elektrische installatie van de auto is ingeschakeld.

III Startstand

De startmotor wordt ingeschakeld. Laat, als de motor aangeslagen is, de sleutel los. Deze gaat automatisch in de rijstand terug.

WAARSCHUWING!

Neem nooit de contactsleutel uit het stuurslot tijdens het rijden of slepen van de auto!

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

1:7

—Richtingaanwijzers, Stuurstand verstellen

Richtingaanwijzers, groot-/dimlichtschakelaar en grootlicht-“signaal”

I "Drukpuntstand"

Bij bochten met een kleine stuuruitslag (verwisselen van rijbaan, passeren) beweegt u de hendel licht naar boven of beneden en houdt deze met de vinger vast. Bij loslaten gaat de hendel onmiddellijk naar de neutrale stand terug.

2 Normale bochten

3 Grootlicht-"signaal" (koplampen uit)

Druk de hendel licht naar het stuur (toto dat u wat weerstand voelt). Het grootlicht brandt, totdat u de hendel weer loslaat.

3 Omschakelen groot-/dimlicht (koplampen branden)

Druk de hendel voorbij de "signaalstand" naar het stuur en laat deze weer los. De koplampen wisselen tussen groot- en dimlicht.

Als een gloeilamp in de richtingaanwijzers stukgegaan is, kunt u dit zien, omdat het controlelampje aanzienlijk sneller dan normaal knippert.

Stuurstand verstellen

Het stuurwiel kan zowel in de hoogte als in

de lengte worden versteld. Druk de hendel aan de linkerkant van de stuurkolom naar

beneden. Breng het stuurwiel in de gewenste positie. Druk de hendel weer naar boven om de positie van het stuurwiel te vergrendelen.

WAARSCHUWING!

Verstel de stuurstand, voordat u met de auto gaat rijden: nooit onder het rijden! Controleer of het stuur vastzit.

Automatisch vertraging van de verlichting ("Follow-me-home")

Als het donker is wanneer u de auto verlaat en u wilt dat de lichten nog even blijven branden, doet u het volgende:

- Verwijder de sleutel uit het contactslot. - Druk de bedieningshendel voor groot licht/dimlicht een klein beetje in de richting

van het stuurwiel.

Het dimlicht in de koplampen gaat branden en blijft gedurende 30 seconden branden.

(1) AD = BD = 1

VOLVO S70 (2000) - Automatisch vertraging van de verlichting ("Follow-me-home") - 1

Ruitewissers en -sproeiers Koplampwissers en -sproeiers

1 Intervalwissen

Dit wordt gebruikt bij het rijden in b.v. nevel of mist. De wissers maken elke 6 seconden een slag.

2 "Drukpuntstand"

Als u wilt, dat de wissers slechts een of een paar slagen maken (b.v. bij motregen): zet de hendel in de drukpuntstand en houd deze met de vinger vast. Bij loslaten blijven de wissers in de retourstand.

3 Ruitewissers, normale snelheid

4 Ruitewissers, hoge snelheid

5 Ruitesproeiers + koplampwissers/-sproeiers

Met de hendel in deze stand gaan ook de ruitewissers werken en maken na het loslaten van de hendel nog 2-3 slagen.

Achterruitwisser/sproeier

De achterruitwisser/sproeier wordt bediend met de schakelaars op de ruitewisserhendel.

1 Achterruitwisser, normale snelheid 2 Intervalwissen

De achterruitwisser maakt elke 10 seconden een slag. 3 Achterruitsproeier

Als u op deze knop drukt werkt de wisser samen met de sproeier. Nadat de knop is losgelaten maakt de wisser nog 2 à 3 slagen.

VOLVO S70 (2000) - Achterruitwisser/sproeier - 1

1 Regelbare weerstand voor instrumentenver- lichting

Draai de knop naar boven – verlichting sterker.

De instrumentenverlichting brandt in stand - D E en

2 Mistachterlicht

Het mistachterlicht is aanzienlijk sterker dan het gewone achterlicht en wordt gebruikt bij zeer slecht zicht. Het mistachterlicht wordt aangezet met behulp van de schakelaar (deze functie wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de motor wordt uitgezet). Als het controlelampje op het dashboard brandt, brandt het mistachterlicht in combinatie met groot/dimlicht. Het mistachterlicht zit aan de linkerkant van de auto.

1 2 3 4 5

Instellingen
Lading4-deurs5-deursAWD
Bestuurder000
Bestuurder en 1 passagier0-00
Bestuurder en 5 passagiers1(0)-0-0-
5 inzittenden + lading (95 kg)1(0)=1(0)=1-
Bestuurder + max. lading (270 kg)3(1)3(2)2

( ) Auto's met Nivomat.

Opmerking: Ga na of instelling 0 overeenkomt met de normale adingsomstandigheden.

4 Hoogte-instelling lichtstraal

(sommige landen)

Het systeem bestaat uit een elektrische motor op elke koplamp en een schakelaar op het dashboard. Met de schakelaar kan de hoogte van de koplampstralen worden aangepast aan verschillende ladingen. De hoogte van de lichtstraal kan alleen worden ingesteld met ingeschakelde koplampen. De correcte niveaus voor de verschillende ladingen worden in nevenstaande tabel opgegeven,

5 Plaats voor extra uitrusting

3 Mistlamp voor (extra

uitrusting)

De mistlamp voor wordt in- en uitgeschakeld met behulp van de schakelaar. Als de LED op de schakelaar brandt, werkt de mistlamp in combinatie met het parkeerlicht en het groot/ dimlicht. Denk hieraan: De voorschriften voor het gebruiken van mistachterlampen en mistlampen variëren van land tot land.

Boordcomputer Elektrisch verwarmde achterruit/buitenspiegel—

8 Elektrisch bediend schuif/

kanteldak (extra uitrusting)

Zie voor het open- en dichtdoen pagina 2:4.

9 Elektrisch verwarmde

achterruit

Elektrisch verwarmde buiten spiegels

Gebruik de elektrische verwarming om ijs en aanslag van de achterruit en buitenspiegels te verwijderen. Door eenmaal op de schakelaar te drukken gaan de verwarmingen van de achterruit en buitenspiegels tegelijk werken. Dit blijkt uit het branden van het oranje controlelampje in de schakelaar. Een ingebouwde tijd-schakelaar zorgt, dat de verwarming van de buitenspiegels en de achterruit na ca 12 minuten automatisch uitgeschakeld wordt. Tegelijk gaat het controlelampje uit. Als u nog een keer op de schakelaar drukt, terwijl het controlelampje brandt, schakelt u de gehele verwarming uit. Als u nogmaals op de schakelaar drukt, nadat het controlelampje uitgegaan is, gaat de verwarming opnieuw werken.

6 7 8 9

6 TRACS (extra uitrusting)

7 Bediening boordcomputer

(extra uitrusting)

Draai aan de knop om de gewenste functie van de boordcomputer te krijgen; zie pagina 1:14.

广力云智慧零售收银系统

1:5.

6 Stabiliteits- en tractieregeling

(extra uitrusting)

Het optionele STC-systeem (stabiliteits- en

tractieregeling) zorgt bij een glad wegdek

automatisch voor een betere stabilitie en tractie van de aangedreven wielen. Zie pagina 3:15 voor meer informatie.

Het STC-systeem kan handmatig worden ingeschakeld of uitgeschakeld met de STC-schakelaar op het dashboard.

=Cruise Control (extra uitrusting)

WAARSCHUWING!

De Cruise Control mag niet in druk verkeer of op een gladde weg gebruikt worden. N.B! Bij het rijden op een helling kan de werkelijke snelheid iets van de ingestelde afwijken.

RESUME ON OFF + - SET 270241A A B 3 Druk SET-knop (A) op + of - in en u stel de gevansta spelheid in.

3 Druk SET-knop (A) op + of - in en u stelt de gewenste snelheid in.

Snelheid verminderen

De Cruise Control wordt uitgeschakeld, als het rem- of koppelingspedaal ingetrapt wordt. De eerder ingestelde snelheid wordt in het geheugen bewaard. Als schakelaar (B) eventjes in de RESUME-stand gezet wordt, neemt de auto de eerder ingestelde snelheid weer aan.

Accelereren

Een tijdelijk snelheid vergroten, b.v. bij passe- ren, heeft geen invloed op de werking van de Cruise Control. De auto neemt de vorige snel- heid weer aan zonder dat de schakelaar in de stand RESUME gezet moet worden. Omdat de Cruise Control al ingeschakeld is, kan de snel- heid verhoogd of verlaagd worden door SET-

Inschakelen

De schakelaar voor de Cruise Control zit op de richtingaanwijzerhendel. De schakelaars van de cruise control bezinden zich op de

richtingaanwijzerhendel. Als de cruise control wordt

ingeschakeld, gaat een

controlelampje branden op het

instrumentenpaneel.

Gewenste snelheid instellen:

1 Zet schakelaar (B) in de stand ON.

2 Verhoog of verlaag tot de gewenste snel-

heid. N.B! De Cruise Control kan bij snel-

heden onder 35 km/h niet ingeschakeld

worden.

1:12

knop (A) op + of - ingedrukt te houden. Kort indrukken komt overeen met ± 1,6 km/h. De snelheid die de auto bij het loslaten van de knop heeft, wordt ingeprogrammeerd.

Uitschakelen

Zet schakelaar (B) in de stand OFF of trap op het rem- of koppelingspedaal. Als het contact afgezet of de keuzehendel in stand N gezet

VOLVO S70 (2000) - Uitschakelen - 1

Klokje Buitentemperatuurmeter

A H 12:03 2°C B M C 3RD4KA

Klok en buitentemperatuurmeter (sommige modellen)

Keuze van eenheden

Als de pennen A en B tegelijk ingedrukt worden, worden de tijd en de temperatuur volgens onderstaand schema tussen vier verschillende standen anders aangegeven:
1e maal drukken: 12 uur en °F 2e maal drukken: 24 uur en °F 3e maal drukken: 12 uur en °C 4e maal drukken: 24 uur en °C

Buitentemperatuurmeter

Geeft onder het rijden de temperatuur vlak boven het wegdek aan.
Als de temperatuur tussen +2°C en -5°C ligt, gaat een waarschuwingslampje (C) branden.
OPMERKING! Bij traag rijden of bij stilstaan kan de aangegeven omgevingstemperatuur wat hoger liggen door de warmte van de motor.

N.B.! 30 min. nadat de ontsteking werd

uitgeschakeld, wordt de verlichting van het
klokje gedoofd. Om ze terug aan te doen, moet u de ontsteking opnieuw inschakelen.

Klokje gelijkzetten

Het digitale klokje kan gelijkgezet worden door b.v. met een potlood op een van de beide pennen (A) of (B) te drukken.

b.

m = minuten

Als u een van de pennen langer dan vier secon- den ingedrukt houdt, verandert de tijd sneller.

Boordcomputer (extra uitrusting)
INFO B RESET C 300/508A

VOLVO S70 (2000) - Klokje gelijkzetten - 2

• Gemiddelde snelheid

• Actueel brandstofverbruik

• Gemiddeld brandstofverbruik

- Buitentemperatuur Waarschuwingslampje A

• Dagteller

- Bereik tot lege tank

Opmerking! Dertig minuten nadat het contact is uitgeschakeld, wordt de display van de

boordcomputer, dagteller en klok uitgeschakeld.

Schakel het contact in om de display weer in te

schakelen.

Boordcomputer

Volvo's boordcomputer ontvangt veel informa-
tie en deze wordt met een microprocessor con-
tinu geëvalueerd. Het systeem heeft zes func-
ties die in een tekenvenster verzameld zijn. Het
markeerlampje geen de gekozen functie aan.
Het klokje in de boordcomputer geen commin in het linken veld de tijd een. De voelende
in het minker veld de tijd aan. De vorgende gegevens verschijnen, als u een functie kiest:

Boordcomputer

Gemiddelde snelheid ∅ km/h

De gemiddelde snelheid na de laatste maal op nul zetten (Reset). Als het contact afgezet wordt, wordt de gemiddelde snelheid opgeslagen en vormt bij verder rijden de basis voor de nieuwe waarde. Deze kan met de Resetknop van de schakelaar op nul gezet worden.

Actueel brandstofverbruik L/100 km

Ononderbroken informatie over het actuele brandstofverbruik. Elke seconde wordt het brandstofverbruik uitgerekend. Als de auto stilstaat, geeft het tekenvenster “----” aan.

Gemiddeld brandstofverbruik ∅ L/100 km

Het gemiddelde brandstofverbruik na de laatste maal op nul zetten (Reset). Als het contact afgezet wordt, wordt het gemiddelde verbruik opgeslagen en blijft bewaard, totdat het met de Reset-knop van de schakelaar op nul gezet wordt.

H M 1/20km 1/20km 1/20km 87 m ←

VOLVO S70 (2000) - Gemiddeld brandstofverbruik ∅ L/100 km - 2

Geeft onder het rijden de temperatuur vlak boven het wegdek aan. Als de buitentemperatuur tussen ong. +2°C en -5°C ligt, gaat een waarschu-wingslampje branden in de "sneeuwvlok".

OPMERKING! Bij traag rijden of bij stilstaan kan de aangegeven omgevingstemperatuur wat hoger liggen door de warmte van de motor.

Dagteller km

De afgelegde afstand na de laatste maal op nul zetten (Reset). Deze waarde wordt opgeslagen, totdat deze met de Reset-knop van de schakelaar op nul gezel wordt.

Bereik tot lege tank km → 0

Aangegeven wordt de afstand die met de nog in de tank aanwezige brandstof gereden kan worden, berekend t.o.v. het gemiddelde verbruik en de resterende brandstofhoeveelheid. Als de brandstofhoeveelheid onder 8 liter daalt, gaat een waarschuwingslampje in het instrumenten-paneel werken. Als de afstand tot een lege tank minder dan 20 km is, geeft het tekenvenster “—“ aan.

VOLVO S70 (2000) - Bereik tot lege tank km → 0 - 1

Verwarmde stoelen vooraan/achteraan Parkeerrem
VOLVO S70 (2000) - Bereik tot lege tank km → 0 - 2

Schakelaars voor de verwarmde voorstoelen en de verwarmde achterbank

Verwarmde achterbank

(extra uitrusting)

De stoelverwarming kan met deze schakelaar worden aan- en uitgezet. Druk de schakelaar eenmaal in om de verwarming aan te zetten. Door de schakelaar opnieuw in te drukken wordt de verwarming uitgezet.

De ingebouwde timer schakelt de verwarming automatisch uit na 10 minuten. N.B! Ontkoppel de elektrische aansluiting bij het verwijderen van de zitting van de achterbank.

Elektrisch verwarmde voorstoe-

len

De elektrische verwarming kan met de schakelaar aan- en uitgezet worden. De verwarming wordt met een thermostaat geregeld en schakelt automatisch uit. Zet de verwarming van de passagiersstoel uit, als er niemand op de stoel zit.

VOLVO S70 (2000) - len - 1

De hendel van de handrem bevindt zich tussen de beide voorstoelen. De handrem werkt op de achterwielen. Een waarschuwingslampje in het instrumentenpaneel geeft aan dat de handrem is ingeschakeld. Denk er aan dat dit lampje ook brandt als de handrem slechts een klein stukje is aangetrokken. Controleer altijd of de handrem volledig is aangetrokken. Zorg dat de handrem altijd is vergrendeld in een inkeping door de hendel stevig omhoog te trekken. Trek de hendel van de handrem een klein beetje omhoog en druk op de knop op de hendel om de auto van de handrem te zetten. Laat de hendel vervolgens zakken. Zet de auto altijd op de handrem als u de auto parkeert.

Asbakjes en Sigarenaansteker, Stroomvoorziening
VOLVO S70 (2000) - len - 2

Asbakje
Asbakje
Stroomvoorziening/

Asbakje met vering: druk licht tegen de klep dan gaat deze automatisch open. Als u de asbak wilt legen, pakt u deze aan de zijkanten beet en trekt u deze naar buiten.

Sigarenaansteker

Asbakje voor de achterbank

Als het asbakje geleegd moet worden, moet het helemaal uitgetrokken worden. Til de achterkant op en verwijder het asbakje.

Druk de aansteker in, als u deze wilt gebruiken. Als deze na ca 6-8 seconden warm geworden is, komt deze automatisch met een "klik" naar buiten. De aansluiting voor de sigare-aansteker voorin en achterin heeft een vermogen van 120 W.

Elektrisch bediende raammechanismen (extra uitrusting)

VOLVO S70 (2000) - Elektrisch bediende raammechanismen (extra uitrusting) - 1

Zorg er voor (speciaal als kinderen in de auto zijn) dat bij het sluiten van de ramen geen handen klem komen te zitten.

Vergrendeling

portieren. Zie ook pag. 2:24.

raammechanismen

Schakelaar voor

Rechts voor

VOLVO S70 (2000) - Elektrisch bediende raammechanismen (extra uitrusting) - 2

te verbreken (d.w.z. de startsleutel eruit te halen), als u kinderen alleen in de auto achterlaat.

De ramen achter kunnen worden bediend met de schakelaars op de respectieve achterportieren en met de schakelaars in het bestuurdersportier.

ON

De ramen achter kunnen enkel worden bediend met de

schakelaars in het bestuurdersportier, en niet langer met de schakelaars op de achterportieren.

OFF

N.B! De elektrisch bediende raammechanismen hebben een overbelastingsbeveiliging die werkt, als de ramen door iets geblokkeerd zijn. Als dit gebeurt: verwijder het voorwerp en wacht ca 20 seconden. Dan is de beveiliging afgekoeld en kunt u de raammechanismen weer gebruiken.

Bij auto's met ook voor de achterportieren elektrisch bediende raammechanismen kunnen deze met de schakelaar midden op het schakelaarpaneel vastgezet worden. Denk er om de stroom naar de raammechanismen altijd

Verwarming en ventilatie - verwarmings-/ventilatiesystemen

A B C D C D

Blaasmonden

A Dicht B Open

C Luchtstroom opzij gericht D Luchtstroom omhoog geric

Luchtmenging

Het verwarmings-/ventilatiesysteem is uitgerust met een luchtmengingsfunctie waarmee frisse lucht kan worden aangevoerd wanneer de blaasmonden open staan (stand B).

De bedoeling is dat er dan koele lucht naar uw gezicht wordt geblazen terwijl de rest van het interieur warme lucht krijgt aangevoerd. Schakel de luchtmengingsfunctie uit wanneer de centrale blaasmonden niet verbruikt worden en u het interieur snel wilt opwarmen.

Op de volgende pagina's staan enkele adviezen om de verwarming/ventilatie zo effectief mogelijk te gebruiken. De airconditioning maakt het mogelijk om in de auto een koel en behaaglijk klimaat te krijgen, ook al is het buiten erg warm, maar denk eraan, dat ramen en schuif-
dak dicht moeten zijn.
Als de auto is uitgerust met een luchtfilter voor het passagierscompartiment is er naast de luchtinlaat in het motorcompartiment een sticker geplakt.

N.B! De airconditioningsinstallatie bevat het nieuwe koelmiddel R134a. Dit bevat geen chloor waardoor het geheel ongevaarlijk voor de ozonlaag is. Verder draagt R134a in een zeer beperkte mate bij tot
het zogenoernde broeilkas-effect. Bij het vullen met/verversen van koelmiddel mag uitsluitend R134a gebruikt worden. Voer zelf gee werkzaamheden uit aan het airconditioningsysteem, maar laat h
onderhoud uitvoeren in een erkende werkplaats. Het airconditiongsysteem moet regelmatig onderhouden worden. Zie het Serviceboekje.

- "Verwarmings-/ventilatiesysteem zonder airconditioning." Dit wordt op pagina 1:22–1:23 beschreven.

- "Verwarmings-/ventilatiesysteem met manuele airconditioning." Dit wordt op pagina 1:24–1:25 beschreven.

- "Verwarmings-/ventilatiesysteem met automatische airconditioning." Dit wordt op pagina 1:26–1:28 beschreven.

VOLVO S70 (2000) - Luchtmenging - 1

Luchtverdeling=
Defroster

Defroster/ Vloer

Ventilatie/ Vloer

Vloer

—Verwarmings-/ventilatiesysteem zonder airconditioning:

Functiekiezer

Passagierskant Stel de gewenste temperatuur in
Kies de gewenste functie De kiezer is traploos instel- haar tussen de aangegeven functies.
Bestuurderskant Stel de gewenste temperatuur in

Temperatuurkiezer

Luchtverdeling

Temperatuurkiezer

VOLVO S70 (2000) - Temperatuurkiezer - 1

Lucht naar ramen. In deze stand is er geen "recirculatie" van de lucht.

VOLVO S70 (2000) - Temperatuurkiezer - 2

Lucht naar vloer en ramen

Lucht naar vloer en ramen

VOLVO S70 (2000) - Temperatuurkiezer - 4

Lucht naar vloer

VOLVO S70 (2000) - Temperatuurkiezer - 5

De interieurlucht "recirculeert", d.w.z., dat geen frisse lucht de auto ingezogen wordt. Het controle-lampje brandt, als deze functie ingeschakeld is.
Indien
recirculatie van de lucht in het voertuigplaats.

VOLVO S70 (2000) - Temperatuurkiezer - 6

VOLVO S70 (2000) - Temperatuurkiezer - 7

Aanjager

0 = Afgezet 4 = Hoogste snelheid

0 = Afgezet

0 = Afgezet

0 = Afgezet

0 = Afgezet

0 = Afgezet

Verwarmings-/ventilatiesysteem zonder airconditioning

Zo wordt het het warmst:

Sluit de twee centrale blaasmonden en schakel de luchtmengingsfunctie uit.

VOLVO S70 (2000) - Zo wordt het het warmst: - 1

... en zo wordt het het koelst:
Blaasmonden open.
VOLVO S70 (2000) - Zo wordt het het warmst: - 2

... en zo wordt aanslag van de ramen verwijderd:

Sluit de twee middelste blaasmonden en schakel de luchtmengingsfunctie uit. Zet de functiekiezer op 367. In deze stand vindt geen recirculatie van de lucht plaats. Open de twee buitenste blaasmonden indien de zijramen opnieuw beslaan.

VOLVO S70 (2000) - Zo wordt het het warmst: - 3

— Verwarmings-/ventilatiesysteem met manuele airconditioning

Functiekiezer

VOLVO S70 (2000) - Functiekiezer - 1

De lucht in het voertuig wordt gerecirculeerd (er wordt geen buitenlucht toegevoegd ). Het controlelampje gaat branden wanneer deze functie wordt geselecteerd. Er vindt geen recirculatie plaats indien wordt geselecteerd. AC Airconditioning werkt. Dit is de standaardinstelling, het controlelampje brandt. De airconditioning werkt niet wanneer de aanjager is uitgeschakeld.

—Verwarmings-/ventilatiesysteem met manuele airconditioning

Enkele goede adviezen:

Denk eraan dat er altijd wat lucht door de

ren tot ca 0°C gebruikt worden.

de blaasmonden open staan, ongeacht de posi-

tie van de functiekiezer.

Als u de maximale hoeveelheid lucht naar de

vloer of de ramen wilt hebben, moet u de

blaasmonden dichtzetten. Als de zijramen weer

beslaan: zet de twee buitenste blaasmonden

open.

VOLVO S70 (2000) - —Verwarmings-/ventilatiesysteem met manuele airconditioning - 1

Sluit de twee centrale blaasmonden en schakel de luchtmengingsfunctie uit.

... en zo wordt het het koelst:

Open de blaasmonden.

Druk op de schakelaars voor en airconditioning Stel de temperatuur bij met behulp van de temperatuurkiezer indien de lucht te koud is.

VOLVO S70 (2000) - ... en zo wordt het het koelst: - 1

airconditioning Stel de temperatuur bij met behulp van de temperatuurkiezer indien de lucht te koud is.

VOLVO S70 (2000) - ... en zo wordt het het koelst: - 2

Zet de blaasmonden open.

... en zo wordt aanslag van de ramen verwijderd:

Gebruik het airconditioningsysteem om de ramen snel te ontwasemen, zelfs wanneer de buitentemperatuur betrekkelijk koud is. Selecteer op het bedieningspaneel. De airconditioning zal automatisch in werking treden. Er vindt geen luchtrecirculatie plaats het voertuig.

Open de twee buitenste blaasmonden indien de zijramen opnieuw bestaan.

VOLVO S70 (2000) - ... en zo wordt aanslag van de ramen verwijderd: - 1

Sluit de twee centrale blaasmonden en schakel de luchtmengingsfunctie uit.

