S40 (1996) - Auto VOLVO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis S40 (1996) VOLVO in PDF-formaat.
| Merk | Volvo |
| Model | S40 (1996) |
| Categorie | Auto |
| Motortype | Benzine / Diesel |
| Motorinhoud | 1.6 - 2.0 liter |
| Vermogen | 80 - 140 pk |
| Transmissie | Handgeschakeld / Automaat |
| Brandstoftype | Loodvrije benzine of diesel |
| Brandstoftankinhoud | 60 liter |
| Bandenmaat | 185/65 R15 (standaard) |
| Bandenspanning voor | 2.2 bar |
| Bandenspanning achter | 2.0 bar |
| Afmetingen (LxBxH) | 4470 x 1720 x 1410 mm |
| Wielbasis | 2550 mm |
| Gewicht (leeg) | ca. 1250 kg |
| Laadvermogen | ca. 450 kg |
| Aantal zitplaatsen | 5 |
| Veiligheidssystemen | ABS, airbags (bestuurder + passagier), gordelspanners |
| Onderhoudsinterval | Elke 15.000 km of jaarlijks |
| Motorolie (type & capaciteit) | 5W-30 of 10W-40, ca. 4.5 liter |
| Koelvloeistofcapaciteit | ca. 6 liter |
| Remblokken voor | ATE of Ferodo |
| Remblokken achter | ATE of Ferodo |
| Lampen koplamp | H4 (55/60W) |
| Accu | 12V, 60Ah |
Veelgestelde vragen - S40 (1996) VOLVO
Gebruikersvragen over S40 (1996) VOLVO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Auto in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S40 (1996) - VOLVO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S40 (1996) van het merk VOLVO.
GEBRUIKSAANWIJZING S40 (1996) VOLVO
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het dashboard en instrument.
Overzicht dashboard 1.1 Instrument 1.4 Controle en waarschuwingslampjes 1.6 Start en stuurslot 1.10 Koplampen 1.11 Mistlampen 1.12 Stuurschakelaars 1.13 Waarschuwingslichten, verwarmde spiegels en achterruit 1.14 Informatiecentrum 1.15 Cruise control 1.18 DSA 1.19 Stuurstand, parkeerrem 1.20
Instrumenten 1
Interieur, verwarming 2
Autogordels, kinderen in de auto, airbag 3
Vergrendeling, alarm,
immobilizer, diefstalpreventie 4
Bagage 5
Starten en rijden 6
Wielen en banden 7
Als er iets gebeurt 8
Carrosserie-onderhoud 9
Service en onderhoud 10
Specificaties 11
Zuivering uitlaatgassen 12
Audio 13

Instrumenten, schakelars en bedinig
Instrumenten, schakelaars en bediening =
| Beschrijving op pagina | Beschrijving op pagina | |||
| 1 Verstelbare buitenspiegel | 2:5 | 32 Schakelaar airconditioning(Bij ECC: Schakelaar achterruit/buitenspiegelverwarming) | 2:14 | |
| 2 Defroster zijruit | 2:10 | |||
| 3 Blaasmonden | 2:10 | 33 Sperschakelaar achterportieren | 4:7 | |
| 4 Lichtschakelaar | 1:11 | 34 Achterruit/buitenspiegelverwarming(bij ECC: Schakelaar airconditioning) | 2:12 | |
| 5 Hoogteverstelling koplampen | 1:12 | |||
| 6 Mistlampschakelaar | 1:12 | |||
| 7 Dimmer instrumentenverlichting | 1:11 | |||
| 8 Richtingaanwijzer, dimschakelaar groot licht, cruisecontrol | 1:13 | 35 Schakelaars voor automaat | 6:10 | |
| 9 Instrument | 1:4 | 36 Schakelaars voor buitenspiegels | 2:5 | |
| 10 Claxon | 37 Schakelaars voor elektrische ramen voor | 2:7 | ||
| 11 Ruitenwisser en ruitensproeier | 1:13 | 38 Sperschakelaar voor elektrische ramen achter | 2:7 | |
| 12 Luchtaanjager | 2:10 | 39 Schakelaars voor elektrische ramen achter | 2:7 | |
| 13 Temperatuurregelaar(Bij ECC: verdeling van lucht over de blaasmonden | 2:10 | |||
| 14 Waarschuwingsschakelaar | 1:14 | |||
| 15 Menging buitenlucht blaasmonden | 2:10 | |||
| 16 Hoeveelheid lucht uit blaasmonden | 2:10 | |||
| 17 Verdeling van lucht over de blaasmonden(Bij ECC: Temperatuurregelaar) | 2:17 | |||
| 18 Handschoenenkastje | 4:6 | 35 | ||
| 19 Airbag passagier | 3:11 | |||
| 20 Lichtgevoelige diode voor ECC | 2:18 | 36 | ||
| 21 Zekeringenkast | 8:14 | |||
| 22 Motorkapsluiting | 4:8 | |||
| 23 Hoogte verstelling stuur | 1:20 | 37 | ||
| 24 Temperatuursensor ECC | 2:16 | 38 | ||
| 25 Recirculatie | 2:10 | |||
| 26 Portiervergrendeling | 4:2 | 39 | ||
| 27 LED voor alarm | 4:4 | |||
| 28 Bedieningspaneel informatiecentrum | 1:15 | |||
| 29 Stoelverwarming | 2:4 | |||
| 30 Schakelaar DSA (Dynamic Stability Assistance) | 1:19 | |||
| 31 Stoelverwarming | 2:14 | |||

Instrumenten
8 Brandstofmeter
| De inhoud van de brandstoftank is ca 60 liter. Als het waarschuwingslampje gaat branden, is er nog ca 7 liter brandstof over . |
9 Buitentemperatuurmeter
(accessoire)
3 Toerenteller
| Deze geeft het motortoerental in duizend om-wentelingen/minuut aan. Voorkom dat de meter in het rode gebied komt. |
| Voor informatie over het maximale continue toerental, zie pagina 11.8. |
4 Resetknop van de dagteller
| Druk op het knopje om de dagteller op mul te zetten |
5 Kilometerteller
6 Snelheidsmeter
7 Dagteller
| De dagteller kunt u gebruiken om korte afstanden op te meten. Het rechter cijfer geeft hectometers aan. |

■ Investments
Instrumenten=
| 1 Linker richtingaanwijzers2 Rechter richtingaanwijzers3 Brandstofniveau4 Motortemperatuur5 Mistlamp voor aan6 Mistlamp achter aan7 "Longe range" lampen aan (landafhankelijk)8 Een remlicht brandt niet meer9 Grootlicht aan10 ABS buiten werking11 Deur open12 Parkeerrem aangetrokken13 Oliedruk te laag14 Waarschuwingsverlichting brandt15 SRSsysteem defect16 Fout in het remcircuit buiten werking (vloeistofpeil te laag)17 Dynamo laadt niet bij18 Niet bezet19 DSA (extra uitrusting, niet bij Turbodiesel)20 Bij diesel: Voorgloeirelais diesel21 Fout in de motorelektronica22 Immobilizer in werking23 Automatische versnellingsbak: stand W,3 ofl24 Te weinig sproeivloeistof25 Aanhanger aangekoppeld (landafhankelijk) | StartcontroleAls de contactsleutel in de startstand wordt gedraaid, gaan de waarschuwingslampjes 8,10,13,15,16,17,21,22 (indien aanwezig ook 19,23) branden. Hiermee kan men controleren of deze gloeilampen in orde zijn.De lampjes 10,15,22 gaan na enige seconden uit Zodra de motor aanslaat zullen de andere lampjes, behalve de “lamp defect” controle (8), doven. Deze gaat pas uit zodra het rempedaal wordt bediend, indien de betreffende lampen in orde zijn. |
— Controle- en waarschuwingslampjes
Deze waarschuwingslampjes mogen onder het rijden nooit branden!
Deze moeten echter wel branden, als vóór het starten de startsleutel in de rijstand gedraaid wordt. Dan blijkt of de lompiers worden. Als de motors envoelde is met de allie opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond opfond
voor de parkeerrem en het "lamp defect" lampje. Deze gaan pas uit, als de parkeerrem losgezet wordt en een-
maal op de rem getrapt is ( voor "lamp defect").

Remcircuit buiten werking

Fout in de emissie

Een remlicht brandt niet meer
Als dit lampje onder het rijden of bij afrem men gaat branden, is het remvloeistofpeil te laag. Stop onmiddellijk en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (zie op de achterkant van dit boekje)!

Oliedruk te laag
Als dit lampje onder het rijden gaat branden, is de olijdk van de moten to loon. Zetals
motor onmiddellijk af en controle
pelu in de motor; zie pagina 10.7. Na erg hard rijden kan het lampie
den, als de motor weer stationair loopt. Dit is
toerental maar weer uitgaat.

Dynamo laadt niet bij
Dit lampje brandt, als de dynamo niet bij- laadt. Als het lampje onder het rijden gaat
installatie of is de riem slecht aangespannen.
1:8
Controle- en waarschuwingslampjes— den! | Controlelampjes
Deze waarschuwingslampjes mogen onder het rijden nooit branden! (vervolg)

Dit is een systeem dat doorslippen van de aan- drijfwielen tegengaat. Het lampje knippert als waarschuwing dat er een slipperige situatie is en er spin plaatsvindt waardoor het systeem werkt.
Indien een defect optreedt aan de "DSA" gaat het controlelampje branden. Het lampje gaat eveneens branden als het systeem uitgeschakeld is met de schakelaar.
Zie voor meer informatie pagina 1:19

ABS buiten werking
Door het ABS-systeem kunnen de wielen bij sterk afremmen niet blokkeren. Als dit lampj brandt, werkt het systeem niet. Het gewone remsysteem van de auto werkt echter normaat Rijd voor controle naar een Volvo-werkplaats Over ABS-remmen kunt u meer lezen op pag na 6.15.
Als dit lampje onder het rijden blijft of gaat branden, heeft de diagnose-eenheid van het Airbagsysteem een storing ontdekt. Rijd voor controle onmiddellijk naar een Volvo-werkplaats. Meer informatie over de airbag vindt op pagina 3:8-3:13

Als dit lampje onder het rijden gaat branden, is de koelvloeistoftemperatuur te hoog. Zet de motor af en controleer het koelvloeistofpeil ; zie pagina 10.12.

Automatische versnellingsba
Dit lampje brandt, als stand W ingeschakeld of stand 3 of L. gekozen is. Als het controle-lampje gaat knipperen, wijst dit op een defect in de automatische versnellingsbak. Neem contact met uw Volvo-werkplaats op.
Koelyloeistof temperatuur


=Start- en stuurslot



Indien de auto niet start kan de immobilizer in werking zijn. Zie hoofdstuk 4.
Als de motor niet aanslaat, moet de sleutel helemaal teruggedraaid worden, voordat opnieuw gestart kan worden.
Startbeveiliging
De startmotor wordt ingeschakeld. Laat, als de motor aangeslagen is, de sleutel los. Deze gaat automatisch in de rijstand
III Startstand
De stand van de sleutel onder het rijden. De gehele elektrische installatie van de auto is ingeschakeld.
II Rijstand
Bepaalde elektrische componenten kunnen gebruikt worden (b.v. de radio, kachelaanjager, sigareaansteker). De elektrische installatie van de motor is niet ingeschakeld.
1 Tussenstand-“radiostand”
Het stuurslot blokkeert het stuur bij het uithalen van de sleutel.
0 Blokkeerstand
Koplampen
2 Koplamp hoogte verstelling
De lichtstralen van de koplampen zijn varia-
bel in verschillende hoogtes te verstellen.
Volg de tabel voor de juiste instelling en ga na of de instelling 0 overeenkomt met de normale ladingsomstandigheden.
| Instellingen | |
| Lading | |
| Bestuurder | 0 |
| Bestuurder en 1 passagier | 0 |
| Bestuurder en 5 passagiers | 1(0) |
| 5 inzittenden + lading 95 kg | 2(0) |
| Bestuurder + max. lading | 2(2) |
() Auto's met Nivomat
3 Dimmer instrument verlichting
De instrument verlichting kan tot 30% sterkte van de totale verlichting gedimd worden.
+ meer licht - minder licht

1 Koplampen en parkeerlichten
Een lampje onder de schakelaar markeert de plaats van de schakelaar als de verlichting aanstaat.
Startsleutelstand 0+I:alle lichten uit. Startsleutelstand II:dimlichten aan
(+ parkeerlichten voor en achter, nummerplaat-verlichting, positielampen in de bum-
pers en instrumentverlichting).
Sommige landen: Dimlichten worden auto-
matisch aangezet, onathankelijk van de positie van de verlichtingsschakelaar, wanneer de startsleutel in stand II wordt gezet.
打印 Parkeerlichten voor en achter.
Startsleutelstand 0 en I
De parkeerlichten mogen alleen bij parkeren gebruikt worden, nooit onder het rijden. Startsleutelstand II gaan ook de positie lampen in de bumper branden.
Startsleutelstand 0 en I: alle
verlichting uit.
Startsleutelstand II: koplampen
branden (+ parkeerlichten voor en achter,
kentekenplaat-verlichting, positielampen in de bumpers en instrumenten-verlichting)
N.B! De lichtschakelaar moet in deze stand
staan om het grootlicht te kunnen laten
branden.
Richtingaanwijzers, Ruitewissers
Ruitewissers en -sproeiers Koplampwissers en -sproeiers
1 Intervalwissen
Dit wordt gebruikt bij het rijden in b.v. nevel of mist. De wissers maken elke 6 seconden een slag.
2 Ruitewissers, normale snelheid
3 Ruitewissers, hoge snelheid
4 Ruitesproeiers + koplampwissers/-sproeiers
Trek de hendel naar u toe. De wissers en de sproeiers gaan werken. De ruitewissers maken na het loslaten van de hendel nog 2-3 slagen.
De koplampwiswas, indien aanwezig, werkt tijdens het gebruik van de ruite-sproeiers.


Richtingaanwijzers, groot-/dim- lichtschakelaar en grootlicht- "signaal"
1 "Drukpuntstand" Bij bochten met een kleine stuuruitslag (verwisselen van rijbaan, passeren) beweegt u de hendel licht naar boven of beneden en houdt deze met de vinger vast. Bij loslaten gaat de hendel onmiddellijk naar de neutrale stand terug.
2 Normale bochten
3 Grootlicht-"signaal" Druk de hendel licht naa wat weerstand voelt). He toto dat u de hendel weer
4 Omschakelen groot-/dimlicht (koplampen branden) De verlichtingschakelaar moet in stand
staan Druk de hendel voorbij de "signaalstand" na het stuur en laat deze weer los. De koplampe wisselen tussen groot- en dimlicht.
Als een gloeilamp in de richtingaanwijzers stukgegaan is, kunt u dit zien, omdat het controlelampje (en de knipperlichten) aanzienlijk streller dan normaal knippert.
Mistlampen
4 Auto's met
Mistlampen voor en achter
扣 Mistlampen voor
Mistlampen achter
De startsleutel moet altijd in stand II (rijstand) staan.
Mogelijk situaties:
- Alléén de mistlampen voo...
- Koplampschakelaar in stand (Ook met dagrijlichten)
- Druk op mistlampschakelaar 10
• Alléén mistlamp achter:
(Ook met dagrijlichten)
- Druk op mistlampschakelaar 10
(Alleen mistlamp achter met parkeerlichten is niet mogelijk)
- Mistlampen voor en achter:
- Koplampschakelaar in stand (Oek met dagstlichten)
- Druk eerst op mistlampschakelaar 10
- Daarna op schakelaar 卜 09

5 Auto's met alleen mistlampen achter
Startsleutel in stand II (rijstand)
Koplampschakelaar in stand
Druk op mislampschakelaar 03
Indien de koplampschakelaar in stand O gezet wordt gaat de mistlamp ook uit. Als het contact weer aangezet wordt moet de mistlamp, indien gewenst, handmatig ingeschakeld worden.
Opmerking: De voorschriften voor het gebruiken van mistachterlampen en mistlampen variëren van land tot land.
Waarschuwingslichten, Elektrisch verwarmde achterruit/buitenspiegel

1 waarschuwingslichten 2 verwarming buitenspiegels/achterruit

Waarschuwingslichten (1) waarschuwingslichten (alle vier knipperen). moeten gebruikt worden, als u gedwongen bent om stil te staan of de auto zo te parkeren, dat deze het verkeer in gevaar brengt of hindert.
Denk hieraan: De voorschriften voor het gebruik van waarschuwingslichten variëren van land tot land.
Gebruik de elektrische verwarming om ijs en aanslag van de achterruit en buitenspiegels te verwijderen. Door op de schakelaar te drukken gaan de verwarmingen van de achterruit en buitenspiegels tegelijk werken. Dit blijkt uit het branden van het oranje controlelampje in de schakelaar. Als u nog een keer op de schakelaar drukt, schakelt u de verwarming uit. ^a Bij ECC zit deze schakelaar in het midden van dit paneel.
(slectes fen studl) als de actérardus daal 10 derel 15 km k Luxembourg het ander segmente en verschijaf de volgende meddehing op het in- strumente: "VELEI".
Brandof,drivened!
Als de keuzeschakelaar op RANGE gezeti wortt blijft het amber segment branden.
verbindk over de lausite 30 km.
wenzig zijn, afthankelik van het gemiddelde
en verschifir de accuerdius op het display. Er
gaal het ander RANGE segmen knipperen
Reserve brandstofourland (twice groene sia-ven): wannecr de accueradius nog 70 km i.s.
Brandstoremer (standard arm)
Omiczining van de aanduiding in kilometers van Fachtrecht naar Celstus op het display van het informertum kan door de dealer ver- zorgt worden.
van het gegozen kanaal hier geen op).
Kanaalkeuzeschakelaar A Kies een van de zeven kanalen (het segment)
Beddingskop B
Draa de schakelaar in de gevereise stand en druk dama know B ministers een second in.
Kanalkeuzeschakelaar A
Bediningspanel, informatecentrum


A. Kevzesthakekar vifocenter B. bedeeningskop basistelling
= Informationcentrum
Informatiecentrum
Waarschuwingssignalen
De kanalen range, oil, motor, ext (buiten-tem-
peratuur) hebben ook een waarschuwingsfunctie, nl een rode balk.(amber voor "Ran-
ge")
De balk gaat knipperen totdat de betreffende
functie met de keuzeschakelaar gekozen
wordt, dan blijft de balk branden.
Als er gelijktijdig meer dan een waarschuwing wordt gegeven krijgen gegevens over de toestand van de motor de voorkeur.
Automatisch ...
... het display geeft bij het starten informatie
omtrent de actieradius en de gekozen functie indien er geen waarschuwing aangege-
ven wordt.
u wordt onder het rijden gewaarschtwd
door een rood signaal in geval van:
- te hoge motortemperatuur (ENGLINE)
- te hoge olietemperatuur (OIL)
- een laag brandstofpeil (RANGE)
- een buitentemperatuur waarbij ijsvor
ming mogelijk is (EXT)
De waarschuwingen zullen indien nodig in
bovenstaande prioriteitsvolgorde gegeven
worden.
Zie voor meer details de volgende pagina's.
Continu ...
... onder het rijden ziet u op het staafdiagram
de voorraad brandstof.
... als er geen rode elementen branden, weet
u dat alle belangrijke systemen in orde
zijn.
Op verzoek ...
... U kunt met behulp van de keuzeschakelaar
informatie opvragen omtrent:
FUEL INST brandstofverbruik op dat moment
FUEL AVG gemiddelde brandstofverbruik
SPEED AVG gemiddelde snelheid
RANGE actieradius van de auto
OIL motorolietemperatuur
ENGINE motorkoelyloeistoftemperatuur
EXT buitentemperatuur

Het informatiecentrum
Het informatiecentrum bestaat uit acht instru-
menten samengebracht op één schaal.
Tijdens het rijden, zal het op drie verschillen-
de manieren informatie verschaffen:
automatisch, continu of op verzoek.
Het display aan de onderkant toont gegevens
voor het kanaal waarvan het groene/rode seg-
ment brandt.
| De functies van elk kanaal in detail | 5 OIL OlietemperatuurGeeft de temperatuur aan van de motorolie (nauwkeurig alleen tijdens het rijden). | 7 EXT OmgevingstemperatuurVoor het aflezen van de temperatuur van de buitenlucht (nauwkeurig alleen tijdens het rijden) gemeten op ongeveer 40 cm boven het wegdek tijdens het rijden. |
| 1 FUEL INST EconometerPermanente informatie over het brandstofverbruik, elke 40 meter aangepast. Dit is berekend op grond van de hoeveelheid ingespoten brandstof en de afgelegde afstand. | De waarschuwingsfunctie wordt in werking gesteld als de olietemperatuur boven de 147°C stijgt. Het rode segment gaat branden en op het scherm wordt "STOP" aangegeven. De waarschuwing zal weer ophouden indien de temperatuur beneden de 140°C zakt. | De waarschuwingsfunctie wordt in werking gesteld als de buitentemperatuur daalt beneden +3°C en dient om uw aandacht te vestigen op de mogelijkheid van ijzel op het wegdek. |
| 2 FUEL AVG Gemiddeld brandstofverbruikGemiddeld brandstofverbruik vanaf het moment dat het geheugen van het informatiecentrum op nul is gezet. | 6 ENGINE KoelvloeistoftemperatuurVoor het aflezen van de temperatuur van de motorkoelvloeistof (nauwkeurig alleen tijdens het rijden).Als de uitlezing van de temperatuur van de olie of de koelvloeistof op het scherm "Cold" (koud, T<40°C) aangeeft, is dit een aanwijzing dat de motor nog niet op be-drijfstemperatuur is. | Het rode waarschuwingssegment gaat branden en op het scherm wordt permanent de buiten-temperatuur getoond. |
| 3 SPEED AVG Gemiddelde snelheidGemiddelde snelheid berekend op grond van de afstand afgelegd sedert de nulstelling van het geheugen. | Als de temperatuur daalt tot beneden -5°C is de waarschuwingsfunctie slechts gedurende 30 seconden actief als een geheugensteuntje. | |
| 4 RANGE ActieradiusGeeft de afstand die kan worden afgelegd met de beschikbare hoeveelheid brandstof in de tank. Dit getal wordt berekend op basis van het brandstofverbruik van de laatste 30 kilometers. | De waarschuwingsfunctie wordt in werking gesteld als de temperatuur van de koelvloeistof boven de 124°C komt. Het rode segment en het symbool gaan branden. Op het scherm wordt "STOP" aangegeven als de temperatuur boven 127°C komt.Als de temperatuur weer beneden de 115°C zakt gaat de waarschuwing uit. | StoringAls het OIL, ENGINE of EXT kanaal voortdu-rend "CHECK" aangeeft, kan dit betekenen dat er een storing bestaat. Laat dan het instrumentenpaneel controleren door een Volvo werkplaats. |
| De waarschuwingsfunctie wordt in werking gesteld indien de actieradius onder de 70km komt (± 7 liter benzine).Zie "Brandstofmeter" op pagina 1.16. |
Cruise Control
A aan/uitschakelaar cruisecontrol B setknop

Inschakelen
De schakelaar voor de Cruise Control de richtingaanwijzerhendel. Gewenste snelheid instellen:
1 Zet schakelaar (B) in de stand ON. 2 Verhoog of verlaag tot de gewenste
heid. N.B! De Cruise Control kan bij snelheden onder 35 km/h niet ingeschakeld
worden. 3 Druk SET-knop (A) op ÷ of - in en u stelt
de op dat moment gereden snelheid in.
Snelheid verminderen
De Cruise Control wordt uitgeschakeld, als
het rem- of koppelingspedaal ingetrapt wor De eerder ingestelde snelheid wordt in het
geheugen bewaard. Als schakelaar (B)
eventjes in de RESUME-stand gezet wordt, neemt de auto de eerder ingestelde snelheid
weer 1:18
Indien de snelheid onder de 30 km/uur zakt wordt de ingestelde snelheid uit het geheugen van de Cruise Control gewist Accellereren Tijdelijk snelheid verhogen, b.v. bij passeren, heeft geen invloed op de werking van de Cruise Control. De auto neemt de vorige snelheid weer aan zonder dat de schakelaar in de stand RESUME gezet moet worden. Omdat de Cruise Control al ingeschakeld is, kan de snelheid verhoogd of verlaagd worden door SET-knop (A) op + of - ingedrukt te houden. Kort indrukken komt overeen met ± 1,6 km/h. De snelheid die de auto bij het loslaten van de knop heeft, wordt geprogrammeerd.
Uitschakelen Zet schakelaar (B) in de stand OFF of trap op het rem- of koppelingspedaal. Als het contact afgezet of de keuzehendel in stand N gezet wordt, wordt de Cruise Control automatisch uitgeschakeld. Als de snelheid onder 70% van de gekozen snelheid daalt, wordt de Cruise Control automatisch uitgeschakeld. Dit gebeurt ook bij doorslippende/blokkerende wielen. Automatische versnellingsbak Bij het rijden op een helling is soms voelbaar hoe de versnellingsbak tussen verschillende versnellingen pendelt. U kunt dit vermijden door manueel een lagere versnelling of een ander rijprogramma te kiezen.
WAARSCHUWING! De Cruise Control mag niet in druk verkeer of op een gladde weg gebruikt worden. N.B! Bij het rijden op een helling kan de werkelijke snelheid iets van de ingestelde afwijken.
Uitschakelen van DSA
Het systeem wordt bij het starten automatisch actief maar kan met de schakelaar uitgeschakeld worden door deze langer dan een halve seconde ingedrukt te houden. Het controle lampje brandt als het systeem uitgeschakeld is.
Tijdens het rijden met een "special spare" reservewiel wordt, vanwege een eventuele andere diameter van de band, aanbevolen of het systeem uit te schakelen. In dit geval moet het systeem deze situatie aangeleerd worden.
DSA\* (extra uitrusting)
Uw auto kan uitgerust zijn met DSA.
Dit is een systeem dat doorslippen van de aan-
drijfwielen tegengaat. Het systeem wordt na
het starten actief en werkt automatisch bij alle
Inschakelen
Door de schakelaar opnieuw in te drukken is
het systeem weer ingeschakeld.
Inschakelen gebeurt automatisch als opnieuw
gestart wordt.
insputtingen, in maximaat 16 stappen teruggenomen, totdat geen slip meer optreedt.
Het verhoogt de stabiliteit bij het optrekken
en in bochten en bevordert ook het accelleratie
vermogen op een glad oppervlak of hellingen.
* Niet bij Turbo Diesel.

Als het contact aangezet wordt zal het controle lampje in het instrumentenpaneel enige tijd (2 seconden) gaan branden tijdens de zelfdiagnose van het systeem. Indien het lampje daarna blijft branden is er een fout in het systeem.
Werking van het controle lampje
Lampje brandt continu:
- (2 sec.)zelfdiagnose is bezig tijdens starten. - Systeem buiten werking vanwege:
- uitgeschakelde situatie - systeemfout
Lampje knippert:
- Systeem in werking vanwege spin.
WAARSCHUWING!
Het systeem geeft een grotere veiligheid maar mag geen aanleiding zijn voor onnodige risico's tijdens het rijden.
= Stuurstand verstellen, handrem

Stuurstand verstellen
Het stuurwiel kan in de hoogte worden versteld. Druk de hendel (1) van de stuurkolom naar beneden. Breng het stuurwiel in de gewenste positie. Druk de hendel weer naar boven om de positie van het stuurwiel te vergrendelen.

Verstel de stuurstand, voordat u met de auto gaat rijden: nooit onder het rijden! Controleer of het stuur vastzit.

De hendel zit tussen de voorstoelen. De handrem werkt op de achterwielen. Als de rem aangetrokken is, brandt het waarschuwingslampje in het instrumentenpaneel. Om de rem los te zetten moet de hendel iets omhooggetrokken en de knop ingedrukt worden. Laat dan de hendel zakken. Gebruik bij parkeren altijd de handrem om te zorgen voor een permanente goede werking. Om een grotere veiligheid te waarborgen is het beter om ook de le- of de achteruit versnelling te gebruiken. (P voor automaat)
Volvo Service Regelmatig onderhoud – dat is investeren!
geld op, omdat u op uw deze langer meegaat. En een nieuwe wilt vervan- gen. Lees daarom over:
Instrumenten 1 Interieur, verwarming 2 Autogordels, kinderen in de auto, airbag 3 Vergrendeling, alarm, immobilizer,
diefstalpreventie 4 Bagage 5 Starten en rijden 6 Wielen en banden 7 Als er iets gebeurt 8 Carrosserie-onderhoud 9 Service en onderhoud 10
icaties 11 gassen 12 Audio 13
Volvo Service 10:2
Motorruimte 10:6
Motorolie controleren en verversen 10:7
Stuurbekrachtiging, remmen, koppeling 10:10
Versnellingsbakolie controleren 10:11
Wisselblad vervangen 10:10
Carrosseriesmering 10:17
Starten en rijden 6
Wielen en banden 7
Als er iets gebeurt 8
Carrosserie-onderhoud 9
Service en onderhoud 10

Voortaarde voor de geliefheid van onze garante I.S. dat u uw auto vol- genes de instructives van deze handiding onderhoold, d.w.z.; dat v. het ole verversen en de onderhoadsbuten bij de jusie kolorerstand uit- gevoerd worden en dat u onderhoadsbuten en reparées door cen geerde Yolvo-wertplaats laut alvoren.
Om uw Volo steeds in hoge mate verkeerstvihle, bedrijfisker en be- touwbaar te houden moet u het Volo Ondehouds Programma opvol- gen, zoals dit in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- zien, zais dat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoals dit in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoals dit in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoals dit in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoals dit in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoals dat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoals dat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoals dat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoals dat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsdat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsdat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsdat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsdat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsdat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsdat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsdat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalscat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsmat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wij raden- geen, zoalsMat in het Garamine- en Serviceboele beschreven is. Wolvo Ondehouds Programma opvol gerbruik.-Het Volo Ondehouds Programma is ogereled voor de ge- berbruik.-van dezelfde kwaher als de compromenen die de Volo-fabene berbruik van dezelfde kwaher als de compromenen die de Volo-fabene berbruik van dezelfde kwaher als de compromenen die de Volo-fabene berbruik van dezelfde kwaher als de compromenen die de Volo-fabene berbruik van dezelfde kwaher als de compromenen die de Volo-fabene berbruik van dezelfde kwaher als deservi#ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi#ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi#ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi#ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi#ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwaher als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van Dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van Dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van Dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van Dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun berbruik van Dezelfde kwahier als deservi##ter wodlun
Het Volvo Onderhounds Programma
Woordal u uw aito in ontvastigat nam, heeft deze twee inspectives gezhald de ersire vond in de Fabrik plauts en tweede was de auverzighin. De ersire vond in de Fabrik plauts en tweede was de auverzighin. Specie biy uw dealer voijens de instructives van de Volvo-Fabrik.
Dit onderhoud meet uw auto Krijgen
Volvo Service
Volvo Service
Servicehandboeken voor degene met technische belangstelling
Als u meer over de constructie van de auto wilt weten dan wij in dit boekje kunnen vertellen en als u nauwkeurige informatie over afstellen en repareren wilt hebben, wijzen wij op onze Service-handboeken. Dit zijn dezelfde handboeken als in de Volvo-werkplaats gebruikt worden en u kunt deze via uw Volvo-dealer bestellen.
Denk eraan, dat ...
- regelmatig onderhoud noodzakelijk is om uw auto in een verkeersveilige en bedrijfszekere conditie te houden.
- het overslaan van een onderhoudsbeurt tot gevolg kan hebben, dat meer milieu-onvriendelijke uitlaatgassen uitgestoten worden.
- het onderhoud het best en betrouwbaarst bij een Volvo-werkplaats uitgevoerd wordt. Deze heeft voor het merk opgeleid personeel dat over speciale gereedschappen en betrouwbare serviceliterataur kan beschikken.
- na elke onderhoudsbeurt het Garantie- & Serviceboekje afgestempeld wordt. Een "goed afgestempeld" Garantie- & Serviceboekje verhoogt de tweedehandswaarde van de auto. Hierover staat meer in uw Garantie- & Serviceboekje.

Denk aan het volgende, voordat u aan uw auto gaat werken:
WAARSCHUWING!
De ontsteking van de auto werkt met een zeer hoge spanning! De spanning in het ontstekings-
Raak de bougies, bobine of bobine- en bougiekabels niet aan, als
Het contact moet afgezet zijn bij:
- Het aansluiten van motortestapparatuur, de ontstekingstestlamp, de contacthoek-/toerentalmeter, de ontstekingsoscillosgoon, enz
De accu moet losgekoppeld zijn bij de volgende werkzaamheden: - Het vervangen van onderdelen van het ontstekingssysteem, zo-
als bougies, bobine, stroomverdeler, bobine- en bougiekabels.
1 + u1 - 1 = ( 1 + u) u1 < 1 = u
Accu
- Overtuig u ervan, dat de accukabels goed aangesloten en stevig vast-
gezet zijn. - Koppel de accu nooit los, als de motor loont (b.v. bij het vervannen
van de accu).
- Bij gebruik van een snellader moeten de accukabels losgemaakt
Zijn. - Zet alla stroomshruikers wit
- Zet alle stroomgebruikers uit. - Zet de radio af, voordat u de
Zet de radio af, voordat u de accu loskoppelt. Als de radio tegen diefstal beveiligd is en de accu losgekoppeld geweest is, moet de
radiocode opnieuw ingevoerd worden: anders werkt de radio niet.
Bij het opkrikken van de auto met een tweekoloms-werkplaatskrik, moeten de voorste en achterste hefarmen onder de steunpunten op de drempels worden geplaatst. De steunpunten zijn aangegeven met pijltjes op de zijkant van de drempel. De hefarmen moeten op de versterkte plaat tegenover de pijltjes en onder de auto worden geplaatst, en niet onder de pijltjes op de drempel.
Als de auto met een garagekrik omhooggebracht wordt, moeten de twee kriksteunen gebruikt worden. Deze zijn voor dit doel speciaal versterkt. Ook kan een garagekrik tegen de voorkant van het draagframe van de motor en op een versterkte plaats van de reservewielkuip gezet worden. Beschadig de afschermplaat onder de motor niet. Let er goed op, dat de krik zo gezet wordt, dat de auto niet van de krik kan afglijden. Gebruik altijd bokken of iets dergelijks.
Auto omhoogbrengen
Motorruimte

WAARSCHUWING!
Elektrische koelventilator:
De ventilator kan enige tijd nadat de motor is afgezet gaan draaien!
Motorruimte benzine motoren
I Rembekrachtiger
3 Reservoir sproeivloeistof
Staurbekrachtigingspomp
5 Reservoir stuurbekrachtiging.
6 Vuldop motorofie
7 Reservoir koelvlo
3 Ruitewissermotor
Chassisnummer
(五) 本次股东大会的召集和召开程序
A ABS
B Aircocompressor
C Condensor voor Airco
D Accumulator voor Airco
Algezet geen draaten! De ventilator kan emige l'id nadat de motor is
Elktrische Koelventilator:
WAARSCHUWING;

computer wordt zeer heel; Het morsten van ofle op deze hete deien kan brand vertoorza-
de door de utilaatsen angevven turbo-
WAARSCHUWING;

C Condenser voor Aricio D Accumulator voor Aricio
A ABS B Acci
21 Turbocompressor 70 Chassisnumber
19 Kultewisxenholer
- KESERVOR KOELIOEISOL
1 / Убор Some More
8 Intercooler voor Turbodieseel (onder spathord)
7 Accu
6 Brandstore
5 Lauchifer
4 Zerkeningkasiye
3 Reservall remylocisitol
2 Hydraulische cylinder propelling
1 Rembekerachiger
Motorfulmate Diestalbro motoren

Motorolie controleren en verversen—
Indien nodig, olie bijvullen
Gebruik dezelfde soort als al in de motor zit. Zie de volgende pagina. Als u bij het olie verversen met de juiste hoeveelheid vult, komt het oliepeil ongeveer in het midden van het gearceerde gebied van de peilstok te liggen, d.w.z. midden tussen MAX en MIN, wat het normale peil is. Vul niet met teveel olie. Dan neemt het olieverbruik toe. OPMERKING! Draai de vuldop vast na het vullen met olie.

