VOLVO

760 (1989) - Auto VOLVO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 760 (1989) VOLVO in PDF-formaat.

📄 122 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice VOLVO 760 (1989) - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over 760 (1989) VOLVO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Auto in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 760 (1989) - VOLVO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 760 (1989) van het merk VOLVO.

GEBRUIKSAANWIJZING 760 (1989) VOLVO

Achter in deze handleiding vindt u een alfabetische inhoudsopgave.

Presentatie van de auto 2

Instrumenten en bediening 4

Interieur, portieren en kofferdeksel 22

Starten en rijden 41

Wielen en banden 59

Als er iets gebeurt 63

Carrosserie-onderhoud 79

Service, periodiek onderhoud en specificaties 87

Presentatie

VOLVO 760 (1989) - Presentatie - 1

Deze handleiding gaat over het rijden met en het onderhouden van uw Volvo 760

Een grote bedrijfs/zekerheid en lange levensduur zijn twee belangrijke factoren voor de kwaliteit van Volvo-auto's. Om deze te behouden hebben wij deze handleiding opgesteld en wij verzoeken u deze door te lezen.

Het boekje is als instructie- en als naslagboekje bedoeld. Daarom bevat het een groot aantal getallen die bij het zocken naar specifieke gegevens van belang zijn. Volg ook de gegeven servicevoorschriften op; meer hierover kunt u in het Serviceboekje lezen.

Als u belangstelling heeft voor een uitvoeriger beschrijving van de constructie van de auto zijn er Volvo Servicehandboeken; raadpleeg uw Volvo-dealer.

Laat dit boekje in de auto achter, dan kan de volgende eigenaar ook over het rijden met en het onderhouden van de auto lezen.

Vraag uw dealer, als u nog meer over service, onderhoud of het omgaan met uw auto wilt weten.

Sleutels

VOLVO 760 (1989) - Sleutels - 1

VOLVO 760 (1989) - Sleutels - 2
Dubbelsleutel ("garagesleutel") Voorportieren Start-/stuurslot

Hoofdsleutel "Portefeuillesleutel"

Deze sleutel past op alle sloten van de auto.

Nummerplaatje

VOLVO 760 (1989) - Nummerplaatje - 1

Het nummer van de sleutel – de hoofdsleutel en de dubbelsleutel hebben hetzelfde nummer – staat ook op het afzonderlijke nummerplaatje. Verwijder het nummerplaatje van de sleutel-hanger zodat niemand het nummer kan overschrijven als u b.v. de sleutels zou verliezen en leg of kleef het vast – aan de achterkant van het nummerplaatje zit zelfklevende tape – op een veilige plaats. Als u een sleutel verliest, kunt u een nieuwe bestellen bij een Volvo-dealer. Door hun vorm zijn de sleutels mocilijk na te maken; het kost dus wat meer tijd om hen te maken.

Een nauwkeurige beschrijving van de werking van de sloten staat op pagina 30 en 31.

Instrumenten, schakelaars en bediening
1 2 3 4 5 6 7 26 14 13 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 8 9 10 11 12

VOLVO 760 (1989) - Nummerplaatje - 3

Op pagina 6–21 zijn alle instrumenten, schakelaars en bedie- ningsorganen nauwkeurig beschreven. Denk eraan, dat er voor bepaalde landen als gevolg van o.a. verschillende wettelijke bepalingen verschillen in de uitrus- ting kunnen voorkomen.

Instrumenten, schakelaars en bediening

Beschrijving op pagina

1 Blaasmond 19
2 Koplampen en parkeerlichten 14
3 Richtingaanwijzers, groot/dimlichtschakelaar, grootlichtsignaal
Cruise Control 12
4 Instrumentenpaneel 6-9
5 Ruitewissers/-sprociers en koplampwissers/-sproeiers, achterruitwisser/-sproeier, 5-deurs 13
6 Blaasmonden 19
7 Verwarming en ventilatie 19-21
8 Plaats voor radio
9 Sigarc-aansteker 17
10 Asbakje 17
11 Parkeerrem 17
12 Elektrisch verwarmde passagiers—en bestuurdersstocel 16
13 Motorkapsluiting 33
14 Elektrisch bediende raammechanismen en 18 elektrisch bediende buitenspiegels 23
15 Instrumentenverlichting 15
16 Mistachterlampen 15
17 Gelijkzetten klokje 15
18 Plaats voor extra uitrusting
19 Verstelbaar stuur 10
20 Plaats voor extra uitrusting
21 Start- en stuurslot 10
22 Plaats voor extra uitrusting
23 Elektrisch bediend schuifdak 25
24 Waarschuwingsknipperlichten 11
25 Elektrisch verwarmde achterruit en buitenspiegels 16
26 Claxon

Instrumenten

1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 000000 km/h 120 140 160 180 200 220 240 100 80 60 40 20 0 hoco/min

1 Brandstofmeter
2 Klokje
3 Snelheidsmeter
4 Dagteller
5 Kilometerteller

6 Nul-instelling dagteller
7 Toerenteller
8 Turbodrukmeter (alleen bij 760 Turbo)
9 Temperatuurmeter

Instrumenten

Brandstofmeter

De inhoud van de brandstoftank is circa 80 liter bij 4-deurs en 60 liter bij 5-deurs modellen. Als de wijzer in het rode gebied komt, zit er bij 4-deurs modellen tenminste nog 13 liter en bij 5-deurs modellen 9 liter in de tank.

Dagteller

Deze wordt voor het opmeten van korte rij- afstanden gebruikt. Het rechter cijfer geeft hectometers (100 meter) aan.

Druk de knop in om de dagteller op nul te zetten.

Als de dagteller een rood 100-meter wieltje heeft, zijn de snelheidsmeter met de kilometer- en dagteller vervangen. De meterstand en het tijdstip voor het vervangen staan in uw Garantieboekje.

Klokje

Het klokje werkt elektrisch en wordt door de accu aangedreven.

Toerenteller

Deze geeft het motortoerental aan in duizend omw/min.

Het egaal rode gebied mag niet worden gebruikt.

Maximaal toegestaan continu motortoerental: 6000 omw/min bij de benzinemotor en 5000 omw/min bij de Dieselmotor

De motor van de 760 Turbo heeft een inge-bouwde beveiliging tegen een te hoog motor-toerental waardoor dit niet hoger dan ca 6200 omw/min kan worden. Als u bijvoorbeeld bij accelereren dit toerental nadert, wordt deze beveiliging ingeschakeld hetgeen aan sterk overslaan merkbaar is.

Temperatuurmeter

Deze geeft de temperatuur in het koelsysteem van de motor aan.

Als de wijzer telkens in het rode gebied komt of crin blijft staan, moet u onmiddellijk het koelvloeistofpcil en de V-riemen controleren; zie pagina's 99.

Zie voor nog meer tips over het koelsysteem pagina 50.

Turbodrukmeter (alleen bij 760 Turbo)

De schaal van de turbodrukmeter is verdeeld in twee gebieden met verschillende kleuren: een zwart en een geel gebied.

Met de wijzer in het zwarte gebied werkt de motor als "aanzuigmotor", d.w.z. zonder turbo-lading. Houd de wijzer zo veel mogelijk in dit gebied om zo zuinig mogelijk te rijden.

Met de wijzer in het gele gebied is de turbo ingeschakeld.

Controle- en waarschuwingslampjes

1 Linker richtingaanwijzer
2 Rechter richtingaanwijzer
3 Niet aangesloten
4 Controlelampje knipperlichten aanhanger
5 Niet aangesloten
6 Te weinig sproeivloeistof (als het lampje brandt, zit er nog maar 1/2–1 liter sproeivloeistof in het reservoir)
7 Mistachterlamp
8 Defecte gloeilamp
9 Dynamo laadt niet bij
10 Oliedruk te laag
11 Grootlicht brandt
12 Remcircuit buiten werking
13 Parkeerrem aangetrokken
14 ABS buiten werking
15 Niet aangesloten
16 Overdrive ingeschakeld (handgeschakelde versnellingsbak)
17 4e versnelling uitgeschakeld (automatische versnellingsbak) Zie ook pagina 48!
18 Controlelampje autogordels
19 AIRBAG (bepaalde landen)
20) Voorverwarmen (Dieselmotor) Het controlelampje gaat branden, als de startsleutel in de rij-/voorgloeistand gedraaid wordt. Zie ook pagina 43.
21 Te hoge laaddruk, Turbo (Dieselmotor)
22 Niet aangesloten

12 9 6 100 80 60 40 20 0 120 140 160 180 -200 -220 240 km/h 2 3 5 6 7 5 6 SRS 20 21 22 0x10000/min Turbo

Controlelampje knipperlichten aanhanger

Controlelampje voor knipperlichten van een aanhanger. Als de aanhanger aangekoppeld is, knippert dit tegelijk met een van de controlelampjes voor knipperlichten. Als dit niet knippert, werken de knipperlichten van de aanhanger niet.

VOLVO 760 (1989) - Controlelampje knipperlichten aanhanger - 1

Niet – blokkerende remmen (ABS)

VOLVO 760 (1989) - Niet – blokkerende remmen (ABS) - 1

- buiten werking

Door het ABS-systeem kunnen bij sterk afremmen de wielen niet blokkeren. Als het lampje brandt, is het systeem buiten werking. Het gewone remsysteem van de auto werkt echter op normale wijze. Rijd voor controle naar een Volvo-werkplaats. Op pag. 52 staat meer over ABS-remmen.

Waarschuwingslampjes

Deze waarschuwingslampjes mogen tijdens het rijden nooit branden!

Zij moeten echter wel branden, als u vóór het starten het contact aanzet. Dan ziet u, dat de lampjes werken. Als de motor is aangeslagen, moeten alle lampjes met uitzondering van het waarschuwingslampje voor de

parkeerrem uitgaan. Dit gaat uiteraard niet uit, voordat u de parkeerrem heeft losgezet.

De dynamo laadt niet bij

VOLVO 760 (1989) - De dynamo laadt niet bij - 1

Een gloeilamp brandt niet

VOLVO 760 (1989) - Een gloeilamp brandt niet - 1

Remcircuit buiten werking

VOLVO 760 (1989) - Remcircuit buiten werking - 1

Het lampje brandt, als de dynamo niet bijlaadt. Als het lampje onder het rijden gaat branden, zit er een storing in de elektrische installatie of zijn de ventilatorriemen slecht gespannen. Zie voor de spanning van de ventilatorriemen pagina 101.

N.B! Als de ventilatorriemen stukgaan of zo slecht gespannen zijn dat de dynamo niet bijlaadt, gaan niet alleen dit lampje, maar ook de waarschuwingslampjes 6, 8, 12, 13 en 21 branden. Dit komt door speciale wettelijke voorschriften in bepaalde landen en is dus heel normaal.

Te hoge laaddruk, 760 Turbo Diesel

VOLVO 760 (1989) - Te hoge laaddruk, 760 Turbo Diesel - 1

Als het waarschuwingslampje onder het rijden brandt, is de laaddruk te hoog. Rijd voor controle voorzichtig met de auto naar een Volvo-werkplaats. Op pag. 53 staat meer over een waarschuwing i.v.m. Turbo.

Dit waarschuwingssysteem voor een defecte gloeilamp wordt alleen ingebouwd voor Europese landen, waar de auto's geen herkenningslicht hebben. Het dient niet alleen voor het waarschuwen in geval van een defecte gloeilamp (over remlichten, achterlichten en dimlichten geschakeld), maar ook in geval van een defect remcircuit.

Nadat de motor aangeslagen is en het laadsysteem in werking is, gaan alle controle- en waarschuwingslampjes uit, met uitzondering van dat voor een defecte glocilamp. Dit gaat pas uit, als het rempedaal kort ingetrapt is en de remlichten zijn gaan branden.

Als het blijft branden, heeft de bedrading van de remlichtschakelaar naar de remlichten geen spanning, zodat de remlichten niet werken. Vervangen van glocilampen: zie pagina 66–73. Vervangen van zekeringen: zie pagina 73–75. Als na het vervangen van een kapotte glocilamp het waarschuwingslampje blijft branden, moet ook de overeenkomstige lamp aan de andere kant vervangen worden.

Als het lampje tijdens het rijden of bij het remmen brandt, is het remvloeistofpeil te laag. Zet de auto onmiddellijk stil en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (waar dit zit, staat op pag. 97)!

Als het peil in het gehele reservoir onder MIN ligt: rijd niet door, maar laat de auto voor controle en reparatie naar een werkplaats slepen! Als het peil in de ene helft van het reservoir onder MIN ligt: rijd voor controle voorzichtig naar een werkplaats.

Te lage oliedruk

VOLVO 760 (1989) - Te lage oliedruk - 1

Als het lampje onder het rijden brandt, is de oliedruk van de motor te laag. Zet de motor onmiddellijk af en controleer het oliepeil in de motor; zie pagina 94.

Na zeer snel rijden kan het lampje gaan branden, als de motor weer stationair loopt. Dit is heel normaal, als het maar uitgaat, als het motortoerental wordt opgevoerd.

Start-/stuurslot Stuur instellen

VOLVO 760 (1989) - Start-/stuurslot Stuur instellen - 1

Als de sleutel zwaar draait, komt dit, doordat de voorwielen zo staan dat het stuurslot onder spanning staat. Draai het stuur een beetje heen en weer, terwijl aan de sleutel wordt gedraaid, dan gaat het makkelijker.

VOLVO 760 (1989) - Start-/stuurslot Stuur instellen - 2

0 Vergrendelingsstand

Met het stuurslot wordt het stuur vergrendeld, als u de sleutel uit het slot haalt.

VOLVO 760 (1989) - Vergrendelingsstand - 1

Bepaalde elektrische componenten (b.v. de kachelaanjager, sigare-aansteker, koplampen) kunnen worden ingeschakeld. De elektrische installatie van de motor is niet ingeschakeld.

VOLVO 760 (1989) - Vergrendelingsstand - 2

II Rij-/voorgloeistand

Stand van de sleutel tijdens rijden (en bij voorgloeien vóór het starten van de motor; alleen 760 Diesel).

VOLVO 760 (1989) - II Rij-/voorgloeistand - 1

III Startstand

De startmotor wordt ingeschakeld. Laat de sleutel los, als de motor is aangeslagen. De sleutel veert dan automatisch in de rij-stand terug.

VOLVO 760 (1989) - III Startstand - 1

Het stuur kan in 3 verschillenden standen worden gezet.

Druk de bediening aan de linker kant van de stuurkolom naar beneden en houd deze zo. Zet daarna het stuur in de stand die u het prettigst vindt.

Controleer of het stuur geblokkeerd is. Stel het stuur in, voordat u gaat rijden.

Richtingaanwijzers Waarschuwingsknipperlichten

VOLVO 760 (1989) - Richtingaanwijzers Waarschuwingsknipperlichten - 1

Waarschuwingsknipperlichten

Richtingaanwijzers, groot-/dimlicht-schakelaar en grootlicht-"signaal"

1 "Drukpuntstand"

Bij bochten met een geringe stuuruitslag (verwisselen van rijbaan, passeren) moet het hendeltje iets omhoog- of omlaaggebracht en met de vinger vastgehouden worden. Het hendeltje gaat onmiddellijk in de neutrale stand terug, als het losgelaten wordt.

2 Normale bochten

3 Groot-/dimlicht-schakelaar (koplampen branden)

Trek het hendeltje voorbij de "signaalstand" naar het stuur en laat het weer los. De koplampen gaan van groot- naar dimlicht en omgekeerd.

3 Grootlicht-"signaal" (koplampen branden

Trek het hendeltje voorzichtig naar het stuur (toto dat een lichte weerstand gevoeld wordt). Het grootlicht brandt, toto dat het hendeltje weer losgelaten wordt.

Als een gloeilamp in de richtingaanwijzers stuk is, is dit merkbaar aan het controlelampje, omdat dit veel sneller dan normaal knippert.

Waarschuwingsknipperlichten

De knipperlichten (alle vier richtingaanwijzers knipperen) moeten worden gebruikt, als men gedwongen is om de auto zo stil te zetten of te parkeren dat het verkeer daardoor in gevaar gebracht of gehinderd wordt.

Denk eraan dat:de wettelijke bepalingen voor het gebruik van waarschuwingsknipperlichten van land tot land verschillen.

Cruise Control

VOLVO 760 (1989) - Cruise Control - 1

De schakelaar van de Cruise Control zit op de richtingaanwijzerhendel.

Gewenste snelheid instellen:

1 Zet schakelaar (B) in stand
2 Accelereer tot de gewenste snelheid. N.B! De Cruise Control kan bij snelheden onder 35 km/uur niet worden ingeschakeld.
3 Druk de SET SPEED knop (A) in.

Snelheid verminderen

De Cruise Control wordt uitgeschakeld, als het rempedaal wordt ingetrapt. Een eerder ingestelde snelheid wordt in het geheugen bewaard. Als de schakelaar eventjes in de RESUME stand wordt gebracht, gaat de auto weer met de ingestelde snelheid rijden. N.B! De auto accelereert heel snel, als het verschil tussen de ingestelde en werkelijke snelheid groot is en de schakelaar in de RESUME stand wordt gezet. Accelereer dus eerst op de normale manier. Het snelheidsverschil wordt dan kleiner, als de schakelaar in de RESUME stand wordt gezet.

WAARSCHUWING!

De Cruise Control mag niet in druk verkeer of bij gladde wegen worden gebruikt. N.B! Bij het rijden op een helling kan de ware snelheid van de auto iets van de ingestelde snelheid afwijken.

Accelereren

Een tijdelijke snelheidsverhoging, zoals b.v bij het inhalen, heeft geen nadelige invloed op de werking van de Cruise Control. De auto gaat weer met de vorige snelheid rijden zonder dat de schakelaar in de RESUME stand behoeft te worden gezet.

Uitschakelen

Zet schakelaar (B) in de stand 101 of druk op het rempedaal. Als het contact afgezet wordt, wordt de Cruise Control automatisch uitgeschakeld.

Ruitewissers Koplampwissers Achterruitwisser en -sproeier

VOLVO 760 (1989) - Ruitewissers Koplampwissers Achterruitwisser en -sproeier - 1

Voorruit + koplampen sproeien

VOLVO 760 (1989) - Ruitewissers Koplampwissers Achterruitwisser en -sproeier - 2

Achterruit wissen en sproeien

Ruitewissers en -sproeiers, koplampwissers en -sproeiers

1 Wissen met intervallen
Dit wordt gebruikt bij het rijden in b.v. nevel of mist. De wissers maken ongeveer elke 6 seconden één slag.
2 "Drukpuntstand"
Als u de wissers slechts een of een paar slagen wilt laten maken (b.v. bij motregen), moet het hendeltje in de drukpuntstand gebracht en met de vinger in deze stand gehouden worden. De wissers blijven in de ruststand, als het hendeltje losgelaten wordt.
3 Ruitewissers, normale snelheid
4 Ruitewissers, hoge snelheid

5 Ruitesproeiers + koplampwissers/-sproeiers

Als het hendeltje in deze stand staat, worden ook de ruitewissers aangezet en deze maken 2–3 slagen, nadat het hendeltje losgelaten is. N.B! De koplampwissers hebben een beveiliging tegen overbelasting en deze brandt door, als de wisserbladen b.v. door sneeuw of ijs worden geblokkeerd (de wissers blijven steken). Als dit het geval is, moet de startsleutel in de 0-stand worden gedraaid, de sneeuw of het ijs worden verwijderd en ca 1 minuut worden gewacht. Dan is de beveiliging tegen overbelasting afgekoeld en kan het contact weer worden aangezet en kunnen de koplampwissers weer worden gebruikt. Controleer regelmatig de werking van de wissers.

Achterruitwisser en -sproeier

De achterruitwisser/-sproeier wordt bediend met de schakelaar aan de buitenkant van de ruitewisserhendel.

1 Achterruitwisser, normale snelheid.
2 Intervalwissen

De achterruitwisser maakt elke 10 seconden een slag.

3 Achterruitsproeier

Ook de wisser gaat werken, als de knop ingedrukt wordt. Als de knop losgelaten wordt, maakt de wisser nog 2–3 slagen.

Koplampen Parkeerlichten

VOLVO 760 (1989) - Koplampen Parkeerlichten - 1

Schakelaar, verlichting

VOLVO 760 (1989) - Koplampen Parkeerlichten - 2

Koplampen en parkeerlichten

○ Startsleutel in stand 0:

Alle verlichting is uit.

Startsleutel in stand I en II: Instrumenten bedieningsverlichting branden.

Parkeerlichten voor en achter.

De parkeerlichten moeten alleen bij par- keren en nooit onder het rijden worden gebruikt.

VOLVO 760 (1989) - Koplampen en parkeerlichten - 1

Startsleutel in stand 0: Alle verlichting is uit. Koplampen (+ parkeerlichten voor en achter, kentekenplaatverlichting en instrumenten-verlichting) branden.

De koplampen moeten natuurlijk branden, als in het donker op slecht verlichte wegen en overdag bij slecht zicht gereden wordt.

Als de schakelaar in stand D staat, gaat dus alle verlichting uit, als de startsleutel in de stand 0 gedraaid wordt.

Mistachterlamp Mistlampen Instrumentenverlichting Klokje

VOLVO 760 (1989) - Mistachterlamp Mistlampen Instrumentenverlichting Klokje - 1

Schakelaar mistachterlamp en mistlampen

VOLVO 760 (1989) - Mistachterlamp Mistlampen Instrumentenverlichting Klokje - 2

Gelijkzetknopje klokje

Mistachterlamp Mistlampen

VOLVO 760 (1989) - Mistachterlamp Mistlampen - 1

Mistachterlamp en mistlampen

Mistlampen

(Het controlelampje in de schake- laar brandt)

VOLVO 760 (1989) - Mistlampen - 1

Mistlampen en mistachterlamp

(Het controlelampje in de schakelaar brandt en ook het controlelampje in het instrumentenpanel.)

Regelbare weerstand instrumentenverlichting

Bediening naar boven: sterkere verlichting Bediening naar beneden: zwakkere verlichting

Denk hieraan: De wettelijke voorschriften voor het gebruik van mistachterlampen verschillen van tot land.

Klokje gelijkzetten

Om het klokje gelijk te zetten moet een van deze knoppen worden ingedrukt:

naar voren

<naar achteren

Elektrisch verwarmde achterruit, buitenspiegels, voorstoelen

VOLVO 760 (1989) - Elektrisch verwarmde achterruit, buitenspiegels, voorstoelen - 1

Schakelaar elektrisch verwarmde achterruit en buitenspiegels

Elektrisch verwarmde achterruit Elektrisch verwarmde buitenspiegels

Gebruik de elektrische verwarming om ijs en aanslag van de achterruit en buitenspiegels te verwijderen. Door op de schakelaar te drukken wordt de verwarming van de achterruit en buiten- spiegels gelijktijdig aangezet. Dit blijkt hieruit, dat de beide oranje controlelampjes in de schakelaars branden. Een ingebouwde tijd- schakelaar zorgt ervoor, dat de verwarming van de buitenspiegels na ca 12 minuten automatisch uitgeschakeld wordt. Tegelijk gaat het betreffende controlelampje uit. Als nogmaals op de schakelaar wordt gedrukt, terwijl een van de controlelampjes brandt, wordt de gehele verwarming uitgeschakeld. Als weer op de schakelaar wordt gedrukt, als de beide controlelampjes uitgegaan zijn, wordt de verwarming weer aangezet. Leg geen voorwerpen zo neer, dat de verwarmingsdraden aan de binnenkant van de achterruit kunnen beschadigen. Pas er bij het reinigen van de achterruit op, dat de draden niet b.v. met ringen beschadigd worden.

VOLVO 760 (1989) - Elektrisch verwarmde achterruit Elektrisch verwarmde buitenspiegels - 1

Schakelaar voorstoelverwarming

Schakelaars stoelverwarming

De elektrische verwarming kan met de schakelaars worden in- en uitgeschakeld. De verwarming werkt geheel automatisch en reageert op de temperatuur bij het starten. Als de juiste temperatuur is bereikt, schakelt de verwarming automatisch uit. De verwarming van de passagiersstoel wordt alleen bodiend, als er iemand op de stoel zit.

Parkeerrem Sigare-aansteker Asbakjes

VOLVO 760 (1989) - Parkeerrem Sigare-aansteker Asbakjes - 1

Parkeerrem (handrem)

De hendel zit tussen de voorstoelen. Als de parkeerrem aangetrokken is, brandt het waarschuwingslampje in het instrumentenpaneel. Als de parkeerrem losgezet moet worden, moet de hendel iets omhooggetrokken en de knop ingedrukt worden.

Gebruik bij parkeren altijd de parkeerrem, want dan blijft deze goed werken.

VOLVO 760 (1989) - Parkeerrem (handrem) - 1

Sigare-aansteker
Ashakje

VOLVO 760 (1989) - Parkeerrem (handrem) - 2

Sigare-aansteker en asbakjes

Druk de aansteker in, als deze moet worden gebruikt. Als hij warm genoeg geworden is na ca 6–8 seconden –, komt hij automatisch met een "klik" naar buiten.

