HeavyCoat 950 E - Peinture en spray WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HeavyCoat 950 E WAGNER in PDF-formaat.
| Producttype | Hogedrukverfspuit |
| Merk | Wagner |
| Model | HeavyCoat 950 E |
| Beoogd gebruik | Aanbrengen van verf en vernis op grote oppervlakken |
| Afmetingen (ongeveer) | 30 x 25 x 20 cm |
| Gewicht (ongeveer) | 2,5 kg |
| Voeding | Elektrisch, 230 V / 50 Hz |
| Nominaal vermogen | 950 W |
| Werkdruk | Tot 200 bar |
| Instelbare doorstroom | Ja, via stromingsregelaar |
| Tankinhoud | 1,5 L |
| Verwisselbare spuitmond | Ja, verschillende maten inbegrepen |
| Slanglengte | 3 m |
| Verffilter | Geïntegreerd, verwijderbaar voor reiniging |
| Geluidsniveau | 75 dB(A) |
| Reiniging en onderhoud | Reinigen met oplosmiddel na elk gebruik; bewegende delen smeren |
| Aanbevolen veiligheidsuitrusting | Veiligheidsbril, masker, handschoenen |
| Reserveonderdelen beschikbaar | Spuitmonden, afdichtingen, zuiger, reparatieset |
| Repareerbaarheid | Mogelijkheid om onderdelen door de gebruiker te vervangen |
Veelgestelde vragen - HeavyCoat 950 E WAGNER
Gebruikersvragen over HeavyCoat 950 E WAGNER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Peinture en spray in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HeavyCoat 950 E - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HeavyCoat 950 E van het merk WAGNER.
GEBRUIKSAANWIJZING HeavyCoat 950 E WAGNER
Attentie: gevaar voor verwondingen door injectie! De Airless apparaten ontwikkelen extreem hoge spuitdrukken.

Nooit vingers, handen of andere lichaamsdelen in aanraking met de spuitstraal laten komen!
Richt het spuitpistool nooit op uzelf, op andere personen of op dieren.
Het spuitpistool nooit zonder aanraakbeveiliging gebruiken.
Behandel een spuitverwonding niet als een gewone snijwond. Bij huidletsel door bedekkingsmateriaal direct een arts raadplegen voor een snelle, deskundige behandeling. Informeer de arts over het gebruikt bedekkingsmateriaal of oplosmiddel.

Elke keer voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moeten de onderstaande punten, overeenkomstig de handleiding, in acht worden genomen:
- Apparaten met gebreken mogen niet worden gebruikt.
- WAGNER-spuitpistool met veiligheidshendel aan de trekker borgen.
- Aarding controleren.
- Toelaatbare werkdruk van de hogedrukslang en het spuitpistool controleren.
- Alle verbindingen op lekkage controleren.

De aanwijzingen m.b.t. periodieke schoonmaak- en onderhoudsbeurten moeten streng worden aangehouden.
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat en bij iedere werkonderbreking moeten de onderstaande regels in acht worden genomen:
- Spuitpistool en slang van druk ontlasten.
- WAGNER-spuitpistool met veiligheidshendel aan de trekker borgen.
- Apparaat uitschakelen.
Let op de veiligheid!
Inhoud
Pagina
1. Veiligheidsvoorschriften voor het Airless-spuiten ......26
1.1 Uitleg van de gebruikte symbolen....26
1.2 Elektrische veiligheid 27
1.3 Veiligheid van de Benzinemotor 28
1.4 Opstelling op een oneffen terrein 28
2. Overzicht van de toepassingen 29
2.1 Toepassingsgebieden....29
2.2 Bedekkingsmaterialen....29
3. Beschrijving van het apparaat 29
3.1 Airless-methode....29
3.2 De werking van het apparaat....29
3.3 Legenda bij de schematische tekening van HC-apparaten met benzinemotor ....30
3.4 Schematische tekening
van HC-apparaten met benzinemotor ....30
3.5 Legenda bij de schematische tekening van HC-apparaten met elektromotor ....31
3.6 Schematische tekening
van HC-apparaten met elektromotor ....31
3.7 Technische gegevens
van HC-apparaten met benzinemotor ....32
3.8 Technische gegevens
van HC-apparaten met elektromotor ....33
3.9 Transport 34
3.10 Transport in voertuig 34
3.11 Takeltransport 34
4. Inbedrijfstelling....35
4.1 De stand van de materiaalpomp wijzigen ....35
42 Hogedrukslang, spuitpistool en afscheidingsolie ....36
4.3 Benzinemotor (apparaten met benzinemotor) 36
4.4 Aansluiting op het stroomnet (apparaten met elektromotor) 36
4.5 Reiniging van conserveringsmiddel bij eerste inbedrijfstelling 36
4.7 Apparaat met bedekkingsmateriaal in bedrijf stellen ....37
5. Spuittechniek....37
- Hantering van de hogedrukslang 37
- Onderbreking van de werkzaamheden ....37
8. Reiniging van het apparaat (buiten werking stellen) .....38
8.1 Reiniging van de buitenkant van het apparaat 38
8.2 Hogedrukfilter reinigen 38
8.3 Reiniging van het Airless-spuitpistool 39
Pagina
9. Hulp bij storingen....40
9.1 Benzinemotor 40
9.2 Elektromotor 40
9.3 Hydraulische motor 40
9.4 Materiaaltransportpomp....41
10. Onderhoud....42
10.1 Algemeen onderhoud....42
10.2 Controle oliestand in de tank voor hydraulische olie .....42
10.3 Olie verversen en oliefilter vervangen bij de hydraulicapomp....42
10.4 Hogedrukslang....42
11. Appendix......43
11.1 Keuze van de spuitdop 43
11.2 Onderhoud en reiniging van Airless hardmetalen spuitdoppen 43
11.3 Accessoires voor het spuitpistool ....43
11.4 Tabel Airless spuitdoppen 44/45
11.5 Tabel 2Speed Tip spuitdoppen ....46
WAGNER-klantenservice....47
Accessoires en onderlen....120
Accessoires voor HC-apparaten I.... 120/121
Accessoires voor HC-apparaten II.... 122/123
Onderdelenlijst hoodeenheid 124/125
Onderdelenlijst wagen.... 126/127
Onderdelenlijst hydraulisch systeem 128/129
Onderdelenlijst hydraulisch motor 130/131
Onderdelenlijst vloeistofgedeelte 132/133
Onderdelenlijst schoepenzuiger HC 950-SSP • HC 970-SSP .... 134/135
Onderdelenlijst hogedrukfilter 136/137
Onderdelenlijst convertokit, elektromotor (230V / 400V) ......138
Onderdelenlijst convertokit, benzine 140
Onderdelenlijst montage van de riembescherming ....141
Onderdelenlijst ontluchtingsslangsystem....142
Schakelschema HC 950 • HC 970....143
Produktaansprakelijkheid 145
3+2 jaar garantie Professional Finishing 145
1. Veiligheidsvoorschriften voor het Airless-spuiten
1.1 Uitleg van de gebruikte symbolen
Deze handleiding bevat informatie die u moet lezen en begrijpen voordat u het toestel gebruikt. Wanneer u bij een gedeelte aankomt dat een van de volgende symbolen bevat, dient u extra voorzichtig te werk te gaan en de informatie te allen tijde op te volgen.
![]() | Dit symbool geeft een mogelijk gevaar aan dat ernstig persoonlijk letsel of zelfs de dood tot gevolg kan hebben. Belangrijke veiligheidsinformatie volgt. |
![]() | Dit symbool geeft een mogelijk gevaar aan ten opzichte van uzelf of het toestel. Belangrijke informatie volgt over hoe u schade aan het toestel respectievelijk kleiner persoonlijk letsel kunt voorkomen. |
| Let op | |
![]() | Gevaar voor verwondingen door injectie |
![]() | Brandgevaar |
![]() | Explosiegevaar |
![]() | Giftige en/of ontvlambare dampmengsels. Gevaar voor vergiftiging en verbranding |
![]() | Op deze plaatsen wordt belangrijke informatie gegeven waar speciale aandacht aan dient te worden gegeven. |

GEVAAR: Persoonlijk letsel door injectie -
Een vloeistofstraal onder hoge druk afkomstig uit dit apparaat is krachtig genoeg om de huid en het onderliggende weefsel binnen te dringen, hetgeen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel waarbij zelfs amputatie noodzakelijk kan blijken.
Behandel een spuitverwonding niet als een gewone snijwond. Bij huidletsel door bedekkingsmateriaal direct een arts raadplegen voor een snelle, deskundige behandeling. Informeer de arts over het gebruikt bedekkingsmateriaal of oplosmiddel.
PREVENTIE:
- NOOIT het pistool op een lichaamsdeel richten.
- NOOIT een lichaamsdeel in de vloeistofstraal houden. NIET met een lichaamsdeel een eventuele lekkage in de vloeistofslang proberen af te dichten.
- NOOIT uw hand voor het pistool houden. HanESChoenen geven geen bescherming tegen persoonlijk letsel door injectie.
- ALTIJD de trekker van het pistool vergrendelen, de compressor uitschakelen en de druk laten ontsnappen voordat u het apparaat een onderhoudsbeurt geeft, de spuitmond of beschermkap daarvan schoonmaakt, de spuitmond verwisselt of het apparaat onbeheerd achterlaat. Uitschakelen van de compressormotor betekent niet automatisch dat het systeem drukloos wordt. De PRIME/SPRAY (doorspuiten/spuiten) selectiehendel of ontluchtingsventiel moeten in de juiste stand gezet worden
om de druk van het systeem te laten ontsnappen. Raadpleeg de PROCEDURE VOOR HET DRUKLOOS MAKEN VAN DE INSTALLATIE zoals beschreven in deze handleiding.
- ALTIJD de beschermkap van de spuitmond tijdens het spuiten op zijn plaats laten. De beschermkap van de spuitmond geeft enige bescherming, maar is hoofdzakelijk een waarschuwingsmiddel.
- ALTIJD de spuitmond verwijderen alvorens het systeem door te spoelen of te reinigen.
- NOOIT een spuitpistool gebruiken waarvan de vergrendeling van de trekker niet werkt en de beschermkap van de trekker niet op de juiste plaats zit.
- Alle accessoires dienen minimaal geschikt te zijn voor gebruik op de maximale toegestane bedrijfsdruk van de spuitinstallatie. Dit geldt tevens voor de spuitmonden, pistolen, verlengstukken en slang.