Controleer het oliepeil bij elke tankbeurt.
Een regelmatige controle van het oliepeil is vooral belangrijk tijdens de inrijperiode. Parkeer de auto op een horizontale ondergrond en wacht minstens 3 minuten na het afzetten van de motor, zodat de olie voldoende tijd heeft om terug te lopen naar het oliecarter. De betrouwbaarste waarde wordt vóór het starten van de koude motor verkregen. Veeg vóór de controle de peilstok af. Het peil moet binnen het "aangegeven" gebied van de peilstok liggen. De afstand tussen MAX en MIN op de peilstok is ca 1,9 liter voor de Benzine motoren en 2 liter voor de Turbodiesel motor.

WAARSCHUWING!
Mors nooit olie op de hete uitlaatpijpen. Brandgevaar!

Motorolie controleren en verversen
Motorolie aftappen
De aftapplug zit achterin het oliecarter. Tap de olie af, als deze warm is.
Oliefilter vervangen bij het olie verversen
Verwijder indien nodig eerst de afschermplaat onder de motor. Verwijder daarna het oude filter. Breng volgens de instructie op het filter een nieuwe aan.
Volgens onderstaande tabel moet de olie ververst en het oliefilter vervangen worden. Naar kilometerstand of met regelmatige intervallen (maanden), afhankelijk van hetgeen het eerst het geval is.

Milieu: Wanneer u zelf de olie ververst, mag u de oude olie en het filter niet zomaar weggooien. Raadpleeg uw Volvo-dealer.
WAARSCHUWING!

Denk erom bij het verversen van motorolie dat langdurig en herhaald contact met motorolie de huid ernstig kan aantasten.
Olie-inhoud
5.6 liter, incl. filter. 5.2 liter, incl. filter
| Rij-omstandigheden | Interval olie verversen en oliefilter vervangen |
| Kwaliteit | Benzinemotor G4/G5, Dieselturbo PD2 |
| Normaal | om de 15.000 km of één maal per jaar (Dieselturbo: elke 7.500 km alleen olie) |
| Ongunstig | om de 7.500 km of om de 6 maanden |
Ongunstige rij-omstandigheden
- langdurig rijden met hoge snelheid, b.v. boven 150 km/h - langdurig stationair lopen of met lage snelheid rijden - rijden bij lage temperaturen (onder 0 °C) met voornamelijk korte afstanden (korter dan 10 km).
Motorolie
Viscositeit (bij constante luchttemperatuur)
CCMC G4/G5 voor benzine motoren. CCMC PD2 voor Dieselturbo motoren.
Benzine motoren
Synthetische of semi-synthetische oliën mogen gebruikt worden, als deze aan bovenstaande kwaliteitsnormen voldoen. Gebruik geen olie-additieven, tenzij aanbevolen door een erkend Volvo-werkplaats.
Bij de evaluatie van het olieverbruik moet u eraan denken dat de olie verdund kan raken, zodat het moeilijk wordt om het exacte oliepeil te achterhalen. Als een voertuig bijv. voornamelijk wordt gebruikt voor korte ritjes en een normale hoeveelheid olie verbruikt, zal de peilstok geen daling va het oliepeil te zien geven, zelfs na 1000 km of meer. De reden hiervoor is dat de olie geleidelijk verdund raakt met brandstof en/of vocht, waa door het lijkt alsof het oliepeil onveranderd blijft. De verdunnende ingrediënten verdampen echter wanneer het voertuig aan hoge snelheid en over een grote afstand rijdt (bijv. snelweg), zodat het lijkt alsof er opeens veel olie is verbruikt na met hoge snelheid te hebben gereden.
Turbodiesel

heatmap
| Region | Temperature Range (°C) | |---|---| | 10W 40 CCMC PD2 | -30 to -20 | | 15W 40 CCMC PD2 | -22 to -4 | | Total | 104 (°F) |Extreme rijomstandigheden
Bij extreme rij-omstandigheden die een abnormaal hoge olietemperatuur of een abnormaal hoog olieverbruik geven, zoals b.v. bij het rijden in bergterrein met veel afremmen op de motor en bij snel rijden op autowegen, wordt voor benzine motoren 15W/40 of 20W/40 en voor Dieselturbo motoren 15W/40 aangeraden. Denk echter aan de onderste temperatuurgrens voor deze oliën.
Voor Dieselturbo motoren is 10W40 de ondergrens voor olie voor wat betreft viscositeit. Gebruik voor deze motor geen olie met de aanduiding 5W.
—Stuurbekrachtigings-/koppelings-/remvloeistof

Het tankje heeft verschillende merkstrepen voor warme en koude vloeistof. Het vloeistofpeil mag vóór het rijden niet boven COLD liggen. Na het rijden, als de vloeistof warm geworden is, mag het peil niet boven HOT liggen. Vul bij, als het peil bij ADD ligt.
Vloeistofkwaliteit: ATF-olie.
Peil controleren: steeds bij een onderhoudsbeurt. De vloeistof behoeft niet ververst te worden.
N.B! Bij auto's waarmee zo gereden wordt, dat de remmen vaak en
werkplaats te laten doen.
Versnellingsbakolie (automatische versnellingsbak)-=

Peilstok met geel handvat
A Koude versnellingsbakolie - olietemperatuur
+40 °C. Deze temperatuur wordt in de garage of werkplaats bereikt na ca 5 minuten stationair lopen. Bij een olietemperatuur onder +40 °C kan het peil onder het MIN-streepje liggen.
B Warme versnellingsbak - olietemperatuur
+80 °C. Deze temperatuur wordt bij snel rijden op buitenwegen in ca 30 minuten bereikt. Bij een olie- temperatuur boven +80 °C kan het peil boven het MAX-streepje liggen.
N.B! Bij het controleren van het oliepeil moet de motor stationair lopen!
Oliekwaliteit: ATF-olie die voldoet aan de Dexron II E en Ford Mercon specificaties
Het bijvullen gebeurt via de buis waarin de peilstok zit. De inhoud tussen de MIN- en
MAX-streepjes is 1/2 liter. Vul nooit teveel bij. Daardoor kan de versnellingsbak de olie "eruit gooien". Door te weinig olie zou de versnellingsbak niet goed kunnen functioneren, met name bij een koude start.
Automatische versnellingsbak
Bij het controleren van het oliepeil moet u het volgende doen: zet de auto op een horizontale ondergrond en laat de motor stationair lopen. Breng de keuzehendel voor ongeveer 3 seconden in alle standen en terug naar P. Zet de motor uit, wacht twee minuten en controleer het peil. Op bovenstaande tekening is zichtbaar, dat de peilstok een "koude" en een "warme" kant heeft. Veeg de peilstok af met een lap die niet pluist of draadjes op de peilstok achterlaat.

WAARSCHUWING! De olie kan erg heet zijn!
nen.
watch is, der lang de övördick vortivil.
Draal, als u moet bifyllen, de dop van de


uw Volvo-dealer u hierbily belpen.
manier met de koelvloestor omigaut. Laat
Als u zelf de koelvloestor ververt, moet u erop letten, dat u op een multiyearndelike
Koelvlloelistof
het MAX-sriepje met koelvolostol.
- Laar de motor withdrawn en controller of her kostsystem nett lekt ein vyl weer lol
of let's hoger.
5 Vul de expansitank for het MAX-slicpie
4 Draisl de kramen dicht en mak de slang vast.
Vullen
Koelvlloistof verversen Normal behoeh de koelvlloist
Normal school de koollectist niet verversi te worden
Koelvoelistof verversen
Samenstelling van de Koelvoestorf
Vul nooit alleen water bay. Celebrk hen helie
Aandrijfriem voor de dynamo, stuurbekrachtiging en airconditioning—

1 Stuurbekrachtigingspomp
2 Dynamo
3 Compressor van de airconditioning
4 Krukas
Aandrijfriem door een Volvo-
werkplaats laten vervangen
Door de plaats van de riem kan het voor u erg lastig zijn om de riem zelf te vervangen. Laat dit daarom over aan uw Volvo-werkplaats. Altijd moet een originele Volvo riem gebruikt worden.
De aandrijfriem heeft een automatische riemspanner. De riemspanning kan niet afgesteld worden. De riem moet bij een onderhoudsbeurt en niet door de klant zelf gecontroleerd worden.
* Niet voor Dieselturbo zonder Airco
Water aftappen uit filter

Geen bra Ontluchten
- pomp totdat u weerstand voelt en vervolgens nog vijf slagen zodat het systeem op druk is.
- druk een aantal malen op handpomp (A) tot brandstof zonder lucht uit nippel (1) stroomt.
- zet de bout (1) vast.
brandstorpomp twee slagen en sluit een slangetje aan om de brandstof op te kun- nen vangen in een bakje. - Verwijder de afschermplaat
- los de ontluchtingsnippel (1) op de
Indien er geen brandstof in de motor aanwezig
- sluit een slang aan op de aftapschroef (C) - los bout (B) twee slagen met een ringsleut tel - draai aftapschroef (C) met de hand los - draai de onluchtingsnippel (I) open - tap af totdat er alléén brandstof komt - draai de nippel (B) en aftapplug (C) vast - ontlucht het systeem
Het brandstofffilter dient ook om condenswater van de brandstof te scheiden. Condenswater moet elke zes maanden of elke 7500 km afgetapt worden. - verwijder de afschermplaat
Ruitewissers Koplampwissers —

Sproeivloeistofreservoir
De sproeiers voor de voorruit en koplampen hebben een gemeenschappelijk vloeistofreservoir. De vulopening bevindt zich onder de motorkap en het reservoir heeft een inhoud van on geveer 3,5 liter.
Het reservoir moet gevuld worden met een wasmiddel en antivries in koude weersomstandigheden om te voorkomen dat het reservoir en de toevoerleidingen bevriezen.
Sproeikoppen
De stralen moeten de voorruit volgens de afbeelding raken. De stralen kunnen niet afgesteld worden.

Maak de wissenschaften met een hagehorselijke en een luawe zecoplossing school, als deze svenen op de nuiten gaan achterlagen.
Zil. Volkorde aan een contrôter of het goed vast- Bring het meuwe wiessbald in tergeselde
Trek het gehle wisserbald naar beneden, zo- dat het „oog” van de arm helemaal door het gait in de wisserblaadhouder gault.
Verangen van de wissberaden Kap de wissermann uhl en houd her wisserbald haks op de wissermann, Druk de borveer aan de acherkaut van de wissermann in.
Koplampwissers verangen Kap de wissermann marev Yoren, Tek het wis- setklad nara buiten los. Druk het meuwe was-

Carrosseriesmering

Nr Smeerpunt* (aantal)
Smeer-
middel
Nr Smeerpunt® (aantal)
Smeer-
middel
Smeer-
middel
Vet voor lage
temperatuur
Olie, vet
Nr Smeerpunt® (aantal)
5 Kofferdekselslot (1)
6 Raammechanisme (4)
7 Voorstoelen, rails (4) en blokkeerinrichtingen
8 Sleutelslot (3)
Smeer-
middel
Olie
Olie
Olie
Olie
Vet voor lage
temperatuur
Nr Smeerpunt* (aantal)
1 Motorkapsluiting en vergrendelhaak (alleen metalen delen) (3)
2 Portieruitsteller, lager (4)
3 Windscherm schuifdak (1)
4 Portiersloten, buitenste glijvlakken (4)
Volvo slotenolie
of vet voor lage
temperatuur
*Enkele van de op deze pagina aangegeven smeerpunten behoren niet tot een gewone inspectiebeurt.
Specifications
In dit hoofdstuk zijn de technische gegevens verzameld die van belang kunnen zijn:
| Type-aanduidingen | 11:2 |
| Maten en gewichten | 11:3 |
| Smeermiddelen | 11:4 |
| Technische gegevens (motor, koelsysteem, transmissie) | 11:5 |
| Elektrische installatie Gloeilampen | 11:9 |
Instrumenten 1 ieur, verwarming 2 in de auto, airbag 3 arm, immobilizer, diefstalpreventie 4
diefstalpreventie 4 Bagage 5 Starten en rijden 6 Wielen en banden 7 Als er iets gebeurt 8 Carrosserie-onderhoud 9 Service en onderhoud 10
Specifications 11
Zuivering uitlaatgassen 12
Audio 13

3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
2
Type-aanduiding, Logeslance
maximmugewichlen en codenummer
voor de lakkelur en bekiding
Deze bevindiz zich in de motormulmente mid-
den onder de voortuit.
Type- en model, Jaaranduiding en chassinamer
Deze beiden zich onder de voortuit in de
moortulime.
Bly alle contrasten met uw Yoloy-daler over
uw also en bij het bestellen van serviceader-
delen en accessores kan het gemaakelijk zijn,
als u de type-aanduiding, het chasstnummer
en het motormummer kelt.
Type-andudimigen
= Type-anduiding
Maten en gewichten—
| Maten en gewichten | |
| Inhoudsgegevens | |
| Lengte......4483 mm | Brandstoftank......60 liter |
| Breedte zonder spiegels (...met spiegels)......1717 mm (1897 mm) | Koelsysteem: Benzine motoren......6,3 literTurbo Diesel motor......6,3 liter |
| Hoogte......1411 mm | Motorolie: |
| Wielbasis......2550 mm | Benzine motoren |
| Spoorbreedte voor......1454 mm | incl. oliefilter......5,6 liter |
| Spoorbreedte achter......1474 mm | excl. oliefilter......5,4 literverschil min./max......1,9 liter |
| Draaicirkel......10.6 m | Diesel motoren |
| Plaatje met gewichtsgegevens op het binnenscherm achter de rechter koplamp. | incl. oliefilter......5,2 literexcl. oliefilter......4,8 literextra voor oliekoeler (airco)......0,3 literverschil min./max......2 liter |
| Totaalgewicht......1720 kg | Versnellingsbakolie |
| Maximumasdruk voor......920 kg | handschakeling, 5 versnellingen......3,4 liter |
| Maximumasdruk achter......820 kg | automaat......7,6 liter |
| Indien trekhaak......885 kg | Stuurbekrachtiging......1 liter |
| Combinatiegewicht (B4184 S/D4192 T)......2920 kg(B4204 S)......3120 kg | Sproevloeistofreservoir......3,5 litermet koplampwissers en achteruitsproeier......4,5 literRem- en koppelingssysteem......0,4 liter |
| Maximumaanhangergewicht* (B 4184 S/ D4192 T)......1200 kg(B 4204 S)......1400 kg | Airconditioningsinstallatie......800 gram |
| Rijklaargewicht; zie het kentekenToegestane belasting = Totaalgewicht - rijklaargewicht | |
| Maximumdakbelasting......100 kg | |
| *Zie voor nauwkeuriger gegevens pagina 6:14 | Laadruimte |
| N.B! De belasting van de auto moet zo aangepast worden, dat het totaal-gewicht of de asdruk van de auto niet overschreden worden. | Lengte met achterbank opgeklapt......1018 mmLengte met achterbank neergeklapt......1768 mmMaximum breedte laadopening......700 mmMaximum hoogte laadopening......509mm |
Olietype: ZXL 100 PG (PAG)
Inboud: 800 gram
Volvo synthetische versnellingsbakolie PN 97337. Olie die beantwoordt aan Dexron II E en Ford Mercon specificaties.
Oliekwaliteit: Handschakeling, Volvo synthetische versnellingsbakolie PN.334,3922-5
Versnellingsbak
Viscositeit: zie pagina 10.9 (niet dunner dan 10W40) Inhoud: 5,2 liter (incl. oliefilter)
Oliekwaliteit : CCMC PD2
Dieselmotor
Synthetische of semi-synthetische oliën mogen gebruikt worden, als deze aan bovenstaande kwaliteitsnormen voldoen. Gebruik geen olie-additieven, tenzij aanbevolen door een erkende Volvo-werkplaats.
Inhoud: ca 1 liter
Oliekwaliteit: ATF-olie
Stuurbekrachtiging
Smeermiddelen Benzinemotor
Oliekwaliteit: CCMC G4/G5.
Benzinemotor
Technische gegevens
| Motor | ||
| Type-aanduiding | B4184 S (16 kleppen) | B4204 S (16 kleppen) |
| 85 kW bij 5500 omw/min(116 pk bij 5500 omw/min) | 100 kW bij 6100 omw/min(136 pk bij 6100 omw/min) | |
| Koppel | 165 Nm bij 4100 omw/min(16,3 kgm bij 4500 omw/min) | 183 Nm bij 4500 omw/min(18,8 kgm bij 4500 omw/min) |
| Aantal cilinders | 4 | 4 |
| Cilinderdiameter | 83 mm | 83 mm |
| Slaglengte | 80 mm | 90 mm |
| Cilinderinhoud | 1,731 dm ^3 (1,73 liter) | 1,948 dm3 (1,95 liter) |
| Compressieverhouding | 10,6:1 | 10,5:1 |
| Aantal kleppen | 16 | 16 |
| Klepspeling | zelf-instellend | zelf-instellend |
| Ontstekingsvolgorde | 1-3-4--2 | 1-3-4-2 |
| Bougies* | Volvo O/N 272207-2 | Volvo O/N 272207-2 |
| elektrode-afstand | 0,7-0,8 mm | 0,7-0,8 mm |
| aanhaalmoment | 25 Nm | 25 Nm |
| Octaangetal | 95 RON loodvrij | 95 RON loodvrij |
| Brandstofsysteern | Fenix 5.1 | Fenix 5.1 |
| Stationair toerental | niet afstelbaar (750 omw/min) | niet afstelbaar (750 omw/min0 |
* Informeer bij uw dealer naar bougies die geschikter zijn voor het gebruik bij langdurig hoge snelheden.
N.B! Auto's met katalysator moeten altijd op loodvrije benzine rijden om de katalysator niet te beschadigen.
| Motor | |
| Type-aanduiding | D4192 T |
| Vermogen | 66 kW bij 4250 omw/min(90 pk bij 4500 omw/min) |
| Koppel | 176 Nm bij 2250 omw/min)(175,8 kgm bij 2250 omw/min) |
| Aantal cilinders | 4 |
| Cilinderdiameter | 80 mm |
| Slaglengte | 93 mm |
| Cilinderinhoud | 1870 dm ^3 (1,87 liter) |
| Compressieverhouding | 20,5:1 |
| Aantal kleppen | 8 |
| Klepspeling (uitlaat) | 0,15-0,25 (0,35-0,45) |
| Ontstekingsvolgorde | 1-3-4-2 |
| Gloeibougies | Volvo O/N 30816732-9 |
| Octaangetal, advies | Diesel CN 48(minimaal) |
| Brandstofsysteem | Roto diesel (DPC) |
| Stationair toerental | 825 ± 25 omw/min |
Technische gegevens
Octaangetal benzine/Dieselkwaliteit
| Type | Gesloten, overdruk 150 kPa | |||
| Inhoud | 6,3 liter | |||
| 6,3 liter (Turbo Diesel) | ||||
| De thermostaatgaat open bij | 90°C | |||
| 89°C (Turbo Diesel) | ||||
| Voortrein | ||||
| Veerpootophanging met ingebouwde schokdempers en in draagbalkgelagerde draagarmen. Bekrachtigde tandheugelstuurinrichting. Stuurkolomas van het veiligheidstype. | ||||
| Toe-in | 0,05° ± 0,1° | |||
| Camber | 0° ± 0,5° | |||
| Caster | 2° ± 0,2° | |||
| Achterasophanging | ||||
| Multilink-as, gescheiden wielophanging | ||||
| Toe-in | 0,15° ± 0,1° | |||
| Camber | -0,66° ± 0,5° | |||
| Nokkenasriem + poly V-snaar | ||||
| Vervangen bij 120.000 km | ||||
| Motor | Hoogat toregesian continue tocentral | Korsionds togesian bilj het Accelleer - max. |
| B41845 | 6500 | 6800 |
| B42045 | 6500 | 6800 |
| D4192T | 4500 | 4900 |
Motortoerentallen
| Verneilungsbakken, handgeschakelde | |||
| Type-andinge | JB3 - 257 | JCS - 222 | JCS - 221 |
| B4184 S | B4204 S | D4192 T | |
| Diesel | |||
| Overberügelungsverhouding | |||
| Ie | 3.36:1 | 3.36:1 | 3.73:1 |
| 2e | 2.05:1 | 1.86:1 | 2.05:1 |
| 3e | 1.32:1 | 1.32:1 | 1.32:1 |
| 4e | 0.97:1 | 0.97:1 | 0.97:1 |
| 5e | 0.76:1 | 0.76:1 | 0.76:1 |
| Achenvall | 3.55:1 | 3.55:1 | 3.55:1 |
| Eindauandfring | 3.87:1 | 4.07:1 | 3.44:1 |
Gladviserde minimum - en maximumslieden.
1:0 2:0 3:0 4:0 5:0
0-40 20-70 30-120 50< 70<
— Technische geveens
Versellingsbakken, handedeschakelde
Elektrische installatie Gloeilampen
| Gloeilampen | Vermogen | Fitting | Afbeelding | ||||
| Koplampen, halogeen (H4) | 60/55 | P43t | 1 | ||||
| Mistlampen (H3) | 55 | PK22.5 | 2 | ||||
| Parkeerlichten voor | 4 | BA 9s | 3 | ||||
| Richtingaanwijzers, voor-achter | 21 | 13A 15S | 4 | ||||
| Richtingaanwijzers voorscherm | 5 | W2.1x9.5D | 7 | ||||
| Achterlichten | 5 | BA 15s | 5A | ||||
| Remlichten | 21 | BA 15s | 5B | ||||
| Achteruitrijlampen en mistachterlamp | 21 | BA 15s | 5B | ||||
| Kentekenverlichting | 5 | SV 8.5 | 6 | ||||
| Binnenverlichting | 5 | W 2.1x9.5d | 7 | ||||
| Binnenverlichting achter | 10 | W 2.1x9.5d | 7 | ||||
| Make-up spiegel verlichting | 5 | SV 8.5 | 6 | ||||
| Leeslampen bij handgrepen | 5 | SV 8.5 | 6 | ||||
| Verlichting kofferruimte | 5 | SV 8.5 | 6 | ||||
| Instapverlichting | 10 | W 2.1x9.5d | 7 | ||||
| Verlichting kachelbediening | 1,2 | W 2x4.6d | 8 | ||||
| Verlichting ECC | 1,2 | W 2x4.6d | 8 | ||||
| Verlichting handschoenenkast | 5 | SV 8.5 | 6 | ||||
| Instrumentenverlichting | 3 | W 2.1x9.5d | 7 | ||||
| Verlichting info-centrum | 5 | B10.d | |||||
| Verlichting lichtschakelaar | 1,2 | W 2x4.6d | 8 | ||||
| Controlelampjes instrument | 1,2 | W 2x4.6d | 8 | ||||
| Controleample grootlicht | 3 | W 2x4.6d | 8 | ||||
| Verlichting aansteker asbak | 1,2 | W 2x4.6d | 8 | ||||
| Verlichting schakelpook AT | 1,2 | W 2x4.6d | 8 | ||||
Elektrische installatie
12-volt systeem met wisselstroomdynamo en spanningsregeling. Eén-polige installatie waarbij de carrosserie en het motorblok als geleiders gebruikt worden. De min-pool is op de carrosserie aangesloten.
Gloeilampen 12 V, zo zien de gloeilampen eruit:
| 1 | 2 | 3 | 4 | ||
| 5A | 5B | 6 | 7 | 8 | |
Zuivering uitlaatgassen
Het is ook van belang, dat u als autobezitter begrijpt welke componenten van de auto op de samenstelling van de uitlaatgassen invloed kunnen hebben en welke maatregelen nodig zijn om de uitstoot van
schadelijke uitlaatgassen te beperken
Instrumenten 1 Interieur, verwarming 2 Autogordels, kinderen in de auto, airbag 3 Vergrendeling, alarm, immobilizer,
diefstalpreventie 4 Bagage 5 Starten en rijden 6 Wielen en banden 7 Als er iets gebeurt 8 Carrosserie-onderhoud 9 Service en onderhoud 10 Specificaties 11 Zuivering uitlaatgassen 12 Audio 13
Katalytische zuivering 12:2 Positieve carterventilatie, brandstofverdampingssysteem 12:3 Luchtpompsysteem 12:4 Beheersing samenstelling uitlaatgassen – service 12:5 Volvo Onderhouds Programma –
controle uitlaatgassen 12:6 Zorg voor het milieu 12:7
12:1
Audio 13
Pas op! Auto's met benzine motoren en katalysator mogen uitsluitend op loodvrije benzine rijden, omdat anders de katalysator beschadigd wordt; zie de geadviseerde brandstoffen.
De Volvo benzine motoren hebben een drie- wegkatalysator met Lambda-sonde ^TM . De Turbo Diesel heeft een ongeregelde twee weg katalysator voor koolmonoxide en kool- waterstof. (Zie ook pagina 6.3 voor het rijden met een katalysator)
Katalysator

D Lambda-sonde™
C Isolatielaag
B Keramisch element
A Metalen omhulsel
(zuurstofgehaltegever bij benzine motoren) Hier is sprake van een regelsysteem om de uitstoot te verminderen en de brandstof beter te benutten. Een zuurstofgehaltegever bewaak het zuurstofgehalte van de uitlaatgassen die uit de motor komen. De waarde die deze analyse van de uitlaatgassen oplevert, wordt in een elektronisch systeem gevoerd dat constant de injectoren stuurt. De verhouding tussen de brandstof en lucht voor de motor wordt steeds op een zodanige manier geregeld, dat er met behulp van een driewegkatalysator optimale voorwaarden voor de verbranding van de drie belangrijkste schadelijke stoffen (koolwaterstoffen, koolmonoxyde en stikstofoxyden) ontstaan.
Lambda-sonde ^TM
= Katalytische zuivering uitlaatgassen
Positieve carterventilatie Brandstofverdampingssysteem

1 Regeleenheid 2 Koolstofbus 3 Electrische klep 4 Inlaatspruitstuk 5 Brandstoftank
Positieve carterventilatie
Deze heeft ten doel om te verhinderen, dat carterdampen van de motor vrij in de lucht terechtkomen. In plaats daarvan worden de via de aanzuigbuis in de cilinders gezogen en nemen ze aan de verbranding deel.
De carterventilatie dient volgens de VOLVO voorschriften onderhouden te worden.
Brandstofverdampingssysteem
Auto's met katalysator hebben een brandstof-verdampingssysteem waarmee de uitstoot van brandstofdampen in de atmosfeer verhinderd wordt. Het systeem bestaat uit een koolstoff-filter (bus) met ingebouwde elektrische klep in de rechter wielkuip aan de binnenkant van het binnenscherm.
—Luchtpompsysteem
1 Regeleenheid 2 Luchtpomp 3 Relais 4 Afsluitklep 5 Elektronmagnetische klep 6 Regelklep
Luchtpompsysteem (B4184 S, B4204 S)
Wanneer de auto koud wordt gestart, voert een elektrische luchtpomp lucht naar de uitlaatkanalen. Hierdoor wordt een naverbrandingsproces gestart, wat leidt tot een lagere uitstoot van koolwaterstof en koolmonoxide (HC en CO) en een kortere opwarmingsperiode van de katalysator.
De pomp start wanneer de auto is gestart met een koude motor. Hij blijft werken tot de katalysator zijn bedrijfstemperatuur heeft bereikt. De pomp maakt een zacht zoemend geluid, dit is normaal.