Als een asbakje geleegd moet worden, moet het helemaal uitgetrokken, de lip omlaaggedrukt en het asbakje verwijderd worden.

Elektrisch bediende raammechanismen

Links achter
Links vóór
VOLVO 760 (1989) - Elektrisch bediende raammechanismen - 1

Rechts achter
Rechts vóór

VOLVO 760 (1989) - Elektrisch bediende raammechanismen - 2

De elektrisch bediende raammechanismen worden met de schakelaars in de armsteunen van de portieren bediend. De afbeelding hierboven laat de armsteun van het bestuurdersportier zien.

Om de raammechanismen te kunnen bedienen moet de startslcutel in de "rij-stand" worden gedraaid. De ramen gaan open, als op het achterste deel van de schakelaar wordt gedrukt en zij gaan dicht door op het voorste deel van de schakelaar te drukken.

N.B! De elektrisch bediende ruammechanismen hebben een beveiliging tegen overbelasting en deze werkt, als de ruiten door een voorwerp worden geblokkeerd.

Als dit gebeurt, moet het voorwerp worden verwijderd en ca 20 seconden gewacht. Dan is de beveiliging tegen overbelasting afgekocld en kan de startsleutel weer in de rij-stand worden gedraaid en kunnen de raam-

mechanismen worden gebruikt.

Bij auto's met ook voor de achterportieren elektrisch bediende raammechanismen kunnen de raammechanismen vergrendeld worden met de schakelaar in het midden van het schakelaarpancel van het bestuurdersportier.

Denk er aan om altijd de startsleutel uit het startslot te halen, als er kinderen in de auto zijn.

- De ramen van de achterportieren kunnen met de schakelaar van het betreffende portier en met de schakelaar van het bestuurdersportier bediend worden.

- De ramen van de achterportieren kunnen alleen vanaf het bestuurdersportier en dus niet met de schakelaars van de achterportieren bediend worden.

Verwarming, ventilatie en airconditioning

Naar de achterbank

A B C D

Openen - dichtdoen - richten

De airconditioning werkt geheel automatisch, maar de installatie kan, desgewenst, ook met de hand worden bediend. Met behulp van twee sensoren die op verschillende plaatsen binnenin de auto zijn aangebracht, wordt de temperatuur automatisch geregeld. Een sensor zit aan de bovenkant van het dashboard en reageert daar op de zoninstraling. De andere sensor is in de plafondverlichting aangebracht en reageert op de temperatuur midden in de auto.

Het is door de airconditioning mogelijk om in de auto een koel en aangenaam klimaat te krijgen, zelfs al is het buiten erg warm; denk er echter aan, dat de ramen en het zonnedak dicht moeten zijn.

Op de volgende twee pagina's staat meer over de werking van de airconditioning en hoe deze het doelmatigst kan worden gebruikt.

Blaasmonden

A Open
B Dicht
C Opzijrichten van de luchtstroom
D Omhoogrichten van de luchtstroom

Verwarming en ventilatie

Verwarming en ventilatie met airconditioning

Aanjager

0 = afgezet

S = hoogste snelheid

aut = aanjagersnelheid

automatisch

aangepast

Functiekiezers

Kies de gewenste functie.

Temperatuur- kiezer

Stel de gewenste temperatuur in.

0 aut 1 2 3 4 5 aut 26 24 22 20 18

VOLVO 760 (1989) - Temperatuur- kiezer - 2

De lucht in de auto „recirculeert“, dwz. er wordt bijna geen frisse lucht in de auto gezogen. Werkt niet in de defrosterstand. Het controlelampje brandt, als deze stand is ingeschakeld.

VOLVO 760 (1989) - Temperatuur- kiezer - 3

De airconditioning is ingeschakeld. Normaal moet deze ingedrukt zijn.

Het controlelampje heeft twee functies:

● de airconditioning is ingeschakeld
- foutieve aanwijzing

Functiekiezers

aut

In deze stand wordt de luchtverdeling automatisch aangepast.

VOLVO 760 (1989) - Functiekiezers - 1

Lucht via de blaasmonden

VOLVO 760 (1989) - Functiekiezers - 2

Lucht naar de ruiten. In deze stand recirculeert de lucht niet.

VOLVO 760 (1989) - Functiekiezers - 3

Lucht naar de vloer en ruiten

VOLVO 760 (1989) - Functiekiezers - 4

Lucht naar de vloer.

VOLVO 760 (1989) - Functiekiezers - 5

Lucht naar de vloer en de blaasmonden. Iets koudere lucht via de blaasmonden dan naar de vloer.

Verwarming en ventilatie

Warm of koud buiten is niet belangrijk!

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50

Zet de functiekiezer op aut en kics de temperatuur. Meer is niet nodig! Als de temperatuurkiezer op maximale warmte of koclte wordt gezet, werkt de aanjager op de hoogste snelheid.

Zo verdwijnen beslagen ruiten het snelst:

1 2 3 4 out 5 24 22 20 18 26 24 20 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26 24 20 26

Zet de functiekiezer in de stand 📂. In deze stand brandt ook het lampje in de airconditioningsknop, 📋 ongeacht de stand van de knop.

Hier volgen nog enkele adviezen en inlichtingen:

  • De airconditioning wordt alleen ingeschakeld, als de temperatuur hoger dan ca +5°C is.
    Gebruik deze stand, als u een paar minuten geen onaangenaam geurende uitlaatgassen wilt ruiken. In deze stand komt namelijk slechts een klein gedeelte van de lucht van buiten. Rijd zo echter niet langer dan ca 10-15 minuten, want als er geen frisse lucht binnenkomt, bestaat er kans op ongezonde lucht in de auto. Regel de temperatuur met de temperatuurhendel.

Een wenk: Om beslagen ruiten in de auto snel te doen verdwijnen kan de airconditioning goed worden gebruikt, ook al is het buiten relatief koud; in de installatie wordt namelijk vocht uit de lucht verwijderd, voordat deze in de auto wordt geblazen.

Gebruik de airconditioning regelmatig, dan werkt deze het beste.

N.B! Leg niets op de zonnesensor die in het luidsprekerrooster aan de passagierskant is aangebracht. De airconditioning krijgt dan foutieve informatie.

Aanwijzing van een defect in de airconditioning

De knop heeft een controlelampje dat een defect in de airconditioning aangeeft.

Indien het controlelampje gaat knipperen, als het contact wordt aangezet, heeft de installatie een eenvoudig defect.

Indien het lampje langer dan 20 seconden blijft knipperen, zit er een ernstiger defect in de air-conditioning. Neem contact met uw Volvo-werkplaats!

Op de volgende pagina's worden b.v. stoelen, autogordels, portieren behandeld:

achteruitkijkspiegels 23

binnenverlichting, schuifdak 24

voorstoelen, kinderen in de auto 26

autogordels 28

portieren en sloten 30

achterklep 5-deurs, kinderveiligheidsslot, motorkap, motorruimteverlichting 32

bagageruimte, bagageruimteverlichting 34

opbergplaatsen, vervoer lange lading 36

opklappen achterbank 5-deurs 38

zitting verwijderen, verankeringsogen 39

brandstoftankklep 40

Achteruitkijkspiegels Make-up spiegel:

A B

B = anti-verblindingsstand

VOLVO 760 (1989) - Achteruitkijkspiegels Make-up spiegel: - 2

Schakelaars buitenspiegels

A B

Make-up spiegel in de zonneklep

Binnenspiegel

A normale stand

B anti-verblindingsstand. Gebruik deze stand, als u last van de koplampen van auto's achter u heeft.

Buitenspiegels, elektrisch instelbaar

De schakelaars voor het instellen van de twee buitenspiegels zitten helemaal vooraan in de armsteun van het voorportier.

A zijdelings instellen

B hoogte instellen

Stel de spiegels goed in, voordat u gaat rijden!

Gebruik geen stalen schraper om ijs van de spiegels te verwijderen, omdat dan het spiegelglas kan krassen!

Bepaalde modellen hebben aan de bestuurderskant een buitenspiegel, waarvan de buitenste helft van het spiegelglas een "groothockspiegel" is die de "dode hoek" elimineert.

Denk eraan, dat de spiegel een verkeerd beeld van hoeken en afstanden geeft!

Make-up spiegel

A. De lamp brandt niet

B. De lamp brandt.

Binnenverlichting

Leeslampjes voor de voorstoelen

1 2 3 1 2 3 (0000014)

Plafondlamp

Binnenverlichting, leeslampjes

De binnenverlichting bestaat uit een plafondlamp en leeslampjes voor de vier zitplaatsen van de auto.

1 De lamp is altijd aan
2 De lamp is altijd uit
3 De lamp gaat branden, als een van de por- tieren geopend wordt.

Om u de tijd te geven om o.a. in het donker het startslot te vinden heeft de plafondlamp een ingebouwde vertraging, waardoor de lamp pas 7 seconden, nadat het bestuurdersportier gesloten is, uitgaal.

A B

Leeslampjes achter

Leeslampjes achter

A Lampje brandt
B Lampje brandt niet
Voor de achterpassagiers zijn er twee leeslampjes in het plafond. Deze verlichting wordt met de schakelaar aan en uit gedaan.

Schuifdak

VOLVO 760 (1989) - Schuifdak - 1

Schakelaar schuifdak (elektr.)

N.B! Het elektrisch bediende schuifdak heeft tegen overbelasting een beveiliging die werkt, als het dak door iets wordt geblokkeerd. Als dit gebeurt, moet het voorwerp worden verwijderd en ca 20 seconden worden gewacht. Dan is de overbelastingsbeveiliging afgekoeld en kan de startsleutel weer in de startstand worden gedraaid en het dak worden gebruikt.

Schuifdak, handbediend of elektrisch bediend (extra uitrusting)

Het schuifdak werkt op twee manieren: ten eerste als een gewoon schuifdak, ten tweede kan het achterste deel omhooggebracht worden, waardoor het in een "ventilatiestand" komt te staan.

Bediening met slinger

Druk altijd knop 1 in, voordat u aan de slinger draait.

Linksom = normaal schuifdak Rechtsom = ventilatiestand

Uit veiligheidsoverwegingen moet tijdens het rijden de slinger altijd ingeklapt zijn!

De startsleutel moet in de rij-stand staan. Om het schuifdak te sluiten: druk op de andere kant van de schakelaar dan toen u het schuifdak openzette.

Noodbediening schuifdak: zie pagina 78.

Voorstoelen

Hoogte-instelling

De voorkant van de bestuurders- en passagiersstoel kan op drie verschillende hoogten en de achterkant in vier standen gezet worden.

Verstel de stoel, voordat u gaat rijden. Hendel naar voren = de voorkant kan worden versteld.

Hendel naar achteren = de achterkant kan worden versteld.

- = zachter

Lendesteun

+ = harder

die verkennende hologen, n vier standen gezet wor- voordat u gaat rijden. n = de voorkant kan worden eren = de achterkant kan

Elekrisch verstelbare bestuurders- en passagiersstoel

Voor bepaalde landen kan uw Volvo als extra uitrusting elektrisch verstellbare stoelen hebben. Met de schakelaar aan zijkant van de stoel kunnen dan worden versteld:

  • De hoogte aan de voorkant van de stoel
  • De hoogte aan de achterkant van de stoel
  • Naar voren – naar achteren
    ● De hellingshoek van de rugleuning

VOLVO 760 (1989) - Elekrisch verstelbare bestuurders- en passagiersstoel - 1

flowchart
graph TD
    A["STOP. Hiermee worden alle functies geblokkeerd"] --> B["STOP"]
    B --> C["Omlaag"]
    B --> D["Omhoog"]
    B --> E["Naar voren"]
    B --> F["Naar achteren"]
    B --> G["Omhoog"]
    B --> H["Achterkant"]
    I["Naar voren\nNaar achteren"] --> J["Stop"]
    J --> K["Omlaag"]
    J --> L["Omhoog"]
    J --> M["Achterkant"]

Lengteverstelling

Verstel de stoel, voordat u gaat rijden. Als de beugel omhooggcbracht is, kan de stoel naar voren of achteren worden geschoven. Controleer of de stoel vergrendeld is, als de stoel versteld is.

Hellingshoek van de rugleuning

De knop STOP is een noodstopknop. Met deze knop worden de overige schakelaars buiten werking gesteld, zodat de stoelstand niet per ongeluk kan worden gewijzigd. N.B! De elektrisch verstelbare voorstoelen hebben tegen overbelasting een beveiling die werkt, als een stoel door iets wordt geblokkeerd. Als dit gebeurt, moet het voorwerp worden verwijderd en ca 20 seconden worden gewacht. Dan is de overbelastingsbeveiliging afgekoeld en kan de startsleutel weer in de rij-stand worden gedraaid en de stoel worden gebruikt.

Kinderen in de auto

Ook kinderen moeten goed in de auto zitten – en veilig!

Een volwassene met een autogordel om is bij een botsing of ander ongeluk in een Volvo zeer goed beschermd.

Om uw kinderen dezelfde goede bescherming te kunnen geven geven wij hier enkele adviczen over de uitrusting en plaats van de kinderen in de auto.

Denk eraan, dat kinderen, ongeacht hun leeftijd en grootte, in de auto altijd vastgezet moeten zijn. En laat nooit een kind bij een passagier op schoot zitten!

De plaats en uitrusting moeten op basis van het gewicht van het kind worden gekozen.

Het naar achteren gekeerde extra kinderzitje is aangepast aan 2 kinderen van tenhoogste 40 kg.

N.B! Er zijn in veel landen wettelijke voorschriften voor de plaats van kinderen in de auto. Onderzoek wat geldt in het land waar u naar toegaat.

WAARSCHUWING!

Als uw auto elektrisch verstelbare stoelen heeft, adviseren wij u de stoel te vergrendelen door de rode stopknop in te drukken. Zo kan inklemmen worden voorkomen, als een kind of een ander aan de knoppen voor de stoel komt.

VOLVO 760 (1989) - WAARSCHUWING! - 1

Volvo's nieuwe kinderzitje voor kinderen tot 18 kg

Kinderen tot 18 kg

In Volvo's nieuwe kinderzitje kunnen ook pasgeboren kinderen veilig zitten. De stoel kan achterstevoren op de voorste passagiersstoel of op de achterbank worden vastgezet. In beide gevallen moet de autogordel van de passagiersstoel worden vastgemaakt, zelfs al zit er niemand op de stoel. Zo kan het zitje niet eens bij zware belasting losraken. Volg altijd de meegeleverde aanwijzingen van de fabrikant op.

VOLVO 760 (1989) - Kinderen tot 18 kg - 1

Kinderkussen, ruggesteun en 3-puntsgordel voor kinderen boven 18 kg

Kinderen zwaarder dan 18 kg

Kinderen zwaarder dan 18 kg moeten op een kinderkussen op de achterbank worden gezet en de rolgordel van de auto gebruiken. Liefst gecombineerd met de ruggesteun. Volvo's eigen kinderkussen, ruggesteun en 3-punts-gordel voor de middelste plaats van 4-deurs modellen zijn speciaal geconstrucerd om een maximale veiligheid te geven.

Vraag uw Volvo-dealer om raad en wenken.

Autogordels

VOLVO 760 (1989) - Autogordels - 1

Twee herinneringslampjes, een op het instrumentenpaneel en een op de achterbank, knipperen als u met de auto rijdt zonder dat u of de voorpassagier de gordel om heeft.

VOLVO 760 (1989) - Autogordels - 2

De heupgordel moet laag zitten

Gebruik bij het rijden altijd de autogordel

Zelfs sterk afremmen kan ernstige gevolgen hebben, als de autogordel niet gebruikt wordt! Zeg tegen alle passagiers, dat ook zij de autogordel moeten gebruiken! In geval van een ongeluk worden anders degenen die op de achterbank zitten tegen de rugleuning van de voorstoclen geslingerd. Daardoor worden de autogordels van de voorstoelen zwaarder belast dan waarvoor zij bestemd zijn. Alle personen in de auto kunnen dan letsel oplopen.

De voorstoelen en de twee buitenste plaatsen op de achterbank hebben rolgordels!

Deze moet u als volgt gebruiken: trek de autogordel heel langzaam uit en zet deze vast door de borglip in de vergrendeling te steken. Een sterke "klik" geeft aan, dat de autogordel vastzit. Normaal is de autogordel niet vergrendeld en kunt u zich vrij bewegen.

De autogordel wordt vergrendeld en kan dus niet uitgetrokken worden:

  • als de gordel te snel uitgetrokken wordt
  • bij afremmen en accelereren
    ● als de auto sterk overhelt
  • bij het neimen van bochten.

Het is voor een maximale bescherming van belang, dat de gordel goed tegen het lichaam liegt. Denk er daarom aan, dat:

  • geen klemmen of andere accessoires worden gebruikt die verhinderen, dat de gordel aan- ligt.
  • de gordel niet scheef of gedraaid is
  • de heupgordel laag moet zitten (dus niet om de buik)
  • de heupgordel strak om de heup moet worden gezet door diagonaalsgewijs aan de gordel te trekken (zie de afbeelding).

Uiteraard is elke gordel slechts voor één persoon bestemd!

Om de autogordels los te maken moet op de rode vergrendelingsknop worden gedrukt. Laat daarna de rol de autogordel geheel oprollen.

Autogordels

VOLVO 760 (1989) - Autogordels - 1

Heupgordel afstellen

De middelste autogordel van de achterbank is een heupgordel. Deze moet altijd zo afgesteld worden, dat deze goed tegen de heup ligt.

Controleer af en toe de autogordels

Controleer of de autogordel niet tegen scherpe randen schuurt en of de bouten wel goed aangetrokken zijn en de autogordel overigens in goede staat is.

Gebruik water en een synthetisch wasmiddel om de autogordel te reinigen.

De blokkerende werking van de rolgordels moet u als volgt controleren:

  • Pak de gordel goed vast en ruk er heel snel aan.
  • Let op het verkeer en rem de auto van ca 50 km/uur sterk af of rijd in een kleine cirkel rond. Haal de autogordel aan.

Bij deze proeven moet de autogordel geblokkeerd zijn en mag niet uitgetrokken kunnen worden!

Denk erom, dat het in bepaalde landen wel- telijk is voorgeschreven, dat alle inzittenden een autogordel gebruiken.

VOLVO 760 (1989) - Controleer af en toe de autogordels - 1

-De heupgordel moet luag zitten

Aanstaande moeders

Aanstaande moeders moeten de autogordel met oplettendheid gebruiken. Denk er altijd om de autogordel zo aan te brengen, dat geen druk op de baarmocder uitgeofend wordt. De heupband van de driepuntsgordel moet laag zitten; zie de afbeelding.

WAARSCHUWING!

Als de autogordel zwaar belast geweest is, zoals b.v. bij een botsing, moet de gehele auto-gordel, d.w.z. compleet met rol, bevestigingen, schroeven en blokkeerinrichting door een nieuwe vervangen worden. Zelfs al lijkt de gordel niet beschadigd te zijn, kan toch een deel van de beveiligende eigenschappen ervan verloren gegaan zijn.

Vervang de autogordel ook als deze erg gesleten of beschadigd is.

Verander of repareer de autogordel nooit zelf, maar laat dit door een Volvo-garage doen!

Portieren en sloten

VOLVO 760 (1989) - Portieren en sloten - 1

De centrale vergrendeling wordt vanaf het bestuurdersportier bediend.

WAARSCHUWING!

Laat de portieren tijdens het rijden niet op slot zijn (d.w.z. de vergrendelknopjes moeten omhooggetrokken zijn)!

Bij een eventueel ongeluk kunnen de redders dan snel in de auto komen.

Denk craan, dat als het kinderveiligheidsslot van de achterportieren vergrendeld is, deze alleen van buiten geopend kunnen worden.

Bij auto's met centrale vergrendeling kunnen de knopjes van de achterportieren altijd met de binnenste handgreep omhooggeschoven worden. Daarna kunnen de achterportieren van buitenaf worden geopend.

VOLVO 760 (1989) - WAARSCHUWING! - 1

Portieren op slot en van het slot doen

De auto heeft een zogenaamde centrale ver-grendeling. Dat betekent, dat alle portieren en het kofferdeksel automatisch geopend en op slot gedaan worden met het slot van het be-stuurdersportier.

Draai de sleutel een kwart slag rechtsom om alle portieren van het slot te doen en draai een kwart slag linksom om deze op slot te doen. Het voorste passagiersportier kan ook met de sleutel geopend worden. Dit heeft geen invloed op de centrale vergrendeling!

De portieren kunnen altijd van binnenuit met de handgreep worden geopend, ongeacht of het portier op slot is of niet. U kunt alle portieren op slot doen door het knopje van het bestuurdersportier omlaug te drukken. Op dezelfde manier kunnen alle portieren van het slot worden ge- daan door het bestuurdersportier te openen.

Alle portieren zijn op slot, als de knopjes naar beneden zijn gedrukt.

Het bestuurdersportier kan aan de buitenkant alleen met de sleutel op slot worden gedaan!

Slot van het kofferdeksel

Het slot van het kofferdeksel reageert op de centrale vergrendeling, zodat met het slot van het bestuurdersportier ook het sluiten van het kofferdeksel bediend wordt.

Maar het kofferdeksel kan ook met de hoofdsleutel (de grote sleutel) op slot en van het slot gedaan worden zelfs al "werkt de centrale vergrendeling" van de auto.

Doc als volgt:
VOLVO 760 (1989) - Slot van het kofferdeksel - 1

VOLVO 760 (1989) - Slot van het kofferdeksel - 2

Van het slot doen Vergrendelen Trck de sleutel er loodrecht uit! Bovendien kan het kofferdeksel als volgt tegen bedicning door de centrale vergrendeling "geblokkeerd" worden:

VOLVO 760 (1989) - Slot van het kofferdeksel - 3
Trek de sleutel er horizontaal uit

Het kofferdeksel is nu altijd op slot. Deze mogelijkheid om het kofferdeksel te "blokkeren" kan gebruikt worden, als de auto uitgeleend wordt en bagage "onaangeraakt" moet blijven. Geef de dubbelsleutel (de kleine sleutel) aan degene die de auto moet lenen. Om het slot weer door de centrale vergrendeling te kunnen laten bedienen moet het volgende gedaan worden:

VOLVO 760 (1989) - Slot van het kofferdeksel - 4
Trek de sleutel er loodrecht uit!

Achterklep, 5-deurs

Openen van binnenuit
VOLVO 760 (1989) - Achterklep, 5-deurs - 1

Dichtdoen van buitenaf

Achterklep openen

Ontgrendelen: draai de sleutel rechtsom en laut deze terugveren.

Vergrendelen: draai de sleutel linksom en laat deze terugveren.

Met de centrale vergrendeling ontgrendelt u de achterklep tegelijk met het bestuurdersportier. De achterklep wordt geopend door de klem in de handgreep in te drukken.

Openen en dichtdoen van binnenuit

Van binnenuit de laadruimte wordt de achter-klep geopend, als u de handgreep naar links trekt en tegelijk de klep naar buiten drukt. Aan de binnenkant zit een handgreep (zie de afbeelding) om de achterklep dicht te doen.

Kinderveiligheidsslot

A B

Knop kinderveiligheidsslot

Kinderveiligheidsslot

De knop zit helemaal achteraan in de achterportieren en is bereikbaar, als het portier open is.

A het slot werkt normaal
B het portier kan niet van binnenuit geopend worden.

Denk eraan, dat als de knop in stand B staat de passagiers op de achterbank bij een eventueel ongeluk niet uit de auto kunnen komen. De achterportieren moeten dan van buitenaf geopend worden. Zie ook de tekst van de waarschuwing in het kader op de vorige pagina.

VOLVO 760 (1989) - Kinderveiligheidsslot - 1

Plaats en standen van het kinderveiligheidsslot

Kinderveiligheidsslot

Gebruik de vergrendeling, als u niet wilt, dat de klep van binnenuit geopend kan worden.

A De klep kan van binnenuit geopend worden.
B De klep kan niet van binnenuit geopend worden.

VOLVO 760 (1989) - Kinderveiligheidsslot - 1

Uitdoen portierlampen

Een tip!

De binnenverlichting en de rode waarschu- wingslampen in de achterplaten van de portie- ren gaan branden, als een portier geopend wordt.

Als de portieren een tijdje open moeten blijven staan en u wilt, dat deze lampen niet branden, moet u de portierschakelaars indrukken en deze iets rechtsom draaien: de lampen gaan dan uit.

Als de portieren weer dichtgedaan worden, komen de schakelaars weer in hun normale stand.

Motorkap Motorruimteverlichting

VOLVO 760 (1989) - Motorkap Motorruimteverlichting - 1

... omhoogdrukken en openen

VOLVO 760 (1989) - Motorkap Motorruimteverlichting - 2

Grendels draaien – geheel openzetten

VOLVO 760 (1989) - Motorkap Motorruimteverlichting - 3

Trek aan de vergrendelingshandgreep helemaal links onder het dashboard. U kunt horen, dat het slot opengaat.