GEVAAR: Hogedrukslang -
Er kan lekkage in de verfslang ontstaan ten gevolge van slijtage, knikken van de slang of verkeerd gebruik. Een lek kan de oorzaak zijn van het feit dat spuitlak in de huid terechtkomt. Controleer de slang voor elk gebruik.
PREVENTIE:
- Hogedrukslang vóór elk gebruik grondig controleren.
- Vervang een beschadigde hogedrukslang onmiddellijk.
- Probeer nooit een defecte hogedrukslang zelf te repareren!
- Vermijd scherpe bochten en knikken. De kleinste buigstraal mag ongeveer 20 cm bedragen.
- Rijd niet over de hogedrukslang en bescherm deze tegen scherpe voorwerpen en kanten.
- Nooit aan de hogedrukslang trekken om het toestel te bewegen.
- Hogedrukslang niet verdraaien.
- Hogedrukslang niet in oplosmiddel leggen. Buitenkant alleen met een doordrenkte doek afvegen.
- Hogedrukslang zo leggen, dat er geen struikelgevaar bestaat.

Gebruik voor een goede en veilige werking en een lange levensduur uitsluitend originele hogedrukslangen van WAGNER.

GEVAAR: Explosie en brand -
Ontvlambare dampen, zoals oplosmiddelen en verfdampen kunnen ontsteken of exploderen in de werkruimte.
PREVENTIE:
- Gebruik de apparatuur alleen in een goed geventileerde ruimte. Zorg voor een goede toevoer van verse lucht die door de ruimte wordt verplaatst om de lucht binnen de sprayzone vrij van opgehoopte ontvlambare dampen te houden. Bewaar de pompeenheid in een goed verluchte ruimte. Spuit niet op de pompeenheid.
- Alleen voor elektrische modellen - Gebruik geen materialen met een vlampunt lager dan 38° C (100° F). Het vlampunt is de temperatuur waarop een vloeistof voldoende dampen kan produceren om te ontsteken.
-
Alleen voor modellen op gas - Vul de brandstoftank niet wanneer de motor draait of warm is; schakel de motor uit en laat afkoelen. Brandstof is ontvlambaar en kan ontsteken of exploderen op een warm oppervlak.
-
Verwijder alle ontstekingsbronnen, zoals waakvlammen, sigaretten, draagbare elektrische lampen en kunststof druppelvangers (mogelijke statische vonkoverslag).
- Houd het werkgebied vrij van afval, inclusief oplosmiddelen, poetslappen en benzine.
- Haal geen stekkers uit stopcontacten, steek geen stekkers in stopcontacten en doe de verlichting niet aan of uit met de schakelaars als er brandbare dampen aanwezig zijn.
- Aard alle apparatuur en geleidingsvoorwerpen in de werkomgeving. Zorg ervoor dat de aardingskabel (niet bijgeleverd) van de aardingsverbindingslip met het werkelijke aardingspunt is verbonden.
- Gebruik alleen geaarde slangen.
- Houd het pistool stevig tegen de zijkant van een geaarde emmer gedrukt terwijl u in de emmer spuit
- Als u merkt dat er sprake is van statische elektriciteit of u een schok voelt, stop dan onmiddellijk met werken.
- Zorg ervoor dat u de inhoud kent van de verf en oplosmiddelen die worden gebruikt. Lees het materiaalveiligheidsinformatieblad (MSDS) en de labels op de container die bij de verf en oplosmiddelen worden geleverd. Volg de veiligheidsinstructies van de verf- en oplosmiddelfabrikant.
- Gebruik geen verf of oplosmiddelen die halogeenkoolwaterstoffen bevatten. Zoals chloor, bleekmiddel met schimmelwerende middelen, methyleenchloride en trichloro-ethaan. Deze zijn niet compatibel met aluminium. Neem contact op met de verdeler van de coating met betrekking tot de compatibiliteit van het materiaal met aluminium.
- Zorg dat er altijd een werkend brandblusapparaat op de werkplek is.

GEVAAR: Gevaarlijke dampen -
Verven, oplosmiddelen en andere stoffen kunnen schadelijk zijn wanneer ze worden ingeademd of in aanraking met het lichaam komen. Dampen kunnen ernstige misselijkheid, flauwvallen of vergiftiging veroorzaken.
PREVENTIE:
- Draag tijdens het spuiten altijd een ademhalingsbescherming. Lees alle bij het masker behorende instructies opdat u zeker weet dat het de nodige bescherming zal bieden.
- Alle lokale regelgevingen met betrekking tot bescherming tegen gevaarlijke dampen, moeten worden gerespecteerd.
- Draag een veiligheidsbril.
- Ter bescherming van de huid dienen beschermende kleding, handschoenen en eventueel huidcrème te worden toegepast. Neem bij het klaarmaken, het verwerken en het reinigen van de apparatuur de voorschriften van de fabrikanten van de gebruikte stoffen, oplosmiddelen en reinigingsmiddelen in acht.

GEVAAR: Algemeen -
dit kan ernstig persoonlijk letsel of materiële schade tot gevolg hebben
PREVENTIE:
- Volg alle van toepassing zijnde lokale, provinciale en nationale verordeningen inzake ventilatie, brandpreventie en bediening.
- Bediening van de trekker veroorzaakt een terugslag van de hand die het spuitpistool vasthoudt. De terugslag van het spuitpistool is bijzonder krachtig wanneer de spuitmond is verwijderd en de hoge-druk nevelcompressor op een hoge spuitdruk is ingesteld. Zet de drukregelaar op de laagst
mogelijke stand alvorens de spuitmond te verwijderen en de apparatuur te reinigen.
- Gebruik alleen onderdelen die door de fabrikant zijn goedgekeurd. De gebruiker neemt alle risico's en aansprakelijkheden op zich wanneer hij onderdelen gebruikt die niet voldoen aan de minimale specificaties en veiligheidsrichtlijnen zoals opgesteld door de fabrikant van de compressor.
- Volg ALTIJD de instructies van de fabrikant van de stoffen inzake veilig omgaan met verf en oplosmiddelen.
- Reinig al het materiaal en verwijder onmiddellijk gemorst oplosmiddel om het risico op uitglijden te voorkomen.
- Draag gehoorbeschermers. Dit toestel kan een geluidsniveau hoger dan 85 dB(A) produceren.
- Laat dit toestel nooit onbeheerd achter. Houd het uit de buurt van kinderen en personen die niet bekend zijn met de bediening van nevelspuittoestellen.
- Niet buiten spuiten wanneer er veel wind staat.
- Het apparaat en alle verwante vloeistoffen (bijv. hydraulische olie) moeten op een milieuvriendelijke manier worden afgevoerd.
1.2 Elektrische veiligheid
Elektrische modellen moeten geaard zijn. In geval van elektrische kortsluiting is het risico van een elektrische schok kleiner indien het toestel geaard is, doordat de aarde-ader voor afleiding van de elektrische stroom zorgt. Dit product is uitgerust met een snoer met een aarde-ader en een stekker met randaarde. Het apparaat mag uitsluitend via een speciaal voedingspunt, bijv. via een lekstroomveiligheidsinrichting met INF ≤ 30 mA, op het stroomnet worden aangesloten.

GEVAAR — Werkzaamheden of reparaties aan de elektrische uitrusting alleen door een elektricien laten uitvoeren. Wagner stelt zich niet aansprakelijk voor onvakkundige installatie. Schakel het apparaat uit.Voorafgaand aan alle reparaties: verwijder de netstekker.
Gevaar voor kortsluiting in de elektrische uitrusting door binnendringend water. Spuit het apparaat nooit af met een hogedruk- of stoomhogedrukreiniger.
Werkzaamheden of reparaties aan de elektrische uitrusting:
Laat deze uitsluitend uitvoeren door een elektrotechnisch vakbekwaam persoon. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor een ondeskundige installatie.
1.3 Veiligheid van de Benzinemotor

Plaats de spuitinstallatie altijd buiten, in de frisse lucht. Houd alle oplosmiddelen uit de buurt van de uitlaat van de motor. Vul de brandstoftank nooit bij wanneer de motor nog draait of heet is. Een heet oppervlak kan er voor zorgen dat gemorste brandstof ontvlamt. Sluit de aardleiding van de compressor altijd op een geaard voorwerp aan. Raadpleeg de handleiding van de motor voor de volledige veiligheidsinformatie.
- Benzinemotors zijn ontwikkeld om op een veilige en betrouwbare manier te functioneren indien ze bediend worden volgens de aanwijzingen. Zorg ervoor dat u de Handleiding van de Eigenaar leest en begrijpt vooraleer u de motor bedient. Indien u dit niet doet, kan dit mogelijk leiden tot persoonlijke blessures en schade aan het materiaal.
- Hou de motor tijdens gebruik ten minste 1 meter uit de buurt van gebouwen en ander materiaal om het risico op brand te vermijden en voldoende verluchting te voorzien. Hou ontvlambare voorwerpen uit de buurt van de motor.
- Personen die het apparaat niet bedienen, moeten weg blijven uit de gebruikersruimte als gevolg van het risico op mogelijke brandwonden van warme motoronderdelen of letsel van apparatuur die wordt gebruikt om de motor te bedienen.
- Leer hoe u de motor snel kunt afleggen en begrijp de werking van de hele bediening. Sta nooit toe dat er iemand de motor bedient zonder kennis van zaken.
- Benzine is enorm ontvlambaar en explosief onder bepaalde omstandigheden.
- Tank in een goed verluchte omgeving en wanneer de motor uitgeschakeld is. Rook niet en vermijd vlammen en vonken in de tankruimte en waar de benzine opgeslagen is.
- Laat de brandstoftank niet overlopen. Zorg ervoor dat de tankdop na het tanken goed en veilig is afgesloten.
- Mors geen brandstof tijdens het tanken. Brandstofdampen en gemorste brandstof kunnen vuur vatten. Indien er brandstof gemorst wordt, zorg er dan voor dat de ruimte droog is vooraleer de motor wordt opgestart.
- Laat de motor nooit lopen in een afgesloten of beperkte ruimte. Uitlaatgassen bevatten het giftige koolstofmonoxide. Als u eraan wordt blootgesteld kan dit het verliezen van het bewustzijn of mogelijk de dood veroorzaken.
- De geluidsdemper wordt zeer heet tijdens het functioneren en blijft een tijdje heet na het afleggen van de motor. Raak de geluidsdemper niet aan terwijl het heet is. Laat de motor afkoelen voor het te verwijderen of ergens binnen op te slaan om ernstige brandwonden of brandgevaar te vermijden.
- Verscheep/transporteer de verstuiver nooit als er nog benzine in de tank zit.

GEBRUIK dit materiaal NIET om water of zuur te verstuiven.
1.4 Opstelling op een oneffen terrein
De voorzijde van het apparaat moet naar beneden wijzen, om wegglijden te voorkomen.

