VOLVO

760 GLE TD (1998) - Auto VOLVO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 760 GLE TD (1998) VOLVO in PDF-formaat.

📄 99 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice VOLVO 760 GLE TD (1998) - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Auto
Merk Volvo
Model 760 GLE TD
Bouwjaar 1998
Motor 2.4 L turbodiesel (D24T)
Brandstof Diesel
Vermogen 85 kW (115 pk) bij 4800 tpm
Koppel 190 Nm bij 2400 tpm
Transmissie Handgeschakeld, 5 versnellingen
Aandrijving Voorwielaandrijving
Lengte 4.800 mm
Breedte 1.760 mm
Hoogte 1.440 mm
Wielbasis 2.770 mm
Leeggewicht 1.500 kg
Tankinhoud 80 liter
Bandenmaat 195/65 R15
Veiligheidssystemen ABS, airbag bestuurder
Onderhoudsinterval Elke 15.000 km of 1 jaar
Garantie Zie handleiding
Aantal pagina's handleiding 99
Taal handleiding Nederlands

Veelgestelde vragen - 760 GLE TD (1998) VOLVO

Hoe vind ik het chassisnummer van mijn Volvo 760 GLE TD?
Het chassisnummer bevindt zich aan de linkerkant van de voorruit, zichtbaar van buitenaf. U kunt het ook vinden in het kentekenbewijs. Het is een 17-cijferige code die de auto identificeert.
Wat is de aanbevolen olie voor de motor?
Voor de 2.4 L turbodiesel wordt 10W-40 halfsynthetische olie aanbevolen voor een optimale smering. Controleer altijd het oliepeil met de peilstok en vul bij indien nodig.
Hoe vaak moet ik de olie verversen?
Volvo adviseert een olieverversing elke 15.000 km of jaarlijks, afhankelijk van wat het eerst komt. Bij zwaar gebruik (veel korte ritten) kan een korter interval nodig zijn.
Wat is de juiste bandenspanning?
De aanbevolen bandenspanning voor de 760 GLE TD is 2,2 bar voor en 2,4 bar achter bij normale belading. Bij volledige belading verhoog naar 2,4 en 2,6 bar. Controleer maandelijks.
Waar bevindt zich de zekeringkast?
De zekeringkast zit onder het dashboard aan de bestuurderszijde, achter een afdekpaneel. Er is ook een secundaire zekeringkast in de motorruimte bij de accu. Raadpleeg de handleiding voor de indeling.
Hoe stel ik de koplampen af?
Parkeer de auto op een vlakke ondergrond tegen een muur op 5 meter afstand. Draai de stelschroeven (doorgaans aan de achterkant van de koplamp) om de bundel horizontaal en verticaal af te stellen. Het midden van de bundel moet op 80% van de kophoogte zijn.
Wat is het koelvloeistofniveau en hoe controleer ik het?
Het koelvloeistofniveau moet tussen de MIN en MAX-markeringen op het reservoir staan. Controleer bij koude motor. Bijvullen met een mengsel van 50% water en 50% antivries. Gebruik Volvo origineel koelmiddel of gelijkwaardig.
Hoe vervang ik de ruitenwisserbladen?
Til de wisserarm op, druk op het lipje aan de onderkant van het blad en schuif het eraf. Monteer het nieuwe blad door het erin te klikken tot het vastzit. Zorg dat het blad volledig in de clip zit. Lengte: voor 24/22 inch, achter 14 inch.
Wat is het maximale trekgewicht voor een aanhanger?
De Volvo 760 GLE TD (1998) mag 1200 kg geremd trekken en 600 kg ongeremd. Controleer de kogeldruk (maximaal 75 kg) en zorg dat de aanhanger voorzien is van een stabilisatie-inrichting bij zware lasten.
Hoe gebruik ik de cruisecontrol (indien aanwezig)?
Druk op de knop 'CRUISE' op het stuurwiel, versnel tot de gewenste snelheid en druk op 'SET'. U kunt de snelheid aanpassen met '+' en '-'. Druk op 'CANCEL' of rem om uit te schakelen. De cruisecontrol werkt niet onder 40 km/u.

Gebruikersvragen over 760 GLE TD (1998) VOLVO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Auto in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 760 GLE TD (1998) - VOLVO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 760 GLE TD (1998) van het merk VOLVO.

GEBRUIKSAANWIJZING 760 GLE TD (1998) VOLVO

Achter in deze handleiding is een alfabetische inhoudsopgave.

Presentatie van de auto 2

Instrumenten en bediening 4

Interieur, portieren en kofferdeksel/achterklep 25

Starten en rijden 38

Wielen en banden 53

Als er iets gebeurt 56

Carrosserie-onderhoud 71

Service en periodiek onderhoud 79

Specifications 94

Alfabetische inhoudsopgave 106

Presentatie

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Presentatie - 1

Deze handleiding gaat over het rijden met en het onderhouden van uw Volvo 760 GLE Turbo Diesel

Denk eraan, dat er tussen de verschillende modelvarianten en tussen verschillende landen detaliverschillen kunnen bestaan. Daarom kunnen in deze handleiding componenten worden beschreven die bij bepaalde varianten tot de extra uitrusting of accessoires behoren.

Als u belangstelling voor uitvoeriger beschrijvingen van de constructie van de auto, service, afstellingen en reparaties heeft, raden wij u onze Servicehandboeken aan, dus dezelfde boeken die in de Volvo-garages worden gebruikt. U kunt deze bij uw Volvo-dealer bestellen!

Wilt u deze handleiding in de auto achterlaten, als u van auto verandert. Dan kan de volgende eigenaar ook over het rijden met en het onderhouden van de auto lezen.

Bij verhuizen naar een ander land moet u zich op de hoogte stellen van de daar geldende bepalingen voor de import en registratie van auto's. De wettelijke bepalingen kunnen van land tot land aanzienlijk verschillen, waardoor het duur kan worden om uw auto aan te passen.

De specificaties, constructiegegevens en illustraties die in de handleiding staan, zijn niet bindend. Wij behouden ons het recht voor om zonder voorafgaande mededeling wijzigingen aan te brengen.

Hoofdsleutel

Deze sleutel past op alle sloten van de auto.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Hoofdsleutel - 1

Het nummer van de sleutel – de hoofdsleutel en de dubbelsleutel hebben hetzelfde nummer – staat ook op het afzonderlijke nummerplaatje. Verwijder het nummerplaatje van de sleutelhanger zodat niemand het nummer kan overschrijven als u b.v. de sleutels zou verliezen en leg of kleef het vast – aan de achterkant van het nummerplaatje zit zelfklevende tape – op een veilige plaats. Als u een sleutel verliest, kunt u een nieuwe bestellen bij een Volvo-dealer.

Een nauwkeurige beschrijving van de werking van de sloten staat op pagina 32 en 33.

Instrumenten, schakelaars en bediening

1 2 3 4 5 6 7 25 17 18 19 20 21 22 23 24 8 9 10 11 12 13 14 15 16 26

Instrumenten, schakelaars en bediening

Pagina

1 Blaasmond 19
2 Koplampen en parkeerlichten 14
3 Richtingaanwijzers, groot-/dimlicht- schakelaar en grootlichtsignaal 11
4 Waarschuwingsknipperlichten ..... 11
5 Instrumentenpaneel 6-9
6 Ruitewissers/-sproeiers en koplampwissers/-sproeiers .... 12
7 Blaasmonden 19
8 Verwarming en ventilatie 19-24
9 Plaats voor radio -
10 Sigare-aansteker 17
11 Asbakje 17
12 Elektr. verwarmde passagiersstoel ..... 16
13 Parkeerrem (handrem) 17
14 Motorkapsluiting 35
15 Elektrisch bediende raammechanismen 18 en elektrisch bediende buitenspiegels 26
16 Frisse-luchtinlaat 19
17 Mistachterlamp 15
18 Mistlampen of verstralers 15
19 Plaats voor extra uitrusting -
20 Plaats voor extra uitrusting -
21 Blaasmond 19
22 Start-/stuurslot 10
23 Elektrisch bediend schuifdak 27

Pagina

24 Elektrische achterruitverwarming ..... 16
25 Claxons
26 Elektr. verwarmde bestuurdersstoel .... 16

Op pagina 6–24 zijn alle instrumenten, schakelaars en bedieningsorganen nauwkeurig beschreven.

Denk eraan, dat er voor bepaalde landen als gevolg van o.a. verschillende wettelijke bepalingen verschillen in de uitrusting kunnen voorkomen.

Instrumenten

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 100 120 140 80 60 40 20 100 150 180 200 220 km/h

1 Brandstofmeter
2 Gelijkzetknop klokje
3 Klokje
4 Snelheidsmeter
5 Dagteller
6 Nul-instellen dagteller

7 Kilometerteller
8 Toerenteller
9 Regelbare weerstand instrumentenverlichting
10 Temperatuurmeter

Instrumenten

Brandstofmeter

De inhoud van de brandstoftank is circa 80 liter. Het rode gebied komt met circa 8 liter overeen.

Klokje

Het klokje werkt elektrisch en wordt door de accu aangedreven.

Voor gelijkzetten moet u de knop indrukken en draaien.

Dagteller

Deze wordt voor het opmeten van korte rijafstanden gebruikt. Het rechter cijfer geeft hectometers (100 meter) aan.

Druk de knop in om de dagteller op nui te zetten.

Toerenteller

Deze geeft het motortoerental in duizend omw/min aan. Bij het rijden mag u af en toe in het rood gearceerde gebied komen, zoals b.v. bij het ac-celereren en passeren.

Het egaal rode gebied mag niet worden gebruikt.

Maximaal toegestaan continu motortoerental: 5000 omw/min.

Regelbare weerstand voor de instrumentenverlichting

Bij rechtsom draaien - de instrumentenverlichting wordt sterker.

Bij linksom draaien - de instrumentenverlichting wordt zwakker.

Temperatuurmeter

Deze geeft de temperatuur in het koelsysteem van de motor aan.

Als de wijzer telkens in het rode gebied komt of erin blijft staan, moet u onmiddellijk het koelvloeistofpeil en de V-riemen controleren; zie pagina 90 en 91.

Zie voor nog meer tips over het koelsysteem pagina 45.

Controle- en waarschuwingslampjes

1 Linker richtingaanwijzer
2 Rechter richtingaanwijzer
3 Voorverwarmen Het controlelampje gaat branden, als de startsleutel in de nj-/voorgloeistand gedraaid wordt. Zie ook pagina 40.
4 Te weinig motorolie
5 ABS (extra uitrusting) buiten werking Zie voor de verklaring de volgende pagina.
6 De koplampen of parkeerlichten branden
7 Te hoge laaddruk, Turbo
8 Oliedruk te laag
9 Dynamo laadt niet bij
10 Overdrive ingeschakeld (handgeschakelde versnellingsbak)
11 Grootlicht brandt
12 Remcircuit buiten werking
13 Parkeerrem aangetrokken
14 Defecte gloeilamp
15 Te weinig sproeivloeistof (als het lampje brandt, zit er nog maar 1/2--1 liter sproeivloeistof in het reservoir)
16 Niet aangesloten
17 Controlelampje autogordels
18 Niet aangesloten

1 100 120 140 80 160 60 0 0 0 0 0 40 180 20 200 20 220 km/h 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18

Waarschuwingslampje, te weinig olie in de motor

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Waarschuwingslampje, te weinig olie in de motor - 1

Voer deze controle elke ochtend uit, voordat u de motor start – dit vergt maar enkele seconden. De auto moet vlak staan en het liefst moet de motor koud zijn! Draai de startsleutel in de rijstand, zodat alle waarschuwingslampjes gaan branden. Het opmeten moet in de eerste twee seconden gebeuren. Het lampje blijft dan branden. Als het oliepeil te laag is, blijft het lampje branden, totdat de motor wordt gestart. Controleer dan het oliepeil met de peilstok in de motor en vul olie bij.

N.B! De controle mag alleen op deze manier gebeuren. Als de startsleutel te lang gedraaid gehouden wordt en de motor aanslaat, wordt het oliepeil niet aangegeven. Als de motor enkele seconden heeft gelopen en de controle dan herhaald wordt, is de verkregen waarde foutief, omdat heel wat olie uit de oliepan in de motor opgepompt is.

Deze waarschuwingslampjes mogen tijdens het rijden nooit branden!

Zij moeten echter wel branden, als u vóör het starten het contact aanzet. Dan ziet u, dat de lampjes werken. Als de motor is aangeslagen, moeten alle lampjes met uitzondering van het waarschuwingslampje voor de par-

keerrem uitgaan. Dit gaat uiteraard niet uit, voordat u de parkeerrem heeft losgezet.

De dynamo laadt niet bij

VOLVO 760 GLE TD (1998) - De dynamo laadt niet bij - 1

Het lampje brandt, als de dynamo niet bijlaadt. Als het lampje onder het rijden gaat branden, zit er een storing in de elektrische installatie of zijn de ventilatorriemen slecht gespannen. Zie voor de spanning van de ventilatorriemen pagina 91.

N.B! Als de ventilatorriemen stukgaan of zo slecht gespannen zijn dat de dynamo niet bijlaadt, gaat niet alleen dit lampje, maar ook de waarschuwingslampjes 12, 13, 14 en 15 branden. Dit komt door speciale wettelijke voorschriften in bepaalde landen en is dus heel normaal.

ABS – niet-blokkerende emmen – buiten werking (extra uitrusting)

VOLVO 760 GLE TD (1998) - ABS – niet-blokkerende emmen – buiten werking (extra uitrusting) - 1

Door het ABS-systeem kunnen de wielen niet blokkeren, als sterk afgeremd wordt. Als het lampje brandt, is het systeem buiten werking. Het gewone remsysteem van de auto werkt echter op normale wijze. Rijd ter controle naar een Volvo-werkplaats.

Te lage oliedruk

Als het lampje onder het rijden brandt, is de oliedruk van de motor te laag. Zet de motor onmiddellijk af en controleer het oliepeil in de motor; zie pagina 84, 85.

Na zeer snel rijden kan het lampje gaan branden, als de motor weer stationair loopt. Dit is heel normaal, als het maar uitgaat, als het motortoerental wordt opgevoerd.

Remcircuit buiten werking

Als het waarschuwingslampje onder het rijden brandt en het rempedaal iets lager dan normaal pakt, is een van de circuits van de voetrem buiten werking. Rijd voorzichtig met de auto naar een garage en laat de remmen controleren.

Sta onmiddellijk stil, ga uit de auto en contro-leer het peil in het remvloeistofreservoir (waar dit zit, ziet u op pagina 83).

Als het peil onder MIN ligt, mag u niet verder rijden, maar moet de auto ter controle en reparatie van de lekkage naar een werkplaats gesleept worden!

Als het poil tussen MIN en MAX ligt, rijd ter controle voorzichtig met de auto naar een werkplaats.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Remcircuit buiten werking - 1

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Remcircuit buiten werking - 2

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Remcircuit buiten werking - 3

Een gloeilamp brandt niet

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Een gloeilamp brandt niet - 1
56726/5

Dit waarschuwingssysteem voor een defecte gloeilamp wordt alleen ingebouwd voor Europese landen, waar de auto's geen herkenningslicht hebben. Het dient niet alleen voor het waarschuwen in geval van een defecte gloeilamp (over remlichten, achterlichten en dimlichten geschakeld), maar ook in geval van een defect remcircuit.

Nadat de motor aangeslagen is en het laadsysteem in werking is, gaan alle controle- en waarschuwingslampjes uit, met uitzondering van dat voor een defecte gloeilamp. Dit gaat pas uit, als het rempedaal kort ingetrapt is en de remlichten zijn gaan branden.

Als het blijft branden, heeft de bedrading van de remlichtschakelaar naar de remlichten geen spanning, zodat de remlichten niet werken.

Vervangen van gloeilampen: zie pagina 60–65. Vervangen van zekeringen: zie pagina 65.

Als na het vervangen van een kapotte gloeilap het waarschuwingslampje blijft branden, moet ook de overeenkomstige lamp aan de andere kant vervangen worden.

Te hoge laaddruk, Turbo

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Te hoge laaddruk, Turbo - 1

Als het waarschuwingslampje onder het rijden brandt, is de laaddruk te hoog.

Rijd voor controle voorzichtig met de auto naar een werkplaats.

Start-/stuurslot

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Start-/stuurslot - 1

Als de sleutel zwaar draait, komt dit, doordat de voorwielen zo staan dat het stuurslot onder spanning staat. Draai het stuur een beetje heen en weer, terwijl aan de sleutel wordt gedraaid, dan gaat het makkelijker.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Start-/stuurslot - 2

0 Vergrendelingsstand

Met het stuurslot wordt het stuur vergrendeld, als u de sleutel uit het slot haalt.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Vergrendelingsstand - 1

Bepaalde elektrische componenten (b.v. de kachelaanjager, sigare-aansteker, koplampen) kunnen worden ingeschakeld.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Vergrendelingsstand - 2

II Rij-/gloeistand

Dit is de stand van de sleutel onder het rijden en bij voorgloeien, alvorens de motor te starten.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - II Rij-/gloeistand - 1

III Startstand

De startmotor wordt ingeschakeld.

Laat de sleutel los, als de motor is aangeslagen. De sleutel veert dan automatisch in de rijstand terug.

Richtingaanwijzers Waarschuwingsknipperlichten

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Richtingaanwijzers Waarschuwingsknipperlichten - 1

Waarschuwingsknipperlichten

Richtingaanwijzers, groot-/dimlicht-schakelaar en grootlicht-, „signaal”

1 „Drukpuntsstand“

Bij bochten met een geringe stuuruitslag (verwisselen van rijbaan, passeren) moet het hendeltje iets omhoog- of omlaaggebracht en met de vinger vastgehouden worden. Het hendeltje gaat onmiddellijk in de neutrale stand terug, als het losgelaten wordt.

2 Normale bochten

3 Groot-/dimlicht-schakelaar (koplampen branden)

Trek het hendeltje naar het stuur en laat het weer los. De koplampen gaan van grootlicht op dimlicht en omgekeerd over.

3 Grootlicht-, "signaal" (koplampen branden niet)

Trek het hendeltje voorzichtig naar het stuur (toto dat een lichte weerstand gevoeld wordt). Het grootlicht brandt, totdat het hendeltje weer losgelaten wordt.

Als een gloeilamp in de richtingaanwijzers stuk is, is dit merkbaar aan het controlelampje, omdat dit veel sneller dan normaal knippert.

Waarschuwingsknipperlichten

De knipperlichten (alle vier richtingaanwijzers knipperen) moeten worden gebruikt, als men gedwongen is om de auto zo stil te zetten of te parkeren dat het verkeer daardoor in gevaar gebracht of gehinderd wordt

Denk eraan dat: de wettelijke bepalingen voor het gebruik van waarschuwingsknipperlichten van land tot land verschillen.

Ruitewissers Koplampwissers

1 2 3 4

Wissen, voorruit

5 57426-2

Sproeien, voorruit + koplampen

Ruitewissers en -sproeiers, koplampwissers en -sproeiers

1 Wissen met intervallen

Dit wordt gebruikt bij het rijden in b.v. nevel of mist. De wissers maken ongeveer elke 6 seconden een slag.

2 „Drukpuntsstand“

Als u de wissers slechts een of een paar slagen wilt laten maken (b.v. bij motregen), moet het hendeltje in de drukpuntsstand gebracht worden en met de vinger in deze stand gehouden worden. De wissers blijven in de ruststand, als het hendeltje losgelaten wordt.

3 Ruitewissers, normale snelheid

4 Ruitewissers, hoge snelheid

5 Ruitesproeiers + koplampwissers/-sproeiers

Als het hendeltje in deze stand staat, worden ook de ruitewissers aangezet en deze maken 2-3 slagen, nadat het hendeltje losgelaten is.

N.B! De koplampwissers hebben een beveiliging tegen overbelasting en deze brandt door, als de wisserbladen b.v. door sneeuw of ijs worden geblokkeerd, (de wissers blijven steken).

Als dit het geval is, moet de startsleutel in de 0-stand worden gedraaid, de sneeuw of het ijs worden verwijderd en ca 1 minuut worden gewacht. Dan is de beveiliging tegen overbelasting afgekoeld en kan de startsleutel weer in de rijstand worden gedraaid en kunnen de koplampwissers weer worden gebruikt.