=Verwarmings- en ventilatiesysteem met automatische airconditioning:

Functiekiezer

AUT In deze stand wordt de lucht-stroom automatisch geregeld Lucht stroomt door de blaas-monden Lucht naar de ruiten. In deze stand wordt de lucht in het interie-eur niet gerecirculeerd en draait de ventilator aan de hoogste snel-heid als hij in stand AUT staat. Lucht naar de vloer en voorruit/zijruiten Lucht naar de vloer Lucht naar de vloer en blaasmon-den

Temperatuurkiezer Bestuurderskant Stel de gewenste tempera- tuur in Luchtverdeling Kies de gewenste functie De kiezer is traploos instel- baar tussen de aangegeven functies. Normale stand: AUT Temperatuurkiezer Passagierskant Stel de gewenste tempera- tuur in. Aanjager AUT = aanjagersnelheid automatisch geregeld 0 = uit Beweeg de regelaar naar rechts om de aanjagersnel- heid te verhogen. De lucht in het voertuig wordt gerecirculeerd (er wordt geen buitenlucht toegevoegd ). Het controlelampje gaat branden wanneer deze functie wordt geselecteerd. Er vindt geen lucht recirculatie plaats indien 207 wordt geselecteerd. Zie pagina AC ON Airconditioning werkt. Dit is de standaard- instelling, het controlelampje brandt. De airconditioning werkt niet wanneer de aanjager is uitgeschakeld.

Verwarmings- en ventilatiesysteem met automatische airconditioning=

Aanyullende informatie

Voor een optimale automatische werking

VOLVO S70 (2000) - Aanyullende informatie - 1

Zet de functiekiezer op AUT en kies een

temperatuur. Als aan de bestuurderszijde de

temperatuurkiezer wordt geselecteerd op maximum warmte of koelte draait de ventilator

op de hoogste snelheid.

Snel ontwasemen

ECC (Electronic Climate Control)

Het airconditioningsysteem houdt de temperatuur in het interieur automatisch op het gewenste peil, ongeacht de buitentemperatuur. Het systeem maakt gebruik van de snelste beschikbare methode om de gewenste temperatuur te bereiken. Het kiezen van een lagere of hogere temperatuur dan het eigenlijk gewenste temperatuurniveau heeft weinig invloed op de snelheid van verwarmen/koelen. De bereikte temperatuur stemt niet noodzakelijk volledig

overeen met de ingestelde temperatuur,

aangezien voor de reele temperatuur rekening

wordt gehouden met factoren zoals de luchterelheid, an vochtigheid en de intensiteit

dacttschmidt en -voetlogheid en de intelssten van het zonlicht aan bestuurders en

passagierskant. De schakelaars voor recirculatie

hebben twee functies, met en zonder Timer.

Zonder Timer

Indien wordt geselecteerd, vindt luchtrecirculatie plaats totdat u op

Met Timer

Indien u gedureade 3 seconden op

drukt, wordt de functie geselecteerd

gedurende 3-12 minuten, afhankelijk van de

buitentemperatuur of totdat u indrukt.

Druk gedurende tenminste 3 seconden op sobakolars, om to vshakalan tussen

schakelaar om te schakelen tussen functies. Het oranje/groene lampie knippert

gedurende tenminste 5 seconden indien de t

functie wordt ingeschakeld. Het oranje/groene

lampje brandt continu gedurende tenminste 5

seconden indien de timer-functie wordt

uitgeschakeld.

—Verwarmings- en ventilatiesysteem met automatische airconditioning

De recirculatie wordt automatisch ingeschakeld bij koelen in warm weer als de ventilator in stand AUT staat. Dit kan ook gebruikt worden voor het snel opwarmen/koelen met de ventilator in manuele stand.Algemene informatieHulpverwarming Diesel (Optionele uitrusting)
Bij warm weer kan door condensvorming bij de werkende airconditioning water onder de auto druppelen.De auto kan worden uitgerust met een hulpverwarming, waarmee onder koude weersomstandigheden het passagierscompartiment snel op temperatuur kan worden gebracht.
• De airconditioning wordt uitgeschakeld wanneer de ventilator op 0 staat.Het airconditioningsysteem wordt tijdelijk uitgeschakeld bij gebruik van de "kick-down" functie.
• Bedek de zonnesensor bovenop het dashboard niet om te voorkomen dat het verwarmings/ventilatiesysteem foutieve informatie ontvangt.Wanneer het airconditioningsysteem gebruikt wordt, kan er wat damp uit de blaasmonden komen. Dit is het gevolg van een hoge relatieve vochtigheid en een hoge omgevingstemperatuur, en is volkomen normaal.Bij extreme koude kan de uitlaat van de verwarming witte rook uitstoten (condensatie).
• Bij het rijden in vochtige weersomstandigheden, wanneer de ruiten bewasemd raken, kan het nodig zijn de ontwaseming handmatig in te stellen. Zet de functiekiezer op een stand tussen en , en de aanjager op minimaal halve snelheid (of hoger om snelier te ontwasemen).N.B' De temperatuur wordt automatisch geregeld.Wanneer het gesneeuwd heeft, moet u de luchtinlaat van het verwarmingssysteem vrijmaken. De luchtinlaat bevindt zich onder de motorkap.Dit is volkomen normaal.De hulpverwarming werkt automatisch, door middel van een eigen regeleenheid. De regeleenheid heeft een sensor waarmee de buitentemperatuur wordt gemeten en de verwarming geactiveerd.
Schakel de luchtmengingsfunctie uit wanneer de centrale blaasmonden gesloten zijn en u het interieur snel wilt opwarmen.De verwarming is in serie aangesloten op het normale verwarmingssysteem van de auto. Het passagierscompartiment wordt verwarmd via de aanjager.
Het beslaan van de voorruit en andere ruiten kan voor een belangrijk deel worden voorkomen door deze regelmatig te reinigen. Gebruik hiervoor een gewone reinigingsvloeistof voor ruiten.De verwarming bevindt zich onder het linker voorspatscherm.
Zie pagina 5:18 voor het lokaliseren van storingen van de verwarming.

Interieur, portieren, kofferdeksel, schuifdak=
Op de volgende pagina's worden stoelen, autogordels, portieren, enz. beschreven:

Spiegels2:2
Binnenverlichting Make-up spiegel2:3
Schuif-/kanteldak2:4
Opbergplaatsen2:5
Voorstoelen2:6
Autogordels2:8
Kinderen in de auto2:9
SRS (Airbag) SIPS airbag2:15
Portieren, sloten, sleutels2:22
Motorkap2:30
Bagageruimte, 4-deurs model2:31
Bagageruimte, 5-deurs model2:35

—Spiegels
A B

VOLVO S70 (2000) - ECC (Electronic Climate Control) - 2

B = niet-verblindende stand

Binnenspiegel

A normale stand

B niet-verblindende stand. Gebruik deze, als de koplampen van de auto achter u hinderlijk zijn.

Schakelaar, elektrisch verstelbare

buitenspiegel

Achteruitkijkspiegel, elektrisch bediend

De schakelaars om de buitenspiegels te verstellen bevinden zich in het portier. Kies de te verstellen spiegel met behulp van de bovenste knop.

A opzij

B in de hoogte

Gebruik om ijs van de spiegels te verwijderen geen schraper met een sta- len blad, want dan kan het spiegelglas krassen! Bepaalde modellen hebben aan de bestuurderskant een buitenspiegel waarvan de buitenste helft een "dode hoek"-spiegel is.

WAARSCHUWING!

Stel de spiegels in, voordat u gaat rijden!

Binnenverlichting Make-up spiegel—
VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

Draai de klep omhoog, dan brandt het lampje. De contactsleutel aan de bestuurderszijde moet in stand I zijn gedraaid.

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 2

Er zijn voor de passagiers achter twee leeslampjes in de instaphandgreep. De verlichting doet u met de schakelaar aan en uit.

Het lampje brandt, als de voorste schakelaar in staat. Het lampje brandt, als een portier open-gaat.

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 3

De binnenverlichting vóór bestaat uit twee leeslampjes voor de voorste zitplaatsen.

Leeslampjes voor en achter branden altijd. Leeslampjes voor en achter zijn altijd uit Leeslampjes voor en achter branden, als een portier opengaat. Leeslampje links of rechts brandt, als de middenschakelaar in staat.

Nadat de portieren dichtgedaan zijn, blijft de binnenverlichting nog 30 seconden branden, maar gaat uit, als het contact afgezet wordt of de portieren op slot gedaan worden.

—Schuif-/Kanteldak

Elektrisch bediend schuif-/kantel-dak

Het schuif-/kanteldak werkt op twee manieren: als een gewoon schuifdak met AUTO-opening en comfort-positie, en ook kan het achterste deel worden omlaaggezet (ventilatiestand). De startsleutel moet in de rijstand staan.

Schuif-/kanteldak, normale werking: Om het schuif-/kanteldak te openen moet u de onderrand van de schakelaar indrukken. Om het schuif-/kanteldak te sluiten moet u de bovenrand van de schakelaar ingedrukt houden tot het dicht is.

AUTO-opening: Druk de onderrand van de schakelaar even in om het schuif-/kanteldak te openen tot de comfortpositie. Hef de AUTO-functie op door de schakelaar opnieuw even in te drukken.

Opmerking! Het schuif-/kanteldak opent altijd eerst tot de comfort-positie (normaal/AUTO) alvorens tot de volledig open positie te komen. Comfort-positie: Het schuif-/kanteldak is uitgerust met een stop-positie, kort voor de volledig open positie. In deze stand veroorzaakt de wind het minste geruis.

Schuif-/kanteldak, ventilatiestand: Om het schuif-/kanteldak te openen moet u de bovenrand van de schakelaar indrukken. Om het schuif-/kanteldak te sluiten moet u de onderrand van de schakelaar ingedrukt houden tot het dicht is.

Ventilatiestand

VOLVO S70 (2000) - Elektrisch bediend schuif-/kantel-dak - 1

Het schuif-/kanteldak is verder aan de binnen- kant voorzien van een handbediend verschuif- baar zonnescherm. Dit zonnescherm wordt automatisch teruggeschoven wanneer het schuif-/kanteldak geopend wordt. Het schuift ook wat terug wanneer de ventilatiestand gekozen wordt.

Opmerking! Sluit het zonnescherm niet met het schuif-/kanteldak in ventilatiestand, aangezien dit het mechanisme zou kunnen beschadigen.

VOLVO S70 (2000) - Elektrisch bediend schuif-/kantel-dak - 2

Zorg ervoor dat er geen harde, scherpe of zware voorwerpen op de hoedenplank, in het zijvak van het portier of elders in de auto liggen (of uitsteken), aangezien ze persoonlijk letsel kunnen veroorzaken wanneer er plotseling en hard geremd wordt. Zorg er altijd voor dat grote en zware voorwerpen goed vastliggen met behulp van de veiligheidsgordels. Plaats uw voeten nooit op het deurvakje van het handschoenenkastje. Houd beide voeten op de vloer!

VOLVO S70 (2000) - Elektrisch bediend schuif-/kantel-dak - 3

In de hoogte verstellen

De voorkant van de bestuurdersstoel kan op zeven verschillende hoogten en de achterkant in negen standen versteld worden.

Verstel de stoel, voordat u gaat rijden.

Hendel voor A = de voorkant kan versteld

worden.

Hendel achter B = de achterkant kan versteld worden.

De voorkant van de passagiersstoel kan op zeven verschillende hoogteniveaus worden gezet.

Lendesteun

Lendesteun

In de lengterichting verstellen

Verstel de stoel, voordat u gaat rijden! Als de beugel omhooggebracht wordt, kan de stoel naar voren of achteren gezet worden. Controleer of de stoel vergrendeld is, als u deze versteld heeft. Hetzelfde geldt voor de passagiersstoel.

Hellingshoek van de rugleuning

Verstelbare rugleuning. Om de rugleuning makkelijk te kunnen verstellen, mag er geen druk op worden uitgeoefend.

Snel neerklappen

De passagiersstoel kan i.v.m. lange lading snel neergeklapt worden. Zie pagina 2:33.

WAARSCHUWING!

Verstel de stoel, voordat u gaat rijden.

Voorstoelen

Noodstop:

Indien de stoel per ongeluk in beweging komt, drukt u op één van de toetsen en de verstelling zal stoppen.

Opmerking! Elektrisch verstelbare voorstoelen bezitten een overbelastingsbeveiliging die geactiveerd wordt wanneer een voorwerp de beweging van de stoel blokkeert. In dat geval moet u ong. 20 seconden wachten alvorens de stoel opnieuw te verstellen.

VOLVO S70 (2000) - Noodstop: - 1

WAARSCHUWING!

Bij het verstellen moet u ervoor zorgen dat er geen voorwerpen klem kunnen raken voor of achter de stoel en dat er geen risico is voor de achterpassagiers. Zorg er ook voor dat kinderen nooit met de verstelknoppen van de stoelen spelen

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

Geheugenfunctie bestuurdersstoel

Programmering:

Er kunnen drie posities in het geheugen worden opgeslagen. Wanneer de stoel is ingesteld, houdt u de MEM-toets ingedrukt en drukt u tegelijkertijd op toets 1.

Verstelling

Hou één van de geheugentoetsen 1, 2 of 3 ingedrukt tot de stoel stopt.

Wanneer de geheugentoets wordt losgelaten, zal de verstelling onmiddellijk stoppen om veiligheidsredenen.

Elektrisch verstelbare voorstoelen (extra uitrusting)

Wanneer uw Volvo is uitgerust met elektrisch verstelbare stoelen, kunt u met de twee schakelaars de volgende instellingen uitvoeren: Hoogte van de voorkant van de zitting (A) Vooruit – achteruit (B) Hoogte van de achterkant van de zitting (C) Hoek van de rugleuning (D)

Om veiligheidsredenen stopt de verstelling wanneer één van de schakelaars wordt losgelaten.

De contactsleutel hoeft niet in het contactslot te steken om de stoelen te kunnen verstellen (geldt voor stoelen met geheugen). De stoel aan passagierszijde kan alleen worden verstek als de contactsleutel in stand I of II is gedraaid.

Autogordels

Gebruik bij het rijden altijd de autogordel

Zelfs sterk afremmen kan ernstige gevolgen hebben, als u de gordel niet gebruikt! Vraag al uw passagiers ook de gordels te gebruiken! Anders zullen degenen die op de achterbank

zitten bij een ongeluk tegen de rugleuning van de voorstoelen geslingerd worden. Dan worden de gordels van de voorstoelen zwaarder belast

dan waarvoor deze bestemd zijn. Alle inzitten- den kunnen dan letsel oplopen. Doe als volgt: trek de gordel heel langzaam uit en vergrendel deze door de borglip in de sluiting te steken. Een sterke "klik" geeft aan, dat de gordel ver-

grendeld is. Voor de voorstoel wordt de gordel, al naar gelang van de lengte van de persoon, automatisch afgesteld. Als u de gordel met de

hand wilt verstellen, moet u deze een paar dm uittrekken en naar uw eigen hoogte insteken. Normaal is de gordel niet vergrendeld en kunt u zich vrij bewegen.

De gordel wordt vergrendeld en kan dus niet uitgetrokken worden: - bij te snel uittrekken - bij afremmen en accelereren - bij sterk overhellen van de vuto

- bij sterk overhellen van de auto - bij bochten nemen Het is voor het geven van maximale beveiliging van belang, dat de gordel goed tegen het lichaam liegt. Laat de rugleuning niet te veel achterover hellen. De gordel is bedoeld als beveiliging bij normale rijhouding.

VOLVO S70 (2000) - Gebruik bij het rijden altijd de autogordel - 1

De heupgordel moet laag zitten

Denk er daarom aan, dat ... • geen clips of andere acc

worden - de gordel niet scheef zit of gedraaid is - de gordel niet strak zit - de heupgordel laag moet zitten - dus niet boven de buik

- de heupgordel over de heup gespannen wordt door volgens de afbeelding aan de diagonale band te trekken.

Elke gordel is natuurlijk voor één persoon bestemd! Om de gordel los te maken; druk op de rode knop van de sluiting. Laat daarna de gordel helemaal oprollen.

Gordels regelmatig controleren

Controleer of de gordel niet tegen scherpe ran- den schuurt en overigens in goede staat is. Ge- bruik voor het schoonmaken van de gordel water en een synthetisch wasmiddel.

De vergrendelende werking van de rolgordels kunt u als volgt controleren:

- Pak de gordel beet en ruk er heel snel aan. De veiligheidsgordel moet vergrendelen en vergrendeld blijven.

Denk hieraan: In bepaalde landen is het wettelijk voorgeschreven, dat alle inzittenden hun gordel gebruiken.

Autogordels, Kinderen in de auto

Belangrijke tips!

Bij gebruik van andere in de handel verkrijgba- re kinderveiligheidsprodukten is het belang- rijk, dat de meegeleverde montageinstructie goed doorgelezen en nauwkeurig opgevolgd wordt. Maar toch moet u aan het volgende den- ken:

- Kinderkussens/-zitjes met stalen beugels die in contact komen met het veiligheidsgordel-slot mogen niet worden gebruikt omdat het slot toevallig kan worden geopend (zie afbeelding). Volvo beschikt over een gamma kinderveiligheidsprodukten die speciaal voor de Volvo S/V 70 werden vervaardigd en getest.

- Het kinderzitje moet altijd zo gezet worden, als door de fabrikant voorgeschreven is. - Zet de bevestigingsband van het kinderzitje niet vast aan de lengte – afstelstang, veren en allerlei rails en balken onder de stoel met scherpe randen. - Laat de rug van het kinderzitje tegen het dashboard rusten. - Laat het bovenste deel van het kinderzitje niet tegen de voorruit liggen. - Gebruik het kinderzitje nooit op de voorstoel in auto's met SRS-airbag aan passagierskant.

N.B! Neem voor duidelijker montageinstructies contact met de fabrikant op, als er bij het aanbrengen van het kinderveiligheidsprodukt problemen zijn.

VOLVO S70 (2000) - Belangrijke tips! - 1

De heupgordel moet laag zitten

Aanstaande moeders

Aanstaande moeders met name moeten zorgvuldig zijn met het gebruiken van de gordel! Maar denk er aan om de gordel altijd zo te leggen, dat deze niet onnodig op de baarmoeder drukt. De heupgordel van de driepuntsgordel moet laag zitten; zie hierboven!

!

WAARSCHUWING!

Als de gordel zwaar belast geweest is, b.v. in verband met een botsing, moet de gehele gordel, d.w.z. compleet met rol, bevestigingen, bouten en sluiting, door een nieuwe vervangen worden. Ook al lijkt de gordel onbeschadigd te zijn, toch kunnen een deel van zijn beveiligende eigenschappen verloren gegaan zijn. Vervang de gordel ook, als deze erg versleten of beschadigd is. Breng nooit zelf veranderingen of reparaties in de gordel aan, maar laat een Volvo-werkplaats dit doen!

—Kinderen in de auto

Het kind moet ook goed zitten – en veilig!

Een volwassene met een autogordel om is bij een botsing of ander ongeluk in een Volvo goed beschermd. Om uw kinderen dezelfde goede bescherming te kunnen geven volgen hier enkele adviezen over de plaats van kinderen in de auto. Denk eraan, dat een kind, ongeacht zijn leeftijd en grootte, altijd in de auto vastgeze moet zijn. En laat nooit een kind bij een passagier op schoot zitten! De plaats en uitrusting kiest u op grond van het gewicht van het kind. Gebruik de speciale kinderzitjes en -kussens van Volvo.

VOLVO S70 (2000) - Het kind moet ook goed zitten – en veilig! - 1

Op de voorstoel N.B! Nooit met airbag

Kinderen tot 3 jaar

Zelfs pasgeboren baby's zitten veilig in het Volvo kinderzitje. In combinatie met een speciale montagekit en de 3-puntsveiligheidsgodel, is het kinderzitje goedgekeurd wanneer naar achteren gericht op de voorstoel of op buitenste of middelste zitplaatsen achteraan (voor kinderen tot 18 kg) wordt gemonteerd. Voor heel kleine kinderen is er een baby-inzstuk dat makkelijk in het kinderzitje kan worden geplaatst. Met het oog op een maximale veiligheid moet u alle instructies volgen voor het aanbrengen van de verankerings- en more gelussen.

VOLVO S70 (2000) - Kinderen tot 3 jaar - 1

Bevestigingsogen voorstoel

Voorgemonteerde bevestigingsogen

Vóór de voorstoel bevinden zich bevestigingsogen voor een kinderzitje, verborgen onder de vloermat en onder het zijpaneel (niet op auto's met airbag aan passagierskant). Zoek de plaats op van de bevestigingsogen en snij een opening uit in de vloermat om ze vrij te maken (zie ook plaatsingsinstructies). Om de bevestigingsogen sneller te vinden kunt u de vloermat wegvouwen.

N.B! Er zijn in veel landen wettelijke voorschriften waar kinderen in de auto gezet moeten worden. Onderzoek wat geldt in het land waar u naar toegaat.

WAARSCHUWING!

Nooit het kinderzijte vooraan monteren wanneer de auto is uitgerust met een SRS (airbag) aan passagierszijde.

Kinderen in de auto
VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

Kinderen van ongeveer 3 jaar en

Wanneer kinderen uit de kinderzijtes gegroeid zijn, moeten ze op een kinderkussen op de achterbank zitten. Gebruik de veiligheidsgorde van de auto, bij voorkeur in combinatie met een ruggesteun. Volvo's speciale kinderkussens, ruggesteunen (goedgekeurd voor kinderen tussen 15-36 kg) en driepuntsgordels zijn speciaal aan de hand van hoge

Plaats het kinderkussen en de ruggesteun (indien van toepassing) en maak de veiligheidsgordel vast zoals in de afbeelding hierboven. Zorg ervoor dat de hoofdsteun is ingesteld op de hoogte van het hoofd van het kind. 2-11

VOLVO S70 (2000) - Kinderen van ongeveer 3 jaar en - 1

Middelste zitplaats achterbank

Veranker het kinderzitje door de bevestigingsband door het frame van het kinderzitje te halen, vast te klikken en strak aan te spannen. Haal de heup- en schoudergordels door de haken van het kinderzitje en span strak aan. OPMERKING! Om veiligheidsredenen moet u de instructies volgen bij het monteren van het kinderzitje.

VOLVO S70 (2000) - Kinderen van ongeveer 3 jaar en - 2

Buitenste zitplaats achteraan

Op de voorstoel zijn verankeringsogen voor een kinderzitje gemonteerd (niet bij auto's met airbag aan passagierskant) en achteraan zijn er verankeringsogen op de glijrails van de voorstoel (niet op auto's met elektrisch verstelbare stoel vooraan). Voor auto's met elektrisch bediende stoelen zijn bevestigingsoogjes leverbaar als een accessoire. Neem contact op met uw Volvo-dealer voor meer informatie.
Monteer met de bevestingsriemen en zet ze vast. Het kinderzitje moet ook worden voorzien van een steunframe wanneer het op de achterbank wordt bevestigd.
achterbank wordt bevestigd.
zien van een steunframe wanneer het op de
vast. Het kinderzitje moet ook worden voor-
Monteer met de bevestingsriemen en zet ze
dealer voor meer informatie.
accessoire. Neem contact op met uw Volvo-
zijn bevestigingsoogjes leverbaar als een
Voor auto's met elektrisch bediende stoelen
stelbare stoel vooraan).
voorstoel (niet op auto's met elektrisch ver-
(altog aan passagierskant) en achterlaan zijn verankeringsgen op de glirtils van de
een kinderzijte gemonteerd (miet bij auto's met airbag aan passagierskant) en achteraan zijn er
Op de voorstoel zijn verankeringsogen voor

On de voorstoel zijn verankeringsogen voor

—Geïntegreerd kinderkussen voor de middenzitting en de buitenste zittingen
VOLVO S70 (2000) - Kinderen van ongeveer 3 jaar en - 3

Buitenste zittingen - Omhoog

vouwen

  1. Trek aan het handvat, zodat het

kinderzitkussen omhoog komt.

  1. Neem het kussen met beide handen beet

en duw het naar achter.

  1. Duw tot het vergrendelt.

Stel de positie van de hoofdsteun zorgvukdig af ten opzichte van het hoofd van het kind. Voordat u het kinderkussen in de rugleuning van de achterbank vouwt, vouwt u eerst de achterkant van
het geïntegreerde kinderkussen (A) naar beneden. Klik de sluiting vast (B). Tenslotte vouwt u het
geïntegreerde kinderkussen in de rugleuning van de achterbank (C).
WAARSCHUWING! Als de ruggesteun en het kussen vóór het invouwen van het geïntegreerde kinderkussen niet aan elkaar zijn vastgemaakt, kan het ruggesteungedeelte bij het neerklappen in
de opening van de rugleuning van de achterbank vast blijven zitten.

Volvo's eigen geïntegreerde kinderkussen voor de middenzitting en buitenste zittingen zijn speciaal ontworpen om een maximum aan veiligheid voor uw kind te garanderen. In combinatie met de standaard veiligheidsgordels is het geïntegreende kinderkussen goedgekeurd voor kinderen van tussen de 15 en 36 kg.

Kinderen in de auto—

VOLVO S70 (2000) - Kinderen in de auto— - 1

WAARSCHUWING!