Beheersing samenstelling uitlaatgassen - service =
Om een beter milieu te scheppen is het van belang, dat u begrijpt welke componenten van de auto invloed op de samenstelling van de uitlaatgassen kunnen hebben en welke maatregelen genomen moeten worden om de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen te beperken. Blijf niet te lang rondrijden met een brandend emissiecontrolelampje.
Voor goede emissiewaarden zijn dus nodig ...
... wat betreft onderhoud:
- dat de auto regelmatig onderhoud volgens het Volvo Onderhouds Programma krijgt. Wat dit inhoudt wordt op pagina 7:2 en in het Garantie- & Serviceboekje uitgelegd.
... wat betreft motorcomponenten:
... wat betreft het ontstekingssysteem
- dat de motor de juiste smering krijgt. Olie verversen en oliefilter vervangen zijn op pagina 7:8 beschreven. - dat het uitlaatsysteem niet lekt en in goede conditie is. - dat de bougies intact zijn en de juiste elektrode-afstand hebben.
^ Exercise inspective biq 90,000 km. ^ Exercise ver/varanting filter biq DtesellTurbo biq 7500 km ^** Water al-farpen elke 7500 km
| Onderhoudplats | Jaatregel | Interval |
| Lithaatsiesem | controleren | 30,000 km^m |
| Brandstoffifer: benzine | vervangen | 105,000 km^m |
| Tuxo Diesel | vervangen | 15,000 km^*** |
| Brandstoffidingen en - aansuligen | controleren | 15,000 km^m |
| Nokkensystem en poly-V-saar | tempanser controleren | 120,000 km |
| Nokkensystem en poly-V-saar | heim vervangen | |
| Lauchfilter | vervangen | 60,000 km |
| Motorole: benzine motoren | vervangen | 15,000 km |
| Tuxo Diesel | vervangen | 7,500 km |
| Olfreifer | verversen/vervangen | 15,000 km^** |
| Bougues | vervangen | 45,000 km^m |
| Carterventilate | reinigen | 45,000 km^m |
| Pollentifer indien annweizig | vervangen | 15,000 km |
Onderhouds Programma. De matrægelen op deze paşina ziln ler controle van de utilatpassen en behoren tot het Volvo
= Volvo Onderhouds Programma - controle utiltagassen
Zorg voor het milieu=
Zorg voor het milieu
| Wat betreft de zorg voor het milieu zijn er binnen het werkterrein van Volvo veel voorbeelden. Wij gebruiken in onze verwarmings/ventilatie-systemen een nieuw chloorvrij koelmiddel (R134A) dat voor de ozonlaag geheel ongevaarlijk is en slechts in zeer beperkte mate aan het broeikaseffect bijdraagt. Asbestloze remmen, motoren met katalysator en rijden op methanol zijn andere voorbeelden van hetgeen wij bij Volvo Car Corporation voor het milieu doen. | Ook onze specifieke diensten zijn voor het milieu van belang, zoals b.v. door originele Volvo onderdelen te gebruiken en het ontstekings- en brandstofsysteem te onderhouden en andere maatregelen om de uitstoot van uitlaatgassen direct te verminderen. Verder willen wij ook nadruk leggen op de milieuvriendelijkheid van de Volvo-werkplaatsen wat betreft het omgaan met voor het milieu gevaarlijke stoffen, enz. |
Audio
Werking en gebruik van Volvo audiosystemen*
| Instrumenten | 1 |
| Interieur, verwarming | 2 |
| Autogordels, kinderen in de auto, airbag | 3 |
| Vergrendeling, alarm, immobilizer,diefstalpreventie | 4 |
| Bagage | 5 |
| Starten en rijden | 6 |
| Wielen en banden | 7 |
| Als er iets gebeurt | 8 |
| Carrosserie-onderhoud | 9 |
| Service en onderhoud | 10 |
| Specificaties | 11 |
| Zuivering uitlaatgassen | 12 |
| Audio | 13 |
| Radio Data System | Hicrdoor is de beslaurder niet verplichit van frugente le versaderen als hi når hizelfide graminarjpe) en „BON” (Enhanced Other networks) informale uigezonden, die cet uih breiding vorren van het RDS- systems. | In sommige larden wortl ook „PTY” (pro |
| De Výlo SC-700, SC-801, CR-902 en CR-906 toselen zin alegesend op het neu we digitale informalesyszen RDS, dat oni wirkeld is door Swedish Telecom, in samen- (EBÜ), RDS bieli automatische programme- werkung met de European Broadcasting Union wingk med de European Broadcasting Union wingk med de European Broadcasting Union voor exla mogülskiedera iniziele programma- keuze. Het radiosstation zendi informatie uit over het programma. Deze informatie is verva geidentificerd wortl. onegachi de frueuènihe geidentificerd wortl. onegachi de programma warop wortl uigezonden. | ||
| De radio wortl zo automatisch op een nuave fruequente ingreseld iuidens het riden. De varegen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen special signal dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen special signal dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen special signal dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen special signal dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen special signul dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen special signul dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen special signul dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen special signul dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl dovrden nett cen speciaal signul dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doergesuurd nett cen speciaal signul dal normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul dal normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wortl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wotl doorgesuurd nett cen speciaa signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wotl doorgesuurd nett cen speciaa signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wotl doorgesuurd nett cen speciaa signul da normale Radio- davigen. Deze informatie wotl doorgesuurd nett cen speciaa signul da normale Radio- davigen. Deze formate wortl doorgesuurd nett cen speciaa signul da normale Radio- davigen. Deze formate wotl doorgesuurd nett cen speciaa signul da normale Radio- davigen. Deze formate wotl doorgesuurd nett cen speciaa signul da normale Radio- davigen. Deze formate wotl doorgesuurd nett cen speciaa signul da normale Radio- davigen. Deze formate wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze formate wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze formate wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze formate wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze Formate wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze Formate wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze Formate wotl doorgesuurd nett cen speciaal signul da normale Radio- davigen. Deze Formate wotl doorgesuurd nett hen cernden zender in het EON-network. Verdere functies in het RDS-systeen zijn uld suitrossigalden, alarmisignalen e.d. Het SYS- team wortl voortuordred uiggereid en besrijfik het gevoiste del van West-Europa. Verdere functies in het RDS-systeen zijn uld suitrossigalden, alarmisignalen e.d. Het SYS- team wortl voortuordred uiggereid en besrijfik het gevoiste del van West-Europa. |
SC-700

Aan/uit (drukken)
- Antidiefstal-LED
• Volume (draaien)
• Balans (trekken en draaien)
CD-modeknop
Regeling lage tonen
Regeling hoge tonen
Balansregeling voor/achter
• Voorkeuzeknoppen
• CD - keuzeknoppen CD-nummer
- • Terug- en vooruitspoelen
• Keuzeknop cassetterichting REV
-
Display
-
Cassette-opening
-
CD - willekeurig afspelen
-
Uitwerpen cassette
-
Dolby B knop
CD = alleen van toepassing in CD-mode en
indien aangesloten op CD-wisselaar.
-
Keuzeknop golfband
-
Programmatype
-
Verkeersinfo-programma
-
• Automatische programmering
• CD - Vorig nummer
- • Zoekfunctie
• CD - Volgend nummer
- • Manueel afstemmen vooruit/terug
CD - Hoorbaar zoeken VOORUIT
CD - Hoorbaar zoeken TERUG
Wanneer de wachitid versicken is, kunt u de code opiniu invocen.
Schakel de koplampen uit om het leegloten van de accu te voorkomen.
- most de contestel in stand 1 bulyen - most het toestel ingeschaeld bulyen
• most de accu angesloien bilyen
Tildens deze wachwid:
al-erbeed.
geblockerd gedeinde 2 uur. „OIF“ wori
Na dne mäslukte poziungen wormal het toestel
Als een crucite code werd involved, wordt „EFE“ afbeeld. Word de corticle code in.
Incorrect code
De anhiderstahl-LED kluppert wanneer de auto
éparkert is en de contractelet uit het
contractel verwidend is.
werd Belarusd of vrlaug uw levensicer de
corncite code.
Zie het radiocodearstje dat bij uw voortu#
opineuw te kumen gebenken.
speciale code worden ingeverted om het Ioslei
acquisizione wormal onderprokty, hotel temp.
De radio is voorzien van een anderefaalcircuit. Als het leverst uit de stvo wordt opbeld of de
Als de县级ede code niet correct is, moet u de overlooking hierogirmen.
Ingevoerd, is het loestel gerbruikslaar.
Voor de code van 4 cijfers in met behulp van de voorkeuzkpropen. Als de corrente code is
angestoren en insgeschakeld.
disply wanner het locstel weer wordt
Na de instalige of als het loestel afgesden werd van de sroom, verschijn „CODE“ op hi
Om de code in te voeren

CHINESE





A - Aan/uit-schakelaar
Druk de knop in om de radio in te schakelen.
B - Volumeregeling
Draai de knop naar rechts om het volume te verhogen. De volumeregeling is elektronisch, en heeft dan ook geen eindaanslag.
C - Golfbandkiezer
Druk knop WB in om de gewenste golfband te kiezen. Het display toont de gekozen golfband: U1, U2, MW of LW.
U = FM
MW = AM LW = AM
D - Manueel afstemmen
Druk de linkerkant van de afstemknop in om af te stemmen op een lagere frequentie en de rechterkant om af te stemmen op een hogere frequentie. Het zoeken gaat sneller als de knop ingedrukt blijft.
Als de kroppen TP of PY ireguduk zijn, zal de ZOEK-astemkamp alleen stoppen bij zenders die deze informale uitzenden.
- Kies de geversie golffand.
- Dirk en voortezelag in en houd hem ingendrukt. Het geluid vail weg. Houd de ingendrukt. Het geluid vail weg. Houd de (ong, 2 second).
- De frequente is nu opslasen bil deze (ong, 2 second).
Om een voorgeorganmende radioquente le kiezen dankt u een van de voorskekoperpen in. De ingestde frugmente wond afgeseld.
C. Voorkeuzkonnppen gebruiken


Regel de lage tonen door de schuifknop op en neer te bewegen (op voor meer lage tonen, neer voor minder lage tonen). De middenpositie is voelbaar aangegeven.
C - Regeling hoge tonen
Regel de hoge tonen door de schuifknop op en neer te bewegen (op voor meer hoge tonen, neer voor minder hoge tonen). De middenpositie is voelbaar aangegeven.
kunnen worden opgevangen, wordt “---” weergegeven.
- Druk de "AUTO"-knop nogmaals minder dan 1 seconde in om te luisteren naar een andere automatisch opgeslagen zender. Telkens als u "AUTO" indrukt wordt op een nieuwe opgeslagen zender afgestemd.
A - Automatische
programmering (AUTO SEEK)
Deze functie zorgt voor het automatisch zoeken en opslaan van de sterkste zenders
(max. 8) op de FM- en AM-frequencies. Deze functie is vooral handig als u rijdt in gebieden
waar u de frequenties van de zenders niet kent 1. Druk de"AUTO"-knop in gedurende
minstens 1 seconde. Het display geeft "AUTO MEMO" weer. Maximum 8
sterke zenders op de gekozen golfband
worden nu automatisch opgeslagen in het geheugen van het toestel. Een "A" wordt
weergegeven om aan te geven dat de functie actief is. Als er geen sterke zenders
inselling administration严格执行.
mesuw Historicell, 945 Seconden wormal de
Druck de WB-knop in terwiyl u de radio op-
• Schakel de radio unit.
Om deze functie aan te zellen:
authorship at op cen karchite lokale zende.
Warmer deze functie aan staal, stemt de radio
C. Regional Ann/Ut
Laidsprekers accieran le verhoen. De middenposite is voelbar angegeven.
verhogen, neer om het voluine van de
volume van de luidsprekers vooraan te
schulfshop op en neer te bewegen; op om het
Regei de luidsprekerbalans voor/achier door de
A - Balansregeling voor/achter
De middleposite is voelbaar aangegeven.
Ludspirekers links en recits.
of links om de balans te regelen tussen de
Trek de „volume“-knoop uit en d'araï naur recits
AF-zoekfunctie (automatisch herafstemmen)

AF-zoekfunctie (automatisch herafstemmen)
Als u afstemt op een zender met een RDS-
code, wordt op het display eerst de frequentie
weergegeven en daarna de naam van de zender
in letters. Met deze AF-zoekfunctie stemt het
toestel automatisch af op de sterkste zender
van het gekozen programma.
"AF ON" - Automatisch opzoeken van
de sterkste zender
"AF OFF" wordt 1 seconde lang weergegeven.
Als u de AF-zoekfunctie opneuw wilt
activeren, moet u de bewerking herhalen. "AF
ON" wordt 1 seconde lang weergegeven.
Verkeersinfo-programma

Zolang alleen TP wordt afgebeeld, zendt de huidige zender geen verkeersinformatie uit. Als u prioritair wilt laten zoeken naar zenders die verkeersinformatie uitzenden, moet u de TP-knop langer dan 0,9 seconde in-
- De verkeersinformatie onderbreekt alleen wanneer zowel TP als TP afgebeeld zijn.
Zelfs als het volume volledig uitgedraaid is, wordt de aankondiging gehoord bij normaal volume. Na de aankondiging keert het toestel terug tot het oorspronkelijk ingestelde volume. De cassette of CD gaan weer spelen.
drukken. "TP S ON" wordt afgebeeld. - Als u wilt blijven luisteren naar een zwakke zender die geen verkeersinformatie uitzendt, moet u de TP-knop langer dan 0,9 seconde indrukken. "TP S OFF" wordt afgebeeld. - Als u een verkeersaankondiging niet wilt beluisteren, moet u de TP-knop korter dan 0,9 seconde indrukken.
speelt op het moment dat er verkeersinformatie wordt uitgezonden, worden deze onderbroken en wordt de informatie op normaal niveau beluisterd.
Programmatypes

Definities van de termen waarmee de programmatypes worden aangeduid
| Display | Display | Display | |||
| 1. Nieuws | NEWS | 6. Toneel | DRAMA | 11. Rock | ROCK M |
| 2. Actualiteiten | AFFAIRS | 7. Cultuur | CULTURE | 12. Lichte muziek | M.O.R.M.* |
| 3. Informatie | INFO | 8. Wetenschap | SCIENCE | 13. Licht klassiek | LIGHT M |
| 4. Sport | SPORT | 9. Gevarieerd | VARIED | 14. Ernstig klassiek | CLASSIC |
| 5. Opvoeding | EDUCATE | 10. Pop | POP M | 15. Andere muziek | OTHER M |
| * Middle Of the Road Music | |||||
Programmatypes

Programmatype
- Zodra het gevenska generatieve erwerking en de los
- Zodra het gewenste programmatype gevonden is, wordt de naam gedurende 5 seconden afgebeeld. Als er geen zender van het gewenste type gevonden is, wordt "NO PTY" afgebeeld gedurende 5 seconden en keert de radio terug naar de vorige zender.
- Wanneer u door de verschillende programmatypes schuift, kunt u ook kiezen tussen "SPRAAK" en "MUZIEK". "SPRAAK" omvat types 1-9. "MUZIEK" omvat types 10-15.
- Om de taal in het display te wijzigen moet u de radio uitschakelen. Druk voorkeuzeknop 5 en houd hem ingedrukt terwijl u de radio opnieuw inschakelt. Telkens als u voorkeuzeknop 5 indrukt wordt een nieuwe taal weergegeven. De gekozen taal wordt automatisch opgeslagen na 5 seconden.
De "PTY"-functie maakt het mogelijk om verschillende programmatypes te kiezen. Om een bepaald programmatype te kiezen gaat u te werk als volgt: 1. Druk de "PTY"-knop korter dan 0,9 seconde in. Het afgestemde programmatype wordt afgebeeld. 2. Door de afstemknop telkens korter dan 0,9 seconde in te drukken schuift u door de verschillende programmatypes. Om sneller door te schuiven drukt u de knop langer dan 0,9 seconde in. 3. Wanneer u het gewenste programmatype hebt gevonden, drukt u de afstemknop of de PTY-knop in om het zoeken naar een programma van het gekozen type te starten. Een asterisk * in het display bevestigt uw keuze. Tijdens het zoeken wordt "WAIT" weergegeven.
Als u de "PTY"-knop langer dan 0,9 seconde indrukt, wordt de Prioritaire mode geselecteerd. In het klein wordt "PTY PRI" afgebeeld.
"PTY PRIO" wordt afgebeeld gedurende 2 seconden, waarna het huidige programmatype gedurende 2 seconden wordt afgebeeld. Hierna wordt het vorige gekozen programmatype weergegeven gedurende 3 seconden.
Druk de afstemknop langer dan 0,9 seconde in om het gewenste programmatype te zoeken en te kiezen. Om sneller door te schuiven drukt u de knop langer dan 0,9 seconde in.
Zodra u een programmatype hebt gevonden dat u prioriteit wilt verlenen, moet u de PTY-knop of de afstemknop indrukken. Een asterisk * in het display bevestigt uw keuze. U kunt prioriteit verlenen aan meer dan één programmatype.
Tijdens het opslaan wordt "PTY SET" weergegeven gedurende 2 seconden, waarna de geselecteerde programmatypes elk gedurende 1 seconde worden afgebeeld.
- De radio keert nu terug tot de vorige mode en zoekt een programma van het geselecteerde type via de EON-informatie.
Wanneer het geselecteerde programmatype gevonden is, stemt de radio af op de betrokken zender. Een kleine "P" wordt afgebeeld in de kanaalindicator.
-
Als u alle geselecteerde prioriteiten wilt wissen, moet u "ALLCLEAR" kiezen en de afstemknop langer dan 0,9 seconde indrukken.
-
Als u slechts een van de geselecteerde prioriteiten wilt wissen, moet
u de "PTY"-knop indrukken op het moment dat het geprogrammeerde type wordt afgebeeld op het display. De asterisk verdwijnt ook,
- Wanneer u door de verschillende programmatypes schuift, kunt u
types 1-9. "MUZIEK" omvat types 10-15.
(1) 2017
Net zoals TP-mode onderbreekt ook de Prioritaire mode cassettes en CD's. Als u bijvoorbeeld prioriteit hebt verleend aan Nieuws, 'zullen de cassette of CD worden onderbroken om het nieuws te kunnen beluisteren.
- Als u een geselecteerd programma niet wilt beluisteren op het mom-
seconde indrukken.
seconde indrukken.

De cassette wordt ingeschoven met de open
kant naar rechts (kant 1 of A van de cassette
naar boven). Wanneer de cassette wordt
ingebracht, wordt de radio uitgeschakeld en
begint de cassette automatisch te spelen. Op
het display wordt "TAPE →" or "← TAPE"
afgebeeld om aan te geven welke kant van de
cassette wordt afgespeeld. Wanneer eenkant
van de cassette afgespeeld is, schakelt het toe-
stel automatisch over op de andere kant (auto-
reverse). De cassette kan ook worden inge-
bracht of uitgeworpen wanneer het toestel uit-
geschakeld is.
B - Volume PTY
Om het volume van de PTY-programma's te
regelen:
- Schakel de radio uit en schakel hem op-
nieuw in terwijl u de PTY-knop ingedrukt
houdt.
- Regel het volume en druk de PTY-knop
opnie
slaan.
Andere mogelijkheid: Als u het volume regelt
wanneer de PTY-functie actief is, wordt deze
volume-instelling automatisch opgeslagen.
A - Volume TP
Om het volume van de TP-berichten
(verkeersinformatie) te regelen:
- Schakel de radio uit en schakel hem op-
nieuw in terwijl u de TP-knop ingedrukt
houdt.
- Regel het volume en druk de TP-knop op-
nieuw in om de nieuwe instelling op te
slaan.
Andere mogelijkheid: Als u het volume regelt
tijdens een verkeersbericht, wordt deze
volume-instelling automatisch opgeslagen.
Cassettedeck

A - Omkeren van de cassette
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
C - Dolby B
C - Dolby B
C - Dolby B
C - Dolby B
C - Dolby B
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A - 1 in
A - 1 in
A - 1 in
A - 1 in
3
A - 1 in
A - 1 in
A - 1 in
A - 1 in
A. On
A - 1 in
A - 1 in
A - 1 in
A - 1 in
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
afgebeeld.
De speelric afgebeeld.
De speelric afgebeeld.
De speelric afgebeeld.
De speelric afgebeeld.
De speelric afgebeeld.
Om het spoelen te stoppen moet de tegenovergestelde knop even worden ingedrukt.
De hand wordt vooruitgespoeld met >> en teruggespoeld met <.
B - Snel spoelen
Het Dolby symbool □□ wordt weergegeven.
ruisonderdrukkingssysteem.
zijn opgenomen met het Dolby B
Druk deze knop in om cassettes af te spelen die
(1) 12 (2) 12 (3)
(1) 12 (2) 12 (3)
(1) 12 (2) 12 (3)
(1) 12 (2) 12 (3)
(1) 12 (2) 12 (3)
1
1
1
1
1
ingebracht).
mode die actief was toen de cassette werd
automatisch weer te spelen (afhankelijk van de
unt te werpen. De radio of CD beginnen
vit to women. Do media of CD biocories
Druk de knop in om de cassette te stoppen en
Druk de knop in om de cassette te stoppen en
vit to women. De ralie of GD bojanen
Druk de knop in om de cassette te stoppen en
vit to women. De ralie of GD bojanen
Druk de knop in om de cassette te stoppen en
vit to women. De ralie of GD bojanen
Druk de knop in om de cassette te stoppen en
vit to women. De ralie of GD bojanen
Druk de knop in om de cassette te stoppen en
vit to women. De ralie of GD bojanen
1
1
1
1
1
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
A - On
A - On
A - On
A - On
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette untwerpen
D - Cassette untwerpen
D - Cassette untwerpen
D - Cassette untwerpen
D - Cassette untwerpen
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te women. De rulie of GD besijzen.
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te women. De rulie of GD besijzen.
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te women. De rulie of GD besijzen.
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te women. De rulie of GD besijzen.
Druk de knop in om de cassette te stoppen en
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te women. De rulie of GD besijzen.
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te women. De rulie of GD besijzen.
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te women. De rulie of GD besijzen.
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te women. De rulie of GD besijzen.
D - Cassette uitwerpen Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit to turnen. De radio of CD based
D - Cassette uitwerpen Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit to turnen. De radio of CD based
D - Cassette uitwerpen Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit to turnen. De radio of CD based
D - Cassette uitwerpen Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit to turnen. De radio of CD based
D - Cassette uitwerpen Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit to turnen. De radio of CD based
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
D - Cassette uitwerpen
-
-
-
-
-
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
(REV)
(REV)
(REV)
(REV)
A - On (REV)
A - On (REV)
A - On (REV)
A - On (REV)
A - On (REV)
A - On (REV)
A - On (REV)
A - On (REV)
A - On (REV)
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
a
1
1
1
1
1
A - On
A - On
A - On
A - On
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
A. On
A. On
A. On
A. On
A. On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
A - On
de cass
de cass
de cass
de cass
de cass
A - On
A - On
A - On
Afstandsbediening CD (sommige modellen)

A - CD-keuzeknop
Druk "CD" in om de CD-mode te activeren. De laatst beluisterde CD/track begint opnieuw te spelen. Als de CD-wisselaar* geen CD's bevat wordt ----" afgebeeld. Als een geselecteerde CD-positie geen CD bevat, worden het CD-nummer en "5---" afgebeeld en wordt automatisch de volgende CD geselecteerd.
*De functies in verband met de CD-wisselaar zijn slechts van toepassing als de Volvo CD-wisselaar is aangesloten op het toestel. Deze wisselaar wordt apart verkocht als extra uitrusting, maar wordt ook standaard gemonteerd op sommige modellen.
B - Keuzeknoppen CD-nummer
Druk een van de voorkeuzeknoppen in (1-6) om het gewenste CD-nummer te kiezen. Het geselecteerde CD-nummer en het track-nummer worden afgebeeld.
vorge back te kiezen.
Her gelozen CD-nummer en back-nummer
wonder angebeid.
Druk de CD => (ZOEK) knop in om de
volgende track te kiezen.
B - Weergeve Speleduur
Wanneer de CD-Knop wortt ingedrukt, worti
de speleduur van de huilige tack weergegen
geduinde 5 seconden.
A - Willekeurige keuze
Druk "RND" in om de willekeurige
keuzemode te activeren. Uit een willekeurig
gekozen CD worden, eveneens willekeurig. 4
tracks gespeeld. Vervolgens wordt on dezelfde
manier een nieuwe CD gespeeld. Wanneer
deze functie ingeschakeld is, wordt "RND"
weergegeven.
13:20
- • Aaruit (drauen)
- • Dalms hirsichs (trecken)
- Regeling late lonen
- Regeling hoge lonen
- Balansregeling voor/achter
- Kutzektorpropen gehingte (FM)
-
Kutzektor golfsige (mA) m = middengoll (MG) l = lange golt (LG)
-
Voorkeuzkoppren
- Weiterprogramma
- Programmtype
- Auditor geheugen (alleen FM)
- Mandel aflicemen
- Keuzkoppre cassetisching REV
- Litterpen casstelle
- Display
- Cassite-opening
- TP - volgende sonig CD - volgende tack verder
TP - Allen van topassing in cassette (Tape) mode CD - Allen van topassing in CD-mode en indien angestaten op CD-wisselaar.
- TP – snel voortl spoelen CD – mulzek zoeken verder
- TP – luug spoelen CD – mulzek zoeken verder
- TP – vorg nummer berhaalen CD – vuigre zoeken lerug
- Cassitermodiecrop

Antidiefstalcode—

Codekaarte
Antidiefstalcode
De radio is voorzien van een antidiefstalcircuit. Als het toestel uit de auto wordt gehaald of de accuvoeding wordt onderbroken, moet een speciale code worden ingevoerd om het toestel te kunnen gebruiken. Zie het radiocodekaartje dat bij uw voertuig werd geleverd of vraag uw leverancier de correcte code.
Om de code in te voeren
Incorrecte code
Als een incorrecte code werd ingevoerd, wordt "Repeat" afgebeeld. Voer de correcte code in. Na drie mislukte pogingen wordt het toestel geblokkeerd gedurende 2 uur. "Off" wordt afgebeeld. Na het verstrijken van de 2 uur kunt u de correcte code invoeren. OPMERKING: Gedurendé deze wachttijd van 2 uur moet het toestel aangesloten blijven.
Als het toestel afgesneden werd van de stroom, verschijnt "Code" op het display wanneer het toestel weer wordt aangesloten en ingeschakeld. Voer de code van 4 cijfers in met behulp van de voorkeuzeknoppen. Als de correcte code is ingevoerd, verschijnt "On" op het display en is het toestel gebruiksklaar. Als de ingevoerde code niet correct is, moet u de bewerking herbeginnen.
De swenste goltenge worti inseld door
gekozen frequente worti afgebeld.
at le semioren op een hoorte fruente. De
men op een lagere frequente en recithsom om
Draui de asteckupor linkosom om al te stem-
Draal de Koup recithson voor inschakeling en verhögen van het volume.
meregeling
A - An/uit-schakelaar en volu-

C - Voorkeuzeknoppen
Om een voorgeprogrammeerde radiofrequentie te kiezen moet u een voorkeuzeknop indrukken. De ingestelde frequentie wordt afgebeeld en het vooringestelde kanaal wordt aangegeven.
B - Voorkeuzen instellen
- Stem af op de gewenste frequentie.
- Druk een voorkeuzeknop in en houd hem ingedrukt. Het geluid valt weg. Houd de knop ingedrukt tot het geluid weer opkomt (ong. 2 seconden).
- De frequentie is nu opgeslagen bij deze voorkeuzeknop. Het voorkeuzekanaal wordt aangegeven in de voorkeuze-indicator (B).
A - ZOEK-afstemmen
Druk de afstemknop in om te zoeken naar hogere frequenties. De radio gaat automatisch zoeken naar de volgende duidelijk beluisterbare zender, waar hij stopt. Als u wilt blijven zoeken, moet u de afstemknop opnieuw indrukken.
Druk de „Austoure „Knop in gelduride mini- maal 1 seconde. quintie worti gespeeli. Een „A“ worti weer gegeven om het analyst-geheugen aan le gegeven om het analyst-geheugen aan le gegeven wert i gespeeli. Een „A“ worti weer het geheugen. De zander meer de laagste fre- golfende zijn aanmonaisch opzegiaegen in de senkse zanders (max. 8) in de gekozen
How op the slain
Dark de „Austoire „Knop in计划生育 min. der dan 1 seconde om le lustreren mare en ander autonomisch opsglasen zender, Leader keer dal u de knop indruk fort op cen neu- we zender afgesiend.
Hoe te gebruiken
Autostore en verkeersinformatie „T.P.“ Als de „T.P“-Know word ingezdika voor de ausloise-funcie geclieverd word, worden alleen zenders met verkeersinformale opgesia- gen.
Automatische programming (autostore) Deze functie zoekt en slaat de 8 sterile F-M-zenders automatisch op.

Radiofuncties

E - Balans links/rechts
Trek aan de volumeknop en draai hem naar links of rechts om de balans tussen de luidsprekers links en rechts te regelen.
C - Balansregeling voor/achter
Regel de balans voor/achter door de schuifknop naar boven of onder te schuiven (naar boven om het volume vooraan te verhogen, naar onder om het volume achteraan te verhogen). De middenpositie is voelbaar aangegeven.
D - Pauze-functie
Druk de volumeknop in om het geluid tijdelijk te onderbreken. Op het display wordt "Pauze" weergegeven.
A - Regeling lage tonen
Regel de lage tonen door de schuifknop naar boven of onder te schuiven (naar boven om te verhogen, naar onder om te verlagen). De middenpositie is voelbaar aangegeven.
B - Regeling hoge tonen
Regel de hoge tonen door de schuifknop naar boven of onder te schuiven (naar boven om te verhogen, naar onder om te verlagen). De middenpositie is voelbaar aangegeven.
unigeschalkeld is.
achtergond up-to-date, zelts wanneer de radio
De SC-801 houdt de RIDS-geneuigns op de
(一)本次股东大会的召集和召开程序
In fact, Andere BDs-funches Biyven aciel.
„AF OFF – Aromatiche zenderoporthing is
actel.
neit gebruktskudar is.
Keld in gebieden waar het BDs-system nog
RDS AF-zoelfunctue kan worden uingescha-
daira de naam van de zender in letters. Deze
wordt erzi de fruente weergeven en
Als a allement op cen zender meti BD5-code.
de
„Af On“word abebeld gedeinde 1 secen-
with在香港eken,然而 it deze overlooking.
de 1 seconde. Als u de AF-zoeflunctie weer
mischakeli. "AF OIT" word abebeld reduction-
Drux voortezukzop 1 in terwij u de radio
Verkeersprogramma (tp)
naar een andere zender luistert. De SC-801 gebruikt EON ook om de vooringestelde frequenties aan te passen en nog voor talrijke andere functies.
"Alarm" wordt afgebeeld wanneer een Alarm-bericht wordt uitgezonden. Deze functie maakt de bestuurders attent op ernstige ongevallen of rampen, zoals een ongeval in een kerncentrale, een neerges te brug e.d. Dit alarmbericht wordt ook opgevangen wanneer het toestel uitgeschakeld is.
Zelfs als het volume volledig uitgedraaid is, wordt de aankondiging gehoord bij normaal volume. Na de aankondiging keert het toeste terug tot het oorspronkelijk ingestelde volum De cassette, CD of MG gaan weer spelen. Al de zender te zwak is, gaat "TP" knipperen in het display en worden na 1 minuut pieptonen gehoord. Stem af op een andere, sterkere zem der om opnieuw verkeersinformatie op te vangen.
EON – Enhanced Other Network. Deze RDS-functie maakt het mogelijk om verkeersinformatie op te vangen terwijl
Als de "tp"-knop (Traffic Program) wordt ingedrukt, kunnen de RDS-zenders die verkeersinformatie uitzenden worden opgevan gen. "TP" wordt afgebeeld wanneer deze functie wordt ingeschakeld. Wanneer het toestel in cassette- of CD-mode is of op MG is afgestemd, stemt de radio op de achtergrond automatisch af op een sterke FM-zender met verkeersinformatie. Als een cassette of CD speelt of op MG wordt ontvang op het moment dat er verkeersinformatie wordt uitgezonden, worden deze onderbrok en kan de informatie op normaal niveau worden beluisterd.
Definites van de termen waarme de programmatypes worden aangeduid

=Programmatype
Programmatype=

De "pty" – functie maakt het mogelijk om een bepaald programmatype te kiezen. Om een bepaalde programmatype te kiezen gaat u als volgt te werk:
- Druk de "pty"-knop in. Het afgestemde programma wordt afgebeeld.
-
Door binnen 5 seconden te kiezen met de afstemknop schuift u door de verschillende programmatypes.
-
Druk de draaiknop dan binnen 5 seconden in om het zoeken naar een programma van het gekozen type te starten. Tijdens het zoeken knippert de "pty"-indicator tot de gewenste zender gevonden is.
-
Als er geen zender van het gewenste type gevonden is, wordt "No PTY" afgebeeld gedurende 2 seconden en keert de radio terug tot de vorige zender.
DE PROITALIE MODE is nu asset en fin de radio keer ring lot de vorge day via de acierçsrón zokt hi programa van het geselceerde dipshuy. Zora het geselceerde programa type op ander kanal displuy. Gevan den schakelt de radio over op de beinkeden zoster, waarvan de kain wordt algieseld. Fein „p“ wordt algieseld in de kanalindecker.
-
Selècerer men behulp van de recrétkung het geïwente programma- type. Drink dan de „psy”-knop optelyw in gerduerde 2 seconden. „Pro on wordt afdebeld gerduerde 1 seconde.
-
Als u de „Pty” knowgdurende mehr dan 2 secoden induks, worti de Portrairie mode geselicerte. „PTY PRIO“ worti algebeld geldu rende 2 secoden, warna „select“ worti algebeld.

Wanneer het gesellectrde programmaty ten divide loop, gait de radio weer over op het voige kanaal of mode. Net zoals TP-mode onderbeckal ook de Propriktie mode cassette en CD. Als u bijvoorheeld portrenti heeft verkeend aan Nuweis, zulien de passette of CD worden onderbroken om het neguws te Kunnen beluisie- ren.

Prioritaire programmatypes =

-
Om de Prioritaire mode te wissen moet u de "pty"-knop indrukken gedurende meer dan 2 seconden. De "PTY"-indicator in het display wordt uitgeschakeld.
-
Tijdens het ontvangen van een Prioritair programmatype volstaat het even een willekeurige knop - behalve de "pty"-knop - in te drukken om de Prioritaire mode te verlaten. U kunt ook de "pty"-knop indrukken gedurende meer dan 2 seconden. De radio keert teru bot de vorige mode of kanaal. De Prioritaire mode is nu gewist.
unrestricted is
(auo-reverse). De caselle kan ook wordt
Iosseli uncompulsif si over do de andere kaul
cassette wormal infrebeeld.
De hand wordt snel voort gespeeld met „He en snel terug gespeeld niet „rev. De indicatior dien heds het spoelen. Het spoelen kan worden gestoor door de knop optuiew in te denlaken.
A - "nxt" (next - volgende)
Druk de "nxt"-knop in om de cassetteband automatisch naar de volgende song te laten spoelen. Voor deze functie moet tussen de songs een pauze ingelast zijn van ong. 5 seconden.
B - "rpt" (repeat - herhaal)
C - Pauze
Als u de volumeknop indrukt wordt de cassette stilgelegd, valt het geluid weg en wordt "PAU-ZE" weergegeven. Om de cassette weer te starten moet u de knop nogmaals indrukken.
Druk de "rpi"-knop in om de cassetteband automatisch naar het begin van de song te laten terugspoelen. Druk de knop opnieuw in om de cassetteband naar het begin van de vorige song te laten terugspoelen. Voor deze functie moet tussen de songs een pauze ingelast zijn van ong. 5 seconden.
Druk een van de voorkeuzeknoppen in. Wanneer het toestel terugkeert tot radiomode, wordt de cassette niet uitgeworpen.
- Druk een van de golflengteknoppen in. - Druk de Autostore-knop in.
Er zijn drie manieren om de radio opnieuw te laten spelen:
mode
B - Om terug te keren tot radio-
C - Om terug te keren tot cassettemode Als de cassettemode uitgeschakeld is maar de cassette niet is uitgeworpen, kan de cassette-mode opnieuw worden opgeroepen door de cassetteknop in te drukken.
Druk de cassetteknop in om de cassette te stoppen en uit te werpen. De radio of CD begint automatisch weer te spelen, afhankelijk van wat was gekozen voor de cassette begon te spelen.
A - Cassette uitwerpen

—Cassettedeck

A - CD-keuzeknop
Druk "cd" in om de CD-mode te activeren. De laatst beluisterde CD/track begint opnieuw te spelen. Als de CD-wisselaar" geen CD's bevat wordt "---" afgebeeld. Als een geselecteerde CD-positie geen CD bevat, worden het CD-nummer en "5---" afgebeeld en wordt automatisch de volgende CD geselecteerd.
*De functies in verband met de CD-
wisselaar zijn slechts van toepassing als
de Volvo CD-wisselaar is aangesloten op
het toeslei. Deze wisselaar wordt apart
verkocht als extra utrusting.
nummer worden afgebeid.
Dalk "nat" om voort en „pri" om acquert le selicleren. Het gekozeri CD-nummer en Irack-
Wanneer deze knop wortl ingedrika, wortl de speciduur van de huilde lück weergeven geuvernde 5 seconden.
C - Weergave speelduur
Drau de koup om het geweissie lack-number le selecteren.
A - Track-number
de track-nummer
B - Wijzigien van het geslecteer-


A – Willekeurige keuze
Druk "rev" in om de willekeurige keuzemode te activeren. Uit een willekeurig gekozen CD worden, eveneens willekeurig, 4 tracks gespeeld. Vervolgens wordt op dezelfde manier een nieuwe CD gespeeld. Wanneer deze functie ingeschakeld is, wordt "Rnd" weergegeven.
B - Pauze
C - Om terug te keren tot radio-
mode
Er zijn twee manieren om terug te keren tot radiomode. - Druk een van de golflengteknoppen in. - Druk de Autostore-knop in.
D – Om terug te keren tot de cassettemode
Als een cassette reeds is ingebracht, zal de cassettedeck weer beginnen spelen wanneer de cassetteknop wordt ingedrukt.
- And diesel indicator 3. Regarding large tone
- Balsregelige voortacher (vecken)
- Balsregelige linkerschis (dwen)
• Anuit Volume - Display 9. Voorkeu
- CD
S. Gothenpicateer - Receiving hope Ionen
- Casseterching
- Cassette-opening
- Westerner casset
- Verkeerprogramma
- Programmatype
- Autoscore

Op de volgende pagina's worden working en gebruik van het Volvo audiosystem CR-902/CR-906 be-schreven
— CR-902/CR-906 RDS audiosystem

Codekaarten
Alle toestellen worden geleverd met twee kaarten waarop de correcte code van het toestel staat vermeld. Bewaar deze kaarten niet in de auto.
Antidiefstalcode
De radio is voorzien van een antidiefstalcir-
cuit.
Als het toestel uit de auto wordt gehaald of de
accuvoeding wordt onderbroken, moet een
speciale code worden ingevoerd om het toestel
voorkeuzeknoppen 1 tot 6.
- Als de ingevoerde code niet correct is,
wordt "CODE" opnieuw weergegeven. Her-
baal punt 3.
OPMERKING: Er zijn drie pogingen tot in-
voer van de code toegelaten. Daarna wordt het
toestel 2 uur lang geblokkeerd. Gedurende- de
deze tijd moet het toestel aangesloten blijv Voer de code opnieuw in na deze periode.
13:40
Druck know WB in om de geweine goltenge in Kiezen. De ingeste goltenge wormal af- gebeeld: UL. U2. MW of LW.
B - Gartengetelzeer
Draal de knop rechtsom voor insschakeling en Inksom voor insschakeling. Deze knop regelt ook het volume.
A - Aan/uit-schakelaar en volumeregeling
C - Manuel afstemmen Druk de l'inkertari van de afscinstop in om retiefkari om al de slumena op een høgere requentie Als de knop langer dan 0,9 secen tréquentie. Als de knop langer dan 0,9 secen ingeschalet.