Ruitewissers Koplampwissers

55 cm 13 cm 56 cm 35 cm 30 cm 30 cm 35 cm 57361/1

Zo moeten de sproeiers staan

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Ruitewissers Koplampwissers - 2

De vloeistofstralen moeten de ruit raken, zoals de afbeelding laat zien. De stralen kunnen in de toogterichting afgesteld worden met een schroevedraaiertje.

Vloeistofreservoir

De ruite- en koplampwissers zijn op hetzelfde vloeistofreservoir aangesloten. Dit zit onder de motorkap en heeft een inhoud van ca 4 liter. Gebruik in de winter een anti-bevriezingsmiddel, zodat de vloeistof in het reservoir en de slangen niet bevriest.

Koplampen Parkeerlichten

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Koplampen Parkeerlichten - 1

Verlichting, schakelaar

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Koplampen Parkeerlichten - 2

Schakeiaar, symbolen

Koplampen en parkeerlichten

0 Alie verlichting is uit.

Parkeerlichten (voor en achter)

ED Startsleutei in stand 0:

Alle verlichting is uit.

Startsleutei in stand I, II of III:

De koplampen (+parkeerlichten voor en achter, kentekenplaatverlichting en instrumentenverlichting) branden.

De koplampen moeten natuurlijk branden, als in het donker op slecht verlichte wegen en bij slecht zicht overdag gereden wordt.

Als de schakelaar in stand ID staat, gaat dus alle verlichting uit, als de startsleutel in de stand 0 gedraaid wordt.

Mistachterlamp Mistlampen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Mistachterlamp Mistlampen - 1

Mistachterlamp, schakelaar

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Mistachterlamp Mistlampen - 2

De mistachterlamp is aanzienlijk sterker dan het gewone achterlicht en wordt bij het rijden met zeer slecht zicht gebruikt. De dimlichten moeten branden, anders kan de mistachterlamp niet branden.

Denk eraan dat: de wettelijke bepalingen voor het gebruik van een mistachterlamp van land tot land verschillen.

Mistlampen

De mistlampen kunnen niet aangezet worden, als het dimlicht brandt.

Elektrische achterruitverwarming Elektrisch verwarmde stoelen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Elektrische achterruitverwarming Elektrisch verwarmde stoelen - 1

Schakelaar elektrisch verwarmde achterruit en buitenspiegels

Elektrisch verwarmde achterruit Elektrisch verwarmde buitenspiegels

Gebruik de elektrische verwarming om ijs en aanslag van de achterruit en buitenspiegels te verwijderen.

Door op de schakelaar te drukken wordt de verwarming van de achterruit en buitenspiegels gelijktijdig aangezet. Dit blijkt hieruit dat de beide oranje controlelampjes in de schakelaars branden. Een ingebouwde tijdschakelaar zorgt ervoor dat de verwarming van de buitenspiegels na ca 12 minuten automatisch uitgeschakeld wordt. Tegelijk gaat het betreffende controlelampje uit. Als nogmaals op de schakelaar wordt gedrukt terwijl een van de controlelampjes brandt, wordt de gehele verwarming uitgeschakeld. Als weer op de schakelaar wordt gedrukt, als de beide controlelampjes uitgegaan zijn, wordt de verwarming weer aangezet. Leg geen voorwerpen zo neer dat de verwarmingsdraden aan de binnenkant van de achterruit beschadigd kunnen worden. Pas er bij het reinigen van de achterruit op dat de draden niet b.v. met ringen beschadigd worden.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Elektrisch verwarmde achterruit Elektrisch verwarmde buitenspiegels - 1

Schakelaar elektrische verwarming voorstoelen

Elektrisch verwarmde voorstoolen

Met de schakelaars worden de verwarmingselementen van de voorstoelen ingeschakeid. Een thermostaat in elk der stoelen zorgt ervoor dat de verwarming alleen maar begint, als de temperatuur lager dan ca 15°C is en uitgaat, als de temperatuur ca 35°C is.

Schakel de verwarming van de passagiersstoel met de schakelaar uit, als er niemand op de stoel zit.

Parkeerem Sigare-aansteker Asbakjes

(P)

Parkeerremhendel

Parkeerrem (handrem)

De hendel zit tussen de voorstoelen. Als de parkeerrem aangetrokken is, brandt het waarschuwingslampje in het instrumentenpaneel. Als de parkeerrem losgezet moet worden, moet de hendel iets omhooggetrokken en de knop ingedrukt worden.

Gebruik bij parkeren altijd de parkeerrem, want dan blijft deze goed werken.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Parkeerrem (handrem) - 1

Sigare-aansteker
Asbakje

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Parkeerrem (handrem) - 2

Sigare-aansteker en asbakjes

Druk de aansteker in, als deze moet worden gebruikt. Als hij warm genoeg geworden is – na ca 6–8 seconden –, komt hij automatisch met een „klik“ naar buiten.

Als een asbakje geleegd moet worden, moet het helemaal uitgetrokken, de lip omlaaggedrukt en het asbakje verwijderd worden.

Elektrisch bediende raammechanismen (extra uitrusting)

Links achter Links vóór Rechts achter Rechts vóór

Schakelaar, raammechanismen achter 57367/2

Elektrisch bediende raammechanismen

De elektrisch bediende raammechanismen worden met de schakelaars in de armsteunen van de portieren bediend. De afbeelding hierboven laat de armsteun van het bestuurdersportier zien.

Om de raammechanismen te kunnen bedienen moet de startsleutel in de „rijstand” worden gedraaid. De ramen gaan open, als op het achterste deel van de schakelaar wordt gedrukt en zij gaan dicht door op het voorste deel van de schakelaar te drukken.

Bij auto's met elektrisch bediende raammechanismen ook voor de achterportieren kunnen de raammechanismen vergrendeld worden met de schakelaar in het midden van het schakelaarpaneel van het bestuurdersportier.

De ramen van de achterportieren kunnen met de schakelaar van het betreffende portier en met de schakelaar van het bestuurdersportier bediend worden.
De ramen van de achterportieren kunnen alleen vanaf het bestuurdersportier en dus niet met de schakelaars van de achterportieren bediend worden.

Verwarming, ventilatie en airconditioning

Frisse-luchtinlaat (auto's zonder airconditioning) Richtbare blaasmond onder het staat 56684 Frisse-luchtinlaat (auto's zonder airconditioning) Naar de achterbank

D C A B Openzetten - dichtdoen - richten

Verwarming en ventilatie – verwarmings- en ventilatiesystemen

Er komen bij de 760 GLE Turbo Diesel drie verschillende types verwarmings- en ventilatie-systemen voor, namelijk:

  • zonder airconditioning: deze wordt op pagina 20, 21 beschreven.
  • met niet-automatische airconditioning: deze wordt op pagina 22, 23 beschreven.
  • met automatische airconditioning; deze wordt op pagina 24 beschreven.

Op deze pagina's staan ook enkele adviezen hoe u de verwarming en ventilatie zo goed mogelijk moet gebruiken.

Met de airconditioning kunt u in de auto een koel en behaaglijk klimaat krijgen ook al is het buiten erg warm, maar denk erom dat de ramen en het schuïfdak dicht moeten zijn.

In het afdekpaneel onder de stuurstang zit een blaasmond die naar boven of beneden gericht of gesloten kan worden. Bij auto's met een verwarmingssysteem zonder airconditioning zit er bovendien een frisseluchtinlaat aan de buitenkant bij de voeten bij de voorstoelen. De inlaten kunnen elk met een eigen handgreep open- of dicht gezet worden. Naar voren = open, naar achteren = dicht.

Blaasmonden

A Open
B Dicht
C Luchtstroom opzij gericht
D Luchtstroom omhoog gericht

Verwarmings- en ventilatiesysteem

Verwarmings- en ventilatiesysteem zonder airconditioning

Luchtverdeling

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Luchtverdeling - 1

Lucht via de blaasmonden in het dashboard. De lucht binnen in de auto „recirculeert“, d.w.z. dat bijna geen frisse lucht in de auto gezogen wordt. Gebruik deze stand, als u enkele minuten geen uitlaatgassen van een ander wilt ruiken. Rijd echter niet langer dan circa 10–15 minuten op omdat er anders kans op onfrisse lucht in de auto en beslagen ruiten bestaat.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Luchtverdeling - 2

Lucht via de blaasmonden.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Luchtverdeling - 3

Lucht naar de vloer en via de blaas- monden.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Luchtverdeling - 4

Beslagen ramen verdwijnen. Lucht naar de ruiten.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Luchtverdeling - 5

Lucht via de blaasmonden.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Luchtverdeling - 6

Lucht naar de vloer.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Luchtverdeling - 7

Lucht naar de vloer en de ruiten.

Kachelaanjager

0 = staat niet aan
4 = hoogste snelheid

Luchtverdeling 97342

Kouder
Warmer
Temperatuur

en hebben precies dezelfde functie. De reden is, dat het verwarmingssysteem voor airconditioning voorbereid is en in dat geval heeft de stand een koelende functie.

Denk erom dat er altijd wat lucht via de blaasmonden van het dashboard naar binnenkomt, zolang als de blaasmonden openstaan. Dit is niet afhankelijk van de stand waarin de luchtverdelingshendel wordt gezet. Als u een maximale hoeveelheid lucht naar de vloer of de ruiten wilt hebben, moet u de blaasmonden dichtzetten. Als de zijruiten weer willen beslaan, moet u de twee buitenste blaasmonden openzetten.

Verwarmings- en ventilatiesysteem

Zo wordt het het warmst:

0 1 2 3 4 4 1 2 3 4

Let erop, dat de frisse-luchtinlaten bij de voeten dicht zijn!

...en zo wordt het het koelst:

0 1 2 3 4 1 2 1 2

Als bij uw voeten meer koele lucht wilt hebben, moet u de frisse-luchtinlaten openzetten en de snelheid van de kachelaanjager verlagen.

.. en zo verdwijnen beslagen ruiten:

0 1 2 3 4 57100-3

.et erop, dat de frisse-luchtinlaten bij de voeten dicht zijn!

Als het gesneeuwd heeft, moet u de sneeuw op te luchtinlaat voor het verwarmingssysteem, 1.w.s, het rooster voor de voorruit, wegvegen.

Verwarmings- en ventilatiesysteem met airconditioning

Luchtverdeling

Airconditioning ingeschakeld

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Airconditioning ingeschakeld - 1

geeft de snelste afkoeling – de temperatuurhendel moet naar links staan. Licht via de blaasmonden op het dashboard. Gebruik als het erg warm of vochtig is. Zet, als de temperatuur aangenaam geworden is, de hendel op ol op

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Airconditioning ingeschakeld - 2

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Airconditioning ingeschakeld - 3

geeft een normale afkoeling. Lucht via de blaasmonden.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Airconditioning ingeschakeld - 4

geeft een normale afkoeling. Lucht naar de vloer en via de blaasmon- den.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Airconditioning ingeschakeld - 5

beslagen ramen verdwijnen. Lucht naar de ruiten.

Luchtaanjager

0 = staat niet aan 4 = hoogste snelheid

Luchtverdeling Kouder Warmer

Temperatuur

U kunt het in de auto warm krijgen ook al werkt de airconditioning.

Airconditioning niet ingeschakeld

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Airconditioning niet ingeschakeld - 1

Lucht via de blaasmonden.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Airconditioning niet ingeschakeld - 2

Lucht naar de vloer.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Airconditioning niet ingeschakeld - 3

Lucht naar de vloer en ruiten.

Denk erom dat er altijd wat lucht via de blaasmonden van het dashboard naar binnenkomt, zolang als de blaasmonden openstaan. Dit is niet afhankelijk van de stand waarin de luchtverdelingshendel wordt gezet. Als u een maximale hoeveelheid lucht naar de vloer of de ruiten wilt hebben, moet u de blaasmonden dichtzetten. Als de zijruiten weer willen beslaan, moet u de twee buitenste blaasmonden openzetten.

Verwarmings- en ventilatiesysteem

Zo wordt het het warmst:

0 1 2 3 4 1 2 3 4

...en zo wordt het het koelst:

0 1 2 3 57386/2

Als de temperatuur behaaglijk geworden is, moet de bovenste hendel in de stand ⚙ of gezet worden.

... en zo verdwijnen beslagen ruiten:

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Verwarmings- en ventilatiesysteem - 3

Als het gesneeuwd heeft, moet u de sneeuw van de luchtinlaat voor het verwarmingssysteem, d.w.z. het rooster voor de voorruit wegvegen.

Hier zijn nog enkele adviezen en inlichtingen:

  • De airconditioning moet alleen ingeschakeld worden, als de temperatuur hoger dan +8°C is.
  • Bij alle standen van de airconditioning werkt de kachelaanjager met snelheid 1, ook al staat de schakelaar in de stand 0. Daardoor wordt ijsvorming in de airconditioning voorkomen.
  • Een tip: gebruik de stand als u enkele minuten geen uilaatgassen van een ander wilt ruiken. In de stand komt namelijk maar een klein gedeelte van de lucht van buiten. Rijd echter niet langer dan circa 10–15 minuten op - omdat bijna in het geheel geen frisse lucht toegevoerd wordt, bestaat er kans op onfrisse lucht in de auto. Regel de temperatuur met de temperatuurhendel.

Verwarmings- en ventilatiesysteem

Verwarmings- en ventilatiesysteem met automatische temperatuurregeling (extra uitrusting)

Temperatuurkiezer

Stel deze op de gewenste temperatuur in! De schaalverdeling is in °C of °F (Fahrenheit). 65°F = 18°C 75°F = 24°C 85°F = 30°C

21 24 27 0 aut. 67344

Functiekiezer

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Functiekiezer - 1

Lucht naar de vloer. Kachelaanjagersnelheid laag. Geen koelende werking.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Functiekiezer - 2

Automatische aanpassing van de luchtverdeling. Geen koelende werking, zodat de lucht nooit kouder dan de buitentemperatuur kan worden.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Functiekiezer - 3

Lucht naar de ruiten. Kachelaanjagersnelheid maximaal.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Functiekiezer - 4

Kachelaanjagersnelheid laag. De kachelaanjagersnelheid wordt automatisch aangepast. Kachelaanjagersnelheid maximaal

In aut wordt de luchtverdeling automatisch aangepast.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Functiekiezer - 5

Lucht naar de vloer en blaasmonden. De kachelaanjagersnelheid wordt automatisch aangepast. Iets koudere lucht via de blaasmonden dan naar de vloer.

In de stand 117 werkt de kachelaanjager altijd op zijn maximumsnelheid. In de andere standen gaat de kachelaanjager pas werken, als de motortemperatuur hoger dan +35°C of als de temperatuur binnen in de auto °18°C of hoger is.

Warm of koud buiten speelt geen rol!
57298.1

Zet de functiekezer op aut en kies de temperatuur. Dat is voldoende!

Zo verdwijnen beslagen ruiten het snelst:
AT260.7

Als het gesneeuwd heeft, moet u de sneeuw op de luchtinlaat voor het verwarmingssysteem, d.w.z. het rooster vóór de voorruit, wegvegen.

Interieur, portieren, kofferdeksel, achter- klep, schuifdak

Op de twaalf volgende pagina's worden b.v. stoelen, autogordels, portieren behandeld:

achteruitkijkspiegels, binnen en buiten 26

binnenverlichting, schuifdak 27

voorstoelen 28

kinderen in de auto 29

autogordels 30,31

portieren en sloten 32

kofferdeksel 33

bagageruimte 34

motorkap 35

opbergplaatsen in de auto 36

vervoer lange lading, brandstoftankklep 37

Achteruitkijkspiegels

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Achteruitkijkspiegels - 1

Schakelaars, buitenspiegels

Binnenspiegel

A normale stand
B anti-verblindingsstand. Gebruik deze stand, als u last van de koplampen van auto's achter u heeft.

Buitenspiegels, elektrisch instelbaar

De schakelaars voor het instellen van de twee buitenspiegels zitten helemaal vooraan in de armsteun van het voorportier.

A zijdelings instellen

B hoogte-instelling

Stel de spiegels goed in, voordat u gaat rijden!

Gebruik geen stalen schraper om ijs van de spiegels te verwijderen, omdat het spiegelglas kan krassen!

Bepaalde modellen hebben aan de bestuurderskant een buitenspiegel

waarvan de buitenste helft van het spiegeiglas een „groothoekspiegel“ is die de „dode hoek“ elimineert.

Denk eraan, dat de spiegel een verkeerd beeld van hoeken en afstanden geeft!

Binnenverlichting Schuifdak

Leeslampjes voor de voorstoelen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Binnenverlichting Schuifdak - 1

De binnenverlichting bestaat uit een plafondlamp en leeslampjes voor de vier zitplaatsen van de auto.

1 De lamp is altijd aan
2 De lamp is altijd uit
3 De lamp gaat branden, als een van de portieren geopend wordt.

Om u de tijd te geven om o.a. in het donker het startslot te vinden heeft de plafondlamp een ingebouwde vertraging, waardoor de lamp pas 12 seconden, nadat het bestuurdersportier gesloten is, uitgaat.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Binnenverlichting Schuifdak - 2

Schakelaar, schuifdak (elektr.)

Schuifdak, handbediend of elektrisch bediend (extra uitrusting)

Het schuifdak werkt op twee manieren: ten eerste als een gewoon schuifdak, ten tweede kan het achterste deel omhooggebracht worden, waardoor het in een „ventilatiestand“ komt te staan.

Bediening met slinger

Druk altijd de knop in, voordat u aan de slinger draait.

Linksom = normaal schuifdak

Rechtsom = ventilatiestand

Uit veiligheidsoverwegingen moet tijdens het rijden de slinger altijd ingeklapt zijn!

Het schuifdak wordt met de schakelaar vóór de parkeerrem bediend. De startsleutel moet in de rijstand staan. Om het schuifdak te sluiten druk op de andere kant van de schakelaar dan toen u het schuifdak openzette.

Voorstoelen

Hoogte-instelling

De voorkant van de bestuurdersstoel kan in drie verschillende hoogten en de achterkant in vier standen gezet worden.

Verstei de stoel, voordat u gaat rijden.

Hendel naar voren = de voorkant kan worden versteid.

Hendel naar achteren = de achterkant kan worden versteid.

De passagiersstoel zit aan de vloer vast. Voor het verstellen van de hoogte moet gereedschap gebruikt worden.

De passagiersstoel heeft twee verschillende standen voor de voor- en voor de achterkant.

- = zachter

Lendesteun

- = harder

dat u gaat rijden. de voorkant kan worden n = de achterkant kan t aan de vloer vast. Voor oogte moet gereedschap heeft twee verschillende en voor de achterkant. Rugl

Hellingshoek van de rugleuning

Elektrisch bediende bestuurdersstoel

Als extra uitrusting kan uw auto worden uitgerust met een elektrisch bediende bestuurdersstoel. Met de schakelaars aan de zijkant van de stoel kunt u dus het volgende instellen:

  • De hoogte van de voorkant van de stoel
    ● De hoogte van de achterkant van de stoel
    ● Naar voren – naar achteren
    ● De hellingshoek van de rugleuning

STOP Hiermee vergrendelt u alle functies Stop Omlaag Voorkant Omhoog Naar voren Naar achteren Omhoog Achterkan Rugleuning Naar voren Naar achteren Omlaag

De knop STOP is een knop voor een noodstop. Met deze knop worden de overige schakelaars uitgeschakeld, zodat de stoel niet bij vergissing van stand kan veranderen.

Bij het gereedschap zit een slinger om de stoel mee te bedienen, als de elektrische bediening niet zou werken. Daarmee kunt u de lengtverstelling en de hellingshoek van de rugleuning veranderen. Vraag uw Volvo-werkplaats om advies.

Lengteverstelling

Verstel de stoel, voordat u gaat rijden. Als de beugel omhooggebracht is, kan de stoel naar voren of achteren worden geschoven. Controleer of de stoel vergrendeld is, als de stoel versteld is.

Ook kinderen moeten goed zitten – en veilig!

Een volwassene met de autogordel om is in een Volvo zeer goed beschermd bij een botsing of een ander ongeluk.

Om uw kinderen dezelfde goede bescherming te kunnen geven volgen hier adviezen over de plaats van kinderen in de auto.

Denk eraan dat een kind, ongeacht de leeftijd en grootte, nooit „los“ in de auto mag zitten. En laat ook nooit een kind bij een passagier op schoot zitten!