Til de motorkap een paar cm op, ga er met de hand onder en druk op de hendel van de veiligheidspal. Open de motorkap.

Controleer of de motorkap na het dichtdoen goed vergrendeld is!

De motorkap wordt normaal tot over een hock van ca 55° geopend. Deze kan loodrecht worden geopend door de beide rode vergrendelingen naar boven te drukken (zie de afbeelding). Let erop, dat de vergrendelingen goed komen te zitten.

Als de motorkap wordt dichtgedaan, moet de motorkap iets worden opgetikd en moeten de vergrendelingen naar beneden worden gedrukt. Let erop, dat de motorkap het plafond niet raakt, als auto in een garage staat.

Motorruimteverlichting

A de lamp is altijd uit

Schroevedraaier
VOLVO 760 (1989) - Motorruimteverlichting - 1
Pijpsleutel voor wielmoeren

Kruiskop- schroevedraaier

4-deurs

Gevarendriehoek

(bepaalde landen)

Gereedschapsdoos

VOLVO 760 (1989) - 4-deurs - 1

De gereedschapsdoos komt vrij, als de klem verticaal gedraaid en de doos neergeklapt word

Krikslinger

Krik

Bout voor krik vastzetten

VOLVO 760 (1989) - 4-deurs - 2

Reservewiel en krik met slinger

Bagageruimteverlichting

1 2 3

Schakelaarstanden

VOLVO 760 (1989) - Bagageruimteverlichting - 2

Bagageruimteverlichting, 5-deurs

Helemaal achterin de laadruimte bovenin zit een extra lampje.

1 Het lampje gaat aan, als de achterklep geopend wordt.
2 Het lampje is altijd uit.
3 Het lampje brandt altijd.

Bagageruimteverlichting

A de lamp is altijd uit
B de lamp brandt, als het kofferdeksel open is

Opbergplaatsen
VOLVO 760 (1989) - Bagageruimteverlichting - 1

WAARSCHUWING!

Let crop, dat op de hoedenplank of ergens anders geen zware voorwerpen liggen die bij sterk afremmen tot gevaarlijke projectielen kunnen worden. Zet grote zware dingen altijd met een van de autogordels vast.

Opbergplaatsen 5-deurs

De kleine vakken worden geopend
VOLVO 760 (1989) - Opbergplaatsen 5-deurs - 1

De klep voor het grote ophervak is in tweeën gedeeld.

VOLVO 760 (1989) - Opbergplaatsen 5-deurs - 2

Lange lading altijd verankeren

WAARSCHUWING!

Veranker de lading b.v. met de midden-gordel om de neergeklapte armsteun; zie de afbeelding. Bij sterk afremmen kan anders de lading gaan schuiven en personen in de auto letsel toebrengen. Bescherm scherpe randen met iets zachts.

Opbergplaatsen 5-deurs

Onder de vloer van de laadruimte zitten drie opbergvakken.

Luikje voor "lange lading"

Om lange voorwerpen te vervoeren zit er in de plaat achter de rugleuning van de achterbank bij bepaalde auto's een luikje waardoor lange lading kan worden meegenomen (zie de afbeelding).

Om de bekleding niet vuil te maken kan voor ski's een zak gebruikt worden.

N.B! Het luikje is alleen voor lichte lading (b.v. ski's). Maximumlengte 2 meter en maximumgewicht 15 kg.

WAARSCHUWING!

Zet de motor af en trek de parkeerrem aan bij het laden of lossen van lange voorwerpen! In ongunstige gevallen kan de lading tegen de versnellingshendel of de keuzehendel komen en deze in een rijstand zetten, waardoor de auto kan gaan rijden.

Achterbank opklappen; laadruimte verlengen

VOLVO 760 (1989) - Achterbank opklappen; laadruimte verlengen - 1

Hoofdsteunen verwijderen

VOLVO 760 (1989) - Achterbank opklappen; laadruimte verlengen - 2

  • Zet de rugleuning rechtop, als deze erg naar achteren helt.
  • Druk de achterkant van de zitting omlaag en trek tegelijk de vergrendeling voor de zitting omhoog en klap de zitting tegen de rugleuning van de voorstoel.

De hoofdsteunen van de achterbank moeten verwijderd worden om de rugleuning helemaal omlaag te kunnen klappen. Verwijder de hoofdsteunen door deze recht omhoog te trekken.

  • De rugleuning van de achterbank is in 60/40 verdeeld. De delen kunnen afzonderlijk neergeklapt worden.
  • Trek de vergendeling van de rugleuning omhoog en klap de rugleuning naar voren en omlaag.

WAARSCHUWING!

Laad geen te zware lading tot helemaal bij de voorstoelen. Dan wordt de neergeklapte rugleuning onmodig hard naar beneden gedrukt.

Laad nooit hoger dan de rugleuning! Als dit wel gebeurt, kan de lading bij sterk afremmen of een botsing naar voren worden geslingerd en u of uw passagiers ernstig letsel toebrengen.

Denk er ook altijd aan om de lading te verankeren (vast te binden).

Zitting verwijderen Verankeringsogen voor lading

VOLVO 760 (1989) - Zitting verwijderen Verankeringsogen voor lading - 1

N.B! Let erop, dat de haken aan de onderkant van de zitting in de gaten in de plastic beschermkappen van het bovenstuk van de rugleuning haken.
- Bij het terugklappen van de rugleuning en de zitting moet u crop letten, dat de auto-gordels niet ingeklemd worden!

De zitting kan eenvoudig verwijderd worden en dan heeft u een iets langere laadruimte. Doe het volgende: klap de zitting tegen de voorstoelen omhoog en verwijder de zitting.

Veranker volumineuze en zware lading altijd! Anders kan bij sterk afremmen of een botsing persoonlijk letsel ontstaan. Er zijn zes ogen om banden of touwen aan vast te maken. Uw Volvo-dealer heeft ladingsnetten, maar u kunt ook banden kopen die bij de ogen passen. Leg geen voorwerpen zo neer, dat de verwarmingsdraden aan de binnenkant van de achterruit beschadigen. Reinig de ruit voorzichtig, zodat de draden niet met b.v. een ring worden beschadigd.

Brandstoftankklep

VOLVO 760 (1989) - Brandstoftankklep - 1

Tankvulpijp met vernauwing bij auto's met katalysator

Brandstof (loodvrij) tanken

Als u een auto met katalysator heeft, zit er in de tankvulpijp een vernauwing.

Brandstof tanken

De tankdop zit achter de klep in het linker achterspatscherm. Hang bij het tanken de dop in de houder aan de binnenkant van de klep.

Bij hoge buitentemperaturen kan in de tank een zekere overdruk ontstaan. Open de dop dan langzaam.

Breng na het tanken de dop weer aan en draai deze, totdat een klik wordt gehoord. Volvo-dealers hebben voor alle Volvo-modellen afsluitbare tankdoppen.

Momenteel kunnen alle Volvo benzine-motoren op loodvrije benzine rijden. Het is slechts vereist, dat de benzine het aanbevolen minimumoctaangetal heeft. N.B! Auto's met katalysator moeten altijd op loodvrije benzine rijden om de katalysator niet te beschadigen.

Inrijden

Starten en rijden

In dit hoofdstuk wordt hetgeen met rijden te maken heeft behandeld, zoals b.v. het starten van de motor, schakelen, slepen, rijden met een caravan, enz.; zie hiervoor de pagina's:

inrijden, zuinig rijden 42

motor starten 43

schakelen met handgeschakelde versnellingsbak 45

schakelen met automatische versnellingsbak 46–49

belangrijke wenken 50

tips over het rijden met een caravan 51

remsysteem 52

slepen, starten met hulpaccu 54

maatregelen voor de winter 56

maatregelen voor lange reizen 57

lange tijd niet gebruiken 58

Inrijden Zuinig rijden

Een nieuwe auto moet worden „ingereden”!

Als uw auto nieuw is, adviseren wij u om wat kalm aan te doen en de mogelijkheden van de auto gedurende de eerste 2000 km niet geheel te gebruiken.

Overschrijd de volgende snelheden niet:

Tijdens de eerste Tussen 1000

1000 kmen 2000 km
1e versnelling30 km/uur40 km/uur
2e versnelling50 km/uur70 km/uur
3e versnelling80 km/uur100 km/uur
4e versnelling110 km/uur130 km/uur
Overdrive130 km/uur150 km/uur

Maar rijd ook niet te langzaam in een boge versnelling, d.w.z laat de motor niet zwoegen, en Gebruik de eerste 2000 km de kick-down niet, als de auto een automatische versnellingsbak heeft.

Zuinig rijden wil nog niet zeggen langzaam rijden!

Zuinig rijden wil zeggen anticiperend en soepel rijden en de rijstijl en de snelheid aan de be-staande situatie aanpassen.

Denk hierbij aan het volgende:

  • Laat de motor zo snel mogelijk warm worden! Dat wil zeggen: laat de motor niet stationair lopen, maar begin zo snel mogelijk met geringe belasting te rijden.
    Een koude motor verbruikt veel meer brandstof dan een warme - twee tot drie maal meer - en bovendien slijt de motor sneller.

  • Rijd liefst geen korte afstanden, omdat de motor dan nooit warm kan worden.

  • Rijd soepel! Vermijd snel en onmodig acelereren en sterk afremmen. Dan kunt u veel brandstof besparen.
  • Verlaag bij het rijden op buitenwegen en autosnelwegen de snelheid een beetje.
  • Rijd niet met een onnodige zware lading in de auto.
  • Rijd niet langer met winterbanden, als de wegen schoon en droog geworden zijn.
  • Verwijder de imperiaal, als deze niet gebruikt wordt.
  • Zet de zijramen niet onnodig open.
  • Met de 760 Turbo moet u zo rijden, dat de wijzer van de turbodrukmeter zo veel mogelijk in het zwarte gebied staat.
  • Als de auto een automatische versnellings-bak heeft, schakelt deze uit zichzelf de juiste versnelling in, maar vermijd een on-nodig gebruik van de „kick-down”.

Van belang bij het zuinig rijden is een juist gebruik van de versnellingsbak. Kies de juiste versnelling!

Benzinemotor

  • Schakel van de 1e naar de 2c versnelling bij ca 20 km/uur.
    Schakel van de 2e naar de 3e versnelling bij ca 35 km/uur.
    Schakel van de 3e naar de 4e versnelling bij ca 50 km/uur.

Dieselmotor

● Schakel van de 1e naar de 2e versnelling bij ca 15 km/uur.
Schakel van de 2e naar de 3e versnelling bij ca 30 km/uur.
Schakel van de 3e naar de 4e versnelling bij ca 40 km/uur.
- Als de auto een overdrive heeft, moet u deze bij normaal met meer dan ca 70 km/uur op buitenwegen rijden zo vaak mogelijk gebruiken.

Bovendien moet u natuurlijk de auto en dan met name de motor in goede staat houden.

Factoren die kunnen helpen om het brandstof verbruik laag te houden zijn b.v.:

Goede bougies
● Schoon luchtfilter
- Juiste klepspeling
- Goed werkende luchtvoorverwarming
- Juist afgestelde brandstofinjectie
- Remmen die niet "aanlopen"
- Juiste voorwieluitlijning
- Juiste bandenspanning.

- Juiste motorolie, juiste intervallen van olie verversen en nieuw oliefilter

Denk eraan, dat u voor het brandstofverbruik zelf de belangrijkste factor bent en denk ook aan de manier, waarop u met het gaspedaal, het rempedaal en de versnellingsbak omgaat. Het verschil tussen goed en verkeerd rijden kan enkele dl per 10 km bedragen. Dat wordt heel wat brandstof in een jaar!

Dieselmotor starten

Zo moet u de motor starten:

1 Trek de handrem (parkeerrem) aan
2 Zet de versnellingshendel in de neutrale stand (stand N of P bij een automatische versnellingsbak)
3 Draai de startsleutel in de rij-/gloeistand.
4 Kijk naar het controlelampje voor voorverwarmen.

5 Als het lampje is uitgegaan... ...trap het koppelingspedaal in, trap het gas- pedaal voor de helft in en draai de start- sleutel in de "startstand", totdat de motor aanslaat.

Denk eraan om bij koud weer de sleutel pas los te laten, als de motor regelmatig en be-trouwbaar loopt.

Draai de startsleutel in de startstand. Laat de startmotor werken, totdat de motor is aangeslagen, maar – bij elke startpoging – niet langer dan 15–20 seconden.

Vermijd herhaalde korte startpogingen! Want telkens als de startmotor wordt ingeschakeld, wordt wat brandstof in de motor gespoten.

Laat de motor na koud starten niet onmid-dellijk razen!

Controlelampje voor voorgloeien

VOLVO 760 (1989) - Controlelampje voor voorgloeien - 1

Als de startsleutel in de rij-/gloeistand wordt gedraaid en dit lampje gaat branden, wijst dit erop, dat de gloeibougies (één in elke cilinder) zijn ingeschakeld.

Als het lampje is uitgegaan, kan de motor worden gestart.

De gloeitijd wordt door de motortemperatuur bepaald, Hoe kouder de motor, des te langer moet worden voorgegloeid. Als de motor warm is, gaat het lampje maar een paar seconden of in het geheel niet branden.

Voorgloeitijden:

Bij +20°C motortemperatuur brandt het lampje ca 6 sec.
Bij +0°C motortemperatuur brandt het lampje ca 11 sec.
Bij -20°C motortemperatuur brandt het lampje ca 21 sec.

Als u, bijvoorbeeld na een mislukte startpoging weer wilt voorglocien, moet de startsleutel eerst naar de "middenstand" worden teruggedraaid en daarna weer in de "rij-/glocistand" om de glocibougies weer in te schakelen.

Zo moet u de motor afzetten:

Als u de startsleutel uit de rij-/glocistand draait, slaat de motor af, omdat de brandstof-toevocr naar de motor door een magneetklep wordt afgesloten.

Als de motor niet afslaat: zie onder lokalise- ren van storingen op pag. 79.

Motor starten

Zo moet u de motor starten:

  • Trek de parkeerrem (handrem) aan.
  • Zet de versnellingshendel in de neutrale stand – stand N of P bij een automaat.
  • Raak het gaspedaal niet aan!
  • Draai de startsleutel in de startstand. Laat de startmotor werken, totdat de motor is aangeslagen, maar bij elke startpoging niet langer dan 15–20 seconden.

Telkens kort starten is niet toegestaan!

Telkens als de startmotor ingeschakeld wordt, wordt namelijk wat benzine in de motor gespoten.

Laat de motor na koud starten niet onmid-dellijk razen!

Als de motor overslaat of niet aanslaat, moet u naar de dichtstbijzijnde Volvo-werkplaats gaan!

Normaal heeft de katalysator een werk- temperatuur van verscheidene honderden graden. Parkeer de auto niet boven brand- baar materiaal (b.v. hoog gras) dat door de katalysator kan worden aangestoken.

Laat de motor zo snel mogelijk warm worden!

Als de motor aangeslagen is, moet u de motor dus zo snel mogelijk op de normale bedrijfs-temperatuur laten komen. Begin met een geringe motorbelasting te rijden en laat de motor niet onmodig stationair lopen. Uit ervaring is gebleken, dat motoren van auto's die korte afstanden afleggen, abnormaal snel slijten. Dit komt, omdat de motor nooit op de normale bedrijfstemperatuur kan komen.

TURBO WAARSCHUWING

Van special belang voor auto's met turbo-motoren.

Bij koud-starten: Laat direct na het starten, als de olie nog dikvlocibaar is en niet alle smecrpunten direct kan bereiken, de motor niet met een hoog toerental razen. Als de turbo een hoog toerental heeft en de motor direct wordt afgezet, is er als gevolg van onvoldoende smering grote kans op oververhittingsschade of aanlopen.

Zet de garagedeuren altijd helemaal open, als u de auto in de garage start! De uitlaatgassen bevatten namelijk koolmonoxyde dat onzichtbaar en reukloos, maar wel dodelijk giftig is.

Handgeschakelde versnellingsbak met overdrive (bepaalde landen)

R1 3 4 5 2 4

R = achteruit

Schakelstanden, hand- geschakelde versnellingsbak

Trap telkens bij het schakelen het koppelings- pedaal helemaal in – ook hij het in- en uitscha- kelen van de overdrive!

Haal tussen het schakelen uw voet van het koppelingspedaal!

De overdrive bespaart benzine

De overdrive kan in de 4e versnelling ingeschakeld worden.

Door bij het in- en uitschakelen licht op het koppelingspedaal te trappen wordt soepeler overgeschakeld.

5

Overdrive, schakelaar en controlelampje

De overdrive wordt ingeschakeld, als u op het knopje in de versnellingshendelknop drukt. Als dit knopje nog een keer ingedrukt wordt, wordt de overdrive uitgeschakeld. De overdrive wordt automatisch uitgeschakeld bij terugschakelen uit de 4e versnelling, maar maak er toch een gewoonte van om bij terugschakelen de overdrive altijd met de hand uit te schakelen.

Om zo zuinig mogelijk met brandstof om te gaan moet u bij het normaal met meer dan ca 70 km/ uur op buitenwegen rijden de overdrive zo vaak mogelijk gebruiken.

Het groene controlelampje met de tekst "5" brandt, als de overdrive ingeschakeld is.

VOLVO 760 (1989) - De overdrive bespaart benzine - 2

Til met de vingers de ring tegen de knop van de versnellingshendel en schakel de achteruit in.

De ring werkt op de achteruitvergrendeling en maakt, dat u de achteruit niet per ongeluk kan inschakelen.

Automatische versnellingsbak

PRND21 760 GLE Keuzehendel- standen 760 Turbo Turbo Diesel PRND321

Schakelstanden van de keuzehendel

P Parkeren

Kies deze stand, als u de auto met lopende of afgezette motor parkeert.

Laat de auto nooit met lopende motor achter!

Als iemand per ongeluk de keuzehendel uit stand P brengt, kan de auto namelijk gaan rijden.

De auto moet stilstaan, als u stand P kiest! In stand P is de versnellingsbak mechanisch vergrendeld. Trek toch de parkeerrem aan bij parkeren op een helling!

R Achteruitrijden

De auto moet stil staan, als u stand R kiest!

N Neutrale stand

De stand N is de neutrale stand, d.w.z. dat geen versnelling ingeschakeld is. Trek de parkeerrem aan, als de auto met de keuzehendel in stand N stilstaat.

D Rij-stand

D is normale rij-stand. Het op- en trugscha-kelen tussen alle versnellingen van de ver-snellingsbak geschiedt automatisch, afhankelijk van het gasgeven en de snelheid.

"Lock-up" (alleen 760 Turbo, 760 Turbo diesel)

De versnellingsbak heeft een zogenoemde "lock-up"-functie, waardoor het motortoerental daalt en het brandstofverbruik afneemt. "Lock-up" betekent kortgezegd, dat de koppelomvormer van de versnellingsbak bij snelheden boven ca 85 km/uur uitgeschakeld wordt, als de keuzehendel in stand D staat. Deze "lock-up" is als een extra versnelling merkbaar, als u bij sncl rijden accelereert.

3 Lage versnelling (alleen 760 Turbo, 760 Turbo diesel)

Het op- en terugschakelen tussen de 1e, 2e en 3e versnelling gebeurt automatisch.

Opschakelen uit de 3e versnelling gebeurt niet.

Stand 3 kunt u gebruiken ...

• bij het inhalen

- bij het rijden met een aanhanger

bij het rijden in de stad.

135 km/uur is de maximaal toegestane snelheid waarbij u stand 3 mag kiezen!

2 Lage versnelling

Het op—en terugschakelen tussen de 1e en 2e versnelling gaat automatisch.

Opschakelen uit de 2e versnelling gebeurt niet.

Stand 2 kunt u gebruiken ...

- bij het rijden in bergterrein

- om sterker op de motor af te remmen

1 Lage versnelling

Als u bij hoge snelheid stand 1 kiest, wordt de 2e versnelling ingeschakeld. Pas als de snelheid tot ca 50 km/uur gedaald is, wordt de 1e versnelling ingeschakeld.

N.B! Opschakelen uit de 1e versnelling gebeurt niet!

Kies stand 1, als u in de le versnelling wilt rijden en geen opschakelen wilt, zoals b.v. bij het rijden in bergterrein, waarbij in stand 1 het sterkste op de motor afgeremd wordt.

Automatische versnellingsbak

D2 ND21 PRND21

Standen blokkeertoets

VOLVO 760 (1989) - Automatische versnellingsbak - 2

Standen blokkeertoets

Blokkeerinrichting keuzehendel, 760 GLE

De keuzehendel kan altijd mociteloos tussen de standen D en 2 bewogen worden, terwijl de overige standen een blokkeerinrichting hebben die met de toets op de keuzehendelknop bediend kan worden.

Door met de handpalm licht op de toets te drukken kan de hendel moeiteloos in de standen N, D, 2 en 1 gezet worden.

Als de toets geheel ingedrukt wordt, kunnen bovendien de standen R en P ingeschakeld worden. Dit is ook nodig om de hendel uit stand P te brengen.

Blokkeerinrichting keuzehendel, 760 Turbo, 760 Turbo diesel

De keuzchendel kan altijd mociteloos tussen de standen D en 3 bewogen worden, terwijl de overige standen een blokkeerinrichting hebben die met de toets op de keuzehendelknop bediend kan worden.

Door met de handpalm licht op de toets te drukken kan de hendel moeteloos in de standen N, D, 3 en 2 gezet worden.

Als de toets geheel ingedrukt wordt, kunnen bovendien de standen R, P en 1 ingeschakeld worden. Dit is ook nodig om de hendel uit stand P te brengen.

Schakelaar en controlelampje, uit-linschokelen 4e versnelling

Uitschakelen 4e versnelling, 760 GLE

Met de drukknop aan de zijkant van de keuze-hendelknop kunt u de 4e versnelling uit- en in-schakelen. Bij uitschakelen van de 4e versnel-ling - het controclampje gaat branden - gaat de versnellingsbak in de 3e versnelling als hoog-ste versnelling. Als u nogmaals op de knop drukt, wordt de 4e versnelling weer ingeschakeld - het lampje gaat uit.

Blokkeer de 4e versnelling. d.w.z. rijd met een brandend ◆ lampje b.v. ...

  • bij het rijden met een caravan of andere aan-hanger
  • bij het rijden in hcuvelachtig terrein.
    ● als u met de hand naar de 3e versnelling wilt terugschakelen.
    Probeer echter bij andere rij-omstandigheden zo veel mogelijk in de 4e versnelling te rijden om zo min mogelijk brandstof te gebruiken.

"Kick-down"

Als u het gaspedaal helemaal – voorbij de normale volgasstand – intrapt, wordt onmiddellijk automatisch naar een lagere versnelling teruggeschakeld ("kick-down"-terugschakeling).

Als u de maximumsnelheid voor deze versnel- ling bereikt of als u het gaspedaal iets uit de "kick-down"-stand loslaat, wordt automatisch opgeschakeld. De "kick-down" moet u gebruiken, als u maximaal wilt accelereren, zoals b.v. bij het inhalen.

Denk erom, dat de versnellingsbak pas naar de 4e versnelling opschakelt, als u het gaspedaal uit de "kick-down"-stand loslaat!

De versnellingsbak is uitgerust met een terug- schakelvergrendeling. Bij snelheden boven 160 km/uur (760 GLE). 155 km/uur (760 Turbo) en 132 km/uur (760 Turbo Diesel) heeft dus geen terugschakelen (kick-down) plaats.

Denk aan het volgende!

  • De auto moet stilstaan, als u stand P of R kiest!
  • De motor moet met stationair toerental lopen, als de auto stilstaat en u stand 1), 3, 2, 1 of R wilt kiezen.
  • 125 km/uur is de maximaal toegestane snelheid om tijdens het rijden stand 2 of 1 te mogen kiezen.

Automatische versnellingsbak, belasting en rij-eigenschappen

Starten en stilstaan met een automatische versnellingsbak

1 Zet de keuzehendel in stand Pof N. De motor mag in geen andere stand gestart worden.
2 Start de motor op normale wijze met de start- sleutel.
3 Trek de parkeerrem aan of druk licht op het rempedaal, anders gaat de auto langzaam rijden, als u de keuzehendel in een van de rijstanden zet.
4 Zet de keuzehendel in de gewenste rij-stand - de versnelling wordt nu met een zekere ver- traging ingeschakeld - dit geldt met name voor de achteruit R.Dit is duidelijk voelbaar - de auto gaat wat trekken.

De motor moet dan stationair lopen! Geef pas gas, als u heeft gevoeld, dat de ver- snelling ingeschakeld werd!

Als u na het kiezen van de rijstand te snel gas geeft, wordt bruusk ingeschakeld en slijt de versnellingsbak onnodig.