2. Overzicht van de toepassingen
2.1 Toepassingsgebieden
Grondverven en het opbrengen van een eindlaag bij grote oppervlakken, beschermingslagen opbrengen, impregneren, bouwsanering, voorgevelbescherming en -renovatie, roestbescherming en bescherming van bouwwerken, daken van een laag voorzien, dakdichting, betonsanering en zware corrosiebescherming.
Voorbeelden van te bespuiten objecten
Utiliteitsbouw, tunnelbouw, koeltorens, bruggen, waterzuiveringsinstallaties en platte daken.
2.2 Bedekkingsmaterialen
Te verwerken bedekkingsmaterialen

Let op de Airless-kwaliteit bij de te verwerken bedekkingsmaterialen.
Latexverven, dispersieverven, vlambeschermings- en dikke-laagmaterialen, koudverzink- en ijzerglimmerverf, Airless-spuitpleister, spuitbare lijm, anticorrosieve middelen, materialen voor een dikke coating, en bitumenachtige bedekkingsmaterialen.
De verwerking van andere bedekkingsmaterialen is uitsluitend toegestaan na goedkeuring van de firma WAGNER.
HC 950-SSP
Met geschikte accessoire in het bijzonder voor de verwerking van Airless-sputpleister (Omvang voorwerp: 200-800 m²).
HC 970-SSP
In het bijzonder geschikt voor de verwerking van Airless-spuitpleister (Omvang voorwerp: meer dan 800 m²).
Filtering
Ondanks het hogedrukfilter is het in het algemeen aan te raden om het bedekkingsmateriaal te filtreren (behalve bij het verwerken van de airless verbindingsfilter).
Roer het bedekkingsmateriaal voor het begin van de werkzaamheden goed door.

Attentie: let er bij het doorroeren met een roerwerk met motoraandrijving op, dat geen luchtbellen ontstaan. Lichtbellen storen bij het spuiten en kunnen zelfs tot een onderbreking leiden.
Viscositeit
Met de apparaten kunnen hoogviskeuze bedekkings materialen worden verwerkt.
Indien het hoogviskeuze bedekkingsmateriaal niet kan worden aangezogen, moet het volgens de voorschriften van de fabrikant worden verdund.
Tweecomponenten-bedekkingsmaterialen
Houdt u exact aan de voorgeschreven verwerkingstijd. Binnen deze tijd moet het apparaat zorgvuldig met een geschikt reinigingsmiddel worden doorgespoeld en ge reinigd.
Bedekkingsmaterialen met scherpgerande toevoegingen
Deze zorgen voor een snelle slijtage van ventielen, hogedrukslang, spuitpistool en spuitdop. De levensduur van deze onderdelen kan daardoor aanzienlijk korter worden.
3. Beschrijving van het apparaat
3.1 Airless-methode
Belangrijkste toepassingsgebieden zijn dikke lagen van hoogviskeus bedekkingsmateriaal bij grote oppervlakken en een hoog verbruik.
Een zuigerpomp zuigt het bedekkingsmateriaal aan en transporteert het onder druk naar de spuitkop. Het materiaal wordt bij een druk tot maximaal 250 bar (25 MPa) door de spuitdop geperst. De hoge druk zorgt voor een microfijne verstuiving van het materiaal.
Omdat in dit systeem geen lucht wordt gebruikt, wordt deze methode AIRLESS-methode (zonder lucht) genoemd.
De voordelen van deze manier van spuiten zijn een zeer fijne verstuiving, een nevelarme werkwijze en een glad oppervlak zonder luchtbellen. Behalve deze voordelen zijn nog de hoge werksnelheid en de goede hanteerbaarheid te noemen.
3.2 De werking van het apparaat
Om de werking beter te doen begrijpen volgt nu kort de technische opbouw.
WAGNER HC 950 • 970 is een door een benzinemotor of elektromotor aangedreven hogedrukspuitapparaat.
De benzinemotor of elektromotor (afb. 2, pos.1) drijft met een V-snaar onder de riemaandrijvingsafdekking (2) de hydraulicapomp (3) aan. De hydraulische olie stroomt naar de hydraulische motor (4) en beweegt vervolgens de zuiger in de materiaaltransportpomp (5) op en neer.
Bij de HC 950-SSP en HC 970-SSP beweegt de zuiger in de materiaaltransportpomp een schoepenzuiger (6).
De schoepenzuiger transporteert zeer viskeuze bedekkingsmaterialen.
Het inlaatventiel gaat automatisch open, wanneer de zuiger omhoog beweegt. Wanneer de zuiger naar beneden beweegt, gaat het uitlaatventiel open.
Het bedekkingsmateriaal stroomt onder hoge druk door de hogedrukslang naar het spuitpistool. Het bedekkingsmateriaal verstuift, wanneer het de spuitdop verlaat.
Het drukregelventiel (7) regelt de transporthoeveelheid en de bedrijfsdruk van het bedekkingsmateriaal.

3.3 Legenda bij de schematische tekening van HC-apparaten met benzinemotor
1 Spuitpistool
2 Hogedrukslang
3 Benzinemotor
4 Disselboom uitschuifbaar
5 V-snaar onder de riemaandrijvingsafdekking
6 Retourslang
7 Aanzuigbuis
8 Hogedrukfilter
9 Materiaaltransportpomp HC 950, HC 970
10 Materiaaltransportpomp HC 950-SSP, HC 970-SSP
11 Manometer
12 Vulopening voor de afscheidingsolie mesamoll (afscheidingsolie voorkomt verhoogde slijtage aan de pakkingen)
13 Kogelkraan
Stand horizontaal – hydraulische motor uitgeschakeld
Stand verticaal – hydraulische motor ingeschakeld
14 Handgreep om de materiaaltransportpomp te draaien
15 Hydraulische motor
16 Knop ontlastingsventiel
Naar links draaien circulatie Ⓞ
Naar rechts draaien spuiten >7
17 Hydraulicapomp
18 Drukregelknop
19 Oliepeilstok
3.4 Schematische tekening van HC-apparaten met benzinemotor

3.5 Legenda bij de schematische tekening van HC-apparaten met elektromotor
1 Spuitpistool
2 Hogedrukslang
3 Elektromotor
4 Schakelaar ON/OFF
5 Controlelampje geeft aan dat het apparaat klaar is voor gebruik
6 Voedingskabel
7 Disselboom uitschuifbaar
8 V-snaar onder de riemaandrijvingsafdekking
9 Retourslang
10 Aanzuigbuis
11 Hogedrukfilter
12 Materiaaltransportpomp HC 950, HC 970
13 Materiaaltransportpomp HC 950-SSP, HC 970-SSP
14 Manometer
15 Vulopening voor de afscheidingsolie mesamoll (afscheidingsolie voorkomt verhoogde slijtage aan de pakkingen)
16 Kogelkraan
Stand horizontaal – hydraulische motor uitgeschakeld Stand verticaal – hydraulische motor ingeschakeld
17 Handgreep om de materiaaltransportpomp te draaien
18 Hydraulische motor
19 Knop ontlastingsventiel
Naar links draaien circulatie ⚙ Naar rechts draaien spuiten ⚠
20 Hydraulicapomp
21 Drukregelknop
22 Oliepeilstok
3.6 Schematische tekening van HC-apparaten met elektromotor

3.7 Technische gegevens van HC-apparaten met benzinemotor
| Benzinemotor, vermogen | ||||
| 4,1 kW: * * | ||||
| 6 kW: * * | ||||
| Max. werkdruk | ||||
| 25 MPa (250 bar): * * * * | ||||
| Max. volumestroom | ||||
| 8 l/min: * * | ||||
| 12 l/min: * * | ||||
| Volumestroom bij 120 bar (12 MPa) met water | ||||
| 7,6 l/min: * * | ||||
| 11 l/min: * * | ||||
| Max. grootte spuitdop met een spuitpistool | ||||
| 0,052 inch (Engelse duim) - 1,30 mm: * * | ||||
| 0,056 inch (Engelse duim) - 1,42 mm: * * | ||||
| Fitting voor vloeistofuitlaat | ||||
| 3/8 inch (Engelse duim) - 9,5 mm: * | ||||
| 1/2 inch (Engelse duim) - 12,7 mm: * * * | ||||
| Max. temperatur van get bedekkingsmateriaal | ||||
| 43°C: * * * * | ||||
| Max. viskositeit | ||||
| 50.000 mPa·s: * * | ||||
| 65.000 mPa·s: * * | ||||
| Filterelement (stadaarduitusting) | ||||
| 0 mazen: | * * * | * | ||
| Gewicht | ||||
| 76 kg | * * | |||
| 88 kg * * | ||||
| Vulhoeveelheid hydraulische olie | ||||
| 4.7 ISO 32: | * * * | * | ||
| Max. bandspanning | ||||
| 0,2 MPa (2 bar): | * * * | * | ||
| Speciale hogedrukslang | ||||
| DN 10 mm, 15 m, Aansluitschroefdraad NPSM 3/8: | * | |||
| DN 13 mm, 15 m, Aansluitschroefdraad NPSM 1/2: | * * * | |||
| Slangspriet | ||||
| DN 10 mm, 2,5 m, Aansluitschroefdraad NPSM 3/8: | * * * | |||
| Afmetingen L x H x B | ||||
| 1185 x 955 x 655 mm: | * * | |||
| 1200 x 955 x 655 mm: | * * | |||
| Max. geluidsnivea: | ||||
| 92 dB (A)* | * * | |||
| 98 dB (A)* | * * | |||
* Gemeten op een afstand van 1 m naast het apparaat en 1,60 m boven geluidsharde bodem, bij een werkdruk van 120 bar (12 MPa).
3.8 Technische gegevens van HC-apparaten met elektromotor
| Spanning | ||||
| 230 V~, 50 Hz: * * | ||||
| 400 V, 50 Hz, V3~: * * | ||||
| Zekering | ||||
| 16 A: * * * * | ||||
| Voedingskabel | ||||
| 3 x 2,5 mm2 - 6 m: * * | ||||
| 5 x 2,5 mm2 - 6 m: * * | ||||
| Opgenomen vermogen | ||||
| 3,6 kW: * * | ||||
| 5,5 kW: * * | ||||
| Max. werkdruk | ||||
| 25 MPa (250 bar): * * * * | ||||
| Max. volumestroom | ||||
| 6,6 l/min: * * | ||||
| 10 l/min: * * | ||||
| Volumestroom bij 120 bar (12 MPa) met water | ||||
| 5,2 l/min: * * | ||||
| 10 l/min: * * | ||||
| Max. grootte spuitdop met een spuitpistool | ||||
| 0,052 inch (Engelse duim) - 1,30 mm: * * | ||||
| 0,056 inch (Engelse duim) - 1,42 mm: * * | ||||
| Fitting voor vloeistofuitlaat | ||||
| 3/8 inch (Engelse duim) - 9,5 mm: | * | |||
| 1/2 inch (Engelse duim) - 12,7 mm: | * * * | |||
| Max. temperatur van get bedekkingsmateriaal | ||||
| 43°C: | * * * * | |||
| Max. viskositeit | ||||
| 50.000 mPa·s: | * * | |||
| 65.000 mPa·s: | * * | |||
| Filterelement (stadaarduitusting) | ||||
| 0 mazen: | * * * * | |||
| Gewicht | ||||
| 83 kg | * | |||
| 84,5 kg | * | |||
| 100 kg | * | |||
| 103 kg | * | |||
| Vulhoeveelheid hydraulische olie | ||||
| 4.7 ISO 32: | * * * * | |||
| Max. bandspanning | ||||
| 0,2 MPa (2 bar): | * * * * | |||
| Speciale hogedrukslang | ||||
| DN 10 mm, 15 m, Aansluitschroefdraad NPSM 3/8: | * | |||
| DN 13 mm, 15 m, Aansluitschroefdraad NPSM 1/2: | * * * | |||
| Slangspriet | ||||
| DN 10 mm, 2,5 m, Aansluitschroefdraad NPSM 3/8: | * * * | |||
| Afmetingen L x H x B | ||||
| 1185 x 955 x 655 mm: | * * | |||
| 1200 x 955 x 655 mm: | * * | |||
| Max. geluidsnivea: | ||||
| 80 dB (A)* | * * | |||
| 88 dB (A)* | * * | |||
* Gemeten op een afstand van 1 m naast het apparaat en 1,60 m boven geluidsharde bodem, bij een werkdruk van 120 bar (12 MPa).
Bedrijfstemperatuur
Dit apparaat zal correct functioneren in de beoogde omgeving, bij een temperatuur tussen +10 °C en +40 °C.
Relatieve vochtigheid
Dit apparaat zal correct functioneren binnen een omgeving bij 50% RV, +40 °C. Een hogere RV kan worden toegestaan bij lagere temperaturen.
De aankoper zal metingen uitvoeren om schadelijke effecten als gevolg van occasionele condensatie te vermijden.
Hoogte
Dit apparaat zal correct functioneren tot maximaal 2100 m boven de gemiddelde zeespiegel.
Vervoer en opslag
Dit apparaat is bestand tegen, of is beschermd tegen vervoer- en opslagtemperaturen van -25 °C tot +55 °C en gedurende korte periodes tot maximaal +70 °C.
Het werd verpakt om schade als gevolg van normale vochtigheid, trillingen en schokken te voorkomen.
3.9 Transport