In veel landen is het wettelijk voorgeschreven, hoe kinderen in de auto geplaatst mogen worden. Informeer hiernaar in het land, waarheen u wilt gaan.

Welke bescherming het doelmatigst is, hangt af van de lichaamsgrootte van het kind:

Een baby die nog zo klein is dat deze niet kan zitten

Het kind moet in een wieg, kinderwagenbak of iets dergelijks op de achterbank liggen met het hoofdje naar het midden van de auto gekeerd. De wieg of de bak moet zo „geborgd“ worden, dat deze bij sterk afremmen niet op de vloer valt; dit kan gedaan worden met de autogordels van de achterbank of door een Volvo kinderzitje te gebruiken; zet de wieg of de bak hierop en zet deze met b.v. kussens of een deken vast, zodat deze niet kan bewegen.

Het kinderzitje is bij uw Volvo-dealer verkrijgbaar.

Kinderen vanaf de leeftijd dat zij kunnen zitten tot een lengte van ongeveer 117 cm (lichter dan ca 18 kg)

U kunt het beste de Volvo veiligheidsstoel gebruiken die naar achteren wijst. Deze is ook bij uw Volvo-dealer verkrijgbaar. De stoel wordt op de passagiersstoel of de achterbank vastgezet en wijst naar achteren. In beide gevalien moet de stoel vastgezet worden met de autogordel van de passagiersstoel, ook al wordt de stoel niet gebruikt, zodat de kinderstoel bij een zware botsing niet kan losschieten.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Kinderen vanaf de leeftijd dat zij kunnen zitten tot een lengte van ongeveer 117 cm (lichter dan ca 18 kg) - 1

Volvo-kinderzitje, kinderstoel en kussen, bij uw Volvo-dealer verkrijgbaar

Hoe u de kinderstoel moet vastzetten, blijkt uit de instructies die bij de stoel geleverd worden.

Kinderen langer dan 117 cm (zwaarder dan ca 18 kg)

Als het kind uit de kinderstoel gegroeid is, moet het op een Volvo kinderkussen – bij de Volvo-dealer verkrijgbaar – op de achterbank zitten en de gewone rolgordel van de auto gebruiken.

Dit kussen is speciaal voor dit doel gemaakt en het zorgt ervoor dat de middelste band van de autogordel zo laag mogelijk om de heupen komt, hetgeen een goede bescherming waarborgt.

Op de volgende pagina wordt het gebruik van de autogordels uitvoerig behandeld.

Autogordels

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Autogordels - 1

Twee herinneringslampjes, een op het instrumentenpaneel en een op de achterbank, knipperen als u met de auto rijdt zonder dat u of de voorpassagier de gordel om heeft.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Autogordels - 2

De heupgordel moet laag zitten

Gebruik bij het rijden altijd de autogordel

Zelfs sterk afremmen kan ernstige gevolgen hebben, als de autogordel niet gebruikt wordt! Zeg tegen alle passagiers dat ook zij de autogordel moeten gebruiken! In geval van een ongeluk worden anders degenen die op de achterbank zitten tegen de rugleuning van de voorstoelen geslingerd. Daardoor worden de autogordels van de voorstoelen zwaarder belast dan waarvoor zij bestemd zijn. Alle personen in de auto kunnen dan letsel oplopen.

De voorstoelen en de twee buitenste plaatsen op de achterbank hebben rolgordels!

Deze moet u als volgt gebruiken: trek de autogordel heel langzaam uit en vergrendel deze door de borglip in de vergrendeling te steken. Een sterke „klik“ geeft aan dat de autogordel vergrendeld is.

Normaal is de autogordel niet vergrendeld en kunt u zich onbelemmerd bewegen.

De autogordel wordt vergrendeld en kan dus niet uitgetrokken worden:

  • als de gordel te snel uitgetrokken wordt
  • bij afremmen en accelereren
    ● als de auto sterk overhelt
  • bij het nemen van bochten.

Het is voor een maximale bescherming van belang, dat de gordel goed tegen het lichaam liegt. Denk er daarom aan dat:

  • de gordel niet scheef of gedraaid is
  • de heupgordel laag moet zitten (dus niet om de buik)
  • de heupgordel strak om de heup moet worden gezet door diagonaalsgewijs aan de gordel te trekken (zie de afbeelding).

Uiteraard is elke gordel slechts voor een persoon bestemd!

Om de autogordels los te maken moet op de rodevergrendelingsknop wordengedrukt. Laat daarna de rol de autogordei geheel oprollen.

Autogordels

Langer maken

Korter maken

Heupgordei afstellen

Controleer af en toe de autogordels

Controleer of de autogordel niet tegen scherpe randen schuurt en of de bouten wel goed aangetrokken zijn en de autogordel overigens in goede staat is.

Gebruik water en een synthetisch wasmiddel om de autogordel te reinigen.

De blokkerende werking van de rolgordels moet u als volgt controleren:

- Pak de gordel vast en ruk er heel snel aan.

- Let op het verkeer en rem de auto van ca 50 km/uur sterk af of rijd in een kleine cirkel rond. Haal de autogordel aan.

Bij deze proeven moet de autogordel geblokkeerd zijn en moet niet uitgetrokken kunnen worden!

De middelste autogordel van de achterbank is een heupgordel. Deze moet altijd op de juiste lengte afgesteld worden.

WAARSCHUWING!

Als de autogordel zwaar belast geweest is, zoals b.v. bij een botsing, moet de gehele autogordel, d.w.z. compleet met rol, bevestigingen, schroeven en blokkeerinnrichting door een nieuwe vervangen worden. Zeils al lijkt de gordel niet beschadigd te zijn, toch kan een deel van de beveiligende eigenschappen ervan verloren gegaan zijn.

Vervang de autogordel ook als deze erg gesleten of beschadigd is,

Verander of repareer de autogordel nooit zelf, maar laat dit door een Volvo-garage doen!

VOLVO 760 GLE TD (1998) - WAARSCHUWING! - 1

De heupgordel moet laag zitten

Aanstaande moeders

Aanstaande moeders moeten de autogordel met oplettenheid gebruiken. Denk er altijd om de autogordel zo aan te brengen dat geen druk op de baarmoeder uitgeoefend wordt. De heupband van de driepuntsgordel moet laag zitten; zie de afbeelding.

Portieren en sloten

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Portieren en sloten - 1

De centrale vergrendeling wordt vanaf het bestuurdersportier bediend.

WAARSCHUWING!

Laat de portieren tijdens het rijden niet op slot zijn (d.w.z. de vergrendelknopjes moeten omhooggetrokken zijn)! Bij een eventueel ongeluk kunnen de redders snel in de auto komen. Denk eraan dat als het kinderveiligheidsslot van de achterportieren vergrendeld is, deze alleen van buiten geopend kunnen worden.

Portieren op slot en van het slot doen

De auto heeft een zogenaamde centrale vergrendeling. Dat betekent dat alle portieren en het kofferdeksel automatisch geopend en op slot gedaan worden met het slot van het bestuurdersportier.

Draai de sleutel een kwart slag rechtsom om alle portieren van het slot te doen en draai een kwart slag linksom om hen op slot te doen. Het voorste passagiersportier kan ook met de sleutel geopend worden. Dit heeft geen invloed op de centrale vergrendeling!

Om de portieren van binnenuit te kunnen openen moeten de vergrendelknopjes omhooggetrokken worden. Als dit knopje van het bestuurdersportier omhooggetrokken wordt, gaan de knopjes van de andere portieren ook omhoog. Op dezelfde manier kunnen alle portieren op slot gedaan worden door het knopje van het bestuurdersportier omlaag te drukken.

Alle portieren zijn op slot, als de vergrendelknopjes omlaaggedrukt zijn.

Het bestuurdersportier kan aan de buitenkant alleen met de sleutel op slot gedaan worden!

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Portieren op slot en van het slot doen - 1

Slot van het kofferdeksel

Het slot van het kofferdeksel reageert op de centrale vergrendeling, zodat met het slot van het bestuurdersportier ook het sluiten van het kofferdeksel bediend wordt.

Maar het kofferdeksel kan ook met de hoofdsleutel (de grote sleutel) op slot en van het slot gedaan worden zelfs als „werkt de centrale vergrendeling“ van de auto.

Joe als volgt

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Slot van het kofferdeksel - 1
Van het slot doen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Slot van het kofferdeksel - 2
Vergrendelen

Trek de sleutel er loodrecht uit!

Bovendien kan het kofferdeksel als volgt tegen bediening door de centrale vergrendeling „geblokkeerd” worden:

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Slot van het kofferdeksel - 3
Trek de sleutel er horizontaal uit

Het kofferdeksel is nu altijd op slot. Deze mogelijkheid om het kofferdeksel te „blokkeren“ kan gebruikt worden, als de auto uitgeleend wordt en bagage „onaangeraakt“ moet blijven. Geef de dubbelsleutel (de kleine sleutel) aan degene die de auto moet lenen. Om het slot weer door de centrale vergrendeling te kunnen laten bedienen moet het volgende gedaan worden.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Slot van het kofferdeksel - 4
Trek de sleutel er loodrecht uit!

A B

Knap, kindervelligheidsslot

Kinderveiligheidsslot

De knop zit helemaal achteraan in de achterportieren en is bereikbaar als het portier open is.

A het slot werkt normaal
B het portier kan niet van binnenuit geopend worden.

Denk eraan dat als de knop in stand B staat de passagiers op de achterbank bij een eventueel ongeluk niet uit de auto kunnen komen. De achterportieren moeten dan van buitenaf ge- opend worden. Zie ook de tekst van de waarschuwing in het kader op de vorige pagina.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Kinderveiligheidsslot - 1

Uitdoen, portierlampen

Een tip!

De binnenverlichting en de rode waarschu- wingslampen in de achterplaten van de portie- ren gaan aan, als een portier wordt geopend. Als u de portieren een tijdje open wilt hebben en toch wilt dat deze lampen niet branden, moet u de portierschakelaar van het bestuur- dersportier indrukken en iets rechtsom draaien: de lampen gaan dan uit! Als het portier wordt dichtgedaan, komt de schakelaar in de normale stand terug.

Bagageruimte

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Bagageruimte - 1

Schakelaar, standen

Bagageruimteverlichting

A de lamp is altijd uit
B de lamp brandt, als het kofferdeksel open is

Motorkap Motorruimteverlichting

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Motorkap Motorruimteverlichting - 1

...omhoogdrukken en openen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Motorkap Motorruimteverlichting - 2

Grendels draaien - geheel openzetten

Motorkap openen

Trek aan de vergrendelingshandgreep helemaal links onder het dashboard. U kunt horen dat het slot opengaat.

Til de motorkap een paar cm op, ga er met de hand onder en druk op de hendel van de veiligheidspal. Open de motorkap.

Controleer of de motorkap na het dichtdoen goed vergrendeld is!

Normaal gaat de motorkap onder een hoek van ca 55° open. De motorkap kan loodrecht geopend worden, als de grendels van de scharnieren in de stand volgens de afbeeldingen gedraaid worden. De grendels gaan automatisch in hun normale stand terug, als de motorkap dichtgedaan wordt.

Let erop dat de motorkap niet tegen het pla- fond komt, als de auto in een garage is!

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Motorkap openen - 1

Motorruimteverlichting

A de lamp is altijd uit
B de lamp brandt, als de motorkap open is.

Opbergplaatsen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Opbergplaatsen - 1

Zak aan de achterkant van de voorstoelen

WAARSCHUWING!

Zorg ervoor dat geen „gevaarlijke“ voorwerpen, zoals b.v. camera's en verrekijkers, op de hoedenplank of op andere plaatsen liggen, waar zij bij sterk afremmen of een botsing tot gevaarlijke projectielen kunnen worden. Zet grote, zware pakketten vast met een van de autogordels!

VOLVO 760 GLE TD (1998) - WAARSCHUWING! - 1

Houder voor parkeerbijetten
Zo klapt u de make-up spiegel omhoog

VOLVO 760 GLE TD (1998) - WAARSCHUWING! - 2

Vak in de armsteun van de achterbank

VOLVO 760 GLE TD (1998) - WAARSCHUWING! - 3

Vak tussen de voorstoelen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - WAARSCHUWING! - 4

Vak in de voorportieren

VOLVO 760 GLE TD (1998) - WAARSCHUWING! - 5

Luikje voor lange lading Brandstoftankklep

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Luikje voor lange lading Brandstoftankklep - 1

Lange lading altijd verankeren

WAARSCHUWING!

Veranker de lading b.v. met de midden-gordel om de neergeklapte armsteun; zie de afbeelding. Bij sterk afremmen kan anders de lading gaan schuiven en personen in de auto letsel toebrengen. Bescherm scherpe randen met iets zachts.

Luikje voor „lange lading”

Om lange voorwerpen te kunnen vervoeren zit er in de plaat achter de rugleuning van de achterbank bij bepaalde modellen een luikje waardoor lange lading kan worden meegenomen (zie de afbeelding).

Om de bekleding niet vuil te maken kan een zak voor ski's gebruikt worden.

N.B! Het luikje is alleen voor lichte lading (b.v. ski's). Maximumlengte 2 meter en maximumgewicht 15 kg.

WAARSCHUWING!

Zet de motor af en trek de parkeerrem aan bij het laden of lossen van lange voorwerpen! In ongunstige gevallen kan de lading tegen de versnellingshendel of de keuzehendel komen en deze in een rijstand zetten, waardoor de auto kan gaan rollen.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - WAARSCHUWING! - 1

De tankdop zit achter de klep in het linker achterspatscherm. Hang bij het tanken de dop in de houder aan de binnenkant van de klep. Breng na het tanken de tankdop weer aan en draai deze tot u een „klik“ hoort.

De Volvo-dealers hebben voor alle Volvo- modellen een afsluitbare tankdop.

Brandstof Diesel-olie.

Zie voor brandstofspecificaties pag. 97

De tank heeft een inhoud van 60 of 80 liter.

Inrijden

Starten en rijden

In dit hoofdstuk wordt hetgeen met rijden te maken heeft behandeld, zoals b.v. het starten van de motor, het schakelen, het slepen, het rijden met een caravan, enz.; zie hiervoor de pagina's:

inrijden 38

zuinig rijden 39

motor starten 40

schakelen 41–44

om aan te denken 45

slepen 46

starten met hulpaccu 47

denk hierom bij de remmen 48

tips over het rijden met een caravan 49

maatregelen voor de winter 50

maatregelen voor lange reizen 51

lange tijd niet gebruiken 52

Een nieuwe auto moet worden „ingereden“!

Als uw auto nieuw is, adviseren wij u om wat kalm aan te doen en de mogelijkheden van de auto gedurende de eerste 2000 km niet geheel te gebruiken.

Overschrijd de volgende snelheden niet:

Onder de eerste1000 kmTussen 1000en 2000 km
1e versnelling30 km/uur35 km/uur
2e versnelling50 km/uur65 km/uur
3e versnelling80 km/uur100 km/uur
4e versnelling110 km/uur130 km/uur
Overdrive130 km/uur130 km/uur

Maar rijd ook niet te langzaam in een hoge versnelling, d.w.z. laat de motor niet zwoegen en gebruik de eerste 2000 km de kick-down niet, als de auto een automatische versnellingsbak heeft.

Zuinig rijden wil nog niet zeggen langzaam rijden!

Zuinig rijden wil zeggen anticiperend en soepel rijden en de rijstijl en de snelheid aan de bestaande situatie aanpassen.

Denk hierbij aan het volgende:

  • Laat de motor zo snel mogelijk warm worden! Dat wil zeggen; laat niet de motor stationair lopen, maar begin zo snel mogelijk met geringe belasting te rijden.
    Een koude motor verbruikt veel meer brandstof dan een warme en bovendien slijt de moter sneller.
  • Rijd liefst geen korte afstanden, omdat dan de motor nooit warm kan worden.
  • Rijd soepel! Vermijd snelle onnodige acceleraties en sterk afremmen. Dan kunt u veel brandstof besparen.
  • Verlaag bij het rijden op buitenwegen en autosnelwegen de snelheid een beetje.
  • Rijd niet met een onnodige zware lading in de auto.
  • Rijd niet langer met winterbanden, als de wegen schoon en droog geworden zijn.
  • Verwijder de imperiaal, als deze niet gebruikt wordt.
  • Zet de zijramen niet onnodig open.

Van belang bij het zuinig rijden is een juist gebruik van de versnellingsbak. Kies de juiste versnelling!

● Schakel van de 1e naar de 2e versnelling bij ca 15 km/uur
Schakel van de 2e naar de 3e versneiling bij ca 30 km/uur.
Schakel van de 3e naar de 4e versnelling bij ca 40 km/uur.
- Als de auto een overdrive heeft, moet u deze bij normaal met meer dan ca 50 km/uur op buitenwegen rijden zo vaak mogelijk gebruiken.
- Als de auto een automatische versnellingsbak heeft, schakelt deze uit zichzelf de juiste versnelling in, maar vermijd een onnodig gebruik van de „kick-down”.

Bovendien moet u natuurlijk de auto en dan met name nog de motor in goede staat houden. Factoren die kunnen helpen om het brandstofverbruik laag te houden zijn b.v.:

● Schoon luchtfilter
- Juiste klepspeling
● Juist stationair toerental
- Juiste motorolie, juiste intervallen van olie verversen en nieuw oliefilter
- Juist afgestelde brandstofinjectie
- Remmen die niet „aanlopen“
- Juiste voorwieluitlijning
- Juiste bandenspanning.

Denk eraan dat u zelf voor wat betreft het verbruik de belangrijkste factor bent en ook aan de manier, waarop u met het gaspedaal, het rempedaal en de versnellingshendel omgaat.

Motor starten

Zo moet u de motor starten:

1 Trek de handrem (parkeerrem) aan
2 Zet de versnelingshendel in de neutrale stand (stand N of P bij een automatische versnelingsbak)
3 Draal de startsleutel in de rij-/gloeistand.
4 Kijk naar het controlelampje voor voorverwarmen.

5 Als het lampje is uitgegaan... ... trap het koppelingspedaal in, trap het gas- pedaal voor de helft in en draal de start- sleutel in de „startstand“, totdat de motor aanslaat.

Denk eraan om bij koud weer de sleutel pas los te laten, als de motor gelijkmatig en betrouwbaar loopt.

Laat de motor onmiddellijk na koud starten niet razen!

Controlelampje voor voorgloeien

Als de startsleutel in de rij-/gloeistand wordt gedraaid en dit lampje gaat branden, wijst dit erop, dat de gloeibougies (eën in elke cilinder) zijn ingeschakeld.

Als het lampje is uitgegaan, kan de motor worden gestart.

De gloeitijd wordt door de motortemperatuur bepaald. Hoe kouder de motor, des te langer moet worden voorgegloeid. Als de motor warm is, gaat het lampje maar een paar seconden of in het geheel niet branden.

Voorgloeitijden:

Bij +20°C motortemperatuur brandt het lampje ca 6 sec.

Bij 0°C motortemperatuur brandt het lampje ca 11 sec.

Bij -20°C motortemperatuur brandt het lampje ca 21 sec.

Als u, bijvoorbeeld na een mislukte startpoging weer wilt voorgloeien, moet de startsleutel eerst naar de „middenstand“ worden teruggedraaid en daarna weer in de „rij-/gloeistand“ om de gloeibougies weer in te schakelen.

Zo moet u de motor afzetten:

Als u de startsleutel uit de rij-/gloeistand draait, slaat de motor af, omdat de brandstoftoevoer naar de motor door een magneetklep wordt afgesloten.

Als de motor niet afslaat: zie onder lokalise- ren van storingen" op pag. 69.

Laat de motor zo snel mogelijk warm worden!

Uit ervaring is gebleken dat motoren van auto's die korte afstanden afleggen, abnormaal snel slijten. Dit komt, omdat de motor nooit op de normale bedrijfstemperatuur kan komen.

Ais de motor aangeslagen is, moet u de motor dus zo snel mogelijk op de normale bedrijfs-temperatuur laten komen.

Begin met een geringe motorbelasting te rijden en laat de motor niet onnodig stationair lopen.