Als het geïntegreerde gordelkussen b.v. in verband met een

botsing, zwaar belast geweest is, moet het

genele gorderkussen, incl. de autogordel mat houten, door een nieuw vanvangen

met binnen, door een minder Verlangen worden. Ook als het gordelkussen.

onbeschadigd lijkt te zijn. Het gordelkussen

moet ook vervangen worden, als het erg

versleten of beschadigd is. Denk er echter

aan, dat het vervangen van het kussen

vakkundig gebeuren moet, omdat het voor de ingrittende van wazenlijk balang is dat

de muzitende van wezemlijk betang is, dat het kussen goed vastzit. Laat vervanging en

eventuele reparaties aan uw Volvo-

werkplaats over. Als het kussen vui

geworden is, moet het eerst ter plaats

schoongemaakt worden. Als de bekleding

zo vuil is, dat deze apart gewassen moet

worden, gelden bovenstaande montageinstructies voor het kussen.

Buitenste zittingen - Omlaag

  1. Trek aan het handvat.

  2. Duw de stoel naar beneden en druk tot hij

vergrendelt.

WAARSCHUWING! Voordat u de rugleuning

van de achterbank naar voren klapt, moet u niet

vergeten eerst het geïntegreerde kinderkussen

naar beneden te vouwen.

= Extra bank Middelste hoofdsteun
VOLVO S70 (2000) - Buitenste zittingen - Omlaag - 1

Verticale regeling, naar voren trekken en drukken.
Middelste hoofdsteun

De hoogte van de middelste hoofdsteun wordt
naar de lengte van de passagiers op de mid-
delste plaats afgesteld.
Stel de middelste hoofdsteun nauwkeurig naar
de plaats van ho de afbeelding).

VOLVO S70 (2000) - Buitenste zittingen - Omlaag - 2

De extra bank is voorzien voor twee kinderen van elk maximum 40 kg en ongeveer 150 cm
groot. A: Op

WAARSCHUWIN

Als uw auto is uitgerust met een naar achteren gerichte extra bank, dan moet de
achteren gerichte extra bank, dan moet de achterklen zijn voorzien van een
ontgrendeld (met de sleutel in het
bestuurdersportier en/of met de
afstandsbediening) en met behulp van de
sleutel in het slot van de achterklep.

moeten beide delen van

de rugleuning van de achterbank omhoog

VOLVO S70 (2000) - Buitenste zittingen - Omlaag - 3

Portierwaarschuwingslampen uitdoen

Een tip!

De binnenverlichting en de rode waarschu-
wingslampen in de achterplaten van de portieren branden, als een portier geopend wordt.
Als u met geopende portieren wat langer moet
blijven staan en toch wilt, dat deze lampen niet
branden: druk het sluitmechanisme in en de
lampen gaan uit. U kunt de
arschuwingslampjes open portier en de
interieurverlichting resetten door, alvorens het
portier te slurten, de butlenste portierhendel omboon te trakken en het vorsengeld.
omhoog te frecken en het vergrender inorganismans, naar beneden te du
Insgeschaamistik, that d'endeich je duwen.

VOLVO S70 (2000) - Buitenste zittingen - Omlaag - 4
WAARSCHUWING!

Wanneer de extra bank gebruikt wordt,

moeten beide delen van

de rugleuning van de achterbank omhoog

staan, moet het ladingnet neergelaten zijn en, moet het kinden- wiligbidslot

en moet het kindervemigheidssk onteregeld zijn. Zo kunnen de

bij een ongeval de auto verlaten.

SRS (Airbag) SIPS airbag

SIPS® BAG 2014.6.9

De zijdelingse airbags zijn in de rugleuningen van de voorstoelen ingebouwd.

VOLVO S70 (2000) - SRS (Airbag) SIPS airbag - 2

WAARSCHUWING!

De airbag (SRS) is bedoeld als aanvulling op en niet ter

vervanging van de veiligheidsgordel.

De zijdelingse airbag (SIPS*) is bedoeld als aanvulling op het

bestaande SIPS-systeem. voor een op altijd uw veiligheidsgordel dragen.

SRS AIRBAG

De airbag is boven het handschoenenkastje ingebouwd en aangeduid met 'SRS'.

SRS (airbag) en SIPS (zijdelingse airbag)

VOLVO S70 (2000) - SRS (airbag) en SIPS (zijdelingse airbag) - 1

De airbag is in het midden van het stuurwiel ingebouwd en aangeduid met 'SRS'.

[Non-Text]

Als extra beveiliging en als aanvulling op de standaard driepuntsgordel, is uw auto uitgerust met een airbag (SRS). De vermelding 'SRS' is aangebracht op het stuurwiel en op het dashboard aan de passagierszijde, als daar een airbag is aangebracht. De opblaasbare luchtkussens liggen samengevouwen in het stuurwiel en boven het handschoenenkastje. De SIPS-airbags (zijdelingse luchtkussens) zorgen voor een nog grotere veiligheid in de auto. Als de auto uitgerust is met SIPS, is de vermelding 'SIPS' aangebracht aan de zijkant van beide voorstoelen. De zijdelingse luchtkussens zijn aangebracht in de rugleuningen van de voorstoelen. De luchtkussens worden opgeblazen als de auto betrokken is bij een voldoende zware botsing. De hoek van de botsing en de snelheid en de aard van het andere voorwerp spelen ook een rol bij het bepalen of de luchtkussens worden opgeblazen. De SIPS-luchtkussens treden alleen in werking bij zijdelingse botsingen (dezelfde factoren als hierboven gelden). U kunt hierover meer lezen op pagina 2:20.
Als extra beveiliging en als aanvulling op de standaard driepuntsgordel, is uw auto uitgerust met een airbag (SRS). De vermelding 'SRS' is
aangebracht op het stuurwiel en op het dashboard aan de passagierszijde,
als daar een airbag is aangebracht. De opblaasbare luchtkussens liggen
samengevouwen in het stuurwiel en boven het handschoenenkastje. De SIPS airbags (zijdelinse luchtkussens) zorgen voor een nog grotere.
De SIPS-airbags (Zijdelingse luennkussens) Zorgen voor een nog grotere veiligheid in de auto. Als de auto uitgerust is met SIPS, is de vermelding
'SIPS' aangebracht aan de zijkant van beide voorstoelen. De zijdelingse
luchtkussens zijn aangebracht in de rugleuningen van de voorstoelen. De
dichtküssels worden opgeblazen als de auto betrokken is bij een voldoende zware botsing. De hoek van de botsing en de snelheid en de
aard van het andere voorwerp spelen ook een rol bij het bepalen of de
luchtkussens worden opgeblazen. De SIPS-luchtkussens treden alleen in
werking bij zijdelingse botsingen (dezelfde factoren als hierboven gelden)
U kunt hierover meer lezen op pagina 2:20.

SRS (Airbag) SIPS-airbag

Het SRS-systeem (luchtkussens in het stuurwiel en in het dashboard)

Dit systeem bestaat uit een gasgenerator (1), omgeven door een opblaasbaar kussen (2). Bij voldoende zware botsingen activeert de sensor (3) het ontstekingssysteem van de gasgenerator, waardoor het lucht-kussen wordt opgeblazen en opgewarmd. Om de klap van het kussen tegen het lichaam op te vangen, begint het kussen direct na de botsing leeg te lopen. Hierbij komt wat rook vrij in de auto. Het hele verloop, van het opblazen tot het leeglopen van het kussen, neemt slechts enkele tienden van seconden in beslag.

Veiligheidsgordels met spanners

Auto's met airbags (SRS) hebben speciale gordelspanners met springladingen (4). In het rolsysteem is een kleine springlading aangebracht die tot ontploffing wordt gebracht op het moment van een botsing, waardoor de gordel zich strak om het lichaam spant om zo de speelruimte door losse kleding enz. weg te halen. Hierdoor worden de krachten van een botsing beter opgevangen.

SIPS-systeem (zijdelings luchtkussen)

Het systeem bestaat uit een gasgenerator, en een elektrische sensor (3)in de portierstijl, een pyrotechnische kabel (2) en een luchtkussen (1). Een voldoende zware botsing activeert de sensor, die de generator ontsteekt, die op zijn beurt het luchtkussen opblaast. Het luchtkussen plaatst zich tussen de inzittende en de deur en absorbeert de schok op het moment van de botsing en begint onmiddellijk daarna leeg te lopen. De SIPS-lucht-kussens in de voorstoelen werken onafhankelijk van elkaar.

WAARSCHUWING!

Rijd nooit met opgeblazen airbags. Ze kunnen het besturen van de auto nadelig beïnvloeden. Andere beveiligingssystemen kunnen ook beschadigd worden. De rook en het stof als gevolg van het opblazen van de luchtkussens kunnen irritatie aan huid of ogen veroorzaken, als u er intensief aan blootgesteld wordt. Spoel huid en/of ogen in dat geval met koud water en/of neem contact op met uw dokter. Door de snelheid waarmee het proces gepaard gaat kan het materiaal van de airbag schaafwonden veroorzaken.

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

Label op de veiligheidsgordels met gordelspanners

Opmerking!

Als de voorstoel aan passagierszijde bezet is, reageert de sensor (3) anders dan wanneer dit niet het geval is. Bij een aanrijding is het dus mogelijk dat slechts één van SRS-airbags wordt geactiveerd.

SRS

VOLVO S70 (2000) - Opmerking! - 2

VOLVO S70 (2000) - Opmerking! - 3

Sticker op de deurstijl

Het SRS-systeem wordt permanent bewaakt door een sensor/diagnose-eenheid. Op het dashboard bevindt zich een

waarschuwingslampje met de letters 'SRS'. Als de contactsleutel in stand I of II wordt gedraaid, gaat het SRS-controlelampje bran tegelijk met de andere lampjes. Na ongevee seconden gaat het lampje uit.

!

Probeer nooit zelf te werken aan het SRS-systeem of de SIPS-airbags, aangezien dit kan leiden tot defecten van het systeem e persoonlijke verwondingen. Werkzaamheden aan het SRS-systeem de SIPS-airbags mogen alleen uitgevoerd worden in een erkend Volvo-werkplaats.

WAARSCHUWING!

!

Als het waarschuwingslampje blijft branden of gaat branden tijdens het rijden, betekent dit dat het SRS-systeem niet naar behoren werkt. Als dit gebeurt, dient u onmiddellijk contact e nemen met een erkende Volvo-werkplaats.

WAARSCHUWING!

SRS (Airbag) SIPS-airbag

VOLVO S70 (2000) - SRS (Airbag) SIPS-airbag - 1

Passagiers voorin mogen nooit voorover leunen over het dashboard, op het randje

van de stoel gaan zitten, of in een vreemde houding zitten. Ze moeten rechtop zitten in

een comfortabele positie, met hun rug

tegen de rugleuning. De passagiers moeten te allen tijde hun veiligheidsgordel dragen.

De passagiers moeten hun voeten op de vloer houden, en dus niet on het

dashboard, in het portiervakje, op de stoel of tegen of uit het raam.

Laat kinderen nooit voor de stoel staan of

Zet een kind nooit in het kinderzitie of op

het kinderkussen op de voorstoel als de

auto uitgerust is met een airbag (SRS) aan

passagierskant. Er mozen aan voetuurer of voetsgei

Er mogen geen voorwerpen of accessories geplaatst worden op of bevestigd worden

aan het SRS-paneel (boven het

handschoenenkastje) of in de zone van

ontpooling van het luchtkussen. Laat geen losse voorwernen slingeren op

vloer, stoel of dashboard.

Probeer nooit om het SRS-paneel op het

stuurwiel of boven het handschoenenkastje

de openen. Dit mag siechts gebearen in een erkende Volvo-werkplaats.

Passagiers korter dan 140 cm mogen

onder geen beding voorin zitten indien de

auto is ungerust passagierszijde.

!

Bevestig geen labels of stickers op een van de SRS-panelen!

!

WAARSCHUWING!

SIPS-airbag

Breng geen extra bekleding aan op

stoelen die zijn uitgerust met SIPS- airbags, tenzij de bekleding van gen

is dat door Volvo is goedgekeurd voor

gebruik met SIPS-airbags.

Plaats geen voorwerpen of

accessoires in de zone van ontplooiing van de zijde-lir

airbag.

Probeer nooit om het SIPS-paneel in

de voorstoelen te openen. Het

vervangen van de onderdelen van de SIRS, uitboe man slecht uitvareerd

SIT S-annog mag siechts ungevoerd worden door een erkende Volvo-

werkplaats.

Het SIPS-systeem bestaat uit een elektronische inrichting met twee hoofdelementen: de airbagmodule en de sensoreenheid. De airbag-module bevindt zich in het frame van de rugleuning van de stoel en de sensor is bevestigd aan de zijkant van het zitgedeelte van de stoel, aan de kant van het portier. Omdat het SIPS-systeem een elektronisch systeem is, wordt de sensor doorlopend gecontroleerd door de sensor van het SRS-systeem. In opgeblazen toestand heeft de airbag een inhoud van ongeveer 15 liter,

Passagiersairbag uitschakelen

Indien de auto uitgerust is met een
cm niet vooraan zitten in een kinderzitje of op een zitkussen. Indien u dit toch wenst, moet
eerst de passagiersairbag uitgeschakeld
worden. Neem voor de verschillende
uitschakelalternatieven contact op met uw
Volvo-dealer.

VOLVO S70 (2000) - Passagiersairbag uitschakelen - 1

Airbag en kinderzitje kunnen niet samen worden gebruikt!

Een kind in het kinderzitje of op het kinderkussen kan ernstig letsel oplopen op de voorstoel bij auto's met een airbag aan passagierskant.

Als de auto enkel uitgerust is met een airbag voor zijdelingse aanrijdingen, mogen kinder-zitje of kinderstoel op de voorstoel geplaatst worden.

De veiligste plaatsen voor kinderen in een kinderzitje of op een kinderkussen is op de achterbank bij auto's met airbag (SRS) aan passagierskant.

WAARSCHUWING!

SRS (Airbag) SIPS-airbag

Het centrale element van het Volvo-veiligheids- systeem

De driepuntsgordel vormt het centrale element van het Volvo-veiligheidssysteem. Alle inzittenden moeten een veiligheidsgordel dragen in alle omstandigheden. Het SRS-systeem vormt slechts een aanvullende beveiliging op de driepuntsgordel, zoals het SIPS-airbagsysteem een aanvulling vormt op het SIPS-systeem in de carrosserie.

Wanneer de airbags worden opgeblazen

De sensor van het SRS-systeem reageert overeenkomstig de kracht van de afremming en snelheidsvermindering die veroorzaakt worden door de botsing. De sensor bepaalt dus aan de hand van de aard en de sterkte van de botsing of de airbags moeten worden opgeblazen.

Hierbij moet worden opgemerkt dat de sensoren van de auto niet geactiveerd worden door vervorming van de carrosserie, maar wel door een sterke vaartvermindering op het moment van de botsing. Dit houdt in dat het SRS-systeem zal reageren wanneer de inzittenden in de voorstoelen gevaar lopen letsel op te lopen door aanraking met het dashboard of het stuurwiel.

De bovenstaande informatie geldt eveneens voor de SIPS-airbag, op het feit na dat deze alleen geactiveerd wordt bij zijdelingse botsingen, wanneer de auto in botsing komt met een onbeweeglijk/massief voorwerp binnen de zone die bestreken wordt door het SIPS-systeem, en als deze botsing voldoende zwaar is.

!

De SRS-sensor zit op in de middenconsole tussen de voorstolen. Als de vloerbekleding doorweekt raakt of als de vloer van het pas sagiersgedeelte onder water komt te staan, dient u de accuklemme onder de motorkap los te koppelen. Probeer de motor niet te start omdat dan de airbag geactiveerd kan worden. Laat de auto wegsk naar de dichtstbijzijnde erkende Volvo-werkplaats.

WAARSCHUWING!

OPMERKING! Het SRS- en SIPS-airbagsysteem kan slechts één keer worden geactiveerd. Daarna adviseren wij het volgende: - Laat de auto naar een Volvo-werkplaats slepen. Zelfs als de auto het ongeluk nog kan rijden, raden wij u af om ermee te blijven rijden nadat de airbags geactiveerd zijn. - De onderdelen van het SRS- en SIPS-systeem moeten worden vervangen in een erkende Volvo-werkplaats. - Gebruik alleen originele Volvo-onderdelen om de SRS- en SIPS-onderdelen te vervangen (airbags, gordelspanners etc.).
Voor,werp binnen de zone als bestreichen wordt door het DIP S system, en als deze botsing voldoende zwaar is.
OPMERKING! Het SRS- en SIPS-airbagsysteem kan slechts één keer worden geactiveerd. Daarna adviseren wij het volgende:
- Laat de auto naar een Volvo-werkplaats slepen. Zelfs als de auto na het ongeluk nog kan rijden, raden wij u af om ermee te blijven rijden nadat de airbags geactiveerd zijn. - De onderdelen van het SRS- en SIPS-systeem moeten worden vervangen in een erkende Volvo-werkplaats.
- Gebruik alleen originele Volvo-onderdelen om de SRS- en SIPS-onderdelen te vervangen (airbags, gordelspanners etc.).

WHIPS (Whiplash-beschermingssysteem)

VOLVO S70 (2000) - WHIPS (Whiplash-beschermingssysteem) - 1

OPMERKING! Plaats geen

dozen of dergelijke tussen het

zitkussen van de achterbank en

de rugleuning van de

voorstoel.

WHIPS

Het systeem bestaat uit energie-absorberende rugleuningen en speciaal ontwikkelde hoofdsteunen in de voorstoelen.

WHIPS-stoel

Het WHIPS-systeem wordt geactiveerd bij een aanrijding van achteren, afhankelijk van de aanrijdingshoek, snelheid en eigenschappen van het voertuig dat bij de aanrijding betrokken is. Na activering worden de

rugleuningen van de voorstoelen (indien deze bezet zijn) naar achteren geplaatst, waardoor de zitpositie van de bestuurder en passagier

verandert. Hierdoor vermindert het risico op whiplash-letsel aan de nek.

Juiste zithouding

Voor een zo goed mogelijke zithouding dienen de bestuurder en passagier in het midden van de stoelen te zitten en te zorgen voor zo min mogelijk ruimte tussen het hoofd en de hoofdsteun.

WAARSCHUWING!

Indien de stoel is blootgesteld aan grote krachten, zoals

bijvoorbeeld bij een aanrijding, dan dient het WHIPS systeem gecontroleerd te worden door een erkende werkplaats. Zelfs indien

de stoel niet beschadigd lijkt, kan het zijn dat het WHIPS-systeem is geactiveerd zonder dat er zichtbare schade is aangebracht aan de stoel. De beschermende eigenschappen van het WHIPS-systeem

Portieren en sloten

VOLVO S70 (2000) - Portieren en sloten - 1

De auto wordt geleverd met twee hoofdsleutels en één hulpsleutel. Elke sleutel is uitgerust met een gecodeerde zender/ontvanger

(transponder). De code van elke sleutel wordt doorgegeven via een antenne in het contactslot en vergeleken met de code in de gelegenheid.

en vergedien met de code in de regondernato van de startonderbreker. De auto kan alleen gestart worden als de juiste sleutel met de juiste code gebruikt wordt.

Als u een van de autosleutels verliest, moet u alle overblijvende sleutels naar een erkende

Volvo-werkplaats brengen, Als preventieve

maatregel tegen dierstal moeten de codes van de verloren sleutels uit het systeem worden

gewist. Tegelijkertijd moeten de overblijvende sleutels weer in het systeem worden

geprogrammeerd.

Bij de sleutels wordt een apart plaatje geleverd

waarop de sleutelnummers staan. Bewaar dit

plaatje op een veilige plaats. Neem het mee als u de sleutels een nieuwe code wilt laten geven.

Laat de sleutel nooit in het startslot wanneer u de auto verlaat!

Als u vergeet de contactsleutel uit het contactslot te halen en de het portier a

bestuurderszijde van binnen of van buiten sluit, geeft het centrale vergrendelingssysteem

een geluidssignaal als het portier aan de bestuurderszijde automatisch wordt

ontgrendeld.

VOLVO S70 (2000) - Portieren en sloten - 2

VOLVO S70 (2000) - Portieren en sloten - 3
Hoofdsleutel
Deze sleutel past op alle sloten

VOLVO S70 (2000) - Portieren en sloten - 4

VOLVO S70 (2000) - Portieren en sloten - 5
Hulpsleutel
Voor voorportieren, contact en stuurslot

VOLVO S70 (2000) - Portieren en sloten - 6

Afstandsbediening

Als de auto geleverd wordt met afstandsbediening, bestaat die uit twee exemplar

Als u de afstandsbediening kwijt bent of als hij beschadigd is, dient u contact op te nemen met

uw Volvo-dealer. Er kunnen maximaal drie afstandsbedieningen tegelijkertijd gecodeerd en in gebruik zijn.

Portieren en sloten

"Deadlock" vergrendelings-positie

Uw auto beschikt over een speciale "dead-lock"

vergrendelingspositie. Als de portieren in deze

positie worden vergrendeld, kunnen ze niet van

binnenuit worden geopend. De "dead-lock"-

vergrendeling kan van buitenaf alleen worden

geactiveerd door het bestuur-dersportier af te

sluiten met een sleutel of een afstands-bediening

en niet via de kofferruimte.

Alle portieren, de achterklep en de achterdeur

moeten gesloten zijn voordat de "deadlock"

vergrendeling geactiveerd kan worden. Nu

kunnen de portieren niet meer van binnenuit

geopend worden. De auto kan alleen van bui

tenaf geopend worden via het bestuurders-portier

of met de afstandsbediening. De achter-klep kan

apart geopend worden.

Als u een vijfdeursmodel hebt, moet de kinder-

vergrendeling van de achterdeur ingeschakeld

zijn om de "deadlock"-vergrendeling in wer-king

te kunnen stellen. Als de auto in de "dead-lock"-

vergrendeling staat, kunnen de achter-klep en de

benzineklep niet geopend worden van binnenuit.

(1) 本说明仅供参考。

WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de "deadlock".

vergrendeling nooit in werking

wordt gesteld als er zich nog iemand

in de auto bevindt, omdat de portieren

dan niet van binnenuit geopend kunnen

worden!

Gooi lege batterijen niet zomaar weg.

aangezien die schadelijk zijn voor het

milieu. Vraag advies aan uw Volvo-dealer.

Vermijd contact tussen uw vingers en de

batterij of de batterijpolen.

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de "deadlock". - 1

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de "deadlock". - 2

De batterij vervangen

Volvo adviseert om de afstandsbediening niet
te gebruiken om de portieren van binnenuit te
sluiten. Om veiligheidsredenen is het niet
mogelijk de portieren af te sluiten wanneer de
sleutel in het contact zit. Als u het bestuur-
dersportier sluit, zowel van buitenaf als van
binnenuit, met de sleutel nog in het contact,
stuurt het centrale vergrendelingssysteem een
"ontgrendel"-signaal naar het bestuurders-
portier.
Als de afstandsbediening niet meer werkt op de gebruikelijke afstand van de auto, dient u de batterij bij de eerstvolgende onderhoudsbeurt of anders binnen een paar weken te vervangen. - Verwijder de achterzijde van de
afstandsbediening met behulp van een
muntstuk.
Vervang de batterij (3 Volt, type CR2016). Plaats het deksel terug en controleer of het
stevig vastzit zodat er geen water in de
afstandsbediening terecht kan komen.
(1) 2017年1月1日至2018年1月1日,公司与关联方累计发生关联交易的总金额为人民币45,000万元。
Volvo adviseert om de afstandsbediening niet
te gebruiken om de portieren van binnenuit te
sluiten. Om veiligheidsredenen is het niet
mogelijk de portieren af te sluiten wanneer de
sleutel in het contact zit. Als u het bestuur-
dersportier sluit, zowel van buitenaf als van
binnenuit, met de sleutel nog in het contact,
stuurt het centrale vergrendelingssysteem een
"ontgrendel"-signaal naar het bestuurders-
portier.
Volvo adviseert om de afstandsbediening niet
te gebruiken om de portieren van binnenuit te
sluiten. Om veiligheidsredenen is het niet
of anders binnen een paar weken te vervangen.
- Verwijder de achterzijde van de
afstandsbediening met behulp van een
muntstuk.
• Vervang de batterij (3 Volt, type CR2016).
- Plaats het deksel terug en controleer of het
stevig vastzit zodal er geen water in de
afstandsbediening terecht kan komen.

Vergrendelen en ontgrendelen
VOLVO S70 (2000) - De batterij vervangen - 1

Vergrendelen en ontgrendelen van binnenuit

Met behulp van de schakelaars die zich in
beide voorportieren bevinden kunt u alle port-
ieren gelijktijdig vergrendelen of ontgren-delen,
Als tw auto ungerust is niet de deaultock vergrendeling werken de schakelaars niet indien
vergrafteling werken de schanleitals met, onder er een of meerdere portieren open-staan.
U kunt tevens alle deuren apart vergrendelen
of ontgrendelen met behulp van de slotknopjes.
Wanneer u de achterportieren vergrendelt met de
slotknopjes, zijn de openingshandgrepen
van de achterdeuren buiten gebruik. Als u de achterpertieren van binnepuit wilt organen
lachterportieren van innmendt wirt openen, meet u de slodknopies waar omhavs trakken

Als u na ontgrendeling van de auto met de

afstandsbediening niet binnen twee minuten

een van de portieren of het kofferdeksel opent.

worden de portieren en het kofferdeksel auto- mutisch voor vorgendeld. Deze functie voor-

maatsch weer vergrendoeld. Deze functie v komt dat de gebruiker de auto onbedoeld

uchterlaat zonder hem af te sluiten.