5 Laat het rempedaal los en geef gas.

De auto kan op de cenvoudigste manier stilgezet worden: laat het gaspedaal los en rem met het rempedaal af.

Kies stand N bij even staan met lopende motor. Dan voorkomt u, dat de versnellingsbakolie onnodig warm wordt.

Speciale wenken voor het rijden met een aanhanger

  • Kies stand 1 van de versnellingsbak bij het oprijden van steile hellingen of als u langzaam rijdt. Zo voorkomt u. dat de versnellingsbak opschakelt en wordt de versnellingsbakolie kouder. In bergterrein met lange en niet zo steile hellingen kunt u stand 2 kiezen.
  • Bij het afrijden van lange steile hellingen moet stand 1 gekozen worden (stand 2 bij minder steile hellingen). U remt dan zo veel mogelijk op de motor af.
  • Laat de auto op een helling niet met het gaspedaal stilstaan, maar gebruik de rem. Zo voorkomt u, dat de versnellingsbakolie onnodig heet wordt.
  • 760 GLE: "Blokkeer" de 4e versnelling, d.w.z. druk de knop van de keuzehendelknop in (het controlelampje ↑ in het instrumentenpaneel gaat branden); de 4e versnelling wordt dan niet ingeschakeld.
  • 760 Turbo. 760 Turbo diesel: "Blokkeer" stand D, d.w.z. zet de keuzehendel in stand 3. De versnellingsbak schakelt dan niet op naar de hoogste versnelling waardoor de versnellingsbakolic kouder blijft.

Als u een imperiaal gebruikt

  • Moet u een stevige imperiaal gebruiken die goed op de auto vastgezet kan worden. Volvo-dealers hebben imperiaals die door de Volvo-fabriek ontwikkeld zijn.
  • Moet u regelmatig controleren of de imperiaal goed vastzit.
  • Mag u tenhoogste 100 kg op de imperiaal laden.
  • Moet de lading gelijkmatig over de imperiaal verdeeld worden. Laad niet scheef!
  • Moet u de zwaarste lading onder leggen.
  • Moet u crom denken, dat het zwaartepunt en de rij-eigenschappen van de auto veranderen, als de auto zwaar geladen wordt.
  • Moct u crom denken, dat de auto meer wind vangt en dus het brandstofverbruik toe-neemt, naarmate de lading groter is.
  • Moet u de lading met een sterk touw goed vastzetten!
  • Moet u soepel rijden! Vermijd sterk accele- reren, sterk afremmen en het nemen van scherpe bochten.
  • Moet u de imperiaal verwijderen, als u deze niet meer nodig heeft; daardoor vermindert de luchtweerstand en dus ook het brand-stofverbruik.

Belangrijke wenken

De lading en de plaats ervan beïnvloeden de rij-eigen-schappen

Uw auto heeft bij het opgegeven rijklaarge-wicht de neiging tot onderstuur. Daarom moet u bij het nemen van een bocht steeds meer stuuruitslag geven, als de snelheid verhoogd wordt. Hierdoor blijft de auto stabiel in de bocht en wordt de kans op uitbreken van de achterwielen kleiner. Denk erom, dat deze eigenschappen kunnen veranderen, als de auto anders belast wordt. Hoe zwaarder de lading helemaal achterin de bagageruimte is, des te minder is de auto onderstuurd.

Rij-eigenschappen en banden

De banden zijn van groot belang voor de rij-eigenschappen van de auto. Het bandentype – radiaalbanden – de maat en de bandenspanning zijn van belang voor het gedrag van de auto. Bij het vervangen van banden moet u erop letten, dat u hetzelfde type en dezelfde maat en liefst ook hetzelfde merk krijgt als al op alle vier wicken van de auto zat en volg de aan-bevolen bandenspanning op (zie pag. 61).

Rijd niet met een open kofferdeksel!

Bij het rijden met een open kofferdeksel kan namelijk een deel van de uitlaatgassen en dus ook het giftige koolmonoxyde via de bagageruimte in de auto gezogen worden. Als u echter toch gedwongen bent om een stukje met open kofferdeksel te rijden, moet u het volgende doen:

  • Draai alle ramen dicht.
  • Zet de bediening van de verwarmings-installatie op, afhankelijk van het type verwarmingssysteem van de auto en zet de aanjager op de hoogste snelheid, 5.

Vermijd oververhitting van het koelsysteem

In ongunstige gevallen bestaat er kans op oververhitting van het koelsysteem.

Dit geldt met name op warme dagen als ... u met een caravan lang met volgas en een laag toerental tegen steile hellingen oprijdt (kruipt).

... de auto lang stationair loopt en de airconditioning ingeschakeld is.

... de motor onmiddellijk afgezet wordt, als u lang snel gereden heeft (dit wordt wel "nako-ken" genoemd).

...er vóór de grille extra lichten gemontceerd zijn.

Oververhitting kan worden vermeden door het volgende in acht te nemen;

  • Verminder de snelheid, als u met een aan-hanger lange en steile hellingen oprijdt. Zet de airconditioning eventjes af,
  • Laat de motor niet onnodig stationair lopen.
  • Zet de motor niet onmiddellijk af, als u snel gereden heeft. Laat de motor nog eerst ca 2 minuten stationair lopen!

WAARSCHUWING!

Extra matten bij de bestuurderplaats kunnen de oorzaak zijn, dat het gaspedaal blijft hangen. Let er daarom op, dat het gaspedaal vrij is.

Rijden met caravan (aanhanger)

Dit moeten caravaneigenaars lezen!

  • De trekhaak van de auto moet van een goedgekeurd type zijn! Uw Volvo-dealer weet welke trekhaken u kunt gebruiken. De door Volvo geconstruerde trekhaken zijn voor uw auto op maat gemaakt en een Volvo-werkplaats kan deze aanbrengen.
    Denk crop, dat de bumpers van de auto energie absorberen en dat u geen trekhaken kunt gebruiken die aan de bumper vastgezet moeten worden!
  • Uw auto heeft een "Nivomat", d.w.z. een automatische niveauregeling van de achtervering, zodat onder het rijden de achterasophanging, ongeacht de belasting, altijd de juiste hoogte heeft. De "Nivomat" werkt, als de auto rijdt. Bij een stilstaande auto met een zware lading in de bagageruimte of met een aangekoppelde caravan gaat de achterasophanging als gevolg van de belasting omlaag, maar zodra u gaat rijden pompt de "Nivomat" de achterasophanging weer tot de juiste hoogte omhoog.
  • Leg de lading in de aanhanger zo, dat de druk op de trekhaak bij aanhanggewichten onder 1200 kg ca 50 kg en boven 1200 kg ca 70 kg is. Bij aanhanggewichten boven 1500 kg mag de bagageruimte van de auto niet voor lading worden gebruikt!
  • Verhoog de bandenspanning tot die voor vollast; zie de tabel op pagina 61.
  • Als u een inklapbare Volvo trekhaak heeft, moet u eraan denken om de haak in uitgeklapte toestand met de borgpen te blokkeren.
  • Maak de trekhaak regelmatig schoon en vet de kogel en alle bewegende delen in om onnodige slijtage te vemijden. Smeer de smeernippel voor de lagering van de inklapbare trekhaak regelmatig.
  • Rijd niet met een zware aanhanger, als de auto nog helemaal nieuw is! Wacht hiermee, tot de auto tenminste 1000 km heeft gelopen.
  • Bij het afdalen van lange en steile hellingen worden de remmen van de auto zwaarder dan normaal belast. Schakel dan naar een lagere ver- snelling terug en pas uw snelheid aan.

- Lees, als u een auto met een automatische versnellingbak heeft, ook pagina 50 met een paar belangrijke speciale wenken!

WAARSCHUWING! Als niet aan bovenstaande voorwaarden voldaan is, kan de gehele combinatie bij uitwijken en afremmen moeilijk becheersbaar worden met alle risico's voor u en uw medeweggebruikers!

- Omdat de motor van de auto zwaarder dan normaal wordt belast, moet de olie vaker worden ververst; zie pagina 93–95.

- Dit zijn de maximaal toegestane aanhanggewichten voor afgeremde aanhangers.

N.B. Onderstaande maximumgewichten en snelheidsgrenzen zijn door Volvo Car Corporation toegestaan. Denk erom dat nationale voertuigvoorschriften de snelheden en aanhanggewichten nog verder kunnen beperken.

* Maximaal 1500 kg – maximaal 80 km/uur.
* Maximaal 1600 kg – maximaal 70 km/uur.
* Maximaal 1800 kg – 70 km/uur onder de absolute voorwaarde, dat aan drie volgende eisen is voldaan:
1) Een speciale originele Volvo-trekhaak met versterkingsset voor de auto moet zijn aangebracht.
2) Een originele Volvo-stabilisator tussen de auto en de aanhanger moet worden gebruikt.
3) Vermijd wegen met steilere hellingen dan 12%.

Denk crom, dat 1800 kg een zeer hoog aanhanggewicht is. Rijd voorzichtig en pas uw snelheid aan aan de verkeers- en wegomstandigheden!

Remsysteem

Als een remcircuit defect raakt,

VOLVO 760 (1989) - Als een remcircuit defect raakt, - 1

gaat het waarschuwingslampje branden. Het rempedaal pakt lager en kan iets weker dan normaal aanvoelen; verder is meer pedaaldruk nodig dan voor een normaal remvermogen.

Als het waarschuwingslampje gaat branden: ga onmiddelijk stilstaan en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (waar dit zit, staat op pagina 97)!

Als het vloeistofpeil in het gehele reservoir onder MIN ligt: rijd niet verder, maar laat de auto voor controle en reparatie van de lekkage naar een werkplaats slepen!

Als het vloeistofpeil in de ene helft van het reservoir onder MIN ligt: rijd voor controle onmiddellijk voorzichtig met de auto naar een werkplaats.

De rembekrachtiger werkt alleen, als de motor loopt

Al de auto met afgezette motor rijdt of gesleept wordt, moet u ca 4 maal zo hard op het rempedaal trappen als wanneer de motor loopt.

Het rempedaal voelt stug en hard aan.

Een Diesel-motor heeft een aparte vacuum-pomp om in de rembekrachtiger voldoende onderdruk te krijgen. Bij stationair lopen zijn 5-10 seconden nodig om voldoende vacuum voor een goede rembekrachtiging op te bouwen,

Als de rembekrachtiger geheel leeg is geweest, bijvoorbeeld, doordat bij afgezette motor een aantal malen op het rempedaal is getrapt, moet u om na het aanslaan van de motor een paar seconden wachten om weer te gaan rijden. Ondertussen mag u het rempedaal niet aanraken.

Door vocht op remschijven en remvoeringen veranderen de remeigenschappen!

Als u met de auto in zware regen of door grote plassen rijdt en als de auto gewassen wordt, worden de remonderdelen vochtig. Daardoor veranderen de wrijvingscigenschappen van de remvoeringen en kan een zekere vertraging in de remwerking geconstateerd worden.

Trap af en toe licht op het rempedaal, als u in regen of natte sneeuw grote afstanden rijdt; daardoor worden de remvoeringen warm en verdampt het water. Dit moet u ook doen, als de auto gewassen is en na wegrijden in zeer vochtig weer.

Als de remmen zeer zwaar belast worden

Bij het rijden in bergterrein of op andere wegen met dergelijke hoogteverschillen worden de remmen zeer zwaar bclast, ook al trapt u niet bijzonder hard op het rempedaal. Omdat bo- vendien vaak de snelheid laag is, worden de remmen niet zo efficiënt gekoeld als bij het rijden op vlakke wegen.

Om de remmen niet onnodig zwaar te belasten moet u in plaats van alleen maar de voetrem te gebruiken terugschakelen en dezelfde versnelling gebruiken als bij het klimmen. Dit is bij auto's met automatische versnellingsbak stand 2 of eventueel stand 1. Op deze manier wordt efficiënter op de motor afgeremd en behoeft de voetrem telkens maar kort gebruikt te worden.

Denk erom, dat de remmen nog zwaarder worden belast, als u met een caravan/aanhanger rijdt.

Turbodruk/koelvloeistoftemperatuur

Voor auto's met ABS

VOLVO 760 (1989) - Voor auto's met ABS - 1

Het ABS-systeem is zo geconstrueerd, dat de remmen bij sterk afremmen niet blokkeren. Het systeem „voelt aan”, dat de remmen gaan blokkeren, regelt de remdruk automatisch en verhindert daardoor blokkeren. Als het systeem werkt, voelt u het rempedaal licht pulseren. Misschien hoort u ook, dat de regeling wordt in-/uitgeschakeld. Dit alles is normaal. Denk er goed om, dat het ABS-systeem het totale remvermogen niet vergroot. U heeft echter altijd de mogelijkheid om de auto te besturen en kunt daardoor de auto beter beheersen.

Te hoge turbodruk/ koelvlocistof–temperatuur

VOLVO 760 (1989) - Te hoge turbodruk/ koelvlocistof–temperatuur - 1

Het waarschuwingslampje heeft een dubbele functie. Als dit lampje tijdens het rijden gaat branden, geeft dit aan, dat de laaddruk van de turbo te hoog is of dat de koelvlocistoftemperatuur abnormaal hoog blijft. In beide gevallen geeft het brandende lampje aan, dat een veiligheidsfunctie is ingeschakeld waardoor het maximumvermogen van de motor daalt en dus de belasting van de motor afneemt.

Op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld, waarom het lampje is gaan branden:

Te hoge turbodruk

Als te hoge turbodruk de oorzaak is geweest, gaat het waarschuwingslampje onmiddellijk uit, als het gaspedaal wordt losgelaten. Rijd dan met de auto zo naar een werkplaats, dat het waarschuwingslampje niet onnodig brandt,

Te hoge koelvloeistoftemperatuur

Als het waarschuwingslampje nog eventjes blijft branden, nadat het gaspedaal is losgelaten, en de wijzer van de temperatuurmeter gelijktijdig in het rode gebied staat, betekent dit, dat de koclvloeistoftertemperatuur abnormaal hoog is. Rijd dan langzamer, totdat het lampje uitgaat. Bij het rijden in bergterrein moet naar een lagere versnelling worden teruggeschakeld en moet de motor met hoger toerental lopen.

Als het lampje herhaaldelijk een te hoge koelvloeistoftemperatuur aangeeft, moet u voor controle met de auto naar een werkplaats rijden.

N.B!

Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden: rijd met geringere motorbelasting verder, totdat het lampje is uitgegaan. De motor kan worden oververhit, als deze onmiddellijk wordt afgezet.

Slepen

VOLVO 760 (1989) - Slepen - 1

Als u moet worden gesleept, moet u aan het volgende denken!

  • Zet het stuurslot los, want dan kan gestuurd worden!
  • Denk aan de wettelijk voorgeschreven maximumsnelheid.
  • Denk crom. dat de voetrem en de stuurbekrachtiging niet werken, als de motor stilstaat! U moet dan ongeveer vier maal zo hard op het rempedaal trappen en het sturen gaat aanzienlijk zwaarder dan normaal.
  • Rijd socpel! Houd de sleepkabel gespannen om onnodig rukken te voorkomen.

Speciaal voor een automatische versnellingsbak

  • De keuzehendel moet in stand N staan, de versnellingsbak moet goed afgesteld zijn en het oliepeil moet juist zijn (zie pag. 98).
  • De maximaal tocgestane snelheid is 20 km/uur. De langste tocgestane af te leggen afstand is 30 km.
  • De motor mag niet door aanslepen gestart worden! Zie voor hulpstarten de volgende pagina.

Motor door aanslepen starten

N.B! Auto's met een automatische versnel- lingsbak mogen niet worden aangesleept! Auto's met katalysator mogen niet worden aangesleept.

Als de accu ontladen is, moet een hulpaccu gebruikt worden (zie de volgende pagina).

Auto's met een handgeschakelde versnel- lingsbak:

Start de trekkende auto en rijd gelijkmatig. Benzinemotor: zet het contact aan.

Dieselmotor: draai de startsleutel in de rij-/voorgloeistand.

Schakel de 3e of 4e versnelling in en laat het koppelingspedaal voorzichtig opkomen.

Trap het koppelingspedaal weer in, als de motor loopt!

"Hulpauto" 1 2 3 4 Let deze kabel het laatst vast

Zo moet u met startkabels starten

Als de accu van uw auto ontladen is, kunt u om de motor aan de gang te krijgen stroom "lenen" van een losse accu of van de accu van een andere auto. Controleer altijd of de klemmen goed vastzitten, zodat er bij de startpogingen geen vonken ontstaan. Om explosiegevaar te voorkomen adviseren wij u het onderstaande nauwkeurig op te volgen:

  • Controleer of de hulpaccu een spanning van 12 volt heeft.
  • Als de hulpaccu in een andere auto zit, moet de motor afgezet worden en gecontroleerd worden of de auto's elkaar niet raken.
  • Sluit de rode kabel aan tussen de pluspolen van de beide accu's: deze zijn met rood, P of + gemerkt (1 en 2 in de afbeelding).
  • Zet de ene klem van de zwarte kabel op de minpool van de hulpaccu; deze is met blauw, N of – gemerkt (3).

WAARSCHUWING!

Denk eraan, dat accu's, met name de hulpaccu, knalgas bevatten dat zeer explosief is. Een vonk die bij het verkeerd aansluiten van de startkabels kan ontstaan, is al voldoende om de accu te laten exploderen en persoonlijk letsel en materiële schade toe te brengen.

De elektrolyt van de accu bevat het zeer agressieve zwavelzuur! Als dit sterk bijtende zuur op uw huid of kleren spat, moet u onmiddellijk rijkelijk met water afspoclen. Ga naar een arts, als u spatten in uw ogen gekregen heeft!

  • Zet de andere klem van de zwarte kabel op de auto op een plaats – massa – die op een afstand van de accu ligt; dit is in de afbeelding met 4 aangegeven.
  • Start de motor van de "hulpauto". Laat de motor een paar minuten met een hoger toerental dan normaal, 1500 omw/min, lopen.
  • Start de motor van de auto met de ontladen accu.
    N.B! Raak tijdens de startpogingen de aansluitingen niet aan (kans op vonkvorming) en sta niet over een van de accu's gebogen!
    ● Maak de kabels in de omgekeerde volgorde als bij het aansluiten weer los.

Wintertijd

Als het koud begint te worden

Als u zelf uw auto wilt nakijken om 's winters onnodige problemen te voorkomen, wordt geadviseerd om aan het volgende te denken:

  • Controlcer of de koelvloeistof tegen -35^ bestand is zonder te bevriezen, d.w.z. dat het glycolgehalte ca 50% is overeenkomende met ca 5 liter Volvo anti-vries type C (blauwgroen). Zie voor het verversen van koelvloeistof pag 99.
  • Om geen condenswater in de brandstoftank te krijgen moet u deze zo vol mogelijk trachten te houden.
  • Gebruik de juiste motorolie. De viscositeit van de motorolie is van groot belang. Bij lagere viscositeit (dunncre olie) gaat het koudstarten van de motor beter en daalt het brandstofverbruik tijdens het warmworden. Als de temperatuurgrenzen worden aangehouden, worden 's winters 5W/30 oliën aangeraden en hiervan met name de synthetische. Let er goed op, dat de oliën aan de kwaliteitsnormen voldoen en niet bij hard rijden in een warm klimaat worden gebruikt. Zie ook op pagina 95–96 of vraag uw Volvo-werkplaats om advies.
  • De accu wordt in de winter aanzienlijk zwaarder belast dan in de zomer, omdat de verlichting, kachelaanjager, ruitewissers, c.d. meer gebruikt worden. Bovendien daalt de accucapaciteit met de temperatuur. Een slecht geladen accu kan stukvriezen, als het erg koud wordt. Controleer de ladingstocstand van de accu regelmatig en bespuit de accupolen met een roestwerend middel.
  • Om ijsvorming in reservoir, slangen en sprociers van de ruite-/koplampwissers te voorkomen moet het reservoir met een vorstbestendige vlocistof gevuld worden. Dit is van belang, omdat er bij het rijden in de winter veel water en vuil op de voorruit en koplampen komt waardoor de sprociers en wissers vaak gebruikt moeten worden.
  • Gebruik in de sloten Volvo Slotenolie (Teflon-spuitbus) of vet voor lage temperatuur. Deze kunt u bij uw dealer kopen. N.B! Vermijd het gebruik van ijs oplossende spuitvloeistoffen, want dan kunnen de sloten slechter werken.

Lange reizen

Voorzorgsmaatregelen voor lange reizen

Als u met de auto een lange reis wilt maken, moet u de auto in een Volvo-werkplaats helemaal laten controleren.

Het is altijd goed om tijdig vóór de reis een set van de meest noodza-kelijke service-onderdelen: gloeilampen, zekeringen,V-riemen, wisser-bladen aan te schaffen. Hiervoor heeft een Volvo-dealer speciale sets.

Als u zelf de auto wilt nakijken, adviseren wij het volgende te doen:

  • Controleer of de motor goed loopt en het brandstofverbruik normaal is.
  • Controleer de motor, de versnellingsbak en de achteras op lekkage van olic, koelvloecistof of brandstof.
  • Controleer de toestand van de V-riemen. Laat versleten V-riemen vervangen.
  • Controleer de ladingstoestand van de accu.
  • Controleer de banden nauwkeurig, ook de reserveband. Vervang onbetrouwbare banden.
  • Laat de remmen, de wieluitlijning en de stuurinrichting controleren.
  • Controleer de verlichting.
  • Controleer het gereedschap.
  • In veel landen is b.v. een gevarendriehoek vereist. Controleer of deze aanwezig is.
  • Bij reizen naar Groot-Brittannië of andere landen met links verkeer moet u het deel van het koplampglas dat asymmetrisch dimlicht geeft met zwarte tape afplakken. Anders wordt het tegemoetkomende verkeer verblind.
  • Bij reizen naar landen waar loodvrije benzine of benzine met het juiste octaangetal moeilijk te krijgen is, kan de motor eniszins aangepast worden. Bespreek dit met uw Volvo-werkplaats.
  • Er bestaan in veel landen wettelijke voorschriften voor de plaats van kinderen in de auto. Onderzock wat geldt in het land waar u naar toe gaat.
  • Denk hieraan: De wettelijke voorschriften voor het gebruik van mistachterlampen en mistlampen variëren van land tot land.

Lange tijd niet gebruiken

Hier zijn adviezen, als de auto een tijd niet gebruikt zal worden

Als de auto een tijd niet gebruikt zal worden, b.v. in verband met een buitenlandse reis of als u de auto 's winters niet wilt gebruiken, moet u enkele eenvoudige adviezen opvolgen. Dan heeft u geen problemen, als u de auto weer wilt gaan gebruiken.

  • Vul de brandstoftank helemaal, zodat er geen kans op condenswater in de tank is.
  • Was de auto heel goed en zet deze in goede autowas. Bescherm verchroomde onderdelen met een daarvoor bestemd middel.
  • Zet de auto in een garage die droog en goed geventileerd is.
    ● Laat de parkeerrem los.
    ● Koppel de accu los.
  • Klap de ruitewissers en koplampwissers naar voren om te voorkomen, dat de rubber wisserbladen op de voorruit en koplampen gaan vastzitten.
  • Zet een raam wat open om de auto te ventileren.
  • Controleer of de koelvloeistof tegen -35°C vorst bestand is. De antivries van Volvo bevat ook corrosie voorkomende toevoegingen die de motor en de radiator beschermen.
    Haal voor dieven interessante voorwerpen uit de auto en sluit deze af.
  • Controleer af en toe de bandenspanning.
  • Controleer ongeveer om de zeven weken de ladingstoestand van de accu.

Wielen en banden

Wielen en banden – belangrijk voor de rij-eigenschappen van de auto!

Lees daarom de volgende pagina's nauwkeurig door. De goede rij-eigenschappen van de auto kunnen opvallend veranderen, als u slordig bent met b.v. de bandenspanning.

slijtageprofiel, speciale velgen 60

voorbeelden van bandenslijtage, bandenspanning 61

algemeen, reservewiel 62

Slijtage Speciale velgen

De banden hebben een „slijtageprofiel”

Het slijtageprofiel bestaat uit een aantal smalle strepen dwars op het loopvlak die een 1,5 mm minder diep profiel dan de rest van de band hebben. Als de band zover versleten is, dat nog maar 1,5 mm over is, zijn deze strepen duidelijk zichtbaar en moet u zo snel mogelijk nieuwe banden opzetten. Denk erom, dat banden met zo weinig profiel bij regen en sneeuw een zeer slechte greep op het wegdek hebben.

Denk erom, dat volgens de wet het profiel over het gehele loopvlak tenminste 1 mm moet zijn!

VOLVO 760 (1989) - De banden hebben een „slijtageprofiel” - 1
Slijtageprofiel: normale slijtage

Zo kunt u onnodige bandenslijtage vermijden

  • Zorg voor de juiste bandenspanning.
  • Rijd soepel. Vermijd „wegscheuren“, snel bochten nemen en sterk afremmen.
  • Denk eraan, dat snel rijden de banden sterk doet slijten.
  • Verwissel de wielen niet onderling.
  • Rijd niet met een verkeerde voorwieluitlijning.
  • Balancer de wielen zo nodig.
  • Denk aan de banden, als u de auto bij een trottoirrand parkeert.