WAARSCHUWING TURBO

Laat de motor niet onmiddellijk na koud starten razen, want dan is de olie nog dikvloeibaar en komt niet direct bij alle smeerplaatsen. In het ergste geval wordt de motor beschadigd. Laat de motor altijd eerst stationair lopen, alvorens deze af te zetten. Na snel rijden moet de motor een paar minuten stationair lopen, voordat deze wordt afgezet. Als de motor voor het afzetten een hoog toerental heeft, krijgt de turbo een hoog toerental en blijft nog lang doordraaien, nadat de motor is afgezet. Er is dan grote kans op schade door overhitting of slijtage als gevolg van onvoldoende smering.

Handgeschakelde versnellingsbak met overdrive

RI 3 4-1 2 4

R = achteruit

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Handgeschakelde versnellingsbak met overdrive - 2

Overdrive, schakelaar en controlelampje

Schakelstanden, hand- geschakelde versnellingsbak

Trap telkens bij het schakelen het koppelingspedaal helemaal in – ook bij het in – en uitschakelen van de overdrive!

Haai tussen het schakelen uw voet van het koppelingspedaal!

De overdrive bespaart benzine

De overdrive kan in de 4e versnelling ingeschakeld worden.

Trap bij het in – en uitschakelen van de overdrive het koppelingspedaal helemaal in!

De overdrive wordt ingeschakeld, als u op de knopje in de versnellingshendelknop drukt. Als dit knopje nog een keer ingedrukt wordt, wordt de overdrive uitgeschakeld. De overdrive wordt automatisch uitgeschakeld bij terugschakelen uit de 4e versnelling, maar maak er toch een gewoonte van om bij terugschakelen de overdrive altijd met de hand uit te schakelen.

Om zo zuinig mogelijk met brandslof om te gaan moet u bij het normaal met meer dan ca 50 km/uur op buitenwegen rijden de overdrive zo vaak mogelijk gebruiken.

Het groene controlelampje met de tekst „5" brandt, als de overdrive ingeschakeld is.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - De overdrive bespaart benzine - 1

Til met de vingers de ring tegen de knop van de versnellingshendel en schakel de achteruit in. De ring werkt op de achteruitvergrendeling en maakt dat u de achteruit niet per ongeluk kan in-schakelen.

Automatische versnellingsbak (bepaalde landen)

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Automatische versnellingsbak (bepaalde landen) - 1

Schakelstanden van de keuzehendel

P parkeren
R achteruitrijden
N neutrale stand
D rijstand
3
2 lage versnellingen
1]

P Parkeren

Kies deze stand, als u de auto met lopende of afgezette motor parkeert.

Laat de auto nooit met lopende motor achter! Als iemand per ongeluk de keuzehendel uit de stand P brengt, kan de auto namelijk gaan rollen.

De auto moet stilstaan, als u stand P kiest! In de stand P is de versnellingsbak mechanisch vergrendeld. Trek toch de parkeerrem aan bij parkeren op een helling!

R Achteruitrijden

De auto moet stil staan, als u stand R kiest!

N Neutrale stand

De stand N is de neutrale stand, d.w.z. dat geen versnelling ingeschakeld is. Trek de parkeerrem aan, als de auto met de keuzehendel in stand N stilstaat.

Denk erom dat de 760 GLE Turbo Diesel met automatische versnellingsbak niet in alle landen wordt verkocht!

D Rijstand

D is de normale rijstand. Het op- en terug- schakelen tussen alle versnellingen van de ver- snellingsbak geschiedt automatisch, afhankel- lijk van het gasgeven en de snelheid.

„Lock-up“

De versnellingsbak heeft een zogenaamde „lock-up“-functie. Daardoor daalt het motortoerental en vermindert het brandstofverbruik iets, „Lock-up“ betekent in het kort, dat met de keuzehendel in de stand D de koppelomvormer van de versnellingsbak bij snelheden boven ca 85 km/uur uitgeschakeld wordt. U voelt deze „lock-up“ als een extra versnelling, als u accelereert.

„Lock-up“ heeft alleen maar plaats bij een versnellingsbaktemperatuur boven ca +20°C. Daarom moet u bij koud weer een paar kilometer rijden, voordat u de „lock-up“ voelt.

3 Rijstand

Het op- en terugschakelen tussen de 1e, 2e en 3e versnelling gebeurt automatisch.

Opschakelen naar D heeft niet plaats.

Stand 3 kunt u gebruiken.

• bij inhalen
- bij het rijden met een aanhanger
bij het rijden in de stad.
135 km/uur is de maximaal toegestane snel- heid waarbij u stand 3 mag kiezen!

Automatische versnellingsbak

2 Lage versnelling

Het op- en terugschakelen tussen de 1e en 2e versnelling gaat automatisch. Het opschakelen naar de 3e versnelling gaat niet automatisch. Stand 2 kunt u gebruiken...

  • bij het rijden in bergterrein
  • om sterker op de motor af te remmen.

1 Lage versnelling

Als u bij hoge snelheid stand 1 kiest, wordt de 2e versnelling ingeschakeld. Pas als de snelheid tot ca 50 km/uur afgenomen is, wordt de 1e versnelling ingeschakeld.

N.B! Opschakelen uit de 1e versnelling gebeurt niet!

Kies stand 1, als u in de 1e versnelling wilt rijden en niet wilt dat opschakelen plaats heeft, b.v. bij het rijden in de bergen, omdat in stand 1 het beste op de motor wordt afgeremd.

D 3 ND32 PRND 321

Blokkeertoets, standen

Blokkeerinrichting keuzehendel

De keuzehendel kan altijd moeiteloos tussen de standen D en 3 bewogen worden, terwij de overige standen een blokkeerinrichting hebben die met de toets op de keuzehendelknop bediend kan worden.

Door met de handpalm licht op de toets te drukken kan de hendel moeiteloos in de standen N, D, 3 en 2 gezet worden.

Als de toets geheel ingedrukt wordt, kunnen bovendien de standen R, P en 1 ingeschakeld worden. Dit is ook nodig om de hendel uit de stand P

te brengen. Als de toets geheel ingedrukt is, kan de keuzehendel dus moeiteloos in alle standen van de versnellingsbak gezet worden.

Automatische versnellingsbak

Starten en stilstaan met een automatische versnellingsbak

1 Zet de keuzehendel in stand P of N. De motor mag in geen andere stand gestart worden.
2 Start de motor op normale wijze met de start-sleutel.
3 Trek de parkeerrem aan of druk licht op het rempedaal, anders gaat de auto langzaam rijden, als u de keuzehendel in een van de rijstanden zet.
4 Zet de keuzehendel in de gewenste rijstand - de versnelling wordt nu met een zekere vertraging ingeschakeld - dit geldt met name voor de acherruit. R. Dit is duidelijk voelbaar - de auto gaat wat trekken.

De motor moet dan stationair lopen! Geef nooit eerder gas dan dat u heeft gevoeld dat de versnelling ingeschakeld werd!

Als u na het kiezen van de rijstand te snel gas geeft, wordt bruusk ingeschakeld en slijt de versnellingsbak onnodig.

5 Laat het rempedaal los en geef gas.

De auto kan op de eenvoudigste manier stilgezet worden: laat het gaspedaal los en rem met het rempedaal af.

Kies stand N bij even staan met lopende motor. Dan voorkomt u dat de versnellingsbakolie onnodig warm wordt.

„Kick-down“

Als u het gaspedaal helemaal intrapt, wordt onmiddellijk naar een lagere versnelling teruggeschakeld (zgn. „kick-down“-terugschakeling). Als u de maximumsnelheid voor deze versnelling bereikt of als u het gaspedaal iets uit de „kick-down“-stand loslaat, wordt automatisch opgeschakeld. De „kick-down“ moet u gebruiken, als u maximaal wilt accelereren, zoals b.v. bij inhalen.

Denk erom dat de versnellingsbak pas naar de 4e versnelling opschakelt, als u het gaspedaal uit de „kick-down“-stand loslaat!

Speciale wenken voor het rijden met een aanhanger

  • Kies stand 1 van de versnellingsbak bij het oprijden van steile hellingen of als u langzaam rijdt. Zo voorkomt u dat de versnellingsbak opschakelt en wordt de versnellingsbakolie kouder. In bergterrein met lange en niet zo steile hellingen kunt u stand 2 kiezen.
  • Bij het afrijden van lange steile hellingen moet stand 1 gekozen worden (stand 2 bij minder steile hellingen). U remt dan zo veel mogelijk op de motor af.
  • Laat de auto tegen een helling op niet met het gaspedaal stilstaan, maar gebruik de rem. Zo voorkomt u dat de versnellingsbakolie onnodig heet wordt.
  • „Blokkeer" stand D, d.w.z. zet de keuzehendel in stand 3. De versnellingsbak schakelt dan niet op naar de hoogste versnelling waardoor de versnellingsbakolie kouder wordt.

Denk aan het volgende!

  • De auto moet stilstaan, als u stand P of R kiest!
  • Als de auto stilstaat en u stand D, 3, 2, 1 of R wilt kiezen, moet de motor stationair lopen!

Een paar goede wenken!

De lading en de plaats ervan beïnvloeden de rij-eigen- schappen

Jw auto heeft bij het opgegeven rijklaarge-wicht de neiging tot onderstuur. Daarom moet u bij het nemen van een bocht steeds meer stuuruitslag geven, als de snelheid verhoogd wordt. Hierdoor blijft de auto stabiel in de bocht en wordt de kans op uitbreken van de achterwielen kleiner. Denk erom, dat deze eigenschappen kunnen veranderen, als de auto anders belast wordt. Hoe zwaarder de lading helemaal achter in de bagageruimte is, des te minder is de auto onderstuurd.

Rij-eigenschappen en banden

De banden zijn van groot belang voor de rijzigenschappen van de auto. Het bandentype - radiaalbanden - de maat en bandenspanning zijn van belang voor het gedrag van de auto. Bij het vervangen van banden moet u erop letten dat u hetzelfde type en dezelfde maat en liefst ook hetzelfde merk krijgt als al op alle vier wielen van de auto zat en volg de aanbevolen bandenspanning op (zie pag. 55.).

Rijd niet met een open kofferdeksel!

3ij het rijden met een open kofferdeksel kan namelijk een deel van de uitlaatgassen en dus ook het giftige koolmonoxyde via de bagage- uimte in de auto gezogen worden.

Als u echter toch gedwongen bent om een stukje met open kofferdeksel te rijden, moet u het volgende doen:

- Draai alle ramen dicht.

- Zet de bediening van de verwar-

mingsinstallatie op afhankelijk van het type verwarmingssysteem van de auto en zet de aanjager op de hoogste snelheid, 4.

Vermijd oververhitting van het koelsysteem

In ongunstige gevallen bestaat er kans op overhitting van het koelsysteem.

Dit geldt met name op warme dagen als.

... u met een aanhanger lang met volgas en een hoog motortoerental tegen steile hellingen oprijdt.

... de auto lang stationair loopt en de airconditioning ingeschakeld is.

...de motor onmiddellijk afgezet wordt, als u lang snel gereden heeft (dit wordt wel „nakoken“ genoemd).

Oververhitting kan worden vermeden door het volgende in acht te nemen:

- Verminder de snelheid, als u met een aanhanger lange en steile hellingen oprijdt. Zet de airconditioning eventjes af.

● Laat de motor niet onnodig stationair lopen.

- Zet de motor niet onmiddellijk af, als u snel gereden heeft. Laat de motor nog eerst ca 2 minuten stationair lopen!

Als u een imperiaal gebruikt

  • Moet u een stevige imperiaal gebruiken die goed op de auto vastgezet kan worden. Volvo-dealers hebben imperiaals die door de Volvo-fabriek ontwikkeld zijn.
  • Moet u regelmatig controleeren of de imperiaal goed vastzit.
  • Mag u tenhoogste 100 kg op de imperiaal laden.
  • Moet de lading gelijkmatig over de imperiaal verdeeld worden. Laad niet scheef!
  • Moet u de zwaarste lading onder leggen.
  • Moet u erom denken dat het zwaartepunt en de rij-eigenschappen van de auto veranderen, als de auto zwaar geladen wordt.
  • Moet u erom denken dat de auto meer wind vangt en dus het brandstofverbruik toe-neemt, naarmate de lading groter is.
  • Moet u de lading met een sterk touw goed vastzetten!
  • Moet u soepel rijden! Vermijd sterk accele- reren, sterk afremmen en het nemen van scherpe bochten.
  • Moet u de imperiaal verwijderen, als u deze niet meer nodig heeft; daardoor vermindert de luchtweerstand en dus ook het brandstofverbruik.

Slepen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Slepen - 1

Als u moet worden gesleept, moet u aan het volgende denken!

  • Zet het stuurslot los, want dan kan gestuurd worden!
  • Denk aan de wettelijk voorgeschreven maximumsnelheid.
  • Denk erom dat de voetrem en de stuurbekrachtiging niet werken, als de motor stilstaat! U moet dan ongeveer vier maal zo hard op het rempedaal trappen en het sturen gaat aanzienlijk zwaarder dan normaal.
  • Rijd soepel! Houd de sleepkabel gespannen om onnodige rukken te voorkomen.

Speciaal voor een automatische versnellingsbak

  • De keuzehendel moet in stand N staan, de versnellingsbak moet goed afgesteld zijn en het oliepeil moet juist zijn (zie pag. 87).
  • De maximaal toegestane snelheid is 20 km/uur. De langste toegestane af te leggen afstand is 30 km.
  • De motor mag niet door aanslepen gestart worden! Zie voor hulpstarten de volgende pagina.

Motor door aanslepen starten

N.B! Auto's met een automatische versnelingsbak kunnen niet worden aangesleept! Als de accu ontladen is, moet u een hulpaccu gebruiken: zie de volgende pagina.

Auto's met een handgeschakelde versnelingsbak

Draai de startsleutel in de rij-/voorgloeistand en wacht tot het controlelampje voor voorverwar- men uitgegaan is.

Start de trekkende auto en rijd gelijkmatig. Schakel de 3e of 4e versnelling in en laat het koppelingspedaal voorzichtig opkomen.

Trap het koppelingspedaal weer in, als de motor loopt!

Starten met hulpaccu

"Hulpauto"

Uw auto

WAARSCHUWING!

Denk eraan dat accu's, met name de hulpaccu, knalgas bevatten dat zeer explosief is. Een vonk die bij het verkeerd aansluiten van de startkabels kan ontstaan, is al voldoende om de accu te laten exploderen en persoonlijk letsei en materiele schade toe te brengen.

De elektrolyt van de accu bevat het zeer agressieve zwavelzuur! Als dit sterk bijtende zuur op uw huid of kleren spat, moet u onmiddellijk rijkeelijk met water afspoelen. Ga naar arts, als u spatten in uw ogen gekregen heeft!

Zo moet u met startkabels starten

Als de accu van uw auto ontladen is, kunt u om de motor aan de gang te krijgen stroom „lenen” van een losse accu of van de accu van een andere auto. Controleer altijd of de klemmen goed vastzitten, zodat er bij de startpogingen geen vonken ontstaan. Om explosiegevaar te voorkomen adviseren wij u het onderstaande nauwkeurig op te volgen:

  • Controleer of de hulpaccu een spanning van 12 volt heeft.
  • Als de hulpaccu in een andere auto zit, moet de motor afgezet worden en gecontroleerd worden of de auto's elkaar niet raken.
  • Sluit de rode kabel aan tussen de pluspolen van de beide accu's: deze zijn met rood, P of + gemerkt (1 en 2 in de afbeelding).
  • Zet de ene klem van de zwarte kabel op de minpool van de hulpaccu, deze is met blauw. N of – gemerkt (3).

  • Zet de andere klem van de zwarte kabel op uw auto op een plaats – massa – die op een afstand van de accu ligt, b.v. op een van de hijsogen van de motor; dit is in de afbeelding met 4 aangegeven.

  • Start de motor van de „hulpauto“. Laat de motor een paar minuten met een hoger toerental dan normaal, 1500 omw/min, lopen.
  • Start de motor van de auto met de ontladen accu. N.B! Raak tijdens de startpogingen de aansluitingen niet aan (kans op vonkvorming) en sta niet over een van de accu's gebogen!
  • Maak de kabels in de omgekeerde volgorde als bij het aansluiten weer los.

Om bij de remmen aan te denken

Als een remcircuit defect raakt,

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Als een remcircuit defect raakt, - 1

gaat het waarschuwingslampje branden.

Het rempedaal pakt iets lager en voelt wat zachter dan normaal aan.

Merk echter op dat u niet merkbaar harder op het rempedaal moet trappen om de normale remwerking te krijgen!

Een defect remcircuit blijkt dus niet uit een verhoogde pedaaldruk.

Als het waarschuwingslampje gaat branden: Sta onmiddellijk stil, ga uit de auto en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (waar dit zit, ziet u op pagina 83). Als het peil onder MIN ligt: rijd niet verder, maar laat de auto ter controle en reparatie van de lekkage naar een werkplaats slepen!

Als het peil tussen MIN en MAX liegt: rijd ter controle onmiddellijk voorzichtig naar een werkplaats!

De rembekrachtiger werkt alleen, als de motor loopt

Als de auto met afgezette motor rolt of gesleept wordt, moet u ca 4 maal zo hard op het rempedaal trappen als wanneer de motor loopt.

Het rempedaal voelt stug en hard aan.

Een Diesel-motor heeft een aparte vacuum-pomp om in de rembekrachtiger voldoende onderdruk te krijgen. Bij stationair lopen zijn 5-10 seconden nodig om voor een goede rembekrachtiging voldoende vacuum op te bouwen. Als de rembekrachtiger geheel leeg is

geweest, bijvoorbeeld, doordat bij afgezette motor een aantal malen op het rempedaal is getrapt, moet u een paar seconden wachten om na het aanslaan van de motor weer te gaan rijden. Ondertussen moet u het rempedaal niet aanraken.

Door vocht op remschijven en remvoeringen veranderen de remeigenschappen!

Als u met de auto in zware regen of door grote plassen rijdt en als de auto gewassen wordt, worden de remonderdelen vochtig. Daardoor veranderen de wrijvingseigenschappen van de remvoeringen en kan een zekere vertraging in de remwerking geconstateerd worden.

Trap af en toe licht op het rempedaal, als u in regen of natte sneeuw grote afstanden rijdt, daardoor worden de remvoeringen warm en verdampt het water. Dit moet u ook doen, als de auto gewassen is en na wegrijden in zeer vochtig weer.

Als de remmen zeer zwaar belast worden

Bij het rijden in bergterrein of op andere wegen met dergelijke hoogteverschillen worden de remmen zeer zwaar belast, ook al trapt u niet bijzonder hard op het rempedaal. Omdat bo- vendien vaak de snelheid laag is, worden de remmen niet zo effectief gekoeld als bij het rijden op vlakke wegen.

Om de remmen niet onnodig zwaar te belasten moet u in plaats van alleen maar de voetrem te gebruiken terugschakelen en dezelfde versnelling gebruiken als bij het klimmen. Op deze manier wordt effectiever op de motor afgeremd en behoeft de voetrem telkens maar kort gebruikt te worden.

Denk erom dat de remmen nog zwaarder worden belast, als u met een caravan/aanhanger rijdt.

Rijden met caravan (aanhanger)

Dit moeten caravaneigenaars lezen!

  • De trekhaak van de auto moet van een goedgekeurd type zijn!
    Uw Volvo-dealer weet welke trekhaken u kunt gebruiken. De door Volvo geconstrueerde trekhaken zijn voor uw auto op maat gemaakt en een Volvo-garage kan deze aanbrengen.
    Denk erom dat de bumpers van de auto energie absorberen en dat u geen trekhaken kunt gebruiken die aan de bumper vastgezet moeten worden!
    Uw auto heeft een „Nivomat“, d.w.z. een automatische niveauregeling van de achtervering, zodat onder het rijden de achterasophanging, ongeacht de belasting, atijd de juiste hoogte heeft. De „Nivomat“ werkt, als de auto rijdt. Bij een stilstaande auto met een zware lading in de bagageruimte of met een aangekoppelde caravan gaat de achterasophanging als gevolg van de belasting omlaag, maar zodra u gaat rijden pompt de „Nivomat“ de achterasophanging weer tot de juiste hoogte omhoog.
    Als u een auto met een automatische versnellingsbak heeft, adviseren wij u om gelijktijdig met het aanbrengen van de trekhaak ook een „extra oliekoeler“ te laten aanbrengen, d.w.z. een extra oliekoeler voor de versnellingsbakolie. Daarmee wordt de temperatuur van de versnellingsbakolie normaal gehouden, ook al rijdt u met een zware aanhanger in heuvelachtig terrein. Bepaalde auto's hebben deze extra oliekoeler al bij aflevering. Controleer met uw dealer of u een dergelijke auto heeft.
  • Deze aanhanggewichten kunnen maximaal worden toegestaan: N.B. Onderstaande maximumgewichten en snelheidsgrenzen zijn door Volvo Car Corporation toegestaan. Denk erom dat nationale voertuigvoorschriften de snelheden en aanhanggewichten nog verder kunnen beperken.
    * Maximaal 1500 kg. Geen beperkingen.
    * Maximaal 1600 kg als u voorzichtig rijdt – maximaal 70 km/uur. De auto moet een extra oliekoeier voor de versnellingsbakolie hebben.
    * Maximaal 1800 kg onder de absolute voorwaarde dat aan de vier volgende eisen is voldaan:
    1) Een speciale originele Volvo-trekhaak met versterkingsset voor de auto moet zijn aangebracht.
    2) Een originele Volvo-stabilisator tussen de auto en de aanhanger moet worden gebruikt.