De „ZOEK-finctie kan worden gebruikt aan weerkanen van de alemkamp. Als de Kamp door dan 0,9 second wordt ingedrukt, gault langer dan 0,9 second wordt ingedrukt, gault langer dan 0,9 second wordt ingedrukt, gault langer dan 0,9 second wordt ingedrukt, gault langer dan 0,9 second wordt ingedrukt, gault langer dan 0,9 second wordt ingedrukt, gault langer dan 0,9 second wordt ingedrukt, gault langer dan 0
Radio

A - Voorkeuzen instellen
-
Kies de gewenste golflengte.
-
Druk een voorkeuzeknop in. Het geluid valt weg.
-
Houd de knop ingedrukt tot het geluid weer opkomt (ong. 2 seconden).
-
De frequentie is nu opgeslagen en kan
opmeltw worden opgersepen door de betrokken voorkeuzeknon in te drukken. Het geko-
zen voorkeuzenummer wordt afgebeeld.
Deze functie werkt in alle golflengten!
- Druk de "AUT"-knop in tot "AUTO MEM
A" wordt afgebeeld. De sterkste zenders
(max. 8) in de gekozen goltlengte zijn nu automatisch opgeslagen in het geheugen. Als
er geen hoorbare zenders zijn, wordt "NO STN" afgebeeld.
- Druk de "AUT"-knop nogmaals in geduren-
de minder dan 0,9 seconde om te luisteren
Maar een andere automatischen opgestagen Zerder
D - Regarding hope lonen Drink de knop in. De knop is geveerd. Drais Ihks- of recithom om de hope lonen te rages. Ien. Bring de knop na het regelen tering in de orpronkelijke positie.
réstellen térurg in de correspontekelijke positive.
A – Balansregeling links/retches Druck de knop in den drei keys of reception om de balansregeling lussen de luidsprfers links en retels je regelen.
AF-zoekfunctie (automatisch herafstemmen)

AF-zoekfunctie
Als u afstemt op een zender met RDS-code,
wordt eerst de frequentie weergegeven en
daarna de naam van de zender in letters. Deze
AF-zoekfunctie zorgi ervoor dat het toestel
automatischen afstemt op de krachtigste zender
zoekfunctie weer wilt inschakelen, her-
haalt u deze bewerking.
"AF OFF" wordt afgebeeld gedurende 1
seconde.
met verreterfinanzierte. Als sein essele of CD spelti do het moment dat de vesterstijoor
marte wort uiggezonden, worden deze onder
broden en wort de informale op normal
miveau beluiseld.
Kunnen RDS-zenders die weiterströmmalte uitzenden worden opgevangen, "TP" wordt algebeld wanneer deze functie wordt inige schalkeld. Wanner het toestel in cassele of C1D-mode is, stemt de radio op de acker- grond automatisch af op een stierke FM-zender
Als de „TPP-Koop (Traffic Program) Equity
den
• Zolang alleen TP word afgebeld, zendi de
• Als u portnant wit lahen zoeken naar zen-
ders die verkeersinformate izuiden, moet
- De verkertinformation onderbrekt allein wanner zowel als TP algebeld wor-
Zeits als het volume voldeige uiggendt in. wordt de aankondiging gehoord by normal volume. Na de aankondiging keer het toestel terug tot het oorspronkelijk ingeselder volumie. De caissette of CDI gaan weer spelen.
● Als u wit bluven linsclen nair cen zwak-ke zander die geen verkeersimformate uit-word afgefeld.
● Als u en verkeerstaanscondiiging niet wit beluiscleren, moet u de 7P-know indukken gezuernde minder dan 0.9 second.
● Als u en verkeerstaanscondiiging niet wit beluiscleren, moet u de 7P-know indukken gezuernde minder dan 0.9 second.
u de TP-knop indukken sudurnde meer dan 0,9 seconde. "TP S ON" wortl afge beeld.
Verkeersprogramma (T.P)
dP
3857901

Programmatypes

Definities van de termen waarmee de programmatypes worden aangeduid
| Display | Display | Display | |||
| 1. Nieuws | NEWS | 6. Toneel | DRAMA | 11. Rock | ROCK M |
| 2. Actualiteiten | AFFAIRS | 7. Cultuur | CULTURE | 12. Lichte muziek | M.O.R.M.* |
| 3. Informatie | INFO | 8. Wetenschap | SCIENCE | 13. Licht klassiek | LIGHT |
| 4. Sport | SPORT | 9. Gevarieerd | VARIED | 14. Ernstig klassiek | CLASSIC |
| 5. Opvoeding | EDUCATE | 10. Pop | POP M | 15. Andere muziek | OTHER M |
- Zodn het gewenste progermatiëpe gevonden is, wordt de naam ge durende 5 seconden afgebeled. Als er geen zender van het gewenste
..WAIT..weregeven.
risk in her display bevestful up keuze. Tldens hel zoeken worti
Zoelken near Geni posturinga van het esclozen lyve is stiefen. Fen aals-
-
Warnet u het gevere programme type gehonden, druklu de a internakop of de PT-Y-knop in erduerde meer dan 0,9 second om het
-
Door de afstemkop telkens géurende miniter dan 0,9 seconde in le dralken schuif u door de verschilde programmalypes.
geslende programma worti afbeeld
- Druck de „PPTY“-Know in guarantee minute dan 0,9 seconds. Het af-
wetik
De "P"Y" funche inaki het mogelijk om een behpaid programmájpe te kiezen. Om een behpaid programmájpe te kiezen gaal u als volgi te
Programmatype
(3157648)

= Programmatypes
- Als u almid snel leogare went to cen bepaad programtype: Drink „PTY“ Korter dan 0,9 seconde in. Kes het programmalyje. U kurt dit dan optaan onder een van de voorkuzschoppen door deze Wanneer u deze functie wil gebruiken: Drink „PTY“ Korter dan 0,9 seconde in. Detk de vooleuzekring in. Het programmalyje wordt afgebeeld. Drink „PTY“ ominuw korter dan (0,9 seconde in. Ezen sertihe in het dressply bezveigt uw keuze.
-
Als u de "PTY"-knop gedurende meer dan 0,9 seconde indrukt, wordt de Prioritaire mode geselecteerd. In het klein wordt "PTY PRI" afge-beeld.
-
"PTY PRIO" wordt afgebeeld gedurende 2 seconden, waarna het huidige programmatype gedurende 2 seconden wordt afgebeeld. Hierna wordt het vorige gekozen programmatype weergegeven gedurende 3 seconden.
-
Druk de afstemknop in gedurende meer dan 0,9 seconde om te zoeken naar het gewenste programmatype.
-
Zodra u een programmatype hebt gevonden dat u prioriteit wilt ver- lenen, moet u de afstemknop indrukken gedurende meer dan 0,9 secon- de. Een sterretje in het display bevestigt uw keuze. U kunt prioriteit verlenen aan meer dan één programmatype.
-
Tijdens het opslaan wordt "PTY SET" weergegeven gedurende 2 seconden, waarna de geselecteerde programmatypes elk gedurende 1 seconde worden afgebeeld.
-
De radio keert nu terug tot de vorige mode en zoekt een programma van het geselecteerde type via de RDS-informatie. Zodra het geselecteerde programmatype gevonden is, schakelt de radio over op de betrokken zender. Een kleine "P" wordt afgebeeld in de kanaalindicator.
-
Als u altijd snel toegang wenst tot een bepaald programmatype: Druk "PTY" minder dan 0,9 seconde in. Kies het programmatype. U kunt dit dan opslaan onder een van de voorkeuzeknoppen door deze knop langer dan 0,9 seconde in te drukken. Wanneer u deze functie wilt gebruiken:
Druk "PTY" langer dan 0,9 seconde in. Druk de voorkeuzeknop in. Het programnatype wordt nu afgebeeld. Druk "PTY" opnieuw minder dan 0,9 seconde in. Een sterretje in het display bevestigt uw keuze.
- Als u alle geselèctriche protiellen with wissen, moet u "ALLCIE." second.
- Als u été van de geselèctriche protiellen with wissen, moet u de "PTY"-knot indikken op het moment dat het géprogrammierde type wortt algebeld op het displuy. Het sestreje verdwijnt ook.
-
Warner u door de verschilde de programmagies schuift, kunt u "MJZIEK" omal types 10-15. 1-9. "MJZIEK" omal types 10-15.
-
Net zoals TP-mode ontobrakes ook de Frontiere mode casstes en CD's. Als u bijvoorbeeld pronicht helt versere dan Neuwys, zulier de casste of CD worden ontobrzaken om het nieuws te Kunnen Belu- leisten.
- Als u geen geslechterd programma niet wil belusteren op het no- ment van de ontobrzkinge, moet u de „PTY”-krop indrukken gebruën de meer dan 0,9 second.
转出代码

Druk één van de knoppen in om snel vooruit of achteruit te spoelen. Als u de betrokken knop volledig indrukt, gaat het snel spoelen verder tot het einde van de cassetteband. Ver volgens wordt de andere kant van de cassette gespeeld.
B - Omkeren van de cassette
Druk beide "REV"-knoppen in om de speelrichting van de cassette om te draaien (om de andere kant van de cassette te spelen). De speelrichting van de cassette wordt afgebeeld.
De cassette wordt ingeschoven met de open kant naar rechts (kant 1 of A van de cassette naar boven). Wanneer de cassette wordt ingebracht, wordt de radio uitgeschakeld en begint de cassette automatisch te spelen. Op het display wordt "TAPE →" or "← TAPE" afgebeeld om aan te geven welke kant van de cassette wordt afgespeeld. Wanneer een kant van de cassette afgespeeld is, schakelt het toestel automatisch over op de andere kant (auto-reverse). De cassette kan ook worden ingebracht of uitgeworpen wanneer het toestel uitgeschakeld is.
=Cassettedeck

A - Cassette uitwerpen
Druk de knop in om de cassette te stoppen en uit te werpen. De radio begint automatisch weer te spelen en ontvangt de laatst gekozen zender.
B – Dolby ruisonderdrukkingssysteem
Dit toestel beschikt over het DOLBY B ruis-onderdrukkingssysteem voor het afspelen van cassettebanden. Het Dolby-systeem is ingesel
keld wanneer het dubbele Dolby-symbol wordt
gedurende meer dan 0,9 seconden om het Dolby
ruisonderdrukkingssysteem in/uit te schakelen.
CR-906 CD

A - CD-keuzeknop
C - Keuzeknop track-nummer
Druk de afstemknop in gedurende minder dan 0,9 seconde om het gewenste track-nummer te selecteren. Het gekozen track-nummer wordt afgebeeld.
B - Keuzeknoppen CD-nummer
Druk een van de voorkeuzeknoppen in om het gewenste CD-nummer te kiezen. Het geselecteerde CD-nummer en het track-nummer worden afgebeeld.
Druk CD in om de CD-mode te activeren. De laatst beluisterde CD/track begint opnieuw te spelen. Als de CD-wisselaar* geen CD's bevat wordt “--” afgebeeld. Als een geselecteerde CD-positie geen CD bevat, worden het CD nummer en “--” afgebeeld en wordt automatisch de volgende CD geselecteerd.
D - Muziek zoeken
Druk de afstemknop in gedurende meer dan 0,9 seconde om binnen de track te zoeken. Tijdens het zoeken kunt u de muziek horen, die aan een hogere snelheid wordt afgespeele
*De functies in verband met de CD-wisselaar zijn slechts van toepassing als de Volvo CD-wisselaar is aangesloten op het toestel. Deze wisselaar wordt apart verkocht als extra uitrusting. Als geen CD-wisselaar is aangesloten op het toestel wordt "CD E-EE" afgebeeld ingeval u de CD-mode selecteert.
theingeschakeld is, wortl „RND“ wertege-
spceld. Vervolgens worti op dezilde manier
worder, seveneers willlekuirg, 4 racks gc-
Druck de AUT-Knop in expedende meer dan
Druck de AlT-kamp in gerundere minder dan 0,9 secorde. Van elke rack van elke CD word gerundere 10 secodener minuizk ge- special. „SCN” worti weergesven.
A - Scankeuze

CD-wisselaar
Gebruik in geen geval een reinigingsspray of een anti-statische oplossing. Gebruik alleen een reinigingsmiddel dat speciaal voor CD's is bedoeld.
Gebruik alleen CD's van het correcte formaat (gebruik nooit 3,5" CD's).
Breng geen kleefband of labels aan op de CD zelf.
In koude winteromstandigheden kan zich condensatie afzetten op de CD's of het optisch systeem. De CD kan worden gedroogd met een schone, pluisvrije doek. Het kan echter tot een uur duren voor het optisch systeem in de CD-wisselaar droog is.
- Probeer nooit om een CD af te spelen die op welke manier ook beschadigd is.
Wanneer ze niet gebruikt worden, moeten de CD's worden bewaard in hun hoezen. Bewaar ze niet in te grote hitte, direct zonlicht of stoffige omgevingen.

Gebruiksaanwijzingen
- Voor u een nieuwe CD voor het eerst gebruikt moet u eventuele bramen in het midden en aan de rand verwijderen, bijv. met de schacht van een pen of iets dergelijks.
- Gebruik alleen kwaliteits-CD's.
- Houd de CD's schoon. Reinig ze met een zachte, schone, pluisvrije doek, waarbij u vanuit het midden naar de rand wrijft. Bevochtig de doek indien nodig met een neutrale zeepoplossing. Droog grondig alyorens te gebruiken.
CD-wisselaar
De CD-wisselaar, die verkrijgbaar is als extra uitrusting, wordt geladen met een cassette die 6 CD's bevat. Bij uw Volvo-dealer zijn extra cassettes verkrijgbaar. Schuif de CD's in de cassette met de labelkant (A) naar boven. Breng de cassette in de wisselaar en sluit het deksel. Werp de cassette uit door de Eject-knop in te drukken (B). Verwijder de CD' s door de grendelpallen in te drukken (C). De cassette kan ook worden ingeschoven of uitgeworpen wanneer het toestel uitgeschakeld is.
omgeving.
voornamelijk voor in een dichtbebouwde
fing van alle signalen. Dit probleem doet zich
ken. Dat veroorzaakt vervolgens totale ophef-
signaal de radio-antenne vlak na elkaar berei-
wanneer een weerkaatst signaal en een direct
path-storing optreden. Deze storing ontstaat
gemakkelijk worden weerkaatst, kan multi-
zoals gebouwen. Omdat de FM-golven zo
golven worden weerkaatst door grote objecten
parkeergarages, onder bruggen e.d. is dat FM-
golven niet kunnen worden ontvangen in
De reden waarom FM-golven wel en L/M-
Storing
FM-radiogolven (U-golven) kunnen de ronding van de aarde niet volgen en worden niet teruggekaatst in de atmosfeer. Hierdoor is de draagwijdte van FM-golven beperkt.
De M- en L(AM)-radiogolven volgen de ronding van de aarde en worden in de atmosfeer weerkaatst. Hierdoor hebben deze radiogolven een grote draagwijdte.
Radiosignalen

= Algemene informatie
Zwakke ontvangst (fading) Door de beperkte draagwijdte van de FM-zenders en gevoeligheid van FM-golven voor weerkaatsing kan het voorkomen, dat de FM-ontvangst in bepaalde gebieden zwak is. Als de golven worden geblokkeerd door bergen of gebouwen kan bovendien storing optreden.

Interferentie, FM(U) - oorzaken van storing AM(M/L) - oorzaken van storing =

AM (M/L) - Oorzaken van sto-
ring
M/L-ontvangst is gevoelig voor elektrische storingsbronnen zoals hoogspanningsleidingen, bliksem e.d.
FM (U) - Oorzaken van storing
FM-golven kunnen worden gestoord door de elektrische systemen van andere voertuigen, in het bijzonder als deze niet zijn voorzien van een ontstoringssysteem. De storing wordt versterkt wanneer de zender zwak is of niet goed is afgestemd. FM-entvangst is in dit opzicht minder gevoelig voor elektrische storing dan AM (M/L).
Interferentie
Interferentie van zenders treedt op wanneer u naar een zwakke zender luistert terwijl er een sterkere zender in de buurt is. Beide zenders worden tegelijk ontvangen en zo kan vervorming van het signaal optreden.
Zorg ervoor dat de antennedraden aan de binnenkant van het raam niet kunnen worden beschadigd door de vervoerde voorwerpen. Zorg er ook voor dat u bij het reinigen van de ramen de draden niet beschadigt, bijv. met ringen. Als ze beschadigd raken zal de radio-entvangst achteruit gaan.
Deze autoradio beantwoordt aan de normen van EG-richtlijn 89/336/EEG. De normen inzake gevoeligheid conform EN 55020 en inzake storingen conform EN 55013 worden nageleefd bij gebruik in woongebieden, bedrijfsruimten en kleinere ondernemingen, zowel binnen als buiten de gebouwen.
Europese richtlijn
Wij hopen, dat deze informatie zal bijdragen tot een beter begrip van de problemen die kunnen optreden bij radio-ontvangst in auto's. De omstandigheden voor goede ontvangst zijn niet altijd optimaal en liggen helaas buiten onze macht. Echter, de kwaliteit van de Volvo-audiosystemen is zodanig dat u onder alle omstandigheden verzekerd bent van de best mogelijke ontvangst.
Stereo-ontvangst stelt zeer hoge eisen aan de kwaliteit van het radiosignaal. Dit betekent dat de hiervoor beschreven storingen bij stereoontvangst nog sneller zullen optreden. Voor goede stereo-ontvangst is een sterker signaal vereist. Dit beperkt echter tevens de draagwijdte van de zender.
Stereo-ontvangst (FM)
Spuit de antenne in met WD40 of 5.56, veeg, deze schoon en droog met een doek. Spuit de antenne nogmaals in. Schuif de antenne in en uit, veeg deze weer schoon en droog. Herhaal dit 4 tot 6 maal. Zorg ervoor dat de antenne altijd vrij is van vuil en/of reinigingsmiddel.
N. B! Schuif de antenne altijd volledig in als u gebruik maakt van een autowasinstallatie of wanneer u een garage binnenrijdt. De antenne dient elke 8000 km (of vaker indien nodig) te worden schoongemaakt. Gebruik hiervoor WD40 of 5.56.
Radioantenne, 4-deurs model
Bewaar cassettes altijd in hun doosje of in het speciale Volvo-cassettevak, dat als Volvo-accessoire verkrijgbaar is. Raak het bandoppervlak niet aan. Cassettes nooit blootstellen aan direct zonlicht of extreme temperaturen. Vermijd contact van cassettes met olie, vet of andere verontreinigingen. Het gebruik van C-120-cassettes wordt afgeraden. Voordat u de cassette gebruikt, eventuele speling van een te los opgewonden band opheffen door de band met een pen of potlood strak te trekken. Reinigingscassette Voor het reinigen van de weergavekoppen bevelen wij de Volvo-reinigingscassette aan. Deze is verkrijgbaar als origineel Volvo-accessoire. Regelmatig gebruik van de reini-gingscassette verbetert de weergave, reinigt de vitale onderdelen en voorkomt vastlopen van de band.
Cassettes
Technische specificaties
| SC-700Volvo's SC-700 audiosysteem is een microprocessorgestuurde radio metPLL (Phase Lock Loop), ontworpen voor het Radio Data System (RDS).De SC-700 is uitgerust met een interne 4 x 15 W versterker voor deportierluidsprekers. De dashboardluidsprekers zijn via een interne filteraangesloten op de versterker van de voorportierluidsprekers.Opmerking: gebruik alleen de hogetonenluidsprekers van Volvo voor hetdashboard. | SC-801Systeem: PLL (Phase Lock Loop) met afgestemde HF-trap en automatische gain-sturing (breedband). Elektronische ruisonderdrukking. | |||
| Radio | ||||
| Uitgangsvermogen: | 4 x 25 W (10 % vervorming) | |||
| Uitgangsimpedantie: | 4 Ohm | |||
| Spanning: | 12 V, negatieve massa | |||
| Radio | ||||
| Uitgangsvermogen: | 4 x 15 W (10 % verv.) | Frequentiebereik: | FM 87,5 – 108 MHz | |
| Uitgangsimpedantie: | 4 Ohm | MG 531 – 1602 kHz | ||
| Systeemspanning: | 12 V, negatieve massa | Gevoeligheid: | LG 153 – 281 kHz | |
| FM 1,1 μV | ||||
| MG 20 μV | ||||
| Frequentiebereik: | U(FM) | 87,5 - 108 MHz | Stereoscheiding: | 35 dB |
| M(AM) | 522 - 1611 kHz | |||
| L(AM) | 153 - 281 kHz | |||
| Gevoeligheid | U(FM) | 1,5 μV | Cassettedeck | 4-sporen, 2-kanaals stereo |
| M(AM) | 6,5 μV | Bandsnelheid: | 4,76 cm/sec | |
| L(AM) | 30,0 μV | Frequentiebereik: | 30 – 15.000 μHz | |
| Stereoscheiding: | 35 dB | S/R (120 μV): 55 dB | ||
| S/R (70 μV): 55 dB | ||||
| Cassettedeck | 4-sporen, 2-kanaals stereo | Wow en flutter: | 0,13 % | |
| Bandsnelheid: | 4,76 cm/sec. | |||
| Stereoscheiding | 40 dB | |||
| Frequentiebereik: | 30 - 15000 Hz | |||
| S/R (120 μV) 50 dB | ||||
| Wow en flutter | < 0,08% | |||
| Pinch-off | ||||
| Alarm“Alarm” wordt afgebeeld wanneer een Alarm-bericht wordtuitgezonden. Deze functie maakt de bestuurders attent opernstige ongevallen of rampen, zoals een ongeval in een kern-centrale, een neergestorte brug e.d. | “Dolby” en het dubbele D-symbolo ☐ zijn het bandelsmerk vanDolby Laboratories Licensing Corporation.Het Dolby ruisonderdrukkingssysteem wordt vervaardigd onderlicentie van Dolby Laboratories Licensing Corporation. | |||
Cassettedeck Bandsnelheid; Pinch-off
4-sporen, 2-kanaals stereo 4,76 cm/sec
U (FM) 1,5 μV M (MG) 6,5 μV L (LG) 30,0 μV
U (FM) 87.5 - 108 MHz M (MG) 522 - 1611 kHz L (LG) 153 - 281 kHz
4 x 15 W (10% vervorming) 4 x 20 W (10% vervorming) 4 Ohm 12 V, negatieve massa 10 A
Opmerking: Gebruik alleen de hoge-tonenluidsprekers van Volvo voor het dashboard.
Het audiosysteem CR-902/CR-906 van Volvo is een microprocessorgestuurde radio met PLL (Phase Lock Loop), ontworpen voor het Radio Data Systeem (RDS). De radio is uitgerust met een interne 4 x 15 W of 20W versterker voor de portierluidsprekers. De dashboardluidsprekers zijn via een interne filter aangesloten op de versterker van de voorportierluidsprekers.
4.1
"Alarm" wordt afgebeeld wanneer een Alarm-bericht wordt uitgezonden. Deze functie maakt de bestuurders attent op ernstige ongevallen of rampen, zoals een ongeval in een kerncentrale, een neergestorte brug e.d.
"Dolby" en het dubbele D-symbol zijn het handelsmerk van Dolby Laboratories Licensing Corporation. Het Dolby ruisonderdrukkingssysteem wordt vervaardigd onder licentie van Dolby Laboratories Licensing Corporation.
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | |
| 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 2 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 3 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 4 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 5 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 5 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
| 5 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |

| 1986 | 2007 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | |
| A. 35 | 4. 36 | 4. 37 | 4. 38 | 4. 39 | 4. 40 | 4. 41 | 4. 42 |
| B. 36 | 4. 37 | 4. 38 | 4. 39 | 4. 40 | 4. 41 | 4. 42 | 4. 43 |
| C. 37 | 4. 38 | 4. 39 | 4. 40 | 4. 41 | 4. 42 | 4. 43 | 4. 44 |
| D. 38 | 4. 39 | 4. 40 | 4. 41 | 4. 42 | 4. 43 | 4. 44 | 4. 45 |
| E. 39 | 5. 40 | 5. 41 | 5. 42 | 5. 43 | 5. 44 | 5. 45 | 5. 46 |
| F. 40 | 5. 41 | 5. 42 | 5. 43 | 5. 44 | 5. 45 | 5. 46 | 5. 47 |
| G. 41 | 5. 42 | 5. 43 | 5. 44 | 5. 45 | 5. 46 | 5. 47 | 5. 48 |
| H. 42 | 5. 43 | 5. 44 | 5. 45 | 5. 46 | 5. 47 | 5. 48 | 5. 49 |
| I. 43 | 5. 44 | 5. 45 | 5. 46 | 5. 47 | 5. 48 | 5. 49 | 5. 50 |
| J. 44 | 5. 45 | 5. 46 | 5. 47 | 5. 48 | 5. 49 | 5. 50 | 5. 51 |
| K. 45 | 5. 46 | 5. 47 | 5. 48 | 5. 49 | 5. 50 | 5. 51 | 5. 52 |
| L. 46 | 5. 47 | 5. 48 | 5. 49 | 5. 50 | 5. 51 | 5. 52 | 5. 53 |
| 10 | 15 | 20 | 25 | 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | |
| 10 | 15 | 20 | 25 | 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | 55 |
| 15 | 20 | 25 | 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60 |
| 20 | 25 | 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60 | 65 |
| 25 | 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60 | 65 | 70 |
| 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 |
| 35 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 | 80 |
| 40 | 45 | 50 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 | 80 | 85 |
| 45 | 50 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 | 80 | 85 | 90 |
| 50 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 | 80 | 85 | 90 | 95 |
Alfabetische inhoudsopgave
| Aandrijfriem | 10:13 | Bagage-afdekking | 5:7 | Centrale vergrendeling | 4:2 |
| Aanhangergewicht | 6:14 | Bagageruimte | 5:4 | Centrale vergrendeling/alarmsysteem met afstandsbediening | 4:3,4:4 |
| Aansteker | 2:8 | Bagageruimteverlichting gloeilamp vervangen | 8:12 | Chassisnummer | 11:2 |
| ABS | 1:9, 6:15 | Controlelampjes | 1:2-1:5 | ||
| Accu | 10:4, 6:17 | Banden | 7:2-7:4 | Contactslot | 1:10 |
| Achterbank opklappen | 5:5 | Bandenspanning | 7:4 | Cruise Control | 1:18 |
| Achterlichten, gloeilamp vervangen | 8:9 | Batterijen in de sleutel | 4:5 | ||
| Achterportier | 4:7 | Bedrijfsstoringen | 8:2 | ||
| Achterruit, elektrische verwarming | 1:13 | Beheersing samenstelling uitlaatgassen | 12:5 | D | |
| Achteruitrijlampen, gloeilamp vervangen | 8:9 | Bekleding reinigen | 9:8 | Dagteller | 1:5 |
| Achteruitrijvergrendeling | 6:9 | Benzine tanken | 6:2 | Dakdragers | 5:9 |
| Aftapbout motorolie | 10:7 | Bestuurdersstoel | 2:2 | "Deadlock" vergrendelingspositie | 4:5 |
| Afwateringsgaten | 9:6 | Binnenverlichting, gebruiken gloeilamp vervangen | 2:6 | Defroster | 2:11 |
| Airbag | 3:8-3:13 | Blaasmonden | 8:5 | Draaicirkel | 11:3 |
| Airconditioning | 2:14 | Boordcomputer | 2:10 | DSA | 1:9, 1:19 |
| Alarm | 4:4,13:4 | Bougies | 1:15-1:18 | Dynamo | 11:9 |
| Alarmlichten | 1:14 | Brandstofffilter diesel | 10:14 | E | |
| Als er iets gebeurt | 8:2-8:19 | Brandstofmeter | 1:3 | Elektrisch bediende raammechanismen | 2:7 |
| Antenne | 13:56 | Brandstofsysteem | 12:5 | Elektrisch verwarmde achterruit buitenspiegels | 1:14, 2:12 |
| Anti-vries | 10:12 | Buitenspiegels | 2:5 | ||
| Asbakjes | 2:8 | Buitentemperatuurmeter | 1:17, 1:18 | Elektrisch verwarmde voorstoelen | 2:5 |
| Audio | 13:1 | Elektrische installatie gegevens | 8:14-8:16, 11:9 | ||
| Auto omhoogbrengen | 8:2, 10:4 | C | Elektrolyt, accu | 8:17 | |
| Autogordels | 3:2, 3:3 | Caravan, rijden met | 6:13 | Expansietankkoelsysteem | 10:12 |
| Automatische versnellingsbak, rijden met | 6:10 | Carrosserie-onderboud | 9:2 | ||
| olie, oliepeil controleren | 10:11 | Carrosseriesmering | 10:17 | ||
| Carterventilatie | 12:3 |
| F | |
| G | |
| Garagekirk | 8.2 |
| Garantie | 10.2 |
| Geedeide achitebank | 5.5 |
| Geveens | 11.1 - 11.9 |
| Geerdeschap | 8.2 |
| Geerdeschap | 8.2 |
| Geewerens | 3.7 |
| Gleothlaminen, verangen | 8.5 - 8.13 |
| Grootlichssignaal | 11.1 |
| Glycol | 10.12 |
| Gordelaanspanners | 3.3 |
| Grootlichssignaal | 3.6 |
| Groothichssignaal | 11.1 |
| H | |
| Handerm | 1.8, 1.20, 5.2, 5.6 |
| Hoofdstueen (adtechbank) | 2.4 |
| Hoogeverstelling voorsloeken | 2.12 |
| Hulp-starracu | 6.17 |
| I | |
| Idemnische, typplafjes | 11.2 |
| Imperiaal | 5.9 |
| Innomahleccentium | 1.15 - 1.18 |
| Inboudsgesvens | 10.8, 11.3 |
| Inboudsgesvens | 10.8, 11.3 |
| Islasperlechding, geelbaum verangen | 8.12 |
| Krank, gebruiken | 8.2 |
| Maximmulding | 11.3 |
| Middeste hooldstein | 5.5 |
| Milleu | 12.7 |
| Make-up verlichting, gebruiken | 2.6 |
| Make-up verlichting, gebruiken | 2.6 |
| Geelbaum verdiening | 8.2 |
| Koplanmp verdiening | 8.2 |
| Koplampen, geolclamp verangen | 8.5 |
| Malen en gevichsen | 8.10 |
| Make-up verdiening, gebruiken | 2.6 |
| Selaklerar | 1:11 |
| Mallen remligen | 9.8 |
| Geruliksen | 1:13 |
| Maximmulding | 11.3 |
| Middlerse hooldstein | 11.3 |
| Kank, gebruiken | 5.9 |
| Krank, gebruiken | 5.5 |
| Korlampvissers, bldd verangen | 10.16 |
| Geruliksen | 1:13 |
| Geruliksen | 1:13 |
| Korlampenvissers, bldd verangen | 10.16 |
| Geruliksen | 1:13 |
| Schaeklar | 1:11 |
| Koplampen, geolclamp verangen | 8.5 |
| Koplampen, gröchlamp verangen | 8.5 |
| Koplandrik, triden met aanhanger | 6.13, 6.14 |
| Koefeldrik, triden met aanhanger | 4.7 |
| Koefeldrik, triden met aanhanger | 4.7 |
| Koefeldrik, triden met aanhanger | 4.7 |
| M | |
| I |
—Alfabetische inhoudopsgave
Alfabetische inhoudsopgave
| N | Niet-blokkerende remmen (ABS) 6:15Nokkenasriem 11:7OOctaangetal 6:2, 11:5 , 11:6, 11:7Olie automatische versnellingsbak controleren 10:11Oliedruk 1:8Olicfilter 10:8Otiën 10:7-10:9, 11:4Oliepeilstok, motor 10:6, 10:7automatische versnellingsbak 10:11Omhoogbrengen auto 8:2, 10:4Onbalans in de wielen 7:5Onderhoud 10:2-10:17, 12:5, 12:6Onderstelbehandeling 9:2, 9:3Opbergplaatsen 5:3Overbrengingsverhouding,versnellingsbak 11:8 | R | Ruitewisserblad vervangen 10:16Ruitewissers/-sproeiers 1:13, 10:15, 10:16S | |
| Raatmmechanismen, elektrisch bediend 2:7Reinigen 9:6 - 9:8Remcontrolelampje 1:8Remlicht, gloeilamp vervangen 8:9Remmen 6:15Remvloeistof 6:15.10:10Reservewiel, gebruiken 8:2beschrijving 7:6Richtingaanwijzers, gebruiken 1:13gloeilamp vervangen 8:8Roestwerende behandeling 9:2, 9:3Rolgordels 3:2Rugleuning verstellen 2:13neerklappen 5:6Rijden met aanhanger 6:13Rijden met caravan 6:13Rijden met imperiaal 5:9 | Schuif-/kanteldak 2:9, 8:19Schakelen,automatische versnellingsbak 6:10handgeschakelde versnellingsbak 6:9Schakelpook handschakeling 6:9Service 10:2 - 10:5Sigare-aansteker 2:8SIPS bag 3:8 - 3:12Sleepogen 6:16Slepen 6:16Sleutels 4:2Slip 1.19Sloten 4:2Slijtageprofiel 7:2Smeermiddelen 10:7, 11:4Smeren carrosserie 10:16Snecuwkettingen 7:3Snelheidsmeter 1:4Specificaties 11:1 - 11:10Speciale velgen 7:3Spiegels 2:5Spijkerbanden 7:3Sproeikoppen afstellen 10:15Sproeivloeistofreservoir 10:15SRS 3:8 - 3:13 | |||
| Starren, motor | 6.5 | Ventilatorien | 10:13 | Z |
| met half-surface, starcholes | 6:17 | Verchling, gebruiken | 1:11 | Zecring vergangen 8:14 - 8:16 |
| Starletulel | 1:10 | handeschakling | 6:9 | Zintigen 5:5 |
| Start- en startlet | 1:10 | automat | 6:10 | Zomeschern 2:9 |
| Steenstagsplexen | 9:4 | Verselingsbak overbetingsten | 11:8 | Zaiming fyden 6:4 |
| Stoelen | 2-2 | Vergangen, geloeharmen | 8:5 - 8:13 | Zaining zijn met brandstor 6:4 |
| Stuurbkerachfringing | 10:10 | koelvlocistof | 10:12 | Zuterving udalgessen 12:2 - 12:5 |
| Stuurinching, reggevens | 11:7 | wisserbladen | 10:15 | Ziljkpropelichten, geelahmp vervangen 8:11 |
| Stuurslict | 1:10 | zekerigen | 8:14 - 8:16 | |
| Stuurslict lockalseren | 8:17 - 8:19 | Koelvlocistof | 10:12 | Zuterving udalgessen 12:2 - 12:5 |
| Stundberkachfringing | 10:10 | witein | 8:2, 8:3 | Zuurslogehaliegever 12:2 |
| Stuurinching, reggevens | 11:7 | wisserbladen | 10:15 | Ziljkpropelichten, geelahmp vervangen 8:11 |
| Stuurinssic, reggevens | 1:5 | Welcken vergvideren | 9:8 | |
| Torentellek | 1:5 | Voetrem | 6:15 | |
| Temperaturemister | 1:5 | Welcken vergvideren | 9:8 | |
| Typeraalmenter | 11:1 - 11:10 | systeem | 2:10 | |
| Typeraalmenter | 11:1 - 11:10 | Werwarmings-ventilatie | 2:12 | |
| Typplaques | 1:12 | W | 11:8 | |
| U | Waarscluwingslampjes | 1:8 | Wareschluwingslampjes | |
| Uthalages zurving | 12:1-12:8 | Waischluwingslampje defect remcireun 1:8 | 9:6, 9:7 | |
| Veligheidsgordels | 3:2 | Well verwisselen | 8:2 - 8:4 | |
| Veiligheidsvergsrendeling | 4:7 | Wisertblad vervangen | 10:16 | |
| achterportieren | Winterbanden | 7:3 | ||
| V | Welbaldans | 7:2, 7:3 | ||
| Veligheidsgordels | Well verwisselen | 8:2 - 8:4 | ||
| Uthalages zurving | Wassen | 9:6, 9:7 |
Alibaba Science inwoodopave
Z
Interieur
Op de volgende pagina's worden verwarming, airconditioning, ramen, stoelen en portieren, enz. beschreven:
| Instrumenten | 1 | Voorstoelen | 2.2 |
| Interieur, verwarming | 2 | Spiegels | 2.5 |
| Autogordels, kinderen in de auto, airbag | 3 | Binnenverlichting, make-up spiegel | 2.6 |
| Vergrendeling, alarm, immobilizer,diefstalpreventie | 4 | Elektrisch bediende ramen | 2.7 |
| Asbakjes, aansteker | 2.8 | ||
| Bagage | 5 | Schuif-/kanteldak | 2.9 |
| Starten en rijden | 6 | Verwarming | 2.10 |
| Wielen en banden | 7 | Airconditioning | 2.14 |
| Als er iets gebeurt | 8 | Automatische klimaatregeling | 2.16 |
| Carrosserie-onderhoud | 9 | ||
| Service en onderhoud | 10 | ||
| Specificaties | 11 | ||
| Zuivering uitlaatgassen | 12 | ||
| Audio | 13 |
— Verwarming en ventilatie – verwarmings-/ventilatiesystemen
Op de volgende pagina's staan enkele adviezen om de verwarming/ventilatie zo effectief mogelijk te gebruiken. De airconditioning maakt het mogelijk om in de auto een koel en behaaglijk klimaat te krijgen, ook al is het buiten erg warm, maar denk eraan, dat ramen en schuifdak dicht moeten zijn.
N.B! De airconditioningsinstallatie bevat het nieuwe milieuvriendelijke koelmiddel R134a. Dit bevat geen chloor waardoor het 'onge-vaarlijk voor de ozonlaag is. Verder draagt R134a in een zeer beperkte mate bij tot het zogenoemde broeikas-effect. Bij het vullen met/verversen van koelmiddel mag uitsluitend R134a gebruikt worden. Dit moet door een erkende Volvo-werkplaats gedaan worden.
- "Verwarmings-/ventilatiesysteem zonder airconditioning." Dit wordt op pagina 2:12-2:13 beschreven.
- "Verwarmings-/ventilatiesysteem met manuele airconditioning." Dit wordt op pagina 2:14–2:15 beschreven. - "Verwarmings-/ventilatiesysteem met automatische klimaatregeling. Dit wordt op pagina 2:16–2:17 beschreven.
Pollenfilter
Indien een pollenfilter aangebracht is als accessoire, moet deze elke 15.000 km vervangen worden om een goede ventilatie te waarborgen.