„Ochtendzool“

Alle banden worden tijdens het rijden warm. Als daarna de banden bij het parkeren afkoelen, vervormen de banden door het contact met de grond, d.w.z. dat de banden iets platter worden. Deze vervorming, de zogenaamde „ochtendzool”, kan op onbalans gelijkende trillingen voroorzaken en verdwijnt pas, als de band weer warm wordt. Verschillende bandentypen vertonen deze ochtendzool in verschillende mate als gevolg van verschillende typen koordmateriaal in het bandenkarkas. Bij koud weer duurt het langer, voordat de banden warm worden en de ochtendzool verdwijnt.

Winterbanden, spijkerbanden, sneeuwkettingen

's Winters adviseren wij winterbanden op metalen velg met de maat 185/65R15 of 175/70R15.

Gebruik winterbanden altijd op alle vier de wielen!

N.B! Alleen bepaalde velgen van andere Volvo-modellen kunnen worden gebruikt. Vraag uw Volvo-dealer welke.

In winterbanden moet de bandenspanning 30 kPa hoger dan in zomer- banden zijn.

Spijkerbanden moeten „ingereden“ worden, zodat de spijkers zich goed in de banden kunnen zetten. Daardoor wordt de levensduur van de banden en met name van de spijkers verlengd.

Laat de banden tijdens hun gehele levensduur in dezelfde richting draai- en. Als u de wielen wilt verwisselen, moet u de wielen aan dezelfde kant als daarvoor laten ziten.

Sneeuwkettingen kunnen, als zij fijne schakels hebben en niet zover ten opzichte van de band uitsteken, dat zij tegen de remklauwen of andere onderdelen kunnen aanlopen, alleen op de achterwielen van de auto aan- gebracht worden. De Volvo-dealers hebben goedgekeurde, door Volvo geconstrueerde sneeuwkettigen.

N.B! Met sneeuwkettingen mag nooit sneller dan 60 km/uur gereden worden!

Rijd nooit onnodig op een sneeuwvrije ondergrond, omdat de sneeuw-kettingen en banden dan zeer snel slijten.

Gebruik nooit zgn, snel monteerbare kettingen met losse schakels, omdat de ruimte tussen de schijfremmen en de wielen daarvoor te klein is.

WAARSCHUWING!

Speciale velgen

De enige goedgekeurde „speciale wielen“ voor uw Volvo zijn de door Volvo beproefde lichtmetalen velgen die door Volvo-dealers verkocht worden.

VOLVO 760 (1989) - WAARSCHUWING! - 1

Sticker met de bandenspanning

Op de rechter portierstijl zit een sticker met de juiste bandenspanning.

De bandenspanning is belangrijk!

Controleer de bandenspanning regelmatig! De juiste spanning staat in de tabel hiernaast.

Als u niet met de juiste bandenspanning rijdt, is het rijgedrag van de auto opvallend slechter en slijten de banden sterker.

Denk erom, dat de waarden in de tabel voor koude banden gelden (heersende buitentemperatuur). Al na een paar kilometer rijden worden de banden warm en loopt de spanning op. Dit is normaal en u moet dus geen lucht laten ontsnappen, als u bij warme banden de spanning controlcert. U moet de spanning wel verhogen, als deze te laag is.

Denk eraan, dat de bandenspanning met de buitentemperatuur kan varieren.

Controleer de bandenspanning dus buitenshuis, als de banden koud zijn.

Bandenspanning Bandenslijtage

Bandenspanning, koude banden kPa (100 kPa = 1 kg/cm²)

Tussen haakjes staan de waarden in Engelse eenheden pounds/square inch (psi).

Bandenmaat1-3 personenVollast en aanhanger
VoorAchterVoorAchter
195/60 R 15 4-deurs200(29)190(28)210(31)260(38)
195/65 R 15
185/65 R 15 5-deurs190(28)210(31)210(31)280(40)
Reserveband „Special Spare”350(50)350(50)350(50)350(50)

Als lang en snel gereden wordt (langer dan een uur boven 120 km/uur) en altijd bij het rijden met winterbanden moet de bandenspanning met 30 kPa (4 psi) verhoogd worden. N.B! Dit geldt niet voor de reserveband „Special Spare”.

Algemeen Reservewiel

Wielen en banden, algemeen

Van fabriekswege is uw auto uitgerust met banden met de codering 185/65 R 1586 T of 195/60 R 1587 H. Deze codering betekent het volgende:

185/195is de sectiebreedte in mm
65/60is de verhouding tussen de sectiehoogte en -breedte in procent
Rbetekent ruidiaalbanden
15is de binnendiameter van de band in inches
87is de codering voor de maximaal toegestanc bandenbelasting, in dit geval 545 kg
Hbetekent, dat de band voor snelheden tot 210 km/uur gemaakt is
Tbetekent, dat de band voor snelheden tot 190 km/uur gemaakt is

S betekent, dat de band voor snelheden tot 180 km/uur gemaakt is. Deze banden hebben een goede greep op de weg en geven de auto zeer veilige rij-eigenschappen op droge en natte wegdekken – ook bij hoge snelheden. De banden zijn in de eerste plaats ontwikkeld om deze goede eigenschappen op een onbedekte ondergrond te geven, zodat de bandenfabrikanten gedwongen werden om de eisen t.a.v. de wrijvingseigenschappen op sneeuw en ijs te verlagen.

Daarom adviseren wij u om 's winters Volvo-winterwiclen te gebruiken, omdat deze op wegen met sneeuw en ijs optimalc rij-eigenschappen geven.

Let er bij het vervangen van een band goed op, dat u hetzelfde type, d.w.z. radiaal, dezelfde maat of codering en liefst ook hetzelfde merk voor alle vier de wielen krijgt, omdat anders de rij-eigenschappen van de auto kunnen veranderen.

Denk bij het wielen verwisselen hieraan!

Als u van zomerwielen op winterwielen overgaat, moet u met krijt op de banden aantekenen, waar het wiel zat, b.v. LV links vóór, enz.

De velgen van de auto hebben een „extra” gat. Dit gat moet passen over de paspen die op de remschijven zit.

Deze paspen zorgt ervoor, dat de wielen na verwisselen – lege band of verwisselen van winter- en zomerwielen – altijd in precies dezelfde stand komen te zitten als daarvoor waardoor een goede wielbalans ge-waarborgd is. Denk er echter aan om op het wiel te schrijven waar het zit, voordat u het verwijdert! Bewaar de banden staande of hangende.

VOLVO 760 (1989) - Denk bij het wielen verwisselen hieraan! - 1

Reservewiel Special Spare op zwarte stalen velg

Reservewiel „Special Spare“

Het reservewiel van uw auto heeft een speciale band die „Special Spare” genocmd wordt (Engels voor speciaal reservewiel).

De band heeft de codering 155R 15. Als de band stukgaat, kunt u een nieuwe band met deze codering bij uw Volvo-dealer kopen.

De spanning van deze band moet 350 kPa (3,5 kg/cm²) zijn, ongeacht de belasting van de auto en waar het wiel op de auto zit.

Volgens bestaande wetten is het slechts toegestaan om het reserve-wiel eventjes te gebruiken, als een band beschadigd, e.d. is. Een gemonteerd wiel van dit type moet dus zo snel mogelijk door een normaal wiel vervangen worden.

Denk er ook om, dat deze band, te zamen met de normalc andere banden, de rij-eigenschappen iets kan veranderen.

De aanbevolen maximumsnelheid, als een „Special Spare“ reservewiel gemonteerd is, is daarom 100 km/uur, ook al is de band tegen een hogere snelheid bestand.

Als er iets gebeurt...

Als er iets gebeurt...

Ook al verzorgt u uw auto voorbeeldig, kan het toch gebeuren, dat u met de auto iets zoals b.v. een lege band, een kapotte gloeilamp, enz. krijgt, dat u zelf moet verhelpen om verder te kunnen rijden.

In dit hoofdstuk worden behandeld:

wiel verwisselen 64

gloeilamp vervangen 66

zekering vervangen 73

lokaliseren van storingen 76

Wiel verwisselen

Gevarendriehoek
Gereedschapsdoos
VOLVO 760 (1989) - Wiel verwisselen - 1

Reservewiel
Krik met krikslinger

VOLVO 760 (1989) - Wiel verwisselen - 2

Wieldop verwijderen met schroevedraaier

VOLVO 760 (1989) - Wiel verwisselen - 3

Wielmoeren losdraaien

Wiel verwisselen

Bij 4-deurs modellen ligt het reservewiel onder de vloermat van de bagageruimte. De krik met de slinger zit tegen de achterwand van de bagageruimte en de gereedschapsdoos zit tegen de wand rechts in de bagageruimte.

Bij 5-deurs modellen zijn het reservewiel en de krik met slinger onder de mat in het grote opbergvak vastgezet.

Zet altijd eerst het reservewiel goed vast en draai dan de krik vast, zodat de slinger vastgeklemd wordt. Dan is er geen gerammel.

Verwijder het wiel als volgt:

  • Trek de parkeerrem aan en schakel de 1e versnelling of de achteruit in bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak – stand P bij een auto met een automatische versnellingsbak. Blokkeer de wielen die nog op de grond staan aan de voor– en achterkant.
  • Verwijder de wieldop door met een schroevedraaier in het gat te drukken en te draaien.
  • Draai de wielmocren met de pijpsleutel een 1/2 - 1 slag los. De moeren moeten door linksom te draaien losgedraaid worden: zie de afbeelding.

Wiel verwisselen

Pen van kriksteun

Zo moet de krik zitten

VOLVO 760 (1989) - Wiel verwisselen - 2

  • Bij elk wiel zit een kriksteun.
    Hang de krik aan de pen in de kriksteun, zoals de afbeelding toont, en draai de krikvoet zo naar beneden, dat deze vlak op de grond drukt.
    Controleer opnieuw of de krik volgens de afbeelding in de kriksteun zit.
  • Breng de auto zo ver omhoog, dat het wiel vrijkomt.
  • Verwijder de wielmoeren en neem het wiel af. Beschadig de schroefdraad van de wielmoeren niet.

WAARSCHUWING!

  • De krik moet stevig op een horizontale ondergrond staan.
  • Kruip nooit onder de auto, als deze op de krik staat.
  • Bij het wielen verwisselen moet de origincle krik van de auto gebruikt worden. Bij alle andere werkzaambeden aan de auto moet een garagekrik gebruikt worden en moeten onder het gedeelte van de auto dat omhooggebracht is bokken gezet worden.
  • Trek de parkeerrem aan, schakel bij een handgeschakelde versnellingsbak de 1e versnelling of de achteruit in - stand P bij een automatische versnellingsbak.
  • Blokkeer de wielen die nog op de grond staan aan de voor- en achterkant. Gebruik hiervoor stevige houtblokken of grote stenen.
  • De bout en het tandsegment van de krik moeten altijd goed gesmeerd zijn.

Wiel aanbrengen

Maak de aanlegvlakken van het wiel en de naaf schoon.
- Breng het wiel aan. Op de remschijven van de auto zit een paspen die in het "extra" gat in de velg moet komen. Draai de wielmocren vast. N.B! Het schuine gedeelte van de moeren moet naar het wiel gekeerd worden; zie de afbeelding op pagina 64.
- Laat de auto zakken en haal de moeren kruiselings aan. Aanhaal-moment ca 85 Nm (8,5 kgm). Dit is het geval, als met de dopsleutel en steel uit de gereedschapsdoos stevig aangchaald wordt.
- Breng de wieldop aan.

Gloeilamp vervangen

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp vervangen - 1

Gloeilamp in een koplamp vervangen

De gloeilampen van beide koplampen moeten vanuit de motorruimte vervangen worden.

N.B! Pak de gloeilamp nooit met de vingers aan het glas beet. Vet en olie van de vingers verdampen namelijk door de warmte en zetten zich op de reflector af waardoor deze snel slecht wordt.

Koplampen:

  • Doc de verlichting uit en draai de startslcutel in stand 0!
  • Open de motorkap.
  • Buig de klemveer naar boven waarmee de plastic dop vastzit en verwijder de dop. De klemveer kan zwaar gaan.
  • Trek de stekerverbinding los. Deze kan vastzitten.
  • Druk de veerring in, draai deze iets linksom en verwijder deze.

VOLVO 760 (1989) - Koplampen: - 1

  • Verwijder de gloeilamp.
  • Breng de nieuwe glocilamp volgens de afbeelding aan zonder het glas met de vingers aan te raken.

De gloeilamp heeft drie pasnokken die asymmetrisch aange- bracht zijn, zodat de gloeilamp maar op een manier kan passe

- Breng alles weer in de omgekeerde volgorde van het verwijderen aan.

  • Druk de klem naar beneden en verwijder de plastic dop.
  • Buig de klemveren naar buiten en verwijder de glocilamp.
  • Breng alles weer in de omgekeerde volgorde van het verwijderen aan.
  • De fitting heeft twee pasnokken en kan maar op één manier goed zitten.

Gloeilamp vervangen

Parkeerlicht 1-polige lamp 5 W BAY 15 s Richtingaanwijzer 1-polige lamp 21 W BA 15 s

Hoeklicht
Gloeilamp
Fitting

Gloeilamp in een hoeklicht vóór vervangen

De gloeilampen mocten van binnenuit de motorruimte vervangen worden.

Om gemakkelijker bij de gloeilamp te kunnen komen kan de vulbuis voor het sproeivloeistofreservoir recht omhoog weggetrokken worden.

● Schakel de verlichting uit en draai de startsleutel in stand 0!
- Laat de connector met draden aan de fitting zitten. Draai de fitting een paar mm linksom en verwijder de fitting met de gloeilamp.

  • Verwijder de gloeilamp uit de fitting door de lamp in te drukken en linksom te draaien.
  • Breng een nieuwe glocilamp aan en zet de fitting weer in het hoeklicht.

N.B! Merk op dat een van de pasnokken van de fitting iets breder dan de andere is en in de breedste uitsparing in het gat moet passen!

Draai de fitting rechtsom vast en controleer of de gloeilamp licht geeft.

Gloeilamp vervangen

2,3,4:
VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp vervangen - 1
21 W BA 15 s

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp vervangen - 2
5 W BA 15 s

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp vervangen - 3
21/5 W BAY 15 d

Uitsparingen voor pasnokken 1 2 3 4 5 6 Afdekkap Gloeilamp Fitting

Lampen, plaats linker kant

Gloeilamp in een achterlicht vervangen

1 Reflector

3 Richtingaanwijzer

5 Achterlicht

2 Achteruitrijlicht

4 Mistachterlamp

Alle glocilampen in een achterlicht moeten van binnenuit de bagage- ruimte vervangen worden. Doe het volgende.

Schakel de verlichting uit en draai de startsleutel in stand 0!
- Schroef de afdekkap van het achterlicht los en buig deze omlaag. De afdekkap zit aan de onderkant vast.
- Draai de fitting van de kapotte gloeilamp ca 1 cm linksom en maak deze los. De gloeilamp zit in de fitting vast.
- Verwijder de gloeilamp uit de fitting door de lamp in te drukken en een paar mm linksom te draaien.
- Zet een nieuwe gloeilamp in de fitting en breng de fitting weer in het achterlicht aan.

N.B! Merk op, dat één pasnok van de fitting iets breder dan de beide andere is.

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp in een achterlicht vervangen - 1
I pool

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp in een achterlicht vervangen - 2
2 polen

Paspennen op

verschillende hoogte

Denk erom, dat er in bepaalde landen twee verschillende types glocilampen voorkomen. 1-polige en 2-polige.

Bij de 2-polige lamp zitten de paspennen op verschillende hoogten. De lamp kan maar op één manier in de fitting aangebracht worden. Probeer maar! Breng de lamp aan, druk deze naar binnen en draai deze voorzichtig een paar millimeter. Als draaien niet gaat, moet de lamp verwijderd, een 1/2 slag gedraaid en weer aangebracht worden. Als de gloeilamp juist aangebracht is, moet deze vastgedraaid kunnen worden zonder kracht te gebruiken.

Deze pasnok moet in de breedste uitsparing in het gat voor de fitting passen. Draai de fitting rechtsom vast.

Controleer of de gloeilamp licht geeft. Schroef de afdekkap vast.

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp in een achterlicht vervangen - 3

Lampen, plaats linker kant

Gloeilamp in achterlicht vervangen

GloeilampenSterkteFitting
Mistachterlamp21 WBA15s
Achteruitrijlicht21 WBA15s
Richtingaanwijzer21 WBA15s
Achterlicht+remlicht5/21 WBAY15d
Reflector--

Gloeilamp vervangen, 5-deurs modellen

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp vervangen, 5-deurs modellen - 1

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp vervangen, 5-deurs modellen - 2

Alle gloeilampen moeten van binnenuit de auto vervangen worden. Doe het volgende:

● Schakel de verlichting uit.

● Maak het paneel van het achterlicht los met b.v. een schroevedraalier.

- Draai de fitting van de kapotte gloeilamp ca 10 mm linksom en maak deze los.

- Verwijder de gloeilamp uit de fitting door de lamp in te drukken en een paar mm linksom te draaien.

- Zet een nieuwe glocilamp in de fitting en breng de fitting weer in het achterlicht aan.

N.B! Merk op, dat één pasnok van de fitting iets breder dan de beide andere is.

Deze pasnok moet in de breedste uitsparing in het gat voor de fitting passen.

  • Draai de fitting rechtsom vast.
  • Controleer of de lamp licht geeft.
  • Druk het paneel van het achterlicht weer op zijn plaats.

Gloeilamp vervangen

4 W BA9s

Kruiskopschroevedraaier voor het lampglus

Kentekenplaatverlichting 5-deurs

Draai met de kruiskopschroevedraaier van de gereedschapsdoos de kruiskopschrocven uit. Verwijder het lampglas. Druk de gloeilamp in en draai deze een paar mm linksom. Verwijder de lamp. Breng een nieuwe lamp aan en schroef het lampglas weer vast.

4 W BA9s

Naar achteren/beneden trekken

Kentekenplaatverlichting

Schakel de verlichting uit en draai de startsleutel in stand 0! Trek de lamphouder naar achteren, totdat deze aan de voorkant loslaat.

Vervang de gloeilamp.

Controleer of de pakking goed ligt en pas de lamphouder in de voorkant van het gat en druk het achterste deel met de hand omhoog, zodat dit weer vastzit.

Fitting
VOLVO 760 (1989) - Kentekenplaatverlichting - 1

De gloeilamp moet van buitenaf worden vervangen. Schuif de lamp naar voren en trek de achterkant los. Daarna kan de gehele lamp verwijderd worden. Laat de draden in de fitting zitten en trek de fitting eruit. Trek de kapotte gloeilamp er recht uit.

Gloeilamp vervangen

VOLVO 760 (1989) - Gloeilamp vervangen - 1

Schroevedraaier naar binnen drukken

Plafondlamp 5-deurs

Druk de borgpen van het lamphuis in door een schroevedraaier in de opening aan de korte kant van het lamphuis te steken. Trek het lamphuis uit de bevestiging omlaag en vervang de gloeilamp.

VOLVO 760 (1989) - Plafondlamp 5-deurs - 1

Schroevedraaier insteken en draaien

Bagageruimteverlichting

Schakel de verlichting uit.

Druk de pasnok van het glas met een schroevedraatier naar binnen (zie de afbeelding) en verwijder het glas. Vervang de gloeilamp en breng het glas weer aan.

VOLVO 760 (1989) - Bagageruimteverlichting - 1

Schroevedraaier naar binnen drukken

Motorruimteverlichting

Schakel de verlichting uit.

Steck de schroevedraaier naar binnen (zie de afbeelding) en draai voorzichtig, dan laat het glas los. Vervang de gloeilamp en breng het glas weer aan.

Gloeilamp vervangen
VOLVO 760 (1989) - Motorruimteverlichting - 1

Plafondlamp en leeslampjes

Schakel de verlichting uit. Pak het voorste decel van het lamphuis vast (zie de afbeelding) en trek het recht naar beneden los. Vervang de kapotte gloeilamp. Controleer of deze licht geeft. Breng het lamphuis weer aan.

GlocilampenSterkteFitting
Plafondlamp10 WSV8,5
Leeslampjes5 WW2,1x9.5d

VOLVO 760 (1989) - Plafondlamp en leeslampjes - 1

Schroevedraaier insteken en draaten

Leeslampje achter

Doe de verlichting uit. Steck een schroevedraaier in en draai deze, zodat de fitting loslaat. Vervang de gloeilamp en druk de fitting weer naar binnen.

Zekering vervangen

Reservezekeringn

VOLVO 760 (1989) - Zekering vervangen - 1

Schroevedraaier insteken en voorzichtig draaien

Waarschuwingslamp portier

Alle portieren hebben rode waarschuwingslampen. Dit moet u doen om een lamp te vervangen: Steek volgens de afbeelding een schroevedraaier in en draai voorzichtig, dan laat het glas los. Trek de kapotte lamp er recht uit. Vervang de lamp en breng het glas weer aan.

VOLVO 760 (1989) - Waarschuwingslamp portier - 1

Als een elektrische component niet werkt, kan dit komen, doordat de zekering door een tijdelijke overbelasting is doorgebrand. De zekeringen en relais van de auto zitten in de centrale verdeeldoos die op de linker zijkant van het dashboard zit. De reservezekeringen zitten in een verlicht doosje op het zekeringenkastje.

De centrale verdeeldoos is bereikbaar door de klep weg te nemen. Als de klep weer wordt aangebracht, moet eerst de voorkant worden ingebracht en op zijn plaats gedrukt.

Zekeringen

Het is het eenvoudigst zichtbaar of een zekering kapot is door deze uit te nemen. Daarom moet eerst in het zekeringenoverzicht in de klep worden nagekcken welke zekering moet worden gecontroleerd.

Trek de zekering er recht uit en kijk aan de zijkant of de gebogen draad is doorgebrand. Breng in dit geval een nieuwe zekering met dezelfde kleur en hetzelfde ampérage als de oude aan – het nummer staat op de zekering.

Reservezekeringen zitten in een verlicht doosje op het zekeringenkastje; een blauwe (15 A), een lichtgele (25 A) en een groene (30 A).

Als na elkaar een aantal zekeringen op dezelfde plaats doorbranden, zit er een storing in de elektrische installatie en moet de auto voor controle naar een Volvo-werkplaats worden gebracht.

Als u vindt, dat bepaalde zekeringen moeilijk bereikbaar zijn, is er een „tang” die in het zekeringenkastje is vastgeklemd.

34 35 1 17 12 24 Hele zekering 2 13 25 2 3 14 26 4 15 27 5 16 28 6 17 29 7 18 30 8 19 31 9 20 32 10 21 22 33 23 Zekeringtang Kapotte zekering

Zekeringen

NrAmpère
1Linker parkeerlicht, kentekenplaatverlichting,parkeerlichten achter10
2Rechter parkeerlicht10
3Linker grootlicht15
4Rechter grootlicht15
5Testaansluiting Air-bag
6Linker dimlicht15
7Rechter grootlicht10
8-15
9Mistachterlampen10
10Instrumentenverlichting, verlichting asbakje,kachelbediening, schakelaars, asbak voor enachter, snelsluiting autogordels5
11Achteruitrijlichten, richtingaanwijzers,Cruise Control15
12-
13Elektrisch verwarmde achterruit,elektrisch verwarmde buitenspiegels25
14Overdrive, relais voor elektrisch bediend schuifdak,elektrisch bediende raammechanismen, uitschakelcn4e versnelling (automaat)10
15-
16-
17-
18Radio/cassetterecorder5
19Airconditioning, elektrisch bediende buitenspiegels,achterruitwisser/-sproeier, 5-deurs, sigare-aansteker15
20Ruitewissers/-sproeiers, claxon25
21ETC, voorverwarming (dieselmotor),stationair-automaat, brandstofklep (dieselmotor)5
NrAmpére
22ABS (nict-blokkerende remmen)5
23-
24-
25Waarschuwingsknipperlichten, centrale vergrendeling25
26Klokje, binnenverlichting, waarschuwingslampen portieren, verlichting handschoenenkastje, motorruimte, bagageruimte, make-up spiegel10
27Remlichten15
28Kachelaanjager, airconditioning30
29Motor-bediende antenne, elektrische aansluiting aanhanger30
30Brandstofpomp (in tank), elektrisch verwarmde Lambda-sonde10
31Brandstofinspuiting, brandstofpomp (hoofdpomp)25
32Radio/versterker15
33Radio/cassetterccorder10
34Elektrisch bediende raammechanismen, elektrisch bediend schuifdak30
35Elektrisch verwarmde voorstoelen, elektrisch verstelbare voorstoelen30

N.B! Bij auto's met ABS (niet-blokkerende remmen) is dit systeem bovendien beveiligd door een aparte 10 A zekering die links onder het dashboard zit.
Verder is er voor de voorverwarmingsautomaat van de Dieselmotor een 80 Ampère zekering aangebracht bij het relais hiervoor; aangebracht op de voorkant van de linker „veerpoot” in de motorruimte.