3) Een extra oliekoeler voor de automatische versnellingsbak moet zijn aangebracht.

4) Vermijd wegen met steilere hellingen dan 12 %.

Denk erom dat 1800 kg een zeer hoog aanhanggewicht is. Rijd voorzichtig en pas uw snelheid aan aan de verkeers- en wegomstandigheden!

WAARSCHUWING! Als niet aan bovenstaande voorwaarden voldaan is, kan de gehele combinatie bij uitwijken en afremmen moeilijk beheersbaar worden met alle risico's voor u en uw mede-weggebruikers!

  • Leg de lading in de aanhanger zo, dat de druk op de trekhaak bij aanhanggewichten onder 1200 kg ca 50 kg en boven 1200 kg ca 70 kg is. Bij aanhanggewichten boven 1500 kg mag de bagagerruimte van de auto niet voor lading worden gebruikt!
  • Ais een Volvo inklapbare trekhaak heeft, moet u eraan denken om de haak in uitgeklapte toestand met de borgpen te blokkeren.
  • Maak de trekhaak regelmatig schoon en vet de kogel en alle bewegende delen in om onnodige slijtage te vermijden. Smeer de smeernippel voor de lagering van de inklapbare trekhaak regelmatig.
  • Rijd niet met een zware aanhanger, als de auto nog helemaal nieuw is! Wacht hiermee, tot de auto tenminste 1000 km heeft gelopen.
  • Bij het afdalen van lange en steile hellingen worden de remmen van de auto zwaarder dan mormaal belast. Schakel dan naar een lagere ver snelling terug en pas uw snelheid aan.
  • Lees, als u een auto met een automatische versnellingsbak heeft, ook pagina 44 met een paar belangrijke speciale wenken!

Wintertijd

Als het koud begint te worden

Als u zelf uw auto wilt nakijken om in het koude jaargetijde onnodige moelijkheden te voorkomen, moet u aan het volgende denken:

  • Controleer of de koelvloeistof tegen -35°C bestand is zonder te bevriezen, d.w.z. dat het glycolgehalte ca 50 % is overeenkomende met ca 5 liter Volvo anti-vries type C (blauwgroen). Zie voor het verversen van koelvloeistof pag. 90.
  • Om geen condenswater in de brandstoftank te krijgen moet u deze zo vol mogelijk trachten te houden. Gebruik bovendien regelmatig carburateurvloeistof die in de tank gegoten moet worden, voordat u benzine tankt.
  • Gebruik de juiste motorolie om startmoeilijkheden te voorkomen. Zie de aanbevolen olies op pag. 84, 85.
  • De accu wordt in de winter aanzienlijk zwaarder belast dan in de zomer, omdat de verlichting, kachelaanjager, ruitewissers, e.d. meer gebruikt worden. Bovendien daalt de accucapaciteit met de temperatuur. Een slecht geladen accu kan stukvriezen, als het erg koud wordt. Controleer de ladingstoestand van de accu regelmatig en bespuit de accupolen met een roestwerend middel.
  • Om ijsvorming in reservoir, slangen en sproeiers van de ruite-/koplampwissers te voorkomen moet het reservoir met een vorstbestendige vloeistof gevuld worden. Dit is van belang, omdat er bij het rijden in de winter veel water en vuil op de voorruit en koplampen komt waardoor de sproeiers en wissers vaak gebruikt moeten worden.

Met Volvo sproeivloeistof moeten de volgende mengverhoudingen gebruikt worden:

Tot -10°C: 1 deel sproeivloeistof/4 delen water
Tot -14°C: 1 deel sproeivloeistof/3 delen water
Tot-18°C: 1 deel sproeivloeistof/2 delen water
Tot -28°C: 1 deel sproeivloeistof/1 deel water
- Om bevroren sloten (van portieren en kofferdeksel) te voorkomen moet u de sloten tijdig met een vorstbestendig middel „smeren“.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Als het koud begint te worden - 1

Lange tijd niet gebruiken

Hier zijn adviezen, als de auto een tijd niet gebruikt zal worden

Als de auto een tijd niet gebruikt zal worden, b.v. in verband met een buitenlandse reis of als u de auto 's winters niet wilt gebruiken, moet u enkele eenvoudige adviezen opvolgen. Dan heeft u geen problemen, als u de auto weer wilt gaan gebruiken.

  • Vul de brandstoftank helemaal, zodat er geen kans op condenswater in de tank is.
  • Was de auto heel goed en zet deze in goede autowas. Bescherm verchroomde onderdelen met een daarvoor bestemd middel.
  • Zet de auto in een garage die droog en goed geventileerd is.
    ● Laat de parkeerrem los.
  • Controleer of er geen stroomverbruikers aanstaan, b.v. de verlichting, radio, binnenverlichting, motorruimte- en bagageruimteverlichting. Natuurlijk blijft het klokje lopen, maar dit vraagt zo weinig stroom dat dit te verwaarlozen is. Eventueel kan de zekering voor het klokje (zekering nr 5) verwijderd worden (zie pag. 66).
  • Klap de ruitewissrs en koplampwissers naar voren om te voorkomen dat de rubber wisserbladen op de voorruit en koplampen gaan vastzitten.
  • Zet een raam wat open om de auto te ventileren.
  • Controleer of de koelvloestof tegen -35^ vorst bestand is. De antivries van Volvo bevat namelijk ook corrosie voorkomende toevoegingen die de motor en de radiator beschermen.
    Haal voor dieven interessante voorwerpen uit de auto en sluit deze af.
  • Controleer af en toe de bandenspanning.
  • Controleer ongeveer om de zeven weken de ladingstoestand van de accu.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Hier zijn adviezen, als de auto een tijd niet gebruikt zal worden - 1

Wielen en banden – belangrijk voor de rij-eigenschappen van de auto!

Lees daarom de volgende pagina's nauwkeurig door. De goede rij-eigenschappen van de auto kunnen opvallend veranderen, als u b.v. slordig bent met de bandenspanning.

algemeen 53

slijtageprofiel 54

speciale velgen 54

voorbeelden van bandenslijtage 55

bandenspanning 55

Wielen en banden, algemeen

Van fabriekswege is uw auto met 185/65 R 15 86 S banden uitgerust. De bandencodering betekent het volgende:

185 is de sectiebreedte in mm

65 is de verhouding tussen de sectiehoogte en -breedte in procent,

R betekent radiaalband en

15 is de binnendiameter van de band in inch.

86 is een coderingscijfer voor de maximaal toegestane bandenbelasting; in dit geval 530 kg

S betekent dat de band voor snelheden tot 180 km/uur gemaakt is.

Deze banden hebben een goede greep op de weg en geven de auto uiterst veilige rij-eigenschappen op droge en natte wegdekken – ook bij hoge snelheid. De banden zijn echter in de eerste plaats ontwikkeld om deze goede eigenschappen op een onbedekte ondergrond te geven, zodat de bandenfabrikanten gedwongen werden om de eisen te verlagen die aan de wrijvingseigenschappen op sneeuw en ijs gesteid worden. Daarom adviseren wij u om 's winters Volvo-winterwielen te gebruiken, omdat deze op winterse wegen met sneeuw en ijs optimale rij-eigenschappen geven. U moet er bij het vervangen van banden goed op letten dat u op alle vier de wielen hetzelfde type (radiaalband), dezelfde maat (codering) en liefst ook hetzelfde merk krijgt, omdat anders de rij-eigenschappen van de auto kunnen veranderen.

De banden hebben een „slijtageprofiel”

Het slijtageprofiel bestaat uit een aantal smalle strepen dwars op het loopvlak die een 1 ^1/2 mm minder diep profiel dan de rest van de band hebben. Als de band zover versleten is dat nog maar 1 ^1/2 mm over is, zijn deze strepen duidelijk zichtbaar en moet u zo snel mogelijk nieuwe banden opzetten. Denk erom dat banden met zo weinig profieldiepte bij regen en sneeuw een zeer slechte greep op het wegdek hebben.

Denk erom dat volgens de wet de profieldiepte over het gehele loopvlak tenminste 1 mm moet zijn!

Zo kunt u onnodige bandenslijtage vermijden

  • Zorg voor de juiste bandenspanning.
  • Rijd soepel. Vermijd „wegscheuren“, snel bochten nemen en sterk afremmen.
  • Denk eraan dat snel rijden de banden sterk doet slijten.
  • Verwissel de wielen niet onderling
  • Rijd niet met een verkeerde voorwieluitlijning.
    ● Balanceer de wielen zo nodig
  • Pas op de banden, als u de auto bij een trottoirrand parkeert.

„Ochtendzool“

Alle banden worden tijdens het rijden warm. Als daarna bij het parkeren de banden afkoelen, vervormen de banden door het contact met de grond, d.w.z. dat de banden iets platter worden. Deze vervorming, de zogenaamde „ochtendzool“, kan op onbalans gelijkende trillingen veroorzaken en verdwijnt pas, als de band weer warm wordt. Verschillende bandentypen vertonen deze ochtendzool in verschillende mate als gevolg van verschillende typen koordmateriaal in het bandenkarkas. Bij koud weer duurt het langer, voordat de banden warm worden en de ochtendzool verdwijnt.

Winterbanden, spijkerbanden, sneeuwkettingen

's Winters adviseren wij winterbanden met de maat 185/65R15 of 175/70R15.

Gebruik winterbanden altijd op alle vier de wielen!

In winterbanden moet de bandenspanning 30 kPa (4 psi) hoger dan in zomerbanden zijn.

N.B. Alleen bepaalde velgen van andere Volvo-modellen kunnen worden gebruikt. Vraag uw Volvo-dealer welke.

Spijkerbanden moeten „ingereden“ worden, zodat de spijkers zich goed in de banden kunnen zetten. Daardoor wordt de levensduur van de banden en met name van de spijkers verlengd.

Laat de banden tijdens hun gehele levensduur in dezelfde richting draai- en. Als u de wielen wilt verwisselen, moet u de wielen aan dezelfde kant als daarvoor laten zitten.

Sneeuwkettingen kunnen, als zij fijne schakels hebben en niet zoveel ten opzichte van de band uitsteken dat zij tegen de remklauwen of andere onderdelen kunnen aanlopen, op de achterwielen van de auto aangebracht worden. De Volvo-dealers hebben goedgekeurde door Volvo geconstrueerde sneeuwkettingen

N.B! Met sneeuwkettingen mag nooit sneller dan 60 km/uur gereden worden!

Rijd nooit onnodig op een sneeuwvrije ondergrond, omdat de sneeuw-kettingen en banden dan zeer snel slijten.

Gebruik nooit snel monteerbare kettingen met losse schakels, omdat de ruimte tussen de schijfremmen en de wielen daarvoor te klein is.

WAARSCHUWING!

Speciale velgen

De enige goedgekeurde „speciale velgen“ voor uw Volvo zijn de door Volvo beproefde lichtmetalen velgen die door Volvo-dealers verkocht worden.

Bandenspanning Bandenslijtage

De bandenspanning is belangrijk!

Controleer telkens bij het tanken de bandenspanning! De juiste spanning staat in de tabel hiernaast. 3ij het rijden met een verkeerde bandenspanning kunnen de goede rijzigenschappen van de auto slechter worden en bovendien slijten de banden meer. Denk eraan dat de waarden van de tabel voor koude banden gelden. Al na een paar kilometer rijden worden de banden varm en loopt de bandenspanning op. Dit is normaal en u moet bij het controleren van warme banden geen lucht laten ontsnappen. De bandenspanning moet wel verhoogd worden, als deze te laag is. voor warme banden gelden, afhankelijk van de temperatuur, 10-30 kPa (1,5-4 psi) hogere waarden.

Bandenspanning, koude banden kPa (100 kPa = 1 kg/cm²)

Tussen haakjes staan de waarden in Engelse eenheden pounds/square inch (psi).

Bandenmaat1-3 personenVollast
VoorAchterVoorAchter
185/65 R 15190 (28)190 (28)210 (31)230 (33)
Reserveband „Special Spare350 (50)350 (50)350 (50)350 (50)

Als lang en snel gereden wordt (langer dan een uur boven 120 km/uur) en bij het rijden met winterbanden moet de bandenspanning met 30 kPa verhoogd worden. N.B! Dit geldt niet voor de reserveband „Special Spare“.

Voorbeelden van verschillende soorten bandenslijtage

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Voorbeelden van verschillende soorten bandenslijtage - 1

Als er iets gebeurt...

Als er iets gebeurt...

Ook al verzorgt u uw auto voorbeeldig, toch kan het gebeuren dat u met de auto iets krijgt, zoals b.v. een lege band, een kapotte gloeilamp, enz. dat u zelf moet verhelpen om verder te kunnen rijden.

In dit hoofdstuk worden behandeld:

wielen verwisselen 57

gloeilampen vervangen 60–65

zekeringen vervangen 65–67

lokaliseren van storingen 68, 69

wisserbladen vervangen 70

Den bij het wielen verwisselen aan het volgende!

Js u van zomerwielen op winterwielen overgaat, moet u met krijt op de anden aantekenen, waar het wiel zal, b.v. LV links vóór, enz: Je velgen van de auto hebben een „extra“ gat. Dit gat moet passen op de aspen die op de remschijven zit.

leze paspen zorgt ervoor dat de wielen na verwisselen – lege band of ver- visselen van winter- en zomerwielen – altijd in precies dezelfde stand ko- en te zitten als daarvoor waardoor een goede wielbalans gewaarborgd s. Denk er echter aan om op het wiel te schrijven waar het zit, voordat u et verwijdert!

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Den bij het wielen verwisselen aan het volgende! - 1

Paspen in het extra gat van de velg

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Den bij het wielen verwisselen aan het volgende! - 2

Reservewiel Special Spare op zwarte stalen velg

Het reservewiel van uw auto heeft een speciale band die „Special Spare“ genoemd wordt (Engels voor speciaal reservewiel).

De band heeft de codering 155R15. Als de band stukgaat, kunt u een nieuwe band met deze codering bij uw Volvo-dealer kopen.

De spanning van deze band moet 350 kPa (3,5 kg/cm²) zijn, ongeacht de belasting van de auto en waar het wiel op de auto zit.

Volgens bestaande wetten is het slechts toegestaan om het reserve-wiel eventjes te gebruiken, als een band beschadigd, e.d. is. Een gemonteerd wiel van dit type moet dus zo snel mogelijk door een normaal wiel vervangen worden.

Denk er ook om dat deze band, tezamen met de normale andere banden, de rij-eigenschappen iets kan veranderen.

De aanbevolen maximumsnelheid, als een „Special Spare“ reservewiel gemonteerd is, is daarom 100 km/uur, ook al is de band tegen de maximumsnelheid van de auto bestand.

Wiel verwisselen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Wiel verwisselen - 1

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Wiel verwisselen - 2

Wieldop verwijderen met schroevedraaier

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Wiel verwisselen - 3

Wielmoeren losdraaien

Wiel verwisselen

Het reservewiel ligt onder de vloermat van de bagageruimte. De krik met de slinger zit tegen de achterwand van de bagageruimte en de gereedschapsdoos zit tegen de wand rechts in de bagageruimte.

Verwijder het wiel als volgt:

- Trek de parkeerrem aan en schakel de 1e versnelling of de achteruit in bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak. Blokkeer de wielen die nog op de grond staan aan de voor- en achterkant.

  • Verwijder de wieldop met de schroevedraaier uit de gereedschap doos.
  • Draai de wielmoeren met de pijpsleutel een 1/2–1 slag los. De moen ren moeten door linksom te draaien losgedraaid worden; zie de a beiding.

Pen van kriksteun 57363

Zo moet de krik zitten

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Wiel verwisselen - 2

▶ Bij elk wiel zit een kriksteun.
Hang de krik aan de pen in de kriksteun, zoals de afbeelding toont, en draai de krikvoet zo dat deze vlak op de grond drukt. Controleer opnieuw of de krik volgens de afbeelding in de kriksteun zit.
▶ Breng de auto zo ver omhoog dat het wiel vrijkomt.
- Verwijder de wielmoeren en neem het wiel af. Pas op en beschadig de schroefdraad van de wielmoeren niet.

WAARSCHUWING!

  • De krik moet stevig op een horizontale ondergrond staan.
  • Kruip nooit onder de auto, als deze op de krik staat.
  • Bij het wielen verwisselen moet de originele krik van de auto gebruikt worden. Bij alle andere werkzaamheden aan de auto moet een garagekrik gebruikt worden en moeten onder het gedeelte van de auto dat omhooggebracht is, bokken gezet worden.
  • Trek de handrem aan, schakel bij een handgeschakelde versnellingsbak de 1e versnelling of de achteruit in - stand P bij een automatische versnellingsbak.
  • Blokkeer de wielen die nog op de grond staan aan de voor- en achterkant. Gebruik hiervoor stevige houtblokken of grote stenen.
  • De bout en het tandsegment van de krik moeten altijd goed gesmeerd zijn.

Wielen aanbrengen

● Maak de aanlegvlakken van het wiel en de naaf schoon.
- Breng het wiel aan. Op de remschijven van de auto zit een paspen die in het "extra" gat in de velg moet komen. Draai de wielmoeren vast. N.B! Het schuine gedeelte moet naar het wiel gekeerd worden; zie de afbeelding op pagina 58.
- Laat de auto zakken en haal de moeren kruiselings aan. Aanhaalmoment ca 85 Nm (8,5 kgm). Dit is het geval, als u met de dopsleutel en steel uit de gereedschapsdoos aanhaalt.
- Breng de wieldop aan.

Gloeilampen vervangen

Plastic deksel Kiemveren

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Gloeilampen vervangen - 2

Gloeilamp in een koplamp vervangen

De gloeilampen van beide koplampen moeten vanuit de motorruimte vervangen worden.

N.B! Pak de gloeilamp nooit met de vingers aan het glas beet. Vet en olie van de vingers verdampen namelijk door de warmte en zetten zich op de reflector af waardoor deze snel siecht wordt.

Doe het volgende:

● Schakel de verlichting uit en draai de startsleutel in de stand 0!
- Open de motorkap
- Buig de klemveer, waarmee het plastic deksel vastzit opzij, dit kan zwaar gaan. Verwijder het deksel.
- Trek de connector los; deze kan stevig vastzitten.
● Druk de verende ring in en draai deze iets linksom
● Verwijder de gloeilamp.

  • Breng de nieuwe gloeilamp aan volgens de tekening zonder het glas met de vingers aan te raken.
    De gloeilamp heeft drie pasnokken en deze zijn asymmetrisch aan gebracht, waardoor de gloeilamp maar op een manier goed zit.
  • Breng alles weer aan in een volgerde tegengesteld aan die van verwij deren.

Gloeilampen vervangen

Parkeerlicht 5 W BA 15 s 21 W BA 15 s Richtingaanwijzer Pasnokken Fitting Gloeilamp

Hoeklicht

Gloeilamp in een hoeklicht vóór vervangen

De gloeilampen moeten van binnenuit de motorruimte vervangen worden.