Let op
Hef het niet op met een rolwagen tijdens het laden of lossen.
Apparaat is erg zwaar. Er zijn drie personen nodig om het op te tillen.
Apparaat voortbewegen
Trek disselboom (afb. 5, pos. 1) tot aan de aanslag eruit. Disselboom erin schuiven – druk drukknoppen (2) op de stang in en schuif vervolgens de disselboom erin.

3.10 Transport in voertuig
Druk aan de vergrendelpin (afb. 6, pos. 1) in de zwenkinrichting (2) van de materiaaltransportpomp (3) en draai deze in horizontale stand.
Rol de hogedrukslang op over de ophanging aan de disselboom. Zet het apparaat goed vast met geschikt bevestigingsmateriaal.

Aanhechtpunten voor de banden of kabels zie afbeelding 7.

4. Inbedrijfstelling
4.2 De stand van de materiaalpomp wijzigen

Gevaar dat bewegende delen van de draaivoorziening vingers en voet afknellen.
- Pak de handgreep (afb. 8, pos. 1) met de ene hand vast.
- Druk met de andere hand aan de vergrendelpin (2).
- Draai de materiaaltransportpomp, afhankelijk van de gewenste positie, naar boven of naar beneden, tot de vergrendelpin (2) in de nieuwe stand klikt.

Het apparaat alleen transporteren, wanneer de materiaaltransportpomp in horizontale stand ligt. Ook kan de materiaaltransportpomp uit het reservoir voor het bedekkingsmateriaal genomen worden door de pomp in de horizontale stand te draaien.
Let erop, dat de vergrendelpin vastklikt.

De materiaaltransportpomp kan in het reservoir voor het bedekkingsmateriaal gedompeld worden door hem in de verticale stand te draaien.

Materiaaltransportpomp in schuine (45°) stand draaien bij gebruik van het container-aanzuigsysteem (accessoire). In deze stand is er ruimte onder de materiaaltransportpomp.

4.2 Hogedrukslang, spuitpistool en afscheidingsolie
- Schroef de hogedrukslang (afb. 12, pos.1) op de slangaansluiting (2).
- Schroef de dubbele mof (3) van de HC 940-SSP • HC 970 en HC 970-SSP in de hogedruckslang. Schroef het slanguiteinde (4) vast.
- Schroef de overgangsmof (5) aan het spuitpistol (6).
- Schroef het spuitpistool met de geselecteerde sproeikop afhankelijk van de uitvoering aan de hogedrukslang of aan het slanguiteinde (4).
- Wartelmoeren van de hogedrukslang en afhankelijk van de uitvoering ook van het slanguiteinde stevig vastdraaien, zodat er geen bedekkingsmateriaal lekt.

- Giet de EasyGlide mesamoll erin (afb. 13). Slechts zoveel erin gieten, dat er geen afscheidingsolie in het reservoir voor het bedekkingsmateriaal druppelt.

EasyGlide voorkomt verhoogde slijtage van de pakkingen.

- Giet de meegeleverde motorolie erin.
De benzinemotor wordt zonder motorolie getransporteerd.
De oliestandmelder verhindert het starten zonder een juist oliepeil.
Oliesoorten en oliehoeveelheid, zie motorhandleiding. - Vul de benzinetank.
Voor informatie over de benzine, zie motorhandleiding.
4.4 Aansluiting op het stroomnet (apparaten met elektromotor)

Het apparaat moet via een volgens de voorschriften geaarde veiligheidscontactdoos worden aangesloten.
Controleer voor aansluiting op het net dat de netspanning overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje op het apparaat. Zoda de netstekker is aangesloten, brandt het groene controlelampje.
4.5 Reiniging van conserveringsmiddel bij eerste inbedrijfstelling
- Druk aan de vergrendelpin (afb. 14, pos. 1) en draai de materiaaltransportpomp in een reservoir met een geschikt reinigingsmiddel.
- Draai de drukregelknop (2) op de hydraulicapomp naar links (verlaging druk) tot aan de aanslag.
- Draai de onlastingsventielknop (3) volledig naar links (circulatie).
- Start de benzinemotor of de elektromotor.
a. Om start de benzinemotor, zie motorhandleiding.
b. Om start de elektromotor:
• HC 950, schakelaar op 1 (AAN) zetten. - HC 970 units, schakelaar eerst op Y, daarna op △ (AAN) zetten.

De draairichting van de riemschijf moet overeenkomen met de pijl (4) op de riemafscherming. Wanneer de riemschijf tegen de pijlrichting in draait:
Apparaat uitschakelen O (UIT). Netstekker uit het stopcontact trekken en met een schroevendraaier de polariteitomkering (5) in de netstekker 180 graden draaien. Netstekker weer in het stopcontact steken.
- Zet de kogelkraan (6) op de materiaaltransportpomp in de verticale stand – schakel hydraulische motor in.
De hydraulische olie stroomt naar de hydraulische motor van de materiaaltransportpomp. - Draai de drukregelknop (2) naar rechts (verhoging druk), tot reinigingsmiddel bij de retourbuis uittreedt.
- Draai de ontlastingsventielknop (3) volledig naar rechts (spuiten).
- Haal de trekker van het spuitpistool over.
- Spuit het reinigingsmiddel uit het apparaat in een open verzamelreservoir.

4.6 Apparaat met bedekkingsmateriaal in bedrijf stellen

Aard het apparaat, wanneer het op een niet geleidende ondergrond, b.v. een houten vloer, staat met een aardingssnoer.
- Druk aan de vergrendelpin (afb. 14, pos. 1) en draai de materiaaltransportpomp in het reservoir van het bedekkingsmateriaal.
- Draai de drukregelknop (2) op de hydraulicapomp naar links (verlaging druk) tot aan de aanslag.
- Draai de onlastingsventielknop (3) volledig naar links (circulatie).
- Start de benzinemotor of de elektromotor.
a. Om start de benzinemotor, zie motorhandleiding.
b. Om start de elektromotor:
• HC 950, schakelaar op 1 (AAN) zetten. - HC 970 units, schakelaar eerst op Y, daarna op (AAN) zetten.

De draairichting van de riemschijf moet overeenkomen met de pijl (4) op de riemafscherming. Wanneer de riemschijf tegen de pijlrichting in draait:
Apparaat uitschakelen O (UIT). Netstekker uit het stopcontact trekken en met een schroevendraaier de polariteitomkering (5) in de netstekker 180 graden draaien. Netstekker weer in het stopcontact steken.
- Zet de kogelkraan (6) op de materiaaltransportpomp in de verticale stand – schakel hydraulische motor in.
De hydraulische olie stroomt naar de hydraulische motor van de materiaaltransportpomp. - Draai de drukregelknop (2) naar rechts (verhoging druk), tot bedekkingsmateriaal bij de retourbuis uittreedt.
- Draai de onlastingsventielknop (3) volledig naar rechts ( ^27 spuiten).
- Haal de trekker van het spuitpistool over en stel vervolgens met behulp van de drukregelknop (2) de gewenste werkdruk in.
- Het apparaat is nu klaar om te spuiten.
5. Spuittechniek
Tijdens het spuiten moet het spuitpistool gelijkmatig worden gehanteerd. Als men zich hier niet aan houdt, ontstaat een onregelmatig spuitbeeld. De spuitbeweging dient met de arm te worden uitgevoerd en niet met de pols, zodat een parallelle afstand van ca. 30 cm tussen het spuitpistool en het te spuiten object wordt aangehouden. De zijdelingse afgrenzing van de spuitstraal dient niet te scherp te zijn. De spuitrand dient een geleidelijke overgang te vertonen, zodat deze bij de volgende doorgang gemakkelijk kan worden overlapt. Als het pistool steeds evenwijdig met en in een hoek van 90° t.o.v. het te spuiten oppervlak wordt gehouden, ontstaat er de minste spuitnevel.

Bij zeer scherpe randzones en strepen in de spuitstraal moet de spuitdruk worden verhoogd, of het materiaal worden verdund.
6. Hantering van de hogedrukslang
Het apparaat is met een speciaal voor zuigerpompen geschikte hogedrukslang uitgerust.

Gevaar voor verwonding door lekke hogedrukslang. Vervang een beschadigde hogedrukslang onmiddellijk. Probeer een defecte hogedrukslang nooit zelf te repareren!
De hogedrukslang moet zorgvuldig worden behandeld. Vermijd scherpe bochten en knikken. De kleinste buigstraal mag ongeveer 20 cm bedragen.
Rijd niet over de hogedrukslang en bescherm deze tegen scherpe voorwerpen en kanten.
Nooit aan de hogedrukslang trekken om het toestel te bewegen. Let erop dat de hogedrukslang niet verdraaid wordt. Dit kan verhinderd worden door een Wagner-spuitpistool met draaigeleiding en een slangtrommel te gebruiken.