Lokaliseren van storingen

In de vorige hoofdstukken werden al aanwijzingen bij bedrijfsstoringen behandeld. In dit hoofdstuk is alleen sprake van storingen die u zelf (met behulp van het gereedschap van de auto) kunt verhelpen om verder te kunnen rijden.

De aanwijzingen voor het starten van de motor zijn niet in acht genomen; zie pagina 44.

Start de motor volgens de aanwijzingen.

De accu is slecht geladen of ontladen.

Start de motor door aanslepen of met een hulpaccu; zie pagina 54. Laat de accu opladen. Zoek naar de oorzaak van het ontladen van de accu.

Slecht contact in de elektrische installatie van de motor.

Controleer alle aansluitingen bij de bougies, bobine, stroomverdeler, accu en startmotor.

Er komt geen brandstof naar de motor.

Controleer of er brandstof in de tank is. Controleer of er geen slangaansluiting van het brandstofsysteem losgeraakt is. Controleer of de zekeringen voor de brandstofpomp heel zijn: zekering nr 30 en nr 31 (benzinemotor) en 21 (Dieselmotor): zie pagina 75.

Storing in het ontstekingssysteeem (benzinemotor).

Controleer de bougies (de elektrode-afstand moet 0,7 mm zijn) en maak deze schoon. Controleer de verdelerkap op scheurtjes en vocht: maak deze aan de binnenkant schoon en droog. Controleer of alle elektrische kabels van het ontstickingssysteem goed aangesloten en schoon zijn.

OVERSLAAN EN ONREGELMATIG LOPEN (benzinemotor)

Storing in het ontstekingssysteem

Controleer de bougies (de elektrodc-afstand moet 0,7 mm zijn) en maak deze schoon. Controleer de verdelerkap op scheurtjes en vocht en maak deze aan de binnenkant schoon en droog. Controleer of alle elektrische kabels van het ontstekingssysteem goed aangesloten en schoon zijn.

Verstopt luchtfilter/brandstofffilter

Vervang het filter.

Lokaliseren van storingen

OVERSLAAN EN ONREGELMATIG LOPEN (Dieselmotor)

Verstopt brandstofffilter.

Tap via de bodemplug het water uit het brandstoffilter af of vervang het filter en let er verder op, dat u bij koud weer winterbrandstof gebruikt; zie pagina 105.

De zekering voor de magneetklep van de brandstofpomp is kapot.

Controleer zekering nr 21 in het zekeringenkastje en vervang deze, indien nodig.

Water of vuil in de brandstof.

Tap via de bodemplug het water uit het brandstofffilter af of vervang het filter.

Wasafscheiding in het brandstofffilter (bij koud weer).

Zet de auto in de warmte, vervang het brandstofffilter en vul met winterbrandstof; zie pagina 105.

ONBALANS OF TRILLINGEN TIJDENS HET RIJDEN

Wielonbalans.

Laat de wielen balanceren.

Verkeerde bandenspanning.

Controleer de bandenspanning.

Te laag vloeistofpeil in de bekrachtigingspomp.

Controleer het vlocistofpeil en vul olie bij; zie pagina 97.

DE MOTOR SLAAT NIET AF (Dieselmotor)

De smoorklep blijft hangen.

Laat de motor razen en draai de startsleutel uit of schakel de 3e of 4e versnelling in, trap hard op het rempedaal en laat het koppelingspedaal opkomen. Bij auto's met automatische versnellingsbak: gebruik de noodstophefboom op de inspuit-pomp (zie de afbeelding). N.B! Deze hefboom komt alleen voor bij auto's met een automatische versnellingsbak.

en. Naar voren

Noodstophefboom van de inspuitpomp

DE MOTOR WORDT WARM

De radiatorslangen zijn kapot of lekken.

Controleer de radiatorslangen en vervang deze, indien nodig.

Te weinig koelyloeistof.

Controleer het koelvlocistofpeil en vul koelvlocistof bij; zie pagina 99.

De ventilatorriemen zijn kapot of slecht gespannen.

Vervang de ventilatorriemen of span deze.

Lokaliseren van storingen

Geen stroom naar de schuifdakmotor.

De overbelastingsbeveiliging (nr 34 in het zekeringenkastje) heeft gewerkt. Wacht ca 20 seconden. Dan is deze beveiliging afgekoeld. Controleer zekering nr 14.

Draai de twee schroeven van de afdekkap van de schuifdakmotor uit. Verwijder de kap. Druk het plastic pennetje in het midden van de bout met de gewone schroevedraaier omhoog en draai aan de bout, totdat het schuifdak dicht is.

VOLVO 760 (1989) - Geen stroom naar de schuifdakmotor. - 1

DE VOORSTOELEN KUNNEN NIET WORDEN VERSTELD

Geen spanning bij de stoelmotor.

Controleer of de noodstopknop niet is ingedrukt. De overbelastingsbeveiliging (nr 35 in het zekeringenkastje) heeft ge- werkt. Wacht ca 20 seconden. Dan is deze beveiliging afgekoeld.

Carrosserie-onderhoud:

Carrosserie-onderhoud - niet alleen voor het aanzicht!

De carrosserie wordt natuurlijk onderhouden om de auto van buiten en van binnen schoon en mooi te houden. Maar er is nog veel meer: het moet ook gebeuren uit het oogpunt van roestwering, om de roestwerende behandeling regelmatig te controleren en bij te werken en om de lak op beschadigingen te controleren en deze bij te werken.

roestwerende behandeling, controleren en bijwerken 80

lakbeschadigingen, controleren en bijwerken 82

auto wassen 84

Roestwerende behandeling – controleren en bijwerken

Uw Volvo kreeg al van fabriekswege een nauwkeurige en volledige roestwerende behandeling. Aan de buitenkant, op het onderstel en in de wielkuipen werd een dik, slijtvast roestwerend middel gespoten en aan de binnenkant van de balken, holle ruimten en gesloten secties een dunnere, penetrerende roestwerende vlocistof.

Wat kunt u. als eigenaar van de auto, doen om deze roestwerende behandeling in goede staat te houden?

Wel, er zijn met name twee effectieve methoden:

- Houd de auto schoon! Spoel chassiscomponenten ^ , onderstel, wielkuipen en spatschermranden met hoge druk schoon.

- Laat de roestwerende behandeling regelmatig controleren en bij werken.

* Draagarmen, draagarmstangen, veerstoelen en veerpootschotels

De auto is gebouwd met een roestwerende behandeling die bij normale omstandigheden niet eerder een nabehandeling nodig heeft dan na circa 8 jaar.

Na deze tijd moet met tussenpozen van drie jaar nabehandeld worden. Als uw auto nabehandeld moet worden: laat uw Volvo-werkplaats u hierbij helpen.

Om een perfekt resultaat te krijgen moet het nabelhandelen vakkundig geheuren.

De roestwerende behandeling moet door uw Volvo-werkplaats worden geïnspectcerd: zie het Garantieboekje.

Roestwerende behandeling

De "zichtbare" roestwerende behandeling

De "zichtbare" roestwerende behandeling moet regelmatig gecontroleerd en bijgewerkt worden. Als de roestwerende laag ergens bijgewerkt moet worden, moet u dit onmiddellijk laten doen om te voorkomen, dat vocht onder de roestwerende laag komt – laat uw Volvo-werkplaats u hierbij helpen.

Als u zelf de roestwerende behandeling wilt bijwerken, moet u ervoor zorgen, dat de bij te werken plaats schoon en droog is. Spoel, was en droog de auto goed af. Gebruik een roestwerend middel in een spuitbus of breng het met een kwast aan.

Er zijn twee verschillende types roestwerende middelen:

Dunne (kleurloos) voor zichtbare plaatsen

Dikke voor slijtplekken van het onderstel en de wielkuipen.

Denkbare plaatsen om met deze hulpmiddelen bij te werken zijn b.v.:

  • Zichtbare lasnaden en puntlasnaden (dunne vloeistof)
  • Onderstel en wielkuipen (dikke vloeistof)
  • Portierscharnieren (dunne vlocistof)
  • Motorkapscharnieren en -sluiting (dunne vlocistof)

Als de behandeling klaar is, kan het overtollige roestwerende middel verwijderd worden met een lap die met terpentine bevochtigd is.

De motorruimte is in de fabrick behandeld met een kleurloos roest-werend middel op wasbasis. Dit middel is tegen normale wasmiddelen bestand zonder op te lossen en onwerkzaam te worden. Als u echter met zogenocmde aromatische oplosmiddelen, zoals b.v. wasbenzine, terpen-tine (speciaal die met een ermulgator) reinigt, moet de beschermende waslaag na het reinigen worden vernieuwd.

De Volvo-dealers verkopen dergelijke wassen.

Motorkapscharnieren

en-slot

-slot

Portierscharnieren
Onderstel en wielkuipen

Lakbeschadigingen bijwerken

De lak is een belangrijk gedeelte van de roest- bescherming van de auto en moet dus regel- matig gecontroleerd worden. Lakbeschadi- gingen moeten onmiddellijk worden behandeld om roestvorming te voorkomen. De meest voorkomende lakbeschadigingen, d.w.z. de beschadigingen die u ook zelf kunt bijwerken, zijn:

  • kleine steenslagplekken en krassen.
  • afbladderende spatschermranden en drempels b.v.

Bij het bijwerken moet de auto goed gewassen en droog zijn en een temperatuur boven +15°C hebben.

Lakkleurcode

Let crop, dat u de juiste lakkleur krijgt. Controleer dit met het codenummer voor de lakkleur dat op het typeplaatje op het rechter binnenscherm in de motorruimte staat.

VOLVO 760 (1989) - Lakkleurcode - 1

Kleine steenslagplekken en krassen

Materialen:

● Grondlak (primer) in busje
Lak in busje of zogenoemde lakpen
Kwastje
- Tape

Als de steenslagplek niet tot op de plaat is en er nog een onbeschadigde laklaag is, kunt u met lak opvullen, zodra vuil is verwijderd.

Als de steenslagplek tot op de plaat is, moet u het volgende doen:

- Breng op het beschadigde vlak een stukje tape aan. Trek daarna de tape weg, zodat lakresten meegaan (zie afbeelding 1).

VOLVO 760 (1989) - Kleine steenslagplekken en krassen - 1

Lakresten met tape verwijderen

- Roer de grondlak (de primer) goed om en breng deze met een fijn penseeltje of met een lucifer aan (afbeelding 2).

VOLVO 760 (1989) - Kleine steenslagplekken en krassen - 2

- Als de grondlak goed droog is, kan de eindlak met een penseel aangebracht worden. Roer de lak goed om en breng deze daarna enkele malen dun aan en laat de lak telkens goed drogen.

Lakbeschadigingen bijwerken:

- Bij krassen doet u, zoals hierboven is beschreven, maar het kan gewenst zijn om onbeschadigde lak af te plakken (zie afbeelding 3).

VOLVO 760 (1989) - Lakbeschadigingen bijwerken: - 1

- Wacht een paar dagen met de nabehandeling. Gebruik een zachte doek en wees zuinig met de polijstpasta.

Beschadigde spatschermranden en drempels bijwerken

Materialen:

● Grondlak (primer) in spuitbus
● Lak in spuitbus
- Tapc

Bij het lakken van grote vlakken moet van te voren met tape en papier worden afgeplakt. Verwijder het afplakmateriaal direct na de laatste maal spuiten, voordat de lak is gedroogd.

  • Verwijder loszittende bladders met tape.
  • Schud de spuitbus tenminste 1 minuut. Spuit de grondlak op. Bij het opspuiten moet u de spuitbus met gelijkmatige snelheid op een afstand van 20 - 30 cm van het vlak heen en weer bewegen; zie de afbeelding. Bescherm de omringende vlakken met karton.

20-30 cm

Spuitbus zo houden

- Als de grondlak goed droog is, kan de eindlak op dezelfde manier opgespoten worden. Spuit een paar maal en laat de lak telkens een paar minuten drogen.

Wassen

De auto moet vaak gewassen worden!

Was de auto, zodra deze vuil geworden is, met name in de winter, omdat wegenzout en vocht gemakkelijk corrosie kunnen veroorzaken.

Op de volgende manier kunt u de auto wassen:

  • Spoel het vuil aan de onderkant van de auto (wielkuipen, spat-schermranden, enz.) zorgvuldig af.
  • Spoel de gehele auto af, totdat het vuil week geworden is.
  • Was de auto met een spons (met of zonder wasmiddel) en veel water. Gebruik hierbij liefst lauw, maar geen heet water.
  • Als het vuil erg vastzit, kunt u de auto met een koud-ontvettings-middel wassen, maar dat moet dan op een spoelplaats met een spoelputje gebeuren.
  • Droog de auto af met een schone zachte zeem.
  • De motor-bediende antenne (extra uitrusting) moet worden afgedroogd en met een met olic bevochtigd doekje licht worden ingesmeerd.

Geschikte wasmiddelen:

Autowasmiddelen (autoshampoo) of 50–100 cm ^3 gewoon vlocibaar af-wasmiddel op 10 liter water.

Vlekken op aluminium lijsten rondom ramen, spatschermen en portieren kunnen met autopolish weggepoetst worden. Gebruik nooit polijstpasta of staalwol. Roestvrijstalen onderdelen kunnen met een chroompoets-middel gereinigd worden.

Denk eraan ...

Om vogelvuil altijd zo snel mogelijk van de lak te verwijderen. Het bevat namelijk chemische stoffen die de lak heel snel aantasten en doen verkleuren. De verkleuring kan niet weggepoctst worden.

WAARSCHUWING!

Als onmiddellijk na het wassen met de auto gereden wordt, moet eerst voorzichtig geremd worden, zodat vocht van de remvoeringen kan verdwijnen!

N.B.! Bij het wassen moet u alle afwateringsgaten in de portieren en de drempels telkens goed schoonmaken om te voorkomen, dat deze door modder en vuil verstopt raken.

VOLVO 760 (1989) - WAARSCHUWING! - 1

Automatische wasinrichting

Met een automatische wasinrichting kan de auto snel en cenvoudig schoongemaakt worden. Denk er echter aan, dat een automatische wasinrichting de auto niet zo effectief en voorzichtig wast als u zelf met de hand met spons en water doet. Het onderstel van de auto wordt in veel wasautomaten niet afgespoeld, terwijl dit met name in de winter van groot belang is.

Let erop, dat eventuele extra uitrusting – extra koplampen, buiten- spiegels, antennes – goed vastzitten, want anders bestaat er kans, dat de borstels van de wasautomaat dergelijke onderdelen losrukken. Schroef b.v. de antenne los of schuif deze in.

Voordat u de automatische wasinrichting binnenrijdt, moet u de armen van de koplampwissers onder de aanslagen onderaan de koplampen leggen. Zo wordt verhinderd, dat de borstels de armen pakken en het wissermechanisme beschadigen.

N.B.! Vergeet daarna niet om de wisserarmen weer in hun normale stand te brengen, als het wassen klaar is.

Was uw auto alleen in wasautomaten met schone borstels!

Was de auto de eerste maanden – voordat de lak hardgeworden is – liefst met de hand.

U moet de auto poetsen en in de was zetten, als u vindt dat de lak mat is en als u de lak een extra bescherming wilt geven, b.v. vlak voor de winter.

Normaal behoeft de auto niet eerder dan na een jaar gepoetst te worden. In de was zetten kan eerder gebeuren.

U moet de auto goed wassen en droogmaken, voordat u gaat poetsen en/of in de was zetten. Verwijder asfalt— en teerspatten met terpentine. Moeilijker te verwijderen vlekken kunnen met een poetsmiddel voor autolak ("rubbing") verwijderd worden.

Poets eerst met polish en behandel de auto daarna met vlocibare of vaste was. Volg de instructies op de verpakkingen nauwkeurig op. Veel preparaten bevatten zowel polish als was.

Tegenwoordig zijn er veel verschillende merken zogenaamde polymere wassen in de handel die voor autolak bestemd zijn.

Het is gemakkelijk werken met de polymere wassen en zij geven een zeer hard en glanzend oppervlak dat de lak tegen oxydatie, vuil en verbleken beschermt.

Bekleding reinigen

Bekleding reinigen

Vuilgeworden bekleding kan het eenvoudigst en best gercinigd worden met een modern schuimend wasmiddel dat het vuil losmaakt.

Vermijd schuren en schrobben met een harde borstel.

Vlekken kunnen altijd het gemakkelijkst direct verwijderd worden, voordat zij ingedroogd zijn.

De vlekken moeten opgelost en niet weggewreven of weggeschuurd worden.

Ontvlekkingsmiddelen

Ammoniakoplossing: 1 theclepel ammoniak (ca 90%-ig) wordt met 3 dl water gemengd.

Ammoniak-zeepoplossing: bovenstaande ammoniakoplossing wordt met 1 dl zeepwater gemengd. Zeepwater kan gemaakt worden door b.v. geraspte ongekleurde toiletzeet in lauw water op te lossen.

Perchloorethyleen/benzine: Meng gelijke hoeveelheden perchloorethyleen en wasbenzinc (chemisch zuivere benzine). Perchloorethyleen/benzine mag niet voor vochtige materialen gebruikt worden. Bij gebruik van perchloorethyleen/benzine moet dit mengsel eerst verdampen, voordat de vlek met water nabehandeld kan worden.

Spiritus

Terpentine

WAARSCHUWING!

Denk eraan, dat de perchloorethyleendampen erg giftig zijn. Let crop, dat de auto goed geventilceerd is, als deze preparaten gebruikt worden.

Denk er ook om, dat wasbenzine, spiritus en terpentine brandgevaarlijke vlocistoffen zijn!

Vlekken in stoffen, vloermatten behandelen

Behandel de vlekken zo snel mogelijk.

Verwijder het grootste deel van de vlek met een bot mes of iets dergelijks.

Zuig dan de vlek zo veel mogelijk met schone witte docken op. Stofzuig rondom de vlekken, zodat omringend vuil niet opgelost wordt.

Bevochtig een schone witte lap met het oplosmiddel. Zuig vervolgens het oplosmiddel en de vlekken met een droge wattenprop op. Herhaal de behandeling, totdat de vlekken verdwenen zijn.

Denk aan het volgende:

  • Bij verfvlekken, b.v. inkt, balpuntpennen, lippestift, moet met het ontvlekkingsmiddel heel voorzichtig gewerkt worden, omdat de kleurstof in de vlek opgelost kan worden en de vlek daardoor groter wordt.
  • Gebruik zo weinig mogelijk oplosmiddel. Te veel oplosmiddel kan het schuimplastic in de zitting beschadigen.
  • Werk altijd van buiten naar het midden van de vlek toe.

Autogordels reinigen

Gebruik hiervoor water met een synthetisch wasmiddel.

Vlekken op leer en vinylbekleding behandelen

Reinig met een zwakke zeepoplossing en lauw water.

Krab of wrijfnooit op een vlek.

Gebruik nooit sterke ontvlekkingsmiddelen.

Uw Volvo-werkplaats heeft uitvoerige beschrijvingen, als u meer wilt weten over het reinigen van de bekleding.

Volvo Service

Regelmatig onderhoud - dat is investeren!

Deze investering brengt zijn geld op, omdat u op uw auto kunt vertrouwen en omdat deze langer meegaat. En ook als u uw auto door een nieuwere wilt vervangen. Lees daarom over:

Volvo Service, om aan te denken! 88

de motorruimte 91

motorolie, peil controleren en verversen 94

stuurbekrachtiging, koppeling, remmen, vloeistofpeil controleren 97

versnellingsbak, oliepeil controleren 98

koelvloeistof controleren en vervangen 99

V-riemen, controleren 101

wisserblad vervangen 103

carrosseriesmering 104

brandstofsysteem Dieselmotor 105

specificaties 107

Volvo Service

Afleveringsinspectie

Voordat uw Volvo de fabriek verliet, werd met uw auto proefgereden en werd deze zorgvuldig gecontroleerd en afgesteld. Voordat de auto aan u werd overgedragen, kreeg deze een uitgebreide afleveringsinspectie bij uw Volvo-dealer om er zeker van te zijn dat de auto gheel aan de Volvo-normen zou voldoen.

Garantie-inspectie

Uw Volvo krijgt bij uw Volvo-dealer een garantie-inspectie onder overlegging van de garantie-inspectiecoupon. De garantie-inspectie moet na 1000-2000 km worden uitgevoerd. Er zijn aan deze garantie-inspectie geen kosten verbonden, behalve die voor het oliefilter en de oliën.

Het Volvo Onderhouds Programma

Om steeds van de hoge mate van veiligheid en betrouwbaarheid van uw Volvo gebruik te kunnen maken moet u het Volvo Onderhouds Pro-gramma opvolgen dat in het Serviceboekje beschreven is. Wij raden u ten sterkste aan om de werkzaamheden waarvan in deze onderhoudsschema's sprake is, toe te vertrouwen aan uw Volvo-dealer die de ervaring, technische gegevens en apparatuur heeft om er zeker van te zijn, dat de werkzaamheden worden uitgevoerd met de hoge kwaliteit die u, als Volvo-bezitter, verwacht. U kunt er tevens van verzekerd zijn, dat uw Volvo-dealer alleen maar origincle Volvo service-onderdelen gebruikt die van dezelfde hoge kwaliteit zijn als de onderdelen die oorspronkelijk tijdens de fabricage van uw Volvo werden gebruikt. Het Volvo Onderhouds Programma is opgesteld voor Volvo-auto's die bij gemiddelde omstandigheden worden gebruikt. Het omvat een Basis Onderhouds Programma om de zes maanden of bij maximaal 10 000 km als veel met de auto wordt gereden, en een Totaal Onderhouds Programma een maal per jaar of bij maximaal 20 000 km. Als u van mening bent, dat uw manier van rijden meer dan normaal van de auto vergt, moet u dit met uw Volvo-dealer bespreken; hij zal u gaarne adviseren met een eventueel speciaal onderhoud dat nodig kan zijn.

Volvo Service

BELANGRIJK

Voorwaarde voor de geldigheid van de garantie is absoluut, dat bovengenoemde garantie-inspectie ongeveer bij de juiste kilometerstand wordt uitgevoerd dat het onderhoud van de auto volgens de instructies van deze handleiding wordt uitgevoerd en dat de inspecties en reparaties door een erkende Volvo-werkplaats worden uitgevoerd.

Servicehandboeken

Als u technische belangstelling heeft en gedetailleerde gegevens wilt hebben die niet in dit boekje staan, maken wij u attent op onze Service-handboeken die u bij uw Volvo-dealer of rechtstreeks bij Volvo kunt bestellen. Deze handboeken bevatten nauwkeurige gegevens over reparaties en afstellingen en over de constructie en werking van de componenten van uw auto. Het zijn namelijk dezelfde handboeken als door het Volvo-personeel worden gebruikt.

Denk eraan, dat ...

  • regelmatig onderhoud noodzakelijk is om uw auto in goede conditie te houden zowel wat betreft de betrouwbaarheid als de verkeersveiligheid
  • het overslaan van een inspectie tot gevolg kan hebben, dat uw auto uitlaatgassen afgeeft met een onaanvaardbaar hoog gehalte aan stoffen die voor het milieu schadelijk zijn.
  • de inspecties het beste door een Volvo-werkplaats kunnen worden uitgevoerd, omdat deze ervaren personcel hebben die met de produkten bekend zijn en speciaal gereedschap en betrouwbare service-literatuur van Volvo hebben
  • uw Serviceboekje na elke inspectie moet worden afgestempeld. Een "good afgestempeld" Serviceboekje is een aanwijzing dat de auto goed onderhouden is en dit verhoogt de tweede-handswaarde. Hierover kunt u meer lezen in uw garantieboekje.

Om aan te denken!

Denk hieraan, voordat u aan uw auto gaat werken:

WAARSCHUWING!

VOLVO 760 (1989) - WAARSCHUWING! - 1

De ontsteking van de auto werkt met een zeer hoge spanning die levensgevaarlijk is!

Raak de bougies, bobinc, bougiekabels en bobinckabel niet aan, als de moter loopt of het contact aanstaat!

Het contact moet afgezet of de accu losgekoppeld zijn bij de volgende werkzaamheden;

  • Aansluiting van de motortestapparatuur, ontstekingstestlamp, contacthoek-/toerentalmeter, ontstekingsoscilloscoop, enz.
  • Vervanging van onderdelen van de ontsteking, zoals bougies, bobine, stroomverdeler, bobine- en bougiekabels.

Accu

  • Overtuig u ervan, dat de accukabels goed aangesloten en goed aangehaald zijn.
  • Koppel de accu nooit los, als de motor loopt (b.v. bij het vervangen van de accu).
  • Bij gebruik van een snellader moeten de accukabels losgekoppeld zijn.
  • Zet de radio uit, als de accu wordt losgekoppeld; anders wordt de elektronica van de radio beschadigd.