● Schakel de verlichting uit en draai de startsleutel in de stand 0!
● Laat de connector met draden aan de fitting zitten.
Draai de fitting een paar mm linksom en verwijder de fitting met de gloeilamp.
- Verwijder de gloeilamp uit de fitting door de lamp in te drukken en linksom te draaien.
- Breng een nieuwe gloeilamp aan en zet de fitting weer in het hoeklicht. N.B! Merk op dat een van de pasnokken van de fitting lets breder dan de andere is en in de breedste uitsparing in het gat moet passen!
Draai de fitting rechtsom vast en controleer of de gloeilamp licht geeft.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Gloeilamp in een hoeklicht vóór vervangen - 1
1 pool

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Gloeilamp in een hoeklicht vóór vervangen - 2
2 polen

Paspennen op verschillende hoogte

Denk erom dat er in bepaalde landen twee verschillende types gloeilampen voorkomen. 1-polige en 2-polige.

Bij de 2-polige lamp zitten de paspennen op verschillende hoogte. De lamp kan maar op een manier in de fitting aangebracht worden. Probeer maar! Breng de lamp aan, druk deze naar binnen en draai deze voorzichtig een paar millimeter. Als draaien niet gaat, moet de lamp verwijderd, een 1/2 slag gedraaid en weer aangebracht worden. Als de gloeilamp juist aangebracht is, moet deze vastgedraaid kunnen worden zonder kracht te gebruiken

Gloeilampen vervangen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Gloeilampen vervangen - 1

Lampen, plaatsing linker kant

Uitsparingen voor pasnokken Afdekkap Gloelamp Fitting

Gloeilamp in een achterlicht vervangen

GloeilampenVermogenFitting
1 Reflector--
2 Achteruitrijlicht21 WBA 15s
3 Richtingaanwijzer21 WBA 15s
4 Mistachterlamp21 WBA 15s
5 Achterlicht5 WBA 15s
6 Achterlicht/remlicht5/21 WBAY 15d

* In bepaalde landen remlicht.

Alle gloeilampen in een achterlicht moeten van binnenuit de bagage- ruimte vervangen worden.

Doe het volgende:

● Schakel de verlichting uit en draai de startsleutel in de stand 0!
- Schroef de afdekkap van het achterlicht los en buig deze omlaag. De afdekkap zit aan de onderkant vast.
- Draai de fitting van de kapotte gloeilamp ca 1 cm linksom en maak deze los. De gloeilamp zit in de fitting vast.
- Verwijder de gloeilamp uit de fitting door de lamp in te drukken en een paar mm linksom te draaien.
- Zet een nieuwe gloeilamp in de fitting en breng de fitting weer in het achterlicht aan.

N.B! Merk op dat een van de pasnokken van de fitting iets breder dan de beide andere is.

Deze pasnok moet in de breedste uitsparing in het gat voor de fitting passen.

Draai de fitting rechtsom vast.

Controleer of de gloeilamp licht geeft. Schroef de afdekkap vast.

Gloeilampen vervangen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Gloeilampen vervangen - 1

Naar achteren/beneden trekken

Kentekenplaatverlichting

Schakel de verlichting uit en draai de startsleutel in de stand 0! Trek de lamphouder volgens de pijl naar achteren, totdat deze aan de voorkant loslaat.

Vervang de gloeilamp.

Controleer of de pakking goed ligt en pas de lamphouder in de voorkant van het gat en druk het achterste deel met de hand omhoog, zodat dit weer vastzit.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Kentekenplaatverlichting - 1

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Kentekenplaatverlichting - 2
Schroevedraaier insteken en draaien

Motorruimteverlichting

Schakel de verlichting uit.

Steek de schroevedraaier naar binnen (zie de afbeelding) en draai voorzichtig, dan laat het glas los. Vervang de gloeilamp en breng het glas weer aan.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Motorruimteverlichting - 1

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Motorruimteverlichting - 2
Schroevedraaier naar binnen drukken

Bagageruimte

Schakel de verlichting uit.

Druk de pasnok van het glas met een schroevedraaier naar binnen (zie de afbeelding) en verwijder het glas. Vervang de gloeilamp en breng het glas weer aan.

Gloeilampen vervangen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Gloeilampen vervangen - 1

Plafondverlichting en leeslampjes

Schakel de verlichting uit.

Pak het voorste deel van het lamphuis vast (zie de afbeelding) en trek het recht naar beneden los. Vervang de kapotte gloeilamp. Controleer of deze licht geeft. Breng het lamphuis weer aan.

Gloeilamp

Plafondverlichting Leeslampjes

Vermogen

De gloeilamp moet van buitenaf worden vervangen. Schuif de lamp naar voren en trek de achterkant eruit. Daarna kan de gehele lamp verwijderd worden. Laat de draden in de fitting zitten en trek de fitting eruit. Trek de kapotte gloeilamp er recht uit.

Gloeilampen Zekeringen vervangen

Kruiskopschroef Reflector „Hoekstuk“ Veer Connector Gioeilamp H3 55 W

Mistlamp

Draai de twee kruisköpschroeven los.

Verwijder de schroeven en de „hoekstukken“ en trek de reflector naar voren/buiten. Breng de veren die de gloeilamp vasthouden uit elkaar en buig deze omhoog.

Trek de connector van de draad naar de gloeilamp los en breng een nieuwe gloeilamp aan.

Breng alle onderdelen in de omgekeerde volgorde als bij het verwijderen aan. Denk om de tekst TOP op het lampeglas! Deze moet aan de bovenkant zitten.

N.B! Pak de gioeilamp nooit met de vingers aan het glas beet! Vet en olie van de vingers verdampen namelijk door de warmte en zetten zich op de reflector af; deze wordt dan snel slecht.

Asbakje Asbakhouder Zekeringen Tangetje 57351

Zekering vervangen

Als een elektrische component niet werkt, kan dit komen door een zekering die door een korte overbelasting doorgebrand is. De zekeringen en relais van de auto zitten in de centrale verdeeldoos vóór het asbakje in de tunnelconsole.

Zo kunt u bij de centrale verdeeldoos komen

  • Verwijder het asbakje. Trek dit helemaal uit, druk de lip met de duim omlaag en licht het asbakje uit.
  • Druk de blokkeertoets met de tekst „electrical fuses – press " van de asbakhouder omhoog, trek de onderkant naar achteren en verwijder de houder.

U ziet.nu de 26 zekeringen. Misschien zien de zekeringen er voor u niet gewoon uit: dit komt, omdat zij van een nieuw, beter en nauwkeuriger type dan vroeger zijn.

Zekeringen

De zekeringen moeten verwijderd worden om te kunnen zien of zij doorgebrand zijn. Daarom moet u eerst op de zekeringenlijst hiernaast kijken om te weten welke zekeringen gecontroleerd moet worden.

Trek de zekering recht omhoog los en kijk aan de zijkant of de gebogen draad doorgebrand is. Breng in dit geval een nieuwe zekering met dezelfde kleur en ampère-aanduiding als de oude aan – het cijfer staat op de zekering! Reservezekeringen zitten aan elke kant van het zekeringenkastje, een 15 (blauwe), een 25 (lichtgele) en een 30 (groene) ampère zekering.

Als op een bepaalde plaats de zekeringen steeds doorbranden, is er iets met de elektrische installatie niet in orde en moet de auto voor controle naar een Volvo-garage.

Als u in het volledige bedradingsschema met o.a. de werking en plaatsing van de relais geïnteresseerd bent, raden wij u ons Servicehandboek aan. Dit kunt u bij uw Volvo-dealer bestellen.

Zekering heel! Zekering kapot! 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 24 25 26 27 28 29 30 31 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 R 51 52 53 54 55 56 57 58 23 24 25 26 R 15 16 17 18 19 20 21 57353

Nr

Ampère

1 Reserve
2 Centrale vergrendeling, waarschuwingsknipper- lichten, grootlichtsignaal, ABS (niet-blokkerende remmen)
3 Mistlampen, verstralers, mistachterlamp 1!
4 Remlichten, schakelindicator (USA, Canada)
5 Verlichting handschoenenkastje, klokje, radio, motorruimteverlichting, binnenverlichting, motorbediende antenne, waarschuwingslampen in portieren
6 Elektrisch verwarmde voorstoelen 15
7 Reserve
8 Elektrisch bediende raammechanismen 30
9 Controlelampje autogordels, richtingaanwijzers, airconditioning, elektrisch verwarmde voorstoelen, elektrisch bediende raammechanismen
10 Elektrisch verwarmde achterruit, elektrisch verwarmde buitenspiegels, elektrisch bediend schuifdak
11 Brandstofklep, voorverwarmingsautomaat 15
12 Achteruitrijlampen, controlelampje oliepeil, cruise control, overdrive, ontstekingstijdstip, ABS (niet-blokkerende remmen)
13 Automatische regeling stationair toerental 15
14 Elektrisch bediende buitenspiegels, sigare- aansteker, radio
15 Claxons, ruitewissers/-sproeiers, koplamp-/wissers/-sproeiers
16 Kachelaanjager, airconditioning 30
17 Linker grootlicht 15
18 Rechter grootlicht, extra koplamp 15

Zekeringen

r Ampère
3 Linker dimlicht 15
) Rechter dimlicht 15
1 Linker parkeerlicht vóór en achter, kentekenplaatverlichting. Verlichting van: asbakje, kachelbediening, schakelaar elektrisch verwarmde achterruit en elektrisch bediend schuifdak. Bij auto's met stuur links ook verlichting van instrumenten en schakelaars links van het stuur 15
2 Verlichting autogordelsluiting, autogordels, rechter parkeerlicht vóór en achter, verlichting opbergvak tussen voorstoelen, extra koplamp. Bij auto's met stuur rechts ook verlichting van instrumenten en schakelaars rechts van het stuur 15
3 Elektrisch bediende bestuurderstoel 15
4 Reserve 5 Mistachterlamp (USA, Canada) 15
5 Elektrisch bediende bestuurdersstoel 30 Reservezekeringen

B! Bij auto's met ABS (niet-blokkerende remmen) is dit systeem bovenen beveiligd door een aparte 80 Ampère zekering die in de motorruimte het rechter binnenscherm zit, en een 10 Ampère zekering bij de regeln hydraulische eenheid links in de bagageruimte.

svendien is er een 80 Ampère zekering voor de voorverwarmingsautoaat van de Dieselmotor aangebracht bij het relais hiervoor; aangebracht de voorkant van de linker "veerpoot" in de motorruimte.

Voor degene die vinden dat bepaalde zekeringen moeilijk toegankelijk zijn, is een „tangetje“ gemaakt dat rechts aan de zijkant van de zekeringenruimte aangebracht is.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Zekeringen - 1

1 Druk het tangetje op de zekering.
2 Trek de zekering rechtomhoog met het tangetje los.

② 57119/2

3 57110/3

3 Trek de zekering uit het tangetje en schuif er een nieuwe in.
4 Druk de nieuwe zekering met het tangetje op zijn plaats.

5 Trek het tangetje eraf.

4 57110:4

5 57119/5

Lokaliseren van storingen

Vermoedelijke storing

Maatregel

De motor slaat niet aan (de startmotor draait de motor niet met normaal toerental rond of de startmotor werkt helemaal niet)

De accu is slecht geladen of geheel ontladen.

Slecht contact bij de aansluitingen van de accu of de startmotor.

Defect in de startmotor.

Defect in het startslot.

Laat de accu opladen of plaats een nieuwe accu.

Eventueel kan de auto door slepen of met een hulpacou gestart worden.

Zoek de oorzaak voor het ontladen van de accu op.

Maak de pooischoenen en alle aansluitingen goed schoon en zet hen goed vast.

Breng de auto voor reparatie naar een Volvo-garage.

De motor slaat niet aan (ook al draait de startmotor de motor met normaal toerental rond)

Er komt geen brandstof.

De zekering voor de magneetklep van de inspuitpomp is stuk.

Er zit water of vuil in de brandstof.

Wasafscheiding in het brandstofffilter (bij koud weer).

Defect in het inspuitssysteem.

Controleer of er brandstof in de tank zit en tot bij de motor komt.

Controleer en veryang eventueel zekering nr 11 in het zekeringenkastje (zie pag. 66, 67).

Tap via de bodemplug water uit het brandstofffilter af.

Zet de auto in een warme ruimte, vervang het brandstofffilter en vul met winterbrandstof (zie pag. 92, 93).

Laat dit in een Volvo-garage verhelpen

Lokaliseren van storingen

Vermoedelijke storing

Maatregel

De motor trekt niet goed

Verstopt luchtfilter.

Verstopt brandstofffilter.

Controleer het luchtfilter.

Tap via de bodemplug water uit het brandstofffilter af of vervang het filter en zorg ervoor om bij koud weer winterbrandstof te gebruiken.

De motor wil niet afslaan

De systeemdrukregelaar blijft hangen.

Noodstophefboom op de inspuitpump

Vooruit

Laat de motor razen en draai de startsleutel weer uit of schakel de 3e of 4e versnelling in, trap op de rem en laat het koppelingspedaal op- komen

Bij auto's met automatische versnellingsbak: Gebruik de noodstophefboom op de inspuitpomp (zie afbeelding).

N.B. Deze hefboom is alleen op auto's met automatische versnellingsbak aanwezig.

Ruitewissers/koplampwissers, wisserblad vervangen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Ruitewissers/koplampwissers, wisserblad vervangen - 1

Klap de wisserarm om en houd het wisserblad haaks op de wisserarm. Druk de borgveer aan de achterkant wan de wisserarm naar binnen.

Trek het gehele wisserblad naar beneden, zo- dat het „oog“ van de arm helemaal door het gat in de bevestiging van het wisserblad komt.

Breng het nieuwe wisserblad in de tegenge- stelde volgorde aan en controleer, of het goed vastzit!

Maak de wisserbladen met een nagelborsteltje en een lauwe zeepoplossing schoon, als zij strepen op de ruit beginnen achter te laten. Als dit niet helipt, moet het wisserblad vervangen worden!

57354 P10000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000

Kort

Lang. Naar het midden van de auto

Koplampwisser vervangen

Klap de wisserarm naar voren. Trek het wisserblad naar buiten los. Druk het nieuwe wisserblad met het langste uiteinde naar het midden van de auto vast.

Controleer of het wisserblad goed vastzit!

Carrosserie-onderhoud - niet alleen voor het aanzicht!

De carrosserie wordt natuurlijk onderhouden om de auto van buiten en van binnen schoon en mooi te houden. Maar er is nog veel meer: het moet ook gebeuren uit het oogpunt van roestwering, om de roestwerende behandeling regelmatig te controleren en bij te werken en om de lak op beschadigingen te controleren en deze bij te werken.

roestwerende behandeling, controleren en bijwerken 72, 73

lakbeschadigingen, controleren en bijwerken 74, 75

auto wassen 76,77

Roestwerende behandeling – controleren en bijwerken

Uw Volvo kreeg al van fabriekswege een zeer nauwkeurige en volledige roestwerende behandeling. Aan de buitenkant, op het onderstel en in de wielkuipen werd een dik, slijtvast roestwerend middel gespoten en aan de binnenkant van de balken, holle ruimten en gesloten secties een dunnere, penetrerende roestwerende vloestof.

Wat kunt u, als eigenaar van de auto, doen om deze roestwerende behandeling in goede staat te houden?

Wel, er zijn vooral twee zeer effectieve methods:

- Houd de auto schoon! Spoel het onderstel, de wielkuipen en de spatschermranden onder hoge druk schoon.

- Laat de roestwerende behandeling regelmatig controleren en waar nodig bijwerken.

De „onzichtbare“ roestwerende behandeling

De „onzichtbare“ roestwerende behandeling in balken, holle ruimten en gesloten secties moet voor de eerste maal na tenhoogste drie jaar en daarna tenminste om het jaar vernieuwd worden.

Denk eraan dat deze plaatsen voor het verkrijgen van een perfect resultaat moeten worden ingespoten in een bedrijf met een goede vernevelapparatuur en de juiste sproeiers. Vraag uw Volvo-garage om advies.

Roestwerende behandeling

De „zichtbare“ roestwerende behandeling

De „zichtbare” roestwerende behandeling moet regelmatig gecontroleerd en zo nodig bijgewerkt worden, tenminste een maal per jaar. Als de roestwerende behandeling ergens bijgewerkt moet worden, moet u dit onmiddelijk laten doen om te voorkomen dat vocht onder de roestwerende laag komt.

De bij te werken plaats moet echter schoon en droog zijn! De auto moet dus goed afgespoeld, gewassen en drooggemaakt worden. Gebruik een roestwerend middel in een spuitbus of breng het met een kwastje op. Een gewone drukoliekan met een lange en liefst buigzame tuit is uitstekend geschikt om bij nauwe plaatsen te kunnen komen.

Er zijn drie verschillende types roestwerend middel

a) een dun (type ML) voor balken, halle ruimten en gesloten secties
b) een dun (kleurloos) voor zichtbare plaatsen
c) een dik voor slijtpiekken van het onderstel en van de wielkuipen.

Denkbare plaatsen om met deze hulpmiddelen bij te werken zijn b.v.:

  • Zichtbare lasnaden en puntlasnaden (vloeistoftype b)
  • Onderstel en wielkuipen (vloeistoftype c)
    ● Gefelste randen van de motorkap (vloeistoftype b)
  • Portierscharnieren (vloeistoftype b).
  • Motorkapscharnieren en -slot (vloeistoftype b).

Als de behandeling klaar is, kan het overtollige roestwerende middel verwijderd worden met een lap die met terpentine bevochtigd is.

De motorruimte is in de fabriek behandeld met een kleurloos roestwerend middel op wasbasis. Dit middel is tegen normale wasmiddelen bestand zonder op te lossen en onwerkzaam te worden. Als u echter met zogenoemde aromatische opiosmiddelen, zoals b.v. wasbenzine, terpentine (speciaal die met een emulgator) reinigt, moet de beschermende waslaag na het reinigen worden vernieuwd.

De Volvo-dealers verkopen dergelijke wassen.

Motorkapscharmieren en -slot Gefelster randen van de motorkap Porterscharmieren Onderstei en wielkuipen

VOLVO 760 GLE TD (1998) - De „zichtbare“ roestwerende behandeling - 2

Drukoliekan met buigzame tuit

Lakbeschadigingen bijwerken

De lak is een belangrijk onderdeel van de roestbescherming van de auto en moet dus regelmatig gecontroleerd worden. Lakbeschadigingen moeten onmiddellijk worden behandeld om roestvorming te voorkomen. De meest voorkomende lakbeschadigingen, d.w.z. de beschadigingen die u ook zelf kunt bijwerken, zijn:

  • kleine steenslagplekken en krassen.
  • afbladderende spatschermranden en drempels b.v.

Bij het bijwerken moet de auto goed gewassen en droog zijn en een temperatuur boven +15°C hebben.

Lakkleurcode

Let erop dat u de juiste lakkleur heeft. Controleer dit met het codenummer voor de lakkleur dat op het typeplaatje op het rechter binnenscherm in de motorruimte staat.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Lakkleurcode - 1

Kleine steenslagplekken en krassen

Materialen:

  • Roestverwijderingsmiddel (koudfosfateringsmiddel) – tube of bus.
  • Grondlak – bus.
    Lak – bus of zogenaamde lakpen
  • Pennemesje of iets dergelijks.
    ● Pensel.

Als de steenslagplek niet tot op de plaat is doorgedrongen en er nog een onbeschadigde laklaag over is, kan de lak direct opgebracht worden, als vuil weggeschraapt is.

Als de steenslagplek tot de plaat doorge- drongen is, moet u het volgende doen:
- Schraap het beschadigde oppervlak tot op de plaat schoon en schuin de lakranden met b.v. een pennemesje af (zie afbeelding 1).

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Kleine steenslagplekken en krassen - 1

Tof op de plaat schoonschrapen

  • Breng het roestverwijderingsmiddel – denk om uw ogen en huid – met een penseel op, wacht een paar minuten en spoel dan goed met water af.
    Maak het vlak goed droog!
  • Roer de grondlak (de primer) goed om en breng deze met een fijn penseeltje of met een lucifer op (afbeelding 2).

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Kleine steenslagplekken en krassen - 2

- Als de grondlak goed droog is, kan de eindlak met een penseel opgebracht worden. Roer de lak goed om en breng deze daarna enkele malen dun op en laat de lak telkens goed drogen.

Lakbeschadigingen bijwerken

- Bij krassen doet u, zoals hierboven beschreven is, maar het kan gewenst zijn om onbeschadigde lak af te plakken (zie afbeelding 3).