De geblokkeerde slotstand is niet

geactiveerd bij automatische vergrendeling.

Uw auto vergrendelen en ontgrendelen van buitena

Door gebruik te maken van uw portiersleutel
of afstandsbediening, worden alle zijdeuren en
de achterklep/kofferdeksel tegelijkertijd ver-
grenduela. In deze positie zijn de slotknopjes en de handgeren aan de binnenkant buiten
gebruik (geldt voor auto's met een "deadlock"
vergrendelingssysteem). Hierdoor is het voor
onbevoegden uiterst moeilijk om de portieren te
openen.
Met behulp van de portiersleutel of de af-
standsbediening kunnen alle Zijportieren en de

lachterklep genjektjung omgreendeld worden.

Vergrendelen en ontgrendelen
VOLVO S70 (2000) - Uw auto vergrendelen en ontgrendelen van buitena - 1

Het apart vergrendelen van het kofferdeksel en het handschoen- enkastje

Als u de hoofdsleutel in het kofferdekselslot steekt en 90 graden tegen de klok in draait (A), wordt het kofferdeksel apart afgesloten. In dit geval kan het kofferdeksel niet ontgrendeld worden met een hulpsleutel, met de afstandsbediening of met de schakelaar in het portier. U kunt het slot uitsluitend met de hoofdsleutel uit deze positie halen (B). Het handschoenenkastje kan uitsluitend vergrendeld en ontgrendeld worden met de hoofdsleutel. Het handschoenenkastje wordt zodoende apart afgesloten.

De kofferbak/achterklep kan niet met de achterklepknop op de afstandsbediening worden vergrendeld. Men kan er alleen mee ontgrendelen. U kunt de achterklep/kofferbak of met de sleutel in het bestuurdersportier of met de LOCK-knop op de afstandsbediening vergrendelen. Van binnenuit: Met de schakelaar in het portier kunt u het kofferdeksel of de achterklep ontgrendelen. Deze schakelaar werkt niet in een rijdende auto. Als u het kofferdeksel van binnenuit opent, springt het een klein stukje open.

Benzineklep

Trek aan de hendel om de klep te openen. Wanneer u de klep weer sluit, moet u stevig duwen, tot hij vastklikt.

Vergrendelen en ontgrendelen van kofferdeksel en achterklep

Van buitenaf: De achterklep c.q. het

kofferbakdeksel kan worden ontgrendeld met de afstandsbediening door de knop voor de achterklep twee maal binnen 3 sekonden in te

drukken. De achterklep c.q. het kofferbakdeksel kan ook met de hoofdsleutel worden

ontgrendeld. Wanneer u de achterklep c.q. het kofferbakdeksel ontgrendelt, gaat deze een

beetje open. Indien u de auto met de

portiersleutel vergrendelt of de LOCK-knop op de afstandsbediening indrukt, dan worden

kofferbakdeksel/achterklep tegelijkertijd m portieren vergrendeld. Indien alle portieren

vergrendeld zijn wanneer u het kofferbakdeksel sluit, dan wordt het kofferbakdeksel

automatisch ook vergrendeld.

Kinderslot
A B

VOLVO S70 (2000) - Vergrendelen en ontgrendelen van kofferdeksel en achterklep - 2

WAARSCHUWING!

WAARSCHUWING! Houd de deuren ontgrendeld - de slotknopjes omhoog - als u met de auto rijdt! Bij een ongeval kunnen de hulp- diensten dan snel in de auto. Denk eraan dat het kinderslot op de achterdeuren alleen van buitenaf geopend kunnen worden als de slotknopjes omhoog staan.

A B

Pal voor kinderslot

Kinderslot - zijdeuren

De pal voor het kinderslot zit aan de achterkant van beide achterdeuren en is alleen bereikbaar als de deur open is.

A De deur kan niet van binnenuit geopend worden B De deur kan van binnenuit geopend worden

Denk eraan dat passagiers achter in de auto bij een ongeluk de achterdeuren niet zelf kunnen openen als de pal in positie A staat. De achterdeuren moeten in dat geval van buiten geopend worden.

2:26

Pal voor kinderslot

Kinderslot - achterklep (alleen voor auto's met naar achteren gerichte extra bank) Gebruik de pal als u wilt voorkomen dat de achterklep van binnenuit geopend wordt. De gemakkelijkste manier om de pal te verzetten is met een kleine schroevendraaier. Denk er echter aan dat bij een ongeluk passagiers in de extra stoel de achterklep niet van binnenuit kunnen openen als de pal in positie A staat.
A Klep kan niet van binnenuit geopend worden B Klep kan van binnenuit geopend word
Als u de "deadlock"-vergrendeling gebruikt dient u er voor een optimale veiligheid voor te zorgen dat het kinderslot van de achterklep op positie A staat.
Kinderslot - achterklep (alleen voor auto's met naar achteren gerichte extra bank)
Gebruik de pal als u wilt voorkomen dat de achterklep van binnenuit geopend wordt. De gemakkelijkste manier om de pal te verzetter
is met een kleine schroevendraaier. Denk er echter aan dat bij een ongeluk passagiers in de extra stoel de achterklep niet van binnenuit kunnen openen als de pal in positie A staat.
A Klep kan niet van binnenuit geopend
worden
B Klep kan van binnenuit geopend worden
Als u de "deadlock"-vergrendeling gebruikt
dient u er voor een optimale veiligheid voor te
zorgen dai het positie A staat.
Kinderslot - achterklep (alleen voor auto's met naar achteren gerichte extra bank)
Gebruik de pal als u wilt voorkomen dat de achterklep van binnenuit geopend wordt. De gemakkelijkste manier om de pal te verzetten
is met een kleine schroevendraaier. Denk er echter aan dat bij een ongeluk passagiers in de extra stoel de achterklep niet van binnenuit kunnen openen als de pal in positie A staat.
A Klep kan niet van binnenuit geopend
worden B Klep kan van binnenuit geopend worden
Als u de "deadlock"-vergrendeling gebruikt
dient u er voor een optimale veiligheid voor te zorgen dat het kinderslot van de achterklen op
positie A staat.
Kinderslot - achterklep (alleen voor auto's met naar achteren gerichte extra bank)
Gebruik de pal als u wilt voorkomen dat de achterklep van binnenuit geopend wordt. De gemakkelijkste manier om de pal te verzetten
is met een kleine schroevendraaier. Denk er echter aan dat bij een ongeluk passagiers in de extra stoel de achterklep niet van binnenuit kunnen openen als de pal in positie A staat.
A Klep kan niet van binnenuit geopend
Als u de "deadlock"-vergrendeling gebruikt
dient u er voor een optimale veiligheid voor te zorgen dat het kinderslot van de achterklen op
positie A staat.

WAARSCHUWING! Houd de deuren ontgrendeld - de slotknopjes omhoog - als u met de auto rijdt! Bij een ongeval kunnen de hulp- diensten dan snel in de auto. Denk eraan dat het kinderslot op de achterdeuren alleen van buitenaf geopend kunnen worden als de slotknopjes omhoog staan.

A B

A B

A B

A B

A B

WAARSCHUWING! Houd de deuren ontgrendeld - de slotknopjes omhoog - als u met de auto rijdt! Bij een ongeval kunnen de hulp- diensten dan snel in de auto. Denk eraan dat het kinderslot op de achterdeuren alleen van buitenaf geopend kunnen worden als de slotknopjes omhoog staan.

WAARSCHUWING! Houd de deuren ontgrendeld - de slotknopjes omhoog - als u met de auto rijdt! Bij een ongeval kunnen de hulp- diensten dan snel in de auto. Denk eraan dat het kinderslot op de achterdeuren alleen van buitenaf geopend kunnen worden als de slotknopjes omhoog staan.

WAARSCHUWING! Houd de deuren ontgrendeld - de slotknopjes omhoog - als u met de auto rijdt! Bij een ongeval kunnen de hulp- diensten dan snel in de auto. Denk eraan dat het kinderslot op de achterdeuren alleen van buitenaf geopend kunnen worden als de slotknopjes omhoog staan.

WAARSCHUWING! Houd de deuren ontgrendeld - de slotknopjes omhoog - als u met de auto rijdt! Bij een ongeval kunnen de hulp- diensten dan snel in de auto. Denk eraan dat het kinderslot op de achterdeuren alleen van buitenaf geopend kunnen worden als de slotknopjes omhoog staan.

WAARSCHUWING! Houd de deuren ontgrendeld - de slotknopjes omhoog - als u met de auto rijdt! Bij een ongeval kunnen de hulp- diensten dan snel in de auto. Denk eraan dat het kinderslot op de achterdeuren alleen van buitenaf geopend kunnen worden als de slotknopjes omhoog staan.

WAARSCHUWING! Houd de deuren ontgrendeld - de slotknopjes omhoog - als u met de auto rijdt! Bij een ongeval kunnen de hulp- diensten dan snel in de auto. Denk eraan dat het kinderslot op de achterdeuren alleen van buitenaf geopend kunnen worden als de slotknopjes omhoog staan.

Pal voor kinderslot

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

Pal voor kinderslot

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B

A B
A B
A B
A B
A B

Alarm

VOLVO S70 (2000) - Kinderslot - zijdeuren - 42

Het gecodeerde radiosignaal dat wordt gebruikt voor het aan- en uitzetten van het alarm en dat verzonden wordt met de afstandsbediening, is een "rolling code"-signaal. Dit betekent dat het in een willekeurige volgorde wordt veranderd voor elke verzending. Hiermee wordt het registreren van de code door onbevoegden voorkomen.

- Er wordt beweging waargenomen in het passagiersgedeelte (als de auto is uitgerust met een bewegingssensor) - De auto wordt opgetild of weggesleept (als de auto is uitgerust met een niveausensor) - Er is een accukabel ontkoppeld. Als dit gebeurt zal de sirene 10 maal gedurende 30 seconden klinken met een tussenpoos van 5 seconden tussen elk signaal. Als de auto uitgerust is met een reservebatterij voor de sirene (optionele uitrusting) kan deze functie niet worden onderbroken.

N.B.! Als uw auto uitgerust is met een bewegingssensor, moet u erover waken dat deze niet afgedekt wordt met kleding of andere voorwerpen.

- Er breekt een ruit (als de auto is uitgerust met een glasbreuksensor)

Alarm

Inschakeling van het alarmsysteemDruk op de LOCK-knop op de afstandsbediening. Bij wijze van bevestiging branden de richtingaanwijzers eenmaal lang. In bepaalde landen kan het alarm ook ingeschakeld worden met de sleutel of de portierschakelaars.Uitschakeling van het alarmsysteemDruk op de UNLOCK-knop op de afstandsbediening. Bij wijze van bevestiging branden de richtingaanwijzers tweemaal kort. In bepaalde landen kan het alarm ook uitgeschakeld worden met de sleutel.Automatische inschakeling van het alarmsysteemAls u na het uitschakelen van het alarmsysteem met de afstandsbedie- ning niet binnen twee minuten een van de portieren of het kofferdek-sel/ de achterklep opent, wordt het alarm automatisch opnieuw inges- schakeld. Deze functie voorkomt dat de gebruiker de auto onbedoeld achterlaat zonder het alarm in te schakelen.Het alarm uitzettenAls het alarm weerklinkt en u wilt het uitzetten, dient u op de UNLOCK-knop van de afstandsbediening te drukken. In bepaalde landen kan het alarm ook uitgeschakeld worden met de sleutel of de portierschakelaars. Bij wijze van bevestiging branden de richting- aanwijzers tweemaal kort.Opmerking!Als het uitrustingsniveau van uw auto niet in de mogelijkheid van in/ uitschakeling van het alarm met de sleutel voorziet, en uw afstandsbediening werkt niet of is zoekgeraakt, dan is het toch mogelijk om de auto te starten. Ga als volgt te werk: Open het bestuurdersportier met de sleutel. Het alarm wordt ingeschakeld en decontact in. Het alarmsysteem is nu tijdelijk uitgeschakeld. Als het bij de eerste poging niet lukte om het contact in te schakelen, moet men deze handeling herhalen.Het alarm zal vervolgens weer worden ingeschakeld wanneer de auto metHoorbaar signaalHet hoorbare alarmsignaal wordt voortgebracht door een aparte alarm- claxon of door een tweede accusirene. Eén alarmcyclus duurt 30 seconden.Optisch signaalHet optische alarmsignaal wordt gegeven door alle richtingaanwijzers, die gedurende vijf minuten knipperen, en door het binnenlicht, dat gedurende vijf minuten brandt.Controlelampje alarmEen controlelampje (LED) boven op het dashboard geeft de stand van het alarmsysteem aan:LED is uit: Alarm is uitgeschakeld.LED knippert één keer per seconde: Alarm is ingeschakeld.Tussen het uitschakelen van het alarm en het starten van de auto, knippert de LED snel: Het alarm is geactiveerd.Na het aanzetten van het contact knippert de LED snel gedurende 15 seconden: Er is een storing waargenomen in het alarmsysteem of in de elektrische startonderbreker. Neem contact op met uw Volvo-dealer.Overvalalarm (in bepaalde landen)Het overvalalarm dient voor uw persoonlijke bescherming. In noodge- vallen kunt u het alarm laten weerklinken, om de aandacht te trekken, door de rode knop op de afstandsbediening gedurende drie seconden ingedrukt te houden of door er minstens tweemaal binnen drie seconden op te drukken.

Alarm

Voorkomen van ongewenst alarm

Als uw auto is uitgerust met bewegingssensoren, moeten alle ramen en het schuifdak gesloten worden alvorens het alarm in te schakelen.

Als uw auto verwarming heeft

Als uw auto uitgerust is met een verwarmingstoestel en met bewegingssensoren (extra uitrusting), en u wilt de verwarming gebruiken en tegelijk uw alarmsysteem inschakelen, moet u de sensoren tijdelijk ontkoppelen.

!

Probeer niet zelf het onderhoud aan een onderdeel van het alarmsysteem uit te voeren. Daarmee kunt u de verzekerings- voorwaarden schenden.

Speciaal voor België

Passief inschakelen

Het alarm wordt ingeschakeld zodra het bestuurdersportier gesloten wordt, van buitenaf of van binnenuit, op voorwaarde dat de andere portieren ook gesloten zijn.

Garagemode

Zet het contact af en haal de sleutel uit het startslot. Druk de schakelaar in het bestuurdersportier naar de ontgrendelings-positie gedurende minimum 3 seconden. Na 3 seconden worden de portieren vergrendeld en direct weer ontgrendeld. Na deze bevestiging moet u de UNLOCK-toets van de afstandsbediening binnen de 15 seconden indrukken. De auto is nu in Garagemode en u kunt er aan werken zonder dat de passieve inschakeling plaatsvindt. Om de Garagemode weer te verlaten, moet u de LOCK-toets van de afstandsbediening indrukken.

Tijdelijk ontkoppelen van de sensoren

Om te voorkomen dat het alarm per ongeluk gestart wordt als u bijvoorbeeld een hond in de auto achterlaat of tijdens een tocht op een veerboot, kunnen de bewegings- en niveausensoren tijdelijk ontkoppeld worden. Zet het contact uit, verwijder de contactsleutel uit het contact en sluit alle portieren. Druk minimaal drie seconden op de vergrendelingsschakelaar in vergrendelingspositie in het bestuurdersportier. Eerst worden alle deuren vergrendeld en daarna worden ze bij wijze van bevestiging na drie seconden weer ontgrendeld. De auto kan nu afgesloten worden en het alarm kan ingeschakeld worden met behulp van de afstandsbediening. De sensoren blijven ontkoppeld tot het contact weer wordt aangezet.

- Zet het contact af.

- Open/sluit een van de portieren. 30

seconden na de sluiting van het laatste portier wordt het alarm ingeschakeld zonder vergrendeling van de portieren.

Ministerie van Verkeer en Waterstaat NL. 95080270

Motorkap

VOLVO S70 (2000) - Motorkap - 1

Vergrendelingen draaien – helemaal openen

De motorkap gaat normaal over een hoek van ca 57° open. U kunt deze loodrecht zetten door de vergrendelingen van de scharnieren naar beneden te draaien; zie de afbeelding. De vergrendelingen gaan automatisch in hun normale stand terug, als u de motorkap dichtdoet. Let erop, dat de motorkap in een garage het plafond niet raakt!

!

Controleer bij het dichtdoen of de motorkap goed vergrendeld is!

WAARSCHUWING!

Aan de handgreep trekken...
VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

... aan de handgreep trekken en optillen

Motorkap openen

Trek aan de slothandgreep helemaal links onder het dashboard. U hoort wanneer de sluiting loslaat. Trek aan de handgreep helemaal links onder het dashboard. U v wanneer de sluiting loslaat. Maak de veiligheidslip los en til de motorkap op.

VOLVO S70 (2000) - Motorkap openen - 1

Bagageruimte - 4-deurs model
Gevarendriehoek Krik
Reservewiel Gereedschapsta

Bagageruimte
Het reservewiel ligt onder de mat van de bagageruimte. De krik met slinger zit in de velg vast. Let erop, als de krik na gebruik weer opgeborgen wordt, dat deze goed vastzit. Aanbringen, zie de sticker op het luik over het reservewiel.

B A Schakelaarstanden

Bagageruimteverlichting

A Lampje altijd uit. B Lampje brandt, als het kofferdeksel open is.

=Neerklapbare bank - 4-deurs model:
VOLVO S70 (2000) - Motorkap openen - 4

Vergrendelingsknop naar voren trekken
VOLVO S70 (2000) - Motorkap openen - 5

Autogordel van de middelste plaats

Achterbank neerklappen

De rugleuning van de achterbank bestaat uit meerdere delen en elk deel kan apart neergeklapt worden. Zo krijgt u verschillende laadmogelijkheden.

- Breng de achterbankgordels over het vaste

gedeelte van de rugleuning omhoog. De

gordel van de middelste plaats kan ook bij

iemand in de bagageruimte komt.

Trek de vergrendelingsknop naar voren en

klap de rugleuning neer.

Aan de achterkant van de rugleuning zitten

WAARSCHUWING!

Wanneer u de ruggesteun omhoogklapt, moet u nagaan of hij correct is vergrendeld.

Rugleuning neerklappen Lange lading
VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

De rugleuning van de passagiersstoel kan met twee grendels horizontaal neergeklapt worden, b.v. voor lange lading.
- Zet de rugleuning in de voorste stand.
- Til de grendels aan de achterkant van de rugleuning op.
- Klap tegelijk de rugleuning naar voren.

Lange lading (4-deurs model)

Om lange voorwerpen te kunnen vervoeren heeft het paneel achter de midden-armsteun een luikje om volgens de afbeelding te kunnen laden.
N.B! Dit luikie is alleen voor lichte lading (b.v. ski's). Maximumlengte 2
meter en maximumgewicht 25 kg.
Opmerking! Als de auto is uitgerust met een geïntegreerd kinderkussen.
moet u dit eerst uitklappen.

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 2

Zet bij het laden en lossen van lange voorwerpen de motor af en trek

de parkeerrem aan! Anders kunt u in ongunstige gevallen met de la

ding de versnellings- of keuzehendel raken en deze in een rijstand

zetten, zodat de auto kan gaan rijden.

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 3

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 4

Veranker de lading b.v. met de gordel rond de neergeklapte arm-

steun; zie de afbeelding. Anders kan de lading bij sterk afremmen

verschuiven en inzittenden letsel toebrengen.

Bescherm scherpe randen met iets zachts.

Verankeringspunten - 4-deurs model
Verankeringsogen in de bagageruimte

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 6

Bagageruimteverlichting

Er is een extra lampje in het plafond aan de achterkant van de bagageruimte.

A Lampje altijd uit.

Lampje brandt wanneer het kofferdeksel open is.

Verankeringsogen

Veranker volumineuze en zware lading altijd! Anders kan bij sterk afremmen of een botsing persoonlijk letsel ontstaan. Er zijn twee ogen om band of touw in vast te maken. Uw Volvo-dealer heeft een veiligheidsnet voor lading; verder kunt u band kopen dat in de ogen past.

Bagageruimte - 5-deurs model
VOLVO S70 (2000) - Verankeringsogen - 1

Controleer of de veiligheidsgordels niet vast-

geklemd zitten door de bank.

Om de laadruimte uit te breiden volstaat het neerklappen van de rugleuning op de zitting.

Bij het terugzetten van rugleuning en zitting op hun normale plaats moet u ervoor zorgen dat ook de hoofdsteunen naar hun normale positie terugkeren.

Controleer of de rode grendelindicateur niet langer zichtbaar is (B). De rugleuning is correct vergrendeld in open positie wanneer de indicateur verdwijnt.

VOLVO S70 (2000) - Verankeringsogen - 2

• Druk de grendel van de rugleuning naar

achter en klap de rugleuning naar voren.

N.B! Zorg ervoor dat de gaten in de plastic delen van de rugleuning op de goede plaats terecht komen voor de haken op de kussen-zitting.

- Bij het terugzetten van rugleuning en zitting

op hun normale plaats moet u ervoor zorgen dat ook de hoofdsteunen naar hun normale positie terugkeren.

- De hoofdsteunen van de twee buitenste zitplaatsen moeten worden neergeklapt maar niet verwijderd. Trek ze recht naar boven en klap ze dan neer. Laat ook de centrale hoofdsteun zakken indien nodig.

VOLVO S70 (2000) - Verankeringsogen - 3

Verlengen van de laadruimte

- De achterbank is in twee delen opgesplitst en elk deel kan apart worden neergeklapt. - Zet de rugleuningen van de voorstoelen

rechter als ze sterk achterover hellen.

- Trek het bandje van de bankzitting naar u toe en kantel de zitting naar de rugleuning

van de voorstoelen toe,

De hoofdsteunen van de twee buitenste zitplaatsen moeten worden neergeklapt maar niet verwijderd. Trek ze recht naar boven en

klap ze dan neer. Laat ook de centrale hoofdsteun zakken indien nodig.

VOLVO S70 (2000) - Verlengen van de laadruimte - 1

Bagageruimte - 5-deurs model
VOLVO S70 (2000) - Verlengen van de laadruimte - 2
Verwijderen van de zitting

Verwijderen van de zitting

zakken en til hem uit de auto. Om de zitting terug te zetten gaat u te werk in omgekeerde volgorde.

De zitting kan gemakkelijk worden verwijderd, wat zorgt voor een grotere laadruimte. Klap de zitting omhoog naar de voorstoelen, maak de rode plastic bevestigingen los, ontkoppel de elektrische aansluitingen, laat de zitting iets

VOLVO S70 (2000) - Verwijderen van de zitting - 1

Laad zware lading niet tot vlak bij de voorstoelen: hierdoor wordt de neergeklapte rugleuning onmodig zwaar belast. Laad nooit hoger dan de rugleuning! Als u dit toch doet, kan bij sterk afremmen of een botsing de lading naar voren geslingerd worden en u of uw passagiers ernstig letsel toebrengen. Denk er ook aan om de lading altijd goed te verankeren (vast te binden).

WAARSCHUWING!

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

De rode grendelindicateur voor de vergrendeling van de rugleuning is zichtbaar wanneer de rugleuning niet vergrendeld is. Wanneer hij niet meer zichtbaar is, is de rugleuning vergrendeld. Het rijden met een niet-vergrendelde rugleuning kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken bij plots remmen of ongeval, aangezien de veiligheidsgordels dan niet werken.

Bagageruimte - 5-deurs model
VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 2

Veranker volumineuze en zware ladingen altijd! Anders kan bij plots remmen of botsingen persoonlijk letsel ontstaan. Er zijn zes ogen om de lading te verankeren met touw of banden (vier in de bagageruimte en twee in het interieur). Uw Volvo-dealer heeft geschikte banden en ladingnetten. N.B! Zorg ervoor dat de verwarmings- en antennedraden aan de binnenkant van de ramen niet kunnen worden beschadigd door de vervoerde voorwerpen. Zorg er ook voor dat u bij het reinigen van de ramen de draden niet beschadigt, bijv. met ringen.

Verbanddoos (extra uitrusting)

Het Eerste-hulpkussen bevat een verbanddoos. In een stationcar

bevindt dit zich in het draagnet aan de linkerzijde of onder het rechter luik in de bagageruimte. In andere modellen bevindt het zich op de hoedenplank.

Reservewiel en krik

Het reservewiel bevindt zich onder de mat in een speciale uitsparing. Verwijder de bedekking achteraan en til de bedekking vooraan op om toegang te krijgen tot het reservewiel. De krik en de slinger zitten vast in de velg. Zorg ervoor dat de krik na gebruik weer stevig wordt vastgezet. Aanbrengen, zie de sticker op het luik over het reservewiel.