Auto omhoogbrengen

Als de auto met een garagekrik omhooggebracht wordt, moeten de vier kriksteunen (twee aan elke kant) gebruikt worden. Deze zijn voor dit doel speciaal versterkt.

Ook kan een garagekrik tussen de voorwielen tegen de voorasbalk worden gezet.

N.B! De garagekrik mag echter niet tegen het gegoten achterhuis worden gezet.

Beschadig de afschermplaat onder de motor niet. Let erop, dat de krik goed wordt geplaatst, zodat de auto niet van de krik afglijdt.

Gebruik altijd bokken of iets dergelijks.

Als de auto met een hefbrug met twee kolommen omhooggebracht wordt, moeten de voorste hefarmen onder de steunen van de draagarmstangen (zie afbeelding) worden aangebracht en niet onder de kriksteunen! Anders wordt de auto van voren te zwaar, zodat bij werkzaamheden aan de achteras en de achterveren het achterste deel van de auto los kan komen van de achterste hefarmen.

De achterste hefarmen moeten onder de achterste kriksteunen worden aangebracht.

Achterste kriksteunen → → Voorkant

Steunen van draagarmstangen

Motorruimte

Motorruimte, 760 GLE

1 Expansietank koelsysteem
2 Peilstok motorolie
3 Vuldop motorolie
4 Oliepeilstok automatische versnellingsbak
5 Remvloeistofreservoir
6 Typeplaatje
7 Accu
8 Radiator
9 Luchtfilter
10 Vloeistofreservoir ruite-/ koplampsproeiers

VOLVO 760 (1989) - Motorruimte, 760 GLE - 1

Oliepeil altijd bij het tanken controleren

Zet de auto op een horizontale ondergrond en wacht ongeveer 1 minuut, nadat de motor afgezet is. Veeg vóór de controle de peilstok af. Het peil moet binnen het gearceerde deel van de peilstok liggen. De afstand tussen de merktekens MAX en MIN van de peilstok is ca 1 liter.

Circa 1 liter
MIN MAX Olievuldop 760 GLE Aftapschroef Oliefilter 760 Turbo Oliepeilstok Olievuldop Oliepeilstok Oliefilter Aftapschroef Oliefilter Olievuldop 760 Turbo Diesel

Motorolie aftappen

U kunt bij de aftapschroef komen via een gat in de voorste afschermplaat van de motor. Tap de olie af, als deze nog warm is.

WAARSCHUWING! De olie kan erg heet zijn!

Oliefilter moet vervangen worden bij olie verversen

Verwijder het oude olicfilter en gooi dit weg. Breng een nieuw aan volgens de instructies op het filter.

Eventueel olie bijvullen

Gebruik dezelfde oliesoort als in de motor zit. Zie de volgende pagina. De vuldop moet recht omhooggetrokken worden.

Als u bij het olic verversen de juiste hoeveelheid toevocgt, komt het olicpeil ongeveer in het midden van het gcarceerde deel van de peilstok te liggen, d.w.z. midden tussen de merktekens MAX en MIN hetgeen geheel normaal is. Vul niet met teveel olie; dan wordt het olicverbruik hoger.

Oliepeilstok lievuldop 760 Turbo Diesel Liefilter Afiapschroef

Motorolie aftappen

De aftapschroef zit helemaal achter in de olie-pan van de motor. Tap de olie af, als deze nog warm is.

Een maal oliefilter vervangen op twee maal olie verversen

Verwijder het oude olicfilter en gooi dit weg.

Motorolie

Oliekwaliteit:

Volgens API Service terminste SF*. Of volgens CCMC klasse G2/G3.

*Oliën met de aanduiding SF/CC en SF/CD voldoen aan deze normen.

Synthetische of semi-synthetische oliën mogen gebruikt worden, als deze aan bovenstaande API-normen voldoen.

Volvo adviseert geen olietoevoegingen te gebruiken, omdat deze een negatieve invloed op de levensduur van de motor kunnen hebben.

Viscositeit (bij constante luchttemperatuur)
VOLVO 760 (1989) - Oliekwaliteit: - 1

bar | SAE Type | Value (°C) | |---|---| | -30 | 104 | | -22 | 68 | | -4 | 86 | | 14 | 32 | | 0 | 10 | | 10 | 20 | | 20 | 30 | | 30 | 40 | | 40 | 50 | | 5W/30 | 68 | | 10W/30 | 86 | | 10W/40 | 104 | | 15W/40 | 32 | | 20W/40 | 40 | | 30 | 68 | | 40 | 86 |

Bij extreme rij-omstandigheden die een abnormaal hoge olictemperatuur of een abnormaal hoog olieverbruik geven, zoals b.v. bij het rijden in bergterrein met veel afremmen op de motor en bij zeer snel rijden op autosnelwegen, wordt SAE 15 W/40 of SAE 20 W/40 motorolie aangeraden. Denk echter aan de onderste temperatuurgrens voor deze oliën!

Olie-inhoud: 760 GLE: 6,0 liter

760 Turbo: 3,85 liter (+0,6 liter als de oliekocler afgetapt is)

Controleer bij het tanken altijd het olicpeil.

Olie verversen en oliefilter vervangen

Dit gebeurt voor de 1e maal bij de garantie-inspectie na 1000-2000 km. Daarna volgens onderstaande tabel. Interval naar kilometerstand of tijd, al naar gelang het eerste het geval is.

Rij-omstandighedenInterval olie verversen en oliefilter vervangen
Ongunstige omstandigheden: zie hieronderOm de 5000 km of 3 maanden
Normale rij-omstandighedenOm de 10 000 km of 6 maanden

Ongunstige rij-omstandigheden

  • langdurig rijden in stoffige/zanderige omgeving
  • langdurig rijden met caravan/aanhanger
  • langdurig rijden in bergterrein
  • langdurig rijden met hoge snelheid
  • langdurig stationair lopen of met lage snelheid rijden
  • lage temperaturen (onder 0°C) met voornamelijk korte afstanden (korter dan 10 km)

Dieselmotor Motorolie

Oliekwaliteit:

Volgens API Service tenminste CD*. Of volgens CCMC klasse D2. * Oliën met de aanduiding SE/CD en SF/CD/PD1 voldocn aan deze normen.

Synthetische of semi-synthetische oliën mogen gebruikt worden, als deze aan bovenstaande API-normen voldoen.

Volvo adviseert geen olietoevoegingen te gebruiken, omdat deze een negatieve invloed op de levensduur van de motor kunnen hebben.

Viscositeit (bij constante luchttemperatuur)
VOLVO 760 (1989) - Oliekwaliteit: - 1

bar | Category | Value | |---|---| | -30 | 104°F | | -22 | 104°F | | -20 | 104°F | | -10 | 104°F | | 0 | 104°F | | 10 | 104°F | | 20 | 104°F | | 30 | 104°F | | 40 | 104°F | | SAE 5W/30 | 104°F | | SAE 10W/30 | 104°F | | SAE 15W/40 | 104°F | | SAE 20W/40 | 104°F | | SAE 30 | 104°F | | SAE 40 | 104°F |

Bij extreme rij-omstandigheden die een abnormaal hoge olictemperatuur of een abnormaal hoog olicverbruik geven, zoals b.v. bij het rijden in bergterrein met veel afremmen op de motor en bij zeer snel rijden op autosnelwegen, wordt SAE 15 W/40 of SAE 20 W/40 motorolic aangeraden. Denk echter aan de onderste temperatuurgrens voor deze oliën!

Olie-inhoud: zonder oliefilter 5,0 liter met oliefilter 6,0 liter

Controleer het oliepeil altijd bij het tanken.

Olie verversen en oliefilter vervangen

Dit gebeurt voor de 1e maal bij de garantie-inspectie na 1000 km. Daarna moet de olie om de 5000 km of om de 3 maanden ververst worden, al naar gelang het eerste het geval is.

Het oliefilter moet een maal op twee maal olie verversen worden vervangen.

Stuurbekrachtiging Koppelings-/remvloeistof

VOLVO 760 (1989) - Stuurbekrachtiging Koppelings-/remvloeistof - 1

Plaats componenten bij de 760 GLE

VOLVO 760 (1989) - Stuurbekrachtiging Koppelings-/remvloeistof - 2

Plaats componenten bij de 760 Turbo Diesel

VOLVO 760 (1989) - Stuurbekrachtiging Koppelings-/remvloeistof - 3

Plaats componenten bij de 760 Turbo

Rem- en koppelingsvloeistof

De rem- en koppelingsvloeistof hebben een gemeenschappelijk reserv- voir.

Het pcil moet tussen de MAX-en MIN-streepjes liggen.

Vloeistoftype: remvloeistof DOT 4 (of SAE J 1703).

Vloeistofpeil controleren: altijd bij het tanken.

Vlocistof verversen: om de 2 jaar

N.B.! Bij auto's, waarmce zo gereden wordt, dat de remmen vaak en zwaar gebruikt worden, zoals b.v. bij het rijden in de bergen of in een tropisch klimaat met hoge luchtvochtigheid, moet de vlocistof elk jaar ververst worden. Dit verversen behoort niet tot een inspectiebeurt, maar het is doelmatig om dit gelijktijdig met een inspectiebeurt bij een Volvo-garage te laten doen.

Stuurbekrachtiging

760 Turbo/Turbo Diesel

Het peil moet tussen de streepjes MAX en MIN liggen: de hoeveelheid tussen deze streepjes is 0,2 liter.

760 GLE

De peilstok heeft verschillende merkstrepen voor warme en voor koude olic. Vóór het rijden mag het olicpeil niet boven COLD liggen. Na het rijden, als de olie nog warm is, mag het peil niet boven HOT liggen.

Vul olie bij, als het peil bij ADD ligt.

Olie, alle modellen

Oliekwaliteit: ATF-olie

Oliepeil controleren: bij elke inspectiebeurt. Olie verversen is niet nodig.

Versnellingsbakolie (automatische versnellingsbak)

VOLVO 760 (1989) - Versnellingsbakolie (automatische versnellingsbak) - 1

Peilstok met geel handvat

A B

A Koude versnellingsbakolie - olietemperatuur +40°C. Deze temperatuur wordt in de garage of workplaats bereikt na ca 10 minuten stationair lopen. Bij een olietemperatuur onder +40°C kan het peil onder het MIN-streepje liggen.

B Warme versnellingsbakolie - olietemperatuur +90°C. Deze temperatuur wordt bij snel rijden op buitenwegen in ca 30 minuten bereikt. Bij een olietemperatuur boven +90°C kan het peil boven het MAX-streepje liggen.

N.B.! Bij oliepeilcontroles moet de motor stationair lopen!

Automatische versnellingsbak

Bij het controleren van het olicpeil moet u het volgende doen:

Zet de auto horizontaal en laat de motor stationair lopen. Breng de keuzehendel via alle versnellingen langzaam in stand P. Wacht twee minuten en controler het oliepeil. Op bovenstaande tekening is zichtbaar, dat de peilstok een "koude" en een "warme" kant heeft. Het olicpeil moet tussen de streepjes MAX en MIN liggen. Veeg de peilstok af met een nylonlap, papier of zeemleer of met een lap die geen resten op de peilstok achterlaat. N.B.! De olic kan erg heet zijn!

Het bijvullen gebcurt via de pijp waarin de pcilstok zit. De hoeveelheid tussen de streepjes MAX en MIN is een halvc liter. Vul nooit met te veel olie. Dan kan de versnellingsbak de olie cruit gooien. Door te weinig olie kan de versnellingsbak niet goed werken, vooral niet als de olie nog koud is.

Oliekwaliteit: ATF-olic type Dexron II D bij alle temperaturen

Oliepeil controleren: bij elke inspectiebeurt, maar tenminste elk half jaar.

Olie verversen: elke 40 000 km.

WAARSCHUWING!

Mors nooit olie op de hete uitlaatpijpen! Brandgevaar!

Samenstelling van de koelyloeistof

Vul nooit met alleen schoon water bij! Gebruik het gehelde jaar een mengsel van 50% Volvo anti-vries, type C (blauwgroen) en 50% water N.B! De motor is van een aluminiumlegering gemaakt, zodat het belangrijk is om Volvo anti-vries te gebruiken. Deze heeft een bijzonder goede corrosiewerende werking! Verschillende koelvloeistoffen mogen niet met elkaar gemengd worden!

Door de anti-vries worden 's zomers corrosie en 's winters ook bevriezen voorkomen. Als de auto nieuw is, is het koelsysteem gevuld met koelvlocistof die tegen circa -35°C bestand is.

Inhoud van het koelsysteem:

Koelvloeistofpeil controleren: altijd bij het tanken

Koelvloeistof bij het tanken altijd controleren

Het peil moet tussen de streepjes MIN en MAX op de expansietank liggen. Vul de vloeistof bij, als het peil onder het MIN-streepje gekomen is. Draai, als bijgevuld moet worden en de motor warm is, de dop van de expansietank voorzichtig los om de overdruk te laten ontsnappen.

Dieselmotor

Koelvloeistof om de 2 jaar in de herfst verversen

Aftappen

1 Zet de temperatuurhendel op het instrumen- tenpaneel op maximale warmte.
2 Verwijder de dop van de expansietank.
3 Draai de aftapkraan open.
4 Maak de onderste radiatorslang los bij de radiator.

Vullen

5 Schroef de onderste radiatorslang vast.
6 Draai de aftapkraan dicht.
7 Maak de bovenste slang voor de koud-startinrichting los en zet een lekbak onder de slang.
8 Vul de expansietank tot het MAX-streepje of nog iets hoger.

9 Laat de motor circa 5 minuten warmdraaien en controleer het koelsysteem op lekkage en vul ondertussen koelvloei-stof bij.
10 Breng de slang op de koud-startinrichting aan en vul de expansietank geheel - tot boven het MAX-streepje. Draai de dop op de expansietank.

N.B! De motor mag alleen lopen met een goed gevuld koelsysteem. Als dit niet goed gevuld is, kunnen plaatselijk hoge temperaturen optreden met kans op beschadiging (barsten) van de cilinderkop.

760 Turbo diesel Expansietank Slang naar koud-startinrichting Aftapkraan Radiator

Onderste radiatorslang

Koelvloeistof verversen

Benzinemotor

Koelyloeistof om de 2 jaar in de herfst verversen

Aftappen

1 Verwijder de dop van de expansietank (voorzichtig, als de motor warm is).
2 Zet van het verwarmingssystecm de temperatuurhendel op maximale warmte. Draai de kranen aan weerskanten van het motorblok open. De 760 Turbo heeft maar een kraan en deze zit aan de rechter kant.
3 Maak de onderste slang los bij de radiator.

Vullen

4 Draai de kranen (kraan) dicht en bevestig de slang volgens 2 en 3 hierboven.
5 Vul de expansietank tot het MAX-streepje of nog iets verder.
6 Laat de motor warmdraaien en controleer of het koelsysteem niet lekt en vul weer tot het MAX-streepje met koelvocistof.

Plaats van de componenten bij de 760 GLE...
Radiator Expansietank Slang Onderste slang Kranen

... en bij de 760 Tur
Expansietank Kraan Onderste slang Radiator

Aandrijfriemen

760 Turbo diesel
Dynamo Stuurbekrachtigingspomp Compressor airconditioning Cusaircon

760 GLE
Ventilator Impressor Conditioning Dynamo Krukas Stuarbekrachtigingspomp

760 Turbo
Ventilator Dynamo Stuurbekrach- tigingspomp Krukas Compressor airconditioning of stuur- bekrachtigingspomp

Riemen vervangen

Als u zelf de riemen heeft vervangen, moet u de riemen 1–3 mm kunnen indrukken. Na het vervangen van een riem moet de riem-spanning door een Volvo-werkplaats worden gecontroleerd en eventueel worden afgesteld.

Toestand van de riemen controleren

Controleer regelmatig of de riemen heel en schoon zijn. Versleten of vuile riemen kunnen de oorzaak zijn van een slechte koeling en een laag dynamovermogen en ook van een slecht werkende stuurbekrachtiging en airconditioning.

Laat een Volvo-garage de riemen afstellen en vervangen

Door de plaats van de riemen kan het erg lastig zijn om zelf een riem af te stellen of te vervangen. Laat dit dus aan een Volvo-werkplaats over.

Ruitewissers Koplampwissers

200 200 135 450 450 335

70 moeten de sproeiers staan

Sproeiers afstellen

De vlocistofstralen moeten de ruit raken, zoals de afbeelding laat zien. De stralen kunnen in de hoogterichting afgesteld worden met een schroevedraaiertje.

VOLVO 760 (1989) - Sproeiers afstellen - 1

De ruite- en koplampwissers en achterruit-wisser (5-deurs) zijn op hetzelfde vloeistof-reservoir aangesloten. Dit zit onder de motorkap en heeft een inhoud van ca 4 liter. Gebruik in de winter een anti-bevriezings-middel, zodat de vloeistof in het reservoir en de slangen niet bevriest.

VOLVO 760 (1989) - Sproeiers afstellen - 2

Klap de wisserarm om en houd het wisserblad haaks op de wisserarm. Druk de borgveer aan de achterkant van de wisserarm naar binnen.

VOLVO 760 (1989) - Sproeiers afstellen - 3

Trek het gehele wisserblad naar beneden, zodat het "oog" van de arm helemaal door het gat in de bevestiging van het wisserblad komt.

VOLVO 760 (1989) - Sproeiers afstellen - 4

Breng het nieuwe wisserblad in de tegengestel- de volgorde aan en controleer of het goed vastzit!

Maak de wisserbladen met een nagelborsteltje en een lauwe zeepoplossing schoon, als zij strepen op de ruit beginnen achter te laten. Als dit niet helpt, moet het wisserblad vervangen worden!

Kort Lang. Naar het midden van de auto

Koplampwisser vervangen

Klap de wisserarm naar voren. Trek het wisserblad naar buiten los. Druk het nieuwe wisserblad met het langste uitcinde naar het midden van de auto vast.

Controleer of het wisserblad goed vastzit!

Carrosseriesmering

1 2 3 4 5 6 7 8 9

VOLVO 760 (1989) - Carrosseriesmering - 2

3 Portieruitsteller - zit bij het onderste portierscharnier

NrSmeerplaats (aantal)SmeermiddelNrSmeerplaats (aantal)Smeermiddel
1Motorkapslot en blokkeerhaak (3)Olie6Slotje kofferdeksel (1)Vet voor lage temperatuur
2Motorkapscharnieren (2)OlieScharnieren kofferdeksel/achterklep (2)Olie, vet
3Portieruitstellers (4)OlieOlie
Portierenscharnieren (8)Olie7Raammechanismen (4)Olie, vet
4Windscherm schuifdak (1)OlieSluitingen (binnenkant portieren) (4)Vet voor lage temperatuur
5Portiersloten, buitenste glijvakken (4)Olie
8Rails (4) en blokkeer-inrichtingen (2)Olie
9Sleutelslot (2)Volvo slotenolie of

:Brandstofsysteem

DIESEL DIESEL

Brandstofsysteem

Gebruik alleen dieselolie van bekende oliemaatschappijen; koop nooit dieselolie van onbekende kwaliteit.

's Winters met lage temperaturen moet u winterbrandstof gebruiken (deze wordt door de meeste oliemaatschappijen verkocht). Deze verhindert wasafscheiding en zorgt ervoor, dat ook bij strenge kou de auto gemakkelijk aanslaat.

Als u geen winterbrandstof kunt krijgen, kunt u zelf lichtpetroleum bijmengen. Meng tussen 25 % en 40 % bij, omdat anders de smerende eigenschappen van de dieselolie achteruitgaan waardoor het injectiesysteem kan beschadigen.

Het is in bepaalde landen wettelijk verboden om petroleum bij de brandstof te mengen. Gebruik dan door de autoriteiten goedgekcurde toevoegmiddelen.

Wanneer u brandstof bijvult bij een tankstation, zorg er dan altijd voor dat alles rond het vulgat en de vuldop schoon is. Vult u zelf uit een vat brandstof bij, filtreer deze dan en zorg ervoor, dat alle gebruikte vaten schoon zijn.

N.B.

De verzegeling die op de inspuitpomp zit, mag nooit door een onbevoegde monteur verwijderd worden. Indien dit toch gebeurt, vervalt alle garantie. De inspuitpomp moet volgens de wettelijke voorschriften verzegeld zijn.

Wanneer u geen brandstof meer heeft

Wanneer u geen brandstof meer in de tank heeft, hoeft u geen speciale maatregelen te nemen, nadat u nieuwe brandstof heeft bijgevuld. Het z.g. "ontluchten" van het brandstofsysteem, dat noodzakelijk was bij vele oudere Diesel-auto's, is niet meer nodig, omdat de inspuitpomp van uw Volvo Diesel "zelfontluchtend" werkt. Wanneer de tank geheel leeg was, is het heel normaal, dat u de startmotor eventjes moet laten draaien, voordat het hele brandstofsysteem met nieuwe brandstof is gevuld en de motor aanslaat.

Brandstofffilter

Water aftappen uit het brandstofffilter

In het brandstofffilter van de motor wordt geleidelijk condenswater uit de brandstoftank afgescheiden.

Als dit water via de inspuitpomp in de motor komt, kunnen storingen op-treden. Daarom moet het water in het brandstofffilter om de 10 000 km worden afgetapt; dit kan het beste in verband met een onderhoudsbeurt gebeuren.

Het aftappen is heel eenvoudig en gaat als volgt:

  • Zet onder de aftapschroef onderin het filter een opvangbak.
  • Draai met een schroevedraaier de ontluchtingsschroef een paar slagen los.
  • Draai de aftapschroef met de hand los.
    Tap af, totdat zuivere brandstof naar buiten komt.
  • Draai de aftapschroef vast.
  • Draai met de schroevedraaier de ontluchtingsschroef vast.
  • Verwijder de opvangbak.

Ontluchtingsschroef
VOLVO 760 (1989) - Water aftappen uit het brandstofffilter - 1

Bij alle contacten met uw Volvo-dealer over de auto en bij het bestellen van service-onder-delen en accessoires kan het gemakkelijk zijn, als u de type-aanduiding, het chassisnummer en het motornummer van de auto kent.

1 Type- en modeljaaraanduiding en chassis-nummer

Deze zijn in de middelste portierstijl rechts ingeslagen en staan ook op een plaatje op de achterwand van de bagageruimte.

2 Type-aanduiding, toegestane maximum-gewichten en codenummers voor de lak-kleur en bekleding

Plaatje op de plaat boven de rechter koplamp.

3 Type-aanduiding, onderdeel- en fabricagenummer van de motor

Aan de linkerkant van de motor. (B230 ET)

Op het rechter motorblok (B280E).

Op de linker kant van de motor boven de vacuümpomp (D24 TIC).

4 Type-aanduiding en fabricagenummer van de versnellingsbak

a handgeschakelde versnellingsbak: aan de onderkant

b automatische versnellingsbak: aan de linker kant.

5 Overbrengingsverhouding, onderdeel- en fabricagenummer van de achteras

Sticker op het linker deel van de achteras.

6 Serviceplaatje

Sticker op de achterkant aan de middelste portierstijl links.

1 2 3 4 5 6 AISIN-WARNER LTD MINI-ALBETH RED-BLAMPE MOTOR NO. 03-71 3.73 NP. 6709171 FABR NP. 105970

:Specifications

Maten en gewichten4-deurs5-deursLaadruimte, 5-deurs modellen
Lengte479 cm479 cmLengte met opgeklapte achterbank106 cm
Breedte176 cm176 cmLengte met neergeklapte achterbank182 cm
Hoogte141 cm144 cmLaadopening, grootste breedte139 cm
Wielbasis277 cm277 cmLaadopening, grootste hoogte77 cm
Spoorbreedte, voor147 cm147 cm
achter152 cm146 cm
Draaicirkel9,9 m9,9 m

Toegestane belasting = Totaalgewicht - Rijklaargewicht
Plaatje met gewichtsgegevens op de plaat boven de rechter koplamp.

Totaalgewicht Maximumsdruk, vóór Maximumsdruk, achter VOLVO

Maximumdakbelasting 100 kg Maximumaanhanggewicht 1600 kg (Zie voor de juiste gegevens pagina 55.)
* De (het) toegestane maximumasdruk of totaalgewicht mag nooit over- schreden worden!

Inhoudsgegevens

in liter760 GLE760 Turbo760 Turbo diesel
Brandstoftankca 80 liter*ca 80 liter*ca 80 liter*
Koelsysteemca 10 literca 10 literca 11,5 liter
Motorolie, incl.oliefilter6,0 liter3,85 liter6,2 liter
Versnellingsbakolie,4-bak met overdrive-2,3 liter2,3 liter
automaat7,5 liter7,7 liter7,7 liter
Achterasolie1,6 liter1,6 liter1,6 liter
Stuurbekrachtiging0,8 liter0,5 liter0,5 liter
Sproeivloeistofreservoir4,2 liter4,2 liter4,2 liter
* S-deurs 60 liter

Specifications

Benzinemotor

Oliekwaliteit: Volgens API Service tenminste SF*. Of volgens CCMC klasse G2/G3.