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Lakbeschadigingen bijwerken - 1

- Wacht een paar dagen met de nabehandeling. Gebruik een zachte doek en wees zuinig met de polijstpasta.

Bijwerken van afbladderende spatschermranden en drempels

Materialen.

  • Roestverwijderingsmiddel (koudfosfateringsmiddel) – tube of bus.
  • Grondlak – spuitbus
    Lak-spuitbus
  • Polijstpapier (korrelfijnheid 150–300).
    ● Thinner

Bij het lakken van grote oppervlakken moet u de omgeving eerst maskeren met tape en papier. Verwijder de tape onmiddellijk na de laatste maal spuiten en voordat de lak gedroogd is.

● Verwijder loszittende bladders.
● Schuur het beschadigde vlak schoon en reinning het met thinner.
- Breng het roestverwijderingsmiddel – denk om uw ogen en huid – met een pensel op, wacht een paar minuten en spoel dan goed met water af.

Maak het vlak goed droog!

- Schud de spuitbus tenminste 1 minuut. Spuit de grondlak op. Bij het opspuiten moet u de spuitbus met gelijkmatige snelheid op een afstand van 20–30 cm van het vlak heen en weer bewegen; zie de afbeelding. Bescherm de omringende vlakken met karton.

20-30cm

Spuitbus zo houden

- Als de grondlak goed droog is, kan de eindlak op dezelfde manier opgespoten worden. Spuit een paar maal en laat de lak telkens een paar minuten drogen.

Wassen

De auto moet vaak gewassen worden!

Was de auto. zodra deze vuil geworden is, met name in de winter, omdat wegenzout en vocht gemakkelijk corrosie kunnen veroorzaken.

Op de volgende manier kunt u de auto wassen.

  • Spoel het vuil aan de onderkant van de auto (wielkuipen, spatschermranden, enz.) zorgvuldig af.
  • Spoel de gehele auto af, totdat het vuil week geworden is:
  • Was de auto met een spons (met of zonder wasmiddel) en veel water. Gebruik hierbij liefst lauw, maar geen heet water.
  • Als het vuil erg vastzit, kunt u de auto met een koud-ontvettings-middel wassen, maar dat moet dan op een spoelplaats met een spoelputje gebeuren.
  • Droog de auto af met een schone zachte zeem.
  • De motor-bediende antenne (extra uitrusting) moet worden afgedroogd en met een met olie bevochtigd doekje licht worden ingesmeerd.
  • Was de wisserbladen af met een nagelborsteltje en een lauwe zeepoplossing.

Geschikte wasmiddelen:

Autowasmiddelen (autoshampoo) of 50–100 cm ^2 gewoon vloeibaar afwasmiddel op 10 liter water.

Vlekken op aluminium lijsten rondom ramen, spatschermen en portieren kunnen met autopolish weggepoetst worden. Gebruik nooit polijstpasta of staalwol. Roestvrijstalen onderdelen kunnen met een chroompoetsmiddel gereinigd worden.

Denk eraan...

Om vogelvuil altijd zo snel mogelijk van de lak te verwijderen. Het bevat namelijk chemische stoffen die de lak heel snel aantasten en doen verkleuren. De verkleuring kan niet weggepoetst worden.

WAARSCHUWING!

Als onmiddellijk na het wassen met de auto gereden wordt, moet eerst voorzichtig geremd worden. zodat vocht van de remvoeringen kan verdwijnen!

N.B! Bij het wassen moet u de afwateringsgaten in de portieren en de drempels telkens goed schoonmaken om te voorkomen dat deze door modder en vuil verstopt raken.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - WAARSCHUWING! - 1

Automatische wasinrichting

Met een automatische wasinrichting kan de auto snel en eenvoudig schoongemaakt worden. Denk er echter aan, dat een automatische wasinrichting de auto niet zo effectief en voorzichtig wast als u zelf met de hand met spons en water doet. Het onderstel van de auto wordt in veel wasautomaten niet afgespoeld, terwijl dit met name in de winter van groot belang is.

Let erop, dat eventuele extra uitrusting – extra koplampen, buitenspiegels, antennes – goed vastzitten, want anders bestaat er kans dat de borstels van de wasautomaat dergelijke onderdelen losrukken. Schroef b.v. de antenne los of schuif deze in.

Voordat u de automatische wasinrichting binnenrijdt, moet u de armen van de koplampwissers onder de aanstagen onder aan de koplampen leggen. Zo wordt verhinderd dat de borstels de armen pakken en het wissermechanisme beschadigen.

N.B! Vergeet daarna niet om de wisserarmen weer in hun normale stand te brengen, als het wassen klaar is.

Was uw auto alleen in wasautomaten met schone borstels!

Was de auto de eerste maanden – voordat de lak hardgeworden is – liefst met de hand.

U moet de auto poetsen en in de was zetten, als u vindt dat de lak mat is en als u de lak een extra bescherming wilt geven, b.v. vlak vóór de winter. Normaal behoeft de auto niet eerder dan na een jaar gepoetst te worden. In de was zetten kan eerder gebeuren.

U moet de auto goed wassen en droogmaken, voordat u gaat poetsen en/of in de was zetten. Verwijder asfalt- en teerspatten met terpentine. Moeilijker te verwijderen vlekken kunnen met een poetsmiddel voor autolak ("rubbing") verwijderd worden.

Poets eerst met polish en behandel de auto daarna met vloeibare of vaste was. Volg de instructies op de verpakkingen nauwkeurig op. Veel preparaten bevatten zowel polish als was.

Tegenwoordig zijn er veel verschillende merken zogenaamde polymere wassen in de handel die voor autolak bestemd zijn.

Het is gemakkelijk werken met de polymere wassen en zij geven een zeer hard en glanzend oppervlak dat de lak tegen oxydatie, vuil en verbleken beschermt.

Bekleding reinigen

Bekleding reinigen

Vuilgeworden bekleding kan het eenvoudigst en best gereinigd worden met een modern schuimend wasmiddel dat het vuil losmaakt.

Vermijd schuren en schrobben met een harde borstel.

Vlekken kunnen altijd het gemakkelijkst direct verwijderd worden, voordat zij ingedroogd zijn.

De vlekken moeten opgelost en niet weggewreven of weggeschuurd worden.

Ontvlekkingsmiddelen

Ammoniakoplossing: 1 theelepel ammoniak (ca 90 %-ig) wordt met 3 dl water gemengd.

Ammoniak-zeepoplossing: bovenstaande ammoniakoplossing wordt med 1 di zeepwater gemengd. Zeepwater kan gemaakt worden door b.v. geraspte ongekleurde toiletzeep in lauw water op te lossen.

Perchloorethyleen-benzine: Meng gelijke hoeveelheden perchloorethyleen en wasbenzine (chemisch zuivere benzine). Perchloorethyleen-benzine moet niet voor vochtige materialen gebruikt worden. Bij gebruik van perchloorethyleen-benzine moet deze oplossing eerst verdampen, voordat de vlek met water nabehandeld kan worden.

Spiritus

Terpentine

WAARSCHUWING!

Denk eraan dat perchloorethyleendampen erg giftig zijn. Let erop dat de auto goed geventileerd is, als deze preparaten gebruikt worden.

Denk er ook om dat wasbenzine, spiritus en terpentine brandgevaarlijke vloeistoffen zijn!

Vlekken in stoffen, vloermatten behandelen

Behandel de vierken zo snel mogelijk.

Verwijder het grootste deel van de vlek met een bot mes of iets derge lijks.

Zuig van de vlek zo veel mogelijk met schone witte doeken op. Stofzuid rondom de vlekken, zodat omringend vuil niet opgelost wordt.

Bevochtig een schone witte lap met het oplosmiddel. Zuig vervolgen: het oplosmiddel en de vlekken met een droge wattenprop op. Herhaa de behandeling tot de vlekken verdwenen zijn.

Denk aan het volgende:

  • Bij verfylekken, b.v. inkt, balpuntpennen, lippestift, moet heel voor zichtig gewerkt worden met het ontvlekkingsmiddel, omdat de kleurstof in de vlek opgelost kan worden en de vlek daardoor groter wordt.
  • Gebruik zo weinig mogelijk oplosmiddel. Te veel oplosmiddel kan het schuimplastic in de zitting beschadigen.
  • Werk altijd van buiten naar het midden van de vlek toe.

Autogordels reinigen

Gebruik hiervoor water met een synthetisch wasmiddel.

Vlekken op leer en vinylbekleding behandelen

Krab of wrijf nooit op een vlek.

Gebruik nooit sterke ontvlekkingsmiddelen.

Bij moeilijk te verwijderen vlekken kan men voorzichtig terpentine of iets dergelijks gebruiken.

Reinig daarna met een zwakke zeepoplossing en lauw water.

Als u meer over het reinigen van de bekleding wilt weten, geeft uw Volvo-garage gaarne alle inlichtingen.

Regelmatig onderhoud – dat is investeren!

Deze investering brengt zijn geld op, omdat u op uw auto kunt vertrouwen en omdat deze langer meegaat. En ook als u uw auto door een nieuwere wilt vervangen. Lees daarom over:

Volvo Service 80

om aan te denken! 81

de motorruimte 83

motorolie, controleren en verversen 84, 85

versnellingsbak, achteras, oliepeil controleren 86, 87

stuurbekrachtiging, remmen, vloeistofpeil controleren 88

carrosseriesmering 89

koelvloeistof

controleren en vervangen 90

V-riemen, controleren 91

brandstofsysteem 92

brandstofffilter 93

Volvo Service

Afleveringsinspectia

Voordat uw Volvo de fabriek verliet, werd met uw auto proefgereden en werd deze zoegvuldig gecontroleerd en afgesteid. Voordat de auto aan u werd overgedragen, kreeg deze een uitgebreide afleveringsinspectie bij uw Volvo-dealer om er zeker van te zijn dat de auto geheel aan de Volvo- normen zou voldoen.

Garantie-inspectie

Uw Volvo krijgt bij uw Volvo-dealer een garantie-inspectie onder overlegging van de garantie-inspectiecoupon.

De garantie-inspectie moet na 1000–2000 km (600–1200 mil) worden uitgevoerd. Er zijn aan deze garantie-inspectie geen kosten verbonden, behalve die voor het oliefilter en de oliën.

Als u ergens anders bent of verhuisd bent, wanneer de garantie-inspectie moet worden uitgevoerd, zal de dichtstbijzijnde Volvo-dealer deze gaarne voor u uitvoeren.

Als u met uw Volvo in het buitenland bent, wanneer het tijd voor deze garantie-inspectie is, kan de inspectie bij de dichtstbijzijnde Volvo-dealer worden uitgevoerd. In dit geval moet u de uitgevoerde inspectie aan deze dealer betalen maar let erop dat hij de inspectiecoupun afstampelt en ondertekent; daarna moet u deze coupon aan uw plaatselijke Volvo-dealer geven en hij zal u daarvoor de vergoeding tegen de in uw land geldende prijs geven.

N.B! De garantie-inspectie kan in alle EEG-landen gratis worden uitgevoerd op voorwaarde dat uw Volvo in een van de lidstaten is gekocht.

Het Volvo Service Programma

Om steeds van de hoge mate van veiligheid en betrouwbaarheid van uw Volvo gebruik te kunnen maken moet u het Volvo Service Programma opvolgen dat achter in dit boekje zit.

Wij raden u ten sterkste aan om de werkzaamheden waarvan in deze onderhoudsschema's sprake is, toe te vertrouwen aan uw Volvo-dealer die de ervaring, technische gegevens en apparatuur heeft om er zeker van te zijn dat de werkzaamheden worden uitgevoerd met de hoge kwaliteit die u, als Volvo-bezitter, verwacht. U kunt er tevens van verzekerd zijn dat uw Volvo-dealer alleen maar originele Volvo service-onderdelen gebruikt die van dezelfde hoge kwaliteit zijn als de onderdelen die oorspronkelijk tijdens de fabricage van uw Volvo werden gebruikt.

Het Volvo Service Programma is opgesteld voor Volvo-auto's die bij gemiddelde omstandigheden worden gebruikt. Het omvat een Basis Onderhouds Programma om de zes maanden of na maximaal 10 000 km (6000 mijl) als veel met de auto wordt gereden, en een Totaal Onderhouds Programma een maal per jaar of na maximaal 20 000 km (12 000 mijl). Als u van mening bent dat uw manier van rijden meer dan normaal van de auto vergt, moet u dit met uw Volvo-dealer bespreken; hij zal u gaarne adviseren met een eventuell speciaal onderhoud dat nodig kan zijn.

Servicehandboeken – voor u met technische belangstelling

Als u meer over de constructie wilt weten dan in deze handleiding verteld kan worden en als u nauwkeurige informatie over afstellingen en reparaties wilt hebben, moet u Volvo Servicehandboeken hebben. Dit zijn dezelfde boeken als in Volvo-garages gebruikt worden en u kunt deze via uw Volvo-dealer of rechtstreeks van Volvo betrekken

Denk eraan dat...

  • onderhoud nodig is om de auto in een verkeers- en bedrijfszekere toestand te houden:
  • uitgesteld onderhoud de kans op een grotere uitstoot van milieugevaarlijke uitlaatgassen meebrengt.
  • onderhoud het eenvoudigst en best bij een Volvo-garage uitgevoerd kan worden. Deze heeft voor het merk gespecialiseerd personeel met speciaal gereedschap en betrouwbare serviceliteratuur.
  • elke onderhoudsbeurt wordt afgesloten met een stempel in het Garantie-/Serviceboekje. Een „goed-gestempeld“ Garantie-/Serviceboekje verhoogt de tweedehandswaarde van de auto.

BELANGRIJK!

Voor de geldigheid van onze garantievoorwaarden stellen wij als absolute eis dat genoemde garantie-inspectiebeurt wordt uitgevoerd bij ongeveer de juiste kilometerstand en dat de auto overeenkomstig de instructies van deze handleiding is onderhouden, dat b.v. de voorgeschreven olieverversingen en de onderhoudsbeurten bij de juiste kilometerstand worden uitgevoerd en ook dat reparaties en onderhoudsbeurten bij een erkende Volvo-garage worden uitgevoerd.

Denk hieraan, voordat u aan uw auto gaat werken:

Uw auto heeft een wisselstroomdynamo!

Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet u aan het volgende denken, omdat u anders kostbare en tijdrovende reparaties aan de dynamo krijgt.

  • Overtuig u ervan dat de accukabels goed aangesloten zijn en stevig vastzitten.
  • Als bij het starten een hulpaccu gebruikt wordt, moet de +pool aan de -pool en de -pool aan de massa aangesloten worden.
    Maak nooit een accukabel los bij draaiende motor (b.v. bij het vervangen van een accu).
    Maak bij elektrisch lassen eerst de massakabel van de accu en daarna alle kabels naar de dynamo los.
  • Bij gebruik van een snellader moeten de accukabels losgemaakt zijn. Snelladers mogen als hulp bij het starten gebruikt worden, maar zij moeten uitgeschakeld zijn, als de kabels aangebracht en verwijderd worden.

Injectiesysteem van de motor

Pas bij alle werkzaamheden aan het brandstofinjectiesysteem ervoor op dat geen vuil in het systeem komt.

Werkzaamheden aan het brandstofinjectiesysteem moet u overlaten aan een Volvo-garage die de juiste apparatuur heeft.

Auto omhoogbrengen

Als de auto met een garagekrik omhooggebracht wordt, moeten de vier kriksteunen (twee aan elke kant) gebruikt worden. Deze zijn voor dit doel speciaal versterkt.

Een garagekrik kan ook onder het gegoten achterashuis of onder de vooras midden tussen de voorwielen aangebracht worden.

Beschadig de afschermplaat onder de motor niet.

Let erop dat de knik goed wordt geplaatst, zodat de auto niet van de knik afglijdt.

Gebruik altijd bokken of iets dergelijks.

Als de auto met een hefbrug met twee kolommen wordt omhooggebracht moeten de voorste hefarmen onder de steunen van de draagarmstangen (zie de afbeelding) worden aangebracht en niet onder de kniksteunen! Anders wordt de auto van voren te zwaar, zodat bij werkzaamheden aan de achteras en de achterveren het achterste deel van de auto los kan komen van de achterste hefarmen.

De achterste hefarmen moeten onder de achterste kriksteunen worden aangebracht

De originele autokrik moet bij wielen verwisselen worden gebruikt. Zie hiervoor pagina 58 en 59.

Achterste kriksteunen Voorkant

Steunen van draagarmstangen

1 Typeplaatje
2 Expansietank koel- systeem
3 Turbo-compressor
4 Bijvullen motorolie
5 Inspuitpomp
6 Peilstok motorolie
7 Remvloeistofreservoir
8 Vloeistofreservoir ruite-/koplampsproeiers
9 Luchtfilter
10 Brandstofffilter
1 Oliereservoir stuurbekrachtiging
12 Accu

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 57498/1

Motorolie

Oliepeil altijd bij het tanken controleren

Zet de auto op een horizontale ondergrond en wacht ongeveer 1 minuut, nadat de motor afgezet is. Veeg voor de controle de peilstok af. Het peil moet binnen het gearceerde deel van de peilstok liggen. De afstand tussen het merkteken MAX en MIN van de peilstok is ca 1 liter.

Eventueel olie bijvullen

Gebruik dezelfde oliesoort als in de motor zit. Zie de volgende pagina Als u bij het olie verversen de juiste hoeveelheid toevoegt – ca 7 liter als u tegelijkertijd ook het filter vervangt, anders 6,2 liter – komt he peil ongeveer in het midden van het gearceerde deel van de peilstok te lig gen, d.w.z. midden tussen de merktekens MAX en MIN hetgeen gehee normaal is. Vul niet met teveel olie; dan wordt het olieverbruik hoger.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Eventueel olie bijvullen - 1

De aftapschroef zit helemaal achter in de oliepan van de motor. Tap de olie af, als deze nog warm is.

WAARSCHUWING! De olie kan erg heet zijn!

Een maal oliefilter vervangen op twee maal olie verversen

Verwijder het oude oliefilter en gooi dit weg.

Motorolie

Oliekwaliteit:

Volgens API Service tenminste CD*. Volgens CCMC klasse D2.

*pliën met de aanduiding SE/CD en SF/CD voldoen aan deze normen.

Synthetische of halfsynthetische oliën mogen gebruikt worden, als deze aan bovenstaande API-normen voldoen.

Volvo adviseert geen olietoevoegingen te gebruiken, omdat deze een negatieve invloed op de levensduur van de motor kunnen hebben.

Viscositeit (bij constante luchttemperatuur)
VOLVO 760 GLE TD (1998) - Oliekwaliteit: - 1

Bij extreme rij-omstandigheden die een abnormaal hoge olietemperatuur of een abnormaal hoog olieverbruik geven, zoals b.v. bij het rijden in bergterrein met veel afremmen op de motor en bij zeer snel rijden op autosnelwegen, wordt SAE 15 W/40 of SAE 20 W/40 motorolie aangeraden. Denk echter aan de onderste temperatuurgrens voor deze oliën!

Olie-inhoud: zonder oliefilter 6,2 liter

met oliefilter 7.0 liter

Controleer altijd bij het tanken het oliepeil.

Olie verversen en oliefilter vervangen

Dit gebeurt voor de 1e maal bij de garantie-inspectie na 1000 km. Daarna moet de olie om de 5000 km of om de 3 maanden ververst worden, al naar gelang het eerste het geval is.

Het oliefilter moet een maal op twee maal olie verversen worden vervangen.

Versnellingsbakolie Achterasolie

Versnellingsbak Overdrive 57203 Altapplug Peil-/vulplug

Versnellingsbak

Het oliepeil moet tot aan de rand van het vulgat staan. De versnellingsbak en de overdrive worden met dezelfde olie gesmeerd. Indien nodig, moet via het peil-/vulgat olie bijgevuld worden. Wacht, totdat u ziet dat de olie naar de overdrive kan overlopen.

Oliekwaliteit: ATF-olie, type F of G bij alle temperaturen. In een klimaat, waarin de temperatuur zelden onder -10°C (14°F) komt, kan ook motorolie SAE 10 W/40 of 10 W/30 gebruikt worden. N.B! ATF-olie en motorolie mogen niet met elkaar gemengd worden! Oliepeil controleren: bij elke inspectiebeurt.

Olie verversen: alleen in verband met de garantie-inspectie.