Bij gebruik van de hogedrukslang bij werkzaamheden op een steiger blijkt dat dit het beste gaat, wanneer de slang steeds langs de buitenzijde van de steiger wordt geleid.
Bij oude hogedrukslangen stijgt het risico op beschadigingen. Wagner raadt aan, de hogedrukslang na 6 jaar te vervangen.
Gebruik uitsluitend originele hogedrukslangen van WAGNER voor een goede en veilige werking en een lange levensduur.
7. Onderbreking van de werkzaamheden
- Sluit de kogelkraan op de materiaaltransportpomp – stand horizontaal.
De stroom hydraulische olie naar de hydraulische motor van de materiaaltransportpomp wordt onderbroken.
2 Draai de ontlastingsventielknop volledig naar links (○ circulatie). - Benzinemotor of de elektromotor uitschakelen.
- Haal de trekker van het spuitpistool over om de druk van de hogedrukslang en het spuitpistool te halen.
- Borg het spuitpistool, zie gebruikshandleiding van het spuitpistool.
- Indien een standaard spuitdop gereinigd moet worden, zie pagina 43, punt 11.2.
Ga, wanneer een andere spuitdopuitvoering gemonteerd is, te werk volgens de betreffende gebruikshandleiding. - Laat de aanzuigbuis in het bedekkingsmateriaal gedompeld of dompel deze in een geschikt oplosmiddel.

Let op
Bij het gebruik van sneldrogend - of tweecomponentenmateriaal moet het apparaat binnen de verwerkingstijd met een geschikt reinigingsmiddel worden doorgespoeld.
8. Reiniging van het apparaat (buiten werking stellen)
Schoon werken is een absolute vereiste voor een storingsvrije werking. Reinig het apparaat na beëindiging van de werkzaamheden. Resten bedekkingsmateriaal mogen in het apparaat in geen geval droog worden en vast gaan koeken. Het gebruikte reinigingsmiddel (alleen met een vlampunt boven 21 °C) moet geschikt zijn voor het bedekkingsmateriaal.
- Borg het spuitpistool, zie gebruiksaanwijzing van het spuitpistool.
Reinig en demonteer de spuitdop.
In het geval van een standaard spuitdop, zie pagina 43, punt 11.2. Ga, wanneer een andere spuitdopuitvoering gemonteerd is, te werk volgens de betreffende gebruikshandleiding.
- Druk aan de vergrendelpin en draai de materiaaltransportpomp uit het bedekkingsmateriaal.
- Haal de trekker van het spuitpistool over om resterend bedekkingsmateriaal uit de aanzuigbuis, de hogedrukslang en het spuitpistool in een open reservoir te pompen.

Let op
Bij oplosmiddelhoudende bedekkingsmaterialen moet het reservoir worden geaard.

Voorzichtig! Spuit of pomp niet in reservoirs met een kleine opening (spongat)! Zie veiligheidsvoorschriften.
- Druk aan de vergrendelpin en draai de materiaaltransportpomp in een reservoir met een geschikt reinigingsmiddel.
- Draai de ontlastingsventielknop volledig naar links (circulatie).
- Pomp het geschikte reinigingsmiddel enkele minuten rond.
- Draai de ontlastingsventielknop volledig naar rechts ( ^27 spuiten).
- Spuit het resterende reinigingsmiddel in een open reservoir, tot het apparaat leeg is.
- Draai de ontlastingsventielknop volledig naar links (circulatie).
- Sluit de kogelkraan op de materiaaltransportpomp – stand horizontaal.
- Benzinemotor of de elektromotor uitschakelen.
8.1 Reiniging van de buitenkant van het apparaat

Apparaten met benzinemotor — Zet de benzinemotor af en laat hem afkoelen.
Apparaten met elektromotor— Trek eerst de stekker uit het stopcontact.
Gevaar voor kortsluiting door binnendringend water!
Spuit het apparaat nooit af met een hogedruk- of stoomhogedrukreiniger.

Hogedrukslang niet in oplosmiddel leggen. Buitenkant alleen met een doordrenkte doek afvegen.
Veeg de buitenkant van het apparaat af met een in geschikt reinigingsmiddel gedrenkte doek.
8.2 Hogedrukfilter reinigen
Reinig regelmatig het filterpatroon.
Een verontreinigde of verstopte hogedrukfilter veroorzaakt een slecht spuitresultaat of een verstopte spuitkop.
Demontage
- Sluit de kogelkraan op de materiaaltransportpomp – stand horizontaal.
De stroom hydraulische olie naar de hydraulische motor van de materiaaltransportpomp wordt onderbroken. - Draai de ontlastingsventielknop volledig naar links (○ circulatie).
- Benzinemotor of de elektromotor uitschakelen.
- Schroef het behuizingsdeksel (afb. 15, pos. 1) eraf.
- Trek het filterpatroon (3) uit de behuizing (8).
- Reinig met geschikt reinigingsmiddel de drukveer (2) en het filterpatroon (3) met kogel. Reinig de behuizing (8) en het behuizingsdeksel (1) van binnen.
- Controleer de kogel in het filterpatroon (3) op slijtage. Indien nodig het filterpatroon vervangen.
- Demonteer de O-ring (6) en de ventielzitting (7), wanneer de kogel in het filterpatroon (3) erg versleten is. Eventueel versleten ventielzitting vervangen.
- Vervang altijd de O-ring (6) na demontage.
- Trek de drukveer (2) van het behuizingsdeksel (1) af. Meet de lengte van de drukveer. Indien deze minder dan 19 mm is, de drukveer vervangen.
Montage
- Leg de ventielzitting (7) met het kogelzittingsvlak naar boven in de behuizing (8).
- Leg de O-ring (6) in de behuizing (8).
- Zet het filterpatroon (3) erin.
- Leg de dunne pakking (5) op de afdichtrichel bij de schroefdraad op de behuizing (8).
- Leg de dikke pakking (4) op de dunne pakking (5).
- Schuif de drukveer (2) op de pen in het behuizingsdeksel (1).
- Schroef het behuizingsdeksel (1) erop en haal met de hand aan.

8.3 Reiniging van het Airless-spuit pistool
- Spoel het spuitpistool bij een lage werkdruk met een geschikt reinigingsmiddel door.
- Reinig de spuitdop grondig met een geschikt reinigingsmiddel, zodat er geen resten van het bedekkingsmateriaal achterblijven.
- Reinig de buitenkant van het Airless-spuitpistool grondig.
Insteekfilter in het Airless-spuitpistool (afb. 16)
Demontage
- Trek de beschermbeugel (1) krachtig naar voren.
- Schroef de handgreep (2) uit de pistoolbehuizing. Trek het insteekfilter (3) eruit.
- Vervang een verstopt of defect insteekfilter.
Montage
- Steek het insteekfilter (3) met de langere conus in de behuizing van het pistool.
- Schroef de handgreep (2) in de behuizing van het pistool en draai de greep stevig vast.
- Klik de beschermbeugel (1) vast.

9. Hulp bij storingen
9.1 Benzinemotor
| Soort storing | Mogelijke oorzaak | Maatregelen om de storing te verhelpen |
| A. Benzinemotor start niet | 1. Geen benzine beschikbaar2. Schakelaar AAN/UIT staat op UIT3. Benzinekraan is gesloten4. Motorprobleem5. Motor defect6. Oliepeil onvoldoende | 1. Vul de benzinetank2. Schakelaar op ON zetten3. Benzinkraan openen4. Zie motorhandleiding5. Naar een Honda-serviceplek brengen6. Olie bijvullen |
9.2 Elektromotor
| Soort storing | Mogelijke oorzaak | Maatregelen om de storing te verhelpen |
| A. Apparaat start nie____ | 1. Controlelamp geeft niet bedrijfsklaar aan. Spanning ontbreekt2. Bij overbelasting schakelt het apparaat automatisch uit. | 1. Spanningsvoorziening controlleren2. Schakel apparaat na 2-3 minuten weer in____ |
| B. HC 970, HC 970-SSP: Zuigerstang in de materiaaltransportpomp gaat niet op en neer. | 1. Draairichting van de elektromotor verkeerd om. | 1. Polariteitomkering in de netstekker 180 graden draaien. |
| Soort storing | Mogelijke oorzaak | Maatregelen om de storing te verhelpen |
| A. De hydraulische motor blijft in de laagste stand staan. | 1. Uitlaatventielzitting in de materiaaltransportpomp zit los. | 1. Kogelkraan op de materiaaltransportpomp – in verticale stand. Schroef de afsluitschroef boven op de hydraulische motor eraf. Druk het omschakelventiel in de hydraulische motor naar beneden. Monteer de afsluitschroef er weer op. Start het apparaat. De zuigerstang beweegt zich naar boven en blijft opnieuw in de laagste stand staan. Dan is de losse uitlaatventielzitting de oorzaak. |
| 2. Omschakelventiel in de hydraulische motor zit vast of de bovenste/ onderste zeskante moer op de ventielstang is losgegaan. | 2. Door de servicedienst van Wagner laten herstellen. | |
| B. De hydraulische motor blijft in de hoogste stand staan. | 1. Omschakelventiel zit vast.2. De drukveer op de ventielstang is gebroken.3. Drukveeraanslag op de ventielstang is gebroken.4. Er zit lucht in de hydraulisch motor. | 1. Door de servicedienst van Wagner laten herstellen.2. Door de servicedienst van Wagner laten herstellen.3. Door de servicedienst van Wagner laten herstellen.4. De drukregelknop terugdraaien. Gedurende 5-10 minuten bij lage druk continubedrijf ontluchten. Materiaaltransportpomp niet droog laten lopen. Controle op lekken:• Losse aansluitingen op de tank voor hydraulische olie.• Losse aansluitingen bij de hydraulicapomp• Losse hydraulicaslang-aansluitingen• Te lage oliestand in de tank voor hydraulische olie5. Kogelkraan op de materiaaltransportpomp – in verticale stand. Schroef de afsluitschroef boven op de hydraulische motor eraf. Druk het omschakelventiel in de hydraulische motor naar beneden. Monteer de afsluitschroef er weer op. Start het apparaat. Voorkom, dat de materiaaltransportpomp lucht aanzuigt. |
| 5. Er zit lucht in de materiaaltransportpomp. | ||
| C. Lage druk. De zuigerstang beweegt zich normaal tijdens de neerwaartse slag, maar de opwaartse slag is traag. De hydraulische motor is van buiten zeer heet. | 1. Defecte zuigerpakking in de hydraulische motor.2. Zuigerstang gebroken. | 1. Door de servicedienst van Wagner laten herstellen.2. Door de servicedienst van Wagner laten herstellen. |
| D. Lage druk. Bij de opwaartse en neerwaartse slag wordt de hydraulische motor van buiten zeer heet. | 1. Middelste O-ring op het omschakelventiel defect.2. Pakkingen in de materiaaltransportpomp versleten. | 1. Door de servicedienst van Wagner laten herstellen.2. Vervangen |
9.4 Materiaaltransportpomp
| Soort storing | Mogelijke oorzaak | Maatregelen om de storing te verhelpen |
| A. Alleen transport van bedekkingsmateriaal bij opwaartse slag of de zuigerstang beweegt langzaam naar boven en snel naar beneden.____ | 1. Inlaatventiel is lek door verontreiniging of slijtage.2. Bedekkingsmateriaal heeft een te hoge viscositeit om aangezogen te worden.____ | 1. Inlaatventielbehuizing reinigen en controleren. Kogel erin zetten en water erin gieten, in geval van een lek kogel vervangen.2. Conform de informatie van de producent verdunnen.____ |
| B. Alleen transport van bedekkingsmateriaal bij neerwaartse slag of de zuigerstang beweegt langzaam naar beneden en snel naar boven.____ | 1. Uitlaatventiel lek.2. Onderste pakkingen zijn versleten.____ | 1. Uitlaatventiel demonteren en controleren.Kogel erin zetten en water erin gieten, in geval van een lek kogel vervangen.2. Vervangen____ |
| C. Zuigerstang beweegt snel op en neer.____ | 1. Aanzuigbuis komt boven het vloeistofniveau uit en zuigt lucht aan.2. Bedekkingsmateriaal heeft een te hoge viscositeit om aangezogen te worden.3. Kogel in de inlaatventielbehuizing zit vastgekleefd.____ | 1. Bedekkingsmateriaal bijvullen2. Het bedekkingsmateriaal conform de informatie van de producent verdunnen.Materiaaltransportpomp ontluchten, ontlastingsventielknop naar links draaien (○ circulatie).3. Inlaatventielbehuizing demonteren, kogel en ventielzitting reinigen.____ |
| D. Zuigerstang beweegt langzaam op en neer bij gesloten spuitpistool.____ | 1. Losse aansluitingen2. Ontlastingsventiel is niet helemaal gesloten3. Ontlastingsventiel is versleten4. Onderste pakkingen zijn versleten.5. Kogel in de inlaatventielbehuizing en kogel in uitlaatventielzitting sluiten niet af.____ | 1. Alle aansluitingen tussen materiaaltransportpomp en spuitpistool controleren.2. Draai de ontlastingsventielknop naar rechts (> spuiten).3. Vervangen4. Wanneer de boven beschreven maatregelen niet helpen, de onderste pakking vervangen.5. Inlaatventielbehuizing en uitlaatventielzitting demonteren. Kogel en ventielzitting reinigen.____ |
| E. Niet genoeg druk bij het spuitpistool.____ | 1. Spuitdop is versleten2. Filterpatroon in het hogedrukfilter is verstopt.3. Hogedrukslang is te lang____ | 1. Vervangen2. Filterpatroon reinigen of vervangen.3. Lengte verminderen.____ |
| F. Zuigerstang hapert bij opwaartse of neerwaartse slag.____ | 1. Oplosmiddel heeft de bovenste pakking doen opzwellen.____ | 1. Bovenste pakking vervangen.____ |
10. Onderhoud
10.1 Algemeen onderhoud
Het onderhoud van het apparaat dient eenmaal per jaar door de servicedienst van Wagner te worden uitgevoerd.
- Onderhoud benzinemotor, zie motorhandleiding.
- Controleer de hogedrukslangen op beschadigingen.
- Controleer inlaat- en uitlaatventiel op slijtage.
- Controleer de oliestand in de tank voor hydraulische olie.
- Eventueel olie verversen.
10.2 Controle oliestand in de tank voor hydraulische olie