—Ladingnet
VOLVO S70 (2000) - Reservewiel en krik - 1
Ladingnet (extra uitrusting)
Een ladingnet is nuttig om ladingen veilig te verankeren. Het is gemaakt van stevig nylon en wordt afgerold vanuit de rugleuning van de achterbank. Het ladingnet moet vanaf de achterkant worden afgerold en geplaatst.
Om het net te verwijderen gaat u te werk in omgekeerde volgorde.
Het ladingnet kan ook worden gebruikt wanneer de achterbank is neergeklapt, maar dan moet een extra steun op de instaphandgreep worden gebruikt.

- Open de afdekking van de rechter rugleuning achteraan.

- Trek het ladingnet naar u toe (1).

- Haak eerst de stang op de steun aan de rechterkant, trek dan de stang

uit en haak hem op zijn plaats aan de linkerkant (2&3).

- Trek het ladingnet links uit en bevestig het aan de stang (4).

• N.B! Zorg ervoor dat het net correct vastzit aan de haken (5).

Bagage-afdekking
VOLVO S70 (2000) - Reservewiel en krik - 2

Trek de bagage-afdekking uit, over de bagage, en haak hem in de gaten van de achterstijlen in de bagageruimte.

Om de bagage-afdekking te verwijderen: - Druk de linkerkant van de bagage-afdekking in en maak hem los van het zijpaneel. - Verwijder de bagage-afdekking. - Voor het (terug) plaatsen gaat u te werk in omgekeerde volgorde.

N.B.! Zorg ervoor dat u de antennebedrading niet beschadigt bij het plaatsen en verwijderen van de bagage-afdekking.

VOLVO S70 (2000) - Reservewiel en krik - 3

Bagagenet op zijpaneel

(extra uitrusting)

Als de extra zitplaats in gebruik is, mag het bagagenet op het zijpaneel niet worden gebruikt. Het bagagenet op het zijpaneel ma alleen worden gebruikt in combinatie met het bagagenet.

Bevestigen van het bagagenet op het zijpaneel: Zet eerste hoek (1) vast met haak, draai het net vervolgens naar binnen en zet beide klemmen (2) vast. Druk vervolgens de pen in het gat in de vloer. Zet klem (3) in de achterkant vast.

Eén draagzak kan met de klem op zijn plaats worden gehouden. Zie de afbeelding.

VOLVO S70 (2000) - Bagagenet op zijpaneel - 1

De afdekking bevindt zich onder de lijst. Trek de afdekking over de bumper bij het laden en lossen. Met de klittenband kan de afdekking op eenvoudige wijze worden aangebracht en verwijderd.

VOLVO S70 (2000) - Bagagenet op zijpaneel - 2

Het net is niet geschikt voor zware of scherpe voorwerpen. Gebruik da vier verankeringsogen.

Waarschuwing!

Bagageruimte 5-deurs model. Laden
VOLVO S70 (2000) - Waarschuwing! - 1

De veiligheidsgordels en airbags bieden bestuurder en passagiers een goede bescherming, vooral bij frontale hotsingen. Het risico van verwondin-

gen kan echter ook van achteren komen. Bij het laden van de auto moet u

eraan denken dat voorwerpen die niet correct zijn geladen en vastgezet

naar voren kunnen worden geslingerd bij botsingen of bij bruusk remmen,

wat ernstige letsels kan veroorzaken. Denk eraan dat een voorwerp van 20 boletver/voelant van 1000 boerde Haar, het de 30

20 kg het equivalent van 1000 kg weegt bij een frontale botsing aan 50 km/h.

- Plaats nooit een lading boven de rugleuning zonder gebruik te maken van een ladingnet.

Starten en rijden
In dit hoofdstuk wordt op de volgende pagina's behandeld wat met het rijden te maken heeft, zoals de motor starten, schakelen, slepen, rijden met aanhanger, enz.

Tankdop3:2
Zuinig rijden3:3
Motor starten3:4
Schakelen3:5
Laden en rij-eigenschappen3:11
Rijden met caravan (aanhanger)3:12
Remsysteem3:15
STC3:16
Vierwielaandrijving, Slepen3:18
Starten met startkabels3:20
Maatregelen voor de winter3:21
Maatregelen voor lange reizen3:21

Tankdop

VOLVO S70 (2000) - Tankdop - 1

Brandstof (loodvrij) tanken

De tankdop zit achter de klep van het rechter achterscherm. Bij hoge buitentemperaturen kan in de tank wat overdruk ontstaan. Als dit gebeurt, dient u de klep langzaam te openen. Doe niet te veel benzine in de tank. Laat het benzinepistool niet meer dan driemaal automatisch afslaan. Vul niet te veel brandstoftank bij. Bij hoge temperaturen zal het teveel aan brandstof uit de tank stromen. Schroef de dop er na het tanken weer op tot u een klik hoort.

Elektrisch openen van de

benzineklep

Druk op de schakelaar in het portier om de benzineklep automatisch te openen.

De tankdop zit achter de klep van het rechter achterscherm. Hang bij het tanken de dop in d houder aan de binnenkant van de klep. Breng na het tanken de dop weer aan en draai hem vast tot u een klik hoort. . Bij lage temperaturen (-5 tot -40°C), kan de

dieselbrandstof paraffineafzet-tingen vormen, die tot startproblemen kunnen leiden. Bij koud weer moet u er dus over waken speciale winterdiesel te tanken of 20 à 30 % petroleum toe te voegen aan de dieselbrandstof. Vanwege de eigenschappen van RME-brandstof bij lage temperaturen, wordt geadviseerd deze brandstof alleen te gebruiken bij temperaturen boven 0°C. gebruik onder deze temperatuur Dieselbrandstof (MK1).

Zuinig rijden

Zuinig rijden wil niet zeggen langzaam rijden!Zuinig rijden wil zeggen anticiperend, soepel rijden en de rijstijl en snelheid aan de betreffende situatie aanpassen.Denk aan het volgende:Laat de motor zo snel mogelijk warmdraaien! D.w.z.: laat de motor niet stationair lopen, maar ga zo snel mogelijk met geringe belasting rijden.Een koude motor verbruikt veel meer brandstof dan een warme – twee tot drie maal meer – en slijt bovendien meer.Rijd soepel! Vermijd onnodig snel accelere- ren en sterk afremmen. Zo kunt u veel brandstof besparen.Verlaag de snelheid iets op buiten- en auto-snelwegen.Blijf niet met onnodig zware lading in de auto rijden.Verwijder de imperiaal, als u deze niet ge-bruikt.Als de auto een automatische versnellings-bak heeft, schakelt deze zelf op het juiste moment, maar vermijd onnodig “kick-down”.Verder moet u natuurlijk de gehele auto en met name de motor in goede conditie houden. Factoren die kunnen helpen om het benzinever-bruik laag te houden zijn b.v.:Goede bougiesEen schoon luchtfilterDe juiste motorolie, het juiste interval om deze te verversen en een nieuw oliefilterRemmen die niet “aanlopen”De juiste wieluitlijningDe juiste bandenspanningMaar ...Denk erom, dat de allerbelangrijkste factoren wat betreft het brandstofverbruik u zelf en uw manier van het gebruiken van het gaspedaal, het rempedaal en de versnellingshendel zijn. Het verschil tussen goed en verkeerd rijden kan enkele dl per 10 km betekenen. Dit is heel wat brandstof in een jaar!TURBO-WAARSCHUWING!Wanneer koud: laat de motor direct na het starten niet aan hoge toerentallen razen: de olie is nog viskeus en komt niet tot in alle smeerpunten.Bij het uitschakelen van de motor: laat de motor niet aan hoge toerentallen razen voor u hem uitschakelt. Schakel de motor altijd uit terwijl hij stationair draait. Zo draait de turbolader niet te lang zonder oliedruk.

Starten van een motor

Starten van een motor:1. Trek de parkeerrem (handrem) aan2. Zet bij een automaat de keuzehendel in stand P3. Trap het koppelingspedaal in4. Raak het gaspedaal niet aanDieselmotor: Draai de startsleutel in de stand rijden/ voorverwarmen, Wacht tot het controlelampje van de voorverwarming op het instrumentenpaneel dooft.5. Draai de startsleutel in de startstand. Laat - bij elke startpoging - de startmotor werken, totdat de motor aanslaat maar maximaa 10 seconden.Als u niet de juiste sleutel gebruikt, stopt de motor na 2 seconden.Draai voor beter koud-starten de sleutel in stand II en wacht een seconde om de brand-stofdruk op te bouwen. Draai daarna de sleutel in de startstand.KATALYSATORWAARSCHUWING!Normaal heeft de katalysator een werk-temperatuur van enkele honderden graden. Parkeer de auto niet boven brandbaar materiaal (b.v. hoog gras) dat door de katalysator aangestoken kan worden.Motor zo snel mogelijk warm-draaien!Als de motor aangeslagen is, moet u deze dus zo snel mogelijk op de normale werktemperatuur laten komen. Begin met geringe belasting te rijden en laat de motor niet onnodig stationair lopen. Uit ervaring is gebleken, dat motoren van auto’s waarmee korte stukjes gereden worden, abnormaal snel slijten.Dit komt, doordat de auto nooit op de normale werktemperatuur kan komen.[IMAGE]VoorverwarmingDe voorverwarming is nodig wanneer de buitentemperatuur lager ligt dan +5°C. Het controlelampje gaat branden wanneer de start-sleutel in de stand rijden/voorverwarmen wordt gedraaid, om aan te geven dat de voorver-warmingsinrichting werkt. Wanneer het lampje dooft, kan de motor worden gestart. Het is de temperatuur van de motor die bepaalt hoe lang moet worden voorverwarmd: hoe kouder de motor, hoe langer de voorverwarming.Wanneer de motor warm is, gaat het controle-lampje niet branden.Als de motor niet start en de voorverwarming moet worden herbegonnen, moet u de sleutel eerst terug in de "0"-stand draaien.Dieselmotor uitzettenDraai de startsleutel in de "0"-stand. Een elek-trische klep onderbreekt de voeding van de motor. Als de motor niet stopt, zie pagina 5:17.

VOLVO S70 (2000) - benzineklep - 1

Zet altijd de garagedeuren helemaal open, als u de motor in de garage start. De uitlaatgassen bevatten namelijk koolmonoxyde dat onzichtbaar en reukloos is, maar wel dodelijk giftig is.

VOLVO S70 (2000) - benzineklep - 2

Om de achteruitversnelling in te kunnen schakelen, moet de versnellingshendel eerst in de neutraalstand (tussen 3e en 4e versnelling) worden gezet. Het veiligheidsmechanisme van de achteruitversnelling voorkomt dat vanuit 5e versnelling rechtstreeks in achteruit kan worden geschakeld.

VOLVO S70 (2000) - benzineklep - 3

WAARSCHUWING!

Schakel nooit de achteruitversnelling in terwijl u vooruit rijdt.

135 24 R

Schakelstanden

Schakelstanden handgeschakelde versnellingsbak

Trap bij het schakelen het koppelingspedaal telkens helemaal in. Haal tussen het schakelen de voet van het koppelingspedaal. Om zo zuinig mogelijk te rijden moet u bij een normale snelheid van meer dan 70 km/h op buitenwegen de 5e versnelling zo vaak mogelijk gebruiken.

Door de versnellingen in de juiste volgorde te schakelen, gaat de versnellingsbak langer mee. Schakel bijvoorbeeld nooit direct van 2e in 5e versnelling.

Veiligheidssystemen voor de automatische versnellingsbak

Starten en stilstaan met een automatische versnellingsbak1 Zet de keuzehendel in stand P.2 Start de motor met de contactsleutel.3 Trap het rempedaal in en zet de keuzehendel in de gewenste rijstand - de versnelling schakelt nu met een zekere vertraging in.Dit is duidelijk voelbaar - de auto gaat wat trekken.De motor moet stationair lopen!Geef nooit gas, voordat u gevoeld heeft, dat de versnelling ingeschakeld is.Als u na het kiezen van de rijstand te snel gas geeft, wordt bruusk ingeschakeld en slijt de versnellingsbak onnodig.Zet de parkeerrem los.4 Laat het rempedaal los en geef gas.De auto wordt op de eenvoudigste manier stilgezet: laat het gaspedaal los en rem met het rempedaal.Zet de keuzehendel in stand P en trek de parkeerrem aan.OPMERKING! Tijdens het rijden met een koude motor (sommige turbomodellen) schakelt de transmissie bij een hoger motortoerental over. Hierdoor bereikt de driewegkatalysator sneller de bedrijfstemperatuur.Adaptieve systeem van de automatische versnellingsbakDe versnellingsbak wordt geregeld door een "adaptief systeem". De regeleenheid in de auto "leert" voortdurend hoe de versnellingsbak zich op elk moment gedraagt. Het systeem valueert het schakelen in de versnellingsbak en zorgt dat onder alle omstandigheden de optimale schakelstand is geselecteerd. De regeleenheid valueert ook uw rijstijl, bijvoorbeeld hoe hard u het gaspedaal intrapt.Veiligheidssystemen voor de automatische versnellingsbakDe automatische versnellingsbak die in de auto is geïnstalleerd, beschikt over enkele speciale veiligheidsvoorzieningen:ContactslotvergrendelingDe keuzehendel kan niet uit stand P worden gehaald tenzij de contactsleutel in het contactslot steekt en in stand II is gedraaid. De sleutel kan alleen uit het contactslot worden verwijderd als de keuzehendel in de stand P staat.SchakelvergrendelingVoordat de keuzehendel kan worden verplaatst om een versnelling te kiezen, moet de contactsleutel in de stand II staan en moet het rempedaal zijn ingetrapt.Als u de motor hebt gestart en de auto staat nog stil: Trap het rempedaal in en kies een versnelling met de keuzehendel!Schakelaar startblokkeringIn auto's met een handgeschakelde versnellingsbak kan de motor niet worden gestart tenzij het koppelingspedaal is ingetrapt.Raadpleeg pagina 5:18 als u de keuzehendel in stand P wilt plaatsen, waarbij de schakelvergrendeling wordt geannuleerd (zie hierboven).

Automatische versnellingsbak AW4

2 Lage versnelling

De auto moet stilstaan voor het inschakelen van de achteruitrijversnelling! N Neutraalstand

De N-stand is de neutraalstand. De motor kan worden gestart, maar er is geen versnelling ingeschakeld. Trek de handrem aan wanneer de auto stilstaat en de versnelling in stand N staat.

D Rijstand

D is de normale rijstand. Het omhoog- en omlaagschakelen van de versnellingen gebeurt automatisch, afhankelijk van de gasklepopening, de acceleratie en de snelheid. De auto moet stilstaan voor het overschakelen van R naar D.

3 Lage versnelling

Het omhoog- en omlaagschakelen tussen de 1e, 2e, en 3e derde versnelling gebeurt automatisch.

Er wordt niet tot 4e geschakeld. Stand 3 kan worden gebruikt: • voor het rijden in de bergen

- voor het rijden met een aanhanger - om extra afremmen op de motor te verkrijgen In deze stand brandt het lampje ◆ in h instrumentenpaneel

VOLVO S70 (2000) - Lage versnelling - 1

Kies deze stand bij het starten of parkeren van de auto.

De auto moet stilstaan voor het inschakelen van de P-stand! In stand P wordt de versnellingsbak automatisch vergrendeld. Trek na het parkeren altijd de handrem aan!

Terugschakelblokkering

In deze stand brandt het lampje ◆ in het instrumentenpaneel

Automatische versnellingsbak AW4

"Kickdown"

Als u het gaspedaal volledig intrapt, voorbij de normale volgasstand, schakelt de versnellingsbak onmiddellijk naar een lagere versnelling. Dit is het zogenaamde kickdownschakelen. Wanneer de maximale snelheid voor de betreffende is bereikt, of wanneer u het gaspedaal loslaat van de kickdown-stand, schakelt de versnellingsbak automatisch omhoog. Gebruik de kickdown-stand wanneer u maximaal acceleratievermogen wilt hebben.bijvoorbeeld bij het inhalen De versnellingsbak heeft bij alle versnellingen een kickdown-blokkering.

VOLVO S70 (2000) - "Kickdown" - 1

Het W-programma kan worden in- en uitgeschakeld met de knop. "Winter" is bestemd voor optrekken er op een glad wegoppervlak. Er brandt een LED in het programma de lichten aan zijn. W wordt aangegeven in het instrumentenpaneel. In deze stand brandt het lampje ⚙ in the instrumentenpaneel

Keuzehendelblokkering

(schakelvergrendeling)

U kunt de keuzehendel altijd vrij bewegen tussen D en N. Andere standen hebben een blokkeerknop op de keuzehendel. Door de blokkeerknop op de hendel in te drukken kan de hendel naar achteren en naar voren worden verplaatst tussen R en N, en tussen standen D, 3, 2, en 1.

uitgeschakeld met de knop. "Winter" is bestemd voor optrekken en rijden op een glad wegoppervlak. Er brandt een LED in het programma wanneer

de lichten aan zijn.

W wordt aangegeven in het

instrumentenpanel.

In deze stand brandt het lampje ♠ in het

instrumentenpanel

Automatische versnellingsbak AW5

R Achteruitversnelling

Voor het inschakelen van de

achteruitversnelling moet de auto stilstaan!

N Neutraalstand

De N-stand is de neutraalstand. De auto kan worden gestart, maar er is geen versnelling ingeschakeld. Trek de handrem aan wanneer de auto stilstaat en de versnelling in stand N staat.

D Rijstand

D is de normale rijstand. Het omhoog- en omlaagschakelen van de versnellingen geb automatisch, afhankelijk van de acceleratie de snelheid. De auto moet stilstaan voor het overschakelen van R naar D.

4 Lage versnelling

Het omhoog- en omlaagschakelen tussen de 1e, 2e, 3e en 4e versnelling gebeurt automatisch.

Er wordt niet tot de 5e geschakeld.

Stand 4 kan worden gebruikt:

• voor het rijden in de bergen

- voor het lijden met een aanhanger

- om sterker op de motor af te remmen

In deze stand brandt het lampje ◆ in het

instrumentenpaneel

PRND43L

Keuzehendelstanden

P Parkeerstand

Kies deze stand bij het starten of parkeren van de auto.

Voor het inschakelen van de P-stand moet de auto stilstaan! In stand P wordt de versnel-lingsbak mechanisch vergrendeld. Trek na het parkeren altijd de handrem aan!

Automatische versnellingsbak AW5

"Kickdown"

Als u het gaspedaal volledig intrapt, voorbij de normale volgasstand, schakelt de versnellingsbak automatisch naar een lagere versnelling. Dit is het zogenaamde kickdown schakelen. Wanneer de maximale snelheid voor de betreffende versnelling is bereikt, of wanneer u het gaspedaal uit de kickdown-stand loslaat, schakelt de versnellingsbak onmiddellijk automatisch omhoog. Gebruik de kickdown-stand wanneer u maximaal acceleratievermogen wilt hebben, bijvoorbeeld bij het inhalen. De versnellingsbak heeft voor alle versnellingen een terugschakelblokkering.

VOLVO S70 (2000) - "Kickdown" - 1

Keuzehendelblokkering

(schakelvergrendeling)

U kunt de keuzehendel altijd vrij bewegen

tussen N en D. Andere standen hebben een

vergrendeling, die u met de blokkeerknop op

de keuzehendel bedient.

Door de blokkeerknop op de hendel in te

drukken, kunt u de hendel naar achteren en

naar voren tussen R en N en tussen de standen

D, 4, 3 en L verplaatsen.

W - Winter

Het W-programma wordt in- en uitgeschakeld met de bijbehorende knop.

Gebruik deze stand voor he

rijden op een glad wegdek. Als dit programma

is ingeschakeld, brandt de LED in de knop.

Op het instrumentenpaneel wordt W

aangegeven.

In deze stand brandt het lampje ◆ in het

instrumentenpaneel

Laden en rij - eigenschappen =

Rij-eigenschappen en banden

De banden betekenen veel voor de rij-eigenschappen van de auto. Het bandentype – radiaalbanden –, de maat en de bandenspanning zijn belangrijk voor het gedrag van de auto. Let er bij het vervangen van banden op, dat u hetzelfde type, dezelfde maat en liefst ook hetzelfde merk krijgt als daarvoor op alle vier wielen van de auto zaten en volg onze adviezen voor de bandenspanning op; zie de zelf-klever op de benzineklep.

Als de lastdragers moeten worden verwijderd, verwijdert u de bout uit de sluitring met het gereedschap dat zich in het handschoenenkastje bevindt. De bout bevindt zich aan beide zijden de bovenrand. Vervolgens kan de lastdrager diagonaal naar voren worden verplaatst en omhoog worden getild. Als de lastdragers won bevestigd, moet het gebogen gedeelte aan de voorkant zitten. Voor auto's met een schuifdak het windgeruis worden verminderd door de lastdragers te bevestigen (zie afbeelding).

Niet met open kofferdeksel rijden!

Bij het rijden met een open kofferdeksel kunnen namelijk wat uitlaatgassen en dus giftig koolmonoxyde via de bagageruimte in de auto komen. Maar, als u gedwongen bent om een stukje met open kofferdeksel te rijden, moet u als volgt te werk gaan:

• Doe het schuif-/kanteldak dicht.

- Zet de functiekiezer van de verwarmingsinstallatie op en de aanjager op

volle snelheid, 5. 3:11

VOLVO S70 (2000) - Niet met open kofferdeksel rijden! - 1

Gaten voor imperiaal

De lading en de plaats ervan

beïnvloeden de rij-eigenschappen Bij rijklaargewicht heeft uw auto een neutraal rijkarakter met een lichte neiging tot onder- stuur. Deze eigenschappen, samen met een goede gewichtsverdeling, zorgen, dat de auto in bochten stabiel blijft en de kans op slippen- de achterwielen kleiner wordt. Denk erom, dat deze eigenschappen kunnen veranderen door de manier waarop de auto geladen wordt. Hoe zwaarder de last in de koffer, hoe minder on- derstuurneigingen de auto vertoont. De lading van de auto moet zo aangepast worden, dat het totale gewicht van de auto of de asdruk niet overschreden worden.

Bij gebruik van een imperiaal

- Gebruik een stevige imperiaal die goed op de auto vastgezet kan worden. Volvo-dealers hebben imperiaals die door Volvo ontwikkeld zijn. - Controleer regelmatig of de imperiaal goed vastzit. - Laad niet meer dan 100 kg op het dak. - Verdeel de lading gelijkmatig over de imperiaal. Laad niet scheef en leg de zwaarste lading onderaan.

- Denk erom, dat het zwaartepunt van de auto en de rij-eigenschappen veranderen, als u zwaar laadt. - Denk erom, dat de auto meer wind vangt en meer brandstof verbruikt, naarmate de lading groter is. - Snoer de lading met een sterk touw stevig vast! - Rijd soepel. Vermijd snel accelereren, sterk afremmen en scherpe bochten nemen. - Verwijder de imperiaal, als u deze niet gebruikt, dan daalt de luchtweerstand en dus ook het brandstofverbruik.

N.B! Imperiaals en skiboxen zijn extra laadruimten voor lichte lading. Laad de zwaarste lading altijd onderaan en diep bagageruimte van de auto. De afstand tussen de dakrailingsteunen mm en mag niet worden gewijzigd (weg versterkingen in het dak). Dit betekent dat bepaalde oudere skibox een vaste afstand tussen de dakrailingste niet kunnen worden gebruikt.

=Dakkoffer, Rijden met een caravan (aanhanger):

VOLVO S70 (2000) - =Dakkoffer, Rijden met een caravan (aanhanger): - 1

Dakkoffer (bepaalde modellen)
Dakkoffer bevestigen

De dakkoffer weegt ongeveer 45 kg. Plaats de koffer op de dragers.

Plaats de zes bevestigingsbeugels vanaf de onderzijde. (Bij bepaalde

modellen zijn twee bevestigingsbeugels iets korter dan de andere.

Plaats deze in het midden.) Zet de riem indien nodig vast in de breidingshouwals. Plaats de breedingingsplasties voor du vium. Des

bevestigingsdeugels. Flaats de bevestigingsplaatjes over de hem. Draal da knopan vast. De kleinste komt hovan en de grootets onder. Draai de

de knopen vast. De kleimste komt boven en de grooeste onder. Draal de knoppen stevig vast. Begin met de kleinere knoppen en doe dan de

knappen ste Ag van! Beginn met de klemere knoppen en doe dan de grotere. Als u de dakkoffer verwiidert, voert u de hovenstaande stampen

uit in de omgekeerde volgorde. Opmerking! Controleer voordat u de

dakkoffer vastzet de ruimte voor de achterklep en spoiler (indien

aanwezig).

Laden

Controleer regelmatig of de dakkoffer goed vast zit op de lastdragers.