Blaasmonden
A Open B Dicht
C Luchtstroom opzij gericht D Luchtstroom omhoog gericht
Het verwarmings-/ventilatiesysteem is uitgerust met een
luchtmengingsfunctie(E) waarmee koelere (bij airco uitvoeringen gekoelde) lucht kan worden aangevoerd wanneer de blaasmonden
open staan (stand A). De bedoeling is dat er dan koelere lucht naar uw gezicht wordt ge-
blazen terwijl de rest van het interieur warme lucht krijgt aangevoerd. Schakel de luchtmengingsfunctie uit wanneer de centrale
blaasmonden niet gebruikt worden en u het interieur snel wilt opwarmen.
Luchtverdeling =



— Verwarmings-/ventilatesystem zonder airconditoning
Verwarmings-/ventilatiesysteem zonder airconditioning
Denk eraan dat de luchtinlaat voor het
Sift de identifengingstänete.
Aanjagersnelheid: 3

maximaal uitgeschak
Temperatuur: Recirculatie:
Open alle blaasmonden

kowd
uitgeschakeld
Aanjagersnelheid:
Luchtverdeling:
Temperatuur: Recirculatie:
Zo wordt het het snelst warm:

... en zo wordt het het koelst:

... en zo wordt aanslag van de ramen verwijderd:
Sluit de middelste blaasmonden.
Aanjagersnelheid: 4

Temperatuur: maximaal Recirculatie: uitgeschakeld

Verwarmings-/ventilatiesysteem met manuele airconditioning

Lucht door de blaasmonden

Lucht naar de vloer

Lucht naar vloer en ramen

Lucht naar de ramen.
De verdeling van de lucht is stapsgewijs regelbaar over 270° van de knop.
Luchtverdelingsregelaar
Verwarmings-/ventilatiesysteem met manuele airconditioning =
Zo wordt het het warmst:
Sluit de luchtmengingsfunctie. Airconditioning: uitgeschakeld Aanjagersnelheid: 3

... en zo wordt het het koelst:

Airconditioning: ingeschakeld Aanjagersnelheid: 4

Temperatuur: koud Recirculatie: uitges
Regel de temperatuur met de temperatuurregelaar als het te koud wordt.
... en zo wordt aanslag van de ramen verwijderd:
Sluit de middelste blaasmonden. Airconditioning: ingeschakeld. Aanjagersnelheid: 4

Temperatuur: maximaal Recirculatie: uitgeschak

—Verwarmings- en ventilatiesysteem met automatische klimaatregeling
Verwarmings- en ventilatiesysteem met automatische klimaatregeling
Aanyullende informatie
Voor een optimale automatische werking moet u de zijblaasmonden altijd open laten. Er stroomt altijd wat lucht door de blaasmonden als ze open staan, ongeacht de stand van de luchtverdelingsregelaar. Om een maximale luchttoevoer naar de vloer of ruiten te krijgen moet u de blaasmonden sluiten. Als de zijruiten bedampt raken, opent u de twee zijblaasmonden. Bij koud weer moet u de centrale blaasmonden sluiten om de comfortabelste temperatuur in het interieur in te stellen.
Een optimale automatische werking wordt verkregen door de airconditioning in te schakelen. De airconditioning kan worden gebruikt bij buitentemperaturen vanaf 0°C. Kies AC OFF om de airconditioning uit te schakelen en het brandstofverbruik te verminderen. Gebruik de airconditioning regelmatig, dan werkt deze het beste.
REC: Gebruik de recirculatiestand gedurende enkele minuten om met uitlaatgassen verontreinigde omgevingslucht buiten te houden. In deze stand komt geen verse buitenlucht in het interieur. Laat het systeem niet langer dan 10–15 minuten in deze stand omdat de lucht in de auto dan snel muf wordt. In de winter of bij regenweer kunnen de ruiten ook beslaan.
Zet de luchtverdelingsregelaar op "aut" en de aanjager "aut" en kies een temperatuur. De aanjager zal de meest geschikte snelheid kiezen.
Snel ontwasemen

Zet de luchtverdelingsregelaar in stand en de aanjagersnelheid op stand 5.
ECC
(Electronic Climate Control)
Het airconditioningsysteem houdt de temperatuur in het interieur automatisch op het gewenste peil, ongeacht de buitentemperatuur. Het systeem maakt gebruik van de snelste beschikbare methode om de gewenste temperatuur te bereiken.
Het kiezen van een lagere of hogere temperatuur dan het eigenlijk gewenste temperatuurniveau heeft weinig invloed op de snelheid van verwarmen/koelen.
Voor de reële temperatuur wordt rekening gehouden met factoren als luchtsnelheid door de kachel i.v.m. de snelheid van de auto en de intensiteit van het zonlicht d.m.v. een sensor op het dashboard.
Schalet de lechtemingustnetie uit wanneer de centrale blaukommen gestoren zijn en het interieur snel wit opwarmen.
Wanneer het geseneuwd heft, moet u de lucihinal van het verwariningsysem vrijmaen. De lucihiala bevindt zich onder de motorkap, onder de voortuit.
Wannest het aircandidioningsystem gebruikal wordt, kan er wat damp uit de blasmonden komen. Dit is het gevolg van geen hoge relaue ver voelgheld en een hoge omgevingsempe lyule, en is volkomen normal.
Bil warm weer kan door condensvorming bij de werkende airconditioning water onder de auto druppleen.
Algemeine informatie
Verwarmings - en ventilatesystem met automatische klimaftegeling
Bedek de zomnesen, boveyn het dach sprakentoster, net. Die om te voorkomen dai het vervanningszehlaluesysem fou ieve informatie onvangt.
RECE kan ook gebruikt worden voor het seel opwarmen/Koelen met de ventilator in manuele stand.
Als de anfager in de positive, sur, stat recrucler de loci mathematical subjects het afrocler van de luci.
team
Foutmeldingen Klimaartergeleyes-
Verwarmings-en ventilati
VAARSCHUWING! Verstel de sectel, voortal u gaal rijden.
- Lengertiching versteilen Versel de stool, voordai u gaaí rijden! Als de beuéel omboogébertart word. kan de stool aar voren of gelleinen gezeti worden. Centro- ker of de stool verdirendel is, als u dzele ver- sield heer.

De passagerlissel kan door de dealer op deze verschilende hooglenivuws worden gezel.
Hendel omloog = de voorkant kan verseld worden. Worden.
Verstel de stool, voordat u gait riden. De voordant van de bestuurdessvoel kan op zeven verschilende hoogten en de achterkanin in negen standen verseld worden.
1 Hoogte verstellen
= Voorstoelen
Voorstoelen

De stoelen beschikken over een instelbare lendesteun.
4 Hellingshoek van de rugleuning
Verstelbare rugleuning. Om de rugleuning makkelijk te kunnen verstellen, mag er geen druk op worden uitgeoefend.
5 Neerklappen rugleuning van de
passagiersstoel
De passagiersstoel kan i.v.m. lange lading snel neergeklapt worden dmv de twee grendels. Zie pagina 5:6
WAARSCHUWING!
Bij het verstellen moet u ervoor zorgen dat er geen voorwerpen klem kunnen raken voor of achter de stoel en dat er gee risico is voor de achterpassagiers. Zorg ook voor dat kinderen nooit met de verstelknoppen van de stoelen spelen.
— Verwarmde stoelen, hoofdsteunen achterbank
schakelaars stoelverwarming

verstelling hoofdstesmen

Elektrisch verwarmde voorstoelen
De elektrische verwarming kan met de scha-
keltal aan- en ungezet worden. De verwarming wordt met een thermostaat
geregeld en schakelt automatisch uit. Zet de
niemand op de stoel zit.
Indien de rode LED op de schakelaar brandt staat de stoelverwarming aan.
Verwijderen van de hoofdsteun achter. Trek de steun omhoog, druk knop (1) in en trek de hoofdsteun uit de rugleuning.
Spiegels =

Achteruitkijkspiegel, elektrisch bediend (extra uitrusting)
De bedieningsschakelaar voor de twee buiten- spiegels bevindt zich op de middenconsole naast de handrem.(alléén met contact aan)
A opzij B in de hoogte

Achteruitkijkspiegel, handbediend
De buitenspiegel kunt u met de hendel van binnenuit verstellen.
Gebruik om ijs van de spiegels te verwijderen geen schraper met een stalen blad, want dan kan het spiegelglas krassen! Sommige modellen hebben spiegelverwarming in combinatie met de achterruitverwarming. Alle modellen hebben aan de bestuurderskant een buitenspiegel waarvan de buitenste helft een "dode hoek"-spiegel is.
Denk erom, dat hoeken en afstanden door de spiegel veranderen!

niet-verblindende stand. Gebruik deze, als de koplampen van de auto achter u hinderlijk zijn.
WAARSCHUWING!
Stel de spiegels in, voordat u gaat rijden!
Binnenverlichting Make-up spiegel

Tuimelschakelaar (1) naar rechts:
geen instapverlichting Tuimelschakelaar (1) midden:
instapverlichting ingeschakeld.
Tuimelschakelaar (1) links: alla binnenverlichting a
alle binnenverlichting aan.
Bij enkele varianten kan ieder lampje (voor) bovendien afzonderlijk met een druk-
schakelaar (2) bediend worden.
De interieurverlichting gaat aan bij het openen van het portier of ontgrendelen met de af-
standsbediening.
Nadat de portieren dichtgedaan zijn, blijven de leeslampjes voor en achter en de voetver-
de portieren op slot gedaan worden.
2:6
De lampjes branden ook als een portier opengaat.
De leeslampjes achter doet u aan en uit door het lensje te kantelen of met de schakelaar van de lampjes voor.
tact aan)
Make-up spiegel (sommige modellen)

Zorg er voor (speciaal als er kinderen in de auto zijn) dat bij het sluiten van de ramen geen hoofd of hand beklemd raakt.
Haal de sleutel uit het contactslot en neem deze mee indien de auto verlaten wordt om te voorkomen dat ruiten gesloten kunnen worden zonder toezicht.
- Schakelaars elektrische zijruiten
- Sperschakelaar zijruiten achter
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
ten er
irui chte
zijn a
Sperschakelaar zijruiten achter
Om te voorkomen dat kleine kinderen de ruiten met de deurschakelaars openen, kan men gebruik maken van de sperschakelaar op de midden-console.
ON:Rar
OFF: Ramen kunnen alléén door bestuurder bediend worden.
Denk er om de stroom naar de raammechanismen altijd te yet
(d.w.z. de startsleutel eruit te halen), als u kinderen alleen in de auto
achterlaat.
Elektrisch bediende zijruiten
De elektrische raammechanismen bedient u met de schakelaars op de middenconsole of in de portieren voor de betreffende deur.
De startsleutel moet in de "rijstand" staan.
De ramen gaan open, als u het achterste deel van de schakelaar omlaagdrukt en gaan dicht, als u het voorste deel van de schakelaar omlaagdrukt.
De bediening voor de zijruit van de bestuurder is voorzien van een
extra "AUTO"-functie. Door deze toets snel in te drukken, opent de ruit volledig. Dit kan worden onderbroken door de toets noemaals
snel in te drukken.
OPMERKING! De AUTO-functie geldt alléén voor de ruit aan de
bestuurderszijde.
Asbakjes en aansteker


Afvalbakje voor de achterbank Als het afvalbakje geleegd moet worden: - schuif het bakje helemaal uit, - til de achterkant iets op - verwijder het afvalbakje naar achteren.
vermögen van 120 W.
Druk licht tegen de klep bij "push", dan g deze automatisch open en de asbak schuift naar buiten. Pak om de asbak te legen deze aan de zij- kanten vast en trek hem uit de houder.
Druk de aansteker in, als u deze wilt gebruiken. Als deze na ca 6-8 seconden warm geworden is, komt deze automatisch met een "klik" naar buiten.
- verwijder het afvalbakje naar achteren.
Als het afvalbakje geleegd moet worden: - schuif het bakje helemaal uit, - til de achterkant iets op
Aansteker
Schuif-/kanteldak

schakelaar schuifdak
Elektrisch schuif-/kanteldak
Het schuif-/kanteldak werkt op 2 manieren: als gewoon schuifdak en het achterste deel kan omhooggezet worden als "ventilatiestan
De startsleutel moet in de rijstand staan.
A Ventilatiestand:
Druk op de rechterkant van de schakelaar (1) om te openen en op de linkerkant om dicht te doen. Dit kan alleen vanuit de gesloten situatie van het schuifdak.
WAARSCHUWING!
Zorg er voor (speciaal als er kinderen in de auto zijn) dat bij het sluiten van de ramen geen hoofd of hand beklemd raakt.
Verlaat nooit de auto zonder de sleutel om te voorkomen dat ruiten gesloten kunnen worden zonder toezicht.

Schuifdak openen: druk op de linkerkant van de schakelaar.(1) Schuifdak sluiten: druk op de rechterkant van de schakelaar.(1)
N.B! Doe het zonnescherm niet dicht, als het schuifdak openstaat. Het kan de goede werking beïnvloeden.
Storing
In geval het schuifdak niet meer elektrisch sluit kan het gesloten worden met een in de gereedschapset bijgeleverd gereedschap. Zie pagina 8.19
Autogordels, kinderen in de auto, airbag—
In dit hoofdstuk wordt behandeld wat met veiligheid tijdens het rijden te maken heeft, zoals gordels, kinderen in de auto, SRS airbags en SIPS-bags.
| Instrumenten | 1 | Autogordels | 3:2 |
| Interieur, verwarming | 2 | Gordelaanspanners | 3:3 |
| Autogordels, kinderen in de auto, airbag | 3 | Kinderen in de auto | 3:4 |
| Vergrendeling, alarm, immobilizer,diefstalpreventie | 4 | Kinderen tot 3 jaar (15 kg) | 3:6 |
| Geïntegreerd veiligheidskussen | 3:7 | ||
| Bagage | 5 | SRS (Airbag) en SIPS-bag | 3:8 |
Audio 13
Waarschuwingslampje in het instrumentenpaneel

Label op de deurstijl
Het SRS (Airbag) systeem wordt permanent bewaakt door een sensor/diagnoseenheid*. In het instrumentenpaneel bevindt zich een waarschuwingslampje met de letters "SRS". Dit lampje gaat tegelijk met de andere branden bij het starten van de motor en gaat uit wanneer de motor draait. Als de contactsleutel op positie II wordt gedraaid, moet het lampje na zo'n 10 seconden uitgaan.
\*niet SIPS bag
WAARSCHUWING!

Als het waarschuwingslampje blijft branden of gaat branden tijdens het rijden, moet de auto onmiddellijk naar een erkende Volvo-werkplaats worden gebracht.
3:10
Werk nooit zelf aan het SRS (Airbag) of de SIPS bag, aangezien dit kan leiden tot defecten van het systeem en persoonlijke verwondingen. Werkzaamheden aan het SRS (Airbag) of de SIPS bag mogen alleen worden uitgevoerd door een erkende Volvo-werkplaats.
WAARSCHUWING!
SRS (Airbag), SIPS bag

De passagiers in de voorstoel moeten rechtop zitten in een comfortabele positie, met hun rug tegen de rugleuning. Ze mogen nooit voorover leunen over het dashboard of op de voorrand van de stoel zitten. De passagiers moeten altijd hun veiligheidsgordel gebruiken.
- De passagiers moeten hun voeten op de vloer houden, en dus niet op het dashboard, de stoel of tegen het raam. - Laat kinderen nooit rechtop staan voor de voorstoel.
- Er mogen geen voorwerpen of extra uitrusting geplaatst worden op of bevestigd aan het SRS-paneel (boven het handschoenenkastje) of in de ruimte die wordt ingen men door het opgeblazen luchtkussen. - Laat geen losse voorwerpen slingeren op vloer, stoel of dashboard. - Probeer nooit om het SRS-paneel op het stuurwiel of boven het handschoenenkast te openen. Dit mag slechts gebeuren in er erkende Volvo-werkplaats.
van het luchtkassen aan passagierskant
SRS (Airbag) – passagierskant
Wanneer het luchtkussen wordt opgeblazen, bedraagt het volume ong. 150 liter aan passagierskant en ong. 60 liter aan bestuurderskant (lager volume door de positie van het stuurwiel). Beide kussens bieden vrijwel dezelfde bescherming.
Kinderstoel
WAARSCHUWING!
Indien aan de passagierskant een SRS (airbag) aanwezig is, mag geen kinderstoel gemonteerd worden op de voorstoelen. Het kind kan ernstig letsel oplopen bij het afgaan van de Airbag.
De veiligste plaats voor kinderen is op de achterbank.
WAARSCHUWING!
Bevestig geen labels of stickers aan een van de SRS-panelen!
Opblazen van de zijdelingse airbag
Het SIPS bag systeem bestaat uit een mechanische inrichting met twee hoofd-elementen: de airbag module en de sensor. De airbag module bevindt zich in het frame van de rugleuning van de voorstoel en de sensor is bevestigd aan het uiteinde van de voorste SIPS buis van de stoel. Aangezien het een mechanisch systeem betreft wordt de sensor niet gecontroleerd door de diagnose-eenheid van het SRS(Airbag) systeem. In opgeblazen toestand heeft de SIPS bag een inhoud van ongeveer 12 l.
- Plaats geen voorwerpen tussen de deur en de voorzijde van de stoel.
de Volvo-werkplaats.
slechts worden uitgevoerd door een erken-
de onderdelen van de SIPS bag mag
voorstoelen te openen. Het vervangen van - Probeer hoon om het 315-3-pancet van de
- Probesen neoit om het SIPS, netteel van de
de bete van oppleoing van de uijeling se airbag - Plaats geen voorwerpen of accessoires in de zone van ontplooiing van de zuideling-
leem.
die zijn uitgerusst met het SIPS bag sys-
kledingen voor de voorstoelen van auto's
ding van volvo of door volvo erkende be- - Gebruik uitsluitend de originele bekle-
SAPS bag
SIPS bag
Kunnen de SRS (airbags) per ongeluk worden opgeblazen?
Het systeem is zo ontworpen dat de SRS (airbags) alleen worden opgeblazen bij een zware botsing. Het SRS (airbag) systeem beschikt over een diagnose-eenheid die het systeem continu bewaakt en controleert*. Maak er een gewoonte van om het waarschuwingslampje van het SRS (airbag) systeem te controleren telkens als u gaat rijden.
Centrale element van het Volvo-veiligheidssystem
De driepuntsgordel vormt het centrale element van het Volvo-veiligheidssysteem. Alle inzittenden moeten hun gordel dragen in alle omstandigheden. Het SRS (airbag) systeem vormt slechts een aanvullende beveiliging op de driepuntsgordel, zoals het SIPSbag systeem een aanvulling vormt op het SIPS-systeem**.
*niet de SIPS bag **Side Impact Pro lingse botsingen)
**Side Impact Protection System (beschermingssysteem tegen zijdelingse botsingen)
Als de SRS (airbags) niet worden opgeblazen
Niet alle frontale botsingen activeren het SRS (airbag) systeem. Het SRS (airbag) is zo ontworpen dat het niet wordt geactiveerd bij frontale botsingen met zachte voorwerpen, zoals struiken of sneeuwhopen. Normaal worden de airbags niet opgeblazen bij zijdelingse botsing (behalve indien de auto uitgerust is met een SIPS bag) of botsing van achteren of als de auto over de kop gaat. Uit de schade aan de carrosserie kan ook niet worden afgeleid hoe het SRS (airbag) en SIPS bag systeem zal functioneren na de botsing.
Wanneer de airbags worden opgeblazen
De SRS (airbags) worden alleen opgeblazen bij frontale botsingen met een hoek van max. +/- 30° als de auto met voldoende kracht in botsing komt met een vast of zwaar voorwerp. De sensor houdt zowel rekening met de kracht van de botsing als met de afremming van de auto. Het SRS(Airbag) systeem berekent of de botsing voldoende zwaar is om de airbags te activeren.
De bovenstaande informatie geldt tevens voor de SIPS bag, op het feit na dat deze alleen geactiveerd wordt bij zijdelingse botsing, wanneer de auto in botsing komt met een onbeweeglijk/massief voorwerp en deze botsing voldoende zwaar is binnen de voorste zone van het SIPS-systeem.
N.B.: Het SRS (Airbag) systeem en de SIPS bag kunnen slechts een keer worden geactiveerd. Nadat de airbags geactiveerd zijn geweest, adviseren wij het volgende:
- Sleep de auto naar een Volvo-werkplaats. Zelfs indien de auto na het ongeluk nog kan rijden, raden wij niet aan om te blijven rijden nadat de airbags geactiveerd zijn. - De onderdelen van het SRS (Airbag) systeem en de SIPS bag moeten worden vervangen door een erkende Volvo-werkplaats. - Gebruik alleen originele Volvo-onderdelen om de SRS (Airbag) en SIPS bag onderdelen te vervangen (airbags, gordelaanspanners enz.).
Het is voor het geven van maximale bevelt. Ging van belang, dat de gordel goed tegen het Heikam Itz. Laat de rulsparing niet te veel davinterver hellen. De gordel is bedoeld als heveliging bij normale riouding.
Door de voorsteel wordt door hoogie insiesling van de gordel, al naar geling van de kunge de bordel meer dan hand wit versellen, moet u dez een paar den uinkalken en naar uw eigen hooge insieken.
Tek de gondel langizam uhl en versrendel deze door de borglip in de sluiting le steken, Fen „Kilk” peet aan, dat de gondel vergren- del. i.s.
Vastamaken
Een roof waarschuvingslampje bij de binnervertehing gaal knipperen als de gordel van de bestuurder niet is vastengaal.
worde zo zwander belast dan waarvoor deze besend zijn. Alle inzheiden kunnen dan kelsel oplopen.
gebruik van de geordel, bij een ongelijk region de ralteaming van de voorsloelen gestinigerd worden. De geordels van de voorsloelen
Zelis sirk altenmen kan ernstige gevölgen Deegen op de acheribank zullen, zonder passagiers moelen de gordels gehenkien! Ale hehken, als u de gordel niet gehenkii. Alle
Gebruik bij het ridden alihd de autogordel

Druk de node kroup (1) op de sluiding in. Laat het oprufijecjalansme de gordel geheld opdothen. Lekd de gordel eventuelt met de hand zodal kalkken van de gordel voorkomen world.
Losmaken
De behyperdei moer lag zhen
Elke forde is voor een persoon bestemd!
trecken.
De heuropondel moet over de heup ge- spanncen woren, volgens de alfectl- ding, door aan de chiagnale band le
niet hoven de buik
- De heupersoned most long zitten - dus
- De scored may hit stark zitten.
zitten.
• De gordel may hit school of gerdarid
gordel to wild herdoor verisword.
Gebruik geen wordtkelem of een ander huipmiddei om le verdinderen dat de
Elke forde is voor een persoon bestemd!
WAARSCHLWING!

• biyl bochten nemen
• biyl sterk overhellen van de auto
• biyl afrenmen en accelleren
• Buy to sell untrecken
untrapolien worden:
Normal is de gordel niet geholkkered en Kuni u zich vrij bewegen. De gordel worti geholkkered en kan dus niet
Blockeren van de wordt
Elke gordel is voor geen persoon besemd!
Gordelaanspanners
WAARSCHUWING!
| - Als de gordel zwaar belast geweest is, b.v. in verband met een botsing, moet de gehele gordel, d.w.z. compleet met rol, bevestigingen, bouten en sluiting, door een nieuwe vervangen worden. Ook al lijkt de gordel onbeschadigd te zijn, toch kunnen een deel van zijn beveiligende eigenschappen verloren gegaan zijn.-Vervang de gordel ook, als deze erg versleten of beschadigd is.-Breng nooit zelf veranderingen of reparaties in de gordel aan, maar laa een Volvo-werkplaats dit doen! |
Gordelaanspanners
| De rolgordels voor de voorstoelen hebben mechanisch gestuurde pyrotechnische gordelaanspanners. De belangrijkste functie is om op het moment van de botsing het lichaam tijdig op te vangen door de ruimte tussen de gordel en kleding weg te nemen. |
Gordels regelmatig controleren
| Controleer of de gordel niet tegen scherpe randen schuurt en in goede staat is. Gebruik voor het schoonmaken van de gordel water en een synthetisch wasmiddel. |
| De blokkerende werking van de rolgordels kunt u als volgt controleren: |
| ● Pak de gordel beet en geef een korte snelle ruk. |
| De veiligheidsgordel moet blokkeren en niet uitgetrokken kunnen worden. |
= Kinderen in de auto
Het kind moet ook goed zitten - en veilig!
Let op!
Een volwassene met een autogordel om is bij
goed beschermd. Om uw kinderen dezelfde
goede bescherming te kunnen geven volgen hier enkele adviezen over de plaats van kind
Denk eraan, d
Denk eraan, dat een kind, ongeacht zijn leeftijd en grootte, altijd in de auto
bij een passagier op schoot zitten!
De plaats en uitrusting kiest u op grond van het gewicht van het kind.
Gebruik de speciale kinderzitjes en -kussens van Volvo.
Er zijn in veel landen wettelijke voorschriften waar kinderen in de auto gezet moeten worden. Onderzoek wat geldt in het land waar u naar toegaat.
driepuntsgordel moet laag zitten.
leggen, dat deze niet ommodig op de baarmoeder drukt. De heupgordel van de
Aanstaande moeders
Aanstaande moeders met name moeten zorgvuldig zijn met het gebruiken van de gordel!
Kinderen in de auto
Belangrijke tips!
Bij gebruik van andere in de handel verkrijgbare kinderveiligheidsprodukten is het belangrijk, dat de meegeleverde montageinstructie goed doorgelezen en nauwkeurig opgevolgd wordt. Maar toch moet u aan het volgende denken:
- Kinderkussens/-zitjes met stalen beugels
die in contact komen met het veiligheids-
gordelslot mogen niet worden gebruikt
omdat het slot toevallig kan worden geo-
pend. Volvo beschikt over een gamma
kinderveiligheidsprodukten die speciaal
voor de Volvo werden vervaardigd en ge-
test.
- Het kinderzitje moet altijd zo gezet worden, als door de fabrikant voorgeschreven is.
Zie volgende pagina.
Zet de bevestigingsband van het kinderzitje
niet vast aan de lengte - afstelstang, veren
en allerlei rails en balken onder de stoel
met scherpe randen.
Laat de rug van het kinderzitje tegen het
dashboard rusten.(Let op bij airbag!)
Laat het bovenste deel van het kinderzijtje
niet tegen de voorruit liggen.
Gebruik het kinderzitje nooit op de voor-
stoel in auto's met SRS-airbag aan passa-
gierskant.
N.B! Neem voor duidelijker montageinstruc-
ties contact met de fabrikant op, als er bij het
aanbrengen van het kinderveiligheidsprodukt
problemen zijn.
WAARSCHUWING!
Nooit het kinderzitje op de voorstoel monteren wanneer de auto is uitgerust met een SRS (airbag) aan passagierszijde.