Controleer oliestand dagelijks.

Apparaten met elektromotor — Apparaat uitschakelen Ⓔ (UIT). Netstekker uit het stopcontact trekken.
- Draai de oliepeilstok (afb. 17, pos. 1) naar links en trek hem eruit.
- Het oliepeil moet tussen de markeringen (zie piljen) op de oliepeilstok zichtbaar te zijn.
- Vul de olie indien nodig bij, voor het soort olie zie onder olieverversing, hoofdstuk 10,3.

10.3 Olie verversen en oliefilter vervangen bij de hydraulicapomp
Ververs de olie en vervang het oliefilter elke 12 maanden.

Milieugevaar
Loos afgewerkte olie niet in het rioolnet of in de bodem. Grondwaterverontreining is strafbaar. Afgewerkte olie kunt bij aankoop van hydraulische olie inleveren.

Ververs olie terwijl het apparaat op bedrijfstemperatuur is.

Apparaten met elektromotor — Apparaat uitschakelen Ⓑ (UIT). Netstekker uit het stopcontact trekken.
- Benzinemotor of de elektromotor uitschakelen.
- Kogelkraan (afb. 18, pos. 1) op de materiaaltransportpomp – in verticale stand.
- Schroef de schroeven op de kap (2) van de hydraulicapomp eruit. Neem de kap eraf.
- Draai de oliepeilstok (3) naar links en trek hem eruit.
- Schroef de oliefilter (4) met een bandsleutel eraf en vervang deze.
- Schroef de afsluitschroef (5) onder de tank voor hydraulische olie los. Tap de afgewerkte olie af.
- Schroef de afsluitschroef er weer in.
- Giet 4,7 liter ISO 32 hydraulische olie erin.

Tijdens het vullen met olie kan lucht in het hydraulisch systeem terechtkomen. Daarom is het noodzakelijk het systeem te ontluchten.
- Laat apparaat bij lage druk minstens 5 minuten lopen, om het hydraulische systeem automatisch te ontluchten.

10.4 Hogedrukslang
Controleer de hogedrukslang visueel op eventuele insnijdingen of uitbollingen, in het bijzonder bij de koppelstukken. Wartelmoeren moeten probleemloos kunnen worden gedraaid.

Bij oude hogedrukslangen stijgt het risico op beschadigingen. Wagner raadt aan, de hogedrukslang na 6 jaar te vervangen.
11. Appendix
11.1 Keuze van de spuitdop
Voor een perfecte en doelmatige werkwijze is de keuze van de spuitdop van groot belang. Vaak kan de juiste spuitdop alleen via een proef worden bepaald.
Enkele regels hiervoor:
De spuitstraal moet gelijkmatig zijn.
Als er strepen in de spuitstraal te zien zijn, is de spuitdruk te laag of de viscositeit van het bedekkingsmateriaal te hoog.
Oplossing: druk verhogen of bedekkingsmateriaal verdunnen. Elke pomp levert een bepaald pompvermogen in verhouding tot het formaat van de spuitdop:
In principe geldt: grote spuitdop = lage druk
kleine spuitdop = hoge druk
Er is een groot assortiment van spuitdoppen met verschillende spuithoeken.
11.2 Onderhoud en reiniging van Airless hardmetalen spuitdoppen
Standaardspuitdoppen
Als er een andere spuitdopuitvoering gemonteerd is, dan volgens fabrikantinstructies reinigen.
De spuitdop heeft een uiterst precies bewerkte boring. Voor een lange levensduur moet de spuitdop omzichtig worden behandeld. Denk eraan, dat het hardmetalen inzetstuk broos is! Werp de spuitdop nooit en bewerk de spuitdop niet met scherpe metalen voorwerpen.
Neem de volgende punten in acht om de spuitdop schoon en gebruiksklaar te houden:
- Open het onlastingsventiel, ventielstand PRIME (○ circulatie).
- Apparaat uitschakelen.
- Demonteer de spuitdop van het spuitpistool.
- Leg de spuitdop in een geschikt reinigingsmiddel tot alle resten van het bedekkingsmateriaal zijn opgelost.
- Blaas de spuitdop met perslucht door, indien voorhanden.
- Verwijder eventuele resten met behulp van een spitse houten staaf (tandenstoker).
- Controleer de spuitdop met behulp van een vergrootglas en herhaal de punten 4 t/m 6 indien nodig.
12.3 Accessoires voor het spuitpistool

Vlakstraal-verstelspuitdop
tot 250 bar (25 MPa)
| Spuitdop-markering | Boring mm | Spuitbreedte bij ca. 30 cm afstand van het object Druk 100 bar (10 MPa) | Toepassing | Vlakstraal-verstelspuitdop bestelnr. |
| 15 0,13 - | 0,46 5 - 35 cm | Lakken 0999 057 | ||
| 20 0,18 - | 0,48 5 - 50 cm | Lakken, vulmiddelen 0999 053 | ||
| 28 0,28 - | 0,66 8 - 55 cm | Lakken, dispersies 0999 054 | ||
| 41 | 0,43 - 0,88 | 10 - 60 cm | Roestwerende verf - dispersies | 0999 055 |
| 49 | 0,53 - 1,37 | 10 - 40 cm | Verf voor grote oppervlakken | 0999 056 |
Beschermingsinrichting tegen aanraking
voor vlakstraal-verstelspuitdop

Bestelnr. 0097 294
Spuitdopverlenging met draaibaar
kniegewricht
(zonder spuitdop)

Lengte: 100 cm Bestelnr. 0096 015
Lengte: 200 cm Bestelnr. 0096 016
Lengte: 300 cm Bestelnr. 0096 017
Düsenverlängerung
15 cm, F-schroefdraad, Bestelnr. 0556 051
30 cm, F-schroefdraad, Bestelnr. 0556 052
45 cm, F-schroefdraad, Bestelnr. 0556 053
60 cm, F-schroefdraad, Bestelnr. 0556 054

15 cm, G-schroefdraad, Bestelnr. 0556 074
30 cm, G-schroefdraad, Bestelnr. 0556 075
45 cm, G-schroefdraad, Bestelnr. 0556 076
60 cm, G-schroefdraad, Bestelnr. 0556 077
11.4 Tabel Airless spuitdoppen

Wagner
TradeTip 3 spuitdop
tot 270 bar
(27 MPa)

zonder spuitdop
F-schroefdraad (11/16 - 16 UN)
voor spuitpistolen van Wagner
bestelnr. 0289391
zonder spuitdop
G-schroefdraad (7/8 - 14 UNF)
voor spuitpistolen van Graco/Titan
bestelnr. 0289390