Peil-/vulplug Aftapplug

Achterasoverbrenging

De olie moet tot aan de rand van het vulgat staan. Indien nodig, moet via het peil-/vulgat olie bijgevuld worden.

Oliekwaliteit: API-GL-5 (MIL-L-2105 B of C), SAE 90 of SAE 80 W/90. Oliepeil controleren: bij elke inspectiebeurt.

Olie verversen: alleen in verband met de garantie-inspectie.

Versnellingsbakolie (automatische versnellingsbak)

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Versnellingsbakolie (automatische versnellingsbak) - 1

Peilstok met geel handvat

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Versnellingsbakolie (automatische versnellingsbak) - 2
A

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Versnellingsbakolie (automatische versnellingsbak) - 3
B

A Koude versnellingsbakolie - olietemperatuur +40°C. Deze temperatuur wordt in de garage of werkplaats bereikt na ca 10 minuten stationair lopen. Bij een olietemperatuur onder +40°C kan het peil onder het MIN-streepje liggen.
B Warme versnellingsbakolie - olietemperatuur +90°C. Deze temperatuur wordt bij snel rijden op buitenwegen in ca 30 minuten bereikt. Bij een olietemperatuur boven +90°C kan het peil boven het MAXstreepje liggen.

N.B! Bij oliepeilcontroles moet de motor stationair lopen!

Automatische versnellingsbak

Bij het controleren van het oliepeil moet u het volgende doen:

Zet de auto horizontaal en laat de motor stationair lopen. Breng de keuzehendel via alle versnellingen langzaam in stand P. Wacht twee minuten en controleer het oliepeil. Op bovenstaande tekening is zichtbaar dat de peilstok een „koude“ en een „warme“ kant heeft. Het oliepeil moet tussen de streepjes MAX en MIN liggen. Veeg de peilstok af met een nylonlap, papier of zeemleer of met een lap die geen resten op de peilstok achterlaat. N.B! De olie kan erg heet zijn!

Het bijvullen gebeurt via de pijp waarin de peilstok zit. De hoeveelheid tussen de streepjes MAX en MIN is ca 0,4 liter. Vul nooit met te veel olie. Dan kan de versnellingsbak de olie eruit gooien. Door te weinig olie kan de versnellingsbak niet goed werken, vooral niet als deze nog koud is.

Oliekwaliteit: ATF-olie type Dexron II D bij alle temperaturen.

Oliepeil controleren: bij elke inspectiebeurt, maar tenminste elk half jaar.

Olie verversen: elke 40 000 km.

WAARSCHUWING!

Mors nooit olie op de hete uitlaatpijpen! Brandgevaar!

Stuurbekrachtigingsvloeistof Remvloeistof

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Stuurbekrachtigingsvloeistof Remvloeistof - 1
Peilstok stourbekrachtigingsreservoir

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Stuurbekrachtigingsvloeistof Remvloeistof - 2

Remvloeistofreservoir
Plaatsing reservoir stuurbekrachtigings- en remvioeistof

Stuurbekrachtigingsvloeistof

Het oliepeil mag niet boven de merkstrepen op de peilstok liggen; de peilstok zit vast onder het deksel en heeft verschillende merkstrepen voor warme en voor koude olie. Na het rijden mag het oliepeil niet boven de merkstreep HOT en bij het controleren niet boven COLD liggen. Vul olie bij, als het peil bij ADD ligt.

Vloeistofkwaliteit: ATF-olie

Vioelstofinhoud: 0,7 liter

Vloeistofpeil controleren: bij eike onderhoudsbeurt

Vloeistof verversen: is niet nodig.

Remvloeistof

Het vloeistofpeil moet tussen de streepjes MAX en MIN liggen.

Vloeistoftype: remvloeistof DOT 4 (of SAE J 1703)

Vloeistofpeil controleren: altijd bij het tanken.

Vloeistof verversen: om de 2 jaar

N.B! Bij auto's, waarmee zo gereden wordt dat de remmen vaak en zwaar gebruikt worden, zoals b.v. bij het rijden in de bergen, moet de vloeistof elk jaar ververst worden. Dit verversen behoort niet tot een inspectiebeurt, maar het is doelmatig om dit gelijktijdig met een inspectiebeurt bij een Volvo-garage te laten doen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 57388

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Remvloeistof - 2
3 Portieruitsteller - zit bij het onderste portierscharnier

NrSmeerplaats (aantal)Smeer-middelNrSmeerplaats (aantal)Smeer-middelSmeer de carrosserie een of meer malen per jaar, dan voorkomt u piepen en onnodige slij-tage.
1Motorkapslot (1)Paraffine7Raammechanismen (4)Olie, vet
2Motorkapscharnieren (2)OlieSluitingen (binnenkant portieren) (4)N.B!
3Portieruitstellers (4)OlieIn de wintermaanden moeten ook de sloten van de portieren en het kofferdeksel behandeld worden met een middel dat vastvriezen voor-komt (slotenolie).
4Windscherm, schuifdak (1)Olie8Rails (4) en blokkeer-inrichtingen (2)Olie
5Portiersloten, buitenste glijvlakken (4)Paraffine9Sleutelgaten (2)Slotenolie
6Slotje kofferdeksel (1)Olie10Sluitplaten (4)Paraffine
Sleutelgat (1)Slotenolie

Samenstelling van de koelvloeistof

Vul nooit met alleen schoon water bij! Gebruik het gehele jaar een mengsel van 50% Volvo anti-vries, type C (blauwgroen) en 50% water.

Verschillende koelvloeistoffen mogen niet met elkaar gemengd worden!

Door de anti-vries wordt in de zomer corrosie en in de winter ook bevriezen voorkomen. Als de auto nieuw is, is het koelsysteem gevuld met koelvloeistof die tegen -35°C kan.

Inhoud van het koelsysteem: ca 11,5 liter.

Koelvloeistofpeil controleren: altijd bij het tanken.

Koelvloeistof verversen: om de 2 jaar in de herfst.

Koelvloeistof altijd bij het tanken controleren

Het peil moet tussen de streepjes MIN en MAX op de expansietank liggen. Vul de vloeistof bij, als het peil onder het MIN-streepje gekomen is.

Schroef, als bijgevuld moet worden en de motor warm is, de dop van de expansietank voorzichtig los om de overdruk te laten ont-snappen.

Koelvloeistof om de 2 jaar in de herfst verversen

Aftappen

1 Zet de temperatuurhendel op het instrumen- tenpaneel op maximale warmte.
2 Verwijder de dop van de expansietank.
3 Draai de aftapkraan open.
4 Maak de onderste radiatorslang los bij de radiator.

Vullen

5 Schroef de onderste radiatorslang vast.
6 Draai de aftapkraan dicht.
7 Maak de bovenste slang voor de koudstartinrichting los en zet een lekbak onder de slang.

8 Vul de expansietank tot het MAX-streepje of nog iets hoger.
9 Laat de motor circa 5 minuten warmdraalen en controleer het koelsysteem op lekkage en vul ondertussen koelvloeistof bij.
10 Breng de slang op de koud-startinrichting aan en vul de expansietank geheel – tot boven het MAX-streepje. Draai de dop op de expansietank.

N.B!

De motor mag alleen lopen met een goed gevuld koelsysteem. Als dit niet goed gevuld is, kunnen plaatselijk hoge temperaturen optreden met kans op beschadiging (barsten) van de cilinderkop.

Expansietank Radiator Slang naar koud-startinrichting Aftapkraan Onderste radiatorslang

V-riemen (ventilatorriemen)

VOLVO 760 GLE TD (1998) - V-riemen (ventilatorriemen) - 1

Ventilatorriemen en V-riemen voor de airconditioning, stuurbekrachtiging, ventilator en dynamo

Riem 2 ventilator, stuurbekrachtigingspomp

Riem 3 dynamo

Laat een Volvo-garage de riemen afstellen en vervangen

Door de plaats van de riemen kan het erg lastig zijn om zelf een riem af te stellen of te vervangen. Laat dit daarom aan een Volvo-garage over.

5-10mm 56733

Riemspanning controleren

De riemen moeten met normale kracht in het midden 5–10 mm ingedrukt kunnen worden. Als de riemen kortgeleden vervangen zijn, moet de spanning na 1000–2000 km gecontroleerd en eventueel afgesteld worden.

Toestand van de riemen controleren

Controleer regelmatig of de riemen heel en schoon zijn. Versleten of vuile riemen kunnen de oorzaak zijn van een slechte koeling en een laag dynamovermogen en ook van een slecht werkende stuurbekrachtiging en airconditioning.

Brandstofsysteem

DIESEL

Brandstofsysteem

Gebruik alleen dieselolie van bekende oliemaatschappijen; koop nooit dieselolie van onbekende kwaliteit.

s Winters met lage temperaturen moet u winterbrandstof gebruiken (deze wordt door de meeste oliemaatschappijen verkocht). Deze verhindert wasafscheiding en zorgt ervoor, dat ook bij strenge kou de auto gemakkelijk aanslaat.

Als u geen winterbrandstof kunt krijgen, kunt u zelf lichtpetroleum bijmengen. Meng niet meer dan 40 % bij, omdat dan de smerende eigenschappen van de dieselolie achteruitgaan, waardoor het injectiesysteem kan beschadigen.

Het is in bepaalde landen wettelijk verboden om petroleum bij de brandstof te mengen. Gebruik dan door de autoriteiten goedgekeurde toevoegmiddelen.

Wanneer u brandstof bijvult bij een servicestation, zorg er dan altijd voor dat alles rond het vulgat en de vuldop schoon is. Vult u zelf uit een vat brandstof bij, filtreer deze dan en zorg ervoor, dat alle gebruiktivaten schoon zijn.

N.B.

De verzegeling, die op de inspuitpomp zit, mag nooit door een onbevoegde monteur verwijderd worden. Indien dit toch gebeurt, vervalt alle garantie. De inspuitpomp moet volgens de wettelijke voorschriften verzegeeld zijn.

Wanneer u geen brandstof meer heeft

Wanneer u geen brandstof meer in de tank heeft, hoeft u geen speciale maatregelen te nemen, nadat u nieuwe brandstof heeft bijgevuld. Het z.g. „ontluchten“ van het brandstofsysteem, dat noodzakelijk was bij vele oudere Diesel-auto's, is n.l. niet langer nodig, omdat de inspuit pomp van uw Volvo Diesel „zelf-onluchtend“ werkt. Wanneer de tan geheel leeg was, is het heel normaal, dat u de startmotor eventjes moet laten draaien, voordat het hele brandstofsysteem met nieuwe brandstof is gevuld en de motor aanslaat.

Water aftappen uit het brandstofffilter

In het brandstofffilter van de motor wordt geleidelijk condenswater uit de brandstoftank afgescheiden.

Als dit water via de inspuitpomp in de motor komt, kunnen storingen optreden. Daarom moet het water in het brandstofffilter om de 10 000 km worden afgetapt; dit kan het beste in verband met een onderhoudsbeurt gebeuren.

Het aftappen is heel eenvoudig en gaat als volgt:

  • Zet onder de aftapschroef onder in het filter een opvangbak.
  • Draai met een schroevedraaier de ontluchtingsschroef een paar slagen los.
  • Draai de aftapschroef met de hand los.
  • Tap af. totdat zuivere brandstof naar buiten komt.
    ● Draai de aftapschroef vast.
  • Draai met de schroevedraaier de ontluchtingsschroef vast.
  • Verwijder de opvangbak.

Ontluchtigsschroef
VOLVO 760 GLE TD (1998) - Water aftappen uit het brandstofffilter - 1

Specificaties en technische gegevens

Nieuwe eenheden

In het onderstaande hoofdstuk van de handleiding worden voor de specificaties de nieuwe SI-eenheden gebruikt. De oude eenheden zijn tussen haakjes vermeid. De in de handleiding gebruikte nieuwe eenheden zijn:

kW - kilowatt als eenheid van vermogen

oude eenheid pk (paardekracht)

100 kW = ca 136 pk

Nm - newtonmeter als eenheid van koppel

oude eenheid kgm (kilogrammeter)

100 Nm = ca 10 kgm

r/s - omwentelingen per seconde

oude eenheid t/min (omwentelingen per minuut)

100 r/s = 6000 t/min

kPa - kilopascal

(druk van vloeistoffen, gassen)

oude eenheid kg/cm²

100 kPa = ca 1 kg/cm²

Maten en gewichten

Lengte479 cm
Breedte176 cm
Hoogte141 cm
Wielbasis277 cm
Spoorbreedte, vóór146 cm
Spoorbreedte, achter146 cm
Draaicirkel9,9 m
Rijklaargewicht1460-1515 kg
Toegestane belasting (behalve de bestuurder)*385-440 kg
Totaalgewicht1900 kg
Maximumasdruk, vóór950 kg
Maximumasdruk, achter950 kg
Maximumdakbelasting100 kg
Maximumaanhanggewicht1600 kg
Zie voor nauwkeurige gegevens pagina 49.

* De toegestane asdrak mag nooit overschreden worden!

Type-aanduidingen

Bij alle contacten met uw Volvo-dealer over de auto en bij het bestellen van service-onderdelen en accessoires kan het gemakkelijk zijn, als u de type-aanduiding, het chassisnummer en het motornummer van de auto kent.

1 Type- en modeljaaraanduiding en chassis-nummer Deze zijn in de middeiste portierstijl rechts ingeslagen en staan ook op een plaatje op de achterwand van de bagageruimte.
2 Type-aanduiding, toegestane maximumgewichten en codenummers voor lakkleur en bekleding Plaatje op de plaat boven de rechter koplamp.
3 Type-aanduiding, onderdeel- en fabricage-nummer van de motor Aan de linker kant van de motor, onder de vacuumpomp.
4 Type-aanduiding, onderdeel- en fabricagenummer van de versnellingsbak Handgeschakelde versnellingsbak: aan de onderkant. Automatische versnellingsbak: aan de linker kant.
5 Overbrengingsverhouding, onderdeel- en fabricagenummer van de achteras Sticker op het linker deel van de achteras.
6 Serviceplaatje Plaatje op de achterkant van de middelste linkse portierstril.

VOLVO 760 GLE TD (1998) - Type-aanduidingen - 1

Oliekwaliteit: Volgens API Service tenminste CD*. Volgens CCMC klasse D2.

* Oliën met de aanduiding SE/CD en SF/CD voldoen aan deze normen.

Synthetische en halfsynthetische oliën mogen gebruikt worden, als zij aan bovenstaande API-normen voldoen.

Olie-inhoud: incl. oliefilter excl. oliefilter 6,2 liter incl. oliefilter 7,0 liter

Volvo adviseert geen olietoevoegingen te gebruiken, omdat deze een negatieve invloed op de levensduur van de motor kunnen hebben.

Bij extreme rij-omstandigheden die een abnormaal hoge olie-temperatuur en een abnormaal hoog olieverbruik geven, zoals b.v. bij het rijden in bergterrein met veel afremmen op de motor en bij zeer snel rijden op autosnelwegen, wordt SAE 15 W/40 of SAE 20 W/40 motorolie aangeraden.

Denk echter aan de onderste temperatuurgrens voor deze olien!

Viscositeit (bij constante luchttemperatuur)
VOLVO 760 GLE TD (1998) - Type-aanduidingen - 2

bar | Speed (W) | Value | |---|---| | -30 | 104 °C | | -22 | 68 °C | | -4 | 86 °C | | -20 | 104 °C | | -10 | 32 °C | | 0 | 50 °C | | 10 | 68 °C | | 20 | 86 °C | | 30 | 104 °C | | 40 | 104 °C | | SAE 5W/30 | 57348 | | SAE 10W/30 | 57348 | | SAE 15W/40 | 57348 | | SAE 20W/40 | 57348 | | SAE 30 | 57348 | | SAE 40 | 57348 |
VersnellingsbakOliekwaliteit: ATF-olie, type F of G (handgeschakeld).zie ook pagina 86. ATF-olie, type Dexron II D (automaat)Olie-inhoud:Handgeschakeld met overdrive 2,3 liter Automat 7,7 liter
AchterasOliekwaliteit: API-GL-5 (MIL-L-2105 B of C) SAE 90 of 80 W/90Olie-inhoud:1,3 liter
StuurbekrachtigingVloeistofkwaliteit: ATF-olieVloeistofinhoud:0,7 liter
RemsysteemVloeistoftype: Remvloeistof DOT 4 (of SAE J 1703)Vloeistofinhoud:ca 0,4 liter

Specifications

Motor D 24 T (Turbo)

6 Cilinder in lijn, watergekoelde Diesel-motor.

Het motorblok is van gietijzer.

De cilinderwanden zijn direct in het motorblok geboord.

De cilinderkop is van lichtmetaal en heeft wervelkamers.

Enkelvoudige bovenliggende nokkenas.

Smeersysteem met door de krukas aangedreven tandwielpomp. Oliefilter van het full-flow type.

Inspuitpomp, bestaande uit toevoerpomp, regelaar, inspuitschakelaar en hogedrukpomp.

De inspuitpomp wordt met een getande riem door de nokkenas aan- gedreven.

De koud-startinrichting regelt automatisch het inspuittijdstip, afhankelijk van de motortemperatuur.

Het koelsysteem is een gesloten overdruksysteem met expansietank.

Vermogen DIN

80 kW bij 80 r/s

Koppel, DIN

(109 pk bij 4800 omw/min)

Cilinderaantal

205 Nm bij 40 r/s

Cilinderdiameter

(20,9 kgm bij 2400 omw/min)

Slaglengte

6

Cilinderinhoud

76.5 mm

Compressieverhouding

86.4 mm

Ontstekingsvolgorde

2.383 dm³ (liter)

Laag stationair toerental

23.0:1

Hoog (versneid) stationair

1-5-3-6-2-4

toerental

13.8 r/s (830 omw/min)

Klepspeling

90 r/s (5400 omw/min)

Inlaatkiep, warme motor

0.20-0.30 mm

Uitlaatklep, warme motor

0.40-0.50 mm

Brandstofsysteem

Inspuitpomp

Bosch VE 6/10 F 2400 L 116-4

Verstuivers, mondstuk

Bosch DNO SD 293

openingsdruk

15.5–16.3 MPa (155–163 kg/cm²)

Brandstof (Diesel-olie)

Norm

DIN 51 601 (Duitse norm)

TypeGesloten, overdruk
Inhoudca 11,5 liter
Thermostaat
gaat open bij87°C
is geheel open bij102°C

Transmissie

Enkelvoudige hydraulisch werkende droge-plaat koppeling. Handgeschakelde, geheel gesynchroniseerde 4-versnellingsbak met overdrive.

In bepaalde landen als alternatief: volautomatische versnellingsbak, bestaande uit een hydraulische koppelomvormer met planetaire versnellingsbak.

Achterasoverbrenging van het hypoïde-type.

Versnellingsbak

Type-aanduidingHandschakeling M46Automaat (bepaalde landen) ZF 4HP-22
Overbrengingsverhouding
1e versnelling4,03:12,73:1
2e versnelling2,16:11,56:1
3e versnelling1,37:11:1
4e versnelling1:10,73:1
overdrive0,79:1
achtererat3,68:12,09:1

Specifications

Achterasoverbrenging

Overbrengingsverhouding3,54:1 (handschakeling)
3,73:1 (automaat)

Snelheid in km/uur bij 17 r/s (1000 omw/min)

versnellingsbakM46
Achterasoverbrenging3.54.1
1e versnelling8
2e versnelling15
3e versnelling24
4e versnelling33
overdrive41
achteruit9

Denk erom dat deze waarden afgerond zijn. Zij kunnen in de praktijk ets afwijken als gevolg van de bandenmaat. -spanning en -slijtage.

Aanbevolen minimum- en maximumsnelheden, km/uur

Versnellingsbak1e2e3e4e
M460-3515-6525-10535*

* Cirka 50 km/uur met ingeschakelde overdrive.

Elektrische installatie

12-Volt systeem met wisselstroomdynamo en spanningsregeling. Eénpolig systeem waarbij het chassis en het motorblok als geleiders worden gebruikt. De minpool is op het chassis aangesloten.

Spanning12 volt
Accu, capaciteit88 Ah
elektrolyt, s.g.1,28
moet worden geladen bij s.g.1,21
Dynamo, maximumvermogen770 W
maximumstroomsterkte55 A
Startmotor, vermogen2,0 kW
Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLVO

Model : 760 GLE TD (1998)

Categorie : Auto