De maximale dakbelasting voor de auto is 100 kg inclusief de

dakkoffer! Verdeel de lading gelijkmatig. Zorg dat de zwaarste spullen

zich onder in de dakkotter bevinden. Denk er aan dat rijden met een

dakkoffer van invloed is op de manier waarop de auto zich gedraagt.

Eigenaars van een caravan/aanhanger – lees dit!

De trekhaak van de auto moet van een goedgekeurd type zijn. Om in de trekhaak/auto de volle treksterkte te bereiken moeten in de langsliggers achter versterkingen aangebracht worden. Bij uw Volvo-dealer kunt u informeren welke trekhaken u kunt gebruiken. De door Volvo geconstrueerde trekhaken zijn voor uw auto op maat gemaakt en de Volvo-werkplaats helpt u bij het aanbrengen. Om slijtage te voorkomen moet u de trekhaak regelmatig schoonmaken en de kogel* invetten, evenals de bevestigingspen (op verwijderbare trekhaken). N.B! Denk eraan dat de bumper bestemd is voor het opvangen van de schokken, en u dus geen trekhaak kunt gebruiken die aan de bumper moet worden vastgeschroefd!

- Uw auto kan uitgerust zijn met een "Nivomat", d.w.z. een automatische niveauregeling van de achtervering waardoor de achterpartij onder het rijden altijd de juiste hoogte heeft, ongeacht de lading. De Nivomat werkt, als de auto rijdt. Bij een stilstaande auto met zware lading in de bagageruimte of een aangekoppelde caravan daalt de achterpartij door de belasting, maar zodra u gaat rijden, pompt de Nivomat de achterpartij tot de juiste hoogte omhoog. * Is niet van toepassing wanneer u een kogel met ingebouwde zwenk demper gebruikt.

VOLVO S70 (2000) - Eigenaars van een caravan/aanhanger – lees dit! - 1

Rijden met een caravan (aanhanger)

N.B! Bovengenoemd maximumgewicht en de snelheidsgrens zijn

door VOLVO CAR CORPORATION toegestaan. Denk eraan, dat

nationale voertuigbepalingen de snelheid en het aanhangergewicht

nog verder kunnen beperken!

Leg de lading zo in de aanhanger, dat het gewicht op de trekhaak van de

auto ca 50 kg bij aanhangergewichten onder 1200 kg en ca 75 kg bij

aanhangergewichten boven 1200 kg is. Merk op dat het gewicht op de

trekhaak (50/75 kg) in het totaal toegelaten gewicht van de auto is inbe-

grepen en dat de koffer eventueel minder zwaar moet worden geladen

zodat de aslast en/of het totaalgewicht bij het trekken van een aanhanger

niet worden overschreden.

(1) 本次股东大会的召集和召开程序

Vermijd bij het nemen van hellingen van meer dan 12% om met aan-

hangergewichten boven 1200 kg te rijden. Op hellingen boven 15% en

meer moet men niet met een aanhanger rijden. De belasting op de aan-

gedreven wielen/voorwielen wordt dan zo laag, dat deze kunnen door-

slippen en doorrijden onmogelijk maken. De auto met aanhanger kan

niet altijd met alleen de parkeerrem blijven stilstaan, de wielen kunnen

op de ondergrond gaan glijden.

Vergeet niet dat een stilstaande auto met aanhanger kan beginnen te rollen. Gebruik daarom niet alleen de parkeerrem, maar vergrendel de auto ook door hem in een versnelling te schakelen en/of blokken aan te brengen voor de wielen.

VOLVO S70 (2000) - Rijden met een caravan (aanhanger) - 1

Tijdens het slepen moeten alle veiligheidskabels

van de aanhanger zijn bevestigd aan het oog naast

de trekhaak.

WAARSCHUWING!

Als aan bovenstaande eisen niet voldaan is, kan de gehele

combinatie bij uitwijken en afremmen moeilijk beheersbaar

worden hetgeen voor u en uw medeweggebruikers gevaarlijk kan

Rijden met caravan (aanhangwagen)
VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 1

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 2
WAARSCHUWING!
Als uw auto uitgerust is met een verwijderbare trekhaak: controleer voor u vertrekt of de trekhaak goed vergrendeld is. De groene grendel moet in horizontale stand staan! Zie afbeelding.

Maximaal toegestaan aanhanggewicht voor een afgeremde aanhangwagenGewicht op de trekhaakVolvo's versterkingsset vereist. Trillingdemper geadviseerd.Auto's met automaat: AW5
Extra oliekoeler wordt geadviseerd.Extra oliekoeler vereist.
0–1200 kg50 kg
1201–1500 kg75 kg
1501–1600 kg75 kg

Remsysteem
VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING! - 3

ABS-remmen

ABS is een systeem dat is ontworpen om te voorkomen dat de wielen bij hard remmen blokkeren.

Het systeem "voelt" wanneer de remmen op het punt staan te blokkeren en regelt de rem- druk automatisch om wielblokkering te voor komen.

Het ABS voert een zelfdiagnose uit wanneer de motor wordt gestart en ook bij een snelheid van ong. 30 km/h. U hoort dan een pompend geluid en voelt het rempedaal pulseren. Dit is normaal.

Wanneer het ABS de remdruk regelt, hoort en voelt u het rempedaal duidelijk pulseren. Ook dat is volkomen normaal.

Laat het rempedaal niet los wanneer u het ABS hoort en voelt werken! Merk op dat u het rempedaal volledig moet intrappen om een optima- le remwerking te bekomen maar dat het ABS het totale remvermogen niet verhoogt. Maar doordat de auto altijd bestuurbaar blijft, kunt u hem altijd onder controle houden en rijdt u bijgevolg veiliger.

De rembekrachtiging werkt alleen, als de motor loopt

Als u met afgezette motor rijdt of gesleept wordt, moet u ca 4 maal zo sterk op het rerdaal trappen als bij lopende motor. Het rempedaal voelt stug en zwaar aan.

Als de remmen erg zwaar belast worden

Bij het rijden in de Alpen of op andere wegen met dergelijke hoogteverschillen worden de remmen van de auto erg zwaar belast, ook al trapt u niet bijzonder sterk op het rempedaal. Omdat bovendien de snelheid vaak laag is, worden de remmen niet zo effectief gekoeld als bij het rijden op vlakke wegen.

Om de remmen niet zwaarder dan noodzake- lijk te belasten moet u niet alleen de voetrem gebruiken, maar ook terugschakelen en naar beneden dezelfde versnelling als tegen de hel- ling op gebruiken. Bij auto's met een automa-ische versnellingsbak: schakel de 3e versnel-

ing of eventeder saand 12 m. zo wordt eelcever op de motor afgeremd en behoeft de voetrem telkens slechts eventjes gebruikt te worden. Denk erom, dat u bij het rijden met een aanhanger de remmen van de auto nog zwaarder belast.

VOLVO S70 (2000) - Als de remmen erg zwaar belast worden - 1

Als een remcircuit stukgaat

Dan brandt het waarschuwingslampje. Het rempedaal pakt dieper dan normaal; bovendien is meer pedaalkracht nodig om het normale remvermogen te krijgen. Als het waarschuwingslampje brandt: sta onmiddellijk stil en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (waar dit zit, ziet u op pagina 7:10). Als ergens in het reservoir het peil onder MIN ligt: rijd niet verder, maar laat de auto voor controle en reparatie van de lekkage naar de werkplaats overbrengen.

Vocht op remschijven en remvoer- ringen verandert de remeigen-

schappen

Als u met de auto in zware regen of door plas- sen rijdt en als u de auto wast, worden de rem- componenten nat. Daardoor veranderen de wrijvingseigenschappen van de remvoeringen, zodat een bepaalde vertraging van het remver- mogen merkbaar is. Druk nu en dan licht op het rempedaal, als u in regen of natte sneeuw lange afstanden rijdt, dan worden de remvo- ringen verwarmd en verdampt het water. Dit moet u ook na wassen en in erg vochtig weer doen.

STC (stabiliteits- en tractieregeling)

Met de knop voor het stabiliteits- entractieregeling op het dashboard wordt hetSTC-systeem in- en uitgeschakeld. Omveiligheidsredenen moet de knop minimaal eenhalve seconden worden ingedrukt om het STCSysteem uit te schakelen. Hetwaarschuwingssymbool gaat branden als hetSTC-systeem is uitgeschakeld. Als de motorwordt gestart, wordt de stabiliteits- entractieregeling automatisch geactiveerd.Aanbevolen wordt het STC-systeem tijdelijkeuit te schakelen als een wiel met andereafmetingen dan de andere wielen onder de autois aangebracht.Het waarschuwingssymbool knippert onder devolgende omstandigheden:Het STC-systeem is actief om wielspintijdens acceleratie te voorkomen.Het waarschuwingslampje gaat branden enblijft branden onder de volgendecomstandigheden:De diagnosefunctie van het STC-systeemwordt uitgevoerd (gedurende ongeveertwee seconden na het starten).Het STC-systeem is uitgeschakeld metbehulp van de knop voor het STC-systeem.Het STC-systeem is tijdelijk uitgeschakeldvanwege een te hoge temperatuur in deremmen. Het STC-systeem wordtautomatisch weer ingeschakeld als detemperatuur van de remmen weer normaalis.Het STC-systeem is uitgeschakeldvanwege een storing in het systeem.
Waarschuwing!Onder normale omstandigheden verhoogt hetSTC-systeem de totale veiligheid en prestatievan de auto, maar dat moet niet wordengezien als een reden om harder te rijden.Neem altijd de gebruikelijkeveiligheidsnormen in acht bij het nemen vanbochten en rijden op een glad wegdek.

VOLVO S70 (2000) - schappen - 1

STC (stabiliteits- en tractieregeling)

Het STC-systeem (stabiliteits- en tractieregeling) is ontworpen om te voorkomen dat de aangedreven wielen tractie verliezen tijdens acceleratie. Dit zorgt voor een betere voorwaartse tractie op een glad wegdek en de optimale combinatie van voorwaartse beweging en zijdelingse stabiliteit. Dit resulteert op zijn beurt in meer veiligheid en betere prestaties.

Bij lagere snelheden, tot ongeveer 40 km/a, werkt de tractiefuncie door vermogen van een aangedreven wiel dat slipt, over te brengen op het aangedreven wiel dat geen grip heeft verloren. Om de voorwaartse tractie in deze situatie te verbeteren kan het nodig zijn dat u het gaspedaal een beetje verder intrapt dan gebruikelijk. Als de tractieregeling actief is, kan een pulserend geluid klinken. Dit is volkomen normaal voor het systeem. De stabiliterisfunctie verlaagt het motorkoppel als de aangedreven wielen beginnen te slippen tijdens acceleratie. Dit zorgt voor een mintmale wielslip en een betere zijdelingse stabiliteit. Dit resulteert op zijn heurt in meer veiligheid en betere prestaties.

Als het TRACS-waarschuwingslampje gaat branden en blijft branden, betekent dit dat

het TRACS-systeem niet actief is. - Verlaat de weg zodra dit mogelijk is. - Zet de motor uit.

Als het waarschuwingslampje niet gaat

branden, was het een tijdelijke storing en hoeft u niet met de auto naar een Volvo-

dealer.

Als het waarschuwingslampje opnieuw gaat branden en blijft branden, moet u met de auto naar een Volvo-dealer en het systeem laten controleren.

Auto's die zijn uitgerust

Het systeem voor elektronische

remkrachtverdeling is een geïntegreerd onderdeel van het ABS-systeem. De

elektronische remkrachtverdeling regelt de remkracht die wordt uitgeofend op de

achterwielen om een optimaal remeffect te bewerkstelligen.

VOLVO S70 (2000) - Auto's die zijn uitgerust - 1

Waarschuwing!

Als de waarschuwingslampjes BRAKE

en ① ABS ≡ allebei branden, kan de achterzijde van de auto wegglijden als hevig wordt geremd. Als het niveau in he

remvloeistofreservoir normaal is, is het onder deze omstandigheden mogelijk naar de dichtstbijzijnde Volvo-dealer te rijden om het remsysteem te laten controleren, maar er dient dan wel zeer voorzichtig te worden gereden.

VOLVO S70 (2000) - Waarschuwing! - 1

N.B! Auto's met een automatische ver-

snellingsbak kunnen niet aangesleept

worden! Auto's met katalysator mogen

niet aangesleept worden. Als u deze in-

structie niet opvolgt, heeft u kans, dat de

katalysator minder goed werkt.

Als de accu ontladen is, moet u een hulp-

startaccu gebruiken; zie pagina 3:20.

Sleepoog achter

Speciaal voor een automatische versnellingsbak!

- De schakelpook moet in de N-stand staan.

- De maximum toegelaten snelheid voor de AW 4-versnellingsbak is 20

km/u. De maximum toegelaten afstand 30 km.

- De maximum toegelaten snelheid voor de AW 5-versnellingsbak is 80

km/u. De maximum toegelaten afstand 80 km.

- Auto's die uitgerust zijn met een AW4/5-versnellingsbgak mogen

uitsluitend vooruit in de rijrichting gesleept worden.

- De motor kan niet op gang getrokken worden! Voor "Hulpstart", zie de volgende bladzijde!

Als u gesleept moet worden – denk hieraan!

- Zet het stuurslot los, zodat de auto gestuurd kan worden!

- Denk eraan, dat de bekrachtiging van de voetrem en van de stuurin-

richting niet werken, als de motor stilstaat!

- U moet ca vier maal zo sterk op het rempedaal trappen en het sturen

gaat aanzienlijk zwaarder dan normaal.

• Rijd soepel! Houd de sleepkabel gestrekt om onnodig rukken te

vermijden.

Slepen

OPMERKING! De sleepogen mogen alleen worden gebruikt voor het sle-

pen van de auto over de weg. Ze mogen niet worden gebruikt voor het

trekken van een auto uit een gracht.

Hier moet een beroep worden gedaan op professionele bijstand.

Vierwielaandrijving, De auto slepen

VOLVO S70 (2000) - Vierwielaandrijving, De auto slepen - 1

Auto's met vierwielaandrijving mogen niet gesleept worden met slechts een opgetilde as.

* Auto's met een automatische versnellingsbak mogen niet worden gesleept. Slepen van auto's met vierwielaandrijving, AWD Auto's met vierwielaandrijving mogen niet gesleept worden met slechts één opgetilde as. Het incorrect slepen kan schade veroorzaken aan de viskeuze koppeling die het vermogen verdeelt tussen de voor- en achterwielen.

!

Auto's met een automatische versnellingsbak mogen niet worden gesleept.

WAARSCHUWING!

Permanente vierwielaandrijving, AWD (bepaalde modellen)

De vierwielaandrijving, die op uw Volvo permanent ingeschakeld is, beantwoordt aan de hoogste technische eisen. Correct gebruikt biedt de AWD de bestuurder een hoger zekerheidsniveau in moeilijke wegomstandigheden dan de klassieke voor- of achterwielaandrijving.

Werking van de vierwielaandrijving, AWD

Vierwielaandrijving betekent dat de vier wielen van uw auto tegelijk worden aangedreven, waarbij het vermogen automatisch wordt verdeeld tussen de voor- en achterwielen. Een viskeuze koppeling verdeelt het vermogen tussen de wielparen met de beste grip voor de betrokken rijomstandigheden. Dit levert een optimale wegligging op en voorkomt doorslippende wielen.

In normale omstandigheden gaat het grootste deel van het vermogen naar de voorwielen, die zijn uitgerust met Volvo's TRACS-antislipsysteem (zie pagina 1:11), dat via het ABS van de auto werkt. De achterwielen zijn voorzien van een differentieelgrendel, die automatisch gaat werken als een van de achterwielen dreigt door te slippen wanneer

De differentieelgrendel wordt ontkoppeld bij snelheden boven 40 km/u. Deze optimale aandrijving verbetert de veiligheid in de regen, sneeuw en ijzel.

Bij het remmen onderbreekt een vrijwielkoppeling de vermogenstransmissie naar de achterwielen om de stabiliteit te verbeteren. De vrijwielkoppeling maakt het ook mogelijk om n

vierwielaandrijving achteruit te rijden aan snelheden tot 50 km/u.

Starten met startkabels

VOLVO S70 (2000) - Starten met startkabels - 1

Denk erom, dat de accu's, speciaal de hulp-startaccu, het zeer explosieve knalgas bevatten. Een vonk die kan ontstaan, als u de startkabels verkeerd aansluit, is voldoende om een accu te laten exploderen en u zelf en de auto schade toe te brengen. De accu bevat zwavelzuur dat ernstige brandwonden kan veroorzaken. Als het zuur met de ogen, huid of kleding in aanraking komt: spoel met veel water. Neem, als het in de ogen gespat is, daarna onmiddellijk contact met een arts op.

Accu

De accu bevat een bijtend en giftig zuur. Daarom is het van belang, dat er milieuvriendelijk met de accu omgegaan wordt. Laat uw Volvo-dealer u hierbij helpen.

Als de accu om de een of andere reden ontladen is, kunt u om de motor aan te slaan stroom "lenen" van een losse accu of van de accu van een andere auto. Controleer altijd of de klemmen goed vastzitten, zodat er bij de startpoging geen vonken ontstaan. Om explosiegevaar te vermijden adviseren wij u het volgende precies te doen:

  1. Draai de contactsleutel op positie 0.
  2. Controleer of de spanning van de hulpaccu 12 V is.
  3. Als u startkabels naar een andere auto gebruikt, moet u het contact van die auto afzetten en er voor zorgen dat de auto's elkaar niet raken.
  4. Sluit de rode startkabel aan op de positieve klemmen van de accu's, die zijn aangegeven met rood, "P" of een "+" (1 en 2 de illustratie).

Starten met startkabels gaat als volgt:

Als de accu om de een of andere reden ontladen is, kunt u om de motor aan te slaan stroom "lenen" van een losse accu of van de accu van een andere auto. Controleer altijd of de klemmen goed vastzitten, zodat er bij de startpoging geen vonken ontstaan. Om explosiegevaar te vermijden adviseren wij u het volgende precies te doen;

  1. Draai de contactsleutel op positie 0.
  2. Controleer of de spanning van de hulpaccu 12 V is.
  3. Als u startkabels naar een andere auto gebruikt, moe

contact van die auto afzetten en er voor zorgen dat de auto's elkaar niet raken. 4. Sluit de rode startkabel aan op de positieve klemmen van de accu's, die zijn aangegeven met rood, "P" of een "+" (1 en 2 de illustratie).

  1. Sluit de zwarte startkabel aan op de negatieve klem van de hulpaccu, die is aangegeven met blauw, "N" of een "-" (3).
  2. Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op uw auto. Kies een geschikt massapunt op enige afstand van uw accu, zoals een van de hijsogen van de motor (4 in de illustratie).
  3. Start de motor van de hulpauto. Laat de motor ongeveer 1 minuut draaien aan een wat hoger toerental dan stationair (zo'n 1500 omw/min).
  4. Start de motor van de auto met pech. Opmerking: raak de contacten niet aan terwijl u de auto start (risico op vonken) en leun niet over de accu's!
  5. Maak de startkabels los in omgekeerde volgorde.

Maatregelen voor de winter

Als het koud begint te worden:

Als u zelf voor uw auto wilt zorgen om in het koude jaargetijde onnodige problemen te vermijden, kunnen de volgende adviezen nuttig

- Controleer of de koelvloeistof zonder te bevriezen tegen -35^ bestand is, d.w.z. is of de glycoltoevoeging ca 50% is of wel ca 3,6

Liter Volvo antivries. Alleen Volvo anti-vries mag gebruikt worden. Zie ook pagina 7:12.

- Om condenswater in de brandstoltank te vermijden moet u deze zo vol mogelijk proberen te houden.

- Gebruik de juiste motorolie. De viscositeit van de motorolie is van groot belang. Bij een lagere viscositeit (dunnere olie) worden het koud-startvermogen van de motor verbeterd en tegelijk het brand-

koud maretverlagen van de motor. Verleven en leggeijen het stofverbruik tijdens het warmworden verlaagd. Voor gebruik in de winter worden, mits de temperatuurgrenzen aangehouden worden

SW/30-motoroliën en hiervan met name de synthetische geadviseerd. Let er goed op, dat de oliën aan de kwaliteitsnormen voldoen

en deze niet bij hard rijden in een warm klimaat gebruikt worden. Zie pagina 7:7 of informeer bij uw Volvo-werkplaats.

- Aan de accu worden in de winter veel zwaardere eisen dan in de zomer gesteld, omdat verlichting kachelaangiager, ruitewissers, enz.

meer gebruikt worden. Bovendien daalt de accucapaciteit met de temperstwur. Fan slecht geladen aayu kan stukvrieken, als het org

temperatuur. Een steem geladen accu kan stukvriechen, als het erg koud wordt. Controleer de ladingstoestand van de accu regelmatig en bespuit de polen met een roestwerend middel.

- Om ijsvorming in het reservoir, slangen en spuitkoppen voor de ruite-/koplampsproeiers te vermijden en de sproeierpomp niet

stuk te maken moet u het reservoir met ruitesproeier anti-vries vul- len. Dit is belangrijk, omdat u 's winters onder het riiden veel water

en vuil op de voorruit en koplampen krijgt en de wissers en provisions dus vuik moet gebruikken

- Gebruik in de sloten Volvo Slotenolie (Teflon-spuitbus) of vet. Deze zijn verkrijgbaar bij uw dealer. N.B! Vermijd het gebruik van ijsoplossende spuitbussen, want daardoor werken de sloten slechter.

Wielen en banden

- belangrijk voor de rij-eigenschappen van de auto!

Lees daarom de volgende pagina's nauwkeurig door. De goede rij-eigenschappen van de auto kunnen opvallend veranderen, als u slordig bent met b.v. de bandenspanning.

Slijtageprofiel 4:2
Speciale velgen 4:2
Bandenspanning 4:3
Algemene informatie 4:4
Reservewiel 4:4
Bandmaten 4:5
Bandenspanning 4:6

Slijtageprofiel, Winterbanden

De banden hebben een slijtage- profiel

VOLVO S70 (2000) - De banden hebben een slijtage- profiel - 1

Winterbanden, sneeuwkettingen

Volvo adviseert het gebruik van winterbanden op alle vier de wielen tijdens de winter! Raadpleeg de tabel op pagina 4:5. Auto's met 16 inch remmen mogen niet worden uitgerust met 15 inch wielen/banden. Neem contact op met de Volvo-dealer als u niet zeker bent van de bandmaten.

maar 1,6 mm over is, zijn deze strepen duidelijk zichtbaar en moet u zo snel mogelijk nieuwe banden opzetten. Denk erom, dat banden met zo weinig profiel bij regen of sneeuw een zeer slechte greep op het wegdek hebben.

Denk erom, dat volgens de wet het profiel over het gehele loopvlak ten minste 1,6 mm moet zijn!

Zo kunt u onnodige bandenslijtage vermijden:

- Zorg voor de juiste bandenspanning - Bijsverbal, Vomijlletter, van de

- Rijd soepel. Vermijnje wegscheuren, snel bochten nemen en sterk afremmen

- Denk eraan, dat bij snel rijden de banden snel slijten

- Wielen moeten altijd aan dezelfde kant van de auto onderling worden verwisseld, zodat ze altijd in dezelfde richting draaien.

• Rijd niet met een verkeerde wieluitlijning

- Balanceer de wielen, indien nodig - Denk aan de banden, als u de auto

"Ochtendzool"

Alle banden worden tijdens het rijden warm. Als de banden daarna bij het parkeren afkoelen, vervormen de banden door het contact met de grond, d.w.z. worden iets platter. Deze vervorming, de zogenoemde "ochtendzool", kan op onbalans gelijkende trillingen veroorzaken en verdwijnt pas, als de band weer warm wordt. De bandentypen vertonen deze ochtendzool in verschillende mate als gevolg van verschillende soorten koordmateriaal in het bandenkarkas. Bij koud weer duurt het langer, voordat de banden warm worden en de ochtendzool verdwijnt.

Speciale velgen

VOLVO S70 (2000) - Speciale velgen - 1

Sticker met de bandenspanning

De bandenspanning is belangrijk!

De juiste bandenspanning staat aangegeven op een sticker aan de binnenkant van de benzineklep. Deze spanning geldt voor zomer- en winterbanden. Zie pagina 4:6. Als u niet met de juiste bandenspanning rijdt, is het rijgedrag van de auto opvallend slechter en slijten de banden meer. Denk erom, dat de waarden voor koude banden gelden (heersende buitentemperatuur). Al na een paar kilometer rijden worden de banden warm en loopt de spanning op. Dit is normaal en u moet dus geen lucht laten ontsnappen, als u de spanning bij warme banden contro-leert. Maar u moet de spanning wel verhogen, als deze te laag is. Denk eraan, dat de bandenspanning met de buitentemperatuur kan var-iëren. Controleer de spanning dus buitenshuis, als de banden koud zijn,

Sneeuwkettingen mogen enkel worden gemonteerd op de voorwielen en op bepaalde, door Volvo goedgekeurde velg/band-combinaties. De kettingen moeten bestaan uit kleine schakels en niet uitsteken om te voorkomen dat ze tegen de remklauwen, veerpoten of andere onderdelen schuren. Om dit te voorkomen raden wij af om conventionele sneeuwkettingen te gebruiken op 205/55 R15, 205/50 R16 banden of banden met dezelfde breedte of breder.