Sticker op dashboard
=Kinderen (tot 3 jaar) in de auto

Op de voorstoel (indien geen Airbag)
Buitenste zitplaats op de achterbank
Middelste zitplaats op de achterbank
Kinderen tot 3 jaar (± 15 kg)
Zelfs pasgeboren baby's zitten veilig in het
Volvo kinderzitje. In combinatie met een spe-
ctiale montagekit en de 3-punts veiligheidsgor-
del, is het kinderzitje goedgekeurd wanneer
het naar achteren gericht op de buitenste of
middelste zitplaatsen achterin (voor kindere
(tot 18 kg) wordt gemonteerd. Voor heel klei kinderen is een heb, invastel de teelde
kinderen is er een baby-inzerstuk dat makke lijk in het kindersitie kan worden geleven.
Met het oog op een maximale veiligheid mo
u alle instructies volgen voor het aanbrenger
van de verankerings- en montagelussen.
ken van het kinderzitje en span strak aan.
ken van het kinderzijte en span strak aan.
WAARSCHUWING!
△
een SRS (airbag) aan de passagierszijde
kinderen (15-36 kg),geintegreerd veiligheidskussen

Zorg dat het veiligheidskussen altijd goed vergrendeld is.
Leg de gordel altijd goed, comfortabel en niet gedraaid over de schouder en laag over de heupen van het kind.
Als het veiligheidskussen in verband met een botsing zwaar belast is geweest moet het kussen inclusief de gordel met bouten vervangen worden.
Laat nooit kinderen alleen en zonder toe- zicht achter in de auto.
Wegbergen van veiligheidskussen
Haal de gordel uit de beugel (2) van het kussen.
Trek aan de ontgrendelknop (3) onder het kussen en
trek het kussen naar voren.
Druk achter op het veiligheidskussen om
het te vergrendelen in de zitting.
Installeren van veiligheidskussen
- Trek met de lus (1) het kussen uit de zitting
- trek het kussen achterwaarts over de zitting
- Druk op het kussen om deze te vergrende-
len.
- Leg het heupgedeelte van de gorder door de hawnel (2) van het kussen. Hierdoor
de bedger (2) van het kan de gordel strak over de heup van het
kind liggen.
Kinderen vanaf ongeveer 3 jaar
(kinderen tussen 15-36 kg)
Als het kind uit het kinderzitje gegroeld is, moet het op de achterbank zitten en de rolgor- del van de auto gebruiken. Volvo's eigen gein- tegreerde kinderkussen, (goedgekeurd voor kinderen tussen 15–36 kg) en 3-puntsgordel in de auto zijn speciaal voor grote veiligheid geconstrueerd.
De airbags zijn in het stuurwiel, boven het handschoenenkastje en in de rugleuning van de stoelen ingebouwd.
SRS (Airbag) en SIPS bag
Voor een hogere veiligheid zijn auto's naast de standaard driepuntsgordels ook uitgerust met SRS (airbags). Supplementary Restraint
System. De auto's zijn voorzien van de letters SRS op het stuurwiel en, als de auto een airbag heeft aan die kant, op het dashboard aan
passagierskant.
De auto is standaard uitgerust met zijdelingse airbags. Dit wordt vermaeldt met, "SIPS bag" aan de zijn met van de stocken.
De SRS Airbags liggen samengevouwen in het stuurwiel en boven het
De SIPS bae is in de rugleuningen van de voorstoelen aenvonteerd
Als de sensor een sterke botsing met een bepaalde hoek, snelheid o
kracht detecteert, wordt het systeem geactiveerd en worden de lucht-
* Side Impact Protection System
3:8
WAARSCHUWING!
De SRS (airbag) is bedoeld als aanvulling op, en niet ter vervanging
activeerd bij botsingen opzij of achteraan, of als de auto over de kop
De SIPS bag vult het bestaande SIPS systeem aan. De zijdelingse
airbag wordt niet geactiveerd bij frontale botsing of botsing langs
De veiligheidsgordel moet dan ook altijd worden gedragen.
Het systeem bestaat uit een gasgenerator (1), gekoppeld aan een opblaasbaar kussen (2). Bij voldoende zware botsing activeert de sensor (3) het ontstekingssysteem van de gasgenerator, wat het luchtkussen opblaast en opwarmt. Om de energie van het lichaam tegen het kussen te absorberen begint het direct na de botsing leeg te lopen. Hierbij komt wat rook vrij in de auto. Het hele verloop, incl. opblazen en leeglopen, neemt slechts enkele tienden van een seconde in beslag.
Veiligheidsgordels met spanners
Een speciaal veiligheidsdetail van het SRS airbag systeem vormen de gordelaanspanners met springlading (4). In het rolsysteem is een kleine springlading ingebouwd die tot ontploffing wordt gebracht op het moment van een botsing, waardoor de gordel zich strak om het lichaam spant om zo de speelruimte door losse kleding enz. weg te halen. Hierdoor worden de krachten van een botsing sneller opgevangen.
SIPS bag systeem
Het systeem omvat langs elke kant een gasgenerator (4), een mechanische sensor (3), een pyrotechnische kabel (2) en een airbag (1). Een voldoende zware botsing activeert de sensor, die de generator ontsteekt, die op zijn beurt de SIPS bag opblaast. De SIPS bag plaatst zich tussen de inzittende en het portierpaneel; het absorbeert de impact van de botsing en begint onmiddellijk daarna leeg te lopen.
Let op!
Rechtop zitten en een goed aangegorde riem biedt de beste bescherming.
WAARSCHUWING!
Blijf niet rijden met een Airbag die afgegaan is. De hangende zak kan het besturen van de auto beïnvloeden. Ook andere veiligheidssystemen kunnen beschadigd zijn. Rook en stof uit de Airbags kunnen bij langdurige inwerking irritatie veroorzaken op de huid en de ogen.
3:9
Motorkap, portieren, vergrendeling, alarm, diefstalpreventie —
Lees de volgende pagina's nauwkeurig door. Goede diefstalpreventie kan veel ongemak voorkomen,
| Centrale vergrendeling | 4:2 |
| Afstandsbediening | 4:3 |
| Alarminstallatie | 4:4 |
| "Deadlock", Batterijen | 4:5 |
| immobilizer, handschoenenkastje | 4:7 |
| Kinderveiligheidssloten, Kofferdeksel | 4:7 |
| Motorkap | 4:8 |
| Diefstalpreventie | 4:9 |
| Instrumenten | 1 |
| Interieur, verwarming | 2 |
| Autogordels, kinderen in de auto, airbag | 3 |
| Vergrendeling, alarm, immobilizer,diefstalpreventie | 4 |
| Bagage | 5 |
| Starten en rijden | 6 |
| Wielen en banden | 7 |
| Als er iets gebeurt | 8 |
| Carrosserie-onderhoud | 9 |
| Service en onderhoud | 10 |
| Specificaties | 11 |
| Zuivering uitlaatgassen | 12 |
| Audio | 13 |
Centrale vergrendeling
Alle portieren openen en sluiten
Uw auto is uitgerust met een centraal vergrendelingssysteem. Hiermee kunnen alle
portieren en de kolfterklep automatisch worden geopend en gesloten via het slot van het bestuurdersportier.
De passagiersdeur en de konferklep kunnen geopend worden onafhankelijk van de centra
le vergrendeling.(behalve op kinderslot)
Draai de sleutel naar de stijl om te sluiten en
omgekeerd om te openen. De portieren kunnen altijd
aan de binnenkant geopend worden, of het
kinderslot geactiveerd is.
U kunt alle portieren ook op slot doen door
het slotknopje van het bestuurdersportier naar beneden te drukken. (portier moet dicht zijn)
WAARSCHUWING!

sleutels

Verlies van een sleutel
Neem indien een sleutel verloren is gegaan
Deze kan een nieuwe bestellen en zal het
immobilizer- en eventieel alarm systemeem her- programmeren om tegen te gaan dat de verlo-
ren sleutel/afstandsbediening nog gebruikt kan worden.
kan worden. Hiervoor is een bij het chassisnummer beho-
Thervoor is een bij het chassisklimmer beho- rende pincode nodig. Deze is alleen bij de fa-
briek bekend.
Neem alle sleutels mee naar de dealer en zie
grammeerd worden.
Kofferdeksel
De kofferdekdel/achterklep kan zo afgesloten
worden dat het slot niet reageert op het cen-
traal sluitsysteem. Zie pagina 4:7
worden. De slotknopjes van de achterportieren kunnen aan de binnenkant omhooggetrok-
Als de stroomvoorziening is uitgeschakeld of de accu leeg, kan de auto wel worden geopend met de sleutel.
Centrale vergrendeling met afstandsbediening
Centrale vergrendeling met afstandsbediening
Uw auto kan uitgerust zijn met een afstandsbediening voor het centrale vergrendelings-systeem op de portieren en kofferdeksel/achterklep, werkend tot een afstand van 5 meter. Naast de twee sleutels met afstandsbediening kunnen door uw dealer, nog vier sleutels geprogrammeerd worden.
Ver-/ontgrendelen met de afstandsbediening is niet mogelijk bij contact aan of als er nog een deur open is.
Ontgrendelen
Unlock : ontgrendelen - De richtingaanwijzers gaan binnen 1 sec 2 x branden. (niet alle landen)
- De binnenverlichting gaat aan en blijft nog 25 seconden branden na het sluiten van het portier of tot contact aan. (De binnenverlichting blijft 15 minuten aan indien de deur open staat). - Als na ontgrendeling binnen 2 minuten geen portier of achterklep/kofferdeksel geopend wordt, wordt automatisch weer vergrendeld. Indien wel binnen 2 minuten een deur of de achterklep geopend wordt geopend zal het voertuig ontgrendeld blijven.

Schakelaar centrale vergrendeling M.b.v. de schakelaar (1) in de middenconsole is het mogelijk om alle deuren te ont-/vergrendelen met contact aan. (en tot 30 seconden na afzetten van het contact alléén ontgrendelen) Indien de auto vergrendeld wordt met schakelaar (1) en een portier van binnen wordt geopend dan worden alle portieren ontgrendeld. (bij de achterportieren moet eerst de ontgrendelknop omhooggetrokken worden)
Opmerking:
De kofferklep kan met de sleutel geopend worden zonder dat de centrale vergrendeling in werking gezet wordt.
Indien de passagiersdeur met de sleutel ont-grendeld wordt en geopend worden alle slote ontgrendeld.(niet met alarm en/of "deadlock" zie 4:5)
De richtingaanwijzers gaan een keer 1 sec branden. (niet alle landen)
De binnenverlichting gaat uit (afhankelijk van de stand van de schakelaar).
Vergrendelen
Lock : vergrendelen
Pas op!
- Veelvuldig gebruik van de afstandsbediening buiten het bereik kan tot gevolg hebben dat het systeem gereset moet worden door de dealer.
Airbags en afstandsbediening
Als de SRS airbag geactiveerd wordt bij een aanrijding zullen de portieren automatisch ontgrendeld worden indien de auto is uitgerust met een centrale vergrendeling met afstandsbediening.
Alarminstallatie
hemen zonder dat het alarm aan beweging geconstateerd wordt.
constateerd wordt zal de LED reageren en op- lichten zonder dat het alarm afaat telwa de
Als binnen 30 seconden na het afzetten van het contact een beweging in het interieur ge-
Controle ultrason detectie
In staat een uitstaat te consistieren.
Controls ultrasper datvatie
Na het akoestisch alarm is het systeem weer in staat een inbraak te constateren.
ken.
- In geval van sabotage aan de bedrading van de sirene gaat deze ± 5 minuten wer-
ling van het alarm toldat het contact aangezet is.
- de LED gaat snel knipperen na uitschake-
- de alarmverlichting knipperen (5 minuten)
- de sirene 30 seconden in werking
In geval van inbraak gaat:
ongedaan worden gemaakt door op "unlock" te drukken van de afstandsbediening.
Nadat het alarm is afgegaan kan dit alléén
branden en de auto kan geopend worden.
Alarm ongedaan maken
De alarmverlichting gaat binnen 1 sec. 2x
te drukken.
Uitschakelen gebeurt gelijktijdig met ontgren-
delen en kan alléén door de "unlock" knon in
Uitschakelen
wordt automatischen w alarm ingeschakeld.
geen portier of achterklep geopend wor
Als na ontgrendeling binnen 2 minuten
LED continu branden.
klep of de motorkap geopend is zal de
volledig actief. Als er nog een dear, kof
50 seconden na inschakelen is het syste
peren.
portiervergrendeling gaat langzaam knij
De hemingaanwijzers gaan 1 sec. brand
De LED in de schakelaar voor centrale
De richtingaanwijzers gaan 1 sec. branc
het alarm en de ultrasonductie geach
veerd
Genijktijdig met de vergrendeling wordt
het alarm en de ultrasondateatie wordt
Druk op "lock" van de afstandsbedienin
Gelijftijdig met de vamondelige
Sluit de ramen en het schuifdak.
schakelen van het alarm
(1) 2017年1月1日,公司与关联方累计发生关联交易的总金额为人民币4,500万元。
n de immobilizer voorgaande pagina's.
n de centrale vergrendeling en het gebruik
e voor het gebruik van de afstandsbedien
(四) 2017年1月1日,公司与关联方发生的交易金额为人民币4,000万元。
ultrasoondetectie voor het interieur.
motorkap, bedrading van accu en sirenc
inbraakdetectie op portieren, kofferkler
n met een alarm bestaande uit:
s extra toevoeging op centrale vergrehde
et afstandsbediening kan uw auto uitgeren
s extra traversing on central varpands
Werking van de LED (4) bij alarminstalla-
De batterijen van de sirene bevatten zware metalen. Deze moeten na een aantal jaren milieu vriendelijk vervangen worden.
Laat uw Volvo-dealer dit doen.
Batterij van de sirene
2. 本次股东大会的召集和召开程序
bijvoorbeeld de werking van de alarmlichten..
De werking van het alarm kan vanwege wette
lijke eisen per land enigszins verschillen zoals
Opfierking:
De werking van het alarm kan vanwoge wette-
Onmarking:
open.
Of de kofferklep, motorkap of deur is
ging in de auto.
Ultrasoon detectie constateert een bewe-
LED brandt direct na contact af:
(4x sec.):
Een fout in het systeem.
LED knippert snel en contact aan
Alarm is afgegaan.
(2x sec.) en contact af:
LED knippert snel met korte tussenpozen
Alarm ingeschakeld.
Jussennozen (1x sec.)
LED geen de status van het alarm aan.
LED knippert langzaam met lange
LED geeft de status van het alarm aan
erking van de LED (4) bij alarminstalma-
larm
(1) AD = BD = 1
Alarminstallatie
Batterij vervangen(± 2 jaar)
vergrendelingspositie
- Open de afstandsbediening door een
muntstukje bij de ring tussen voor en
achterkant te wrikken. (laat de ring op
zijn plaats)
Vervang de 2 lithium cellen.
(type CR2016 of DI2016).
Deze zijn bij uw dealer ve
- Plaats deksel en controleer of deze stevig vastzit om waterintrede te voorkomen.
Opmerking:
Indien de reikwijdte van de afstandsbedie-
ning te kort wordt kan dit duiden op vermin-
derde capaciteit van de batterijen. Vervang
deze dan zo snel mogelijk.
- indien er een deur of kofferklep geopend is.

Zorg ervoor dat de "deadlock" vergrendelingspositie nooit wordt geactiveerd wanneer iemand in de auto zit! De portieren kunnen niet van binnenuit worden geopend!
= Immobilizer, handschoenenkastje
Waarschuwingslampje
Als het contact aangezet en de sleutel wordt herkend, gaat het lampje in het instrument 3
Bij inschakelen van de immobilizer worden
drie stroomkringe
de startmotor het brandstofsystem
de ontsteking (niet bij Diesel)
Inschakelen
Het inschakelen gebeurt automatisch nadat het contact afgezet wordt.
Uitschakelen
Uitschakelen gebeurt automatisch als de sleutel in het contactslot gestoken wordt en het contact ingeschakeld wordt.
Werking
Om het contactslot zit een ring die als antenne functioneert en in de slentel zit een elektro-
functioneert en in de sleutel zit een elektronisch circuit, een transponder, die met de
energie uit de ring een gecodeerd signaal te-
de sleutel herkend geeft hij de startonderbre-
kingen vrij. Ee dit voor doen funzijn geen batterij in de
sleutel.
Er kunnen maximaal 6 sleutels geprogram-
verlies van sleutel.

immobilizer
stateerd.
Raadple
Indien het lampje na de 3 seconden blijft branden is er een fout in het systeem geconstateerd.
Raadpleeg de dealer.
Als het signaal van de sleutel niet herkend wordt zal het lampje snel gaan knipperen en blijft de immobilizer in werking.
Als het signaal van de sleutel niet herkend
blijft de immobilizer in werking
Indien het lampje na de 3 seconden blijft
stateerd.
Raadple
seconden branden.

A ontgrendeld
B vergrendeld
A ontgrendeld
B vergrendeld

Kinderveiligheid,kofferdeksel—

Druk op het slot om de klep te openen.
Het slot wordt bediend door de centrale vergrendeling en kan ook op slot worden gedaan via de sloten van het bestuurders-portier.
Sleutel verticaal uitnemen:
Deksel altijd op slot.
Sleutel rechts om en uitnemen:
Slot volgt centrale vergrendeling.
Sleutel links om:
Met sleutel indrukken en klep openen buiten
de werking van de centrale vergrendeling
De sleutel kan niet verwijderd worden.

Elektrisch kinderveiligheidsslot
Sperschakelaar achterportieren
(extra uitrusting)
Met de knop op het dashboard kunnen de ach-
terportieren centraal op de kindersloten gezet worden en andersom, ook als het contact afge-
zet is.
Indien de LED brandt in de knop is de kinder-
vergrendeling ingeschakeld.
kinderslot gezet zijn. Het is mogelijk on
het knopje in de deur één kinderslot weer te
ontgrendelen

Knop van kinderveiligheidsslot
Kinderveiligheidsslot
De knop zit aan de achterkant van de achterportieren en is bereikbaar, als het portier open
A het portier kan niet aan de binnenkant
geopend worden.
B het slot werkt normaal.
Denk crom, dat bij een eventueel ongeluk de
passagiers op de achterbank met de knop in
stand A niet zelf uit de auto kunnen komen.
De achterportieren moeten aan de buitenkant
geopend worden (sluitknopje moet uitgetrok-
ken zijn). Zie ook waarschuwingskader op
pagina 4:2.
— Motorkap

Handgreep motorkap onder het dashboard

Trek aan de slothandgreep onder het dashboard aan de bestuurders-
U hoort een klik wanneer de sluiting loslaat.
Til de motorkap iets op om de veiligheidslip los te maken.
Doe de motorkap open.
WAARSCHUWING!
Controleer bij het dichtdoen of de motorkap goed vergrendeld is!

Diefstalpreventie
Hieronder vindt u een aantal tips om de veiligheidssystemen van uw auto optimaal te gebruiken. Naast de andere veiligheidssystemen is ook een alarminstallatie verkrijgbaar (extra uitrusting), om de veiligheid nog te verhogen.
- Uw auto is uitgerust met een immobilizer om diefstal van het voertuig te voorkomen.
- Gebruik altijd de "deadlock"* vergrendelingspositie wanneer u de auto afsluit. De "deadlock" kan alléén via de afstandsbediening worden geactiveerd.
N.B.! Zorg ervoor dat u de deadlock" vergrendelingspositie niet activeert als er iemand in de auto zit, aangezien de portieren dan niet van binnenuit kunnen worden geopend.
- Sluit het schuifdak en alle ramen volledig wanneer u de auto verlaat.
- Laat nooit voorwerpen zoals camera's of handtassen zichtbaar achter in de auto.
* sommige landen
Bagage
Het goed opbergen en vastsjorren van bagage is van het grootste belang voor de veiligheid van de inzitten- den en de stabiliteit van het voertuig.
| Algemene wenken | 5:2 |
| Opbergplaatsen | 5:3 |
| Bagageruimte | 5:4 |
| Achterbank en zitting | 5:5 |
| Bagageafdekking, riem en net | 5:7 |
| Laden | 5:8 |
| Imperiaal | 5:9 |
| Instrumenten | 1 |
| Interieur, verwarming | 2 |
| Autogordels, kinderen in de auto, airbag | 3 |
| Vergrendeling, alarm, immobilizer, | |
| diefstalpreventie | 4 |
| Bagage | 5 |
| Starten en rijden | 6 |
| Wielen en banden | 7 |
| Als er iets gebeurt | 8 |
| Carrosserie-onderhoud | 9 |
| Service en onderhoud | 10 |
| Specificaties | 11 |
| Zuivering uitlaatgassen | 12 |
| Audio | 13 |
Algemene wenken
De lading en de plaats ervan
Bij rijklaargewicht heeft uw auto een neutraal
Hijkarakter met een hënhe heiging tot onder-
pen, samen met een goede gewichtsverdeling.
de kans on slippende achterwielen kleiner.
wordt. Denk erom, dat deze eigenschappen
kunnen veranderen door de manier waarop de
auto geiaaden wordt. Hoe Zwaardel de last in de laffer, hoe minden ondersteing van de
auto vertoont. De lading van de auto moet zo
aangepast worden, dat het totale gewicht var
den.
Niet met open kofferdeksel rij-
den!
Bij het rijden met een open kofferdeksel kun-
Heil namienjk war uitlaatgassen en dus giting
komen. Maar, als u gedwongen bent om een
stukje met open kotferdeksel te rijden, moet u
als voigri te werk gaan.
• Doe het schuif-/kanteldak dicht.
- Zet de functiekiezer van de verwarmingsin-
snelheid, 4.

WAARSCHUWING!

Wertung zich niet ongecontroleerd in beweging zet.
aanraken van de versnellingshendel het voertuig zich niet ongecontroleerd in be-
voertig zich niet ongecontroleerd in be-
weging zet.
[Non-Text]
Opbergplaatsen
1 Opbergruimte in de middenconsole
2 Afsluitbaar handschoenenkastje met aflegvak
3 Opbergvakken in de portieren
4 Onbergruimte in de middenconsole
5 Opbergzak in de stoelruggen
6 Ophergvakje naast de stoelzitting
7 Bekerhouder in middenconsole
8 Opbergruimte bij het reservewiel
9 Opbergruimtes in de wielkuipen van de bagageruimte
10 Maphouder onder het stuur (handleiding)
11 Bevestigingsclip voor kaartjes

Bagageruimteverlichting
Lampje brandt, als het kofferdeksel open is.
Het reservewiel ligt onder de mat van de bagageruimte. De krik met slinger zitten naast het wiel gemonteerd. Let erop, als de krik na gebruik weer opgeborgen wordt, dat deze goed vastzit. Zie voor de montage de sticker in de bagageruimte.
Neerklapbare bank =

Opklappen van de zitting
Vlakke laadvloer
- Draai de zitting van de achterbank omhoog tegen de voorstoelen. - Verwijder de hoofdsteunen (zie pag 2.4) - Klap de rugleuning neer.
△
Laad zware lading niet tot vlak bij de voorstoelen: hierdoor wordt de neergeklapte rugleuning onmodig zwaar belast. Laad nooit hoger dan de rugleuning! Als u dit toch doet, kan bij sterk afremmen of een botsing de lading naar voren geslingerd worden en u of uw passagiers ernstig letsel toebrengen. Denk er ook aan om de lading altijd goed te verankeren (vast te binden).

Neerklappen van de rugleuning
Achterbank neerklappen
De rugleuning van de achterbank bestaat uit twee delen die neergeklapt kunnen worden voor verschillende laadmogelijkheden. - Verwijder de hoofdsteunen (Zie pag 2.4) en leg deze op de vloer.
- Leg de gordels over het vaste gedeelte van de rugleuning. De gordel van de middelste plaats kan blijven zitten. - Trek de vergrendelingsknop (1) naar voren en klap de rugleuning neer. - Bij het terugklappen van de rugleuning moet u erop letten, dat de autogordels niet ingeklemd worden.
WAARSCHUWING!
binden).
= Rugleuning neerklappen Lange lading
Neerklappen van de rugleuning

Rugleuning neerklappen
De rugleuning van de passagiersstoel in de 5-deursversie kan met twee grendels horizontaal neergeklapt worden, b.v. voor lange lading. Zet de rugleuning in de voorste stand. Til de grendels aan de achterkant van de rugleuning op. Klap tegelijk de rugleuning naar voren.
WAARSCHUWING!
Veranker de lading b.v. met de gordel rond de neergeklapte armsteun. Anders kan de lading bij sterk afremmen verschuiven en inzittenden letsel toebrengen. Bescherm scherpe randen met iets zachts.

Zet bij het laden en lossen van lange voorwerpen de motor af en trek de parkeerrem aan! Anders kunt u in ongunstige gevallen met de lading de versnellings- of keuzehendel raken en deze in een rijstand zetten, zodat de auto kan gaan rijden.
Bagage

Een ladingnet kan in de achterwand en de rechterwielkuip bevestigd worden om schui- ven van kleine losse lading tegen te gaan. Bevestigen: Schuif de kleine haakjes in de daarvoor bestemde gaten en druk de clips op hun plaats.
Losnemen: Druk de clips samen en trek het net uit de bevestigingsgaten.

Bevestigingspunten bagageriem
Bagageriem
Om losse bagage vast te zetten zit er een rol- gordel in de achterwand. Deze kan aan een bevestigingsoog in de lin- kerwielkuip of aan een oog rechts in de ach- terwand geklikt worden.
De gordel werkt als een veiligheidsgordel en zal blokkeren bij remmen en zijwaartse bewegingen, zodat de bagage niet gaat schuiven.
Bagageruimte Laden

De veiligheidsgordels en airbags bieden bestuurder en passagiers een
Neem de volgende punten in acht bij het laden van de auto:
goede bescherming, vooral bij frontale botsingen. Het risico van verwon-
- Plaats de lading tegen de ruoleuning
- Plaats de lading tegen de ruoleuning
werp van 20 kg het equivalent van 1000 kg weegt bij een frontale bot-sing aan 50 km/h.
- Veranker de lading met laadriemen.
van de achterbank.
- Laad volumineuze voorwerpen aan beide zijden van de opsplitsing
(zware lading niet op de neergeklapte rugleuning plaatsen) - Plaats zware lading zo laag mogelijk.
- Plaats de lading tegen de rugleuning.
Laden en rij – eigenschappen
Bevestiging van de dakdragers
Schroef de dopjes uit de daklijsten en bevestig de dragers volgens de bijgeleverde voorschriften.
Bevestigingspunten voor de dragers

Bij gebruik van dakdragers
- Gebruik een stevige imperiaal die goed op de auto vastgezet kan worden. Volvo-dealers hebben imperiaals die door Volvo
ontwikkeld zijn.
- Controleer regelmatig of de dragers goed
vastzitten.
- Laad niet meer dan 100 kg op het dak.
- Verdeel de lading gelijkmatig over de imperiaal. Laad niet scheef en leg de zwaarste
lading onderaan.
- Denk erom, dat het zwaartepunt van de
auto en de rij-eigenschappen veranderen,
als u zwaar laadt.
- Denk erom, dat de auto meer wind vangt en
meer brandstof verbruikt, naarmate de la-
ding, eroter is.
- Snoer de lading met een sterk touw stevig
vast!
- Riid soepel. Vermiid snel accellereren.
sterk afremmen en scherpe bochten nemen.
- Verwiider de dragers, als u deze niet ge-
bruikt, dan daalt de luchtweerstand en dus
ook het brandstofverbruik.
N.B! Imperiaals en skiboxen zijn extra
laadruimten voor lichte lading. Laad de
zwaarste lading altijd onderaan en diep in
de bagageruimte van de auto.
Starten en rijden=
In dit hoofdstuk wordt op de volgende pagina's behandeld wat met het rijden te maken heeft, zoals de motor starten, schakelen, slepen, rijden met aanhanger, enz.
| Tankdop | 6:2 |
| Inrijden, Katalysator | 6:3 |
| Zuinig rijden | 6:4 |
| Motorstarten algemeen | 6:5 |
| Starten benzinemotor | 6:6 |
| Starten Dieselturbo | 6:7 |
| Handgeschakelde versnellingsbak | 6:9 |
| Automatische versnellingsbak | 6.10 |
| Rijden met caravan (aanhanger) | 6:13 |
| Remsysteem | 6:15 |
| Slepen | 6:16 |
| Starten met startkabels | 6:17 |
| Maatregelen voor de winter | 6:18 |
| Maatregelen voor lange reizen | 6:19 |
| Instrumenten | 1 |
| Interieur, verwarming | 2 |
| Autogordels, kinderen in de auto, airbag | 3 |
| Vergrendeling, alarm, immobilizer,diefstalpreventie | 4 |
| Bagage | 5 |
| Starten en rijden | 6 |
| Wielen en banden | 7 |
| Als er iets gebeurt | 8 |
| Carrosserie-onderhoud | 9 |
| Service en onderhoud | 10 |
| Specificaties | 11 |
| Zuivering uitlaatgassen | 12 |
| Audio | 13 |
= Automatische versnellingsbak
R Achteruitrijden
De auto moet stilstaan, als u stand R kiest!
N Neutrale stand
Stand N is de neutrale stand; de motor kan
keld. Haal de parkeerrem aan, als de auto
staat met de keuzehendel in stand N.
D Rijstand
D is de normale rijstand. In stand E en S van
de programmakciezer wordt tussen aan verschel- lingen van de versnellingsbak automatisch op-
en teruggeschakeld, afhankelijk van het gasge-
ven en de snelheid. De auto moet stilstaan, als
u uit R stand D kiest.
3. Lage-versnellingsstand
Keuzehendelstanden
P Parkeren
Kies deze stand, als u de motor start of de
Kies deze stand, als d de motor start of de
Laat de auto nooit met lopende motor ach-
ter! Als iemand per ongeluk de keuzehendel
uit stand P zet, kan de auto namelijk gaan
rijden.
De auto moet stilstaan, als u stand P kiest! In stand P is de versnellingsbak mechanisch
vergrendeld. Maar haal bij parkeren op een
helling de parkeerrem toch aan!

Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Sterk terugschakelen uit de 2e naar de le is het gevolg, als de snelheid onder 45 km/h daalt in de E-mode of onder de 10 km/h in de S-mode.
Automatische versnellingsbak =
Sport Programma
Door indrukken van de schakelaar (S) schakelt de bak voor een meer dynamisch rijstijl. De versnellingsbak schakelt voor maximale prestaties bij een hoger toerental op en terug. De rode LED brandt als de S stand in gebruik is.
Door opnieuw indrukken van de schakelaar wordt teruggegaan naar de Economy stand.
Gebruik de schakelaar(W) bij het starten/rijden op een glad wegdek.
Winter Programma
Stand D*: de versnellingsbak begint in de 3e versnelling en schakelt naar de 4e.
Instellen van de automaat
Programmakiezer
Met de drukknoppen rechts van de handrem worden de programma's E,S en W gekozen. Onder het rijden kunnen alle programma's v gekozen worden. Het programma S of E blijft bestaan als de motor wordt afgezet.
Economie Programma
Deze stand wordt normaal gekozen. De ver- snellingsbak schakelt ten behoeve van een laag brandstofverbruik.