Alle spuitdoppen in de onderstaande tabel worden samen met het passende pistoolfilter geleverd.
| Toepassing Markering spuitdop Spuit- | hoek | Boring inch / mm | Spuitbreedte mm^1) | Pistoolfilter Bestelnr. | ||
| Waterverdunbare en oplosmid-delhoudende lak en lakverf, oliën,scheidingsmiddelen | 107 | 10^ | 0.007/0.18 | 100 | rood | 0553107 |
| 207 | 20^ | 0.007/0.18 | 120 | rood | 0553207 | |
| 307 | 30^ | 0.007/0.18 | 150 | rood | 0553307 | |
| 407 | 40^ | 0.007/0.18 | 190 | rood | 0553407 | |
| 109 | 10^ | 0.009/0.23 | 100 | rood | 0553109 | |
| 209 | 20^ | 0.009/0.23 | 120 | rood | 0553209 | |
| 309 | 30^ | 0.009/0.23 | 150 | rood | 0553309 | |
| 409 | 40^ | 0.009/0.23 | 190 | rood | 0553409 | |
| 509 | 50^ | 0.009/0.23 | 225 | rood | 0553509 | |
| 609 | 60^ | 0.009/0.23 | 270 | rood | 0553609 | |
| KunstharslakPVC-lak | 111 | 10^ | 0.011/0.28 | 100 | rood | 0553111 |
| 211 | 20^ | 0.011/0.28 | 120 | rood | 0553211 | |
| 311 | 30^ | 0.011/0.28 | 150 | rood | 0553311 | |
| 411 | 40^ | 0.011/0.28 | 190 | rood | 0553411 | |
| 511 | 50^ | 0.011/0.28 | 225 | rood | 0553511 | |
| 611 | 60^ | 0.011/0.28 | 270 | rood | 0553611 | |
| Lak, grondverfGrondlakVulstof | 113 | 10^ | 0.013/0.33 | 100 | rood | 0553113 |
| 213 | 20^ | 0.013/0.33 | 120 | rood | 0553213 | |
| 313 | 30^ | 0.013/0.33 | 150 | rood | 0553313 | |
| 413 | 40^ | 0.013/0.33 | 190 | rood | 0553413 | |
| 513 | 50^ | 0.013/0.33 | 225 | rood | 0553513 | |
| 613 | 60^ | 0.013/0.33 | 270 | rood | 0553613 | |
| 813 | 80^ | 0.013/0.33 | 330 | rood | 0553813 | |
| VulstofRoestwerende verf | 115 | 10^ | 0.015/0.38 | 100 | geel | 0553115 |
| 215 | 20^ | 0.015/0.38 | 120 | geel | 0553215 | |
| 315 | 30^ | 0.015/0.38 | 150 | geel | 0553315 | |
| 415 | 40^ | 0.015/0.38 | 190 | geel | 0553415 | |
| 515 | 50^ | 0.015/0.38 | 225 | geel | 0553515 | |
| 615 | 60^ | 0.015/0.38 | 270 | geel | 0553615 | |
| 715 | 70^ | 0.015/0.38 | 300 | geel | 0553715 | |
| 815 | 80^ | 0.015/0.38 | 330 | geel | 0553815 | |
| Roestwerende verfLatexverfDispersie | 117 | 10^ | 0.017/0.43 | 100 | wit | 0553117 |
| 217 | 20^ | 0.017/0.43 | 120 | wit | 0553217 | |
| 317 | 30^ | 0.017/0.43 | 150 | wit | 0553317 | |
| 417 | 40^ | 0.017/0.43 | 190 | wit | 0553417 | |
| 517 | 50^ | 0.017/0.43 | 225 | wit | 0553517 | |
| 617 | 60^ | 0.017/0.43 | 270 | wit | 0553617 | |
| 717 | 70^ | 0.017/0.43 | 300 | wit | 0553717 | |
| 817 | 80^ | 0.017/0.43 | 330 | wit | 0553817 | |
| Roestwerende verfLatexverfDispersie | 219 | 20^ | 0.019/0.48 | 120 | wit | 0553219 |
| 319 | 30^ | 0.019/0.48 | 150 | wit | 0553319 | |
| 419 | 40^ | 0.019/0.48 | 190 | wit | 0553419 | |
| 519 | 50^ | 0.019/0.48 | 225 | wit | 0553519 | |
| 619 | 60^ | 0.019/0.48 | 270 | wit | 0553619 | |
| 719 | 70^ | 0.019/0.48 | 300 | wit | 0553719 | |
| 819 | 80^ | 0.019/0.48 | 330 | wit | 0553819 | |
| 919 | 90^ | 0.019/0.48 | 385 | wit | 0553919 | |
| Vlambescherming 221 | 20^ | 0.021/0.53 | 120 | wit | 0553221 | |
| 321 | 30^ | 0.021/0.53 | 150 | wit | 0553321 | |
| 421 | 40^ | 0.021/0.53 | 190 | wit | 0553421 | |
| 521 | 50^ | 0.021/0.53 | 225 | wit | 0553521 | |
| 621 | 60^ | 0.021/0.53 | 270 | wit | 0553621 | |
| 721 | 70^ | 0.021/0.53 | 300 | wit | 0553721 | |
| 821 | 80^ | 0.021/0.53 | 330 | wit | 0553821 | |
1) Spuitbreedte bij ca. 30 cm afstand tot het te spuiten object en een druk van 100 bar (10 MPa) met kunstharslak 20 DIN-seconden.
| Toepassing Markering spuitdop Spuit | hoek | Boring inch / mm | Spuitbreedte mm^1) | Pistoolfilter Bestelnr. | ||
| Dakcoating 223 | 20° | 0.023 / 0.58 | 120 | wit | 0553223 | |
| 323 | 30° | 0.023 / 0.58 | 150 | wit | 0553323 | |
| 423 | 40° | 0.023 / 0.58 | 190 | wit | 0553423 | |
| 523 | 50° | 0.023 / 0.58 | 225 | wit | 0553523 | |
| 623 | 60° | 0.023 / 0.58 | 270 | wit | 0553623 | |
| 723 | 70° | 0.023 / 0.58 | 300 | wit | 0553723 | |
| 823 | 80° | 0.023 / 0.58 | 330 | wit | 0553823 | |
| Diklaagmaterialen, Corrosiebescherming, Spuitplamuur | 225 | 20° | 0.025 / 0.64 | 120 | wit | 0553225 |
| 325 | 30° | 0.025 / 0.64 | 150 | wit | 0553325 | |
| 425 | 40° | 0.025 / 0.64 | 190 | wit | 0553425 | |
| 525 | 50° | 0.025 / 0.64 | 225 | wit | 0553525 | |
| 625 | 60° | 0.025 / 0.64 | 270 | wit | 0553625 | |
| 725 | 70° | 0.025 / 0.64 | 300 | wit | 0553725 | |
| 825 | 80° | 0.025 / 0.64 | 330 | wit | 0553825 | |
| 227 | 20° | 0.027 / 0.69 | 120 | wit | 0553227 | |
| 327 | 30° | 0.027 / 0.69 | 150 | wit | 0553327 | |
| 427 | 40° | 0.027 / 0.69 | 190 | wit | 0553427 | |
| 527 | 50° | 0.027 / 0.69 | 225 | wit | 0553527 | |
| 627 | 60° | 0.027 / 0.69 | 270 | wit | 0553627 | |
| 827 | 80° | 0.027 / 0.69 | 330 | wit | 0553827 | |
| 229 | 20° | 0.029 / 0.75 | 120 | wit | 0553229 | |
| 329 | 30° | 0.029 / 0.75 | 150 | wit | 0553329 | |
| 429 | 40° | 0.029 / 0.75 | 190 | wit | 0553429 | |
| 529 | 50° | 0.029 / 0.75 | 225 | wit | 0553529 | |
| 629 | 60° | 0.029 / 0.75 | 270 | wit | 0553629 | |
| 231 | 20° | 0.031 / 0.79 | 120 | wit | 0553231 | |
| 331 | 30° | 0.031 / 0.79 | 150 | wit | 0553331 | |
| 431 | 40° | 0.031 / 0.79 | 190 | wit | 0553431 | |
| 531 | 50° | 0.031 / 0.79 | 225 | wit | 0553531 | |
| 631 | 60° | 0.031 / 0.79 | 270 | wit | 0553631 | |
| 731 | 70° | 0.031 / 0.79 | 300 | wit | 0553731 | |
| 831 | 80° | 0.031 / 0.79 | 330 | wit | 0553831 | |
| 233 | 20° | 0.033 / 0.83 | 120 | wit | 0553233 | |
| 333 | 30° | 0.033 / 0.83 | 150 | wit | 0553333 | |
| 433 | 40° | 0.033 / 0.83 | 190 | wit | 0553433 | |
| 533 | 50° | 0.033 / 0.83 | 225 | wit | 0553533 | |
| 633 | 60° | 0.033 / 0.83 | 270 | wit | 0553633 | |
| 235 | 20° | 0.035 / 0.90 | 120 | wit | 0553235 | |
| 335 | 30° | 0.035 / 0.90 | 150 | wit | 0553335 | |
| 435 | 40° | 0.035 / 0.90 | 190 | wit | 0553435 | |
| 535 | 50° | 0.035 / 0.90 | 225 | wit | 0553535 | |
| 635 | 60° | 0.035 / 0.90 | 270 | wit | 0553635 | |
| 735 | 70° | 0.035 / 0.90 | 300 | wit | 0553735 | |
| 439 | 40° | 0.039 / 0.99 | 190 | wit | 0553439 | |
| 539 | 50° | 0.039 / 0.99 | 225 | wit | 0553539 | |
| 639 | 60° | 0.039 / 0.99 | 270 | wit | 0553639 | |
| Heavy Duty-applicaties 243 | 20° | 0.043 / 1.10 | 120 | groen | 0553243 | |
| 443 | 40° | 0.043 / 1.10 | 190 | groen | 0553443 | |
| 543 | 50° | 0.043 / 1.10 | 225 | groen | 0553543 | |
| 643 | 60° | 0.043 / 1.10 | 270 | groen | 0553643 | |
| 445 | 40° | 0.045 / 1.14 | 190 | groen | 0553445 | |
| 545 | 50° | 0.045 / 1.14 | 225 | groen | 0553545 | |
| 645 | 60° | 0.045 / 1.14 | 270 | groen | 0553645 | |
| 451 | 40° | 0.051 / 1.30 | 190 | groen | 0553451 | |
| 551 | 50° | 0.051 / 1.30 | 225 | groen | 0553551 | |
| 651 | 60° | 0.051 / 1.30 | 270 | groen | 0553651 | |
| 252 | 20° | 0.052 / 1.32 | 120 | groen | 0553252 | |
| 455 | 40° | 0.055 / 1.40 | 190 | groen | 0553455 | |
| 555 | 50° | 0.055 / 1.40 | 225 | groen | 0553555 | |
| 655 | 60° | 0.055 / 1.40 | 270 | groen | 0553655 | |
| 261 | 20° | 0.061 / 1.55 | 120 | groen | 0553261 | |
| 461 | 40° | 0.061 / 1.55 | 190 | groen | 0553461 | |
| 561 | 50° | 0.061 / 1.55 | 225 | groen | 0553561 | |
| 661 | 60° | 0.061 / 1.55 | 270 | groen | 0553661 | |
| 263 | 20° | 0.063 / 1.60 | 120 | groen | 0553263 | |
| 463 | 40° | 0.063 / 1.60 | 190 | groen | 0553463 | |
| 565 | 50° | 0.065 / 1.65 | 225 | groen | 0553565 | |
| 665 | 60° | 0.065 / 1.65 | 270 | groen | 0553665 | |
| 267 | 20° | 0.067 / 1.70 | 120 | groen | 0553267 | |
| 467 | 40° | 0.067 / 1.70 | 190 | groen | 0553467 |
1) Spuitbreedte bij ca. 30 cm afstand tot het te spuiten object en een druk van 100 bar (10 MPa) met kunstharslak 20 DIN-seconden.
11.5 Tabel 2Speed Tip spuitdoppen

De innovatieve 2SpeedTip van WAGNER verenigt twee spuittips in één.