Volvo stelt sneeuwkettingen voor die zijn goedgekeurd voor alle eveneens door Volvo goedgekeurde combinaties van wielen/velgen. N.B! Met sneeuwkettingen mag nooit sneller dan 50 km/h gereden worden! Rijd niet onnodig op een sneeuwvrije ondergrond, omdat de sneeuwkettingen en banden dan erg snel slijten. Gebruik nooit zgn. snel monteerbare kettingen, omdat de ruimte tussen de schijfremmen en wielen daarvoor te klein is.

Sneeuwkettingen voor auto's met vierwielaandrijving, AWD

Op auto's met vierwielaandrijving mogen sneeuwkettingen alleen op de voorwielen gemonteerd worden. Gebruik enkel kettingen die bestemd zijn voor de AWD-modellen. Op de V70 XC AWD met 205/65R15 wielen mogen geen sneeuwkettingen worden aangebracht..

Opgelet!

De auto's met vierwielaandrijving zijn niet ontworpen of vervaardigd om te worden gebruikt als terreinvoertuigen. Auto's met vierwielaandrijving of een viskeuze koppeling moeten altijd wielen van gelijke afmetingen hebben op dezelde as. Het gebruik van een reservewiel met verkeerde diameter kan ernstige schade veroorzaken aan de transmissie van de auto.

De enige goedgekeurde speciale velgen zijn de velgen die door Volvo zijn getest en goedgekeurd. Raadpleeg uw dealer bij twijfel.

Algemeen
Wielen en banden, algemeen

Reservewiel “Temporary spare” (bepaalde landen)
Uit ervaring is gebleken, dat tegenwoordig een reserveband zelden gebruikt wordt. Daarom kan deze 4-5 jaar oud zijn, voordat deze nog 4-5 jaar als gewone band gebruikt gaat worden. Om een zo oude band te gebruiken is niet aan te raden, omdat het rubber verouderd is. Daarom heeft Volvo een speciaal reservewiel ontwikkeld dat slechts zo kort gebruikt moet worden als nodig is om de gewone band te repareren of te vervangen.
Het speciale compacte reservewiel is alleen bedoeld voor tijdelijk gebruik in het geval van een lekke band (thuiskomertje). De band weegt ongeveer de helft van een standaardband. De bandenspanning moet 420 kPa (4,2 kp/cm2) bedragen, ongeacht de belasting van de auto of de positie van het wiel. Het compacte reservewiel voldoet aan alle wettelijke eisen voor de auto bij de maximaal toegestane asdruk. Als het compacte reservewiel is beschadigd, kan een nieuw reservewie worden aangeschaft bij de Volvo-dealer.
dergelijk gemonteerd wiel moet daarom zo snel mogelijk door een gewoon wiel vervangen worden. Slechts één dergelijk wiel mag op de auto gemonteerd zijn.
Denk er ook aan, dat deze band samen met de normale andere banden iets andere rij-eigenschappen kan geven.
Met een gemonteerd reservewiel “Temporary spare” is de hoogste toegestane snelheid daarom 80 km/h, ook al is de band tegen een hogere snelheid bestand.
Opmerking! Bepaalde auto’s hebben eenzelfde reservewiel als de andere wielen van de auto (stalen of aluminium velg). Als u het reservewiel vervangt, is het belangrijk dat het nieuwe wiel dezelfde afmetingen heeft als het oude (zie de tabel op pagina 4:5). Volgens bestaande wetten is het slechts toegestaan om het reservewiel eventjes te gebruiken, als een band beschadigd is. Een

Bij het wielen verwisselen hieraan denken!

Bij het van zomerwielen op winterwielen overgaan moet u met krijt op de banden schrijven waar het wiel zat, b.v. LV links voor, enz. In de velgen van de auto zit een "extra" gat. Dit gat moet passen over de paspen die op de remschijven zit. Deze paspen zorgt ervoor, dat de wielen na verwisselen – lekke band of verwisselen tussen winter- en zomerwielen – altijd in precies dezelfde stand komen als daarvoor waardoor een goede wielbalans gewaarborgd is. De banden moeten hangend of liggend worden opgeslagen, nooit staand.

Bandmaten

Combinaties van goedgeunrde banden en velgen:
185/65R15:6.0-6.5 Jx15x43
195/60R15:6.0-6.5 Jx15x43
205/55R15:6.5 Jx15x43
205/50R16:6.5 Jx16x43
205/45R17:7 Jx17x43
195/65R15:6.5 Jx15x43
205/55R16:6.5 Jx16x43
215/45R17:7 Jx17x43
205/65R15:6.5 Jx15x43
"Temporary Spare"
T115/70R15:4Bx15x57 Voorwielaandrijving
T125/80R17:4Bx17x43 Voorwielaandrijving met 16 inch remmen
T125/80R17:4Bx17x50 AWD
Snelheidscodes
Tband goedgekeurd voor max. 190 km/u
Hband goedgekeurd voor max. 210 km/u
Vband goedgekeurd voor max. 240 km/u
Wband goedgekeurd voor max. 270 km/u
Yband goedgekeurd voor max. 300 km/u
Qband goedgekeurd voor max. 160 km/u"

"Winterband
RF: Versterkte gemarkeerde banden met hogere belastingseigenschappen dan standaardbanden.

Bandmaten

De auto wordt geleverd met bandmaten die worden weergegeven in de onderstaande tabel. Deze zijn getest en goedgekeurd door Volvo Car Corporation. Het is van belang dat u bij het verwisselen van de banden dezelfde maat aanboudt. Opmerking! Auto's met 16 inch remmen kunnen niet worden uitgerust met 15 inch wielen.

ModelZomerbandWinterband"Temporary Spare"
S70/V70 Bensin195/60R15 88V205/55R15 87W205/50R16 87W185/65R15 M+ST115/70R15 90M
S70/V70 Turbo 15" remmen205/55R15 87W205/50R16 87W185/65R15 M+ST115/70R15 90M
S70/V70 Turbo 16" remmen205/50R16 87W205/50R16 M+ST125/80R17 99M
S70/V70 Diesel195/60R15 88V185/65R15 M+ST115/70R15 90M
S70/V70 AWD205/55R16 91W195/65R15 M+ST125/80R17 99M
V70 XC AWD205/55R16 91W205/65R15 94V195/65R15 M+ST125/80R17 99M
V70 R AWD 16" remmen205/55R16 91W215/45R17 91WRF205/55R16 M+ST125/80R17 99M

Bandenspanning

BandmatenSnelheid (km/u)1-3 passagiers (kPa) voor achterVolledige belasting(±Pa) voor achter
S70 Diesel195/60R15 88V185/65R15 M+S0-160160-
V70 Diesel195/60R15 88V185/65 R15 M+S0-160160-

"Temporary Spare"

BandmatenSnelheid (km/u)1-3 passagiers (kPa) voor achterVolledige belasting(3Pa) voor achter
T115/70R15 90MT125/80R17 99M0-80420 420420 420

Gebruik uitsluitend de door Volvo toegelaten bandenma(a)t(en) op uw auto. In sommige landen worden de toegelaten bandenma(a)t(en) aangegeven in de autopapieren. Neem in geva van twijfel contact op met uw Volvo-dealer.

BandmatenSnelheid (km/u)1-3 passagiers (kPa)Volledige belasting(ies)
voor achtervoor achter
S70 benzine
B5244S195/60R15 88V0-160220200230250
B5244S2205/55R15 87W
B5204T4205/50R16 87W160-250250260280
185/65R15 M+S
V70 benzine
B5244S195/60R15 88V0-160220210240280
B5244S2205/55R15 87W
B5204T4205/50R16 87W160-250250260310
185/65R15 M+S
S70 Turbo
B5204T3205/55R15 87W0-160230210250250
B5234T3205/50R16 87W
B5244T185/65R15 M+S160-280260290290
B5244T2205/50R16 M+S
V70 Turbo
B5204T3205/55R15 87W0-160230220250280
B5234T3205/50R16 87W
B5244T185/65R15 M+S160-280270290320
B5244T2205/50R16 M+S
S70 AWD
B5244T205/55R16 91W0-160220220250260
B5244S195/65R15 M+S160-260260280300
V70 AWD
B5244T205/55R16 91W0-160220230250280
B5244S195/65R15 M+S
205/55R16 M+S160-260270280320
RAWD
B5244T2215/45ZR17 91W0-190250250260280
190-300300310330
V70XCAWD
B5244T205/55R16 91W0-160220230250280
205/65R15 94V
195/65 R15 M+S160-260270280320

Als er iets gebeurt =

Ook al verzorgt u uw auto voorbeeldig, toch kan het gebeuren dat u een probleempje krijgt, zoals b.v. een lekke band, kapotte gloeilamp, e.d. dat u zelf moet verhelpen om verder te kunnen rijden.

Wiel verwisselen 5:2

Gloeilamp vervangen 5:5

Zekering vervangen 5:12

Storingen lokaliseren 5:15

Wiel verwisselen
Paspen aan binnenkant
VOLVO S70 (2000) - Als er iets gebeurt = - 1

Dopsleutel insteken en draatien Wieldop recht naar voren lostrekken

De wielbouten losdraadien

- Op auto's met aluminium velgen en een afdekkap moet deze laatste

worden verwijderd met behulp van de copsleutel.

Auto's met stalen velgen hebben een losneembare wieldop.

Verwijder deze zo: haak met beide handen in de gaten van de dop en trek

deze rechtuit los. Als u de dop aanbrengt: let er goed op, dat het

ventielgat van de dop recht vóór het ventiel van het wiel komt.

Draai de wielbouten een halve tot een vol-ledige slag los met behulp van

de dopsleu-tel.

Draai de bouten los door ze in tegenwijzer-zin te draaien.

Aan elke kant zit middenin de auto een kriksteun.

OPMERKING! Auto's met vierwielaandriiving hebben een extra

kriksteun. Zie de illustratie hierboven.

Trek de handgreen naar buiten en druk hem naar beneden om de

Slinger los te halen. Plaats de krik in de pen van de kriksteun, zoals is

afgebeeld.

!

Auto's met vierwielaandrijving of een viskeuze koppeling moeten
altijd wielen van gelijke afmetingen hebben op dezelfde as
Het gebruik van een reservewiel met verkeerde dian schade veroorzaken aan de transmissie van de auto.

Wiel verwisselen
VOLVO S70 (2000) - ! - 1

Trek de hefboom uit de krik en druk die
omlaag om de slinger los te maken. Plaats de krik op de pen in het steunpunt, zoals
aangegeven in de afbeelding.
- Draai de krik omlaag zodat de voet vlak op de
ondergrond staat. Controleer of de krik op de
juiste wijze is bevestigd (zie afbeelding) en of de voet zich verticaal onder het steunpunt bevindt.
- Als de krik weer wordt opgeborgen, is het
belangrijk dat de riem door de krik
wordt getrokken zodat die goed vast zit (zie
(sticker).

VOLVO S70 (2000) - ! - 2

Alle auto's met vierwielaandrijving zijn voorzien van een extra kriksteun achter.
Banden verwisselen op auto's met vierwielaandrijving, AWD
Door hun grotere gewicht hebben deze
modellen een extra kriksteun, die gebruikt moet worden voor het verwisselen van een
achterwiel. De extra kriksteun zit net voor de
achteras (zie illustratie). Als u een garagekrik gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat de juiste
steun wordt gebruikt en dat de krik de
brandstoltank niet beschadigt.

VOLVO S70 (2000) - ! - 3

Breng de auto
omhoog N.B! Draai de voet van de krik zo, dat deze vlak op de grond drukt. Controleer opnieuw of de krik volgens de afbeelding in de steun
zit en of de voet loodrecht onder de steun staat.
- Breng de auto zoveel omhoog, dat aan de
ene kant de wielen vrij zijn.
- Verwijder de wielbouten en neem het wiel af. Zorg ervoor dat de schroefdraad van de wielbouten niet wordt beschadigd.

VOLVO S70 (2000) - ! - 4

Bevestiging van de krik op de velg (bepaalde modellen)

WAARSCHUWING!

!

- De krik moet stevig op een horizontale ondergrond staan.

- Kruip nooit onder de auto, als deze op de krik staat.

- De originele krik moet bij het wielen verwisselen gebruikt worden.

- Bij alle andere werkzaamheden aan de auto moet een garagekrik ge-

bruikt worden en moeten bokken gezet worden onder het gedeelte

van de auto dat omhooggebracht is. - Trek de parkeerrem aan, schakel bij handschakeling de le versnelling

of achteruit en bij een automaat stand P in.

- Leg iets vóór en achter de wielen die op de grond blijven. Gebruik

grote houtblokken of flinke stenen.

- De bout en het tandsegment van de krik moeten altijd goed gesmeerd

zijn.

N.B! Bij de stalen velgen mag geen gebruik worden gemaakt van lange,

verchroomde wielbouten, aangezien deze het onmogelijk maken de

wieldoppen te plaatsen.

1 3 4 2 5

Draai de wielbauten kruiselings vast.

Montage

- Maak de aanlegvlakken van het wiel en de naaf schoon. OPMERKING! De wielbouten niet invetten!

- Monteer het wiel. De remschijf is voorzien van een paspen die in het extra gat in het wiel moet vallen. Draai de wielbouten stevig vast. - Laat de auto zakken zodat de wielen niet meer kunnen draaien. Draai de bouten diagonaal en geleidelijk aan. Aanhaalmoment is ongeveer 110 Nm (11,0 kpm). Het is belangrijk dat de bouten worden aangespannen met het juiste aanhaalmoment, gebruik dus een momentsleutel. - Plaats de wieldop terug. Het symbool achterop de wieldop moet naar het ventiel gericht zijn (bij stalen velgen). - Zet vervolgens de sticker in de bagageruimte de krik met slinger altijd goed vast om gerammel te vermijden.

Gloeilamp vervangen

VOLVO S70 (2000) - Gloeilamp vervangen - 1

Gloeilamp in een koplamp vervangen

De gloeilampen worden via de motorruimte vervangen.

NB! Ontkoppel de stekerverbinding niet voor de gloeilamp uit het kop- lamphuis is verwijderd! Raak het glas van de gloeilampen nooit aan met de vingers. Olie en vet van de vingers verdampen en zetten zich af op de reflector, waardoor deze minder goed weerspiegelt.

- Schakel de lichten uit en zet de contactsleutel in stand 0! - Open de motorkap.

A Dimlicht

- Draai de kunststof kap (A) linksom en verwijder de kap. Druk de veerklem in zodat deze los komt (1) en duw deze naar opzij (2).

Trek de gloeilamp met de connector naar buiten. Druk de kunststof pal naar binnen en til de kap (B) omhoog. B Groot licht

Trek de connector los.

Druk de veerklem in zodat deze los komt (1) en duw deze naar opzij (2). Trek de gloeilamp met de connector naar buiten. Het is van belang dat de connector op de juiste wijze wordt verbonden

met de gloeilamp. Raak het glas van de nieuwe gloeilamp niet met de vingers aan.

Plaats alle onderdelen in de omgekeerde volgorde terug.

Controleer de werking van de gloeilamp.

C Parkeerlichten

Trek de lampeenheid recht naar buiten. Laat de connector op zijn plaats zitten.

Vomovir

1 2 A C B

Gloeilamp vervangen
VOLVO S70 (2000) - A Dimlicht - 2

Luchtgeleiding (bepaalde modellen)

Schakel de verlichting uit. Maak voorzichtig
de clip van de luchtgeleiding vooraan los.
Vouw daarna de luchtgeleiding vooraan
voorzichtig naar beneden, zodat u bij de
lamphouder kunt komen.
Draai de lamphouder tegen de klok in en haal
hem eruit.
vervang de gloenhamp en monteer alles in
omgekeerde volgorde. Duw de luchtgeleiding
terug op zijn plaats en breng de clip opnieuw aan.

21W BAU 15

Lamphouder
Lamphuis

Plastic vergrendeling
VOLVO S70 (2000) - A Dimlicht - 4

Gloeilamp vervangen in hoeklamp vooraan

- Schakel de lichten uit en zet de contactsleutel in stand 0! - Open de motorkap.

- Maak de plastic veer los waarmee het lamphuis vastzit.

- Verwijder het gehele lamphuis en haal de lamphouder los van de

lamp.

Laat de stekkerverbinding met bedrading aan de lamphouder zitten.

Verwijder de gloeilamp uit de lamphouder door de lamp in te

drukken en linksom te draaien.

Breng een nieuwe gloeilamp aan en zet de lamphouder weer in de

lamp.

Controleer of de gloeilamp brandt.

Gloeilamp vervangen
A 1 2 3 B 4 5 6 1,4 2 3,5,6 5W BA 15s 21W BAU15 21W BA15s

Plaats van de lampen, rechts

Vervangen van gloeilampen in achterlicht (4-deurs)

1 Achterlicht 3 Remlicht 5 Achteraitrijlamp 2 Richtingaanwijzer* 4 Achterlicht 6 Mistachterlamp

"Gele lense

- Laat de stekerverbinding met bedrading in de lamphouder zitten. - Verwijder de gloeilamp door deze in te drukken en een paar mm

linksom te draaien.

- Breng een nieuwe gloeilamp aan in de lamphouder en zet de

lamphouder weer in het achterlicht.

- Controleer of de gloeilamp brandt. Zet de afdekkap vast.

Achterklep: druk op de plastic klem en duw de afdekkap naar beneden.

Druk het plastic haakje (B) in en trek de lamphouder los. De gloeilampen zitten vast in de lamphouder.

=Gloeilamp vervangen

VOLVO S70 (2000) - =Gloeilamp vervangen - 1

Vervangen van gloeilampen in achterlicht (5-deurs)

5 Achterlicht

4 Achteruitrijlamp 6 Mistachterlamp

(alleen linkerkant)

(1)

A 1 2 B 3 4 5 2,4 21W BA 15s 1 21W BAU 15 3,5 21/4W BAZ 15d

VOLVO S70 (2000) - Vervangen van gloeilampen in achterlicht (5-deurs) - 2

- Verwijder de gloeilamp door hem in te drukken en een paar millimeter linksom te draaien.

- Zet de nieuwe lamp op zijn plaats en zet de lamphouder terug in het achterlicht. Controleer of de lamp brandt. Zet het afdekpaneel terug.

* extra ultrusting

Alle gloeilampen in het achterlicht worden via de bagageruimte vervan-
- Schakel de lichten uit en draai de startsleutel in positie 0.
Verwijder het bovenste paneel van het achterlicht met behulp van een schroevedraaier, en het onderste paneel door eerst het zijpaneel van
de vloer te verwijderen en dan het paneel zelf.
- verwijder de luidspreker* in de afdekkap boven.
- Druk de plastic grendels (A of B) in en trek de lamphouder eruit. De gloeilampen bevinden zich in de lamphouder.
- Laat de stekerverbinding met bedrading in de lamphouder zitten.

Gloeilamp vervangen
VOLVO S70 (2000) - Vervangen van gloeilampen in achterlicht (5-deurs) - 3

Kruiskopschroeven voor het lampeglas

Kentekenplaatverlichting

Doe de verlichting uit.

Draai de beide schroeven uit, Steek de schroe-

vedraaier in en draai voorzichtig, dan laat het

glas los. Vervang de gloeilamp en breng het

glas weer aan.

VOLVO S70 (2000) - Kentekenplaatverlichting - 1

Schroevedraaier insteken en droaien

Bagageruimteverlichting

Doe de verlichting uit.

Druk het nokje met een schroevedraaier in en

verwijder de lamphouder. Veryang de gloei-

lamp en breng de lamphouder weer aan.

Gloeilamp vervangen
Lamphouden
5W BA 9s

Schroevedraaier insteken en draaien
en naar beneden trekken

Leeslampje achter

Doe de verlichting uit.

Steek een schroevedraaier in en draai deze, dan laat het lampje los. Vervang de gloeilamp en druk het lampje weer op zijn plaats.

5W BA 9s

Schroevedraaier insteken, voorzichtig draaien en naar beneden trekken

Plafondverlichting

Doe de verlichting uit.

Steek de schroevedraaier in en draai deze licht, dan laat het glas los. Vervang de gloeilamp en druk het glas weer op zijn plaats.

VOLVO S70 (2000) - Plafondverlichting - 1

De gloeilamp wordt van buitenaf vervangen. Schuif het licht naar voren en trek het aan de achterkant los. Daarna kan het gehele licht verwijderd worden. Laat de bedrading in de lamphouder zitten en draai de lamphouder een kwart slag. Trek de kapotte gloeilamp er rech naar voren uit.

Gloeilamp vervangen
VOLVO S70 (2000) - Plafondverlichting - 2

Schroevedraaier insteken en draaien

Instapverlichting

Steek een schroevedraaier in en draai deze voorzichtig, dan laat het lampje los. Verwijder de verlichting, buig de lippen van de plaat om en verwijder deze. Vervang de gloeilamp en breng de plaat weer aan.
Druk het lampje weer op zijn plaats.

Overige gloeilampen

Het kan moeilijk zijn om sommige gloeilampen, zoals die voor hooggeplaatste remlichten, te vervangen. U kunt dit beter overlaten aan uw Volvo-werkplaats.

VOLVO S70 (2000) - Overige gloeilampen - 1

Portierwaarschuwingslampen

Alle portieren hebben rode waarschuwingslampen. Doe het volgende om een gloeilamp te vervangen:
Schuif het lamphuis omhoog en verwijder het; draai de lamphouder los. Trek de kapotte
gloeilamp recht naar voren uit. Vervang de gloeilamp en breng de lamphouder weer aa

1.2W KCM4051

Schroevedraatier insteken en draaien

Make-up spiegel

Steek een schroevedraaier in en draai deze, dan laat het glas los.
Verwijder en vervang de gloeilamp. Druk eerst de onderkant van het lampeglas weer op de vier haken en druk daarna de bovenkant vast.

Zekering vervangen
VOLVO S70 (2000) - Make-up spiegel - 1

Als een elektrische component niet werkt, kan dit komen, doordat een zekering door een tijdelijke overbelasting doorgebrand is. De

zekeringen van de auto zitten in een zekeringenkastje in de motorruimte. U kunt hierbij komen door het klepje te openen. Aan de binnenkant hiervan zit een sticker waarop de plaatsen van de zekeringen staan.

Voor degene die vindt, dat bepaalde zekeringen moeilijk bereikbaar zijn, hebben wij een "targetje" gemaakt dat samen met vier reservezekeringen in het zekeringenkastje vastgeklemd is.

Het is het gemakkelijkst te zien of een zekering kapot is door deze uit te nemen. Daarom moet u eerst in het zekeringenoverzicht op het klepje kijken om te weten welke zekering u moet controleren. Trek de zekering rechtuit los en kijk aan de binnenkant of de gebogen draad doorgebrand is. Breng, als dit het geval is, een nieuwe zekering met dezelfde kleur en ampére-aanduiding als daarvoor aan – het cijfer staat op de zekering! Gebruik nooit een zekering met een te hoog ampére.

Zekeringen

1-28 Elektrisch verwarmde voorstoelen/achterbank.25 A
2Mistlamp achter. Controlelampje mistlamp achter.10 A29 Elektrisch verwarmde achterruit. Versnellingsvergrendeling. Herinnering veiligheidsgordel. Sirene. Cruise control. Elektrisch verwarmde zijspiegels. Waarschuwing defecte gloeilamp.10 A
3Vergrendeling/alarm. RTI. Versnellingkiezer (automaat).10 A
4Elektronische startonderbreker (Immobilizer).ABS10 A
5Klimaatregeling. diagnose.15 A30 Sigarenaansteker voor.15 A
6Centrale vergrendeling20 A31 Aanjager interieur. Automatische airconditioning.25 A
7Audiosysteem, versterker.15 A32 Audiosysteem,Rheostaat, Elektrisch bediend schuifdakm.10 A
8Elektronische startonderbreker (Immobilizer).Boordcomputer. Lichtschakelaar.15 A33 Koplampafstelling. Wisser/sproeier achterruit.15 A
9Elektrisch verwarmde achterbank.20 A34 Wisser/sproeier voorruit. Claxon.25 A
10Startslot.15 A35 Elektrisch verstelbare stoelen10 A
11Remlichten.10 A36 SRS15 A
12Hulpverwarming Diesel10 A*37Elektrisch bediende raammechanismen.Elektrisch bediend schuifdak.AUT/CB
38 -
13Waarschuwingsknipperlichten. Grootlichtsignaal.15 A*39Elektrisch verstelbare stoel, links.AUT/CB
14Elektrisch verwarmde achterruit en zijspiegels.30 A*40Elektrisch verstelbare stoel, rechts.AUT/CB
15Binnenverlichting. Portierwaarschuwingslampjes. RTI.Verlichting bagageruimte. Herinnering veiligheidsgordel.Verlichting handschoenenkastje.10 A** Deze zekering bevindt zich onder het deksel. Het is een automatische stroomonderbreker die in normale omstandigheden niet moet worden vervangen.
16Elektrisch bediende antenne. Elektrische aansluiting aanhanger.Accessoires.30 A
17Mistlampen voor.20 A
18--ZekeringtangKapotte zekering
19Grootlicht, links (extra verstraler***).15 A
20Grootlicht, rechts. Controlelampje grootlicht.15 A
21Dimlicht, links.15 A
22Dimlicht, rechts.15 A
23Parkeerlichten, voor en achter. Achterlicht links.Verlichting kentekenplaat.10 A
24Parkeerlichten, voor en achter. Achterlicht rechts.10 A
25--
26Schakelaar lichten.15 A
27Achteruitrijlichten. Richtingaanwijzers.15 A

Zekeringnummer in het zekeringenkastje

Zekeringen
VOLVO S70 (2000) - Make-up spiegel - 2

Hoofdzekeringenkastje

De hoofdzekeringen beschermen het volledige elektrische systeem van de. Een doorgebrande zekering wijst op ernstig probleem. Vervang de zekerien nooit zelf. Roep de hulp in van uw werkplaats.