* Oliën met de aanduiding SF/CC en SF/CD voldoen aan deze normen.

Dieselmotor

Oliekwaliteit: Volgens API Service tenminste CD*. Of volgens CCMC klasse DP.

* Oliën met de aanduiding SE/CD en SF/CD voldoen aan deze normen.

Synthetische en semi-synthetische oliën mogen gebruikt worden, als zij aan bovenstaande API-normen voldoen.

Olie-inhoud: incl. oliefilter

760 GLE: 6.0 liter

760 Turbo: 3.85 liter

760 Turbo Diesel: 6,2 liter

Volvo adviseert geen olictoevoegingen te gebruiken, omdat deze een negatieve invloed op de levensduur van de motor kunnen hebben. Viscositeitsdiagram: zie pagina 97–98.

Versnellingsbak

Oliekwaliteit:ATF-olie, type F of G (handgeschakeld),zie ook pagina 100!ATF-olie, type Dexron II D (automaat)
Olie-inhoud:Handgeschakeldmet overdrive 2,3 literAutomaat 7,5 liter

Achterasoverbrenging

Oliekwaliteit:Achterasolie, Volvo O/N 1 161 329 of API-GL-5 (MIL-L-2105 B of C) SAE 90 of 80 W/90
Olie-inhoud:1,6 liter

Stuurbekrachtiging

Oliekwaliteit:ATF-olie
Olie-inhoud:0,8 liter (760 GLE)0,5 liter (760 Turbo, 760 Turbo diesel)

Remvloeistof

Vlocistoftype:Remvlocistof DOT 4 (of SAE J 1703)
Vloeistofinhoud:ca 0,65 liter

Specifications

Model760 GLE760 GLE760 Turbo760 Turbo
Type-aanduidingB280EB280FB230ETB230FT
Vermogen, ECE DIN125 kW bij 90 r/s(170 pk bij 5400 omw/min)108 kW bij 85 r/s(147 pk bij 5100 omw/min)134 kW bij 97 r/s(182 pk bij 5800 omw/min)115 kW bij 80 r/s(156 pk bij 4800 omw/min)
Koppel, ECE DIN240 Nm bij 75 r/s(24,5 kgm bij 4500 omw/min)235 Nm bij 63 r/s(24.0 kgm bij 3800 omw/min)260 Nm bij 57 r/s(26,5 kgm bij 3400 omw/min)242 Nm bij 55 r/s(24,7 kgm bij 3300 omw/min)
Cilinderaantal6644
Cilinderdiameter91 mm91 mm96 mm96 mm
Slaglengle73 mm73 mm80 mm80 mm
Cilinderinhoud2,85 dm ^3 (2,85 liter)2,86 dm ^3 (2,85 liter)2,32 dm ^3 (2,32 liter)2,32 dm ^3 (2,32 liter)
Compressieverhouding10,0:19,51:19:18,7:1
Klepspeling
inlaatklep, warme motor0,15–0,20 mm0,15–0,20 mm0,35–0,45 mm0,35–0,45 mm
koude motor0,10–0,15 mm0,10–0,15 mm0,30–0,40 mm0,30–0,40 mm
uitlaatklep, warme motor0,30–0,35 mm0,30–0,35 mm0,35–0,45 mm0,35–0,45 mm
koude motor0,25–0,30 mm0,25–0,30 mm0,30–0,40 mm0,30–0,40 mm
Ontsekingsvolgorde1–6–3–5–2–41–6–3–5–2–41–3–4–21–3–4–2
Ontsekingstijdstip(vacuümregelaar los-gekoppeld)10° vóór B.D.P.bij 12–13 r/s(700–800 omw/min)16° vóór B.D.P.bij 12–13 r/s(700–800 omw/min)10° vóór B.D.P.bij 13,3–15 r/s(800–900 omw/min), niet af–12° vóór B.D.P.bij 12–13 r/s(700–800 omw/min)
BougiesVolvo setnr 270590–3(Bosch HR5DC*)Volvo O/N 273597–5(Bosch HR6DC)*stelbaar Volvo setnr 270746–1(Bosch W7DC*)Volvo O/N 270747–9(Bosch WR6DC)*
elektrode-afstand0,6–0,7 mm0,6–0,7 mm0,7 mm0,7 mm
aanhaalmoment12 : Nm (1,2 : 0,2 kgm)12 : 2 Nm (1,2 : 0,2 kgm)20–30 Nm (2–3 kgm)20–30 Nm (2–3 kgm)
Octaangetal, advies9595 (min 91) loodvrij9895 (min 91) loodvrij
Carburateur/InspuitingInspuitsysteem LH-JetronicInspuitsysteem LH-JetronicInspuitsysteem MotronicInspuitsysteem LH-Jetronic
Stationair toerental12,5 r/s (750 omw/min)12,5 r/s (750 omw/min)12,5 r/s (750 omw/min)12,5 r/s (750 omw/min)

Momenteel kunnen alle Volvo benzinemotoren op loodvrije benzine rijden. Het is slechts vereist, dat de benzine het aanbevolen minimumoctaangetal heeft.

N.B! Auto's met katalysator moeten altijd op loodvrije benzinc rijden om de katalysator niet te beschadigen.

Specifications

760 Turbo Diesel

D24TIC

90kW bij 80 r/s

(122 pk bij 4800 omw/min)

235 Nm bij 40 r/s

(24,0 kgm bij 2400 omw/min)

6

76.5 mm

2,383 dm3 (2,38 liter)

23.0:1

0.20-0.30 mm

0.15-0.20mm

0.40-0.50 mm

0.35–0.40 mm

1-5-3-6-2-4

Laag stationair toerental

13,8 r/s (830 omw/min)

Hoog (versneld) stationair toerenal

90 r/s (5400 omw/min)

Inspuitpomp

Bosch VE 6-10

F2400L 116-4

Verstuivers,

mondstuk

Bosch DNO SD 293

Brandstof (Diesel-olie)

Norm DIN 51 601 (Duitse norm)

760 GLE760 Turbo760 Turbo Diesel
TypeGesloten, overdrukGesloten, overdrukGesloten, overdruk
Thermostaat gaat open bij Inhoud87°Cca 10 liter92°Cca 10 liter87°Cca 11,5 liter

Transmissie

Enkelvoudige droge-plaatkoppeling.

Handgeschakelde, geheel gesynchroniseerde, 4-versnellingsbak met overdrive.

Als alternatief een volautomatische 4-versnellingsbak, bestaande uit een hydraulische koppelomvormer met planctversnellingsbak.

Achterasoverbrenging van het hypoide-type.

Versnellingsbak

Type-aanduidingHand-geschakeld M46Auto-matisch AW71ZF4HP-22
Overbrengingsverhouding
1e versnelling4,03:12,45:12,48:1
2e versnelling2,16:11,45:11,48:1
3e versnelling1,37:11:11:1
4e versnelling1:10,69:10,73:1
overdrive0,78:1--
achterruit3,68:12,21:12,09:1

Specifications

Achterasophanging 4-deurs

Gescheiden wielophanging met onafhankelijke verende wielen en schokdempers met automatische niveauregling. De ophanging bestaat uit naar achteren gerichte draagarmen, bovenste en onderste ophangarmen en spoorstangen.

Toe-spoor (Toc in), bij de velg opgemeten 0.4 ± 0,6 mm bij de zijkant band opgemeten 0,5 ± 0,8 mm

Achterasoverbrenging

Achterasoverbrenging van het hypoide type met dubbelgelede steckassen.

Achterasoverbrenging

Overbrengingsverhouding 3.54:1 Handgeschakeld 3,73:1 (760 Turbo/760 Turbo diesel met automatische versnellingsbak) 3,91:1 (760 GLE)

Snelheid in km/uur bij 17 r/s (1000 omw/min)

VersnellingsbakM46
Achterasoverbrenging3,54:1
1e versnelling8
2e versnelling15
3e versnelling24
4e versnelling33
overdrive41
achterruit9

Denk crom, dat deze waarden afgerond zijn. Zij kunnen in de praktijk iets afwijken als gevolg van de bandenmaat, -spanning en -slijtage.

Aanbevolen minimum- en maximumsnelheden, km/uur

Versnellingsbak1e2e3c4e
M46 Benzincmotor0-5020-8035-13045-*
M46 Dieselmotor0-3515-6525-10535-*

* Bij circa 70 km/uur met ingeschakelde overdrive.

Specifications

Voortrein

Voorwielophanging met veerpoten van het type MacPherson. De schok-dempers zijn in de veerpoten ingebouwd.

Stuurinrichting met tandheugel. De stuurkolomas is van het veiligheids-type.

De afstelwaarden gelden voor een onbelaste auto, incl. brandstof, koelvlocistof en reservewiel.

Toespoor (Toe-in), bij de velg opgemeten 2±0,5 mm bij de zijkant band opgemeten 3,0±0,8 mm

Elektrische installatie

12-Volt systeem met wisselstroomdynamo en spanningsregeling. Eénpolig systeem waarbij het chassis en het motorblok als geleiders worden gebruikt. De minpool is op het chassis aangesloten.

760 GLE760 Turbo760 Turbo diesel
Spanning12 volt12 volt12 volt
Accu, capaciteit500 A/110 min450 A/90 min600 A/225 min
Electrolyt, s.g.1,281,281,28
Bijladen bij s.g.1,211,211,21
Dynamo, maximum-stroomsterkte100 Ampère100 Ampère80 Ampère
Startmotor, vermogen1,1 kW (1,5 pk)1,4 kW (1,9 pk)2,0 kW (2,7 pk)

Specifications

Gloeilampen, 12V. Zo zien de gloeilampen er uit
VOLVO 760 (1989) - Specifications - 1

GloeilampenSterkteFittingNr
Koplampen60/55 WH41
Verstralers of mistlampen55 WH32
Parkeerlichten, voor5 WBA 15 s5
Richtingaanwijzers, voor21 WBA 15 s4
achter21 WBA 15 s4
opzij5 WW 2,1X9,5 d8
GloeilampenSterkteFittingNr
Achterlichten5 WBA 15 s5
Remlichten21 WBA 15 s4
Remlichten/achterlichten (bepaalde landen)21/5 WBAY 15 d3
Achteruitrijlichten21 WBA 15 s4
Mistachterlamp(en)21 WBA 15 s4
Kentekenplaatverlichting5 WBA 9 s9
Waarschuwingslamp portier3 WW 2,1x9,5 d8
Plafondverlichting10 WSV8,56
Leeslampjes, vóór5 WW 2,1x9,5 d8
achter5 WW 2,1x9,5 d8
Motorruimteverlichting10 WSV8,56
Bagageruimteverlichting10 WSV8,56
Handschocnenkastje verlichting2 WBA 9 s9
Make-upspiegel verlichting3 WSV77
Instrumentenverlichting3 WW 2,1x9,5 d8
Verlichting.
bedieningspaneel1,2 WW 2x4,6 d10
automatische versnellingsbak1,2 WW 2x4,6 d10
asbakje achter1,2 WW 2x4,6 d10
autogordelsluiting1,2 WW 2x4,6 d10
Waarschuwingslampjes, Controlelampjes1,2 WVolvo O/N 96632610

Katalysator (Katalytische zuivering)

Keramisch element Isolatielaag

Katalysator

De katalysator vormt een uitbreiding van het uitlaatsysteem en heeft tot taak om de uitlaat-gassen te zuiveren.

Deze bestaat voornamelijk uit een huis met een keramisch element dat zo is geconstru-eerd, dat de uitlaatgassen door kanalen in het element worden geleid. De kanaalwanden zijn bedekt met een dunne laag platina/rhodium.

Deze metalen hebben een katylysatorwerking, d.w.z., dat zij een chemische reactie activeren zonder er zelf aan deel te nemen.

De uitstoot van koolwaterstoffen, koolmonoxy- de neemt toe, als de katalysator beschadigd is.

N.B!

Auto's die met een katalysator zijn uitgerust, mogen uitsluitend op loodvrije benzine rijden, omdat anders de katalysator wordt beschadigd.

Lambda-sonde ^TM (gever zuurstofgehalte)

Hier is sprake van een regelsystem dat tot taak heeft om de uitstoot te verminderen en de brandstof beter te benutten. Een gever voor het zuurstofgehalte bewaakt de samenstelling van de uitlaatgassen die naar de motor komen. De bij de analyse van de uitlaatgassen verkregen meetwaarde wordt overgebracht naar een elektronisch systeem dat de injectoren continu stuurt.

De mengverhouding van de brandstof en lucht die naar de motor gaan, wordt zodanig continu gestuurd, dat er wordt gezorgd voor optimale voorwaarden voor de verbranding en voor een doeltreffende vermindering van koolwaterstoffen, met behulp van een driewegs kata-lysator. 115

Alfabetische inhoudsopgave

ABS-systeem (extra uitrusting)9
Accu90,113
Achterasolic109
Achterasoverbrenging112
Achterbank opklappen38,39
Achterklep openen31
Achterlicht, gloeilamp vervangen68,69
Acherruit, elektrische verwarming16
Achterruitwisser/sprocier, gebruik13
Achteruit inschakelen45
Achterruitkijkspiegels23
Achterruitrijlichten69
Achteruitvergrendeling45
Afleveringsinspectie88
Aftapkraan koelvlocistof99,100
Aftappen motorolie94
Afwateringsgaten84
Airconditioning19-21
Als iets gebeurt63
Anti-vries99
Anti-verblindingshendel11
Asbakjes17
Auto omhoogbrengen90
Auto wassen84
Autogordels28
Automatisch wassen85
Automatische versnellingsbak, rijden met47-49
olie98
Bagage, imperiaal49
Bagageruimte34
Bagageruimteverlichting, gebruik35
glocilamp vervangen7
Banden60-62
Bandenslijtage60
Bandenspanning61
Bediening verlichting14
Bediening verwarming en ventilatie19-21
Bedrijfsstoringen76-78
Bckleding reinigen86
Belangrijke wenken50
Benzine tanken40
Benzinemotor starten44
Bestuurdersstoel26
Bijladen dynamo8,9
Binnenverlichting, gebruik gloeilamp vervangen24
71,72
Blaasmonden19
Blokkeerinrichting keuzehendel47
Bougies111
Brandstof tanken40
Brandstof, zuinig zijn met42
Brandstofffilter106
Brandstofmeter7
Brandstofsysteem105,111
Brandstofspecificaties113
Brandstoftankklep40
Buitenlandse reizen, voorzorgsmaatregclen57
Caravan/aanhanger, rijden met51
Carrosserie-onderhoud80-85
Carrosseriesmering104
Centrale vergrendeling30
Chassisnummer107
Controlelampjes8,9
Dagteller6,3
Defroster19-2
Dieselmotor starten4
Draaicirkel108
Dynamo113
riemspanning10
Elektrisch bediende raammechanismen18
Elektrisch instelbare buitenspiegels23
Elektrisch verwarmde achterruit16
Elektrisch verwarmde buitenspiegels16
Elektrisch verwarmde voorstoelen16
Elektrische installatie, gegevens113
Elektrolyt accu113
Expansietank koelsysteem99,100
Frisse-luchtinlaat19-21
Garagekrik90
Garantie89
Garantie-inspectie88
Gegevens, technische107-114
Gereedschap34
Gevarcendriehoek34
Gewichten108
Gloeilampen, gegevens114
vervangen66-73
Glycol99
Grootlichtsignaal, knipperen11
Handrem17
Hocklicht voor, gloeilamp vervangen67
Hoogteversnelling voorstoelen26
Hulpstartaccu55
Identificatie, type-plaatjes107
Imperiaal49
In de was zetten85
Inhoudsgegevens108
Inrijden42
Instrumenten5-
Instrumenten en bediening
Instrumentenpaneel6
Instrumentenverlichting6
Interieur en carrosserie25-4
Intervalstand ruitewissers13

Alfabetische inhoudsopgave

Kentekenplaatverlichting glocilamp vervangen 70
Keuzehendel autom. versnellingsbak 46
Kick-down 48
Kilometerteller 6
Kinderen in de auto 27
Kinderstoel 27
Kinderveiligheid 27
Kinderveiligheidsslot 32
Klepspeling 110
Klokje 6.7
Knipperlichten, gebruik 11 gloeilampen vervangen 70
Koelsystecm 111
Koelyloeistof 99,100
Koclvloeistofpeil controleren 99,100
Kofferdekselslot 30,31
Kogeldruk, rijden met caravan 51
Koplampen, gebruik 14 glocilamp vervangen 66 schakelaar 11
Koplampwissers/-sproeiers, gebruik 13 wisserblad vervangen 103
Koppeling 112
Koppelingsvloeistof 97
Koud starten 43
Krik 64,65
Kriksteunen 65,90
Laaddruk te hoog 99
Laadruimte (5-deurs) 108
Lak bijwerken 82,83
Lakkleurcode 82
Lampen, gegevens 114 vervangen 66–73
Lange lading 37
Lange reizen, voorzorgsmaatregelen 55

Lange tijd niet gebruiken 58
Leeslampjes, gebruik 24 gloeilampen vervangen 72
Lcgc band 64,65
Lendesteun voorstoelen 26
Lengteverstelling voorstoclen 26
Lichtbediening 11
Lichtsignaal 11
Lokaliseren van storingen 76–78
Make-up spiegel 23
Maten en gewichten 108
Maximumbelasting 108
Maximumsnelheden 112
Mistachterlamp, gebruik 15
Motor, gegevens 110 olie verversen 94–96 oliepeil controleren 94
Motorkap openen 33
Motorkapsluiting 33
Motornummer 107
Motorolie Benzinemotor 95 Dieselmotor 96
Motorolic, controlleren/verversen 94
Motorruimte 91–93
Motorruimteverlichting 33
Motorruimteverlichting, glocilamp vervangen 71
Ochtendzool banden 60
Octaangetal 41
Olic verversen, motor 94-96
Oliedruk 8.9
Olicfilter vervangen 94
Olickwaliteit 95,96
Oliën en vlocistoffen 109
Oliepeil controleren, automatische versnellingsbak 98

motor 94
Oliepeilstok, automatische versnellingsbak 98 motor 94
Om aan te denken 90
Omhoogbrengen auto 90
Önbalans in wielen 62
Onderhoud 88-104
Onderhoudsprogramma 88
Onderstelbehandeling 80,81
Ontsteking 111
Opbergplaatsen 36
Opkrikken auto 90
Overbrengingsverhouding, achteras 112 versnellingsbak 112
Overdrive, handgeschakelde versnellingsbak 45
Parkcerlichten, gebruik 14 gloeilamp vervangen 67–69
Parkeerrem 17
Peilstok motorolie 92–94
Plafondlamp, gloeilamp veryangen 71
Poetsen 85
Portieren en sloten 30-32
Portier, waarschuwingslamp 72
Presentatie 2
Profieldiepte banden 60
Raammechanismen, elektrisch bediend 18
Reinigen bekleding 86
Remcircuit defect 9
Remlicht, gloeilamp vervangen 68,69
Remsystem 52
Remvloeistof 97
Reservewiel 62

Dit moet u bij tanken altijd controleren

Afgebeeld is de motorruimte van de 760 GLE.

De tekst geldt echter ook voor de 760 Turbo/760 Turbo diesel.

VOLVO 760 (1989) - Dit moet u bij tanken altijd controleren - 1

Als u langdurig met hoge snelheid – langer dan een uur boven 120 km/uur – rijdt en altijd bij het rijden met winterbanden, moet u de bandenspanning verhogen met 30 kPa (4psi). N.B.! Dit geldt niet voor de reserveband "Special Spare".

Brandstof: pag 110

Controleer zonder de dop te verwijderen of het remvloeistofpeil (en koppelingsvloeistofpeil bij auto's met handgeschakelde versnellingsbak) boven het MIN-merkteken staat. Vul, indicn nodig, remvlocisto DOT 4 bij.

Het koelvloeistofpeil moet tussen MAX en MIN op expansietank liggen. Vul, indien nodig, bij met een mengsel van 50 % antivries en 50 % water.

Het olicpeil moet tussen de streepjes op de peilstok liggen. Veeg vóór elke oliepeilcontrole de peilstok af De afstand tussen de merkstreepjes komt met ca 1 liter olie overeen. Vul, indien nodig, olie bij van hetzelfde type als al in de motor zit.

Het vlocistofreservoir voor de ruite- en koplamp-sproeiers moet altijd goed gevuld zijn (in de winter met water en anti-vries).

De accu vraagt "geen onderhoud" en de elektrolyt behoeft alleen maar bij een inspectiebeurt gecontroleerd te worden.

In de handleiding staat een beschrijving van

...een wiel verwisselen op pag. 64–65

...een gloeilamp vervangen op pag. 66–73

...een zekering vervangen op pag. 73–75

VOLVO 760 (1989) - Brandstof: pag 110 - 1

VOLVO

Volvo Car Corporation

Göteborg, Sweden

TP 2966/1 (Dutch) 1000.8.88 B0304 Skandia-Tryckeriet, Göteborg

Alfabetische inhoudsopgave

Richtingaanwijzers, gebruik11
glocilamp vervangen67-70
Rijden met aanhanger/caravan51
imperiaal49
Rij-eigenschappen49-51
Rij-instructies42-51
Roestwerende behandeling80,81
Rolgordels28,29
Rugleuning verstellen26
Ruitesprociers afstellen102
Ruitewissers/-sprociers13
Ruitewisserblad vervangen103
Schakelen, autom. versn. bak46-49
handschakeling45
Schuifdak, bediening25
Service88
Serviceboekje88
Servicehandboeken89
Sigare-aansteker17
Sleepogen54
Slepen54
Sleutels3
Sloten30-31
Slijtageprofiel60
Smeermiddelen107
Smering carrosserie98
Sneeuwkettingen60
Snelheidsmeter3
Speciale velgen60
Specificatics107-114
Spiegels23
Spijkerbanden60
Sprociers afstellen102
Sproeivloeistofrescervoir91-93,102
Starten door aanslepen54
met hulpaccu/startkabels55
Startkabels55
Startsleutel3,10
Start-/stuurslot10
Steenslag82
Stoelen26
Stuurbekrachtigingsvloeistof97
Stuureigenschappen49-51
Stuurinrichting, gegevens113
Stuurslot10
Tankdop40
Technische gegevens107-114
Temperatuurmeter6.7
Toerenteller6.7
Transmissie, gegevens112
Trekhaak51
Turbodrukmeter ( Turbo)6.7
Type-aanduidingen107
Typeplaatjes107
Veiligheidsgordels26,27
Veiligheidsvergrendeling achterportieren32
Ventilatorriemen, spanning controleren101
Verankeringsogen lading37
Verlichting, gebruik14
Versnellingsbak, automaat46-49,112
handgeschakeld45,112
standen45,46
Versnellingsbakolie automaat98
Vervangen, gloeilamp66-73
koelyvloeistof99,100
wiel64,65
wisserblad103
zekering76
Verwarming en ventilatie19-21
Vlekken verwijderen86
Vloermatten reinigen86
Voortrein113
Voorwicluitlijning113
Voorzorgsmaatregelen,elektrische installatie56
lange reizen55
wintertijl56
V-riemen controleren/vervangen101
Waarschuwingsknipperlichten,gebruik11
glocilamp vervangen70
Waarschuwingslamp portier,gloeilamp vervangen72
Waarschuwingslampjes8-9
Waarschuwingslampjes,defect remcircuit8
gloeilamp vervangen8
Waarschuwingsprofiel bandenslijtage60
Wasautomaat85
Wassen84
Wiel verwisselen64,65
Wielbalans62
Wielen en banden60-62
Winterbanden60
Wintertijd, voorzorgsmaatregelen56
Wisselstroomdynamo113
Wisserblad vervangen103
Zekering vervangen73-75
Zekeringen74,75
Zijknipperlichten,gloeilamp vervangen70
Zitting verwijderen39
Zuinig rijden42

Reinigings- en oplosmiddelen

Gebruik als reinigings- of oplosmiddel geen motorbenzine die lood of benzeen bevat. Lood of benzeen kunnen in bepaalde gevallen hoofdpijn, een gevoel van onwelzijn, e.d. veroorzaken. Bij hoge concentraties kunnen deze stoffeu ook de bloedvormende organen van het lichaam beschadigen.

Vul deze gegevens in; dan heeft u deze bij de hand

Type-aanduiding van de auto
Chassisnummer
Type-aanduiding van de motor
Motornummer
Kleurcode
Kontekennummer
Bandentype
Brandstof
Maximumbelasting

Als u service nodig heeft: erkende Volvo-garages verzor- gen het onderhoud en de reparatie van uw auto volgens de gen uit het oderhoud en de reparatie van uw auto volgens de

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLVO

Model : 760 (1989)

Categorie : Auto