uit stand P te halen.
kunt u de hendel vrij tussen de standen R, N, D en 3 verplaatsen.
U kunt de keuzehendel altijd vrij tussen N en D verplaatsen, maar de overige standen hebben een vergrendeling die u met de toets op de drukknon van de keuzehendel bedient. Door
met de vingers licht op de toets te drukken
kunt u de hendel vrij tussen de standen R,
en 3 verplaatsen.
Als de toets helemaal ingedrukt wordt, kunnen bovendien de standen L en P ingescha-
keld worden. Dit moet ook om de keuzehendel
uit stand P te halen.
Als u het gaspedaal helemaal intrapt – voorbij de normale volgasstand
- wordt onmiddellijk automatisch naar een lagere versnelling teruggeschakeld, het zgn. "kick-down"-terugschakelen. Als u de maximum-
schakeld, het Zgn. "Kick-down" -terugschakelen. Als u de maximum- spalheid voor deze verspelling netort of also het geopredel iets wit de
"Kick-down"-stand loslaat, wordt automatisch opgeschakeld. "Kick-
down" moet u gebruiken, als u maximaal wilt accellereren, b.v. bij
passeren.
"Lock-up"
De automatische versnellingsbak heeft een zgn. "lock-up" waardoor het motortoerental deelt en minder brendstof verbruikt wordt
"Lock-up" houdt in het kort in, dat in versnelling 3 en 4 de koppel-
omvormer van de versnellingsbak uitgeschakeld wordt. Soms is deze
"lock-up" als een extra versnelling voelbaar.
Slepen van een auto met automatische versnel-
lingsbak
Maximaal toegestane snelheid: 20 km/h.
Zet de keuzehendel in stand "N"
Aanslepen om de motor te starten kan niet.
dig heet wordt.
dig heet wordt.
maar gebruik de rem. Dan vermijdt u, dat de versnellingsbakolie onn
maar gebruik de rem. Dan vermijdt u, dat de versnellingsbakolie onn
maar gebruik de rem. Dan vermijdt u, dat de versnellingsbakolie onn
maar gebruik de rem. Dan vermijdt u, dat de versnellingsbakolie onn
maar gebruik de rem. Dan vermijdt u, dat de versnellingsbakolie onn
maar gebruik de rem. Dan vermijdt u, dat de versnellingsbakolie onn
Hier zijn een paar "tips" voor het rijden met een aanhanger en automatische versnellingsbak
Rijden met een caravan (aanhanger)
Eigenaars van een caravan/aanhanger – lees dit!
| - Verhoog de bandenspanning tot de betreffende druk voor volle belasting. Zie de tabel op pagina 7:4 of op de achterkant van deze handleiding. |
[Non-Text]
Merk op dat de stroom voor het stopcontact van de aanhanger/caravan niet willekeurig in het elektrisch systeem van de auto kan worden genomen omdat daardoor het waarschuwingssysteem "lampje defect" kan worden geactiveerd. Vraag uw Volvo dealer naar het goede aansluitpunt.
- Rijd niet met een zware aanhanger, als de auto helemaal nieuw is. Wacht, totdat deze ten minste 1000 km gereden heeft.
- Bij het afrijden van lange, steile hellingen worden de remmen van de auto veel meer dan normaal belast. Schakel naar een lagere versnelling terug en pas de snelheid aan.
- Lees, als u een auto met een automatische versnellingsbak heeft, ook pagina 6:10 dan krijgt u belangrijke speciale tips!
- Doordat de motor bij het trekken van een aanhanger zwaarder wordt belast, moet de olie vaker worden ververst, zie pagina 10.8. Vergeet niet dat het koelsysteem en de motor oververhit kunnen raken wanneer ze zwaar worden belast, zie pagina 6.8.
- De trekhaak van de auto moet van een goedgekeurd type zijn. Bij uw Volvo-dealer kunt u informeren welke trekhaken u kunt gebruiken. De door Volvo geconstrueerde trekhaken zijn voor uw auto op maat ge- maakt en de Volvo-werkplaats helpt u bij het aanbrengen. Om slijtage te voorkomen moet u de trekhaak regelmatig schoonmaken en de kogel* invetten, evenals de bevestigingspen (op verwijderbare trekhaken). N.B! Denk eraan dat de bumper bestemd is voor het opvangen van de schokken, en u dus geen trekhaak kunt gebruiken die aan de bumper moet worden vastgeschroefd!
- Indien voor het trekken van een aanhanger een hogere asgarantie nodig is moeten andere veren gemonteerd worden, deze zijn bij de dealer verkrijgbaar als accessoire. Dit zal bij rijden zonder aanhanger een stugger veergedrag veroorza- ken.
- Uw auto kan uitgerust zijn met een "Nivomat", d.w.z. een automatische niveauregeling van de achtervering waardoor de achterpartij onder het rijden altijd de juiste hoogte heeft, ongeacht de lading. De Nivomat werkt, als de auto rijdt. Bij een stilstaande auto met zware lading in de bagageruimte of een aangekoppelde caravan daalt de achter partij door de belasting, maar zodra u gaat rijden, pompt de Nivomat de achterpartij tot de juiste hoogte omhoog.
* Is niet van toepassing wanneer u een kogel met demonteerbare zwenk demper gebruikt.
=Rijden met een caravan (aanhanger)
Eigenaars van een caravan/aanhanger – lees dit! (vervolg)
- Het maximaal toegestane aanhangergewicht ^* : bij maximaal 80 km/h, hellingen tot 12% en tot 1000m hoogte:
niet-afgeremde aanhanger 600 kg.
afgeremde aanhanger B4184 S / D4192 T 1200 kg. B4204 S 1400 kg
N.B! Bovengenoemd maximumgewicht en de snelheidsgrens
eraan, dat nationale voertuigbepalingen de snelheid en het
beeld tot maximaal het rijklaar gewicht van de auto.
● Hellingen boven 12% of boven 1000m hoogte.
Voor elke extra 1000m (500m voor automaat) en/of elke extra % helling moet 100 kg worden afgetrokken van het maximaal toelaatbare aanhangergewicht
Rijd op hellingen boven 15% en meer niet met een aanhanger. De belasting op de aangedreven wielen/voorwielen wordt dan zo laag, dat deze kunnen doorslippen en doorrijden onmogelijk maken. De auto met aanhanger kan niet altijd met alleen de parkeerrem blijven stilstaan, de wielen kunnen op de ondergrond gaan glijden.
*In een warm klimaat mag de aanhanger niet meer wegen dan 1000kg.
WAARSCHUWING!
△
Als aan bovenstaande eisen niet voldaan is, kan de gehele combinatie bij uitwijken en afremmen moeilijk beheersbaar worden hetgeen voor u en uw medeweggebruikers gevaarlijk kan zijn.
Het gewicht op de trekhaak (50/75 kg) mag bij de totaal toegelaten maximale asdruk (zie pagina 11.3) van de achteras worden opgeteld indien een aanhanger wordt getrokken. Deze totale asdruk mag niet worden overschreden. Extra bagage kan dan eventueel in de aanhanger geladen worden.
ca 50 kg bij aanhangergewichten onder 1000 kg en ca 60 kg bij aanhangergewichten van 1200 kg is. ca 70-75 kg bij een aanhangergewicht van 1400 kg
- Leg de lading zo in de aanhanger, dat het gewicht op de trekhaak van
Remsysteem
| Als een remcircuit stukgaatDan brandt het waarschuwingslampje. Het rempedaal pakt dieper dan normaal; bovendien is meer pedaalkracht nodig om de normale remvertraging te krijgen.Als het waarschuwingslampje brandt: sta onmiddellijk stil en controleer het peil in het remvloeistofreservoir: zie pagina 10:10).Als in het reservoir het peil onder MIN ligt: rijd niet verder, maar laat de auto voor contro le en reparatie van de lekkage naar de werkplaats slepen.Slijtage indicatorDe remblokken zijn voorzien van een mecha-nische slijtage indicator.Indien een schel metaalachtig geluid ontstaat moeten de remblokken vervangen wordenVocht op remschijven en remvoe-ringen verandert de remeigen-schappenAls u met de auto in zware regen of door plas- sen rijdt en als u de auto wast, worden de rem- componenten nat. Daardoor veranderen de wrijvingseigenschappen van de remvoeringen, zodat een bepaalde verandering van het rem- vermogen merkbaar is. Druk nu en dan licht op het rempedaal, als u in regen of natte sneeuw lange afstanden rijdt, dan worden de remvoeringen verwarnd en verdampt het wa- ter. Dit moet u ook na wassen en in erg voch- | De rembekrachtiging werkt al-leen, als de motor looptAls u met afgezette motor rijdt of gesleept wordt, moet u ca 4 maal zo sterk op het rempe- daal trappen als bij lopende motor.Het rempedaal voelt stug en zwaar aan.Als de remmen erg zwaar belast wordenBij het rijden in de bergen of op andere we- gen met dergelijke hoogteverschillen worden de remmen van de auto erg zwaar belast, ook al trapt u niet bijzonder sterk op het rempe- daal. Omdat bovendien de snelheid vaak laag is, worden de remmen niet zo effectief ge- koeld als bij het rijden op vlakke wegen.Om de remmen niet zwaarder dan noodzake- lijk te belasten moet u niet alleen de voetrem gebruiken, maar ook terugschakelen en naar beneden dezelfde versnelling als tegen de hel- ling op gebruiken. Bij auto’s met een automa- tische versnellingsbak: schakel de 3e versnel- ling of eventueel stand L. in. Zo wordt effectie- ver op de motor afgeremd en behoeft de voet- rem telkens slechts eventjes gebruikt te wor- den.Denk erom, dat u bij het rijden met een aan- hanger de remmen van de auto nog zwaarder belast. | ABS-remmenABS is een systeem dat is ontworpen om te voorkomen dat de wielen bij hard remmen blokkeren.Het systeem “voelt” wanneer de remmen op het punt staan te blokkeren en regelt de remdruk automatisch om wielblokkering te voor- komen.Het ABS voert een zelfdiagnose uit wan- neer de motor wordt gestart en ook bij een snelheid van ong. 30 km/h. U hoort dan een pompend geluid en voelt het rempedaal even pulseren. Dit is nor- maal.Wanneer het ABS de remdruk regelt, hoort en voelt u het rempedaal duidelijk pulseren. Ook dat is volkomen normaal.Laat het rempedaal niet los wanneer u het ABS hoort en voelt werken! Merk op dat u het rempedaal volledig moet intrappen om een optimale remwerking te krijgen maar dat het ABS het totale remvermogen niet verhoogt. Maar doordat de auto altijd bestuurbaar blijft, kunt u hem altijd onder controle houden en rijdt u bijgevolg veiliger. |
Slepen

Auto's met een automatische versnellingsbak kunnen niet aangesleept worden! Auto's met katalysator mogen nie aangesleept worden. Als u deze instructie niet opvolgt, heeft u kans, dat de katalysator minder goed werkt. Als de accu ontladen is, moet u een hulpstartaccu gebruiken; zie de volgende pagina.
Sleepoog voor
Sleepoog achter
Als u gesleept moet worden – denk hieraan!
Slepen
OPMERKING! De sleepogen mogen alleen worden gebruikt voor het slepen van de auto over de weg. Ze mogen bijvoorbeeld niet worden gebruikt voor het uit de sloot trekken van een auto. Hier moet een beroep worden gedaan op professionele bijstand.
Zet de waarschuwingslichten aan als u gesleept wordt!
mijden.
Speciaal voor een automatische versnellingsbak!
- De keuzehendel moet in stand N staan. - Maximaal toegestane snelheid: 20 km/h. Langste toegestane afstand: 30km.
- De motor mag niet aangesleept worden! Zie de volgende pagina voor hulpstarten. 6:16
Starten met startkabels =
△
WAARSCHUWING!
Denk erom, dat de accu's, speciaal de hulp-startaccu, het zeer explosieve knalgas bevatten. Een vonk die kan ontstaan, als u de startkabels verkeerd aansluit, is voldoende om een accu te laten exploderen en u zelf en de auto schade toe te brengen. De accu bevat zwavelzuur dat ernstige brandwonden kan veroorzaken. Als het zuur met de ogen, huid of kleding in aanraking komt: spoel met veel water. Neem, als het in de ogen gespat is, daarna onmiddellijk contact met een arts op.
Accu
De accu bevat zware metalen en bijtend en giftig zuur. Daarom is het van belang, dat de accu milieuvriendelijk vervangen wordt. Laat uw Volvo-dealer dit doen.
- Zet de andere klem van de zwarte kabel op een plaats in uw auto - massapunt - die wat van de accu verwijderd is, b.v. een van de hijsogen van de motor. Dit is in de afbeelding nr 4.
- Start de motor van de "hulp-auto". Laat de motor een paar minuten sneller dan normaal stationair lopen, 1500 omw/min en vervolgens weer stationair.
- Start de motor van de auto met de ontladen accu.
N.B! Zit tijdens de startpoging niet aan de aansluitingen (kans op vonkvorming) en sta niet over een van de accu's gebogen! - Verwijder de kabels in omgekeerde volgorde t.o.v. het aanbrengen.

Starten met startkabels gaat als volgt:
Als de accu om de een of andere reden ontladen is, kunt u om de motor te starten stroom "lenen" van een losse accu of van de accu van een andere auto. Controleer altijd of de klemmen goed vastzitten, zodat er bij de startpoging geen vonken ontstaan. Om explosiegevaar te vermijden adviseren wij u het volgende precies te doen:
- Controleer of de hulp-startaccu 12 volt spanning heeft.
- Als de hulp-startaccu in een andere auto zit: zet de motor hiervan stil en let erop, dat de auto's elkaar niet raken.
- Zet de rode kabel tussen de pluspolen van de twee accu's die met rode verf. P of + gemerkt zijn (1 en 2 in de afbeelding).
-
Zet de ene klem van de zwarte kabel op de min-pool van de hulpauto die met blauwe verf, N of - (3) gemerkt is.
-
Cefenik in de stoven Volvo Stolenoite (Teflon-spatibus) of vet. Dezé zin verkenjibbar biy du dealer N.B.; Vermidl het gebruk van lijsp- losende sputhussen, wan daardoor werken de stoven schleuer.
Om visvorhing in het reservoy, slungen en spulkoppen voor rule le/kaplamproders te vermliden en de sproieportom niet stiek en maaken moet u het reservoy met nlistprocter and-vees vullen. Dit is belanglik, omdal u s, witters onder het niden veel water en vull op de voortuit en koplampen klrijf en de wissters en spreeters dus
An de accu worden in de winter veel zwandere elsten dan in de Zonter geschid. ondai verlching. kachelaunfager. ruihwassers. enz mier geschid. ondai verlching. kachelaunfager. ruihwassers. enz temperatu. Fen slcchi gelden accu kan sukruzeren, als het erz koud wordt. Commander de lingjesstand van de accu regelmaag en bespuit de polen met versielle.
Let for good op, da de-Qhien dan de kwalietstrommen voldoen en dze niet bi hard ridden in een warm klimaat gerbruik worden. Zie pargina 10.9 of informeer bi uw Volvo-wertplaas.
Gebruik de Jusite motorole. De viscositeit van de motorole is van groot belang. Bil een lagere viscositeit (dunne ofie) worden het koud-saartemogoen van de manoi verteerd in legelijk het brand-saartemogoen van de manoi verteerd in legelijk het winter worden, niet de temperaturgenzen aangehouden worden SW/30-morotionien (voor Diesel Turbo 10V40) en hieram met naie de syntelische gevaudiesed.
Als u zel voor uw also witl zorgen om in het koude jauretude omho die problemen te verlijden, kunnen de volegnde adarzen nutig zijn de alglohevegevige ca 50% (ca 3 dien Volvo annivers). Allein de alglohevegevige ca 50% (ca 3 dien Volvo annivers). Alleen Om conderswerte in de handisofrank te verlijden moet u deze zo vol analogijk proberen te houden. ● Controder of de koeveloestort niet berevelst bij -35 °C. D.W.Z. is ● Om conderswerte in de handisofrank te verlijden moet u deze zo
Als het koud begint te worden:
— Maatregelen voor de winter
Als u met de medio ruid biy een temperatuur van minder dan -10 ^°C . advisoryen wij u het gebruik van de Volo-radioesthescaming, zodat de motor zo snel mogelijk de normale kredijstemperatuur berelka. Ge Brink de radiotubescheming niet als u een aanhanguwagen sleept.
Maatregelen voor lange reizen=
Maatregelen voor lange reizen
Controleer de auto vóór de reis, als u een lange reis wilt gaan maken. Het is altijd een goed idee om tijdig vóór een lange reis een klein stel van de noodzakelijkste service-onderdelen aan te schaffen: gloeilampen, zekeringen, wisserbladen.
Als u vóór de reis de auto nakijkt, is het volgende te adviseren.
- Controleer of de motor normaal loopt en het brandstofverbruik normaal is.
- Controleer de motor en de versnellingsbak op lekkage van olie, koelvloeistof of brandstof.
- Controleer in de motorruimte de verschillende vloeistofniveaus.
- Controleer de conditie van de aandrijfriem.
- Controleer de accuvloeistof.
- Onderzoek de banden nauwkeurig, ook de reserveband.
- Laat de remmen controleren.
- Controleer de verlichting.
- In veel landen is b.v. een gevarendriehoek vereist. Controleer of deze er is.
• Bij een rei
links moet de sector van het koplampglas die het asymmetrische
dimlicht geeft, met zwarte tape afgedekt worden. Anders worden
tegenliggers verblind.
- Vraag uw Volvo-werkplaats om advies bij reizen naar landen waar loodyvrie benzing of benzing met een voldoende hoog octaangetal
moeilijk te krijgen is.
= Tankdop

De tankdop zit achter de klep van het linkerachterscherm. Druk op de naar de voorkant van de auto gerichte kant van de klep om deze te openen. De dop kan geopend worden met dezelfde sleutel als die van de deuren. Hang bij het tanken de dop aan de haak aan de binnenkant van de klep. Bij hoge buitentemperaturen kan in de tank wat overdruk ontstaan. Maak de dop dan langzaam open. Breng na het tanken de dop weer aan en draai deze, totdat u een klik hoort.
Tank de juiste benzine! Loodvrij.
Auto's met katalysator moeten altijd op loodvrije benzine rijden om de katalysator niet te beschadigen. 95 RON wordt als octaangetal geadviseerd. Er zijn benzinemaatschappijen die in de brandstof reinigende toevoegingen toepassen. Deze verkleinen de kans, dat er door de brandstof afzettingen in de motor ontstaan die het rijgedrag en de prestaties nadelig beïnvloeden. Vraag het personeel om informatie als u niet zeker weet of de benzine deze toevoegingen bevat. N.B! Voeg reinigende toevoegingen niet zelf toe, tenzij u door een erkende Volvo-werkplaats uitdrukkelijk het advies gekregen heeft dit te doen. Vraag uw Volvo-dealer om advies bij reizen naar landen waar loodvrije benzine of benzine met een voldoende hoog octaangetal moeilijk te krijgen is.
Gebruik alleen diesel brandstof van voldoende kwaliteit en een bekend merk. Zorg dat de vuldop en zijn omgeving goed stofvrij zijn en voorkom dat er bij het tanken water bij de brandstof komt. 's-Winters moet bij lage temperaturen winterbrandstof gebruikt worden. Dit voorkomt wasafscheiding en laat de motor gemakkelijker aanslaan. Normaal wordt in die periode winterbrandstof door de maatschappijen verkocht. Opmerking: Laat 's-winters het brandstofpeil in de tank niet onnodig laag komen om condensatie van water te voorkomen.
Inrijden, Katalysator
Katalysator!
| De motor van uw auto is uitgerust met een katalysator. Denk daarom aan het volgende ... |
| ... bij het parkeren:De katalysator wordt tijdens het rijden zeer heet. Als u de auto parkeert boven een ondergrond van, bijvoorbeeld, droog gras of bladeren, kan deze vlam vatten! |
| ... bij het starten van de motor:Volg altijd nauwkeurig de startprocedure als beschreven in deze handleiding. Vermijd herhaald starten en uitzetten van de motor binnen een tijdbestek van enkele minuten. |
| ... als de motor niet wil starten:Auto’s met katalysator mogen niet worden aangesleept. Gebruik een hulpaccu. |
| ... bij het tanken:Gebruik uitsluitend ongelode benzine, omdat anders de katalysator schade oploopt. |
Een nieuwe auto moet "ingereden" worden!
| Wij raden u aan in het begin rustig te rijden en het volle motorpotentieel niet tijdens de eerste 2000 km aan te spreken. Controleer bij het tanken ook telkens het oliepeil omdat een nieuwe motor altijd meer olie verbruikt dan een ingereden exemplaar. | ||
| Overschrijd de volgende snelheden niet: | ||
| Versnel-ling | De eerste1000 km | Tussen 1000en 2000 km |
| 1e | 30 km/h | 40 km/h |
| 2e | 50 km/h | 70 km/h |
| 3e | 80 km/h | 100 km/h |
| 4e | 110 km/h | 130 km/h |
| 5e | 130 km/h | 150 km/h |
| Maar rijd ook niet met lage snelheid in een hoge versnelling, d.w.z. kruip niet, en trap, als u een automatische versnellingsbak heeft, de eerste 2000 km het gaspedaal niet helemaal in om met "kick-down" terug te schakelen. | ||
= Zuinig rijden
Zuinig rijden wil niet zeggen langzaam rijden!
Zuinig rijden wil zeggen anticiperend, soepel rijden en de rijstijl en snelheid aan de betreffende situatie aanpassen.
Denk aan het volgende: - Laat de motor zo sne
draaien! D.w.z.: laat de motor niet stationair lopen, maar ga zo snel mogelijk met geringe belasting rijden.
Een koude motor verbruikt veel meer brandstof dan een warme – twee tot drie maal
meer – en slijt bovendien meer. - Rijd soepel! Vermijd onnodig snel accelle-
reren en sterk afremmen. Zo kunt u veel brandstof besparen. Verlaag de snelheid iets op buiten- en auto-
snelwegen. - Blijf niet met onnodig zware lading in de
- Verwijder de imperiaal, als u deze niet ge- bevikt
- Als de auto een automatische versnellings-
moment, maar vermijd onnodig "kickdown".
- Gebruik de economy stand bij de automaat in plaats van sporty.
Maar ...
Verder moet u natuurlijk de gehele auto en met name de motor in goede conditie houden. Factoren die kunnen helpen om het benzine-verbruik laag te houden zijn b.v.:
- Goede en juiste soort bougies
- De juiste motorolie, het juiste interval om
- deze te verversen en een nieuw oneliter - Remmen die niet "aanlopen"
- De juiste wieluitlijning - De juiste bandenspanning
- Goed functionerend injectiesysteem - Genoeg profiel op de banden
Schakel tijdig
Een belangrijk onderdeel van zuinig rijden is het juiste gebruik van de versnellingsbak.
Kies de juiste versneling! Schakel van 1 naar 2 bij ca 2
van 1 naar 2 bij ca 20 km/h van 2 naar 3 bij ca 35 km/h van 3 naar 4 bij ca 50 km/h
van 3 naar 4 bij ca 50 km/h van 4 naar 5 bij ca 70 km/h
Denk erom, dat de allerbelangrijkste factoren wat betreft het brandstofverbruik u zelf en uw manier van het gebruiken van het gaspedaal, het rempedaal en de versnellingshendel zijn. Het verschil tussen goed en verkeerd rijden kan enkele dl per 10 km betekenen. Dit is heel wat brandstof in een jaar!
Algemeen, Starten =
De benzinemotor heeft hydraulische klepstoters waardoor de klepspeling automatisch afgesteld wordt. Tot enkele seconden na het starten kunnen de hydraulische klepstoters, terwijl de oliedruk in de motor opgebouwd wordt, een tikkend geluid maken. Na lange tijd niet gebruiken kan dit geluid wel 15 minuten blijven bestaan zonder dat er een defect is. N.B! Overschrijd 3000 omw/min niet, voor dat het geluid verdwenen is.
Starten met een elektronische
startonderbreker (immobilizer)
Een sleutel van een andere auto met immobilizer kan, indien deze zich direct naast de sleutel in het contactslot bevindt, van invloed zijn op de startprocedure. Het kan voorkomen dat de auto niet start. Haal dan deze sleutel weg.
Pas op!
- Vermijd herhaalde korte startpogingen om niet teveel brandstof in te spuiten, maar. - Laat de startmotor niet langer dan 10 seconden aan een stuk werken. - Gebruik de startmotor niet om de auto voort te bewegen. - Dit kan de startmotor onherstelbaar beschadigen door de warmte ontwikkeling. - Laat een koude motor niet direct na het starten met een hoog toerental draaien!
!
WAARSCHUWING!
Als u de motor in de garage start, open dan de garagedeuren helemaal. De uitlaatgassen bevatten koolmonoxyde, dat onzichtbaar en reukloos is, maar wel zeer giftig.
△
WAARSCHUWING!
Zorg voor het starten dat...
- de bagage veilig is opgeborgen. - de spiegels in de juiste stand staan. - de bestuurdersstoel de juiste stand heeft. - het stuurwiel de juiste hoogte heeft - de veiligheidsgordels goed zitten.
Voorkom zo dat er tijdens het rijden nog iets moet worden bijgesteld!
(No text)
广力云智慧零售收银系统
tel in het contactslot op de startprocedure.
Het kan voorkomen dat de auto niet start.
Haal dan deze sleutel weg.
in de startland.
Draai voor beter Koud-samen de steuël in
Stand II en watelt een seconde om de brand-
slofdk op de bouwen. Draai dama de steuël
1. laat – du éliche乡村振兴 – de startmotor werkien, total de motor austral, maar maximal 10 seconde.
Starten van de motor met ha geschakelde verschlikspalck
• Trek de parkcerrem (handem) aan
• Zet de verschliksgesende in neutral
• Raak het gespaldat niet aan
• Draal de stairsleut in de statursd,
•
voet dal de transmissse de versenelling in-
schakel, laat dan het remedial los (en/
of zet de harderm vry) en druk het
gaspedal in.
- Wachir tot u an het reken van de motor
- Zehendel in de geversie risland.
- Trap het remedial in en plaats de keu-
- Laar de sleutel los zostra de motor aansial
Starten van de motor met automatische transmissie
• Contrafect of de kuzehandel in P stair (of in N met de hundem aangrocken),
• Draal de contractual nair „start“, Gaspinal niet indukken!
• Gaspedaal niet indukken!
Starten van een warme motor
By inżecuionotorn worden de anpassigen
voor de opwarmperiode annohalistch geregeld
door elektronische schadehigen, zodl dezell
de startprocedure gevoldi kan worden voor
zowel een koude als een warme motor.
= Starten benzimotor
Starter van een warme motor
Voorgloeien, starten van Dieselturbomotor =
Starten van een Dieselturbo
1 Schakel alle elektrische verbruikers uit.
2 Trek de handrem aan.
3 Zet de versnellingshendel in neutraal
4 Draai de sleutel naar de rij-/ voorglocistand.
5 Wacht totdat het voorgloei controlelampje uitgaat.
6 Druk het koppelingspedaal in en draai de sleutel naar de startstand.
Raak het gaspedaal niet aan
7 Laut de sleutel los zodra de motor loopt
8 Laat de motor even stationair draaien zonder gas te geven.
Wil de motor binnen 10 seconden niet aanslaan, draai dan de sleutel terug in de blokkeerstand en wacht even alvorens de startp cedure te herhalen.

Controlelampje voorgloeien
De Dieselturbomotor is voorzien van een
voorverwarmingssyteem (een gloeibougie per cilinder) voor het starten van een koude motor.
Als de startsleutel naar de rij-/voorgloeistand gedraaid wordt en het voorgloei controlelampje gaat branden, zijn de gloeibougies ingeschakeld. De benodigde voorgloeitijd hangt af van de temperatuur van de motor. Als de motor warm is brandt het lampje korter.
Als het lampje uitgaat kan de motor gestart worden.
Schakel een zeer hete motor niet uit. Als men derden alvozens hem af de zeien. De stell het deraden alvozens hem af de zeien. De stell het derden alvozens hem af de zeien. De stell het derden alvozens hem af de zeien. De stell het derden alvozens hem af de zeien. De stell het derden alvozens hem af de zeien. De stell het
Zođa de motor drukal, most men dan ook pro- beren deze zo snel mogelijk op de normale bedrijfsimperatuir te brengen. Laat de motor niet met stationai of verhoogd lorenati in neutral wannidales, maar ruid zo vlug en zo seapel mogelijk weg zonder de motor le overklasien.
L'at de motor send of temperature comment Liu erarying is geleken, da motoren veel sheiler silien in auto's die korte afstanden ailegeen wahri du motor veel world afzezel. Dir korn doordar de motor nooul de kans kritig good op temperature to komen.
Het verschil in olsteperatuir byen motor die en nach gesam heeft en een die een half un of langer geijoen hecht. Is aanzelnik. He is davon niet verwonderdik dal een motor zich pas dan „good” voel, als hiy de normale bedrijfstemperatu begt in berkeken.
Motorbedrijfstemperatur
L. al de motor en het koelsystem niet overweightt raken
Belangrijk voor modelen met Dieselurbo-motor:
• Zer de motor met ommiddeffix af na een • Laat de motor niet ommodie stationar lopen. • Zer de anticondoming af. (Niet Dicesluirbo) • Verlag de sendeld, als u met een sanchanger legen lange, sleite hellingen optifid. • U kurt oververhiting voorkommen door deze re- geis op te voligen:
… de auio met stationnel boperde motor en insgeschaïele argondihoming silvaal. … u de motor direct na lang ridden alzer (dil word „nakoken” genced). … u voor de grille cuxla lampen aingerbacht heer.
bestaat in orgnusive gevallen kans op verhiting van het koeysieem. u geld mit namte op wame daagen, als ... stele hellingen en hij het teelken van cen anshangen.
(Jeer geen gass net voordat u de motor afzel) Voordal na een periode van fiiden met een hoog motorterential is het belauglik de motor enige tijd (1 minuit) saimonar te laien lopen afvers de motor af zeien. Dit geeli de len terwijl de rotor nog steeds smering kraftt, lubmieschexpen de gelegieheid om al te koe-
In het hulpkoeljeslem van de motor is de lubo-compressor opzemonien. Tech hiull er die kans aanwezig op schade door overveni- ing entor vastlopen van de turnine als gevolgs van oivoldoende smarting wanmer de motor wort algezet terwijl de luitinertotor nog met een hoge nietheid rondraal.
Laat een motor bool ommiddelijk na het starten volbelast lopen. Geet de sinterolle even de lid de smerpuren te berken om schade aan de motor te voorkommen.
Belangrijk voor modelen met Dieselturbo-motor:
De motor: Ryl by het tekeken van een aanbanger of caravan in heuvelching gebeid niet consequent met een toerrual van meer dan 4500 omwi/min (3500) omwi/min voor Deseluzho omdai de oltenpe- rafuir daardoor abnormal kan silgen.
Handgeschakelde versnellingsbak =



Achteruitvergrendeling
Om de achteruitversnelling in te kunnen schakelen, moet de ring om de versnellingshendel naar boven getrokken worden. Het veiligheidsmechanisme van de achteruitversnelling voorkomt dat rechtstreeks in achteruit kan worden geschakeld.
Schakelstanden handgeschakelde versnellingsbak
Trap bij het schakelen het koppelingspedaal telkens helemaal in. Laat de voet niet op het koppelingspedaal leu- nen tijdens het rijden. Om zo zuinig mogelijk te rijden moet u bij een normale snelheid van meer dan 70 km/h op buitenwegen de 5e versnelling zo vaak mo- gelijk gebruiken.
Wiel en banden Belangrijk voor de rij-eigenschappen van de auto!
Lees daarom de volgende pagina's nauwkeurig door. De goede rij-eigenschappen van de auto kunnen opvallend veranderen, als u slordig bent met b.v. de bandenspanning.
Slijtageprofiel 7:2
Winterbanden, Speciale velgen 7:3
Bandenspanning 7:4
Algemeen 7:5
Reservewiel 7:6
Instrumenten 1
Interieur, verwarming 2
Autogordels, kinderen in de auto, airbag 3
Vergrendeling, alarm, immobilizer,
diefstalpreventie 4 Bagage 5 Starten en rijden 6 Wielen en banden 7 Als er iets gebeurt 8 osserie-onderhoud 9 vice en onderhoud 10 Specificaties 11 ering uitlaatgassen 12 Audio 13
Slijtageprofiel
De banden hebben een slijtage-indicator
Het slijtage-indicator bestaat uit een aantal smalle strepen dwars over het loopvlak met een 1,6 mm minder diep profiel dan de rest van de band. Als de band zover versleten is, dat nog maar 1,6 mm over is, zijn deze stre- pen duidelijk zichtbaar en moet u zo snel mo- gelijk nieuwe banden opzetten. Denk erom, dat banden met zo weinig profiel bij regen of sneeuw een zeer slechte greep op het wegdek hebben. Denk erom, dat volgens de wet het profiel over het gehele loopvlak ten minste 1,6 mm moet zijn! Bij 2 mm veranderen de rijeigen- schappen van de band echter zodanig dat het beter is om de banden dan al te wisselen.
Zo kunt u onnodige bandenslijtage vermijden:
"Ochtendzool"
Alle banden worden tijdens het rijden warm. Als de banden daarna bij het parkeren afkoelen, vervormen de banden door het contact met de grond, d.w.z. worden iets platter. Deze vervorming, de zogenoemde "ochtendzool", kan op onbalans gelijkende trillingen veroorzaken en verdwijnt pas, als de band weer warm wordt. De bandentypen vertonen deze ochtendzool in verschillende mate als gevolg van verschillende soorten koordmateriaal in het bandenkarkas. Bij koud weer duurt het langer, voordat de banden warm worden en de ochtendzool verdwijnt.
- Denk aan de banden, velgen en wielkappen als u de auto bij een trottoirrand parkeert.

Winterbanden Speciale velgen
| Sneeuwkettingen mogen enkel worden gemonteerd op de voorwielen en op bepaalde, door Volvo goedgekeurde velg/band-combinaties. De kettingen moeten bestaan uit kleine schakels en niet uitsteken om te voorkomen dat ze tegen de remklauwen, remslangen, veerpoten of andere onderdelen schuren.De maximale maat banden voor sneeuwkettingen is 195/55 VR 15. |
| N.B! Met sneeuwkettingen mag nooit sneller dan 50 km/h gereden worden! Rijd niet onnodig op een sneeuwvrije ondergrond, omdat de sneeuwkettingen en banden dan erg snel slijten. Gebruik nooit zgn. snel monteerbare kettingen, omdat de ruimte tussen de schijfremmen en wielen daarvoor te klein is. |
Winterbanden, sneeuwkettingen
| In de winter adviseren wij u het gebruik van 185/65 R15 winterbanden op stalen wielen. |
| Gebruik winterbanden altijd op alle vier de wielen! |
| Spijkerbanden (niet in alle landen toegestaan) moeten 500-1000 km soepel en rustig "ingereden" worden, zodat de spijkers zich goed in de banden kunnen zetten. Daardoor wordt de levensduur van de banden en met name van de spijkers verlengd.Laat de banden tijdens hun gehele levensduur in dezelfde richting draaien Als u de wielen wilt verwisselen, moet u de wielen aan dezelfde kant als ervoor laten zitten. |
Winterbanden
| De verschillende merken en soorten winterbanden kunnen onderling verschillende rij-eigenschappen veroorzaken bij een auto. Laat u bij de aanschaf van deze banden door de VOLVO dealer voorlichten over welke keuze van band het beste is voor uw auto. |
| De enige goedgekeurde speciale velgen zijn de velgen die door Volvo zijn getest en die binnen de groep "Volvo Original Parts" vallen. |

=Bandenspanning

Tussen haakjes staan de waarden in de Engelse eenheid pounds/square inch (psi).
Bandenspanning koude banden, kPa (100 kPa = 1 kg/cm²)
| Bandenmaat | km/h | 1-3 personen | Vollast en aanhanger | ||
| Voor | Achter | Voor | Achter | ||
| 185/65 R 14 86 H195/55 R 15 84 V205/50 R 15 86 V | 0-top | 220(32) | 200(29) | 230(33) | 230(33) |
| Reserveband175/65 R14 82 T | 0-80 | 230(33) | 230(33) | 230(33) | 230(33) |
De bandenspanning is belangrijk!
Controleer regelmatig de bandenspanning! De juiste spanningen staan op een sticker aan de binnenkant van de deur onder het slot en in de
Dare onspinninge gelden voor worden en winterhandes
Als u niet met de juiste bandenspanning rijdt, is het rijgedrag van
de auto slechter en slijten de banden meer.
Denk erom, dat de waarden in de tabel voor koude banden gelden
(heersende bultenlemperaatu). At ma een paar krometer hijden worden de banden warm en loopt de spanning op. Dit is normaal en u moet dus
geen lucht laten ontsnappen, als u de spanning bij warme handen con-
Troleert. Maar o moet de spanning wer vermogen, als deze te faag is. Denk eraan, dat de bandenspenning met de buitentamperatuur kan va-
riëren. Controleer de spanning dus huitenshuis, als de banden koud zijn.
Algemeen
Bij het wielen verwisselen hieraan denken!
De aanduiding op de zijkant van de band, b.v. 195/55 R 15 87V, betekent het volgende:
195 is de bandbreedte in mm
55 is de verhouding tussen de sectiehoogte en -breedte in procent
R betekent radiaalband
15 is de binnendiameter van de band in inches
87 is de codering voor de maximaal toegestane bande geval 545 kg (bij een maximale bandenspanning)
V geldt voor snelheden tot 240 km/h.
(S tot 180 km/h, T tot 190 km/h)
De standaard gernonteerde banden hebben een goede greep op de weg en
geven de auto veilige rij-eigenschappen op een droog en nat wegdek -
ook bij hoge snelheid. De handen zijn echter in de eerste plaats ontwik-
keld om deze eigenschappen op een zomers wegdek te geven, daardoor
zijn de bandenfabrikanten gedwolgen om de eisen t.a.v. de wijvingser-
genschappen op sneeuw en ijs te verlagen. Daarim advrischen ofd om winter. Volvo wintervielen to gebruiken, omdat deze op wegen met
whitels VOIX willek willek te gebruiken, sluml dale op oegens kwi spaguw an iis optimale rii-eigenschappen geven
Let er bij het vervangen van een hand goed on, dat u op alle vier de wielen
hetzelfde type, d.w.z. radial, dezelfde maat of codering en liefst ook het-
zelfde merk krijgt, want anders kunnen de rij-eigenschappen van de auto
veranderen. Uw Volvo-dealer heeft banden die speciaal aan de auto aan-
gepast zijn.
Reservewiel

Plaats van het reservewiel
Uit ervaring is gebleken, dat een reserveband zelden gebruikt wordt. Daarom kan deze 4-5 jaar oud zijn, voordat deze nog 4-5 jaar als ge-
wone band gebruikt gaat worden. Om een zo oude band te gebruiken
is niet aan te raden, omdat het rubber verouderd is. Daarom heeft V
vo een speciaal reservewiel ontwikkeld dat slechts zo kort gebruikt moet worden als podie is om de gewone hand te repareren of te ver-
vangen.
Dit speciale reservewiel wordt "Special spare" genoemd. De band
heert de codering 175/65 R14 82 T. De spanning ervan moet 230 k (2,3 kg/cm²) zijn, ongeacht de lading in de auto en waar bij de auto
het wiel zit. Dit wiel voldoet aan alle wettelijke voorschriften en is anschikt voor de maximal togestene o drug. Als de hand stukvoet
geselink! Voor de maximaal toegestabe asdruk. Als de band stukgaat kunt u bij uw Volvo-dealer een nieuwe kopen.
kunt u bij uw Volvo-dealer een nieuwe kopen.
bestand.
band tegen een hogere snelheid en belasting voor langere tijd
Maximum snelheid
"Special spare" reservewiel is de hoogste
band tegen een hogere snelheid en belasting voor langere tijd
Als er iets gebeurt—
Ook al verzorgt u uw auto voorbeeldig, toch kan het gebeuren dat u een probleempje krijgt, zoals b.v. een lekke band, kapotte gloeilamp, e.d. dat u zelf moet verhelpen om verder te kunnen rijden.
| Instrumenten | 1 | Boordgereedschap | 8:2 |
| Interieur, verwarming | 2 | Wiel verwisselen | 8:3 |
| Autogordels, kinderen in de auto, airbag | 3 | Gloeilampen vervangen | 8:5 |
| Vergrendeling, alarm, immobilizer,diefstalpreventie | 4 | Zekering vervangen | 8:14 |
| Bagage | 5 | Storingen lokaliseren | 8:17 |
| Starten en rijden | 6 | ||
| Wielen en banden | 7 | ||
| Als er iets gebeurt | 8 | ||
| Carrosserie-onderhoud | 9 | ||
| Service en onderhoud | 10 | ||
| Specificaties | 11 | ||
| Zuivering uitlaatgassen | 12 | ||
| Audio | 13 |
=Gloeilamp vervangen

- Steek de schroevedraaier in aan de achterzijde en draai deze licht, dan laat het lensje los. - Trek de gloeilamp uit de fitting en vervang
- Steek een schroevedraaier in aan de uiterste punt van de lens en wip de lens uit de houder - Trek het lampje uit de fitting en vervang
- Steek een schroevedraaier in en draai deze, dan laat het glas los. - Verwijder en vervang de gloeilamp. - Druk eerst de onderkant van het lampeglas weer op de vier haken en druk daarna de
- Trek de gloeilamp uit de fitting en vervang deze. - Druk het lensje weer op zijn plaats.
- Trek het lampje uit de fitting en vervang deze. - Druk het lensje weer op zijn plaats.
Gloeilamp vervangen

De gloeilamp wordt van buitenaf vervangen.
- Schuif het licht naar voren en trek het aan
de achterkant los.
- Verwijder het gehele licht. Laat de bedra-
ding in de lamphouder zitten en draai de
lamphouder een kwart slag.
- Trek de kapotte gloeilamp er recht naar
voren uit.
=Gloeilamp vervangen
Instapverlichting
- Steek een schroevedraaier in en draai deze
- Verwiider de verlichting, buig de lippen
van de plaat om en verwijder deze. - Vervang de gloeilamp en breng de plaat
- Druk het lampje weer op zijn plaats.