Ga na welke zekering doorgebrand is in de centrale verdeeldoos links van het instrumentenpaneel of in het zekeringen/relaiskastje in de motorruimte.

Relais

Nr.

15 Systeemrelais.

16 Gloeibougies (diesel).

17 Startmotor.

18 Airconditioning.

(1) Aircondamping.

14 AC-relais, Gloeibougies (Diesel), uitlaatsysteem van de auto... 10 A

Ampère

60 A

... 50 A

... 50 A

... 50 A

50 A

60 A

60 A

50 A

... 80 A

at. 10 A

10 A

(1)

20 A

10 A

In de vorige hoofdstukken staan al aanwijzingen bij bedrijfsstoringen. In dit hoofdstuk is alleen sprake van storingen die u zelf kunt verhelpen om verder te kunnen rijden.

Storing in het ontstekingssysteem

Controleer of de bougies droog en schoon zijn.

Controleer of alle kabels van het ontstekingssysteem goed aangesloten en schoon zijn.

De aanwijzingen voor het starten van de motor zijn niet in acht genomen; zie pagina 3:4. Start de motor volgens de aanwijzingen.

De accu is slecht geladen of ontladen.

Start de auto met een hulp-startaccu; zie pagina 3:19Controleer of de zekering voor de brandstofpomp intact is (zekering nr. 12 in het hoofdzekeringenkastje).

Laat de accu opladen.

Zoek naar de oorzaak voor het ontladen van de accu.

Slecht contact in de elektrische installatie van de motor.

Controleer de gehele bedrading van het ontstekingssysteem, de accu en de startmotor.

Er komt geen brandstof naar de motor.

Controleer of er brandstof in de tank zit.

Controleer of er in het brandstofsysteem geen slangaansluiting losge- raakt of ingeklemd is.

Controleer of de zekering voor de brandstofpomp intact is (zekering nr. 12 in het hoofdzekeringenkastje).

Storingen lokaliseren

ONBALANS, TRILLINGEN OF ZWAAR STU- REN TIJDENS HET RIJDEN

Wielonbalans

Maak eerst de binnenzijde van de velgen schoon. Als er geen verbetering optreedt, moeten de wielen worden gebalanceerd. Oliepeil in de bekrachtigingspomp te laag Controleer het oliepeil en vul olie bij; zie pagina 7:7.

DE MOTOR WORDT WARM

De radiatorslangen zijn kapot of lekken

Controleer de radiatorslangen en vervang deze, indien nodig.

Te weinig koelyloeistof

Controleer het koelyloeistofpeil en vul koelyloeistof bij; zie pagina 7:11.

Elektrische koelventilator

Controleer of de elektrische ventilator werkt.

Storingen lokaliseren

DE MOTOR START NIET OF HEEFT TE WEINIG VERMOGEN (DIESEL)

Doorgebrande zekering van de brandstofpomp Controleer hoofdzekering nr. 12 in het hoofdzekeringenkastje

Brandstofffilter verstopt Tap het water uit de brandstofffilter af en vervang hem (gebruik "winter"-diesel).

Aanwezigheid van water of onzuiverheden in de brandstof

Tap het water uit de brandstofffilter af en vervang hem. Zie pagina 7:12. Afzetting van paraffine in de brandstofffilter (koud weer)

Zet de auto in een verwarmde garage. Vervang de filter en gebruik "winter"-diesel.

DE MOTOR STOPT NIET (DIESEL)

Elektrische klep geblokkeerd

Jaag de motor in hoog toerental en probeer opnieuw. Als hij nog steeds niet stopt, zet u hem in vierde versnelling, drukt u het rempedaal stevig in en laat u het koppelingspedaal bruusk los. Zorg dat niemand voor de auto staat als deze handeling wordt uitgevoerd

Verwijder de zekering.

HET SCHUIF-/KANTELDAK GAAT NIET DICHT

Geen stroom naar de elektromotor van het dak

De overbelastingsbeveiliging (nr 37 in het zekeringenkastje) heeft gewerkt. Wacht 20 seconden, dan is de overbelastingsbeveiliging afgekoeld. Controleer zekering nr 35.

ZWAKKERE KOPLAMPEN

Dynamo

In de winter kan de sterkte van de koplampen variëren naargelang de rij- omstandigheden. Dit is normaal en resulteert uit het feit dat de belasting van de dynamo het motortoerental beïnvloedt.

—Storingen lokaliseren

MOTORKOELVLOEISTOFVERWARMING START NIET

De zekering van de verwarming is doorgeslagen. Controleer zekering 12. Neem contact op met een erkende Volvowerkplaats als de storing aanhoudt.

Versleten kabels of lekkende brandstofleiding Controleer of de kabels en de brandstofleiding niet loszitten.

De verwarming wordt automatisch uitgeschakeld

De voorverwarming niet werkt na meerdere startpogingen (6 in totaal). De brander tijdens het rijden wordt uitgeschakeld en dit door de vlamsensor wordt waargenomen. De regeleenheid van de verwarming een of meer storingen waarneemt in een onderdeel van het systeem. De motorkoelvloeistoftemperatuur de afsluittemperatuur heeft bereikt.

Schakelvergrendeling opheffen Zo kunt u de schakelvergrendeling annuleren en de keuzehendel uit stand P verplaatsen: Draai de contactsleutel in stand I. Druk op de knop "Shiftlock override" en houd die ingedrukt terwijl u de keuzehendel in een andere stand zet.

VOLVO S70 (2000) - —Storingen lokaliseren - 1

Carrosserie-onderhoud

- niet alleen een kwestie van uiterlijk!

De carrosserie moet natuurlijk onderhouden worden om de auto van buiten en binnen schoon en mooi te houden. Maar er is nog veel meer: het moet ook gebeuren uit het oogpunt van roestwering, om de roestwerende behandeling regelmatig te controleren en bij te werken en om de lak op beschadigingen te controleren en bij te werken.

Roestwerende behandeling 6:2

Lakbeschadigingen 6:3

Auto wassen 6:4

Bekleding reinigen 6:6

Roestwerende behandeling

Roestwerende behandeling - controleren en bijwerken

Uw Volvo kreeg al van fabriekswege een zeer nauwkeurige en volledige roestwerende behandeling. Aan de buitenkant, op het onderstel en in de wielkuipen werd een dik, slijtvast roestwerend middel gespoten en aan de binnenkant van de balken, holle ruimten en gesloten secties een dunnere, penetrerende roestwerende vloeistof. Wat kunt u, als eigenaar van de auto, doen om deze roestwerende behandeling in goede staat te houden?

Wel, er zijn met name twee effectieve methoden:

- Houd de carrosserie schoon! Gebruik een hogedrukspuit om vuil van het chassis, de bodem, de wielkasten en onder de randen van de vleugels te spuiten.

- Laat regelmatig de bescherming tegen roesten controleren en indien nodig bijwerken

De auto heeft in de fabriek een roestwerende behandeling gekregen die bij normale omstandigheden pas na circa 8 jaar nabehandeld moet worden. Na deze tijd moet dit met tussenpozen van drie jaar gedaan worden. Als uw auto nabehandeld moet worden: laat uw Volvo-werkplaats u hierbij helpen. Voor het krijgen van een perfect resultaat moet het nabehandelen vakkundig gebeuren.

VOLVO S70 (2000) - Roestwerende behandeling - controleren en bijwerken - 1

De "zichtbare" roestwerende behandeling moet regelmatig gecontroleerd en bijgewerkt worden. Als de roestwerende laag ergens bijgewerkt moet worden, moet u dit onmiddellijk laten doen om te voorkomen, dat vocht onder de roestwerende laag komt – laat uw Volvo-werkplaats u hierbij helpen. Als u de roestwerende behandeling zelf wilt bijwerken, moet u ervoor zorgen, dat de bij te werken plaats schoon en droog is. Spoel, was en droog de auto zorgvuldig. Gebruik een roestwerend middel in een spuitbus of breng het met een kwast aan.

Er zijn twee verschillende soorten roestwerende middelen:

een dun (kleurloos) voor zichtbare plaatsen, een dik voor slijtplekken van het onderstel en

Denkbare plaatsen om met deze hulpmiddelen bij te werken zijn b.v.:

- Zichtbare lasnaden en puntlasnaden (dunne vloeistof).

- Onderstel en wielkuipen (dikke vloeistof).

- Portierscharnieren (dunne vloetstof). - Motorperscharmien en elching (de

Als u met de behandeling klaar bent, kan het overtollige roestwerende middel verwijderd worden met een doek die met terpentine bevochtigd is. De motorruimte is in de fabriek behandeld met een kleurloos roestwerend middel op wasbasis. Dit middel is tegen gewone wasmiddelen bestand zonder op te lossen en onwerkzaam te worden. Als u echter met zogenaamde aromatische oplosmiddelen, zoals b.v. wasbenzine, terpentine (met name met een emulgator erin) reinigt, moet na het reinigen de beschermende waslaag vernieuwd worden. De Volvo-dealers verkopen dergelijke wassen.

VOLVO S70 (2000) - Roestwerende behandeling - controleren en bijwerken - 2

Wegens brandgevaar is het belangrijk dat de verwarming wordt beschermd tijdens de roestwerende behandeling.

Lakbeschadigingen

Lakresten met tape verwijderen

VOLVO S70 (2000) - Lakbeschadigingen - 1

Kleine steenslagplekken en kras-

Materialen:

• Grondlak (primer) in een busje

• Lak in een busie of zgn. lakpen

• Penseel

- Tape

Als de steenslagplek niet tot op het metaal is doorgedrongen en er nog een onbeschadigde laklaag is, kunt u met lak opvullen, nadat het vuil verwijderd is.

Als de steenslagplek tot op het metaal is

doorgedrongen, moet u het volgende doen: • Breng op het beschadigde vlak een stukje

tape aan. Trek daarna de tape weg waardoor

de lakresten meekomen.

Roer de grondlak (de primer) goed om en

breng deze met een fijn penseeltje of met

een lucifer aan.

- Als de grondlak goed droog is, kan met een

penseel de eindlak aangebracht worden.

Roer de lak goed om en brene deze daarna

enkele malen dun aan en laat de lak telkens

eerst goed drogen.

Bij krassen doet u, zoals hiervoor beschre-

ven is, maar het kan gewens

Woekt aan naar dagen met d

- Wacht een paar dagen met de hatochande- line, dva, het poliisten van de hiigewerk

ing, d.w.z. het poljsten van de bijgewerkde plekker. Gebruik aan sachte doek en waar

spaarzaam met polijstpasta.

De roestwerende behandeling moet door uw Volvo-werkplaats geïnspecteerd worden; zie het Garantie- & Serviceboekje.

De lak is een belangrijk gedeelte van de bescherming van de auto tegen roest en u moet deze dus regelmatig controleren. Lakbeschadi

gingen moeten onmiddellijk bijgewerkt worden om roestvorming te voorkomen. De meest voorkornende lakbeschadigingen, d.w.z. de beschadigingen die u zelf kunt bijwerken, zijn:

- kleine steenslagplekken en krassen.

- beschadigingen op b.v. spatschermranden en drempels.

Bij het bijwerken moet de auto goed gewassen en droog zijn en een temperatuur boven +15°C hebben.

Lakkleurcode

Let erop, dat u de juiste lakkleur krijgt.

Controleer dit met het codenummer voor de

lakkleur dat op het produktplaatje op het linker binnenscherm staat.

VOLVO CAR CORP GCLN 8 K51204 IG IG 1. IG 2. IG

Lakkleurcode

Auto wassen

Auto vaak wassen!

Was de auto zodra deze vuil geworden is, met name 's winters, omdat wegenzout en vocht gemakkelijk corrosie kunnen veroorzaken.

Op de volgende manier kunt u uw auto wassen:

- Spoel het vuil aan de onderkant van de auto (wielkuipen, spatscherm-

- Spoel de genele auto af, toldat het vuit geweekt is; spuit niet direct op de elaten.

- was de auto met een spons met of zonder wasmiddel en veel water.

Gebruik hirst lauw, maar geen heel water. Als het vuil are vastzet kunt u de auto met

- Als het van erg vastzit, kunt u de auto met een kodoontveitingsmid- del wassen, maar dan moet u dit doen op een wasplasts met een

spoelputie.

- Droog de auto af met een schone, zachte zeem.

- Een motorbediende antenne (extra uitrusting) moet na het wassen

afgeveegd en afgedroogd worden.

- Maak de wisserbladen schoon met een nagelborsteltje en een lauwe

zeepoplossing.

- Bij het reinfingen van de motor mag geen water rechtstreeks op de verdaler achterden en de motor stederer over. Nijb te isien

verdeter achterduan op de motor worden gespoten. Na het reinfig moet u de bougieholtes droogblazen met behulp van perslucht.

Geschikte wasmiddelen:

Autowasmiddelen (autoshampoo) of 5–10 cl gewoon vloeibaar afwasmiddel op 10 liter water. Vlekken op aluminium strips rondom ramen, spatschermen en portieren kunnen met autopolish weggepoetst worden. Gebruik nooit polijstpasta of staalwol!

VOLVO S70 (2000) - Geschikte wasmiddelen: - 1

In een wasautomaat wassen Poetsen In de was zetten—

In een wasautomaat wassen

Wij adviseren u om uw auto de eerste maanden – totdat de lak hard geworden is – met de hand te wassen.

In een automatische wasinrichting kan de auto eenvoudig en snel gewassen worden. Denk er echter aan, dat een automatische was-inrichting de auto niet zo effectief en voorzichtig wast als u zelf met de hand met spons

en water doet. De borstels van de wasautomaat komen niet geheel bij alle plaatsen. Het afspoelen van het onderstel van de auto dat 's winters van groot belang is, gebeurt niet in alle wasautomaten. Let erop, dat eventuele

extra uitrusting – extra koplampen – goed vastzitten, want anders be-staat er kans, dat de borstels van de wasautomaat dergelijke onderdelen losrukken. Draai de radio-antenne los of schuif deze in.

Voordat u de automatische wasinrichting binnenrijdt, moet u de armen

van de koplampwissers onder de aanslagen onderaan de koplampen leggen. Zo wordt verhinderd, dat de borstels de armen pakken en het wissermechanisme beschadigen.

N.B! Vergeet, als het wassen klaar is, daarna niet om de wisser-armen weer in hun normale stand te brengen! Was uw auto alleen in wasautomaten met schone borstels!

Bumpers

Gebruik een normaal autowasmiddel. Gebruik nooit benzine of oplosmiddelen. Gebruik gedenatureerde alcohol voor de moeilijke plekjes.

Gebruik geen papier, om krassen in de laklaag te voorkomen. Maak plekken waar benzine of diesel gemorst is onmiddellijk schoon.

Bekleding reinigen

Bekleding reinigenBehandeling van vlekken op textielVoor vuile textielbekleding worden speciale reinigingsmiddelen aanbe- volen; deze zijn bij uw Volvo-dealer verkrijgbaar. Andere chemische produkten kunnen de behandeling i.v.m. brandbestendigheid nadelig beïnvloeden.Vlekken kunnen altijd het gemakkelijkst direct verwijderd worden, voordat deze ingedroogd zijn. De vlekken moeten opgelost worden, niet weggewreven, weggekrabd of met een harde borstel weggeschuurd worden.Behandeling van vlekken op vinylKrab of wrijf nooit op een vlek. Gebruik nooit sterke ontvlekkings- middelen. Reinig met een zwakke zeepoplossing en lauw water.Behandeling van vlekken op leerVeeg de vuil geworden leren bekleding met een vochtige doek af. Ge- bruik nooit sterke oplosmiddelen, benzine, alcohol, e.d.Een behandeling met de Volvo leeronderhoudset een of twee maal per jaar wordt geadviseerd om het leer soepel en comfortabel te houden.OntvlekkingsmiddelenGebruik textielreinigingsprodukt van Volvo.Zoniet raden wij de volgende methode aan:Ammoniakoplossing: 1 theelepel ammoniak (ca 90%) wordt met 3 dl water gemengd.Ammoniak-zeepoplossing: bovengenoemde ammoniakoplossing wordt met 1 dl zeepwater gemengd. Zeepwater kan gemaakt worden door b.v. geraspte kleurloze toiletzeep in lauw water op te lossen.Behandeling van vlekken in stoffen en textielmattBehandel de vlekken zo snel mogelijk!Verwijder het grootste deel van de vlek met een bot mes of iets dergel- lijks. Zuig zo veel mogelijk op met schone witte doeken. Stofzuig rond om de vlek, zodat vuil in de buurt niet oplost.Bevochtig een schone witte doek met het oplosmiddel. Zuig daarna het oplosmiddel en de vlekken met een droge wattenprop op. Herhaal de behandeling, totdat de vlekken verdwenen zijn.Aan het volgende denken:Bij verfvlekken, b.v. inkt, balpuntpennen, lippenstift, moet heel voor zichtig met het ontvlekkingsmiddel gewerkt worden, omdat de kleur- stof in de vlek kan oplossen en de vlek daardoor groter wordt.Wees spaarzaam met oplosmiddel. Te veel oplosmiddel kan de schuimplastic vulling in de zitting beschadigen.Werk altijd van buiten naar het midden van de vlek toe.Autogordels reinigenGebruik water met een synthetisch wasmiddel.Bumperafdeklijst reinigen, (5-deurs).Gebruik een oplossing van zachte zeep en gebruik indien nodig een zachte borstel.

Volvo Service

Regelmatig onderhoud – dat is investeren!

Deze investering brengt geld op, omdat u op uw auto kunt vertrouwen en deze langer meegaat. En ook, als u uw auto door een nieuwe wilt vervangen. Lees

daarom over:

Volvo Service 7:2

Motorruimte 7:6

Motorolie controleren en verversen 7:7

Stuurbekrachtiging, remmen, koppeling 7:10

Koelyloeistof controleren 7:11

Wisserblad vervangen 7:13

Ruitewissers, koplampwissers 7:14

Carrosseriesmering 7:14

Accessoires aanbrengen 7:15

Volvo Service

Dit onderhoud moet uw auto krijgen

Denk eraan, dat ...

Voortaal u uw auto in ontvangst nam, heeft deze twee inspecties gehad. De eerste vond in de fabriek plaats en de tweede was de afleveringsinspectie bij uw dealer volgens de instructies van de Volvo-fabriek.

Het Volvo Onderhouds Programma

Om uw Volvo steeds in hoge mate verkeersveilig, bedrijfszeker en betrouwbaar te houden moet u het Volvo Onderhouds Programma opvolgen, zoals dit in het Garantie- en Serviceboekje beschreven is. Wij raden u aan om deze werkzaamheden altijd in een Volvo-werkplaats te laten uitvoeren. Uw Volvo-werkplaats heeft het personeel, de speciale gereedschappen en de serviceliteratuur die de hoogste servicekwaliteit garanderen die u, als Volvo-bezitter, verwacht. U kunt er ook verzekerd van zijn, dat uw Volvo-werkplaats altijd originele Volvo serviceonderdelen gebruikt van dezelfde kwaliteit als de componenten die de Volvo-fabriek gebruikt. Het Volvo Onderhouds Programma is opgesteld voor de gemiddelde automobilist. Wanneer u van mening bent dat uw auto uitzonderlijke service behoeft, raadpleeg dan uw dealer. Hij kan een aangepast serviceprogramma voor uw auto opstellen!

BELANGRIJK!

Voorwaarde voor de geldigheid van onze garantie is, dat u uw auto volgens de instructies van deze handleiding onderhoudt, d.w.z., dat b.v. het olie verversen en de onderhoudsbeurten bij de juiste kilometerstand uitgevoerd worden en dat u onderhoudsbeurten en reparaties door een erkende Volvo-werkplaats laat uitvoeren.

Denk aan het volgende, voordat u aan uw auto gaat werken:

WAARSCHUWING!

De ontsteking van de auto werkt met een zeer hoge spanning! De spanning in het ontstekingssysteem is levensgevaarlijk! Raak de bougies, bobine of bobine- en bougiekabels niet aan, als de motor loopt of het contact aanstaat!

Het contact moet afgezet zijn bij:

- Het aansluiten van motortestapparatuur, de ontstekingstestlamp, de contacthoek-/toerentalmeter, de ontstekingsoscilloscoop, enz.

De accu moet losgekoppeld zijn bij de volgende werkzaamheden:

- Het vervangen van onderdelen van het ontstekingssysteem, zoals bougies, bobine,

stroomverdeler, bobine- en bougiekabels, enz.

- De massa-aansluiting van het Airbag-systeem (SRS) in de middenconsole tussen de

voorstoelen mag niet losgemaakt worden. Verbind ook geen andere elektrische

componenten onder de bestuurdersstoel met de massa. Bij een verkeerde massaverbinding kan de goede werking van het SRS in gevaar gebracht worden.

Accu

  • Overtuig u ervan, dat de accukabels goed aangesloten en stevig vast-
    gezet zijn.
  • Koppel de accu nooit los, als de motor loopt (b.v. bij het vervangen
    van de accu).
  • Bij gebruik van een snellader moeten de accukabels losgemaakt zijn.
  • Zet de radio af, voordat u de accu loskoppelt. Als de radio tegen dief-
    stal beveiligd is en de accu losgekoppeld geweest is, moet de radioco-
    de opnieuw ingevoerd worden: anders werkt de radio niet.

Volvo Service

VOLVO S70 (2000) - Volvo Service - 1

vloeistofpeil verloopt makkelijker met een zaklamp. Elke cel bezit zijn eigen niveau-indicator (zie afbeelding). Vul indien nodig de accu met water bij tot de maximum-markering. OPMERKING! Vul niet verder bij dan de maximum-markering!

Gebruik gee

gedistilleerd of gedeïoniseerd water

Als u de accu herlaadt, moet u het

vloeistofpeil controleren na het laden en.

indien nodig, water bijvullen.

Zorg ervoor dat de doppen goed zijn

aangespannen.

Accu's met grijze doppen

(ontluchtingsfilters) - de grijze dop mag

niet vervangen worden door een zwarte

luchtdichte dop.

VOLVO S70 (2000) - Volvo Service - 2

VOLVO S70 (2000) - Volvo Service - 3

VOLVO S70 (2000) - Volvo Service - 4

VOLVO S70 (2000) - Volvo Service - 5

VOLVO S70 (2000) - Volvo Service - 6

VOLVO S70 (2000) - Volvo Service - 7

Aan de bovenzijde van de batterij staan de volgende sym bolen vermeld:

Gebruik een veiligheids-

bril.

Zie voor meer details het

instructieboekje.

Bewaar de batterij buiten

het bereik van kinderen.

De batterij bevat een bij-

tend zuur.

Vermijd vonken of open

vuur.

Explosiegevaar.

WAARSCHUWING

VOLVO S70 (2000) - WAARSCHUWING - 1

Denk eraan dat de accu een zeer

ontplofbaar mengsel van waterstof en

zuurstof bevat. Open vuur of roken in de

nabijheid van de accu kan de explosie van

de accu met zich meebrengen, met schade

aan de auto en persoonlijk letsel tot gevolg

De accu bevat ook zwavelzuur, dat ernstige

corrosie kan veroorzaken. Als het zuur in

aanraking komt met uw ogen, huid of

kleding, moet u grondig spoelen met water

Als het zuur in uw open spat, moet u eerst

spoelen en onmiddellijk daarna medische

hulp inroepen.

Accu

De rij-omstandigheden, uw rijstijl, het aantal startpogingen, de klimaatomstandigheden enz kunnen allemaal een invloed uitoefenen op de levensduur en werking van uw accu. Om uw accu in optimale conditie te houden moet u volgende punten voor ogen houden:

Controleer regelmatig (minstens om de zes maanden of elke 15 (000 km) het corrsta

vloeistofreil in de accu (zie afbreiding)

Controleer alle callen in de avon. Gabbrafik

en schroevadruvier om de afdakking to

verwijderen. De controle van het

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLVO

Model : S70 (2000)

Categorie : Auto