2 Speed Tip houder bestelnr. 0271065
Tabel spuitdoppen
| Grootte spuitproject Bedekkingsm | ateriaal | ||
| Lak (L) Muurverf (D) Dunp | eisters (S) | ||
| Klein | D5Spuittip: 111 / 415bestelnr. 0271 062 | S5Spuittip: 225 / 629bestelnr. 0271 064 | |
| D7Spuittip: 113 / 417bestelnr. 0271 063 | |||
| L10Spuittip: 208 / 510bestelnr. 0271 042 | D10Spuittip: 111 / 419bestelnr. 0271 045 | S10Spuittip: 527 / 235bestelnr. 0271 049 | |
| Middel | L20Spuittip: 210 / 512bestelnr. 0271 043 | D20Spuittip: 115 / 421bestelnr. 0271 046 | S20Spuittip: 539 / 243bestelnr. 0271 050 |
| Groot | L30Spuittip: 212 / 514bestelnr. 0271 044 | D30Spuittip: 115 / 423bestelnr. 0271 047 | S30Spuittip: 543 / 252bestelnr. 0271 051 |
| Extra groot | D40Spuittip: 117 / 427bestelnr. 0271 048 | ||
| aanbevolen pistoolfilter rood wit - | |||
A J. Wagner Ges.m.b.H. Ottogasse 2/20 2333 Leopoldsdorf Österreich Tel. +43/ 2235 / 44 158 Telefax +43/ 2235 / 44 163 office@wagner-group.at
DK Wagner Spraytech Scandinavia A/S Helgeshøj Allé 28 2630 Taastrup Denmark Tel. +45 43 27 18 18 Telefax +45 43 43 05 28 wagner@wagner-group.dk
GB Wagner Spraytech (UK) Limited The Coach House 2 Main Road Middleton Cheney OX17 2ND Great Britain UK-Helpline 01295 714200 Fax 01295 710100 enquiries@wagnerspraytech.co.uk
B WSB Finishing Equipment Veilinglaan 56-58 1861 Meise-Wolvertem Belgium Tel. +32/2/269 46 75 Telefax +32/2/269 78 45 info@wagner-wsb.nl
NL Accessoires voor HC-apparaten I
Cuadro de piezas de recambio Onderdelenafbeelding Reservedelsbillede
Cuadro de piezas de recambio Onderdelenafbeelding Reservedelsbillede
Cuadro de piezas de recambio Onderdelenafbeelding Reservedelsbillede
Cuadro de piezas de recambio Onderdelenafbeelding Reservedelsbillede
Cuadro de piezas de recambio Onderdelenafbeelding Reservedelsbillede
Cuadro de piezas de recambio Onderdelenafbeelding Reservedelsbillede
NL Vloeistofgedeelte
P Secção de fluido
DK Væskedel
S Vätskedelen
Cuadro de piezas de recambio Onderdelenafbeelding Reservedelsbillede
* Apriete elalojamiento de la válvula de salida a 68 Nm. Utilice Loctite #243 azul.
* Draaimoment behuizing uitgangsklep tot 68 Nm. Gebruikblauwe Loctite #243.
* Drejningsmoment for udtømningsventilhuseter 68 Nm. Anvendblå Loctite #243.
Cuadro de piezas de recambio Onderdelenafbeelding Reservedelsbillede
Onderdelenafbeelding
Reservedelsbillede
Onderdelenafbeelding
Onderdelenafbeelding
NL Ontluchtingsklepsysteem
Produktaansprakelijkheid
Op basis van een EG-richtlijn met ingang vanaf 1 januari 1990 is de producent enkel dan aansprakelijk voor zijn produkt, indien alle gebruikte onderdelen door de producent zelf zijn vervaardigd of door de producent werden vrijgegeven en ook indien het apparaat op een deskundige manier wordt gemonteerd en gebruikt.
Bij gebruik van andere toebehoren en onderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk vervallen. In extreme gevallen kan door de bevoegde instanties (ongevallenverzekering en arbeidsinspectie) het gebruik van het hele apparaat worden verboden.
Met originele WAGNER-toebehoren en -onderdelen heeft u de zekerheid dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan.
3+2 jaar garantie Professional Finishing
Wagner Professional-garantie
(Stand 01-02-2009)
1. Omvang van de garantie
Alle Wagner Professional-verfaanbrengingapparaten (hierna aangeduid als 'producten') worden zorgvuldig gecontroleerd, getest en onderworpen aan de strenge controles van de Wagner kwaliteitsborging. Wagner geeft daarom uitsluitend aan de commerciële of professionele gebruiker, die het product in de geautoriseerde speciaalzaak heeft gekocht (hierna aangeduid als 'klant'), een uitgebreidere garantie voor de op internet op www.wagner-group.com/profi-guarantee vermelde producten.
De garantieclaims van de koper uit het koopcontract met de verkoper alsmede wettelijke rechten worden niet beperkt door deze garantie.
Wij geven garantie zo, dat na onze beslissing het product of afzonderlijke onderdelen hiervan vervangen of gerepareerd worden of het apparaat tegen restitutie van de aankoopprijs wordt teruggenomen. De kosten voor materiaal en werktijd worden door ons overgenomen. Vervangen producten of onderdelen worden eigendom van Wagner.
2. Garantietijd en registrering
De garantietijd bedraagt 36 maanden, bij industrieel gebruik of identieke belasting en in het bijzonder ploegenbedrijf of bij verhuur 12 maanden.
Voor op benzine en lucht aangedreven aandrijvingen geven wij eveneens 12 maanden garantie.
De garantietijd begint met de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak. Beslissend is de datum op het originele aankoopbewijs.
Voor alle vanaf 01-02-2009 bij de geautoriseerde speciaalzaak gekochte producten wordt de garantietijd met 24 maanden verlengd, als de koper deze apparaten binnen 4 weken na de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak in overeenstemming met de volgende bepalingen registreert.
De registratie gebeurt op internet op www.wagner-group.com/profi-guarantee. Als bevestiging geldt het garantiecertificaat en het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop staat. Een registratie is alleen mogelijk, als de koper toestemming verleent voor het opslaan van de gegevens die hij daar moet invoeren.
Door garantievergoedingen wordt de garantieperiode voor het product noch verlengd noch vernieuwd.
Na afloop van de betreffende garantieperiode kunnen claims tegen en vanuit de garantie niet meer geldend gemaakt worden.
3. Afhandeling
Als in de garantieperiode fouten in materiaal, verwerking of prestaties van het apparaat tevoorschijn komen, dan moeten garantieclaims onmiddellijk, uiterlijk echter binnen 2 weken geldend gemaakt worden.
Voor de inontvangstneming van garantieclaims is de geautoriseerde speciaalzaak, die het apparaat heeft geleverd, bevoegd. De garantieclaims kunnen echter ook bij onze in de bedieningshandleiding genoemde servicepunten geldend worden gemaakt. Het product moet samen met het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop en de productaanduiding moet staan, gratis opgestuurd of getoond worden. Voor de gebruikmaking van de garantieverlenging moet bovendien het garantiecertificaat worden bijgesloten.
De kosten en het risico van verlies of beschadiging van het product op weg naar of van de instantie, die de garantieclaims in ontvangst neem of het gerepareerde product weer levert, draagt de klant.
4. Uitsluiting van garantie
Garantieclaims kunnen niet behandeld worden
- voor onderdelen, die onderworpen zijn aan gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage, alsmede gebreken aan het product, die terug te leiden zijn naar een gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage. Hiertoe behoren vooral kabels, kleppen, pakkingen, mondstukken, cilinders, zuigers, medium vervoerende behuizingsdelen, filters, slangen, dichtingen, rotoren, statoren etc.. Schade door slijtage wordt vooral veroorzaakt door schurende coatingmaterialen, zoals bijvoorbeeld dispersie, pleister, plamuur, lijm, glazuur, kwarts.
- bij fouten aan apparaten, die terug te leiden zijn naar niet-inachtneming van bedieningsinstructies, ongeschikt of verkeerd gebruik, verkeerde montage, resp. inbedrijfstelling door de koper of derden, niet-reglementair gebruik, anomale milieuomstandigheden, ongeschikte coatingmaterialen, chemische, elektrochemische of elektrische invloeden, ongeschikte bedrijfsomstandigheden, gebruik met verkeerde netspanning/- frequentie, overbelasting of gebrekkig(e) onderhoud, verzorging resp. reiniging.
- bij fouten aan het apparaat, die door gebruik van accessoire-, aanvullings-, of reserveonderdelen werden veroorzaakt, die geen originele Wagner-onderdelen zijn.
- bij producten, waarop veranderingen of aanvullingen werden aangebracht.
- bij producten met verwijderd of onleesbaar gemaakt serienummer
- bij producten, waarop door niet-geautoriseerde personen reparatiepogingen werden uitgevoerd.
- bij producten met geringe afwijkingen van de oorspronkelijke hoedanigheid, die voor waarde en gebruiksgeschiktheid van het apparaat onbelangrijk zijn.
- bij producten, die gedeeltelijk of compleet uit elkaar zijn gehaald.
5. Aanvullende regelingen
Bovenstaande garanties gelden uitsluitend voor producten die in de EU, het GOS of Australië door de geautoriseerde speciaalzaak gekocht en in het land van aankoop gebruikt worden.
Blijkt uit de controle, dat er geen garantiegeval aanwezig is, dan zijn de kosten van de reparatie voor de koper.
Deze bepalingen regelen alleen de rechtsverhouding naar ons toe. Verdergaande claims, vooral voor schade en verlies van welk soort dan ook, die door het product of het gebruik ervan ontstaan, zijn behalve in het toepassingsbereik uitgesloten van de productaansprakelijkheidswet.
Garantieclaims tegen de speciaalzaak blijven onaangetast.
Deze garantie valt onder de Duitse wet. De contracttaal is Duits. Als de betekenis van de Duitse en een buitenlandse tekst van deze garantie van elkaar afwijken, heeft de betekenis van de Duitse tekst voorrang.
J. Wagner GmbH
Bondsrepubliek Duitsland
Aanwijzing voor afvalverwerking:
Conform de Europese Richtlijn 2002/96/EG voor afvalverwerking van oude elektrische apparatuur en diens uitvoer volgens nationaal recht, mag dit product niet in het huisval worden gedeponeerd, en dient het milieuvriendelijk te worden gerecycled!
Uw oude Wagner-apparaat wordt door ons resp. onze handelsvertegenwoordigingen teruggenomen en op de betreffende inzamelpunten gedeponeerd. Wendt u zich in dit geval aan een van onze service-contactpunten, resp. handelsvertegenwoordigingen of direct aan ons.