Bagageruimteverlichting
- Doe de verlichting uit. - Druk het nokje met een schroevedraatier in
en verwijder het lensje.
- Trek de gloeilamp uit de fitting en vervang
• Druk het lensje op zijn plaats.
Gloeilamp vervangen
Overige lampen
Het kan moeilijk zijn om deze lampen te vervangen. Laat dit dus aan uw Volvo-werkplaats over.
=Zekering vervangen

Als een elektrisch component niet werkt, kan dit komen, doordat een
zekering door een tijdelijke overbelasting doorgebrand is.
De Zekeringen van de auto zitten verdeeld over twee zekerimgenkastjes. Een aan de bestuurderskant bij de A-stijl onder het dashboard de ander
in de motorruimte.
Kijk eerst in het zekeringenoverzicht op pagina 8:15 en 8:16 en op het
Trek de zekering rechtuit los en kijk aan de binnenkant of de geboger
draad doorgebrand is
Breng, indien nodig, een nieuwe zekering met dezelfde kleur en ampè
Gebruik nooit een zekering met een te hoog ampére-aanduiding.
8:14
Zekeringenkastje interieur


Na het aanbrengen van een trekhaak bevinden zich 2 zekeringen in de kabelboom bij het rechter achterlicht.
Zekeringenkastje interieur
Nr.Componenten
1 Blowermotor, Aircoschakelaar (compressor, ECU), ECC
2 Accessoires
3 Accessoires
4 Achteruitrijflichten, lampdetect controle voor remlichten, DSA, ECU AT, verlichting van winter/sport schakelaar AT 5 ECU en schakelaar cruise control, remlicht
schakelaar in AT, verlichting van winter/sport schakelaar
6 Stoelverwarming, verlichting achter + zijmarkeringen voor en achter, kentekenplaatverlichting, verlichting van de
lichtschakelaar, schakelaar mistlamp achter + controlelamp en mistlampen voor, dimmer (kachelbediening, instrument,
aansteker, radio, klok).
7 Verlichting schakelaar kinderbeveiliging, instrument,
richtingaanwijzers, dagrijverlichting, schakelaar
Infocentrum, vertraging ommelverhöchung
11 SRS (airbag), motor, keyless entry, sys. voor ECU benzine en diesel, brandstof
immobilizer
12 Schuifdak, achterruit- en spiegelverwa
verlichting (dim/grootlicht) + controlel
verlichting zonneklep, relais blowerming
aircosysteem 12. Aensteker, parkeurlichting voor en
1.3 Aansleker, parkeerverhichting voor en diagnosesansluiting (16), koplamphoo
- Schakelaar en motor ruitewisser voor.
L + R, ruitewissermotor en pomp
25
20
10
10
10
(No text)
20
广力云智慧零售收银系统
[Non-Text]
[Non-Text]
10
10
[Non-Text]
广力云智慧零售收银系统
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
广力云智慧零售收银系统
广力云智慧零售收银系统
广力云智慧零售收银系统
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
[Non-Text]
Ampère
20
12
10
10
[Non-Text]
15
广力云智慧零售收银系统
广力云智慧零售收银系统
15
15
20
-
4 Achteruitrijflichten, lampdetect controle voor remichten, DSA EGLI AT verlichting van wistatenport schakelvar.
- ECU en schakelaar cruise control, remlicht
schakelaar in AT, verlichting van winter/sport schakelaar
6 Stoelverwarming, verlichting achter + zijmarkeringen vo
en achter, kentekenplaatverlichting, verlichting van de
lichtschakelaar, schakelaar mistlamp achter + controlelar
en mistlampen voor, dimmer (kachelbediening, instrumen)
aansteker, radio, klok).
7 Verlichting schakelaar kinderbeveiliging, instrument, richtingasmwiizers, dagriverlichting, schakelaur.
Kendiglaatwijfers, bagrijverheming, senakertal infocentrum, vertraging binnenverlichting
| Zekerin-gen in de motorruiime | |||
| Ne. Componen | Ampere | Ne. Componen | Ampere |
| 1 | Dynamie, voeding voor de zekerin-gen 2,4,5,6 en 7. | 120 | 11 Conaticshakelaar (Sartmotorrials, verichihng etc) |
| 2 | Voeding van de zekerin-gen in het interneur. | 40 | 12 ABS |
| 3 | Achlermaie- en spiegelverwarming | 25 | 13 Motor (via systemelais) lucipomp |
| 4 | Claxon, mislaminen + controllamp, alarm | 20 | benzige: inflectoren, ontstelling, ECL, EGR etc |
| 5 | Voeding voor keylses entry, radio (geheugen), infocentrum | 10 | desel: relais gocipluggen, handshot verwarming, ECU |
| 6 | Voeding voor ccs motoren (en wareschuwingslichten bij handschoenckast, immobilizer) | 20 | 16 Elekrischi beddarbare ramen voor en achter + auholdown 30 |
| 7- | Keyless entry, motoren hindereveling. | 19- Verwarming Lambda sonde 18 | |
| 8- | Arco compressor | 10 | 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- 20- |
| 9 | Arco compressor | 10 | 21- ABS ECU 10 |
| 10 | Remlichsen | 22- | |
— Zekerinpgenkast motoruimte
Storingen lokaliseren—
In de vorige hoofdstukken staan al aanwijzingen bij bedrijfsstoringen. In dit hoofdstuk is alleen sprake van storingen die u zelf kunt verhelpen om verder te kunnen rijden.
De aanwijzingen voor het starten van de motor zijn niet in acht genomen; zie pagina 6:5, 6:6, 6:7. Start de motor volgens de aanwijzingen.
De accu is slecht geladen of ontladen. Start de auto met een hulp-startaccu; zie pagina 6:17 Laat de accu opladen. Zoek naar de oorzaak voor het ontladen van de accu.
Slecht contact in de elektrische installatie van de motor.
Controleer de gehele bedrading van het ontstekingssysteem, de accu en de startmotor.
Er komt geen brandstof naar de motor.
Controleer of er in het brandstofsysteem geen slangaansluiting losge- raakt of ingeklernd is. Controleer of de zekering voor de brandstofpomp intact is.
Storing in het ontstekingssysteem
Controleer de bougies (de elektrode-afstand moet 0,7 mm zijn) en maak deze schoon. Controleer of alle kabels van het ontstekingssysteem goed aangesle en schoon zijn.
Luchtfilter/brandstofffilter verstopt Vervang het filter.
Elektronisch startonderbreking (Immobilizer) Controleer of er geen sleutel van een andere auto zich direct naa contactslot bevindt.
Storingen lokaliseren
ONBALANS, TRILLINGEN OF ZWAAR STU- REN TIJDENS HET RIJDEN
Wielonbalans
Laat de wielen balanceren.
Oliepeil in de bekrachtigingspomp te laag Controleer het oliepeil en vul olie bij; zie pagina 10:10.
DE MOTOR WORDT WARM
De radiatorslangen zijn kapot of lekken
Controleer de radiatorslangen en vervang deze, indien nodig.
Te weinig koelvloeistof
Controleer het koelvloeistofpeil en vul koelvloeistof bij, zie pagina 10:12.
Elektrische koelventilator
Controleer of de elektrische ventilator werkt.
Storingen lokaliseren

Geen stroom naar de elektromotor van het dak
Controleer zekering : 15 Amp.
Handbediening van het schuifdak
Indien het schuifdak niet met de schakelaar gesloten kan worden, gebruik dan de inbus-sleutel uit de meegeleverde gereedschapset.
Deze is gecombineerd met de kruiskop-schroevendraaier. Door het handvat eraf te trekken komt de andere zijde tevoorschijn.
- Verwijder de lensjes van de interieurverlichting.
- Draai de schroeven los en verwijder de binnenverlichtingskap.
- Verwijder het kapje van de schroef met de schroevendraaier.
- Verwijder de schroef.
Opmerking!
Let op dat de schroef (1) het onderlegplaatje (2), de afstandsringen (3) en de stelring (4) niet verloren gaan, anders werkt het schuifdal niet meer.
- Draai de schroevendraaier weer om in het handvat, zodat het een inbussleutel wordt. Steek deze in de aandrijfas van de schuifdakmotor en sluit het schuifdak door rechtsom te draaien.
Indien te ver doorgedraaid wordt zal het schuifdak in de ventilatiestand gaan staan. Terugdraaien totdat het dak weer dicht is.
Opmerking!
Let op dat de schroef (1) het onderlegplaatje (2), de afstandsringen (3) en de stelring (4) niet verloren gaan, anders werkt het schuifdak niet meer.
• Draai de schroevendraaier weer om in het handvat, zodat het een inbussleutel wordt. Steek deze in de aandrijfas van de schuifdakmotor en sluit het schuifdak door rechtsom te draaien.
Indien te ver doorgedraaid wordt zal het schuifdak in de ventilatiestand gaan staan. Terugdraaien totdat het dak weer dicht is.
Opmerking!
Let op dat de schroef (1) het onderlegplaatje (2), de afstandsringen (3) en de steling (4) niet verloren gaan, anders werkt het schuifdak niet meer.
• Draai de schroevendraaier weer om in het handvat, zodat het een inbussleutel wordt. Steek deze in de aandrijfas van de schuifdakmotor en sluit het schuifdak door rechtsom te draaien.
Indien te ver doorgedraaid wordt zal het schuifdak in de ventilatiestand gaan staan. Te rugdraaien totdat het dak weer dicht is.
Boordgereedschap
Gereedschap en krik
De krik, de gereedschapstas en de gevaren-driehoek bevinden zich onder de mat van de
kofferruimte bij het reservewiel. Inhoud van de gereedschapstas: 1: Schroevendraaier/inbussleute
2: wielmoersleutel
4: handschoenen

De schroevendraaier is een combinatie met de inbussleutel. Trek de stift uit de houder en draai deze om.
Zie voor andere werkzaamheden waarvoor de auto moet worden opgekrikt het hoofdstuk "onderhoud".

Haal het reservewiel weg, Draai de krik iets in door de as (1) te draaien en neem hem uit de bevestigingsbeugel.
Krik opbergen:
op.
WAARSCHUWING!
De met de auto meegeleverde krik mag uitsluitend gebruikt worden voor het opkrikken van deze auto en ten behoeve van het wisselen van een wiel.
WAARSCHUWING!

Trek altijd de handrem aan en schakel de eerste versnelling in. (P voor auto-maat)
- Plaats altijd blokken voor en achter de wielen die op de grond staan!
- Kruip nooit onder de auto wanneer deze op de krik staat!
- Het wisselen van een wiel mag alléén
staat.
Indien u een wiel moet verwisselen op zachte ondergrond, plaats dan een plankje onder de krikvoet.
- Gebruik handschoenen
Indien voor de eerste keer de krik ge- bruikt wordt is het mogelijk dat de cor- rosie werende laag op de slinger wat afgeeft. Langdurig contact met de huid kan irritatie veroorzaken.

Wiel verwisselen

Plaats reservewiel onder de auto
Verwijderen van deksel en moeren
Demontage van het wiel
Leg het reservewiel onder de auto in de nabijheid van de krik. Op deze manier wordt de koro en gezavellen kleiner ind
• Stalen velg:
Trek het wieldeksel van het wiel los.
Lichtmetalen velg:
Plaats het uit einde van de wielmoerleutel
in de uitsparing van de naafdop (1), en
wrik hem los (2).
Gebruik de wielmoersleutel om elke wiel-
moer een halve slag los te draaien. Probeer
uw eigen gewicht te gebruiken om de moe-
ren los te krijgen, er is dan minder spier-
kracht nodig(3).
Wiel wisselen.
Vooraf!
Parkeer de auto op een verhard, horizontaal wegdek.
- Trek de handrem aan en schakel de eerste versnelling in.(Stand P voor auto's met automaat)
- Zet, indien nodig, de waarschuwings-knipperlichten aan.
- Laat alle passagiers uitstappen en achter de vangrail wachten.
- Sluit alle portieren.
- Plaats de gevaren-driehoek ca 30 m achter de auto.
- Blokkeer de wielen die op de grond blijven staan met houten blokken, stenen of iets dergelijks.
en dan ...
Pak de krik, de krikhendel en de wiel-
moersleutel uit hun bergplaats.
(1) 本说明仅供参考。
- Lees verder demontage handelingen van het wiel.
Plaats de krik op de goede plaats
Opkrikken van de auto
- Plaats de krik onder de kriksteun, aangegeven met twee inkepingen in de stalen flens, die het dichtst bij het te verwisselen wiel zit. Bij kunststof drempelkappen zijn de plaatsen waarachter de inkepingen zitten met een pijl - aangegeven.(zie tek.)
- Breng de wielmoersleutel (D) aan op de zwengel(C) en steek de haak van de zwengel in de krik. Houd de zwengel in het verlengde van draadspil van de krik
- Draai de krik uit (rechtsom). Let op dat de voet goed op de grond staat.
- Draai de krik uit (rechtsom). Let op dat de voet goed op de grond staat.
Draai de krik uit (rechtsom). Let op dat de voet goed op de grond staat.
Draai de krik uit (rechtsom). Let op dat de voet goed op de grond staat. - Draai de krik uit (rechtsom). Let op dat de voet goed op de grond staat.
Pas op! Zorg ervoor dat de krik goed onder de krik steun wordt geplaatst.
- Verwijder de wielmoeren en neem het wiel af en leg deze onder de auto.
Laat zo snel mogelijk een werkplaats het aanhaalkoppel van de wielmoeren controleren (d.i. 110-115 Nm)
- Vergeet de gevarendriehoek niet.
- Vergeet de gevarendriehoek niet.
- Berg het verwisselde wiel en het gereedschap op.
- Berg het verwisselde wiel en het gereedschap op.
Let op dat het ventiel vrij en goed in het midden van de opening in de wielkap zit.
Let op dat het ventiel vrij en goed in het midden van de opening in de wielkap zit.
Let op dat er geen vuil tussen de wielkap
Let op dat er geen vuil tussen de wielkap
Breng het wieldeksel of de naafdop weer
Breng het wieldeksel of de naafdop weer
- Monteer géén wielkappen op het reserve-wiel (indien "Temporary Spare").
- Monteer géén wielkappen op het reserve-wiel (indien "Temporary Spare").
- Trek de moeren kruiselings na.
- Trek de moeren kruiselings na.
- Laat de auto zakken en verwijder de krik.
- Laat de auto zakken en verwijder de krik.
- Zet de wielmoeren met de sleutel handvast.(bouten nooit invetten!)
- Zet de wielmoeren met de sleutel handvast.(bouten nooit invetten!)
- Plaats het wiel op de naaf en breng de gaten in lijn met de boutgaten.
- Plaats het wiel op de naaf en breng de gaten in lijn met de boutgaten.
Aanbrengen van een wiel
Gloeilamp vervangen

Verwijder de afschermkap
Hanteren van gloeilampen
Raak nooit het glas van een gloeilamp met uw vingers aan. Sporen van vet, olie of andere ongerechtigheden blijven daarbij achter op het glas en verdampen, waardoor de reflector wordt aangetast.
(Voor een volledige lijst van de gloeilampen en hun vermogen, zie hoofdstuk "Specificaties".)
Demontage van groot/dimlichtlampen
De lampen voor groot/dimlicht en het parkeerlicht zijn in de koplamp-unit geplaatst.
- Zet het contact af.
- Draai de lichtschakelaar uit en trek aan de ontgrendelingshendel voor de motorkap (zie hoofdstuk "uitrusting en voorzieningen").
- Doe de motorkap omhoog.
Gloeilamp vervangen

Uitnemen van de lamp

Het glas van de lamp niet aanroken

Afschermkap terugplaatsen

-
Neem de lamp uit de reflector.
-
Breng de nieuwe lamp in de reflector met de dubbele nok in de ring aan de onderkant.
- Druk de borgklem terug over de lamp zodat deze in positie klikt.
- Sluit het contactblokje weer aan en daw d bedrading in het lamphuis.
- Breng de nieuwe lamp in de reflector met de dubbele nok in de ring aan de onderkant.
- Druk de borgklem terug over de lamp zodat deze in positie klikt.
- Sluit het contactblokje weer aan en daw d bedrading in het lamphuis.
- Breng de nieuwe lamp in de reflector met de dubbele nok in de ring aan de onder-
- Breng de nieuwe lamp in de reflector met de dubbele nok in de ring aan de onder-
- Breng de nieuwe lamp in de reflector met de dubbele nok in de ring aan de onder-
- Breng de nieuwe lamp in de reflector met de dubbele nok in de ring aan de onder-
- Breng de nieuwe lamp in de reflector met de dubbele nok in de ring aan de onder-
Gloeilamp vervangen

Fitting en lamp uitnemen
Parkeerlichten, vóór
De parkeerlichtlamp bevindt zich in de kop-
-
montage van groot/dimlichtlampen" tot en met het löstrekken van het contactblokje van de koplamp om meer ruimte te krijgen.
- Draai de fitting (met contactblokje) van de parkeerlampunit een kwart slag naar links. - Trek de fitting met gloeilamp uit het huis. - Verwijder de gloeilamp door deze naar binnen te drukken, naar links te draaien en uit de fitting te trekken.
- Drais de kurskopschrocf vast - Schuft herls op zijn plaats. Let op: zorge dat parsi B. in het gel van het spabond schuft in het slobaget C om de kurskopschrocf. -
- Lump infbrigen en nach retels daraen. Let op: het recite noke van de deze kan maar op een nuier ingelarchi worden.
Teruplaaten
- Lamp indukken en naar thinks driven
- Lamphounder 1/8 slag near links driven en uithemen.
• Het knpperlichstuis nach voren uithemen.
die in de geredeschapsset meegelverd is.
- Drell de kuniskopresheet (A) lusser het koplampuis en het knip-
Lösenen Richinganwijzerlichten voor verangen.
Lei op de passuiven

Gloeilamp achterlichten vervangen

| 1 Achterlicht (parkeerlicht) | 5W |
| 2 Richtingaanwijzer | 21W |
| 3 Remlicht | 21W |
| 4 Achterlicht | 5W |
| 5 Achteruitrijlamp | 21W |
| 6 Mistachterlamp (enkel linkerkant) | 21W |
Vervangen van gloeilampen in achterlicht
Alle gloeilampen in het achterlicht kunnen via de bagageruimte vervangen worden. De gloeilamphouders zitten achter een afdekkap per zijkant.
Doe het volgende: - Doe de verlichting uit en draai de startsleutel in stand 0! - Open de afdekkap van het achterlicht. De afdekkap zit vast met een draaiclip. - Druk de vergrendeling A en B in en trek de lamphouder uit. De gloeilampen zitten in de lamphouder vast. - Laat de stekerverbinding met bedrading in de lamphouder zitten.
Carrosserie-onderhoud
Niet alleen een kwestie van uiterlijk!
De carrosserie moet natuurlijk onderhouden worden om de auto van buiten en binnen schoon en mooi te houden. Maar er is nog veel meer: het moet ook gebeuren uit het oogpunt van roestwering, om de roestwerende behandeling regelmatig te controleren en bij te werken en om de lak op beschadigingen
te controleren en bij te werken.
Instrumenten 1
Interieur, verwarming 2 Autogordels, kinderen in de auto, airbag 3
Starten en rijden 6 Wielen en banden 7
Als er iets gebeurt 8
Carrosserie-onderhoud 9
Service en onderhoud 10
Specifications 11
Zuivering uitlaatgassen 12
Audio 13
* Draagarmen, draagarmstangen, yen en veerpootschotels.
ken.
- Laat de roestwerende behandellmatig controleren en bijwer-
kuppen en spatschermranden mdruk schoon.
- Houd de auto schoon! Spoel eponenten", onderstel, wiel-
Wel, er zijn met name twee effectoden:
Wat kunt u, als eigenaar van de at om deze roestwerende behandeling in goede staat te houden?
dunnere, penetrerende roestwererstof.
de binnenkant van de balken, holl en gesloten secties een
wielkuipen werd een dik, slijtvastrend middel gespoten en aan
Uw Volvo kreeg al van fabriekswzeer nauwkeurige en volledige roestwerende behandeling. Aan d'ant, op het onderstel en in de
ken
Roestwerende behandelontroleren en bijwer-
De auto heeft in de fabriek een roestwerende behandeling gekregen die bij normale omstandigheden pas na circa 8 jaar nabehandeld moet worden. Na deze tijd moet dit met tussenpozen van drie jaar gedaan worden. Als uw auto nabehandeld moet worden: laat uw Volvo-werkplaats u hierbij helpen. Voor het krijgen van een perfect resultaat moet het nabehandelen vakkundig gebeuren.
Denkbare plaatsen om met deze hulpmiddelen bij te werken zijn b.v.:
- Zichtbare lasnaden en puntlasnaden (dunne vloeistof).
- Onderstel en wielkuipen (dikke vloeistof).
- Portierscharnieren (dunne vloeistof).
- Motorkapscharnieren en -sluiting (dunne vloeistof).
Als u met de behandeling klaar bent, kan het overtollige roestwerende middel verwijderd worden met een doek die met terpentine bevochtigd is.
De motorruimte is in de fabriek behandeld met een kleurloos roestwe-
rend middel op wasbasis. Dit middel is tegen gewone wasmiddelen
bestand zonder op te lossen en onwerkzaam te worden. Als u echter me
zogenaamde aromatische oplosmiddelen, zoals b.v. wasbenzine, terpen-
tine (met name met een emulgator erin) reinigt, moet na het reinigen de
beschermende waslaag vernieuwd worden. De Volvo-dealers verkopen
dergelijke wassen.
De "zichtbare" roestwerende behandeling
De "zichtbare" roestwerende behandeling moet regelmatig gecontroleerd en bijgewerkt worden. Als de roestwerende laag ergens bijgewerkt moet worden, moet u dit onmiddellijk laten doen om te voorkomen, dat vocht onder de roestwerende laag komt – laat uw Volvo-werkplaats u hierbij helpen. Als u de roestwerende behandeling zelf wilt bijwerken, moet u ervoor zorgen, dat de bij te werken plaats schoon en droog is. Spoel, was en droog de auto zorgvuldig. Gebruik een roestwerend middel in een spuitbus of breng het met een kwast aan.
Er zijn twee verschillende soorten roestwerende middelen: een dun (kleurloos) voor zichtbare plaatsen, een dik voor slijtplekken van het onderstel en de wielkuiper

Grondlak ophrengen

Let erop, dat u de juiste lakkleur krijgt. Controleer dit met het codenummer voor de lakkleur dat op het produktplaatje staat.
Bij het bijwerken moet de auto goed gewassen en droog zijn en een temperatuur boven +15 °C hebben.
- kleine steenslagplekken en krassen. - beschadigingen op b.v. spatschermranden en drempels.
De lak is een belangrijk gedeelte van de bescherming van de auto tegen roest en u moet deze dus regelmatig controleren. Lakbeschadigingen moeten onmiddellijk bijgewerkt worden om roestvorming te voorkomen. De meest voorkomende lakbeschadigingen, d.w.z. de beschadigingen die u zelf kunt bijwerken, zijn:
Kleine steenslagplekken en kras-
Material系
breng deze met een zijn pensel
- Roer de grondlak (de primer) goed om en
enkele malen dun aan en laat de lak telkens
Roer de lak goed om en breng deze daarna
penseel de eindlak aangebracht worden.
- Als de grondlak goed droog is, kan met een
De lak is een belangrijk gedeelte van de bescherming van de auto tegen roest en u moet
Beschadigde spatschermranden en drempels bijwerken
Materialen:
• Grondlak (primer) in spuitbus
- Lak in spuitbus - Maskeertape
Bij het lakken van grote vlakken moet eerst met tape en papier afgeplakt worden. Verwijder het afplakmateriaal direct na de laatste maal spuiten, voordat de lak gedroogd is.
- Verwijder loszittende bladders met tape.
- Schud de spuitbus tenminste 1 minuut. Spuit de grondlak op. Bij het spuiten moet u de spuitbus met gelijkmatige snelheid op 20-30 cm van het vlak heen en weer bewegen; zie de afbeelding. Bescherm de omringende vlakken met karton.
Eventueel afplakken
- Wacht een paar dagen met de nabehandeling, d.w.z. het polijsten van de bijgewerkte plekken. Gebruik een zachte doek en wees spaarzaam met polijstpasta.
- Bij krassen doet u, zoals hiervoor beschreven is, maar het kan gewenst zijn om onbeschadigde lak af te plakken (afbeelding 3).

Als de grondlak goed droog is, kan de eindlak op dezelfde manier opgespoten worden. Spuit een paar maal en laat de lak telkens eerst een paar minuten drogen.
=Auto wassen
Auto vaak wassen!
Was de auto zodra deze vuil geworden is, met name 's winters, omdat wegenzout en vocht gemakkelijk corrosie kunnen veroorzaken.
Op de volgende manier kunt u uw auto wassen:
- Spoel het vuil aan de onderkant van de auto (wielkuipen, spatschermranden, enz.) zorgvuldig af.
- Spoel de gehele auto af, totdat het vuil geweekt is; spuit niet direct op de sloten.
- Was de auto met een spons met of zonder wasmiddel en veel water.
- Als het vuil erg vastzit, kunt u de auto met een koudontvettingsmid-
- Een motorbediende antenne (extra uitrusting) moet na het wassen
afgeveegd en afgedroogd worden. - Maak de wisserbladen schoon met een nagelborsteltje en een lauwe
zeepoplossing. - Bij het reinigen van de motor mag geen water rechtstreeks on de
verdeler achteraan op de motor worden gespoten. Na het reinigen moet u de bougieholtes droogblazen met behulp van perslucht.
Geschikte wasmiddelen:
Autowasmiddelen (autoshampoo) of 5–10 el gewoon vloeibaar afwasmiddel op 10 liter water. Vlekken op aluminium strips rondom ramen, spatschermen en portieren kunnen met autopolish weggepoetst worden. Gebruik nooit polijstpasta of staalwol!
Verwijder vogelvuil altijd zo snel mogelijk van de lak! Dit bevat namelijk stoffen die de lak heel snel aantasten en doen verkleuren. De verkleuring kan niet weggepoetst worden. Bij het wassen met een hogedrukspuit: let erop, dat de spuitkop van de hogedrukspuit niet dichter dan op 30 cm van de carrosserie komt. Spuit liefst ook niet direct in of bij de sloten van de portieren, het kofferdeksel en de motorkap. Bij het wassen moet u alle afwateringsgaten schoonmaken, zodat deze niet door modder en vuil verstopt zijn.
Aan het volgende denken ...
WAARSCHUWING! Reinig het motorcompartiment niet wanneer de motor warm is! Brandgevaar!

Als u onmiddellijk na het wassen met de auto gaat rijden, moet u altijd eerst voorzichtig remmen, zodat vocht van de remvoeringen verdwijnt!
WAARSCHUWING!

In een wasautomaat wassen Poetsen In de was zetten=
In een wasautomaat wassen
| In een automatische wasinrichting kan de auto eenvoudig en snel gewassen worden. Denk er echter aan, dat een automatische wasinrichting de auto niet zo effectief en voorzichtig wast als u zelf met de hand met spons en water doet. De borstels van de wasautomaat komen niet geheel bij alle plaatsen. Het afspoelen van het onderstel van de auto dat 's winters van groot belang is, gebeurt niet in alle wasautomaten. Let erop, dat eventuele extra uitrusting – extra koplampen – goed vastzitten, want anders bestaat er kans, dat de borstels van de wasautomaat dergelijke onderdelen losrukken. Draai de radio-antenne los of schuif deze in. Voordat u de automatische wasinrichting binnenrijdt, moet u de armen van de koplampwissers onder de aanslagen onderaan de koplampen leggen. Zo wordt verhinderd, dat de borstels de armen pakken en het wissermechanisme beschadigen. |
| N.B! Vergeet, als het wassen klaar is, daarna niet om de wisserarmen weer in hun normale stand te brengen! Was uw auto alleen in wasautomaten met schone borstels! Wij adviseren u om uw auto de eerste maanden – totdat de lak hard geworden is – met de hand te wassen. |
Bumpers
Gebruik een normaal autowasmiddel. Gebruik nooit benzine of oplosmiddelen. Gebruik gedenatureerde alcohol voor de moeilijke plekjes. Gebruik geen papier, om krassen in de laklaag te voorkomen.
Maak plekken waar benzine of diesel gemorst is onmiddellijk schoon.
Ammontakoplossing: 1 thecelpel annomik (ca 90%) wortd met 3 dl water gemengd. Ammontak-zepoplossing: bovengeneimde annomilakoplossing wortd met 1 dl zeepawer gemengd. Zeepawer kan gemaka worden door b.w. water gemengd. Ammontak-zepoplossing: bovengeneimde annomilakoplossing wortd
Ontvlekinsmidden Gebuuk texhelerleimgrproduct van Volvo.
Veeg de vull gevorden leren bekiding met een vochrige doek af. Ge. Brink hoort stelke opsonsdelen, benzine, alcohol, e.d. Jean behandelinge met de Volvo leerdondrohoudesset een of twee maal per jaar wordt gevaiesert om het leer soepel en contratabel de houden.
Behandeling van vleken op leer
Krd of with foot cop en vlek. Geniuk nooit sterke onyleskings- middleen. Reiting met cen zwakke zepoplossing en lauw water.
Behandeling van vlekken op vinyi
wiegweven, wegkerid of met cen harde borstel weggeschurd woonal deze megedrooga zin. De viesken moeten opgelost worden, met
Yelkeren Kunnen aluid het gemaaktjeski direct verwijserd worden.
bellevodeen.
produktien kumen de behandelte 1 yM brandesindelobid radiolu
Behandling van vleken op textile
Beleding regimen
Autogordeis reinigen Gebrafik water met een synthievesh washmiddel. ● Werk alid van buiten naar het midden van de Weik Ice. ● Wees sparaam met optosmiddel. Te veel optosmiddel kan de schlimplastic vulhige in de zithing beschadigen. soit in de wek kan optoosen en de Weik dardoor grocer world. ● BiJ vertiefeken, b.v. ink, balpuntemen, hypensuit, moet heel voor zichige met het omlikedingsmiddel geverka worden, omdal de Kloter.
Behandeling van vleken in stoften en vioermaten Verwiider het grootie deel van de vlke met een bol mies of leis dage- Jiks. Zieg zo veel mogelijk op met schone wite doeken. Stortzug rond- om de vierk, zodar vuit in de baunt niet optost. Bevechlig een schone wite doek met het optosmiddel. Zieg dama het optosmiddel en de vleken met een droge watierprop op. Herhaal de behandelinge, totaal de vleken verdwemen zijn. Aan het volgende depenk: Behandeling van vleken in stoften en vioermaten